1
00:00:02,010 --> 00:00:04,170
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,170 --> 00:00:07,830
Deze keer een inleiding op Ezechiël.

3
00:00:07,830 --> 00:00:11,910
Als onderdeel van een inleiding op
Ezechiël zou ik graag met jullie de eerste

4
00:00:11,910 --> 00:00:14,670
drie verzen van hoofdstuk 1 lezen.

5
00:00:14,670 --> 00:00:18,690
Ezechiël hoofdstuk 1, vers 1 tot en met 3.

6
00:00:18,690 --> 00:00:23,130
In het dertigste jaar, in de vierde
maand, op de vijfde van de maand,

7
00:00:23,130 --> 00:00:27,090
toen ik te midden van de ballingen
aan de rivier de Kebar was,

8
00:00:27,090 --> 00:00:32,370
gebeurde het dat de hemel geopend werd
en ik visioenen van God kreeg te zien.

9
00:00:32,370 --> 00:00:34,890
Op de vijfde van de maand — het was het

10
00:00:34,890 --> 00:00:37,650
vijfde jaar van de ballingschap
van koning Jojachin —

11
00:00:37,650 --> 00:00:43,230
kwam het woord van de HEERE uitdrukkelijk
tot Ezechiël, de zoon van Buzi,

12
00:00:43,230 --> 00:00:47,730
de priester, in het land van de
Chaldeeën bij de rivier de Kebar,

13
00:00:47,730 --> 00:00:50,550
en de hand van de HEERE was daar op hem.

14
00:00:50,550 --> 00:00:54,930
Het is je misschien opgevallen dat vers
1 in de eerste persoon is geschreven,

15
00:00:54,930 --> 00:00:58,350
op een autobiografische manier. Hij zegt:

16
00:00:58,350 --> 00:01:01,470
Ik was bij de gevangenen.
Ik heb dit gezien.

17
00:01:01,470 --> 00:01:05,910
Maar vers 2 en 3 zijn in de
derde persoon geschreven.

18
00:01:05,910 --> 00:01:11,010
Er wordt over Ezechiël gesproken alsof
hij iemand anders is dan de schrijver.

19
00:01:11,010 --> 00:01:16,110
Vers 2 en 3 zijn de enige verzen in
het hele boek die niet in de eerste

20
00:01:16,110 --> 00:01:17,790
persoon zijn geschreven.

21
00:01:17,790 --> 00:01:21,150
Het hele boek is in de
eerste persoon geschreven,

22
00:01:21,150 --> 00:01:26,190
alsof het geschreven is door de man die de
ervaringen in het boek heeft meegemaakt.

23
00:01:26,190 --> 00:01:29,490
En die man was de profeet Ezechiël.

24
00:01:29,490 --> 00:01:31,770
Behalve dan die twee verzen.

25
00:01:31,770 --> 00:01:35,850
Die twee verzen zijn er waarschijnlijk
in gezet door een schrijver

26
00:01:35,850 --> 00:01:40,110
die in de begintijd Ezechiëls
tekst heeft overgeschreven,

27
00:01:40,110 --> 00:01:43,650
of zijn werk in een of andere
vorm heeft geredigeerd.

28
00:01:43,650 --> 00:01:45,990
En hij heeft zijn eigen
opmerkingen toegevoegd,

29
00:01:45,990 --> 00:01:49,530
zodat we precies begrijpen
wie deze Ezechiël was.

30
00:01:49,530 --> 00:01:53,430
Je kunt zien dat als vers
2 en 3 werden weggelaten,

31
00:01:53,430 --> 00:01:56,970
vers 4 heel natuurlijk
op vers 1 zou aansluiten,

32
00:01:56,970 --> 00:02:01,410
want vers 4 en wat daarop
volgt is ook autobiografisch:

33
00:02:01,410 --> 00:02:03,630
Ik keek en ik zag het.

34
00:02:03,630 --> 00:02:07,530
Zonder vers 2 en 3 zou de
tekst soepel doorlopen,

35
00:02:07,530 --> 00:02:11,730
maar zouden we belangrijke informatie
missen over wie Ezechiël was,

36
00:02:11,730 --> 00:02:15,930
wie degene was die de visioenen
had, en waar het allemaal over ging.

37
00:02:15,930 --> 00:02:20,970
In vers 1 staat dat het in het dertigste
jaar was, maar er staat niet waarvan.

38
00:02:20,970 --> 00:02:24,990
We moeten maar raden hoe dit
dertigste jaar gerekend moet worden.

39
00:02:24,990 --> 00:02:26,670
In vers 2 staat:

40
00:02:26,670 --> 00:02:28,710
Het was de vijfde dag van de maand,

41
00:02:28,710 --> 00:02:32,490
in het vijfde jaar van de
gevangenschap van koning Jojachin.

42
00:02:32,490 --> 00:02:37,470
Het vijfde jaar van de ballingschap van
koning Jojachin was tegelijk het dertigste

43
00:02:37,470 --> 00:02:38,670
jaar van iets.

44
00:02:38,670 --> 00:02:42,990
En er is nooit een redelijke verklaring
aangedragen voor de vraag waarvan het het

45
00:02:42,990 --> 00:02:47,370
dertigste jaar was, behalve van
het leven van de profeet zelf.

46
00:02:47,370 --> 00:02:50,910
Dat wil zeggen: het was
zijn dertigste levensjaar.

47
00:02:50,910 --> 00:02:52,950
Hij was toen dertig jaar oud.

48
00:02:52,950 --> 00:02:55,710
En dat is over het
algemeen ook de opvatting

49
00:02:55,710 --> 00:03:00,870
waarover degenen die het boek Ezechiël
uitvoerig hebben bestudeerd het eens zijn.

50
00:03:00,870 --> 00:03:03,090
Het is de enige datering in het boek

51
00:03:03,090 --> 00:03:06,810
die niet met een bekende gebeurtenis
in verband wordt gebracht.

52
00:03:06,810 --> 00:03:11,310
Daarom moet het wel een verwijzing zijn
naar zijn eigen leeftijd op het moment

53
00:03:11,310 --> 00:03:14,970
dat hij zijn bediening begon
en deze visioenen kreeg.

54
00:03:14,970 --> 00:03:17,190
Hij was dertig jaar oud.

55
00:03:17,190 --> 00:03:23,430
Uit vers 3 leren we dat de man Ezechiël
heette en dat zijn vader Buzi heette.

56
00:03:23,430 --> 00:03:26,610
Ook leren we uit vers 3
dat hij een priester was.

57
00:03:26,610 --> 00:03:32,070
Dat betekent natuurlijk dat hij uit het
geslacht van Aäron kwam, uit de stam Levi.

58
00:03:32,070 --> 00:03:35,910
Als priester zou hij op dertigjarige
leeftijd met zijn priesterlijke

59
00:03:35,910 --> 00:03:39,510
werkzaamheden beginnen in
Jeruzalem, in de tempel.

60
00:03:39,510 --> 00:03:44,850
Dat was de leeftijd waarop een jonge
priester het priesterambt ging bekleden.

61
00:03:44,850 --> 00:03:47,310
Hij was in een priesterfamilie geboren.

62
00:03:47,310 --> 00:03:52,050
Hij had nu de leeftijd waarop hij normaal
gesproken het priesterambt in Jeruzalem

63
00:03:52,050 --> 00:03:53,310
zou gaan bekleden.

64
00:03:53,310 --> 00:03:57,150
Het enige probleem was dat
hij niet in Jeruzalem was.

65
00:03:57,150 --> 00:03:58,950
Hij was in Babylonië.

66
00:03:58,950 --> 00:04:01,950
Hij bevond zich bij de rivier de Kebar.

67
00:04:01,950 --> 00:04:05,070
Dat was een groot kanaal
van de rivier de Eufraat,

68
00:04:05,070 --> 00:04:07,950
dat deze met de rivier de Tigris verbond.

69
00:04:07,950 --> 00:04:10,710
Het werd gebruikt voor
handel en dergelijke.

70
00:04:10,710 --> 00:04:12,570
Het was een groot kanaal.

71
00:04:12,570 --> 00:04:14,430
Het was als een rivier.

72
00:04:14,430 --> 00:04:18,570
Hij bevond zich waarschijnlijk ergens
ten zuidwesten van de stad Babylon.

73
00:04:18,570 --> 00:04:23,730
Maar hij was een van de ballingen in
Babylon, ongeveer duizend mijl van huis,

74
00:04:23,730 --> 00:04:26,370
ongeveer duizend mijl van Jeruzalem.

75
00:04:26,370 --> 00:04:30,690
Het tijdstip wordt in verband gebracht
met de ballingschap van Jojachin.

76
00:04:30,690 --> 00:04:34,110
Er waren drie wegvoeringen
van de Joden naar Babylon.

77
00:04:34,110 --> 00:04:39,210
Je herinnert je dat de profeten Jesaja en
Jeremia uitdrukkelijk hadden geprofeteerd

78
00:04:39,210 --> 00:04:41,790
dat de Joden in ballingschap zouden gaan,

79
00:04:41,790 --> 00:04:45,150
dat er inderdaad een
ballingschap in Babylon zou zijn.

80
00:04:45,150 --> 00:04:49,290
Jeremia had verklaard dat die
ballingschap zeventig jaar zou duren.

81
00:04:49,290 --> 00:04:53,010
Die ballingschap kwam door drie
afzonderlijke wegvoeringen tot stand.

82
00:04:53,010 --> 00:04:56,850
De eerste wegvoering was
in 605 voor Christus.

83
00:04:56,850 --> 00:05:00,450
Dat was toen Nebukadnezar
tegen Jeruzalem optrok.

84
00:05:00,450 --> 00:05:02,850
Hij was nog niet de koning van Babylon,

85
00:05:02,850 --> 00:05:06,990
maar was destijds de bevelhebber
van de Babylonische legers.

86
00:05:06,990 --> 00:05:08,910
Zijn vader was de koning.

87
00:05:08,910 --> 00:05:13,050
Hij voerde veel van de voornaamste
burgers van de stad als gevangenen

88
00:05:13,050 --> 00:05:14,670
weg naar Babylon.

89
00:05:14,670 --> 00:05:20,310
Onder die burgers waren Daniël
en Sadrach, Mesach en Abed-Nego,

90
00:05:20,310 --> 00:05:22,470
die we nog niet hebben bestudeerd.

91
00:05:22,470 --> 00:05:27,810
We zullen het boek Daniël bestuderen nadat
we het boek Ezechiël hebben bestudeerd.

92
00:05:27,810 --> 00:05:31,290
Het boek Daniël is natuurlijk nog
een boek dat werd geschreven door een

93
00:05:31,290 --> 00:05:36,030
profeet die in ballingschap in
Babylon was, zoals Ezechiël.

94
00:05:36,030 --> 00:05:39,990
Daniël werd bij de eerste
deportatie in ballingschap gevoerd,

95
00:05:39,990 --> 00:05:45,270
toen Nebukadnezar voor het eerst kwam
en de aanzienlijkste burgers meenam.

96
00:05:45,270 --> 00:05:47,910
Daniël was kennelijk
van koninklijke afkomst,

97
00:05:47,910 --> 00:05:53,850
of in elk geval van adellijke afkomst,
en werd toen, in 605 voor Christus,

98
00:05:53,850 --> 00:05:56,010
naar Babel weggevoerd.

99
00:05:56,010 --> 00:06:00,330
Acht jaar later kwam Nebukadnezar
opnieuw tegen Jeruzalem op,

100
00:06:00,330 --> 00:06:04,170
en dat was in het jaar 597.

101
00:06:04,170 --> 00:06:07,770
Toen vond er een algemenere
deportatie plaats.

102
00:06:07,770 --> 00:06:12,390
Tienduizend Joden werden weggevoerd,
en ook koning Jojachin zelf,

103
00:06:12,390 --> 00:06:15,510
de koning van Jeruzalem, werd meegenomen.

104
00:06:15,510 --> 00:06:19,590
Dat is het moment waarop
Ezechiël werd meegenomen.

105
00:06:19,590 --> 00:06:24,390
Ezechiël werd dus acht jaar na
Daniël in ballingschap gevoerd,

106
00:06:24,390 --> 00:06:29,130
al was hij misschien ongeveer even
oud als Daniël of zelfs ouder,

107
00:06:29,130 --> 00:06:33,270
want Daniël was nog een jongen toen hij
acht jaar eerder in ballingschap ging.

108
00:06:33,270 --> 00:06:36,870
Hoe dan ook, toen Ezechiël naar
Babel in ballingschap ging,

109
00:06:36,870 --> 00:06:41,250
was dat samen met tienduizend anderen
en de koning van Jeruzalem zelf,

110
00:06:41,250 --> 00:06:45,750
die in 597 voor Christus in
ballingschap werd gevoerd.

111
00:06:45,750 --> 00:06:51,690
Het verslag van deze gebeurtenis staat in
het tweede boek Koningen, hoofdstuk 24,

112
00:06:51,690 --> 00:06:53,790
vers 11 tot en met 18.

113
00:06:53,790 --> 00:06:56,850
Daar wordt beschreven
hoe Nebukadnezar kwam

114
00:06:56,850 --> 00:07:00,150
en Jojachin en tienduizend
anderen wegvoerde.

115
00:07:00,150 --> 00:07:04,590
Hoewel 2 Koningen het niet zegt, was
Ezechiël een van degenen die bij die

116
00:07:04,590 --> 00:07:07,110
gelegenheid in ballingschap
werden gevoerd.

117
00:07:07,110 --> 00:07:12,150
Zo'n elf jaar later kwam Nebukadnezar
terug en stak Jeruzalem in brand.

118
00:07:12,150 --> 00:07:16,170
Ik zal je vertellen wat er in die
elf tussenliggende jaren gebeurde.

119
00:07:16,170 --> 00:07:21,390
Toen Jojachin in 597 voor Christus
in ballingschap werd gevoerd,

120
00:07:21,390 --> 00:07:26,010
en Ezechiël en tienduizend anderen
met hem naar Babel werden weggevoerd,

121
00:07:26,010 --> 00:07:30,810
stelde Nebukadnezar Jojachins oom
Zedekia in zijn plaats aan als

122
00:07:30,810 --> 00:07:32,610
koning in Jeruzalem.

123
00:07:32,610 --> 00:07:35,070
Later kwam Zedekia in opstand.

124
00:07:35,070 --> 00:07:39,450
Hij zocht hulp bij Egypte om
tegen Babel in opstand te komen.

125
00:07:39,450 --> 00:07:44,010
Daarom kwam Nebukadnezar
in 586 voor Christus terug

126
00:07:44,010 --> 00:07:48,510
en verwoestte hij Jeruzalem,
vanwege de opstand van Zedekia.

127
00:07:48,510 --> 00:07:52,350
Op dat moment werd bijna iedereen
uit Jeruzalem weggevoerd.

128
00:07:52,350 --> 00:07:56,310
De stad werd verwoest en de
meeste anderen werden weggevoerd.

129
00:07:56,310 --> 00:08:00,030
Vervolgens stelde
Nebukadnezar Gedalia aan als

130
00:08:00,030 --> 00:08:04,110
landvoogd over de weinigen die in
Jeruzalem waren achtergebleven.

131
00:08:04,110 --> 00:08:09,390
Gedalia werd, zoals je je misschien
herinnert, door zijn mede-Joden vermoord.

132
00:08:09,390 --> 00:08:12,870
Daarna vluchtten die Joden en
iedereen die in Jeruzalem was

133
00:08:12,870 --> 00:08:14,550
achtergebleven naar Egypte.

134
00:08:14,550 --> 00:08:17,370
Ze namen Jeremia onder
dwang mee naar Egypte,

135
00:08:17,370 --> 00:08:20,910
omdat ze wisten dat er vergelding
vanuit Babel zou komen.

136
00:08:20,910 --> 00:08:23,790
De deportatie verliep dus in drie fasen.

137
00:08:23,790 --> 00:08:27,750
De eerste, waarbij de aanzienlijkste
burgers werden meegenomen,

138
00:08:27,750 --> 00:08:32,190
onder wie Daniël, vond
plaats in 605 voor Christus.

139
00:08:32,190 --> 00:08:36,630
Daarna kwam de tweede, waarbij koning
Jojachin en de tienduizend anderen werden

140
00:08:36,630 --> 00:08:42,330
meegenomen, onder wie
Ezechiël, in 597 voor Christus.

141
00:08:42,330 --> 00:08:46,710
Vervolgens, elf jaar later, kwam
de verwoesting van Jeruzalem.

142
00:08:46,710 --> 00:08:50,610
De reden waarom ik dit benadruk,
is dat het ons helpt te begrijpen

143
00:08:50,610 --> 00:08:53,970
in welke periode Ezechiëls profetie valt.

144
00:08:53,970 --> 00:08:58,830
Ezechiël was kennelijk vijfentwintig jaar
oud toen hij in ballingschap werd gevoerd.

145
00:08:58,830 --> 00:09:02,370
Dat maken we op uit het feit dat
hij dertig jaar oud was in het

146
00:09:02,370 --> 00:09:04,350
vijfde jaar van die ballingschap.

147
00:09:04,350 --> 00:09:07,050
Dat halen we uit vers 1 en 2.

148
00:09:07,050 --> 00:09:11,430
In vers 2 wordt ons verteld dat het het
vijfde jaar van de ballingschap van koning

149
00:09:11,430 --> 00:09:15,810
Jojachin was, en het was het
dertigste levensjaar van Ezechiël.

150
00:09:15,810 --> 00:09:20,430
Dat betekent dat hij vijfentwintig jaar
oud was toen de ballingschap plaatsvond,

151
00:09:20,430 --> 00:09:22,890
toen hij in ballingschap werd gevoerd.

152
00:09:22,890 --> 00:09:26,730
Ezechiël bracht dus vijf jaar
in ballingschap in Babel door

153
00:09:26,730 --> 00:09:29,070
voordat hij tot profeet werd geroepen.

154
00:09:29,070 --> 00:09:33,450
In het vijfde jaar van die ballingschap
werd hij tot profeet geroepen.

155
00:09:33,450 --> 00:09:37,110
En zes jaar daarna werd
Jeruzalem natuurlijk verwoest.

156
00:09:37,110 --> 00:09:41,490
De helft van het boek Ezechiël, de
eerste vierentwintig hoofdstukken,

157
00:09:41,490 --> 00:09:44,970
bestaat uit profetieën die de
profeet uitsprak in die eerste

158
00:09:44,970 --> 00:09:48,390
zes jaar van zijn bediening,
tot aan de val van Jeruzalem.

159
00:09:48,390 --> 00:09:50,490
Daar zullen we later nog wat over zeggen.

160
00:09:50,490 --> 00:09:54,930
Het is duidelijk dat Ezechiël,
gezien de tijd waarin hij leefde,

161
00:09:54,930 --> 00:09:56,910
Jeremia gekend moet hebben.

162
00:09:56,910 --> 00:10:02,490
Jeremia profeteerde in Jeruzalem voordat
Ezechiël in ballingschap werd gevoerd,

163
00:10:02,490 --> 00:10:04,290
en ook daarna nog.

164
00:10:04,290 --> 00:10:07,770
Jeremia zal dus ouder
zijn geweest dan Ezechiël,

165
00:10:07,770 --> 00:10:10,470
maar Ezechiël zal hem gekend hebben.

166
00:10:10,470 --> 00:10:14,850
Als Ezechiël vijfentwintig was toen
hij in ballingschap werd gevoerd,

167
00:10:14,850 --> 00:10:19,410
zal hij als inwoner van Jeruzalem
veel gelegenheden hebben gehad om

168
00:10:19,410 --> 00:10:21,210
Jeremia te horen.

169
00:10:21,210 --> 00:10:25,410
Veel van zijn boodschap, en zelfs
een deel van zijn taalgebruik,

170
00:10:25,410 --> 00:10:27,750
lijkt op die van Jeremia.

171
00:10:27,750 --> 00:10:30,930
Misschien was hij sterk
door Jeremia beïnvloed.

172
00:10:30,930 --> 00:10:34,830
Ze profeteerden allebei de
uiteindelijke verwoesting van Jeruzalem,

173
00:10:34,830 --> 00:10:39,930
en ze spraken zich allebei uit tegen valse
profeten die het volk een vals gevoel

174
00:10:39,930 --> 00:10:41,910
van veiligheid gaven.

175
00:10:41,910 --> 00:10:45,570
Die vertelden de mensen dat
Jeruzalem niet zou vallen.

176
00:10:45,570 --> 00:10:49,770
Jeremia en Ezechiël hadden allebei
de boodschap dat Jeruzalem wel

177
00:10:49,770 --> 00:10:53,490
degelijk zou vallen en dat de
ballingschap lang zou duren.

178
00:10:53,490 --> 00:10:56,490
Hij was natuurlijk ook
een tijdgenoot van Daniël,

179
00:10:56,490 --> 00:10:59,610
al heeft hij Daniël
waarschijnlijk nooit gekend.

180
00:10:59,610 --> 00:11:03,210
Ze woonden in verschillende
delen van het Babylonische Rijk.

181
00:11:03,210 --> 00:11:06,570
Ezechiël woonde kennelijk
bij de ballingen in Tel-Abib,

182
00:11:06,570 --> 00:11:11,130
ten zuidwesten van de stad Babel,
maar binnen het Babylonische Rijk.

183
00:11:11,130 --> 00:11:14,370
Daniël daarentegen woonde in Babel zelf.

184
00:11:14,370 --> 00:11:17,670
Daniël werd daadwerkelijk
met koninklijke eer behandeld

185
00:11:17,670 --> 00:11:22,230
en werd zoiets als de grootvizier
of eerste minister van Babel.

186
00:11:22,230 --> 00:11:24,450
Hij werd heel machtig in Babel.

187
00:11:24,450 --> 00:11:29,550
Ezechiël woonde onder de ballingen
en heeft nooit politieke macht gehad.

188
00:11:29,550 --> 00:11:35,010
Daniël en Ezechiël leefden dus in dezelfde
tijd in Babylonië, in ballingschap,

189
00:11:35,010 --> 00:11:38,190
maar Daniël woonde als
het ware in het paleis.

190
00:11:38,190 --> 00:11:42,330
Ezechiël woonde onder de ballingen
in een van de voorsteden.

191
00:11:42,330 --> 00:11:47,190
Ezechiël wist wel van Daniël, al hebben
ze elkaar waarschijnlijk nooit ontmoet.

192
00:11:47,190 --> 00:11:50,010
Ezechiël noemt Daniël
twee keer in zijn boek

193
00:11:50,010 --> 00:11:52,830
en spreekt met veel waardering over hem.

194
00:11:52,830 --> 00:11:55,650
Daniël had een goede
reputatie onder de ballingen,

195
00:11:55,650 --> 00:12:00,330
en misschien hoopten ze dat zijn hoge
positie in Babel hen zou helpen om

196
00:12:00,330 --> 00:12:03,030
ooit naar hun vaderland terug te keren.

197
00:12:03,030 --> 00:12:04,890
Dat is inderdaad gebeurd.

198
00:12:04,890 --> 00:12:08,490
Maar in Ezechiël 14, vers 14, staat:

199
00:12:08,490 --> 00:12:14,070
Al zouden te midden ervan deze drie
mannen zijn, Noach, Daniël en Job,

200
00:12:14,070 --> 00:12:18,390
dan zouden zij alleen door hun
gerechtigheid hun eigen leven redden,

201
00:12:18,390 --> 00:12:20,190
spreekt de Heere HEERE.

202
00:12:20,190 --> 00:12:25,530
Ik ga op dit moment niet in op wat dit
vers zegt, maar let erop dat Noach,

203
00:12:25,530 --> 00:12:28,470
Daniël en Job worden genoemd.

204
00:12:28,470 --> 00:12:32,610
En Daniël, die op dat moment
vijftien jaar in Babylon was,

205
00:12:32,610 --> 00:12:36,990
had zo'n hoge status bereikt dat hij
vergeleken kon worden met de rechtvaardige

206
00:12:36,990 --> 00:12:42,570
mannen uit het verre verleden die in hun
generatie opvielen, zoals Noach en Job.

