1
00:00:02,070 --> 00:00:04,470
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,470 --> 00:00:09,510
Deze keer behandelen we Exodus 23 en 24.

3
00:00:09,510 --> 00:00:12,930
We gaan verder bij Exodus hoofdstuk 23.

4
00:00:12,930 --> 00:00:18,870
Bedenk dat Exodus hoofdstuk
21, 22 en 23 samen

5
00:00:18,870 --> 00:00:21,510
vormen wat wij het Boek
van het Verbond noemen.

6
00:00:21,510 --> 00:00:25,350
Het bestaat uit verschillende
inzettingen en rechtsregels die God

7
00:00:25,350 --> 00:00:28,290
gaf voor bepaalde concrete rechtszaken.

8
00:00:28,290 --> 00:00:33,870
In wezen gaven de Tien Geboden de
brede beginselen van ethiek, moraal,

9
00:00:33,870 --> 00:00:36,270
rechtvaardigheid en godsvrucht.

10
00:00:36,270 --> 00:00:40,530
Maar deze hoofdstukken gaan
uit van specifieke situaties:

11
00:00:40,530 --> 00:00:43,530
in dit geval moet dit worden gedaan.

12
00:00:43,530 --> 00:00:46,110
Zo konden de beginselen
van de Tien Geboden

13
00:00:46,110 --> 00:00:49,410
concreet worden toegepast
op het dagelijks leven.

14
00:00:49,410 --> 00:00:51,690
In hoofdstuk 23 staat:

15
00:00:51,690 --> 00:00:57,330
U mag geen vals gerucht verspreiden, en
u mag een schuldige niet uw hand reiken

16
00:00:57,330 --> 00:00:59,850
door een misdadige getuige te zijn.

17
00:00:59,850 --> 00:01:01,650
Dat gaat natuurlijk over:

18
00:01:01,650 --> 00:01:05,490
U zult geen vals getuigenis
spreken tegen uw naaste.

19
00:01:05,490 --> 00:01:08,490
namelijk een vals gerucht over iemand.

20
00:01:08,490 --> 00:01:11,970
Er staat dat je niet met de
goddeloze moet samenspannen om een

21
00:01:11,970 --> 00:01:14,370
onrechtvaardige getuige te zijn.

22
00:01:14,370 --> 00:01:18,930
Dit zou in het bijzonder van toepassing
zijn op mensen zoals de getuigen die tegen

23
00:01:18,930 --> 00:01:23,670
Naboth opstonden toen Izebel zijn
wijngaard van hem wilde afnemen

24
00:01:23,670 --> 00:01:27,150
en hij die niet wilde afstaan of verkopen.

25
00:01:27,150 --> 00:01:30,630
Daarom huurde zij in zijn
stad valse getuigen in

26
00:01:30,630 --> 00:01:33,930
om te verklaren dat zij hem
godslasterlijke woorden hadden horen

27
00:01:33,930 --> 00:01:37,350
spreken, zodat hij ter
dood gebracht zou worden.

28
00:01:37,350 --> 00:01:39,930
Dat zou een geval als dit zijn.

29
00:01:39,930 --> 00:01:45,450
Die valse getuigen spanden met de
goddeloze samen om een vals getuigenis

30
00:01:45,450 --> 00:01:46,710
tegen hem af te leggen.

31
00:01:46,710 --> 00:01:50,070
Met andere woorden, je
moet eerlijk zijn, ook als

32
00:01:50,070 --> 00:01:54,990
alle anderen in de rechtszaal het
tegenovergestelde zeggen van wat jij zegt,

33
00:01:54,990 --> 00:01:56,910
zelfs als ze allemaal liegen.

34
00:01:56,910 --> 00:01:59,310
Ik denk aan de processen van Neurenberg,

35
00:01:59,310 --> 00:02:03,330
toen de nazioorlogsmisdadigers
in Neurenberg terechtstonden.

36
00:02:03,330 --> 00:02:05,670
De ene beklaagde na de andere zei,

37
00:02:05,670 --> 00:02:09,630
toen hij werd geconfronteerd met de
oorlogsmisdaden en de afschuwelijke dingen

38
00:02:09,630 --> 00:02:12,870
die de Joden waren
aangedaan, telkens opnieuw:

39
00:02:12,870 --> 00:02:15,450
‘Wij wisten niet hoe omvangrijk het was.

40
00:02:15,450 --> 00:02:19,410
Wij waren ons niet bewust van wat er
in de vernietigingskampen gebeurde.’

41
00:02:19,410 --> 00:02:22,350
In sommige gevallen zeiden ze
eerst dat ze alleen maar bevelen

42
00:02:22,350 --> 00:02:24,690
hadden opgevolgd, enzovoort.

43
00:02:24,690 --> 00:02:29,010
Ze verdedigden zich allemaal en
probeerden hetzelfde verhaal te vertellen.

44
00:02:29,010 --> 00:02:34,830
Toen stond een van hen op, Hans nog iets —
ik ben zijn achternaam vergeten — en zei:

45
00:02:34,830 --> 00:02:36,870
‘Wij wisten wel wat er gebeurde.

46
00:02:36,870 --> 00:02:39,990
Wij zijn verantwoordelijk
voor wat we hebben gedaan.’

47
00:02:39,990 --> 00:02:44,370
Zijn getuigenis wierp een heel
ander licht op het hele proces.

48
00:02:44,370 --> 00:02:47,250
Van degenen die zeiden:
‘Wij wisten het niet,’

49
00:02:47,250 --> 00:02:51,030
kon je immers verwachten dat ze
dat zouden zeggen als ze logen.

50
00:02:51,030 --> 00:02:54,870
Maar van hem kon je niet verwachten
dat hij zou liegen en zeggen:

51
00:02:54,870 --> 00:02:56,370
‘Wij wisten het wel.’

52
00:02:56,370 --> 00:03:00,570
Hij ging duidelijk in tegen het
getuigenis van de hele menigte die het

53
00:03:00,570 --> 00:03:05,850
tegenovergestelde van hem verklaarde,
en hij vertelde de waarheid. Er staat:

54
00:03:05,850 --> 00:03:08,550
U mag de meerderheid
niet volgen in het kwaad,

55
00:03:08,550 --> 00:03:12,510
en u mag in een rechtszaak niet zo
antwoorden dat u zich schikt naar de

56
00:03:12,510 --> 00:03:14,550
meerderheid om zo het recht te buigen.

57
00:03:14,550 --> 00:03:17,190
Dat is interessant, want
we zullen ook nog zien

58
00:03:17,190 --> 00:03:20,610
dat het verboden is om een
rijke man voor te trekken.

59
00:03:20,610 --> 00:03:25,290
Maar de rechtbanken zouden vaker partijdig
zijn voor de rijken dan voor de armen,

60
00:03:25,290 --> 00:03:27,810
omdat de rijken hen konden omkopen.

61
00:03:27,810 --> 00:03:32,610
Zo begingen de rechtbanken vaak onrecht:
rijke mensen die ongelijk hadden,

62
00:03:32,610 --> 00:03:37,290
kochten de rechters daadwerkelijk om zodat
die in hun voordeel zouden beslissen.

63
00:03:37,290 --> 00:03:40,470
De arme man, die de
rechter niet kon omkopen,

64
00:03:40,470 --> 00:03:42,690
werd eenvoudigweg het slachtoffer.

65
00:03:42,690 --> 00:03:45,210
Dat wordt in de wet vele malen verboden:

66
00:03:45,210 --> 00:03:48,330
dat men de rijken de
dienst laat uitmaken en hun

67
00:03:48,330 --> 00:03:51,150
toestaat de armen op die
manier uit te buiten.

68
00:03:51,150 --> 00:03:54,150
Maar zo’n gebod treffen
we niet erg vaak aan:

69
00:03:54,150 --> 00:03:57,570
je mag het recht ook niet
verdraaien ten gunste van de arme.

70
00:03:57,570 --> 00:04:01,290
Dat wil zeggen: je hoort je
vonnis niet te veranderen omdat je

71
00:04:01,290 --> 00:04:06,150
medelijden hebt met de man vanwege zijn
armoede, als hij een misdadiger is.

72
00:04:06,150 --> 00:04:09,510
En dat hoor je evenmin
te doen als hij rijk is.

73
00:04:09,510 --> 00:04:12,090
De economische omstandigheden van een man

74
00:04:12,090 --> 00:04:15,450
hebben niets te maken met de
rechtvaardigheid van het recht.

75
00:04:15,450 --> 00:04:18,390
Misschien ben je geneigd de
kant van de rijke te kiezen

76
00:04:18,390 --> 00:04:21,870
omdat hij jou voordeel kan
opleveren, of de kant van de

77
00:04:21,870 --> 00:04:24,570
arme omdat je medelijden met hem hebt.

78
00:04:24,570 --> 00:04:29,850
Maar je moet zonder aanzien des persoons
rechtvaardig zijn in je uitspraken.

79
00:04:29,850 --> 00:04:31,230
Vers 3 zegt:

80
00:04:31,230 --> 00:04:34,650
U mag een arme bij zijn
rechtszaak niet voortrekken.

81
00:04:34,650 --> 00:04:37,350
Vers 6 geeft de andere kant daarvan:

82
00:04:37,350 --> 00:04:41,430
U mag het recht van de arme onder
u niet buigen bij zijn rechtszaak.

83
00:04:41,430 --> 00:04:44,430
Dat wil zeggen: je mag
hem niet minder geven

84
00:04:44,430 --> 00:04:48,270
dan waarop hij volgens het recht
aanspraak heeft omdat hij arm is,

85
00:04:48,270 --> 00:04:51,570
maar je mag hem ook niet
voortrekken omdat hij arm is.

86
00:04:51,570 --> 00:04:54,750
Zijn armoede hoort niets te maken
te hebben met de rechtvaardigheid

87
00:04:54,750 --> 00:04:56,070
van zijn zaak.

88
00:04:56,070 --> 00:04:59,550
Dat is tot de rechters gericht:
zij mogen het recht niet

89
00:04:59,550 --> 00:05:04,470
de ene of de andere kant op
verdraaien, vóór of tegen de arme.

90
00:05:04,470 --> 00:05:05,910
Vers 4 zegt:

91
00:05:05,910 --> 00:05:10,290
Wanneer u een rund van uw vijand
of zijn verdwaalde ezel aantreft,

92
00:05:10,290 --> 00:05:13,110
moet u het dier beslist
bij hem terugbrengen.

93
00:05:13,110 --> 00:05:17,190
Wanneer u de ezel van iemand die u
haat, onder zijn last ziet liggen,

94
00:05:17,190 --> 00:05:20,850
moet u zich ervan weerhouden
om het aan hem over te laten.

