1
00:00:02,010 --> 00:00:04,410
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,410 --> 00:00:10,650
Deze keer behandelen we
Deuteronomium 33 en 34.

3
00:00:10,650 --> 00:00:14,190
We hebben nog maar twee
hoofdstukken van Deuteronomium over.

4
00:00:14,190 --> 00:00:18,690
Een daarvan is heel kort en bij het
andere valt niet veel op te merken.

5
00:00:18,690 --> 00:00:24,030
Het langste van de twee is hoofdstuk
33, en daar zijn we nu aangekomen.

6
00:00:24,030 --> 00:00:27,090
Het is niet echt lang
en ook niet echt kort,

7
00:00:27,090 --> 00:00:31,350
maar in veel gevallen is het moeilijk
te weten wat je erover moet zeggen.

8
00:00:31,350 --> 00:00:34,350
Het lijkt sterk op Genesis 49.

9
00:00:34,350 --> 00:00:39,930
Je herinnert je dat Genesis 49
plaatsvond toen Jakob op sterven lag.

10
00:00:39,930 --> 00:00:44,550
Hij riep al zijn twaalf zonen bij zich
in de kamer en sprak over iedere zoon

11
00:00:44,550 --> 00:00:49,410
afzonderlijk profetische zegeningen
uit, patriarchale zegeningen.

12
00:00:49,410 --> 00:00:54,990
Dit waren afzonderlijke jonge mannen over
wie geprofeteerd werd, maar zij waren,

13
00:00:54,990 --> 00:00:58,890
of zouden worden, de
stamvaders van twaalf stammen.

14
00:00:58,890 --> 00:01:02,970
Daarom vormden de dingen die Jakob
bij die gelegenheid tegen hen

15
00:01:02,970 --> 00:01:07,890
zei een combinatie van dingen die op hen
als afzonderlijke mannen betrekking hadden

16
00:01:07,890 --> 00:01:12,390
en dingen die betrekking zouden hebben
op de bestemming van hun stammen.

17
00:01:12,390 --> 00:01:16,110
In Jakobs zegeningen wordt
bijvoorbeeld gezinspeeld

18
00:01:16,110 --> 00:01:22,110
op bijzonderheden uit hun eigen leven,
zoals de wreedheid van Simeon en Levi

19
00:01:22,110 --> 00:01:26,910
tegen de stad Sichem, het feit dat
Ruben het bed van zijn vader beklom,

20
00:01:26,910 --> 00:01:31,350
en het feit dat Jozef van zijn
broers gescheiden was geweest.

21
00:01:31,350 --> 00:01:35,430
Maar in die zegeningen staan
ook vooruitblikken op de stammen

22
00:01:35,430 --> 00:01:39,810
die uit die jonge mannen zouden
voortkomen en op wat de bestemming van

23
00:01:39,810 --> 00:01:41,490
die stammen zou zijn.

24
00:01:41,490 --> 00:01:47,790
Soms werd er bijna niets gezegd, en soms
werden er dingen gezegd die voor ons bijna

25
00:01:47,790 --> 00:01:52,890
onbegrijpelijk zijn, omdat we niet
weten op welke manier ze vervuld zijn.

26
00:01:52,890 --> 00:01:54,690
We hebben een verslag
van de voorspellingen,

27
00:01:54,690 --> 00:01:58,590
maar in het historische verslag hebben
we geen uitvoerige beschrijvingen

28
00:01:58,590 --> 00:02:01,050
van wat er met iedere stam is gebeurd.

29
00:02:01,050 --> 00:02:04,170
De historische verslagen
van het Oude Testament

30
00:02:04,170 --> 00:02:08,130
richten zich voor het grootste deel
op het lot van het volk als geheel,

31
00:02:08,130 --> 00:02:12,210
zonder vaak de aandacht op de ene
of de andere stam te vestigen.

32
00:02:12,210 --> 00:02:14,610
Dat betekent volgens mij dat we moeten

33
00:02:14,610 --> 00:02:18,090
aannemen dat de voorspelde
dingen inderdaad zijn uitgekomen,

34
00:02:18,090 --> 00:02:21,090
maar we weten niet hoe ze zijn uitgekomen.

35
00:02:21,090 --> 00:02:23,430
We weten niet wat de verklaring is.

36
00:02:23,430 --> 00:02:27,210
In hoofdstuk 33 hebben
we iets soortgelijks.

37
00:02:27,210 --> 00:02:30,210
Deze keer spreekt Mozes,
vlak voor zijn dood,

38
00:02:30,210 --> 00:02:35,250
ook iets uit wat lijkt op een patriarchale
zegen over de stammen van Israël.

39
00:02:35,250 --> 00:02:38,910
Hij is niet hun vader en
zij zijn niet zijn zonen,

40
00:02:38,910 --> 00:02:41,070
dus het is niet precies hetzelfde.

41
00:02:41,070 --> 00:02:45,210
Ook kijkt hij niet naar twaalf
mannen, maar naar twaalf stammen.

42
00:02:45,210 --> 00:02:47,490
De profetieën die hij uitspreekt, gaan

43
00:02:47,490 --> 00:02:49,950
ongetwijfeld over de
bestemming van de stammen,

44
00:02:49,950 --> 00:02:52,470
want hij spreekt niet
tot afzonderlijke mannen,

45
00:02:52,470 --> 00:02:56,490
maar tot de stammen die inmiddels
uit die mannen zijn voortgekomen.

46
00:02:56,490 --> 00:03:01,170
De situatie is heel anders dan toen
Jakob zijn profetieën uitsprak.

47
00:03:01,170 --> 00:03:03,930
Sommige dingen die Mozes
over de stammen zegt,

48
00:03:03,930 --> 00:03:07,830
lijken op wat Jakob zei en
zijn er zelfs identiek aan.

49
00:03:07,830 --> 00:03:12,870
Maar over het algemeen zijn deze
zegeningen over de hele linie positiever.

50
00:03:12,870 --> 00:03:18,510
Toen Jakob zijn profetieën over zijn zonen
uitsprak, waren enkele daarvan positief.

51
00:03:18,510 --> 00:03:22,590
Jozef en Juda kregen beslist
heel positieve profetieën,

52
00:03:22,590 --> 00:03:25,830
en misschien gold dat ook voor
enkele andere die heel kort waren.

53
00:03:25,830 --> 00:03:30,810
Maar veel van de zegeningen die Jakob over
zijn zonen uitsprak, waren heel negatief,

54
00:03:30,810 --> 00:03:35,550
omdat zijn zonen slechte mannen waren
en hij enkele slechte dingen over hen te

55
00:03:35,550 --> 00:03:37,350
zeggen en te voorspellen had.

56
00:03:37,350 --> 00:03:41,310
De voorspellingen van Mozes zijn
voor het grootste deel positief.

57
00:03:41,310 --> 00:03:44,190
Dat is eigenlijk vreemd,
wanneer je nadenkt over

58
00:03:44,190 --> 00:03:47,130
alles wat Mozes hiervoor heeft gezegd.

59
00:03:47,130 --> 00:03:51,630
Hij heeft erop gewezen dat deze
mensen halsstarrig en koppig zijn,

60
00:03:51,630 --> 00:03:54,270
zelfs tijdens het leven van Mozes.

61
00:03:54,270 --> 00:03:59,070
En hij zei dat dit des te meer zo
zou zijn nadat hij er niet meer was.

62
00:03:59,070 --> 00:04:03,210
Toch kan hij positieve dingen
vinden om over hen te zeggen.

63
00:04:03,210 --> 00:04:08,310
Hoewel hij weinig reden heeft gehad om
bemoedigd te zijn over hun toekomst,

64
00:04:08,310 --> 00:04:13,650
laat hij hun bij zijn sterven toch
enige reden tot bemoediging na.

65
00:04:13,650 --> 00:04:17,070
Toch zijn de dingen die hij
over iedere stam voorspelt,

66
00:04:17,070 --> 00:04:21,750
net als in Jakobs zegeningen, vaak
heel moeilijk in verband te brengen

67
00:04:21,750 --> 00:04:25,470
met iets waarvan we weten
dat het later is gebeurd.

68
00:04:25,470 --> 00:04:30,450
Daarom is het een moeilijke passage
om van commentaar te voorzien.

69
00:04:30,450 --> 00:04:34,170
Je leest wat er wordt voorspeld
en dan moet je zeggen:

70
00:04:34,170 --> 00:04:37,470
‘Wat dit werkelijk betekende
en hoe het is vervuld,

71
00:04:37,470 --> 00:04:41,610
daar kan iedereen slechts naar
raden,’ omdat we in veel gevallen

72
00:04:41,610 --> 00:04:45,270
geen verslag hebben van de latere
bestemming van hun stammen.

73
00:04:45,270 --> 00:04:48,690
Iets wat interessant is aan
dit specifieke hoofdstuk,

74
00:04:48,690 --> 00:04:53,730
is dat hij de stammen een voor een
langsgaat, zoals Jakob dat deed,

75
00:04:53,730 --> 00:04:57,270
en voor iedere stam afzonderlijke
voorspellingen geeft.

76
00:04:57,270 --> 00:05:01,830
De uitzondering is dat Zebulon
en Issaschar in vers 18

77
00:05:01,830 --> 00:05:05,490
samengenomen lijken te worden
en dezelfde zegen krijgen.

78
00:05:05,490 --> 00:05:08,190
Maar uiteindelijk blijkt er
iets niet gezegd te zijn,

79
00:05:08,190 --> 00:05:11,130
namelijk wat het lot van Simeon is.

80
00:05:11,130 --> 00:05:13,110
Simeon wordt niet genoemd.

81
00:05:13,110 --> 00:05:16,410
Er worden elf stammen
genoemd, maar Simeon niet.

82
00:05:16,410 --> 00:05:19,170
Daar wordt geen verklaring voor gegeven.

83
00:05:19,170 --> 00:05:23,970
We weten dat Simeon en Levi in Jakobs
profetie betrokken waren bij de bloedige

84
00:05:23,970 --> 00:05:26,130
daad die in Sichem was gepleegd.

85
00:05:26,130 --> 00:05:29,070
Daarom verspeelden zowel Simeon als Levi

86
00:05:29,070 --> 00:05:32,250
hun plaats in het
eerstgeboorterecht van de familie.

87
00:05:32,250 --> 00:05:37,110
De eerstgeborene, Ruben, was het
voorrecht van de eerstgeborene onthouden,

88
00:05:37,110 --> 00:05:40,890
omdat hij ontucht had gepleegd
met de bijvrouw van zijn vader.

89
00:05:40,890 --> 00:05:45,810
Simeon en Levi werden allebei
gepasseerd vanwege hun daad in Sichem.

90
00:05:45,810 --> 00:05:50,610
Maar Levi werd later natuurlijk geëerd
wegens de trouw van de stam aan God

91
00:05:50,610 --> 00:05:52,890
bij het voorval met het gouden kalf.

92
00:05:52,890 --> 00:05:57,750
In de tijd van Jakob zei Jakob
zowel over Simeon als over Levi

93
00:05:57,750 --> 00:06:00,750
dat zij in Israël
verstrooid zouden worden.

94
00:06:00,750 --> 00:06:04,290
Ik kan de precieze woorden van Jakob
waarschijnlijk maar beter opzoeken,

95
00:06:04,290 --> 00:06:06,810
zodat ik ze correct kan weergeven.

96
00:06:06,810 --> 00:06:12,090
Over Simeon en Levi staat in Genesis 49:7:

97
00:06:12,090 --> 00:06:16,530
Vervloekt zij hun woede, want die
is hevig, en hun verbolgenheid,

98
00:06:16,530 --> 00:06:17,850
want die is hard.

99
00:06:17,850 --> 00:06:21,990
Ik zal hen verdelen over Jakob
en hen verspreiden in Israël.

100
00:06:21,990 --> 00:06:27,150
Simeon en Levi zouden verdeeld en
door heel Israël verspreid worden.

101
00:06:27,150 --> 00:06:29,730
We zien hoe dat bij
Levi in vervulling gaat,

102
00:06:29,730 --> 00:06:33,030
want zijn nakomelingen werden
de Levieten, van wie de

103
00:06:33,030 --> 00:06:36,450
48 Levitische steden over
de stammen werden verdeeld.

104
00:06:36,450 --> 00:06:40,350
Anders dan de meeste stammen
had Levi geen eigen stamgebied,

105
00:06:40,350 --> 00:06:44,370
maar werden zij op een goede
manier door heel Israël verspreid.

106
00:06:44,370 --> 00:06:48,270
Het was hun voorrecht om God bij
het volk te vertegenwoordigen.

107
00:06:48,270 --> 00:06:51,030
Ook Simeon kan in Israël verspreid zijn,

108
00:06:51,030 --> 00:06:54,870
en wel zozeer dat zij uiteindelijk
eigenlijk niet veel kregen.

