1
00:00:02,070 --> 00:00:04,830
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,830 --> 00:00:13,710
Deze keer behandelen we Ezechiël
hoofdstuk 40 tot en met 48, deel 9.

3
00:00:13,710 --> 00:00:16,890
Laten we Ezechiël hoofdstuk 40 opslaan.

4
00:00:16,890 --> 00:00:20,670
We komen nu bij het laatste
gedeelte van het boek Ezechiël.

5
00:00:20,670 --> 00:00:23,850
Dit is het vierde en
laatste visioen dat hij had.

6
00:00:23,850 --> 00:00:27,750
We hebben het gehad over zijn
andere visioenen in hoofdstuk 1,

7
00:00:27,750 --> 00:00:32,790
in de hoofdstukken 8 tot en
met 10 en in hoofdstuk 37.

8
00:00:32,790 --> 00:00:37,170
Nu hebben we zijn vierde visioen,
en dat beslaat negen hoofdstukken,

9
00:00:37,170 --> 00:00:43,050
de laatste negen hoofdstukken van dit
boek, de hoofdstukken 40 tot en met 48.

10
00:00:43,050 --> 00:00:45,630
Dit gedeelte is een lang gedeelte.

11
00:00:45,630 --> 00:00:48,870
In zekere zin zou je het het
moeilijkste gedeelte van het Oude

12
00:00:48,870 --> 00:00:50,430
Testament kunnen noemen.

13
00:00:50,430 --> 00:00:54,390
Ik weet niet of iedereen het erover eens
zou zijn welke gedeelten het moeilijkst

14
00:00:54,390 --> 00:00:59,490
zijn, maar het is beslist een van de
moeilijkste om helemaal door te lezen.

15
00:00:59,490 --> 00:01:04,050
Als je het helemaal hebt doorgelezen, denk
ik dat je het ermee eens zult zijn dat het

16
00:01:04,050 --> 00:01:07,890
een van die passages is, zoals de
beschrijvingen van de tabernakel in

17
00:01:07,890 --> 00:01:11,850
Exodus, waarvan je zou willen
dat er eerder een einde aan kwam,

18
00:01:11,850 --> 00:01:16,590
of waarvan je zou willen dat er niet zo
ontzettend veel details werden gegeven.

19
00:01:16,590 --> 00:01:20,670
Ezechiël is heel breedsprakig,
hij herhaalt heel veel,

20
00:01:20,670 --> 00:01:23,610
en het lijkt alsof hij veel
van dezelfde informatie

21
00:01:23,610 --> 00:01:26,790
in minder dan de helft van de
ruimte zou kunnen overbrengen.

22
00:01:26,790 --> 00:01:31,170
Maar als je trouw hebt volgehouden
en je erdoorheen hebt geworsteld,

23
00:01:31,170 --> 00:01:34,350
ben je waarschijnlijk blij dat
je aan het einde bent gekomen.

24
00:01:34,350 --> 00:01:37,650
Want er zijn niet veel andere
gedeelten van het Oude Testament

25
00:01:37,650 --> 00:01:42,390
die zo moeilijk zijn om helemaal door te
lezen en waarbij het zo moeilijk is om

26
00:01:42,390 --> 00:01:43,110
vol te houden.

27
00:01:43,110 --> 00:01:45,810
Maar dit gedeelte heeft
nog andere moeilijkheden,

28
00:01:45,810 --> 00:01:49,470
behalve dat het gewoon moeilijk
is om helemaal door te lezen.

29
00:01:49,470 --> 00:01:52,950
Het is moeilijk te begrijpen
wat er wordt beschreven.

30
00:01:52,950 --> 00:01:57,750
Nu, als je niets van theologie wist, of
als je niets wist van de geschiedenis van

31
00:01:57,750 --> 00:02:02,070
Israël na deze tijd, zou je hier
misschien geen moeite mee hebben.

32
00:02:02,070 --> 00:02:05,250
Hij ziet een tempel, en
er volgt een uitvoerige

33
00:02:05,250 --> 00:02:08,670
en gedetailleerde
beschrijving van die tempel.

34
00:02:08,670 --> 00:02:12,870
Ook worden enkele van de nieuwe
rituelen beschreven die erbij horen,

35
00:02:12,870 --> 00:02:17,370
en de taken van de priesters en
Levieten en van de vorst van het volk.

36
00:02:17,370 --> 00:02:20,910
Je zou dit grotendeels gewoon kunnen
opvatten als een verwijzing naar

37
00:02:20,910 --> 00:02:22,410
een fysieke tempel.

38
00:02:22,410 --> 00:02:26,070
Het is beschreven alsof het
een fysieke tempel beschrijft.

39
00:02:26,070 --> 00:02:29,190
Als je verder niets van
geschiedenis of theologie wist,

40
00:02:29,190 --> 00:02:32,910
zou je misschien gewoon aannemen
dat dit een beeld was van de

41
00:02:32,910 --> 00:02:36,930
tempel die gebouwd zou worden
na het herstel uit Babylon.

42
00:02:36,930 --> 00:02:42,090
Bedenk dat Ezechiël schreef toen de
Joden als ballingen in Babylon waren.

43
00:02:42,090 --> 00:02:47,910
Hun prachtige tempel, die door Salomo
was gebouwd, lag op dat moment in puin.

44
00:02:47,910 --> 00:02:50,310
Er was geen tempel in Jeruzalem.

45
00:02:50,310 --> 00:02:54,630
Hij wordt in het visioen meegevoerd
naar, kennelijk, Jeruzalem,

46
00:02:54,630 --> 00:02:56,430
en hij ziet de tempel.

47
00:02:56,430 --> 00:02:58,890
Nu, welke tempel is dat?

48
00:02:58,890 --> 00:03:03,270
Dat is de hamvraag: welke
tempel is dit die hij zag?

49
00:03:03,270 --> 00:03:07,890
Er stond duidelijk geen tempel op
het moment dat hij dit visioen zag.

50
00:03:07,890 --> 00:03:10,530
Hij zag dus geen bestaande tempel.

51
00:03:10,530 --> 00:03:14,790
Een van de verschillende mogelijkheden
is dat we geloven dat hij de tempel zag

52
00:03:14,790 --> 00:03:18,150
die er ooit had gestaan
en die nu verwoest was.

53
00:03:18,150 --> 00:03:22,170
Met andere woorden, dat hij de
tempel uit het verleden zag.

54
00:03:22,170 --> 00:03:26,430
Dat lijkt niet erg waarschijnlijk,
eenvoudigweg omdat het onnodig lijkt dat

55
00:03:26,430 --> 00:03:29,250
hij zo'n visioen van
zo'n tempel zou krijgen,

56
00:03:29,250 --> 00:03:32,910
terwijl veel mensen die met
hun gewone ogen hadden gezien.

57
00:03:32,910 --> 00:03:37,290
Wat heeft het voor zin om die man
een bovennatuurlijk visioen van dat

58
00:03:37,290 --> 00:03:38,850
bouwwerk te geven?

59
00:03:38,850 --> 00:03:43,110
De andere suggestie is natuurlijk
dat hij een toekomstige tempel ziet.

60
00:03:43,110 --> 00:03:47,010
Binnen die categorie zijn er natuurlijk
weer verschillende mogelijkheden.

61
00:03:47,010 --> 00:03:50,790
Als hij een tempel zag die in
zijn tijd nog niet gebouwd was,

62
00:03:50,790 --> 00:03:54,930
wanneer is die dan gebouwd, of
wanneer zal die gebouwd worden?

63
00:03:54,930 --> 00:03:58,770
Een van de verschillende mogelijkheden
die ons zo voor de geest komen,

64
00:03:58,770 --> 00:04:03,690
zou de tempel zijn die de Joden herbouwden
toen ze uit Jeruzalem terugkwamen.

65
00:04:03,690 --> 00:04:07,470
Maar daar zijn problemen mee, want
de beschrijving is geen beschrijving

66
00:04:07,470 --> 00:04:08,850
van die tempel.

67
00:04:08,850 --> 00:04:11,910
De tempel die hier wordt
beschreven, is minstens

68
00:04:11,910 --> 00:04:17,130
zo rijk versierd en zo uitvoerig
uitgewerkt als de tempel van Salomo,

69
00:04:17,130 --> 00:04:18,510
zo niet nog meer.

70
00:04:18,510 --> 00:04:21,630
Maar de tempel die na de
ballingschap werd herbouwd,

71
00:04:21,630 --> 00:04:24,870
kwam daar bij lange na
niet bij in de buurt.

72
00:04:24,870 --> 00:04:27,150
Dit is geen beschrijving
van die tempel die

73
00:04:27,150 --> 00:04:30,270
Zerubbabel en zijn metgezellen herbouwden.

74
00:04:30,270 --> 00:04:33,630
Daarom hebben sommigen gesuggereerd
dat dit een verwijzing is naar

75
00:04:33,630 --> 00:04:35,490
een toekomstige tempel.

76
00:04:35,490 --> 00:04:38,130
Die ligt ook voor ons nog in de toekomst.

77
00:04:38,130 --> 00:04:40,770
Natuurlijk heeft Jeruzalem
vandaag geen tempel,

78
00:04:40,770 --> 00:04:43,890
maar het fundament van de
vroegere tempel is gevonden,

79
00:04:43,890 --> 00:04:47,910
en velen geloven dat de Joden hun
tempel in Jeruzalem zullen herbouwen.

80
00:04:47,910 --> 00:04:51,930
Sommigen denken dat dit een beschrijving
is van die tempel die ze zullen bouwen.

81
00:04:51,930 --> 00:04:54,930
De populairste opvatting
van vandaag plaatst al deze

82
00:04:54,930 --> 00:04:59,250
hoofdstukken in het toekomstige
duizendjarige rijk, en heel,

83
00:04:59,250 --> 00:05:03,390
heel veel Bijbeluitleggers
geloven dat. Het zijn uiteraard de

84
00:05:03,390 --> 00:05:07,890
premillennialistische uitleggers die deze
opvatting hebben, en dat zijn er veel,

85
00:05:07,890 --> 00:05:11,370
en zij zijn tegenwoordig
de populaire leraren.

86
00:05:11,370 --> 00:05:14,910
Deze negen hoofdstukken horen
bij de regering van Christus

87
00:05:14,910 --> 00:05:17,130
in het duizendjarige rijk.

88
00:05:17,130 --> 00:05:21,570
Wanneer Hij terugkomt, zal Hij Jeruzalem
opnieuw tot de lieveling van de aarde

89
00:05:21,570 --> 00:05:24,870
maken, en de tempel zal
daar worden herbouwd,

90
00:05:24,870 --> 00:05:29,010
en de aanbidding zal volgens
deze beschrijvingen plaatsvinden.

91
00:05:29,010 --> 00:05:33,030
Deze hoofdstukken behoren eigenlijk
tot de geliefdste passages

92
00:05:33,030 --> 00:05:36,870
over het duizendjarige rijk
binnen het premillennialisme,

93
00:05:36,870 --> 00:05:41,190
omdat dit alles wordt geplaatst in
een tijd die nog in de toekomst ligt,

94
00:05:41,190 --> 00:05:43,350
na de wederkomst van Christus.

95
00:05:43,350 --> 00:05:45,690
Er is natuurlijk nog
een andere mogelijkheid,

96
00:05:45,690 --> 00:05:49,710
en dat is te overwegen dat het een
beschrijving van een geestelijke tempel

97
00:05:49,710 --> 00:05:51,030
zou kunnen zijn.

98
00:05:51,030 --> 00:05:53,730
We weten dat in het Nieuwe
Testament de gemeente

99
00:05:53,730 --> 00:05:56,430
de tempel van de Heilige
Geest wordt genoemd.

100
00:05:56,430 --> 00:06:00,570
De beschrijving is natuurlijk wel in
heel fysieke bewoordingen gesteld.

101
00:06:00,570 --> 00:06:05,250
Er wordt gesproken over offers, en
over de voorhoven en de muren en

102
00:06:05,250 --> 00:06:07,770
de afmetingen enzovoort.

103
00:06:07,770 --> 00:06:11,370
Al die dingen worden in heel
fysieke bewoordingen weergegeven,

104
00:06:11,370 --> 00:06:14,610
alsof het om een letterlijke,
fysieke tempel gaat.

105
00:06:14,610 --> 00:06:18,210
Toch is het niet onmogelijk dat het
naar een geestelijke tempel verwijst.

106
00:06:18,210 --> 00:06:22,650
We staan voor een vergelijkbaar
probleem als bij hoofdstuk 38 en

107
00:06:22,650 --> 00:06:29,130
39 over de strijd van Gog en Magog,
of Gog, de oppervorst van Magog.

108
00:06:29,130 --> 00:06:32,490
We zeiden dat de verschillende
mogelijkheden voor de uitleg van dat

109
00:06:32,490 --> 00:06:36,330
gedeelte waren: het kan een
historische strijd zijn geweest,

110
00:06:36,330 --> 00:06:39,210
het kan een strijd zijn die
nog in de toekomst ligt,

111
00:06:39,210 --> 00:06:42,030
of het kan een geestelijke strijd zijn.

112
00:06:42,030 --> 00:06:43,650
Ligt die in het verleden?

113
00:06:43,650 --> 00:06:45,390
Ligt die in de toekomst?

114
00:06:45,390 --> 00:06:50,130
Die speelt zich niet in het heden af,
tenzij het een geestelijke strijd is.

115
00:06:50,130 --> 00:06:53,130
We zouden hetzelfde kunnen
zeggen over de tempel.

116
00:06:53,130 --> 00:06:55,350
Is het een tempel uit het verleden?

117
00:06:55,350 --> 00:06:57,570
Is het een tempel van de toekomst?

118
00:06:57,570 --> 00:07:00,090
Of is het een geestelijke tempel?

119
00:07:00,090 --> 00:07:02,610
In dat geval zou die er nu zijn.

120
00:07:02,610 --> 00:07:05,130
Het is op dit moment geen fysieke tempel,

121
00:07:05,130 --> 00:07:08,910
want op dit moment staat er
fysiek geen tempel in Jeruzalem.

122
00:07:08,910 --> 00:07:11,910
Maar de gemeente is de
tempel van de Heilige Geest,

123
00:07:11,910 --> 00:07:15,990
en velen geloven dat deze hoofdstukken
in symbolische bewoordingen

124
00:07:15,990 --> 00:07:18,330
de geestelijke tempel beschrijven.

125
00:07:18,330 --> 00:07:21,570
Hoewel ik er niet zeker van ben
dat dit de juiste uitleg is,

126
00:07:21,570 --> 00:07:23,490
lijkt het heel goed mogelijk.

127
00:07:23,490 --> 00:07:27,690
Als we bijvoorbeeld kijken naar de
beschrijving van de tabernakel in Exodus,

128
00:07:27,690 --> 00:07:30,510
dan weet je dat die beschrijving
een beschrijving was van

129
00:07:30,510 --> 00:07:32,790
hemelse of geestelijke dingen.

130
00:07:32,790 --> 00:07:37,110
In dat geval werd de tabernakel echter
wel fysiek gebouwd volgens de instructies

131
00:07:37,110 --> 00:07:38,670
die waren gegeven.

132
00:07:38,670 --> 00:07:42,330
Maar die instructies werden gegeven
naar een voorbeeld van iets wat

133
00:07:42,330 --> 00:07:47,730
Mozes in de hemelse of geestelijke wereld
had gezien toen hij op de berg Sinaï was.

134
00:07:47,730 --> 00:07:52,170
Hij had daar iets gezien, een visioen
van een geestelijke werkelijkheid,

135
00:07:52,170 --> 00:07:56,910
en wat hij in de tabernakel bouwde,
was een model van wat hij had gezien.

136
00:07:56,910 --> 00:08:00,810
Je hebt de tabernakel al lang
geleden in deze cursus bestudeerd.

137
00:08:00,810 --> 00:08:05,370
Je herinnert je dat de tabernakel
beslist een geestelijke betekenis had.

138
00:08:05,370 --> 00:08:07,650
Het boek Hebreeën vertelt ons dat.

139
00:08:07,650 --> 00:08:09,750
Waarschijnlijk hadden we dat
ook uit andere delen van de

140
00:08:09,750 --> 00:08:11,250
Schrift kunnen afleiden.

141
00:08:11,250 --> 00:08:13,350
Het is een beeld van Christus.

142
00:08:13,350 --> 00:08:15,510
Het is een beeld van de gemeente.

143
00:08:15,510 --> 00:08:20,250
We zouden eenvoudig kunnen zeggen dat het
een beeld is van het Koninkrijk van God.

144
00:08:20,250 --> 00:08:25,230
De verschillende details van de tabernakel
verwijzen op symbolische wijze naar dingen

145
00:08:25,230 --> 00:08:28,170
die met het Koninkrijk
van God te maken hebben.

146
00:08:28,170 --> 00:08:31,830
Bij de beschrijving van de tabernakel
hebben we het geluk dat het Nieuwe

147
00:08:31,830 --> 00:08:35,190
Testament naar sommige details
van de tabernakel verwijst

148
00:08:35,190 --> 00:08:37,710
en ons een geestelijke toepassing geeft.

149
00:08:37,710 --> 00:08:41,250
Daardoor hoeven we niet te
gissen naar de betekenis van veel

150
00:08:41,250 --> 00:08:43,230
onderdelen van de tabernakel.

151
00:08:43,230 --> 00:08:47,550
Bij deze tempel krijgen we in het
Nieuwe Testament niet veel uitleg.

152
00:08:47,550 --> 00:08:51,690
Ons wordt in het Nieuwe Testament
alleen herhaaldelijk verteld dat:

153
00:08:51,690 --> 00:08:56,070
Of weet u niet, dat uw lichaam een
tempel is van de Heilige Geest,

154
00:08:56,070 --> 00:09:01,530
Die in u is en Die u van God hebt
ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?

155
00:09:01,530 --> 00:09:05,910
Daarom zouden we kunnen zeggen dat
de gemeente, die Zijn tempel is,

156
00:09:05,910 --> 00:09:08,070
hier symbolisch wordt uitgebeeld.

157
00:09:08,070 --> 00:09:12,510
Dat is een theorie die we bij onze
studie van dit gedeelte in elk geval als

158
00:09:12,510 --> 00:09:14,430
mogelijkheid voor ogen zullen houden.

159
00:09:14,430 --> 00:09:18,690
Gezien de aard van dit gedeelte kan ik
het niet verantwoorden om er uitvoerig bij

160
00:09:18,690 --> 00:09:19,890
stil te staan.

161
00:09:19,890 --> 00:09:23,850
Tegelijkertijd is het door de lengte
ervan moeilijk om het helemaal

162
00:09:23,850 --> 00:09:25,950
vers voor vers door te nemen.

163
00:09:25,950 --> 00:09:30,450
Maar omdat je het materiaal hebt gelezen,
weet je dat sommige delen van dit gedeelte

164
00:09:30,450 --> 00:09:33,030
meer in het oog springen dan andere.

165
00:09:33,030 --> 00:09:37,590
Sommige delen zijn eenvoudigweg een lange
beschrijving van de lengte van muren,

166
00:09:37,590 --> 00:09:42,150
voorhoven of vertrekken, afmetingen
van het altaar en dergelijke dingen.

167
00:09:42,150 --> 00:09:46,650
Over die afmetingen heb ik geen bijzonder
inzicht en ik voel er weinig voor

168
00:09:46,650 --> 00:09:48,870
om daar commentaar op te geven.

169
00:09:48,870 --> 00:09:51,690
Verspreid door deze beschrijving
staan veel gedeelten

170
00:09:51,690 --> 00:09:54,390
die voor ons wel het bespreken waard zijn.

171
00:09:54,390 --> 00:09:56,130
Daarom wil ik die bekijken.

172
00:09:56,130 --> 00:09:59,370
Ik wil die eruit lichten
en er commentaar op geven.

173
00:09:59,370 --> 00:10:03,690
Ik heb al gezegd dat dit geen beschrijving
is van een tempel die tot nu toe in

174
00:10:03,690 --> 00:10:05,310
Jeruzalem is gebouwd.

175
00:10:05,310 --> 00:10:07,650
Als het dus een fysieke tempel beschrijft,

176
00:10:07,650 --> 00:10:11,430
zouden we aannemen dat het een
toekomstige tempel moet zijn.

177
00:10:11,430 --> 00:10:15,570
Er is nog één andere mogelijkheid:
het zou een beschrijving kunnen zijn

178
00:10:15,570 --> 00:10:18,030
van de tempel die er had kunnen zijn

179
00:10:18,030 --> 00:10:21,210
als de Joden volledig
gehoorzaam waren geweest.

180
00:10:21,210 --> 00:10:26,250
Ter ondersteuning van deze gedachte wil ik
je een uitspraak laten zien die God tegen

181
00:10:26,250 --> 00:10:31,890
Ezechiël doet in hoofdstuk
43, vers 10 en 11. Hij zegt:

182
00:10:31,890 --> 00:10:36,450
U, mensenkind, breng het huis van
Israël de boodschap van dit huis,

183
00:10:36,450 --> 00:10:39,990
zodat zij zich schamen
vanwege hun ongerechtigheden,

184
00:10:39,990 --> 00:10:41,730
en laten zij het ontwerp meten.

185
00:10:41,730 --> 00:10:45,450
Als zij zich dan schamen vanwege
alles wat zij gedaan hebben,

186
00:10:45,450 --> 00:10:49,710
maak hun dan bekend de vorm van
het huis, de inrichting ervan,

187
00:10:49,710 --> 00:10:55,110
de uitgangen ervan en de ingangen
ervan, ja, alle vormen ervan,

188
00:10:55,110 --> 00:11:00,150
met alle bijbehorende verordeningen,
alle bijbehorende vormen en alle

189
00:11:00,150 --> 00:11:03,570
bijbehorende wetten, en
schrijf dat voor hun ogen op,

190
00:11:03,570 --> 00:11:07,830
zodat zij heel de vorm ervan met
alle bijbehorende verordeningen in

191
00:11:07,830 --> 00:11:09,870
acht nemen en die houden.

192
00:11:09,870 --> 00:11:14,310
Dat wil zeggen: laat deze tempel
aan het huis van Israël zien.

193
00:11:14,310 --> 00:11:19,110
Met andere woorden, over de inhoud
van deze negen hoofdstukken zei Hij:

194
00:11:19,110 --> 00:11:23,130
als het volk zich werkelijk schaamt
voor alles wat het heeft gedaan,

195
00:11:23,130 --> 00:11:27,810
laat hun dit dan zien, want dan
zal het op hen van toepassing zijn.

196
00:11:27,810 --> 00:11:30,450
De gedachte kan zijn dat als ze zich niet

197
00:11:30,450 --> 00:11:35,790
volledig schamen voor alles wat ze hebben
gedaan, als er geen echte bekering is,

198
00:11:35,790 --> 00:11:38,430
dit voor hen niet van belang zal zijn.

199
00:11:38,430 --> 00:11:44,130
Dat wil zeggen: als er een echte bekering
is, een werkelijke omkeer van het volk,

200
00:11:44,130 --> 00:11:48,390
dan zal deze tempel een beschrijving
zijn van de tempel die God

201
00:11:48,390 --> 00:11:50,610
hen zal toestaan te herbouwen.

202
00:11:50,610 --> 00:11:55,350
Maar als ze zich niet volledig bekeren,
dan is niets hiervan van toepassing.

203
00:11:55,350 --> 00:11:59,070
Dat is in elk geval een mogelijke
betekenis die we uit vers

204
00:11:59,070 --> 00:12:00,990
11 zouden kunnen halen:

205
00:12:00,990 --> 00:12:04,530
Als ze zich schamen voor
alles wat ze hebben gedaan,

206
00:12:04,530 --> 00:12:07,470
laat hun dan zien hoe dit huis eruitziet.

207
00:12:07,470 --> 00:12:11,730
Dit zou betekenen dat we zouden
kunnen zeggen dat de Joden niet

208
00:12:11,730 --> 00:12:15,390
volledig berouw hadden over
alles wat ze hadden gedaan.

209
00:12:15,390 --> 00:12:18,450
Toen de Joden bijvoorbeeld
uit Babylon terugkeerden,

210
00:12:18,450 --> 00:12:21,210
keerde maar een heel klein
aantal van hen terug.

211
00:12:21,210 --> 00:12:24,990
De meeste Joden hadden er niet
eens behoefte aan om naar Jeruzalem

212
00:12:24,990 --> 00:12:26,250
terug te gaan.

213
00:12:26,250 --> 00:12:31,110
Ze bleven in Babylon, waar ze een
redelijk goede situatie hadden gevonden.

214
00:12:31,110 --> 00:12:36,030
Ze hadden er werk en land en gezinnen,
en ze hadden er gewoon geen behoefte aan

215
00:12:36,030 --> 00:12:37,530
om te vertrekken.

216
00:12:37,530 --> 00:12:41,970
Op grond van het feit dat zo weinig Joden
er zelfs maar behoefte aan hadden om naar

217
00:12:41,970 --> 00:12:45,990
Jeruzalem terug te gaan, zouden we dus
kunnen zeggen dat er misschien geen

218
00:12:45,990 --> 00:12:51,150
volledig berouw of volledige schaamte
was over wat ze hadden gedaan.

219
00:12:51,150 --> 00:12:54,990
Zelfs onder degenen die
teruggingen, waren er wel problemen.

