1
00:00:02,070 --> 00:00:04,650
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,650 --> 00:00:10,470
Deze keer behandelen we Exodus 33 en 34.

3
00:00:10,470 --> 00:00:14,310
Het verhaal gaat verder in Exodus 33.

4
00:00:14,310 --> 00:00:16,050
Mozes is op de berg.

5
00:00:16,050 --> 00:00:21,810
Het gouden kalf is vernietigd, tot poeder
vermalen en over het water uitgestrooid.

6
00:00:21,810 --> 00:00:24,450
Het volk heeft het water gedronken.

7
00:00:24,450 --> 00:00:27,390
Er is een plaag van God over hen gekomen.

8
00:00:27,390 --> 00:00:30,090
Sommigen van hen zijn
door de Levieten gedood.

9
00:00:30,090 --> 00:00:37,170
In hoofdstuk 32, vers 31, staat dat
Mozes terugkeerde naar de HEERE en zei:

10
00:00:37,170 --> 00:00:41,310
Toen keerde Mozes terug
tot de HEERE en zei: Och,

11
00:00:41,310 --> 00:00:43,890
dit volk heeft een grote zonde begaan,

12
00:00:43,890 --> 00:00:47,310
want zij hebben voor zichzelf
een gouden god gemaakt.

13
00:00:47,310 --> 00:00:49,830
En God zei in vers 34:

14
00:00:49,830 --> 00:00:55,530
Maar nu, ga heen en leid het volk naar
de plaats waarvan Ik u gesproken heb.

15
00:00:55,530 --> 00:00:58,470
Zie, Mijn engel zal voor u uit gaan.

16
00:00:58,470 --> 00:01:03,450
Maar op de dag van Mijn vergelding
zal Ik aan hen hun zonde vergelden.

17
00:01:03,450 --> 00:01:08,070
We zullen zien dat God bedoelt dat
Zijn Engel in Zijn plaats zal gaan.

18
00:01:08,070 --> 00:01:12,330
Mozes is niet blij met die voorwaarden
en gaat daar niet mee akkoord.

19
00:01:12,330 --> 00:01:17,310
Maar laten we de vertelling weer
oppakken in hoofdstuk 33, vers 1:

20
00:01:17,310 --> 00:01:22,170
Verder sprak de HEERE tot
Mozes: Ga heen, vertrek vanhier,

21
00:01:22,170 --> 00:01:25,890
u en het volk dat u uit het
land Egypte geleid hebt,

22
00:01:25,890 --> 00:01:30,750
naar het land waarvan Ik Abraham,
Izak en Jakob gezworen heb:

23
00:01:30,750 --> 00:01:33,390
Aan uw nageslacht zal Ik het geven.

24
00:01:33,390 --> 00:01:36,510
Opnieuw: „die jij hebt weggevoerd.”

25
00:01:36,510 --> 00:01:40,050
Soms lijkt God Mozes daar de
schuld van te willen geven.

26
00:01:40,050 --> 00:01:43,710
Niet echt, maar Hij wil als het
ware afstand nemen van het volk

27
00:01:43,710 --> 00:01:45,510
vanwege hun zondigheid.

28
00:01:45,510 --> 00:01:52,590
Ik zal een engel vóór u uit zenden — Ik
zal de Kanaänieten, Amorieten, Hethieten,

29
00:01:52,590 --> 00:01:57,151
Ferezieten, Hevieten en
Jebusieten verdrijven —

30
00:01:57,151 --> 00:02:00,150
naar een land dat overvloeit
van melk en honing.

31
00:02:00,150 --> 00:02:03,030
Maar Ik zal Zelf niet
in uw midden meetrekken,

32
00:02:03,030 --> 00:02:08,250
omdat u een halsstarrig volk bent en
Ik u anders onderweg zou vernietigen.

33
00:02:08,250 --> 00:02:11,550
God had in het vorige
hoofdstuk, in vers 34,

34
00:02:11,550 --> 00:02:14,250
gezegd dat Zijn Engel
voor hen uit zou gaan.

35
00:02:14,250 --> 00:02:18,390
Nu bevestigt Hij dat het Zijn
Engel zal zijn en niet Hijzelf.

36
00:02:18,390 --> 00:02:22,770
Hij heeft Abraham, Izak en
Jakob een belofte gedaan.

37
00:02:22,770 --> 00:02:25,890
Hij zei: „Ik ga die belofte nakomen.

38
00:02:25,890 --> 00:02:29,970
Ik zal jullie het land geven, maar
Ik ga daar niet met jullie heen.

39
00:02:29,970 --> 00:02:32,010
Jullie gaan er zonder Mij heen.

40
00:02:32,010 --> 00:02:34,050
Ik verstoot jullie als het ware.

41
00:02:34,050 --> 00:02:36,570
Ik zal niet langer in jullie midden zijn.

42
00:02:36,570 --> 00:02:38,790
Ik heb inderdaad beloften gedaan.

43
00:02:38,790 --> 00:02:41,010
Ik zal die beloften nakomen.

44
00:02:41,010 --> 00:02:45,810
Ik kan jullie hier in de woestijn niet
zomaar achterlaten om om te komen.

45
00:02:45,810 --> 00:02:49,890
Ter wille van Abraham, Izak en
Jakob zal Ik jullie het land

46
00:02:49,890 --> 00:02:52,050
geven dat Ik hun beloofd heb.

47
00:02:52,050 --> 00:02:56,370
Maar Mijn Engel zal voor jullie uit
gaan om de volken te verdrijven.

48
00:02:56,370 --> 00:02:58,230
Ik ga niet met jullie mee.

49
00:02:58,230 --> 00:03:00,390
Ik zal niet bij jullie zijn.”

50
00:03:00,390 --> 00:03:02,310
God is natuurlijk overal.

51
00:03:02,310 --> 00:03:05,850
Dit wil niet zeggen dat God
op sommige plaatsen niet is.

52
00:03:05,850 --> 00:03:10,710
Gods aanwezigheid is universeel,
overal in het heelal.

53
00:03:10,710 --> 00:03:13,950
Er is geen plaats waar
God niet zou kunnen zijn.

54
00:03:13,950 --> 00:03:17,610
Wanneer Hij zegt: „Ik zal niet
in jullie midden optrekken,”

55
00:03:17,610 --> 00:03:20,730
heeft Hij het over Zijn
zichtbare aanwezigheid.

56
00:03:20,730 --> 00:03:24,450
Hij heeft het erover dat Hij
een relatie met hen heeft.

57
00:03:24,450 --> 00:03:26,790
„Ik zal de weg voor jullie vrijmaken.

58
00:03:26,790 --> 00:03:32,430
Mijn Engel zal de Hevieten, de Jebusieten
en al die andere volken verdrijven.

59
00:03:32,430 --> 00:03:36,750
Hij zal hen uit jullie weg ruimen
en jullie zullen het land krijgen,

60
00:03:36,750 --> 00:03:38,010
zoals Ik gezegd heb.

61
00:03:38,010 --> 00:03:40,650
Maar reken er niet op dat
Ik bij jullie zal zijn,

62
00:03:40,650 --> 00:03:46,410
want Ik zal alleen die belofte nakomen die
Ik gedaan heb, en daarna ben Ik hier weg.”

63
00:03:46,410 --> 00:03:50,490
Maar het volk hoorde dat
niet graag. Vers 4 zegt:

64
00:03:50,490 --> 00:03:53,490
Toen het volk deze
onheilsboodschap hoorde,

65
00:03:53,490 --> 00:03:57,870
bedreven zij rouw en niemand
van hen deed zijn sieraden om.

66
00:03:57,870 --> 00:04:03,150
De HEERE had namelijk tegen Mozes
gezegd: Zeg tegen de Israëlieten:

67
00:04:03,150 --> 00:04:05,490
U bent een halsstarrig volk.

68
00:04:05,490 --> 00:04:10,410
Als Ik ook maar één ogenblik in uw midden
zou meetrekken, dan zou Ik u vernietigen.

69
00:04:10,410 --> 00:04:15,390
Nu dan, doe uw sieraden af, en
Ik zal weten wat Ik u doen zal.

70
00:04:15,390 --> 00:04:20,010
Ver van de berg Horeb ontdeden de
Israëlieten zich van hun sieraden.

71
00:04:20,010 --> 00:04:25,050
Het volk was bedroefd, en dit lijkt
een vorm van oprechte bekering te zijn.

72
00:04:25,050 --> 00:04:28,290
Hij had immers gezegd dat
Hij hun het land zou geven,

73
00:04:28,290 --> 00:04:32,910
dus ze hoefden niet bedroefd te zijn
omdat ze hun land niet zouden krijgen.

74
00:04:32,910 --> 00:04:37,710
Hij had ook gezegd dat Hij hun vijanden
nog steeds voor hen uit zou verdrijven,

75
00:04:37,710 --> 00:04:41,730
dus ze hoefden zich geen zorgen
te maken over hun veiligheid.

76
00:04:41,730 --> 00:04:46,770
Met andere woorden, Hij zei dat Hij alles
voor hen zou doen wat zij al verwachtten

77
00:04:46,770 --> 00:04:50,490
dat Hij zou doen, met als
enige uitzondering dat Hij niet

78
00:04:50,490 --> 00:04:51,990
bij hen zou wonen.

79
00:04:51,990 --> 00:04:54,510
Hij zou daar niet met hen heen gaan.

80
00:04:54,510 --> 00:04:59,730
Het volk had blijkbaar ten minste genoeg
liefde voor God in zijn hart om al die

81
00:04:59,730 --> 00:05:05,370
tastbare en materiële zegeningen niet te
willen hebben zonder God in hun midden.

82
00:05:05,370 --> 00:05:07,290
Daarom waren ze bedroefd.

83
00:05:07,290 --> 00:05:09,090
Ze voelden zich schuldig.

84
00:05:09,090 --> 00:05:12,690
Ze voelden zich ellendig
over wat ze hadden gedaan.

85
00:05:12,690 --> 00:05:15,930
Ze toonden hun berouw door
hun sieraden af te doen.

86
00:05:15,930 --> 00:05:20,010
Met andere woorden, ze zagen
af van hun feestelijkheden.

87
00:05:20,010 --> 00:05:24,870
Ze hadden zich helemaal opgedoft voor hun
dans en hun feest met het gouden kalf,

88
00:05:24,870 --> 00:05:29,490
en nu trokken ze weer hun
gewone, eenvoudigere kleren aan.

89
00:05:29,490 --> 00:05:34,290
Er staat dat Mozes zijn tent nam
en die buiten het kamp opzette.

90
00:05:34,290 --> 00:05:37,710
Dit was blijkbaar de
persoonlijke tent van Mozes.

91
00:05:37,710 --> 00:05:43,050
Ik weet niet of het de tent was waarin
hij sliep of de tent waarin hij werkte.

92
00:05:43,050 --> 00:05:48,150
We herinneren ons uit hoofdstuk 18
dat er een tent was waarin Mozes zat.

93
00:05:48,150 --> 00:05:51,930
De mensen kwamen daarheen en
legden hun geschillen aan hem voor,

94
00:05:51,930 --> 00:05:55,410
zodat hij daarover voor
hen uitspraak kon doen.

95
00:05:55,410 --> 00:05:57,510
Misschien was dit die tent.

96
00:05:57,510 --> 00:06:02,310
Er staat dat hij hem buiten het kamp
opzette, ver van het kamp vandaan,

97
00:06:02,310 --> 00:06:05,070
en hem de tent der samenkomst noemde.

98
00:06:05,070 --> 00:06:09,630
Het gebeurde dat iedereen die Jahweh
zocht, naar de tent der samenkomst ging,

99
00:06:09,630 --> 00:06:11,610
die buiten het kamp stond.

100
00:06:11,610 --> 00:06:14,010
Waarom ze dat deden, weten we niet.

101
00:06:14,010 --> 00:06:16,410
We lezen wel dat de wolk daar was.

102
00:06:16,410 --> 00:06:20,910
De tent der samenkomst van Mozes was
niet de tabernakel die in de andere

103
00:06:20,910 --> 00:06:23,910
hoofdstukken zeer
uitvoerig wordt beschreven.

104
00:06:23,910 --> 00:06:25,710
Die was nog niet gebouwd.

105
00:06:25,710 --> 00:06:29,130
Dit was alleen de plaats
waar Mozes God ontmoette,

106
00:06:29,130 --> 00:06:34,110
en blijkbaar konden andere mensen
die God wilden zoeken daar ook komen.

107
00:06:34,110 --> 00:06:38,250
Dit kan zelfs in de periode
van hoofdstuk 18 zijn geweest.

108
00:06:38,250 --> 00:06:42,450
Misschien kwamen de mensen naar Mozes
om Gods gedachten te zoeken over

109
00:06:42,450 --> 00:06:45,270
bepaalde zaken die ze moesten oplossen.

110
00:06:45,270 --> 00:06:48,990
We zagen in hoofdstuk
18 dat Mozes deze mensen

111
00:06:48,990 --> 00:06:51,450
de hele dag bij zijn tent liet staan,

112
00:06:51,450 --> 00:06:54,630
terwijl ze wachtten tot hij een
beslissing over hun zaken nam.

113
00:06:54,630 --> 00:06:58,410
Dat zou in deze periode geweest
kunnen zijn, maar we weten het niet.

114
00:06:58,410 --> 00:07:02,070
Op de een of andere manier kwamen
mensen daarheen om God te ontmoeten

115
00:07:02,070 --> 00:07:07,770
of God te zoeken, hetzij om Gods gedachten
te zoeken, hetzij om God te aanbidden.

116
00:07:07,770 --> 00:07:11,490
Er was nog geen tabernakel zoals
die waarover we later lezen

117
00:07:11,490 --> 00:07:14,370
en die het normale middel
voor aanbidding werd.

118
00:07:14,370 --> 00:07:18,270
Misschien kwamen de mensen daar dus
gewoon naartoe om zich neer te buigen,

119
00:07:18,270 --> 00:07:22,050
over God te mediteren en in
Zijn tegenwoordigheid te zijn.

120
00:07:22,050 --> 00:07:26,190
Het was buiten het kamp, omdat
God niet in het kamp wilde zijn,

121
00:07:26,190 --> 00:07:29,190
want het volk was zondig. Hij zei:

122
00:07:29,190 --> 00:07:33,270
Als Ik bij jullie ben, word Ik
boos en vernietig Ik jullie.

123
00:07:33,270 --> 00:07:35,590
Telkens wanneer Mozes
naar zijn tent ging —

124
00:07:35,590 --> 00:07:38,880
dit is natuurlijk niet de tabernakel
die we later beschreven zien;

125
00:07:38,880 --> 00:07:41,730
dit is alleen zijn tent
waar hij God ontmoette

126
00:07:41,730 --> 00:07:46,470
en waar mensen kwamen die God wilden
ontmoeten — gebeurde het volgende:

127
00:07:46,470 --> 00:07:51,450
Telkens als Mozes naar de tent ging,
gebeurde het dat heel het volk opstond

128
00:07:51,450 --> 00:07:54,390
en dat ieder bij de ingang
van zijn tent ging staan

129
00:07:54,390 --> 00:07:58,350
en dat zij Mozes nakeken tot
hij de tent was binnengegaan.

130
00:07:58,350 --> 00:08:01,470
Mozes stond bij het volk in hoog aanzien.

131
00:08:01,470 --> 00:08:05,490
Terwijl hij door het kamp liep, op weg
naar de tent van ontmoeting buiten het

132
00:08:05,490 --> 00:08:09,690
kamp, gingen de mensen uit eerbied
staan om hem voorbij te zien gaan.

133
00:08:09,690 --> 00:08:13,530
Ze bleven staan totdat hij
uit hun zicht verdwenen was.

134
00:08:13,530 --> 00:08:17,970
Zodra Mozes de tent binnenging,
gebeurde het dat de wolkkolom

135
00:08:17,970 --> 00:08:22,230
neerdaalde en bij de ingang van de
tent bleef staan en dat de HEERE

136
00:08:22,230 --> 00:08:24,090
met Mozes sprak.

