1
00:00:02,130 --> 00:00:04,590
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,590 --> 00:00:10,830
Deze keer behandelen we 2 Samuel
hoofdstuk 20 tot en met 22.

3
00:00:10,830 --> 00:00:14,430
We gaan nu naar het twintigste
hoofdstuk van 2 Samuel.

4
00:00:14,430 --> 00:00:18,510
David is na de dood van Absalom
inmiddels teruggekeerd op de troon,

5
00:00:18,510 --> 00:00:20,550
maar het gaat allemaal niet zo goed.

6
00:00:20,550 --> 00:00:24,990
Er is onenigheid tussen de stam
Juda en de noordelijke stammen.

7
00:00:24,990 --> 00:00:29,610
Beide partijen beweren nogal huichelachtig
dat zij trouwer zijn aan David

8
00:00:29,610 --> 00:00:33,450
dan de ander, hoewel ze allebei nog
maar een dag eerder aan de opstand

9
00:00:33,450 --> 00:00:35,490
tegen hem hadden meegedaan.

10
00:00:35,490 --> 00:00:39,870
Simeï, die David had vervloekt,
is inmiddels genade verleend,

11
00:00:39,870 --> 00:00:43,590
en toch is hij nog altijd iemand
die niet te vertrouwen is.

12
00:00:43,590 --> 00:00:45,750
En er spelen nog andere zaken.

13
00:00:45,750 --> 00:00:50,910
Toen bevond zich daar juist een
verdorven man, van wie de naam Seba was,

14
00:00:50,910 --> 00:00:54,090
een zoon van Bichri, een Benjaminiet.

15
00:00:54,090 --> 00:00:58,590
Die blies de bazuin en zei:
Wij hebben geen deel aan David;

16
00:00:58,590 --> 00:01:02,430
wij hebben geen erfelijk
bezit met de zoon van Isaï.

17
00:01:02,430 --> 00:01:05,070
Ieder naar zijn tenten, Israël!

18
00:01:05,070 --> 00:01:10,350
Dit wordt verteld alsof het gebeurde in
verband met deze ruzie tussen Juda en de

19
00:01:10,350 --> 00:01:14,550
noordelijke stammen, want beide
partijen beweren dat zij meer aanspraak

20
00:01:14,550 --> 00:01:16,110
op David hebben.

21
00:01:16,110 --> 00:01:20,610
Juda beweerde dit omdat David
nauwer aan hen verwant was,

22
00:01:20,610 --> 00:01:23,310
aangezien hij zelf uit die stam kwam.

23
00:01:23,310 --> 00:01:24,990
En de anderen zeiden:

24
00:01:24,990 --> 00:01:29,490
De mannen van Israël antwoordden
de mannen van Juda en zeiden:

25
00:01:29,490 --> 00:01:35,850
Tien delen van de koning zijn van ons, dus
ook op David hebben wij meer recht dan u.

26
00:01:35,850 --> 00:01:41,490
Waarom hebt u ons dan zo geminacht en
waarom telde ons woord niet als eerste

27
00:01:41,490 --> 00:01:43,890
om onze koning terug te halen?

28
00:01:43,890 --> 00:01:48,390
Het woord van de mannen van Juda had
echter meer kracht dan het woord van de

29
00:01:48,390 --> 00:01:49,650
mannen van Israël.

30
00:01:49,650 --> 00:01:54,330
En de mannen van Juda maakten heftiger
ruzie dan de mannen van Israël.

31
00:01:54,330 --> 00:01:59,310
Blijkbaar kwam deze Seba tot de conclusie
dat het volk zich niet opnieuw onder

32
00:01:59,310 --> 00:02:01,050
David zou kunnen verenigen.

33
00:02:01,050 --> 00:02:06,030
Er was te veel vijandigheid, te veel
rivaliteit tussen deze twee partijen.

34
00:02:06,030 --> 00:02:07,590
En dus zegt hij:

35
00:02:07,590 --> 00:02:12,870
Jullie noordelijke stammen, Israël,
laten we teruggaan naar onze tenten.

36
00:02:12,870 --> 00:02:15,330
We hebben eigenlijk
niets met David te maken.

37
00:02:15,330 --> 00:02:20,490
Omdat Juda beweert meer aanspraak op David
te hebben dan de noordelijke stammen,

38
00:02:20,490 --> 00:02:24,390
zou hij kunnen zeggen: ‘Dan
hebben wij geen aanspraak op hem.

39
00:02:24,390 --> 00:02:27,810
Als Juda die aanspraak heeft,
dan hebben wij die niet.

40
00:02:27,810 --> 00:02:29,550
Hij is onze koning niet.

41
00:02:29,550 --> 00:02:31,770
Hij komt niet uit onze stam.

42
00:02:31,770 --> 00:02:34,170
Dus wij zullen hem niet trouw zijn.’

43
00:02:34,170 --> 00:02:38,250
En zo lijkt dit het begin van een
nieuwe opstand te zijn geweest.

44
00:02:38,250 --> 00:02:43,230
Toen ging iedere man van Israël
vanachter David vandaan Seba, de zoon

45
00:02:43,230 --> 00:02:45,090
van Bichri, achterna.

46
00:02:45,090 --> 00:02:48,210
De mannen van Juda bleven
echter bij hun koning,

47
00:02:48,210 --> 00:02:51,030
vanaf de Jordaan tot aan Jeruzalem.

48
00:02:51,030 --> 00:02:53,670
David kwam in zijn huis in Jeruzalem.

49
00:02:53,670 --> 00:02:57,270
De koning nam de tien bijvrouwen
die hij had achtergelaten om

50
00:02:57,270 --> 00:03:01,410
voor het huis te zorgen, en
bracht hen in afzondering onder.

51
00:03:01,410 --> 00:03:05,850
Hij voorzag in hun onderhoud, maar
had geen gemeenschap meer met hen.

52
00:03:05,850 --> 00:03:10,770
Zo bleven zij tot hun dood opgesloten
en leefden zij als weduwen.

53
00:03:10,770 --> 00:03:13,110
Want ze waren natuurlijk verontreinigd.

54
00:03:13,110 --> 00:03:17,910
David wilde niet met dezelfde vrouwen
slapen met wie zijn zoon had geslapen.

55
00:03:17,910 --> 00:03:22,950
Verder zei de koning tegen Amasa: Roep de
mannen van Juda binnen drie dagen voor mij

56
00:03:22,950 --> 00:03:25,110
bijeen en stel u dan hier op.

57
00:03:25,110 --> 00:03:27,750
Amasa ging op weg om
Juda bijeen te roepen,

58
00:03:27,750 --> 00:03:31,110
maar hij bleef langer weg dan
de tijd die hij hem gesteld had.

59
00:03:31,110 --> 00:03:34,830
Amasa was natuurlijk de bevelhebber
geweest van Absaloms legers die

60
00:03:34,830 --> 00:03:36,570
tegen David streden.

61
00:03:36,570 --> 00:03:39,750
En David had met een
nogal overhaast besluit

62
00:03:39,750 --> 00:03:43,470
Joab als bevelhebber van de
legers vervangen door Amasa.

63
00:03:43,470 --> 00:03:46,890
Maar misschien waren de mensen
van Juda trouwer aan Joab.

64
00:03:46,890 --> 00:03:51,690
En dus had Amasa het moeilijker,
of werkte hij niet zo doeltreffend,

65
00:03:51,690 --> 00:03:54,750
of had hij niet zoveel ervaring als Joab.

66
00:03:54,750 --> 00:03:59,550
Wat de reden ook was, het duurde te lang
voordat hij de legers bij elkaar had.

67
00:03:59,550 --> 00:04:04,110
Hij zou namelijk deze opstand van Bichri
in het noorden moeten gaan neerslaan.

68
00:04:04,110 --> 00:04:08,370
En hij moest dat doen voordat de
noordelijke stammen een bevelhebber konden

69
00:04:08,370 --> 00:04:11,370
krijgen die hen echt kon organiseren.

70
00:04:11,370 --> 00:04:16,650
En dus staat er dat Amasa langer wegbleef
dan de tijd die David hem had gesteld.

71
00:04:16,650 --> 00:04:21,150
En David zei tegen Abisaï, die
natuurlijk de broer van Joab was:

72
00:04:21,150 --> 00:04:26,490
Toen zei David tegen Abisaï: Nu
zal Seba, de zoon van Bichri,

73
00:04:26,490 --> 00:04:31,890
ons nog meer kwaad doen dan Absalom;
neemt ú de manschappen van uw heer en

74
00:04:31,890 --> 00:04:34,530
jaag hem achterna, anders
vindt hij voor zich

75
00:04:34,530 --> 00:04:38,670
versterkte steden en onttrekt
hij zich zo aan onze ogen.

76
00:04:38,670 --> 00:04:43,290
Hij geeft Joab zijn positie niet
terug wanneer Amasa tekortschiet.

77
00:04:43,290 --> 00:04:45,630
Hij stelt Joabs broer aan.

78
00:04:45,630 --> 00:04:49,650
Hij is boos op Joab omdat
Joab Absalom heeft gedood.

79
00:04:49,650 --> 00:04:54,150
En dus zal hij Joab die positie
niet geven, om hem dwars te zitten,

80
00:04:54,150 --> 00:04:59,130
ook al is Joab een veel doeltreffender
militair leider dan Amasa.

81
00:04:59,130 --> 00:05:03,510
Hij zal eerst Abisaï, zijn
broer, op die positie zetten.

82
00:05:03,510 --> 00:05:06,930
En hij zegt: ‘We moeten Bichri verslaan

83
00:05:06,930 --> 00:05:10,290
voordat hij een versterkte plaats
vindt waar hij zich kan verschansen

84
00:05:10,290 --> 00:05:12,510
en waar we hem niet kunnen verslaan.

85
00:05:12,510 --> 00:05:14,670
Dus we moeten haast maken.’

86
00:05:14,670 --> 00:05:18,030
Toen trokken de mannen van
Joab eropuit, hem achterna,

87
00:05:18,030 --> 00:05:21,090
met de Krethi en de
Plethi en al de helden.

