1
00:00:02,010 --> 00:00:04,590
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,590 --> 00:00:11,010
Deze keer behandelen we Deuteronomium
hoofdstuk 1 tot en met 3.

3
00:00:11,010 --> 00:00:14,790
Laten we naar het eerste hoofdstuk
van het boek Deuteronomium gaan.

4
00:00:14,790 --> 00:00:17,730
Het grootste deel van de
eerste vier hoofdstukken wordt

5
00:00:17,730 --> 00:00:21,090
ingenomen door de eerste
rede in het boek van Mozes.

6
00:00:21,090 --> 00:00:24,990
Die bestaat grotendeels uit een
historisch overzicht waaraan lessen worden

7
00:00:24,990 --> 00:00:27,990
verbonden, vooral waarschuwingen.

8
00:00:27,990 --> 00:00:31,590
Uit wat zij in het verleden hebben
gezien van Gods handelen met hen,

9
00:00:31,590 --> 00:00:35,730
weten zij dat God hen zal oordelen
als zij ongehoorzaam zijn.

10
00:00:35,730 --> 00:00:38,010
Maar zij hebben ook gezien dat Hij hun

11
00:00:38,010 --> 00:00:41,070
overwinningen geeft wanneer
zij gehoorzaam zijn.

12
00:00:41,070 --> 00:00:43,830
Dat zijn de lessen die
hij hun wil meegeven.

13
00:00:43,830 --> 00:00:46,470
We beginnen bij hoofdstuk 1, vers 1:

14
00:00:46,470 --> 00:00:50,370
Dit zijn de woorden die Mozes
tot heel Israël gesproken heeft,

15
00:00:50,370 --> 00:00:55,590
aan deze zijde van de Jordaan, in de
woestijn, op de Vlakte tegenover Suf,

16
00:00:55,590 --> 00:01:01,770
tussen Paran enerzijds en Tofel,
Laban, Hazeroth en Dizahab anderzijds.

17
00:01:01,770 --> 00:01:05,490
In de Septuaginta wordt Suph
vertaald als de Rode Zee,

18
00:01:05,490 --> 00:01:08,550
maar de meeste moderne geleerden
beschouwen het niet als een verwijzing

19
00:01:08,550 --> 00:01:10,170
naar de Rode Zee.

20
00:01:10,170 --> 00:01:15,990
Suph, Paran, Tofel,
Laban, Hazeroth en Dizahab

21
00:01:15,990 --> 00:01:19,350
zijn plaatsnamen waarvan ik niet
weet in hoeverre ze tegenwoordig nog

22
00:01:19,350 --> 00:01:21,090
te identificeren zijn.

23
00:01:21,090 --> 00:01:24,990
Maar ik zou er sowieso niet te veel tijd
aan willen verspillen om uit te zoeken

24
00:01:24,990 --> 00:01:26,190
waar ze liggen.

25
00:01:26,190 --> 00:01:28,530
We weten waar Israël was.

26
00:01:28,530 --> 00:01:32,370
Ze bevonden zich op de vlakten
van Moab, tegenover Jericho,

27
00:01:32,370 --> 00:01:34,710
en dat is wat we moeten weten.

28
00:01:34,710 --> 00:01:35,790
Vers 2:

29
00:01:35,790 --> 00:01:40,650
Vanaf de Horeb in de richting van het
Seïrgebergte, tot aan Kades-Barnea,

30
00:01:40,650 --> 00:01:42,990
is het elf dagen reizen .

31
00:01:42,990 --> 00:01:47,310
Kades-Barnea ligt vlak aan de overkant
van de rivier, tegenover Kanaän,

32
00:01:47,310 --> 00:01:51,210
en Horeb is de berg Sinaï,
waar zij de wet ontvingen.

33
00:01:51,210 --> 00:01:55,650
Vermoedelijk hadden zij in minder dan twee
weken van de berg Sinaï naar het beloofde

34
00:01:55,650 --> 00:01:58,530
land kunnen komen, maar
het duurde veel langer.

35
00:01:58,530 --> 00:02:01,650
Het gebeurde in het veertigste
jaar, in de elfde maand,

36
00:02:01,650 --> 00:02:06,030
op de eerste dag van de maand, dat
Mozes tot de Israëlieten sprak,

37
00:02:06,030 --> 00:02:10,950
overeenkomstig alles wat de HEERE hem
voor hen geboden had, nadat hij Sihon,

38
00:02:10,950 --> 00:02:16,470
de koning van de Amorieten, die in Hesbon
woonde, en Og, de koning van Basan,

39
00:02:16,470 --> 00:02:20,190
die in Astharoth woonde,
in Edreï verslagen had.

40
00:02:20,190 --> 00:02:23,430
Aan deze zijde van de
Jordaan, in het land Moab,

41
00:02:23,430 --> 00:02:26,730
begon Mozes deze wet
als volgt uit te leggen:

42
00:02:26,730 --> 00:02:29,670
Dat onderstreept hoeveel
langer het duurde.

43
00:02:29,670 --> 00:02:31,410
Dan krijgen we zijn preek.

44
00:02:31,410 --> 00:02:34,830
Wat interessant is, is dat
er herhaaldelijk staat:

45
00:02:34,830 --> 00:02:37,050
„aan deze kant van de Jordaan.”

46
00:02:37,050 --> 00:02:41,430
Dat betekent dat de schrijver zich
aan de oostkant van de Jordaan bevond.

47
00:02:41,430 --> 00:02:46,650
Dat zou niet het geval zijn als dit op een
later tijdstip in Israël geschreven was.

48
00:02:46,650 --> 00:02:50,070
Mozes, die geacht wordt
dit geschreven te hebben,

49
00:02:50,070 --> 00:02:53,070
leefde en stierf aan de
oostkant van de Jordaan,

50
00:02:53,070 --> 00:02:55,590
waar deze gebeurtenissen plaatsvonden.

51
00:02:55,590 --> 00:02:59,250
Daarom is het geschreven alsof
hij werkelijk de auteur is

52
00:02:59,250 --> 00:03:02,070
en vanuit zijn eigen
perspectief spreekt over

53
00:03:02,070 --> 00:03:04,950
aan welke kant van de
Jordaan hij zich bevond.

54
00:03:04,950 --> 00:03:10,110
Een latere generatie Joden die dit
in Israël schreef, zou hebben gezegd:

55
00:03:10,110 --> 00:03:14,070
„aan de overkant van de
Jordaan”, oftewel de oostkant,

56
00:03:14,070 --> 00:03:18,210
omdat zij zich aan de westkant, in
het beloofde land, zouden bevinden.

57
00:03:18,210 --> 00:03:23,250
Deze geografische aanduidingen bevestigen
eenvoudigweg dat dit geschreven werd

58
00:03:23,250 --> 00:03:25,590
voordat Israël het land innam.

59
00:03:25,590 --> 00:03:29,970
Dat is in strijd met wat veel moderne
geleerden graag zouden willen denken.

60
00:03:29,970 --> 00:03:34,410
De HEERE, onze God, heeft tot
ons gesproken bij de Horeb:

61
00:03:34,410 --> 00:03:37,410
U bent lang genoeg bij deze berg gebleven.

62
00:03:37,410 --> 00:03:43,470
Keer om, breek op en ga naar het bergland
van de Amorieten en naar al hun buren,

63
00:03:43,470 --> 00:03:46,890
in de Vlakte, het
Bergland en het Laagland,

64
00:03:46,890 --> 00:03:52,590
in het Zuiderland en aan de zeekust, het
land van de Kanaänieten, en de Libanon,

65
00:03:52,590 --> 00:03:56,490
tot aan de grote rivier,
de rivier de Eufraat.

66
00:03:56,490 --> 00:04:01,650
Zie, Ik heb het land aan u gegeven; ga
het binnen en neem het land in bezit

67
00:04:01,650 --> 00:04:06,270
waarvan de HEERE uw vaderen,
Abraham, Izak en Jakob,

68
00:04:06,270 --> 00:04:11,370
gezworen heeft dat Hij het hun en
hun nageslacht na hen geven zou.

69
00:04:11,370 --> 00:04:15,450
Hij geeft de afmetingen van het
land op een soortgelijke manier als

70
00:04:15,450 --> 00:04:20,910
waarop ze aan Abraham werden gegeven,
met inbegrip van de rivier de Eufraat.

71
00:04:20,910 --> 00:04:24,990
Toch vormt de Eufraat niet werkelijk
een grens van het grootste deel van het

72
00:04:24,990 --> 00:04:28,290
beloofde land zoals dat
bijvoorbeeld gewoonlijk in het boek

73
00:04:28,290 --> 00:04:30,270
Genesis wordt afgebakend.

74
00:04:30,270 --> 00:04:34,950
De Eufraat wordt daar genoemd, maar
we zien vaak dat de Jordaan als de

75
00:04:34,950 --> 00:04:37,590
oostgrens van het beloofde land geldt.

76
00:04:37,590 --> 00:04:42,270
Het is dus enigszins moeilijk om
precies te weten welke rol de Eufraat

77
00:04:42,270 --> 00:04:44,070
als grens speelde.

78
00:04:44,070 --> 00:04:47,670
We weten wel dat er tijden
waren waarin Israël het land

79
00:04:47,670 --> 00:04:50,910
tot aan de rivier de Eufraat beheerste.

80
00:04:50,910 --> 00:04:53,070
David deed dat bijvoorbeeld.

81
00:04:53,070 --> 00:04:56,910
David had enkele steden bij de
Eufraat die hij was kwijtgeraakt,

82
00:04:56,910 --> 00:04:59,310
en hij ging terug om ze te heroveren.

83
00:04:59,310 --> 00:05:02,970
Van Salomo wordt in 1
Koningen, hoofdstuk 4,

84
00:05:02,970 --> 00:05:06,330
uitdrukkelijk gezegd dat hij
over heel het land regeerde,

85
00:05:06,330 --> 00:05:08,850
zelfs tot aan de Eufraat als grens.

86
00:05:08,850 --> 00:05:12,030
Maar het maakte nooit
werkelijk deel uit van Israël.

87
00:05:12,030 --> 00:05:16,170
Het maakte eigenlijk deel uit
van Israëls heerschappijgebieden.

88
00:05:16,170 --> 00:05:20,190
Zij veroverden het gebied en
hadden in die streken vazallen.

89
00:05:20,190 --> 00:05:22,470
Nu zegt Mozes in vers 9:

90
00:05:22,470 --> 00:05:27,390
Ik heb in die tijd tegen u gezegd:
Ik alleen kan u niet dragen.

91
00:05:27,390 --> 00:05:31,890
De HEERE, uw God, heeft u
talrijk gemaakt, en zie,

92
00:05:31,890 --> 00:05:35,790
u bent heden zo talrijk als
de sterren aan de hemel.

93
00:05:35,790 --> 00:05:38,790
Moge de HEERE, de God van uw vaderen,

94
00:05:38,790 --> 00:05:44,310
aan uw aantal toevoegen duizendmaal
wat u nu bent, en moge Hij u zegenen,

95
00:05:44,310 --> 00:05:46,770
zoals Hij tot u gesproken heeft!

96
00:05:46,770 --> 00:05:52,290
Maar hoe kan ik alleen uw moeite,
uw last en uw rechtszaken dragen?

97
00:05:52,290 --> 00:05:57,930
Geef voor uzelf, ingedeeld naar
uw stammen, wijze, verstandige,

98
00:05:57,930 --> 00:06:02,010
ervaren mannen, dan zal ik hen
tot hoofd over u aanstellen.

99
00:06:02,010 --> 00:06:07,710
Toen antwoordde u mij en zei: De zaak
die u hebt gezegd te doen, is goed.

100
00:06:07,710 --> 00:06:11,970
Dus nam ik uw stamhoofden,
wijze en ervaren mannen,

101
00:06:11,970 --> 00:06:16,530
en stelde hen tot hoofd over
u aan, leiders over duizend,

102
00:06:16,530 --> 00:06:22,290
leiders over honderd, leiders
over vijftig en leiders over tien,

103
00:06:22,290 --> 00:06:24,630
en beambten voor uw stammen.

104
00:06:24,630 --> 00:06:27,450
Ook beval ik in die tijd uw rechters:

105
00:06:27,450 --> 00:06:30,090
Luister naar de geschillen
tussen uw broeders,

106
00:06:30,090 --> 00:06:35,010
en oordeel rechtvaardig tussen een
man, zijn broeder en de vreemdeling die

107
00:06:35,010 --> 00:06:36,270
bij hem is.

108
00:06:36,270 --> 00:06:39,210
U mag niet partijdig
zijn in de rechtspraak:

109
00:06:39,210 --> 00:06:42,330
zowel de kleine als de
grote moet u aanhoren.

110
00:06:42,330 --> 00:06:47,010
U mag voor niemand bevreesd zijn,
want de rechtspraak behoort aan God.

111
00:06:47,010 --> 00:06:49,050
Maar de zaak die voor u te moeilijk is,

112
00:06:49,050 --> 00:06:52,170
moet u bij mij brengen
en ik zal die aanhoren.

113
00:06:52,170 --> 00:06:55,050
Zo beval ik u in die tijd
al de zaken die u moet doen.

114
00:06:55,050 --> 00:06:59,910
Nu beschrijven de verzen 9 tot en
met 18 het verhaal dat we in Exodus

115
00:06:59,910 --> 00:07:02,430
hoofdstuk 18 tegenkwamen.

116
00:07:02,430 --> 00:07:05,670
Mozes spreekt alsof het zijn
idee was om dit te doen,

117
00:07:05,670 --> 00:07:09,510
maar we weten dat hij het idee
van zijn schoonvader Jethro kreeg,

118
00:07:09,510 --> 00:07:12,150
in Exodus hoofdstuk 18.

119
00:07:12,150 --> 00:07:17,670
Jethro, zijn schoonvader, zag dat Mozes
zijn dagen bij de tent doorbracht,

120
00:07:17,670 --> 00:07:22,530
terwijl lange rijen mensen buiten in de
zon stonden te wachten om hem te spreken

121
00:07:22,530 --> 00:07:28,230
en hun rechtszaken aan hem voor te leggen,
zodat hij daarover voor hen zou oordelen.

122
00:07:28,230 --> 00:07:30,270
Jethro was degene die zei:

123
00:07:30,270 --> 00:07:33,270
„Op deze manier put je
jezelf en het volk uit,

124
00:07:33,270 --> 00:07:38,370
dus moet je leiders over duizend en
over honderd aanstellen”, enzovoort.

125
00:07:38,370 --> 00:07:40,350
Mozes deed wat hij zei.

126
00:07:40,350 --> 00:07:44,310
Hier wordt Jethro niet genoemd,
maar er is geen tegenstrijdigheid.

127
00:07:44,310 --> 00:07:47,910
Het is duidelijk dat Mozes,
nadat het idee hem aansprak,

128
00:07:47,910 --> 00:07:51,210
naar het volk ging en
het aan hen voorstelde.

129
00:07:51,210 --> 00:07:54,270
En op dat punt wordt het
verhaal hier opgepakt.

130
00:07:54,270 --> 00:07:57,870
Misschien is het enige belangrijke
dat hierover vermeld moet worden,

131
00:07:57,870 --> 00:08:02,070
dat deze overdracht van gezag bij
de berg Horeb wordt geplaatst.

132
00:08:02,070 --> 00:08:07,350
In de verzen 6 tot en met 8 zien we dat
God tegen Mozes zegt dat het tijd is om de

133
00:08:07,350 --> 00:08:09,810
berg Sinaï te verlaten.