109
00:06:54,870 --> 00:06:57,930
In het boek Jozua lijkt
het erop dat het land van

110
00:06:57,930 --> 00:07:01,470
Simeon een heel klein deel
binnen het gebied van Juda was.

111
00:07:01,470 --> 00:07:05,250
Het is alsof zij niet eens een
afzonderlijk eigen land kregen.

112
00:07:05,250 --> 00:07:09,030
Ze kregen slechts een stuk grond
midden in het gebied van Juda.

113
00:07:09,030 --> 00:07:11,730
Daardoor raken zij tamelijk buiten beeld.

114
00:07:11,730 --> 00:07:14,550
Dat Simeon in dit geval wordt uitgesloten,

115
00:07:14,550 --> 00:07:18,810
zou Gods toorn over Simeon kunnen
weerspiegelen vanwege de gebeurtenissen

116
00:07:18,810 --> 00:07:21,990
bij Baäl-Peor in Numeri 25.

117
00:07:21,990 --> 00:07:26,610
We kunnen het niet met zekerheid zeggen,
want ons wordt niet verteld dat dit zo is,

118
00:07:26,610 --> 00:07:29,190
maar het zou heel goed
het geval kunnen zijn.

119
00:07:29,190 --> 00:07:32,250
Dat was toen Balak, de koning van Moab,

120
00:07:32,250 --> 00:07:37,230
op de slechte raad van Bileam vrouwen naar
het kamp van de Israëlieten stuurde om de

121
00:07:37,230 --> 00:07:42,390
mannen te verleiden, niet alleen tot
hoererij, maar ook tot afgoderij.

122
00:07:42,390 --> 00:07:45,450
Daarom zond God een plaag over het kamp.

123
00:07:45,450 --> 00:07:49,890
Er kwam pas een einde aan toen
Pinehas vastberaden ingreep door een

124
00:07:49,890 --> 00:07:53,070
speer door een man en een vrouw
te steken die seks hadden.

125
00:07:53,070 --> 00:07:57,390
De man en de vrouw die op deze manier
met een speer werden doorstoken,

126
00:07:57,390 --> 00:08:01,590
waren een man uit de stam
Simeon en een vrouw uit Midian.

127
00:08:01,590 --> 00:08:04,110
Beiden waren vooraanstaande personen.

128
00:08:04,110 --> 00:08:07,530
Zij was de dochter van iemand die
later een koning wordt genoemd,

129
00:08:07,530 --> 00:08:09,510
of een vorst in Midian.

130
00:08:09,510 --> 00:08:13,650
De man om wie het ging, was
Zimri, de zoon van Salu,

131
00:08:13,650 --> 00:08:16,830
een leider van een familie
onder de Simeonieten.

132
00:08:16,830 --> 00:08:23,730
Numeri 25:14 zegt dat hij een leider
van een familie in de stam Simeon was.

133
00:08:23,730 --> 00:08:28,110
Ook lezen we over zijn
zonde in Numeri 25:6:

134
00:08:28,110 --> 00:08:32,910
En zie, een man uit de Israëlieten kwam
en bracht een Midianitische vrouw bij zijn

135
00:08:32,910 --> 00:08:37,770
broeders, voor de ogen van Mozes en voor
de ogen van heel de gemeenschap van de

136
00:08:37,770 --> 00:08:42,570
Israëlieten, terwijl zij huilden bij
de ingang van de tent van ontmoeting.

137
00:08:42,570 --> 00:08:45,390
—dat is Zimri, de Simeoniet—

138
00:08:45,390 --> 00:08:49,290
Zij huilden omdat er een plaag
over het volk was gekomen

139
00:08:49,290 --> 00:08:51,750
vanwege juist dit soort gedrag.

140
00:08:51,750 --> 00:08:56,310
Ondanks het feit dat veel Israëlieten
al tot bekering kwamen vanwege de

141
00:08:56,310 --> 00:09:00,390
verschrikkelijke plaag die
24.000 van hen had weggenomen,

142
00:09:00,390 --> 00:09:04,470
was deze leider van de stam
Simeon zich daar niet van bewust

143
00:09:04,470 --> 00:09:06,570
en trok hij zich er niets van aan.

144
00:09:06,570 --> 00:09:09,390
Hij ging door met de afgodische hoererij

145
00:09:09,390 --> 00:09:12,750
en stelde deze vrouw zelfs
aan zijn broeders voor.

146
00:09:12,750 --> 00:09:17,130
Blijkbaar zei hij: „Laten we allemaal
gemeenschap met haar hebben en de goden

147
00:09:17,130 --> 00:09:22,350
van Midian aanbidden,” zoals zij dat
deden met seksuele handelingen enzovoort.

148
00:09:22,350 --> 00:09:26,310
Het lijkt erop dat deze man,
een leider in de stam Simeon,

149
00:09:26,310 --> 00:09:31,290
zijn hele stam probeerde te verleiden om
samen met hem aan deze zonde mee te doen.

150
00:09:31,290 --> 00:09:35,250
Het kan zijn dat zij dat in
meerdere of mindere mate ook deden,

151
00:09:35,250 --> 00:09:36,930
al lezen we daar niets over.

152
00:09:36,930 --> 00:09:41,490
Het kan zijn dat de stam Simeon een
leidende rol had in de gebeurtenis bij

153
00:09:41,490 --> 00:09:44,850
Baäl-Peor, maar daar
weten we niet veel over.

154
00:09:44,850 --> 00:09:49,290
Gezien de weinige informatie die we hebben
en de rol van de stam Simeon in deze

155
00:09:49,290 --> 00:09:52,170
gebeurtenis lijkt dat
niet onwaarschijnlijk.

156
00:09:52,170 --> 00:09:56,370
Als het waar is, zou het kunnen
verklaren waarom de zegen voor Simeon

157
00:09:56,370 --> 00:09:58,710
eenvoudigweg wordt weggelaten.

158
00:09:58,710 --> 00:10:02,610
Simeon wordt hierin als deel
van Israël in wezen genegeerd.

159
00:10:02,610 --> 00:10:04,830
Het hoofdstuk begint als volgt:

160
00:10:04,830 --> 00:10:11,130
Dit nu is de zegen waarmee Mozes, de
man Gods, de Israëlieten gezegend heeft,

161
00:10:11,130 --> 00:10:12,450
vóór zijn dood.

162
00:10:12,450 --> 00:10:18,810
Hij zei: De HEERE is van Sinaï gekomen,
als de zon kwam Hij uit Seïr op.

163
00:10:18,810 --> 00:10:21,870
Hij verscheen blinkend
vanaf het gebergte Paran,

164
00:10:21,870 --> 00:10:25,530
Hij kwam met tienduizenden
heiligen, aan Zijn rechterhand

165
00:10:25,530 --> 00:10:27,630
was een vurige wet voor hen.

166
00:10:27,630 --> 00:10:32,430
Dit verwijst naar het moment waarop
God de wet gaf op de berg Sinaï.

167
00:10:32,430 --> 00:10:35,790
Hij kwam met een wet
die een vurige wet is.

168
00:10:35,790 --> 00:10:39,150
Ik weet niet waarom die een
vurige wet wordt genoemd.

169
00:10:39,150 --> 00:10:44,070
Misschien omdat overtreding ervan het vuur
van Gods toorn over het volk zou brengen,

170
00:10:44,070 --> 00:10:49,470
waarbij vuur in de Schrift doorgaans
een beeld is van Gods toorn en oordeel.

171
00:10:49,470 --> 00:10:51,330
De wet had iets bijtends.

172
00:10:51,330 --> 00:10:53,310
Het is een vurige wet.

173
00:10:53,310 --> 00:10:56,730
Mozes zegt dat Hij met
tienduizenden heiligen kwam.

174
00:10:56,730 --> 00:11:00,150
Ik zou daar niet bij stilstaan
om er commentaar op te geven,

175
00:11:00,150 --> 00:11:04,350
ware het niet dat deze uitdrukking ook
in het Nieuwe Testament wordt gebruikt

176
00:11:04,350 --> 00:11:07,410
wanneer Jezus met tienduizenden
van Zijn heiligen komt.

177
00:11:07,410 --> 00:11:12,090
In die passages in het Nieuwe Testament
lijkt het over Zijn wederkomst te gaan.

178
00:11:12,090 --> 00:11:16,350
Dat kan worden betwist, want hier gaat
het beslist niet over hetzelfde soort

179
00:11:16,350 --> 00:11:19,470
gebeurtenis als de
wederkomst van Christus.

180
00:11:19,470 --> 00:11:24,690
Er is discussie geweest over de vraag wie
de tienduizenden van Zijn heiligen zijn.

181
00:11:24,690 --> 00:11:30,150
Het woord „heiligen” betekent in het
Hebreeuws letterlijk „heilige wezens”,

182
00:11:30,150 --> 00:11:33,930
en sommige geleerden denken dat het
naar de heilige engelen verwijst.

183
00:11:33,930 --> 00:11:39,210
Toen God naar de berg Sinaï kwam, kwam
Hij met tienduizenden van Zijn engelen.

184
00:11:39,210 --> 00:11:42,330
Dit vond later zijn weg
naar de Joodse overlevering,

185
00:11:42,330 --> 00:11:47,070
zodat men de engelen ging zien als
tussenpersonen bij de berg Sinaï

186
00:11:47,070 --> 00:11:50,130
toen de wet aan het volk
Israël werd gegeven.

187
00:11:50,130 --> 00:11:54,090
In het Nieuwe Testament spreken de
schrijvers van het Nieuwe Testament erover

188
00:11:54,090 --> 00:11:57,330
alsof dit vaststaat,
alsof het inderdaad zo is

189
00:11:57,330 --> 00:11:59,910
dat de wet door engelen gegeven werd.

190
00:11:59,910 --> 00:12:03,690
Misschien zijn dat de tienduizenden van
Zijn heiligen waarnaar bijvoorbeeld in

191
00:12:03,690 --> 00:12:07,650
Handelingen 7 wordt verwezen,
wanneer Stefanus predikt.

192
00:12:07,650 --> 00:12:13,350
In zijn toespraak richtte Stefanus
zich in vers 53 tot het volk Israël:

193
00:12:13,350 --> 00:12:16,350
U, die de wet ontvangen hebt
door de dienst van engelen,

194
00:12:16,350 --> 00:12:18,630
hebt die niet in acht genomen!

195
00:12:18,630 --> 00:12:21,390
Dat zij de wet op aanwijzing
van engelen ontvingen,

196
00:12:21,390 --> 00:12:24,690
wordt nergens duidelijk in
het Oude Testament gezegd.

197
00:12:24,690 --> 00:12:29,550
Maar dat waren de Joden gaan
geloven en dat was hun overlevering.

198
00:12:29,550 --> 00:12:36,150
Paulus zegt in Galaten 3:19 ook dat de wet
door tussenkomst van engelen gegeven werd.

199
00:12:36,150 --> 00:12:38,550
Galaten 3:19 zegt:

200
00:12:38,550 --> 00:12:40,170
Waartoe dient dan de wet?

201
00:12:40,170 --> 00:12:43,110
Zij is eraan toegevoegd
omwille van de overtredingen,

202
00:12:43,110 --> 00:12:47,250
totdat het Nageslacht zou gekomen
zijn aan Wie het beloofd was;

203
00:12:47,250 --> 00:12:50,310
en zij is door engelen in de
hand van de middelaar beschikt.

204
00:12:50,310 --> 00:12:53,370
Daarmee wordt bedoeld: door Mozes.

205
00:12:53,370 --> 00:12:56,430
Er staat dat de wet door
engelen werd verordend.

206
00:12:56,430 --> 00:13:00,510
Dan wordt in Hebreeën 2 ook verwezen
naar de rol van engelen bij het geven

207
00:13:00,510 --> 00:13:01,590
van de wet.

208
00:13:01,590 --> 00:13:03,810
Hebreeën 2:2 zegt:

209
00:13:03,810 --> 00:13:06,570
Want als het woord dat door
engelen gesproken werd,

210
00:13:06,570 --> 00:13:10,470
al bindend was en elke
overtreding en ongehoorzaamheid

211
00:13:10,470 --> 00:13:12,570
rechtvaardige vergelding ontving,

212
00:13:12,570 --> 00:13:15,030
Hij heeft het over de wet van Mozes.

213
00:13:15,030 --> 00:13:17,970
Het was een woord dat door
engelen gesproken werd.

214
00:13:17,970 --> 00:13:21,690
Het Nieuwe Testament lijkt te
bevestigen dat er bij de berg

215
00:13:21,690 --> 00:13:26,550
Sinaï engelen betrokken waren, hoewel
we daar in Exodus niets over lezen.

216
00:13:26,550 --> 00:13:28,950
Misschien lezen we daar hier wel over,

217
00:13:28,950 --> 00:13:32,370
en is deze verwijzing naar de
tienduizenden van Zijn heiligen

218
00:13:32,370 --> 00:13:35,490
een verwijzing naar
tienduizenden van Zijn engelen.

