1
00:00:02,010 --> 00:00:04,950
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,950 --> 00:00:09,270
Deze keer een inleiding
op 1 Petrus, deel 2.

3
00:00:09,270 --> 00:00:12,390
We willen onze inleiding
op 1 Petrus afronden.

4
00:00:12,390 --> 00:00:15,030
We hebben besproken wie de schrijver was.

5
00:00:15,030 --> 00:00:19,710
Volgens de overlevering was dat Petrus, en
naar mijn idee is het vrij duidelijk dat

6
00:00:19,710 --> 00:00:21,930
die overlevering betrouwbaar is.

7
00:00:21,930 --> 00:00:25,530
We gaan er dus van uit dat
Petrus hier onze schrijver is.

8
00:00:25,530 --> 00:00:28,950
Maar waar, wanneer en
aan wie hij dit schreef,

9
00:00:28,950 --> 00:00:31,470
zijn ook zaken om over na te denken.

10
00:00:31,470 --> 00:00:34,530
Dit zijn niet zomaar onbeduidende details.

11
00:00:34,530 --> 00:00:38,310
In sommige gevallen zijn er dingen
waarop deze vragen invloed hebben.

12
00:00:38,310 --> 00:00:40,350
Niet altijd, maar af en toe.

13
00:00:40,350 --> 00:00:44,370
Daarom is het goed om ons te verplaatsen
naar de tijd waarin het geschreven werd en

14
00:00:44,370 --> 00:00:48,390
te kijken of we kunnen achterhalen
aan wie het geschreven werd en waarom,

15
00:00:48,390 --> 00:00:50,190
en wat zij doormaakten.

16
00:00:50,190 --> 00:00:54,930
Onder geleerden wordt algemeen aangenomen
dat dit vlak vóór de vervolging onder

17
00:00:54,930 --> 00:00:56,670
Nero werd geschreven.

18
00:00:56,670 --> 00:00:59,850
Volgens de overlevering
zijn zowel Petrus als Paulus

19
00:00:59,850 --> 00:01:02,730
tijdens de regering van Nero gestorven.

20
00:01:02,730 --> 00:01:08,070
Nero pleegde zelfmoord in het jaar 68 na
Christus en heeft daarna dus niet meer

21
00:01:08,070 --> 00:01:09,870
geregeerd of vervolgd.

22
00:01:09,870 --> 00:01:13,170
Het boek moet dus, net als
alle boeken van Paulus,

23
00:01:13,170 --> 00:01:19,410
vóór de dood van Nero geschreven zijn,
en daarmee vóór het jaar 68 na Christus.

24
00:01:19,410 --> 00:01:23,490
Nero's vervolging van de christenen
ontstond doordat er een brand was die een

25
00:01:23,490 --> 00:01:26,070
groot deel van Rome in de as legde.

26
00:01:26,070 --> 00:01:29,250
Nero was nogal een zonderling,
zoals je misschien weet,

27
00:01:29,250 --> 00:01:33,330
en de inwoners van Rome verdachten
hem ervan dat hij zelf de brand had

28
00:01:33,330 --> 00:01:36,630
aangestoken, omdat hij
bezeten was van bouwen.

29
00:01:36,630 --> 00:01:39,030
Om ruimte te maken voor meer gebouwen

30
00:01:39,030 --> 00:01:43,170
wilde hij de bestaande gebouwen
platbranden, of dat dacht men tenminste.

31
00:01:43,170 --> 00:01:46,170
De brand van Rome kostte dus veel levens

32
00:01:46,170 --> 00:01:50,070
en beroofde Rome van veel van zijn
cultuurschatten en dergelijke.

33
00:01:50,070 --> 00:01:52,950
Daardoor werd de bevolking
erg boos op Nero.

34
00:01:52,950 --> 00:01:55,170
Om hun woede van zich af te leiden,

35
00:01:55,170 --> 00:01:59,010
beschuldigde hij de christenen ervan
Rome in brand te hebben gestoken.

36
00:01:59,010 --> 00:02:01,590
Die waren onder de heidenen
toch al niet geliefd.

37
00:02:01,590 --> 00:02:04,470
Ik weet niet of iemand
hem ooit echt geloofde.

38
00:02:04,470 --> 00:02:07,410
Maar om zijn beschuldiging
geloofwaardig te maken,

39
00:02:07,410 --> 00:02:10,530
begon hij een officiële
vervolging van christenen.

40
00:02:10,530 --> 00:02:14,130
Daarbij martelde hij
christenen, verbrandde hij hen,

41
00:02:14,130 --> 00:02:18,030
wierp hij hen voor de leeuwen en
deed hij meer van dat soort dingen,

42
00:02:18,030 --> 00:02:22,770
op grote schaal, vanaf ongeveer
het jaar 64 na Christus.

43
00:02:22,770 --> 00:02:27,030
Uiteraard stierf hij in
het jaar 68 na Christus.

44
00:02:27,030 --> 00:02:34,050
Er is dus een periode van 64 tot 68 waarin
de vervolging in Rome heel hevig was.

45
00:02:34,050 --> 00:02:37,950
Veel mensen denken dat dit geschreven
werd in verband met die periode,

46
00:02:37,950 --> 00:02:39,870
maar misschien iets eerder.

47
00:02:39,870 --> 00:02:43,950
Petrus lijkt namelijk een vervolging
te beschrijven die op hen afkomt,

48
00:02:43,950 --> 00:02:48,870
niet noodzakelijk een vervolging die hen
al in volle hevigheid heeft getroffen.

49
00:02:48,870 --> 00:02:52,770
In hoofdstuk 4, vers 12,
zegt hij bijvoorbeeld:

50
00:02:52,770 --> 00:02:55,770
Geliefden, laat de hitte
van de verdrukking onder u,

51
00:02:55,770 --> 00:03:01,290
die tot uw beproeving dient, u niet
bevreemden, alsof u iets vreemds overkwam.

52
00:03:01,290 --> 00:03:03,990
Het klinkt alsof er iets op komst is.

53
00:03:03,990 --> 00:03:06,570
Tenminste, sommige mensen denken dat.

54
00:03:06,570 --> 00:03:08,910
Maar sommigen hebben
aangevoerd dat dit niet

55
00:03:08,910 --> 00:03:11,430
aan christenen in Rome geschreven werd.

56
00:03:11,430 --> 00:03:16,200
Dit werd geschreven aan christenen
in Galatië, Pontus, Kappadocië,

57
00:03:16,200 --> 00:03:18,390
Asia en Bithynië.

58
00:03:18,390 --> 00:03:21,750
Dat waren de provincies,
en voor zover we weten

59
00:03:21,750 --> 00:03:25,110
vervolgde Nero de christenen
in de provincies niet.

60
00:03:25,110 --> 00:03:29,010
Hij probeerde vooral de druk op zijn
eigen reputatie te verlichten door

61
00:03:29,010 --> 00:03:32,790
christenen te doden in, om zo
te zeggen, zijn eigen buurt,

62
00:03:32,790 --> 00:03:35,550
die Rome misschien in
brand hadden gestoken.

63
00:03:35,550 --> 00:03:39,690
Christenen in Rome werden dus vervolgd,
maar de rest van het Romeinse Rijk

64
00:03:39,690 --> 00:03:41,550
vervolgde de christenen niet.

65
00:03:41,550 --> 00:03:44,910
Het lijkt er daarom op dat de
vervolgingen onder Nero niet

66
00:03:44,910 --> 00:03:48,990
noodzakelijk rechtstreeks de mensen
hebben geraakt aan wie Petrus schrijft.

67
00:03:48,990 --> 00:03:52,710
Mensen hebben soms hetzelfde bezwaar
gemaakt tegen het boek Openbaring,

68
00:03:52,710 --> 00:03:55,950
dat ook over vervolging
spreekt, maar eveneens aan de

69
00:03:55,950 --> 00:03:57,570
provincies werd geschreven.

70
00:03:57,570 --> 00:04:01,470
Het werd geschreven aan
christenen in Asia, niet in Rome.

71
00:04:01,470 --> 00:04:05,670
Wanneer je oppert dat Nero keizer
was toen Openbaring werd geschreven,

72
00:04:05,670 --> 00:04:08,430
is een van de bezwaren
die men aanvoert dat

73
00:04:08,430 --> 00:04:11,670
Nero's vervolging Asia
niet zou hebben bereikt.

74
00:04:11,670 --> 00:04:14,790
Die zou de christenen aan wie
het boek Openbaring gericht is,

75
00:04:14,790 --> 00:04:16,410
niet hebben bereikt.

76
00:04:16,410 --> 00:04:20,250
Waarom zou Nero's vervolging de
schrijver Johannes er dan toe brengen

77
00:04:20,250 --> 00:04:23,250
om op die manier aan die
gemeenten te schrijven?

78
00:04:23,250 --> 00:04:27,090
Stel dat de plaatselijke beperking
van Nero's vervolging tot Rome

79
00:04:27,090 --> 00:04:31,530
een argument is tegen een datering
van Openbaring tijdens zijn regering.

80
00:04:31,530 --> 00:04:34,890
Dan geldt hetzelfde
argument ook voor 1 Petrus.

81
00:04:34,890 --> 00:04:39,870
Deze christenen waren evenmin in Rome,
en toch wordt er gezegd dat ze lijden.

82
00:04:39,870 --> 00:04:43,650
Wat we echter moeten opmerken,
is dat noch in Openbaring,

83
00:04:43,650 --> 00:04:48,270
noch in 1 Petrus ooit wordt gezegd
dat de vervolging die ze ondervonden

84
00:04:48,270 --> 00:04:51,150
een vervolging van keizerlijke zijde was.

85
00:04:51,150 --> 00:04:56,430
Dat wil zeggen, we weten dat er door
de jaren heen keizers zijn geweest

86
00:04:56,430 --> 00:04:58,650
die christenen vervolgden.

87
00:04:58,650 --> 00:05:04,350
In de eerste eeuw waren dat
eigenlijk alleen Nero en Domitianus.

88
00:05:04,350 --> 00:05:10,290
Maar niemand gelooft dat Petrus tijdens de
regering van Domitianus geschreven werd,

89
00:05:10,290 --> 00:05:14,610
omdat Petrus tijdens de
regering van Nero gestorven was,

90
00:05:14,610 --> 00:05:18,750
en Domitianus ongeveer 25 jaar later kwam.

91
00:05:18,750 --> 00:05:23,190
Het punt dat ik wil maken, is
dat er geen reden is om te denken

92
00:05:23,190 --> 00:05:28,470
dat de christenen aan wie in Openbaring
of in 1 Petrus werd geschreven,

93
00:05:28,470 --> 00:05:33,930
blootstonden aan welke keizerlijke
vervolgingen er ook in Rome plaatsvonden.

94
00:05:33,930 --> 00:05:37,890
Maar ze konden wel door plaatselijke
tegenstanders worden vervolgd.

95
00:05:37,890 --> 00:05:42,690
In het boek Openbaring weten we dat een
paar van de gemeenten vervolgd werden

96
00:05:42,690 --> 00:05:45,450
door de plaatselijke Joden in hun stad.

97
00:05:45,450 --> 00:05:49,950
De gemeente in Pergamus leek vervolgd
te worden door de plaatselijke

98
00:05:49,950 --> 00:05:52,530
overheidsinstanties in hun stad.

99
00:05:52,530 --> 00:05:56,970
Het christendom is vervolgd
door plaatselijke bewoners,

100
00:05:56,970 --> 00:06:02,490
door buren en dergelijke, en in de
begintijd door de plaatselijke synagoge,

101
00:06:02,490 --> 00:06:06,870
in perioden waarin de Romeinen zich
totaal niet om hen bekommerden.

102
00:06:06,870 --> 00:06:11,490
Tijdens het leven van Paulus vervolgden
de Romeinen hem grotendeels niet,

103
00:06:11,490 --> 00:06:12,990
tot aan zijn dood.

104
00:06:12,990 --> 00:06:16,410
Maar de Joden deden dat
wel, en anderen ook.

105
00:06:16,410 --> 00:06:20,010
De heidenen deden het, maar
het Romeinse Rijk niet.

106
00:06:20,010 --> 00:06:24,211
Dus alleen omdat er aan christenen
wordt geschreven over lijden —

107
00:06:24,211 --> 00:06:28,771
en lijden wordt beslist een belangrijk
onderwerp in het boek 1 Petrus —

108
00:06:28,771 --> 00:06:33,510
wil dat nog niet zeggen dat er sprake
is van vervolging van keizerlijke zijde.

109
00:06:33,510 --> 00:06:37,770
Noch in 1 Petrus, noch in
Openbaring wordt dat gesuggereerd.

110
00:06:37,770 --> 00:06:42,570
1 Petrus en Openbaring kunnen heel goed
allebei rond dezelfde tijd geschreven

111
00:06:42,570 --> 00:06:47,670
zijn, en ze getuigen allebei van het
lijden dat hun lezers doormaakten.

112
00:06:47,670 --> 00:06:52,110
We weten dat Petrus uiterlijk in de
tijd van Nero geschreven moet zijn.

113
00:06:52,110 --> 00:06:55,290
Openbaring is misschien
ook niet later geschreven.

114
00:06:55,290 --> 00:07:00,090
Waar het echter om gaat, is dat
vervolging overal vandaan kan komen.

115
00:07:00,090 --> 00:07:05,430
Die hoeft niet van Nero of Domitianus
te komen, of van de keizer daar in Rome.

116
00:07:05,430 --> 00:07:09,750
De plaatselijke niet-christenen
kunnen de christenen vervolgen.

117
00:07:09,750 --> 00:07:13,410
En dat was waarschijnlijk op zijn
minst wat hier aan de hand was.

118
00:07:13,410 --> 00:07:16,410
Als Nero de christenen in Rome vervolgde,

119
00:07:16,410 --> 00:07:21,630
kon dat de Romeinse bestuurders buiten
Rome ertoe aanmoedigen om te zeggen:

120
00:07:21,630 --> 00:07:24,570
‘Wij kunnen de christenen
in onze stad ook vervolgen,

121
00:07:24,570 --> 00:07:27,630
want Nero zal daar
tenslotte niet over klagen.

122
00:07:27,630 --> 00:07:31,950
We komen niet in de problemen als we
de christelijke burgers hier vervolgen,

123
00:07:31,950 --> 00:07:34,830
want de keizer doet in
zijn stad hetzelfde.’

124
00:07:34,830 --> 00:07:38,670
Het kan zijn dat de houding van
de keizer tegenover christenen

125
00:07:38,670 --> 00:07:42,990
invloed had op de houding van andere
overheidsfunctionarissen op andere

126
00:07:42,990 --> 00:07:45,090
plaatsen tegenover christenen.

127
00:07:45,090 --> 00:07:50,010
Maar de vervolging door Nero zou deze
mensen niet rechtstreeks hebben getroffen.

128
00:07:50,010 --> 00:07:54,030
Dat wil zeggen, Nero maakte
geen jacht op deze mensen.

129
00:07:54,030 --> 00:07:57,750
Ze woonden te ver van Rome
om hem bezig te houden.

130
00:07:57,750 --> 00:08:00,270
Vanwaar werd de brief nu geschreven?

131
00:08:00,270 --> 00:08:02,790
Hij werd vanuit Babylon geschreven.

132
00:08:02,790 --> 00:08:06,870
Volgens 1 Petrus 5:13 zegt Petrus:

133
00:08:06,870 --> 00:08:12,750
U groet de mede-uitverkoren gemeente
die in Babylon is, en Markus, mijn zoon.

134
00:08:12,750 --> 00:08:16,410
De Engelse vertaling die de
spreker gebruikt, zegt hier:

135
00:08:16,410 --> 00:08:18,570
‘Zij die in Babylon is.’

136
00:08:18,570 --> 00:08:22,350
Met ‘zij’ wordt ongetwijfeld
een gemeente bedoeld.

137
00:08:22,350 --> 00:08:24,330
Babylon is een plaats.

138
00:08:24,330 --> 00:08:28,470
De gemeente op die plaats, die
uitverkoren is in Christus,

139
00:08:28,470 --> 00:08:32,370
zoals ook de christenen in de andere
plaatsen waaraan de brief geschreven werd,

140
00:08:32,370 --> 00:08:34,110
brengt haar groeten over.

141
00:08:34,110 --> 00:08:38,550
Het feit dat de gemeente in Babylon
via deze brief groeten overbrengt,

142
00:08:38,550 --> 00:08:41,670
betekent dat de schrijver
zich in die stad bevindt.

143
00:08:41,670 --> 00:08:46,350
Hij is bij die christenen die via zijn
brief hun groeten aan hen overbrengen.

144
00:08:46,350 --> 00:08:50,370
Het is dus onmiskenbaar dat
Petrus vanuit Babylon schreef.

145
00:08:50,370 --> 00:08:52,470
Maar waar ligt Babylon?