134
00:08:09,810 --> 00:08:13,770
Dat zal ongeveer een jaar nadat ze
daar waren aangekomen zijn geweest,

135
00:08:13,770 --> 00:08:17,370
want ze bleven ongeveer
een jaar bij de berg Sinaï.

136
00:08:17,370 --> 00:08:22,470
Deze toespraak begint ermee dat God tegen
Mozes en de kinderen van Israël zegt:

137
00:08:22,470 --> 00:08:26,730
Trek verder. Het is tijd om
de Sinaï achter je te laten.

138
00:08:26,730 --> 00:08:28,470
Je bent hier lang genoeg geweest.

139
00:08:28,470 --> 00:08:32,790
Het klinkt alsof Hij zegt:
‘In die tijd.’ In vers 9:

140
00:08:32,790 --> 00:08:34,590
Ik zei toen tegen jullie:

141
00:08:34,590 --> 00:08:40,170
Wat ik suggereer, is dat Mozes hier
zegt dat het moment waarop hij het volk

142
00:08:40,170 --> 00:08:43,590
volgens de aanwijzingen
van Jethro indeelde, kwam

143
00:08:43,590 --> 00:08:48,750
nadat ze al een tijd bij de berg Horeb,
bij de berg Sinaï, waren geweest.

144
00:08:48,750 --> 00:08:52,530
Toen we Exodus 18 lazen,
zagen we dat het verhaal

145
00:08:52,530 --> 00:08:55,650
vóór hun aankomst bij
de Sinaï was geplaatst.

146
00:08:55,650 --> 00:08:59,670
Jethro’s bezoek in hoofdstuk
18 staat zelfs één hoofdstuk

147
00:08:59,670 --> 00:09:03,450
vóór hun aankomst bij de
Sinaï en twee hoofdstukken

148
00:09:03,450 --> 00:09:05,730
vóór het geven van de Tien Geboden.

149
00:09:05,730 --> 00:09:09,990
Toen we Exodus behandelden, vermeldde
ik dat het nogal vreemd is dat

150
00:09:09,990 --> 00:09:15,690
Mozes in hoofdstuk 18 tegen Jethro zei
dat de mensen naar Mozes toe komen en hun

151
00:09:15,690 --> 00:09:19,470
rechtszaken aan hem voorleggen,
en dat hij daarover oordeelt

152
00:09:19,470 --> 00:09:22,950
op grond van de wetten
en verordeningen van God.

153
00:09:22,950 --> 00:09:25,890
Voor zover het verhaal ons
tot dan toe had verteld,

154
00:09:25,890 --> 00:09:29,010
had God geen wetten en
verordeningen gegeven

155
00:09:29,010 --> 00:09:32,010
totdat Hij de Tien Geboden en de rest gaf.

156
00:09:32,010 --> 00:09:37,170
Maar het bezoek van Jethro wordt in
Exodus twee hoofdstukken voordat God

157
00:09:37,170 --> 00:09:41,490
enige wet geeft beschreven, en
toch zien we in dat hoofdstuk dat

158
00:09:41,490 --> 00:09:44,730
Mozes rechtszaken
beoordeelt volgens die wet.

159
00:09:44,730 --> 00:09:49,590
Ik suggereerde toen we Exodus behandelden
dat hoofdstuk 18 misschien niet

160
00:09:49,590 --> 00:09:54,330
in chronologische volgorde is opgetekend,
en dat het misschien in werkelijkheid

161
00:09:54,330 --> 00:09:58,290
thuishoort in een periode
waarin ze bij de Sinaï waren.

162
00:09:58,290 --> 00:10:03,750
Deze chronologie in Deuteronomium
hoofdstuk 1 lijkt dat te bevestigen,

163
00:10:03,750 --> 00:10:08,430
want in de verzen 6 tot en met 8
bevinden ze zich bij de berg Sinaï,

164
00:10:08,430 --> 00:10:13,290
en Mozes zei dat dit verhaal uit
Exodus 18 in die tijd plaatsvond.

165
00:10:13,290 --> 00:10:17,010
Hij koos dus rechters uit hun
midden en zei tegen hen dat ze

166
00:10:17,010 --> 00:10:18,990
onpartijdig moesten oordelen.

167
00:10:18,990 --> 00:10:21,630
Ze mochten zich door
niemand laten intimideren,

168
00:10:21,630 --> 00:10:25,710
bijvoorbeeld door een rijke of
machtige man die een rechtszaak heeft

169
00:10:25,710 --> 00:10:30,450
en wil dat de rechter daarover
oordeelt zoals hij dat wil. Hij zegt:

170
00:10:30,450 --> 00:10:34,170
Wees voor niemand bang, en als een
zaak te moeilijk voor jullie is,

171
00:10:34,170 --> 00:10:35,910
breng die dan bij mij.

172
00:10:35,910 --> 00:10:40,530
Zo richtten ze hun rechtssysteem
in, blijkbaar bij de berg Sinaï.

173
00:10:40,530 --> 00:10:41,970
Vers 19:

174
00:10:41,970 --> 00:10:46,590
Toen braken wij op van de Horeb, en
gingen door heel die grote en vreselijke

175
00:10:46,590 --> 00:10:49,710
woestijn, die u gezien
hebt, in de richting van het

176
00:10:49,710 --> 00:10:55,230
bergland van de Amorieten, zoals de
HEERE, onze God, ons geboden had;

177
00:10:55,230 --> 00:10:57,930
en wij kwamen tot aan Kades-Barnea.

178
00:10:57,930 --> 00:11:02,790
Toen zei ik tegen u: U bent gekomen
tot aan het bergland van de Amorieten,

179
00:11:02,790 --> 00:11:06,750
dat de HEERE, onze God, ons geven zal.

180
00:11:06,750 --> 00:11:13,530
Zie, de HEERE, uw God, heeft het land aan
u gegeven; trek op, neem het in bezit,

181
00:11:13,530 --> 00:11:18,330
zoals de HEERE, de God van uw
vaderen, tot u gesproken heeft;

182
00:11:18,330 --> 00:11:21,570
wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.

183
00:11:21,570 --> 00:11:25,650
Toen kwam u allen naar
voren, naar mij toe, en zei:

184
00:11:25,650 --> 00:11:30,450
Laten wij mannen voor ons uit sturen, die
het land voor ons verkennen en ons verslag

185
00:11:30,450 --> 00:11:34,530
uitbrengen langs welke weg wij het
moeten intrekken en bij welke steden

186
00:11:34,530 --> 00:11:35,910
wij zullen komen.

187
00:11:35,910 --> 00:11:38,370
Deze zaak nu was goed in mijn ogen.

188
00:11:38,370 --> 00:11:42,390
Dus nam ik twaalf mannen uit
uw midden , één man per stam.

189
00:11:42,390 --> 00:11:45,570
Zij keerden zich om en
trokken het bergland in;

190
00:11:45,570 --> 00:11:49,230
zij kwamen tot aan het dal
Eskol en verkenden dat.

191
00:11:49,230 --> 00:11:51,750
Zij namen van de vrucht van het land mee,

192
00:11:51,750 --> 00:11:55,590
daalden weer naar ons af en
brachten ons verslag uit en zeiden:

193
00:11:55,590 --> 00:12:00,870
Het land dat de HEERE, onze
God, ons geven zal, is goed.

194
00:12:00,870 --> 00:12:02,790
We kennen dit verhaal natuurlijk.

195
00:12:02,790 --> 00:12:07,350
We zijn het in Numeri tegengekomen,
en het is voornamelijk in Numeri 13

196
00:12:07,350 --> 00:12:11,970
dat de informatie wordt gegeven over de
verspieders die het land binnengingen.

197
00:12:11,970 --> 00:12:16,530
Maar in Numeri 13 werd het in feite
verteld alsof het Gods idee was

198
00:12:16,530 --> 00:12:18,570
om de verspieders te sturen.

199
00:12:18,570 --> 00:12:22,050
Er staat dat de Heere
tot Mozes sprak en zei:

200
00:12:22,050 --> 00:12:26,310
„Neem twaalf mannen en stuur hen
eropuit om het land te verkennen.”

201
00:12:26,310 --> 00:12:29,670
Hier lezen we dat het
idee van het volk kwam.

202
00:12:29,670 --> 00:12:32,730
Nogmaals, dat is geen tegenstrijdigheid.

203
00:12:32,730 --> 00:12:36,030
Numeri pakt het verhaal
alleen op een later punt op.

204
00:12:36,030 --> 00:12:38,850
Hier krijgen we wat eerdere informatie.

205
00:12:38,850 --> 00:12:42,630
Voordat het volk het land binnenging,
voelde het zich er geruster bij

206
00:12:42,630 --> 00:12:46,830
als er enkele verspieders naar binnen
zouden gaan om het gebied te verkennen.

207
00:12:46,830 --> 00:12:49,530
Zij konden bepalen wat
de beste route zou zijn,

208
00:12:49,530 --> 00:12:53,490
naar welke steden ze het eerst
moesten gaan en dat soort dingen.

209
00:12:53,490 --> 00:12:58,050
Mozes vond dat een goed idee, maar
blijkbaar raadpleegde hij de HEERE.

210
00:12:58,050 --> 00:13:01,770
Toen zei God, zoals in
Numeri 13 wordt verteld:

211
00:13:01,770 --> 00:13:03,990
„Stuur verspieders het land in.”

212
00:13:03,990 --> 00:13:08,130
God stuurde hen dus wel, hoewel
zij degenen waren die het wilden.

213
00:13:08,130 --> 00:13:10,350
Hij gaf hun wat ze gevraagd hadden.

214
00:13:10,350 --> 00:13:13,710
Hij zegt dat ze aanvankelijk met
een gunstig verslag terugkwamen.

215
00:13:13,710 --> 00:13:15,990
Maar vers 26 zegt:

216
00:13:15,990 --> 00:13:22,170
Maar u wilde niet verdertrekken, u was het
bevel van de HEERE, uw God, ongehoorzaam.

217
00:13:22,170 --> 00:13:26,730
U morde in uw tenten en zei:
Omdat de HEERE ons haat,

218
00:13:26,730 --> 00:13:31,590
heeft Hij ons uit het land Egypte geleid,
om ons in de hand van de Amorieten te

219
00:13:31,590 --> 00:13:33,750
geven, om ons weg te vagen.

220
00:13:33,750 --> 00:13:37,110
Het is interessant dat Mozes in vers 25,

221
00:13:37,110 --> 00:13:39,930
wanneer hij het verslag van
de verspieders weergeeft,

222
00:13:39,930 --> 00:13:44,610
alleen het goede vermeldt dat ze zeiden:
dat het een goed land is dat de HEERE,

223
00:13:44,610 --> 00:13:47,070
onze God, ons gegeven heeft.

224
00:13:47,070 --> 00:13:49,590
Hij vertelt niet dat
ze spraken over reuzen

225
00:13:49,590 --> 00:13:54,030
en ommuurde steden die tot aan de
hemel reikten, en dat soort dingen.

226
00:13:54,030 --> 00:13:56,730
Ik veronderstel dat hij op dit moment die

227
00:13:56,730 --> 00:13:59,310
beelden niet in het hoofd
van deze mensen wil brengen

228
00:13:59,310 --> 00:14:01,530
en hen ook niet wil ontmoedigen.

229
00:14:01,530 --> 00:14:05,070
Hij herinnert hen er alleen aan dat de
verspieders zeiden dat het een goed land

230
00:14:05,070 --> 00:14:08,670
was, een land dat de moeite
waard was om te bezitten.

231
00:14:08,670 --> 00:14:14,130
Maar wanneer hij in vers 26 en 27 vermeldt
dat ze niet wilden optrekken en bang

232
00:14:14,130 --> 00:14:17,310
waren voor de Amorieten, maakt
hij natuurlijk duidelijk,

233
00:14:17,310 --> 00:14:21,210
zonder het uitdrukkelijk te zeggen, dat
de verspieders verslag hadden uitgebracht

234
00:14:21,210 --> 00:14:25,890
over de indrukwekkende tegenstand die ze
daar van de reuzen zouden ondervinden.

235
00:14:25,890 --> 00:14:27,510
Vers 28:

236
00:14:27,510 --> 00:14:29,430
Waar moeten wij heen trekken?

237
00:14:29,430 --> 00:14:34,290
Onze broeders hebben ons hart laten
smelten door te zeggen: Het is een volk,

238
00:14:34,290 --> 00:14:39,450
groter en langer dan wij; de steden
zijn groot en hemelhoog versterkt;

239
00:14:39,450 --> 00:14:41,970
wij hebben er zelfs Enakieten gezien.

240
00:14:41,970 --> 00:14:44,790
De Enakieten zijn natuurlijk reuzen.

241
00:14:44,790 --> 00:14:50,010
Toen zei ik tegen u: Schrik niet voor
hen terug en wees niet bevreesd voor hen.

242
00:14:50,010 --> 00:14:55,530
De HEERE, uw God, Die voor u uit
gaat, Hij zal voor u strijden,

243
00:14:55,530 --> 00:15:00,390
overeenkomstig alles wat Hij voor uw
ogen in Egypte voor u gedaan heeft,

244
00:15:00,390 --> 00:15:06,150
en in de woestijn, waar u gezien hebt
dat de HEERE, uw God, u gedragen heeft,

245
00:15:06,150 --> 00:15:10,170
zoals een man zijn zoon draagt,
op heel de weg die u gegaan bent,

246
00:15:10,170 --> 00:15:13,050
totdat u op deze plaats gekomen bent.

247
00:15:13,050 --> 00:15:17,610
Maar ondanks deze woorden geloofde
u niet in de HEERE, uw God,

248
00:15:17,610 --> 00:15:22,710
Die voor u uit ging op de weg, om voor u
een plaats te zoeken om uw tenten op te

249
00:15:22,710 --> 00:15:27,810
zetten; 's nachts met het vuur, om
u de weg te tonen die u moest gaan,

250
00:15:27,810 --> 00:15:29,970
en overdag met de wolk.

251
00:15:29,970 --> 00:15:32,970
Hoewel God je Zijn
aanwezigheid had getoond,

252
00:15:32,970 --> 00:15:35,790
je had geleid en beschermd en je had

253
00:15:35,790 --> 00:15:40,170
meegenomen zoals een man zijn
eigen zoon zou dragen en hem tegen

254
00:15:40,170 --> 00:15:43,650
gevaren en dergelijke zou
beschermen, geloofde je niet

255
00:15:43,650 --> 00:15:49,110
dat God je de overwinning zou geven over
de Enakieten en de reuzen in het land.

256
00:15:49,110 --> 00:15:52,290
Mozes stelt het voor alsof hij degene is

257
00:15:52,290 --> 00:15:55,890
die hen voornamelijk aanmoedigt
om het land binnen te gaan.

258
00:15:55,890 --> 00:15:59,430
In Numeri wordt ons
verteld dat Jozua en Kaleb

259
00:15:59,430 --> 00:16:03,210
het volk met klem in dezelfde
bewoordingen aanmoedigden.

260
00:16:03,210 --> 00:16:05,910
Ongetwijfeld deed Mozes dat ook.

261
00:16:05,910 --> 00:16:10,710
Mozes, Jozua en Kaleb smeekten
het volk waarschijnlijk allemaal.

262
00:16:10,710 --> 00:16:15,870
Maar in Numeri lezen we dat Jozua en Kaleb
zich ten gunste van het land uitspraken,

263
00:16:15,870 --> 00:16:20,370
terwijl Mozes ons hier alleen
herinnert aan wat hij zelf gezegd had.