220
00:12:54,990 --> 00:12:58,350
We zien in Nehemia en
Ezra dat er gevallen waren

221
00:12:58,350 --> 00:13:00,930
waarin de rijken de armen onderdrukten.

222
00:13:00,930 --> 00:13:04,890
Er waren gevallen waarin sommigen
van hun vrouw waren gescheiden

223
00:13:04,890 --> 00:13:07,650
en met heidense vrouwen waren getrouwd.

224
00:13:07,650 --> 00:13:12,930
Dit waren zaken waartegen Nehemia en
Ezra tuchtmaatregelen moesten nemen in de

225
00:13:12,930 --> 00:13:15,510
gemeenschap van teruggekeerde ballingen.

226
00:13:15,510 --> 00:13:18,450
Daarom zouden we kunnen
zeggen dat dit volk niet

227
00:13:18,450 --> 00:13:23,250
volledig tot bekering was gekomen
en zich niet volledig had omgekeerd.

228
00:13:23,250 --> 00:13:28,170
Daardoor is deze tempel, die er
had kunnen komen, er nooit gekomen,

229
00:13:28,170 --> 00:13:30,930
en daarom zal hij er ook nooit komen.

230
00:13:30,930 --> 00:13:33,390
Dat is in elk geval een mogelijkheid.

231
00:13:33,390 --> 00:13:38,010
Misschien wordt hier een tempel en een
tempeldienst beschreven die God bedoeld

232
00:13:38,010 --> 00:13:42,150
had als beschrijving van de herstelde
tempel, maar het was voorwaardelijk.

233
00:13:42,150 --> 00:13:44,970
Doordat de Joden niet aan
de voorwaarden voldeden,

234
00:13:44,970 --> 00:13:47,430
raakte dit hele gedeelte achterhaald.

235
00:13:47,430 --> 00:13:51,510
Dat is voor mij een aannemelijke
en bevredigende verklaring.

236
00:13:51,510 --> 00:13:54,690
Daarmee verdwijnen natuurlijk
alle problemen die ontstaan

237
00:13:54,690 --> 00:13:57,570
wanneer je zegt dat dit
geen beschrijving is van de

238
00:13:57,570 --> 00:13:59,910
tempel die daadwerkelijk werd gebouwd.

239
00:13:59,910 --> 00:14:02,430
Het hoeft niet noodzakelijk
van toepassing te zijn

240
00:14:02,430 --> 00:14:05,070
op een tempel die nog gebouwd zal worden.

241
00:14:05,070 --> 00:14:09,150
En we hoeven niet in alle details
verbanden te vinden tussen die tempel en

242
00:14:09,150 --> 00:14:10,890
een geestelijke tempel.

243
00:14:10,890 --> 00:14:13,110
Maar dit wil ik er wel over zeggen.

244
00:14:13,110 --> 00:14:16,410
Deze beschrijving wordt
zo uitvoerig gegeven.

245
00:14:16,410 --> 00:14:19,950
Zelfs als het een hypothetische
of mogelijke tempel was,

246
00:14:19,950 --> 00:14:23,190
die er zou kunnen komen als ze
aan de voorwaarden voldeden,

247
00:14:23,190 --> 00:14:26,910
zou ik zeggen dat het bewaren
van die beschrijving waardevol is

248
00:14:26,910 --> 00:14:31,830
om een geestelijk zinnebeeld te laten
zien, ook al is de tempel nooit gebouwd.

249
00:14:31,830 --> 00:14:36,450
Dat wil zeggen: God bepaalde dat
de tempel er zo uit moest zien.

250
00:14:36,450 --> 00:14:40,830
En de reden daarvoor zou dezelfde zijn
als de reden waarom Hij bepaalde dat de

251
00:14:40,830 --> 00:14:44,190
tabernakel eruit moest
zien zoals hij eruitzag:

252
00:14:44,190 --> 00:14:46,950
om de geestelijke tempel uit te beelden.

253
00:14:46,950 --> 00:14:49,770
Dus zou ik zeggen dat we
bij het bestuderen van deze

254
00:14:49,770 --> 00:14:53,970
hoofdstukken kunnen zeggen dat we
beschrijven wat er had kunnen zijn

255
00:14:53,970 --> 00:14:56,970
als het volk volledig
gehoorzaam was geweest.

256
00:14:56,970 --> 00:15:01,650
Tegelijkertijd zou God deze tempel
hebben gewild om daarmee bepaalde

257
00:15:01,650 --> 00:15:06,090
geestelijke werkelijkheden uit te
beelden, net als met de tabernakel.

258
00:15:06,090 --> 00:15:10,830
Als we dit doorlezen, zullen we zien dat
er beslist een geestelijk aspect aan zit.

259
00:15:10,830 --> 00:15:16,110
Als je bijvoorbeeld bijna aan het einde
van dit gedeelte komt, bij hoofdstuk 47,

260
00:15:16,110 --> 00:15:18,450
zie je in vers 1 water:

261
00:15:18,450 --> 00:15:21,750
Daarna bracht Hij mij terug
naar de ingang van het huis.

262
00:15:21,750 --> 00:15:27,150
En zie, er stroomde water uit, van onder
de drempel van het huis naar het oosten,

263
00:15:27,150 --> 00:15:30,330
want de voorkant van het
huis lag naar het oosten.

264
00:15:30,330 --> 00:15:34,290
Het water stroomde naar beneden van
onder de rechterzijde van het huis,

265
00:15:34,290 --> 00:15:36,030
ten zuiden van het altaar.

266
00:15:36,030 --> 00:15:41,190
Dat water stroomt uit de tempel naar
buiten, van onder de drempel van de deur.

267
00:15:41,190 --> 00:15:43,830
Als we het strikt over een
letterlijke tempel hebben,

268
00:15:43,830 --> 00:15:48,810
dan is dit iets verbazingwekkends: er
ontspringt een waterbron uit de tempel,

269
00:15:48,810 --> 00:15:52,830
en het water stroomt naar beneden
en wordt een grote rivier.

270
00:15:52,830 --> 00:15:57,570
Hij beschrijft hoe die in de Dode
Zee uitmondt en de zee levend maakt.

271
00:15:57,570 --> 00:16:00,690
De Dode Zee was dood
omdat die zo zout was,

272
00:16:00,690 --> 00:16:04,110
en er konden geen vissen
of andere dingen in leven.

273
00:16:04,110 --> 00:16:09,210
Toch wordt deze rivier in Ezechiël
47 beschreven als een rivier

274
00:16:09,210 --> 00:16:13,470
die uit het huis van God stroomt
en in de Dode Zee uitmondt.

275
00:16:13,470 --> 00:16:16,470
En dan leeft daar plotseling
een menigte vissen.

276
00:16:16,470 --> 00:16:19,470
Er zijn daar veel vissers
die de vissen vangen.

277
00:16:19,470 --> 00:16:21,570
De zee komt tot leven.

278
00:16:21,570 --> 00:16:23,490
Dit is levend water.

279
00:16:23,490 --> 00:16:26,970
Het is water dat leven
geeft aan wat dood is.

280
00:16:26,970 --> 00:16:33,030
In hoofdstuk 47, in vers 9, zul je zelfs
zien dat de allerlaatste regel zegt:

281
00:16:33,030 --> 00:16:36,690
Het zal gebeuren dat alle
levende wezens die er wemelen,

282
00:16:36,690 --> 00:16:40,050
overal waar een van beide beken
naartoe komt, zullen leven.

283
00:16:40,050 --> 00:16:44,730
Daar zal zeer veel vis zijn,
omdat dit water daarheen komt,

284
00:16:44,730 --> 00:16:48,870
en alles waarheen deze beek
komt, zal gezond worden en leven.

285
00:16:48,870 --> 00:16:52,770
We zien ook dat er aan beide
kanten van de rivier bomen groeien,

286
00:16:52,770 --> 00:16:55,950
in vers 12 van hoofdstuk 47:

287
00:16:55,950 --> 00:17:01,770
En langs de beek, langs de oever ervan,
zullen aan deze kant en aan de andere kant

288
00:17:01,770 --> 00:17:05,910
allerlei vruchtbomen opkomen,
waarvan het blad niet zal verwelken

289
00:17:05,910 --> 00:17:08,730
en waarvan de vrucht niet zal opraken.

290
00:17:08,730 --> 00:17:11,430
Elke maand zullen ze nieuwe
vruchten voortbrengen,

291
00:17:11,430 --> 00:17:14,550
want het water ervoor
stroomt uit het heiligdom.

292
00:17:14,550 --> 00:17:19,290
De vrucht ervan zal tot voedsel
dienen en het blad ervan tot genezing.

293
00:17:19,290 --> 00:17:22,290
Als je vertrouwd bent
met het boek Openbaring,

294
00:17:22,290 --> 00:17:25,110
weet je dat Johannes deze
beelden samenbrengt in zijn

295
00:17:25,110 --> 00:17:30,150
voorstelling van de nieuwe hemelen en
de nieuwe aarde. Hij beschrijft daar:

296
00:17:30,150 --> 00:17:34,530
En hij liet mij een zuivere rivier
zien, van het water des levens,

297
00:17:34,530 --> 00:17:39,330
helder als kristal, die uit de
troon van God en van het Lam kwam.

298
00:17:39,330 --> 00:17:43,650
In het midden van haar straat en aan
de ene en de andere zijde van de rivier

299
00:17:43,650 --> 00:17:48,391
bevond zich de Boom des levens,
die twaalf vruchten voortbrengt —

300
00:17:48,391 --> 00:17:51,630
van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht.

301
00:17:51,630 --> 00:17:55,890
En de bladeren van de boom zijn
tot genezing van de heidenvolken.

302
00:17:55,890 --> 00:18:00,630
**Verwijzing gecontroleerd:**
de spreker noemde Openbaring 21,

303
00:18:00,630 --> 00:18:05,490
maar de bewoording is Openbaring 22:1-2.

304
00:18:05,490 --> 00:18:10,710
Enzovoort. Dit is allemaal ontleend
aan de beeldspraak van Ezechiël hier.

305
00:18:10,710 --> 00:18:15,810
Maar in Openbaring 21, waar we
die beschrijving hebben, of 22,

306
00:18:15,810 --> 00:18:18,810
lijkt het erop dat we kijken
naar een symbolische voorstelling

307
00:18:18,810 --> 00:18:20,730
van geestelijke werkelijkheid.

308
00:18:20,730 --> 00:18:25,110
Werkelijkheden. En dat zou hier
vrijwel zeker ook het geval zijn.

309
00:18:25,110 --> 00:18:29,130
Want als je het nog eens leest, zul
je opmerken hoe de rivier dieper werd

310
00:18:29,130 --> 00:18:31,950
naarmate het water verder
van zijn bron kwam.

311
00:18:31,950 --> 00:18:36,330
En in de loop van deze lezing zullen we
enkele van die verzen aan het begin van

312
00:18:36,330 --> 00:18:38,910
hoofdstuk 47 lezen.

313
00:18:38,910 --> 00:18:44,310
Is het je bij het lezen van hoofdstuk
47 opgevallen dat de engel, of de man,

314
00:18:44,310 --> 00:18:49,410
duizend el vanaf de bron van de rivier
mat, en dat het water tot de enkels kwam?

315
00:18:49,410 --> 00:18:53,910
Toen hij nog eens duizend el verder van
de bron ging, kwam het tot de knieën.

316
00:18:53,910 --> 00:18:58,650
Nog eens duizend el verder kwam
het tot de lendenen, enzovoort.

317
00:18:58,650 --> 00:19:04,590
Een paar duizend el later was het zo diep
dat het als een snelstromende rivier was.

318
00:19:04,590 --> 00:19:07,590
Het is niet natuurlijk dat
rivieren als een stroompje beginnen

319
00:19:07,590 --> 00:19:09,390
en gaandeweg groter worden.

320
00:19:09,390 --> 00:19:11,730
De enige manier waarop ze groter worden,

321
00:19:11,730 --> 00:19:15,030
is als andere kleine
stroompjes erin uitmonden.

322
00:19:15,030 --> 00:19:19,770
Maar dit is iets bovennatuurlijks,
en ik geloof dat het symbolisch is.

323
00:19:19,770 --> 00:19:23,190
Natuurlijk geloof ik dat het symbool
staat voor waar we het in Johannes

324
00:19:23,190 --> 00:19:26,670
hoofdstuk 7 over hadden:
de rivier van leven,

325
00:19:26,670 --> 00:19:31,650
het levende water dat uit de gemeente
stroomt, en dat is de Heilige Geest.

326
00:19:31,650 --> 00:19:34,590
Daar zullen we over praten
wanneer we eraan toe zijn.

327
00:19:34,590 --> 00:19:37,470
Maar wat ik wil zeggen, is dat
alleen al de beschrijving van deze

328
00:19:37,470 --> 00:19:42,090
rivier in hoofdstuk 47 ons erop
wijst dat er in dit visioen

329
00:19:42,090 --> 00:19:45,810
meer wordt beschreven dan alleen
natuurlijke verschijnselen.

330
00:19:45,810 --> 00:19:47,790
Er is iets geestelijks aan.

331
00:19:47,790 --> 00:19:49,650
Er is iets bovennatuurlijks aan.

332
00:19:49,650 --> 00:19:52,530
De meest gangbare opvatting
onder de hedendaagse,

333
00:19:52,530 --> 00:19:56,850
populaire leraren in de christelijke
kerk is dat dit gaat over een toekomstige

334
00:19:56,850 --> 00:20:00,990
tempel in het duizendjarig rijk,
nadat Jezus is teruggekomen.

335
00:20:00,990 --> 00:20:02,970
Die opvatting verwerp ik.

336
00:20:02,970 --> 00:20:07,230
Laat me je laten zien waarom ik geloof
dat die opvatting niet waar kan zijn.

337
00:20:07,230 --> 00:20:11,550
Die opvatting is niet alleen onwenselijk;
er staan ook dingen in deze hoofdstukken

338
00:20:11,550 --> 00:20:15,210
die bewijzen dat die uitleg
onmogelijk juist kan zijn.

339
00:20:15,210 --> 00:20:17,790
Laat me je verschillende
redenen laten zien.

340
00:20:17,790 --> 00:20:22,230
Kijk om te beginnen naar
hoofdstuk 44 en vers 22.

341
00:20:22,230 --> 00:20:26,190
Hier wordt het leven van de priesters
in deze nieuwe tempel beschreven.

342
00:20:26,190 --> 00:20:29,550
Hoofdstuk 44, vers 22 zegt:

343
00:20:29,550 --> 00:20:34,170
Zij mogen zich geen weduwe of een
verstoten vrouw tot vrouw nemen.

344
00:20:34,170 --> 00:20:38,610
Zij mogen alleen jonge vrouwen uit het
nageslacht van het huis van Israël tot

345
00:20:38,610 --> 00:20:43,230
vrouw nemen, of een weduwe die
weduwe van een priester is geworden.

346
00:20:43,230 --> 00:20:47,130
Met ‘een verstoten vrouw’ wordt
een gescheiden vrouw bedoeld.

347
00:20:47,130 --> 00:20:50,550
De spreker legt het
Engelse woord ‘maidens’,

348
00:20:50,550 --> 00:20:55,470
hier weergegeven als ‘jonge
vrouwen’, uit als ‘maagden’.

349
00:20:55,470 --> 00:20:59,610
De genoemde weduwe is de weduwe
van een overleden priester.

350
00:20:59,610 --> 00:21:05,670
Voordat ik daar iets over zeg, kijk
eens naar hoofdstuk 47 en vers 22.

351
00:21:05,670 --> 00:21:09,090
Hoofdstuk 47, vers 22:

352
00:21:09,090 --> 00:21:13,470
En het zal gebeuren dat u het als
erfelijk bezit zult doen toevallen aan u

353
00:21:13,470 --> 00:21:16,290
en aan de vreemdelingen die
in uw midden verblijven,

354
00:21:16,290 --> 00:21:19,110
die in uw midden kinderen verwekt hebben.

355
00:21:19,110 --> 00:21:23,370
Zij zullen voor u zijn als een
ingezetene onder de Israëlieten.

356
00:21:23,370 --> 00:21:26,250
Hun zal het met u in
erfelijk bezit toevallen,

357
00:21:26,250 --> 00:21:28,230
te midden van de stammen van Israël.

358
00:21:28,230 --> 00:21:31,710
In het ene geval hebben we een
beschrijving van een priester.

359
00:21:31,710 --> 00:21:35,310
In het tweede geval een
beschrijving van vreemdelingen,

360
00:21:35,310 --> 00:21:37,590
heidenen die onder hen wonen.

361
00:21:37,590 --> 00:21:41,430
In beide gevallen wordt verwezen
naar het gezinsleven en het huwelijk,

362
00:21:41,430 --> 00:21:46,650
vooral in de passage over de
priesters in hoofdstuk 44:22.

363
00:21:46,650 --> 00:21:50,910
Daar staat dat zijn vrouw geen
weduwe of gescheiden vrouw mag zijn,

364
00:21:50,910 --> 00:21:53,310
tenzij het de weduwe van een priester is.

365
00:21:53,310 --> 00:21:55,110
Hier zijn twee problemen.

366
00:21:55,110 --> 00:21:59,970
Ten eerste zei Jezus in Lukas
20, vers 34 tot en met 36,

367
00:21:59,970 --> 00:22:03,810
dat in de opstanding het huwelijk tot
het verleden zal behoren en er niet meer

368
00:22:03,810 --> 00:22:05,250
getrouwd zal worden.

369
00:22:05,250 --> 00:22:07,650
Degenen die het zover brengen, zei Hij,

370
00:22:07,650 --> 00:22:10,470
die waardig geacht worden om
deel te hebben aan de opstanding

371
00:22:10,470 --> 00:22:12,030
van de rechtvaardigen:

372
00:22:12,030 --> 00:22:17,370
En Jezus antwoordde en zei tegen hen: De
kinderen van deze wereld trouwen en worden

373
00:22:17,370 --> 00:22:21,570
ten huwelijk gegeven, maar zij die het
waard geacht zijn die toekomstige wereld

374
00:22:21,570 --> 00:22:24,450
te verkrijgen, en de
opstanding uit de doden,

375
00:22:24,450 --> 00:22:28,110
zullen niet trouwen en ook niet
ten huwelijk gegeven worden.

376
00:22:28,110 --> 00:22:32,310
Want zij kunnen niet meer sterven,
omdat zij gelijk zijn aan engelen.

377
00:22:32,310 --> 00:22:36,690
En zij zijn kinderen van God, omdat
zij kinderen van de opstanding zijn.

378
00:22:36,690 --> 00:22:41,370
Met andere woorden, het huwelijk zal niet
meer bestaan nadat wij zijn opgewekt.

379
00:22:41,370 --> 00:22:44,370
Als dit over een toekomstig
duizendjarig rijk gaat,

380
00:22:44,370 --> 00:22:48,030
dan is dat noodzakelijkerwijs
na de komst van Christus.

381
00:22:48,030 --> 00:22:52,290
En als het na de komst van Christus
is, dan is het na de opstanding.

382
00:22:52,290 --> 00:22:55,770
En als het na de opstanding is,
dan zou er geen huwelijk zijn.

383
00:22:55,770 --> 00:23:00,090
Toch staat hier duidelijk een beschrijving
van een huwelijk en gezinsleven.

384
00:23:00,090 --> 00:23:04,050
Dat kan niet van toepassing zijn
op iets na de komst van Christus,

385
00:23:04,050 --> 00:23:08,070
want het huwelijk zal tot het
verleden behoren wanneer Jezus komt.

386
00:23:08,070 --> 00:23:12,150
In de opstanding zijn ze niet
getrouwd, staat er in Lukas 20,

387
00:23:12,150 --> 00:23:15,090
vers 34 tot en met 36.

388
00:23:15,090 --> 00:23:17,790
Dus hier heb je één goede reden.

389
00:23:17,790 --> 00:23:23,130
Ook wordt in dezelfde passage,
in hoofdstuk 44 en vers 22,

390
00:23:23,130 --> 00:23:26,790
waar we zojuist naar hebben gekeken,
iemand genoemd die de weduwe van

391
00:23:26,790 --> 00:23:28,110
een priester is.

392
00:23:28,110 --> 00:23:30,870
Dat wijst erop dat er
mensen zullen sterven.

393
00:23:30,870 --> 00:23:33,390
Hoe kunnen mensen na
de opstanding sterven,

394
00:23:33,390 --> 00:23:35,970
wanneer ze hun opstandingslichaam hebben?

395
00:23:35,970 --> 00:23:38,610
Ten eerste zullen ze niet getrouwd zijn.

396
00:23:38,610 --> 00:23:42,390
En als ze dat wel waren, zouden
hun vrouwen nooit weduwe worden,

397
00:23:42,390 --> 00:23:44,670
omdat ze nooit zouden sterven.

398
00:23:44,670 --> 00:23:48,750
Nadat Jezus is teruggekomen,
zal de dood er niet meer zijn.

399
00:23:48,750 --> 00:23:54,510
Bij de opstanding, staat er in 1 Korinthe
15, zal de uitspraak in vervulling gaan:

400
00:23:54,510 --> 00:23:57,270
Dood, waar is uw prikkel?

401
00:23:57,270 --> 00:24:00,030
Graf, waar is uw overwinning?

402
00:24:00,030 --> 00:24:02,850
Want daarna zal er geen dood meer zijn.

403
00:24:02,850 --> 00:24:05,250
Hoe zouden er dan weduwen kunnen zijn?

404
00:24:05,250 --> 00:24:08,970
Je ziet dat de beschrijving, alleen
al op grond van die twee punten,

405
00:24:08,970 --> 00:24:13,590
ons heel duidelijk zou moeten maken dat we
hier niet kijken naar een beeld van iets

406
00:24:13,590 --> 00:24:15,390
na de komst van de Heere.

407
00:24:15,390 --> 00:24:18,390
Toch is dit de meest
verbreide opvatting onder

408
00:24:18,390 --> 00:24:22,350
christenen die tegenwoordig in de
media optreden en van wie we de stemmen

409
00:24:22,350 --> 00:24:23,850
het vaakst horen.

410
00:24:23,850 --> 00:24:28,290
Laat me je nog een reden geven waarom dit
niet van toepassing kan zijn op een tijd

411
00:24:28,290 --> 00:24:30,150
na de komst van Christus.

412
00:24:30,150 --> 00:24:33,270
Kijk naar hoofdstuk 44 en vers 9.

413
00:24:33,270 --> 00:24:35,730
Hoofdstuk 44 en vers 9 zegt:

414
00:24:35,730 --> 00:24:39,510
Zo zegt de Heere HEERE:
Geen enkele vreemdeling,

415
00:24:39,510 --> 00:24:42,630
onbesneden van hart en
onbesneden van lichaam,

416
00:24:42,630 --> 00:24:45,030
mag in Mijn heiligdom binnenkomen.

417
00:24:45,030 --> 00:24:49,470
Dit geldt voor elke vreemdeling die
te midden van de Israëlieten is.

418
00:24:49,470 --> 00:24:52,770
Wat hier wordt gezegd, is dat
iemand niet alleen van hart,

419
00:24:52,770 --> 00:24:55,530
maar ook lichamelijk besneden moet zijn.

420
00:24:55,530 --> 00:24:59,670
Ze moeten lichamelijk besneden
zijn om deze tempel binnen te gaan.

421
00:24:59,670 --> 00:25:02,610
Laat me je aandacht richten
op het Nieuwe Testament,

422
00:25:02,610 --> 00:25:07,050
op Galaten hoofdstuk 5
en vers 6, waar staat:

423
00:25:07,050 --> 00:25:11,490
In Christus Jezus heeft namelijk
niet het besneden zijn enige kracht,

424
00:25:11,490 --> 00:25:17,670
en ook niet het onbesneden zijn, maar het
geloof, dat door de liefde werkzaam is.

425
00:25:17,670 --> 00:25:22,050
Met andere woorden, besnijdenis
heeft voor God geen betekenis meer

426
00:25:22,050 --> 00:25:23,850
nu we in Christus zijn.

427
00:25:23,850 --> 00:25:26,010
Het behoort tot het verleden.

428
00:25:26,010 --> 00:25:30,630
Of je besneden bent of niet, doet
er voor God voortaan niet toe.

429
00:25:30,630 --> 00:25:33,630
In Christus is dit allemaal afgeschaft.

430
00:25:33,630 --> 00:25:37,950
Dit maakt deel uit van de schaduw
die geen betrekking meer heeft op het

431
00:25:37,950 --> 00:25:40,230
leven in Christus vandaag.

432
00:25:40,230 --> 00:25:45,870
Er is nog een andere tekst om naar
te kijken: 1 Korinthe 7, vers 19.

433
00:25:45,870 --> 00:25:47,130
Paulus zegt:

434
00:25:47,130 --> 00:25:51,090
Besneden zijn is niets en
onbesneden zijn is niets,

435
00:25:51,090 --> 00:25:54,630
maar het in acht nemen
van de geboden van God.

436
00:25:54,630 --> 00:25:56,490
Dat is wél iets, zie je.

437
00:25:56,490 --> 00:26:01,230
Het enige wat ertoe doet, is het
houden van de geboden van God.

438
00:26:01,230 --> 00:26:04,170
Besnijdenis doet er voor
God helemaal niet toe,

439
00:26:04,170 --> 00:26:07,830
en onbesneden zijn is evenmin een punt.

