1
00:00:02,070 --> 00:00:04,410
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,410 --> 00:00:10,530
Deze keer behandelen we 1 Petrus
1, vers 1 tot en met vers 2.

3
00:00:10,530 --> 00:00:12,930
Nu gaan we naar hoofdstuk 1 kijken.

4
00:00:12,930 --> 00:00:15,630
Laat ik je eerst een
overzicht van het boek geven.

5
00:00:15,630 --> 00:00:17,790
Er zijn drie hoofdgedeelten.

6
00:00:17,790 --> 00:00:24,210
In hoofdstuk 1, vanaf vers 1 tot in
hoofdstuk 2, ongeveer tot en met vers 10,

7
00:00:24,210 --> 00:00:26,610
vinden we iets wat
overeenkomt met de eerste

8
00:00:26,610 --> 00:00:30,990
gedeelten van de brieven van
Paulus: een theologisch gedeelte.

9
00:00:30,990 --> 00:00:35,550
Dit is de theologie die aan het
christelijke leven ten grondslag ligt,

10
00:00:35,550 --> 00:00:37,590
de theologische begrippen.

11
00:00:37,590 --> 00:00:40,830
De brieven van Paulus
beginnen hier meestal ook mee.

12
00:00:40,830 --> 00:00:48,870
Niet allemaal, maar veel wel: Kolossenzen,
Efeze, Romeinen en Galaten eigenlijk ook.

13
00:00:48,870 --> 00:00:51,930
Galaten heeft eerst een
autobiografisch gedeelte,

14
00:00:51,930 --> 00:00:54,750
en daarna komt het theologische gedeelte.

15
00:00:54,750 --> 00:00:58,770
Maar voordat Paulus in zijn brieven aan
zijn praktische aanwijzingen begint,

16
00:00:58,770 --> 00:01:01,650
geeft hij meestal een
theologisch gedeelte.

17
00:01:01,650 --> 00:01:05,310
Ons christelijke gedrag, waarover
hij praktische raad geeft,

18
00:01:05,310 --> 00:01:10,350
is namelijk gebaseerd op onze christelijke
overtuigingen, onze theologie:

19
00:01:10,350 --> 00:01:14,070
wat we geloven over God, wat
we geloven over Christus,

20
00:01:14,070 --> 00:01:16,650
wat we geloven over onszelf.

21
00:01:16,650 --> 00:01:20,550
Dat zijn theologische onderwerpen
die Paulus naar voren brengt.

22
00:01:20,550 --> 00:01:23,070
Over het algemeen brengt
hij die naar voren

23
00:01:23,070 --> 00:01:27,270
voordat hij over praktische dingen
spreekt. Petrus doet dat ook.

24
00:01:27,270 --> 00:01:30,570
Hoofdstuk 1, vers 1
tot en met hoofdstuk 2,

25
00:01:30,570 --> 00:01:34,290
vers 10 zou dus het eerste
gedeelte van de brief zijn.

26
00:01:34,290 --> 00:01:37,170
Dat is het leerstellige
gedeelte van de brief.

27
00:01:37,170 --> 00:01:41,130
Daarna volgt het praktische
gedeelte: hoofdstuk 2,

28
00:01:41,130 --> 00:01:44,970
vers 11 tot en met hoofdstuk 4, vers 11.

29
00:01:44,970 --> 00:01:48,630
Dit zijn in wezen de aanwijzingen
waarover we hebben gesproken,

30
00:01:48,630 --> 00:01:51,150
over hoe je je als christen moet gedragen.

31
00:01:51,150 --> 00:01:54,750
Daaronder vallen de gegeven
gedragsregels voor het huishouden,

32
00:01:54,750 --> 00:01:58,590
maar ook algemene informatie
over hoe je je moet gedragen,

33
00:01:58,590 --> 00:02:02,010
helemaal tot en met hoofdstuk 4, vers 11.

34
00:02:02,010 --> 00:02:05,790
Hoofdstuk 4, vers 11
eindigt met een doxologie.

35
00:02:05,790 --> 00:02:07,530
Er staat over Christus:

36
00:02:07,530 --> 00:02:11,671
Als iemand spreekt, dan als iemand
die de woorden van God spreekt ;

37
00:02:11,671 --> 00:02:16,350
als iemand dient, dan als iemand die
dient uit kracht die God schenkt;

38
00:02:16,350 --> 00:02:20,250
zodat God in alles verheerlijkt
wordt door Jezus Christus.

39
00:02:20,250 --> 00:02:25,830
Hem komt de heerlijkheid en de kracht
toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.

40
00:02:25,830 --> 00:02:29,370
Veel geleerden vinden dat dit
klinkt als het einde van een brief.

41
00:02:29,370 --> 00:02:32,250
Het is in ieder geval het
einde van een gedeelte.

42
00:02:32,250 --> 00:02:35,250
Sommigen hebben gedacht dat dit
oorspronkelijk inderdaad het einde van

43
00:02:35,250 --> 00:02:36,450
de brief was.

44
00:02:36,450 --> 00:02:41,430
Dat Petrus een gedeelte over theologie
en een gedeelte over praktisch gedrag

45
00:02:41,430 --> 00:02:44,910
schreef, en zijn brief met
deze uitspraak afsloot,

46
00:02:44,910 --> 00:02:48,150
of van plan was zijn brief
daarmee af te sluiten.

47
00:02:48,150 --> 00:02:52,950
In deze eerdere hoofdstukken lijkt hij aan
te geven dat er lijden over hen kan komen.

48
00:02:52,950 --> 00:02:58,530
Maar in hoofdstuk 4, vers 12 begint hij
te spreken alsof het lijden op handen is,

49
00:02:58,530 --> 00:03:00,390
of misschien al is begonnen.

50
00:03:00,390 --> 00:03:03,090
Hij schrijft hun uitsluitend over lijden.

51
00:03:03,090 --> 00:03:07,530
Voor het grootste deel staat de rest
van 1 Petrus, vanaf hoofdstuk 4,

52
00:03:07,530 --> 00:03:10,830
vers 12 tot het einde,
in het teken van lijden:

53
00:03:10,830 --> 00:03:14,130
hoe de gemeente zich tijdens
het lijden moet gedragen.