88
00:05:21,090 --> 00:05:26,610
Zij vertrokken uit Jeruzalem om Seba,
de zoon van Bichri, achterna te jagen.

89
00:05:26,610 --> 00:05:31,590
Dit waren Joabs mannen, maar het
lijkt erop dat Abisaï hen aanvoerde.

90
00:05:31,590 --> 00:05:37,470
Toen zij bij de grote steen waren, die bij
Gibeon ligt, kregen zij Amasa in het oog.

91
00:05:37,470 --> 00:05:39,990
Joab had zijn gevechtskleding aan.

92
00:05:39,990 --> 00:05:42,750
Blijkbaar bevond Joab
zich onder de troepen.

93
00:05:42,750 --> 00:05:46,230
En het kan zijn dat Abisaï
gewoon voor Joab terugtrad,

94
00:05:46,230 --> 00:05:49,230
zodat Joab toch gewoon
de leiding op zich nam.

95
00:05:49,230 --> 00:05:51,090
Dat is moeilijk te zeggen.

96
00:05:51,090 --> 00:05:55,230
Joab was er in elk geval, en
hij was gekleed voor de strijd.

97
00:05:55,230 --> 00:05:58,230
En daarop was een gordel
met een zwaard dat met zijn

98
00:05:58,230 --> 00:06:02,910
schede aan zijn heup vastgemaakt was,
en toen hij verder liep, viel het eruit.

99
00:06:02,910 --> 00:06:06,750
Joab zei tegen Amasa: Gaat
het goed met u, mijn broeder?

100
00:06:06,750 --> 00:06:11,190
En Joab greep met de rechterhand de
baard van Amasa om hem te kussen.

101
00:06:11,190 --> 00:06:15,390
Maar Amasa was niet op zijn hoede
voor het zwaard dat in Joabs hand was.

102
00:06:15,390 --> 00:06:21,030
Toen stak deze hem daarmee in de buik,
zodat zijn ingewanden ter aarde stortten.

103
00:06:21,030 --> 00:06:24,930
Zonder dat hij voor een tweede
keer hoefde te steken, stierf hij.

104
00:06:24,930 --> 00:06:30,630
Toen joegen Joab en zijn broer Abisaï
Seba, de zoon van Bichri, achterna.

105
00:06:30,630 --> 00:06:35,490
Blijkbaar liep Joab zo dat zijn zwaard
als het ware per ongeluk op de grond viel.

106
00:06:35,490 --> 00:06:38,070
Ik weet niet precies hoe dat zou gebeuren.

107
00:06:38,070 --> 00:06:42,150
Hij zou behoorlijk ver voorover moeten
buigen om het uit de schede op de grond

108
00:06:42,150 --> 00:06:43,470
te laten glijden.

109
00:06:43,470 --> 00:06:47,070
Maar dat zou hem een excuus geven
om het in zijn hand te hebben.

110
00:06:47,070 --> 00:06:49,470
Hij moest het van de grond oprapen.

111
00:06:49,470 --> 00:06:52,590
Het was blijkbaar niet
iets waar Amasa op lette.

112
00:06:52,590 --> 00:06:56,490
Joab had dus Abner gedood,
die zijn positie bedreigde.

113
00:06:56,490 --> 00:07:00,750
Nu heeft hij Amasa gedood, die
ook zijn plaats heeft ingenomen.

114
00:07:00,750 --> 00:07:03,930
Joab wilde niet uit zijn
machtspositie worden gezet.

115
00:07:03,930 --> 00:07:08,430
Maar een man onder de knechten van
Joab bleef bij hem staan, en zei:

116
00:07:08,430 --> 00:07:10,710
Wie is er die Joab genegen is?

117
00:07:10,710 --> 00:07:12,930
En wie is er die voor David is?

118
00:07:12,930 --> 00:07:14,790
Laat die Joab volgen!

119
00:07:14,790 --> 00:07:17,310
Amasa was legers aan
het verzamelen geweest,

120
00:07:17,310 --> 00:07:19,830
maar had dat werk nog niet echt afgemaakt.

121
00:07:19,830 --> 00:07:25,410
Er waren dus wat mensen bij Amasa, en toen
hij dood was, zei een van Joabs mannen:

122
00:07:25,410 --> 00:07:28,950
‘Jullie allemaal die bij
Amasa waren, volg nu Joab.’

123
00:07:28,950 --> 00:07:31,230
En zo had Joab nu de macht.

124
00:07:31,230 --> 00:07:35,610
Joab wist dat hij waarschijnlijk niets
van David te verduren zou krijgen.

125
00:07:35,610 --> 00:07:39,270
David was niet in de stemming om
mensen te laten terechtstellen.

126
00:07:39,270 --> 00:07:42,390
Sterker nog, hij zou
eerder bang zijn voor Joab,

127
00:07:42,390 --> 00:07:46,110
omdat Joab weer het bevel
over de legers zou voeren.

128
00:07:46,110 --> 00:07:51,090
Joab was er dus vrij zeker van dat
hij ermee weg zou komen dat hij Amasa,

129
00:07:51,090 --> 00:07:56,730
de door David aangestelde aanvoerder,
had gedood en zijn plaats had ingenomen.

130
00:07:56,730 --> 00:07:59,130
En voorlopig kwam hij er ook mee weg.

131
00:07:59,130 --> 00:08:02,610
In zijn bloed gewenteld lag
Amasa midden op de hoofdweg.

132
00:08:02,610 --> 00:08:05,670
Toen die man zag dat al
het volk bleef staan,

133
00:08:05,670 --> 00:08:10,410
rolde hij Amasa van de hoofdweg af het
veld in, en wierp een kleed over hem heen,

134
00:08:10,410 --> 00:08:14,490
omdat hij zag dat ieder die
bij hem kwam, bleef staan.

135
00:08:14,490 --> 00:08:19,470
Toen hij van de hoofdweg verwijderd was,
trokken alle mannen verder, Joab achterna,

136
00:08:19,470 --> 00:08:23,490
om Seba, de zoon van
Bichri, achterna te jagen.

137
00:08:23,490 --> 00:08:28,230
Die was door het gebied van alle stammen
van Israël heen naar Abel getrokken,

138
00:08:28,230 --> 00:08:34,770
en wel Abel-Beth-Maächa, samen met al de
Berieten die bijeengekomen waren en ook

139
00:08:34,770 --> 00:08:36,330
achter hem aan kwamen.

140
00:08:36,330 --> 00:08:41,430
De spreker leest de Engelse formulering
hier als een beschrijving van Joabs leger,

141
00:08:41,430 --> 00:08:45,270
dat onderweg versterking
krijgt en Seba achtervolgt.

142
00:08:45,270 --> 00:08:49,710
In het Nederlandse citaat trekken
de Berieten juist met Seba mee.

143
00:08:49,710 --> 00:08:53,070
De volgende uitleg volgt
de lezing van de spreker.

144
00:08:53,070 --> 00:08:55,830
Onderweg verzamelden ze meer troepen.

145
00:08:55,830 --> 00:09:00,150
Blijkbaar verzamelden ze zelfs enkele
mensen uit de noordelijke stammen om zich

146
00:09:00,150 --> 00:09:01,890
bij hen aan te sluiten.

147
00:09:01,890 --> 00:09:05,130
Het nationale leger werd
dus weer bijeengebracht.

148
00:09:05,130 --> 00:09:08,910
Niet alleen uit de stam Juda, maar
ook met anderen uit die andere

149
00:09:08,910 --> 00:09:12,810
stammen in het noorden die
zich nu bij hem aansloten.

150
00:09:12,810 --> 00:09:16,110
En zo gingen ze allemaal
samen achter Seba aan.

151
00:09:16,110 --> 00:09:20,130
Maar zij kwamen en belegerden
hem in Abel-Beth-Maächa.

152
00:09:20,130 --> 00:09:23,250
Zij wierpen een belegeringsdam
op tegen de stad,

153
00:09:23,250 --> 00:09:28,350
zó dat die tegen de buitenmuur aan
lag; en heel het volk dat bij Joab was,

154
00:09:28,350 --> 00:09:31,710
was bezig de muur te vernielen
om die te doen vallen.

155
00:09:31,710 --> 00:09:35,730
Toen riep een wijze vrouw uit
de stad: Luister, luister!

156
00:09:35,730 --> 00:09:39,810
Zeg toch tegen Joab: Kom hier
dichterbij, dan kan ik tot u spreken.

157
00:09:39,810 --> 00:09:43,770
Toen hij dichter bij haar kwam,
zei de vrouw: Bent u Joab?

158
00:09:43,770 --> 00:09:46,290
En hij zei: Ik ben het.

159
00:09:46,290 --> 00:09:50,610
Zij zei tegen hem: Luister naar
de woorden van uw dienares.

160
00:09:50,610 --> 00:09:53,430
En hij zei: Ik luister.

161
00:09:53,430 --> 00:09:55,950
Hij antwoordde: Dat ben ik.

162
00:09:55,950 --> 00:10:00,030
Toen sprak zij: In vroeger
tijden zei men gewoonlijk:

163
00:10:00,030 --> 00:10:02,850
Laten ze het beslist in Abel vragen.

164
00:10:02,850 --> 00:10:04,950
Zo handelde men een kwestie af.

165
00:10:04,950 --> 00:10:08,070
Met andere woorden, de stad
stond bekend als een plaats

166
00:10:08,070 --> 00:10:10,590
waar ze wijze raadgevers hadden.

167
00:10:10,590 --> 00:10:12,570
Die reputatie had de stad.

168
00:10:12,570 --> 00:10:16,890
Ik ben een van de vredelievende
mensen, van de getrouwen in Israël,

169
00:10:16,890 --> 00:10:21,150
en u probeert een stad te doden
die een moeder is in Israël.

170
00:10:21,150 --> 00:10:24,330
Waarom wilt u het eigendom
van de HEERE verslinden?

171
00:10:24,330 --> 00:10:28,050
Toen antwoordde Joab en
zei: Geen sprake van!

