1
00:00:02,070 --> 00:00:04,650
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,650 --> 00:00:09,810
Deze keer behandelen we 2
Korinthe hoofdstuk 7 tot en met 9.

3
00:00:09,810 --> 00:00:15,030
Het zou handig zijn geweest als we het
zevende hoofdstuk samen met hoofdstuk 6

4
00:00:15,030 --> 00:00:17,850
en enkele eerdere
hoofdstukken hadden behandeld.

5
00:00:17,850 --> 00:00:21,870
Aan het einde van dit hoofdstuk ligt
namelijk een natuurlijke scheiding in het

6
00:00:21,870 --> 00:00:25,290
boek, en dan kunnen we
overgaan naar het tweede deel.

7
00:00:25,290 --> 00:00:28,590
Het boek 2 Korinthe
bestaat uit drie delen.

8
00:00:28,590 --> 00:00:33,090
De eerste zeven hoofdstukken
vormen het eerste grote deel.

9
00:00:33,090 --> 00:00:37,110
Daarin spreekt Paulus in wezen
zijn dank en waardering uit

10
00:00:37,110 --> 00:00:40,050
voor het feit dat ze
tot inkeer zijn gekomen,

11
00:00:40,050 --> 00:00:43,950
nadat ze hem een tijdlang behoorlijk
de schrik hadden aangejaagd.

12
00:00:43,950 --> 00:00:48,510
De hoofdstukken 8 en 9 gaan over
de inzameling die hij houdt voor de

13
00:00:48,510 --> 00:00:50,250
gemeente in Jeruzalem.

14
00:00:50,250 --> 00:00:54,030
En in de hoofdstukken 10 tot
en met 13 spreekt hij nog veel

15
00:00:54,030 --> 00:00:57,930
grotere bezorgdheid uit over
sommige valse leraren en

16
00:00:57,930 --> 00:01:00,750
valse apostelen die in de gemeente zijn.

17
00:01:00,750 --> 00:01:05,430
Het lijkt me geen probleem om vrij
snel door hoofdstuk 7 heen te gaan.

18
00:01:05,430 --> 00:01:09,930
De meeste dingen die erin staan, zijn
namelijk al in de inleiding besproken,

19
00:01:09,930 --> 00:01:13,290
of het zijn herhalingen van
dingen die in hoofdstuk 2

20
00:01:13,290 --> 00:01:16,110
of ergens anders hiervoor zijn besproken.

21
00:01:16,110 --> 00:01:19,470
Er zullen niet zo heel veel
nieuwe opmerkingen te maken zijn,

22
00:01:19,470 --> 00:01:23,430
en dat betekent dat we aan
hoofdstuk 8 kunnen beginnen.

23
00:01:23,430 --> 00:01:28,110
De hoofdstukken 8 en 9 vormen
één doorlopende bespreking,

24
00:01:28,110 --> 00:01:32,790
en beide hoofdstukken samen behandelen
zou de meest natuurlijke manier zijn om

25
00:01:32,790 --> 00:01:34,230
die te behandelen.

26
00:01:34,230 --> 00:01:40,170
Hoofdstuk 9 telt maar vijftien verzen, wat
betekent dat het een kort hoofdstuk is,

27
00:01:40,170 --> 00:01:43,470
en hoofdstuk 7 telt maar zestien verzen.

28
00:01:43,470 --> 00:01:48,930
Dat we hoofdstuk 7 afronden en aan het
volgende gedeelte beginnen, hoofdstuk 8,

29
00:01:48,930 --> 00:01:50,730
staat dus wel vast.

30
00:01:50,730 --> 00:01:53,670
Omdat wij dan deze
beloften hebben, geliefden,

31
00:01:53,670 --> 00:01:58,170
laten wij onszelf reinigen van alle
bezoedeling van vlees en geest,

32
00:01:58,170 --> 00:02:01,530
en de heiliging volbrengen
in het vrezen van God.

33
00:02:01,530 --> 00:02:06,630
Waar deze aansporing op neerkomt, is
dat we volmaakt worden in heiligheid.

34
00:02:06,630 --> 00:02:09,930
De Engelse Bijbelvertaling
die de spreker gebruikt,

35
00:02:09,930 --> 00:02:15,810
spreekt hier van ‘perfecting holiness’:
het volmaakt maken van de heiligheid.

36
00:02:15,810 --> 00:02:20,790
En dat klinkt als een zware opgave:
volmaakt zijn in heiligheid.

37
00:02:20,790 --> 00:02:26,010
God is volmaakt in heiligheid, maar hoe
moeten wij volmaakt zijn in heiligheid?

38
00:02:26,010 --> 00:02:30,270
‘Volmaakt’ kan natuurlijk ‘volledig’
betekenen, en dat is in een geval als dit

39
00:02:30,270 --> 00:02:35,310
zeer waarschijnlijk ook de betekenis:
dat we volledig heilig moeten zijn.

40
00:02:35,310 --> 00:02:41,010
Hij spreekt erover dat we gereinigd worden
van alle onreinheid van vlees en geest,

41
00:02:41,010 --> 00:02:43,470
zodat we volledig heilig zullen zijn.

42
00:02:43,470 --> 00:02:46,230
Niet alleen uiterlijk, maar ook innerlijk.

43
00:02:46,230 --> 00:02:48,930
Niet alleen ons uiterlijke
gedrag verbeteren door de

44
00:02:48,930 --> 00:02:51,930
grove zonden van het vlees
te vermijden, maar ook

45
00:02:51,930 --> 00:02:57,090
streng met onszelf omgaan als het gaat
om zonden van het denken en van de geest.

46
00:02:57,090 --> 00:03:01,770
Ik weet niet precies welke zonden Paulus
zou indelen als zonden van de geest,

47
00:03:01,770 --> 00:03:03,690
tegenover zonden van het vlees.

48
00:03:03,690 --> 00:03:07,710
Dat is moeilijk omdat het woord
‘vlees’ strikt genomen niet altijd

49
00:03:07,710 --> 00:03:09,510
het lichaam betekent.

50
00:03:09,510 --> 00:03:12,570
Soms betekent het zoiets
als de gevallen natuur,

51
00:03:12,570 --> 00:03:16,350
waar natuurlijk ook neigingen van het
denken en dergelijke onder vallen.

52
00:03:16,350 --> 00:03:20,790
Bij zonden van het vlees denken we dus
misschien aan dingen als seksuele zonden,

53
00:03:20,790 --> 00:03:26,670
misschien aan dingen als dronkenschap
en uiterlijk wangedrag, roof enzovoort.

54
00:03:26,670 --> 00:03:29,190
Terwijl we bij zonden
van de geest misschien

55
00:03:29,190 --> 00:03:32,790
geneigd zijn te denken aan dingen
die zich alleen vanbinnen afspelen,

56
00:03:32,790 --> 00:03:39,210
tegenover uiterlijke zonden: begeerte
of hebzucht of trots, afgunst.

57
00:03:39,210 --> 00:03:43,530
Zo zouden we deze tweedeling
kunnen begrijpen. Ik weet het niet.

58
00:03:43,530 --> 00:03:47,010
Maar het is duidelijk dat Paulus
met de woorden alle delen van ons

59
00:03:47,010 --> 00:03:48,630
wezen wil omvatten.

60
00:03:48,630 --> 00:03:52,950
We mogen in geen enkel deel van
ons wezen onreinheid dulden.

61
00:03:52,950 --> 00:03:57,210
Dat is natuurlijk gebaseerd op wat
hij aan het einde van hoofdstuk 6 zei.

62
00:03:57,210 --> 00:04:00,510
Hij citeert eigenlijk niet
één specifieke passage,

63
00:04:00,510 --> 00:04:04,350
maar hij verbindt zinsdelen uit
verschillende passages uit het Oude

64
00:04:04,350 --> 00:04:07,890
Testament met elkaar en
zegt dat God heeft gezegd:

65
00:04:07,890 --> 00:04:12,030
Of welk verband is er tussen de
tempel van God en de afgoden?

66
00:04:12,030 --> 00:04:16,590
Want u bent de tempel van de
levende God, zoals God gezegd heeft:

67
00:04:16,590 --> 00:04:19,770
Ik zal in hun midden wonen
en onder hen wandelen,

68
00:04:19,770 --> 00:04:23,730
en Ik zal hun God zijn en
zij zullen Mijn volk zijn.

69
00:04:23,730 --> 00:04:28,170
Ga daarom uit hun midden weg
en zonder u af, zegt de Heere,

70
00:04:28,170 --> 00:04:33,750
en raak het onreine niet aan, en Ik zal u
aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn,

71
00:04:33,750 --> 00:04:39,150
en u zult Mij tot zonen en dochters
zijn, zegt de Heere, de Almachtige.

72
00:04:39,150 --> 00:04:42,210
En daarom zegt hoofdstuk 7, vers 1:

73
00:04:42,210 --> 00:04:44,790
Dus, nu we deze beloften hebben.

74
00:04:44,790 --> 00:04:49,650
De grond om ons ertoe aan te sporen
ons te reinigen van alle onreinheid van

75
00:04:49,650 --> 00:04:54,990
vlees en geest, is dat we deze beloften
hebben. Welke beloften? God zei:

76
00:04:54,990 --> 00:04:59,190
Hij zou bij ons wonen en onder
ons leven en onze God zijn,

77
00:04:59,190 --> 00:05:01,350
en wij zouden Zijn volk zijn.

78
00:05:01,350 --> 00:05:02,610
Hij zei:

79
00:05:02,610 --> 00:05:07,950
Als we ons afzonderen en niets onreins
aanraken, zal Hij ons aannemen.

80
00:05:07,950 --> 00:05:12,150
Hij zal een vader voor ons zijn,
en wij zullen Zijn kinderen zijn.

81
00:05:12,150 --> 00:05:14,010
Dat zijn grote beloften.

82
00:05:14,010 --> 00:05:18,630
Dat zijn verheven voorrechten, en ze
zijn beslist waardevol genoeg om te

83
00:05:18,630 --> 00:05:22,650
rechtvaardigen dat we ons er grote
inspanningen voor getroosten.

84
00:05:22,650 --> 00:05:26,190
Omdat wij dan deze
beloften hebben, geliefden,

85
00:05:26,190 --> 00:05:30,450
laten wij onszelf reinigen van alle
bezoedeling van vlees en geest,

86
00:05:30,450 --> 00:05:34,050
en de heiliging volbrengen
in het vrezen van God.

87
00:05:34,050 --> 00:05:38,430
Alle christenen streven ernaar
gereinigd te worden van onreinheid.

88
00:05:38,430 --> 00:05:43,710
Alle christenen willen heilig zijn, maar
soms is het verlangen om heilig te zijn

89
00:05:43,710 --> 00:05:47,790
minder sterk dan op andere
momenten of bij sommige mensen.

90
00:05:47,790 --> 00:05:52,710
Wat Paulus probeert te doen, is alle
christenen aansporen om door te gaan

91
00:05:52,710 --> 00:05:57,210
en er hun prioriteit van te maken
die beloften die God heeft gedaan,

92
00:05:57,210 --> 00:06:01,110
aan te grijpen door aan de
genoemde voorwaarden te voldoen.

93
00:06:01,110 --> 00:06:05,730
Die voorwaarde is dat we heilig
zijn, dat we afgezonderd zijn.

94
00:06:05,730 --> 00:06:09,690
Nu is het niet zo duidelijk tot
welke specifieke vorm van afzondering

95
00:06:09,690 --> 00:06:11,730
hij de Korinthiërs opriep.

96
00:06:11,730 --> 00:06:15,630
Sommigen hebben geopperd dat hij
misschien afgoderij op het oog had.

97
00:06:15,630 --> 00:06:20,970
Maar zoals ik de vorige keer al zei: als
de gemeente zich met afgoderij bezighield,

98
00:06:20,970 --> 00:06:24,810
zou je verwachten dat Paulus dat
duidelijker had gezegd en op dat

99
00:06:24,810 --> 00:06:27,510
specifieke punt strenger was geweest.

100
00:06:27,510 --> 00:06:31,650
Natuurlijk bestaat de mogelijkheid
dat er sprake was van seksuele zonde.

101
00:06:31,650 --> 00:06:35,910
Daar was in 1 Korinthe sprake van,
maar dat zegt hij hier ook niet.

102
00:06:35,910 --> 00:06:38,730
Het lijkt erop dat hij
zich in 2 Korinthe vooral

103
00:06:38,730 --> 00:06:42,870
zorgen maakt over het feit dat
ze valse leraren verdragen,

104
00:06:42,870 --> 00:06:45,510
of mensen die tegenstanders
van Paulus zijn.

105
00:06:45,510 --> 00:06:49,710
Misschien wordt dat bevestigd doordat hij
vanaf dit punt verdergaat over degene die

106
00:06:49,710 --> 00:06:51,930
in de gemeente onder tucht is gesteld,

107
00:06:51,930 --> 00:06:55,050
degene van wie zij zich
inderdaad hebben afgescheiden.

108
00:06:55,050 --> 00:06:59,070
Hij is degene die zij op bevel van
Paulus onder tucht moesten stellen.

109
00:06:59,070 --> 00:07:02,310
En nu heeft hij hun in
hoofdstuk 2 gevraagd

110
00:07:02,310 --> 00:07:04,650
die persoon weer in
hun midden op te nemen,

111
00:07:04,650 --> 00:07:07,530
omdat hij blijkbaar tot
bekering is gekomen.

112
00:07:07,530 --> 00:07:10,890
In de rest van dit hoofdstuk zal
hij nog meer over die persoon

113
00:07:10,890 --> 00:07:12,630
en die gebeurtenis zeggen.

114
00:07:12,630 --> 00:07:16,890
Het is mogelijk dat Paulus hen met het oog
op het verwijderen van deze persoon uit de

115
00:07:16,890 --> 00:07:18,510
gemeente wil bemoedigen.

116
00:07:18,510 --> 00:07:22,710
Dat is in het algemeen het juiste om te
doen als er mensen in de gemeente zijn

117
00:07:22,710 --> 00:07:25,530
die verderf en onreinheid veroorzaken.

118
00:07:25,530 --> 00:07:30,990
Dat kan zijn doordat ze zonden op moreel
gebied, zonden van het vlees, bepleiten.

119
00:07:30,990 --> 00:07:36,210
Of doordat ze de gemeente eenvoudigweg
bederven door verdeeldheid en achterdocht,

120
00:07:36,210 --> 00:07:38,730
wat zonden van de geest
zouden kunnen zijn.

121
00:07:38,730 --> 00:07:41,670
Van zulke personen moet je je afscheiden.

122
00:07:41,670 --> 00:07:46,890
Eerder, in 1 Korinthe, was er een man die
met de vrouw van zijn vader samenleefde.

123
00:07:46,890 --> 00:07:50,490
Toen Paulus er bij hen op aandrong
hem uit de gemeente te zetten,

124
00:07:50,490 --> 00:07:52,110
maakte hij duidelijk:

125
00:07:52,110 --> 00:07:56,310
Weet u niet dat een klein beetje
zuurdeeg het hele deeg doorzuurt?

126
00:07:56,310 --> 00:07:59,490
Dat zei hij in 1 Korinthe hoofdstuk 5.

127
00:07:59,490 --> 00:08:03,150
En hij zei dat zij zich van die
slechte persoon moesten afscheiden,

128
00:08:03,150 --> 00:08:05,790
zodat hij niet de hele
gemeente zou bederven.

129
00:08:05,790 --> 00:08:09,030
In 1 Korinthe 5 ging het misschien
om een ander soort verderf,

130
00:08:09,030 --> 00:08:13,770
of een ander soort zonde, en om een andere
persoon die zich daaraan schuldig maakte

131
00:08:13,770 --> 00:08:15,810
dan deze persoon hier.

132
00:08:15,810 --> 00:08:19,650
Maar het is waarschijnlijk dat hij,
door er bij hen op aan te dringen

133
00:08:19,650 --> 00:08:22,530
zich afgescheiden te
houden van wat onrein is,

134
00:08:22,530 --> 00:08:27,330
die personen in de gemeente op het oog
heeft die geneigd zijn verdeeldheid en

135
00:08:27,330 --> 00:08:30,930
achterdocht tegenover Paulus
en zijn bediening te zaaien.

136
00:08:30,930 --> 00:08:34,830
Zo iemand uit de gemeente zetten
was inderdaad de juiste aanpak.

137
00:08:34,830 --> 00:08:38,310
Hoewel die specifieke persoon nu
natuurlijk weer in hun midden opgenomen

138
00:08:38,310 --> 00:08:41,430
moet worden, omdat hij
tot bekering is gekomen.

139
00:08:41,430 --> 00:08:42,630
Hij zegt:

140
00:08:42,630 --> 00:08:44,610
Geef ons plaats in uw hart.

141
00:08:44,610 --> 00:08:49,110
Wij hebben niemand onrecht aangedaan,
wij hebben niemand te gronde gericht,

142
00:08:49,110 --> 00:08:51,270
wij hebben niemand uitgebuit.

143
00:08:51,270 --> 00:08:55,350
Ik zeg dit niet om u te veroordelen,
want ik heb al eerder gezegd dat wij zo

144
00:08:55,350 --> 00:08:59,010
hartelijk met u verbonden zijn,
dat wij samen met u zouden willen

145
00:08:59,010 --> 00:09:00,390
sterven en leven.

146
00:09:00,390 --> 00:09:05,730
Ik heb veel vrijmoedigheid tegenover
u, ik heb veel te roemen over u. Ik ben

147
00:09:05,730 --> 00:09:11,310
vol van vertroosting en word overstelpt
met blijdschap in al onze verdrukking.

148
00:09:11,310 --> 00:09:16,230
Want ook toen wij in Macedonië gekomen
waren, heeft ons vlees geen rust gehad,

149
00:09:16,230 --> 00:09:19,710
maar waren wij in alles
verdrukt: vanbuiten waren er

150
00:09:19,710 --> 00:09:22,110
conflicten, vanbinnen vrees.

151
00:09:22,110 --> 00:09:27,690
Maar God, Die de nederigen troost, heeft
ons getroost door de komst van Titus.

152
00:09:27,690 --> 00:09:30,270
En niet alleen door zijn
komst, maar ook door de

153
00:09:30,270 --> 00:09:32,550
troost waarmee hij bij u getroost werd.

154
00:09:32,550 --> 00:09:35,670
Hij deed ons namelijk verslag
van uw vurig verlangen,

155
00:09:35,670 --> 00:09:40,950
uw treuren en uw ijver voor mij,
en zo werd ik des te meer verblijd.

156
00:09:40,950 --> 00:09:45,990
In vers 5 hervat hij het verhaal over de
gebeurtenissen uit het recente verleden,

157
00:09:45,990 --> 00:09:49,470
dat hij eigenlijk al in
hoofdstuk 2 had afgebroken.

158
00:09:49,470 --> 00:09:54,330
Sinds hoofdstuk 2, vers 13, heeft
hij daar heel weinig over gezegd.

159
00:09:54,330 --> 00:09:57,330
Af en toe voegt hij een paar
persoonlijke verhalen in

160
00:09:57,330 --> 00:09:59,850
over wat hij de laatste tijd heeft gedaan.

161
00:09:59,850 --> 00:10:03,630
Hij zei in hoofdstuk 2, vers 12 en 13:

162
00:10:03,630 --> 00:10:07,590
Toen ik nu in Troas kwam om het
Evangelie van Christus te prediken,

163
00:10:07,590 --> 00:10:10,530
en daar een deur voor mij
geopend was in de Heere,

164
00:10:10,530 --> 00:10:15,450
had ik geen rust voor mijn geest, omdat
ik Titus, mijn broeder, niet vond,

165
00:10:15,450 --> 00:10:19,290
maar ik nam afscheid van hen
en vertrok naar Macedonië.

166
00:10:19,290 --> 00:10:24,210
Daarna zegt hij hier niets meer over
zijn reizen tot hoofdstuk 7, vers 5,

167
00:10:24,210 --> 00:10:25,590
waar hij zegt:

168
00:10:25,590 --> 00:10:30,090
Want toen we in Macedonië aankwamen,
kregen we lichamelijk geen rust.

169
00:10:30,090 --> 00:10:33,510
Hij was eerst in Troas,
waar hij op Titus wachtte.

170
00:10:33,510 --> 00:10:37,350
Die zou terugkomen met nieuws over
de manier waarop de Korinthiërs de

171
00:10:37,350 --> 00:10:38,310
brief hadden ontvangen.

172
00:10:38,310 --> 00:10:40,950
Paulus had via Titus een brief met

173
00:10:40,950 --> 00:10:43,470
terechtwijzingen aan de
Korinthiërs gestuurd,

174
00:10:43,470 --> 00:10:45,690
een brief die hij in zielenstrijd,

175
00:10:45,690 --> 00:10:49,050
in verdrukking en onder
tranen had geschreven.

176
00:10:49,050 --> 00:10:54,210
Hij had er helemaal geen vertrouwen in dat
die zou uitwerken wat die moest uitwerken.

177
00:10:54,210 --> 00:10:58,530
Aanvankelijk had hij er zelfs enige
spijt van dat hij hem had verstuurd.

178
00:10:58,530 --> 00:11:01,350
Hij vroeg zich af of hij
te streng was geweest.

179
00:11:01,350 --> 00:11:05,490
Hij ging naar Troas in de hoop
Titus te ontmoeten. Titus kwam niet.

180
00:11:05,490 --> 00:11:08,130
Daar staat in hoofdstuk 2, vers 13:

181
00:11:08,130 --> 00:11:12,090
Ik had innerlijk geen rust, omdat ik
mijn broeder Titus niet kon vinden.

182
00:11:12,090 --> 00:11:14,490
Dus ging hij naar Macedonië.

183
00:11:14,490 --> 00:11:20,670
Nu lezen we dat hij, toen hij in Macedonië
kwam, in hoofdstuk 7, vers 5 zegt:

184
00:11:20,670 --> 00:11:22,830
We kregen lichamelijk geen rust.

185
00:11:22,830 --> 00:11:27,690
Het is interessant dat hij zegt dat zijn
geest geen rust had toen hij in Troas was.

186
00:11:27,690 --> 00:11:32,550
Toen hij in Macedonië kwam, zegt
hij dat zijn vlees geen rust had.

187
00:11:32,550 --> 00:11:34,710
Misschien is dit niet zo belangrijk.

188
00:11:34,710 --> 00:11:39,210
Misschien is het gewoon een andere manier
om te zeggen: ‘We hadden geen rust.’

189
00:11:39,210 --> 00:11:41,670
Maar hij gebruikt wel andere woorden.

190
00:11:41,670 --> 00:11:46,410
En misschien was het zo dat zijn grootste
strijd in Troas vanbinnen plaatsvond:

191
00:11:46,410 --> 00:11:51,750
zijn bezorgdheid, zijn ongerustheid
over Titus en over de gemeente.

192
00:11:51,750 --> 00:11:56,490
Toen hij daarentegen in Macedonië kwam,
had hij niet alleen die ongerustheid,

193
00:11:56,490 --> 00:11:58,770
maar had hij ook problemen in het vlees,

194
00:11:58,770 --> 00:12:02,130
waarmee hij waarschijnlijk
lichamelijke problemen bedoelt.

195
00:12:02,130 --> 00:12:07,050
We weten dat Paulus van tijd tot tijd
door lichamelijke problemen werd gekweld.

196
00:12:07,050 --> 00:12:12,510
Zelfs in deze brief, in hoofdstuk 12,
spreekt hij over een doorn in zijn vlees,

197
00:12:12,510 --> 00:12:14,610
een kwaal die hem kwelde.

198
00:12:14,610 --> 00:12:18,390
Het kan zijn dat dit probleem,
wat het ook geweest mag zijn,

199
00:12:18,390 --> 00:12:21,450
weer opvlamde toen hij in Macedonië kwam.

200
00:12:21,450 --> 00:12:24,570
Sommige mensen hebben gezegd
dat hij misschien malaria had,

201
00:12:24,570 --> 00:12:27,090
of misschien een oogziekte of een andere

202
00:12:27,090 --> 00:12:30,150
oosterse kwaal die van
tijd tot tijd opvlamde.

203
00:12:30,150 --> 00:12:34,770
Toen hij in Macedonië kwam, had hij
naast het gebrek aan rust in zijn geest

204
00:12:34,770 --> 00:12:36,930
ook geen rust in zijn lichaam.

205
00:12:36,930 --> 00:12:38,670
Er was geen vertroosting.

206
00:12:38,670 --> 00:12:39,450
Hij zegt:

207
00:12:39,450 --> 00:12:41,670
Geef ons plaats in uw hart.