137
00:08:24,090 --> 00:08:26,070
Dit was zichtbaar voor het volk.

138
00:08:26,070 --> 00:08:30,810
Ze zagen Mozes naar de tent gaan, en
daarna zagen ze de wolk daar neerdalen.

139
00:08:30,810 --> 00:08:34,170
Zo wisten ze dat Mozes God ontmoette.

140
00:08:34,170 --> 00:08:39,390
Voor iedereen die oplette, bevestigde dit
zijn leiderschap zonder enige twijfel:

141
00:08:39,390 --> 00:08:43,050
God ontmoette Mozes elke
dag en sprak met hem.

142
00:08:43,050 --> 00:08:47,370
En zodra heel het volk de wolkkolom
zag staan bij de ingang van de tent,

143
00:08:47,370 --> 00:08:52,590
stond heel het volk op en boog zich
neer, ieder in de opening van zijn tent.

144
00:08:52,590 --> 00:08:56,490
De HEERE sprak tot Mozes van
aangezicht tot aangezicht,

145
00:08:56,490 --> 00:08:58,830
zoals een man met zijn vriend spreekt.

146
00:08:58,830 --> 00:09:03,870
Daarna keerde hij terug naar het kamp,
maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun,

147
00:09:03,870 --> 00:09:07,170
een jongeman, week niet
uit het midden van de tent.

148
00:09:07,170 --> 00:09:10,170
Ik denk niet dat Jozua
zich in de tent bevond,

149
00:09:10,170 --> 00:09:13,710
maar blijkbaar hield hij dag
en nacht de wacht bij de tent.

150
00:09:13,710 --> 00:09:16,410
Ze moeten hem maaltijden en dat
soort dingen gebracht hebben,

151
00:09:16,410 --> 00:09:20,970
want het lijkt erop dat hij nooit
vrij had, hoewel Mozes dat wel had.

152
00:09:20,970 --> 00:09:25,830
Mozes vertrok ’s avonds en ging naar
huis, en daarna ging hij weer naar buiten.

153
00:09:25,830 --> 00:09:27,450
Hij had een dagdienst.

154
00:09:27,450 --> 00:09:31,950
Misschien werkte Jozua alleen de
nachtdienst en kon hij overdag rusten.

155
00:09:31,950 --> 00:09:33,630
Dat is moeilijk te zeggen.

156
00:09:33,630 --> 00:09:37,170
Toen zei Mozes bij een van die
gelegenheden tegen de Heere,

157
00:09:37,170 --> 00:09:39,510
blijkbaar terwijl hij met de Heere sprak:

158
00:09:39,510 --> 00:09:46,110
Toen zei Mozes tegen de HEERE: Zie, U zegt
tegen mij: Laat dit volk verdertrekken.

159
00:09:46,110 --> 00:09:50,010
U echter, U hebt mij niet laten
weten wie U met mij meezendt,

160
00:09:50,010 --> 00:09:54,510
terwijl U Zelf gezegd hebt:
Ik ken u bij uw naam, en ook:

161
00:09:54,510 --> 00:09:57,270
U hebt genade gevonden in Mijn ogen.

162
00:09:57,270 --> 00:10:03,390
Nu dan, als ik dan genade heb gevonden
in Uw ogen, maak mij toch Uw weg bekend.

163
00:10:03,390 --> 00:10:07,710
Dan zal ik U kennen, opdat ik
genade zal vinden in Uw ogen.

164
00:10:07,710 --> 00:10:11,370
En zie aan dat deze natie Uw volk is.

165
00:10:11,370 --> 00:10:12,450
Hij zegt:

166
00:10:12,450 --> 00:10:15,270
U hebt me gezegd dat ik
dit volk moet leiden,

167
00:10:15,270 --> 00:10:18,390
maar ik wil hen niet leiden
als ze niet Uw volk zijn

168
00:10:18,390 --> 00:10:21,030
en als U ons niet goedgezind bent.

169
00:10:21,030 --> 00:10:24,450
U hebt me niet eens verteld
wie U met me meestuurt.

170
00:10:24,450 --> 00:10:27,030
Eerder, in vers 2, zei God:

171
00:10:27,030 --> 00:10:34,290
Ik zal een engel vóór u uit zenden — Ik
zal de Kanaänieten, Amorieten, Hethieten,

172
00:10:34,290 --> 00:10:38,491
Ferezieten, Hevieten en
Jebusieten verdrijven —

173
00:10:38,491 --> 00:10:39,990
Maar Mozes zegt:

174
00:10:39,990 --> 00:10:42,450
Ik weet niet eens wie deze engel is.

175
00:10:42,450 --> 00:10:44,850
U hebt me zijn naam niet gegeven.

176
00:10:44,850 --> 00:10:48,270
U hebt niet duidelijk
gemaakt wie ons gaat leiden.

177
00:10:48,270 --> 00:10:52,230
Uiteindelijk willen we
natuurlijk dat U ons leidt, God.

178
00:10:52,230 --> 00:10:54,870
In vers 14 staat dat God zei:

179
00:10:54,870 --> 00:11:01,230
En Hij zei: Mijn aanwezigheid zal
met u meegaan en Ik zal u rust geven.

180
00:11:01,230 --> 00:11:05,970
Het is vreemd dat dit hier staat,
vanwege wat erop volgt en omdat God

181
00:11:05,970 --> 00:11:12,090
pas lijkt te beloven dat Hij met hem mee
zal gaan nadat Mozes in de volgende verzen

182
00:11:12,090 --> 00:11:13,710
enkele verzoeken doet.

183
00:11:13,710 --> 00:11:18,150
Er waren momenten in het boek Genesis
waarop een vers werd gegeven dat

184
00:11:18,150 --> 00:11:20,310
samenvatte wat erop volgde.

185
00:11:20,310 --> 00:11:22,830
Eerst werd de afloop
van een verhaal gegeven,

186
00:11:22,830 --> 00:11:27,330
maar daarna werd het verhaal dat
tot die afloop leidde verteld.

187
00:11:27,330 --> 00:11:29,790
Het is bijna alsof vers 14 een

188
00:11:29,790 --> 00:11:33,030
opschrift boven het volgende
gedeelte zou kunnen zijn:

189
00:11:33,030 --> 00:11:35,490
zo kwam God er uiteindelijk toe te zeggen:

190
00:11:35,490 --> 00:11:39,810
Ik ga met je mee en Ik zal je
rust geven, en het ging als volgt.

191
00:11:39,810 --> 00:11:42,990
Als we dit als een literair
structuurelement beschouwen,

192
00:11:42,990 --> 00:11:46,230
is het mogelijk dat God
dit niet op dit punt zei,

193
00:11:46,230 --> 00:11:48,930
maar aan het einde van het
verhaal dat hierop volgt,

194
00:11:48,930 --> 00:11:51,090
en dat dit meer als een opschrift dient.

195
00:11:51,090 --> 00:11:55,350
Sommigen van jullie hebben waarschijnlijk
Bijbels met opschriften boven de alinea’s,

196
00:11:55,350 --> 00:11:59,250
die min of meer samenvatten wat
er in de komende alinea staat.

197
00:11:59,250 --> 00:12:03,750
Misschien was dit daadwerkelijk een
ingebouwd opschrift boven wat erop volgt.

198
00:12:03,750 --> 00:12:06,810
Ik denk dat dit van tijd
tot tijd de beste manier is

199
00:12:06,810 --> 00:12:09,870
om sommige uitspraken in
het verhaal te begrijpen.

200
00:12:09,870 --> 00:12:14,010
Er wordt dan iets gezegd en daarna
wordt verteld hoe dat gebeurde.

201
00:12:14,010 --> 00:12:15,750
Toen zei hij tegen God:

202
00:12:15,750 --> 00:12:19,890
Toen zei hij tegen Hem: Als
Uw aangezicht niet meegaat,

203
00:12:19,890 --> 00:12:22,830
laat ons dan van hier niet verdertrekken.

204
00:12:22,830 --> 00:12:27,570
Als je vers 14 weglaat en het verhaal
gewoon laat doorgaan met Mozes die

205
00:12:27,570 --> 00:12:29,190
spreekt, zei hij:

206
00:12:29,190 --> 00:12:36,030
Toen zei Mozes tegen de HEERE: Zie, U zegt
tegen mij: Laat dit volk verdertrekken.

207
00:12:36,030 --> 00:12:40,350
U echter, U hebt mij niet laten
weten wie U met mij meezendt,

208
00:12:40,350 --> 00:12:45,210
terwijl U Zelf gezegd hebt:
Ik ken u bij uw naam, en ook:

209
00:12:45,210 --> 00:12:48,270
U hebt genade gevonden in Mijn ogen.

210
00:12:48,270 --> 00:12:51,930
Dit verzoek van Mozes
eindigt ermee dat God zegt:

211
00:12:51,930 --> 00:12:55,890
Oké, Ik ga met je mee
en Ik zal je rust geven.

212
00:12:55,890 --> 00:12:56,970
Hij zegt:

213
00:12:56,970 --> 00:13:01,110
Toen zei hij tegen Hem: Als
Uw aangezicht niet meegaat,

214
00:13:01,110 --> 00:13:03,870
laat ons dan van hier niet verdertrekken.

215
00:13:03,870 --> 00:13:08,670
Want hoe moet het anders bekend worden
dat ik genade gevonden heb in Uw ogen,

216
00:13:08,670 --> 00:13:10,590
ik en Uw volk?

217
00:13:10,590 --> 00:13:13,410
Is het niet daardoor
dat U met ons meegaat?

218
00:13:13,410 --> 00:13:18,510
Daardoor zullen wij, ik en Uw
volk, afgezonderd zijn van alle

219
00:13:18,510 --> 00:13:20,910
volken die er op de aardbodem zijn.

220
00:13:20,910 --> 00:13:23,190
En de Heere zei tegen Mozes:

221
00:13:23,190 --> 00:13:28,470
Toen zei de HEERE tegen Mozes: Ook
dit woord dat u spreekt, zal Ik doen,

222
00:13:28,470 --> 00:13:33,330
want u hebt genade gevonden in
Mijn ogen en Ik ken u bij uw naam.

223
00:13:33,330 --> 00:13:38,850
Deze instemming in vers 17 is in
wezen wat in vers 14 werd samengevat.

224
00:13:38,850 --> 00:13:43,710
Het lijkt erop dat Mozes vroeg of Gods
aanwezigheid met hem mee zou gaan,

225
00:13:43,710 --> 00:13:44,670
en God zegt:

226
00:13:44,670 --> 00:13:47,730
Oké, Ik zal doen wat je hebt gevraagd.

227
00:13:47,730 --> 00:13:50,070
Namelijk wat vers 14 zegt:

228
00:13:50,070 --> 00:13:54,750
En Hij zei: Moet Mijn aangezicht
meegaan om u gerust te stellen?

229
00:13:54,750 --> 00:13:57,570
De opbouw van het verhaal
heeft zijn ruwe kanten,

230
00:13:57,570 --> 00:14:01,950
waardoor het moeilijk is om precies te
weten hoe we het verloop moeten begrijpen.

231
00:14:01,950 --> 00:14:05,850
Maar God, Die had gezegd dat
Hij niet met hen mee zou gaan,

232
00:14:05,850 --> 00:14:09,090
verandert nu van gedachten
omdat Mozes zegt:

233
00:14:09,090 --> 00:14:11,310
Wij gaan niet als U niet meegaat.

234
00:14:11,310 --> 00:14:14,970
Ik denk dat God erop wachtte
opnieuw uitgenodigd te worden.

235
00:14:14,970 --> 00:14:17,310
Denk aan de verhalen over Jezus.

236
00:14:17,310 --> 00:14:20,970
Hij liep over het water en de
discipelen zaten in de boot.

237
00:14:20,970 --> 00:14:25,950
Gregg vat het vervolg zo op dat Hij hen
voorbij zou lopen totdat ze Hem aanriepen

238
00:14:25,950 --> 00:14:28,290
en Hem in de boot uitnodigden.

239
00:14:28,290 --> 00:14:31,230
Of toen Hij met de mannen
op de weg naar Emmaüs liep.

240
00:14:31,230 --> 00:14:36,330
Er staat dat Hij verder zou zijn gegaan,
maar zij nodigden Hem uit om te blijven.

241
00:14:36,330 --> 00:14:40,590
Er zijn momenten waarop God werkelijk
wacht om uitgenodigd te worden.

242
00:14:40,590 --> 00:14:45,450
Hij doet dan alsof Hij niet mee zal
gaan, of alsof Hij niet bij hen zal zijn,

243
00:14:45,450 --> 00:14:48,450
totdat ze het Hem vragen. God zei:

244
00:14:48,450 --> 00:14:51,750
naar een land dat overvloeit
van melk en honing.

245
00:14:51,750 --> 00:14:54,630
Maar Ik zal Zelf niet
in uw midden meetrekken,

246
00:14:54,630 --> 00:14:59,670
omdat u een halsstarrig volk bent en
Ik u anders onderweg zou vernietigen.

247
00:14:59,670 --> 00:15:04,950
maar Hij wacht erop dat ze Hem vragen,
Hem zelfs smeken, om mee te gaan.

248
00:15:04,950 --> 00:15:07,470
Mozes smeekt Hem inderdaad en zegt:

249
00:15:07,470 --> 00:15:09,390
Ik ga niet zonder U.

250
00:15:09,390 --> 00:15:10,830
Dus zegt God:

251
00:15:10,830 --> 00:15:16,110
Toen zei de HEERE tegen Mozes: Ook
dit woord dat u spreekt, zal Ik doen,

252
00:15:16,110 --> 00:15:20,550
want u hebt genade gevonden in
Mijn ogen en Ik ken u bij uw naam.

253
00:15:20,550 --> 00:15:22,650
—dat is wat genade betekent—

254
00:15:22,650 --> 00:15:28,230
God kent Mozes bij zijn naam, maar
Mozes wil God beter bij Naam kennen.

255
00:15:28,230 --> 00:15:30,390
In vers 18 zei Mozes:

256
00:15:30,390 --> 00:15:34,530
Toen zei Mozes : Toon
mij toch Uw heerlijkheid!

257
00:15:34,530 --> 00:15:35,910
Toen zei Hij:

258
00:15:35,910 --> 00:15:40,950
Maar Hij zei: Ík zal al Mijn
goedheid bij u voorbij laten komen,

259
00:15:40,950 --> 00:15:45,150
en in uw aanwezigheid zal Ik
de Naam van de HEERE uitroepen,

260
00:15:45,150 --> 00:15:48,450
maar Ik zal genadig zijn
voor wie Ik genadig zal zijn,

261
00:15:48,450 --> 00:15:52,170
en Ik zal Mij ontfermen over
wie Ik Mij ontfermen zal.

262
00:15:52,170 --> 00:15:53,610
Maar Hij zei:

263
00:15:53,610 --> 00:15:57,210
Hij zei verder: U zou Mijn
aangezicht niet kunnen zien,

264
00:15:57,210 --> 00:16:00,750
want geen mens kan Mij
zien en in leven blijven.

265
00:16:00,750 --> 00:16:02,250
En Jahweh zei:

266
00:16:02,250 --> 00:16:06,270
Ook zei de HEERE: Zie,
hier is een plaats bij Mij,

267
00:16:06,270 --> 00:16:08,490
waar u op de rots moet gaan staan.

268
00:16:08,490 --> 00:16:11,850
En het zal gebeuren, als Mijn
heerlijkheid voorbijtrekt,

269
00:16:11,850 --> 00:16:15,030
dat Ik u in een kloof van
de rots neer zal zetten

270
00:16:15,030 --> 00:16:19,110
en u met Mijn hand zal bedekken
totdat Ik voorbijgegaan ben.

271
00:16:19,110 --> 00:16:23,250
En zodra Ik Mijn hand wegneem,
zult u Mij van achteren zien,

272
00:16:23,250 --> 00:16:26,010
maar Mijn aangezicht
zal niet gezien worden.