146
00:08:52,470 --> 00:08:55,050
Babylon hoeft niet het
oude Babylon te zijn.

147
00:08:55,050 --> 00:08:58,050
Het lijkt zelfs niet erg
waarschijnlijk dat het dat was.

148
00:08:58,050 --> 00:09:03,030
De stad Babylon, waar Nebukadnezar
geregeerd had en die hij gebouwd had,

149
00:09:03,030 --> 00:09:07,170
was eigenlijk geen belangrijke
plaats meer, geen belangrijke stad.

150
00:09:07,170 --> 00:09:09,870
Er woonden in de eerste
eeuw niet veel mensen.

151
00:09:09,870 --> 00:09:12,810
De stad was zes eeuwen eerder verwoest.

152
00:09:12,810 --> 00:09:15,150
En hoewel er in die
streek wel mensen woonden,

153
00:09:15,150 --> 00:09:19,830
hebben we geen gegevens waaruit blijkt dat
Petrus ooit daarheen, naar Mesopotamië,

154
00:09:19,830 --> 00:09:22,710
is gegaan om er zijn
bediening uit te oefenen.

155
00:09:22,710 --> 00:09:25,770
Het lag ver van alle
plaatsen waarvan we weten

156
00:09:25,770 --> 00:09:28,170
dat hij er zijn bediening uitoefende.

157
00:09:28,170 --> 00:09:31,590
Het lag ver van Jeruzalem, ver van Rome,

158
00:09:31,590 --> 00:09:35,010
zelfs ver van de plaats waar
deze mensen zich bevonden.

159
00:09:35,010 --> 00:09:38,910
Dat Petrus naar de ruïnes van
het oude Babylon zou zijn gegaan

160
00:09:38,910 --> 00:09:41,550
en daar zijn bediening
zou hebben uitgeoefend,

161
00:09:41,550 --> 00:09:43,110
lijkt mij niet erg waarschijnlijk.

162
00:09:43,110 --> 00:09:46,230
Toch zijn er enkele
geleerden die het zo opvatten

163
00:09:46,230 --> 00:09:49,050
dat hij naar het letterlijke
Babylon verwijst.

164
00:09:49,050 --> 00:09:52,710
Ik denk dat het niet voor honderd
procent uitgesloten kan worden.

165
00:09:52,710 --> 00:09:55,290
Maar het is niet de
opvatting van de meerderheid.

166
00:09:55,290 --> 00:10:00,450
De meeste geleerden geloven dat hij
vanuit Rome schrijft en dat Babylon een

167
00:10:00,450 --> 00:10:02,610
schuilnaam voor Rome was.

168
00:10:02,610 --> 00:10:06,270
Waarom zouden ze Rome de
schuilnaam Babylon geven?

169
00:10:06,270 --> 00:10:10,950
Als je het een bijnaam wilt geven,
zou Babylon geen slechte zijn.

170
00:10:10,950 --> 00:10:14,250
Rome was de bron van het
heidendom in de wereld.

171
00:10:14,250 --> 00:10:17,070
Babylon was dat in een vroegere tijd ook.

172
00:10:17,070 --> 00:10:22,050
Babylon verwoestte Jeruzalem en
voerde de Joden in gevangenschap weg.

173
00:10:22,050 --> 00:10:25,950
Rome deed later hetzelfde,
maar op dat moment nog niet.

174
00:10:25,950 --> 00:10:31,230
Later verwoestten de Romeinen Jeruzalem
en voerden mensen in gevangenschap weg.

175
00:10:31,230 --> 00:10:34,590
En het kan heel goed zijn dat
de vroege christenen wisten dat

176
00:10:34,590 --> 00:10:37,050
Rome die profetieën zou vervullen die

177
00:10:37,050 --> 00:10:40,710
Jezus over de verwoesting van
Jeruzalem had uitgesproken.

178
00:10:40,710 --> 00:10:46,890
Het kan zijn dat ze vanwege dat verband
Rome Babylon noemden, het nieuwe Babylon.

179
00:10:46,890 --> 00:10:50,130
Er is enige reden om te
geloven dat Babylon een

180
00:10:50,130 --> 00:10:52,710
schuilnaam voor Jeruzalem
kan zijn geweest.

181
00:10:52,710 --> 00:10:56,550
Maar de overleveringen in de
vroege kerk zijn heel sterk dat

182
00:10:56,550 --> 00:11:01,170
Petrus in Rome gestorven is en dat dit
waarschijnlijk laat in de regering van

183
00:11:01,170 --> 00:11:03,810
Nero geschreven is, en niet vroeg.

184
00:11:03,810 --> 00:11:06,630
De gedachte dat Paulus
bijvoorbeeld gestorven was,

185
00:11:06,630 --> 00:11:09,090
en dat Petrus daarom
schrijft aan die gemeenten

186
00:11:09,090 --> 00:11:13,530
waar Paulus ooit herder van was geweest,
zou betekenen dat dit aan het eind van de

187
00:11:13,530 --> 00:11:15,090
jaren zestig plaatsvond.

188
00:11:15,090 --> 00:11:18,270
En als Petrus inderdaad
in Rome gestorven is,

189
00:11:18,270 --> 00:11:22,230
zou hij op dit late tijdstip
waarschijnlijk in Rome zijn geweest.

190
00:11:22,230 --> 00:11:25,110
Er is nog een aanwijzing die
dat lijkt te ondersteunen,

191
00:11:25,110 --> 00:11:28,650
en die staat in Kolossenzen 4, vers 10.

192
00:11:28,650 --> 00:11:32,190
Markus was bij Paulus toen
hij Kolossenzen schreef.

193
00:11:32,190 --> 00:11:36,450
Nu denken de meeste geleerden dat
Kolossenzen vanuit Rome geschreven is.

194
00:11:36,450 --> 00:11:37,890
Ik betwijfel dat.

195
00:11:37,890 --> 00:11:41,850
Ik denk dat Kolossenzen misschien
vanuit Efeze geschreven is.

196
00:11:41,850 --> 00:11:46,110
Maar de meeste geleerden denken dat
Kolossenzen vanuit Rome geschreven is

197
00:11:46,110 --> 00:11:49,110
en dat Markus daar in Rome bij Paulus was.

198
00:11:49,110 --> 00:11:52,590
Maar Markus is ook bij Petrus
wanneer die deze brief schrijft.

199
00:11:52,590 --> 00:11:56,370
Het kan dus zijn dat Markus
in die tijd in Rome woonde.

200
00:11:56,370 --> 00:11:58,770
Dit zijn geen vaststaande antwoorden.

201
00:11:58,770 --> 00:12:00,510
We weten het niet zeker.

202
00:12:00,510 --> 00:12:04,050
Maar volgens de overlevering
schreef Petrus dit vanuit Rome,

203
00:12:04,050 --> 00:12:08,250
tegen het einde van zijn leven,
en is hij later in Rome gestorven.

204
00:12:08,250 --> 00:12:11,250
Dat is dus waarschijnlijk een
traditionele opvatting die we als

205
00:12:11,250 --> 00:12:13,170
uitgangspunt kunnen nemen.

206
00:12:13,170 --> 00:12:15,270
We weten niet of het anders was.

207
00:12:15,270 --> 00:12:18,210
Sommigen denken dat Jeruzalem Babylon was.

208
00:12:18,210 --> 00:12:22,530
In het boek Openbaring staan enkele
kenmerken van Babylon die op Jeruzalem

209
00:12:22,530 --> 00:12:23,910
lijken te wijzen.

210
00:12:23,910 --> 00:12:26,730
Maar dat betekent niet dat
het boek Openbaring het woord

211
00:12:26,730 --> 00:12:30,630
Babylon op dezelfde manier
zou gebruiken als Petrus.

212
00:12:30,630 --> 00:12:34,050
Petrus had het boek Openbaring
waarschijnlijk nooit gelezen.

213
00:12:34,050 --> 00:12:39,030
Het is dus niet duidelijk: is het
letterlijk Babylon? Is het Rome?

214
00:12:39,030 --> 00:12:41,550
Is het Jeruzalem vanwaar hij schrijft?

215
00:12:41,550 --> 00:12:43,230
Dat is moeilijk te zeggen.

216
00:12:43,230 --> 00:12:46,110
Daar hebben we geen
vaststaande antwoorden op.

217
00:12:46,110 --> 00:12:48,510
Maar zijn lezers wisten het blijkbaar wel.

218
00:12:48,510 --> 00:12:53,250
En als de vroege christenen Babylon
als bijnaam voor Rome gebruikten,

219
00:12:53,250 --> 00:12:57,990
zoals sommigen denken, dan zouden
zijn lezers weten dat hij Rome bedoelt

220
00:12:57,990 --> 00:12:59,790
wanneer hij Babylon zegt.

221
00:12:59,790 --> 00:13:01,590
Wie waren nu de lezers?

222
00:13:01,590 --> 00:13:06,510
We weten waar de lezers woonden, want hij
noemt hun geografische gebied in vers 1.

223
00:13:06,510 --> 00:13:11,370
Maar de eigenlijke vraag is: waren
het voornamelijk Joodse christenen of

224
00:13:11,370 --> 00:13:13,110
christenen uit de heidenen?

225
00:13:13,110 --> 00:13:17,010
Dit wordt belangrijk omdat sommige
christenen geloven dat de dingen die

226
00:13:17,010 --> 00:13:21,630
Petrus hier tegen de gemeente zei, alleen
op Joden van toepassing konden zijn.

227
00:13:21,630 --> 00:13:26,490
Wanneer hij bijvoorbeeld in 1
Petrus hoofdstuk 2, vers 9 en 10,

228
00:13:26,490 --> 00:13:28,890
aan zijn lezers schrijft, zegt hij:

229
00:13:28,890 --> 00:13:34,470
Maar u bent een uitverkoren geslacht, een
koninklijk priesterschap, een heilig volk,

230
00:13:34,470 --> 00:13:37,470
een volk dat God Zich
tot Zijn eigendom maakte;

231
00:13:37,470 --> 00:13:40,170
opdat u de deugden zou verkondigen van Hem

232
00:13:40,170 --> 00:13:44,610
Die u uit de duisternis geroepen
heeft tot Zijn wonderbaar licht, u,

233
00:13:44,610 --> 00:13:51,090
die voorheen geen volk was, maar nu Gods
volk bent; u, die zonder ontferming was,

234
00:13:51,090 --> 00:13:54,090
maar nu in ontferming aangenomen bent.

235
00:13:54,090 --> 00:13:58,950
Deze formuleringen zijn een weerklank van
passages uit het Oude Testament die tot

236
00:13:58,950 --> 00:14:00,630
Israël gericht zijn.

237
00:14:00,630 --> 00:14:05,550
Ook worden ze in het eerste vers van
hoofdstuk 1 aangeduid als de diaspora.

238
00:14:05,550 --> 00:14:08,430
In hoofdstuk 1, vers 1, staat:

239
00:14:08,430 --> 00:14:12,810
Petrus, een apostel van Jezus
Christus, aan de vreemdelingen

240
00:14:12,810 --> 00:14:18,930
in de verstrooiing in Pontus,
Galatië, Kappadocië, Asia en Bithynië,

241
00:14:18,930 --> 00:14:23,970
Het woord ‘vreemdelingen’ betekent
mensen die ver van hun thuis zijn.

242
00:14:23,970 --> 00:14:28,230
En het woord ‘verstrooiing’
is het Griekse woord diaspora,

243
00:14:28,230 --> 00:14:32,190
dat doorgaans werd gebruikt voor
de Joden die buiten Israël woonden.

244
00:14:32,190 --> 00:14:36,150
Jakobus schreef zijn brief aan de
twaalf stammen die verstrooid waren.

245
00:14:36,150 --> 00:14:37,950
Dat zou ook de diaspora zijn.

246
00:14:37,950 --> 00:14:41,370
En Jakobus schrijft duidelijk
aan Joodse christenen.

247
00:14:41,370 --> 00:14:45,630
Dat komt, zo lijkt het, vrij
duidelijk naar voren in zijn brief.

248
00:14:45,630 --> 00:14:48,270
Maar bij Petrus is het niet zo duidelijk.

249
00:14:48,270 --> 00:14:52,050
Hij noemt zijn lezers de
vreemdelingen van de diaspora.

250
00:14:52,050 --> 00:14:57,510
En omdat diaspora een vakterm was voor
de Joden die buiten Israël woonden,

251
00:14:57,510 --> 00:15:01,950
menen sommigen dat hij aan Joodse
christenen in de diaspora schrijft.

252
00:15:01,950 --> 00:15:05,130
En in hoofdstuk 2, vers 9 en 10,

253
00:15:05,130 --> 00:15:08,910
duidt hij hen aan met die
traditionele termen waarmee het Oude

254
00:15:08,910 --> 00:15:10,770
Testament hen aanduidde.

255
00:15:10,770 --> 00:15:15,810
Ook vinden sommigen dat hij zijn lezers
tegenover de heidenen lijkt te stellen.

256
00:15:15,810 --> 00:15:19,230
In hoofdstuk 2, vers 12, zegt hij:

257
00:15:19,230 --> 00:15:21,990
Houd uw levenswandel
onder de heidenen goed;

258
00:15:21,990 --> 00:15:25,350
opdat zij die nu van u
kwaadspreken als van kwaaddoeners,

259
00:15:25,350 --> 00:15:27,990
door de goede werken
die zij in u waarnemen,

260
00:15:27,990 --> 00:15:31,830
God verheerlijken mogen op de dag
dat er naar hen omgezien wordt.

261
00:15:31,830 --> 00:15:34,830
alsof zijn lezers misschien
geen heidenen zijn.

262
00:15:34,830 --> 00:15:37,650
In hoofdstuk 4, vers 3, zegt hij:

263
00:15:37,650 --> 00:15:40,590
Want wij hebben de
voorgaande tijd van ons leven

264
00:15:40,590 --> 00:15:44,190
lang genoeg de wil van de
heidenen gedaan en gewandeld in

265
00:15:44,190 --> 00:15:49,290
uitingen van losbandigheid, begeerten,
dronkenschap, zwelgpartijen,

266
00:15:49,290 --> 00:15:52,950
drinkgelagen en allerlei
walgelijke afgoderij.

267
00:15:52,950 --> 00:15:56,850
Opnieuw spreekt hij over de heidenen
als anderen dan zijn lezers.

268
00:15:56,850 --> 00:16:00,390
Deze paar dingen hebben veel
mensen ervan overtuigd dat hij aan

269
00:16:00,390 --> 00:16:01,710
Joodse christenen schrijft.

270
00:16:01,710 --> 00:16:05,310
Er zijn zelfs geleerden die zouden zeggen
dat alle brieven die we de algemene

271
00:16:05,310 --> 00:16:08,430
brieven noemen, die dus geen
brieven van Paulus zijn,

272
00:16:08,430 --> 00:16:16,050
aan Joodse christenen zijn geschreven:
Hebreeën, Jakobus, 1 en 2 Petrus, 1,

273
00:16:16,050 --> 00:16:19,290
2 en 3 Johannes, Judas.

274
00:16:19,290 --> 00:16:22,650
Er wordt vaak gezegd dat
dit de Joodse brieven zijn.

275
00:16:22,650 --> 00:16:24,450
Sommige mensen noemen ze zo.

276
00:16:24,450 --> 00:16:27,150
Ik vind dat daar
onvoldoende reden voor is.

277
00:16:27,150 --> 00:16:31,950
Zeker bij Hebreeën en Jakobus zou het me
verbazen als iemand ontkende dat ze aan

278
00:16:31,950 --> 00:16:34,230
Joodse christenen zijn geschreven.

279
00:16:34,230 --> 00:16:39,690
Maar Petrus, Johannes en Judas moeten
we ieder afzonderlijk bekijken.

280
00:16:39,690 --> 00:16:42,570
Deze brieven zijn niet
allemaal op hetzelfde moment

281
00:16:42,570 --> 00:16:44,670
aan dezelfde mensen geschreven.

282
00:16:44,670 --> 00:16:46,830
Ze zijn later bijeengebracht.

283
00:16:46,830 --> 00:16:52,050
En volgens mij wijzen de gegevens in
1 Petrus op lezers uit de heidenen,

284
00:16:52,050 --> 00:16:54,930
ondanks de punten die we
zojuist hebben genoemd.

285
00:16:54,930 --> 00:16:59,850
Als hij aan heidenen schrijft, is het
niet vreemd om hen de diaspora te noemen,

286
00:16:59,850 --> 00:17:04,650
vreemdelingen van de diaspora, en hun
Joods klinkende aanduidingen te geven

287
00:17:04,650 --> 00:17:10,230
zoals een uitverkoren geslacht, een
koninklijk priesterschap, een heilig volk.

288
00:17:10,230 --> 00:17:14,970
Het Nieuwe Testament leert namelijk
in het algemeen — Jezus leerde het,

289
00:17:14,970 --> 00:17:17,851
Paulus leerde het en
Petrus zou het leren —

290
00:17:17,851 --> 00:17:22,590
dat de christenen nu de beloften van
God bezitten omdat ze in Christus zijn.

