1
00:00:02,010 --> 00:00:04,830
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,830 --> 00:00:09,690
Deze keer behandelen we Habakuk
hoofdstuk 1 tot en met 3.

3
00:00:09,690 --> 00:00:12,330
We gaan twee heel korte boeken bekijken.

4
00:00:12,330 --> 00:00:15,630
Ze hebben elk drie hoofdstukken
en zijn van twee kleine

5
00:00:15,630 --> 00:00:20,790
profeten die tijdgenoten van elkaar
waren en ook tijdgenoten van Jeremia.

6
00:00:20,790 --> 00:00:24,450
Het zijn de boeken Habakuk en Zefanja.

7
00:00:24,450 --> 00:00:27,750
Het is niet duidelijk wie van
deze mannen eerder leefde.

8
00:00:27,750 --> 00:00:31,950
Het is mogelijk dat Zefanja
iets eerder was dan Habakuk,

9
00:00:31,950 --> 00:00:33,990
maar niemand weet dat zeker.

10
00:00:33,990 --> 00:00:37,290
Daarom lijkt het het
gemakkelijkst om ze te behandelen

11
00:00:37,290 --> 00:00:42,870
in de volgorde waarin ze in onze
Bijbels staan, met Habakuk als eerste.

12
00:00:42,870 --> 00:00:47,610
Sommigen van jullie hebben de naam
Habakuk misschien anders horen uitspreken.

13
00:00:47,610 --> 00:00:51,810
Ik heb me jarenlang afgevraagd
welke uitspraak juist was,

14
00:00:51,810 --> 00:00:55,890
zonder daar een definitief,
gezaghebbend antwoord op te krijgen.

15
00:00:55,890 --> 00:00:59,970
Ik volg de uitspraaknotatie
uit een oude King James-bijbel,

16
00:00:59,970 --> 00:01:02,310
al weet ik niet of die correct is.

17
00:01:02,310 --> 00:01:07,050
Vroeger wisselde ik vaak van
uitspraak, zelfs binnen één lezing.

18
00:01:07,050 --> 00:01:11,430
Ik ga nu proberen consequent
dezelfde uitspraak te gebruiken.

19
00:01:11,430 --> 00:01:15,150
Deze beide mannen waren late
profeten, die in de late

20
00:01:15,150 --> 00:01:17,670
zevende eeuw voor Christus profeteerden.

21
00:01:17,670 --> 00:01:21,870
Het gaat dan om jaartallen iets
boven zeshonderd voor Christus.

22
00:01:21,870 --> 00:01:27,090
De zevende eeuw voor Christus zou
zeshonderd en nog wat voor Christus zijn.

23
00:01:27,090 --> 00:01:29,790
Net zoals wij nu in de
twintigste eeuw leven,

24
00:01:29,790 --> 00:01:33,330
terwijl onze jaartallen
negentien-zoveel zijn.

25
00:01:33,330 --> 00:01:38,790
Zoals ik al zei, waren ze vrijwel
zeker allebei tijdgenoten van Jeremia.

26
00:01:38,790 --> 00:01:42,030
De precieze datering
van Habakuk is onbekend,

27
00:01:42,030 --> 00:01:45,570
omdat hij ons heel weinig geeft
waarmee we hem kunnen dateren.

28
00:01:45,570 --> 00:01:48,930
We weten alleen dat de komst
van de Babyloniërs dreigde,

29
00:01:48,930 --> 00:01:52,050
en dat die niet lang meer
op zich zou laten wachten.

30
00:01:52,050 --> 00:01:55,770
We weten dat Jeremia ongeveer
veertig jaar profeteerde

31
00:01:55,770 --> 00:01:58,230
voordat de Babyloniërs binnenvielen.

32
00:01:58,230 --> 00:02:02,010
Dat betekent dat Habakuk zijn
tijdgenoot moet zijn geweest.

33
00:02:02,010 --> 00:02:06,090
Zefanja geeft geen datum, maar hij
zegt wel dat hij tijdens de regering

34
00:02:06,090 --> 00:02:08,250
van Josia profeteerde.

35
00:02:08,250 --> 00:02:11,490
Daarmee zou ook hij een
tijdgenoot van Jeremia zijn,

36
00:02:11,490 --> 00:02:14,310
al was hij mogelijk
iets ouder dan Jeremia.

37
00:02:14,310 --> 00:02:18,450
Hoe dan ook, het zijn korte
profetenboeken met één boodschap,

38
00:02:18,450 --> 00:02:21,030
en dat is de boodschap van verwoesting.

39
00:02:21,030 --> 00:02:26,430
Waar beide profetieën op doelen, is de
komst van de Babyloniërs tegen Jeruzalem.

40
00:02:26,430 --> 00:02:30,150
Die werd veroorzaakt door de
zonden van het volk van Juda.

41
00:02:30,150 --> 00:02:32,430
Habakuk is echter een beetje anders.

42
00:02:32,430 --> 00:02:36,630
Hij verschilt niet alleen van Zefanja,
maar van alle andere profeten,

43
00:02:36,630 --> 00:02:39,690
doordat hij zich niet richt
op de zonden van het volk.

44
00:02:39,690 --> 00:02:43,110
En hij spreekt niet tot
het volk over wat God doet.

45
00:02:43,110 --> 00:02:47,430
In plaats daarvan spreekt Habakuk
tot God over wat God doet.

46
00:02:47,430 --> 00:02:50,310
Habakuk heeft een interessante
opbouw, want er zijn

47
00:02:50,310 --> 00:02:53,970
twee rondes waarin de profeet
bij God klaagt en een antwoord

48
00:02:53,970 --> 00:02:56,010
van God terugkrijgt.

49
00:02:56,010 --> 00:03:01,410
In hoofdstuk 1, vers 2 tot en met 4,
vinden we zijn eerste klacht bij God.

50
00:03:01,410 --> 00:03:05,610
Zijn klacht is dat onrecht
ongestraft lijkt te blijven.

51
00:03:05,610 --> 00:03:11,010
Vermoedelijk bedoelt hij in zijn eigen
samenleving, in Juda, in Jeruzalem.

52
00:03:11,010 --> 00:03:14,790
De goddelozen hebben de overhand
en het lijkt hun goed te gaan,

53
00:03:14,790 --> 00:03:16,950
en er wordt geen recht gedaan.

54
00:03:16,950 --> 00:03:21,270
God antwoordt hem daarop in
hoofdstuk 1, vers 5 tot en met 11.

55
00:03:21,270 --> 00:03:24,330
Daar maakt Hij duidelijk dat
God daar iets aan gaat doen.

56
00:03:24,330 --> 00:03:27,510
Hij zal een oordeel brengen
in de vorm van de Chaldeeën.

57
00:03:27,510 --> 00:03:30,930
Dat zijn de Babyloniërs die
in vers 6 worden genoemd.

58
00:03:30,930 --> 00:03:35,790
De Babyloniërs zullen binnenkomen
en deze zondaars in Juda uitroeien.

59
00:03:35,790 --> 00:03:40,050
God heeft Habakuk een afdoende
antwoord op zijn eerste klacht gegeven.

60
00:03:40,050 --> 00:03:43,710
Zijn klacht was: ‘Het is echt goddeloos.

61
00:03:43,710 --> 00:03:46,770
Onze samenleving is volkomen
naar de knoppen gegaan,

62
00:03:46,770 --> 00:03:49,470
en er wordt niets gedaan
om hen te straffen.’

63
00:03:49,470 --> 00:03:53,970
En God zegt: ‘Maak je geen
zorgen. Ik ga hen straffen.

64
00:03:53,970 --> 00:03:55,950
Wacht maar, je zult het zien.

65
00:03:55,950 --> 00:03:58,230
Ik ga de Chaldeeën laten komen.

66
00:03:58,230 --> 00:04:00,390
Zij zullen iedereen uitroeien.’

67
00:04:00,390 --> 00:04:04,530
Habakuk vond dat geen prettig
antwoord, want: ‘Wacht nu eens even,

68
00:04:04,530 --> 00:04:07,830
hoe kunt U iemand die zo
slecht is als de Babyloniërs,

69
00:04:07,830 --> 00:04:12,330
die zeker slechter zijn dan wijzelf,
gebruiken om ons te straffen?’

70
00:04:12,330 --> 00:04:14,670
Dat zat de profeet gewoon niet lekker.

71
00:04:14,670 --> 00:04:17,910
Dus brengt hij dit naar
voren als zijn tweede klacht.

72
00:04:17,910 --> 00:04:22,170
Die staat ook in hoofdstuk
1, vers 12 tot en met 17.

73
00:04:22,170 --> 00:04:27,630
Zijn vraag daar is in wezen: ‘Waarom gaat
U iemand gebruiken die zo verdorven is?

74
00:04:27,630 --> 00:04:29,490
Dat lijkt niet rechtvaardig.

75
00:04:29,490 --> 00:04:32,610
Wij verdienen misschien een oordeel,
maar verdienen wij dat meer dan

76
00:04:32,610 --> 00:04:34,350
de Babyloniërs zelf?

77
00:04:34,350 --> 00:04:36,210
Dat is niet erg logisch.’

78
00:04:36,210 --> 00:04:39,990
In hoofdstuk 2, vers 1, zegt de profeet:

79
00:04:39,990 --> 00:04:44,250
Ik ging op mijn wachtpost staan,
nam mijn plaats in op de vestingwal,

80
00:04:44,250 --> 00:04:48,390
en keek uit om te zien wat Hij in mij
spreken zou en wat ik antwoorden zou

81
00:04:48,390 --> 00:04:49,770
op mijn aanklacht.

82
00:04:49,770 --> 00:04:52,650
Hier gaat het om het antwoord
op zijn tweede klacht.

83
00:04:52,650 --> 00:04:58,170
De rest van hoofdstuk 2, dat wil zeggen
hoofdstuk 2, vers 2 tot en met 20,

84
00:04:58,170 --> 00:05:01,530
is Gods antwoord op zijn tweede klacht.

85
00:05:01,530 --> 00:05:05,610
Zijn eerste klacht ging over
onrecht in zijn eigen samenleving,

86
00:05:05,610 --> 00:05:10,530
onrecht en goddeloosheid binnen die
samenleving die onbestraft bleven.

87
00:05:10,530 --> 00:05:14,910
Gods antwoord was dat Hij hen
door de Babyloniërs zou straffen.

88
00:05:14,910 --> 00:05:18,810
Zijn tweede klacht was
vervolgens dat de Babyloniërs een

89
00:05:18,810 --> 00:05:23,310
onwaardig werktuig van Gods oordeel
waren, en dat leek niet juist.

90
00:05:23,310 --> 00:05:27,030
God beantwoordt de tweede
klacht dus in hoofdstuk 2 door

91
00:05:27,030 --> 00:05:30,930
erop te wijzen dat Gods
rechtvaardigheid rechtvaardig is.

92
00:05:30,930 --> 00:05:35,730
Hij zal goddeloze mensen straffen
en rechtvaardige mensen behouden.

93
00:05:35,730 --> 00:05:39,870
In wezen zal ook Babylon op
zijn tijd geoordeeld worden.

94
00:05:39,870 --> 00:05:42,810
Intussen verdient Juda het oordeel.

95
00:05:42,810 --> 00:05:46,950
Hoewel Habakuk deze woorden niet zegt,
lezen we op andere plaatsen in de

96
00:05:46,950 --> 00:05:48,510
Schrift natuurlijk wel:

97
00:05:48,510 --> 00:05:53,130
Want nu is het de tijd dat het
oordeel begint bij het huis van God;

98
00:05:53,130 --> 00:05:56,910
en als het eerst bij ons begint,
wat zal het einde zijn van hen

99
00:05:56,910 --> 00:06:00,390
die het Evangelie van
God ongehoorzaam zijn?

100
00:06:00,390 --> 00:06:04,410
Er kunnen andere volken zijn die
verdorvener zijn dan de Joden,

101
00:06:04,410 --> 00:06:06,810
maar de Joden dragen meer
verantwoordelijkheid,

102
00:06:06,810 --> 00:06:11,250
omdat zij meer voorrechten hadden,
meer kennis van gerechtigheid.

103
00:06:11,250 --> 00:06:14,850
Het oordeel begint dus
terecht bij Gods eigen volk.

104
00:06:14,850 --> 00:06:17,730
Als Hij Zijn eigen volk niet
oordeelt wanneer het niet

105
00:06:17,730 --> 00:06:22,110
leeft naar het licht dat het heeft,
zou je je kunnen afvragen of God

106
00:06:22,110 --> 00:06:26,910
wel zo rechtvaardig was als Hij goddeloze
mensen die helemaal geen licht hadden,

107
00:06:26,910 --> 00:06:29,250
zou straffen voor dezelfde soort dingen.

108
00:06:29,250 --> 00:06:34,650
Gods antwoord aan Habakuk is in wezen
dat God alle zondaars zal oordelen,

109
00:06:34,650 --> 00:06:36,810
Babyloniërs en Joden.

110
00:06:36,810 --> 00:06:40,110
Het is alleen zo dat Hij
eerst de Joden zal oordelen,

111
00:06:40,110 --> 00:06:42,810
met de Babyloniërs als werktuig.

112
00:06:42,810 --> 00:06:47,790
Op een later tijdstip zullen ook de
Babyloniërs het oordeel ondergaan.

113
00:06:47,790 --> 00:06:51,510
Dat loopt door tot het
einde van hoofdstuk 2.

114
00:06:51,510 --> 00:06:56,910
Wanneer je bij hoofdstuk 3 komt, is alles
wat er van Habakuk nog overblijft deze

115
00:06:56,910 --> 00:06:59,430
psalm die door de profeet is geschreven.

116
00:06:59,430 --> 00:07:01,350
Het is gewoon een gebed.

117
00:07:01,350 --> 00:07:06,870
Alleen al door ernaar te kijken, kun je
zien dat het op veel van de Psalmen lijkt.

118
00:07:06,870 --> 00:07:09,630
Hoofdstuk 3, vers 1 zegt:

119
00:07:09,630 --> 00:07:12,990
Een gebed van Habakuk, de profeet.

120
00:07:12,990 --> 00:07:14,550
Op Sjigjonot.

121
00:07:14,550 --> 00:07:17,250
Het zal je waarschijnlijk
opvallen dat woorden als

122
00:07:17,250 --> 00:07:21,330
Sjigjonot in sommige opschriften
van de Psalmen voorkomen.

123
00:07:21,330 --> 00:07:24,030
Het zijn namen van muziekinstrumenten.

124
00:07:24,030 --> 00:07:27,990
Als de psalmdichter zoiets in het
opschrift van een psalm schrijft,

125
00:07:27,990 --> 00:07:32,310
geeft hij meestal aan welk instrument
hij in gedachten had om dit

126
00:07:32,310 --> 00:07:34,470
specifieke lied te begeleiden.

127
00:07:34,470 --> 00:07:38,730
Aan het einde van Habakuk, aan
het einde van vers 19, staat:

128
00:07:38,730 --> 00:07:44,130
De HEERE Heere is mijn kracht, Hij
maakt mijn voeten als die van de hinden,

129
00:07:44,130 --> 00:07:46,950
en Hij doet mij treden op mijn hoogten.

130
00:07:46,950 --> 00:07:50,070
Voor de koorleider, bij mijn snarenspel.

131
00:07:50,070 --> 00:07:54,690
Dat is interessant. Het lijkt erop
dat dit op veel van de Psalmen lijkt,

132
00:07:54,690 --> 00:07:57,930
met een opdracht aan de
koorleider enzovoort.

133
00:07:57,930 --> 00:08:01,530
Het is eenvoudigweg een lofpsalm voor God.

134
00:08:01,530 --> 00:08:05,430
Habakuk klaagt twee keer
bij God, maar zodra God Zijn

135
00:08:05,430 --> 00:08:09,630
definitieve antwoord heeft
gegeven, zegt de profeet in wezen:

136
00:08:09,630 --> 00:08:12,270
‘U bent het waard om geprezen te worden.’

137
00:08:12,270 --> 00:08:17,010
Helemaal aan het einde, in de
verzen 17 tot en met 19, zegt hij:

138
00:08:17,010 --> 00:08:21,990
Al zal de vijgenboom niet in bloei staan
en er geen vrucht aan de wijnstok zijn,

139
00:08:21,990 --> 00:08:25,110
al zal de opbrengst van
de olijfboom tegenvallen

140
00:08:25,110 --> 00:08:27,810
en zullen de velden geen
voedsel voortbrengen,

141
00:08:27,810 --> 00:08:32,370
al zal het kleinvee uit de kooi verdwenen
zijn en er geen rund in de stallen over

142
00:08:32,370 --> 00:08:36,450
zijn — ik zal dan toch in de
HEERE van vreugde opspringen,

143
00:08:36,450 --> 00:08:38,910
mij verheugen in de God van mijn heil.

144
00:08:38,910 --> 00:08:43,410
De HEERE Heere is mijn kracht, Hij
maakt mijn voeten als die van de hinden,

145
00:08:43,410 --> 00:08:45,990
en Hij doet mij treden op mijn hoogten.

