1
00:00:01,950 --> 00:00:04,050
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,050 --> 00:00:12,930
Deze keer behandelen we Ezechiël
15–17, 19, 23–24, deel 4.

3
00:00:12,930 --> 00:00:17,010
We willen het hebben over de
uitgesproken gelijkenissen van Ezechiël.

4
00:00:17,010 --> 00:00:19,770
We hebben zijn eerste
twee visioenen besproken,

5
00:00:19,770 --> 00:00:25,290
die respectievelijk in hoofdstuk 1 en in
de hoofdstukken 8 tot en met 11 stonden.

6
00:00:25,290 --> 00:00:28,950
Daarna hebben we zijn uitgebeelde
gelijkenissen besproken.

7
00:00:28,950 --> 00:00:40,470
Die besloegen de hoofdstukken 4 en 5, 12,
24 en 37, in elk geval delen van 24 en 37.

8
00:00:40,470 --> 00:00:43,710
Nu komen we bij zijn
uitgesproken gelijkenissen.

9
00:00:43,710 --> 00:00:48,810
Die brengen ons ook in delen van hoofdstuk
24 en vullen enkele hoofdstukken in

10
00:00:48,810 --> 00:00:50,790
die we hebben overgeslagen.

11
00:00:50,790 --> 00:00:53,670
We gaan deze uitgesproken
gelijkenissen niet

12
00:00:53,670 --> 00:00:56,850
behandelen in de volgorde
waarin ze in het boek staan,

13
00:00:56,850 --> 00:00:59,850
maar in een volgorde
die mij logisch lijkt.

14
00:00:59,850 --> 00:01:03,690
Hij heeft zes uitgesproken
gelijkenissen gegeven.

15
00:01:03,690 --> 00:01:05,490
Elk daarvan is lang.

16
00:01:05,490 --> 00:01:08,010
De meeste beslaan een heel hoofdstuk,

17
00:01:08,010 --> 00:01:11,190
hoewel een paar daarvan
korte hoofdstukken zijn.

18
00:01:11,190 --> 00:01:16,170
Hoofdstuk 15 is een heel kort
hoofdstuk en is er daar een van.

19
00:01:16,170 --> 00:01:22,050
We vinden ze in de
hoofdstukken 15, 16, 17 en 19,

20
00:01:22,050 --> 00:01:26,970
en vervolgens komen we ook
in de hoofdstukken 23 en 24.

21
00:01:26,970 --> 00:01:29,490
Dat zijn de hoofdstukken
die we zullen behandelen.

22
00:01:29,490 --> 00:01:34,110
Ik zou deze zes gelijkenissen
willen indelen in drie categorieën.

23
00:01:34,110 --> 00:01:36,450
Dat lijkt mij een natuurlijke indeling.

24
00:01:36,450 --> 00:01:40,050
We krijgen drie groepen
van elk twee gelijkenissen.

25
00:01:40,050 --> 00:01:43,830
De eerste groep bestaat uit
gelijkenissen die de toestand van

26
00:01:43,830 --> 00:01:47,310
Juda vergelijken met die
van een overspelige vrouw.

27
00:01:47,310 --> 00:01:49,650
Als je die hoofdstukken al hebt gelezen,

28
00:01:49,650 --> 00:01:52,110
ben je er waarschijnlijk
wat door geschokt.

29
00:01:52,110 --> 00:01:55,110
Hoofdstuk 16 zul je zeker hebben gelezen.

30
00:01:55,110 --> 00:01:59,790
Ik weet niet of je al tot hoofdstuk 23
hebt gelezen, maar dat is de andere.

31
00:01:59,790 --> 00:02:02,970
Het zijn twee gelijkenissen
die sterk op elkaar lijken,

32
00:02:02,970 --> 00:02:06,450
al hebben ze ook enkele
onderscheidende kenmerken.

33
00:02:06,450 --> 00:02:10,830
Eén ding dat ze gemeen hebben,
is dat ze allebei heel lang zijn.

34
00:02:10,830 --> 00:02:16,110
Hoofdstuk 16 is 63 verzen lang, en
dat wordt helemaal in beslag genomen

35
00:02:16,110 --> 00:02:18,090
door één gelijkenis.

36
00:02:18,090 --> 00:02:22,950
Hoofdstuk 23, dat ook door één
gelijkenis in beslag wordt genomen,

37
00:02:22,950 --> 00:02:26,730
is bijna 50 verzen lang: 49.

38
00:02:26,730 --> 00:02:30,390
Ik wil ze niet helemaal voorlezen
om ze met elkaar te bestuderen.

39
00:02:30,390 --> 00:02:33,690
We kunnen ze bestuderen
zonder elk vers te lezen.

40
00:02:33,690 --> 00:02:37,170
Het zou heel veel tijd
kosten om elk vers te lezen.

41
00:02:37,170 --> 00:02:41,070
Ze zijn nogal herhalend en
breedsprakig en, eerlijk gezegd,

42
00:02:41,070 --> 00:02:43,110
een beetje weinig opbouwend.

43
00:02:43,110 --> 00:02:47,850
Ze zijn zo expliciet in de beschrijving
van het overspel van de vrouw die in deze

44
00:02:47,850 --> 00:02:50,070
gelijkenissen Juda voorstelt.

45
00:02:50,070 --> 00:02:51,990
Het wordt heel expliciet.

46
00:02:51,990 --> 00:02:56,790
Hij beschrijft tot in grove details
de ontuchtigheid van haar daden.

47
00:02:56,790 --> 00:02:59,910
Natuurlijk, als ik zeg dat
het weinig opbouwend is,

48
00:02:59,910 --> 00:03:04,290
kan het in zekere zin wel opbouwend
zijn als we er de lessen uit leren die

49
00:03:04,290 --> 00:03:05,730
we moeten leren.

50
00:03:05,730 --> 00:03:10,170
Maar de manier waarop het wordt
uitgebeeld, is opzettelijk grotesk.

51
00:03:10,170 --> 00:03:14,490
Hij beeldt het volk Israël uit als een
vrouw die God bij haar geboorte heeft

52
00:03:14,490 --> 00:03:18,810
gered, voor Zichzelf heeft
opgeëist, met wie Hij is getrouwd

53
00:03:18,810 --> 00:03:21,270
en die Hij tot Zijn vrouw heeft genomen.

54
00:03:21,270 --> 00:03:26,190
Maar zodra Hij haar mooi had gemaakt
met sieraden en prachtige kleding

55
00:03:26,190 --> 00:03:31,470
en haar had laten uitgroeien tot een
gezonde, lichamelijk volgroeide vrouw,

56
00:03:31,470 --> 00:03:36,030
zodra ze begeerlijk was, buitte
ze haar schoonheid uit door andere

57
00:03:36,030 --> 00:03:37,290
minnaars aan te trekken.

58
00:03:37,290 --> 00:03:40,170
Natuurlijk worden de minnaars
in de gelijkenis voorgesteld

59
00:03:40,170 --> 00:03:42,390
als mannen die naar haar toe komen.

60
00:03:42,390 --> 00:03:46,830
Toch weten we dat hij doelt op andere
goden, de goden van de heidenen.

61
00:03:46,830 --> 00:03:50,070
De gelijkenissen spreken
erover dat ze de hoer speelt en

62
00:03:50,070 --> 00:03:53,010
overspel pleegt tegen
haar Man, Die God is,

63
00:03:53,010 --> 00:03:56,370
met de mannen van Egypte
en de mannen van Assyrië.

64
00:03:56,370 --> 00:03:59,970
Maar de gelijkenissen doelen niet
werkelijk op de mannen van die landen,

65
00:03:59,970 --> 00:04:02,490
maar op de goden van die landen.

66
00:04:02,490 --> 00:04:05,850
Er zijn enkele interessante
dingen in deze gelijkenissen.

67
00:04:05,850 --> 00:04:07,590
Natuurlijk zijn ze heel lang.

68
00:04:07,590 --> 00:04:11,610
Ik denk dat deze gelijkenissen een grote
indruk op de toehoorders hadden moeten

69
00:04:11,610 --> 00:04:15,510
maken, omdat ze treffend
beschreven wat het volk had gedaan.

70
00:04:15,510 --> 00:04:19,410
Hoofdstuk 16 gaat in wezen
over het volk als geheel.

71
00:04:19,410 --> 00:04:23,310
Hoofdstuk 23 bevat bijna
dezelfde soort gelijkenis,

72
00:04:23,310 --> 00:04:26,790
maar het verschil is dat hij het
volk verdeelt in de twee volken,

73
00:04:26,790 --> 00:04:31,470
het noordelijke en het zuidelijke
koninkrijk, en ze afzonderlijk behandelt.

74
00:04:31,470 --> 00:04:36,270
Hij laat zien hoe het noordelijke
koninkrijk die weg als eerste insloeg.

75
00:04:36,270 --> 00:04:41,790
En toen zij onder het oordeel viel, sloeg
het zuidelijke koninkrijk dezelfde weg in.

76
00:04:41,790 --> 00:04:45,150
De uitwerking van de twee
gelijkenissen is dezelfde.

77
00:04:45,150 --> 00:04:50,010
Het zijn allebei gelijkenissen die
Israël beschrijven als Gods vrouw, of,

78
00:04:50,010 --> 00:04:54,930
in het geval van de tweede gelijkenis
in hoofdstuk 23, als Zijn vrouwen,

79
00:04:54,930 --> 00:04:58,710
omdat die het noordelijke en het
zuidelijke koninkrijk opsplitst

80
00:04:58,710 --> 00:05:00,210
in twee vrouwen.

81
00:05:00,210 --> 00:05:04,170
Het is interessant hoe hij gebruikmaakt
van de gewoonte van polygamie,

82
00:05:04,170 --> 00:05:07,290
die in die dagen als
vanzelfsprekend werd beschouwd.

83
00:05:07,290 --> 00:05:10,470
God Zelf heeft in de
gelijkenis twee vrouwen,

84
00:05:10,470 --> 00:05:13,470
die allebei tegenover Hem de hoer spelen.

85
00:05:13,470 --> 00:05:16,830
Maar in de eerste
gelijkenis, in hoofdstuk 16,

86
00:05:16,830 --> 00:05:19,590
heeft hij het over het volk als geheel.

87
00:05:19,590 --> 00:05:21,930
Hij verdeelt het niet
in de twee koninkrijken,

88
00:05:21,930 --> 00:05:24,930
maar geeft eenvoudig een
doorlopende geschiedenis van

89
00:05:24,930 --> 00:05:27,870
Israël in de vorm van een gelijkenis.

90
00:05:27,870 --> 00:05:30,390
We zullen enkele van die verzen lezen.

91
00:05:30,390 --> 00:05:33,870
Het woord van de HEERE
kwam tot mij: Mensenkind,

92
00:05:33,870 --> 00:05:36,270
laat Jeruzalem zijn gruweldaden weten,

93
00:05:36,270 --> 00:05:41,070
Hij wilde Jeruzalem doordringen van
de omvang van haar zonden tegen God.

94
00:05:41,070 --> 00:05:45,630
Wanneer we in zonde leven, denken we
vaak niet aan wat dit God aandoet,

95
00:05:45,630 --> 00:05:49,830
of aan hoe verkeerd het is dat we
zulke dingen doen terwijl God ons zo

96
00:05:49,830 --> 00:05:51,450
goed heeft behandeld.

97
00:05:51,450 --> 00:05:55,590
Meestal denken we alleen aan de tijdelijke
voordelen of de aantrekkelijkheid

98
00:05:55,590 --> 00:05:56,970
van die daden.

99
00:05:56,970 --> 00:06:00,270
In sommige gevallen wordt er
helemaal niet aan God gedacht.

100
00:06:00,270 --> 00:06:03,390
Maar zodra we onze zonden
in verband brengen met God,

101
00:06:03,390 --> 00:06:06,810
zien we ze als daden
van opstand tegen Hem.

102
00:06:06,810 --> 00:06:10,950
Het zijn dan niet alleen maar stoute
dingen die we doen omdat ze leuk zijn.

103
00:06:10,950 --> 00:06:14,610
Wanneer we onze zonden vergelijken
met de barmhartigheid en

104
00:06:14,610 --> 00:06:18,690
genade die God ons heeft betoond,
zien we de omvang van die misdaden in

105
00:06:18,690 --> 00:06:20,610
het juiste perspectief.

106
00:06:20,610 --> 00:06:22,470
Dan zijn het niet alleen maar daden

107
00:06:22,470 --> 00:06:25,350
waarbij we onszelf een
ogenblik iets gunnen.

108
00:06:25,350 --> 00:06:29,730
In sommige gevallen zouden we die
slachtofferloze zonden kunnen noemen,

109
00:06:29,730 --> 00:06:34,350
slachtofferloze misdaden, zoals
mensen die term soms gebruiken.

110
00:06:34,350 --> 00:06:37,590
We zien ze dan in verband
met onze relatie met God.

111
00:06:37,590 --> 00:06:40,590
God heeft ons bijzondere
barmhartigheid betoond en

112
00:06:40,590 --> 00:06:43,470
ons geroepen om Zijn heilige volk te zijn.

113
00:06:43,470 --> 00:06:45,990
Hij heeft ons een hoge maatstaf gegeven

114
00:06:45,990 --> 00:06:48,450
waarnaar Hij van ons
verlangt dat we leven,

115
00:06:48,450 --> 00:06:52,410
maar Hij geeft ons ook veel genade
en stelt ons in staat naar die

116
00:06:52,410 --> 00:06:53,850
maatstaf te leven.

117
00:06:53,850 --> 00:06:57,750
Maar wanneer we daar lijnrecht
tegen ingaan en God beledigen,

118
00:06:57,750 --> 00:07:02,310
en weggaan om overspel te plegen, zoals
een vrouw die haar man verlaat die goed

119
00:07:02,310 --> 00:07:06,930
voor haar is geweest, dan gaan we
onze zonden in het juiste licht zien.

120
00:07:06,930 --> 00:07:08,730
Dat is dus wat Hij hier doet.

121
00:07:08,730 --> 00:07:13,590
Met andere woorden, zodat ze goed kan
begrijpen hoe gruwelijk haar daden zijn.

122
00:07:13,590 --> 00:07:17,790
en zeg: Zo zegt de Heere
HEERE tegen Jeruzalem:

123
00:07:17,790 --> 00:07:23,310
Uw oorsprong en uw geboorte zijn
uit het land van de Kanaänieten.

124
00:07:23,310 --> 00:07:27,510
Uw vader was die Amoriet en
uw moeder een Hethitische.

125
00:07:27,510 --> 00:07:31,290
Wat uw geboorte betreft, op
de dag dat u geboren werd,

126
00:07:31,290 --> 00:07:36,390
werd uw navelstreng niet afgesneden,
werd u niet met water schoongewassen,

127
00:07:36,390 --> 00:07:41,670
werd u ook al niet met zout ingewreven,
en al helemaal niet in doeken gewikkeld.

128
00:07:41,670 --> 00:07:46,650
Geen oog zag naar u om, om een van die
dingen uit medelijden bij u te doen.

129
00:07:46,650 --> 00:07:51,690
U werd weggeworpen op het open veld
uit afschuw voor uw leven op de dag dat

130
00:07:51,690 --> 00:07:53,190
u geboren werd.

131
00:07:53,190 --> 00:07:58,230
Hier vergelijkt Hij Israël in de beginfase
van zijn geschiedenis met een baby,

132
00:07:58,230 --> 00:08:02,790
in dit geval een meisje, zoals uit
het vervolg van het verhaal blijkt.

133
00:08:02,790 --> 00:08:05,910
Want het is een meisje dat God adopteert.

134
00:08:05,910 --> 00:08:09,750
Hij vindt haar terwijl ze ligt
weg te kwijnen en redt haar,

135
00:08:09,750 --> 00:08:12,810
en op een gegeven moment
trouwt Hij met haar.

136
00:08:12,810 --> 00:08:17,610
De gewoonten van het Midden-Oosten liggen
aan het hele verhaal ten grondslag.

137
00:08:17,610 --> 00:08:20,370
Sommige dingen klinken
ons wat vreemd in de oren,

138
00:08:20,370 --> 00:08:24,570
omdat huwelijken bij ons niet op
dezelfde manier worden gesloten

139
00:08:24,570 --> 00:08:29,190
en zuigelingen in onze tijd ook niet
op dezelfde manier worden behandeld.

140
00:08:29,190 --> 00:08:33,750
We leven in een tijd waarin het menselijk
leven, vooral in de westerse wereld,

141
00:08:33,750 --> 00:08:36,930
van oudsher als iets
waardevols wordt beschouwd.

142
00:08:36,930 --> 00:08:41,130
Je mag je zuigelingen wettelijk niet
zomaar buiten laten liggen om te sterven,

143
00:08:41,130 --> 00:08:42,750
tenzij je arts bent.

144
00:08:42,750 --> 00:08:44,010
Dan mag je het wel doen.

145
00:08:44,010 --> 00:08:48,090
Maar ieder ander die dat doet, zou
als een moordenaar worden beschouwd.

146
00:08:48,090 --> 00:08:51,630
In het Midden-Oosten werden
meisjesbaby's natuurlijk minder hoog

147
00:08:51,630 --> 00:08:53,670
gewaardeerd dan jongensbaby's.

148
00:08:53,670 --> 00:08:58,170
Het was niet ongebruikelijk, en zelfs
vandaag gebeurt het in sommige oosterse

149
00:08:58,170 --> 00:09:02,850
landen nog, dat ouders een pasgeboren
meisje gewoon buiten neerleggen

150
00:09:02,850 --> 00:09:05,670
en het aan de
weersomstandigheden laten sterven

151
00:09:05,670 --> 00:09:09,630
als ze niet de last willen dragen
om een meisje groot te brengen.

152
00:09:09,630 --> 00:09:13,110
In dit geval beeldt Hij
Israël aan haar begin af

153
00:09:13,110 --> 00:09:17,130
als zo'n verwaarloosd en
verlaten kind, een meisjesbaby.

154
00:09:17,130 --> 00:09:20,370
Ze besteedden niet eens genoeg
zorg aan het kind om de navelstreng

155
00:09:20,370 --> 00:09:21,510
door te knippen.

156
00:09:21,510 --> 00:09:26,490
Hij vindt het daar gewoon in het veld, met
de navelstreng nog aan de nageboorte vast.

157
00:09:26,490 --> 00:09:28,290
Ze hadden het niet gewassen.

158
00:09:28,290 --> 00:09:32,310
Ze hadden het niet met zout
ingewreven of in doeken gewikkeld.

159
00:09:32,310 --> 00:09:35,670
Dat inwrijven met zout
verwijst naar de gewoonte

160
00:09:35,670 --> 00:09:40,410
waarbij de vroedvrouw de baby waste,
met zout inwreef en een week lang

161
00:09:40,410 --> 00:09:41,970
in doeken wikkelde.

162
00:09:41,970 --> 00:09:46,110
Daarna haalde ze de doeken
eraf, waste de baby opnieuw,

163
00:09:46,110 --> 00:09:49,470
wreef die opnieuw met zout
in en wikkelde die weer in.

164
00:09:49,470 --> 00:09:51,750
Ik weet niet waarom dit werd gedaan.

165
00:09:51,750 --> 00:09:54,750
Ik weet niet of het een
gunstig effect op de huid had,

166
00:09:54,750 --> 00:09:59,250
of dat het bedoeld was om ziektekiemen
te doden, of wat het doel was,

167
00:09:59,250 --> 00:10:00,990
maar zo werd het gedaan.

168
00:10:00,990 --> 00:10:04,410
Wat Hij zegt, is dat niemand
deze dingen voor je deed.

169
00:10:04,410 --> 00:10:08,850
Niemand bekommerde zich om je
behalve Ik, dat is wat Hij zegt.

170
00:10:08,850 --> 00:10:12,810
Toen Israël in Egypte was,
waren ze natuurlijk verloren.

171
00:10:12,810 --> 00:10:14,670
Er was geen hoop voor hen.

172
00:10:14,670 --> 00:10:17,850
Ze zouden nooit op eigen
kracht uit Egypte ontsnappen.

173
00:10:17,850 --> 00:10:20,010
Als God hen niet te hulp was gekomen,

174
00:10:20,010 --> 00:10:23,730
zouden ze naar het zich laat aanzien
tot op de dag van vandaag slaven

175
00:10:23,730 --> 00:10:25,170
in Egypte zijn.

176
00:10:25,170 --> 00:10:28,530
Maar niemand had medelijden
met hen behalve God.

177
00:10:28,530 --> 00:10:32,790
Daar wijst Hij op: toen ze het nog niet
eens waard waren om een volk genoemd te

178
00:10:32,790 --> 00:10:35,310
worden, waren ze alleen
maar een kleine familie

179
00:10:35,310 --> 00:10:37,950
die tot een grote familie was uitgegroeid.

180
00:10:37,950 --> 00:10:41,010
Niemand bekommerde zich
om hen behalve Hij.

181
00:10:41,010 --> 00:10:45,750
Nu staat er in vers 3 iets wat heel
moeilijk te begrijpen is. Er staat:

182
00:10:45,750 --> 00:10:48,390
Je bent geboren in het land Kanaän.

183
00:10:48,390 --> 00:10:52,170
Je vader was een Amoriet en
je moeder was een Hethitische.

184
00:10:52,170 --> 00:10:57,330
Het is namelijk zo dat de Amorieten en
de Hethieten Kanaänitische stammen waren,

185
00:10:57,330 --> 00:11:01,290
en dat er geen Amoritisch of
Hethitisch bloed in de Jood zat.

186
00:11:01,290 --> 00:11:05,070
Het lijkt dus vreemd dat Hij zou zeggen
dat je moeder en vader dat waren,

187
00:11:05,070 --> 00:11:08,190
maar Hij heeft het blijkbaar
over je geestelijke afkomst.

188
00:11:08,190 --> 00:11:11,130
Dat wil zeggen: de aard die in je zit,

189
00:11:11,130 --> 00:11:14,970
lijkt helemaal niet anders te
zijn dan die van de Kanaänieten.

190
00:11:14,970 --> 00:11:19,350
Toen Ik de Kanaänieten uit het land
verdreef en hun land aan jullie gaf,

191
00:11:19,350 --> 00:11:22,350
gingen jullie al snel
dezelfde kant op als zij.

192
00:11:22,350 --> 00:11:24,810
Jullie lijken dezelfde aard te hebben.

193
00:11:24,810 --> 00:11:28,110
Het lijkt wel of hun bloed
door jullie aderen stroomt.

194
00:11:28,110 --> 00:11:33,450
Hij zegt dus: geestelijk gesproken
heb je Kanaänitische genen in je,

195
00:11:33,450 --> 00:11:37,170
en je bent eigenlijk helemaal niet
anders dan de Kanaänieten die Ik

196
00:11:37,170 --> 00:11:38,790
eerder heb uitgeroeid.