264
00:16:20,370 --> 00:16:21,870
Vers 34:

265
00:16:21,870 --> 00:16:26,970
Toen de HEERE uw woorden hoorde,
werd Hij zeer toornig en zwoer:

266
00:16:26,970 --> 00:16:30,570
Niemand van deze mannen,
van deze slechte generatie,

267
00:16:30,570 --> 00:16:34,770
zal het goede land zien dat Ik
gezworen heb aan uw vaderen te geven!

268
00:16:34,770 --> 00:16:38,970
Behalve Kaleb, de zoon van
Jefunne: die zal het zien

269
00:16:38,970 --> 00:16:44,070
en aan hem zal Ik het land geven dat hij
betreden heeft, en aan zijn kinderen,

270
00:16:44,070 --> 00:16:48,211
omdat hij erin volhard heeft
de HEERE na te volgen .

271
00:16:48,211 --> 00:16:51,570
Natuurlijk weten we dat Jozua
ook een uitzondering is.

272
00:16:51,570 --> 00:16:53,910
Soms wordt alleen Kaleb genoemd.

273
00:16:53,910 --> 00:16:55,890
Ik weet niet zeker waarom.

274
00:16:55,890 --> 00:17:00,510
Soms worden Kaleb en Jozua samen
genoemd en andere keren wordt

275
00:17:00,510 --> 00:17:02,430
alleen Kaleb genoemd.

276
00:17:02,430 --> 00:17:04,830
Het is niet altijd duidelijk waarom.

277
00:17:04,830 --> 00:17:09,870
Ook op mij werd de HEERE
toornig, vanwege u, en Hij zei:

278
00:17:09,870 --> 00:17:12,150
Ook u zult er niet in komen.

279
00:17:12,150 --> 00:17:16,530
Dit gebeurde veel later, bij de
tweede keer bij het water van Meriba,

280
00:17:16,530 --> 00:17:19,830
waar Mozes tweemaal op de rots sloeg.

281
00:17:19,830 --> 00:17:25,050
Hij springt van Kades-Barnea, ten tijde
van de opstand, twee jaar na de uittocht,

282
00:17:25,050 --> 00:17:30,150
naar het veertigste jaar, toen hij
door wat hij deed de HEERE boos maakte.

283
00:17:30,150 --> 00:17:32,850
Maar hij zegt dat hier tussen haakjes:

284
00:17:32,850 --> 00:17:37,530
Ook op mij werd de HEERE
toornig, vanwege u, en Hij zei:

285
00:17:37,530 --> 00:17:40,050
Ook u zult er niet in komen.

286
00:17:40,050 --> 00:17:45,750
Jozua, de zoon van Nun, die in uw
dienst staat, die zal erin komen;

287
00:17:45,750 --> 00:17:50,250
rust hem ervoor toe, want hij zal
het Israël in erfbezit laten nemen.

288
00:17:50,250 --> 00:17:55,890
En ook uw kleine kinderen, waarvan u zei:
Zij zullen de vijand tot buit worden,

289
00:17:55,890 --> 00:18:00,930
en uw kinderen die heden nog geen goed
of kwaad kennen, die zullen erin komen.

290
00:18:00,930 --> 00:18:04,950
Aan hen zal Ik het geven en
zij zullen het in bezit nemen.

291
00:18:04,950 --> 00:18:08,910
Maar wat u betreft, keer u
om en trek naar de woestijn,

292
00:18:08,910 --> 00:18:10,950
in de richting van de Schelfzee.

293
00:18:10,950 --> 00:18:14,730
In dit hele verhaal bevindt
hij zich bij Kades-Barnea,

294
00:18:14,730 --> 00:18:18,990
afgezien van een verwijzing
tussen haakjes in vers 37:

295
00:18:18,990 --> 00:18:21,810
De Heer was ook boos
op mij vanwege jullie.

296
00:18:21,810 --> 00:18:23,610
Maar dat gebeurde pas later.

297
00:18:23,610 --> 00:18:28,650
Hij vermeldt eenvoudig dat zelfs hij
op een bepaald moment God boos maakte

298
00:18:28,650 --> 00:18:33,510
door zijn ongehoorzaamheid, maar niet op
het moment waar hij het hier over heeft.

299
00:18:33,510 --> 00:18:37,950
Wat nu degenen betreft die op dat
moment negentien jaar of jonger waren:

300
00:18:37,950 --> 00:18:43,830
in vers 39 wordt over hen gezegd dat ze
geen kennis van goed en kwaad hadden.

301
00:18:43,830 --> 00:18:48,510
Op grond daarvan hebben sommige mensen
geopperd dat de zogenaamde leeftijd van

302
00:18:48,510 --> 00:18:52,170
toerekeningsvatbaarheid misschien
rond de twintig jaar ligt.

303
00:18:52,170 --> 00:18:54,030
Dat lijkt behoorlijk oud.

304
00:18:54,030 --> 00:18:57,510
Het hele idee van een leeftijd
van verantwoordelijkheid is dat

305
00:18:57,510 --> 00:19:00,270
baby’s bij hun geboorte niets weten.

306
00:19:00,270 --> 00:19:04,650
Ze kennen goed noch kwaad en zijn
daarom nauwelijks verantwoordelijk.

307
00:19:04,650 --> 00:19:10,110
Ze gedragen zich misschien zelfzuchtig en
dwaas, maar ze weten niet dat ze dat doen.

308
00:19:10,110 --> 00:19:12,090
Daarom kunnen ze er tegenover God

309
00:19:12,090 --> 00:19:14,970
nauwelijks verantwoordelijk
voor worden gehouden, en God

310
00:19:14,970 --> 00:19:16,950
zou hen er niet voor straffen.

311
00:19:16,950 --> 00:19:21,390
Volgens deze opvatting wordt
een baby die sterft, behouden.

312
00:19:21,390 --> 00:19:26,130
Door zijn eigen onwetendheid valt hij niet
in de categorie van degenen die vanwege

313
00:19:26,130 --> 00:19:28,230
hun zonden veroordeeld worden.

314
00:19:28,230 --> 00:19:32,190
Hoewel hij gezondigd heeft, kan hij niet
verantwoordelijk worden gehouden voor zijn

315
00:19:32,190 --> 00:19:34,710
zonden, omdat hij niet beter wist.

316
00:19:34,710 --> 00:19:37,831
Maar als dit waar is — en
ik geloof dat het waar is —

317
00:19:37,831 --> 00:19:40,830
dan komt er natuurlijk een
moment in het leven van een kind

318
00:19:40,830 --> 00:19:43,650
waarop het verantwoordelijk
wordt voor zijn gedrag.

319
00:19:43,650 --> 00:19:47,610
Als het na dat punt sterft en zich
niet van zijn zonden heeft bekeerd,

320
00:19:47,610 --> 00:19:48,930
wordt het wel gestraft.

321
00:19:48,930 --> 00:19:53,490
Dat overgangspunt wordt gewoonlijk de
leeftijd van verantwoordelijkheid genoemd,

322
00:19:53,490 --> 00:19:57,210
en niemand weet welke leeftijd
dat precies zou kunnen zijn.

323
00:19:57,210 --> 00:20:02,250
Dat er zo’n leeftijd bestaat, wordt
genoemd in Jesaja, hoofdstuk 7.

324
00:20:02,250 --> 00:20:05,250
Sommige mensen zeggen dat de
leeftijd van verantwoordelijkheid

325
00:20:05,250 --> 00:20:08,790
nergens in de Bijbel wordt genoemd,
en niet iedereen gelooft dat er

326
00:20:08,790 --> 00:20:10,470
zo’n leeftijd bestaat.

327
00:20:10,470 --> 00:20:15,390
Maar in hoofdstuk 7 van Jesaja wordt
er wel degelijk melding van gemaakt.

328
00:20:15,390 --> 00:20:18,990
De term ‘leeftijd van
verantwoordelijkheid’ wordt daar niet

329
00:20:18,990 --> 00:20:23,370
gebruikt, maar het gaat er beslist over,
want er wordt gesproken over een kind

330
00:20:23,370 --> 00:20:24,990
dat geboren wordt.

331
00:20:24,990 --> 00:20:27,570
Jesaja 7:16 zegt:

332
00:20:27,570 --> 00:20:30,390
Voorzeker, voordat de
jongen in staat is het

333
00:20:30,390 --> 00:20:34,770
kwade te verwerpen en het goede te
kiezen, zal het land verlaten zijn,

334
00:20:34,770 --> 00:20:39,030
namelijk het land van de twee
koningen voor wie u in angst verkeert.

335
00:20:39,030 --> 00:20:41,670
Hij spreekt dus over de
geboorte van een baby,

336
00:20:41,670 --> 00:20:45,750
en hij spreekt over een politieke
ontwikkeling die binnen enkele jaren

337
00:20:45,750 --> 00:20:48,750
na de geboorte van die
baby zal plaatsvinden.

338
00:20:48,750 --> 00:20:52,830
Om duidelijk te maken hoe snel
dat zal gebeuren, zegt hij:

339
00:20:52,830 --> 00:20:55,950
Voordat dat kind weet hoe het
voor het goede moet kiezen en het

340
00:20:55,950 --> 00:20:57,630
kwade moet afwijzen.

341
00:20:57,630 --> 00:21:02,070
Daaruit blijkt heel duidelijk dat er
een periode in het leven van een kind is

342
00:21:02,070 --> 00:21:04,350
waarin het nog niet weet dat te doen.

343
00:21:04,350 --> 00:21:07,830
Maar daarna bereikt het een
punt waarop het dat wel weet.

344
00:21:07,830 --> 00:21:09,990
Het weet dan wat het doet.

345
00:21:09,990 --> 00:21:12,690
Het draagt dan morele
verantwoordelijkheid.

346
00:21:12,690 --> 00:21:16,170
Het klinkt alsof Jesaja
doelt op een zeer jong kind.

347
00:21:16,170 --> 00:21:21,210
Want in een parallelle profetie in Jesaja
8 over hetzelfde kind staat dat deze

348
00:21:21,210 --> 00:21:24,030
twee koningen, degenen die Juda bedreigen,

349
00:21:24,030 --> 00:21:27,630
verdwenen zullen zijn voordat
het kind papa en mama kan zeggen.

350
00:21:27,630 --> 00:21:31,230
Het klinkt dus alsof de leeftijd van
verantwoordelijkheid voor het kind vrij

351
00:21:31,230 --> 00:21:35,370
laag is, en niemand weet werkelijk
wanneer die leeftijd bereikt wordt.

352
00:21:35,370 --> 00:21:38,130
Het lijkt erop dat in de
latere Joodse traditie

353
00:21:38,130 --> 00:21:42,570
twaalf of dertien jaar werd beschouwd
als de leeftijd van verantwoordelijkheid.

354
00:21:42,570 --> 00:21:46,230
Dat is zo ongeveer wat met
een bar mitswa wordt gevierd:

355
00:21:46,230 --> 00:21:50,670
een kind van ongeveer dertien jaar viert
zijn overgang van de kindertijd naar de

356
00:21:50,670 --> 00:21:54,810
volwassenheid, van het staan onder
het morele gezag van zijn ouders

357
00:21:54,810 --> 00:21:59,730
naar de persoonlijke verplichting om als
man de wetten van God te onderhouden.

358
00:21:59,730 --> 00:22:04,230
Dertien jaar lijkt dus binnen de Joodse
godsdienst een traditionele leeftijd van

359
00:22:04,230 --> 00:22:06,030
verantwoordelijkheid te zijn.

360
00:22:06,030 --> 00:22:10,530
Maar in deze passage staat dat degenen
die niet in de woestijn stierven,

361
00:22:10,530 --> 00:22:14,850
degenen waren die op dat moment geen
kennis van goed en kwaad hadden.

362
00:22:14,850 --> 00:22:18,210
Daar viel echter iedereen
onder de twintig jaar onder.

363
00:22:18,210 --> 00:22:21,210
Sommigen denken dus dat twintig
jaar misschien de leeftijd van

364
00:22:21,210 --> 00:22:26,190
verantwoordelijkheid is, maar volgens
bijna elke inschatting is dat wat laat.

365
00:22:26,190 --> 00:22:29,970
Iemand onder de twintig zou
beslist al vóór die leeftijd

366
00:22:29,970 --> 00:22:33,690
goed van kwaad kunnen onderscheiden
en zou verantwoordelijk zijn voor wat

367
00:22:33,690 --> 00:22:35,010
hij daarvan wist.

368
00:22:35,010 --> 00:22:39,990
Het kan dus zijn dat deze vermelding
in vers 39 van jullie kleine kinderen,

369
00:22:39,990 --> 00:22:45,270
die geen kennis van goed en kwaad hebben,
niet slaat op iedereen onder de twintig.

370
00:22:45,270 --> 00:22:48,630
Het is waar dat iedereen onder
de twintig gespaard bleef,

371
00:22:48,630 --> 00:22:52,290
maar in deze opmerking ligt de
nadruk op de kleine kinderen.

372
00:22:52,290 --> 00:22:55,350
Jullie zijn bang dat jullie
kleine kinderen zullen omkomen.

373
00:22:55,350 --> 00:23:00,150
Welnu, jullie kleine kinderen, die goed
en kwaad niet kennen, zullen niet omkomen.

374
00:23:00,150 --> 00:23:04,230
Maar dat betekent niet dat zij de
enigen zijn die niet zullen omkomen.

375
00:23:04,230 --> 00:23:08,070
Misschien worden de ouderen, degenen
die bijna twintig jaar oud zijn,

376
00:23:08,070 --> 00:23:10,590
hier gewoon buiten beschouwing gelaten.

377
00:23:10,590 --> 00:23:12,630
Nu vers 41:

378
00:23:12,630 --> 00:23:17,670
Toen antwoordde u en zei tegen mij:
Wij hebben gezondigd tegen de HEERE.

379
00:23:17,670 --> 00:23:22,770
Wijzelf zullen optrekken en strijden,
overeenkomstig alles wat de HEERE,

380
00:23:22,770 --> 00:23:25,290
onze God, ons geboden heeft.

381
00:23:25,290 --> 00:23:28,650
Maar toen iedereen van u zijn
wapenrusting aantrok en in

382
00:23:28,650 --> 00:23:34,230
overmoed wilde optrekken naar het
bergland, zei de HEERE tegen mij: Zeg hun:

383
00:23:34,230 --> 00:23:38,670
Trek niet op en strijd niet,
want Ik ben niet in uw midden.

384
00:23:38,670 --> 00:23:41,790
Dan zult u niet door uw
vijanden verslagen worden.

385
00:23:41,790 --> 00:23:45,090
Maar toen ik tot u
sprak, luisterde u niet:

386
00:23:45,090 --> 00:23:48,090
u was het bevel van de HEERE ongehoorzaam;

387
00:23:48,090 --> 00:23:51,810
u was overmoedig en trok
toch het bergland in.

388
00:23:51,810 --> 00:23:57,270
De Amorieten, die in dat bergland
woonden, rukten toen uit, u tegemoet.

389
00:23:57,270 --> 00:24:02,250
Zij achtervolgden u, zoals bijen dat
doen; en zij verpletterden u in Seïr,

390
00:24:02,250 --> 00:24:03,630
tot Horma toe.