273
00:16:26,010 --> 00:16:29,970
Er staat een aantal dingen
in dit gedeelte. Mozes zei:

274
00:16:29,970 --> 00:16:33,810
Laat me alstublieft Uw
heerlijkheid zien, en Hij zei:

275
00:16:33,810 --> 00:16:36,510
Nee, je kunt Mijn gezicht niet zien.

276
00:16:36,510 --> 00:16:40,410
Dat maakt duidelijk dat
wanneer er eerder, in vers 11,

277
00:16:40,410 --> 00:16:44,610
staat dat de Heere van aangezicht
tot aangezicht met Mozes sprak,

278
00:16:44,610 --> 00:16:48,750
zoals een man met zijn vriend
spreekt, dit slechts beeldspraak is.

279
00:16:48,750 --> 00:16:51,630
Mozes zag Gods aangezicht niet werkelijk.

280
00:16:51,630 --> 00:16:55,410
Niemand kan Gods aangezicht
zien en leven, zei God.

281
00:16:55,410 --> 00:16:57,750
Maar Hij sprak vertrouwelijk met hem.

282
00:16:57,750 --> 00:17:01,590
Dat is wat ‘van aangezicht
tot aangezicht’ daar betekent.

283
00:17:01,590 --> 00:17:04,950
Het betekent niet dat hij
Gods aangezicht werkelijk zag.

284
00:17:04,950 --> 00:17:08,070
Er was iets van de
heerlijkheid van God waarvan

285
00:17:08,070 --> 00:17:10,830
Mozes wist dat hij het niet had gezien.

286
00:17:10,830 --> 00:17:13,530
Hij had de wolkkolom gezien.

287
00:17:13,530 --> 00:17:18,150
Hij had ’s nachts de sjekinaglorie
als een vuurkolom gezien.

288
00:17:18,150 --> 00:17:22,890
Er waren beslist momenten waarop de
heerlijkheid van God niet alleen voor

289
00:17:22,890 --> 00:17:26,190
Mozes zichtbaar was, maar voor iedereen.

290
00:17:26,190 --> 00:17:29,250
Maar hij besefte dat die gesluierd was.

291
00:17:29,250 --> 00:17:32,550
Het was niet werkelijk
God rechtstreeks zien.

292
00:17:32,550 --> 00:17:36,870
Hij zag God niet letterlijk
van aangezicht tot aangezicht.

293
00:17:36,870 --> 00:17:38,790
Dat is wat hij wilde zien.

294
00:17:38,790 --> 00:17:42,030
Hij wilde de uitstraling zien die God is,

295
00:17:42,030 --> 00:17:47,010
zonder al die voorzieningen die deze
heerlijkheid afschermen of filteren.

296
00:17:47,010 --> 00:17:48,270
God zei:

297
00:17:48,270 --> 00:17:50,130
Dat kan Ik je niet geven.

298
00:17:50,130 --> 00:17:54,870
Ik kan je nu niet op die manier naar
Mij laten kijken, want dan ga je dood.

299
00:17:54,870 --> 00:17:58,230
Dus bied Ik je het best
mogelijke alternatief.

300
00:17:58,230 --> 00:18:00,930
In vers 19 zei Hij wat Hij zou doen:

301
00:18:00,930 --> 00:18:05,490
Maar Hij zei: Ík zal al Mijn
goedheid bij u voorbij laten komen,

302
00:18:05,490 --> 00:18:09,570
en in uw aanwezigheid zal Ik
de Naam van de HEERE uitroepen,

303
00:18:09,570 --> 00:18:13,230
maar Ik zal genadig zijn
voor wie Ik genadig zal zijn,

304
00:18:13,230 --> 00:18:17,130
en Ik zal Mij ontfermen over
wie Ik Mij ontfermen zal.

305
00:18:17,130 --> 00:18:22,230
Dit betekent blijkbaar bijna hetzelfde
als de heerlijkheid die Mozes wil zien.

306
00:18:22,230 --> 00:18:26,130
Toen zei Mozes : Toon
mij toch Uw heerlijkheid!

307
00:18:26,130 --> 00:18:33,090
Nu, het uitroepen van de Naam van Yahweh —
bedenk dat Mozes de Naam Yahweh al kende.

308
00:18:33,090 --> 00:18:36,090
Abraham, Izak en Jakob kenden die ook.

309
00:18:36,090 --> 00:18:39,570
Maar het uitroepen van de Naam
van Yahweh verwijst in feite,

310
00:18:39,570 --> 00:18:42,330
zoals ik al eerder heb
gezegd, naar het karakter,

311
00:18:42,330 --> 00:18:45,930
de reputatie en de identiteit
van de Persoon Zelf,

312
00:18:45,930 --> 00:18:49,290
en niet alleen naar het woord
waaronder Hij bekendstaat

313
00:18:49,290 --> 00:18:51,630
of waarmee Hij wordt aangesproken.

314
00:18:51,630 --> 00:18:57,570
God roept Zijn Naam daadwerkelijk uit in
het volgende hoofdstuk, in vers 6 en 7,

315
00:18:57,570 --> 00:19:02,610
en daar kun je zien wat het betekent
dat Hij de Naam van Yahweh uitroept.

316
00:19:02,610 --> 00:19:06,870
In hoofdstuk 34, vers 6 en 7, staat:

317
00:19:06,870 --> 00:19:12,030
Toen de HEERE bij hem voorbijkwam,
riep Hij: HEERE, HEERE, God,

318
00:19:12,030 --> 00:19:17,670
barmhartig en genadig, geduldig en
rijk aan goedertierenheid en trouw,

319
00:19:17,670 --> 00:19:22,590
Die goedertierenheid blijft bewijzen
aan duizenden, Die ongerechtigheid,

320
00:19:22,590 --> 00:19:28,710
overtreding en zonde vergeeft, maar Die de
schuldige zeker niet voor onschuldig houdt

321
00:19:28,710 --> 00:19:33,090
en de ongerechtigheid van de vaders
vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen,

322
00:19:33,090 --> 00:19:35,851
tot in het derde en vierde geslacht .

323
00:19:35,851 --> 00:19:39,630
Dat is het uitroepen van Zijn
Naam, maar wat Hij in feite doet,

324
00:19:39,630 --> 00:19:42,390
is beschrijven wat voor Persoon Hij is.

325
00:19:42,390 --> 00:19:44,130
Het is Zijn karakter.

326
00:19:44,130 --> 00:19:49,170
Zijn Naam is eenvoudigweg een verwijzing
naar Zijn reputatie of karakter.

327
00:19:49,170 --> 00:19:52,350
Dat geldt in bijna de hele
Bijbel: wanneer het woord

328
00:19:52,350 --> 00:19:54,930
‘naam’ wordt toegepast op de Naam van God,

329
00:19:54,930 --> 00:19:58,170
of in sommige gevallen zelfs
op de namen van mensen,

330
00:19:58,170 --> 00:20:00,330
verwijst het naar hun karakter.

331
00:20:00,330 --> 00:20:04,110
Verderop, in hoofdstuk
34, vers 14, zegt Hij:

332
00:20:04,110 --> 00:20:07,170
— want u mag zich niet
neerbuigen voor een andere god:

333
00:20:07,170 --> 00:20:10,950
de Naam van de HEERE is
immers de Na-ijverige.

334
00:20:10,950 --> 00:20:13,351
Een na-ijverig God is Hij —

335
00:20:13,351 --> 00:20:15,630
De Naam van Yahweh is Jaloers.

336
00:20:15,630 --> 00:20:20,490
Dat betekent dat Zijn karakter dat is
van een echtgenoot die jaloers is om zijn

337
00:20:20,490 --> 00:20:24,210
vrouw, wat trouwens deel
uitmaakt van liefde.

338
00:20:24,210 --> 00:20:29,190
Als een man jaloers is om zijn vrouw,
betekent dit dat hij van haar houdt en het

339
00:20:29,190 --> 00:20:33,090
verbond zo waardevol vindt dat
hij daar aanspraak op maakt.

340
00:20:33,090 --> 00:20:38,130
En zo is God, vanwege Zijn liefde
voor Israël, jaloers om Israël.

341
00:20:38,130 --> 00:20:42,450
Maar waar het hier om gaat, is dat
het uitroepen van de Naam van de Heere

342
00:20:42,450 --> 00:20:49,710
in feite een bekendmaking is van wat voor
God, wat voor Persoon, God is. Mozes zei:

343
00:20:49,710 --> 00:20:51,930
Ik wil Uw heerlijkheid zien.

344
00:20:51,930 --> 00:20:56,070
God zegt: ‘Wel, Ik kan je niet
precies Mijn heerlijkheid laten

345
00:20:56,070 --> 00:20:58,230
zien, Mijn aangezicht.

346
00:20:58,230 --> 00:21:01,170
Maar Ik kan je er wel over laten horen.

347
00:21:01,170 --> 00:21:03,090
Ik kan het aan je beschrijven.

348
00:21:03,090 --> 00:21:06,150
Ik kan bekendmaken hoe Mijn karakter is.

349
00:21:06,150 --> 00:21:07,950
Dat is Mijn heerlijkheid.

350
00:21:07,950 --> 00:21:13,170
Mijn karakter is Mijn heerlijkheid, en
dat is het beste wat Ik voor je kan doen.

351
00:21:13,170 --> 00:21:16,350
Ik zal ook Mijn goedheid
aan je voorbij laten gaan.’

352
00:21:16,350 --> 00:21:22,290
Dat betekent dat er ergens in deze berg
een plek is, deze grot, deze spelonk.

353
00:21:22,290 --> 00:21:26,610
‘Ga daar naar binnen, en Ik zal die plek
op de een of andere manier afdekken,

354
00:21:26,610 --> 00:21:30,030
zodat je Mij niet kunt zien
terwijl Ik voorbijkom.’

355
00:21:30,030 --> 00:21:32,610
Blijkbaar ging God zichtbaar voorbij.

356
00:21:32,610 --> 00:21:37,530
Het is bijna alsof iemand die keek God
zou hebben gezien en gestorven zou zijn.

357
00:21:37,530 --> 00:21:39,930
Maar Mozes mocht niet kijken.

358
00:21:39,930 --> 00:21:43,590
De grot waarin Mozes zich
bevond, werd afgedekt.

359
00:21:43,590 --> 00:21:48,450
Toen God voorbijgegaan was, kon
Mozes naar buiten kijken en zag hij,

360
00:21:48,450 --> 00:21:51,870
misschien in de verte,
de achterzijde van God.

361
00:21:51,870 --> 00:21:56,670
Sommige mensen vatten dit op als de
nagloed nadat God voorbijgegaan was:

362
00:21:56,670 --> 00:22:01,590
de hele grond en alles eromheen had
tijdelijk een gloed gekregen doordat

363
00:22:01,590 --> 00:22:03,390
Hij voorbijgegaan was.

364
00:22:03,390 --> 00:22:06,270
Het is niet duidelijk,
maar ik denk dat Paulus,

365
00:22:06,270 --> 00:22:09,390
wanneer hij hierover
spreekt in 2 Korinthe 3,

366
00:22:09,390 --> 00:22:13,530
waarschijnlijk zou aangeven dat
de achterzijde van God die kant is

367
00:22:13,530 --> 00:22:15,990
die in het oude verbond wordt geopenbaard.

368
00:22:15,990 --> 00:22:20,010
Zijn aangezicht en Zijn gunst worden
in het nieuwe verbond getoond.

369
00:22:20,010 --> 00:22:23,850
Maar de wet, die Paulus de
bediening van de veroordeling noemt,

370
00:22:23,850 --> 00:22:26,310
is in feite Gods achterzijde.

371
00:22:26,310 --> 00:22:30,150
Het is een aspect van God, maar
niet het heerlijkste aspect.

372
00:22:30,150 --> 00:22:32,190
Het is niet het deel dat Zijn karakter

373
00:22:32,190 --> 00:22:35,130
en Zijn aangezicht
werkelijk aan je openbaart,

374
00:22:35,130 --> 00:22:39,630
zoals dat op de allerhoogste wijze
gebeurt in het aangezicht van Jezus.

375
00:22:39,630 --> 00:22:42,210
Ik loop hier op de zaken vooruit.

376
00:22:42,210 --> 00:22:46,830
We zien in hoofdstuk 34 dat
het aangezicht van Mozes,

377
00:22:46,830 --> 00:22:50,730
blijkbaar doordat hij de heerlijkheid
van Gods achterzijde had gezien,

378
00:22:50,730 --> 00:22:54,390
iets van die heerlijkheid
had overgenomen en straalde.

379
00:22:54,390 --> 00:22:58,410
We zullen daarover lezen in de
laatste verzen van hoofdstuk 34,

380
00:22:58,410 --> 00:23:02,010
de verzen 29 tot en met 35.

381
00:23:02,010 --> 00:23:04,110
Daar komen we nu niet aan toe.

382
00:23:04,110 --> 00:23:07,650
Ik wil dat nu niet lezen;
dat lezen we later.

383
00:23:07,650 --> 00:23:11,850
Maar blijkbaar was die heerlijkheid
zo intens en zo aanstekelijk,

384
00:23:11,850 --> 00:23:14,850
alleen al doordat Mozes niet
eens het aangezicht van God

385
00:23:14,850 --> 00:23:17,610
zag maar slechts de achterzijde van God,

386
00:23:17,610 --> 00:23:21,990
dat het aangezicht van Mozes
zelf die glans overnam.

387
00:23:21,990 --> 00:23:26,850
Blijkbaar bleef die dagenlang,
zo niet wekenlang, zichtbaar,

388
00:23:26,850 --> 00:23:29,550
hoewel hij uiteindelijk wel vervaagde.

389
00:23:29,550 --> 00:23:34,350
En toch kwam dat alleen maar doordat
hij de achterzijde van God had gezien.

390
00:23:34,350 --> 00:23:39,990
Paulus wil in 2 Korinthe 3 van dit hele
gebeuren rond het stralende aangezicht van

391
00:23:39,990 --> 00:23:44,610
Mozes een belangrijk punt maken en
het tegenover de heerlijkheid van het

392
00:23:44,610 --> 00:23:46,410
nieuwe verbond stellen.

393
00:23:46,410 --> 00:23:50,490
Heerlijkheid is een interessant
woord, want aan de ene kant

394
00:23:50,490 --> 00:23:53,010
betekent heerlijkheid uitstraling.

395
00:23:53,010 --> 00:23:56,550
Paulus spreekt op een andere
plaats over die uitstraling:

396
00:23:56,550 --> 00:24:01,710
De glans van de zon is verschillend, en
de glans van de maan is verschillend,

397
00:24:01,710 --> 00:24:04,350
en de glans van de
sterren is verschillend,

398
00:24:04,350 --> 00:24:08,790
want de ene ster verschilt
in glans van de andere ster.

399
00:24:08,790 --> 00:24:12,330
Hij bedoelt de uitstraling, de helderheid.

400
00:24:12,330 --> 00:24:17,070
Het woord ‘heerlijkheid’ heeft inderdaad
die betekenis van helderheid of

401
00:24:17,070 --> 00:24:21,570
uitstraling, maar het heeft, zoals
we weten, ook de betekenis van

402
00:24:21,570 --> 00:24:24,330
eer, aanzien, enzovoort.

403
00:24:24,330 --> 00:24:27,390
Wanneer we bidden dat God
verheerlijkt zal worden,

404
00:24:27,390 --> 00:24:31,830
bidden we niet dat Hij stralender
zal worden, maar dat Zijn reputatie,

405
00:24:31,830 --> 00:24:36,270
Zijn roem en Zijn aanzien onder
de mensen zullen toenemen.

406
00:24:36,270 --> 00:24:41,310
Paulus gebruikt dit om te laten zien
dat het oude verbond een zeker aanzien,

407
00:24:41,310 --> 00:24:45,810
een zekere eer en majesteit
bezat, een bepaalde heerlijkheid

408
00:24:45,810 --> 00:24:48,630
die met het oude verbond verbonden was.

