1
00:00:02,010 --> 00:00:05,310
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:05,310 --> 00:00:13,530
Deze keer behandelen we 2 Samuel
7, vers 1 tot en met vers 17.

3
00:00:13,530 --> 00:00:18,090
In hoofdstuk 6 van 2 Samuel zien
we dat de ark in twee etappes naar

4
00:00:18,090 --> 00:00:19,770
Jeruzalem wordt gebracht.

5
00:00:19,770 --> 00:00:23,430
Bij de eerste gelegenheid ging
men op weg, maar door een ongeluk

6
00:00:23,430 --> 00:00:26,430
kwam de ark niet op de
plaats van bestemming aan.

7
00:00:26,430 --> 00:00:28,590
Daarna was er een tweede gelegenheid

8
00:00:28,590 --> 00:00:31,710
waarbij de ark daadwerkelijk
Jeruzalem binnenkwam.

9
00:00:31,710 --> 00:00:36,330
De ark is nu dus in Jeruzalem,
en David is nu in Jeruzalem.

10
00:00:36,330 --> 00:00:39,330
Het symbool van Gods aanwezigheid is daar.

11
00:00:39,330 --> 00:00:43,110
Dat zou Davids macht in het volk
zeker nog verder versterken,

12
00:00:43,110 --> 00:00:47,610
want het was een godsdienstig volk
dat in een verbond met Jahweh leefde.

13
00:00:47,610 --> 00:00:53,010
En het symbool van Jahwehs aanwezigheid
bevond zich nu daar, in Davids hoofdstad,

14
00:00:53,010 --> 00:00:54,630
de stad van David.

15
00:00:54,630 --> 00:00:57,210
De ark was nog niet in
een gebouw ondergebracht,

16
00:00:57,210 --> 00:01:00,330
maar dat komt in het volgende
hoofdstuk ter sprake.

17
00:01:00,330 --> 00:01:03,150
Maar voordat we bij dat
volgende hoofdstuk komen,

18
00:01:03,150 --> 00:01:06,570
wil ik nog zeggen dat wat
we hebben gelezen ook in 1

19
00:01:06,570 --> 00:01:08,550
Kronieken wordt beschreven.

20
00:01:08,550 --> 00:01:13,650
In 1 Kronieken hoofdstuk 16 wordt de
ark in die tent geplaatst die David

21
00:01:13,650 --> 00:01:15,510
in Jeruzalem had gebouwd.

22
00:01:15,510 --> 00:01:19,650
Eigenlijk wordt in hoofdstuk 15
van 1 Kronieken het vervoer van de

23
00:01:19,650 --> 00:01:25,230
ark naar Jeruzalem beschreven, waarover
we zojuist in 2 Samuel 6 hebben gelezen.

24
00:01:25,230 --> 00:01:28,770
Maar in 1 Kronieken 16 staat in vers 1:

25
00:01:28,770 --> 00:01:31,650
Toen zij de ark van God
de stad binnenbrachten,

26
00:01:31,650 --> 00:01:35,490
zetten zij die midden in de tent
die David ervoor gespannen had.

27
00:01:35,490 --> 00:01:39,570
En zij brachten brandoffers en
dankoffers voor het aangezicht van God.

28
00:01:39,570 --> 00:01:44,130
Toen David daarmee klaar was, zegende
hij het volk in de Naam van de Heere,

29
00:01:44,130 --> 00:01:45,450
zoals we eerder zagen.

30
00:01:45,450 --> 00:01:49,950
Dan staat er in vers 4 iets wat
we niet in Samuel hebben gezien:

31
00:01:49,950 --> 00:01:54,870
En hij stelde voor de ark van de HEERE
sommigen uit de Levieten aan als dienaars,

32
00:01:54,870 --> 00:01:59,970
om van de HEERE, de God van Israël,
melding te maken en Hem te loven

33
00:01:59,970 --> 00:02:01,470
en te prijzen.

34
00:02:01,470 --> 00:02:09,090
Asaf was het hoofd, Zacharja de tweede
na hem; verder Jeïel, Semiramoth, Jehiël,

35
00:02:09,090 --> 00:02:14,250
Mattithja en Eliab,
Benaja, Obed-Edom en Jeïel,

36
00:02:14,250 --> 00:02:17,310
met instrumenten als luiten en met harpen.

37
00:02:17,310 --> 00:02:23,250
En Asaf liet zich horen met cimbalen,
maar Benaja en Jahaziël, de priesters,

38
00:02:23,250 --> 00:02:27,510
deden dat voortdurend met trompetten
voor de ark van het verbond van God.

39
00:02:27,510 --> 00:02:32,550
Dit lezen we niet in Samuel, maar
Kronieken is een priesterlijk verslag.

40
00:02:32,550 --> 00:02:35,430
In Kronieken staan de
priesters centraal, dus

41
00:02:35,430 --> 00:02:39,510
zaken rond vormen van aanbidding
en dergelijke krijgen in Kronieken

42
00:02:39,510 --> 00:02:41,010
veel meer aandacht.

43
00:02:41,010 --> 00:02:46,050
In de hoofdstukken 23,
24 en 25 van Kronieken

44
00:02:46,050 --> 00:02:49,650
vinden we zelfs lange lijsten van
de afdelingen van de Levieten,

45
00:02:49,650 --> 00:02:51,990
de priesters en de muzikanten.

46
00:02:51,990 --> 00:02:55,110
Die komen niet voor in
het verslag in Samuel.

47
00:02:55,110 --> 00:03:00,450
In 1 Kronieken hoofdstuk 23 staan de
afdelingen van de Levieten die David

48
00:03:00,450 --> 00:03:04,230
indeelde en taken gaf
voor de dienst bij de ark.

49
00:03:04,230 --> 00:03:08,910
Dan staan in 1 Kronieken 24 de
afdelingen van de priesters.

50
00:03:08,910 --> 00:03:12,990
Er waren trouwens 24
afdelingen van de priesters.

51
00:03:12,990 --> 00:03:16,110
Sommige mensen denken dat
de 24 oudsten die Johannes

52
00:03:16,110 --> 00:03:18,330
in de Openbaring in de hemel zag,

53
00:03:18,330 --> 00:03:21,750
herinneren aan de 24
afdelingen van de priesters.

54
00:03:21,750 --> 00:03:26,970
De oudsten offeren immers wierook,
dragen witte gewaden enzovoort,

55
00:03:26,970 --> 00:03:28,650
en hebben priesterlijke taken.

56
00:03:28,650 --> 00:03:33,330
Maar de 24 oudsten dragen ook
kronen en zitten op tronen,

57
00:03:33,330 --> 00:03:35,550
dus hebben ze koninklijke taken.

58
00:03:35,550 --> 00:03:37,590
Ze zijn als koningen en priesters,

59
00:03:37,590 --> 00:03:39,990
en verwijzen dus waarschijnlijk
niet naar priesters,

60
00:03:39,990 --> 00:03:42,510
maar eerder naar
christenen in het algemeen.

61
00:03:42,510 --> 00:03:46,830
Maar het getal 24 zou op een bepaalde
manier kunnen teruggrijpen op die

62
00:03:46,830 --> 00:03:51,330
priesterlijke identiteit,
vanwege Davids 24 dienstgroepen,

63
00:03:51,330 --> 00:03:53,550
of afdelingen van priesters.

64
00:03:53,550 --> 00:03:57,270
Vervolgens gaat hoofdstuk
25 van 1 Kronieken

65
00:03:57,270 --> 00:03:59,670
over de afdelingen van de muzikanten.

66
00:03:59,670 --> 00:04:03,090
De Levieten, de priesters
en vooral de muzikanten

67
00:04:03,090 --> 00:04:06,510
hadden binnen Davids vormen
van aanbidding een nieuwe rol,

68
00:04:06,510 --> 00:04:09,690
die er eerder niet was binnen
de vormen van aanbidding die

69
00:04:09,690 --> 00:04:11,670
Mozes had voorgeschreven.

70
00:04:11,670 --> 00:04:14,910
Levieten en priesters hadden natuurlijk
al verantwoordelijkheden onder de

71
00:04:14,910 --> 00:04:16,290
wet van Mozes.

72
00:04:16,290 --> 00:04:18,990
Maar nu voegen we daar muzikanten aan toe.

73
00:04:18,990 --> 00:04:22,410
Bij deze mannen over wie
we in 1 Kronieken 16 lezen,

74
00:04:22,410 --> 00:04:25,290
moet je eens letten op Obed-Edom.

75
00:04:25,290 --> 00:04:30,090
Hij is een van hen, en hij is degene
die de ark in zijn huis had gehad.

76
00:04:30,090 --> 00:04:33,390
Zijn huis was door de
aanwezigheid ervan zo gezegend,

77
00:04:33,390 --> 00:04:38,130
dat David moed had gevat om de ark
toch naar Jeruzalem te brengen.

78
00:04:38,130 --> 00:04:42,990
Obed-Edom was eraan gewend geraakt om
een tijdlang voor de ark te zorgen.

79
00:04:42,990 --> 00:04:46,530
Dus blijkbaar stelde David
hem aan om daar te zingen.

80
00:04:46,530 --> 00:04:50,250
Het lijkt erop dat Obed-Edom
misschien een Leviet was,

81
00:04:50,250 --> 00:04:54,330
hoewel we hebben gezegd dat hij
een Filistijn en een Edomiet was.

82
00:04:54,330 --> 00:04:56,670
We weten niet zo heel veel over hem.

83
00:04:56,670 --> 00:05:01,170
We weten dat hij een Gethiet werd
genoemd, wat een man uit Gath betekent.

84
00:05:01,170 --> 00:05:05,670
Gath was een Filistijnse stad, en daarom
heb ik min of meer aangenomen dat hij

85
00:05:05,670 --> 00:05:07,230
Filistijns bloed had.

86
00:05:07,230 --> 00:05:10,950
Maar ik heb ook gezegd dat Edom
als deel van zijn naam erop

87
00:05:10,950 --> 00:05:14,070
wijst dat hij misschien
ook Edomitisch bloed had.

88
00:05:14,070 --> 00:05:17,130
Nu heeft hij blijkbaar
ook wat Levitisch bloed.

89
00:05:17,130 --> 00:05:19,830
Het is dus echt moeilijk
om te weten hoe het zit.

90
00:05:19,830 --> 00:05:25,050
Deze man was misschien een Heinz
57, iemand van gemengde afkomst,

91
00:05:25,050 --> 00:05:27,210
met in elk geval wat Edomitisch,

92
00:05:27,210 --> 00:05:30,930
wat Levitisch en misschien
wat Filistijns bloed.

93
00:05:30,930 --> 00:05:33,870
Of misschien had hij helemaal
geen Filistijns bloed.

94
00:05:33,870 --> 00:05:38,610
Hij kan een Gethiet zijn genoemd
omdat hij eenvoudigweg in Gath woonde,

95
00:05:38,610 --> 00:05:42,570
ook al was hij qua afkomst niet
verwant aan de families van Gath.

96
00:05:42,570 --> 00:05:44,970
Er is heel weinig over hem bekend.

97
00:05:44,970 --> 00:05:49,410
Misschien was hij tot ere-Leviet gemaakt
omdat hij eerder in zijn huis voor de ark

98
00:05:49,410 --> 00:05:51,810
had gezorgd. We weten het niet.

99
00:05:51,810 --> 00:05:54,210
Maar hij is nu blijkbaar
een van de muzikanten,

100
00:05:54,210 --> 00:05:57,090
en Asaf is blijkbaar de hoofdmuzikant.

101
00:05:57,090 --> 00:05:59,430
Als je de opschriften
van de Psalmen leest,

102
00:05:59,430 --> 00:06:03,930
zie je dat veel van de Psalmen van
Asaf of van de zonen van Asaf zijn.

103
00:06:03,930 --> 00:06:09,090
Dus deze man, die door David werd
aangesteld, schreef enkele van de Psalmen,

104
00:06:09,090 --> 00:06:12,930
en zijn zonen schreven
blijkbaar enkele van de Psalmen.

105
00:06:12,930 --> 00:06:16,590
Of misschien werden ze voor
de zonen van Asaf geschreven.

106
00:06:16,590 --> 00:06:19,830
Het is niet altijd duidelijk hoe de
opschriften vertaald moeten worden.

107
00:06:19,830 --> 00:06:23,970
Maar David schreef
minstens 75 van de psalmen.

108
00:06:23,970 --> 00:06:29,370
Er staan 150 psalmen in ons
psalmboek, en bij 75 daarvan

109
00:06:29,370 --> 00:06:32,010
staat Davids naam in het opschrift.

110
00:06:32,010 --> 00:06:34,890
Veel van de andere, die
geen opschrift hebben,

111
00:06:34,890 --> 00:06:40,290
zouden door David geschreven kunnen zijn,
maar een behoorlijk aantal is door of

112
00:06:40,290 --> 00:06:42,450
voor Asaf geschreven.

113
00:06:42,450 --> 00:06:46,890
We zien dus dat het psalmboek,
het grootste boek in onze Bijbel,

114
00:06:46,890 --> 00:06:52,470
geschreven of verzameld is voor precies
deze dienst waarover we hier lezen:

115
00:06:52,470 --> 00:06:57,270
deze voortdurende muziek en zang
rond dit provisorische bouwwerk

116
00:06:57,270 --> 00:06:58,950
waarin de ark stond.