391
00:24:03,630 --> 00:24:07,950
Toen u daarna terugkeerde en huilde
voor het aangezicht van de HEERE,

392
00:24:07,950 --> 00:24:12,270
luisterde de HEERE niet naar uw
stem en hoorde Hij u niet aan.

393
00:24:12,270 --> 00:24:16,290
U bleef vele dagen in Kades,
zolang als u er bleef.

394
00:24:16,290 --> 00:24:19,350
Ze werden door de Amorieten
verpletterend verslagen.

395
00:24:19,350 --> 00:24:21,930
We weten niet hoeveel
slachtoffers er bij hen vielen,

396
00:24:21,930 --> 00:24:25,890
maar ze werden verjaagd als mensen
die voor een zwerm bijen wegrennen.

397
00:24:25,890 --> 00:24:27,450
Dat is wat hij zei.

398
00:24:27,450 --> 00:24:30,930
Ze waren eenvoudigweg niet bij
machte de Amorieten te overwinnen.

399
00:24:30,930 --> 00:24:36,810
Nu zijn de Amorieten ook het volk dat
ze later wel overwonnen, 38 jaar later.

400
00:24:36,810 --> 00:24:40,950
Sihon en Og waren koningen
van die Amoritische volken.

401
00:24:40,950 --> 00:24:45,750
Het verschil was echter dat het een
nieuwe generatie was die de Amorieten

402
00:24:45,750 --> 00:24:47,970
38 jaar later overwon.

403
00:24:47,970 --> 00:24:52,710
Bovendien deden degenen uit de eerste
generatie die daar niet in slaagden,

404
00:24:52,710 --> 00:24:57,570
hun poging nadat God hun al had gezegd
dat ze het land niet zouden innemen

405
00:24:57,570 --> 00:25:01,410
en dat ze moesten rondzwerven
en sterven in de woestijn.

406
00:25:01,410 --> 00:25:07,650
Gods oordeel beviel hun niet, dus besloten
ze uit zichzelf de situatie te veranderen.

407
00:25:07,650 --> 00:25:11,670
En God liet hun zien dat ze het
niet op eigen kracht konden.

408
00:25:11,670 --> 00:25:14,850
Het feit dat ze op dit
moment die nederlaag leden,

409
00:25:14,850 --> 00:25:19,650
maakt heel duidelijk dat hun latere
overwinningen aan de Heere te danken waren

410
00:25:19,650 --> 00:25:21,570
en niet aan henzelf.

411
00:25:21,570 --> 00:25:25,350
Als ze elke veldslag waaraan ze
deelnamen altijd hadden gewonnen,

412
00:25:25,350 --> 00:25:29,970
hadden ze zichzelf er misschien gewoon
mee gefeliciteerd dat ze een geweldig

413
00:25:29,970 --> 00:25:33,510
leger en een grote, machtige natie waren.

414
00:25:33,510 --> 00:25:37,230
Maar het feit dat ze bij hun
eerste poging tegen de Amorieten

415
00:25:37,230 --> 00:25:42,210
zo vernederend werden verslagen, laat zien
dat ze niet in huis hadden wat nodig was

416
00:25:42,210 --> 00:25:44,250
om de Amorieten te verslaan.

417
00:25:44,250 --> 00:25:48,510
Toen God later echter met hen
was, versloegen ze hen met gemak.

418
00:25:48,510 --> 00:25:53,250
Deze nederlaag laat het verschil zien
tussen wat ze op eigen kracht konden

419
00:25:53,250 --> 00:25:55,530
en wat God voor hen kon doen.

420
00:25:55,530 --> 00:25:56,910
Hoofdstuk 2:

421
00:25:56,910 --> 00:26:02,310
Daarna keerden wij om en trokken naar de
woestijn, in de richting van de Schelfzee,

422
00:26:02,310 --> 00:26:06,510
zoals de HEERE tot mij gesproken had,
en wij trokken om het Seïrgebergte

423
00:26:06,510 --> 00:26:08,550
heen, vele dagen.

424
00:26:08,550 --> 00:26:11,670
Die vele dagen waren 38 jaar.

425
00:26:11,670 --> 00:26:15,090
Vers 14 vermeldt dat het 38 jaar was.

426
00:26:15,090 --> 00:26:18,810
Maar hij slaat die 38 jaar
over en zegt eenvoudig:

427
00:26:18,810 --> 00:26:22,950
We trokken om het Seïrgebergte
heen, het gebied van de Edomieten.

428
00:26:22,950 --> 00:26:26,070
Ze trokken er zo ongeveer 38 jaar omheen.

429
00:26:26,070 --> 00:26:30,630
De Heere sprak tot mij aan het einde
van die tijd, aan het einde van 38

430
00:26:30,630 --> 00:26:32,250
jaar, en zei:

431
00:26:32,250 --> 00:26:35,730
U bent lang genoeg om dit
bergland heen getrokken.

432
00:26:35,730 --> 00:26:37,470
Keer u om naar het noorden

433
00:26:37,470 --> 00:26:43,170
Dat lijkt op de woorden in hoofdstuk 1,
vers 6, waar Hij bij de berg Horeb zegt:

434
00:26:43,170 --> 00:26:47,430
De HEERE, onze God, heeft tot
ons gesproken bij de Horeb:

435
00:26:47,430 --> 00:26:50,250
U bent lang genoeg bij deze berg gebleven.

436
00:26:50,250 --> 00:26:52,470
Dat was de berg Sinaï.

437
00:26:52,470 --> 00:26:58,470
Deze keer is het de berg Seïr, waar ze 38
jaar omheen hebben getrokken. God zegt:

438
00:26:58,470 --> 00:27:01,830
U bent lang genoeg om dit
bergland heen getrokken.

439
00:27:01,830 --> 00:27:04,710
Keer u om naar het noorden
en gebied het volk:

440
00:27:04,710 --> 00:27:08,790
U gaat door het gebied van uw broeders
trekken, de kinderen van Ezau,

441
00:27:08,790 --> 00:27:10,530
die in Seïr wonen.

442
00:27:10,530 --> 00:27:15,510
Zij zullen wel bevreesd voor u zijn,
maar u moet zeer op uw hoede zijn.

443
00:27:15,510 --> 00:27:20,490
Ga niet de strijd met hen aan, want Ik zal
u van hun land nog geen voetbreed geven.

444
00:27:20,490 --> 00:27:24,210
Ik heb het Seïrgebergte immers
aan Ezau in bezit gegeven.

445
00:27:24,210 --> 00:27:29,010
Hoewel Ezau niet het uitverkoren zaad
van Izak was, en Jakob dat wel was,

446
00:27:29,010 --> 00:27:31,710
bleef Ezau niet met lege handen achter.

447
00:27:31,710 --> 00:27:35,370
God Zelf zei dat Hij de berg
Seïr aan Ezau had gegeven,

448
00:27:35,370 --> 00:27:38,430
net zoals Hij Kanaän
aan Israël had gegeven.

449
00:27:38,430 --> 00:27:42,750
Dat is ook interessant, omdat mensen vaak
zeggen dat Israël recht heeft op het land

450
00:27:42,750 --> 00:27:45,450
Israël omdat God het hun heeft gegeven.

451
00:27:45,450 --> 00:27:50,610
Welnu, Hij gaf de berg Seïr ook aan
Edom, maar Edom bestaat nu niet meer.

452
00:27:50,610 --> 00:27:53,850
Dat God land geeft, betekent
nog niet dat mensen het nooit

453
00:27:53,850 --> 00:27:56,190
verliezen vanwege ongehoorzaamheid.

454
00:27:56,190 --> 00:28:02,370
Het is interessant dat God zegt dat Hij de
berg Seïr aan Ezau tot bezit had gegeven,

455
00:28:02,370 --> 00:28:07,170
precies hetzelfde wat Hij zegt over
het geven van Kanaän aan Israël.

456
00:28:07,170 --> 00:28:12,390
Later zal Hij hetzelfde zeggen over de
Moabieten en het land dat Hij in vers 9

457
00:28:12,390 --> 00:28:15,930
aan de nakomelingen van Lot
tot bezit heeft gegeven.

458
00:28:15,930 --> 00:28:20,610
Deze verschillende takken van de familie
van Abraham, of eigenlijk van Terah,

459
00:28:20,610 --> 00:28:24,990
hadden hun voorouderlijke gebieden
van God gekregen, net als Israël.

460
00:28:24,990 --> 00:28:28,650
Hoewel Israël de enige van
deze volken is die nog bestaat,

461
00:28:28,650 --> 00:28:30,810
zijn de andere uitgestorven.

462
00:28:30,810 --> 00:28:36,570
Zelfs de etnische groepen zijn, voor zover
wij weten, tot de laatste man verdwenen.

463
00:28:36,570 --> 00:28:37,770
Vers 6:

464
00:28:37,770 --> 00:28:42,270
Voedsel moet u voor geld van
hen kopen, zodat u kunt eten;

465
00:28:42,270 --> 00:28:46,830
ook water moet u voor geld van
hen kopen, zodat u kunt drinken.

466
00:28:46,830 --> 00:28:50,970
We weten dat Israël Edom verzocht
om erdoorheen te mogen trekken

467
00:28:50,970 --> 00:28:56,250
en dat ze alles wat ze aten of dronken
konden kopen, oftewel ervoor betalen.

468
00:28:56,250 --> 00:28:57,990
Maar ze zeiden feitelijk:

469
00:28:57,990 --> 00:29:00,450
Laat ons toch door uw land trekken.

470
00:29:00,450 --> 00:29:03,570
Wij zullen niet door akkers
of wijngaarden trekken,

471
00:29:03,570 --> 00:29:06,330
en wij zullen geen water
uit een put drinken.

472
00:29:06,330 --> 00:29:10,530
Wij zullen de koninklijke weg nemen, wij
zullen niet naar rechts of naar links

473
00:29:10,530 --> 00:29:14,310
afwijken, totdat wij door
uw gebied getrokken zijn.

474
00:29:14,310 --> 00:29:18,570
Maar Edom zei tegen hem: U mag
niet door mijn land trekken,

475
00:29:18,570 --> 00:29:21,150
anders ga ik u met het zwaard tegemoet!

476
00:29:21,150 --> 00:29:25,410
Toen zeiden de Israëlieten tegen hem:
Wij zullen langs de hoofdweg trekken,

477
00:29:25,410 --> 00:29:28,770
en als wij van uw water
drinken, ik en mijn vee,

478
00:29:28,770 --> 00:29:31,050
dan zal ik daarvoor de prijs betalen.

479
00:29:31,050 --> 00:29:34,170
Ik wil alleen maar te voet
doortrekken, meer niet.

480
00:29:34,170 --> 00:29:36,690
Edom weigerde hen erdoor te laten.

481
00:29:36,690 --> 00:29:39,630
Even later blijkt echter
dat ze er toch in slaagden

482
00:29:39,630 --> 00:29:42,570
om wat dingen van enkele
Edomieten te kopen.

483
00:29:42,570 --> 00:29:47,730
Want in vers 28 en 29 van
dit hoofdstuk deden ze Sihon

484
00:29:47,730 --> 00:29:51,030
hetzelfde aanbod als
ze Edom hadden gedaan.

485
00:29:51,030 --> 00:29:53,070
Vers 28 zegt:

486
00:29:53,070 --> 00:29:58,290
Verkoop mij voedsel voor geld, zodat ik
kan eten, en geef mij water voor geld,

487
00:29:58,290 --> 00:30:00,030
zodat ik kan drinken.

488
00:30:00,030 --> 00:30:04,590
Laat mij slechts te voet door uw land
trekken — zoals de kinderen van Ezau,

489
00:30:04,590 --> 00:30:10,471
die in Seïr wonen, en de Moabieten, die
in Ar wonen, ook voor mij gedaan hebben —

490
00:30:10,471 --> 00:30:15,450
totdat ik de Jordaan oversteek, naar
het land dat de HEERE, onze God,

491
00:30:15,450 --> 00:30:16,950
ons geven zal.

492
00:30:16,950 --> 00:30:21,870
Zoals we in het boek Numeri lezen, lieten
Ezau en Moab Israël niet door hun land

493
00:30:21,870 --> 00:30:25,890
trekken, en we lezen niet dat ze
ermee instemden hun voedsel en

494
00:30:25,890 --> 00:30:27,630
water te verkopen.

495
00:30:27,630 --> 00:30:32,250
Vers 28 klinkt dus alsof het in
strijd is met wat we in Numeri lezen.

496
00:30:32,250 --> 00:30:36,390
Maar ik denk dat de meeste geleerden dit
verklaren door te zeggen dat ze niet door

497
00:30:36,390 --> 00:30:39,570
Edom zelf mochten trekken,
maar erlangs gingen.

498
00:30:39,570 --> 00:30:43,830
Ongetwijfeld hebben afzonderlijke
Edomieten, boeren enzovoort,

499
00:30:43,830 --> 00:30:48,090
hun wat voedsel en water verkocht
terwijl ze langs hun land trokken.

500
00:30:48,090 --> 00:30:52,290
Maar ze mochten niet over de Koninklijke
Weg trekken, zoals ze hadden gevraagd.

501
00:30:52,290 --> 00:30:56,550
Het is enigszins moeilijk om
precies te bepalen hoe hoofdstuk 2,

502
00:30:56,550 --> 00:31:00,450
vers 29 hiermee in overeenstemming
moet worden gebracht.

503
00:31:00,450 --> 00:31:02,190
In vers 7 staat:

504
00:31:02,190 --> 00:31:07,170
Want de HEERE, uw God, heeft u
gezegend in al het werk van uw hand.

505
00:31:07,170 --> 00:31:10,830
Hij weet van uw tocht door
deze zo grote woestijn.

506
00:31:10,830 --> 00:31:14,670
Deze veertig jaar is de
HEERE, uw God, met u geweest.

507
00:31:14,670 --> 00:31:17,010
Het heeft u aan niets ontbroken.

508
00:31:17,010 --> 00:31:21,810
Zo trokken wij verder, weg van onze
broeders, de kinderen van Ezau,

509
00:31:21,810 --> 00:31:27,750
die in Seïr woonden, en van de weg door
de Vlakte, van Elath en Ezeon-Geber.

510
00:31:27,750 --> 00:31:31,770
Wij keerden om en trokken langs
de weg door de woestijn van Moab.

511
00:31:31,770 --> 00:31:35,910
Toen zei de HEERE tegen mij:
Breng Moab niet in het nauw

512
00:31:35,910 --> 00:31:41,370
en ga niet de strijd met hen aan, want van
hun land zal Ik u niets in bezit geven.

513
00:31:41,370 --> 00:31:45,270
Ik heb Ar namelijk aan de
kinderen van Lot in bezit gegeven.

514
00:31:45,270 --> 00:31:48,150
Dan krijgen we deze
informatie tussen haakjes.

515
00:31:48,150 --> 00:31:50,670
Ofwel Mozes zegt dit als een tussenzin,

516
00:31:50,670 --> 00:31:55,470
ofwel een latere schrijver heeft
deze informatie toegevoegd. Er staat:

517
00:31:55,470 --> 00:31:59,910
(De Emieten woonden er vroeger
in, een groot en talrijk volk,

518
00:31:59,910 --> 00:32:01,830
zo lang als de Enakieten.

519
00:32:01,830 --> 00:32:06,090
Zij werden ook tot de Refaïeten
gerekend, evenals de Enakieten,

520
00:32:06,090 --> 00:32:09,030
maar de Moabieten noemden hen Emieten.