146
00:08:45,990 --> 00:08:48,930
Voor de koorleider, bij mijn snarenspel.

147
00:08:48,930 --> 00:08:51,450
Er staan enkele dingen in Habakuk die als

148
00:08:51,450 --> 00:08:56,010
citaten en als heel belangrijke thema's
in het Nieuwe Testament terugkomen.

149
00:08:56,010 --> 00:09:00,930
In vers 5 staat bijvoorbeeld een vers
dat Paulus aanhaalt tegenover de Joden

150
00:09:00,930 --> 00:09:04,170
in de synagoge in Antiochië in Pisidië.

151
00:09:04,170 --> 00:09:08,130
Wanneer we daaraan toe zijn, zullen
we opmerkingen maken over het verband

152
00:09:08,130 --> 00:09:11,550
tussen wat Habakuk
bedoelde en wat Paulus zei.

153
00:09:11,550 --> 00:09:14,670
In hoofdstuk 2, vers 4,
hebben we wat heel goed

154
00:09:14,670 --> 00:09:18,210
Paulus' lievelingsvers uit het
Oude Testament zou kunnen zijn.

155
00:09:18,210 --> 00:09:24,210
Het zou in elk geval een strijd zijn
tussen dit vers en Genesis 15:6.

156
00:09:24,210 --> 00:09:26,610
Genesis 15:6 zegt:

157
00:09:26,610 --> 00:09:31,350
En hij geloofde in de HEERE, en Die
rekende hem dat tot gerechtigheid.

158
00:09:31,350 --> 00:09:32,790
Dit vers zegt:

159
00:09:32,790 --> 00:09:36,630
Zie, zijn ziel is hoogmoedig,
niet oprecht in hem,

160
00:09:36,630 --> 00:09:39,450
maar de rechtvaardige zal
door zijn geloof leven.

161
00:09:39,450 --> 00:09:43,470
Paulus haalt deze beide passages
uit het Oude Testament aan,

162
00:09:43,470 --> 00:09:48,870
vaak samen en meer dan eens, omdat ze de
fundamentele onderbouwing vanuit het Oude

163
00:09:48,870 --> 00:09:53,970
Testament vormen voor Paulus' nadruk
op rechtvaardiging door geloof.

164
00:09:53,970 --> 00:09:57,870
Dat Paulus deze verzen
aanhaalde, vooral in Romeinen,

165
00:09:57,870 --> 00:10:02,490
heeft Maarten Luther zo sterk in de
richting van de Reformatie gestuurd.

166
00:10:02,490 --> 00:10:05,670
Daardoor zag hij dat de
Rooms-Katholieke Kerk,

167
00:10:05,670 --> 00:10:10,170
door mensen een groot aantal godsdienstige
en rituele vereisten op te leggen voor hun

168
00:10:10,170 --> 00:10:13,290
behoud, verder ging dan de Schriften.

169
00:10:13,290 --> 00:10:17,310
Die leerden in wezen dat
rechtvaardiging voortkomt uit geloof.

170
00:10:17,310 --> 00:10:21,510
Wanneer we bij Habakuk 2:4
komen en dat bespreken,

171
00:10:21,510 --> 00:10:24,150
zal ik erop wijzen dat
er enkele interessante,

172
00:10:24,150 --> 00:10:28,890
misschien kleine moeilijkheden zijn in
de manier waarop Paulus het gebruikt,

173
00:10:28,890 --> 00:10:31,710
maar daar komen we te
zijner tijd op terug.

174
00:10:31,710 --> 00:10:36,690
Er staat ook een heel belangrijke
uitspraak in hoofdstuk 2, vers 14.

175
00:10:36,690 --> 00:10:40,350
Die wordt niet rechtstreeks
aangehaald in het Nieuwe Testament,

176
00:10:40,350 --> 00:10:42,570
maar Paulus zinspeelt erop.

177
00:10:42,570 --> 00:10:45,030
Habakuk 2:14 zegt:

178
00:10:45,030 --> 00:10:49,710
Want de aarde zal vol worden met de
kennis van de heerlijkheid van de HEERE,

179
00:10:49,710 --> 00:10:52,830
zoals het water de
bodem van de zee bedekt.

180
00:10:52,830 --> 00:10:56,430
Dit lijkt op twee andere
uitspraken uit het Oude Testament,

181
00:10:56,430 --> 00:11:01,530
en volgens mij neemt Paulus de bewoording
ervan over in een uitspraak in 2 Korinthe,

182
00:11:01,530 --> 00:11:03,450
die we later zullen bekijken.

183
00:11:03,450 --> 00:11:07,890
Hoewel het dus een kort boek is, staan
er minstens drie verzen in Habakuk,

184
00:11:07,890 --> 00:11:12,930
waarvan er één heel belangrijk is, die
in het Nieuwe Testament zijn verweven en

185
00:11:12,930 --> 00:11:15,690
deel worden van de
nieuwtestamentische openbaring.

186
00:11:15,690 --> 00:11:18,630
Ik heb je iets verteld over
de opbouw van het boek.

187
00:11:18,630 --> 00:11:22,530
We hebben de korte klacht van de
profeet en Gods korte antwoord,

188
00:11:22,530 --> 00:11:26,670
en de langere klacht van de
profeet en Gods langere antwoord.

189
00:11:26,670 --> 00:11:31,590
Daarna hebben we het gebed van de
profeet, en daarmee eindigt het boek.

190
00:11:31,590 --> 00:11:33,270
Laten we ernaar kijken.

191
00:11:33,270 --> 00:11:38,070
Bij het grootste deel ervan zal ik
me naar ik hoop niet gedrongen voelen

192
00:11:38,070 --> 00:11:42,390
al te veel opmerkingen te maken,
maar er zullen er wel enkele zijn.

193
00:11:42,390 --> 00:11:45,750
De last die de profeet
Habakuk gezien heeft.

194
00:11:45,750 --> 00:11:51,990
HEERE, hoelang roep ik om hulp en
luistert U niet, roep ik tot U: Geweld!

195
00:11:51,990 --> 00:11:53,730
en verlost U niet?

196
00:11:53,730 --> 00:11:57,750
Waarom doet U mij onrecht zien
en aanschouwt U de moeite?

197
00:11:57,750 --> 00:12:02,850
Ja, verwoesting en geweld zijn
tegenover mij, er ontstaat onenigheid,

198
00:12:02,850 --> 00:12:04,530
ruzie verheft zich.

199
00:12:04,530 --> 00:12:09,510
Daarom verliest de wet zijn kracht en
komt het recht nooit meer tevoorschijn;

200
00:12:09,510 --> 00:12:12,630
want de goddeloze
omsingelt de rechtvaardige,

201
00:12:12,630 --> 00:12:15,630
daarom komt het recht
verdraaid tevoorschijn.

202
00:12:15,630 --> 00:12:19,650
Sommige bewoordingen van deze klacht
zouden bijna kunnen klinken alsof hij het

203
00:12:19,650 --> 00:12:23,670
over de invasie van de
Babyloniërs heeft. Bijvoorbeeld:

204
00:12:23,670 --> 00:12:27,390
Slechte mensen omsingelen
mensen die goed leven.

205
00:12:27,390 --> 00:12:32,490
Zoals later inderdaad gebeurde toen de
Babyloniërs de stad Jeruzalem belegerden.

206
00:12:32,490 --> 00:12:36,690
Toch zou dat niet helemaal kloppen,
want Jeruzalem was niet rechtvaardig.

207
00:12:36,690 --> 00:12:39,870
Dat is juist waarom de
Babyloniërs hen omsingelden.

208
00:12:39,870 --> 00:12:43,350
De Babyloniërs waren de
uitvoerders van Gods oordeel

209
00:12:43,350 --> 00:12:45,990
over een zeer onrechtvaardige stad.

210
00:12:45,990 --> 00:12:48,570
Dit is veel waarschijnlijker
een beschrijving van

211
00:12:48,570 --> 00:12:51,270
onrecht binnen de Joodse samenleving zelf.

212
00:12:51,270 --> 00:12:55,770
De uitspraak dat de wet machteloos is
en het recht nooit zijn loop krijgt,

213
00:12:55,770 --> 00:12:59,370
klinkt niet alsof hij klaagt
over een internationale strijd.

214
00:12:59,370 --> 00:13:03,990
Het gaat erom dat Gods wet in de
rechtbanken niet wordt nageleefd.

215
00:13:03,990 --> 00:13:07,950
Er is een wet die, als de rechters
en bestuurders die zouden volgen,

216
00:13:07,950 --> 00:13:10,890
tot gerechtigheid in de
samenleving zou leiden.

217
00:13:10,890 --> 00:13:13,590
Maar de rechters
eerbiedigen Gods wet niet.

218
00:13:13,590 --> 00:13:17,850
De wet lijkt machteloos, omdat niemand
binnen het rechtshandhavingsstelsel

219
00:13:17,850 --> 00:13:19,230
eraan trouw is.

220
00:13:19,230 --> 00:13:23,010
En daarom komt er eenvoudigweg
niets van gerechtigheid terecht.

221
00:13:23,010 --> 00:13:25,650
De laatste regel van vers 4 zegt:

222
00:13:25,650 --> 00:13:28,770
Daardoor worden er
oneerlijke uitspraken gedaan.

223
00:13:28,770 --> 00:13:32,850
In vers 3 klaagt hij dat hij
al deze ongerechtigheid en deze

224
00:13:32,850 --> 00:13:34,410
ellende moet aanzien.

225
00:13:34,410 --> 00:13:38,430
Dat herinnert ons er natuurlijk aan
dat wij als rechtvaardige mensen

226
00:13:38,430 --> 00:13:42,990
te midden van een onrechtvaardig volk
leven, een onrechtvaardige samenleving,

227
00:13:42,990 --> 00:13:45,630
en dat het ons verdriet
doet om dat te zien.

228
00:13:45,630 --> 00:13:48,030
Dat zou het ons tenminste moeten doen.

229
00:13:48,030 --> 00:13:51,390
Hij is niet blij wanneer hij
deze ongerechtigheid ziet.

230
00:13:51,390 --> 00:13:54,330
Natuurlijk is niemand blij
om ongerechtigheid te zien

231
00:13:54,330 --> 00:13:56,550
wanneer hij er zelf
het slachtoffer van is.

232
00:13:56,550 --> 00:13:59,730
Maar een christen, een
godvruchtig mens die

233
00:13:59,730 --> 00:14:02,010
meevoelt met wat er in Gods hart leeft,

234
00:14:02,010 --> 00:14:06,570
heeft verdriet over gebeurtenissen
waar hij zelf geen slachtoffer van is,

235
00:14:06,570 --> 00:14:10,110
maar waarvan hij weet
dat ze God verdriet doen.

236
00:14:10,110 --> 00:14:14,130
We lezen dat Lot, die niet de
rechtvaardigste man is die we ons in het

237
00:14:14,130 --> 00:14:17,730
Oude Testament kunnen voorstellen,
rechtvaardiger was dan zijn

238
00:14:17,730 --> 00:14:19,710
tijdgenoten in Sodom.

239
00:14:19,710 --> 00:14:24,930
In 2 Petrus staat dat hij verdriet
had, of dat hij dag aan dag in Sodom

240
00:14:24,930 --> 00:14:27,150
zijn rechtvaardige ziel kwelde:

241
00:14:27,150 --> 00:14:30,510
— want deze rechtvaardige,
die in hun midden woonde,

242
00:14:30,510 --> 00:14:33,450
heeft dag in dag uit
zijn rechtvaardige ziel

243
00:14:33,450 --> 00:14:37,560
gekweld bij het zien en horen
van hun wetteloze daden —

244
00:14:37,560 --> 00:14:41,370
Habakuk zag dat soort dingen in
Juda, en het deed hem verdriet.

245
00:14:41,370 --> 00:14:45,330
Het kwelde zijn ziel, en
hij roept erover tot God.

246
00:14:45,330 --> 00:14:47,190
Hij zegt in vers 2:

247
00:14:47,190 --> 00:14:50,010
Hoelang moet ik nog roepen
zonder dat U luistert?

248
00:14:50,010 --> 00:14:53,430
Ik roep U zelfs om hulp
vanwege al het geweld,

249
00:14:53,430 --> 00:14:55,950
maar er lijkt niets aan gedaan te worden.

250
00:14:55,950 --> 00:14:57,510
U grijpt niet in.

251
00:14:57,510 --> 00:15:03,270
Het lijkt alsof hij zegt: ‘God, U laat de
Joodse samenleving naar de knoppen gaan,

252
00:15:03,270 --> 00:15:06,690
en U doet niets om het
onrecht recht te zetten.

253
00:15:06,690 --> 00:15:09,930
U laat de goddelozen er
gewoon mee wegkomen.’

254
00:15:09,930 --> 00:15:12,810
God antwoordt hem, vanaf vers 5:

255
00:15:12,810 --> 00:15:18,330
Zie rond onder de heidenvolken en
aanschouw, verbijster u, sta verbijsterd,

256
00:15:18,330 --> 00:15:21,210
want Ik breng in uw
dagen een werk tot stand

257
00:15:21,210 --> 00:15:24,270
dat u niet zult geloven
wanneer het verteld wordt.

258
00:15:24,270 --> 00:15:27,450
Met andere woorden, je
hebt een tunnelvisie.

259
00:15:27,450 --> 00:15:31,350
Je kijkt alleen maar naar wat er in
je eigen kleine samenleving gebeurt.

260
00:15:31,350 --> 00:15:35,850
Er gebeurt iets op het internationale
toneel waar je op moet letten,

261
00:15:35,850 --> 00:15:38,430
want dat zal een antwoord
geven op je klacht.

262
00:15:38,430 --> 00:15:44,130
Want zie, Ik doe de Chaldeeën opstaan,
dat grimmige en onstuimige volk,

263
00:15:44,130 --> 00:15:48,870
dat de breedten van de aarde doorkruist
om woningen in bezit te nemen die niet

264
00:15:48,870 --> 00:15:50,370
van hem zijn.

265
00:15:50,370 --> 00:15:54,690
Ze slokken eenvoudigweg het
grondgebied van andere mensen op.

266
00:15:54,690 --> 00:15:57,690
Schrikwekkend en ontzagwekkend is het.

267
00:15:57,690 --> 00:16:01,110
Zijn recht en zijn
hoogheid gaan van hem uit.

268
00:16:01,110 --> 00:16:05,610
Zijn paarden zijn sneller dan
luipaarden, feller dan avondwolven.

269
00:16:05,610 --> 00:16:11,010
Zijn ruiters komen eraan in galop, zijn
ruiters komen van ver aangevlogen als een

270
00:16:11,010 --> 00:16:13,590
arend die toeschiet om te verslinden.

271
00:16:13,590 --> 00:16:18,510
Ieder van hen komt om geweld te bedrijven,
hun gezichten oostwaarts gericht,

272
00:16:18,510 --> 00:16:21,330
en men verzamelt gevangenen als zand.

273
00:16:21,330 --> 00:16:26,850
Ja, zelf drijft hij de spot met de
koningen, vorsten zijn hem een bespotting.

274
00:16:26,850 --> 00:16:32,070
Zelf lacht hij om elke vesting, hij
hoopt er aarde tegen op en neemt hem in.

275
00:16:32,070 --> 00:16:35,310
Dat wil zeggen, ze werpen
belegeringswallen op

276
00:16:35,310 --> 00:16:38,250
en nemen vestingen in, versterkte steden.

277
00:16:38,250 --> 00:16:41,850
Dan zal hij als de wind
veranderen en verdertrekken.

278
00:16:41,850 --> 00:16:45,990
Zo maakt hij zich schuldig die
van zijn kracht zijn god maakt.

279
00:16:45,990 --> 00:16:49,530
Dit lijkt te betekenen dat de
Chaldeeën door God worden opgewekt,

280
00:16:49,530 --> 00:16:52,050
zoals Hij in vers 6 aangeeft.

281
00:16:52,050 --> 00:16:56,730
Ze trekken eropuit, doen hun veroveringen
en behalen hun overwinningen.

282
00:16:56,730 --> 00:17:01,710
Maar vervolgens schrijven ze in vers 11
hun overwinningen niet toe aan Jehovah,

283
00:17:01,710 --> 00:17:04,350
Die hun die overwinningen heeft gegeven.

284
00:17:04,350 --> 00:17:09,090
In plaats daarvan branden ze wierook voor
hun eigen godheden en geven die de eer.

285
00:17:09,090 --> 00:17:11,370
[Vertalersnoot: De spreker
volgt hier de Engelse lezing

286
00:17:11,370 --> 00:17:14,730
waarin Babylon zijn macht
aan zijn god toeschrijft.

287
00:17:14,730 --> 00:17:19,650
De hierboven aangehaalde HSV spreekt
over iemand die van zijn kracht

288
00:17:19,650 --> 00:17:21,090
zijn god maakt.]