117
00:06:58,950 --> 00:07:04,710
In 1 Kronieken 16, vanaf vers 7,
lezen we een psalm die David voor deze

118
00:07:04,710 --> 00:07:07,470
gelegenheid schreef. Er staat:

119
00:07:07,470 --> 00:07:11,610
Toen, op die dag, gaf David
voor de eerste maal deze psalm

120
00:07:11,610 --> 00:07:16,290
om de HEERE te loven door de
dienst van Asaf en zijn broeders.

121
00:07:16,290 --> 00:07:22,650
Deze psalm komt in feite grotendeels
overeen met Psalm 105. Er staat:

122
00:07:22,650 --> 00:07:28,710
Loof de HEERE, roep Zijn Naam aan,
maak Zijn daden bekend onder de volken.

123
00:07:28,710 --> 00:07:33,330
**Verwijzing gecontroleerd:**
de spreker noemde Psalmen 105,

124
00:07:33,330 --> 00:07:37,530
maar de bewoording is 1 Kronieken 16:8.

125
00:07:37,530 --> 00:07:39,570
Wij zingen deze psalm ook.

126
00:07:39,570 --> 00:07:45,750
Zing voor Hem, zing psalmen voor Hem,
spreek aandachtig van al Zijn wonderen.

127
00:07:45,750 --> 00:07:49,470
Beroem u in Zijn heilige Naam,
laat het hart van wie de HEERE

128
00:07:49,470 --> 00:07:51,690
zoeken, zich verblijden.

129
00:07:51,690 --> 00:07:56,850
Vraag naar de HEERE en Zijn kracht,
zoek Zijn aangezicht voortdurend.

130
00:07:56,850 --> 00:07:59,730
Denk aan Zijn wonderen,
die Hij gedaan heeft,

131
00:07:59,730 --> 00:08:05,010
aan Zijn tekenen en de oordelen van
Zijn mond, nakomelingen van Israël,

132
00:08:05,010 --> 00:08:09,390
Zijn dienaar, kinderen van
Jakob, Zijn uitverkorenen.

133
00:08:09,390 --> 00:08:14,490
Hij is de HEERE, onze God, Zijn
oordelen gaan over de hele aarde.

134
00:08:14,490 --> 00:08:19,110
Denk aan Zijn verbond voor eeuwig,
aan de belofte die Hij gedaan heeft,

135
00:08:19,110 --> 00:08:24,450
tot in duizend generaties, aan het verbond
dat Hij met Abraham gesloten heeft,

136
00:08:24,450 --> 00:08:26,670
en Zijn eed aan Izak.

137
00:08:26,670 --> 00:08:30,210
Voor Jakob heeft Hij het
vastgesteld als een verordening,

138
00:08:30,210 --> 00:08:36,930
voor Israël tot een eeuwig verbond, door
te zeggen: Ik zal u het land Kanaän geven,

139
00:08:36,930 --> 00:08:39,690
het gebied dat uw erfelijk bezit is.

140
00:08:39,690 --> 00:08:44,670
Toen u met weinig mensen was, ja, met
weinigen, en vreemdelingen daarin,

141
00:08:44,670 --> 00:08:49,890
en zij van volk naar volk zwierven, en van
het ene koninkrijk naar het andere volk,

142
00:08:49,890 --> 00:08:52,170
liet Hij niemand toe hen te onderdrukken,

143
00:08:52,170 --> 00:08:57,150
ook bestrafte Hij koningen omwille van
hen en zei : Raak Mijn gezalfden niet aan,

144
00:08:57,150 --> 00:08:59,370
doe Mijn profeten geen kwaad.

145
00:08:59,370 --> 00:09:02,970
Trouwens, deze specifieke
psalm herdenkt bij deze

146
00:09:02,970 --> 00:09:06,810
gelegenheid Gods belofte om het
land Kanaän aan de kinderen van

147
00:09:06,810 --> 00:09:08,250
Israël te geven.

148
00:09:08,250 --> 00:09:11,010
Natuurlijk heeft David
pas kort daarvoor het land

149
00:09:11,010 --> 00:09:14,370
Kanaän volledig bevrijd
voor het volk Israël.

150
00:09:14,370 --> 00:09:17,670
In zijn tijd zag men deze
belofte dus als vervuld,

151
00:09:17,670 --> 00:09:20,010
zoals op geen enkel eerder moment.

152
00:09:20,010 --> 00:09:23,970
Hij zingt over die belofte omdat die
natuurlijk werkelijkheid is geworden

153
00:09:23,970 --> 00:09:28,410
door het verdrijven van vooral de
Filistijnen, en van de Jebusieten.

154
00:09:28,410 --> 00:09:33,150
Zeker, zoals op geen enkel eerder
moment in de geschiedenis van Israël,

155
00:09:33,150 --> 00:09:35,790
zag men deze belofte als verwezenlijkt.

156
00:09:35,790 --> 00:09:39,390
Het is ook interessant dat hij
zegt dat zij van land naar land

157
00:09:39,390 --> 00:09:43,590
en van koninkrijk naar koninkrijk
trokken, en dat God ter wille van hen

158
00:09:43,590 --> 00:09:45,990
koningen terechtwees met de woorden:

159
00:09:45,990 --> 00:09:48,570
Doe Mijn profeten geen kwaad.

160
00:09:48,570 --> 00:09:50,490
Raak Mijn gezalfden niet aan.

161
00:09:50,490 --> 00:09:54,450
Dit verwijst ongetwijfeld
naar Abraham, Izak en Jakob,

162
00:09:54,450 --> 00:09:58,110
die rondtrokken in een land dat
niet van hen was, het beloofde land,

163
00:09:58,110 --> 00:10:01,230
maar ook in het Filistijnse gebied, Gerar.

164
00:10:01,230 --> 00:10:06,390
Er was een Filistijnse stad, Gerar,
waar zowel Abraham als Izak verbleven,

165
00:10:06,390 --> 00:10:08,970
en hun vrouwen liepen daar allebei gevaar.

166
00:10:08,970 --> 00:10:12,930
In het geval van Abraham werd zijn
vrouw hem daadwerkelijk afgenomen,

167
00:10:12,930 --> 00:10:15,390
omdat hij zei dat zij zijn zus was.

168
00:10:15,390 --> 00:10:19,350
In het geval van Izak zei ook
hij dat zijn vrouw zijn zus was.

169
00:10:19,350 --> 00:10:23,670
Zij werd hem niet afgenomen, maar dat
had wel kunnen gebeuren als de koning van

170
00:10:23,670 --> 00:10:28,470
Gerar niet had opgemerkt dat Izak
en Rebekka zich anders gedroegen dan

171
00:10:28,470 --> 00:10:30,750
broers en zussen met elkaar omgaan.

172
00:10:30,750 --> 00:10:34,890
Hij zag hen, zoals de King
James het zegt, ‘sporting’.

173
00:10:34,890 --> 00:10:39,390
Dat betekent hier blijkbaar
zoiets als minnekozen of strelen.

174
00:10:39,390 --> 00:10:45,390
Hij besefte dus dat Izak en Rebekka
getrouwd waren en geen broer en zus waren.

175
00:10:45,390 --> 00:10:48,390
Maar waar het om gaat, is dat Abraham,

176
00:10:48,390 --> 00:10:53,370
Izak en Jakob te midden van heidense
koningen woonden en soms aan hun

177
00:10:53,370 --> 00:10:57,330
genade waren overgeleverd,
maar God beschermde hen.

178
00:10:57,330 --> 00:11:02,190
We weten dat, toen Levi en Simeon
de bevolking van Sichem uitroeiden,

179
00:11:02,190 --> 00:11:03,870
de Bijbel zegt:

180
00:11:03,870 --> 00:11:05,670
Daarop braken zij op.

181
00:11:05,670 --> 00:11:08,670
Gods verschrikking lag over
de steden die hen omringden,

182
00:11:08,670 --> 00:11:11,730
zodat zij de zonen van
Jakob niet achtervolgden.

183
00:11:11,730 --> 00:11:14,610
Maar wat deze psalm
zegt, is dat deze mannen,

184
00:11:14,610 --> 00:11:18,690
toen ze gering in aantal
en klein en weerloos waren,

185
00:11:18,690 --> 00:11:21,090
daadwerkelijk door God werden beschermd.

186
00:11:21,090 --> 00:11:24,150
Het is alsof God tegen Abimelech zei:

187
00:11:24,150 --> 00:11:26,310
Doe Abraham geen kwaad.

188
00:11:26,310 --> 00:11:28,590
Doe Mijn gezalfde geen kwaad.

189
00:11:28,590 --> 00:11:31,230
Doe Mijn profeten geen onrecht aan.

190
00:11:31,230 --> 00:11:37,050
God vertelde koning Abimelech in Genesis
hoofdstuk 20 dat Abraham een profeet was

191
00:11:37,050 --> 00:11:39,690
en dat Abimelech hem
goed moest behandelen.

192
00:11:39,690 --> 00:11:42,390
Daar wordt hier dus
waarschijnlijk naar verwezen.

193
00:11:42,390 --> 00:11:44,370
Maar let op de bewoording.

194
00:11:44,370 --> 00:11:49,590
David zegt dat God tegen koningen
zei: ‘Raak Mijn gezalfden niet aan.’

195
00:11:49,590 --> 00:11:54,270
**Redactienoot:** Die woorden staan
aan het slot van het volgende gedeelte;

196
00:11:54,270 --> 00:11:58,410
de voorafgaande oproepen tot lofzang
zijn geen woorden die God tot

197
00:11:58,410 --> 00:12:00,150
die koningen spreekt:

198
00:12:00,150 --> 00:12:06,150
Zing voor Hem, zing psalmen voor Hem,
spreek aandachtig van al Zijn wonderen.

199
00:12:06,150 --> 00:12:09,870
Beroem u in Zijn heilige Naam,
laat het hart van wie de HEERE

200
00:12:09,870 --> 00:12:12,090
zoeken, zich verblijden.

201
00:12:12,090 --> 00:12:16,830
Vraag naar de HEERE en Zijn kracht,
zoek Zijn aangezicht voortdurend.

202
00:12:16,830 --> 00:12:19,830
Denk aan Zijn wonderen,
die Hij gedaan heeft,

203
00:12:19,830 --> 00:12:25,230
aan Zijn tekenen en de oordelen van
Zijn mond, nakomelingen van Israël,

204
00:12:25,230 --> 00:12:29,610
Zijn dienaar, kinderen van
Jakob, Zijn uitverkorenen.

205
00:12:29,610 --> 00:12:35,250
Hij is de HEERE, onze God, Zijn
oordelen gaan over de hele aarde.

206
00:12:35,250 --> 00:12:39,630
Denk aan Zijn verbond voor eeuwig,
aan de belofte die Hij gedaan heeft,

207
00:12:39,630 --> 00:12:44,490
tot in duizend generaties, aan het verbond
dat Hij met Abraham gesloten heeft,

208
00:12:44,490 --> 00:12:46,530
en Zijn eed aan Izak.

209
00:12:46,530 --> 00:12:49,770
Voor Jakob heeft Hij het
vastgesteld als een verordening,

210
00:12:49,770 --> 00:12:56,010
voor Israël tot een eeuwig verbond, door
te zeggen: Ik zal u het land Kanaän geven,

211
00:12:56,010 --> 00:12:58,170
het gebied dat uw erfelijk bezit is.

212
00:12:58,170 --> 00:13:03,390
Toen u met weinig mensen was, ja, met
weinigen, en vreemdelingen daarin,

213
00:13:03,390 --> 00:13:09,030
en zij van volk naar volk zwierven, en van
het ene koninkrijk naar het andere volk,

214
00:13:09,030 --> 00:13:11,430
liet Hij niemand toe hen te onderdrukken,

215
00:13:11,430 --> 00:13:16,950
ook bestrafte Hij koningen omwille van
hen en zei : Raak Mijn gezalfden niet aan,

216
00:13:16,950 --> 00:13:18,810
doe Mijn profeten geen kwaad.

217
00:13:18,810 --> 00:13:22,110
Dit is precies de term die
David had gebruikt toen hij

218
00:13:22,110 --> 00:13:24,210
weigerde Saul neer te slaan.

219
00:13:24,210 --> 00:13:27,930
Hij wist blijkbaar uit de
geschiedenis van Israël dat God andere

220
00:13:27,930 --> 00:13:33,390
koningen had verboden Zijn gezalfden neer
te slaan, te kwellen of kwaad te doen.

221
00:13:33,390 --> 00:13:37,710
Daarmee werden in die dagen
Abraham en Izak en Jakob bedoeld.

222
00:13:37,710 --> 00:13:42,570
Maar omdat Saul Gods gezalfde was,
vatte David dit als een waarschuwing op.

223
00:13:42,570 --> 00:13:46,050
Hij wist immers dat God eerder dit
soort uitspraken tegen vroegere

224
00:13:46,050 --> 00:13:47,550
koningen had gedaan.

225
00:13:47,550 --> 00:13:51,450
Dus hij had er zelf duidelijk
gewetensbezwaren tegen.

226
00:13:51,450 --> 00:13:53,130
Vers 23:

227
00:13:53,130 --> 00:13:58,230
Zing voor de HEERE, heel de aarde,
breng de boodschap van Zijn heil van

228
00:13:58,230 --> 00:13:59,670
dag tot dag.

229
00:13:59,670 --> 00:14:04,890
Vertel onder de heidenvolken Zijn
eer, onder alle volken Zijn wonderen.

230
00:14:04,890 --> 00:14:08,670
Dat is precies de opdracht
die Jezus aan de gemeente gaf:

231
00:14:08,670 --> 00:14:12,510
verkondig het goede nieuws van
het behoud onder de volken.