409
00:24:48,630 --> 00:24:51,810
Hij gebruikt de dubbele
betekenis van het woord dat in de

410
00:24:51,810 --> 00:24:56,130
gebruikte Engelse vertaling
met „glory” wordt weergegeven:

411
00:24:56,130 --> 00:25:00,330
dat kan zowel heerlijkheid
als uitstraling aanduiden.

412
00:25:00,330 --> 00:25:04,710
In de aangehaalde Nederlandse vertaling
is dit woordspel verdeeld over

413
00:25:04,710 --> 00:25:07,350
„heerlijkheid” en „glans”.

414
00:25:07,350 --> 00:25:11,910
Hij spreekt over de uitstraling, de
heerlijkheid van het oude verbond,

415
00:25:11,910 --> 00:25:15,630
die zichtbaar was in het feit dat
het gezicht van Mozes straalde,

416
00:25:15,630 --> 00:25:17,850
hoewel die glans vervaagde.

417
00:25:17,850 --> 00:25:21,570
Waar Paulus op wijst, is dat
ook het oude verbond vervaagde,

418
00:25:21,570 --> 00:25:24,990
dat die heerlijkheid een
geringere heerlijkheid was.

419
00:25:24,990 --> 00:25:27,630
Het nieuwe verbond heeft
een grotere heerlijkheid,

420
00:25:27,630 --> 00:25:31,890
en ook daarvan wordt gezegd dat die
in zekere zin op uitstraling lijkt,

421
00:25:31,890 --> 00:25:32,970
zoals we zullen zien.

422
00:25:32,970 --> 00:25:38,010
Als je kijkt naar 2 Korinthe,
hoofdstuk 3, zegt hij in vers 6

423
00:25:38,010 --> 00:25:42,330
dat God ons bekwaam heeft gemaakt
als dienaren van het nieuwe verbond,

424
00:25:42,330 --> 00:25:44,850
niet van de letter maar van de Geest.

425
00:25:44,850 --> 00:25:50,190
Hij bedoelt dat de letter het oude
verbond is en de Geest het nieuwe verbond.

426
00:25:50,190 --> 00:25:55,111
Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om
dienaars van het nieuwe verbond te zijn ,

427
00:25:55,111 --> 00:25:58,950
niet van de letter, maar van
de Geest; want de letter doodt,

428
00:25:58,950 --> 00:26:01,170
maar de Geest maakt levend.

429
00:26:01,170 --> 00:26:05,250
Dat wil zeggen: het oude
verbond veroordeelt en doodt,

430
00:26:05,250 --> 00:26:08,610
maar de Geest van het
nieuwe verbond maakt levend.

431
00:26:08,610 --> 00:26:11,730
Dat zagen we natuurlijk in
het feit dat er bij de berg

432
00:26:11,730 --> 00:26:16,530
Sinaï drieduizend mensen werden gedood,
terwijl er drieduizend mensen werden

433
00:26:16,530 --> 00:26:19,770
gered toen de Geest met
Pinksteren werd gegeven.

434
00:26:19,770 --> 00:26:23,850
Als nu de bediening van de dood,
met letters in stenen gegrift,

435
00:26:23,850 --> 00:26:28,290
in heerlijkheid was, zodat de Israëlieten
hun ogen niet op het gezicht van

436
00:26:28,290 --> 00:26:32,310
Mozes gericht konden houden vanwege
de heerlijkheid van zijn gezicht,

437
00:26:32,310 --> 00:26:34,230
hoewel die tenietgedaan zou worden,

438
00:26:34,230 --> 00:26:37,050
Hij heeft hier de Tien
Geboden in gedachten,

439
00:26:37,050 --> 00:26:39,060
maar die vertegenwoordigen de hele wet.

440
00:26:39,060 --> 00:26:44,730
Niet alleen de Tien Geboden, maar de hele
wet, met inbegrip van de Tien Geboden.

441
00:26:44,730 --> 00:26:48,030
Dat noemt hij de bediening
van de dood. Waarom?

442
00:26:48,030 --> 00:26:52,290
Omdat die mensen ter dood veroordeelt
wanneer ze haar overtreden.

443
00:26:52,290 --> 00:26:56,310
hoeveel te meer zal dan de bediening
van de Geest in heerlijkheid zijn?

444
00:26:56,310 --> 00:27:00,090
Want als de bediening van de
verdoemenis al heerlijkheid geweest is,

445
00:27:00,090 --> 00:27:04,170
veel meer is de bediening van de
gerechtigheid overvloedig in heerlijkheid.

446
00:27:04,170 --> 00:27:07,410
De bediening van de Geest
en van de gerechtigheid

447
00:27:07,410 --> 00:27:11,730
duidt hier op het nieuwe verbond;
de bediening van de verdoemenis

448
00:27:11,730 --> 00:27:13,170
duidt op het oude verbond.

449
00:27:13,170 --> 00:27:17,310
We slaan hier een gedeelte over
en komen daar later op terug.

450
00:27:17,310 --> 00:27:19,710
Vervolgens zegt hij in vers 12:

451
00:27:19,710 --> 00:27:22,410
Omdat wij dan een
dergelijke hoop bezitten,

452
00:27:22,410 --> 00:27:26,910
gaan wij met veel vrijmoedigheid te
werk, en doen wij niet zoals Mozes,

453
00:27:26,910 --> 00:27:29,190
die een bedekking op zijn gezicht legde,

454
00:27:29,190 --> 00:27:33,390
opdat de Israëlieten hun ogen niet
gericht zouden houden op het einddoel van

455
00:27:33,390 --> 00:27:35,070
wat tenietgedaan wordt.

456
00:27:35,070 --> 00:27:38,370
Maar hun gedachten werden
verhard, want tot op heden

457
00:27:38,370 --> 00:27:41,850
blijft diezelfde bedekking bij
het lezen van het Oude Testament,

458
00:27:41,850 --> 00:27:43,770
zonder te worden weggenomen.

459
00:27:43,770 --> 00:27:47,370
Die bedekking wordt
tenietgedaan in Christus.

460
00:27:47,370 --> 00:27:53,190
Ja, tot op heden ligt er, wanneer Mozes
gelezen wordt, een bedekking op hun hart.

461
00:27:53,190 --> 00:27:57,870
Maar wanneer het zich tot de Heere
bekeert, wordt de bedekking weggenomen.

462
00:27:57,870 --> 00:28:03,870
De Heere nu is de Geest; en waar de
Geest van de Heere is, daar is vrijheid.

463
00:28:03,870 --> 00:28:08,850
Wij allen nu, die met onbedekt gezicht
de heerlijkheid van de Heere als in een

464
00:28:08,850 --> 00:28:13,770
spiegel aanschouwen, worden van
gedaante veranderd naar hetzelfde beeld,

465
00:28:13,770 --> 00:28:18,630
van heerlijkheid tot heerlijkheid,
zoals dit door de Geest van de Heere

466
00:28:18,630 --> 00:28:19,951
bewerkt wordt .

467
00:28:19,951 --> 00:28:22,230
Of: het oude verbond.

468
00:28:22,230 --> 00:28:26,010
Anders dan Mozes bedekken wij
ons gezicht niet met een sluier.

469
00:28:26,010 --> 00:28:29,610
Het oude verbond heeft een
vervagende heerlijkheid.

470
00:28:29,610 --> 00:28:34,050
Dat wordt uitgebeeld door het feit dat
de heerlijkheid van het oude verbond

471
00:28:34,050 --> 00:28:38,610
in zekere zin op het gezicht
van Mozes kwam, maar vervaagde.

472
00:28:38,610 --> 00:28:42,870
De heerlijkheid van het nieuwe
verbond is het tegenovergestelde.

473
00:28:42,870 --> 00:28:46,410
Omdat wij geen sluier
dragen en naar Jezus kijken,

474
00:28:46,410 --> 00:28:51,090
worden we veranderd en ontvangen we een
steeds grotere mate van heerlijkheid.

475
00:28:51,090 --> 00:28:54,810
Deze heerlijkheid vervaagt
niet, maar wordt sterker.

476
00:28:54,810 --> 00:28:57,510
Terwijl we de heerlijkheid
van de Heere aanschouwen,

477
00:28:57,510 --> 00:29:01,110
worden we van heerlijkheid tot
heerlijkheid veranderd naar het

478
00:29:01,110 --> 00:29:02,850
beeld van Christus.

479
00:29:02,850 --> 00:29:08,430
Wat hij zegt, is dat het oude verbond een
glimp van Gods heerlijkheid liet zien.

480
00:29:08,430 --> 00:29:12,570
Het was beslist niet het beste beeld
waarop iemand zou kunnen hopen.

481
00:29:12,570 --> 00:29:16,530
In het gezicht van Jezus krijgen
we daar een betere glimp van.

482
00:29:16,530 --> 00:29:20,970
In 2 Korinthe, hoofdstuk
4, vers 6, staat zelfs:

483
00:29:20,970 --> 00:29:25,710
Want God, Die gezegd heeft dat het
licht uit de duisternis zou schijnen,

484
00:29:25,710 --> 00:29:30,330
is ook Degene Die in onze harten
geschenen heeft tot verlichting

485
00:29:30,330 --> 00:29:35,610
met de kennis van de heerlijkheid van
God in het aangezicht van Jezus Christus.

486
00:29:35,610 --> 00:29:39,210
In het gezicht van Christus
zien we de heerlijkheid van God,

487
00:29:39,210 --> 00:29:41,250
het karakter van God.

488
00:29:41,250 --> 00:29:45,690
De heerlijkheid van God en het
karakter van God zijn hetzelfde.

489
00:29:45,690 --> 00:29:50,190
Het is het karakter van God
dat in Christus zichtbaar is.

490
00:29:50,190 --> 00:29:53,370
Wanneer we van heerlijkheid tot
heerlijkheid naar het beeld van

491
00:29:53,370 --> 00:29:57,450
Christus worden veranderd, is het
ons karakter dat veranderd wordt.

492
00:29:57,450 --> 00:30:00,210
Ons gezicht straalt niet werkelijk.

493
00:30:00,210 --> 00:30:02,490
Mensen zien geen licht op ons gezicht,

494
00:30:02,490 --> 00:30:06,870
maar ons karakter wordt veranderd
naar het beeld van Zijn karakter.

495
00:30:06,870 --> 00:30:10,770
Zijn heerlijkheid, Zijn
Naam, Zijn karakter:

496
00:30:10,770 --> 00:30:15,390
dit zijn allemaal min of meer
onderling verwisselbare begrippen.

497
00:30:15,390 --> 00:30:19,590
Paulus neemt deze begrippen en zegt dat
het oude verbond iets van het karakter

498
00:30:19,590 --> 00:30:23,790
van God openbaarde, maar niet
het meest wenselijke deel ervan.

499
00:30:23,790 --> 00:30:26,610
Het was bij wijze van
spreken Zijn achterkant,

500
00:30:26,610 --> 00:30:29,070
hoewel Paulus die
uitdrukking niet gebruikt.

501
00:30:29,070 --> 00:30:34,530
Maar hij zegt wel dat het de veroordelende
kant was, de dodelijke kant van God,

502
00:30:34,530 --> 00:30:37,410
de kant van Gods strenge eisen.

503
00:30:37,410 --> 00:30:40,770
Maar in Christus zien we
de andere kant van God,

504
00:30:40,770 --> 00:30:46,050
een heerlijkheid die groter is dan
de heerlijkheid van het oude verbond.

505
00:30:46,050 --> 00:30:51,090
Deze gedachten lopen min of meer door
elkaar heen in dit verhaal over Gods Naam

506
00:30:51,090 --> 00:30:52,710
en Zijn goedheid.

507
00:30:52,710 --> 00:30:58,170
Deze dingen vormen Zijn heerlijkheid,
die Mozes verlangt te zien.

508
00:30:58,170 --> 00:31:04,290
Mozes zal daar iets van zien, maar
hij zal het gezicht van God niet zien.

509
00:31:04,290 --> 00:31:07,110
Wij zien dat in Jezus Christus.

510
00:31:07,110 --> 00:31:09,750
Wij ontvangen de kennis
van de heerlijkheid van God

511
00:31:09,750 --> 00:31:16,710
in het gezicht van Jezus, zoals in 2
Korinthe, hoofdstuk 4, vers 6, staat.

512
00:31:16,710 --> 00:31:21,870
Mozes heeft het gezicht van God nooit
gezien zoals wij dat in Christus zien:

513
00:31:21,870 --> 00:31:24,270
het glimlachende gezicht van God.

514
00:31:24,270 --> 00:31:26,790
Zij zagen de strenge kant van God.

515
00:31:26,790 --> 00:31:31,110
In dit gedeelte aan het einde
van Exodus 33 staat een vers

516
00:31:31,110 --> 00:31:33,810
dat in het Nieuwe
Testament wordt aangehaald.

517
00:31:33,810 --> 00:31:36,990
Het staat daar aan het einde van vers 19.

518
00:31:36,990 --> 00:31:40,410
In Exodus 33:19 zegt God:

519
00:31:40,410 --> 00:31:44,910
Maar Hij zei: Ík zal al Mijn
goedheid bij u voorbij laten komen,

520
00:31:44,910 --> 00:31:49,050
en in uw aanwezigheid zal Ik
de Naam van de HEERE uitroepen,

521
00:31:49,050 --> 00:31:52,590
maar Ik zal genadig zijn
voor wie Ik genadig zal zijn,

522
00:31:52,590 --> 00:31:56,490
en Ik zal Mij ontfermen over
wie Ik Mij ontfermen zal.

523
00:31:56,490 --> 00:31:59,790
Dit wordt door Paulus
aangehaald in Romeinen 9,

524
00:31:59,790 --> 00:32:02,070
wanneer hij het over uitverkiezing heeft.

525
00:32:02,070 --> 00:32:05,850
Ook hier zijn verschillende
mensen het oneens over de vraag

526
00:32:05,850 --> 00:32:08,430
welk soort uitverkiezing Paulus bedoelt.

527
00:32:08,430 --> 00:32:12,750
Maar in Romeinen 9, vers 14 en 15, staat:

528
00:32:12,750 --> 00:32:14,430
Wat zullen wij dan zeggen?

529
00:32:14,430 --> 00:32:18,030
Is er onrechtvaardigheid
bij God? Volstrekt niet!

530
00:32:18,030 --> 00:32:22,950
Want Hij zegt tegen Mozes: Ik zal
Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm

531
00:32:22,950 --> 00:32:26,850
en zal barmhartig zijn
voor wie Ik barmhartig ben.

532
00:32:26,850 --> 00:32:31,470
God bewijst barmhartigheid aan wie
Hij maar barmhartigheid wil bewijzen,

533
00:32:31,470 --> 00:32:35,490
en ontfermt Zich over wie
Hij Zich maar wil ontfermen.

534
00:32:35,490 --> 00:32:38,250
Dat is natuurlijk de
aard van barmhartigheid.

535
00:32:38,250 --> 00:32:41,430
Barmhartigheid is niet iets
waar iemand recht op heeft;

536
00:32:41,430 --> 00:32:43,470
ze wordt gratis aangeboden.

537
00:32:43,470 --> 00:32:48,810
Als iemand er recht op heeft, dan is het
geen barmhartigheid, maar gerechtigheid.

538
00:32:48,810 --> 00:32:53,250
Barmhartigheid en ontferming zijn dingen
die iemand vanuit de goedheid van zijn

539
00:32:53,250 --> 00:32:58,050
hart aanbiedt, wanneer hij in zijn
hart goedgezind is tegenover iemand.

540
00:32:58,050 --> 00:33:02,250
Paulus zegt dus dat God het recht heeft
barmhartigheid te bewijzen aan wie

541
00:33:02,250 --> 00:33:03,510
Hij maar wil.

542
00:33:03,510 --> 00:33:06,750
Helaas denken veel mensen
dat hier wordt gezegd dat God

543
00:33:06,750 --> 00:33:11,610
willekeurig aan sommigen barmhartigheid
bewijst, zonder dat Hij iets in hen ziet.