197
00:11:38,790 --> 00:11:43,350
Maar hoewel ze zo verdorven zijn,
had Hij toch medelijden met hen.

198
00:11:43,350 --> 00:11:45,450
In vers 6 gaat Hij verder:

199
00:11:45,450 --> 00:11:48,930
Toen Ik voorbij u kwam, zag
Ik u trappelend in uw bloed

200
00:11:48,930 --> 00:11:51,810
en Ik zei tegen u in uw bloed: Leef!

201
00:11:51,810 --> 00:11:55,830
Ja, Ik zei tegen u in uw bloed: Leef!

202
00:11:55,830 --> 00:11:59,370
Ik zei toch dat Ezechiël
veel in herhaling valt.

203
00:11:59,370 --> 00:12:03,630
Ik heb u even overvloedig gemaakt
als het gewas op het veld.

204
00:12:03,630 --> 00:12:08,310
U groeide op, u werd groot en
u kwam tot grote schoonheid.

205
00:12:08,310 --> 00:12:13,710
Uw borsten werden stevig, uw haar
groeide, maar u was naakt en bloot.

206
00:12:13,710 --> 00:12:19,590
Toen Ik voorbij u kwam, zag Ik u, en
zie, uw tijd was de tijd van de liefde.

207
00:12:19,590 --> 00:12:24,030
Zo spreidde Ik Mijn vleugel over
u uit en bedekte uw naaktheid.

208
00:12:24,030 --> 00:12:29,730
Daarop zwoer Ik u een eed en ging een
verbond met u aan, spreekt de Heere HEERE,

209
00:12:29,730 --> 00:12:31,830
en zo werd u van Mij.

210
00:12:31,830 --> 00:12:35,190
Met andere woorden, Hij slaat
hier een paar jaar over.

211
00:12:35,190 --> 00:12:39,030
Toen Hij haar voor het eerst vond,
was ze een achtergelaten baby,

212
00:12:39,030 --> 00:12:40,770
maar Hij zorgde voor haar.

213
00:12:40,770 --> 00:12:43,470
Hij liet het volk tot bloei komen.

214
00:12:43,470 --> 00:12:48,270
Vooral in de tijd van David was het
volk een buitengewoon machtig volk,

215
00:12:48,270 --> 00:12:52,170
waarschijnlijk het machtigste volk
in het Midden-Oosten in die tijd.

216
00:12:52,170 --> 00:12:56,670
Deze zwakke en hulpeloze groep
mensen, die slaven waren in Egypte,

217
00:12:56,670 --> 00:12:59,490
heeft God geëerd en rijk gemaakt.

218
00:12:59,490 --> 00:13:03,990
Salomo was in zijn tijd de rijkste
koning van alle koningen ter wereld,

219
00:13:03,990 --> 00:13:05,910
en ook de wijste.

220
00:13:05,910 --> 00:13:10,050
David en Salomo regeerden over een
volk dat tot de voornaamste volken

221
00:13:10,050 --> 00:13:11,490
ter wereld behoorde.

222
00:13:11,490 --> 00:13:16,830
Hoewel het klein was, was het toch
onevenredig rijk en groot en aanzienlijk,

223
00:13:16,830 --> 00:13:19,350
buiten verhouding tot zijn geringe omvang.

224
00:13:19,350 --> 00:13:24,510
Wat Hij hier dus zegt, is dat er een
tijd kwam dat Hij haar volwassen aantrof.

225
00:13:24,510 --> 00:13:27,570
Misschien loop ik hier een
beetje vooruit op de gelijkenis.

226
00:13:27,570 --> 00:13:31,530
Want misschien bedoelt Hij met haar
babytijd de periode waarin de familie van

227
00:13:31,530 --> 00:13:32,970
Jakob naar Egypte trok.

228
00:13:32,970 --> 00:13:36,570
Toen Hij voorbijkwam en
haar meer volgroeid aantrof,

229
00:13:36,570 --> 00:13:40,830
was dat misschien toen ze in Egypte
een grote menigte waren en Hij

230
00:13:40,830 --> 00:13:42,990
haar riep om Zijn vrouw te zijn.

231
00:13:42,990 --> 00:13:46,530
Het is niet altijd mogelijk om de
gebeurtenissen in de gelijkenis te

232
00:13:46,530 --> 00:13:50,610
verbinden met precieze
gebeurtenissen in hun geschiedenis.

233
00:13:50,610 --> 00:13:54,870
Het gaat vooral om de indruk die
Hij probeert over te brengen.

234
00:13:54,870 --> 00:13:59,610
Hier is een man die een hulpeloos
babymeisje adopteerde, en ze groeide op.

235
00:13:59,610 --> 00:14:02,550
Toen ze volwassen werd,
en in het Midden-Oosten

236
00:14:02,550 --> 00:14:06,750
zou dat rond de twaalf of dertien
jaar zijn, was ze een mooie vrouw.

237
00:14:06,750 --> 00:14:08,730
Ze was helemaal volgroeid.

238
00:14:08,730 --> 00:14:10,590
Het was de tijd van de liefde,

239
00:14:10,590 --> 00:14:14,370
wat eenvoudig betekent
dat ze geslachtsrijp was.

240
00:14:14,370 --> 00:14:19,170
In die dagen was geslachtsrijpheid
voor hen het teken om te trouwen.

241
00:14:19,170 --> 00:14:23,730
Vrouwen bleven niet zomaar ongehuwd
rondhangen wanneer ze geslachtsrijp waren.

242
00:14:23,730 --> 00:14:27,210
Ze begonnen zo snel als ze konden
aan het krijgen van kinderen.

243
00:14:27,210 --> 00:14:31,470
Het was niet ongebruikelijk dat een
man van in de veertig of vijftig

244
00:14:31,470 --> 00:14:33,510
met een tienermeisje trouwde.

245
00:14:33,510 --> 00:14:36,750
Dat zou ons in onze samenleving
wat vreemd voorkomen,

246
00:14:36,750 --> 00:14:41,190
en de meeste tienermeisjes zouden er
weinig voor voelen om met een man van

247
00:14:41,190 --> 00:14:43,710
veertig of vijftig te trouwen.

248
00:14:43,710 --> 00:14:47,910
Maar vaak werd er niet zo veel rekening
gehouden met de wensen van het meisje.

249
00:14:47,910 --> 00:14:51,030
Het was gewoon puur de gewoonte.

250
00:14:51,030 --> 00:14:54,270
Vrouwen waren er voornamelijk
om kinderen te krijgen.

251
00:14:54,270 --> 00:14:57,510
Zo werd er in die culturen
tegen hen aangekeken.

252
00:14:57,510 --> 00:15:01,170
Het beeld is dus dat hij
volwassen was toen hij haar vond,

253
00:15:01,170 --> 00:15:04,890
en twaalf of dertien jaar
later is zij nu volwassen.

254
00:15:04,890 --> 00:15:07,110
En hij is op dat moment, in het beeld,

255
00:15:07,110 --> 00:15:10,290
waarschijnlijk een man van
in de veertig of vijftig.

256
00:15:10,290 --> 00:15:13,050
Maar hij besluit dat hij
met haar wil trouwen.

257
00:15:13,050 --> 00:15:17,430
Ze is het mooiste meisje dat er is,
en hij heeft alles voor haar gedaan.

258
00:15:17,430 --> 00:15:21,390
Ze heeft haar leven aan hem te danken,
en alleen al het feit dat ze het heeft

259
00:15:21,390 --> 00:15:26,070
overleefd, is te danken aan zijn
barmhartigheid tegenover haar.

260
00:15:26,070 --> 00:15:28,650
Bovendien is hij zover gegaan dat hij

261
00:15:28,650 --> 00:15:31,830
haar met sieraden en mooie
kleding heeft getooid.

262
00:15:31,830 --> 00:15:35,970
Dit zou zeker op Israël in de
tijd van David en Salomo slaan.

263
00:15:35,970 --> 00:15:38,550
Hij zegt dus dat ze de Zijne werd.

264
00:15:38,550 --> 00:15:40,230
Er staat in vers 8:

265
00:15:40,230 --> 00:15:42,630
Toen Ik langskwam, keek Ik naar je.

266
00:15:42,630 --> 00:15:44,550
Je was klaar voor de liefde.

267
00:15:44,550 --> 00:15:47,610
Ze was volwassen, klaar om te trouwen.

268
00:15:47,610 --> 00:15:51,030
‘En Ik spreidde de zoom van
Mijn gewaad over je uit’,

269
00:15:51,030 --> 00:15:54,990
zo luidt de Engelse weergave
die de spreker hier aanhaalt.

270
00:15:54,990 --> 00:15:58,290
De HSV heeft hier ‘Mijn vleugel’.

271
00:15:58,290 --> 00:16:02,310
Dat uitspreiden van het gewaad was
de gewoonte in het Midden-Oosten.

272
00:16:02,310 --> 00:16:07,410
Je herinnert je uit het boek Ruth dat Ruth
aan Boaz vroeg om de zoom van zijn gewaad

273
00:16:07,410 --> 00:16:09,330
over haar uit te spreiden.

274
00:16:09,330 --> 00:16:13,890
Dit was de gebruikelijke manier om
een vrouw als je bruid op te eisen.

275
00:16:13,890 --> 00:16:19,410
‘En Ik bedekte je naaktheid, zwoer je
een eed en ging een verbond met je aan.’

276
00:16:19,410 --> 00:16:21,750
Dit zou bij de Sinaï zijn.

277
00:16:21,750 --> 00:16:24,870
Het staat niet precies in de
chronologische volgorde waarin het

278
00:16:24,870 --> 00:16:27,750
werkelijk gebeurde, maar
daar gaat het niet om.

279
00:16:27,750 --> 00:16:29,910
Je was Mijn vrouw.

280
00:16:29,910 --> 00:16:35,550
Daarop waste Ik u met water, spoelde
uw bloed van u af en zalfde u met olie.

281
00:16:35,550 --> 00:16:40,710
Ik trok u kleurrijk geborduurde kleding
aan, schoeide u met zeekoeienhuiden,

282
00:16:40,710 --> 00:16:44,550
omwikkelde u met fijn linnen
en bedekte u met zijde.

283
00:16:44,550 --> 00:16:46,770
Ik tooide u met sieraden.

284
00:16:46,770 --> 00:16:50,370
Ik deed armbanden om uw polsen
en een ketting om uw nek.

285
00:16:50,370 --> 00:16:52,650
Ook deed Ik een ring door uw neus,

286
00:16:52,650 --> 00:16:57,150
oorbellen aan uw oren en zette
een sierlijke kroon op uw hoofd.

287
00:16:57,150 --> 00:16:59,490
volgens de gebruiken
van het Midden-Oosten,

288
00:16:59,490 --> 00:17:02,370
Zo werd u getooid met goud en zilver.

289
00:17:02,370 --> 00:17:08,190
Uw kleding was van fijn linnen en zijde,
en voorzien van kleurrijk borduurwerk.

290
00:17:08,190 --> 00:17:12,810
Meelbloem, honing en olie at
u. U werd buitengewoon mooi,

291
00:17:12,810 --> 00:17:15,210
en werd geschikt voor het koningschap.

292
00:17:15,210 --> 00:17:19,530
Hier verandert Hij dus van beeld en keert
Hij terug naar wat er werkelijk was.

293
00:17:19,530 --> 00:17:22,170
Hij spreekt over haar
alsof ze een vrouw was,

294
00:17:22,170 --> 00:17:25,410
maar Hij vermeldt dat ze
een groot koninkrijk werd.

295
00:17:25,410 --> 00:17:28,290
De spreker volgt hier
de Engelse formulering

296
00:17:28,290 --> 00:17:33,690
‘thou didst prosper into a kingdom’;
de HSV heeft ‘werd geschikt

297
00:17:33,690 --> 00:17:35,370
voor het koningschap’.

298
00:17:35,370 --> 00:17:38,490
En dat zou in de dagen
van David en Salomo zijn.

299
00:17:38,490 --> 00:17:42,210
Ze werd dus mooi gemaakt door
de voorspoed die God haar gaf.

300
00:17:42,210 --> 00:17:47,310
Terwijl niemand aandacht aan haar schonk
toen ze jong was, en niemand om haar gaf,

301
00:17:47,310 --> 00:17:49,890
heeft nu plotseling
iedereen oog voor haar,

302
00:17:49,890 --> 00:17:54,090
dankzij de barmhartigheid en voorspoed
die God haar heeft geschonken.

303
00:17:54,090 --> 00:17:58,950
Zoals een vrouw die een lelijk eendje was
en om wie niemand gaf toen ze klein was.

304
00:17:58,950 --> 00:18:03,390
Plotseling is ze opgegroeid en volwassen
geworden, en is ze de mooiste vrouw

305
00:18:03,390 --> 00:18:04,170
van de stad.

306
00:18:04,170 --> 00:18:05,250
Er staat:

307
00:18:05,250 --> 00:18:09,330
Van u ging een naam uit onder de
heidenvolken vanwege uw schoonheid,

308
00:18:09,330 --> 00:18:13,650
want die was volmaakt door Mijn
glorie, die Ik op u gelegd had,

309
00:18:13,650 --> 00:18:15,630
spreekt de Heere HEERE.

310
00:18:15,630 --> 00:18:19,650
Dat wil zeggen: Ik ben Degene Die
je al deze dingen heeft gegeven die

311
00:18:19,650 --> 00:18:21,270
je aantrekkelijk maakten.

312
00:18:21,270 --> 00:18:26,430
Maar u vertrouwde op uw schoonheid en
bedreef hoererij, trots op uw naam.

313
00:18:26,430 --> 00:18:30,630
U hebt uw hoererijen uitgestort
over ieder die voorbijtrok,

314
00:18:30,630 --> 00:18:32,190
uw schoonheid was voor hem!

315
00:18:32,190 --> 00:18:36,510
Met andere woorden, God maakte hen
begerenswaardig in die zin dat ze

316
00:18:36,510 --> 00:18:38,730
welvarend en machtig waren.

317
00:18:38,730 --> 00:18:40,950
Ze hadden machtige legers.

318
00:18:40,950 --> 00:18:46,110
David had in zijn tijd alle vijanden
rondom overwonnen. Ze waren rijk.

319
00:18:46,110 --> 00:18:51,510
Koningen en koninginnen uit de hele wereld
kwamen om de wijsheid van Salomo te horen.

320
00:18:51,510 --> 00:18:55,950
Het volk Israël stond in hoog
aanzien, en ze begonnen te denken:

321
00:18:55,950 --> 00:18:59,310
‘Wij stellen echt heel
wat voor.’ En Hij zegt:

322
00:18:59,310 --> 00:19:02,250
Je begon op je eigen
schoonheid te vertrouwen.

323
00:19:02,250 --> 00:19:05,250
Dit gaat natuurlijk over
het feit dat ze rijk waren.

324
00:19:05,250 --> 00:19:09,150
Ze vergaten dat God Degene
was Die hen rijk had gemaakt.

325
00:19:09,150 --> 00:19:13,050
Ze begonnen het gevoel te krijgen dat
ze zelf over enige kracht beschikten,

326
00:19:13,050 --> 00:19:14,610
over enige macht.

327
00:19:14,610 --> 00:19:17,490
Ze werden een beetje overmoedig,
en ze begonnen andere

328
00:19:17,490 --> 00:19:22,290
godsdienstige denkbeelden toe te laten en
haalden de goden van de heidenen binnen.

329
00:19:22,290 --> 00:19:26,850
Dat is wat hier eigenlijk wordt
beschreven: hoe in de dagen van Salomo,

330
00:19:26,850 --> 00:19:31,470
en daarna, Jerobeam en de
opvolgers van Salomo in Jeruzalem

331
00:19:31,470 --> 00:19:33,870
afgoderij het kamp binnenbrachten.

332
00:19:33,870 --> 00:19:35,550
In vers 16 staat:

333
00:19:35,550 --> 00:19:37,770
U nam een deel van uw kleding,

334
00:19:37,770 --> 00:19:42,930
maakte daarmee voor uzelf de offerhoogten
kleurrijk en bedreef er hoererij op.

335
00:19:42,930 --> 00:19:46,590
Nooit is zoiets voorgekomen en
het zal nooit meer gebeuren.

336
00:19:46,590 --> 00:19:51,570
U nam uw sieraden van Mijn goud en
van Mijn zilver dat Ik u gegeven had,

337
00:19:51,570 --> 00:19:55,890
en maakte voor uzelf mannenbeelden
en daarmee bedreef u hoererij.

338
00:19:55,890 --> 00:19:58,890
Hij zegt dat ze al het goud
en zilver dat Hij hun gaf,

339
00:19:58,890 --> 00:20:02,970
dat wordt vergeleken met de
sieraden die Hij Zijn bruid omdeed,

340
00:20:02,970 --> 00:20:06,450
namen en omsmolten en er
afgodsbeelden van maakten.

341
00:20:06,450 --> 00:20:11,310
De afgodsbeelden die ze maakten, stelden
meestal dieren en dergelijke voor.

342
00:20:11,310 --> 00:20:14,970
Maar omdat Hij het beeld gebruikt
van een vrouw die overspel pleegt,

343
00:20:14,970 --> 00:20:19,890
zegt Hij dat ze beelden van mannen maakte
en overspel pleegde met die beelden.

344
00:20:19,890 --> 00:20:21,690
De indruk die hier wordt gewekt,

345
00:20:21,690 --> 00:20:26,010
is dat ze daadwerkelijk
geslachtsgemeenschap nabootste met

346
00:20:26,010 --> 00:20:28,950
beelden die ze van goud
en zilver had gemaakt.

347
00:20:28,950 --> 00:20:32,430
Dat is natuurlijk heel
weerzinwekkend om je voor te stellen.

348
00:20:32,430 --> 00:20:36,750
Het zou nauwelijks van goede smaak
getuigen om het zelfs maar te noemen als

349
00:20:36,750 --> 00:20:39,150
het hier niet gewoon in de Bijbel stond.

350
00:20:39,150 --> 00:20:42,870
Het punt is dat Hij het
weerzinwekkend probeert te maken.

351
00:20:42,870 --> 00:20:46,890
Hij probeert te zeggen: ‘Kijk eens
hoe verdorven je bent geworden.

352
00:20:46,890 --> 00:20:52,470
Ik heb je alles gegeven, en jij keert je
om en geeft jezelf trouweloos aan iedereen

353
00:20:52,470 --> 00:20:55,410
behalve aan Mij.’ Dat is wat Hij zegt.

354
00:20:55,410 --> 00:20:59,190
En Hij gaat verder en beschrijft
nader hoe ze dat deden.

355
00:20:59,190 --> 00:21:01,710
We zullen niet alle details lezen.

356
00:21:01,710 --> 00:21:03,810
In vers 25 staat:

357
00:21:03,810 --> 00:21:07,290
Bij elk kruispunt bouwde u uw hoogten.

358
00:21:07,290 --> 00:21:11,970
U misbruikte uw schoonheid afschuwelijk,
u spreidde uw benen voor ieder die

359
00:21:11,970 --> 00:21:15,690
voorbijtrok en maakte
uw hoererijen talrijk.

360
00:21:15,690 --> 00:21:20,190
Dat wil zeggen, alle hoogten waren
afgodsbeelden voor aanbidding.

361
00:21:20,190 --> 00:21:25,230
Met andere woorden, ze maakte totaal geen
onderscheid in met wie ze naar bed ging.

362
00:21:25,230 --> 00:21:28,110
Iedereen die voorbijkwam, was goed genoeg.

363
00:21:28,110 --> 00:21:32,250
Nogmaals, dat betekent dat ze
elke god zouden aanvaarden,

364
00:21:32,250 --> 00:21:36,150
alle godsdienstige denkbeelden
die van ergens anders kwamen.

365
00:21:36,150 --> 00:21:38,730
Ze zouden die zonder meer binnenlaten.

366
00:21:38,730 --> 00:21:42,990
U bedreef hoererij met de
Egyptenaren, uw zwaargeschapen buren.

367
00:21:42,990 --> 00:21:48,030
U maakte uw hoererijen talrijk,
zodat u Mij tot toorn verwekte.

368
00:21:48,030 --> 00:21:53,970
Zie, daarop strekte Ik Mijn hand tegen u
uit en verminderde het u toegewezen deel,

369
00:21:53,970 --> 00:21:57,450
en Ik gaf u over aan de
willekeur van hen die u haten,

370
00:21:57,450 --> 00:21:59,790
aan de dochters van de Filistijnen, die

371
00:21:59,790 --> 00:22:02,670
te schande werden vanwege
uw schandelijk gedrag.

372
00:22:02,670 --> 00:22:06,570
wat ook wel wordt vertaald als
‘de steden van de Filistijnen’,

373
00:22:06,570 --> 00:22:11,850
Daarna bedreef u hoererij met de
Assyriërs, omdat u onverzadigbaar was.

374
00:22:11,850 --> 00:22:16,470
U bleef hoererij met hen bedrijven,
en nog raakte u niet verzadigd.

375
00:22:16,470 --> 00:22:20,610
Hij gaat verder en spreekt over steeds
meer van hetzelfde soort dingen,

376
00:22:20,610 --> 00:22:23,790
en daar zullen we niet op
ingaan, omdat het zo lang is.

377
00:22:23,790 --> 00:22:26,190
Maar daar geeft Hij Zijn oordeel.

378
00:22:26,190 --> 00:22:28,590
Hij zegt in vers 35:

379
00:22:28,590 --> 00:22:31,650
Daarom, hoer, hoor het woord van de HEERE!

380
00:22:31,650 --> 00:22:37,110
Zo zegt de Heere HEERE: Omdat u uw
brandende begeerte uitgestort hebt en uw

381
00:22:37,110 --> 00:22:41,010
schaamte ontbloot werd in uw
hoererijen met uw minnaars

382
00:22:41,010 --> 00:22:45,030
en met al uw gruwelijke stinkgoden,
en om het bloed van uw kinderen dat u

383
00:22:45,030 --> 00:22:46,350
hun gegeven hebt,

384
00:22:46,350 --> 00:22:49,470
Hij noemt eerder wel —
dat heb ik overgeslagen,

385
00:22:49,470 --> 00:22:53,970
en dat had ik waarschijnlijk niet moeten
doen — de kinderen die zij Hem baarde,

386
00:22:53,970 --> 00:22:55,290
in vers 20:

387
00:22:55,290 --> 00:22:59,670
U nam uw zonen en uw dochters,
die u Mij gebaard had

388
00:22:59,670 --> 00:23:02,490
en bracht ze als offer
voor hen om te eten.

389
00:23:02,490 --> 00:23:04,590
Waren uw hoererijen niet genoeg,

390
00:23:04,590 --> 00:23:09,390
Waar Hij het hier over heeft, is hoe ze
hun baby's namen en die levend verbrandden

391
00:23:09,390 --> 00:23:11,250
bij de aanbidding van Molech.

392
00:23:11,250 --> 00:23:15,090
Maar het beeld dat Hij schetst, is
dat van de verfoeilijkste vrouw die je

393
00:23:15,090 --> 00:23:16,590
je kunt voorstellen.

