1
00:00:02,070 --> 00:00:04,710
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,710 --> 00:00:12,150
Deze keer behandelen we Exodus 5
vers 1 tot en met hoofdstuk 7 vers 7.

3
00:00:12,150 --> 00:00:16,590
Laten we verdergaan met onze studie
van het boek Exodus, bij hoofdstuk 5.

4
00:00:16,590 --> 00:00:21,870
In de hoofdstukken 3 en 4 maakte Mozes
bezwaar tegen Gods keuze voor hem

5
00:00:21,870 --> 00:00:26,970
als de man die voor de farao moest staan
en de bevrijder van Israël moest zijn.

6
00:00:26,970 --> 00:00:31,110
God aanvaardde geen van zijn
bezwaren en daarom moest hij gaan.

7
00:00:31,110 --> 00:00:35,970
Hij is teruggekomen uit het land Midian,
waar hij veertig jaar is geweest.

8
00:00:35,970 --> 00:00:41,130
Nu is hij terug in het land Egypte,
in het land Gosen, bij de Israëlieten.

9
00:00:41,130 --> 00:00:44,250
En wanneer we bij
hoofdstuk 5, vers 1 komen,

10
00:00:44,250 --> 00:00:47,730
vinden we dus zijn eerste
ontmoeting met de farao.

11
00:00:47,730 --> 00:00:50,010
Exodus 5:1:

12
00:00:50,010 --> 00:00:56,010
Daarna kwamen Mozes en Aäron en zeiden
tegen de farao: Zo zegt de HEERE,

13
00:00:56,010 --> 00:01:00,330
de God van Israël: Laat Mijn
volk gaan om voor Mij een

14
00:01:00,330 --> 00:01:02,490
feest te vieren in de woestijn.

15
00:01:02,490 --> 00:01:06,750
De Egyptenaren waren vertrouwd met het
idee dat de goden boos konden worden

16
00:01:06,750 --> 00:01:09,750
als je hen niet met offers gunstig stemde.

17
00:01:09,750 --> 00:01:13,110
Alle heidense godsdiensten
hadden dit kenmerk.

18
00:01:13,110 --> 00:01:16,590
Natuurrampen die landen troffen,
werden vaak uitgelegd als

19
00:01:16,590 --> 00:01:20,970
uitingen van de woede van hun goden en men
dacht dikwijls dat ze het gevolg waren van

20
00:01:20,970 --> 00:01:23,130
de goddeloosheid van het volk.

21
00:01:23,130 --> 00:01:27,750
Datzelfde idee vinden we natuurlijk
in het Oude Testament bij Israël.

22
00:01:27,750 --> 00:01:33,090
Israël werd door veel rampen getroffen
omdat God niet tevreden over hen was.

23
00:01:33,090 --> 00:01:37,590
Dat is wat in het hele boek Richteren
telkens opnieuw wordt beschreven.

24
00:01:37,590 --> 00:01:43,170
Het volk behaagt Jahweh niet en daarom
stuurt Hij de Midianieten, de Edomieten,

25
00:01:43,170 --> 00:01:47,970
de Moabieten, de Chaldeeën of
iemand anders om hen te verdrukken.

26
00:01:47,970 --> 00:01:51,990
Alle landen wisten dat ze verantwoording
verschuldigd waren aan hun goden.

27
00:01:51,990 --> 00:01:54,270
Ook de Egyptenaren wisten dat.

28
00:01:54,270 --> 00:02:00,570
Mozes en Aäron deden dus een beroep op de
farao dat in die tijd heel redelijk was:

29
00:02:00,570 --> 00:02:03,570
„Onze God eist van ons
dat we Hem aanbidden.

30
00:02:03,570 --> 00:02:08,190
Als we niet gehoorzamen, kan Hij ons
treffen en ons vernietigen met de pest

31
00:02:08,190 --> 00:02:09,690
of met het zwaard.”

32
00:02:09,690 --> 00:02:13,350
De farao had moeten begrijpen
dat dit een gegronde zorg was.

33
00:02:13,350 --> 00:02:16,290
De farao gaf echter niet zoveel om Israël.

34
00:02:16,290 --> 00:02:18,990
Als God hen had getroffen en geoordeeld,

35
00:02:18,990 --> 00:02:22,470
zou dat de farao waarschijnlijk
wel goed zijn uitgekomen.

36
00:02:22,470 --> 00:02:25,050
Hij was dan ook niet
van plan mee te werken.

37
00:02:25,050 --> 00:02:26,550
Vers 4 zegt:

38
00:02:26,550 --> 00:02:31,290
Toen zei de koning van Egypte
tegen hen: Waarom, Mozes en Aäron,

39
00:02:31,290 --> 00:02:33,510
houdt u het volk van zijn werk af?

40
00:02:33,510 --> 00:02:35,190
Ga naar uw dwangarbeid!

41
00:02:35,190 --> 00:02:38,130
Dat wil zeggen: dit is geen vrije dag.

42
00:02:38,130 --> 00:02:42,750
Deze mensen, deze slaven, werken niet
terwijl ze wachten om te horen wat de

43
00:02:42,750 --> 00:02:44,730
uitkomst van dit gesprek is.

44
00:02:44,730 --> 00:02:46,650
En terwijl wij hier staan te praten,

45
00:02:46,650 --> 00:02:50,670
loopt Egypte het voordeel van een
grote hoeveelheid arbeidskrachten mis.

46
00:02:50,670 --> 00:02:51,990
Hij zegt:

47
00:02:51,990 --> 00:02:56,850
Daarom gaf de farao op diezelfde dag het
bevel aan de slavendrijvers onder het volk

48
00:02:56,850 --> 00:03:01,350
en de voormannen ervan: U mag voortaan
geen stro meer aan het volk verstrekken om

49
00:03:01,350 --> 00:03:04,170
de bakstenen te maken, zoals voorheen.

50
00:03:04,170 --> 00:03:06,810
Laten zij zelf maar stro gaan verzamelen.

51
00:03:06,810 --> 00:03:11,430
En het aantal bakstenen dat zij voorheen
maakten, moet u hun nu ook weer opleggen.

52
00:03:11,430 --> 00:03:14,670
U mag daarvan niets
afdoen, want zij zijn lui.

53
00:03:14,670 --> 00:03:17,430
Daarom roepen zij: Laat ons gaan!

54
00:03:17,430 --> 00:03:19,890
Laat ons offers brengen aan onze God!

55
00:03:19,890 --> 00:03:24,450
Het werk moet zo zwaar op die mannen
drukken dat zij dat blijven doen en geen

56
00:03:24,450 --> 00:03:26,670
aandacht schenken aan
leugenachtige woorden.

57
00:03:26,670 --> 00:03:30,330
Met de leugenachtige woorden
waar de farao naar verwijst,

58
00:03:30,330 --> 00:03:35,550
bedoelt hij in feite de woorden van
Mozes dat God Zijn volk gaat bevrijden

59
00:03:35,550 --> 00:03:39,210
en dat ze de woestijn in moeten
gaan om God te aanbidden.

60
00:03:39,210 --> 00:03:43,470
De farao zegt: „Laat ze
niet naar Mozes luisteren.

61
00:03:43,470 --> 00:03:47,850
Zet ze gewoon weer aan het werk en
maak het werk nu zwaarder voor hen.”

62
00:03:47,850 --> 00:03:51,990
Bakstenen werden van modder gemaakt
en men maakte ze steviger door er stro

63
00:03:51,990 --> 00:03:53,190
in te verwerken.

64
00:03:53,190 --> 00:03:56,130
Als wij tegenwoordig
gebouwen stevig willen maken,

65
00:03:56,130 --> 00:03:58,950
bouwen we ook niet zomaar muren van beton.

66
00:03:58,950 --> 00:04:01,410
We brengen er betonstaal in aan.

67
00:04:01,410 --> 00:04:05,490
In dit geval brengen we dus lange
stalen staven in het beton aan om het

68
00:04:05,490 --> 00:04:06,930
bijeen te houden.

69
00:04:06,930 --> 00:04:09,690
Zij deden hetzelfde met
hun bakstenen van modder,

70
00:04:09,690 --> 00:04:13,050
alleen gebruikten zij stro
om die bijeen te houden.

71
00:04:13,050 --> 00:04:16,890
Tot op dit moment was het stro
door de slavendrijvers geleverd.

72
00:04:16,890 --> 00:04:22,050
De Israëlieten moesten de bakstenen maken,
maar ze kregen de benodigde materialen.

73
00:04:22,050 --> 00:04:24,750
De modder en het stro werden geleverd.

74
00:04:24,750 --> 00:04:29,250
Maar nu zegt de farao: „We moeten
deze mensen meer te doen geven,

75
00:04:29,250 --> 00:04:33,150
zodat ze niet denken aan dingen als
weggaan om hun God te aanbidden.

76
00:04:33,150 --> 00:04:37,950
Laat ze hetzelfde aantal bakstenen
produceren, maar geef hun geen stro.

77
00:04:37,950 --> 00:04:40,050
Laat ze zelf stro zoeken.”

78
00:04:40,050 --> 00:04:42,210
Waar moeten ze zelf stro vinden?

79
00:04:42,210 --> 00:04:44,970
Ze moeten eropuit om droog gras te zoeken.

80
00:04:44,970 --> 00:04:49,110
Ze moeten het oogsten, binnenbrengen
en op de juiste lengte hakken,

81
00:04:49,110 --> 00:04:51,270
zodat het in de bakstenen past.

82
00:04:51,270 --> 00:04:55,410
Vervolgens moeten ze hetzelfde
aantal bakstenen maken als tevoren.

83
00:04:55,410 --> 00:04:59,250
Dat was heel onredelijk, maar de
farao wilde niet redelijk zijn.

84
00:04:59,250 --> 00:05:03,450
Hij wilde hen straffen en hun duidelijk
maken dat ze geen gedachten over

85
00:05:03,450 --> 00:05:08,250
vrijheid moesten koesteren en geen
gedachten die hij als luiheid beschouwde.

86
00:05:08,250 --> 00:05:12,690
Het interessante is dat ons in
Exodus, hoofdstuk 1, vers 11,

87
00:05:12,690 --> 00:05:17,910
wordt verteld dat een van de steden die
de Israëlieten bouwden de stad Pithom was.

88
00:05:17,910 --> 00:05:20,250
Aan het eind van vers 11 staat:

89
00:05:20,250 --> 00:05:24,810
En zij stelden daarom opzichters van
herendiensten over het volk aan om het

90
00:05:24,810 --> 00:05:27,150
door zijn dwangarbeid te onderdrukken.

91
00:05:27,150 --> 00:05:32,190
Het bouwde voor de farao
voorraadsteden: Pitom en Raämses.

92
00:05:32,190 --> 00:05:35,070
Pithom is door archeologen opgegraven.

93
00:05:35,070 --> 00:05:39,270
Iets interessants wat zij hebben ontdekt,
is dat de onderste lagen van de muren van

94
00:05:39,270 --> 00:05:43,230
Pithom, de oudste stenen die
werden gelegd, stro bevatten.

95
00:05:43,230 --> 00:05:48,090
Er zit fijn gesneden stro in, alsof het
speciaal voor dat doel was verwerkt.

96
00:05:48,090 --> 00:05:52,590
Maar als je hoger langs de muur gaat,
naar de stenen die later zijn aangebracht,

97
00:05:52,590 --> 00:05:55,350
bevatten de middelste
lagen stenen gras dat met

98
00:05:55,350 --> 00:05:59,490
wortel en al uit de grond is
getrokken, in plaats van gesneden stro.

99
00:05:59,490 --> 00:06:02,850
En als je nog hoger gaat,
naar de bovenste lagen stenen,

100
00:06:02,850 --> 00:06:04,890
zit daar helemaal geen stro in.

101
00:06:04,890 --> 00:06:09,450
Wat archeologen hebben gevonden, lijkt
een soort stil getuigenis te zijn van de

102
00:06:09,450 --> 00:06:11,310
waarachtigheid van dit verhaal.

103
00:06:11,310 --> 00:06:14,610
In de eerste fasen van de
bouw werd er stro verstrekt.

104
00:06:14,610 --> 00:06:18,690
In de latere fasen van de bouw
werd het stro niet meer verstrekt.

105
00:06:18,690 --> 00:06:22,770
Daarom probeerden de Israëlieten zich
zo goed mogelijk te behelpen door

106
00:06:22,770 --> 00:06:27,210
gras met wortel en al uit de grond te
rukken en dat in de stenen te verwerken.

107
00:06:27,210 --> 00:06:31,830
Maar uiteindelijk konden ze daar
blijkbaar zelfs niet genoeg van vinden.

108
00:06:31,830 --> 00:06:36,450
Daarom bevatten de bovenste
lagen stenen helemaal geen stro.

109
00:06:36,450 --> 00:06:38,370
En dus staat er in vers 10:

110
00:06:38,370 --> 00:06:42,210
Toen vertrokken de slavendrijvers
van het volk en de voormannen ervan

111
00:06:42,210 --> 00:06:47,611
en zeiden tegen het volk: Dit zegt
de farao: Ik geef u geen stro meer .

112
00:06:47,611 --> 00:06:50,251
Ook de voormannen van
de kinderen van Israël —

113
00:06:50,251 --> 00:06:52,650
blijkbaar de leiders
van de groepen slaven,

114
00:06:52,650 --> 00:06:56,970
mensen uit hun eigen volk die hun eigen
mensen moesten bestraffen om te zorgen dat

115
00:06:56,970 --> 00:06:58,651
ze het werk bijhielden —

116
00:06:58,651 --> 00:07:02,070
moesten verantwoording
afleggen aan de slavendrijvers.

117
00:07:02,070 --> 00:07:06,570
De voormannen van de Israëlieten, die
de slavendrijvers van de farao over hen

118
00:07:06,570 --> 00:07:09,090
aangesteld hadden, werden geslagen.

119
00:07:09,090 --> 00:07:12,450
Men zei: Waarom hebt u
niet, zoals voorheen,

120
00:07:12,450 --> 00:07:16,590
met het maken van bakstenen het u
voorgeschreven aantal klaargekregen,

121
00:07:16,590 --> 00:07:18,810
zowel gisteren als vandaag?

122
00:07:18,810 --> 00:07:23,370
Toen kwamen de voormannen van de
Israëlieten en riepen tegen de farao:

123
00:07:23,370 --> 00:07:26,130
Waarom behandelt u uw dienaren zo?

124
00:07:26,130 --> 00:07:31,890
Stro wordt uw dienaren niet gegeven, en
toch zeggen zij tegen ons: Maak bakstenen!

125
00:07:31,890 --> 00:07:36,570
En zie, uw dienaren worden geslagen,
maar uw volk staat schuldig.

126
00:07:36,570 --> 00:07:40,230
Blijkbaar was de Israëlieten niet
verteld waarom deze nieuwe regeling,

127
00:07:40,230 --> 00:07:42,750
dit nieuwe beleid, was ingevoerd.

