1
00:00:02,010 --> 00:00:04,950
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,950 --> 00:00:12,750
Deze keer behandelen we Ezechiël
hoofdstuk 25 tot en met 32, deel 6.

3
00:00:12,750 --> 00:00:14,490
Hoofdstuk 25.

4
00:00:14,490 --> 00:00:17,430
We beginnen nu aan de
tweede helft van het boek.

5
00:00:17,430 --> 00:00:20,430
Er zijn in totaal 48 hoofdstukken.

6
00:00:20,430 --> 00:00:23,970
De eerste helft, die we in de
vorige lezing hebben behandeld,

7
00:00:23,970 --> 00:00:29,370
de eerste 24 hoofdstukken, bevatte
de vroege profetieën van Ezechiël.

8
00:00:29,370 --> 00:00:33,210
Die werden uitgesproken in de
eerste zes jaar van zijn bediening,

9
00:00:33,210 --> 00:00:35,310
vóór de val van Jeruzalem.

10
00:00:35,310 --> 00:00:38,970
Na de val van Jeruzalem hoefde hij
daar niets meer over te voorspellen,

11
00:00:38,970 --> 00:00:42,270
want het was inmiddels een
voldongen historisch feit.

12
00:00:42,270 --> 00:00:45,270
Zijn profetieën gingen over andere zaken.

13
00:00:45,270 --> 00:00:47,970
Uiteindelijk, tegen
het einde van het boek,

14
00:00:47,970 --> 00:00:52,890
zullen de latere hoofdstukken allemaal
gaan over Gods toekomstige herstel van het

15
00:00:52,890 --> 00:00:55,770
volk dat in ballingschap was gegaan.

16
00:00:55,770 --> 00:01:00,810
Toekomstig voor Ezechiël, niet
noodzakelijk toekomstig voor ons.

17
00:01:00,810 --> 00:01:04,410
Een deel hiervan is in de
geschiedenis al vervuld.

18
00:01:04,410 --> 00:01:08,250
Maar voordat we bij die gedeelten
komen die over het herstel van

19
00:01:08,250 --> 00:01:13,590
Israël en het volk Israël gaan, hebben we
een aantal hoofdstukken die allemaal bij

20
00:01:13,590 --> 00:01:17,610
elkaar staan en die zich tegen
de heidense volken richten.

21
00:01:17,610 --> 00:01:22,290
De logische gedachte achter het plaatsen
van deze hoofdstukken op deze plek

22
00:01:22,290 --> 00:01:26,310
lijkt te zijn dat deze
volken, althans sommige ervan,

23
00:01:26,310 --> 00:01:29,910
bij de val van Jeruzalem
leedvermaak zouden hebben gehad.

24
00:01:29,910 --> 00:01:33,270
Ze zouden blij zijn geweest
om Jeruzalem te zien vallen,

25
00:01:33,270 --> 00:01:37,290
omdat deze volken van oudsher
vijanden van Jeruzalem waren.

26
00:01:37,290 --> 00:01:41,850
Maar de profeet richt zich nu tot hen
en geeft te kennen dat ze geen reden

27
00:01:41,850 --> 00:01:43,470
tot leedvermaak hebben.

28
00:01:43,470 --> 00:01:48,690
Want ook zij zullen onder eenzelfde soort
oordeel komen, namelijk van Babylon.

29
00:01:48,690 --> 00:01:52,770
Het was Babylon dat Jeruzalem
verwoestte, en het was Babylon dat ook

30
00:01:52,770 --> 00:01:55,890
spoedig het oordeel over deze
andere volken zou brengen.

31
00:01:55,890 --> 00:02:01,290
De hoofdstukken 25 tot en met 35 bevatten
over het algemeen de profetieën waar we

32
00:02:01,290 --> 00:02:06,750
het over hebben, met uitzondering
van de hoofdstukken 33 en 34.

33
00:02:06,750 --> 00:02:09,990
Om de een of andere reden
zijn de hoofdstukken 33 en

34
00:02:09,990 --> 00:02:14,850
34 in dit gedeelte terechtgekomen, en die
hebben geen betrekking op profetieën tegen

35
00:02:14,850 --> 00:02:16,530
de heidense volken.

36
00:02:16,530 --> 00:02:20,790
Je herinnert je dat er in Jesaja,
toen we dat boek bestudeerden,

37
00:02:20,790 --> 00:02:28,230
elf hoofdstukken waren, de hoofdstukken 13
tot en met 23 in Jesaja, 13 tot en met 23,

38
00:02:28,230 --> 00:02:30,150
die de lasten werden genoemd.

39
00:02:30,150 --> 00:02:35,910
Elk daarvan was de last van de HEERE
tegen die en die: de last van Egypte,

40
00:02:35,910 --> 00:02:40,530
de last van Babylon, de
last van Edom, enzovoort.

41
00:02:40,530 --> 00:02:44,130
Elf hoofdstukken die allemaal
bij elkaar staan in Jesaja.

42
00:02:44,130 --> 00:02:50,250
Vervolgens waren ook in Jeremia de
hoofdstukken 46 tot en met 51 van Jeremia

43
00:02:50,250 --> 00:02:53,070
weer een blok hoofdstukken
tegen heidense volken.

44
00:02:53,070 --> 00:02:56,790
Hoewel de profeten voornamelijk
tegen hun eigen volk spraken,

45
00:02:56,790 --> 00:03:00,150
hadden ze gewoonlijk ook iets
tegen de heidenen te zeggen.

46
00:03:00,150 --> 00:03:02,970
Ezechiël vormt daarop geen uitzondering.

47
00:03:02,970 --> 00:03:05,430
Alle grote profeten lijken dit te doen,

48
00:03:05,430 --> 00:03:07,710
en deze profetieën tegen de heidenen

49
00:03:07,710 --> 00:03:11,190
zijn misschien niet allemaal op
hetzelfde moment uitgesproken.

50
00:03:11,190 --> 00:03:14,790
De ordening is duidelijk thematisch,
aangezien ze hier allemaal bij

51
00:03:14,790 --> 00:03:16,290
elkaar zijn gezet.

52
00:03:16,290 --> 00:03:21,330
De volken waartegen de profeet fel
uitvaart, zijn achtereenvolgens Ammon,

53
00:03:21,330 --> 00:03:25,830
Moab, Edom en Filistea, of
natuurlijk de Filistijnen.

54
00:03:25,830 --> 00:03:28,830
Die komen allemaal in
hoofdstuk 25 aan bod.

55
00:03:28,830 --> 00:03:32,610
Elk krijgt een korte behandeling,
en elk van deze volken

56
00:03:32,610 --> 00:03:37,110
is al behandeld door eerdere
profeten, vóór Ezechiël.

57
00:03:37,110 --> 00:03:41,130
Hier worden soortgelijke dingen
gezegd als op die plaatsen.

58
00:03:41,130 --> 00:03:44,490
Daarna zijn er drie hoofdstukken
tegen de stad Tyrus.

59
00:03:44,490 --> 00:03:50,910
Dat zijn de hoofdstukken
26, 27 en 28 tegen Tyrus.

60
00:03:50,910 --> 00:03:54,150
Vervolgens zijn er vier
hoofdstukken tegen Egypte.

61
00:03:54,150 --> 00:04:00,570
Dat zijn de hoofdstukken 29, 30, 31 en 32.

62
00:04:00,570 --> 00:04:05,370
Zoals ik zei, vormen de
hoofdstukken 33 en 34

63
00:04:05,370 --> 00:04:08,070
geen geheel met de rest van dit gedeelte.

64
00:04:08,070 --> 00:04:11,250
Ze hebben geen betrekking op
de lasten tegen de volken.

65
00:04:11,250 --> 00:04:17,130
Hoofdstuk 33 is voornamelijk een herhaling
van twee andere gedeelten van Ezechiël

66
00:04:17,130 --> 00:04:18,930
die we al hebben behandeld.

67
00:04:18,930 --> 00:04:23,610
In hoofdstuk 33 worden een deel
van hoofdstuk 3 en een deel van

68
00:04:23,610 --> 00:04:25,890
hoofdstuk 18 herhaald.

69
00:04:25,890 --> 00:04:30,750
Het herhaalt wat in Ezechiël
hoofdstuk 3 al ter sprake kwam:

70
00:04:30,750 --> 00:04:34,410
Ezechiël moest als wachter
het volk waarschuwen.

71
00:04:34,410 --> 00:04:38,550
Als hij het gevaar zag en
weigerde het volk te waarschuwen,

72
00:04:38,550 --> 00:04:43,530
zouden zij omkomen en zou hij voor
hun bloed verantwoordelijk zijn.

73
00:04:43,530 --> 00:04:45,930
Dat komt uit hoofdstuk 3.

74
00:04:45,930 --> 00:04:49,230
Het wordt herhaald in hoofdstuk 33.

75
00:04:49,230 --> 00:04:54,210
Ook in hoofdstuk 18, dat we onlangs
hebben behandeld, had hij gezegd:

76
00:04:54,210 --> 00:04:57,330
De mens die zondigt, díe zal sterven.

77
00:04:57,330 --> 00:05:01,290
De zoon zal de ongerechtigheid
van de vader niet dragen,

78
00:05:01,290 --> 00:05:05,790
en de vader zal de ongerechtigheid
van de zoon niet dragen.

79
00:05:05,790 --> 00:05:09,810
De gerechtigheid van de
rechtvaardige zal op hemzelf zijn,

80
00:05:09,810 --> 00:05:14,310
en de goddeloosheid van de
goddeloze zal op hemzelf zijn.

81
00:05:14,310 --> 00:05:17,610
Herinner je je die
bespreking in hoofdstuk 18?

82
00:05:17,610 --> 00:05:20,730
Ook dat wordt in hoofdstuk 33 herhaald.

83
00:05:20,730 --> 00:05:24,750
Hoofdstuk 33 is dus gewoon
een samenvoeging van passages

84
00:05:24,750 --> 00:05:27,330
die eerder in twee andere
hoofdstukken stonden,

85
00:05:27,330 --> 00:05:30,270
en die hoeven we hier niet
afzonderlijk te behandelen.

86
00:05:30,270 --> 00:05:35,730
Hoofdstuk 34 hoort evenmin bij de
profetieën tegen de heidense volken.

87
00:05:35,730 --> 00:05:39,150
Het is een profetie tegen de
slechte herders van Jeruzalem

88
00:05:39,150 --> 00:05:42,510
en een voorspelling dat God een
goede Herder zou doen opstaan.

89
00:05:42,510 --> 00:05:47,070
Het is natuurlijk een messiaanse
voorspelling; het gaat over Christus.

90
00:05:47,070 --> 00:05:50,490
Het hoort bij de herstelprofetieën
die we later zullen behandelen.

91
00:05:50,490 --> 00:05:53,250
Waarom het hier is
ingevoegd, is niet zeker,

92
00:05:53,250 --> 00:05:59,130
maar hoofdstuk 35 keert vervolgens
terug en profeteert opnieuw tegen Edom.

93
00:05:59,130 --> 00:06:04,350
Hoofdstuk 35 is tegen Edom, en
je herinnert je dat hoofdstuk 25

94
00:06:04,350 --> 00:06:06,870
een stukje tegen Edom bevatte.

95
00:06:06,870 --> 00:06:11,850
Hoofdstuk 35 keert terug naar een van
de onderwerpen die kort in hoofdstuk

96
00:06:11,850 --> 00:06:13,650
25 waren besproken.

97
00:06:13,650 --> 00:06:19,770
De hoofdstukken 25 tot en met 35 zijn
dus in wezen hoofdstukken van dit soort.

98
00:06:19,770 --> 00:06:24,570
Eén hoofdstuk behandelt
Ammon, Moab, Edom en Filistea.

99
00:06:24,570 --> 00:06:29,190
Dan zijn er drie hoofdstukken tegen
Tyrus, vier hoofdstukken tegen Egypte,

100
00:06:29,190 --> 00:06:31,290
en vervolgens, na een paar andere

101
00:06:31,290 --> 00:06:35,910
hoofdstukken die niet over zulke
zaken gaan, kom je bij hoofdstuk 35

102
00:06:35,910 --> 00:06:38,730
en wordt er opnieuw fel
tegen Edom uitgevaren.

103
00:06:38,730 --> 00:06:42,330
We hebben al eerder profetieën
tegen al deze volken gelezen.

104
00:06:42,330 --> 00:06:46,890
En zelfs als dat niet zo was, zou ik het
niet nodig vinden dat we elk vers van

105
00:06:46,890 --> 00:06:48,750
deze hoofdstukken lezen.

106
00:06:48,750 --> 00:06:51,750
Er zijn belangrijke punten
waar ik op wil ingaan,

107
00:06:51,750 --> 00:06:55,950
vooral waar we kunnen vaststellen
hoe de profetieën zijn vervuld.

108
00:06:55,950 --> 00:06:57,390
Laten we beginnen.

109
00:06:57,390 --> 00:07:01,710
We zullen, denk ik, hoofdstuk
25 in zijn geheel lezen,

110
00:07:01,710 --> 00:07:04,770
omdat het kort over
vier koninkrijken gaat.

111
00:07:04,770 --> 00:07:09,930
Het gaat eerst over Ammon en Moab, en
dat waren natuurlijk broedervolken.

112
00:07:09,930 --> 00:07:14,130
Het waren volken die uit twee
halfbroers waren voortgekomen,

113
00:07:14,130 --> 00:07:17,910
want die waren allebei zonen
van Lot bij zijn twee dochters.

114
00:07:17,910 --> 00:07:21,090
Uit hen zijn deze twee volken ontstaan.

115
00:07:21,090 --> 00:07:23,790
Omdat Lot de neef van Abraham was,

116
00:07:23,790 --> 00:07:26,910
bestond er een etnische
verwantschap tussen de Joden en de

117
00:07:26,910 --> 00:07:29,010
Ammonieten en Moabieten.

118
00:07:29,010 --> 00:07:32,970
Maar aan de manier waarop ze met elkaar
omgingen, zou je dat niet merken,

119
00:07:32,970 --> 00:07:36,930
want Moab en Ammon waren
hun hele geschiedenis door

120
00:07:36,930 --> 00:07:39,630
erg vijandig tegenover Israël geweest.

121
00:07:39,630 --> 00:07:43,470
Het woord van de HEERE
kwam tot mij: Mensenkind,

122
00:07:43,470 --> 00:07:47,370
richt uw blik op de Ammonieten,
en profeteer tegen hen.

123
00:07:47,370 --> 00:07:52,170
Zeg tegen de Ammonieten: Luister
naar het woord van de Heere HEERE:

124
00:07:52,170 --> 00:07:55,590
Zo zegt de Heere HEERE: Omdat u ‘Haha!’

125
00:07:55,590 --> 00:07:59,550
gezegd hebt over Mijn heiligdom,
toen het ontheiligd werd,

126
00:07:59,550 --> 00:08:04,410
en over het land van Israël, toen het
verwoest werd, en over het huis van Juda,

127
00:08:04,410 --> 00:08:06,690
toen zij in ballingschap gingen,

128
00:08:06,690 --> 00:08:11,250
Let erop dat ze blij waren toen de
tempel in Jeruzalem werd verwoest.

129
00:08:11,250 --> 00:08:14,850
Ze zeiden: ‘Aha, zo zien we het graag.’

130
00:08:14,850 --> 00:08:20,010
daarom, zie, ga Ik u in erfelijk bezit
geven aan de mensen van het oosten.

131
00:08:20,010 --> 00:08:24,630
Die zullen bij u hun tentenkampen
opzetten en hun woningen bij u plaatsen.

132
00:08:24,630 --> 00:08:29,370
Zíj zullen uw vruchten opeten
en zíj zullen uw melk opdrinken.

133
00:08:29,370 --> 00:08:32,430
Van Rabba zal Ik een
weideplaats voor kamelen maken,

134
00:08:32,430 --> 00:08:36,450
van het gebied van de Ammonieten
een rustplaats voor kleinvee.

135
00:08:36,450 --> 00:08:39,390
Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.

136
00:08:39,390 --> 00:08:44,310
Want zo zegt de Heere HEERE: Omdat u in de
handen geklapt en met de voeten gestampt

137
00:08:44,310 --> 00:08:50,070
hebt, en u in al uw leedvermaak zich van
harte verblijdde over het land van Israël,

138
00:08:50,070 --> 00:08:55,650
daarom, zie, Ik zal Mijn hand tegen
u uitstrekken en u als buit geven

139
00:08:55,650 --> 00:08:57,270
aan de heidenvolken.

140
00:08:57,270 --> 00:09:02,010
Ik zal u uitroeien uit de volken
en u verdelgen uit de landen,

141
00:09:02,010 --> 00:09:03,810
Ik zal u wegvagen.

142
00:09:03,810 --> 00:09:07,470
Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.

143
00:09:07,470 --> 00:09:09,930
Hij voorspelt dus hun ondergang.

144
00:09:09,930 --> 00:09:12,870
We zullen het zo meteen over
de vervulling hiervan hebben,

145
00:09:12,870 --> 00:09:16,050
nadat we ook naar Moab
en Edom hebben gekeken.

146
00:09:16,050 --> 00:09:18,210
Maar ik wil hier iets opmerken.

147
00:09:18,210 --> 00:09:22,590
Hij wijst er twee keer op,
in vers 3 en ook in vers 6,

148
00:09:22,590 --> 00:09:26,010
dat Gods voornaamste aanklacht
tegen hen de vreugde was

149
00:09:26,010 --> 00:09:30,690
die ze beleefden aan het ongeluk
van Israël en Juda. Hij zegt:

150
00:09:30,690 --> 00:09:34,830
Omdat je daar zo blij mee was,
ga je het nu zelf ook meemaken.

151
00:09:34,830 --> 00:09:37,890
Dan krijgen we een korte
passage tegen Moab.

152
00:09:37,890 --> 00:09:40,530
Moab en Ammon hadden veel gemeen.

153
00:09:40,530 --> 00:09:45,630
Zo zegt de Heere HEERE: Omdat
Moab en Seïr gezegd hebben: Zie,

154
00:09:45,630 --> 00:09:49,590
het huis van Juda is als alle
heidenvolken, daarom, zie,

155
00:09:49,590 --> 00:09:53,370
Ik ga de zijde van Moab
openleggen, vanaf de steden,

156
00:09:53,370 --> 00:09:59,100
vanaf zijn steden vanaf zijn grens, het
sieraad van het land: Beth-Jesimoth,

157
00:09:59,100 --> 00:10:02,010
Baäl-Meon en Kirjathaïm.

158
00:10:02,010 --> 00:10:06,210
Met het gebied van de Ammonieten zal Ik
het in erfelijk bezit geven aan de mensen

159
00:10:06,210 --> 00:10:10,770
van het oosten, zodat onder de
heidenvolken aan de Ammonieten niet meer

160
00:10:10,770 --> 00:10:12,210
gedacht zal worden.

161
00:10:12,210 --> 00:10:15,390
Ik zal over Moab
strafgerichten voltrekken.

162
00:10:15,390 --> 00:10:18,750
Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben.

163
00:10:18,750 --> 00:10:23,550
In die profetie in vers 8
wordt Moab met Seïr verbonden.

164
00:10:23,550 --> 00:10:27,330
Seïr is eigenlijk het gebergte
waar de Edomieten woonden,

165
00:10:27,330 --> 00:10:31,770
en die komen hierna aan de beurt,
in de verzen 12 tot en met 14.

166
00:10:31,770 --> 00:10:36,630
Blijkbaar deden de Moabieten en de
Edomieten allebei dezelfde uitspraak.

167
00:10:36,630 --> 00:10:38,550
Er staat in vers 8:

168
00:10:38,550 --> 00:10:41,370
‘Ach, Juda is nu net als de heidenen.’

169
00:10:41,370 --> 00:10:46,050
Met andere woorden, ze dreven in zekere
zin de spot met het feit dat de mensen van

170
00:10:46,050 --> 00:10:50,430
Juda zichzelf altijd als Gods
bijzondere volk hadden beschouwd,

171
00:10:50,430 --> 00:10:52,170
anders dan de heidenen.

172
00:10:52,170 --> 00:10:56,550
De term ‘heiden’ verwees altijd
naar mensen die geen Joden waren.

173
00:10:56,550 --> 00:11:00,690
De Joden gingen er prat op dat
ze niet zoals de heidenen waren.

174
00:11:00,690 --> 00:11:05,670
Zij waren het enige volk dat anders
was, dat als enige Gods volk was.

175
00:11:05,670 --> 00:11:10,410
Nu verheugen deze heidense volken zich,
die zich misschien altijd al wat geërgerd

176
00:11:10,410 --> 00:11:14,370
hadden aan Juda's gevoel van
verhevenheid boven anderen.

177
00:11:14,370 --> 00:11:17,970
Ze zeggen: ‘Zijn jullie nu
nog anders dan de heidenen?

178
00:11:17,970 --> 00:11:21,990
Jullie hebben hetzelfde lot
ondergaan als andere heidense volken.

179
00:11:21,990 --> 00:11:26,370
Jullie God heeft jullie net zomin
gered als de goden van andere volken

180
00:11:26,370 --> 00:11:28,650
hen van de Babyloniërs hebben gered.’

181
00:11:28,650 --> 00:11:32,670
Met andere woorden, God was
in zekere zin boos omdat deze

182
00:11:32,670 --> 00:11:36,030
volken zich schuldig
maakten aan godslastering.

183
00:11:36,030 --> 00:11:40,230
Ze zeiden immers dat er geen verschil
was tussen Juda en de andere volken.

184
00:11:40,230 --> 00:11:44,610
Dat is hetzelfde als zeggen dat er
geen verschil is tussen de God van Juda

185
00:11:44,610 --> 00:11:46,770
en de goden van de andere volken.

186
00:11:46,770 --> 00:11:50,970
Want ze konden alleen zeggen dat
Juda nu als de andere volken was,

187
00:11:50,970 --> 00:11:53,850
omdat hun God hen net
zomin uit de macht van

188
00:11:53,850 --> 00:11:56,910
Babel had bevrijd als de
goden van de andere volken

189
00:11:56,910 --> 00:11:59,070
hun eigen volken hadden bevrijd.

190
00:11:59,070 --> 00:12:03,810
Wat ze doen, is dus een belediging
van God. Daarom zegt God:

191
00:12:03,810 --> 00:12:05,730
Je zult worden veroordeeld.

192
00:12:05,730 --> 00:12:09,810
In de verzen 12 tot en met 14
komen de Edomieten aan de orde.

193
00:12:09,810 --> 00:12:15,090
De Edomieten stamden af van Ezau, en
daarom waren ze nog nauwer aan de Joden

194
00:12:15,090 --> 00:12:18,270
verwant dan de Ammonieten en de Moabieten.

195
00:12:18,270 --> 00:12:23,610
Ezau was namelijk de tweelingbroer van
Jakob en stamde natuurlijk af van Izak.

196
00:12:23,610 --> 00:12:25,590
God had tegen Abraham gezegd:

197
00:12:25,590 --> 00:12:31,050
Maar God zei tegen Abraham: Laat deze zaak
met betrekking tot de jongen en uw slavin

198
00:12:31,050 --> 00:12:33,330
niet kwalijk zijn in uw ogen.

199
00:12:33,330 --> 00:12:36,810
Bij alles wat Sara u zegt,
luister naar haar stem,

200
00:12:36,810 --> 00:12:41,130
want alleen het nageslacht van Izak
zal uw nageslacht genoemd worden.

201
00:12:41,130 --> 00:12:45,810
terwijl er geen beloften waren
gegeven aan Lot, de neef van Abraham.

202
00:12:45,810 --> 00:12:49,470
Daarom stonden Ammon en Moab
niet bijzonder dicht bij hen.

203
00:12:49,470 --> 00:12:54,030
Ze waren in de verte verwant aan de
Joden, maar Edom was heel nauw verwant,

204
00:12:54,030 --> 00:12:58,410
omdat het via Izak was dat Abrahams
nageslacht genoemd zou worden.

205
00:12:58,410 --> 00:13:01,590
Edom en Juda stamden allebei van Izak af.

206
00:13:01,590 --> 00:13:04,410
Ze stamden af van Jakob en Ezau.

207
00:13:04,410 --> 00:13:08,850
Maar er werd duidelijk gemaakt
dat Ezau een onheilig mens was die

208
00:13:08,850 --> 00:13:11,190
niets om geestelijke dingen gaf.

209
00:13:11,190 --> 00:13:15,570
Hij verkocht zijn eerstgeboorterecht
en verloor daardoor zijn zegen.

210
00:13:15,570 --> 00:13:19,830
Hij haatte Jakob altijd, behalve dat
er tijdens het leven van die twee

211
00:13:19,830 --> 00:13:21,750
mannen verzoening plaatsvond.

212
00:13:21,750 --> 00:13:26,490
Maar tussen de twee volken die uit hen
voortkwamen, was er nooit verzoening.

213
00:13:26,490 --> 00:13:30,030
Er was nooit vriendschap tussen
de Edomieten en de Joden.

214
00:13:30,030 --> 00:13:32,310
Er was altijd vijandschap.

215
00:13:32,310 --> 00:13:36,210
Profetieën tegen de Edomieten
komen vaak voor bij de profeten.

216
00:13:36,210 --> 00:13:41,610
Het hele boek Obadja, hoe kort het ook
is, is zelfs tegen de Edomieten gericht,

217
00:13:41,610 --> 00:13:47,130
en het lijkt heel sterk op Jeremia
49, dat tegen de Edomieten gericht is.

218
00:13:47,130 --> 00:13:50,790
Ook Jesaja heeft een paar
hoofdstukken tegen de Edomieten.

219
00:13:50,790 --> 00:13:55,170
Bedenk dat hoofdstuk 35 van
Ezechiël, dat we al hebben genoemd,

220
00:13:55,170 --> 00:13:58,110
ook de aanklacht tegen
de Edomieten weer oppakt.

221
00:13:58,110 --> 00:14:02,370
Zij zijn het enige volk dat in deze reeks
hoofdstukken opnieuw ter sprake komt,

222
00:14:02,370 --> 00:14:04,350
in hoofdstuk 35.

223
00:14:04,350 --> 00:14:06,930
God had dus een groot
geschil met de Edomieten.