207
00:12:42,570 --> 00:12:47,010
Dat is iets verbazingwekkends, want
gewoonlijk worden heiligen pas na hun

208
00:12:47,010 --> 00:12:49,290
dood heilig verklaard.

209
00:12:49,290 --> 00:12:54,630
Gewoonlijk wordt de grootheid van mensen
pas gewaardeerd nadat ze zijn heengegaan.

210
00:12:54,630 --> 00:12:58,830
De Joden doodden hun profeten,
en een latere generatie

211
00:12:58,830 --> 00:13:02,670
bewonderde dan die profeten
die hun vaders hadden gedood.

212
00:13:02,670 --> 00:13:07,470
Maar hier hebben we twee mannen uit
het verre verleden, Job en Noach,

213
00:13:07,470 --> 00:13:12,870
en een levende tijdgenoot, Daniël,
die met hen op één lijn wordt gesteld.

214
00:13:12,870 --> 00:13:18,270
Dat laat zien hoe hoog Daniël zelfs
tijdens zijn leven werd geëerd door zijn

215
00:13:18,270 --> 00:13:23,490
mede-Joden, of in elk geval door God,
toen die profetie werd uitgesproken.

216
00:13:23,490 --> 00:13:26,130
Daniël wordt later ook nog genoemd.

217
00:13:26,130 --> 00:13:30,030
We zullen die vermeldingen
bekijken wanneer we eraan toe zijn.

218
00:13:30,030 --> 00:13:33,330
Ezechiël woonde onder de
ballingen van Tel Aviv.

219
00:13:33,330 --> 00:13:37,410
Als we Ezechiël lezen, krijgen we
enigszins een beeld van het soort

220
00:13:37,410 --> 00:13:41,670
leven dat de Joden tijdens hun
gevangenschap in Babylon hadden.

221
00:13:41,670 --> 00:13:46,590
Het was bij lange na niet zo zwaar of
moeilijk als hun gevangenschap in Egypte

222
00:13:46,590 --> 00:13:51,030
was geweest, gedurende die
vierhonderd jaar vóór de uittocht.

223
00:13:51,030 --> 00:13:55,590
In Egypte werden ze tot dwangarbeid
gedwongen, tot zwaar werk,

224
00:13:55,590 --> 00:14:01,110
met slavendrijvers die hen sloegen en hun
kinderen probeerden te doden, enzovoort.

225
00:14:01,110 --> 00:14:05,610
Maar de Joden in Tel Aviv hadden
in elk geval hun eigen huizen.

226
00:14:05,610 --> 00:14:08,130
En we mogen hen misschien
beschouwen als een

227
00:14:08,130 --> 00:14:12,690
representatieve doorsnede van de Joden
in gevangenschap en ballingschap.

228
00:14:12,690 --> 00:14:15,210
Ze hadden blijkbaar een
zekere mate van vrijheid,

229
00:14:15,210 --> 00:14:18,330
want Ezechiël zelf kon rondtrekken.

230
00:14:18,330 --> 00:14:23,070
Hij trok eropuit naar de rivier
de Kebar en kreeg visioenen,

231
00:14:23,070 --> 00:14:25,530
en daarna ging hij weer naar huis.

232
00:14:25,530 --> 00:14:29,370
En de oudsten van Israël gingen
naar het huis van Ezechiël om de

233
00:14:29,370 --> 00:14:31,110
HEERE te raadplegen.

234
00:14:31,110 --> 00:14:34,950
Ze bewonderden hem, zagen
tegen hem op als profeet,

235
00:14:34,950 --> 00:14:39,750
en kwamen naar zijn huis om
woorden van de HEERE te ontvangen.

236
00:14:39,750 --> 00:14:43,590
Dit vertelt ons ook dat de Joden
tijdens de Babylonische gevangenschap

237
00:14:43,590 --> 00:14:47,010
een soort maatschappelijke structuur
mochten hebben met oudsten,

238
00:14:47,010 --> 00:14:50,730
dat wil zeggen erkende
leiders van hun gemeenschap.

239
00:14:50,730 --> 00:14:54,390
Het lijkt erop dat de Joden
tijdens de ballingschap in Babylon

240
00:14:54,390 --> 00:14:58,170
een zekere mate van vrijheid hadden,
al was dat voor hen natuurlijk

241
00:14:58,170 --> 00:14:59,670
niet goed genoeg.

242
00:14:59,670 --> 00:15:03,570
Als je Psalm 137 leest,
is het heel duidelijk

243
00:15:03,570 --> 00:15:06,510
dat de gevangenschap hun heel zwaar viel.

244
00:15:06,510 --> 00:15:11,250
Dat ze zo ver van Sion waren
weggevoerd, was heel moeilijk voor hen.

245
00:15:11,250 --> 00:15:15,390
Je kunt, als je wilt, Psalm 137 lezen

246
00:15:15,390 --> 00:15:19,410
om te zien hoe de Joden tegenover
hun gevangenschap stonden.

247
00:15:19,410 --> 00:15:25,770
Psalm 137 is geschreven door een van
die Joden in gevangenschap. Er staat:

248
00:15:25,770 --> 00:15:32,010
Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij,
ook weenden wij als wij aan Sion dachten.

249
00:15:32,010 --> 00:15:35,430
Wij hadden onze harpen gehangen
aan de wilgen die daarbinnen zijn.

250
00:15:35,430 --> 00:15:40,110
Toen zij die ons gevangenhielden, daar
woorden van een lied van ons verlangden,

251
00:15:40,110 --> 00:15:43,830
en wie ons omvergeworpen
hadden, blijdschap:

252
00:15:43,830 --> 00:15:46,650
Zing voor ons een van
de liederen van Sion!

253
00:15:46,650 --> 00:15:51,870
zeiden wij: Hoe zouden wij een lied
van de HEERE zingen in een vreemd land?

254
00:15:51,870 --> 00:15:57,030
Als ik u vergeet, Jeruzalem, laat dan
mijn rechterhand zichzelf vergeten.

255
00:15:57,030 --> 00:16:01,650
Laat mijn tong vastkleven aan mijn
gehemelte, als ik niet aan u denk,

256
00:16:01,650 --> 00:16:06,510
als ik Jeruzalem niet doe uitstijgen
boven mijn hoogste blijdschap.

257
00:16:06,510 --> 00:16:07,830
Enzovoort.

258
00:16:07,830 --> 00:16:09,570
Zo voelden ze zich dus.

259
00:16:09,570 --> 00:16:14,070
De ballingen in Babylon verlangden
ernaar om thuis in Jeruzalem te zijn.

260
00:16:14,070 --> 00:16:17,250
Maar de situatie in
Babylon was bij lange na

261
00:16:17,250 --> 00:16:20,730
niet zo slecht als die voor
hen in Egypte was geweest.

262
00:16:20,730 --> 00:16:25,290
En dus kwamen de oudsten van de Joden
in Tel Aviv naar het huis van Ezechiël

263
00:16:25,290 --> 00:16:27,330
om de HEERE te raadplegen.

264
00:16:27,330 --> 00:16:32,310
Ook al kwamen ze daarvoor, dat betekent
niet dat het godvruchtige mannen waren.

265
00:16:32,310 --> 00:16:37,050
In de meeste gevallen had Ezechiël
zelfs een onaangenaam woord voor hen,

266
00:16:37,050 --> 00:16:39,570
een heel scherpe terechtwijzing.

267
00:16:39,570 --> 00:16:41,190
God zei tegen hem:

268
00:16:41,190 --> 00:16:45,810
Mensenkind, die mannen hebben hun
stinkgoden in hun hart doen opkomen en

269
00:16:45,810 --> 00:16:50,190
hebben het struikelblok van hun
ongerechtigheid vóór zich gezet.

270
00:16:50,190 --> 00:16:53,550
Zou Ik Mij dan werkelijk
door hen laten raadplegen?

271
00:16:53,550 --> 00:16:58,530
En hoewel de Joden volgens de profeten in
gevangenschap waren gestuurd vanwege hun

272
00:16:58,530 --> 00:17:02,070
afgoderij, die ze thuis
in Jeruzalem bedreven,

273
00:17:02,070 --> 00:17:05,490
bedreven ze blijkbaar
geen afgoderij in Babylon.

274
00:17:05,490 --> 00:17:08,370
De gevangenschap genas
hen van die ondeugd.

275
00:17:08,370 --> 00:17:12,330
Maar God wijst Ezechiël erop
dat ze in Babylon weliswaar niet

276
00:17:12,330 --> 00:17:18,030
openlijk afgoden aanbaden, maar toch nog
steeds afgoden in hun hart koesterden.

277
00:17:18,030 --> 00:17:23,250
En dus had God, Die de harten ziet,
nog steeds een hard woord voor hen.

278
00:17:23,250 --> 00:17:28,590
In hoofdstuk 33 maakt God Ezechiël
duidelijk dat de mensen wel naar hem toe

279
00:17:28,590 --> 00:17:31,290
kwamen om het woord van de HEERE te horen,

280
00:17:31,290 --> 00:17:36,090
maar geen enkele neiging hadden om
het woord van de HEERE te gehoorzamen.

281
00:17:36,090 --> 00:17:40,830
Hij zegt in Ezechiël 33,
vers 30 tot en met 33:

282
00:17:40,830 --> 00:17:44,610
En wat u betreft, mensenkind,
uw volksgenoten praten over

283
00:17:44,610 --> 00:17:48,210
u bij de muren en in de
deuropeningen van de huizen.

284
00:17:48,210 --> 00:17:52,590
De een praat met de ander, ieder
met zijn broeder: Kom toch,

285
00:17:52,590 --> 00:17:55,710
en hoor wat het woord is
dat van de HEERE uitgaat.

286
00:17:55,710 --> 00:17:59,130
En zij komen naar u toe
als een toestroom van volk,

287
00:17:59,130 --> 00:18:02,250
en gaan vóór u zitten als Mijn volk.

288
00:18:02,250 --> 00:18:05,310
Zij horen uw woorden, maar
zij handelen er niet naar,

289
00:18:05,310 --> 00:18:10,710
want zij nemen liefdevolle woorden in hun
mond, maar hun hart volgt hun winstbejag.

290
00:18:10,710 --> 00:18:13,710
En zie, u bent voor hen
als een liefdeslied,

291
00:18:13,710 --> 00:18:16,650
met een mooie klank en goed gespeeld.

292
00:18:16,650 --> 00:18:20,130
Zij horen uw woorden, maar
zij handelen er niet naar.

293
00:18:20,130 --> 00:18:25,350
Maar als het komt — en zie, het komt — dan
zullen zij weten dat er een profeet in hun

294
00:18:25,350 --> 00:18:26,790
midden geweest is.

295
00:18:26,790 --> 00:18:27,930
Dus Hij zegt:

296
00:18:27,930 --> 00:18:30,210
De mensen komen naar je luisteren.

297
00:18:30,210 --> 00:18:32,010
Ze moedigen elkaar aan:

298
00:18:32,010 --> 00:18:35,790
Laten we naar Ezechiël gaan om te
horen wat de Heer te zeggen heeft.

299
00:18:35,790 --> 00:18:38,610
Maar God zegt dat ze er
niet naar zullen handelen.

300
00:18:38,610 --> 00:18:42,390
Het is vermaak voor hen, een
onderbreking van de verveling.

301
00:18:42,390 --> 00:18:46,770
Het is alsof je luistert naar een man die
een mooi lied op een instrument speelt.

302
00:18:46,770 --> 00:18:49,290
Het is net alsof je naar een concert gaat.

303
00:18:49,290 --> 00:18:51,210
Je gaat erheen voor je vermaak.

304
00:18:51,210 --> 00:18:54,330
Je gaat er niet heen omdat je
wilt horen wat je moet doen.

305
00:18:54,330 --> 00:18:58,410
Je gaat erheen om jezelf te
dienen, niet om te leren hoe je

306
00:18:58,410 --> 00:19:00,270
jezelf moet verloochenen.

307
00:19:00,270 --> 00:19:02,430
Dat was wat die mensen deden.

308
00:19:02,430 --> 00:19:05,250
Ze kwamen naar Ezechiël
uit nieuwsgierigheid,

309
00:19:05,250 --> 00:19:08,970
uit een verlangen om te weten
wat God vervolgens zou zeggen,

310
00:19:08,970 --> 00:19:12,870
maar niet echt uit een verlangen
om de wil van God te doen.

311
00:19:12,870 --> 00:19:17,310
Dus hoewel de oudsten naar het huis van
Ezechiël kwamen om het woord van de Heere

312
00:19:17,310 --> 00:19:21,210
te horen, gehoorzaamden ze
het woord van de Heere niet.

313
00:19:21,210 --> 00:19:24,690
Onder de ballingen in
Babel waren valse profeten.

314
00:19:24,690 --> 00:19:27,090
Ezechiël spreekt zich tegen hen uit.

315
00:19:27,090 --> 00:19:29,670
Jeremia sprak zich tegen hen uit.

316
00:19:29,670 --> 00:19:33,750
Die valse profeten zeiden dat
Jeruzalem niet verwoest zou worden

317
00:19:33,750 --> 00:19:37,470
en dat de ballingen die al
naar Babel waren weggevoerd,

318
00:19:37,470 --> 00:19:41,130
spoedig vrijgelaten zouden
worden om weer naar huis te gaan.

319
00:19:41,130 --> 00:19:45,810
Deze hele afschuwelijke beproeving
zou spoedig voorbij zijn.

320
00:19:45,810 --> 00:19:49,530
God stond nog steeds aan hun kant,
en ze moesten zich helemaal niet

321
00:19:49,530 --> 00:19:51,090
in Babel vestigen.

322
00:19:51,090 --> 00:19:54,750
Ze moesten altijd klaarstaan
voor het moment waarop God

323
00:19:54,750 --> 00:19:57,570
hen zou vrijlaten om terug te gaan.

324
00:19:57,570 --> 00:20:01,770
Je herinnert je wel hoe Jeremia brieven
aan die ballingen had geschreven,

325
00:20:01,770 --> 00:20:05,010
want je hebt dat boek
zojuist helemaal bestudeerd.

326
00:20:05,010 --> 00:20:09,150
Bedenk dat hij nog in Jeruzalem was
toen deze ballingen werden weggevoerd.

327
00:20:09,150 --> 00:20:11,190
Hij bleef daar tot het einde.

328
00:20:11,190 --> 00:20:14,730
Hij schreef hun dat ze zich
daar gerust moesten vestigen,

329
00:20:14,730 --> 00:20:19,350
het land moesten bewerken, hun huizen
moesten inrichten en kinderen moesten

330
00:20:19,350 --> 00:20:23,130
krijgen, enzovoort, omdat
ze daar lang zouden blijven.

331
00:20:23,130 --> 00:20:27,090
Maar de valse profeten onder
de ballingen zeiden: ‘Nee,

332
00:20:27,090 --> 00:20:31,110
Jeruzalem zal niet verwoest worden
en zal spoedig hersteld worden.’

333
00:20:31,110 --> 00:20:35,490
Dat is natuurlijk de achtergrond van
een groot deel van Ezechiëls profetieën.

334
00:20:35,490 --> 00:20:39,330
De hoofdstukken 1 tot en met 24,
de eerste helft van het boek,

335
00:20:39,330 --> 00:20:42,270
zijn uitgesproken voordat Jeruzalem viel.

336
00:20:42,270 --> 00:20:46,650
Ze beschrijven bijna allemaal de
toekomstige ondergang van Jeruzalem.

337
00:20:46,650 --> 00:20:50,730
Zijn woorden stonden lijnrecht
tegenover die van de valse profeten,

338
00:20:50,730 --> 00:20:55,290
omdat hij de stad onheil profeteerde,
terwijl de anderen dat niet deden.

339
00:20:55,290 --> 00:20:57,450
Er verstreken zes jaar vanaf het moment

340
00:20:57,450 --> 00:21:01,950
waarop hij begon te profeteren tot
het moment waarop Jeruzalem viel.

341
00:21:01,950 --> 00:21:06,090
Ezechiël had een vrouw, en in het
negende jaar van zijn gevangenschap,

342
00:21:06,090 --> 00:21:10,230
toen hij dus 34 jaar oud
was, stierf zijn vrouw.

343
00:21:10,230 --> 00:21:12,810
Dat was geen ongeluk of toeval.

344
00:21:12,810 --> 00:21:15,690
Het was blijkbaar een daad van God.

345
00:21:15,690 --> 00:21:20,010
Het viel samen met de belegering
van Jeruzalem door Nebukadnezar,

346
00:21:20,010 --> 00:21:24,450
de laatste belegering die tot de
verwoesting van de stad zou leiden.

347
00:21:24,450 --> 00:21:30,330
De dood van Ezechiëls vrouw stond symbool
voor de dood van Jeruzalem, Gods vrouw.

348
00:21:30,330 --> 00:21:34,230
Ezechiël kreeg te horen dat hij
niet om zijn vrouw mocht rouwen.

349
00:21:34,230 --> 00:21:38,010
Waarom hij niet om haar mocht
rouwen, is niet helemaal duidelijk,

350
00:21:38,010 --> 00:21:40,770
en verschillende mensen
denken daar verschillend over.

351
00:21:40,770 --> 00:21:45,390
Maar het heeft blijkbaar te maken met
het feit dat God niet echt zou rouwen,

352
00:21:45,390 --> 00:21:50,370
of in ieder geval dat Jeruzalem het niet
waard was dat er om haar gerouwd werd

353
00:21:50,370 --> 00:21:52,770
vanwege de verwoesting die haar trof.

354
00:21:52,770 --> 00:21:56,850
Hoe dan ook, het is interessant
dat zijn vrouw hier in beeld komt.

355
00:21:56,850 --> 00:22:01,050
Bij veel profeten wordt hun
huwelijk of hun gehuwde staat

356
00:22:01,050 --> 00:22:03,030
beïnvloed door hun roeping.

357
00:22:03,030 --> 00:22:06,930
Je herinnert je hoe Jesaja
met een profetes getrouwd was.

358
00:22:06,930 --> 00:22:10,230
Zij schonk hem enkele kinderen
die symbolische namen hadden,

359
00:22:10,230 --> 00:22:15,030
en de geboorte van zijn kinderen was,
zoals hij zei, een teken voor Israël.

360
00:22:15,030 --> 00:22:19,110
Jeremia kreeg van God te horen
dat hij niet mocht trouwen.

361
00:22:19,110 --> 00:22:22,590
Ezechiëls vrouw stierf,
en dat was een teken.

362
00:22:22,590 --> 00:22:24,930
Het was een profetisch teken.

363
00:22:24,930 --> 00:22:29,610
Hosea, die we al bestudeerd hebben, moest
trouwen met een vrouw die hem ontrouw zou

364
00:22:29,610 --> 00:22:33,330
zijn, zodat zijn huwelijkssituatie
de verhouding tussen God en Zijn

365
00:22:33,330 --> 00:22:34,950
volk zou weerspiegelen.

366
00:22:34,950 --> 00:22:39,930
Dus heel vaak was iemands gezinssituatie,
zijn huwelijk of het ontbreken daarvan,

367
00:22:39,930 --> 00:22:44,970
niet zomaar toeval, maar iets wat God
gebruikte als onderdeel van zijn roeping.

368
00:22:44,970 --> 00:22:48,750
De roeping van een profeet
omvatte elk deel van zijn leven.

369
00:22:48,750 --> 00:22:52,470
Hij was niet zomaar een man die op
zondagochtend een preek voorbereidde,

370
00:22:52,470 --> 00:22:56,730
die ging houden en vervolgens de rest
van de tijd kon doen wat hij wilde.

371
00:22:56,730 --> 00:23:02,130
De boodschap die hij had, brandde in hem
en beïnvloedde elk aspect van zijn leven,

372
00:23:02,130 --> 00:23:05,850
ook zijn burgerlijke staat, de
manier waarop hij at en de manier

373
00:23:05,850 --> 00:23:06,750
waarop hij sliep.

374
00:23:06,750 --> 00:23:10,530
Zoals je kunt zien als je de eerste
hoofdstukken van Ezechiël leest,

375
00:23:10,530 --> 00:23:16,110
werd Ezechiël in elk aspect van zijn
leven sterk door zijn boodschap beïnvloed.

376
00:23:16,110 --> 00:23:20,490
De profetieën van Ezechiël zijn
gedateerd, de meeste ervan,

377
00:23:20,490 --> 00:23:22,770
of in ieder geval veel ervan.

378
00:23:22,770 --> 00:23:26,550
En die datering wordt altijd gerekend
vanaf het jaar waarin Jojachin

379
00:23:26,550 --> 00:23:28,230
in gevangenschap ging.

380
00:23:28,230 --> 00:23:33,030
Dat was blijkbaar het jaar waarin
hij zelf ook in gevangenschap ging.

381
00:23:33,030 --> 00:23:37,290
Deze profetieën beslaan een
periode van minstens 22 jaar

382
00:23:37,290 --> 00:23:39,510
vanaf het moment van zijn roeping.

383
00:23:39,510 --> 00:23:44,190
De datum van de laatste gedateerde
profetie wordt genoemd in hoofdstuk

384
00:23:44,190 --> 00:23:46,590
29, vers 17.

385
00:23:46,590 --> 00:23:50,910
Die datum is het zevenentwintigste
jaar van de gevangenschap.

386
00:23:50,910 --> 00:23:56,310
Dat zou betekenen dat het ongeveer 22
jaar na de roeping van de profeet was.

387
00:23:56,310 --> 00:23:59,130
Als hij 30 jaar oud was
toen hij geroepen werd,

388
00:23:59,130 --> 00:24:02,370
zou hij dus ongeveer 52 jaar oud zijn

389
00:24:02,370 --> 00:24:06,810
in het jaar waarin hij zijn laatste
gedateerde profetie uitsprak.

390
00:24:06,810 --> 00:24:10,530
Nu kan hij daarna nog andere
profetieën hebben uitgesproken,

391
00:24:10,530 --> 00:24:15,030
maar we weten dat hij minstens 22
jaar een bediening heeft gehad.

392
00:24:15,030 --> 00:24:19,950
Die begon toen hij 30 jaar oud was
en duurde in ieder geval totdat hij

393
00:24:19,950 --> 00:24:21,690
52 jaar of ouder was.

394
00:24:21,690 --> 00:24:25,410
Er is veel aan de bediening van
Ezechiël dat moeilijk te begrijpen is.

395
00:24:25,410 --> 00:24:29,850
Naar mijn mening is Ezechiël het
moeilijkste boek van het Oude Testament.

396
00:24:29,850 --> 00:24:34,470
En in het Nieuwe Testament zou Openbaring
volgens mij het moeilijkste boek zijn.

397
00:24:34,470 --> 00:24:36,810
Deze twee boeken hebben veel gemeen.

398
00:24:36,810 --> 00:24:41,190
Het boek Ezechiël wordt in het Nieuwe
Testament namelijk heel vaak geciteerd,

399
00:24:41,190 --> 00:24:44,130
of er wordt in het Nieuwe
Testament op gezinspeeld.

400
00:24:44,130 --> 00:24:47,610
Het boek Ezechiël wordt 65 keer geciteerd

401
00:24:47,610 --> 00:24:50,490
of aangehaald door middel
van een toespeling,

402
00:24:50,490 --> 00:24:54,390
en 48 van die keren zijn
in het boek Openbaring.

403
00:24:54,390 --> 00:24:57,510
Er staan in het Nieuwe
Testament 65 citaten uit

404
00:24:57,510 --> 00:25:00,210
of toespelingen op het boek Ezechiël.

405
00:25:00,210 --> 00:25:04,170
Je ziet dus dat het gedachtegoed
van Ezechiël sterk verweven is

406
00:25:04,170 --> 00:25:08,490
met het gedachtegoed van het Nieuwe
Testament, vooral in het boek Openbaring,

407
00:25:08,490 --> 00:25:10,590
waarin er 48 staan.