128
00:07:42,750 --> 00:07:46,350
Ze beseften niet dat het verband
hield met het verzoek van Mozes,

129
00:07:46,350 --> 00:07:48,270
maar nu komen ze daarachter.

130
00:07:48,270 --> 00:07:51,270
En daardoor zijn ze bepaald
niet blij met Mozes.

131
00:07:51,270 --> 00:07:54,390
Maar hij zei: Lui bent u, lui!

132
00:07:54,390 --> 00:07:56,730
Daarom zegt u: Laat ons gaan!

133
00:07:56,730 --> 00:07:59,130
Laat ons offers brengen aan de HEERE!

134
00:07:59,130 --> 00:08:01,530
Nu dan, ga aan het werk!

135
00:08:01,530 --> 00:08:05,970
Stro wordt u niet gegeven, toch moet
u hetzelfde aantal bakstenen leveren.

136
00:08:05,970 --> 00:08:10,290
Nu wisten ze dus dat dit verband hield met
het verzoek om Jahweh te gaan aanbidden.

137
00:08:10,290 --> 00:08:15,330
Dat betekende dat het verband hield
met Mozes en zijn onbezonnen missie,

138
00:08:15,330 --> 00:08:17,790
zoals zij die waarschijnlijk beschouwden.

139
00:08:17,790 --> 00:08:23,430
Mozes was komen opdagen met de boodschap:
„God gaat jullie gebeden verhoren.

140
00:08:23,430 --> 00:08:25,350
Jullie zullen bevrijd worden.”

141
00:08:25,350 --> 00:08:28,770
Maar in plaats daarvan waren
hun lasten zwaarder gemaakt,

142
00:08:28,770 --> 00:08:31,290
zonder enig uitzicht op verlichting.

143
00:08:31,290 --> 00:08:35,790
Er was absoluut geen natuurlijk bewijs
dat het voor hen beter zou worden.

144
00:08:35,790 --> 00:08:38,130
En ze waren er niet zo zeker van dat

145
00:08:38,130 --> 00:08:41,370
Mozes werkelijk een boodschap
van God had ontvangen.

146
00:08:41,370 --> 00:08:45,150
Toen zagen de voormannen van de
Israëlieten dat het er slecht met hen

147
00:08:45,150 --> 00:08:49,590
voorstond, omdat men zei: U mag
niets afdoen van uw bakstenen,

148
00:08:49,590 --> 00:08:52,291
van de per dag opgelegde hoeveelheid .

149
00:08:52,291 --> 00:08:56,730
Toen zij bij de farao weggingen,
troffen zij Mozes en Aäron aan,

150
00:08:56,730 --> 00:08:58,650
die hen op stonden te wachten.

151
00:08:58,650 --> 00:09:02,790
Het is interessant dat Mozes en Aäron
op de een of andere manier van deze

152
00:09:02,790 --> 00:09:06,330
taken waren vrijgesteld,
hoewel ze Hebreeën waren.

153
00:09:06,330 --> 00:09:09,210
Misschien kwam dat
doordat ze zo oud waren.

154
00:09:09,210 --> 00:09:13,590
Misschien werden mensen van hun leeftijd
onder de Israëlieten vanaf een bepaalde

155
00:09:13,590 --> 00:09:18,750
leeftijd aangesteld als opzichters of iets
dergelijks, in plaats van als arbeiders.

156
00:09:18,750 --> 00:09:20,370
Dat is moeilijk te zeggen.

157
00:09:20,370 --> 00:09:24,030
Maar Aäron en Mozes waren
blijkbaar vrijgesteld van het werk

158
00:09:24,030 --> 00:09:25,470
dat werd verricht.

159
00:09:25,470 --> 00:09:29,310
Dus stonden ze daar gewoon toen
deze mensen naar buiten kwamen.

160
00:09:29,310 --> 00:09:34,650
En zij zeiden tegen hen: Moge de HEERE
op u toezien en moge Hij oordelen,

161
00:09:34,650 --> 00:09:39,810
omdat u ons in een kwade reuk gebracht
hebt bij de farao en bij zijn dienaren,

162
00:09:39,810 --> 00:09:43,290
door hun een zwaard in handen
te geven om ons te doden.

163
00:09:43,290 --> 00:09:45,870
Dit zeiden ze tegen Mozes en Aäron:

164
00:09:45,870 --> 00:09:50,430
omdat jullie ervoor hebben gezorgd dat de
farao en zijn dienaren een afschuw van ons

165
00:09:50,430 --> 00:09:55,650
hebben gekregen en hun zo een zwaard in
handen hebben gegeven om ons te doden.

166
00:09:55,650 --> 00:09:59,550
Toen keerde Mozes terug
tot de HEERE en zei: Heere,

167
00:09:59,550 --> 00:10:02,190
waarom hebt U dit volk kwaad gedaan?

168
00:10:02,190 --> 00:10:04,350
Waarom hebt U mij dan gezonden?

169
00:10:04,350 --> 00:10:09,210
Ja, vanaf het ogenblik dat ik naar de
farao gegaan ben om in Uw Naam te spreken,

170
00:10:09,210 --> 00:10:14,370
heeft hij dit volk kwaad gedaan en
U hebt Uw volk helemaal niet gered.

171
00:10:14,370 --> 00:10:17,250
Welnu, hoeveel tijd was er verstreken?

172
00:10:17,250 --> 00:10:20,430
We lezen dat de voormannen
in vers 14 zeiden:

173
00:10:20,430 --> 00:10:25,230
De voormannen van de Israëlieten, die
de slavendrijvers van de farao over hen

174
00:10:25,230 --> 00:10:27,930
aangesteld hadden, werden geslagen.

175
00:10:27,930 --> 00:10:31,530
Men zei: Waarom hebt u
niet, zoals voorheen,

176
00:10:31,530 --> 00:10:35,610
met het maken van bakstenen het u
voorgeschreven aantal klaargekregen,

177
00:10:35,610 --> 00:10:37,710
zowel gisteren als vandaag?

178
00:10:37,710 --> 00:10:41,670
Met andere woorden, er waren
blijkbaar twee dagen verstreken:

179
00:10:41,670 --> 00:10:45,810
de dag waarop de farao het
bevel gaf en de volgende dag.

180
00:10:45,810 --> 00:10:50,070
Toen de Israëlieten de volgende dag
zagen dat hun last niet werd verlicht,

181
00:10:50,070 --> 00:10:52,650
dienden ze hun klacht bij de farao in.

182
00:10:52,650 --> 00:10:57,390
Blijkbaar waren er dus maar twee dagen
verstreken sinds Mozes was komen opdagen.

183
00:10:57,390 --> 00:11:02,010
Ze hadden het niet echt veel tijd gegeven,
maar de ontwikkeling was al zichtbaar.

184
00:11:02,010 --> 00:11:05,430
Het was niet zo dat het heel
langzaam een beetje beter werd.

185
00:11:05,430 --> 00:11:09,150
Integendeel, het werd
heel snel veel erger.

186
00:11:09,150 --> 00:11:12,510
Daarom hadden ze reden om
eraan te twijfelen of Mozes

187
00:11:12,510 --> 00:11:14,910
werkelijk Gods boodschapper was.

188
00:11:14,910 --> 00:11:17,130
Mozes vraagt het zichzelf ook af.

189
00:11:17,130 --> 00:11:20,250
Hij weet dat God aan hem
verschenen is, maar hij zegt:

190
00:11:20,250 --> 00:11:24,450
Toen keerde Mozes terug
tot de HEERE en zei: Heere,

191
00:11:24,450 --> 00:11:27,090
waarom hebt U dit volk kwaad gedaan?

192
00:11:27,090 --> 00:11:29,490
Waarom hebt U mij dan gezonden?

193
00:11:29,490 --> 00:11:33,210
Ik dacht dat U mij gestuurd
had om dit volk te bevrijden,

194
00:11:33,210 --> 00:11:36,870
maar ik kwam opdagen en nu
sta ik alleen maar voor schut.

195
00:11:36,870 --> 00:11:39,690
Ik heb hun verteld dat
U hen zou bevrijden,

196
00:11:39,690 --> 00:11:42,090
en het is alleen maar erger geworden.

197
00:11:42,090 --> 00:11:45,930
U vergroot mijn geloofwaardigheid
nu niet bepaald.

198
00:11:45,930 --> 00:11:48,870
Waarom laat U toe dat hun dit overkomt?

199
00:11:48,870 --> 00:11:51,510
Ik dacht dat U aan hun kant stond.

200
00:11:51,510 --> 00:11:55,830
En dus zei de HEERE in
hoofdstuk 6 tegen Mozes:

201
00:11:55,830 --> 00:12:02,070
Toen zei de HEERE tegen Mozes: Nu zult
u zien wat Ik de farao zal aandoen.

202
00:12:02,070 --> 00:12:06,630
Voorzeker, door een sterke hand
zal hij hen laten gaan, ja,

203
00:12:06,630 --> 00:12:10,650
door een sterke hand zal hij
hen uit zijn land verdrijven.

204
00:12:10,650 --> 00:12:12,750
Hij zal niet alleen maar toegeven.

205
00:12:12,750 --> 00:12:15,450
Hij zal hen dolgraag zien vertrekken.

206
00:12:15,450 --> 00:12:19,950
Hij zal hen het land uit drijven,
omdat hij zo ontzettend graag wil

207
00:12:19,950 --> 00:12:21,510
dat ze vertrekken.

208
00:12:21,510 --> 00:12:24,450
God sprak tot Mozes en zei tegen hem:

209
00:12:24,450 --> 00:12:26,070
Ik ben de HEERE.

210
00:12:26,070 --> 00:12:31,650
Ik ben aan Abraham, Izak en Jakob
verschenen als God de Almachtige,

211
00:12:31,650 --> 00:12:35,790
maar met Mijn Naam HEERE ben
Ik hun niet bekend geweest.

212
00:12:35,790 --> 00:12:41,010
Ook heb Ik Mijn verbond met hen gesloten
om hun het land Kanaän te geven,

213
00:12:41,010 --> 00:12:45,270
het land van hun vreemdelingschap,
waarin zij als vreemdeling verbleven.

214
00:12:45,270 --> 00:12:48,450
Deze uitspraak heeft tot
veel controverse geleid,

215
00:12:48,450 --> 00:12:53,430
omdat God lijkt te zeggen dat
Abraham, Isaak en Jakob Hem niet

216
00:12:53,430 --> 00:12:56,010
kenden onder de Naam Jahweh.

217
00:12:56,010 --> 00:13:00,510
Alsof Hij die Naam pas onlangs door
Mozes aan Israël heeft geopenbaard,

218
00:13:00,510 --> 00:13:04,890
en eerdere generaties Israëlieten
de Naam Jahweh niet kenden.

219
00:13:04,890 --> 00:13:07,110
Maar dat is kennelijk niet echt waar.

220
00:13:07,110 --> 00:13:11,250
Want wanneer we het boek Genesis
lezen, zien we dat Abraham,

221
00:13:11,250 --> 00:13:15,210
Isaak en Jakob allemaal
het woord Jahweh gebruiken,

222
00:13:15,210 --> 00:13:18,510
tenminste zoals Genesis er nu bij ligt.

223
00:13:18,510 --> 00:13:21,270
Waarom lijkt God dan
iets anders te zeggen?

224
00:13:21,270 --> 00:13:23,550
Er zijn drie verklaringen gegeven.

225
00:13:23,550 --> 00:13:27,390
Elk daarvan kan waar zijn en
zou het probleem oplossen.

226
00:13:27,390 --> 00:13:29,610
Maar het probleem is groot genoeg dat

227
00:13:29,610 --> 00:13:33,450
geleerden zich altijd verplicht
voelen ermee te worstelen.

228
00:13:33,450 --> 00:13:38,910
Eén suggestie is dat God de Naam Jahweh
inderdaad niet gebruikte toen Hij Zich aan

229
00:13:38,910 --> 00:13:41,790
Abraham, Isaak en Jakob openbaarde.

230
00:13:41,790 --> 00:13:46,410
Toen Mozes Genesis schreef, zou
hij de Naam Jahweh hebben ingevuld

231
00:13:46,410 --> 00:13:49,410
op plaatsen waar Abraham, Isaak en Jakob

232
00:13:49,410 --> 00:13:53,610
oorspronkelijk een andere naam
hadden gebruikt, zoals El Shaddai.

233
00:13:53,610 --> 00:13:56,730
El Shaddai betekent God de Almachtige.

234
00:13:56,730 --> 00:14:00,990
We weten dat dit de term is die
Job en zijn vrienden gebruiken:

235
00:14:00,990 --> 00:14:03,450
de Almachtige, Shaddai.

236
00:14:03,450 --> 00:14:08,610
Job leefde in een zeer ver verleden en
kennelijk in de tijd van de aartsvaders.

237
00:14:08,610 --> 00:14:12,390
Het lijkt erop dat El Shaddai,
zoals God Zich hier noemt,

238
00:14:12,390 --> 00:14:18,450
misschien de Naam was waaronder Hij Zich
aan Abraham, Isaak en Jakob openbaarde,

239
00:14:18,450 --> 00:14:20,130
de Naam die zij kenden.

240
00:14:20,130 --> 00:14:24,990
Maar toen Mozes eeuwen later Genesis
schreef en over God begon te spreken,

241
00:14:24,990 --> 00:14:30,150
vulde hij op de juiste plaatsen het
woord Jahweh in, ook al hadden Abraham,

242
00:14:30,150 --> 00:14:33,390
Isaak en Jakob die Naam niet gebruikt.

243
00:14:33,390 --> 00:14:36,930
Daarmee zouden deze woorden van
God letterlijk worden genomen,

244
00:14:36,930 --> 00:14:39,810
en dat zou ook een
mogelijke verklaring zijn.

245
00:14:39,810 --> 00:14:41,970
Maar het is niet de enige verklaring.

246
00:14:41,970 --> 00:14:45,570
Het is niet de verklaring die
de meeste geleerden aanvaarden.

247
00:14:45,570 --> 00:14:47,850
Een andere suggestie is dat we het woord

248
00:14:47,850 --> 00:14:52,050
‘naam’ in de specifiek Hebreeuwse
betekenis moeten begrijpen,

249
00:14:52,050 --> 00:14:55,470
in plaats van zoals wij
het woord ‘naam’ gebruiken.

250
00:14:55,470 --> 00:14:57,690
Wanneer we het over iemands naam hebben,

251
00:14:57,690 --> 00:15:02,070
hebben we het alleen over de aanduiding
die we gebruiken om hem aan te spreken.