289
00:17:21,090 --> 00:17:24,810
Daardoor worden ook zij schuldig
en verdienen ze het oordeel.

290
00:17:24,810 --> 00:17:28,290
Misschien vroeg je je af
wat het in vers 7 betekent:

291
00:17:28,290 --> 00:17:32,370
Ze bepalen zelf wat recht is en
hoeveel aanzien ze verdienen.

292
00:17:32,370 --> 00:17:35,430
Het is niet helemaal duidelijk
hoe we dat moeten begrijpen.

293
00:17:35,430 --> 00:17:39,750
Er zijn mensen die waardigheid
en een ambt enzovoort verkrijgen

294
00:17:39,750 --> 00:17:42,090
doordat iemand hun die verleent.

295
00:17:42,090 --> 00:17:47,070
Het zijn mensen die ondergeschikt zijn
aan grotere koningen of iets dergelijks.

296
00:17:47,070 --> 00:17:52,170
Ze ontvangen hun waardigheid doordat
iemand boven hen hun die verleent.

297
00:17:52,170 --> 00:17:56,970
Het zou kunnen betekenen dat de
Babyloniërs daarentegen autonoom zijn.

298
00:17:56,970 --> 00:17:58,710
Ze zijn soeverein.

299
00:17:58,710 --> 00:18:03,150
Ze komen aan de macht en zijn aan
niemand verantwoording verschuldigd.

300
00:18:03,150 --> 00:18:06,810
Natuurlijk wordt daarbij buiten
beschouwing gelaten dat ze aan God

301
00:18:06,810 --> 00:18:08,910
verantwoording verschuldigd zijn.

302
00:18:08,910 --> 00:18:12,930
Maar menselijk gesproken zijn
ze een onafhankelijk volk.

303
00:18:12,930 --> 00:18:17,910
Ze ontvangen hun waardigheid niet doordat
een hogere koning hun die verleent.

304
00:18:17,910 --> 00:18:20,730
Ze zijn geen vazallen van iemand anders.

305
00:18:20,730 --> 00:18:24,690
Ze komen op als een
onafhankelijke, autonome macht.

306
00:18:24,690 --> 00:18:29,250
En dat doen ze als de machtigste macht
die er op dat moment op aarde is,

307
00:18:29,250 --> 00:18:32,010
om alle landen om hen heen te veroveren.

308
00:18:32,010 --> 00:18:36,450
Hij zegt hier niet uitdrukkelijk dat
Hij Juda door de Chaldeeën zal oordelen,

309
00:18:36,450 --> 00:18:39,090
al ligt dat er misschien wel in besloten.

310
00:18:39,090 --> 00:18:41,370
Zeker wanneer er in vers 10 staat:

311
00:18:41,370 --> 00:18:43,170
Ze lachen om elke vesting.

312
00:18:43,170 --> 00:18:44,130
En:

313
00:18:44,130 --> 00:18:47,730
want ze werpen aarden
wallen op en nemen die in.

314
00:18:47,730 --> 00:18:50,550
Dan klinkt het alsof Habakuk
daaruit zou begrijpen

315
00:18:50,550 --> 00:18:55,830
dat het om de vesting Jeruzalem zelf gaat,
en dat de Babyloniërs die zullen innemen.

316
00:18:55,830 --> 00:18:59,550
God geeft deze profetie dus
als antwoord op Habakuks klacht

317
00:18:59,550 --> 00:19:02,250
over het onrecht dat in
Jeruzalem wordt gedaan,

318
00:19:02,250 --> 00:19:05,190
ook al noemt Hij Jeruzalem
niet uitdrukkelijk.

319
00:19:05,190 --> 00:19:10,710
Daaruit zou vanzelf volgen dat God
zegt: ‘Wel, dit zal Jeruzalem treffen.

320
00:19:10,710 --> 00:19:14,310
Ik ga je klacht beantwoorden door
de Chaldeeën te laten komen.’

321
00:19:14,310 --> 00:19:18,030
En Habakuk kon op zijn minst
één en één bij elkaar optellen

322
00:19:18,030 --> 00:19:21,690
en begrijpen dat dit betekent
dat Jeruzalem zal bezwijken

323
00:19:21,690 --> 00:19:24,330
onder de Chaldeeuwse vloed en invasie.

324
00:19:24,330 --> 00:19:27,450
Dit antwoord van de
Heere begint bij vers 5,

325
00:19:27,450 --> 00:19:30,750
met dit vers dat Paulus
daadwerkelijk aanhaalt.

326
00:19:30,750 --> 00:19:36,030
Zoals ik al aangaf, was Paulus volgens mij
heel goed vertrouwd met het boek Habakuk,

327
00:19:36,030 --> 00:19:40,170
deels omdat hij zo veel hield
van hoofdstuk 2, vers 4.

328
00:19:40,170 --> 00:19:45,090
Zijn kennis ervan was meer dan gemiddeld,
want hij zinspeelde op hoofdstuk 2,

329
00:19:45,090 --> 00:19:50,250
vers 14 en nam er bewoordingen uit
over zonder het zelfs maar te citeren.

330
00:19:50,250 --> 00:19:53,910
Het lijkt alsof de taal van het
boek in zijn denken verweven was,

331
00:19:53,910 --> 00:19:58,350
zodat hij in de taal van het boek
sprak, zelfs wanneer hij niet citeerde.

332
00:19:58,350 --> 00:20:02,670
Wanneer hij vers 5 aanhaalde, kan het
dus niet zo zijn dat hij de context

333
00:20:02,670 --> 00:20:04,110
ervan niet kende.

334
00:20:04,110 --> 00:20:06,870
Hij was vertrouwd met het boek Habakuk.

335
00:20:06,870 --> 00:20:10,530
En toch roept de manier waarop
Paulus het aanhaalt vragen op

336
00:20:10,530 --> 00:20:15,090
over het verband tussen wat Habakuk
werkelijk zei en wat Paulus zegt.

337
00:20:15,090 --> 00:20:18,450
Paulus haalt dit vers aan
in Handelingen hoofdstuk 13,

338
00:20:18,450 --> 00:20:21,450
in de eerste opgetekende preek van Paulus.

339
00:20:21,450 --> 00:20:24,330
Het was niet zijn eerste
preek, maar het is de eerste

340
00:20:24,330 --> 00:20:26,310
die in Handelingen is opgetekend.

341
00:20:26,310 --> 00:20:31,410
Hij was op zijn eerste zendingsreis en
predikte in een synagoge tot de Joden van

342
00:20:31,410 --> 00:20:36,330
Antiochië in Pisidië, die niet erg
ontvankelijk waren voor het Evangelie.

343
00:20:36,330 --> 00:20:39,210
De heidenen die naar hem
luisterden waren dat wel,

344
00:20:39,210 --> 00:20:43,830
maar de Joden in Antiochië in
Pisidië waren niet zo ontvankelijk.

345
00:20:43,830 --> 00:20:48,570
In Handelingen 13:40 en 41 zegt Paulus:

346
00:20:48,570 --> 00:20:54,330
Pas dan op dat u niet overkomt wat er
gezegd is in de profeten: Zie, verachters,

347
00:20:54,330 --> 00:20:59,430
verwonder u en verdwijn, want Ik
verricht een werk in uw dagen,

348
00:20:59,430 --> 00:21:03,390
een werk dat u niet zult geloven
als iemand het u vertelt.

349
00:21:03,390 --> 00:21:08,670
Stel dat we Habakuk niet hadden gelezen en
alleen deze aanhaling van Paulus kenden.

350
00:21:08,670 --> 00:21:11,550
We zouden weten dat hij het
Oude Testament aanhaalt,

351
00:21:11,550 --> 00:21:14,970
maar de context van de
oorspronkelijke uitspraak niet kennen.

352
00:21:14,970 --> 00:21:18,150
Dan zouden we ons kunnen
afvragen hoe hij dit bedoelt.

353
00:21:18,150 --> 00:21:22,050
Bedoelt hij dat het Evangelie
is wat ze niet zullen geloven,

354
00:21:22,050 --> 00:21:23,970
ook al wordt het hun verkondigd?

355
00:21:23,970 --> 00:21:28,410
In de directe context van Paulus’
preek klinkt het alsof hij zoiets zegt.

356
00:21:28,410 --> 00:21:31,290
Hij zegt: ‘Als je mijn
boodschap niet gelooft,

357
00:21:31,290 --> 00:21:34,710
dan pas je misschien in deze
beschrijving bij de profeet:

358
00:21:34,710 --> 00:21:38,910
God doet iets in de wereld waar je
geen enkele aandacht aan schenkt.

359
00:21:38,910 --> 00:21:42,510
Zelfs als het je wordt verkondigd,
wil je er niet naar luisteren.’

360
00:21:42,510 --> 00:21:47,550
Volgens die opvatting verwijst hij met het
werk dat God doet naar het Evangelie zelf.

361
00:21:47,550 --> 00:21:52,110
Dat zouden ze beslist niet geloven,
zelfs als het hun werd verkondigd.

362
00:21:52,110 --> 00:21:56,250
Het probleem is dat die uitleg
niet strookt met wat Habakuk zei.

363
00:21:56,250 --> 00:21:59,550
Wat was het werk dat
God deed in Habakuk 1:5?

364
00:21:59,550 --> 00:22:03,210
Wat is het werk waar God naar
verwijst wanneer Hij zegt:

365
00:22:03,210 --> 00:22:08,610
Zie rond onder de heidenvolken en
aanschouw, verbijster u, sta verbijsterd,

366
00:22:08,610 --> 00:22:11,550
want Ik breng in uw
dagen een werk tot stand

367
00:22:11,550 --> 00:22:14,670
dat u niet zult geloven
wanneer het verteld wordt.

368
00:22:14,670 --> 00:22:19,410
God vertelt ons wat het werk
is dat Hij doet in vers 6,

369
00:22:19,410 --> 00:22:21,750
de regel die er direct op volgt:

370
00:22:21,750 --> 00:22:27,030
Want zie, Ik doe de Chaldeeën opstaan,
dat grimmige en onstuimige volk,

371
00:22:27,030 --> 00:22:31,410
dat de breedten van de aarde doorkruist
om woningen in bezit te nemen die niet

372
00:22:31,410 --> 00:22:32,790
van hem zijn.

373
00:22:32,790 --> 00:22:36,930
Met andere woorden, het werk dat
God in de dagen van Hosea deed,

374
00:22:36,930 --> 00:22:41,670
was een buitenlandse macht tegen Jeruzalem
laten optrekken om het te verwoesten,

375
00:22:41,670 --> 00:22:45,150
als oordeel over hun
verwerping van Gods wegen.

376
00:22:45,150 --> 00:22:50,790
In de tijd van Habakuk waren de mensen van
Israël verdorven opstandelingen tegen God.

377
00:22:50,790 --> 00:22:54,330
En God zou een werk doen dat
zo verbazingwekkend zou zijn

378
00:22:54,330 --> 00:22:57,330
dat de Joden het zelf
nauwelijks konden geloven.

379
00:22:57,330 --> 00:23:01,530
Dat de Babyloniërs Jeruzalem zouden
verwoesten, is het werk waar Hij het

380
00:23:01,530 --> 00:23:02,850
hier over heeft.

381
00:23:02,850 --> 00:23:07,650
En inderdaad, de Joden geloofden het
niet, hoewel het hun verteld werd.

382
00:23:07,650 --> 00:23:11,310
Je herinnert je dat ze in
Jeremia hoofdstuk 7 zeiden:

383
00:23:11,310 --> 00:23:14,370
‘De tempel van God
staat hier in Jeruzalem.

384
00:23:14,370 --> 00:23:18,390
God zou nooit toestaan dat er
iets met de tempel gebeurt.

385
00:23:18,390 --> 00:23:22,530
We zijn veilig zolang de
tempel van Jehovah hier staat.’

386
00:23:22,530 --> 00:23:24,690
Jeremia waarschuwde hen:

387
00:23:24,690 --> 00:23:29,490
Stel uw vertrouwen niet op bedrieglijke
woorden: De tempel van de HEERE,

388
00:23:29,490 --> 00:23:33,630
de tempel van de HEERE, de
tempel van de HEERE is dit!

389
00:23:33,630 --> 00:23:38,670
Zelfs na de eerste twee deportatiegolven
zeiden sommige valse profeten:

390
00:23:38,670 --> 00:23:44,010
Binnen twee volle jaren breng Ik alle
voorwerpen van het huis van de HEERE naar

391
00:23:44,010 --> 00:23:48,570
deze plaats terug, die
Nebukadnezar, de koning van Babel,

392
00:23:48,570 --> 00:23:52,530
uit deze plaats heeft meegenomen
en naar Babel heeft gebracht.

393
00:23:52,530 --> 00:23:57,930
Hoewel Jeremia en Habakuk en Zefanja de
ondergang van Jeruzalem profeteerden,

394
00:23:57,930 --> 00:24:01,830
geloofden de meeste Joden het niet,
ook al werd het hun verkondigd.

395
00:24:01,830 --> 00:24:04,410
Hoe past dat bij wat Paulus zegt?

396
00:24:04,410 --> 00:24:07,770
Paulus sprak ook tot een publiek
van Joodse opstandelingen.

397
00:24:07,770 --> 00:24:10,170
Ze aanvaardden het Evangelie niet.

398
00:24:10,170 --> 00:24:15,630
In dit geval verkondigde hij hun het
Evangelie en aanvaardden ze het niet.

399
00:24:15,630 --> 00:24:19,170
Maar wat heeft dat met
Habakuks waarschuwing te maken?

400
00:24:19,170 --> 00:24:23,070
Persoonlijk geloof ik dat Paulus
zegt: ‘Toen Habakuk predikte,

401
00:24:23,070 --> 00:24:26,550
wilden de Joden zich niet laten
waarschuwen voor de verwoesting die

402
00:24:26,550 --> 00:24:28,290
over Jeruzalem kwam.

403
00:24:28,290 --> 00:24:30,990
Ze sloegen geen acht op zijn waarschuwing.

404
00:24:30,990 --> 00:24:34,110
Jullie staat iets heel
vergelijkbaars te wachten.’

405
00:24:34,110 --> 00:24:37,650
Let op wat hij zegt in Handelingen 13:40:

406
00:24:37,650 --> 00:24:42,150
Pas dan op dat u niet overkomt
wat er gezegd is in de profeten:

407
00:24:42,150 --> 00:24:47,190
De profeten voorspelden de ondergang
van Jeruzalem door de hand van Babylon.

408
00:24:47,190 --> 00:24:51,150
Hij zegt: ‘Pas maar op, anders
zal jullie hetzelfde overkomen.’

409
00:24:51,150 --> 00:24:55,410
Iemand zou kunnen zeggen: ‘Maar
deze Joden waren niet in Jeruzalem.

410
00:24:55,410 --> 00:24:58,950
Paulus predikte in Pisidië,
niet in Jeruzalem.’

411
00:24:58,950 --> 00:25:02,190
Dat is waar, maar kijk
eens naar de geschiedenis.

412
00:25:02,190 --> 00:25:05,670
Josephus wijst erop dat
tijdens de Joodse Oorlog

413
00:25:05,670 --> 00:25:10,290
overal rond de Middellandse Zee Joden
werden afgeslacht in heidense gebieden.

414
00:25:10,290 --> 00:25:15,690
Die oorlog duurde drieënhalf jaar en
liep uit op de verwoesting van Jeruzalem.

415
00:25:15,690 --> 00:25:20,970
De opstand van de Joden in Judea leidde
tot een algemene burgeroorlog tussen

416
00:25:20,970 --> 00:25:25,410
Joden en heidenen en tot de uitroeiing
van Joodse bevolkingsgroepen

417
00:25:25,410 --> 00:25:29,490
in veel heidense plaatsen,
zoals Alexandrië in Egypte,

418
00:25:29,490 --> 00:25:32,250
en in Syrië en andere plaatsen.

419
00:25:32,250 --> 00:25:36,630
In sommige van deze steden werden
zo'n vijftigduizend Joden en

420
00:25:36,630 --> 00:25:41,010
twintigduizend Joden uitgeroeid
in verband met de Joodse opstand.

421
00:25:41,010 --> 00:25:44,790
De Joden in Antiochië in
Pisidië konden er dus niet

422
00:25:44,790 --> 00:25:48,330
zonder meer op rekenen
ongestraft te blijven bij deze

423
00:25:48,330 --> 00:25:52,470
massavernietiging die op
komst was. Ze waren Joods.

424
00:25:52,470 --> 00:25:56,070
Ze bevonden zich in de wereld
rond de Middellandse Zee,

425
00:25:56,070 --> 00:25:59,610
waar deze algemene
ontwrichting zou plaatsvinden.

426
00:25:59,610 --> 00:26:02,490
De Joden zouden verschrikkelijke
dingen ondergaan,

427
00:26:02,490 --> 00:26:07,650
en het was een gebeurtenis die leek op
wat de mensen in Habakuks tijd overkwam.