521
00:32:09,030 --> 00:32:11,550
En in Seïr woonden vroeger de Horieten,

522
00:32:11,550 --> 00:32:15,210
maar de kinderen van Ezau
verdreven hen uit hun bezit,

523
00:32:15,210 --> 00:32:19,890
vaagden hen van voor hun ogen weg
en gingen in hun plaats wonen;

524
00:32:19,890 --> 00:32:23,130
net zoals Israël gedaan heeft
met het land van zijn bezit,

525
00:32:23,130 --> 00:32:25,410
dat de HEERE hun gegeven heeft.)

526
00:32:25,410 --> 00:32:29,130
Dat staat allemaal tussen haakjes en
geeft ons informatie over het land waarin

527
00:32:29,130 --> 00:32:30,690
de Moabieten woonden.

528
00:32:30,690 --> 00:32:35,370
De Moabieten veroverden het land op
een volk dat de Emieten werd genoemd,

529
00:32:35,370 --> 00:32:39,390
en de Edomieten veroverden
hun land, het Seïrgebergte,

530
00:32:39,390 --> 00:32:42,150
op een volk dat de Horieten werd genoemd.

531
00:32:42,150 --> 00:32:46,170
Vooral van de Emieten wordt in
vers 10 gezegd dat ze even groot,

532
00:32:46,170 --> 00:32:49,470
talrijk en lang waren als de Enakieten.

533
00:32:49,470 --> 00:32:52,230
De reden waarom dat
belangrijk is, is dat Mozes,

534
00:32:52,230 --> 00:32:56,310
als hij dit tegen het volk heeft
gezegd, hen min of meer beschaamt.

535
00:32:56,310 --> 00:33:00,210
Hun vaderen wilden het land Kanaän
namelijk niet binnengaan om het in bezit

536
00:33:00,210 --> 00:33:03,450
te nemen, omdat daar Enakieten waren.

537
00:33:03,450 --> 00:33:05,310
Daar waren grote mensen.

538
00:33:05,310 --> 00:33:07,830
Het zou tot hun schande
zijn dat de Moabieten,

539
00:33:07,830 --> 00:33:10,410
die Jahweh niet eens bij zich hadden, wel

540
00:33:10,410 --> 00:33:14,250
in staat waren binnen te trekken en
het land in bezit te nemen dat ze op de

541
00:33:14,250 --> 00:33:18,510
Emieten veroverden, die even
lang waren als de Enakieten.

542
00:33:18,510 --> 00:33:21,150
Ze stonden tegenover
hetzelfde soort tegenstand

543
00:33:21,150 --> 00:33:24,930
waardoor een eerdere generatie
Israëlieten zich had laten afschrikken,

544
00:33:24,930 --> 00:33:27,150
maar toch overwonnen ze hen.

545
00:33:27,150 --> 00:33:31,470
Daarom zou je denken dat Israël
hetzelfde soort geloof had moeten hebben.

546
00:33:31,470 --> 00:33:35,550
Aan het einde van vers 12 hebben
we een kleine dubbelzinnigheid.

547
00:33:35,550 --> 00:33:39,630
Er staat namelijk dat de kinderen van
Ezau de Horieten hadden overwonnen,

548
00:33:39,630 --> 00:33:41,070
en dan staat er:

549
00:33:41,070 --> 00:33:45,870
Net zoals Israël deed met het land
dat de Heer hun in bezit had gegeven.

550
00:33:45,870 --> 00:33:50,850
Toen Mozes deze toespraak hield, waren ze
uiteraard nog niet Kanaän binnengegaan,

551
00:33:50,850 --> 00:33:53,370
en toch spreekt hij in de verleden tijd.

552
00:33:53,370 --> 00:33:55,710
Dit kan op een paar
manieren worden opgevat.

553
00:33:55,710 --> 00:34:00,330
Zoals ik al zei, staat dit tussen
haakjes, en het kan heel goed zijn

554
00:34:00,330 --> 00:34:05,430
dat een latere redacteur deze
informatie eenvoudigweg heeft ingevoegd

555
00:34:05,430 --> 00:34:08,430
omdat die interessant was voor de lezer.

556
00:34:08,430 --> 00:34:11,190
Daarmee onderbrak hij
de toespraak van Mozes,

557
00:34:11,190 --> 00:34:15,870
omdat Mozes had gezegd dat God
Ar aan de nakomelingen van Lot

558
00:34:15,870 --> 00:34:17,790
als bezit had gegeven.

559
00:34:17,790 --> 00:34:21,150
Een latere redacteur,
misschien zelfs Jozua,

560
00:34:21,150 --> 00:34:23,610
kan deze tussenzin hebben ingevoegd.

561
00:34:23,610 --> 00:34:28,230
Hij zei daarmee in feite dat de
Moabieten, toen hun dit land werd gegeven,

562
00:34:28,230 --> 00:34:32,190
het op enkele reuzen veroverden,
net zoals Israël haar land op

563
00:34:32,190 --> 00:34:33,810
reuzen moest veroveren.

564
00:34:33,810 --> 00:34:37,170
Ook de Edomieten hadden hun
land op een ander volk veroverd,

565
00:34:37,170 --> 00:34:41,010
net zoals Israël haar land op
een ander volk moest veroveren.

566
00:34:41,010 --> 00:34:45,270
Als dit aan het einde van vers 12
verwijst naar de verovering van Kanaän,

567
00:34:45,270 --> 00:34:49,410
dan moet die uitspraak door een latere
redacteur zijn gedaan en toegevoegd.

568
00:34:49,410 --> 00:34:51,090
Dat is niet onmogelijk.

569
00:34:51,090 --> 00:34:54,390
De suggestie is op geen
enkele manier oneerbiedig.

570
00:34:54,390 --> 00:34:58,110
Maar als Mozes deze woorden
sprak, kon hij dit toch zeggen,

571
00:34:58,110 --> 00:35:01,230
omdat de kinderen van Israël
op dat moment het gebied

572
00:35:01,230 --> 00:35:04,650
ten oosten van de Jordaan op
de Amorieten hadden veroverd.

573
00:35:04,650 --> 00:35:07,290
Het is waar dat dit niet
het Beloofde Land is,

574
00:35:07,290 --> 00:35:12,150
maar vers 12 zegt niets over het
Beloofde Land. Er staat alleen:

575
00:35:12,150 --> 00:35:16,770
Net zoals Israël deed met het land
dat de Heer hun in bezit had gegeven.

576
00:35:16,770 --> 00:35:20,370
Dat kan verwijzen naar hun
verovering van Sihon en Og,

577
00:35:20,370 --> 00:35:23,190
en dat was nu het land
dat zij in bezit hadden.

578
00:35:23,190 --> 00:35:26,730
Het land ten oosten van de
Jordaan, waar ze op dat moment hun

579
00:35:26,730 --> 00:35:30,630
kamp hadden opgeslagen, wordt later
in die bewoordingen aangeduid.

580
00:35:30,630 --> 00:35:35,670
In vers 31 bijvoorbeeld, nadat
ze Sihon hadden verslagen, staat:

581
00:35:35,670 --> 00:35:40,410
En de HEERE zei tegen mij: Zie, Ik
ben begonnen Sihon en zijn land aan

582
00:35:40,410 --> 00:35:41,670
u te geven.

583
00:35:41,670 --> 00:35:44,790
Begin zijn land nu
daadwerkelijk in bezit te nemen.

584
00:35:44,790 --> 00:35:49,530
Er wordt dus gezegd dat het land van
Sihon door God aan hen gegeven wordt

585
00:35:49,530 --> 00:35:51,450
om het in bezit te nemen.

586
00:35:51,450 --> 00:35:54,630
Zo staat er ook in vers
12 van hoofdstuk 3:

587
00:35:54,630 --> 00:35:57,690
Dit land namen wij in die tijd in bezit.

588
00:35:57,690 --> 00:36:01,530
Vanaf Aroër, dat aan de
beek Arnon ligt, gaf ik het,

589
00:36:01,530 --> 00:36:04,950
met de helft van het bergland
van Gilead en zijn steden,

590
00:36:04,950 --> 00:36:07,470
aan de Rubenieten en de Gadieten.

591
00:36:07,470 --> 00:36:12,030
Daarmee wordt ook het land van Og
bedoeld, en Sihon wordt genoemd.

592
00:36:12,030 --> 00:36:15,810
Vervolgens zegt Hij in
hoofdstuk 3, vers 18:

593
00:36:15,810 --> 00:36:20,250
Verder gebood ik u in die
tijd: De HEERE, uw God,

594
00:36:20,250 --> 00:36:23,610
heeft u dit land gegeven
om het in bezit te nemen.

595
00:36:23,610 --> 00:36:27,810
Alle dappere mannen moeten echter
gewapend verdertrekken, voor uw broeders,

596
00:36:27,810 --> 00:36:29,790
de Israëlieten, uit.

597
00:36:29,790 --> 00:36:34,350
Dit betreft de Rubenieten, de
Gadieten en de halve stam Manasse,

598
00:36:34,350 --> 00:36:37,230
en het gaat over de
oostzijde van de Jordaan.

599
00:36:37,230 --> 00:36:40,590
Maar let op: zij hebben dit land veroverd.

600
00:36:40,590 --> 00:36:42,990
Het is niet het beloofde
land, maar het wordt

601
00:36:42,990 --> 00:36:45,990
hun door God gegeven om
het in bezit te nemen,

602
00:36:45,990 --> 00:36:48,630
en het is iets wat
Israël al veroverd heeft.

603
00:36:48,630 --> 00:36:52,110
De formulering in hoofdstuk
2, vers 12, luidt:

604
00:36:52,110 --> 00:36:54,990
En in Seïr woonden vroeger de Horieten,

605
00:36:54,990 --> 00:36:58,290
maar de kinderen van Ezau
verdreven hen uit hun bezit,

606
00:36:58,290 --> 00:37:02,610
vaagden hen van voor hun ogen weg
en gingen in hun plaats wonen;

607
00:37:02,610 --> 00:37:05,610
net zoals Israël gedaan heeft
met het land van zijn bezit,

608
00:37:05,610 --> 00:37:08,190
dat de HEERE hun gegeven heeft.)

609
00:37:08,190 --> 00:37:11,610
Het enige wat daar staat,
is dat God hun het land gaf

610
00:37:11,610 --> 00:37:13,650
en dat zij het in bezit namen.

611
00:37:13,650 --> 00:37:18,870
En dat geldt voor het gebied waar zij zich
bevonden toen Mozes deze toespraken hield.

612
00:37:18,870 --> 00:37:23,370
Je zou dus kunnen aanvoeren dat dit
door een latere redacteur is toegevoegd

613
00:37:23,370 --> 00:37:26,610
en betrekking heeft op
Kanaän, maar dat hoeft niet.

614
00:37:26,610 --> 00:37:31,410
Het kan Mozes zijn die spreekt over
het land dat zij al ingenomen hebben.

615
00:37:31,410 --> 00:37:32,430
Vers 13:

616
00:37:32,430 --> 00:37:36,450
Nu dan, sta op en steek
de beek Zered over.

617
00:37:36,450 --> 00:37:39,210
Toen staken wij de beek Zered over.

618
00:37:39,210 --> 00:37:42,450
De tijd dat wij gereisd
hebben, vanaf Kades-Barnea

619
00:37:42,450 --> 00:37:46,710
totdat wij de beek Zered overtrokken,
bedroeg achtendertig jaar:

620
00:37:46,710 --> 00:37:51,930
totdat de hele generatie strijdbare mannen
uit het midden van het kamp omgekomen was,

621
00:37:51,930 --> 00:37:54,390
zoals de HEERE hun gezworen had.

622
00:37:54,390 --> 00:37:59,250
En ook was de hand van de HEERE tegen hen
geweest, om hen in verwarring te brengen,

623
00:37:59,250 --> 00:38:02,910
weg uit het midden van het kamp,
totdat zij omgekomen waren.

624
00:38:02,910 --> 00:38:06,390
Dit is de vorige generatie,
die uit Egypte kwam.

625
00:38:06,390 --> 00:38:10,410
Toen uiteindelijk alle strijdbare
mannen uit het volk omgekomen waren,

626
00:38:10,410 --> 00:38:12,390
sprak Jahweh tot mij:

627
00:38:12,390 --> 00:38:16,410
Heden trekt u de grens
van Moab over, bij Ar.

628
00:38:16,410 --> 00:38:19,110
U zult in de nabijheid
van de Ammonieten komen.

629
00:38:19,110 --> 00:38:23,130
Breng hen niet in het nauw en
ga niet de strijd met hen aan,

630
00:38:23,130 --> 00:38:27,690
want van het land van de Ammonieten
zal Ik u niets in bezit geven.

631
00:38:27,690 --> 00:38:31,290
Ik heb het namelijk aan de
kinderen van Lot in bezit gegeven.

632
00:38:31,290 --> 00:38:35,910
Bedenk dat de Ammonieten en de
Moabieten allebei via Lots twee

633
00:38:35,910 --> 00:38:37,890
dochters van hem afstamden.

634
00:38:37,890 --> 00:38:40,710
Het waren dus broedervolken van Israël.

635
00:38:40,710 --> 00:38:42,990
Nu krijgen we weer een tussenzin.

636
00:38:42,990 --> 00:38:46,410
Er staat dat dit ook als een
land van reuzen werd beschouwd.

637
00:38:46,410 --> 00:38:51,090
Vroeger woonden daar reuzen, maar de
Ammonieten noemden hen Zamzummieten,

638
00:38:51,090 --> 00:38:56,370
een volk dat even groot, talrijk
en lang was als de Enakieten.

639
00:38:56,370 --> 00:39:01,770
Net zoals de Emieten even groot,
talrijk en lang waren als de Enakieten

640
00:39:01,770 --> 00:39:04,590
en toch door de Moabieten
werden verslagen,

641
00:39:04,590 --> 00:39:08,070
waren ook de Zamzummieten
zulke grote mensen.

642
00:39:08,070 --> 00:39:11,430
Van beide groepen werd
gezegd dat het reuzen waren.

643
00:39:11,430 --> 00:39:15,810
In vers 11 staat over de Emieten dat
ook zij als reuzen werden beschouwd.

644
00:39:15,810 --> 00:39:20,790
En in vers 20 werd het land van de
Zamzummieten eveneens als een land

645
00:39:20,790 --> 00:39:22,530
van reuzen beschouwd.

646
00:39:22,530 --> 00:39:28,350
Het woord ‘reuzen’ op deze plaatsen is
niet hetzelfde woord dat we in Genesis 6,

647
00:39:28,350 --> 00:39:32,910
waar het over de Nephilim gaat,
met ‘reuzen’ vertaald vinden.

648
00:39:32,910 --> 00:39:34,950
Hier zijn het de Refaïeten.

649
00:39:34,950 --> 00:39:39,750
Het Hebreeuwse woord is Refaïeten; in
de Engelse vertaling die hier wordt

650
00:39:39,750 --> 00:39:43,470
besproken, wordt dat met
‘reuzen’ weergegeven.

651
00:39:43,470 --> 00:39:46,890
En iets later zullen we
zien dat Og beschouwd wordt

652
00:39:46,890 --> 00:39:50,130
als de laatste van dat
geslacht van de Refaïeten.

653
00:39:50,130 --> 00:39:54,270
Daarna waren er nog steeds reuzen,
maar niet van de Refaïeten.

654
00:39:54,270 --> 00:39:58,230
De Refaïeten waren blijkbaar een
bepaalde etnische groep reuzen,

655
00:39:58,230 --> 00:40:04,410
waartoe de Zamzummieten, de Emieten en
sommige Amorieten, zoals Og, behoorden.

