1
00:00:02,010 --> 00:00:04,290
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,290 --> 00:00:10,950
Deze keer behandelen we 1 Samuel
hoofdstuk 29 tot en met 31.

3
00:00:10,950 --> 00:00:13,830
De vorige keer dat we in 1 Samuel waren,

4
00:00:13,830 --> 00:00:19,170
ging Saul praten met het medium in Endor
en riep hij de geest van Samuel op.

5
00:00:19,170 --> 00:00:24,330
Die profeteerde dat Saul de volgende
dag zou sterven, en zijn zonen met hem,

6
00:00:24,330 --> 00:00:27,270
en dat hij onder Gods oordeel stond.

7
00:00:27,270 --> 00:00:32,730
Samuel was boos op hem omdat hij
überhaupt naar de waarzegster was gegaan.

8
00:00:32,730 --> 00:00:36,570
Later, volgens mij in Kronieken,
wordt ons verteld dat God

9
00:00:36,570 --> 00:00:42,150
Saul in de strijd liet omkomen omdat hij
de waarzegster in Endor had geraadpleegd.

10
00:00:42,150 --> 00:00:45,990
Maar er waren ook andere redenen
waarom hij verworpen werd.

11
00:00:45,990 --> 00:00:50,670
Hij werd verworpen omdat hij ook
eerder ongehoorzaam was geweest.

12
00:00:50,670 --> 00:00:53,970
Blijkbaar was het bezoek aan
het medium de druppel en de

13
00:00:53,970 --> 00:00:58,590
reden waarom God hem de volgende
dag oordeelde, en hij stierf.

14
00:00:58,590 --> 00:01:03,390
Daarover gaan we pas lezen
wanneer we bij hoofdstuk 31 komen.

15
00:01:03,390 --> 00:01:05,910
Intussen keren we terug naar David.

16
00:01:05,910 --> 00:01:09,450
We volgen hier twee verhaallijnen
waartussen we steeds heen en

17
00:01:09,450 --> 00:01:10,770
weer moeten gaan.

18
00:01:10,770 --> 00:01:16,650
Je hebt Saul en je hebt David, en ze
bevinden zich niet op dezelfde plaatsen.

19
00:01:16,650 --> 00:01:20,070
Saul hield er uiteindelijk
mee op David te achtervolgen,

20
00:01:20,070 --> 00:01:23,970
omdat David een onderkomen bij
de Filistijnen had gevonden.

21
00:01:23,970 --> 00:01:29,250
David heeft de Filistijnen ervan overtuigd
dat hij een echte vijand van Israël en een

22
00:01:29,250 --> 00:01:31,470
echte vijand van Saul is.

23
00:01:31,470 --> 00:01:33,270
Dat is natuurlijk een list.

24
00:01:33,270 --> 00:01:37,170
Hij is geen vijand van Saul
en ook niet van Israël.

25
00:01:37,170 --> 00:01:40,050
Maar het is een geloofwaardige
rol om te spelen,

26
00:01:40,050 --> 00:01:44,370
aangezien iedereen wist dat
Saul David vijandig gezind was

27
00:01:44,370 --> 00:01:46,650
en hem probeerde te doden.

28
00:01:46,650 --> 00:01:49,530
De Filistijnen zouden
dus geloven dat David

29
00:01:49,530 --> 00:01:52,530
dezelfde gevoelens
tegenover Saul zou hebben.

30
00:01:52,530 --> 00:01:55,050
Daarin vergisten ze zich.

31
00:01:55,050 --> 00:01:59,370
David koesterde tegenover Saul niet
de vijandschap die Saul tegenover hem

32
00:01:59,370 --> 00:02:04,050
koesterde, of die je onder die
omstandigheden van David zou verwachten.

33
00:02:04,050 --> 00:02:07,110
David was uiteraard nog
steeds trouw aan Israël

34
00:02:07,110 --> 00:02:11,190
en had er totaal geen belangstelling
voor om Saul te doden.

35
00:02:11,190 --> 00:02:16,470
Maar er zou een veldslag komen tussen
de Filistijnen en de legers van Saul.

36
00:02:16,470 --> 00:02:19,470
Daardoor kwam de mogelijkheid
ter sprake dat David

37
00:02:19,470 --> 00:02:23,430
aan de kant van de Filistijnen
tegen Saul zou moeten vechten.

38
00:02:23,430 --> 00:02:26,490
Dat zou hem in een heel
moeilijke situatie brengen.

39
00:02:26,490 --> 00:02:30,030
Door niet te vechten zou hij de
Filistijnen moeten laten zien wie

40
00:02:30,030 --> 00:02:31,590
hij werkelijk was.

41
00:02:31,590 --> 00:02:36,510
Maar hij houdt de schijn op totdat God
er in Zijn soevereiniteit voor zorgt

42
00:02:36,510 --> 00:02:39,330
dat alles zo loopt dat hij niet mee hoeft.

43
00:02:39,330 --> 00:02:41,670
In hoofdstuk 29 staat:

44
00:02:41,670 --> 00:02:45,810
De Filistijnen verzamelden
al hun legers bij Afek.

45
00:02:45,810 --> 00:02:50,070
De Israëlieten sloegen hun
kamp op bij de bron in Jizreël.

46
00:02:50,070 --> 00:02:54,210
De vorsten van de Filistijnen trokken
voorbij met hun afdelingen van

47
00:02:54,210 --> 00:02:56,670
honderden en duizenden mannen.

48
00:02:56,670 --> 00:03:00,390
David en zijn mannen trokken
achteraan mee met Achis.

49
00:03:00,390 --> 00:03:04,530
Blijkbaar lieten ze, terwijl ze zich
klaarmaakten om ten strijde te trekken,

50
00:03:04,530 --> 00:03:08,370
hun vorsten toekijken terwijl
de legers voorbijtrokken en zich

51
00:03:08,370 --> 00:03:10,230
aan hen presenteerden.

52
00:03:10,230 --> 00:03:12,330
Ze inspecteerden hun troepen.

53
00:03:12,330 --> 00:03:18,450
De spreker baseert deze uitleg op de
Engelse formulering ‘passed in review’.

54
00:03:18,450 --> 00:03:21,930
De HSV spreekt hier over voorbijtrekken.

55
00:03:21,930 --> 00:03:25,230
Toen Achis uit Gath met
zijn troepen voorbijkwam,

56
00:03:25,230 --> 00:03:27,690
waren David en zijn mannen bij hen.

57
00:03:27,690 --> 00:03:32,430
Toen zeiden de bevelhebbers van de
Filistijnen: Wat moeten deze Hebreeërs?

58
00:03:32,430 --> 00:03:37,350
Daarop zei Achis tegen de bevelhebbers
van de Filistijnen: Is dit David niet,

59
00:03:37,350 --> 00:03:42,750
dienaar van Saul, de koning van Israël,
die sinds jaar en dag bij mij is?

60
00:03:42,750 --> 00:03:47,310
Ik heb niets kwalijks in hem gevonden
van de dag af dat hij afvallig werd,

61
00:03:47,310 --> 00:03:48,810
tot op deze dag.

62
00:03:48,810 --> 00:03:52,710
Maar de bevelhebbers van de
Filistijnen werden erg kwaad op hem,

63
00:03:52,710 --> 00:03:57,870
en de bevelhebbers van de Filistijnen
zeiden tegen hem: Laat die man terugkeren,

64
00:03:57,870 --> 00:04:01,710
zodat hij terugkeert naar de
plaats die u hem aangewezen hebt.

65
00:04:01,710 --> 00:04:04,530
Laat hem niet met ons
mee ten strijde trekken,

66
00:04:04,530 --> 00:04:08,010
zodat hij voor ons geen
tegenstander wordt in de strijd.

67
00:04:08,010 --> 00:04:12,150
Want waarmee zou deze man bij zijn
heer in de gunst kunnen komen?

68
00:04:12,150 --> 00:04:14,670
Is het niet met de
hoofden van deze mannen?

69
00:04:14,670 --> 00:04:18,930
De Filistijnen dachten dat David zich
tijdens de strijd misschien tegen hen zou

70
00:04:18,930 --> 00:04:21,870
willen keren om zich
met Saul te verzoenen.

71
00:04:21,870 --> 00:04:25,110
Als David de Filistijnen
op het slagveld doodde,

72
00:04:25,110 --> 00:04:28,050
zou hij zich misschien
met Saul kunnen verzoenen.

73
00:04:28,050 --> 00:04:31,110
David probeerde niet echt
zich met Saul te verzoenen,

74
00:04:31,110 --> 00:04:33,690
maar hij wilde ook niet tegen hem vechten.

75
00:04:33,690 --> 00:04:38,610
De Filistijnen hadden dus gelijk dat ze
zich afvroegen aan wie David trouw was.

76
00:04:38,610 --> 00:04:42,990
Is dit niet die David van wie ze in
de reidansen in beurtzang zongen:

77
00:04:42,990 --> 00:04:47,610
Saul heeft zijn duizenden verslagen,
maar David zijn tienduizenden?

78
00:04:47,610 --> 00:04:51,150
Dat lied over Saul en
David werd overal bekend.

79
00:04:51,150 --> 00:04:55,410
Toen David eerder naar Gath was gevlucht,
toen hij voor het eerst voor Saul op de

80
00:04:55,410 --> 00:04:58,290
vlucht was, zeiden de mensen dat ook:

81
00:04:58,290 --> 00:05:02,370
Maar de dienaren van Achis zeiden
tegen hem: Is dit niet David,

82
00:05:02,370 --> 00:05:03,750
de koning van het land?

83
00:05:03,750 --> 00:05:07,110
Zong men van hem niet in
beurtzang bij de reidansen:

84
00:05:07,110 --> 00:05:12,270
Saul heeft zijn duizenden verslagen,
maar David zijn tienduizenden?

85
00:05:12,270 --> 00:05:16,710
Nu kennen deze andere Filistijnen uit
de andere steden van de Filistijnen

86
00:05:16,710 --> 00:05:19,050
ook het lied dat over hem gezongen werd.