428
00:26:07,650 --> 00:26:12,330
Ik denk dus dat Paulus zegt dat
je, als je het Evangelie verwerpt,

429
00:26:12,330 --> 00:26:14,610
het gevaar loopt iets te ondergaan

430
00:26:14,610 --> 00:26:17,970
zoals dat waarvoor Habakuk
zijn volk waarschuwde.

431
00:26:17,970 --> 00:26:23,190
In zijn tijd waren het de Babyloniërs die
zouden komen om Jeruzalem te verwoesten.

432
00:26:23,190 --> 00:26:28,410
In Paulus' tijd maakte die generatie mee
dat de Romeinen kwamen en hetzelfde deden.

433
00:26:28,410 --> 00:26:32,250
De overeenkomsten tussen die twee
gebeurtenissen in de geschiedenis zijn

434
00:26:32,250 --> 00:26:36,870
opvallend voor iedereen die beide keren
bestudeert dat Jeruzalem werd verwoest en

435
00:26:36,870 --> 00:26:38,970
de Joden werden weggevoerd.

436
00:26:38,970 --> 00:26:44,310
Nu komen we bij de tweede klacht van
de profeet, vanaf hoofdstuk 1, vers 12.

437
00:26:44,310 --> 00:26:48,930
Nadat God hem heeft verteld dat Hij
de Babyloniërs doet opkomen om hen als

438
00:26:48,930 --> 00:26:53,850
werktuig voor het oordeel te gebruiken,
klaagt de profeet dat God te rein,

439
00:26:53,850 --> 00:26:57,150
te heilig is om Zijn
reputatie te bezoedelen door

440
00:26:57,150 --> 00:27:01,050
zulke goddeloze werktuigen
te gebruiken. Hij zegt:

441
00:27:01,050 --> 00:27:05,790
Bent U niet van oudsher de
HEERE, mijn God, mijn Heilige?

442
00:27:05,790 --> 00:27:07,590
Wij zullen niet sterven.

443
00:27:07,590 --> 00:27:10,950
HEERE, U hebt hem gesteld tot een oordeel.

444
00:27:10,950 --> 00:27:14,370
Rots, U hebt hem
gegrondvest om te straffen.

445
00:27:14,370 --> 00:27:16,950
Daarmee bedoelt hij de Babyloniërs.

446
00:27:16,950 --> 00:27:20,010
Zij zijn degenen die
terechtgewezen moeten worden.

447
00:27:20,010 --> 00:27:24,030
Zij zijn degenen die geoordeeld
zouden moeten worden, niet wij.

448
00:27:24,030 --> 00:27:29,550
U bent te rein van ogen om het kwade aan
te zien, moeite kunt U niet aanschouwen.

449
00:27:29,550 --> 00:27:33,210
Waarom aanschouwt U wie
trouweloos handelen, zwijgt U,

450
00:27:33,210 --> 00:27:37,230
wanneer een goddeloze hem verslindt
die rechtvaardiger is dan hijzelf?

451
00:27:37,230 --> 00:27:41,430
De profeet heeft geklaagd dat zijn
eigen volk niet rechtvaardig was,

452
00:27:41,430 --> 00:27:46,170
maar nu klaagt hij dat ze in ieder geval
rechtvaardiger zijn dan de Babyloniërs.

453
00:27:46,170 --> 00:27:48,390
Hoe kunt U dit laten gebeuren, God?

454
00:27:48,390 --> 00:27:52,770
Hoe kunt U erbij staan en het niet
tegenhouden wanneer een machtig volk komt

455
00:27:52,770 --> 00:27:56,970
en een volk vernietigt dat niet
zo goddeloos is als dat volk zelf,

456
00:27:56,970 --> 00:28:00,810
een volk dat rechtvaardiger
is dan het werktuig zelf?

457
00:28:00,810 --> 00:28:02,610
Hij zegt in vers 13:

458
00:28:02,610 --> 00:28:05,850
Uw ogen zijn te zuiver om
kwaad te kunnen aanzien.

459
00:28:05,850 --> 00:28:11,070
Sommige mensen hebben gedacht dat dit
betekent dat God zonde niet eens kan zien,

460
00:28:11,070 --> 00:28:13,110
maar dat is natuurlijk belachelijk.

461
00:28:13,110 --> 00:28:15,330
De Bijbel zegt ergens anders dat

462
00:28:15,330 --> 00:28:21,570
De ogen van de HEERE zijn op elke plaats:
ze slaan slechte en goede mensen gade.

463
00:28:21,570 --> 00:28:25,470
Dat Zijn ogen te rein zijn
om het kwaad te aanschouwen

464
00:28:25,470 --> 00:28:28,290
en dat Hij de goddeloosheid
niet kan aanzien,

465
00:28:28,290 --> 00:28:31,470
moet je opvatten in de zin
van het goedkeuren ervan.

466
00:28:31,470 --> 00:28:34,050
Hij kan er niet met
goedkeuring naar kijken.

467
00:28:34,050 --> 00:28:37,110
Hij kan er niet zonder emotie naar kijken.

468
00:28:37,110 --> 00:28:41,250
Hij kan er niet naar kijken
zonder er boos om te worden.

469
00:28:41,250 --> 00:28:44,850
Hij kan het kwaad op geen enkele
manier goedkeuren of er met

470
00:28:44,850 --> 00:28:47,010
goedkeuring naar kijken.

471
00:28:47,010 --> 00:28:50,790
Hoe kan Hij dan de Babyloniërs bij
hun verovering van het Heilige Land

472
00:28:50,790 --> 00:28:54,090
goedkeuren, of schijnbaar goedkeuren?

473
00:28:54,090 --> 00:28:55,350
Vers 14:

474
00:28:55,350 --> 00:28:59,190
U maakt de mensen als vissen in
de zee, als kruipende dieren,

475
00:28:59,190 --> 00:29:01,170
die geen heerser hebben.

476
00:29:01,170 --> 00:29:05,610
Hier vergelijkt hij de Babyloniërs
met vissers, die met een groot net

477
00:29:05,610 --> 00:29:09,570
de zee van de heidenwereld opgaan
en door hun militaire onderneming

478
00:29:09,570 --> 00:29:11,490
alle volken bijeenbrengen.

479
00:29:11,490 --> 00:29:14,130
Het net is kennelijk
hun militaire apparaat,

480
00:29:14,130 --> 00:29:18,450
want ze trekken eropuit met hun net
en brengen hun slachtoffers terug,

481
00:29:18,450 --> 00:29:21,690
overwonnen als vissen en
dieren die gevangen zijn en

482
00:29:21,690 --> 00:29:23,970
in strikken verstrikt zijn geraakt.

483
00:29:23,970 --> 00:29:28,710
En God maakt al deze volken, met
inbegrip van Jeruzalem en Juda,

484
00:29:28,710 --> 00:29:33,510
als vissen in de zee, als kruipende
dieren die geen heerser hebben.

485
00:29:33,510 --> 00:29:37,710
Hij haalt ze alle met een vishaak op,
brengt ze bijeen met zijn sleepnet,

486
00:29:37,710 --> 00:29:40,170
en verzamelt ze met zijn werpnet.

487
00:29:40,170 --> 00:29:42,450
Daarom verblijdt en verheugt hij zich.

488
00:29:42,450 --> 00:29:47,130
Daarom offert hij aan zijn sleepnet,
brengt hij een reukoffer aan zijn werpnet,

489
00:29:47,130 --> 00:29:51,450
want daardoor is zijn vangst
groot en zijn voedsel overvloedig.

490
00:29:51,450 --> 00:29:54,510
Mag hij daarom zijn
sleepnet blijven leegmaken,

491
00:29:54,510 --> 00:29:57,150
volken zonder medelijden blijven doden?

492
00:29:57,150 --> 00:30:01,410
Met andere woorden, als wezens
die minder dan mensen zijn.

493
00:30:01,410 --> 00:30:05,550
Deze Babyloniërs behandelen
hun gevangenen niet als mensen.

494
00:30:05,550 --> 00:30:07,710
Ze behandelen hen als dieren.

495
00:30:07,710 --> 00:30:09,750
En U laat dit toe, God.

496
00:30:09,750 --> 00:30:11,550
Dit is niet te begrijpen.

497
00:30:11,550 --> 00:30:13,770
U zegent hun onderneming.

498
00:30:13,770 --> 00:30:18,870
U laat hen deze mensen bijeenbrengen zoals
vissers vissen in een net bijeenbrengen,

499
00:30:18,870 --> 00:30:21,630
en ze geven U daar niet de eer voor.

500
00:30:21,630 --> 00:30:25,890
Ze offeren aan hun net en branden
wierook voor hun sleepnet.

501
00:30:25,890 --> 00:30:30,870
Dat betekent dat ze hun eigen militaire
macht aanbidden in plaats van God.

502
00:30:30,870 --> 00:30:34,470
Natuurlijk had God daar
in vers 11 al op gewezen.

503
00:30:34,470 --> 00:30:38,070
Dan zal hij als de wind
veranderen en verdertrekken.

504
00:30:38,070 --> 00:30:42,330
Zo maakt hij zich schuldig die
van zijn kracht zijn god maakt.

505
00:30:42,330 --> 00:30:45,990
Habakuk brengt hier dus geen
nieuwe gedachten naar voren.

506
00:30:45,990 --> 00:30:49,290
Hij reageert eenvoudig
op wat God heeft gezegd.

507
00:30:49,290 --> 00:30:54,210
Dat is niet te begrijpen, God, dat U
zo'n goddeloos volk zou gebruiken en

508
00:30:54,210 --> 00:30:59,370
goedkeuren, terwijl Uw ogen zo rein
zijn dat niet van U verwacht kan worden

509
00:30:59,370 --> 00:31:01,530
dat U het kwaad goedkeurt.

510
00:31:01,530 --> 00:31:05,550
De profeet heeft volgens mij het idee
dat hij misschien een beetje voor zijn

511
00:31:05,550 --> 00:31:07,110
beurt heeft gesproken.

512
00:31:07,110 --> 00:31:10,170
Hij zegt in vers 1 van hoofdstuk 2:

513
00:31:10,170 --> 00:31:14,790
Ik ging op mijn wachtpost staan,
nam mijn plaats in op de vestingwal,

514
00:31:14,790 --> 00:31:18,630
en keek uit om te zien wat Hij
in mij spreken zou en wat ik

515
00:31:18,630 --> 00:31:20,670
antwoorden zou op mijn aanklacht.

516
00:31:20,670 --> 00:31:24,480
[Vertalersnoot: De spreker leest in zijn
Engelse Bijbel aan het slot van Habakuk

517
00:31:24,480 --> 00:31:29,310
2:1: ‘wat ik zal antwoorden
wanneer ik terechtgewezen word’.

518
00:31:29,310 --> 00:31:35,430
De hierboven aangehaalde HSV heeft: ‘wat
ik antwoorden zou op mijn aanklacht’.]

519
00:31:35,430 --> 00:31:38,910
Hij verwacht dat God hem een
beetje zal terechtwijzen.

520
00:31:38,910 --> 00:31:42,870
Alsof hij een iets te grote mond
tegen God heeft gehad en God

521
00:31:42,870 --> 00:31:45,450
hem daarvoor zal moeten terechtwijzen.

522
00:31:45,450 --> 00:31:50,370
Hoe dan ook, hij heeft gezegd wat hij
dacht, zoals Joodse mensen vaak doen,

523
00:31:50,370 --> 00:31:52,530
vooral Joodse profeten.

524
00:31:52,530 --> 00:31:57,330
Hij heeft zijn gedachten geuit en hij
weet dat hem hier een kleine uitbrander

525
00:31:57,330 --> 00:31:58,650
te wachten staat.

526
00:31:58,650 --> 00:32:02,370
God zal komen en hem
daarvoor terechtwijzen.

527
00:32:02,370 --> 00:32:07,290
Hij zegt: ‘Nou, ik ga gewoon
wachten tot God komt en dat doet.

528
00:32:07,290 --> 00:32:10,530
Dan zal ik zien wat Hij
zegt en proberen alvast wat

529
00:32:10,530 --> 00:32:13,410
na te denken over hoe
ik Hem zal antwoorden.’

530
00:32:13,410 --> 00:32:18,630
Het antwoord dat Habakuk Hem
uiteindelijk geeft, staat in hoofdstuk 3,

531
00:32:18,630 --> 00:32:20,670
een psalm van aanbidding.

532
00:32:20,670 --> 00:32:24,150
Maar hier komt de terechtwijzing. Vers 2:

533
00:32:24,150 --> 00:32:28,650
Toen antwoordde de HEERE mij
en zei: Schrijf het visioen op,

534
00:32:28,650 --> 00:32:33,750
grif het duidelijk in tafelen, zodat het
in het snel voorbijlopen te lezen is.

535
00:32:33,750 --> 00:32:37,170
Een andere manier om die
laatste regel weer te geven is:

536
00:32:37,170 --> 00:32:39,630
zodat je het al rennend kunt lezen.

537
00:32:39,630 --> 00:32:42,390
Zoals het hier in de New King James staat:

538
00:32:42,390 --> 00:32:47,010
zodat wie het leest, kan rennen, klinkt
het bijna alsof iemand die het leest

539
00:32:47,010 --> 00:32:51,210
daardoor bemoediging krijgt,
of marsorders, of wat dan ook.

540
00:32:51,210 --> 00:32:53,670
Hij gaat lopen doordat hij het leest.

541
00:32:53,670 --> 00:32:57,030
Hij zal naar de strijd kunnen
rennen, of iets dergelijks.

542
00:32:57,030 --> 00:33:00,030
Het is moeilijk om te weten wat
daarmee precies wordt bedoeld.

543
00:33:00,030 --> 00:33:02,910
Of het gaat er gewoon om
de goede wedloop te lopen,

544
00:33:02,910 --> 00:33:06,270
in de zin waarin het Nieuwe
Testament dat woord gebruikt:

545
00:33:06,270 --> 00:33:09,390
volharden en het goede
doen terwijl je allerlei

546
00:33:09,390 --> 00:33:12,210
moeilijkheden tegenkomt, enzovoort.

547
00:33:12,210 --> 00:33:16,410
Maar een andere manier om die laatste
regel van vers 2 weer te geven is:

548
00:33:16,410 --> 00:33:21,210
zodat wie rent, het kan lezen, Dat
zou iets anders kunnen suggereren,

549
00:33:21,210 --> 00:33:22,470
want Hij zegt:

550
00:33:22,470 --> 00:33:26,730
schrijf het duidelijk op platen,
Schrijf het op en maak het duidelijk,

551
00:33:26,730 --> 00:33:29,610
zodat iedereen die
voorbijrent het kan lezen.

552
00:33:29,610 --> 00:33:34,830
Het zou kunnen betekenen: zet het in
grote letters, zet het op een opvallende,

553
00:33:34,830 --> 00:33:38,790
duidelijk zichtbare plek, zodat
zelfs iemand die voorbijrent de

554
00:33:38,790 --> 00:33:40,650
boodschap kan meekrijgen.

555
00:33:40,650 --> 00:33:42,690
Iemand die niet goed oplet.

556
00:33:42,690 --> 00:33:47,130
Zoals een groot reclamebord of zo,
zodat iemand die niet speciaal luistert,

557
00:33:47,130 --> 00:33:52,290
iemand die haastig voorbijgaat, het
niet kan missen. Maak het zo duidelijk.

558
00:33:52,290 --> 00:33:56,790
Zo hebben sommigen de betekenis van
die laatste regel in vers 2 opgevat.

559
00:33:56,790 --> 00:33:58,350
Vers 3 zegt:

560
00:33:58,350 --> 00:34:02,130
Voorzeker, het visioen wacht
nog op de vastgestelde tijd,

561
00:34:02,130 --> 00:34:06,150
aan het einde zal Hij het
werkelijkheid maken. Hij liegt niet.

562
00:34:06,150 --> 00:34:11,610
Als Hij uitblijft, verwacht Hem, want
Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven.

563
00:34:11,610 --> 00:34:13,110
De uitspraak:

564
00:34:13,110 --> 00:34:16,890
Voorzeker, het visioen wacht
nog op de vastgestelde tijd,

565
00:34:16,890 --> 00:34:21,210
aan het einde zal Hij het
werkelijkheid maken. Hij liegt niet.

566
00:34:21,210 --> 00:34:26,970
Als Hij uitblijft, verwacht Hem, want
Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven.

567
00:34:26,970 --> 00:34:30,690
Zie, zijn ziel is hoogmoedig,
niet oprecht in hem,

568
00:34:30,690 --> 00:34:33,390
maar de rechtvaardige zal
door zijn geloof leven.

569
00:34:33,390 --> 00:34:36,690
wordt in het boek Hebreeën
daadwerkelijk geciteerd,

570
00:34:36,690 --> 00:34:39,450
of er wordt heel duidelijk op gezinspeeld.

571
00:34:39,450 --> 00:34:41,910
In Hebreeën hoofdstuk 10.

572
00:34:41,910 --> 00:34:45,330
Dit staat aan het slot van
dit hoofdstuk van Hebreeën.