408
00:25:10,590 --> 00:25:14,010
Aangezien het boek Openbaring
maar 22 hoofdstukken heeft,

409
00:25:14,010 --> 00:25:16,770
zie je dat er in Openbaring
gemiddeld meer dan

410
00:25:16,770 --> 00:25:20,010
twee toespelingen op
Ezechiël per hoofdstuk staan.

411
00:25:20,010 --> 00:25:24,750
Om Openbaring te begrijpen, zouden we
verwachten dat het nuttig is om eerst

412
00:25:24,750 --> 00:25:26,490
Ezechiël te begrijpen.

413
00:25:26,490 --> 00:25:30,450
Er zijn veel mensen die graag boeken
over Openbaring willen schrijven.

414
00:25:30,450 --> 00:25:34,290
Er zijn de laatste tijd tientallen,
vele tientallen boeken over het

415
00:25:34,290 --> 00:25:36,390
boek Openbaring geschreven.

416
00:25:36,390 --> 00:25:39,690
Maar heel weinig auteurs die
over Openbaring schrijven,

417
00:25:39,690 --> 00:25:42,810
hebben ook boeken over
Ezechiël gepubliceerd.

418
00:25:42,810 --> 00:25:47,010
Het is eigenlijk heel moeilijk om
goede boeken over Ezechiël te vinden,

419
00:25:47,010 --> 00:25:48,690
omdat het een moeilijk boek is.

420
00:25:48,690 --> 00:25:52,890
Zelfs de betere geleerden die ik
heb proberen te raadplegen om meer

421
00:25:52,890 --> 00:25:57,150
inzicht in het boek te krijgen, lijken
niet te weten hoe ze bepaalde dingen in

422
00:25:57,150 --> 00:26:00,030
het boek Ezechiël moeten uitleggen.

423
00:26:00,030 --> 00:26:01,950
Er staan moeilijke dingen in.

424
00:26:01,950 --> 00:26:06,150
In sommige gevallen is het
moeilijk te weten wat hij zegt.

425
00:26:06,150 --> 00:26:11,070
Maar we moeten beseffen dat veel van
Ezechiëls profetieën werden uitgebeeld,

426
00:26:11,070 --> 00:26:15,630
en wij zijn in het nadeel doordat we
hem ze niet kunnen zien uitbeelden.

427
00:26:15,630 --> 00:26:18,630
In de meeste gevallen wordt
beschreven wat hij deed,

428
00:26:18,630 --> 00:26:23,130
maar die beschrijving is niet volledig
genoeg om het helemaal te begrijpen.

429
00:26:23,130 --> 00:26:25,650
Naar sommige dingen moeten we gissen.

430
00:26:25,650 --> 00:26:30,870
Hij krijgt te horen dat hij 390
dagen op één zij moet liggen.

431
00:26:30,870 --> 00:26:35,430
Betekent dat 24 uur per
dag, 390 dagen lang?

432
00:26:35,430 --> 00:26:38,970
Of betekent het alleen dat hij,
wanneer hij 's nachts sliep,

433
00:26:38,970 --> 00:26:42,450
op die zij lag in plaats
van in een andere houding?

434
00:26:42,450 --> 00:26:47,190
Of betekent het dat hij op bepaalde uren
van de dag naar buiten ging en in het

435
00:26:47,190 --> 00:26:51,270
openbaar op één zij ging liggen,
waar mensen hem konden zien?

436
00:26:51,270 --> 00:26:53,670
Het moest tenslotte iets uitbeelden.

437
00:26:53,670 --> 00:26:55,830
Maar dat wordt ons niet verteld.

438
00:26:55,830 --> 00:27:02,730
Het enige wat ons wordt verteld, is dat
hij 390 dagen op één zij lag en daarna

439
00:27:02,730 --> 00:27:04,890
40 dagen op de andere zij.

440
00:27:04,890 --> 00:27:08,070
Maar zoals ik al zei, als
we erbij waren geweest,

441
00:27:08,070 --> 00:27:11,310
hadden we precies kunnen
zien hoe dit werd uitgevoerd.

442
00:27:11,310 --> 00:27:16,410
Of dit alleen 's nachts was, of de hele
dag, of een bepaald deel van de dag.

443
00:27:16,410 --> 00:27:20,250
Hetzelfde geldt voor het speciale
voedsel dat hij moest eten.

444
00:27:20,250 --> 00:27:23,250
We weten niet of dat het
enige voedsel was dat hij at,

445
00:27:23,250 --> 00:27:27,390
of dat hij dit voedsel alleen in het
openbaar at om iets uit te beelden.

446
00:27:27,390 --> 00:27:28,950
Het was symbolisch.

447
00:27:28,950 --> 00:27:33,090
Als je tot in het vierde of vijfde
hoofdstuk van Ezechiël hebt gelezen,

448
00:27:33,090 --> 00:27:35,190
weet je al waar ik het hier over heb.

449
00:27:35,190 --> 00:27:39,810
Maar dit is vaak het geval wanneer
Ezechiël te horen kreeg dat hij iets moest

450
00:27:39,810 --> 00:27:43,770
doen en uitbeelden: we krijgen
er op schrift alleen heel

451
00:27:43,770 --> 00:27:45,870
summiere informatie over.

452
00:27:45,870 --> 00:27:50,670
Zijn tijdgenoten hadden het voordeel dat
ze hem het daadwerkelijk hadden zien doen.

453
00:27:50,670 --> 00:27:55,290
Daarom zouden zijn profetieën voor
hen begrijpelijker zijn dan voor ons.

454
00:27:55,290 --> 00:27:59,970
Wij blijven zitten met een aantal grote
gaten in onze kennis van wat hij deed en

455
00:27:59,970 --> 00:28:01,770
wat hij ermee bedoelde.

456
00:28:01,770 --> 00:28:05,731
Er is minstens één keer dat
Ezechiël werd overgebracht —

457
00:28:05,731 --> 00:28:09,990
of het in het lichaam of buiten
het lichaam gebeurde, weet ik niet;

458
00:28:09,990 --> 00:28:11,250
God weet het.

459
00:28:11,250 --> 00:28:16,590
Maar hij werd vanuit Tel Aviv, vanuit
zijn huis, naar Jeruzalem overgebracht.

460
00:28:16,590 --> 00:28:21,870
De Heere pakte hem bij zijn haar op,
staat er, en bracht hem naar Jeruzalem.

461
00:28:21,870 --> 00:28:26,430
Daar zag hij bepaalde dingen, en hij groef
daadwerkelijk door de muur van de tempel

462
00:28:26,430 --> 00:28:27,810
en dat soort dingen.

463
00:28:27,810 --> 00:28:32,250
Of dit allemaal in een geestvervoering
gebeurde, in een visioen,

464
00:28:32,250 --> 00:28:36,810
of dat hij er letterlijk lichamelijk
naartoe ging, is niet helemaal duidelijk.

465
00:28:36,810 --> 00:28:40,350
Maar sommige van zijn profetieën
worden dus tot de inwoners

466
00:28:40,350 --> 00:28:42,750
van Jeruzalem uitgesproken.

467
00:28:42,750 --> 00:28:45,690
Dat betekent niet dat de
inwoners van Jeruzalem

468
00:28:45,690 --> 00:28:48,690
ze noodzakelijkerwijs ooit hebben gehoord.

469
00:28:48,690 --> 00:28:53,010
We weten natuurlijk dat veel profeten
tegen vreemde volken profeteerden,

470
00:28:53,010 --> 00:28:55,350
maar er waarschijnlijk
nooit naartoe gingen.

471
00:28:55,350 --> 00:29:00,270
Hun profetieën werden opgeschreven, en
toen die vreemde volken ten val kwamen,

472
00:29:00,270 --> 00:29:02,850
bleek dat die profetieën juist waren.

473
00:29:02,850 --> 00:29:05,850
Maar die profetieën vormen
eigenlijk geen daadwerkelijke

474
00:29:05,850 --> 00:29:07,590
waarschuwing voor die volken.

475
00:29:07,590 --> 00:29:11,971
Het is namelijk niet waarschijnlijk dat
de profeten naar al die volken gingen —

476
00:29:11,971 --> 00:29:18,030
naar Ammon en Moab en naar de Filistijnen
en naar Tyrus en naar Babylonië en naar

477
00:29:18,030 --> 00:29:21,630
Assyrië — en al die profetieën uitspraken.

478
00:29:21,630 --> 00:29:25,470
Het is waarschijnlijker dat de profetieën
grotendeels werden opgeschreven voor

479
00:29:25,470 --> 00:29:30,030
degenen die ze konden horen, dus
de mensen in hun eigen omgeving.

480
00:29:30,030 --> 00:29:34,170
En om, wanneer die profetieën
uitkwamen, te laten zien

481
00:29:34,170 --> 00:29:37,650
dat God had geweten dat
deze dingen zouden gebeuren.

482
00:29:37,650 --> 00:29:40,890
Wanneer hij tegen de inwoners
van Jeruzalem profeteert,

483
00:29:40,890 --> 00:29:43,950
betekent dat niet
noodzakelijk dat ze hem horen.

484
00:29:43,950 --> 00:29:48,810
Hij wordt in een visioen of op een andere
manier naar Jeruzalem overgebracht,

485
00:29:48,810 --> 00:29:54,690
en hij ziet dingen, gruwelen die Gods
aanklacht tegen Jeruzalem vormen en Zijn

486
00:29:54,690 --> 00:29:56,970
reden om Jeruzalem te verwoesten.

487
00:29:56,970 --> 00:29:59,010
Maar het is niet duidelijk of de

488
00:29:59,010 --> 00:30:03,750
profetieën die worden uitgesproken ooit
door de mensen van Jeruzalem zijn gehoord.

489
00:30:03,750 --> 00:30:06,630
Ezechiël heeft vier visioenen gehad.

490
00:30:06,630 --> 00:30:11,550
Het boek Ezechiël heeft bepaalde aspecten
die het tot een van de moeilijkst te lezen

491
00:30:11,550 --> 00:30:15,810
boeken maken, en andere die
het tot het kleurrijkste maken.

492
00:30:15,810 --> 00:30:19,710
Een van die kleurrijke
aspecten is dat zijn profetieën

493
00:30:19,710 --> 00:30:22,290
zoveel verschillende vormen aannamen.

494
00:30:22,290 --> 00:30:24,270
Hij had vier visioenen.

495
00:30:24,270 --> 00:30:28,770
Er waren vier uitgebeelde profetieën,
en daarnaast bracht hij nog

496
00:30:28,770 --> 00:30:30,570
andere soorten profetieën.

497
00:30:30,570 --> 00:30:33,150
Dit waren de vier visioenen.

498
00:30:33,150 --> 00:30:37,650
In hoofdstuk 1 zag hij een
visioen van Gods wagen en troon.

499
00:30:37,650 --> 00:30:39,690
Daar gaat hoofdstuk 1 over.

500
00:30:39,690 --> 00:30:41,790
Dat is zijn eerste visioen.

501
00:30:41,790 --> 00:30:46,110
Zijn tweede visioen beslaat
hoofdstuk 8 tot en met 11.

502
00:30:46,110 --> 00:30:50,850
Daar wordt hij naar Jeruzalem overgebracht
en ziet hij de gruwelen van Jeruzalem.

503
00:30:50,850 --> 00:30:55,710
Aan het einde van dit visioen ziet hij
de heerlijkheid van de HEERE uit het huis

504
00:30:55,710 --> 00:30:57,270
van God vertrekken.

505
00:30:57,270 --> 00:31:00,870
Het tweede visioen, in
hoofdstuk 8 tot en met 11,

506
00:31:00,870 --> 00:31:04,950
gaat dus over de gruwelen van Jeruzalem
en het vertrek van de heerlijkheid

507
00:31:04,950 --> 00:31:06,330
uit de tempel.

508
00:31:06,330 --> 00:31:10,050
Het derde visioen staat in hoofdstuk 37.

509
00:31:10,050 --> 00:31:14,430
Dit is het bekendste, het meest
vertrouwde van de visioenen die hij had.

510
00:31:14,430 --> 00:31:18,930
Dat is het visioen van de dorre
beenderen, die, terwijl hij toekeek,

511
00:31:18,930 --> 00:31:21,270
zich tot lichamen samenvoegden.

512
00:31:21,270 --> 00:31:24,870
Het was een beeld van het herstel
van de ballingen in hun eigen land.

513
00:31:24,870 --> 00:31:27,270
Dat was hoofdstuk 37.

514
00:31:27,270 --> 00:31:31,530
Het laatste visioen beslaat
de laatste negen hoofdstukken,

515
00:31:31,530 --> 00:31:34,530
hoofdstuk 40 tot en met 48.

516
00:31:34,530 --> 00:31:36,810
Dat is een visioen van een tempel.

517
00:31:36,810 --> 00:31:42,030
Ik zeg ‘een tempel’, omdat niemand
helemaal zeker weet welke tempel het is.

518
00:31:42,030 --> 00:31:45,990
Het is een heel lange, heel
gedetailleerde beschrijving,

519
00:31:45,990 --> 00:31:51,450
minstens zo gedetailleerd als de
beschrijving van de tabernakel in Exodus.

520
00:31:51,450 --> 00:31:56,970
Daarom is het om dezelfde redenen net zo
moeilijk om door te lezen als die passage.

521
00:31:56,970 --> 00:32:00,030
Er worden afmetingen gegeven enzovoort.

522
00:32:00,030 --> 00:32:03,930
Maar niemand weet helemaal
zeker welke tempel hij zag.

523
00:32:03,930 --> 00:32:08,730
Het lijkt niet de tempel te zijn
die Zerubbabel na deze tijd bouwde.

524
00:32:08,730 --> 00:32:12,510
Het lijkt geen enkele tempel
te zijn die ooit gebouwd is.

525
00:32:12,510 --> 00:32:15,690
Daarom zijn er verschillende theorieën
naar voren gebracht over welke

526
00:32:15,690 --> 00:32:17,130
tempel hij zag.

527
00:32:17,130 --> 00:32:20,670
Daar zullen we over praten wanneer
we bij die hoofdstukken komen.

528
00:32:20,670 --> 00:32:24,870
Maar dat zijn zijn vier visioenen:
het visioen in hoofdstuk 1

529
00:32:24,870 --> 00:32:27,810
van de heerlijkheid van de
wagen van de troon van God;

530
00:32:27,810 --> 00:32:33,210
het tweede visioen in hoofdstuk 8 tot
en met 11 van de gruwel van Jeruzalem

531
00:32:33,210 --> 00:32:36,330
en het vertrek van de
heerlijkheid uit het huis van God;

532
00:32:36,330 --> 00:32:40,230
het visioen van de dorre
beenderen in hoofdstuk 37;

533
00:32:40,230 --> 00:32:44,970
en het visioen van de tempel
in hoofdstuk 40 tot en met 48.

534
00:32:44,970 --> 00:32:48,570
Dat vormt maar een deel van de
profetieën van Ezechiël, maar dat zijn

535
00:32:48,570 --> 00:32:51,150
belangrijke, grote visioenen.

536
00:32:51,150 --> 00:32:54,570
We zullen het boek Ezechiël
thematisch behandelen.

537
00:32:54,570 --> 00:32:57,570
Ik ga niet vers voor vers
door het hele boek heen,

538
00:32:57,570 --> 00:32:59,850
alleen van hoofdstuk naar hoofdstuk.

539
00:32:59,850 --> 00:33:02,190
Daar zijn verschillende redenen voor.

540
00:33:02,190 --> 00:33:07,410
Een daarvan is dat het erg eentonig
wordt als we dat doen, en erg herhalend.

541
00:33:07,410 --> 00:33:10,950
Ezechiël valt in veel
opzichten in herhaling.

542
00:33:10,950 --> 00:33:15,990
Binnen één zin, binnen één vers,
kan hij buitengewoon veel herhalen.

543
00:33:15,990 --> 00:33:18,690
Dat zul je al merken in
de gedeelten uit de eerste

544
00:33:18,690 --> 00:33:21,030
drie hoofdstukken waar
we aan toe zullen komen.

545
00:33:21,030 --> 00:33:24,690
Hij zegt iets, en het kost hem
veel meer tijd om het te zeggen

546
00:33:24,690 --> 00:33:26,790
dan je zou denken dat nodig is.

547
00:33:26,790 --> 00:33:30,210
Hij herhaalt bepaalde uitdrukkingen
telkens weer in één zin,

548
00:33:30,210 --> 00:33:32,430
waardoor het erg moeizaam leest.

549
00:33:32,430 --> 00:33:35,610
Het is bijna alsof je de
Amplified Bible leest,

550
00:33:35,610 --> 00:33:38,130
alleen misschien wat meer geïnspireerd.

551
00:33:38,130 --> 00:33:41,370
Maar door zijn herhalingen
is het eentonige lectuur.

552
00:33:41,370 --> 00:33:44,130
Dan zijn er bepaalde
uitdrukkingen die heel,

553
00:33:44,130 --> 00:33:46,290
heel vaak in het boek worden herhaald.

554
00:33:46,290 --> 00:33:48,270
Bijvoorbeeld de uitdrukking:

555
00:33:48,270 --> 00:33:51,030
‘Ze zullen weten dat Ik Jehovah ben.’

556
00:33:51,030 --> 00:33:54,570
Of: ‘Ze zullen weten dat Ik de HEERE ben.’

557
00:33:54,570 --> 00:33:58,590
Die uitdrukking komt meer dan
zeventig keer in het boek voor.

558
00:33:58,590 --> 00:34:04,110
Ook wordt de term ‘mensenkind’ meer
dan negentig keer in het boek herhaald.

559
00:34:04,110 --> 00:34:07,530
De kerngedachte lijkt die te
zijn die ik zojuist noemde:

560
00:34:07,530 --> 00:34:10,470
Ze zullen weten dat Ik Jehovah ben.

561
00:34:10,470 --> 00:34:16,170
Dat komt inderdaad heel vaak terug, en dat
lijkt het hoofdthema van het boek te zijn.

562
00:34:16,170 --> 00:34:20,070
Negenentwintig keer wordt deze uitspraak
gedaan in verband met het komende

563
00:34:20,070 --> 00:34:22,110
oordeel over Jeruzalem.

564
00:34:22,110 --> 00:34:26,190
Terwijl hij bepaalde straffen beschrijft
die over de stad Jeruzalem komen,

565
00:34:26,190 --> 00:34:27,750
voegt hij ertussenin:

566
00:34:27,750 --> 00:34:31,650
En dan zullen ze weten dat Ik Jehovah ben.

567
00:34:31,650 --> 00:34:33,330
Negenentwintig keer.

568
00:34:33,330 --> 00:34:35,610
Vierentwintig keer wordt
die uitspraak gedaan

569
00:34:35,610 --> 00:34:39,090
terwijl hij het oordeel over
de heidense volken bespreekt.

570
00:34:39,090 --> 00:34:44,250
Wanneer hij Zijn oordeel over de heidense
volken beschrijft, voegt hij ertussenin:

571
00:34:44,250 --> 00:34:47,790
En ze zullen weten dat Ik Jehovah ben.

572
00:34:47,790 --> 00:34:49,050
Vierentwintig keer.

573
00:34:49,050 --> 00:34:53,790
Dan komt de uitdrukking in zijn profetieën
die het herstel en de zegen van het Israël

574
00:34:53,790 --> 00:34:56,970
van God voorspellen nog
zeventien keer voor:

575
00:34:56,970 --> 00:35:00,450
En ze zullen weten dat Ik Jehovah ben.

576
00:35:00,450 --> 00:35:05,550
Dit vertelt ons enkele interessante dingen
die God wil dat mensen over Hem weten.

577
00:35:05,550 --> 00:35:11,070
Allereerst dat Hij een heilige God
is, Die zonde onder Zijn volk straft.

578
00:35:11,070 --> 00:35:15,330
Negenentwintig keer beschrijft hij hoe Hij
Zijn volk voor hun zonden gaat straffen,

579
00:35:15,330 --> 00:35:18,450
en zij zullen weten dat Hij Jehovah is.

580
00:35:18,450 --> 00:35:24,210
Met andere woorden, ze zullen weten dat
Jehovah een God is Die zulke dingen doet,

581
00:35:24,210 --> 00:35:29,070
Die Zijn wet handhaaft en gerechtigheid
onder Zijn volk handhaaft.

582
00:35:29,070 --> 00:35:33,150
Dan zijn er die vierentwintig keer
dat dit genoemd wordt in verband met

583
00:35:33,150 --> 00:35:35,310
Zijn oordeel over de volken.

584
00:35:35,310 --> 00:35:40,590
Dit benadrukt dat Jehovah niet zomaar
een van de plaatselijke goden is,

585
00:35:40,590 --> 00:35:44,070
zoals mensen in die dagen
doorgaans over de goden dachten,

586
00:35:44,070 --> 00:35:47,730
maar dat Hij de universele
God over de volken is.

587
00:35:47,730 --> 00:35:50,850
Zijn soevereiniteit is universeel.

588
00:35:50,850 --> 00:35:53,130
Hij oordeelt ook andere volken.

589
00:35:53,130 --> 00:35:56,550
Alle volken moeten zich
tegenover Hem verantwoorden.

590
00:35:56,550 --> 00:36:00,450
En hierdoor, door Zijn oordeel
over de heidense volken,

591
00:36:00,450 --> 00:36:03,630
zullen zij weten dat Hij Jehovah is.

592
00:36:03,630 --> 00:36:07,950
En zij zullen weten dat Jehovah
soeverein is over de hele wereld,

593
00:36:07,950 --> 00:36:09,930
niet alleen over de Joden.

594
00:36:09,930 --> 00:36:13,350
In de profetieën die het
herstel en de zegen beschrijven,

595
00:36:13,350 --> 00:36:19,350
betekent ‘Ze zullen weten dat Hij Jehovah
is’ dat zij zullen weten dat Jehovah

596
00:36:19,350 --> 00:36:24,210
de God is Die groot is in ontferming
en genade en barmhartigheid,

597
00:36:24,210 --> 00:36:27,330
omdat Hij wel straft, maar toch herstelt.

598
00:36:27,330 --> 00:36:31,830
Hoewel Hij daartoe op geen enkele
manier verplicht is, doet Hij het toch.

599
00:36:31,830 --> 00:36:35,430
Dus wat God door dit hele boek
heen vooral ter harte gaat,

600
00:36:35,430 --> 00:36:39,570
is dat mensen zullen weten dat Hij
Jehovah is en zullen weten wat voor

601
00:36:39,570 --> 00:36:41,310
God Jehovah is.

602
00:36:41,310 --> 00:36:44,070
Dat wordt in elk geval
vrij duidelijk gemaakt.

603
00:36:44,070 --> 00:36:46,830
Maar ook bepaalde thema's worden herhaald,

604
00:36:46,830 --> 00:36:49,590
vooral in de eerste
vierentwintig hoofdstukken.

605
00:36:49,590 --> 00:36:53,310
De thema's over de verwoesting
van Jeruzalem en de belegering

606
00:36:53,310 --> 00:36:55,230
enzovoort worden herhaald.

607
00:36:55,230 --> 00:36:59,190
Ze komen naar voren in verschillende
beeldende visioenen en beschrijvingen

608
00:36:59,190 --> 00:37:00,930
en handelingen van de profeet.

609
00:37:00,930 --> 00:37:03,870
Laat me je de algemene
indeling van het boek geven,

610
00:37:03,870 --> 00:37:06,150
en dan gaan we naar hoofdstuk 1.

611
00:37:06,150 --> 00:37:10,770
De eerste drie hoofdstukken geven ons
het openingsvisioen en de roeping van

612
00:37:10,770 --> 00:37:15,750
Ezechiël tot profeet, zoals veel
profeten hun roeping beschrijven.

613
00:37:15,750 --> 00:37:18,990
Jeremia doet dat in het eerste
hoofdstuk van zijn boek.