394
00:23:16,590 --> 00:23:18,690
Haar is hier alle barmhartigheid bewezen.

395
00:23:18,690 --> 00:23:22,770
Ze dankt haar leven aan deze man,
die haar zo goed heeft behandeld.

396
00:23:22,770 --> 00:23:27,030
En toch verraadt ze hem volkomen,
op alle mogelijke manieren.

397
00:23:27,030 --> 00:23:29,970
Ze neemt zelfs zijn kinderen,
die zij heeft gebaard,

398
00:23:29,970 --> 00:23:32,910
en brengt die als offers
aan haar minnaars.

399
00:23:32,910 --> 00:23:34,710
Hoe diep kun je zinken?

400
00:23:34,710 --> 00:23:39,090
Als je het zo bekijkt, maakt Hij
duidelijk hoe gruwelijk hun daden zijn.

401
00:23:39,090 --> 00:23:42,810
Ik weet zeker dat ze hun daden nooit
eerder helemaal in dat licht hadden

402
00:23:42,810 --> 00:23:45,330
gezien, maar het is heel nauwkeurig.

403
00:23:45,330 --> 00:23:49,890
Het is een treffende illustratie en
gelijkenis van wat er gaande was.

404
00:23:49,890 --> 00:23:52,290
Dan zegt Hij in vers 36:

405
00:23:52,290 --> 00:23:58,230
Zo zegt de Heere HEERE: Omdat u uw
brandende begeerte uitgestort hebt en uw

406
00:23:58,230 --> 00:24:02,430
schaamte ontbloot werd in uw
hoererijen met uw minnaars

407
00:24:02,430 --> 00:24:07,110
en met al uw gruwelijke stinkgoden, en
om het bloed van uw kinderen dat u hun

408
00:24:07,110 --> 00:24:11,970
gegeven hebt, daarom, zie, ga Ik
al uw minnaars die u behaagd hebt,

409
00:24:11,970 --> 00:24:17,250
allen die u bemind hebt, met allen
die u gehaat hebt, bijeenbrengen, ja,

410
00:24:17,250 --> 00:24:22,050
Ik zal hen van rondom bijeenbrengen
tegen u en Ik zal uw schaamte voor hen

411
00:24:22,050 --> 00:24:26,130
ontbloten, zodat zij heel
uw naaktheid zullen zien.

412
00:24:26,130 --> 00:24:30,030
Omdat je je lichaam voor deze mensen
in het verborgene hebt ontbloot,

413
00:24:30,030 --> 00:24:34,350
zal je oordeel er onder andere uit
bestaan dat je in hun bijzijn in het

414
00:24:34,350 --> 00:24:36,270
openbaar wordt uitgekleed.

415
00:24:36,270 --> 00:24:39,330
Op de een of andere manier
zou dat schandelijker zijn.

416
00:24:39,330 --> 00:24:41,850
Dat ze allemaal samen
naar haar zouden kijken

417
00:24:41,850 --> 00:24:46,230
terwijl ze in het openbaar helemaal
naakt stond, zou iets schandelijks zijn,

418
00:24:46,230 --> 00:24:50,070
hoewel ze zich in het verborgene
voor hen allemaal had uitgekleed.

419
00:24:50,070 --> 00:24:51,630
Vers 38:

420
00:24:51,630 --> 00:24:56,130
Ik zal u oordelen overeenkomstig de
bepalingen voor overspelige vrouwen

421
00:24:56,130 --> 00:24:58,170
en vrouwen die bloed vergieten.

422
00:24:58,170 --> 00:25:02,370
Ik zal u overgeven aan de bloeddorst
van grimmigheid en van na-ijver.

423
00:25:02,370 --> 00:25:05,790
Vrouwen die het huwelijk schonden,
moesten volgens de wet natuurlijk ter

424
00:25:05,790 --> 00:25:07,170
dood worden gebracht.

425
00:25:07,170 --> 00:25:12,510
Op overspel stond volgens de Joodse
wet de doodstraf. Wanneer Hij zegt:

426
00:25:12,510 --> 00:25:16,950
Ik zal je berechten zoals vrouwen
die vreemdgaan, zegt Hij in feite:

427
00:25:16,950 --> 00:25:18,510
‘Ik ga je doden.’

428
00:25:18,510 --> 00:25:21,990
In wezen zegt Hij: ‘Ik
ga Jeruzalem verwoesten’,

429
00:25:21,990 --> 00:25:25,230
want dit is allemaal een
gelijkenis over Jeruzalem.

430
00:25:25,230 --> 00:25:27,810
En Ik zal u in hun hand geven.

431
00:25:27,810 --> 00:25:32,010
Zij zullen uw verhoging
afbreken, uw hoogten omverwerpen,

432
00:25:32,010 --> 00:25:38,490
u uw kleding uittrekken, uw sieraden
nemen en u naakt en bloot achterlaten.

433
00:25:38,490 --> 00:25:42,030
enzovoort. Degenen die haar
minnaars waren geweest,

434
00:25:42,030 --> 00:25:44,970
geven natuurlijk eigenlijk
helemaal niets om haar.

435
00:25:44,970 --> 00:25:49,890
Dus Hij zal haar aan hen overleveren,
en zij zullen haar mishandelen,

436
00:25:49,890 --> 00:25:53,310
haar uitkleden en haar slecht behandelen.

437
00:25:53,310 --> 00:25:55,050
Vers 44:

438
00:25:55,050 --> 00:26:00,870
Zie, ieder die spreekwoorden gebruikt,
zal over u dit spreekwoord gebruiken:

439
00:26:00,870 --> 00:26:03,210
Zo moeder, zo dochter.

440
00:26:03,210 --> 00:26:08,490
Ze haat of veracht, of iets in die
trant, haar man en haar kinderen.

441
00:26:08,490 --> 00:26:12,870
U bent een dochter van uw moeder, die
walgde van haar man en haar kinderen.

442
00:26:12,870 --> 00:26:18,450
U bent een zus van uw zusters, die walgden
van hun mannen en van hun kinderen.

443
00:26:18,450 --> 00:26:22,410
Uw moeder was een Hethitische
en uw vader een Amoriet.

444
00:26:22,410 --> 00:26:28,470
Uw oudste zuster is Samaria, zij met haar
dochters, die aan uw linkerhand woont,

445
00:26:28,470 --> 00:26:32,730
en uw zuster die jonger is dan
u, die aan uw rechterhand woont,

446
00:26:32,730 --> 00:26:35,370
is Sodom met haar dochters.

447
00:26:35,370 --> 00:26:39,630
Dat Samaria aan de linkerkant
lag en Sodom aan de rechterkant,

448
00:26:39,630 --> 00:26:43,230
komt eenvoudig doordat Jeruzalem
altijd wordt voorgesteld

449
00:26:43,230 --> 00:26:47,730
als naar het oosten gericht, omdat
de tempel naar het oosten gericht is.

450
00:26:47,730 --> 00:26:50,910
Als je naar het oosten kijkt,
ligt het noorden dus links

451
00:26:50,910 --> 00:26:53,070
en het zuiden rechts van je.

452
00:26:53,070 --> 00:26:57,030
Sodom lag in het zuiden, dus
aan de rechterkant, en Samaria,

453
00:26:57,030 --> 00:27:01,470
de hoofdstad van het noordelijke
koninkrijk, ligt in het noorden en

454
00:27:01,470 --> 00:27:02,970
aan de linkerkant.

455
00:27:02,970 --> 00:27:08,130
Hier zegt Hij dat Samaria en Sodom
allebei zussen van Jeruzalem waren.

456
00:27:08,130 --> 00:27:12,030
We kunnen begrijpen dat Samaria een
zus van Jeruzalem wordt genoemd,

457
00:27:12,030 --> 00:27:14,670
omdat ze qua afstamming verwant waren.

458
00:27:14,670 --> 00:27:19,590
Het noordelijke koninkrijk was natuurlijk
etnisch één met het zuidelijke koninkrijk.

459
00:27:19,590 --> 00:27:24,090
Dus het is niet vreemd om te zeggen
dat Samaria de zus van Jeruzalem was.

460
00:27:24,090 --> 00:27:29,610
In de gelijkenis in hoofdstuk 23 worden
de twee steden zelfs voorgesteld als

461
00:27:29,610 --> 00:27:32,010
twee zussen die God voor Zich neemt.

462
00:27:32,010 --> 00:27:35,790
Maar Sodom zouden we niet als
de zus van Jeruzalem beschouwen,

463
00:27:35,790 --> 00:27:39,750
behalve in die zin dat ze
geestelijk op Sodom lijken.

464
00:27:39,750 --> 00:27:42,690
Sodom was natuurlijk
een Kanaänitische stad,

465
00:27:42,690 --> 00:27:46,410
net zoals de Hethieten en de
Amorieten Kanaänieten waren.

466
00:27:46,410 --> 00:27:51,990
Hij zegt dus dat hun geestelijke banden,
hun geestelijke verwantschap en bloedlijn,

467
00:27:51,990 --> 00:27:54,330
Kanaänitisch lijken te zijn.

468
00:27:54,330 --> 00:27:57,930
En ze lijken als zussen niet
alleen aan Samaria verwant te zijn,

469
00:27:57,930 --> 00:27:59,670
maar ook aan Sodom.

470
00:27:59,670 --> 00:28:02,970
Dit is iets wat anderen
elders ook ter sprake brengen.

471
00:28:02,970 --> 00:28:07,350
Jesaja bracht het bijvoorbeeld ter sprake
in het eerste hoofdstuk van zijn boek.

472
00:28:07,350 --> 00:28:11,310
Ook hij sprak tot Jeruzalem, en
hij vergelijkt haar met Sodom.

473
00:28:11,310 --> 00:28:14,010
Hij zegt in Jesaja 1:10:

474
00:28:14,010 --> 00:28:17,370
Hoor het woord van de
HEERE, leiders van Sodom!

475
00:28:17,370 --> 00:28:21,330
Neem de wet van onze God
ter ore, volk van Gomorra!

476
00:28:21,330 --> 00:28:23,370
Hij spreekt tot Jeruzalem.

477
00:28:23,370 --> 00:28:25,950
Hij spreekt niet tot Sodom en Gomorra.

478
00:28:25,950 --> 00:28:31,110
Die waren al meer dan duizend jaar voordat
hij deze woorden ooit uitsprak verwoest.

479
00:28:31,110 --> 00:28:33,330
Maar wat hij in vers 9 zegt, is:

480
00:28:33,330 --> 00:28:36,630
Als de HEERE van de
legermachten ons niet een

481
00:28:36,630 --> 00:28:42,450
gering aantal ontkomenen had overgelaten,
als Sodom zouden wij geworden zijn;

482
00:28:42,450 --> 00:28:45,930
wij zouden Gomorra gelijk geworden zijn.

483
00:28:45,930 --> 00:28:50,970
Met andere woorden, Hij zou ons geoordeeld
hebben en we zouden weggevaagd zijn

484
00:28:50,970 --> 00:28:53,250
zoals Sodom en Gomorra.

485
00:28:53,250 --> 00:28:58,050
Dan begint hij hen toe te spreken
en noemt hij hen Sodom en Gomorra,

486
00:28:58,050 --> 00:29:00,510
omdat ze geestelijk niet beter zijn.

487
00:29:00,510 --> 00:29:06,390
Dus hier in Ezechiël 16:46
zegt Hij in wezen dat

488
00:29:06,390 --> 00:29:09,030
Sodom de zuster van Jeruzalem is.

489
00:29:09,030 --> 00:29:12,270
Daarmee wordt gezegd dat
jullie op elkaar lijken.

490
00:29:12,270 --> 00:29:15,270
Hij zegt dat er een
spreekwoord is dat luidt:

491
00:29:15,270 --> 00:29:18,030
Zo moeder, zo dochter.

492
00:29:18,030 --> 00:29:21,030
Welnu, jullie dochters
zijn allemaal hetzelfde,

493
00:29:21,030 --> 00:29:24,210
jullie dochters van de
Hethiet en de Amoriet.

494
00:29:24,210 --> 00:29:26,550
In vers 47 zegt Hij:

495
00:29:26,550 --> 00:29:28,890
U bent niet in hun wegen gegaan

496
00:29:28,890 --> 00:29:33,810
en hebt niet overeenkomstig hun
gruweldaden gedaan, nee, nog even,

497
00:29:33,810 --> 00:29:38,190
en u hebt het in al uw wegen
meer te gronde gericht dan zij.

498
00:29:38,190 --> 00:29:42,570
Dus Hij zegt: Ik vergelijk
je met Samaria en Sodom.

499
00:29:42,570 --> 00:29:45,510
Die waren op dat moment
allebei al gevallen.

500
00:29:45,510 --> 00:29:50,190
Sodom was natuurlijk weggevaagd
door vuur en zwavel uit de hemel.

501
00:29:50,190 --> 00:29:54,090
Samaria was al lang daarvoor
door de Assyriërs weggevaagd.

502
00:29:54,090 --> 00:29:57,150
Dus de beide steden waarmee
zij wordt vergeleken,

503
00:29:57,150 --> 00:29:59,550
hebben het oordeel al ondergaan.

504
00:29:59,550 --> 00:30:03,210
Natuurlijk vinden de Joden in
Jeruzalem zichzelf ver verheven

505
00:30:03,210 --> 00:30:05,310
boven elk van die twee steden.

506
00:30:05,310 --> 00:30:11,610
En nu zegt Hij: Je bent niet zoals
zij; je bent erger dan zij. Hij zegt:

507
00:30:11,610 --> 00:30:13,890
Je hebt je nog slechter gedragen dan zij.

508
00:30:13,890 --> 00:30:19,170
Zo waar Ik leef, spreekt de
Heere HEERE, Sodom, uw zuster,

509
00:30:19,170 --> 00:30:24,330
zij en haar dochters hebben niet zo
gedaan als u en uw dochters gedaan hebben!

510
00:30:24,330 --> 00:30:29,190
Zie, dit was de ongerechtigheid
van uw zuster Sodom: trots,

511
00:30:29,190 --> 00:30:33,750
overvloed van voedsel en zorgeloze
rust had zij met haar dochters.

512
00:30:33,750 --> 00:30:37,590
De hand van de arme en de behoeftige
ondersteunde zij echter niet.

513
00:30:37,590 --> 00:30:42,030
Zij verhieven zich en deden een
gruweldaad voor Mijn aangezicht.

514
00:30:42,030 --> 00:30:45,870
Daarom deed Ik hen weg,
zodra Ik het gezien had.

515
00:30:45,870 --> 00:30:48,870
Samaria heeft nog niet de
helft van uw zonden gedaan,

516
00:30:48,870 --> 00:30:52,470
en u hebt uw gruweldaden
talrijker gemaakt dan zij.

517
00:30:52,470 --> 00:30:57,210
U hebt uw zusters rechtvaardig doen
lijken, vergeleken bij al uw gruweldaden,

518
00:30:57,210 --> 00:30:58,770
die u gedaan hebt!

519
00:30:58,770 --> 00:31:03,030
Nu zegt Hij dat je Samaria en
Sodom er goed hebt laten uitzien.

520
00:31:03,030 --> 00:31:08,130
Je hebt hen gerechtvaardigd door hen zo
ver te overtreffen in je ongerechtigheid.

521
00:31:08,130 --> 00:31:12,870
Wat is de bedoeling van het aanwijzen
van Sodoms ongerechtigheid hier in vers

522
00:31:12,870 --> 00:31:14,610
49 en 50?

523
00:31:14,610 --> 00:31:17,730
Sommigen hebben dit vers gebruikt
om te proberen aan te tonen

524
00:31:17,730 --> 00:31:21,330
dat de zonde van Sodom
geen homoseksualiteit was.

525
00:31:21,330 --> 00:31:24,870
Vooral degenen die mild staan
tegenover homoseksualiteit

526
00:31:24,870 --> 00:31:28,590
en proberen homoseksualiteit met
het christendom te verzoenen,

527
00:31:28,590 --> 00:31:33,690
wijzen erop dat Hij zegt dat Sodoms
zonde geen homoseksualiteit was.

528
00:31:33,690 --> 00:31:38,370
Het was hoogmoed, overvloed aan
brood, overvloedige ledigheid,

529
00:31:38,370 --> 00:31:41,370
en ze ondersteunden de
armen en behoeftigen niet.

530
00:31:41,370 --> 00:31:44,910
Daarom zouden we niet moeten zeggen
dat het homoseksualiteit was.

531
00:31:44,910 --> 00:31:47,850
Maar als je Genesis hoofdstuk 19 leest,

532
00:31:47,850 --> 00:31:52,530
is het heel duidelijk dat homoseksualiteit
op zijn minst een zeer groot

533
00:31:52,530 --> 00:31:57,810
kwaad in die stad was, en een van de
ernstige problemen die God oordeelde.

534
00:31:57,810 --> 00:32:01,950
Overigens staat er in vers
50 dat ze gruwelen bedreven,

535
00:32:01,950 --> 00:32:05,910
en dat zou heel goed een verwijzing
naar de homoseksualiteit kunnen zijn.

536
00:32:05,910 --> 00:32:09,090
Maar wat waren in wezen Sodoms zonden?

537
00:32:09,090 --> 00:32:14,850
Dingen zoals deze: hoogmoed, overvloed
aan brood, ze hielpen de armen niet.

538
00:32:14,850 --> 00:32:19,230
Dat zijn slechte dingen, maar de
dingen die jij doet, zijn veel erger.

539
00:32:19,230 --> 00:32:20,910
Dat is wat Hij zegt.

540
00:32:20,910 --> 00:32:23,670
Hij zegt: Denk er eens over na.

541
00:32:23,670 --> 00:32:27,990
Je ziet Sodom als die verschrikkelijke
stad die Ik moest wegvagen,

542
00:32:27,990 --> 00:32:30,150
maar wat deden ze eigenlijk verkeerd?

543
00:32:30,150 --> 00:32:35,310
Nou, ze deden gruwelijke dingen;
zeker, zulke dingen deden ze wel.

544
00:32:35,310 --> 00:32:38,550
En ze hadden alle gewone soorten
zonden die mensen hebben:

545
00:32:38,550 --> 00:32:42,810
hoogmoed en vraatzucht en
hardvochtigheid tegenover de armen.

546
00:32:42,810 --> 00:32:46,290
Maar Hij zegt dat jouw
zonden veel verdorvener zijn,

547
00:32:46,290 --> 00:32:48,270
veel gruwelijker dan deze.

548
00:32:48,270 --> 00:32:51,210
Je bent niet alleen schuldig
aan de gewone zonde.

549
00:32:51,210 --> 00:32:54,030
Niet alle vrouwen blijven hun man trouw.

550
00:32:54,030 --> 00:32:58,530
Als ze overspel plegen, zijn ze
natuurlijk duidelijk slechter dan normaal.

551
00:32:58,530 --> 00:33:01,470
Maar zelfs niet alle
vrouwen die overspel plegen,

552
00:33:01,470 --> 00:33:04,830
doen wat deze vrouw in deze
gelijkenis heeft gedaan.

553
00:33:04,830 --> 00:33:08,130
Zij heeft meer gedaan dan
alleen overspel plegen.

554
00:33:08,130 --> 00:33:12,210
Sommige vrouwen zijn ontrouw aan mannen
die niet erg aardig voor hen zijn,

555
00:33:12,210 --> 00:33:17,070
of die hun geen enkele bevrediging geven,
of niet voor hen zorgen, of zoiets.

556
00:33:17,070 --> 00:33:21,510
Maar hier is een vrouw die door haar
man met niets dan goedheid is behandeld,

557
00:33:21,510 --> 00:33:24,270
die haar hele leven aan
hem te danken heeft.

558
00:33:24,270 --> 00:33:26,430
En dan is ze hem niet alleen ontrouw,

559
00:33:26,430 --> 00:33:30,630
maar ze geeft zich over aan
allerlei seksuele perversiteiten,

560
00:33:30,630 --> 00:33:35,370
neemt zijn kinderen en verbrandt ze in
het vuur als offers aan haar minnaars.

561
00:33:35,370 --> 00:33:37,590
Dit is geen gewone verdorvenheid.

562
00:33:37,590 --> 00:33:40,110
Dit is totale verdorvenheid.

563
00:33:40,110 --> 00:33:42,750
Dit is perversie tot het uiterste.

564
00:33:42,750 --> 00:33:44,610
En dat is wat Hij zegt.

565
00:33:44,610 --> 00:33:48,090
Sodom, zeker, ze hadden
hun perversiteiten,

566
00:33:48,090 --> 00:33:51,210
maar voor het grootste deel
was hun maatschappelijk leven

567
00:33:51,210 --> 00:33:53,370
ongeveer zoals dat van anderen.

568
00:33:53,370 --> 00:33:57,390
Ze hadden alle normale zonden die
de meeste samenlevingen hebben.

569
00:33:57,390 --> 00:34:01,890
Maar jij hebt ongewoon
perverse en verdorven zonden.

570
00:34:01,890 --> 00:34:07,410
Daarom heb je Sodom er in vergelijking
goed laten uitzien, en Samaria ook.

571
00:34:07,410 --> 00:34:12,390
Draagt u, die uw zusters veroordeeld
hebt, dan ook uw eigen smaad.

572
00:34:12,390 --> 00:34:17,790
Door uw zonden, waarin u afschuwelijker
deed dan zij, lijken zij rechtvaardig,

573
00:34:17,790 --> 00:34:21,930
vergeleken bij u! Schaam u
dan ook en draag uw smaad,

574
00:34:21,930 --> 00:34:25,770
omdat u uw zusters
rechtvaardig hebt doen lijken.

575
00:34:25,770 --> 00:34:27,390
Vers 52.

576
00:34:27,390 --> 00:34:31,530
Dan gaat Hij verder en spreekt
Hij nog meer in dezelfde trant.

577
00:34:31,530 --> 00:34:34,350
Laten we verdergaan naar vers 60.

578
00:34:34,350 --> 00:34:39,030
Toch zal Ík denken aan Mijn verbond
met u in de dagen van uw jeugd.

579
00:34:39,030 --> 00:34:41,850
Ik zal met u een eeuwig verbond maken.

580
00:34:41,850 --> 00:34:44,610
Hier is dan de straal
van hoop aan het einde.

581
00:34:44,610 --> 00:34:47,730
Natuurlijk is het een voorspelling
van het Nieuwe Testament.

582
00:34:47,730 --> 00:34:50,250
Het eeuwige verbond is het verbond dat

583
00:34:50,250 --> 00:34:53,430
Jezus bij het laatste
Avondmaal heeft ingesteld.

584
00:34:53,430 --> 00:34:58,290
Nu doet Hij dit met hen omdat Hij
aan het oude verbond denkt. Hij zegt:

585
00:34:58,290 --> 00:35:02,010
Ik zal denken aan het verbond dat
Ik met je sloot toen je jong was.