544
00:33:11,610 --> 00:33:14,130
Maar dat wordt helemaal niet gesuggereerd.

545
00:33:14,130 --> 00:33:18,630
God bewijst barmhartigheid aan wie
Hij maar barmhartigheid wil bewijzen.

546
00:33:18,630 --> 00:33:22,650
Maar wordt er ergens beschreven aan welke
categorieën mensen God barmhartigheid

547
00:33:22,650 --> 00:33:25,050
wil bewijzen? Natuurlijk.

548
00:33:25,050 --> 00:33:27,810
In een van de zaligsprekingen zei Jezus:

549
00:33:27,810 --> 00:33:32,610
Zalig zijn de barmhartigen, want aan
hen zal barmhartigheid bewezen worden.

550
00:33:32,610 --> 00:33:34,350
Jezus zei herhaaldelijk:

551
00:33:34,350 --> 00:33:36,990
Want als u de mensen hun
overtredingen vergeeft,

552
00:33:36,990 --> 00:33:39,870
zal uw hemelse Vader u ook vergeven.

553
00:33:39,870 --> 00:33:44,910
Dan bewijst Hij jou barmhartigheid omdat
jij anderen barmhartigheid hebt bewezen.

554
00:33:44,910 --> 00:33:48,990
Maar Hij zei dat als je anderen niet
vergeeft, Hij jou niet zal vergeven.

555
00:33:48,990 --> 00:33:52,170
Barmhartigheid wordt dus
bewezen aan degenen die

556
00:33:52,170 --> 00:33:54,510
barmhartig zijn tegenover anderen.

557
00:33:54,510 --> 00:33:59,010
Dat God barmhartigheid bewijst aan wie
Hij maar barmhartigheid wil bewijzen,

558
00:33:59,010 --> 00:34:02,610
betekent niet dat Hij willekeurig
barmhartigheid wil bewijzen,

559
00:34:02,610 --> 00:34:05,730
zonder rekening te houden met
de mensen die haar ontvangen.

560
00:34:05,730 --> 00:34:08,970
Hij bewijst barmhartigheid
wanneer Hij dat gepast vindt,

561
00:34:08,970 --> 00:34:13,830
en Hij vindt dat gepast wanneer Hij mensen
aantreft die voldoen aan de voorwaarden om

562
00:34:13,830 --> 00:34:15,990
Zijn barmhartigheid te ontvangen.

563
00:34:15,990 --> 00:34:20,010
Als zij barmhartig zijn, zal
Hij hun barmhartigheid bewijzen.

564
00:34:20,010 --> 00:34:24,510
Hij geeft genade aan de nederigen,
maar Hij weerstaat de hoogmoedigen.

565
00:34:24,510 --> 00:34:27,150
Degenen die hun vertrouwen
op Christus stellen,

566
00:34:27,150 --> 00:34:31,590
behoren beslist tot degenen die Zijn
genade en Zijn barmhartigheid ontvangen,

567
00:34:31,590 --> 00:34:35,370
want wij worden door genade
behouden, door het geloof.

568
00:34:35,370 --> 00:34:38,730
Wanneer je Paulus dit vers laat
aanhalen alsof hij zegt dat God

569
00:34:38,730 --> 00:34:42,390
willekeurig barmhartigheid en
ontferming bewijst, op grond van

570
00:34:42,390 --> 00:34:46,290
een of andere keuze die Hij vóór het
ontstaan van de aarde heeft gemaakt

571
00:34:46,290 --> 00:34:49,170
en zonder rekening te houden
met iets in de mensen,

572
00:34:49,170 --> 00:34:54,690
laat je Paulus zijn eigen onderwijs elders
en het onderwijs van Jezus tegenspreken.

573
00:34:54,690 --> 00:34:58,830
Paulus wist heel goed dat God geen
barmhartigheid aan mensen bewijst

574
00:34:58,830 --> 00:35:02,610
tenzij zij voldoen aan de
voorwaarden van geloof in Christus,

575
00:35:02,610 --> 00:35:06,030
nederigheid en die andere
dingen die voorwaarden zijn.

576
00:35:06,030 --> 00:35:07,710
Alleen omdat God zei:

577
00:35:07,710 --> 00:35:12,390
Maar Hij zei: Ík zal al Mijn
goedheid bij u voorbij laten komen,

578
00:35:12,390 --> 00:35:16,110
en in uw aanwezigheid zal Ik
de Naam van de HEERE uitroepen,

579
00:35:16,110 --> 00:35:19,530
maar Ik zal genadig zijn
voor wie Ik genadig zal zijn,

580
00:35:19,530 --> 00:35:23,310
en Ik zal Mij ontfermen over
wie Ik Mij ontfermen zal.

581
00:35:23,310 --> 00:35:27,450
enzovoort, betekent dat niet dat
Hij zegt dat dit van Zijn kant een

582
00:35:27,450 --> 00:35:29,370
willekeurige beslissing is.

583
00:35:29,370 --> 00:35:33,390
Het betekent alleen dat Hij het recht
heeft barmhartigheid te bewijzen

584
00:35:33,390 --> 00:35:36,990
aan welke mensen Hij maar
wil, en niet aan anderen.

585
00:35:36,990 --> 00:35:40,410
Als Hij geen barmhartigheid wil
bewijzen aan de hoogmoedigen,

586
00:35:40,410 --> 00:35:42,450
dan hoeft Hij dat ook niet te doen.

587
00:35:42,450 --> 00:35:48,570
God had tenslotte eerder,
in Exodus 32:33, al gezegd:

588
00:35:48,570 --> 00:35:52,590
Toen zei de HEERE tegen
Mozes: Wie tegen Mij zondigt,

589
00:35:52,590 --> 00:35:54,690
zal Ik uit Mijn boek schrappen.

590
00:35:54,690 --> 00:36:00,390
Dat wil zeggen dat Gods toorn en oordeel
komen over de mensen die dat verdienen.

591
00:36:00,390 --> 00:36:04,110
Bij Zijn beslissing om wel of
geen barmhartigheid te bewijzen,

592
00:36:04,110 --> 00:36:07,590
houdt Hij dus wel degelijk
rekening met dingen in mensen.

593
00:36:07,590 --> 00:36:09,690
Maar niemand kan erop staan dat Hij

594
00:36:09,690 --> 00:36:12,870
barmhartigheid bewijst als
Hij daar niet voor kiest.

595
00:36:12,870 --> 00:36:15,510
Mensen hebben nooit
recht op barmhartigheid.

596
00:36:15,510 --> 00:36:19,410
We gaan verder met
hoofdstuk 34. Daar staat:

597
00:36:19,410 --> 00:36:24,390
Toen zei de HEERE tegen Mozes: Houw
twee stenen tafelen voor u uit,

598
00:36:24,390 --> 00:36:29,370
zoals de eerste, dan zal Ik op die tafelen
de woorden schrijven die op de eerste

599
00:36:29,370 --> 00:36:32,730
tafelen stonden, die u
in stukken gebroken hebt.

600
00:36:32,730 --> 00:36:38,130
Mozes moest het tweede stel stenen
tafelen dus daadwerkelijk zelf maken.

601
00:36:38,130 --> 00:36:40,170
God had de eerste gemaakt.

602
00:36:40,170 --> 00:36:44,310
Mozes moest ze vervangen: je
breekt het, dan heb je het gekocht;

603
00:36:44,310 --> 00:36:45,810
je moet het vervangen.

604
00:36:45,810 --> 00:36:50,130
Maar God schreef er niettemin voor
hem op, want dat zou moeilijker zijn.

605
00:36:50,130 --> 00:36:52,830
Dat wil zeggen: Mozes deed dat.

606
00:36:52,830 --> 00:36:56,430
zoals Hij in het vorige hoofdstuk
had beloofd te zullen doen.

607
00:36:56,430 --> 00:36:58,950
Dit was een reactie op wat Mozes zei:

608
00:36:58,950 --> 00:37:02,670
Toen zei Mozes : Toon
mij toch Uw heerlijkheid!

609
00:37:02,670 --> 00:37:05,550
Dichterbij dan dit zal hij niet komen.

610
00:37:05,550 --> 00:37:11,010
Toen de HEERE bij hem voorbijkwam,
riep Hij: HEERE, HEERE, God,

611
00:37:11,010 --> 00:37:16,170
barmhartig en genadig, geduldig en
rijk aan goedertierenheid en trouw,

612
00:37:16,170 --> 00:37:21,810
Hij spreekt ook over Zijn toorn, maar Hij
begint met Zijn voornaamste eigenschappen.

613
00:37:21,810 --> 00:37:27,570
Zijn voornaamste eigenschappen zijn
barmhartigheid, genade en lankmoedigheid,

614
00:37:27,570 --> 00:37:29,370
wat geduld betekent:

615
00:37:29,370 --> 00:37:34,890
Toen de HEERE bij hem voorbijkwam,
riep Hij: HEERE, HEERE, God,

616
00:37:34,890 --> 00:37:40,950
barmhartig en genadig, geduldig en
rijk aan goedertierenheid en trouw,

617
00:37:40,950 --> 00:37:43,530
Veel geleerden menen
dat Johannes in Johannes

618
00:37:43,530 --> 00:37:47,130
hoofdstuk 1 deze woorden
citeert of erop zinspeelt:

619
00:37:47,130 --> 00:37:52,890
overvloedig in goedheid en trouw, wanneer
hij de menswording van Jezus beschrijft.

620
00:37:52,890 --> 00:37:55,470
In Johannes 1:14 staat:

621
00:37:55,470 --> 00:37:59,370
En het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond

622
00:37:59,370 --> 00:38:01,890
(en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien,

623
00:38:01,890 --> 00:38:08,130
een heerlijkheid als van de Eniggeborene
van de Vader), vol van genade en waarheid.

624
00:38:08,130 --> 00:38:12,450
Nu wordt gedacht dat de Griekse
woorden misschien Johannes’ manier zijn

625
00:38:12,450 --> 00:38:15,570
om het equivalent van deze
woorden weer te geven:

626
00:38:15,570 --> 00:38:21,810
Toen de HEERE bij hem voorbijkwam,
riep Hij: HEERE, HEERE, God,

627
00:38:21,810 --> 00:38:28,110
barmhartig en genadig, geduldig en
rijk aan goedertierenheid en trouw,

628
00:38:28,110 --> 00:38:34,170
„Vol van genade en waarheid” en
„overvloedig in goedheid en waarheid”:

629
00:38:34,170 --> 00:38:39,450
in de gebruikte Engelse vertaling
keert hier het woord „truth” terug.

630
00:38:39,450 --> 00:38:44,970
De aangehaalde Nederlandse vertaling heeft
in Exodus „goedertierenheid en trouw”

631
00:38:44,970 --> 00:38:48,090
en in Johannes „genade en waarheid”.

632
00:38:48,090 --> 00:38:52,350
Als dat waar is, vergelijkt Johannes
Jezus doelbewust met bepaalde dingen

633
00:38:52,350 --> 00:38:53,310
in dit verhaal.

634
00:38:53,310 --> 00:38:56,730
Hij zegt daar in Johannes 1:14 tenslotte:

635
00:38:56,730 --> 00:38:59,310
Het Woord werd mens.

636
00:38:59,310 --> 00:39:04,710
Het Griekse werkwoord dat hier met
„Hij woonde bij ons” wordt weergegeven,

637
00:39:04,710 --> 00:39:10,470
betekent letterlijk zoiets als „Hij
sloeg onder ons Zijn tent op” of „Hij

638
00:39:10,470 --> 00:39:12,510
tabernakelde onder ons”.

639
00:39:12,510 --> 00:39:15,030
De verwijzing naar het vlees van Jezus

640
00:39:15,030 --> 00:39:18,570
als een tabernakel waarin de
heerlijkheid van God woonde,

641
00:39:18,570 --> 00:39:22,110
doet beslist denken aan de
tabernakel in de woestijn,

642
00:39:22,110 --> 00:39:26,130
waar de heerlijkheid van God
werd gezien, werd aanschouwd.

643
00:39:26,130 --> 00:39:31,050
God kwam en woonde onder ons,
zoals Hij dat onder Israël deed.

644
00:39:31,050 --> 00:39:34,890
In de dagen van Mozes
tabernakelde Hij in de tabernakel,

645
00:39:34,890 --> 00:39:39,630
en zij zagen Zijn heerlijkheid
in de wolkkolom, de vuurkolom.

646
00:39:39,630 --> 00:39:41,850
Wij hebben iets nog beters gezien.

647
00:39:41,850 --> 00:39:46,470
Wij hebben God onder ons zien
wonen, tabernakelend in Christus,

648
00:39:46,470 --> 00:39:49,170
en ook Zijn heerlijkheid werd gezien.

649
00:39:49,170 --> 00:39:52,770
Zoals aan Mozes werd verklaard
dat de heerlijkheid van God

650
00:39:52,770 --> 00:39:55,890
overvloedig was in goedheid en waarheid,

651
00:39:55,890 --> 00:39:59,370
zo hebben wij diezelfde
heerlijkheid in Jezus gezien.

652
00:39:59,370 --> 00:40:02,550
Hij was vol van genade en waarheid.

653
00:40:02,550 --> 00:40:06,150
Er lijken hier in Johannes 1:14 dus veel

654
00:40:06,150 --> 00:40:10,110
doelbewuste zinspelingen op dit
verhaal over de tabernakel te staan.

655
00:40:10,110 --> 00:40:13,530
We hebben nog niet eens gelezen
over de bouw van de tabernakel,

656
00:40:13,530 --> 00:40:17,190
maar Exodus heeft vóór
deze verzen die we nu lezen

657
00:40:17,190 --> 00:40:19,950
al beschreven hoe de tabernakel zou zijn.

658
00:40:19,950 --> 00:40:22,230
Er is dus beslist een verband.

659
00:40:22,230 --> 00:40:26,070
De tabernakel is de plaats
waar God onder Zijn volk woont,

660
00:40:26,070 --> 00:40:32,790
en Gods heerlijkheid wordt beschreven
in Exodus 34, de verzen 6 en 7.

661
00:40:32,790 --> 00:40:37,110
Mogelijk klinkt die beschrijving
door in Johannes 1:14.

662
00:40:37,110 --> 00:40:41,430
Jezus is de plaats waar God na
de menswording onder ons woonde,

663
00:40:41,430 --> 00:40:44,610
overeenkomstig de tabernakel
in het Oude Testament,

664
00:40:44,610 --> 00:40:47,670
waar Gods heerlijkheid
onder Israël woonde.

665
00:40:47,670 --> 00:40:51,750
Nu terug naar Exodus 34, vers 7.

666
00:40:51,750 --> 00:40:55,470
Hij gaat verder met de beschrijving
van Zichzelf en zegt dat Hij

667
00:40:55,470 --> 00:40:59,250
barmhartigheid bewaart voor
duizenden, ongerechtigheid,

668
00:40:59,250 --> 00:41:04,950
overtreding en zonde vergeeft, maar de
schuldige beslist niet vrijuit laat gaan

669
00:41:04,950 --> 00:41:09,750
en de ongerechtigheid van de vaders aan
de kinderen en de kleinkinderen vergeldt,

670
00:41:09,750 --> 00:41:12,270
tot in het derde en vierde geslacht.

671
00:41:12,270 --> 00:41:17,670
Dat van het derde en vierde geslacht kwam
eerder al aan de orde in de Tien Geboden,

672
00:41:17,670 --> 00:41:21,930
toen Hij het tweede gebod gaf over
het maken van gesneden beelden.

673
00:41:21,930 --> 00:41:25,650
Hij omschreef mensen die dat
doen als mensen die Hem haten,

674
00:41:25,650 --> 00:41:30,210
en Hij zal de ongerechtigheid van die
mensen aan hun nakomelingen vergelden,

675
00:41:30,210 --> 00:41:32,190
tot in het derde en vierde geslacht.