95
00:05:20,850 --> 00:05:24,990
U moet de ezel beslist samen
met hem overeind helpen.

96
00:05:24,990 --> 00:05:28,530
Dit gaat over de manier waarop
je je vijanden behandelt.

97
00:05:28,530 --> 00:05:33,390
Er staat niet je naaste, maar
je vijand, degene die jou haat.

98
00:05:33,390 --> 00:05:36,630
Liefde voor je vijand,
wat Jezus onderwees,

99
00:05:36,630 --> 00:05:39,570
was dus niet iets wat Jezus Zelf bedacht.

100
00:05:39,570 --> 00:05:42,870
Het staat zelfs in de wet. Jezus zei:

101
00:05:42,870 --> 00:05:48,210
Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden
lief; zegen hen die u vervloeken;

102
00:05:48,210 --> 00:05:53,490
doe goed aan hen die u haten; en bid
voor hen die u beledigen en u vervolgen;

103
00:05:53,490 --> 00:05:57,930
enzovoort. Dat is precies wat
de wet zei dat je moest doen.

104
00:05:57,930 --> 00:06:00,090
Jezus bedacht niet iets nieuws.

105
00:06:00,090 --> 00:06:03,450
Want als de os of ezel
van je vijand afdwaalt,

106
00:06:03,450 --> 00:06:07,170
en er wordt van uitgegaan dat de
eigenaar niet weet waar het dier is,

107
00:06:07,170 --> 00:06:12,390
zou je kunnen zeggen: ‘Ik weet dat
dat de os van Joe is. Ik mag hem niet.

108
00:06:12,390 --> 00:06:14,670
Ik laat zijn os gewoon gaan.’

109
00:06:14,670 --> 00:06:17,790
Nee, Hij zegt dat je hem
naar hem terug moet brengen.

110
00:06:17,790 --> 00:06:21,150
Je moet hem de gunst bewijzen
hem naar hem terug te brengen.

111
00:06:21,150 --> 00:06:24,450
Evenzo, als zijn ezel
onder zijn last bezwijkt

112
00:06:24,450 --> 00:06:28,710
en je hem niet overeind wilt helpen,
moet je hem toch overeind helpen.

113
00:06:28,710 --> 00:06:32,190
Je moet praktische, behulpzame
dingen voor mensen doen,

114
00:06:32,190 --> 00:06:35,010
ook als ze je vijanden zijn en je haten.

115
00:06:35,010 --> 00:06:35,730
Vers 7:

116
00:06:35,730 --> 00:06:38,190
Houd u ver van bedrieglijke zaken.

117
00:06:38,190 --> 00:06:41,610
Een onschuldige en een
rechtvaardige mag u niet doden,

118
00:06:41,610 --> 00:06:44,850
want Ik zal de schuldige
niet rechtvaardig verklaren.

119
00:06:44,850 --> 00:06:49,110
U mag geen geschenk aannemen, want
het geschenk maakt zienden blind

120
00:06:49,110 --> 00:06:51,810
en verdraait de woorden
van de rechtvaardigen.

121
00:06:51,810 --> 00:06:57,030
Het is duidelijk dat al deze geboden min
of meer aan de rechters worden gegeven,

122
00:06:57,030 --> 00:07:01,170
over hoe zij recht moeten spreken
en rechtvaardig moeten zijn:

123
00:07:01,170 --> 00:07:06,330
ze mogen geen steekpenningen aannemen,
geen onschuldige man veroordelen en het

124
00:07:06,330 --> 00:07:10,590
recht niet verdraaien ten gunste
of ten nadele van de armen.

125
00:07:10,590 --> 00:07:11,910
Ook vers 9:

126
00:07:11,910 --> 00:07:16,230
U mag de vreemdeling niet onderdrukken,
want u kent zelf de gesteldheid van de

127
00:07:16,230 --> 00:07:20,670
vreemdeling, omdat u zelf vreemdeling
geweest bent in het land Egypte.

128
00:07:20,670 --> 00:07:25,110
U mag zes jaar uw land bezaaien,
en de opbrengst ervan verzamelen,

129
00:07:25,110 --> 00:07:29,610
maar in het zevende jaar moet u het met
rust laten en het braak laten liggen,

130
00:07:29,610 --> 00:07:32,430
zodat de armen onder uw volk kunnen eten;

131
00:07:32,430 --> 00:07:36,030
en het overschot ervan kunnen
de dieren van het veld eten.

132
00:07:36,030 --> 00:07:40,410
U moet hetzelfde doen met uw
wijngaard en met uw olijfbomen.

133
00:07:40,410 --> 00:07:43,050
Dit is het beginsel van het sabbatsjaar.

134
00:07:43,050 --> 00:07:48,630
We zijn de sabbatdag al tegengekomen, maar
God breidt dit ook uit tot sabbatsjaren.

135
00:07:48,630 --> 00:07:51,690
Het land zelf moest in het
zevende jaar rust krijgen,

136
00:07:51,690 --> 00:07:53,730
zodat het niet hoefde op te brengen.

137
00:07:53,730 --> 00:07:57,690
Het zou wel iets opbrengen, omdat
er na de oogst van het jaar ervoor

138
00:07:57,690 --> 00:08:00,210
allerlei zaden waren achtergebleven.

139
00:08:00,210 --> 00:08:04,890
Die zouden bedekt zijn geraakt en het
volgende jaar vanzelf wortel schieten.

140
00:08:04,890 --> 00:08:07,410
Maar ze mochten geen
zaden zaaien, het land

141
00:08:07,410 --> 00:08:11,790
belasten en ieder afzonderlijk jaar de
voedingsstoffen aan het land onttrekken.

142
00:08:11,790 --> 00:08:15,750
Ze moesten het land elke zeven
jaar een jaar rust geven.

143
00:08:15,750 --> 00:08:19,710
Wat daar in het zevende jaar wel
groeide, mochten ze niet oogsten.

144
00:08:19,710 --> 00:08:23,430
Ze moesten het overlaten aan
de dieren en de armen samen.

145
00:08:23,430 --> 00:08:26,850
In de wet waren verschillende
voorzieningen voor de armen getroffen.

146
00:08:26,850 --> 00:08:30,390
Om te beginnen werd een deel van
de tienden aan de armen gegeven.

147
00:08:30,390 --> 00:08:34,890
Er was ook een wet die zei dat de
armen op de velden aren mochten lezen.

148
00:08:34,890 --> 00:08:39,990
Na de graan- en druivenoogst mochten
de armen de velden en wijngaarden in.

149
00:08:39,990 --> 00:08:44,430
Daar mochten ze meenemen wat de arbeiders
hadden laten vallen of achtergelaten.

150
00:08:44,430 --> 00:08:46,410
Dat wordt nalezen genoemd.

151
00:08:46,410 --> 00:08:50,490
Ze hadden in Deuteronomium 24
ook een wet die zei dat je,

152
00:08:50,490 --> 00:08:53,070
als je door het veld
van iemand anders liep,

153
00:08:53,070 --> 00:08:57,270
graan mocht plukken en het mocht
eten, of druiven in zijn wijngaard.

154
00:08:57,270 --> 00:09:01,230
Je mocht er niet naartoe gaan om het
te oogsten en mee naar huis te nemen.

155
00:09:01,230 --> 00:09:04,590
Maar als je van de honger omkwam,
kon je ten minste op het veld van

156
00:09:04,590 --> 00:09:06,090
een naaste eten.

157
00:09:06,090 --> 00:09:09,870
Er waren allerlei voorzieningen getroffen
om ervoor te zorgen dat de armen iets

158
00:09:09,870 --> 00:09:12,870
hadden, zelfs als ze heel arm waren.

159
00:09:12,870 --> 00:09:14,130
Vers 12:

160
00:09:14,130 --> 00:09:18,510
Zes dagen moet u uw werk doen, maar
op de zevende dag moet u rusten,

161
00:09:18,510 --> 00:09:23,970
zodat uw rund en uw ezel kunnen rusten, en
de zoon van uw slavin en de vreemdeling op

162
00:09:23,970 --> 00:09:25,410
adem kunnen komen.

163
00:09:25,410 --> 00:09:29,250
Bij alles wat Ik tegen u gezegd
heb, moet u op uw hoede zijn.

164
00:09:29,250 --> 00:09:31,830
U mag niet aan de naam
van andere goden denken,

165
00:09:31,830 --> 00:09:33,810
die mag niet uit uw mond gehoord worden!

166
00:09:33,810 --> 00:09:36,090
Ik wil dit zeggen over de sabbat.

167
00:09:36,090 --> 00:09:38,850
We hebben het sabbatsgebod al vaak gezien.

168
00:09:38,850 --> 00:09:42,510
Ik wil erop wijzen dat er staat
dat zelfs je dienaren op de sabbat

169
00:09:42,510 --> 00:09:43,950
niet mogen werken.

170
00:09:43,950 --> 00:09:48,150
Je moet ervoor zorgen dat je
dienaren ook een vrije dag krijgen.

171
00:09:48,150 --> 00:09:52,650
Het is interessant, want er zijn mensen
die de sabbat houden en op de sabbat

172
00:09:52,650 --> 00:09:54,090
uit eten gaan.

173
00:09:54,090 --> 00:09:59,250
Ze koken niet, maar gaan naar restaurants
en laten hun dienaren voor hen werken.

174
00:09:59,250 --> 00:10:01,650
Maar als wij de sabbat
zouden moeten houden,

175
00:10:01,650 --> 00:10:06,570
dan zouden we eigenlijk geen andere mensen
moeten betalen om de sabbat te overtreden.

176
00:10:06,570 --> 00:10:09,990
Het is duidelijk dat we naar
onze woorden moeten handelen.

177
00:10:09,990 --> 00:10:12,930
We zouden niemand op de
sabbat moeten laten werken,

178
00:10:12,930 --> 00:10:15,810
of eigenlijk iemand
daartoe moeten aanmoedigen,

179
00:10:15,810 --> 00:10:18,390
als wij geacht worden de sabbat te houden.

180
00:10:18,390 --> 00:10:22,470
Zoals je weet, geloof ik niet dat de
sabbatswet in het Nieuwe Testament van

181
00:10:22,470 --> 00:10:25,770
toepassing is, maar veel
mensen geloven dat wel.

182
00:10:25,770 --> 00:10:29,790
Het lijkt erop dat zij, als die
inderdaad van toepassing is,

183
00:10:29,790 --> 00:10:34,050
op de sabbat eigenlijk van niemands
diensten gebruik zouden moeten maken.

184
00:10:34,050 --> 00:10:36,870
Anders overtreden ze wat het gebod zegt.