219
00:13:35,490 --> 00:13:40,170
In Deuteronomium 33:3, het
direct daaropvolgende vers,

220
00:13:40,170 --> 00:13:44,730
worden echter de heiligen genoemd, en
daar lijken ze naar Israël te verwijzen.

221
00:13:44,730 --> 00:13:50,370
Toen God naar Sinaï kwam, waren daar
beslist ook tienduizenden Israëlieten:

222
00:13:50,370 --> 00:13:54,750
Zijn heiligen, Zijn heilige mensen,
degenen die Hij voor Zichzelf had

223
00:13:54,750 --> 00:13:56,670
afgezonderd en bevrijd.

224
00:13:56,670 --> 00:13:59,130
Het is dus niet duidelijk
of Gods komst met

225
00:13:59,130 --> 00:14:04,170
tienduizenden van Zijn heiligen betekent
dat Hij met engelen of met mensen kwam.

226
00:14:04,170 --> 00:14:07,410
Eén reden waarom ik dit ter
sprake breng, is dat soms,

227
00:14:07,410 --> 00:14:09,990
vooral door aanhangers
van de bedelingenleer,

228
00:14:09,990 --> 00:14:14,010
wordt gezegd dat er twee fasen van
de komst van Christus moeten zijn.

229
00:14:14,010 --> 00:14:18,630
Daarmee willen ze de leer van de opname
vóór de grote verdrukking bewijzen,

230
00:14:18,630 --> 00:14:20,490
of proberen ze die te bewijzen.

231
00:14:20,490 --> 00:14:25,590
We lezen in het Nieuwe Testament dat Jezus
met tienduizenden van Zijn heiligen komt.

232
00:14:25,590 --> 00:14:30,030
Maar zij zeggen dat als Hij met
tienduizenden van Zijn heiligen zal komen,

233
00:14:30,030 --> 00:14:34,410
Hij eerst voor de heiligen moet
komen, zodat zij bij Hem zullen zijn

234
00:14:34,410 --> 00:14:36,390
en met Hem kunnen meekomen.

235
00:14:36,390 --> 00:14:41,430
Dit is een van de twintig argumenten die
ik zelf vroeger gebruikte toen ik in een

236
00:14:41,430 --> 00:14:44,550
opname vóór de grote verdrukking geloofde.

237
00:14:44,550 --> 00:14:50,430
Want dat hadden ze mij verteld, en ik was
jong, en het klonk mij logisch in de oren.

238
00:14:50,430 --> 00:14:54,210
Het idee is dat Christus
twee keer moet komen:

239
00:14:54,210 --> 00:14:57,150
Zijn komst voor Zijn
heiligen bij de opname,

240
00:14:57,150 --> 00:15:01,890
en Zijn komst met de heiligen aan
het einde van de grote verdrukking.

241
00:15:01,890 --> 00:15:05,010
Natuurlijk deugt bijna alles
aan die redenering niet.

242
00:15:05,010 --> 00:15:07,470
Om te beginnen is het, zoals ik zei,

243
00:15:07,470 --> 00:15:11,790
mogelijk dat Zijn komst met Zijn
heiligen een verwijzing is naar Zijn

244
00:15:11,790 --> 00:15:13,590
komst met engelen.

245
00:15:13,590 --> 00:15:17,550
In dat geval zou het helemaal
niets te maken hebben met de vraag

246
00:15:17,550 --> 00:15:20,490
of Hij wel of niet met christenen komt.

247
00:15:20,490 --> 00:15:24,930
Zelfs als het over christenen gaat,
kan Hij beslist met Zijn heiligen komen

248
00:15:24,930 --> 00:15:28,290
zonder dat er eerst een
opname heeft plaatsgevonden.

249
00:15:28,290 --> 00:15:31,710
Er zijn nu al tienduizenden
van Zijn heiligen bij Hem:

250
00:15:31,710 --> 00:15:35,430
christenen die gestorven
zijn en nu bij Hem zijn.

251
00:15:35,430 --> 00:15:41,010
In 1 Thessalonicenzen 4,
vers 14 of 15, staat dat:

252
00:15:41,010 --> 00:15:44,550
Want als wij geloven dat Jezus
gestorven en opgestaan is,

253
00:15:44,550 --> 00:15:48,630
zal ook God op dezelfde wijze
hen die in Jezus ontslapen zijn,

254
00:15:48,630 --> 00:15:50,250
terug brengen met Hem.

255
00:15:50,250 --> 00:15:53,370
Het is dus duidelijk dat er
onder degenen die ontslapen zijn

256
00:15:53,370 --> 00:15:55,410
en die Hij met Zich mee zal brengen,

257
00:15:55,410 --> 00:15:57,990
al meer dan tienduizenden
van Zijn heiligen zijn.

258
00:15:57,990 --> 00:16:02,850
Hij zou geen enkele christen van de aarde
hoeven op te nemen om bij Zijn komst

259
00:16:02,850 --> 00:16:06,090
tienduizenden van Zijn heiligen
met Zich mee te brengen.

260
00:16:06,090 --> 00:16:09,450
Bovendien, zelfs als Hij
alle heiligen bedoelde,

261
00:16:09,450 --> 00:16:13,050
zelfs als de levende heiligen
met Hem mee zouden moeten komen,

262
00:16:13,050 --> 00:16:17,790
is er geen reden waarom Hij hen niet
in de lucht zou kunnen opnemen en dan

263
00:16:17,790 --> 00:16:20,010
onmiddellijk met hen zou kunnen komen.

264
00:16:20,010 --> 00:16:25,110
Hierin is beslist geen argument te vinden
voor een bepaalde tijd tussen de ene fase

265
00:16:25,110 --> 00:16:27,210
van de wederkomst en de andere.

266
00:16:27,210 --> 00:16:30,150
Hoewel ik niet het gevoel heb dat
ik hierbij een persoonlijk belang te

267
00:16:30,150 --> 00:16:34,410
verdedigen heb, vind ik het interessant
dat dit een van de argumenten is die

268
00:16:34,410 --> 00:16:39,390
gebruikt worden ter ondersteuning van
een opname vóór de grote verdrukking.

269
00:16:39,390 --> 00:16:44,130
Het berust op de aanname dat Jezus bij
Zijn terugkomst met alle heiligen moet

270
00:16:44,130 --> 00:16:47,910
komen, en dat Hij hen daarom
vóór die tijd moet opnemen.

271
00:16:47,910 --> 00:16:52,050
Om de een of andere reden denken zij dat
dit zeven jaar daarvoor moet gebeuren,

272
00:16:52,050 --> 00:16:54,930
in plaats van bijvoorbeeld
enkele ogenblikken eerder.

273
00:16:54,930 --> 00:16:58,890
Maar hoe dan ook, omdat dit misschien
zelfs een verwijzing naar engelen is,

274
00:16:58,890 --> 00:17:03,510
heeft het mogelijk helemaal niets te maken
met Jezus Die met de christenen komt.

275
00:17:03,510 --> 00:17:06,090
Omdat de term hier
dubbelzinnig wordt gebruikt,

276
00:17:06,090 --> 00:17:10,110
is het gebruik ervan in het Nieuwe
Testament even dubbelzinnig.

277
00:17:10,110 --> 00:17:13,290
Deuteronomium 33:3:

278
00:17:13,290 --> 00:17:15,750
Ja, Hij heeft de volken lief!

279
00:17:15,750 --> 00:17:20,670
Al Zijn heiligen zijn in Uw hand, Zíj
zitten aan Uw voeten en vangen iets op

280
00:17:20,670 --> 00:17:22,350
van Uw woorden.

281
00:17:22,350 --> 00:17:27,630
In de daaropvolgende verzen staat dat
Mozes Israël de wet gebood en dat God

282
00:17:27,630 --> 00:17:29,430
Koning was in Jesjurun.

283
00:17:29,430 --> 00:17:34,110
Dat wil zeggen: God was Koning
in Jesjurun, niet Mozes.

284
00:17:34,110 --> 00:17:37,410
Nu beginnen we over de
afzonderlijke stammen te spreken.

285
00:17:37,410 --> 00:17:40,230
De meeste hiervan worden
heel kort behandeld.

286
00:17:40,230 --> 00:17:44,310
Jozef wordt tamelijk uitvoerig
behandeld, en Levi ook,

287
00:17:44,310 --> 00:17:47,370
maar de meeste worden heel kort behandeld.

288
00:17:47,370 --> 00:17:52,710
Moge Ruben leven en niet sterven, en
mogen zijn mannen groot in aantal zijn!

289
00:17:52,710 --> 00:17:54,810
Dat is daar de hele uitspraak.

290
00:17:54,810 --> 00:17:59,550
Laat de stam Ruben voortbestaan en
laat zijn mannen niet weinig zijn.

291
00:17:59,550 --> 00:18:02,190
Hier is een klein tekstueel probleem.

292
00:18:02,190 --> 00:18:05,730
In de Engelse vertaling waarop
deze uitleg is gebaseerd,

293
00:18:05,730 --> 00:18:10,530
staat ‘noch’ in ‘noch laat zijn
mannen weinig zijn’ cursief,

294
00:18:10,530 --> 00:18:15,570
omdat er in deze zinsnede in het Hebreeuws
geen afzonderlijke ontkenning staat.

295
00:18:15,570 --> 00:18:20,070
De HSV verwerkt de ontkenning
rechtstreeks in de vertaling:

296
00:18:20,070 --> 00:18:24,330
‘mogen zijn mannen groot in
aantal zijn’. Letterlijk staat er:

297
00:18:24,330 --> 00:18:29,970
Laat hem leven en niet sterven; laat
zijn mannen gering in aantal zijn.

298
00:18:29,970 --> 00:18:34,470
Het zou dus zo kunnen worden opgevat
dat Ruben als stam zal voortbestaan,

299
00:18:34,470 --> 00:18:37,290
maar geen erg grote stam zal zijn.

300
00:18:37,290 --> 00:18:41,310
Hij zal zo sterk worden uitgedund
dat hij heel klein wordt.

301
00:18:41,310 --> 00:18:44,550
Dat is inderdaad gebeurd,
want de stam Ruben,

302
00:18:44,550 --> 00:18:47,610
de stam Gad en de halve stam Manasse

303
00:18:47,610 --> 00:18:50,250
vestigden zich aan de
oostkant van de Jordaan,

304
00:18:50,250 --> 00:18:52,890
en daar waren ze kwetsbaar voor aanvallen.

305
00:18:52,890 --> 00:18:55,830
Daar waren geen natuurlijke
verdedigingswerken zoals die er

306
00:18:55,830 --> 00:18:57,390
in Israël waren.

307
00:18:57,390 --> 00:19:00,810
Zij behoorden tot de eersten
die tot afgoderij vervielen

308
00:19:00,810 --> 00:19:03,990
en tot de eersten die in
gevangenschap werden weggevoerd.

309
00:19:03,990 --> 00:19:07,230
Ze werden uitgedund tot
een zeer onbeduidende stam.

310
00:19:07,230 --> 00:19:09,150
Het kan dus zijn dat hij zegt:

311
00:19:09,150 --> 00:19:13,410
Laat Ruben leven en niet sterven,
maar hij zal weinig mannen hebben.

312
00:19:13,410 --> 00:19:18,090
Aan de andere kant nemen zowel de
New King James als, naar ik zag,

313
00:19:18,090 --> 00:19:24,150
de New American Standard Version en andere
vertalingen de ontkenning hier wel op.

314
00:19:24,150 --> 00:19:28,650
Blijkbaar gaan ze ervan uit dat de
ontkenning uit het voorgaande zinsdeel op

315
00:19:28,650 --> 00:19:33,510
beide van toepassing is: niet
sterven en niet weinig mannen hebben.

316
00:19:33,510 --> 00:19:40,590
Er staat namelijk een woord voor ‘niet’
in de zinsnede vóór deze zinsnede. Dus:

317
00:19:40,590 --> 00:19:44,910
Laat Ruben leven, en niet
sterven of weinig mannen hebben.

318
00:19:44,910 --> 00:19:48,870
Het idee zou zijn dat hij
niet alleen niet moet sterven,

319
00:19:48,870 --> 00:19:51,150
maar ook niet weinig mannen moet hebben.

320
00:19:51,150 --> 00:19:55,770
Het woord ‘niet’ zou op beide
zinsdelen van toepassing zijn.

321
00:19:55,770 --> 00:19:58,590
Zo hebben de vertalers het
hier blijkbaar opgevat,

322
00:19:58,590 --> 00:20:02,310
want ze hebben deze ontkenning
vóór het laatste zinsdeel op

323
00:20:02,310 --> 00:20:04,170
eigen gezag toegevoegd.

324
00:20:04,170 --> 00:20:07,290
Hoe dan ook, dat is alles over Ruben.