614
00:37:18,990 --> 00:37:22,530
Jesaja doet dat in het
zesde hoofdstuk van Jesaja.

615
00:37:22,530 --> 00:37:27,150
Hier hebben we drie hoofdstukken die de
omstandigheden beschrijven waarin deze

616
00:37:27,150 --> 00:37:31,890
man tot de profetische bediening werd
geroepen, hoofdstuk 1 tot en met 3.

617
00:37:31,890 --> 00:37:35,190
Dan voorspellen hoofdstuk 4 tot en met 24,

618
00:37:35,190 --> 00:37:38,790
die allemaal vóór de val van
Jeruzalem zijn uitgesproken,

619
00:37:38,790 --> 00:37:40,770
oordelen over Jeruzalem.

620
00:37:40,770 --> 00:37:43,410
Ze voorspellen de val van Jeruzalem.

621
00:37:43,410 --> 00:37:50,310
Vervolgens zijn Ezechiël 25 tot en met
35 profetieën tegen de heidense volken.

622
00:37:50,310 --> 00:37:52,950
Die komen na de val van Jeruzalem.

623
00:37:52,950 --> 00:37:56,730
Natuurlijk hoeft de profeet de val van
Jeruzalem niet meer te voorspellen,

624
00:37:56,730 --> 00:37:58,470
want het is nu gevallen.

625
00:37:58,470 --> 00:38:01,950
Nu richt hij zijn aandacht op
de heidense volken die zich

626
00:38:01,950 --> 00:38:07,770
verkneukelen over de val van Jeruzalem,
en hij profeteert ook hun verwoesting.

627
00:38:07,770 --> 00:38:11,070
Midden in dat gedeelte staan
twee hoofdstukken die niet op hun

628
00:38:11,070 --> 00:38:16,590
plaats lijken te staan, of één
in het bijzonder, hoofdstuk 34.

629
00:38:16,590 --> 00:38:21,390
Hoofdstuk 33 is eigenlijk een hoofdstuk
dat alleen maar gedeelten van andere

630
00:38:21,390 --> 00:38:23,190
plaatsen in het boek herhaalt.

631
00:38:23,190 --> 00:38:27,870
Dan is hoofdstuk 34 een profetie
tegen de slechte herders van Israël

632
00:38:27,870 --> 00:38:31,830
en een profetie over de
komende Goede Herder, Jezus.

633
00:38:31,830 --> 00:38:34,950
Die twee staan ingeklemd
in het gedeelte dat over de

634
00:38:34,950 --> 00:38:36,990
ondergang van de heidense volken gaat.

635
00:38:36,990 --> 00:38:43,590
Dan hebben we vanaf hoofdstuk 36 tot
het einde, hoofdstuk 36 tot en met 48,

636
00:38:43,590 --> 00:38:47,670
profetieën over het herstel van het
volk, het herstel van de tempel,

637
00:38:47,670 --> 00:38:49,830
het herstel van de aanbidding.

638
00:38:49,830 --> 00:38:53,130
Dus we hebben de eerste vierentwintig
hoofdstukken over de ondergang van

639
00:38:53,130 --> 00:38:55,890
Jeruzalem, de volgende tien hoofdstukken

640
00:38:55,890 --> 00:38:58,830
voornamelijk over de
ondergang van heidense volken,

641
00:38:58,830 --> 00:39:05,370
en dan de laatste hoofdstukken, van 36 tot
en met 48, ongeveer dertien hoofdstukken,

642
00:39:05,370 --> 00:39:08,190
die over het herstel van Gods volk gaan.

643
00:39:08,190 --> 00:39:10,410
Laten we naar hoofdstuk 1 gaan.

644
00:39:10,410 --> 00:39:15,270
We hebben de eerste drie verzen al
gelezen, dus we beginnen bij vers 4.

645
00:39:15,270 --> 00:39:19,710
Hij was bij de rivier de Kebar,
een eindje van zijn huis vandaan.

646
00:39:19,710 --> 00:39:22,950
Wat hij daar deed, weten
we niet. Maar er staat:

647
00:39:22,950 --> 00:39:28,770
Toen zag ik, en zie, een stormwind
kwam uit het noorden, een grote wolk,

648
00:39:28,770 --> 00:39:32,070
flitsend vuur en een lichtglans eromheen.

649
00:39:32,070 --> 00:39:36,210
En uit het midden ervan kwam iets
als de schittering van edelmetaal,

650
00:39:36,210 --> 00:39:38,070
uit het midden van het vuur.

651
00:39:38,070 --> 00:39:43,230
Dit vers vertelt ons wat voor het eerst
zijn aandacht vestigde op iets ongewoons.

652
00:39:43,230 --> 00:39:46,470
Hij was op dat moment al vijf
jaar in gevangenschap en er was

653
00:39:46,470 --> 00:39:48,450
niets ongewoons gebeurd.

654
00:39:48,450 --> 00:39:52,530
Hij beschouwde zichzelf in die
vijf jaar niet als een profeet.

655
00:39:52,530 --> 00:39:56,730
Hij zou priester worden als hij
ooit naar Jeruzalem zou terugkeren.

656
00:39:56,730 --> 00:40:01,230
Daar zou hij priester zijn, maar hij kon
natuurlijk geen priester zijn in Babylon,

657
00:40:01,230 --> 00:40:05,670
omdat daar geen tempel was om in te
aanbidden of de offers in te brengen.

658
00:40:05,670 --> 00:40:09,210
Dus was hij vijf jaar lang gewoon
een van de gevangengenomen Joden.

659
00:40:09,210 --> 00:40:12,150
Maar bij deze gelegenheid
was hij toevallig buiten,

660
00:40:12,150 --> 00:40:16,770
waarschijnlijk aan het nadenken of
bidden, daar bij de rivier de Kebar,

661
00:40:16,770 --> 00:40:19,590
en zag hij iets ongewoons in het noorden.

662
00:40:19,590 --> 00:40:24,630
Het noorden is vanouds en symbolisch
de richting waaruit het oordeel kwam,

663
00:40:24,630 --> 00:40:27,150
tenminste in de gedachten van een Jood.

664
00:40:27,150 --> 00:40:31,530
De meeste vijanden vielen niet
vanuit het oosten of het westen aan.

665
00:40:31,530 --> 00:40:35,730
De reden dat ze niet vanuit het
westen kwamen, is heel duidelijk.

666
00:40:35,730 --> 00:40:38,850
Dan zouden ze over de
Middellandse Zee moeten komen.

667
00:40:38,850 --> 00:40:41,310
Ze zouden over zee moeten komen.

668
00:40:41,310 --> 00:40:45,690
Ze kwamen niet vanuit het oosten
omdat Jeruzalem, of Israël,

669
00:40:45,690 --> 00:40:49,350
aan de oostkant begrensd werd
door de rivier de Jordaan.

670
00:40:49,350 --> 00:40:53,370
En de Jordaan doorwaden zou niet
de gemakkelijkste manier zijn om

671
00:40:53,370 --> 00:40:54,630
aan te vallen.

672
00:40:54,630 --> 00:40:59,730
Daarom vielen de meeste volken,
behalve Egypte, vanuit het noorden aan.

673
00:40:59,730 --> 00:41:02,250
Ze trokken omhoog tot boven het land

674
00:41:02,250 --> 00:41:05,490
en kwamen dan vanuit het
noorden naar beneden.

675
00:41:05,490 --> 00:41:09,810
Babylon deed dit, Assyrië deed
dit, en de meeste volken die hen

676
00:41:09,810 --> 00:41:11,790
aanvielen, deden dit.

677
00:41:11,790 --> 00:41:17,070
Dus het noorden was historisch of
vanouds de richting die op oordeel wees.

678
00:41:17,070 --> 00:41:20,850
Hij zag in het noorden een
grote wolk, een wervelwind.

679
00:41:20,850 --> 00:41:25,830
Een wervelwind is soms een beeld voor
een leger dat komt en alles wegvaagt.

680
00:41:25,830 --> 00:41:29,910
We zien dat dit beeld gebruikt
wordt in Daniël hoofdstuk 11.

681
00:41:29,910 --> 00:41:33,810
We zien dat het later in
Ezechiël 38 gebruikt wordt,

682
00:41:33,810 --> 00:41:38,250
over Gog en Magog die als een
storm komen, als een wervelwind.

683
00:41:38,250 --> 00:41:41,070
Ik denk niet dat dit
geval een uitzondering is.

684
00:41:41,070 --> 00:41:45,390
Ik denk dat we er in zekere zin
een naderend leger in moeten zien,

685
00:41:45,390 --> 00:41:48,030
of zo lijkt het tenminste,
want het gaat verder.

686
00:41:48,030 --> 00:41:50,670
Eerst leek het gewoon op een wolk.

687
00:41:50,670 --> 00:41:54,690
Het leek gewoon een natuurverschijnsel,
misschien een windhoos,

688
00:41:54,690 --> 00:41:56,550
misschien een tornado.

689
00:41:56,550 --> 00:42:00,150
Maar toen hij beter keek, zag hij
iets in de wolk dat hij nog maar

690
00:42:00,150 --> 00:42:01,890
nauwelijks kon onderscheiden.

691
00:42:01,890 --> 00:42:03,930
Er was een schitterende kleur.

692
00:42:03,930 --> 00:42:08,790
In de Engelse vertaling die ik gebruik,
wordt die kleur ‘amber’ genoemd,

693
00:42:08,790 --> 00:42:11,670
maar dat is alleen maar
een gok van de vertaler.

694
00:42:11,670 --> 00:42:15,390
De HSV heeft hier ‘edelmetaal’.

695
00:42:15,390 --> 00:42:17,910
Het woord dat hier met
‘amber’ is vertaald,

696
00:42:17,910 --> 00:42:20,850
is een heel zeldzaam
woord in het Hebreeuws.

697
00:42:20,850 --> 00:42:24,930
Het komt vrijwel nergens anders
in de Hebreeuwse literatuur voor.

698
00:42:24,930 --> 00:42:27,870
Daarom weet niemand
precies wat het betekent.

699
00:42:27,870 --> 00:42:31,350
Maar de meeste nieuwe vertalingen
gaan ervan uit dat het om een

700
00:42:31,350 --> 00:42:33,390
metaalachtige kleur gaat.

701
00:42:33,390 --> 00:42:37,890
De Revised Standard Version vertaalt
het bijvoorbeeld met ‘bronze’,

702
00:42:37,890 --> 00:42:41,430
en de meeste nieuwe vertalers
zouden het daarmee eens zijn.

703
00:42:41,430 --> 00:42:44,370
Het was een metaalachtige
kleur die hij vanuit

704
00:42:44,370 --> 00:42:47,790
die wolk of die wervelwind
kon zien opflitsen.

705
00:42:47,790 --> 00:42:51,630
Het was in de verte, dus hij kon
het niet helemaal onderscheiden.

706
00:42:51,630 --> 00:42:55,770
Maar hij kon wel zien dat dit geen
gewoon natuurverschijnsel was,

707
00:42:55,770 --> 00:42:59,250
omdat daarbinnen iets
metaalachtigs flitste.

708
00:42:59,250 --> 00:43:03,090
En toen het duidelijker werd,
begon hij te zien wat het was.

709
00:43:03,090 --> 00:43:06,510
Ik zal je vóór de beschrijving
vertellen wat het was.

710
00:43:06,510 --> 00:43:09,990
Wat hij zag, was een
visioen van de strijdwagen,

711
00:43:09,990 --> 00:43:14,670
de metalen strijdwagen van God,
die naderde met Zijn troon erop.

712
00:43:14,670 --> 00:43:18,990
Dit stelde natuurlijk God voor,
Die kwam om oorlog te voeren,

713
00:43:18,990 --> 00:43:21,090
Die kwam om te oordelen.

714
00:43:21,090 --> 00:43:24,270
En dat is het karakter van
zijn vroege profetieën.

715
00:43:24,270 --> 00:43:28,470
Ze gaan allemaal over hoe God
kwam om Zijn volk te oordelen.

716
00:43:28,470 --> 00:43:34,410
De verzen 5 tot en met 14 beschrijven vier
groteske wezens die hij het eerst opmerkt,

717
00:43:34,410 --> 00:43:37,410
of in elk geval het eerst
beschrijft voordat hij de

718
00:43:37,410 --> 00:43:39,450
strijdwagen zelf beschrijft.

719
00:43:39,450 --> 00:43:43,830
Deze vier wezens droegen blijkbaar
de strijdwagen op hun vleugels.

720
00:43:43,830 --> 00:43:45,510
In vers 5 staat:

721
00:43:45,510 --> 00:43:49,890
Uit het midden daarvan kwam een
gedaante van vier levende wezens.

722
00:43:49,890 --> 00:43:53,730
Dit was hun uiterlijk: zij
hadden de gedaante van een mens.

723
00:43:53,730 --> 00:43:57,810
Ieder afzonderlijk had vier gezichten
en ieder afzonderlijk van hen

724
00:43:57,810 --> 00:43:59,850
had vier vleugels.

725
00:43:59,850 --> 00:44:04,170
Hun voeten waren rechte voeten en hun
voetzolen waren als de voetzolen van een

726
00:44:04,170 --> 00:44:08,370
kalf, glinsterend als de
schittering van gepolijst koper.

727
00:44:08,370 --> 00:44:12,930
Aan hun vier zijden, onder hun
vleugels, waren mensenhanden.

728
00:44:12,930 --> 00:44:16,770
Wat betreft hun gezichten en
hun vleugels gold van alle vier:

729
00:44:16,770 --> 00:44:19,230
Hun vleugels raakten elkaar.

730
00:44:19,230 --> 00:44:21,630
Zij draaiden zich niet
om wanneer zij gingen,

731
00:44:21,630 --> 00:44:24,090
zij gingen ieder recht voor zich uit.

732
00:44:24,090 --> 00:44:27,030
Hun gezicht leek op het
gezicht van een mens,

733
00:44:27,030 --> 00:44:30,030
bij alle vier van rechts
op de kop van een leeuw,

734
00:44:30,030 --> 00:44:33,030
bij alle vier van links
op de kop van een rund,

735
00:44:33,030 --> 00:44:36,210
en alle vier hadden zij
de kop van een arend.

736
00:44:36,210 --> 00:44:39,870
Hun gezichten en hun vleugels
waren naar boven uitgestrekt.

737
00:44:39,870 --> 00:44:42,570
Ieder had twee vleugels
die elkaar raakten,

738
00:44:42,570 --> 00:44:46,110
en ieder had twee vleugels
die hun lichaam bedekten.

739
00:44:46,110 --> 00:44:49,230
Blijkbaar uit nederigheid of zedigheid.

740
00:44:49,230 --> 00:44:51,630
Zij gingen ieder recht voor zich uit.

741
00:44:51,630 --> 00:44:55,290
Waar de Geest heen wilde
gaan, daarheen gingen zij.

742
00:44:55,290 --> 00:44:57,810
Zij draaiden zich niet
om wanneer zij gingen.

743
00:44:57,810 --> 00:45:00,990
Wat de gedaante van de
levende wezens betreft:

744
00:45:00,990 --> 00:45:05,910
hun uiterlijk was als brandende kolen in
het vuur, als het uiterlijk van fakkels.

745
00:45:05,910 --> 00:45:09,390
Dat vuur ging heen en weer
tussen de levende wezens.

746
00:45:09,390 --> 00:45:13,470
Het vuur had lichtglans en uit
het vuur schoot een bliksem.

747
00:45:13,470 --> 00:45:17,730
En de levende wezens schoten heen
en weer als een bliksemschicht.

748
00:45:17,730 --> 00:45:20,910
Het lijkt heel duidelijk dat
hij iets probeert te beschrijven

749
00:45:20,910 --> 00:45:22,770
wat onbeschrijfelijk is.

750
00:45:22,770 --> 00:45:26,550
Want deze beschrijving geeft je niet
echt een heel bevredigend beeld van

751
00:45:26,550 --> 00:45:27,810
wat hij zag.

752
00:45:27,810 --> 00:45:30,510
En zelfs als je het je
enigszins kunt voorstellen,

753
00:45:30,510 --> 00:45:35,250
kun je je niet indenken waar het in
vredesnaam over gaat of wat het betekent.

754
00:45:35,250 --> 00:45:37,350
Eén ding waar ik je meteen op wil wijzen,

755
00:45:37,350 --> 00:45:40,830
is hoe vaak de term
‘gelijkenis’ wordt gebruikt.

756
00:45:40,830 --> 00:45:45,750
In de Engelse tekst van vers 5 komen
de woorden voor ‘gelijkenis’ en

757
00:45:45,750 --> 00:45:48,210
‘uiterlijk’ meerdere keren voor.

758
00:45:48,210 --> 00:45:53,430
In het Nederlandse citaat staat voor
‘gelijkenis’ het woord ‘gedaante’.

759
00:45:53,430 --> 00:45:55,650
Het is een gelijkenis van iets.

760
00:45:55,650 --> 00:45:58,530
Het is niet zo dat we,
wanneer we naar de hemel gaan,

761
00:45:58,530 --> 00:46:03,030
noodzakelijkerwijs deze wezens met
vier gezichten en al zullen zien.

762
00:46:03,030 --> 00:46:06,690
Het is veeleer een afbeelding,
een beeldende voorstelling,

763
00:46:06,690 --> 00:46:09,510
een gelijkenis van iets geestelijks.

764
00:46:09,510 --> 00:46:13,050
Ter ondersteuning van de gedachte dat
hij niet zozeer de dingen zag zoals ze

765
00:46:13,050 --> 00:46:15,990
werkelijk zijn, maar
een symbolisch visioen

766
00:46:15,990 --> 00:46:18,510
of een gelijkenis van bepaalde principes,

767
00:46:18,510 --> 00:46:21,870
kun je je misschien herinneren dat
Johannes in het boek Openbaring,

768
00:46:21,870 --> 00:46:28,110
in hoofdstuk 4, ook vier levende wezens
zag toen hij in de hemel werd opgenomen.

769
00:46:28,110 --> 00:46:31,230
En die vertoonden enige
gelijkenis met deze vier.

770
00:46:31,230 --> 00:46:32,670
Maar er waren ook verschillen.

771
00:46:32,670 --> 00:46:36,630
De levende wezens die Johannes
zag, hadden de vier gezichten,

772
00:46:36,630 --> 00:46:40,350
maar niet zo dat ze elk vier
gezichten hadden, zoals hier.

773
00:46:40,350 --> 00:46:43,470
In Openbaring had elk er één van de vier.

774
00:46:43,470 --> 00:46:47,970
In Openbaring had een van de levende
wezens het gezicht van een mens,

775
00:46:47,970 --> 00:46:51,930
een ander het gezicht van een leeuw,
een ander het gezicht van een rund,

776
00:46:51,930 --> 00:46:54,270
een ander het gezicht van een arend.

777
00:46:54,270 --> 00:46:57,870
Hier heeft elk van de wezens
alle vier de gezichten.

778
00:46:57,870 --> 00:47:01,530
Hier hebben de levende
wezens vier vleugels.

779
00:47:01,530 --> 00:47:05,670
In Openbaring hebben de
levende wezens zes vleugels.

780
00:47:05,670 --> 00:47:10,230
Het is interessant dat in Jesaja
hoofdstuk 6 de serafs die hij daar zag

781
00:47:10,230 --> 00:47:11,790
zes vleugels hadden.

782
00:47:11,790 --> 00:47:16,590
En Openbaring lijkt de beelden van
zowel de serafs als deze levende wezens

783
00:47:16,590 --> 00:47:20,670
over te nemen en ze in
één wezen samen te voegen.

784
00:47:20,670 --> 00:47:23,310
Wat moeten we uit dit alles opmaken?

785
00:47:23,310 --> 00:47:27,210
Moeten we aannemen dat er in de hemel
verschillende soorten wezens zijn

786
00:47:27,210 --> 00:47:29,130
die deze gezichten hebben?

787
00:47:29,130 --> 00:47:33,270
Dat we bijvoorbeeld, wanneer we naar de
hemel gaan en alles in de geest kunnen

788
00:47:33,270 --> 00:47:37,530
zien, deze wezens zullen
zien die Ezechiël zag,

789
00:47:37,530 --> 00:47:41,250
en daarnaast andere wezens
zoals Johannes die zag,

790
00:47:41,250 --> 00:47:46,950
en weer andere zoals Jesaja die
zag met de zes vleugels, de serafs?

791
00:47:46,950 --> 00:47:50,311
Of is het mogelijk — en
ik geloof dat het zo is —

792
00:47:50,311 --> 00:47:52,890
dat wat we zien wanneer
we naar de hemel gaan,

793
00:47:52,890 --> 00:47:55,830
er helemaal niet precies zo zal uitzien?

794
00:47:55,830 --> 00:48:00,870
Weet je nog dat Johannes in de hemel werd
opgenomen en de vier levende wezens zag?

795
00:48:00,870 --> 00:48:02,490
Hij zag ook Jezus.

796
00:48:02,490 --> 00:48:04,350
Maar hoe zag Jezus eruit?

797
00:48:04,350 --> 00:48:06,210
Hij zag eruit als een lam.

798
00:48:06,210 --> 00:48:09,210
Dat is een symbolische
voorstelling van Christus.

799
00:48:09,210 --> 00:48:12,450
Christus is geen letterlijk lam. Hij is:

800
00:48:12,450 --> 00:48:16,590
De volgende dag zag Johannes Jezus
naar zich toe komen en hij zei:

801
00:48:16,590 --> 00:48:20,490
Zie het Lam van God, Dat de
zonde van de wereld wegneemt!

802
00:48:20,490 --> 00:48:23,790
Maar dat is een symbolisch
beeld van Christus.

803
00:48:23,790 --> 00:48:26,970
Hij is geen letterlijk lam,
en wanneer we Hem zien,

804
00:48:26,970 --> 00:48:29,490
zullen we Hem niet als een lam zien.

805
00:48:29,490 --> 00:48:33,570
We zullen Hem zien zoals
Hij is, als Christus,

806
00:48:33,570 --> 00:48:36,570
met de gaten in Zijn
handen en Zijn voeten.

807
00:48:36,570 --> 00:48:39,930
We zullen Hem zien zoals Hij is.

808
00:48:39,930 --> 00:48:43,290
Johannes zag symbolische
visioenen van Hem.

809
00:48:43,290 --> 00:48:47,970
En Ezechiël ziet, geloof
ik, iets van dezelfde aard:

810
00:48:47,970 --> 00:48:51,810
een symbolische voorstelling
van geestelijke wezens.

811
00:48:51,810 --> 00:48:57,750
De beelden van een leeuw, een rund, een
mens en een arend komen zowel in het

812
00:48:57,750 --> 00:49:02,130
visioen van Ezechiël als
in dat van Johannes voor.

813
00:49:02,130 --> 00:49:05,430
Toch waren de beelden die
zij zagen niet identiek,

814
00:49:05,430 --> 00:49:08,490
maar ze bevatten wel dezelfde elementen.

815
00:49:08,490 --> 00:49:13,410
Dat brengt mij tot de conclusie dat
deze beelden symbool staan voor bepaalde

816
00:49:13,410 --> 00:49:17,610
geestelijke gedachten of
bepaalde geestelijke beginselen.

817
00:49:17,610 --> 00:49:21,930
In verschillende visioenen zijn die
in verschillende vormen samengebracht,

818
00:49:21,930 --> 00:49:24,150
maar ze keren hoe dan ook terug.

819
00:49:24,150 --> 00:49:27,090
Daarmee bedoel ik dat het
een bepaalde symbolische

820
00:49:27,090 --> 00:49:32,910
waarde heeft dat er in elk geval een
leeuw voorkomt, en een rund, en een mens,

821
00:49:32,910 --> 00:49:34,350
en een arend.

822
00:49:34,350 --> 00:49:38,370
Maar of er wezens zijn die we
zullen zien en die er zo uitzien,

823
00:49:38,370 --> 00:49:40,170
is nog maar de vraag.