87
00:05:19,050 --> 00:05:21,930
Het lied was aanstootgevend, omdat die

88
00:05:21,930 --> 00:05:25,110
duizenden en tienduizenden
waarover het ging,

89
00:05:25,110 --> 00:05:30,690
duizenden en tienduizenden Filistijnen
waren die David en Saul hadden gedood.

90
00:05:30,690 --> 00:05:33,810
Dus ze zeiden: ‘Is dit niet die man?

91
00:05:33,810 --> 00:05:37,590
Hij heeft meer van ons
gedood dan zijn voorganger.’

92
00:05:37,590 --> 00:05:44,130
Toen riep Achis David en zei tegen hem:
Zo waar de HEERE leeft, u bent oprecht,

93
00:05:44,130 --> 00:05:49,590
en het is goed in mijn ogen dat u met
mij in het leger uittrekt en terugkeert.

94
00:05:49,590 --> 00:05:52,770
Ik heb immers geen kwaad
bij u gevonden van de dag

95
00:05:52,770 --> 00:05:56,610
af dat u naar mij toe bent
gekomen, tot op deze dag;

96
00:05:56,610 --> 00:06:00,330
maar in de ogen van de
stadsvorsten bent u niet goed.

97
00:06:00,330 --> 00:06:05,790
Keer daarom nu terug, en ga in vrede,
opdat u niets doet wat slecht is in de

98
00:06:05,790 --> 00:06:09,450
ogen van de stadsvorsten
van de Filistijnen.

99
00:06:09,450 --> 00:06:13,590
Toen zei David tegen Achis:
Maar wat heb ik gedaan?

100
00:06:13,590 --> 00:06:18,810
Of wat hebt u in uw dienaar gevonden,
van de dag af dat ik bij u geweest ben,

101
00:06:18,810 --> 00:06:23,250
tot op deze dag, dat ik niet mag gaan
strijden tegen de vijanden van mijn

102
00:06:23,250 --> 00:06:25,350
heer, de koning?

103
00:06:25,350 --> 00:06:29,670
David doet dus alsof hij
verontwaardigd is dat hij niet mee mag.

104
00:06:29,670 --> 00:06:34,350
Maar natuurlijk denkt hij waarschijnlijk:
‘Oef, daar ben ik aan ontsnapt.

105
00:06:34,350 --> 00:06:36,270
Dat scheelde maar heel weinig.’

106
00:06:36,270 --> 00:06:40,290
Maar hij doet alsof hij verontwaardigd
is dat hij niet mee mag.

107
00:06:40,290 --> 00:06:45,150
Natuurlijk zegt hij wel dat hij mee zou
gaan om tegen de vijanden van zijn heer de

108
00:06:45,150 --> 00:06:46,170
koning te vechten.

109
00:06:46,170 --> 00:06:48,330
En dat is een beetje dubbelzinnig.

110
00:06:48,330 --> 00:06:50,190
Achis was niet zijn heer de koning.

111
00:06:50,190 --> 00:06:55,050
Achis antwoordde en zei tegen
David: Ik weet het; werkelijk,

112
00:06:55,050 --> 00:06:58,350
u bent goed in mijn ogen,
als een engel van God,

113
00:06:58,350 --> 00:07:01,350
maar de bevelhebbers van de
Filistijnen hebben gezegd:

114
00:07:01,350 --> 00:07:04,050
Laat hem niet met ons
mee ten strijde trekken.

115
00:07:04,050 --> 00:07:08,970
Nu dan, sta morgen vroeg op met de
dienaren van uw heer die met u meegekomen

116
00:07:08,970 --> 00:07:14,670
zijn; en als u morgenvroeg opstaat, ga dan
op weg zodra het licht voor u geworden is.

117
00:07:14,670 --> 00:07:19,590
Toen stond David vroeg op, hij en zijn
mannen, om 's morgens weg te gaan,

118
00:07:19,590 --> 00:07:22,350
om terug te keren naar het
land van de Filistijnen.

119
00:07:22,350 --> 00:07:25,290
De Filistijnen daarentegen
trokken naar Jizreël.

120
00:07:25,290 --> 00:07:28,950
We zullen pas in hoofdstuk 31
weer over de Filistijnen lezen,

121
00:07:28,950 --> 00:07:31,770
wanneer ze daadwerkelijk
tegen Saul strijden.

122
00:07:31,770 --> 00:07:35,490
Maar hoofdstuk 30 vertelt wat er
in Ziklag gebeurde terwijl David

123
00:07:35,490 --> 00:07:37,290
en zijn mannen weg waren.

124
00:07:37,290 --> 00:07:41,550
Ze hadden hun gezinnen achtergelaten toen
ze zich voor de strijd gingen melden.

125
00:07:41,550 --> 00:07:44,970
En terwijl ze weg waren,
was er een overval geweest.

126
00:07:44,970 --> 00:07:50,010
De Amalekieten hadden een overval gepleegd
en hun gezinnen en bezittingen meegenomen.

127
00:07:50,010 --> 00:07:53,490
Toen ze terugkwamen nadat ze zich
hadden gemeld om mee te vechten,

128
00:07:53,490 --> 00:07:56,070
maar waren afgewezen
en naar huis gestuurd,

129
00:07:56,070 --> 00:07:59,010
ontdekten ze dat hun kamp geplunderd was.

130
00:07:59,010 --> 00:08:02,670
Al hun spullen waren
meegenomen, en hun gezinnen ook.

131
00:08:02,670 --> 00:08:06,870
Je zou kunnen betogen dat David, door
de kant van de Filistijnen te kiezen,

132
00:08:06,870 --> 00:08:11,610
ook al deed hij maar alsof, de ramp had
veroorzaakt die de gezinnen van deze

133
00:08:11,610 --> 00:08:14,010
mede-Israëlieten had getroffen.

134
00:08:14,010 --> 00:08:16,590
En ze waren boos op hem,
zoals we zullen zien.

135
00:08:16,590 --> 00:08:20,310
Het gebeurde echter toen David
en zijn mannen op de derde dag

136
00:08:20,310 --> 00:08:25,350
in Ziklag aankwamen, dat de Amalekieten
een inval gedaan hadden in het Zuiderland

137
00:08:25,350 --> 00:08:26,970
en in Ziklag.

138
00:08:26,970 --> 00:08:31,710
Zij hadden Ziklag verslagen en met vuur
verbrand, en de vrouwen die er waren,

139
00:08:31,710 --> 00:08:35,790
van de kleinste tot de grootste,
als gevangenen weggevoerd.

140
00:08:35,790 --> 00:08:41,790
Zij hadden niemand gedood, maar hadden
hen weggevoerd en waren huns weegs gegaan.

141
00:08:41,790 --> 00:08:45,330
Ze hoefden niemand te doden,
want alle mannen waren weg.

142
00:08:45,330 --> 00:08:49,170
Ze konden gewoon naar binnen
lopen en de stad in brand steken,

143
00:08:49,170 --> 00:08:53,130
spullen meenemen en de
vrouwen en kinderen meenemen.

144
00:08:53,130 --> 00:08:55,530
Gelukkig was er dus niemand gedood.

145
00:08:55,530 --> 00:09:00,750
David en zijn mannen kwamen bij de
stad, en zie, die was met vuur verbrand;

146
00:09:00,750 --> 00:09:06,090
en hun vrouwen, hun zonen en hun
dochters waren als gevangenen meegevoerd.

147
00:09:06,090 --> 00:09:10,410
Toen begonnen David en het volk
dat bij hem was, luid te huilen,

148
00:09:10,410 --> 00:09:13,830
totdat er geen kracht meer
in hen was om te huilen.

149
00:09:13,830 --> 00:09:18,510
Davids beide vrouwen waren ook als
gevangenen meegevoerd: Ahinoam,

150
00:09:18,510 --> 00:09:23,550
uit Jizreël, en Abigaïl, de
vrouw van Nabal, uit Karmel.

151
00:09:23,550 --> 00:09:26,310
Natuurlijk zou dat op zichzelf
al verschrikkelijk zijn,

152
00:09:26,310 --> 00:09:29,790
maar hun kinderen zouden waarschijnlijk
tot slaaf worden gemaakt.

153
00:09:29,790 --> 00:09:33,450
Hun vrouwen zouden de minnaressen
van deze overvallers worden.

154
00:09:33,450 --> 00:09:37,530
Alleen al de gedachte aan waar hun
vrouwen en kinderen op dat moment waren,

155
00:09:37,530 --> 00:09:40,170
moet zo afschuwelijk zijn geweest.

156
00:09:40,170 --> 00:09:43,410
Ze huilden totdat ze
niet meer konden huilen.

157
00:09:43,410 --> 00:09:47,850
David werd zeer benauwd, want het
volk sprak erover hem te stenigen.

158
00:09:47,850 --> 00:09:50,910
De zielen van het hele volk
waren namelijk verbitterd,

159
00:09:50,910 --> 00:09:53,790
ieder over zijn zonen
en over zijn dochters.

160
00:09:53,790 --> 00:09:57,390
David echter sterkte zich
in de HEERE, zijn God.

161
00:09:57,390 --> 00:10:00,810
Voor het eerst wilden zijn
zeshonderd mannen, die hem zo trouw

162
00:10:00,810 --> 00:10:02,550
waren, hem stenigen.

163
00:10:02,550 --> 00:10:06,390
Ze zagen dat dit het gevolg was van
zijn besluit om onder de Filistijnen

164
00:10:06,390 --> 00:10:07,590
te gaan wonen.

165
00:10:07,590 --> 00:10:11,430
Als ze bij deze gelegenheid niet bij
hun gezinnen vandaan waren geweest,

166
00:10:11,430 --> 00:10:13,290
zou dit niet zijn gebeurd.

167
00:10:13,290 --> 00:10:18,270
Davids hele misleiding van Achis, die
hij al een jaar en vier maanden volhield,

168
00:10:18,270 --> 00:10:20,850
had voor deze mensen een slechte afloop.

169
00:10:20,850 --> 00:10:25,230
En hun zonen en dochters gingen
hun meer ter harte dan David.