208
00:12:41,670 --> 00:12:46,650
Wij hebben niemand onrecht aangedaan,
wij hebben niemand te gronde gericht,

209
00:12:46,650 --> 00:12:49,050
wij hebben niemand uitgebuit.

210
00:12:49,050 --> 00:12:53,670
Ik zeg dit niet om u te veroordelen,
want ik heb al eerder gezegd dat wij zo

211
00:12:53,670 --> 00:12:57,690
hartelijk met u verbonden zijn,
dat wij samen met u zouden willen

212
00:12:57,690 --> 00:12:59,370
sterven en leven.

213
00:12:59,370 --> 00:13:04,710
Ik heb veel vrijmoedigheid tegenover
u, ik heb veel te roemen over u. Ik ben

214
00:13:04,710 --> 00:13:10,290
vol van vertroosting en word overstelpt
met blijdschap in al onze verdrukking.

215
00:13:10,290 --> 00:13:15,270
Want ook toen wij in Macedonië gekomen
waren, heeft ons vlees geen rust gehad,

216
00:13:15,270 --> 00:13:18,870
maar waren wij in alles
verdrukt: vanbuiten waren er

217
00:13:18,870 --> 00:13:21,750
conflicten, vanbinnen vrees.

218
00:13:21,750 --> 00:13:27,690
Maar God, Die de nederigen troost, heeft
ons getroost door de komst van Titus.

219
00:13:27,690 --> 00:13:31,650
En niet alleen door zijn komst, maar
ook door de troost waarmee hij bij

220
00:13:31,650 --> 00:13:33,270
u getroost werd.

221
00:13:33,270 --> 00:13:36,930
Hij deed ons namelijk verslag
van uw vurig verlangen,

222
00:13:36,930 --> 00:13:42,570
uw treuren en uw ijver voor mij,
en zo werd ik des te meer verblijd.

223
00:13:42,570 --> 00:13:45,330
Dat zou kunnen betekenen dat
er conflicten waren met andere

224
00:13:45,330 --> 00:13:47,850
mensen, met tegenstanders.

225
00:13:47,850 --> 00:13:51,030
Daaraan had Paulus in
Macedonië geen gebrek gehad,

226
00:13:51,030 --> 00:13:55,170
hoewel we in Handelingen geen verslag
hebben van de specifieke conflicten

227
00:13:55,170 --> 00:13:57,090
waarnaar hij hier verwijst.

228
00:13:57,090 --> 00:13:58,950
Hij zegt in vers 6:

229
00:13:58,950 --> 00:14:01,830
‘Maar God, Die de neerslachtigen troost.’

230
00:14:01,830 --> 00:14:06,390
De Engelse vertaling die de spreker
gebruikt, heeft hier ‘downcast’,

231
00:14:06,390 --> 00:14:09,150
waar de HSV ‘de nederigen’ heeft.

232
00:14:09,150 --> 00:14:12,270
Zo begon Paulus de brief in hoofdstuk 1:

233
00:14:12,270 --> 00:14:16,170
Geprezen zij de God en Vader
van onze Heere Jezus Christus,

234
00:14:16,170 --> 00:14:20,250
de Vader van de barmhartigheden
en de God van alle vertroosting,

235
00:14:20,250 --> 00:14:23,070
Die ons troost in al onze verdrukking,

236
00:14:23,070 --> 00:14:27,030
zodat wij hen kunnen troosten
die in allerlei verdrukking zijn,

237
00:14:27,030 --> 00:14:30,750
met de vertroosting waarmee wij
zelf door God getroost worden.

238
00:14:30,750 --> 00:14:34,770
Nu vertelt hij over een van de
manieren waarop God hem troostte

239
00:14:34,770 --> 00:14:36,630
toen hij neerslachtig was.

240
00:14:36,630 --> 00:14:41,070
God, Die de neerslachtigen troost,
troostte hen allereerst door

241
00:14:41,070 --> 00:14:45,030
Titus te laten komen, en vooral
door het bemoedigende nieuws dat

242
00:14:45,030 --> 00:14:47,190
Titus over de gemeente bracht.

243
00:14:47,190 --> 00:14:51,510
Hij zei dat Titus zelf getroost was
door wat hij daar in Korinthe zag

244
00:14:51,510 --> 00:14:55,230
en het bemoedigende nieuws
aan Paulus kwam overbrengen.

245
00:14:55,230 --> 00:14:59,610
Wat hij in vers 7 beschrijft over de
reactie van de gemeente op Paulus’ brief,

246
00:14:59,610 --> 00:15:05,370
was dat de gemeenten een vurig verlangen,
verdriet en ijver voor Paulus hadden.

247
00:15:05,370 --> 00:15:09,330
Vurig verlangen betekent kennelijk
dat ze wilden doen wat juist was,

248
00:15:09,330 --> 00:15:11,190
en dat het hun ernst was.

249
00:15:11,190 --> 00:15:14,910
Ze hadden er verdriet over dat ze
hadden gedaan wat verkeerd was,

250
00:15:14,910 --> 00:15:19,890
namelijk dat ze de man hadden getolereerd
die een tegenstander van Paulus was.

251
00:15:19,890 --> 00:15:25,410
Ze wilden duidelijk maken dat ze in deze
zaak vol ijver aan Paulus’ kant stonden.

252
00:15:25,410 --> 00:15:26,910
Dus zegt Paulus:

253
00:15:26,910 --> 00:15:29,610
Ik was nog blijer toen ik dat hoorde.

254
00:15:29,610 --> 00:15:30,750
Vers 8:

255
00:15:30,750 --> 00:15:34,830
Want al heb ik u in de brief
bedroefd, ik heb er geen berouw van.

256
00:15:34,830 --> 00:15:38,610
Hoewel ik er wel berouw van gehad
heb, want ik zie dat die brief,

257
00:15:38,610 --> 00:15:41,730
ook al is het voor een korte
tijd, u bedroefd heeft.

258
00:15:41,730 --> 00:15:44,730
Aanvankelijk, toen hij hem
had verstuurd, dacht hij:

259
00:15:44,730 --> 00:15:47,130
‘Ik had die brief niet moeten versturen.’

260
00:15:47,130 --> 00:15:49,710
Ik weet niet of je dat
weleens hebt meegemaakt.

261
00:15:49,710 --> 00:15:51,270
Ik in elk geval wel.

262
00:15:51,270 --> 00:15:54,870
Ik heb mensen stevige brieven
geschreven en die verstuurd.

263
00:15:54,870 --> 00:15:57,690
Je besteedt veel tijd aan
het opstellen van de brief

264
00:15:57,690 --> 00:16:00,030
en zorgt ervoor dat je alles goed doet.

265
00:16:00,030 --> 00:16:03,630
Ik heb brieven geschreven
die 45 bladzijden lang zijn

266
00:16:03,630 --> 00:16:05,910
en waar ik een maand over heb gedaan.

267
00:16:05,910 --> 00:16:09,390
Tegen de tijd dat je klaar bent,
vind je dat je iemand hiermee op

268
00:16:09,390 --> 00:16:11,490
meesterlijke wijze terechtwijst.

269
00:16:11,490 --> 00:16:15,930
Je doet hem op de post, en nog maar
nauwelijks is hij op de post of je denkt:

270
00:16:15,930 --> 00:16:18,870
‘Ik vraag me af of ik die
wel had moeten versturen.’

271
00:16:18,870 --> 00:16:23,070
Je bent ermee bezig geweest, het
heeft je helemaal in beslag genomen,

272
00:16:23,070 --> 00:16:26,130
je gaat er helemaal in op
terwijl je hem schrijft.

273
00:16:26,130 --> 00:16:30,330
Zodra hij op de post is, denk je:
‘Nu is er geen weg meer terug.

274
00:16:30,330 --> 00:16:32,070
Hij is op de post.

275
00:16:32,070 --> 00:16:35,850
Wat hij ook teweeg zal brengen,
dat zal hij teweegbrengen.

276
00:16:35,850 --> 00:16:38,430
Ik vraag me af of ik er
goed aan heb gedaan.’

277
00:16:38,430 --> 00:16:41,130
Ik heb overwogen er
een paar te publiceren,

278
00:16:41,130 --> 00:16:44,850
omdat ik van de mensen aan wie
ik schreef ook reacties heb die

279
00:16:44,850 --> 00:16:46,650
45 bladzijden lang zijn.

280
00:16:46,650 --> 00:16:48,750
Ik heb er een ordner vol van.

281
00:16:48,750 --> 00:16:51,090
Maar ik weet hoe Paulus zich voelde.

282
00:16:51,090 --> 00:16:54,810
Toen hij de brief schreef en
verstuurde, was hij van streek.

283
00:16:54,810 --> 00:16:58,410
Hij had er spijt van dat hij
hem verstuurd had. Hij zegt:

284
00:16:58,410 --> 00:17:02,310
Maar nu ik heb gezien hoe het is
afgelopen, heb ik er geen spijt van.

285
00:17:02,310 --> 00:17:06,390
Want ik zie dat die brief jullie verdriet
heeft gedaan, al was het maar even.

286
00:17:06,390 --> 00:17:09,090
Hij wilde hen niet voor
altijd verdrietig maken,

287
00:17:09,090 --> 00:17:11,550
maar hij wilde wel dat ze verdriet hadden.

288
00:17:11,550 --> 00:17:16,350
Hij wilde wel dat ze tot inkeer kwamen
en inzagen dat ze verkeerd bezig waren,

289
00:17:16,350 --> 00:17:19,950
en hij ziet dat de brief
precies dat heeft bereikt.

290
00:17:19,950 --> 00:17:22,410
Het moet een heel goede
brief zijn geweest.

291
00:17:22,410 --> 00:17:24,510
Het is jammer dat we hem niet hebben.

292
00:17:24,510 --> 00:17:28,350
Of misschien hebben we hem natuurlijk
wel, zoals sommigen hebben geopperd,

293
00:17:28,350 --> 00:17:31,830
in de hoofdstukken 10 tot
en met 13 van deze brief.

294
00:17:31,830 --> 00:17:36,390
Sommigen meenden dat dit een gedeelte is
dat eigenlijk niet bij deze brief hoorde,

295
00:17:36,390 --> 00:17:40,710
maar op de een of andere manier op de
verkeerde plaats terecht is gekomen.

296
00:17:40,710 --> 00:17:44,850
Oorspronkelijk zou het dan hebben gehoord
bij de brief waarnaar hij hier verwijst.

297
00:17:44,850 --> 00:17:47,910
Maar dat valt op geen
enkele manier te bewijzen.

298
00:17:47,910 --> 00:17:51,930
Het is gewoon een van die
vergezochte theorieën van geleerden.

299
00:17:51,930 --> 00:17:55,650
Nu verblijd ik mij, niet
omdat u bedroefd bent geweest,

300
00:17:55,650 --> 00:17:59,190
maar omdat u bedroefd
bent geweest tot bekering.

301
00:17:59,190 --> 00:18:03,450
Want u bent bedroefd geweest
overeenkomstig de wil van God,

302
00:18:03,450 --> 00:18:07,650
zodat u in geen enkel opzicht
door ons schade hebt geleden.

303
00:18:07,650 --> 00:18:11,610
Want de droefheid die
overeenkomstig de wil van God is,

304
00:18:11,610 --> 00:18:15,090
brengt een onberouwelijke
bekering tot zaligheid teweeg,

305
00:18:15,090 --> 00:18:19,050
maar de droefheid van de
wereld brengt de dood teweeg.

306
00:18:19,050 --> 00:18:22,230
Paulus zegt dat er verdriet
is dat wenselijk is,

307
00:18:22,230 --> 00:18:24,870
en verdriet dat niet wenselijk is.

308
00:18:24,870 --> 00:18:28,650
Het verdriet naar Gods wil,
dat bekering teweegbrengt,

309
00:18:28,650 --> 00:18:31,410
is niet iets waar je
spijt van hoeft te hebben.

310
00:18:31,410 --> 00:18:36,810
De spreker betrekt de Engelse woorden ‘not
to be regretted’ hier op het verdriet;

311
00:18:36,810 --> 00:18:40,530
de HSV noemt de bekering ‘onberouwelijk’.

312
00:18:40,530 --> 00:18:43,350
Niemand geniet van verdriet
terwijl hij het doormaakt,

313
00:18:43,350 --> 00:18:45,270
anders zou het geen verdriet zijn.

314
00:18:45,270 --> 00:18:48,270
Als je ervan geniet,
ben je niet verdrietig.

315
00:18:48,270 --> 00:18:52,110
Verdriet is naar zijn aard het
tegenovergestelde van plezier hebben.

316
00:18:52,110 --> 00:18:54,390
Het is een onaangename ervaring.

317
00:18:54,390 --> 00:18:59,310
Paulus herinnert ons eraan dat er
vormen van verdriet zijn waarvan we,

318
00:18:59,310 --> 00:19:01,890
als we die eenmaal
hebben doorgemaakt, geen

319
00:19:01,890 --> 00:19:04,470
spijt hebben dat we ze hebben doorgemaakt.

320
00:19:04,470 --> 00:19:08,490
Wanneer je verdriet doormaakt,
moet je jezelf niet afvragen:

321
00:19:08,490 --> 00:19:10,410
‘Hoe voel ik me op dit moment?’

322
00:19:10,410 --> 00:19:13,170
maar: ‘Hoe zal ik hier later over denken,

323
00:19:13,170 --> 00:19:17,790
wanneer ik dit huidige gewicht en deze
last niet meer op mijn hart voel?’

324
00:19:17,790 --> 00:19:19,950
En die zal ik niet voor altijd voelen.

325
00:19:19,950 --> 00:19:23,730
Dat is iets wat moeilijk te beseffen
is wanneer je verdriet hebt.

326
00:19:23,730 --> 00:19:26,910
Het lijkt alsof je er nooit
overheen zult kunnen komen,

327
00:19:26,910 --> 00:19:29,550
alsof je nooit meer gelukkig zult zijn.

328
00:19:29,550 --> 00:19:32,850
Maar realistische mensen
kunnen naar hun verleden kijken

329
00:19:32,850 --> 00:19:37,050
en naar de werkelijkheid kijken en
zeggen: ‘Ik zal me niet altijd zo ellendig

330
00:19:37,050 --> 00:19:38,310
voelen als nu.

331
00:19:38,310 --> 00:19:42,810
Maar als dat niet meer zo is, zal ik er
dan op terugkijken en er verdriet over

332
00:19:42,810 --> 00:19:44,490
hebben dat ik verdriet had?

333
00:19:44,490 --> 00:19:48,390
Zal ik er spijt van hebben dat
ik dit verdriet heb doorgemaakt?’

334
00:19:48,390 --> 00:19:53,130
Er zijn momenten waarop je je zou moeten
schamen voor dingen waarover je van streek

335
00:19:53,130 --> 00:19:56,490
was, wanneer je zag dat
je je helemaal druk maakte

336
00:19:56,490 --> 00:19:59,370
over iets wat eigenlijk
niet zo belangrijk was.

337
00:19:59,370 --> 00:20:02,310
Maar als het verdriet je
ertoe brengt je te verbeteren,

338
00:20:02,310 --> 00:20:06,270
als het je tot bekering brengt, dan
heb je er natuurlijk geen spijt van

339
00:20:06,270 --> 00:20:08,130
dat je het hebt doorgemaakt.

340
00:20:08,130 --> 00:20:12,810
Er is een droefheid van de wereld,
zegt hij, die de dood voortbrengt.

341
00:20:12,810 --> 00:20:15,270
Ik weet niet precies hoe hij dat bedoelt.

342
00:20:15,270 --> 00:20:18,630
De droefheid van de wereld
brengt de dood voort,

343
00:20:18,630 --> 00:20:22,650
in tegenstelling tot droefheid naar
Gods wil, die tot bekering leidt.

344
00:20:22,650 --> 00:20:26,190
Droefheid die naar Gods
wil is, moet droefheid zijn

345
00:20:26,190 --> 00:20:29,550
die berust op het feit dat
we God hebben gekrenkt.

346
00:20:29,550 --> 00:20:32,850
Het is een gevoel dat op God gericht is.

347
00:20:32,850 --> 00:20:35,850
Mensen kunnen om andere
redenen verdriet hebben,

348
00:20:35,850 --> 00:20:39,030
zonder dat God daar ook maar
iets mee te maken heeft.

349
00:20:39,030 --> 00:20:44,850
Maar de droefheid die tot bekering leidt,
is een droefheid die op God gericht is.

350
00:20:44,850 --> 00:20:49,470
Het is zoals bij de bekering
van de verloren zoon. Hij zei:

351
00:20:49,470 --> 00:20:56,250
En de zoon zei tegen hem: Vader, ik heb
gezondigd tegen de hemel en tegenover u.

352
00:20:56,250 --> 00:20:59,670
Ik ben niet meer waard uw
zoon genoemd te worden.

353
00:20:59,670 --> 00:21:03,090
Niet alleen tegen een
mens, maar tegen de hemel.

354
00:21:03,090 --> 00:21:07,710
Bij ware bekering zit het je niet alleen
dwars dat iemand anders is gekwetst,

355
00:21:07,710 --> 00:21:11,250
dat een of ander mens door mijn
daden schade heeft geleden,

356
00:21:11,250 --> 00:21:14,970
of dat ik door mijn eigen
daden schade heb geleden.

357
00:21:14,970 --> 00:21:19,650
Ware bekering komt voort uit een
droefheid die op God gericht is.

358
00:21:19,650 --> 00:21:24,270
God is door mijn daden gekwetst, en
dat doet mij het meeste verdriet.

359
00:21:24,270 --> 00:21:27,090
Dat is droefheid naar Gods wil.

360
00:21:27,090 --> 00:21:31,650
Wereldse droefheid ziet er in
zekere zin vaak precies zo uit als

361
00:21:31,650 --> 00:21:35,550
droefheid naar Gods wil
en voelt ook precies zo.

362
00:21:35,550 --> 00:21:37,770
Het verdriet is net zo groot.

363
00:21:37,770 --> 00:21:40,950
Wanneer iemand verdriet
heeft, kun je niet altijd door

364
00:21:40,950 --> 00:21:44,670
even te kijken meteen zien
waarover diegene verdriet heeft,

365
00:21:44,670 --> 00:21:49,350
of het droefheid naar Gods wil
is of een ander soort droefheid.

366
00:21:49,350 --> 00:21:52,410
Veel mensen hebben verdriet over
dingen die ze hebben gedaan,

367
00:21:52,410 --> 00:21:55,170
maar het is geen droefheid naar Gods wil.

368
00:21:55,170 --> 00:21:57,390
Het is wereldse droefheid.

369
00:21:57,390 --> 00:22:00,450
Ze hebben verdriet omdat
ze gevolgen ondervinden

370
00:22:00,450 --> 00:22:02,670
die ze liever niet zouden
hoeven ondervinden.

371
00:22:02,670 --> 00:22:06,570
Of ze hebben schade aangericht
die ze niet ongedaan kunnen maken,

372
00:22:06,570 --> 00:22:10,230
en ze zullen nog heel lang met
de gevolgen daarvan moeten leven.

373
00:22:10,230 --> 00:22:14,370
Dat maakt hen verdrietig, maar
het leidt hen niet tot bekering.

374
00:22:14,370 --> 00:22:18,630
Want het is een droefheid die
volledig voortkomt uit eigenbelang,

375
00:22:18,630 --> 00:22:24,030
volledig uit het feit dat ik mijzelf met
wat ik heb gedaan ernstig heb benadeeld.

376
00:22:24,030 --> 00:22:27,930
Dat leidt niet tot ware
bekering die tot behoud leidt.

377
00:22:27,930 --> 00:22:32,790
Ik denk dat dit eenvoudigweg iets
is wat tot een valse bekering leidt

378
00:22:32,790 --> 00:22:35,010
en daarom tot de dood leidt.

379
00:22:35,010 --> 00:22:36,990
Het leidt niet tot behoud.

380
00:22:36,990 --> 00:22:40,230
Het kan tot de dood leiden
om de eenvoudige reden

381
00:22:40,230 --> 00:22:42,990
dat iemand kan denken dat
hij zich heeft bekeerd,

382
00:22:42,990 --> 00:22:45,150
terwijl hij dat niet heeft gedaan.

383
00:22:45,150 --> 00:22:47,910
Daarom zoekt hij niet
verder naar echte bekering,

384
00:22:47,910 --> 00:22:51,150
en daarom sterft hij en gaat hij verloren.

385
00:22:51,150 --> 00:22:54,090
Maar iemand die droefheid
naar Gods wil heeft,

386
00:22:54,090 --> 00:22:59,190
keert zich tot God en maakt zich zorgen
over wat hij God heeft aangedaan.

387
00:22:59,190 --> 00:23:02,010
In zijn spijt draait het niet om hemzelf.

388
00:23:02,010 --> 00:23:04,770
Hij heeft er spijt van dat
hij God heeft gekwetst,

389
00:23:04,770 --> 00:23:10,170
en dat is de droefheid die tot echte
bekering en behoud leidt, zegt Paulus.

390
00:23:10,170 --> 00:23:11,310
Vers 11:

391
00:23:11,310 --> 00:23:16,830
Want zie, juist dit, dat u overeenkomstig
de wil van God bedroefd bent geworden,

392
00:23:16,830 --> 00:23:20,370
wat een grote inzet heeft
dat in u teweeggebracht!

393
00:23:20,370 --> 00:23:26,130
Ja, wat een verdediging, ja, wat een
verontwaardiging, ja, wat een vrees, ja,

394
00:23:26,130 --> 00:23:31,350
wat een vurig verlangen, ja, wat
een ijver, ja, wat een bestraffing!

395
00:23:31,350 --> 00:23:35,070
In alles hebt u bewezen zelf
rein te zijn in deze zaak.

396
00:23:35,070 --> 00:23:39,690
Met het Engelse ‘vindication’,
waar de HSV ‘bestraffing’ heeft,

397
00:23:39,690 --> 00:23:43,170
wordt blijkbaar bedoeld dat ze
Paulus in het gelijk stelden.

398
00:23:43,170 --> 00:23:45,930
‘In alles hebt u bewezen
zelf rein te zijn in deze

399
00:23:45,930 --> 00:23:49,290
zaak’ betekent niet dat
jullie onschuldig waren.

400
00:23:49,290 --> 00:23:53,970
De reden dat ze zich moesten bekeren,
was juist dat ze niet onschuldig waren.

401
00:23:53,970 --> 00:23:58,650
Ze hadden deze persoon, die zich
tegen Paulus had gekeerd, getolereerd.

402
00:23:58,650 --> 00:24:00,870
Misschien hadden ze
hem zelfs aangemoedigd,

403
00:24:00,870 --> 00:24:03,870
misschien hadden ze hem
zelfs naar voren geschoven.

404
00:24:03,870 --> 00:24:06,630
In die zin waren ze niet vrij van schuld.

405
00:24:06,630 --> 00:24:09,990
Maar door bekering zuiverden
ze zich van schuld,

406
00:24:09,990 --> 00:24:14,430
en ware bekering hoort iemand werkelijk
vrij van schuld achter te laten,

407
00:24:14,430 --> 00:24:17,490
zowel in zijn geweten
als in werkelijkheid.

408
00:24:17,490 --> 00:24:21,690
Als iemand werkelijk berouw heeft,
is hij niet langer schuldig voor God,

409
00:24:21,690 --> 00:24:24,990
en hoort er geen schuld
op zijn geweten te rusten.

410
00:24:24,990 --> 00:24:28,050
Toch bestaat er natuurlijk,
zoals ik zojuist zei,

411
00:24:28,050 --> 00:24:32,250
een valse bekering die het
geweten niet van schuld bevrijdt.

412
00:24:32,250 --> 00:24:36,570
Paulus geeft ons hier een van de nuttigste
opsommingen van wat we de vruchten van

413
00:24:36,570 --> 00:24:38,730
ware bekering zouden kunnen noemen.

414
00:24:38,730 --> 00:24:41,310
Hoe weten we of bekering echt is?

415
00:24:41,310 --> 00:24:44,070
Iedereen die in dit werk
op straat actief is,

416
00:24:44,070 --> 00:24:47,790
zoals ik dat heb gedaan met
drugsverslaafden en mensen die drinken en

417
00:24:47,790 --> 00:24:52,410
dergelijke, weet dat er mensen zijn die
tekenen van verdriet vertonen over hun

418
00:24:52,410 --> 00:24:55,410
leven van drank- of drugsmisbruik.

419
00:24:55,410 --> 00:24:59,850
Velen van hen hebben echt verdriet
omdat hun leven een puinhoop is.

420
00:24:59,850 --> 00:25:02,850
Ze hebben de beste jaren
van hun leven verspild.