586
00:35:02,010 --> 00:35:05,910
Dat zou bij de berg Sinaï zijn,
toen hun volk nog jong was.

587
00:35:05,910 --> 00:35:10,410
Omdat Hij ooit een verbond met hen
had gesloten, zal Hij aan hen denken.

588
00:35:10,410 --> 00:35:12,990
Hij zal hen niet zomaar helemaal vergeten.

589
00:35:12,990 --> 00:35:17,610
En Hij zal hun een nieuw verbond
aanbieden dat een eeuwig verbond zal zijn.

590
00:35:17,610 --> 00:35:21,870
Daarmee wordt heel duidelijk gezegd
dat het eerste niet eeuwig was.

591
00:35:21,870 --> 00:35:25,170
Het verbond bij de Sinaï was niet eeuwig.

592
00:35:25,170 --> 00:35:28,170
En Paulus maakt dat ook
duidelijk in Galaten 3.

593
00:35:28,170 --> 00:35:30,750
Hij zegt dat het net een leermeester was.

594
00:35:30,750 --> 00:35:35,670
De wet was een leermeester die tijdelijk
gegeven was, totdat het geloof zou komen,

595
00:35:35,670 --> 00:35:37,530
totdat Christus zou komen.

596
00:35:37,530 --> 00:35:41,730
Nu het geloof gekomen is, staan we
niet langer onder die leermeester.

597
00:35:41,730 --> 00:35:45,030
Dus het eerste verbond bij
de Sinaï was tijdelijk.

598
00:35:45,030 --> 00:35:47,430
Maar God zegt: ‘Omdat Ik in de eerste

599
00:35:47,430 --> 00:35:49,830
plaats een verbond met
jullie ben aangegaan,

600
00:35:49,830 --> 00:35:53,670
omdat we een geschiedenis hebben waarin
we met elkaar getrouwd zijn geweest,

601
00:35:53,670 --> 00:35:57,630
zal Ik komen en een ander verbond
brengen dat eeuwig zal zijn

602
00:35:57,630 --> 00:35:59,790
en waaraan jullie deel kunnen hebben.’

603
00:35:59,790 --> 00:36:02,430
Maar Hij maakte via de
andere profeten duidelijk

604
00:36:02,430 --> 00:36:06,450
dat slechts een overblijfsel ooit
het nieuwe verbond zal binnengaan.

605
00:36:06,450 --> 00:36:10,350
Het gaat om degenen die in het oude
verbond op grond van hun afkomst met

606
00:36:10,350 --> 00:36:11,970
Hem verbonden waren.

607
00:36:11,970 --> 00:36:14,610
Ook in Ezechiël brengt Hij dat naar voren.

608
00:36:14,610 --> 00:36:18,330
Dan zult u zich uw wegen
herinneren en te schande worden,

609
00:36:18,330 --> 00:36:22,470
wanneer u uw zusters die ouder zijn
dan u en degenen die jonger zijn dan

610
00:36:22,470 --> 00:36:24,030
u, hebt aangenomen.

611
00:36:24,030 --> 00:36:28,350
Ik zal u hen tot dochters geven, maar
niet op grond van het verbond met u.

612
00:36:28,350 --> 00:36:30,810
‘Niet op grond van jouw verbond.’

613
00:36:30,810 --> 00:36:35,010
Dat betekent waarschijnlijk: niet door
het oude verbond dat ze nu hebben,

614
00:36:35,010 --> 00:36:36,930
maar door een nieuw verbond.

615
00:36:36,930 --> 00:36:40,650
Wie zijn de zusters? Samaria en Sodom.

616
00:36:40,650 --> 00:36:42,270
Wie vertegenwoordigen ze?

617
00:36:42,270 --> 00:36:45,870
Het is duidelijk dat Sodom als
stad niet hersteld zal worden,

618
00:36:45,870 --> 00:36:48,450
hoewel je die indruk zou
kunnen krijgen als je dit

619
00:36:48,450 --> 00:36:50,850
leest en het te letterlijk opvat.

620
00:36:50,850 --> 00:36:54,390
En Samaria zal als stad
niet hersteld worden.

621
00:36:54,390 --> 00:36:56,430
Dus wat vertegenwoordigen ze?

622
00:36:56,430 --> 00:36:59,850
Samaria was natuurlijk de
hoofdstad van het noordelijke rijk.

623
00:36:59,850 --> 00:37:03,810
Toen Jezus kwam, enkele
honderden jaren later dan dit,

624
00:37:03,810 --> 00:37:07,170
werd het hele noordelijke
rijk Samaria genoemd.

625
00:37:07,170 --> 00:37:10,410
En de Samaritanen werden
door de Joden veracht.

626
00:37:10,410 --> 00:37:13,830
En toch, toen Jezus in
Handelingen hoofdstuk 1

627
00:37:13,830 --> 00:37:17,010
Zijn grote zendingsopdracht gaf, zei Hij:

628
00:37:17,010 --> 00:37:21,930
maar u zult de kracht van de Heilige
Geest ontvangen, Die over u komen zal;

629
00:37:21,930 --> 00:37:28,050
en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in
Jeruzalem als in heel Judea en Samaria

630
00:37:28,050 --> 00:37:30,330
en tot aan het uiterste van de aarde.

631
00:37:30,330 --> 00:37:35,550
Met andere woorden, ook de heidense
gebieden, die Sodom vertegenwoordigt.

632
00:37:35,550 --> 00:37:38,790
Sodom is een typerende heidense stad.

633
00:37:38,790 --> 00:37:42,570
Samaria vertegenwoordigt de
Samaritanen uit Jezus’ tijd.

634
00:37:42,570 --> 00:37:46,230
En wat Hij zegt, is natuurlijk dat
jullie onder dit nieuwe verbond

635
00:37:46,230 --> 00:37:49,230
geen grond zullen hebben
om die anderen af te wijzen

636
00:37:49,230 --> 00:37:54,390
die jullie van oudsher hebben
afgewezen: de heidenen, de Samaritanen.

637
00:37:54,390 --> 00:37:57,930
Zij zullen onder dit
verbond één met jullie zijn.

638
00:37:57,930 --> 00:38:00,210
Zij zullen jullie dochters zijn.

639
00:38:00,210 --> 00:38:01,770
Jullie zullen hen ontvangen.

640
00:38:01,770 --> 00:38:05,010
Want Ík zal met u Mijn verbond maken.

641
00:38:05,010 --> 00:38:08,010
Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben,

642
00:38:08,010 --> 00:38:09,750
Vers 63:

643
00:38:09,750 --> 00:38:15,270
opdat u eraan denkt, u schaamt en uw
mond niet meer opendoet vanwege uw smaad,

644
00:38:15,270 --> 00:38:19,170
wanneer Ik voor u verzoening doe
over alles wat u gedaan hebt,

645
00:38:19,170 --> 00:38:20,790
spreekt de Heere HEERE.

646
00:38:20,790 --> 00:38:25,770
Dus Hij zegt: ‘Ik zal een oordeel over
jullie brengen vanwege jullie misdaden.

647
00:38:25,770 --> 00:38:27,750
Jullie verdienen het beslist.

648
00:38:27,750 --> 00:38:29,610
Misschien had Ik het eerder moeten doen,

649
00:38:29,610 --> 00:38:33,150
maar jullie kunnen beslist niet
beweren dat jullie niet verdienen

650
00:38:33,150 --> 00:38:34,830
wat jullie overkomt.

651
00:38:34,830 --> 00:38:38,730
Aan de andere kant, zoals Ik
jullie helemaal aan het begin

652
00:38:38,730 --> 00:38:43,110
barmhartigheid heb bewezen, zo
zal Ik Me nu niet anders betonen.

653
00:38:43,110 --> 00:38:45,270
Ik zal barmhartig blijven.

654
00:38:45,270 --> 00:38:49,170
En Ik zal een nieuw en eeuwig
verbond met jullie sluiten.’

655
00:38:49,170 --> 00:38:54,030
En dit betekent natuurlijk dat Hij dat
doet met bepaalde overblijfselen van hen

656
00:38:54,030 --> 00:38:59,610
die dat verbond zouden binnengaan, en
hen zou verenigen met Sodom en Samaria,

657
00:38:59,610 --> 00:39:03,390
dat wil zeggen met de heidenen
en met de Samaritanen.

658
00:39:03,390 --> 00:39:06,450
En allen zouden één zijn in Christus.

659
00:39:06,450 --> 00:39:08,610
En dat is wat daar wordt voorzegd.

660
00:39:08,610 --> 00:39:14,070
De vergelijkbare gelijkenis in hoofdstuk
23 zullen we niet zo uitvoerig behandelen,

661
00:39:14,070 --> 00:39:17,610
omdat er zoveel in staat
dat bijna identiek is.

662
00:39:17,610 --> 00:39:23,190
Deze keer worden de twee steden,
Samaria en Jeruzalem, zusters genoemd.

663
00:39:23,190 --> 00:39:24,870
In vers 2 staat:

664
00:39:24,870 --> 00:39:29,190
Mensenkind, er waren twee
vrouwen, dochters van één moeder.

665
00:39:29,190 --> 00:39:30,990
Dus het zijn zusters.

666
00:39:30,990 --> 00:39:36,390
Zij bedreven hoererij in Egypte; in
hun jeugd bedreven zij al hoererij.

667
00:39:36,390 --> 00:39:41,310
Daar werden zij in hun borsten geknepen,
daar werden hun maagdelijke tepels betast.

668
00:39:41,310 --> 00:39:46,950
Hun namen waren Ohola, de
oudste, en Oholiba, haar zuster.

669
00:39:46,950 --> 00:39:51,150
Zij werden Mij tot vrouw en
zij baarden zonen en dochters.

670
00:39:51,150 --> 00:39:57,270
Dit waren hun namen: Samaria
is Ohola en Jeruzalem Oholiba.

671
00:39:57,270 --> 00:39:59,310
Dit zijn symbolische namen.

672
00:39:59,310 --> 00:40:01,830
Hij vertelt ons verderop in vers 4:

673
00:40:01,830 --> 00:40:07,710
Zo heetten ze. Samaria is
Ohola, Jeruzalem is Oholiba.

674
00:40:07,710 --> 00:40:11,790
Ohola betekent ‘haar tent’ of ‘zijn tent’.

675
00:40:11,790 --> 00:40:17,730
Oholiba betekent ‘Mijn tent’ of
‘Mijn tabernakel is in haar’.

676
00:40:17,730 --> 00:40:22,230
Wat deze namen waarschijnlijk tot
uitdrukking brengen, is dat Jeruzalem,

677
00:40:22,230 --> 00:40:26,130
Oholiba, ‘Mijn tent is
in haar’ wordt genoemd,

678
00:40:26,130 --> 00:40:29,850
wat betekent dat Gods
tabernakel in Jeruzalem was.

679
00:40:29,850 --> 00:40:31,710
Zijn tempel stond daar.

680
00:40:31,710 --> 00:40:35,010
Hij had Zijn huis daar
in Jeruzalem gevestigd.

681
00:40:35,010 --> 00:40:37,410
Zijn tent was in haar.

682
00:40:37,410 --> 00:40:41,850
Ohola, wat ‘haar tent’
of ‘zijn tent’ betekent,

683
00:40:41,850 --> 00:40:45,450
afhankelijk van de klinkertekens die
in het Hebreeuws worden gebruikt,

684
00:40:45,450 --> 00:40:50,730
lijkt in te houden dat Samaria, het
noordelijke rijk, ook een tent had,

685
00:40:50,730 --> 00:40:54,150
maar dat die niet van
God was. Die was van hen.

686
00:40:54,150 --> 00:40:56,730
Die was van haar, niet van Hem.

687
00:40:56,730 --> 00:41:01,650
Gods tent was in Jeruzalem, maar de
tent in Samaria was niet van God.

688
00:41:01,650 --> 00:41:06,390
Dat wil zeggen, de heiligdommen en
de plaatsen van aanbidding in Samaria

689
00:41:06,390 --> 00:41:10,410
waren door de Samaritanen zelf
opgericht, maar niet door God.

690
00:41:10,410 --> 00:41:14,310
Hoe dan ook, deze namen staan
symbool voor de twee rijken,

691
00:41:14,310 --> 00:41:17,070
het noordelijke en het zuidelijke rijk.

692
00:41:17,070 --> 00:41:21,810
Eerst gaat het over Samaria,
Ohola, het noordelijke rijk.

693
00:41:21,810 --> 00:41:25,950
Ohola bedreef hoererij,
hoewel zij Mij toebehoorde:

694
00:41:25,950 --> 00:41:30,630
zij werd verliefd op haar minnaars,
op de Assyriërs, vertrouwelingen,

695
00:41:30,630 --> 00:41:31,710
Vers 5.

696
00:41:31,710 --> 00:41:36,450
Ik wil nog even vermelden dat in vers
4 staat dat dit de zusters waren:

697
00:41:36,450 --> 00:41:40,290
en ze waren van Mij, en ze
kregen zonen en dochters.

698
00:41:40,290 --> 00:41:45,150
Dus het is duidelijk dat Hij zegt dat Hij
met allebei deze vrouwen getrouwd was.

699
00:41:45,150 --> 00:41:47,310
We weten uit het Nieuwe Testament dat

700
00:41:47,310 --> 00:41:50,130
polygamie niet het ideaal
voor het huwelijk is.

701
00:41:50,130 --> 00:41:54,390
Het ideaal voor het huwelijk is dat
het Christus en de gemeente uitbeeldt.

702
00:41:54,390 --> 00:41:57,210
En wij hebben meer licht over dit
onderwerp dan de mensen in het

703
00:41:57,210 --> 00:41:58,890
Oude Testament hadden.

704
00:41:58,890 --> 00:42:03,330
En God veroordeelde blijkbaar niemand
omdat hij hierover in de tijd van het Oude

705
00:42:03,330 --> 00:42:05,310
Testament minder licht had.

706
00:42:05,310 --> 00:42:07,950
Ik denk dat christenen
verkeerd zouden handelen

707
00:42:07,950 --> 00:42:11,250
als ze de gedachte aan
polygamie zouden overwegen.

708
00:42:11,250 --> 00:42:15,450
Dat zou namelijk ingaan tegen wat wij
weten over het doel van het huwelijk,

709
00:42:15,450 --> 00:42:20,070
omdat Efeze 5 en andere passages ons
een duidelijk beeld hebben gegeven

710
00:42:20,070 --> 00:42:22,650
van Gods model voor het huwelijk.

711
00:42:22,650 --> 00:42:25,890
Maar in het Oude Testament
was Christus nog niet gekomen,

712
00:42:25,890 --> 00:42:30,390
en die openbaring van Christus en
de gemeente was nog niet gegeven.

713
00:42:30,390 --> 00:42:33,870
En de mensen wisten niets meer
over de betekenis van het huwelijk

714
00:42:33,870 --> 00:42:37,410
dan dat het een middel was om
het gezinsleven te bevorderen.

715
00:42:37,410 --> 00:42:42,090
Het was een middel om kinderen te krijgen
en de familienaam voort te zetten.

716
00:42:42,090 --> 00:42:47,250
Als zodanig leek polygamie een even
geldige praktijk als elke andere,

717
00:42:47,250 --> 00:42:49,350
vooral omdat een man op die manier

718
00:42:49,350 --> 00:42:52,890
meer kinderen kon krijgen
als hij meerdere vrouwen had.

719
00:42:52,890 --> 00:42:54,990
Daar ging het voornamelijk om.

720
00:42:54,990 --> 00:42:57,690
Vrouwen werden in de tijd
van het Oude Testament,

721
00:42:57,690 --> 00:43:00,450
in die tijden waarin
men minder inzicht had,

722
00:43:00,450 --> 00:43:05,790
voornamelijk gezien als eenheden om
kinderen te baren, en daar waren ze voor.

723
00:43:05,790 --> 00:43:09,270
Een man kon duizend vrouwen
hebben, zoals Salomo,

724
00:43:09,270 --> 00:43:11,670
en dat zou niet vreemd worden gevonden.

725
00:43:11,670 --> 00:43:16,410
In onze samenleving zou je natuurlijk,
als een man ook maar twee vrouwen had,

726
00:43:16,410 --> 00:43:19,710
weten dat hij geen van beiden
kon liefhebben zoals Christus

727
00:43:19,710 --> 00:43:21,270
de gemeente liefhad.

728
00:43:21,270 --> 00:43:25,230
Want hoe zou hij dat kunnen als hij
jaloezie tussen hen aanwakkerde?

729
00:43:25,230 --> 00:43:28,050
De polygame verhoudingen
in het Oude Testament

730
00:43:28,050 --> 00:43:31,950
worden niet altijd uitdrukkelijk
afgekeurd door de schrijver.

731
00:43:31,950 --> 00:43:37,350
Denk aan de vrouwen van Jakob, de vrouwen
van Abram en de vrouwen van Elkana,

732
00:43:37,350 --> 00:43:38,970
Hanna en Peninna.

733
00:43:38,970 --> 00:43:40,890
Maar ze blijken allemaal slecht te zijn,

734
00:43:40,890 --> 00:43:43,890
omdat de vrouwen in
elk geval rivalen zijn.

735
00:43:43,890 --> 00:43:46,890
In elk geval is er onenigheid in huis,

736
00:43:46,890 --> 00:43:51,390
en de kinderen van de verschillende
vrouwen zijn ook rivalen van elkaar.

737
00:43:51,390 --> 00:43:56,190
Zo zien we dat de broers van Jozef hem als
slaaf verkopen omdat hij een andere moeder

738
00:43:56,190 --> 00:44:01,110
had, en omdat hij een andere moeder had,
werd hij door zijn vader voorgetrokken.

739
00:44:01,110 --> 00:44:05,850
Waar het om gaat, is dat de Bijbel
overal waar polygamie wordt beoefend,

740
00:44:05,850 --> 00:44:09,090
laat zien dat het geen ideale situatie is.

741
00:44:09,090 --> 00:44:11,190
Toch verbood de wet het niet.

742
00:44:11,190 --> 00:44:15,750
Bepaalde aspecten van polygamie
dienden een aanvaardbaar doel.

743
00:44:15,750 --> 00:44:18,930
Bijvoorbeeld in tijden waarin
er oorlogen plaatsvonden

744
00:44:18,930 --> 00:44:23,250
en vrijwel de hele mannelijke
bevolking van een stad werd uitgeroeid.

745
00:44:23,250 --> 00:44:27,990
Dan bleef er een onevenredig groot
aantal vrouwen tegenover mannen over.

746
00:44:27,990 --> 00:44:30,390
De oorlog roeide veel mannen uit,

747
00:44:30,390 --> 00:44:34,530
en daardoor moesten veel
vrouwen óf ongetrouwd blijven óf

748
00:44:34,530 --> 00:44:36,930
een man met iemand anders delen.

749
00:44:36,930 --> 00:44:41,010
In die samenleving werd het als
een schande beschouwd als een vrouw

750
00:44:41,010 --> 00:44:45,630
ongetrouwd en kinderloos bleef,
terwijl ze niet, zoals nu,

751
00:44:45,630 --> 00:44:47,490
buitenshuis een baan kon zoeken.

752
00:44:47,490 --> 00:44:52,590
Ze beschouwden het huwelijk niet als iets
intiems tussen een man en een vrouw dat op

753
00:44:52,590 --> 00:44:56,670
Christus en de gemeente leek,
zoals wij het huwelijk nu zien.

754
00:44:56,670 --> 00:45:01,470
Zelfs ongelovigen zijn in het Westen
door onze christelijke visie beïnvloed,

755
00:45:01,470 --> 00:45:06,450
omdat de christelijke visie de hele
westerse cultuur heeft doordrongen.

756
00:45:06,450 --> 00:45:10,770
Zelfs ongelovigen die niets weten
over Christus en de gemeente,

757
00:45:10,770 --> 00:45:15,030
hebben toch het idee overgenomen
dat het huwelijk om liefde draait,

758
00:45:15,030 --> 00:45:17,370
en dat is een christelijk idee.

759
00:45:17,370 --> 00:45:21,390
Het heidense idee was nooit dat
het huwelijk om liefde draaide.

760
00:45:21,390 --> 00:45:26,190
Niet dat mensen nooit van elkaar hielden;
natuurlijk hielden ze vaak wel van elkaar,

761
00:45:26,190 --> 00:45:28,410
maar daar was het huwelijk niet voor.

762
00:45:28,410 --> 00:45:31,410
Het huwelijk was uitsluitend
voor de voortplanting.

763
00:45:31,410 --> 00:45:34,830
Dus de vrouwen dachten bij het huwelijk
niet in de eerste plaats aan iets voor de

764
00:45:34,830 --> 00:45:38,490
liefde, hoewel ik er zeker van ben
dat ze er altijd van genoten als ze

765
00:45:38,490 --> 00:45:39,870
wat liefde kregen.

766
00:45:39,870 --> 00:45:42,450
Maar het was iets voor de voortplanting.

767
00:45:42,450 --> 00:45:45,930
Ze hadden liever één man die ze
met meerdere vrouwen deelden dan

768
00:45:45,930 --> 00:45:47,490
helemaal geen man.

769
00:45:47,490 --> 00:45:50,970
Dus polygamie werd beoefend
en werd niet veroordeeld,

770
00:45:50,970 --> 00:45:53,910
maar in het licht van de
openbaring van het Nieuwe Testament

771
00:45:53,910 --> 00:45:57,090
kunnen we nu zien dat
het niet het hoogste was.

772
00:45:57,090 --> 00:46:02,310
Omdat polygamie op zichzelf geen gruwel
was, of iets wat God in het Oude Testament

773
00:46:02,310 --> 00:46:06,870
absoluut verbood, was er niets
ongepasts aan dat God een gelijkenis

774
00:46:06,870 --> 00:46:10,650
gebruikte waarin Hij Zichzelf
als een polygamist voorstelde,

775
00:46:10,650 --> 00:46:14,430
waarin Hij Zichzelf voorstelde
als iemand die twee vrouwen had.

776
00:46:14,430 --> 00:46:17,670
Hij wordt als de polygamist
in de gelijkenis beslist

777
00:46:17,670 --> 00:46:20,070
niet als de boosdoener voorgesteld.

778
00:46:20,070 --> 00:46:23,850
Het zijn de vrouwen die in deze
gelijkenis de boosdoeners zijn.

779
00:46:23,850 --> 00:46:28,530
Ohola, Zijn eerste vrouw, of
een van hen, bedreef hoererij,

780
00:46:28,530 --> 00:46:31,890
en er wordt heel gedetailleerd
verteld hoe ze dat deed.

781
00:46:31,890 --> 00:46:35,670
Het volgt grotendeels dezelfde
lijn als het vorige hoofdstuk dat

782
00:46:35,670 --> 00:46:37,170
we hebben gelezen.

783
00:46:37,170 --> 00:46:40,890
In vers 10 rekent Hij in
Zijn oordeel met haar af.