325
00:20:07,290 --> 00:20:09,510
Vers 7 zegt over Juda:

326
00:20:09,510 --> 00:20:15,810
Dit betreft Juda; hij zei: Luister,
HEERE, naar de stem van Juda!

327
00:20:15,810 --> 00:20:20,370
Breng hem terug bij zijn volk, laten
zijn handen sterk genoeg voor hem zijn,

328
00:20:20,370 --> 00:20:23,250
en wees hem een hulp
tegen zijn tegenstanders!

329
00:20:23,250 --> 00:20:25,110
Dat is nogal algemeen.

330
00:20:25,110 --> 00:20:29,970
In wezen: zegen Juda en bescherm
hem tegen zijn vijanden.

331
00:20:29,970 --> 00:20:32,550
Over Levi zei hij in vers 8:

332
00:20:32,550 --> 00:20:39,330
Over Levi zei hij: Uw Tummim en Uw
Urim zijn bij deze man, Uw gunsteling;

333
00:20:39,330 --> 00:20:43,590
U stelde hem op de proef in Massa,
U riep hem ter verantwoording bij de

334
00:20:43,590 --> 00:20:45,150
wateren van Meriba.

335
00:20:45,150 --> 00:20:48,810
Dit verwijst natuurlijk naar wat
er bij de berg Sinaï gebeurde,

336
00:20:48,810 --> 00:20:52,770
bij het voorval met het
gouden kalf, toen Mozes zei:

337
00:20:52,770 --> 00:20:57,810
ging Mozes bij de ingang van het kamp
staan en zei: Wie bij de HEERE hoort,

338
00:20:57,810 --> 00:20:59,071
moet bij mij komen .

339
00:20:59,071 --> 00:21:01,650
Toen verzamelden al de
Levieten zich bij hem.

340
00:21:01,650 --> 00:21:05,550
De stam Levi kwam naar
Mozes toe en Mozes zei:

341
00:21:05,550 --> 00:21:10,410
Hij zei tegen hen: Zo zegt
de HEERE, de God van Israël:

342
00:21:10,410 --> 00:21:15,630
Ieder moet zijn zwaard aan zijn heup doen,
het kamp van poort tot poort door gaan,

343
00:21:15,630 --> 00:21:20,790
en ieder moet zijn broeder doden,
ieder zijn vriend en ieder zijn naaste.

344
00:21:20,790 --> 00:21:24,510
Ze doodden drieduizend mensen,
onder wie enkele van hun eigen

345
00:21:24,510 --> 00:21:26,610
broeders en familieleden.

346
00:21:26,610 --> 00:21:31,350
Ze werden hiervoor geprezen, omdat
hun ijver voor God groot genoeg was om

347
00:21:31,350 --> 00:21:36,630
overtreders niet voor te trekken enkel
omdat ze bloedverwanten van hen waren.

348
00:21:36,630 --> 00:21:40,950
Wanneer er staat dat hij zijn eigen
broers en zelfs zijn ouders niet erkende,

349
00:21:40,950 --> 00:21:43,290
is dat waarschijnlijk een hyperbool.

350
00:21:43,290 --> 00:21:46,290
Hij deed alsof hij zelfs
zijn ouders niet kende.

351
00:21:46,290 --> 00:21:50,550
Als een Leviet zijn eigen ouders in die
situatie had aangetroffen terwijl ze het

352
00:21:50,550 --> 00:21:56,070
gouden kalf aanbaden, zou hij vermoedelijk
zelfs zijn eigen ouders hebben gedood.

353
00:21:56,070 --> 00:21:58,290
Of dit nu letterlijk is gebeurd of

354
00:21:58,290 --> 00:22:01,590
eenvoudigweg de dichterlijke
taal van de hyperbool is,

355
00:22:01,590 --> 00:22:07,770
het punt is dat hun trouw aan God groter
was dan hun trouw aan hun familieleden.

356
00:22:07,770 --> 00:22:10,410
En zo hoort het werkelijk ook te zijn.

357
00:22:10,410 --> 00:22:14,130
Hij zei over zijn vader en
moeder: Ik zie hen niet.

358
00:22:14,130 --> 00:22:18,090
Hij herkende zijn broers niet,
en zijn zonen kende hij niet.

359
00:22:18,090 --> 00:22:22,710
Zij hielden namelijk Uw woord,
en namen Uw verbond in acht.

360
00:22:22,710 --> 00:22:27,150
Zij zullen Jakob Uw bepalingen
leren en Israël Uw wet,

361
00:22:27,150 --> 00:22:31,830
zij zullen reukwerk voor Uw neus leggen,
en een offer dat geheel verteerd wordt

362
00:22:31,830 --> 00:22:33,030
op Uw altaar.

363
00:22:33,030 --> 00:22:36,750
In de vorige lezing werd gezegd dat het
de taak van de Levieten was om de wet in

364
00:22:36,750 --> 00:22:40,890
bezit te hebben en die te beheren,
in wezen om haar aan het volk

365
00:22:40,890 --> 00:22:42,810
Israël te onderwijzen.

366
00:22:42,810 --> 00:22:48,510
Zegen zijn vermogen, HEERE, en wees
het werk van zijn handen goedgezind;

367
00:22:48,510 --> 00:22:53,790
verbrijzel de heupen van wie tegen
hem opstaan, en van hen die hem haten,

368
00:22:53,790 --> 00:22:55,950
zodat zij niet meer opstaan!

369
00:22:55,950 --> 00:22:58,830
Ook dit is in wezen een algemene zegen.

370
00:22:58,830 --> 00:23:03,450
Laat hen gezegend worden, laat hun
vijanden geen succes tegen hen hebben,

371
00:23:03,450 --> 00:23:06,810
en wreek U voor hen op hun vijanden.

372
00:23:06,810 --> 00:23:09,090
Vers 12 zegt over Benjamin:

373
00:23:09,090 --> 00:23:14,850
Over Benjamin zei hij: De door de HEERE
beminde, hij zal onbezorgd bij Hem wonen.

374
00:23:14,850 --> 00:23:19,350
Hij zal hem heel de dag beschermen, en
tussen zijn schouders zal Hij wonen!

375
00:23:19,350 --> 00:23:24,630
Dit verwijst ernaar dat Benjamin geliefd
is bij de Heere en dicht bij God woont,

376
00:23:24,630 --> 00:23:26,250
Die hem zal beschutten.

377
00:23:26,250 --> 00:23:29,970
De stam Benjamin had zijn
grondgebied, zijn land,

378
00:23:29,970 --> 00:23:32,730
feitelijk direct naast de stam Juda.

379
00:23:32,730 --> 00:23:35,250
Ze bevonden zich zo dicht bij Juda dat,

380
00:23:35,250 --> 00:23:38,850
toen in de dagen van Rehabeam
de scheuring plaatsvond,

381
00:23:38,850 --> 00:23:43,530
tien stammen zich van Juda afscheidden,
maar Benjamin bij Juda bleef.

382
00:23:43,530 --> 00:23:47,730
Benjamin was in die tijd een heel
kleine stam, zeer onbeduidend,

383
00:23:47,730 --> 00:23:49,830
maar ze waren met elkaar verbonden.

384
00:23:49,830 --> 00:23:53,550
De stad Jeruzalem lag zelfs op
de grens tussen het gebied van

385
00:23:53,550 --> 00:23:55,710
Benjamin en dat van Juda.

386
00:23:55,710 --> 00:23:58,950
De stad Jeruzalem liep
feitelijk over de grens heen

387
00:23:58,950 --> 00:24:04,290
en lag dus gedeeltelijk in de stam
Benjamin en gedeeltelijk in de stam Juda.

388
00:24:04,290 --> 00:24:06,990
Zo nauw waren ze met Juda verbonden.

389
00:24:06,990 --> 00:24:11,790
Na de scheuring bleven zij Juda trouw,
en geen van de andere stammen deed dat.

390
00:24:11,790 --> 00:24:16,050
Dit kan de reden zijn waarom er goede
dingen over Benjamin worden gezegd.

391
00:24:16,050 --> 00:24:20,610
In Jakobs zegen over Benjamin
klonk het veel onheilspellender.

392
00:24:20,610 --> 00:24:24,810
Dit is heel positief over Benjamin,
maar toen Jakob in Genesis

393
00:24:24,810 --> 00:24:29,190
49:27 over Benjamin sprak, klonk het zo:

394
00:24:29,190 --> 00:24:34,050
Benjamin is een verscheurende wolf;
's morgens verslindt hij zijn prooi,

395
00:24:34,050 --> 00:24:36,570
en 's avonds deelt hij buit uit.

396
00:24:36,570 --> 00:24:41,010
Dat is niet echt negatief, behalve
dan dat Benjamin wordt voorgesteld

397
00:24:41,010 --> 00:24:44,610
als een strijdlustige stam
die in staat zou zijn zijn

398
00:24:44,610 --> 00:24:47,670
vijanden te verslaan
en de buit te verdelen.

399
00:24:47,670 --> 00:24:50,190
Dit verwijst waarschijnlijk
naar gebeurtenissen

400
00:24:50,190 --> 00:24:54,030
zoals die waarover we aan het
einde van het boek Richteren lezen.

401
00:24:54,030 --> 00:24:59,190
Een stad van de stam Benjamin,
Gibea, beging schandelijke daden.

402
00:24:59,190 --> 00:25:04,110
De stammen van Israël trokken tegen
hen op en zeiden tegen de stam Benjamin

403
00:25:04,110 --> 00:25:07,890
dat ze die stad moesten
uitleveren om berecht te worden.

404
00:25:07,890 --> 00:25:11,130
De stam Benjamin bleef
achter die stad staan,

405
00:25:11,130 --> 00:25:16,230
sloeg de Israëlieten van zich af en
versloeg de andere elf stammen bijna.

406
00:25:16,230 --> 00:25:19,410
Het kleine Benjamin
had felle krijgslieden.

407
00:25:19,410 --> 00:25:23,190
Ze vochten tegen de andere
elf stammen en wonnen bijna.

408
00:25:23,190 --> 00:25:28,170
Ze wonnen echter niet, en daarna waren
ze teruggebracht tot vierhonderd mannen.

409
00:25:28,170 --> 00:25:32,070
Dat is heel weinig voor een
stam: vierhonderd mannen.

410
00:25:32,070 --> 00:25:35,850
Ze waren bijna uitgestorven, maar
toen gingen ze vrouwen uit andere

411
00:25:35,850 --> 00:25:38,790
stammen ontvoeren en trouwden met hen.

412
00:25:38,790 --> 00:25:42,930
Israël stond hun toe zich voort te
planten en weer een stam te worden.

413
00:25:42,930 --> 00:25:45,330
Maar ze waren bijna uitgestorven.

414
00:25:45,330 --> 00:25:48,690
Die strijdlust van Benjamin
was iets wat Jakob in zijn

415
00:25:48,690 --> 00:25:50,430
zegen over Benjamin had genoemd.

416
00:25:50,430 --> 00:25:52,230
Hier is het heel positief.

417
00:25:52,230 --> 00:25:55,290
Benjamin is de geliefde van de HEERE.

418
00:25:55,290 --> 00:25:57,510
Hij wordt door God beschut.

419
00:25:57,510 --> 00:26:00,030
Hij woont daadwerkelijk veilig bij Hem.

420
00:26:00,030 --> 00:26:03,990
Dat verwijst waarschijnlijk naar
het feit dat het gebied van Benjamin

421
00:26:03,990 --> 00:26:08,970
pal naast de tempel lag, precies
waar God woonde. Er staat:

422
00:26:08,970 --> 00:26:11,550
En hij zal tussen zijn schouders wonen.

423
00:26:11,550 --> 00:26:13,710
Het is niet duidelijk wat dat betekent.

424
00:26:13,710 --> 00:26:17,850
Je zou je een herder kunnen voorstellen
die een lam tussen zijn schouders,

425
00:26:17,850 --> 00:26:20,970
over zijn schouders,
draagt en het zo beschermt,

426
00:26:20,970 --> 00:26:24,210
en dat God Benjamin op
die manier beschermt.

427
00:26:24,210 --> 00:26:28,590
Sommigen hebben gemeend dat Benjamin
tussen twee heuvels lag en dat die heuvels

428
00:26:28,590 --> 00:26:31,830
worden voorgesteld alsof
het Gods schouders waren,

429
00:26:31,830 --> 00:26:34,890
met daartussen het dal waarin hij woont.

430
00:26:34,890 --> 00:26:37,230
Geleerden zijn het er niet volledig over

431
00:26:37,230 --> 00:26:39,930
eens wat met die laatste
regel wordt bedoeld,

432
00:26:39,930 --> 00:26:42,570
maar hij is duidelijk positief bedoeld.