421
00:25:02,850 --> 00:25:05,610
Ze hebben iedereen om
zich heen pijn gedaan.

422
00:25:05,610 --> 00:25:09,030
Ze hebben hun financiële
situatie te gronde gericht.

423
00:25:09,030 --> 00:25:11,310
Hun gezin is uiteengevallen.

424
00:25:11,310 --> 00:25:14,850
Hun lever begeeft het, en
ze zullen jong sterven.

425
00:25:14,850 --> 00:25:19,710
Ze zijn een slaaf van de drank, en
daar zijn ze soms echt ongelukkig over.

426
00:25:19,710 --> 00:25:21,210
Ze blijven drinken.

427
00:25:21,210 --> 00:25:23,550
Maar soms kun je hen
aan het huilen krijgen

428
00:25:23,550 --> 00:25:28,530
en tonen ze groot verdriet over al die
dingen, vooral wanneer ze dronken zijn.

429
00:25:28,530 --> 00:25:32,550
Het is mogelijk om in zo'n geval met
iemand over het geloof te spreken

430
00:25:32,550 --> 00:25:36,330
en te zien hoe hij vol verdriet
raakt en zich gedraagt alsof hij

431
00:25:36,330 --> 00:25:38,070
werkelijk berouw heeft.

432
00:25:38,070 --> 00:25:43,470
Toch is het in zulke gevallen zo moeilijk
om te weten: is dit echte bekering?

433
00:25:43,470 --> 00:25:45,150
Zal hij veranderen?

434
00:25:45,150 --> 00:25:47,670
Zal hij zich van zijn zonde afkeren?

435
00:25:47,670 --> 00:25:51,750
Of maakt hij alleen maar een emotionele
ontlading door omdat de schuld

436
00:25:51,750 --> 00:25:56,970
zwaar op hem drukt, en gooit hij gewoon
alles eruit en huilt hij eens flink uit?

437
00:25:56,970 --> 00:26:01,110
Het is niet altijd gemakkelijk om
dat te zien, maar er is een verschil.

438
00:26:01,110 --> 00:26:05,790
De vrucht van ware bekering is te zien
in de gedragingen die Paulus hier in

439
00:26:05,790 --> 00:26:07,410
vers 11 opsomt.

440
00:26:07,410 --> 00:26:12,090
De ijver betekent dat ze niet traag of lui
waren in het rechtzetten van de dingen.

441
00:26:12,090 --> 00:26:16,170
Ze ontvingen de brief van Paulus
niet met de woorden: ‘Tja, nou,

442
00:26:16,170 --> 00:26:18,510
misschien hebben we hier
iets verkeerd gedaan.

443
00:26:18,510 --> 00:26:20,610
We zullen er eens over nadenken.’

444
00:26:20,610 --> 00:26:22,230
Maar ze zagen het in.

445
00:26:22,230 --> 00:26:26,730
Ze waren ongetwijfeld verbijsterd
toen ze inzagen wat ze hadden gedaan

446
00:26:26,730 --> 00:26:30,930
en daarvan overtuigd raakten, en ze
gingen ijverig aan de slag om het

447
00:26:30,930 --> 00:26:32,310
recht te zetten.

448
00:26:32,310 --> 00:26:34,710
Zo zuiverden ze zich van schuld.

449
00:26:34,710 --> 00:26:39,390
Ze waren verontwaardigd over de overtreder
en waarschijnlijk ook over zichzelf,

450
00:26:39,390 --> 00:26:42,570
omdat ze de kant van de
overtreder hadden gekozen.

451
00:26:42,570 --> 00:26:47,070
Ze hadden vrees voor God en
een vurig verlangen en ijver.

452
00:26:47,070 --> 00:26:52,230
Met andere woorden, hun daden nadat ze
ermee geconfronteerd waren en nadat ze

453
00:26:52,230 --> 00:26:54,990
berouw hadden gevoeld, waren opbouwend.

454
00:26:54,990 --> 00:27:00,030
Ze gingen ijverig en voortvarend aan de
slag om te doen wat er in de brief van

455
00:27:00,030 --> 00:27:01,650
hen werd gevraagd.

456
00:27:01,650 --> 00:27:05,310
Zo lieten ze zien dat ze zich
werkelijk hadden bekeerd.

457
00:27:05,310 --> 00:27:07,410
Ze handelden in de vreze Gods,

458
00:27:07,410 --> 00:27:12,390
met verontwaardiging tegenover de zondaar
en waarschijnlijk ook tegenover de zonde

459
00:27:12,390 --> 00:27:14,730
in henzelf die ze hadden geduld.

460
00:27:14,730 --> 00:27:20,670
Met deze dingen, geeft Paulus aan, bewezen
ze dat ze zich nu hadden gezuiverd.

461
00:27:20,670 --> 00:27:26,310
In zekere zin zou het dus nuttig zijn om
echte bekering altijd te kunnen aantonen.

462
00:27:26,310 --> 00:27:31,590
Misschien kan dat ook altijd, maar er zijn
gevallen waarin zo'n bewijs ontbreekt.

463
00:27:31,590 --> 00:27:34,890
Er zijn aanwijzingen dat
iemand enig verdriet heeft,

464
00:27:34,890 --> 00:27:39,750
maar dit soort bewijs ontbreekt: dat
hij zich werkelijk heeft gezuiverd,

465
00:27:39,750 --> 00:27:42,150
dat hij werkelijk vrij is van die zaak.

466
00:27:42,150 --> 00:27:45,750
Misschien zou wat langer stilstaan
bij deze dingen in vers 11

467
00:27:45,750 --> 00:27:50,190
ons heel goed helpen om vaker
het verschil tussen echte en

468
00:27:50,190 --> 00:27:52,530
onechte bekering te onderscheiden.

469
00:27:52,530 --> 00:27:57,150
Hoewel ik u dus geschreven heb, was
dat niet om hem die onrecht had gedaan,

470
00:27:57,150 --> 00:28:00,270
en ook niet om hem die
onrecht was aangedaan,

471
00:28:00,270 --> 00:28:04,050
maar opdat onze inzet voor
u openbaar zou worden bij u,

472
00:28:04,050 --> 00:28:06,150
in de tegenwoordigheid van God.

473
00:28:06,150 --> 00:28:09,630
Met die laatste persoon wordt
meestal Paulus zelf bedoeld,

474
00:28:09,630 --> 00:28:11,970
degene die het onrecht had geleden.

475
00:28:11,970 --> 00:28:13,650
Nu doet hij dit niet in de eerste

476
00:28:13,650 --> 00:28:16,470
plaats om de overtreder
tot verbetering te brengen,

477
00:28:16,470 --> 00:28:19,890
hoewel er bij gemeentetucht natuurlijk
altijd de hoop is dat de persoon

478
00:28:19,890 --> 00:28:21,570
tot inkeer komt.

479
00:28:21,570 --> 00:28:24,990
In dit geval lijkt het erop dat
hij dat inderdaad heeft gedaan.

480
00:28:24,990 --> 00:28:29,130
Maar Paulus schreef niet in de eerste
plaats uit zorg voor de ziel van die man,

481
00:28:29,130 --> 00:28:31,650
en ook niet uit zorg voor zichzelf.

482
00:28:31,650 --> 00:28:36,690
Hij schreef niet alleen omdat hij gekwetst
was, maar omdat de gemeente in gevaar was.

483
00:28:36,690 --> 00:28:39,330
De emotie die Paulus in die brief uitte,

484
00:28:39,330 --> 00:28:42,570
liet zijn zorg voor de
gemeente en haar welzijn zien,

485
00:28:42,570 --> 00:28:45,870
omdat die man hen dreigde
te gronde te richten.

486
00:28:45,870 --> 00:28:48,870
Daarom zijn wij getroost
door uw vertroosting;

487
00:28:48,870 --> 00:28:52,530
en wij zijn des te meer verblijd
over de blijdschap van Titus,

488
00:28:52,530 --> 00:28:55,530
omdat zijn geest door u allen is verkwikt.

489
00:28:55,530 --> 00:28:58,470
Dat wil zeggen: nu jullie getroost zijn

490
00:28:58,470 --> 00:29:02,910
doordat jullie echte bekering hebben
ervaren en jullie geweten rein is,

491
00:29:02,910 --> 00:29:05,850
worden ook wij door die
omstandigheid getroost.

492
00:29:05,850 --> 00:29:08,670
Hij heeft natuurlijk eerder al, in vers 7,

493
00:29:08,670 --> 00:29:12,210
gezegd dat ook Titus getroost
was door wat er was gebeurd.

494
00:29:12,210 --> 00:29:16,290
Titus kwam blijkbaar opgewekt
en bemoedigd bij Paulus terug.

495
00:29:16,290 --> 00:29:18,810
Waarschijnlijk was hij met
een zwaar gemoed vertrokken,

496
00:29:18,810 --> 00:29:23,070
met die zware brief in zijn hand,
zonder te weten wat er zou gebeuren.

497
00:29:23,070 --> 00:29:29,910
Hij komt opgelucht en blij en opgewekt
terug, met goed nieuws en enorm getroost.

498
00:29:29,910 --> 00:29:31,590
De last is weg.

499
00:29:31,590 --> 00:29:35,310
Paulus zegt dat alleen al het
zien van Titus in die toestand,

500
00:29:35,310 --> 00:29:38,550
de vreugde van Titus, ook ons troostte.

501
00:29:38,550 --> 00:29:42,750
Het beurde ons op om te zien hoe
die man door jullie zo verkwikt was.

502
00:29:42,750 --> 00:29:45,930
Want als ik in enig opzicht
bij hem over u geroemd heb,

503
00:29:45,930 --> 00:29:48,210
dan ben ik niet beschaamd geworden.

504
00:29:48,210 --> 00:29:52,590
Integendeel, zoals wij alles in
waarheid tot u gesproken hebben,

505
00:29:52,590 --> 00:29:56,490
zo is ook ons roemen tegenover
Titus waarheid gebleken.

506
00:29:56,490 --> 00:29:59,190
Wat hij daarmee bedoelt is het volgende.

507
00:29:59,190 --> 00:30:02,670
Ik weet niet of Titus werkelijk
bij Paulus was geweest

508
00:30:02,670 --> 00:30:05,310
in de tijd dat hij in Korinthe diende.

509
00:30:05,310 --> 00:30:10,050
Titus wordt in het boek Handelingen
eigenlijk nergens bij naam genoemd.

510
00:30:10,050 --> 00:30:14,070
We weten dus niet of Titus erbij
was gedurende die achttien maanden

511
00:30:14,070 --> 00:30:16,410
dat Paulus bij de Korinthiërs was.

512
00:30:16,410 --> 00:30:21,570
Het kan heel goed zijn dat Paulus Titus
pas later heeft ontmoet en hem toen als

513
00:30:21,570 --> 00:30:23,370
medewerker heeft geworven.

514
00:30:23,370 --> 00:30:27,810
Maar hij had Titus veel verteld over de
geweldige dingen die God in de gemeente

515
00:30:27,810 --> 00:30:31,530
van Korinthe had gedaan, en hij
had over die gemeente geroemd.

516
00:30:31,530 --> 00:30:35,190
Toen had hij het slechte nieuws
ontvangen dat zo beschamend was.

517
00:30:35,190 --> 00:30:39,870
Hij had over deze mensen geroemd,
en nu wist Titus dat zij dit

518
00:30:39,870 --> 00:30:41,670
vertrouwen hadden geschonden.

519
00:30:41,670 --> 00:30:46,710
Het was voor Paulus enigszins beschamend
dat nu bekend was dat deze mensen,

520
00:30:46,710 --> 00:30:51,750
over wie hij tegenover Titus had
geroemd, er zo'n puinhoop van maakten.

521
00:30:51,750 --> 00:30:54,390
Nu had Titus natuurlijk
met eigen ogen gezien

522
00:30:54,390 --> 00:30:58,710
hoe snel deze mensen zich bekeerden
toen ze ermee werden geconfronteerd.

523
00:30:58,710 --> 00:31:02,610
Dat bevestigde tegenover Titus
dat Paulus terecht over de

524
00:31:02,610 --> 00:31:04,710
gemeente van Korinthe had geroemd.

525
00:31:04,710 --> 00:31:09,630
En het gaf Paulus een beter gevoel dat
zijn lovende woorden tegenover Titus

526
00:31:09,630 --> 00:31:14,670
over de gemeente werden bevestigd
door Titus' eigen ervaring onder hen.

527
00:31:14,670 --> 00:31:18,690
En zijn innige gevoelens voor
u zijn des te overvloediger,

528
00:31:18,690 --> 00:31:21,630
als hij zich de gehoorzaamheid
van u allen herinnert,

529
00:31:21,630 --> 00:31:24,990
hoe u hem met vrees en
beven hebt ontvangen.

530
00:31:24,990 --> 00:31:29,070
Ik verblijd mij dus, omdat ik
in alles op u kan vertrouwen.

531
00:31:29,070 --> 00:31:33,870
Dus toen Titus met de brief
kwam, dachten ze blijkbaar: ‘O,

532
00:31:33,870 --> 00:31:35,910
Paulus heeft Titus gestuurd.

533
00:31:35,910 --> 00:31:37,830
Nu zitten we in de problemen.’

534
00:31:37,830 --> 00:31:42,930
Met vrees en beven ontvingen ze
hem, en ze lazen de brief met ernst

535
00:31:42,930 --> 00:31:44,790
en gaven er gehoor aan.

536
00:31:44,790 --> 00:31:48,930
Dat is het laatste wat we in
deze brief over die zaak horen.

537
00:31:48,930 --> 00:31:53,430
Die zaak heeft in feite het
gesprek beheerst vanaf hoofdstuk 1

538
00:31:53,430 --> 00:31:56,790
tot aan dit punt, met
allerlei uitweidingen.

539
00:31:56,790 --> 00:32:01,530
Maar er is nog een andere aangelegenheid
die Paulus in deze brief wil behandelen,

540
00:32:01,530 --> 00:32:05,310
en die neemt hoofdstuk 8 en 9 in beslag.

541
00:32:05,310 --> 00:32:10,950
Nu vertellen hoofdstuk 8 en 9 ons dat
Paulus door Macedonië heeft rondgereisd.

542
00:32:10,950 --> 00:32:15,330
Als je je de aardrijkskunde herinnert:
Griekenland is een schiereiland,

543
00:32:15,330 --> 00:32:19,050
en Macedonië is het noordelijke
deel van dat schiereiland.

544
00:32:19,050 --> 00:32:23,970
Het schiereiland strekt zich vanaf het
Europese continent naar het zuiden uit,

545
00:32:23,970 --> 00:32:25,770
de Middellandse Zee in.

546
00:32:25,770 --> 00:32:29,790
Het deel van het schiereiland dat
aansluit op het vasteland van Europa,

547
00:32:29,790 --> 00:32:32,850
het noordelijke gedeelte, is Macedonië.

548
00:32:32,850 --> 00:32:38,670
De steden Filippi, Thessalonica en Berea
behoorden tot de steden in Macedonië.

549
00:32:38,670 --> 00:32:42,630
Maar Achaje was het zuidelijke
uiteinde van het schiereiland,

550
00:32:42,630 --> 00:32:45,390
en daar lagen Korinthe en Athene.

551
00:32:45,390 --> 00:32:49,890
Paulus gaat het in deze hoofdstukken
hebben over Macedonië en Achaje.

552
00:32:49,890 --> 00:32:53,670
Macedonië is nog steeds een naam
die voor die streek wordt gebruikt,

553
00:32:53,670 --> 00:32:58,410
maar Achaje is volgens mij geen naam
meer die tegenwoordig nog wordt gebruikt.

554
00:32:58,410 --> 00:33:02,370
Dit waren de Romeinse
namen, Romeinse provincies.

555
00:33:02,370 --> 00:33:06,390
Wat Paulus hun vertelt, is dat
hij nu in Macedonië is geweest.

556
00:33:06,390 --> 00:33:08,310
Dat had hij natuurlijk al genoemd.

557
00:33:08,310 --> 00:33:11,190
Titus had zich in Macedonië
weer bij hem gevoegd,

558
00:33:11,190 --> 00:33:14,490
en Paulus is de gemeenten
van Macedonië langsgegaan

559
00:33:14,490 --> 00:33:18,270
om hun te vragen te helpen bij
een bekende financiële nood.

560
00:33:18,270 --> 00:33:22,530
Niet voor zijn eigen bediening, maar
voor de gemeenten in Jeruzalem, die,

561
00:33:22,530 --> 00:33:26,790
hoe opmerkelijk ook, niet eens zijn
gemeenten waren, om het zo te zeggen.

562
00:33:26,790 --> 00:33:29,670
De gemeenten van Paulus
waren die onder de heidenen.

563
00:33:29,670 --> 00:33:34,110
Als je tegenwoordig iemand op de radio
om geld hoort bedelen, of op televisie,

564
00:33:34,110 --> 00:33:37,770
of een predikant hoort zeggen dat ze een
speciale collecte gaan houden voor een

565
00:33:37,770 --> 00:33:41,910
bijzondere nood, dan gaat het meestal
om een behoefte van hun gemeente,

566
00:33:41,910 --> 00:33:46,050
hun predikanten, of in elk geval
van iemand binnen hun beweging,

567
00:33:46,050 --> 00:33:48,030
binnen hun kerkgenootschap.

568
00:33:48,030 --> 00:33:51,510
Van Paulus is nooit bekend
dat hij zoiets heeft gedaan.

569
00:33:51,510 --> 00:33:54,870
We lezen nooit dat Paulus
rechtstreeks om geld vraagt.

570
00:33:54,870 --> 00:33:59,490
Hij zegt soms wel tegen gemeenten dat hij
van plan is hen onderweg ergens naartoe te

571
00:33:59,490 --> 00:34:02,850
bezoeken, zodat zij hem
verder op weg kunnen helpen.

572
00:34:02,850 --> 00:34:06,090
Dat is een subtiele manier om
te zeggen dat ze hem financieel

573
00:34:06,090 --> 00:34:07,470
zouden kunnen helpen.

574
00:34:07,470 --> 00:34:11,850
Maar hij vraagt de gemeenten eigenlijk
nooit op een rechtstreekse manier om geld.

575
00:34:11,850 --> 00:34:16,110
Hij maakt zelfs heel duidelijk dat hij
nooit wil bezwijken voor de verleiding

576
00:34:16,110 --> 00:34:18,450
om de gemeenten om geld te vragen.

577
00:34:18,450 --> 00:34:21,330
Hij voorziet namelijk liever
in zijn eigen onderhoud,

578
00:34:21,330 --> 00:34:24,690
zodat hij zich erop kan beroemen
dat hij niets voor het Evangelie

579
00:34:24,690 --> 00:34:26,070
in rekening brengt.

580
00:34:26,070 --> 00:34:29,370
Maar hij was wel heel openlijk
en onomwonden bij de gemeenten

581
00:34:29,370 --> 00:34:31,110
om geld aan het bedelen.

582
00:34:31,110 --> 00:34:35,010
Niet voor zichzelf, maar voor de
nood van een andere groep gemeenten

583
00:34:35,010 --> 00:34:38,430
waarmee deze mensen waarschijnlijk
nooit contact zouden hebben.

584
00:34:38,430 --> 00:34:40,770
Sommigen misschien wel,
maar we hebben het over

585
00:34:40,770 --> 00:34:43,530
gemeenten aan de overkant
van de Middellandse Zee,

586
00:34:43,530 --> 00:34:47,070
voor hen in een ander deel
van de wereld, in Jeruzalem.

587
00:34:47,070 --> 00:34:50,070
Deze gemeente had allerlei
problemen doorgemaakt.

588
00:34:50,070 --> 00:34:51,870
Er was een hongersnood geweest.

589
00:34:51,870 --> 00:34:55,170
Agabus had die in Handelingen
hoofdstuk 11 voorspeld,

590
00:34:55,170 --> 00:34:59,190
en we lezen dat die tijdens de
regering van Claudius plaatsvond.

591
00:34:59,190 --> 00:35:04,230
Dat had, denk ik, waarschijnlijk tot
veel algemene armoede in Judea geleid,

592
00:35:04,230 --> 00:35:07,710
zowel onder christenen
als onder niet-christenen.

593
00:35:07,710 --> 00:35:09,510
Er is reden om aan te nemen dat

594
00:35:09,510 --> 00:35:13,770
christenen in Jeruzalem misschien ook
enigszins werden geboycot in hun zakelijke

595
00:35:13,770 --> 00:35:17,430
bezigheden, omdat de Joden er
bezwaar tegen hadden dat zij

596
00:35:17,430 --> 00:35:19,170
in Christus geloofden.

597
00:35:19,170 --> 00:35:22,650
In sommige gevallen waren ze
misschien hun baan kwijtgeraakt

598
00:35:22,650 --> 00:35:26,070
en waren ze misschien uit het
testament van de familie geschrapt,

599
00:35:26,070 --> 00:35:29,790
door hun familie verstoten omdat
ze christen waren geworden.

600
00:35:29,790 --> 00:35:33,810
Veel christenen in Jeruzalem hebben
misschien buitengewoon zwaar geleden

601
00:35:33,810 --> 00:35:38,490
doordat sommige van die gewone manieren
om in hun levensonderhoud te voorzien

602
00:35:38,490 --> 00:35:40,050
voor hen wegvielen.

603
00:35:40,050 --> 00:35:42,030
Dat kwam door de vijandigheid van hun

604
00:35:42,030 --> 00:35:46,950
Joodse familieleden en buren tegenover
hen, omdat ze christen waren geworden.

605
00:35:46,950 --> 00:35:49,710
Dat kennen we in onze
samenleving niet zo sterk.

606
00:35:49,710 --> 00:35:52,110
Je hebt misschien
niet-christelijke ouders,

607
00:35:52,110 --> 00:35:55,410
maar die zijn je waarschijnlijk niet
vijandig gezind alleen maar omdat

608
00:35:55,410 --> 00:35:56,970
je christen bent.

609
00:35:56,970 --> 00:36:00,750
Ze zien je waarschijnlijk niet als
iemand die de familie heeft verraden,

610
00:36:00,750 --> 00:36:04,290
als een verrader, als
iemand die voor hen dood is.

611
00:36:04,290 --> 00:36:08,370
Als je de zoon van Madalyn Murray
O'Hair was en christen werd,

612
00:36:08,370 --> 00:36:11,850
zoals haar zoon inderdaad werd, dan
zou je daarom waarschijnlijk uit het

613
00:36:11,850 --> 00:36:13,530
testament worden geschrapt.

614
00:36:13,530 --> 00:36:15,690
Je zou waarschijnlijk worden verstoten.

615
00:36:15,690 --> 00:36:20,250
Maar de meeste mensen hebben geen ouders
die zo fel tegen het christendom gekant

616
00:36:20,250 --> 00:36:22,890
zijn, ook al zijn ze zelf geen christenen,

617
00:36:22,890 --> 00:36:25,170
dat ze hen behandelen zoals Joden

618
00:36:25,170 --> 00:36:28,770
doorgaans hun familieleden hebben
behandeld die christen worden.

619
00:36:28,770 --> 00:36:31,710
Want dat wordt gezien als
een dolksteek in de rug.

620
00:36:31,710 --> 00:36:34,290
Het wordt gezien als
een klap in het gezicht.

621
00:36:34,290 --> 00:36:39,270
Het wordt gezien als een totale afwijzing
van alles waar hun familie voor staat

622
00:36:39,270 --> 00:36:41,130
en wat zij heilig noemt.

623
00:36:41,130 --> 00:36:44,790
Daarom werden de Joden die
in Judea christen werden,

624
00:36:44,790 --> 00:36:49,410
wat natuurlijk een Joodse omgeving
en cultuur was, ongetwijfeld vaak,

625
00:36:49,410 --> 00:36:54,690
zoals ik al zei, geboycot, ontslagen,
uit het testament geschrapt

626
00:36:54,690 --> 00:36:57,210
en uit het huis van hun ouders gezet.

627
00:36:57,210 --> 00:37:01,650
Daardoor werden hun veel van de
normale middelen van bestaan ontnomen

628
00:37:01,650 --> 00:37:05,970
waarover gewone mensen beschikken,
en daardoor waren ze arm.

629
00:37:05,970 --> 00:37:08,250
Uit de Schriften blijkt steeds weer,

630
00:37:08,250 --> 00:37:12,330
vooral vanaf het laatste deel van
Handelingen en eigenlijk in alle brieven,

631
00:37:12,330 --> 00:37:17,190
dat de gemeente in Jeruzalem financieel
grotendeels een arme gemeente bleef.