291
00:17:22,590 --> 00:17:27,030
En Christus is Degene aan Wie
alle beloften zijn gedaan.

292
00:17:27,030 --> 00:17:30,450
En in Christus hebben
we alles wat Israël had.

293
00:17:30,450 --> 00:17:32,490
Jezus zei tegen de Joden:

294
00:17:32,490 --> 00:17:36,930
Het Koninkrijk van God wordt u
afgenomen en gegeven aan een volk

295
00:17:36,930 --> 00:17:38,790
dat de vruchten ervan voortbrengt.

296
00:17:38,790 --> 00:17:46,050
Dat staat in Mattheüs 21, volgens mij
rond vers 44 of ergens daar in de buurt.

297
00:17:46,050 --> 00:17:52,590
Het punt is dat Paulus de christenen uit
de heidenen in Galatië in Galaten 6:16

298
00:17:52,590 --> 00:17:55,770
aanduidt als het Israël van God.

299
00:17:55,770 --> 00:17:59,250
Joods klinkende termen voor de
gemeente gebruiken is dus niet

300
00:17:59,250 --> 00:18:01,050
ongehoord in de Schrift.

301
00:18:01,050 --> 00:18:06,750
Het woord ‘gemeente’ zelf werd in het Oude
Testament zelfs voor de Joden gebruikt.

302
00:18:06,750 --> 00:18:11,070
Het Griekse woord voor
‘gemeente’ is ekklesia.

303
00:18:11,070 --> 00:18:15,030
Overal waar je in het Nieuwe
Testament het woord ‘gemeente’ vindt,

304
00:18:15,030 --> 00:18:17,550
staat in het Grieks ekklesia.

305
00:18:17,550 --> 00:18:20,130
Als je het Griekse Oude Testament leest,

306
00:18:20,130 --> 00:18:23,610
zie je dat Israël de
ekklesia werd genoemd.

307
00:18:23,610 --> 00:18:27,330
Wanneer je in het Oude Testament
de term ‘gemeente’ vindt,

308
00:18:27,330 --> 00:18:30,150
waarmee de gemeente van
Israël wordt bedoeld,

309
00:18:30,150 --> 00:18:33,690
noemt de Septuaginta die de ekklesia.

310
00:18:33,690 --> 00:18:39,090
Zelfs Stefanus zegt in zijn antwoord aan
het Sanhedrin in Handelingen hoofdstuk 7

311
00:18:39,090 --> 00:18:42,450
dat Mozes bij de ekklesia
in de woestijn was.

312
00:18:42,450 --> 00:18:45,330
Daarmee bedoelt hij de
Joden in de woestijn.

313
00:18:45,330 --> 00:18:49,770
De ekklesia was eerst een term
die op Israël werd toegepast.

314
00:18:49,770 --> 00:18:51,810
Toen de schrijvers van
het Nieuwe Testament

315
00:18:51,810 --> 00:18:57,270
hun groep de ekklesia begonnen te noemen,
namen ze voor zichzelf, voor hun groep,

316
00:18:57,270 --> 00:19:00,510
de naam aan die aan Israël toebehoorde.

317
00:19:00,510 --> 00:19:05,010
En dit geldt in het hele Nieuwe
Testament. En Paulus zegt:

318
00:19:05,010 --> 00:19:08,310
Want niet híj is Jood die
het in het openbaar is,

319
00:19:08,310 --> 00:19:12,450
en niet dát is besnijdenis die in het
openbaar in het vlees plaatsvindt,

320
00:19:12,450 --> 00:19:17,550
maar híj is Jood die het in het
verborgene is, en dát is besnijdenis,

321
00:19:17,550 --> 00:19:21,810
die van het hart is, naar de
geest, niet naar de letter.

322
00:19:21,810 --> 00:19:24,690
Zijn lof is niet uit mensen maar uit God.

323
00:19:24,690 --> 00:19:28,530
Paulus zegt tegen de Filippenzen,
die trouwens heidenen zijn:

324
00:19:28,530 --> 00:19:32,490
Want wij zijn de besnijdenis,
wij die God in de Geest dienen

325
00:19:32,490 --> 00:19:36,690
en in Christus Jezus roemen en
niet op het vlees vertrouwen.

326
00:19:36,690 --> 00:19:38,970
Filippenzen 3:3 zegt:

327
00:19:38,970 --> 00:19:43,590
wij zijn de mensen die echt besneden
zijn, die God door de Geest aanbidden,

328
00:19:43,590 --> 00:19:47,070
blij zijn met Christus Jezus en
niet op het lichaam vertrouwen.

329
00:19:47,070 --> 00:19:49,470
Hij heeft het niet over Joodse mensen.

330
00:19:49,470 --> 00:19:53,010
Hij heeft het over de
gemeente, Jood en heiden.

331
00:19:53,010 --> 00:19:55,230
De gemeente is niet heidens.

332
00:19:55,230 --> 00:20:00,390
De gemeente bestaat uit meerdere etnische
groepen, waaronder Joden en heidenen.

333
00:20:00,390 --> 00:20:03,930
Soms willen mensen onderscheid
maken tussen Israël aan de ene kant

334
00:20:03,930 --> 00:20:07,110
en de gemeente uit de
heidenen aan de andere kant.

335
00:20:07,110 --> 00:20:10,710
De gemeente heeft nooit
uitsluitend uit heidenen bestaan.

336
00:20:10,710 --> 00:20:12,930
De gemeente begon met Joden.

337
00:20:12,930 --> 00:20:15,270
De apostelen waren Joden.

338
00:20:15,270 --> 00:20:18,630
Op de Pinksterdag waren alle
eerste bekeerlingen die bij de

339
00:20:18,630 --> 00:20:20,490
gemeente kwamen Joden.

340
00:20:20,490 --> 00:20:24,870
Jarenlang na Pinksteren werd het
Evangelie alleen aan Joden verkondigd.

341
00:20:24,870 --> 00:20:29,190
Toen het Evangelie aan Cornelius,
een heiden, werd verkondigd,

342
00:20:29,190 --> 00:20:32,910
betekende dat een doorbraak in
het inzicht van de apostelen.

343
00:20:32,910 --> 00:20:35,550
Dat was heel wat jaren na Pinksteren.

344
00:20:35,550 --> 00:20:39,210
Overal waar Paulus in heidense
landen kwam en predikte,

345
00:20:39,210 --> 00:20:43,830
predikte hij eerst in de synagoge, om het
overblijfsel van Israël in de gemeente

346
00:20:43,830 --> 00:20:45,210
bijeen te brengen.

347
00:20:45,210 --> 00:20:48,030
Daarna zouden de heidenen hen volgen.

348
00:20:48,030 --> 00:20:50,910
De Bijbel geeft aan
dat het Evangelie kwam:

349
00:20:50,910 --> 00:20:53,790
Want ik schaam mij niet voor
het Evangelie van Christus,

350
00:20:53,790 --> 00:20:57,930
want het is een kracht van God tot
zaligheid voor ieder die gelooft,

351
00:20:57,930 --> 00:21:00,690
eerst voor de Jood, en ook voor de Griek.

352
00:21:00,690 --> 00:21:05,070
Daardoor waren de eerste bekeerlingen
op bijna elke plaats Joods.

353
00:21:05,070 --> 00:21:09,150
Heidenen werden later als takken op
de boom geënt en werden uiteindelijk

354
00:21:09,150 --> 00:21:11,730
talrijker dan de Joden in de gemeenten.

355
00:21:11,730 --> 00:21:15,690
Maar de bevolkingssamenstelling,
meer heidenen dan Joden,

356
00:21:15,690 --> 00:21:19,950
verandert niets aan het feit dat de
gemeente het overblijfsel van Israël is.

357
00:21:19,950 --> 00:21:23,190
God heeft heidenen toegestaan
er deel van uit te maken.

358
00:21:23,190 --> 00:21:27,630
Bij de evangelieverkondiging van de
vroege gemeente kwam het overblijfsel als

359
00:21:27,630 --> 00:21:29,550
eerste tot Christus.

360
00:21:29,550 --> 00:21:32,610
Het overblijfsel van
Israël is de gemeente.

361
00:21:32,610 --> 00:21:35,850
In het Nieuwe Testament
is de gemeente Israël.

362
00:21:35,850 --> 00:21:41,640
Het feit dat Petrus schrijft aan
plaatsen als Pontus, Galatië, Kappadocië,

363
00:21:41,640 --> 00:21:45,390
Asia en Bithynië, en er niet bij zegt:

364
00:21:45,390 --> 00:21:48,690
‘Dit is alleen voor die weinigen
onder jullie daar die Joods zijn’,

365
00:21:48,690 --> 00:21:51,750
doet vermoeden dat hij
schrijft aan gemeenten die

366
00:21:51,750 --> 00:21:54,030
overwegend uit heidenen bestaan.

367
00:21:54,030 --> 00:21:56,670
In elk geval zijn Galatië en Asia

368
00:21:56,670 --> 00:22:00,030
de gemeenten die Paulus onder
de heidenen heeft gesticht.

369
00:22:00,030 --> 00:22:02,730
De meeste bekeerlingen
daar waren heidenen.

370
00:22:02,730 --> 00:22:06,030
Maar als je bij hun etnische
afkomst blijft stilstaan,

371
00:22:06,030 --> 00:22:09,510
laat je je afleiden naar een
terrein dat niet belangrijk is.

372
00:22:09,510 --> 00:22:14,550
Hij schrijft niet aan Joden of
heidenen als Joden of als heidenen.

373
00:22:14,550 --> 00:22:17,190
Hij schrijft aan volgelingen van Christus,

374
00:22:17,190 --> 00:22:20,130
gemeenten die uit meerdere
etnische groepen bestonden,

375
00:22:20,130 --> 00:22:22,590
waaronder Joden en heidenen.

376
00:22:22,590 --> 00:22:27,690
Dat betekent natuurlijk dat hij, toen hij
hen de diaspora of een heilig volk noemde,

377
00:22:27,690 --> 00:22:31,650
bedoelde dat de gemeente als
geheel op een diaspora lijkt.

378
00:22:31,650 --> 00:22:34,770
Het is alsof we ver
van ons vaderland zijn.

379
00:22:34,770 --> 00:22:36,930
Ons burgerschap is elders.

380
00:22:36,930 --> 00:22:40,110
We zijn in deze wereld
vreemdelingen en pelgrims,

381
00:22:40,110 --> 00:22:42,750
zoals hij later in hoofdstuk 2 zegt.

382
00:22:42,750 --> 00:22:46,770
Dat deze Joods klinkende benamingen
op de gemeente worden toegepast,

383
00:22:46,770 --> 00:22:50,430
betekent dus niet dat de lezers
allemaal Joodse mensen waren,

384
00:22:50,430 --> 00:22:52,290
of voornamelijk Joods.

385
00:22:52,290 --> 00:22:55,230
Deze gemeenten in de gebieden
waarover hij spreekt,

386
00:22:55,230 --> 00:23:00,390
bestonden overwegend uit heidenen, met
ook een bepaald aantal Joden onder hen.

387
00:23:00,390 --> 00:23:03,870
In hoofdstuk 2, vers 11, zegt hij:

388
00:23:03,870 --> 00:23:07,050
Geliefden, ik roep u op als bijwoners en

389
00:23:07,050 --> 00:23:10,230
vreemdelingen u te onthouden
van de vleselijke begeerten,

390
00:23:10,230 --> 00:23:12,690
die strijd voeren tegen de ziel.

391
00:23:12,690 --> 00:23:15,630
Christenen zijn bijwoners in deze wereld.

392
00:23:15,630 --> 00:23:18,750
Wij zijn de diaspora op de planeet aarde.

393
00:23:18,750 --> 00:23:24,990
Niet zozeer Joden buiten Israël, maar
christenen buiten ons vaderland, de hemel.

394
00:23:24,990 --> 00:23:30,390
Ons burgerschap is echter in de hemelen,
waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten,

395
00:23:30,390 --> 00:23:32,850
namelijk de Heere Jezus Christus,

396
00:23:32,850 --> 00:23:34,770
Onze Koning is daar.

397
00:23:34,770 --> 00:23:38,190
In deze wereld zijn we
vreemdelingen en pelgrims,

398
00:23:38,190 --> 00:23:41,010
net zoals de Joden dat
waren in de heidense landen

399
00:23:41,010 --> 00:23:43,050
waarheen ze verstrooid waren.

400
00:23:43,050 --> 00:23:47,850
‘Heidenen’ is een term die niet
noodzakelijk alleen tegenover Joden staat.

401
00:23:47,850 --> 00:23:52,410
Het woord ‘heidenen’ wordt in de Schrift
niet alleen tegenover Joden gebruikt,

402
00:23:52,410 --> 00:23:54,630
maar ook tegenover christenen.

403
00:23:54,630 --> 00:23:56,250
Wanneer er dus staat:

404
00:23:56,250 --> 00:23:59,250
Houd uw levenswandel
onder de heidenen goed;

405
00:23:59,250 --> 00:24:02,730
opdat zij die nu van u
kwaadspreken als van kwaaddoeners,

406
00:24:02,730 --> 00:24:05,310
door de goede werken
die zij in u waarnemen,

407
00:24:05,310 --> 00:24:09,750
God verheerlijken mogen op de dag
dat er naar hen omgezien wordt.

408
00:24:09,750 --> 00:24:14,550
betekent dat niet dat je zelf wat je
etnische afkomst betreft geen heiden bent.

409
00:24:14,550 --> 00:24:19,050
Het betekent dat de heidenen een
categorie zijn waarmee de ongelovigen,

410
00:24:19,050 --> 00:24:21,210
de afgodendienaars worden bedoeld.

411
00:24:21,210 --> 00:24:23,490
Jullie zijn christenen, en:

412
00:24:23,490 --> 00:24:27,030
Daarbij is het niet van belang
dat men Jood is of Griek;

413
00:24:27,030 --> 00:24:30,750
daarbij is het niet van belang
dat men slaaf is of vrije;

414
00:24:30,750 --> 00:24:34,590
daarbij is het niet van belang
dat men man is of vrouw;

415
00:24:34,590 --> 00:24:38,670
want allen bent u één in Christus Jezus.

416
00:24:38,670 --> 00:24:42,390
De Engelse formulering die
de spreker aanhaalt, luidt:

417
00:24:42,390 --> 00:24:46,650
‘Er is geen Jood of heiden in Christus.’

418
00:24:46,650 --> 00:24:48,690
Je bent dus geen heiden meer.

419
00:24:48,690 --> 00:24:53,850
Als je in strikt etnische zin over je
afkomst wilt spreken, ben je een heiden,

420
00:24:53,850 --> 00:24:56,250
maar zo spreken we niet in de gemeente.

421
00:24:56,250 --> 00:24:59,610
We hebben het niet over
etnische afkomst in de gemeente.

422
00:24:59,610 --> 00:25:02,070
We zijn allemaal gewoon christenen.

423
00:25:02,070 --> 00:25:07,410
Heidenen en Joden zijn afzonderlijke
categorieën, anders dan christenen.

424
00:25:07,410 --> 00:25:12,150
In 1 Korinthe hoofdstuk 10, en we weten
dat Paulus aan heidenen in Korinthe

425
00:25:12,150 --> 00:25:15,450
schreef, zegt hij in vers 32:

426
00:25:15,450 --> 00:25:19,050
Geef geen aanstoot, niet
aan de Joden en de Grieken,

427
00:25:19,050 --> 00:25:21,450
en ook niet aan de gemeente van God,

428
00:25:21,450 --> 00:25:23,490
Deze mensen waren Grieken.

429
00:25:23,490 --> 00:25:27,450
‘Grieken’ wordt in wezen gebruikt
in de betekenis van heidenen.

430
00:25:27,450 --> 00:25:30,390
Korinthe was een Griekse, heidense stad.

431
00:25:30,390 --> 00:25:32,910
Je hebt Joden, je hebt Grieken.

432
00:25:32,910 --> 00:25:36,630
Iedereen in de gemeente behoorde
tot een van die twee groepen.

433
00:25:36,630 --> 00:25:39,390
Ze waren ofwel Jood ofwel Griek.

434
00:25:39,390 --> 00:25:45,570
Maar hij zegt dat er drie categorieën
zijn: Joden, Grieken en dan de gemeente.

435
00:25:45,570 --> 00:25:48,390
De gemeente is een categorie op zichzelf.

436
00:25:48,390 --> 00:25:52,410
Je kunt dus over de Grieken spreken,
ook als je zelf een Griek bent.

437
00:25:52,410 --> 00:25:57,090
Je kunt over de Grieken spreken als
mensen die anders zijn dan jijzelf.

438
00:25:57,090 --> 00:26:00,750
Ook als je een heiden bent, kun
je over de heidenen spreken.