676
00:41:32,190 --> 00:41:34,950
Maar let hier eens op
hoeveel woorden er worden

677
00:41:34,950 --> 00:41:40,590
gebruikt om over Zijn ruimhartigheid en
Zijn mededogen te spreken: barmhartig,

678
00:41:40,590 --> 00:41:45,690
genadig, lankmoedig, overvloedig
in goedheid en waarheid,

679
00:41:45,690 --> 00:41:50,610
barmhartigheid bewarend,
ongerechtigheid vergevend.

680
00:41:50,610 --> 00:41:55,830
Dat zijn zeven verschillende aanduidingen
van Zijn goedheid en Zijn genadigheid.

681
00:41:55,830 --> 00:42:00,271
Maar vervolgens laat Hij de
schuldige beslist niet vrijuit gaan —

682
00:42:00,271 --> 00:42:04,650
vermoedelijk wordt hiermee de
onberouwvolle schuldige bedoeld.

683
00:42:04,650 --> 00:42:06,690
Dat ziet Hij niet door de vingers.

684
00:42:06,690 --> 00:42:11,370
Hij is genadig en vergevend, maar
Hij zal ook degenen die geen berouw

685
00:42:11,370 --> 00:42:13,050
hebben streng straffen.

686
00:42:13,050 --> 00:42:18,210
Dit zijn de twee kanten van God: de
goedheid van God, zouden we kunnen zeggen,

687
00:42:18,210 --> 00:42:20,010
en Zijn strengheid.

688
00:42:20,010 --> 00:42:24,810
Paulus zegt ons dat we op beide aspecten
van Gods karakter moeten letten.

689
00:42:24,810 --> 00:42:28,770
In Romeinen hoofdstuk
11, vers 22 zei Paulus:

690
00:42:28,770 --> 00:42:32,970
Zie dan de goedertierenheid
en de strengheid van God:

691
00:42:32,970 --> 00:42:38,070
strengheid over hen die gevallen
zijn, over u echter goedertierenheid,

692
00:42:38,070 --> 00:42:41,070
als u in de goedertierenheid blijft.

693
00:42:41,070 --> 00:42:43,710
Anders zult ook u afgehouwen worden.

694
00:42:43,710 --> 00:42:48,210
Waarom? Omdat beide aspecten
bij Zijn karakter horen.

695
00:42:48,210 --> 00:42:51,810
Gods goedheid is Zijn
voornaamste karaktertrek.

696
00:42:51,810 --> 00:42:55,350
Strengheid maakt in feite
deel uit van Zijn goedheid.

697
00:42:55,350 --> 00:42:58,830
In zekere zin is het als
het ware Gods achterkant,

698
00:42:58,830 --> 00:43:01,410
maar het is niettemin een deel van Hem.

699
00:43:01,410 --> 00:43:03,870
Het is de andere kant van de medaille.

700
00:43:03,870 --> 00:43:08,490
Juist omdat God goed is, moet Hij
streng zijn tegenover het kwaad.

701
00:43:08,490 --> 00:43:14,070
Een chirurg die niet streng is tegenover
kankercellen, is geen goede chirurg.

702
00:43:14,070 --> 00:43:17,850
Een goede chirurg is harteloos
tegenover een kankergezwel.

703
00:43:17,850 --> 00:43:19,710
Hij gaat naar binnen en verwijdert het,

704
00:43:19,710 --> 00:43:23,070
omdat het het leven van het
lichaam schaadt en bedreigt.

705
00:43:23,070 --> 00:43:28,590
Omdat hij goed is, omdat hij liefdevol
is, moet hij de kanker verwijderen.

706
00:43:28,590 --> 00:43:32,730
Zo zijn ook de zonde en zondaars die
geen berouw hebben als een kankergezwel

707
00:43:32,730 --> 00:43:33,990
in de mensheid.

708
00:43:33,990 --> 00:43:37,770
Vanwege Zijn goedheid moet
Hij, om de mensheid te sparen,

709
00:43:37,770 --> 00:43:40,650
met de zonde afrekenen en die uitroeien.

710
00:43:40,650 --> 00:43:42,210
Paulus zegt dus:

711
00:43:42,210 --> 00:43:47,610
Denk aan Gods goedheid en strengheid:
strengheid voor hen die ten val kwamen,

712
00:43:47,610 --> 00:43:51,690
maar goedheid voor jou, zolang
je in Zijn goedheid blijft.

713
00:43:51,690 --> 00:43:53,730
Anders word ook jij afgesneden.

714
00:43:53,730 --> 00:43:58,110
Het is dus goed als christenen beide
kanten van God in ogenschouw nemen:

715
00:43:58,110 --> 00:44:01,950
Zijn goedheid en Zijn strengheid. Waarom?

716
00:44:01,950 --> 00:44:04,230
Hij heeft ons goedheid betoond.

717
00:44:04,230 --> 00:44:05,910
Dat moeten we waarderen.

718
00:44:05,910 --> 00:44:08,550
Maar ook Zijn strengheid
moet worden opgemerkt,

719
00:44:08,550 --> 00:44:12,330
want Hij zal ook ons afsnijden als
we niet in Zijn goedheid blijven.

720
00:44:12,330 --> 00:44:17,730
We zien Zijn oordeel over zondaars, en ook
dat behoort duidelijk tot Gods karakter

721
00:44:17,730 --> 00:44:19,830
en moeten wij in gedachten houden.

722
00:44:19,830 --> 00:44:23,670
In Romeinen hoofdstuk 1 heeft hij
eveneens naar vrijwel diezelfde

723
00:44:23,670 --> 00:44:25,170
twee dingen verwezen.

724
00:44:25,170 --> 00:44:29,610
Hij zei in vers 17, Romeinen 1:17:

725
00:44:29,610 --> 00:44:35,610
Want de gerechtigheid van God wordt
daarin geopenbaard uit geloof tot geloof,

726
00:44:35,610 --> 00:44:40,530
zoals geschreven is: Maar de
rechtvaardige zal uit het geloof leven.

727
00:44:40,530 --> 00:44:44,430
Hij verwijst naar het Evangelie, dat
hij in het vorige vers had genoemd.

728
00:44:44,430 --> 00:44:50,190
Want de toorn van God wordt geopenbaard
vanuit de hemel over alle goddeloosheid en

729
00:44:50,190 --> 00:44:54,870
ongerechtigheid van de mensen, die de
waarheid in ongerechtigheid onderdrukken,

730
00:44:54,870 --> 00:44:58,170
Er worden dus twee dingen
over God geopenbaard.

731
00:44:58,170 --> 00:45:03,510
Zijn toorn wordt geopenbaard tegenover
degenen die de waarheid onderdrukken,

732
00:45:03,510 --> 00:45:09,030
maar in het Evangelie wordt Zijn
gerechtigheid, Zijn goedheid, geopenbaard.

733
00:45:09,030 --> 00:45:13,050
Paulus wil dat we vanaf het begin
van het boek Romeinen weten,

734
00:45:13,050 --> 00:45:17,010
en zelfs later in hoofdstuk
11, dat we beide kanten van God

735
00:45:17,010 --> 00:45:18,990
in aanmerking moeten nemen.

736
00:45:18,990 --> 00:45:21,270
We zien ze allebei in Jezus.

737
00:45:21,270 --> 00:45:24,450
Sommige mensen denken dat er
een tegenstelling bestaat tussen

738
00:45:24,450 --> 00:45:27,930
Jezus en de Vader, dat
wil zeggen tussen Jezus,

739
00:45:27,930 --> 00:45:30,870
de openbaring van God
in het Nieuwe Testament,

740
00:45:30,870 --> 00:45:34,350
en de openbaring van God
in het Oude Testament.

741
00:45:34,350 --> 00:45:38,850
Mensen denken vaak dat God in het
Oude Testament de toornige God is,

742
00:45:38,850 --> 00:45:44,850
de gemene God, de onverdraagzame
God, terwijl Jezus de aardige God is:

743
00:45:44,850 --> 00:45:47,670
de slechte agent en de goede agent.

744
00:45:47,670 --> 00:45:50,670
Maar Jezus heeft in
werkelijkheid ook toorn.

745
00:45:50,670 --> 00:45:54,690
Je hoeft alleen maar het boek Openbaring
te lezen om de vele verwijzingen naar de

746
00:45:54,690 --> 00:45:56,430
toorn van het Lam te zien.

747
00:45:56,430 --> 00:46:00,450
En Jezus toonde bij bepaalde
gelegenheden Zijn boosheid.

748
00:46:00,450 --> 00:46:05,550
In het Oude Testament, waar we veel van de
toorn van God en de oordelen van God zien,

749
00:46:05,550 --> 00:46:10,710
zien we ook de goedheid van God, het
geduld van God en de vergeving van God.

750
00:46:10,710 --> 00:46:13,950
Wanneer Hij een reden heeft
om te vergeven, doet Hij dat.

751
00:46:13,950 --> 00:46:18,330
Zelfs in het Oude Testament, wanneer God
Zijn Naam, dat wil zeggen Zijn karakter,

752
00:46:18,330 --> 00:46:23,250
aan Mozes bekendmaakt, zijn de
voornaamste kenmerken Zijn barmhartigheid,

753
00:46:23,250 --> 00:46:26,970
Zijn genade, Zijn geduld
en Zijn vergeving.

754
00:46:26,970 --> 00:46:29,130
Maar er is ook die andere kant.

755
00:46:29,130 --> 00:46:31,530
Er is ook de gestrengheid van God.

756
00:46:31,530 --> 00:46:36,150
Hij noemt die op de tweede plaats,
omdat die van ondergeschikt belang is.

757
00:46:36,150 --> 00:46:39,030
Het is niet het voornaamste
aspect van Gods karakter

758
00:46:39,030 --> 00:46:41,370
in het Oude Testament of in het Nieuwe.

759
00:46:41,370 --> 00:46:47,430
Toen God op die manier Zijn Naam aan Mozes
bekendmaakte, staat er in Exodus 34:8:

760
00:46:47,430 --> 00:46:53,670
Toen haastte Mozes zich, knielde ter
aarde, boog zich neer en zei: Heere,

761
00:46:53,670 --> 00:46:56,310
als ik nu genade gevonden heb in Uw ogen,

762
00:46:56,310 --> 00:46:59,310
laat de Heere dan toch
in ons midden meegaan.

763
00:46:59,310 --> 00:47:02,190
Zeker, het is een halsstarrig volk,

764
00:47:02,190 --> 00:47:05,730
maar vergeef onze
ongerechtigheid en onze zonde,

765
00:47:05,730 --> 00:47:09,390
en neem ons aan als Uw erfelijk bezit.

766
00:47:09,390 --> 00:47:13,770
“And God said, ‘Behold, I make a covenant.

767
00:47:13,770 --> 00:47:19,290
Before all your people I will do marvels
such as have not been done in all the

768
00:47:19,290 --> 00:47:21,930
earth nor in any nation.

769
00:47:21,930 --> 00:47:26,970
And all the people among whom you
are shall see the work of Yahweh,

770
00:47:26,970 --> 00:47:31,050
for it is an awesome thing
that I will do with you.

771
00:47:31,050 --> 00:47:33,750
Observe what I command you this day.

772
00:47:33,750 --> 00:47:39,570
Behold, I am driving out from before you
the Amorite and the Canaanite and the

773
00:47:39,570 --> 00:47:44,130
Hittite and the Perizzite and
the Hivite and the Jebusite.

774
00:47:44,130 --> 00:47:48,810
Take heed to yourself, lest you make
a covenant with the inhabitants of the

775
00:47:48,810 --> 00:47:52,950
land where you are going, lest
it be a snare in your midst.

776
00:47:52,950 --> 00:47:57,630
But you shall destroy their
altars, break their sacred pillars,

777
00:47:57,630 --> 00:48:00,450
and cut down their wooden images.

778
00:48:00,450 --> 00:48:06,690
For you shall worship no other god,
for the Lord, Whose Name is Jealous,

779
00:48:06,690 --> 00:48:11,310
is a jealous God, lest you make a
covenant with the inhabitants of the

780
00:48:11,310 --> 00:48:17,430
land and they play the harlot with their
gods and make sacrifice to their gods,

781
00:48:17,430 --> 00:48:21,690
and one of them invites you
and you eat of his sacrifice,

782
00:48:21,690 --> 00:48:24,750
and you take of his
daughters for your sons,

783
00:48:24,750 --> 00:48:28,050
and his daughters play
the harlot with their gods

784
00:48:28,050 --> 00:48:32,130
and make your sons play
the harlot with their gods.

785
00:48:32,130 --> 00:48:35,430
U mag voor uzelf geen gegoten goden maken.

786
00:48:35,430 --> 00:48:39,870
Het is duidelijk dat God reden heeft
om Zich hierover zorgen te maken.

787
00:48:39,870 --> 00:48:44,130
Israël heeft zijn neiging om valse
goden te aanbidden al laten zien,

788
00:48:44,130 --> 00:48:48,270
en Hij zegt met nadruk
dat de Kanaänitische goden

789
00:48:48,270 --> 00:48:51,150
hun volk zullen aantrekken. Waarom?

790
00:48:51,150 --> 00:48:55,470
Omdat de Kanaänitische goden door
middel van orgieën werden aanbeden,

791
00:48:55,470 --> 00:48:58,170
en ze spraken de begeerten
van het volk aan.

792
00:48:58,170 --> 00:48:59,670
Het waren feesten.

793
00:48:59,670 --> 00:49:02,490
Het waren dronken
orgieën, het soort dingen

794
00:49:02,490 --> 00:49:05,490
waartoe vleselijke mensen
zich aangetrokken voelen,

795
00:49:05,490 --> 00:49:12,390
terwijl God Zijn volk opriep om heilig,
rechtvaardig en rein te zijn. Hij zegt:

796
00:49:12,390 --> 00:49:16,890
Wees op uw hoede dat u geen verbond sluit
met de inwoners van het land waarin u

797
00:49:16,890 --> 00:49:21,030
komt, anders zullen zij in uw
midden tot een valstrik worden.

798
00:49:21,030 --> 00:49:26,550
Maar hun altaren moet u afbreken, hun
gewijde stenen in stukken slaan en hun

799
00:49:26,550 --> 00:49:32,490
gewijde palen omhakken — want u mag zich
niet neerbuigen voor een andere god:

800
00:49:32,490 --> 00:49:36,510
de Naam van de HEERE is
immers de Na-ijverige.

801
00:49:36,510 --> 00:49:41,670
Een na-ijverig God is Hij — anders sluit
u misschien een verbond met de inwoners

802
00:49:41,670 --> 00:49:42,810
van het land.

803
00:49:42,810 --> 00:49:46,770
Wanneer zij immers als in
hoererij achter hun goden aan gaan

804
00:49:46,770 --> 00:49:50,910
en aan hun goden offers brengen,
zou men u kunnen uitnodigen

805
00:49:50,910 --> 00:49:53,250
en zou u van hun offer eten.

806
00:49:53,250 --> 00:49:56,850
Dan zou u van hun dochters
vrouwen nemen voor uw zonen.

807
00:49:56,850 --> 00:50:01,290
Hun dochters zouden als in
hoererij achter hun goden aan gaan,

808
00:50:01,290 --> 00:50:06,090
en uw zonen als in hoererij
achter hun goden aan laten gaan.

809
00:50:06,090 --> 00:50:07,710
Nu zegt Hij:

810
00:50:07,710 --> 00:50:11,670
Het Feest van de ongezuurde
broden moet u in acht nemen.

811
00:50:11,670 --> 00:50:16,110
Zeven dagen lang moet u ongezuurde
broden eten, zoals Ik u geboden heb,

812
00:50:16,110 --> 00:50:20,430
op de vastgestelde tijd in de maand
Abib, want in de maand Abib bent u

813
00:50:20,430 --> 00:50:22,170
uit Egypte vertrokken.

814
00:50:22,170 --> 00:50:24,090
Dit is vers 18.

815
00:50:24,090 --> 00:50:28,470
Ook al is er werk te doen, toch neem
je een dag vrij en werk je niet.