632
00:37:17,190 --> 00:37:22,050
Toen Paulus volgens Galaten hoofdstuk
2 in Jeruzalem was en Petrus,

633
00:37:22,050 --> 00:37:26,910
Jakobus en Johannes de bewijzen voorlegde
van de zalving op zijn bediening,

634
00:37:26,910 --> 00:37:29,130
keurden zij zijn bediening goed.

635
00:37:29,130 --> 00:37:33,750
Ze legden hem geen enkele last op,
zegt hij, behalve dat ze wel vroegen:

636
00:37:33,750 --> 00:37:36,270
Alleen moesten wij wel
aan de armen denken;

637
00:37:36,270 --> 00:37:39,330
en ik heb mij ook beijverd
juist dit te doen.

638
00:37:39,330 --> 00:37:43,470
Daarbij wordt aangenomen dat met
de armen zijzelf worden bedoeld.

639
00:37:43,470 --> 00:37:47,010
Met de armen wordt de
gemeente in Jeruzalem bedoeld.

640
00:37:47,010 --> 00:37:50,850
Paulus kreeg de zegen van de gemeente
in Jeruzalem om eropuit te gaan

641
00:37:50,850 --> 00:37:53,850
en onder de heidenen te dienen, maar:

642
00:37:53,850 --> 00:37:58,290
‘Vergeet ons arme mensen hier in
Jeruzalem niet, de broeders hier.’

643
00:37:58,290 --> 00:38:03,090
Dus ‘de armen’ was vaak een
aanduiding voor de Joodse christenen.

644
00:38:03,090 --> 00:38:07,590
De verhouding van Paulus met de Joodse
christenen was soms wat gespannen.

645
00:38:07,590 --> 00:38:12,390
Niet dat hij iets tegen hen had, maar
zij koesterden argwaan tegenover hem.

646
00:38:12,390 --> 00:38:16,950
We weten niet in hoeverre de apostelen
in Jeruzalem zelf die argwaan deelden,

647
00:38:16,950 --> 00:38:21,690
maar er waren in de gemeente heel wat
Farizeeën die in het Evangelie geloofden

648
00:38:21,690 --> 00:38:24,630
en nog steeds sterk judaïstisch waren.

649
00:38:24,630 --> 00:38:29,070
Deze mensen verspreidden geruchten
en hechtten geloof aan geruchten dat

650
00:38:29,070 --> 00:38:32,910
Paulus de Joodse bekeerlingen leerde
hun kinderen niet te besnijden.

651
00:38:32,910 --> 00:38:35,910
We hebben in de Schrift geen
bewijs dat Paulus zoiets leerde,

652
00:38:35,910 --> 00:38:38,370
maar dat was waarvan hij werd beschuldigd.

653
00:38:38,370 --> 00:38:43,170
En dat maakte hem erg impopulair bij het
Joodse volk en bij Joodse christenen,

654
00:38:43,170 --> 00:38:45,150
die doorgaans ijverden voor de wet.

655
00:38:45,150 --> 00:38:49,710
We weten uit wat Paulus in Galaten
en Romeinen en op enkele andere

656
00:38:49,710 --> 00:38:53,550
plaatsen schreef, dat Paulus
zich behoorlijk sterk verzette

657
00:38:53,550 --> 00:38:57,750
tegen het idee dat de wet enige
waarde had voor het behoud.

658
00:38:57,750 --> 00:39:01,830
Daardoor was hij soms niet geliefd,
en er was een voelbare spanning in de

659
00:39:01,830 --> 00:39:04,230
betrekkingen tussen de
gemeente in Jeruzalem,

660
00:39:04,230 --> 00:39:07,710
of de Joodse gemeenten in het
algemeen, aan de ene kant,

661
00:39:07,710 --> 00:39:11,130
en de heidense gemeenten van
Paulus aan de andere kant.

662
00:39:11,130 --> 00:39:15,810
Paulus wilde de gemeente in Jeruzalem
daarom om twee redenen financieel helpen.

663
00:39:15,810 --> 00:39:19,710
De eerste was dat ze arm waren,
en je wilt de armen helpen.

664
00:39:19,710 --> 00:39:24,330
Het zijn broeders, en we zorgen
voor de broeders. Johannes zei:

665
00:39:24,330 --> 00:39:28,410
Wie dan de goederen van de wereld heeft,
en zijn broeder gebrek ziet lijden,

666
00:39:28,410 --> 00:39:33,090
maar zijn hart voor hem toesluit, hoe
kan de liefde van God in hem blijven?

667
00:39:33,090 --> 00:39:37,050
En Jakobus, die in feite het hoofd
van de gemeente in Jeruzalem was,

668
00:39:37,050 --> 00:39:38,430
zei in zijn brief:

669
00:39:38,430 --> 00:39:41,190
Als er nu een broeder of
zuster zonder kleding zou zijn

670
00:39:41,190 --> 00:39:43,650
en gebrek zou hebben
aan dagelijks voedsel,

671
00:39:43,650 --> 00:39:47,490
en iemand van u zou tegen
hen zeggen: Ga heen in vrede,

672
00:39:47,490 --> 00:39:52,470
word warm en word verzadigd, en u zou hun
niet geven wat het lichaam nodig heeft,

673
00:39:52,470 --> 00:39:54,150
wat voor nut heeft dat dan?

674
00:39:54,150 --> 00:39:57,090
Wat heeft het voor nut? Jakobus zei:

675
00:39:57,090 --> 00:40:01,350
Zo is ook het geloof als het geen
werken heeft, in zichzelf dood.

676
00:40:01,350 --> 00:40:04,350
Men begreep dus dat christenen
de armen moeten helpen,

677
00:40:04,350 --> 00:40:08,790
mensen moeten helpen die behoeftig
zijn, vooral hun broeders die arm zijn.

678
00:40:08,790 --> 00:40:12,750
Dat alleen al zou voor Paulus een
reden zijn om onder de gemeenten

679
00:40:12,750 --> 00:40:16,410
in Griekenland en Klein-Azië
een inzameling te willen houden.

680
00:40:16,410 --> 00:40:19,110
Zo kon hij, als dat
mogelijk was, iets van hun

681
00:40:19,110 --> 00:40:21,810
overvloed naar de armen
in Jeruzalem brengen.

682
00:40:21,810 --> 00:40:24,090
Maar er is volgens mij een tweede reden,

683
00:40:24,090 --> 00:40:29,010
en dat was zijn verlangen om blijk te
geven van warme gevoelens en goede wil

684
00:40:29,010 --> 00:40:32,850
tussen de gemeenten van de heidenen
en de gemeente van Jeruzalem.

685
00:40:32,850 --> 00:40:37,470
Hun een gift geven is één manier om
te laten zien dat je hun werkelijk

686
00:40:37,470 --> 00:40:42,090
vriendelijk gezind bent en om te proberen
de breuk tussen hen te herstellen.

687
00:40:42,090 --> 00:40:46,590
Toen Paulus Romeinen schreef, zei hij
tegen de christenen in Rome dat ze voor

688
00:40:46,590 --> 00:40:47,910
hem moesten bidden.

689
00:40:47,910 --> 00:40:51,870
Hij wilde dat de gift die hij bij zich
had voor de gemeente in Jeruzalem,

690
00:40:51,870 --> 00:40:55,590
door hen ontvangen zou worden
wanneer hij die daar bracht.

691
00:40:55,590 --> 00:40:59,490
Hij had die gift bij zich toen hij
Romeinen schreef en was op weg naar

692
00:40:59,490 --> 00:41:02,850
Jeruzalem om die af te leveren. Hij zei:

693
00:41:02,850 --> 00:41:06,810
En ik roep u ertoe op, broeders,
door onze Heere Jezus Christus

694
00:41:06,810 --> 00:41:11,730
en door de liefde van de Geest, om samen
met mij te strijden in de gebeden tot God

695
00:41:11,730 --> 00:41:16,110
voor mij, dat ik verlost mag worden
van de ongehoorzamen in Judea

696
00:41:16,110 --> 00:41:21,390
en dat mijn dienstbetoon, namelijk dat
aan Jeruzalem, de heiligen welgevallig is,

697
00:41:21,390 --> 00:41:24,210
Misschien was de reden voor
zijn bezorgdheid hierover

698
00:41:24,210 --> 00:41:27,450
dat de Joden doorgaans alles
wat van de heidenen kwam als

699
00:41:27,450 --> 00:41:29,670
iets minderwaardigs beschouwden.

700
00:41:29,670 --> 00:41:32,430
Ze wilden geen giften
van heidenen aannemen.

701
00:41:32,430 --> 00:41:36,090
De Joodse christenen zouden daar
hopelijk wat vrijer in staan

702
00:41:36,090 --> 00:41:39,930
en eerder bereid zijn iets van hun
heidense broeders aan te nemen,

703
00:41:39,930 --> 00:41:41,550
maar Paulus wist het niet zeker.

704
00:41:41,550 --> 00:41:44,070
Hij zei tegen de christenen in Rome:

705
00:41:44,070 --> 00:41:48,150
Bid dat ze deze gift, deze
hulp van ons, zullen aannemen.

706
00:41:48,150 --> 00:41:52,590
Er waren dus wat gespannen verhoudingen,
en Paulus hoopte enkele van de barrières

707
00:41:52,590 --> 00:41:57,570
te laten wegsmelten door een royale gift
van de heidense gemeenten mee te brengen

708
00:41:57,570 --> 00:42:00,750
en die aan de Joodse
gemeenten te overhandigen.

709
00:42:00,750 --> 00:42:04,050
Daar schrijft hij over
in hoofdstuk 8 en 9.

710
00:42:04,050 --> 00:42:08,670
Hij is de gemeenten van Macedonië
langsgegaan en komt nu naar Achaje.

711
00:42:08,670 --> 00:42:10,350
Hij komt naar Korinthe.

712
00:42:10,350 --> 00:42:15,090
Wat hij in feite doet, is zijn
terugreis naar Jeruzalem voorbereiden.

713
00:42:15,090 --> 00:42:18,270
Hij hoopt geld mee te nemen
voor de gemeente in Jeruzalem,

714
00:42:18,270 --> 00:42:21,570
dat hij onder de heidense
gemeenten heeft ingezameld.

715
00:42:21,570 --> 00:42:25,950
Hoofdstuk 8 en 9 van deze brief
zijn in wezen bedoeld om de gemeente

716
00:42:25,950 --> 00:42:29,310
in Korinthe aan te sporen
wat geld klaar te hebben,

717
00:42:29,310 --> 00:42:31,950
wat geld klaar te hebben om mee te sturen.

718
00:42:31,950 --> 00:42:36,270
Hij had hen daar al toe aangespoord
in 1 Korinthe hoofdstuk 16.

719
00:42:36,270 --> 00:42:40,530
In de openingsverzen van hoofdstuk
16 van 1 Korinthe zegt hij:

720
00:42:40,530 --> 00:42:43,170
Wat de inzameling voor
de heiligen betreft:

721
00:42:43,170 --> 00:42:46,830
doe zoals ik ook de gemeenten
in Galatië heb opgedragen.

722
00:42:46,830 --> 00:42:51,450
Laat ieder op de eerste dag van de week
iets apart houden en naar vermogen sparen,

723
00:42:51,450 --> 00:42:54,750
zodat er geen inzamelingen
nodig zijn wanneer ik kom.

724
00:42:54,750 --> 00:42:58,710
Wanneer ik kom, zal ik de mensen die
jullie geschikt achten met brieven naar

725
00:42:58,710 --> 00:43:01,890
Jeruzalem sturen om jullie
gift over te brengen.

726
00:43:01,890 --> 00:43:05,910
Als het passend is dat ik zelf ook
ga, zullen zij met mij meegaan.

727
00:43:05,910 --> 00:43:10,410
Dus toen hij 1 Korinthe schreef, wist
hij niet zeker of hij de gift zelf naar

728
00:43:10,410 --> 00:43:11,670
Jeruzalem zou brengen.

729
00:43:11,670 --> 00:43:16,110
Misschien zou hij de gemeenten alleen
aanzetten om hun offergave in te zamelen,

730
00:43:16,110 --> 00:43:20,550
waarna ze uit hun eigen midden enkele
betrouwbaar bevonden mannen konden kiezen

731
00:43:20,550 --> 00:43:23,190
om de gift te brengen. Hij zegt:

732
00:43:23,190 --> 00:43:27,570
En wanneer ik bij u gekomen ben, zal
ik hen die u daarvoor geschikt acht,

733
00:43:27,570 --> 00:43:31,650
met brieven sturen om uw gave
naar Jeruzalem over te brengen.

734
00:43:31,650 --> 00:43:35,610
En als het de moeite waard mocht
zijn dat ik de reis zelf ook maak,

735
00:43:35,610 --> 00:43:37,770
zullen zij met mij meereizen.

736
00:43:37,770 --> 00:43:41,670
Paulus wilde elke beschuldiging
vermijden dat hij geld verduisterde.

737
00:43:41,670 --> 00:43:45,390
Aanvankelijk hoopte hij dus dat hij niet
eens mee zou hoeven op de reis om de

738
00:43:45,390 --> 00:43:46,650
gift te brengen.

739
00:43:46,650 --> 00:43:49,410
Laat iemand die jullie
vertrouwen die maar brengen.

740
00:43:49,410 --> 00:43:53,370
Maar als ik mee moet, zorg dan
dat er iemand met me meegaat

741
00:43:53,370 --> 00:43:54,930
die jullie vertrouwen.

742
00:43:54,930 --> 00:44:00,030
Hij zei dus tegen hen dat ze alvast geld
opzij moesten leggen voor de inzameling.

743
00:44:00,030 --> 00:44:04,710
Blijkbaar had hij bericht gekregen dat ze
klaar waren en dat hij de ingezamelde gift

744
00:44:04,710 --> 00:44:08,250
kon komen ophalen, maar hij
had niet kunnen terugkomen.

745
00:44:08,250 --> 00:44:11,130
En dat bericht was van een jaar eerder.

746
00:44:11,130 --> 00:44:15,750
Wanneer Paulus 2 Korinthe schrijft,
verwijst hij dus naar het feit dat ze een

747
00:44:15,750 --> 00:44:18,690
jaar geleden hadden
gezegd dat ze klaar waren.

748
00:44:18,690 --> 00:44:22,290
‘Nu hoop ik dat jullie dat ook
zijn, want ik kom naar jullie toe,

749
00:44:22,290 --> 00:44:26,670
en ik hoop de gift in ontvangst te
nemen en naar Jeruzalem te brengen.’

750
00:44:26,670 --> 00:44:31,470
Hij zegt in dit verband een aantal dingen,
maar een van de dingen waarmee hij begint,

751
00:44:31,470 --> 00:44:35,790
is dat deze gemeenten in Macedonië,
waar hij geld heeft ingezameld,

752
00:44:35,790 --> 00:44:40,950
in armoede verkeren en toch heel vrijgevig
zijn geweest bij deze inzameling.

753
00:44:40,950 --> 00:44:45,870
Hij hoopt dat dit de Korinthiërs ertoe
kan bewegen om ook vrijgevig te zijn.

754
00:44:45,870 --> 00:44:47,490
Ik weet niet of er van nature

755
00:44:47,490 --> 00:44:52,050
enige rivaliteit bestond tussen
de regio’s Macedonië en Achaje.

756
00:44:52,050 --> 00:44:56,610
Als dat zo was, speelde Paulus daar
misschien een beetje op in door te zeggen:

757
00:44:56,610 --> 00:45:00,330
‘De Macedoniërs hebben veel geld
gegeven voor deze inzameling.

758
00:45:00,330 --> 00:45:04,290
Ik kom naar jullie toe om te zien wat
jullie bij elkaar hebben gebracht.

759
00:45:04,290 --> 00:45:06,690
Je zou toch niet voor
hen willen onderdoen.’

760
00:45:06,690 --> 00:45:11,310
Niet dat Paulus zijn toevlucht zou nemen
tot wereldse wedijver of iets dergelijks,

761
00:45:11,310 --> 00:45:14,970
maar er kan enige rivaliteit
tussen de regio’s zijn geweest.

762
00:45:14,970 --> 00:45:19,530
Niet zozeer tussen de gemeenten, maar
tussen de regio’s in het algemeen.

763
00:45:19,530 --> 00:45:22,710
Dus vertelt Paulus hun wat
de Macedoniërs hebben gedaan

764
00:45:22,710 --> 00:45:27,210
en zegt hij dat hij graag wil geloven
dat zij minstens zoveel zouden doen.

765
00:45:27,210 --> 00:45:28,410
Hij zegt:

766
00:45:28,410 --> 00:45:32,730
Verder maken wij u bekend, broeders, de
genade van God die in de gemeenten van

767
00:45:32,730 --> 00:45:37,290
Macedonië gegeven is, namelijk dat,
te midden van veel beproeving door

768
00:45:37,290 --> 00:45:40,830
verdrukking, de overvloed
van hun blijdschap en hun

769
00:45:40,830 --> 00:45:45,810
buitengewoon diepe armoede in overvloedige
mate geleid hebben tot de rijkdom

770
00:45:45,810 --> 00:45:47,730
van hun vrijgevigheid.

771
00:45:47,730 --> 00:45:50,370
Dat betekent vrijgevigheid.

772
00:45:50,370 --> 00:45:55,890
Want, zo getuig ik, zij gaven
naar vermogen, ja, boven vermogen,

773
00:45:55,890 --> 00:46:01,350
en uit eigen beweging; en zij smeekten
ons met veel aandrang dat wij hun

774
00:46:01,350 --> 00:46:06,450
genadegave en aandeel in het dienstbetoon
aan de heiligen zouden aannemen.

775
00:46:06,450 --> 00:46:09,210
En zij deden niet alleen
zoals wij gehoopt hadden,

776
00:46:09,210 --> 00:46:14,730
maar zij gaven zich eerst aan de Heere
en daarna aan ons, door de wil van God.

777
00:46:14,730 --> 00:46:19,530
Zo hebben wij dan Titus aangespoord
dat hij, zoals hij eerder begonnen was,

778
00:46:19,530 --> 00:46:23,970
nu ook de inzameling van deze
genadegave bij u zou voltooien.

779
00:46:23,970 --> 00:46:30,330
Zo dan, zoals u in alles overvloedig bent,
in geloof, en in woord, en in kennis,

780
00:46:30,330 --> 00:46:33,690
en met alle inzet, en
in uw liefde tot ons,

781
00:46:33,690 --> 00:46:37,230
wees zo ook in deze
genadegave overvloedig.

782
00:46:37,230 --> 00:46:42,150
Let erop dat hij zegt dat de gemeenten in
Macedonië buitengewoon vrijgevig waren,

783
00:46:42,150 --> 00:46:47,670
hoewel hij in vers 2 over hen spreekt als
mensen die in diepe armoede verkeerden.

784
00:46:47,670 --> 00:46:51,390
Hij zag deze vrijgevigheid als
een uiting van de genade van God

785
00:46:51,390 --> 00:46:54,690
die aan die gemeenten
geschonken was, in vers 1.

786
00:46:54,690 --> 00:46:58,350
De vrijgevigheid van arme
mensen is een werk van God.

787
00:46:58,350 --> 00:47:01,830
De vrijgevigheid van wie
dan ook is een werk van God.

788
00:47:01,830 --> 00:47:05,250
Het is genade die in
het leven werkzaam is.

789
00:47:05,250 --> 00:47:08,130
Paulus zegt dat het
duidelijk is dat Gods genade

790
00:47:08,130 --> 00:47:12,570
in de harten van deze mensen is
uitgestort, omdat ze zo goedgeefs,

791
00:47:12,570 --> 00:47:14,490
zo vrijgevig zijn.

792
00:47:14,490 --> 00:47:18,330
Hoewel ze in diepe armoede
verkeerden, gaven ze royaal.

793
00:47:18,330 --> 00:47:21,870
Paulus zei niet dat ze dit deden
als een soort daad van zaaigeloof,

794
00:47:21,870 --> 00:47:25,530
omdat ze arm waren en het
honderdvoudige terug wilden krijgen,

795
00:47:25,530 --> 00:47:27,930
en daarom een grote gift gaven.

796
00:47:27,930 --> 00:47:30,390
Paulus kende dat soort theologie niet.

797
00:47:30,390 --> 00:47:34,110
Een hedendaagse prediker zou
hun natuurlijk zoiets vertellen:

798
00:47:34,110 --> 00:47:37,230
‘Je leeft in armoede. Dit moet je doen.

799
00:47:37,230 --> 00:47:40,590
Geef een grote gift, dan
krijg je veel meer terug.’

800
00:47:40,590 --> 00:47:44,190
Oral Roberts heeft dat met zijn boek
over zaaigeloof populair gemaakt.

801
00:47:44,190 --> 00:47:48,570
Het is wel opmerkelijk dat het nooit
bij Oral Roberts opkwam om zelf

802
00:47:48,570 --> 00:47:52,650
grote giften te gaan geven toen
hij vóór een bepaalde datum

803
00:47:52,650 --> 00:47:56,250
acht miljoen dollar nodig
had, anders zou hij sterven.

804
00:47:56,250 --> 00:48:00,150
Jezus zou hem namelijk hebben
gezegd dat Hij hem zou doden als hij

805
00:48:00,150 --> 00:48:04,470
vóór een bepaalde datum geen acht
miljoen dollar bij elkaar had.

806
00:48:04,470 --> 00:48:08,370
Toch had hij mensen jarenlang verteld
dat ze dat moesten doen als ze

807
00:48:08,370 --> 00:48:09,810
geld nodig hadden.

808
00:48:09,810 --> 00:48:15,930
Het enige wat je hoeft te doen is royaal
aan hem geven, en God zal je zegenen.

809
00:48:15,930 --> 00:48:17,910
Je zult veel terugkrijgen.

810
00:48:17,910 --> 00:48:20,970
Maar toen hij plotseling
zelf dringend geld nodig had,

811
00:48:20,970 --> 00:48:23,490
kwam het waarschijnlijk
nooit bij hem op om

812
00:48:23,490 --> 00:48:26,130
enorme giften naar mensen te gaan sturen.

813
00:48:26,130 --> 00:48:29,070
Misschien gelooft hij zelf
niet echt in dat principe.

814
00:48:29,070 --> 00:48:32,490
Hoe dan ook, hij zou het hier
niet vandaan kunnen halen.

815
00:48:32,490 --> 00:48:37,170
De apostel Paulus geeft aan dat deze
mensen niet uit eigenbelang handelden,

816
00:48:37,170 --> 00:48:41,490
om meer geld te krijgen en zo
hun eigen armoede te verlichten.

817
00:48:41,490 --> 00:48:45,270
Ze deden het vanuit een genade
die hun door God geschonken was.

818
00:48:45,270 --> 00:48:49,590
Ze wilden vrijgevig zijn tegenover
christenen die ze zelfs nog nooit hadden

819
00:48:49,590 --> 00:48:53,730
ontmoet, maar van wie ze hadden
gehoord dat ze in nood verkeerden.

820
00:48:53,730 --> 00:48:55,590
Hij zegt in vers 3:

821
00:48:55,590 --> 00:48:59,130
‘Want ik kan ervan getuigen:
ze waren bereid naar vermogen

822
00:48:59,130 --> 00:49:01,650
en zelfs boven vermogen te geven.’

823
00:49:01,650 --> 00:49:05,310
Dat wil zeggen, ze gaven niet
alleen wat ze konden missen.

824
00:49:05,310 --> 00:49:08,130
Ze gaven meer dan ze
eigenlijk konden missen.

825
00:49:08,130 --> 00:49:13,110
Ze gaven niet alleen wat er ruim overbleef
nadat in al hun behoeften was voorzien.

826
00:49:13,110 --> 00:49:18,510
Ze waren al te arm, en toch gaven ze veel
meer dan ze zonder risico konden geven.

827
00:49:18,510 --> 00:49:21,810
Paulus aarzelde blijkbaar
zelfs om het aan te nemen.

828
00:49:21,810 --> 00:49:27,210
Hij wist hoe arm deze gemeenten waren en
zag hoeveel ze vanuit hun hart aan deze

829
00:49:27,210 --> 00:49:29,010
andere broeders gaven.

830
00:49:29,010 --> 00:49:34,110
Paulus besefte dat het bedrag dat
ze gaven een heel groot offer was.

831
00:49:34,110 --> 00:49:38,250
Het zou deze gevers misschien in
financiële moeilijkheden kunnen brengen.

832
00:49:38,250 --> 00:49:42,630
De reden dat ik afleid dat Paulus
aarzelde om de gift aan te nemen,

833
00:49:42,630 --> 00:49:44,910
is dat er in vers 4 staat:

834
00:49:44,910 --> 00:49:48,270
Ze smeekten ons met klem
om hun gift aan te nemen

835
00:49:48,270 --> 00:49:51,930
en hen te laten meedoen aan
de hulp voor de gelovigen.