440
00:26:07,830 --> 00:26:13,110
Ook in Galaten, opnieuw,
hoofdstuk 6 en vers 15, staat:

441
00:26:13,110 --> 00:26:17,910
Want in Christus Jezus heeft niet
het besneden zijn enige kracht,

442
00:26:17,910 --> 00:26:22,710
en ook niet het onbesneden zijn, maar
wel dat we een nieuwe schepping zijn.

443
00:26:22,710 --> 00:26:25,950
We hebben dus drie uitspraken
in de geschriften van Paulus

444
00:26:25,950 --> 00:26:30,270
waarin hij ons vertelt dat besnijdenis
en onbesneden zijn in Christus

445
00:26:30,270 --> 00:26:31,950
nooit een punt zijn.

446
00:26:31,950 --> 00:26:35,670
Wat er voor God wel toe doet,
volgens de passage in Korinthe,

447
00:26:35,670 --> 00:26:38,190
is het houden van de geboden van God.

448
00:26:38,190 --> 00:26:42,450
Volgens de twee passages in Galaten gaat
het Hem erom of je een nieuwe schepping

449
00:26:42,450 --> 00:26:47,190
bent, ofwel wedergeboren bent, en
of je geloof door liefde werkt.

450
00:26:47,190 --> 00:26:51,870
Maar al deze passages benadrukken
dat lichamelijke besnijdenis voor God

451
00:26:51,870 --> 00:26:53,250
geen punt is.

452
00:26:53,250 --> 00:26:57,330
En in Romeinen 2, vers 28 en 29:

453
00:26:57,330 --> 00:27:00,570
Want niet híj is Jood die
het in het openbaar is,

454
00:27:00,570 --> 00:27:05,190
en niet dát is besnijdenis die in het
openbaar in het vlees plaatsvindt,

455
00:27:05,190 --> 00:27:10,770
maar híj is Jood die het in het
verborgene is, en dát is besnijdenis,

456
00:27:10,770 --> 00:27:14,670
die van het hart is, naar de
geest, niet naar de letter.

457
00:27:14,670 --> 00:27:17,670
Zijn lof is niet uit mensen maar uit God.

458
00:27:17,670 --> 00:27:21,210
Opnieuw zegt Paulus dat
lichamelijke besnijdenis geen

459
00:27:21,210 --> 00:27:23,910
onderscheidend kenmerk van Gods volk is.

460
00:27:23,910 --> 00:27:26,670
Alleen de besnijdenis
van het hart doet ertoe.

461
00:27:26,670 --> 00:27:30,270
Toch lezen we in Ezechiël 44, vers 9,

462
00:27:30,270 --> 00:27:33,210
dat iemand niet alleen
besneden van hart moet zijn,

463
00:27:33,210 --> 00:27:36,810
maar ook besneden van vlees om
het heiligdom binnen te gaan.

464
00:27:36,810 --> 00:27:41,790
Als dit van toepassing is op een tijd na
Zijn wederkomst, dan zou deze verordening,

465
00:27:41,790 --> 00:27:45,990
die bij de eerste komst van Christus haar
geestelijke vervulling heeft gekregen,

466
00:27:45,990 --> 00:27:49,590
weer teruggaan naar haar vleselijke
toepassing na Zijn komst.

467
00:27:49,590 --> 00:27:53,430
Dat is in hoge mate onverenigbaar
met de leer van het Nieuwe Testament.

468
00:27:53,430 --> 00:27:54,870
De Bijbel leert:

469
00:27:54,870 --> 00:27:58,590
Zo is dan de wet onze
leermeester geweest tot Christus,

470
00:27:58,590 --> 00:28:01,950
opdat wij uit het geloof
gerechtvaardigd zouden worden.

471
00:28:01,950 --> 00:28:06,630
Maar nu het geloof gekomen is, zijn
wij niet meer onder een leermeester.

472
00:28:06,630 --> 00:28:09,330
Zeggen dat we, wanneer
Jezus weer terugkomt,

473
00:28:09,330 --> 00:28:11,850
opnieuw onder de
tuchtmeester zullen komen,

474
00:28:11,850 --> 00:28:15,450
lijkt volledig tegen de
redenering van Paulus in te gaan.

475
00:28:15,450 --> 00:28:20,310
Zeggen dat lichamelijke besnijdenis een
vereiste zal zijn nadat Jezus terugkomt,

476
00:28:20,310 --> 00:28:25,530
is naar mijn overtuiging, in het licht
van het Nieuwe Testament, een absurditeit.

477
00:28:25,530 --> 00:28:29,970
Maar als dit een hypothetische tempel
was, met een ritueel dat de Joden na hun

478
00:28:29,970 --> 00:28:33,870
terugkeer uit Babylon hadden moeten
beoefenen als ze volledig gehoorzaam waren

479
00:28:33,870 --> 00:28:38,190
geweest, dan zou het logisch
zijn dat besnijdenis vereist was.

480
00:28:38,190 --> 00:28:40,230
Want op dat moment in de geschiedenis

481
00:28:40,230 --> 00:28:43,410
zouden ze nog onder het
oude verbond hebben geleefd.

482
00:28:43,410 --> 00:28:48,150
Een andere overweging sluit naar mijn
overtuiging de mogelijkheid helemaal uit

483
00:28:48,150 --> 00:28:51,450
dat we hier naar een tempel
in het duizendjarig rijk

484
00:28:51,450 --> 00:28:53,970
na Jezus' terugkeer zouden kunnen kijken.

485
00:28:53,970 --> 00:28:58,380
Als je kijkt naar hoofdstuk
40, vers 38 en 39:

486
00:28:58,380 --> 00:29:01,950
ik ga een paar voorbeelden
geven van een soort passage die

487
00:29:01,950 --> 00:29:06,490
overal in dit gedeelte voorkomt, maar
een paar voorbeelden zullen volstaan.

488
00:29:06,490 --> 00:29:10,710
Ezechiël 40:38 en 39 zegt:

489
00:29:10,710 --> 00:29:14,730
Er was een kamer met een ingang
bij de muurposten van de poorten.

490
00:29:14,730 --> 00:29:17,070
Daar zou men het brandoffer afspoelen.

491
00:29:17,070 --> 00:29:20,790
In de voorhal van de poort waren
twee tafels aan de ene kant

492
00:29:20,790 --> 00:29:24,330
en twee tafels aan de andere
kant, om het brandoffer,

493
00:29:24,330 --> 00:29:27,390
het zondoffer en het
schuldoffer daarop te slachten.

494
00:29:27,390 --> 00:29:32,730
In deze tempel zijn voorzieningen voor het
brengen van dierenoffers, voor zondoffers,

495
00:29:32,730 --> 00:29:35,370
schuldoffers en brandoffers.

496
00:29:35,370 --> 00:29:39,150
Laat ik nog één voorbeeld van
dit soort passages bekijken.

497
00:29:39,150 --> 00:29:42,330
Hoofdstuk 43 en vers 18:

498
00:29:42,330 --> 00:29:47,130
Toen zei Hij tegen mij:
Mensenkind, zo zegt de Heere HEERE:

499
00:29:47,130 --> 00:29:50,130
Dit zijn de verordeningen voor het altaar.

500
00:29:50,130 --> 00:29:53,790
Op de dag dat het vervaardigd is
om er brandoffers op te brengen

501
00:29:53,790 --> 00:29:55,890
en om er bloed op te sprenkelen,

502
00:29:55,890 --> 00:29:59,190
Dit gaat dus werkelijk weer
over bloedoffers en over

503
00:29:59,190 --> 00:30:02,190
dierenbloed dat op het
altaar wordt gesprenkeld.

504
00:30:02,190 --> 00:30:04,290
Om je de waarheid te zeggen:

505
00:30:04,290 --> 00:30:09,450
premillennialisten zeggen zonder enige
schaamte dat het offerstelsel van Israël

506
00:30:09,450 --> 00:30:14,490
opnieuw zal worden ingesteld wanneer
Jezus voor duizend jaar terugkomt.

507
00:30:14,490 --> 00:30:18,150
Geloven dat dit na Zijn terugkeer
opnieuw zal worden ingesteld,

508
00:30:18,150 --> 00:30:22,530
is in het licht van het boek Hebreeën
een van de grootste godslasteringen

509
00:30:22,530 --> 00:30:26,610
waartoe een christen zich in zijn
dwaasheid zou kunnen laten verleiden.

510
00:30:26,610 --> 00:30:29,970
Jezus heeft alle offers
vervuld in Zijn eigen vlees,

511
00:30:29,970 --> 00:30:33,030
doordat Hij als het laatste
offer werd geofferd.

512
00:30:33,030 --> 00:30:34,770
En aan het kruis zei Hij:

513
00:30:34,770 --> 00:30:35,970
Het is klaar.

514
00:30:35,970 --> 00:30:39,330
Op dat moment scheurde het
voorhangsel van de tempel.

515
00:30:39,330 --> 00:30:43,950
Daarmee werd uitgebeeld dat het
wettelijke stelsel van offers, de tempel,

516
00:30:43,950 --> 00:30:47,610
het altaar en al die dingen
geen betekenis meer hadden,

517
00:30:47,610 --> 00:30:51,930
omdat Christus het tot vervulling
en voltooiing had gebracht.

518
00:30:51,930 --> 00:30:55,650
Suggereren dat we na Zijn terugkeer
weer dieren zullen gaan slachten,

519
00:30:55,650 --> 00:30:58,950
is absoluut in strijd met de
leer van het Nieuwe Testament.

520
00:30:58,950 --> 00:31:02,910
En ik zou daaraan willen toevoegen
dat ons zowel in het Oude Testament

521
00:31:02,910 --> 00:31:05,490
als in het Nieuwe wordt verteld dat God

522
00:31:05,490 --> 00:31:08,310
geen behagen had in
het offeren van dieren.

523
00:31:08,310 --> 00:31:12,510
Hij stond het offeren van dieren
toe en gebood het offeren van dieren

524
00:31:12,510 --> 00:31:15,510
om het offer van Zijn
Zoon vooraf te schaduwen,

525
00:31:15,510 --> 00:31:20,610
om een levend beeld te geven van wat er
bij Zijn komst met Jezus zou gebeuren.

526
00:31:20,610 --> 00:31:24,210
Maar aangezien dat gebeurd is,
en aangezien de wil van God

527
00:31:24,210 --> 00:31:27,150
volmaakt zal worden gedaan
nadat Jezus terugkomt,

528
00:31:27,150 --> 00:31:30,390
is het naar mijn mening
absurd om te suggereren

529
00:31:30,390 --> 00:31:34,830
dat ze een stelsel opnieuw zullen
instellen waar God nooit van hield

530
00:31:34,830 --> 00:31:37,110
en waarin Hij nooit behagen had.

531
00:31:37,110 --> 00:31:42,150
Als je Hebreeën 10 erbij neemt,
staat hier een citaat uit Psalm 40.

532
00:31:42,150 --> 00:31:46,050
Dit is Hebreeën 10, vers 5 tot en met 7:

533
00:31:46,050 --> 00:31:48,930
Daarom zegt Hij bij
Zijn komst in de wereld:

534
00:31:48,930 --> 00:31:52,350
Slachtoffer en graanoffer
hebt U niet gewild,

535
00:31:52,350 --> 00:31:55,830
maar U hebt voor Mij een
lichaam gereedgemaakt.

536
00:31:55,830 --> 00:31:59,790
Brandoffers en offers voor de
zonde hebben U niet behaagd.

537
00:31:59,790 --> 00:32:05,491
Toen zei Ik: Zie, Ik kom — in de
boekrol is over Mij geschreven —

538
00:32:05,491 --> 00:32:07,650
om Uw wil te doen, o God.

539
00:32:07,650 --> 00:32:13,170
Het zojuist gelezen gedeelte uit
Hebreeën bevat een citaat uit Psalm 40,

540
00:32:13,170 --> 00:32:17,310
vers 7 tot en met 9 in de
Nederlandse versnummering.

541
00:32:17,310 --> 00:32:23,190
Dit wordt tegen God gezegd: U, God,
hebt in zulke dingen geen behagen gehad.

542
00:32:23,190 --> 00:32:25,770
Let nu op hoe hij dit verder uitwerkt.

543
00:32:25,770 --> 00:32:30,570
Nadat hij dit heeft aangehaald, zegt
de schrijver van Hebreeën in vers 8:

544
00:32:30,570 --> 00:32:34,470
Daarvoor had Hij gezegd:
Slachtoffer en graanoffer

545
00:32:34,470 --> 00:32:38,310
en brandoffers en offers voor
de zonde hebt U niet gewild

546
00:32:38,310 --> 00:32:43,230
en zij hebben U niet behaagd, hoewel zij
overeenkomstig de wet worden gebracht.

547
00:32:43,230 --> 00:32:46,050
Daarmee bedoelt hij: in dit citaat.

548
00:32:46,050 --> 00:32:51,030
Daarna sprak Hij: Zie, Ik
kom om Uw wil te doen, o God.

549
00:32:51,030 --> 00:32:55,050
Hij neemt het eerste weg om het tweede
daarvoor in de plaats te zetten.

550
00:32:55,050 --> 00:32:59,550
Op grond van die wil zijn wij geheiligd
door het offer van het lichaam van Jezus

551
00:32:59,550 --> 00:33:02,910
Christus, eens en voor altijd gebracht.

552
00:33:02,910 --> 00:33:07,470
Wat hij hier nu zegt, is dat
David in het citaat zei: ‘God,

553
00:33:07,470 --> 00:33:10,110
U had geen behagen in het offerstelsel.

554
00:33:10,110 --> 00:33:11,970
U had een hoger doel.

555
00:33:11,970 --> 00:33:15,150
Uw wil was niet dat dit
stelsel zou blijven bestaan,

556
00:33:15,150 --> 00:33:20,130
maar dat U Mij een lichaam zou geven en
dat Mijn lichaam als het uiteindelijke

557
00:33:20,130 --> 00:33:21,870
offer zou worden gegeven.’

558
00:33:21,870 --> 00:33:24,750
Dat is wat volgens de schrijver
van Hebreeën door David

559
00:33:24,750 --> 00:33:26,610
in het citaat wordt gezegd.

560
00:33:26,610 --> 00:33:30,930
En hij zegt: door te zeggen dat God
in deze dingen geen behagen had,

561
00:33:30,930 --> 00:33:33,690
maar dat Jezus nu komt
om Gods wil te doen,

562
00:33:33,690 --> 00:33:37,410
neemt Hij het oude weg en
brengt Hij het nieuwe tot stand.

563
00:33:37,410 --> 00:33:41,010
Dat wil zeggen: Hij schaft
het eens en voor altijd af,

564
00:33:41,010 --> 00:33:43,950
zoals hij het aan het eind
van vers 10 verwoordt.

565
00:33:43,950 --> 00:33:47,790
Door het lichaam van Jezus is dit
eens en voor altijd afgehandeld.

566
00:33:47,790 --> 00:33:52,110
Dat houdt in dat het offerstelsel
nooit meer enige betekenis zal hebben.

567
00:33:52,110 --> 00:33:54,210
En in vers 12 staat ook:

568
00:33:54,210 --> 00:33:58,890
maar deze Priester is, nadat Hij één
slachtoffer voor de zonden geofferd had,

569
00:33:58,890 --> 00:34:01,890
tot in eeuwigheid gezeten
aan de rechterhand van God.

570
00:34:01,890 --> 00:34:03,930
Daarmee wordt Jezus bedoeld.

571
00:34:03,930 --> 00:34:09,270
Jezus heeft dus één offer van Zijn lichaam
voor de zonden gebracht, voor altijd.

572
00:34:09,270 --> 00:34:14,250
De spreker verbindt ‘voor
altijd’ met het gebrachte offer.

573
00:34:14,250 --> 00:34:18,870
In het hierboven aangehaalde
Nederlandse vers is ‘tot in eeuwigheid’

574
00:34:18,870 --> 00:34:23,010
verbonden met het gezeten
zijn aan Gods rechterhand.

575
00:34:23,010 --> 00:34:27,030
Dat houdt in dat het nooit, maar
dan ook nooit meer nodig zal zijn

576
00:34:27,030 --> 00:34:29,730
om een zondoffer van
dierenbloed te brengen,

577
00:34:29,730 --> 00:34:33,810
en dat zo'n offer ook nooit
meer enige waarde zal hebben.

578
00:34:33,810 --> 00:34:38,370
Als je teruggaat naar Hebreeën 8:
we zouden uit het hele boek Hebreeën

579
00:34:38,370 --> 00:34:43,290
allerlei passages kunnen aanhalen om de
mythe te ontkrachten dat er ooit weer

580
00:34:43,290 --> 00:34:46,710
dierenoffers zullen zijn
die Gods goedkeuring hebben.

581
00:34:46,710 --> 00:34:51,030
In Hebreeën 8 wordt vrij
uitvoerig de passage uit Jeremia

582
00:34:51,030 --> 00:34:55,590
over het nieuwe verbond aangehaald,
de passage in Jeremia 31

583
00:34:55,590 --> 00:34:57,870
waarin een nieuw verbond wordt beloofd.

584
00:34:57,870 --> 00:35:02,370
Dat citaat staat in Hebreeën
8, vers 8 tot en met 12.

585
00:35:02,370 --> 00:35:05,430
Maar na het citaat zegt hij in vers 13:

586
00:35:05,430 --> 00:35:07,590
Als Hij spreekt van een nieuw verbond,

587
00:35:07,590 --> 00:35:11,070
heeft Hij daarmee het eerste
voor verouderd verklaard.

588
00:35:11,070 --> 00:35:16,050
En wat oud is verklaard en wat veroudert,
staat op het punt te verdwijnen.

589
00:35:16,050 --> 00:35:20,430
Want dat is wat Jeremia zei:
er zou een nieuw verbond komen.

590
00:35:20,430 --> 00:35:24,690
De schrijver zegt hier dat Hij, door
van een nieuw verbond te spreken,

591
00:35:24,690 --> 00:35:27,090
het eerste oud heeft gemaakt.

592
00:35:27,090 --> 00:35:30,570
Als er al een verbond is en er
een nieuw verbond zal komen,

593
00:35:30,570 --> 00:35:34,890
dan houdt de aanduiding van het tweede
als een nieuw verbond natuurlijk in

594
00:35:34,890 --> 00:35:37,590
dat het eerste een oud verbond is.

595
00:35:37,590 --> 00:35:41,070
Met andere woorden: het
is oud en het veroudert.

596
00:35:41,070 --> 00:35:44,070
En daarom zegt de schrijver van Hebreeën:

597
00:35:44,070 --> 00:35:48,930
Wat versleten raakt en oud wordt,
staat op het punt te verdwijnen.

598
00:35:48,930 --> 00:35:54,270
Hij zegt dus dat het verbond van de Sinaï,
waarbij het offerstelsel werd ingesteld,

599
00:35:54,270 --> 00:35:55,830
nu oud is.

600
00:35:55,830 --> 00:35:57,690
God maakt alles nieuw.

601
00:35:57,690 --> 00:36:00,270
Hij houdt de oude dingen niet in stand.

602
00:36:00,270 --> 00:36:04,050
Die dingen die verouderen, die
dingen die oud worden en vergaan,

603
00:36:04,050 --> 00:36:07,230
daarvan zegt hij dat ze op
het punt staan te verdwijnen.

604
00:36:07,230 --> 00:36:11,790
En het is verdwenen, en het zal
nooit meer opnieuw worden ingesteld.

605
00:36:11,790 --> 00:36:16,410
Hoe rechtvaardigen christenen die geloven
in een toekomstig offerstelsel in het

606
00:36:16,410 --> 00:36:18,870
duizendjarig rijk hun opvatting?

607
00:36:18,870 --> 00:36:24,090
Hun argument is dat de offers van het Oude
Testament vooruitwezen naar het kruis,

608
00:36:24,090 --> 00:36:28,410
en dat de offers tijdens het
duizendjarig rijk op dezelfde manier

609
00:36:28,410 --> 00:36:33,630
zullen terugwijzen naar het kruis, zoals
het vieren van het Avondmaal dat vandaag

610
00:36:33,630 --> 00:36:34,830
voor ons doet.

611
00:36:34,830 --> 00:36:37,110
Het wijst terug naar het kruis.

612
00:36:37,110 --> 00:36:41,850
Het zal gebeuren ter gedachtenis,
in plaats van als iets profetisch.

613
00:36:41,850 --> 00:36:44,730
Maar ook deze gedachte is bijzonder zwak.

614
00:36:44,730 --> 00:36:49,050
Allereerst omdat we in Hebreeën lezen
dat er geen offers meer zullen zijn

615
00:36:49,050 --> 00:36:53,970
die ooit nog enige betekenis zullen
hebben, of dat nu ter gedachtenis is

616
00:36:53,970 --> 00:36:55,890
of op een andere manier.

617
00:36:55,890 --> 00:36:59,850
Jezus heeft eens en voor
altijd een offer gebracht.

618
00:36:59,850 --> 00:37:04,110
En in Ezechiël staat duidelijk dat
de beschreven offers bedoeld zijn

619
00:37:04,110 --> 00:37:06,870
als zondoffers, enzovoort.

620
00:37:06,870 --> 00:37:11,250
Wat hier in Ezechiël wordt
beschreven, is geen gedachtenis.

621
00:37:11,250 --> 00:37:14,010
En als het bedoeld was als gedachtenis,

622
00:37:14,010 --> 00:37:18,990
waarom zouden we dan niet gewoon brood
blijven eten en wijn blijven drinken?

623
00:37:18,990 --> 00:37:22,410
Aangezien het doden van
dieren God geen behagen gaf,

624
00:37:22,410 --> 00:37:26,670
waarom zou Hij dan opnieuw instellen
wat Hem geen behagen geeft?

625
00:37:26,670 --> 00:37:31,290
En als offers ooit geldig zouden
zijn als gedachtenis aan het kruis,

626
00:37:31,290 --> 00:37:36,570
waarom zouden ze dan op dit moment niet
geldig zijn als gedachtenis aan het kruis?

627
00:37:36,570 --> 00:37:39,390
Waarom zouden we dan niet
tot op de dag van vandaag

628
00:37:39,390 --> 00:37:42,570
offers blijven brengen
om het kruis te gedenken?

629
00:37:42,570 --> 00:37:47,490
Het hele argument dat de offers in het
duizendjarig rijk waarde zullen hebben

630
00:37:47,490 --> 00:37:51,030
als gedachtenis aan wat Jezus
aan het kruis heeft gedaan,

631
00:37:51,030 --> 00:37:56,490
is een wanhopige poging om een zeer
wankele Bijbeluitleg overeind te houden.

632
00:37:56,490 --> 00:37:59,970
Die wankele uitleg bestaat
erin deze passages in

633
00:37:59,970 --> 00:38:04,170
Ezechiël toe te passen op een
toekomstig duizendjarig rijk.

634
00:38:04,170 --> 00:38:08,670
En ze zijn eenvoudigweg niet te rijmen
met wat het Nieuwe Testament leert over

635
00:38:08,670 --> 00:38:11,370
het tijdelijke karakter
van het offerstelsel.

636
00:38:11,370 --> 00:38:15,090
Er is nog iets om op te wijzen in
deze hoofdstukken van Ezechiël,

637
00:38:15,090 --> 00:38:17,850
dat opnieuw bewijst dat
dit niet kan verwijzen

638
00:38:17,850 --> 00:38:21,330
naar iets wat zal plaatsvinden
nadat Jezus terugkomt.

639
00:38:21,330 --> 00:38:25,770
Dat staat in hoofdstuk
44, vers 10 tot en met 14.

640
00:38:25,770 --> 00:38:30,330
We kunnen trouwens nog andere passages
als deze vinden. Maar er staat:

641
00:38:30,330 --> 00:38:35,670
Voorzeker, de Levieten die zich ver van
Mij hebben gehouden toen Israël afdwaalde

642
00:38:35,670 --> 00:38:39,871
— die van achter Mij afgedwaald
zijn, hun stinkgoden achterna —

643
00:38:39,871 --> 00:38:44,430
moeten wel hun ongerechtigheid dragen;
toch moeten zij in Mijn heiligdom

644
00:38:44,430 --> 00:38:47,910
dienstdoen en de ambten bij de
poorten van het huis vervullen,

645
00:38:47,910 --> 00:38:50,250
en ook dienstdoen in het huis.

646
00:38:50,250 --> 00:38:54,210
Zij moeten zelf het brandoffer en het
slachtoffer voor het volk slachten

647
00:38:54,210 --> 00:38:58,110
en zij moeten zelf voor hen ter
beschikking staan om hen te dienen.

648
00:38:58,110 --> 00:39:02,190
Omdat zij de Israëlieten gediend
hebben voor de ogen van hun stinkgoden

649
00:39:02,190 --> 00:39:04,410
en voor het huis van Israël een

650
00:39:04,410 --> 00:39:08,910
struikelblok van ongerechtigheid zijn
geworden, daarom heb Ik Mijn hand tegen

651
00:39:08,910 --> 00:39:14,670
hen opgeheven, spreekt de Heere HEERE,
en moeten zij hun ongerechtigheid dragen.

652
00:39:14,670 --> 00:39:18,990
En zij mogen niet tot Mij naderen
om Mij als priester te dienen,

653
00:39:18,990 --> 00:39:24,210
en dicht bij al Mijn geheiligde dingen
komen, bij de allerheiligste dingen.