573
00:34:45,330 --> 00:34:51,390
De schrijver van Hebreeën herinnert de
lezers er in de verzen 32 tot en met 34

574
00:34:51,390 --> 00:34:54,630
aan hoe ze in een eerdere
periode van hun leven als

575
00:34:54,630 --> 00:34:57,210
christen de goede wedloop hadden gelopen.

576
00:34:57,210 --> 00:34:59,490
Ze begonnen er nu moe van te worden.

577
00:34:59,490 --> 00:35:03,210
Toen ze pas gelovigen waren
geworden, hadden ze goed gelopen,

578
00:35:03,210 --> 00:35:05,430
maar nu was dat aan het veranderen.

579
00:35:05,430 --> 00:35:07,770
In vers 35 zegt hij:

580
00:35:07,770 --> 00:35:12,510
Werp dan uw vrijmoedigheid niet weg, die
een grote beloning met zich meebrengt.

581
00:35:12,510 --> 00:35:17,370
Want u hebt volharding nodig, opdat u,
na het volbrengen van de wil van God,

582
00:35:17,370 --> 00:35:20,250
de vervulling van de
belofte zult verkrijgen.

583
00:35:20,250 --> 00:35:23,430
Nu citeert hij uit Habakuk. Hij zegt:

584
00:35:23,430 --> 00:35:30,030
Want: Nog een heel korte tijd en Hij
Die komt, zal komen en niet uitblijven.

585
00:35:30,030 --> 00:35:34,890
Maar de rechtvaardige zal uit het geloof
leven, en als iemand zich onttrekt,

586
00:35:34,890 --> 00:35:37,470
Mijn ziel heeft in hem geen behagen.

587
00:35:37,470 --> 00:35:42,150
Het is interessant dat dit duidelijk
een citaat uit Habakuk hoofdstuk 2,

588
00:35:42,150 --> 00:35:46,770
de verzen 3 en 4, is, hoewel
het anders is verwoord.

589
00:35:46,770 --> 00:35:50,190
De reden dat het anders is
verwoord, is dat de schrijver van

590
00:35:50,190 --> 00:35:54,990
Hebreeën uit de Septuaginta citeert,
die het iets anders weergeeft.

591
00:35:54,990 --> 00:36:01,770
Paulus citeert altijd uit de Septuaginta
wanneer hij Habakuk 2, vers 4, aanhaalt.

592
00:36:01,770 --> 00:36:05,070
Daar is een reden voor,
die ik je zo zal vertellen.

593
00:36:05,070 --> 00:36:08,790
Maar let eens op Hebreeën 10, vers 37:

594
00:36:08,790 --> 00:36:12,810
Hij die komt, zal komen en
niet op zich laten wachten.

595
00:36:12,810 --> 00:36:17,130
Ik denk dat christenen die dit lezen,
vooral als ze niet zo vertrouwd zijn met

596
00:36:17,130 --> 00:36:21,510
Habakuk, waar dit vandaan komt, aannemen
dat het een verwijzing is naar de

597
00:36:21,510 --> 00:36:23,190
wederkomst van Jezus.

598
00:36:23,190 --> 00:36:26,730
Ik heb christenen dit
over Jezus horen aanhalen:

599
00:36:26,730 --> 00:36:29,310
Wacht op Hem, Hij komt echt.

600
00:36:29,310 --> 00:36:33,570
Ook al lijkt het misschien lang te
duren, Hij zal niet te laat komen.

601
00:36:33,570 --> 00:36:37,230
Feit is dat Jezus sinds de tijd
waarin Hebreeën werd geschreven

602
00:36:37,230 --> 00:36:40,230
inderdaad heel lang op
Zich heeft laten wachten.

603
00:36:40,230 --> 00:36:44,730
Ik denk niet dat hij het heeft over wat
wij de wederkomst van Christus noemen.

604
00:36:44,730 --> 00:36:48,150
Een van de onderwerpen die de schrijver
van Hebreeën door zijn hele boek heen

605
00:36:48,150 --> 00:36:52,110
sterk bezighouden, is de
vernietiging van het Joodse bestel.

606
00:36:52,110 --> 00:36:55,830
Want hij voorspelt die op veel
plaatsen in Hebreeën heel duidelijk,

607
00:36:55,830 --> 00:36:59,670
en op andere plaatsen lijkt hij er
minder duidelijk op te zinspelen.

608
00:36:59,670 --> 00:37:04,830
In Hebreeën 8, vers 13, vertelt hij ons
bijvoorbeeld dat het Joodse bestel op het

609
00:37:04,830 --> 00:37:06,510
punt staat te verdwijnen.

610
00:37:06,510 --> 00:37:09,810
Het is natuurlijk in het jaar
70 na Christus verdwenen,

611
00:37:09,810 --> 00:37:12,150
en hij schreef dit kort daarvoor.

612
00:37:12,150 --> 00:37:16,110
In hoofdstuk 13 herinnerde
hij zijn Joodse lezers eraan:

613
00:37:16,110 --> 00:37:20,790
Want wij hebben hier geen blijvende
stad, maar wij zoeken de toekomstige.

614
00:37:20,790 --> 00:37:25,650
Jeruzalem, dat hun centrum van
aanbidding was, zou niet blijven bestaan.

615
00:37:25,650 --> 00:37:26,910
Het zou worden verwoest.

616
00:37:26,910 --> 00:37:31,830
Er staan in Hebreeën toespelingen op de
verwoesting van Jeruzalem, behoorlijk wat.

617
00:37:31,830 --> 00:37:35,310
Ik denk zelfs dat de dreigende
verwoesting van de Joodse orde

618
00:37:35,310 --> 00:37:38,310
in zekere zin de aanleiding was
voor de schrijver om het boek

619
00:37:38,310 --> 00:37:39,930
Hebreeën te schrijven.

620
00:37:39,930 --> 00:37:44,490
Zijn lezers waren namelijk Joodse
christenen die in de verleiding kwamen om

621
00:37:44,490 --> 00:37:46,710
terug te keren naar het jodendom.

622
00:37:46,710 --> 00:37:50,730
Hij zei: ‘Daar is niets
meer. Het zinkt weg.

623
00:37:50,730 --> 00:37:53,070
Het zal binnenkort verdwenen zijn.

624
00:37:53,070 --> 00:37:55,530
Doe geen moeite om terug te gaan.

625
00:37:55,530 --> 00:37:59,730
Zelfs als het voor altijd zou
blijven bestaan, ga dan niet terug.

626
00:37:59,730 --> 00:38:03,450
Maar het is bijzonder dwaas om
terug te keren naar het jodendom,

627
00:38:03,450 --> 00:38:08,310
aangezien het jodendom op zijn laatste
benen loopt en binnenkort zal verdwijnen.

628
00:38:08,310 --> 00:38:10,290
De stad gaat verdwijnen.

629
00:38:10,290 --> 00:38:12,510
Die zal niet blijven bestaan.’

630
00:38:12,510 --> 00:38:15,450
Nu de schrijver deze
dingen in gedachten heeft

631
00:38:15,450 --> 00:38:18,330
en ze in hoofdstuk 8
en hoofdstuk 13 noemt,

632
00:38:18,330 --> 00:38:23,130
is het niet ondenkbaar dat hij in
hoofdstuk 10 ook aan zoiets denkt.

633
00:38:23,130 --> 00:38:28,290
Jezus is inderdaad gekomen, niet in de zin
van de wederkomst die wij nog verwachten,

634
00:38:28,290 --> 00:38:31,770
maar Hij is wel gekomen
om Jeruzalem te oordelen.

635
00:38:31,770 --> 00:38:36,450
Zijn komst ten oordeel wordt precies
in die bewoordingen beschreven,

636
00:38:36,450 --> 00:38:40,590
soms in Zijn eigen onderwijs
en soms bij de profeten.

637
00:38:40,590 --> 00:38:45,510
De komst van Jezus betekent in
verschillende passages meer dan één ding,

638
00:38:45,510 --> 00:38:47,430
afhankelijk van de context.

639
00:38:47,430 --> 00:38:53,070
In sommige contexten is de komst van Jezus
Zijn komst aan het einde van de wereld.

640
00:38:53,070 --> 00:38:58,650
En andere keren is Zijn komst Zijn
komst ten oordeel over een bepaald volk,

641
00:38:58,650 --> 00:39:00,810
op een bepaald moment in de geschiedenis.

642
00:39:00,810 --> 00:39:04,830
Ik geloof dat het in Jezus’ eigen
onderwijs aan Zijn discipelen

643
00:39:04,830 --> 00:39:09,330
meestal betrekking heeft op de
verwoesting die over Jeruzalem zou komen.

644
00:39:09,330 --> 00:39:14,820
Jezus zei in Mattheüs 16,
volgens mij is het vers 28:

645
00:39:14,820 --> 00:39:19,830
Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn
sommigen van hen die hier staan,

646
00:39:19,830 --> 00:39:24,690
die de dood niet zullen proeven voordat
zij de Zoon des mensen hebben zien komen

647
00:39:24,690 --> 00:39:26,250
in Zijn Koninkrijk.

648
00:39:26,250 --> 00:39:30,750
Hij zei iets dergelijks in de
rede op de Olijfberg. Hij zei:

649
00:39:30,750 --> 00:39:35,730
En dan zal aan de hemel het teken
van de Zoon des mensen verschijnen;

650
00:39:35,730 --> 00:39:39,450
en dan zullen al de stammen
van de aarde rouw bedrijven

651
00:39:39,450 --> 00:39:45,030
en zij zullen de Zoon des mensen zien,
als Hij op de wolken van de hemel komt met

652
00:39:45,030 --> 00:39:47,670
grote kracht en heerlijkheid.

653
00:39:47,670 --> 00:39:52,230
En Hij zal Zijn engelen uitzenden
onder luid bazuingeschal,

654
00:39:52,230 --> 00:39:56,910
en zij zullen Zijn uitverkorenen
bijeenbrengen uit de vier windstreken,

655
00:39:56,910 --> 00:40:01,590
van het ene uiterste van de hemelen
tot het andere uiterste ervan.

656
00:40:01,590 --> 00:40:06,270
Leer van de vijgenboom deze gelijkenis:
wanneer zijn tak al zacht wordt

657
00:40:06,270 --> 00:40:11,130
en de bladeren uitspruiten, dan
weet u dat de zomer nabij is.

658
00:40:11,130 --> 00:40:17,010
Zo ook u, wanneer u al deze dingen
zult zien, weet dan dat het nabij is,

659
00:40:17,010 --> 00:40:18,390
voor de deur.

660
00:40:18,390 --> 00:40:23,070
Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht
zal zeker niet voorbijgaan,

661
00:40:23,070 --> 00:40:25,830
totdat al deze dingen gebeurd zijn.

662
00:40:25,830 --> 00:40:27,030
Enzovoort.

663
00:40:27,030 --> 00:40:29,070
Hier is een duidelijk voorbeeld.

664
00:40:29,070 --> 00:40:32,730
Toen Hij de gelijkenis van de
wijngaard vertelde, zei Hij,

665
00:40:32,730 --> 00:40:36,090
nadat de pachters van de
wijngaard de zoon hadden gedood:

666
00:40:36,090 --> 00:40:40,650
Wanneer dan de heer van de wijngaard komen
zal, wat zal hij met die landbouwers doen?

667
00:40:40,650 --> 00:40:42,150
Het antwoord was:

668
00:40:42,150 --> 00:40:46,950
Zij zeiden tegen Hem: Hij zal die
kwaaddoeners een kwade dood doen sterven

669
00:40:46,950 --> 00:40:50,130
en zal de wijngaard aan
andere landbouwers verhuren,

670
00:40:50,130 --> 00:40:52,950
die hem de vruchten op
hun tijd zullen geven.

671
00:40:52,950 --> 00:40:57,510
En inderdaad, Hij heeft die
ellendige mannen volkomen omgebracht

672
00:40:57,510 --> 00:41:00,450
en de wijngaard aan anderen gegeven.

673
00:41:00,450 --> 00:41:03,270
Jezus kondigde aan dat het zo zou gaan.

674
00:41:03,270 --> 00:41:05,730
Maar het interessante is dat Hij zei:

675
00:41:05,730 --> 00:41:09,510
Wat zal de eigenaar van de
wijngaard met hen doen als hij komt?

676
00:41:09,510 --> 00:41:14,850
Wat Hij hun heeft aangedaan, heeft
Hij in het jaar 70 na Christus gedaan.

677
00:41:14,850 --> 00:41:17,430
En toch noemt Jezus dat Zijn komst,

678
00:41:17,430 --> 00:41:21,210
waarbij Hij straf brengt over
degenen die Jezus hebben gedood.

679
00:41:21,210 --> 00:41:23,550
Dus wanneer de schrijver
van Hebreeën zegt:

680
00:41:23,550 --> 00:41:29,790
Want: Nog een heel korte tijd en Hij
Die komt, zal komen en niet uitblijven.

681
00:41:29,790 --> 00:41:34,050
Maar de rechtvaardige zal uit het geloof
leven, en als iemand zich onttrekt,

682
00:41:34,050 --> 00:41:36,570
Mijn ziel heeft in hem geen behagen.

683
00:41:36,570 --> 00:41:39,270
kan hij op de wederkomst doelen.

684
00:41:39,270 --> 00:41:42,090
Maar als dat zo is, zat hij ernaast.

685
00:41:42,090 --> 00:41:44,550
Ik geloof niet dat hij daarop kan doelen,

686
00:41:44,550 --> 00:41:47,730
want Jezus heeft heel lang
op Zich laten wachten:

687
00:41:47,730 --> 00:41:50,670
tweeduizend jaar sinds
dit geschreven werd.

688
00:41:50,670 --> 00:41:52,530
Maar hij heeft eerder gezegd:

689
00:41:52,530 --> 00:41:54,810
Als Hij spreekt van een nieuw verbond,

690
00:41:54,810 --> 00:41:57,930
heeft Hij daarmee het eerste
voor verouderd verklaard.

691
00:41:57,930 --> 00:42:02,970
En wat oud is verklaard en wat veroudert,
staat op het punt te verdwijnen.

692
00:42:02,970 --> 00:42:06,090
Als hij het hier dus heeft
over Jezus Die komt om

693
00:42:06,090 --> 00:42:08,970
door middel van de Romeinen
Jeruzalem te oordelen,

694
00:42:08,970 --> 00:42:11,910
dan zijn er twee redenen
die dit ondersteunen.

695
00:42:11,910 --> 00:42:15,030
Eén daarvan is dat het
niet op zich liet wachten.

696
00:42:15,030 --> 00:42:17,430
Het kwam kort nadat dit geschreven was.

697
00:42:17,430 --> 00:42:23,250
Ten tweede sluit het aan bij waar Habakuk
het over had, want God zegt tegen Habakuk:

698
00:42:23,250 --> 00:42:27,630
Voorzeker, het visioen wacht
nog op de vastgestelde tijd,

699
00:42:27,630 --> 00:42:32,250
aan het einde zal Hij het
werkelijkheid maken. Hij liegt niet.

700
00:42:32,250 --> 00:42:38,250
Als Hij uitblijft, verwacht Hem, want
Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven.

701
00:42:38,250 --> 00:42:41,310
In de context van Habakuk was het volgende

702
00:42:41,310 --> 00:42:45,210
wat zou komen de verwoesting van
Jeruzalem door de Babyloniërs.

703
00:42:45,210 --> 00:42:49,410
Toen Hebreeën werd geschreven, was het
volgende wat zou komen de verwoesting van

704
00:42:49,410 --> 00:42:51,570
Jeruzalem door de Romeinen.

705
00:42:51,570 --> 00:42:56,490
Ik denk dat het citaat uit Habakuk in de
gedachten van de schrijver van Hebreeën

706
00:42:56,490 --> 00:43:01,830
erop wijst dat deze schrijvers een
parallel zagen tussen hun eigen tijd en

707
00:43:01,830 --> 00:43:03,270
die van Habakuk.

708
00:43:03,270 --> 00:43:05,790
Dat geldt ook voor Paulus, toen hij in

709
00:43:05,790 --> 00:43:09,570
Antiochië in Pisidië uit
hetzelfde boek citeerde.

710
00:43:09,570 --> 00:43:13,530
Habakuk schreef naar alle
waarschijnlijkheid ongeveer veertig jaar

711
00:43:13,530 --> 00:43:15,450
voordat Jeruzalem viel.

712
00:43:15,450 --> 00:43:18,750
Paulus en die mannen predikten
ongeveer veertig jaar

713
00:43:18,750 --> 00:43:20,910
voordat Jeruzalem opnieuw viel.

714
00:43:20,910 --> 00:43:24,450
Maar de schrijver van Hebreeën
schreef natuurlijk veel korter

715
00:43:24,450 --> 00:43:27,090
vóór die gebeurtenis. Wanneer hij zegt:

716
00:43:27,090 --> 00:43:30,270
het komt echt en zal niet
op zich laten wachten.

717
00:43:30,270 --> 00:43:34,290
geeft hij daarmee aan dat het
onmiddellijk komt. Het zal niet wachten.