232
00:14:12,510 --> 00:14:20,070
Want de HEERE is groot en zeer te prijzen,
en Hij is ontzagwekkend boven alle goden.

233
00:14:20,070 --> 00:14:23,190
Want al de goden van
de volken zijn afgoden,

234
00:14:23,190 --> 00:14:26,190
maar de HEERE heeft de hemel gemaakt.

235
00:14:26,190 --> 00:14:29,310
De heidenen aanbidden allemaal
beelden die niets doen,

236
00:14:29,310 --> 00:14:33,810
maar onze God is Degene
Die alles heeft gemaakt.

237
00:14:33,810 --> 00:14:37,350
Majesteit en glorie zijn
voor Zijn aangezicht,

238
00:14:37,350 --> 00:14:40,710
macht en vreugde zijn in Zijn plaats.

239
00:14:40,710 --> 00:14:46,650
Geef de HEERE, geslachten van de
volken, geef de HEERE eer en macht.

240
00:14:46,650 --> 00:14:53,190
Geef de HEERE de eer van Zijn Naam,
breng offers en kom voor Zijn aangezicht.

241
00:14:53,190 --> 00:14:57,630
Buig u neer voor de HEERE
in Zijn heerlijke heiligdom;

242
00:14:57,630 --> 00:15:00,810
beef voor Zijn aangezicht, heel de aarde.

243
00:15:00,810 --> 00:15:04,530
Ja, vast staat de wereld,
zij zal niet wankelen.

244
00:15:04,530 --> 00:15:07,830
Laat de hemel zich verblijden
en de aarde zich verheugen,

245
00:15:07,830 --> 00:15:12,330
laat men onder de heidenvolken
zeggen: De HEERE regeert.

246
00:15:12,330 --> 00:15:15,270
Dat is trouwens het
Evangelie van het Koninkrijk.

247
00:15:15,270 --> 00:15:21,210
We gaan onder de volken en zeggen: ‘Er
is een andere Koning, namelijk Jezus.’

248
00:15:21,210 --> 00:15:24,330
**Redactienoot:** Ter
context volgt het vers

249
00:15:24,330 --> 00:15:29,010
waarin deze verkondiging als beschuldiging
tegen de gelovigen wordt weergegeven:

250
00:15:29,010 --> 00:15:31,350
en Jason heeft hen in huis genomen;

251
00:15:31,350 --> 00:15:35,130
en deze mensen handelen allen
tegen de geboden van de keizer,

252
00:15:35,130 --> 00:15:40,470
want zij zeggen dat er een andere
koning is, namelijk ene Jezus.

253
00:15:40,470 --> 00:15:44,730
Dat is de boodschap van het
Koninkrijk. Jahweh regeert.

254
00:15:44,730 --> 00:15:49,890
Onze God regeert, en Hij heeft Zijn
Messias aangesteld om te regeren.

255
00:15:49,890 --> 00:15:52,950
Dat is de boodschap die
we voor de volken hebben.

256
00:15:52,950 --> 00:15:54,750
Zeg onder de volken:

257
00:15:54,750 --> 00:15:56,610
Jahweh regeert.

258
00:15:56,610 --> 00:15:59,310
Laat de zee bulderen met al wat zij bevat,

259
00:15:59,310 --> 00:16:02,970
laat het veld van vreugde
opspringen met al wat erin is.

260
00:16:02,970 --> 00:16:07,470
Dan zullen de bomen van het woud juichen
voor het aangezicht van de HEERE,

261
00:16:07,470 --> 00:16:10,170
want Hij komt om de aarde te oordelen.

262
00:16:10,170 --> 00:16:15,810
Loof de HEERE, want Hij is goed, want
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

263
00:16:15,810 --> 00:16:21,390
En zeg: Verlos ons, o God van
ons heil, en breng ons bijeen,

264
00:16:21,390 --> 00:16:26,370
en red ons vanuit de heidenvolken,
opdat wij Uw heilige Naam loven

265
00:16:26,370 --> 00:16:28,830
en ons beroemen in Uw lof.

266
00:16:28,830 --> 00:16:34,410
Geloofd zij de HEERE, de God van
Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid!

267
00:16:34,410 --> 00:16:37,170
En heel het volk zei: Amen!

268
00:16:37,170 --> 00:16:39,330
En het prees de HEERE.

269
00:16:39,330 --> 00:16:43,710
De rest van 1 Kronieken 16 gaat erover
hoe ervoor werd gezorgd dat deze

270
00:16:43,710 --> 00:16:45,270
aanbidding werd voortgezet.

271
00:16:45,270 --> 00:16:47,970
In vers 37 staat namelijk:

272
00:16:47,970 --> 00:16:51,690
Zo liet hij daar voor de ark van
het verbond van de HEERE Asaf

273
00:16:51,690 --> 00:16:55,890
en zijn broeders achter om
voortdurend dienst te doen voor de ark

274
00:16:55,890 --> 00:16:59,730
overeenkomstig het voorschrift
voor elke afzonderlijke dag,

275
00:16:59,730 --> 00:17:06,510
en ook Obed-Edom met hun broeders,
achtenzestig man ; met Obed-Edom,

276
00:17:06,510 --> 00:17:10,830
de zoon van Jeduthun, en
Hosa, als poortwachters,

277
00:17:10,830 --> 00:17:12,750
Hij had een grote familie.

278
00:17:12,750 --> 00:17:16,290
Blijkbaar kreeg Obed-Edom nu de
extra verantwoordelijkheid om

279
00:17:16,290 --> 00:17:17,910
poortwachter te zijn.

280
00:17:17,910 --> 00:17:21,570
en de priester Zadok, en
zijn broeders, de priesters,

281
00:17:21,570 --> 00:17:26,430
voor de tabernakel van de HEERE op
de offer hoogte, die in Gibeon is,

282
00:17:26,430 --> 00:17:30,630
om de HEERE voortdurend, in
de morgen en in de avond,

283
00:17:30,630 --> 00:17:33,750
brandoffers te brengen
op het brandofferaltaar;

284
00:17:33,750 --> 00:17:38,130
en dat overeenkomstig alles wat
geschreven staat in de wet van de HEERE,

285
00:17:38,130 --> 00:17:40,530
die Hij Israël geboden had.

286
00:17:40,530 --> 00:17:45,570
Het lijkt erop dat tijdens de regering
van Saul de aanbidding van Jahweh zoals

287
00:17:45,570 --> 00:17:50,550
Mozes die had voorgeschreven, werd
verwaarloosd. Dat is wel duidelijk.

288
00:17:50,550 --> 00:17:54,570
Als de ark in het huis van
Abinadab stond, bij Beth-Semes,

289
00:17:54,570 --> 00:17:56,970
in plaats van in de tabernakel in Nob,

290
00:17:56,970 --> 00:18:00,750
konden ze de Grote Verzoendag
nauwelijks vieren zoals het hoorde.

291
00:18:00,750 --> 00:18:05,490
De Grote Verzoendag vereiste dat de
hogepriester het heilige binnenging en

292
00:18:05,490 --> 00:18:08,610
bloed op het verzoendeksel
van de ark sprenkelde.

293
00:18:08,610 --> 00:18:10,110
Maar die stond daar niet.

294
00:18:10,110 --> 00:18:14,070
Het is duidelijk dat de voorgeschreven
aanbidding die Mozes aan Israël had

295
00:18:14,070 --> 00:18:19,350
gegeven, gedurende de hele regering
van Saul gewoon werd verwaarloosd.

296
00:18:19,350 --> 00:18:22,230
David herstelde echter op
zijn minst een deel ervan

297
00:18:22,230 --> 00:18:23,970
en voegde er zelfs iets aan toe.

298
00:18:23,970 --> 00:18:26,970
Dat zou als oneerbiedig
kunnen worden beschouwd,

299
00:18:26,970 --> 00:18:29,730
iets toevoegen aan de wet van de HEERE.

300
00:18:29,730 --> 00:18:33,750
Maar David wordt zelf in de
Schrift een profeet genoemd.

301
00:18:33,750 --> 00:18:38,550
Daarom kunnen zijn toevoegingen heel
goed door God geïnspireerd zijn geweest.

302
00:18:38,550 --> 00:18:40,170
Er wordt een nieuwe dimensie van

303
00:18:40,170 --> 00:18:43,350
aanbidding toegevoegd
aan wat Mozes had gezegd.

304
00:18:43,350 --> 00:18:46,170
Mozes kunnen we natuurlijk
zien als een type van de wet,

305
00:18:46,170 --> 00:18:48,990
en David als een type van Christus.

306
00:18:48,990 --> 00:18:53,850
Er wordt dus vreugdebetoon en dans
en muziek enzovoort toegevoegd

307
00:18:53,850 --> 00:18:58,290
aan wat daarvoor in wezen alleen
maar een slachthuisgodsdienst was.

308
00:18:58,290 --> 00:19:03,090
Dat zou erop kunnen wijzen, en een type
en een schaduw kunnen zijn van het feit,

309
00:19:03,090 --> 00:19:07,710
dat het nieuwe verbond onder Christus
er daadwerkelijk een van vreugde is

310
00:19:07,710 --> 00:19:09,450
in plaats van strengheid.

311
00:19:09,450 --> 00:19:14,850
Denk eraan hoe Jezus Johannes de
Doper tegenover Zichzelf stelde.

312
00:19:14,850 --> 00:19:19,590
Johannes was het ultieme voorbeeld van
een vrome man uit het Oude Testament.

313
00:19:19,590 --> 00:19:23,850
Jezus was het ultieme voorbeeld
van de geestelijke levenswijze

314
00:19:23,850 --> 00:19:26,550
die onder het nieuwe verbond de norm is.

315
00:19:26,550 --> 00:19:31,830
Hij zei dat jullie, Israël, als kinderen
zijn die op de markt spelen en zeggen:

316
00:19:31,830 --> 00:19:34,590
Zij zijn gelijk aan kinderen
die op de markt zitten,

317
00:19:34,590 --> 00:19:39,030
en elkaar toeroepen en zeggen: Wij
hebben voor jullie op de fluit gespeeld,

318
00:19:39,030 --> 00:19:43,290
maar jullie hebben niet gedanst; wij
hebben klaagliederen voor jullie gezongen,

319
00:19:43,290 --> 00:19:45,210
maar jullie hebben niet gehuild.

320
00:19:45,210 --> 00:19:46,290
Hij zegt:

321
00:19:46,290 --> 00:19:51,630
Want Johannes de Doper is gekomen, hij
at geen brood en hij dronk geen wijn,

322
00:19:51,630 --> 00:19:54,150
en u zegt: Hij heeft een demon.

323
00:19:54,150 --> 00:20:00,270
De Zoon des mensen is gekomen, Die
wel at en dronk, en u zegt: Ziedaar,

324
00:20:00,270 --> 00:20:05,070
een vraatzuchtig mens en drinker, een
vriend van tollenaars en zondaars.

325
00:20:05,070 --> 00:20:08,610
Maar de Wijsheid is gerechtvaardigd
door al Haar kinderen.

326
00:20:08,610 --> 00:20:09,270
zegt Hij.

327
00:20:09,270 --> 00:20:12,030
Wat Hij lijkt te zeggen, is dat Johannes,

328
00:20:12,030 --> 00:20:17,130
de ultieme belichaming van de geestelijke
levenswijze onder het oude verbond,

329
00:20:17,130 --> 00:20:20,250
vastend, rouwend en streng kwam.

330
00:20:20,250 --> 00:20:22,170
Jezus, de belichaming van de

331
00:20:22,170 --> 00:20:26,550
nieuwtestamentische geestelijke
levenswijze, kwam vol vreugde,

332
00:20:26,550 --> 00:20:28,410
feestend en vierend.

333
00:20:28,410 --> 00:20:31,110
Hij zegt dat Israël beiden afwees.

334
00:20:31,110 --> 00:20:33,870
Ze volgden het oude
verbond niet echt goed,

335
00:20:33,870 --> 00:20:36,510
en ze wezen ook het nieuwe verbond af.

336
00:20:36,510 --> 00:20:39,690
Ze wilden niet naar
Johannes of Jezus luisteren.

337
00:20:39,690 --> 00:20:45,090
Maar waar het hier om gaat, is dat de
wet van Mozes een heel strenge wet was.

338
00:20:45,090 --> 00:20:48,810
David voegt elementen van
vreugde en feestelijkheid

339
00:20:48,810 --> 00:20:51,210
enzovoort toe aan de aanbidding.

340
00:20:51,210 --> 00:20:55,590
Die maakten in de dagen van Mozes niet
echt deel uit van de gewone activiteiten

341
00:20:55,590 --> 00:20:58,230
in de tempel of de tabernakel.

342
00:20:58,230 --> 00:21:01,170
En deze vernieuwing was
misschien niet vleselijk.

343
00:21:01,170 --> 00:21:05,250
Dit kan iets zijn geweest
waartoe God David inspireerde,

344
00:21:05,250 --> 00:21:08,730
aangezien we weten dat hij
inderdaad een profeet was.

345
00:21:08,730 --> 00:21:12,690
Maar er staat wel dat ze het
voortdurende brandoffer in de ochtend

346
00:21:12,690 --> 00:21:14,550
en de avond herstelden.

347
00:21:14,550 --> 00:21:18,210
Dat was voorgeschreven
door de wet van Mozes, of,

348
00:21:18,210 --> 00:21:22,470
zoals die hier in vers 40 wordt
genoemd, de wet van de HEERE.