816
00:50:28,470 --> 00:50:31,350
Ook moet u voor uzelf
het Wekenfeest houden,

817
00:50:31,350 --> 00:50:34,830
dat is het feest bij de eerste
vruchten van de tarweoogst;

818
00:50:34,830 --> 00:50:38,670
en ook het Feest van de
inzameling, bij de jaarwisseling.

819
00:50:38,670 --> 00:50:41,070
Alles wat onder u mannelijk is, moet

820
00:50:41,070 --> 00:50:45,270
drie keer per jaar verschijnen voor
het aangezicht van de Heere HEERE,

821
00:50:45,270 --> 00:50:47,010
de God van Israël.

822
00:50:47,010 --> 00:50:52,470
Hier worden alleen dingen herhaald die Hij
al bij tal van gelegenheden heeft gezegd.

823
00:50:52,470 --> 00:50:56,430
Maar God heeft gemerkt dat het
helpt om Zichzelf te herhalen,

824
00:50:56,430 --> 00:50:58,890
omdat het volk heel snel vergeet.

825
00:50:58,890 --> 00:51:04,290
Vergeet niet: Hij zei tegen hen dat ze op
de sabbat geen manna mochten verzamelen,

826
00:51:04,290 --> 00:51:08,910
en toen de sabbat aanbrak, gingen
ze eropuit en verzamelden ze manna.

827
00:51:08,910 --> 00:51:13,890
Hij zei tegen hen dat ze het manna niet
tot de volgende ochtend mochten bewaren.

828
00:51:13,890 --> 00:51:15,390
Ze deden het toch.

829
00:51:15,390 --> 00:51:18,750
Hij zei tegen hen dat ze
geen beelden mochten maken.

830
00:51:18,750 --> 00:51:20,910
Ze maakten een gouden kalf.

831
00:51:20,910 --> 00:51:24,690
Als wij vinden dat God te
veel in herhaling is gevallen,

832
00:51:24,690 --> 00:51:29,010
zouden we kunnen aanvoeren dat Hij
Zich niet vaak genoeg herhaalt.

833
00:51:29,010 --> 00:51:31,770
Mensen vergeten namelijk
snel wat Hij heeft gezegd,

834
00:51:31,770 --> 00:51:34,470
en Hij weet dat het herhaald moet worden.

835
00:51:34,470 --> 00:51:38,910
Eén ding waarop ik je wil wijzen, is dat
we alles wat we over de eerstgeborenen en

836
00:51:38,910 --> 00:51:42,150
de sabbat lezen, al
eerder zijn tegengekomen.

837
00:51:42,150 --> 00:51:46,050
Zelfs deze drie feesten,
deze drie keer per jaar

838
00:51:46,050 --> 00:51:49,170
waarop de mannen van Israël
voor God moeten verschijnen,

839
00:51:49,170 --> 00:51:53,850
worden hier opnieuw vermeld,
net als eerder in hoofdstuk 23.

840
00:51:53,850 --> 00:51:58,770
Maar toen we hoofdstuk 23 behandelden,
heb ik erop gewezen dat ze soms

841
00:51:58,770 --> 00:52:00,390
anders worden genoemd.

842
00:52:00,390 --> 00:52:07,710
In hoofdstuk 23, de verzen 14 tot en met
17, worden diezelfde drie feesten genoemd.

843
00:52:07,710 --> 00:52:09,810
Drie feesten worden genoemd.

844
00:52:09,810 --> 00:52:14,490
Eén verschil is het voornaamste
verschil tussen deze twee lijsten.

845
00:52:14,490 --> 00:52:18,390
Er zullen ook andere verschillen
zijn in andere opsommingen ervan,

846
00:52:18,390 --> 00:52:23,070
want verderop in de Pentateuch zullen
ze nog meerdere keren worden opgesomd.

847
00:52:23,070 --> 00:52:27,330
Maar ik heb al gezegd dat het
Pinksterfeest verschillende namen heeft.

848
00:52:27,330 --> 00:52:34,050
In hoofdstuk 23, de verzen 14 tot en
met 17, worden drie feesten genoemd:

849
00:52:34,050 --> 00:52:40,290
het Feest van de Ongezuurde Broden, dat,
zoals ik zei, ook het Paschafeest is;

850
00:52:40,290 --> 00:52:46,530
vervolgens het Oogstfeest in vers
16; en daarna het Inzamelingsfeest.

851
00:52:46,530 --> 00:52:49,110
Het Oogstfeest is Pinksteren.

852
00:52:49,110 --> 00:52:52,470
Het Inzamelingsfeest
is het Loofhuttenfeest.

853
00:52:52,470 --> 00:52:56,970
Ze hebben verschillende namen, maar als je
naar de passage gaat die we nu bekijken,

854
00:52:56,970 --> 00:53:01,290
in Exodus 34, zijn de
namen vrijwel hetzelfde.

855
00:53:01,290 --> 00:53:07,170
In vers 18 is het het Feest van de
Ongezuurde Broden, oftewel Pascha.

856
00:53:07,170 --> 00:53:11,250
Maar wanneer je bij vers 22
komt, wordt het tweede feest,

857
00:53:11,250 --> 00:53:16,890
dat in feite Pinksteren is, niet het
Oogstfeest maar het Wekenfeest genoemd.

858
00:53:16,890 --> 00:53:19,470
Dat is dus nog een andere naam ervoor.

859
00:53:19,470 --> 00:53:23,250
Bij andere gelegenheden zal
het Pinksteren worden genoemd.

860
00:53:23,250 --> 00:53:25,710
Hier wordt het het Wekenfeest genoemd.

861
00:53:25,710 --> 00:53:30,330
In hoofdstuk 23:16 werd
het het Oogstfeest genoemd.

862
00:53:30,330 --> 00:53:35,670
En dan wordt hier in vers 22 opnieuw
het Inzamelingsfeest genoemd,

863
00:53:35,670 --> 00:53:38,190
oftewel het Loofhuttenfeest.

864
00:53:38,190 --> 00:53:39,930
Vers 24 zegt:

865
00:53:39,930 --> 00:53:45,330
Als Ik de volken van vóór uw ogen zal
verdrijven en uw gebied ruim zal maken,

866
00:53:45,330 --> 00:53:49,350
zal niemand uw land begeren,
wanneer u drie keer per jaar optrekt

867
00:53:49,350 --> 00:53:53,370
om te verschijnen voor het
aangezicht van de HEERE, uw God.

868
00:53:53,370 --> 00:53:57,630
Alle Israëlieten zullen dus drie keer
per jaar hun boerderijen onbeheerd moeten

869
00:53:57,630 --> 00:54:01,410
achterlaten, een week weg moeten gaan
en naar de plaats moeten gaan waar

870
00:54:01,410 --> 00:54:03,090
de tabernakel staat.

871
00:54:03,090 --> 00:54:07,830
Ze zeggen: ‘Wat als iemand mijn land in
bezit neemt en zich daar vestigt terwijl

872
00:54:07,830 --> 00:54:11,910
ik weg ben, of de grensstenen
verplaatst wanneer ik niet kijk?’

873
00:54:11,910 --> 00:54:14,790
God zegt: ‘Ik zal daarvoor zorgen.

874
00:54:14,790 --> 00:54:19,170
Als je Mij gehoorzaamt, als je je
aan deze verbondsbepalingen houdt,

875
00:54:19,170 --> 00:54:23,910
zal Ik ervoor zorgen dat niemand jouw
land begeert terwijl je weg bent.’

876
00:54:23,910 --> 00:54:28,710
God zou hun land dus beschermen wanneer
zij er niet waren om erop toe te zien.

877
00:54:28,710 --> 00:54:30,150
Vers 25:

878
00:54:30,150 --> 00:54:33,990
U mag het bloed van Mijn offer niet
offeren met iets wat gezuurd is,

879
00:54:33,990 --> 00:54:38,610
en het offer van het Pascha mag niet
tot de volgende morgen overblijven.

880
00:54:38,610 --> 00:54:43,230
De eerstelingen van de eerste vruchten van
uw land moet u in het huis van de HEERE,

881
00:54:43,230 --> 00:54:45,030
uw God, brengen.

882
00:54:45,030 --> 00:54:48,450
U mag een bokje niet koken
in de melk van zijn moeder.

883
00:54:48,450 --> 00:54:52,470
Ook dit hebben we allemaal al eerder
gelezen, dus Hij herhaalt het.

884
00:54:52,470 --> 00:54:54,090
Vers 27:

885
00:54:54,090 --> 00:54:58,530
Verder zei de HEERE tegen Mozes:
Schrijf deze woorden voor uzelf op,

886
00:54:58,530 --> 00:55:04,230
want op grond van deze woorden heb Ik
een verbond met u en met Israël gesloten.

887
00:55:04,230 --> 00:55:08,850
Hij was daar namelijk veertig dagen
en veertig nachten bij de HEERE.

888
00:55:08,850 --> 00:55:11,970
Hij at geen brood en dronk geen water.

889
00:55:11,970 --> 00:55:16,950
En God schreef op de tafelen de woorden
van het verbond, de Tien Woorden.

890
00:55:16,950 --> 00:55:21,270
Dat wil zeggen: God schreef op de
tafelen de woorden van het verbond,

891
00:55:21,270 --> 00:55:23,250
de Tien Geboden.

892
00:55:23,250 --> 00:55:28,110
Mozes bracht deze veertig dagen en
veertig nachten op de berg door,

893
00:55:28,110 --> 00:55:30,090
zonder te eten of te drinken.

894
00:55:30,090 --> 00:55:34,110
Dat had hij eerder ook gedaan,
toen hij de eerste tafelen ontving.

895
00:55:34,110 --> 00:55:37,470
Hij was daar veertig dagen
en veertig nachten geweest

896
00:55:37,470 --> 00:55:39,870
en had niet gegeten of gedronken.

897
00:55:39,870 --> 00:55:44,250
Voor zover we kunnen nagaan, weten we
niet of hij tussendoor gegeten heeft,

898
00:55:44,250 --> 00:55:48,030
nadat hij van de berg was
afgedaald, de geboden had gebroken,

899
00:55:48,030 --> 00:55:50,850
het kalf had verbrand, enzovoort.

900
00:55:50,850 --> 00:55:54,870
Sommige mensen denken dat hij tachtig
dagen achter elkaar heeft gevast.

901
00:55:54,870 --> 00:55:59,310
Maar volgens mij wordt gesuggereerd dat
hij enige tijd aan de voet van de berg is

902
00:55:59,310 --> 00:56:03,390
geweest en daarom waarschijnlijk
maaltijden heeft gegeten terwijl hij

903
00:56:03,390 --> 00:56:04,770
daar beneden was.

904
00:56:04,770 --> 00:56:08,610
Nadat hij was afgedaald en de
eerste tafelen had gebroken,

905
00:56:08,610 --> 00:56:12,990
lezen we in hoofdstuk 33, vers
7, dat hij zijn tent meenam

906
00:56:12,990 --> 00:56:15,390
en hem buiten het kamp opzette.

907
00:56:15,390 --> 00:56:18,750
In vers 8 wordt erover
gesproken dat het volk opstond

908
00:56:18,750 --> 00:56:21,750
telkens wanneer Mozes
naar de tabernakel ging.

909
00:56:21,750 --> 00:56:25,650
Het klinkt alsof Mozes langere tijd
beneden, aan de voet van de berg,

910
00:56:25,650 --> 00:56:28,830
is gebleven voordat hij
weer de berg opging,

911
00:56:28,830 --> 00:56:31,770
en in die periode heeft
hij waarschijnlijk gegeten.

912
00:56:31,770 --> 00:56:34,230
Het wordt dus niet echt duidelijk gemaakt.

913
00:56:34,230 --> 00:56:38,370
Maar zelfs als hij veertig dagen
zonder voedsel en water is geweest,

914
00:56:38,370 --> 00:56:41,490
zou daarvoor in wezen
een wonder nodig zijn.

915
00:56:41,490 --> 00:56:44,490
Van nature kan een mens namelijk
niet langer dan enkele dagen

916
00:56:44,490 --> 00:56:46,290
zonder water leven.

917
00:56:46,290 --> 00:56:49,890
Veertig dagen zonder voedsel vasten
is voor iemand met een gemiddeld

918
00:56:49,890 --> 00:56:52,170
lichaamsgewicht niet zo moeilijk.

919
00:56:52,170 --> 00:56:54,930
Jezus deed dat, maar Hij dronk wel.

920
00:56:54,930 --> 00:56:58,110
Jezus dronk water tijdens
Zijn vasten van veertig dagen.

921
00:56:58,110 --> 00:57:01,350
Dat zou je moeten doen als
je veertig dagen gaat vasten,

922
00:57:01,350 --> 00:57:04,590
want je kunt geen veertig
dagen zonder water.

923
00:57:04,590 --> 00:57:07,050
Ik ken daar maar één uitzondering op.

924
00:57:07,050 --> 00:57:10,610
Toen broeder Yun in de gevangenis
zat, heeft hij kennelijk —

925
00:57:10,610 --> 00:57:12,150
waren het honderden dagen?

926
00:57:12,150 --> 00:57:16,650
— honderd dagen of langer zonder
water doorgebracht, zo lijkt het.

927
00:57:16,650 --> 00:57:19,410
Maar hij lag daar alleen
maar weg te kwijnen.

928
00:57:19,410 --> 00:57:22,770
In die tijd verschrompelde
hij als een rozijn.

929
00:57:22,770 --> 00:57:26,010
Het is ongetwijfeld een
wonder dat hij bleef leven

930
00:57:26,010 --> 00:57:28,110
zonder ook maar iets te drinken.

931
00:57:28,110 --> 00:57:34,500
Deze Chinese christen at of dronk helemaal
niets gedurende — ik ben vergeten hoelang.

932
00:57:34,500 --> 00:57:39,510
Voor zover ik me herinner, lijkt het
erop dat het meer dan honderd dagen was.

933
00:57:39,510 --> 00:57:44,250
Dat hij het overleefde, was een wonder,
maar aan het einde van die periode

934
00:57:44,250 --> 00:57:46,290
zag hij er niet erg goed uit.

935
00:57:46,290 --> 00:57:48,030
Zijn vrouw bezocht hem.

936
00:57:48,030 --> 00:57:51,630
Ze zei dat zijn oren
eruitzagen als rozijnen.

937
00:57:51,630 --> 00:57:54,390
Ze waren zo groot als rozijnen.

938
00:57:54,390 --> 00:57:59,250
Al zijn zachte weefsels waren uitgedroogd
en hij was helemaal verschrompeld.

939
00:57:59,250 --> 00:58:04,110
Ik weet het niet meer precies: hij
woog zo’n zestig pond of zoiets

940
00:58:04,110 --> 00:58:05,670
toen hij daaruit kwam.

941
00:58:05,670 --> 00:58:09,630
Het is nog steeds wonderbaarlijk
dat hij zo lang kon leven,

942
00:58:09,630 --> 00:58:13,410
maar Mozes was in goede
lichamelijke conditie.

943
00:58:13,410 --> 00:58:16,050
Hij was niet verschrompeld, enzovoort.

944
00:58:16,050 --> 00:58:20,130
Het is werkelijk een wonder dat
hij zo lang zonder water kon.

945
00:58:20,130 --> 00:58:21,750
Vers 29:

946
00:58:21,750 --> 00:58:25,651
En het gebeurde, toen Mozes
van de berg Sinaï afdaalde —

947
00:58:25,651 --> 00:58:28,770
de twee tafelen van de
getuigenis waren in Mozes' hand,

948
00:58:28,770 --> 00:58:33,570
toen hij van de berg afdaalde — dat Mozes
niet wist dat de huid van zijn gezicht

949
00:58:33,570 --> 00:58:36,750
glansde, omdat de HEERE
met hem gesproken had.

950
00:58:36,750 --> 00:58:41,610
Het Hebreeuwse woord voor ‘straalde’
kan ‘stralen uitzenden’ of

951
00:58:41,610 --> 00:58:43,950
‘hoorns krijgen’ betekenen.