224
00:14:06,930 --> 00:14:08,370
Vers 12 zegt:

225
00:14:08,370 --> 00:14:13,410
Zo zegt de Heere HEERE: Omdat Edom
uit enkel wraakzucht gehandeld heeft

226
00:14:13,410 --> 00:14:17,670
tegen het huis van Juda en zij een
zware schuld op zich hebben geladen

227
00:14:17,670 --> 00:14:22,290
door zich op hen te wreken,
daarom, zo zegt de Heere HEERE,

228
00:14:22,290 --> 00:14:25,290
zal Ik Mijn hand tegen Edom uitstrekken.

229
00:14:25,290 --> 00:14:31,050
Ik zal mens en dier daaruit uitroeien en
het tot een puinhoop maken, van Teman af.

230
00:14:31,050 --> 00:14:34,410
Tot aan Dedan toe zullen
zij door het zwaard vallen.

231
00:14:34,410 --> 00:14:37,230
Dat zijn kennelijk
belangrijke steden van Edom.

232
00:14:37,230 --> 00:14:41,850
Ik zal Mijn wraak op Edom leggen
door de hand van Mijn volk Israël.

233
00:14:41,850 --> 00:14:45,450
Zij zullen tegen Edom handelen
overeenkomstig Mijn toorn en

234
00:14:45,450 --> 00:14:47,850
overeenkomstig Mijn grimmigheid.

235
00:14:47,850 --> 00:14:51,870
Dan zullen zij Mijn wraak
kennen, spreekt de Heere HEERE.

236
00:14:51,870 --> 00:14:55,770
De verwijzing naar Edom hier lijkt
de verwoesting van Edom aan de Joden

237
00:14:55,770 --> 00:14:56,970
toe te schrijven.

238
00:14:56,970 --> 00:15:00,210
De Joden waren uiteraard
vaak in oorlog met Edom,

239
00:15:00,210 --> 00:15:03,630
en dus hebben de Joden Edom
enige schade toegebracht.

240
00:15:03,630 --> 00:15:08,310
De uiteindelijke ondergang van Edom kwam
echter niet door toedoen van de Joden.

241
00:15:08,310 --> 00:15:13,590
De Ammonieten, Moabieten en Edomieten, de
volken die we tot nu toe in dit hoofdstuk

242
00:15:13,590 --> 00:15:18,090
hebben besproken, hadden kort na deze
tijd allemaal te lijden onder Nabateese

243
00:15:18,090 --> 00:15:20,970
stamleden en hielden op te bestaan.

244
00:15:20,970 --> 00:15:23,670
Deze volken zijn allemaal uitgestorven.

245
00:15:23,670 --> 00:15:28,410
De Edomieten hielden iets langer stand
dan de Moabieten en de Ammonieten,

246
00:15:28,410 --> 00:15:31,170
maar ook zij werden
uiteindelijk uitgeroeid.

247
00:15:31,170 --> 00:15:33,450
Je hebt de bijzonderheden
daarvan waarschijnlijk al meer

248
00:15:33,450 --> 00:15:35,010
dan eens bestudeerd.

249
00:15:35,010 --> 00:15:39,510
Ik vermoed dat John dat heeft behandeld
toen hij Obadja en Jeremia besprak,

250
00:15:39,510 --> 00:15:41,430
hoe de Edomieten werden uitgeroeid.

251
00:15:41,430 --> 00:15:44,730
De Filistijnen werden niet op
hetzelfde moment geoordeeld,

252
00:15:44,730 --> 00:15:47,670
maar in de verzen 15 tot en met 17

253
00:15:47,670 --> 00:15:50,910
wordt gezegd dat ook zij
geoordeeld zouden worden.

254
00:15:50,910 --> 00:15:55,950
Zo zegt de Heere HEERE: Omdat de
Filistijnen in wraakzucht handelden

255
00:15:55,950 --> 00:16:00,870
en met hartgrondig leedvermaak
wraak namen door verderf te zaaien,

256
00:16:00,870 --> 00:16:06,510
gedreven door een eeuwige vijandschap,
daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie,

257
00:16:06,510 --> 00:16:10,470
Ik ga Mijn hand uitstrekken tegen
de Filistijnen en zal de Kretenzers

258
00:16:10,470 --> 00:16:14,670
uitroeien, en wie overblijft
aan de zeekust ombrengen.

259
00:16:14,670 --> 00:16:18,330
Ze worden zo genoemd omdat ze
van het eiland Kreta komen,

260
00:16:18,330 --> 00:16:20,850
dat ooit Cherith werd genoemd.

261
00:16:20,850 --> 00:16:24,990
Ik zal geduchte wraak op hen
oefenen, met grimmige straffen.

262
00:16:24,990 --> 00:16:30,390
Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE
ben, wanneer Ik Mijn wraak op hen leg.

263
00:16:30,390 --> 00:16:34,650
Het is niet erg duidelijk wanneer de
Filistijnen daadwerkelijk verdwenen.

264
00:16:34,650 --> 00:16:38,550
Ze leden onder de Babyloniërs,
ze leden onder de Perzen,

265
00:16:38,550 --> 00:16:42,030
en ze kregen te maken met invallen
van verschillende groepen,

266
00:16:42,030 --> 00:16:45,030
nomadische Arabische groepen enzovoort.

267
00:16:45,030 --> 00:16:47,850
Hoe de Filistijnen hun
doodsteek ook kregen,

268
00:16:47,850 --> 00:16:51,630
na de tijd van de Makkabeeën
verdwenen ze uit de geschiedenis.

269
00:16:51,630 --> 00:16:55,170
Dat wil zeggen, in de
intertestamentaire periode,

270
00:16:55,170 --> 00:16:58,710
nadat het laatste boek van het
Oude Testament was geschreven en

271
00:16:58,710 --> 00:17:00,450
voordat Jezus kwam.

272
00:17:00,450 --> 00:17:05,910
Tijdens die periode van 400 jaar hielden
de Filistijnen eenvoudigweg op te bestaan,

273
00:17:05,910 --> 00:17:09,450
hoewel ze duizenden jaren
in Israël hadden gewoond en

274
00:17:09,450 --> 00:17:11,730
vijanden van de Joden waren geweest.

275
00:17:11,730 --> 00:17:17,790
Nu komen we bij hoofdstuk 26, het eerste
van drie hoofdstukken die over Tyrus gaan:

276
00:17:17,790 --> 00:17:21,870
de hoofdstukken 26, 27 en 28.

277
00:17:21,870 --> 00:17:25,230
We zullen niet alle verzen
van deze profetieën lezen.

278
00:17:25,230 --> 00:17:27,990
Tyrus was een stad iets
ten noorden van Israël,

279
00:17:27,990 --> 00:17:30,630
heel dicht bij Israël aan de noordkant.

280
00:17:30,630 --> 00:17:34,770
De stad had de beste zeehaven in
dat deel van de Middellandse Zee,

281
00:17:34,770 --> 00:17:37,530
het oostelijke deel van
de Middellandse Zee.

282
00:17:37,530 --> 00:17:40,530
Israël had bijvoorbeeld
geen goede zeehavens,

283
00:17:40,530 --> 00:17:45,270
maar Tyrus had een heel goede
zeehaven en was een zeer rijke stad

284
00:17:45,270 --> 00:17:49,290
vanwege de hoeveelheid handelsverkeer
die daar binnenkwam en uitging.

285
00:17:49,290 --> 00:17:52,590
Je hebt me deze informatie
waarschijnlijk al eerder horen geven,

286
00:17:52,590 --> 00:17:55,470
maar de stad Tyrus bestond uit twee delen.

287
00:17:55,470 --> 00:18:00,330
De oudere stad lag op de klif boven
de Middellandse Zee, aan de zeekust.

288
00:18:00,330 --> 00:18:04,470
Ongeveer achthonderd meter uit
de kust lag een groot rotseiland,

289
00:18:04,470 --> 00:18:08,010
en het nieuwere deel van de
stad was op dit eiland gebouwd,

290
00:18:08,010 --> 00:18:10,170
op deze rots voor de kust.

291
00:18:10,170 --> 00:18:13,650
Dit werd een strategisch voordeel
voor de inwoners van Tyrus,

292
00:18:13,650 --> 00:18:17,010
want ze werden vaak aangevallen
door vijandige machten.

293
00:18:17,010 --> 00:18:19,350
Als hun stad op het vasteland viel,

294
00:18:19,350 --> 00:18:22,770
trokken ze zich gewoonlijk
terug in de stad op het eiland,

295
00:18:22,770 --> 00:18:24,930
ongeveer achthonderd meter op zee.

296
00:18:24,930 --> 00:18:26,610
Die was goed versterkt.

297
00:18:26,610 --> 00:18:29,250
Doordat de rots steil uit zee oprees,

298
00:18:29,250 --> 00:18:33,570
was het voor geen enkele bekende zeemacht
mogelijk om de stad Tyrus op het eiland

299
00:18:33,570 --> 00:18:35,190
werkelijk binnen te vallen.

300
00:18:35,190 --> 00:18:39,810
Ze overleefden dus altijd elke aanval
die ooit tegen hen werd ondernomen.

301
00:18:39,810 --> 00:18:43,770
Ezechiël profeteerde tegen
hen en sprak over hun val.

302
00:18:43,770 --> 00:18:47,310
Hij sprak enkele heel
specifieke dingen tegen hen uit.

303
00:18:47,310 --> 00:18:51,150
Laat me een paar gedeelten
uit hoofdstuk 26 voorlezen.

304
00:18:51,150 --> 00:18:54,990
In plaats van het hele hoofdstuk
te lezen, kijken we naar vers 2.

305
00:18:54,990 --> 00:18:59,070
Mensenkind, omdat Tyrus van
Jeruzalem gezegd heeft: Haha!

306
00:18:59,070 --> 00:19:02,010
Ze is verbroken, de poort van de volken!

307
00:19:02,010 --> 00:19:04,050
Haar macht is op mij overgegaan.

308
00:19:04,050 --> 00:19:06,690
Ik zal vol worden, de stad is verwoest,

309
00:19:06,690 --> 00:19:09,570
Wat dit precies inhield, is niet zeker.

310
00:19:09,570 --> 00:19:13,650
Het is duidelijk dat Tyrus blij
was met het einde van Jeruzalem.

311
00:19:13,650 --> 00:19:18,930
Hoe Tyrus daarvan dacht te profiteren, is
niet helemaal duidelijk. Maar er staat:

312
00:19:18,930 --> 00:19:23,730
daarom, zo zegt de Heere
HEERE: Zie, Ik zál u, Tyrus!

313
00:19:23,730 --> 00:19:26,670
Ik zal vele heidenvolken
tegen u laten opkomen,

314
00:19:26,670 --> 00:19:29,430
zoals de zee zijn golven laat opkomen.

315
00:19:29,430 --> 00:19:31,950
In de Engelse vertaling
staat hier ‘Tyrus’,

316
00:19:31,950 --> 00:19:35,130
een andere vorm van de
Engelse naam ‘Tyre’.

317
00:19:35,130 --> 00:19:39,990
Die zullen de muren van Tyrus te gronde
richten en zijn torens omverhalen.

318
00:19:39,990 --> 00:19:45,030
Ja, Ik zal zijn gruis van hem wegvegen
en het tot een kale rots maken.

319
00:19:45,030 --> 00:19:48,750
Het zal een droogplaats voor
sleepnetten worden, midden in de zee,

320
00:19:48,750 --> 00:19:52,950
want Ík heb het gesproken,
spreekt de Heere HEERE.

321
00:19:52,950 --> 00:19:55,350
Het zal een buit voor
de heidenvolken worden,

322
00:19:55,350 --> 00:19:59,670
en zijn dochters die op het veld zijn,
zullen met het zwaard gedood worden.

323
00:19:59,670 --> 00:20:02,490
Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben.

324
00:20:02,490 --> 00:20:08,310
Want zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik
ga Nebukadrezar, de koning van Babel,

325
00:20:08,310 --> 00:20:12,750
de koning der koningen, uit het noorden
naar Tyrus brengen, met paarden,

326
00:20:12,750 --> 00:20:17,550
strijdwagens en ruiters, en een
verzamelde strijdmacht en veel volk.

327
00:20:17,550 --> 00:20:22,290
Hij zal uw dochters op het veld met het
zwaard doden en een schans tegen u maken,

328
00:20:22,290 --> 00:20:27,030
een belegeringsdam tegen u opwerpen
en schilden tegen u opheffen.

329
00:20:27,030 --> 00:20:30,150
Laten we verdergaan naar
de verzen 12 tot en met 14.

330
00:20:30,150 --> 00:20:34,110
Zij zullen uw vermogen roven,
uw handelswaren plunderen,

331
00:20:34,110 --> 00:20:38,490
uw muren omverhalen en uw
begerenswaardige huizen afbreken.

332
00:20:38,490 --> 00:20:43,230
Uw stenen, uw hout en uw gruis zullen
zij midden in het water werpen.

333
00:20:43,230 --> 00:20:47,490
Ik zal het lawaai van uw liederen doen
ophouden en het geluid van uw harpen zal

334
00:20:47,490 --> 00:20:49,170
niet meer gehoord worden.

335
00:20:49,170 --> 00:20:51,930
Ik zal u maken tot een kale rots.

336
00:20:51,930 --> 00:20:55,110
U zult een droogplaats
voor sleepnetten worden.

337
00:20:55,110 --> 00:21:00,870
U zult niet meer herbouwd worden,
want Ík, de HEERE, heb gesproken,

338
00:21:00,870 --> 00:21:02,730
spreekt de Heere HEERE.

339
00:21:02,730 --> 00:21:06,570
Hier worden enkele specifieke
profetieën uitgesproken.

340
00:21:06,570 --> 00:21:10,590
Allereerst spoelden er geregeld
golven tegen de kusten van Tyrus,

341
00:21:10,590 --> 00:21:14,010
omdat de stad aan zee lag. Hij zegt:

342
00:21:14,010 --> 00:21:18,390
Net zoals de golven van de zee
achter elkaar op je kust aanspoelen,

343
00:21:18,390 --> 00:21:21,870
zal Ik het ene volk na
het andere op je afsturen.

344
00:21:21,870 --> 00:21:25,050
Dit verwijst natuurlijk niet
naar één bepaald moment,

345
00:21:25,050 --> 00:21:28,410
maar gewoon naar het feit dat
er herhaaldelijk volken tegen

346
00:21:28,410 --> 00:21:30,330
Tyrus zouden optrekken.

347
00:21:30,330 --> 00:21:33,450
Elk volk zou zijn eigen aandeel leveren,

348
00:21:33,450 --> 00:21:38,670
zijn eigen bijdrage aan de uiteindelijke
schade en het oordeel over het volk.

349
00:21:38,670 --> 00:21:41,970
Maar er werd ook een
uiteindelijke val voorspeld.

350
00:21:41,970 --> 00:21:43,650
In vers 4 staat:

351
00:21:43,650 --> 00:21:49,110
Ze zullen het stof van haar afschrapen
en haar zo kaal maken als een rots.

352
00:21:49,110 --> 00:21:51,630
Dit wordt in vers 14 herhaald:

353
00:21:51,630 --> 00:21:54,330
Ik zal je zo kaal maken als een rots,

354
00:21:54,330 --> 00:21:58,410
en je zult een plek worden waar
mensen hun netten uitspreiden.

355
00:21:58,410 --> 00:22:01,470
Ook vers 5 noemt het
uitspreiden van de netten.

356
00:22:01,470 --> 00:22:04,290
Wat hier natuurlijk wordt
gezegd, is dat Tyrus,

357
00:22:04,290 --> 00:22:06,810
wanneer God klaar is met Zijn oordeel,

358
00:22:06,810 --> 00:22:10,710
geen grote metropool en rijke
handelsstad meer zal zijn.

359
00:22:10,710 --> 00:22:12,870
Het zal alleen nog een plek zijn waar

360
00:22:12,870 --> 00:22:16,890
vissers hun bootjes aanleggen en hun
netten uitspreiden om ze in de zon

361
00:22:16,890 --> 00:22:17,970
te laten drogen.

362
00:22:17,970 --> 00:22:22,830
Met andere woorden, het zal alleen maar
een klein vissersdorp zijn, niets meer,

363
00:22:22,830 --> 00:22:24,570
niets groots meer.

364
00:22:24,570 --> 00:22:27,810
Vervolgens wordt Nebukadnezar
specifiek genoemd,

365
00:22:27,810 --> 00:22:33,090
de Babylonische koning die tegen
Tyrus zou optrekken. In vers 7:

366
00:22:33,090 --> 00:22:39,150
Want zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik
ga Nebukadrezar, de koning van Babel,

367
00:22:39,150 --> 00:22:44,010
de koning der koningen, uit het noorden
naar Tyrus brengen, met paarden,

368
00:22:44,010 --> 00:22:49,170
strijdwagens en ruiters, en een
verzamelde strijdmacht en veel volk.

369
00:22:49,170 --> 00:22:52,710
Er stond dat hij met een
grote legermacht zou komen.

370
00:22:52,710 --> 00:22:54,270
Vervolgens staat er:

371
00:22:54,270 --> 00:22:59,490
Hij zal uw dochters op het veld met het
zwaard doden en een schans tegen u maken,

372
00:22:59,490 --> 00:23:04,230
een belegeringsdam tegen u opwerpen
en schilden tegen u opheffen.

373
00:23:04,230 --> 00:23:08,730
Met andere woorden, ze zouden door
Nebukadnezar worden aangevallen.

374
00:23:08,730 --> 00:23:11,430
Het is een feit dat Tyrus
binnen enkele maanden

375
00:23:11,430 --> 00:23:15,450
na de val van Jeruzalem door
Nebukadnezar werd aangevallen.

376
00:23:15,450 --> 00:23:19,770
Dus Jeruzalem viel, Tyrus
verkneukelde zich daar even over,

377
00:23:19,770 --> 00:23:22,290
en een paar maanden na
de val van Jeruzalem

378
00:23:22,290 --> 00:23:26,970
kwam Nebukadnezar en omsingelde
de stad Tyrus op het vasteland.

379
00:23:26,970 --> 00:23:29,790
Hij doodde inderdaad hun
legers buiten de stad,

380
00:23:29,790 --> 00:23:32,730
maar het lukte hem niet
hun stad binnen te dringen.

381
00:23:32,730 --> 00:23:35,970
Zelfs de stad op het
vasteland had sterke muren.

382
00:23:35,970 --> 00:23:39,150
Nebukadnezar belegerde de
stad dertien jaar lang,

383
00:23:39,150 --> 00:23:41,610
maar het lukte hem niet haar te verslaan.

384
00:23:41,610 --> 00:23:44,970
Maar hij richtte natuurlijk
enorme schade aan in de stad.

385
00:23:44,970 --> 00:23:48,810
Een belegering die dertien jaar
duurt, zou in de stad hongersnood

386
00:23:48,810 --> 00:23:50,790
en dergelijke veroorzaken.

387
00:23:50,790 --> 00:23:55,770
Door de belegering van Nebukadnezar kwam
er dus een zwaar oordeel over Tyrus.

388
00:23:55,770 --> 00:24:02,250
Later, in Ezechiëls woorden tegen Egypte,
wijst hij erop dat God Nebukadnezar Egypte

389
00:24:02,250 --> 00:24:06,690
als troostprijs zou geven, omdat
hij Tyrus niet had gekregen.

390
00:24:06,690 --> 00:24:11,550
En omdat hij zo lang had moeten wachten
en Tyrus dertien jaar had moeten belegeren

391
00:24:11,550 --> 00:24:15,090
zonder dat het hem iets
opleverde. God zegt:

392
00:24:15,090 --> 00:24:22,110
Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik
ga Nebukadrezar, de koning van Babel,

393
00:24:22,110 --> 00:24:23,970
het land Egypte geven.

394
00:24:23,970 --> 00:24:29,490
Hij zal zijn overvloed wegvoeren, zijn
roofgoed plunderen en zijn buit roven.

395
00:24:29,490 --> 00:24:31,950
Dat zal het loon zijn voor zijn leger.

396
00:24:31,950 --> 00:24:37,290
Als zijn arbeidsloon heb Ik hem, omdat
hij zwaar werk daartegen verricht heeft,

397
00:24:37,290 --> 00:24:41,310
het land Egypte gegeven, omdat
zij het voor Mij gedaan hebben,

398
00:24:41,310 --> 00:24:43,170
spreekt de Heere HEERE.

399
00:24:43,170 --> 00:24:46,590
Dat komt aan de orde in de
profetieën tegen Egypte.

400
00:24:46,590 --> 00:24:50,610
Maar Nebukadnezar heeft de
stad Tyrus nooit ingenomen.

401
00:24:50,610 --> 00:24:55,470
Wel heeft hij de stad enorm veel ellende
bezorgd, en dat wordt hier genoemd.

402
00:24:55,470 --> 00:24:59,430
Bedenk dat er in de profetie niet
wordt gezegd dat al deze dingen door

403
00:24:59,430 --> 00:25:02,310
één koning zouden worden gedaan. Er staat:

404
00:25:02,310 --> 00:25:07,590
daarom, zo zegt de Heere
HEERE: Zie, Ik zál u, Tyrus!

405
00:25:07,590 --> 00:25:10,770
Ik zal vele heidenvolken
tegen u laten opkomen,

406
00:25:10,770 --> 00:25:13,470
zoals de zee zijn golven laat opkomen.

407
00:25:13,470 --> 00:25:18,330
Die zullen de muren van Tyrus te gronde
richten en zijn torens omverhalen.

408
00:25:18,330 --> 00:25:23,370
Ja, Ik zal zijn gruis van hem wegvegen
en het tot een kale rots maken.

409
00:25:23,370 --> 00:25:26,970
Het zal een droogplaats voor
sleepnetten worden, midden in de zee,

410
00:25:26,970 --> 00:25:30,930
want Ík heb het gesproken,
spreekt de Heere HEERE.

411
00:25:30,930 --> 00:25:33,270
Het zal een buit voor
de heidenvolken worden,

412
00:25:33,270 --> 00:25:37,710
en zijn dochters die op het veld zijn,
zullen met het zwaard gedood worden.

413
00:25:37,710 --> 00:25:40,830
Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben.

414
00:25:40,830 --> 00:25:46,650
Want zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik
ga Nebukadrezar, de koning van Babel,

415
00:25:46,650 --> 00:25:51,210
de koning der koningen, uit het noorden
naar Tyrus brengen, met paarden,

416
00:25:51,210 --> 00:25:56,070
strijdwagens en ruiters, en een
verzamelde strijdmacht en veel volk.

417
00:25:56,070 --> 00:26:01,470
Hij zal uw dochters op het veld met het
zwaard doden en een schans tegen u maken,

418
00:26:01,470 --> 00:26:06,330
een belegeringsdam tegen u opwerpen
en schilden tegen u opheffen.

419
00:26:06,330 --> 00:26:09,690
Dan de vervulling van de latere
verzen die we hebben gelezen.

420
00:26:09,690 --> 00:26:12,150
Aan het eind van vers 12 staat:

421
00:26:12,150 --> 00:26:16,350
Zij zullen uw vermogen roven,
uw handelswaren plunderen,

422
00:26:16,350 --> 00:26:20,970
uw muren omverhalen en uw
begerenswaardige huizen afbreken.

423
00:26:20,970 --> 00:26:26,550
Uw stenen, uw hout en uw gruis zullen
zij midden in het water werpen.

424
00:26:26,550 --> 00:26:28,050
En vers 14:

425
00:26:28,050 --> 00:26:30,630
Ik zal u maken tot een kale rots.

426
00:26:30,630 --> 00:26:33,450
U zult een droogplaats
voor sleepnetten worden.

427
00:26:33,450 --> 00:26:38,550
U zult niet meer herbouwd worden,
want Ík, de HEERE, heb gesproken,

428
00:26:38,550 --> 00:26:40,230
spreekt de Heere HEERE.

429
00:26:40,230 --> 00:26:44,910
Dit werd ongeveer driehonderd jaar
na de tijd van Nebukadnezar vervuld,

430
00:26:44,910 --> 00:26:47,730
en zeker lang na het leven van Ezechiël,

431
00:26:47,730 --> 00:26:51,810
want Ezechiël was een
tijdgenoot van Nebukadnezar.

432
00:26:51,810 --> 00:26:55,650
Hier is dus onbetwistbaar sprake
van een voorspellend element,

433
00:26:55,650 --> 00:27:00,270
want Ezechiël heeft dingen
uitgesproken die zo'n tweehonderd of

434
00:27:00,270 --> 00:27:03,030
driehonderd jaar na zijn
tijd werden vervuld.

435
00:27:03,030 --> 00:27:06,750
Nadat het Babylonische rijk in
handen van de Perzen was gevallen,

436
00:27:06,750 --> 00:27:09,570
viel het Perzische rijk
in handen van de Grieken.

437
00:27:09,570 --> 00:27:14,070
En Alexander de Grote stond aan
het hoofd van die grote verovering.

438
00:27:14,070 --> 00:27:18,570
Ook hij trok tegen Tyrus op en
veroverde de stad op het vasteland.

439
00:27:18,570 --> 00:27:22,530
Maar toen de inwoners van Tyrus zich
terugtrokken naar het gedeelte van de stad

440
00:27:22,530 --> 00:27:26,490
op het eiland, kon Alexander
het eiland niet innemen.

441
00:27:26,490 --> 00:27:30,150
Daarvoor had hij geen
vloot die sterk genoeg was.

442
00:27:30,150 --> 00:27:34,050
En daarom leek het erop dat het
hem, net als anderen vóór hem,

443
00:27:34,050 --> 00:27:37,470
niet zou lukken om Tyrus
uiteindelijk te vernietigen.

444
00:27:37,470 --> 00:27:42,330
Maar Alexander was een ander soort man
dan de meeste veroveraars vóór hem.

445
00:27:42,330 --> 00:27:45,930
Hij nam geen genoegen met een
nee, en hij was vastbesloten

446
00:27:45,930 --> 00:27:48,390
Tyrus niet te laten voortbestaan.

447
00:27:48,390 --> 00:27:52,770
Dus liet hij zijn soldaten het puin van
de stad op het vasteland nemen en in

448
00:27:52,770 --> 00:27:54,450
het water gooien.

449
00:27:54,450 --> 00:27:59,070
Met dat puin moesten ze een dam bouwen
tussen de oude stad aan de kust en de

450
00:27:59,070 --> 00:28:01,050
nieuwe stad op het eiland.

451
00:28:01,050 --> 00:28:06,630
Hij bouwde werkelijk een brede dam, een
soort pier, helemaal tot aan het eiland.