172
00:10:28,050 --> 00:10:33,210
Er is bij mij geen sprake van dat ik de
stad verslinden of te gronde richten wil!

173
00:10:33,210 --> 00:10:37,710
Zo ligt de zaak niet; maar een
man uit het bergland van Efraïm,

174
00:10:37,710 --> 00:10:41,070
van wie de naam Seba
is, de zoon van Bichri,

175
00:10:41,070 --> 00:10:44,910
heeft zijn hand opgeheven
tegen de koning, tegen David.

176
00:10:44,910 --> 00:10:48,870
Lever alleen hem uit, dan zal
ik van de stad wegtrekken.

177
00:10:48,870 --> 00:10:53,130
Toen zei de vrouw tegen Joab:
Zie, zijn hoofd zal u over de

178
00:10:53,130 --> 00:10:54,870
muur toegeworpen worden.

179
00:10:54,870 --> 00:10:58,830
En de vrouw ging met haar wijsheid
naar heel het volk van de stad;

180
00:10:58,830 --> 00:11:04,950
en zij hakten Seba, de zoon van Bichri,
het hoofd af en wierpen het naar Joab.

181
00:11:04,950 --> 00:11:09,390
Toen blies deze de bazuin en zij
verspreidden zich, weg van de stad,

182
00:11:09,390 --> 00:11:11,070
ieder naar zijn tenten.

183
00:11:11,070 --> 00:11:14,610
En Joab keerde terug naar
Jeruzalem, naar de koning.

184
00:11:14,610 --> 00:11:17,010
Hij had nu bij hen zijn toevlucht gezocht.

185
00:11:17,010 --> 00:11:20,370
En ze beseften dat doordat
hij daar bij hen was,

186
00:11:20,370 --> 00:11:24,690
alle legers van Israël op het punt
stonden hun stad neer te halen en

187
00:11:24,690 --> 00:11:26,130
hen te vernietigen.

188
00:11:26,130 --> 00:11:29,670
Dus dachten ze: ‘Nou,
het is beter voor ons

189
00:11:29,670 --> 00:11:32,370
om die man van ons hier uit te leveren.’

190
00:11:32,370 --> 00:11:34,470
Hij was niet echt een van hen.

191
00:11:34,470 --> 00:11:38,430
Hij was daarheen gegaan en
zocht bij hen zijn toevlucht.

192
00:11:38,430 --> 00:11:44,070
Joab ging over het hele leger van
Israël, en Benaja, de zoon van Jojada,

193
00:11:44,070 --> 00:11:46,770
over de Krethi en over de Plethi.

194
00:11:46,770 --> 00:11:51,030
Hoewel de koning hem uit zijn functie
had gezet, bleef hij toch op die plaats,

195
00:11:51,030 --> 00:11:52,770
omdat hij dat wilde.

196
00:11:52,770 --> 00:11:56,670
Adoram ging over de herendienst,
en Josafat, de zoon van

197
00:11:56,670 --> 00:11:59,130
Ahilud, was kanselier.

198
00:11:59,130 --> 00:12:03,810
Seja was schrijver, en Zadok
en Abjathar waren priesters.

199
00:12:03,810 --> 00:12:08,010
En ook Ira, de Jaïriet, was
staatsdienaar van David.

200
00:12:08,010 --> 00:12:10,950
Nu zijn er eigenlijk niet
veel verhalen meer over.

201
00:12:10,950 --> 00:12:15,690
Er is nog maar één echt verhaal over
dat deel uitmaakt van de chronologische

202
00:12:15,690 --> 00:12:17,670
volgorde van de gebeurtenissen.

203
00:12:17,670 --> 00:12:21,150
Maar er zijn ook dingen die
bij een aanhangsel horen.

204
00:12:21,150 --> 00:12:25,110
Het kan zelfs zijn dat het
aanhangsel hier al begint.

205
00:12:25,110 --> 00:12:29,070
Deze samenvattende beschrijving
van Davids ministers en zijn

206
00:12:29,070 --> 00:12:34,110
bestuur aan het eind van hoofdstuk
20 kan een manier zijn om te zeggen:

207
00:12:34,110 --> 00:12:39,450
‘Hiermee wordt het verslag van Davids
regering samengevat en afgesloten.’

208
00:12:39,450 --> 00:12:41,670
Maar er zijn enkele losse stukken,

209
00:12:41,670 --> 00:12:44,250
waarschijnlijk over dingen
die eerder zijn gebeurd,

210
00:12:44,250 --> 00:12:46,890
die als aanhangsel worden opgenomen.

211
00:12:46,890 --> 00:12:49,530
Dat gebeurt ook in het boek Richteren.

212
00:12:49,530 --> 00:12:54,030
Het boek Richteren heeft aan het
eind die vijf hoofdstukken die niet

213
00:12:54,030 --> 00:12:57,210
noodzakelijk in
chronologische volgorde staan.

214
00:12:57,210 --> 00:13:01,410
Het boek heeft het verhaal van de
richters op een bepaalde manier verteld.

215
00:13:01,410 --> 00:13:06,030
En wanneer dat verhaal ten einde is,
zijn er nog bepaalde losse stukken over

216
00:13:06,030 --> 00:13:09,150
eerdere gebeurtenissen die
er eigenlijk bij horen.

217
00:13:09,150 --> 00:13:15,570
Dat is waarschijnlijk wat we hier hebben,
van hoofdstuk 21 tot en met hoofdstuk 24.

218
00:13:15,570 --> 00:13:19,230
Waarschijnlijk gebeurde wat we zo
gaan lezen op een eerder moment

219
00:13:19,230 --> 00:13:20,850
in Davids leven.

220
00:13:20,850 --> 00:13:24,570
En dat geldt ook voor sommige
andere dingen in deze hoofdstukken.

221
00:13:24,570 --> 00:13:28,650
We hebben een chronologische
volgorde gevolgd vanaf het begin van

222
00:13:28,650 --> 00:13:33,330
Davids regering: zijn
veroveringen, daarna zijn zonde

223
00:13:33,330 --> 00:13:36,510
en vervolgens de moeilijkheden
die hij heeft gehad.

224
00:13:36,510 --> 00:13:38,490
Daarmee komen we bij het einde.

225
00:13:38,490 --> 00:13:42,090
Maar er waren nog een paar andere
dingen die in die tijd gebeurden en het

226
00:13:42,090 --> 00:13:43,530
vermelden waard waren.

227
00:13:43,530 --> 00:13:46,050
Die moeten op dit punt worden opgenomen.

228
00:13:46,050 --> 00:13:50,010
Tenminste, zo zou ik deze
laatste hoofdstukken begrijpen.

229
00:13:50,010 --> 00:13:54,750
Er was een hongersnood in de dagen van
David, drie jaar lang, jaar na jaar,

230
00:13:54,750 --> 00:13:57,750
en David zocht het
aangezicht van de HEERE.

231
00:13:57,750 --> 00:14:02,370
En de HEERE zei: Het is vanwege
Saul en vanwege zijn huis,

232
00:14:02,370 --> 00:14:07,170
dat beladen is met bloedschuld, omdat
hij de Gibeonieten gedood heeft.

233
00:14:07,170 --> 00:14:10,650
Dit kan vroeg in Davids
regering zijn gebeurd.

234
00:14:10,650 --> 00:14:15,570
Na Sauls dood kan God deze hongersnood
over Israël hebben gebracht omdat

235
00:14:15,570 --> 00:14:18,870
Saul het verbond met de
Gibeonieten had geschonden.

236
00:14:18,870 --> 00:14:23,310
Je herinnert je natuurlijk dat zij
degenen waren door wie Jozua was misleid.

237
00:14:23,310 --> 00:14:28,170
De Gibeonieten hadden gezegd dat ze uit
een ver land kwamen en een verbond met

238
00:14:28,170 --> 00:14:32,010
Jozua wilden sluiten, terwijl
het Jozua verboden was

239
00:14:32,010 --> 00:14:35,070
enig verbond met de
Kanaänieten te sluiten.

240
00:14:35,070 --> 00:14:39,690
Dit waren Kanaänieten, maar ze
misleidden Jozua zodat hij dacht dat ze

241
00:14:39,690 --> 00:14:40,950
dat niet waren.

242
00:14:40,950 --> 00:14:45,390
Hij raadpleegde de HEERE niet en
sloot daarom een verbond met hen.

243
00:14:45,390 --> 00:14:48,030
Hij beloofde hun geen kwaad te doen.

244
00:14:48,030 --> 00:14:51,630
Daardoor hoorden ze als het
ware bij Israël en stonden ze

245
00:14:51,630 --> 00:14:53,730
onder Israëls bescherming.

246
00:14:53,730 --> 00:14:56,790
Blijkbaar had Saul als
koning op een bepaald moment,

247
00:14:56,790 --> 00:14:59,070
waarover niet eerder iets is opgetekend,

248
00:14:59,070 --> 00:15:03,090
de Gibeonieten aangevallen en
geprobeerd hen uit te roeien.

249
00:15:03,090 --> 00:15:07,290
Hij deed dat in zijn ijver om de
Kanaänieten uit het land te verdrijven.

250
00:15:07,290 --> 00:15:09,690
Dit was een schending van het verbond.

251
00:15:09,690 --> 00:15:13,710
God zou Israël daarvoor verantwoordelijk
houden totdat het was rechtgezet.

252
00:15:13,710 --> 00:15:18,390
De HEERE antwoordde dus dat deze
hongersnood was gekomen omdat Saul deze

253
00:15:18,390 --> 00:15:22,230
bloeddorstige daad had begaan
door Gibeonieten te doden.

254
00:15:22,230 --> 00:15:25,230
Toen riep de koning de
Gibeonieten bij zich.

255
00:15:25,230 --> 00:15:28,230
De Gibeonieten behoorden
niet tot de Israëlieten,

256
00:15:28,230 --> 00:15:31,110
maar tot het overblijfsel
van de Amorieten.

257
00:15:31,110 --> 00:15:34,110
De Israëlieten hadden
hun een eed gezworen.