252
00:15:02,070 --> 00:15:05,370
In veel gevallen geven onze
ouders ons tegenwoordig een naam

253
00:15:05,370 --> 00:15:10,050
omdat het een familienaam is, of omdat het
een naam is die ze ergens hebben gehoord

254
00:15:10,050 --> 00:15:11,670
en die ze mooi vonden.

255
00:15:11,670 --> 00:15:15,270
Ze vinden de klank van de
naam mooi, of iets dergelijks.

256
00:15:15,270 --> 00:15:19,110
Er zijn allerlei redenen waarom
mensen de naam krijgen die ze krijgen.

257
00:15:19,110 --> 00:15:23,550
Maar in Bijbelse tijden kreeg iemand
vaak een naam vanwege de betekenis ervan

258
00:15:23,550 --> 00:15:26,070
en omdat die bijna profetisch was.

259
00:15:26,070 --> 00:15:29,970
In elk geval werden in de Hebreeuwse
geschiedenis de namen van veel mensen

260
00:15:29,970 --> 00:15:34,650
zelfs veranderd toen ze al volwassen
waren, om weer te geven wat hun opdracht,

261
00:15:34,650 --> 00:15:37,530
hun bestemming of hun betekenis was.

262
00:15:37,530 --> 00:15:41,430
Jezus veranderde zelfs de namen
van sommige van Zijn discipelen.

263
00:15:41,430 --> 00:15:45,270
God veranderde de naam Abram in Abraham.

264
00:15:45,270 --> 00:15:49,410
Hij veranderde de naam
Jakob in Israël, enzovoort.

265
00:15:49,410 --> 00:15:52,830
We zien een aantal keren dat de
namen van mensen worden veranderd,

266
00:15:52,830 --> 00:15:57,630
omdat de naam iets diepers aanduidt dan
alleen de lettergrepen waarmee je iemand

267
00:15:57,630 --> 00:16:01,770
zou aanspreken, zodat hij
wist dat je het tegen hem had.

268
00:16:01,770 --> 00:16:04,350
Het is meer dan alleen een aanduiding.

269
00:16:04,350 --> 00:16:08,670
In het Hebreeuws zegt iemands naam
veel meer over zijn reputatie.

270
00:16:08,670 --> 00:16:10,710
Ook wij spreken weleens zo.

271
00:16:10,710 --> 00:16:16,050
We hebben het over iemands goede naam,
en daarmee bedoelen we zijn reputatie.

272
00:16:16,050 --> 00:16:19,230
Zijn reputatie is
gebaseerd op zijn karakter,

273
00:16:19,230 --> 00:16:22,530
zijn prestaties en wie hij werkelijk is.

274
00:16:22,530 --> 00:16:27,510
Het is niet alleen een woord waarmee hij
wordt aangeduid, maar zijn identiteit.

275
00:16:27,510 --> 00:16:29,910
Wanneer de Bijbel het
over iemands naam heeft,

276
00:16:29,910 --> 00:16:32,610
en vooral over de Naam van de Heere,

277
00:16:32,610 --> 00:16:37,530
verwijst dat vaak vooral naar Zijn
karakter, of zelfs naar Zijn identiteit,

278
00:16:37,530 --> 00:16:40,470
Zijn positie en Zijn reputatie.

279
00:16:40,470 --> 00:16:43,770
Dat alles ligt besloten in de term ‘naam’.

280
00:16:43,770 --> 00:16:47,670
Daarom betekent het, wanneer de Bijbel
spreekt over dingen doen in de Naam van

281
00:16:47,670 --> 00:16:52,830
Jezus, meer dan alleen het woord
‘Jezus’ achter onze gebeden zetten.

282
00:16:52,830 --> 00:16:57,870
Of bij het uitdrijven van demonen zeggen:
‘Ik beveel je in de Naam van Jezus om naar

283
00:16:57,870 --> 00:16:59,250
buiten te komen.’

284
00:16:59,250 --> 00:17:02,490
Wanneer we in de Naam van
Jezus bidden of handelen,

285
00:17:02,490 --> 00:17:05,490
denken we vaak dat dit niet
meer betekent dan het woord

286
00:17:05,490 --> 00:17:07,950
‘Jezus’ achter onze woorden zetten.

287
00:17:07,950 --> 00:17:11,370
Want wij beschouwen een naam
als niet meer dan een woord.

288
00:17:11,370 --> 00:17:16,050
Maar in Bijbelse tijden verwees
iemands naam naar de hele persoon zelf:

289
00:17:16,050 --> 00:17:21,090
zijn karakter, zijn identiteit,
zijn gezag en zijn reputatie.

290
00:17:21,090 --> 00:17:24,150
Als we zeggen dat wij in
de Naam van Jezus handelen,

291
00:17:24,150 --> 00:17:27,810
betekent dit dus eigenlijk dat wij
in de persoon van Jezus handelen.

292
00:17:27,810 --> 00:17:33,210
Wij zijn in Hem gebracht, in het lichaam
van Christus, om deel van Hem te zijn,

293
00:17:33,210 --> 00:17:36,210
van Zijn vlees en van Zijn beenderen.

294
00:17:36,210 --> 00:17:41,250
Wij maken deel uit van Jezus en wij
spreken als Jezus tot de demonen.

295
00:17:41,250 --> 00:17:45,510
Wij spreken zelfs als Jezus
tot de Vader. Jezus zei:

296
00:17:45,510 --> 00:17:48,750
En op die dag zult u Mij niets vragen.

297
00:17:48,750 --> 00:17:54,810
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Alles wat
u de Vader zult bidden in Mijn Naam,

298
00:17:54,810 --> 00:17:56,730
zal Hij u geven.

299
00:17:56,730 --> 00:18:01,290
Wij komen tot de Vader op grond
van de verdiensten, de reputatie,

300
00:18:01,290 --> 00:18:04,470
het karakter en het gezag van Jezus.

301
00:18:04,470 --> 00:18:07,890
Dat betekent het om in
Zijn Naam te handelen.

302
00:18:07,890 --> 00:18:11,670
Wanneer God hier over Zijn
Naam spreekt, zegt Hij:

303
00:18:11,670 --> 00:18:16,290
Abraham, Isaak en Jakob kenden
Mij onder de naam El Shaddai,

304
00:18:16,290 --> 00:18:20,070
maar onder mijn naam
Jahweh kenden ze Mij niet.

305
00:18:20,070 --> 00:18:25,470
Veel geleerden denken dat Hij niet bedoelt
dat zij het woord Yahweh niet kenden.

306
00:18:25,470 --> 00:18:30,630
Zoals Genesis het weergeeft, gebruikten
zij de Naam Yahweh in feite wel,

307
00:18:30,630 --> 00:18:33,090
en dat zouden we letterlijk kunnen nemen.

308
00:18:33,090 --> 00:18:38,070
Maar wat Hij hier zegt, is dat zij
Hem in één hoedanigheid kenden,

309
00:18:38,070 --> 00:18:39,930
als de machtige God.

310
00:18:39,930 --> 00:18:44,790
Abraham wist dat Hij ervoor kon zorgen
dat zijn vrouw, die onvruchtbaar was,

311
00:18:44,790 --> 00:18:46,530
een kind kreeg.

312
00:18:46,530 --> 00:18:51,390
Jakob wist dat Hij hem twintig jaar lang
in een vreemd land kon bewaren en hem

313
00:18:51,390 --> 00:18:55,410
voorspoed kon geven ondanks de
onderdrukking door zijn oom.

314
00:18:55,410 --> 00:19:00,330
Jozef kende Hem als de machtige God, Die
hem uit de gevangenis kon verheffen tot de

315
00:19:00,330 --> 00:19:01,830
zetel naast de farao.

316
00:19:01,830 --> 00:19:06,150
Zij kenden Hem als de Almachtige God,
maar zij kenden Hem nooit als Yahweh,

317
00:19:06,150 --> 00:19:09,930
met andere woorden, zoals
Israël Hem nu zal leren kennen.

318
00:19:09,930 --> 00:19:14,430
De Naam Yahweh zal vanaf dit moment
voor altijd verbonden zijn met God

319
00:19:14,430 --> 00:19:17,010
de Verlosser, God de Bevrijder.

320
00:19:17,010 --> 00:19:21,330
Abraham, Izak en Jakob
hebben Hem nooit zo gekend.

321
00:19:21,330 --> 00:19:24,030
Zij hebben Hem nooit als bevrijder gekend.

322
00:19:24,030 --> 00:19:26,790
Zij hebben Hem nooit als verlosser gekend.

323
00:19:26,790 --> 00:19:31,890
Zij hoefden nooit verlost of bevrijd te
worden zoals Israël dat nu nodig heeft.

324
00:19:31,890 --> 00:19:34,170
Zij kenden Zijn machtige kracht.

325
00:19:34,170 --> 00:19:38,490
Zij kenden Hem als God de Almachtige,
maar zij kenden Zijn karakter

326
00:19:38,490 --> 00:19:42,210
en Zijn handelen niet zoals
Israël die nu zal leren kennen.

327
00:19:42,210 --> 00:19:45,330
Veel geleerden denken dat
dit is wat Hij hier zegt.

328
00:19:45,330 --> 00:19:50,250
Hij zegt niet dat Abraham, Izak
en Jakob de Naam Yahweh als

329
00:19:50,250 --> 00:19:54,690
Naam voor God niet kenden, maar zij hadden
nooit werkelijk het kenmerkende handelen

330
00:19:54,690 --> 00:19:58,650
van God gezien dat Hij in
dit geval zal laten zien.

331
00:19:58,650 --> 00:20:02,550
De Naam Yahweh zal vanaf
nu een verbondsnaam zijn

332
00:20:02,550 --> 00:20:07,170
voor de Verlosser van Israël, iets
wat Hij nooit eerder is geweest.

333
00:20:07,170 --> 00:20:09,450
Zo vatten sommige geleerden het op.

334
00:20:09,450 --> 00:20:14,550
Naar mijn mening verklaart óf dat,
óf de eerdere suggestie die ik deed,

335
00:20:14,550 --> 00:20:18,510
namelijk dat het woord Yahweh
achteraf door Mozes aan Genesis is

336
00:20:18,510 --> 00:20:20,790
toegevoegd, dit werkelijk.

337
00:20:20,790 --> 00:20:24,510
Maar er is een derde
verklaring, die ook mogelijk is.

338
00:20:24,510 --> 00:20:27,930
In de Hebreeuwse tekst
staan geen leestekens.

339
00:20:27,930 --> 00:20:31,650
Als er dus een vraag staat,
staat er geen vraagteken.

340
00:20:31,650 --> 00:20:35,130
Je moet zonder dat leesteken
herkennen dat het een vraag is.

341
00:20:35,130 --> 00:20:40,050
Het is mogelijk, en dit is een vaak
voorgestelde oplossing voor het probleem,

342
00:20:40,050 --> 00:20:45,330
dat Gods woorden in vers 3 van Exodus
6 als volgt moeten worden opgevat:

343
00:20:45,330 --> 00:20:50,490
Ik ben aan Abraham, Isaak en
Jakob verschenen als El Shaddai,

344
00:20:50,490 --> 00:20:53,730
maar kenden ze Mij niet
onder mijn naam Jahweh?

345
00:20:53,730 --> 00:20:56,670
Hij zou dat dan als
retorische vraag stellen:

346
00:20:56,670 --> 00:21:01,230
Kenden ze Mij niet alleen als
El Shaddai, maar ook als Jahweh?

347
00:21:01,230 --> 00:21:04,290
Het wordt uitgedrukt als
een retorische vraag die

348
00:21:04,290 --> 00:21:11,370
feitelijk bevestigt dat zij Hem zowel
als Jahweh als als El Shaddai kenden.

349
00:21:11,370 --> 00:21:14,490
Al deze oplossingen
verschillen volledig van elkaar

350
00:21:14,490 --> 00:21:16,950
en ze kunnen niet allemaal waar zijn.

351
00:21:16,950 --> 00:21:20,670
In werkelijkheid kan waarschijnlijk
maar één ervan waar zijn.

352
00:21:20,670 --> 00:21:25,290
Het is moeilijk om ertussen te
kiezen, omdat ze allemaal echt werken.

353
00:21:25,290 --> 00:21:28,590
Ik laat het aan jou over
om je favoriet te kiezen

354
00:21:28,590 --> 00:21:31,290
en te beseffen dat je het
mis zou kunnen hebben,

355
00:21:31,290 --> 00:21:35,190
omdat er andere verklaringen
kunnen zijn die juist zijn.

356
00:21:35,190 --> 00:21:41,910
Maar één ding kunnen we met zekerheid
zeggen: dit probleem is niet onoplosbaar.

357
00:21:41,910 --> 00:21:44,070
Wanneer er problemen in de Bijbel zijn,

358
00:21:44,070 --> 00:21:47,610
wanneer er schijnbare
tegenstrijdigheden in de Bijbel zijn,

359
00:21:47,610 --> 00:21:52,530
komen we er soms misschien nooit precies
achter hoe die moeten worden opgelost.

360
00:21:52,530 --> 00:21:56,970
Maar het feit dat er ten minste
één aannemelijke oplossing is,

361
00:21:56,970 --> 00:22:01,290
om nog maar te zwijgen van twee
of drie aannemelijke oplossingen,

362
00:22:01,290 --> 00:22:06,030
betekent dat niemand werkelijk kan
beweren dat de Bijbel hier gebrekkig is.

363
00:22:06,030 --> 00:22:10,050
Misschien weten we niet op welke manier
de passage gerechtvaardigd wordt,

364
00:22:10,050 --> 00:22:13,530
maar op de ene of de andere
manier wordt hij gerechtvaardigd.

365
00:22:13,530 --> 00:22:18,030
En er is meer dan één mogelijkheid
waarop hij gerechtvaardigd kan worden.

366
00:22:18,030 --> 00:22:21,270
We zullen ons dus geen zorgen
maken over het probleem.

367
00:22:21,270 --> 00:22:26,490
Het enige wat we kunnen zeggen, is dat
dit de voorgestelde oplossingen zijn.

368
00:22:26,490 --> 00:22:28,110
Vers 5 zegt:

369
00:22:28,110 --> 00:22:31,650
Bovendien heb Ik Zelf het gekerm
gehoord van de Israëlieten,

370
00:22:31,650 --> 00:22:36,510
die de Egyptenaren voor zich laten werken,
en Ik heb aan Mijn verbond gedacht.

371
00:22:36,510 --> 00:22:42,390
Dat zou doelen op Abraham, Izak en Jakob,
die het laatst werden genoemd in vers 3.

372
00:22:42,390 --> 00:22:47,970
God sloot een verbond met Abraham, Izak
en Jakob om hun het land Kanaän te geven,

373
00:22:47,970 --> 00:22:52,110
het land van hun vreemdelingschap,
waarin zij vreemdelingen waren.

374
00:22:52,110 --> 00:22:56,010
Zeg daarom tegen de
Israëlieten: Ik ben de HEERE.