784
00:46:40,890 --> 00:46:42,570
In vers 10 staat:

785
00:46:42,570 --> 00:46:47,550
Die hebben haar schaamte ontbloot,
haar zonen en haar dochters weggenomen

786
00:46:47,550 --> 00:46:50,190
en haarzelf gedood met het zwaard.

787
00:46:50,190 --> 00:46:52,650
Zij kreeg bij de vrouwen een slechte naam,

788
00:46:52,650 --> 00:46:55,830
nadat men gerichten over
haar had voltrokken.

789
00:46:55,830 --> 00:46:59,250
Beroemd vanwege haar
nederlaag tegen de Assyriërs.

790
00:46:59,250 --> 00:47:05,730
Dit is een beschrijving van hoe Assyrië
Samaria in 722 voor Christus verwoestte.

791
00:47:05,730 --> 00:47:07,410
Dan zegt vers 11:

792
00:47:07,410 --> 00:47:12,330
Hoewel haar zuster Oholiba dit zag,
gedroeg zij zich in haar hartstocht nog

793
00:47:12,330 --> 00:47:17,130
verderfelijker dan zij en overtrof
zij met haar hoererijen de hoererijen

794
00:47:17,130 --> 00:47:18,450
van haar zuster.

795
00:47:18,450 --> 00:47:21,870
Dat is, zoals je je herinnert, Jeruzalem.

796
00:47:21,870 --> 00:47:24,570
Dit komt dus overeen met hoofdstuk 16,

797
00:47:24,570 --> 00:47:30,090
waar werd gezegd dat Jeruzalem verder ging
in perversie en afgoderij dan Samaria.

798
00:47:30,090 --> 00:47:33,150
Maar het laat natuurlijk
ook de ironie hiervan zien.

799
00:47:33,150 --> 00:47:35,430
Ze zag wat er met haar zuster gebeurde.

800
00:47:35,430 --> 00:47:39,870
Ze zag het oordeel over Samaria,
en dat had haar moeten waarschuwen.

801
00:47:39,870 --> 00:47:44,070
Het had haar ontzag voor God moeten
bijbrengen, maar dat gebeurde niet.

802
00:47:44,070 --> 00:47:48,270
Ze bedreef dwaas genoeg hoererij,
nog erger dan haar zuster,

803
00:47:48,270 --> 00:47:52,350
en gaf God daardoor aanleiding om het
oordeel te brengen waarvan Hij zegt dat

804
00:47:52,350 --> 00:47:53,430
Hij het zal brengen.

805
00:47:53,430 --> 00:47:57,930
Het grootste deel van dit hoofdstuk
verschilt maar weinig van hoofdstuk 16.

806
00:47:57,930 --> 00:48:01,350
Daarom zullen we het niet
vers voor vers behandelen.

807
00:48:01,350 --> 00:48:05,970
Deze twee hoofdstukken geven allebei
dezelfde gedachte in haar geheel weer,

808
00:48:05,970 --> 00:48:10,710
namelijk dat Israël Gods vrouw was
en alles aan God te danken had.

809
00:48:10,710 --> 00:48:13,170
Ze waren niets toen Hij hen vond.

810
00:48:13,170 --> 00:48:18,270
Hij verzorgde hen, Hij kleedde
hen, Hij tooide hen met sieraden,

811
00:48:18,270 --> 00:48:21,630
Hij maakte hen mooi, Hij maakte hen rijk.

812
00:48:21,630 --> 00:48:27,990
En alles wat Hij hun gaf, namen ze gewoon
en gebruikten ze om andere goden te eren.

813
00:48:27,990 --> 00:48:31,050
Dat is Zijn klacht in deze gelijkenissen.

814
00:48:31,050 --> 00:48:33,990
Zo laat Hij zien dat ze
het oordeel verdienen,

815
00:48:33,990 --> 00:48:38,430
als een overspelige vrouw die
volgens de wet gestenigd moet worden.

816
00:48:38,430 --> 00:48:41,790
God laat zien dat Hij
volkomen gerechtvaardigd is

817
00:48:41,790 --> 00:48:46,410
als Hij een oordeel over hen brengt,
een allesvernietigend oordeel.

818
00:48:46,410 --> 00:48:49,290
Toch betoont Hij hun
eigenlijk meer barmhartigheid

819
00:48:49,290 --> 00:48:53,070
dan we zouden verwachten van
een man tegenover zo'n vrouw.

820
00:48:53,070 --> 00:48:56,730
Dit zijn twee van de gesproken
gelijkenissen van Ezechiël.

821
00:48:56,730 --> 00:48:58,890
Nu gaan we naar een paar andere.

822
00:48:58,890 --> 00:49:03,390
Twee andere gelijkenissen laten op een
treffende manier zien dat Jeruzalem

823
00:49:03,390 --> 00:49:05,190
het oordeel verdient.

824
00:49:05,190 --> 00:49:09,870
Beide gelijkenissen, die in hoofdstuk
15, die we eerst zullen behandelen,

825
00:49:09,870 --> 00:49:12,630
en die aan het begin van hoofdstuk 24,

826
00:49:12,630 --> 00:49:18,570
proberen in wezen één gedachte over te
brengen: Jeruzalem is nergens goed voor.

827
00:49:18,570 --> 00:49:20,430
Dat is alles wat ze zeggen.

828
00:49:20,430 --> 00:49:25,110
Het is nergens goed voor, dus waarom
zou je het laten voortbestaan?

829
00:49:25,110 --> 00:49:28,890
De eerste keer dat dit wordt
gezegd, is in hoofdstuk 15.

830
00:49:28,890 --> 00:49:33,330
Het is een kort hoofdstuk, maar acht
verzen, en het gaat over een wijnstok.

831
00:49:33,330 --> 00:49:34,350
Er staat:

832
00:49:34,350 --> 00:49:37,950
Het woord van de HEERE
kwam tot mij: Mensenkind,

833
00:49:37,950 --> 00:49:40,950
wat heeft het hout van de
wijnstok voor op ander hout,

834
00:49:40,950 --> 00:49:43,530
op een tak tussen de bomen van het bos?

835
00:49:43,530 --> 00:49:46,710
Kun je er hout van nemen
om iets van te maken?

836
00:49:46,710 --> 00:49:50,610
Kun je er een pin van maken
om een vat aan op te hangen?

837
00:49:50,610 --> 00:49:53,550
Het wordt als brandstof
in het vuur geworpen.

838
00:49:53,550 --> 00:49:57,810
Het vuur verteert beide uiteinden
en het midden is verschroeid.

839
00:49:57,810 --> 00:50:00,270
Is het dan nog ergens voor te gebruiken?

840
00:50:00,270 --> 00:50:03,030
Is het geschikt voor
wat voor werk dan ook?

841
00:50:03,030 --> 00:50:07,650
Zie, toen het gaaf was, kon er geen
gebruiksvoorwerp van gemaakt worden.

842
00:50:07,650 --> 00:50:12,450
Hoeveel te minder nu het vuur het verteerd
heeft, zodat het zwartgeblakerd is.

843
00:50:12,450 --> 00:50:15,990
Zal er dan nog een gebruiksvoorwerp
van gemaakt kunnen worden?

844
00:50:15,990 --> 00:50:21,090
Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zoals het
hout van de wijnstok onder het hout van

845
00:50:21,090 --> 00:50:26,011
het woud is — dat geef Ik als
brandstof over aan het vuur —

846
00:50:26,011 --> 00:50:29,310
zo zal Ik de inwoners
van Jeruzalem overgeven.

847
00:50:29,310 --> 00:50:32,970
Want Ik zal Mijn
aangezicht tegen hen keren.

848
00:50:32,970 --> 00:50:38,070
Als zij aan het ene vuur ontsnappen,
zal het andere vuur hen verteren.

849
00:50:38,070 --> 00:50:43,950
Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben,
wanneer Ik Mijn aangezicht tegen hen keer.

850
00:50:43,950 --> 00:50:49,050
Ik zal van het land een woestenij maken,
omdat zij trouwbreuk gepleegd hebben,

851
00:50:49,050 --> 00:50:50,670
spreekt de Heere HEERE.

852
00:50:50,670 --> 00:50:55,410
Ezechiël is, zoals je weet, niet de eerste
die de wijnstok gebruikt als een beeld of

853
00:50:55,410 --> 00:50:57,450
een gelijkenis voor Israël.

854
00:50:57,450 --> 00:51:00,450
De eerste die dat deed,
was waarschijnlijk Jesaja,

855
00:51:00,450 --> 00:51:04,650
hoewel anderen dat misschien al eerder
hebben gedaan zonder dat ik daarvan weet.

856
00:51:04,650 --> 00:51:08,970
Jesaja hoofdstuk 5 is natuurlijk de
klassieke gelijkenis van de wijngaard en

857
00:51:08,970 --> 00:51:12,450
de wijnstok, en hoe die
geen vrucht voortbracht.

858
00:51:12,450 --> 00:51:15,210
Daarom zou God een
oordeel over hen brengen.

859
00:51:15,210 --> 00:51:18,750
Het verhaal in Jesaja
hoofdstuk 5 is een klassieker.

860
00:51:18,750 --> 00:51:22,950
Hier is de gedachte eveneens
dat Jeruzalem een wijnstok is.

861
00:51:22,950 --> 00:51:25,110
Waar is een wijnstok goed voor?

862
00:51:25,110 --> 00:51:27,030
Waar is hij goed voor?

863
00:51:27,030 --> 00:51:29,190
Natuurlijk is hij goed voor vruchten.

864
00:51:29,190 --> 00:51:31,830
Dat is het enige waar hij goed voor is.

865
00:51:31,830 --> 00:51:34,590
Hij is goed om druiven voort te brengen.

866
00:51:34,590 --> 00:51:40,110
Als hij geen druiven voortbrengt, waar
is hij dan goed voor? Nergens voor.

867
00:51:40,110 --> 00:51:43,410
Hier brengt hij het dragen van
vruchten niet eens ter sprake.

868
00:51:43,410 --> 00:51:48,090
Hij gaat ervan uit dat de wijnstok
waar het over gaat geen vruchten heeft.

869
00:51:48,090 --> 00:51:49,770
Dat spreekt vanzelf.

870
00:51:49,770 --> 00:51:53,910
Het belangrijkste doel en de
belangrijkste functie van een wijnstok

871
00:51:53,910 --> 00:51:57,930
worden in dit verhaal niet eens
in de overweging betrokken.

872
00:51:57,930 --> 00:52:02,310
Dat er geen vruchten aan deze
wijnstok zitten, spreekt vanzelf.

873
00:52:02,310 --> 00:52:05,970
Waar is hij goed voor,
aangezien er geen vruchten zijn?

874
00:52:05,970 --> 00:52:09,810
Sommige bomen zijn vooral goed
om vruchten voort te brengen.

875
00:52:09,810 --> 00:52:14,490
Maar als ze geen vruchten voortbrengen,
kun je in elk geval het hout nemen en er

876
00:52:14,490 --> 00:52:18,210
iets mee doen: er palen voor
een omheining van maken,

877
00:52:18,210 --> 00:52:22,410
of het schaven en er planken van
maken en daar iets mee bouwen.

878
00:52:22,410 --> 00:52:25,530
Bomen hebben tenminste nog een
tweede gebruiksmogelijkheid.

879
00:52:25,530 --> 00:52:29,670
Als ze geen vruchten voortbrengen,
hebben ze in elk geval nog enige waarde.

880
00:52:29,670 --> 00:52:32,070
Maar bij een wijnstok is dat niet zo.

881
00:52:32,070 --> 00:52:36,750
Je kunt een wijnstok niet gebruiken om er
iets mee te bouwen. Dat is wat hij zegt.

882
00:52:36,750 --> 00:52:40,110
Je kunt er geen hout van
nemen om er iets van te maken.

883
00:52:40,110 --> 00:52:44,730
De dunne takken van een wijnstok zijn niet
eens bruikbaar om er een pin van te maken

884
00:52:44,730 --> 00:52:46,590
waar je een vat aan kunt hangen.

885
00:52:46,590 --> 00:52:50,670
Dus in wezen zegt hij dat een wijnstok
die geen vruchten voortbrengt,

886
00:52:50,670 --> 00:52:52,050
nergens voor dient.

887
00:52:52,050 --> 00:52:57,330
Het enige waarvoor je hem nog kunt
gebruiken, is als brandstof voor een vuur.

888
00:52:57,330 --> 00:52:59,970
Vuur heeft tenminste nog enige waarde.

889
00:52:59,970 --> 00:53:03,570
Je kunt er je huis mee
verwarmen, of je kunt erop koken.

890
00:53:03,570 --> 00:53:08,910
De wijnstok vervult dus zijn enige andere
doel, naast het voortbrengen van vruchten,

891
00:53:08,910 --> 00:53:10,770
door verbrand te worden.

892
00:53:10,770 --> 00:53:13,770
Zelfs daarvoor is hij
niet het beste materiaal.

893
00:53:13,770 --> 00:53:18,030
Hij zegt dat als hij al waardeloos
was toen hij nog niet verbrand was,

894
00:53:18,030 --> 00:53:21,390
hij na het verbranden
natuurlijk nog minder waard is.

895
00:53:21,390 --> 00:53:25,830
Dus Hij zegt dat Hij Jeruzalem
aan het vuur zal prijsgeven.

896
00:53:25,830 --> 00:53:29,670
Ze zijn nergens goed voor en ze
hebben geen vrucht voortgebracht,

897
00:53:29,670 --> 00:53:32,310
en er is geen andere functie voor hen.

898
00:53:32,310 --> 00:53:35,670
God heeft hen uitsluitend
gemaakt om vrucht te dragen,

899
00:53:35,670 --> 00:53:38,310
en dat is natuurlijk
gerechtigheid en recht,

900
00:53:38,310 --> 00:53:41,010
zoals Hij ons in Jesaja heeft verteld.

901
00:53:41,010 --> 00:53:43,350
Dat is de vrucht die Hij zocht.

902
00:53:43,350 --> 00:53:47,850
Hij vormde hen als volk om op aarde
recht en gerechtigheid voort te brengen,

903
00:53:47,850 --> 00:53:49,530
en dat deden ze niet.

904
00:53:49,530 --> 00:53:54,150
Hij zegt: ‘Omdat ze dat niet
doen, heb Ik geen plan B. Plan B

905
00:53:54,150 --> 00:53:56,730
zal dan maar moeten zijn
dat Ik hen verbrand,

906
00:53:56,730 --> 00:53:59,310
want verder zijn ze nergens goed voor.’

907
00:53:59,310 --> 00:54:02,970
Dat is nogal een harde boodschap,
in heel weinig woorden gezegd.

908
00:54:02,970 --> 00:54:07,470
Hoofdstuk 24 heeft dan een andere
gelijkenis, een ander beeld,

909
00:54:07,470 --> 00:54:09,150
maar dezelfde boodschap.

910
00:54:09,150 --> 00:54:12,150
Het gaat alleen om de eerste
helft van dit hoofdstuk.

911
00:54:12,150 --> 00:54:16,830
We hebben de tweede helft al besproken,
want de tweede helft van hoofdstuk 24

912
00:54:16,830 --> 00:54:19,650
gaat over de dood van Ezechiëls vrouw.

913
00:54:19,650 --> 00:54:23,310
Daar hebben we het over gehad bij
de gelijkenissen die hij uitbeeldde.

914
00:54:23,310 --> 00:54:26,610
Maar in de eerste helft,
de eerste veertien verzen,

915
00:54:26,610 --> 00:54:28,650
hebben we deze gelijkenis.

916
00:54:28,650 --> 00:54:33,030
Het woord van de HEERE kwam tot mij in
het negende jaar in de tiende maand,

917
00:54:33,030 --> 00:54:38,490
op de tiende van de maand: Mensenkind,
schrijf voor uzelf de naam van de dag op,

918
00:54:38,490 --> 00:54:43,350
juist deze zelfde dag: op deze
zelfde dag heeft de koning van

919
00:54:43,350 --> 00:54:46,410
Babel het beleg voor Jeruzalem geslagen.

920
00:54:46,410 --> 00:54:51,450
Leg nu aan dat opstandige huis een
gelijkenis voor, en zeg tegen hen:

921
00:54:51,450 --> 00:54:56,370
Zo zegt de Heere HEERE: Zet de
kookpot op, zet hem op het vuur,

922
00:54:56,370 --> 00:54:58,230
en giet er ook water in.

923
00:54:58,230 --> 00:55:02,670
Voeg er de ervoor bestemde stukken
bij, alle goede stukken vlees,

924
00:55:02,670 --> 00:55:06,930
dijbeen en schouderstukken,
vul hem met de beste beenderen.

925
00:55:06,930 --> 00:55:11,070
Neem het beste van het kleinvee,
stapel er ook beenderen onder op,

926
00:55:11,070 --> 00:55:12,930
breng het goed aan de kook.

927
00:55:12,930 --> 00:55:15,870
Ook zullen zijn beenderen
middenin moeten koken.

928
00:55:15,870 --> 00:55:19,770
Daarom, zo zegt de Heere
HEERE: Wee de bloedstad,

929
00:55:19,770 --> 00:55:24,390
zij is een pot met aanslag eraan,
waar de aanslag niet af is gegaan!

930
00:55:24,390 --> 00:55:28,890
Haal het vlees er stuk voor stuk uit
zonder dat het lot erover gevallen is.

931
00:55:28,890 --> 00:55:31,590
Want haar bloed is in
haar midden gebleven,

932
00:55:31,590 --> 00:55:34,830
op een kale rots heeft
zij het laten vloeien.

933
00:55:34,830 --> 00:55:38,850
Zij heeft het niet op de aarde
uitgegoten om het met stof te bedekken.

934
00:55:38,850 --> 00:55:43,950
Om grimmigheid op te wekken, om wraak te
oefenen heb Ik haar bloed op een kale rots

935
00:55:43,950 --> 00:55:46,530
gelegd, zodat het niet bedekt wordt.

936
00:55:46,530 --> 00:55:50,610
Daarom, zo zegt de Heere
HEERE: Wee de bloedstad!

937
00:55:50,610 --> 00:55:53,490
Ik zal ook de brandstapel groot maken!

938
00:55:53,490 --> 00:55:57,930
Breng veel hout bijeen, steek het
vuur aan, kook het vlees helemaal,

939
00:55:57,930 --> 00:56:01,830
doe het kruidenmengsel erbij,
en laat de beenderen verbranden.

940
00:56:01,830 --> 00:56:04,170
Zet de pot daarna leeg op zijn kolen,

941
00:56:04,170 --> 00:56:07,110
zodat hij heet wordt
en zijn koper gloeiend,

942
00:56:07,110 --> 00:56:10,770
en wat er aan hem verontreinigd
is, in het midden van hem wegsmelt,

943
00:56:10,770 --> 00:56:12,750
en zijn aanslag verdwijnt.

944
00:56:12,750 --> 00:56:17,550
Alle moeite is vergeefs geweest, de
vele aanslag ging er niet af: in het

945
00:56:17,550 --> 00:56:19,770
vuur, die aanslag!

946
00:56:19,770 --> 00:56:23,190
In uw onreinheid ligt
uw schandelijk gedrag!

947
00:56:23,190 --> 00:56:27,570
Omdat Ik u heb willen reinigen,
maar u niet rein geworden bent,

948
00:56:27,570 --> 00:56:31,230
zult u van uw onreinheid
niet meer gereinigd worden,

949
00:56:31,230 --> 00:56:34,650
totdat Ik Mijn grimmigheid
op u doe rusten.

950
00:56:34,650 --> 00:56:39,630
Ík, de HEERE, heb gesproken:
het komt en Ik doe het.

951
00:56:39,630 --> 00:56:45,510
Ik zal het niet nalaten, Ik zal niet
ontzien en Ik zal ook geen berouw hebben.

952
00:56:45,510 --> 00:56:51,150
Overeenkomstig uw wegen en overeenkomstig
uw daden zullen zij u oordelen,

953
00:56:51,150 --> 00:56:52,650
spreekt de Heere HEERE.

954
00:56:52,650 --> 00:56:56,250
Deze profetische uitspraak
bestaat uit drie delen.

955
00:56:56,250 --> 00:57:00,390
Het eerste deel staat in
de eerste vijf verzen.

956
00:57:00,390 --> 00:57:05,370
Eigenlijk geven de eerste twee verzen
de achtergrond van de gelijkenis.

957
00:57:05,370 --> 00:57:09,390
Dit is een veelbetekenende
achtergrond, meer dan bijna alle andere

958
00:57:09,390 --> 00:57:13,110
dateringen die bij de gelijkenissen
of de uitspraken worden gegeven,

959
00:57:13,110 --> 00:57:16,350
want dit is de dag van de belegering.

960
00:57:16,350 --> 00:57:19,410
Ezechiël kon dat alleen
door openbaring weten,

961
00:57:19,410 --> 00:57:24,510
want Ezechiël was zestienhonderd
kilometer van Jeruzalem vandaan.

962
00:57:24,510 --> 00:57:26,310
Maar God vertelde hem:

963
00:57:26,310 --> 00:57:31,530
Dit is de dag waarop Nebukadnezar
Jeruzalem heeft belegerd.

964
00:57:31,530 --> 00:57:33,570
Jeruzalem viel die dag niet.

965
00:57:33,570 --> 00:57:36,810
Ze werden een tijdlang
belegerd voordat ze vielen,

966
00:57:36,810 --> 00:57:39,750
maar vanaf deze dag werden ze belegerd.

967
00:57:39,750 --> 00:57:42,390
En dus legt hij de dag vast.

968
00:57:42,390 --> 00:57:45,030
Dit is een veelbetekenende dag.

969
00:57:45,030 --> 00:57:48,570
En die geeft niet alleen
aanleiding tot deze gelijkenis,

970
00:57:48,570 --> 00:57:53,070
maar natuurlijk ook tot de dood van
Ezechiëls vrouw op diezelfde dag,

971
00:57:53,070 --> 00:57:54,870
die ook symbolisch was.

972
00:57:54,870 --> 00:57:59,070
Maar waar het hier om gaat, is
dat hij door openbaring weet dat

973
00:57:59,070 --> 00:58:04,110
Nebukadnezar op deze dag het beleg
heeft geslagen voor Jeruzalem,

974
00:58:04,110 --> 00:58:06,390
zestienhonderd kilometer verderop.

975
00:58:06,390 --> 00:58:08,670
En hij geeft deze gelijkenis.

976
00:58:08,670 --> 00:58:12,090
Het eerste deel van de gelijkenis
maakt eigenlijk gebruik

977
00:58:12,090 --> 00:58:15,870
van wat blijkbaar een eenvoudig
rijmpje voor in huis was.

978
00:58:15,870 --> 00:58:20,970
Het komt vreemd over wanneer we
het in vers 3 tot en met 4 lezen.