258
00:15:34,110 --> 00:15:37,470
Toch had Saul in zijn ijver
voor de Israëlieten en

259
00:15:37,470 --> 00:15:40,110
Judeeërs geprobeerd hen te doden.

260
00:15:40,110 --> 00:15:43,830
David zei tegen de Gibeonieten:
Wat moet ik voor u doen,

261
00:15:43,830 --> 00:15:48,150
en waarmee moet ik verzoening doen,
zodat u het eigendom van de HEERE

262
00:15:48,150 --> 00:15:49,710
weer zult zegenen?

263
00:15:49,710 --> 00:15:52,710
Dit was een wrok die
nog niet was weggenomen.

264
00:15:52,710 --> 00:15:58,170
Er was hier sprake van een bloedvete, en
God stond aan de kant van de Gibeonieten.

265
00:15:58,170 --> 00:16:02,970
David moest hun zegen verkrijgen
en hen zover krijgen dat ze zeiden:

266
00:16:02,970 --> 00:16:07,830
‘De rekening is nu vereffend en we
koesteren geen wrok meer tegen jullie.’

267
00:16:07,830 --> 00:16:08,850
Hij zegt:

268
00:16:08,850 --> 00:16:10,470
Wat moet ik daarvoor doen?

269
00:16:10,470 --> 00:16:14,610
Toen zeiden de Gibeonieten
tegen hem: Het is ons wat Saul

270
00:16:14,610 --> 00:16:18,690
en wat zijn huis betreft niet
te doen om zilver of goud.

271
00:16:18,690 --> 00:16:22,110
Maar het is niet aan ons om
iemand te doden in Israël.

272
00:16:22,110 --> 00:16:25,950
En hij zei: Wat zegt u dan
dat ik voor u moet doen?

273
00:16:25,950 --> 00:16:30,030
Zij zeiden tegen de koning: De
man die ons vernietigd heeft

274
00:16:30,030 --> 00:16:34,170
en die plannen tegen ons heeft
uitgedacht om ons weg te vagen,

275
00:16:34,170 --> 00:16:39,151
zodat wij niet zouden kunnen voortbestaan
in welk gebied van Israël dan ook —

276
00:16:39,151 --> 00:16:42,930
laat ons van zijn zonen
zeven mannen gegeven worden,

277
00:16:42,930 --> 00:16:49,590
zodat wij hen voor de HEERE ophangen in
Gibea van Saul, verkozene van de HEERE.

278
00:16:49,590 --> 00:16:52,410
En de koning zei: Ík zal hen geven.

279
00:16:52,410 --> 00:16:58,410
Maar de koning spaarde Mefiboseth, de
zoon van Jonathan, de zoon van Saul,

280
00:16:58,410 --> 00:17:03,870
vanwege de eed bij de HEERE, die tussen
hen was, tussen David en Jonathan,

281
00:17:03,870 --> 00:17:05,550
de zoon van Saul.

282
00:17:05,550 --> 00:17:10,050
Dus nam de koning de twee zonen
van Rizpa, de dochter van Aja,

283
00:17:10,050 --> 00:17:14,430
die zij aan Saul gebaard
had, Armoni en Mefiboseth;

284
00:17:14,430 --> 00:17:18,870
en ook de vijf zonen van de zuster
van Michal, de dochter van Saul,

285
00:17:18,870 --> 00:17:24,270
die zij aan Adriël, de zoon van
Barzillai uit Mehola, gebaard had.

286
00:17:24,270 --> 00:17:26,250
Een andere Mefiboseth.

287
00:17:26,250 --> 00:17:28,830
De Engelse vertaling
die de spreker gebruikt,

288
00:17:28,830 --> 00:17:32,070
noemt hier ‘de vijf zonen van Michal’.

289
00:17:32,070 --> 00:17:37,050
Het Nederlandse citaat heeft al ‘de
vijf zonen van de zuster van Michal’.

290
00:17:37,050 --> 00:17:40,350
De spreker reageert op
de Engelse formulering.

291
00:17:40,350 --> 00:17:42,150
Dit is niet Michal.

292
00:17:42,150 --> 00:17:46,710
Dit moet Merab zijn, zoals we eerder
in onze lezingen hebben aangegeven.

293
00:17:46,710 --> 00:17:49,950
Er staat hier blijkbaar
een overschrijffout, want:

294
00:17:49,950 --> 00:17:55,230
Michal nu, de dochter van Saul, kreeg
geen kind tot op de dag van haar dood.

295
00:17:55,230 --> 00:17:59,190
De persoon van wie de naam hier
staat, is een dochter van Saul,

296
00:17:59,190 --> 00:18:02,610
maar zij bracht kinderen
groot voor Adriël, de zoon van

297
00:18:02,610 --> 00:18:05,070
Barzillai, de Meholathiet.

298
00:18:05,070 --> 00:18:08,310
We weten uit een andere passage
dat hij de man was van Merab,

299
00:18:08,310 --> 00:18:10,410
de oudste dochter van Saul.

300
00:18:10,410 --> 00:18:14,670
Blijkbaar werden dus de vijf zonen
van Merab en een paar zonen van Rizpa,

301
00:18:14,670 --> 00:18:16,590
een bijvrouw, meegenomen.

302
00:18:16,590 --> 00:18:20,550
En hij gaf hen in de hand van de
Gibeonieten, die hen op de berg ophingen,

303
00:18:20,550 --> 00:18:22,890
voor het aangezicht van de HEERE.

304
00:18:22,890 --> 00:18:25,290
Zo kwamen die zeven tegelijk om.

305
00:18:25,290 --> 00:18:28,110
Zij werden gedood in de
eerste dagen van de oogst,

306
00:18:28,110 --> 00:18:30,030
aan het begin van de gersteoogst.

307
00:18:30,030 --> 00:18:35,130
Dit lijkt ons nogal barbaars: zeven
onschuldige mensen meenemen en hen

308
00:18:35,130 --> 00:18:37,950
uitleveren om terechtgesteld te worden.

309
00:18:37,950 --> 00:18:41,610
Het is moeilijk te zeggen hoe dit
werkelijk te rechtvaardigen is.

310
00:18:41,610 --> 00:18:45,510
Behalve dan dat het inderdaad nodig
was de Gibeonieten tevreden te stellen,

311
00:18:45,510 --> 00:18:49,950
zodat ze geen wrok tegen Israël zouden
koesteren en God vervolgens niets meer zou

312
00:18:49,950 --> 00:18:52,770
hoeven te doen om hun
recht te verschaffen.

313
00:18:52,770 --> 00:18:55,950
Zij bepaalden wat ze
zouden eisen, niet God.

314
00:18:55,950 --> 00:18:59,310
God zei niet: ‘Neem zeven zonen van Saul.’

315
00:18:59,310 --> 00:19:01,230
Dat zeiden de Gibeonieten.

316
00:19:01,230 --> 00:19:05,310
En David had gezworen dat hij
zou doen wat ze ook maar zeiden.

317
00:19:05,310 --> 00:19:08,370
De zonen van Saul hadden
trouwens, zoals we weten,

318
00:19:08,370 --> 00:19:11,730
toch al geluk dat ze zo lang
in leven waren gebleven.

319
00:19:11,730 --> 00:19:16,290
Want toen David koning werd, zouden
ze in ieder doorsnee koninkrijk zijn

320
00:19:16,290 --> 00:19:19,710
terechtgesteld bij de zuivering
van het vorige bewind.

321
00:19:19,710 --> 00:19:23,430
Ze hadden het dus overleefd
doordat David genadig was geweest

322
00:19:23,430 --> 00:19:26,070
en hun niets van dien aard had aangedaan.

323
00:19:26,070 --> 00:19:29,070
Maar ze leden vanwege
de zonde van hun vader.

324
00:19:29,070 --> 00:19:31,650
Dit is iets wat niet zou moeten gebeuren.

325
00:19:31,650 --> 00:19:33,570
De wet van Mozes zei:

326
00:19:33,570 --> 00:19:36,990
De vaders mogen niet ter dood
gebracht worden om de kinderen,

327
00:19:36,990 --> 00:19:40,650
en de kinderen mogen niet ter
dood gebracht worden om de vaders.

328
00:19:40,650 --> 00:19:44,370
Ieder zal alleen om zijn eigen
zonde ter dood gebracht worden.

329
00:19:44,370 --> 00:19:46,830
Maar David bracht hen niet ter dood.

330
00:19:46,830 --> 00:19:49,950
Hij had gezworen dat hij
alles zou doen wat ze vroegen,

331
00:19:49,950 --> 00:19:53,010
en het enige wat hij
deed was hen uitleveren.

332
00:19:53,010 --> 00:19:57,330
Hij beschermde hen niet, en de
Gibeonieten hingen hen vervolgens op.

333
00:19:57,330 --> 00:19:59,130
Dit is een akelig hoofdstuk.

334
00:19:59,130 --> 00:20:03,090
Toen nam Rizpa, de dochter
van Aja, een rouwgewaad en

335
00:20:03,090 --> 00:20:05,490
spreidde dat voor zich uit op de rots.

336
00:20:05,490 --> 00:20:08,010
Zij bleef daar vanaf
het begin van de oogst

337
00:20:08,010 --> 00:20:11,010
totdat er water van de
hemel op hen neerviel.

338
00:20:11,010 --> 00:20:14,850
Overdag liet zij de vogels in de
lucht niet op hen neerstrijken,

339
00:20:14,850 --> 00:20:17,790
en 's nachts de dieren van het veld niet.

340
00:20:17,790 --> 00:20:23,910
David werd verteld wat Rizpa, de dochter
van Aja, de bijvrouw van Saul, gedaan had.

341
00:20:23,910 --> 00:20:28,710
Toen ging David bij de burgers van
Jabes in Gilead de beenderen van Saul

342
00:20:28,710 --> 00:20:32,370
en de beenderen van diens
zoon Jonathan halen.