375
00:22:56,010 --> 00:23:00,030
Ik zal u uitleiden van onder de
dwangarbeid van de Egyptenaren.

376
00:23:00,030 --> 00:23:04,830
Ik zal u redden uit hun slavernij en
u verlossen door een uitgestrekte arm

377
00:23:04,830 --> 00:23:07,350
en door zware strafgerichten.

378
00:23:07,350 --> 00:23:10,290
Er zijn verschillende redenen
waarom God hier handelt,

379
00:23:10,290 --> 00:23:12,750
waarom God Israël te hulp komt.

380
00:23:12,750 --> 00:23:17,130
Als we het boek Genesis niet hadden,
zou dit voor ons een raadsel zijn

381
00:23:17,130 --> 00:23:19,650
wanneer we bij het boek Exodus kwamen.

382
00:23:19,650 --> 00:23:24,390
Als Exodus het eerste boek van de
Bijbel was en we zonder enige kennis van

383
00:23:24,390 --> 00:23:28,230
Genesis aan Exodus begonnen,
zouden we eigenlijk niet weten

384
00:23:28,230 --> 00:23:32,130
waarom God Zich om deze
specifieke groep slaven bekommert.

385
00:23:32,130 --> 00:23:36,450
We zouden misschien zeggen: ‘God
bekommert Zich om de onderdrukten.

386
00:23:36,450 --> 00:23:39,150
God komt op voor de zwakkere partij.’

387
00:23:39,150 --> 00:23:41,550
En dat zou mogelijk
een goed antwoord zijn,

388
00:23:41,550 --> 00:23:44,010
maar we zouden de werkelijke
redenen niet kennen.

389
00:23:44,010 --> 00:23:47,010
De werkelijke redenen waarom
God aan hun kant staat,

390
00:23:47,010 --> 00:23:50,010
hebben te maken met wat
er in Genesis is gebeurd.

391
00:23:50,010 --> 00:23:55,110
Hij zegt dat er eigenlijk twee redenen
zijn waarom Hij Israël hier te hulp komt.

392
00:23:55,110 --> 00:23:58,950
De ene is: ‘Ik heb een
verbond gesloten met Abraham,

393
00:23:58,950 --> 00:24:02,790
Izak en Jakob dat Ik hun
nakomelingen dit land zou geven

394
00:24:02,790 --> 00:24:05,370
waarin zij als vreemdelingen verbleven.

395
00:24:05,370 --> 00:24:08,970
En dat zal gebeuren als gevolg
van wat Ik hier ga doen.’

396
00:24:08,970 --> 00:24:12,210
De andere is: ‘Ik heb
medelijden met jullie.

397
00:24:12,210 --> 00:24:14,190
Ik heb jullie gekerm gehoord.

398
00:24:14,190 --> 00:24:16,650
Ik vind dat jullie genoeg hebben geleden.

399
00:24:16,650 --> 00:24:19,530
Het is tijd dat Ik die beloften vervul.’

400
00:24:19,530 --> 00:24:22,950
Dus wat Ik tegen jullie voorouders
heb gezegd en wat jullie nu

401
00:24:22,950 --> 00:24:25,590
doormaken, motiveert Mij.

402
00:24:25,590 --> 00:24:28,350
God heeft deze beide dingen in gedachten.

403
00:24:28,350 --> 00:24:29,370
Vers 6:

404
00:24:29,370 --> 00:24:33,330
Ik zal u tot Mijn volk aannemen
en Ik zal u tot een God zijn.

405
00:24:33,330 --> 00:24:37,110
Dan zult u weten dat Ik
de HEERE, uw God, ben,

406
00:24:37,110 --> 00:24:40,830
Die u uitleidt van onder de
dwangarbeid van de Egyptenaren.

407
00:24:40,830 --> 00:24:44,730
Ik zal u brengen in het land
waarvoor Ik Mijn hand opgeheven heb,

408
00:24:44,730 --> 00:24:48,570
dat Ik het aan Abraham,
Izak en Jakob geven zou.

409
00:24:48,570 --> 00:24:53,010
Ik zal het u in erfelijk
bezit geven, Ik, de HEERE.

410
00:24:53,010 --> 00:24:56,250
Merk op hoe vaak er ‘Ik zal’ staat.

411
00:24:56,250 --> 00:24:58,170
Dit zijn Gods toezeggingen.

412
00:24:58,170 --> 00:25:01,290
Dit zijn allemaal beloften
die Hij op dat moment doet.

413
00:25:01,290 --> 00:25:05,310
Denk eraan dat ik zei dat
de naam Jahweh in vers 3

414
00:25:05,310 --> 00:25:09,450
verwijst naar het karakter van
God als Jahweh, de Bevrijder.

415
00:25:09,450 --> 00:25:12,750
Dat lijkt hier bevestigd
te worden. Hij zegt:

416
00:25:12,750 --> 00:25:14,610
Dan zullen jullie het weten.

417
00:25:14,610 --> 00:25:19,710
Abraham en Izak hebben God nooit
gekend als Jahweh, de Bevrijder,

418
00:25:19,710 --> 00:25:24,150
maar Israël zal Hem zo kennen wanneer
Hij al deze dingen doet. Hij zegt:

419
00:25:24,150 --> 00:25:28,290
Ik zal u brengen in het land
waarvoor Ik Mijn hand opgeheven heb,

420
00:25:28,290 --> 00:25:32,070
dat Ik het aan Abraham,
Izak en Jakob geven zou.

421
00:25:32,070 --> 00:25:36,750
Ik zal het u in erfelijk
bezit geven, Ik, de HEERE.

422
00:25:36,750 --> 00:25:37,950
Dat is wat Ik doe.

423
00:25:37,950 --> 00:25:42,330
Zo sprak Mozes tot de Israëlieten, maar
zij luisterden niet naar Mozes door hun

424
00:25:42,330 --> 00:25:45,210
moedeloosheid en de harde slavenarbeid.

425
00:25:45,210 --> 00:25:47,610
Verder sprak de HEERE tot Mozes:

426
00:25:47,610 --> 00:25:54,330
Al deze bemoedigingen — ‘Ik zal, Ik zal,
Ik zal, Ik zal’ — zijn dus goed nieuws.

427
00:25:54,330 --> 00:25:57,150
Mozes gaat ze aan de kinderen
van Israël vertellen.

428
00:25:57,150 --> 00:26:00,810
Maar zij horen het en
zeggen: ‘Ik geloof je niet.

429
00:26:00,810 --> 00:26:05,070
Gisteren praatte je ook zo, en kijk
eens hoe het sindsdien is gegaan.

430
00:26:05,070 --> 00:26:06,990
Laat ons toch gewoon met rust.’

431
00:26:06,990 --> 00:26:09,930
Ze waren verbitterd en
wilden niet geloven.

432
00:26:09,930 --> 00:26:11,250
Vers 10:

433
00:26:11,250 --> 00:26:15,150
Ga en spreek tot de farao,
de koning van Egypte,

434
00:26:15,150 --> 00:26:18,270
dat hij de Israëlieten uit
zijn land moet laten gaan.

435
00:26:18,270 --> 00:26:22,470
Maar Mozes sprak voor het
aangezicht van de HEERE: Zie,

436
00:26:22,470 --> 00:26:25,110
de Israëlieten hebben
niet naar mij geluisterd;

437
00:26:25,110 --> 00:26:28,110
hoe zou de farao dan
wel naar mij luisteren?

438
00:26:28,110 --> 00:26:30,810
Bovendien ben ik niet welbespraakt.

439
00:26:30,810 --> 00:26:33,390
Mozes sprak voor de Heere en zei:

440
00:26:33,390 --> 00:26:36,030
De Israëlieten hebben
niet naar mij geluisterd.

441
00:26:36,030 --> 00:26:38,610
Hoe zal de farao dan naar mij luisteren?

442
00:26:38,610 --> 00:26:41,070
Ik heb immers onbesneden lippen.

443
00:26:41,070 --> 00:26:44,070
‘Onbesneden’ is voor het Joodse denken

444
00:26:44,070 --> 00:26:49,050
eenvoudigweg een term die onrein
of onaanvaardbaar betekent.

445
00:26:49,050 --> 00:26:52,650
Mozes zegt misschien: ‘Ik
ben geen goede spreker.’

446
00:26:52,650 --> 00:26:55,410
Maar dat zou niet relevant
lijken, want God heeft

447
00:26:55,410 --> 00:26:58,050
Aäron daarvoor al bij de zaak betrokken.

448
00:26:58,050 --> 00:27:03,331
Misschien zegt hij: ‘Mijn manier van
spreken — alles wat ik te zeggen heb —

449
00:27:03,331 --> 00:27:06,270
zal voor de farao onaanvaardbaar zijn.

450
00:27:06,270 --> 00:27:09,990
De farao heeft zijn minachting
voor mij al laten blijken.

451
00:27:09,990 --> 00:27:13,170
Hij zal geen respect hebben
voor wat ik te zeggen heb.

452
00:27:13,170 --> 00:27:17,130
Mijn woorden zijn niet de woorden van
een man naar wie hij zal luisteren.

453
00:27:17,130 --> 00:27:19,530
Ik heb onaanvaardbare lippen.

454
00:27:19,530 --> 00:27:23,010
Ik behoor niet tot de mensen bij
wie de farao om raad vraagt of

455
00:27:23,010 --> 00:27:24,570
naar leiding zoekt.’

456
00:27:24,570 --> 00:27:30,270
Dit zijn hun familiehoofden: de zonen
van Ruben, de eerstgeborene van Israël,

457
00:27:30,270 --> 00:27:34,470
zijn Hanoch en Pallu, Hezron en Charmi.

458
00:27:34,470 --> 00:27:36,750
Dit zijn de geslachten van Ruben.

459
00:27:36,750 --> 00:27:41,370
Die uitspraak in vers 13 is een
samenvatting van het hele verhaal.

460
00:27:41,370 --> 00:27:43,890
De reden dat die
samenvatting wordt gegeven,

461
00:27:43,890 --> 00:27:47,790
is dat het verhaal even wordt
onderbroken voor een zijspoor,

462
00:27:47,790 --> 00:27:51,450
namelijk de genealogie van Mozes en Aäron.

463
00:27:51,450 --> 00:27:54,210
Joodse genealogieën zijn heel belangrijk.

464
00:27:54,210 --> 00:27:59,850
Het gaat er hier vooral om te laten zien
dat Mozes en Aäron afstammen van Levi,

465
00:27:59,850 --> 00:28:01,710
van de stam Levi.

466
00:28:01,710 --> 00:28:06,030
Want later in het verhaal zal de
stam Levi worden uitgekozen als de

467
00:28:06,030 --> 00:28:10,410
priesterlijke stam, en Aäron,
die uit de stam Levi komt,

468
00:28:10,410 --> 00:28:12,330
zal de hogepriester worden.

469
00:28:12,330 --> 00:28:15,630
Om de Levitische afstamming
van deze mannen te laten zien,

470
00:28:15,630 --> 00:28:19,650
krijgen we een terzijde,
misschien een soort tussenzin,

471
00:28:19,650 --> 00:28:22,890
waarin ons wordt verteld
waar zij vandaan kwamen.

472
00:28:22,890 --> 00:28:23,970
Er staat:

473
00:28:23,970 --> 00:28:32,130
De zonen van Simeon: Jemuel,
Jamin, Ohad, Jachin, Zohar en Saul,

474
00:28:32,130 --> 00:28:35,250
de zoon van een Kanaänitische vrouw.

475
00:28:35,250 --> 00:28:37,710
Dit zijn de geslachten van Simeon.

476
00:28:37,710 --> 00:28:42,930
Dit zijn de namen van de zonen van
Levi, met hun afstammelingen: Gerson,

477
00:28:42,930 --> 00:28:45,270
Kahath en Merari.

478
00:28:45,270 --> 00:28:49,170
De levensjaren van Levi waren
honderdzevenendertig jaar.

479
00:28:49,170 --> 00:28:55,350
De zonen van Gerson: Libni en Simeï,
ingedeeld naar hun geslachten.

480
00:28:55,350 --> 00:29:01,590
Deze drie — Ruben, Simeon en Levi —
waren, in de volgorde van hun geboorte,

481
00:29:01,590 --> 00:29:03,930
de oudste zonen van Jakob.

482
00:29:03,930 --> 00:29:05,250
Levi was de derde.

483
00:29:05,250 --> 00:29:08,550
Je zou kunnen denken dat we ook
de andere negen langs zullen gaan,

484
00:29:08,550 --> 00:29:10,230
maar dat doen we niet.

485
00:29:10,230 --> 00:29:14,010
Deze lijst werd alleen gegeven
om ons tot Levi te brengen,

486
00:29:14,010 --> 00:29:17,250
want Levi is nu de familie
die we gaan bekijken.

487
00:29:17,250 --> 00:29:20,130
We zullen het hebben over
de drie zonen van Levi

488
00:29:20,130 --> 00:29:24,630
en over de geslachtslijn waaruit
Mozes en Aäron voortkwamen.

489
00:29:24,630 --> 00:29:27,270
De reden waarom Ruben en
Simeon worden genoemd,

490
00:29:27,270 --> 00:29:29,910
is blijkbaar om te laten zien welke

491
00:29:29,910 --> 00:29:34,290
specifieke plaats de Levieten
binnen de familiestructuur innamen:

492
00:29:34,290 --> 00:29:37,230
Levi was de derde zoon van Jakob.

493
00:29:37,230 --> 00:29:42,330
Dus worden de eerste en de tweede zoon
genoemd, maar de zonen na Levi niet.

494
00:29:42,330 --> 00:29:46,770
Zodra we bij Levi zijn aangekomen,
zijn we voor ons huidige doel

495
00:29:46,770 --> 00:29:49,170
nergens anders meer in geïnteresseerd.

496
00:29:49,170 --> 00:29:53,550
We willen alleen zien hoe deze
mannen uit de stam Levi voortkwamen.

497
00:29:53,550 --> 00:29:58,350
Het is interessant dat er ook
staat dat Levi 137 jaar oud werd,

498
00:29:58,350 --> 00:30:03,870
hoewel ons niet wordt verteld hoe oud
Ruben en Simeon waren toen zij stierven.

499
00:30:03,870 --> 00:30:09,630
De zonen van Kahath: Amram,
Jizhar, Hebron en Uzziël.

500
00:30:09,630 --> 00:30:13,710
De levensjaren van Kahath
waren honderddrieëndertig jaar.

501
00:30:13,710 --> 00:30:17,670
De zonen van Merari: Maheli en Musi.

502
00:30:17,670 --> 00:30:21,510
Dit zijn de geslachten van
Levi, met hun afstammelingen.

503
00:30:21,510 --> 00:30:25,050
Alle drie de zonen van Levi
worden afzonderlijk genoemd,

504
00:30:25,050 --> 00:30:31,350
hoewel de tweede van hen, Kahath, degene
is van wie Mozes en Aäron afstammen.