718
00:43:34,290 --> 00:43:35,970
Het komt binnenkort.

719
00:43:35,970 --> 00:43:41,130
Er is nog een verschil in de manier waarop
Hebreeën de passage uit Habakuk citeert.

720
00:43:41,130 --> 00:43:45,210
Dat heeft te maken met het citaat
van Paulus’ lievelingsvers daar:

721
00:43:45,210 --> 00:43:49,350
Zie, zijn ziel is hoogmoedig,
niet oprecht in hem,

722
00:43:49,350 --> 00:43:52,410
maar de rechtvaardige zal
door zijn geloof leven.

723
00:43:52,410 --> 00:43:55,950
In Habakuk hoofdstuk 2 en vers 4 staat:

724
00:43:55,950 --> 00:44:01,170
Kijk, wie verwaand is, is vanbinnen
niet oprecht, maar wie goed leeft,

725
00:44:01,170 --> 00:44:03,390
zal leven door zijn geloof.

726
00:44:03,390 --> 00:44:06,210
Maar de schrijver van
Hebreeën citeert het zo:

727
00:44:06,210 --> 00:44:14,070
Want: Nog een heel korte tijd en Hij
Die komt, zal komen en niet uitblijven.

728
00:44:14,070 --> 00:44:18,630
Maar de rechtvaardige zal uit het geloof
leven, en als iemand zich onttrekt,

729
00:44:18,630 --> 00:44:21,750
Mijn ziel heeft in hem geen behagen.

730
00:44:21,750 --> 00:44:23,190
Die uitspraak:

731
00:44:23,190 --> 00:44:26,430
Als iemand terugdeinst,
ben Ik niet blij met hem.

732
00:44:26,430 --> 00:44:30,630
is de manier waarop de Septuaginta
deze uitspraak weergeeft:

733
00:44:30,630 --> 00:44:34,710
Voorzeker, het visioen wacht
nog op de vastgestelde tijd,

734
00:44:34,710 --> 00:44:39,150
aan het einde zal Hij het
werkelijkheid maken. Hij liegt niet.

735
00:44:39,150 --> 00:44:44,910
Als Hij uitblijft, verwacht Hem, want
Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven.

736
00:44:44,910 --> 00:44:49,110
Zie, zijn ziel is hoogmoedig,
niet oprecht in hem,

737
00:44:49,110 --> 00:44:52,530
maar de rechtvaardige zal
door zijn geloof leven.

738
00:44:52,530 --> 00:44:55,410
Het is dus heel anders in de Septuaginta.

739
00:44:55,410 --> 00:44:57,330
Het is heel anders.

740
00:44:57,330 --> 00:45:00,990
We kunnen uitgaan van de
Hebreeuwse Masoretische tekst,

741
00:45:00,990 --> 00:45:05,070
waarop de weergave van Habakuk
in onze Bijbels is gebaseerd.

742
00:45:05,070 --> 00:45:09,510
We kunnen ook de Septuaginta
nemen, die heel anders luidt.

743
00:45:09,510 --> 00:45:15,990
In beide gevallen zegt God in Habakuk 2,
vers 4 dat er twee groepen mensen zijn.

744
00:45:15,990 --> 00:45:21,210
In de ene groep heeft God behagen; deze
mensen zullen niet geoordeeld worden.

745
00:45:21,210 --> 00:45:26,970
In de andere groep heeft Hij geen behagen;
deze mensen zullen wel geoordeeld worden.

746
00:45:26,970 --> 00:45:29,550
Degenen met wie God niet ingenomen is,

747
00:45:29,550 --> 00:45:32,310
worden in de Hebreeuwse
versie aangeduid als:

748
00:45:32,310 --> 00:45:36,990
wie verwaand is. Dat is degene
wiens ziel niet oprecht is in hem,

749
00:45:36,990 --> 00:45:40,470
de persoon wiens hart niet
goed staat tegenover God.

750
00:45:40,470 --> 00:45:43,170
De Septuaginta geeft het zo weer:

751
00:45:43,170 --> 00:45:47,370
Wie de moed verliest of terugdeinst,
daar ben Ik niet blij mee.

752
00:45:47,370 --> 00:45:50,130
Daartegenover staat
degene die geloof heeft.

753
00:45:50,130 --> 00:45:52,650
Er zijn mensen met wie God ingenomen is,

754
00:45:52,650 --> 00:45:55,890
en er zijn mensen met wie
God niet ingenomen is.

755
00:45:55,890 --> 00:46:01,470
Wat God hier tegen Habakuk zegt, is:
‘Luister, Ik duld geen goddeloosheid.

756
00:46:01,470 --> 00:46:05,010
Wie goddeloos is, met hem
ben Ik niet ingenomen.

757
00:46:05,010 --> 00:46:10,170
Of dat nu Babyloniërs zijn of inwoners
van Jeruzalem, dat maakt niet uit.

758
00:46:10,170 --> 00:46:14,310
Wie goddeloos is, met hem
is Mijn ziel niet ingenomen.

759
00:46:14,310 --> 00:46:18,210
Zijn hart is niet oprecht
in hem. Hij is hoogmoedig.

760
00:46:18,210 --> 00:46:21,450
Ja, de Babyloniërs zijn hoogmoedig.

761
00:46:21,450 --> 00:46:23,730
De inwoners van Jeruzalem ook.

762
00:46:23,730 --> 00:46:29,370
Wie hoogmoedig is, op hem ben Ik boos,
en zij zullen hun verdiende loon krijgen.

763
00:46:29,370 --> 00:46:34,110
Maar hoe dan ook, degene die zal
leven, zal de man van geloof zijn.

764
00:46:34,110 --> 00:46:37,170
De man die geloof heeft, zal leven.’

765
00:46:37,170 --> 00:46:41,970
Hier hebben we nog een verschil tussen
de Septuaginta en de Hebreeuwse tekst.

766
00:46:41,970 --> 00:46:46,530
En dit is heel belangrijk voor de
manier waarop Paulus het vers gebruikt.

767
00:46:46,530 --> 00:46:51,210
De Hebreeuwse tekst en de
Septuaginta, de Griekse vertaling,

768
00:46:51,210 --> 00:46:55,350
verschillen in de manier waarop ze
de persoon beschrijven met wie God

769
00:46:55,350 --> 00:46:57,210
niet ingenomen is.

770
00:46:57,210 --> 00:47:01,290
Zoals we al aangaven, zegt
de ene dat hij hoogmoedig is.

771
00:47:01,290 --> 00:47:03,750
De andere zegt dat hij zich terugtrekt.

772
00:47:03,750 --> 00:47:07,950
Dat verschilt een beetje, maar in beide
gevallen is het de verkeerde houding,

773
00:47:07,950 --> 00:47:10,170
en God is er niet mee ingenomen.

774
00:47:10,170 --> 00:47:13,290
Maar de Hebreeuwse tekst en de Septuaginta

775
00:47:13,290 --> 00:47:17,730
verschillen ook in hun beschrijving van
de man met wie God wel ingenomen is.

776
00:47:17,730 --> 00:47:20,370
In de Hebreeuwse tekst, waar we lezen:

777
00:47:20,370 --> 00:47:23,730
Wie goed leeft, zal
leven door zijn geloof.

778
00:47:23,730 --> 00:47:28,410
betekent het Hebreeuwse woord
voor ‘geloof’ eigenlijk ‘trouw’.

779
00:47:28,410 --> 00:47:33,510
Maar wanneer het in de Septuaginta in het
Grieks wordt vertaald, staat er ‘pistis’,

780
00:47:33,510 --> 00:47:35,910
wat ‘geloof’ betekent.

781
00:47:35,910 --> 00:47:40,590
Paulus leunde natuurlijk sterk op de
vertaling van de Septuaginta toen hij zei:

782
00:47:40,590 --> 00:47:43,590
Wie goed leeft, zal leven door geloof.

783
00:47:43,590 --> 00:47:46,410
Door de eigenschap dat je God gelooft.

784
00:47:46,410 --> 00:47:50,490
Hij wees erop dat Abraham op
die manier gerechtvaardigd werd.

785
00:47:50,490 --> 00:47:52,170
Want wat zegt de Schrift?

786
00:47:52,170 --> 00:47:57,090
En Abraham geloofde God, en het
is hem tot gerechtigheid gerekend.

787
00:47:57,090 --> 00:47:59,730
Ook zegt hij dat Habakuk zei:

788
00:47:59,730 --> 00:48:03,930
Zie, zijn ziel is hoogmoedig,
niet oprecht in hem,

789
00:48:03,930 --> 00:48:07,050
maar de rechtvaardige zal
door zijn geloof leven.

790
00:48:07,050 --> 00:48:10,110
Dat wil zeggen, door te geloven.

791
00:48:10,110 --> 00:48:12,450
Geloof is eigenlijk geloven.

792
00:48:12,450 --> 00:48:16,770
Maar dat is niet wat de Hebreeuwse
versie van Habakuk werkelijk zegt.

793
00:48:16,770 --> 00:48:18,690
In het Hebreeuws staat er:

794
00:48:18,690 --> 00:48:21,810
Wie goed leeft, zal leven door zijn trouw.

795
00:48:21,810 --> 00:48:25,170
Ofwel zijn trouw, zijn trouw aan God.

796
00:48:25,170 --> 00:48:28,170
Onze Bijbel volgt meestal
de Hebreeuwse tekst.

797
00:48:28,170 --> 00:48:31,770
Maar de vertalers lieten zich
hier meer beïnvloeden door hun

798
00:48:31,770 --> 00:48:36,270
protestantse opvatting daarover
dan door trouw aan het Hebreeuws.

799
00:48:36,270 --> 00:48:40,590
Want de laatste regel in
Habakuk 2:4 zou moeten luiden:

800
00:48:40,590 --> 00:48:44,130
Wie goed leeft, zal leven door zijn trouw.

801
00:48:44,130 --> 00:48:47,730
Dus door zijn trouw,
niet alleen door geloof.

802
00:48:47,730 --> 00:48:53,070
De betekenissen van de woorden ‘trouw’
en ‘geloof’ overlappen elkaar enigszins.

803
00:48:53,070 --> 00:48:57,210
Maar voor het grootste deel hebben die
woorden verschillende betekenissen.

804
00:48:57,210 --> 00:49:02,010
Geloof is vertrouwen of geloven,
en zo gebruikte Paulus het.

805
00:49:02,010 --> 00:49:06,270
En hij steunde sterk op de
Septuaginta om dat duidelijk te maken.

806
00:49:06,270 --> 00:49:08,310
De Hebreeuwse tekst zegt:

807
00:49:08,310 --> 00:49:11,850
Wie goed leeft, zal leven door zijn trouw.

808
00:49:11,850 --> 00:49:14,070
Ofwel ‘zijn loyaliteit’.

809
00:49:14,070 --> 00:49:19,170
Dat suggereert iets wat enigszins
anders is, want geloven is één ding.

810
00:49:19,170 --> 00:49:24,690
Trouw zijn, betrouwbaar zijn, standvastig
zijn, trouw blijven bij tegenspoed,

811
00:49:24,690 --> 00:49:26,610
is niet precies hetzelfde.

812
00:49:26,610 --> 00:49:29,670
Je kunt hierover op een
paar manieren redeneren.

813
00:49:29,670 --> 00:49:34,350
Je kunt stellen dat als je geloof hebt,
als je echt zaligmakend geloof hebt,

814
00:49:34,350 --> 00:49:36,750
dat zichtbaar zal worden in je trouw.

815
00:49:36,750 --> 00:49:39,750
Dat trouw een vrucht is van echt geloof.

816
00:49:39,750 --> 00:49:43,470
Als je werkelijk op God
vertrouwt, zul je niet afhaken.

817
00:49:43,470 --> 00:49:47,610
Als je werkelijk een gelovige bent en
gerechtvaardigd bent doordat je God

818
00:49:47,610 --> 00:49:51,390
gelooft, dan zal trouw het
resultaat zijn in je leven.

819
00:49:51,390 --> 00:49:53,730
Je zult een trouwe christen zijn.

820
00:49:53,730 --> 00:49:56,250
Ik geloof dat die uitspraak waar is.

821
00:49:56,250 --> 00:49:58,650
Ik weet niet of Paulus het zo bedoelde.

822
00:49:58,650 --> 00:50:03,570
Ik weet niet of Paulus op die manier
met de Hebreeuwse tekst wilde omgaan.

823
00:50:03,570 --> 00:50:07,650
Er is nog een andere overweging,
namelijk dat de Septuaginta

824
00:50:07,650 --> 00:50:10,590
misschien wel de
oorspronkelijke tekst weergeeft.

825
00:50:10,590 --> 00:50:13,350
Habakuk heeft misschien
daadwerkelijk iets geschreven

826
00:50:13,350 --> 00:50:17,430
wat meer lijkt op wat Paulus
uit de Septuaginta citeerde.

827
00:50:17,430 --> 00:50:22,050
En onze Hebreeuwse tekst, zoals die
er nu ligt, is misschien verminkt.

828
00:50:22,050 --> 00:50:25,590
Ik zeg niet dat dit waar is,
maar het is niet onmogelijk.

829
00:50:25,590 --> 00:50:32,610
Dit bedoel ik: de Septuaginta werd
285 jaar vóór Christus vertaald.

830
00:50:32,610 --> 00:50:36,330
En de oudste versie die we van de tekst
van het Oude Testament in het Hebreeuws

831
00:50:36,330 --> 00:50:39,090
hebben, komt uit de Dode Zeerollen.

832
00:50:39,090 --> 00:50:45,630
Dat betekent dat de Septuaginta ongeveer
285 jaar ouder is dan de Hebreeuwse

833
00:50:45,630 --> 00:50:48,810
handschriften die bij de
Dode Zeerollen zijn gevonden.

834
00:50:48,810 --> 00:50:53,850
Daarom kan de Septuaginta, hoewel die in
dit specifieke geval heel anders luidt,

835
00:50:53,850 --> 00:50:58,290
de oorspronkelijke lezing beter bewaard
hebben dan zelfs de Dode Zeerollen.

836
00:50:58,290 --> 00:51:02,670
Het is mogelijk dat toen Habakuk dit
oorspronkelijk in het Hebreeuws schreef,

837
00:51:02,670 --> 00:51:06,630
het woord dat hij gebruikte
inderdaad het woord voor geloof was,

838
00:51:06,630 --> 00:51:08,130
in plaats van trouw.

839
00:51:08,130 --> 00:51:12,750
Maar sindsdien hebben Hebreeërs of
Joodse schriftgeleerden de tekst verminkt

840
00:51:12,750 --> 00:51:14,790
en het veranderd in trouw.

841
00:51:14,790 --> 00:51:18,870
Misschien omdat de Joden vanuit hun
godsdienstige opvattingen niet vonden dat

842
00:51:18,870 --> 00:51:22,290
geloof alleen een toereikende
grond voor behoud was.

843
00:51:22,290 --> 00:51:26,010
Volgens deze theorie zouden de
vertalers van de Septuaginta

844
00:51:26,010 --> 00:51:29,070
correct hebben vertaald wat
er in het origineel stond.

845
00:51:29,070 --> 00:51:32,010
Maar de Hebreeuwse tekst
die onze vertalingen volgen,

846
00:51:32,010 --> 00:51:35,430
en die van een paar honderd
jaar na de Septuaginta dateert,

847
00:51:35,430 --> 00:51:38,730
kan heel goed verminkt zijn
en het Joodse denken of het

848
00:51:38,730 --> 00:51:40,890
rabbijnse denken weerspiegelen.

849
00:51:40,890 --> 00:51:45,030
Zij dachten: ‘Nou, we maken het mensen
te gemakkelijk als we zeggen dat God

850
00:51:45,030 --> 00:51:49,290
hen zou behouden alleen doordat
ze geloven, door hun geloof.

851
00:51:49,290 --> 00:51:53,910
Misschien moeten we dit een klein beetje
aanpassen en zeggen: door hun trouw.’

852
00:51:53,910 --> 00:51:56,730
Want de Joden zouden zeker zoiets geloven.

853
00:51:56,730 --> 00:51:58,830
Ik weet niet wat de oplossing is.

854
00:51:58,830 --> 00:52:02,910
Er is een verschil tussen de woorden
in het Hebreeuws en die in het Grieks.

855
00:52:02,910 --> 00:52:07,290
Zoals ik al zei, is de meest bevredigende
oplossing misschien dat het Grieks de

856
00:52:07,290 --> 00:52:11,850
oorspronkelijke betekenis daadwerkelijk
bewaart en dat de Hebreeuwse tekst zoals

857
00:52:11,850 --> 00:52:15,690
wij die hebben, veranderd
is en minder nauwkeurig is.

858
00:52:15,690 --> 00:52:17,370
Hoe dan ook, en dit is niet

859
00:52:17,370 --> 00:52:21,570
erg bevredigend voor degenen die proberen
vast te stellen wat de oorspronkelijke

860
00:52:21,570 --> 00:52:24,450
tekst zei, beide uitspraken zijn waar.