439
00:26:00,750 --> 00:26:03,090
Dat zijn de ongelovigen daarbuiten.

440
00:26:03,090 --> 00:26:05,130
Zij staan los van wat wij zijn.

441
00:26:05,130 --> 00:26:09,030
In Efeze 4, vers 17, staat:

442
00:26:09,030 --> 00:26:11,670
Dit zeg ik dan en getuig
ervan in de Heere,

443
00:26:11,670 --> 00:26:14,970
dat u niet meer wandelt zoals
de andere heidenen wandelen,

444
00:26:14,970 --> 00:26:16,950
in de zinloosheid van hun denken,

445
00:26:16,950 --> 00:26:21,030
Er staat in die Engelse vertaling
‘as the rest of the Gentiles’,

446
00:26:21,030 --> 00:26:25,830
maar in de Alexandrijnse tekst
ontbreken de woorden ‘the rest of’.

447
00:26:25,830 --> 00:26:28,290
In de oudste handschriften staat alleen:

448
00:26:28,290 --> 00:26:31,410
‘Je moet niet leven
zoals de heidenen leven.’

449
00:26:31,410 --> 00:26:35,070
Toch waren de lezers in
Efeze duidelijk heidenen.

450
00:26:35,070 --> 00:26:37,710
Paulus heeft dat nadrukkelijk
aan de orde gesteld.

451
00:26:37,710 --> 00:26:41,070
In hoofdstuk 2, vers 12, zegt hij:

452
00:26:41,070 --> 00:26:43,890
dat u in die tijd zonder Christus was,

453
00:26:43,890 --> 00:26:46,230
vervreemd van het burgerschap van Israël

454
00:26:46,230 --> 00:26:49,770
en vreemdelingen wat betreft
de verbonden van de belofte.

455
00:26:49,770 --> 00:26:53,130
U had geen hoop en was
zonder God in de wereld.

456
00:26:53,130 --> 00:26:54,390
Hij zegt:

457
00:26:54,390 --> 00:26:56,730
Leef niet zoals de heidenen leven.

458
00:26:56,730 --> 00:27:00,990
Heiden was zowel een culturele
als een etnische categorie.

459
00:27:00,990 --> 00:27:02,850
Dat geldt ook voor Jood.

460
00:27:02,850 --> 00:27:06,510
Iemand kon etnisch gezien een
Jood zijn, maar christen zijn.

461
00:27:06,510 --> 00:27:10,290
Of hij kon etnisch gezien
een Jood zijn en atheïst.

462
00:27:10,290 --> 00:27:13,770
Maar Jood kon ook een
godsdienstige aanduiding zijn.

463
00:27:13,770 --> 00:27:18,390
Jood zijn heeft zowel met godsdienst
als met etnische afkomst te maken.

464
00:27:18,390 --> 00:27:22,410
Heiden was een etnische aanduiding,
en het kon ook worden opgevat als een

465
00:27:22,410 --> 00:27:26,550
godsdienstig-cultureel
etiket: afgodendienaar.

466
00:27:26,550 --> 00:27:29,130
Christenen vormden geen etnische groep.

467
00:27:29,130 --> 00:27:32,490
Het was alleen een
godsdienstig-cultureel etiket,

468
00:27:32,490 --> 00:27:34,950
onderscheiden van Joden en heidenen.

469
00:27:34,950 --> 00:27:36,870
Het lijkt heel duidelijk dat deze

470
00:27:36,870 --> 00:27:40,590
specifieke lezers aan wie Petrus
schrijft inderdaad een heidense

471
00:27:40,590 --> 00:27:44,310
godsdienstig-culturele
achtergrond hadden, geen Joodse.

472
00:27:44,310 --> 00:27:48,870
Dat zien we bijvoorbeeld in
hoofdstuk 1, vers 14, waar staat:

473
00:27:48,870 --> 00:27:53,430
Word als gehoorzame kinderen niet
gelijkvormig aan de begeerten die er

474
00:27:53,430 --> 00:27:55,950
vroeger in de tijd van
uw onwetendheid waren.

475
00:27:55,950 --> 00:27:58,350
Dat is toen je niets over God wist.

476
00:27:58,350 --> 00:28:02,490
Hij zou kunnen bedoelen dat ze
onbekend waren met het christendom.

477
00:28:02,490 --> 00:28:04,650
Maar hij zegt verder in vers 18:

478
00:28:04,650 --> 00:28:09,270
in de wetenschap dat u niet met
vergankelijke dingen, zilver of goud,

479
00:28:09,270 --> 00:28:12,270
vrijgekocht bent van uw
zinloze levenswandel,

480
00:28:12,270 --> 00:28:14,850
die u door de vaderen overgeleverd is,

481
00:28:14,850 --> 00:28:18,450
Het is mogelijk dat hij
Joodse overleveringen bedoelt,

482
00:28:18,450 --> 00:28:21,150
want die zouden ook als
zinloos worden beschouwd.

483
00:28:21,150 --> 00:28:25,350
Toch zou je niet aannemen dat
iedere Jood de wet had verwaarloosd

484
00:28:25,350 --> 00:28:28,470
en alleen maar volgens
overleveringen had geleefd.

485
00:28:28,470 --> 00:28:32,010
Maar voor alle heidenen zou
dat wel hebben gegolden.

486
00:28:32,010 --> 00:28:35,190
De overleveringen van de
voorouders van de heidenen

487
00:28:35,190 --> 00:28:38,670
waren allemaal zinloos en
van menselijke oorsprong.

488
00:28:38,670 --> 00:28:42,510
Het lijkt waarschijnlijker dat
hij dit tegen heidenen zou zeggen.

489
00:28:42,510 --> 00:28:48,570
Maar nog belangrijker is dat hij in
hoofdstuk 2, vers 10, over hen zegt:

490
00:28:48,570 --> 00:28:54,030
u, die voorheen geen volk was,
maar nu Gods volk bent; u,

491
00:28:54,030 --> 00:28:59,070
die zonder ontferming was, maar
nu in ontferming aangenomen bent.

492
00:28:59,070 --> 00:29:04,170
Ook als ze vroeger geen christenen waren,
waren ze wel een volk als ze Joods waren.

493
00:29:04,170 --> 00:29:06,330
Ze waren het volk van God.

494
00:29:06,330 --> 00:29:09,450
Hun voorouders waren het volk van God.

495
00:29:09,450 --> 00:29:15,270
De heidenen, nee, die waren nooit
een volk van God geweest. Hij zegt:

496
00:29:15,270 --> 00:29:17,790
vroeger waren jullie helemaal geen volk.

497
00:29:17,790 --> 00:29:21,930
Dat klinkt alsof hij daarmee
naar hen verwijst als niet-Joden.

498
00:29:21,930 --> 00:29:27,150
Dan, in hoofdstuk 4, wanneer hij erover
spreekt dat ze niet moeten leven zoals de

499
00:29:27,150 --> 00:29:31,890
overige heidenen, of zoals de heidenen,
beschrijft hij de zonden die ze in hun

500
00:29:31,890 --> 00:29:33,750
heidense leven hadden bedreven.

501
00:29:33,750 --> 00:29:35,970
Daaronder valt wat hij noemt:

502
00:29:35,970 --> 00:29:39,270
Want wij hebben de
voorgaande tijd van ons leven

503
00:29:39,270 --> 00:29:41,850
lang genoeg de wil van de heidenen gedaan

504
00:29:41,850 --> 00:29:46,830
en gewandeld in uitingen van
losbandigheid, begeerten, dronkenschap,

505
00:29:46,830 --> 00:29:51,930
zwelgpartijen, drinkgelagen en
allerlei walgelijke afgoderij.

506
00:29:51,930 --> 00:29:54,150
Hoofdstuk 4, vers 3:

507
00:29:54,150 --> 00:29:57,210
Want we hebben al lang genoeg
gedaan wat de heidenen willen,

508
00:29:57,210 --> 00:30:01,530
toen we losbandig leefden, onze
lusten volgden, dronken werden,

509
00:30:01,530 --> 00:30:07,110
uitbundig feestten, drinkgelagen hielden
en afschuwelijke afgoden vereerden.

510
00:30:07,110 --> 00:30:11,670
Het lijkt onwaarschijnlijk dat een
Joodse gemeente vóór haar bekering

511
00:30:11,670 --> 00:30:14,730
gekenmerkt zou zijn
geweest door afgoderij.

512
00:30:14,730 --> 00:30:18,870
Hoewel Israël in het Oude Testament
heel vaak tot afgoderij verviel,

513
00:30:18,870 --> 00:30:20,730
hadden ze die opgegeven.

514
00:30:20,730 --> 00:30:24,750
Na de Babylonische ballingschap
hebben de Joden in hun cultuur nooit

515
00:30:24,750 --> 00:30:26,970
meer afgoderij omarmd.

516
00:30:26,970 --> 00:30:30,630
Het was eigenlijk iets waarop
de Joden zich lieten voorstaan:

517
00:30:30,630 --> 00:30:32,610
ze waren beter dan de heidenen,

518
00:30:32,610 --> 00:30:37,410
omdat de heidenen die afschuwelijke
afgoden aanbaden en de Joden niet.

519
00:30:37,410 --> 00:30:41,670
Dat hij zegt dat deze mensen uit
een afgodische achtergrond kwamen,

520
00:30:41,670 --> 00:30:44,550
wekt de indruk dat hij
aan heidenen schrijft.

521
00:30:44,550 --> 00:30:48,150
Of in elk geval aan mensen
van wie velen heidenen waren.

522
00:30:48,150 --> 00:30:52,110
Hij schrijft met andere woorden niet
specifiek aan Joodse christenen.

523
00:30:52,110 --> 00:30:54,990
Als hij specifiek aan
Joodse christenen schreef,

524
00:30:54,990 --> 00:30:57,630
zou je denken dat hij
sommige van deze verwijzingen

525
00:30:57,630 --> 00:31:02,130
naar de afgoderij en dergelijke in
hun verleden zou hebben weggelaten.

526
00:31:02,130 --> 00:31:05,850
Want de meesten van hen zouden
zeggen: ‘Dat heb ik nooit gedaan.

527
00:31:05,850 --> 00:31:09,450
Dat is niet iets wat mijn voorouders
de afgelopen vijfhonderd jaar,

528
00:31:09,450 --> 00:31:12,450
sinds de Babylonische
ballingschap, hebben gedaan.’

529
00:31:12,450 --> 00:31:16,890
Mijn indruk is dat hij mensen van
gemengde etnische afkomst voor zich heeft,

530
00:31:16,890 --> 00:31:22,890
maar overwegend heidenen, in deze heidense
streken waar deze gemeenten zich bevonden.

531
00:31:22,890 --> 00:31:26,370
Om het kort te zeggen: hij
schrijft gewoon aan de gemeente,

532
00:31:26,370 --> 00:31:28,830
die uit Joden en heidenen bestaat.

533
00:31:28,830 --> 00:31:32,970
Maar deze specifieke gemeenten hebben
waarschijnlijk een groter aandeel

534
00:31:32,970 --> 00:31:34,650
heidenen dan Joden.

535
00:31:34,650 --> 00:31:38,430
Voordat we daadwerkelijk vers
voor vers door 1 Petrus gaan,

536
00:31:38,430 --> 00:31:41,610
zijn er een paar dingen waarmee
ik die brief wil vergelijken.

537
00:31:41,610 --> 00:31:45,990
Ik wil je de overeenkomsten laten
zien tussen de inhoud van 1 Petrus

538
00:31:45,990 --> 00:31:48,810
en sommige dingen in
het onderwijs van Jezus.

539
00:31:48,810 --> 00:31:53,310
Ik wil je ook de inhoud van Petrus' brief
laten zien in vergelijking met dingen

540
00:31:53,310 --> 00:31:54,870
die Paulus schreef.

541
00:31:54,870 --> 00:31:57,990
Ik heb gezegd dat er enkele
overeenkomsten zijn tussen

542
00:31:57,990 --> 00:32:00,690
Petrus en sommige geschriften van Paulus.

543
00:32:00,690 --> 00:32:06,930
Wat het onderwijs van Jezus betreft,
weten we dat Jezus in Mattheüs 5:16 zei:

544
00:32:06,930 --> 00:32:12,330
Laat uw licht zo schijnen voor de mensen,
dat zij uw goede werken zien en uw Vader,

545
00:32:12,330 --> 00:32:14,970
Die in de hemelen is, verheerlijken.

546
00:32:14,970 --> 00:32:17,910
Als je naar 1 Petrus 2:12 kijkt,

547
00:32:17,910 --> 00:32:23,910
heeft Petrus dit vers beslist in gedachten
wanneer hij in 1 Petrus 2:12 zegt:

548
00:32:23,910 --> 00:32:26,730
Houd uw levenswandel
onder de heidenen goed;

549
00:32:26,730 --> 00:32:30,150
opdat zij die nu van u
kwaadspreken als van kwaaddoeners,

550
00:32:30,150 --> 00:32:32,730
door de goede werken
die zij in u waarnemen,

551
00:32:32,730 --> 00:32:36,390
God verheerlijken mogen op de dag
dat er naar hen omgezien wordt.

552
00:32:36,390 --> 00:32:37,650
Jezus zei:

553
00:32:37,650 --> 00:32:41,850
Laat ze zien wat jullie voor
goeds doen en jullie Vader eren.

554
00:32:41,850 --> 00:32:47,250
Hij zegt dat we willen dat ze onze goede
werken zien en onze Vader verheerlijken,

555
00:32:47,250 --> 00:32:49,170
Die in de hemel is.

556
00:32:49,170 --> 00:32:53,490
Dat is wat Jezus zei, en Petrus
citeert Hem daar vrijwel letterlijk.

557
00:32:53,490 --> 00:32:58,290
In Mattheüs 5:10, in de
zaligsprekingen, zei Jezus:

558
00:32:58,290 --> 00:33:01,590
Zalig zijn zij die vervolgd
worden om de gerechtigheid,

559
00:33:01,590 --> 00:33:04,410
want van hen is het
Koninkrijk der hemelen.

560
00:33:04,410 --> 00:33:09,630
Petrus zegt iets dergelijks
in 1 Petrus 3:14. Petrus zegt:

561
00:33:09,630 --> 00:33:14,130
Maar als u ook zou moeten lijden vanwege
de gerechtigheid, dan bent u zalig.

562
00:33:14,130 --> 00:33:19,350
En wees niet bevreesd zoals zij bevreesd
zijn, laat u niet in verwarring brengen,

563
00:33:19,350 --> 00:33:21,090
Dat is wat Jezus zei:

564
00:33:21,090 --> 00:33:24,690
je mag je gelukkig prijzen als
je wordt vervolgd omdat je doet

565
00:33:24,690 --> 00:33:26,310
wat rechtvaardig is.

566
00:33:26,310 --> 00:33:30,090
Hij zei dat je zalig bent als
je lijdt om de gerechtigheid,

567
00:33:30,090 --> 00:33:32,430
zoals Jezus zei dat je dat bent.

568
00:33:32,430 --> 00:33:35,970
Jezus zei in Lukas 14 en vers 11.

569
00:33:35,970 --> 00:33:39,150
Lukas 14:11, Jezus zei:

570
00:33:39,150 --> 00:33:42,750
Want ieder die zichzelf
verhoogt, zal vernederd worden

571
00:33:42,750 --> 00:33:45,750
en wie zichzelf vernedert,
zal verhoogd worden.

572
00:33:45,750 --> 00:33:50,670
Petrus zegt dat ook in
1 Petrus 5:6. Hij zegt:

573
00:33:50,670 --> 00:33:56,130
Verneder u dan onder de krachtige hand van
God, opdat Hij u op Zijn tijd verhoogt.

574
00:33:56,130 --> 00:34:00,090
We horen in 1 Petrus dus
heel vaak Jezus doorklinken.

575
00:34:00,090 --> 00:34:05,910
Ook in Mattheüs 6:25, aan het einde
van Mattheüs 6, in de Bergrede,

576
00:34:05,910 --> 00:34:11,370
spreekt Jezus uitvoerig over bezorgdheid
en over je geen zorgen maken.

577
00:34:11,370 --> 00:34:13,650
Hij zegt in vers 25:

578
00:34:13,650 --> 00:34:17,550
Daarom zeg Ik u: Wees niet
bezorgd over uw leven,

579
00:34:17,550 --> 00:34:22,230
over wat u eten en wat u drinken
zult; ook niet over uw lichaam,

580
00:34:22,230 --> 00:34:24,750
namelijk waarmee u zich kleden zult.

581
00:34:24,750 --> 00:34:29,130
Is het leven niet meer dan het voedsel
en het lichaam meer dan de kleding?

582
00:34:29,130 --> 00:34:34,050
En Hij spreekt er vervolgens over dat je
moet kijken hoe God de bloemen bekleedt en

583
00:34:34,050 --> 00:34:36,870
hoe Hij de vogels voedt,
en dat soort dingen.