836
00:49:51,930 --> 00:49:56,550
Ze waren niet alleen buitengewoon bereid
om zoveel te geven dat het hun pijn deed,

837
00:49:56,550 --> 00:49:58,350
maar ze stonden er ook op.

838
00:49:58,350 --> 00:50:04,050
Toen Paulus blijkbaar zei: ‘O nee, dit is
veel te veel om van jullie aan te nemen.

839
00:50:04,050 --> 00:50:09,690
Jullie hebben zelf ook behoeften’, zeiden
ze: ‘Nee, daar willen we niets van horen.

840
00:50:09,690 --> 00:50:12,390
We staan erop. Laat ons meedoen.’

841
00:50:12,390 --> 00:50:16,770
Ik herinner me dat mijn voorganger jaren
geleden vertelde dat hem gevraagd was te

842
00:50:16,770 --> 00:50:20,310
spreken in een arme gemeente
met heel weinig mensen.

843
00:50:20,310 --> 00:50:23,790
Ze gaven hem een vergoeding,
een collecteopbrengst.

844
00:50:23,790 --> 00:50:27,330
Die opbrengst was behoorlijk
royaal, behoorlijk veel voor zo’n

845
00:50:27,330 --> 00:50:29,010
groep arme mensen.

846
00:50:29,010 --> 00:50:32,490
Volgens mij was het misschien
zelfs tijdens de Grote Depressie.

847
00:50:32,490 --> 00:50:35,010
Hij voelde zich schuldig
als hij het aannam.

848
00:50:35,010 --> 00:50:38,730
Hij zei: ‘Ik kan deze gift
niet van jullie aannemen.

849
00:50:38,730 --> 00:50:40,830
Jullie hebben meer nodig dan ik.’

850
00:50:40,830 --> 00:50:45,870
En ze zeiden: ‘Wat, wil je ons
de zegen ontnemen? Jezus zei:

851
00:50:45,870 --> 00:50:49,650
Ik heb u in alles laten zien
dat men, door zo te arbeiden,

852
00:50:49,650 --> 00:50:53,730
het moet opnemen voor de zwakken en de
woorden van de Heere Jezus in herinnering

853
00:50:53,730 --> 00:50:56,730
moet houden, namelijk
dat Hij gezegd heeft:

854
00:50:56,730 --> 00:50:59,910
Het is zaliger te geven dan te ontvangen.

855
00:50:59,910 --> 00:51:02,850
Wil je ons niet toestaan
gezegend te worden?’

856
00:51:02,850 --> 00:51:06,270
Hij besefte dat hij anders
moest gaan denken dan hij deed.

857
00:51:06,270 --> 00:51:09,870
We zien geven inderdaad als
iets waardoor we tekortkomen,

858
00:51:09,870 --> 00:51:12,390
en ontvangen als iets wat een zegen is.

859
00:51:12,390 --> 00:51:15,330
Maar Jezus zei het tegenovergestelde.

860
00:51:15,330 --> 00:51:18,930
Geven is een grotere zegen dan ontvangen.

861
00:51:18,930 --> 00:51:21,990
Paulus was kennelijk om
dezelfde reden terughoudend.

862
00:51:21,990 --> 00:51:26,550
Hij zag het zo dat ze zichzelf
door te geven armer maakten.

863
00:51:26,550 --> 00:51:29,790
Maar hij moest beseffen,
en zij beseften dat al,

864
00:51:29,790 --> 00:51:34,050
dat geven een grotere zegen was
dan hun bezittingen vasthouden.

865
00:51:34,050 --> 00:51:37,890
Ze hadden al gebrek. Ze
leefden al in diepe armoede.

866
00:51:37,890 --> 00:51:41,310
Ze zouden niet rijk worden door
hun bezittingen vast te houden.

867
00:51:41,310 --> 00:51:44,550
Misschien zouden ze zelfs niet in al
hun behoeften kunnen voorzien door hun

868
00:51:44,550 --> 00:51:46,290
bezittingen vast te houden.

869
00:51:46,290 --> 00:51:51,570
Ze gingen ervan uit dat Gods zegen
meer op hen zou rusten als ze gaven

870
00:51:51,570 --> 00:51:53,490
dan als ze niet gaven.

871
00:51:53,490 --> 00:51:56,610
En ze hadden gelijk, want Jezus zegt dat.

872
00:51:56,610 --> 00:51:58,170
In vers 5 staat:

873
00:51:58,170 --> 00:52:01,530
En wat ze deden, ging verder
dan we hadden gehoopt.

874
00:52:01,530 --> 00:52:04,530
Dat betekent niet dat hij wilde
dat ze niet hadden gedaan wat hij

875
00:52:04,530 --> 00:52:06,270
nu gaat beschrijven.

876
00:52:06,270 --> 00:52:09,870
Volgens mij bedoelt hij: we durfden
er niet eens op te hopen dat ze

877
00:52:09,870 --> 00:52:11,130
dit zouden doen.

878
00:52:11,130 --> 00:52:15,630
We verwachtten dat ze zouden geven, maar
we verwachtten niet dat ze zo volledig en

879
00:52:15,630 --> 00:52:18,570
zo zuiver zouden geven. Want hij zegt:

880
00:52:18,570 --> 00:52:24,330
Want, zo getuig ik, zij gaven
naar vermogen, ja, boven vermogen,

881
00:52:24,330 --> 00:52:29,250
en uit eigen beweging; en zij smeekten
ons met veel aandrang dat wij hun

882
00:52:29,250 --> 00:52:33,930
genadegave en aandeel in het dienstbetoon
aan de heiligen zouden aannemen.

883
00:52:33,930 --> 00:52:36,570
En zij deden niet alleen
zoals wij gehoopt hadden,

884
00:52:36,570 --> 00:52:42,270
maar zij gaven zich eerst aan de Heere
en daarna aan ons, door de wil van God.

885
00:52:42,270 --> 00:52:47,070
Zo hebben wij dan Titus aangespoord
dat hij, zoals hij eerder begonnen was,

886
00:52:47,070 --> 00:52:51,570
nu ook de inzameling van deze
genadegave bij u zou voltooien.

887
00:52:51,570 --> 00:52:58,290
Zo dan, zoals u in alles overvloedig bent,
in geloof, en in woord, en in kennis,

888
00:52:58,290 --> 00:53:02,130
en met alle inzet, en
in uw liefde tot ons,

889
00:53:02,130 --> 00:53:05,310
wees zo ook in deze
genadegave overvloedig.

890
00:53:05,310 --> 00:53:08,490
Ze geven niet omdat er druk
op hen wordt uitgeoefend.

891
00:53:08,490 --> 00:53:12,330
Ze geven omdat ze zichzelf
persoonlijk aan God hebben gegeven.

892
00:53:12,330 --> 00:53:16,710
Als je aan God toebehoort, dan
behoren je bezittingen aan God toe.

893
00:53:16,710 --> 00:53:20,250
Er zijn mensen die op geen
enkele manier aan God toebehoren,

894
00:53:20,250 --> 00:53:24,930
of die in elk geval niet leven of
denken alsof ze aan God toebehoren.

895
00:53:24,930 --> 00:53:26,730
Ze leven voor zichzelf.

896
00:53:26,730 --> 00:53:30,630
Maar wanneer de collecteschaal
rondgaat, doen ze er iets in.

897
00:53:30,630 --> 00:53:33,450
Ze geven geld, maar ze
geven zichzelf niet.

898
00:53:33,450 --> 00:53:36,930
Veel mensen geven geld als een
soort steekpenning aan God.

899
00:53:36,930 --> 00:53:39,390
Ze weten immers dat ze zichzelf niet geven

900
00:53:39,390 --> 00:53:43,230
en dat ze Hem meer zouden moeten
gehoorzamen, maar dat doen ze niet.

901
00:53:43,230 --> 00:53:47,010
Ze denken dat ze Gods toorn kunnen
afkopen door een klein beetje in de

902
00:53:47,010 --> 00:53:48,510
collecteschaal te doen.

903
00:53:48,510 --> 00:53:52,230
Maar Paulus zegt dat de manier
waarop deze mensen het deden,

904
00:53:52,230 --> 00:53:56,550
de manier waarop het hoort, is dat ze
eerst zichzelf aan de Heere geven en

905
00:53:56,550 --> 00:53:58,950
daarna hun offergave geven.

906
00:53:58,950 --> 00:54:03,630
Idealiter zou de gemeente geen geld hoeven
te ontvangen van mensen die zichzelf niet

907
00:54:03,630 --> 00:54:05,550
aan de Heere hebben gegeven.

908
00:54:05,550 --> 00:54:09,450
De gemeente zou geen geld hoeven
te ontvangen van ongelovigen

909
00:54:09,450 --> 00:54:12,090
en van mensen die het met tegenzin geven.

910
00:54:12,090 --> 00:54:13,170
Hij zegt:

911
00:54:13,170 --> 00:54:18,030
We hebben Titus aangespoord om dit werk
van genade bij jullie ook af te maken,

912
00:54:18,030 --> 00:54:19,950
zoals hij ermee begonnen was.

913
00:54:19,950 --> 00:54:23,310
Kennelijk stuurde Paulus
Titus nu naar hen terug.

914
00:54:23,310 --> 00:54:28,710
Titus was net bij hen vandaan gekomen met
het goede nieuws over hoe ze op de eerdere

915
00:54:28,710 --> 00:54:30,570
crisis hadden gereageerd.

916
00:54:30,570 --> 00:54:34,650
Titus is deze mensen genegen
en is hun goedgezind.

917
00:54:34,650 --> 00:54:39,810
Paulus zegt: ‘Nou, weet je wat, waarom
ga je niet vóór mij uit daarheen terug

918
00:54:39,810 --> 00:54:42,870
om ervoor te zorgen dat
hun geld klaarligt?’

919
00:54:42,870 --> 00:54:44,910
Even verderop zegt hij waarom.

920
00:54:44,910 --> 00:54:48,870
Hij is bang dat, als hij daar
komt en de gift van de gemeente

921
00:54:48,870 --> 00:54:52,590
in Korinthe niet klaarligt,
de christenen uit Macedonië

922
00:54:52,590 --> 00:54:54,810
die met hem meekomen de gemeente

923
00:54:54,810 --> 00:54:58,890
in Korinthe misschien een beetje
gierig zullen vinden, of zoiets,

924
00:54:58,890 --> 00:55:00,690
in vergelijking met Macedonië.

925
00:55:00,690 --> 00:55:04,530
Paulus heeft tegenover de Macedoniërs
over de Korinthiërs lopen roemen,

926
00:55:04,530 --> 00:55:08,010
dus hij wil niet dat hij met
zijn roemen beschaamd uitkomt.

927
00:55:08,010 --> 00:55:09,750
Hij zegt in vers 8:

928
00:55:09,750 --> 00:55:12,870
Ik zeg dit niet als bevel,
maar om door de inzet van

929
00:55:12,870 --> 00:55:16,230
anderen ook de oprechtheid
van uw liefde te beproeven.

930
00:55:16,230 --> 00:55:19,830
Ik moet iets zeggen over vers 7. Hij zegt:

931
00:55:19,830 --> 00:55:26,070
Maar zoals jullie uitblinken in alles,
in geloof, in spreken, in kennis,

932
00:55:26,070 --> 00:55:29,730
in alle inzet en in
jullie liefde voor ons,

933
00:55:29,730 --> 00:55:32,310
zorg dat jullie ook hierin uitblinken.

934
00:55:32,310 --> 00:55:35,730
In dit gedeelte gaat Paulus
het woord genade heel wat keren

935
00:55:35,730 --> 00:55:40,050
gebruiken op een manier die misschien
verschilt van de gebruikelijkste manier

936
00:55:40,050 --> 00:55:42,570
waarop wij over genade denken.

937
00:55:42,570 --> 00:55:46,770
Wij zien genade als
Gods onverdiende gunst.

938
00:55:46,770 --> 00:55:51,210
Wij zien genade als Gods
welwillende houding tegenover ons

939
00:55:51,210 --> 00:55:53,910
en Zijn welwillende behandeling van ons.

940
00:55:53,910 --> 00:55:58,590
Maar Paulus gebruikt het woord genade
hier, en ook op andere plaatsen,

941
00:55:58,590 --> 00:56:00,750
op andere manieren dan dat.

942
00:56:00,750 --> 00:56:05,790
In dit geval is genade een uiting
van persoonlijke vrijgevigheid.

943
00:56:05,790 --> 00:56:09,570
Het woord ‘genade’, zoals
Paulus het hier gebruikt,

944
00:56:09,570 --> 00:56:13,350
komt ook voor bij sommige
oudere christelijke schrijvers,

945
00:56:13,350 --> 00:56:16,050
bijvoorbeeld sommige puriteinen.

946
00:56:16,050 --> 00:56:19,590
Ze spreken over uitingen
van genade in het leven.

947
00:56:19,590 --> 00:56:25,350
Elke positieve karaktertrek waarin je op
Christus lijkt, is een uiting van genade,

948
00:56:25,350 --> 00:56:29,790
of het nu vriendelijkheid
is, geduld of zelfbeheersing.

949
00:56:29,790 --> 00:56:33,090
Die worden uitingen van
genade in het leven genoemd.

950
00:56:33,090 --> 00:56:38,010
Ik weet niet of die terminologie in de
hedendaagse prediking en geschriften nog

951
00:56:38,010 --> 00:56:42,210
even vaak wordt gebruikt, maar dat was
een gebruikelijke manier van spreken.

952
00:56:42,210 --> 00:56:47,850
Paulus gebruikt het kennelijk ook zo,
want hij spreekt over geloof, spreken,

953
00:56:47,850 --> 00:56:50,910
kennis, ijver, liefde.

954
00:56:50,910 --> 00:56:54,930
Dat zijn allemaal uitingen
van genade. Maar hij zegt:

955
00:56:54,930 --> 00:56:59,790
Ik wil dat jullie ook volop laten
zien dat jullie deze andere uiting van

956
00:56:59,790 --> 00:57:04,590
genade hebben, de uiting
van genade in vrijgevigheid.

957
00:57:04,590 --> 00:57:08,130
Door vrijgevigheid een
uiting van genade te noemen,

958
00:57:08,130 --> 00:57:12,750
en natuurlijk door in vers 1 te
spreken over de genade van God

959
00:57:12,750 --> 00:57:17,790
die aan de Macedoniërs geschonken is,
waarmee hij hun vrijgevigheid bedoelt,

960
00:57:17,790 --> 00:57:22,290
brengt hij ons in herinnering dat de
genade van God niet alleen vergeving

961
00:57:22,290 --> 00:57:23,910
van zonden is.

962
00:57:23,910 --> 00:57:28,230
De genade van God is niet alleen
Gods vriendelijkheid tegenover ons

963
00:57:28,230 --> 00:57:31,050
en Zijn barmhartigheid tegenover ons.

964
00:57:31,050 --> 00:57:35,430
De genade van God wordt ons
geschonken en komt tot uiting in

965
00:57:35,430 --> 00:57:37,950
uitingen van genade in ons leven.

966
00:57:37,950 --> 00:57:42,750
Als je genade ontvangt, komt die genade
tot uiting in allerlei uitingen van

967
00:57:42,750 --> 00:57:46,470
genade, vrijgevigheid en andere.

968
00:57:46,470 --> 00:57:50,310
Dit is een plaats waar we deze
terminologie op deze manier in de Schrift

969
00:57:50,310 --> 00:57:51,810
gebruikt zien worden.

970
00:57:51,810 --> 00:57:53,130
Vers 8 zegt:

971
00:57:53,130 --> 00:57:57,150
Ik geef jullie geen bevel, maar ik
kijk aan de hand van de inzet van

972
00:57:57,150 --> 00:57:59,910
anderen hoe oprecht jullie liefde is.

973
00:57:59,910 --> 00:58:02,790
Hij bedoelt de ijver van de Macedoniërs.

974
00:58:02,790 --> 00:58:04,770
Hij gebruikt hun voorbeeld om de

975
00:58:04,770 --> 00:58:09,030
Korinthiërs de gelegenheid te geven
hun eigen toewijding te toetsen.

976
00:58:09,030 --> 00:58:10,650
Hoe toegewijd ben je?

977
00:58:10,650 --> 00:58:14,310
Ik wil dat je weet hoe
toegewijd de Macedoniërs zijn.

978
00:58:14,310 --> 00:58:15,870
Ben jij zo toegewijd?

979
00:58:15,870 --> 00:58:20,010
Ik geef je een maatstaf waaraan je
jezelf in dat opzicht kunt afmeten.

980
00:58:20,010 --> 00:58:23,310
Want u kent de genade van
onze Heere Jezus Christus,

981
00:58:23,310 --> 00:58:27,390
dat Hij omwille van u arm is
geworden, terwijl Hij rijk was,

982
00:58:27,390 --> 00:58:30,450
opdat u door Zijn armoede rijk zou worden.

983
00:58:30,450 --> 00:58:34,890
Helaas is dit vers gebruikt als
bewijstekst voor de welvaartsleer.

984
00:58:34,890 --> 00:58:39,930
Dat is een leer die nauwelijks steun vindt
in iets wat Paulus ooit heeft gezegd,

985
00:58:39,930 --> 00:58:41,670
en hier al helemaal niet.

986
00:58:41,670 --> 00:58:45,690
Als hij spreekt over de diepe armoede
van de Macedonische gemeenten,

987
00:58:45,690 --> 00:58:48,870
kun je daarin moeilijk
een welvaartsleer vinden.

988
00:58:48,870 --> 00:58:53,910
Maar wat soms wordt gezegd, is dat
Jezus in materieel opzicht arm werd,

989
00:58:53,910 --> 00:58:56,190
zodat wij rijk konden worden.

990
00:58:56,190 --> 00:58:59,010
En omdat Hij in materieel
opzicht arm werd,

991
00:58:59,010 --> 00:59:03,690
moet Hij wel bedoelen dat wij in
materieel opzicht rijk worden.

992
00:59:03,690 --> 00:59:07,770
Maar dat is geen gerechtvaardigde
aanname. Er staat:

993
00:59:07,770 --> 00:59:11,730
Hoewel Hij rijk was, is Hij
voor jullie arm geworden,

994
00:59:11,730 --> 00:59:15,210
zodat jullie door Zijn
armoede rijk zouden worden.

995
00:59:15,210 --> 00:59:19,170
Jezus werd arm in
lichamelijke, materiële zin.

996
00:59:19,170 --> 00:59:21,690
Maar daarvoor was Hij rijk geweest.

997
00:59:21,690 --> 00:59:25,110
In welke zin was Hij rijk
toen Hij in de hemel was,

998
00:59:25,110 --> 00:59:28,470
voordat Hij op aarde in
een arm gezin terechtkwam?

999
00:59:28,470 --> 00:59:30,930
In welke zin was Jezus rijk?

1000
00:59:30,930 --> 00:59:32,670
Aan materiële dingen?

1001
00:59:32,670 --> 00:59:37,170
Had Jezus daarboven in de hemel veel
geld voordat Hij naar de aarde kwam?

1002
00:59:37,170 --> 00:59:42,750
Had Hij luxe auto's en luxe huizen
en de uiterlijke tekenen en pracht en

1003
00:59:42,750 --> 00:59:45,750
praal van welvaart? Ik denk het niet.

1004
00:59:45,750 --> 00:59:51,810
Het gaat over voorrechten: geestelijke
voorrechten en heerlijkheid en dingen van

1005
00:59:51,810 --> 00:59:56,610
geestelijke aard die Jezus genoot voordat
Hij naar de aarde kwam en Zichzelf

1006
00:59:56,610 --> 01:00:01,110
ontledigde en de gestalte van een
dienaar aannam en Zichzelf arm

1007
01:00:01,110 --> 01:00:03,210
maakte, een armoedzaaier.

1008
01:00:03,210 --> 01:00:07,710
De rijkdommen die Jezus achterliet om
op aarde een armoedzaaier te worden,

1009
01:00:07,710 --> 01:00:10,470
waren geen materiële rijkdommen.

1010
01:00:10,470 --> 01:00:13,950
Het waren hemelse rijkdommen
die Hij achterliet.

1011
01:00:13,950 --> 01:00:15,210
Dus wanneer hij zegt:

1012
01:00:15,210 --> 01:00:18,210
‘En zodat jullie door Zijn
armoede rijk zouden worden’,

1013
01:00:18,210 --> 01:00:22,170
bedoelt hij hoogstwaarschijnlijk dat Hij
de rijkdommen waarvan Hij voor Zichzelf

1014
01:00:22,170 --> 01:00:25,830
afstand deed, opgaf
zodat jij ze kon krijgen.

1015
01:00:25,830 --> 01:00:30,630
Hij nam voor ons armoede op Zich, zodat
wij door Zijn armoede de rijkdommen konden

1016
01:00:30,630 --> 01:00:34,230
krijgen waarvan Hij voor
Zichzelf afstand had gedaan.

1017
01:00:34,230 --> 01:00:38,730
Aangezien dat hemelse rijkdommen waren,
lijkt het duidelijk dat Paulus hier over

1018
01:00:38,730 --> 01:00:42,870
hemelse rijkdommen spreekt, en niet
over aardse rijkdommen die Hij voor

1019
01:00:42,870 --> 01:00:44,370
ons bestemd heeft.

1020
01:00:44,370 --> 01:00:48,870
Als Paulus inderdaad zou zeggen dat
God wilde dat wij materieel rijk waren,

1021
01:00:48,870 --> 01:00:51,930
dan zou dit in tegenspraak
zijn met zoveel dingen

1022
01:00:51,930 --> 01:00:55,710
die zowel Jezus als Paulus
elders hebben onderwezen.

1023
01:00:55,710 --> 01:00:58,170
In Jakobus zei Jakobus:

1024
01:00:58,170 --> 01:01:03,510
Luister, mijn geliefde broeders, heeft God
de armen van deze wereld niet uitverkoren

1025
01:01:03,510 --> 01:01:08,250
om rijk te zijn in het geloof, en
erfgenamen te zijn van het Koninkrijk,

1026
01:01:08,250 --> 01:01:11,610
dat Hij beloofd heeft aan
hen die Hem liefhebben?

1027
01:01:11,610 --> 01:01:14,670
De apostel Paulus zelf
zei dat hij niets bezat

1028
01:01:14,670 --> 01:01:19,650
en dat hij in armoede en naaktheid en
honger verkeerde en dat soort dingen.

1029
01:01:19,650 --> 01:01:24,030
Het is onmogelijk om de uitleg die
de welvaartsleer aan dit vers geeft,

1030
01:01:24,030 --> 01:01:28,830
in overeenstemming te brengen met dat
onderwijs van de Schrift in het algemeen,

1031
01:01:28,830 --> 01:01:32,190
zelfs met wat Paulus elders
in dezelfde brief zegt.

1032
01:01:32,190 --> 01:01:35,550
Maar er staat dat Jezus
bereid was Zijn heerlijkheid

1033
01:01:35,550 --> 01:01:38,430
en Zijn voorrechten in
de hemel opzij te zetten

1034
01:01:38,430 --> 01:01:41,730
en te komen om ons die
voorrechten te geven.

1035
01:01:41,730 --> 01:01:43,890
Dat is een uiting van Zijn genade.

1036
01:01:43,890 --> 01:01:47,550
Want u kent de genade van
onze Heere Jezus Christus,

1037
01:01:47,550 --> 01:01:51,570
dat Hij omwille van u arm is
geworden, terwijl Hij rijk was,

1038
01:01:51,570 --> 01:01:54,690
opdat u door Zijn armoede rijk zou worden.

1039
01:01:54,690 --> 01:01:57,450
Dit is de genade van onze Heere:

1040
01:01:57,450 --> 01:02:01,350
Dat Hij, hoewel Hij rijk
was, arm is geworden.

1041
01:02:01,350 --> 01:02:06,090
Heb jij genade? Jezus
had genade. Wat deed Hij?

1042
01:02:06,090 --> 01:02:11,550
Hij gaf Zijn voorrechten op om anderen
rijk te maken en Zelf arm te zijn.

1043
01:02:11,550 --> 01:02:13,770
Heb jij zulke genade?

1044
01:02:13,770 --> 01:02:15,690
Jezus is het voorbeeld.

1045
01:02:15,690 --> 01:02:17,370
Paulus zegt in vers 10:

1046
01:02:17,370 --> 01:02:21,630
Ik geef hierin dan ook slechts mijn
mening, want dat is nuttig voor u,

1047
01:02:21,630 --> 01:02:25,290
die niet alleen met het doen, maar
ook met het willen reeds een jaar

1048
01:02:25,290 --> 01:02:26,970
geleden begonnen bent.