343
00:20:32,370 --> 00:20:35,250
Zij hadden die weggenomen
van het plein in Beth-San,

344
00:20:35,250 --> 00:20:39,990
waar de Filistijnen hen hadden opgehangen,
op de dag dat de Filistijnen Saul gedood

345
00:20:39,990 --> 00:20:41,670
hadden op de Gilboa.

346
00:20:41,670 --> 00:20:43,950
Hij bracht vandaar de beenderen van Saul

347
00:20:43,950 --> 00:20:47,130
en de beenderen van
diens zoon Jonathan mee.

348
00:20:47,130 --> 00:20:50,850
Ook verzamelden zij de beenderen
van hen die opgehangen waren.

349
00:20:50,850 --> 00:20:55,230
Zij begroeven de beenderen van Saul en
van zijn zoon Jonathan in het land van

350
00:20:55,230 --> 00:20:58,770
Benjamin in Zela, in het
graf van zijn vader Kis,

351
00:20:58,770 --> 00:21:01,590
en deden alles wat de koning geboden had.

352
00:21:01,590 --> 00:21:04,950
En daarna liet God Zich verbidden
ten gunste van het land.

353
00:21:04,950 --> 00:21:08,490
Dus de moeder van een paar van
deze mannen die waren opgehangen,

354
00:21:08,490 --> 00:21:13,410
ging hun lichamen bewaken om te voorkomen
dat ze door gieren werden opgegeten.

355
00:21:13,410 --> 00:21:15,990
Dat duurde blijkbaar wel een hele tijd.

356
00:21:15,990 --> 00:21:19,230
Ze had niet de vrijheid om hun
lichamen naar beneden te halen,

357
00:21:19,230 --> 00:21:22,950
want ze waren als het ware met
toestemming van de koning opgehangen.

358
00:21:22,950 --> 00:21:24,810
Daar kon ze niet tussenbeide komen.

359
00:21:24,810 --> 00:21:29,310
Maar toen David hoorde over deze
moeder die om haar zonen rouwde,

360
00:21:29,310 --> 00:21:32,790
besloot hij hun een fatsoenlijke
begrafenis te geven.

361
00:21:32,790 --> 00:21:36,270
En hij dacht: nou, misschien
was het tijd om ook

362
00:21:36,270 --> 00:21:39,570
Saul en Jonathan op de
juiste plaats te begraven.

363
00:21:39,570 --> 00:21:44,070
Dus nam hij alle familieleden van
wie de beenderen beschikbaar waren,

364
00:21:44,070 --> 00:21:49,290
en blijkbaar begroef hij hen allemaal
in het graf van Kis, de vader van Saul.

365
00:21:49,290 --> 00:21:51,150
En toen hield de plaag op.

366
00:21:51,150 --> 00:21:54,630
Nu krijgen we dit stukje
geschiedenis over de reuzen.

367
00:21:54,630 --> 00:21:57,510
Dit staat niet in chronologische volgorde.

368
00:21:57,510 --> 00:22:00,270
Het verslaan van deze Filistijnse reuzen

369
00:22:00,270 --> 00:22:03,450
gebeurde in feite vroeg
in Davids regering.

370
00:22:03,450 --> 00:22:06,090
In eerdere hoofdstukken
is ons verteld hoe David

371
00:22:06,090 --> 00:22:09,330
tegen de Filistijnen
streed en hen onderwierp.

372
00:22:09,330 --> 00:22:12,690
Er was nog geen bijzondere aandacht
besteed aan de reuzen onder de

373
00:22:12,690 --> 00:22:16,410
Filistijnen, hoewel die
blijkbaar toen ook werden gedood.

374
00:22:16,410 --> 00:22:19,830
En nu krijgen we een afzonderlijk
aanhangsel over deze bijzondere

375
00:22:19,830 --> 00:22:24,030
uitdagingen waarvoor David en zijn
mannen kwamen te staan met die reuzen,

376
00:22:24,030 --> 00:22:25,710
en hoe ze hen versloegen.

377
00:22:25,710 --> 00:22:29,310
De Filistijnen waren opnieuw
in oorlog met Israël.

378
00:22:29,310 --> 00:22:32,910
David trok eropuit en
zijn manschappen met hem.

379
00:22:32,910 --> 00:22:37,110
Zij streden tegen de Filistijnen,
en David was uitgeput.

380
00:22:37,110 --> 00:22:40,830
En dit zal niet tegen het einde
van Davids regering zijn geweest,

381
00:22:40,830 --> 00:22:44,130
dus dit staat niet in
chronologische volgorde.

382
00:22:44,130 --> 00:22:47,791
En Isbi Benob, die een van
de kinderen van Rafa was —

383
00:22:47,791 --> 00:22:51,510
het gewicht van zijn speer
was driehonderd sikkel brons,

384
00:22:51,510 --> 00:22:55,890
en hij had een nieuw zwaard aan zijn
gordel — dacht David neer te kunnen slaan.

385
00:22:55,890 --> 00:22:59,730
Maar Abisaï, de zoon
van Zeruja, hielp hem,

386
00:22:59,730 --> 00:23:02,370
sloeg de Filistijn neer en doodde hem.

387
00:23:02,370 --> 00:23:06,990
Toen bezwoeren de mannen van David hem:
U moet niet meer met ons ten strijde

388
00:23:06,990 --> 00:23:10,650
trekken, opdat u de lamp
van Israël niet uitdooft.

389
00:23:10,650 --> 00:23:14,250
David zelf werd beschouwd
als de lamp van Israël.

390
00:23:14,250 --> 00:23:18,390
Dit is een uitdrukking die later ook
wordt gebruikt voor Davids nageslacht:

391
00:23:18,390 --> 00:23:20,430
de lamp van Israël.

392
00:23:20,430 --> 00:23:23,430
Ik weet niet zeker waarom
juist dat beeld wordt gebruikt,

393
00:23:23,430 --> 00:23:26,190
maar het verwijst naar
de dynastie van David.

394
00:23:26,190 --> 00:23:28,830
En ze wilden die lamp niet zien doven.

395
00:23:28,830 --> 00:23:31,290
Daarom lieten ze hem niet
meer ten strijde trekken,

396
00:23:31,290 --> 00:23:33,870
want blijkbaar had het
maar weinig gescheeld.

397
00:23:33,870 --> 00:23:38,730
Hoewel David als jongen Goliath had
gedood, was hij niet echt Superman.

398
00:23:38,730 --> 00:23:40,470
Hij kon gedood worden.

399
00:23:40,470 --> 00:23:46,470
Hij werd bijna door een andere reus
gedood, maar zijn neef Abisaï redde hem.

400
00:23:46,470 --> 00:23:50,370
Daarna was er opnieuw een strijd
met de Filistijnen in Gob.

401
00:23:50,370 --> 00:23:56,610
Toen doodde Sibbechai, de Husathiet,
Saf, een van de zonen van de reus.

402
00:23:56,610 --> 00:24:00,930
Er was opnieuw oorlog met de
Filistijnen in Gob, en Elhanan,

403
00:24:00,930 --> 00:24:05,130
de zoon van Jaäre-Oregim,
versloeg Beth-halachmi,

404
00:24:05,130 --> 00:24:07,350
die met Goliath uit Gath was.

405
00:24:07,350 --> 00:24:10,530
De schacht van zijn speer
was als een weversboom.

406
00:24:10,530 --> 00:24:13,230
De Engelse vertaling
die de spreker gebruikt,

407
00:24:13,230 --> 00:24:17,010
zegt dat Elhanan ‘de
broer van Goliath’ doodde.

408
00:24:17,010 --> 00:24:22,170
De woorden ‘de broer van’ staan daarin
cursief als toegevoegde woorden.

409
00:24:22,170 --> 00:24:26,310
Het Nederlandse citaat volgt hier
een andere tekstuele oplossing:

410
00:24:26,310 --> 00:24:31,410
Elhanan versloeg ‘Beth-halachmi,
die met Goliath uit Gath was’.

411
00:24:31,410 --> 00:24:34,350
De volgende uitleg bespreekt
de Engelse weergave.

412
00:24:34,350 --> 00:24:38,070
Nu is er in dit specifieke
vers een tekstueel probleem,

413
00:24:38,070 --> 00:24:42,750
want in de Engelse vertaling staan
de woorden ‘de broer van’ vóór de

414
00:24:42,750 --> 00:24:45,510
naam ‘Goliath’ cursief.

415
00:24:45,510 --> 00:24:47,490
Ze staan niet in het Hebreeuws.

416
00:24:47,490 --> 00:24:50,310
En daarom staat er in
het Hebreeuws eigenlijk:

417
00:24:50,310 --> 00:24:56,490
Elhanan, de zoon van Jaäre-Oregim
uit Betlehem, doodde Goliath uit Gat.

418
00:24:56,490 --> 00:25:01,230
Maar natuurlijk weten we dat David
degene was die Goliath doodde.

419
00:25:01,230 --> 00:25:05,730
Sommigen hebben geopperd dat Elhanan
misschien een andere naam voor David was.

420
00:25:05,730 --> 00:25:08,430
David betekent immers geliefde.

421
00:25:08,430 --> 00:25:12,750
En sommigen dachten dat Elhanan
misschien de naam was die David

422
00:25:12,750 --> 00:25:17,850
bij zijn geboorte kreeg, en dat zijn
mannen hem de bijnaam geliefde gaven,

423
00:25:17,850 --> 00:25:22,110
dat hij hun geliefde koning
en hun geliefde leider was.

424
00:25:22,110 --> 00:25:25,650
Toch is er geen reden om dat
te geloven, want in Kronieken,

425
00:25:25,650 --> 00:25:30,570
in het parallelle gedeelte, zegt het
Hebreeuws zelf dat het Elhanan was

426
00:25:30,570 --> 00:25:33,030
die de broer van Goliath doodde.

427
00:25:33,030 --> 00:25:34,950
Hij doodde Goliath niet.

428
00:25:34,950 --> 00:25:38,550
Dus hoewel de woorden hier in
de Hebreeuwse tekst ontbreken,

429
00:25:38,550 --> 00:25:41,670
is het eenvoudigweg
een tekstueel probleem.