584
00:34:36,870 --> 00:34:40,950
En je bent voor God meer waard dan
zij, dus je hoeft niet bang te zijn

585
00:34:40,950 --> 00:34:43,470
dat Hij dat niet ook voor jou zal doen.

586
00:34:43,470 --> 00:34:47,430
Maar in 1 Petrus 5:7 zegt Petrus:

587
00:34:47,430 --> 00:34:51,390
Werp al uw zorgen op Hem,
want Hij zorgt voor u.

588
00:34:51,390 --> 00:34:56,070
Het woord voor ‘zorgen’ betekent
hier angsten of bezorgdheid.

589
00:34:56,070 --> 00:34:58,470
Maak je dus geen zorgen, zegt hij.

590
00:34:58,470 --> 00:35:01,530
Dat is natuurlijk wat Jezus
in de Bergrede onderwees.

591
00:35:01,530 --> 00:35:03,930
Je maakt je geen zorgen over dingen.

592
00:35:03,930 --> 00:35:06,090
Je werpt die zorgen op God.

593
00:35:06,090 --> 00:35:09,510
Hoe zou je dat doen? Hoe
werp je zorgen op God?

594
00:35:09,510 --> 00:35:15,270
Zoals ik het begrijp, lijkt het heel
sterk op wat Jezus in Mattheüs 6:33 zei:

595
00:35:15,270 --> 00:35:18,810
Maar zoek eerst het Koninkrijk
van God en Zijn gerechtigheid,

596
00:35:18,810 --> 00:35:22,170
en al deze dingen zullen
u erbij gegeven worden.

597
00:35:22,170 --> 00:35:25,890
Dat wil zeggen, alle dingen
waarover je je zorgen maakt.

598
00:35:25,890 --> 00:35:30,270
Hij zegt dat je eenvoudig het Koninkrijk
van God en Zijn gerechtigheid moet zoeken,

599
00:35:30,270 --> 00:35:32,670
terwijl Hij het over bezorgdheid heeft.

600
00:35:32,670 --> 00:35:36,690
Dan al die andere dingen — in plaats
van je daar zorgen over te maken,

601
00:35:36,690 --> 00:35:40,950
zoek je gewoon wat God wil en laat
je Hem voor die andere dingen zorgen.

602
00:35:40,950 --> 00:35:43,050
Dat is je zorgen op Hem werpen.

603
00:35:43,050 --> 00:35:45,930
Het is alsof je ze van je
schouders haalt en zegt:

604
00:35:45,930 --> 00:35:48,450
‘Ik ga gewoon doen wat God wil dat ik doe.

605
00:35:48,450 --> 00:35:51,270
En ik zal me geen zorgen
maken over de uitkomst.’

606
00:35:51,270 --> 00:35:54,090
Dat is mijn definitie
van leven door geloof:

607
00:35:54,090 --> 00:35:56,430
gewoon alles doen wat God wil dat je doet,

608
00:35:56,430 --> 00:35:59,550
en je geen zorgen maken
over hoe het zal aflopen.

609
00:35:59,550 --> 00:36:02,610
Laat God Zich zorgen maken
over hoe het zal aflopen.

610
00:36:02,610 --> 00:36:06,150
Je werpt je zorgen op Hem door
je kwetsbaar op te stellen door

611
00:36:06,150 --> 00:36:07,290
Hem te gehoorzamen.

612
00:36:07,290 --> 00:36:12,750
Als je je zorgen maakt over je financiën,
en je zit te tobben en loopt heen en weer

613
00:36:12,750 --> 00:36:16,890
en negeert wat God wil dat je doet,
dan is het net als bij Martha.

614
00:36:16,890 --> 00:36:21,570
Toen Maria aan Jezus’ voeten zat, was
Martha druk in de weer met een heleboel

615
00:36:21,570 --> 00:36:24,270
zorgen. En Jezus zei:

616
00:36:24,270 --> 00:36:28,950
Jezus antwoordde en zei
tegen haar: Martha, Martha,

617
00:36:28,950 --> 00:36:32,610
u bent bezorgd en maakt
u druk over veel dingen.

618
00:36:32,610 --> 00:36:34,770
Slechts één ding is nodig.

619
00:36:34,770 --> 00:36:39,750
Maria heeft het goede deel uitgekozen,
dat niet van haar zal worden afgenomen.

620
00:36:39,750 --> 00:36:43,050
Dat ene wat nodig is, is Gods wil zoeken,

621
00:36:43,050 --> 00:36:46,710
het Koninkrijk van God en
Zijn gerechtigheid zoeken,

622
00:36:46,710 --> 00:36:48,930
en dan zal Hij de rest doen.

623
00:36:48,930 --> 00:36:52,830
Zo werp je dus je zorgen
of je bezorgdheid op Hem.

624
00:36:52,830 --> 00:36:58,170
Natuurlijk bid je, zoals er in
Filippenzen hoofdstuk 4 staat. Er staat:

625
00:36:58,170 --> 00:37:02,610
Wees in geen ding bezorgd, maar
laat uw verlangens in alles,

626
00:37:02,610 --> 00:37:07,290
door bidden en smeken, met
dankzegging bekend worden bij God;

627
00:37:07,290 --> 00:37:09,930
Maar dat staat in de context van:

628
00:37:09,930 --> 00:37:11,910
Wees in geen ding bezorgd,

629
00:37:11,910 --> 00:37:17,490
Je bidt en je doet de wil van God
en laat God voor de rest zorgen.

630
00:37:17,490 --> 00:37:20,010
Daarna is het Zijn probleem.

631
00:37:20,010 --> 00:37:25,710
Dat zijn overeenkomsten tussen de inhoud
van 1 Petrus en enkele leringen van Jezus.

632
00:37:25,710 --> 00:37:29,250
Er zijn ook duidelijke overeenkomsten
tussen de brieven van Paulus en

633
00:37:29,250 --> 00:37:30,930
die van Petrus.

634
00:37:30,930 --> 00:37:33,150
Sommige daarvan heb ik al opgemerkt.

635
00:37:33,150 --> 00:37:37,590
De eerste die ik noemde, was de
overeenkomst met Romeinen 13,

636
00:37:37,590 --> 00:37:42,270
vers 1 tot en met 7, waar Paulus
over de gezagsdragers spreekt.

637
00:37:42,270 --> 00:37:45,630
De overheidsinstanties
zijn door God ingesteld,

638
00:37:45,630 --> 00:37:49,290
en christenen moeten zich in
wezen aan hen onderwerpen.

639
00:37:49,290 --> 00:37:54,690
Petrus zegt hetzelfde in 1 Petrus
2, vooral in vers 13 en 14.

640
00:37:54,690 --> 00:37:58,350
Hij gaat tot en met vers 17
enigszins in die lijn verder,

641
00:37:58,350 --> 00:38:01,830
maar het gaat vooral om vers 13 en 14.

642
00:38:01,830 --> 00:38:05,070
En dat zijn eigenlijk de twee
plaatsen waar het Nieuwe Testament

643
00:38:05,070 --> 00:38:09,090
tegen ons spreekt over onderwerping
aan overheidsinstanties als

644
00:38:09,090 --> 00:38:10,830
door God ingesteld.

645
00:38:10,830 --> 00:38:15,090
Op een paar andere plaatsen zijn er ook
enkele aanwijzingen in die richting.

646
00:38:15,090 --> 00:38:16,770
Jezus zei bijvoorbeeld:

647
00:38:16,770 --> 00:38:20,010
Zij zeiden tegen Hem: Van de keizer.

648
00:38:20,010 --> 00:38:24,330
Toen zei Hij tegen hen: Geef dan
aan de keizer wat van de keizer is,

649
00:38:24,330 --> 00:38:26,430
en aan God wat van God is.

650
00:38:26,430 --> 00:38:29,430
Je zou kunnen betogen dat
daarin een aanwijzing zit over

651
00:38:29,430 --> 00:38:34,410
onderwerping aan gezagsdragers, als je
aan de keizer moet geven wat hem toekomt.

652
00:38:34,410 --> 00:38:38,190
Ook schrijft Paulus in
Titus hoofdstuk 3, vers 1:

653
00:38:38,190 --> 00:38:43,170
Herinner hen eraan dat zij de overheden
en machten onderdanig behoren te zijn,

654
00:38:43,170 --> 00:38:47,910
dat zij hun gehoorzaam zijn en dat
zij tot elk goed werk bereid zijn,

655
00:38:47,910 --> 00:38:51,450
Dit zijn nog meer plaatsen waar
Jezus en Paulus spreken over

656
00:38:51,450 --> 00:38:54,210
onderwerping aan overheidsinstanties.

657
00:38:54,210 --> 00:38:57,690
Maar alleen in Romeinen
13 en in 1 Petrus 2

658
00:38:57,690 --> 00:39:01,710
wordt naar voren gebracht dat die
gezagsdragers door God zijn ingesteld

659
00:39:01,710 --> 00:39:06,690
om het recht te handhaven en misdadigers
te straffen en dat soort dingen.

660
00:39:06,690 --> 00:39:10,770
Dat is een gedachte die Paulus
in Romeinen 13 naar voren brengt.

661
00:39:10,770 --> 00:39:14,790
Petrus kan heel goed door Romeinen
13 beïnvloed zijn toen hij

662
00:39:14,790 --> 00:39:18,330
1 Petrus 2:13–14 schreef.

663
00:39:18,330 --> 00:39:21,150
Als we de openingsverzen
van 1 Petrus doornemen,

664
00:39:21,150 --> 00:39:24,150
zullen we een aantal thema’s
tegenkomen die Paulus ook aan het begin

665
00:39:24,150 --> 00:39:25,950
van Efeze benadrukt.

666
00:39:25,950 --> 00:39:28,830
Ik zal die op dit moment niet
allemaal naar voren halen,

667
00:39:28,830 --> 00:39:32,370
want dat bewaren we voor
onze studie vers voor vers.

668
00:39:32,370 --> 00:39:37,650
Maar er is in het bijzonder een
tekstgedeelte in 1 Petrus 2:18

669
00:39:37,650 --> 00:39:43,710
tot en met 1 Petrus 3:7 dat heel duidelijk
aansluit bij wat soms de huisregels wordt

670
00:39:43,710 --> 00:39:47,370
genoemd, die je in Efeze
en Kolossenzen vindt.

671
00:39:47,370 --> 00:39:51,030
Uitleggers zeggen soms dat deze
huisregels misschien een geheel van

672
00:39:51,030 --> 00:39:54,210
onderricht vormen dat aan
alle christenen werd gegeven,

673
00:39:54,210 --> 00:39:58,590
en dat Paulus het aanhaalt tegenover
de Efeziërs en de Kolossenzen.

674
00:39:58,590 --> 00:40:00,270
Petrus haalt het aan.

675
00:40:00,270 --> 00:40:04,110
Het zou dus iets zijn geweest dat
losstond van al deze brieven en dat

676
00:40:04,110 --> 00:40:05,850
ze allemaal opnamen.

677
00:40:05,850 --> 00:40:09,210
Het gaat over hoe mannen en
vrouwen met elkaar moeten omgaan,

678
00:40:09,210 --> 00:40:12,030
hoe kinderen en ouders
met elkaar moeten omgaan,

679
00:40:12,030 --> 00:40:16,290
en hoe dienaren en de meesters van
het huis met elkaar moeten omgaan.

680
00:40:16,290 --> 00:40:21,930
In 1 Petrus hoofdstuk 2, vers 18, begint
hij de dienaren aan te spreken over de

681
00:40:21,930 --> 00:40:26,430
noodzaak zich te onderwerpen, zelfs
aan meesters die hen mishandelen.

682
00:40:26,430 --> 00:40:30,570
Vervolgens spreekt hij in
hoofdstuk 3, vers 1 tot en met 6,

683
00:40:30,570 --> 00:40:34,290
tot de vrouwen over de noodzaak
zich aan hun mannen te onderwerpen.

684
00:40:34,290 --> 00:40:38,310
Daarna spreekt hij de mannen aan over
de noodzaak met begrip met hun vrouwen

685
00:40:38,310 --> 00:40:39,690
samen te leven.

686
00:40:39,690 --> 00:40:43,050
Deze instructies aan
dienaren, vrouwen en mannen

687
00:40:43,050 --> 00:40:47,130
komen overeen met gedeelten uit
zowel Efeze als Kolossenzen.

688
00:40:47,130 --> 00:40:53,130
In Efeze 5:21 begint Paulus de vrouwen
aan te spreken, en daarna de mannen,

689
00:40:53,130 --> 00:40:55,290
en geeft hij hun instructies.

690
00:40:55,290 --> 00:40:57,990
Als je dan bij hoofdstuk 6 van Efeze komt,

691
00:40:57,990 --> 00:41:01,290
gaan de openingsverzen over
kinderen en hun ouders:

692
00:41:01,290 --> 00:41:04,530
instructies aan kinderen over
onderwerping aan hun ouders,

693
00:41:04,530 --> 00:41:08,130
en aan vaders over hoe ze hun
kinderen moeten behandelen.

694
00:41:08,130 --> 00:41:12,990
Vervolgens staan er in Efeze
6:5 tot en met 9, geloof ik,

695
00:41:12,990 --> 00:41:16,110
instructies aan dienaren en hun meesters.

696
00:41:16,110 --> 00:41:20,250
Paulus geeft ons zes gedeelten:
instructies aan vrouwen,

697
00:41:20,250 --> 00:41:25,530
instructies aan mannen, instructies
aan kinderen, instructies aan ouders,

698
00:41:25,530 --> 00:41:29,730
instructies aan dienaren,
instructies aan meesters.

699
00:41:29,730 --> 00:41:32,730
Petrus neemt er daarvan
drie op in 1 Petrus,

700
00:41:32,730 --> 00:41:36,150
maar hij lijkt bij wijze van spreken
helemaal op één lijn te zitten met

701
00:41:36,150 --> 00:41:37,890
Paulus in Efeze.

702
00:41:37,890 --> 00:41:41,190
Overigens staan de huisregels
ook in Kolossenzen,

703
00:41:41,190 --> 00:41:46,110
in Kolossenzen 3:18 tot
en met Kolossenzen 4:1.

704
00:41:46,110 --> 00:41:50,250
We zien dus dat Petrus volgens
mij vrijwel zeker de schrijver is.

705
00:41:50,250 --> 00:41:52,530
Zelf twijfel ik daar helemaal niet aan.

706
00:41:52,530 --> 00:41:55,710
Zijn lezers vormen waarschijnlijk
een gemeente met verschillende

707
00:41:55,710 --> 00:42:01,050
etnische achtergronden, al spreekt hij
hen aan alsof zij het nieuwe Israël zijn.

708
00:42:01,050 --> 00:42:03,270
Mogelijk schrijft hij vanuit Rome.

709
00:42:03,270 --> 00:42:06,210
Dat is de sterkste traditionele opvatting.

710
00:42:06,210 --> 00:42:10,650
Hoewel zijn brief kort is, staan er heel
wat toespelingen in op dingen die Jezus in

711
00:42:10,650 --> 00:42:14,550
het algemeen onderwees, op
dingen die Paulus onderwees,

712
00:42:14,550 --> 00:42:18,810
en in het bijzonder op dingen die Jezus
tijdens Zijn leven tegen Petrus zei.

713
00:42:18,810 --> 00:42:23,490
Ook gebruikt hij woorden die overeenkomen
met bijzondere termen die Petrus gebruikte

714
00:42:23,490 --> 00:42:26,310
in zijn preken in het boek Handelingen.

715
00:42:26,310 --> 00:42:29,910
Dat zijn dingen om bij wijze
van inleiding op te merken.

716
00:42:29,910 --> 00:42:32,910
Laat ik je eerst een
overzicht van het boek geven.

717
00:42:32,910 --> 00:42:35,430
Het boek heeft drie hoofdgedeelten.

718
00:42:35,430 --> 00:42:41,970
In hoofdstuk 1, vanaf vers 1, en verder
in hoofdstuk 2 tot ongeveer vers 10,

719
00:42:41,970 --> 00:42:45,390
hebben we een theologisch gedeelte
dat overeenkomt met de eerste

720
00:42:45,390 --> 00:42:49,770
delen van de brieven van Paulus: de
theologie die aan het christelijke

721
00:42:49,770 --> 00:42:53,370
leven ten grondslag ligt,
theologische begrippen.

722
00:42:53,370 --> 00:42:56,490
De brieven van Paulus
beginnen hier meestal ook mee.

723
00:42:56,490 --> 00:43:02,010
Niet allemaal, maar veel
ervan wel: Kolossenzen, Efeze,

724
00:43:02,010 --> 00:43:05,430
Romeinen, Galaten grotendeels.

725
00:43:05,430 --> 00:43:08,730
Galaten heeft eerst een
autobiografisch gedeelte,

726
00:43:08,730 --> 00:43:11,550
en daarna komt het theologische gedeelte.