656
00:40:04,410 --> 00:40:06,510
Midden in vers 21 staat:

657
00:40:06,510 --> 00:40:11,010
een groot en talrijk volk,
zo lang als de Enakieten.

658
00:40:11,010 --> 00:40:14,490
De HEERE heeft hen echter
van voor hun ogen weggevaagd.

659
00:40:14,490 --> 00:40:19,410
De Ammonieten verdreven hen uit hun
bezit en zijn in hun plaats gaan wonen;

660
00:40:19,410 --> 00:40:23,370
Dat is interessant, want de
Ammonieten stamden van Lot af.

661
00:40:23,370 --> 00:40:28,710
Er staat dat Jahweh de Zamzummieten
voor de Ammonieten uit verdelgde.

662
00:40:28,710 --> 00:40:32,670
We hebben geen boek zoals de
Bijbel dat ons door Moabieten of

663
00:40:32,670 --> 00:40:34,530
Ammonieten gegeven is.

664
00:40:34,530 --> 00:40:38,490
Maar als we dat wel hadden, zouden we
daarin waarschijnlijk lezen over de

665
00:40:38,490 --> 00:40:42,690
veldslagen van de Heere, Die de
Emieten voor de Moabieten versloeg

666
00:40:42,690 --> 00:40:46,170
en de Zamzummieten voor
de Ammonieten versloeg.

667
00:40:46,170 --> 00:40:51,330
Er staat dat Jahweh Degene is Die
die reuzen voor hen uit verdreef.

668
00:40:51,330 --> 00:40:55,110
Dus net zoals we in Jozua
zullen lezen dat God de

669
00:40:55,110 --> 00:40:58,650
Kanaänieten voor Jozua
en Israël uit verdreef,

670
00:40:58,650 --> 00:41:03,450
waren er blijkbaar vergelijkbare
verhalen die niet zijn opgeschreven.

671
00:41:03,450 --> 00:41:07,710
Of als ze wel zijn opgeschreven,
zijn ze verloren gegaan.

672
00:41:07,710 --> 00:41:12,390
Verhalen waarin God soortgelijke
overwinningen gaf aan de Ammonieten,

673
00:41:12,390 --> 00:41:15,390
de Moabieten en de Edomieten.

674
00:41:15,390 --> 00:41:21,270
Israël is beslist een bijzonder volk,
omdat God met hen bij de berg Sinaï

675
00:41:21,270 --> 00:41:23,430
een bijzonder verbond sloot.

676
00:41:23,430 --> 00:41:28,110
Maar dit maakt duidelijk dat God niet
alleen een God van de Israëlieten is.

677
00:41:28,110 --> 00:41:33,630
God zorgt ook voor deze andere volken,
die niet tot het verbondsvolk behoorden.

678
00:41:33,630 --> 00:41:36,390
Hij is betrokken bij de
politiek van veel volken,

679
00:41:36,390 --> 00:41:39,990
niet alleen bij het volk
dat het uitverkoren volk is.

680
00:41:39,990 --> 00:41:41,670
Vers 22:

681
00:41:41,670 --> 00:41:46,350
evenals Hij gedaan heeft voor de
kinderen van Ezau, die in Seïr wonen:

682
00:41:46,350 --> 00:41:49,950
Hij heeft de Horieten van
voor hun ogen weggevaagd:

683
00:41:49,950 --> 00:41:55,590
zij verdreven hen uit hun bezit en zijn
in hun plaats gaan wonen, tot op deze dag.

684
00:41:55,590 --> 00:41:59,310
En de Avvieten, die in de
dorpen tot aan Gaza woonden,

685
00:41:59,310 --> 00:42:03,570
werden verdelgd door de Kaftorieten,
een oude naam voor de Filistijnen.

686
00:42:03,570 --> 00:42:08,070
En de Kaftorieten, die afkomstig
zijn uit Kaftor, hebben de Avvieten,

687
00:42:08,070 --> 00:42:10,410
die tot aan Gaza in dorpen woonden,

688
00:42:10,410 --> 00:42:13,650
weggevaagd en zijn in
hun plaats gaan wonen.)

689
00:42:13,650 --> 00:42:18,870
Kaftor was, geloof ik,
Cyprus of Kreta. Kreta.

690
00:42:18,870 --> 00:42:22,770
Kaftor is Kreta, en de
Filistijnen kwamen daarvandaan.

691
00:42:22,770 --> 00:42:26,070
De Avvim woonden langs de
kust van de Middellandse Zee.

692
00:42:26,070 --> 00:42:30,510
Zij waren blijkbaar een nog ouder volk
dat door de Filistijnen werd verdreven.

693
00:42:30,510 --> 00:42:32,730
Dat staat allemaal tussen haakjes.

694
00:42:32,730 --> 00:42:37,230
Ons wordt verteld hoe de vroegere
volkenkundige situatie in dat gebied was,

695
00:42:37,230 --> 00:42:41,850
voordat de situatie ontstond zoals
die in de tijd van Mozes bestond.

696
00:42:41,850 --> 00:42:43,470
Vers 24:

697
00:42:43,470 --> 00:42:49,710
Sta op, breek op en trek de beek
Arnon over; zie, Ik heb u Sihon,

698
00:42:49,710 --> 00:42:54,690
de koning van Hesbon, de Amoriet,
en zijn land in uw hand gegeven.

699
00:42:54,690 --> 00:42:58,710
Begin het in bezit te nemen
en ga met hén de strijd aan.

700
00:42:58,710 --> 00:43:02,610
Op deze dag zal Ik beginnen de
volken onder heel de hemel angst en

701
00:43:02,610 --> 00:43:04,530
vrees voor u te geven.

702
00:43:04,530 --> 00:43:09,030
Zij zullen geruchten over u horen
en voor u sidderen en beven.

703
00:43:09,030 --> 00:43:13,770
Let alleen eens op de overdrijving:
elk volk onder de hele hemel.

704
00:43:13,770 --> 00:43:16,590
Deze uitdrukking wordt ook
in het boek Handelingen

705
00:43:16,590 --> 00:43:19,590
gebruikt bij de beschrijving
van de dag van Pinksteren.

706
00:43:19,590 --> 00:43:24,150
In Handelingen 2:5 staat dat er
bij die gelegenheid in Jeruzalem

707
00:43:24,150 --> 00:43:28,710
godvrezende Joden waren uit
elk volk onder de hele hemel.

708
00:43:28,710 --> 00:43:32,850
Dit is iets waarmee we vertrouwd moeten
raken als het gaat om de manier waarop de

709
00:43:32,850 --> 00:43:35,310
Bijbel zulke overdrijvingen gebruikt.

710
00:43:35,310 --> 00:43:39,870
Het is duidelijk dat niet elk volk
onder de hemel over Israël zou horen

711
00:43:39,870 --> 00:43:41,370
en doodsbang zou worden.

712
00:43:41,370 --> 00:43:44,790
De Inca’s bijvoorbeeld hebben
nooit over Israël gehoord

713
00:43:44,790 --> 00:43:46,770
en waren ook niet bang voor hen.

714
00:43:46,770 --> 00:43:50,850
Dat gold ook voor de Zambezi-stam,
of welke stam dan ook.

715
00:43:50,850 --> 00:43:54,270
Er waren volken onder de hemel
die hier niet onder vielen.

716
00:43:54,270 --> 00:43:57,150
Maar dit is gewoon de manier
waarop de Bijbel spreekt,

717
00:43:57,150 --> 00:43:59,370
met dit soort overdrijvingen.

718
00:43:59,370 --> 00:44:00,870
Vers 26:

719
00:44:00,870 --> 00:44:06,030
Toen stuurde ik boden uit de woestijn
Kedemoth naar Sihon, de koning van Hesbon,

720
00:44:06,030 --> 00:44:11,070
met woorden van vrede; ik zei:
Laat mij door uw land trekken.

721
00:44:11,070 --> 00:44:14,670
Ik zal uitsluitend over de weg
gaan en daar niet van afwijken,

722
00:44:14,670 --> 00:44:16,770
naar rechts of naar links.

723
00:44:16,770 --> 00:44:21,750
Verkoop mij voedsel voor geld, zodat ik
kan eten, en geef mij water voor geld,

724
00:44:21,750 --> 00:44:23,430
zodat ik kan drinken.

725
00:44:23,430 --> 00:44:27,930
Laat mij slechts te voet door uw land
trekken — zoals de kinderen van Ezau,

726
00:44:27,930 --> 00:44:33,571
die in Seïr wonen, en de Moabieten, die
in Ar wonen, ook voor mij gedaan hebben —

727
00:44:33,571 --> 00:44:38,310
totdat ik de Jordaan oversteek, naar
het land dat de HEERE, onze God,

728
00:44:38,310 --> 00:44:39,690
ons geven zal.

729
00:44:39,690 --> 00:44:43,830
Nu heb ik al gezegd dat er een
klein probleem is met vers 29,

730
00:44:43,830 --> 00:44:48,630
want zowel Moab als Edom toonden de
Israëlieten niet zo’n bereidheid om hen

731
00:44:48,630 --> 00:44:51,690
over de Koningsweg door
hun land te laten trekken.

732
00:44:51,690 --> 00:44:56,070
We moeten dus óf aannemen dat Mozes
bedoelt dat er mensen aan de grenzen van

733
00:44:56,070 --> 00:45:00,990
Edom en Moab woonden die onofficieel
bereid waren handel met hen te drijven,

734
00:45:00,990 --> 00:45:03,870
terwijl Israël buitenom
langs het gebied trok.

735
00:45:03,870 --> 00:45:06,270
De volken dreven geen handel met hen,

736
00:45:06,270 --> 00:45:10,170
maar afzonderlijke mensen hebben misschien
wat dingen aan de Israëlieten verkocht

737
00:45:10,170 --> 00:45:11,430
toen die langstrokken.

738
00:45:11,430 --> 00:45:17,010
Of anders — en ik denk niet dat dit juist
is — zou Mozes gelogen kunnen hebben.

739
00:45:17,010 --> 00:45:20,490
Hij stuurde tenslotte
vredelievende woorden naar Sihon,

740
00:45:20,490 --> 00:45:23,010
alsof hij vreedzaam gezind was.

741
00:45:23,010 --> 00:45:27,750
Maar God had Mozes al verteld dat
Hij Sihon in zijn hand zou overgeven

742
00:45:27,750 --> 00:45:30,990
en hem zijn land zou geven, enzovoort.

743
00:45:30,990 --> 00:45:34,890
In zekere zin was Mozes hier
dus een beetje dubbelhartig.

744
00:45:34,890 --> 00:45:38,790
Misschien probeerde hij eenvoudig
zelf geen blaam op zich te laden

745
00:45:38,790 --> 00:45:41,430
en de man de kans te geven mee te werken.

746
00:45:41,430 --> 00:45:45,510
Maar voordat dit gebeurde,
had God tegen Mozes gezegd:

747
00:45:45,510 --> 00:45:48,570
Ik ga jullie Sihon en zijn land geven.

748
00:45:48,570 --> 00:45:51,270
Jullie gaan zijn land in bezit nemen.

749
00:45:51,270 --> 00:45:52,470
God zei:

750
00:45:52,470 --> 00:45:55,350
Jullie gaan oorlog voeren tegen deze man.

751
00:45:55,350 --> 00:45:59,250
Het kan dus zijn dat Mozes hier
niet helemaal oprecht was en zei:

752
00:45:59,250 --> 00:46:01,410
Ik wil vrede met jullie sluiten.

753
00:46:01,410 --> 00:46:05,250
Misschien wilde hij gewoon eervol
handelen, ook al wist hij dat dit op

754
00:46:05,250 --> 00:46:06,930
oorlog zou uitlopen.

755
00:46:06,930 --> 00:46:11,130
Maar als hij strategisch handelde in
plaats van volkomen eerlijk te zijn —

756
00:46:11,130 --> 00:46:15,650
en tussen haakjes, in een oorlog
vindt er heel wat misleiding plaats —

757
00:46:15,650 --> 00:46:20,070
heeft hij misschien niet de hele
waarheid verteld en in feite gezegd:

758
00:46:20,070 --> 00:46:24,750
‘Edom en Moab lieten ons door hun land
trekken,’ terwijl dat niet zo was.

759
00:46:24,750 --> 00:46:30,330
[Vertalersnoot: de HSV zegt in
Deuteronomium 2:29 dat de nakomelingen van

760
00:46:30,330 --> 00:46:34,830
Ezau en de Moabieten hetzelfde
‘voor mij gedaan hebben’.

761
00:46:34,830 --> 00:46:37,950
Zij vermeldt daar niet uitdrukkelijk
een toegestane doortocht.

762
00:46:37,950 --> 00:46:42,030
De spreker bespreekt de meer
specifieke Engelse formulering.]

763
00:46:42,030 --> 00:46:45,270
Hij gebruikte dat dan
als precedent en zei dus:

764
00:46:45,270 --> 00:46:48,570
‘Je kunt erop vertrouwen dat
wij door jouw land trekken.’

765
00:46:48,570 --> 00:46:51,810
Het is een lastige uitspraak
gezien de verslagen in Numeri,

766
00:46:51,810 --> 00:46:55,890
maar het is heel goed mogelijk dat de
uitspraak waar is zoals hij bedoeld is,

767
00:46:55,890 --> 00:46:58,170
afhankelijk van hoe hij bedoeld is.

768
00:46:58,170 --> 00:47:01,830
Als hij alleen zegt dat afzonderlijke
mensen hen geholpen hebben,

769
00:47:01,830 --> 00:47:03,450
dan kan dat waar zijn.

770
00:47:03,450 --> 00:47:08,910
Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde
ons niet door zijn land laten trekken.

771
00:47:08,910 --> 00:47:14,070
De HEERE, uw God, verhardde namelijk
zijn geest en verstokte zijn hart,

772
00:47:14,070 --> 00:47:18,210
om hem in uw hand te geven,
zoals het op deze dag is.

773
00:47:18,210 --> 00:47:21,090
Zoals God het hart van de farao verhardde

774
00:47:21,090 --> 00:47:23,910
om bepaalde doelen voor
Israël te bereiken,

775
00:47:23,910 --> 00:47:29,010
zo verhardde God de geest van Sihon
en maakte Hij zijn hart onbuigzaam,

776
00:47:29,010 --> 00:47:34,170
zodat hij zou strijden en verliezen,
en Israël zijn gebied zou verkrijgen.

777
00:47:34,170 --> 00:47:38,430
En de HEERE zei tegen mij:
Zie, Ik ben begonnen Sihon

778
00:47:38,430 --> 00:47:40,590
en zijn land aan u te geven.

779
00:47:40,590 --> 00:47:43,830
Begin zijn land nu
daadwerkelijk in bezit te nemen.

780
00:47:43,830 --> 00:47:50,370
En Sihon trok uit ten strijde, hij en
heel zijn volk, ons tegemoet, naar Jahaz.

781
00:47:50,370 --> 00:47:55,350
En de HEERE, onze God, gaf hem aan
ons over, en wij versloegen hem,

782
00:47:55,350 --> 00:47:57,810
zijn zonen en heel zijn volk.

783
00:47:57,810 --> 00:48:03,930
Wij namen in die tijd al zijn steden in
en sloegen elke stad met de ban: mannen,

784
00:48:03,930 --> 00:48:06,090
vrouwen en kleine kinderen.