433
00:26:42,570 --> 00:26:44,430
Over Jozef zei hij:

434
00:26:44,430 --> 00:26:49,290
Over Jozef zei hij: Moge zijn
land door de HEERE gezegend zijn,

435
00:26:49,290 --> 00:26:52,230
met het beste van de hemel, met dauw,

436
00:26:52,230 --> 00:26:55,410
en met het beste van de
watervloed die beneden ligt;

437
00:26:55,410 --> 00:27:00,510
met de beste opbrengst van de zon, en
met het beste wat de maan voortbrengt;

438
00:27:00,510 --> 00:27:06,210
met het voornaamste van de aloude bergen,
en met het beste van de eeuwige heuvels;

439
00:27:06,210 --> 00:27:09,150
met het beste van de
aarde en haar volheid,

440
00:27:09,150 --> 00:27:13,710
en met de goedgunstigheid van
Hem Die in de doornstruik woonde.

441
00:27:13,710 --> 00:27:17,010
Laat het komen op het hoofd van Jozef, ja,

442
00:27:17,010 --> 00:27:20,430
op de schedel van de
gewijde onder zijn broers!

443
00:27:20,430 --> 00:27:24,690
Daarmee wordt God bedoeld, Die
in de brandende braamstruik was.

444
00:27:24,690 --> 00:27:29,010
De gebruikte Engelse vertaling
spreekt hier over Jozef als degene die

445
00:27:29,010 --> 00:27:35,850
‘afgezonderd was van zijn broers’; de
HSV heeft ‘de gewijde onder zijn broers’.

446
00:27:35,850 --> 00:27:40,710
De Engelse formulering sluit aan
bij iets wat Jakob over Jozef zei.

447
00:27:40,710 --> 00:27:44,730
Toen Jakob zijn zegen aan
Jozef gaf, vermeldde hij ook

448
00:27:44,730 --> 00:27:48,570
dat hij degene was die
afgezonderd was van zijn broers.

449
00:27:48,570 --> 00:27:54,330
Dit is een regel die rechtstreeks uit de
eerdere zegen over hen is overgenomen.

450
00:27:54,330 --> 00:27:59,130
Al het overige is weliswaar
breedsprakig, herhalend en lang,

451
00:27:59,130 --> 00:28:03,750
maar zegt één eenvoudig ding:
laat hen voorspoedig zijn,

452
00:28:03,750 --> 00:28:09,810
met alle kostbare dingen die de bergen,
de bomen en de akkers kunnen voortbrengen.

453
00:28:09,810 --> 00:28:14,310
Laat hem veel gunst van God en
veel kostbare dingen ontvangen.

454
00:28:14,310 --> 00:28:17,070
Dan staat er in vers 17 over hem:

455
00:28:17,070 --> 00:28:20,550
Hij heeft de pracht van de
eerstgeborene van zijn rund,

456
00:28:20,550 --> 00:28:26,910
en zijn hoorns zijn hoorns van de wilde
os; daarmee zal hij volken stoten,

457
00:28:26,910 --> 00:28:29,970
allemaal, tot aan de einden der aarde.

458
00:28:29,970 --> 00:28:35,430
Dit zijn de tienduizenden van Efraïm,
en dit zijn de duizenden van Manasse!

459
00:28:35,430 --> 00:28:39,510
Hoorns waren natuurlijk doorgaans
een symbool van kracht en macht.

460
00:28:39,510 --> 00:28:44,850
Aan dit onderscheid kun je zien dat Efraïm
veel groter was geworden dan Manasse.

461
00:28:44,850 --> 00:28:49,470
De tienduizenden van Efraïm en de
duizenden van Manasse doen ons denken aan

462
00:28:49,470 --> 00:28:52,410
het lied dat ze in de
tijd van David zongen:

463
00:28:52,410 --> 00:28:56,490
Terwijl de vrouwen huppelden,
zongen zij in beurtzang:

464
00:28:56,490 --> 00:29:01,350
Saul heeft zijn duizenden verslagen,
maar David zijn tienduizenden!

465
00:29:01,350 --> 00:29:07,470
waarmee David duidelijk als aanzienlijk
indrukwekkender dan Saul werd voorgesteld.

466
00:29:07,470 --> 00:29:10,050
Dat ontging Saul niet toen hij het hoorde.

467
00:29:10,050 --> 00:29:12,870
Hij kon zien dat David een
bedreiging voor hem vormde,

468
00:29:12,870 --> 00:29:16,470
omdat de mensen David
populairder vonden dan Saul.

469
00:29:16,470 --> 00:29:21,210
Hier was Efraïm echter de jongere
zoon van Jozef en Manasse de oudere.

470
00:29:21,210 --> 00:29:25,950
Efraïm was degene die een belangrijkere
plaats ging innemen, en Manasse werd,

471
00:29:25,950 --> 00:29:30,510
net als Ruben en Simeon,
uiteindelijk een heel kleine stam.

472
00:29:30,510 --> 00:29:35,250
Merk op dat deze zegen over Jozef
wordt uitgesproken en dat Manasse en

473
00:29:35,250 --> 00:29:37,050
Efraïm eronder vallen.

474
00:29:37,050 --> 00:29:41,010
Ze worden in deze zegen niet als
afzonderlijke stammen behandeld,

475
00:29:41,010 --> 00:29:43,770
maar als onderdelen van één stam.

476
00:29:43,770 --> 00:29:49,050
Dan worden in vers 18 twee stammen
genoemd in één heel korte zegen.

477
00:29:49,050 --> 00:29:55,710
Over Zebulon zei hij: Verblijd u, Zebulon,
over uw uittocht, en u , Issaschar,

478
00:29:55,710 --> 00:29:57,390
over uw tenten.

479
00:29:57,390 --> 00:29:59,910
Volken zullen zij naar de berg roepen.

480
00:29:59,910 --> 00:30:02,550
Daar zullen zij offers
van gerechtigheid brengen,

481
00:30:02,550 --> 00:30:05,370
want zij zullen de overvloed
van de zeeën opzuigen,

482
00:30:05,370 --> 00:30:08,970
en de dingen die onder het
zand bedekt en verborgen zijn.

483
00:30:08,970 --> 00:30:13,110
Het is heel moeilijk om te bepalen waarop
de woorden dat zij mensen naar de berg

484
00:30:13,110 --> 00:30:16,590
roepen om de HEERE te
aanbidden, betrekking hebben.

485
00:30:16,590 --> 00:30:22,170
Voor zover wij weten hadden Zebulon
of Issaschar niet zo’n specifieke rol.

486
00:30:22,170 --> 00:30:28,170
In het boek Mattheüs wordt ons verteld dat
Zebulon en Naftali de stamgebieden waren

487
00:30:28,170 --> 00:30:31,050
waar Jezus Zijn bediening
in Galilea begon,

488
00:30:31,050 --> 00:30:34,650
en dat zij als eersten hoorden
en in het licht kwamen.

489
00:30:34,650 --> 00:30:39,210
Het kan zijn dat sommige discipelen van
Jezus uit die stammen afkomstig waren.

490
00:30:39,210 --> 00:30:43,650
We weten niet uit welke stammen de
discipelen van Jezus afkomstig waren.

491
00:30:43,650 --> 00:30:48,510
Ze waren allemaal Joden, dus ze kwamen
allemaal uit een van de Joodse stammen.

492
00:30:48,510 --> 00:30:52,050
Aangezien Jezus Zijn prediking
in elk geval in het gebied van

493
00:30:52,050 --> 00:30:57,510
Zebulon en Naftali begon — niet in
dat van Issaschar — is het mogelijk,

494
00:30:57,510 --> 00:30:59,850
al kunnen we dat niet
met zekerheid zeggen,

495
00:30:59,850 --> 00:31:03,750
dat sommige discipelen die later
de mensen tot Christus riepen,

496
00:31:03,750 --> 00:31:09,510
om God als het ware te aanbidden op de
heilige berg Sion, het geestelijke Sion,

497
00:31:09,510 --> 00:31:12,270
tot de stam Zebulon behoorden.

498
00:31:12,270 --> 00:31:16,110
Daar vandaan haalde Jezus veel
van Zijn eerste toehoorders,

499
00:31:16,110 --> 00:31:19,290
en onder hen kunnen enkele
apostelen zijn geweest.

500
00:31:19,290 --> 00:31:21,450
Maar dat is puur speculatie.

501
00:31:21,450 --> 00:31:26,070
Het is niet onredelijk, maar
het blijft niettemin speculatie.

502
00:31:26,070 --> 00:31:29,850
Wat betreft hun deelhebben
aan de overvloed van de zeeën:

503
00:31:29,850 --> 00:31:32,850
deze stammen waren geheel
door land omsloten,

504
00:31:32,850 --> 00:31:35,550
en het waren geen zeevarende stammen.

505
00:31:35,550 --> 00:31:38,970
Maar het kan eenvoudig
betekenen dat zij rijkdom en

506
00:31:38,970 --> 00:31:43,530
voorspoed zullen hebben en kunnen genieten
van dingen die per schip uit andere

507
00:31:43,530 --> 00:31:45,390
landen worden aangevoerd.

508
00:31:45,390 --> 00:31:47,070
Ze kunnen die kopen.

509
00:31:47,070 --> 00:31:49,890
Ze gaan niet zelf de
zee op om ze te halen,

510
00:31:49,890 --> 00:31:54,090
maar de overvloed van de zeeën
zou naar hen toe kunnen komen.

511
00:31:54,090 --> 00:31:58,470
Ook zou de overvloed van de zeeën heel
goed naar de heidenen kunnen verwijzen,

512
00:31:58,470 --> 00:32:00,930
als je het maar symbolisch genoeg opvat.

513
00:32:00,930 --> 00:32:05,310
En de schatten die in het zand
verborgen zijn—bedenk dat God tegen

514
00:32:05,310 --> 00:32:09,150
Abraham zei dat zijn
nageslacht zo talrijk zou zijn

515
00:32:09,150 --> 00:32:11,790
als het zand aan de oever van de zee.

516
00:32:11,790 --> 00:32:15,990
Het is mogelijk dat het zand en de
schatten die in het zand verborgen zijn,

517
00:32:15,990 --> 00:32:20,370
verwijzen naar het overblijfsel van
Israël, en de zeeën naar de heidenen.

518
00:32:20,370 --> 00:32:25,950
Het lijkt misschien vergezocht, en als dat
zo is, moet je er geen geloof aan hechten.

519
00:32:25,950 --> 00:32:31,230
Maar er is iets waarmee je het kunt
vergelijken, en dat staat in Jesaja 60,

520
00:32:31,230 --> 00:32:34,050
dat verwijst naar de Messiaanse tijd.

521
00:32:34,050 --> 00:32:37,230
In de openingsverzen van Jesaja 60 staat:

522
00:32:37,230 --> 00:32:40,410
Sta op en schitter,
want uw licht is gekomen

523
00:32:40,410 --> 00:32:44,010
en de heerlijkheid van
de HEERE gaat over u op.

524
00:32:44,010 --> 00:32:47,550
Duisternis bedekt de aarde
en donkerheid de volken,

525
00:32:47,550 --> 00:32:53,010
maar over u gaat de HEERE op en Zijn
heerlijkheid wordt over u zichtbaar.

526
00:32:53,010 --> 00:32:59,010
Heidenvolken zullen naar uw licht komen en
koningen naar de glans die over u opgaat.

527
00:32:59,010 --> 00:33:03,450
Kijk om u heen: zij verzamelen
zich en komen naar u toe;

528
00:33:03,450 --> 00:33:08,550
uw zonen komen van ver en uw dochters
worden aan uw zijde gedragen.

529
00:33:08,550 --> 00:33:10,650
En midden in vers 5 staat:

530
00:33:10,650 --> 00:33:16,710
Dan zult u het zien en stralen, uw hart
zal diep ontzag hebben en zich verruimen,

531
00:33:16,710 --> 00:33:19,950
want de menigte van de zee
zal zich naar u toekeren,

532
00:33:19,950 --> 00:33:23,670
het vermogen van de heidenvolken
zal naar u toe komen.

533
00:33:23,670 --> 00:33:26,730
De overvloed van de
zee zal worden bekeerd.

534
00:33:26,730 --> 00:33:30,690
De rijkdom van de heidenen—het lijkt
erop dat de zee hier misschien naar

535
00:33:30,690 --> 00:33:32,490
de heidenen verwijst.

536
00:33:32,490 --> 00:33:36,150
En dit wordt gezegd in de tijd
waarin een licht opgaat over

537
00:33:36,150 --> 00:33:38,490
hen die in duisternis zaten.

538
00:33:38,490 --> 00:33:43,350
Er staat dat duisternis het land zal
bedekken en diepe duisternis de volken,

539
00:33:43,350 --> 00:33:45,990
maar dat de Heere over je zal opgaan.

540
00:33:45,990 --> 00:33:49,410
Nu wordt die uitspraak tot
Israël in het algemeen gedaan.