54
00:03:14,130 --> 00:03:17,190
Het bestaat vooral uit
praktische aansporingen.

55
00:03:17,190 --> 00:03:20,970
Er zijn natuurlijk ook enkele
theologische gedachten doorheen geweven,

56
00:03:20,970 --> 00:03:24,150
zoals onvermijdelijk is
bij prediking en onderwijs.

57
00:03:24,150 --> 00:03:28,410
Maar we zouden kunnen zeggen dat het
laatste gedeelte, het derde gedeelte,

58
00:03:28,410 --> 00:03:31,230
gaat over gedrag tijdens het lijden.

59
00:03:31,230 --> 00:03:36,030
Lijden komt eigenlijk al eerder in de
brief aan de orde, zelfs in hoofdstuk 1,

60
00:03:36,030 --> 00:03:38,430
maar het komt nu centraal te staan.

61
00:03:38,430 --> 00:03:44,190
Vanaf hoofdstuk 4, vers 12 tot het einde
wordt het de leefwereld van de lezer.

62
00:03:44,190 --> 00:03:47,130
Het lijkt erop dat het lijden is gekomen.

63
00:03:47,130 --> 00:03:49,410
Er is geen reden om aan te nemen dat

64
00:03:49,410 --> 00:03:52,290
Petrus niet alles in één
keer geschreven kan hebben.

65
00:03:52,290 --> 00:03:55,470
Hij kan het eenvoudig op
deze manier hebben ingedeeld.

66
00:03:55,470 --> 00:03:59,190
Maar in het eerste gedeelte wordt
er min of meer op een enigszins

67
00:03:59,190 --> 00:04:03,750
abstracte manier over lijden gesproken,
terwijl het hen nu heeft getroffen.

68
00:04:03,750 --> 00:04:07,590
Daarom denken sommigen dat
Petrus de brief bij hoofdstuk 4,

69
00:04:07,590 --> 00:04:10,110
vers 11 had willen afsluiten.

70
00:04:10,110 --> 00:04:13,110
Voordat hij eraan toekwam
de brief te versturen,

71
00:04:13,110 --> 00:04:16,650
ontving hij volgens hen nieuws
over verdere ontwikkelingen

72
00:04:16,650 --> 00:04:18,810
waardoor het lijden was toegenomen.

73
00:04:18,810 --> 00:04:22,770
Toen schreef hij dit laatste
gedeelte met wat meer urgentie.

74
00:04:22,770 --> 00:04:27,030
Hij richtte zich wat nadrukkelijker op de
noodzaak om als christenen het lijden op

75
00:04:27,030 --> 00:04:29,250
een bepaalde manier te verdragen.

76
00:04:29,250 --> 00:04:31,230
We kunnen het niet zeker weten.

77
00:04:31,230 --> 00:04:35,010
Zodra je een uitlegger of een
geleerde leest die zoiets denkt,

78
00:04:35,010 --> 00:04:39,390
is het ontzettend moeilijk om dit te lezen
zonder dat in je achterhoofd te hebben.

79
00:04:39,390 --> 00:04:42,870
Je zegt: ‘Nou ja, daar
lijkt het inderdaad op.’

80
00:04:42,870 --> 00:04:46,110
Maar het was eigenlijk gewoon
een idee van een uitlegger.

81
00:04:46,110 --> 00:04:49,290
Er is geen werkelijk bewijs dat
dit achter het schrijven van dit

82
00:04:49,290 --> 00:04:50,790
laatste gedeelte zit.

83
00:04:50,790 --> 00:04:55,710
Maar één ding kan gezegd worden:
het thema van 1 Petrus is lijden.

84
00:04:55,710 --> 00:04:58,890
Dat geldt vooral vanaf
hoofdstuk 4, vers 12,

85
00:04:58,890 --> 00:05:02,070
maar het ontbreekt ook niet
in het eerdere gedeelte.

86
00:05:02,070 --> 00:05:05,730
Laten we nu naar de openingsverzen
van 1 Petrus kijken.

87
00:05:05,730 --> 00:05:10,710
Petrus, een apostel van Jezus Christus,
aan de vreemdelingen in de verstrooiing in

88
00:05:10,710 --> 00:05:16,050
Pontus, Galatië, Kappadocië,
Asia en Bithynië,

89
00:05:16,050 --> 00:05:19,770
uitverkoren overeenkomstig de
voorkennis van God de Vader,

90
00:05:19,770 --> 00:05:21,570
door de heiliging van de Geest,

91
00:05:21,570 --> 00:05:26,310
tot gehoorzaamheid en besprenkeling
met het bloed van Jezus Christus:

92
00:05:26,310 --> 00:05:29,910
moge genade en vrede voor
u vermeerderd worden.

93
00:05:29,910 --> 00:05:34,290
Dit is natuurlijk in sommige opzichten
een heel gebruikelijk begin van een brief.

94
00:05:34,290 --> 00:05:36,930
De meeste brieven beginnen ongeveer zo.

95
00:05:36,930 --> 00:05:38,850
De schrijver noemt zijn naam.

96
00:05:38,850 --> 00:05:42,030
Hij noemt zichzelf een
apostel van Jezus Christus.

97
00:05:42,030 --> 00:05:46,110
Hij spreekt zijn lezers aan
of geeft aan wie zij zijn,

98
00:05:46,110 --> 00:05:48,630
meestal met geografische aanduidingen.

99
00:05:48,630 --> 00:05:52,830
En dan zegt hij aan het einde, zoals
hij aan het einde van vers 2 doet:

100
00:05:52,830 --> 00:05:56,370
Ik wens jullie steeds
meer genade en vrede.

101
00:05:56,370 --> 00:05:58,170
Paulus zei meestal gewoon:

102
00:05:58,170 --> 00:06:00,990
Ik wens jullie genade en vrede.

103
00:06:00,990 --> 00:06:01,710
En:

104
00:06:01,710 --> 00:06:05,790
‘van Jezus Christus’,
enzovoort. Petrus zegt:

105
00:06:05,790 --> 00:06:07,410
‘steeds meer’.

106
00:06:07,410 --> 00:06:11,070
Genade en vrede zijn niet alleen maar
beleefde woorden die aan het begin van een

107
00:06:11,070 --> 00:06:12,930
brief worden uitgesproken.