185
00:10:36,870 --> 00:10:42,150
Over het niet noemen van de naam van
enige andere goden in vers 13 staat er:

186
00:10:42,150 --> 00:10:44,670
‘En laat het ook niet uit je mond komen.’

187
00:10:44,670 --> 00:10:46,890
Sommige mensen vatten dat heel strikt op

188
00:10:46,890 --> 00:10:50,490
en noemen de namen van valse
goden daadwerkelijk niet.

189
00:10:50,490 --> 00:10:55,230
Ze hebben er zelfs bezwaar tegen om de
dagen van onze week bij hun gewone naam te

190
00:10:55,230 --> 00:10:59,911
noemen — maandag, dinsdag,
woensdag, enzovoort —

191
00:10:59,911 --> 00:11:03,150
omdat daarin de namen van
valse goden vervat zijn.

192
00:11:03,150 --> 00:11:07,770
Zondag is de dag van de zon, die een
god was voor de mensen in de oudheid,

193
00:11:07,770 --> 00:11:11,250
die de zondag de dag
voor de zonnegod noemden.

194
00:11:11,250 --> 00:11:15,090
Maandag is genoemd naar
de maan, de maangod.

195
00:11:15,090 --> 00:11:19,470
Donderdag is bijvoorbeeld genoemd
naar Donar, de Germaanse god.

196
00:11:19,470 --> 00:11:24,090
Ook de maanden van ons jaar zijn in
veel gevallen naar goden genoemd.

197
00:11:24,090 --> 00:11:27,390
Veel ervan zijn naar
heidense goden genoemd.

198
00:11:27,390 --> 00:11:31,350
Er zijn dus christenen die
weigeren deze namen te gebruiken.

199
00:11:31,350 --> 00:11:35,550
Ze houden zich aan wat de Bijbel
gebruikt: de eerste dag van de week,

200
00:11:35,550 --> 00:11:40,410
de tweede dag van de week, de derde
dag van de week, in plaats van maandag,

201
00:11:40,410 --> 00:11:46,590
dinsdag, woensdag, enzovoort, of
zaterdag, zondag, maandag en dinsdag.

202
00:11:46,590 --> 00:11:49,170
Ik denk dat dit een onnodige regel is,

203
00:11:49,170 --> 00:11:53,370
omdat God niet zegt dat het altijd
verkeerd is om hun namen te noemen.

204
00:11:53,370 --> 00:11:56,070
Zo klinkt het wel, maar
dat kan niet zo zijn,

205
00:11:56,070 --> 00:12:00,930
want de profeten zelf noemen
vaak Molech en Baäl, enzovoort.

206
00:12:00,930 --> 00:12:05,610
De Bijbelschrijvers noemen de namen
van deze goden. Wanneer God zegt:

207
00:12:05,610 --> 00:12:09,510
Laat ze niet over je lippen komen dan
geloof ik dat Hij het heeft over het

208
00:12:09,510 --> 00:12:14,670
afleggen van eden: dat ze niet bij de
naam van andere goden mogen zweren.

209
00:12:14,670 --> 00:12:19,530
God wil dat ze bij Zijn eigen Naam zweren,
niet bij de namen van andere goden,

210
00:12:19,530 --> 00:12:24,210
en dat ze niet over deze andere goden
spreken alsof het echte goden zijn.

211
00:12:24,210 --> 00:12:28,470
Ik denk dat alleen het uitspreken van hun
namen niet werkelijk is wat hier verboden

212
00:12:28,470 --> 00:12:32,790
wordt, want de Bijbelschrijvers noemen
zelf vaak de namen van andere goden,

213
00:12:32,790 --> 00:12:34,770
en de profeten doen dat ook.

214
00:12:34,770 --> 00:12:35,790
Vers 14:

215
00:12:35,790 --> 00:12:38,970
Driemaal per jaar moet u
voor Mij een feest vieren.

216
00:12:38,970 --> 00:12:42,930
Het Feest van de ongezuurde
broden moet u in acht nemen.

217
00:12:42,930 --> 00:12:47,190
Zeven dagen lang moet u ongezuurde
broden eten, zoals Ik u geboden heb,

218
00:12:47,190 --> 00:12:50,010
op de vastgestelde tijd in de maand Abib,

219
00:12:50,010 --> 00:12:53,130
want in die maand bent
u uit Egypte vertrokken.

220
00:12:53,130 --> 00:12:57,090
Maar men mag niet met lege handen
voor Mijn aangezicht verschijnen.

221
00:12:57,090 --> 00:13:02,490
Dat wil zeggen dat ze tijdens deze feesten
offers voor God moeten brengen. Er staat:

222
00:13:02,490 --> 00:13:06,810
Ook het Feest van de oogst, van
de eerste vruchten van uw werk,

223
00:13:06,810 --> 00:13:09,030
van wat u op de akker gezaaid hebt.

224
00:13:09,030 --> 00:13:12,510
En het Feest van de inzameling,
aan het einde van het jaar,

225
00:13:12,510 --> 00:13:16,350
wanneer u de vruchten van uw werk
van het veld ingezameld hebt.

226
00:13:16,350 --> 00:13:20,250
Deze feesten staan onder verschillende
namen bekend en worden als

227
00:13:20,250 --> 00:13:23,910
drie gelegenheden, drie feesten, opgesomd.

228
00:13:23,910 --> 00:13:28,110
We zullen in de Pentateuch heel vaak een
herhaling tegenkomen van de verplichting

229
00:13:28,110 --> 00:13:31,110
om deze drie feesten
in het jaar te houden.

230
00:13:31,110 --> 00:13:34,410
Maar ze worden niet altijd
met dezelfde namen aangeduid.

231
00:13:34,410 --> 00:13:37,890
Het Feest van de Ongezuurde
Broden, het eerste feest,

232
00:13:37,890 --> 00:13:41,550
is bijvoorbeeld hetzelfde feest
dat ook het Pascha wordt genoemd.

233
00:13:41,550 --> 00:13:45,210
Hoewel het Pascha strikt
genomen één enkele dag was,

234
00:13:45,210 --> 00:13:49,350
gevolgd door een zeven dagen durend
Feest van de Ongezuurde Broden,

235
00:13:49,350 --> 00:13:54,150
wordt de hele week in sommige passages
de week van het Pascha en het feest van

236
00:13:54,150 --> 00:13:55,590
het Pascha genoemd.

237
00:13:55,590 --> 00:13:58,170
Het Oogstfeest is Pinksteren.

238
00:13:58,170 --> 00:14:00,150
Hier wordt het het Oogstfeest genoemd,

239
00:14:00,150 --> 00:14:03,030
maar soms wordt het het
Pinksterfeest genoemd.

240
00:14:03,030 --> 00:14:07,650
Pinksteren duidt op vijftig: vijftig
dagen na het Pascha is het de

241
00:14:07,650 --> 00:14:08,970
dag van Pinksteren.

242
00:14:08,970 --> 00:14:11,910
Het wordt dus ook het Oogstfeest genoemd.

243
00:14:11,910 --> 00:14:16,890
Dan is er het Inzamelingsfeest, dat
in feite het Loofhuttenfeest is.

244
00:14:16,890 --> 00:14:19,230
Dat valt aan het einde
van het groeiseizoen,

245
00:14:19,230 --> 00:14:22,830
wanneer de vruchten rijp
waren en ze die inzamelden.

246
00:14:22,830 --> 00:14:28,050
De graanoogst bestond uit de granen,
en vroeg in de zomer oogstten ze die.

247
00:14:28,050 --> 00:14:31,350
Maar laat in de zomer
oogstten ze de vruchten.

248
00:14:31,350 --> 00:14:33,930
Ze hadden dus deze
verschillende inzamelingen,

249
00:14:33,930 --> 00:14:36,510
en elk feest duurde een week.

250
00:14:36,510 --> 00:14:37,830
Er staat:

251
00:14:37,830 --> 00:14:41,670
Drie keer per jaar moet alles
wat mannelijk onder u is,

252
00:14:41,670 --> 00:14:44,670
voor het aangezicht van de
Heere HEERE verschijnen.

253
00:14:44,670 --> 00:14:48,150
Dat is vers 17. Vers 18:

254
00:14:48,150 --> 00:14:52,650
U mag het bloed van Mijn offer niet
offeren met iets dat gezuurd is,

255
00:14:52,650 --> 00:14:57,690
en het vet van Mijn feestoffer mag niet
tot de volgende morgen overblijven.

256
00:14:57,690 --> 00:15:02,610
De eerstelingen van de eerste vruchten van
uw land moet u in het huis van de HEERE,

257
00:15:02,610 --> 00:15:04,350
uw God, brengen.

258
00:15:04,350 --> 00:15:07,590
U mag een bokje niet koken
in de melk van zijn moeder.

259
00:15:07,590 --> 00:15:11,910
Dit is een aantal ogenschijnlijk
losstaande ceremoniële bepalingen

260
00:15:11,910 --> 00:15:15,090
die verband houden met
ceremoniële aanbidding.

261
00:15:15,090 --> 00:15:19,230
Ze moesten de eerste vruchten van hun
oogst naar de Heere brengen en die daar

262
00:15:19,230 --> 00:15:20,670
aan God aanbieden.

263
00:15:20,670 --> 00:15:24,510
Dat was een kleine hoeveelheid
van hun oogst die nog moest komen,

264
00:15:24,510 --> 00:15:27,390
en die zouden ze bij de
tempel aan God geven.

265
00:15:27,390 --> 00:15:31,230
Die zou worden gebruikt als voedsel
voor de priesters en de Levieten.

266
00:15:31,230 --> 00:15:35,850
De uitspraak dat ze een geitenbokje niet
in de melk van zijn moeder mochten koken,

267
00:15:35,850 --> 00:15:41,310
wordt een aantal keren herhaald — in elk
geval een paar keer — in Deuteronomium,

268
00:15:41,310 --> 00:15:42,390
als ik me niet vergis.

269
00:15:42,390 --> 00:15:45,090
Het is niet precies duidelijk
wat hier aan de hand was,

270
00:15:45,090 --> 00:15:49,710
maar bijna alle uitleggers geloven dat
dit naar een heidens gebruik verwijst.

271
00:15:49,710 --> 00:15:53,310
Misschien waren de Kanaänieten gewend
een geitenbokje in de melk van zijn

272
00:15:53,310 --> 00:15:54,570
moeder te koken.

273
00:15:54,570 --> 00:15:57,450
Het lijkt op een soort
verdraaiing van de natuur.

274
00:15:57,450 --> 00:16:01,590
Misschien deden ze het daarom, want de
melk van de moeder is uiteraard bedoeld om

275
00:16:01,590 --> 00:16:03,390
het geitenbokje te voeden.