785
00:48:06,090 --> 00:48:08,430
Wij lieten niemand overblijven.

786
00:48:08,430 --> 00:48:13,650
Alleen het vee roofden wij voor onszelf,
en de buit van de steden die wij innamen.

787
00:48:13,650 --> 00:48:17,250
Vanaf Aroër, dat aan de
oever van de beek Arnon ligt,

788
00:48:17,250 --> 00:48:20,550
en de stad die in het beekdal
ligt, tot aan Gilead toe,

789
00:48:20,550 --> 00:48:25,230
was er geen stad die te hoog
voor ons was; de HEERE, onze God,

790
00:48:25,230 --> 00:48:27,150
gaf het allemaal aan ons.

791
00:48:27,150 --> 00:48:30,270
Alleen in de nabijheid van
het land van de Ammonieten,

792
00:48:30,270 --> 00:48:34,290
heel het gebied langs de beek
Jabbok, in de steden van het bergland

793
00:48:34,290 --> 00:48:39,150
en in alles wat de HEERE, onze
God, ons verboden had, kwam u niet.

794
00:48:39,150 --> 00:48:41,730
Dus wanneer we deden wat God ons opdroeg,

795
00:48:41,730 --> 00:48:46,050
bleek geen enkele stad zo sterk
dat we haar niet konden verslaan.

796
00:48:46,050 --> 00:48:50,370
Maar we probeerden ook niet de plaatsen te
veroveren waarvan God ons had gezegd dat

797
00:48:50,370 --> 00:48:52,530
we ze niet moesten veroveren.

798
00:48:52,530 --> 00:48:56,970
Zij krijgen hun instructies iets
directer van God dan hun ouders,

799
00:48:56,970 --> 00:48:59,370
en ze zien ook andere resultaten.

800
00:48:59,370 --> 00:49:03,810
Nu roeiden ze in elke stad van het
koninkrijk van Sihon de mannen,

801
00:49:03,810 --> 00:49:05,610
vrouwen en kinderen uit.

802
00:49:05,610 --> 00:49:10,530
In het volgende hoofdstuk zullen we zien
dat ze precies hetzelfde deden met Og.

803
00:49:10,530 --> 00:49:13,230
We hebben deze verhalen
natuurlijk al gelezen.

804
00:49:13,230 --> 00:49:17,850
Het verhaal van de verovering van
Hesbon en Basan en van hun koningen

805
00:49:17,850 --> 00:49:19,650
staat in het boek Numeri.

806
00:49:19,650 --> 00:49:22,770
Maar hij behandelt het
opnieuw in hoofdstuk 3:

807
00:49:22,770 --> 00:49:25,890
Daarna trokken wij in
de richting van Basan.

808
00:49:25,890 --> 00:49:32,010
Og, de koning van Basan, trok met heel
zijn volk tegen ons ten strijde bij Edreï.

809
00:49:32,010 --> 00:49:37,470
De HEERE zei tegen Mozes dat hij
niet bang hoefde te zijn: God had Og,

810
00:49:37,470 --> 00:49:40,650
zijn volk en zijn land
in zijn hand gegeven,

811
00:49:40,650 --> 00:49:43,830
en hij moest met hem
doen zoals hij met Sihon,

812
00:49:43,830 --> 00:49:46,770
de koning van de Amorieten
in Hesbon, had gedaan.

813
00:49:46,770 --> 00:49:51,810
Toen we dit specifieke verhaal bespraken,
merkten we op dat God ongetwijfeld tegen

814
00:49:51,810 --> 00:49:55,050
Mozes zei: „Wees niet bang voor Og”,

815
00:49:55,050 --> 00:49:58,530
omdat Og een heel
indrukwekkende verschijning was.

816
00:49:58,530 --> 00:50:02,490
Hij was de laatste overlevende
van het volk van de Refaïeten.

817
00:50:02,490 --> 00:50:08,010
De Moabieten hadden de Emieten overwonnen
en de Ammonieten de Zamzummieten.

818
00:50:08,010 --> 00:50:11,010
Beide volken werden tot
de Refaïeten gerekend.

819
00:50:11,010 --> 00:50:16,770
In hoofdstuk 3, vers 11, horen we
dat alleen Og, de koning van Basan,

820
00:50:16,770 --> 00:50:18,450
nog van hen over was.

821
00:50:18,450 --> 00:50:21,810
Met het doden van deze
man stierven ze dus uit.

822
00:50:21,810 --> 00:50:24,450
De Refaïeten waren een bedreigde soort.

823
00:50:24,450 --> 00:50:27,390
Het verbaast me dat ze
niet verloren zijn gegaan.

824
00:50:27,390 --> 00:50:31,530
Ik neem aan dat ze destijds niet
onze Amerikaanse overheid hadden om

825
00:50:31,530 --> 00:50:34,170
zulke bedreigde soorten te beschermen.

826
00:50:34,170 --> 00:50:36,690
Tegenwoordig wordt het
als een tragedie beschouwd

827
00:50:36,690 --> 00:50:40,170
als de laatste kikker van een
bepaalde soort of de laatste

828
00:50:40,170 --> 00:50:44,850
slak van een bepaalde soort wordt
gedood, maar zij doodden de laatste reus.

829
00:50:44,850 --> 00:50:47,190
Dat zou iets zijn wat je
zou willen beschermen,

830
00:50:47,190 --> 00:50:50,910
alleen al voor je musea of
je dierentuinen of zoiets.

831
00:50:50,910 --> 00:50:52,830
Je zou wel een reus willen hebben.

832
00:50:52,830 --> 00:50:56,070
Maar hij was de laatste. Ze doodden hem.

833
00:50:56,070 --> 00:50:57,870
Hij was een echte reus.

834
00:50:57,870 --> 00:51:00,090
We weten niet hoe groot hij was.

835
00:51:00,090 --> 00:51:04,230
Het is interessant dat ze hem niet
hebben opgemeten, maar wel zijn bed.

836
00:51:04,230 --> 00:51:07,410
Blijkbaar werd dat naar het
museum of zoiets gebracht,

837
00:51:07,410 --> 00:51:10,470
en volgens vers 11 hadden ze het in Rabba.

838
00:51:10,470 --> 00:51:15,210
Er staat dat zijn bed negen
el lang en vier el breed was.

839
00:51:15,210 --> 00:51:20,085
Dat hebben we eerder al opgemerkt: een
bed van zes voet breed en dertien en een

840
00:51:20,085 --> 00:51:21,690
halve voet lang.

841
00:51:21,690 --> 00:51:24,270
Hij moet een behoorlijk groot
deel daarvan hebben gevuld.

842
00:51:24,270 --> 00:51:29,610
Het bed was zo enorm dat er wel een man
in moest passen die bijna zo groot was.

843
00:51:29,610 --> 00:51:30,690
Vers 3:

844
00:51:30,690 --> 00:51:35,490
En de HEERE, onze God, gaf
ook Og, de koning van Basan,

845
00:51:35,490 --> 00:51:39,270
en heel zijn volk in onze
hand, zodat wij hem versloegen,

846
00:51:39,270 --> 00:51:41,670
tot er niemand van hem was overgebleven.

847
00:51:41,670 --> 00:51:47,190
Voor het geval je je afvroeg of mannen
als Og en Sihon slechts stamhoofden waren,

848
00:51:47,190 --> 00:51:50,430
met een ongeordende bende
tentbewoners achter zich aan,

849
00:51:50,430 --> 00:51:56,310
en tamelijk gemakkelijk te verslaan waren:
Og had zestig steden, die allemaal hoge,

850
00:51:56,310 --> 00:51:58,110
versterkte muren hadden.

851
00:51:58,110 --> 00:52:01,710
Dit waren grote steden, die
moeilijk te veroveren waren.

852
00:52:01,710 --> 00:52:05,850
Je moet je eigenlijk afvragen
hoe Israël in één veldslag

853
00:52:05,850 --> 00:52:09,690
zestig steden met zulke grote,
hoge muren kon veroveren.

854
00:52:09,690 --> 00:52:13,830
Wanneer ommuurde steden werden
aangevallen, moest je ze soms belegeren

855
00:52:13,830 --> 00:52:17,490
en wachten tot de mensen binnen
de muren uitgehongerd raakten.

856
00:52:17,490 --> 00:52:22,530
Dat kon maanden duren, tenzij je op de een
of andere manier de muur kon neerhalen,

857
00:52:22,530 --> 00:52:26,490
de muur kon beklimmen of door
de poorten heen kon breken.

858
00:52:26,490 --> 00:52:29,970
We lezen geen van de feitelijke
verslagen van de veldslagen,

859
00:52:29,970 --> 00:52:34,110
maar hier vonden enkele behoorlijk
zware veroveringen plaats.

860
00:52:34,110 --> 00:52:38,250
Zestig verschillende ommuurde
steden vielen in handen van Israël,

861
00:52:38,250 --> 00:52:42,450
en ze hadden allemaal hoge
muren, poorten en grendels,

862
00:52:42,450 --> 00:52:45,450
naast een groot aantal plattelandsstadjes.

863
00:52:45,450 --> 00:52:47,730
En in vers 6 staat:

864
00:52:47,730 --> 00:52:51,630
Wij sloegen ze met de ban, zoals
wij gedaan hadden bij Sihon,

865
00:52:51,630 --> 00:52:53,550
de koning van Hesbon.

866
00:52:53,550 --> 00:52:59,190
Wij sloegen elke stad met de ban:
mannen, vrouwen en kleine kinderen.

867
00:52:59,190 --> 00:53:02,190
Dan krijgen we dit
gedeelte tussen haakjes:

868
00:53:02,190 --> 00:53:08,431
— de Sidoniërs noemen de Hermon Sirjon
en de Amorieten noemen hem Senir —

869
00:53:08,431 --> 00:53:13,050
al de steden van de hoogvlakte,
heel Gilead en heel Basan,

870
00:53:13,050 --> 00:53:18,750
tot aan Salcha en Edreï, steden
van het koninkrijk van Og in Basan.

871
00:53:18,750 --> 00:53:25,350
Want alleen Og, de koning van Basan, was
van de rest van de Refaïeten overgebleven.

872
00:53:25,350 --> 00:53:28,290
Zie, zijn bed was een bed van ijzer.

873
00:53:28,290 --> 00:53:31,110
Bevindt het zich niet in
Rabba van de Ammonieten?

874
00:53:31,110 --> 00:53:36,090
De lengte ervan is negen
el, en de breedte vier el,

875
00:53:36,090 --> 00:53:38,370
gemeten naar de elleboog van een man.

876
00:53:38,370 --> 00:53:40,590
De Refaïeten waren de reuzen.

877
00:53:40,590 --> 00:53:43,890
Ik vraag me af of archeologen
dat ooit zullen vinden,

878
00:53:43,890 --> 00:53:46,470
een ijzeren bed van die omvang.

879
00:53:46,470 --> 00:53:50,790
Interessant genoeg werd het bewaard
in Rabba, een stad van Ammon.

880
00:53:50,790 --> 00:53:53,490
Ik weet niet waarom de
Ammonieten het hadden.

881
00:53:53,490 --> 00:53:56,910
Om te beginnen was Og
volgens mij niet hun koning,

882
00:53:56,910 --> 00:53:59,790
en zij waren niet degenen
die hem hadden overwonnen.

883
00:53:59,790 --> 00:54:04,470
Maar misschien liet Israël het bed gewoon
achter omdat ze er niets aan hadden.

884
00:54:04,470 --> 00:54:06,690
Toen namen de Ammonieten het mee,

885
00:54:06,690 --> 00:54:10,590
beschouwden het als een interessant
souvenir en bewaarden het.

886
00:54:10,590 --> 00:54:13,530
Dus in de tijd van Mozes was het daar.

887
00:54:13,530 --> 00:54:19,410
Of misschien niet in de tijd van Mozes,
want Mozes leefde vlak na de verovering.

888
00:54:19,410 --> 00:54:22,350
Ofwel het bed werd onmiddellijk
naar Ammon gebracht,

889
00:54:22,350 --> 00:54:26,130
of dit is een aantekening die
later door iemand is toegevoegd:

890
00:54:26,130 --> 00:54:29,490
‘Als je wilt weten waar je
het kunt vinden, daar is het.’

891
00:54:29,490 --> 00:54:33,330
Let erop dat deze beide
koningen, Og en Sihon,

892
00:54:33,330 --> 00:54:36,510
in vers 8 koningen van de
Amorieten worden genoemd.

893
00:54:36,510 --> 00:54:41,010
Je vraagt je misschien af waarom
God Moab, Ammon en Edom spaarde,

894
00:54:41,010 --> 00:54:44,730
maar toeliet dat de Amorieten op
deze manier werden uitgeroeid.

895
00:54:44,730 --> 00:54:49,650
De Moabieten die Hij spaarde, waren
tenslotte ook behoorlijk slechte mensen.

896
00:54:49,650 --> 00:54:52,830
Zij waren degenen die,
op aanraden van Bileam,

897
00:54:52,830 --> 00:54:56,010
de Israëlieten bij Baäl-Peor verleidden.

898
00:54:56,010 --> 00:54:57,930
Waarom spaarde Hij hen dan?

899
00:54:57,930 --> 00:55:01,470
Hij zei dat dit was omdat zij
de nakomelingen van Lot waren.

900
00:55:01,470 --> 00:55:06,030
Maar wat was er met de Amorieten,
dat Hij juist hen zo aanpakte?

901
00:55:06,030 --> 00:55:09,990
Misschien herinner je je iets
wat God tegen Abraham zei

902
00:55:09,990 --> 00:55:12,870
in het vijftiende hoofdstuk van Genesis.

903
00:55:12,870 --> 00:55:16,530
In Genesis 15 sprak God tot Abraham,

904
00:55:16,530 --> 00:55:21,570
en Hij zei dat Abrahams nakomelingen
vierhonderd jaar zouden verblijven

905
00:55:21,570 --> 00:55:24,150
in een land dat niet van hen was.

906
00:55:24,150 --> 00:55:27,510
Hij zei in Genesis 15, vers 16:

907
00:55:27,510 --> 00:55:32,430
De vierde generatie zal hier terugkeren,
want de maat van de ongerechtigheid van de

908
00:55:32,430 --> 00:55:35,010
Amorieten is tot nu toe niet vol.

909
00:55:35,010 --> 00:55:39,330
Dat wil zeggen: God zou de Amorieten
uiteindelijk door de hand van de

910
00:55:39,330 --> 00:55:42,090
Israëlieten oordelen en uitroeien.

911
00:55:42,090 --> 00:55:46,290
Maar in de tijd van Abraham had de
ongerechtigheid van de Amorieten

912
00:55:46,290 --> 00:55:48,690
haar volle omvang nog niet bereikt.

913
00:55:48,690 --> 00:55:52,230
Hun goddeloosheid, de beker
van hun ongerechtigheid,

914
00:55:52,230 --> 00:55:54,030
was nog niet helemaal vol.

915
00:55:54,030 --> 00:55:57,570
Vanaf de tijd van Abraham
tot de tijd van Mozes

916
00:55:57,570 --> 00:56:00,210
waren de Amorieten die
beker aan het vullen.

917
00:56:00,210 --> 00:56:04,410
In de tijd van Mozes was de
ongerechtigheid van de Amorieten vol,

918
00:56:04,410 --> 00:56:08,250
en daarom was het voor God
tijd om hen te oordelen.

919
00:56:08,250 --> 00:56:13,770
Sihon en Og behoorden tot de Amorieten die
al vroeg uit de weg geruimd zouden worden.