1049
01:02:26,970 --> 01:02:32,010
Voltooi echter nu ook het doen, opdat,
zoals de bereidwilligheid er was,

1050
01:02:32,010 --> 01:02:36,270
zo ook de voltooiing er zal
zijn, overeenkomstig wat u hebt.

1051
01:02:36,270 --> 01:02:40,290
Paulus zegt dat jullie een jaar
geleden blijk gaven van enthousiasme en

1052
01:02:40,290 --> 01:02:44,070
gewilligheid en bereidheid
om deze gift te geven.

1053
01:02:44,070 --> 01:02:46,590
Bepaalde berichten die
Paulus heeft ontvangen,

1054
01:02:46,590 --> 01:02:50,790
doen hem blijkbaar denken dat
dat geld er nu misschien niet is.

1055
01:02:50,790 --> 01:02:53,610
Misschien zijn ze toch niet
zo enthousiast geweest.

1056
01:02:53,610 --> 01:02:57,330
En misschien is er iemand opgestaan
die zich tegen Paulus keert,

1057
01:02:57,330 --> 01:03:01,230
mogelijk zelfs iemand die Paulus
van verduistering beschuldigt.

1058
01:03:01,230 --> 01:03:04,290
Dat tempert hun
vrijgevigheid als gemeente,

1059
01:03:04,290 --> 01:03:09,690
hun verlangen om grote bedragen te geven,
als er een vermoeden bestaat dat het geld

1060
01:03:09,690 --> 01:03:11,550
verkeerd zal worden besteed.

1061
01:03:11,550 --> 01:03:15,450
Als de gemeente een duur project
heeft waarvoor ze een collecte houdt,

1062
01:03:15,450 --> 01:03:18,570
en de mensen in de gemeente
geloven niet in dat project,

1063
01:03:18,570 --> 01:03:21,810
dan zal het moeilijk zijn om
hun dat geld af te persen.

1064
01:03:21,810 --> 01:03:25,110
Toen Paulus bij hen was geweest,
hadden ze in hem geloofd,

1065
01:03:25,110 --> 01:03:29,070
hadden ze hem vertrouwd en waren ze
enthousiast geweest om te doen wat hij

1066
01:03:29,070 --> 01:03:32,070
voorstelde, en bereid om geld te geven.

1067
01:03:32,070 --> 01:03:35,190
Maar sindsdien was er
verzet tegen Paulus gekomen,

1068
01:03:35,190 --> 01:03:38,190
en misschien waren ze
opgehouden met inzamelen.

1069
01:03:38,190 --> 01:03:42,570
Dus stuurt Paulus Titus terug, nu
ze Paulus weer goedgezind zijn.

1070
01:03:42,570 --> 01:03:45,270
Hij wil dat ze deze
inzameling weer oppakken,

1071
01:03:45,270 --> 01:03:47,910
omdat hij die binnenkort
wil komen ophalen.

1072
01:03:47,910 --> 01:03:52,830
En hij wil Titus vooruitsturen om ervoor
te zorgen dat ze die klaar hebben liggen.

1073
01:03:52,830 --> 01:03:55,170
Nu zegt hij in vers 12:

1074
01:03:55,170 --> 01:03:57,750
Want als de bereidwilligheid aanwezig is,

1075
01:03:57,750 --> 01:04:01,290
dan is iemand welgevallig
overeenkomstig wat hij heeft,

1076
01:04:01,290 --> 01:04:03,990
niet overeenkomstig wat hij niet heeft.

1077
01:04:03,990 --> 01:04:07,410
Het is mogelijk dat ze nu niet zoveel
geld hadden als een jaar eerder,

1078
01:04:07,410 --> 01:04:10,650
toen ze graag wilden
geven. Dat weten we niet.

1079
01:04:10,650 --> 01:04:15,030
Hij lijkt te zeggen dat het niet uitmaakt
als je niet genoeg hebt om te geven wat je

1080
01:04:15,030 --> 01:04:16,890
graag zou willen geven.

1081
01:04:16,890 --> 01:04:18,750
Geef naar wat je wel hebt.

1082
01:04:18,750 --> 01:04:21,930
Of de vrijgevigheid van
je hart aanvaardbaar is,

1083
01:04:21,930 --> 01:04:26,490
wordt niet beoordeeld naar wat je niet
hebt, maar naar wat je wel te geven hebt.

1084
01:04:26,490 --> 01:04:30,090
Als je een gewillig hart hebt,
is dat waar God naar zoekt.

1085
01:04:30,090 --> 01:04:33,930
Als je niet veel te geven hebt,
rekent God je dat niet aan.

1086
01:04:33,930 --> 01:04:37,710
Het gaat om het gewillige hart,
en het zal aanvaardbaar zijn,

1087
01:04:37,710 --> 01:04:41,550
niet naar wat je niet hebt, maar
naar wat je wel te geven hebt.

1088
01:04:41,550 --> 01:04:45,390
Over de vrouw die de twee muntjes
in de offerkist van de tempel deed,

1089
01:04:45,390 --> 01:04:50,070
zei Jezus dat ze meer gaf dan de
Farizeeën en de andere rijke mensen die

1090
01:04:50,070 --> 01:04:51,570
grotere bedragen gaven.

1091
01:04:51,570 --> 01:04:56,970
Want zij werd, net als zij, niet
beoordeeld naar wat ze niet te geven had,

1092
01:04:56,970 --> 01:04:59,490
maar naar wat ze wel te geven had.

1093
01:04:59,490 --> 01:05:03,990
Ze gaf alles wat ze had en liet daarmee
zien dat ze een gewillig hart had

1094
01:05:03,990 --> 01:05:05,370
om te geven.

1095
01:05:05,370 --> 01:05:09,510
De anderen verlangden er niet zo sterk
naar zichzelf arm te maken voor de armen,

1096
01:05:09,510 --> 01:05:12,510
en dus deed zij meer dan zij.

1097
01:05:12,510 --> 01:05:14,070
In vers 13 staat:

1098
01:05:14,070 --> 01:05:16,890
Het is namelijk niet de bedoeling
dat anderen verlichting hebben,

1099
01:05:16,890 --> 01:05:21,570
en u verdrukking; maar uit het oogpunt
van gelijkheid is er op dit moment

1100
01:05:21,570 --> 01:05:24,870
uw overvloed om wat hun
ontbreekt aan te vullen,

1101
01:05:24,870 --> 01:05:29,190
opdat ook hun overvloed er is om
wat u ontbreekt aan te vullen,

1102
01:05:29,190 --> 01:05:34,470
opdat er gelijkheid zal zijn, zoals
geschreven staat: Wie veel had verzameld,

1103
01:05:34,470 --> 01:05:39,030
had niet over; en wie weinig had
verzameld, had niet te weinig.

1104
01:05:39,030 --> 01:05:41,610
De Schrifttekst die hij aanhaalt, is:

1105
01:05:41,610 --> 01:05:43,770
Zij maten het met de gomer.

1106
01:05:43,770 --> 01:05:47,610
Wie veel had verzameld, had
niets over, en hem die weinig had

1107
01:05:47,610 --> 01:05:49,830
verzameld, ontbrak niets.

1108
01:05:49,830 --> 01:05:53,070
Ieder had zó veel
verzameld als hij eten kon.

1109
01:05:53,070 --> 01:05:58,710
Die komt uit Exodus 16, vers 18, waar
het manna voor het eerst werd verzameld.

1110
01:05:58,710 --> 01:06:03,150
Blijkbaar ging iedereen eropuit en
verzamelde zoveel manna als hij kon,

1111
01:06:03,150 --> 01:06:07,770
maar sommige mensen hadden meer kracht
en konden daardoor meer verzamelen.

1112
01:06:07,770 --> 01:06:11,430
Sommigen waren ouder of jonger
of zwakker of wat dan ook,

1113
01:06:11,430 --> 01:06:13,410
en verzamelden niet zo veel.

1114
01:06:13,410 --> 01:06:16,350
Iedereen verzamelde zoveel als hij kon.

1115
01:06:16,350 --> 01:06:20,430
Ze deden het in een gezamenlijke pot
en maten uit die gezamenlijke pot

1116
01:06:20,430 --> 01:06:22,470
één gomer per persoon af.

1117
01:06:22,470 --> 01:06:26,730
Het bleek dat er precies genoeg
was om iedereen een gomer te geven,

1118
01:06:26,730 --> 01:06:29,970
ongeacht hoe weinig of
hoeveel iemand had verzameld.

1119
01:06:29,970 --> 01:06:34,470
Dat betekent natuurlijk dat God precies
genoeg gaf zodat iedereen had wat

1120
01:06:34,470 --> 01:06:35,730
hij nodig had.

1121
01:06:35,730 --> 01:06:40,950
Maar bij het verzamelen van wat God
gaf, verzamelden sommigen niet erg veel.

1122
01:06:40,950 --> 01:06:44,790
Sommigen verzamelden ongetwijfeld
minder dan een gomer,

1123
01:06:44,790 --> 01:06:46,950
maar ze kregen toch een gomer.

1124
01:06:46,950 --> 01:06:51,570
Anderen verzamelden meer dan een
gomer, maar ze kregen een gomer.

1125
01:06:51,570 --> 01:06:56,130
Iedereen kreeg precies die
hoeveelheid, en er bleef niets over.

1126
01:06:56,130 --> 01:06:59,670
Zo hadden degenen die veel
hadden verzameld niets extra,

1127
01:06:59,670 --> 01:07:03,090
en degenen die weinig hadden
verzameld geen tekort.

1128
01:07:03,090 --> 01:07:07,470
Dit is wat Paulus voorstelt als een
voorbeeld voor de manier waarop christenen

1129
01:07:07,470 --> 01:07:09,630
over geld zouden moeten denken.

1130
01:07:09,630 --> 01:07:13,650
Hij zei dat het er niet zozeer om gaat
dat ik wil dat jullie het zwaar krijgen en

1131
01:07:13,650 --> 01:07:15,210
zij rijk worden.

1132
01:07:15,210 --> 01:07:18,150
Ik wil hier gewoon enige gelijkheid zien.

1133
01:07:18,150 --> 01:07:19,890
Net zoals God zei:

1134
01:07:19,890 --> 01:07:22,830
Wie veel verzamelt, houdt niets over.

1135
01:07:22,830 --> 01:07:26,850
De gedachte is nu dat de Korinthiërs
het op dat moment misschien

1136
01:07:26,850 --> 01:07:30,630
financieel goed hebben en
inderdaad een overschot hebben.

1137
01:07:30,630 --> 01:07:33,450
Ze hebben meer verzameld
dan ze nodig hebben.

1138
01:07:33,450 --> 01:07:37,050
De gemeente in Jeruzalem
is op dat moment arm.

1139
01:07:37,050 --> 01:07:39,150
Zij hebben te weinig verzameld.

1140
01:07:39,150 --> 01:07:42,450
Maar wat Joodse christenen
nodig hebben om te overleven,

1141
01:07:42,450 --> 01:07:47,730
is in wezen hetzelfde als wat Griekse
christenen nodig hebben om te overleven.

1142
01:07:47,730 --> 01:07:50,250
Om ervoor te zorgen dat
iedereen genoeg heeft,

1143
01:07:50,250 --> 01:07:54,990
is het daarom nodig dat degenen die meer
hebben verzameld dan ze nodig hebben,

1144
01:07:54,990 --> 01:07:58,110
degenen helpen die
weinig hebben verzameld.

1145
01:07:58,110 --> 01:08:02,370
Dat gebruikt Paulus als argument
om hen ertoe te bewegen te geven.

1146
01:08:02,370 --> 01:08:07,110
Ik ben er niet van overtuigd dat
Gods regel is dat iedereen precies

1147
01:08:07,110 --> 01:08:08,670
evenveel moet hebben.

1148
01:08:08,670 --> 01:08:12,450
Er zijn te veel voorbeelden in de
Schrift, ook binnen de gemeente,

1149
01:08:12,450 --> 01:08:16,410
van mensen die huizen hebben en
anderen die geen huizen hebben.

1150
01:08:16,410 --> 01:08:18,930
Niet iedereen heeft precies evenveel.

1151
01:08:18,930 --> 01:08:23,430
Maar wat hier beslist naar voren komt,
is dat iedereen genoeg moet hebben.

1152
01:08:23,430 --> 01:08:28,170
Als iemand meer heeft dan hij nodig heeft
en iemand anders minder heeft dan hij

1153
01:08:28,170 --> 01:08:32,010
werkelijk nodig heeft, dan is
die ongelijkheid iets wat God

1154
01:08:32,010 --> 01:08:33,750
rechtgezet wil zien.

1155
01:08:33,750 --> 01:08:38,850
Zoals God de totale hoeveelheid manna gaf
waarmee de hele gemeenschap werd gevoed,

1156
01:08:38,850 --> 01:08:42,330
gaf Hij precies genoeg
zodat iedereen genoeg had.

1157
01:08:42,330 --> 01:08:46,890
Je zou dus kunnen stellen dat God door het
werk van christenen over de hele wereld,

1158
01:08:46,890 --> 01:08:49,830
of misschien alleen in
een plaatselijke omgeving,

1159
01:08:49,830 --> 01:08:54,450
genoeg geeft om in de behoeften van de
hele christelijke gemeenschap te voorzien.

1160
01:08:54,450 --> 01:08:57,570
Ik zou toch moeten zeggen:
over de hele wereld.

1161
01:08:57,570 --> 01:09:00,570
Want er zijn beslist landen
waar hongersnood heerst

1162
01:09:00,570 --> 01:09:03,510
en waar niet genoeg is om
iedereen daar te voeden.

1163
01:09:03,510 --> 01:09:08,310
En er zijn landen zoals het onze waar veel
meer wordt geproduceerd dan nodig is om

1164
01:09:08,310 --> 01:09:09,690
ons te voeden.

1165
01:09:09,690 --> 01:09:13,170
Trouwens, Amerika is
een heel vrijgevig land.

1166
01:09:13,170 --> 01:09:17,610
We verschepen meer voedsel naar andere
landen, zelfs naar onze vijanden,

1167
01:09:17,610 --> 01:09:19,350
dan welk ander land ook.

1168
01:09:19,350 --> 01:09:21,450
We zijn heel vrijgevig.

1169
01:09:21,450 --> 01:09:24,870
Maar we leven nog steeds met een veel
groter overschot dan we misschien

1170
01:09:24,870 --> 01:09:26,190
zouden moeten hebben.

1171
01:09:26,190 --> 01:09:30,570
Ik probeer niemand een schuldgevoel te
geven over wat hij persoonlijk doet.

1172
01:09:30,570 --> 01:09:31,950
Dat moet je aan God vragen.

1173
01:09:31,950 --> 01:09:35,850
Maar als we weten dat er christenen
zijn die dingen moeten ontberen,

1174
01:09:35,850 --> 01:09:38,430
terwijl wij meer hebben
dan we nodig hebben,

1175
01:09:38,430 --> 01:09:39,930
dan moeten we het licht van deze

1176
01:09:39,930 --> 01:09:43,470
Schrifttekst op onszelf
laten schijnen en zeggen:

1177
01:09:43,470 --> 01:09:47,190
‘Leef ik in overeenstemming
met deze Schrifttekst?

1178
01:09:47,190 --> 01:09:52,470
En als ik meer verzamel dan ik nodig
heb, wil God dan dat ik niets overhoud,

1179
01:09:52,470 --> 01:09:56,310
zodat iemand die te weinig
verzamelt geen tekort zal hebben?’

1180
01:09:56,310 --> 01:09:59,790
Dat is iets waar iedereen echt
serieus naar zou moeten kijken.

1181
01:09:59,790 --> 01:10:04,350
Ik ben hier niet om te prediken dat
iedereen precies evenveel moet hebben,

1182
01:10:04,350 --> 01:10:07,530
of dat je helemaal niets
extra's zou mogen hebben.

1183
01:10:07,530 --> 01:10:10,650
Maar het is zeker iets
om over na te denken.

1184
01:10:10,650 --> 01:10:16,230
Het is aan ieder persoonlijk om met God te
bepalen hoe hij de dingen beheert die God

1185
01:10:16,230 --> 01:10:17,670
hem heeft gegeven.

1186
01:10:17,670 --> 01:10:20,550
Maar dit is een beginsel
van rentmeesterschap

1187
01:10:20,550 --> 01:10:24,750
waarmee we rekening moeten houden
als we met onze financiën omgaan.

1188
01:10:24,750 --> 01:10:30,030
Maar God zij dank, Die dezelfde inzet voor
u in het hart van Titus gegeven heeft.

1189
01:10:30,030 --> 01:10:35,790
Dat wil zeggen: Titus denkt net zo over
jullie als ik, en daar ben ik blij om.

1190
01:10:35,790 --> 01:10:39,450
Daar dank ik God voor, want ik
kan hem naar jullie toe sturen

1191
01:10:39,450 --> 01:10:43,170
en weten dat hij jullie met dezelfde
genegenheid zal behandelen als

1192
01:10:43,170 --> 01:10:44,370
ik zou doen.

1193
01:10:44,370 --> 01:10:46,770
Hij heeft immers mijn
aansporing ontvangen,

1194
01:10:46,770 --> 01:10:51,090
maar is ook uit eigen beweging
vol ijver naar u toe gereisd.

1195
01:10:51,090 --> 01:10:56,250
Dat wil zeggen: Paulus spoorde
Titus aan om erheen te gaan en deze

1196
01:10:56,250 --> 01:11:00,150
mensen voor te bereiden
voordat Paulus zelf zou komen.

1197
01:11:00,150 --> 01:11:03,690
En Titus wilde dat graag doen,
hij was er heel bereid toe.

1198
01:11:03,690 --> 01:11:06,330
En wij hebben ook de
broeder met hem meegezonden

1199
01:11:06,330 --> 01:11:10,650
die in alle gemeenten lof ontvangt
om zijn dienst in het Evangelie;

1200
01:11:10,650 --> 01:11:13,470
en dat niet alleen, maar
hij is ook door de gemeenten

1201
01:11:13,470 --> 01:11:17,190
gekozen als onze reisgenoot
met deze genadegave,

1202
01:11:17,190 --> 01:11:21,150
waar wij de zorg voor dragen tot
heerlijkheid van de Heere Zelf,

1203
01:11:21,150 --> 01:11:24,150
en om uw bereidwilligheid te laten zien.

1204
01:11:24,150 --> 01:11:28,110
Wij proberen het immers te vermijden
dat iemand ons verdacht zou maken

1205
01:11:28,110 --> 01:11:32,490
vanwege dit grote bedrag waar
wij zorg voor dragen, wij,

1206
01:11:32,490 --> 01:11:35,790
die bedacht zijn op wat goed
is, niet alleen voor de Heere,

1207
01:11:35,790 --> 01:11:37,590
maar ook voor de mensen.

1208
01:11:37,590 --> 01:11:38,730
Hij zegt:

1209
01:11:38,730 --> 01:11:43,350
We sturen met deze gift betrouwbare
mannen uit elke gemeente mee.

1210
01:11:43,350 --> 01:11:46,830
Samen met Titus stuur ik
vooral ook een broeder mee.

1211
01:11:46,830 --> 01:11:48,750
Hij zegt niet wie het is.

1212
01:11:48,750 --> 01:11:51,270
We weten niet wie die broeder is.

1213
01:11:51,270 --> 01:11:53,970
Gezien de grote lof die
Paulus hem toezwaait,

1214
01:11:53,970 --> 01:11:57,750
lijkt het zeker iemand te moeten zijn
van wie we eerder hebben gehoord.

1215
01:11:57,750 --> 01:11:59,550
Maar dat hoeft niet zo te zijn.

1216
01:11:59,550 --> 01:12:03,150
Het kan een minder bekende christen
zijn, minder bekend bij ons,

1217
01:12:03,150 --> 01:12:05,790
maar goed bekend in de vroege gemeente.

1218
01:12:05,790 --> 01:12:09,570
Ik vermoed dat het iemand als
Timotheus of Lukas zou kunnen zijn,

1219
01:12:09,570 --> 01:12:12,030
en er zijn ook andere vermoedens geopperd.

1220
01:12:12,030 --> 01:12:15,870
Maar we moeten gewoon erkennen dat
dit vermoedens zijn en niets meer.

1221
01:12:15,870 --> 01:12:19,530
We kunnen ons dus maar beter niet
al te druk maken over deze passage.

1222
01:12:19,530 --> 01:12:24,810
Er werd samen met Titus een betrouwbare
christen gestuurd, zodat we, zegt Paulus,

1223
01:12:24,810 --> 01:12:28,590
konden voorkomen dat iemand ons iets
zou verwijten bij het omgaan met deze

1224
01:12:28,590 --> 01:12:30,690
royale gift die wij beheren.

1225
01:12:30,690 --> 01:12:35,550
Het ging om veel geld, en dat kon
critici ertoe verleiden zich af te vragen

1226
01:12:35,550 --> 01:12:37,950
en te betwijfelen of Paulus al dat geld

1227
01:12:37,950 --> 01:12:40,770
werkelijk voor de armen
in Jeruzalem meenam.

1228
01:12:40,770 --> 01:12:46,230
Per slot van rekening neemt hij ons geld
mee en vertrekt hij per schip uit de stad.

1229
01:12:46,230 --> 01:12:48,930
Hoe weten we wat hij
met dit geld gaat doen?

1230
01:12:48,930 --> 01:12:53,190
Trouwens, kort daarvoor had zich in het
Romeinse Rijk al een opmerkelijk geval

1231
01:12:53,190 --> 01:12:56,070
voorgedaan met twee Joodse mannen.

1232
01:12:56,070 --> 01:13:01,650
Zij presenteerden zich in Rome als leraren
in het jodendom voor heidense proselieten.

1233
01:13:01,650 --> 01:13:06,270
Er was een senator in Rome wiens vrouw
een Joodse proseliet wilde worden,

1234
01:13:06,270 --> 01:13:11,370
en zij huurde deze twee Joden in om haar
de Joodse godsdienst te onderwijzen.

1235
01:13:11,370 --> 01:13:13,170
Dit staat niet in de Bijbel.

1236
01:13:13,170 --> 01:13:17,730
Dit is een verhaal dat bekend is uit de
wereldlijke geschiedenis van die tijd.

1237
01:13:17,730 --> 01:13:22,800
Suetonius of Tacitus of iemand
doet er verslag van, of Josephus.

1238
01:13:22,800 --> 01:13:24,930
Ik weet niet meer wie.

1239
01:13:24,930 --> 01:13:27,450
Het is een van de geschiedschrijvers.

1240
01:13:27,450 --> 01:13:31,530
Deze Romeinse vrouw, die een
proseliet van het jodendom was,

1241
01:13:31,530 --> 01:13:34,290
huurde deze mannen in om
haar de wet te onderwijzen

1242
01:13:34,290 --> 01:13:36,810
en haar het jodendom bij te brengen.

1243
01:13:36,810 --> 01:13:41,130
Ze haalden haar over om een heel,
heel aanzienlijke gift te geven

1244
01:13:41,130 --> 01:13:43,830
die zij naar de tempel in
Jeruzalem zouden brengen,

1245
01:13:43,830 --> 01:13:46,530
voor het onderhoud van
de tempel in Jeruzalem.

1246
01:13:46,530 --> 01:13:49,350
Ze gaf de gift, maar zij
gingen ermee vandoor.

1247
01:13:49,350 --> 01:13:53,550
Ze eigenden zich het geld wederrechtelijk
toe, en dat werd een schandaal,

1248
01:13:53,550 --> 01:13:57,030
waarschijnlijk vooral omdat ze
de vrouw van een senator was.

1249
01:13:57,030 --> 01:13:59,670
Ze was niet zomaar een vrouw.

1250
01:13:59,670 --> 01:14:02,670
De Joden in Rome werden
hierdoor diep vernederd,

1251
01:14:02,670 --> 01:14:06,750
en het zorgde ervoor dat er heel
slecht naar hen werd gekeken.

1252
01:14:06,750 --> 01:14:11,190
Een paar Joden hadden immers dit geld
van deze Romeinse vrouw aangenomen

1253
01:14:11,190 --> 01:14:14,790
en beweerd dat ze het aan de
tempel in Jeruzalem zouden geven,

1254
01:14:14,790 --> 01:14:16,470
maar dat deden ze niet.

1255
01:14:16,470 --> 01:14:20,250
Ze verlieten de stad met het
geld en kwamen nooit meer terug.

1256
01:14:20,250 --> 01:14:22,650
En het kwam nooit bij de tempel aan.

1257
01:14:22,650 --> 01:14:25,710
Dat was in de tijd van
Paulus een bekend verhaal.