452
00:28:06,630 --> 00:28:08,970
Het kostte enkele jaren om die te bouwen,

453
00:28:08,970 --> 00:28:12,690
maar hij wilde niet opgeven
voordat hij Tyrus had verslagen.

454
00:28:12,690 --> 00:28:14,670
En uiteindelijk lukte hem dat.

455
00:28:14,670 --> 00:28:17,850
Natuurlijk moeten de mensen van
Tyrus doodsbang zijn geweest

456
00:28:17,850 --> 00:28:21,210
toen ze dit ding week na
week dichterbij zagen komen.

457
00:28:21,210 --> 00:28:24,870
Want het lukte hem daadwerkelijk om al
het puin van de verwoeste stad op het

458
00:28:24,870 --> 00:28:28,590
vasteland te gebruiken en
daarmee deze dam te bouwen,

459
00:28:28,590 --> 00:28:33,150
waarover zijn leger naar het eiland
kon marcheren. En dat deden ze.

460
00:28:33,150 --> 00:28:37,530
Ze marcheerden naar het eiland en
namen de stad op het eiland in.

461
00:28:37,530 --> 00:28:40,890
Zij waren de eersten en de
laatsten die Tyrus verwoestten,

462
00:28:40,890 --> 00:28:43,050
want Tyrus is nooit herbouwd.

463
00:28:43,050 --> 00:28:46,290
Het is ook interessant
dat er in vers 14 staat:

464
00:28:46,290 --> 00:28:50,670
Je zult nooit meer worden opgebouwd,
Want de meeste belangrijke steden

465
00:28:50,670 --> 00:28:54,150
werden op een zeker moment
na hun verwoesting herbouwd.

466
00:28:54,150 --> 00:28:56,190
Jeruzalem natuurlijk wel.

467
00:28:56,190 --> 00:29:00,330
Babylon niet, maar daarvan werd ook
gezegd dat het deel uitmaakte van het

468
00:29:00,330 --> 00:29:02,070
oordeel over Babylon.

469
00:29:02,070 --> 00:29:05,370
De meeste steden werden
meerdere keren herbouwd.

470
00:29:05,370 --> 00:29:08,250
Tyrus is trouwens ook
meerdere keren herbouwd.

471
00:29:08,250 --> 00:29:11,850
Maar na deze laatste verwoesting
door Alexander de Grote

472
00:29:11,850 --> 00:29:13,830
is het nooit meer herbouwd.

473
00:29:13,830 --> 00:29:17,370
Dat is interessant, want op
de oude locatie van Tyrus

474
00:29:17,370 --> 00:29:20,010
is een natuurlijke zoetwaterbron.

475
00:29:20,010 --> 00:29:22,770
Ik weet niet meer precies
hoeveel die oplevert,

476
00:29:22,770 --> 00:29:26,670
zoiets als een miljoen of tien
miljoen gallon zoet water per dag,

477
00:29:26,670 --> 00:29:28,350
of iets dergelijks.

478
00:29:28,350 --> 00:29:31,290
Water is in het Midden-Oosten
een kostbaar goed.

479
00:29:31,290 --> 00:29:34,770
Het lijkt erop dat dit een heel
voor de hand liggende plek zou zijn

480
00:29:34,770 --> 00:29:39,630
om de stad te herbouwen als het stof was
neergedaald en de oorlog voorbij was.

481
00:29:39,630 --> 00:29:43,170
Het zou heel vanzelfsprekend zijn dat
mensen terugkwamen en de stad weer

482
00:29:43,170 --> 00:29:47,370
opbouwden, of in elk geval op
dezelfde plek een nieuwe stad bouwden,

483
00:29:47,370 --> 00:29:49,410
vanwege de watervoorziening daar.

484
00:29:49,410 --> 00:29:52,350
Toch is de stad nooit herbouwd.

485
00:29:52,350 --> 00:29:56,970
En je kunt tegenwoordig, als je wilt,
een rondreis door het Heilige Land maken.

486
00:29:56,970 --> 00:29:59,070
Wat je zult zien als je naar Tyrus gaat,

487
00:29:59,070 --> 00:30:04,290
is een vissersdorp waar vissers hun netten
uitspreiden op de rotsen aan de kust,

488
00:30:04,290 --> 00:30:06,750
precies zoals Ezechiël heeft gezegd.

489
00:30:06,750 --> 00:30:11,670
Dat stond zo ver mogelijk af van de
beschrijving van Tyrus in zijn eigen tijd.

490
00:30:11,670 --> 00:30:16,050
Om dit te kunnen zien, moet Ezechiël
bovennatuurlijk profetisch inzicht van

491
00:30:16,050 --> 00:30:17,370
God hebben gehad.

492
00:30:17,370 --> 00:30:22,410
Want in Ezechiëls eigen tijd leek
Tyrus in niets op een vissersdorp.

493
00:30:22,410 --> 00:30:24,630
Het was een enorme handelsstad.

494
00:30:24,630 --> 00:30:29,250
In hoofdstuk 27 wordt het
vergeleken met een koopvaardijschip.

495
00:30:29,250 --> 00:30:33,330
Daar wordt een allegorie of een
gelijkenis gegeven waarin het als een

496
00:30:33,330 --> 00:30:35,370
schip wordt voorgesteld.

497
00:30:35,370 --> 00:30:39,870
In vers 3 van het volgende
hoofdstuk, hoofdstuk 27, staat:

498
00:30:39,870 --> 00:30:43,950
en zeg tegen Tyrus, dat zetelt
bij de toegangen naar de zee,

499
00:30:43,950 --> 00:30:50,370
dat met de volken handeldrijft in veel
kustlanden: Zo zegt de Heere HEERE: Tyrus,

500
00:30:50,370 --> 00:30:54,030
ú hebt gezegd: Ik ben
volmaakt in schoonheid.

501
00:30:54,030 --> 00:30:57,390
In de volgende verzen wordt
Tyrus beschreven als een schip,

502
00:30:57,390 --> 00:31:00,690
gebouwd van kostbare materialen
uit verschillende landen.

503
00:31:00,690 --> 00:31:03,390
Hij beschrijft daarmee
geen letterlijk schip.

504
00:31:03,390 --> 00:31:08,310
Hij vergelijkt deze handelsstad aan de
kust met een groot koopvaardijschip dat

505
00:31:08,310 --> 00:31:12,810
gemaakt is van de beste producten uit
elk deel van de toen bekende wereld.

506
00:31:12,810 --> 00:31:17,190
Natuurlijk wordt daarmee gesuggereerd dat
Tyrus verrijkt was door de rijkdom van

507
00:31:17,190 --> 00:31:18,870
de hele wereld.

508
00:31:18,870 --> 00:31:22,650
In deze beeldspraak wordt de stad
dus met een schip vergeleken,

509
00:31:22,650 --> 00:31:26,430
en in dit hoofdstuk wordt er nog
meer oordeel over uitgesproken.

510
00:31:26,430 --> 00:31:29,550
Ik weet eigenlijk niet of ik
hier al te veel uit wil halen.

511
00:31:29,550 --> 00:31:33,570
We moeten te veel hoofdstukken behandelen,
en ik denk eigenlijk niet dat er zo veel

512
00:31:33,570 --> 00:31:36,570
is wat ik uit dit specifieke
hoofdstuk wil halen.

513
00:31:36,570 --> 00:31:42,150
Maar ik wil wel verdergaan naar hoofdstuk
28, waar de profetie tegen Tyrus doorgaat.

514
00:31:42,150 --> 00:31:44,250
In hoofdstuk 28 staat:

515
00:31:44,250 --> 00:31:50,190
Het woord van de HEERE kwam tot mij:
Mensenkind, zeg tegen de vorst van Tyrus:

516
00:31:50,190 --> 00:31:55,830
Zo zegt de Heere HEERE: Omdat uw hart
hoogmoedig is geworden en u zegt:

517
00:31:55,830 --> 00:32:00,451
Ik ben God, ik zit op de zetel
van God in het hart van de zeeën —

518
00:32:00,451 --> 00:32:06,570
terwijl u een mens bent en geen God —
geeft u uw hart uit voor het hart van God.

519
00:32:06,570 --> 00:32:10,830
Zie, u bent wijzer dan Daniël,
geen enkel geheim hebben zij voor

520
00:32:10,830 --> 00:32:12,450
u verborgen gehouden.

521
00:32:12,450 --> 00:32:15,030
Die opmerking wordt sarcastisch gemaakt.

522
00:32:15,030 --> 00:32:20,010
Bedenk dat Daniël ook in Babylon
was, in dezelfde tijd als Ezechiël.

523
00:32:20,010 --> 00:32:24,630
Toen deze profetie werd uitgesproken,
was Daniël daar al negentien jaar.

524
00:32:24,630 --> 00:32:27,870
Dat was lang genoeg om bekend
te worden om zijn wijsheid

525
00:32:27,870 --> 00:32:32,430
en om de inzichten die hij kreeg bij
het uitleggen van dromen enzovoort.

526
00:32:32,430 --> 00:32:34,350
Er waren geen geheimen.

527
00:32:34,350 --> 00:32:38,430
Daniël stond in het hele koninkrijk bekend
als de man die verborgen geheimen kon

528
00:32:38,430 --> 00:32:41,190
onthullen, omdat God hem inzicht gaf.

529
00:32:41,190 --> 00:32:43,710
Dus wanneer er tegen Tyrus wordt gezegd:

530
00:32:43,710 --> 00:32:46,590
Je vindt jezelf zeker wijzer dan Daniël.

531
00:32:46,590 --> 00:32:48,690
Het staat er niet helemaal in die woorden,

532
00:32:48,690 --> 00:32:52,110
maar het is duidelijk behoorlijk
sarcastisch wanneer Hij zegt:

533
00:32:52,110 --> 00:32:54,210
Je bent wijzer dan Daniël.

534
00:32:54,210 --> 00:32:58,470
Net als in hoofdstuk 27,
wanneer Hij in vers 4 zegt:

535
00:32:58,470 --> 00:33:00,990
Uw grenzen liggen in
het hart van de zeeën.

536
00:33:00,990 --> 00:33:04,770
Zij die u bouwden, maakten
uw schoonheid volkomen.

537
00:33:04,770 --> 00:33:06,330
Of in vers 3:

538
00:33:06,330 --> 00:33:10,470
en zeg tegen Tyrus, dat zetelt
bij de toegangen naar de zee,

539
00:33:10,470 --> 00:33:16,710
dat met de volken handeldrijft in veel
kustlanden: Zo zegt de Heere HEERE: Tyrus,

540
00:33:16,710 --> 00:33:20,490
ú hebt gezegd: Ik ben
volmaakt in schoonheid.

541
00:33:20,490 --> 00:33:23,850
Daar geeft Hij eigenlijk weer
hoe zij over zichzelf denken.

542
00:33:23,850 --> 00:33:28,830
Ze vinden zichzelf volmaakt in
schoonheid en volmaakt in wijsheid,

543
00:33:28,830 --> 00:33:30,750
wijzer dan Daniël.

544
00:33:30,750 --> 00:33:34,170
Hier in hoofdstuk 28 staat in vers 4:

545
00:33:34,170 --> 00:33:39,390
Door uw wijsheid en door uw inzicht
hebt u zich een vermogen verworven en

546
00:33:39,390 --> 00:33:43,110
gezorgd voor goud en
zilver in uw schatkamers.

547
00:33:43,110 --> 00:33:48,690
Vers 5 vervolgt: ‘Door uw grote
wijsheid in uw handel hebt u uw vermogen

548
00:33:48,690 --> 00:33:53,790
vermeerderd en is uw hart hoogmoedig
geworden vanwege uw vermogen.’

549
00:33:53,790 --> 00:33:58,110
Met de Engelse woorden ‘By your
traffic’ wordt natuurlijk bedoeld:

550
00:33:58,110 --> 00:34:00,090
door je handel op zee.

551
00:34:00,090 --> 00:34:03,630
Hun rijkdom is toegenomen,
en nu ze rijk zijn,

552
00:34:03,630 --> 00:34:06,570
voelen ze zich als stad heel hoogmoedig.

553
00:34:06,570 --> 00:34:10,290
Ze voelen zich vrijwel
onaantastbaar voor verwoesting.

554
00:34:10,290 --> 00:34:13,530
Ze voelen zich superieur
omdat ze rijk zijn.

555
00:34:13,530 --> 00:34:14,730
Er staat:

556
00:34:14,730 --> 00:34:20,190
Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Omdat
u uw hart gelijkgesteld hebt aan het

557
00:34:20,190 --> 00:34:21,390
hart van God,

558
00:34:21,390 --> 00:34:26,010
Wanneer mensen rijk worden, gaan ze
zich vaak zeker voelen van zichzelf.

559
00:34:26,010 --> 00:34:30,330
Ze krijgen zelfvertrouwen en stellen
zichzelf in de plaats van God.

560
00:34:30,330 --> 00:34:35,610
Iemand die arm is, zal eerder geneigd zijn
naar God op te zien en te beseffen dat hij

561
00:34:35,610 --> 00:34:37,050
God nodig heeft.

562
00:34:37,050 --> 00:34:42,810
Maar wie rijk zijn, hebben een andere
god, en hun rijkdom is doorgaans hun god.

563
00:34:42,810 --> 00:34:46,230
daarom, zie, Ik ga
vreemden over u brengen,

564
00:34:46,230 --> 00:34:48,510
de gewelddadigste van de heidenvolken.

565
00:34:48,510 --> 00:34:52,650
Zij zullen hun zwaarden trekken tegen de
schoonheid van uw wijsheid en zij zullen

566
00:34:52,650 --> 00:34:54,510
uw luister ontheiligen.

567
00:34:54,510 --> 00:34:58,710
Enzovoort. We hebben al besproken
hoe dat tegen Tyrus is vervuld.

568
00:34:58,710 --> 00:35:01,350
Hij herhaalt gewoon de onheilsprofetie.

569
00:35:01,350 --> 00:35:05,970
Laten we verdergaan naar vers 11,
want in de verzen 11 tot en met 19

570
00:35:05,970 --> 00:35:08,370
hebben we een heel interessante profetie.

571
00:35:08,370 --> 00:35:12,450
Het interessantste eraan is dat die om
de een of andere reden heel anders is

572
00:35:12,450 --> 00:35:15,630
uitgelegd dan je haar
van nature zou begrijpen.

573
00:35:15,630 --> 00:35:20,130
Laat ik haar eerst voorlezen, en dan zal
ik bespreken wat er gewoonlijk over deze

574
00:35:20,130 --> 00:35:21,930
profetie is onderwezen.

575
00:35:21,930 --> 00:35:24,030
‘Bovendien’, vers 11:

576
00:35:24,030 --> 00:35:27,810
Het woord van de HEERE
kwam tot mij: Mensenkind,

577
00:35:27,810 --> 00:35:32,430
hef een klaaglied aan over de
koning van Tyrus, en zeg tegen hem:

578
00:35:32,430 --> 00:35:37,110
Zo zegt de Heere HEERE: U,
toonbeeld van volkomenheid,

579
00:35:37,110 --> 00:35:43,350
vol wijsheid en volmaakt van schoonheid,
u was in Eden, de hof van God.

580
00:35:43,350 --> 00:35:50,370
Allerlei edelgesteente was uw sieraad:
robijn, topaas en diamant, turkoois,

581
00:35:50,370 --> 00:35:56,490
onyx en jaspis, saffier,
smaragd, beril en goud.

582
00:35:56,490 --> 00:36:02,250
Het werk van uw tamboerijnen en uw fluiten
was bij u. Op de dag dat u geschapen werd,

583
00:36:02,250 --> 00:36:03,630
waren ze gereed.

584
00:36:03,630 --> 00:36:07,770
U was een cherub die zijn
vleugels beschermend uitspreidt.

585
00:36:07,770 --> 00:36:09,810
Daarvoor heb Ik u aangesteld.

586
00:36:09,810 --> 00:36:15,270
U was op Gods heilige berg, u
wandelde te midden van vurige stenen.

587
00:36:15,270 --> 00:36:19,350
Volmaakt was u in uw wegen, vanaf
de dag dat u geschapen werd,

588
00:36:19,350 --> 00:36:22,410
totdat er ongerechtigheid
in u gevonden werd.

589
00:36:22,410 --> 00:36:28,050
Door de overvloed van uw handel vulde men
uw midden met geweld, en ging u zondigen.

590
00:36:28,050 --> 00:36:32,910
Daarom verbande Ik u van de berg
van God, en deed Ik u verdwijnen,

591
00:36:32,910 --> 00:36:36,810
beschermende cherub, uit het
midden van de vurige stenen.

592
00:36:36,810 --> 00:36:40,110
Vanwege uw schoonheid
werd uw hart hoogmoedig,

593
00:36:40,110 --> 00:36:43,890
u richtte uw wijsheid te
gronde vanwege uw luister.

594
00:36:43,890 --> 00:36:50,070
Ik wierp u ter aarde, Ik stelde u voor
koningen, opdat zij op u neer zouden zien.

595
00:36:50,070 --> 00:36:55,170
Vanwege de overvloed van uw
ongerechtigheden door uw oneerlijke handel

596
00:36:55,170 --> 00:36:57,690
ontheiligde u uw heiligdommen.

597
00:36:57,690 --> 00:37:00,510
Daarom deed Ik een vuur
uit uw midden oplaaien,

598
00:37:00,510 --> 00:37:04,770
en dat verteerde u. Ik maakte
u tot een hoop as op de grond

599
00:37:04,770 --> 00:37:07,530
voor de ogen van allen die naar u keken.

600
00:37:07,530 --> 00:37:11,430
Allen onder de volken die u
kennen, zijn ontzet over u.

601
00:37:11,430 --> 00:37:14,970
U bent een voorwerp van verschrikking
geworden en u zult niet meer

602
00:37:14,970 --> 00:37:17,190
bestaan tot in eeuwigheid.

603
00:37:17,190 --> 00:37:22,530
We hebben vers 11 tot en met 19 gelezen,
maar een gedeelte van deze profetie,

604
00:37:22,530 --> 00:37:27,630
gewoonlijk tot ongeveer vers 17, wordt
vaak aangehaald in besprekingen over de

605
00:37:27,630 --> 00:37:29,430
oorsprong van satan.

606
00:37:29,430 --> 00:37:32,850
We hebben onlangs in een thematische
studie over de oorsprong van

607
00:37:32,850 --> 00:37:37,770
satan gesproken, en we hebben het er
ook over gehad bij Jesaja hoofdstuk 14.

608
00:37:37,770 --> 00:37:42,270
In Jesaja hoofdstuk 14 staat
een profetie tegen Lucifer,

609
00:37:42,270 --> 00:37:47,070
in een context die een profetie tegen
de koning van Babel lijkt te zijn.

610
00:37:47,070 --> 00:37:49,950
Maar gewoonlijk wordt
er gezegd, in elk geval

611
00:37:49,950 --> 00:37:55,770
door de bekendere leraren die we vaak
horen, dat Lucifer in Jesaja 14 satan is,

612
00:37:55,770 --> 00:37:59,850
dat hij een engel was voordat hij
viel en dat hij de duivel werd.

613
00:37:59,850 --> 00:38:02,970
Ik heb alleen dit te
zeggen over Jesaja 14:

614
00:38:02,970 --> 00:38:07,050
het is de enige plaats in de
Bijbel waar Lucifer wordt genoemd.

615
00:38:07,050 --> 00:38:12,450
De naam Lucifer komt nergens anders
in de Bijbel voor dan in Jesaja 14.

616
00:38:12,450 --> 00:38:16,290
Op die plaats wordt Lucifer
niet met satan vereenzelvigd.

617
00:38:16,290 --> 00:38:20,730
Daarom is de heel gebruikelijke en
traditionele vereenzelviging van Lucifer

618
00:38:20,730 --> 00:38:25,110
met de duivel een traditionele
opvatting, geen Bijbelse.

619
00:38:25,110 --> 00:38:28,950
Nergens in de Bijbel wordt
Lucifer met satan vereenzelvigd.

620
00:38:28,950 --> 00:38:32,790
Het is iemands interpretatie;
het is iemands vermoeden.

621
00:38:32,790 --> 00:38:36,390
Het kan juist zijn, maar
het kan ook onjuist zijn,

622
00:38:36,390 --> 00:38:41,550
en door Jesaja 14 te lezen kunnen we daar
eigenlijk geen uitsluitsel over krijgen.

623
00:38:41,550 --> 00:38:47,670
Als we Jesaja 14 lezen, staat er niets in
de passage wat erop wijst dat in Jesaja 14

624
00:38:47,670 --> 00:38:50,970
iemand anders wordt aangesproken
dan de koning van Babel,

625
00:38:50,970 --> 00:38:52,830
over wie het kennelijk gaat.

626
00:38:52,830 --> 00:38:57,870
Hoofdstuk 13 en 14 van Jesaja
vormen een profetie tegen Babel.

627
00:38:57,870 --> 00:39:01,050
Wanneer mensen het over de
oorsprong van satan hebben,

628
00:39:01,050 --> 00:39:06,090
citeren ze gewoonlijk uit
Jesaja 14 en Ezechiël 28.

629
00:39:06,090 --> 00:39:11,430
Gewoonlijk gelooft men dat de Lucifer
uit Jesaja 14 dezelfde is als deze

630
00:39:11,430 --> 00:39:15,450
koning van Tyrus in
vers 12 van Ezechiël 28,

631
00:39:15,450 --> 00:39:18,810
en dat we hier nog een beschrijving
van de val van satan lezen.

632
00:39:18,810 --> 00:39:21,150
Laat ik er meteen op wijzen
dat er nergens in deze

633
00:39:21,150 --> 00:39:23,730
passage over Lucifer wordt gesproken.

634
00:39:23,730 --> 00:39:25,590
Lucifer wordt niet genoemd.

635
00:39:25,590 --> 00:39:29,310
De duivel wordt niet genoemd,
en we weten heel goed dat de

636
00:39:29,310 --> 00:39:33,150
profetie zelf zegt dat ze
over de koning van Tyrus gaat.

637
00:39:33,150 --> 00:39:38,310
Net zoals de passage in Jesaja 14 in
de context staat van een profetie tegen

638
00:39:38,310 --> 00:39:41,130
Babel en de koning van Babel, staat deze

639
00:39:41,130 --> 00:39:45,990
passage in de context van een profetie
tegen Tyrus en de koning van Tyrus.

640
00:39:45,990 --> 00:39:49,590
Men heeft gedacht dat de dingen die
hier worden gezegd in sommige opzichten

641
00:39:49,590 --> 00:39:54,150
overeenkomen met wat er in Jesaja
14 over Lucifer wordt gezegd.

642
00:39:54,150 --> 00:39:56,550
Er is echter heel weinig overeenkomst.

643
00:39:56,550 --> 00:39:59,370
De passages hebben maar
twee dingen gemeen.

644
00:39:59,370 --> 00:40:03,090
Ten eerste spreken ze allebei over
een koning die ooit machtig was,

645
00:40:03,090 --> 00:40:06,630
maar geoordeeld zal worden
en zijn macht zal verliezen.

646
00:40:06,630 --> 00:40:10,230
Ten tweede zullen andere
koningen zijn vernedering zien.

647
00:40:10,230 --> 00:40:14,370
Hij zal vernederd worden voor degenen
boven wie hij ooit verheven was.

648
00:40:14,370 --> 00:40:18,630
Dat kan voor veel koningen gelden, en het
geldt zeker niet alleen voor de koning van

649
00:40:18,630 --> 00:40:21,570
Babel, zoals uit het verloop
van de geschiedenis bleek,

650
00:40:21,570 --> 00:40:23,910
maar ook voor de koning van Tyrus.

651
00:40:23,910 --> 00:40:27,330
Met andere woorden, er is geen
reden om te zeggen dat deze

652
00:40:27,330 --> 00:40:30,990
passage over dezelfde
persoon gaat als Jesaja 14.

653
00:40:30,990 --> 00:40:33,750
De aanwijzingen pleiten daar juist tegen.

654
00:40:33,750 --> 00:40:37,110
Jesaja 14 lijkt over de
Babylonische koning te gaan,

655
00:40:37,110 --> 00:40:39,990
terwijl dit over de koning van Tyrus gaat:

656
00:40:39,990 --> 00:40:43,650
twee verschillende volken die op
verschillende momenten ten val kwamen,

657
00:40:43,650 --> 00:40:45,630
op heel verschillende momenten zelfs.

658
00:40:45,630 --> 00:40:49,170
We zouden kunnen zeggen: ‘Waarom
zou iemand dan zeggen dat dit een

659
00:40:49,170 --> 00:40:53,970
profetie over satan is, of dat dit een
beschrijving is van de val van satan die

660
00:40:53,970 --> 00:40:56,970
al vóór de schepping van de
wereld had plaatsgevonden?’

661
00:40:56,970 --> 00:40:59,610
Ik zal je vertellen
waarom mensen dat zeggen.

662
00:40:59,610 --> 00:41:04,170
Zelf betwijfel ik sterk of deze
passage iets met satan te maken heeft.

663
00:41:04,170 --> 00:41:07,110
Ik zie satan eigenlijk
niet in deze passage,

664
00:41:07,110 --> 00:41:11,070
maar velen hebben hem er wel in gezien,
en vroeger zag ik hem er ook in,

665
00:41:11,070 --> 00:41:14,250
omdat mij was verteld
dat dit daarover ging.

666
00:41:14,250 --> 00:41:19,770
Jarenlang trok ik dat
nooit in twijfel, net zomin

667
00:41:19,770 --> 00:41:23,190
als ik eraan twijfelde dat de passage
over Lucifer in Jesaja 14 over satan ging.

668
00:41:23,190 --> 00:41:27,390
Totdat ik uiteindelijk die passages
bestudeerde en het boek Jesaja en het

669
00:41:27,390 --> 00:41:29,610
boek Ezechiël bestudeerde.

670
00:41:29,610 --> 00:41:32,790
Hoe meer ik las, hoe
meer ik begon te zeggen:

671
00:41:32,790 --> 00:41:36,330
‘Waar halen we toch het idee
vandaan dat dit over satan gaat?’

672
00:41:36,330 --> 00:41:38,670
Er staat niets in de passage wat dat zegt,

673
00:41:38,670 --> 00:41:43,530
en er staat niets in het Nieuwe Testament
wat deze passages in dat verband aanhaalt.