276
00:16:03,390 --> 00:16:06,330
Het geitenbokje in de
melk van zijn moeder koken

277
00:16:06,330 --> 00:16:09,510
lijkt een verdraaiing van
het doel van die moedermelk.

278
00:16:09,510 --> 00:16:13,650
Misschien deden de heidenen dit met
opzet als een verdraaiing van de natuur.

279
00:16:13,650 --> 00:16:18,450
Maar wat de reden ook was, God
stond Israël niet toe dat te doen.

280
00:16:18,450 --> 00:16:22,170
Dit gebod, dat ook elders
in de Pentateuch voorkomt,

281
00:16:22,170 --> 00:16:26,370
vormt de basis voor het hedendaagse
Joodse gebruik om melk en vlees

282
00:16:26,370 --> 00:16:28,830
niet bij dezelfde maaltijd te eten.

283
00:16:28,830 --> 00:16:32,250
Een praktiserende Jood kan
bijvoorbeeld geen cheeseburger eten,

284
00:16:32,250 --> 00:16:36,390
omdat daar vlees en een
zuivelproduct, kaas, in zitten.

285
00:16:36,390 --> 00:16:39,150
Ze nemen die twee niet
bij dezelfde maaltijd.

286
00:16:39,150 --> 00:16:42,270
Het is duidelijk dat dit veel
verder gaat dan dit gebod,

287
00:16:42,270 --> 00:16:44,430
maar dat is wat de rabbijnen deden.

288
00:16:44,430 --> 00:16:46,650
Ze gingen veel verder dan het gebod.

289
00:16:46,650 --> 00:16:50,970
Ze namen de geboden van God en
bouwden een omheining rond de wet.

290
00:16:50,970 --> 00:16:54,750
Alleen het gebruik om een bokje in
de melk van zijn moeder te koken,

291
00:16:54,750 --> 00:16:56,790
dat is alles wat verboden wordt.

292
00:16:56,790 --> 00:17:01,590
Maar nu drinken ze zelfs geen melk en
eten ze geen zuivelproducten bij dezelfde

293
00:17:01,590 --> 00:17:03,090
maaltijd als vlees.

294
00:17:03,090 --> 00:17:06,450
Dat is een hedendaags Joods
gebruik dat hierop gebaseerd is,

295
00:17:06,450 --> 00:17:10,710
maar het is duidelijk een vreemd gebruik,
dat de wet zelf niet voorschrijft.

296
00:17:10,710 --> 00:17:11,970
Vers 20:

297
00:17:11,970 --> 00:17:16,110
Zie, Ik zend een Engel voor u
uit om over u te waken op de weg

298
00:17:16,110 --> 00:17:19,410
en u te brengen naar de plaats
die Ik gereedgemaakt heb.

299
00:17:19,410 --> 00:17:23,910
Wees op uw hoede voor Zijn
aangezicht en luister naar Zijn stem.

300
00:17:23,910 --> 00:17:27,630
Verbitter Hem niet, want Hij zal
uw overtredingen niet vergeven,

301
00:17:27,630 --> 00:17:30,930
omdat Mijn Naam in het
binnenste van Hem is.

302
00:17:30,930 --> 00:17:35,010
De meeste christelijke geleerden
geloven dat dit een theofanie of

303
00:17:35,010 --> 00:17:37,170
een christofanie is.

304
00:17:37,170 --> 00:17:40,470
Deze engel trok voor hen uit, en Hij zei:

305
00:17:40,470 --> 00:17:44,310
Als jullie hem tarten, zal hij
jullie overtredingen niet vergeven,

306
00:17:44,310 --> 00:17:48,690
wat aangeeft dat hij daadwerkelijk de
bevoegdheid heeft om ze te vergeven,

307
00:17:48,690 --> 00:17:52,110
maar dat hij dat niet
zal doen. En Hij zegt:

308
00:17:52,110 --> 00:17:56,130
Mijn naam is in hem, wat Zijn
gezag lijkt te betekenen.

309
00:17:56,130 --> 00:17:59,370
Het kan natuurlijk ook gewoon
een hooggeplaatste engel zijn,

310
00:17:59,370 --> 00:18:03,030
maar veel mensen denken dat dit
verwijst naar een christofanie,

311
00:18:03,030 --> 00:18:05,610
waarbij Christus voor hen uitgaat.

312
00:18:05,610 --> 00:18:09,930
Het verwijst natuurlijk naar
de wolkkolom en de vuurkolom.

313
00:18:09,930 --> 00:18:14,670
Men beschouwde de Engel van de HEERE
als aanwezig in die zichtbare kolom,

314
00:18:14,670 --> 00:18:16,470
terwijl zij die overal volgden.

315
00:18:16,470 --> 00:18:21,030
Maar als u aandachtig naar Zijn stem
luistert en alles doet wat Ik spreken zal,

316
00:18:21,030 --> 00:18:25,350
zal Ik de vijand van uw vijanden zijn
en de tegenstander van hen die u in

317
00:18:25,350 --> 00:18:26,790
het nauw brengen.

318
00:18:26,790 --> 00:18:32,490
Mijn Engel zal namelijk vóór u uit gaan en
u brengen bij de Amorieten en de Hethieten

319
00:18:32,490 --> 00:18:37,530
en de Ferezieten en de Kanaänieten
en de Hevieten en de Jebusieten,

320
00:18:37,530 --> 00:18:39,450
en Ik zal hen uitroeien.

321
00:18:39,450 --> 00:18:43,230
U mag zich voor hun goden niet
neerbuigen en ze niet dienen.

322
00:18:43,230 --> 00:18:46,230
U mag niet doen overeenkomstig hun werken.

323
00:18:46,230 --> 00:18:49,530
Voorzeker, u moet ze
volledig omverhalen en hun

324
00:18:49,530 --> 00:18:52,290
gewijde stenen helemaal in stukken slaan.

325
00:18:52,290 --> 00:18:55,650
U moet de HEERE, uw God, dienen.

326
00:18:55,650 --> 00:18:58,770
Dan zal Hij uw brood en uw water zegenen.

327
00:18:58,770 --> 00:19:01,590
Ik zal ziekte uit uw midden doen wijken.

328
00:19:01,590 --> 00:19:06,210
Geen vrouw in uw land zal een
miskraam hebben of onvruchtbaar zijn.

329
00:19:06,210 --> 00:19:09,210
Ik zal het aantal van uw dagen vol maken.

330
00:19:09,210 --> 00:19:13,170
Ik denk niet dat Israël deze
weldaden ooit heeft ervaren,

331
00:19:13,170 --> 00:19:17,730
omdat ik niet denk dat het ooit
gehoorzaam is geweest aan dit gebod.

332
00:19:17,730 --> 00:19:21,750
Er waren korte perioden van
gehoorzaamheid, maar niet veel.

333
00:19:21,750 --> 00:19:26,190
In de tijden dat ze gehoorzaamden,
waren deze dingen misschien waar.

334
00:19:26,190 --> 00:19:29,970
Misschien werden ze niet ziek
en kregen ze geen miskramen.

335
00:19:29,970 --> 00:19:33,210
Maar meestal waren ze
niet gehoorzaam, dus deze

336
00:19:33,210 --> 00:19:35,550
beloften hoefden bij die gelegenheden niet

337
00:19:35,550 --> 00:19:38,910
noodzakelijkerwijs op hen
van toepassing te zijn.

338
00:19:38,910 --> 00:19:40,710
Vers 27:

339
00:19:40,710 --> 00:19:46,110
De schrik voor Mij zal Ik vóór u uit
zenden, en al de volken waaronder u komt,

340
00:19:46,110 --> 00:19:47,970
zal Ik in verwarring brengen.

341
00:19:47,970 --> 00:19:51,630
En Ik zal al uw vijanden voor
u op de vlucht doen slaan.

342
00:19:51,630 --> 00:19:55,950
Ik zal ook horzels vóór u uit
zenden; die zullen de Hevieten,

343
00:19:55,950 --> 00:20:00,270
de Kanaänieten en de Hethieten
vóór u uit verdrijven.

344
00:20:00,270 --> 00:20:04,830
In Deuteronomium hoofdstuk
6 wijst Mozes erop dat God

345
00:20:04,830 --> 00:20:07,170
horzels voor hen uit zal sturen.

346
00:20:07,170 --> 00:20:11,550
Maar in de feitelijke beschrijving van
Jozua en het plan voor de verovering

347
00:20:11,550 --> 00:20:14,010
worden de horzels nergens genoemd.

348
00:20:14,010 --> 00:20:16,890
We moeten aannemen dat
ze wel zijn gestuurd,

349
00:20:16,890 --> 00:20:19,950
omdat God zei dat dit zou gebeuren.

350
00:20:19,950 --> 00:20:24,330
Naast de legers van de Israëlieten
die tegen de Kanaänieten optrokken,

351
00:20:24,330 --> 00:20:27,870
werden de Kanaänieten dus
ook door horzels verdreven.

352
00:20:27,870 --> 00:20:31,590
Ik zal hen niet in één
jaar vóór u uit verdrijven,

353
00:20:31,590 --> 00:20:35,430
anders wordt het land een woestenij
en worden de wilde dieren van het veld

354
00:20:35,430 --> 00:20:36,750
u te talrijk.

355
00:20:36,750 --> 00:20:40,950
Het idee is dat als de Israëlieten
het land te snel zouden veroveren,

356
00:20:40,950 --> 00:20:44,610
ze met hun aantal het land niet
voldoende zouden kunnen bevolken.

357
00:20:44,610 --> 00:20:47,850
Daardoor zou een groot deel van
het land niet worden onderhouden

358
00:20:47,850 --> 00:20:49,650
en woest komen te liggen.

359
00:20:49,650 --> 00:20:53,190
Dan zouden ze er later meer werk
aan hebben om het te bewerken.

360
00:20:53,190 --> 00:20:56,490
Als ze geleidelijk slechts
enkele steden veroverden,

361
00:20:56,490 --> 00:21:00,450
konden ze die landbouwgronden
één voor één overnemen.

362
00:21:00,450 --> 00:21:03,510
De mensen in de steden die
ze nog niet hadden veroverd,

363
00:21:03,510 --> 00:21:06,510
zouden hun eigen akkers
nog steeds bewerken.

364
00:21:06,510 --> 00:21:11,430
Zo zou het land niet worden overgelaten
aan dieren, onkruid en dergelijke.

365
00:21:11,430 --> 00:21:14,070
Hij zal hen het land laten
overnemen in het tempo

366
00:21:14,070 --> 00:21:16,530
waarin ze het voldoende kunnen bevolken.

367
00:21:16,530 --> 00:21:17,610
Hij zegt:

368
00:21:17,610 --> 00:21:20,730
Ik zal hen geleidelijk
vóór u uit verdrijven,

369
00:21:20,730 --> 00:21:25,590
totdat u zo in aantal toegenomen bent
dat u het land in erfbezit kunt nemen.