541
00:33:49,410 --> 00:33:53,970
Maar als je terugkijkt naar Jesaja
9, een passage die in Mattheüs over

542
00:33:53,970 --> 00:33:58,470
Jezus wordt aangehaald, dan staat
daar, te beginnen midden in vers 1:

543
00:33:58,470 --> 00:34:03,630
Het land van Zebulon en het land
van Naftali, aan de weg naar de zee,

544
00:34:03,630 --> 00:34:08,010
aan de overzijde van de Jordaan,
Galilea van de heidenvolken:

545
00:34:08,010 --> 00:34:12,210
het volk dat in duisternis wandelde,
heeft een groot licht gezien;

546
00:34:12,210 --> 00:34:15,510
over hen die in het land van
de schaduw van de dood woonden,

547
00:34:15,510 --> 00:34:17,430
is een licht gaan schijnen.

548
00:34:17,430 --> 00:34:20,610
Hij spreekt over mensen
die in duisternis zaten

549
00:34:20,610 --> 00:34:23,190
en over een licht dat op hen schijnt.

550
00:34:23,190 --> 00:34:27,690
Dit wordt in Mattheüs 4 aangehaald als
iets wat in de bediening van Jezus in

551
00:34:27,690 --> 00:34:29,490
Galilea vervuld is.

552
00:34:29,490 --> 00:34:34,650
En het lijkt op Jesaja 60, waar het
gaat over hen die in duisternis zijn

553
00:34:34,650 --> 00:34:37,350
en over het licht dat
op hen heeft geschenen,

554
00:34:37,350 --> 00:34:40,830
en waar de overvloed van de
zee tot hen bekeerd zal worden,

555
00:34:40,830 --> 00:34:42,930
waarmee de heidenen worden bedoeld.

556
00:34:42,930 --> 00:34:47,670
Het is dus mogelijk dat deze verwijzing
naar Zebulon in feite betrekking heeft

557
00:34:47,670 --> 00:34:50,790
op de eerste bekeerlingen
tot het christendom.

558
00:34:50,790 --> 00:34:54,930
Jezus begon Zijn bediening in het
gebied van Zebulon en Naftali,

559
00:34:54,930 --> 00:34:57,750
mogelijk kwamen daar
zelfs apostelen vandaan,

560
00:34:57,750 --> 00:35:02,850
en later zagen zij hoe de overvloed van
de heidenen door hun werk werd bekeerd.

561
00:35:02,850 --> 00:35:07,170
Deze gedachten kunnen ten grondslag
liggen aan de profetie die Mozes hier over

562
00:35:07,170 --> 00:35:09,150
deze stammen uitspreekt.

563
00:35:09,150 --> 00:35:12,510
Nu Deuteronomium 33:20:

564
00:35:12,510 --> 00:35:17,910
Over Gad zei hij: Gezegend is
Hij Die ruimte geeft aan Gad!

565
00:35:17,910 --> 00:35:22,650
Gad woont als een leeuwin en
verscheurt de arm, ja zelfs de schedel.

566
00:35:22,650 --> 00:35:27,570
Vers 21 vervolgt de zegen over
Gad met zijn keuze voor het eerste

567
00:35:27,570 --> 00:35:32,070
deel van het land en zijn optreden
samen met de leiders van het volk.

568
00:35:32,070 --> 00:35:36,090
Allemaal heel interessant, maar
het is volstrekt onmogelijk om dit

569
00:35:36,090 --> 00:35:40,050
in verband te brengen met iets wat
later bij de stam Gad gebeurde,

570
00:35:40,050 --> 00:35:42,390
en daarom blijft het raadselachtig.

571
00:35:42,390 --> 00:35:45,450
Hetzelfde geldt voor Dan. Hij zei:

572
00:35:45,450 --> 00:35:51,690
Over Dan zei hij: Dan is een leeuwenwelp,
hij springt uit Basan tevoorschijn.

573
00:35:51,690 --> 00:35:53,850
Dat is alles wat we krijgen.

574
00:35:53,850 --> 00:35:57,630
Basan is in wezen het gebied
waarover Og koning was geweest

575
00:35:57,630 --> 00:35:59,910
en dat Israël had veroverd.

576
00:35:59,910 --> 00:36:02,370
Ze bevonden zich op dat moment daar.

577
00:36:02,370 --> 00:36:05,790
Ze waren in elk geval in het
gebied waartoe Basan behoorde,

578
00:36:05,790 --> 00:36:09,090
dat ze aan de oostzijde van
de Jordaan hadden veroverd.

579
00:36:09,090 --> 00:36:12,390
Wanneer er staat dat hij als een
leeuw uit Basan zal springen,

580
00:36:12,390 --> 00:36:16,830
kan dat eenvoudig verwijzen naar het
moment waarop ze de Jordaan oversteken:

581
00:36:16,830 --> 00:36:21,750
de stam Dan zal zijn als een leeuw
die zich op de Kanaänieten stort

582
00:36:21,750 --> 00:36:24,810
en uit het gebied komt
waar ze zich nu bevinden.

583
00:36:24,810 --> 00:36:27,030
Maar verder vertelt het ons niets.

584
00:36:27,030 --> 00:36:29,130
Alle stammen zouden zo zijn.

585
00:36:29,130 --> 00:36:32,730
Misschien zegt hij: ‘Ik
kan over Dan niets zeggen

586
00:36:32,730 --> 00:36:35,670
behalve wat ik hier over
alle anderen kan zeggen.

587
00:36:35,670 --> 00:36:40,830
We zullen allemaal hiervandaan vertrekken,
Kanaän binnenspringen en het veroveren.’

588
00:36:40,830 --> 00:36:45,990
Maar er is eigenlijk niets specifieks
aan Dan waarop dit zou kunnen slaan.

589
00:36:45,990 --> 00:36:47,670
Vers 23:

590
00:36:47,670 --> 00:36:53,130
Over Naftali zei hij: Naftali,
wees verzadigd met goedgunstigheid,

591
00:36:53,130 --> 00:36:58,230
en vol van de zegen van de HEERE; neem
het westen en het zuiden in bezit.

592
00:36:58,230 --> 00:37:02,250
Dit is opnieuw een zegen over hen
en een vermelding van het gebied dat

593
00:37:02,250 --> 00:37:03,870
zij zouden beërven.

594
00:37:03,870 --> 00:37:05,910
En over Aser zei hij:

595
00:37:05,910 --> 00:37:10,950
Over Aser zei hij: Moge Aser
gezegend zijn met zonen;

596
00:37:10,950 --> 00:37:16,050
laten zijn broers hem goedgezind zijn
en hij zijn voet in olie dompelen.

597
00:37:16,050 --> 00:37:19,110
Uw grendels zullen van
ijzer en brons zijn;

598
00:37:19,110 --> 00:37:22,410
laat uw kracht zijn
overeenkomstig uw dagen!

599
00:37:22,410 --> 00:37:23,790
Nu Aser.

600
00:37:23,790 --> 00:37:28,830
De gebruikte Engelse vertaling luidt
hier ‘het meest gezegend onder de zonen’,

601
00:37:28,830 --> 00:37:32,910
waardoor het bijna klinkt alsof hij
boven alle andere broers wordt gesteld.

602
00:37:32,910 --> 00:37:34,890
Dat is eigenlijk nooit gebeurd.

603
00:37:34,890 --> 00:37:39,510
De HSV vertaalt anders:
‘gezegend met zonen’.

604
00:37:39,510 --> 00:37:42,750
Aser is nooit echt de
vooraanstaande stam geworden.

605
00:37:42,750 --> 00:37:45,330
Maar hij zegt wel iets goeds over Aser:

606
00:37:45,330 --> 00:37:48,690
dat Aser door zijn broers
gerespecteerd moet worden.

607
00:37:48,690 --> 00:37:50,130
Wanneer er staat:

608
00:37:50,130 --> 00:37:52,650
Laat hem zijn voet in olie dopen.

609
00:37:52,650 --> 00:37:56,910
is de gedachte kennelijk dat hij
zo rijk is dat hij, als het ware,

610
00:37:56,910 --> 00:38:01,350
olijfolie kan gebruiken wanneer
hij zijn voeten wast of laat weken.

611
00:38:01,350 --> 00:38:03,750
Dat zou een kostbaar product zijn.

612
00:38:03,750 --> 00:38:08,610
Je zou olijfolie vanwege de hoge
prijs maar spaarzaam gebruiken.

613
00:38:08,610 --> 00:38:12,870
Maar als hij die kan gebruiken om
zijn voeten te wassen of te zalven,

614
00:38:12,870 --> 00:38:16,050
betekent dat dat hij enige rijkdom bezit.

615
00:38:16,050 --> 00:38:20,610
Hij heeft zo’n overvloed aan kostbare
dingen als olie dat hij die kan

616
00:38:20,610 --> 00:38:25,110
gebruiken voor zoiets alledaags als
het vuil van zijn voeten wassen of zijn

617
00:38:25,110 --> 00:38:26,850
voeten laten weken.

618
00:38:26,850 --> 00:38:29,130
Het is beslist een luxe.

619
00:38:29,130 --> 00:38:30,450
Wanneer hij zegt:

620
00:38:30,450 --> 00:38:33,750
Je sandalen zullen van
ijzer en brons zijn.

621
00:38:33,750 --> 00:38:37,050
dan volgt hij de gebruikte
Engelse vertaling.

622
00:38:37,050 --> 00:38:42,570
De HSV heeft hier ‘Uw grendels
zullen van ijzer en brons zijn’.

623
00:38:42,570 --> 00:38:47,070
Bij de lezing ‘sandalen’ lijkt de
gedachte te zijn dat hun sandalen

624
00:38:47,070 --> 00:38:49,230
niet zullen verslijten.

625
00:38:49,230 --> 00:38:53,070
Het is niet zo dat ze leren
sandalen dragen die verslijten.

626
00:38:53,070 --> 00:38:56,850
Ze dragen ijzeren sandalen
die niet verslijten.

627
00:38:56,850 --> 00:39:00,150
Misschien doelt dit niet
op het verslijten ervan.

628
00:39:00,150 --> 00:39:04,530
Het kan ermee te maken hebben dat ze
over harde oppervlakken kunnen lopen en

629
00:39:04,530 --> 00:39:07,830
schoeisel hebben dat buitengewoon
goede bescherming biedt.

630
00:39:07,830 --> 00:39:13,410
Over Christus staat dat Hij, toen Hij in
Openbaring hoofdstuk 1 werd geopenbaard,

631
00:39:13,410 --> 00:39:16,350
voeten had als gepolijst koper.

632
00:39:16,350 --> 00:39:22,290
Later, in Openbaring hoofdstuk 14, zien
we dat Hij de volken vertrapt als druiven.

633
00:39:22,290 --> 00:39:27,870
Hij vertrapt als het ware de druiven
van de toorn, namelijk de mensen.

634
00:39:27,870 --> 00:39:31,650
Dat wil zeggen dat Zijn oordeel
door Zijn voeten wordt voltrokken,

635
00:39:31,650 --> 00:39:36,510
en Zijn voeten zijn als koper,
oftewel onoverwinnelijk.

636
00:39:36,510 --> 00:39:42,690
Het kan zijn dat de sandalen van koper en
ijzer hier diezelfde bijbetekenis hebben.

637
00:39:42,690 --> 00:39:45,930
Wanneer er aan het
einde van vers 25 staat:

638
00:39:45,930 --> 00:39:48,810
Zolang je leeft, zul je kracht hebben.

639
00:39:48,810 --> 00:39:51,330
dan is niet duidelijk wat dat betekent.

640
00:39:51,330 --> 00:39:56,130
Maar waarschijnlijk betekent het dat je
kracht even lang zal voortduren als je

641
00:39:56,130 --> 00:40:01,950
dagen voortduren: dat je sterk zult
zijn zolang je bestaat, zolang je leeft.

642
00:40:01,950 --> 00:40:05,730
Ik weet niet zeker of dat verwijst
naar de bestemming van de stam

643
00:40:05,730 --> 00:40:08,850
of naar iemand in het
bijzonder binnen de stam.

644
00:40:08,850 --> 00:40:13,050
Bij Mozes zelf hield zijn
kracht stand zolang hij leefde,

645
00:40:13,050 --> 00:40:17,130
zoals we in het volgende
hoofdstuk zien. Vers 7 zegt:

646
00:40:17,130 --> 00:40:20,790
Mozes nu was honderdtwintig
jaar oud toen hij stierf;

647
00:40:20,790 --> 00:40:25,290
zijn oog was niet dof geworden en
zijn kracht was niet vervlogen.

648
00:40:25,290 --> 00:40:29,070
Dus zoals zijn dagen waren,
zo was ook zijn kracht.

649
00:40:29,070 --> 00:40:33,330
De gedachte is dat de meeste mensen
langer leven dan ze sterk blijven.

650
00:40:33,330 --> 00:40:35,490
Op hun oude dag worden ze zwak.