505
00:30:31,350 --> 00:30:34,710
Daarom wordt alleen de
leeftijd van Kahath vermeld.

506
00:30:34,710 --> 00:30:39,690
We krijgen meer bijzonderheden over de
generaties die specifiek met Mozes en

507
00:30:39,690 --> 00:30:41,550
Aäron verband houden.

508
00:30:41,550 --> 00:30:46,410
Ons wordt niet verteld hoe oud Gerson
en Merari waren toen zij stierven.

509
00:30:46,410 --> 00:30:51,210
Maar in die lijst van de zonen van
Kahath in vers 18 vinden we iemand die

510
00:30:51,210 --> 00:30:56,190
Amram heet, en op hem richten we
vervolgens onze aandacht in vers 20.

511
00:30:56,190 --> 00:31:00,390
Amram nam Jochebed, zijn
tante, voor zichzelf tot vrouw,

512
00:31:00,390 --> 00:31:03,390
en zij baarde hem Aäron en Mozes.

513
00:31:03,390 --> 00:31:07,590
De levensjaren van Amram waren
honderdzevenendertig jaar.

514
00:31:07,590 --> 00:31:12,990
De zonen van Jizhar:
Korach, Nefeg en Zichri.

515
00:31:12,990 --> 00:31:18,630
Er wordt niet vermeld dat ook Mirjam werd
geboren en dat zij ouder was dan Aäron.

516
00:31:18,630 --> 00:31:19,950
Hoe weten we dat?

517
00:31:19,950 --> 00:31:24,150
Omdat later blijkt dat Aäron
drie jaar ouder is dan Mozes.

518
00:31:24,150 --> 00:31:27,450
Toch was Mirjam ten tijde
van de geboorte van Mozes

519
00:31:27,450 --> 00:31:31,350
oud genoeg om bij de mand tussen
het riet de wacht te houden.

520
00:31:31,350 --> 00:31:34,470
Daarom moet zij ouder
dan drie zijn geweest.

521
00:31:34,470 --> 00:31:38,970
Zij moet ouder zijn geweest dan Aäron,
maar zij wordt niet genoemd omdat zij

522
00:31:38,970 --> 00:31:40,470
een meisje is.

523
00:31:40,470 --> 00:31:42,990
Zij speelt een belangrijke
rol in het verhaal,

524
00:31:42,990 --> 00:31:47,010
maar vaak worden de dochters in
een geslachtsregister niet genoemd.

525
00:31:47,010 --> 00:31:51,750
De zonen wel, omdat de namen van de
zonen worden doorgegeven aan de volgende

526
00:31:51,750 --> 00:31:55,230
generatie, en niet de
namen van de dochters.

527
00:31:55,230 --> 00:31:58,110
Daarna krijgen we de
zonen van enkele anderen.

528
00:31:58,110 --> 00:32:01,050
Ik was van plan een aantal
van hen over te slaan,

529
00:32:01,050 --> 00:32:04,770
maar ik wilde iets zeggen
over Amram en Jochebed.

530
00:32:04,770 --> 00:32:09,450
Zoals ik al zei, betekent
Jochebed ‘Jahweh is heerlijkheid’.

531
00:32:09,450 --> 00:32:15,690
Daarom kenden de ouders van Jochebed de
naam Jahweh al voordat Mozes werd geboren.

532
00:32:15,690 --> 00:32:21,390
De naam Jahweh was blijkbaar al vóór de
tijd van Mozes in Israël geopenbaard.

533
00:32:21,390 --> 00:32:26,310
Je kunt zien dat Amram met de zus van
zijn vader trouwde, dus met zijn tante.

534
00:32:26,310 --> 00:32:30,570
Wat ik daar interessant aan vind,
is dat later, in Leviticus 18,

535
00:32:30,570 --> 00:32:33,930
verschillende familierelaties
worden genoemd waarbij mensen

536
00:32:33,930 --> 00:32:37,410
te nauw verwant zijn om een
huwelijk tussen hen goed te keuren.

537
00:32:37,410 --> 00:32:39,510
Daarom worden bepaalde huwelijken met

538
00:32:39,510 --> 00:32:42,870
naaste familieleden in
Leviticus 18 verboden.

539
00:32:42,870 --> 00:32:45,450
In Leviticus 18:12 staat:

540
00:32:45,450 --> 00:32:49,530
U mag de schaamdelen van de zuster
van uw vader niet ontbloten.

541
00:32:49,530 --> 00:32:52,170
Zij is een bloedverwante van uw vader.

542
00:32:52,170 --> 00:32:55,410
Volgens de wet is het voor een
man verboden om met zijn tante,

543
00:32:55,410 --> 00:32:57,870
de zus van zijn vader, te trouwen.

544
00:32:57,870 --> 00:33:00,090
Wie heeft nu de wet geschreven?

545
00:33:00,090 --> 00:33:02,010
Mozes heeft de wet geschreven.

546
00:33:02,010 --> 00:33:05,910
Dit is heel goed bewijs dat Mozes
de wet niet zelf heeft bedacht.

547
00:33:05,910 --> 00:33:08,250
Want als hij deze wet zelf had bedacht,

548
00:33:08,250 --> 00:33:11,790
zou hij het huwelijk van zijn eigen
ouders onwettig hebben gemaakt

549
00:33:11,790 --> 00:33:16,170
en zichzelf en Aäron tot
buitenechtelijke kinderen hebben gemaakt.

550
00:33:16,170 --> 00:33:18,870
Zijn eigen vader trouwde
immers met zijn tante,

551
00:33:18,870 --> 00:33:22,530
en uit dat huwelijk werden
Aäron en Mozes geboren.

552
00:33:22,530 --> 00:33:27,030
Het is duidelijk dat God deze wetten
heeft bedacht, en niet mensen.

553
00:33:27,030 --> 00:33:31,230
Geen mens zou namelijk een wet bedenken
waardoor het huwelijk van zijn ouders

554
00:33:31,230 --> 00:33:35,730
onwettig werd en hijzelf dus een
buitenechtelijk kind zou zijn.

555
00:33:35,730 --> 00:33:38,790
Mozes was natuurlijk niet
buitenechtelijk, omdat deze

556
00:33:38,790 --> 00:33:42,930
wetten die huwelijken tussen
bloedverwanten beperkten niet bestonden

557
00:33:42,930 --> 00:33:44,790
voordat God ze aan Mozes gaf.

558
00:33:44,790 --> 00:33:49,591
Huwelijken tussen bloedverwanten, of wat
wij incestueuze huwelijken zouden noemen —

559
00:33:49,591 --> 00:33:51,871
zelfs wat de wet zelf zo zou noemen —

560
00:33:51,871 --> 00:33:55,530
kwamen vóór de tijd van
de wet vrij algemeen voor.

561
00:33:55,530 --> 00:33:58,350
Niet alleen de ouders van Mozes
hadden een huwelijk dat later

562
00:33:58,350 --> 00:34:00,270
onwettig zou zijn geweest.

563
00:34:00,270 --> 00:34:02,730
Abraham trouwde met zijn halfzus.

564
00:34:02,730 --> 00:34:06,210
Ook dat zou later volgens
de wet onwettig zijn.

565
00:34:06,210 --> 00:34:10,290
Jakob trouwde bovendien met twee
vrouwen die zussen van elkaar waren.

566
00:34:10,290 --> 00:34:13,350
Hoewel de wet polygamie
niet precies verbood,

567
00:34:13,350 --> 00:34:16,410
verbood hij een man wel om met
twee vrouwen te trouwen die zussen

568
00:34:16,410 --> 00:34:17,910
van elkaar waren.

569
00:34:17,910 --> 00:34:22,470
Sommige van de belangrijke families
die tot de opkomst van Israël en

570
00:34:22,470 --> 00:34:25,230
specifiek tot de geboorte
van Mozes leidden,

571
00:34:25,230 --> 00:34:29,610
kwamen voort uit huwelijken die op een
later tijdstip veroordeeld zouden worden

572
00:34:29,610 --> 00:34:31,890
in de wet die Mozes gaf.

573
00:34:31,890 --> 00:34:36,570
Dit wijst erop dat God het om welke
reden dan ook voordien toestond

574
00:34:36,570 --> 00:34:39,270
en het op dit latere tijdstip verbood.

575
00:34:39,270 --> 00:34:44,190
Het is duidelijk dat God, en niet
een mens, deze wetten heeft bedacht.

576
00:34:44,190 --> 00:34:48,750
Zoals ik al zei, zou geen Israëliet
wetten hebben bedacht die deze huwelijken

577
00:34:48,750 --> 00:34:54,270
verboden, aangezien zulke wetten in zekere
zin veel belangrijke generaties van zijn

578
00:34:54,270 --> 00:34:59,370
voorgeslacht onwettig zouden maken,
juist de belangrijkste generaties.

579
00:34:59,370 --> 00:35:02,190
Als we teruggaan naar de
kinderen van Adam en Eva,

580
00:35:02,190 --> 00:35:05,490
weten we natuurlijk dat zij met
hun eigen zussen moesten trouwen,

581
00:35:05,490 --> 00:35:09,030
omdat er niemand anders was
met wie zij konden trouwen.

582
00:35:09,030 --> 00:35:12,390
De wetten die deze dingen
later verboden, waren dus

583
00:35:12,390 --> 00:35:14,970
vóór het geven van de
wet niet van toepassing.

584
00:35:14,970 --> 00:35:21,630
In Exodus 6:21 waren de zonen van
Jizhar Korach, Nefeg en Zichri.

585
00:35:21,630 --> 00:35:26,130
De zonen van Uzziël waren
Misaël, Elzafan en Sithri.

586
00:35:26,130 --> 00:35:29,790
Dit waren zonen van Kehath
en broers van Amram,

587
00:35:29,790 --> 00:35:33,570
dus de mannen die hier worden
genoemd, zijn de ooms van Mozes.

588
00:35:33,570 --> 00:35:35,730
Sommige van hun zonen zijn belangrijk,

589
00:35:35,730 --> 00:35:39,750
want Korach bijvoorbeeld is een van
degenen die later in de woestijn een

590
00:35:39,750 --> 00:35:41,910
opstand tegen Mozes leidden.

591
00:35:41,910 --> 00:35:45,270
Vers 21 verwijst naar de zonen van Jizhar.

592
00:35:45,270 --> 00:35:50,790
Jizhar was de oom van Mozes en Korach
was dus een volle neef van Mozes.

593
00:35:50,790 --> 00:35:55,290
De opstand van Korach in de woestijn was
daarom niet zomaar een opstand van een

594
00:35:55,290 --> 00:36:00,750
vreemde ergens in de menigte, maar
van Mozes’ eigen volle neef Korach.

595
00:36:00,750 --> 00:36:03,390
Dan lezen we dat Aäron een vrouw nam,

596
00:36:03,390 --> 00:36:07,110
de dochter van Amminadab
en de zus van Nahesson.

597
00:36:07,110 --> 00:36:08,610
Vers 23:

598
00:36:08,610 --> 00:36:13,830
Aäron nam Eliseba, de dochter van
Amminadab en de zuster van Nahesson,

599
00:36:13,830 --> 00:36:15,750
voor zichzelf tot vrouw.

600
00:36:15,750 --> 00:36:20,610
Zij baarde hem Nadab en
Abihu, Eleazar en Ithamar.

601
00:36:20,610 --> 00:36:26,190
De zonen van Korach waren:
Assir, Elkana en Abiasaf.

602
00:36:26,190 --> 00:36:28,830
Dit zijn de geslachten van de Korachieten.

603
00:36:28,830 --> 00:36:32,370
Nadab en Abihu stierven
allebei op één dag.

604
00:36:32,370 --> 00:36:36,870
Het was zelfs de allereerste dag dat de
tabernakel voor aanbidding geopend was.

605
00:36:36,870 --> 00:36:38,430
Ze waren priesters.

606
00:36:38,430 --> 00:36:41,130
Ze gingen naar binnen
om reukwerk te offeren,

607
00:36:41,130 --> 00:36:44,430
deden dat op de verkeerde
manier en werden verbrand.

608
00:36:44,430 --> 00:36:50,190
Daardoor bleven daarna alleen Eleazar en
Ithamar over om samen met hun vader Aäron

609
00:36:50,190 --> 00:36:52,770
als priesters een heel volk te dienen.

610
00:36:52,770 --> 00:36:56,490
Maar dit zijn de vier
zonen met wie Aäron begon.

611
00:36:56,490 --> 00:37:01,290
De zonen van Korach worden ongetwijfeld
genoemd omdat ze later belangrijk worden.

612
00:37:01,290 --> 00:37:03,390
Ze schreven enkele Psalmen.

613
00:37:03,390 --> 00:37:08,730
Korach zelf was weliswaar een opstandeling
en stierf toen de aarde zich opende en hem

614
00:37:08,730 --> 00:37:12,390
verzwolg nadat hij tegen
Mozes in opstand was gekomen,

615
00:37:12,390 --> 00:37:15,210
maar zijn zonen werden niet verzwolgen.

616
00:37:15,210 --> 00:37:19,650
Later, in de tijd van David, werden
zij aanbiddingsleiders in Israël.

617
00:37:19,650 --> 00:37:24,630
Nog later schreven zij blijkbaar Psalmen,
en een aantal Psalmen werd door de zonen

618
00:37:24,630 --> 00:37:26,670
van Korach geschreven.

619
00:37:26,670 --> 00:37:29,430
Daarom worden hun namen hier gegeven.

620
00:37:29,430 --> 00:37:34,890
Eleazar, de zoon van Aäron, nam een van
de dochters van Putiël voor zichzelf tot

621
00:37:34,890 --> 00:37:37,950
vrouw, en zij baarde hem Pinehas.

622
00:37:37,950 --> 00:37:41,970
Dit zijn de familiehoofden van
de Levieten, naar hun geslachten.

623
00:37:41,970 --> 00:37:47,310
Eleazar, de zoon van Aäron, nam een
van de dochters van Putiël tot vrouw,

624
00:37:47,310 --> 00:37:49,650
en zij baarde hem Pinehas.

625
00:37:49,650 --> 00:37:54,330
Dit zijn de familiehoofden van de
Levieten, ingedeeld naar hun families.

626
00:37:54,330 --> 00:37:59,790
Zij zijn het tot wie de HEERE zei: Leid
de Israëlieten uit het land Egypte,

627
00:37:59,790 --> 00:38:01,890
ingedeeld naar hun legers.

628
00:38:01,890 --> 00:38:06,150
Zij zijn het die tot de
farao, de koning van Egypte,

629
00:38:06,150 --> 00:38:09,510
spraken om de Israëlieten
uit Egypte te leiden.

630
00:38:09,510 --> 00:38:12,090
Deze Mozes en Aäron zijn het.