430
00:25:41,670 --> 00:25:45,210
Ze staan wel in het parallelle
gedeelte in 1 Kronieken.

431
00:25:45,210 --> 00:25:49,230
Het is duidelijk dat ze oorspronkelijk
ook in deze tekst stonden,

432
00:25:49,230 --> 00:25:53,190
maar op de een of andere manier bij
de overlevering zijn weggevallen.

433
00:25:53,190 --> 00:25:55,470
Er was opnieuw oorlog in Gath.

434
00:25:55,470 --> 00:26:00,150
Er was een man van grote lengte die
zes vingers aan zijn handen had en zes

435
00:26:00,150 --> 00:26:03,510
tenen aan zijn voeten,
vierentwintig in getal.

436
00:26:03,510 --> 00:26:06,090
Ook deze was bij Rafa geboren.

437
00:26:06,090 --> 00:26:11,130
Hij hoonde Israël, maar Jonathan,
de zoon van Simea, de broer van

438
00:26:11,130 --> 00:26:13,170
David, versloeg hem.

439
00:26:13,170 --> 00:26:16,290
Deze vier waren bij Rafa geboren in Gath.

440
00:26:16,290 --> 00:26:20,250
Zij vielen door de hand van David en
door de hand van zijn manschappen.

441
00:26:20,250 --> 00:26:21,450
Tel maar na.

442
00:26:21,450 --> 00:26:24,330
Dit waren blijkbaar
allemaal broers van Goliath.

443
00:26:24,330 --> 00:26:28,650
Dus deze ene reus had veel zonen,
en ze werden allemaal door David

444
00:26:28,650 --> 00:26:30,510
of zijn dienaren gedood.

445
00:26:30,510 --> 00:26:32,010
Hoofdstuk 22.

446
00:26:32,010 --> 00:26:36,390
David sprak de woorden van dit lied tot
de HEERE op de dag waarop de HEERE hem

447
00:26:36,390 --> 00:26:40,770
gered had uit de hand van al zijn
vijanden en uit de hand van Saul.

448
00:26:40,770 --> 00:26:44,250
Dit is in wezen Psalm 18, en het gaat zo:

449
00:26:44,250 --> 00:26:51,030
Hij zei: De HEERE is mijn rots en mijn
burcht en mijn Bevrijder, mijn God,

450
00:26:51,030 --> 00:26:57,630
mijn rots, tot Wie ik de toevlucht neem,
mijn schild en de hoorn van mijn heil,

451
00:26:57,630 --> 00:27:05,010
mijn veilige vesting; mijn toevlucht, mijn
Verlosser; van geweld hebt U mij verlost.

452
00:27:05,010 --> 00:27:10,890
Ik riep de HEERE aan, Die te prijzen
is, en werd verlost van mijn vijanden.

453
00:27:10,890 --> 00:27:13,830
Want golven van de dood
hadden mij omvangen,

454
00:27:13,830 --> 00:27:16,530
beken van verderf joegen mij angst aan.

455
00:27:16,530 --> 00:27:21,690
Banden van het graf omringden mij,
valstrikken van de dood bedreigden mij.

456
00:27:21,690 --> 00:27:26,310
In mijn nood riep ik de HEERE
aan, ik riep tot mijn God;

457
00:27:26,310 --> 00:27:31,290
Hij hoorde mijn stem vanuit Zijn paleis,
mijn hulpgeroep kwam in Zijn oren.

458
00:27:31,290 --> 00:27:36,690
Toen daverde en beefde de aarde, de
fundamenten van de hemel sidderden en

459
00:27:36,690 --> 00:27:40,530
daverden, omdat Hij in
toorn ontstoken was.

460
00:27:40,530 --> 00:27:44,970
Rook steeg op uit Zijn neus en
vuur uit Zijn mond verteerde.

461
00:27:44,970 --> 00:27:47,130
Kolen werden daardoor aangestoken.

462
00:27:47,130 --> 00:27:52,230
Hij boog de hemel en daalde neer, een
donkere wolk was onder Zijn voeten.

463
00:27:52,230 --> 00:27:58,050
Hij reed op een cherub en vloog, ja, Hij
werd gezien op de vleugels van de wind.

464
00:27:58,050 --> 00:28:02,670
Hij maakte duisternis tot tenten
om Zich heen, een opeenhoping van

465
00:28:02,670 --> 00:28:04,950
water, donkere wolken.

466
00:28:04,950 --> 00:28:09,330
Door de lichtglans vóór Hem
ontbrandden vurige kolen!

467
00:28:09,330 --> 00:28:12,210
De HEERE deed het vanuit
de hemel donderen,

468
00:28:12,210 --> 00:28:14,850
de Allerhoogste liet Zijn stem klinken.

469
00:28:14,850 --> 00:28:17,670
Hij schoot pijlen af en verspreidde hen,

470
00:28:17,670 --> 00:28:20,490
Hij zond bliksem en
bracht hen in verwarring.

471
00:28:20,490 --> 00:28:22,650
De bodem van de zee werd zichtbaar,

472
00:28:22,650 --> 00:28:26,370
de fundamenten van de wereld werden
blootgelegd door de bestraffing van de

473
00:28:26,370 --> 00:28:29,790
HEERE, door het blazen
van de adem uit Zijn neus.

474
00:28:29,790 --> 00:28:34,110
**Verwijzing gecontroleerd:**
de spreker noemde Psalmen 18,

475
00:28:34,110 --> 00:28:39,630
maar de bewoording is 2 Samuel 22:2-16.

476
00:28:39,630 --> 00:28:43,290
Als je dit leest, denk je
natuurlijk: wanneer gebeurde dit?

477
00:28:43,290 --> 00:28:47,490
Wanneer schoten er bliksemschichten
uit die Davids vijanden doodden?

478
00:28:47,490 --> 00:28:50,730
Wanneer kwam er verterend
vuur uit Gods mond?

479
00:28:50,730 --> 00:28:53,310
Wanneer beefden de
fundamenten van de aarde

480
00:28:53,310 --> 00:28:58,410
en werden de fundamenten van de aarde
blootgelegd en spleet de zee, enzovoort?

481
00:28:58,410 --> 00:29:01,470
Dit zijn allemaal wat we
apocalyptische beelden noemen,

482
00:29:01,470 --> 00:29:04,230
en het is een goed voorbeeld
van dit soort dingen.

483
00:29:04,230 --> 00:29:06,510
David viert natuurlijk
eigenlijk gewoon alle

484
00:29:06,510 --> 00:29:08,730
overwinningen die God hem heeft gegeven.

485
00:29:08,730 --> 00:29:12,450
Hij vertelt hoe hij in moeilijkheden
verkeerde, hoe hij bang was,

486
00:29:12,450 --> 00:29:15,570
hoe de dood hem bij veel
gelegenheden bedreigde.

487
00:29:15,570 --> 00:29:18,630
Hij heeft het hier niet over
slechts één gelegenheid.

488
00:29:18,630 --> 00:29:21,930
Hij heeft het over de tijd
dat Saul hem achtervolgde.

489
00:29:21,930 --> 00:29:26,610
Hij heeft het over de keer dat Jisbi
Benob, de reus, hem bijna doodde.

490
00:29:26,610 --> 00:29:29,970
Hij heeft het over de vele keren
dat zijn leven in gevaar was

491
00:29:29,970 --> 00:29:32,070
en hij het uitriep tot God.

492
00:29:32,070 --> 00:29:35,010
Hij viert gewoon Gods
bescherming in het algemeen

493
00:29:35,010 --> 00:29:37,710
en de overwinning die
God hem heeft gegeven.

494
00:29:37,710 --> 00:29:41,370
Hij vertelt het in bewoordingen die
we beslist overdreven kunnen noemen,

495
00:29:41,370 --> 00:29:45,750
want hij spreekt alsof de hele wereld
beefde en er rook uit Gods neusgaten te

496
00:29:45,750 --> 00:29:50,370
zien was, enzovoort, en alsof
God op een cherub kwam aanrijden.

497
00:29:50,370 --> 00:29:54,030
Dit is gewoon de manier waarop
de profeten en de psalmdichters

498
00:29:54,030 --> 00:29:57,450
soms spreken wanneer ze het
over Gods ingrijpen hebben.

499
00:29:57,450 --> 00:30:01,830
Het wordt voorgesteld alsof het een
geweldige omwenteling teweegbrengt,

500
00:30:01,830 --> 00:30:05,550
terwijl het in feite gewoon om
een militaire overwinning gaat.

501
00:30:05,550 --> 00:30:08,850
Dat betekent niet dat God
tijdens de overwinning geen

502
00:30:08,850 --> 00:30:10,710
bovennatuurlijke dingen deed.

503
00:30:10,710 --> 00:30:15,150
We weten van gelegenheden waarbij
God donder en bliksem zond om

504
00:30:15,150 --> 00:30:17,790
Israël in hun veldslagen te helpen.

505
00:30:17,790 --> 00:30:22,110
Ik weet niet of er gevallen zijn
waarin dit in Davids leven gebeurde.

506
00:30:22,110 --> 00:30:26,730
Maar ook al gebeurde dat soms letterlijk,
dan nog hoeven we niet aan te nemen dat

507
00:30:26,730 --> 00:30:29,670
David hier letterlijke
verschijnselen beschrijft.

508
00:30:29,670 --> 00:30:33,030
Net zomin als je bijvoorbeeld
in het boek Openbaring,

509
00:30:33,030 --> 00:30:37,290
wanneer je over bliksemschichten en
aardbevingen en al dat soort dingen leest,

510
00:30:37,290 --> 00:30:41,190
die noodzakelijkerwijs als letterlijke
verschijnselen moet opvatten.

511
00:30:41,190 --> 00:30:44,130
Je moet je bewust zijn van de
manier waarop de dichters en

512
00:30:44,130 --> 00:30:45,870
de profeten schreven.

513
00:30:45,870 --> 00:30:49,650
Het is taal die apocalyptisch
van aard wordt genoemd.