654
00:39:24,210 --> 00:39:29,010
Zij moeten hun smaad dragen en hun
gruweldaden, die zij gedaan hebben.

655
00:39:29,010 --> 00:39:33,750
Ik zal hen aanstellen tot mannen die hun
taak ten behoeve van het huis vervullen,

656
00:39:33,750 --> 00:39:37,410
voor heel de dienst ervan en
voor alles wat er gedaan wordt.

657
00:39:37,410 --> 00:39:41,310
Enzovoort. Het gaat over de
verantwoordelijkheden van de Levieten.

658
00:39:41,310 --> 00:39:43,410
Dan staat er in vers 15:

659
00:39:43,410 --> 00:39:46,350
Maar de Levitische priesters,
de zonen van Zadok,

660
00:39:46,350 --> 00:39:49,950
die hun taak ten behoeve van Mijn
heiligdom vervuld hebben toen de

661
00:39:49,950 --> 00:39:55,410
Israëlieten van Mij afdwaalden, díe mogen
in Mijn nabijheid komen om Mij te dienen.

662
00:39:55,410 --> 00:40:00,210
Zij mogen voor Mijn aangezicht staan
om aan Mij vet en bloed aan te bieden,

663
00:40:00,210 --> 00:40:02,130
spreekt de Heere HEERE.

664
00:40:02,130 --> 00:40:07,170
Enzovoort. Zo gaat het verder over
de priesters, de zonen van Zadok.

665
00:40:07,170 --> 00:40:09,990
Deze passages spreken over Levieten en

666
00:40:09,990 --> 00:40:14,730
Aäronitische priesters die een blijvende
taak hebben en in de tempel de stoffelijke

667
00:40:14,730 --> 00:40:17,430
offers brengen waar we
het zojuist over hadden.

668
00:40:17,430 --> 00:40:22,230
Het Nieuwe Testament maakt heel duidelijk
dat de Levitische orde, de Levieten,

669
00:40:22,230 --> 00:40:26,970
de priesters van Aäron, tot het
verleden behoren en nooit meer in

670
00:40:26,970 --> 00:40:28,830
ere hersteld zullen worden.

671
00:40:28,830 --> 00:40:31,650
Ze zijn vervangen door
een hoger priesterschap,

672
00:40:31,650 --> 00:40:33,930
dat naar de orde van Melchizedek.

673
00:40:33,930 --> 00:40:36,990
We zouden hiervoor nog even
naar Hebreeën kunnen gaan,

674
00:40:36,990 --> 00:40:39,750
ditmaal naar Hebreeën hoofdstuk 7.

675
00:40:39,750 --> 00:40:42,870
We zouden grote gedeelten van
dit hoofdstuk kunnen lezen,

676
00:40:42,870 --> 00:40:45,150
maar we nemen slechts een paar verzen.

677
00:40:45,150 --> 00:40:47,250
Vanaf vers 11 staat er:

678
00:40:47,250 --> 00:40:51,330
Als dan door het Levitische priesterschap
de volmaaktheid bereikt had kunnen worden

679
00:40:51,330 --> 00:40:55,090
— want onder dit priesterschap
had het volk de wet ontvangen —

680
00:40:55,090 --> 00:40:58,950
waarom was het dan nog nodig dat er een
andere Priester naar de ordening van

681
00:40:58,950 --> 00:41:02,730
Melchizedek zou opstaan, Eén
van Wie niet gezegd kan worden

682
00:41:02,730 --> 00:41:05,430
dat Hij naar de ordening van Aäron was?

683
00:41:05,430 --> 00:41:08,730
Dat wil zeggen, door de
Levieten en het stelsel

684
00:41:08,730 --> 00:41:12,150
waarin de Levieten een bijzondere
taak binnen het priesterschap hadden.

685
00:41:12,150 --> 00:41:15,570
Als dat stelsel de volmaaktheid
kon brengen die God had gewild:

686
00:41:15,570 --> 00:41:19,440
Want als het volk onder dat
priesterschap de wet heeft gekregen,

687
00:41:19,440 --> 00:41:23,670
waarom moest er dan nog een andere
priester komen zoals Melchizedek,

688
00:41:23,670 --> 00:41:25,770
en niet zoals Aäron?

689
00:41:25,770 --> 00:41:26,970
Vers 12:

690
00:41:26,970 --> 00:41:29,850
Als het priesterschap
verandert, vindt er immers ook

691
00:41:29,850 --> 00:41:33,090
noodzakelijkerwijs een
verandering van de wet plaats.

692
00:41:33,090 --> 00:41:38,010
Want Hij van Wie deze dingen gezegd
worden, behoort tot een andere stam,

693
00:41:38,010 --> 00:41:41,790
waarvan niemand zich ooit tot
de altaardienst begeven heeft.

694
00:41:41,790 --> 00:41:46,530
Dan gaan we verder naar
vers 18, Hebreeën 7:18:

695
00:41:46,530 --> 00:41:49,290
Want de terzijdestelling
van het voorgaande gebod

696
00:41:49,290 --> 00:41:52,830
vindt plaats vanwege zijn
zwakheid en nutteloosheid.

697
00:41:52,830 --> 00:41:55,950
De wet heeft namelijk niets
tot volmaaktheid gebracht,

698
00:41:55,950 --> 00:42:00,630
maar de totstandbrenging van een betere
hoop, waardoor wij tot God naderen,

699
00:42:00,630 --> 00:42:01,950
doet dat wel.

700
00:42:01,950 --> 00:42:04,830
Dit gaat over het feit dat
zelfs het Oude Testament

701
00:42:04,830 --> 00:42:07,770
al vooruitwees naar een
nieuw priesterschap.

702
00:42:07,770 --> 00:42:11,130
In Psalm 110 werd over de Messias gezegd:

703
00:42:11,130 --> 00:42:15,510
Hij zou voor eeuwig Priester zijn
naar de ordening van Melchizedek.

704
00:42:15,510 --> 00:42:20,070
De schrijver van Hebreeën redeneert als
volgt: als het Levitische priesterschap,

705
00:42:20,070 --> 00:42:23,490
het priesterschap dat in
de dagen van David bestond,

706
00:42:23,490 --> 00:42:27,870
toereikend was en datgene was
waar God uiteindelijk naar zocht,

707
00:42:27,870 --> 00:42:31,110
waarom sprak Hij dan over een tijd
waarin een beter priesterschap

708
00:42:31,110 --> 00:42:32,730
zou worden ingesteld?

709
00:42:32,730 --> 00:42:37,110
Als het eerste goed was, als het
eerste alles deed wat het moest doen,

710
00:42:37,110 --> 00:42:42,690
als de volmaaktheid door dat priesterschap
kwam, waarom dan over een ander spreken?

711
00:42:42,690 --> 00:42:44,790
Waarom verbeteren wat goed genoeg is?

712
00:42:44,790 --> 00:42:48,690
Hij betoogt dat alleen al het feit dat er
een priester naar de orde van Melchizedek

713
00:42:48,690 --> 00:42:51,870
werd voorzegd, in plaats
van naar de orde van Aäron,

714
00:42:51,870 --> 00:42:55,950
een erkenning van David was dat het
Levitische priesterschap niet toereikend

715
00:42:55,950 --> 00:42:58,890
was en dat er iets beters moest komen.

716
00:42:58,890 --> 00:43:01,530
In vers 18, dat we gelezen hebben, staat:

717
00:43:01,530 --> 00:43:06,510
Het eerdere gebod wordt dus ingetrokken
omdat het zwak is en geen nut heeft.

718
00:43:06,510 --> 00:43:10,830
Met andere woorden, het gebod dat de
Levieten en de zonen van Aäron tot

719
00:43:10,830 --> 00:43:14,670
priesters maakte, is
opgeheven. Het is voorbij.

720
00:43:14,670 --> 00:43:18,330
Er is nu een betere Priester
en een beter priesterschap.

721
00:43:18,330 --> 00:43:22,230
En er staat dat dat priesterschap
zwak en nutteloos was.

722
00:43:22,230 --> 00:43:24,810
De gedachte dat God het priesterschap van

723
00:43:24,810 --> 00:43:29,730
Melchizedek van Jezus zal afnemen en
opnieuw een priesterschap zal instellen,

724
00:43:29,730 --> 00:43:34,110
dat eigenlijk het oude priesterschap is,
gaat iets verder dan ik persoonlijk bereid

725
00:43:34,110 --> 00:43:35,250
ben te gaan.

726
00:43:35,250 --> 00:43:38,850
Dat was immers, zoals de schrijvers
van de Schrift zelf erkenden,

727
00:43:38,850 --> 00:43:41,430
een zwak en nutteloos priesterschap.

728
00:43:41,430 --> 00:43:45,090
Ik wil geen nieuwtestamentische
waarheid ontkennen om een

729
00:43:45,090 --> 00:43:49,170
interpretatie van een vreemde
oudtestamentische passage te ondersteunen,

730
00:43:49,170 --> 00:43:52,410
en dan ook nog een heel
vreemde interpretatie.

731
00:43:52,410 --> 00:43:56,610
Geloven dat er tijdens het duizendjarig
rijk, nadat Jezus terugkomt,

732
00:43:56,610 --> 00:44:01,530
huwelijken zullen worden gesloten, gaat in
tegen de uitspraak van Jezus dat dit in de

733
00:44:01,530 --> 00:44:03,690
opstanding niet zal gebeuren.

734
00:44:03,690 --> 00:44:08,010
Geloven dat er mensen zouden sterven,
dat er christenen zouden sterven,

735
00:44:08,010 --> 00:44:11,430
dat er priesters zouden
sterven in diezelfde periode,

736
00:44:11,430 --> 00:44:14,850
zou ingaan tegen het hele
begrip van de opstanding.

737
00:44:14,850 --> 00:44:18,270
Spreken over besnijdenis die
opnieuw noodzakelijk wordt,

738
00:44:18,270 --> 00:44:22,830
of over het offeren van dieren, of over
het opnieuw aanstellen van de Levieten en

739
00:44:22,830 --> 00:44:28,170
de zonen van Zadok als priesters: al deze
dingen wijzen erop dat het nieuwe verbond

740
00:44:28,170 --> 00:44:31,230
in deze passage in Ezechiël
nog niet in beeld is.

741
00:44:31,230 --> 00:44:36,150
Dat het nieuwe verbond nog niet gekomen
is, omdat het oude er nog steeds is.

742
00:44:36,150 --> 00:44:39,870
Tenzij deze dingen beeldspraak zijn
voor het geestelijke priesterschap,

743
00:44:39,870 --> 00:44:44,250
de geestelijke offers, de
geestelijke besnijdenis, enzovoort.

744
00:44:44,250 --> 00:44:45,930
Dat is een mogelijkheid.

745
00:44:45,930 --> 00:44:49,770
Als we dit hele gedeelte van Ezechiël
opvatten als een beschrijving van de

746
00:44:49,770 --> 00:44:55,050
geestelijke tempel, de gemeente, dan
kunnen we zeggen: als dat geestelijk is,

747
00:44:55,050 --> 00:44:57,510
dan zijn die andere dingen ook geestelijk.

748
00:44:57,510 --> 00:45:00,930
Hij zinspeelt op de geestelijke
besnijdenis van het hart.

749
00:45:00,930 --> 00:45:05,670
Hij spreekt over geestelijke offers
die wij brengen, zoals de Bijbel zegt,

750
00:45:05,670 --> 00:45:08,010
en over het geestelijke priesterschap.

751
00:45:08,010 --> 00:45:13,710
U dan, u zult voor Mij een koninkrijk
van priesters en een heilig volk zijn.

752
00:45:13,710 --> 00:45:17,490
Dit zijn de woorden die u tot
de Israëlieten moet spreken.

753
00:45:17,490 --> 00:45:21,450
Maar alleen al het feit dat deze
dingen geestelijk moeten worden opgevat

754
00:45:21,450 --> 00:45:23,790
om ze op het heden te kunnen toepassen,

755
00:45:23,790 --> 00:45:27,210
laat zien dat het natuurlijke
tot het verleden behoort.

756
00:45:27,210 --> 00:45:30,030
We kunnen niet verwachten dat
deze dingen in de toekomst

757
00:45:30,030 --> 00:45:31,950
letterlijk zullen plaatsvinden.

758
00:45:31,950 --> 00:45:36,270
We kunnen ze opvatten als een geestelijke
voorstelling van de gemeente of,

759
00:45:36,270 --> 00:45:40,110
zoals ik zei, als een mogelijke
regeling onder voorwaarden,

760
00:45:40,110 --> 00:45:45,330
die er zou zijn gekomen als de Joden
gehoorzamer waren geweest dan ze waren.

761
00:45:45,330 --> 00:45:50,010
Maar die is er nooit gekomen, omdat
ze niet aan de voorwaarden voldeden.

762
00:45:50,010 --> 00:45:53,190
Het zou heel goed passen bij
de periode tussen de tijd van

763
00:45:53,190 --> 00:45:58,890
Ezechiël en de komst van Christus,
voordat Jezus het nieuwe verbond instelde,

764
00:45:58,890 --> 00:46:02,730
als de Joden gehoorzaam waren
geweest en dit was ingevoerd.

765
00:46:02,730 --> 00:46:05,130
Maar om de redenen die
ik zojuist heb gegeven,

766
00:46:05,130 --> 00:46:08,910
geloof ik dat het Nieuwe Testament ons
absoluut verbiedt deze hoofdstukken toe te

767
00:46:08,910 --> 00:46:11,970
passen op iets na de terugkomst van Jezus,

768
00:46:11,970 --> 00:46:15,570
hoewel dit tegenwoordig de populairste
opvatting onder christenen is.

769
00:46:15,570 --> 00:46:18,750
Ik heb het gevoel dat die gewoon
voorbijgaat aan het hele onderwijs van

770
00:46:18,750 --> 00:46:22,710
deze passage, en vooral aan
dat van het Nieuwe Testament.

771
00:46:22,710 --> 00:46:25,890
Een andere mythe die we naar
mijn gevoel moeten ontzenuwen,

772
00:46:25,890 --> 00:46:28,590
wordt nog steeds op
grote schaal onderwezen.

773
00:46:28,590 --> 00:46:32,790
Misschien is die niet zo wijdverbreid als
de algemene mythe dat dit over de tempel

774
00:46:32,790 --> 00:46:34,950
van het duizendjarig rijk gaat.

775
00:46:34,950 --> 00:46:37,650
Als je die nog niet hebt
gehoord, is dat prima;

776
00:46:37,650 --> 00:46:39,690
misschien krijg je die nog te horen.

777
00:46:39,690 --> 00:46:43,830
Maar dezelfde mensen die dit op een
tempel in het duizendjarig rijk toepassen,

778
00:46:43,830 --> 00:46:49,050
hebben een interessante uitleg van
hoofdstuk 44, vers 1 tot en met 3.

779
00:46:49,050 --> 00:46:51,270
Laten we dat hoofdstuk opslaan.

780
00:46:51,270 --> 00:46:56,070
Hoofdstuk 44, vers 1 tot
en met 3. Daar staat:

781
00:46:56,070 --> 00:47:00,270
Toen bracht Hij mij terug via de poort
van het buitenste heiligdom die naar het

782
00:47:00,270 --> 00:47:03,090
oosten gekeerd was, maar die was gesloten.

783
00:47:03,090 --> 00:47:07,530
En de HEERE zei tegen mij: Deze
poort moet gesloten blijven.

784
00:47:07,530 --> 00:47:12,330
Hij mag niet geopend worden en niemand
mag erdoor binnenkomen, want de HEERE,

785
00:47:12,330 --> 00:47:15,570
de God van Israël, is
erdoor binnengekomen.

786
00:47:15,570 --> 00:47:17,850
Daarom moet hij gesloten blijven.

787
00:47:17,850 --> 00:47:22,170
Wat de vorst betreft, de vorst,
alleen hij mag erin zitten om

788
00:47:22,170 --> 00:47:25,290
brood te eten voor het
aangezicht van de HEERE.

789
00:47:25,290 --> 00:47:27,990
Via de voorhal van de
poort mag hij binnenkomen

790
00:47:27,990 --> 00:47:30,330
en via dezelfde weg naar buiten gaan.

791
00:47:30,330 --> 00:47:34,710
Dit gaat over een poort die voor
algemeen gebruik gesloten moet zijn.

792
00:47:34,710 --> 00:47:37,050
Alleen de vorst mag die gebruiken.

793
00:47:37,050 --> 00:47:40,770
Hoe wordt dit door de populaire
premillennialisten uitgelegd?

794
00:47:40,770 --> 00:47:45,330
Als je met een premillennialistische groep
een rondreis door het Heilige Land maakt,

795
00:47:45,330 --> 00:47:48,630
wijzen ze je op de Oostpoort
van de stad Jeruzalem.

796
00:47:48,630 --> 00:47:51,990
Die ligt aan de oostkant,
tegenover de Olijfberg.

797
00:47:51,990 --> 00:47:55,350
En als je zo'n rondreis maakt,
zul je zien dat die poort met

798
00:47:55,350 --> 00:47:57,390
bakstenen is dichtgemetseld.

799
00:47:57,390 --> 00:48:00,750
Het is geen open poort. Hij is gesloten.

800
00:48:00,750 --> 00:48:02,790
Hij is helemaal dichtgemetseld.

801
00:48:02,790 --> 00:48:06,030
Hij is blijkbaar dichtgemetseld
omdat hij verontreinigd is.

802
00:48:06,030 --> 00:48:10,290
Als ik me niet vergis, hebben de Arabieren
daar in die poort zelfs een begraafplaats

803
00:48:10,290 --> 00:48:14,790
aangelegd om die te verontreinigen,
zodat de Joden die niet zouden gebruiken.

804
00:48:14,790 --> 00:48:16,590
En hij is dichtgemetseld.

805
00:48:16,590 --> 00:48:19,710
Ik weet niet meer of het de
Joden of de Arabieren waren die

806
00:48:19,710 --> 00:48:21,510
hem hebben dichtgemetseld.

807
00:48:21,510 --> 00:48:25,470
Waar het om gaat, is dat hij al
honderden jaren dichtgemetseld is.

808
00:48:25,470 --> 00:48:29,130
Als je tijdens een rondreis door het
Heilige Land die volledig dichtgemetselde

809
00:48:29,130 --> 00:48:32,550
Oostpoort ziet, wordt je misschien
verteld dat die dicht blijft

810
00:48:32,550 --> 00:48:34,470
totdat Jezus terugkomt.

811
00:48:34,470 --> 00:48:37,050
Hij is de Vorst, en wanneer Hij terugkomt,

812
00:48:37,050 --> 00:48:41,430
zal Hij Zijn voeten op de Olijfberg
zetten en die in tweeën splijten,

813
00:48:41,430 --> 00:48:44,430
volgens de beschrijving in Zacharia 14.

814
00:48:44,430 --> 00:48:49,110
En vandaar zal Hij vervolgens in
triomf door deze oostpoort lopen.

815
00:48:49,110 --> 00:48:52,290
Totdat Hij komt en totdat
Hij door die poort gaat,

816
00:48:52,290 --> 00:48:56,670
zal die poort dichtgemetseld
blijven, want in vers 2 staat:

817
00:48:56,670 --> 00:49:00,870
En de HEERE zei tegen mij: Deze
poort moet gesloten blijven.

818
00:49:00,870 --> 00:49:05,970
Hij mag niet geopend worden en niemand
mag erdoor binnenkomen, want de HEERE,

819
00:49:05,970 --> 00:49:09,150
de God van Israël, is
erdoor binnengekomen.

820
00:49:09,150 --> 00:49:10,890
Daarom moet hij gesloten blijven.

821
00:49:10,890 --> 00:49:12,330
Het is voor de vorst.

822
00:49:12,330 --> 00:49:16,410
De redenering hier is dus dat
we een profetie hebben over deze

823
00:49:16,410 --> 00:49:20,430
dichtgemetselde poort van
Jeruzalem, die aan de oostkant ligt.

824
00:49:20,430 --> 00:49:23,490
Je kunt vandaag zien dat
hij dichtgemetseld is.

825
00:49:23,490 --> 00:49:28,110
Die profetie zou zeggen dat hij nooit
geopend zal worden totdat Jezus komt,

826
00:49:28,110 --> 00:49:32,970
en wanneer Hij komt, zal Hij
erdoorheen gaan. Hij is de Vorst.

827
00:49:32,970 --> 00:49:35,250
Dit beeld van Jezus Die door deze

828
00:49:35,250 --> 00:49:40,170
dichtgemetselde oostpoort van Jeruzalem
gaat, is volledig gebaseerd op de verzen

829
00:49:40,170 --> 00:49:42,150
die we zojuist hebben gelezen.

830
00:49:42,150 --> 00:49:46,590
Als het dus niet in deze verzen
staat, staat het nergens in de Bijbel.

831
00:49:46,590 --> 00:49:49,470
Staat het in deze verzen? Nee.

832
00:49:49,470 --> 00:49:53,550
Merk allereerst op dat hier niet de
oostpoort van de stad wordt beschreven,

833
00:49:53,550 --> 00:49:56,010
maar de oostpoort van het heiligdom.

834
00:49:56,010 --> 00:49:58,410
Het heiligdom is de tempel.

835
00:49:58,410 --> 00:50:01,530
Er staat tegenwoordig
geen tempel in Jeruzalem.

836
00:50:01,530 --> 00:50:05,790
Daarom is er vanzelfsprekend ook
geen oostpoort van het heiligdom.

837
00:50:05,790 --> 00:50:07,650
Er is geen heiligdom.

838
00:50:07,650 --> 00:50:10,590
En hier wordt niet de
stadspoort beschreven.

839
00:50:10,590 --> 00:50:14,490
De stad Jeruzalem beslaat
uiteraard een veel groter gebied

840
00:50:14,490 --> 00:50:16,770
dan het tempelcomplex zelf.

841
00:50:16,770 --> 00:50:20,670
Hier wordt niet de poort beschreven
die nu dichtgemetseld is.

842
00:50:20,670 --> 00:50:23,970
Bovendien is deze tempelpoort
die hier wordt beschreven,

843
00:50:23,970 --> 00:50:27,090
niet voor honderden jaren
blijvend dichtgemetseld.

844
00:50:27,090 --> 00:50:31,470
Hij is alleen zes dagen per week
gesloten en wordt op de sabbat geopend.

845
00:50:31,470 --> 00:50:35,550
Dat lezen we in hoofdstuk 46, vers 1 en 2:

846
00:50:35,550 --> 00:50:40,230
Zo zegt de Heere HEERE: De poort van de
binnenste voorhof die naar het oosten

847
00:50:40,230 --> 00:50:43,830
gekeerd is, moet op de zes
werkdagen gesloten blijven,

848
00:50:43,830 --> 00:50:46,110
maar op de sabbatdag geopend worden.

849
00:50:46,110 --> 00:50:48,450
Ook op nieuwemaansdag
moet hij geopend worden.

850
00:50:48,450 --> 00:50:53,010
Dan zal de vorst van buiten binnenkomen
via de voorhal van de poort,

851
00:50:53,010 --> 00:50:56,010
en bij de deurpost van
de poort blijven staan.

852
00:50:56,010 --> 00:51:00,750
De priesters moeten zijn brandoffers en
zijn dankoffers bereiden en hij zal zich

853
00:51:00,750 --> 00:51:04,530
neerbuigen op de drempel van de
poort en dan naar buiten gaan.

854
00:51:04,530 --> 00:51:08,010
Maar de poort mag tot de
avond niet gesloten worden.

855
00:51:08,010 --> 00:51:09,210
Enzovoort.

856
00:51:09,210 --> 00:51:13,770
Wat we hier zien, is dat deze
poort, waarvan in hoofdstuk 44,

857
00:51:13,770 --> 00:51:19,710
vers 1 tot en met 3 wordt gezegd dat hij
gesloten is, elke sabbat wordt geopend.

858
00:51:19,710 --> 00:51:22,890
Het beschrijft geen permanent
verzegelde poort die

859
00:51:22,890 --> 00:51:25,230
honderden jaren lang verzegeld blijft.

860
00:51:25,230 --> 00:51:28,230
Het beschrijft de gang
van zaken waarbij de poort

861
00:51:28,230 --> 00:51:32,970
zes dagen van de week wordt gesloten
en alleen op de sabbat wordt geopend.

862
00:51:32,970 --> 00:51:36,810
Dan kan de vorst er volgens
vast gebruik doorheen gaan om de

863
00:51:36,810 --> 00:51:39,870
offers te brengen die voor
hem zijn voorgeschreven.

864
00:51:39,870 --> 00:51:44,550
Dit vertelt ons opnieuw dat de
vorst in deze passage niet Jezus is.

865
00:51:44,550 --> 00:51:48,690
De vorst in deze passage
kan Jezus niet zijn.

866
00:51:48,690 --> 00:51:52,230
Het is helemaal geen verwijzing
naar Zijn wederkomst.

867
00:51:52,230 --> 00:51:57,630
Als de vorst Jezus is, hebben we een
paar heel, heel ernstige problemen,

868
00:51:57,630 --> 00:52:01,650
want hoofdstuk 45, vers 17 zegt:

869
00:52:01,650 --> 00:52:06,150
Op de vorst rust de taak te
zorgen voor de brandoffers,

870
00:52:06,150 --> 00:52:09,690
het graanoffer en het
plengoffer op de feesten,

871
00:52:09,690 --> 00:52:16,470
op nieuwemaansdagen en op de sabbatten: op
alle feestdagen van het huis van Israël.