727
00:43:11,550 --> 00:43:15,930
Maar meestal geeft Paulus in zijn
brieven een theologisch gedeelte

728
00:43:15,930 --> 00:43:18,990
voordat hij aan zijn
praktische instructies begint.

729
00:43:18,990 --> 00:43:22,650
Ons christelijke gedrag, waarover
hij praktische raad geeft,

730
00:43:22,650 --> 00:43:27,510
is namelijk gebaseerd op onze christelijke
overtuigingen, onze theologie:

731
00:43:27,510 --> 00:43:31,290
wat we geloven over God, wat
we geloven over Christus,

732
00:43:31,290 --> 00:43:33,510
wat we geloven over onszelf.

733
00:43:33,510 --> 00:43:37,230
Dat zijn theologische kwesties
die Paulus naar voren brengt.

734
00:43:37,230 --> 00:43:39,750
Over het algemeen brengt
hij die naar voren

735
00:43:39,750 --> 00:43:42,150
voordat hij over
praktische dingen spreekt.

736
00:43:42,150 --> 00:43:43,890
Dat doet Petrus ook.

737
00:43:43,890 --> 00:43:47,730
Hoofdstuk 1:1 tot en met
hoofdstuk 2, vers 10,

738
00:43:47,730 --> 00:43:50,310
zou het eerste gedeelte van de brief zijn.

739
00:43:50,310 --> 00:43:53,190
Dat is het leerstellige
gedeelte van de brief.

740
00:43:53,190 --> 00:44:00,030
Daarna komt het praktische: hoofdstuk 2,
vers 11, tot en met hoofdstuk 4, vers 11.

741
00:44:00,030 --> 00:44:03,330
In wezen zijn dit de instructies
waar we het over hebben gehad,

742
00:44:03,330 --> 00:44:06,210
over hoe je je als christen moet gedragen.

743
00:44:06,210 --> 00:44:09,210
Daar horen de gegeven
huisregels bij, maar ook

744
00:44:09,210 --> 00:44:13,950
algemene informatie over hoe je je moet
gedragen, helemaal tot aan hoofdstuk

745
00:44:13,950 --> 00:44:15,750
4, vers 11.

746
00:44:15,750 --> 00:44:20,250
Hoofdstuk 4, vers 11,
eindigt met een lofprijzing.

747
00:44:20,250 --> 00:44:22,050
Er staat over Christus:

748
00:44:22,050 --> 00:44:27,630
Als iemand spreekt, dan als iemand die de
woorden van God spreekt; als iemand dient,

749
00:44:27,630 --> 00:44:30,990
dan als iemand die dient
uit kracht die God schenkt;

750
00:44:30,990 --> 00:44:34,830
zodat God in alles verheerlijkt
wordt door Jezus Christus.

751
00:44:34,830 --> 00:44:40,350
Hem komt de heerlijkheid en de kracht
toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.

752
00:44:40,350 --> 00:44:43,710
Veel geleerden vinden dat dit
klinkt als het einde van een brief.

753
00:44:43,710 --> 00:44:45,930
Het is zeker het einde van een gedeelte,

754
00:44:45,930 --> 00:44:49,110
en sommigen hebben gedacht dat dit
oorspronkelijk inderdaad het einde van

755
00:44:49,110 --> 00:44:50,430
de brief was.

756
00:44:50,430 --> 00:44:54,210
Dat Petrus een gedeelte over
theologie schreef en een gedeelte over

757
00:44:54,210 --> 00:44:58,050
praktisch gedrag, en zijn brief
met deze uitspraak afsloot,

758
00:44:58,050 --> 00:45:01,110
of van plan was zijn
brief ermee af te sluiten.

759
00:45:01,110 --> 00:45:06,150
In deze eerdere hoofdstukken lijkt hij aan
te geven dat er lijden over hen kan komen.

760
00:45:06,150 --> 00:45:11,130
Maar in hoofdstuk 4, vers 12, begint hij
te spreken alsof het lijden voor de deur

761
00:45:11,130 --> 00:45:16,410
staat of misschien al gekomen is, en
schrijft hij hun uitsluitend over lijden.

762
00:45:16,410 --> 00:45:21,210
Het grootste deel van de rest van 1
Petrus, vanaf hoofdstuk 4, vers 12,

763
00:45:21,210 --> 00:45:24,690
tot aan het einde, staat
in de context van lijden:

764
00:45:24,690 --> 00:45:27,810
hoe de gemeente zich tijdens
het lijden moet gedragen.

765
00:45:27,810 --> 00:45:30,030
Het zijn vooral praktische aansporingen.

766
00:45:30,030 --> 00:45:33,870
Natuurlijk zijn er ook enkele
theologische gedachten doorheen verweven,

767
00:45:33,870 --> 00:45:37,350
zoals bij prediking en
onderwijs onvermijdelijk is.

768
00:45:37,350 --> 00:45:41,790
Maar we zouden kunnen zeggen dat het
laatste gedeelte, het derde gedeelte,

769
00:45:41,790 --> 00:45:43,950
gaat over gedrag tijdens het lijden.

770
00:45:43,950 --> 00:45:48,270
Het lijden komt eerder in de brief
al ter sprake, zelfs in hoofdstuk 1,

771
00:45:48,270 --> 00:45:50,490
maar het wordt het centrale onderwerp.

772
00:45:50,490 --> 00:45:53,610
Van hoofdstuk 4, vers 12 tot het einde

773
00:45:53,610 --> 00:45:56,490
wordt het de situatie waarin
de lezer zich bevindt.

774
00:45:56,490 --> 00:45:59,190
Het lijkt erop dat het lijden is gekomen.

775
00:45:59,190 --> 00:46:02,430
Er is geen reden om aan te nemen
dat Petrus niet alles in één keer

776
00:46:02,430 --> 00:46:03,810
geschreven kan hebben.

777
00:46:03,810 --> 00:46:06,210
Hij kan het gewoon zo hebben ingedeeld.

778
00:46:06,210 --> 00:46:09,990
Maar in het eerste deel wordt over
lijden min of meer als iets enigszins

779
00:46:09,990 --> 00:46:13,590
abstracts gesproken,
terwijl het hun nu overkomt.

780
00:46:13,590 --> 00:46:18,630
Daarom denken sommigen dat Petrus, voordat
hij eraan toekwam de brief te versturen,

781
00:46:18,630 --> 00:46:22,650
die hij vóór hoofdstuk 4,
vers 12 had willen afsluiten,

782
00:46:22,650 --> 00:46:26,910
nieuws kreeg over verdere ontwikkelingen
waardoor het lijden toenam.

783
00:46:26,910 --> 00:46:31,170
Vervolgens schreef hij dit laatste
gedeelte met wat meer aandrang,

784
00:46:31,170 --> 00:46:33,810
met wat meer nadruk op de noodzaak om als

785
00:46:33,810 --> 00:46:37,110
christenen het lijden op een
bepaalde manier te verdragen.

786
00:46:37,110 --> 00:46:39,090
We kunnen het niet zeker weten.

787
00:46:39,090 --> 00:46:43,170
Als je eenmaal een commentator of
geleerde hebt gelezen die zoiets denkt,

788
00:46:43,170 --> 00:46:47,670
is het ontzettend moeilijk om het te lezen
zonder dat in je achterhoofd te hebben.

789
00:46:47,670 --> 00:46:52,230
En dan zeg je: ‘Nou ja, daar lijkt
het inderdaad wel een beetje op.’

790
00:46:52,230 --> 00:46:55,590
Maar eigenlijk was het gewoon
een idee van een commentator.

791
00:46:55,590 --> 00:46:59,610
Er is geen werkelijk bewijs dat dit de
aanleiding was voor het schrijven van

792
00:46:59,610 --> 00:47:01,230
dit laatste gedeelte.

793
00:47:01,230 --> 00:47:06,450
Maar één ding kan wel worden gezegd:
het thema van 1 Petrus is lijden.

794
00:47:06,450 --> 00:47:09,810
Dat geldt vooral vanaf
hoofdstuk 4, vers 12,

795
00:47:09,810 --> 00:47:12,390
maar ook in het eerdere
gedeelte ontbreekt het niet.

796
00:47:12,390 --> 00:47:16,230
Laten we nu kijken naar de
openingsverzen van 1 Petrus:

797
00:47:16,230 --> 00:47:21,510
Petrus, een apostel van Jezus Christus,
aan de vreemdelingen in de verstrooiing in

798
00:47:21,510 --> 00:47:27,090
Pontus, Galatië, Kappadocië,
Asia en Bithynië,

799
00:47:27,090 --> 00:47:30,750
uitverkoren overeenkomstig de
voorkennis van God de Vader,

800
00:47:30,750 --> 00:47:32,610
door de heiliging van de Geest,

801
00:47:32,610 --> 00:47:38,010
tot gehoorzaamheid en besprenkeling
met het bloed van Jezus Christus:

802
00:47:38,010 --> 00:47:41,670
moge genade en vrede voor
u vermeerderd worden.

803
00:47:41,670 --> 00:47:46,230
Dit is natuurlijk in sommige opzichten
een heel gebruikelijk begin van een brief.

804
00:47:46,230 --> 00:47:49,350
De meeste brieven beginnen
in grote lijnen zo.

805
00:47:49,350 --> 00:47:51,210
De schrijver noemt zijn naam.

806
00:47:51,210 --> 00:47:54,870
Hij noemt zichzelf een
apostel van Jezus Christus.

807
00:47:54,870 --> 00:47:58,710
Hij spreekt zijn lezers aan
of geeft aan wie ze zijn,

808
00:47:58,710 --> 00:48:01,590
meestal door geografische aanduidingen.

809
00:48:01,590 --> 00:48:05,970
Vervolgens zegt hij aan het einde,
zoals hij aan het einde van vers 2 doet:

810
00:48:05,970 --> 00:48:09,510
Ik wens jullie steeds
meer genade en vrede toe.

811
00:48:09,510 --> 00:48:11,250
Paulus zei meestal alleen:

812
00:48:11,250 --> 00:48:17,370
‘Ik wens jullie genade en vrede toe’,
en ‘van Jezus Christus’, enzovoort.

813
00:48:17,370 --> 00:48:18,630
Petrus zegt:

814
00:48:18,630 --> 00:48:20,790
Laat het steeds meer worden.

815
00:48:20,790 --> 00:48:24,390
Genade en vrede zijn niet alleen beleefde
woorden die aan het begin van een

816
00:48:24,390 --> 00:48:26,130
brief worden aangeboden.

817
00:48:26,130 --> 00:48:29,790
Hij wil iets wezenlijks in hun
leven vermenigvuldigd zien worden,

818
00:48:29,790 --> 00:48:31,770
iets zien toenemen.

819
00:48:31,770 --> 00:48:37,170
Vrede, daar kun je altijd meer van
gebruiken, vooral als je wordt vervolgd.

820
00:48:37,170 --> 00:48:43,050
En genade, daar kun je ook altijd meer van
gebruiken, vooral als je wordt vervolgd.

821
00:48:43,050 --> 00:48:48,450
Er zijn plaatsen in 1 Petrus waar hij over
genade spreekt als iets wat je in staat

822
00:48:48,450 --> 00:48:49,830
stelt om te volharden.

823
00:48:49,830 --> 00:48:53,610
Zo sprak Paulus er op sommige
plaatsen beslist ook over,

824
00:48:53,610 --> 00:48:57,750
bijvoorbeeld toen hij in
2 Korinthe hoofdstuk 12

825
00:48:57,750 --> 00:49:00,090
over zijn doorn in het vlees sprak.

826
00:49:00,090 --> 00:49:05,010
Hij zei dat die hem zoveel last
bezorgde dat hij drie keer bad of God

827
00:49:05,010 --> 00:49:08,250
die wilde wegnemen. En Christus zei:

828
00:49:08,250 --> 00:49:12,390
Maar Hij heeft tegen mij gezegd:
Mijn genade is voor u genoeg,

829
00:49:12,390 --> 00:49:15,570
want Mijn kracht wordt
in zwakheid volbracht.

830
00:49:15,570 --> 00:49:18,810
Daarom zal ik veel liever
roemen in mijn zwakheden,

831
00:49:18,810 --> 00:49:22,350
opdat de kracht van
Christus in mij komt wonen.

832
00:49:22,350 --> 00:49:26,610
Dus in plaats van de moeilijkheden
weg te nemen, zegt Christus:

833
00:49:26,610 --> 00:49:30,510
Ik zal je genoeg genade
geven om het vol te houden.

834
00:49:30,510 --> 00:49:33,750
In Petrus zullen we zien
dat genade een thema is

835
00:49:33,750 --> 00:49:36,630
dat door het hele boek heen verweven is.

836
00:49:36,630 --> 00:49:40,590
Vaak klinkt het in de context
alsof hij ernaar verwijst als iets

837
00:49:40,590 --> 00:49:45,690
wat je in staat stelt om lijden op een
bepaalde genadige manier te verdragen.

838
00:49:45,690 --> 00:49:48,330
Maar daar zullen we ons
later mee bezighouden,

839
00:49:48,330 --> 00:49:52,530
wanneer we bij enkele van de latere
plaatsen komen waar het voorkomt.

840
00:49:52,530 --> 00:49:56,130
Het grootste deel van het gedeelte
dat we zojuist hebben gelezen,

841
00:49:56,130 --> 00:49:57,870
begint natuurlijk bij:

842
00:49:57,870 --> 00:50:02,070
Petrus, een apostel van Jezus
Christus, aan de vreemdelingen

843
00:50:02,070 --> 00:50:08,250
in de verstrooiing in Pontus,
Galatië, Kappadocië, Asia en Bithynië,

844
00:50:08,250 --> 00:50:10,590
en loopt door totdat je komt bij:

845
00:50:10,590 --> 00:50:12,570
Ik wens je genade toe.

846
00:50:12,570 --> 00:50:17,130
Dat gedeelte zit vol theologische
zaken die we nader kunnen uitwerken.

847
00:50:17,130 --> 00:50:21,870
De zaken die erin staan, zijn zaken
waar Paulus uitvoerig over schrijft,

848
00:50:21,870 --> 00:50:24,810
vooral in Efeze, maar ook elders.

849
00:50:24,810 --> 00:50:28,290
Om te beginnen, zoals ik
al zei, de uitdrukking:

850
00:50:28,290 --> 00:50:32,250
aan de mensen die verspreid over
andere landen als vreemdelingen leven.

851
00:50:32,250 --> 00:50:35,070
Verstrooiing betekent diaspora.

852
00:50:35,070 --> 00:50:39,630
Het idee dat heidenen die christen zijn
als een diaspora beschouwd zouden kunnen

853
00:50:39,630 --> 00:50:43,710
worden, en dat je die term niet alleen
ziet als een verwijzing naar de Joden die

854
00:50:43,710 --> 00:50:48,150
verstrooid zijn, komt misschien
voort uit een uitspraak van Johannes.

855
00:50:48,150 --> 00:50:51,150
In Johannes 7:35 staat:

856
00:50:51,150 --> 00:50:55,170
De Joden dan zeiden tegen elkaar:
Waar zal Hij naartoe gaan,

857
00:50:55,170 --> 00:50:57,270
dat wij Hem niet zullen vinden?

858
00:50:57,270 --> 00:51:00,150
Hij zal toch niet naar de Grieken
in de verstrooiing gaan en

859
00:51:00,150 --> 00:51:02,010
de Grieken onderwijzen?

860
00:51:02,010 --> 00:51:04,650
De Engelse vertaling
die de spreker gebruikt,

861
00:51:04,650 --> 00:51:08,130
spreekt van ‘de diaspora
onder de Grieken’.

862
00:51:08,130 --> 00:51:12,210
Met de diaspora bedoelen deze Joden
waarschijnlijk de Joden die onder de

863
00:51:12,210 --> 00:51:15,270
Grieken verstrooid zijn. Maar ze zeggen:

864
00:51:15,270 --> 00:51:18,630
Gaat Hij naar de Joden die verspreid
in het buitenland wonen om de Grieken

865
00:51:18,630 --> 00:51:19,890
les te geven?

866
00:51:19,890 --> 00:51:23,610
Alsof Hij mensen gaat onderwijzen
die niet eens Joden zijn,

867
00:51:23,610 --> 00:51:25,590
die mensen onder de Grieken.

868
00:51:25,590 --> 00:51:30,210
In hoofdstuk 11 maakt Johannes een
opmerking die volgens mij heel relevant is

869
00:51:30,210 --> 00:51:34,110
voor het gebruik van de term
diaspora voor christenen die niet

870
00:51:34,110 --> 00:51:35,970
noodzakelijk Joden zijn.

871
00:51:35,970 --> 00:51:41,010
In hoofdstuk 11 van Johannes is de
hogepriester Kajafas aan het woord.