170
00:10:25,230 --> 00:10:28,590
Natuurlijk waren ze boos op
hem en wilden ze hem doden.

171
00:10:28,590 --> 00:10:32,010
Wat betekent het om jezelf
te sterken in de Heere?

172
00:10:32,010 --> 00:10:35,130
Paulus zei tegen ons in Efeze 6:

173
00:10:35,130 --> 00:10:40,590
Verder, mijn broeders, word gesterkt in
de Heere en in de sterkte van Zijn macht.

174
00:10:40,590 --> 00:10:42,930
Hoe ben je sterk in de Heere?

175
00:10:42,930 --> 00:10:46,650
Wat betekent het om jezelf
te sterken in de Heere?

176
00:10:46,650 --> 00:10:50,910
We weten niet of David bij deze
gelegenheid een psalm heeft geschreven.

177
00:10:50,910 --> 00:10:54,750
Maar hij heeft wel bij een bepaalde
gelegenheid een psalm geschreven

178
00:10:54,750 --> 00:10:58,110
die misschien antwoord geeft
op die specifieke vraag.

179
00:10:58,110 --> 00:11:02,070
Ik weet niet of dit de gelegenheid
was waarbij hij die schreef.

180
00:11:02,070 --> 00:11:06,210
Sterker nog, ik weet niet eens meer
wat het opschrift van die psalm is,

181
00:11:06,210 --> 00:11:08,910
als er bij deze psalm een opschrift staat.

182
00:11:08,910 --> 00:11:11,250
Het is Psalm 27.

183
00:11:11,250 --> 00:11:13,830
Het is gewoon een psalm van David.

184
00:11:13,830 --> 00:11:16,110
Er staat niet wanneer hij die schreef.

185
00:11:16,110 --> 00:11:19,530
Maar deze psalm geeft
ons volgens mij enig idee

186
00:11:19,530 --> 00:11:23,670
van wat het betekent om
jezelf te sterken in de Heere.

187
00:11:23,670 --> 00:11:28,470
David sterkte zich in de Heere, en
dit zal ons enig idee geven van wat er

188
00:11:28,470 --> 00:11:29,430
in hem omging.

189
00:11:29,430 --> 00:11:33,270
Ik denk dat hij, ook als hij
deze psalm toen niet schreef,

190
00:11:33,270 --> 00:11:37,110
hier in elk geval over de
Heere spreekt als zijn kracht.

191
00:11:37,110 --> 00:11:40,770
En hij geeft redenen waarom
hij sterk is in de Heere.

192
00:11:40,770 --> 00:11:43,290
Psalm 27:1 zegt:

193
00:11:43,290 --> 00:11:45,270
Een psalm van David.

194
00:11:45,270 --> 00:11:49,710
De HEERE is mijn licht en mijn
heil, voor wie zou ik vrezen?

195
00:11:49,710 --> 00:11:54,270
De HEERE is mijn levenskracht,
voor wie zou ik angst hebben?

196
00:11:54,270 --> 00:11:57,690
En kijk dan eens naar het
laatste vers, vers 14:

197
00:11:57,690 --> 00:12:03,270
Wacht op de HEERE, wees sterk en
Hij zal uw hart sterk maken; ja,

198
00:12:03,270 --> 00:12:04,950
wacht op de HEERE.

199
00:12:04,950 --> 00:12:07,350
Deze psalm begint met de woorden:

200
00:12:07,350 --> 00:12:11,370
De Heer is de kracht van mijn
leven, en eindigt met de woorden:

201
00:12:11,370 --> 00:12:14,670
Als je op de Heer wacht,
zal Hij je moed geven.

202
00:12:14,670 --> 00:12:18,150
Er wordt ons verteld dat David
zich sterkte in de Heere.

203
00:12:18,150 --> 00:12:22,770
Ik dacht eens na over deze psalm in
verband met precies die uitspraak in

204
00:12:22,770 --> 00:12:26,070
1 Samuel 30:6, waar staat:

205
00:12:26,070 --> 00:12:30,510
David werd zeer benauwd, want het
volk sprak erover hem te stenigen.

206
00:12:30,510 --> 00:12:33,510
De zielen van het hele volk
waren namelijk verbitterd,

207
00:12:33,510 --> 00:12:36,870
ieder over zijn zonen
en over zijn dochters.

208
00:12:36,870 --> 00:12:40,110
David echter sterkte zich
in de HEERE, zijn God.

209
00:12:40,110 --> 00:12:42,810
Ik vroeg me af: wat betekent dat?

210
00:12:42,810 --> 00:12:47,250
Ik kwam bij deze psalm terecht en besefte
dat die antwoord lijkt te geven op de

211
00:12:47,250 --> 00:12:51,810
vraag hoe David zich sterkte in
de Heere. Kijk er maar eens naar.

212
00:12:51,810 --> 00:12:53,430
Aan het begin zegt hij:

213
00:12:53,430 --> 00:12:55,170
Een psalm van David.

214
00:12:55,170 --> 00:12:59,370
De HEERE is mijn licht en mijn
heil, voor wie zou ik vrezen?

215
00:12:59,370 --> 00:13:03,330
De HEERE is mijn levenskracht,
voor wie zou ik angst hebben?

216
00:13:03,330 --> 00:13:07,471
Toen kwaaddoeners op mij afkwamen,
om mij levend te verslinden —

217
00:13:07,471 --> 00:13:12,270
mijn tegenstanders en mijn vijanden
— struikelden zij zelf en vielen.

218
00:13:12,270 --> 00:13:15,990
Al belegerde mij een leger,
mijn hart zou niet vrezen;

219
00:13:15,990 --> 00:13:19,410
al brak er een oorlog tegen mij
uit, toch vertrouw ik hierop.

220
00:13:19,410 --> 00:13:22,110
Hier heeft hij het over
zijn vertrouwen op God.

221
00:13:22,110 --> 00:13:26,490
Geloof en vertrouwen zijn
eigenlijk hetzelfde. Hij zei:

222
00:13:26,490 --> 00:13:31,410
Ik blijf vertrouwen houden, zelfs als
er een vijandelijk leger op me afkomt.

223
00:13:31,410 --> 00:13:35,790
Waarom? Omdat ik eerder heb
gezien dat God mij bevrijdde.

224
00:13:35,790 --> 00:13:40,470
Met andere woorden, in vers 2 heeft hij
het over een ervaring uit het verleden

225
00:13:40,470 --> 00:13:42,630
waarin God hem bevrijdde.

226
00:13:42,630 --> 00:13:48,330
In vers 3 spreekt hij zijn vertrouwen uit
dat God hem in de toekomst zal bevrijden.

227
00:13:48,330 --> 00:13:51,390
Vertrouwen op God speelt
duidelijk een grote rol

228
00:13:51,390 --> 00:13:53,550
bij het zich sterken in de Heere.

229
00:13:53,550 --> 00:13:59,010
Hij had reden om op God te vertrouwen,
omdat God Zich eerder trouw had getoond.

230
00:13:59,010 --> 00:14:04,350
David bracht hetzelfde tot uitdrukking
toen hij tegenover Goliath kwam te staan.

231
00:14:04,350 --> 00:14:06,990
Hij had nog nooit
tegenover een reus gestaan,

232
00:14:06,990 --> 00:14:11,070
maar wel tegenover een
leeuw en een beer. Hij zei:

233
00:14:11,070 --> 00:14:16,470
Verder zei David: De HEERE, Die mij
uit de klauwen van de leeuw gered heeft

234
00:14:16,470 --> 00:14:21,630
en uit de klauwen van de beer, Die zal
mij redden uit de hand van deze Filistijn.

235
00:14:21,630 --> 00:14:26,670
Toen zei Saul tegen David:
Ga heen, de HEERE zij met je!

236
00:14:26,670 --> 00:14:28,650
Hij had Gods trouw gezien.

237
00:14:28,650 --> 00:14:31,470
Hij had eerder gezien
waartoe God in staat was,

238
00:14:31,470 --> 00:14:34,770
en hij geloofde dat hij
nu diezelfde God diende.

239
00:14:34,770 --> 00:14:38,190
Hij kon nieuwe uitdagingen
met vertrouwen tegemoetzien,

240
00:14:38,190 --> 00:14:41,970
omdat hij Gods trouw bij
eerdere uitdagingen niet vergat.

241
00:14:41,970 --> 00:14:44,130
Het vertrouwen dat hij op de Heere had,

242
00:14:44,130 --> 00:14:47,850
was het eerste onderdeel van
zijn zich sterken in de Heere.

243
00:14:47,850 --> 00:14:51,150
Je zou kunnen denken dat dat
alles was, maar er is meer.

244
00:14:51,150 --> 00:14:52,950
In vers 4 zegt hij:

245
00:14:52,950 --> 00:14:57,030
Eén ding heb ik van de HEERE
verlangd, dát zal ik zoeken:

246
00:14:57,030 --> 00:15:01,950
dat ik wonen mag in het huis van de
HEERE, al de dagen van mijn leven,

247
00:15:01,950 --> 00:15:05,850
om de lieflijkheid van de HEERE
te aanschouwen en te onderzoeken

248
00:15:05,850 --> 00:15:07,470
in Zijn tempel.

249
00:15:07,470 --> 00:15:12,090
Want Hij doet mij schuilen in
Zijn hut op de dag van het onheil.

250
00:15:12,090 --> 00:15:15,150
Hij verbergt mij in het
verborgene van Zijn tent,

251
00:15:15,150 --> 00:15:17,790
Hij plaatst mij hoog op een rots.

252
00:15:17,790 --> 00:15:19,950
Dan verder naar vers 6:

253
00:15:19,950 --> 00:15:25,230
Nu heft mijn hoofd zich omhoog boven
mijn vijanden, die mij omringen.

254
00:15:25,230 --> 00:15:31,350
Ik zal in Zijn tent offers brengen onder
geschal van trompetten; ik zal zingen, ja,

255
00:15:31,350 --> 00:15:34,410
ik zal psalmen zingen voor de HEERE.