674
00:41:43,530 --> 00:41:46,350
Dus waar halen we die informatie vandaan?

675
00:41:46,350 --> 00:41:50,850
In dit geval komt die voort uit een
aantal kenmerken van deze beschrijving.

676
00:41:50,850 --> 00:41:54,450
Allereerst wijst men erop
dat de profetie in vers 12

677
00:41:54,450 --> 00:41:57,810
tegen de koning van Tyrus
gericht is, terwijl ze in vers

678
00:41:57,810 --> 00:42:00,630
2 tegen de vorst van Tyrus gericht is.

679
00:42:00,630 --> 00:42:05,010
Gewoonlijk redeneert men hier dat
de profetie in vers 1 tot en met 10

680
00:42:05,010 --> 00:42:08,670
tegen de werkelijke, lichamelijke
koning in Tyrus gericht is,

681
00:42:08,670 --> 00:42:11,490
die door de profeet de vorst
van Tyrus wordt genoemd.

682
00:42:11,490 --> 00:42:14,070
De profetie die bij vers 12 begint,

683
00:42:14,070 --> 00:42:18,030
zou daarentegen gericht zijn tegen
de werkelijke macht achter de troon,

684
00:42:18,030 --> 00:42:23,010
de werkelijke geestelijke vorst, de
werkelijke geestelijke koning van Tyrus,

685
00:42:23,010 --> 00:42:27,270
die eigenlijk meer gezag heeft dan
de mens die koning van Tyrus is.

686
00:42:27,270 --> 00:42:29,490
Men zegt dat dit satan is.

687
00:42:29,490 --> 00:42:32,850
Verder voert men aan
dat er in vers 13 staat:

688
00:42:32,850 --> 00:42:35,190
Je bent in Eden geweest.

689
00:42:35,190 --> 00:42:38,550
Eden is natuurlijk de
tuin in Genesis, waar God

690
00:42:38,550 --> 00:42:41,610
Adam en Eva plaatste en waar de slang was,

691
00:42:41,610 --> 00:42:45,450
en waar Adam en Eva verzocht
werden en ten val kwamen.

692
00:42:45,450 --> 00:42:50,790
Daarom, zo redeneert men, waren er
niet zo heel veel personen in Eden.

693
00:42:50,790 --> 00:42:54,690
Adam en Eva waren de enige
twee mensen die daar waren.

694
00:42:54,690 --> 00:42:58,890
Dan was er de slang, en natuurlijk
wandelde God ook met hen in de

695
00:42:58,890 --> 00:43:00,390
tuin van Eden.

696
00:43:00,390 --> 00:43:02,850
Er waren dus vier personen in Eden.

697
00:43:02,850 --> 00:43:07,530
Door de mogelijkheden een voor een
uit te sluiten, zo redeneert men,

698
00:43:07,530 --> 00:43:13,470
blijkt dat deze profetie niet tegen God
gericht is, en ook niet tegen Adam en Eva,

699
00:43:13,470 --> 00:43:14,910
die al dood zijn.

700
00:43:14,910 --> 00:43:18,990
Maar dit is een profetie
tegen iemand die in Eden is.

701
00:43:18,990 --> 00:43:21,270
Dan blijft alleen de slang over.

702
00:43:21,270 --> 00:43:25,830
Dan blijft alleen satan over als
degene over wie het hier gaat.

703
00:43:25,830 --> 00:43:28,110
Verder staat er in vers 14:

704
00:43:28,110 --> 00:43:31,650
Je bent de gezalfde cherub
die bescherming biedt.

705
00:43:31,650 --> 00:43:34,830
We weten heel goed dat
een cherub geen mens is.

706
00:43:34,830 --> 00:43:38,130
Een cherub is een geestelijk,
engelachtig wezen.

707
00:43:38,130 --> 00:43:42,630
Daarom zeggen we dat dit een profetie
moet zijn tegen een engelachtig wezen dat

708
00:43:42,630 --> 00:43:43,950
in Eden was.

709
00:43:43,950 --> 00:43:46,530
Dat lijkt erop te wijzen dat hij satan is.

710
00:43:46,530 --> 00:43:49,890
En dat er sprake is van
de koning van Tyrus,

711
00:43:49,890 --> 00:43:52,170
in tegenstelling tot de vorst van Tyrus,

712
00:43:52,170 --> 00:43:57,870
zou betekenen dat dit wezen de macht
achter de troon van de heidense volken is.

713
00:43:57,870 --> 00:44:00,090
Er staan hier nog enkele andere dingen.

714
00:44:00,090 --> 00:44:02,490
Aan het einde van vers 12 staat:

715
00:44:02,490 --> 00:44:08,190
Je bent het toppunt van volmaaktheid,
vol wijsheid en volmaakt mooi.

716
00:44:08,190 --> 00:44:09,870
En ook in vers 15:

717
00:44:09,870 --> 00:44:12,930
Je deed alles perfect vanaf
de dag dat je werd geschapen,

718
00:44:12,930 --> 00:44:15,210
totdat er kwaad bij je werd ontdekt.

719
00:44:15,210 --> 00:44:18,570
Nu, die verwijzingen naar de
volmaaktheid van dit wezen,

720
00:44:18,570 --> 00:44:24,150
de volmaaktheid van deze persoon —
volmaakt in schoonheid, vol van wijsheid,

721
00:44:24,150 --> 00:44:26,430
volmaakt in gerechtigheid, of:

722
00:44:26,430 --> 00:44:30,330
U was een cherub die zijn
vleugels beschermend uitspreidt.

723
00:44:30,330 --> 00:44:32,490
Daarvoor heb Ik u aangesteld.

724
00:44:32,490 --> 00:44:37,770
U was op Gods heilige berg, u
wandelde te midden van vurige stenen.

725
00:44:37,770 --> 00:44:41,610
Volmaakt was u in uw wegen, vanaf
de dag dat u geschapen werd,

726
00:44:41,610 --> 00:44:44,610
totdat er ongerechtigheid
in u gevonden werd.

727
00:44:44,610 --> 00:44:50,130
Door de overvloed van uw handel vulde men
uw midden met geweld, en ging u zondigen.

728
00:44:50,130 --> 00:44:54,450
Daarom verbande Ik u van de berg
van God, en deed Ik u verdwijnen,

729
00:44:54,450 --> 00:44:58,170
beschermende cherub, uit het
midden van de vurige stenen.

730
00:44:58,170 --> 00:45:03,630
— die volmaaktheid, zeggen ze, kan niet op
een mens slaan, want niemand is volmaakt.

731
00:45:03,630 --> 00:45:07,890
Maar op een engel van God kunnen
deze woorden wel van toepassing zijn.

732
00:45:07,890 --> 00:45:11,070
Vervolgens zouden ze op nog
een paar andere dingen wijzen.

733
00:45:11,070 --> 00:45:15,330
Als ze eenmaal met deze argumenten hebben
vastgesteld dat de bedoelde persoon

734
00:45:15,330 --> 00:45:19,170
satan is, voegen ze er enkele
interessante dingen aan toe.

735
00:45:19,170 --> 00:45:22,470
Bijvoorbeeld, waar in vers 13 staat:

736
00:45:22,470 --> 00:45:25,050
[Vertalersnoot: De Engelse
vertaling die de spreker gebruikt,

737
00:45:25,050 --> 00:45:29,970
noemt de edelstenen ‘your covering’,
letterlijk ‘uw bedekking’.

738
00:45:29,970 --> 00:45:32,790
De HSV heeft hier ‘uw sieraad’.

739
00:45:32,790 --> 00:45:38,010
Daarop berust de hierna besproken uitleg
over een bedekking met edelstenen.]

740
00:45:38,010 --> 00:45:41,730
Het woord van de HEERE
kwam tot mij: Mensenkind,

741
00:45:41,730 --> 00:45:46,470
hef een klaaglied aan over de
koning van Tyrus, en zeg tegen hem:

742
00:45:46,470 --> 00:45:51,810
Zo zegt de Heere HEERE: U,
toonbeeld van volkomenheid,

743
00:45:51,810 --> 00:45:58,350
vol wijsheid en volmaakt van schoonheid,
u was in Eden, de hof van God.

744
00:45:58,350 --> 00:46:05,910
Allerlei edelgesteente was uw sieraad:
robijn, topaas en diamant, turkoois,

745
00:46:05,910 --> 00:46:11,490
onyx en jaspis, saffier,
smaragd, beril en goud.

746
00:46:11,490 --> 00:46:17,730
Het werk van uw tamboerijnen en uw fluiten
was bij u. Op de dag dat u geschapen werd,

747
00:46:17,730 --> 00:46:19,170
waren ze gereed.

748
00:46:19,170 --> 00:46:24,450
en waar de robijn, de topaas en alle
edelstenen worden genoemd, en ook goud,

749
00:46:24,450 --> 00:46:30,210
zeggen ze: ‘Nou, zie je, dit is een beeld
van satan op een aarde die bedekt was met

750
00:46:30,210 --> 00:46:35,250
edelmetalen en edelstenen,
waarschijnlijk vóór de zondeval.’

751
00:46:35,250 --> 00:46:40,590
Meestal zijn dit de mensen die in de
hiaattheorie over Genesis geloven.

752
00:46:40,590 --> 00:46:45,030
Zij geloven dat er een grote kloof
zit tussen de eerste twee verzen van

753
00:46:45,030 --> 00:46:46,830
Genesis, waar staat:

754
00:46:46,830 --> 00:46:50,910
In het begin schiep God
de hemel en de aarde.

755
00:46:50,910 --> 00:46:55,770
Vervolgens veronderstellen ze een
enorme tussenperiode van misschien wel

756
00:46:55,770 --> 00:46:59,430
miljoenen jaren waarin
evolutie kon plaatsvinden.

757
00:46:59,430 --> 00:47:01,410
En dan staat er in vers 2:

758
00:47:01,410 --> 00:47:05,230
En de aarde was — of dat zou
vertaald kunnen worden als ‘werd’ —

759
00:47:05,230 --> 00:47:10,950
De aarde nu was woest en leeg, en
duisternis lag over de watervloed;

760
00:47:10,950 --> 00:47:14,370
en de Geest van God
zweefde boven het water.

761
00:47:14,370 --> 00:47:18,150
En ze zeggen: ‘Nou, wat
er werkelijk gebeurde,

762
00:47:18,150 --> 00:47:21,690
is dat God de hemel en de aarde
in een prachtige toestand schiep.

763
00:47:21,690 --> 00:47:25,710
En Hij gaf Lucifer, of de
duivel, voordat hij viel,

764
00:47:25,710 --> 00:47:29,910
heerschappij over een ras van
wezens dat op deze aarde leefde.

765
00:47:29,910 --> 00:47:33,990
Maar toen kwam er vanwege de opstand
van Lucifer en van dat ras een

766
00:47:33,990 --> 00:47:38,010
oordeel over de aarde, in de
vorm van een grote overstroming.

767
00:47:38,010 --> 00:47:40,950
Daardoor lezen we in Genesis 1:2:

768
00:47:40,950 --> 00:47:45,030
En de aarde werd vormloos en
leeg, en het was donker boven het

769
00:47:45,030 --> 00:47:47,250
diepe water, enzovoort.’

770
00:47:47,250 --> 00:47:51,750
Met andere woorden, ze veronderstellen
een heel scenario tussen de eerste

771
00:47:51,750 --> 00:47:53,670
twee verzen van Genesis.

772
00:47:53,670 --> 00:47:57,390
Daarin kreeg satan een bepaalde
heerschappij over deze planeet

773
00:47:57,390 --> 00:48:00,630
en leidde hij vervolgens
een opstand tegen God.

774
00:48:00,630 --> 00:48:02,490
Gods oordeel kwam.

775
00:48:02,490 --> 00:48:06,630
En wanneer we dan de rest van de verzen
in hoofdstuk 1 van Genesis lezen,

776
00:48:06,630 --> 00:48:10,950
lezen we hoe God de omstandigheden
op het aardoppervlak opnieuw schiep.

777
00:48:10,950 --> 00:48:16,230
En dus lijkt de hof van Eden in de dagen
van Adam en Eva vol vruchtbomen te staan.

778
00:48:16,230 --> 00:48:21,330
Maar hier wordt gesuggereerd dat diezelfde
hof, voordat het oordeel erover kwam,

779
00:48:21,330 --> 00:48:24,330
voornamelijk gekenmerkt
werd door edelmetalen,

780
00:48:24,330 --> 00:48:29,250
en dat hij met edelmetalen bedekt was,
zoals een slang die onder de rotsen leeft.

781
00:48:29,250 --> 00:48:31,890
En dan staat er aan het einde van vers 13:

782
00:48:31,890 --> 00:48:35,670
Het woord van de HEERE
kwam tot mij: Mensenkind,

783
00:48:35,670 --> 00:48:40,290
hef een klaaglied aan over de
koning van Tyrus, en zeg tegen hem:

784
00:48:40,290 --> 00:48:45,210
Zo zegt de Heere HEERE: U,
toonbeeld van volkomenheid,

785
00:48:45,210 --> 00:48:51,450
vol wijsheid en volmaakt van schoonheid,
u was in Eden, de hof van God.

786
00:48:51,450 --> 00:48:58,410
Allerlei edelgesteente was uw sieraad:
robijn, topaas en diamant, turkoois,

787
00:48:58,410 --> 00:49:03,930
onyx en jaspis, saffier,
smaragd, beril en goud.

788
00:49:03,930 --> 00:49:10,110
Het werk van uw tamboerijnen en uw fluiten
was bij u. Op de dag dat u geschapen werd,

789
00:49:10,110 --> 00:49:11,550
waren ze gereed.

790
00:49:11,550 --> 00:49:15,930
Tot mijn uiterste verbazing is
dit veelvuldig gebruikt om dit

791
00:49:15,930 --> 00:49:18,330
interessante punt te verdedigen.

792
00:49:18,330 --> 00:49:23,250
Meestal wordt dit betoogd door mensen
die seminars over aanbidding geven en die

793
00:49:23,250 --> 00:49:26,190
onderwijzen in het leiden
van christelijke muziek.

794
00:49:26,190 --> 00:49:29,190
Zij gebruiken dit vers,
en alleen dit vers,

795
00:49:29,190 --> 00:49:32,190
om dit enorme beeld voor ons te schetsen.

796
00:49:32,190 --> 00:49:36,930
Ze zeggen dat satan, voordat hij viel,
een van de voornaamste engelen was,

797
00:49:36,930 --> 00:49:41,370
misschien een van de drie aartsengelen,
waarbij Gabriël en Michaël de

798
00:49:41,370 --> 00:49:42,870
andere twee waren.

799
00:49:42,870 --> 00:49:45,810
En hij kreeg macht over
een derde van de engelen.

800
00:49:45,810 --> 00:49:49,950
Zijn taak in de hemel was om de
engelen te leiden in hun aanbidding.

801
00:49:49,950 --> 00:49:54,270
Hij was als het ware de zangleider,
de koorleider van de hemel.

802
00:49:54,270 --> 00:49:58,530
Muziek maakte zo wezenlijk deel uit
van zijn natuur dat er daadwerkelijk

803
00:49:58,530 --> 00:50:01,530
muziekinstrumenten in zijn
lichaam waren ingebouwd.

804
00:50:01,530 --> 00:50:05,790
[Vertalersnoot: Deze besproken uitleg
grijpt terug op ‘prepared in thee’,

805
00:50:05,790 --> 00:50:11,490
letterlijk ‘in u gereedgemaakt’, in
de Engelse vertaling van vers 13.

806
00:50:11,490 --> 00:50:16,590
De HSV zegt ‘was bij u’
en ‘waren ze gereed’.]

807
00:50:16,590 --> 00:50:18,150
Dat is wat ik heb gehoord.

808
00:50:18,150 --> 00:50:21,390
Ik heb dit uit veel verschillende
bronnen horen onderwijzen,

809
00:50:21,390 --> 00:50:24,810
en het komt allemaal uit
dit vers, waar staat:

810
00:50:24,810 --> 00:50:27,910
Het vakmanschap achter je
tamboerijnen en fluiten —

811
00:50:27,910 --> 00:50:30,751
dit zijn dus muziekinstrumenten —

812
00:50:30,751 --> 00:50:36,450
Ze zeggen: ‘Nou, zie je, dit
wezen, dit prachtige schepsel,

813
00:50:36,450 --> 00:50:41,670
dit engelachtige wezen, had de leiding
over de aanbiddingszang in de hemel,

814
00:50:41,670 --> 00:50:43,170
zoals een koordirigent.

815
00:50:43,170 --> 00:50:47,070
En hij had deze muziekinstrumenten
in zijn lichaam ingebouwd.’

816
00:50:47,070 --> 00:50:50,130
Muziek maakte zo wezenlijk
deel van hem uit.

817
00:50:50,130 --> 00:50:53,790
En vervolgens redeneren ze
op grond hiervan meestal:

818
00:50:53,790 --> 00:50:57,030
‘Je kunt dus zien waarom
de duivel zoveel muziek

819
00:50:57,030 --> 00:51:00,270
gebruikt om mensen aan de drugs
en dergelijke te krijgen’,

820
00:51:00,270 --> 00:51:01,530
en al dat soort dingen.

821
00:51:01,530 --> 00:51:04,770
Nou, dit is naar mijn
mening een van de meest

822
00:51:04,770 --> 00:51:08,310
onvoorstelbare verdraaiingen van
de Schrift die ooit zijn gepleegd

823
00:51:08,310 --> 00:51:12,930
en die in het lichaam van Christus
in het algemeen niet zijn ontmaskerd.

824
00:51:12,930 --> 00:51:17,430
Er zijn veel dwaze leerstellingen
uitgedragen over allerlei Bijbelgedeelten

825
00:51:17,430 --> 00:51:19,770
die gemakkelijk te weerleggen zijn.

826
00:51:19,770 --> 00:51:23,070
En evangelische christenen in
het algemeen zien gemakkelijk

827
00:51:23,070 --> 00:51:24,990
in wat daar verkeerd aan is.

828
00:51:24,990 --> 00:51:28,830
Maar deze lijkt grotendeels
onontmaskerd te zijn gebleven.

829
00:51:28,830 --> 00:51:32,250
Nu kun je veel goede
geleerden lezen die totaal en

830
00:51:32,250 --> 00:51:36,510
absoluut ontkennen dat er in dit
hoofdstuk iets over satan staat.

831
00:51:36,510 --> 00:51:40,830
Ik ben altijd opgelucht als ik een paar
nuchtere mensen vind die de gangbare

832
00:51:40,830 --> 00:51:43,230
opvatting in twijfel lijken te trekken.

833
00:51:43,230 --> 00:51:47,430
Maar die gangbare opvatting wordt
vooral aangehangen door mensen die niet

834
00:51:47,430 --> 00:51:50,430
erg diep gaan in hun
Bijbelstudie, moet ik zeggen.

835
00:51:50,430 --> 00:51:52,890
En ik probeer hen niet
als groep te beledigen,

836
00:51:52,890 --> 00:51:56,610
maar ik moet zeggen dat de meeste
christenen, ikzelf inbegrepen,

837
00:51:56,610 --> 00:51:59,610
Ezechiël een moeilijk te
begrijpen boek vinden.

838
00:51:59,610 --> 00:52:03,930
Ezechiël gebruikt veel dichterlijke
taal, veel bloemrijke taal.

839
00:52:03,930 --> 00:52:06,030
Hij ziet bizarre visioenen.

840
00:52:06,030 --> 00:52:08,730
Hij spreekt zoals geen
andere profeet spreekt,

841
00:52:08,730 --> 00:52:11,910
en dit is een van de moeilijkst
te begrijpen passages.

842
00:52:11,910 --> 00:52:15,750
Ik neem het de doorsnee christen niet
kwalijk dat er delen van Ezechiël zijn die

843
00:52:15,750 --> 00:52:19,530
hij niet begrijpt, vooral als hij
niet bepaald een Bijbelgeleerde is.

844
00:52:19,530 --> 00:52:23,490
Als een gewone christen van
een gerespecteerde christelijke

845
00:52:23,490 --> 00:52:28,830
leider te horen krijgt dat deze specifieke
passage in Ezechiël over de val van

846
00:52:28,830 --> 00:52:33,810
satan gaat, wie is die doorsnee
christen dan om dat te betwisten?

847
00:52:33,810 --> 00:52:35,850
Wie kan er iets tegen inbrengen?

848
00:52:35,850 --> 00:52:40,050
Ik zou zeggen dat je door maar een klein
beetje studie aan het boek Ezechiël te

849
00:52:40,050 --> 00:52:44,250
wijden, enorm veel inzicht in
deze passage zou kunnen krijgen.

850
00:52:44,250 --> 00:52:47,250
Ik wil graag de specifieke
argumenten doornemen

851
00:52:47,250 --> 00:52:51,210
die ik zojuist heb genoemd voor
de opvatting dat dit satan is.

852
00:52:51,210 --> 00:52:56,190
Ik wil je laten zien hoe een grondiger
studie van het boek Ezechiël in deze

853
00:52:56,190 --> 00:52:58,950
gevallen het misverstand zou wegnemen.

854
00:52:58,950 --> 00:53:04,050
Mijn standpunt is dat dit eenvoudigweg
een voortzetting is van de profetie

855
00:53:04,050 --> 00:53:08,190
tegen de menselijke koning van
Tyrus, en dat er in deze passage

856
00:53:08,190 --> 00:53:10,530
geen verwijzing naar satan staat.

857
00:53:10,530 --> 00:53:14,490
Dat is natuurlijk ook de opvatting
die geleerden door de eeuwen heen

858
00:53:14,490 --> 00:53:16,470
grotendeels hebben aangehangen.

859
00:53:16,470 --> 00:53:21,510
Maar er is een populaire tendens om
dit als een passage over satan te zien.

860
00:53:21,510 --> 00:53:26,610
Hoe zit het met het feit dat de man in
vers 2 de vorst van Tyrus wordt genoemd,

861
00:53:26,610 --> 00:53:30,690
terwijl in vers 12 de koning
van Tyrus wordt aangesproken?

862
00:53:30,690 --> 00:53:33,270
Het onderscheid is alleen literair.

863
00:53:33,270 --> 00:53:37,230
Eerder had hij over de koningen
van Juda gesproken als vorsten.

864
00:53:37,230 --> 00:53:41,850
En het komt heel vaak voor dat de
woorden ‘vorst’ en ‘koning’ in de

865
00:53:41,850 --> 00:53:44,550
profeten door elkaar
worden gebruikt, omdat elke

866
00:53:44,550 --> 00:53:47,250
koning tegelijkertijd een vorst was.

867
00:53:47,250 --> 00:53:52,050
Elke koning in Juda was tenminste de
zoon van een andere koning geweest,

868
00:53:52,050 --> 00:53:56,130
en had daarom een groot deel van
zijn leven als prins doorgebracht.

869
00:53:56,130 --> 00:54:01,050
Daarom is het niet tegenstrijdig om
iemand het ene moment een vorst te noemen

870
00:54:01,050 --> 00:54:03,450
en het andere moment een koning.

871
00:54:03,450 --> 00:54:07,410
Van de meeste koningen kun je
beide dingen naar waarheid zeggen:

872
00:54:07,410 --> 00:54:10,890
dat ze ook vorsten zijn
of prinsen zijn geweest.

873
00:54:10,890 --> 00:54:15,510
In dit geval kan het aanduiden van een
koning als vorst eenvoudig bedoeld zijn

874
00:54:15,510 --> 00:54:20,430
om hem omlaag te halen en te laten
zien dat hij in Gods ogen niet

875
00:54:20,430 --> 00:54:22,230
zo'n machtig man is.

876
00:54:22,230 --> 00:54:25,170
Hij is maar een vorst, geen koning.

877
00:54:25,170 --> 00:54:28,830
Als hij later tegelijkertijd de
koning van Tyrus wordt genoemd,

878
00:54:28,830 --> 00:54:33,990
wordt hij eenvoudig met zijn officiële
en werkelijke titel aangeduid.

879
00:54:33,990 --> 00:54:36,570
De man is de koning van Tyrus.

880
00:54:36,570 --> 00:54:40,950
Er is geen reden om te zeggen dat het
hier om een andere persoon moet gaan,

881
00:54:40,950 --> 00:54:45,570
alleen omdat de ene passage hem de
vorst van Tyrus noemt en de andere

882
00:54:45,570 --> 00:54:47,730
hem de koning van Tyrus noemt.

883
00:54:47,730 --> 00:54:50,850
De termen zijn beslist
onderling verwisselbaar.

884
00:54:50,850 --> 00:54:54,690
Dan komen we bij de vraag hoe het zit
met het feit dat hij in Eden is geweest,

885
00:54:54,690 --> 00:54:56,550
in de hof van Eden.

886
00:54:56,550 --> 00:55:00,450
Als we dit letterlijk nemen, moeten we
natuurlijk toegeven dat dit op niemand

887
00:55:00,450 --> 00:55:05,190
anders dan satan kan slaan, want
Adam en Eva kunnen niet bedoeld zijn.

888
00:55:05,190 --> 00:55:08,670
Zij zijn dood, en de dingen
die deze persoon beschrijven,

889
00:55:08,670 --> 00:55:11,370
zijn niet van toepassing op Adam en Eva.

890
00:55:11,370 --> 00:55:13,950
Het zou natuurlijk ook geen
verwijzing naar God zijn,

891
00:55:13,950 --> 00:55:18,570
want dit is allemaal negatief, en
de profeten spreken niet tegen God.

892
00:55:18,570 --> 00:55:22,890
Daarom zouden we moeten zeggen dat, als
deze persoon letterlijk in de hof van Eden

893
00:55:22,890 --> 00:55:25,950
is geweest, hij zeker
satan moet zijn geweest.

894
00:55:25,950 --> 00:55:30,750
Aan de andere kant zou een iets
zorgvuldiger lezing van de profeten,

895
00:55:30,750 --> 00:55:35,670
en vooral van Jesaja, ons al laten zien
dat de verwijzing naar zijn verblijf in

896
00:55:35,670 --> 00:55:38,790
Eden geen letterlijke uitspraak is.

897
00:55:38,790 --> 00:55:41,790
We hoeven maar een paar hoofdstukken
verder te lezen om dit heel

898
00:55:41,790 --> 00:55:43,230
duidelijk te zien.