651
00:40:35,490 --> 00:40:37,530
Maar er lijkt te worden gezegd:

652
00:40:37,530 --> 00:40:39,630
Maar voor jullie geldt dat niet.

653
00:40:39,630 --> 00:40:44,010
Jullie levensdagen en jullie
kracht zullen even lang duren.

654
00:40:44,010 --> 00:40:47,430
Zolang jullie leven,
zullen jullie sterk zijn.

655
00:40:47,430 --> 00:40:49,230
Vers 26 zegt:

656
00:40:49,230 --> 00:40:51,690
Niemand is er als God, Jesjurun!

657
00:40:51,690 --> 00:40:56,730
Hij rijdt op de hemel om u te helpen,
en in Zijn majesteit op de wolken.

658
00:40:56,730 --> 00:41:02,190
De eeuwige God is voor u een woning,
en onder u zijn eeuwige armen.

659
00:41:02,190 --> 00:41:06,690
Hij verdrijft de vijand voor
u uit, en zegt: Vaag hem weg!

660
00:41:06,690 --> 00:41:09,870
‘De eeuwige armen’ is
een bekende uitdrukking.

661
00:41:09,870 --> 00:41:14,970
Er is een bekende oude hymne,
‘Leaning on the Everlasting Arms’.

662
00:41:14,970 --> 00:41:17,370
Die titel komt uit dit vers.

663
00:41:17,370 --> 00:41:21,810
Gods armen worden voorgesteld als
armen die Zijn volk ondersteunen,

664
00:41:21,810 --> 00:41:24,630
en Zijn armen zijn eeuwige armen.

665
00:41:24,630 --> 00:41:26,550
Ze raken niet uitgeput.

666
00:41:26,550 --> 00:41:28,350
Ze zullen niet verdwijnen.

667
00:41:28,350 --> 00:41:31,590
God zal er altijd zijn om
Zijn volk overeind te houden,

668
00:41:31,590 --> 00:41:34,110
zolang zij in Zijn armen blijven.

669
00:41:34,110 --> 00:41:37,350
Dat is natuurlijk een
keuze die zij moeten maken.

670
00:41:37,350 --> 00:41:43,530
Israël zal veilig wonen en alleen; het oog
van Jakob zal gericht zijn op een land van

671
00:41:43,530 --> 00:41:49,170
koren en nieuwe wijn; ja, zijn
hemel zal dauw laten neerdruppelen.

672
00:41:49,170 --> 00:41:51,330
Welzalig bent u, Israël!

673
00:41:51,330 --> 00:41:55,830
Wie is zoals u? U bent een volk
dat door de HEERE verlost is.

674
00:41:55,830 --> 00:42:01,050
Hij is een schild en een hulp voor
u, Hij is uw majesteitelijke zwaard;

675
00:42:01,050 --> 00:42:04,470
daarom zullen uw vijanden zich
geveinsd aan u onderwerpen,

676
00:42:04,470 --> 00:42:07,230
en ú zult hun hoogten betreden!

677
00:42:07,230 --> 00:42:11,250
Mozes had een aantal zeer negatieve
dingen over hun toekomst gezegd.

678
00:42:11,250 --> 00:42:14,010
Zelfs in het vorige
hoofdstuk had hij gezegd:

679
00:42:14,010 --> 00:42:18,450
Want ik weet dat u na mijn dood zeker
op verderfelijke wijze zult handelen,

680
00:42:18,450 --> 00:42:21,870
en van de weg die ik u
geboden heb, zult afwijken.

681
00:42:21,870 --> 00:42:24,930
Dan zal dit kwaad u in
later tijd overkomen,

682
00:42:24,930 --> 00:42:29,070
wanneer u doet wat slecht is in de ogen
van de HEERE om Hem door het werk van uw

683
00:42:29,070 --> 00:42:30,690
handen tot toorn te verwekken.

684
00:42:30,690 --> 00:42:35,670
Misschien zegt hij hier dat er
ondanks dat feit in de nabije toekomst

685
00:42:35,670 --> 00:42:38,190
zegen en overwinning voor hen zal zijn.

686
00:42:38,190 --> 00:42:44,130
Ze gaan Kanaän binnen en God zal hen
helpen en hun de overwinning geven.

687
00:42:44,130 --> 00:42:49,050
Daar lijken zoveel van deze voorspellingen
op te doelen: dat zij het land binnengaan,

688
00:42:49,050 --> 00:42:51,750
dat hun vijanden zich aan hen onderwerpen,

689
00:42:51,750 --> 00:42:54,510
dat hun vijanden door
hen verpletterd worden

690
00:42:54,510 --> 00:42:57,630
en dat zij tegen hun
vijanden beschermd worden.

691
00:42:57,630 --> 00:43:02,130
Veel van deze zegeningen hebben te maken
met hun verhouding tot hun vijanden,

692
00:43:02,130 --> 00:43:03,990
en het is altijd goed.

693
00:43:03,990 --> 00:43:07,590
In al deze zegeningen
is het altijd positief:

694
00:43:07,590 --> 00:43:11,850
Je vijanden zullen voor je neervallen
en zich aan je onderwerpen.

695
00:43:11,850 --> 00:43:13,830
Je zult hun hoogten vertrappen.

696
00:43:13,830 --> 00:43:17,370
Maar dat is misschien een
profetie over de nabije toekomst.

697
00:43:17,370 --> 00:43:20,910
En misschien wordt die
gegeven als tegenwicht voor de

698
00:43:20,910 --> 00:43:24,690
negatieve voorspellingen voor de
verre toekomst die hij heeft gedaan,

699
00:43:24,690 --> 00:43:27,630
zodat ze niet totaal
ontmoedigd zullen raken.

700
00:43:27,630 --> 00:43:29,610
Nu hoofdstuk 34:

701
00:43:29,610 --> 00:43:35,490
Toen beklom Mozes, vanuit de vlakten van
Moab, de berg Nebo, de top van de Pisga,

702
00:43:35,490 --> 00:43:37,950
die recht tegenover Jericho ligt.

703
00:43:37,950 --> 00:43:43,770
En de HEERE liet hem heel het land
zien: van Gilead tot Dan, heel Naftali,

704
00:43:43,770 --> 00:43:48,330
het land van Efraïm en Manasse, heel
het land van Juda tot aan de zee

705
00:43:48,330 --> 00:43:49,290
in het westen,

706
00:43:49,290 --> 00:43:55,290
het Zuiderland, de vlakte van de vallei
van Jericho, de palmstad, tot aan Zoar.

707
00:43:55,290 --> 00:43:59,730
En de HEERE zei tegen hem: Dit
is het land waarvan Ik Abraham,

708
00:43:59,730 --> 00:44:04,590
Izak en Jakob gezworen heb: Aan
uw nageslacht zal Ik het geven.

709
00:44:04,590 --> 00:44:09,330
Ik heb het u met uw eigen ogen laten
zien, maar u mag daarheen niet oversteken.

710
00:44:09,330 --> 00:44:14,790
Zo stierf Mozes, de dienaar van de
HEERE, daar in het land van Moab,

711
00:44:14,790 --> 00:44:17,430
overeenkomstig het woord van de HEERE.

712
00:44:17,430 --> 00:44:22,470
En Hij begroef hem in een dal in het
land van Moab, tegenover Beth-Peor.

713
00:44:22,470 --> 00:44:26,190
En niemand weet waar zijn
graf is , tot op deze dag.

714
00:44:26,190 --> 00:44:29,910
Mozes nu was honderdtwintig
jaar oud toen hij stierf;

715
00:44:29,910 --> 00:44:34,290
zijn oog was niet dof geworden en
zijn kracht was niet vervlogen.

716
00:44:34,290 --> 00:44:39,631
En de Israëlieten beweenden Mozes in de
vlakten van Moab, dertig dagen lang ;

717
00:44:39,631 --> 00:44:44,850
toen waren de dagen van het bewenen,
van de rouw over Mozes, voorbij.

718
00:44:44,850 --> 00:44:47,490
en Jozua neemt het natuurlijk over.

719
00:44:47,490 --> 00:44:51,390
Ik wil misschien alleen even
zeggen dat dit hoofdstuk als geheel

720
00:44:51,390 --> 00:44:54,870
de kenmerken vertoont van
een tekst die door iemand van

721
00:44:54,870 --> 00:44:57,330
na de tijd van Mozes is geschreven.

722
00:44:57,330 --> 00:45:00,990
Dat komt vooral doordat zijn
dood erin wordt vermeld.

723
00:45:00,990 --> 00:45:05,190
Er zijn mensen die volhouden dat
Mozes de schrijver was van elk woord

724
00:45:05,190 --> 00:45:06,870
van de Pentateuch.

725
00:45:06,870 --> 00:45:10,110
Zij zouden zelfs zeggen dat hij
de voorspelling van zijn dood

726
00:45:10,110 --> 00:45:11,610
zelf heeft gedaan.

727
00:45:11,610 --> 00:45:14,790
Hij vertelt dan profetisch
over zijn eigen dood.

728
00:45:14,790 --> 00:45:19,410
Maar er is eenvoudig geen reden om je
toevlucht te nemen tot zo’n bewering.

729
00:45:19,410 --> 00:45:23,970
Hij zou dan immers ook profetisch hebben
vastgesteld welke delen van het land

730
00:45:23,970 --> 00:45:30,030
Kanaän aan Juda, Dan, Naftali,
Efraïm en Manasse zouden toebehoren,

731
00:45:30,030 --> 00:45:35,130
want die delen van het land werden tijdens
het leven van Mozes niet zo genoemd.

732
00:45:35,130 --> 00:45:41,370
In vers 1 en 2 staat dat Hij hem het land
Gilead liet zien tot aan Dan, Naftali,

733
00:45:41,370 --> 00:45:44,910
het land van Efraïm, Manasse en Juda.

734
00:45:44,910 --> 00:45:50,370
Welnu, het land waar hij naar keek,
droeg tijdens zijn leven die namen niet.

735
00:45:50,370 --> 00:45:54,810
Sterker nog, hij wist niet eens welke
gebieden aan hen zouden toebehoren,

736
00:45:54,810 --> 00:45:58,230
want dat zou na zijn dood worden
bepaald door het werpen van het lot.

737
00:45:58,230 --> 00:46:00,630
Hij keek naar het land Kanaän.

738
00:46:00,630 --> 00:46:06,030
Een latere schrijver, die leefde nadat het
land verdeeld was, waarschijnlijk Jozua,

739
00:46:06,030 --> 00:46:09,990
schreef dit en wees erop dat de
delen van het land die Mozes zag,

740
00:46:09,990 --> 00:46:15,690
de delen waren die Efraïm,
Manasse, Juda en Dan later erfden

741
00:46:15,690 --> 00:46:18,090
en die later naar hen werden genoemd.

742
00:46:18,090 --> 00:46:23,130
Maar op dit specifieke moment in het
leven van Mozes werden ze niet zo genoemd.

743
00:46:23,130 --> 00:46:26,370
Mozes zou die plaatsen dus
niet die namen hebben gegeven,

744
00:46:26,370 --> 00:46:29,310
want daarvoor zou hij werkelijk
van tevoren moeten weten

745
00:46:29,310 --> 00:46:33,990
waar die stammen zich zouden vestigen,
nog voordat zelfs Jozua dat wist.

746
00:46:33,990 --> 00:46:37,470
Zelfs terwijl ze het land
veroverden, wisten ze dat niet.

747
00:46:37,470 --> 00:46:40,410
Dat werd besloten nadat
het land veroverd was

748
00:46:40,410 --> 00:46:44,670
en er loten werden geworpen om
te bepalen wie waarheen zou gaan.

749
00:46:44,670 --> 00:46:48,330
De tekst vertoont dus duidelijk de
kenmerken van een latere schrijver

750
00:46:48,330 --> 00:46:53,370
die proleptisch over deze plaatsen
spreekt met de namen die ze later droegen.

751
00:46:53,370 --> 00:46:58,530
Mozes stierf, en God begroef hem, en
niemand weet waar hij begraven werd.

752
00:46:58,530 --> 00:46:59,910
Waarom was dat?

753
00:46:59,910 --> 00:47:02,610
Ze wisten waar Aäron begraven was.

754
00:47:02,610 --> 00:47:05,250
Iedereen weet waar David begraven werd.

755
00:47:05,250 --> 00:47:09,390
De mensen in de tijd van Petrus
wisten het tenminste, want hij zei,

756
00:47:09,390 --> 00:47:11,370
doelend op het graf van David:

757
00:47:11,370 --> 00:47:14,610
Zijn graf is tot op de
dag van vandaag bij ons.

758
00:47:14,610 --> 00:47:16,770
Maar bij Mozes was dat niet zo.