824
00:49:40,170 --> 00:49:43,050
Ik ben zelf nooit naar de hemel opgevaren.

825
00:49:43,050 --> 00:49:47,250
Ik kan je niet vertellen wat
daar wel en niet te zien is.

826
00:49:47,250 --> 00:49:51,570
Misschien zullen we wezens
zien die er precies zo uitzien.

827
00:49:51,570 --> 00:49:55,470
Maar zoals ik het begrijp, spreekt
hij over de gelijkenis van iets.

828
00:49:55,470 --> 00:50:00,450
Hij zag niet iets zelf, maar een
gelijkenis, een symbolisch beeld.

829
00:50:00,450 --> 00:50:03,090
Dat is gewoon een
aanname waarvan ik uitga,

830
00:50:03,090 --> 00:50:05,850
om de redenen die ik je
hiervoor zojuist heb gegeven.

831
00:50:05,850 --> 00:50:09,030
We krijgen hier meteen bepaalde
dingen over hen te horen.

832
00:50:09,030 --> 00:50:12,690
Het waren er vier, en in vers 5 staat:

833
00:50:12,690 --> 00:50:14,910
Ze zagen eruit als mensen.

834
00:50:14,910 --> 00:50:18,870
Dat lijkt nauwelijks waar, aangezien we
nog nooit mensen hebben ontmoet die vier

835
00:50:18,870 --> 00:50:22,530
gezichten en vier vleugels
hadden, enzovoort.

836
00:50:22,530 --> 00:50:26,790
Ik denk dat we moeten zeggen dat ze in
grote lijnen het uiterlijk van een mens

837
00:50:26,790 --> 00:50:31,470
hadden, in de zin dat ze rechtop
stonden, in tegenstelling tot dieren.

838
00:50:31,470 --> 00:50:33,690
Wanneer er in vers 7 staat:

839
00:50:33,690 --> 00:50:38,550
Hun voeten waren rechte voeten en hun
voetzolen waren als de voetzolen van een

840
00:50:38,550 --> 00:50:42,990
kalf, glinsterend als de
schittering van gepolijst koper.

841
00:50:42,990 --> 00:50:45,930
moeten we daar waarschijnlijk
eerder benen onder verstaan.

842
00:50:45,930 --> 00:50:49,170
Hun benen waren recht,
zoals de benen van een mens,

843
00:50:49,170 --> 00:50:51,930
en hadden niet de vorm van dierenpoten.

844
00:50:51,930 --> 00:50:54,750
Ze hadden dus in het algemeen
een menselijk uiterlijk,

845
00:50:54,750 --> 00:50:58,110
maar met enkele sterk
afwijkende bijzonderheden.

846
00:50:58,110 --> 00:51:01,530
Over de vier gezichten is
heel veel gespeculeerd.

847
00:51:01,530 --> 00:51:04,950
Veel van de vroege rabbijnen
geloofden dat de vier gezichten

848
00:51:04,950 --> 00:51:08,490
vier aspecten van het geschapen
dierenrijk voorstelden.

849
00:51:08,490 --> 00:51:12,150
De rabbijnen zeiden dat de leeuw de
voornaamste en machtigste van de wilde

850
00:51:12,150 --> 00:51:16,410
dieren was, en dat het rund het
machtigste van de tamme dieren was.

851
00:51:16,410 --> 00:51:19,110
De arend was de machtigste van de vogels,

852
00:51:19,110 --> 00:51:22,470
en de mens was de machtigste
van alle schepselen.

853
00:51:22,470 --> 00:51:27,390
Daarom geloofden de rabbijnen dat deze
vier gezichten de machtigste van elke

854
00:51:27,390 --> 00:51:33,450
categorie geschapen wezens voorstelden:
de wilde dieren, de tamme dieren,

855
00:51:33,450 --> 00:51:37,710
de vogels van de hemel, en de
mens als vertegenwoordiger van de

856
00:51:37,710 --> 00:51:39,330
grootste van allemaal.

857
00:51:39,330 --> 00:51:41,370
Dat is slechts een rabbijns idee.

858
00:51:41,370 --> 00:51:46,170
Het is niet noodzakelijk geïnspireerd, en
daarom kunnen we niet zonder meer zeggen

859
00:51:46,170 --> 00:51:48,030
dat dit ermee bedoeld wordt.

860
00:51:48,030 --> 00:51:52,710
Maar volgens deze opvatting
geloofde men dat deze levende wezens

861
00:51:52,710 --> 00:51:57,750
eenvoudigweg de schepping of de
geschapen wereld onder God voorstellen.

862
00:51:57,750 --> 00:52:02,430
Er zijn veel christelijke geleerden die
een vergelijkbare opvatting hebben over de

863
00:52:02,430 --> 00:52:05,670
vier levende wezens in
het boek Openbaring.

864
00:52:05,670 --> 00:52:10,470
Veel uitleggers vatten de vier levende
wezens in Openbaring op als een

865
00:52:10,470 --> 00:52:12,690
voorstelling van de geschapen wereld.

866
00:52:12,690 --> 00:52:15,270
Ik weet niet zeker of
ik het met hen eens ben,

867
00:52:15,270 --> 00:52:18,030
maar het lijkt een
gangbare uitleg te zijn.

868
00:52:18,030 --> 00:52:20,370
Dat is dus het rabbijnse idee.

869
00:52:20,370 --> 00:52:25,050
Sommige vroegchristelijke schrijvers,
kerkvaders, waren van mening dat deze

870
00:52:25,050 --> 00:52:29,610
vier gezichten vier aspecten van Christus
voorstellen en verband hielden met

871
00:52:29,610 --> 00:52:31,470
de vier Evangeliën.

872
00:52:31,470 --> 00:52:33,690
Wanneer je de vier Evangeliën leest,

873
00:52:33,690 --> 00:52:36,750
is het duidelijk dat iedere
evangelieschrijver een

874
00:52:36,750 --> 00:52:39,570
ander aspect van Christus
naar voren brengt.

875
00:52:39,570 --> 00:52:44,970
Men zei dat het Evangelie van Mattheüs
Jezus voorstelt als de Koning, de Messias,

876
00:52:44,970 --> 00:52:46,650
uitgebeeld door de leeuw.

877
00:52:46,650 --> 00:52:50,850
Dat het Evangelie van Markus Hem
voorstelt als de Dienaar van allen,

878
00:52:50,850 --> 00:52:55,710
uitgebeeld door het rund, waarvan de
voornaamste taak is de mens te dienen.

879
00:52:55,710 --> 00:53:00,630
Het Evangelie van Lukas, zo zei men,
beeldde Jezus af als heel menselijk,

880
00:53:00,630 --> 00:53:02,610
of als de Zoon des mensen.

881
00:53:02,610 --> 00:53:07,530
Het gezicht van een mens zou daarom dat
aspect van Jezus' karakter voorstellen.

882
00:53:07,530 --> 00:53:12,450
Het Evangelie van Johannes stelt Jezus
voor als God, als de Zoon van God.

883
00:53:12,450 --> 00:53:16,950
De hoog zwevende arend, de
verhevenheid van de arend boven alles,

884
00:53:16,950 --> 00:53:20,010
zou dan de verhevenheid
van Christus voorstellen.

885
00:53:20,010 --> 00:53:24,210
Zo begrepen sommige kerkvaders de
betekenis van deze vier gezichten.

886
00:53:24,210 --> 00:53:27,450
Of dat juist of onjuist
is, kunnen we niet zeggen.

887
00:53:27,450 --> 00:53:31,830
Maar wat zij zeiden, was dat je een
ander aspect ziet wanneer je Jezus vanuit

888
00:53:31,830 --> 00:53:33,630
verschillende hoeken bekijkt.

889
00:53:33,630 --> 00:53:38,610
Net als bij een geslepen diamant: je kunt
verschillende aspecten van de diamant zien

890
00:53:38,610 --> 00:53:41,370
door hem vanuit een
andere hoek te bekijken.

891
00:53:41,370 --> 00:53:46,950
Zo bekijkt elk evangelieverslag Jezus
vanuit een iets andere invalshoek.

892
00:53:46,950 --> 00:53:51,330
Het ene beeldt Hem af als de
Koning, het andere als een Dienaar,

893
00:53:51,330 --> 00:53:55,290
het andere als mens en het andere als God.

894
00:53:55,290 --> 00:53:59,970
Zoon des mensen en Zoon van God
zijn verschillende aspecten.

895
00:53:59,970 --> 00:54:04,770
Jezus de Koning en Jezus de Dienaar
zijn verschillende aspecten.

896
00:54:04,770 --> 00:54:08,190
Als je deze wezens dus vanuit
verschillende hoeken bekijkt,

897
00:54:08,190 --> 00:54:10,230
zie je een ander aspect.

898
00:54:10,230 --> 00:54:12,270
Je ziet een ander gezicht.

899
00:54:12,270 --> 00:54:16,830
En daarom stellen sommigen voor dat
deze vier gezichten de vier aspecten

900
00:54:16,830 --> 00:54:18,750
van Christus voorstellen.

901
00:54:18,750 --> 00:54:22,410
Een andere, vergelijkbare
theorie stelt dat ze

902
00:54:22,410 --> 00:54:26,010
vier aspecten van Gods eigen
natuur vertegenwoordigen.

903
00:54:26,010 --> 00:54:29,610
De leeuw vertegenwoordigt dan
natuurlijk Zijn koningschap,

904
00:54:29,610 --> 00:54:31,710
Zijn koninklijke waardigheid.

905
00:54:31,710 --> 00:54:37,770
De os vertegenwoordigt Zijn kracht en
macht, omdat de os een heel sterk dier is.

906
00:54:37,770 --> 00:54:41,670
Het gezicht van de mens
vertegenwoordigt Gods intelligentie,

907
00:54:41,670 --> 00:54:45,570
omdat de mens als het intelligentste
van de dieren wordt beschouwd.

908
00:54:45,570 --> 00:54:50,130
En de arend vertegenwoordigt Gods
verhevenheid, of Zijn hoogheid,

909
00:54:50,130 --> 00:54:51,810
of Zijn hemelse aard.

910
00:54:51,810 --> 00:54:56,130
Dat zijn drie totaal verschillende
theorieën over de betekenis hiervan,

911
00:54:56,130 --> 00:54:59,430
en ik kan je niet vertellen
welke de juiste is.

912
00:54:59,430 --> 00:55:02,130
Maar misschien is geen ervan juist.

913
00:55:02,130 --> 00:55:05,790
Misschien vertegenwoordigen
deze gezichten helemaal niets.

914
00:55:05,790 --> 00:55:10,770
Misschien heeft God gewoon dieren
of wezens gemaakt die er zo uitzien

915
00:55:10,770 --> 00:55:13,050
en helemaal geen betekenis hebben.

916
00:55:13,050 --> 00:55:16,050
Toch geloof ik wel dat
ze ergens voor staan.

917
00:55:16,050 --> 00:55:19,110
Ik geloof wel dat ze
iets symbolisch hebben.

918
00:55:19,110 --> 00:55:22,050
Er zijn verschillende
theorieën naar voren gebracht.

919
00:55:22,050 --> 00:55:26,730
Volgens de ene vertegenwoordigen ze
verschillende aspecten van God Zelf,

920
00:55:26,730 --> 00:55:29,310
volgens een andere aspecten van Christus.

921
00:55:29,310 --> 00:55:34,170
Volgens weer een andere vertegenwoordigen
ze de schepping en het hoogste lid van

922
00:55:34,170 --> 00:55:36,090
elke orde van de schepping.

923
00:55:36,090 --> 00:55:39,870
Het zou mooi zijn als ik je kon
vertellen welke de juiste is.

924
00:55:39,870 --> 00:55:42,210
Maar als we dat begrijpen, werpt dat niet

925
00:55:42,210 --> 00:55:45,570
noodzakelijk meer licht op
de boodschap van Ezechiël.

926
00:55:45,570 --> 00:55:47,550
Ze hadden vier vleugels.

927
00:55:47,550 --> 00:55:50,310
Met twee ervan bedekten ze hun lichaam, en

928
00:55:50,310 --> 00:55:54,870
twee strekten ze uit en daarmee raakten
ze de vleugels van de anderen aan.

929
00:55:54,870 --> 00:55:58,170
Deze vier stonden blijkbaar
in een vierkante opstelling,

930
00:55:58,170 --> 00:56:00,810
met twee van hun vleugels uitgestrekt.

931
00:56:00,810 --> 00:56:03,750
Daarmee raakten ze de
vleugelpunten van de anderen aan,

932
00:56:03,750 --> 00:56:07,050
zodat hun vleugels samen
een vierkant vormden.

933
00:56:07,050 --> 00:56:12,090
Op dit vierkant rustte een platform, en
dat werd ook door wielen ondersteund.

934
00:56:12,090 --> 00:56:16,290
Bij elk van deze vier levende
wezens stond één wiel.

935
00:56:16,290 --> 00:56:19,350
Voor elk wezen lijkt er
een wiel te zijn geweest.

936
00:56:19,350 --> 00:56:23,250
De wielen en de levende wezens
ondersteunden dit platform,

937
00:56:23,250 --> 00:56:26,190
waarop een troon stond en
iemand op de troon zat.

938
00:56:26,190 --> 00:56:30,810
Ezechiël beschrijft eerst de wezens,
dan de wielen en het platform,

939
00:56:30,810 --> 00:56:32,730
en vervolgens de troon.

940
00:56:32,730 --> 00:56:36,930
Hij besteedt deze tien
verzen, vers 5 tot en met 14,

941
00:56:36,930 --> 00:56:39,270
aan de beschrijving van de wezens.

942
00:56:39,270 --> 00:56:42,030
Over veel andere dingen die
hij over de wezens zegt,

943
00:56:42,030 --> 00:56:47,250
kan ik geen betekenisvolle of nuttige
opmerking maken. Maar er staat wel:

944
00:56:47,250 --> 00:56:50,610
Ze gingen waar de Geest maar
wilde dat ze naartoe gingen.

945
00:56:50,610 --> 00:56:52,050
In vers 12:

946
00:56:52,050 --> 00:56:54,690
Zij gingen ieder recht voor zich uit.

947
00:56:54,690 --> 00:56:58,590
Waar de Geest heen wilde
gaan, daarheen gingen zij.

948
00:56:58,590 --> 00:57:01,530
Zij draaiden zich niet
om wanneer zij gingen.

949
00:57:01,530 --> 00:57:05,370
Recht vooruit betekent niet dat
ze altijd dezelfde kant op gingen.

950
00:57:05,370 --> 00:57:10,230
Het betekent dat ze zich niet hoefden om
te draaien om een andere kant op te gaan,

951
00:57:10,230 --> 00:57:13,710
omdat ze gezichten hadden
die in elke richting keken.

952
00:57:13,710 --> 00:57:17,490
Welke kant ze ook op gingen,
ze gingen recht vooruit,

953
00:57:17,490 --> 00:57:20,910
als je bedenkt dat een van
hun gezichten naar voren keek,

954
00:57:20,910 --> 00:57:23,070
welke kant ze ook op gingen.

955
00:57:23,070 --> 00:57:28,110
Er werd gezegd dat ze zich niet hoefden
om te draaien of om hun as te draaien.

956
00:57:28,110 --> 00:57:32,790
Ze konden eenvoudig onder een rechte
hoek bewegen zonder zich om te draaien,

957
00:57:32,790 --> 00:57:35,610
en toch kijken in de
richting waarin ze gingen.

958
00:57:35,610 --> 00:57:39,750
Dat kwam door die bijzondere situatie
dat ze vier gezichten hadden,

959
00:57:39,750 --> 00:57:42,510
waarvan er één in elke richting keek.

960
00:57:42,510 --> 00:57:46,350
Er staat dat ze als de
bliksem gingen, in vers 14:

961
00:57:46,350 --> 00:57:51,270
En de levende wezens schoten heen
en weer als een bliksemschicht.

962
00:57:51,270 --> 00:57:55,470
wat betekent dat ze zich plotseling
en snel konden verplaatsen.

963
00:57:55,470 --> 00:57:59,790
Omdat ze de troon van God op zich
droegen, zoals we nog zullen zien,

964
00:57:59,790 --> 00:58:03,810
zou dit misschien uitbeelden dat
God regeert en Zich kan verplaatsen.

965
00:58:03,810 --> 00:58:08,010
Al zou dat een iets andere gedachte
zijn dan Zijn overal aanwezig

966
00:58:08,010 --> 00:58:11,010
zijn, Zijn alomtegenwoordigheid.

967
00:58:11,010 --> 00:58:16,470
Maar Hij kan Zich met de snelheid van de
bliksem verplaatsen naar elke positie of

968
00:58:16,470 --> 00:58:20,850
elke plaats waar Hij naartoe
moet, waar Zijn aandacht nodig is.

969
00:58:20,850 --> 00:58:23,190
Er is niets traags aan Hem.

970
00:58:23,190 --> 00:58:27,990
Niets verhindert Hem om onmiddellijk op
de plaats van de moeilijkheden te komen.

971
00:58:27,990 --> 00:58:33,690
Hij is altijd ter plaatse, overal waar
Zijn aandacht en Zijn soevereiniteit tot

972
00:58:33,690 --> 00:58:35,490
uitdrukking moeten komen.

973
00:58:35,490 --> 00:58:40,350
In vers 15 tot en met 25 krijgen
we de beschrijving van de wagen,

974
00:58:40,350 --> 00:58:42,210
allereerst met de wielen.

975
00:58:42,210 --> 00:58:46,890
Toen ik die levende wezens zag,
zie, er was een wiel op de grond

976
00:58:46,890 --> 00:58:51,030
naast die levende wezens, bij
alle vier aan de voorkant ervan.

977
00:58:51,030 --> 00:58:55,470
Het klinkt alsof er maar één wiel
is, maar als we verder lezen,

978
00:58:55,470 --> 00:58:58,470
is het duidelijk dat er vier wielen waren.

979
00:58:58,470 --> 00:59:01,650
Bij elk van de levende
wezens stond er één.

980
00:59:01,650 --> 00:59:05,190
Het uiterlijk van de wielen
en hoe zij gemaakt waren,

981
00:59:05,190 --> 00:59:08,070
was als de schittering van een turkoois.

982
00:59:08,070 --> 00:59:13,530
Alle vier hadden dezelfde gedaante:
hun uiterlijk en hun bouw waren zo,

983
00:59:13,530 --> 00:59:16,770
alsof er een wiel midden
in een ander wiel zat.

984
00:59:16,770 --> 00:59:19,350
Dit kan op verschillende
manieren worden opgevat,

985
00:59:19,350 --> 00:59:23,010
maar blijkbaar betekent een
wiel midden in een wiel,

986
00:59:23,010 --> 00:59:27,090
afgaande op hoe de beschrijving
verdergaat, niet...

987
00:59:27,090 --> 00:59:30,210
Laat ik illustreren wat het
volgens mij niet betekent.

988
00:59:30,210 --> 00:59:34,350
Volgens mij betekent het niet dat hier
een wiel is en dat daar dan zo nog een

989
00:59:34,350 --> 00:59:35,790
wiel binnenin zit.

990
00:59:35,790 --> 00:59:40,110
Ik geloof dat het gaat om een wiel dat
door een ander wiel onder een hoek van

991
00:59:40,110 --> 00:59:43,770
90 graden in tweeën wordt gedeeld,
of hoe je dat ook moet noemen.

992
00:59:43,770 --> 00:59:47,850
Dat is geen erg goede weergave, maar
misschien kan ik je twee wielen laten zien

993
00:59:47,850 --> 00:59:50,310
die op deze manier in elkaar zijn gebouwd.

994
00:59:50,310 --> 00:59:53,430
Het is dus een soort wiel
dat alle kanten op kan.

995
00:59:53,430 --> 00:59:55,410
Het kan elke richting uit.

996
00:59:55,410 --> 00:59:59,850
Het hoeft niet te draaien, net zoals de
wezens zich niet hoeven om te draaien.

997
00:59:59,850 --> 01:00:03,930
Zoals de wezens tegelijkertijd
alle vier de richtingen uit kijken,

998
01:00:03,930 --> 01:00:07,290
zo is ook het wiel op alle
vier de richtingen gericht.

999
01:00:07,290 --> 01:00:10,470
Het hoeft niet te draaien zoals
een zwenkwiel dat zou moeten,

1000
01:00:10,470 --> 01:00:13,530
of zoals elk ander soort
wiel dat zou moeten.

1001
01:00:13,530 --> 01:00:16,710
Het is een wiel dat
onmogelijk te bouwen is.

1002
01:00:16,710 --> 01:00:19,110
Het is een fysieke onmogelijkheid.

1003
01:00:19,110 --> 01:00:21,870
Maar dat is niet belangrijk
voor het visioen.

1004
01:00:21,870 --> 01:00:25,530
Het visioen beschrijft geen
fysieke werkelijkheden;

1005
01:00:25,530 --> 01:00:28,410
het beschrijft geestelijke waarheden.

1006
01:00:28,410 --> 01:00:32,430
Het idee is ongeveer dit:
stel je een wielvelg voor,

1007
01:00:32,430 --> 01:00:35,010
met een andere velg die
daar onder een hoek van

1008
01:00:35,010 --> 01:00:37,530
negentig graden dwars doorheen loopt.

1009
01:00:37,530 --> 01:00:41,070
Zo zou het wiel in elke richting
even goed kunnen rollen.

1010
01:00:41,070 --> 01:00:46,050
Dat wordt bedoeld met een wiel midden
in een wiel, of binnen in een wiel.

1011
01:00:46,050 --> 01:00:49,530
Wanneer zij gingen, konden
zij naar vier zijden gaan.

1012
01:00:49,530 --> 01:00:52,170
Zij draaiden zich niet
om wanneer zij gingen.

1013
01:00:52,170 --> 01:00:57,150
Wanneer er over draaien wordt gesproken,
betekent dat niet dat ze niet rolden.

1014
01:00:57,150 --> 01:01:02,070
Het betekent alleen dat ze niet draaiden
in de zin van van richting veranderen.

1015
01:01:02,070 --> 01:01:05,130
Ze rolden natuurlijk;
daar zijn wielen voor.

1016
01:01:05,130 --> 01:01:07,410
Maar wanneer er staat dat ze niet draaien,

1017
01:01:07,410 --> 01:01:11,130
betekent dat hetzelfde als wanneer
de levende wezens niet draaien.

1018
01:01:11,130 --> 01:01:14,730
Ze hoeven niet te draaien om in
elke gewenste richting te rollen,

1019
01:01:14,730 --> 01:01:19,350
omdat daar een soort universeel
wiel is, zoals een kruiskoppeling.

1020
01:01:19,350 --> 01:01:24,090
De Engelse vertaling spreekt
hier van ‘rings’, ringen.

1021
01:01:24,090 --> 01:01:26,250
Daarmee worden de velgen bedoeld.

1022
01:01:26,250 --> 01:01:31,410
Wat hun velgen betreft: die waren
hoog en die waren vreeswekkend.

1023
01:01:31,410 --> 01:01:35,610
Verder zaten hun velgen rondom
vol ogen, bij alle vier.

1024
01:01:35,610 --> 01:01:40,830
Dat is een eigenaardig kenmerk van een
wiel: ogen rondom de velgen hebben.

1025
01:01:40,830 --> 01:01:43,350
Waar heeft een wiel ogen voor nodig?

1026
01:01:43,350 --> 01:01:45,930
Het heeft natuurlijk
helemaal geen ogen nodig.

1027
01:01:45,930 --> 01:01:51,870
Ik geloof dat de aanwezigheid van die ogen
rondom de velgen ook iets symbolisch is.

1028
01:01:51,870 --> 01:01:56,070
Ogen staan in de Schrift natuurlijk
voor het vermogen om te zien en,

1029
01:01:56,070 --> 01:01:59,910
in het verlengde daarvan,
voor het vermogen om te weten.

1030
01:01:59,910 --> 01:02:04,410
In Zacharia wordt een steen
afgebeeld met zeven ogen erop.