899
00:55:43,230 --> 00:55:48,270
In hoofdstuk 31 van Ezechiël,
midden in een profetie tegen Egypte,

900
00:55:48,270 --> 00:55:50,010
staat in vers 3:

901
00:55:50,010 --> 00:55:55,050
Zie, Assyrië was een ceder op
de Libanon, met mooie takken,

902
00:55:55,050 --> 00:55:59,070
als een woud dat schaduw
geeft en hoog van stam is;

903
00:55:59,070 --> 00:56:01,770
zijn kruin reikte tot in de wolken.

904
00:56:01,770 --> 00:56:06,210
Veel geleerden vinden dat ‘the
Assyrian’ eigenlijk als ‘the

905
00:56:06,210 --> 00:56:08,730
Egyptian’ weergegeven zou moeten worden.

906
00:56:08,730 --> 00:56:12,690
We zullen de verschillende vertalingen
daarvan bespreken wanneer we bij deze

907
00:56:12,690 --> 00:56:16,890
passage komen, maar daar
nemen we nu niet de tijd voor.

908
00:56:16,890 --> 00:56:22,710
In elk geval gaat vers 3 over de
Assyrische koning of de Egyptische koning,

909
00:56:22,710 --> 00:56:26,370
of over het Assyrische volk
of het Egyptische volk.

910
00:56:26,370 --> 00:56:31,170
Het gaat met andere woorden niet over
Tyrus, en ook niet over Jeruzalem.

911
00:56:31,170 --> 00:56:35,370
Het gaat over een volk dat in
de tijd van Ezechiël bestond.

912
00:56:35,370 --> 00:56:36,450
Er staat:

913
00:56:36,450 --> 00:56:40,110
Kijk, de Assyriër was
een ceder in Libanon.

914
00:56:40,110 --> 00:56:43,470
Dit is Ezechiël 31:3.

915
00:56:43,470 --> 00:56:47,670
Het Assyrische volk, of het
Egyptische als dat bedoeld wordt,

916
00:56:47,670 --> 00:56:52,770
wordt vergeleken met een boom, net zoals
Tyrus werd vergeleken met een schip.

917
00:56:52,770 --> 00:56:56,730
Er wordt dus een ander beeld
gebruikt, een andere gelijkenis.

918
00:56:56,730 --> 00:57:00,630
Dit volk wordt vergeleken
met een boom. Wat staat er?

919
00:57:00,630 --> 00:57:03,270
Kijk naar vers 8 en 9.

920
00:57:03,270 --> 00:57:06,930
De ceders in de hof van
God evenaarden hem niet.

921
00:57:06,930 --> 00:57:09,810
De cipressen waren niet te
vergelijken met zijn takken.

922
00:57:09,810 --> 00:57:12,510
De platanen waren niet als zijn twijgen.

923
00:57:12,510 --> 00:57:17,430
Geen enkele boom in de hof van God was
met hem te vergelijken in zijn schoonheid.

924
00:57:17,430 --> 00:57:20,490
Ik had hem zo mooi gemaakt
met zijn vele takken,

925
00:57:20,490 --> 00:57:24,930
dat alle bomen van Eden hem
benijdden, daar in de hof van God.

926
00:57:24,930 --> 00:57:26,850
[Vertalersnoot: De Engelse
vertaling zegt hier

927
00:57:26,850 --> 00:57:32,490
dat de ceders hem niet konden ‘verbergen’;
met ‘hem’ wordt de Assyriër bedoeld.

928
00:57:32,490 --> 00:57:35,850
De HSV heeft ‘evenaarden hem niet’.]

929
00:57:35,850 --> 00:57:38,130
Hier hebben we nog een
verwijzing naar Eden,

930
00:57:38,130 --> 00:57:41,910
maar uit de context blijkt heel
duidelijk dat dit geen verwijzing is naar

931
00:57:41,910 --> 00:57:43,770
het historische Eden.

932
00:57:43,770 --> 00:57:48,150
Het staat in een andere figuurlijke
uitspraak over een andere koning,

933
00:57:48,150 --> 00:57:51,090
in dit geval de Assyriër of de Egyptenaar,

934
00:57:51,090 --> 00:57:53,850
afhankelijk van hoe we
het Hebreeuws opvatten.

935
00:57:53,850 --> 00:57:57,450
Maar het punt hier is dat het ging
over een koning die in de tijd

936
00:57:57,450 --> 00:57:59,490
van Ezechiël leefde.

937
00:57:59,490 --> 00:58:04,530
Er wordt figuurlijke taal gebruikt, waarin
hij wordt vergeleken met een bloeiende,

938
00:58:04,530 --> 00:58:06,930
machtige, opvallende boom.

939
00:58:06,930 --> 00:58:09,810
Om te zeggen dat hij op een
bepaald moment boven alle andere

940
00:58:09,810 --> 00:58:14,070
volken om hem heen uitstak, en dat hij
hoog in aanzien stond en boven anderen

941
00:58:14,070 --> 00:58:17,190
verheven was, wordt dit beeld gebruikt:

942
00:58:17,190 --> 00:58:22,830
Alle andere bomen in Gods tuin, alle
bomen van Eden, waren jaloers op hem.

943
00:58:22,830 --> 00:58:24,510
Wie zijn die andere bomen?

944
00:58:24,510 --> 00:58:29,010
Dat moeten verwijzingen zijn naar de
andere koningen of de andere koninkrijken.

945
00:58:29,010 --> 00:58:31,950
Als hij een boom is,
de koning in dit geval,

946
00:58:31,950 --> 00:58:35,010
dan moeten de andere bomen
de andere koningen zijn.

947
00:58:35,010 --> 00:58:38,070
Met andere woorden, het is beeldspraak.

948
00:58:38,070 --> 00:58:41,970
‘Alle bomen van Eden’ Met
‘alle bomen van Eden’ wordt

949
00:58:41,970 --> 00:58:45,930
eenvoudigweg iedereen bedoeld die
de weelde van het koningschap genoot

950
00:58:45,930 --> 00:58:50,490
en in een paradijselijke situatie leefde
die vanuit hun gezichtspunt vergelijkbaar

951
00:58:50,490 --> 00:58:52,410
was met die van Eden.

952
00:58:52,410 --> 00:58:57,090
Ze waren allemaal jaloers op hem, omdat
hij de grootste van hen allemaal was.

953
00:58:57,090 --> 00:59:01,110
Eden staat hier dus eenvoudigweg
voor een idyllische situatie,

954
00:59:01,110 --> 00:59:04,350
een heel begerenswaardig,
paradijselijk bestaan,

955
00:59:04,350 --> 00:59:08,610
en is geen letterlijke verwijzing naar
de hof van Eden in de geschiedenis.

956
00:59:08,610 --> 00:59:12,330
Laat me je een paar andere plaatsen
bij andere profeten laten zien,

957
00:59:12,330 --> 00:59:17,310
alleen om te laten zien dat de profeten
Eden doorgaans op deze manier gebruiken

958
00:59:17,310 --> 00:59:18,930
en niet letterlijk.

959
00:59:18,930 --> 00:59:22,050
Jesaja 51:3 zegt:

960
00:59:22,050 --> 00:59:27,570
Want de HEERE zal Sion troosten,
Hij zal al haar puinhopen troosten.

961
00:59:27,570 --> 00:59:33,150
Hij zal haar woestijn maken als Eden,
haar wildernis als de hof van de HEERE.

962
00:59:33,150 --> 00:59:39,990
Vreugde en blijdschap zal daarin gevonden
worden, dankzegging en luid psalmgezang.

963
00:59:39,990 --> 00:59:45,090
We hebben onlangs Jesaja bestudeerd en we
hebben gesproken over dit soort passages,

964
00:59:45,090 --> 00:59:49,170
waarin het gaat over het herstel
van de woestijn tot een tuin

965
00:59:49,170 --> 00:59:51,030
of tot een vruchtbaar veld.

966
00:59:51,030 --> 00:59:55,710
We hebben laten zien, en het valt goed
aan te tonen door Schrift met Schrift

967
00:59:55,710 --> 01:00:00,750
te vergelijken, dat Jesaja in
deze passages gewoonlijk spreekt

968
01:00:00,750 --> 01:00:04,350
over een geestelijke verandering
en niet over een verandering van

969
01:00:04,350 --> 01:00:06,210
het fysieke landschap.

970
01:00:06,210 --> 01:00:11,370
Hij spreekt over de vruchtbaarheid
van iemands leven in Christus als iets

971
01:00:11,370 --> 01:00:14,070
wat op een hof van de HEERE lijkt.

972
01:00:14,070 --> 01:00:20,730
Jeremia gebruikte vergelijkbare
taal in Jeremia 31:12. Daar stond:

973
01:00:20,730 --> 01:00:24,630
Zij zullen komen en juichen
op de hoogte van Sion,

974
01:00:24,630 --> 01:00:28,710
zij zullen toestromen naar het
goede van de HEERE: naar het koren,

975
01:00:28,710 --> 01:00:33,690
naar de nieuwe wijn en naar de
olie, naar de lammeren en runderen.

976
01:00:33,690 --> 01:00:36,450
Hun ziel zal zijn als een bevloeide hof,

977
01:00:36,450 --> 01:00:38,850
zij zullen voortaan
niet meer treurig zijn.

978
01:00:38,850 --> 01:00:45,390
De profeten vergelijken iemands ziel in
geestelijke zin dus met de hof van Eden.

979
01:00:45,390 --> 01:00:49,830
Maar in dit geval is dat bij
Ezechiël niet de betekenis.

980
01:00:49,830 --> 01:00:53,070
Het is niet zo dat de ziel van
die man in het paradijs is,

981
01:00:53,070 --> 01:00:56,910
maar dat hij dat is wat zijn
aardse omstandigheden betreft.

982
01:00:56,910 --> 01:00:59,070
Hij heeft het helemaal voor elkaar.

983
01:00:59,070 --> 01:01:04,350
Met andere woorden, zoals Adam en
Eva in het paradijs, of in Eden,

984
01:01:04,350 --> 01:01:09,150
het helemaal voor elkaar hadden, zo
had deze man het helemaal voor elkaar.

985
01:01:09,150 --> 01:01:14,610
Hij was rijk, hij was machtig, iedereen
om hem heen was jaloers op hem.

986
01:01:14,610 --> 01:01:17,910
Hij was in Eden, hij was in het paradijs.

987
01:01:17,910 --> 01:01:20,130
Wij gebruiken dat soort taal ook.

988
01:01:20,130 --> 01:01:23,970
We gebruiken niet zozeer het woord
Eden als wel het woord paradijs,

989
01:01:23,970 --> 01:01:28,290
maar we gebruiken het woord paradijs
ook op die symbolische manier.

990
01:01:28,290 --> 01:01:30,990
‘Die man zit echt in het paradijs.’

991
01:01:30,990 --> 01:01:34,770
Hij is in de zevende hemel,
of hoe je het ook wilt zeggen.

992
01:01:34,770 --> 01:01:38,190
Er zijn allerlei verschillende
beelden die op hetzelfde neerkomen.

993
01:01:38,190 --> 01:01:42,690
Maar er is geen reden om te geloven dat
Ezechiël Eden hier letterlijk gebruikt,

994
01:01:42,690 --> 01:01:46,950
terwijl we weten dat hij dat vier
hoofdstukken verder, in hoofdstuk 31,

995
01:01:46,950 --> 01:01:48,390
beslist niet doet.

996
01:01:48,390 --> 01:01:53,490
Daar zegt hij dat alle andere bomen in
Eden jaloers waren op de Assyrische boom.

997
01:01:53,490 --> 01:01:57,270
Het is duidelijk dat we het hier niet
over het letterlijke Eden hebben.

998
01:01:57,270 --> 01:02:01,050
Daarom zijn we niet gedwongen om
hierin een van de vier personen te zien

999
01:02:01,050 --> 01:02:03,990
die in Genesis in de hof van God waren.

1000
01:02:03,990 --> 01:02:08,010
Hij was in Eden, in Adam. Dat is waar.

1001
01:02:08,010 --> 01:02:10,830
Alle volken waren op een
bepaald moment in Adam.

1002
01:02:10,830 --> 01:02:15,090
Zoals Levi in Abraham tienden
aan Melchizedek betaalde,

1003
01:02:15,090 --> 01:02:18,750
omdat hij nog niet uit de lendenen
van zijn vader was voortgekomen,

1004
01:02:18,750 --> 01:02:23,790
zo waren de koning van Tyrus en de koning
van Assyrië en alle mensen in Eden,

1005
01:02:23,790 --> 01:02:26,550
in Adam. Dat is een goed punt.

1006
01:02:26,550 --> 01:02:30,510
Dat is volgens mij niet wat hij hier
zegt, maar het is helemaal waar.

1007
01:02:30,510 --> 01:02:35,790
Het is helemaal waar dat wij allemaal
in Eden waren, in het DNA van Adam.

1008
01:02:35,790 --> 01:02:40,230
De verwijzing naar Eden geeft
dus nergens uitsluitsel over.

1009
01:02:40,230 --> 01:02:42,450
Vers 14 noemt hem een cherub:

1010
01:02:42,450 --> 01:02:46,530
U was een cherub die zijn
vleugels beschermend uitspreidt.

1011
01:02:46,530 --> 01:02:48,450
Daarvoor heb Ik u aangesteld.

1012
01:02:48,450 --> 01:02:53,670
U was op Gods heilige berg, u
wandelde te midden van vurige stenen.

1013
01:02:53,670 --> 01:02:57,630
Volmaakt was u in uw wegen, vanaf
de dag dat u geschapen werd,

1014
01:02:57,630 --> 01:03:00,630
totdat er ongerechtigheid
in u gevonden werd.

1015
01:03:00,630 --> 01:03:06,150
Door de overvloed van uw handel vulde men
uw midden met geweld, en ging u zondigen.

1016
01:03:06,150 --> 01:03:10,230
Daarom verbande Ik u van de berg
van God, en deed Ik u verdwijnen,

1017
01:03:10,230 --> 01:03:13,950
beschermende cherub, uit het
midden van de vurige stenen.

1018
01:03:13,950 --> 01:03:18,510
Ook dit wordt weer aangevoerd als
argument dat dit niet over een mens gaat,

1019
01:03:18,510 --> 01:03:20,850
maar over een engelachtig wezen.

1020
01:03:20,850 --> 01:03:24,750
Toch worden de cherubs elders
in Ezechiël voor ons beschreven.

1021
01:03:24,750 --> 01:03:28,650
De cherubs worden beschreven
in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 10.

1022
01:03:28,650 --> 01:03:31,590
Ze hebben vier gezichten en vier vleugels.

1023
01:03:31,590 --> 01:03:35,130
Ze hebben het gezicht van een
os, het gezicht van een arend,

1024
01:03:35,130 --> 01:03:38,370
het gezicht van een leeuw
en het gezicht van een mens.

1025
01:03:38,370 --> 01:03:41,910
Zelfs degenen die dit opvatten
als een beschrijving van Lucifer,

1026
01:03:41,910 --> 01:03:45,810
stellen zich hem gewoonlijk niet
voor als een van die wezens.

1027
01:03:45,810 --> 01:03:49,110
Gewoonlijk denken ze dat
hij een aartsengel is.

1028
01:03:49,110 --> 01:03:52,710
Een aartsengel en een cherub lijken
duidelijk verschillende soorten

1029
01:03:52,710 --> 01:03:54,090
wezens te zijn.

1030
01:03:54,090 --> 01:03:58,290
Want wanneer aartsengelen zoals
Michaël verschenen, of Gabriël,

1031
01:03:58,290 --> 01:04:00,210
hadden ze deze kenmerken niet.

1032
01:04:00,210 --> 01:04:03,510
Dus als dit over satan
gaat, kunnen we niet

1033
01:04:03,510 --> 01:04:06,630
tegelijkertijd zeggen dat
hij een aartsengel was.

1034
01:04:06,630 --> 01:04:09,330
Dan zouden we moeten zeggen
dat hij een cherub was.

1035
01:04:09,330 --> 01:04:13,650
Maar het is net zomin nodig om te zeggen
dat dit een letterlijke cherub is als om

1036
01:04:13,650 --> 01:04:16,650
te zeggen dat hij in het
letterlijke Eden was.

1037
01:04:16,650 --> 01:04:19,230
Hij zegt veeleer: wat is een cherub?

1038
01:04:19,230 --> 01:04:22,410
Een cherub was een
wezen dat iets bewaakte.

1039
01:04:22,410 --> 01:04:26,010
In Eden was er namelijk een
cherub die werd neergezet—

1040
01:04:26,010 --> 01:04:29,970
God plaatste cherubs met een
vlammend zwaard om na Adams val

1041
01:04:29,970 --> 01:04:32,790
de weg naar de boom des levens te bewaken.

1042
01:04:32,790 --> 01:04:34,650
Dat was niet satan.

1043
01:04:34,650 --> 01:04:37,950
Als we willen zeggen dat dit
een cherub was die in Eden was,

1044
01:04:37,950 --> 01:04:40,230
laten we dan wat realistischer zijn.

1045
01:04:40,230 --> 01:04:43,230
Dan moeten we zeggen dat
het de cherub is die God

1046
01:04:43,230 --> 01:04:47,310
daar neerzette om de weg naar
de boom des levens te bewaken.

1047
01:04:47,310 --> 01:04:49,650
Laten we daar niet satan van maken.

1048
01:04:49,650 --> 01:04:54,450
Laten we er de cherub van maken van wie
we weten dat hij daar in Genesis was.

1049
01:04:54,450 --> 01:04:58,230
Maar om te zeggen dat dit
letterlijk bedoeld is, gaat te ver.

1050
01:04:58,230 --> 01:05:00,870
Net zoals hij niet naar het
letterlijke Eden verwijst,

1051
01:05:00,870 --> 01:05:03,450
gaat het ook niet om
een letterlijke cherub.

1052
01:05:03,450 --> 01:05:07,590
Hij zegt dat cherubs binnen
Gods bestel bewakers zijn.

1053
01:05:07,590 --> 01:05:12,570
Ze bewaken altijd iets: de ark van
het verbond, de boom des levens,

1054
01:05:12,570 --> 01:05:17,730
de wagen van God in Genesis
of Ezechiël hoofdstuk 1.

1055
01:05:17,730 --> 01:05:21,450
Zo was ook de koning van
Tyrus, zoals alle koningen,

1056
01:05:21,450 --> 01:05:26,430
door God aangesteld om een bewaker van
zijn volk te zijn, om hen te beschutten,

1057
01:05:26,430 --> 01:05:30,450
om hun een gezagsstructuur te
bieden die hen bescherming gaf.

1058
01:05:30,450 --> 01:05:35,910
De Engelse vertaling noemt hem hier ‘de
gezalfde cherub die bescherming biedt’;

1059
01:05:35,910 --> 01:05:41,550
het woord ‘gezalfde’ ontbreekt
in de opgenomen HSV-weergave.

1060
01:05:41,550 --> 01:05:45,270
Gezalfd betekent dat er olie
over hem werd uitgegoten,

1061
01:05:45,270 --> 01:05:50,370
en natuurlijk werd gewoonlijk elke koning
gezalfd wanneer hij zijn ambt aanvaardde.

1062
01:05:50,370 --> 01:05:54,570
Hem een cherub noemen is dus
beeldende, poëtische taal.

1063
01:05:54,570 --> 01:05:56,730
Maar die past heel goed in de context,

1064
01:05:56,730 --> 01:06:00,570
want je zult zien dat hier heel
uitbundige taal wordt gebruikt.

1065
01:06:00,570 --> 01:06:04,770
Bijvoorbeeld de uitspraak waar
we al naar verwezen in vers 12:

1066
01:06:04,770 --> 01:06:08,670
Het woord van de HEERE
kwam tot mij: Mensenkind,

1067
01:06:08,670 --> 01:06:13,350
hef een klaaglied aan over de
koning van Tyrus, en zeg tegen hem:

1068
01:06:13,350 --> 01:06:17,910
Zo zegt de Heere HEERE: U,
toonbeeld van volkomenheid,

1069
01:06:17,910 --> 01:06:23,790
vol wijsheid en volmaakt van schoonheid,
u was in Eden, de hof van God.

1070
01:06:23,790 --> 01:06:31,650
Allerlei edelgesteente was uw sieraad:
robijn, topaas en diamant, turkoois,

1071
01:06:31,650 --> 01:06:37,770
onyx en jaspis, saffier,
smaragd, beril en goud.

1072
01:06:37,770 --> 01:06:43,350
Het werk van uw tamboerijnen en uw fluiten
was bij u. Op de dag dat u geschapen werd,

1073
01:06:43,350 --> 01:06:44,730
waren ze gereed.

1074
01:06:44,730 --> 01:06:46,710
En dan in vers 15:

1075
01:06:46,710 --> 01:06:48,810
Je deed alles perfect.

1076
01:06:48,810 --> 01:06:51,510
Als ze in die opzichten
letterlijk volmaakt zijn,

1077
01:06:51,510 --> 01:06:55,110
dan zouden we moeten zeggen dat
dit iets anders is dan een mens,

1078
01:06:55,110 --> 01:06:58,590
want er is geen mens die in
deze opzichten volmaakt is.

1079
01:06:58,590 --> 01:06:59,490
‘Ja?’

1080
01:06:59,490 --> 01:07:04,050
‘Er staat toch dat we moeten proberen
volmaakt te zijn zoals God volmaakt is?’

1081
01:07:04,050 --> 01:07:08,010
‘Inderdaad, ik wilde dat vers
juist ter sprake brengen.’

1082
01:07:08,010 --> 01:07:11,610
Jezus zei aan het einde
van Mattheüs hoofdstuk 5:

1083
01:07:11,610 --> 01:07:17,790
Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader,
Die in de hemelen is, volmaakt is.

1084
01:07:17,790 --> 01:07:21,510
We weten dat volmaakt zijn
zoals God volmaakt is,

1085
01:07:21,510 --> 01:07:24,090
geen absolute uitspraak kan zijn.

1086
01:07:24,090 --> 01:07:29,610
Om te beginnen is God volmaakt op
manieren waarop wij dat niet kunnen zijn.

1087
01:07:29,610 --> 01:07:32,010
Hij heeft bijvoorbeeld volmaakte kennis.

1088
01:07:32,010 --> 01:07:34,230
Hij heeft volmaakte wijsheid.

1089
01:07:34,230 --> 01:07:38,190
Hij is volmaakt in de zin
dat Hij onbegrensd is.

1090
01:07:38,190 --> 01:07:40,050
Wij zijn niet onbegrensd.

1091
01:07:40,050 --> 01:07:43,890
Wij hebben geen volmaakte
kennis. Paulus zelf zei:

1092
01:07:43,890 --> 01:07:47,730
Want wij kennen ten dele
en wij profeteren ten dele,

1093
01:07:47,730 --> 01:07:52,350
Daarom kan God niet bedoelen dat we
in elk opzicht volmaakt moeten zijn,

1094
01:07:52,350 --> 01:07:56,970
ook al gebruikt Hij het woord
alsof het absoluut is. Hij zegt:

1095
01:07:56,970 --> 01:07:59,910
Wees volmaakt zoals je Vader dat is.

1096
01:07:59,910 --> 01:08:03,750
Kijk je naar de parallel van die
uitspraak van Jezus in Lukas —

1097
01:08:03,750 --> 01:08:09,210
het citaat staat in Mattheüs 5 — maar
kijk je naar de parallel ervan in Lukas 6,

1098
01:08:09,210 --> 01:08:10,710
dan zegt Hij:

1099
01:08:10,710 --> 01:08:14,910
Wees dan barmhartig, zoals
ook uw Vader barmhartig is.

1100
01:08:14,910 --> 01:08:16,950
In de context zegt Hij:

1101
01:08:16,950 --> 01:08:21,990
En als u hen liefhebt die u liefhebben,
wat voor dank komt u daarvoor toe?

1102
01:08:21,990 --> 01:08:26,010
Immers, ook de zondaars hebben
degenen lief die hen liefhebben.

1103
01:08:26,010 --> 01:08:31,290
En als u goeddoet aan hen die u goeddoen,
wat voor dank komt u daarvoor toe?

1104
01:08:31,290 --> 01:08:34,290
Immers, ook de zondaars doen hetzelfde.

1105
01:08:34,290 --> 01:08:38,070
En als u leent aan hen van wie
u hoopt terug te ontvangen,

1106
01:08:38,070 --> 01:08:40,170
wat voor dank komt u daarvoor toe?

1107
01:08:40,170 --> 01:08:45,690
Immers, ook de zondaars lenen aan
zondaars, om hetzelfde terug te ontvangen.

1108
01:08:45,690 --> 01:08:48,210
Maar heb uw vijanden lief en doe goed,

1109
01:08:48,210 --> 01:08:51,270
en leen zonder te hopen
iets terug te krijgen.

1110
01:08:51,270 --> 01:08:55,770
Dan zal uw loon groot zijn en zult
u kinderen van de Allerhoogste zijn,

1111
01:08:55,770 --> 01:08:59,670
want Hij is goedertieren over
de ondankbaren en slechten.

1112
01:08:59,670 --> 01:09:03,930
Wees dan barmhartig, zoals
ook uw Vader barmhartig is.

1113
01:09:03,930 --> 01:09:08,130
Dit laat zien dat het woord
‘volmaakt’ ergens in de Bijbel

1114
01:09:08,130 --> 01:09:11,310
gebruikt kan worden op een
manier die absoluut klinkt.

1115
01:09:11,310 --> 01:09:14,070
Maar als we Schrift met
Schrift vergelijken,

1116
01:09:14,070 --> 01:09:17,010
betekent het niet letterlijk
absoluut volmaakt.

1117
01:09:17,010 --> 01:09:20,310
In dit geval hebben we zelfs
goede kruisverwijzingen

1118
01:09:20,310 --> 01:09:22,230
binnen hetzelfde hoofdstuk.

1119
01:09:22,230 --> 01:09:26,970
Wat het vol zijn van wijsheid
betreft: kijk naar vers 4 en 5,

1120
01:09:26,970 --> 01:09:28,710
die we gelezen hebben.