631
00:38:12,090 --> 00:38:16,950
Dat klinkt enigszins overbodig, maar ik
denk dat men er gewoon zeker van wil zijn

632
00:38:16,950 --> 00:38:20,790
dat we weten over welke
Mozes en Aäron we het hebben:

633
00:38:20,790 --> 00:38:23,010
degenen uit dit geslachtsregister.

634
00:38:23,010 --> 00:38:27,630
Ik heb het niet gezegd, maar ik moet
wel vermelden dat het geslachtsregister

635
00:38:27,630 --> 00:38:33,930
na de zonen van Aäron nog doorgaat tot
één belangrijke kleinzoon, Pinehas.

636
00:38:33,930 --> 00:38:36,330
Pinehas wordt genoemd, terwijl niet veel

637
00:38:36,330 --> 00:38:38,790
anderen van zijn generatie
worden opgenomen,

638
00:38:38,790 --> 00:38:41,490
omdat hij later ook belangrijk was.

639
00:38:41,490 --> 00:38:45,150
Misschien herinner je je
het voorval bij Baäl-Peor,

640
00:38:45,150 --> 00:38:49,950
waar de Israëlieten afgoden aanbaden
en met Moabitische vrouwen sliepen,

641
00:38:49,950 --> 00:38:54,330
waarschijnlijk cultusprostituees
van de Moabitische godsdienst.

642
00:38:54,330 --> 00:38:57,450
God zond een plaag over
de kinderen van Israël,

643
00:38:57,450 --> 00:39:00,450
die veel Israëlieten het leven kostte.

644
00:39:00,450 --> 00:39:03,150
Pinehas maakte een einde aan de plaag.

645
00:39:03,150 --> 00:39:08,130
Er was namelijk een bijzonder schaamteloze
Israëlitische man die een van die

646
00:39:08,130 --> 00:39:11,370
hoeren voor de ogen van
iedereen meenam naar zijn tent,

647
00:39:11,370 --> 00:39:13,830
en daarbinnen waren ze aan het zondigen.

648
00:39:13,830 --> 00:39:18,750
Pinehas rende met een speer naar binnen
en stak die door hen beiden heen,

649
00:39:18,750 --> 00:39:21,570
zodat hij hen op heterdaad doodde.

650
00:39:21,570 --> 00:39:25,650
Zo werd hij een held en maakte
hij een einde aan de plaag.

651
00:39:25,650 --> 00:39:31,050
Daarom wordt hij genoemd, hoewel andere
kleinzonen van Aäron niet worden genoemd.

652
00:39:31,050 --> 00:39:35,190
Dat zijn Aäron en Mozes,
om wie het ons hier gaat.

653
00:39:35,190 --> 00:39:36,630
Vers 28:

654
00:39:36,630 --> 00:39:41,190
dat de HEERE tot Mozes
sprak: Ik ben de HEERE.

655
00:39:41,190 --> 00:39:46,350
Spreek tot de farao, de koning van
Egypte, alles wat Ik tot u spreek.

656
00:39:46,350 --> 00:39:52,050
Toen zei Mozes voor het aangezicht van
de HEERE: Zie, ik ben niet welbespraakt.

657
00:39:52,050 --> 00:39:54,750
Waarom zou de farao
dan naar mij luisteren?

658
00:39:54,750 --> 00:39:58,950
Het is duidelijk dat dit een samenvatting
is van wat we al hebben gelezen.

659
00:39:58,950 --> 00:40:01,890
Dit wil niet zeggen dat dit
gesprek opnieuw plaatsvond.

660
00:40:01,890 --> 00:40:06,810
Wat het wel wil zeggen, is dat we in
vers 13 een korte samenvatting kregen,

661
00:40:06,810 --> 00:40:09,210
een samenvatting van het hele verhaal.

662
00:40:09,210 --> 00:40:13,350
Die werd onderbroken door een tussenzin
waarin het geslachtsregister van

663
00:40:13,350 --> 00:40:15,570
Mozes en Aäron werd verteld.

664
00:40:15,570 --> 00:40:19,890
Daarna gaat de samenvatting door
tot het einde van hoofdstuk 6.

665
00:40:19,890 --> 00:40:23,490
Omdat we een tijdje zijn afgeleid
door dit geslachtsregister,

666
00:40:23,490 --> 00:40:27,810
wil de tekst ons eraan herinneren
wat er vlak daarvoor was gebeurd.

667
00:40:27,810 --> 00:40:33,150
Wat er vlak daarvoor was gebeurd, vóór
de samenvatting en vóór de tussenzin,

668
00:40:33,150 --> 00:40:35,430
was dat Mozes had gezegd:

669
00:40:35,430 --> 00:40:40,830
God, de farao zal niet naar mij
luisteren, want ik heb onbesneden lippen.

670
00:40:40,830 --> 00:40:43,290
Dat brengt ons weer terug bij dat punt.

671
00:40:43,290 --> 00:40:48,090
Daar waren we in de verzen 10 tot
en met 12, vóór de onderbreking.

672
00:40:48,090 --> 00:40:49,710
Hoofdstuk 7:

673
00:40:49,710 --> 00:40:55,950
Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik
heb u voor de farao tot een god gemaakt

674
00:40:55,950 --> 00:40:59,550
en uw broer Aäron zal uw profeet zijn.

675
00:40:59,550 --> 00:41:04,770
Dit was iets eerder al gezegd, hoewel God
toen had gezegd dat Mozes als God voor

676
00:41:04,770 --> 00:41:06,270
Aäron zou zijn.

677
00:41:06,270 --> 00:41:10,350
Dat betekent niet dat Mozes als
een goddelijk persoon zal zijn.

678
00:41:10,350 --> 00:41:14,130
Het betekent veeleer dat
God tot Mozes zal spreken.

679
00:41:14,130 --> 00:41:17,250
Hij zal niet rechtstreeks
tot Aäron spreken.

680
00:41:17,250 --> 00:41:20,670
Hij zal niet rechtstreeks
tot de farao spreken.

681
00:41:20,670 --> 00:41:24,150
Mozes zal degene zijn
die God vertegenwoordigt.

682
00:41:24,150 --> 00:41:29,010
De belangen van Jahweh zullen worden
vertegenwoordigd in de mens Mozes.

683
00:41:29,010 --> 00:41:34,590
Zoals een profeet namens God spreekt,
zo zal Aäron namens Mozes spreken,

684
00:41:34,590 --> 00:41:36,450
als een profeet van Mozes.

685
00:41:36,450 --> 00:41:41,310
Ú moet alles wat Ik u gebieden zal
tegen Aäron zeggen, en Aäron, uw broer,

686
00:41:41,310 --> 00:41:46,110
moet tot de farao spreken, dat hij de
Israëlieten uit zijn land moet laten gaan.

687
00:41:46,110 --> 00:41:49,830
Maar Ík zal het hart van
de farao verharden en Mijn

688
00:41:49,830 --> 00:41:53,790
tekenen en Mijn wonderen in
het land Egypte talrijk maken.

689
00:41:53,790 --> 00:41:59,010
De farao zal niet naar u luisteren, maar
Ik zal Mijn hand op Egypte leggen en Mijn

690
00:41:59,010 --> 00:42:03,510
legers, Mijn volk, de Israëlieten,
uit het land Egypte wegleiden

691
00:42:03,510 --> 00:42:05,610
onder zware strafgerichten.

692
00:42:05,610 --> 00:42:06,570
Hij zegt:

693
00:42:06,570 --> 00:42:08,670
Ik ga Mijn legers inzetten.

694
00:42:08,670 --> 00:42:11,670
In de Engelse bijbelvertaling
die Gregg hier citeert,

695
00:42:11,670 --> 00:42:15,750
staat „Mijn legers en Mijn
volk, de Israëlieten”,

696
00:42:15,750 --> 00:42:19,410
waardoor de grammaticale relatie
minder expliciet is dan in

697
00:42:19,410 --> 00:42:22,050
de weergegeven HSV-tekst.

698
00:42:22,050 --> 00:42:25,170
Waarschijnlijk doelt Hij
op Israël als Zijn legers,

699
00:42:25,170 --> 00:42:28,290
hoewel sommige mensen denken
dat de legers verwijzen naar

700
00:42:28,290 --> 00:42:32,370
enkele van de plagen die God
brengt: een leger van sprinkhanen,

701
00:42:32,370 --> 00:42:36,930
een leger van kikkers, een leger
van muggen, een leger van vliegen,

702
00:42:36,930 --> 00:42:40,350
een leger van zweren en hagel, enzovoort.

703
00:42:40,350 --> 00:42:45,750
Volgens hen zijn dit de strijdmiddelen
die God tegen Egypte inzet. Hij zegt:

704
00:42:45,750 --> 00:42:48,270
Ik ga het hart van de farao verharden,

705
00:42:48,270 --> 00:42:50,850
zodat Ik Mijn legers
tegen hem kan inzetten

706
00:42:50,850 --> 00:42:54,150
en daardoor de Israëlieten
uit Egypte kan leiden.

707
00:42:54,150 --> 00:42:58,530
Al zou de manier waarop het verwoord is
ook kunnen betekenen dat de kinderen van

708
00:42:58,530 --> 00:43:02,370
Israël de legers van God
zijn, en dat zijn ze zeker.

709
00:43:02,370 --> 00:43:06,750
Nadat ze Egypte verlaten, voeren
ze inderdaad Gods oorlogen.

710
00:43:06,750 --> 00:43:09,090
Je zou het dus op beide
manieren kunnen zien,

711
00:43:09,090 --> 00:43:13,050
en verschillende geleerden hebben
het ook op beide manieren opgevat.

712
00:43:13,050 --> 00:43:16,530
Dan zullen de Egyptenaren
weten dat Ik de HEERE ben,

713
00:43:16,530 --> 00:43:21,990
als Ik Mijn hand over Egypte uitstrek en
de Israëlieten uit hun midden wegleid.

714
00:43:21,990 --> 00:43:24,630
Toen deden Mozes en Aäron dat.

715
00:43:24,630 --> 00:43:28,410
Precies zoals Jahweh hun
geboden had, zo deden zij.

716
00:43:28,410 --> 00:43:33,270
Mozes was tachtig jaar oud en
Aäron was drieëntachtig jaar oud

717
00:43:33,270 --> 00:43:35,670
toen zij tot de farao spraken.

718
00:43:35,670 --> 00:43:39,810
We gaan nu zien dat de confrontatie
begint, maar voordat we dat doen,

719
00:43:39,810 --> 00:43:44,250
wil ik iets zeggen over het feit dat
God het hart van de farao verhardt.

720
00:43:44,250 --> 00:43:46,830
Dit is niet de eerste
keer dat het genoemd is,

721
00:43:46,830 --> 00:43:50,790
en ik heb gezegd dat ik er op een
bepaald moment iets over zou zeggen.

722
00:43:50,790 --> 00:43:52,950
Het zal nog vaak genoemd worden.

723
00:43:52,950 --> 00:43:57,090
Ongeveer twintig keer of meer zal er
worden verwezen naar het verharden van het

724
00:43:57,090 --> 00:43:58,890
hart van de farao.

725
00:43:58,890 --> 00:44:04,050
In ten minste tien gevallen staat er
dat God het hart van de farao verhardde.

726
00:44:04,050 --> 00:44:09,390
Ik meen dat er drie gevallen zijn waarin
staat dat de farao zijn hart verhardde.

727
00:44:09,390 --> 00:44:13,290
En dan zijn er nog een aantal
gevallen, misschien negen of tien,

728
00:44:13,290 --> 00:44:17,490
waarin eenvoudigweg staat
dat zijn hart verhard werd.

729
00:44:17,490 --> 00:44:22,050
Het woord ‘verhard’ is in het
Hebreeuws niet altijd hetzelfde woord.

730
00:44:22,050 --> 00:44:26,250
In al deze gevallen waarin gesproken wordt
over het verharden van het hart van de

731
00:44:26,250 --> 00:44:30,510
farao, worden drie verschillende
Hebreeuwse woorden gebruikt.

732
00:44:30,510 --> 00:44:35,610
Een van de woorden betekent dat zijn
hart koppig of weerspannig wordt gemaakt.

733
00:44:35,610 --> 00:44:38,430
Een ander woord dat vrij
vaak wordt gebruikt,

734
00:44:38,430 --> 00:44:43,530
betekent eenvoudigweg dat het versterkt
wordt, dat God zijn hart versterkt.

735
00:44:43,530 --> 00:44:47,130
Eigenlijk hebben een paar van die
woorden die algemene betekenis.

736
00:44:47,130 --> 00:44:50,790
Als er wordt gezegd dat God het
hart van de farao versterkt,

737
00:44:50,790 --> 00:44:55,350
zou dat erop wijzen dat Hij het hart
van de farao niet werkelijk verandert.

738
00:44:55,350 --> 00:44:58,710
Hij zet het eenvoudigweg vast
in een houding die het al heeft,

739
00:44:58,710 --> 00:45:00,390
zodat het niet verandert.

740
00:45:00,390 --> 00:45:02,130
Hij sterkt de farao.

741
00:45:02,130 --> 00:45:05,310
Ik wil je meenemen naar
Romeinen hoofdstuk 9,

742
00:45:05,310 --> 00:45:08,850
waar Paulus het verharden van
het hart van de farao bespreekt.

743
00:45:08,850 --> 00:45:13,170
In Romeinen hoofdstuk 9, vers
16 en verder, zegt Paulus:

744
00:45:13,170 --> 00:45:17,190
Zo hangt het dan niet af van hem die
wil, ook niet van hem die hardloopt,

745
00:45:17,190 --> 00:45:19,650
maar van God Die Zich ontfermt.

746
00:45:19,650 --> 00:45:24,210
Want de Schrift zegt tegen de farao:
Juist hiertoe heb Ik u verwekt:

747
00:45:24,210 --> 00:45:28,650
dat Ik in u Mijn kracht bewijzen zou,
en dat Mijn Naam verkondigd zou worden

748
00:45:28,650 --> 00:45:30,270
op de hele aarde.

749
00:45:30,270 --> 00:45:35,010
Dus Hij ontfermt Zich over wie Hij
wil, en Hij verhardt wie Hij wil.

750
00:45:35,010 --> 00:45:38,670
God is barmhartig voor wie
Hij maar barmhartig wil zijn,

751
00:45:38,670 --> 00:45:41,790
maar Hij verhardt wie
Hij maar wil verharden.

752
00:45:41,790 --> 00:45:46,470
In vers 17 staat, en dit is een
citaat uit Exodus 9, vers 16,

753
00:45:46,470 --> 00:45:48,870
dat God tegen de farao zei:

754
00:45:48,870 --> 00:45:53,310
Maar juist hierom heb Ik u laten
bestaan, om Mijn kracht aan u te tonen,

755
00:45:53,310 --> 00:45:56,970
zodat Mijn Naam bekendgemaakt
zal worden op heel de aarde.