349
00:21:22,470 --> 00:21:24,210
Vers 41:

350
00:21:24,210 --> 00:21:29,070
En met hen waren Heman en Jeduthun,
en de overigen die gekozen waren,

351
00:21:29,070 --> 00:21:33,090
die met name aangewezen
waren om de HEERE te loven;

352
00:21:33,090 --> 00:21:36,330
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

353
00:21:36,330 --> 00:21:40,530
Dit waren misschien de solisten,
de mannen met de beste stemmen.

354
00:21:40,530 --> 00:21:45,810
En bij hen waren Heman en Jeduthun,
met trompetten en cimbalen voor hen

355
00:21:45,810 --> 00:21:50,370
die zich lieten horen, en met
instrumenten voor muziek tot eer van God.

356
00:21:50,370 --> 00:21:54,390
De zonen van Jeduthun
waren echter bij de poort.

357
00:21:54,390 --> 00:21:57,450
Dat is vermoedelijk hun
voornaamste bijdrage.

358
00:21:57,450 --> 00:22:00,870
Toen ging al het volk
weg, ieder naar zijn huis;

359
00:22:00,870 --> 00:22:04,350
en David keerde terug om
zijn huis te gaan zegenen.

360
00:22:04,350 --> 00:22:09,270
Toen kwam hij Michal tegen, toen hij
terugkeerde om zijn huis te zegenen.

361
00:22:09,270 --> 00:22:11,850
Al deze informatie past daarin.

362
00:22:11,850 --> 00:22:16,530
In 2 Samuel 6, vers 16 tot en met 19,

363
00:22:16,530 --> 00:22:21,150
zagen we hoe de ark werd geplaatst in
de tent die David ervoor had gebouwd.

364
00:22:21,150 --> 00:22:25,530
Vervolgens zien we in vers
20 van hoofdstuk 6 dat David

365
00:22:25,530 --> 00:22:29,310
naar zijn huis terugkeert om
zijn huisgezin te zegenen.

366
00:22:29,310 --> 00:22:33,270
Alles wat we zojuist in 1
Kronieken 16 hebben gelezen,

367
00:22:33,270 --> 00:22:39,330
past daar blijkbaar tussen, tussen
vers 19 en 20 van 2 Samuel 6.

368
00:22:39,330 --> 00:22:41,910
Nu staat de ark in Jeruzalem.

369
00:22:41,910 --> 00:22:44,850
Davids paleis staat in Jeruzalem.

370
00:22:44,850 --> 00:22:49,710
David begint zich daar ongemakkelijk bij
te voelen, omdat hij in een paleis woont,

371
00:22:49,710 --> 00:22:53,430
maar de ark die de tegenwoordigheid
van God vertegenwoordigt,

372
00:22:53,430 --> 00:22:57,210
niet zo luisterrijk is
ondergebracht als de koning zelf.

373
00:22:57,210 --> 00:23:02,850
Hij begint het gevoel te krijgen dat hij
misschien zichzelf meer eer geeft dan God.

374
00:23:02,850 --> 00:23:04,290
Hoofdstuk 7:

375
00:23:04,290 --> 00:23:07,410
En het gebeurde, toen de
koning in zijn huis zat,

376
00:23:07,410 --> 00:23:11,850
en de HEERE hem rust gegeven had
van al zijn vijanden van rondom,

377
00:23:11,850 --> 00:23:15,930
dat de koning tegen de
profeet Nathan zei: Zie toch,

378
00:23:15,930 --> 00:23:18,750
ik verblijf in een huis van ceder hout ,

379
00:23:18,750 --> 00:23:22,650
terwijl de ark van God te
midden van tentdoek verblijft.

380
00:23:22,650 --> 00:23:27,570
Nathan zei tegen de koning: Ga uw
gang , doe al wat in uw hart is,

381
00:23:27,570 --> 00:23:29,190
want de HEERE is met u.

382
00:23:29,190 --> 00:23:34,890
Maar in die nacht gebeurde het dat het
woord van de HEERE tot Nathan kwam:

383
00:23:34,890 --> 00:23:40,230
Ga en zeg tegen Mijn dienaar,
tegen David: Zo zegt de HEERE:

384
00:23:40,230 --> 00:23:44,430
Zou ú voor Mij een huis bouwen,
voor Mij om in te wonen?

385
00:23:44,430 --> 00:23:48,990
Ik heb immers niet in een huis gewoond,
van de dag af dat Ik de Israëlieten uit

386
00:23:48,990 --> 00:23:53,130
Egypte deed optrekken tot deze
dag toe, maar Ik ben in een tent,

387
00:23:53,130 --> 00:23:55,410
in een tabernakel rondgetrokken.

388
00:23:55,410 --> 00:23:59,610
Daarmee geeft Hij aan: Ik heb
daar geen belang aan gehecht.

389
00:23:59,610 --> 00:24:02,250
Waarom denk je dat Ik daar
nu wel belang aan hecht?

390
00:24:02,250 --> 00:24:06,930
Ik heb immers niet in een huis gewoond,
van de dag af dat Ik de Israëlieten uit

391
00:24:06,930 --> 00:24:10,890
Egypte deed optrekken tot deze
dag toe, maar Ik ben in een tent,

392
00:24:10,890 --> 00:24:12,750
in een tabernakel rondgetrokken.

393
00:24:12,750 --> 00:24:17,370
Heb Ik ooit , overal waar Ik
met al de Israëlieten rondtrok,

394
00:24:17,370 --> 00:24:20,670
een woord gesproken tot een
van de stammen van Israël,

395
00:24:20,670 --> 00:24:24,750
die Ik bevolen had Mijn
volk Israël te weiden:

396
00:24:24,750 --> 00:24:28,170
Waarom bouwt u voor Mij
geen huis van ceder hout ?

397
00:24:28,170 --> 00:24:32,490
Nu dan, dit moet u tegen Mijn
dienaar zeggen, tegen David:

398
00:24:32,490 --> 00:24:37,890
Zo zegt de HEERE van de legermachten: Ik
heb u van de schaapskooi vandaan gehaald,

399
00:24:37,890 --> 00:24:43,290
van achter het kleinvee, om een leider
over Mijn volk te zijn, over Israël.

400
00:24:43,290 --> 00:24:45,930
Ik was met u overal waar u heen ging,

401
00:24:45,930 --> 00:24:49,290
en heb al uw vijanden
voor uw ogen uitgeroeid.

402
00:24:49,290 --> 00:24:53,130
Ik heb een grote naam voor u gemaakt,
zoals de naam van de groten die

403
00:24:53,130 --> 00:24:54,450
op aarde zijn.

404
00:24:54,450 --> 00:25:00,210
Ik heb aan Mijn volk, aan Israël, een
plaats toegewezen en het daar geplant,

405
00:25:00,210 --> 00:25:04,530
zodat het in zijn eigen gebied woont en
niet meer heen en weer gedreven wordt.

406
00:25:04,530 --> 00:25:08,730
En onrechtvaardige mensen zullen het
niet meer verdrukken zoals vroeger,

407
00:25:08,730 --> 00:25:13,230
en sinds de dag waarop Ik richters
aangesteld heb over Mijn volk Israël.

408
00:25:13,230 --> 00:25:17,430
Maar Ik heb u rust gegeven
van al uw vijanden.

409
00:25:17,430 --> 00:25:22,710
Ook maakt de HEERE u bekend dat de
HEERE voor ú een huis zal maken.

410
00:25:22,710 --> 00:25:24,090
Niet andersom.

411
00:25:24,090 --> 00:25:29,550
Vervolgens legt Hij dat uit in vers 12
en verder, waar we zo op zullen ingaan.

412
00:25:29,550 --> 00:25:34,770
Dit gesprek tussen David en Nathan
kan een formeel gesprek zijn geweest.

413
00:25:34,770 --> 00:25:38,490
David had blijkbaar uit de ramen
van zijn huis gekeken en de

414
00:25:38,490 --> 00:25:40,830
tent gezien waarin de ark stond.

415
00:25:40,830 --> 00:25:46,230
Daarbij had hij gedacht: ‘Ik heb meer
gedaan om mezelf luisterrijk te huisvesten

416
00:25:46,230 --> 00:25:49,770
dan om de ark van God
luisterrijk te huisvesten.’

417
00:25:49,770 --> 00:25:53,430
Hoewel hij het niet uitspreekt,
ligt het erin besloten:

418
00:25:53,430 --> 00:25:57,150
‘Ik denk dat ik ook de moeite zou
moeten nemen om een mooi huis voor de

419
00:25:57,150 --> 00:25:58,350
ark te bouwen.’

420
00:25:58,350 --> 00:26:02,130
Met andere woorden, een
tempel voor de Heere bouwen.

421
00:26:02,130 --> 00:26:06,150
Hij zegt dit gewoon. Hij zegt
niet eens wat hij van plan is.

422
00:26:06,150 --> 00:26:07,830
Het ligt erin besloten.

423
00:26:07,830 --> 00:26:09,750
Hij spreekt met Nathan.

424
00:26:09,750 --> 00:26:13,470
Misschien had hij Nathan bij zich
geroepen om hem te raadplegen

425
00:26:13,470 --> 00:26:16,290
en te zien of God
hierachter stond of niet.

426
00:26:16,290 --> 00:26:20,490
Of misschien zitten ze op een dag
gewoon als vrienden met elkaar te praten

427
00:26:20,490 --> 00:26:23,010
en brengt David dit ter sprake.

428
00:26:23,010 --> 00:26:25,710
Nathans eerste antwoord is verkeerd.

429
00:26:25,710 --> 00:26:28,410
Hij gaf het antwoord
blijkbaar voor de vuist weg.

430
00:26:28,410 --> 00:26:32,070
Dat laat zien dat een profeet
van God het mis kan hebben.

431
00:26:32,070 --> 00:26:36,390
Maar Nathan sprak niet in de
Naam van de Heere. Hij zei wel:

432
00:26:36,390 --> 00:26:40,110
‘De Heere is bij je’, maar dat is
iets algemeens wat veel mensen tegen

433
00:26:40,110 --> 00:26:41,190
elkaar zouden zeggen.

434
00:26:41,190 --> 00:26:44,250
Hij zegt niet: ‘Zo zegt de HEERE.’

435
00:26:44,250 --> 00:26:49,770
**Redactienoot:** Ter vergelijking volgt
hier de latere Godsspraak aan Nathan:

436
00:26:49,770 --> 00:26:55,110
Maar in die nacht gebeurde het dat het
woord van de HEERE tot Nathan kwam:

437
00:26:55,110 --> 00:27:00,210
Ga en zeg tegen Mijn dienaar,
tegen David: Zo zegt de HEERE:

438
00:27:00,210 --> 00:27:04,590
Zou ú voor Mij een huis bouwen,
voor Mij om in te wonen?

439
00:27:04,590 --> 00:27:07,770
Ik heb immers niet in een
huis gewoond, van de dag af

440
00:27:07,770 --> 00:27:11,850
dat Ik de Israëlieten uit Egypte
deed optrekken tot deze dag toe,

441
00:27:11,850 --> 00:27:15,570
maar Ik ben in een tent, in
een tabernakel rondgetrokken.

442
00:27:15,570 --> 00:27:17,850
Wanneer Nathan spreekt en zegt:

443
00:27:17,850 --> 00:27:22,290
Ga je gang, doe alles wat je in je
hart hebt, want de Heer is bij je,

444
00:27:22,290 --> 00:27:26,850
dan zegt Nathan dit blijkbaar gewoon
zonder er verder over na te denken.

445
00:27:26,850 --> 00:27:30,330
Hij denkt: ‘Ik vind het een
goed idee wat je voorstelt.

446
00:27:30,330 --> 00:27:34,590
Je stelt voor dat de ark een huis
moet krijgen dat even luisterrijk en

447
00:27:34,590 --> 00:27:37,290
fraai uitgevoerd is als jouw eigen huis.

448
00:27:37,290 --> 00:27:39,210
Dat klinkt mij ook goed in de oren.

449
00:27:39,210 --> 00:27:42,810
Ik denk dat de Heere dat
zal zegenen. Ga het doen.’

450
00:27:42,810 --> 00:27:47,130
Als David Nathan nu werkelijk had
laten komen om hem te raadplegen en

451
00:27:47,130 --> 00:27:49,590
Nathan dit verkeerde antwoord had gegeven,

452
00:27:49,590 --> 00:27:52,770
dan zou Nathan hier echt
tekortgeschoten zijn.

453
00:27:52,770 --> 00:27:56,850
Want een profeet van God hoort niet
zomaar voor de vuist weg te spreken

454
00:27:56,850 --> 00:27:59,670
als hem om het woord van
de HEERE wordt gevraagd.

455
00:27:59,670 --> 00:28:03,630
Daarom denk ik dat David en Nathan
misschien gewoon vrienden waren,

456
00:28:03,630 --> 00:28:08,010
en dat David op een bepaald moment in een
vriendschappelijk gesprek gewoon vertelde

457
00:28:08,010 --> 00:28:09,990
waar hij over nadacht.

458
00:28:09,990 --> 00:28:13,530
Nathan gaf aanvankelijk alleen
maar een onofficieel antwoord,

459
00:28:13,530 --> 00:28:17,850
een antwoord dat er eigenlijk op
neerkwam dat het hem een goed idee leek.

460
00:28:17,850 --> 00:28:20,370
Hij dacht dat de HEERE dat zou zegenen.

461
00:28:20,370 --> 00:28:23,850
Maar toen het woord van de HEERE
daadwerkelijk tot Nathan kwam,

462
00:28:23,850 --> 00:28:26,130
luidde het antwoord natuurlijk anders.