1121
01:09:28,710 --> 01:09:31,170
In vers 3 zegt hij sarcastisch:

1122
01:09:31,170 --> 01:09:37,530
Het woord van de HEERE kwam tot mij:
Mensenkind, zeg tegen de vorst van Tyrus:

1123
01:09:37,530 --> 01:09:43,290
Zo zegt de Heere HEERE: Omdat uw hart
hoogmoedig is geworden en u zegt:

1124
01:09:43,290 --> 01:09:48,031
Ik ben God, ik zit op de zetel
van God in het hart van de zeeën —

1125
01:09:48,031 --> 01:09:54,150
terwijl u een mens bent en geen God —
geeft u uw hart uit voor het hart van God.

1126
01:09:54,150 --> 01:09:58,710
Zie, u bent wijzer dan Daniël,
geen enkel geheim hebben zij voor

1127
01:09:58,710 --> 01:10:00,450
u verborgen gehouden.

1128
01:10:00,450 --> 01:10:03,210
Dat was het beeld dat
ze van zichzelf hadden.

1129
01:10:03,210 --> 01:10:08,310
Dat moet net zomin letterlijk worden
genomen als hun uitspraak in vers 2:

1130
01:10:08,310 --> 01:10:11,490
Ik zit op de troon van
God en ik ben een god.

1131
01:10:11,490 --> 01:10:12,510
Hij zegt:

1132
01:10:12,510 --> 01:10:13,950
Je bent geen god.

1133
01:10:13,950 --> 01:10:20,010
Maar zo denken mensen soms over zichzelf:
wijzer dan Daniël, vol wijsheid,

1134
01:10:20,010 --> 01:10:22,170
volmaakt in wijsheid.

1135
01:10:22,170 --> 01:10:23,490
In vers 4 staat:

1136
01:10:23,490 --> 01:10:28,890
Door uw wijsheid en door uw inzicht
hebt u zich een vermogen verworven en

1137
01:10:28,890 --> 01:10:32,370
gezorgd voor goud en
zilver in uw schatkamers.

1138
01:10:32,370 --> 01:10:37,050
Door uw grote wijsheid in uw handel
hebt u uw vermogen vermeerderd en

1139
01:10:37,050 --> 01:10:40,950
is uw hart hoogmoedig
geworden vanwege uw vermogen.

1140
01:10:40,950 --> 01:10:42,330
Vers 7 zegt:

1141
01:10:42,330 --> 01:10:45,570
daarom, zie, Ik ga
vreemden over u brengen,

1142
01:10:45,570 --> 01:10:48,150
de gewelddadigste van de heidenvolken.

1143
01:10:48,150 --> 01:10:51,750
Zij zullen hun zwaarden trekken
tegen de schoonheid van uw wijsheid

1144
01:10:51,750 --> 01:10:54,330
en zij zullen uw luister ontheiligen.

1145
01:10:54,330 --> 01:10:57,870
We weten dat hij in die passage
niet over satan spreekt.

1146
01:10:57,870 --> 01:11:00,390
Hij spreekt over de vorst van Tyrus.

1147
01:11:00,390 --> 01:11:02,190
Dat in deze andere passage

1148
01:11:02,190 --> 01:11:05,970
dezelfde onderwerpen met
dezelfde bewoordingen terugkomen,

1149
01:11:05,970 --> 01:11:09,750
betekent dus niet dat we moeten
denken dat het om iemand anders gaat.

1150
01:11:09,750 --> 01:11:15,210
In hoofdstuk 27, dat we daarnet
bekeken, stond in vers 3 zelfs:

1151
01:11:15,210 --> 01:11:19,170
en zeg tegen Tyrus, dat zetelt
bij de toegangen naar de zee,

1152
01:11:19,170 --> 01:11:25,410
dat met de volken handeldrijft in veel
kustlanden: Zo zegt de Heere HEERE: Tyrus,

1153
01:11:25,410 --> 01:11:29,250
ú hebt gezegd: Ik ben
volmaakt in schoonheid.

1154
01:11:29,250 --> 01:11:33,930
Met andere woorden, ons wordt verteld
dat Tyrus dat over zichzelf zei:

1155
01:11:33,930 --> 01:11:38,010
en zeg tegen Tyrus, dat zetelt
bij de toegangen naar de zee,

1156
01:11:38,010 --> 01:11:44,310
dat met de volken handeldrijft in veel
kustlanden: Zo zegt de Heere HEERE: Tyrus,

1157
01:11:44,310 --> 01:11:48,030
ú hebt gezegd: Ik ben
volmaakt in schoonheid.

1158
01:11:48,030 --> 01:11:50,850
Uw grenzen liggen in
het hart van de zeeën.

1159
01:11:50,850 --> 01:11:54,510
Zij die u bouwden, maakten
uw schoonheid volkomen.

1160
01:11:54,510 --> 01:11:58,650
Van cipressen uit Senir bouwden
zij al uw scheepsvloeren,

1161
01:11:58,650 --> 01:12:02,070
ceders uit Libanon namen zij
om masten voor u te maken.

1162
01:12:02,070 --> 01:12:05,850
Van eiken van Basan
maakten zij uw roeiriemen,

1163
01:12:05,850 --> 01:12:10,470
uw planken maakten zij van
ivoor, ingelegd in cipressenhout,

1164
01:12:10,470 --> 01:12:12,810
uit de kustlanden van de Kittiërs.

1165
01:12:12,810 --> 01:12:18,690
Nu zegt hij in hoofdstuk 28, dat
we aan het lezen zijn, in vers 12:

1166
01:12:18,690 --> 01:12:24,750
Mensenkind, hef een klaaglied aan over
de koning van Tyrus, en zeg tegen hem:

1167
01:12:24,750 --> 01:12:29,610
Zo zegt de Heere HEERE: U,
toonbeeld van volkomenheid,

1168
01:12:29,610 --> 01:12:32,670
vol wijsheid en volmaakt van schoonheid,

1169
01:12:32,670 --> 01:12:36,330
Hij haalt in feite hun eigen
beeld van zichzelf weer aan.

1170
01:12:36,330 --> 01:12:39,750
Dus eigenlijk zegt Hij:
‘Dit is wat je bent.

1171
01:12:39,750 --> 01:12:41,970
Laat Me je vertellen wat je zult worden.

1172
01:12:41,970 --> 01:12:47,250
Je vindt jezelf volmaakt in schoonheid,
je vindt jezelf vol wijsheid,

1173
01:12:47,250 --> 01:12:50,610
je vindt jezelf volmaakt in al je wegen.

1174
01:12:50,610 --> 01:12:54,930
Omdat Ik ongerechtigheid in je heb
gevonden, zal Ik je laten zien dat Ik je

1175
01:12:54,930 --> 01:12:57,090
ondergang kan bewerkstelligen.’

1176
01:12:57,090 --> 01:13:01,110
Deze verwijzingen betekenen niet dat
het werkelijk gaat over een wezen dat

1177
01:13:01,110 --> 01:13:02,730
geen gebreken had.

1178
01:13:02,730 --> 01:13:08,070
Hier wordt tegen de koning van Tyrus de
taal herhaald die de koning van Tyrus,

1179
01:13:08,070 --> 01:13:11,010
zoals we zien, over zichzelf gebruikte.

1180
01:13:11,010 --> 01:13:13,710
Er zijn nog twee punten
die ik hier wil maken.

1181
01:13:13,710 --> 01:13:17,790
Het ene staat in vers 16. Daar staat:

1182
01:13:17,790 --> 01:13:24,090
Door de overvloed van uw handel vulde men
uw midden met geweld, en ging u zondigen.

1183
01:13:24,090 --> 01:13:28,410
Daarom verbande Ik u van de berg
van God, en deed Ik u verdwijnen,

1184
01:13:28,410 --> 01:13:32,250
beschermende cherub, uit het
midden van de vurige stenen.

1185
01:13:32,250 --> 01:13:35,670
Hij zegt duidelijk: ‘beschermende cherub’.

1186
01:13:35,670 --> 01:13:40,110
Dus Hij spreekt hier in vers 16
nog steeds tegen dezelfde persoon.

1187
01:13:40,110 --> 01:13:44,970
Hij spreekt nog steeds tegen de
overdekkende cherub. Maar wat zegt Hij?

1188
01:13:44,970 --> 01:13:47,070
Koopwaar, handel.

1189
01:13:47,070 --> 01:13:51,030
Verderop wordt ook naar de
handel verwezen. Vers 18 zegt:

1190
01:13:51,030 --> 01:13:55,890
Vanwege de overvloed van uw
ongerechtigheden door uw oneerlijke handel

1191
01:13:55,890 --> 01:13:58,530
ontheiligde u uw heiligdommen.

1192
01:13:58,530 --> 01:14:01,350
Daarom deed Ik een vuur
uit uw midden oplaaien,

1193
01:14:01,350 --> 01:14:06,150
en dat verteerde u. Ik maakte u tot een
hoop as op de grond voor de ogen van allen

1194
01:14:06,150 --> 01:14:07,710
die naar u keken.

1195
01:14:07,710 --> 01:14:08,490
En:

1196
01:14:08,490 --> 01:14:13,890
Je hebt je heiligdommen gevuld met al je
wandaden, met het onrecht in je handel.

1197
01:14:13,890 --> 01:14:17,010
Let erop dat Hij het nog
steeds over hetzelfde heeft als

1198
01:14:17,010 --> 01:14:18,690
eerder in het hoofdstuk.

1199
01:14:18,690 --> 01:14:22,710
Daar spreekt Hij over hun handel en
de rijkdom die ze verwierven door

1200
01:14:22,710 --> 01:14:24,450
goederen te verhandelen.

1201
01:14:24,450 --> 01:14:28,350
Zeggen dat satan viel doordat
hij zich met handel bezighield,

1202
01:14:28,350 --> 01:14:33,090
lijkt niet te passen bij het beeld dat
wie dan ook van de val van satan heeft.

1203
01:14:33,090 --> 01:14:36,690
Het lijkt niet bij die uitleg
van deze passage te passen.

1204
01:14:36,690 --> 01:14:41,550
Een laatste punt om te laten zien dat
dit niet naar de val van satan verwijst:

1205
01:14:41,550 --> 01:14:44,610
iedereen die zegt dat dit
daar wel naar verwijst,

1206
01:14:44,610 --> 01:14:48,690
gelooft dat satan heel vroeg in
de menselijke geschiedenis viel.

1207
01:14:48,690 --> 01:14:52,350
In elk geval vóór de
zondeval van Adam en Eva.

1208
01:14:52,350 --> 01:14:56,610
Maar let erop dat de profetie een
toekomstige vernietiging voorspelt van

1209
01:14:56,610 --> 01:14:59,250
deze persoon die wordt aangesproken.

1210
01:14:59,250 --> 01:15:01,710
Halverwege vers 16 zegt Hij:

1211
01:15:01,710 --> 01:15:05,010
Ik zal je als een ontheiligde
van Gods berg gooien.

1212
01:15:05,010 --> 01:15:08,370
Ik zal je vernietigen,
beschermende cherub.

1213
01:15:08,370 --> 01:15:09,510
Enzovoort.

1214
01:15:09,510 --> 01:15:14,970
Het volgende tijdsargument berust op de
Engelse vertaling die de spreker gebruikt.

1215
01:15:14,970 --> 01:15:21,990
Die heeft in de oordeeluitspraken van
Ezechiël 28:16-18 toekomstige vormen,

1216
01:15:21,990 --> 01:15:26,190
zoals ‘I will cast’ en ‘I will destroy’.

1217
01:15:26,190 --> 01:15:31,710
De opgenomen HSV heeft daar verleden
vormen, zoals ‘verbande Ik’,

1218
01:15:31,710 --> 01:15:34,590
‘Ik wierp’ en ‘Ik maakte’.

1219
01:15:34,590 --> 01:15:39,210
De latere gevolgtrekking dat de
aangesprokene ‘nog steeds’ zijn

1220
01:15:39,210 --> 01:15:42,330
positie bekleedt, behoort
tot de uitleg van de

1221
01:15:42,330 --> 01:15:45,090
spreker vanuit die Engelse weergave.

1222
01:15:45,090 --> 01:15:51,030
Het oordeel over dit wezen of deze persoon
ligt in de toekomst, niet in het verleden.

1223
01:15:51,030 --> 01:15:55,890
Hij beschrijft niet iets wat duizenden
jaren vóór de tijd van Ezechiël gebeurde.

1224
01:15:55,890 --> 01:15:59,370
Hij profeteert over iets wat zal gebeuren.

1225
01:15:59,370 --> 01:16:03,990
We weten dat de profeten soms over
toekomstige dingen spreken alsof die

1226
01:16:03,990 --> 01:16:05,850
al gebeurd zijn.

1227
01:16:05,850 --> 01:16:10,290
Soms gebruiken ze wat we de profetische
voltooid verleden tijd noemen,

1228
01:16:10,290 --> 01:16:12,450
alsof ze het zien gebeuren.

1229
01:16:12,450 --> 01:16:15,510
Of alsof ze in een visioen
de vernietiging zien

1230
01:16:15,510 --> 01:16:18,510
die in de geschiedenis
eigenlijk nog moet komen.

1231
01:16:18,510 --> 01:16:22,530
Maar ze zien die profetisch
alsof die er al is.

1232
01:16:22,530 --> 01:16:26,970
Voor zover ik weet, hebben we in de
profetie geen enkel geval waarin ze

1233
01:16:26,970 --> 01:16:32,370
spreken over iets wat al gebeurd is en
daar in de toekomstige tijd over spreken.

1234
01:16:32,370 --> 01:16:34,110
Begrijp je wat ik bedoel?

1235
01:16:34,110 --> 01:16:38,610
Soms spreken ze over toekomstige
dingen alsof die verleden tijd zijn,

1236
01:16:38,610 --> 01:16:42,930
omdat hun profetische inzicht
hen die dingen liet zien alsof ze

1237
01:16:42,930 --> 01:16:44,490
al voltrokken waren.

1238
01:16:44,490 --> 01:16:47,130
Maar ik ken geen enkel geval in de Schrift

1239
01:16:47,130 --> 01:16:51,210
waarin ze het over een gebeurtenis
uit het verleden hebben en daarover

1240
01:16:51,210 --> 01:16:53,790
spreken alsof die nog in de toekomst ligt.

1241
01:16:53,790 --> 01:16:59,010
Daarom zou dit wel heel uniek zijn als het
over de val van satan vóór de zondeval van

1242
01:16:59,010 --> 01:17:02,070
Adam en Eva in de hof van Eden ging,

1243
01:17:02,070 --> 01:17:06,930
en er toch in de toekomstige tijd over
gesproken werd: ‘Ik zal je oordelen,

1244
01:17:06,930 --> 01:17:10,770
Ik zal je neerwerpen,
Ik zal dit en dat doen.’

1245
01:17:10,770 --> 01:17:12,210
Dat zou heel vreemd zijn.

1246
01:17:12,210 --> 01:17:15,690
Het lijkt veel natuurlijker om dit
binnen zijn context te begrijpen

1247
01:17:15,690 --> 01:17:19,530
als een voortzetting van de
profetie tegen de koning van Tyrus.

1248
01:17:19,530 --> 01:17:23,850
Daarbij wordt, zoals Ezechiël
dat doet, veel bloemrijke taal

1249
01:17:23,850 --> 01:17:25,950
gebruikt, poëtische taal.

1250
01:17:25,950 --> 01:17:28,650
Als iemand dus niet
vertrouwd is met Ezechiël

1251
01:17:28,650 --> 01:17:31,890
en geneigd is alles volstrekt
letterlijk te nemen,

1252
01:17:31,890 --> 01:17:35,850
zoals wij dat bij onze westerse manier
van schrijven en denken het liefst doen,

1253
01:17:35,850 --> 01:17:38,310
kan die taal tot een misverstand leiden.

1254
01:17:38,310 --> 01:17:42,210
Maar in het Oosten, in de
Oriënt en in het Midden-Oosten,

1255
01:17:42,210 --> 01:17:45,510
waar dit geschreven werd en waar
het oorspronkelijk gelezen werd,

1256
01:17:45,510 --> 01:17:49,890
zou men hebben begrepen dat de
taal poëtisch en bloemrijk was.

1257
01:17:49,890 --> 01:17:53,310
Die taal hoefde niet noodzakelijk
letterlijk te worden opgevat,

1258
01:17:53,310 --> 01:17:57,930
zoals andere soortgelijke passages
in Ezechiël hebben laten zien.

1259
01:17:57,930 --> 01:18:02,070
[Een toehoorder stelt een niet volledig
verstaanbare vraag over God Die

1260
01:18:02,070 --> 01:18:04,770
satan in de poel van vuur werpt.]

1261
01:18:04,770 --> 01:18:09,510
Als dit een verwijzing naar satan
was, dan zouden we kunnen zeggen: ja,

1262
01:18:09,510 --> 01:18:12,450
misschien gaat het over
het uiteindelijke oordeel.

1263
01:18:12,450 --> 01:18:17,850
Maar let erop dat er geen enkele
verwijzing is naar enig oordeel over of

1264
01:18:17,850 --> 01:18:21,870
enige val van deze persoon,
behalve die toekomstige.

1265
01:18:21,870 --> 01:18:25,770
Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat
hij volmaakt is in schoonheid,

1266
01:18:25,770 --> 01:18:28,830
in wijsheid en in al zijn wegen.

1267
01:18:28,830 --> 01:18:31,770
Daarna volgt in de passage het oordeel:

1268
01:18:31,770 --> 01:18:37,770
Mensenkind, hef een klaaglied aan over
de koning van Tyrus, en zeg tegen hem:

1269
01:18:37,770 --> 01:18:42,690
Zo zegt de Heere HEERE: U,
toonbeeld van volkomenheid,

1270
01:18:42,690 --> 01:18:48,690
vol wijsheid en volmaakt van schoonheid,
u was in Eden, de hof van God.

1271
01:18:48,690 --> 01:18:56,310
Allerlei edelgesteente was uw sieraad:
robijn, topaas en diamant, turkoois,

1272
01:18:56,310 --> 01:19:02,130
onyx en jaspis, saffier,
smaragd, beril en goud.

1273
01:19:02,130 --> 01:19:07,530
Het werk van uw tamboerijnen en uw fluiten
was bij u. Op de dag dat u geschapen werd,

1274
01:19:07,530 --> 01:19:08,970
waren ze gereed.

1275
01:19:08,970 --> 01:19:12,930
U was een cherub die zijn
vleugels beschermend uitspreidt.

1276
01:19:12,930 --> 01:19:15,030
Daarvoor heb Ik u aangesteld.

1277
01:19:15,030 --> 01:19:20,070
U was op Gods heilige berg, u
wandelde te midden van vurige stenen.

1278
01:19:20,070 --> 01:19:23,910
Volmaakt was u in uw wegen, vanaf
de dag dat u geschapen werd,

1279
01:19:23,910 --> 01:19:26,730
totdat er ongerechtigheid
in u gevonden werd.

1280
01:19:26,730 --> 01:19:32,250
Door de overvloed van uw handel vulde men
uw midden met geweld, en ging u zondigen.

1281
01:19:32,250 --> 01:19:36,510
Daarom verbande Ik u van de berg
van God, en deed Ik u verdwijnen,

1282
01:19:36,510 --> 01:19:40,290
beschermende cherub, uit het
midden van de vurige stenen.

1283
01:19:40,290 --> 01:19:43,410
Vanwege uw schoonheid
werd uw hart hoogmoedig,

1284
01:19:43,410 --> 01:19:47,070
u richtte uw wijsheid te
gronde vanwege uw luister.

1285
01:19:47,070 --> 01:19:52,950
Ik wierp u ter aarde, Ik stelde u voor
koningen, opdat zij op u neer zouden zien.

1286
01:19:52,950 --> 01:19:55,770
Vanwege de overvloed
van uw ongerechtigheden

1287
01:19:55,770 --> 01:20:00,270
door uw oneerlijke handel
ontheiligde u uw heiligdommen.

1288
01:20:00,270 --> 01:20:03,030
Daarom deed Ik een vuur
uit uw midden oplaaien,

1289
01:20:03,030 --> 01:20:07,950
en dat verteerde u. Ik maakte u tot een
hoop as op de grond voor de ogen van allen

1290
01:20:07,950 --> 01:20:09,390
die naar u keken.

1291
01:20:09,390 --> 01:20:13,050
Allen onder de volken die u
kennen, zijn ontzet over u.

1292
01:20:13,050 --> 01:20:17,010
U bent een voorwerp van verschrikking
geworden en u zult niet meer bestaan

1293
01:20:17,010 --> 01:20:18,570
tot in eeuwigheid.

1294
01:20:18,570 --> 01:20:22,050
Er wordt niet gesuggereerd dat hem
al enig oordeel heeft getroffen,

1295
01:20:22,050 --> 01:20:24,690
maar dat hij nog steeds
zijn positie bekleedt.

1296
01:20:24,690 --> 01:20:26,670
Hij is nog steeds in Eden.

1297
01:20:26,670 --> 01:20:28,950
Hij is nog steeds de overdekkende cherub.

1298
01:20:28,950 --> 01:20:31,170
Maar op het moment dat
dit geschreven wordt,

1299
01:20:31,170 --> 01:20:33,870
ben je nog steeds de overdekkende cherub.

1300
01:20:33,870 --> 01:20:36,750
Je bent nog steeds alles wat je ooit was.

1301
01:20:36,750 --> 01:20:40,230
Sterker nog, je beleeft
nu je hoogtijdagen.

1302
01:20:40,230 --> 01:20:44,190
Dus als dit een beschrijving
was van satan vóór zijn val,

1303
01:20:44,190 --> 01:20:48,690
zoals gewoonlijk wordt betoogd, dan zouden
we moeten betogen dat hij nog steeds niet

1304
01:20:48,690 --> 01:20:51,270
gevallen was toen Ezechiël sprak.

1305
01:20:51,270 --> 01:20:54,690
Want er is geen enkele aanwijzing
dat deze persoon die wordt

1306
01:20:54,690 --> 01:20:58,710
aangesproken al iets heeft
meegemaakt waardoor zijn ego een

1307
01:20:58,710 --> 01:21:00,390
knauw heeft gekregen.

1308
01:21:00,390 --> 01:21:02,790
Dat ligt allemaal nog in de toekomst.

1309
01:21:02,790 --> 01:21:06,690
Dus ik zou zeggen: als we op
grond van ander bewijs wisten

1310
01:21:06,690 --> 01:21:11,670
dat dit een passage over satan was, als
er voldoende reden was om dat te zeggen,

1311
01:21:11,670 --> 01:21:15,630
dan zouden we die toekomstige
gebeurtenis waarover Hij zegt:

1312
01:21:15,630 --> 01:21:17,490
Ik zal je eruit gooien.

1313
01:21:17,490 --> 01:21:21,690
kunnen opvatten als het uiteindelijke,
definitieve oordeel over

1314
01:21:21,690 --> 01:21:25,530
satan aan het einde van de
tijd, wanneer Jezus terugkomt.

1315
01:21:25,530 --> 01:21:29,970
Maar bij gebrek aan zulk bewijs,
en bij gebrek aan enige aanwijzing

1316
01:21:29,970 --> 01:21:32,910
dat de koning van Tyrus
die wordt aangesproken

1317
01:21:32,910 --> 01:21:37,590
al enige rampspoed uit Gods hand heeft
ondergaan, zou ik zeggen dat dit,

1318
01:21:37,590 --> 01:21:41,190
samen met de andere gegevens,
tegen die opvatting pleit.

1319
01:21:41,190 --> 01:21:45,450
Ik wil ingaan op de twee punten die
in vers 13 naar voren werden gebracht,

1320
01:21:45,450 --> 01:21:49,410
vanwege de verwijzing naar het
bedekt zijn met allerlei edelstenen.

1321
01:21:49,410 --> 01:21:53,790
Nogmaals, sommige mensen stellen
zich voor dat dit over satan gaat.

1322
01:21:53,790 --> 01:21:57,510
Zij denken aan een tuin met die
edelstenen en de slangen die daar tussen

1323
01:21:57,510 --> 01:21:58,530
de stenen leven.

1324
01:21:58,530 --> 01:22:02,670
Is het niet natuurlijker om te denken
aan een echte koning die helemaal met

1325
01:22:02,670 --> 01:22:06,270
juwelen behangen is, met
allerlei juwelen op zijn kroon,

1326
01:22:06,270 --> 01:22:08,790
op zijn borstplaat en om zijn hals?

1327
01:22:08,790 --> 01:22:13,770
Hij is bedekt met juwelen, zoals de
meeste rijke koningen dat zouden zijn.

1328
01:22:13,770 --> 01:22:16,890
Hij is rijk geworden
door zijn handelswaar.

1329
01:22:16,890 --> 01:22:21,030
Hij heeft de mooiste juwelen
uit alle delen van de wereld.

1330
01:22:21,030 --> 01:22:24,810
Natuurlijk bewaart de koning het
beste voor zichzelf en om zichzelf

1331
01:22:24,810 --> 01:22:26,010
mee te tooien.

1332
01:22:26,010 --> 01:22:30,750
Dus al die edelstenen dienen als
zijn bedekking, voor zijn kleding,

1333
01:22:30,750 --> 01:22:32,430
voor zijn versiering.

1334
01:22:32,430 --> 01:22:37,410
Dat is een natuurlijkere manier om dit te
begrijpen dan te denken aan slangen die

1335
01:22:37,410 --> 01:22:39,330
onder robijnen rondkruipen.

1336
01:22:39,330 --> 01:22:42,090
De uitspraak aan het einde van vers 13:

1337
01:22:42,090 --> 01:22:45,810
Het woord van de HEERE
kwam tot mij: Mensenkind,

1338
01:22:45,810 --> 01:22:50,850
hef een klaaglied aan over de
koning van Tyrus, en zeg tegen hem:

1339
01:22:50,850 --> 01:22:55,770
Zo zegt de Heere HEERE: U,
toonbeeld van volkomenheid,

1340
01:22:55,770 --> 01:23:02,010
vol wijsheid en volmaakt van schoonheid,
u was in Eden, de hof van God.

1341
01:23:02,010 --> 01:23:08,910
Allerlei edelgesteente was uw sieraad:
robijn, topaas en diamant, turkoois,

1342
01:23:08,910 --> 01:23:14,370
onyx en jaspis, saffier,
smaragd, beril en goud.

1343
01:23:14,370 --> 01:23:19,890
Het werk van uw tamboerijnen en uw fluiten
was bij u. Op de dag dat u geschapen werd,

1344
01:23:19,890 --> 01:23:20,970
waren ze gereed.