108
00:06:12,930 --> 00:06:16,890
Er is iets wezenlijks waarvan hij
wil zien dat het zich in hun leven

109
00:06:16,890 --> 00:06:19,470
vermenigvuldigt of toeneemt.

110
00:06:19,470 --> 00:06:24,450
Vrede, daar kun je altijd meer van
gebruiken, vooral als je vervolgd wordt.

111
00:06:24,450 --> 00:06:29,910
En genade, daar kun je ook altijd meer van
gebruiken, vooral als je vervolgd wordt.

112
00:06:29,910 --> 00:06:35,010
Er zijn plaatsen in 1 Petrus waar hij over
genade spreekt als iets wat je in staat

113
00:06:35,010 --> 00:06:36,810
stelt om te volharden.

114
00:06:36,810 --> 00:06:40,170
Zo sprak Paulus er beslist
ook op sommige plaatsen over,

115
00:06:40,170 --> 00:06:43,530
bijvoorbeeld toen hij over zijn
doorn in het vlees sprak in 2

116
00:06:43,530 --> 00:06:45,630
Korinthe, hoofdstuk 12.

117
00:06:45,630 --> 00:06:49,770
Hij zei dat die hem zo veel last
bezorgde dat hij drie keer bad

118
00:06:49,770 --> 00:06:53,430
of God die wilde
wegnemen. En Christus zei:

119
00:06:53,430 --> 00:06:57,150
Maar Hij heeft tegen mij gezegd:
Mijn genade is voor u genoeg,

120
00:06:57,150 --> 00:07:00,090
want Mijn kracht wordt
in zwakheid volbracht.

121
00:07:00,090 --> 00:07:02,850
Daarom zal ik veel liever
roemen in mijn zwakheden,

122
00:07:02,850 --> 00:07:05,850
opdat de kracht van
Christus in mij komt wonen.

123
00:07:05,850 --> 00:07:09,450
Dus in plaats van de moeilijkheden
weg te nemen, zegt Christus:

124
00:07:09,450 --> 00:07:12,810
Ik zal je genoeg genade
geven om het vol te houden.

125
00:07:12,810 --> 00:07:15,630
In Petrus zullen we zien
dat genade een thema is

126
00:07:15,630 --> 00:07:17,910
dat door het hele boek heen loopt.

127
00:07:17,910 --> 00:07:22,050
Vaak staat het in een context waarin hij
ermee lijkt te bedoelen dat je in staat

128
00:07:22,050 --> 00:07:26,250
wordt gesteld om lijden op een
bepaalde genadige manier te verdragen.

129
00:07:26,250 --> 00:07:28,350
Maar daar zullen we later op ingaan,

130
00:07:28,350 --> 00:07:32,310
wanneer we bij enkele latere
gevallen komen waarin hij het noemt.

131
00:07:32,310 --> 00:07:35,610
Het hoofdgedeelte van het stuk
dat we zojuist hebben gelezen,

132
00:07:35,610 --> 00:07:39,030
begint bij ‘aan de vreemdelingen
in de verstrooiing’

133
00:07:39,030 --> 00:07:42,390
en loopt door tot aan de
woorden ‘moge genade’.

134
00:07:42,390 --> 00:07:46,470
Dat gedeelte zit vol theologische
inhoud die we kunnen uitpakken.

135
00:07:46,470 --> 00:07:50,790
Over de inhoud daarvan schrijft
Paulus uitvoerig, vooral in Efeze,

136
00:07:50,790 --> 00:07:52,230
maar ook elders.

137
00:07:52,230 --> 00:07:55,470
Om te beginnen, zoals ik
al zei, de uitdrukking:

138
00:07:55,470 --> 00:07:58,890
aan de pelgrims die verspreid
over de wereld wonen.

139
00:07:58,890 --> 00:08:00,930
Verstrooiing betekent diaspora.

140
00:08:00,930 --> 00:08:05,190
Het idee dat heidenen die christen zijn
als een diaspora beschouwd kunnen worden,

141
00:08:05,190 --> 00:08:08,850
en dat die term niet alleen verwijst
naar de Joden die verstrooid zijn,

142
00:08:08,850 --> 00:08:11,910
komt misschien voort uit
een uitspraak van Johannes.

143
00:08:11,910 --> 00:08:14,910
In Johannes 7:35 staat:

144
00:08:14,910 --> 00:08:18,690
De Joden dan zeiden tegen elkaar:
Waar zal Hij naartoe gaan,

145
00:08:18,690 --> 00:08:20,790
dat wij Hem niet zullen vinden?

146
00:08:20,790 --> 00:08:23,490
Hij zal toch niet naar de
Grieken in de verstrooiing gaan

147
00:08:23,490 --> 00:08:25,410
en de Grieken onderwijzen?

148
00:08:25,410 --> 00:08:29,190
Met de diaspora bedoelen deze Joden
waarschijnlijk de Joden die onder de

149
00:08:29,190 --> 00:08:32,130
Grieken verstrooid zijn. Maar ze zeggen:

150
00:08:32,130 --> 00:08:36,390
Gaat Hij naar de Joden buiten
Israël om de Grieken les te geven?

151
00:08:36,390 --> 00:08:40,170
Alsof Hij mensen gaat onderwijzen
die niet eens Joden zijn,

152
00:08:40,170 --> 00:08:42,090
die mensen onder de Grieken.

153
00:08:42,090 --> 00:08:46,410
In hoofdstuk 11 maakt Johannes een
opmerking die volgens mij heel relevant is

154
00:08:46,410 --> 00:08:50,070
voor het gebruik van de term
diaspora voor christenen die niet

155
00:08:50,070 --> 00:08:51,810
noodzakelijk Joden zijn.

156
00:08:51,810 --> 00:08:56,730
In hoofdstuk 11 van Johannes is de
hogepriester Kajafas aan het woord.

157
00:08:56,730 --> 00:08:58,650
In vers 49:

158
00:08:58,650 --> 00:09:03,090
Maar een van hen, Kajafas, die
de hogepriester van dat jaar was,

159
00:09:03,090 --> 00:09:08,310
zei tegen hen: U weet niets, en u
overweegt niet dat het nuttig voor ons is

160
00:09:08,310 --> 00:09:13,110
dat één Mens sterft voor het volk,
en niet heel het volk verloren gaat.