463
00:28:26,130 --> 00:28:29,670
Het antwoord van de HEERE
kwam eigenlijk hierop neer:

464
00:28:29,670 --> 00:28:32,610
Nee, jij bouwt geen huis voor Mij.

465
00:28:32,610 --> 00:28:34,830
Ik zal een huis voor jou bouwen.

466
00:28:34,830 --> 00:28:36,450
Dat is het in het kort.

467
00:28:36,450 --> 00:28:41,310
En vervolgens gaat Hij in vers 12 en de
verzen daarna vertellen wat Hij bedoelt

468
00:28:41,310 --> 00:28:43,710
met het bouwen van een huis voor hem.

469
00:28:43,710 --> 00:28:48,270
In deze godsspraak heeft het woord
‘huis’ een dubbele betekenis.

470
00:28:48,270 --> 00:28:52,590
Want David overwoog een werkelijk
bouwwerk te bouwen, een gebouw,

471
00:28:52,590 --> 00:28:55,170
een huis om de ark in onder te brengen.

472
00:28:55,170 --> 00:28:58,890
Maar wanneer God zegt dat Hij
voor David een huis gaat bouwen,

473
00:28:58,890 --> 00:29:01,530
dan had David natuurlijk geen huis nodig.

474
00:29:01,530 --> 00:29:03,990
Hij woonde al in een mooi huis.

475
00:29:03,990 --> 00:29:06,330
Dat was nu juist wat hij opmerkte.

476
00:29:06,330 --> 00:29:09,930
Hij woont al in een mooier
huis dan de ark van God.

477
00:29:09,930 --> 00:29:14,250
Maar het woord ‘huis’, zoals
God het in vers 11 gebruikt,

478
00:29:14,250 --> 00:29:17,310
betekent een huisgezin of een familie.

479
00:29:17,310 --> 00:29:21,210
Of, als het om het huis van
een koning gaat, een dynastie,

480
00:29:21,210 --> 00:29:24,030
een voortgaande dynastie
van zijn nakomelingen,

481
00:29:24,030 --> 00:29:26,490
die het huis van David zou gaan heten.

482
00:29:26,490 --> 00:29:31,410
Alle koningen van Juda werden vanaf dit
moment aangeduid als het huis van David,

483
00:29:31,410 --> 00:29:34,590
de dynastie, het nageslacht van David.

484
00:29:34,590 --> 00:29:39,270
En dus gaat God zeggen: ‘Ik ga voor
jou bouwen wat het huis van David

485
00:29:39,270 --> 00:29:40,290
genoemd zal worden.

486
00:29:40,290 --> 00:29:44,790
En dat zal meer met Mijn wensen
overeenkomen dan dat jij voor Mij een huis

487
00:29:44,790 --> 00:29:49,290
van cederhout bouwt, of een
huis, een tastbaar bouwwerk.’

488
00:29:49,290 --> 00:29:53,130
Het is nu interessant dat het
woord van God tot Nathan luidde:

489
00:29:53,130 --> 00:29:55,590
‘Dit idee komt niet van Mij.’

490
00:29:55,590 --> 00:30:00,330
God lijkt te zeggen: ‘Het is nooit bij
Mij opgekomen dat Ik een huis zou willen.

491
00:30:00,330 --> 00:30:02,010
Heb Ik er ooit om gevraagd?

492
00:30:02,010 --> 00:30:06,210
Ik heb Mozes opgedragen een tent te
bouwen, zodat Ik kon rondtrekken,

493
00:30:06,210 --> 00:30:09,270
zodat Ik niet op één plek
aan de grond vast zou zitten,

494
00:30:09,270 --> 00:30:13,590
maar kon rondtrekken om daar te zijn
waar Ik het volk van God wil hebben.

495
00:30:13,590 --> 00:30:15,870
Ik wilde zijn waar het volk is.

496
00:30:15,870 --> 00:30:18,210
Ik wilde gaan waar het volk gaat.

497
00:30:18,210 --> 00:30:20,850
Ik wilde te midden van Mijn volk wonen.

498
00:30:20,850 --> 00:30:25,590
Ik heb eigenlijk nooit één plek willen
vastleggen en zeggen: “Hier blijf Ik.”’

499
00:30:25,590 --> 00:30:27,810
En God zegt het niet met zoveel woorden,

500
00:30:27,810 --> 00:30:29,910
maar het klinkt alsof
Hij ook op dit moment

501
00:30:29,910 --> 00:30:32,790
Zijn gedachten daarover
beslist niet heeft veranderd,

502
00:30:32,790 --> 00:30:36,150
alsof Hij niet per se
belangstelling heeft voor een huis.

503
00:30:36,150 --> 00:30:38,730
Nu doet Hij wel een concessie aan David,

504
00:30:38,730 --> 00:30:44,130
en dat zullen we in de volgende verzen
zien: Davids zoon zal een huis bouwen.

505
00:30:44,130 --> 00:30:46,770
En zelfs dat heeft een dubbele betekenis.

506
00:30:46,770 --> 00:30:50,430
Maar toen Stefanus in
Handelingen hoofdstuk 7 predikte,

507
00:30:50,430 --> 00:30:52,350
wees hij het Sanhedrin eigenlijk terecht

508
00:30:52,350 --> 00:30:56,430
vanwege hun overdreven eerbied
voor de tempel als heilig gebouw.

509
00:30:56,430 --> 00:31:01,110
De kern van de prediking van
Stefanus staat in vers 48:

510
00:31:01,110 --> 00:31:05,190
De Allerhoogste woont echter niet in
tempels die met handen gemaakt zijn,

511
00:31:05,190 --> 00:31:06,870
zoals de profeet zegt:

512
00:31:06,870 --> 00:31:10,950
Maar wat Stefanus in zijn hele
toespraak in Handelingen hoofdstuk 7

513
00:31:10,950 --> 00:31:15,990
telkens weer duidelijk maakt, is
dat God niet aan één plek vastzit.

514
00:31:15,990 --> 00:31:21,690
Aan het begin van de toespraak, in vers 2
van Handelingen 7, zegt hij bijvoorbeeld:

515
00:31:21,690 --> 00:31:25,710
En hij zei: Mannenbroeders
en vaders, luister!

516
00:31:25,710 --> 00:31:29,370
De God der heerlijkheid
verscheen aan onze vader Abraham,

517
00:31:29,370 --> 00:31:33,450
toen hij nog in Mesopotamië was,
voordat hij in Haran woonde,

518
00:31:33,450 --> 00:31:37,290
Dat ligt behoorlijk ver
van Jeruzalem, Mesopotamië.

519
00:31:37,290 --> 00:31:41,190
En toch was God daar, omdat
de man van God daar was.

520
00:31:41,190 --> 00:31:44,610
Waar de man van God is, daar is God.

521
00:31:44,610 --> 00:31:47,910
Hij woont niet in een huis
dat met handen is gemaakt.

522
00:31:47,910 --> 00:31:52,710
God is overal, en Hij openbaart Zich in
het bijzonder waar een man van geloof

523
00:31:52,710 --> 00:31:54,030
te vinden is.

524
00:31:54,030 --> 00:31:57,930
En dus verscheen Hij aan
Abram in Mesopotamië.

525
00:31:57,930 --> 00:32:00,390
En vervolgens staat er in vers 9:

526
00:32:00,390 --> 00:32:03,330
En de aartsvaders, die jaloers waren,

527
00:32:03,330 --> 00:32:08,130
verkochten Jozef zodat hij naar Egypte
gebracht werd . Maar God was met hem

528
00:32:08,130 --> 00:32:12,150
Waar? In Egypte. Niet in Jeruzalem.

529
00:32:12,150 --> 00:32:15,210
God was bij Abram in Mesopotamië.

530
00:32:15,210 --> 00:32:17,850
Hij was bij Jozef in Egypte.

531
00:32:17,850 --> 00:32:22,650
En dan lezen we natuurlijk verderop
in de toespraak, in vers 29:

532
00:32:22,650 --> 00:32:28,050
En Mozes vluchtte op dat woord en werd
een vreemdeling in het land Midian,

533
00:32:28,050 --> 00:32:30,390
waar hij twee zonen verwekte.

534
00:32:30,390 --> 00:32:32,130
En vers 30 zegt:

535
00:32:32,130 --> 00:32:36,690
En toen er veertig jaar verstreken was,
verscheen de Engel van de Heere aan hem in

536
00:32:36,690 --> 00:32:41,550
de woestijn van de berg Sinaï, in de
vlam van een brandende doornstruik.

537
00:32:41,550 --> 00:32:45,870
Dus in Midian verscheen
de HEERE aan Mozes.

538
00:32:45,870 --> 00:32:50,670
En het is opmerkelijk dat Stefanus
er in vers 33 op wijst dat God

539
00:32:50,670 --> 00:32:52,410
daar in Midian zei:

540
00:32:52,410 --> 00:32:57,270
En de Heere zei tegen hem: Maak
de sandalen aan uw voeten los,

541
00:32:57,270 --> 00:33:01,290
want de plaats waarop u
staat, is heilige grond.

542
00:33:01,290 --> 00:33:04,110
Midian? Heilige grond?

543
00:33:04,110 --> 00:33:07,890
Ik dacht dat Jeruzalem
de heilige plaats was.

544
00:33:07,890 --> 00:33:13,890
Nee, Midian was heilig toen God
daar was en Zijn man ontmoette.

545
00:33:13,890 --> 00:33:17,850
Overal waar God de mens
ontmoet, is het heilige grond.

546
00:33:17,850 --> 00:33:22,710
Het is niet de plek waar een gebouw staat
dat een heilig gebouw wordt genoemd.

547
00:33:22,710 --> 00:33:25,110
In vers 36 staat:

548
00:33:25,110 --> 00:33:30,510
Deze heeft hen uitgeleid, terwijl hij
wonderen en tekenen deed in het land

549
00:33:30,510 --> 00:33:35,070
Egypte, in de Rode Zee en in
de woestijn, veertig jaar.

550
00:33:35,070 --> 00:33:39,630
God was bij hen in Egypte, in
de Rode Zee en in de woestijn.

551
00:33:39,630 --> 00:33:42,210
De geografische plaats doet er niet toe.

552
00:33:42,210 --> 00:33:44,970
Het doet er niet toe waar de mensen zijn.

553
00:33:44,970 --> 00:33:47,670
Waar de mensen zijn, daar is God.

554
00:33:47,670 --> 00:33:50,250
En dan zegt hij in vers 44:

555
00:33:50,250 --> 00:33:54,090
Bij onze vaderen in de woestijn
was de tent van de getuigenis,

556
00:33:54,090 --> 00:33:59,430
zoals Hij Die tot Mozes sprak, hem had
opgedragen deze te maken overeenkomstig de

557
00:33:59,430 --> 00:34:01,650
afbeelding die hij gezien had.

558
00:34:01,650 --> 00:34:05,490
God woonde dus bij hen, waar ze
zich ook in de woestijn bevonden,

559
00:34:05,490 --> 00:34:06,990
niet in Jeruzalem.

560
00:34:06,990 --> 00:34:10,050
De woestijn ligt ver van Jeruzalem.

561
00:34:10,050 --> 00:34:13,950
Stefanus verwijt deze mensen dat ze
dachten dat de tempel in Jeruzalem een

562
00:34:13,950 --> 00:34:15,450
heilige plek was.

563
00:34:15,450 --> 00:34:21,030
Hij zegt: nee, de enige heilige
plek is waar God Zijn volk ontmoet.

564
00:34:21,030 --> 00:34:22,410
Zoals Jezus het zei:

565
00:34:22,410 --> 00:34:25,890
Want waar twee of drie in
Mijn Naam bijeengekomen zijn,

566
00:34:25,890 --> 00:34:27,690
daar ben Ik in hun midden.

567
00:34:27,690 --> 00:34:29,610
Het gaat niet om een locatie.

568
00:34:29,610 --> 00:34:33,150
In de verzen 44 tot en met 48 staat:

569
00:34:33,150 --> 00:34:36,810
Bij onze vaderen in de woestijn
was de tent van de getuigenis,

570
00:34:36,810 --> 00:34:42,030
zoals Hij Die tot Mozes sprak, hem had
opgedragen deze te maken overeenkomstig de

571
00:34:42,030 --> 00:34:44,070
afbeelding die hij gezien had.

572
00:34:44,070 --> 00:34:47,790
Ook brachten onze vaderen die,
nadat zij hem ontvangen hadden,

573
00:34:47,790 --> 00:34:51,930
met Jozua in het land dat de heidenen
bezaten die God voor onze vaderen

574
00:34:51,930 --> 00:34:53,610
uit verdreven heeft.

575
00:34:53,610 --> 00:34:55,950
Zo bleef het tot de dagen van David toe,

576
00:34:55,950 --> 00:34:58,290
die genade vond in de ogen van God

577
00:34:58,290 --> 00:35:02,070
en verlangde een woonplaats te
vinden voor de God van Jakob.

578
00:35:02,070 --> 00:35:07,290
Dat wil zeggen: dit is waarover
we lezen in 2 Samuel 7.

579
00:35:07,290 --> 00:35:10,290
Maar Salomo bouwde voor Hem een huis.

580
00:35:10,290 --> 00:35:14,130
De Allerhoogste woont echter niet in
tempels die met handen gemaakt zijn,

581
00:35:14,130 --> 00:35:18,510
zoals de profeet zegt: De hemel
is voor Mij een troon en de

582
00:35:18,510 --> 00:35:20,910
aarde een voetbank voor Mijn voeten.