979
00:58:20,970 --> 00:58:25,830
Het is een soort keukenrijmpje
zoals ‘Polly Put the Kettle On’,

980
00:58:25,830 --> 00:58:29,130
dat kinderen thuis zouden
opzeggen. Het gaat zo:

981
00:58:29,130 --> 00:58:34,110
Leg nu aan dat opstandige huis een
gelijkenis voor, en zeg tegen hen:

982
00:58:34,110 --> 00:58:38,790
Zo zegt de Heere HEERE: Zet de
kookpot op, zet hem op het vuur,

983
00:58:38,790 --> 00:58:40,650
en giet er ook water in.

984
00:58:40,650 --> 00:58:45,270
Voeg er de ervoor bestemde stukken
bij, alle goede stukken vlees,

985
00:58:45,270 --> 00:58:49,410
dijbeen en schouderstukken,
vul hem met de beste beenderen.

986
00:58:49,410 --> 00:58:53,670
Neem het beste van het kleinvee,
stapel er ook beenderen onder op,

987
00:58:53,670 --> 00:58:55,410
breng het goed aan de kook.

988
00:58:55,410 --> 00:58:58,110
Ook zullen zijn beenderen
middenin moeten koken.

989
00:58:58,110 --> 00:59:01,710
Je merkt dat de herhaling in
elke regel laat zien dat dit een

990
00:59:01,710 --> 00:59:03,270
Hebreeuws gedicht is.

991
00:59:03,270 --> 00:59:08,610
Het is alsof wij een gedichtje als “Mary
Had a Little Lamb” of “Twinkle, Twinkle,

992
00:59:08,610 --> 00:59:11,730
Little Star” zouden nemen
en een preek zouden houden

993
00:59:11,730 --> 00:59:15,930
waarin we iets van die bewoordingen
gebruiken om iets over te brengen.

994
00:59:15,930 --> 00:59:18,810
Stel dat je wilde spreken
over de Schrift die zegt:

995
00:59:18,810 --> 00:59:22,410
De verstandigen zullen blinken
als de glans van het hemelgewelf,

996
00:59:22,410 --> 00:59:27,510
en zij die er velen rechtvaardigen,
als de sterren, voor eeuwig en altijd.

997
00:59:27,510 --> 00:59:31,290
En dat je dan in je preek op de een
of andere manier “Twinkle, Twinkle,

998
00:59:31,290 --> 00:59:33,090
Little Star” verwerkte.

999
00:59:33,090 --> 00:59:37,290
Of stel dat je wilde spreken over
Jezus Die uit Maria geboren werd,

1000
00:59:37,290 --> 00:59:41,250
en je daarin op de een of andere manier
een kinderrijmpje daarover verwerkte,

1001
00:59:41,250 --> 00:59:44,310
of “Humpty Dumpty”, of iets dergelijks.

1002
00:59:44,310 --> 00:59:46,650
Dan zou dat iets soortgelijks zijn.

1003
00:59:46,650 --> 00:59:50,670
Je neemt een bekend rijmpje dat de
kinderen in elk Joods gezin kenden en

1004
00:59:50,670 --> 00:59:53,190
gebruikt dat als basis voor een profetie.

1005
00:59:53,190 --> 00:59:56,730
Nu zegt hij in wezen: waar
gaat dit rijmpje over?

1006
00:59:56,730 --> 00:59:59,190
Het gaat eigenlijk over
dingen koken in een pot.

1007
00:59:59,190 --> 01:00:02,130
En hier wordt Jeruzalem
als een pot beschouwd.

1008
01:00:02,130 --> 01:00:05,730
We hebben dit beeld al eerder
gezien, in hoofdstuk 11.

1009
01:00:05,730 --> 01:00:10,170
Toen zei hij dat de inwoners van
Jeruzalem de volgende uitspraak deden:

1010
01:00:10,170 --> 01:00:14,610
zij die zeggen: Voorlopig
moeten wij geen huizen bouwen.

1011
01:00:14,610 --> 01:00:17,910
Deze stad is de pot en wij zijn het vlees.

1012
01:00:17,910 --> 01:00:20,430
Daarmee suggereerden
ze dat ze heilig waren,

1013
01:00:20,430 --> 01:00:24,450
want het vlees in de kookpot
verwees naar het heilige vlees,

1014
01:00:24,450 --> 01:00:29,070
het heilige deel van de offers dat in een
kookpot werd gekookt om door de priester

1015
01:00:29,070 --> 01:00:30,390
gegeten te worden.

1016
01:00:30,390 --> 01:00:35,910
Ze zeiden dus: “Doordat we in Jeruzalem
zijn, zijn we alleen al daarom heilig.

1017
01:00:35,910 --> 01:00:38,790
Daarom kunnen we barmhartigheid
van God verwachten,

1018
01:00:38,790 --> 01:00:44,430
gewoon omdat we Jeruzalemmers zijn, gewoon
omdat we burgers van deze stad zijn.

1019
01:00:44,430 --> 01:00:46,590
We zijn als vlees in de pot.

1020
01:00:46,590 --> 01:00:49,530
Het is de pot die het vlees heilig maakt.

1021
01:00:49,530 --> 01:00:53,490
Daarom betekent alleen al het
feit dat we in de stad zijn dat we

1022
01:00:53,490 --> 01:00:55,770
gevrijwaard zijn van het oordeel.”

1023
01:00:55,770 --> 01:00:57,450
Dat was hun misvatting.

1024
01:00:57,450 --> 01:01:01,530
Hier brengt hij ook het beeld van
de pot of de kookpot ter sprake.

1025
01:01:01,530 --> 01:01:05,910
De stad is een kookpot met vlees
erin, met stukken vlees erin.

1026
01:01:05,910 --> 01:01:10,770
Maar hij wijst erop dat het vlees
eruit gehaald en weggegooid zal worden.

1027
01:01:10,770 --> 01:01:16,710
De uitspraak die op dit rijmpje, of dit
gedichtje, volgt, bestaat uit twee delen.

1028
01:01:16,710 --> 01:01:20,250
De verzen 6 tot en met 8
vormen de ene godsspraak,

1029
01:01:20,250 --> 01:01:23,130
en de verzen 9 tot en met 14 de andere.

1030
01:01:23,130 --> 01:01:27,570
Je kunt zien dat het er twee zijn,
omdat ze allebei beginnen met ‘Daarom,

1031
01:01:27,570 --> 01:01:31,470
zo zegt de Heere HEERE: Wee de bloedstad!’

1032
01:01:31,470 --> 01:01:33,510
De eerste godsspraak luidt:

1033
01:01:33,510 --> 01:01:38,010
Daarom, zo zegt de Heere
HEERE: Wee de bloedstad,

1034
01:01:38,010 --> 01:01:42,570
zij is een pot met aanslag eraan,
waar de aanslag niet af is gegaan!

1035
01:01:42,570 --> 01:01:47,550
Haal het vlees er stuk voor stuk uit
zonder dat het lot erover gevallen is.

1036
01:01:47,550 --> 01:01:50,430
Want haar bloed is in
haar midden gebleven,

1037
01:01:50,430 --> 01:01:53,790
op een kale rots heeft
zij het laten vloeien.

1038
01:01:53,790 --> 01:01:58,050
Zij heeft het niet op de aarde
uitgegoten om het met stof te bedekken.

1039
01:01:58,050 --> 01:02:01,350
Om grimmigheid op te
wekken, om wraak te oefenen

1040
01:02:01,350 --> 01:02:05,730
heb Ik haar bloed op een kale rots
gelegd, zodat het niet bedekt wordt.

1041
01:02:05,730 --> 01:02:10,770
De woorden ‘Wee de stad vol
bloedvergieten’ vormen het begin van

1042
01:02:10,770 --> 01:02:13,230
elk van deze twee godsspraken.

1043
01:02:13,230 --> 01:02:18,810
De eerste godsspraak gaat erover dat
Jeruzalem als een pot met aanslag erin is.

1044
01:02:18,810 --> 01:02:23,730
Het Engelse woord “scum” wordt in
de Revised Standard Version vertaald

1045
01:02:23,730 --> 01:02:26,250
met “rust”, roest.

1046
01:02:26,250 --> 01:02:28,770
En dat is waarschijnlijk
meer wat ermee bedoeld wordt,

1047
01:02:28,770 --> 01:02:31,710
want in de tweede
godsspraak wijst hij erop

1048
01:02:31,710 --> 01:02:35,070
dat God heeft geprobeerd die
aanslag eruit te krijgen,

1049
01:02:35,070 --> 01:02:37,770
maar dat Hij die er
gewoon niet uit krijgt.

1050
01:02:37,770 --> 01:02:39,870
Daarom zal Hij die eruit branden.

1051
01:02:39,870 --> 01:02:41,910
Hij zal de pot verbranden.

1052
01:02:41,910 --> 01:02:44,970
Net als de wijnstok die
nergens meer bruikbaar voor is,

1053
01:02:44,970 --> 01:02:48,750
omdat hij geen vrucht draagt:
die zal verbrand worden.

1054
01:02:48,750 --> 01:02:51,870
Dat is ook hier de gedachte
in deze gelijkenissen.

1055
01:02:51,870 --> 01:02:55,830
Jeruzalem is als een pot, maar
er zit beginnende roest in.

1056
01:02:55,830 --> 01:03:00,210
Hoewel Hij die vele malen heeft geschrobd,
lijkt die steeds weer terug te komen.

1057
01:03:00,210 --> 01:03:04,950
Daarom ziet Hij niets anders wat Hij kan
doen dan de pot verbranden en hem wegdoen.

1058
01:03:04,950 --> 01:03:06,810
Hij deugt nergens voor.

1059
01:03:06,810 --> 01:03:10,410
Dat is in wezen waar het in
deze gelijkenissen op neerkomt.

1060
01:03:10,410 --> 01:03:14,130
Maar in de eerste
godsspraak, vers 6, zegt hij:

1061
01:03:14,130 --> 01:03:19,410
Wee de stad vol bloedvergieten, de pot
die nog vol roest zit en waarvan het vuil

1062
01:03:19,410 --> 01:03:20,970
niet is verwijderd.

1063
01:03:20,970 --> 01:03:23,250
Haal de inhoud er stuk voor stuk uit.

1064
01:03:23,250 --> 01:03:25,710
Dat zijn de stukken vlees in de pot.

1065
01:03:25,710 --> 01:03:30,270
Men ontdekt dat de pot verontreinigd
is, dus wil je het vlees eruit halen.

1066
01:03:30,270 --> 01:03:33,990
Je kunt het vlees niet eten;
het is nu verontreinigd.

1067
01:03:33,990 --> 01:03:36,870
Hij heeft het erover dat zij zichzelf
hadden beschouwd als het vlees

1068
01:03:36,870 --> 01:03:38,190
in de kookpot.

1069
01:03:38,190 --> 01:03:45,030
Hij zegt: “De kookpot zit vol aanslag,
de kookpot is kapot, het vlees is onrein.

1070
01:03:45,030 --> 01:03:48,150
Het is verontreinigd door
de vuiligheid van de pot.

1071
01:03:48,150 --> 01:03:50,970
Haal het vlees er daarom
uit en gooi het weg.

1072
01:03:50,970 --> 01:03:55,530
Het is nergens goed voor, behalve om
door de honden opgegeten te worden.

1073
01:03:55,530 --> 01:03:58,290
Je kunt het niet eten; het is onrein.”

1074
01:03:58,290 --> 01:04:01,650
Hij heeft het erover dat Hij de
mensen uit Jeruzalem zal halen en hen

1075
01:04:01,650 --> 01:04:03,150
eruit zal werpen.

1076
01:04:03,150 --> 01:04:06,810
Natuurlijk zullen velen van hen
als ballingen naar Babylon gaan.

1077
01:04:06,810 --> 01:04:08,070
Loot er niet om.

1078
01:04:08,070 --> 01:04:10,530
Ik weet niet precies hoe dat bedoeld is.

1079
01:04:10,530 --> 01:04:14,250
Misschien wierp de priester het lot over
de afzonderlijke stukken vlees die onder

1080
01:04:14,250 --> 01:04:15,990
hen verdeeld moesten worden.

1081
01:04:15,990 --> 01:04:21,630
Toen Abel door Kaïn gedood werd, herinner
je je hoe God Kaïn daarop aansprak en zei:

1082
01:04:21,630 --> 01:04:24,210
En Hij zei: Wat hebt u gedaan!

1083
01:04:24,210 --> 01:04:28,890
Er is een stem van het bloed van uw
broer, dat van de aardbodem tot Mij roept.

1084
01:04:28,890 --> 01:04:33,390
De gedachte is dat Kaïn had geprobeerd het
bloed dat hij vergoten had te verbergen

1085
01:04:33,390 --> 01:04:36,750
door het op de grond toe
te dekken. Maar God zegt:

1086
01:04:36,750 --> 01:04:40,110
Nee, het schreeuwt vanuit de
grond waar je het hebt vergoten,

1087
01:04:40,110 --> 01:04:43,590
waar je het hebt uitgegoten,
waar je het hebt verborgen.

1088
01:04:43,590 --> 01:04:45,810
Toch blijft het naar Mij roepen.

1089
01:04:45,810 --> 01:04:50,250
Kaïn, de eerste moordenaar, had tenminste
nog het gezonde verstand om zijn daad te

1090
01:04:50,250 --> 01:04:51,450
proberen te verbergen.

1091
01:04:51,450 --> 01:04:55,350
Hij wist tenminste dat het iets
verkeerds was, ook al was er geen wet die

1092
01:04:55,350 --> 01:04:56,430
tegen hem zei:

1093
01:04:56,430 --> 01:04:58,110
U zult niet doodslaan.

1094
01:04:58,110 --> 01:05:03,030
Hij wist het in zijn geweten, en hij had
het gezonde verstand om zijn slechtheid

1095
01:05:03,030 --> 01:05:05,190
tenminste te willen verbergen.

1096
01:05:05,190 --> 01:05:07,950
Hij voelde zich schuldig,
met andere woorden.

1097
01:05:07,950 --> 01:05:10,050
Ze hebben zelfs dat niet gedaan.

1098
01:05:10,050 --> 01:05:13,890
Ze vergieten onschuldig bloed, maar
proberen het niet eens met stof op de

1099
01:05:13,890 --> 01:05:15,210
grond te bedekken.

1100
01:05:15,210 --> 01:05:19,590
Ze gieten het uit boven op een rots,
waar het niet in de grond kan trekken,

1101
01:05:19,590 --> 01:05:22,950
waar het gewoon blijft liggen
zodat iedereen het kan zien.

1102
01:05:22,950 --> 01:05:26,670
En ze schamen zich er helemaal
niet voor. Dat zegt hij hier.

1103
01:05:26,670 --> 01:05:30,990
Ze zijn in hun moorden nog
gewetenlozer dan Kaïn. Er staat:

1104
01:05:30,990 --> 01:05:36,030
Om grimmigheid op te wekken, om wraak te
oefenen heb Ik haar bloed op een kale rots

1105
01:05:36,030 --> 01:05:38,670
gelegd, zodat het niet bedekt wordt.

1106
01:05:38,670 --> 01:05:39,690
En:

1107
01:05:39,690 --> 01:05:42,930
Daarom heb Ik haar bloed boven
op een rots laten liggen,

1108
01:05:42,930 --> 01:05:45,210
zodat het niet bedekt zou worden.

1109
01:05:45,210 --> 01:05:49,410
Ze probeerden het niet te bedekken,
dus zal Hij het ook tentoonstellen.

1110
01:05:49,410 --> 01:05:52,950
Hun bloedschuld tentoonstellen,
dat wordt daar bedoeld.

1111
01:05:52,950 --> 01:05:55,350
Dan zegt de volgende godsspraak:

1112
01:05:55,350 --> 01:06:00,090
Daarom, zo zegt de Heere
HEERE: Wee de bloedstad!

1113
01:06:00,090 --> 01:06:02,790
Ik zal ook de brandstapel groot maken!

1114
01:06:02,790 --> 01:06:07,830
Breng veel hout bijeen, steek het
vuur aan, kook het vlees helemaal,

1115
01:06:07,830 --> 01:06:11,970
doe het kruidenmengsel erbij,
en laat de beenderen verbranden.

1116
01:06:11,970 --> 01:06:14,370
Zet de pot daarna leeg op zijn kolen,

1117
01:06:14,370 --> 01:06:17,670
zodat hij heet wordt
en zijn koper gloeiend,

1118
01:06:17,670 --> 01:06:21,510
en wat er aan hem verontreinigd
is, in het midden van hem wegsmelt,

1119
01:06:21,510 --> 01:06:23,250
en zijn aanslag verdwijnt.

1120
01:06:23,250 --> 01:06:28,290
Alle moeite is vergeefs geweest, de
vele aanslag ging er niet af: in het

1121
01:06:28,290 --> 01:06:30,390
vuur, die aanslag!

1122
01:06:30,390 --> 01:06:33,630
Dit zijn allemaal delen van dat
rijmpje die hij weer oppakt.

1123
01:06:33,630 --> 01:06:36,690
Hier wordt duidelijk taal
aan dat rijmpje ontleend.

1124
01:06:36,690 --> 01:06:40,950
Nu zegt hij dat Hij de lege pot
daadwerkelijk op de kolen heeft gezet:

1125
01:06:40,950 --> 01:06:46,710
zodat het brons heet wordt en gloeit, het
vuil erin smelt en de aanslag verbrandt.

1126
01:06:46,710 --> 01:06:50,490
Het is mij niet zo duidelijk
welke van twee dingen Hij bedoelt.

1127
01:06:50,490 --> 01:06:54,750
Zal Hij de hele pot verteren vanwege
de aanslag die niet weg te krijgen is?

1128
01:06:54,750 --> 01:06:59,490
Of zal het koper het vuur overleven,
terwijl de aanslag eruit wordt gebrand,

1129
01:06:59,490 --> 01:07:02,250
al moet het koper daarvoor wel smelten?

1130
01:07:02,250 --> 01:07:06,270
Maar wat Hij zegt, is dat Hij niets
anders meer kan doen dan de pot

1131
01:07:06,270 --> 01:07:08,070
aan vuur blootstellen.

1132
01:07:08,070 --> 01:07:11,790
Zo probeert Hij eruit te krijgen
wat er op geen enkele andere manier

1133
01:07:11,790 --> 01:07:13,710
ooit uit is gekomen.

1134
01:07:13,710 --> 01:07:17,010
Hij heeft het over het
platbranden van Jeruzalem.

1135
01:07:17,010 --> 01:07:20,310
Enzovoort. Ze heeft die aanslag in zich.

1136
01:07:20,310 --> 01:07:22,350
Hij zegt in vers 13:

1137
01:07:22,350 --> 01:07:26,010
In uw onreinheid ligt
uw schandelijk gedrag!

1138
01:07:26,010 --> 01:07:30,210
Omdat Ik u heb willen reinigen,
maar u niet rein geworden bent,

1139
01:07:30,210 --> 01:07:33,690
zult u van uw onreinheid
niet meer gereinigd worden,

1140
01:07:33,690 --> 01:07:37,050
totdat Ik Mijn grimmigheid
op u doe rusten.

1141
01:07:37,050 --> 01:07:41,790
Ík, de HEERE, heb gesproken:
het komt en Ik doe het.

1142
01:07:41,790 --> 01:07:47,010
Ik zal het niet nalaten, Ik zal niet
ontzien en Ik zal ook geen berouw hebben.

1143
01:07:47,010 --> 01:07:52,590
Overeenkomstig uw wegen en overeenkomstig
uw daden zullen zij u oordelen,

1144
01:07:52,590 --> 01:07:54,210
spreekt de Heere HEERE.

1145
01:07:54,210 --> 01:07:56,490
Hij heeft vele malen de profeten gestuurd.

1146
01:07:56,490 --> 01:08:01,290
Hij heeft vóór die tijd zelfs vele malen
een opwekking naar Jeruzalem gezonden,

1147
01:08:01,290 --> 01:08:05,190
in de dagen van Josia en
Hizkia en andere koningen.

1148
01:08:05,190 --> 01:08:07,230
Maar ze zijn niet gereinigd.

1149
01:08:07,230 --> 01:08:09,150
De aanslag komt terug.

1150
01:08:09,150 --> 01:08:12,930
Hij zegt dat er niets anders
meer op zit, dus zegt Hij:

1151
01:08:12,930 --> 01:08:15,810
Zet de pot daarna leeg op zijn kolen,

1152
01:08:15,810 --> 01:08:18,450
zodat hij heet wordt
en zijn koper gloeiend,

1153
01:08:18,450 --> 01:08:22,290
en wat er aan hem verontreinigd
is, in het midden van hem wegsmelt,

1154
01:08:22,290 --> 01:08:24,330
en zijn aanslag verdwijnt.

1155
01:08:24,330 --> 01:08:29,370
Alle moeite is vergeefs geweest, de
vele aanslag ging er niet af: in het

1156
01:08:29,370 --> 01:08:31,590
vuur, die aanslag!

1157
01:08:31,590 --> 01:08:35,190
In uw onreinheid ligt
uw schandelijk gedrag!

1158
01:08:35,190 --> 01:08:39,150
Omdat Ik u heb willen reinigen,
maar u niet rein geworden bent,

1159
01:08:39,150 --> 01:08:42,330
zult u van uw onreinheid
niet meer gereinigd worden,

1160
01:08:42,330 --> 01:08:45,810
totdat Ik Mijn grimmigheid
op u doe rusten.

1161
01:08:45,810 --> 01:08:50,010
Dus de gelijkenis in hoofdstuk
15 gaat over de wijnstok die

1162
01:08:50,010 --> 01:08:53,130
waardeloos is omdat
hij geen vrucht draagt.

1163
01:08:53,130 --> 01:08:58,590
En in dit hoofdstuk, hoofdstuk 24,
is de pot waardeloos omdat hij alles

1164
01:08:58,590 --> 01:09:00,810
verontreinigt wat hij aanraakt.

1165
01:09:00,810 --> 01:09:05,310
Dat komt doordat er die aanslag in
zit die er niet uit te krijgen is.

1166
01:09:05,310 --> 01:09:08,430
Daarom eindigen ze allebei
in het vuur van het oordeel,

1167
01:09:08,430 --> 01:09:10,710
want dat is het laatste redmiddel.

1168
01:09:10,710 --> 01:09:13,290
Dat is alles wat God met ze kan doen.

1169
01:09:13,290 --> 01:09:17,790
Hij zegt dat ze nergens anders voor
deugen dan om verbrand te worden.

1170
01:09:17,790 --> 01:09:20,850
Er zijn nog twee andere
uitgesproken gelijkenissen,

1171
01:09:20,850 --> 01:09:22,950
en die passen ook goed bij elkaar,

1172
01:09:22,950 --> 01:09:26,850
omdat het allebei gelijkenissen
over de koningen van Juda zijn.

1173
01:09:26,850 --> 01:09:31,650
De ene staat in hoofdstuk 17
en de andere in hoofdstuk 19.

1174
01:09:31,650 --> 01:09:35,490
In hoofdstuk 17 staat een
gelijkenis over twee arenden.