920
00:56:13,770 --> 00:56:18,510
Terug in Deuteronomium 3 gaat vers
12 over het verdelen van het land

921
00:56:18,510 --> 00:56:20,970
onder de Rubenieten en de Gadieten.

922
00:56:20,970 --> 00:56:25,470
We hebben dit natuurlijk al behandeld,
dus we hoeven er niet veel over te zeggen.

923
00:56:25,470 --> 00:56:27,330
Er staat in vers 12:

924
00:56:27,330 --> 00:56:30,450
Dit land namen wij in die tijd in bezit.

925
00:56:30,450 --> 00:56:34,170
Vanaf Aroër, dat aan de
beek Arnon ligt, gaf ik het,

926
00:56:34,170 --> 00:56:37,590
met de helft van het bergland
van Gilead en zijn steden,

927
00:56:37,590 --> 00:56:39,630
aan de Rubenieten en de Gadieten.

928
00:56:39,630 --> 00:56:43,710
De rest van Gilead, en heel
Basan, het koninkrijk van Og,

929
00:56:43,710 --> 00:56:47,970
gaf ik aan de halve stam
Manasse, heel het gebied Argob.

930
00:56:47,970 --> 00:56:52,110
Dat gehele Basan wordt het
land van de Refaïeten genoemd.

931
00:56:52,110 --> 00:56:54,150
Dat zijn de Refaïeten.

932
00:56:54,150 --> 00:56:58,770
Jaïr, de zoon van Manasse,
nam heel het gebied Argob in,

933
00:56:58,770 --> 00:57:03,330
tot aan het gebied van de Gesurieten
en Maächatieten, en hij noemde het,

934
00:57:03,330 --> 00:57:08,250
namelijk Basan, naar zijn
eigen naam: dorpen van Jaïr.

935
00:57:08,250 --> 00:57:10,650
Zo heten ze tot op deze dag.

936
00:57:10,650 --> 00:57:15,990
De man heette Jaïr, en Havoth-Jaïr
betekent ‘steden van Jaïr’,

937
00:57:15,990 --> 00:57:17,670
tot op deze dag.

938
00:57:17,670 --> 00:57:19,950
Aan Machir gaf ik Gilead.

939
00:57:19,950 --> 00:57:23,190
Machir behoorde tot de
nakomelingen van Manasse.

940
00:57:23,190 --> 00:57:28,650
Aan de Rubenieten en Gadieten gaf ik het
gebied vanaf Gilead tot aan de beek Arnon

941
00:57:28,650 --> 00:57:31,710
(tot het midden van de beek
en het bijbehorend gebied)

942
00:57:31,710 --> 00:57:36,750
en tot aan de beek Jabbok, het gebied
van de Ammonieten; verder de Vlakte,

943
00:57:36,750 --> 00:57:42,810
de Jordaan en het gebied vanaf Kinnereth
tot aan de zee van de Vlakte, de Zoutzee,

944
00:57:42,810 --> 00:57:46,230
onder aan de hellingen van
de Pisga, waar de zon opkomt.

945
00:57:46,230 --> 00:57:50,370
De meeste van deze plaatsnamen zijn
voor ons niet van bijzonder belang,

946
00:57:50,370 --> 00:57:55,770
maar Chinnereth is de naam van een stad
aan de westkust van het Meer van Galilea.

947
00:57:55,770 --> 00:58:01,830
Eerder, in Numeri 34, vers 11,
werd het Meer van Galilea het Meer

948
00:58:01,830 --> 00:58:03,630
van Chinnereth genoemd.

949
00:58:03,630 --> 00:58:06,270
Daarmee wordt het Meer
van Galilea bedoeld,

950
00:58:06,270 --> 00:58:10,890
waar Jezus eeuwen later zoveel
van Zijn tijd doorbracht.

951
00:58:10,890 --> 00:58:14,370
In deze tijd werd het genoemd
naar deze stad, Chinnereth.

952
00:58:14,370 --> 00:58:18,270
We zien ook dat de Zoutzee,
die wij de Dode Zee noemen,

953
00:58:18,270 --> 00:58:20,970
de Zee van de Araba werd genoemd.

954
00:58:20,970 --> 00:58:24,690
Het is interessant dat deze plaatsen
in verschillende tijden zoveel

955
00:58:24,690 --> 00:58:26,490
verschillende namen hebben.

956
00:58:26,490 --> 00:58:30,090
Dat komt doordat ze op verschillende
momenten in hun geschiedenis

957
00:58:30,090 --> 00:58:32,910
onder het gezag van
verschillende landen stonden.

958
00:58:32,910 --> 00:58:38,430
Die landen gaven ze gewoonlijk namen die
pasten bij hun voorkeuren of hun talen.

959
00:58:38,430 --> 00:58:40,170
Vers 18 zegt:

960
00:58:40,170 --> 00:58:44,070
Verder gebood ik u in die
tijd: De HEERE, uw God,

961
00:58:44,070 --> 00:58:47,430
heeft u dit land gegeven
om het in bezit te nemen.

962
00:58:47,430 --> 00:58:52,050
Alle dappere mannen moeten echter
gewapend verdertrekken, voor uw broeders,

963
00:58:52,050 --> 00:58:54,210
de Israëlieten, uit.

964
00:58:54,210 --> 00:59:00,030
Alleen uw vrouwen, uw kleine kinderen
en uw vee (ik weet dat u veel vee hebt)

965
00:59:00,030 --> 00:59:03,510
mogen in uw steden blijven,
die ik u gegeven heb.

966
00:59:03,510 --> 00:59:08,070
Pas wanneer de HEERE ook aan uw broeders
rust gegeven heeft, net als aan u,

967
00:59:08,070 --> 00:59:12,870
en ook zij het land in bezit hebben
genomen dat de HEERE, uw God,

968
00:59:12,870 --> 00:59:18,270
hun geven zal aan de overzijde van
de Jordaan, pas dan mag u terugkeren,

969
00:59:18,270 --> 00:59:21,810
eenieder naar zijn bezit,
dat ik u gegeven heb.

970
00:59:21,810 --> 00:59:24,570
Dat is de opdracht die
hij aan de Rubenieten gaf

971
00:59:24,570 --> 00:59:27,450
en die we eerder al in
Numeri hadden gelezen.

972
00:59:27,450 --> 00:59:33,990
Aan Jozua gebood ik in die tijd: Uw ogen
hebben alles gezien wat de HEERE, uw God,

973
00:59:33,990 --> 00:59:38,850
met deze twee koningen gedaan
heeft; zo zal de HEERE doen met alle

974
00:59:38,850 --> 00:59:41,190
koninkrijken waar u naartoe trekt.

975
00:59:41,190 --> 00:59:45,090
Wees niet bevreesd voor
hen, want de HEERE, uw God,

976
00:59:45,090 --> 00:59:46,950
Hij is het die voor u strijdt.

977
00:59:46,950 --> 00:59:52,230
Toen God in hoofdstuk 2, vers 25,
begon het land van Sihon aan Israël te

978
00:59:52,230 --> 00:59:54,210
geven, zei God:

979
00:59:54,210 --> 00:59:59,130
Op deze dag zal Ik beginnen de volken
onder heel de hemel angst en vrees voor

980
00:59:59,130 --> 01:00:00,630
u te geven.

981
01:00:00,630 --> 01:00:05,430
Zij zullen geruchten over u horen
en voor u sidderen en beven.

982
01:00:05,430 --> 01:00:08,910
Door Israël overwinningen
op Sihon en Og te geven,

983
01:00:08,910 --> 01:00:13,650
zouden de andere volken bang worden
voor Israël, vooral de Kanaänieten,

984
01:00:13,650 --> 01:00:16,350
die door de Israëlieten
verslagen zouden worden.

985
01:00:16,350 --> 01:00:21,090
Het was natuurlijk ook bedoeld om Israël
en Jozua moed te geven voor de veldslagen

986
01:00:21,090 --> 01:00:23,430
die hun in de toekomst te wachten stonden,

987
01:00:23,430 --> 01:00:26,850
want God had hun hier geweldige
overwinningen gegeven.

988
01:00:26,850 --> 01:00:32,550
Toen ze in Numeri 31 tegen de Midianieten
vochten, verloren ze zelfs niet één man.

989
01:00:32,550 --> 01:00:33,390
Er waren maar

990
01:00:33,390 --> 01:00:37,410
twaalfduizend Israëlieten tegenover
waarschijnlijk honderdtwintigduizend

991
01:00:37,410 --> 01:00:41,490
Midianieten, en Israël
verloor niet één soldaat.

992
01:00:41,490 --> 01:00:43,170
Vers 23 zegt:

993
01:00:43,170 --> 01:00:49,230
Ook smeekte ik de HEERE in die tijd
om genade en zei: Heere, HEERE!

994
01:00:49,230 --> 01:00:54,270
Ú bent begonnen aan Uw dienaar Uw
grootheid en Uw sterke hand te tonen.

995
01:00:54,270 --> 01:00:59,310
Want welke god is er in de hemel en op
de aarde die zulke werken en machtige

996
01:00:59,310 --> 01:01:03,990
daden kan doen als U? Laat mij toch
oversteken en dat goede land zien,

997
01:01:03,990 --> 01:01:09,150
dat aan de overzijde van de Jordaan
is, dat goede bergland en de Libanon!

998
01:01:09,150 --> 01:01:10,890
Dus zei de Heere tegen mij:

999
01:01:10,890 --> 01:01:15,690
Maar de HEERE was verbolgen op mij,
vanwege u, en Hij luisterde niet naar mij.

1000
01:01:15,690 --> 01:01:19,290
En de HEERE zei tegen mij:
Laat het u genoeg zijn;

1001
01:01:19,290 --> 01:01:21,630
spreek niet meer tot Mij over deze zaak.

1002
01:01:21,630 --> 01:01:26,610
Klim naar de top van de Pisga, sla uw
ogen op naar het westen, het noorden,

1003
01:01:26,610 --> 01:01:31,530
het zuiden en waar de zon opkomt,
en bekijk het land met eigen ogen;

1004
01:01:31,530 --> 01:01:34,650
want u zult deze Jordaan niet oversteken.

1005
01:01:34,650 --> 01:01:38,790
Geef Jozua bevelen, rust
hem toe en bemoedig hem;

1006
01:01:38,790 --> 01:01:42,510
want híj zal voor dit volk
uit de Jordaan oversteken

1007
01:01:42,510 --> 01:01:47,550
en hij zal hun het land dat u zien
zult, in erfbezit laten nemen.

1008
01:01:47,550 --> 01:01:50,790
Zo bleven we in het dal
tegenover Beth-Peor.

1009
01:01:50,790 --> 01:01:52,710
In vers 26 staat:

1010
01:01:52,710 --> 01:01:55,650
De Heer is boos op mij vanwege jullie.

1011
01:01:55,650 --> 01:01:58,710
Zo spreekt hij vaak in
het boek Deuteronomium:

1012
01:01:58,710 --> 01:02:01,890
God is ter wille van Israël boos op hem.

1013
01:02:01,890 --> 01:02:05,190
[Vertalersnoot: de spreker gebruikt
hier de Engelse formulering ‘for the

1014
01:02:05,190 --> 01:02:06,690
sake of Israel’.

1015
01:02:06,690 --> 01:02:13,590
De HSV heeft in Deuteronomium
3:26 ‘vanwege u’ en in 4:21

1016
01:02:13,590 --> 01:02:18,810
‘vanwege uw woorden’; de uitleg
over het belang van Israël is Greggs

1017
01:02:18,810 --> 01:02:21,090
interpretatie van de Engelse formulering.]

1018
01:02:21,090 --> 01:02:24,930
Verderop, in hoofdstuk
4, vers 21, zegt hij:

1019
01:02:24,930 --> 01:02:29,250
Ook werd de HEERE toornig
op mij, vanwege uw woorden.

1020
01:02:29,250 --> 01:02:33,570
Hij zwoer dat ik de Jordaan niet zou
oversteken en niet zou komen in het goede

1021
01:02:33,570 --> 01:02:38,430
land dat de HEERE, uw God, u
als erfelijk bezit geven zal.

1022
01:02:38,430 --> 01:02:43,050
Dat kwam doordat Mozes God tegenover
Israël verkeerd had voorgesteld.

1023
01:02:43,050 --> 01:02:48,270
Ik denk dat God vond dat dit hun een
verkeerd beeld zou geven van Gods houding

1024
01:02:48,270 --> 01:02:50,430
en hen in verwarring zou brengen.

1025
01:02:50,430 --> 01:02:54,810
Vanwege de schade die Mozes door zijn
handelen aan Israël had toegebracht,

1026
01:02:54,810 --> 01:02:58,770
was God dus ter wille van de
Israëlieten boos op Mozes.

1027
01:02:58,770 --> 01:03:00,330
Dat is iets verbazingwekkends.

1028
01:03:00,330 --> 01:03:03,510
De Israëlieten waren zo
opstandig en koppig geweest,

1029
01:03:03,510 --> 01:03:06,990
terwijl Mozes gehoorzaam en
plichtsgetrouw was geweest

1030
01:03:06,990 --> 01:03:10,410
en zoveel had geleden
omwille van de gerechtigheid.

1031
01:03:10,410 --> 01:03:14,790
En toch, die ene keer dat
Mozes God niet gehoorzaamt

1032
01:03:14,790 --> 01:03:17,910
en Hem tegenover het
volk verkeerd voorstelt,

1033
01:03:17,910 --> 01:03:21,990
kiest God de kant van het
volk en niet die van Mozes.

1034
01:03:21,990 --> 01:03:24,990
Natuurlijk had Mozes ook
veel voorrechten ontvangen.

1035
01:03:24,990 --> 01:03:28,050
Hij mocht God van aangezicht
tot aangezicht zien,

1036
01:03:28,050 --> 01:03:32,250
zoals anderen dat niet mochten, maar
hij mocht het land niet binnengaan.

1037
01:03:32,250 --> 01:03:37,410
Hij ging de berg Pisga op, die in andere
passages ook de berg Nebo wordt genoemd,

1038
01:03:37,410 --> 01:03:39,390
en hij mocht het land bekijken.

1039
01:03:39,390 --> 01:03:41,130
Maar het is interessant.

1040
01:03:41,130 --> 01:03:43,170
In vers 27 zegt Hij:

1041
01:03:43,170 --> 01:03:46,650
Naar het westen, noorden,
zuiden en oosten.

1042
01:03:46,650 --> 01:03:50,430
Ik denk dat het oosten genoemd wordt
omdat hij ten oosten van hem nog een deel

1043
01:03:50,430 --> 01:03:54,750
kon zien van het land van de Rubenieten
en de Gadieten, dat ze al veroverd hadden.

1044
01:03:54,750 --> 01:03:57,870
Maar in het noorden, het
zuiden en het westen lag,

1045
01:03:57,870 --> 01:04:01,710
gezien vanaf de plaats waar hij
stond, het gebied van Kanaän.

1046
01:04:01,710 --> 01:04:05,910
Hij kon het vanaf de bergtop zien,
maar niet vanuit het land zelf.

1047
01:04:05,910 --> 01:04:08,070
Deze rede is hier nog niet afgelopen,

1048
01:04:08,070 --> 01:04:11,010
maar we zullen terugkomen
bij het vierde hoofdstuk.

1049
01:04:11,010 --> 01:04:14,430
Dat is erg lang, en daarmee zal
de eerste rede worden afgesloten.