872
00:51:41,010 --> 00:51:42,810
In vers 49:

873
00:51:42,810 --> 00:51:47,310
Maar een van hen, Kajafas, die
de hogepriester van dat jaar was,

874
00:51:47,310 --> 00:51:52,410
zei tegen hen: U weet niets, en u
overweegt niet dat het nuttig voor ons is

875
00:51:52,410 --> 00:51:57,210
dat één Mens sterft voor het volk,
en niet heel het volk verloren gaat.

876
00:51:57,210 --> 00:52:01,590
Dan merkt Johannes in
de verzen 51 en 52 op:

877
00:52:01,590 --> 00:52:03,930
Dit zei hij echter niet uit zichzelf,

878
00:52:03,930 --> 00:52:07,950
maar als hogepriester van dat
jaar profeteerde hij dat Jezus

879
00:52:07,950 --> 00:52:11,190
sterven zou voor het volk,
en niet alleen voor het volk,

880
00:52:11,190 --> 00:52:16,110
maar ook om de kinderen van God,
overal verspreid, bijeen te brengen.

881
00:52:16,110 --> 00:52:17,310
Dat is Israël.

882
00:52:17,310 --> 00:52:19,230
Dat volk was Israël.

883
00:52:19,230 --> 00:52:22,050
De kinderen van God die
overal verspreid zijn,

884
00:52:22,050 --> 00:52:25,590
zouden dus niet alleen dat volk
zijn, maar ook die anderen,

885
00:52:25,590 --> 00:52:27,750
waarmee de heidenen bedoeld worden.

886
00:52:27,750 --> 00:52:29,610
Bedenk dat Jezus zei:

887
00:52:29,610 --> 00:52:33,690
Ik heb nog andere schapen, die
niet van deze schaapskooi zijn;

888
00:52:33,690 --> 00:52:38,370
ook die moet Ik binnenbrengen, en zij
zullen Mijn stem horen en het zal worden

889
00:52:38,370 --> 00:52:40,590
één kudde en één Herder.

890
00:52:40,590 --> 00:52:42,930
Dat zei Hij in hoofdstuk 10.

891
00:52:42,930 --> 00:52:47,370
Maar hier ziet Johannes de kinderen
van God die overal verspreid zijn.

892
00:52:47,370 --> 00:52:51,210
In het Joodse denken zouden dat
de Joden in de diaspora zijn.

893
00:52:51,210 --> 00:52:54,270
Johannes gebruikt het als een
tegenstelling tot de Joden,

894
00:52:54,270 --> 00:52:56,550
als een tegenstelling tot dat volk.

895
00:52:56,550 --> 00:53:00,150
Niet alleen dat volk, maar
ook de kinderen van God die,

896
00:53:00,150 --> 00:53:03,930
zoals hier wordt geïmpliceerd,
uit de heidenen komen en daar

897
00:53:03,930 --> 00:53:06,510
verspreid zijn om
bijeengebracht te worden.

898
00:53:06,510 --> 00:53:11,250
De Joden verwachtten dat de Messias zou
komen en Israël uit de diaspora weer

899
00:53:11,250 --> 00:53:12,570
bijeen zou brengen.

900
00:53:12,570 --> 00:53:17,670
De Joden in de tijd van Jezus, en trouwens
ook veel Joden in onze eigen tijd,

901
00:53:17,670 --> 00:53:21,510
geloven niet dat de Babylonische
ballingschap ooit is geëindigd.

902
00:53:21,510 --> 00:53:26,310
Dat klinkt ons vreemd in de oren, want
die duurde ongeveer zeventig jaar.

903
00:53:26,310 --> 00:53:30,630
Daarna kwam Kores op, zoals Jesaja
had gezegd dat hij zou doen.

904
00:53:30,630 --> 00:53:32,910
Die Pers veroverde Babylon.

905
00:53:32,910 --> 00:53:36,030
Hij liet de Joden vrij om
naar huis terug te gaan.

906
00:53:36,030 --> 00:53:39,750
Maar aanvankelijk gingen er maar
ongeveer vijftigduizend terug,

907
00:53:39,750 --> 00:53:42,450
en later druppelden er
nog wat meer binnen.

908
00:53:42,450 --> 00:53:45,210
De meeste Joden bleven in de diaspora.

909
00:53:45,210 --> 00:53:47,610
De meesten gingen nooit terug naar Israël.

910
00:53:47,610 --> 00:53:51,930
De rabbijnen in de tijd van Jezus
leerden dat de Messias, wanneer Hij komt,

911
00:53:51,930 --> 00:53:54,330
de diaspora zal terugbrengen.

912
00:53:54,330 --> 00:53:57,750
Sterker nog, hedendaagse
rabbijnen zeggen dit soms.

913
00:53:57,750 --> 00:54:03,210
Als je zegt: ‘Waarom geloof je niet dat
Jezus de Messias is?’, zeggen ze: ‘Nou,

914
00:54:03,210 --> 00:54:05,550
Hij heeft de diaspora niet teruggebracht.

915
00:54:05,550 --> 00:54:08,430
Hij heeft de Joden niet
naar Israël teruggebracht.’

916
00:54:08,430 --> 00:54:11,610
Dat wil zeggen dat in het
Joodse denken de diaspora,

917
00:54:11,610 --> 00:54:14,250
die ontstond toen de
Joden naar Babylon gingen,

918
00:54:14,250 --> 00:54:17,970
maar in heel geringe mate
ooit ongedaan is gemaakt.

919
00:54:17,970 --> 00:54:21,390
Zeker, Zerubbabel bouwde een tempel.

920
00:54:21,390 --> 00:54:24,390
Zeker, een paar duizend
mensen gingen terug.

921
00:54:24,390 --> 00:54:28,170
Maar de meeste Joden bevinden
zich nog steeds buiten Israël.

922
00:54:28,170 --> 00:54:31,890
Er zijn meer Joden buiten
Israël dan binnen Israël.

923
00:54:31,890 --> 00:54:35,730
Dat is zo geweest sinds het begin
van de Babylonische ballingschap.

924
00:54:35,730 --> 00:54:39,810
Dus volgens veel Joodse opvattingen
zal de Messias de verspreid

925
00:54:39,810 --> 00:54:41,670
wonende Joden terugbrengen.

926
00:54:41,670 --> 00:54:46,650
Hij zal de kinderen van God die over de
hele wereld verspreid zijn, de Joden,

927
00:54:46,650 --> 00:54:48,810
weer bijeenbrengen in Israël.

928
00:54:48,810 --> 00:54:52,710
Toen Johannes zei dat Jezus de
kinderen van God zou bijeenbrengen,

929
00:54:52,710 --> 00:54:56,850
maakte hij eigenlijk duidelijk dat
hij het niet alleen over Israël heeft.

930
00:54:56,850 --> 00:54:59,370
Johannes lijkt dus naar
de gemeente te verwijzen

931
00:54:59,370 --> 00:55:03,270
als de diaspora die de Messias
bij Zich zal verzamelen.

932
00:55:03,270 --> 00:55:05,370
De Joden begrijpen het niet op die manier,

933
00:55:05,370 --> 00:55:09,330
omdat zij Israël als
uitsluitend Joods beschouwen.

934
00:55:09,330 --> 00:55:13,710
De christenen, de apostelen,
gingen begrijpen, vooral Petrus,

935
00:55:13,710 --> 00:55:16,530
dat God geen aanzien des persoons kent.

936
00:55:16,530 --> 00:55:21,330
Petrus, met dat laken met de
dieren enzovoort, en Jezus Die zei:

937
00:55:21,330 --> 00:55:26,070
En er kwam een stem tot hem:
Sta op, Petrus, slacht en eet!

938
00:55:26,070 --> 00:55:30,810
Petrus ontving de openbaring dat God
de heidenen niet meer onrein noemt.

939
00:55:30,810 --> 00:55:34,050
Hij sluit hen niet
buiten. Toen Petrus zei:

940
00:55:34,050 --> 00:55:39,150
Maar Petrus zei: Beslist niet, Heere, want
ik heb nooit iets gegeten wat onheilig

941
00:55:39,150 --> 00:55:40,950
of onrein is.

942
00:55:40,950 --> 00:55:42,210
zei Jezus:

943
00:55:42,210 --> 00:55:48,030
En er kwam opnieuw, voor de tweede keer,
een stem tot hem: Wat God gereinigd heeft,

944
00:55:48,030 --> 00:55:50,490
mag u niet voor onheilig houden!

945
00:55:50,490 --> 00:55:54,750
Toen Petrus meteen daarna naar het
huis van Cornelius ging, zei hij:

946
00:55:54,750 --> 00:55:59,250
En hij zei tegen hen: U weet dat het
een Joodse man niet toegestaan is

947
00:55:59,250 --> 00:56:03,750
om met iemand van een ander volk om
te gaan of bij hem binnen te gaan;

948
00:56:03,750 --> 00:56:09,330
maar God heeft mij laten zien dat ik
geen mens onheilig of onrein mag noemen.

949
00:56:09,330 --> 00:56:13,890
Jullie heidenen. Ik beschouwde
jullie als iets anders dan Israël.

950
00:56:13,890 --> 00:56:16,770
Maar God kent geen aanzien des persoons.

951
00:56:16,770 --> 00:56:21,690
En Petrus opende zijn mond en
zei: Ik zie nu in waarheid in

952
00:56:21,690 --> 00:56:24,750
dat God niet iemand om
de persoon aanneemt;

953
00:56:24,750 --> 00:56:28,230
maar in ieder volk is degene
die Hem vreest en gerechtigheid

954
00:56:28,230 --> 00:56:30,450
doet, Hem welgevallig.

955
00:56:30,450 --> 00:56:31,830
zei Petrus.

956
00:56:31,830 --> 00:56:37,350
Dus de Joodse denkwijze dat de diaspora
bestaat uit de Joden buiten Israël,

957
00:56:37,350 --> 00:56:39,510
wordt volgens mij in het Nieuwe Testament

958
00:56:39,510 --> 00:56:43,650
vervangen door de gedachte dat de
christenen de diaspora in de wereld zijn,

959
00:56:43,650 --> 00:56:46,530
die bij Christus
bijeengebracht moeten worden.

960
00:56:46,530 --> 00:56:51,330
Niet geografisch bijeengebracht, maar
bijeengebracht bij de Messias als

961
00:56:51,330 --> 00:56:52,350
aanbidders van Hem.

962
00:56:52,350 --> 00:56:54,570
Nu zegt hij in vers 2:

963
00:56:54,570 --> 00:56:59,970
Petrus, een apostel van Jezus Christus,
aan de vreemdelingen in de verstrooiing in

964
00:56:59,970 --> 00:57:05,370
Pontus, Galatië, Kappadocië,
Asia en Bithynië,

965
00:57:05,370 --> 00:57:09,270
uitverkoren overeenkomstig de
voorkennis van God de Vader,

966
00:57:09,270 --> 00:57:11,190
door de heiliging van de Geest,

967
00:57:11,190 --> 00:57:16,110
tot gehoorzaamheid en besprenkeling
met het bloed van Jezus Christus:

968
00:57:16,110 --> 00:57:19,950
moge genade en vrede voor
u vermeerderd worden.

969
00:57:19,950 --> 00:57:23,070
Paulus zei in Romeinen 8:29:

970
00:57:23,070 --> 00:57:25,530
Want hen die Hij van tevoren gekend heeft,

971
00:57:25,530 --> 00:57:29,490
heeft Hij er ook van tevoren toe
bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon

972
00:57:29,490 --> 00:57:33,330
gelijkvormig te zijn, opdat
Hij de Eerstgeborene zou zijn

973
00:57:33,330 --> 00:57:35,070
onder vele broeders.

974
00:57:35,070 --> 00:57:41,310
Dus deze voorkennis die verband houdt met
Gods keuze, wordt door Petrus bevestigd.

975
00:57:41,310 --> 00:57:45,210
Hij zegt niet precies op welke manier
Gods voorkennis invloed heeft op de

976
00:57:45,210 --> 00:57:47,910
uitverkiezing. Hij zegt alleen:

977
00:57:47,910 --> 00:57:51,990
wij zijn uitgekozen op basis
van wat God van tevoren wist.

978
00:57:51,990 --> 00:57:53,490
Wat betekent dat?

979
00:57:53,490 --> 00:57:58,230
Calvinisten zouden zeggen dat het
gewoon betekent dat God van tevoren wist

980
00:57:58,230 --> 00:58:02,370
en van tevoren bepaalde dat
sommigen uitverkoren zouden zijn,

981
00:58:02,370 --> 00:58:04,170
en dat wij dat zijn.

982
00:58:04,170 --> 00:58:08,730
Wij zijn de uitverkorenen volgens
Gods vooraf vastgestelde plan.

983
00:58:08,730 --> 00:58:12,210
Arminianen zullen vaak zeggen
dat voorkennis niet betekent dat

984
00:58:12,210 --> 00:58:13,770
God iets bepaalt.

985
00:58:13,770 --> 00:58:17,490
Het betekent gewoon dat
God iets van tevoren weet.

986
00:58:17,490 --> 00:58:22,410
Als dat zo is, zegt hij alleen dat
God wist wie Christus zouden aannemen,

987
00:58:22,410 --> 00:58:27,930
en dat Hij hen daarom koos of uitverkoos
op grond van wat Hij van tevoren wist.

988
00:58:27,930 --> 00:58:32,250
Dit vers is in dat opzicht eigenlijk een
heel belangrijk vers voor arminianen.

989
00:58:32,250 --> 00:58:35,970
Dat geldt eerlijk gezegd
ook voor Romeinen 8:29:

990
00:58:35,970 --> 00:58:39,990
de mensen die Hij van tevoren
kende, heeft Hij ook voorbestemd

991
00:58:39,990 --> 00:58:41,550
om op Zijn Zoon te lijken.

992
00:58:41,550 --> 00:58:46,230
De arminiaan zegt dat God gewoon
wist wie christen zou worden.

993
00:58:46,230 --> 00:58:52,110
God wist wie behouden zou worden,
wie zou geloven en wie zou volharden.

994
00:58:52,110 --> 00:58:56,490
Omdat Hij wist wie dat zouden doen,
koos Hij hen om behouden te worden,

995
00:58:56,490 --> 00:59:02,190
nog voordat ze geboren waren, eenvoudig
doordat Hij dat van tevoren over hen wist.

996
00:59:02,190 --> 00:59:05,070
De calvinisten zouden zeggen: ‘Nee,

997
00:59:05,070 --> 00:59:09,990
voorkennis betekent eigenlijk eerder dat
God niet alleen weet, maar ook liefheeft.’

998
00:59:09,990 --> 00:59:13,950
Hen van tevoren liefhebben, hen
kiezen in de eenzijdige betekenis

999
00:59:13,950 --> 00:59:16,590
van onvoorwaardelijke uitverkiezing.

1000
00:59:16,590 --> 00:59:20,730
Natuurlijk is de derde opvatting, en
de opvatting waar ik zelf naar neig,

1001
00:59:20,730 --> 00:59:23,190
dat uitverkiezing altijd verwijst naar de

1002
00:59:23,190 --> 00:59:26,550
collectieve uitverkiezing
van het lichaam van Christus.

1003
00:59:26,550 --> 00:59:30,990
God wist voordat de wereld begon dat
er een lichaam van Christus zou zijn.

1004
00:59:30,990 --> 00:59:32,670
Wij zijn die mensen.

1005
00:59:32,670 --> 00:59:35,070
Wij zijn het lichaam van Christus.

1006
00:59:35,070 --> 00:59:38,010
Wij zijn gezamenlijk de uitverkorenen.

1007
00:59:38,010 --> 00:59:42,150
God wist hiervan voordat Jezus
zelfs maar naar de aarde kwam.

1008
00:59:42,150 --> 00:59:45,390
Hij wist dat Hij een lichaam
van Christus zou hebben.

1009
00:59:45,390 --> 00:59:47,910
Hij wist dat wij er zouden zijn.

1010
00:59:47,910 --> 00:59:51,870
Dat betekent niet dat Hij wist
wie er deel van zouden uitmaken,

1011
00:59:51,870 --> 00:59:54,090
al zou Hij dat geweten kunnen hebben.

1012
00:59:54,090 --> 00:59:56,370
Ik zeg niet dat Hij dat niet wist,

1013
00:59:56,370 --> 00:59:59,370
maar dat is niet noodzakelijk
wat hier wordt gezegd.

1014
00:59:59,370 --> 01:00:03,210
We hoeven in elk geval niet aan te
nemen dat dit hier wordt gezegd.

1015
01:00:03,210 --> 01:00:08,550
Het gaat er niet zozeer om dat God
vóór onze geboorte wist dat jij en ik

1016
01:00:08,550 --> 01:00:11,790
en ieder afzonderlijk er
deel van zouden uitmaken.

1017
01:00:11,790 --> 01:00:15,870
Zelfs als dat waar is, is dat niet
noodzakelijk wat Petrus bedoelt.