1031
01:02:04,410 --> 01:02:10,170
En die zeven ogen komen terug in het
boek Openbaring, hoofdstuk 5, op het Lam.

1032
01:02:10,170 --> 01:02:16,050
Het Lam heeft zeven horens en zeven
ogen: horens staan voor kracht,

1033
01:02:16,050 --> 01:02:18,090
ogen staan voor kennis.

1034
01:02:18,090 --> 01:02:22,770
Alle zeven horens zouden alle
kracht, alle macht voorstellen;

1035
01:02:22,770 --> 01:02:25,590
zeven ogen staan voor alle kennis.

1036
01:02:25,590 --> 01:02:29,790
Zo begrijp ik tenminste het beeld
van het Lam met de zeven horens en de

1037
01:02:29,790 --> 01:02:32,190
zeven ogen in Openbaring.

1038
01:02:32,190 --> 01:02:34,470
Hij heeft alle macht en alle kennis.

1039
01:02:34,470 --> 01:02:37,470
De ogen hier brengen ook
het idee van kennis over.

1040
01:02:37,470 --> 01:02:41,430
De wielen zijn naar alle richtingen
gekeerd en ze zitten vol ogen,

1041
01:02:41,430 --> 01:02:44,610
zodat ze in zekere zin in
alle richtingen kunnen kijken.

1042
01:02:44,610 --> 01:02:48,390
En als dit iets over God
uitbeeldt, wat waarschijnlijk is,

1043
01:02:48,390 --> 01:02:52,110
betekent het dat God alles
in elke richting kan zien.

1044
01:02:52,110 --> 01:02:54,750
We zouden misschien een
uitvoeriger uitleg willen hebben,

1045
01:02:54,750 --> 01:02:58,170
maar ik weet niet zeker of er
iets uitvoerigers wordt bedoeld.

1046
01:02:58,170 --> 01:03:02,250
De ogen kijken in alle richtingen;
de wielen zitten vol ogen.

1047
01:03:02,250 --> 01:03:04,650
Ze kunnen alles op elk moment zien.

1048
01:03:04,650 --> 01:03:06,030
Vers 20 zegt:

1049
01:03:06,030 --> 01:03:09,750
Waar de Geest heen wilde
gaan, daarheen gingen zij,

1050
01:03:09,750 --> 01:03:12,390
zij gingen waar de Geest heen wilde gaan.

1051
01:03:12,390 --> 01:03:15,090
De wielen werden tegelijk
met hen opgeheven,

1052
01:03:15,090 --> 01:03:18,510
want de Geest van de levende
wezens was in die wielen.

1053
01:03:18,510 --> 01:03:22,350
Wat betekent het dat de Geest van
het levende wezen in de wielen is?

1054
01:03:22,350 --> 01:03:26,850
Waarschijnlijk betekent het dat dezelfde
Geest van God Die de levende wezens

1055
01:03:26,850 --> 01:03:29,370
bewoog, ook de wielen bewoog.

1056
01:03:29,370 --> 01:03:34,050
Want er wordt over de wielen hetzelfde
gezegd als over de levende wezens.

1057
01:03:34,050 --> 01:03:36,930
In vers 12 staat over de wezens:

1058
01:03:36,930 --> 01:03:39,330
Zij gingen ieder recht voor zich uit.

1059
01:03:39,330 --> 01:03:42,870
Waar de Geest heen wilde
gaan, daarheen gingen zij.

1060
01:03:42,870 --> 01:03:45,570
Zij draaiden zich niet
om wanneer zij gingen.

1061
01:03:45,570 --> 01:03:48,510
Wat de gedaante van de
levende wezens betreft:

1062
01:03:48,510 --> 01:03:53,730
hun uiterlijk was als brandende kolen in
het vuur, als het uiterlijk van fakkels.

1063
01:03:53,730 --> 01:03:57,210
Dat vuur ging heen en weer
tussen de levende wezens.

1064
01:03:57,210 --> 01:04:01,230
Het vuur had lichtglans en uit
het vuur schoot een bliksem.

1065
01:04:01,230 --> 01:04:05,130
En de levende wezens schoten heen
en weer als een bliksemschicht.

1066
01:04:05,130 --> 01:04:09,870
Dat wil zeggen dat ze onmiddellijk
gehoor gaven aan de wil van Gods Geest.

1067
01:04:09,870 --> 01:04:12,330
Wat Hij ook wilde, dat deden ze.

1068
01:04:12,330 --> 01:04:16,950
Hetzelfde geldt voor de wielen: waar
de Geest ook wilde dat ze heen gingen,

1069
01:04:16,950 --> 01:04:18,390
daar gingen ze heen.

1070
01:04:18,390 --> 01:04:21,630
Dat de Geest van het levende
wezen in de wielen was,

1071
01:04:21,630 --> 01:04:25,710
betekent dus dat dezelfde
Geest Die de wezens bewoog,

1072
01:04:25,710 --> 01:04:28,830
de Geest was Die de wielen bewoog.

1073
01:04:28,830 --> 01:04:32,190
Zowel de wielen als de
levende wezens werden bewogen

1074
01:04:32,190 --> 01:04:35,970
en gaven onmiddellijk gehoor
aan de wil van de Geest.

1075
01:04:35,970 --> 01:04:38,970
Als die bewogen, bewogen deze ook,

1076
01:04:38,970 --> 01:04:42,690
Dat betekent waarschijnlijk dat
wanneer de wezens gingen, de wielen

1077
01:04:42,690 --> 01:04:44,670
gingen, en omgekeerd.

1078
01:04:44,670 --> 01:04:47,250
Wanneer zij gingen, gingen die ook.

1079
01:04:47,250 --> 01:04:50,670
Wanneer zij stilstonden,
stonden die ook stil.

1080
01:04:50,670 --> 01:04:53,190
Wanneer zij van de aarde werden opgeheven,

1081
01:04:53,190 --> 01:04:56,070
werden de wielen tegelijk
met hen opgeheven,

1082
01:04:56,070 --> 01:05:00,030
want de Geest van de levende
wezens was in die wielen.

1083
01:05:00,030 --> 01:05:04,710
En boven de hoofden van de levende
wezens was iets wat leek op een gewelf,

1084
01:05:04,710 --> 01:05:07,890
als de schittering van
ontzagwekkend ijskristal,

1085
01:05:07,890 --> 01:05:10,830
vanboven over hun hoofden uitgespannen.

1086
01:05:10,830 --> 01:05:16,710
Het woord dat de Engelse vertaling hier
met ‘firmament’ weergeeft en de HSV met

1087
01:05:16,710 --> 01:05:21,030
‘gewelf’, moet hier waarschijnlijk
worden opgevat als een platform.

1088
01:05:21,030 --> 01:05:24,870
In dit geval is het het platform
dat door de wielen wordt gedragen,

1089
01:05:24,870 --> 01:05:28,410
het platform van de wagen, het onderstel.

1090
01:05:28,410 --> 01:05:32,490
Onder het gewelf stonden hun
vleugels recht naar elkaar toe.

1091
01:05:32,490 --> 01:05:36,030
Ieder had er twee die hun
lichamen vanvoren bedekten,

1092
01:05:36,030 --> 01:05:39,930
en ieder had er twee die hun
lichamen vanachteren bedekten.

1093
01:05:39,930 --> 01:05:41,610
Of onder het platform.

1094
01:05:41,610 --> 01:05:45,510
Ik hoorde, toen zij gingen,
het geruis van hun vleugels.

1095
01:05:45,510 --> 01:05:50,790
Het klonk als het bruisen van machtige
wateren, als de stem van de Almachtige,

1096
01:05:50,790 --> 01:05:55,110
als het geluid van een gedruis,
als het geluid van een leger.

1097
01:05:55,110 --> 01:05:58,830
Als zij stilstonden, lieten
zij hun vleugels hangen.

1098
01:05:58,830 --> 01:06:03,690
Toen kwam er een stem van boven het
gewelf dat boven hun hoofden was.

1099
01:06:03,690 --> 01:06:07,290
Als zij stilstonden, lieten
zij hun vleugels hangen.

1100
01:06:07,290 --> 01:06:11,070
Het is natuurlijk heel moeilijk om je
voor te stellen wat hier wordt gezegd.

1101
01:06:11,070 --> 01:06:15,450
Maar blijkbaar strekten ze, om het
zo eenvoudig mogelijk te zeggen,

1102
01:06:15,450 --> 01:06:18,990
twee van hun vier vleugels
uit, zoals ik eerder zei,

1103
01:06:18,990 --> 01:06:23,370
om de vleugelpunten van een
ander levend wezen aan te raken.

1104
01:06:23,370 --> 01:06:27,690
Ze stonden in een vierkante
opstelling, één bij elk van de wielen.

1105
01:06:27,690 --> 01:06:33,150
Wat ze zagen was een voertuig met vier
wielen, met dit platform erbovenop,

1106
01:06:33,150 --> 01:06:35,970
in elk detail heel eigenaardig.

1107
01:06:35,970 --> 01:06:39,690
Maar de gedachte hier is dat
Gods strijdwagen door deze

1108
01:06:39,690 --> 01:06:41,490
wezens werd begeleid.

1109
01:06:41,490 --> 01:06:44,670
Zowel de wielen als de
wezens waren zo toegerust

1110
01:06:44,670 --> 01:06:47,010
dat ze zonder zich om te draaien met

1111
01:06:47,010 --> 01:06:50,130
bliksemsnelheid in elke
richting konden gaan.

1112
01:06:50,130 --> 01:06:53,130
Ze konden overal zien, alles weten.

1113
01:06:53,130 --> 01:06:57,930
Gods strijdwagen had met andere woorden
toegang tot elk punt in de wereld.

1114
01:06:57,930 --> 01:06:59,550
God wist alles.

1115
01:06:59,550 --> 01:07:03,990
Hij kon daar aanwezig zijn en de
dingen behartigen zoals Hij dat wilde.

1116
01:07:03,990 --> 01:07:07,830
Zijn heerschappij was
universeel, over de hele aarde.

1117
01:07:07,830 --> 01:07:11,010
Ik kan daaraan toevoegen
dat de levende wezens,

1118
01:07:11,010 --> 01:07:14,850
die hier niet voor ons worden
geïdentificeerd, dat wil zeggen,

1119
01:07:14,850 --> 01:07:19,110
die hier geen naam krijgen, later
verschijnen in zijn tweede visioen,

1120
01:07:19,110 --> 01:07:21,510
in de hoofdstukken 8 tot en met 11.

1121
01:07:21,510 --> 01:07:27,570
Vooral in hoofdstuk 10 worden ze opnieuw
precies zo beschreven als in hoofdstuk 1.

1122
01:07:27,570 --> 01:07:32,190
Maar in hoofdstuk 10 krijgen we nog
een klein stukje informatie over hen.

1123
01:07:32,190 --> 01:07:35,130
In Ezechiël 10:15 staat:

1124
01:07:35,130 --> 01:07:37,470
Toen verhieven de cherubs zich.

1125
01:07:37,470 --> 01:07:42,690
Dit was hetzelfde levende wezen dat
ik bij de rivier de Kebar gezien had.

1126
01:07:42,690 --> 01:07:45,810
Hier wordt ons verteld
dat het cherubs waren.

1127
01:07:45,810 --> 01:07:48,810
Dat werd ons in hoofdstuk 1 niet verteld.

1128
01:07:48,810 --> 01:07:53,610
Dit is de eerste aanwijzing die we
krijgen over wat voor wezens dit waren.

1129
01:07:53,610 --> 01:07:55,410
Het waren cherubs.

1130
01:07:55,410 --> 01:08:02,130
Bedenk dat de wezens die Jesaja in Jesaja
hoofdstuk 6 zag, serafs werden genoemd.

1131
01:08:02,130 --> 01:08:06,570
‘Cherubim’ en ‘seraphim’
zijn meervoudsvormen.

1132
01:08:06,570 --> 01:08:11,190
Ik heb je eerder verteld dat de letters
i-m aan het einde van een Hebreeuws woord

1133
01:08:11,190 --> 01:08:15,990
het tot een meervoud maken, net zoals wij
dat doen door in het Nederlands een s of

1134
01:08:15,990 --> 01:08:17,670
e-n toe te voegen.

1135
01:08:17,670 --> 01:08:21,510
Waar de vertalers van de King
James ‘cherubims’ zeggen,

1136
01:08:21,510 --> 01:08:24,210
stapelen ze meervoudsuitgangen op elkaar.

1137
01:08:24,210 --> 01:08:27,870
Dat is de Hebreeuwse uitgang
plus de Engelse uitgang.

1138
01:08:27,870 --> 01:08:32,190
Dat komt gewoon, denk ik, doordat ze niet
weten hoe ze deze bijzonderheid van het

1139
01:08:32,190 --> 01:08:35,130
Hebreeuws aan hun lezers
duidelijk moeten maken.

1140
01:08:35,130 --> 01:08:38,550
Maar ze hadden ‘cherubs’ en
‘seraphs’ kunnen zeggen om het

1141
01:08:38,550 --> 01:08:40,110
begrijpelijk te maken.

1142
01:08:40,110 --> 01:08:44,310
Dit waren cherubs, en wat
Jesaja zag, waren serafs.

1143
01:08:44,310 --> 01:08:47,370
De levende wezens die
we in Openbaring zien,

1144
01:08:47,370 --> 01:08:51,210
lijken een combinatie te zijn
van de cherubs en de serafs.

1145
01:08:51,210 --> 01:08:55,590
Dat geeft ons reden om ons af te
vragen of dit letterlijke wezens zijn

1146
01:08:55,590 --> 01:08:57,570
of symbolische wezens.

1147
01:08:57,570 --> 01:09:02,550
Dat wil zeggen, of ze werkelijk bestaan
als wezens die we ooit zullen kennen,

1148
01:09:02,550 --> 01:09:05,550
met wie we zullen spreken
en die we zullen zien.

1149
01:09:05,550 --> 01:09:09,810
Of dat dit alleen maar een visioen
was dat hij in een soort trance had,

1150
01:09:09,810 --> 01:09:14,790
waarbij God hem een visioen gaf van wezens
die misschien niet eens werkelijk bestaan,

1151
01:09:14,790 --> 01:09:17,250
maar die werkelijkheden uitbeelden.

1152
01:09:17,250 --> 01:09:21,510
Ze kunnen bestaan, maar het is
moeilijk te zeggen wat hun functie is.

1153
01:09:21,510 --> 01:09:24,210
We kunnen zeggen dat cherubs bestaan.

1154
01:09:24,210 --> 01:09:28,290
Of ze er werkelijk zo uitzien wanneer je
ze niet in symbolische visioenen ziet,

1155
01:09:28,290 --> 01:09:29,370
weet ik niet.

1156
01:09:29,370 --> 01:09:32,730
Maar cherubs verschijnen natuurlijk
ook elders in de Schrift,

1157
01:09:32,730 --> 01:09:37,710
al in Genesis hoofdstuk 3, toen God
Adam en Eva uit de tuin verdreef.

1158
01:09:37,710 --> 01:09:42,570
Hij plaatste cherubs met een vlammend
zwaard om de weg naar de boom des levens

1159
01:09:42,570 --> 01:09:45,570
te bewaken en hen daar weg te houden.

1160
01:09:45,570 --> 01:09:48,630
Later waren er natuurlijk
uit goud gesneden cherubs

1161
01:09:48,630 --> 01:09:52,830
boven het verzoendeksel op de
ark van het verbond, twee stuks.

1162
01:09:52,830 --> 01:09:56,190
Vervolgens waren er veel
cherubs geborduurd op de tent,

1163
01:09:56,190 --> 01:10:00,090
op de gordijnen en op de
voorhangsels van de tabernakel.

1164
01:10:00,090 --> 01:10:02,250
Ook daar waren veel cherubs.

1165
01:10:02,250 --> 01:10:05,730
De cherubs worden dus meer
dan eens in de Schrift gezien.

1166
01:10:05,730 --> 01:10:11,010
Ze lijken altijd een soort bewakersrol
te hebben: ze bewaken de boom des levens,

1167
01:10:11,010 --> 01:10:15,750
ze bewaken de ark van het verbond, ze
bewaken hier de strijdwagen van God.

1168
01:10:15,750 --> 01:10:19,230
Hier wekken ze bijna de indruk
van een persoonlijke lijfwacht.

1169
01:10:19,230 --> 01:10:23,970
Niet dat God een lijfwacht nodig heeft,
of trouwens zelfs maar een lichaam heeft.

1170
01:10:23,970 --> 01:10:28,950
Maar het gaat erom een beeld te schetsen
van een koninklijke en belangrijke persoon

1171
01:10:28,950 --> 01:10:34,410
die op zijn strijdwagen komt, met zijn
dienaren en zijn bewakers om zich heen.

1172
01:10:34,410 --> 01:10:38,970
Dit suggereert op geen enkele
manier dat Hij bewakers nodig heeft.

1173
01:10:38,970 --> 01:10:42,510
Het dient alleen om het hele
beeld te vervolledigen van een

1174
01:10:42,510 --> 01:10:47,310
majestueuze koning die op zijn
ongelooflijke strijdwagen komt.

1175
01:10:47,310 --> 01:10:53,370
Dan wordt in de verzen 26 tot en met 28
beschreven wat er op de strijdwagen was:

1176
01:10:53,370 --> 01:10:56,610
een troon en iemand op een troon.

1177
01:10:56,610 --> 01:11:00,270
Of boven het platform dat
boven hun hoofden was:

1178
01:11:00,270 --> 01:11:03,210
En boven het gewelf dat
boven hun hoofden was,

1179
01:11:03,210 --> 01:11:08,430
was iets met het uiterlijk van een
saffiersteen, iets wat leek op een troon.

1180
01:11:08,430 --> 01:11:13,710
En daarboven, op wat op een troon
leek, was iets wat leek op een mens.

1181
01:11:13,710 --> 01:11:18,270
Let erop hoe vaak hij in de
Engelse tekst ‘gelijkenis’ zegt.

1182
01:11:18,270 --> 01:11:22,650
In het Nederlandse citaat wordt dat
weergegeven met ‘iets wat leek op’.

1183
01:11:22,650 --> 01:11:25,770
Hij zegt niet dat hij een
troon zag en een man zag.

1184
01:11:25,770 --> 01:11:29,430
Hij zag iets wat op een troon
leek of op een man leek.

1185
01:11:29,430 --> 01:11:33,510
Natuurlijk kon hij niet zeggen dat
het een man was, want God is geen man,

1186
01:11:33,510 --> 01:11:36,510
en wat hij zag, was God op Zijn troon.

1187
01:11:36,510 --> 01:11:40,050
Aangezien geen mens werkelijk
God kan zien en in leven blijven,

1188
01:11:40,050 --> 01:11:43,470
moeten we dus begrijpen
dat Ezechiël God niet zag,

1189
01:11:43,470 --> 01:11:47,250
maar een visioen zag dat
een gelijkenis van God was.

1190
01:11:47,250 --> 01:11:51,990
Zelfs Mozes, die een man van veel
groter aanzien was dan de man Ezechiël,

1191
01:11:51,990 --> 01:11:53,610
mocht God niet aanschouwen.

1192
01:11:53,610 --> 01:11:56,790
Ook hier verscheen God in
de gelijkenis van een man.

1193
01:11:56,790 --> 01:12:00,750
Aangezien God geen man is, maar het
visioen dat hij zag een gelijkenis van een

1194
01:12:00,750 --> 01:12:05,430
man was, zouden we opnieuw kunnen
aannemen dat al die dingen die hij zag

1195
01:12:05,430 --> 01:12:07,590
en die een gelijkenis van iets waren,

1196
01:12:07,590 --> 01:12:11,370
de dingen misschien niet
weergeven zoals ze werkelijk zijn.

1197
01:12:11,370 --> 01:12:15,570
Ze geven ze op zo'n manier weer dat
ze een symbolisch beeld geven van

1198
01:12:15,570 --> 01:12:17,610
een geestelijke werkelijkheid.

1199
01:12:17,610 --> 01:12:19,530
In vers 27 staat:

1200
01:12:19,530 --> 01:12:23,430
Toen zag ik iets als de
schittering van edelmetaal,

1201
01:12:23,430 --> 01:12:26,370
rondom vanbinnen als
het uiterlijk van vuur.

1202
01:12:26,370 --> 01:12:30,450
Vanaf datgene wat eruitzag
als Zijn heupen naar boven,

1203
01:12:30,450 --> 01:12:34,650
en vanaf datgene wat eruitzag
als Zijn heupen naar beneden,

1204
01:12:34,650 --> 01:12:39,270
zag ik iets als het uiterlijk van
vuur met een lichtglans eromheen.

1205
01:12:39,270 --> 01:12:42,810
Waarom beschrijft hij Hem afzonderlijk
vanaf Zijn middel naar boven

1206
01:12:42,810 --> 01:12:47,370
en vanaf Zijn middel naar beneden,
terwijl hij over allebei hetzelfde zegt?

1207
01:12:47,370 --> 01:12:52,230
Hij zag eruit als vuur, zowel
boven als onder Zijn middel.

1208
01:12:52,230 --> 01:12:56,610
Hij had eenvoudig kunnen zeggen dat
Hij er helemaal als vuur uitzag.

1209
01:12:56,610 --> 01:13:00,390
Ik weet het niet; het lijkt een van
die gevallen van herhaling in de stijl

1210
01:13:00,390 --> 01:13:01,710
van de schrijver.

1211
01:13:01,710 --> 01:13:06,930
Maar hoe dan ook, we zien dat de man die
hij zag, de gelijkenis van een man was.

1212
01:13:06,930 --> 01:13:10,110
Let eens op hoe weinig
bijzonderheden hij hier geeft.

1213
01:13:10,110 --> 01:13:14,070
Hij besteedt namelijk ongeveer tien
verzen aan de beschrijving van de wezens

1214
01:13:14,070 --> 01:13:17,190
en evenveel aan de beschrijving
van de wielen en de wagen,

1215
01:13:17,190 --> 01:13:21,750
maar slechts één vers aan de beschrijving
van Degene op de troon. Waarom is dat?

1216
01:13:21,750 --> 01:13:25,110
Waarom zoveel bijzonderheden in
de beschrijving van de anderen

1217
01:13:25,110 --> 01:13:28,410
en zo weinig in die van
Degene Die God voorstelt?

1218
01:13:28,410 --> 01:13:32,190
Het lijkt duidelijk dat hij de Joden
geen enkele aanleiding wil geven om

1219
01:13:32,190 --> 01:13:34,170
beelden te proberen te maken.

1220
01:13:34,170 --> 01:13:39,330
Dat ze een beeld van een cherub of van een
wagen zouden maken, zou niet zo erg zijn,

1221
01:13:39,330 --> 01:13:41,130
tenzij ze die aanbaden.

1222
01:13:41,130 --> 01:13:45,450
Maar proberen een beeld van God
te maken, is hun streng verboden.

1223
01:13:45,450 --> 01:13:48,810
Daarom geeft hij geen beschrijving
die toereikend is om er een beeld

1224
01:13:48,810 --> 01:13:49,950
naar te maken.

1225
01:13:49,950 --> 01:13:53,070
Dat lijkt de reden te zijn
waarom hij God op de troon zo

1226
01:13:53,070 --> 01:13:55,110
weinig gedetailleerd beschrijft.

1227
01:13:55,110 --> 01:13:57,210
Er staat in vers 28:

1228
01:13:57,210 --> 01:14:01,650
Zoals het uiterlijk van de regenboog, die
in de wolken verschijnt op de dag van de

1229
01:14:01,650 --> 01:14:05,310
regen, zo was het uiterlijk
van de lichtglans rondom.

1230
01:14:05,310 --> 01:14:09,510
Het was de verschijning van de gedaante
van de heerlijkheid van de HEERE.

1231
01:14:09,510 --> 01:14:12,870
Toen ik dat zag, wierp ik mij
met mijn gezicht ter aarde,

1232
01:14:12,870 --> 01:14:15,750
en ik hoorde de stem van Iemand Die sprak.