256
00:15:34,410 --> 00:15:38,370
Hier heeft hij het over aanbidding
en zijn gemeenschap met God:

257
00:15:38,370 --> 00:15:42,810
zijn wonen in het huis van de
Heere, zijn nadenken over God,

258
00:15:42,810 --> 00:15:46,350
zijn aanschouwen van de
schoonheid van de Heere daar,

259
00:15:46,350 --> 00:15:48,510
en het brengen van zijn offers.

260
00:15:48,510 --> 00:15:51,450
Dit spreekt niet alleen van
zijn vertrouwen op de Heere,

261
00:15:51,450 --> 00:15:55,830
maar ook van zijn gemeenschap met
de Heere, zijn contact met de Heere.

262
00:15:55,830 --> 00:15:57,870
Hij heeft een persoonlijke relatie.

263
00:15:57,870 --> 00:16:00,030
Hij heeft persoonlijke gemeenschap.

264
00:16:00,030 --> 00:16:03,870
Op die plaats van gemeenschap zou
hij natuurlijk kracht ontvangen,

265
00:16:03,870 --> 00:16:08,370
terwijl hij over de Heere nadenkt
en Hem aanbidt in Zijn tempel.

266
00:16:08,370 --> 00:16:13,050
Hij heeft vertrouwen op de Heere, en
hij heeft ook gemeenschap met de Heere.

267
00:16:13,050 --> 00:16:17,130
Die twee dingen maken deel uit
van wat hem sterkt in de Heere.

268
00:16:17,130 --> 00:16:18,930
In vers 7 staat:

269
00:16:18,930 --> 00:16:24,750
Hoor, HEERE, mijn stem als ik roep;
wees mij genadig en antwoord mij.

270
00:16:24,750 --> 00:16:29,010
Mijn hart zegt tegen U wat U
Zelf zegt : Zoek Mijn aangezicht.

271
00:16:29,010 --> 00:16:34,650
Ik zóek Uw aangezicht, HEERE,
verberg Uw aangezicht niet voor mij.

272
00:16:34,650 --> 00:16:38,850
Wijs Uw dienaar niet af in
toorn, U bent mijn hulp geweest;

273
00:16:38,850 --> 00:16:43,710
laat mij niet in de steek en verlaat
mij niet, o God van mijn heil.

274
00:16:43,710 --> 00:16:49,170
Want mijn vader en mijn moeder hebben mij
verlaten, maar de HEERE zal mij aannemen.

275
00:16:49,170 --> 00:16:53,190
Daar spreekt hij, net als
eerder, zijn vertrouwen uit.

276
00:16:53,190 --> 00:16:54,990
Dan vers 11:

277
00:16:54,990 --> 00:17:01,470
HEERE, leer mij Uw weg, leid mij op een
geëffend pad omwille van mijn belagers.

278
00:17:01,470 --> 00:17:05,070
Geef mij niet over aan de
begeerte van mijn tegenstanders,

279
00:17:05,070 --> 00:17:09,210
want valse getuigen zijn tegen
mij opgestaan en mensen die

280
00:17:09,210 --> 00:17:10,710
briesen van geweld.

281
00:17:10,710 --> 00:17:14,250
Als ik toch niet had geloofd dat ik de
goedheid van de HEERE zou zien in het land

282
00:17:14,250 --> 00:17:17,011
van de levenden, ik was vergaan .

283
00:17:17,011 --> 00:17:18,390
Dit is het derde:

284
00:17:18,390 --> 00:17:22,650
Ik geloofde dat ik de goedheid van de
Heer zou zien terwijl ik nog leefde.

285
00:17:22,650 --> 00:17:24,690
Dat is zijn hoop op God.

286
00:17:24,690 --> 00:17:27,990
Hoop en geloof zijn
niet precies hetzelfde.

287
00:17:27,990 --> 00:17:32,010
Geloof betekent dat je
vertrouwen hebt op God Zelf.

288
00:17:32,010 --> 00:17:36,030
Hoop is dat je hoopt op een
uitkomst die God je heeft beloofd.

289
00:17:36,030 --> 00:17:40,290
Hopen op de Heere, geloven dat hij
de goedheid van de Heere zou zien

290
00:17:40,290 --> 00:17:45,330
in het land van de levenden, dat
behoedde hem ervoor de moed te verliezen.

291
00:17:45,330 --> 00:17:47,190
Hij sterkte zichzelf.

292
00:17:47,190 --> 00:17:51,510
Hij zou de moed hebben verloren als hij
niet had geloofd dat er hoop was op iets

293
00:17:51,510 --> 00:17:53,850
beters dat God hem had beloofd.

294
00:17:53,850 --> 00:17:55,770
Hij zegt in vers 14:

295
00:17:55,770 --> 00:18:01,290
Wacht op de HEERE, wees sterk en
Hij zal uw hart sterk maken; ja,

296
00:18:01,290 --> 00:18:02,910
wacht op de HEERE.

297
00:18:02,910 --> 00:18:06,390
Dit wachten op de Heere is
eigenlijk hopen op de Heere.

298
00:18:06,390 --> 00:18:11,070
Dit laatste vers is in feite precies
hetzelfde als het laatste vers van Psalm

299
00:18:11,070 --> 00:18:13,710
31, op één afwijkende regel na.

300
00:18:13,710 --> 00:18:16,770
Het laatste vers van Psalm 27 zegt:

301
00:18:16,770 --> 00:18:23,250
Wacht op de HEERE, wees sterk en
Hij zal uw hart sterk maken; ja,

302
00:18:23,250 --> 00:18:25,110
wacht op de HEERE.

303
00:18:25,110 --> 00:18:28,290
Het laatste vers van Psalm 31 zegt:

304
00:18:28,290 --> 00:18:34,350
Wees sterk en Hij zal uw hart sterk
maken, u allen die op de HEERE hoopt!

305
00:18:34,350 --> 00:18:38,250
Dat staat aan het einde van
Psalm 27 en in dit vers.

306
00:18:38,250 --> 00:18:41,370
Het verschil is dat Psalm 27 zegt:

307
00:18:41,370 --> 00:18:42,990
Wacht op de HEERE.

308
00:18:42,990 --> 00:18:45,270
En Psalm 31 zegt:

309
00:18:45,270 --> 00:18:47,070
Hoop op de HEERE.

310
00:18:47,070 --> 00:18:51,630
Hopen op de Heere en wachten
op de Heere zijn hetzelfde.

311
00:18:51,630 --> 00:18:56,190
De grondgedachte van wachten op God is
dat God een belofte heeft gedaan die nog

312
00:18:56,190 --> 00:18:57,750
niet is vervuld.

313
00:18:57,750 --> 00:19:00,750
Je wacht tot je die
werkelijkheid ziet worden.

314
00:19:00,750 --> 00:19:06,510
Je moet dus geduldig wachten en op God
hopen voor dat toekomstige gebeuren.

315
00:19:06,510 --> 00:19:08,850
David versterkte zich in de Heere.

316
00:19:08,850 --> 00:19:12,210
Ik geloof dat dit betekent
dat hij op God vertrouwde,

317
00:19:12,210 --> 00:19:16,170
dat hij gemeenschap met God
had en dat hij op God hoopte.

318
00:19:16,170 --> 00:19:20,070
God had hem beloften gedaan
die nog niet waren uitgekomen.

319
00:19:20,070 --> 00:19:24,750
Zijn hoop was erop gericht dat die in
de toekomst werkelijkheid zouden worden.

320
00:19:24,750 --> 00:19:30,150
Dat is ongetwijfeld wat het betekent dat
hij zich versterkte in de Heere, zijn God.

321
00:19:30,150 --> 00:19:31,290
Hij zei:

322
00:19:31,290 --> 00:19:33,150
Een psalm van David.

323
00:19:33,150 --> 00:19:37,590
De HEERE is mijn licht en mijn
heil, voor wie zou ik vrezen?

324
00:19:37,590 --> 00:19:41,910
De HEERE is mijn levenskracht,
voor wie zou ik angst hebben?

325
00:19:41,910 --> 00:19:45,630
God zal je hart versterken
als je op de Heere wacht.

326
00:19:45,630 --> 00:19:50,430
David zei in hoofdstuk 30, vers
7 tegen Abjathar, de priester,

327
00:19:50,430 --> 00:19:52,470
de zoon van Achimelech:

328
00:19:52,470 --> 00:19:57,330
En David zei tegen de priester
Abjathar, de zoon van Achimelech:

329
00:19:57,330 --> 00:19:59,130
Breng mij toch de efod.

330
00:19:59,130 --> 00:20:01,650
En Abjathar bracht de efod bij David.

331
00:20:01,650 --> 00:20:05,550
Dat zou natuurlijk het middel zijn
waarmee hij de Heere zou raadplegen.

332
00:20:05,550 --> 00:20:11,010
Toen raadpleegde David de HEERE en
zei: Zal ik deze bende achtervolgen?

333
00:20:11,010 --> 00:20:12,630
Zal ik ze inhalen?

334
00:20:12,630 --> 00:20:17,670
En Hij zei tegen hem: Achtervolg
ze, want u zult ze zeker inhalen,

335
00:20:17,670 --> 00:20:20,250
en u zult de gevangenen zeker bevrijden.

336
00:20:20,250 --> 00:20:23,010
Je zou kunnen denken dat
het nogal voor de hand ligt.

337
00:20:23,010 --> 00:20:27,090
Je vrouwen en kinderen zijn
ontvoerd. Je hebt een leger.

338
00:20:27,090 --> 00:20:31,230
Natuurlijk ga je de achtervolging
inzetten en je gezin redden.

339
00:20:31,230 --> 00:20:32,970
Waarom zou je dat niet doen?

340
00:20:32,970 --> 00:20:35,550
Maar David had op dit
moment misschien het gevoel

341
00:20:35,550 --> 00:20:40,950
dat hij in deze moeilijkheden was geraakt
doordat hij de Heere niet had geraadpleegd

342
00:20:40,950 --> 00:20:42,570
voordat hij handelde.