1345
01:23:20,970 --> 01:23:25,590
Nogmaals, de suggestie dat dit betekent
dat er gesproken wordt tegen iemand die

1346
01:23:25,590 --> 01:23:28,410
pijpen en tamboerijnen
als lichaamsorganen heeft,

1347
01:23:28,410 --> 01:23:33,390
klinkt mij zo fantastisch in de oren dat
ik me afvraag hoe iemand ooit heeft kunnen

1348
01:23:33,390 --> 01:23:35,910
bedenken dat dit de betekenis is.

1349
01:23:35,910 --> 01:23:38,790
Het is veel natuurlijker
om het zo te begrijpen dat

1350
01:23:38,790 --> 01:23:43,230
Tyrus vanaf de vroegste dagen van zijn
geschiedenis altijd een plaats is geweest

1351
01:23:43,230 --> 01:23:47,910
waar men genoot van voorspoed
en vrolijkheid en dans en

1352
01:23:47,910 --> 01:23:50,430
feestelijkheden en feesten.

1353
01:23:50,430 --> 01:23:53,370
Muziek maakte altijd deel
uit van het leven daar.

1354
01:23:53,370 --> 01:23:57,270
Maar dat gaat veranderen, zegt
hij, zoals Hij ook vaak in andere

1355
01:23:57,270 --> 01:23:59,490
profetieën over Jeruzalem zegt:

1356
01:23:59,490 --> 01:24:01,650
Er zal bij jou niet meer gezongen,

1357
01:24:01,650 --> 01:24:05,910
gedanst of feestgevierd worden
wanneer Mijn oordeel je treft.

1358
01:24:05,910 --> 01:24:11,010
Maar het punt hier is: je hebt in je
hele geschiedenis niets anders gekend dan

1359
01:24:11,010 --> 01:24:16,530
vrolijkheid, voorspoed, luxe,
muziek en dans, vreugde,

1360
01:24:16,530 --> 01:24:18,930
maar nu zal het oordeel komen.

1361
01:24:18,930 --> 01:24:22,950
Dat is volgens mij een juistere
manier om deze uitspraak te begrijpen:

1362
01:24:22,950 --> 01:24:26,850
Het vakmanschap achter je
tamboerijnen en je fluiten.

1363
01:24:26,850 --> 01:24:32,910
Om terug te komen op Jesaja en
Ezechiël, in Ezechiël 28:2 staat:

1364
01:24:32,910 --> 01:24:38,250
Zo zegt de Heere: Omdat uw hart
hoogmoedig is geworden en u hebt gezegd:

1365
01:24:38,250 --> 01:24:41,670
Ik ben een god, ik zit
op de zetel van God.

1366
01:24:41,670 --> 01:24:44,490
In Jesaja 14:13 staat:

1367
01:24:44,490 --> 01:24:48,810
En ú zei in uw hart: Ik zal
opstijgen naar de hemel;

1368
01:24:48,810 --> 01:24:52,170
tot boven Gods sterren zal
ik mijn troon verheffen,

1369
01:24:52,170 --> 01:24:56,670
ik zal zetelen op de berg van
de ontmoeting aan de noordzijde.

1370
01:24:56,670 --> 01:25:00,330
Zouden deze twee mannen een soort
boodschappers van satan kunnen zijn?

1371
01:25:00,330 --> 01:25:05,310
Er is geen reden om het zo te zien, want
veel mensen hebben zichzelf goden genoemd.

1372
01:25:05,310 --> 01:25:08,310
Nebukadnezar noemde zichzelf een god.

1373
01:25:08,310 --> 01:25:13,290
Heel wat koningen eisten dat hun
onderdanen hen als God aanbaden.

1374
01:25:13,290 --> 01:25:18,630
Wat betreft de passage die je
aanhaalde, in hoofdstuk 28, vers 2:

1375
01:25:18,630 --> 01:25:22,230
niemand beweert dat die
passage over satan gaat.

1376
01:25:22,230 --> 01:25:26,370
Degenen die beweren dat deze passage
iets met satan te maken heeft,

1377
01:25:26,370 --> 01:25:31,230
betrekken daar alleen vers
11 tot ongeveer vers 17 bij.

1378
01:25:31,230 --> 01:25:36,150
Zij wijzen op het contrast tussen dat
gedeelte en het begin van het hoofdstuk.

1379
01:25:36,150 --> 01:25:39,930
En ze zeggen dat het begin van het
hoofdstuk gewoon over de menselijke

1380
01:25:39,930 --> 01:25:41,670
koning van Tyrus gaat.

1381
01:25:41,670 --> 01:25:47,430
Dus dat deze koning, een gewoon mens,
het volgende zei, is heel realistisch:

1382
01:25:47,430 --> 01:25:51,030
Ik ben God, ik zit op de troon van God.

1383
01:25:51,030 --> 01:25:54,030
Veel koningen hebben
soortgelijke dingen gezegd.

1384
01:25:54,030 --> 01:25:58,050
Hetzelfde geldt voor Jesaja
14, waar Lucifer zegt:

1385
01:25:58,050 --> 01:26:01,230
Ik zal opstijgen tot
boven de sterren van God.

1386
01:26:01,230 --> 01:26:03,690
Dat is precies hoe Babel is begonnen.

1387
01:26:03,690 --> 01:26:07,710
De toren van Babel werd met
precies dat doel gebouwd:

1388
01:26:07,710 --> 01:26:11,370
om zijn top tussen de sterren van
de hemel te hebben en zichzelf

1389
01:26:11,370 --> 01:26:13,410
boven de sterren te plaatsen.

1390
01:26:13,410 --> 01:26:16,110
Babel is bij de toren van Babel begonnen.

1391
01:26:16,110 --> 01:26:20,190
De bewoordingen dwingen ons dus niet om de
passage op iets anders toe te passen dan

1392
01:26:20,190 --> 01:26:24,390
op de koningen tot wie deze woorden
volgens de context gericht zijn.

1393
01:26:24,390 --> 01:26:27,750
Zoals ik vaak zeg, om
volledig eerlijk te zijn:

1394
01:26:27,750 --> 01:26:31,950
als we uit andere bronnen bewijs hadden
dat dit een beschrijving van satan was,

1395
01:26:31,950 --> 01:26:34,710
zou ik er geen bezwaar tegen
hebben om dat hier te zien.

1396
01:26:34,710 --> 01:26:37,950
Bijvoorbeeld als het Nieuwe
Testament deze passages

1397
01:26:37,950 --> 01:26:42,090
aanhaalde als een verwijzing naar
satan, of als iets in de passages

1398
01:26:42,090 --> 01:26:44,550
zelf ons tot die uitleg dwong.

1399
01:26:44,550 --> 01:26:46,710
Jarenlang heb ik dat er ook in gezien,

1400
01:26:46,710 --> 01:26:50,130
omdat mij was verteld dat
deze passages daarover gingen,

1401
01:26:50,130 --> 01:26:52,470
en ik had daar geen bezwaar tegen.

1402
01:26:52,470 --> 01:26:57,630
Waar het mij nu vooral om gaat, is dat we
niet in teksten lezen wat er niet staat.

1403
01:26:57,630 --> 01:26:59,850
Als ik naar de passage kijk en alle

1404
01:26:59,850 --> 01:27:03,750
passages in aanmerking neem die
relevant zijn voor het onderwerp,

1405
01:27:03,750 --> 01:27:07,410
zie ik daar niets wat ons
dwingt tot deze opvatting die zo

1406
01:27:07,410 --> 01:27:09,450
algemeen wordt onderwezen.

1407
01:27:09,450 --> 01:27:14,430
En ik moet zeggen dat deze opvatting niet
zo algemeen wordt onderwezen omdat er meer

1408
01:27:14,430 --> 01:27:17,130
in staat dan wat we nu hebben besproken.

1409
01:27:17,130 --> 01:27:20,490
Dat wil zeggen: de mensen
die dit onderwijzen,

1410
01:27:20,490 --> 01:27:23,790
hebben niet méér bewijs
dat ik voor je achterhoud.

1411
01:27:23,790 --> 01:27:27,030
We hebben al het
beschikbare bewijs bekeken.

1412
01:27:27,030 --> 01:27:32,010
De reden dat ze het onderwijzen, is dat
het een traditie in de kerk is geworden.

1413
01:27:32,010 --> 01:27:35,730
Ik heb eerder genoemd dat
Tertullianus dit onderwees,

1414
01:27:35,730 --> 01:27:40,830
dat Gregorius de Grote dit onderwees, en
dat het brede bekendheid kreeg door het

1415
01:27:40,830 --> 01:27:42,510
werk van Milton.

1416
01:27:42,510 --> 01:27:45,090
Volgens mij was dat Paradise Lost.

1417
01:27:45,090 --> 01:27:49,230
Sinds die tijd nemen mensen gewoon
als vanzelfsprekend aan dat deze

1418
01:27:49,230 --> 01:27:51,150
passages daarover gaan.

1419
01:27:51,150 --> 01:27:55,230
Als ze daarover gaan, dan is
dat mij beslist niet duidelijk.

1420
01:27:55,230 --> 01:27:57,810
En als iemand anders het
mij niet had verteld,

1421
01:27:57,810 --> 01:28:01,830
zou ik door ze gewoon te lezen nooit
tot die conclusie zijn gekomen,

1422
01:28:01,830 --> 01:28:04,410
hoe grondig ik ze ook bestudeerde.

1423
01:28:04,410 --> 01:28:07,650
Je leest mannen als F. F. Bruce,

1424
01:28:07,650 --> 01:28:10,950
de meest vooraanstaande
evangelische geleerden van vandaag,

1425
01:28:10,950 --> 01:28:14,310
die de Bijbel net zo goed
kennen als wie ook op aarde,

1426
01:28:14,310 --> 01:28:17,430
en zij geloven niet dat
dit over satan gaat.

1427
01:28:17,430 --> 01:28:20,730
Het lijkt mij dat het meer
voortkomt uit een neiging tot

1428
01:28:20,730 --> 01:28:25,590
sensatie die mensen soms hebben, dat ze
sensationele dingen in de Schriften willen

1429
01:28:25,590 --> 01:28:29,010
zien, waardoor ze dit soort
interpretaties toevoegen.

1430
01:28:29,010 --> 01:28:31,410
Maar ik vind het niet in de passage.

1431
01:28:31,410 --> 01:28:37,770
Dus wat denk je hiervan: hoofdstuk 28
van Ezechiël, vers 11 tot en met 17,

1432
01:28:37,770 --> 01:28:39,990
behoorlijk uit zijn verband gehaald?

1433
01:28:39,990 --> 01:28:41,430
Daar lijkt het wel op.

1434
01:28:41,430 --> 01:28:46,230
Dan wordt er gezegd dat de profeet in
vers 11 zijn blik verlegt zonder iemand te

1435
01:28:46,230 --> 01:28:48,090
laten weten dat hij dat doet.

1436
01:28:48,090 --> 01:28:52,350
Hij heeft het tweeënhalf hoofdstuk
lang over de koning van Tyrus gehad,

1437
01:28:52,350 --> 01:28:55,530
en hij blijft tegen de
koning van Tyrus spreken.

1438
01:28:55,530 --> 01:28:59,010
Dat is tenminste de naam
die hij in vers 12 gebruikt.

1439
01:28:59,010 --> 01:29:02,250
Maar in werkelijkheid heeft
hij zijn aandacht verlegd

1440
01:29:02,250 --> 01:29:05,670
en spreekt hij over iemand
die totaal anders is,

1441
01:29:05,670 --> 01:29:08,610
alleen heeft hij de lezers
dat niet laten weten.

1442
01:29:08,610 --> 01:29:11,190
Het is iets wat alleen de profeet wist,

1443
01:29:11,190 --> 01:29:14,730
en blijkbaar weet alleen degene
tegen wie hij spreekt het.

1444
01:29:14,730 --> 01:29:17,250
Maar suggereren dat hij dat heeft gedaan,

1445
01:29:17,250 --> 01:29:20,790
is een kunstmatige manier om
het hoofdstuk op te bouwen.

1446
01:29:20,790 --> 01:29:24,330
Ik wil nog zeggen dat de laatste
paar verzen van het hoofdstuk,

1447
01:29:24,330 --> 01:29:30,210
vers 20 tot en met 26, over Sidon
gaan, een zusterstad van Tyrus.

1448
01:29:30,210 --> 01:29:33,270
Tyrus en Sidon worden vaak samen genoemd.

1449
01:29:33,270 --> 01:29:36,090
Ook Sidon viel in handen van Nebukadnezar,

1450
01:29:36,090 --> 01:29:40,050
en beide steden zijn tegenwoordig
kleine vissershavens in Libanon.

1451
01:29:40,050 --> 01:29:46,710
Wanneer we bij hoofdstuk 29 tot en met 32
komen, hebben we profetieën tegen Egypte.

1452
01:29:46,710 --> 01:29:49,830
Egypte wordt in vers 3
met een draak vergeleken,

1453
01:29:49,830 --> 01:29:52,890
iets wat ook op andere
plaatsen in de Schrift gebeurt.

1454
01:29:52,890 --> 01:29:57,390
Ook in hoofdstuk 32, vers 2,
vinden we deze vergelijking,

1455
01:29:57,390 --> 01:29:59,790
hoewel de King James die verbergt.

1456
01:29:59,790 --> 01:30:03,210
In Ezechiël 32:2 staat:

1457
01:30:03,210 --> 01:30:08,670
Mensenkind, hef een klaaglied aan
over de farao, de koning van Egypte,

1458
01:30:08,670 --> 01:30:13,290
en zeg tegen hem: U leek onder de
heidenvolken op een jonge leeuw;

1459
01:30:13,290 --> 01:30:18,270
en u was als een zeemonster in de
zeeën, u barstte los in uw rivieren,

1460
01:30:18,270 --> 01:30:23,190
bracht het water met uw voeten in
beroering en maakte hun rivieren troebel.

1461
01:30:23,190 --> 01:30:28,950
Het Hebreeuwse woord dat hier in de King
James met ‘whale’, ‘walvis’, is vertaald,

1462
01:30:28,950 --> 01:30:32,190
zou beter met ‘draak’
vertaald kunnen worden.

1463
01:30:32,190 --> 01:30:35,730
En waarschijnlijk staat dat ook
in de kanttekening van je Bijbel.

1464
01:30:35,730 --> 01:30:39,030
De koning van Egypte wordt
dus een draak genoemd.

1465
01:30:39,030 --> 01:30:44,070
Dit geldt ook voor Psalm 74,
een profetie — of geen profetie,

1466
01:30:44,070 --> 01:30:49,350
maar een psalm die de uittocht herdenkt
en hoe de Joden uit Egypte ontsnapten.

1467
01:30:49,350 --> 01:30:52,830
Daar in Psalm 74, vers 12 en verder,

1468
01:30:52,830 --> 01:30:57,450
wordt herdacht hoe de Egyptische legers
in de Rode Zee werden vernietigd,

1469
01:30:57,450 --> 01:31:02,610
toen God die op hen liet neerstorten
nadat de Joden veilig waren overgestoken.

1470
01:31:02,610 --> 01:31:08,010
Maar in die passage, Psalm
74:12 tot en met 15, staat:

1471
01:31:08,010 --> 01:31:12,690
God is van oudsher mijn Koning,
Die redding brengt op aarde.

1472
01:31:12,690 --> 01:31:17,370
U hebt door Uw macht de zee gespleten
en de koppen van de zeemonsters in

1473
01:31:17,370 --> 01:31:19,050
het water verbrijzeld.

1474
01:31:19,050 --> 01:31:24,270
U hebt de koppen van Leviathan verbrijzeld
en hem tot voedsel gegeven aan het volk

1475
01:31:24,270 --> 01:31:25,170
in de woestijn.

1476
01:31:25,170 --> 01:31:29,010
U hebt een bron en een beek
opengespleten en altijd

1477
01:31:29,010 --> 01:31:31,530
stromende rivieren laten uitdrogen.

1478
01:31:31,530 --> 01:31:34,830
Ook hier moeten we rekening
houden met poëtisch taalgebruik,

1479
01:31:34,830 --> 01:31:36,690
maar het gaat over het splijten van de

1480
01:31:36,690 --> 01:31:40,350
zee toen de Joden ontsnapten
en uit Egypte werden gered.

1481
01:31:40,350 --> 01:31:44,370
En er wordt gesproken over hoe Hij
de koppen van Leviathan verbrijzelde,

1482
01:31:44,370 --> 01:31:47,670
die als een zeedraak wordt
beschouwd, en er staat:

1483
01:31:47,670 --> 01:31:51,270
Je hebt de koppen van de draken
in het water verbrijzeld.

1484
01:31:51,270 --> 01:31:54,510
Het waren de Egyptenaren die
in het water werden gedood.

1485
01:31:54,510 --> 01:31:59,010
Daarom zien we dat het woord
‘draak’ opnieuw over Egypte spreekt.

1486
01:31:59,010 --> 01:32:02,370
Dit komt vaak genoeg voor
in het Oude Testament.

1487
01:32:02,370 --> 01:32:05,610
Natuurlijk beeldt de draak in
het Nieuwe Testament, in het boek

1488
01:32:05,610 --> 01:32:08,010
Openbaring, satan uit.

1489
01:32:08,010 --> 01:32:12,210
Maar het interessante daaraan is
dat Egypte in het Oude Testament een

1490
01:32:12,210 --> 01:32:17,610
type is van de gevangenschap waarin Gods
volk verkeerde voordat Jezus hen redt.

1491
01:32:17,610 --> 01:32:20,910
Zoals de Joden slaven
waren in Egypte en door het

1492
01:32:20,910 --> 01:32:24,990
paaslam werden gered om te ontsnappen
en naar het Beloofde Land te gaan,

1493
01:32:24,990 --> 01:32:28,470
zo waren wij slaven van
de zonde en van de duivel.

1494
01:32:28,470 --> 01:32:32,310
Wij werden vrijgemaakt door het
bloed van Jezus, ons Paaslam,

1495
01:32:32,310 --> 01:32:35,430
om het geestelijke Beloofde
Land binnen te gaan.

1496
01:32:35,430 --> 01:32:40,890
In dat geval hield satan, die als de
farao was, het volk natuurlijk gevangen.

1497
01:32:40,890 --> 01:32:43,530
In het Nieuwe Testament
vertegenwoordigt de draak,

1498
01:32:43,530 --> 01:32:47,970
die in het Oude Testament Egypte
vertegenwoordigde, satan zelf.

1499
01:32:47,970 --> 01:32:53,670
In Openbaring, bijvoorbeeld, identificeert
Openbaring 12 de draak als satan

1500
01:32:53,670 --> 01:32:57,090
en laat het zien hoe hij Gods
volk de woestijn in achtervolgt,

1501
01:32:57,090 --> 01:32:59,010
zoals de farao probeerde te doen.

1502
01:32:59,010 --> 01:33:02,730
Er zijn daar heel wat verbanden tussen
het Oude Testament en het Nieuwe,

1503
01:33:02,730 --> 01:33:05,910
waarin het beeld van de uittocht
naar voren wordt gebracht.

1504
01:33:05,910 --> 01:33:08,910
Maar hier verwijst de draak naar Egypte.

1505
01:33:08,910 --> 01:33:12,870
In deze vier hoofdstukken staan
zeven profetieën tegen Egypte,

1506
01:33:12,870 --> 01:33:16,050
en op één na zijn ze allemaal gedateerd.

1507
01:33:16,050 --> 01:33:21,030
Dat wil zeggen: hij vermeldt in welk
jaar hij deze profetieën uitsprak.

1508
01:33:21,030 --> 01:33:27,270
De eerste profetie staat in vers 1 tot en
met 16, en hij geeft de datum in vers 1.

1509
01:33:27,270 --> 01:33:32,910
De datum die hij geeft is
januari van 587 voor Christus.

1510
01:33:32,910 --> 01:33:35,850
Misschien wil je dat
opschrijven, misschien ook niet,

1511
01:33:35,850 --> 01:33:39,150
maar waarschijnlijk heb je
er niets aan om dat te weten.

1512
01:33:39,150 --> 01:33:42,690
Hij geeft wel de datum,
en dat is de datum.

1513
01:33:42,690 --> 01:33:47,850
Het gaat over januari
van 587 voor Christus.

1514
01:33:47,850 --> 01:33:52,590
En de hoofdgedachte van deze profetie
heeft te maken met het feit dat God het

1515
01:33:52,590 --> 01:33:57,270
land Egypte zal oordelen vanwege
de hoogmoed van de farao,

1516
01:33:57,270 --> 01:33:59,790
die zichzelf onder de goden schaart.

1517
01:33:59,790 --> 01:34:05,430
In Egypte hadden ze veel goden die ze
aanbaden, en de farao was er een van.

1518
01:34:05,430 --> 01:34:09,210
God gaat een oordeel over de
farao en over Egypte brengen,

1519
01:34:09,210 --> 01:34:14,010
omdat de farao zichzelf hoogmoedig
verheft om onder de goden te zijn.

1520
01:34:14,010 --> 01:34:17,910
Daar gaat de profetie in
vers 1 tot en met 16 over.

1521
01:34:17,910 --> 01:34:23,310
De volgende profetie van de zeven
staat in de verzen 17 tot en met 21,

1522
01:34:23,310 --> 01:34:25,890
wat natuurlijk de rest
van dit hoofdstuk is.

1523
01:34:25,890 --> 01:34:31,410
Die werd uitgesproken op
nieuwjaarsdag van 571 voor Christus.

1524
01:34:31,410 --> 01:34:34,650
Je herinnert je dat ik
zei dat Nebukadnezar Tyrus

1525
01:34:34,650 --> 01:34:36,330
dertien jaar lang belegerde.

1526
01:34:36,330 --> 01:34:40,710
In wezen zegt deze profetie dat hij
aan het einde van die belegering

1527
01:34:40,710 --> 01:34:45,210
Tyrus zal opgeven en naar het
zuiden zal trekken, naar Egypte.

1528
01:34:45,210 --> 01:34:49,290
En God zal hem Egypte geven. Vers 20 zegt:

1529
01:34:49,290 --> 01:34:54,450
Als zijn arbeidsloon heb Ik hem, omdat
hij zwaar werk daartegen verricht heeft,

1530
01:34:54,450 --> 01:34:58,830
het land Egypte gegeven, omdat
zij het voor Mij gedaan hebben,

1531
01:34:58,830 --> 01:35:00,870
spreekt de Heere HEERE.

1532
01:35:00,870 --> 01:35:04,950
Dat wil zeggen: Nebukadnezar,
de koning van Babel,

1533
01:35:04,950 --> 01:35:10,410
om wie deze specifieke godsspraak draait,
deed Gods werk door Tyrus te straffen,

1534
01:35:10,410 --> 01:35:12,630
maar hij hield er niets aan over.

1535
01:35:12,630 --> 01:35:16,890
Dus zal God hem Egypte
geven als troostprijs.

1536
01:35:16,890 --> 01:35:20,910
Hoofdstuk 30 bevat de volgende
profetie tegen Egypte,

1537
01:35:20,910 --> 01:35:23,670
in de verzen 1 tot en met 19.

1538
01:35:23,670 --> 01:35:27,810
Hoofdstuk 30, de verzen 1 tot en met 19.

1539
01:35:27,810 --> 01:35:31,050
De hoofdgedachte van deze profetie is dat

1540
01:35:31,050 --> 01:35:36,390
Nebukadnezar Gods oordeel zal brengen
over de rijkdom en de goden van Egypte.

1541
01:35:36,390 --> 01:35:41,670
De rijkdom van Egypte en de goden van
Egypte zullen worden geoordeeld door

1542
01:35:41,670 --> 01:35:45,690
toedoen van Nebukadnezar,
de koning van Babel.

1543
01:35:45,690 --> 01:35:48,150
Daar wordt hier over gesproken.

1544
01:35:48,150 --> 01:35:53,310
In vers 13 van die profetie wordt
een stad genoemd die Nof heet en die

1545
01:35:53,310 --> 01:35:58,230
gestraft zal worden, en in
vers 14 een stad die No heet.

1546
01:35:58,230 --> 01:36:03,150
Nof is Memphis, niet in
Tennessee, maar Memphis in Egypte.

1547
01:36:03,150 --> 01:36:06,630
Die stad bestaat nu niet meer
en was vroeger een centrum van

1548
01:36:06,630 --> 01:36:08,490
afgoderij in Egypte.

1549
01:36:08,490 --> 01:36:14,670
De stad die in vers 14 No wordt genoemd,
is Thebe, een andere Egyptische stad.

1550
01:36:14,670 --> 01:36:19,410
Die is nu uiteengevallen in kleine
dorpen, is door het oordeel getroffen

1551
01:36:19,410 --> 01:36:22,050
en is nu klein en onbetekenend.

1552
01:36:22,050 --> 01:36:26,490
De volgende profetie tegen Egypte
staat in de verzen 20 tot en met

1553
01:36:26,490 --> 01:36:30,930
26 van hoofdstuk 30, en die
werd uitgesproken in april van

1554
01:36:30,930 --> 01:36:33,570
587 voor Christus.

1555
01:36:33,570 --> 01:36:38,190
Je ziet dus dat ze niet noodzakelijk in
de strikt chronologische volgorde staan

1556
01:36:38,190 --> 01:36:39,870
waarin ze werden ontvangen.

1557
01:36:39,870 --> 01:36:43,530
De eerste die we bekeken, was
bijvoorbeeld in hetzelfde jaar,

1558
01:36:43,530 --> 01:36:46,530
maar de tweede was
verscheidene jaren later.

1559
01:36:46,530 --> 01:36:50,490
Dan komen we weer bij dit
jaar terug. Hij ziet deze.

1560
01:36:50,490 --> 01:36:53,790
Dit is een profetie over farao Hofra,

1561
01:36:53,790 --> 01:36:58,770
een van de farao's die een halfslachtige
poging deed om Jeruzalem te helpen.

1562
01:36:58,770 --> 01:37:00,210
Veel hielp het niet.

1563
01:37:00,210 --> 01:37:04,770
Je herinnert je dat Jesaja en anderen
tegen Jeruzalem zeiden dat ze niet op

1564
01:37:04,770 --> 01:37:08,550
Egypte moesten vertrouwen, omdat
ze niet veel hulp zouden bieden.

1565
01:37:08,550 --> 01:37:11,670
Maar farao Hofra deed wel een kleine,

1566
01:37:11,670 --> 01:37:16,470
halfslachtige poging om Jeruzalem
te hulp te komen, uit winstbejag.