514
00:30:49,650 --> 00:30:50,970
Vers 17:

515
00:30:50,970 --> 00:30:54,390
Hij stak Zijn hand uit
van omhoog, Hij greep mij,

516
00:30:54,390 --> 00:30:56,850
Hij trok mij op uit grote wateren.

517
00:30:56,850 --> 00:30:59,850
Nogmaals, David heeft niet op enig moment

518
00:30:59,850 --> 00:31:05,070
letterlijk onder water gelegen om daaruit
gered te worden. Het is beeldspraak.

519
00:31:05,070 --> 00:31:09,150
Het is alsof hij ondergedompeld
was, overweldigd door moeilijkheden,

520
00:31:09,150 --> 00:31:11,610
en door God uit het water werd getrokken.

521
00:31:11,610 --> 00:31:15,090
Hij redde mij van mijn sterke
vijand en van wie mij haatten,

522
00:31:15,090 --> 00:31:17,250
omdat zij machtiger waren dan ik.

523
00:31:17,250 --> 00:31:19,950
Zij hadden mij bedreigd op
de dag van mijn ondergang,

524
00:31:19,950 --> 00:31:21,930
maar de HEERE was mij tot steun.

525
00:31:21,930 --> 00:31:26,850
Hij leidde mij uit in de ruimte, Hij
redde mij, want Hij was mij genegen.

526
00:31:26,850 --> 00:31:29,670
De HEERE vergold mij
naar mijn gerechtigheid;

527
00:31:29,670 --> 00:31:32,430
Hij gaf mij loon naar de
reinheid van mijn handen.

528
00:31:32,430 --> 00:31:37,290
De kans is groot dat deze psalm
vroeg in Davids leven is geschreven,

529
00:31:37,290 --> 00:31:39,090
toen hij zo kon spreken.

530
00:31:39,090 --> 00:31:41,550
Nadat hij met Bathseba had gezondigd,

531
00:31:41,550 --> 00:31:46,710
had hij zijn moeilijkheden natuurlijk zelf
veroorzaakt, door zijn eigen handelen.

532
00:31:46,710 --> 00:31:49,590
Hij zag ze als het gevolg van zijn zonde.

533
00:31:49,590 --> 00:31:52,950
En hoewel God hem daarna
wel van Absalom verloste,

534
00:31:52,950 --> 00:31:55,410
denk ik niet dat David zou zeggen:

535
00:31:55,410 --> 00:31:58,410
God heeft me gered omdat
ik rechtvaardig was.

536
00:31:58,410 --> 00:32:00,750
Ik denk niet dat hij na die zonde nog zo

537
00:32:00,750 --> 00:32:04,050
overtuigd zou zijn geweest
dat hij de goede was en zijn

538
00:32:04,050 --> 00:32:05,970
vijanden de slechten waren.

539
00:32:05,970 --> 00:32:09,510
Dit is dus waarschijnlijk op een
eerder moment in zijn leven geschreven,

540
00:32:09,510 --> 00:32:11,670
toen hij werkelijk de goede was.

541
00:32:11,670 --> 00:32:15,210
Hij was de onschuldige
partij. En hij zegt:

542
00:32:15,210 --> 00:32:18,330
De HEERE vergold mij
naar mijn gerechtigheid;

543
00:32:18,330 --> 00:32:21,270
Hij gaf mij loon naar de
reinheid van mijn handen.

544
00:32:21,270 --> 00:32:24,210
Want ik heb de wegen van
de HEERE in acht genomen,

545
00:32:24,210 --> 00:32:27,330
ik ben van mijn God niet
goddeloos afgeweken.

546
00:32:27,330 --> 00:32:30,390
Want al Zijn bepalingen
hield ik voor ogen,

547
00:32:30,390 --> 00:32:32,790
van Zijn verordeningen week ik niet af,

548
00:32:32,790 --> 00:32:37,590
Dat kon hij moeilijk zeggen nadat hij
met Bathseba en Uria had gezondigd.

549
00:32:37,590 --> 00:32:42,750
maar ik was oprecht voor Hem, ik was op
mijn hoede voor mijn ongerechtigheid.

550
00:32:42,750 --> 00:32:45,930
Daarom gaf de HEERE mij
naar mijn gerechtigheid,

551
00:32:45,930 --> 00:32:48,510
naar mijn reinheid voor Zijn ogen.

552
00:32:48,510 --> 00:32:51,990
Natuurlijk was hij
gereinigd. Hij was vergeven.

553
00:32:51,990 --> 00:32:56,610
Maar ik denk niet dat zijn geweten
hem ooit zou toestaan om zo over zijn

554
00:32:56,610 --> 00:33:01,770
onschuld te spreken, over hoe hij Gods
wetten nooit had overtreden, enzovoort.

555
00:33:01,770 --> 00:33:04,710
Als we zien hoezeer hij
daarna de moed had verloren,

556
00:33:04,710 --> 00:33:07,950
dan heeft hij hier wel heel
veel vertrouwen dat hij in alle

557
00:33:07,950 --> 00:33:11,850
opzichten de goede was, en
dat God hem daarom verloste.

558
00:33:11,850 --> 00:33:15,750
Tegenover de goedertierene
toont U Zich goedertieren,

559
00:33:15,750 --> 00:33:18,570
tegenover de oprechte held oprecht.

560
00:33:18,570 --> 00:33:24,810
Tegenover de reine toont U Zich rein,
maar tegenover de slinkse toont U

561
00:33:24,810 --> 00:33:26,610
Zich een Strijder.

562
00:33:26,610 --> 00:33:28,890
Dit gaat er ongetwijfeld over hoe God

563
00:33:28,890 --> 00:33:35,130
daadwerkelijk op mensen zal reageren
overeenkomstig hun eigen daden. Jezus zei:

564
00:33:35,130 --> 00:33:40,470
Zalig zijn de barmhartigen, want aan
hen zal barmhartigheid bewezen worden.

565
00:33:40,470 --> 00:33:41,850
En hij zegt:

566
00:33:41,850 --> 00:33:45,750
Voor wie barmhartig is, zal
God ook barmhartig zijn.

567
00:33:45,750 --> 00:33:51,510
Maar dit idee dat God Zich zo toont, kun
je ook op een andere manier bekijken,

568
00:33:51,510 --> 00:33:53,850
namelijk hoe mensen God zien.

569
00:33:53,850 --> 00:33:58,410
Barmhartige mensen zullen God
waarschijnlijk als barmhartig zien.

570
00:33:58,410 --> 00:34:01,290
Hij zal hun die kant van Zichzelf tonen.

571
00:34:01,290 --> 00:34:06,510
Ze zullen die kant van Hem gemakkelijker
zien, omdat hun hart goed is.

572
00:34:06,510 --> 00:34:10,770
Een onberispelijk mens zal
zien dat God onberispelijk is.

573
00:34:10,770 --> 00:34:14,370
Een rein mens zal zien dat God rein is.

574
00:34:14,370 --> 00:34:19,050
Dat is Hij ook, en zo zal Hij
Zich tegenover hen gedragen.

575
00:34:19,050 --> 00:34:24,150
Maar het is ook zo dat als iemand slecht
is, die persoon God als slecht zal zien,

576
00:34:24,150 --> 00:34:25,950
ook al is Hij dat niet.

577
00:34:25,950 --> 00:34:30,450
Mensen zijn geneigd God te zien
door de bril van hun eigen karakter

578
00:34:30,450 --> 00:34:34,650
en hun eigen hart, voor zover
die hun toelaten Hem te zien.

579
00:34:34,650 --> 00:34:38,970
En iemand die rein is, zal
alles in God als rein zien.

580
00:34:38,970 --> 00:34:43,830
Mensen die God bekritiseren en
denken dat God onrechtvaardig is,

581
00:34:43,830 --> 00:34:47,550
lezen dus vaak door een bril die
waarschijnlijk gebaseerd is op hun eigen

582
00:34:47,550 --> 00:34:50,910
onrechtvaardigheid, die
ze in Hem menen te zien.

583
00:34:50,910 --> 00:34:53,490
Want God is nooit onrechtvaardig.

584
00:34:53,490 --> 00:34:59,010
Want U doet mijn lamp schijnen, HEERE;
de HEERE doet mijn duisternis opklaren.

585
00:34:59,010 --> 00:35:04,890
Want met U ren ik door een legerbende,
met mijn God spring ik over een muur.

586
00:35:04,890 --> 00:35:09,090
Gods weg is volmaakt, de woorden
van de HEERE zijn gelouterd,

587
00:35:09,090 --> 00:35:13,110
Hij is een schild voor allen
die tot Hem de toevlucht nemen.

588
00:35:13,110 --> 00:35:15,930
Want wie is God, behalve de HEERE?

589
00:35:15,930 --> 00:35:18,810
Wie is een rots dan alleen onze God?

590
00:35:18,810 --> 00:35:24,450
God is mijn vesting en kracht; Hij
heeft mijn weg volkomen gebaand.

591
00:35:24,450 --> 00:35:29,370
Hij maakt mijn voeten als die van hinden
en doet mij op mijn hoogten staan.

592
00:35:29,370 --> 00:35:35,190
Hij oefent mijn handen voor de strijd en
leert mijn armen een bronzen boog spannen.

593
00:35:35,190 --> 00:35:40,350
Duidelijk overdreven taal, dat hij over de
heuveltoppen kan rennen zoals een hert dat

594
00:35:40,350 --> 00:35:45,390
kan, en dat hij zo sterk is dat
hij een bronzen boog kan buigen.

595
00:35:45,390 --> 00:35:50,070
Ze maken geen bogen van brons,
want die zouden onbruikbaar zijn.

596
00:35:50,070 --> 00:35:51,990
Brons is te stijf.

597
00:35:51,990 --> 00:35:54,690
Je hebt iets nodig dat buigzamer is.

598
00:35:54,690 --> 00:35:58,890
Maar als er een boog van brons
was, zou ik die kunnen buigen.

599
00:35:58,890 --> 00:36:01,110
Zo sterk zijn mijn armen.