872
00:52:16,470 --> 00:52:19,830
Hij moet zorgen voor het
zondoffer, het graanoffer,

873
00:52:19,830 --> 00:52:24,090
het brandoffer en de dankoffers
om verzoening te doen voor het

874
00:52:24,090 --> 00:52:25,470
huis van Israël.

875
00:52:25,470 --> 00:52:29,190
De gedachte is dan dat
Jezus, in dit geval de Vorst,

876
00:52:29,190 --> 00:52:31,890
offers gaat brengen om verzoening te doen,

877
00:52:31,890 --> 00:52:36,390
terwijl Hij het uiteindelijke offer
voor verzoening al heeft gebracht.

878
00:52:36,390 --> 00:52:40,710
Maar nu gaat Hij stieren en bokken
offeren, niet ter gedachtenis,

879
00:52:40,710 --> 00:52:42,990
maar om verzoening te doen.

880
00:52:42,990 --> 00:52:47,130
Met andere woorden, dit moeten
verzoenende offers zijn.

881
00:52:47,130 --> 00:52:51,390
Zeggen dat Jezus, nadat Hij Zijn bloed
heeft vergoten voor de uiteindelijke

882
00:52:51,390 --> 00:52:54,810
verzoening, tijdens een
duizendjarige regering

883
00:52:54,810 --> 00:52:58,650
geregeld dierenoffers gaat brengen om
verzoening te doen voor de zonden van het

884
00:52:58,650 --> 00:53:03,090
volk, komt naar mijn mening
heel dicht bij godslastering.

885
00:53:03,090 --> 00:53:08,070
Ik vind het onvoorstelbaar dat welke
christen dan ook dit zou kunnen geloven.

886
00:53:08,070 --> 00:53:11,850
Kijk naar vers 22 van hoofdstuk 45.

887
00:53:11,850 --> 00:53:15,210
Hoofdstuk 45, vers 22 zegt:

888
00:53:15,210 --> 00:53:20,130
Dan moet de vorst op die dag voor zichzelf
en voor de hele bevolking van het land

889
00:53:20,130 --> 00:53:23,310
voor een jonge stier als zondoffer zorgen.

890
00:53:23,310 --> 00:53:27,150
Dit zondoffer is niet alleen iets
wat de vorst voor het volk brengt.

891
00:53:27,150 --> 00:53:29,130
Hij doet het ook voor zichzelf.

892
00:53:29,130 --> 00:53:33,630
Met andere woorden, voor zijn
eigen zonden en voor die van hen.

893
00:53:33,630 --> 00:53:35,730
Is deze vorst Jezus?

894
00:53:35,730 --> 00:53:38,790
Het is onmogelijk dat dit Jezus zou zijn.

895
00:53:38,790 --> 00:53:41,010
Jezus is geen zondaar.

896
00:53:41,010 --> 00:53:46,230
Het is volstrekt onnodig dat Jezus
een zondoffer voor Zichzelf brengt.

897
00:53:46,230 --> 00:53:48,990
Wat het brengen van zondoffers
voor het volk betreft,

898
00:53:48,990 --> 00:53:52,410
dat heeft Hij eens en voor
altijd aan het kruis gedaan.

899
00:53:52,410 --> 00:53:53,970
Hij zal het nooit meer doen.

900
00:53:53,970 --> 00:53:57,630
Dus als je van de vorst in
deze passage Jezus maakt,

901
00:53:57,630 --> 00:54:01,410
en de oostpoort van de tempel
verandert in de oostpoort van de stad,

902
00:54:01,410 --> 00:54:05,070
en daar een poort van maakt die
honderden jaren verzegeld blijft

903
00:54:05,070 --> 00:54:07,650
totdat Jezus terugkomt
en erdoorheen loopt,

904
00:54:07,650 --> 00:54:12,450
dan neem je eenvoudigweg de informatie
in dit hoofdstuk niet serieus.

905
00:54:12,450 --> 00:54:16,110
Zoals ik eerder heb gezegd, zijn
deze hoofdstukken en veel andere

906
00:54:16,110 --> 00:54:19,590
hoofdstukken van Ezechiël
moeilijk te begrijpen.

907
00:54:19,590 --> 00:54:23,550
Ik kan het mensen niet kwalijk nemen
als ze niet de gelegenheid hebben gehad,

908
00:54:23,550 --> 00:54:26,970
of niet de wijsheid hebben
gehad, of wat dan ook,

909
00:54:26,970 --> 00:54:30,270
om deze hoofdstukken
grondig te bestuderen.

910
00:54:30,270 --> 00:54:35,010
Ik kan het hun niet kwalijk nemen dat ze
het geloven als de leraren hun vertellen

911
00:54:35,010 --> 00:54:40,590
dat dit over de oostpoort van Jeruzalem
gaat, enzovoort, zoals ik daarnet besprak.

912
00:54:40,590 --> 00:54:44,430
Maar bij de leraren zelf kan
ik wel mijn vraagtekens zetten,

913
00:54:44,430 --> 00:54:46,770
want waarom zeggen ze zulke dingen?

914
00:54:46,770 --> 00:54:50,130
Als ze leraren zijn, lezen
ze de passage dan niet

915
00:54:50,130 --> 00:54:52,530
voordat ze er onderwijs over geven?

916
00:54:52,530 --> 00:54:57,390
Je zou toch denken dat ze die behoren te
lezen voordat ze met zulke ideeën komen.

917
00:54:57,390 --> 00:55:01,350
Als ze die zorgvuldig hadden gelezen,
zie ik niet hoe ze op die ideeën

918
00:55:01,350 --> 00:55:02,670
hadden kunnen komen.

919
00:55:02,670 --> 00:55:06,030
Het staat niet in de
passage. Het is een mythe.

920
00:55:06,030 --> 00:55:08,670
Of je het nu wel of niet
eerder hebt gehoord,

921
00:55:08,670 --> 00:55:11,250
het wordt op grote schaal onderwezen.

922
00:55:11,250 --> 00:55:14,790
Het is een van die dingen die als
een opmerkelijke vervulling van

923
00:55:14,790 --> 00:55:19,290
profetie worden beschouwd: dat deze
poort nog steeds verzegeld is en

924
00:55:19,290 --> 00:55:22,290
verzegeld zal blijven totdat Jezus komt.

925
00:55:22,290 --> 00:55:23,610
Is dat niet opmerkelijk?

926
00:55:23,610 --> 00:55:27,690
Ezechiël voorspelde honderden jaren
vóór Christus dat hij verzegeld

927
00:55:27,690 --> 00:55:29,730
zou zijn, enzovoort.

928
00:55:29,730 --> 00:55:32,670
Maar er staat niet dat
hij verzegeld zal zijn.

929
00:55:32,670 --> 00:55:37,290
Er staat dat hij zes dagen van
elke week gesloten zal zijn.

930
00:55:37,290 --> 00:55:40,530
En de vorst kan duidelijk Jezus niet zijn.

931
00:55:40,530 --> 00:55:42,750
Laten we dat dus in gedachten houden.

932
00:55:42,750 --> 00:55:47,850
Je kunt in de toekomst mensen tegenkomen
die deze opvatting aan je voorhouden.

933
00:55:47,850 --> 00:55:49,290
Ze komt heel vaak voor.

934
00:55:49,290 --> 00:55:51,750
Alleen al uit de dingen
die we hebben onderzocht,

935
00:55:51,750 --> 00:55:55,530
ook al hebben we tot nu toe nog niet
heel veel van de passage gelezen,

936
00:55:55,530 --> 00:56:00,510
kun je zien dat dit eigenlijk alleen op
een oudtestamentische situatie kan slaan.

937
00:56:00,510 --> 00:56:04,350
De enige manier waarop dit in het
natuurlijke vervuld had kunnen worden,

938
00:56:04,350 --> 00:56:08,370
zou vóór het kruis zijn
geweest, voordat Jezus kwam.

939
00:56:08,370 --> 00:56:11,190
Als het op iets sinds die
tijd van toepassing is,

940
00:56:11,190 --> 00:56:13,530
moet het geestelijk worden opgevat.

941
00:56:13,530 --> 00:56:17,190
De offers en alles moeten
geestelijk worden opgevat.

942
00:56:17,190 --> 00:56:20,610
Zoals ik zei, je kunt
in zekere zin kiezen.

943
00:56:20,610 --> 00:56:23,670
Je kunt zeggen dat het een
beeld is van het geestelijke,

944
00:56:23,670 --> 00:56:25,410
en dat zou het kunnen zijn.

945
00:56:25,410 --> 00:56:29,790
Je zou ook kunnen zeggen dat het een
beeld is van wat er in het natuurlijke

946
00:56:29,790 --> 00:56:34,530
zou zijn geweest als de Joden zich
hadden bekeerd, en dat zou ook kunnen.

947
00:56:34,530 --> 00:56:36,330
Beide kunnen waar zijn.

948
00:56:36,330 --> 00:56:40,590
God kan ons dit beeld hebben
gegeven en daarmee hebben gezegd:

949
00:56:40,590 --> 00:56:44,250
‘Dit is wat Ik werkelijk wil dat
er gebeurt wanneer jullie naar

950
00:56:44,250 --> 00:56:46,050
het land terugkeren.’

951
00:56:46,050 --> 00:56:48,450
Maar de reden waarom
Hij het zo zou willen,

952
00:56:48,450 --> 00:56:52,230
is dat dit iets in de geestelijke
wereld zou uitbeelden.

953
00:56:52,230 --> 00:56:56,850
We kunnen dus begrijpen dat beide
interpretaties relevant zijn.

954
00:56:56,850 --> 00:56:59,550
Maar één interpretatie
die niet kan kloppen,

955
00:56:59,550 --> 00:57:03,330
is dat je dit toepast op een
toekomstig duizendjarig rijk

956
00:57:03,330 --> 00:57:05,670
nadat Jezus is teruggekomen.

957
00:57:05,670 --> 00:57:07,890
En toch is het een van de favoriete

958
00:57:07,890 --> 00:57:11,430
zogenaamde passages over
het duizendjarig rijk.

959
00:57:11,430 --> 00:57:13,890
Laten we hier eens een
stukje doorheen gaan.

960
00:57:13,890 --> 00:57:16,770
Ik ga dit uiteraard niet
vers voor vers lezen,

961
00:57:16,770 --> 00:57:19,770
en dat zou ook niet
nuttig of aangenaam zijn.

962
00:57:19,770 --> 00:57:23,310
Maar het begint met een man
in vers 1 van hoofdstuk 40.

963
00:57:23,310 --> 00:57:27,510
In het vijfentwintigste jaar van onze
ballingschap, aan het begin van het jaar,

964
00:57:27,510 --> 00:57:31,110
op de tiende van de maand, in het
veertiende jaar nadat de stad was

965
00:57:31,110 --> 00:57:35,430
verslagen, op diezelfde dag was de
hand van de HEERE op mij en bracht

966
00:57:35,430 --> 00:57:36,990
Hij mij erheen.

967
00:57:36,990 --> 00:57:40,650
In visioenen van God bracht Hij
mij naar het land van Israël.

968
00:57:40,650 --> 00:57:43,050
Hij zette mij op een zeer hoge berg,

969
00:57:43,050 --> 00:57:46,830
met daarop aan de zuidzijde iets
als het bouwsel van een stad.

970
00:57:46,830 --> 00:57:50,190
Hij bracht mij erheen, en zie, een Man.

971
00:57:50,190 --> 00:57:53,010
Zijn uiterlijk was als
het uiterlijk van koper

972
00:57:53,010 --> 00:57:56,310
en in Zijn hand was een
linnen koord en een meetlat.

973
00:57:56,310 --> 00:57:58,050
En Hij stond in de poort.

974
00:57:58,050 --> 00:58:00,810
Dat zou een koord zijn, een meetkoord.

975
00:58:00,810 --> 00:58:04,290
Die meetlat zou misschien een
el of zo lang zijn geweest.

976
00:58:04,290 --> 00:58:08,910
Hij zou bedoeld zijn om korte afstanden
te meten, om kleine dingen op te meten,

977
00:58:08,910 --> 00:58:11,010
zoals het altaar en dergelijke.

978
00:58:11,010 --> 00:58:15,930
Het linnen koord zou meer op een
meetlint lijken, voor grotere afmetingen.

979
00:58:15,930 --> 00:58:21,570
Deze man gaat vervolgens het huis opmeten,
en alle hoeken en alle afmetingen en alle

980
00:58:21,570 --> 00:58:25,830
onderdelen van elke kamer
en elk meubelstuk en alles.

981
00:58:25,830 --> 00:58:30,510
Dit wordt allemaal uitvoerig beschreven,
en dat is het gedeelte dat ik zonder veel

982
00:58:30,510 --> 00:58:32,730
commentaar zou willen overslaan.

983
00:58:32,730 --> 00:58:36,570
Zijn rondgang door de tempel begint
met een nauwkeurige bestudering van de

984
00:58:36,570 --> 00:58:41,130
poorten, te beginnen met de oostelijke
poort en vervolgens de andere.

985
00:58:41,130 --> 00:58:44,490
Dan gaat hij het gebied binnen
dat de buitenste voorhof van de

986
00:58:44,490 --> 00:58:45,990
tempel wordt genoemd.

987
00:58:45,990 --> 00:58:48,810
Daar bekijkt hij die kamers
die naar binnen gericht zijn

988
00:58:48,810 --> 00:58:51,810
en langs de muren van de
buitenste voorhof liggen.

989
00:58:51,810 --> 00:58:54,750
Deze waren blijkbaar
bedoeld als opslagruimten,

990
00:58:54,750 --> 00:58:58,050
of als kamers waar de priesters
de dieren konden voorbereiden

991
00:58:58,050 --> 00:59:02,070
voordat ze die daadwerkelijk naar
buiten brachten, naar het altaar.

992
00:59:02,070 --> 00:59:06,810
Of mogelijk waren het in sommige gevallen
zelfs slaapvertrekken voor de priesters

993
00:59:06,810 --> 00:59:11,430
die van wat verder weg kwamen en twee
weken per jaar dienst moesten doen.

994
00:59:11,430 --> 00:59:14,970
Ze hadden een verblijfplaats
nodig zolang ze dienst hadden,

995
00:59:14,970 --> 00:59:17,790
dus verbleven ze in deze kamers.

996
00:59:17,790 --> 00:59:20,610
Er waren dertig van deze kamers rondom.

997
00:59:20,610 --> 00:59:23,010
Daarna gaat hij de
andere poorten bekijken,

998
00:59:23,010 --> 00:59:25,410
en hij gaat de binnenste voorhof binnen.

999
00:59:25,410 --> 00:59:29,730
Hij bestudeert de poorten die toegang
geven tot de binnenste voorhof,

1000
00:59:29,730 --> 00:59:32,070
waar alleen de priesters mochten komen.

1001
00:59:32,070 --> 00:59:35,310
Hij was natuurlijk een priester,
dus hij kon daar naar binnen,

1002
00:59:35,310 --> 00:59:37,890
ook als het geen visioen was geweest.

1003
00:59:37,890 --> 00:59:41,670
Ook van die poorten zijn er
drie: één aan de noordkant,

1004
00:59:41,670 --> 00:59:45,210
één aan de zuidkant en
één aan de oostkant.

1005
00:59:45,210 --> 00:59:47,790
De reden dat er aan de
westkant geen poort is,

1006
00:59:47,790 --> 00:59:52,410
is dat de tempel zelf helemaal aan de
westelijke kant van het terrein staat.

1007
00:59:52,410 --> 00:59:56,130
Aan die kant is er buiten niets
waar je naartoe zou kunnen gaan.

1008
00:59:56,130 --> 01:00:01,350
Alleen aan de twee zijkanten en aan de
voorkant van de tempel zijn er poorten.

1009
01:00:01,350 --> 01:00:05,430
In vers 38 tot en met 43 van hoofdstuk 40

1010
01:00:05,430 --> 01:00:09,810
staat een beschrijving van allerlei
benodigdheden voor het brengen van offers.

1011
01:00:09,810 --> 01:00:15,570
Dan staat er in vers 44 tot en met 47
deze beschrijving van de priesterkamers,

1012
01:00:15,570 --> 01:00:21,330
en vervolgens van de voorhal
van de tempel in vers 48 en 49.

1013
01:00:21,330 --> 01:00:26,430
Dan gaan we verder naar hoofdstuk 41,
en daar staat in vers 1 tot en met 4

1014
01:00:26,430 --> 01:00:28,110
een beschrijving van het heilige.

1015
01:00:28,110 --> 01:00:32,130
Vervolgens krijgen we een beschrijving
van de zijkamers waar we het over hebben,

1016
01:00:32,130 --> 01:00:36,150
in hoofdstuk 41, vers 5 tot en met 12.

1017
01:00:36,150 --> 01:00:39,690
Het is niet nodig dat we op al
die dingen uitvoerig ingaan.

1018
01:00:39,690 --> 01:00:44,250
Vers 13 tot en met 15 geven ons
de afmetingen van de tempel.

1019
01:00:44,250 --> 01:00:47,310
En dan geven vers 16 tot en met 26

1020
01:00:47,310 --> 01:00:52,230
ons de versieringen en de inrichting van
de tempel, die we niet zullen bestuderen.

1021
01:00:52,230 --> 01:00:54,930
Het gaat over de
verschillende poorten en de

1022
01:00:54,930 --> 01:00:58,650
deuren die met twee vleugels
opengaan en dat soort dingen,

1023
01:00:58,650 --> 01:01:01,110
palmbomen die de ruimte versieren.

1024
01:01:01,110 --> 01:01:03,630
Er wordt een prachtige tempel beschreven.

1025
01:01:03,630 --> 01:01:10,110
Hoofdstuk 42 gaat in vers 1 tot en met 14
over priesterkamers op het tempelplein.

1026
01:01:10,110 --> 01:01:14,550
Vervolgens geven de resterende
verzen, vers 15 tot en met 20,

1027
01:01:14,550 --> 01:01:16,770
de buitenmaten van het tempelterrein.

1028
01:01:16,770 --> 01:01:20,010
Laten we verdergaan naar hoofdstuk 43.

1029
01:01:20,010 --> 01:01:24,510
Hoofdstuk 43 is belangrijk omdat de
heerlijkheid van de Heere door de

1030
01:01:24,510 --> 01:01:27,030
oostpoort naar de tempel terugkeert.

1031
01:01:27,030 --> 01:01:30,210
De terugkeer van de heerlijkheid
van de Heere naar de tempel

1032
01:01:30,210 --> 01:01:34,410
wordt natuurlijk tegenover het vertrek van
de heerlijkheid van de Heere geplaatst,

1033
01:01:34,410 --> 01:01:37,110
dat in zijn tweede visioen te zien was.

1034
01:01:37,110 --> 01:01:42,030
In het tweede visioen dat Ezechiël
kreeg, zag hij, zoals je je herinnert,

1035
01:01:42,030 --> 01:01:45,150
de gruweldaden die in
Jeruzalem werden gepleegd.

1036
01:01:45,150 --> 01:01:48,930
En hij zag het vertrek van de
heerlijkheid van de Heere uit de tempel.

1037
01:01:48,930 --> 01:01:52,770
Dit stond in hoofdstuk 8
tot en met 11 van Ezechiël.

1038
01:01:52,770 --> 01:01:56,130
En in hoofdstuk 11, geloof ik dat het was,

1039
01:01:56,130 --> 01:01:59,610
zag hij daadwerkelijk het vertrek
van de heerlijkheid door de oostpoort

1040
01:01:59,610 --> 01:02:00,930
van de tempel.

1041
01:02:00,930 --> 01:02:04,770
Hier in hoofdstuk 43 ziet
hij deze nieuwe tempel

1042
01:02:04,770 --> 01:02:07,890
en komt de heerlijkheid
door de oostpoort binnen.

1043
01:02:07,890 --> 01:02:10,770
Dus God komt terug naar Zijn tempel.

1044
01:02:10,770 --> 01:02:12,570
Zo had het kunnen zijn.

1045
01:02:12,570 --> 01:02:15,330
Vers 1 van hoofdstuk 43:

1046
01:02:15,330 --> 01:02:20,310
Daarop leidde Hij mij naar de poort, de
poort die naar het oosten gekeerd was.

1047
01:02:20,310 --> 01:02:24,390
En zie, de heerlijkheid van de God van
Israël kwam uit de richting van het

1048
01:02:24,390 --> 01:02:28,650
oosten, en Zijn geluid was als
het bruisen van machtige wateren,

1049
01:02:28,650 --> 01:02:31,950
en de aarde werd verlicht
vanwege Zijn heerlijkheid.

1050
01:02:31,950 --> 01:02:36,630
En de aanblik van het visioen dat ik zag,
was als het visioen dat ik gezien had,

1051
01:02:36,630 --> 01:02:39,630
toen ik kwam om de stad
te gronde te richten.

1052
01:02:39,630 --> 01:02:45,090
Het waren visioenen als het visioen dat
ik aan de rivier de Kebar gezien had.

1053
01:02:45,090 --> 01:02:47,670
Toen wierp ik mij met
het gezicht ter aarde.

1054
01:02:47,670 --> 01:02:51,150
Dat zou het visioen zijn
waarin hij de gruweldaden zag

1055
01:02:51,150 --> 01:02:55,590
en de verwoesting en het vertrek van
de heerlijkheid uit de stad voorspelde.

1056
01:02:55,590 --> 01:02:59,550
Die twee eerdere visioenen hadden
natuurlijk de beschrijving gegeven van de

1057
01:02:59,550 --> 01:03:02,790
wagen met de cherubs en
dat alles, en de wielen.

1058
01:03:02,790 --> 01:03:04,830
En hij zegt dat hij nu hetzelfde zag,

1059
01:03:04,830 --> 01:03:09,090
maar dat de heerlijkheid deze keer naar
binnen ging in plaats van naar buiten.

1060
01:03:09,090 --> 01:03:12,990
En de heerlijkheid van de HEERE kwam
het huis binnen via de poort die op

1061
01:03:12,990 --> 01:03:14,670
het oosten uitzag.

1062
01:03:14,670 --> 01:03:18,810
Toen hief de Geest mij op en
bracht mij in de binnenste voorhof.

1063
01:03:18,810 --> 01:03:22,890
En zie, de heerlijkheid van
de HEERE had het huis vervuld.

1064
01:03:22,890 --> 01:03:25,890
Daarop hoorde ik Iemand uit
het huis met mij spreken,

1065
01:03:25,890 --> 01:03:28,290
terwijl de Man naast mij bleef staan,

1066
01:03:28,290 --> 01:03:31,890
Dus de Heere spreekt vanuit
de tempel tot Ezechiël.

1067
01:03:31,890 --> 01:03:36,030
Zodra de heerlijkheid terugkeert,
spreekt de Heere tot Ezechiël,

1068
01:03:36,030 --> 01:03:39,930
terwijl de man met het
meetinstrument er zwijgend bij staat.

1069
01:03:39,930 --> 01:03:41,190
Vers 7:

1070
01:03:41,190 --> 01:03:45,990
en Hij zei tegen mij: Mensenkind,
dit is de plaats van Mijn troon

1071
01:03:45,990 --> 01:03:50,250
en de plaats van Mijn voetzolen,
waar Ik voor eeuwig wonen zal

1072
01:03:50,250 --> 01:03:51,990
onder de Israëlieten.

1073
01:03:51,990 --> 01:03:54,330
Zij die van het huis van Israël zijn,

1074
01:03:54,330 --> 01:03:59,310
zullen Mijn heilige Naam niet meer
verontreinigen, zij en hun koningen,

1075
01:03:59,310 --> 01:04:04,830
met hun hoererij en met de dode lichamen
van hun koningen op hun offerhoogten.

1076
01:04:04,830 --> 01:04:09,090
Terwijl zij hun drempel bij Mijn
drempel plaatsten en hun deurpost

1077
01:04:09,090 --> 01:04:13,650
naast Mijn deurpost, zodat er alleen
een muur tussen Mij en hen was,

1078
01:04:13,650 --> 01:04:18,990
verontreinigden zij Mijn heilige Naam
met hun gruweldaden, die zij deden,

1079
01:04:18,990 --> 01:04:21,690
zodat Ik hen ombracht in Mijn toorn.

1080
01:04:21,690 --> 01:04:22,530
enzovoort.

1081
01:04:22,530 --> 01:04:24,690
Dan zegt Hij in vers 9:

1082
01:04:24,690 --> 01:04:28,770
Nu zullen zij hun hoererij en de
dode lichamen van hun koningen

1083
01:04:28,770 --> 01:04:33,150
ver van Mij houden, zodat Ik
voor eeuwig onder hen wonen zal.

1084
01:04:33,150 --> 01:04:36,210
De uitdrukking ‘de
lijken van hun koningen’

1085
01:04:36,210 --> 01:04:39,990
verwijst naar het feit dat ze sommige
van hun koningen hebben vermoord.

1086
01:04:39,990 --> 01:04:44,670
U, mensenkind, breng het huis van
Israël de boodschap van dit huis,

1087
01:04:44,670 --> 01:04:48,030
zodat zij zich schamen
vanwege hun ongerechtigheden,

1088
01:04:48,030 --> 01:04:50,190
en laten zij het ontwerp meten.