161
00:09:13,110 --> 00:09:18,630
Daarna geeft Johannes in de
verzen 51 en 52 dit commentaar:

162
00:09:18,630 --> 00:09:20,730
Dit zei hij echter niet uit zichzelf,

163
00:09:20,730 --> 00:09:25,410
maar als hogepriester van dat jaar
profeteerde hij dat Jezus sterven zou voor

164
00:09:25,410 --> 00:09:30,150
het volk, en niet alleen voor het
volk, maar ook om de kinderen van God,

165
00:09:30,150 --> 00:09:32,670
overal verspreid, bijeen te brengen.

166
00:09:32,670 --> 00:09:34,470
Dat is Israël.

167
00:09:34,470 --> 00:09:36,210
Dat volk was Israël.

168
00:09:36,210 --> 00:09:41,190
De kinderen van God die overal verstrooid
zijn, zouden niet alleen dat volk zijn,

169
00:09:41,190 --> 00:09:44,790
maar ook die anderen:
velen van de heidenen.

170
00:09:44,790 --> 00:09:46,710
Bedenk dat Jezus zei:

171
00:09:46,710 --> 00:09:51,030
Ik heb nog andere schapen, die
niet van deze schaapskooi zijn;

172
00:09:51,030 --> 00:09:55,770
ook die moet Ik binnenbrengen, en zij
zullen Mijn stem horen en het zal worden

173
00:09:55,770 --> 00:09:58,110
één kudde en één Herder.

174
00:09:58,110 --> 00:10:00,450
Dat zei Hij in hoofdstuk 10.

175
00:10:00,450 --> 00:10:04,830
Maar hier ziet Johannes de kinderen
van God als overal verstrooid.

176
00:10:04,830 --> 00:10:08,250
Een Jood zou daarbij denken
aan de Joden van de diaspora.

177
00:10:08,250 --> 00:10:13,290
Johannes gebruikt het in tegenstelling tot
de Joden, in tegenstelling tot dat volk.

178
00:10:13,290 --> 00:10:17,670
Niet alleen dat volk, maar ook de kinderen
van God die daarbuiten verstrooid zijn

179
00:10:17,670 --> 00:10:19,830
en bijeengebracht moeten worden.

180
00:10:19,830 --> 00:10:22,830
Daarmee worden impliciet
de heidenen bedoeld.

181
00:10:22,830 --> 00:10:27,210
De Joden verwachtten dat de Messias zou
komen en Israël weer uit de diaspora

182
00:10:27,210 --> 00:10:28,530
bijeen zou brengen.

183
00:10:28,530 --> 00:10:33,570
De Joden in de tijd van Jezus, en trouwens
ook veel Joden in onze eigen tijd,

184
00:10:33,570 --> 00:10:37,530
geloven niet dat de Babylonische
ballingschap ooit is geëindigd.

185
00:10:37,530 --> 00:10:41,430
Dat lijkt ons vreemd, want die
duurde ongeveer zeventig jaar.

186
00:10:41,430 --> 00:10:45,750
Daarna kwam Kores op, zoals Jesaja
had gezegd dat hij zou doen.

187
00:10:45,750 --> 00:10:47,790
Die Pers veroverde Babylon.

188
00:10:47,790 --> 00:10:50,970
Hij liet de Joden vrij om
naar huis terug te keren.

189
00:10:50,970 --> 00:10:54,690
Maar aanvankelijk gingen er slechts
ongeveer vijftigduizend terug,

190
00:10:54,690 --> 00:10:57,330
en later druppelden er
nog wat meer binnen.

191
00:10:57,330 --> 00:11:00,270
De meeste Joden bleven in de diaspora.

192
00:11:00,270 --> 00:11:03,330
De meesten van hen gingen
nooit terug naar Israël.

193
00:11:03,330 --> 00:11:07,710
De rabbijnen in de tijd van Jezus
leerden dat de Messias, wanneer Hij komt,

194
00:11:07,710 --> 00:11:09,690
de diaspora zal terugbrengen.

195
00:11:09,690 --> 00:11:13,470
Sterker nog, hedendaagse
rabbijnen zeggen dit soms ook.

196
00:11:13,470 --> 00:11:19,110
Als je zegt: ‘Waarom geloof je niet dat
Jezus de Messias is?’, zeggen ze: ‘Nou,

197
00:11:19,110 --> 00:11:21,570
Hij heeft de diaspora niet teruggebracht.

198
00:11:21,570 --> 00:11:24,690
Hij heeft de Joden niet
teruggebracht naar Israël.’

199
00:11:24,690 --> 00:11:28,410
Dat wil zeggen dat in de Joodse
gedachtegang de diaspora,

200
00:11:28,410 --> 00:11:31,470
die ontstond toen de
Joden naar Babylon gingen,

201
00:11:31,470 --> 00:11:35,370
slechts in heel geringe mate
ooit ongedaan is gemaakt.

202
00:11:35,370 --> 00:11:38,610
Zeker, Zerubbabel bouwde een tempel.

203
00:11:38,610 --> 00:11:41,790
Zeker, een paar duizend
mensen gingen terug.

204
00:11:41,790 --> 00:11:45,750
Maar de meeste Joden bevinden
zich nog steeds buiten Israël.

205
00:11:45,750 --> 00:11:49,410
Er zijn meer Joden buiten
Israël dan binnen Israël.

206
00:11:49,410 --> 00:11:53,850
Dat is zo geweest sinds het begin
van de Babylonische ballingschap.

207
00:11:53,850 --> 00:11:58,650
Dus in de Joodse gedachtegang
is de diaspora in veel gevallen

208
00:11:58,650 --> 00:12:00,990
iets wat de Messias zal terugbrengen.

209
00:12:00,990 --> 00:12:05,730
Hij zal de kinderen van God bijeenbrengen
die over de hele wereld verstrooid zijn,

210
00:12:05,730 --> 00:12:08,310
de Joden terug naar Israël.

211
00:12:08,310 --> 00:12:13,050
En toen Johannes zei dat Jezus de
kinderen van God bijeen zou brengen,

212
00:12:13,050 --> 00:12:17,550
maakte hij eigenlijk duidelijk dat
hij het niet alleen over Israël heeft.