756
00:45:56,970 --> 00:46:02,550
Dit betekent: ‘Ik zal Mijn macht laten
zien door plagen over je te brengen.’

757
00:46:02,550 --> 00:46:05,790
De manier waarop God Zijn
macht aan de farao laat zien,

758
00:46:05,790 --> 00:46:10,830
is door hem te oordelen en plagen
over hem te brengen. God zegt:

759
00:46:10,830 --> 00:46:14,910
Ik heb je juist hiervoor laten
opstaan, zodat Ik je dit kan aandoen.

760
00:46:14,910 --> 00:46:17,250
Dat klinkt enigszins oneerlijk.

761
00:46:17,250 --> 00:46:20,610
Paulus zegt zelfs dat een
lezer misschien zou zeggen:

762
00:46:20,610 --> 00:46:24,510
U zult dan tegen mij zeggen: Wat
heeft Hij dan nog aan te merken?

763
00:46:24,510 --> 00:46:26,730
Want wie heeft Zijn wil weerstaan?

764
00:46:26,730 --> 00:46:30,630
Waarom zou God het de farao
zelfs kunnen aanrekenen als God

765
00:46:30,630 --> 00:46:32,610
Degene is Die hem verhardde?

766
00:46:32,610 --> 00:46:36,270
Hij is barmhartig voor wie Hij
wil, en Hij verhardt wie Hij wil.

767
00:46:36,270 --> 00:46:41,550
Ik wil er allereerst op wijzen dat
Romeinen 9 in populaire exegese

768
00:46:41,550 --> 00:46:44,190
heel vaak verkeerd wordt toegepast.

769
00:46:44,190 --> 00:46:48,990
Bijna alle predikers laten het, wanneer
ze over Romeinen 9 willen spreken,

770
00:46:48,990 --> 00:46:51,870
klinken alsof daar staat dat de farao

771
00:46:51,870 --> 00:46:54,630
gepredestineerd was om
naar de hel te gaan,

772
00:46:54,630 --> 00:46:58,170
en dat God mensen verhardt
die gepredestineerd zijn

773
00:46:58,170 --> 00:46:59,970
om naar de hel te gaan.

774
00:46:59,970 --> 00:47:03,450
Aan mensen die gepredestineerd
zijn om naar de hemel te gaan,

775
00:47:03,450 --> 00:47:05,850
bewijst God barmhartigheid.

776
00:47:05,850 --> 00:47:11,130
Hij bewijst barmhartigheid aan wie
Hij wil, en Hij verhardt wie Hij wil.

777
00:47:11,130 --> 00:47:16,710
De meeste mensen vatten Romeinen 9 op als
een beschrijving van Gods predestinatie

778
00:47:16,710 --> 00:47:20,670
van wie behouden zal worden en
wie niet behouden zal worden.

779
00:47:20,670 --> 00:47:24,150
De Schriftgedeelten die Paulus
in deze passage gebruikt,

780
00:47:24,150 --> 00:47:26,850
gaan echter niet over dat onderwerp.

781
00:47:26,850 --> 00:47:32,250
Eerder in dezelfde passage in Romeinen
9 citeert hij bijvoorbeeld uit Genesis,

782
00:47:32,250 --> 00:47:37,110
waar God over Jakob en Ezau zegt,
wanneer zij in de moederschoot zijn:

783
00:47:37,110 --> 00:47:41,490
werd tot haar gezegd: De
meerdere zal de mindere dienen.

784
00:47:41,490 --> 00:47:46,530
Vervolgens citeert Paulus uit
Maleachi hoofdstuk 1, waar God zegt:

785
00:47:46,530 --> 00:47:52,470
Ik heb u liefgehad, zegt de HEERE, maar
u zegt: Waarin hebt U ons liefgehad?

786
00:47:52,470 --> 00:47:56,190
Was Ezau niet de broer van
Jakob? spreekt de HEERE.

787
00:47:56,190 --> 00:47:58,290
Toch heb Ik Jakob liefgehad,

788
00:47:58,290 --> 00:48:04,470
Vooral calvinisten halen deze passages aan
om te suggereren dat God al voordat mensen

789
00:48:04,470 --> 00:48:10,110
geboren worden heeft bepaald of Hij hen
zal haten of liefhebben, dat wil zeggen,

790
00:48:10,110 --> 00:48:12,990
of Hij hen zal behouden of verdoemen.

791
00:48:12,990 --> 00:48:16,710
Vervolgens gaan ze naar de farao
en de verharding van zijn hart,

792
00:48:16,710 --> 00:48:19,590
en naar het verharden van de
harten van mensen in het algemeen,

793
00:48:19,590 --> 00:48:23,430
want aan wie Hij wil, bewijst
Hij barmhartigheid, en wie Hij

794
00:48:23,430 --> 00:48:25,350
wil, verhardt Hij.

795
00:48:25,350 --> 00:48:28,710
Kort gezegd hebben
calvinisten dit zo opgevat:

796
00:48:28,710 --> 00:48:33,270
God nam voordat er ook maar iemand geboren
was het besluit dat Hij sommigen zou

797
00:48:33,270 --> 00:48:38,130
behouden, degenen die Hij wilde behouden,
en dat Hij de anderen niet zou behouden

798
00:48:38,130 --> 00:48:40,470
omdat Hij hen niet wilde behouden.

799
00:48:40,470 --> 00:48:44,430
Hij wil hen in elk geval niet zo
graag behouden als deze mensen,

800
00:48:44,430 --> 00:48:47,790
want Hij zou iedereen
kunnen behouden die Hij wil.

801
00:48:47,790 --> 00:48:50,970
Volgens het calvinisme is God soeverein.

802
00:48:50,970 --> 00:48:56,010
Hij doet wat Hij wil doen, en daarom
kan Hij iedereen behouden die Hij wil.

803
00:48:56,010 --> 00:48:59,790
De wil van de mens speelt
in deze afweging geen rol.

804
00:48:59,790 --> 00:49:03,270
De mens heeft niet het vermogen
om nee te zeggen tegen God.

805
00:49:03,270 --> 00:49:08,910
In de calvinistische theologie bestaat
zoiets als onweerstaanbare genade:

806
00:49:08,910 --> 00:49:14,010
als God jou heeft uitgekozen, zul je
onweerstaanbaar tot Hem getrokken worden.

807
00:49:14,010 --> 00:49:16,590
Je kunt geen nee zeggen tegen God.

808
00:49:16,590 --> 00:49:19,830
Sterker nog, als je niet
bent uitverkoren voor behoud,

809
00:49:19,830 --> 00:49:23,010
kun je volgens hen geen
ja zeggen tegen God.

810
00:49:23,010 --> 00:49:27,510
Want je bent zo verdorven, zo
volkomen verdorven, dat je,

811
00:49:27,510 --> 00:49:33,150
als je niet wedergeboren bent, God haat
en nooit zult geloven of je bekeren,

812
00:49:33,150 --> 00:49:36,210
tenzij God je in een ander
soort mens verandert.

813
00:49:36,210 --> 00:49:41,070
De calvinistische opvatting is dus dat
mensen die niet wedergeboren zijn God

814
00:49:41,070 --> 00:49:44,490
haten en geen ja tegen God kunnen zeggen.

815
00:49:44,490 --> 00:49:48,210
Zelfs als ze het Evangelie
horen, kunnen ze niet geloven.

816
00:49:48,210 --> 00:49:50,070
Ze kunnen zich niet bekeren.

817
00:49:50,070 --> 00:49:51,450
Het is onmogelijk.

818
00:49:51,450 --> 00:49:55,770
Maar God heeft sommigen al voordat ze
geboren waren uitgekozen om behouden te

819
00:49:55,770 --> 00:50:00,150
worden, en Hij verkiest hen
eenzijdig om wedergeboren te worden.

820
00:50:00,150 --> 00:50:01,830
Hij wederbaart hen.

821
00:50:01,830 --> 00:50:05,490
Hij zorgt ervoor dat ze opnieuw geboren
worden, en wanneer Hij dat doet,

822
00:50:05,490 --> 00:50:09,330
komen ze in een nieuw soort leven
waarin ze zich nu kunnen bekeren

823
00:50:09,330 --> 00:50:10,950
en kunnen geloven.

824
00:50:10,950 --> 00:50:14,490
De wil van de mens is helemaal
niet betrokken bij het behoud.

825
00:50:14,490 --> 00:50:19,110
Ze zeggen dat als je behouden bent, dit
uitsluitend komt doordat het Gods wil was

826
00:50:19,110 --> 00:50:20,850
om jou te behouden.

827
00:50:20,850 --> 00:50:24,450
Als je verloren gaat, was het
Gods wil om jou niet te behouden,

828
00:50:24,450 --> 00:50:28,110
want Hij had ook jou kunnen
behouden, maar Hij deed het niet.

829
00:50:28,110 --> 00:50:30,990
Hij koos ervoor het niet te doen.

830
00:50:30,990 --> 00:50:33,270
Dat is Zijn soevereine keuze.

831
00:50:33,270 --> 00:50:35,070
Dat is het calvinisme.

832
00:50:35,070 --> 00:50:40,710
Hiervoor gebruiken ze Romeinen 9, alsof
Jakob was uitgekozen om behouden te worden

833
00:50:40,710 --> 00:50:44,370
en Ezau was uitgekozen
om verloren te gaan.

834
00:50:44,370 --> 00:50:47,190
Farao was uitgekozen om verloren te gaan,

835
00:50:47,190 --> 00:50:53,130
en Mozes of iemand anders was uitgekozen
zodat God hem barmhartigheid zou bewijzen.

836
00:50:53,130 --> 00:50:55,890
Maar dat leert geen van deze passages.

837
00:50:55,890 --> 00:51:00,630
De Bijbel zegt niet dat een van beiden
behouden werd en de ander verloren ging.

838
00:51:00,630 --> 00:51:04,770
De Schriftgedeelten die Paulus
in Romeinen 9 over hen aanhaalt,

839
00:51:04,770 --> 00:51:07,170
zeggen daar evenmin iets over.

840
00:51:07,170 --> 00:51:10,770
De Schrifttekst die hij uit
Genesis aanhaalt, luidt:

841
00:51:10,770 --> 00:51:13,110
De oudste zal de jongste dienen.

842
00:51:13,110 --> 00:51:16,770
Dat heeft te maken met de bestemming
van Jakob en Ezau en van de

843
00:51:16,770 --> 00:51:22,230
volken die uit hen voortkwamen: het
volk Edom zou het volk Israël dienen.

844
00:51:22,230 --> 00:51:27,150
Het heeft niets te maken met de vraag
wie behouden wordt en wie verloren gaat.

845
00:51:27,150 --> 00:51:30,570
In het Romeinse Rijk waren veel
dienaren die behouden waren,

846
00:51:30,570 --> 00:51:33,030
terwijl hun meesters verloren gingen.

847
00:51:33,030 --> 00:51:36,870
Ze dienden hun meesters, maar
die meesters waren niet behouden

848
00:51:36,870 --> 00:51:39,390
en zijzelf gingen niet verloren.

849
00:51:39,390 --> 00:51:42,150
Behoud heeft niets te
maken met wie je dient,

850
00:51:42,150 --> 00:51:47,070
in de zin van aan wie je ondergeschikt
bent binnen de maatschappelijke structuur.

851
00:51:47,070 --> 00:51:51,990
In Romeinen 9 wordt niets gezegd
over het behoud van Jakob of Ezau,

852
00:51:51,990 --> 00:51:55,710
en dat gebeurt ook niet
noodzakelijkerwijs in het Oude Testament.

853
00:51:55,710 --> 00:52:00,630
Dat wil zeggen: het Oude Testament
zegt niet dat Ezau naar de hel ging.

854
00:52:00,630 --> 00:52:04,590
Wat dat betreft zegt het ook niet
dat Jakob naar de hemel ging,

855
00:52:04,590 --> 00:52:09,270
hoewel dat waarschijnlijk wel zo was, want
in het boek Hebreeën wordt ons verteld dat

856
00:52:09,270 --> 00:52:11,370
hij een man van geloof was.

857
00:52:11,370 --> 00:52:16,290
En Farao dan? Het verharden van
Farao's hart ging niet over behoud.

858
00:52:16,290 --> 00:52:20,790
Het verharden van Farao's hart was een
bestuurlijke daad die betrekking had op de

859
00:52:20,790 --> 00:52:23,430
vraag of hij het volk zou laten gaan.

860
00:52:23,430 --> 00:52:26,430
Hij had zijn eigen persoonlijke
keuzes over de vraag

861
00:52:26,430 --> 00:52:31,830
of hij een godvrezend of een goddeloos
mens zou zijn, al lang daarvoor gemaakt.

862
00:52:31,830 --> 00:52:35,070
God verhardde Farao's hart
niet vanaf zijn geboorte,

863
00:52:35,070 --> 00:52:38,790
zodat hij een slecht mens zou
zijn en naar de hel zou gaan.

864
00:52:38,790 --> 00:52:42,690
De man was al slecht voordat God
zijn hart begon te verharden.

865
00:52:42,690 --> 00:52:47,670
God kwam bij hem en trof hem aan als een
slecht mens. Hij was een onderdrukker.

866
00:52:47,670 --> 00:52:49,170
Hij was een tiran.

867
00:52:49,170 --> 00:52:52,410
Hij had geen eerbied voor God. Hij zei:

868
00:52:52,410 --> 00:52:55,590
Maar de farao zei: Wie is de HEERE,

869
00:52:55,590 --> 00:52:59,310
naar Wiens stem ik zou moeten
luisteren door Israël te laten gaan?

870
00:52:59,310 --> 00:53:03,690
Ik ken de HEERE niet en ik zal
Israël ook niet laten gaan.

871
00:53:03,690 --> 00:53:08,010
Zo'n man was Farao voordat God
ook maar iets met hem deed.

872
00:53:08,010 --> 00:53:12,630
Vervolgens verhardde God hem, of
sterkte Hij hem, in die positie,

873
00:53:12,630 --> 00:53:16,350
zodat de man niet onder de druk
van de plagen zou bezwijken en te

874
00:53:16,350 --> 00:53:18,090
vroeg zou toegeven.

875
00:53:18,090 --> 00:53:22,530
Zelfs het verharden van Farao was niet
bedoeld om te garanderen dat de man naar

876
00:53:22,530 --> 00:53:28,170
de hel zou gaan, maar om te garanderen
dat de tien plagen hun loop zouden hebben

877
00:53:28,170 --> 00:53:29,970
voordat de man toegaf.

878
00:53:29,970 --> 00:53:33,270
Het was Gods verlangen
dat de man zou toegeven,

879
00:53:33,270 --> 00:53:37,110
maar niet voordat deze
plagen hun loop hadden gehad.

880
00:53:37,110 --> 00:53:41,610
Na de tiende plaag hield God
op Farao's hart te verharden.