1175
01:09:35,490 --> 01:09:39,150
De arenden in de gelijkenis
zijn heidense koninkrijken.

1176
01:09:39,150 --> 01:09:45,330
De eerste grote arend in hoofdstuk
17, vers 3, is Babylon, Nebukadnezar.

1177
01:09:45,330 --> 01:09:50,190
De tweede grote arend staat
in vers 7; dat is Egypte.

1178
01:09:50,190 --> 01:09:53,970
Deze beide koningen worden genoemd
omdat ze koningen van Juda in

1179
01:09:53,970 --> 01:09:55,710
gevangenschap hebben weggevoerd.

1180
01:09:55,710 --> 01:09:58,950
Laat me de gelijkenis voorlezen,
dan zal ik je de historische

1181
01:09:58,950 --> 01:10:00,630
vervulling ervan geven.

1182
01:10:00,630 --> 01:10:04,290
Het woord van de HEERE
kwam tot mij: Mensenkind,

1183
01:10:04,290 --> 01:10:09,330
geef een raadsel op en leg een gelijkenis
voor aan het huis van Israël, en zeg:

1184
01:10:09,330 --> 01:10:16,470
Zo zegt de Heere HEERE: De grote arend met
grote vleugels, lange vlerken, vol veren,

1185
01:10:16,470 --> 01:10:21,930
en die veel kleuren had, kwam naar de
Libanon en nam de kruin van een ceder mee.

1186
01:10:21,930 --> 01:10:24,150
Dat is Nebukadnezar.

1187
01:10:24,150 --> 01:10:27,750
Libanon is in deze beeldspraak
eigenlijk Jeruzalem.

1188
01:10:27,750 --> 01:10:29,670
Waarom wordt het Libanon genoemd?

1189
01:10:29,670 --> 01:10:33,570
Waarschijnlijk omdat Libanon
bekendstond om zijn ceders.

1190
01:10:33,570 --> 01:10:37,650
En de tempel in Jeruzalem, het
belangrijkste gebouw in Jeruzalem,

1191
01:10:37,650 --> 01:10:41,250
was natuurlijk gemaakt
van cederhout uit Libanon.

1192
01:10:41,250 --> 01:10:47,430
Hiram, de koning van Tyrus, had het hout
geleverd waarmee David en Salomo deze

1193
01:10:47,430 --> 01:10:50,550
tempel uit de ceders van
Libanon konden bouwen.

1194
01:10:50,550 --> 01:10:53,790
Omdat de tempel het opvallendste
deel van Jeruzalem was

1195
01:10:53,790 --> 01:10:56,310
en van ceders uit Libanon was gemaakt,

1196
01:10:56,310 --> 01:11:00,330
worden Libanon en zijn ceders
een beeld voor Jeruzalem.

1197
01:11:00,330 --> 01:11:01,410
Dit dier:

1198
01:11:01,410 --> 01:11:05,550
kwam naar de Libanon en pakte
de hoogste tak van de ceder.

1199
01:11:05,550 --> 01:11:07,470
En dat zou de koning zijn.

1200
01:11:07,470 --> 01:11:13,050
Hij heeft het over Jojachin, de koning die
door Nebukadnezar gevangen werd genomen.

1201
01:11:13,050 --> 01:11:17,910
Hij plukte de top met zijn uitlopers af,
hij bracht hem in een land van kooplieden,

1202
01:11:17,910 --> 01:11:20,910
en zette hem in een stad van handelaars.

1203
01:11:20,910 --> 01:11:22,590
Terug naar Babylon.

1204
01:11:22,590 --> 01:11:27,090
Hij nam van het zaaigoed van het
land en legde het in een zaaiveld.

1205
01:11:27,090 --> 01:11:32,130
Hij nam het mee naar een plaats waar veel
water was, als een wilg plantte hij het.

1206
01:11:32,130 --> 01:11:35,130
Dit verwijst naar het
feit dat Nebukadnezar,

1207
01:11:35,130 --> 01:11:40,350
nadat hij Jojachin in gevangenschap
naar Babylon had weggevoerd, Zedekia,

1208
01:11:40,350 --> 01:11:44,850
de oom van Jojachin, in zijn
plaats als koning aanstelde.

1209
01:11:44,850 --> 01:11:48,930
Hij nam dus het zaad van het land,
een familielid van de koningen,

1210
01:11:48,930 --> 01:11:51,810
en plantte hem als de nieuwe koning.

1211
01:11:51,810 --> 01:11:52,890
Vers 6:

1212
01:11:52,890 --> 01:11:58,710
Toen kwam het op en het werd een wijnstok,
breed uitgroeiend, laag van stam,

1213
01:11:58,710 --> 01:12:01,650
zodat zijn takken naar de
arend gericht zouden zijn,

1214
01:12:01,650 --> 01:12:04,050
terwijl zijn wortels onder hem bleven.

1215
01:12:04,050 --> 01:12:05,850
Zo werd hij een wijnstok.

1216
01:12:05,850 --> 01:12:09,150
Hij kreeg ranken en liet twijgen uitlopen.

1217
01:12:09,150 --> 01:12:12,690
Zedekia is nooit een erg
belangrijke koning geworden.

1218
01:12:12,690 --> 01:12:15,150
Hij werd eigenlijk alleen
maar een opstandeling,

1219
01:12:15,150 --> 01:12:17,610
en ook hem moesten de
ogen worden uitgestoken

1220
01:12:17,610 --> 01:12:20,730
en ook hij moest in
gevangenschap worden weggevoerd.

1221
01:12:20,730 --> 01:12:26,190
Maar er was een andere grote arend,
met grote vleugels en vol veren.

1222
01:12:26,190 --> 01:12:29,670
En zie, deze wijnstok richtte
zijn wortels naar hem,

1223
01:12:29,670 --> 01:12:32,130
en zijn takken liet hij naar hem uitlopen,

1224
01:12:32,130 --> 01:12:36,870
opdat de arend hem bevochtigen zou en
niet het perk waarin hij geplant was.

1225
01:12:36,870 --> 01:12:38,490
Dit is Egypte.

1226
01:12:38,490 --> 01:12:40,590
Dat is Zedekia.

1227
01:12:40,590 --> 01:12:45,030
Zedekia zocht daadwerkelijk hulp
bij Egypte om het juk van Babylon

1228
01:12:45,030 --> 01:12:46,410
af te werpen.

1229
01:12:46,410 --> 01:12:50,430
Nebukadnezar had Zedekia als
marionettenkoning aangesteld,

1230
01:12:50,430 --> 01:12:52,770
maar Zedekia was ontrouw.

1231
01:12:52,770 --> 01:12:58,470
Hij zocht militaire hulp bij Egypte om de
band tussen hem en Babylon te verbreken.

1232
01:12:58,470 --> 01:13:02,610
Zijn wortels strekten zich dus
uit naar die andere arend, Egypte:

1233
01:13:02,610 --> 01:13:07,410
Maar er was een andere grote arend,
met grote vleugels en vol veren.

1234
01:13:07,410 --> 01:13:11,010
En zie, deze wijnstok richtte
zijn wortels naar hem,

1235
01:13:11,010 --> 01:13:13,590
en zijn takken liet hij naar hem uitlopen,

1236
01:13:13,590 --> 01:13:18,330
opdat de arend hem bevochtigen zou en
niet het perk waarin hij geplant was.

1237
01:13:18,330 --> 01:13:21,690
Hij was geplant in een
goed veld, bij veel water,

1238
01:13:21,690 --> 01:13:26,790
om takken te vormen en vrucht te dragen,
om een prachtige wijnstok te worden.

1239
01:13:26,790 --> 01:13:31,170
Zeg: Zo zegt de Heere
HEERE: Zal hij gedijen?

1240
01:13:31,170 --> 01:13:35,250
Zal die arend niet zijn wortels
uitrukken en zijn vruchten afplukken,

1241
01:13:35,250 --> 01:13:36,810
zodat hij verdort?

1242
01:13:36,810 --> 01:13:41,010
Hij zal met alle bladeren die
aan hem ontspruiten, verdorren,

1243
01:13:41,010 --> 01:13:45,930
en er is geen grote arm en geen talrijk
volk nodig om hem van zijn wortels

1244
01:13:45,930 --> 01:13:47,190
los te maken.

1245
01:13:47,190 --> 01:13:50,670
Hij zegt dat Zedekia in
moeilijkheden zal komen.

1246
01:13:50,670 --> 01:13:55,230
Dit werd geprofeteerd voordat Zedekia
op zijn handelen werd betrapt.

1247
01:13:55,230 --> 01:13:57,990
Dit was na de wegvoering van Jojachin,

1248
01:13:57,990 --> 01:14:02,070
maar voordat Nebukadnezar
terugkwam en Zedekia strafte.

1249
01:14:02,070 --> 01:14:06,150
Hij zegt hier dus dat Zedekia,
kennelijk op het moment dat deze

1250
01:14:06,150 --> 01:14:10,830
gelijkenis wordt uitgesproken,
bezig is hulp bij Egypte te zoeken.

1251
01:14:10,830 --> 01:14:13,110
En daar gaat de gelijkenis over.

1252
01:14:13,110 --> 01:14:16,770
Hij zegt dat het niet zal
slagen. Je moet dit niet doen.

1253
01:14:16,770 --> 01:14:18,990
Dit zal je moeilijkheden bezorgen.

1254
01:14:18,990 --> 01:14:20,910
Hij zegt in vers 10:

1255
01:14:20,910 --> 01:14:25,110
Ja, zie, zal hij, als
hij geplant is, gedijen?

1256
01:14:25,110 --> 01:14:28,530
Zal hij niet zeker verdorren
wanneer de oostenwind hem aanraakt?

1257
01:14:28,530 --> 01:14:31,830
In het perk waar hij ontsproten
is, zal hij verdorren!

1258
01:14:31,830 --> 01:14:36,930
Het woord van de HEERE kwam tot mij:
Zeg toch tegen dat opstandige huis:

1259
01:14:36,930 --> 01:14:39,450
Weet u niet wat deze dingen betekenen?

1260
01:14:39,450 --> 01:14:44,130
Zeg: Zie, de koning van Babel
is naar Jeruzalem gekomen;

1261
01:14:44,130 --> 01:14:48,810
hij nam zijn koning en zijn vorsten
gevangen en bracht hen bij zich in Babel.

1262
01:14:48,810 --> 01:14:50,850
Dat is Jojachin.

1263
01:14:50,850 --> 01:14:53,490
Hij geeft de uitleg die
ik je al gegeven heb.

1264
01:14:53,490 --> 01:14:56,910
Dan zegt hij in vers
17 wat er zal gebeuren:

1265
01:14:56,910 --> 01:15:02,670
En de farao zal met een groot leger en een
grote verzamelde gemeenschap in de strijd

1266
01:15:02,670 --> 01:15:07,530
niets kunnen uitrichten, als men een
belegeringsdam zal opwerpen en een schans

1267
01:15:07,530 --> 01:15:10,470
zal bouwen om vele levens uit te roeien.

1268
01:15:10,470 --> 01:15:14,550
Hij heeft de eed veracht door
het verbond te verbreken, en zie,

1269
01:15:14,550 --> 01:15:16,770
hij had zijn hand erop gegeven!

1270
01:15:16,770 --> 01:15:20,250
Nu hij dit alles gedaan
heeft, zal hij niet ontkomen.

1271
01:15:20,250 --> 01:15:25,350
Dat wil zeggen: Zedekia verachtte het
verbond dat hij met Nebukadnezar had

1272
01:15:25,350 --> 01:15:30,990
gesloten door zich tegen hem te keren en
zich tot diens vijand Egypte te wenden.

1273
01:15:30,990 --> 01:15:35,130
Let erop dat God in dit alles aan
de kant van Nebukadnezar staat.

1274
01:15:35,130 --> 01:15:40,050
Hij straft Zedekia omdat hij tegen
Nebukadnezar in opstand komt.

1275
01:15:40,050 --> 01:15:45,990
Nebukadnezar was een goddeloze, heidense
koning, en toch staat God in deze situatie

1276
01:15:45,990 --> 01:15:48,330
aan de kant van Nebukadnezar.

1277
01:15:48,330 --> 01:15:53,250
Je herinnert je dat de profeet in het
boek Jeremia het volk ook vertelde dat God

1278
01:15:53,250 --> 01:15:55,230
met Nebukadnezar was.

1279
01:15:55,230 --> 01:16:00,150
Het volk moest zich daadwerkelijk aan
hem overgeven en zijn lot aanvaarden.

1280
01:16:00,150 --> 01:16:03,030
Daarmee bracht Jeremia
zichzelf in moeilijkheden,

1281
01:16:03,030 --> 01:16:05,790
want hij klonk natuurlijk
als een verrader.

1282
01:16:05,790 --> 01:16:10,290
Daar zit je dan, belegerd door
Nebukadnezar buiten je muren,

1283
01:16:10,290 --> 01:16:15,030
en binnen zit een man die zegt:
‘Geef je over, geef je over.

1284
01:16:15,030 --> 01:16:18,630
Dit is Gods oordeel, en
verzet je er niet tegen.

1285
01:16:18,630 --> 01:16:20,490
Je strijdt tegen God.’

1286
01:16:20,490 --> 01:16:22,230
Dat klinkt als opstand.

1287
01:16:22,230 --> 01:16:24,090
Het klinkt als verraad.

1288
01:16:24,090 --> 01:16:26,070
Daarom werd hij gevangengezet.

1289
01:16:26,070 --> 01:16:27,810
Maar ook hier zien we dat God

1290
01:16:27,810 --> 01:16:31,890
Zedekia straft omdat hij tegen
Nebukadnezar in opstand kwam.

1291
01:16:31,890 --> 01:16:32,970
Vers 19:

1292
01:16:32,970 --> 01:16:37,950
Daarom, zo zegt de Heere HEERE:
Zo waar Ik leef, voorwaar,

1293
01:16:37,950 --> 01:16:43,290
Ik zal Mijn eed die hij veracht heeft
en Mijn verbond dat hij verbroken heeft,

1294
01:16:43,290 --> 01:16:45,450
op zijn hoofd doen neerkomen!

1295
01:16:45,450 --> 01:16:50,850
Ik zal Mijn net over hem uitspreiden,
zodat hij in Mijn vangnet gevangen raakt.

1296
01:16:50,850 --> 01:16:56,070
Ik zal hem naar Babel brengen en daar
met hem een rechtszaak voeren over zijn

1297
01:16:56,070 --> 01:16:59,490
trouwbreuk, die hij
tegenover Mij gepleegd heeft.

1298
01:16:59,490 --> 01:17:02,850
En allen die onder al zijn
troepen gevlucht zijn,

1299
01:17:02,850 --> 01:17:07,230
zullen door het zwaard vallen en
de overgeblevenen zullen naar alle

1300
01:17:07,230 --> 01:17:09,270
windstreken verspreid worden.

1301
01:17:09,270 --> 01:17:13,890
Dan zult u weten dat Ík,
de HEERE, gesproken heb.

1302
01:17:13,890 --> 01:17:18,630
Dit gaat erover dat nu ook
Zedekia door Nebukadnezar naar

1303
01:17:18,630 --> 01:17:20,730
Babylon zou worden weggevoerd.

1304
01:17:20,730 --> 01:17:23,850
We weten dat dit inderdaad is gebeurd.

1305
01:17:23,850 --> 01:17:26,310
Hij probeerde 's nachts te ontsnappen.

1306
01:17:26,310 --> 01:17:28,350
Hij werd gevangengenomen.

1307
01:17:28,350 --> 01:17:33,810
Zijn ogen werden uitgestoken nadat
zijn zonen voor zijn ogen waren gedood.

1308
01:17:33,810 --> 01:17:37,710
Daarna werd hij naar Babylon
gebracht, waar hij stierf.

1309
01:17:37,710 --> 01:17:39,930
Dat is wat hier wordt voorzegd.

1310
01:17:39,930 --> 01:17:45,570
Dan volgt er een vooruitblik op het
Messiaanse Koninkrijk, wat altijd fijn is.

1311
01:17:45,570 --> 01:17:50,130
Het is altijd een opluchting wanneer
hij te midden van dit soort profetieën

1312
01:17:50,130 --> 01:17:54,570
nu vooruitkijkt naar de
komst van Christus. Er staat:

1313
01:17:54,570 --> 01:18:00,630
Zo zegt de Heere HEERE: Ík zal Zelf een
deel van de kruin van de hoge ceder nemen

1314
01:18:00,630 --> 01:18:02,310
en in de grond zetten.

1315
01:18:02,310 --> 01:18:06,990
Van de top met zijn jonge loten zal
Ik een breekbaar twijgje afplukken

1316
01:18:06,990 --> 01:18:11,370
en Ik zal dat Zelf op een
hoge en verheven berg planten.

1317
01:18:11,370 --> 01:18:14,910
De hoge ceder was in dit geval
natuurlijk de koninklijke lijn van

1318
01:18:14,910 --> 01:18:16,290
David in Jeruzalem.

1319
01:18:16,290 --> 01:18:21,150
Dat weten we omdat Jojachin, de koning
die in gevangenschap werd weggevoerd,

1320
01:18:21,150 --> 01:18:23,730
de hoogste tak van de ceder werd genoemd.

1321
01:18:23,730 --> 01:18:27,690
Dat wil zeggen: hij was de
koning uit de lijn van David.

1322
01:18:27,690 --> 01:18:30,510
Jojachin was een nakomeling van David.

1323
01:18:30,510 --> 01:18:35,370
De hoogste tak van de ceder stelt dus de
koning uit de stamboom van David voor.

1324
01:18:35,370 --> 01:18:36,750
Nu staat er:

1325
01:18:36,750 --> 01:18:42,270
Dit zegt de HEERE: Ik zal de hoogste tak
van de hoge ceder nemen en die planten.

1326
01:18:42,270 --> 01:18:47,250
Dit staat tegenover het feit dat de arend
in de gelijkenis een van die takken nam

1327
01:18:47,250 --> 01:18:48,630
en die plantte.

1328
01:18:48,630 --> 01:18:50,550
Dat was Zedekia.

1329
01:18:50,550 --> 01:18:53,490
Zedekia werd door Nebukadnezar geplant.

1330
01:18:53,490 --> 01:18:56,550
Deze Koning zal echter
door God worden geplant.

1331
01:18:56,550 --> 01:19:02,070
God zal een Koning over Jeruzalem planten
uit Davids geslachtslijn, een stamboom.

1332
01:19:02,070 --> 01:19:06,330
De tere tak die Hij zou afsnijden
en verplanten, is Jezus.

1333
01:19:06,330 --> 01:19:09,750
We weten uit Jesaja 53 dat daar staat:

1334
01:19:09,750 --> 01:19:12,990
Want Hij is als een loot
opgeschoten voor Zijn aangezicht,

1335
01:19:12,990 --> 01:19:15,690
als een wortel uit dorre aarde.

1336
01:19:15,690 --> 01:19:19,650
Gestalte of glorie had Hij
niet; als wij Hem aanzagen,

1337
01:19:19,650 --> 01:19:23,310
was er geen gedaante dat wij
Hem begeerd zouden hebben.

1338
01:19:23,310 --> 01:19:25,470
Hier zie je hetzelfde soort beeld.

1339
01:19:25,470 --> 01:19:28,830
Dat is Jesaja 53 en vers 2.

1340
01:19:28,830 --> 01:19:30,690
Dit gaat over Jezus:

1341
01:19:30,690 --> 01:19:33,690
Want Hij zal voor Hem
opgroeien als een jong plantje,

1342
01:19:33,690 --> 01:19:36,150
als een wortel uit droge grond.

1343
01:19:36,150 --> 01:19:40,110
Hij heeft geen knap uiterlijk
waardoor we naar Hem zouden verlangen.

1344
01:19:40,110 --> 01:19:42,930
Hier staat dat Hij het volgende zal doen:

1345
01:19:42,930 --> 01:19:48,450
Zo zegt de Heere HEERE: Ík zal Zelf een
deel van de kruin van de hoge ceder nemen

1346
01:19:48,450 --> 01:19:50,010
en in de grond zetten.

1347
01:19:50,010 --> 01:19:54,450
Van de top met zijn jonge loten zal
Ik een breekbaar twijgje afplukken

1348
01:19:54,450 --> 01:19:58,110
en Ik zal dat Zelf op een
hoge en verheven berg planten.

1349
01:19:58,110 --> 01:20:02,610
De hoge berg verwijst natuurlijk naar
de geestelijke berg Sion, de gemeente.

1350
01:20:02,610 --> 01:20:06,030
Op de hoge berg van
Israël zal Ik het planten.

1351
01:20:06,030 --> 01:20:10,710
Het zal takken dragen, vruchten
vormen en een machtige ceder worden,

1352
01:20:10,710 --> 01:20:14,070
zodat daaronder allerlei
soorten vogels zullen wonen:

1353
01:20:14,070 --> 01:20:17,310
in de schaduw van zijn
takken zullen ze wonen.

1354
01:20:17,310 --> 01:20:21,270
Jezus vergeleek Zijn Koninkrijk
met precies datzelfde.

1355
01:20:21,270 --> 01:20:26,910
Sterker nog, toen Hij dat deed, verwees
Hij kennelijk terug naar juist dit vers.

1356
01:20:26,910 --> 01:20:30,150
Dit lijkt heel sterk op het
beeld van het mosterdzaad.

1357
01:20:30,150 --> 01:20:33,690
Al deze bomen worden in de
Schrift als beelden gebruikt.

1358
01:20:33,690 --> 01:20:39,150
Maar in het geval van Jezus'
gelijkenis in Mattheüs 13:32 zei Hij:

1359
01:20:39,150 --> 01:20:42,930
Dat is wel het kleinste van al de
zaden, maar als het opgegroeid is,

1360
01:20:42,930 --> 01:20:46,530
is het het grootste van de
tuingewassen en het wordt een boom,

1361
01:20:46,530 --> 01:20:50,310
zodat de vogels in de lucht een
nest komen maken in zijn takken.

1362
01:20:50,310 --> 01:20:52,350
Hier zien we hetzelfde beeld.

1363
01:20:52,350 --> 01:20:57,810
Ditmaal is het een ceder, maar het idee
is dat hij zijn takken zal uitstrekken.

1364
01:20:57,810 --> 01:21:01,470
Eén ding is duidelijk: hij
wisselt vaak van beeldspraak.

1365
01:21:01,470 --> 01:21:06,090
Hij spreekt erover dat hij vrucht
draagt, en dan noemt hij hem een ceder.

1366
01:21:06,090 --> 01:21:10,590
Is het een ceder of een vruchtdragende
boom? Maak eens een keuze.

1367
01:21:10,590 --> 01:21:13,110
Maar de profeet hoeft geen keuze te maken.

1368
01:21:13,110 --> 01:21:16,170
Hij kan van beeld wisselen
wanneer hij maar wil.