213
00:12:17,550 --> 00:12:20,370
Johannes lijkt dus naar
de gemeente te verwijzen

214
00:12:20,370 --> 00:12:24,630
als de diaspora die de Messias
tot Zich zal verzamelen.

215
00:12:24,630 --> 00:12:27,030
De Joden begrijpen het niet op die manier,

216
00:12:27,030 --> 00:12:30,870
omdat zij Israël als
uitsluitend Joods beschouwen.

217
00:12:30,870 --> 00:12:35,550
De christenen, de apostelen,
gingen begrijpen, vooral Petrus,

218
00:12:35,550 --> 00:12:39,030
dat God zonder aanzien
des persoons handelt.

219
00:12:39,030 --> 00:12:43,530
Denk aan Petrus en het laken met de
dieren, toen Jezus tegen hem zei:

220
00:12:43,530 --> 00:12:49,170
En er kwam een stem tot hem:
Sta op, Petrus, slacht en eet!

221
00:12:49,170 --> 00:12:53,790
Petrus ontving de openbaring dat God
de heidenen niet langer onrein noemt.

222
00:12:53,790 --> 00:12:56,610
Hij sluit hen niet uit. Toen Petrus zei:

223
00:12:56,610 --> 00:13:01,050
Maar Petrus zei: Beslist niet, Heere,
want ik heb nooit iets gegeten wat

224
00:13:01,050 --> 00:13:03,210
onheilig of onrein is.

225
00:13:03,210 --> 00:13:04,350
Zei Jezus:

226
00:13:04,350 --> 00:13:09,750
En er kwam opnieuw, voor de tweede keer,
een stem tot hem: Wat God gereinigd heeft,

227
00:13:09,750 --> 00:13:12,030
mag u niet voor onheilig houden!

228
00:13:12,030 --> 00:13:16,110
En toen Petrus meteen daarna naar
het huis van Cornelius ging, zei hij:

229
00:13:16,110 --> 00:13:21,030
En Petrus opende zijn mond en zei:
Ik zie nu in waarheid in dat God niet

230
00:13:21,030 --> 00:13:25,410
iemand om de persoon aanneemt; maar
in ieder volk is degene die Hem

231
00:13:25,410 --> 00:13:28,830
vreest en gerechtigheid
doet, Hem welgevallig.

232
00:13:28,830 --> 00:13:30,270
Dat zei Petrus.

233
00:13:30,270 --> 00:13:34,770
Dus de Joodse gedachte dat de diaspora
bestaat uit de Joden buiten Israël,

234
00:13:34,770 --> 00:13:38,610
wordt volgens mij in het Nieuwe Testament
vervangen door het inzicht dat de

235
00:13:38,610 --> 00:13:43,470
christenen de diaspora in de wereld zijn
die tot Christus verzameld moeten worden.

236
00:13:43,470 --> 00:13:48,870
Niet geografisch verzameld, maar verzameld
tot de Messias als Zijn aanbidders.

237
00:13:48,870 --> 00:13:53,310
Hij zegt in vers 2 dat wij
‘uitverkoren overeenkomstig de

238
00:13:53,310 --> 00:13:55,590
voorkennis van God de Vader’ zijn.

239
00:13:55,590 --> 00:13:58,710
Paulus zei in Romeinen 8:29:

240
00:13:58,710 --> 00:14:01,230
Want hen die Hij van tevoren gekend heeft,

241
00:14:01,230 --> 00:14:05,250
heeft Hij er ook van tevoren toe
bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon

242
00:14:05,250 --> 00:14:08,970
gelijkvormig te zijn, opdat
Hij de Eerstgeborene zou zijn

243
00:14:08,970 --> 00:14:10,590
onder vele broeders.

244
00:14:10,590 --> 00:14:16,050
Dus deze voorkennis die verband houdt met
Gods keuze, wordt door Petrus bevestigd.

245
00:14:16,050 --> 00:14:19,650
Hij zegt niet precies op welke
manier Gods voorkennis invloed heeft

246
00:14:19,650 --> 00:14:21,150
op de uitverkiezing.

247
00:14:21,150 --> 00:14:26,250
Hij zei alleen dat wij uitverkoren
zijn overeenkomstig Gods voorkennis.

248
00:14:26,250 --> 00:14:27,150
Wat betekent dat?

249
00:14:27,150 --> 00:14:32,190
Een calvinist zou zeggen dat het eenvoudig
betekent dat God van tevoren wist

250
00:14:32,190 --> 00:14:36,210
en van tevoren bepaalde dat
sommigen uitverkoren zouden zijn,

251
00:14:36,210 --> 00:14:38,370
en dat wij dat zijn.

252
00:14:38,370 --> 00:14:43,590
Wij zijn de uitverkorenen volgens
Gods vooraf vastgestelde plan.

253
00:14:43,590 --> 00:14:47,070
Arminianen zullen vaak
zeggen dat voorkennis niet

254
00:14:47,070 --> 00:14:49,470
betekent dat God iets bepaalt.

255
00:14:49,470 --> 00:14:53,190
Het betekent gewoon dat
God iets van tevoren weet.

256
00:14:53,190 --> 00:14:59,130
Als dat zo is, zegt hij alleen dat
God wist wie Christus zouden aannemen,

257
00:14:59,130 --> 00:15:05,130
en dat Hij hen daarom koos of uitverkoos
op grond van wat Hij van tevoren wist.

258
00:15:05,130 --> 00:15:10,770
Dit vers is in dat opzicht eigenlijk een
heel belangrijk vers voor arminianen.

259
00:15:10,770 --> 00:15:14,400
En eerlijk gezegd geldt
dat ook voor Romeinen 8:29:

260
00:15:14,400 --> 00:15:17,970
Wie Hij van tevoren kende, heeft Hij ook

261
00:15:17,970 --> 00:15:20,610
voorbestemd om op Zijn
Zoon te gaan lijken.

262
00:15:20,610 --> 00:15:25,950
Dus de arminiaan zegt dat God
gewoon wist wie christen zou worden.

263
00:15:25,950 --> 00:15:31,710
God wist wie behouden zouden worden, wie
zouden geloven en wie zouden volharden.