1018
01:00:15,870 --> 01:00:19,650
Maar wel dat God wist dat
er een gemeente zou zijn.

1019
01:00:19,650 --> 01:00:24,030
God wist dat er mensen zouden
zijn die Christus zouden volgen.

1020
01:00:24,030 --> 01:00:27,990
Of Hij wist wie dat zouden zijn,
is een afzonderlijke vraag,

1021
01:00:27,990 --> 01:00:32,310
maar Hij wist van tevoren dat er
een uitverkoren groep zou zijn.

1022
01:00:32,310 --> 01:00:36,390
En wij maken deel uit van die
groep. Wij zijn christenen.

1023
01:00:36,390 --> 01:00:41,190
Wij zijn uitverkoren in Christus
overeenkomstig Gods voorkennis.

1024
01:00:41,190 --> 01:00:43,710
Hij wist dat het zo zou zijn.

1025
01:00:43,710 --> 01:00:45,150
Maar hij zegt:

1026
01:00:45,150 --> 01:00:48,030
Wat God de Vader van tevoren wist.

1027
01:00:48,030 --> 01:00:51,390
De reden waarom hij hier
specifiek de Vader noemt,

1028
01:00:51,390 --> 01:00:55,290
is volgens mij dat hij een
onderscheid maakt tussen de Vader,

1029
01:00:55,290 --> 01:00:57,390
de Geest en de Zoon.

1030
01:00:57,390 --> 01:01:01,470
Hier wordt de hele Drie-eenheid
in dit vers genoemd.

1031
01:01:01,470 --> 01:01:05,730
Petrus, een apostel van Jezus
Christus, aan de vreemdelingen

1032
01:01:05,730 --> 01:01:12,750
in de verstrooiing in Pontus,
Galatië, Kappadocië, Asia en Bithynië,

1033
01:01:12,750 --> 01:01:16,530
uitverkoren overeenkomstig de
voorkennis van God de Vader,

1034
01:01:16,530 --> 01:01:18,330
door de heiliging van de Geest,

1035
01:01:18,330 --> 01:01:23,010
tot gehoorzaamheid en besprenkeling
met het bloed van Jezus Christus:

1036
01:01:23,010 --> 01:01:26,730
moge genade en vrede voor
u vermeerderd worden.

1037
01:01:26,730 --> 01:01:29,430
Dus we hebben daar alle drie de Personen.

1038
01:01:29,430 --> 01:01:33,390
Heiliging door de Geest betekent
apart gezet worden door de Geest.

1039
01:01:33,390 --> 01:01:35,850
In welke zin dit precies bedoeld is,

1040
01:01:35,850 --> 01:01:38,550
weten we natuurlijk misschien
niet helemaal zeker.

1041
01:01:38,550 --> 01:01:40,590
Wij worden heilig gemaakt.

1042
01:01:40,590 --> 01:01:44,790
Heiliging betekent heilig gemaakt worden
door het werk van de Heilige Geest

1043
01:01:44,790 --> 01:01:46,110
in ons leven.

1044
01:01:46,110 --> 01:01:51,270
Dus de Heilige Geest heiligt ons
en maakt ons tot heilige mensen.

1045
01:01:51,270 --> 01:01:53,670
Maar het is ook juist
het bezit van de Geest

1046
01:01:53,670 --> 01:01:57,210
dat ons apart zet van anderen
die de Geest niet hebben.

1047
01:01:57,210 --> 01:02:01,830
Heiliging kan eenvoudig verwijzen naar het
feit dat God ons een afzonderlijke positie

1048
01:02:01,830 --> 01:02:05,790
heeft gegeven, als een bijzondere
groep die Hem toebehoort.

1049
01:02:05,790 --> 01:02:10,230
Dat Hij ons de Geest geeft, is wat ons
apart zet van degenen die Hij niet heeft

1050
01:02:10,230 --> 01:02:15,030
uitgekozen, want aan anderen
heeft Hij Zijn Geest niet gegeven.

1051
01:02:15,030 --> 01:02:20,250
De gemeente, het uitverkoren lichaam
van Christus, bezit de Geest.

1052
01:02:20,250 --> 01:02:24,330
En dat zet de gemeente apart van
alle anderen in de wereld die de

1053
01:02:24,330 --> 01:02:26,130
Geest niet bezitten.

1054
01:02:26,130 --> 01:02:30,090
Daarom zijn wij overeenkomstig
Gods voorkennis uitgekozen,

1055
01:02:30,090 --> 01:02:35,370
in dat apart zetten door de Geest, voor
twee dingen die met Jezus te maken hebben.

1056
01:02:35,370 --> 01:02:37,530
Het ene is gehoorzaamheid.

1057
01:02:37,530 --> 01:02:40,590
Het andere is de besprenkeling met bloed.

1058
01:02:40,590 --> 01:02:43,890
De besprenkeling met het
bloed van Jezus is iets wat

1059
01:02:43,890 --> 01:02:47,430
later in dit hoofdstuk
opnieuw ter sprake komt.

1060
01:02:47,430 --> 01:02:50,730
In vers 19 staat dat wij verlost zijn:

1061
01:02:50,730 --> 01:02:56,670
maar met het kostbaar bloed van Christus,
als van een smetteloos en onbevlekt Lam.

1062
01:02:56,670 --> 01:02:59,250
De besprenkeling met bloed is iets

1063
01:02:59,250 --> 01:03:02,790
waarnaar in Hebreeën
hoofdstuk 9 wordt verwezen.

1064
01:03:02,790 --> 01:03:05,670
De spreker geeft dit als volgt weer:

1065
01:03:05,670 --> 01:03:11,730
‘Het bloed van Christus besprenkelt ons
en reinigt ons van een slecht geweten.’

1066
01:03:11,730 --> 01:03:16,290
Besprenkeling gaat terug tot de tijd
waarin Mozes het oude verbond instelde

1067
01:03:16,290 --> 01:03:19,530
en het bloed van dieren
op de gemeente sprenkelde.

1068
01:03:19,530 --> 01:03:24,210
Daarmee zette hij hen apart en
bekrachtigde hij het oude verbond.

1069
01:03:24,210 --> 01:03:28,470
Deze verwijzing naar onze besprenkeling
met het bloed van het nieuwe verbond,

1070
01:03:28,470 --> 01:03:31,230
het bloed van Christus, kan dus heel goed

1071
01:03:31,230 --> 01:03:34,110
eenvoudig benadrukken dat
er een nieuw verbond is

1072
01:03:34,110 --> 01:03:36,390
dat het oude verbond heeft vervangen.

1073
01:03:36,390 --> 01:03:40,530
Israël werd bij die plechtigheid met
Mozes besprenkeld met het bloed van

1074
01:03:40,530 --> 01:03:41,970
stieren en bokken.

1075
01:03:41,970 --> 01:03:45,510
Wij zijn besprenkeld bij de
inwijding van een nieuw verbond.

1076
01:03:45,510 --> 01:03:48,810
Een nieuw volk — we
hebben een nieuw Israël.

1077
01:03:48,810 --> 01:03:53,310
Ook op ons is bloed gesprenkeld,
maar het is het bloed van Christus.

1078
01:03:53,310 --> 01:03:58,650
Dat reinigt ons, zuivert ons, maar
kenmerkt ons ook als het verbondsvolk,

1079
01:03:58,650 --> 01:04:01,830
omdat dat bloed als het
ware op ons gesprenkeld is.

1080
01:04:01,830 --> 01:04:04,710
Maar hier is ook sprake
van gehoorzaamheid.

1081
01:04:04,710 --> 01:04:07,890
God heeft ons uitgekozen
om naar de hemel te gaan.

1082
01:04:07,890 --> 01:04:10,470
Nou, misschien, maar dat staat er niet.

1083
01:04:10,470 --> 01:04:13,410
Hij heeft ons uitgekozen
om te gehoorzamen.

1084
01:04:13,410 --> 01:04:17,010
Israël werd niet specifiek
uitgekozen om behouden te worden,

1085
01:04:17,010 --> 01:04:18,930
maar om te gehoorzamen.

1086
01:04:18,930 --> 01:04:21,750
God koos Israël uit om iets te doen.

1087
01:04:21,750 --> 01:04:26,610
Natuurlijk, als ze dat in gehoorzaamheid
aan God deden, zou Hij hen zegenen.

1088
01:04:26,610 --> 01:04:31,350
Dan zouden ze Zijn bevrijding en behoud
van hun vijanden ervaren, enzovoort.

1089
01:04:31,350 --> 01:04:34,050
Maar dat vloeide voort
uit hun uitverkiezing.

1090
01:04:34,050 --> 01:04:37,650
Ze waren niet uitgekozen om alleen
maar voorrechten te ontvangen.

1091
01:04:37,650 --> 01:04:41,970
Ze waren uitgekozen voor een taak waaraan
voorrechten verbonden zouden zijn.

1092
01:04:41,970 --> 01:04:45,510
Zo zeggen mensen, wanneer
wij uitgekozen zijn, soms:

1093
01:04:45,510 --> 01:04:47,490
‘Ik ben een van de uitverkorenen.

1094
01:04:47,490 --> 01:04:49,290
Ik ga naar de hemel.’

1095
01:04:49,290 --> 01:04:52,350
Nou, misschien wel, misschien ook niet.

1096
01:04:52,350 --> 01:04:56,070
Maar het punt is dat uitgekozen
zijn daar niet op slaat.

1097
01:04:56,070 --> 01:05:00,630
Uitgekozen zijn betekent niet dat God
sommige mensen heeft uitgekozen om naar de

1098
01:05:00,630 --> 01:05:02,910
hemel te gaan en anderen niet.

1099
01:05:02,910 --> 01:05:08,190
Het betekent dat Hij sommige mensen heeft
uitgekozen om Zijn uitvoerders te zijn,

1100
01:05:08,190 --> 01:05:14,250
om Zijn dienaren te zijn, die op aarde
Zijn wil doen en Zijn geboden gehoorzamen.

1101
01:05:14,250 --> 01:05:19,410
Ja, Zijn dienaren zullen in dit leven
en in het volgende beloond worden.

1102
01:05:19,410 --> 01:05:21,750
Dat is een afzonderlijke kwestie.

1103
01:05:21,750 --> 01:05:25,770
God heeft ons uitgekozen
om Jezus te gehoorzamen.

1104
01:05:25,770 --> 01:05:29,490
Dat is iets wat een
verantwoordelijkheid met zich meebrengt.

1105
01:05:29,490 --> 01:05:33,750
Petrus hecht veel belang aan
de noodzaak van gehoorzaamheid.

1106
01:05:33,750 --> 01:05:36,690
In vers 14 van dit hoofdstuk zegt hij:

1107
01:05:36,690 --> 01:05:40,770
Word als gehoorzame kinderen niet
gelijkvormig aan de begeerten

1108
01:05:40,770 --> 01:05:44,130
die er vroeger in de tijd
van uw onwetendheid waren.

1109
01:05:44,130 --> 01:05:47,310
Wij moeten als gehoorzame kinderen zijn.

1110
01:05:47,310 --> 01:05:49,530
In vers 22 zegt hij:

1111
01:05:49,530 --> 01:05:53,670
Nu u dan uw zielen gereinigd hebt in
de gehoorzaamheid aan de waarheid,

1112
01:05:53,670 --> 01:05:56,970
door de Geest, tot
ongeveinsde broederliefde,

1113
01:05:56,970 --> 01:05:59,970
heb elkaar vurig lief uit een rein hart,

1114
01:05:59,970 --> 01:06:04,170
Gehoorzaamheid is eenvoudig de
beschrijving van wat een christen is.

1115
01:06:04,170 --> 01:06:09,450
Petrus, die dit schreef, spreekt ook in
Handelingen hoofdstuk 5 tot het Sanhedrin.

1116
01:06:09,450 --> 01:06:14,550
In Handelingen 5:32 was Petrus
aan het woord en zegt hij:

1117
01:06:14,550 --> 01:06:18,750
En wij zijn Zijn getuigen van deze
dingen, en ook de Heilige Geest,

1118
01:06:18,750 --> 01:06:22,410
Die God gegeven heeft aan
hen die Hem gehoorzaam zijn.

1119
01:06:22,410 --> 01:06:26,790
Dus wanneer Petrus christenen beschreef,
was het voor hem vanzelfsprekend om de

1120
01:06:26,790 --> 01:06:30,510
christenen te beschrijven als
degenen die Christus gehoorzamen.

1121
01:06:30,510 --> 01:06:35,790
Er zijn mensen in de stad die Christus
wel gehoorzamen; dat zijn de christenen.

1122
01:06:35,790 --> 01:06:38,490
Er zijn mensen die
Christus niet gehoorzamen;

1123
01:06:38,490 --> 01:06:40,830
dat zijn duidelijk niet de christenen.

1124
01:06:40,830 --> 01:06:43,530
De christenen zijn degenen
die Hem gehoorzamen,

1125
01:06:43,530 --> 01:06:46,710
zei Petrus in Handelingen 5:32.

1126
01:06:46,710 --> 01:06:51,030
En Petrus zei hier dat God ons
heeft uitgekozen voor gehoorzaamheid

1127
01:06:51,030 --> 01:06:53,550
en om gehoorzame kinderen te zijn.

1128
01:06:53,550 --> 01:06:57,750
Hier, aan het begin van de brief, voordat
hij echt op zijn onderwerp ingaat,

1129
01:06:57,750 --> 01:07:01,590
heeft hij al heel wat theologische
punten aan de orde gesteld.

1130
01:07:01,590 --> 01:07:06,330
Hij heeft de Vader, de Zoon en
de Heilige Geest voorgesteld als

1131
01:07:06,330 --> 01:07:11,010
Personen die elk een afzonderlijke rol
hebben in het leven van de gelovige:

1132
01:07:11,010 --> 01:07:16,170
de Vader door ons uit te kiezen, de
Heilige Geest door ons te heiligen,

1133
01:07:16,170 --> 01:07:21,810
en Christus door ons geboden te geven
en ons met Zijn bloed te besprenkelen.

1134
01:07:21,810 --> 01:07:25,890
De gedachte is natuurlijk dat wij
kennelijk het nieuwe Israël zijn,

1135
01:07:25,890 --> 01:07:27,930
de nieuwe diaspora.

1136
01:07:27,930 --> 01:07:31,230
Uitgekozen zoals Israël werd uitgekozen,

1137
01:07:31,230 --> 01:07:34,410
geheiligd zoals Israël
ooit werd geheiligd,

1138
01:07:34,410 --> 01:07:39,810
en met bloed besprenkeld zoals Israël
ooit met bloed werd besprenkeld.

1139
01:07:39,810 --> 01:07:43,050
En gehoorzaam zoals
Israël had moeten zijn,

1140
01:07:43,050 --> 01:07:46,230
maar in het Oude
Testament helaas niet was.

1141
01:07:46,230 --> 01:07:48,690
God heeft ons dus geroepen om de plaats

1142
01:07:48,690 --> 01:07:52,230
in te nemen waar Israël
eerder tekortgeschoten was.

1143
01:07:52,230 --> 01:07:55,410
Zo stelt hij zijn luisteraars
aan zichzelf voor.

1144
01:07:55,410 --> 01:07:58,470
Dit is wat jullie zijn, al deze dingen.

1145
01:07:58,470 --> 01:08:02,790
God is op al deze manieren bij
jullie leven betrokken geweest.

1146
01:08:02,790 --> 01:08:06,990
Vervolgens begint hij natuurlijk
aan zijn onderwerp, na zijn woorden:

1147
01:08:06,990 --> 01:08:12,570
Petrus, een apostel van Jezus Christus,
aan de vreemdelingen in de verstrooiing in

1148
01:08:12,570 --> 01:08:18,030
Pontus, Galatië, Kappadocië,
Asia en Bithynië,

1149
01:08:18,030 --> 01:08:22,230
uitverkoren overeenkomstig de
voorkennis van God de Vader,

1150
01:08:22,230 --> 01:08:24,150
door de heiliging van de Geest,

1151
01:08:24,150 --> 01:08:29,490
tot gehoorzaamheid en besprenkeling
met het bloed van Jezus Christus:

1152
01:08:29,490 --> 01:08:33,330
moge genade en vrede voor
u vermeerderd worden.

1153
01:08:33,330 --> 01:08:35,490
Daar gaan we het nu nog niet over hebben.

1154
01:08:35,490 --> 01:08:39,990
Dat doen we pas wanneer we later
in de brief over genade spreken.

1155
01:08:39,990 --> 01:08:42,510
Dit is het einde van een inleiding.

1156
01:08:42,510 --> 01:08:45,450
Niet alleen van onze
inleiding op 1 Petrus,

1157
01:08:45,450 --> 01:08:50,490
maar ook van zijn inleiding op 1
Petrus in die eerste twee verzen.

1158
01:08:50,490 --> 01:08:53,910
De rest van de brief zullen we in de
volgende bijeenkomsten behandelen.