881
00:53:41,610 --> 00:53:45,030
Tijdens de eerste tien
plagen verhardde Hij het.

882
00:53:45,030 --> 00:53:49,770
Nadat Farao Israël had laten gaan,
verhardde God zijn hart opnieuw,

883
00:53:49,770 --> 00:53:52,110
zodat hij hen zou achtervolgen.

884
00:53:52,110 --> 00:53:56,250
Deze verhardingen van Farao's hart
hadden te maken met zijn bestuurlijke

885
00:53:56,250 --> 00:53:58,350
beslissingen als heerser.

886
00:53:58,350 --> 00:54:01,410
Ze hadden niets te maken
met zijn persoonlijk behoud.

887
00:54:01,410 --> 00:54:03,990
Hetzelfde geldt wanneer Paulus zegt:

888
00:54:03,990 --> 00:54:09,210
Dus Hij ontfermt Zich over wie Hij
wil, en Hij verhardt wie Hij wil.

889
00:54:09,210 --> 00:54:14,490
Dat wil zeggen: God bewijst barmhartigheid
aan degenen aan wie Hij barmhartigheid wil

890
00:54:14,490 --> 00:54:18,270
bewijzen, en Hij verhardt
wie Hij wil verharden.

891
00:54:18,270 --> 00:54:22,710
Dit betekent niet dat God onvoorwaardelijk
sommige mensen heeft uitgekozen

892
00:54:22,710 --> 00:54:26,850
om behouden te worden en anderen
om niet behouden te worden.

893
00:54:26,850 --> 00:54:30,810
Ja, God bewijst barmhartigheid
aan iedereen aan wie Hij

894
00:54:30,810 --> 00:54:33,030
barmhartigheid wil bewijzen.

895
00:54:33,030 --> 00:54:37,710
Maar neemt Hij iets in aanmerking wanneer
Hij beslist aan wie Hij barmhartigheid

896
00:54:37,710 --> 00:54:40,110
wil bewijzen? Natuurlijk.

897
00:54:40,110 --> 00:54:41,310
Jezus zei:

898
00:54:41,310 --> 00:54:46,530
Zalig zijn de barmhartigen, want aan
hen zal barmhartigheid bewezen worden.

899
00:54:46,530 --> 00:54:47,910
De Bijbel zegt:

900
00:54:47,910 --> 00:54:50,670
Hij echter geeft des te meer genade.

901
00:54:50,670 --> 00:54:54,750
Daarom zegt de Schrift : God
keert Zich tegen de hoogmoedigen,

902
00:54:54,750 --> 00:54:57,510
maar aan de nederigen geeft Hij genade.

903
00:54:57,510 --> 00:55:02,730
God betoont barmhartigheid aan degenen
aan wie Hij barmhartigheid wil betonen.

904
00:55:02,730 --> 00:55:05,730
En degenen aan wie Hij
barmhartigheid wil betonen,

905
00:55:05,730 --> 00:55:08,730
zijn de nederigen en de barmhartigen.

906
00:55:08,730 --> 00:55:13,170
Met andere woorden, er zijn bepaalde
gedragingen waarvan God zegt:

907
00:55:13,170 --> 00:55:18,030
‘Als jij zo iemand bent, als je jezelf
vernedert, als je barmhartig bent,

908
00:55:18,030 --> 00:55:20,490
dan zul je barmhartigheid verkrijgen.

909
00:55:20,490 --> 00:55:22,590
Je zult genade verkrijgen.’

910
00:55:22,590 --> 00:55:26,790
Je zult die daarmee niet verdienen,
maar je zult die wel verkrijgen.

911
00:55:26,790 --> 00:55:30,090
God zal barmhartigheid
betonen aan wie Hij wil,

912
00:55:30,090 --> 00:55:34,230
en Hij wil die betonen aan
barmhartige en nederige mensen,

913
00:55:34,230 --> 00:55:36,390
niet aan hoogmoedige mensen.

914
00:55:36,390 --> 00:55:37,530
Dus:

915
00:55:37,530 --> 00:55:41,730
Zo hangt het dan niet af van hem die
wil, ook niet van hem die hardloopt,

916
00:55:41,730 --> 00:55:44,490
maar van God Die Zich ontfermt.

917
00:55:44,490 --> 00:55:49,230
Want de Schrift zegt tegen de farao:
Juist hiertoe heb Ik u verwekt:

918
00:55:49,230 --> 00:55:53,670
dat Ik in u Mijn kracht bewijzen zou, en
dat Mijn Naam verkondigd zou worden op

919
00:55:53,670 --> 00:55:55,050
de hele aarde.

920
00:55:55,050 --> 00:55:59,730
Dus Hij ontfermt Zich over wie Hij
wil, en Hij verhardt wie Hij wil.

921
00:55:59,730 --> 00:56:03,270
Mozes zegt niet dat alle
niet-uitverkorenen verhard worden.

922
00:56:03,270 --> 00:56:06,930
Bedenk dat het calvinisme
leert dat je sowieso niet tot

923
00:56:06,930 --> 00:56:10,350
Christus kunt komen als
je niet wedergeboren bent.

924
00:56:10,350 --> 00:56:12,750
Als God, zoals de calvinist denkt,

925
00:56:12,750 --> 00:56:16,950
alle niet-uitverkorenen verhardt
zodat ze niet behouden kunnen worden,

926
00:56:16,950 --> 00:56:21,450
waarom moet Hij dat dan doen als ze om te
beginnen toch niet tot Hem kunnen komen

927
00:56:21,450 --> 00:56:24,450
zonder een bijzondere
wedergeboorte door Hem?

928
00:56:24,450 --> 00:56:26,550
Waarom moet Hij hen verharden?

929
00:56:26,550 --> 00:56:29,490
Wat heeft het voor zin
iemands hart te verharden

930
00:56:29,490 --> 00:56:32,430
om te garanderen dat hij
niet behouden zal worden,

931
00:56:32,430 --> 00:56:35,430
als in feite niemand behouden kan worden

932
00:56:35,430 --> 00:56:39,150
zonder om te beginnen een
bijzondere daad van genade?

933
00:56:39,150 --> 00:56:42,150
Het zou niet nodig zijn hen te verharden.

934
00:56:42,150 --> 00:56:46,890
Laat hen gewoon zoals ze zijn
als Hij wil dat ze verloren gaan.

935
00:56:46,890 --> 00:56:50,850
Dit gaat er niet over dat
de farao verloren ging.

936
00:56:50,850 --> 00:56:53,250
Natuurlijk ging de farao verloren.

937
00:56:53,250 --> 00:56:55,770
Hij stierf in opstandigheid.

938
00:56:55,770 --> 00:56:58,950
Maar God maakte hem niet
tot een opstandeling.

939
00:56:58,950 --> 00:57:02,490
God koos hem niet uit om
een opstandeling te zijn.

940
00:57:02,490 --> 00:57:07,170
God liet hem opkomen en liet hem
tijdens deze plagen standhouden.

941
00:57:07,170 --> 00:57:10,410
Hij liet hem niet bezwijken
onder de druk van de plagen,

942
00:57:10,410 --> 00:57:15,030
omdat God wilde dat die plagen hun
volledige verloop zouden hebben.

943
00:57:15,030 --> 00:57:17,310
God wilde Egypte oordelen.

944
00:57:17,310 --> 00:57:23,250
Hij wilde alle goden van Egypte oordelen,
zoals Hij later in hoofdstuk 12 zei.

945
00:57:23,250 --> 00:57:27,150
Het Egyptische volk en zijn
heerser waren al verdorven;

946
00:57:27,150 --> 00:57:30,030
het volk was rijp voor het oordeel.

947
00:57:30,030 --> 00:57:35,310
God had besloten: ‘Dit is de manier
waarop Ik hen grondig wil oordelen,

948
00:57:35,310 --> 00:57:39,150
door tien opeenvolgende golven
van plagen over hen te brengen.

949
00:57:39,150 --> 00:57:43,230
Om dat te laten gebeuren, kan Ik niet
hebben dat de farao zich tegenover Mij

950
00:57:43,230 --> 00:57:46,770
bekeert, want dan moet Ik
hem barmhartigheid betonen.

951
00:57:46,770 --> 00:57:51,450
Daarom ga Ik zijn hart verharden, in elk
geval totdat de plagen voorbij zijn.’

952
00:57:51,450 --> 00:57:55,650
Nadat de plagen voorbij waren, hebben
we geen enkele reden om te geloven

953
00:57:55,650 --> 00:57:59,670
dat Gods rechterlijke verharding
van de farao moest voortduren.

954
00:57:59,670 --> 00:58:02,250
Als de farao in de Rode Zee stierf,

955
00:58:02,250 --> 00:58:05,490
dan stierf hij duidelijk
zonder zich te hebben bekeerd.

956
00:58:05,490 --> 00:58:09,510
Ik weet niet of het wel zo duidelijk
is dat hij in de Rode Zee stierf.

957
00:58:09,510 --> 00:58:13,470
Hij stuurde zijn legers erin, en
misschien ging hij zelf voorop.

958
00:58:13,470 --> 00:58:18,330
Ik heb steeds opnieuw gezocht naar een
specifieke uitspraak waarin staat dat deze

959
00:58:18,330 --> 00:58:20,430
farao in de Rode Zee stierf.

960
00:58:20,430 --> 00:58:23,790
Het lijkt erop dat hij daar
stierf, maar ik weet niet of dat zo

961
00:58:23,790 --> 00:58:25,290
duidelijk wordt gezegd.

962
00:58:25,290 --> 00:58:28,890
Als hij in de Rode Zee stierf, dan
stierf hij natuurlijk zonder zich

963
00:58:28,890 --> 00:58:30,210
te hebben bekeerd.

964
00:58:30,210 --> 00:58:35,310
Het punt is dat de verharding van het hart
van de farao niet inhield dat God besloot:

965
00:58:35,310 --> 00:58:37,830
‘Dit is een man die Ik niet wil behouden.

966
00:58:37,830 --> 00:58:42,750
Dit is een man die Ik niet in de hemel wil
zien, en daarom ga Ik zijn hart verharden,

967
00:58:42,750 --> 00:58:45,030
zodat hij een slecht mens zal zijn.’

968
00:58:45,030 --> 00:58:46,890
Dat is niet wat er gebeurde.

969
00:58:46,890 --> 00:58:52,590
De man koos ervoor een slecht mens te zijn
voordat God ooit bij hem in de buurt kwam.

970
00:58:52,590 --> 00:58:56,070
Het is zoals mijn moeder altijd
zei wanneer ik als klein kind

971
00:58:56,070 --> 00:59:00,870
rare gezichten trok en gewoon met mijn
gezichtsspieren speelde om te zien hoe

972
00:59:00,870 --> 00:59:02,670
vreemd ik eruit kon zien.

973
00:59:02,670 --> 00:59:06,870
Mijn moeder zei dan: ‘Stel dat je
gezicht in die stand vastvroor?’

974
00:59:06,870 --> 00:59:10,830
De gedachte daarachter is dat je
niemand anders dan jezelf de schuld

975
00:59:10,830 --> 00:59:12,150
zou kunnen geven.

976
00:59:12,150 --> 00:59:15,090
Want als je je gezicht niet
in die stand had gezet,

977
00:59:15,090 --> 00:59:17,730
zou het daar niet in vastgevroren zijn.

978
00:59:17,730 --> 00:59:21,270
Zoiets is er ook bij de
farao: zijn wil bevriest.

979
00:59:21,270 --> 00:59:25,110
Zijn wil bevond zich door zijn eigen
keuze in een bepaalde verwrongen stand,

980
00:59:25,110 --> 00:59:28,170
en God liet hem daar een
tijdlang in vastvriezen.

981
00:59:28,170 --> 00:59:30,150
Hij verhardde hem in die stand.

982
00:59:30,150 --> 00:59:32,490
Hij versterkte hem in die stand.

983
00:59:32,490 --> 00:59:36,030
Hij verlamde zijn wil, zodat hij
niet kon veranderen terwijl deze

984
00:59:36,030 --> 00:59:37,770
plagen hun verloop hadden.

985
00:59:37,770 --> 00:59:41,250
Maar dit is een kwestie die
niets met behoud te maken heeft.

986
00:59:41,250 --> 00:59:45,090
In de Bijbel houdt de verharding van
het hart in de meeste gevallen niet

987
00:59:45,090 --> 00:59:50,430
rechtstreeks verband met behoud, in elk
geval niet in deze historische gevallen.

988
00:59:50,430 --> 00:59:53,970
Misschien zou van de verharding
van het overblijfsel van Israël,

989
00:59:53,970 --> 00:59:56,670
of van hun verblinding
in het Nieuwe Testament,

990
00:59:56,670 --> 00:59:59,370
gezegd kunnen worden dat het
een rechterlijke daad was

991
00:59:59,370 --> 01:00:01,650
om hen van behoud af te houden.

992
01:00:01,650 --> 01:00:03,870
Maar ik geloof dat iedere keer dat God

993
01:00:03,870 --> 01:00:07,290
ingrijpt in iemands vermogen
om de waarheid te zien,

994
01:00:07,290 --> 01:00:10,590
of ingrijpt in zijn
vermogen om zich te bekeren,

995
01:00:10,590 --> 01:00:14,550
dit gebeurt omdat Hij een tijdelijk
oordeel over hem voltrekt.

996
01:00:14,550 --> 01:00:18,510
Het is niet omdat Hij niet wil dat
hij uiteindelijk behouden wordt.

997
01:00:18,510 --> 01:00:22,050
Gewoonlijk doet Hij dat met mensen
die al besloten hebben dat ze niet

998
01:00:22,050 --> 01:00:23,670
behouden zullen worden.

999
01:00:23,670 --> 01:00:27,270
Ze hebben al besloten dat dit
niet de kant is die ze opgaan,

1000
01:00:27,270 --> 01:00:30,330
en daarmee melden ze zich
eenvoudig vrijwillig aan

1001
01:00:30,330 --> 01:00:32,910
voor de positie van Gods boksbal.

1002
01:00:32,910 --> 01:00:37,530
Hij houdt hen lang genoeg in die positie
om hen vaak genoeg te slaan om te doen wat

1003
01:00:37,530 --> 01:00:38,790
Hij wil doen.

1004
01:00:38,790 --> 01:00:42,090
In het geval van de farao
kwam niet alleen de farao,

1005
01:00:42,090 --> 01:00:44,310
maar ook zijn volk onder het oordeel.

1006
01:00:44,310 --> 01:00:49,470
Maar om het volk onder het oordeel te
laten komen, moet de farao halsstarrig,

1007
01:00:49,470 --> 01:00:54,150
onbuigzaam, ongevoelig en niet
in staat tot bekering zijn.

1008
01:00:54,150 --> 01:00:55,470
Dus dat is wat er gebeurt.