264
00:15:31,710 --> 00:15:36,570
Omdat Hij wist wie dat zouden doen,
koos Hij hen om behouden te worden

265
00:15:36,570 --> 00:15:39,030
voordat ze zelfs maar geboren waren.

266
00:15:39,030 --> 00:15:41,850
Hij wist dat gewoon van tevoren over hen.

267
00:15:41,850 --> 00:15:47,610
De calvinist zegt: nee, voorkennis
betekent eigenlijk meer zoiets als dat God

268
00:15:47,610 --> 00:15:52,110
hen niet alleen van tevoren kende,
maar hen ook van tevoren liefhad.

269
00:15:52,110 --> 00:15:54,870
Dat Hij hen koos in de
eenzijdige betekenis

270
00:15:54,870 --> 00:15:57,690
van onvoorwaardelijke uitverkiezing.

271
00:15:57,690 --> 00:16:01,590
Natuurlijk is er ook de derde
opvatting, en daar neig ik zelf naar,

272
00:16:01,590 --> 00:16:06,510
dat uitverkiezing altijd een verwijzing is
naar de collectieve uitverkiezing van het

273
00:16:06,510 --> 00:16:07,890
lichaam van Christus.

274
00:16:07,890 --> 00:16:12,870
God wist voordat de wereld begon dat
er een lichaam van Christus zou zijn.

275
00:16:12,870 --> 00:16:14,910
Wij zijn die mensen.

276
00:16:14,910 --> 00:16:18,030
Wij zijn het lichaam van Christus.

277
00:16:18,030 --> 00:16:20,970
Wij zijn gezamenlijk de uitverkorenen.

278
00:16:20,970 --> 00:16:25,650
God wist dit al voordat Jezus
zelfs maar naar de aarde kwam.

279
00:16:25,650 --> 00:16:29,430
Hij wist dat Hij een lichaam
van Christus zou hebben.

280
00:16:29,430 --> 00:16:32,190
Hij wist dat wij er zouden zijn.

281
00:16:32,190 --> 00:16:38,130
Dat betekent niet dat Hij wist uit welke
mensen het zou bestaan, al zou dat kunnen.

282
00:16:38,130 --> 00:16:40,350
Ik zeg niet dat Hij dat niet wist,

283
00:16:40,350 --> 00:16:44,430
maar dat is niet noodzakelijkerwijs
wat hier wordt bevestigd.

284
00:16:44,430 --> 00:16:49,230
We hoeven in elk geval niet aan te nemen
dat dit is wat hier wordt bevestigd.

285
00:16:49,230 --> 00:16:54,870
Het gaat er niet zozeer om dat God
vóór onze geboorte wist dat jij en ik

286
00:16:54,870 --> 00:16:58,410
en ieder afzonderlijk er
deel van zouden uitmaken.

287
00:16:58,410 --> 00:17:03,630
Zelfs als dat waar is, is dat niet
noodzakelijkerwijs wat Petrus bedoelt.

288
00:17:03,630 --> 00:17:07,110
Maar dat God wist dat er
een gemeente zou zijn.

289
00:17:07,110 --> 00:17:11,670
God wist dat er mensen zouden
zijn die Christus zouden volgen.

290
00:17:11,670 --> 00:17:16,170
Of Hij wist wie dat zouden zijn of
niet, is een afzonderlijke vraag.

291
00:17:16,170 --> 00:17:20,250
Maar Hij wist van tevoren dat er
een uitverkoren groep zou zijn,

292
00:17:20,250 --> 00:17:24,390
en wij behoren tot die
groep. Wij zijn christenen.

293
00:17:24,390 --> 00:17:30,030
Wij zijn in Christus uitverkoren
overeenkomstig Gods voorkennis.

294
00:17:30,030 --> 00:17:32,310
Hij wist dat het zo zou zijn.

295
00:17:32,310 --> 00:17:33,690
Maar hij zegt:

296
00:17:33,690 --> 00:17:36,390
wat God de Vader van tevoren wist.

297
00:17:36,390 --> 00:17:39,450
De reden dat hij hier
specifiek de Vader noemt,

298
00:17:39,450 --> 00:17:44,970
is volgens mij dat hij onderscheid maakt
tussen de Vader, de Geest en de Zoon.

299
00:17:44,970 --> 00:17:48,270
Hier wordt in dit vers de
hele Drie-eenheid genoemd.

300
00:17:48,270 --> 00:17:52,050
uitverkoren overeenkomstig de
voorkennis van God de Vader,

301
00:17:52,050 --> 00:17:54,150
door de heiliging van de Geest,

302
00:17:54,150 --> 00:17:59,310
tot gehoorzaamheid en besprenkeling
met het bloed van Jezus Christus:

303
00:17:59,310 --> 00:18:03,090
moge genade en vrede voor
u vermeerderd worden.

304
00:18:03,090 --> 00:18:06,090
Dus alle drie de Personen staan daar.

305
00:18:06,090 --> 00:18:10,410
Heiliging door de Geest betekent
apart gezet door de Geest.

306
00:18:10,410 --> 00:18:13,170
In welke betekenis dit precies bedoeld is,

307
00:18:13,170 --> 00:18:16,710
weten we natuurlijk misschien
niet honderd procent zeker.

308
00:18:16,710 --> 00:18:18,750
Wij worden heilig gemaakt.

309
00:18:18,750 --> 00:18:23,310
Heiliging betekent heilig gemaakt worden
door het werk van de Heilige Geest

310
00:18:23,310 --> 00:18:24,690
in ons leven.

311
00:18:24,690 --> 00:18:30,210
Dus de Heilige Geest heiligt ons
en maakt ons tot heilige mensen.

312
00:18:30,210 --> 00:18:33,930
Maar het is ook juist het hebben
van de Geest dat ons apart zet van

313
00:18:33,930 --> 00:18:36,510
anderen die de Geest niet hebben.

314
00:18:36,510 --> 00:18:39,270
Heiliging kan eenvoudig
verwijzen naar het feit

315
00:18:39,270 --> 00:18:42,390
dat God ons een aparte
positie heeft gegeven,

316
00:18:42,390 --> 00:18:45,270
als een bijzondere groep
die Hem toebehoort.