1258
01:14:25,710 --> 01:14:28,050
Het was nog maar kort geleden gebeurd.

1259
01:14:28,050 --> 01:14:31,650
Hij kon zich dus heel goed
voorstellen dat mensen hem op dezelfde

1260
01:14:31,650 --> 01:14:33,570
manier zouden wantrouwen.

1261
01:14:33,570 --> 01:14:36,450
Daar neemt hij al dat
geld van deze heidenen aan

1262
01:14:36,450 --> 01:14:40,410
en beweert hij dat hij het aan de
christenen in Jeruzalem gaat geven.

1263
01:14:40,410 --> 01:14:44,550
Maar hoe zouden ze dat weten
zodra hij de stad had verlaten?

1264
01:14:44,550 --> 01:14:48,630
Per slot van rekening waren er
eerder oneerlijke mensen geweest

1265
01:14:48,630 --> 01:14:51,210
die dingen deden die hierop leken.

1266
01:14:51,210 --> 01:14:56,070
Daarom laat Paulus elke gemeente iemand
kiezen die ze vertrouwen om met hem mee te

1267
01:14:56,070 --> 01:14:59,190
gaan, zodat hij
verantwoording moet afleggen.

1268
01:14:59,190 --> 01:15:03,090
Dit is zijn manier,
zegt hij in vers 21, om:

1269
01:15:03,090 --> 01:15:07,590
We zorgen ervoor dat we eerlijk handelen,
niet alleen in de ogen van de Heer,

1270
01:15:07,590 --> 01:15:09,750
maar ook in die van mensen.

1271
01:15:09,750 --> 01:15:14,070
Hij zegt: ‘God weet het, in
Gods ogen handel ik eerlijk,

1272
01:15:14,070 --> 01:15:16,950
maar ik wil ook in de ogen
van mensen eerlijk handelen.

1273
01:15:16,950 --> 01:15:21,270
Ik wil dat mensen weten dat ik
eerlijk ben, net zoals God dat weet.’

1274
01:15:21,270 --> 01:15:24,030
Ook hebben wij onze broeder
met hen meegestuurd,

1275
01:15:24,030 --> 01:15:29,070
van wie wij in veel opzichten vaak
onderkend hebben dat hij ijverig is,

1276
01:15:29,070 --> 01:15:34,290
en nu is hij nog veel ijveriger door
het grote vertrouwen dat hij in u heeft.

1277
01:15:34,290 --> 01:15:39,090
Het is moeilijk te zeggen of deze
broeder degene is die eerder, in vers 18,

1278
01:15:39,090 --> 01:15:44,010
genoemd werd als de broeder die in alle
gemeenten geprezen wordt om het Evangelie,

1279
01:15:44,010 --> 01:15:47,190
of dat het hier gaat over nog een
andere christen van wie de naam

1280
01:15:47,190 --> 01:15:48,750
niet genoemd wordt.

1281
01:15:48,750 --> 01:15:52,470
Ik vrees dat sommige mensen
dat fascinerend zouden vinden

1282
01:15:52,470 --> 01:15:54,330
en hun tijd zouden besteden aan

1283
01:15:54,330 --> 01:15:57,390
speculaties over wie deze
mensen zouden kunnen zijn,

1284
01:15:57,390 --> 01:15:59,730
omdat hun namen niet genoemd worden.

1285
01:15:59,730 --> 01:16:04,530
Maar juist omdat hun namen niet genoemd
worden, heeft speculeren geen zin.

1286
01:16:04,530 --> 01:16:08,490
We zouden nooit kunnen weten
of onze speculaties klopten.

1287
01:16:08,490 --> 01:16:12,510
We kunnen net zo goed verdergaan en
zeggen dat Paulus een paar bekende,

1288
01:16:12,510 --> 01:16:15,810
zeer betrouwbare broeders
met Titus meestuurde.

1289
01:16:15,810 --> 01:16:20,910
Wat Titus betreft: hij is mijn
metgezel en medearbeider bij u;

1290
01:16:20,910 --> 01:16:25,110
wat onze broeders betreft: zij
zijn gezanten van de gemeenten,

1291
01:16:25,110 --> 01:16:26,910
tot eer van Christus.

1292
01:16:26,910 --> 01:16:29,910
Hij geeft dus een
aanbevelingsbrief voor Titus.

1293
01:16:29,910 --> 01:16:35,010
Als iemand zich afvraagt of Titus wel
te vertrouwen is: ‘Ik beveel hem aan.

1294
01:16:35,010 --> 01:16:38,130
Hij is mijn metgezel; vertrouw hem.’

1295
01:16:38,130 --> 01:16:43,410
Met ‘de broeders’ bedoelt hij die andere
genoemde broeders die Titus vergezellen.

1296
01:16:43,410 --> 01:16:47,310
Letterlijk staat er in het Grieks dat
ze apostelen van de gemeenten zijn.

1297
01:16:47,310 --> 01:16:49,470
Het is interessant dat hij zegt:

1298
01:16:49,470 --> 01:16:51,090
Afgezanten van de gemeenten.

1299
01:16:51,090 --> 01:16:55,650
Hij zegt niet: ‘Apostelen van
Jezus Christus.’ Hij zegt:

1300
01:16:55,650 --> 01:17:00,990
Wat Titus betreft: hij is mijn
metgezel en medearbeider bij u;

1301
01:17:00,990 --> 01:17:04,950
wat onze broeders betreft: zij
zijn gezanten van de gemeenten,

1302
01:17:04,950 --> 01:17:06,870
tot eer van Christus.

1303
01:17:06,870 --> 01:17:11,550
Bedenk dat het woord ‘apostel’
‘een gezondene’ betekent.

1304
01:17:11,550 --> 01:17:13,770
Zijn er tegenwoordig apostelen?

1305
01:17:13,770 --> 01:17:17,370
Zoals je weet, zeg ik
soms: ‘Ik betwijfel het.’

1306
01:17:17,370 --> 01:17:19,470
Maar dat moet ik nader toelichten.

1307
01:17:19,470 --> 01:17:22,110
Als we het hebben over
apostelen van Jezus Christus,

1308
01:17:22,110 --> 01:17:26,490
dus mensen die door Jezus gezonden
zijn zoals de twaalf gezonden werden,

1309
01:17:26,490 --> 01:17:32,190
of Paulus gezonden werd, of sommigen van
die anderen, dan zou ik moeten zeggen:

1310
01:17:32,190 --> 01:17:35,190
‘Ik weet het niet, en
ik betwijfel ten zeerste

1311
01:17:35,190 --> 01:17:37,950
of er tegenwoordig zulke apostelen zijn.’

1312
01:17:37,950 --> 01:17:42,270
Misschien zijn ze er, maar ik ken
ze niet en ik heb mijn twijfels.

1313
01:17:42,270 --> 01:17:45,960
Maar als iemand zegt: ‘Hoe zit het
dan met apostelen van de gemeenten?’

1314
01:17:45,960 --> 01:17:49,290
Dat wil zeggen, mensen
die uitgezonden worden,

1315
01:17:49,290 --> 01:17:53,910
niet rechtstreeks in opdracht van
Jezus Christus, maar door de gemeenten,

1316
01:17:53,910 --> 01:17:55,260
zoals deze mannen.

1317
01:17:55,260 --> 01:17:57,690
Natuurlijk zijn er zulke mensen.

1318
01:17:57,690 --> 01:18:01,350
We zouden het woord ‘apostel’
tegenwoordig op die manier voor bepaalde

1319
01:18:01,350 --> 01:18:03,090
mensen kunnen gebruiken.

1320
01:18:03,090 --> 01:18:06,090
Mensen die apostelen
van de gemeenten zijn.

1321
01:18:06,090 --> 01:18:10,950
Geen apostelen van Jezus Christus zoals
Paulus en Petrus en die mannen waren,

1322
01:18:10,950 --> 01:18:13,410
maar uitgezonden door de gemeenten.

1323
01:18:13,410 --> 01:18:15,390
Zo was het met deze mannen.

1324
01:18:15,390 --> 01:18:17,910
Ze waren de heerlijkheid van Christus.

1325
01:18:17,910 --> 01:18:22,590
Dat lijkt eenvoudig te betekenen dat
hun leven een goed getuigenis was en God

1326
01:18:22,590 --> 01:18:25,290
en Christus veel lof en eer bracht.

1327
01:18:25,290 --> 01:18:29,310
Toon hun dan het bewijs van uw
liefde en van onze roem over u,

1328
01:18:29,310 --> 01:18:31,470
ook ten overstaan van de gemeenten.

1329
01:18:31,470 --> 01:18:34,350
Met andere woorden: geef geld.

1330
01:18:34,350 --> 01:18:36,030
Nu hoofdstuk 9.

1331
01:18:36,030 --> 01:18:39,090
Want het is voor mij niet nodig u
te schrijven over het dienstbetoon

1332
01:18:39,090 --> 01:18:39,930
aan de heiligen.

1333
01:18:39,930 --> 01:18:43,470
Met dienen bedoelt hij hier
niet wat wij daaronder verstaan,

1334
01:18:43,470 --> 01:18:46,410
maar hij heeft het over
het geven van geld.

1335
01:18:46,410 --> 01:18:51,030
Het Engelse woord ‘ministering’
betekent gewoon dienen.

1336
01:18:51,030 --> 01:18:54,570
Helaas is het Engelse woord
‘minister’ tegenwoordig een

1337
01:18:54,570 --> 01:19:00,570
geestelijke gaan betekenen, en betekent
‘ministry’ voltijds prediken als beroep.

1338
01:19:00,570 --> 01:19:05,850
Wanneer we zeggen dat iemand een
‘minister’ is of ‘in de ministry’ gaat,

1339
01:19:05,850 --> 01:19:10,410
is dat ongelukkig, want het woord
‘ministry’ betekent eigenlijk gewoon

1340
01:19:10,410 --> 01:19:12,390
dienst of dienaar.

1341
01:19:12,390 --> 01:19:16,590
Hier heeft hij het dus over de dienst
waarover hij het eerder heeft gehad:

1342
01:19:16,590 --> 01:19:21,090
de dienst van het voorzien in de
behoeften van heiligen die arm zijn.

1343
01:19:21,090 --> 01:19:26,250
Want ik weet van uw bereidwilligheid,
waarover ik u roem bij de Macedoniërs,

1344
01:19:26,250 --> 01:19:29,610
namelijk dat Achaje al
sinds een jaar gereed is.

1345
01:19:29,610 --> 01:19:32,490
En uw ijver heeft velen aangestoken.

1346
01:19:32,490 --> 01:19:34,530
Daarmee bedoelt hij Korinthe.

1347
01:19:34,530 --> 01:19:38,430
Maar ik heb de broeders gestuurd,
opdat onze roem over u in dit

1348
01:19:38,430 --> 01:19:44,130
opzicht niet zonder inhoud zou blijken,
opdat u — zoals ik zei — gereed bent;

1349
01:19:44,130 --> 01:19:49,050
opdat niet misschien, als er Macedoniërs
met mij meekomen en zij u niet gereed

1350
01:19:49,050 --> 01:19:52,690
vinden, wij — om niet te zeggen: u —

1351
01:19:52,690 --> 01:19:56,670
beschaamd worden in dit
vertrouwen op onze roem over u.

1352
01:19:56,670 --> 01:20:01,050
Ik achtte het dus nodig de broeders
aan te sporen eerst naar u toe te gaan

1353
01:20:01,050 --> 01:20:05,730
en de eerder door u beloofde zegen
vóóraf in gereedheid te brengen,

1354
01:20:05,730 --> 01:20:11,190
zodat deze gereedligt als een zegen en
niet als een gift in gierigheid gegeven.

1355
01:20:11,190 --> 01:20:13,950
Dit vind ik heel grappig,
want Paulus zegt:

1356
01:20:13,950 --> 01:20:18,150
‘Ik heb die Macedoniërs verteld hoe
snel jullie bereid zijn om te geven,

1357
01:20:18,150 --> 01:20:22,410
hoe jullie een jaar geleden bereid
waren om die grote gift te geven.

1358
01:20:22,410 --> 01:20:24,810
En het verhaal dat ik hun
over jullie verteld heb,

1359
01:20:24,810 --> 01:20:29,910
heeft hen aangespoord en aangemoedigd
om te geven.’ En wat doet hij nu?

1360
01:20:29,910 --> 01:20:33,630
Hij vertelt over de Macedoniërs,
hoe vrijgevig zij waren,

1361
01:20:33,630 --> 01:20:36,030
om de Korinthiërs aan te sporen.

1362
01:20:36,030 --> 01:20:39,570
Hij zegt: ‘Ik heb dus een
bericht over jullie vrijgevigheid

1363
01:20:39,570 --> 01:20:42,750
gebruikt om deze mensen
ertoe te brengen te geven.

1364
01:20:42,750 --> 01:20:45,510
Nu gebruik ik het bericht
over hun vrijgevigheid

1365
01:20:45,510 --> 01:20:47,910
om te zien of jullie zullen geven.’

1366
01:20:47,910 --> 01:20:51,150
En hij zegt: ‘Ik neem jullie op je woord.

1367
01:20:51,150 --> 01:20:53,730
Jullie zeiden dat jullie
graag wilden geven,

1368
01:20:53,730 --> 01:20:56,430
maar met alles wat er de
laatste tijd is gebeurd,

1369
01:20:56,430 --> 01:20:59,190
ben ik daar niet echt
honderd procent zeker van.

1370
01:20:59,190 --> 01:21:01,170
Ik wil het gewoon zeker weten.

1371
01:21:01,170 --> 01:21:05,850
Want wanneer ik daar kom om jullie gift
op te halen, zou ik me vreselijk schamen,

1372
01:21:05,850 --> 01:21:09,030
om nog maar te zwijgen van hoe
beschaamd jullie zouden zijn,

1373
01:21:09,030 --> 01:21:11,550
nadat ik zo over jullie heb geroemd.

1374
01:21:11,550 --> 01:21:15,150
Stel dat er een paar Macedoniërs
met me meekomen die mij over jullie

1375
01:21:15,150 --> 01:21:16,590
hebben horen roemen.

1376
01:21:16,590 --> 01:21:20,850
En stel dat zij zien dat jullie niet eens
geld bij elkaar hebben en jullie zaken

1377
01:21:20,850 --> 01:21:22,590
helemaal niet op orde hebben.

1378
01:21:22,590 --> 01:21:27,690
Dan zou ik me schamen voor mijn geroem,
en hoeveel te meer jullie’, zegt hij.

1379
01:21:27,690 --> 01:21:32,730
Dus hij zegt: ‘Ik stuur deze mannen erheen
om ervoor te zorgen dat jullie je zaken op

1380
01:21:32,730 --> 01:21:35,310
orde hebben voordat wij aankomen.

1381
01:21:35,310 --> 01:21:39,510
Zo kunnen jullie het doen zonder het
gevoel dat jullie onder druk staan,

1382
01:21:39,510 --> 01:21:40,770
om het zo maar te zeggen.

1383
01:21:40,770 --> 01:21:45,090
Jullie kunnen het meer vanuit een gevoel
van vrijheid en vrijgevigheid doen,

1384
01:21:45,090 --> 01:21:48,330
voordat wij daar daadwerkelijk
met uitgestoken hand staan.’

1385
01:21:48,330 --> 01:21:54,270
Maar dit zeg ik: wie weinig zaait, zal
ook weinig oogsten, en wie veel zaait,

1386
01:21:54,270 --> 01:21:56,130
zal ook veel oogsten.

1387
01:21:56,130 --> 01:21:59,310
Laat iedereen dus geven wat hij
in zijn hart heeft besloten,

1388
01:21:59,310 --> 01:22:03,090
niet met tegenzin of omdat het
moet, want God houdt van iemand die

1389
01:22:03,090 --> 01:22:04,590
met plezier geeft.

1390
01:22:04,590 --> 01:22:07,410
En God kan jullie volop Zijn genade geven,

1391
01:22:07,410 --> 01:22:09,810
zodat jullie altijd in alles genoeg hebben

1392
01:22:09,810 --> 01:22:13,770
en meer dan genoeg overhouden om
allerlei goede dingen te doen.

1393
01:22:13,770 --> 01:22:19,230
Zoals er geschreven staat: hij heeft
royaal uitgedeeld en aan de armen gegeven;

1394
01:22:19,230 --> 01:22:21,870
hij blijft voor altijd rechtvaardig.

1395
01:22:21,870 --> 01:22:25,530
Moge Hij Die de zaaier zaad
geeft en brood om te eten,

1396
01:22:25,530 --> 01:22:28,290
ook jullie zaad geven en vermeerderen,

1397
01:22:28,290 --> 01:22:32,010
en jullie rechtvaardigheid
steeds meer vrucht laten dragen,

1398
01:22:32,010 --> 01:22:34,050
terwijl jullie in alles rijk worden,

1399
01:22:34,050 --> 01:22:38,070
zodat jullie op alle mogelijke
manieren vrijgevig kunnen zijn.

1400
01:22:38,070 --> 01:22:43,950
De Engelse formulering ‘liberality or
generosity’ betekent hier vrijgevigheid.

1401
01:22:43,950 --> 01:22:48,630
Zo zult u in alles rijk worden,
in staat tot alle vrijgevigheid,

1402
01:22:48,630 --> 01:22:52,230
die door middel van ons
dankzegging aan God teweegbrengt.

1403
01:22:52,230 --> 01:22:57,150
Ik heb tot hier gelezen omdat dit
allemaal over zaaien en oogsten gaat.

1404
01:22:57,150 --> 01:23:00,930
Paulus zegt dat geven niet zomaar
geld door het toilet spoelen is.

1405
01:23:00,930 --> 01:23:03,750
Het is als zaad in de grond zaaien.

1406
01:23:03,750 --> 01:23:06,330
Als je een zak zaad
hebt en je hebt honger,

1407
01:23:06,330 --> 01:23:09,870
wil je dat zaad misschien
tot meel malen en brood eten.

1408
01:23:09,870 --> 01:23:11,490
Maar als je dat doet, is het op.

1409
01:23:11,490 --> 01:23:16,050
Als je datzelfde zaad neemt en in de
grond gooit, waar je het niet kunt eten,

1410
01:23:16,050 --> 01:23:19,650
lijkt het in eerste instantie
misschien alsof je het kwijtraakt.

1411
01:23:19,650 --> 01:23:24,330
Maar door het wisselen van de seizoenen
en de zorg voor de grond, enzovoort,

1412
01:23:24,330 --> 01:23:30,390
brengt het een veelheid aan zaden voort,
veel meer dan je gezaaid hebt. Jezus zei:

1413
01:23:30,390 --> 01:23:34,470
En nog een ander deel viel in
de goede aarde en gaf vrucht;

1414
01:23:34,470 --> 01:23:39,870
het kwam op en groeide, en het ene
droeg dertig-, en het andere zestig-,

1415
01:23:39,870 --> 01:23:42,570
en het andere honderdvoudig.

1416
01:23:42,570 --> 01:23:47,190
Daarom lijkt geven aan de armen
sterk op zaad in de grond zaaien.

1417
01:23:47,190 --> 01:23:50,010
Het geld dat je geeft,
zou je voor jezelf kunnen

1418
01:23:50,010 --> 01:23:52,650
gebruiken als je het niet had gegeven.

1419
01:23:52,650 --> 01:23:56,430
Als je het geeft, kun je het
niet voor jezelf gebruiken.

1420
01:23:56,430 --> 01:23:59,550
Geven lijkt dus misschien
iets waardoor je armer wordt,

1421
01:23:59,550 --> 01:24:04,410
maar dat is net zomin het geval als
wanneer een zaaier zaad in de grond zaait.

1422
01:24:04,410 --> 01:24:08,670
Hij kan dat zaad niet meer eten zodra
hij het in de grond heeft gegooid,

1423
01:24:08,670 --> 01:24:12,510
maar hij maakt zichzelf
niet armer. Hij investeert.

1424
01:24:12,510 --> 01:24:15,630
Hij maakt gebruik van een
systeem dat God zo heeft

1425
01:24:15,630 --> 01:24:21,090
ingericht dat het afstaan van wat je hebt,
een toename oplevert van wat je hebt.

1426
01:24:21,090 --> 01:24:22,830
Hij zegt in vers 6:

1427
01:24:22,830 --> 01:24:29,790
En dit zeg ik: Wie karig zaait, zal ook
karig oogsten; en wie zegenrijk zaait,

1428
01:24:29,790 --> 01:24:32,310
zal ook zegenrijk oogsten.

1429
01:24:32,310 --> 01:24:37,410
Hij zegt dat een boer die veel zaad
zaait, een grote oogst zal hebben.

1430
01:24:37,410 --> 01:24:43,170
Een zaaier die zegt: ‘Nou, ik moet wat van
dit zaad bewaren om tot meel te malen en

1431
01:24:43,170 --> 01:24:45,030
brood te hebben voor het volgende seizoen.

1432
01:24:45,030 --> 01:24:47,971
Ik kan maar een klein beetje
van mijn zaad zaaien’ —

1433
01:24:47,971 --> 01:24:52,950
die kan een klein beetje zaad zaaien, maar
hij zal ook maar een kleine oogst hebben.

1434
01:24:52,950 --> 01:24:57,810
Hoe meer je nu de broekriem aanhaalt en je
zaad uitstrooit om later een opbrengst in

1435
01:24:57,810 --> 01:25:02,370
een andere vorm te krijgen, hoe meer
je je er later over zult verheugen.

1436
01:25:02,370 --> 01:25:07,590
Als de boer nu al zijn zaad zaait, zal hij
niets te eten hebben terwijl hij wacht tot

1437
01:25:07,590 --> 01:25:09,090
het gewas groeit.

1438
01:25:09,090 --> 01:25:13,230
Maar als hij geen zaad uitstrooit
omdat hij het allemaal wil opeten,

1439
01:25:13,230 --> 01:25:15,390
zal hij ook geen oogst hebben.

1440
01:25:15,390 --> 01:25:18,870
Met geld is het vrijwel
hetzelfde, zegt Paulus.

1441
01:25:18,870 --> 01:25:21,810
Hij spreekt in vers 10 over God als:

1442
01:25:21,810 --> 01:25:27,150
Hij nu Die de zaaier zaad verschaft,
moge ook brood tot voedsel schenken

1443
01:25:27,150 --> 01:25:30,270
en uw zaaigoed doen
toenemen en de vruchten van

1444
01:25:30,270 --> 01:25:32,490
uw gerechtigheid vermeerderen.

1445
01:25:32,490 --> 01:25:34,470
God voorziet ons van geld.

1446
01:25:34,470 --> 01:25:37,770
Van een deel verwacht Hij dat
het brood is om ons te voeden,

1447
01:25:37,770 --> 01:25:41,670
en van een deel verwacht Hij
dat het zaad is dat wij zaaien.

1448
01:25:41,670 --> 01:25:45,570
Paulus vertelt ons niet welk deel
gezaaid moet worden en welk deel

1449
01:25:45,570 --> 01:25:47,310
opgegeten moet worden.

1450
01:25:47,310 --> 01:25:52,050
Ook Jezus vertelt ons dat niet, en het
wordt ons nergens in de Bijbel verteld.

1451
01:25:52,050 --> 01:25:55,770
Dat wil zeggen: van alle
goederen die God je geeft,

1452
01:25:55,770 --> 01:25:59,910
bestemt Hij een deel om in je eigen
persoonlijke behoeften te voorzien,

1453
01:25:59,910 --> 01:26:02,310
om door jou verbruikt te worden.

1454
01:26:02,310 --> 01:26:06,750
Van het andere deel verwacht Hij dat het
gezaaid wordt, dat het beheerd wordt,

1455
01:26:06,750 --> 01:26:09,150
dat het aan de armen wordt uitgedeeld.

1456
01:26:09,150 --> 01:26:11,970
Bedenk dat er in het Oude Testament staat:

1457
01:26:11,970 --> 01:26:16,230
Wie zich ontfermt over de
arme, leent uit aan de HEERE.

1458
01:26:16,230 --> 01:26:18,810
Hij zal hem zijn weldaad vergelden.

1459
01:26:18,810 --> 01:26:21,570
God zal je terugbetalen
als je aan de armen geeft,

1460
01:26:21,570 --> 01:26:23,370
maar misschien niet onmiddellijk.

1461
01:26:23,370 --> 01:26:26,130
Als je geeft, moet je
dus eerst iets afstaan

1462
01:26:26,130 --> 01:26:29,670
en raak je goederen kwijt die
je zelf had kunnen verbruiken.

1463
01:26:29,670 --> 01:26:31,950
Maar de oogst is wat je motiveert.