343
00:20:42,570 --> 00:20:47,130
Voor zover wij weten had hij de
Heere niet geraadpleegd over de vraag

344
00:20:47,130 --> 00:20:49,050
of hij naar Gath moest gaan.

345
00:20:49,050 --> 00:20:51,870
En hij had daar een
leven van bedrog geleid.

346
00:20:51,870 --> 00:20:56,730
Hij bedroog zijn gastheer, die
ogenschijnlijk een fatsoenlijke man was,

347
00:20:56,730 --> 00:21:02,190
hem vertrouwde, een goede dunk van hem
had en bereid was hem een kans te geven,

348
00:21:02,190 --> 00:21:04,830
ook al was hij eerder een vijand geweest.

349
00:21:04,830 --> 00:21:09,570
Achis leek tegenover David een
vriendelijke en rechtschapen man te zijn.

350
00:21:09,570 --> 00:21:13,950
Toch bedroog David die man de hele
tijd over zijn bedoelingen en over

351
00:21:13,950 --> 00:21:16,830
aan wie hij trouw was en over alles.

352
00:21:16,830 --> 00:21:22,290
Het was een gevolg van die hele list dat
David en zijn mannen niet in Ziklag waren

353
00:21:22,290 --> 00:21:24,330
toen de Amalekieten kwamen.

354
00:21:24,330 --> 00:21:29,250
Misschien begint David te denken: ‘Ik
heb de Heere eerder niet geraadpleegd,

355
00:21:29,250 --> 00:21:31,890
en daardoor is dit allemaal gebeurd.

356
00:21:31,890 --> 00:21:35,670
Natuurlijk is mijn eerste opwelling
om deze mannen achterna te gaan

357
00:21:35,670 --> 00:21:40,530
en het gezin te redden, maar ik kan het
deze keer beter even aan God vragen,

358
00:21:40,530 --> 00:21:42,750
want ik ben in de problemen geraakt.

359
00:21:42,750 --> 00:21:45,330
Ik heb mijn mannen in
de problemen gebracht,

360
00:21:45,330 --> 00:21:48,690
mijn gezin in de problemen
gebracht, doordat ik dingen niet

361
00:21:48,690 --> 00:21:50,670
eerst aan God heb gevraagd.’

362
00:21:50,670 --> 00:21:51,750
Dus dat doet hij.

363
00:21:51,750 --> 00:21:55,590
Je zou denken dat hij hen gewoon
in een opwelling achterna zou gaan.

364
00:21:55,590 --> 00:21:59,130
Je zou denken dat al zijn mannen
al op hun kamelen zouden zitten,

365
00:21:59,130 --> 00:22:01,110
klaar om meteen weg te rijden.

366
00:22:01,110 --> 00:22:05,130
Maar hij raadpleegt eerst de
Heere, en de Heere bevestigt hem

367
00:22:05,130 --> 00:22:09,510
dat hij hen allemaal zal terughalen
als hij de achtervolging inzet.

368
00:22:09,510 --> 00:22:13,770
David ging op weg , hij en de
zeshonderd mannen die bij hem waren;

369
00:22:13,770 --> 00:22:18,270
en toen zij bij de beek Besor kwamen,
bleven de overgeblevenen achter,

370
00:22:18,270 --> 00:22:22,050
maar David achtervolgde hen,
hij en vierhonderd mannen;

371
00:22:22,050 --> 00:22:24,870
maar tweehonderd mannen, die zó moe waren

372
00:22:24,870 --> 00:22:29,010
dat zij de beek Besor niet
konden oversteken, bleven achter.

373
00:22:29,010 --> 00:22:32,070
Ik weet niet precies waarom
ze zo vermoeid waren.

374
00:22:32,070 --> 00:22:35,130
Ze waren natuurlijk in het kamp
van de Filistijnen geweest,

375
00:22:35,130 --> 00:22:36,810
en toen kwamen ze terug.

376
00:22:36,810 --> 00:22:39,870
Ik weet niet of ze de hele
nacht hadden gemarcheerd,

377
00:22:39,870 --> 00:22:42,270
slaap hadden gemist of wat dan ook.

378
00:22:42,270 --> 00:22:44,130
Maar ze hadden niet allemaal genoeg

379
00:22:44,130 --> 00:22:48,510
energie om de Amalekieten achterna
te gaan, zoals de anderen deden.

380
00:22:48,510 --> 00:22:52,890
Dus bleven er tweehonderd achter om
te waken over de spullen die ze niet

381
00:22:52,890 --> 00:22:54,390
mee konden nemen.

382
00:22:54,390 --> 00:22:59,010
Zij vonden een Egyptische man in
het veld en brachten hem bij David.

383
00:22:59,010 --> 00:23:03,570
Zij gaven hem brood en hij at, en
zij gaven hem water te drinken;

384
00:23:03,570 --> 00:23:08,130
zij gaven hem ook een stuk van een
klomp vijgen en twee rozijnenkoeken.

385
00:23:08,130 --> 00:23:11,250
Hij at en zijn geest kwam in hem terug;

386
00:23:11,250 --> 00:23:14,970
want hij had drie dagen en nachten
geen voedsel tot zich genomen

387
00:23:14,970 --> 00:23:16,830
of water gedronken.

388
00:23:16,830 --> 00:23:22,050
Daarna zei David tegen hem: Van
wie bent u? En waar komt u vandaan?

389
00:23:22,050 --> 00:23:26,910
Toen zei de Egyptische jongen: Ik ben
de slaaf van een Amalekitische man,

390
00:23:26,910 --> 00:23:29,790
maar mijn heer heeft mij
achtergelaten, omdat ik

391
00:23:29,790 --> 00:23:32,190
drie dagen geleden ziek geworden ben.

392
00:23:32,190 --> 00:23:35,490
Blijkbaar had zijn meester
deze man zonder eten of

393
00:23:35,490 --> 00:23:38,790
water in de woestijn
achtergelaten om te sterven.

394
00:23:38,790 --> 00:23:43,170
Hij was een slaaf, een dienaar die
waarschijnlijk bij een overval van de

395
00:23:43,170 --> 00:23:45,330
Amalekieten gevangengenomen was.

396
00:23:45,330 --> 00:23:50,550
Hij werd dus achtergelaten als een
waardeloos bezit, een Egyptische slaaf.

397
00:23:50,550 --> 00:23:54,510
Maar drie dagen vasten was
blijkbaar goed voor hem geweest.

398
00:23:54,510 --> 00:23:58,410
Zijn ziekte was blijkbaar
overgegaan en hij was hersteld.

399
00:23:58,410 --> 00:24:01,470
Hij had drie dagen niet
gegeten of gedronken,

400
00:24:01,470 --> 00:24:06,090
en dat kan je lichaam vaak reinigen
als er schadelijke dingen in zitten.

401
00:24:06,090 --> 00:24:08,190
Soms kan het je genezen.

402
00:24:08,190 --> 00:24:12,510
Maar nu hij hersteld was en
zij hem te eten hadden gegeven,

403
00:24:12,510 --> 00:24:17,190
kon hij hun als gids dienen,
zo blijkt. Hij vertelt hun:

404
00:24:17,190 --> 00:24:20,790
Wij hadden een inval gedaan in het
Zuiderland van de Cherethieten,

405
00:24:20,790 --> 00:24:24,870
dat aan Juda toebehoort, en
in het Zuiderland van Kaleb;

406
00:24:24,870 --> 00:24:27,690
en wij hebben Ziklag met vuur verbrand.

407
00:24:27,690 --> 00:24:27,695
Toen zei David tegen hem:

408
00:24:27,695 --> 00:24:33,750
Toen zei David tegen hem: Kun
je mij naar deze bende brengen?

409
00:24:33,750 --> 00:24:38,010
Hij zei: Zweer mij bij God
dat u mij niet zult doden

410
00:24:38,010 --> 00:24:41,790
en dat u mij niet zult overleveren
in de hand van mijn heer!

411
00:24:41,790 --> 00:24:44,190
Dan zal ik u naar deze bende brengen.

412
00:24:44,190 --> 00:24:45,510
En hij zei:

413
00:24:45,510 --> 00:24:50,610
Zweer me bij God dat je me niet zult
doden of aan mijn meester zult uitleveren,

414
00:24:50,610 --> 00:24:52,530
dan breng ik je naar die troep.

415
00:24:52,530 --> 00:24:54,570
De man was nu een vrij man.

416
00:24:54,570 --> 00:24:58,230
Hij was een slaaf geweest, waarschijnlijk
ooit gevangengenomen bij een

417
00:24:58,230 --> 00:24:59,490
overval op Egypte.

418
00:24:59,490 --> 00:25:02,670
Zo was hij als slaaf in
gevangenschap terechtgekomen.

419
00:25:02,670 --> 00:25:06,570
Maar zijn ziekte had hem
uiteindelijk de vrijheid gebracht.

420
00:25:06,570 --> 00:25:12,090
Zijn meester had hem afgedankt, en nu
hij hersteld is, is hij een vrij man.

421
00:25:12,090 --> 00:25:16,410
Hij wil daar niet heen gaan om weer
aan zijn meester uitgeleverd te worden.

422
00:25:16,410 --> 00:25:19,230
Dus David stemde blijkbaar met hem in.

423
00:25:19,230 --> 00:25:24,630
En hij bracht hem erheen, en zie, zij
lagen verspreid over het hele gebied,

424
00:25:24,630 --> 00:25:30,090
etend, drinkend en feestvierend
vanwege heel de grote buit

425
00:25:30,090 --> 00:25:35,130
die zij meegenomen hadden uit het land van
de Filistijnen en uit het land van Juda.

426
00:25:35,130 --> 00:25:39,930
David sloeg op hen in van de schemering
tot aan de avond van de volgende dag;

427
00:25:39,930 --> 00:25:43,710
er ontkwam niemand van hen,
behalve vierhonderd jongemannen,

428
00:25:43,710 --> 00:25:46,530
die op kamelen reden en ontvluchtten.

429
00:25:46,530 --> 00:25:51,030
Hij vocht 's nachts en daarna de
hele dag, tot de volgende avond.