759
00:47:16,770 --> 00:47:20,910
Het is mogelijk dat Mozes voor de
Joden zo’n icoon zou worden dat zijn

760
00:47:20,910 --> 00:47:24,570
graf hen ertoe zou hebben verleid
er een heilige plaats van te maken,

761
00:47:24,570 --> 00:47:28,350
waar ze Mozes misschien bij zijn graf
zouden aanbidden of iets dergelijks.

762
00:47:28,350 --> 00:47:30,870
Het is mogelijk dat God dat gevaar voorzag

763
00:47:30,870 --> 00:47:35,310
en het daarom voorkwam door hun niet
te laten weten waar hij begraven was.

764
00:47:35,310 --> 00:47:37,410
Maar in vers 9 staat:

765
00:47:37,410 --> 00:47:42,270
Jozua nu, de zoon van Nun, was
vol van de geest van wijsheid;

766
00:47:42,270 --> 00:47:45,390
want Mozes had zijn handen op hem gelegd.

767
00:47:45,390 --> 00:47:47,970
Daarom luisterden de
Israëlieten nu naar hém,

768
00:47:47,970 --> 00:47:51,510
en zij deden zoals de
HEERE Mozes geboden had.

769
00:47:51,510 --> 00:47:55,950
En er is in Israël geen profeet
meer opgestaan zoals Mozes,

770
00:47:55,950 --> 00:47:59,130
die de HEERE kende van
aangezicht tot aangezicht,

771
00:47:59,130 --> 00:48:04,110
met al de tekenen en wonderen waarmee de
HEERE hem gezonden had om die in het land

772
00:48:04,110 --> 00:48:09,450
Egypte te doen bij de farao, bij al
zijn dienaren en bij heel zijn land;

773
00:48:09,450 --> 00:48:14,310
en met heel de sterke hand en met
alle grote ontzagwekkende daden,

774
00:48:14,310 --> 00:48:17,730
die Mozes voor de ogen van
heel Israël verrichtte.

775
00:48:17,730 --> 00:48:20,910
Het verhaal loopt dus een
beetje met een sisser af.

776
00:48:20,910 --> 00:48:24,270
Mozes sterft, Jozua neemt het over.

777
00:48:24,270 --> 00:48:28,230
We zijn nu klaar voor het verhaal
dat in het boek Jozua begint,

778
00:48:28,230 --> 00:48:32,970
waarin Jozua de leiding heeft en ze aan
hun verovering van het land beginnen.

779
00:48:32,970 --> 00:48:38,430
Maar in deze laatste drie verzen staat de
uitspraak dat er sinds de dood van Mozes

780
00:48:38,430 --> 00:48:41,670
nog geen profeet zoals hij is opgestaan.

781
00:48:41,670 --> 00:48:45,630
Het is duidelijk dat dit wordt gezegd
vanuit het gezichtspunt van iemand die

782
00:48:45,630 --> 00:48:48,750
enige tijd na de dood van Mozes leefde.

783
00:48:48,750 --> 00:48:51,690
Het zou enkele weken na
zijn dood kunnen zijn,

784
00:48:51,690 --> 00:48:55,950
al lijkt het vreemd om slechts
enkele weken na zijn dood te zeggen:

785
00:48:55,950 --> 00:48:59,910
„Er is in Israël nog geen
vervanger zoals Mozes opgedoken.”

786
00:48:59,910 --> 00:49:02,670
Maar jaren later zouden
ze dat kunnen zeggen.

787
00:49:02,670 --> 00:49:05,190
Het is interessant dat er staat dat er,

788
00:49:05,190 --> 00:49:08,310
ongeacht wanneer deze laatste
regel geschreven werd,

789
00:49:08,310 --> 00:49:11,670
tot dan toe geen profeet
zoals Mozes was gekomen.

790
00:49:11,670 --> 00:49:17,310
Natuurlijk had Mozes in Deuteronomium,
hoofdstuk 18, vers 15, voorzegd

791
00:49:17,310 --> 00:49:23,190
Een Profeet uit uw midden, uit uw
broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God,

792
00:49:23,190 --> 00:49:27,090
voor u doen opstaan; naar
Hem moet u luisteren,

793
00:49:27,090 --> 00:49:31,530
De schrijvers van het Nieuwe Testament
begrepen dat die profeet Jezus was.

794
00:49:31,530 --> 00:49:36,450
Zelfs voordat Jezus kwam, kwamen veel
Joodse rabbijnen tot de conclusie dat die

795
00:49:36,450 --> 00:49:39,870
profeet de Messias zou
zijn, en dat is juist.

796
00:49:39,870 --> 00:49:44,910
Maar waarop hier wordt gewezen, is dat
er geen profeet zoals Mozes is opgestaan

797
00:49:44,910 --> 00:49:48,450
die de tekenen en wonderen
deed die Mozes deed.

798
00:49:48,450 --> 00:49:52,890
Dat herinnert ons aan iets waar we
anders misschien niet aan zouden denken:

799
00:49:52,890 --> 00:49:57,270
er waren perioden in Israël
waarin God geen wonderen deed.

800
00:49:57,270 --> 00:50:02,070
Perioden zonder wonderen waren
zelfs eerder regel dan uitzondering.

801
00:50:02,070 --> 00:50:05,190
De perioden met wonderen waren ongewoon.

802
00:50:05,190 --> 00:50:08,370
Wanneer we de Bijbel
doorlezen, lezen we veel over

803
00:50:08,370 --> 00:50:11,610
Gods ingrijpen in de
hele Joodse geschiedenis.

804
00:50:11,610 --> 00:50:15,450
Maar doordat duizenden jaren in
enkele hoofdstukken worden samengevat,

805
00:50:15,450 --> 00:50:18,630
krijgen we alle opwindende
gebeurtenissen te zien.

806
00:50:18,630 --> 00:50:22,590
De wonderen krijgen beslist veel aandacht,
maar we zouden uit het oog kunnen

807
00:50:22,590 --> 00:50:27,510
verliezen dat er lange perioden zijn
waarvan geen wonderen zijn opgetekend,

808
00:50:27,510 --> 00:50:29,970
en dat er waarschijnlijk
ook geen werden gedaan.

809
00:50:29,970 --> 00:50:34,110
Het Oude Testament was niet
voortdurend doorspekt met wonderen.

810
00:50:34,110 --> 00:50:37,350
Wonderen waren geconcentreerd
in bepaalde tijdperken,

811
00:50:37,350 --> 00:50:40,230
in bepaalde perioden waarin
God iets anders deed.

812
00:50:40,230 --> 00:50:44,970
De vestiging van het volk onder Mozes
was een periode van grote wonderen.

813
00:50:44,970 --> 00:50:51,270
De tijd van Elia en Elisa, honderden jaren
later, was een tijd van grote wonderen.

814
00:50:51,270 --> 00:50:55,290
Afgezien van die twee tijden waren
er in het Oude Testament niet veel

815
00:50:55,290 --> 00:50:57,270
perioden met grote wonderen.

816
00:50:57,270 --> 00:51:01,470
En natuurlijk was vervolgens de vestiging
van de gemeente in het nieuwe verbond,

817
00:51:01,470 --> 00:51:06,390
door Jezus en de apostelen, een tijd
waarin bijzonder veel wonderen gebeurden.

818
00:51:06,390 --> 00:51:09,810
Maar tegen die tijd hebben we
vierduizend jaar bestreken,

819
00:51:09,810 --> 00:51:12,090
en daarin zijn er drie perioden van

820
00:51:12,090 --> 00:51:15,210
intensieve wonderbaarlijke
activiteit geweest.

821
00:51:15,210 --> 00:51:18,030
Die onderbraken lange perioden van eeuwen

822
00:51:18,030 --> 00:51:22,710
waarin er blijkbaar geen wonderbaarlijke
activiteit was en de relatie van de mensen

823
00:51:22,710 --> 00:51:27,930
met God eenvoudigweg gebaseerd was
op hun gehoorzaamheid aan Zijn wet.

824
00:51:27,930 --> 00:51:32,670
Sinds de tijd van Christus zijn
perioden met wonderen gekomen en gegaan.

825
00:51:32,670 --> 00:51:37,170
Er zijn opwekkingen geweest en
daarna perioden van dorheid.

826
00:51:37,170 --> 00:51:39,630
In sommige perioden
van de kerkgeschiedenis

827
00:51:39,630 --> 00:51:42,690
zijn er honderden jaren
zonder opwekking geweest,

828
00:51:42,690 --> 00:51:47,670
maar in andere tijden waren er meerdere
opwekkingen in evenzovele generaties.

829
00:51:47,670 --> 00:51:51,810
Opwekkingen zijn gewoonlijk perioden
waarin er wonderen plaatsvinden,

830
00:51:51,810 --> 00:51:53,910
maar in de tijd ertussen niet.

831
00:51:53,910 --> 00:51:58,290
Sinds de tijd van Christus is het in
werkelijkheid niet zo heel anders dan

832
00:51:58,290 --> 00:52:00,150
vóór de tijd van Christus.

833
00:52:00,150 --> 00:52:04,950
Het verschil is alleen dat er in de
afgelopen tweeduizend jaar beslist meer

834
00:52:04,950 --> 00:52:08,910
perioden met wonderen zijn geweest
dan in de vierduizend jaar daarvoor.

835
00:52:08,910 --> 00:52:13,290
Dit maakt eenvoudigweg duidelijk dat je
bij het lezen van de Bijbel de indruk kunt

836
00:52:13,290 --> 00:52:18,270
krijgen dat God altijd wonderen doet,
en dat je in een normale situatie

837
00:52:18,270 --> 00:52:20,790
voortdurend wonderen
zou moeten verwachten.

838
00:52:20,790 --> 00:52:24,210
Maar dat is echt geen juiste
manier om de geschiedenis te lezen,

839
00:52:24,210 --> 00:52:26,610
want de wonderen waren uitzonderingen.

840
00:52:26,610 --> 00:52:31,350
Ze werden gewoonlijk gedaan om aan te
geven dat God verscheen om iets wezenlijk

841
00:52:31,350 --> 00:52:34,890
anders te doen en om dat
met tekenen te bevestigen.

842
00:52:34,890 --> 00:52:37,890
Zoals in het laatste vers
van het boek Markus staat:

843
00:52:37,890 --> 00:52:40,590
maar zij gingen overal
heen om te prediken,

844
00:52:40,590 --> 00:52:46,290
en de Heere werkte mee en bevestigde het
Woord door de tekenen die erop volgden.

845
00:52:46,290 --> 00:52:47,310
Amen.

846
00:52:47,310 --> 00:52:52,530
Dus toen God het Evangelie liet uitgaan,
en ook nu wanneer Hij het Evangelie naar

847
00:52:52,530 --> 00:52:57,450
nieuwe gebieden laat uitgaan, zal Hij
het Woord vaak met tekenen bevestigen.

848
00:52:57,450 --> 00:53:01,410
Toen dit werd geschreven,
waarschijnlijk in de tijd van Jozua,

849
00:53:01,410 --> 00:53:05,130
waren de verovering en de verdeling
van het land onder de stammen

850
00:53:05,130 --> 00:53:06,930
beslist al achter de rug.

851
00:53:06,930 --> 00:53:10,170
De schrijver noemt de
stamgebieden namelijk bij naam.

852
00:53:10,170 --> 00:53:13,350
Waarschijnlijk werd dit laatste
hoofdstuk tegen het einde van

853
00:53:13,350 --> 00:53:15,510
Jozua’s leven geschreven.

854
00:53:15,510 --> 00:53:19,530
Omdat Jozua waarschijnlijk tegen het
einde van zijn loopbaan was gekomen,

855
00:53:19,530 --> 00:53:23,910
kon hij terugkijken en zeggen:
‘Mozes is al enige tijd weg,

856
00:53:23,910 --> 00:53:28,050
en sinds hij is heengegaan, is
er niemand zoals hij opgestaan.’

857
00:53:28,050 --> 00:53:33,330
En naar later bleek, zou er ook niemand
zoals hij zijn totdat Jezus kwam.

858
00:53:33,330 --> 00:53:37,650
Maar Mozes liep daarop vooruit
in de profetie die hij uitsprak.

859
00:53:37,650 --> 00:53:40,110
Niemand wist destijds
hoe lang het zou duren.

860
00:53:40,110 --> 00:53:41,730
Achteraf kunnen we zien dat het

861
00:53:41,730 --> 00:53:44,850
veertienhonderd jaar
duurde voordat Jezus kwam.

862
00:53:44,850 --> 00:53:47,550
Maar de gebeurtenissen in
die veertienhonderd jaar

863
00:53:47,550 --> 00:53:52,650
moeten nog worden behandeld in de
historische boeken: Jozua, Richteren,

864
00:53:52,650 --> 00:53:59,550
Ruth, de boeken Samuel, Koningen en
Kronieken, Ezra, Nehemia en Esther.

865
00:53:59,550 --> 00:54:02,910
Chronologisch gezien zijn dat de
volgende boeken die we moeten behandelen.