1089
01:04:50,190 --> 01:04:54,690
Ik heb deze verzen al gelezen,
waarin Hij in vers 11 zegt:

1090
01:04:54,690 --> 01:04:58,230
Als zij zich dan schamen vanwege
alles wat zij gedaan hebben,

1091
01:04:58,230 --> 01:05:02,250
maak hun dan bekend de vorm van
het huis, de inrichting ervan,

1092
01:05:02,250 --> 01:05:07,110
de uitgangen ervan en de ingangen
ervan, ja, alle vormen ervan,

1093
01:05:07,110 --> 01:05:12,450
met alle bijbehorende verordeningen, alle
bijbehorende vormen en alle bijbehorende

1094
01:05:12,450 --> 01:05:15,270
wetten, en schrijf dat voor hun ogen op,

1095
01:05:15,270 --> 01:05:20,010
zodat zij heel de vorm ervan met alle
bijbehorende verordeningen in acht nemen

1096
01:05:20,010 --> 01:05:21,390
en die houden.

1097
01:05:21,390 --> 01:05:24,630
dan moet je hun dit laten
zien, al deze dingen.

1098
01:05:24,630 --> 01:05:27,810
Dat wijst erop dat ze hun
gruweldaden moeten wegdoen,

1099
01:05:27,810 --> 01:05:32,430
zich moeten schamen voor alles wat ze
hebben gedaan, hun leven moeten beteren,

1100
01:05:32,430 --> 01:05:33,990
zich moeten bekeren.

1101
01:05:33,990 --> 01:05:37,830
En als ze dat doen, dan zal
dit visioen voor hen zijn.

1102
01:05:37,830 --> 01:05:39,930
En in vers 12 staat:

1103
01:05:39,930 --> 01:05:44,790
Dit is de wet voor het huis; op de top
van de berg is heel het gebied ervan

1104
01:05:44,790 --> 01:05:47,370
helemaal rondom allerheiligst.

1105
01:05:47,370 --> 01:05:50,130
Zie, dit is de wet voor het huis.

1106
01:05:50,130 --> 01:05:52,710
We zullen niet verder
lezen in dit hoofdstuk.

1107
01:05:52,710 --> 01:05:57,150
De verzen 13 tot en met 17
gaan over het brandofferaltaar.

1108
01:05:57,150 --> 01:06:02,250
Eigenlijk gaat het vanaf dit punt
helemaal tot en met hoofdstuk 46,

1109
01:06:02,250 --> 01:06:07,170
vers 24 over de voorschriften
voor de aanbidding in de tempel.

1110
01:06:07,170 --> 01:06:10,050
Daarom zullen we die niet
in detail behandelen.

1111
01:06:10,050 --> 01:06:17,070
Dit loopt van hoofdstuk
43:13 tot hoofdstuk 46:24.

1112
01:06:17,070 --> 01:06:21,570
Als je een of ander schema maakt, dan is
dit een gedeelte dat gewijd is aan een

1113
01:06:21,570 --> 01:06:25,770
beschrijving van de voorschriften
voor de aanbidding in de tempel.

1114
01:06:25,770 --> 01:06:30,150
En het eerste deel daarvan,
de verzen 13 tot en met 17,

1115
01:06:30,150 --> 01:06:32,550
gaat over het brandofferaltaar.

1116
01:06:32,550 --> 01:06:38,550
En dan volgen van vers 18 tot vers
27, de rest van het hoofdstuk,

1117
01:06:38,550 --> 01:06:40,650
verordeningen voor het altaar.

1118
01:06:40,650 --> 01:06:44,910
Dus in de rest van dit hoofdstuk
staat vooral het altaar centraal,

1119
01:06:44,910 --> 01:06:46,830
waar de offers worden gebracht.

1120
01:06:46,830 --> 01:06:51,990
Hoofdstuk 44, daarvan hebben we de
verzen 1 tot en met 3 al gelezen,

1121
01:06:51,990 --> 01:06:54,330
over de oostpoort die gesloten is.

1122
01:06:54,330 --> 01:06:59,130
Die is speciaal bestemd voor de vorst om
erdoor naar binnen en naar buiten te gaan.

1123
01:06:59,130 --> 01:07:03,990
Vanaf vers 4 wordt er gesproken over
vreemdelingen, vermoedelijk heidenen.

1124
01:07:03,990 --> 01:07:05,670
We zullen hier een stukje van lezen.

1125
01:07:05,670 --> 01:07:09,870
Vervolgens bracht Hij mij via de
noorderpoort tot vóór het huis.

1126
01:07:09,870 --> 01:07:16,110
Ik zag, en zie, de heerlijkheid van de
HEERE had het huis van de HEERE vervuld.

1127
01:07:16,110 --> 01:07:18,930
Toen wierp ik mij met
het gezicht ter aarde.

1128
01:07:18,930 --> 01:07:23,250
De HEERE zei tegen mij:
Mensenkind, sla er acht op,

1129
01:07:23,250 --> 01:07:28,650
zie met uw ogen en hoor met uw oren
alles wat Ik met u spreken zal aangaande

1130
01:07:28,650 --> 01:07:33,330
alle verordeningen van het huis van de
HEERE en aangaande alle wetten ervan.

1131
01:07:33,330 --> 01:07:35,850
Sla acht op hen die het huis binnengaan,

1132
01:07:35,850 --> 01:07:40,650
en op al wie van het heiligdom uitgesloten
wordt, en zeg tegen die opstandigen,

1133
01:07:40,650 --> 01:07:44,670
tegen het huis van Israël:
Zo zegt de Heere HEERE:

1134
01:07:44,670 --> 01:07:50,070
Het is voor u lang genoeg geweest met
al uw gruweldaden, huis van Israël,

1135
01:07:50,070 --> 01:07:55,170
want u hebt vreemdelingen binnengebracht,
onbesnedenen van hart en onbesnedenen van

1136
01:07:55,170 --> 01:08:00,750
vlees, om in Mijn heiligdom te laten
zijn, zodat zij Mijn huis ontheiligden;

1137
01:08:00,750 --> 01:08:05,130
want u bood Mijn brood —
het vet en het bloed — aan,

1138
01:08:05,130 --> 01:08:09,450
en zij verbraken Mijn verbond
door al uw gruweldaden.

1139
01:08:09,450 --> 01:08:13,890
Verder hebt u uw taak ten behoeve van
Mijn geheiligde dingen niet vervuld.

1140
01:08:13,890 --> 01:08:17,550
U stelde voor uzelf mensen aan
om uw taak ten behoeve van Mij

1141
01:08:17,550 --> 01:08:19,770
in Mijn heiligdom te vervullen.

1142
01:08:19,770 --> 01:08:23,310
Zo zegt de Heere HEERE:
Geen enkele vreemdeling,

1143
01:08:23,310 --> 01:08:26,430
onbesneden van hart en
onbesneden van lichaam,

1144
01:08:26,430 --> 01:08:28,890
mag in Mijn heiligdom binnenkomen.

1145
01:08:28,890 --> 01:08:32,850
Dit geldt voor elke vreemdeling die
te midden van de Israëlieten is.

1146
01:08:32,850 --> 01:08:38,070
Voorzeker, de Levieten die zich ver van
Mij hebben gehouden toen Israël afdwaalde

1147
01:08:38,070 --> 01:08:41,851
— die van achter Mij afgedwaald
zijn, hun stinkgoden achterna —

1148
01:08:41,851 --> 01:08:44,490
moeten wel hun ongerechtigheid dragen;

1149
01:08:44,490 --> 01:08:47,970
En hij gaat verder over de
verantwoordelijkheid van de Levieten.

1150
01:08:47,970 --> 01:08:51,750
Waar ik hier op wil wijzen, is dat
dit, als je het letterlijk opvat,

1151
01:08:51,750 --> 01:08:55,110
alleen op het Oude Testament
van toepassing zou kunnen zijn.

1152
01:08:55,110 --> 01:09:00,210
Want geen vreemdeling, dat wil zeggen geen
buitenlander, niemand anders dan Joden,

1153
01:09:00,210 --> 01:09:02,550
kan deze tempel binnengaan.

1154
01:09:02,550 --> 01:09:06,030
Een van de grote boodschappen van
het Nieuwe Testament is dat alle

1155
01:09:06,030 --> 01:09:10,350
voorrechten van Israël nu ook
aan gelovige heidenen toebehoren,

1156
01:09:10,350 --> 01:09:13,410
en dat wij nu samen
met hen deelhebben aan:

1157
01:09:13,410 --> 01:09:18,990
Als nu enige van die takken afgerukt
zijn, en u, die een wilde olijfboom bent,

1158
01:09:18,990 --> 01:09:23,970
in hun plaats bent geënt en mede deel hebt
gekregen aan de wortel en de vettigheid

1159
01:09:23,970 --> 01:09:25,410
van de olijfboom,

1160
01:09:25,410 --> 01:09:29,850
en dat er vandaag geen onderscheid
is tussen Jood en heiden.

1161
01:09:29,850 --> 01:09:33,750
Dus deze scheidslijn trekken
tussen de Jood en de heiden,

1162
01:09:33,750 --> 01:09:37,470
zeggen dat geen heiden of
vreemdeling het huis mag binnengaan,

1163
01:09:37,470 --> 01:09:41,610
zou op geen enkel moment sinds het
kruis van toepassing kunnen zijn.

1164
01:09:41,610 --> 01:09:44,970
Het zou alleen in de tijd
daarvoor geldig kunnen zijn.

1165
01:09:44,970 --> 01:09:48,450
In de tijd daarvoor zou het
heel goed van toepassing zijn,

1166
01:09:48,450 --> 01:09:51,930
omdat de Joden afgescheiden
moesten blijven van de heidenen.

1167
01:09:51,930 --> 01:09:54,870
De heidenen mochten niet in
de voorhof van de Joden komen.

1168
01:09:54,870 --> 01:09:58,890
De reden waarom Paulus werd gearresteerd
toen hij in het boek Handelingen voor de

1169
01:09:58,890 --> 01:10:03,570
laatste keer naar Jeruzalem ging, was
zelfs dat hij er ten onrechte van werd

1170
01:10:03,570 --> 01:10:08,010
beschuldigd een heiden in de voorhof
van de Joden te hebben gebracht.

1171
01:10:08,010 --> 01:10:12,090
Buiten de poort van de voorhof van
de Joden stond daadwerkelijk een bord

1172
01:10:12,090 --> 01:10:15,390
waarop stond dat elke heiden
die voorbij dat punt kwam,

1173
01:10:15,390 --> 01:10:17,370
ter dood zou worden gebracht.

1174
01:10:17,370 --> 01:10:22,230
Zo streng was de toegang beperkt: er
mochten geen heidenen naar binnen.

1175
01:10:22,230 --> 01:10:25,410
Dit kan vóór het kruis
van toepassing zijn.

1176
01:10:25,410 --> 01:10:28,890
Sinds het kruis kan het alleen
geestelijk van toepassing zijn.

1177
01:10:28,890 --> 01:10:31,350
Als er staat dat geen vreemdeling of

1178
01:10:31,350 --> 01:10:35,250
onbesnedene van hart of lichaam
het heiligdom mag binnengaan,

1179
01:10:35,250 --> 01:10:38,790
kunnen we dit nu alleen geestelijk
toepassen op degenen die vreemdelingen

1180
01:10:38,790 --> 01:10:42,150
zijn ten opzichte van
het verbond van Christus.

1181
01:10:42,150 --> 01:10:46,830
Wie niet wedergeboren en door het bloed
gereinigd is, kan niet binnenkomen.

1182
01:10:46,830 --> 01:10:50,850
Als we de beschrijving van het nieuwe
Jeruzalem in het boek Openbaring lezen,

1183
01:10:50,850 --> 01:10:54,150
in hoofdstuk 21 en 22, zien we:

1184
01:10:54,150 --> 01:10:59,070
Maar buiten bevinden zich de honden,
de tovenaars, de ontuchtplegers,

1185
01:10:59,070 --> 01:11:05,010
de moordenaars, de afgodendienaars en
ieder die de leugen liefheeft en doet.

1186
01:11:05,010 --> 01:11:09,270
En als die stad de gemeente is of
het Koninkrijk van God voorstelt,

1187
01:11:09,270 --> 01:11:13,410
wordt daarmee natuurlijk eenvoudig gezegd
dat niet de heidenen worden geweerd,

1188
01:11:13,410 --> 01:11:17,730
maar dat iedereen wordt buitengesloten
die geen deel heeft aan het door Christus

1189
01:11:17,730 --> 01:11:21,510
ingestelde verbond, iedereen
die geen christen is.

1190
01:11:21,510 --> 01:11:24,570
Dat zou geestelijk gezien
waar zijn voor de gemeente.

1191
01:11:24,570 --> 01:11:28,650
We moeten dus ofwel zeggen dat dit
geestelijk over de gemeente spreekt,

1192
01:11:28,650 --> 01:11:33,690
dat we deze woorden geestelijk moeten
opvatten in plaats van letterlijk, ofwel,

1193
01:11:33,690 --> 01:11:37,530
als we ze letterlijk opvatten, dat
ze niet van toepassing kunnen zijn op

1194
01:11:37,530 --> 01:11:39,510
enige tijd sinds het kruis.

1195
01:11:39,510 --> 01:11:43,050
Daarna gaat hij in op de
verantwoordelijkheden van de Levieten

1196
01:11:43,050 --> 01:11:47,970
en vervolgens specifiek op die van de
priesters, die de zonen van Zadok zijn,

1197
01:11:47,970 --> 01:11:50,730
helemaal tot en met vers 27.

1198
01:11:50,730 --> 01:11:56,610
En vervolgens gaat het in vers 28 tot
en met 31 over hun bijzondere erfdeel.

1199
01:11:56,610 --> 01:12:00,990
Het hoofdstuk eindigt dus met een
bespreking van de priesters en Levieten.

1200
01:12:00,990 --> 01:12:04,590
Hoofdstuk 45, vers 1 tot en met 8,

1201
01:12:04,590 --> 01:12:07,830
beschrijft in wezen de
toewijzing van de heilige grond.

1202
01:12:07,830 --> 01:12:11,490
De stam Juda bevindt zich ten
noorden van het heiligdom,

1203
01:12:11,490 --> 01:12:14,190
de stam Benjamin ten zuiden ervan.

1204
01:12:14,190 --> 01:12:18,270
Aan weerszijden, ten oosten en
ten westen van het heiligdom,

1205
01:12:18,270 --> 01:12:21,450
dus tussen het heiligdom
en de Middellandse Zee

1206
01:12:21,450 --> 01:12:24,450
en tussen het heiligdom
en de rivier de Jordaan,

1207
01:12:24,450 --> 01:12:27,210
ligt aan elke kant gebied van de vorst.

1208
01:12:27,210 --> 01:12:32,910
En direct rondom het heiligdom ligt gebied
van de Levieten en grond van de stad.

1209
01:12:32,910 --> 01:12:35,490
We hoeven die dingen niet
in het bijzonder te weten,

1210
01:12:35,490 --> 01:12:38,310
maar we lezen herhaaldelijk over de vorst.

1211
01:12:38,310 --> 01:12:41,250
In dit hoofdstuk komt
hij opnieuw ter sprake.

1212
01:12:41,250 --> 01:12:46,530
Hij heeft een bepaald gebied, land dat
hem is toegewezen; dat is zijn land.

1213
01:12:46,530 --> 01:12:51,870
Ook zijn offers, zijn bijzondere
offergaven, bijzondere offergaven aan hem,

1214
01:12:51,870 --> 01:12:55,170
worden in vers 13 tot en met 17 genoemd.

1215
01:12:55,170 --> 01:12:56,370
Wie is deze vorst?

1216
01:12:56,370 --> 01:12:58,770
Ik heb gezegd dat het Jezus niet kan zijn,

1217
01:12:58,770 --> 01:13:00,930
omdat de dingen die
over hem worden gezegd,

1218
01:13:00,930 --> 01:13:03,930
nooit over Jezus gezegd
zouden kunnen worden.

1219
01:13:03,930 --> 01:13:08,010
Aan de andere kant hebben de Joden
sinds de dagen van Ezechiël nooit

1220
01:13:08,010 --> 01:13:09,570
een vorst gehad.

1221
01:13:09,570 --> 01:13:11,490
Ze hebben nooit een koning gehad.

1222
01:13:11,490 --> 01:13:17,070
Het huis van David lag vanaf de tijd van
Ezechiël in puin en is nooit hersteld,

1223
01:13:17,070 --> 01:13:18,990
behalve in Christus.

1224
01:13:18,990 --> 01:13:23,130
En omdat Christus de laatste,
uiteindelijke, blijvende,

1225
01:13:23,130 --> 01:13:28,410
eeuwige Koning van Israël is, zullen
ze na Hem nooit meer een andere hebben.

1226
01:13:28,410 --> 01:13:31,650
Daarom moeten we zeggen dat
dit opnieuw van toepassing is

1227
01:13:31,650 --> 01:13:34,170
op de hypothetische situatie.

1228
01:13:34,170 --> 01:13:38,310
God had het koninkrijk van David
kunnen en willen herstellen,

1229
01:13:38,310 --> 01:13:40,290
nog onder het oude verbond.

1230
01:13:40,290 --> 01:13:45,150
Dat betekent niet dat daarmee de noodzaak
van het nieuwe verbond zou zijn vervallen.

1231
01:13:45,150 --> 01:13:50,190
Maar tijdelijk, tussen de terugkeer
uit Babylon en de komst van Christus,

1232
01:13:50,190 --> 01:13:54,690
had deze regeling kunnen bestaan
als ze gehoorzamer waren geweest.

1233
01:13:54,690 --> 01:13:57,990
Ze hadden weer vorsten en
koningen kunnen krijgen.

1234
01:13:57,990 --> 01:14:03,510
En deze vorsten uit het huis van David
zouden bijzondere plichten en bijzondere

1235
01:14:03,510 --> 01:14:08,670
voorrechten en bijzondere toegewezen
stukken grond hebben gehad, enzovoort.

1236
01:14:08,670 --> 01:14:10,650
Dat wordt hier beschreven.

1237
01:14:10,650 --> 01:14:14,490
In vers 9 tot en met 12 van hoofdstuk 45

1238
01:14:14,490 --> 01:14:19,530
doet God een algemene oproep aan het
volk om eerlijk te zijn. Hij zegt:

1239
01:14:19,530 --> 01:14:24,930
Zo zegt de Heere HEERE: Laat het
u genoeg zijn, vorsten van Israël!

1240
01:14:24,930 --> 01:14:29,490
Doe geweld en verwoesting weg
en doe recht en gerechtigheid.

1241
01:14:29,490 --> 01:14:33,630
Hef uw afpersingen van Mijn
volk op, spreekt de Heere HEERE.

1242
01:14:33,630 --> 01:14:39,030
U moet een zuivere weegschaal, een
zuivere efa en een zuivere bath hebben.

1243
01:14:39,030 --> 01:14:42,510
De efa en de bath moeten een
vaste inhoudsmaat hebben,

1244
01:14:42,510 --> 01:14:45,330
zodat een bath een tiende
van een homer bevat,

1245
01:14:45,330 --> 01:14:48,510
en ook een efa een tiende
deel van een homer.

1246
01:14:48,510 --> 01:14:51,390
De maat ervan moet volgens de homer zijn.

1247
01:14:51,390 --> 01:14:54,210
De sikkel zal twintig gera waard zijn.

1248
01:14:54,210 --> 01:14:59,070
De pond zal voor u twintig sikkel
plus vijfentwintig sikkel plus

1249
01:14:59,070 --> 01:15:00,990
vijftien sikkel waard zijn.

1250
01:15:00,990 --> 01:15:04,110
Met ‘afpersingen’ wordt
onderdrukking bedoeld.

1251
01:15:04,110 --> 01:15:07,890
Een ‘zuivere weegschaal’
is een eerlijke weegschaal.

1252
01:15:07,890 --> 01:15:10,830
Dit zijn verschillende maten die
in de handel worden gebruikt.

1253
01:15:10,830 --> 01:15:14,130
Ze moeten rechtvaardig zijn
in hun zakelijke omgang.

1254
01:15:14,130 --> 01:15:15,150
Enzovoort.

1255
01:15:15,150 --> 01:15:19,950
Hij dringt er dus bij hen op aan om
onderdrukking en oneerlijkheid uit hun

1256
01:15:19,950 --> 01:15:21,810
onderlinge omgang weg te doen.

1257
01:15:21,810 --> 01:15:27,630
Daarna worden in vers 13 tot en met 17
de offergaven aan de vorst beschreven,

1258
01:15:27,630 --> 01:15:33,210
vervolgens in vers 18 tot en met 25
enkele voorschriften voor de feesten,

1259
01:15:33,210 --> 01:15:35,370
waarmee dat hoofdstuk eindigt.

1260
01:15:35,370 --> 01:15:40,770
In hoofdstuk 46 wordt verwezen naar de
viering van nieuwe manen en sabbatten.

1261
01:15:40,770 --> 01:15:43,470
Hoofdstuk 46:1 zegt:

1262
01:15:43,470 --> 01:15:48,570
Zo zegt de Heere HEERE: De poort van de
binnenste voorhof die naar het oosten

1263
01:15:48,570 --> 01:15:52,410
gekeerd is, moet op de zes
werkdagen gesloten blijven,

1264
01:15:52,410 --> 01:15:55,050
maar op de sabbatdag geopend worden.

1265
01:15:55,050 --> 01:15:57,990
Ook op nieuwemaansdag
moet hij geopend worden.

1266
01:15:57,990 --> 01:16:01,530
En er wordt besproken wat er bij de
aanbidding op de sabbat en de nieuwe

1267
01:16:01,530 --> 01:16:02,910
manen moet gebeuren.

1268
01:16:02,910 --> 01:16:06,870
Ik heb er eerder niet op gewezen,
maar dit gedeelte geeft ook aan

1269
01:16:06,870 --> 01:16:10,290
dat dit sinds het kruis
niet meer van toepassing is.

1270
01:16:10,290 --> 01:16:14,790
Paulus noemde sabbatten en
nieuwemaansdagen immers specifiek als

1271
01:16:14,790 --> 01:16:19,050
gelegenheden die sinds het kruis
niet bindend zijn voor gelovigen.

1272
01:16:19,050 --> 01:16:24,330
Ik wil je aandacht vestigen op één
passage in het bijzonder, Kolossenzen 2,

1273
01:16:24,330 --> 01:16:27,930
vers 16 en 17. Paulus zei:

1274
01:16:27,930 --> 01:16:31,290
Laat dus niemand u veroordelen
inzake eten of drinken,

1275
01:16:31,290 --> 01:16:35,430
of op het punt van een feestdag,
een nieuwe maan of de sabbatten.

1276
01:16:35,430 --> 01:16:38,370
Deze zaken zijn een schaduw
van de toekomstige dingen,

1277
01:16:38,370 --> 01:16:40,710
maar het lichaam is van Christus.

1278
01:16:40,710 --> 01:16:44,910
Hij zegt dat de sabbatdagen en de
nieuwemaansdagen en andere aspecten van de

1279
01:16:44,910 --> 01:16:47,250
Joodse wet slechts een schaduw zijn.

1280
01:16:47,250 --> 01:16:50,490
Ze zijn een voorbijgaand
beeld dat maar tijdelijk een

1281
01:16:50,490 --> 01:16:53,610
vage voorstelling geeft van
een bepaalde werkelijkheid.

1282
01:16:53,610 --> 01:16:57,030
Die werkelijkheid is in
Christus ten volle zichtbaar,

1283
01:16:57,030 --> 01:17:00,270
en aan de schaduw hoef je
niet langer vast te houden.

1284
01:17:00,270 --> 01:17:05,070
En daarom zegt hij dat je je door niemand
moet laten oordelen over het onderhouden

1285
01:17:05,070 --> 01:17:06,450
van zulke dingen.

1286
01:17:06,450 --> 01:17:10,110
Als hij zegt dat je om zulke
dingen niet geoordeeld kunt worden,

1287
01:17:10,110 --> 01:17:13,230
betekent dat dat er
geen wet is die ze eist.

1288
01:17:13,230 --> 01:17:18,090
Als de wet zou eisen dat we de sabbat
of de feestdagen of de nieuwemaansdagen

1289
01:17:18,090 --> 01:17:20,850
onderhouden, en als we
dat niet zouden doen,

1290
01:17:20,850 --> 01:17:24,990
dan zouden we daarvoor geoordeeld
worden, omdat we een wet overtreden.

1291
01:17:24,990 --> 01:17:26,490
Maar als hij zegt:

1292
01:17:26,490 --> 01:17:28,350
Laat niemand je veroordelen.

1293
01:17:28,350 --> 01:17:33,450
of, met andere woorden, als ze je wel
oordelen, trek je daar dan niets van aan,

1294
01:17:33,450 --> 01:17:37,230
dan zegt hij dat hierover voor
de christen geen wet bestaat.

1295
01:17:37,230 --> 01:17:40,950
En de sabbat en de nieuwemaansdagen
waren een tijdelijke,

1296
01:17:40,950 --> 01:17:45,750
schaduwachtige voorafbeelding van iets
werkelijks dat in Christus gekomen is.

1297
01:17:45,750 --> 01:17:48,330
Daarom zijn deze dingen niet meer nodig.

1298
01:17:48,330 --> 01:17:53,250
In de eerste acht verzen wordt over de
sabbat en de nieuwemaansdagen gesproken.