430
00:25:51,030 --> 00:25:54,810
Zo bevrijdde David alles wat de
Amalekieten meegenomen hadden;

431
00:25:54,810 --> 00:25:57,390
ook bevrijdde David zijn twee vrouwen.

432
00:25:57,390 --> 00:26:00,870
Niemand van hen ontbrak, van
de kleinste tot de grootste,

433
00:26:00,870 --> 00:26:04,650
tot de zonen en dochters
toe, en niets van de buit,

434
00:26:04,650 --> 00:26:08,190
ja niets van alles wat zij
voor zich meegenomen hadden.

435
00:26:08,190 --> 00:26:10,290
David bracht het allemaal terug.

436
00:26:10,290 --> 00:26:13,290
David nam ook al de
schapen en de runderen mee;

437
00:26:13,290 --> 00:26:18,750
zij dreven die voor het eigen vee uit
en zeiden: Dit is de buit van David.

438
00:26:18,750 --> 00:26:22,710
David keerde terug naar de tweehonderd
mannen die door uitputting niet verder

439
00:26:22,710 --> 00:26:27,030
hadden kunnen meegaan en bij de
beek Besor waren achtergebleven.

440
00:26:27,030 --> 00:26:30,270
Zij kwamen hem en zijn
gezelschap tegemoet.

441
00:26:30,270 --> 00:26:32,970
David begroette hen toen
hij dichterbij kwam.

442
00:26:32,970 --> 00:26:38,310
Daarop namen de slechte, minderwaardige
mannen uit zijn gezelschap het woord.

443
00:26:38,310 --> 00:26:42,030
Er zijn mensen aan Davids
kant die zo worden beschreven.

444
00:26:42,030 --> 00:26:44,310
Ze waren niet allemaal geweldig.

445
00:26:44,310 --> 00:26:48,270
Geweldige strijders misschien, maar
sommigen waren slechte mannen met

446
00:26:48,270 --> 00:26:49,650
een laag karakter.

447
00:26:49,650 --> 00:26:53,790
Toen namen alle slechte en verdorven
mannen onder de mannen die met David

448
00:26:53,790 --> 00:26:59,790
meegetrokken waren, het woord en zeiden:
Omdat zij niet met ons opgetrokken zijn,

449
00:26:59,790 --> 00:27:03,090
zullen wij hun niets geven van
de buit die wij gered hebben,

450
00:27:03,090 --> 00:27:06,630
maar aan ieder alleen zijn
vrouw en zijn kinderen.

451
00:27:06,630 --> 00:27:09,570
Laten zij die meevoeren en weggaan.

452
00:27:09,570 --> 00:27:12,810
Dus de mannen die deze strijd
daadwerkelijk hadden gevoerd,

453
00:27:12,810 --> 00:27:17,250
en die waarschijnlijk ook uitgeput
waren toen ze bij die beek aankwamen,

454
00:27:17,250 --> 00:27:21,450
koesterden wrok tegen de tweehonderd
mannen die vonden dat ze te moe waren om

455
00:27:21,450 --> 00:27:22,830
verder te gaan.

456
00:27:22,830 --> 00:27:26,910
David had hen destijds gewoon
laten blijven en was verdergegaan,

457
00:27:26,910 --> 00:27:30,270
omdat ze haast hadden om
hun bestemming te bereiken.

458
00:27:30,270 --> 00:27:33,030
Nu moest hij deze onenigheid aanpakken.

459
00:27:33,030 --> 00:27:36,990
Die was ontstaan doordat de mannen
die de strijd hadden gevoerd,

460
00:27:36,990 --> 00:27:41,130
vonden dat de achterblijvers zich er
als slappelingen van af hadden gemaakt.

461
00:27:41,130 --> 00:27:43,110
Zij krijgen niets van de buit.

462
00:27:43,110 --> 00:27:46,830
Sterker nog, ze zouden niet
eens meer bij ons mogen blijven.

463
00:27:46,830 --> 00:27:50,070
Zo boos waren ze op hen. Laat ze gaan.

464
00:27:50,070 --> 00:27:51,810
Laat ze bij ons weggaan.

465
00:27:51,810 --> 00:27:55,890
Maar David zei: Zo moeten
jullie niet doen, mijn broeders,

466
00:27:55,890 --> 00:27:58,410
met wat de HEERE ons gegeven heeft.

467
00:27:58,410 --> 00:28:04,050
Hij heeft ons bewaard en heeft de bende
die op ons afkwam, in onze hand gegeven.

468
00:28:04,050 --> 00:28:06,690
Wie zou in deze zaak naar u luisteren?

469
00:28:06,690 --> 00:28:10,470
Want zoals het deel is van hen die
mee ten strijde getrokken zijn,

470
00:28:10,470 --> 00:28:14,310
zo zal ook het deel zijn van hen
die bij de bagage gebleven zijn;

471
00:28:14,310 --> 00:28:16,110
zij moeten samen delen.

472
00:28:16,110 --> 00:28:19,890
En dit is van die dag af
en voortaan zo geweest;

473
00:28:19,890 --> 00:28:24,330
want hij heeft het tot een verordening
en bepaling ingesteld in Israël,

474
00:28:24,330 --> 00:28:25,470
tot op deze dag.

475
00:28:25,470 --> 00:28:28,710
De inzetting was dat degenen die
daadwerkelijk het heetst van de strijd

476
00:28:28,710 --> 00:28:34,530
ingaan en degenen die het kamp bewaken,
het beveiligen en bij de spullen blijven,

477
00:28:34,530 --> 00:28:36,990
een gelijk deel van de buit krijgen.

478
00:28:36,990 --> 00:28:39,870
Misschien is dat een beginsel
dat God ook hanteert,

479
00:28:39,870 --> 00:28:43,530
want niet iedereen wordt geroepen
om naar het zendingsveld te gaan.

480
00:28:43,530 --> 00:28:47,130
Niet iedereen wordt geroepen om in
de bediening van het Woord te staan,

481
00:28:47,130 --> 00:28:51,390
als evangelist of leraar of
voorganger of wat dan ook.

482
00:28:51,390 --> 00:28:55,290
Sommigen worden daartoe geroepen, en in
zekere zin zou je kunnen zeggen dat zij

483
00:28:55,290 --> 00:28:58,110
aan de frontlinie staan
en de vijand bestrijden.

484
00:28:58,110 --> 00:29:00,870
Maar degenen die de
thuisbasis draaiende houden,

485
00:29:00,870 --> 00:29:03,930
die niet noodzakelijk geroepen
zijn om die dingen te doen,

486
00:29:03,930 --> 00:29:08,610
zijn niet minder trouw aan God dan degenen
die eropuit trekken om te prediken.

487
00:29:08,610 --> 00:29:11,850
Als je trouw bent aan de taak
die God je gegeven heeft,

488
00:29:11,850 --> 00:29:16,350
is het niet jouw schuld dat God niet
iedereen dezelfde taak gegeven heeft.

489
00:29:16,350 --> 00:29:18,870
Wat je ook doet dat God je te doen geeft,

490
00:29:18,870 --> 00:29:23,010
je verdient dezelfde beloning als de
zendeling die eropuit trekt en door

491
00:29:23,010 --> 00:29:27,510
kannibalen wordt gekookt, want hij
doet waartoe God hem geroepen heeft.

492
00:29:27,510 --> 00:29:29,850
Iedereen heeft een
andere rol in de strijd,

493
00:29:29,850 --> 00:29:33,390
en iedereen zal blijkbaar een
gelijk deel van de buit krijgen,

494
00:29:33,390 --> 00:29:37,530
tenminste als ze trouw zijn geweest,
wanneer het allemaal voorbij is.

495
00:29:37,530 --> 00:29:40,110
Dit werd een verordening in Israël die nog

496
00:29:40,110 --> 00:29:42,390
gold in de tijd waarin
de schrijver leefde.

497
00:29:42,390 --> 00:29:47,370
Toen David in Ziklag kwam, stuurde hij een
deel van de buit aan de oudsten van Juda,

498
00:29:47,370 --> 00:29:51,450
zijn vrienden, en zei:
Zie, een geschenk voor u,

499
00:29:51,450 --> 00:29:54,090
van de buit van de vijanden van de HEERE.

500
00:29:54,090 --> 00:29:57,810
De mannen van Juda waren zijn
landgenoten, zijn stamgenoten,

501
00:29:57,810 --> 00:30:01,650
hoewel veel van de mannen die bij
hem waren, zijn medestrijders,

502
00:30:01,650 --> 00:30:06,390
Benjaminieten en Manassieten waren en
anderen die niet tot zijn stam behoorden.

503
00:30:06,390 --> 00:30:09,930
Hij probeerde vrede te sluiten,
vooral met zijn eigen stam,

504
00:30:09,930 --> 00:30:13,350
die tot op dat moment aan de
kant van Saul had gevochten.

505
00:30:13,350 --> 00:30:16,470
Israël en Juda vormden
onder Saul één volk,

506
00:30:16,470 --> 00:30:20,910
en dus waren de mensen van Juda strikt
genomen ook Davids vijanden geweest,

507
00:30:20,910 --> 00:30:23,370
zolang Saul over hen regeerde.

508
00:30:23,370 --> 00:30:25,710
Maar Saul zou binnenkort dood zijn.

509
00:30:25,710 --> 00:30:28,170
Ik weet niet of David dit besefte of niet,

510
00:30:28,170 --> 00:30:32,130
maar hij begon bruggen te slaan
tussen zichzelf en zijn landgenoten.

511
00:30:32,130 --> 00:30:35,070
Dat ging gemakkelijker met
de mensen van zijn eigen stam

512
00:30:35,070 --> 00:30:37,230
dan met mensen van een andere stam,

513
00:30:37,230 --> 00:30:40,350
omdat er doorgaans zulke
rivaliteiten tussen de stammen van

514
00:30:40,350 --> 00:30:42,330
de Israëlieten bestonden.