1233
01:14:15,750 --> 01:14:19,770
Er was een glans rondom de
troon die op een regenboog leek.

1234
01:14:19,770 --> 01:14:23,310
Je herinnert je misschien ook
dat Johannes in Openbaring 4,

1235
01:14:23,310 --> 01:14:28,830
toen hij in de hemel werd opgenomen, de
regenboog boven de troon van God zag.

1236
01:14:28,830 --> 01:14:32,310
Openbaring ontleent veel van
zijn beelden aan Ezechiël.

1237
01:14:32,310 --> 01:14:37,650
Maar in beide openbaringen van Gods
troon zien zowel Ezechiël als Johannes

1238
01:14:37,650 --> 01:14:42,030
een regenboog die Zijn troon
omringt of zich daaroverheen welft.

1239
01:14:42,030 --> 01:14:47,010
De gedachte is natuurlijk dat de
regenboog een symbool van Gods genade is.

1240
01:14:47,010 --> 01:14:48,870
Waarom Gods genade?

1241
01:14:48,870 --> 01:14:52,770
Omdat God in de dagen van Noach
een vloed over de aarde liet komen.

1242
01:14:52,770 --> 01:14:54,930
De reden daarvoor lezen we hier:

1243
01:14:54,930 --> 01:14:59,370
En de HEERE zag dat de slechtheid
van de mens op de aarde groot was,

1244
01:14:59,370 --> 01:15:04,170
en dat al de gedachtespinsels van zijn
hart elke dag alleen maar slecht waren.

1245
01:15:04,170 --> 01:15:06,450
Dus liet Hij de vloed komen.

1246
01:15:06,450 --> 01:15:11,130
Na de vloed besloot Hij dat Hij de
aarde nooit meer zou laten overstromen,

1247
01:15:11,130 --> 01:15:12,450
hoewel Hij zei:

1248
01:15:12,450 --> 01:15:17,610
En de HEERE rook die aangename
geur, en de HEERE zei in Zijn hart:

1249
01:15:17,610 --> 01:15:21,990
Ik zal de aardbodem voortaan niet
meer vervloeken vanwege de mens;

1250
01:15:21,990 --> 01:15:26,010
de gedachtespinsels van het hart
van de mens zijn immers slecht,

1251
01:15:26,010 --> 01:15:31,110
van zijn jeugd af; en Ik zal voortaan
niet al het levende meer doden,

1252
01:15:31,110 --> 01:15:32,850
zoals Ik gedaan heb.

1253
01:15:32,850 --> 01:15:37,730
En Hij plaatste de regenboog in de
wolk, zodat Hij — dat wil zeggen God —

1254
01:15:37,730 --> 01:15:41,370
wanneer Hij die zou zien,
zou denken aan Zijn verbond

1255
01:15:41,370 --> 01:15:43,530
om hen niet meer te vernietigen.

1256
01:15:43,530 --> 01:15:46,410
Maar het interessante
is dat Hij erkent dat

1257
01:15:46,410 --> 01:15:51,210
na de vloed dezelfde zonden in de
mens aanwezig zijn als vóór de vloed.

1258
01:15:51,210 --> 01:15:55,890
Dezelfde omstandigheden die Hem ertoe
brachten de vloed te laten komen,

1259
01:15:55,890 --> 01:15:59,490
bestaan na de vloed nog steeds
in het hart van de mens.

1260
01:15:59,490 --> 01:16:04,290
En toch doet God, ondanks het feit dat
de mens er niet op vooruit is gegaan,

1261
01:16:04,290 --> 01:16:07,950
de belofte dat Hij dat oordeel
niet opnieuw zal brengen.

1262
01:16:07,950 --> 01:16:12,270
Met andere woorden, het is
uitsluitend een zaak van genade.

1263
01:16:12,270 --> 01:16:16,890
Als Hij zag dat de mens erop vooruit
was gegaan, dat de mens nu beter was,

1264
01:16:16,890 --> 01:16:22,350
en Hij zei: ‘Nu ga Ik geen vloed laten
komen, omdat het er nu beter voorstaat’,

1265
01:16:22,350 --> 01:16:24,630
dan zou dat geen genade zijn.

1266
01:16:24,630 --> 01:16:29,010
Dat zou eenvoudig in overeenstemming
zijn met Zijn rechtvaardigheid:

1267
01:16:29,010 --> 01:16:34,110
wanneer het slecht gaat, oordeelt Hij, en
wanneer het goed gaat, doet Hij dat niet.

1268
01:16:34,110 --> 01:16:38,010
Maar aan het einde van de vloed,
in hoofdstuk 8 van Genesis,

1269
01:16:38,010 --> 01:16:41,430
erkent God dat de mens nog
net zo slecht is als daarvoor.

1270
01:16:41,430 --> 01:16:45,750
Toch zal Hij, ondanks dat
feit, barmhartigheid tonen.

1271
01:16:45,750 --> 01:16:48,810
Hij zal niet oordelen zoals daarvoor.

1272
01:16:48,810 --> 01:16:53,370
De regenboog is dus, zoals ik
het zie, een beeld van genade.

1273
01:16:53,370 --> 01:16:56,250
Andere opvattingen over de
betekenis van de regenboog

1274
01:16:56,250 --> 01:17:00,570
zouden moeilijk te onderbouwen zijn
vanuit enige plaats in de Schrift.

1275
01:17:00,570 --> 01:17:01,950
Er staat ook:

1276
01:17:01,950 --> 01:17:05,490
Zo zag de verschijning van
de glorie van de Heer eruit.

1277
01:17:05,490 --> 01:17:08,190
Dus als iemand zich afvraagt wat het was:

1278
01:17:08,190 --> 01:17:12,150
sommige onkundige en onstandvastige
mensen verdraaien dit,

1279
01:17:12,150 --> 01:17:15,810
net als de andere Schriften,
tot hun eigen verderf.

1280
01:17:15,810 --> 01:17:19,470
Ze zeggen: ‘Nou, dit
is een ufo of zoiets.’

1281
01:17:19,470 --> 01:17:21,750
Ik weet niet of je dat
weleens gelezen hebt,

1282
01:17:21,750 --> 01:17:25,530
maar Von Däniken en anderen
hebben gedacht: ‘Zie je wel,

1283
01:17:25,530 --> 01:17:29,490
Ezechiël zag een van de ufo’s
en beschreef die op deze manier,

1284
01:17:29,490 --> 01:17:33,210
en hij zag die ten onrechte
voor God aan’, enzovoort.

1285
01:17:33,210 --> 01:17:37,530
De ogen eromheen en het
flitsende licht. Ja, hoor.

1286
01:17:37,530 --> 01:17:40,050
Er staan veel dingen in
de beschrijving die je,

1287
01:17:40,050 --> 01:17:44,130
als je je verbeelding wilt
gebruiken, op een ufo kunt toepassen.

1288
01:17:44,130 --> 01:17:47,610
Vooral omdat niemand weet hoe
een ufo eruit zou moeten zien.

1289
01:17:47,610 --> 01:17:51,810
Je kunt hem eruit laten zien zoals
de beschrijving hier, als je wilt.

1290
01:17:51,810 --> 01:17:55,470
Maar hij vertelt ons duidelijk
wat hij zag. Hij zegt:

1291
01:17:55,470 --> 01:17:59,790
Zoals het uiterlijk van de regenboog, die
in de wolken verschijnt op de dag van de

1292
01:17:59,790 --> 01:18:03,390
regen, zo was het uiterlijk
van de lichtglans rondom.

1293
01:18:03,390 --> 01:18:07,350
Het was de verschijning van de gedaante
van de heerlijkheid van de HEERE.

1294
01:18:07,350 --> 01:18:11,070
Toen ik dat zag, wierp ik mij
met mijn gezicht ter aarde,

1295
01:18:11,070 --> 01:18:14,130
en ik hoorde de stem van Iemand Die sprak.

1296
01:18:14,130 --> 01:18:18,090
Het was dus geen ufo; het was
de heerlijkheid van de Heere.

1297
01:18:18,090 --> 01:18:22,590
Alleen was het een gelijkenis, of de
verschijning van de gelijkenis ervan.

1298
01:18:22,590 --> 01:18:26,730
Hij blijft zo ongeveer zo ver mogelijk
verwijderd van de uitspraak dat hij de

1299
01:18:26,730 --> 01:18:28,650
heerlijkheid van de Heere zag.

1300
01:18:28,650 --> 01:18:32,610
Het was de gelijkenis van de verschijning
van de heerlijkheid van de Heere.

1301
01:18:32,610 --> 01:18:35,310
Hoe dan ook, dat is wat het voorstelde.

1302
01:18:35,310 --> 01:18:38,610
Nu krijgen we een heel kort
hoofdstuk, hoofdstuk 2.

1303
01:18:38,610 --> 01:18:44,730
Hij zei tegen mij: Mensenkind, ga op uw
voeten staan, en Ik zal met u spreken.

1304
01:18:44,730 --> 01:18:47,850
Terwijl Hij tot mij sprak,
kwam de Geest in mij.

1305
01:18:47,850 --> 01:18:52,650
Hij deed mij op mijn voeten staan en ik
luisterde naar Hem Die tot mij sprak.

1306
01:18:52,650 --> 01:18:57,090
Hij zei tegen mij: Mensenkind,
Ik zend u naar de Israëlieten,

1307
01:18:57,090 --> 01:19:01,710
naar die opstandige volken, die
tegen Mij in opstand zijn gekomen.

1308
01:19:01,710 --> 01:19:06,270
Zij en hun vaderen hebben tot op
deze zelfde dag tegen Mij overtreden.

1309
01:19:06,270 --> 01:19:09,690
En deze kinderen zijn
schaamteloos en hardleers.

1310
01:19:09,690 --> 01:19:11,490
Ik zend u naar hen toe.

1311
01:19:11,490 --> 01:19:15,210
U moet tegen hen zeggen:
Zo zegt de Heere HEERE.

1312
01:19:15,210 --> 01:19:21,391
En zij, of zij luisteren of dat nalaten
— zij zijn immers een opstandig huis —

1313
01:19:21,391 --> 01:19:24,810
zij zullen weten dat er een
profeet in hun midden geweest is.

1314
01:19:24,810 --> 01:19:28,470
Maar u, mensenkind, wees
niet bevreesd voor hen,

1315
01:19:28,470 --> 01:19:32,970
wees niet bevreesd voor hun woorden,
hoewel er prikkels en dorens bij u zijn

1316
01:19:32,970 --> 01:19:35,250
en u bij schorpioenen verblijft.

1317
01:19:35,250 --> 01:19:39,630
Wees niet bevreesd voor hun woorden
en wees niet ontsteld voor hun blik,

1318
01:19:39,630 --> 01:19:41,970
want zij zijn een opstandig huis!

1319
01:19:41,970 --> 01:19:46,830
Maar u moet Mijn woorden tot hen
spreken, of zij luisteren of dat nalaten,

1320
01:19:46,830 --> 01:19:48,690
want zij zijn opstandig!

1321
01:19:48,690 --> 01:19:52,950
Maar u, mensenkind, luister
naar wat Ik tot u spreek.

1322
01:19:52,950 --> 01:19:56,190
Wees niet opstandig,
zoals dit opstandige huis.

1323
01:19:56,190 --> 01:19:59,430
Doe uw mond open en eet wat Ik u geef.

1324
01:19:59,430 --> 01:20:03,570
Toen zag ik, en zie, er was
een hand naar mij uitgestoken.

1325
01:20:03,570 --> 01:20:06,270
En zie, daarin was een boekrol.

1326
01:20:06,270 --> 01:20:08,730
En Hij spreidde die voor mijn gezicht uit:

1327
01:20:08,730 --> 01:20:12,030
hij was vanvoren en
vanachteren beschreven.

1328
01:20:12,030 --> 01:20:16,350
Er waren klaagliederen, zuchten
en weeklachten op geschreven.

1329
01:20:16,350 --> 01:20:18,690
Dat wil zeggen, een boekrol.

1330
01:20:18,690 --> 01:20:21,030
Dit is zijn roeping tot profeet.

1331
01:20:21,030 --> 01:20:25,230
Een van de terugkerende gedachten die in
dit korte hoofdstuk heel vaak naar voren

1332
01:20:25,230 --> 01:20:27,930
komen, is het woord ‘opstandig’.

1333
01:20:27,930 --> 01:20:31,650
God benadrukt duidelijk hoe
opstandig de Joden zijn.

1334
01:20:31,650 --> 01:20:33,930
Hij zegt dat de Geest in hem kwam,

1335
01:20:33,930 --> 01:20:37,890
waardoor hij natuurlijk in staat
werd gesteld om profeet te zijn.

1336
01:20:37,890 --> 01:20:43,830
Denk eraan dat Mozes klaagde dat hij een
te zware last te dragen had. God zei toen:

1337
01:20:43,830 --> 01:20:47,310
De HEERE zei tegen
Mozes: Verzamel voor Mij

1338
01:20:47,310 --> 01:20:51,450
zeventig mannen uit de oudsten
van Israël, van wie u weet dat

1339
01:20:51,450 --> 01:20:55,050
zij de oudsten van het volk
zijn en de beambten ervan.

1340
01:20:55,050 --> 01:20:58,650
U moet hen bij de tent van ontmoeting
brengen en zij moeten daar bij

1341
01:20:58,650 --> 01:20:59,970
u gaan staan.

1342
01:20:59,970 --> 01:21:02,850
En toen hij hen bij de ingang
van de tent had gebracht,

1343
01:21:02,850 --> 01:21:07,230
nam God van de Geest Die op Mozes
was en legde Die op de zeventig,

1344
01:21:07,230 --> 01:21:09,090
en zij profeteerden.

1345
01:21:09,090 --> 01:21:12,450
Later bleek dat twee
van hen, Eldad en Medad,

1346
01:21:12,450 --> 01:21:15,630
niet bij de tabernakel
aan het profeteren waren.

1347
01:21:15,630 --> 01:21:18,390
Jozua maakte daar bezwaar tegen en zei:

1348
01:21:18,390 --> 01:21:24,570
Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van
Mozes, een van zijn uitgekozen jongeren,

1349
01:21:24,570 --> 01:21:29,010
antwoordde en zei: Mijn
heer Mozes, belet het hun!

1350
01:21:29,010 --> 01:21:30,090
Mozes zei:

1351
01:21:30,090 --> 01:21:34,230
Maar Mozes zei tegen hem:
Zet u zich voor mij in?

1352
01:21:34,230 --> 01:21:38,310
Och, waren allen van het volk
van de HEERE maar profeten,

1353
01:21:38,310 --> 01:21:40,530
dat de HEERE Zijn Geest over hen gaf!

1354
01:21:40,530 --> 01:21:45,150
Dus wanneer de Geest op iemand kwam,
werd die persoon daardoor een profeet.

1355
01:21:45,150 --> 01:21:49,770
Niet in alle gevallen, maar Saul
bijvoorbeeld werd tot koning gezalfd

1356
01:21:49,770 --> 01:21:53,370
en de Geest kwam op hem,
maar hij profeteerde ook.

1357
01:21:53,370 --> 01:21:55,590
En ook David had, zoals we weten,

1358
01:21:55,590 --> 01:21:58,890
een profetische bediening
naast zijn koningschap,

1359
01:21:58,890 --> 01:22:03,150
toen de Geest van Saul werd
weggenomen en op David werd gelegd.

1360
01:22:03,150 --> 01:22:08,190
Dus de Geest kwam op hem, wat hem
toerustte voor de profetische bediening.

1361
01:22:08,190 --> 01:22:12,450
En hem werd gezegd dat hij naar
een halsstarrig volk werd gezonden.

1362
01:22:12,450 --> 01:22:17,130
Hem werd gezegd dat ze opstandig waren en
dat hij daarom niet moest verwachten dat

1363
01:22:17,130 --> 01:22:19,170
ze gehoor zouden geven.

1364
01:22:19,170 --> 01:22:20,730
Twee keer zegt Hij:

1365
01:22:20,730 --> 01:22:26,791
En zij, of zij luisteren of dat nalaten
— zij zijn immers een opstandig huis —

1366
01:22:26,791 --> 01:22:31,290
zij zullen weten dat er een
profeet in hun midden geweest is.

1367
01:22:31,290 --> 01:22:32,490
Vers 5.

1368
01:22:32,490 --> 01:22:36,330
Het klinkt bijna alsof God niet zeker
weet of ze naar de woorden zullen

1369
01:22:36,330 --> 01:22:37,710
luisteren of niet.

1370
01:22:37,710 --> 01:22:42,510
Maar God weet het wel, en Hij vertelt
hem dat ze niet zullen luisteren.

1371
01:22:42,510 --> 01:22:46,770
Waarom zegt Hij dan: of ze
nu zullen luisteren of niet?

1372
01:22:46,770 --> 01:22:51,030
Blijkbaar omdat er sommigen zouden
zijn die wel zouden luisteren.

1373
01:22:51,030 --> 01:22:54,090
Misschien zouden er een paar
zijn die zouden luisteren,

1374
01:22:54,090 --> 01:22:58,530
maar over het algemeen zouden de
mensen zijn boodschap afwijzen.

1375
01:22:58,530 --> 01:23:03,150
Volgens de overlevering werd Ezechiël
door zijn medeballingen gedood.

1376
01:23:03,150 --> 01:23:05,310
Dat staat niet in de Schrift opgetekend,

1377
01:23:05,310 --> 01:23:08,790
maar het is een Joodse overlevering
dat hij uiteindelijk door zijn

1378
01:23:08,790 --> 01:23:10,650
medeballingen werd gedood.

1379
01:23:10,650 --> 01:23:14,190
Ze namen zijn boodschap niet aan,
maar sommigen zouden dat wel doen.

1380
01:23:14,190 --> 01:23:19,050
Maar God zegt: of iemand nu tot de
groep behoort die je boodschap gelooft

1381
01:23:19,050 --> 01:23:23,430
of tot de groep die je boodschap niet
gelooft, ze zullen toch allemaal,

1382
01:23:23,430 --> 01:23:27,870
zonder uitzondering, weten dat er
een profeet onder hen is geweest.

1383
01:23:27,870 --> 01:23:31,470
En dat zegt Hij ook in vers 7. Hij zegt:

1384
01:23:31,470 --> 01:23:36,690
Maar u moet Mijn woorden tot hen
spreken, of zij luisteren of dat nalaten,

1385
01:23:36,690 --> 01:23:38,610
want zij zijn opstandig!

1386
01:23:38,610 --> 01:23:43,290
Nu zegt Hij tegen hem dat hij moet
eten wat Hij hem te eten geeft.

1387
01:23:43,290 --> 01:23:48,570
En Hij geeft hem een kleine boekrol,
vanbinnen en vanbuiten beschreven.

1388
01:23:48,570 --> 01:23:53,250
En wat erop geschreven stond,
was weeklacht en rouw en wee.

1389
01:23:53,250 --> 01:23:57,570
Boekrollen kwamen vaak voor in
de visioenen van de profeten.

1390
01:23:57,570 --> 01:24:03,090
Zacharia zag een vliegende boekrol
waarop oordelen en vervloekingen stonden,

1391
01:24:03,090 --> 01:24:05,310
gericht tegen de goddelozen.

1392
01:24:05,310 --> 01:24:10,230
Johannes zag in het boek Openbaring
twee belangrijke boekrollen.

1393
01:24:10,230 --> 01:24:15,510
De eerste werd voor het eerst gezien
in hoofdstuk 4 en had zeven zegels.

1394
01:24:15,510 --> 01:24:18,990
En Openbaring hoofdstuk 4 tot en met 9

1395
01:24:18,990 --> 01:24:23,010
gaat grotendeels over het
verbreken van die zeven zegels.

1396
01:24:23,010 --> 01:24:28,170
Maar dan, in hoofdstuk 10 van
Openbaring, ziet hij nog een boekje,

1397
01:24:28,170 --> 01:24:31,770
of nog een kleine boekrol, en
de engel zegt tegen Johannes

1398
01:24:31,770 --> 01:24:34,110
dat hij dat boekje moet opeten.

1399
01:24:34,110 --> 01:24:37,230
Dat staat aan het einde van Openbaring 10.

1400
01:24:37,230 --> 01:24:42,150
De engel zegt tegen hem dat hij dit
boekje moet opeten, en de engel zei:

1401
01:24:42,150 --> 01:24:46,950
En ik ging naar de Engel toe en
zei tegen Hem: Geef mij dat boekje.

1402
01:24:46,950 --> 01:24:52,470
En Hij zei tegen mij: Neem het en eet
het op, en het zal uw buik bitter maken,

1403
01:24:52,470 --> 01:24:55,350
maar in uw mond zal het
zoet zijn als honing.

1404
01:24:55,350 --> 01:24:59,910
En toen hij het opat, zegt Johannes,
was het zoet in zijn mond en

1405
01:24:59,910 --> 01:25:01,470
bitter in zijn buik.

1406
01:25:01,470 --> 01:25:03,330
En de stem zei tegen hem:

1407
01:25:03,330 --> 01:25:09,330
En Hij zei tegen mij: U moet opnieuw
profeteren over vele volken, naties,

1408
01:25:09,330 --> 01:25:11,130
talen en koningen.

1409
01:25:11,130 --> 01:25:16,650
Toen Johannes dit boek at, was het zoet
in zijn mond en bitter in zijn buik.

1410
01:25:16,650 --> 01:25:20,010
Daarna werd hem gezegd dat
hij opnieuw zou profeteren.

1411
01:25:20,010 --> 01:25:23,010
Ook Ezechiël moest hier
natuurlijk dit boek opeten,

1412
01:25:23,010 --> 01:25:27,270
en ongetwijfeld is dit de oorsprong
van dat beeld in Openbaring.

1413
01:25:27,270 --> 01:25:32,010
Hem werd een boekje gegeven,
vanbinnen en vanbuiten beschreven.

1414
01:25:32,010 --> 01:25:35,850
Het stond vol slecht nieuws,
en hij moest het opeten.

1415
01:25:35,850 --> 01:25:40,110
Waarom at Ezechiël dit boek
letterlijk op? Dat weten we niet.

1416
01:25:40,110 --> 01:25:44,130
Als dit allemaal in een droom of
een trance of een visioen gebeurde,

1417
01:25:44,130 --> 01:25:48,690
kan het zijn dat dit allemaal in
zekere zin niet lichamelijk gebeurde.

1418
01:25:48,690 --> 01:25:51,870
Misschien heeft hij dit boek
niet lichamelijk opgegeten.

1419
01:25:51,870 --> 01:25:54,510
Aan de andere kant wordt
dat ons niet verteld.

1420
01:25:54,510 --> 01:25:56,490
Misschien deed hij dat wel.

1421
01:25:56,490 --> 01:26:00,150
Ezechiël had onder andere
een heel merkwaardig dieet.

1422
01:26:00,150 --> 01:26:05,250
Je zult in hoofdstuk 4 zien dat hij een
bijzonder soort brood moest maken om

1423
01:26:05,250 --> 01:26:09,930
390 dagen lang te eten, dat
heel ongebruikelijk was.

1424
01:26:09,930 --> 01:26:12,750
Hij moet een sterke
spijsvertering hebben gehad

1425
01:26:12,750 --> 01:26:17,490
als hij letterlijk alles heeft gegeten
wat hij moest eten, ook dit boek.

1426
01:26:17,490 --> 01:26:22,110
Maar het is heel goed mogelijk dat
dit allemaal in een visioen gebeurde.

1427
01:26:22,110 --> 01:26:27,090
Dat hij het niet lichamelijk at,
maar zichzelf zag en de Heere zag

1428
01:26:27,090 --> 01:26:29,550
en dit boek zag en alles.

1429
01:26:29,550 --> 01:26:33,810
Het gebeurde allemaal ongeveer zoals
wij het in een droom zouden beleven,

1430
01:26:33,810 --> 01:26:36,630
maar hij was wakker en zag een visioen.