1299
01:17:53,250 --> 01:17:59,610
In hoofdstuk 46, vers 9 en 10, staat
een interessant stukje van twee verzen.

1300
01:17:59,610 --> 01:18:03,390
Daar staat eenvoudig dat de
mensen, wanneer ze daar aanbidden,

1301
01:18:03,390 --> 01:18:05,790
dwars door de tempel heen moeten lopen.

1302
01:18:05,790 --> 01:18:07,950
Als ze door de noordpoort
naar binnen gaan,

1303
01:18:07,950 --> 01:18:10,650
moeten ze door de
zuidpoort naar buiten gaan.

1304
01:18:10,650 --> 01:18:12,690
Als ze door de zuidpoort naar binnen gaan,

1305
01:18:12,690 --> 01:18:15,150
moeten ze door de
noordpoort naar buiten gaan.

1306
01:18:15,150 --> 01:18:17,610
Ze moeten niet door één
poort naar binnen gaan

1307
01:18:17,610 --> 01:18:20,430
en door dezelfde poort
weer naar buiten gaan.

1308
01:18:20,430 --> 01:18:23,190
En de betekenis hiervan is niet duidelijk.

1309
01:18:23,190 --> 01:18:27,690
Het zou heel duidelijke praktische doelen
dienen als er een feestdag was of iets

1310
01:18:27,690 --> 01:18:30,690
dergelijks en er duizenden
aanbidders waren.

1311
01:18:30,690 --> 01:18:32,970
Om de stroom mensen in beweging te houden,

1312
01:18:32,970 --> 01:18:35,550
moeten de mensen natuurlijk
één kant op gaan,

1313
01:18:35,550 --> 01:18:39,150
door de ene poort naar binnen
en door de andere naar buiten.

1314
01:18:39,150 --> 01:18:44,310
Anders zouden ze proberen om te keren en
zich een weg te banen tegen de menigte in

1315
01:18:44,310 --> 01:18:46,830
die langs dezelfde weg naar binnen komt.

1316
01:18:46,830 --> 01:18:51,390
Het kan zijn dat dit eenvoudig
beschrijft dat er bij veel aanbidders een

1317
01:18:51,390 --> 01:18:56,190
voortdurende, soepele doorstroming
van mensen moet zijn, van voetgangers.

1318
01:18:56,190 --> 01:19:00,810
Dan moeten mensen niet proberen terug te
gaan en naar buiten te gaan langs de weg

1319
01:19:00,810 --> 01:19:02,490
waarlangs ze binnenkwamen.

1320
01:19:02,490 --> 01:19:06,090
Ze moeten er gewoon op rekenen
dat ze helemaal doorlopen.

1321
01:19:06,090 --> 01:19:10,290
Als dit een geestelijke betekenis
heeft, weet ik niet zeker wat die is,

1322
01:19:10,290 --> 01:19:13,590
dus zal ik niet proberen
er commentaar op te geven.

1323
01:19:13,590 --> 01:19:18,330
In vers 11 tot en met 15 staan nog
enkele andere algemene voorschriften,

1324
01:19:18,330 --> 01:19:23,010
en vervolgens wordt in vers 16
tot en met 18 de wet gegeven

1325
01:19:23,010 --> 01:19:25,590
die de vervreemding van bezit verbiedt.

1326
01:19:25,590 --> 01:19:27,030
In vers 16 staat:

1327
01:19:27,030 --> 01:19:32,010
Zo zegt de Heere HEERE: Wanneer de vorst
een van zijn zonen een geschenk geeft,

1328
01:19:32,010 --> 01:19:34,290
is het diens erfelijk bezit.

1329
01:19:34,290 --> 01:19:38,970
Dat zal zijn zonen toebehoren, dat
zal hun bezit in erfelijk bezit zijn.

1330
01:19:38,970 --> 01:19:42,750
Maar wanneer hij een geschenk uit zijn
erfelijk bezit aan een van zijn dienaren

1331
01:19:42,750 --> 01:19:46,830
geeft, zal dat van hem zijn tot
het jaar van zijn vrijlating.

1332
01:19:46,830 --> 01:19:49,290
Dan zal het naar de vorst teruggaan.

1333
01:19:49,290 --> 01:19:53,850
Voorwaar, het is zijn erfelijk
bezit, het zal zijn zonen toebehoren.

1334
01:19:53,850 --> 01:19:57,150
De vorst mag niets nemen van
het erfelijk bezit van het volk

1335
01:19:57,150 --> 01:19:59,430
door hen uit hun bezit te verdringen.

1336
01:19:59,430 --> 01:20:03,510
Hij mag zijn zonen alleen van zijn
eigen bezit in erfelijk bezit geven,

1337
01:20:03,510 --> 01:20:08,130
zodat Mijn volk niet verspreid wordt,
ieder verdrongen uit zijn eigen bezit.

1338
01:20:08,130 --> 01:20:11,190
Het beginsel lijkt hier te
zijn dat wanneer de vorst,

1339
01:20:11,190 --> 01:20:14,370
of vermoedelijk iemand
anders, stukken land schenkt,

1340
01:20:14,370 --> 01:20:18,330
die gewoonlijk in handen van de
ontvanger blijven tot het jubeljaar.

1341
01:20:18,330 --> 01:20:22,410
Dan gaan alle stukken land terug
naar hun oorspronkelijke eigenaars.

1342
01:20:22,410 --> 01:20:25,770
Dit geldt in alle gevallen,
behalve wanneer de vorst iets aan

1343
01:20:25,770 --> 01:20:27,210
zijn zonen geeft.

1344
01:20:27,210 --> 01:20:31,650
Als hij iets aan zijn zonen geeft, mogen
ze het ook tijdens het jubeljaar en daarna

1345
01:20:31,650 --> 01:20:35,790
houden, omdat hun land eigenlijk
niet buiten de familie terechtkomt.

1346
01:20:35,790 --> 01:20:40,410
De gedachte is dat toen God aan
Israël stukken land per familie gaf,

1347
01:20:40,410 --> 01:20:44,250
die stukken land voor altijd in
dezelfde familie moesten blijven.

1348
01:20:44,250 --> 01:20:47,850
Als iemand dus een stuk land
moest verkopen omdat hij arm was,

1349
01:20:47,850 --> 01:20:51,330
kon dat land natuurlijk tijdelijk
buiten het bezit van zijn familie raken.

1350
01:20:51,330 --> 01:20:55,050
Maar elk vijftigste jaar, het
jubeljaar, hoorde het land

1351
01:20:55,050 --> 01:20:59,190
strikt genomen terug te gaan naar
zijn oorspronkelijke eigenaar.

1352
01:20:59,190 --> 01:21:02,670
Zo zou er nooit een blijvende
vervreemding van bezit zijn

1353
01:21:02,670 --> 01:21:05,670
ten koste van de familie die
het oorspronkelijk bezat.

1354
01:21:05,670 --> 01:21:09,330
Dan krijgen we regelingen voor
het koken van de offermaaltijden,

1355
01:21:09,330 --> 01:21:12,270
alleen van belang voor
degenen die dat willen doen.

1356
01:21:12,270 --> 01:21:17,430
Als je een Leviet uit het huis van Zadok
bent, wil je deze passage misschien lezen.

1357
01:21:17,430 --> 01:21:21,090
Als je ooit van plan bent in de
tempel in Jeruzalem te werken,

1358
01:21:21,090 --> 01:21:25,170
geven vers 19 tot en met
24 daarvoor de instructies.

1359
01:21:25,170 --> 01:21:28,470
Ik heb hoofdstuk 47 al
ter sprake gebracht,

1360
01:21:28,470 --> 01:21:31,290
maar we willen het wat
nauwkeuriger bekijken.

1361
01:21:31,290 --> 01:21:35,130
Hoofdstuk 47 neemt heel
duidelijk een andere wending

1362
01:21:35,130 --> 01:21:39,390
na de zaken die je volledig in
natuurlijke zin zou kunnen opvatten.

1363
01:21:39,390 --> 01:21:44,310
De beschrijving van de muren en de
voorhoven en de vertrekken van het altaar,

1364
01:21:44,310 --> 01:21:46,950
de voorschriften voor
het brengen van offers,

1365
01:21:46,950 --> 01:21:51,510
de voorschriften voor het binnengaan
en verlaten van het complex:

1366
01:21:51,510 --> 01:21:55,290
al die dingen zou je zo kunnen
begrijpen dat ze geen andere

1367
01:21:55,290 --> 01:21:59,670
betekenis hebben dan de natuurlijke
dingen die ze lijken te beschrijven.

1368
01:21:59,670 --> 01:22:04,290
Maar wanneer je bij hoofdstuk 47
komt, worden, zoals ik al zei,

1369
01:22:04,290 --> 01:22:08,550
de dingen die alleen maar natuurlijk
zijn duidelijk achtergelaten.

1370
01:22:08,550 --> 01:22:11,430
Er worden geestelijke
dingen geïntroduceerd,

1371
01:22:11,430 --> 01:22:14,850
er worden bovennatuurlijke
dingen geïntroduceerd.

1372
01:22:14,850 --> 01:22:18,120
Wat we kunnen overwegen, en
misschien is dat wel terecht,

1373
01:22:18,120 --> 01:22:22,710
is dat de natuurlijke beschrijvingen
van de tempel tot op dit punt,

1374
01:22:22,710 --> 01:22:25,950
zoals ik al zei, afhankelijk
zijn van gehoorzaamheid.

1375
01:22:25,950 --> 01:22:30,750
Maar de dingen die nu worden beschreven,
zijn geestelijk en onvoorwaardelijk.

1376
01:22:30,750 --> 01:22:34,050
In wezen zullen de dingen die hier
worden beschreven gaan gebeuren,

1377
01:22:34,050 --> 01:22:37,050
maar ze zullen niet in het
natuurlijke gaan gebeuren.

1378
01:22:37,050 --> 01:22:39,690
Hier wordt iets
bovennatuurlijks beschreven.

1379
01:22:39,690 --> 01:22:44,130
En het feit dat het boek Openbaring
delen van de hoofdstukken 47 en

1380
01:22:44,130 --> 01:22:48,750
48 van Ezechiël overneemt en verwerkt in
de beschrijving van de nieuwe hemelen en

1381
01:22:48,750 --> 01:22:52,470
de nieuwe aarde, wijst erop
dat wat Ezechiël hier ziet,

1382
01:22:52,470 --> 01:22:56,070
iets is dat wel degelijk een
geestelijke en blijvende vervulling in

1383
01:22:56,070 --> 01:22:57,510
de gemeente heeft.

1384
01:22:57,510 --> 01:23:01,230
En misschien moeten we het dus
zo zien dat Ezechiël in het begin

1385
01:23:01,230 --> 01:23:04,650
laat zien hoe de natuurlijke
tempel eruit zou zien.

1386
01:23:04,650 --> 01:23:08,550
Maar omdat hij voorziet dat zij niet
aan de voorwaarden zullen voldoen,

1387
01:23:08,550 --> 01:23:12,570
gaat hij verder met een beschrijving van
de geestelijke aspecten van de geestelijke

1388
01:23:12,570 --> 01:23:14,550
tempel, de gemeente.

1389
01:23:14,550 --> 01:23:17,190
En het is mogelijk dat,
zoals ik eerder zei,

1390
01:23:17,190 --> 01:23:20,550
alle negen hoofdstukken over
de geestelijke tempel gaan.

1391
01:23:20,550 --> 01:23:23,550
Maar dat zou ik niet
dogmatisch willen verdedigen.

1392
01:23:23,550 --> 01:23:26,310
Het staat echter buiten kijf dat we nu bij

1393
01:23:26,310 --> 01:23:28,590
materiaal komen waarvan
het Nieuwe Testament

1394
01:23:28,590 --> 01:23:31,590
aangeeft dat het in de
gemeente wordt vervuld.

1395
01:23:31,590 --> 01:23:32,730
Er staat:

1396
01:23:32,730 --> 01:23:35,970
Daarna bracht Hij mij terug
naar de ingang van het huis.

1397
01:23:35,970 --> 01:23:41,610
En zie, er stroomde water uit, van onder
de drempel van het huis naar het oosten,

1398
01:23:41,610 --> 01:23:44,850
want de voorkant van het
huis lag naar het oosten.

1399
01:23:44,850 --> 01:23:48,930
Het water stroomde naar beneden van
onder de rechterzijde van het huis,

1400
01:23:48,930 --> 01:23:50,730
ten zuiden van het altaar.

1401
01:23:50,730 --> 01:23:52,770
Dat wil zeggen, van de tempel.

1402
01:23:52,770 --> 01:23:58,110
Vervolgens bracht Hij mij naar buiten via
de noorderpoort en leidde mij buitenom

1403
01:23:58,110 --> 01:24:02,910
rond naar de buitenpoort, in de
richting die naar het oosten gekeerd is.

1404
01:24:02,910 --> 01:24:06,570
En zie, uit de rechterzijde
borrelde water.

1405
01:24:06,570 --> 01:24:11,370
Toen de Man naar het oosten naar buiten
ging, was er een meetlint in Zijn hand.

1406
01:24:11,370 --> 01:24:17,790
Hij mat duizend el en liet mij door het
water gaan: het water kwam tot de enkels.

1407
01:24:17,790 --> 01:24:20,190
Dit is de man die de metingen doet.

1408
01:24:20,190 --> 01:24:25,710
Dat wil zeggen, hij volgde de loop van
de rivier, duizend el vanaf het huis,

1409
01:24:25,710 --> 01:24:27,810
vanaf de bron ervan.

1410
01:24:27,810 --> 01:24:30,390
Het water stond tot aan de enkels.

1411
01:24:30,390 --> 01:24:34,470
Hij mat weer duizend el en
liet mij door het water gaan:

1412
01:24:34,470 --> 01:24:36,750
het water kwam tot de knieën.

1413
01:24:36,750 --> 01:24:42,930
Toen mat Hij er weer duizend en liet mij
erdoor gaan: het water kwam tot de heupen.

1414
01:24:42,930 --> 01:24:44,610
Vanaf dat punt.

1415
01:24:44,610 --> 01:24:49,650
Nog eens mat Hij duizend el: het was
een beek waar ik niet door kon gaan,

1416
01:24:49,650 --> 01:24:54,750
want het water was heel hoog — water
waar men alleen zwemmend door kon,

1417
01:24:54,750 --> 01:24:58,110
een beek waar men anders
niet door kon gaan.

1418
01:24:58,110 --> 01:25:03,330
Hier is een rivier die steeds dieper wordt
naarmate hij verder van zijn bron komt.

1419
01:25:03,330 --> 01:25:05,310
Daar zullen we het zo over hebben.

1420
01:25:05,310 --> 01:25:08,910
Hij zei tegen mij: Hebt
u het gezien, mensenkind?

1421
01:25:08,910 --> 01:25:13,050
Toen leidde Hij mij en bracht mij
terug naar de oever van de beek.

1422
01:25:13,050 --> 01:25:18,810
Toen ik teruggekeerd was, zie, bij de
oever van de beek stonden zeer veel bomen,

1423
01:25:18,810 --> 01:25:21,690
aan deze kant en aan de andere kant.

1424
01:25:21,690 --> 01:25:26,310
Hij zei tegen mij: Dit water stroomt
weg naar het oostelijke gebied

1425
01:25:26,310 --> 01:25:30,210
en stroomt in de Vlakte naar
beneden en komt in de zee.

1426
01:25:30,210 --> 01:25:33,570
In de zee uitgestort,
wordt het water gezond.

1427
01:25:33,570 --> 01:25:35,610
Dat zou naar het oosten zijn.

1428
01:25:35,610 --> 01:25:37,890
De zee zou de Dode Zee zijn.

1429
01:25:37,890 --> 01:25:42,510
Van alle zeeën was de Dode Zee degene
die genezing van het water nodig had.

1430
01:25:42,510 --> 01:25:47,610
Die genezing zou het water zoet maken,
waardoor er dingen in zouden kunnen leven.

1431
01:25:47,610 --> 01:25:52,950
Zelfs vandaag kan er niets in de Dode Zee
leven, omdat het zoutgehalte zo hoog is.

1432
01:25:52,950 --> 01:25:55,290
Het is net als het zoutmeer in Utah.

1433
01:25:55,290 --> 01:25:56,970
Je kunt er niet in zinken.

1434
01:25:56,970 --> 01:25:59,550
Het water heeft een te hoge dichtheid.

1435
01:25:59,550 --> 01:26:01,470
Je kunt niet eens zinken.

1436
01:26:01,470 --> 01:26:03,810
Je blijft gewoon bovenop drijven.

1437
01:26:03,810 --> 01:26:07,530
Het zal gebeuren dat alle
levende wezens die er wemelen,

1438
01:26:07,530 --> 01:26:11,550
overal waar een van beide beken
naartoe komt, zullen leven.

1439
01:26:11,550 --> 01:26:15,510
Daar zal zeer veel vis zijn,
omdat dit water daarheen komt,

1440
01:26:15,510 --> 01:26:20,550
en alles waarheen deze beek
komt, zal gezond worden en leven.

1441
01:26:20,550 --> 01:26:24,150
Verder zal het gebeuren dat er
vissers langs zullen staan vanaf

1442
01:26:24,150 --> 01:26:26,970
Engedi tot En-Eglaïm.

1443
01:26:26,970 --> 01:26:29,910
Er zullen droogplaatsen
voor sleepnetten zijn.

1444
01:26:29,910 --> 01:26:36,450
Hun vis zal van elke soort zijn, zeer
talrijk, zoals de vis in de Grote Zee.

1445
01:26:36,450 --> 01:26:41,550
Maar de moerassen ervan en de poelen
ervan zullen niet gezond worden:

1446
01:26:41,550 --> 01:26:44,250
ze zijn aan het zout prijsgegeven.

1447
01:26:44,250 --> 01:26:50,490
En langs de beek, langs de oever ervan,
zullen aan deze kant en aan de andere kant

1448
01:26:50,490 --> 01:26:55,710
allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan
het blad niet zal verwelken en waarvan de

1449
01:26:55,710 --> 01:26:57,810
vrucht niet zal opraken.

1450
01:26:57,810 --> 01:27:00,750
Elke maand zullen ze nieuwe
vruchten voortbrengen,

1451
01:27:00,750 --> 01:27:04,290
want het water ervoor
stroomt uit het heiligdom.

1452
01:27:04,290 --> 01:27:09,810
De vrucht ervan zal tot voedsel
dienen en het blad ervan tot genezing.

1453
01:27:09,810 --> 01:27:15,270
Zoals ik al zei, wordt deze beschrijving
weer opgepakt in Openbaring 22,

1454
01:27:15,270 --> 01:27:17,310
in de eerste drie verzen ongeveer.

1455
01:27:17,310 --> 01:27:21,750
In Openbaring 22, in de nieuwe
hemelen en de nieuwe aarde,

1456
01:27:21,750 --> 01:27:24,750
zien we een rivier uit Jeruzalem stromen.

1457
01:27:24,750 --> 01:27:29,070
Aan weerszijden van die rivier
groeit de boom des levens.

1458
01:27:29,070 --> 01:27:33,450
Over de boom des levens die langs
de rivier groeit, wordt gezegd:

1459
01:27:33,450 --> 01:27:37,830
Hij brengt twaalf soorten vruchten
voort, twaalf keer per jaar.

1460
01:27:37,830 --> 01:27:39,630
Blijkbaar eenmaal per maand.

1461
01:27:39,630 --> 01:27:41,790
Ook hier staat in vers 12:

1462
01:27:41,790 --> 01:27:45,150
De boom zal elke maand vruchten dragen.

1463
01:27:45,150 --> 01:27:47,970
Ook staat er in Openbaring 22:

1464
01:27:47,970 --> 01:27:52,110
De bladeren van de boom zijn
tot genezing van de volken.

1465
01:27:52,110 --> 01:27:53,790
Dat lijkt sterk op:

1466
01:27:53,790 --> 01:27:56,790
De bladeren zullen als medicijn dienen.

1467
01:27:56,790 --> 01:27:58,890
Voor de genezing van de volken.

1468
01:27:58,890 --> 01:28:03,330
Als we dit hier bij Ezechiël lezen en
het letterlijk zouden kunnen nemen,

1469
01:28:03,330 --> 01:28:07,590
zouden we de indruk krijgen dat het
voedsel, of de vrucht van de boom,

1470
01:28:07,590 --> 01:28:13,110
bedoeld was als lichamelijk voedsel en
de bladeren als lichamelijk geneesmiddel.

1471
01:28:13,110 --> 01:28:16,770
Maar wanneer Johannes deze
beelden samenbrengt en zegt:

1472
01:28:16,770 --> 01:28:22,110
En hij liet mij een zuivere rivier
zien, van het water des levens,

1473
01:28:22,110 --> 01:28:27,270
helder als kristal, die uit de
troon van God en van het Lam kwam.

1474
01:28:27,270 --> 01:28:31,650
In het midden van haar straat en aan
de ene en de andere zijde van de rivier

1475
01:28:31,650 --> 01:28:36,631
bevond zich de Boom des levens,
die twaalf vruchten voortbrengt —

1476
01:28:36,631 --> 01:28:39,690
van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht.

1477
01:28:39,690 --> 01:28:44,070
En de bladeren van de boom zijn
tot genezing van de heidenvolken.

1478
01:28:44,070 --> 01:28:48,990
**Verwijzing gecontroleerd:**
de spreker noemde Openbaring 21,

1479
01:28:48,990 --> 01:28:53,670
maar de bewoording is Openbaring 22:1-2.

1480
01:28:53,670 --> 01:28:58,050
dan kunnen we zien dat hij het niet heeft
over lichamelijke genezing van ziekte.

1481
01:28:58,050 --> 01:29:03,390
Deze bomen brengen veeleer genezing
van de heidenwereld in geestelijke zin,

1482
01:29:03,390 --> 01:29:08,430
een geestelijke genezing, misschien
zelfs een genezing van relaties.

1483
01:29:08,430 --> 01:29:10,770
Laat ik een paar punten
naar voren brengen.

1484
01:29:10,770 --> 01:29:14,790
Het eerste wat we in dit hoofdstuk
zien, is de rivier met water.

1485
01:29:14,790 --> 01:29:18,870
Dit is niet de enige plaats in het Oude
Testament waar we deze rivier zien.

1486
01:29:18,870 --> 01:29:21,810
Nog bij onze behandeling
van Johannes hoofdstuk 7

1487
01:29:21,810 --> 01:29:26,730
bracht dat hoofdstuk ons ertoe naar deze
passage en een paar andere te kijken.

1488
01:29:26,730 --> 01:29:30,990
Joël beschrijft bijvoorbeeld
in Joël 3:18 een rivier met

1489
01:29:30,990 --> 01:29:34,770
water die ook uit het heiligdom
komt, uit Jeruzalem dus.

1490
01:29:34,770 --> 01:29:39,570
Volgens Joël 3:18 stroomt die
rivier ook naar het oosten.

1491
01:29:39,570 --> 01:29:42,030
Het is blijkbaar dezelfde rivier.

1492
01:29:42,030 --> 01:29:44,670
Er staat dat die het
dal van Sittim bevloeit,

1493
01:29:44,670 --> 01:29:47,790
zodat het hele dal van de
woestijn een vlakte wordt.

1494
01:29:47,790 --> 01:29:50,970
Dat lijkt op wat hier
staat, want ook in dit geval

1495
01:29:50,970 --> 01:29:53,970
bevloeit deze rivier
de oostelijke woestijn.

1496
01:29:53,970 --> 01:29:58,350
Het dal, of het gebied, van
Sittim ligt, zoals ik al aangaf,

1497
01:29:58,350 --> 01:30:02,130
vanuit Jeruzalem gezien aan
de overkant van de Jordaan.

1498
01:30:02,130 --> 01:30:05,130
Daarom is het wat moeilijk
om dit letterlijk te nemen.

1499
01:30:05,130 --> 01:30:08,190
Je een letterlijke rivier
voorstellen die een andere

1500
01:30:08,190 --> 01:30:11,910
letterlijke rivier kruist en het
dal aan de overkant bevloeit,

1501
01:30:11,910 --> 01:30:14,430
is natuurkundig een onmogelijkheid.

1502
01:30:14,430 --> 01:30:15,990
Je zou kunnen zeggen:

1503
01:30:15,990 --> 01:30:19,110
Want geen ding zal bij
God onmogelijk zijn.

1504
01:30:19,110 --> 01:30:23,190
Tegelijkertijd, hoewel het waar is
dat bij God niets onmogelijk is,

1505
01:30:23,190 --> 01:30:28,650
zijn er elementen, vooral in
de passage uit Joël, Joël 3:18,

1506
01:30:28,650 --> 01:30:31,290
die erop wijzen dat dit
niet letterlijk bedoeld is.

1507
01:30:31,290 --> 01:30:34,590
Het feit dat de ene rivier
een andere rivier kruist,

1508
01:30:34,590 --> 01:30:38,310
is een van de punten die
ons op die gedachte brengen.

1509
01:30:38,310 --> 01:30:43,170
De andere aanwijzingen zijn dat de
heuvels van melk stromen enzovoort,

1510
01:30:43,170 --> 01:30:49,110
dat er melk uit de bergen stroomt, en
dat er honing en wijn enzovoort stromen.