370
00:21:25,590 --> 00:21:29,790
Ik zal uw grenzen vaststellen, van
de Schelfzee tot aan de zee van de

371
00:21:29,790 --> 00:21:32,790
Filistijnen, en van de
woestijn tot aan de rivier,

372
00:21:32,790 --> 00:21:35,790
want Ik zal de bewoners van
het land in uw hand geven,

373
00:21:35,790 --> 00:21:38,850
zodat u hen vóór u uit kunt verdrijven.

374
00:21:38,850 --> 00:21:40,950
Dat zou de Middellandse Zee zijn.

375
00:21:40,950 --> 00:21:44,010
Ik weet niet zeker welke
woestijn Hij hier bedoelt.

376
00:21:44,010 --> 00:21:48,030
Soms worden de grenzen van het land
in heel andere termen aangegeven.

377
00:21:48,030 --> 00:21:51,750
De rivier zou naar alle
waarschijnlijkheid de Eufraat kunnen zijn,

378
00:21:51,750 --> 00:21:55,890
maar met de woestijn wordt vermoedelijk
de Negev bedoeld, de zuidelijke

379
00:21:55,890 --> 00:21:57,390
grens, denk ik.

380
00:21:57,390 --> 00:22:01,170
De Negev was het zuidelijke
woestijngebied in Palestina.

381
00:22:01,170 --> 00:22:02,250
Hij zegt:

382
00:22:02,250 --> 00:22:06,870
Ik zal uw grenzen vaststellen, van
de Schelfzee tot aan de zee van de

383
00:22:06,870 --> 00:22:10,710
Filistijnen, en van de
woestijn tot aan de rivier,

384
00:22:10,710 --> 00:22:13,770
want Ik zal de bewoners van
het land in uw hand geven,

385
00:22:13,770 --> 00:22:16,710
zodat u hen vóór u uit kunt verdrijven.

386
00:22:16,710 --> 00:22:20,970
U mag met hen en met hun
goden geen verbond sluiten.

387
00:22:20,970 --> 00:22:23,730
Zij mogen niet in uw land blijven wonen,

388
00:22:23,730 --> 00:22:26,850
anders zullen zij u
doen zondigen tegen Mij.

389
00:22:26,850 --> 00:22:32,610
Als u hun goden dient, voorzeker, het
zal voor u tot een valstrik worden.

390
00:22:32,610 --> 00:22:34,650
Dit is de reden waarom God hun niet

391
00:22:34,650 --> 00:22:38,190
toestond de Kanaänieten in
het land in leven te laten.

392
00:22:38,190 --> 00:22:41,250
Natuurlijk gehoorzaamden de
Israëlieten niet volledig,

393
00:22:41,250 --> 00:22:43,710
en ze doodden niet alle Kanaänieten.

394
00:22:43,710 --> 00:22:48,390
Ze deden niet alles wat God hun opdroeg,
en het liep precies zo af als God had

395
00:22:48,390 --> 00:22:50,430
gezegd dat het zou aflopen.

396
00:22:50,430 --> 00:22:55,050
De Kanaänieten bleven hun valse goden
aanbidden en verleidden de Israëlieten

397
00:22:55,050 --> 00:22:56,550
ertoe die goden te aanbidden.

398
00:22:56,550 --> 00:23:01,230
Dat was niet goed voor Israël, want
God moest hen uit het land verdrijven,

399
00:23:01,230 --> 00:23:03,870
zoals Hij had gezegd dat Hij zou doen.

400
00:23:03,870 --> 00:23:06,030
God wist waar Hij het over had.

401
00:23:06,030 --> 00:23:09,870
Israël had goede wetten, maar
ze hadden geen goede harten.

402
00:23:09,870 --> 00:23:11,550
Het waren gewoon mensen.

403
00:23:11,550 --> 00:23:13,710
Het waren gevallen mensen.

404
00:23:13,710 --> 00:23:19,230
Ze hadden geen nieuw hart en geen nieuwe
geest, zoals het nieuwe verbond belooft.

405
00:23:19,230 --> 00:23:23,490
Daarom waren ze kwetsbaar voor de
invloed van de goddelozen om hen heen.

406
00:23:23,490 --> 00:23:27,210
Voor ons onder het nieuwe verbond
is dat niet helemaal hetzelfde.

407
00:23:27,210 --> 00:23:30,990
Want hoewel we voorzichtig moeten zijn
met de invloed van de goddelozen in onze

408
00:23:30,990 --> 00:23:35,010
cultuur, hebben we wel harten
die innerlijk veranderd zijn.

409
00:23:35,010 --> 00:23:36,750
We hebben een nieuw hart.

410
00:23:36,750 --> 00:23:38,610
We hebben de Geest van God.

411
00:23:38,610 --> 00:23:42,870
We kunnen de confrontatie met de cultuur
aangaan en hoeven niet van de mensen

412
00:23:42,870 --> 00:23:44,790
daarin afgezonderd te worden.

413
00:23:44,790 --> 00:23:48,930
We hoeven hen niet allemaal te doden
om te voorkomen dat ze ons verderven.

414
00:23:48,930 --> 00:23:50,970
We kunnen in hun buurten wonen.

415
00:23:50,970 --> 00:23:56,310
We kunnen met hen in winkels werken en
met hen omgaan zonder verdorven te worden.

416
00:23:56,310 --> 00:23:58,410
Dat zouden we tenminste moeten kunnen.

417
00:23:58,410 --> 00:24:01,770
Ik ben het ermee eens dat sommige
mensen die zich christen noemen

418
00:24:01,770 --> 00:24:06,090
wel verdorven raken doordat ze met
de verkeerde soort mensen omgaan.

419
00:24:06,090 --> 00:24:09,750
Maar dat roept vragen op over
die specifieke christenen,

420
00:24:09,750 --> 00:24:12,630
namelijk of ze werkelijk in
de Geest wandelen of niet.

421
00:24:12,630 --> 00:24:17,130
Want als je in de Geest wandelt, zou jij
een positieve invloed op de ongelovigen

422
00:24:17,130 --> 00:24:20,070
moeten kunnen hebben,
in plaats van andersom.

423
00:24:20,070 --> 00:24:23,430
En nu hoofdstuk 24. Hij zei tegen Mozes:

424
00:24:23,430 --> 00:24:29,550
Daarna zei Hij tegen Mozes: Klim naar
boven, naar de HEERE toe, u en Aäron,

425
00:24:29,550 --> 00:24:36,510
Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten
van Israël, en buig u op een afstand neer.

426
00:24:36,510 --> 00:24:39,330
Alleen Mozes mag tot de HEERE naderen.

427
00:24:39,330 --> 00:24:42,810
Zíj mogen echter niet naderbij
komen, en ook het volk

428
00:24:42,810 --> 00:24:45,030
mag niet met hem naar boven klimmen.

429
00:24:45,030 --> 00:24:49,170
Nadab en Abihu zijn de twee
oudste zonen van Aäron.

430
00:24:49,170 --> 00:24:52,950
Mozes ging heel wat keren de
berg op en af naar Jahweh.

431
00:24:52,950 --> 00:24:54,930
Bij deze gelegenheid zei Hij:

432
00:24:54,930 --> 00:24:56,610
Neem een paar anderen mee.

433
00:24:56,610 --> 00:25:02,250
Neem Aäron, zijn twee oudste zonen en
zeventig van de oudsten van Israël mee.

434
00:25:02,250 --> 00:25:04,830
Zij kunnen niet zoals jij
helemaal naar boven komen.

435
00:25:04,830 --> 00:25:07,470
Ze moeten Mij van een afstand aanbidden.

436
00:25:07,470 --> 00:25:09,630
Maar Ik wil dat ze de berg op komen.

437
00:25:09,630 --> 00:25:13,290
Ik wil dat de rest van het volk
uit de buurt van de berg blijft.

438
00:25:13,290 --> 00:25:14,610
En er staat:

439
00:25:14,610 --> 00:25:18,990
Mozes kwam terug en vertelde al de
woorden van de HEERE en al de bepalingen

440
00:25:18,990 --> 00:25:20,130
aan het volk.

441
00:25:20,130 --> 00:25:24,210
Toen antwoordde heel het volk
eenstemmig en zij zeiden:

442
00:25:24,210 --> 00:25:27,930
Al de woorden die de HEERE
gesproken heeft, zullen wij doen.

443
00:25:27,930 --> 00:25:31,350
Dit is in wezen de tweede
keer dat ze dat hebben gezegd.

444
00:25:31,350 --> 00:25:36,450
Toen Hij hen in hoofdstuk 19 opriep
om een verbond met Jahweh aan te gaan,

445
00:25:36,450 --> 00:25:38,670
zei het volk in wezen hetzelfde.

446
00:25:38,670 --> 00:25:41,490
In hoofdstuk 19, vers 8, staat:

447
00:25:41,490 --> 00:25:44,790
Toen antwoordde heel het
volk gezamenlijk en zei:

448
00:25:44,790 --> 00:25:48,390
Alles wat de HEERE gesproken
heeft, zullen wij doen!

449
00:25:48,390 --> 00:25:52,230
En Mozes bracht de woorden van
het volk weer over aan de HEERE.

450
00:25:52,230 --> 00:25:56,850
Nu zeggen ze het dus voor de tweede keer,
en ze zullen het een derde keer zeggen.

451
00:25:56,850 --> 00:26:00,330
Dit zijn in feite drie momenten
waarop ze hun verplichting binnen

452
00:26:00,330 --> 00:26:02,310
het verbond bezegelen.

453
00:26:02,310 --> 00:26:05,550
Vervolgens schreef Mozes al
de woorden van de HEERE op.

454
00:26:05,550 --> 00:26:10,290
Hij stond 's morgens vroeg op en bouwde
onder aan de berg een altaar en richtte

455
00:26:10,290 --> 00:26:13,890
twaalf gedenkstenen op voor
de twaalf stammen van Israël.

456
00:26:13,890 --> 00:26:18,030
Dat moet het aarden altaar zijn waarover
eerder, aan het einde van hoofdstuk

457
00:26:18,030 --> 00:26:19,410
20, werd gesproken.

458
00:26:19,410 --> 00:26:21,330
Hij richtte dus twaalf pilaren op,

459
00:26:21,330 --> 00:26:24,630
die de twaalf stammen van
Israël vertegenwoordigden.

460
00:26:24,630 --> 00:26:27,930
En hij stuurde de jonge mannen
van de Israëlieten erop uit.

461
00:26:27,930 --> 00:26:31,950
Die brachten brandoffers en
brachten dankoffers voor de HEERE,

462
00:26:31,950 --> 00:26:33,990
te weten jonge stieren.