1431
01:26:36,630 --> 01:26:39,270
Dus hij eet het boek op, en in hoofdstuk 3

1432
01:26:39,270 --> 01:26:42,330
hebben we het verslag
van wat er toen gebeurde.

1433
01:26:42,330 --> 01:26:47,190
Daarna zei Hij tegen mij:
Mensenkind, eet wat u aantreft.

1434
01:26:47,190 --> 01:26:52,050
Eet deze rol op, ga, spreek
tot het huis van Israël.

1435
01:26:52,050 --> 01:26:55,590
Toen deed ik mijn mond open en
Hij gaf mij die rol te eten.

1436
01:26:55,590 --> 01:27:00,270
Dit betekent dat de woorden van
God deel van hem moesten worden.

1437
01:27:00,270 --> 01:27:02,490
Hij moest ze in zich opnemen.

1438
01:27:02,490 --> 01:27:06,150
Hij kon ze niet zomaar ergens
van een papier voorlezen.

1439
01:27:06,150 --> 01:27:10,530
Ze moesten deel worden van zijn
eigen leven, van zijn eigen wezen,

1440
01:27:10,530 --> 01:27:14,190
zodat hij het Woord zou
uitleven, zodat ze uit zijn ziel

1441
01:27:14,190 --> 01:27:18,330
en uit zijn hart zouden komen,
ook al waren het Gods woorden.

1442
01:27:18,330 --> 01:27:23,070
Hij zei tegen mij: Mensenkind,
geef uw buik te eten,

1443
01:27:23,070 --> 01:27:26,790
vul uw binnenste met
deze rol, die Ik u geef.

1444
01:27:26,790 --> 01:27:31,170
Toen at ik en hij werd in
mijn mond als honing zo zoet.

1445
01:27:31,170 --> 01:27:37,530
Bedenk dat Johannes in Openbaring 10,
vers 9 en 10, zei dat hij de boekrol opat.

1446
01:27:37,530 --> 01:27:40,890
Die was zoet in zijn mond
en bitter in zijn buik.

1447
01:27:40,890 --> 01:27:43,890
Hier wordt niet vermeld dat
die bitter was in zijn buik.

1448
01:27:43,890 --> 01:27:46,950
Maar verderop, in vers 14, staat:

1449
01:27:46,950 --> 01:27:51,570
Toen hief de Geest mij op en
voerde mij weg en ik ging weg,

1450
01:27:51,570 --> 01:27:56,910
bitter bedroefd en hevig ontdaan, en
de hand van de HEERE was zwaar op mij.

1451
01:27:56,910 --> 01:28:01,530
Er was dus eigenlijk wel bitterheid die
voortkwam uit het ontvangen van dit Woord.

1452
01:28:01,530 --> 01:28:05,490
Soms is alleen al het voorrecht dat
Gods woorden aan je worden geopenbaard,

1453
01:28:05,490 --> 01:28:08,190
dat je inzichten krijgt,
ook in de Schrift,

1454
01:28:08,190 --> 01:28:12,930
dat de Heilige Geest tot je spreekt
en je inzicht geeft in Gods Woord,

1455
01:28:12,930 --> 01:28:16,530
iets wat als het ware
zoet is. Jeremia zei:

1456
01:28:16,530 --> 01:28:19,650
Zodra Uw woorden gevonden
werden, at ik ze op.

1457
01:28:19,650 --> 01:28:23,730
Uw woord was mij tot vreugde
en tot blijdschap in mijn hart,

1458
01:28:23,730 --> 01:28:29,550
want Uw Naam is over mij uitgeroepen,
HEERE, God van de legermachten.

1459
01:28:29,550 --> 01:28:31,590
David zei over de woorden van God:

1460
01:28:31,590 --> 01:28:37,110
Zij zijn begerenswaardiger dan
goud, ja, dan veel zuiver goud;

1461
01:28:37,110 --> 01:28:41,010
en zoeter dan honing en
honingzeem uit de raat.

1462
01:28:41,010 --> 01:28:45,210
Het leren kennen van de wil van
God, het ontvangen van Zijn Woord,

1463
01:28:45,210 --> 01:28:48,570
is dus in zekere zin een zoete ervaring.

1464
01:28:48,570 --> 01:28:50,910
Het is een aangename ervaring.

1465
01:28:50,910 --> 01:28:52,410
Het is bezielend.

1466
01:28:52,410 --> 01:28:57,150
Maar wanneer het Woord een onheilswoord
is en wanneer het slecht nieuws is,

1467
01:28:57,150 --> 01:28:59,850
is er een gevoel van bitterheid.

1468
01:28:59,850 --> 01:29:02,010
Er komt een last bij kijken.

1469
01:29:02,010 --> 01:29:05,010
Nadat je de tijd hebt gehad
om erover na te denken,

1470
01:29:05,010 --> 01:29:10,170
het te verteren of aan te voelen wat de
werkelijke strekking van de boodschap is,

1471
01:29:10,170 --> 01:29:14,430
kan het iets zwaars met zich
meebrengen, zoals hier het geval was.

1472
01:29:14,430 --> 01:29:16,350
Nu staat er in vers 4:

1473
01:29:16,350 --> 01:29:22,710
Toen zei Hij tegen mij: Mensenkind, ga,
begeef u naar het huis van Israël en

1474
01:29:22,710 --> 01:29:24,990
spreek tot hen met Mijn woorden.

1475
01:29:24,990 --> 01:29:27,630
Want u wordt niet gezonden
naar een volk met een

1476
01:29:27,630 --> 01:29:32,550
onbegrijpelijke taal en een moeilijke
spraak, maar naar het huis van Israël,

1477
01:29:32,550 --> 01:29:36,030
niet naar veel volken met een
onbegrijpelijke taal en een moeilijke

1478
01:29:36,030 --> 01:29:39,510
spraak, van wie u de
woorden niet kunt verstaan.

1479
01:29:39,510 --> 01:29:43,830
Als Ik u naar hen gezonden zou
hebben, zouden die geluisterd hebben!

1480
01:29:43,830 --> 01:29:47,310
Maar het huis van Israël
wil naar u niet luisteren,

1481
01:29:47,310 --> 01:29:51,750
omdat zij naar Mij niet willen
luisteren, want heel het huis van Israël

1482
01:29:51,750 --> 01:29:55,770
heeft een hard voorhoofd
en zij zijn hardleers.

1483
01:29:55,770 --> 01:29:57,750
Het is interessant dat Hij zegt:

1484
01:29:57,750 --> 01:30:00,570
Ik stuur je naar mensen
die jouw taal spreken

1485
01:30:00,570 --> 01:30:02,910
en met wie je makkelijk kunt praten.

1486
01:30:02,910 --> 01:30:07,350
Ik stuur je niet naar mensen uit een
ander land van wie je de taal niet kent.

1487
01:30:07,350 --> 01:30:08,910
Maar Hij voegt ertussen:

1488
01:30:08,910 --> 01:30:12,210
Als Ik je naar hen zou
sturen, zouden ze luisteren,

1489
01:30:12,210 --> 01:30:14,790
maar jouw volk zal niet luisteren.

1490
01:30:14,790 --> 01:30:18,090
Opnieuw een van de vele
plaatsen in het Oude Testament

1491
01:30:18,090 --> 01:30:22,470
die laten zien dat de heidenen vaak
ontvankelijker zijn voor Gods Woord dan de

1492
01:30:22,470 --> 01:30:25,230
Joden, Gods eigen volk, waren.

1493
01:30:25,230 --> 01:30:28,470
Het boek Jona is daar ook
een goed voorbeeld van.

1494
01:30:28,470 --> 01:30:33,210
En er zijn nog veel meer voorbeelden
van in de Schriften. Dit is er een van.

1495
01:30:33,210 --> 01:30:34,290
God zegt:

1496
01:30:34,290 --> 01:30:39,090
Als Ik je naar mensen uit een ander land
zou sturen die een andere taal spreken

1497
01:30:39,090 --> 01:30:42,990
en niet bij jouw volk horen,
zouden ze ervoor openstaan.

1498
01:30:42,990 --> 01:30:47,850
Maar jouw volk is opstandig,
koppig, hardvochtig en brutaal,

1499
01:30:47,850 --> 01:30:49,770
en ze zullen niet luisteren.

1500
01:30:49,770 --> 01:30:50,970
Vers 8:

1501
01:30:50,970 --> 01:30:54,990
Zie, Ik zal uw gezicht even
hard maken als hun gezicht,

1502
01:30:54,990 --> 01:30:58,350
en uw voorhoofd even
hard als hun voorhoofd.

1503
01:30:58,350 --> 01:31:02,790
Uw voorhoofd zal Ik maken als
diamant, harder dan steen.

1504
01:31:02,790 --> 01:31:06,750
Wees niet bevreesd voor hen en
wees niet ontsteld voor hun blik,

1505
01:31:06,750 --> 01:31:09,510
want zij zijn een opstandig huis!

1506
01:31:09,510 --> 01:31:14,550
Dit betekent gewoon dat je een sterke
wil zult hebben en koppig zult zijn,

1507
01:31:14,550 --> 01:31:17,490
en dat ze je niet zullen
kunnen intimideren.

1508
01:31:17,490 --> 01:31:23,130
Verder zei Hij tegen mij: Mensenkind,
al Mijn woorden die Ik tot u spreek,

1509
01:31:23,130 --> 01:31:27,090
neem ze op in uw hart en
luister ernaar met uw oren.

1510
01:31:27,090 --> 01:31:30,930
Het opeten ervan, het opnemen
ervan in zijn lichaam,

1511
01:31:30,930 --> 01:31:33,930
stond symbool voor het
opnemen ervan in zijn hart

1512
01:31:33,930 --> 01:31:38,010
en het door zijn hart laten
ontvangen en beamen van die woorden.

1513
01:31:38,010 --> 01:31:42,450
Zodat ze, zoals ik al zei,
zelfs zijn eigen woorden worden.

1514
01:31:42,450 --> 01:31:48,390
Ga, begeef u naar de ballingen, naar
uw volksgenoten en, of zij luisteren,

1515
01:31:48,390 --> 01:31:54,750
of dat nalaten, spreek tot hen en zeg
tegen hen: Zo zegt de Heere HEERE!

1516
01:31:54,750 --> 01:31:59,070
Toen hief de Geest mij op en ik hoorde
achter mij een geluid van een groot

1517
01:31:59,070 --> 01:32:03,930
gedreun: Geloofd zij de heerlijkheid
van de HEERE vanuit Zijn plaats!

1518
01:32:03,930 --> 01:32:08,490
En ik hoorde het geluid van de vleugels
van de levende wezens die elkaar raakten,

1519
01:32:08,490 --> 01:32:13,590
het geluid van de wielen vlak bij hen
en het geluid van een groot gedreun.

1520
01:32:13,590 --> 01:32:17,970
Toen hief de Geest mij op en
voerde mij weg en ik ging weg,

1521
01:32:17,970 --> 01:32:23,730
bitter bedroefd en hevig ontdaan, en
de hand van de HEERE was zwaar op mij.

1522
01:32:23,730 --> 01:32:28,410
Zo kwam ik bij de ballingen van Tel-Abib,
die bij de rivier de Kebar woonden.

1523
01:32:28,410 --> 01:32:30,630
Ik verbleef waar zij woonden.

1524
01:32:30,630 --> 01:32:34,530
Ik verbleef daar ontzet in
hun midden, zeven dagen.

1525
01:32:34,530 --> 01:32:39,030
Hij zweeg zeven dagen lang, net
zoals Job met zijn vrienden,

1526
01:32:39,030 --> 01:32:42,570
toen zijn zeven vrienden
zeven dagen bij hem zaten.

1527
01:32:42,570 --> 01:32:47,310
Hij was zo aangegrepen door de visioenen
en door de woorden die hij had ontvangen,

1528
01:32:47,310 --> 01:32:50,850
dat hij vrijwel verdoofd
was. Hij was in shock.

1529
01:32:50,850 --> 01:32:52,350
Hij was verbijsterd.

1530
01:32:52,350 --> 01:32:54,990
Hij kon zeven dagen lang niet spreken.

1531
01:32:54,990 --> 01:33:00,210
Het gebeurde na verloop van zeven dagen
dat het woord van de HEERE tot mij kwam:

1532
01:33:00,210 --> 01:33:05,070
Mensenkind, Ik heb u aangesteld tot
wachter over het huis van Israël.

1533
01:33:05,070 --> 01:33:09,330
Wanneer u uit Mijn mond een woord hoort,
moet u hen namens Mij waarschuwen.

1534
01:33:09,330 --> 01:33:13,350
Als Ik tegen de goddeloze
zeg: U zult zeker sterven,

1535
01:33:13,350 --> 01:33:17,610
en u hebt hem niet gewaarschuwd en u hebt
niet gesproken om de goddeloze voor zijn

1536
01:33:17,610 --> 01:33:21,510
goddeloze weg te waarschuwen om
hem in het leven te behouden:

1537
01:33:21,510 --> 01:33:24,810
die goddeloze zal in zijn
ongerechtigheid sterven,

1538
01:33:24,810 --> 01:33:27,870
maar Ik zal zijn bloed van uw hand eisen.

1539
01:33:27,870 --> 01:33:32,730
Maar u, als u de goddeloze waarschuwt en
hij zich niet van zijn goddeloosheid en

1540
01:33:32,730 --> 01:33:37,290
van zijn goddeloze weg bekeert, zal
hij in zijn ongerechtigheid sterven,

1541
01:33:37,290 --> 01:33:39,450
maar u hebt uw leven gered.

1542
01:33:39,450 --> 01:33:44,310
En als een rechtvaardige zich van zijn
gerechtigheid afwendt en onrecht begaat

1543
01:33:44,310 --> 01:33:48,570
en Ik een struikelblok voor
hem leg, zal híj sterven.

1544
01:33:48,570 --> 01:33:52,950
Omdat u hem niet gewaarschuwd hebt,
zal hij in zijn zonde sterven.

1545
01:33:52,950 --> 01:33:55,590
Zijn rechtvaardige daden
die hij gedaan heeft,

1546
01:33:55,590 --> 01:33:59,430
zullen niet meer in herinnering gebracht
worden, maar zijn bloed zal Ik van

1547
01:33:59,430 --> 01:34:00,930
uw hand eisen.

1548
01:34:00,930 --> 01:34:05,820
Maar u, als u de rechtvaardige waarschuwt,
opdat de rechtvaardige niet zondigt,

1549
01:34:05,820 --> 01:34:10,830
en hij inderdaad niet zondigt, zal
hij zeker in leven blijven omdat hij

1550
01:34:10,830 --> 01:34:14,370
gewaarschuwd is, en hebt ú uw leven gered.

1551
01:34:14,370 --> 01:34:17,010
Het lijkt een omslachtige
manier om het te zeggen,

1552
01:34:17,010 --> 01:34:21,150
maar in wezen zegt Hij dat je als een
wachter bent die op de uitkijk staat

1553
01:34:21,150 --> 01:34:22,530
voor de vijand.

1554
01:34:22,530 --> 01:34:26,370
En wanneer er gevaar nadert,
moet je de mensen waarschuwen.

1555
01:34:26,370 --> 01:34:30,450
Een wachter die de vijand ziet aankomen
maar de mensen niet waarschuwt,

1556
01:34:30,450 --> 01:34:33,930
is persoonlijk verantwoordelijk
voor de ondergang van zijn stad.

1557
01:34:33,930 --> 01:34:39,330
Zo is het ook op moreel gebied: als hij
het gevaar en Gods oordeel ziet aankomen,

1558
01:34:39,330 --> 01:34:43,770
maar de mensen niet waarschuwt en hun
geen kans geeft om zich te bekeren,

1559
01:34:43,770 --> 01:34:46,350
dan is hij verantwoordelijk
voor hun bloed.

1560
01:34:46,350 --> 01:34:50,910
Als hij hen wel waarschuwt en ze niet
luisteren, zullen ze hoe dan ook sterven,

1561
01:34:50,910 --> 01:34:53,130
maar zal hij niet
verantwoordelijk worden gehouden.

1562
01:34:53,130 --> 01:34:56,250
Het idee is dat hij een
verantwoordelijkheid draagt en een

1563
01:34:56,250 --> 01:34:58,890
verplichting heeft die hij moet nakomen.

1564
01:34:58,890 --> 01:35:01,590
En hij kan die maar
beter niet verwaarlozen,

1565
01:35:01,590 --> 01:35:04,830
anders zal hij de gevolgen
van bloedschuld moeten dragen.

1566
01:35:04,830 --> 01:35:09,270
Gods roeping aan jou om mensen te
waarschuwen is niet iets wat je licht kunt

1567
01:35:09,270 --> 01:35:13,590
opvatten, want God roept niet
iedereen op precies dezelfde manier.

1568
01:35:13,590 --> 01:35:16,050
Hij geeft niet iedereen openbaringen.

1569
01:35:16,050 --> 01:35:20,070
Wanneer je een openbaring hebt, krijg
je een grotere verantwoordelijkheid

1570
01:35:20,070 --> 01:35:22,530
en moet je mensen vertellen wat je weet.

1571
01:35:22,530 --> 01:35:25,710
Natuurlijk hebben wij het
Evangelie en kennis van het behoud,

1572
01:35:25,710 --> 01:35:29,070
en hebben wij ook zo'n verplichting
tegenover de rest van de wereld,

1573
01:35:29,070 --> 01:35:31,530
zoals de grote opdracht aangeeft.

1574
01:35:31,530 --> 01:35:36,390
De hand van de HEERE was daar op
mij en Hij zei tegen mij: Sta op,

1575
01:35:36,390 --> 01:35:39,510
vertrek naar de vallei en
daar zal Ik met u spreken.

1576
01:35:39,510 --> 01:35:43,170
Ik stond op en vertrok
naar de vallei, en zie,

1577
01:35:43,170 --> 01:35:45,390
daar stond de heerlijkheid van de HEERE,

1578
01:35:45,390 --> 01:35:49,530
zoals de heerlijkheid die ik
gezien had bij de rivier de Kebar.

1579
01:35:49,530 --> 01:35:52,410
En ik wierp mij met
mijn gezicht ter aarde.

1580
01:35:52,410 --> 01:35:56,310
Toen kwam de Geest in mij en
deed mij op mijn voeten staan.

1581
01:35:56,310 --> 01:36:02,610
Hij sprak met mij en zei tegen mij: Ga
naar binnen, sluit u op binnen in uw huis.

1582
01:36:02,610 --> 01:36:06,150
En wat u betreft,
mensenkind, zie, zij zouden

1583
01:36:06,150 --> 01:36:09,390
touwen om u heen slaan
en u daarmee binden.

1584
01:36:09,390 --> 01:36:12,330
Daarom moet u zich niet
in hun midden begeven.

1585
01:36:12,330 --> 01:36:15,330
Uw tong zal Ik aan uw
gehemelte doen kleven,

1586
01:36:15,330 --> 01:36:19,890
zodat u stom wordt en u voor hen niet
kunt zijn als iemand die bestraft,

1587
01:36:19,890 --> 01:36:21,870
want zij zijn een opstandig huis!

1588
01:36:21,870 --> 01:36:27,570
Maar als Ik met u spreek, zal Ik uw
mond openen en zult u tegen hen zeggen:

1589
01:36:27,570 --> 01:36:32,250
Zo zegt de Heere HEERE: Wie
luistert, laat hij luisteren.

1590
01:36:32,250 --> 01:36:37,830
Wie dat nalaat, laat die het maar
nalaten, want zij zijn een opstandig huis!

1591
01:36:37,830 --> 01:36:42,090
Hetzelfde had misschien veel korter
gezegd kunnen worden, maar wat Hij zegt,

1592
01:36:42,090 --> 01:36:47,310
is dat de Heere hem op dit punt opdroeg
zich in zijn huis op te sluiten.

1593
01:36:47,310 --> 01:36:52,290
Kennelijk kreeg hij de opdracht iemand hem
ketenen te laten omdoen om gevangenschap

1594
01:36:52,290 --> 01:36:53,550
uit te beelden.

1595
01:36:53,550 --> 01:36:57,210
Zijn profetie was natuurlijk dat
zij in gevangenschap zouden blijven

1596
01:36:57,210 --> 01:37:00,870
en dat de overige Joden, die
nog niet waren weggevoerd,

1597
01:37:00,870 --> 01:37:03,510
alsnog in gevangenschap zouden gaan.

1598
01:37:03,510 --> 01:37:08,070
Er zou dit teken zijn, vergelijkbaar
met het teken dat aan Zacharias,

1599
01:37:08,070 --> 01:37:11,070
de vader van Johannes
de Doper, werd gegeven:

1600
01:37:11,070 --> 01:37:15,750
hij werd met stomheid geslagen tot
de geboorte van Johannes de Doper.

1601
01:37:15,750 --> 01:37:20,190
Maar in dit geval werd Ezechiël
met stomheid geslagen tot de dood

1602
01:37:20,190 --> 01:37:21,450
van zijn vrouw.

1603
01:37:21,450 --> 01:37:25,230
Dat was een periode van
zes jaar vanaf dit moment.

1604
01:37:25,230 --> 01:37:29,670
Zes jaar lang was hij stom, behalve dat
God hem op bovennatuurlijke wijze het

1605
01:37:29,670 --> 01:37:35,070
vermogen gaf om te spreken wanneer God
een woord had dat hij moest uitspreken.

1606
01:37:35,070 --> 01:37:39,090
Dit is een behoorlijk goede waarborg
die de meeste profeten niet hadden,

1607
01:37:39,090 --> 01:37:41,310
en ook nu nog niet hebben.

1608
01:37:41,310 --> 01:37:45,390
Het zou soms wel prettig zijn als
ze die wel hadden, want Hij zegt:

1609
01:37:45,390 --> 01:37:48,270
Ik ga ervoor zorgen dat
je niet meer kunt praten,

1610
01:37:48,270 --> 01:37:50,850
zodat je hen niet meer
terecht kunt wijzen.

1611
01:37:50,850 --> 01:37:55,230
Dat wil zeggen: je gaat je bitterheid
niet op het volk afreageren,

1612
01:37:55,230 --> 01:37:57,810
zoals sommige profeten
geneigd zijn te doen.

1613
01:37:57,810 --> 01:38:01,710
Soms gaan de profeten verder dan
wat God hun opdraagt te zeggen

1614
01:38:01,710 --> 01:38:05,010
en beginnen ze hun eigen venijn
in de boodschap te verwerken.

1615
01:38:05,010 --> 01:38:09,630
Maar Ezechiël was een man die
die gelegenheid niet zou krijgen.

1616
01:38:09,630 --> 01:38:13,890
God maakte hem stom, zodat hij alleen
kon spreken wanneer hij een woord van

1617
01:38:13,890 --> 01:38:15,150
de Heere had.

1618
01:38:15,150 --> 01:38:21,330
Deze toestand duurde voort tot de dood van
zijn vrouw in hoofdstuk, ik geloof, 24.

1619
01:38:21,330 --> 01:38:24,990
Toen kreeg hij blijkbaar zijn
normale spraakvermogen terug.

1620
01:38:24,990 --> 01:38:28,470
Dit is alleen nog maar een beschrijving
van zijn roeping tot de bediening en

1621
01:38:28,470 --> 01:38:30,450
zijn eigenlijke profetieën.

1622
01:38:30,450 --> 01:38:33,690
We hebben in feite nog geen
van de profetieën gelezen.

1623
01:38:33,690 --> 01:38:36,390
Hij is nog niet begonnen
tot het volk te spreken.

1624
01:38:36,390 --> 01:38:39,150
We horen alleen wat God
tegen hem heeft gezegd

1625
01:38:39,150 --> 01:38:41,370
ter voorbereiding op zijn bediening.

1626
01:38:41,370 --> 01:38:46,050
In hoofdstuk 4 beginnen we zijn eerste
openbare handelingen en boodschap te zien.

1627
01:38:46,050 --> 01:38:46,950
Daar komen we op terug.