583
00:35:20,910 --> 00:35:24,690
Wat voor huis zult u dan voor
Mij bouwen, zegt de Heere,

584
00:35:24,690 --> 00:35:27,030
of wat is de plaats van Mijn rust?

585
00:35:27,030 --> 00:35:31,350
Het punt hier is dat God de tempel
weliswaar in Jeruzalem liet bouwen,

586
00:35:31,350 --> 00:35:32,790
maar toch zegt:

587
00:35:32,790 --> 00:35:39,630
Zo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon
en de aarde de voetbank van Mijn voeten.

588
00:35:39,630 --> 00:35:44,070
Waar zou dan het huis zijn dat u voor
Mij zou willen bouwen en waar de plaats

589
00:35:44,070 --> 00:35:45,630
van Mijn rust?

590
00:35:45,630 --> 00:35:48,450
In die Schrifttekst zegt Hij vervolgens:

591
00:35:48,450 --> 00:35:55,110
Zo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon
en de aarde de voetbank van Mijn voeten.

592
00:35:55,110 --> 00:35:59,490
Waar zou dan het huis zijn dat u voor
Mij zou willen bouwen en waar de plaats

593
00:35:59,490 --> 00:36:01,050
van Mijn rust?

594
00:36:01,050 --> 00:36:03,810
Want Mijn hand heeft
al die dingen gemaakt,

595
00:36:03,810 --> 00:36:07,650
en daardoor bestaan al die
dingen, spreekt de HEERE.

596
00:36:07,650 --> 00:36:12,630
Maar Ik zal zien op deze, op de
ellendige en verslagene van geest,

597
00:36:12,630 --> 00:36:14,790
en wie voor Mijn woord beeft.

598
00:36:14,790 --> 00:36:19,950
Dat is natuurlijk Jesaja
hoofdstuk 66, de verzen 1 en 2.

599
00:36:19,950 --> 00:36:24,810
God wijst hen dus terecht omdat ze
denken dat er op aarde een huis is dat

600
00:36:24,810 --> 00:36:26,250
Zijn thuis is.

601
00:36:26,250 --> 00:36:28,350
Let op wat Stefanus zegt.

602
00:36:28,350 --> 00:36:30,570
In vers 44 staat:

603
00:36:30,570 --> 00:36:35,490
God gaf opdracht om een tabernakel te
bouwen en gaf daar instructies voor.

604
00:36:35,490 --> 00:36:39,390
Maar er staat dat David vroeg
om een huis voor Hem te bouwen,

605
00:36:39,390 --> 00:36:41,490
en dat Salomo het bouwde.

606
00:36:41,490 --> 00:36:46,170
In wezen wordt hier gezegd dat het
enige bouwwerk waar God ooit om vroeg,

607
00:36:46,170 --> 00:36:49,410
een tabernakel was in de dagen van Mozes.

608
00:36:49,410 --> 00:36:53,730
Het was Davids idee, niet dat
van God, om een huis te bouwen.

609
00:36:53,730 --> 00:36:56,910
God liet het echter wel gebeuren,
maar verklaarde dat Hij daar

610
00:36:56,910 --> 00:36:58,470
niet werkelijk woont.

611
00:36:58,470 --> 00:37:02,370
Hij woont in de hemel en op aarde, overal.

612
00:37:02,370 --> 00:37:05,550
Het huis kon een symbool
van Zijn aanwezigheid zijn,

613
00:37:05,550 --> 00:37:10,770
maar God wilde niet dat mensen dat gingen
beschouwen als de plek waar God woont.

614
00:37:10,770 --> 00:37:15,810
David voelde blijkbaar niet helemaal
aan wat er hierover in Gods hart leefde.

615
00:37:15,810 --> 00:37:19,350
David dacht dat hij God met
architectuur moest eren.

616
00:37:19,350 --> 00:37:21,990
Er zijn betere manieren om God te eren.

617
00:37:21,990 --> 00:37:25,530
Men zegt dat in de middeleeuwen de
strategie van de kerk bestond uit

618
00:37:25,530 --> 00:37:31,950
evangelisatie door architectuur: grote
kathedralen bouwen, grote gebouwen bouwen,

619
00:37:31,950 --> 00:37:37,110
het christendom een waardig en respectabel
aanzien geven door de grootste,

620
00:37:37,110 --> 00:37:41,670
meest uitbundig versierde gebouwen
te hebben, de chicste kathedralen,

621
00:37:41,670 --> 00:37:43,290
om het zo maar te zeggen.

622
00:37:43,290 --> 00:37:47,730
Al dat geld werd uitgegeven aan
die vergulde bouwwerken enzovoort,

623
00:37:47,730 --> 00:37:51,210
prachtige bouwwerken, maar
het was verkeerd gedacht.

624
00:37:51,210 --> 00:37:54,330
God woont niet in tempels
die met handen gemaakt zijn.

625
00:37:54,330 --> 00:37:59,370
De mensen in wie Hij woont, zijn de
armen en de nederigen en degenen die

626
00:37:59,370 --> 00:38:01,110
beven voor Zijn Woord.

627
00:38:01,110 --> 00:38:04,590
**Vertalersnoot:** De gedachte
dat God in mensen woont,

628
00:38:04,590 --> 00:38:07,170
is hier de uitleg van de spreker.

629
00:38:07,170 --> 00:38:12,510
Jesaja 66:2 spreekt over
degene op wie God zal zien.

630
00:38:12,510 --> 00:38:15,210
Misschien had het geld aan
hen gegeven moeten worden

631
00:38:15,210 --> 00:38:17,250
in plaats van aan de gebouwen.

632
00:38:17,250 --> 00:38:21,750
Zelfs vandaag de dag bouwen we weliswaar
geen grote kathedralen met goud

633
00:38:21,750 --> 00:38:24,750
en al dat soort dingen,
maar we hebben nog altijd

634
00:38:24,750 --> 00:38:29,250
behoorlijk grote kerkgebouwen die
heel uitbundig zijn uitgevoerd.

635
00:38:29,250 --> 00:38:31,170
Kerkgebouwen kosten veel geld.

636
00:38:31,170 --> 00:38:33,090
Onroerend goed is duur.

637
00:38:33,090 --> 00:38:36,090
De kerk heeft deze les
nog steeds niet geleerd:

638
00:38:36,090 --> 00:38:40,230
God woont niet werkelijk in tempels
die met handen gemaakt zijn,

639
00:38:40,230 --> 00:38:42,810
in gebouwen die met handen gemaakt zijn.

640
00:38:42,810 --> 00:38:44,670
Hij woont in mensen.

641
00:38:44,670 --> 00:38:47,730
Daarom kunnen Gods middelen
ongetwijfeld het beste worden

642
00:38:47,730 --> 00:38:50,610
gebruikt om mensen te
helpen, in plaats van om

643
00:38:50,610 --> 00:38:55,110
indrukwekkende gebouwen neer te zetten
die respect afdwingen bij mensen die

644
00:38:55,110 --> 00:38:59,430
vleselijk genoeg zijn om te denken
dat een gebouw een heilige plaats is.

645
00:38:59,430 --> 00:39:02,490
Er is geen gebouw dat
een heilige plaats is.

646
00:39:02,490 --> 00:39:07,110
Vroeger was er de tabernakel, maar dat
was de enige heilige plaats die God

647
00:39:07,110 --> 00:39:11,010
ooit had ingesteld, en
die trok met het volk mee.

648
00:39:11,010 --> 00:39:14,790
Het was een symbool van de
aanwezigheid van God in Christus,

649
00:39:14,790 --> 00:39:17,670
Die bij ons Zijn tent heeft opgeslagen.

650
00:39:17,670 --> 00:39:20,190
Maar de tempel was een menselijk idee.

651
00:39:20,190 --> 00:39:23,070
Het is net als toen ze
om een koning vroegen.

652
00:39:23,070 --> 00:39:27,030
Dat was niet Gods idee,
maar Hij kwam hun tegemoet.

653
00:39:27,030 --> 00:39:29,970
David vroeg om een tempel te mogen bouwen.

654
00:39:29,970 --> 00:39:33,810
Dat was niet Gods idee,
maar Hij kwam hem tegemoet.

655
00:39:33,810 --> 00:39:35,970
Toch liet Hij David het niet doen.

656
00:39:35,970 --> 00:39:38,310
Hij zei dat zijn zoon het zou doen.

657
00:39:38,310 --> 00:39:42,330
Het antwoord dat God aan Nathan
gaf om aan David over te brengen,

658
00:39:42,330 --> 00:39:46,530
ging eigenlijk in tegen Nathans
eerste reactie en zelfs tegen

659
00:39:46,530 --> 00:39:48,750
Davids eigen gevoelens.

660
00:39:48,750 --> 00:39:51,150
David was dus een man naar Gods hart.

661
00:39:51,150 --> 00:39:54,330
Hij wist niet altijd wat
er in Gods hart leefde.

662
00:39:54,330 --> 00:39:59,070
David wilde iets waar God niet eens
belangstelling voor had. God zei:

663
00:39:59,070 --> 00:40:03,690
en sinds de dag waarop Ik richters
aangesteld heb over Mijn volk Israël.

664
00:40:03,690 --> 00:40:06,630
Maar Ik heb u rust gegeven
van al uw vijanden.

665
00:40:06,630 --> 00:40:11,250
Ook maakt de HEERE u bekend dat de
HEERE voor ú een huis zal maken.

666
00:40:11,250 --> 00:40:17,550
Waarom? Omdat het huis van David de
dynastie is waarin Jezus regeert.

667
00:40:17,550 --> 00:40:20,310
Jezus stamde af van David.

668
00:40:20,310 --> 00:40:24,690
De Davidische dynastie blijft
tot in eeuwigheid bestaan

669
00:40:24,690 --> 00:40:28,710
door de Davidische Koning,
Die ook nu op de troon zit,

670
00:40:28,710 --> 00:40:33,450
daar de afgelopen tweeduizend jaar al
op heeft gezeten en er tot in eeuwigheid

671
00:40:33,450 --> 00:40:34,710
op zal zitten.

672
00:40:34,710 --> 00:40:39,690
Davids Zoon zit op de troon, en God had
er veel meer belangstelling voor om de

673
00:40:39,690 --> 00:40:43,470
Messias en het behoud en
het Koninkrijk van God door

674
00:40:43,470 --> 00:40:48,570
Davids geslachtslijn te brengen dan om
een of ander tastbaar bouwwerk te hebben

675
00:40:48,570 --> 00:40:50,790
waar Hij ook best zonder kon.

676
00:40:50,790 --> 00:40:52,950
En Hij kon er inderdaad zonder.

677
00:40:52,950 --> 00:40:58,470
In Ezechiël hoofdstuk 11 zien we een
visioen waarin God de tempel verlaat

678
00:40:58,470 --> 00:41:02,010
en de Babyloniërs laat
komen om die te verwoesten.

679
00:41:02,010 --> 00:41:05,190
We zien de heerlijkheid
van God in een visioen.

680
00:41:05,190 --> 00:41:08,970
Aan het einde van Ezechiël 11 zien
we hoe de heerlijkheid van God

681
00:41:08,970 --> 00:41:13,470
Zich uit de tempel van Salomo
terugtrekt, Jeruzalem verlaat,

682
00:41:13,470 --> 00:41:17,130
door de oostpoort naar buiten
gaat en op de Olijfberg

683
00:41:17,130 --> 00:41:19,590
ten oosten van Jeruzalem gaat staan.

684
00:41:19,590 --> 00:41:24,390
Dat wil zeggen: de heerlijkheid
van God is uit de tempel vertrokken

685
00:41:24,390 --> 00:41:28,890
en heeft die kwetsbaar achtergelaten
voor de aanval van de Babyloniërs,

686
00:41:28,890 --> 00:41:31,590
die hem inderdaad zouden verwoesten.

687
00:41:31,590 --> 00:41:36,810
Zacharia 14 zegt dat God dat opnieuw
zou doen met de nieuwe tempel.

688
00:41:36,810 --> 00:41:41,910
In Zacharia 14 zien we God
opnieuw op de Olijfberg staan.

689
00:41:41,910 --> 00:41:43,890
Dat is buiten Jeruzalem.

690
00:41:43,890 --> 00:41:47,370
Dat betekent dat Hij
Jeruzalem heeft verlaten,

691
00:41:47,370 --> 00:41:50,970
en dat is hetzelfde
beeld als in Ezechiël 11.

692
00:41:50,970 --> 00:41:52,890
God heeft de tempel verlaten.

693
00:41:52,890 --> 00:41:58,050
En ik geloof dat Zacharia 14 voorspelt
dat de Romeinen zouden komen en de tempel

694
00:41:58,050 --> 00:42:01,890
zouden verwoesten, net zoals de
Babyloniërs dat hadden gedaan.

695
00:42:01,890 --> 00:42:06,870
Maar waar het hier om gaat, is dat de
tempel voor God nooit echt van belang was.

696
00:42:06,870 --> 00:42:10,770
Wanneer die in de gedachten van het
volk de plaats was waar God woonde,

697
00:42:10,770 --> 00:42:14,850
eerde God hun toewijding daaraan,
alleen omdat die werd gezien als

698
00:42:14,850 --> 00:42:16,470
toewijding aan Hem.

699
00:42:16,470 --> 00:42:19,890
Maar Hij hechtte er nooit echt
aan om een tempel te hebben.

700
00:42:19,890 --> 00:42:22,290
En dat is wat Hij tegen David zegt.