515
00:30:42,330 --> 00:30:46,050
Nadat Saul gestorven was, waren
de mannen van Juda de eersten

516
00:30:46,050 --> 00:30:49,470
die naar hem toe kwamen en hem
vroegen hun koning te worden.

517
00:30:49,470 --> 00:30:54,810
Hij regeerde dus in feite al enkele jaren
over Juda voordat de rest van Israël David

518
00:30:54,810 --> 00:30:57,270
uitnodigde om over hen te regeren.

519
00:30:57,270 --> 00:30:59,670
Hij begint die bruggen nu te slaan.

520
00:30:59,670 --> 00:31:03,750
Hij neemt een deel van de buit die
hij van de Amalekieten heeft gekregen

521
00:31:03,750 --> 00:31:08,190
en stuurt die naar de leiders van de
stam Juda om vrede met hen te sluiten.

522
00:31:08,190 --> 00:31:13,230
Het werd gegeven aan die in Bethel,
aan die in Ramoth in het Zuiderland,

523
00:31:13,230 --> 00:31:17,370
en aan die in Jatthir;
en aan die in Aroër,

524
00:31:17,370 --> 00:31:23,310
aan die in Sifmoth en aan die in
Estemoa; en aan die in Rachel,

525
00:31:23,310 --> 00:31:28,650
aan die in de steden van de Jerahmeëlieten
en aan die in de steden van de Kenieten;

526
00:31:28,650 --> 00:31:34,350
en aan die in Horma, aan die in
Bor-Asan en aan die in Atach;

527
00:31:34,350 --> 00:31:37,230
Dit zijn steden waarover
we nooit meer lezen.

528
00:31:37,230 --> 00:31:41,550
Ik ben er niet aan gewend die namen
uit te spreken en correct te lezen.

529
00:31:41,550 --> 00:31:45,870
en aan die in Hebron en al de
plaatsen waar David geweest was,

530
00:31:45,870 --> 00:31:47,430
hij en zijn mannen.

531
00:31:47,430 --> 00:31:50,970
Blijkbaar bevond David zich
voornamelijk in het gebied van Juda

532
00:31:50,970 --> 00:31:54,990
toen hij nog in het land was, voordat
hij onder de Filistijnen verkeerde,

533
00:31:54,990 --> 00:31:57,510
en toen hij voor Saul op de vlucht was.

534
00:31:57,510 --> 00:32:00,390
Hij stuurt hun dus een
beloning, een bedankje

535
00:32:00,390 --> 00:32:05,190
omdat ze hem in hun gebied hadden laten
verblijven toen Saul hem achtervolgde,

536
00:32:05,190 --> 00:32:08,730
hoewel sommigen van hen hem
waarschijnlijk niet trouw waren.

537
00:32:08,730 --> 00:32:11,970
En als ze dat wel waren,
mochten ze dat niet zeggen.

538
00:32:11,970 --> 00:32:16,890
Dit laatste hoofdstuk is heel kort, en het
is het hoofdstuk waarin we het einde van

539
00:32:16,890 --> 00:32:18,750
Saul en zijn zonen zien.

540
00:32:18,750 --> 00:32:24,510
Het is vooral tragisch omdat Jonathan,
een van zijn zonen, samen met hem sterft.

541
00:32:24,510 --> 00:32:30,330
We zijn van hem gaan houden omdat hij een
dapper, nederig en godvruchtig man is.

542
00:32:30,330 --> 00:32:32,970
Maar toen hij met David
had kunnen meegaan,

543
00:32:32,970 --> 00:32:35,370
bleef hij in plaats daarvan bij Saul.

544
00:32:35,370 --> 00:32:37,770
Dat was volgens mij de
fout die hij maakte,

545
00:32:37,770 --> 00:32:40,290
waardoor zijn leven voortijdig eindigde.

546
00:32:40,290 --> 00:32:44,610
Als hij met David was meegegaan, zou
hij deze strijd hebben overleefd,

547
00:32:44,610 --> 00:32:47,910
en hij zou waarschijnlijk samen
met David hebben geregeerd.

548
00:32:47,910 --> 00:32:50,370
Dat zou een interessant team zijn geweest.

549
00:32:50,370 --> 00:32:52,890
Hij zou onder David hebben geregeerd.

550
00:32:52,890 --> 00:32:57,510
Hij zei dat hij de tweede na David
zou zijn; dat had hij in gedachten.

551
00:32:57,510 --> 00:32:58,950
Maar dat is nooit gebeurd.

552
00:32:58,950 --> 00:33:02,430
En de Filistijnen waren in
strijd gewikkeld met Israël.

553
00:33:02,430 --> 00:33:06,570
De mannen van Israël vluchtten voor de
Filistijnen en vielen dodelijk gewond op

554
00:33:06,570 --> 00:33:08,490
het gebergte Gilboa.

555
00:33:08,490 --> 00:33:10,710
Dat is de strijd in het kort.

556
00:33:10,710 --> 00:33:13,590
Ze vochten, en de Israëlieten vielen.

557
00:33:13,590 --> 00:33:16,890
Ze vluchtten en vielen
als gesneuvelden neer.

558
00:33:16,890 --> 00:33:19,350
De Filistijnen versloegen hen dus.

559
00:33:19,350 --> 00:33:23,070
De Filistijnen hielden dicht
op Saul en zijn zonen aan,

560
00:33:23,070 --> 00:33:29,430
en de Filistijnen doodden Jonathan,
Abinadab en Malchisua, de zonen van Saul.

561
00:33:29,430 --> 00:33:34,170
De strijd tegen Saul werd zwaar: de
schutters, de mannen met de boog,

562
00:33:34,170 --> 00:33:38,910
troffen hem aan, en hij beefde
zeer uit angst voor de schutters.

563
00:33:38,910 --> 00:33:43,470
De spreker gaat hier uit van een
vertaling waarin Saul ernstig gewond raakt

564
00:33:43,470 --> 00:33:45,090
door de boogschutters.

565
00:33:45,090 --> 00:33:51,690
De hierboven weergegeven HSV spreekt
over zijn angst voor de schutters.

566
00:33:51,690 --> 00:33:55,770
Saul was volgens die vertaling
dus gewond, maar niet gedood.

567
00:33:55,770 --> 00:33:57,810
Hij had zijn zonen zien vallen.

568
00:33:57,810 --> 00:34:00,630
Nu staken er pijlen uit zijn lichaam.

569
00:34:00,630 --> 00:34:02,310
Hij is een grote man.

570
00:34:02,310 --> 00:34:06,630
Hij kon het met een paar pijlen in zijn
lichaam nog wel een tijdje volhouden.

571
00:34:06,630 --> 00:34:11,010
Hij zou uiteindelijk sterven,
maar misschien niet snel genoeg.

572
00:34:11,010 --> 00:34:14,670
Natuurlijk zouden zijn vijanden,
naar de gewoonte van die tijd,

573
00:34:14,670 --> 00:34:18,690
de spot met hem drijven als hij
gewond gevangengenomen werd,

574
00:34:18,690 --> 00:34:21,330
en ze zouden hem niet zo goed behandelen.

575
00:34:21,330 --> 00:34:25,590
Voordat ze hem doodden, zouden ze hem
waarschijnlijk martelen of hem stuk voor

576
00:34:25,590 --> 00:34:29,190
stuk zijn ledematen
afhakken, of iets dergelijks.

577
00:34:29,190 --> 00:34:34,230
Ze waren immers al heel lang vijanden,
en de mensen waren barbaars in die dagen,

578
00:34:34,230 --> 00:34:36,210
vooral in oorlogen.

579
00:34:36,210 --> 00:34:38,850
Oorlogen werden op een
barbaarse manier gevoerd.

580
00:34:38,850 --> 00:34:42,450
Hij was dus gewond en werd door
de Filistijnen achtervolgd.

581
00:34:42,450 --> 00:34:47,970
Toen zei Saul tegen zijn wapendrager:
Trek uw zwaard en doorsteek mij daarmee.

582
00:34:47,970 --> 00:34:53,370
Anders komen deze onbesnedenen, doorsteken
zij mij en drijven zij de spot met mij.

583
00:34:53,370 --> 00:34:57,150
Maar zijn wapendrager wilde
niet, want hij was zeer bevreesd.

584
00:34:57,150 --> 00:35:00,450
Toen nam Saul het zwaard
en liet zich erin vallen.

585
00:35:00,450 --> 00:35:03,510
Toen zijn wapendrager
zag dat Saul dood was,

586
00:35:03,510 --> 00:35:07,350
liet ook hij zich in zijn zwaard
vallen en stierf hij met hem.

587
00:35:07,350 --> 00:35:10,530
Hier hebben we dus Sauls
dood door zelfmoord.

588
00:35:10,530 --> 00:35:13,470
Natuurlijk krijgen we
in 2 Samuel hoofdstuk 1

589
00:35:13,470 --> 00:35:18,150
een ander verslag van zijn dood te horen,
dat hier niet helemaal mee overeenstemt.

590
00:35:18,150 --> 00:35:21,150
Ik had waarschijnlijk in de
zelfstudievragen de opdracht moeten

591
00:35:21,150 --> 00:35:24,810
opnemen dat jullie die
tegenstrijdigheid voor me oplossen.

592
00:35:24,810 --> 00:35:27,450
Ik denk dat ik weet hoe
die opgelost kan worden,

593
00:35:27,450 --> 00:35:30,810
maar ik dacht gewoon dat jullie
er misschien zelf ook wat werk aan

594
00:35:30,810 --> 00:35:32,190
zouden moeten doen.

595
00:35:32,190 --> 00:35:37,230
We treffen Saul gewond aan, en zijn
wapendrager is bang om hem te doden.

596
00:35:37,230 --> 00:35:39,390
Dus doodt Saul zichzelf.

597
00:35:39,390 --> 00:35:42,030
Hij valt in zijn zwaard en is dood.

598
00:35:42,030 --> 00:35:46,470
De wapendrager ziet dat hij
dood is en doodt ook zichzelf.