463
00:26:33,990 --> 00:26:37,410
Mozes nam de helft van het
bloed en deed dat in de schalen,

464
00:26:37,410 --> 00:26:40,950
en de helft van het bloed
sprenkelde hij op het altaar.

465
00:26:40,950 --> 00:26:45,510
Hij nam het boek van het verbond en
las dit ten aanhoren van het volk voor.

466
00:26:45,510 --> 00:26:48,930
En zij zeiden: Alles wat
de HEERE gesproken heeft,

467
00:26:48,930 --> 00:26:51,930
zullen wij doen en Hem gehoorzamen.

468
00:26:51,930 --> 00:26:55,411
— zo worden de hoofdstukken die we
zojuist hebben gelezen genoemd —

469
00:26:55,411 --> 00:26:57,870
Dat is de derde keer dat ze dit zeiden.

470
00:26:57,870 --> 00:27:02,670
Toen nam Mozes het bloed, sprenkelde
het op het volk en zei: Zie,

471
00:27:02,670 --> 00:27:07,050
dit is het bloed van het verbond dat de
HEERE met u gesloten heeft op grond van

472
00:27:07,050 --> 00:27:08,430
al die woorden.

473
00:27:08,430 --> 00:27:11,130
Die formulering werd door Jezus herhaald,

474
00:27:11,130 --> 00:27:15,570
zoals je je waarschijnlijk zult
herinneren, in Lukas hoofdstuk 22,

475
00:27:15,570 --> 00:27:20,190
toen Hij tijdens het laatste Avondmaal
met Zijn discipelen de maaltijd hield.

476
00:27:20,190 --> 00:27:23,370
Lukas 22, vers 20, zegt:

477
00:27:23,370 --> 00:27:27,750
Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na
het gebruiken van de maaltijd en zei:

478
00:27:27,750 --> 00:27:33,090
Deze drinkbeker is het nieuwe testament
in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.

479
00:27:33,090 --> 00:27:36,330
In de Engelse bron wordt
dit weergegeven als:

480
00:27:36,330 --> 00:27:39,570
Deze beker is het nieuwe
verbond in Mijn bloed.

481
00:27:39,570 --> 00:27:40,890
Mozes zei:

482
00:27:40,890 --> 00:27:46,050
Toen nam Mozes het bloed, sprenkelde
het op het volk en zei: Zie,

483
00:27:46,050 --> 00:27:50,070
dit is het bloed van het verbond dat de
HEERE met u gesloten heeft op grond van

484
00:27:50,070 --> 00:27:51,390
al die woorden.

485
00:27:51,390 --> 00:27:53,790
toen hij het op het volk sprenkelde.

486
00:27:53,790 --> 00:27:56,190
Verbonden worden met bloed bezegeld.

487
00:27:56,190 --> 00:28:01,710
Jezus maakte dus heel duidelijk dat Hij in
de bovenzaal het nieuwe verbond met Zijn

488
00:28:01,710 --> 00:28:07,110
discipelen bezegelde, zoals Mozes bij
deze gelegenheid met het volk had gedaan.

489
00:28:07,110 --> 00:28:11,850
Exodus 24, vers 9 tot en met 11, zegt:

490
00:28:11,850 --> 00:28:15,270
Vervolgens klommen Mozes
en Aäron naar boven,

491
00:28:15,270 --> 00:28:20,850
en ook Nadab en Abihu met zeventig
van de oudsten van Israël.

492
00:28:20,850 --> 00:28:23,430
Zij zagen de God van Israël.

493
00:28:23,430 --> 00:28:29,790
Onder Zijn voeten was iets als plaveisel
van saffier, zo helder als de hemel zelf.

494
00:28:29,790 --> 00:28:34,230
God strekte Zijn hand niet uit naar
de aanzienlijksten van de Israëlieten.

495
00:28:34,230 --> 00:28:37,650
Zij zagen God en aten en dronken.

496
00:28:37,650 --> 00:28:43,650
Dit is een feestmaal waarvoor deze oudsten
en de priesters, de toekomstige priesters,

497
00:28:43,650 --> 00:28:46,050
samen met Mozes naar boven gingen.

498
00:28:46,050 --> 00:28:47,730
En zij zagen God.

499
00:28:47,730 --> 00:28:49,350
Maar wat zagen zij?

500
00:28:49,350 --> 00:28:54,390
Er zijn veel plaatsen in de Bijbel die
aangeven dat je God niet kunt zien en dat

501
00:28:54,390 --> 00:28:56,850
in feite niemand God kan zien.

502
00:28:56,850 --> 00:29:00,270
Zelfs Mozes mocht Gods
aangezicht niet zien,

503
00:29:00,270 --> 00:29:04,590
zoals je je misschien herinnert uit het
drieëndertigste hoofdstuk van Exodus.

504
00:29:04,590 --> 00:29:09,030
In Exodus 33, vers 18,
zei Mozes tegen God:

505
00:29:09,030 --> 00:29:12,750
Toen zei Mozes : Toon
mij toch Uw heerlijkheid!

506
00:29:12,750 --> 00:29:14,070
Toen zei God:

507
00:29:14,070 --> 00:29:18,930
Maar Hij zei: Ík zal al Mijn
goedheid bij u voorbij laten komen,

508
00:29:18,930 --> 00:29:22,770
en in uw aanwezigheid zal Ik
de Naam van de HEERE uitroepen,

509
00:29:22,770 --> 00:29:26,190
maar Ik zal genadig zijn
voor wie Ik genadig zal zijn,

510
00:29:26,190 --> 00:29:29,790
en Ik zal Mij ontfermen over
wie Ik Mij ontfermen zal.

511
00:29:29,790 --> 00:29:31,110
Maar Hij zei:

512
00:29:31,110 --> 00:29:35,070
Hij zei verder: U zou Mijn
aangezicht niet kunnen zien,

513
00:29:35,070 --> 00:29:38,490
want geen mens kan Mij
zien en in leven blijven.

514
00:29:38,490 --> 00:29:39,990
En de HEERE zei:

515
00:29:39,990 --> 00:29:44,070
Ook zei de HEERE: Zie,
hier is een plaats bij Mij,

516
00:29:44,070 --> 00:29:45,870
waar u op de rots moet gaan staan.

517
00:29:45,870 --> 00:29:49,170
En het zal gebeuren, als Mijn
heerlijkheid voorbijtrekt,

518
00:29:49,170 --> 00:29:54,150
dat Ik u in een kloof van de rots neer
zal zetten en u met Mijn hand zal bedekken

519
00:29:54,150 --> 00:29:56,130
totdat Ik voorbijgegaan ben.

520
00:29:56,130 --> 00:30:00,090
En zodra Ik Mijn hand wegneem,
zult u Mij van achteren zien,

521
00:30:00,090 --> 00:30:03,030
maar Mijn aangezicht
zal niet gezien worden.

522
00:30:03,030 --> 00:30:05,370
Nu zei God in vers 20:

523
00:30:05,370 --> 00:30:08,430
Niemand kan Mij zien en in leven blijven.

524
00:30:08,430 --> 00:30:12,870
Maar Hij is heel duidelijk:
Hij bedoelt ‘Mijn aangezicht’.

525
00:30:12,870 --> 00:30:17,790
We hebben in een eerdere les gezien dat
God in het boek Numeri, hoofdstuk 12,

526
00:30:17,790 --> 00:30:20,730
zei dat Mozes de gestalte
van de HEERE ziet.

527
00:30:20,730 --> 00:30:23,490
Numeri 12, vers 8, zegt:

528
00:30:23,490 --> 00:30:29,670
met hem spreek Ik van mond tot mond,
ja, zichtbaar, en niet in raadsels.

529
00:30:29,670 --> 00:30:32,430
Hij aanschouwt de gestalte van de HEERE.

530
00:30:32,430 --> 00:30:38,190
Waarom dan bent u niet bevreesd geweest om
over Mijn dienaar, over Mozes, te spreken?

531
00:30:38,190 --> 00:30:43,230
Dat is kennelijk bij wijze van spreken,
want Mozes kon Zijn aangezicht niet zien.

532
00:30:43,230 --> 00:30:48,630
Mozes zag dus werkelijk regelmatig een
bepaalde gestalte of gedaante van de HEERE

533
00:30:48,630 --> 00:30:51,690
wanneer Hij naar boven
ging om God te ontmoeten.

534
00:30:51,690 --> 00:30:54,330
Maar hij kon Gods aangezicht niet zien.

535
00:30:54,330 --> 00:30:58,350
Hij zei dat niemand dat kan
zien en in leven kan blijven.

536
00:30:58,350 --> 00:30:59,850
Zelfs Mozes niet.

537
00:30:59,850 --> 00:31:04,710
In Johannes, hoofdstuk 1, staat een
vers waaraan veel mensen denken.

538
00:31:04,710 --> 00:31:08,970
Ze denken dat er een tegenspraak
bestaat tussen dat vers en wat we nu in

539
00:31:08,970 --> 00:31:11,130
Exodus 24 lezen.

540
00:31:11,130 --> 00:31:15,270
In Johannes, hoofdstuk 1, vers 18, staat:

541
00:31:15,270 --> 00:31:18,990
Niemand heeft ooit God
gezien; de eniggeboren Zoon,

542
00:31:18,990 --> 00:31:23,130
Die in de schoot van de Vader
is, Die heeft Hem ons verklaard.

543
00:31:23,130 --> 00:31:25,530
Dat staat ook in 1 Johannes.

544
00:31:25,530 --> 00:31:27,330
In 1 Johannes staat:

545
00:31:27,330 --> 00:31:29,370
Niemand heeft ooit God gezien.

546
00:31:29,370 --> 00:31:34,170
Als wij elkaar liefhebben, blijft
God in ons en is Zijn liefde in

547
00:31:34,170 --> 00:31:35,850
ons volmaakt geworden.

548
00:31:35,850 --> 00:31:41,790
Als nu geen mens God ooit heeft gezien,
is er dan hier in hoofdstuk 24 van Exodus,

549
00:31:41,790 --> 00:31:44,910
vers 10, sprake van een tegenspraak?

550
00:31:44,910 --> 00:31:47,850
Er staat dat zij de God van Israël zagen.

551
00:31:47,850 --> 00:31:51,690
Zo komen we bij de vraag wat het in
de Bijbel betekent om God te zien,

552
00:31:51,690 --> 00:31:53,790
want God is onzichtbaar.

553
00:31:53,790 --> 00:31:57,090
Toch wordt van veel mensen
gezegd dat zij God hebben gezien,

554
00:31:57,090 --> 00:32:00,090
niet alleen van deze mannen
bij deze gelegenheid.