1464
01:26:31,950 --> 01:26:34,830
Als ik zeg dat de oogst
je motiveert om te geven,

1465
01:26:34,830 --> 01:26:39,390
bedoel ik niet dat het idee dat je rijk
zult worden je motiveert om te geven.

1466
01:26:39,390 --> 01:26:42,450
Ik bedoel dat het iets
goeds zal opleveren.

1467
01:26:42,450 --> 01:26:47,310
Wat het oplevert, wordt misschien in
een andere munt uitbetaald dan geld.

1468
01:26:47,310 --> 01:26:50,970
Je kunt er op allerlei andere
manieren iets goeds voor terugkrijgen.

1469
01:26:50,970 --> 01:26:53,790
Misschien ontstaan er
tussen jou en de mensen

1470
01:26:53,790 --> 01:26:56,790
aan wie je geeft relaties
die een zegen zijn.

1471
01:26:56,790 --> 01:27:00,750
Misschien ervaar je door te geven
een bevrijding van je materialisme.

1472
01:27:00,750 --> 01:27:05,910
Misschien krijg je meer terug wanneer
je zelf in nood bent, want Jezus zei:

1473
01:27:05,910 --> 01:27:11,970
Geef en aan u zal gegeven worden:
een goede, vastgedrukte, geschudde,

1474
01:27:11,970 --> 01:27:15,450
overlopende maat zal men
u in de schoot geven,

1475
01:27:15,450 --> 01:27:20,190
want met dezelfde maat waarmee u
meet, zal er bij u ook gemeten worden.

1476
01:27:20,190 --> 01:27:22,890
Je kunt er materiële
dingen voor terugkrijgen.

1477
01:27:22,890 --> 01:27:25,650
Je kunt er geestelijke
zegen voor terugkrijgen,

1478
01:27:25,650 --> 01:27:30,150
of je kunt eenvoudig gezegend worden
door te weten dat het Koninkrijk van God

1479
01:27:30,150 --> 01:27:32,310
door jouw offer wordt bevorderd.

1480
01:27:32,310 --> 01:27:35,490
En dat is uiteindelijk
toch waar je voor leeft.

1481
01:27:35,490 --> 01:27:40,830
Een grotere oogst in het Koninkrijk is
dus een toename waar je je over verheugt.

1482
01:27:40,830 --> 01:27:44,370
Het punt is echter dat
iedereen moet beslissen:

1483
01:27:44,370 --> 01:27:48,750
God heeft zaad aan de zaaier
gegeven en brood aan de eter.

1484
01:27:48,750 --> 01:27:53,010
Welk deel van wat Hij mij heeft
gegeven, is het brood dat ik moet eten,

1485
01:27:53,010 --> 01:27:55,770
en welk deel is het
zaad dat ik moet zaaien?

1486
01:27:55,770 --> 01:27:59,910
Dat is een moeilijke afweging die
iedereen voor zijn eigen geweten tegenover

1487
01:27:59,910 --> 01:28:00,810
God moet maken.

1488
01:28:00,810 --> 01:28:03,270
Maar Paulus zegt in vers 7:

1489
01:28:03,270 --> 01:28:06,930
Laat ieder doen zoals hij in
zijn hart voorgenomen heeft,

1490
01:28:06,930 --> 01:28:12,570
niet met tegenzin of uit dwang, want
God heeft een blijmoedige gever lief.

1491
01:28:12,570 --> 01:28:17,250
Dat wil zeggen: er is geen vast bedrag
waarvan Paulus gaat voorschrijven dat je

1492
01:28:17,250 --> 01:28:18,690
het moet geven.

1493
01:28:18,690 --> 01:28:23,430
Nergens in het Nieuwe Testament wordt
geëist dat iemand tien procent geeft.

1494
01:28:23,430 --> 01:28:27,540
Paulus gaat niet voorschrijven
dat je vijf, tien, vijftien,

1495
01:28:27,540 --> 01:28:30,990
twintig of dertig procent geeft.

1496
01:28:30,990 --> 01:28:34,590
Geef gewoon wat je je in
je hart voorneemt te geven.

1497
01:28:34,590 --> 01:28:37,830
Wat God je ook op het hart legt, geef dat.

1498
01:28:37,830 --> 01:28:39,450
Niemand dwingt je.

1499
01:28:39,450 --> 01:28:42,750
Laat niemand je er een
schuldgevoel over aanpraten.

1500
01:28:42,750 --> 01:28:45,690
Doe het gewoon omdat je hart wil geven.

1501
01:28:45,690 --> 01:28:48,330
Het is één ding om een gever te zijn.

1502
01:28:48,330 --> 01:28:51,690
Het is iets anders om het
met blijdschap te doen.

1503
01:28:51,690 --> 01:28:55,590
God houdt van het hart van
iemand die met blijdschap geeft.

1504
01:28:55,590 --> 01:29:00,390
Dat komt deels doordat die persoon liefde
heeft voor degene aan wie hij geeft,

1505
01:29:00,390 --> 01:29:02,790
en liefde behaagt God.

1506
01:29:02,790 --> 01:29:05,370
Geven is een daad van liefde.

1507
01:29:05,370 --> 01:29:09,330
Het is ook een daad van geloof
als je er een offer voor brengt.

1508
01:29:09,330 --> 01:29:12,570
Want als je niet gelooft
dat God voor je zal zorgen,

1509
01:29:12,570 --> 01:29:15,750
wil je zoveel mogelijk
vasthouden voor de toekomst.

1510
01:29:15,750 --> 01:29:19,290
Als je geloof in God hebt,
zul je eerder geneigd zijn om

1511
01:29:19,290 --> 01:29:22,350
los te laten wat je nu
hebt, omdat je weet:

1512
01:29:22,350 --> 01:29:24,870
God zal voorzien wanneer ik het nodig heb,

1513
01:29:24,870 --> 01:29:28,710
en deze mensen hebben het op
dit moment harder nodig dan ik.

1514
01:29:28,710 --> 01:29:33,210
Dus blijmoedig geven, gewillig
geven vanuit een blijmoedig hart,

1515
01:29:33,210 --> 01:29:36,990
is tegelijk een daad van
liefde en een daad van geloof.

1516
01:29:36,990 --> 01:29:39,990
Hier geeft Paulus in vers 8 een belofte:

1517
01:29:39,990 --> 01:29:46,230
En God is bij machte elke vorm van genade
overvloedig te maken in u, zodat u,

1518
01:29:46,230 --> 01:29:49,350
wanneer u in alles altijd
al het nodige bezit,

1519
01:29:49,350 --> 01:29:52,590
overvloedig kunt zijn in elk goed werk.

1520
01:29:52,590 --> 01:29:56,970
Hij zegt dat als je geeft, als je
deze genade aan anderen betoont,

1521
01:29:56,970 --> 01:29:59,250
God jou genade zal geven.

1522
01:29:59,250 --> 01:30:02,250
Die genade kan allerlei vormen aannemen.

1523
01:30:02,250 --> 01:30:06,810
De genade die God je geeft, houdt
in dat je in alles genoeg hebt.

1524
01:30:06,810 --> 01:30:09,870
Heb je geld nodig, dan zal er geld zijn.

1525
01:30:09,870 --> 01:30:13,470
Heb je kracht nodig, dan
zal Hij je kracht geven.

1526
01:30:13,470 --> 01:30:19,350
Heb je bevrijding nodig, dan zal Hij
je bevrijding geven. In alles genoeg.

1527
01:30:19,350 --> 01:30:23,130
Wat je ook nodig hebt,
God zal je genoeg geven.

1528
01:30:23,130 --> 01:30:26,190
Zijn genade zal genoeg voor je zijn.

1529
01:30:26,190 --> 01:30:30,210
Als je genadig bent, zal
Hij genadig voor je zijn.

1530
01:30:30,210 --> 01:30:35,490
Zalig zijn de barmhartigen, want aan
hen zal barmhartigheid bewezen worden.

1531
01:30:35,490 --> 01:30:41,190
Als je genade betoont door te geven, kan
God je met allerlei genade overladen.

1532
01:30:41,190 --> 01:30:45,030
Het resultaat is dat je in
alles genoeg zult hebben,

1533
01:30:45,030 --> 01:30:50,550
alles wat je werkelijk nodig hebt,
en je zult overvloed hebben. Vers 8.

1534
01:30:50,550 --> 01:30:51,870
Met welk doel?

1535
01:30:51,870 --> 01:30:55,830
Om rijk en dik te worden
en in weelde te leven?

1536
01:30:55,830 --> 01:31:01,350
Nee, God geeft je overvloed, zodat
je er ieder goed werk mee kunt doen.

1537
01:31:01,350 --> 01:31:06,330
Het geld dat je geeft, valt eenvoudigweg
onder jouw rentmeesterschap.

1538
01:31:06,330 --> 01:31:10,650
De gaven die je hebt, de talenten
die je hebt, de tijd die je hebt,

1539
01:31:10,650 --> 01:31:14,550
het geld dat je hebt: het
behoort allemaal aan God toe,

1540
01:31:14,550 --> 01:31:17,070
en Hij stelt je ermee op de proef.

1541
01:31:17,070 --> 01:31:20,550
Hij geeft het je zodat je
het voor Hem kunt gebruiken,

1542
01:31:20,550 --> 01:31:23,430
zoals de talenten die worden gegeven.

1543
01:31:23,430 --> 01:31:25,710
Later moet er verantwoording
worden afgelegd.

1544
01:31:25,710 --> 01:31:27,510
Zoals er geschreven staat:

1545
01:31:27,510 --> 01:31:31,170
Hij deelt mild uit,
hij geeft aan de armen,

1546
01:31:31,170 --> 01:31:33,990
zijn gerechtigheid
houdt voor eeuwig stand,

1547
01:31:33,990 --> 01:31:37,050
zijn hoorn zal met eer opgeheven worden.

1548
01:31:37,050 --> 01:31:40,230
Wie is dat? Dat citaat gaat niet over God.

1549
01:31:40,230 --> 01:31:42,570
Het gaat over een rechtvaardig mens.

1550
01:31:42,570 --> 01:31:45,930
Het staat in Psalm 112, vers 9.

1551
01:31:45,930 --> 01:31:48,690
Het beschrijft de rechtvaardige mens.

1552
01:31:48,690 --> 01:31:51,870
De rechtvaardige mens
heeft zijn geld uitgedeeld.

1553
01:31:51,870 --> 01:31:55,950
De spreker beschrijft dat hier met
het beeld van uitgestrooid zaad.

1554
01:31:55,950 --> 01:31:59,730
Dat wil zeggen: er is een
eeuwig loon van gerechtigheid,

1555
01:31:59,730 --> 01:32:02,010
het loon voor degenen die geven.

1556
01:32:02,010 --> 01:32:05,610
Je zult gerechtigheid
oogsten als je geld zaait.

1557
01:32:05,610 --> 01:32:08,550
Als je zaait door goederen
aan de armen te geven,

1558
01:32:08,550 --> 01:32:12,150
zul je een eeuwige oogst van
gerechtigheid binnenhalen.

1559
01:32:12,150 --> 01:32:17,490
Hij nu Die de zaaier zaad verschaft,
moge ook brood tot voedsel schenken

1560
01:32:17,490 --> 01:32:20,430
en uw zaaigoed doen
toenemen en de vruchten van

1561
01:32:20,430 --> 01:32:22,590
uw gerechtigheid vermeerderen.

1562
01:32:22,590 --> 01:32:26,730
Je zaait het zaad van geld, en de
voornaamste vrucht die je oogst,

1563
01:32:26,730 --> 01:32:30,330
is gerechtigheid, zegt
hij daar in vers 10.

1564
01:32:30,330 --> 01:32:34,950
Zo zult u in alles rijk worden,
in staat tot alle vrijgevigheid,

1565
01:32:34,950 --> 01:32:38,670
die door middel van ons
dankzegging aan God teweegbrengt.

1566
01:32:38,670 --> 01:32:42,570
Hij zegt dat één ding zeker
is: als je dit zaad zaait,

1567
01:32:42,570 --> 01:32:44,910
krijg je gegarandeerd een oogst.

1568
01:32:44,910 --> 01:32:47,790
Die oogst is de vrucht van gerechtigheid.

1569
01:32:47,790 --> 01:32:51,270
Als je er verder niets voor
terugkrijgt, heb je in elk geval

1570
01:32:51,270 --> 01:32:53,310
dat wat het belangrijkste is.

1571
01:32:53,310 --> 01:32:57,690
Je zult een oogst hebben in de zin
dat je recht staat tegenover God.

1572
01:32:57,690 --> 01:33:01,950
Maar daarnaast zal God je waarschijnlijk
ook in alles verrijken met het oog

1573
01:33:01,950 --> 01:33:03,750
op je vrijgevigheid.

1574
01:33:03,750 --> 01:33:06,810
Er is nog een voordeel
dat uit geven voortkomt.

1575
01:33:06,810 --> 01:33:09,570
Daar zinspeelt hij aan
het einde van vers 11 op,

1576
01:33:09,570 --> 01:33:12,510
en in vers 12 zegt hij het duidelijker.

1577
01:33:12,510 --> 01:33:14,790
Het brengt dankzegging aan God voort.

1578
01:33:14,790 --> 01:33:19,350
Want het betonen van deze dienst vult niet
alleen de tekorten van de heiligen aan,

1579
01:33:19,350 --> 01:33:23,910
maar is ook een overvloedige bron
van vele dankzeggingen aan God,

1580
01:33:23,910 --> 01:33:26,850
Dat is op zichzelf al reden
genoeg om het te doen.

1581
01:33:26,850 --> 01:33:29,310
De oogst van dit zaaien is dus niet alleen

1582
01:33:29,310 --> 01:33:33,030
dat het voorziet in de behoeften
van de mensen aan wie je geeft.

1583
01:33:33,030 --> 01:33:35,910
Het brengt ook eer en
heerlijkheid aan God.

1584
01:33:35,910 --> 01:33:39,150
Het brengt veel mensen
ertoe God te danken.

1585
01:33:39,150 --> 01:33:43,830
Er wordt niet alleen voorzien in hun
tijdelijke behoeften, wat iets goeds is,

1586
01:33:43,830 --> 01:33:48,150
maar uiteindelijk danken ze
God voor jouw vrijgevigheid,

1587
01:33:48,150 --> 01:33:50,790
en God ontvangt lof en aanbidding.

1588
01:33:50,790 --> 01:33:54,870
Als je ooit vrijgevigheid hebt
ontvangen toen je grote nood had,

1589
01:33:54,870 --> 01:33:59,370
en je je tot God richtte en niet wist
waar het vandaan moest komen, en het kwam,

1590
01:33:59,370 --> 01:34:03,870
dan weet je hoe spontaan je
dankbaarheid tegenover God is.

1591
01:34:03,870 --> 01:34:08,310
God ontvangt lof, en dat is werkelijk
waar het heelal voor bestaat:

1592
01:34:08,310 --> 01:34:10,650
dat God lof ontvangt.

1593
01:34:10,650 --> 01:34:13,470
Hoe meer Hij krijgt, hoe beter.

1594
01:34:13,470 --> 01:34:16,770
Jouw geven zal daar
waarschijnlijk aan bijdragen.

1595
01:34:16,770 --> 01:34:20,910
want door dit bewijs van dienstbetoon
verheerlijken zij God vanwege de

1596
01:34:20,910 --> 01:34:26,190
onderdanigheid aan het Evangelie van
Christus, overeenkomstig uw belijdenis,

1597
01:34:26,190 --> 01:34:29,970
en vanwege de gulle handreiking
aan hen en aan allen.

1598
01:34:29,970 --> 01:34:35,370
En in hun gebed voor u verlangen zij
vurig naar u vanwege de allesovertreffende

1599
01:34:35,370 --> 01:34:37,350
genade van God over u.

1600
01:34:37,350 --> 01:34:39,090
Dat is vers 13.

1601
01:34:39,090 --> 01:34:43,770
Er is nog een voordeel dat voortkomt
uit geven: ze zullen voor je bidden.

1602
01:34:43,770 --> 01:34:48,030
Als ze je als een melkkoe zien, zullen
ze bidden dat je geld blijft hebben.

1603
01:34:48,030 --> 01:34:51,570
Dat is natuurlijk niet echt wat
hij bedoelt, maar het is wel waar.

1604
01:34:51,570 --> 01:34:54,390
Je denkt er gemakkelijk aan om te
bidden voor mensen die een bron van

1605
01:34:54,390 --> 01:34:56,490
je levensonderhoud zijn.

1606
01:34:56,490 --> 01:34:58,830
Bid dat ze lang zullen leven.

1607
01:34:58,830 --> 01:35:03,270
Als zij in armoede vervallen, gaat dat
ten koste van jouw levensonderhoud.

1608
01:35:03,270 --> 01:35:07,590
Ik zeg niet dat Paulus voornamelijk
op zulke zelfzuchtige motieven doelt,

1609
01:35:07,590 --> 01:35:10,530
maar het is wel zo dat je
door aan mensen te geven

1610
01:35:10,530 --> 01:35:12,990
eerder op hun gebedslijst komt te staan.

1611
01:35:12,990 --> 01:35:15,870
Niet omdat ze hun gebeden
ruilen voor jouw geld.

1612
01:35:15,870 --> 01:35:19,590
Het is niet zo dat ze gebeden
verkopen: ‘Stuur me tien dollar,

1613
01:35:19,590 --> 01:35:23,790
dan ga ik de gebedstoren in en bid
ik voor je.’ Daar gaat het niet om.

1614
01:35:23,790 --> 01:35:27,390
Ze zullen uit dankbaarheid spontaner
aan je denken wanneer ze bidden,

1615
01:35:27,390 --> 01:35:30,030
je zegen toewensen en voor je bidden.

1616
01:35:30,030 --> 01:35:31,350
Dus zegt hij:

1617
01:35:31,350 --> 01:35:34,770
En in hun gebed voor u
verlangen zij vurig naar u

1618
01:35:34,770 --> 01:35:39,210
vanwege de allesovertreffende
genade van God over u. Ja,

1619
01:35:39,210 --> 01:35:42,750
God zij dank voor Zijn
onuitsprekelijke gave!

1620
01:35:42,750 --> 01:35:44,790
Dat is zijn laatste uitspraak.

1621
01:35:44,790 --> 01:35:49,650
Dit zijn de vele voordelen die
volgens hem, in vers 6 tot en met 15,

1622
01:35:49,650 --> 01:35:51,750
voortkomen uit jouw geven.

1623
01:35:51,750 --> 01:35:55,950
Allereerst helpt het natuurlijk om in de
behoeften van de heiligen te voorzien.

1624
01:35:55,950 --> 01:35:59,310
Dat is één reden, en als
dat de enige reden was,

1625
01:35:59,310 --> 01:36:01,770
zou het reden genoeg zijn om te geven.

1626
01:36:01,770 --> 01:36:05,730
Gewoon uit liefde voor hen,
omdat ze het nodig hebben.

1627
01:36:05,730 --> 01:36:10,470
Je geeft omdat ze het nodig hebben, niet
omdat je er iets voor terug gaat krijgen.

1628
01:36:10,470 --> 01:36:12,750
Maar er zijn nog meer voordelen.

1629
01:36:12,750 --> 01:36:17,130
Eén daarvan is dat je zaad zaait dat
een oogst van gerechtigheid oplevert.

1630
01:36:17,130 --> 01:36:20,730
Dat is eenvoudigweg een manier om te
zeggen dat je rechtvaardiger wordt

1631
01:36:20,730 --> 01:36:25,230
gemaakt, of dat je in een juiste
verhouding tot God wordt gebracht.

1632
01:36:25,230 --> 01:36:28,650
Niet in de zin dat je gerechtvaardigd
wordt en zo behouden wordt,

1633
01:36:28,650 --> 01:36:31,590
maar dat het iets
rechtvaardigs is om te doen.

1634
01:36:31,590 --> 01:36:35,970
En door het te doen ben je rechtvaardiger
dan wanneer je het niet doet.

1635
01:36:35,970 --> 01:36:40,050
Juist die daad, juist het
voorrecht om rechtvaardig te zijn,

1636
01:36:40,050 --> 01:36:43,050
is het voordeel dat je
van het geven ontvangt.

1637
01:36:43,050 --> 01:36:46,170
Maar daarnaast zal God je
waarschijnlijk in alles verrijken,

1638
01:36:46,170 --> 01:36:48,270
zodat je vrijgevig kunt zijn.

1639
01:36:48,270 --> 01:36:50,430
Zoals hij in vers 11 zegt:

1640
01:36:50,430 --> 01:36:55,290
Zo zult u in alles rijk worden,
in staat tot alle vrijgevigheid,

1641
01:36:55,290 --> 01:36:58,830
die door middel van ons
dankzegging aan God teweegbrengt.

1642
01:36:58,830 --> 01:37:00,150
Dat wil zeggen:

1643
01:37:00,150 --> 01:37:06,990
En God is bij machte elke vorm van genade
overvloedig te maken in u, zodat u,

1644
01:37:06,990 --> 01:37:10,290
wanneer u in alles altijd
al het nodige bezit,

1645
01:37:10,290 --> 01:37:13,470
overvloedig kunt zijn in elk goed werk.

1646
01:37:13,470 --> 01:37:17,970
Hij zegt in vers 8 dat God in al jouw
behoeften voorziet omdat jij in de

1647
01:37:17,970 --> 01:37:20,010
behoeften van anderen voorziet.

1648
01:37:20,010 --> 01:37:23,370
Paulus zei dat tegen de
Filippenzen in hoofdstuk 4.

1649
01:37:23,370 --> 01:37:28,230
Ze hadden hem een gift gestuurd, en omdat
hij hun gift had ontvangen, zegt hij:

1650
01:37:28,230 --> 01:37:31,650
Maar mijn God zal u,
overeenkomstig Zijn rijkdom,

1651
01:37:31,650 --> 01:37:36,930
voorzien van alles wat u nodig hebt,
in heerlijkheid, door Christus Jezus.

1652
01:37:36,930 --> 01:37:41,610
Als je aan God geeft en aan datgene waar
God zorg voor heeft, zoals de armen,

1653
01:37:41,610 --> 01:37:44,670
dan zal Hij aan jou geven, zegt Paulus.

1654
01:37:44,670 --> 01:37:47,850
Ten slotte zijn er nog
een paar andere voordelen.

1655
01:37:47,850 --> 01:37:52,770
God krijgt daardoor meer lof, omdat
mensen die arm zijn en giften krijgen

1656
01:37:52,770 --> 01:37:54,030
God daarvoor loven.

1657
01:37:54,030 --> 01:37:57,090
En er zal waarschijnlijk meer
voor de gever worden gebeden.

1658
01:37:57,090 --> 01:37:59,070
Want de mensen die de gift ontvangen,

1659
01:37:59,070 --> 01:38:03,330
zullen uit dankbaarheid spontaan eerder
aan de gever denken in hun gebed.

1660
01:38:03,330 --> 01:38:05,610
Er staat dus iets tegenover.

1661
01:38:05,610 --> 01:38:09,330
Als er niets tegenover stond,
zou je nog steeds moeten geven.

1662
01:38:09,330 --> 01:38:11,850
Maar er staat wel iets tegenover.

1663
01:38:11,850 --> 01:38:14,970
Je mag in je hart recht voor God staan.

1664
01:38:14,970 --> 01:38:17,370
Je mag mensen hebben die voor je bidden.

1665
01:38:17,370 --> 01:38:22,710
Je mag erop rekenen dat God Zich ertoe
verbindt je te helpen met je behoeften,

1666
01:38:22,710 --> 01:38:25,350
omdat jij anderen hebt geholpen.

1667
01:38:25,350 --> 01:38:30,450
Zalig zijn de barmhartigen, want aan
hen zal barmhartigheid bewezen worden.

1668
01:38:30,450 --> 01:38:32,970
En natuurlijk krijgt
God hier ook iets uit,

1669
01:38:32,970 --> 01:38:36,690
omdat Hij wordt geprezen en
gedankt door degenen die van jouw

1670
01:38:36,690 --> 01:38:38,970
vrijgevigheid hebben ontvangen.

1671
01:38:38,970 --> 01:38:42,510
Zo onderbouwt Paulus
zijn pleidooi voor geven.

1672
01:38:42,510 --> 01:38:45,330
Het is een goed en grondig betoog.

1673
01:38:45,330 --> 01:38:47,190
Maar we zijn er nu mee klaar.

1674
01:38:47,190 --> 01:38:51,990
We komen terug op dat laatste gedeelte
dat het slot van 2 Korinthe vormt,

1675
01:38:51,990 --> 01:38:53,430
hoofdstuk 10 tot en met 13.