600
00:36:01,110 --> 00:36:04,170
Ook hebt U mij het schild
van Uw heil gegeven,

601
00:36:04,170 --> 00:36:06,870
Uw vernederen heeft mij groot gemaakt.

602
00:36:06,870 --> 00:36:09,570
De Engelse vertaling
die de spreker gebruikt,

603
00:36:09,570 --> 00:36:13,530
heeft hier ‘Uw zachtmoedigheid
heeft mij groot gemaakt’,

604
00:36:13,530 --> 00:36:18,210
waar het Nederlandse citaat ‘Uw
vernederen heeft mij groot gemaakt’ heeft.

605
00:36:18,210 --> 00:36:21,330
Zijn uitleg sluit aan bij
die Engelse woordkeuze.

606
00:36:21,330 --> 00:36:25,650
Dat betekent blijkbaar dat God
David groot heeft gemaakt omdat Hij

607
00:36:25,650 --> 00:36:27,990
meelevend en zachtmoedig is.

608
00:36:27,990 --> 00:36:31,290
Daarmee laat Hij die kant
van Zijn karakter zien.

609
00:36:31,290 --> 00:36:34,470
U hebt mijn voetstappen
onder mij ruimte gegeven,

610
00:36:34,470 --> 00:36:36,690
mijn enkels hebben niet gewankeld.

611
00:36:36,690 --> 00:36:42,030
Ik vervolgde mijn vijanden en vaagde
hen weg; ik keerde niet terug,

612
00:36:42,030 --> 00:36:43,830
totdat ik hen vernietigd had.

613
00:36:43,830 --> 00:36:48,870
Ik vernietigde hen en verpletterde
hen, zodat zij niet meer opstonden;

614
00:36:48,870 --> 00:36:50,790
zij vielen onder mijn voeten.

615
00:36:50,790 --> 00:36:56,310
Nogmaals, dit zou niet opgaan voor
sommige van zijn vijanden, zoals Simeï,

616
00:36:56,310 --> 00:36:59,310
die hij niet vernietigde,
of zelfs Absalom,

617
00:36:59,310 --> 00:37:01,290
die hij niet zou hebben vernietigd.

618
00:37:01,290 --> 00:37:04,290
Dit is dus opnieuw een
eerder moment in zijn leven.

619
00:37:04,290 --> 00:37:07,350
Want U omgordde mij met
kracht voor de strijd;

620
00:37:07,350 --> 00:37:11,190
U deed hen die tegen mij
opstonden, onder mij neerbukken.

621
00:37:11,190 --> 00:37:15,570
Mijn vijanden, die deed U voor mij
op de vlucht slaan, die mij haatten,

622
00:37:15,570 --> 00:37:17,310
en ik bracht hen om.

623
00:37:17,310 --> 00:37:21,570
Zij keken uit, maar er was
geen verlosser; naar de HEERE,

624
00:37:21,570 --> 00:37:23,550
maar Hij antwoordde hun niet.

625
00:37:23,550 --> 00:37:26,250
Toen vergruisde ik hen
als stof op de aarde,

626
00:37:26,250 --> 00:37:30,630
ik verpulverde hen en vertrapte
hen als slijk op de straten.

627
00:37:30,630 --> 00:37:33,810
U hebt mij bevrijd van de
aanklachten van mijn volk;

628
00:37:33,810 --> 00:37:38,010
U hebt mij bewaard tot hoofd van de
heidenvolken; het volk dat ik niet

629
00:37:38,010 --> 00:37:40,110
kende, dient mij.

630
00:37:40,110 --> 00:37:43,110
Vreemdelingen veinsden zich
aan mij te onderwerpen.

631
00:37:43,110 --> 00:37:47,310
Zodra hun oor van mij hoorde,
hebben zij mij gehoorzaamd.

632
00:37:47,310 --> 00:37:51,630
Vreemdelingen zijn bezweken en
kwamen sidderend uit hun burchten.

633
00:37:51,630 --> 00:37:58,290
De HEERE leeft, en geloofd zij mijn rots,
geroemd zij de God en rots van mijn heil,

634
00:37:58,290 --> 00:38:02,610
de God Die mij volkomen wraak
geeft en volken aan mij onderwerpt,

635
00:38:02,610 --> 00:38:06,390
Die mij aan de macht van
mijn vijanden onttrekt; ja,

636
00:38:06,390 --> 00:38:09,570
U verheft mij boven hen
die tegen mij opstaan,

637
00:38:09,570 --> 00:38:12,390
U redt mij van de man van veel geweld.

638
00:38:12,390 --> 00:38:16,170
Daarom zal ik U, HEERE,
loven onder de heidenvolken,

639
00:38:16,170 --> 00:38:18,750
voor Uw Naam zal ik psalmen zingen.

640
00:38:18,750 --> 00:38:21,270
Hij schenkt Zijn koning
grote overwinningen

641
00:38:21,270 --> 00:38:24,270
en bewijst goedertierenheid
aan Zijn gezalfde,

642
00:38:24,270 --> 00:38:28,170
aan David en zijn nageslacht
tot in eeuwigheid.

643
00:38:28,170 --> 00:38:31,830
Er staat in deze psalm veel
wat opschepperig klinkt.

644
00:38:31,830 --> 00:38:36,930
‘Nou, ik heb al mijn vijanden in elkaar
geslagen, en ik ben sterker dan wie ook.

645
00:38:36,930 --> 00:38:42,510
Ik kan over muren springen, en ik ben
sterker dan een locomotief’, enzovoort.

646
00:38:42,510 --> 00:38:46,470
Toch maakt hij heel duidelijk:
‘Zo heeft God mij gemaakt.

647
00:38:46,470 --> 00:38:49,710
God heeft mij sterk genoeg
gemaakt om deze dingen te doen.

648
00:38:49,710 --> 00:38:52,350
Ik heb grote dingen tot stand gebracht.’

649
00:38:52,350 --> 00:38:56,730
In zekere zin had hij alle recht om
zich op zulke dingen te beroemen,

650
00:38:56,730 --> 00:39:00,510
omdat hij zich op God beroemt,
en niet op zijn eigen kracht.

651
00:39:00,510 --> 00:39:02,670
Dat kon hij gerust zeggen.

652
00:39:02,670 --> 00:39:08,190
Simson had kunnen zeggen: ‘God heeft mij
sterker gemaakt dan duizend Filistijnen’,

653
00:39:08,190 --> 00:39:10,710
en dan zou hij gelijk hebben gehad.

654
00:39:10,710 --> 00:39:15,330
David was een man die dingen tot stand
bracht die niemand eerder in Israël,

655
00:39:15,330 --> 00:39:18,750
of in veel andere landen,
tot stand had gebracht.

656
00:39:18,750 --> 00:39:22,530
Vanuit een onaanzienlijke
positie was hij opgeklommen tot

657
00:39:22,530 --> 00:39:24,630
heerser over een wereldrijk.

658
00:39:24,630 --> 00:39:27,450
Zijn vijanden waren aan hem onderworpen.

659
00:39:27,450 --> 00:39:31,050
Ze betaalden hem schatting
en kwamen voor hem kruipen.

660
00:39:31,050 --> 00:39:35,550
Hij leek onkwetsbaar in de
strijd, maar alleen dankzij God.

661
00:39:35,550 --> 00:39:38,130
Meer dan eens was hij bijna omgekomen.

662
00:39:38,130 --> 00:39:41,850
Maar God had hem gered, en
dat is wat hij hier viert.

663
00:39:41,850 --> 00:39:45,150
Hij geeft God daarvoor
de eer, maar hij zegt:

664
00:39:45,150 --> 00:39:48,270
‘Ik kan terugkijken op wat
God voor mij heeft gedaan

665
00:39:48,270 --> 00:39:50,670
en daarin net zo duidelijk de hand van God

666
00:39:50,670 --> 00:39:53,850
zien als wanneer er een
aardbeving was geweest.

667
00:39:53,850 --> 00:39:57,630
Of als wanneer Hij bliksem op
mijn vijanden had laten neerkomen,

668
00:39:57,630 --> 00:40:00,330
als wanneer Hij op een
strijdwagen was gekomen,

669
00:40:00,330 --> 00:40:04,770
met rook uit Zijn neusgaten en
vuur dat uit Zijn vuisten kwam.’

670
00:40:04,770 --> 00:40:07,890
Dit soort dingen heeft God
niet echt letterlijk gedaan.

671
00:40:07,890 --> 00:40:12,630
Maar in wezen zegt hij dat zijn bevrijding
door God evenzeer het werk van God was

672
00:40:12,630 --> 00:40:16,650
als wanneer die bovennatuurlijke
dingen, die hij figuurlijk beschrijft,

673
00:40:16,650 --> 00:40:18,090
letterlijk waren gebeurd.

674
00:40:18,090 --> 00:40:22,470
Dit moet waarschijnlijk geschreven zijn
op het hoogtepunt van zijn roem in Israël.

675
00:40:22,470 --> 00:40:25,590
Waarschijnlijk schreef hij dat toen
hij al zijn vijanden had overwonnen en

676
00:40:25,590 --> 00:40:27,210
nog rechtvaardig was.

677
00:40:27,210 --> 00:40:31,410
Hij was nog niet in zonde gevallen, want
hij is er heel zeker van dat al die goede

678
00:40:31,410 --> 00:40:34,590
dingen hem zijn overkomen
omdat hij God volledig heeft

679
00:40:34,590 --> 00:40:38,430
gehoorzaamd en rechtvaardig
is geweest in Gods ogen.

680
00:40:38,430 --> 00:40:42,750
Nogmaals, zoals ik al zei, nadat hij
door zijn eigen zonde vernederd was

681
00:40:42,750 --> 00:40:46,770
en zich daarvan had bekeerd, was hij
volgens mij veel minder geneigd om

682
00:40:46,770 --> 00:40:48,090
zo te spreken.

683
00:40:48,090 --> 00:40:51,270
De laatste paar hoofdstukken laten
we liggen om te behandelen wanneer

684
00:40:51,270 --> 00:40:51,990
we hiermee verdergaan.