1511
01:30:49,110 --> 01:30:53,190
Het gaat om zegen in het algemeen,
maar het is een figuurlijke,

1512
01:30:53,190 --> 01:30:56,370
poëtische beschrijving, geen letterlijke.

1513
01:30:56,370 --> 01:31:01,290
Bij Joël zien we dezelfde rivier, later
ook in een van de laatste hoofdstukken van

1514
01:31:01,290 --> 01:31:05,550
het Oude Testament, Zacharia 14 en vers 8.

1515
01:31:05,550 --> 01:31:08,190
Zacharia 14:8 zegt:

1516
01:31:08,190 --> 01:31:13,050
Op die dag zal het geschieden dat er
levend water vanuit Jeruzalem zal stromen,

1517
01:31:13,050 --> 01:31:17,190
de ene helft ervan naar de zee in
het oosten en de andere helft ervan

1518
01:31:17,190 --> 01:31:22,290
naar de zee in het westen: 's zomers
en 's winters zal het plaatsvinden.

1519
01:31:22,290 --> 01:31:24,990
De Engelse vertaling
die de spreker gebruikt,

1520
01:31:24,990 --> 01:31:29,610
noemt deze zeeën de ‘voorste’
en de ‘achterste’ zee.

1521
01:31:29,610 --> 01:31:34,110
De voorste zee zou de zee vóór
Jeruzalem zijn, de Dode Zee,

1522
01:31:34,110 --> 01:31:39,150
en de achterste zee zou de zee achter
Jeruzalem zijn, de Middellandse Zee.

1523
01:31:39,150 --> 01:31:42,570
Met andere woorden, het zal
een blijvende rivier zijn,

1524
01:31:42,570 --> 01:31:44,610
die het hele jaar door stroomt.

1525
01:31:44,610 --> 01:31:51,090
In dit vers, in Zacharia 14:8, staat
dat het rivieren van levend water zijn.

1526
01:31:51,090 --> 01:31:55,830
Dat stemt overeen met Ezechiël, want
Ezechiël zegt dat overal waar de rivier

1527
01:31:55,830 --> 01:31:59,130
komt, genezing plaatsvindt, leven komt.

1528
01:31:59,130 --> 01:32:02,910
Bedenk dat Ezechiël 47 en vers 9 zegt:

1529
01:32:02,910 --> 01:32:06,630
Het zal gebeuren dat alle
levende wezens die er wemelen,

1530
01:32:06,630 --> 01:32:10,230
overal waar een van beide beken
naartoe komt, zullen leven.

1531
01:32:10,230 --> 01:32:14,490
Daar zal zeer veel vis zijn,
omdat dit water daarheen komt,

1532
01:32:14,490 --> 01:32:19,230
en alles waarheen deze beek
komt, zal gezond worden en leven.

1533
01:32:19,230 --> 01:32:23,850
Dit is dus levend water dat uit
Jeruzalem stroomt, uit de tempel.

1534
01:32:23,850 --> 01:32:26,310
Wat onze aandacht op deze dingen vestigde,

1535
01:32:26,310 --> 01:32:29,910
was onze behandeling van
Johannes hoofdstuk 7.

1536
01:32:29,910 --> 01:32:32,430
Ik wil graag dat je daar
nog eens naar kijkt,

1537
01:32:32,430 --> 01:32:35,370
want dat moet in dit
verband genoemd worden.

1538
01:32:35,370 --> 01:32:40,890
In Johannes hoofdstuk 7,
de verzen 37 tot en met 39,

1539
01:32:40,890 --> 01:32:44,970
lezen we de woorden van Jezus
en de toelichting van Johannes.

1540
01:32:44,970 --> 01:32:49,290
Met ‘Wie in Mij gelooft’
bedoelt Jezus de christen:

1541
01:32:49,290 --> 01:32:54,630
En op de laatste, de grote dag van
het feest, stond Jezus daar en riep:

1542
01:32:54,630 --> 01:32:58,770
Als iemand dorst heeft, laat
hij tot Mij komen en drinken.

1543
01:32:58,770 --> 01:33:02,310
Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt:

1544
01:33:02,310 --> 01:33:05,670
Stromen van levend water zullen
uit zijn binnenste vloeien.

1545
01:33:05,670 --> 01:33:11,850
En dit zei Hij over de Geest, Die zij
die in Hem geloven, ontvangen zouden;

1546
01:33:11,850 --> 01:33:17,070
want de Heilige Geest was er nog niet,
omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.

1547
01:33:17,070 --> 01:33:22,770
Dus het levende water, de rivieren
van levend water, is de Heilige Geest.

1548
01:33:22,770 --> 01:33:24,090
Jezus zei:

1549
01:33:24,090 --> 01:33:30,030
Zoals de Schrift zegt, zullen er uit de
buik van wie in Mij geloven rivieren van

1550
01:33:30,030 --> 01:33:31,950
levend water stromen.

1551
01:33:31,950 --> 01:33:33,870
Waar in de Schrift staat dat?

1552
01:33:33,870 --> 01:33:37,950
Ik wees erop dat er geen
Schriftgedeelte in het Oude Testament is

1553
01:33:37,950 --> 01:33:41,490
dat die uitspraak in die
termen, in die woorden doet.

1554
01:33:41,490 --> 01:33:45,090
Maar we hebben zojuist enkele
Schriftgedeelten onderzocht die

1555
01:33:45,090 --> 01:33:49,410
spreken over levend water dat stroomt
vanuit het midden van Jeruzalem

1556
01:33:49,410 --> 01:33:52,830
en de tempel die in deze
passages beschreven worden.

1557
01:33:52,830 --> 01:33:56,910
Omdat het Nieuwe Testament de gemeente
zowel een tempel als een Jeruzalem noemt,

1558
01:33:56,910 --> 01:34:00,510
het geestelijke Jeruzalem,
het hemelse Jeruzalem,

1559
01:34:00,510 --> 01:34:05,250
brengen deze gegevens ons tot de
overtuiging dat Jezus verwijst naar deze

1560
01:34:05,250 --> 01:34:09,570
passages in Ezechiël en Zacharia en Joël.

1561
01:34:09,570 --> 01:34:14,730
Waaruit zou volgens deze Schriftgedeelten
levend water stromen? Uit Jeruzalem.

1562
01:34:14,730 --> 01:34:18,390
Maar Jezus zei: uit
degenen die in Hem geloven.

1563
01:34:18,390 --> 01:34:23,070
Het gezelschap van degenen die in
Hem geloven, is het nieuwe Jeruzalem.

1564
01:34:23,070 --> 01:34:26,190
De gemeente is de tempel
van de Heilige Geest.

1565
01:34:26,190 --> 01:34:29,850
Wat we in Ezechiël zien, is
dus een beeld van de gemeente,

1566
01:34:29,850 --> 01:34:33,450
van de Heilige Geest Die
vanuit de gemeente stroomt,

1567
01:34:33,450 --> 01:34:35,730
en van de zegeningen van de Heilige Geest

1568
01:34:35,730 --> 01:34:38,430
die de dorre plaatsen
van de aarde bevloeien:

1569
01:34:38,430 --> 01:34:43,650
het evangelisatiewerk van de gemeente,
het getuigenis van de Geest aan de volken,

1570
01:34:43,650 --> 01:34:45,630
de genezing van de volken.

1571
01:34:45,630 --> 01:34:49,590
De verwijzing naar de genezing van
de Dode Zee is heel symbolisch,

1572
01:34:49,590 --> 01:34:52,530
omdat die leven brengt aan wat dood was.

1573
01:34:52,530 --> 01:34:54,570
Dat is wat de Geest brengt.

1574
01:34:54,570 --> 01:34:58,830
Hij brengt leven op de vleugels van
het Evangelie wanneer de gemeente

1575
01:34:58,830 --> 01:35:00,810
het Evangelie brengt.

1576
01:35:00,810 --> 01:35:05,130
Deze zegen wordt steeds dieper
naarmate hij verder van de bron komt.

1577
01:35:05,130 --> 01:35:08,190
Met andere woorden, hij groeit maar door.

1578
01:35:08,190 --> 01:35:12,390
Bij de wederkomst van Christus zal
het niet slechts een stroompje zijn.

1579
01:35:12,390 --> 01:35:16,710
Jezus beschreef Zijn Koninkrijk als
een mosterdzaadje dat klein begon

1580
01:35:16,710 --> 01:35:20,850
en in de loop van de geschiedenis
uitgroeide tot iets groots.

1581
01:35:20,850 --> 01:35:23,730
Zo is het ook met de beweging
van de Geest in de wereld,

1582
01:35:23,730 --> 01:35:26,970
die op de Pinksterdag
klein begon met 120 mensen.

1583
01:35:26,970 --> 01:35:30,810
Vandaag de dag loopt het aantal
mensen dat erdoor is aangeraakt

1584
01:35:30,810 --> 01:35:34,410
en met de Geest vervuld is,
beslist in de miljoenen.

1585
01:35:34,410 --> 01:35:38,010
Alleen al in China zijn er zo'n
100 miljoen christenen die met de

1586
01:35:38,010 --> 01:35:39,570
Geest vervuld zijn.

1587
01:35:39,570 --> 01:35:44,730
Deze rivier is dieper en breder geworden
en is inmiddels een enorme rivier

1588
01:35:44,730 --> 01:35:46,890
die niemand kan oversteken.

1589
01:35:46,890 --> 01:35:51,330
In het begin kon iemand erdoorheen
waden, maar nu is het zo'n stortvloed,

1590
01:35:51,330 --> 01:35:54,570
zo'n beweging, zo'n
wereldwijde verspreiding van de

1591
01:35:54,570 --> 01:35:58,770
zegeningen van de Geest van God,
dat niemand die kan tegenhouden.

1592
01:35:58,770 --> 01:36:01,290
Niemand kan deze rivier oversteken.

1593
01:36:01,290 --> 01:36:03,210
Je kunt er alleen maar in zwemmen.

1594
01:36:03,210 --> 01:36:06,150
Je kunt je er alleen maar
door laten meevoeren.

1595
01:36:06,150 --> 01:36:10,350
Hij bevloeit de Dode Zee, en de
Dode Zee brengt vissen voort,

1596
01:36:10,350 --> 01:36:13,710
en er worden vissers beschreven
die deze vissen vangen.

1597
01:36:13,710 --> 01:36:17,430
Jezus zei tegen Petrus en zijn
vrienden, die vissers waren:

1598
01:36:17,430 --> 01:36:22,830
En Hij zei tegen hen: Kom achter Mij aan,
en Ik zal u vissers van mensen maken.

1599
01:36:22,830 --> 01:36:25,950
Ik geloof dat hier opnieuw
wordt verwezen naar het

1600
01:36:25,950 --> 01:36:28,410
evangelisatiewerk van de gemeente.

1601
01:36:28,410 --> 01:36:32,070
Het beeld verandert enigszins
van een rivier in vissers.

1602
01:36:32,070 --> 01:36:36,510
Maar dan verandert het opnieuw, en het
is eenvoudig een verzameling van allerlei

1603
01:36:36,510 --> 01:36:41,310
beelden die allemaal naar hetzelfde
verwijzen, wanneer we deze bomen zien.

1604
01:36:41,310 --> 01:36:45,630
Over de boom aan elke kant van de
rivier wordt in vers 12 gezegd:

1605
01:36:45,630 --> 01:36:51,450
En langs de beek, langs de oever ervan,
zullen aan deze kant en aan de andere kant

1606
01:36:51,450 --> 01:36:56,370
allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan
het blad niet zal verwelken en waarvan de

1607
01:36:56,370 --> 01:36:58,170
vrucht niet zal opraken.

1608
01:36:58,170 --> 01:37:00,990
Elke maand zullen ze nieuwe
vruchten voortbrengen,

1609
01:37:00,990 --> 01:37:04,170
want het water ervoor
stroomt uit het heiligdom.

1610
01:37:04,170 --> 01:37:09,690
De vrucht ervan zal tot voedsel
dienen en het blad ervan tot genezing.

1611
01:37:09,690 --> 01:37:15,090
Dat doet ons denken aan Psalm 1, waar
staat dat de man die godvruchtig is,

1612
01:37:15,090 --> 01:37:18,990
die dag en nacht het
Woord van God overdenkt:

1613
01:37:18,990 --> 01:37:23,070
Want hij zal zijn als een
boom, geplant aan waterbeken,

1614
01:37:23,070 --> 01:37:27,510
die zijn vrucht geeft op zijn
tijd, waarvan het blad niet afvalt;

1615
01:37:27,510 --> 01:37:30,150
al wat hij doet, zal goed gelukken.

1616
01:37:30,150 --> 01:37:34,050
Ezechiël brengt eenvoudig
bewoordingen uit Psalm 1 bijeen,

1617
01:37:34,050 --> 01:37:37,350
die een beschrijving geeft
van godvruchtige mensen.

1618
01:37:37,350 --> 01:37:41,610
Deze bomen stellen de godvruchtigen
voor, en de vrucht van hun leven

1619
01:37:41,610 --> 01:37:43,170
voedt de wereld.

1620
01:37:43,170 --> 01:37:45,450
De vrucht van de Geest in ons leven

1621
01:37:45,450 --> 01:37:48,450
voorziet in de behoeften
die op aarde worden gevoeld,

1622
01:37:48,450 --> 01:37:51,870
en de bladeren zijn tot
genezing van de volken.

1623
01:37:51,870 --> 01:37:56,910
Nogmaals, wat ons leven voortbrengt, moet
de geestelijke honger van de mensen in

1624
01:37:56,910 --> 01:37:58,470
de wereld stillen.

1625
01:37:58,470 --> 01:38:03,270
Het moet de volken genezen van de wonden
die ze zichzelf door hun zondige patronen

1626
01:38:03,270 --> 01:38:07,770
hebben toegebracht, en hen weer in
een juiste verhouding brengen tot God

1627
01:38:07,770 --> 01:38:09,150
en tot elkaar.

1628
01:38:09,150 --> 01:38:14,130
Dit is, in een notendop, volgens
mij de betekenis van deze passage.

1629
01:38:14,130 --> 01:38:17,790
Ik wil er echter op wijzen
dat er in vers 11 staat:

1630
01:38:17,790 --> 01:38:22,350
Maar de moerassen ervan en de poelen
ervan zullen niet gezond worden:

1631
01:38:22,350 --> 01:38:24,810
ze zijn aan het zout prijsgegeven.

1632
01:38:24,810 --> 01:38:29,670
Met andere woorden, ze zullen dood
blijven, zoals de Dode Zee nu is.

1633
01:38:29,670 --> 01:38:34,950
De moerassen, de modderige plaatsen, de
plaatsen waar de rivier niet met volle

1634
01:38:34,950 --> 01:38:38,070
kracht stroomt, maar
waar nog veel aarde is,

1635
01:38:38,070 --> 01:38:40,830
nog veel van de wereld
doorheen gemengd is.

1636
01:38:40,830 --> 01:38:43,590
Daar is veel modder: de randgebieden.

1637
01:38:43,590 --> 01:38:47,490
Door de geschiedenis heen zal er
een brede stroom van de Geest zijn

1638
01:38:47,490 --> 01:38:52,830
die velen met zich meevoert en veel
levens zegent en leven en vrucht geeft.

1639
01:38:52,830 --> 01:38:56,190
Er zullen veel vissen uit deze
beweging worden verzameld.

1640
01:38:56,190 --> 01:38:59,850
Er zullen heel, heel veel
mensen uit worden opgevist.

1641
01:38:59,850 --> 01:39:03,690
Maar er zullen nog steeds plekken
zijn waar de rivier niet de volledige

1642
01:39:03,690 --> 01:39:05,670
vrijheid krijgt om te stromen.

1643
01:39:05,670 --> 01:39:10,050
De moerassen, de modderige plaatsen,
de plaatsen waar mensen niet

1644
01:39:10,050 --> 01:39:15,030
ontvankelijk zijn voor deze stroom,
zullen even dood blijven als altijd.

1645
01:39:15,030 --> 01:39:19,950
Ze zullen worden overgegeven aan
het zout dat deze zee nu dood maakt.

1646
01:39:19,950 --> 01:39:26,910
De verzen 13 tot en met 23, en ook het
volgende hoofdstuk tot en met vers 29,

1647
01:39:26,910 --> 01:39:30,810
beschrijven voornamelijk de toewijzing
van land aan de verschillende

1648
01:39:30,810 --> 01:39:32,430
stammen van Israël.

1649
01:39:32,430 --> 01:39:35,430
Ik zal niet proberen op de
betekenis daarvan in te gaan,

1650
01:39:35,430 --> 01:39:38,550
want ik heb er nauwelijks iets
interessants over te zeggen.

1651
01:39:38,550 --> 01:39:42,030
Maar in vers 30 van het
laatste hoofdstuk staat:

1652
01:39:42,030 --> 01:39:44,310
Dit zijn de uitgangen van de stad:

1653
01:39:44,310 --> 01:39:48,510
aan de noordzijde is de maat
vijfenveertighonderd el.

1654
01:39:48,510 --> 01:39:52,050
De poorten van de stad zullen
overeenkomstig de namen zijn van de

1655
01:39:52,050 --> 01:39:57,270
stammen van Israël: drie poorten
naar het noorden: één de Rubenpoort,

1656
01:39:57,270 --> 01:40:00,630
één de Judapoort en één de Levipoort.

1657
01:40:00,630 --> 01:40:04,770
De reden waarom ik dit vers
voorlas: de poorten van de stad

1658
01:40:04,770 --> 01:40:07,650
dragen de namen van de stammen van Israël.

1659
01:40:07,650 --> 01:40:14,370
Zo draagt ook in Openbaring hoofdstuk 21,
de verzen 12 en 13, het Nieuwe Jeruzalem,

1660
01:40:14,370 --> 01:40:17,550
de gemeente die daar wordt
beschreven, de namen van de

1661
01:40:17,550 --> 01:40:20,010
twaalf stammen van Israël op de poorten.

1662
01:40:20,010 --> 01:40:23,610
Dit beeld komt dus duidelijk ook
terug in het Nieuwe Jeruzalem,

1663
01:40:23,610 --> 01:40:28,290
in de nieuwe hemel en de nieuwe
aarde, niet in een duizendjarig rijk,

1664
01:40:28,290 --> 01:40:32,490
maar in de nieuwe hemel en de
nieuwe aarde in Openbaring.

1665
01:40:32,490 --> 01:40:34,410
Ook in vers 35:

1666
01:40:34,410 --> 01:40:36,630
Achttienduizend el rondom.

1667
01:40:36,630 --> 01:40:41,310
En de naam van de stad zal vanaf
die dag zijn: DE HEERE is daar.

1668
01:40:41,310 --> 01:40:44,670
Of in het Hebreeuws: Jehovah Shammah.

1669
01:40:44,670 --> 01:40:46,530
De HEERE is daar.

1670
01:40:46,530 --> 01:40:48,630
Jehovah Shammah.

1671
01:40:48,630 --> 01:40:53,850
Dat is de naam van deze stad. Waar
is de Heere? Hij is in Zijn volk.

1672
01:40:53,850 --> 01:40:58,230
Of weet u niet, dat uw lichaam een
tempel is van de Heilige Geest,

1673
01:40:58,230 --> 01:41:03,990
Die in u is en Die u van God hebt
ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?

1674
01:41:03,990 --> 01:41:08,430
Onderzoek uzelf of u in het
geloof bent, beproef uzelf.

1675
01:41:08,430 --> 01:41:12,930
Of weet u niet van uzelf
dat Jezus Christus in u is?

1676
01:41:12,930 --> 01:41:16,770
Of het moet zijn dat u op
enigerlei wijze verwerpelijk bent.

1677
01:41:16,770 --> 01:41:17,910
zei Paulus.

1678
01:41:17,910 --> 01:41:21,030
Maar u bent niet in het
vlees, maar in de Geest,

1679
01:41:21,030 --> 01:41:24,390
wanneer althans de Geest
van God in u woont.

1680
01:41:24,390 --> 01:41:28,950
Maar als iemand de Geest van Christus
niet heeft, die is niet van Hem.

1681
01:41:28,950 --> 01:41:34,050
Als Christus echter in u is, dan is
het lichaam wel dood vanwege de zonde,

1682
01:41:34,050 --> 01:41:37,470
maar de geest is leven
vanwege de gerechtigheid.

1683
01:41:37,470 --> 01:41:41,610
God woont als in een tabernakel
bij de mensen, in Zijn gemeente.

1684
01:41:41,610 --> 01:41:45,090
De stad is dus de
gemeente, want daar is God.

1685
01:41:45,090 --> 01:41:50,430
De naam van de stad is symbolisch
Jehovah Shammah. God is daar.

1686
01:41:50,430 --> 01:41:54,570
Er zijn ongeveer vijf belangrijke
lessen uit deze hoofdstukken die ik naar

1687
01:41:54,570 --> 01:41:56,010
voren wilde brengen.

1688
01:41:56,010 --> 01:42:00,630
Laat me je vijf punten geven die misschien
bedoeld zijn, of misschien ook niet.

1689
01:42:00,630 --> 01:42:04,470
Ik kan het niet zeker weten, maar
ze zijn in de passages te vinden.

1690
01:42:04,470 --> 01:42:08,070
Het gaat in wezen om de principes
van het Koninkrijk van God

1691
01:42:08,070 --> 01:42:11,910
die in sommige aspecten van deze
beschrijving zichtbaar worden.

1692
01:42:11,910 --> 01:42:16,650
Een van die principes is de volmaaktheid
van Gods plan voor Zijn volk.

1693
01:42:16,650 --> 01:42:19,890
Die is te zien in de
symmetrie van de tempel.

1694
01:42:19,890 --> 01:42:24,270
Er zit een enorme orde en symmetrie
in de beschrijving van de tempel.

1695
01:42:24,270 --> 01:42:26,550
Dat kan op zichzelf
voor ons een beeld zijn

1696
01:42:26,550 --> 01:42:29,310
van de volmaaktheid van Gods bedoelingen.

1697
01:42:29,310 --> 01:42:34,530
Alles is in evenwicht, alles is
volmaakt, alles is symmetrisch.

1698
01:42:34,530 --> 01:42:39,450
Ten tweede: de centrale plaats van
aanbidding in het Koninkrijk van God.

1699
01:42:39,450 --> 01:42:41,910
Het feit dat de tempel
in het midden stond,

1700
01:42:41,910 --> 01:42:46,890
en de enorme aandacht voor de details van
de aanbiddingsrituelen in de beschrijving,

1701
01:42:46,890 --> 01:42:50,790
zouden erop wijzen dat aanbidding
een centrale plaats krijgt in het

1702
01:42:50,790 --> 01:42:52,350
Koninkrijk van God.

1703
01:42:52,350 --> 01:42:57,510
In het Koninkrijk van God neemt aanbidding
een plaats van centraal belang in.

1704
01:42:57,510 --> 01:43:02,430
Ten derde is de blijvende aanwezigheid
van de Heere te midden van Zijn volk een

1705
01:43:02,430 --> 01:43:04,470
principe dat we hier zien.

1706
01:43:04,470 --> 01:43:06,810
De heerlijkheid is in de tempel.

1707
01:43:06,810 --> 01:43:09,330
De heerlijkheid keert terug.

1708
01:43:09,330 --> 01:43:11,250
De Heere is daar.

1709
01:43:11,250 --> 01:43:13,110
Jehovah Shammah.

1710
01:43:13,110 --> 01:43:15,870
Het principe van Gods
blijvende aanwezigheid

1711
01:43:15,870 --> 01:43:18,690
onder Zijn volk wordt hier uitgebeeld.

1712
01:43:18,690 --> 01:43:23,550
Ten vierde: zegeningen die vanuit Gods
aanwezigheid naar de dorre gebieden

1713
01:43:23,550 --> 01:43:27,930
stromen, door het levende water
dat we zojuist hebben bekeken.

1714
01:43:27,930 --> 01:43:32,610
Een andere geestelijke boodschap van
dit gedeelte is dat Gods aanwezigheid

1715
01:43:32,610 --> 01:43:36,390
zegen zal laten uitgaan, in de
Persoon van de Heilige Geest,

1716
01:43:36,390 --> 01:43:40,290
naar de droge en dorre gebieden
van de menselijke samenleving.

1717
01:43:40,290 --> 01:43:44,910
Ten vijfde: de ordelijke verdeling
van taken en voorrechten,

1718
01:43:44,910 --> 01:43:47,310
zoals die naar voren komt
in de beschrijving van de

1719
01:43:47,310 --> 01:43:49,770
taken van de Levieten en de priesters.

1720
01:43:49,770 --> 01:43:53,430
Deze ordelijke verdeling van
taken, ook die van de vorst,

1721
01:43:53,430 --> 01:43:57,030
wijst erop dat God voor
iedereen iets te doen heeft.

1722
01:43:57,030 --> 01:44:01,650
Er zijn taken, functies en gaven
in het lichaam van Christus,

1723
01:44:01,650 --> 01:44:04,650
en God heeft aan iedereen
taken toebedeeld.

1724
01:44:04,650 --> 01:44:07,410
Deze principes zijn heel algemeen.

1725
01:44:07,410 --> 01:44:11,310
In zekere zin kunnen deze aspecten
van de beschrijving worden gezien als

1726
01:44:11,310 --> 01:44:15,810
beelden van die principes, als
illustraties van die principes.

1727
01:44:15,810 --> 01:44:18,750
Daarmee sluiten we onze bespreking
van het boek Ezechiël af.