599
00:35:46,470 --> 00:35:49,470
Maar in het volgende
hoofdstuk lezen we dat David,

600
00:35:49,470 --> 00:35:53,490
die op nieuws over de strijd
wacht, een boodschapper ontvangt.

601
00:35:53,490 --> 00:35:58,170
Het is zowaar een Amalekiet, die
beweert dat hij Saul heeft gedood.

602
00:35:58,170 --> 00:36:02,250
Bedenk dat 1 en 2 Samuel
oorspronkelijk één boek waren,

603
00:36:02,250 --> 00:36:08,730
dus hoofdstuk 1 van 2 Samuel is
gewoon hoofdstuk 32 van 1 Samuel.

604
00:36:08,730 --> 00:36:13,110
Maar wat die boodschapper zegt, komt
niet overeen met wat we hier lezen.

605
00:36:13,110 --> 00:36:16,530
We zullen dat bespreken wanneer
we bij dat hoofdstuk komen.

606
00:36:16,530 --> 00:36:21,030
Dus Saul is dood en zijn
wapendrager is dood.

607
00:36:21,030 --> 00:36:23,490
Zijn zonen zijn dood.

608
00:36:23,490 --> 00:36:28,110
Zo stierven Saul, zijn drie
zonen, zijn wapendrager,

609
00:36:28,110 --> 00:36:31,110
en al zijn mannen tegelijk op die dag.

610
00:36:31,110 --> 00:36:36,630
Precies zoals Samuel had voorspeld
toen hij in Endor aan Saul verscheen.

611
00:36:36,630 --> 00:36:40,170
Toen de mannen van Israël die
aan de overkant van het dal

612
00:36:40,170 --> 00:36:42,990
en aan de overzijde van de Jordaan waren,

613
00:36:42,990 --> 00:36:46,410
zagen dat de mannen van
Israël gevlucht waren en dat

614
00:36:46,410 --> 00:36:51,150
Saul en zijn zonen dood waren,
verlieten zij de steden en vluchtten.

615
00:36:51,150 --> 00:36:54,570
Daarna kwamen de Filistijnen
en gingen er wonen.

616
00:36:54,570 --> 00:36:57,690
Dus veel van de steden waar
de Israëlieten hadden gewoond,

617
00:36:57,690 --> 00:37:00,330
werden door de Filistijnen overgenomen.

618
00:37:00,330 --> 00:37:04,890
De Filistijnen wonnen bij deze
gelegenheid terrein in Israël.

619
00:37:04,890 --> 00:37:08,490
En zo stond het ervoor
toen David koning werd.

620
00:37:08,490 --> 00:37:13,650
De Filistijnen bezetten een groter
deel van Israël dan ooit tevoren.

621
00:37:13,650 --> 00:37:18,450
En David had vervolgens als koning
de taak om hen te verdrijven.

622
00:37:18,450 --> 00:37:21,690
Ik vraag me af hoe Achis daarop reageerde.

623
00:37:21,690 --> 00:37:26,550
En het gebeurde de volgende dag, toen de
Filistijnen kwamen om de gesneuvelden te

624
00:37:26,550 --> 00:37:33,030
plunderen, dat zij Saul en zijn drie zonen
vonden, liggend op het gebergte Gilboa.

625
00:37:33,030 --> 00:37:36,930
Zij hakten zijn hoofd af en
trokken hem zijn wapenrusting uit,

626
00:37:36,930 --> 00:37:40,050
en zij stuurden die rond in
het land van de Filistijnen,

627
00:37:40,050 --> 00:37:44,670
om de boodschap te brengen in het
huis van hun afgoden en aan het volk.

628
00:37:44,670 --> 00:37:49,410
Dat was omdat ze hun goden wilden
prijzen omdat die hun de overwinning op

629
00:37:49,410 --> 00:37:51,750
Jahweh en Zijn volk hadden gegeven.

630
00:37:51,750 --> 00:37:54,690
Zij legden zijn wapenrusting
in het huis van Astarte

631
00:37:54,690 --> 00:37:58,350
en zijn lichaam staken zij
vast aan de muur van Beth-San.

632
00:37:58,350 --> 00:38:01,890
Toen de inwoners van Jabes
in Gilead erover hoorden

633
00:38:01,890 --> 00:38:06,810
wat de Filistijnen met Saul gedaan
hadden, stonden alle strijdbare mannen op.

634
00:38:06,810 --> 00:38:10,350
Zij liepen de hele nacht door
en namen het lichaam van Saul

635
00:38:10,350 --> 00:38:14,850
en de lichamen van zijn zonen
weg van de muur van Beth-San.

636
00:38:14,850 --> 00:38:17,910
Zij kwamen in Jabes en
verbrandden ze daar.

637
00:38:17,910 --> 00:38:22,530
Zij namen hun beenderen en begroeven
die onder het geboomte bij Jabes,

638
00:38:22,530 --> 00:38:24,630
en zij vastten zeven dagen.

639
00:38:24,630 --> 00:38:28,530
Die mannen van Jabes in Gilead,
weet je nog wie dat waren?

640
00:38:28,530 --> 00:38:32,790
Dat zijn degenen die Saul aan het
begin van zijn regering had gered.

641
00:38:32,790 --> 00:38:36,090
Zij waren degenen tegen wie de
Ammonieten waren opgetrokken

642
00:38:36,090 --> 00:38:38,010
en tegen wie ze hadden gezegd:

643
00:38:38,010 --> 00:38:43,410
Maar Nahas, de Ammoniet, zei
tegen hen: Op deze voorwaarde

644
00:38:43,410 --> 00:38:48,870
zal ik een verbond met u sluiten, dat
ik bij u allen het rechteroog uitsteek.

645
00:38:48,870 --> 00:38:51,990
Zo zal ik schande over
heel Israël brengen.

646
00:38:51,990 --> 00:38:55,230
En ze hadden boodschappers
uitgezonden om hulp te vragen,

647
00:38:55,230 --> 00:38:57,690
en Saul was hun te hulp gekomen.

648
00:38:57,690 --> 00:39:00,450
Dat was de eerste daad van leiderschap die

649
00:39:00,450 --> 00:39:04,170
Saul ooit verrichtte nadat
hij tot koning was gezalfd.

650
00:39:04,170 --> 00:39:08,070
En dus vergaten deze
mannen die weldaad niet.

651
00:39:08,070 --> 00:39:09,990
Saul was hun redder geweest.

652
00:39:09,990 --> 00:39:14,430
En toen zijn lichaam dus op deze
onwaardige manier werd tentoongesteld,

653
00:39:14,430 --> 00:39:16,290
haalden zij het lichaam weg.

654
00:39:16,290 --> 00:39:20,610
Er staat dat de dappere mannen de hele
nacht reisden om daarheen te gaan en het

655
00:39:20,610 --> 00:39:21,930
op te halen.

656
00:39:21,930 --> 00:39:23,790
Ze namen dus een risico.

657
00:39:23,790 --> 00:39:27,450
Maar Jabes in Gilead lag aan
de overkant van de rivier.

658
00:39:27,450 --> 00:39:31,170
Het werd niet door de
Filistijnen bedreigd. Gibea wel.

659
00:39:31,170 --> 00:39:36,090
En dus begaven ze zich werkelijk in gevaar
om Sauls dode lichaam te gaan redden,

660
00:39:36,090 --> 00:39:38,550
alleen maar om het een
waardig einde te geven.

661
00:39:38,550 --> 00:39:41,790
Ze gaven het geen gewone
begrafenis, misschien omdat het

662
00:39:41,790 --> 00:39:44,070
onthoofd was, enzovoort.

663
00:39:44,070 --> 00:39:49,050
Ze vonden eenvoudigweg dat ze het beste
het lijk konden verbranden en daarna de

664
00:39:49,050 --> 00:39:52,890
beenderen begraven, de
beenderen een begrafenis geven.

665
00:39:52,890 --> 00:39:55,890
Hoe dan ook, David prees deze mannen later

666
00:39:55,890 --> 00:40:00,210
omdat ze dit soort moed hadden getoond
om koning Saul eer te bewijzen.

667
00:40:00,210 --> 00:40:03,390
Je zou kunnen denken dat
David zich zou verheugen

668
00:40:03,390 --> 00:40:06,090
wanneer hij hoorde dat Saul gestorven was.

669
00:40:06,090 --> 00:40:10,590
Dat was echt niet Davids reactie, zoals
we in het volgende hoofdstuk ontdekken,

670
00:40:10,590 --> 00:40:13,050
aan het begin van 2 Samuel.

671
00:40:13,050 --> 00:40:16,950
David rouwde en huilde om
Saul en vooral om Jonathan,

672
00:40:16,950 --> 00:40:18,810
die een goede vriend was geweest.

673
00:40:18,810 --> 00:40:23,730
Maar hij prees ook de mannen van Jabes in
Gilead omdat ze goedheid hadden bewezen

674
00:40:23,730 --> 00:40:25,350
aan Sauls lichaam.

675
00:40:25,350 --> 00:40:28,170
En David maakte heel
duidelijk dat hij geen

676
00:40:28,170 --> 00:40:30,990
vijandigheid tegenover Saul koesterde.

677
00:40:30,990 --> 00:40:34,110
Davids reactie op dit
alles is één van de dingen

678
00:40:34,110 --> 00:40:37,530
waardoor het volk Israël
David ging waarderen en hem

679
00:40:37,530 --> 00:40:39,750
als de nieuwe koning aanvaardde.

680
00:40:39,750 --> 00:40:43,650
Ze zagen dat hij niet probeerde
zijn opkomst zelf door te drukken.

681
00:40:43,650 --> 00:40:46,290
Hij was niet blij dat
zijn rivaal dood was.

682
00:40:46,290 --> 00:40:49,470
Hij had beslist een zuiver
hart in deze hele zaak,

683
00:40:49,470 --> 00:40:52,650
hoewel hij door onrecht zwaar
op de proef was gesteld.

684
00:40:52,650 --> 00:40:56,070
Maar hiermee komen we aan
het einde van 1 Samuel.

685
00:40:56,070 --> 00:40:58,170
Hierna gaan we verder met 2 Samuel.