555
00:32:00,090 --> 00:32:02,610
Jesaja zei in Jesaja 6:

556
00:32:02,610 --> 00:32:08,070
In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag
ik de Heere zitten op een hoge en verheven

557
00:32:08,070 --> 00:32:12,150
troon, en de zomen van Zijn
gewaad vulden de tempel.

558
00:32:12,150 --> 00:32:16,590
Jesaja zag dus de HEERE, en
anderen hebben de HEERE gezien.

559
00:32:16,590 --> 00:32:18,330
De Bijbel zegt zelfs:

560
00:32:18,330 --> 00:32:22,290
En het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond

561
00:32:22,290 --> 00:32:24,630
(en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien,

562
00:32:24,630 --> 00:32:30,630
een heerlijkheid als van de Eniggeborene
van de Vader), vol van genade en waarheid.

563
00:32:30,630 --> 00:32:36,150
Hij woonde onder ons, en wij hebben Zijn
heerlijkheid aanschouwd, zei Johannes.

564
00:32:36,150 --> 00:32:40,350
Zij zagen de heerlijkheid
van Jezus, Die God is.

565
00:32:40,350 --> 00:32:43,470
God wordt op veel
verschillende manieren gezien.

566
00:32:43,470 --> 00:32:45,210
Jezus zei zelfs:

567
00:32:45,210 --> 00:32:49,230
Zalig zijn de reinen van hart,
want zij zullen God zien.

568
00:32:49,230 --> 00:32:54,870
Wat betekent dat? Kennelijk heeft geen
enkel mens ooit Gods ongefilterde en

569
00:32:54,870 --> 00:32:57,150
onverhulde heerlijkheid gezien.

570
00:32:57,150 --> 00:33:00,510
Degene die in het Oude Testament
het dichtst in de buurt kwam,

571
00:33:00,510 --> 00:33:02,370
was kennelijk Mozes.

572
00:33:02,370 --> 00:33:06,690
Hij zag Gods achterzijde, maar
kon Zijn aangezicht niet zien.

573
00:33:06,690 --> 00:33:08,790
Dat was toen Mozes zei:

574
00:33:08,790 --> 00:33:12,690
Toen zei Mozes : Toon
mij toch Uw heerlijkheid!

575
00:33:12,690 --> 00:33:14,070
en God zei:

576
00:33:14,070 --> 00:33:16,890
U kunt Mijn aangezicht niet zien.

577
00:33:16,890 --> 00:33:20,970
Nadat Ik voorbijgegaan ben, zal
Ik u Mij van achteren laten zien.

578
00:33:20,970 --> 00:33:23,850
Dat is kennelijk een
geringere heerlijkheid.

579
00:33:23,850 --> 00:33:26,310
Zelfs Mozes kon de onverhulde,

580
00:33:26,310 --> 00:33:29,430
ongefilterde heerlijkheid
van God niet zien.

581
00:33:29,430 --> 00:33:31,530
Zelfs de discipelen zagen die niet.

582
00:33:31,530 --> 00:33:33,270
Hoewel Johannes zegt:

583
00:33:33,270 --> 00:33:37,230
En het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond

584
00:33:37,230 --> 00:33:39,630
(en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien,

585
00:33:39,630 --> 00:33:46,110
een heerlijkheid als van de Eniggeborene
van de Vader), vol van genade en waarheid.

586
00:33:46,110 --> 00:33:49,410
Dat wil zeggen: het was een
weerspiegelde heerlijkheid,

587
00:33:49,410 --> 00:33:53,310
zoals een zoon enigszins het
beeld van zijn vader weerspiegelt

588
00:33:53,310 --> 00:33:55,830
en het beeld van zijn vader draagt.

589
00:33:55,830 --> 00:33:59,370
Wij zagen dus de heerlijkheid
van God weerspiegeld in Jezus,

590
00:33:59,370 --> 00:34:01,290
maar niet onverhuld.

591
00:34:01,290 --> 00:34:05,430
Die heerlijkheid werd gezien door
de sluier van Christus’ vlees heen.

592
00:34:05,430 --> 00:34:09,990
In het Oude Testament zagen
mensen God op een aantal manieren.

593
00:34:09,990 --> 00:34:12,750
We zijn al theofanieën tegengekomen.

594
00:34:12,750 --> 00:34:15,990
Een theofanie was kennelijk
een verschijning van God.

595
00:34:15,990 --> 00:34:20,670
Dat is wat het woord ‘theofanie’
betekent: een verschijning van God.

596
00:34:20,670 --> 00:34:24,030
Maar het gebeurde in een
mensachtige gestalte.

597
00:34:24,030 --> 00:34:28,410
Of God was in de wolkkolom of
in de brandende braamstruik.

598
00:34:28,410 --> 00:34:31,830
Dit zijn allemaal theofanieën
waarin God verscheen,

599
00:34:31,830 --> 00:34:35,550
maar daarbij werd een zichtbare
voorstelling van God gegeven.

600
00:34:35,550 --> 00:34:38,370
Dat is niet werkelijk
God rechtstreeks zien.

601
00:34:38,370 --> 00:34:41,790
Het lijkt waarschijnlijk sterk op de
manier waarop mensen de heerlijkheid van

602
00:34:41,790 --> 00:34:46,530
God in Jezus zagen: de heerlijkheid
was verhuld in menselijk vlees.

603
00:34:46,530 --> 00:34:50,490
Zo was het waarschijnlijk ook toen een
man de hele nacht met Jakob worstelde,

604
00:34:50,490 --> 00:34:54,990
of met Sadrach, Mesach en
Abed-Nego in de vurige oven liep,

605
00:34:54,990 --> 00:34:57,450
of toen Melchizedek Abraham ontmoette.

606
00:34:57,450 --> 00:35:00,630
Dat waren waarschijnlijk gevallen
waarin God verhuld was in een

607
00:35:00,630 --> 00:35:02,850
soort mensachtig vlees.

608
00:35:02,850 --> 00:35:07,650
Het was geen werkelijke menswording,
maar niettemin was Hij in een lichaam,

609
00:35:07,650 --> 00:35:10,170
zodat Zijn heerlijkheid niet werd gezien.

610
00:35:10,170 --> 00:35:13,470
Zo was Hij ook in de
wolkkolom binnen in de wolk.

611
00:35:13,470 --> 00:35:15,630
Zij konden Hem niet werkelijk zien.

612
00:35:15,630 --> 00:35:20,010
Naast theofanieën waren er mensen
die God in visioenen zagen.

613
00:35:20,010 --> 00:35:24,150
Een visioen houdt waarschijnlijk niet
in dat je rechtstreeks naar God kijkt.

614
00:35:24,150 --> 00:35:25,590
Toen Jesaja zei:

615
00:35:25,590 --> 00:35:30,030
Ik zag de Heer, is het duidelijk
dat hij een visioen van God had.

616
00:35:30,030 --> 00:35:32,250
Veel mensen kregen visioenen.

617
00:35:32,250 --> 00:35:38,490
Ezechiël had in Ezechiël hoofdstuk 1 een
visioen van God op Zijn strijdwagentroon.

618
00:35:38,490 --> 00:35:41,790
Zacharia had visioenen waarin hij God zag.

619
00:35:41,790 --> 00:35:44,790
Maar een visioen lijkt
een beetje op een droom,

620
00:35:44,790 --> 00:35:47,370
alleen ben je wakker
wanneer je het krijgt.

621
00:35:47,370 --> 00:35:49,590
Je zou over God kunnen dromen.

622
00:35:49,590 --> 00:35:53,850
Het zou zelfs een droom kunnen zijn
die God je over Zichzelf geeft.

623
00:35:53,850 --> 00:35:57,810
Je zou dus kunnen zeggen dat
je Hem in zekere zin ziet als

624
00:35:57,810 --> 00:36:01,830
een van de personen in de droom,
maar je ziet God niet werkelijk.

625
00:36:01,830 --> 00:36:03,390
Je hebt een droom.

626
00:36:03,390 --> 00:36:06,330
Er wordt iets visueels in
je bewustzijn gebracht,

627
00:36:06,330 --> 00:36:09,150
maar het is niet
werkelijk God Die je ziet.

628
00:36:09,150 --> 00:36:12,630
Het doet me soms denken aan het
kijken naar, laten we zeggen,

629
00:36:12,630 --> 00:36:16,890
een live voetbalwedstrijd op
televisie, of naar een toespraak van de

630
00:36:16,890 --> 00:36:18,690
president op televisie.

631
00:36:18,690 --> 00:36:20,730
Stel dat je op televisie naar de president

632
00:36:20,730 --> 00:36:24,390
keek toen hij zijn jaarlijkse
toespraak tot het Congres hield,

633
00:36:24,390 --> 00:36:29,430
en iemand vroeg de volgende dag: ‘Heb je
de president zijn toespraak zien houden?’

634
00:36:29,430 --> 00:36:34,170
Dan zou je kunnen zeggen: ‘Ja, dat
heb ik gezien. Ik heb hem gezien.

635
00:36:34,170 --> 00:36:35,730
Ik heb hem gehoord.’

636
00:36:35,730 --> 00:36:40,290
Maar in werkelijkheid was dat niet
zo, want hij was in Washington D.C.

637
00:36:40,290 --> 00:36:44,370
en jij was in de staat Washington.
Je hebt hem niet gezien.

638
00:36:44,370 --> 00:36:46,710
Je zag een beeld van hem op het scherm.

639
00:36:46,710 --> 00:36:48,810
Je zag een visioen van hem.

640
00:36:48,810 --> 00:36:51,690
Dat kwam vrijwel op
hetzelfde neer als hem zien,

641
00:36:51,690 --> 00:36:56,850
omdat het een juiste weergave was
van hoe hij eruitzag en wat hij deed.

642
00:36:56,850 --> 00:36:59,310
Maar je bevond je niet
in zijn aanwezigheid

643
00:36:59,310 --> 00:37:01,530
en keek hem niet persoonlijk aan.

644
00:37:01,530 --> 00:37:03,270
Zo dichtbij was je niet.

645
00:37:03,270 --> 00:37:06,630
Je keek naar een visuele
weergave op een scherm.

646
00:37:06,630 --> 00:37:09,390
Ik denk dat visioenen van God zo zijn.

647
00:37:09,390 --> 00:37:14,550
In zekere zin zien ze God, maar niet
in de zin dat ze Hem rechtstreeks zien.

648
00:37:14,550 --> 00:37:17,130
Wanneer de Bijbel spreekt
over het zien van God,

649
00:37:17,130 --> 00:37:20,370
kan daarmee meer dan één
soort ervaring worden bedoeld.