861
00:52:24,450 --> 00:52:29,130
Beide uitspraken zijn theologisch waar:
we worden gerechtvaardigd door geloof,

862
00:52:29,130 --> 00:52:33,870
maar geloof dat rechtvaardigt zal
tot uiting komen in trouw aan God,

863
00:52:33,870 --> 00:52:35,790
in trouw zijn aan God.

864
00:52:35,790 --> 00:52:38,730
Als we de Hebreeuwse tekst
nemen zoals die er staat,

865
00:52:38,730 --> 00:52:44,370
zegt God tegen Habakuk dat mensen die
terugdeinzen, mensen die hoogmoedig zijn,

866
00:52:44,370 --> 00:52:48,450
of mensen die niet oprecht van
hart zijn, met andere woorden,

867
00:52:48,450 --> 00:52:53,190
mensen die niet recht staan tegenover
God, door God worden verafschuwd.

868
00:52:53,190 --> 00:52:55,410
God heeft geen behagen in hen.

869
00:52:55,410 --> 00:52:59,010
Maar degenen die God trouw
zijn, zullen niet sterven.

870
00:52:59,010 --> 00:53:03,450
God brengt verwoesting over de
goddelozen, maar niet over de getrouwen.

871
00:53:03,450 --> 00:53:08,430
Er was een overblijfsel in Israël,
in Juda, waartoe Habakuk behoorde,

872
00:53:08,430 --> 00:53:13,710
waartoe Jeremia behoorde, waartoe
Zefanja behoorde en nog enkele anderen.

873
00:53:13,710 --> 00:53:16,710
Dit overblijfsel zou behouden worden.

874
00:53:16,710 --> 00:53:19,530
Ze zouden leven omdat ze trouw waren.

875
00:53:19,530 --> 00:53:23,790
Er waren niet veel getrouwen in
Israël, maar de man die trouw is,

876
00:53:23,790 --> 00:53:26,010
zal vanwege zijn trouw leven.

877
00:53:26,010 --> 00:53:29,730
Hij zal niet onder het oordeel
vallen dat hier wordt voorspeld.

878
00:53:29,730 --> 00:53:34,170
Dat is waarschijnlijk de enige betekenis
die Habakuk uit de uitspraak haalde.

879
00:53:34,170 --> 00:53:37,890
Tenzij het oorspronkelijke
Hebreeuws natuurlijk iets anders zei

880
00:53:37,890 --> 00:53:39,510
dan wat we hier hebben.

881
00:53:39,510 --> 00:53:43,230
Het zou kunnen dat Gods
uitspraak tegen Habakuk was:

882
00:53:43,230 --> 00:53:48,810
wie goed leeft, zal leven door wat hij
gelooft Of doordat hij op God vertrouwt.

883
00:53:48,810 --> 00:53:51,210
Dat zou voor Habakuk ook betekenis hebben,

884
00:53:51,210 --> 00:53:56,610
omdat hij Gods rechtvaardigheid in deze
situatie niet helemaal kon begrijpen.

885
00:53:56,610 --> 00:54:01,590
God zou eenvoudig kunnen zeggen:
‘Vertrouw op Mij, vertrouw op Mij.

886
00:54:01,590 --> 00:54:05,970
Een goed mens, een mens die aan Mijn
kant staat, zal op Mij vertrouwen,

887
00:54:05,970 --> 00:54:08,670
en hij zal voor zijn
vertrouwen beloond worden.

888
00:54:08,670 --> 00:54:11,250
Hij zal voor zijn geloof beloond worden.’

889
00:54:11,250 --> 00:54:15,570
Hoe dan ook, er blijven enkele
onbeantwoorde vragen over hoe Paulus,

890
00:54:15,570 --> 00:54:20,670
of waarom Paulus, in dit geval zo
sterk gebruikmaakte van de Septuaginta.

891
00:54:20,670 --> 00:54:24,870
Maar als de Septuaginta inderdaad de
oorspronkelijke lezing beter bewaart dan

892
00:54:24,870 --> 00:54:29,070
onze Masoretische tekst of dan
de tekst van de Dode Zeerollen,

893
00:54:29,070 --> 00:54:33,150
dan zou Paulus het eigenlijk meer bij
het rechte eind hebben dan de Hebreeuwse

894
00:54:33,150 --> 00:54:36,330
handschriften waaruit ons
boek Habakuk is vertaald.

895
00:54:36,330 --> 00:54:39,990
De vraag hoe tekstoverlevering
en tekstcorruptie plaatsvinden,

896
00:54:39,990 --> 00:54:42,150
is nogal duizelingwekkend.

897
00:54:42,150 --> 00:54:45,030
Sommige van deze kwesties
kunnen we niet echt oplossen,

898
00:54:45,030 --> 00:54:48,030
maar ik wil je alleen laten weten
dat het een beetje anders is

899
00:54:48,030 --> 00:54:49,710
zoals het er nu staat.

900
00:54:49,710 --> 00:54:52,410
Trouw is wat er hier
in het Hebreeuws staat.

901
00:54:52,410 --> 00:54:53,550
Vers 5:

902
00:54:53,550 --> 00:54:57,630
En ook omdat hij trouweloos handelt
bij de wijn, en een trots man is,

903
00:54:57,630 --> 00:55:02,310
maar hij zal niet slagen; hij die
zijn keel wijd openspert als het graf,

904
00:55:02,310 --> 00:55:05,250
en net als de dood is,
die niet verzadigd wordt,

905
00:55:05,250 --> 00:55:08,190
hij die alle heidenvolken
bij zich verzameld heeft,

906
00:55:08,190 --> 00:55:11,130
en alle volken bij zich
bijeengebracht heeft.

907
00:55:11,130 --> 00:55:14,430
Wie is dat? Hij heeft
het over de Babyloniërs.

908
00:55:14,430 --> 00:55:18,210
Dat betekent blijkbaar dat hij zich
helemaal opjut door dronken te worden,

909
00:55:18,210 --> 00:55:20,610
en overmoedig en hoogmoedig wordt.

910
00:55:20,610 --> 00:55:24,150
En hij krijgt gewoon ambities die
een mens niet zou moeten hebben.

911
00:55:24,150 --> 00:55:26,910
In plaats van tevreden
te zijn met thuisblijven

912
00:55:26,910 --> 00:55:30,390
en te genieten van het grondgebied
dat God hem gegeven heeft,

913
00:55:30,390 --> 00:55:33,630
wil hij dat van alle anderen
er ook nog bij hebben.

914
00:55:33,630 --> 00:55:36,990
[Vertalersnoot: De Engelse Bijbeltekst
die de spreker hier gebruikt,

915
00:55:36,990 --> 00:55:41,250
zegt in Habakuk 2:5 dat
hij niet thuisblijft.

916
00:55:41,250 --> 00:55:47,190
De hierboven aangehaalde HSV heeft op
die plaats: ‘hij zal niet slagen’.]

917
00:55:47,190 --> 00:55:47,195
Er staat in vers 6:

918
00:55:47,195 --> 00:55:51,150
Zullen dan die allen niet een spreuk
en een spotlied, vol raadsels,

919
00:55:51,150 --> 00:55:52,830
over hem aanheffen?

920
00:55:52,830 --> 00:55:58,530
Men zal zeggen: Wee hem die vermeerdert
wat niet van hem is — hoelang nog?

921
00:55:58,530 --> 00:56:00,870
— die gepand goed op zich laadt!

922
00:56:00,870 --> 00:56:04,650
Dit is de eerste van vijf
wee-uitspraken die hier in de rest van

923
00:56:04,650 --> 00:56:06,390
dit hoofdstuk volgen.

924
00:56:06,390 --> 00:56:11,310
Deze wee-uitspraken worden een spotlied
genoemd dat de volken op een dag tegen

925
00:56:11,310 --> 00:56:13,050
Babylon zullen aanheffen.

926
00:56:13,050 --> 00:56:18,030
Je herinnert je dat er in Jesaja hoofdstuk
13 en 14 een paar hoofdstukken over

927
00:56:18,030 --> 00:56:20,130
Babylon en zijn val gingen.

928
00:56:20,130 --> 00:56:23,250
Daar stond ook een spotlied,
waarin werd gezegd:

929
00:56:23,250 --> 00:56:26,430
Hoe is hij gevallen, die
de volken deed beven!

930
00:56:26,430 --> 00:56:30,510
Enzovoort. Er wordt voorspeld
dat Babylon zal vallen.

931
00:56:30,510 --> 00:56:34,650
Hoewel Babylon in Habakuks tijd
volken als buit bijeenbracht,

932
00:56:34,650 --> 00:56:37,830
zou de tijd komen dat die
volken het laatst zouden lachen,

933
00:56:37,830 --> 00:56:42,510
dat ze Babylon zouden bespotten en
het wee erover zouden uitspreken.

934
00:56:42,510 --> 00:56:45,630
We hebben hier dus vijf wee-uitspraken.

935
00:56:45,630 --> 00:56:49,170
De eerste gaat over degene die zich
verrijkt door te krijgen wat niet

936
00:56:49,170 --> 00:56:50,370
van hem is.

937
00:56:50,370 --> 00:56:54,150
Dat wil zeggen: de Babyloniërs
breiden hun rijk uit door

938
00:56:54,150 --> 00:56:57,750
grondgebied in te nemen dat
hun eigenlijk niet toebehoort.

939
00:56:57,750 --> 00:57:04,170
Zullen niet, opeens, zij die u bijten,
opstaan, ontwaken wie u doen beven,

940
00:57:04,170 --> 00:57:06,210
zodat u hun tot buit wordt?

941
00:57:06,210 --> 00:57:12,150
Omdat ú vele heidenvolken beroofd hebt,
zullen alle overgebleven volken u beroven,

942
00:57:12,150 --> 00:57:16,530
vanwege het vergoten bloed van de
mensen en het geweld tegen het land,

943
00:57:16,530 --> 00:57:18,870
de stad en al zijn inwoners.

944
00:57:18,870 --> 00:57:21,330
Hier is de tweede wee-uitspraak:

945
00:57:21,330 --> 00:57:27,030
Wee hem die op winstbejag uit is voor zijn
huis, om zijn nest in de hoogte te bouwen,

946
00:57:27,030 --> 00:57:29,970
om zich te redden uit
de greep van het kwaad!

947
00:57:29,970 --> 00:57:32,910
U hebt schande voor uw huis beraamd.

948
00:57:32,910 --> 00:57:37,170
Door vele volken uit te roeien,
hebt u tegen uw leven gezondigd,

949
00:57:37,170 --> 00:57:39,510
want de steen schreeuwt vanuit de muur,

950
00:57:39,510 --> 00:57:42,870
en de balk antwoordt
erop vanuit het houtwerk.

951
00:57:42,870 --> 00:57:44,790
Dit is beeldspraak.

952
00:57:44,790 --> 00:57:48,690
Blijkbaar wordt de koning van Babylon
voorgesteld als iemand die zijn huis

953
00:57:48,690 --> 00:57:53,490
opbouwt, of zijn bezit, zijn
rijk, door verovering en kwaad

954
00:57:53,490 --> 00:57:55,590
en de slechte dingen die hij doet.

955
00:57:55,590 --> 00:57:58,350
Maar het huis zelf zal klagen.

956
00:57:58,350 --> 00:58:02,250
De stenen en de balken zullen
het tegen hem uitschreeuwen.

957
00:58:02,250 --> 00:58:04,050
Dit is natuurlijk niet letterlijk.

958
00:58:04,050 --> 00:58:09,150
Het is net als het bloed van Abel dat uit
de aardbodem riep toen Kaïn hem doodde,

959
00:58:09,150 --> 00:58:11,610
zoals in Genesis hoofdstuk 4 staat.

960
00:58:11,610 --> 00:58:17,070
Maar het punt is dat het bewijs van
je zonde tot God zal roepen om wraak.

961
00:58:17,070 --> 00:58:21,810
Hier wordt het beeld gebruikt dat je je
huis bouwt op de rug van al die volken die

962
00:58:21,810 --> 00:58:23,910
je door onrecht hebt overwonnen.

963
00:58:23,910 --> 00:58:26,730
Het huis zelf zal tegen je roepen, en God

964
00:58:26,730 --> 00:58:29,790
zal hun roep om
gerechtigheid moeten horen.

965
00:58:29,790 --> 00:58:32,490
Vers 12, het derde wee:

966
00:58:32,490 --> 00:58:38,610
Wee hem die een stad met vergoten bloed
bouwt, die een stad op onrecht grondvest!

967
00:58:38,610 --> 00:58:43,470
Dat zou Babylon zijn, dat door
oorlog en verovering wordt gebouwd.

968
00:58:43,470 --> 00:58:47,430
Zie, is het niet van de HEERE van de
legermachten dat volken zich inspannen

969
00:58:47,430 --> 00:58:51,030
voor het vuur en natiën
zich voor niets afmatten?

970
00:58:51,030 --> 00:58:55,530
Want de aarde zal vol worden met de
kennis van de heerlijkheid van de HEERE,

971
00:58:55,530 --> 00:58:58,170
zoals het water de
bodem van de zee bedekt.

972
00:58:58,170 --> 00:59:01,950
Deze voorspelling dat de aarde vol zal
worden van de kennis van de heerlijkheid

973
00:59:01,950 --> 00:59:05,010
van de HEERE, zoals het
water de zee bedekt,

974
00:59:05,010 --> 00:59:08,790
suggereert in de directe context
waarschijnlijk dat God Zich bekend

975
00:59:08,790 --> 00:59:12,570
zal maken door Zijn
oordeel over Zijn vijanden.

976
00:59:12,570 --> 00:59:17,550
In dit specifieke geval zou dat
zijn wanneer Hij Babylon oordeelt.

977
00:59:17,550 --> 00:59:22,650
Zijn heerlijkheid zal zichtbaar worden
in Zijn overwinning op die wereldmacht.

978
00:59:22,650 --> 00:59:24,510
Maar er zit meer in dan dat.

979
00:59:24,510 --> 00:59:28,410
Er zijn nog twee andere gelegenheden
waarbij in wezen dezelfde

980
00:59:28,410 --> 00:59:30,090
voorspelling wordt gedaan.

981
00:59:30,090 --> 00:59:35,790
Die werd volgens mij voor het eerst door
Mozes gedaan, in Numeri hoofdstuk 14.

982
00:59:35,790 --> 00:59:41,010
Bileam zegt iets wat hier een beetje op
lijkt, maar Mozes deed deze uitspraak.

983
00:59:41,010 --> 00:59:43,830
Numeri 14:21 zegt:

984
00:59:43,830 --> 00:59:48,330
Echter, zo waar Ik leef, de hele
aarde zal met de heerlijkheid van de

985
00:59:48,330 --> 00:59:50,190
HEERE vervuld worden!

986
00:59:50,190 --> 00:59:51,750
Let op wat hier staat:

987
00:59:51,750 --> 00:59:55,590
de hele aarde zal vol zijn
van de glorie van de Heer.

988
00:59:55,590 --> 00:59:59,070
Dan wordt er in Jesaja hoofdstuk
11 iets aan toegevoegd,

989
00:59:59,070 --> 01:00:01,050
of wordt het een beetje veranderd.

990
01:00:01,050 --> 01:00:05,850
En vervolgens neemt Habakuk beide
uitspraken over en combineert ze.

991
01:00:05,850 --> 01:00:08,730
Numeri 14:21 zegt:

992
01:00:08,730 --> 01:00:12,570
de aarde zal vol zijn van
de glorie van de Heer.

993
01:00:12,570 --> 01:00:16,470
Jesaja 11, vers 9, zegt:

994
01:00:16,470 --> 01:00:21,690
Men zal nergens kwaad doen of verderf
aanrichten op heel Mijn heilige berg,

995
01:00:21,690 --> 01:00:25,290
want de aarde zal vol zijn
van de kennis van de HEERE,

996
01:00:25,290 --> 01:00:28,230
zoals het water de
bodem van de zee bedekt.

997
01:00:28,230 --> 01:00:29,910
En dan voegt hij eraan toe:

998
01:00:29,910 --> 01:00:32,490
zoals het water de zee bedekt.

999
01:00:32,490 --> 01:00:34,350
Dus in Numeri stond:

1000
01:00:34,350 --> 01:00:39,150
Echter, zo waar Ik leef, de hele
aarde zal met de heerlijkheid van de

1001
01:00:39,150 --> 01:00:40,950
HEERE vervuld worden!

1002
01:00:40,950 --> 01:00:45,450
In Jesaja staat dat de aarde vol
zal zijn van de kennis van de HEERE.

1003
01:00:45,450 --> 01:00:49,590
Daaraan wordt toegevoegd:
‘zoals het water de zee bedekt’.

1004
01:00:49,590 --> 01:00:54,750
Habakuk neemt beide gedachten over: de
aarde zal vol zijn van de kennis van de

1005
01:00:54,750 --> 01:00:58,230
HEERE én van de heerlijkheid van de HEERE.