317
00:18:45,270 --> 00:18:49,890
Dat Hij ons de Geest geeft, is wat ons
apart zet van degenen die Hij niet heeft

318
00:18:49,890 --> 00:18:54,630
gekozen, omdat Hij Zijn Geest
niet aan anderen heeft gegeven.

319
00:18:54,630 --> 00:18:59,550
De gemeente, het uitverkoren lichaam
van Christus, bezit de Geest.

320
00:18:59,550 --> 00:19:02,670
En dat zet de gemeente apart
van alle anderen in de wereld

321
00:19:02,670 --> 00:19:04,830
die de Geest niet bezitten.

322
00:19:04,830 --> 00:19:08,130
Daarom zijn wij naar de
voorkennis van God uitverkoren,

323
00:19:08,130 --> 00:19:13,470
in dat apart zetten door de Geest, voor
twee dingen die met Jezus te maken hebben.

324
00:19:13,470 --> 00:19:15,810
Het ene is gehoorzaamheid.

325
00:19:15,810 --> 00:19:18,750
Het andere is de besprenkeling met bloed.

326
00:19:18,750 --> 00:19:22,770
De besprenkeling met het bloed van
Jezus komt later in dit hoofdstuk

327
00:19:22,770 --> 00:19:24,270
opnieuw ter sprake.

328
00:19:24,270 --> 00:19:27,330
Vers 19 zegt dat wij verlost zijn:

329
00:19:27,330 --> 00:19:32,610
maar met het kostbaar bloed van Christus,
als van een smetteloos en onbevlekt Lam.

330
00:19:32,610 --> 00:19:36,030
De besprenkeling met bloed is
iets waarnaar verwezen wordt in

331
00:19:36,030 --> 00:19:38,070
Hebreeën hoofdstuk 9.

332
00:19:38,070 --> 00:19:42,390
De spreker omschrijft het zo:
ons geweten wordt besprenkeld,

333
00:19:42,390 --> 00:19:46,110
of het bloed van Christus reinigt
ons van een slecht geweten.

334
00:19:46,110 --> 00:19:50,910
En die besprenkeling gaat terug op de tijd
waarin Mozes het oude verbond instelde en

335
00:19:50,910 --> 00:19:53,850
het bloed van dieren op
de gemeente sprenkelde.

336
00:19:53,850 --> 00:19:57,990
Daarmee zette hij hen apart en
bekrachtigde hij het oude verbond.

337
00:19:57,990 --> 00:20:02,070
Deze verwijzing naar onze besprenkeling
met het bloed van het nieuwe verbond,

338
00:20:02,070 --> 00:20:04,830
het bloed van Christus, kan dus heel goed

339
00:20:04,830 --> 00:20:08,310
eenvoudig benadrukken dat er een
nieuw verbond is dat het oude

340
00:20:08,310 --> 00:20:10,110
verbond heeft vervangen.

341
00:20:10,110 --> 00:20:14,250
Israël werd bij die plechtigheid met
Mozes besprenkeld met het bloed van

342
00:20:14,250 --> 00:20:15,810
stieren en bokken.

343
00:20:15,810 --> 00:20:21,030
Wij zijn besprenkeld bij de inwijding van
een nieuw verbond, een nieuw volk van God,

344
00:20:21,030 --> 00:20:22,830
een nieuw Israël.

345
00:20:22,830 --> 00:20:26,310
En ook op ons is bloed gesprenkeld,
maar het is het bloed van

346
00:20:26,310 --> 00:20:29,070
Christus dat ons reinigt, ons zuivert,

347
00:20:29,070 --> 00:20:31,890
maar ons ook kenmerkt
als het verbondsvolk,

348
00:20:31,890 --> 00:20:35,910
omdat dat bloed bij wijze van
spreken op ons gesprenkeld is.

349
00:20:35,910 --> 00:20:38,730
Maar hier is ook sprake
van gehoorzaamheid.

350
00:20:38,730 --> 00:20:42,090
God heeft ons uitverkoren
om naar de hemel te gaan.

351
00:20:42,090 --> 00:20:44,670
Nou, misschien, maar dat staat er niet.

352
00:20:44,670 --> 00:20:47,970
Hij heeft ons uitverkoren
om te gehoorzamen.

353
00:20:47,970 --> 00:20:51,750
Israël was niet specifiek
uitverkoren om behouden te worden,

354
00:20:51,750 --> 00:20:53,610
maar om te gehoorzamen.

355
00:20:53,610 --> 00:20:56,610
God koos Israël uit om iets te doen.

356
00:20:56,610 --> 00:21:01,350
Natuurlijk zou Hij hen zegenen als zij
dat in gehoorzaamheid aan God deden.

357
00:21:01,350 --> 00:21:05,970
Dan zouden zij Zijn bevrijding en behoud
van hun vijanden ervaren, enzovoort.

358
00:21:05,970 --> 00:21:08,730
Maar dat vloeide voort
uit hun uitverkiezing.

359
00:21:08,730 --> 00:21:12,570
Zij waren niet uitverkoren om alleen
maar voorrechten te ontvangen.

360
00:21:12,570 --> 00:21:17,730
Zij waren uitverkoren voor een taak
waaraan voorrechten verbonden zouden zijn.

361
00:21:17,730 --> 00:21:21,510
Zo zeggen mensen ook weleens,
wanneer wij uitverkoren zijn:

362
00:21:21,510 --> 00:21:24,090
‘Ik ben een van de uitverkorenen.

363
00:21:24,090 --> 00:21:25,950
Ik ga naar de hemel.’

364
00:21:25,950 --> 00:21:29,370
Nou, misschien ga je daar
wel heen, misschien ook niet,

365
00:21:29,370 --> 00:21:33,570
maar het punt is dat uitverkoren
zijn daar niet op slaat.

366
00:21:33,570 --> 00:21:37,110
Uitverkoren zijn betekent niet
dat God sommige mensen heeft

367
00:21:37,110 --> 00:21:40,710
uitgekozen om naar de hemel
te gaan en anderen niet.

368
00:21:40,710 --> 00:21:46,170
Het betekent dat Hij sommige mensen heeft
uitgekozen om namens Hem op te treden,

369
00:21:46,170 --> 00:21:52,470
om Zijn dienaren te zijn, die Zijn wil op
aarde doen en Zijn geboden gehoorzamen.