650
00:37:20,370 --> 00:37:23,370
Toen zij in dit geval
de God van Israël zagen,

651
00:37:23,370 --> 00:37:26,310
denk ik dat zij waarschijnlijk
een theofanie zagen,

652
00:37:26,310 --> 00:37:29,550
maar het kan ook alleen
een visioen zijn geweest.

653
00:37:29,550 --> 00:37:32,910
Ze zagen Hem niet van
dichtbij zoals Mozes dat deed.

654
00:37:32,910 --> 00:37:35,370
Ze bevonden zich op enige afstand.

655
00:37:35,370 --> 00:37:39,630
In vers 11 staat dat God Zijn
hand niet naar hen uitstak.

656
00:37:39,630 --> 00:37:42,330
Dat betekent dat Hij hen niet doodde.

657
00:37:42,330 --> 00:37:46,710
Denk eraan, in Exodus
hoofdstuk 33, vers 20, staat:

658
00:37:46,710 --> 00:37:50,430
Hij zei verder: U zou Mijn
aangezicht niet kunnen zien,

659
00:37:50,430 --> 00:37:54,150
want geen mens kan Mij
zien en in leven blijven.

660
00:37:54,150 --> 00:37:56,850
Als je God ziet, moet je sterven.

661
00:37:56,850 --> 00:38:00,630
De Engel van de HEERE verscheen
aan Manoach en zijn vrouw,

662
00:38:00,630 --> 00:38:06,030
de ouders van Simson, in het boek
Richteren, en zij wisten niet Wie Hij was.

663
00:38:06,030 --> 00:38:11,250
Maar toen verdween Hij in een vlam, en
ze beseften dat ze God hadden gezien.

664
00:38:11,250 --> 00:38:12,270
Manoach zei:

665
00:38:12,270 --> 00:38:15,810
En Manoach zei tegen zijn
vrouw: Wij zullen zeker sterven,

666
00:38:15,810 --> 00:38:17,610
want wij hebben God gezien.

667
00:38:17,610 --> 00:38:18,990
Zijn vrouw zei:

668
00:38:18,990 --> 00:38:23,370
Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als
het de HEERE behaagd had ons te doden,

669
00:38:23,370 --> 00:38:27,210
had Hij het brandoffer en graanoffer
van onze hand niet aangenomen

670
00:38:27,210 --> 00:38:32,250
en ons evenmin dit alles laten zien en
ons nu ook niet iets als dit laten horen.

671
00:38:32,250 --> 00:38:34,530
Waarschijnlijk zagen zij een theofanie.

672
00:38:34,530 --> 00:38:38,130
Maar de gedachte dat iemand God
kon zien en in leven kon blijven,

673
00:38:38,130 --> 00:38:39,930
was nogal opmerkelijk.

674
00:38:39,930 --> 00:38:43,290
Er staat dus dat zij God in
een bepaalde gedaante zagen,

675
00:38:43,290 --> 00:38:48,270
een theofanie of een visioen of iets
dergelijks, maar Hij doodde hen niet.

676
00:38:48,270 --> 00:38:50,790
Daar op de berg hielden zij een feestmaal,

677
00:38:50,790 --> 00:38:54,210
waarschijnlijk een rituele maaltijd
met het vlees van de offers.

678
00:38:54,210 --> 00:38:56,790
Toen zei Jahweh tegen Mozes:

679
00:38:56,790 --> 00:39:03,570
De HEERE zei tegen Mozes: Klim naar boven,
naar Mij toe, de berg op, en blijf daar.

680
00:39:03,570 --> 00:39:07,830
Dan zal Ik u de stenen tafelen
geven, de wet en de geboden,

681
00:39:07,830 --> 00:39:10,770
die Ik opgeschreven heb
om hun te onderwijzen.

682
00:39:10,770 --> 00:39:15,990
Hij heeft hun de Tien Geboden in hoofdstuk
20 al mondeling en hardop meegedeeld,

683
00:39:15,990 --> 00:39:18,690
maar Hij heeft ze hun nog
niet op schrift gegeven.

684
00:39:18,690 --> 00:39:20,970
Hij gaat ze in steen opschrijven.

685
00:39:20,970 --> 00:39:23,370
God gaat dit in feite twee keer doen.

686
00:39:23,370 --> 00:39:27,450
Deze keer gaat God de stenen
tafelen maken en erop schrijven.

687
00:39:27,450 --> 00:39:32,190
De tweede keer zal Mozes voor de tafelen
moeten zorgen en zal God erop schrijven.

688
00:39:32,190 --> 00:39:34,530
Maar Mozes breekt de eerste.

689
00:39:34,530 --> 00:39:41,130
Mozes stond dus op, samen met zijn dienaar
Jozua, en Mozes ging de berg van God op.

690
00:39:41,130 --> 00:39:42,090
Hij zei tegen de oudsten:

691
00:39:42,090 --> 00:39:48,090
Hij zei tegen de oudsten: Blijf hier op
ons wachten , totdat wij bij u terugkomen.

692
00:39:48,090 --> 00:39:52,890
En zie, Aäron en Hur blijven
bij u. Wie bepaalde zaken heeft,

693
00:39:52,890 --> 00:39:54,630
moet naar hen toe gaan.

694
00:39:54,630 --> 00:39:58,230
Dat was beslist een geval
van misplaatst vertrouwen.

695
00:39:58,230 --> 00:40:03,930
Mozes dacht: ‘Mijn broer Aäron zal
betrouwbaar zijn. Hij kan mij vervangen.

696
00:40:03,930 --> 00:40:06,990
Hij zal tijdens mijn
afwezigheid de leider zijn.’

697
00:40:06,990 --> 00:40:10,470
Hij dacht duidelijk dat Aäron
geschikt zou zijn voor die taak,

698
00:40:10,470 --> 00:40:12,990
maar daarin vergiste hij zich beslist.

699
00:40:12,990 --> 00:40:17,070
Aäron liet zich namelijk gemakkelijk
door het volk op een dwaalspoor brengen

700
00:40:17,070 --> 00:40:20,250
en bracht daardoor het
volk op een dwaalspoor.

701
00:40:20,250 --> 00:40:21,570
Vers 15:

702
00:40:21,570 --> 00:40:25,650
Toen Mozes de berg opklom,
bedekte de wolk de berg.

703
00:40:25,650 --> 00:40:29,790
De heerlijkheid van de HEERE
bleef op de berg Sinaï rusten,

704
00:40:29,790 --> 00:40:32,551
en de wolk bedekte hem zes dagen lang .

705
00:40:32,551 --> 00:40:36,750
Op de zevende dag riep Hij Mozes,
vanuit het midden van de wolk.

706
00:40:36,750 --> 00:40:41,250
De aanblik van de heerlijkheid van de
HEERE op de top van de berg was in de ogen

707
00:40:41,250 --> 00:40:43,770
van de Israëlieten als een verterend vuur.

708
00:40:43,770 --> 00:40:47,970
Mozes ging de wolk binnen
en klom de berg verder op.

709
00:40:47,970 --> 00:40:52,770
En Mozes was veertig dagen en
veertig nachten op de berg.

710
00:40:52,770 --> 00:40:57,570
Terwijl hij daarboven was, ontving hij
instructies over hoe hij de tabernakel en

711
00:40:57,570 --> 00:40:59,850
het bijbehorende meubilair moest maken.

712
00:40:59,850 --> 00:41:02,610
De volgende zeven hoofdstukken zijn

713
00:41:02,610 --> 00:41:05,190
vrijwel geheel aan die
beschrijving gewijd,

714
00:41:05,190 --> 00:41:08,310
zoals we zullen zien
wanneer we eraan toe zijn.

715
00:41:08,310 --> 00:41:12,630
Nadat deze gedetailleerde instructies
over de tabernakel zijn gegeven,

716
00:41:12,630 --> 00:41:16,170
vindt de gebeurtenis met
het gouden kalf plaats.

717
00:41:16,170 --> 00:41:20,550
Vanaf hoofdstuk 32 komt er dus een
paar hoofdstukken lang weer wat meer

718
00:41:20,550 --> 00:41:21,750
actie in dit verhaal.

719
00:41:21,750 --> 00:41:26,070
Wanneer je vervolgens bij hoofdstuk 35
tot en met het einde van het boek komt,

720
00:41:26,070 --> 00:41:29,250
krijg je de daadwerkelijke
bouw van de tabernakel.

721
00:41:29,250 --> 00:41:34,830
Daarbij worden veel van dezelfde details,
bijna alle details, opnieuw gegeven.

722
00:41:34,830 --> 00:41:39,150
Als ik het hele boek Exodus slaafs
vers voor vers zou behandelen,

723
00:41:39,150 --> 00:41:43,530
zouden we de komende zeven
hoofdstukken al deze details doornemen.

724
00:41:43,530 --> 00:41:48,210
Daarna zouden we die details in de laatste
vijf hoofdstukken nog eens doornemen.

725
00:41:48,210 --> 00:41:50,610
Maar ik denk niet echt dat dat nuttig is.

726
00:41:50,610 --> 00:41:55,110
Wat we volgens mij zullen doen, is
alle hoofdstukken over de tabernakel in

727
00:41:55,110 --> 00:41:59,610
één keer behandelen: de hoofdstukken die
beschrijven hoe hij gebouwd moest worden

728
00:41:59,610 --> 00:42:02,730
en de hoofdstukken die
beschrijven hoe hij werd gebouwd,

729
00:42:02,730 --> 00:42:05,430
aangezien die vrijwel over hetzelfde gaan.

730
00:42:05,430 --> 00:42:08,910
We komen later terug op de
instructies voor de tabernakel,

731
00:42:08,910 --> 00:42:13,590
aangezien ze de tabernakel pas aan het
einde van het boek daadwerkelijk bouwden.

732
00:42:13,590 --> 00:42:17,610
We slaan nu over naar
hoofdstuk 32 tot en met 35,

733
00:42:17,610 --> 00:42:20,670
waarin het voorval met
het gouden kalf staat.

734
00:42:20,670 --> 00:42:24,330
Daarna bouwden ze de tabernakel wel,
en dan zullen we de beschrijving

735
00:42:24,330 --> 00:42:25,890
van alles bekijken.

736
00:42:25,890 --> 00:42:29,910
Het heeft geen zin om de beschrijving
ervan vooraf te bekijken en daarna,

737
00:42:29,910 --> 00:42:33,930
wanneer ze hem bouwen, die
beschrijving nog eens te bekijken.

738
00:42:33,930 --> 00:42:36,930
We slaan de beschrijvingen
van de tabernakel dus over

739
00:42:36,930 --> 00:42:39,930
en gaan naar de volgende
gebeurtenis in het verhaal.

740
00:42:39,930 --> 00:42:43,110
Daarna zullen we alle nodige details
over de tabernakel behandelen.