1567
01:37:16,470 --> 01:37:22,350
Deze mislukte poging zou leiden tot een
verdere nederlaag van Egypte tegen Babel.

1568
01:37:22,350 --> 01:37:25,890
We zullen de afzonderlijke verzen
niet lezen; het is niet zo nodig dat

1569
01:37:25,890 --> 01:37:27,150
we die lezen.

1570
01:37:27,150 --> 01:37:31,590
In hoofdstuk 31 vormt het
hele hoofdstuk één profetie.

1571
01:37:31,590 --> 01:37:37,650
Het tijdstip van deze profetie was
opnieuw hetzelfde jaar, 587 voor Christus,

1572
01:37:37,650 --> 01:37:39,330
ditmaal in juni.

1573
01:37:39,330 --> 01:37:43,470
We zagen zojuist dat er een profetie
in staat waarin wordt gezegd:

1574
01:37:43,470 --> 01:37:47,850
Zie, Assyrië was een ceder op
de Libanon, met mooie takken,

1575
01:37:47,850 --> 01:37:51,690
als een woud dat schaduw
geeft en hoog van stam is;

1576
01:37:51,690 --> 01:37:54,270
zijn kruin reikte tot in de wolken.

1577
01:37:54,270 --> 01:37:57,630
Het lijkt vreemd dat de Assyriër
hier wordt genoemd in een reeks

1578
01:37:57,630 --> 01:37:59,730
profetieën tegen Egypte.

1579
01:37:59,730 --> 01:38:02,370
Ezechiël is niet van
blikrichting veranderd.

1580
01:38:02,370 --> 01:38:04,350
Hij spreekt nog steeds tegen Egypte.

1581
01:38:04,350 --> 01:38:08,730
Dat kunnen we bijvoorbeeld aantonen
door naar vers 2 te kijken:

1582
01:38:08,730 --> 01:38:14,910
Mensenkind, zeg tegen de farao, de
koning van Egypte, en tegen zijn menigte:

1583
01:38:14,910 --> 01:38:17,850
Met wie bent u te
vergelijken in uw grootheid?

1584
01:38:17,850 --> 01:38:21,810
Dan wordt aan het einde van het
hoofdstuk ook naar de farao verwezen.

1585
01:38:21,810 --> 01:38:23,850
Aan het einde van vers 18:

1586
01:38:23,850 --> 01:38:29,910
Met wie bent u dus in luister en grootheid
te vergelijken onder de bomen van Eden?

1587
01:38:29,910 --> 01:38:32,790
U zult met de bomen van Eden
in de onderste plaatsen van de

1588
01:38:32,790 --> 01:38:34,770
aarde neergestort worden.

1589
01:38:34,770 --> 01:38:39,630
Te midden van onbesnedenen zult u liggen,
met hen die vielen door het zwaard.

1590
01:38:39,630 --> 01:38:45,330
Dat is de farao en zijn hele
menigte, spreekt de Heere HEERE.

1591
01:38:45,330 --> 01:38:48,210
Deze verwijzingen naar Egypte en de farao

1592
01:38:48,210 --> 01:38:51,870
hebben sommigen tot de overtuiging
gebracht dat er in vers 3,

1593
01:38:51,870 --> 01:38:56,190
waar ‘de Assyriër’ staat,
sprake is van tekstbederf.

1594
01:38:56,190 --> 01:38:59,010
Dat er eigenlijk ‘Egypte’
zou moeten staan,

1595
01:38:59,010 --> 01:39:02,670
omdat Egypte het werkelijke
onderwerp van deze profetie is.

1596
01:39:02,670 --> 01:39:05,490
De farao staat nog steeds centraal.

1597
01:39:05,490 --> 01:39:10,470
Sommigen hebben dus voorgesteld om
‘de Assyriër’ anders weer te geven.

1598
01:39:10,470 --> 01:39:15,810
De Jerusalem Bible en de Revised
Version zetten er bijvoorbeeld het woord

1599
01:39:15,810 --> 01:39:20,250
‘Egypte’ voor in de plaats, omdat
ze eenvoudigweg aannemen dat

1600
01:39:20,250 --> 01:39:22,230
Ezechiël dat bedoelde.

1601
01:39:22,230 --> 01:39:27,630
Maar ik geloof dat de term ‘de Assyriër’
daar binnen de context kan blijven staan,

1602
01:39:27,630 --> 01:39:32,310
want in vers 2 zegt hij tegen
de farao, de koning van Egypte:

1603
01:39:32,310 --> 01:39:34,350
Wie is er zo groot als jij?

1604
01:39:34,350 --> 01:39:37,350
Vers 3 zou het antwoord
op die vraag geven.

1605
01:39:37,350 --> 01:39:39,630
Op wie lijkt de farao?

1606
01:39:39,630 --> 01:39:43,710
Nou, de farao lijkt wel
wat op de Assyriërs.

1607
01:39:43,710 --> 01:39:47,610
De Assyriërs waren ooit
groot, net als Egypte.

1608
01:39:47,610 --> 01:39:49,830
Volgens mij is dat wat hier gebeurt.

1609
01:39:49,830 --> 01:39:54,930
Ik zie dus geen enkele reden om het woord
‘Assyriër’ daar in vers 3 te veranderen,

1610
01:39:54,930 --> 01:39:59,490
want de vraag wordt gesteld:
op wie lijkt de farao?

1611
01:39:59,490 --> 01:40:03,390
Nou, de farao lijkt op de Assyriër.

1612
01:40:03,390 --> 01:40:05,550
Wat weten we over de Assyriër?

1613
01:40:05,550 --> 01:40:10,530
De Assyriër was als een grote boom
met grote, uitgespreide takken.

1614
01:40:10,530 --> 01:40:15,930
Met andere woorden: een enorm,
welvarend volk, een machtig volk.

1615
01:40:15,930 --> 01:40:19,650
Maar vervolgens laat hij zien
dat de boom werd omgehakt.

1616
01:40:19,650 --> 01:40:25,350
Dus ook Egypte kan, als een grote boom
met uitgespreide takken zoals Assyrië,

1617
01:40:25,350 --> 01:40:27,690
verwachten dat het wordt omgehakt.

1618
01:40:27,690 --> 01:40:31,290
Dat is in hoofdzaak hoe
deze profetie verloopt.

1619
01:40:31,290 --> 01:40:34,950
In Daniël hoofdstuk 4, dat
we later zullen bestuderen,

1620
01:40:34,950 --> 01:40:39,630
had de koning van Babel een droom
over een boom die werd omgehakt.

1621
01:40:39,630 --> 01:40:43,530
Veel van de beelden uit deze
profetie komen in die droom voor.

1622
01:40:43,530 --> 01:40:46,530
Alle vogels in de lucht
nestelden in zijn takken.

1623
01:40:46,530 --> 01:40:50,670
Alle dieren van het veld wierpen
hun jongen onder zijn twijgen.

1624
01:40:50,670 --> 01:40:54,810
In zijn schaduw woonden
zij allen, vele volken.

1625
01:40:54,810 --> 01:40:56,910
Zo staat het hier in vers 6.

1626
01:40:56,910 --> 01:41:00,990
Dat wordt ook gezegd over de boom
in de droom van Nebukadnezar.

1627
01:41:00,990 --> 01:41:04,050
Maar in de droom van
Nebukadnezar in Daniël

1628
01:41:04,050 --> 01:41:07,530
hoofdstuk 4 was Nebukadnezar zelf de boom.

1629
01:41:07,530 --> 01:41:11,490
Je ziet dus hoe de koning van
Babel als een boom werd beschouwd;

1630
01:41:11,490 --> 01:41:16,290
van de koning van Assyrië werd hier
gezegd dat hij als een boom was.

1631
01:41:16,290 --> 01:41:18,090
Je herinnert je misschien ook dat

1632
01:41:18,090 --> 01:41:21,810
Jezus dezelfde beeldspraak
gebruikte in Mattheüs 13,

1633
01:41:21,810 --> 01:41:24,450
toen Hij over het
Koninkrijk van God sprak.

1634
01:41:24,450 --> 01:41:26,550
Hij zei in Mattheüs 13:

1635
01:41:26,550 --> 01:41:29,730
Het Koninkrijk van God
is als een mosterdzaadje,

1636
01:41:29,730 --> 01:41:31,530
het kleinste van alle zaden.

1637
01:41:31,530 --> 01:41:34,050
Maar wanneer het geplant
wordt en opgroeit,

1638
01:41:34,050 --> 01:41:36,150
wordt het de grootste van de bomen.

1639
01:41:36,150 --> 01:41:38,670
De vogels nestelen in zijn takken.

1640
01:41:38,670 --> 01:41:41,970
Dat is hetzelfde wat gezegd wordt
over de boom die Babylon was

1641
01:41:41,970 --> 01:41:44,130
en de boom die de Assyriër was.

1642
01:41:44,130 --> 01:41:48,630
Met andere woorden, net als andere
grote volken zal het Koninkrijk van God

1643
01:41:48,630 --> 01:41:50,730
uitgroeien tot een groot volk.

1644
01:41:50,730 --> 01:41:53,370
Daarbij wordt het beeld
gebruikt van een boom met

1645
01:41:53,370 --> 01:41:57,450
wijd uitstaande takken en schepselen
die daarin een toevlucht vinden.

1646
01:41:57,450 --> 01:42:00,090
Ik heb verder niets over
dat hoofdstuk te zeggen.

1647
01:42:00,090 --> 01:42:02,970
Laten we verdergaan naar hoofdstuk 32.

1648
01:42:02,970 --> 01:42:07,830
Het gebeurde in het twaalfde jaar, in de
twaalfde maand, op de eerste van de maand,

1649
01:42:07,830 --> 01:42:10,350
dat het woord van de HEERE tot mij kwam:

1650
01:42:10,350 --> 01:42:13,950
Dat zou maart van 585 voor Christus zijn,

1651
01:42:13,950 --> 01:42:17,010
een paar jaar later dan
de voorgaande profetieën.

1652
01:42:17,010 --> 01:42:20,070
Het is voornamelijk een
klaaglied over de farao.

1653
01:42:20,070 --> 01:42:22,290
We hoeven het niet helemaal te lezen.

1654
01:42:22,290 --> 01:42:24,510
Eigenlijk hoeven we er niets van te lezen.

1655
01:42:24,510 --> 01:42:28,590
Het is gewoon een klaaglied zoals
zoveel andere klaagliederen.

1656
01:42:28,590 --> 01:42:30,810
Het loopt door tot en met vers 16

1657
01:42:30,810 --> 01:42:34,050
en beklaagt hem vanwege
zijn onvermijdelijke val.

1658
01:42:34,050 --> 01:42:38,070
Dan staat de laatste profetie
tegen Egypte, de zevende,

1659
01:42:38,070 --> 01:42:43,710
in vers 17 tot en met 32, de
laatste helft van hoofdstuk 32.

1660
01:42:43,710 --> 01:42:48,570
De hoofdgedachte hiervan is dat Egypte
zich in het graf zal voegen bij andere

1661
01:42:48,570 --> 01:42:50,610
volken die al gevallen zijn.

1662
01:42:50,610 --> 01:42:54,810
Egypte en de andere volken
worden als personen voorgesteld.

1663
01:42:54,810 --> 01:42:58,230
Er wordt beschreven hoe hij
zal afdalen in het graf,

1664
01:42:58,230 --> 01:43:03,090
en al die andere volken die vóór
hem gevallen zijn, zullen zeggen:

1665
01:43:03,090 --> 01:43:04,590
O, jij bent hier ook.

1666
01:43:04,590 --> 01:43:09,330
Het lijkt op wat Jesaja in Jesaja
14 tegen Lucifer en de koning

1667
01:43:09,330 --> 01:43:11,430
van Babylon profeteert.

1668
01:43:11,430 --> 01:43:14,970
Allen die vóór jou in het
graf zijn afgedaald, zeggen:

1669
01:43:14,970 --> 01:43:17,250
Ben jij ook geworden als een van ons?

1670
01:43:17,250 --> 01:43:19,710
Ben jij nu net zo zwak als de anderen?

1671
01:43:19,710 --> 01:43:22,710
Dat is de aard van die
specifieke profetie.

1672
01:43:22,710 --> 01:43:25,830
Er is nog één ander punt waar
ik iets over moet zeggen.

1673
01:43:25,830 --> 01:43:29,250
We gaan 33 en 34 overslaan.

1674
01:43:29,250 --> 01:43:33,390
We hebben 33 al behandeld, omdat
het alleen gedeelten van andere

1675
01:43:33,390 --> 01:43:35,130
hoofdstukken weer oppakt.

1676
01:43:35,130 --> 01:43:37,830
Over 34 zullen we later spreken.

1677
01:43:37,830 --> 01:43:42,150
We hoeven 35 niet te lezen, omdat
het niets toevoegt aan wat we elders

1678
01:43:42,150 --> 01:43:43,530
al gelezen hebben.

1679
01:43:43,530 --> 01:43:46,110
Het is opnieuw een profetie tegen Edom,

1680
01:43:46,110 --> 01:43:48,990
die in wezen de
verwoesting ervan voorzegt.

1681
01:43:48,990 --> 01:43:51,930
Al die bijzonderheden
hebben we al eerder gelezen.

1682
01:43:51,930 --> 01:43:54,270
We hoeven ze niet nog eens te behandelen.

1683
01:43:54,270 --> 01:43:59,550
Maar midden in onze profetieën over
Egypte wil ik deze ene opmerking maken.

1684
01:43:59,550 --> 01:44:05,430
Het is moeilijk om vast te stellen waarin
een bepaalde uitspraak in Ezechiël 29,

1685
01:44:05,430 --> 01:44:08,490
vers 12 tot en met 14, is vervuld.

1686
01:44:08,490 --> 01:44:11,130
Ik vind dat ik hier iets over moet zeggen.

1687
01:44:11,130 --> 01:44:16,410
Ik zal van het land Egypte een woestenij
maken te midden van verwoeste landen,

1688
01:44:16,410 --> 01:44:21,690
en zijn steden zullen een woestenij
zijn te midden van verwoeste steden,

1689
01:44:21,690 --> 01:44:23,130
veertig jaar lang.

1690
01:44:23,130 --> 01:44:27,030
Dan zal Ik de Egyptenaren
verspreiden onder de heidenvolken

1691
01:44:27,030 --> 01:44:29,610
en Ik zal hen over de landen verstrooien.

1692
01:44:29,610 --> 01:44:34,170
Maar, zo zegt de Heere HEERE:
Na verloop van veertig jaar

1693
01:44:34,170 --> 01:44:39,150
zal Ik de Egyptenaren bijeenbrengen uit
de volken waaronder zij verspreid zijn.

1694
01:44:39,150 --> 01:44:42,750
Ik zal een omkeer brengen in de
gevangenschap van de Egyptenaren en hen

1695
01:44:42,750 --> 01:44:47,070
terugbrengen naar het land Pathros,
naar het land van hun oorsprong.

1696
01:44:47,070 --> 01:44:50,250
Daar zullen zij dan een
onbeduidend koninkrijk zijn.

1697
01:44:50,250 --> 01:44:52,830
Het gaat verder in vers 15:

1698
01:44:52,830 --> 01:44:57,690
Het zal onbeduidender zijn dan de andere
koninkrijken en het zal zich niet meer

1699
01:44:57,690 --> 01:44:59,730
boven de heidenvolken verheffen.

1700
01:44:59,730 --> 01:45:04,830
Ik zal hen namelijk zo klein maken dat zij
niet over de heidenvolken kunnen heersen.

1701
01:45:04,830 --> 01:45:09,930
De reden dat ik dit punt ter sprake breng,
zijn de veertig jaar die genoemd worden.

1702
01:45:09,930 --> 01:45:12,870
Het is moeilijk vast te
stellen waarin dit vervuld is,

1703
01:45:12,870 --> 01:45:16,470
en verschillende uitleggers
hebben er een poging toe gedaan.

1704
01:45:16,470 --> 01:45:19,710
Ze hebben de veertig jaar in
verband gebracht met verschillende

1705
01:45:19,710 --> 01:45:24,090
perioden in de geschiedenis van
Egypte waarin het oordeel onderging.

1706
01:45:24,090 --> 01:45:26,490
Toch is dit niet letterlijk vervuld.

1707
01:45:26,490 --> 01:45:30,270
Dat wil zeggen, dat het land
van zijn inwoners werd ontdaan,

1708
01:45:30,270 --> 01:45:34,050
zoals bijvoorbeeld Jeruzalem,
toen de Babyloniërs hen voor

1709
01:45:34,050 --> 01:45:36,630
zeventig jaar naar Babylon wegvoerden.

1710
01:45:36,630 --> 01:45:39,210
Jeruzalem werd letterlijk ontvolkt.

1711
01:45:39,210 --> 01:45:44,610
De bewoordingen over Egypte lijken sterk
op wat over Juda wordt geprofeteerd.

1712
01:45:44,610 --> 01:45:46,950
Toch is het niet letterlijk vervuld.

1713
01:45:46,950 --> 01:45:48,690
Het werd niet ontvolkt.

1714
01:45:48,690 --> 01:45:53,070
De mensen van Egypte zijn nooit
allemaal naar Babylon gedeporteerd.

1715
01:45:53,070 --> 01:45:57,450
Maar ik ben er zeker van dat dit met
velen van hen wel is gebeurd toen

1716
01:45:57,450 --> 01:45:59,550
Babylon Egypte veroverde.

1717
01:45:59,550 --> 01:46:02,970
Veel uitleggers weten geen
raad met de veertig jaar,

1718
01:46:02,970 --> 01:46:06,510
omdat ze niet weten over welke
veertig jaar hier gesproken wordt.

1719
01:46:06,510 --> 01:46:09,330
De bewoordingen van vers 12 tot en met 14

1720
01:46:09,330 --> 01:46:12,450
lijken sterk op eerdere
gedeelten van Ezechiël

1721
01:46:12,450 --> 01:46:15,810
waarin de verwoesting van
Juda wordt geprofeteerd.

1722
01:46:15,810 --> 01:46:20,010
Mogelijk probeert Ezechiël hier dus
het oordeel over Egypte te vergelijken

1723
01:46:20,010 --> 01:46:22,110
met het oordeel over Juda.

1724
01:46:22,110 --> 01:46:25,530
Er wordt gesproken over de
verwoesting ervan en over de

1725
01:46:25,530 --> 01:46:27,330
steden die verwoest worden.

1726
01:46:27,330 --> 01:46:31,470
Juda werd als heel volk letterlijk
voor zeventig jaar weggevoerd.

1727
01:46:31,470 --> 01:46:34,290
Egypte onderging niet
zo'n verwoestend oordeel,

1728
01:46:34,290 --> 01:46:36,990
hoewel het door Babylon werd verslagen.

1729
01:46:36,990 --> 01:46:39,990
Sommigen van hen gingen
natuurlijk wel in gevangenschap.

1730
01:46:39,990 --> 01:46:44,250
Wanneer er dus wordt gesproken over het
wegvoeren van de inwoners enzovoort,

1731
01:46:44,250 --> 01:46:48,270
zou dat kunnen slaan op een aanzienlijk
deel van de inwoners in plaats van

1732
01:46:48,270 --> 01:46:49,890
letterlijk op iedereen.

1733
01:46:49,890 --> 01:46:54,630
Maar nogmaals, die 40 jaar zijn niet
gemakkelijk in verband te brengen met een

1734
01:46:54,630 --> 01:46:57,150
bekende periode van 40 jaar.

1735
01:46:57,150 --> 01:47:00,210
Het is mogelijk dat het
een symbolisch getal is,

1736
01:47:00,210 --> 01:47:03,090
aangezien Ezechiël veel met symbolen doet.

1737
01:47:03,090 --> 01:47:06,750
En 40 is in de Schrift
een getal van oordeel.

1738
01:47:06,750 --> 01:47:10,830
Bij de zondvloed regende
het 40 dagen en 40 nachten.

1739
01:47:10,830 --> 01:47:15,570
Toen de Joden in opstand kwamen tegen Gods
gebod om het Beloofde Land binnen te gaan,

1740
01:47:15,570 --> 01:47:19,770
gaf Hij hun 40 jaar waarin ze
door de woestijn moesten zwerven.

1741
01:47:19,770 --> 01:47:25,530
Jezus legde Zichzelf ontberingen op
door 40 dagen en 40 nachten te vasten.

1742
01:47:25,530 --> 01:47:29,130
Toen Hij vastte, was dat
een soort zelfdiscipline,

1743
01:47:29,130 --> 01:47:33,570
een oordeel dat Hij aan het begin van
Zijn bediening over Zichzelf bracht.

1744
01:47:33,570 --> 01:47:39,090
Maar waar het hier om gaat, is dat het
getal 40 vaak een getal van oordeel is.

1745
01:47:39,090 --> 01:47:41,610
Verder kun je erop wijzen
dat de Joden ongeveer

1746
01:47:41,610 --> 01:47:44,850
400 jaar in Egypte zelf
gevangen hadden gezeten.

1747
01:47:44,850 --> 01:47:49,410
En misschien wordt hiermee gezegd
dat die 40 overeenkomen met die 400,

1748
01:47:49,410 --> 01:47:51,570
alleen is het een stuk korter.

1749
01:47:51,570 --> 01:47:55,890
Egypte zal een bestraffing ondergaan die
enigszins lijkt op wat zij de Joden hebben

1750
01:47:55,890 --> 01:47:59,130
aangedaan, maar het zal
een kortere periode zijn.

1751
01:47:59,130 --> 01:48:03,330
Toch ziet Ezechiël een verband,
in elk geval in de gedachte dat

1752
01:48:03,330 --> 01:48:08,310
Egypte een oordeel ondergaat zoals zij
de Joden een bestraffing hadden opgelegd.

1753
01:48:08,310 --> 01:48:11,070
Er was namelijk een periode van 40 jaar,

1754
01:48:11,070 --> 01:48:14,670
die zou kunnen overeenkomen
met een deel van die 400 jaar.

1755
01:48:14,670 --> 01:48:17,010
Maar dit is een moeilijke passage.

1756
01:48:17,010 --> 01:48:20,310
Ik beweer niet dat ik op dit
punt duidelijke antwoorden heb,

1757
01:48:20,310 --> 01:48:22,530
en niemand anders lijkt die te hebben.

1758
01:48:22,530 --> 01:48:26,190
Laat ik ook dit nog zeggen: misschien
weten we op een dag meer over de

1759
01:48:26,190 --> 01:48:28,050
geschiedenis van Egypte.

1760
01:48:28,050 --> 01:48:32,490
Misschien vinden archeologen op een dag
iets waaruit blijkt dat er een periode is

1761
01:48:32,490 --> 01:48:35,610
geweest die ons tot dan toe onbekend was,

1762
01:48:35,610 --> 01:48:39,390
waarin het merendeel van de
Egyptenaren inderdaad is weggevoerd,

1763
01:48:39,390 --> 01:48:43,710
veertig jaar in gevangenschap heeft
gezeten en daarna is teruggekeerd.

1764
01:48:43,710 --> 01:48:46,350
We weten niet alles wat er te weten valt.

1765
01:48:46,350 --> 01:48:48,870
Maar ik zeg dat we op
dit moment niet weten

1766
01:48:48,870 --> 01:48:51,690
wat de daadwerkelijke
vervulling hiervan was.

1767
01:48:51,690 --> 01:48:55,170
Als er een letterlijke periode
van 40 jaar wordt bedoeld,

1768
01:48:55,170 --> 01:48:58,350
weten we niet welke 40
jaar er worden bedoeld.

1769
01:48:58,350 --> 01:49:01,770
Er zijn verschillende
oordelen over Egypte gekomen.

1770
01:49:01,770 --> 01:49:05,550
Sommige daarvan duurden, zoals
sommige uitleggers hebben opgemerkt,

1771
01:49:05,550 --> 01:49:07,050
ongeveer 40 jaar.

1772
01:49:07,050 --> 01:49:09,810
Misschien waren dat de
oordelen waarop werd gedoeld,

1773
01:49:09,810 --> 01:49:12,930
maar het verliep niet precies
zoals het hier wordt beschreven.

1774
01:49:12,930 --> 01:49:16,950
Maar één interessant punt is
dat de laatste profetie over

1775
01:49:16,950 --> 01:49:22,590
Egypte in dit gedeelte zegt dat Egypte
een onaanzienlijk koninkrijk zou zijn.

1776
01:49:22,590 --> 01:49:25,410
Zo ongeveer het onaanzienlijkste, het

1777
01:49:25,410 --> 01:49:28,470
laagste of het minst
invloedrijke koninkrijk,

1778
01:49:28,470 --> 01:49:31,170
en dat het nooit meer
van betekenis zal zijn.

1779
01:49:31,170 --> 01:49:36,570
Dat is zeker gebeurd, en daarvoor had
Ezechiël profetisch inzicht nodig.

1780
01:49:36,570 --> 01:49:39,090
Dat betekent dat als hij dat kon zien,

1781
01:49:39,090 --> 01:49:43,050
we ook geen reden hebben om eraan te
twijfelen dat hij nauwkeurig zag wat hij

1782
01:49:43,050 --> 01:49:45,690
eerder beschrijft, wat dat ook mag zijn.

1783
01:49:45,690 --> 01:49:50,550
Maar Egypte was ooit een van de
heersende koninkrijken van de wereld.

1784
01:49:50,550 --> 01:49:54,750
Zelfs in de dagen van Ezechiël
en Jesaja was Egypte zo

1785
01:49:54,750 --> 01:49:59,310
ongeveer het enige koninkrijk dat
met Assyrië te vergelijken was.

1786
01:49:59,310 --> 01:50:03,990
De Joden konden naar Egypte gaan
om hulp tegen Assyrië te zoeken,

1787
01:50:03,990 --> 01:50:06,990
omdat Egypte een machtige natie was.

1788
01:50:06,990 --> 01:50:10,950
Maar zoals je weet, is Egypte
in de recente geschiedenis,

1789
01:50:10,950 --> 01:50:15,450
de afgelopen paar duizend jaar,
geen machtige natie geweest.

1790
01:50:15,450 --> 01:50:19,530
Ze behoren niet meer tot de
toonaangevende naties van de wereld.

1791
01:50:19,530 --> 01:50:22,950
Ze zijn altijd zo ongeveer van
de tweede of derde rang geweest.