370
00:21:52,470 --> 00:21:57,270
Zijn dienaren zullen in dit leven
en in het volgende beloond worden.

371
00:21:57,270 --> 00:21:59,490
Dat is een afzonderlijke kwestie.

372
00:21:59,490 --> 00:22:03,810
God heeft ons uitverkoren
tot gehoorzaamheid aan Jezus.

373
00:22:03,810 --> 00:22:06,510
Dat brengt verantwoordelijkheid
met zich mee.

374
00:22:06,510 --> 00:22:11,670
En Petrus legt sterk de nadruk op
de noodzaak van gehoorzaamheid.

375
00:22:11,670 --> 00:22:14,430
In vers 14 van dit hoofdstuk zegt hij:

376
00:22:14,430 --> 00:22:19,110
Word als gehoorzame kinderen niet
gelijkvormig aan de begeerten die er

377
00:22:19,110 --> 00:22:22,230
vroeger in de tijd van
uw onwetendheid waren.

378
00:22:22,230 --> 00:22:25,410
Wij moeten als gehoorzame kinderen zijn.

379
00:22:25,410 --> 00:22:27,690
In vers 22 zegt hij:

380
00:22:27,690 --> 00:22:31,950
Nu u dan uw zielen gereinigd hebt in
de gehoorzaamheid aan de waarheid,

381
00:22:31,950 --> 00:22:35,070
door de Geest, tot
ongeveinsde broederliefde,

382
00:22:35,070 --> 00:22:38,010
heb elkaar vurig lief uit een rein hart,

383
00:22:38,010 --> 00:22:42,750
Gehoorzaamheid is eenvoudigweg de
beschrijving van wat een christen is.

384
00:22:42,750 --> 00:22:48,270
En Petrus, die dit schreef, spreekt ook in
Handelingen hoofdstuk 5 tot het Sanhedrin.

385
00:22:48,270 --> 00:22:53,310
In Handelingen 5:32 was Petrus
aan het woord en zegt hij:

386
00:22:53,310 --> 00:22:58,110
En wij zijn Zijn getuigen van deze
dingen, en ook de Heilige Geest,

387
00:22:58,110 --> 00:23:02,070
Die God gegeven heeft aan
hen die Hem gehoorzaam zijn.

388
00:23:02,070 --> 00:23:06,690
Wanneer Petrus christenen beschreef, was
het voor hem dus vanzelfsprekend om de

389
00:23:06,690 --> 00:23:10,590
christenen te beschrijven als
degenen die Christus gehoorzamen.

390
00:23:10,590 --> 00:23:15,870
Er zijn mensen in de stad die Christus
wel gehoorzamen; dat zijn de christenen.

391
00:23:15,870 --> 00:23:19,230
Er zijn mensen die
Christus niet gehoorzamen.

392
00:23:19,230 --> 00:23:21,630
Dat zijn duidelijk niet de christenen.

393
00:23:21,630 --> 00:23:24,750
De christenen zijn degenen
die Hem gehoorzamen,

394
00:23:24,750 --> 00:23:28,290
zei Petrus in Handelingen 5:32.

395
00:23:28,290 --> 00:23:33,990
En dat zegt Petrus hier ook: dat God
ons heeft uitverkoren tot gehoorzaamheid

396
00:23:33,990 --> 00:23:36,750
en om gehoorzame kinderen te zijn.

397
00:23:36,750 --> 00:23:41,370
Hier, aan het begin van de brief, voordat
hij werkelijk aan zijn onderwerp begint,

398
00:23:41,370 --> 00:23:45,150
heeft hij dus al heel wat theologische
punten naar voren gebracht.

399
00:23:45,150 --> 00:23:51,090
Hij heeft de Vader, de Zoon en de Heilige
Geest naar voren gebracht als Personen die

400
00:23:51,090 --> 00:23:54,630
elk een eigen rol hebben in
het leven van de gelovige:

401
00:23:54,630 --> 00:24:00,090
de Vader door ons uit te verkiezen,
de Heilige Geest door ons te heiligen,

402
00:24:00,090 --> 00:24:05,730
en Christus door ons geboden te geven
en ons met Zijn bloed te besprenkelen.

403
00:24:05,730 --> 00:24:09,870
De gedachte is natuurlijk dat wij
kennelijk het nieuwe Israël zijn,

404
00:24:09,870 --> 00:24:11,850
de nieuwe diaspora.

405
00:24:11,850 --> 00:24:18,210
Uitverkoren zoals Israël uitverkoren was,
geheiligd zoals Israël ooit geheiligd was,

406
00:24:18,210 --> 00:24:23,010
en met bloed besprenkeld zoals Israël
ooit met bloed besprenkeld was.

407
00:24:23,010 --> 00:24:26,250
En gehoorzaam zoals
Israël had moeten zijn,

408
00:24:26,250 --> 00:24:29,370
maar dat in het Oude
Testament helaas niet was.

409
00:24:29,370 --> 00:24:34,950
God heeft ons dus geroepen om in te
springen waar Israël eerder tekortschoot.

410
00:24:34,950 --> 00:24:37,950
En zo stelt hij zijn
luisteraars aan zichzelf voor.

411
00:24:37,950 --> 00:24:39,930
Dat alles geldt voor jullie.

412
00:24:39,930 --> 00:24:43,710
God is op al deze manieren bij
jullie leven betrokken geweest.

413
00:24:43,710 --> 00:24:47,550
Dan begint hij natuurlijk aan
zijn onderwerp, na zijn woorden:

414
00:24:47,550 --> 00:24:50,850
moge genade en vrede voor
u vermeerderd worden.

415
00:24:50,850 --> 00:24:52,590
Daar gaan we het nog niet over hebben,

416
00:24:52,590 --> 00:24:55,590
totdat we later in de
brief over genade spreken.

417
00:24:55,590 --> 00:24:59,310
Maar we stoppen hier, want dit
is het einde van een inleiding.

418
00:24:59,310 --> 00:25:01,950
En niet alleen van onze
inleiding op 1 Petrus,

419
00:25:01,950 --> 00:25:06,330
maar ook van zijn inleiding op 1
Petrus in die eerste twee verzen.

420
00:25:06,330 --> 00:25:09,150
We zullen de rest van de brief in de
volgende bijeenkomsten behandelen.