1369
01:21:16,170 --> 01:21:20,370
De cedertwijg die Nebukadnezar in
de gelijkenis afbrak en plantte,

1370
01:21:20,370 --> 01:21:22,170
werd tenslotte een wijnstok.

1371
01:21:22,170 --> 01:21:25,590
Het is duidelijk dat hij niet iets
probeert te beschrijven dat met

1372
01:21:25,590 --> 01:21:27,510
de werkelijkheid overeenkomt.

1373
01:21:27,510 --> 01:21:31,230
Hij beschrijft iets dat een heleboel
verschillende gedachten overbrengt,

1374
01:21:31,230 --> 01:21:34,770
waaronder vruchtbaarheid,
grootheid en kracht.

1375
01:21:34,770 --> 01:21:39,510
Hij heeft het erover dat het Koninkrijk
van God, dat door Jezus geplant werd,

1376
01:21:39,510 --> 01:21:43,170
zijn takken zou uitstrekken
om de hele aarde te vullen.

1377
01:21:43,170 --> 01:21:47,850
Dat lijkt heel sterk op wat
Jezus in Mattheüs 13:32 zei

1378
01:21:47,850 --> 01:21:50,370
over het mosterdzaad dat dit zou doen.

1379
01:21:50,370 --> 01:21:54,630
Dan zullen alle bomen van het
veld weten dat Ík, de HEERE,

1380
01:21:54,630 --> 01:21:58,050
de boom die hoog van
stam is, vernederd heb.

1381
01:21:58,050 --> 01:22:01,650
De boom die laag van
stam is, heb Ik verheven,

1382
01:22:01,650 --> 01:22:06,750
de jonge boom doen verdorren en de
verdorde boom heb Ik doen uitlopen.

1383
01:22:06,750 --> 01:22:10,950
Ík, de HEERE, heb
gesproken en zal het doen.

1384
01:22:10,950 --> 01:22:15,810
God heeft de hoge boom neergehaald
en de lage boom verheven.

1385
01:22:15,810 --> 01:22:18,090
Jezus was de lage boom.

1386
01:22:18,090 --> 01:22:22,710
Israël en Jeruzalem waren in de
dagen van Jezus de hoge boom.

1387
01:22:22,710 --> 01:22:27,690
God haalde de stad Jeruzalem neer door
de Romeinen en verhief de nieuwe stad,

1388
01:22:27,690 --> 01:22:32,430
de geestelijke stad, het geestelijke
Jeruzalem dat Jezus stichtte.

1389
01:22:32,430 --> 01:22:37,350
Tijdens Zijn leven was dat een lage boom,
maar het werd een grote boom na Zijn dood

1390
01:22:37,350 --> 01:22:40,890
en hemelvaart en na de
verwoesting van Jeruzalem.

1391
01:22:40,890 --> 01:22:42,810
Daar heeft hij het hier over.

1392
01:22:42,810 --> 01:22:44,850
Het is interessant dat hij zegt:

1393
01:22:44,850 --> 01:22:49,470
Ik heb de groene boom laten verdrogen
en de verdorde boom laten bloeien.

1394
01:22:49,470 --> 01:22:54,690
De spreker volgt hier de Engelse
formulering ‘green tree’, ‘groene boom’;

1395
01:22:54,690 --> 01:22:57,330
de HSV heeft ‘jonge boom’.

1396
01:22:57,330 --> 01:23:01,230
Jezus wordt op deze plaats
vergeleken met een dorre boom,

1397
01:23:01,230 --> 01:23:04,050
terwijl Israël een
groene boom was geweest.

1398
01:23:04,050 --> 01:23:06,570
Maar zij verdorren zomaar ineens.

1399
01:23:06,570 --> 01:23:11,250
Jezus vervloekte de vijgenboom
en die verdorde vanaf de wortels.

1400
01:23:11,250 --> 01:23:15,330
Dat stond symbool voor wat
er met Israël zou gebeuren.

1401
01:23:15,330 --> 01:23:18,330
Jezus leek een dorre boom te zijn.

1402
01:23:18,330 --> 01:23:21,930
Tijdens Zijn leven leek Hij
niet zo veel voort te brengen.

1403
01:23:21,930 --> 01:23:26,610
Aan het einde van Zijn bediening had
Hij maar elf mensen die Hem trouw waren.

1404
01:23:26,610 --> 01:23:29,010
Het leek geen grote beweging.

1405
01:23:29,010 --> 01:23:33,090
Al Zijn inspanningen leken
weinig vrucht te hebben gedragen.

1406
01:23:33,090 --> 01:23:36,930
Maar God verhief dat toch
en liet Hem tot bloei komen.

1407
01:23:36,930 --> 01:23:41,550
Dit is een profetie over Jezus
en het messiaanse Koninkrijk.

1408
01:23:41,550 --> 01:23:45,990
Zoals ik al zei, gaat deze
gelijkenis over de koningen van Juda.

1409
01:23:45,990 --> 01:23:52,410
Ze zou het hebben over Jojachin en Zedekia
en Jezus, drie verschillende koningen.

1410
01:23:52,410 --> 01:23:57,030
In hoofdstuk 19 staat nog een
gelijkenis over de koningen van Juda.

1411
01:23:57,030 --> 01:24:00,990
Dit is een korter hoofdstuk, en
het gaat ook over drie koningen,

1412
01:24:00,990 --> 01:24:03,510
maar over een andere combinatie.

1413
01:24:03,510 --> 01:24:08,310
Jojachin komt hier ook in voor, maar
er zijn daarnaast nog andere koningen.

1414
01:24:08,310 --> 01:24:11,910
Joahaz is eigenlijk de
eerste in deze gelijkenis.

1415
01:24:11,910 --> 01:24:17,010
Jojachin is de tweede en Zedekia
de derde, zoals we zullen zien.

1416
01:24:17,010 --> 01:24:18,810
Hoofdstuk 19:

1417
01:24:18,810 --> 01:24:23,730
Hef een klaaglied aan over de vorsten
of koningen van Israël en zeg:

1418
01:24:23,730 --> 01:24:25,230
Wat is uw moeder?

1419
01:24:25,230 --> 01:24:26,670
Een leeuwin.

1420
01:24:26,670 --> 01:24:29,430
Ze komen natuurlijk uit de stam van Juda.

1421
01:24:29,430 --> 01:24:33,690
Ze stammen van David af, dus
ze komen uit de stam van Juda.

1422
01:24:33,690 --> 01:24:36,270
Juda wordt elders
vergeleken met een leeuw.

1423
01:24:36,270 --> 01:24:40,470
In Jakobs profetische uitspraak
over zijn zoon Juda zei hij:

1424
01:24:40,470 --> 01:24:45,270
Juda is een leeuwenwelp; van je
prooi ben je opgestaan, mijn zoon.

1425
01:24:45,270 --> 01:24:50,190
Hij heeft zich gekromd, zich als een
leeuw neergelegd, als een leeuwin;

1426
01:24:50,190 --> 01:24:51,870
wie zal hem doen opstaan?

1427
01:24:51,870 --> 01:24:53,670
En Jezus wordt genoemd:

1428
01:24:53,670 --> 01:24:57,390
En een van de ouderlingen
zei tegen mij: Huil niet.

1429
01:24:57,390 --> 01:25:01,830
Zie, de Leeuw Die uit de stam
van Juda is, de Wortel van David,

1430
01:25:01,830 --> 01:25:06,990
heeft overwonnen om de boekrol te openen
en zijn zeven zegels te verbreken.

1431
01:25:06,990 --> 01:25:11,130
Volgens de Joodse overlevering stond
er een afbeelding van een leeuw op het

1432
01:25:11,130 --> 01:25:14,130
vaandel van Juda toen ze
door de woestijn trokken.

1433
01:25:14,130 --> 01:25:17,910
Een leeuw was altijd het symbool
van die specifieke stam van Juda.

1434
01:25:17,910 --> 01:25:19,290
Wat is je moeder?

1435
01:25:19,290 --> 01:25:23,670
Dat wil zeggen: de koningen kwamen
allemaal voort uit deze stam, deze

1436
01:25:23,670 --> 01:25:25,590
moeder, een leeuwin.

1437
01:25:25,590 --> 01:25:29,310
en zeg: Wat was uw moeder? Een leeuwin!

1438
01:25:29,310 --> 01:25:31,410
Tussen de leeuwen lag zij.

1439
01:25:31,410 --> 01:25:35,070
Te midden van de jonge leeuwen
bracht ze haar welpen groot.

1440
01:25:35,070 --> 01:25:39,210
De welpen van deze leeuwin zijn
de koningen in de gelijkenis.

1441
01:25:39,210 --> 01:25:43,110
Zij voedde een van haar welpen
op; hij werd een jonge leeuw,

1442
01:25:43,110 --> 01:25:46,590
leerde prooi te verscheuren, at mensen op.

1443
01:25:46,590 --> 01:25:50,790
Toen heidenvolken over hem hoorden,
werd hij gevangen in hun kuil.

1444
01:25:50,790 --> 01:25:54,030
Zij brachten hem aan haken
naar het land Egypte.

1445
01:25:54,030 --> 01:25:56,370
Dit is een verwijzing naar koning Joahaz,

1446
01:25:56,370 --> 01:26:00,870
die door farao Necho als gevangene
naar Egypte werd meegenomen.

1447
01:26:00,870 --> 01:26:02,850
Dan staat er in vers 5:

1448
01:26:02,850 --> 01:26:07,410
Toen zij zag dat zij tevergeefs
verwacht had, en haar hoop vergaan was,

1449
01:26:07,410 --> 01:26:11,490
nam zij een van haar andere welpen,
en maakte er een jonge leeuw van.

1450
01:26:11,490 --> 01:26:14,970
Dat wil zeggen: hij keerde
nooit terug uit Egypte.

1451
01:26:14,970 --> 01:26:20,250
Dit is een verwijzing naar Jojachin, die
ook in de vorige gelijkenis aan bod kwam.

1452
01:26:20,250 --> 01:26:25,050
Tussen Joahaz en Jojachin was
er nog een koning, Jojakim,

1453
01:26:25,050 --> 01:26:27,870
die in deze gelijkenis niet wordt genoemd.

1454
01:26:27,870 --> 01:26:32,490
De reden dat Jojakim niet wordt genoemd,
is dat hij de enige van de vier is die

1455
01:26:32,490 --> 01:26:35,610
niet in een vreemd land in
gevangenschap werd gevoerd,

1456
01:26:35,610 --> 01:26:39,150
als we de drie in deze
gelijkenis plus hem nemen.

1457
01:26:39,150 --> 01:26:43,965
De reden dat hier drie specifieke
koningen worden genoemd — Joahaz,

1458
01:26:43,965 --> 01:26:48,390
Jojachin en Zedekia — is
dat ze dit gemeen hebben:

1459
01:26:48,390 --> 01:26:51,210
ze worden allemaal in
gevangenschap gevoerd.

1460
01:26:51,210 --> 01:26:56,250
Joahaz naar Egypte, en Jojachin
en Zedekia naar Babylon.

1461
01:26:56,250 --> 01:26:58,770
Dat is waar het in de gelijkenis om gaat:

1462
01:26:58,770 --> 01:27:04,110
laten zien dat deze leeuwin drie van
haar welpen aan vreemde landen verloor.

1463
01:27:04,110 --> 01:27:08,250
En dus slaat de gelijkenis
de regering van Jojakim over,

1464
01:27:08,250 --> 01:27:11,430
op wie dat principe niet
van toepassing zou zijn.

1465
01:27:11,430 --> 01:27:13,770
Hij ging niet naar vreemde landen.

1466
01:27:13,770 --> 01:27:17,370
Dus gaat de gelijkenis
verder met Jojachin en zegt:

1467
01:27:17,370 --> 01:27:22,350
Toen zij zag dat zij tevergeefs
verwacht had, en haar hoop vergaan was,

1468
01:27:22,350 --> 01:27:26,850
nam zij een van haar andere welpen,
en maakte er een jonge leeuw van.

1469
01:27:26,850 --> 01:27:30,630
Die ging rond te midden van de
leeuwen, werd een jonge leeuw,

1470
01:27:30,630 --> 01:27:33,810
leerde prooi te verscheuren, at mensen op.

1471
01:27:33,810 --> 01:27:37,290
Hij paarde met hun weduwen,
en verwoestte hun steden,

1472
01:27:37,290 --> 01:27:42,210
zodat het land met al wat het bevatte,
verstarde door het geluid van zijn gebrul.

1473
01:27:42,210 --> 01:27:46,830
Maar de heidenvolken uit de omliggende
gewesten keerden zich tegen hem.

1474
01:27:46,830 --> 01:27:49,350
Zij spreidden hun net over hem uit.

1475
01:27:49,350 --> 01:27:51,570
In hun kuil werd hij gevangen.

1476
01:27:51,570 --> 01:27:53,670
Dit zou Babylon zijn.

1477
01:27:53,670 --> 01:27:56,070
Jojachin werd naar Babylon gevoerd.

1478
01:27:56,070 --> 01:27:58,350
Zij zetten hem met haken vast in een kooi,

1479
01:27:58,350 --> 01:28:01,290
zodat zij hem naar de koning
van Babel konden brengen.

1480
01:28:01,290 --> 01:28:05,430
Zij brachten hem in vestingen, zodat
zijn stem niet meer gehoord werd op de

1481
01:28:05,430 --> 01:28:06,930
bergen van Israël.

1482
01:28:06,930 --> 01:28:10,950
Hij is heel duidelijk geweest over
waar deze mannen naartoe gingen.

1483
01:28:10,950 --> 01:28:15,030
In vers 4 staat dat de
eerste welp naar Egypte ging.

1484
01:28:15,030 --> 01:28:17,910
Dat maakt duidelijk
dat het om Joahaz gaat,

1485
01:28:17,910 --> 01:28:21,450
die door farao Necho
naar Egypte werd gevoerd.

1486
01:28:21,450 --> 01:28:26,190
Vervolgens wordt van de tweede welp die
wordt genoemd gezegd dat hij voorgoed naar

1487
01:28:26,190 --> 01:28:27,810
Babylon werd gevoerd.

1488
01:28:27,810 --> 01:28:30,150
Dat is natuurlijk Jojachin.

1489
01:28:30,150 --> 01:28:34,410
Dan behandelen we in de verzen
10 tot en met 14 Zedekia.

1490
01:28:34,410 --> 01:28:36,090
Maar het beeld verandert.

1491
01:28:36,090 --> 01:28:40,650
Hij spreekt nu over een plant in
plaats van een leeuw. Er staat:

1492
01:28:40,650 --> 01:28:44,970
Uw moeder was als een wijnstok,
net als u, geplant aan het water,

1493
01:28:44,970 --> 01:28:48,750
vruchtbaar en vol ranken
vanwege het vele water.

1494
01:28:48,750 --> 01:28:51,570
In vers 2 was zijn moeder als een leeuw.

1495
01:28:51,570 --> 01:28:53,550
Hij is dus weer van beeld veranderd,

1496
01:28:53,550 --> 01:28:56,550
maar heeft een bekend
beeld naar voren gebracht:

1497
01:28:56,550 --> 01:29:00,150
Juda of Jeruzalem
vergelijken met een wijnstok.

1498
01:29:00,150 --> 01:29:03,870
De spreker herneemt hier
de King James-weergave:

1499
01:29:03,870 --> 01:29:07,110
‘Je moeder is als een
wijnstok in jouw bloed.’

1500
01:29:07,110 --> 01:29:10,290
De HSV heeft op deze plaats ‘net als u’.

1501
01:29:10,290 --> 01:29:12,450
Dat is een vreemde uitdrukking.

1502
01:29:12,450 --> 01:29:18,750
De Revised Standard zegt ‘in thy
vineyard’, oftewel ‘in jouw wijngaard’,

1503
01:29:18,750 --> 01:29:20,610
wat veel logischer zou zijn.

1504
01:29:20,610 --> 01:29:24,870
Ik weet niet zeker hoe ze van
‘bloed’ op ‘wijngaard’ komen.

1505
01:29:24,870 --> 01:29:28,470
Het lijkt waarschijnlijk dat het te maken
heeft met de klinkertekens die aan het

1506
01:29:28,470 --> 01:29:30,690
Hebreeuwse woord zijn toegevoegd.

1507
01:29:30,690 --> 01:29:34,230
Waarschijnlijk zouden dezelfde
medeklinkers vertaald kunnen worden als

1508
01:29:34,230 --> 01:29:39,870
‘bloed’ of als ‘wijngaard’, afhankelijk
van welke klinkers worden toegevoegd.

1509
01:29:39,870 --> 01:29:43,710
Bedenk dat het oorspronkelijke
Hebreeuws geen klinkers heeft.

1510
01:29:43,710 --> 01:29:47,670
Het heeft alleen medeklinkers,
en daarom moeten de vertalers

1511
01:29:47,670 --> 01:29:50,130
raden welke klinkers erbij horen.

1512
01:29:50,130 --> 01:29:54,810
De vertalers van de King James hebben
dus ‘in thy blood’, ‘in jouw bloed’.

1513
01:29:54,810 --> 01:29:59,190
Het lijkt waarschijnlijker dat ‘in
thy vineyard’, ‘in jouw wijngaard’,

1514
01:29:59,190 --> 01:30:01,890
een betere manier is om het op te vatten.

1515
01:30:01,890 --> 01:30:03,690
Laten we het zo opvatten.

1516
01:30:03,690 --> 01:30:06,390
Dit komt overeen met andere gelijkenissen

1517
01:30:06,390 --> 01:30:09,090
waarin ze met een
wijnstok wordt vergeleken.

1518
01:30:09,090 --> 01:30:12,990
Hij kreeg sterke takken, voor
scepters van heersers geschikt,

1519
01:30:12,990 --> 01:30:17,610
hij rees omhoog tussen de dichte
twijgen; hij viel op door zijn hoogte,

1520
01:30:17,610 --> 01:30:19,770
door de veelheid van zijn takken.

1521
01:30:19,770 --> 01:30:23,430
Maar hij werd met grimmigheid
uitgerukt, tegen de aarde geworpen,

1522
01:30:23,430 --> 01:30:26,310
en de oostenwind heeft
zijn vrucht verdroogd.

1523
01:30:26,310 --> 01:30:31,350
Weggerukt en verdroogd zijn zijn
sterke takken, vuur heeft hem verteerd.

1524
01:30:31,350 --> 01:30:36,150
En nu is hij geplant in de woestijn,
in een dor en dorstig land.

1525
01:30:36,150 --> 01:30:40,170
Er kwam vuur uit de stam van zijn
takken, dat zijn vrucht verteerde,

1526
01:30:40,170 --> 01:30:45,090
zodat er aan hem geen sterke tak meer zat,
geschikt voor een scepter om te heersen.

1527
01:30:45,090 --> 01:30:48,030
Dit is een klaaglied en
het werd een klaaglied.

1528
01:30:48,030 --> 01:30:50,010
Dit zou Zedekia zijn.

1529
01:30:50,010 --> 01:30:53,670
In deze gelijkenis wordt Juda
dus vergeleken met een leeuwin,

1530
01:30:53,670 --> 01:30:58,770
en twee van haar welpen, twee van haar
koningen, worden in gevangenschap gevoerd.

1531
01:30:58,770 --> 01:31:00,510
Dan verandert het beeld.

1532
01:31:00,510 --> 01:31:03,930
Het wordt minder duidelijk, iets
moeilijker te begrijpen wat er wordt

1533
01:31:03,930 --> 01:31:08,490
gezegd, maar we weten hoe de geschiedenis
de vervulling heeft laten zien.

1534
01:31:08,490 --> 01:31:12,330
Het beeld verandert in een wijnstok
en spreekt over afzonderlijke

1535
01:31:12,330 --> 01:31:14,130
koningen als scepters.

1536
01:31:14,130 --> 01:31:16,350
De wijnstok heeft zijn takken.

1537
01:31:16,350 --> 01:31:19,170
Dat werd in hoofdstuk 15 niet genoemd als

1538
01:31:19,170 --> 01:31:21,990
een van de nuttige
eigenschappen van de wijnstok:

1539
01:31:21,990 --> 01:31:24,630
dat hij takken voor scepters voortbrengt.

1540
01:31:24,630 --> 01:31:28,830
Maar misschien moeten we bedenken dat als
een tak van een wijnstok als scepter werd

1541
01:31:28,830 --> 01:31:32,250
gebruikt, het een nogal
kromme scepter zou zijn.

1542
01:31:32,250 --> 01:31:37,410
Misschien wordt dat zelfs gesuggereerd:
dat de koningen van Juda krom waren.

1543
01:31:37,410 --> 01:31:40,290
Hoe dan ook, in vers 14 staat:

1544
01:31:40,290 --> 01:31:43,230
Er is vuur gekomen uit
een van haar takken.

1545
01:31:43,230 --> 01:31:46,950
Dat betekent dat de tak, koning Zedekia,

1546
01:31:46,950 --> 01:31:52,710
door zijn dwaze opstand tegen Nebukadnezar
vuur over de hele plant heeft gebracht.

1547
01:31:52,710 --> 01:31:55,650
Er is als het ware vuur van hem uitgegaan.

1548
01:31:55,650 --> 01:31:58,290
Door zijn handelen heeft
hij het veroorzaakt.

1549
01:31:58,290 --> 01:32:02,610
Het heeft de hele wijnstok verteerd,
zodat er geen takken meer zijn.

1550
01:32:02,610 --> 01:32:06,990
Er zijn geen koningen van Juda
meer om Zedekia te vervangen.

1551
01:32:06,990 --> 01:32:12,090
We zien dus dat van de zes gelijkenissen
er twee die we hebben bestudeerd Jeruzalem

1552
01:32:12,090 --> 01:32:16,950
beschouwen als een overspelige vrouw
die om haar overspel geoordeeld en

1553
01:32:16,950 --> 01:32:18,030
gestraft moet worden.

1554
01:32:18,030 --> 01:32:23,070
Twee ervan vergelijken Israël of Jeruzalem
met iets dat nergens anders voor dient dan

1555
01:32:23,070 --> 01:32:26,970
om verbrand te worden: een
wijnstok die geen vrucht draagt,

1556
01:32:26,970 --> 01:32:31,350
of een pot met schuim dat er op geen
andere manier uit wil, of roest.

1557
01:32:31,350 --> 01:32:34,770
Dan zijn er twee die over
de koningen van Juda gaan.

1558
01:32:34,770 --> 01:32:41,370
Jojachin en Zedekia komen in allebei voor,
al wordt in een ervan ook Joahaz genoemd.

1559
01:32:41,370 --> 01:32:46,950
En een ervan gaat zo ver dat die
vooruitblikt naar de Koning, de Messias,

1560
01:32:46,950 --> 01:32:51,990
Die zou komen en voorspoedig en vruchtbaar
zou zijn zoals geen van de koningen van

1561
01:32:51,990 --> 01:32:53,071
Jeruzalem vóór Hem.