701
00:42:22,290 --> 00:42:28,050
Nu staat er in vers 12, als de Godsspraak
tot David verdergaat — en trouwens,

702
00:42:28,050 --> 00:42:32,910
deze verzen die volgen worden gewoonlijk
het Davidische verbond genoemd,

703
00:42:32,910 --> 00:42:36,210
een bijzonder verbond
dat God met David sloot:

704
00:42:36,210 --> 00:42:40,770
Wanneer uw dagen voorbij zijn en
u met uw vaderen ontslapen bent,

705
00:42:40,770 --> 00:42:44,970
zal Ik uw nakomeling na u,
die uit uw lichaam voortkomt,

706
00:42:44,970 --> 00:42:48,930
doen opstaan en Ik zal zijn
koningschap bevestigen.

707
00:42:48,930 --> 00:42:53,670
Die zal voor Mijn Naam een huis bouwen,
en Ik zal de troon van zijn koningschap

708
00:42:53,670 --> 00:42:55,590
voor eeuwig bevestigen.

709
00:42:55,590 --> 00:43:01,231
Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal
Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen :

710
00:43:01,231 --> 00:43:06,150
als hij zich misdraagt, zal Ik hem
terechtwijzen met een stok als van mensen

711
00:43:06,150 --> 00:43:09,030
en met slagen als van mensenkinderen.

712
00:43:09,030 --> 00:43:12,450
Maar Mijn goedertierenheid
zal van hem niet wijken,

713
00:43:12,450 --> 00:43:17,790
zoals Ik die deed wijken van Saul,
die Ik voor uw ogen weggenomen heb.

714
00:43:17,790 --> 00:43:23,250
Uw huis en uw koningschap zullen
voor uw ogen voor eeuwig vaststaan,

715
00:43:23,250 --> 00:43:26,430
uw troon zal voor eeuwig zeker zijn.

716
00:43:26,430 --> 00:43:32,550
Overeenkomstig al deze woorden en heel
dit visioen, zo sprak Nathan tot David.

717
00:43:32,550 --> 00:43:36,450
Nu moet de belofte over Davids
nageslacht zo worden begrepen

718
00:43:36,450 --> 00:43:40,650
dat die op zijn minst een dubbele
toepassing heeft, want er staat:

719
00:43:40,650 --> 00:43:45,330
‘Wanneer je bij je voorouders rust’ —
wanneer je dood bent, met andere woorden,

720
00:43:45,330 --> 00:43:49,530
in het graf — ‘zal Ik je
nakomeling na je doen opstaan.

721
00:43:49,530 --> 00:43:54,930
Hij zal na jou op je troon zitten
en een huis voor Mijn Naam bouwen.’

722
00:43:54,930 --> 00:43:59,010
Salomo deed dat. Salomo
was Davids nageslacht.

723
00:43:59,010 --> 00:44:04,710
Toen David stierf, ging hij op Davids
troon zitten, en hij bouwde een tempel,

724
00:44:04,710 --> 00:44:07,830
bouwde een huis voor de Naam van de Heere.

725
00:44:07,830 --> 00:44:10,950
En verder staat er over
de nakomelingen van David:

726
00:44:10,950 --> 00:44:15,870
Als die man kwaad doet, als
hij een zonde begaat, Vers 14.

727
00:44:15,870 --> 00:44:20,370
Wanneer uw dagen voorbij zijn en
u met uw vaderen ontslapen bent,

728
00:44:20,370 --> 00:44:24,450
zal Ik uw nakomeling na u,
die uit uw lichaam voortkomt,

729
00:44:24,450 --> 00:44:28,410
doen opstaan en Ik zal zijn
koningschap bevestigen.

730
00:44:28,410 --> 00:44:32,790
Die zal voor Mijn Naam een huis bouwen,
en Ik zal de troon van zijn koningschap

731
00:44:32,790 --> 00:44:34,770
voor eeuwig bevestigen.

732
00:44:34,770 --> 00:44:40,291
Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal
Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen :

733
00:44:40,291 --> 00:44:44,670
als hij zich misdraagt, zal Ik hem
terechtwijzen met een stok als van mensen

734
00:44:44,670 --> 00:44:47,370
en met slagen als van mensenkinderen.

735
00:44:47,370 --> 00:44:50,370
Maar Mijn goedertierenheid
zal van hem niet wijken,

736
00:44:50,370 --> 00:44:55,470
zoals Ik die deed wijken van Saul,
die Ik voor uw ogen weggenomen heb.

737
00:44:55,470 --> 00:44:59,910
Uw huis en uw koningschap zullen
voor uw ogen voor eeuwig vaststaan,

738
00:44:59,910 --> 00:45:02,850
uw troon zal voor eeuwig zeker zijn.

739
00:45:02,850 --> 00:45:05,730
Wanneer Salomo en zijn
opvolgers kwaad deden,

740
00:45:05,730 --> 00:45:09,270
werden zij inderdaad door God
getuchtigd door de handen van mensen.

741
00:45:09,270 --> 00:45:14,010
Er waren mensen die Juda in de tijd
van Salomo kwelden omdat hij God

742
00:45:14,010 --> 00:45:15,690
ontrouw was geworden.

743
00:45:15,690 --> 00:45:20,130
Latere koningen van Juda werden
gekweld, vooral Jechonia,

744
00:45:20,130 --> 00:45:24,390
die regeerde in de tijd dat de Babyloniërs
kwamen en de koningen van Juda en

745
00:45:24,390 --> 00:45:26,370
hun families wegvoerden.

746
00:45:26,370 --> 00:45:31,350
En zo tuchtigde God het nageslacht
van David, de dynastie van David,

747
00:45:31,350 --> 00:45:35,790
het huis van David, wanneer
zij ongerechtigheid bedreven.

748
00:45:35,790 --> 00:45:39,750
Maar er is hier nog iets
anders, want in vers 14 staat:

749
00:45:39,750 --> 00:45:43,890
Ik zal zijn Vader zijn en
hij zal Mijn zoon zijn.

750
00:45:43,890 --> 00:45:47,610
En er wordt gezegd dat in de
oudheid de koningen van bijna alle

751
00:45:47,610 --> 00:45:50,910
volken werden beschouwd
als de zonen van hun goden.

752
00:45:50,910 --> 00:45:56,070
Dat wil zeggen: de koning van Moab
werd gerekend als de zoon van Kamos.

753
00:45:56,070 --> 00:46:01,290
De koning van Babylon werd beschouwd
als de zoon van Bel of Nebo,

754
00:46:01,290 --> 00:46:03,030
de goden van dat gebied.

755
00:46:03,030 --> 00:46:08,250
De farao's werden beschouwd als
goden en als zonen van hun god Ra.

756
00:46:08,250 --> 00:46:11,610
En dus was het heel gebruikelijk
dat de vorst van een land

757
00:46:11,610 --> 00:46:14,850
werd beschouwd als de zoon
van de god van dat land.

758
00:46:14,850 --> 00:46:19,890
En sommigen zeggen zelfs dat die
terminologie ook in Israël werd gebruikt.

759
00:46:19,890 --> 00:46:23,610
Toen God in Psalm 2:7 tegen David zei:

760
00:46:23,610 --> 00:46:29,670
Ik zal het besluit bekendmaken: De HEERE
heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,

761
00:46:29,670 --> 00:46:31,650
Ík heb U heden verwekt.

762
00:46:31,650 --> 00:46:34,950
denken sommige mensen dat
dit een kroningspsalm is.

763
00:46:34,950 --> 00:46:40,830
Toen David werd gekroond, kondigde
God aan: ‘Je bent nu Mijn zoon, David.

764
00:46:40,830 --> 00:46:43,170
Je bent de koning van Mijn volk.’

765
00:46:43,170 --> 00:46:47,550
En de term ‘zoon’ werd figuurlijk
gebruikt voor de heerser die God

766
00:46:47,550 --> 00:46:49,830
onder Zijn gezag vertegenwoordigde.

767
00:46:49,830 --> 00:46:51,270
En dus zou de uitspraak:

768
00:46:51,270 --> 00:46:54,570
Ik zal zijn vader zijn en
hij zal mijn zoon zijn,

769
00:46:54,570 --> 00:46:59,370
eenvoudig kunnen worden opgevat als een
verwijzing naar Salomo en iedere andere

770
00:46:59,370 --> 00:47:04,410
Davidische koning na Salomo, die
als het ware Gods zoon zou zijn,

771
00:47:04,410 --> 00:47:06,330
regerend over Gods volk.

772
00:47:06,330 --> 00:47:11,430
Maar vers 14 wordt in het Nieuwe
Testament, in Hebreeën 1:5,

773
00:47:11,430 --> 00:47:14,490
aangehaald als iets wat over Jezus gaat.

774
00:47:14,490 --> 00:47:17,130
In Hebreeën 1:5 staat:

775
00:47:17,130 --> 00:47:23,010
Want tegen wie van de engelen heeft
God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon,

776
00:47:23,010 --> 00:47:25,110
heden heb Ik U verwekt?

777
00:47:25,110 --> 00:47:28,470
En verder: Ik zal voor
Hem tot een Vader zijn,

778
00:47:28,470 --> 00:47:31,230
en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn?

779
00:47:31,230 --> 00:47:36,270
Er zijn uitspraken in het Oude Testament
over de Messias als de Zoon van God.

780
00:47:36,270 --> 00:47:42,810
En hij haalt Psalm 2:7 aan;
hij haalt 2 Samuel 7:14 aan.

781
00:47:42,810 --> 00:47:47,970
Deze profetie lijkt dus over
Davids zoon Salomo te gaan.

782
00:47:47,970 --> 00:47:52,290
Hij zou op Davids troon zitten
en het huis van de Heere bouwen.

783
00:47:52,290 --> 00:47:55,710
Misschien gaat ze ook over
de rest van Davids dynastie,

784
00:47:55,710 --> 00:47:59,610
waarvan gezegd wordt dat die
voor eeuwig zal voortbestaan.

785
00:47:59,610 --> 00:48:03,510
Toch is er een bijzondere vervulling
in een bepaalde Zoon van David,

786
00:48:03,510 --> 00:48:05,670
Die de Messias zou zijn.

787
00:48:05,670 --> 00:48:10,170
Nu moet je niet denken dat de
Messias ongerechtigheid bedreef

788
00:48:10,170 --> 00:48:13,770
en daarom met de roeden
van mensen werd getuchtigd.

789
00:48:13,770 --> 00:48:17,070
Jezus werd weliswaar met de
roeden van mensen getuchtigd,

790
00:48:17,070 --> 00:48:22,410
maar niet vanwege Zijn eigen misdaden,
maar vanwege de misdaden van anderen.

791
00:48:22,410 --> 00:48:25,950
In Jesaja 53:6 staat:

792
00:48:25,950 --> 00:48:31,110
Wij dwaalden allen als schapen, wij
keerden ons ieder naar zijn eigen weg.

793
00:48:31,110 --> 00:48:36,090
Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid
van ons allen op Hem doen neerkomen.

794
00:48:36,090 --> 00:48:40,290
Jezus droeg de ongerechtigheid
van de wereld. En God zei:

795
00:48:40,290 --> 00:48:46,231
Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal
Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen :

796
00:48:46,231 --> 00:48:51,510
als hij zich misdraagt, zal Ik hem
terechtwijzen met een stok als van mensen

797
00:48:51,510 --> 00:48:54,330
en met slagen als van mensenkinderen.

798
00:48:54,330 --> 00:48:59,130
Met andere woorden, Jezus werd namens
de wereld behandeld als iemand die

799
00:48:59,130 --> 00:49:01,230
ongerechtigheid had bedreven.

800
00:49:01,230 --> 00:49:03,990
Hij werd met de roeden
van mensen getuchtigd.

801
00:49:03,990 --> 00:49:07,050
Hij werd met roeden
geslagen en gekruisigd,

802
00:49:07,050 --> 00:49:09,690
niet omdat Hij
ongerechtigheid had bedreven,

803
00:49:09,690 --> 00:49:12,930
maar Hij werd behandeld
alsof Hij dat had gedaan.

804
00:49:12,930 --> 00:49:20,310
De ongerechtigheid van ons allen werd op
Hemzelf gelegd, staat er in Jesaja 53:6.

805
00:49:20,310 --> 00:49:25,410
Dus in zekere zin is Jezus de
Zoon van David bij uitstek.

806
00:49:25,410 --> 00:49:29,670
Er zijn veel zonen van David die na
hem op zijn troon hebben gezeten.

807
00:49:29,670 --> 00:49:35,430
Maar Jezus, ofwel de Messias, zou de
uiteindelijke Zoon van David zijn,

808
00:49:35,430 --> 00:49:38,850
Die zou heersen en een
eeuwig Koninkrijk zou hebben

809
00:49:38,850 --> 00:49:42,450
en voor eeuwig zou regeren
en een huis zou bouwen.

810
00:49:42,450 --> 00:49:44,790
Denk eraan dat Jezus zei:

811
00:49:44,790 --> 00:49:50,850
En Ik zeg u ook dat u Petrus bent, en op
deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen,

812
00:49:50,850 --> 00:49:54,690
en de poorten van de hel
zullen haar niet overweldigen.

813
00:49:54,690 --> 00:49:59,010
En vanaf dat moment wordt de gemeente
steeds de tempel van de Heilige Geest

814
00:49:59,010 --> 00:50:01,050
of het huis van God genoemd.

815
00:50:01,050 --> 00:50:04,650
In Hebreeën hoofdstuk 3, vers 6, staat:

816
00:50:04,650 --> 00:50:08,730
Christus echter is getrouw
over Zijn huis als Zoon.

817
00:50:08,730 --> 00:50:12,750
Zijn huis zijn wij, als wij
tenminste de vrijmoedigheid en de

818
00:50:12,750 --> 00:50:16,710
roem van de hoop tot het einde
toe onwrikbaar vasthouden.