952
00:58:43,950 --> 00:58:47,790
Misschien heb je in klassieke
schilderijen van Mozes met de Tien Geboden

953
00:58:47,790 --> 00:58:51,150
weleens iets gezien wat
op ramshoorns lijkt.

954
00:58:51,150 --> 00:58:55,650
Er zijn afbeeldingen waarop men hem heeft
weergegeven met hoorns op zijn hoofd,

955
00:58:55,650 --> 00:58:58,170
vanwege de dubbele betekenis hiervan.

956
00:58:58,170 --> 00:59:05,490
Het werkwoord ‘stralen’ betekent stralen
uitzenden, lichtstralen uitstralen,

957
00:59:05,490 --> 00:59:09,210
hoorns krijgen of hoorns laten uitsteken.

958
00:59:09,210 --> 00:59:12,450
Het is eenvoudigweg een woord
dat in verschillende toepassingen

959
00:59:12,450 --> 00:59:13,950
kan worden gebruikt.

960
00:59:13,950 --> 00:59:18,210
Het betekent beslist niet
dat Mozes hoorns kreeg.

961
00:59:18,210 --> 00:59:23,130
Het gaat over de stralende glans van
zijn gezicht, over de lichtstralen.

962
00:59:23,130 --> 00:59:27,570
Maar omdat het Hebreeuwse woord ook
kan betekenen dat iemand hoorns krijgt,

963
00:59:27,570 --> 00:59:30,870
hebben bepaalde kunstenaars
hem zo afgebeeld.

964
00:59:30,870 --> 00:59:34,530
Ik neem aan dat het moeilijk
is om, als je Mozes schildert,

965
00:59:34,530 --> 00:59:37,110
zijn gezicht stralend af te beelden.

966
00:59:37,110 --> 00:59:41,310
Het is dus gemakkelijker om hoorns
op zijn hoofd te schilderen.

967
00:59:41,310 --> 00:59:45,750
Het lijkt vreemd dat een kunstenaar hem
zou afbeelden met hoorns op zijn hoofd,

968
00:59:45,750 --> 00:59:47,670
maar dit is de reden.

969
00:59:47,670 --> 00:59:50,130
Als je ooit zulke afbeeldingen hebt gezien

970
00:59:50,130 --> 00:59:54,570
en je je hebt afgevraagd waarom Mozes
daarop hoorns op zijn hoofd heeft,

971
00:59:54,570 --> 00:59:57,210
komt dat door dit woord hier.

972
00:59:57,210 --> 01:00:01,410
Aäron en al de Israëlieten
keken Mozes aan, en zie,

973
01:00:01,410 --> 01:00:04,050
de huid van zijn gezicht glansde.

974
01:00:04,050 --> 01:00:07,590
Daarom waren zij bevreesd
om dichter bij hem te komen.

975
01:00:07,590 --> 01:00:08,970
Het was te griezelig.

976
01:00:08,970 --> 01:00:11,251
Mozes riep hen echter bij zich .

977
01:00:11,251 --> 01:00:15,270
Aäron en al de leiders van de
gemeenschap keerden naar hem terug,

978
01:00:15,270 --> 01:00:17,490
en Mozes sprak tot hen.

979
01:00:17,490 --> 01:00:22,290
Daarna kwamen al de Israëlieten naar voren
en hij gebood hun alles wat de HEERE met

980
01:00:22,290 --> 01:00:25,050
hem besproken had op de berg Sinaï.

981
01:00:25,050 --> 01:00:28,050
Nadat Mozes geëindigd
had met hen te spreken,

982
01:00:28,050 --> 01:00:30,330
legde hij een doek over zijn gezicht.

983
01:00:30,330 --> 01:00:33,090
Kennelijk was dat in
de tent der samenkomst.

984
01:00:33,090 --> 01:00:36,750
Maar telkens wanneer Mozes voor
het aangezicht van de HEERE kwam

985
01:00:36,750 --> 01:00:41,730
om met Hem te spreken, deed hij de doek
af, totdat hij weer naar buiten ging.

986
01:00:41,730 --> 01:00:44,010
En wanneer hij naar buiten gegaan was,

987
01:00:44,010 --> 01:00:47,430
sprak hij tot de Israëlieten
wat hem geboden was.

988
01:00:47,430 --> 01:00:49,410
En als de Israëlieten aan het gezicht van

989
01:00:49,410 --> 01:00:53,370
Mozes zagen dat de huid van
het gezicht van Mozes glansde,

990
01:00:53,370 --> 01:00:56,130
dan deed Mozes de doek
weer over zijn gezicht,

991
01:00:56,130 --> 01:00:59,130
totdat hij naar binnen
ging om met Hem te spreken.

992
01:00:59,130 --> 01:01:02,910
Het klinkt alsof Mozes vond
dat de glans op zijn gezicht

993
01:01:02,910 --> 01:01:06,150
de mensen afleidde
wanneer hij met hen sprak.

994
01:01:06,150 --> 01:01:11,010
Daarom bedekte hij zijn gezicht om
de glans aan het zicht te onttrekken.

995
01:01:11,010 --> 01:01:15,810
In het boek Exodus en ook nergens anders
in het Oude Testament wordt ons verteld

996
01:01:15,810 --> 01:01:18,690
dat deze glans ophield te stralen.

997
01:01:18,690 --> 01:01:22,830
Maar Paulus gaf, zoals we in
2 Korinthe hoofdstuk 3 zagen,

998
01:01:22,830 --> 01:01:27,630
aan dat de glans op het gezicht van
Mozes een heerlijkheid was die vervaagde.

999
01:01:27,630 --> 01:01:32,490
Sommige mensen hebben Paulus zo
opgevat dat Mozes zijn gezicht bedekte

1000
01:01:32,490 --> 01:01:36,510
wanneer hij tegenover het volk
stond omdat de glans vervaagde,

1001
01:01:36,510 --> 01:01:39,510
en dat hij niet wilde dat
zij zagen dat die vervaagde.

1002
01:01:39,510 --> 01:01:44,190
Met andere woorden, hij was enigszins
trots op het feit dat zijn gezicht

1003
01:01:44,190 --> 01:01:45,990
deze heerlijkheid had.

1004
01:01:45,990 --> 01:01:48,450
Maar toen hij merkte dat die vervaagde,

1005
01:01:48,450 --> 01:01:51,630
wilde hij niet dat de
Israëlieten dat zagen.

1006
01:01:51,630 --> 01:01:54,930
Daarom droeg hij deze
sluier over zijn gezicht.

1007
01:01:54,930 --> 01:01:57,270
Predikers zeggen dit voortdurend.

1008
01:01:57,270 --> 01:02:00,930
Sterker nog, ik heb hierover
bijna nooit horen preken

1009
01:02:00,930 --> 01:02:06,150
zonder dat dit punt werd gemaakt, hoewel
ik niet denk dat de Bijbel dit punt maakt.

1010
01:02:06,150 --> 01:02:11,250
Ze baseren het op 2 Korinthe
hoofdstuk 3, waar in vers 13 staat:

1011
01:02:11,250 --> 01:02:15,690
en doen wij niet zoals Mozes, die
een bedekking op zijn gezicht legde,

1012
01:02:15,690 --> 01:02:20,250
opdat de Israëlieten hun ogen niet
gericht zouden houden op het einddoel van

1013
01:02:20,250 --> 01:02:22,230
wat tenietgedaan wordt.

1014
01:02:22,230 --> 01:02:28,290
Gregg legt „wat tenietgedaan wordt”
hier uit als de glans op Mozes’ gezicht,

1015
01:02:28,290 --> 01:02:31,590
die volgens hem daadwerkelijk
tot een einde zou komen.

1016
01:02:31,590 --> 01:02:36,690
De gebruikte Engelse vertaling
formuleert dit als „the end of what was

1017
01:02:36,690 --> 01:02:40,770
passing away”, terwijl de
HSV „het einddoel van wat

1018
01:02:40,770 --> 01:02:42,750
tenietgedaan wordt” heeft.

1019
01:02:42,750 --> 01:02:46,410
Maar er staat dat Mozes een
sluier over zijn gezicht deed,

1020
01:02:46,410 --> 01:02:50,190
zodat de Israëlieten niet strak
naar die glans konden kijken.

1021
01:02:50,190 --> 01:02:54,270
Die glans is wat Paulus aanduidt
als datgene wat voorbijging

1022
01:02:54,270 --> 01:02:56,010
en tot een einde kwam.

1023
01:02:56,010 --> 01:02:59,670
Er staat niet dat Mozes niet
wilde dat ze die glans zagen,

1024
01:02:59,670 --> 01:03:02,670
omdat hij niet wilde dat
ze die zagen verdwijnen.

1025
01:03:02,670 --> 01:03:06,330
Paulus is degene die zegt dat
de glans aan het verdwijnen was.

1026
01:03:06,330 --> 01:03:10,650
Het enige wat hij werkelijk zegt, is
dat deze heerlijkheid op het gezicht van

1027
01:03:10,650 --> 01:03:14,850
Mozes inderdaad aan het verdwijnen
was, maar dat Mozes niet wilde dat de

1028
01:03:14,850 --> 01:03:16,890
Israëlieten naar die glans keken.

1029
01:03:16,890 --> 01:03:19,410
Dat is wat het Oude Testament ons vertelt,

1030
01:03:19,410 --> 01:03:24,210
en Paulus heeft hierover geen andere
informatiebron dan het Oude Testament.

1031
01:03:24,210 --> 01:03:27,150
Nergens in het Oude Testament
staat dat Mozes niet

1032
01:03:27,150 --> 01:03:30,870
wilde dat de Israëlieten
de glans zagen vervagen.

1033
01:03:30,870 --> 01:03:34,650
Hij wilde eenvoudigweg
niet dat ze de glans zagen.

1034
01:03:34,650 --> 01:03:39,930
Paulus is degene die eraan toevoegt dat
de glans in feite aan het vervagen was.

1035
01:03:39,930 --> 01:03:42,270
Ik denk dat hij bedoelt
dat die heerlijkheid

1036
01:03:42,270 --> 01:03:46,170
tijdelijk was en daarom duidelijk
onderdeed voor de heerlijkheid van het

1037
01:03:46,170 --> 01:03:50,370
nieuwe verbond, die blijvend
is en steeds groter wordt.

1038
01:03:50,370 --> 01:03:55,650
Hij zegt: bedenk eens hoe groot de
heerlijkheid van het nieuwe verbond is,

1039
01:03:55,650 --> 01:03:59,910
als zelfs de heerlijkheid van
het oude verbond zo groot was dat

1040
01:03:59,910 --> 01:04:04,170
Mozes zijn gezicht bedekte zodat de
mensen er niet naar konden kijken,

1041
01:04:04,170 --> 01:04:06,990
hoewel die heerlijkheid
aan het verdwijnen was.

1042
01:04:06,990 --> 01:04:12,270
Dat wil zeggen: ze raakten erdoor
van hun stuk en vonden het afleidend.

1043
01:04:12,270 --> 01:04:17,430
Het licht was zo fel dat het bedekt moest
worden om de mensen niet af te leiden.

1044
01:04:17,430 --> 01:04:22,470
Nu kan het zijn dat Mozes er ook bezorgd
over was dat hij niet wilde dat de mensen

1045
01:04:22,470 --> 01:04:25,950
zagen dat het aan het verdwijnen
was, maar ik denk niet dat dit

1046
01:04:25,950 --> 01:04:28,170
vers dat noodzakelijkerwijs zegt.

1047
01:04:28,170 --> 01:04:32,730
Het is waar dat Paulus het wat vreemd
formuleert. Maar hij vertelt ons niet

1048
01:04:32,730 --> 01:04:37,230
noodzakelijkerwijs iets over de reden
waarom Mozes zijn gezicht bedekte,

1049
01:04:37,230 --> 01:04:40,410
behalve dat hij niet wilde dat de
mensen de heerlijkheid zagen die aan

1050
01:04:40,410 --> 01:04:41,910
het verdwijnen was.

1051
01:04:41,910 --> 01:04:44,130
Maar wat hij niet wilde dat ze zagen,

1052
01:04:44,130 --> 01:04:46,950
was niet dat die heerlijkheid
aan het verdwijnen was.

1053
01:04:46,950 --> 01:04:51,330
Het was de heerlijkheid zelf, waarvan
Paulus zegt dat die toevallig ook aan

1054
01:04:51,330 --> 01:04:52,890
het verdwijnen was.

1055
01:04:52,890 --> 01:04:57,030
Dat verdwijnen wordt in het Oude
Testament niet eens vermeld.

1056
01:04:57,030 --> 01:04:58,950
Paulus leidt het eruit af.

1057
01:04:58,950 --> 01:05:03,330
Hij neemt aan dat het, aangezien de
verhalen over Mozes na dit punt in

1058
01:05:03,330 --> 01:05:08,910
Exodus nog vele jaren doorgaan, nogal
onredelijk is om te geloven dat Mozes al

1059
01:05:08,910 --> 01:05:12,270
zijn tijd met een sluier
over zijn gezicht doorbracht.

1060
01:05:12,270 --> 01:05:15,090
Het moet dus een tijdelijke
gloed zijn geweest.

1061
01:05:15,090 --> 01:05:19,050
Paulus trekt die conclusie en probeert
daarmee het verband te leggen dat ook het

1062
01:05:19,050 --> 01:05:21,990
oude verbond tijdelijk is en verdween.

1063
01:05:21,990 --> 01:05:25,770
Hoewel het in stenen gegraveerd
en uitgehouwen was, zegt Paulus,

1064
01:05:25,770 --> 01:05:27,090
verdween het toch.

1065
01:05:27,090 --> 01:05:30,570
Ook de heerlijkheid ervan verdween
en wordt vervangen door de nieuwe

1066
01:05:30,570 --> 01:05:32,790
heerlijkheid van een nieuw verbond.

1067
01:05:32,790 --> 01:05:36,330
Dit is eigenlijk de laatste
historische informatie in het boek

1068
01:05:36,330 --> 01:05:40,170
Exodus tot ongeveer hoofdstuk 39 en 40.

1069
01:05:40,170 --> 01:05:43,650
De rest van het boek Exodus
bevat informatie over

1070
01:05:43,650 --> 01:05:47,070
hoe zij de tabernakel en
het meubilair ervan bouwden.

1071
01:05:47,070 --> 01:05:50,250
Maar de volgende gebeurtenis
die werkelijk van belang is,

1072
01:05:50,250 --> 01:05:54,510
vindt plaats wanneer ze in
hoofdstuk 40 de tabernakel oprichten

1073
01:05:54,510 --> 01:05:57,510
en de heerlijkheid van God
komt en erin gaat wonen.

1074
01:05:57,510 --> 01:06:01,050
Voor we zover zijn, moeten we
de tabernakel nog bekijken.

1075
01:06:01,050 --> 01:06:05,130
We zullen die vrij uitvoerig
bekijken, maar niet zo uitvoerig als

1076
01:06:05,130 --> 01:06:06,510
sommige mensen doen.

1077
01:06:06,510 --> 01:06:09,750
Ik heb een aantal boeken
gelezen van auteurs die

1078
01:06:09,750 --> 01:06:14,430
elk detail van de tabernakel behandelen
en daar een betekenis aan proberen

1079
01:06:14,430 --> 01:06:15,450
toe te kennen.

1080
01:06:15,450 --> 01:06:18,270
Ik heb geen vertrouwen
in al hun opvattingen,

1081
01:06:18,270 --> 01:06:21,870
maar sommige dingen die ze
zeggen zijn interessant en zouden

1082
01:06:21,870 --> 01:06:24,030
enige geldigheid kunnen hebben.

1083
01:06:24,030 --> 01:06:28,830
Daarom wil ik er wat tijd aan besteden
om enkele details daarvan te bespreken,

1084
01:06:28,830 --> 01:06:31,590
maar dat bewaren we voor een
afzonderlijke behandeling.