819
00:50:16,710 --> 00:50:18,630
De gemeente is Zijn huis.

820
00:50:18,630 --> 00:50:23,670
In 1 Timotheus 3:15 zegt
Paulus tegen Timotheus:

821
00:50:23,670 --> 00:50:26,190
Maar voor het geval
dat ik langer wegblijf,

822
00:50:26,190 --> 00:50:30,030
weet u nu hoe men zich moet
gedragen in het huis van God,

823
00:50:30,030 --> 00:50:35,670
dat is de gemeente van de levende God,
zuil en fundament van de waarheid.

824
00:50:35,670 --> 00:50:40,230
De gemeente, het lichaam van
Christus, is het huis van God.

825
00:50:40,230 --> 00:50:43,710
In 1 Petrus 2:5 zegt Petrus:

826
00:50:43,710 --> 00:50:49,230
dan wordt u ook zelf, als levende
stenen, gebouwd tot een geestelijk huis,

827
00:50:49,230 --> 00:50:53,310
tot een heilig priesterschap, om
geestelijke offers te brengen,

828
00:50:53,310 --> 00:50:57,030
die God welgevallig zijn
door Jezus Christus.

829
00:50:57,030 --> 00:51:02,670
Wij, de gemeente, zijn de tempel van
de Heilige Geest, het huis van God.

830
00:51:02,670 --> 00:51:04,950
Jezus bouwt dit huis op de rots.

831
00:51:04,950 --> 00:51:07,050
Hij bouwt Zijn gemeente.

832
00:51:07,050 --> 00:51:11,790
In zekere zin werd dit dus op zijn
minst gedeeltelijk in Salomo vervuld,

833
00:51:11,790 --> 00:51:14,910
maar het wijst vooral
vooruit naar de Messias.

834
00:51:14,910 --> 00:51:16,830
En de Joden begrepen dit.

835
00:51:16,830 --> 00:51:21,330
Er waren geen nieuwtestamentische
schrijvers nodig om dit te ontdekken.

836
00:51:21,330 --> 00:51:24,510
De Joden geloofden dat
dit verbond met David

837
00:51:24,510 --> 00:51:29,010
de grondslag vormde voor het
geloof dat de Messias uit Davids

838
00:51:29,010 --> 00:51:30,870
geslachtslijn zou komen.

839
00:51:30,870 --> 00:51:35,190
Ze wisten al vóór Davids tijd
dat er een Messias zou komen.

840
00:51:35,190 --> 00:51:39,810
Er zijn voorzeggingen over de
Messias die van vóór David dateren.

841
00:51:39,810 --> 00:51:45,390
Maar op dit punt kiest God specifiek
David en zijn geslachtslijn uit

842
00:51:45,390 --> 00:51:48,450
als degenen door wie de Messias zou komen.

843
00:51:48,450 --> 00:51:52,530
En men erkende dat dit verbond
met David in de Messias nog

844
00:51:52,530 --> 00:51:55,890
vollediger vervuld zou
worden, ook al lijkt het een

845
00:51:55,890 --> 00:52:00,270
gedeeltelijke vervulling te hebben
in de natuurlijke zonen van David,

846
00:52:00,270 --> 00:52:02,370
Salomo en de anderen.

847
00:52:02,370 --> 00:52:04,950
Wanneer is nu het
Koninkrijk van de Messias?

848
00:52:04,950 --> 00:52:06,810
Er zijn twee opvattingen.

849
00:52:06,810 --> 00:52:10,170
Sommigen geloven dat het bij
Zijn eerste komst werd gevestigd,

850
00:52:10,170 --> 00:52:14,070
en sommigen geloven dat het bij Zijn
wederkomst zal worden gevestigd.

851
00:52:14,070 --> 00:52:18,510
Veel mensen verbinden het Koninkrijk
van de Messias, het Koninkrijk van God,

852
00:52:18,510 --> 00:52:21,870
met het duizendjarig rijk
nadat Jezus terugkomt.

853
00:52:21,870 --> 00:52:26,430
Ze geloven dat Jezus zal terugkomen
en Zijn Koninkrijk in het duizendjarig

854
00:52:26,430 --> 00:52:28,110
rijk zal vestigen.

855
00:52:28,110 --> 00:52:33,150
Anderen geloven dat Hij Zijn Koninkrijk
vestigde toen Hij hier de eerste keer was.

856
00:52:33,150 --> 00:52:37,530
Is hier iets wat ons kan helpen tussen
deze twee mogelijkheden te kiezen?

857
00:52:37,530 --> 00:52:41,490
Kijk naar vers 12, waar
tegen David wordt gesproken:

858
00:52:41,490 --> 00:52:45,690
Wanneer uw dagen voorbij zijn en
u met uw vaderen ontslapen bent,

859
00:52:45,690 --> 00:52:49,590
zal Ik uw nakomeling na u,
die uit uw lichaam voortkomt,

860
00:52:49,590 --> 00:52:53,490
doen opstaan en Ik zal zijn
koningschap bevestigen.

861
00:52:53,490 --> 00:52:57,750
Die zal voor Mijn Naam een huis bouwen,
en Ik zal de troon van zijn koningschap

862
00:52:57,750 --> 00:52:59,490
voor eeuwig bevestigen.

863
00:52:59,490 --> 00:53:04,951
Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal
Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen :

864
00:53:04,951 --> 00:53:09,510
als hij zich misdraagt, zal Ik hem
terechtwijzen met een stok als van mensen

865
00:53:09,510 --> 00:53:12,030
en met slagen als van mensenkinderen.

866
00:53:12,030 --> 00:53:15,210
Maar Mijn goedertierenheid
zal van hem niet wijken,

867
00:53:15,210 --> 00:53:20,010
zoals Ik die deed wijken van Saul,
die Ik voor uw ogen weggenomen heb.

868
00:53:20,010 --> 00:53:24,750
Uw huis en uw koningschap zullen
voor uw ogen voor eeuwig vaststaan,

869
00:53:24,750 --> 00:53:27,450
uw troon zal voor eeuwig zeker zijn.

870
00:53:27,450 --> 00:53:31,170
Dit moet dus gebeuren terwijl
David bij zijn vaderen slaapt.

871
00:53:31,170 --> 00:53:37,050
Wanneer Jezus terugkomt, zal Hij onder
andere de doden opwekken, alle doden.

872
00:53:37,050 --> 00:53:41,070
Dat betekent dat David niet langer
bij zijn vaderen zal slapen.

873
00:53:41,070 --> 00:53:43,050
David zal weer wakker zijn.

874
00:53:43,050 --> 00:53:48,030
David zal opstaan wanneer Jezus
terugkomt, net als alle andere doden.

875
00:53:48,030 --> 00:53:52,710
Dat kan niet het moment zijn waarop God
het messiaanse Koninkrijk zal vestigen,

876
00:53:52,710 --> 00:53:55,830
want David zal dan niet
bij zijn vaderen slapen.

877
00:53:55,830 --> 00:53:59,190
Het Koninkrijk zou worden gevestigd
terwijl David in zijn graf

878
00:53:59,190 --> 00:54:01,110
lag, niet daarna.

879
00:54:01,110 --> 00:54:04,830
En Petrus brengt dit naar voren
in Handelingen hoofdstuk 2.

880
00:54:04,830 --> 00:54:06,570
Petrus wijst hierop.

881
00:54:06,570 --> 00:54:09,030
Vers 29, Petrus zei:

882
00:54:09,030 --> 00:54:12,690
Mannenbroeders, het is mij
toegestaan over de aartsvader David

883
00:54:12,690 --> 00:54:17,130
vrijuit tegen u te zeggen dat
hij én gestorven én begraven is,

884
00:54:17,130 --> 00:54:20,250
en dat zijn graf tot
op deze dag bij ons is.

885
00:54:20,250 --> 00:54:23,130
Dat voldoet aan de voorwaarde
voor het juiste moment

886
00:54:23,130 --> 00:54:26,010
waarop het Koninkrijk en
de Messias zouden komen,

887
00:54:26,010 --> 00:54:30,270
want David is dood en
begraven en zijn graf is hier.

888
00:54:30,270 --> 00:54:33,810
Dat is het moment waarop God
het Koninkrijk van de Messias,

889
00:54:33,810 --> 00:54:37,050
van Davids nageslacht, zou oprichten.

890
00:54:37,050 --> 00:54:41,610
Aangezien hij een profeet was en wist
dat God hem met een eed gezworen had

891
00:54:41,610 --> 00:54:45,600
dat Hij uit de vrucht van zijn lichaam,
voor zover het zijn vlees betrof,

892
00:54:45,600 --> 00:54:50,070
de Christus zou doen opstaan
om Hem op zijn troon te zetten,

893
00:54:50,070 --> 00:54:55,530
Dit is natuurlijk een verwijzing naar wat
we zojuist in 2 Samuel 7 hebben gelezen.

894
00:54:55,530 --> 00:55:00,510
daarom voorzag hij dit en zei hij over
de opstanding van Christus dat Zijn ziel

895
00:55:00,510 --> 00:55:05,190
niet is verlaten in het graf en dat
Zijn vlees geen ontbinding heeft gezien.

896
00:55:05,190 --> 00:55:09,870
Deze Jezus heeft God doen opstaan,
waarvan wij allen getuigen zijn.

897
00:55:09,870 --> 00:55:13,110
Hij dan, Die door de rechter
hand van God verhoogd is

898
00:55:13,110 --> 00:55:16,650
en de belofte van de Heilige Geest
ontvangen heeft van de Vader,

899
00:55:16,650 --> 00:55:20,370
heeft dit uitgestort
wat u nu ziet en hoort.

900
00:55:20,370 --> 00:55:24,090
David is immers niet opgevaren
naar de hemelen, maar hij zegt:

901
00:55:24,090 --> 00:55:28,950
De Heere heeft gesproken tot Mijn
Heere: Zit aan Mijn rechter hand ,

902
00:55:28,950 --> 00:55:33,990
totdat Ik Uw vijanden neergelegd zal
hebben als een voetbank voor Uw voeten.

903
00:55:33,990 --> 00:55:37,470
Laat dan heel het huis van
Israël zeker weten dat God

904
00:55:37,470 --> 00:55:41,910
Hem tot een Heere en Christus
gemaakt heeft, namelijk deze Jezus,

905
00:55:41,910 --> 00:55:43,650
Die u gekruisigd hebt.

906
00:55:43,650 --> 00:55:47,730
Dat wil zeggen: de beloften
die God aan David heeft gedaan,

907
00:55:47,730 --> 00:55:51,870
zijn nu vervuld in de opstanding
en verhoging van Jezus.

908
00:55:51,870 --> 00:55:57,330
Zelfs David zei in Psalm 110, vers 1,
dat de Messias aan de rechterhand van

909
00:55:57,330 --> 00:55:58,770
God zou zitten.

910
00:55:58,770 --> 00:56:01,050
Die tekst wordt hier aangehaald.

911
00:56:01,050 --> 00:56:06,210
En daarom, zegt hij, is dat wat
er gebeurd is. Wij zijn getuigen.

912
00:56:06,210 --> 00:56:10,890
God heeft de Nakomeling van David doen
opstaan om op zijn troon te zitten,

913
00:56:10,890 --> 00:56:13,770
precies zoals Hij had
gezegd dat Hij zou doen.

914
00:56:13,770 --> 00:56:17,430
En Hij zit nu op de troon
aan de rechterhand van God.

915
00:56:17,430 --> 00:56:21,750
Laat het huis van Israël daarom
weten dat deze beloften vervuld zijn,

916
00:56:21,750 --> 00:56:24,570
de beloften die aan David zijn gedaan.

917
00:56:24,570 --> 00:56:27,870
**Vertalersnoot:** De vervulling
van de beloften aan David

918
00:56:27,870 --> 00:56:31,650
is hier de gevolgtrekking van
de spreker uit Handelingen 2.

919
00:56:31,650 --> 00:56:35,790
Het is geen letterlijk
citaat van Handelingen 2:36.

920
00:56:35,790 --> 00:56:41,190
De Messias is verhoogd en heeft Zijn
positie ingenomen. Hij zit op de troon.

921
00:56:41,190 --> 00:56:44,010
Het Koninkrijk van de Messias is gekomen.

922
00:56:44,010 --> 00:56:45,450
Dat is wat Petrus zegt.

923
00:56:45,450 --> 00:56:48,570
Het is hetzelfde wat Jezus
en Johannes de Doper zeiden:

924
00:56:48,570 --> 00:56:54,270
en Hij zei: De tijd is vervuld en het
Koninkrijk van God is nabijgekomen;

925
00:56:54,270 --> 00:56:57,090
bekeer u en geloof het Evangelie.

926
00:56:57,090 --> 00:56:59,970
Maar nu zegt Petrus dat het gekomen is.

927
00:56:59,970 --> 00:57:02,910
De Messias zit nu op de troon.

928
00:57:02,910 --> 00:57:06,150
Wat God aan David beloofd
heeft, is gebeurd.

929
00:57:06,150 --> 00:57:08,850
En daarom is deze belofte
aan David vervuld,

930
00:57:08,850 --> 00:57:14,610
en regeert Jezus aan de rechterhand
van God en zal Hij voor eeuwig regeren.

931
00:57:14,610 --> 00:57:18,330
En dit zijn de woorden die
Nathan tot David sprak.

932
00:57:18,330 --> 00:57:21,030
De volgende keer gaan we verder
met de rest van dit hoofdstuk.