1006
01:00:58,230 --> 01:01:00,090
Hij combineert ze zo:

1007
01:01:00,090 --> 01:01:04,530
Want de aarde zal vol worden met de
kennis van de heerlijkheid van de HEERE,

1008
01:01:04,530 --> 01:01:07,350
zoals het water de
bodem van de zee bedekt.

1009
01:01:07,350 --> 01:01:14,790
Hij combineert dus de elementen
uit Numeri 14:21 en Jesaja 11:9.

1010
01:01:14,790 --> 01:01:16,890
Wat is de vervulling hiervan?

1011
01:01:16,890 --> 01:01:21,870
Wanneer, of in welke zin, zal de aarde vol
worden van de kennis van de heerlijkheid

1012
01:01:21,870 --> 01:01:23,190
van de HEERE?

1013
01:01:23,190 --> 01:01:27,450
Dit is, zoals ik eerder zei,
iets waarop Paulus zinspeelt.

1014
01:01:27,450 --> 01:01:32,070
Hij citeert dit vers niet rechtstreeks,
maar hij heeft het duidelijk in gedachten

1015
01:01:32,070 --> 01:01:36,630
wanneer hij deze uitspraak
doet in 2 Korinthe 4:6.

1016
01:01:36,630 --> 01:01:39,390
2 Korinthe 4:6 zegt:

1017
01:01:39,390 --> 01:01:43,650
Want God, Die gezegd heeft dat het
licht uit de duisternis zou schijnen,

1018
01:01:43,650 --> 01:01:46,470
is ook Degene Die in onze
harten geschenen heeft

1019
01:01:46,470 --> 01:01:50,130
tot verlichting met de kennis van
de heerlijkheid van God in het

1020
01:01:50,130 --> 01:01:52,350
aangezicht van Jezus Christus.

1021
01:01:52,350 --> 01:01:53,070
Let op:

1022
01:01:53,070 --> 01:01:57,870
van het kennen van Gods glorie in
het gezicht van Jezus Christus.

1023
01:01:57,870 --> 01:02:01,830
Let op: de kennis van
de heerlijkheid van God.

1024
01:02:01,830 --> 01:02:05,310
God heeft ons verlicht door
in ons hart te schijnen,

1025
01:02:05,310 --> 01:02:10,590
om ons de kennis van de heerlijkheid van
God in het aangezicht van Jezus te geven.

1026
01:02:10,590 --> 01:02:16,890
Dat wil zeggen: als we Jezus zien,
zien en verkrijgen we de kennis van

1027
01:02:16,890 --> 01:02:18,930
de heerlijkheid van de HEERE.

1028
01:02:18,930 --> 01:02:23,731
En wij behoren tot die mensen over de hele
wereld — de Korinthiërs waren heidenen —

1029
01:02:23,731 --> 01:02:28,530
tot die mensen buiten Jeruzalem, in
de heidense wereld over de hele aarde,

1030
01:02:28,530 --> 01:02:32,730
die de kennis van de heerlijkheid
van de HEERE begonnen te verkrijgen.

1031
01:02:32,730 --> 01:02:37,770
En ze verkregen die door het Evangelie,
doordat ze Jezus leerden kennen.

1032
01:02:37,770 --> 01:02:41,070
Wanneer er in Habakuk 2:14 staat:

1033
01:02:41,070 --> 01:02:45,450
Want de aarde zal vol worden met de
kennis van de heerlijkheid van de HEERE,

1034
01:02:45,450 --> 01:02:48,390
zoals het water de
bodem van de zee bedekt.

1035
01:02:48,390 --> 01:02:52,770
suggereert dat dat de hele
wereld Jezus zal leren kennen.

1036
01:02:52,770 --> 01:02:55,170
Dit kun je heel letterlijk opvatten.

1037
01:02:55,170 --> 01:02:58,830
In dat geval zou het kunnen dat de
postmillennialisten gelijk hebben,

1038
01:02:58,830 --> 01:03:02,790
want zij geloven dat de hele
wereld gekerstend zal worden.

1039
01:03:02,790 --> 01:03:05,430
De heerlijkheid van de
HEERE zal dan door de

1040
01:03:05,430 --> 01:03:08,610
prediking van het Evangelie
een verschijnsel zijn dat

1041
01:03:08,610 --> 01:03:11,670
overal ter wereld bij iedereen bekend is.

1042
01:03:11,670 --> 01:03:16,470
Of de premillennialisten zouden zeggen
dat dit tijdens het duizendjarig rijk

1043
01:03:16,470 --> 01:03:18,090
vervuld zal worden.

1044
01:03:18,090 --> 01:03:22,410
En in die tijd zullen er natuurlijk
alleen christenen overblijven,

1045
01:03:22,410 --> 01:03:25,590
of zullen zelfs degenen
die geen christen zijn

1046
01:03:25,590 --> 01:03:28,350
van de heerlijkheid van de HEERE weten.

1047
01:03:28,350 --> 01:03:31,770
En dat zal over de hele
aarde vervuld worden.

1048
01:03:31,770 --> 01:03:36,450
Of de amillennialisten zouden in
wezen zeggen dat de vervulling daarvan

1049
01:03:36,450 --> 01:03:39,090
voornamelijk in de gemeente plaatsvindt.

1050
01:03:39,090 --> 01:03:43,650
Het gaat er dan niet zozeer om dat
werkelijk ieder mens christen wordt.

1051
01:03:43,650 --> 01:03:48,750
Het gaat erom dat hier eigenlijk
alleen wordt gedoeld op zo'n enorme,

1052
01:03:48,750 --> 01:03:53,190
wijdverbreide verspreiding van
het Evangelie, een wereldwijde,

1053
01:03:53,190 --> 01:03:56,370
internationale kennis van de
heerlijkheid van de HEERE.

1054
01:03:56,370 --> 01:03:59,970
Zoals het water de zee bedekt,
zal de kennis van de HEERE het

1055
01:03:59,970 --> 01:04:01,830
land volledig bedekken.

1056
01:04:01,830 --> 01:04:05,190
Dat het Evangelie aan elk
volk gepredikt zal worden,

1057
01:04:05,190 --> 01:04:07,950
zou dus alles kunnen zijn
wat ermee bedoeld wordt.

1058
01:04:07,950 --> 01:04:12,450
Ik denk dat de amillennialisten
het over het algemeen zo begrijpen.

1059
01:04:12,450 --> 01:04:15,630
Niet zozeer dat werkelijk
ieder mens christen zal worden,

1060
01:04:15,630 --> 01:04:20,490
maar dat de kennis van de heerlijkheid van
de Heere bekend wordt door het Evangelie.

1061
01:04:20,490 --> 01:04:22,110
Zoals Paulus zei:

1062
01:04:22,110 --> 01:04:24,930
God heeft Zijn licht in
ons hart laten schijnen,

1063
01:04:24,930 --> 01:04:28,650
zodat we Zijn glorie leren
kennen in het gezicht van Jezus.

1064
01:04:28,650 --> 01:04:33,090
Dus wanneer we naar Jezus kijken,
wanneer we met Hem in aanraking komen,

1065
01:04:33,090 --> 01:04:37,470
ontdekken we in die openbaring de
kennis van de heerlijkheid van God.

1066
01:04:37,470 --> 01:04:40,290
En dat is natuurlijk het
resultaat van bekering.

1067
01:04:40,290 --> 01:04:44,370
Of dit betekent dat werkelijk ieder
mens die bekering zal ervaren,

1068
01:04:44,370 --> 01:04:47,970
of dat het alleen betekent dat
het wereldwijd verbreid zal zijn,

1069
01:04:47,970 --> 01:04:52,110
over de hele wereld, de woorden
kunnen beide betekenissen hebben.

1070
01:04:52,110 --> 01:04:56,610
En elke eschatologische visie heeft
een manier om daarnaar te kijken.

1071
01:04:56,610 --> 01:05:00,930
Maar het uiteindelijke doel van God is dat
de kennis van Zijn heerlijkheid over de

1072
01:05:00,930 --> 01:05:03,810
hele wereld gezien en gekend wordt.

1073
01:05:03,810 --> 01:05:06,390
Zo moet de kerk haar opdracht opvatten:

1074
01:05:06,390 --> 01:05:11,010
de kennis van de heerlijkheid van God
verspreiden door de wereld met Jezus in

1075
01:05:11,010 --> 01:05:12,570
aanraking te brengen.

1076
01:05:12,570 --> 01:05:14,130
Vers 15:

1077
01:05:14,130 --> 01:05:18,930
Wee hem die zijn naaste te drinken
geeft, u die uw vergif daaraan toevoegt,

1078
01:05:18,930 --> 01:05:23,010
en hem ook dronken maakt om
hun naaktheid te aanschouwen.

1079
01:05:23,010 --> 01:05:26,490
U bent eerder met schande
verzadigd dan met eer.

1080
01:05:26,490 --> 01:05:29,490
Drink ook zelf en laat uw voorhuid zien.

1081
01:05:29,490 --> 01:05:33,390
De beker in de rechterhand van
de HEERE zal op u overgaan:

1082
01:05:33,390 --> 01:05:35,610
schandelijk braaksel over uw eer.

1083
01:05:35,610 --> 01:05:40,590
Want het geweld tegen de Libanon zal u
bedekken en de verwoesting onder de dieren

1084
01:05:40,590 --> 01:05:45,150
zal ontsteltenis teweegbrengen, vanwege
het vergoten bloed van de mensen,

1085
01:05:45,150 --> 01:05:49,530
en het geweld aan het land,
de stad en al zijn inwoners.

1086
01:05:49,530 --> 01:05:52,710
Nu zegt hij dat je drinkt
om je naaste uit te buiten.

1087
01:05:52,710 --> 01:05:57,090
Je dringt hem daadwerkelijk drank op,
maakt hem dronken zodat je daar misbruik

1088
01:05:57,090 --> 01:05:58,410
van kunt maken.

1089
01:05:58,410 --> 01:06:01,410
Welnu, God gaat hetzelfde met jou doen.

1090
01:06:01,410 --> 01:06:03,390
Hij gaat jou dronken maken.

1091
01:06:03,390 --> 01:06:07,410
We herinneren ons de beeldspraak
uit Jeremia hoofdstuk 25,

1092
01:06:07,410 --> 01:06:11,790
waarin alle volken de beker zouden
drinken die God hun zou geven.

1093
01:06:11,790 --> 01:06:14,370
Ze zouden dronken worden en wankelen.

1094
01:06:14,370 --> 01:06:18,330
Maar dat was een symbool van
het oordeel dat over hen kwam.

1095
01:06:18,330 --> 01:06:24,030
Babel was volgens Jeremia 25 ook een van
degenen die die beker moesten drinken.

1096
01:06:24,030 --> 01:06:25,950
Overigens zou bijna alles wat deze

1097
01:06:25,950 --> 01:06:29,070
weeën omvatten op Jeruzalem
kunnen worden toegepast.

1098
01:06:29,070 --> 01:06:33,870
Maar gezien het verband geloof ik dat de
manier waarop de hele reeks weeën in vers

1099
01:06:33,870 --> 01:06:39,870
6 begon, aangeeft dat deze weeën tegen
Babel gericht zijn, wanneer het valt.

1100
01:06:39,870 --> 01:06:41,190
Vers 18:

1101
01:06:41,190 --> 01:06:45,990
Wat is het nut van een gesneden beeld,
wanneer zijn maker het gesneden heeft,

1102
01:06:45,990 --> 01:06:49,530
of van een gegoten beeld
dat leugens onderwijst,

1103
01:06:49,530 --> 01:06:52,230
wanneer de maker op zijn maaksel vertrouwt

1104
01:06:52,230 --> 01:06:55,350
terwijl het stomme afgoden
zijn die hij maakt?

1105
01:06:55,350 --> 01:06:59,130
Wee hem die tegen het stuk
hout zegt: Word wakker!

1106
01:06:59,130 --> 01:07:01,110
en: Ontwaak!

1107
01:07:01,110 --> 01:07:03,150
tegen een zwijgende steen.

1108
01:07:03,150 --> 01:07:05,550
Zouden zij iemand kunnen onderwijzen?

1109
01:07:05,550 --> 01:07:08,430
Zie, het is met goud
en zilver overtrokken,

1110
01:07:08,430 --> 01:07:11,430
maar er zit volstrekt
geen levensgeest in hem.

1111
01:07:11,430 --> 01:07:14,970
Hij heeft het over beelden die
uit steen en hout zijn gehouwen.

1112
01:07:14,970 --> 01:07:18,930
Maar de HEERE is in Zijn heilige tempel.

1113
01:07:18,930 --> 01:07:23,010
Wees stil voor Zijn
aangezicht, heel de aarde!

1114
01:07:23,010 --> 01:07:27,870
Nu kan met de heilige tempel hier niet
de tempel in Jeruzalem bedoeld zijn.

1115
01:07:27,870 --> 01:07:30,510
Dat zou naar mijn mening
namelijk in strijd zijn

1116
01:07:30,510 --> 01:07:33,030
met de hele boodschap van Habakuk.

1117
01:07:33,030 --> 01:07:36,210
Jeruzalem en zijn tempel
zullen verwoest worden.

1118
01:07:36,210 --> 01:07:39,330
Het is niet de tempel in
Jeruzalem die blijvend is,

1119
01:07:39,330 --> 01:07:42,870
maar God heeft ook Zijn
heilige tempel in de hemel.

1120
01:07:42,870 --> 01:07:44,850
Hij is in de hemel.

1121
01:07:44,850 --> 01:07:46,890
De mens is op aarde.

1122
01:07:46,890 --> 01:07:49,050
Nu zou deze laatste uitspraak:

1123
01:07:49,050 --> 01:07:52,410
Laat iedereen op aarde stil zijn voor Hem,

1124
01:07:52,410 --> 01:07:57,030
in zekere zin een terechtwijzing
aan Habakuk zelf kunnen zijn.

1125
01:07:57,030 --> 01:07:59,910
Hij klaagde over Gods oordelen.

1126
01:07:59,910 --> 01:08:04,230
Hij klaagde over Gods werkwijze. Hij zei:

1127
01:08:04,230 --> 01:08:08,670
Ik ging op mijn wachtpost staan,
nam mijn plaats in op de vestingwal,

1128
01:08:08,670 --> 01:08:12,690
en keek uit om te zien wat Hij
in mij spreken zou en wat ik

1129
01:08:12,690 --> 01:08:15,030
antwoorden zou op mijn aanklacht.

1130
01:08:15,030 --> 01:08:19,710
Welnu, dit kan zijn
terechtwijzing zijn. God zegt:

1131
01:08:19,710 --> 01:08:22,350
De Heer is in Zijn heilige tempel.

1132
01:08:22,350 --> 01:08:25,410
Laat iedereen op aarde stil zijn voor Hem.

1133
01:08:25,410 --> 01:08:28,530
Het lijkt een beetje op
wat God tegen Job zei:

1134
01:08:28,530 --> 01:08:31,590
Luister, bemoei je met je eigen zaken.

1135
01:08:31,590 --> 01:08:34,110
Je lijdt, en dat is Mijn zaak.

1136
01:08:34,110 --> 01:08:36,810
Ik bestuur het heelal, niet jij.

1137
01:08:36,810 --> 01:08:38,670
Vertrouw gewoon op Mij.

1138
01:08:38,670 --> 01:08:40,950
Dat is eigenlijk wat God zegt.

1139
01:08:40,950 --> 01:08:44,610
Wee hem die tegen het stuk
hout zegt: Word wakker!

1140
01:08:44,610 --> 01:08:46,710
en: Ontwaak!

1141
01:08:46,710 --> 01:08:48,750
tegen een zwijgende steen.

1142
01:08:48,750 --> 01:08:51,210
Zouden zij iemand kunnen onderwijzen?

1143
01:08:51,210 --> 01:08:54,210
Zie, het is met goud
en zilver overtrokken,

1144
01:08:54,210 --> 01:08:57,270
maar er zit volstrekt
geen levensgeest in hem.

1145
01:08:57,270 --> 01:09:00,690
Maar de HEERE is in Zijn heilige tempel.

1146
01:09:00,690 --> 01:09:03,810
Wees stil voor Zijn
aangezicht, heel de aarde!

1147
01:09:03,810 --> 01:09:08,190
Dus we hebben aan het einde van
Habakuk, in hoofdstuk 3, dit gebed.

1148
01:09:08,190 --> 01:09:12,270
Een gebed van Habakuk,
deze profeet, op Sjiginoth.

1149
01:09:12,270 --> 01:09:16,830
De precieze betekenis van Sjiginoth
is bij geleerden niet bekend.

1150
01:09:16,830 --> 01:09:20,550
Het is een van die woorden die in
de oude literatuur niet vaak genoeg

1151
01:09:20,550 --> 01:09:24,270
voorkomen om de precieze
betekenis ervan vast te stellen,

1152
01:09:24,270 --> 01:09:27,210
maar het is waarschijnlijk
een muzikale term.

1153
01:09:27,210 --> 01:09:30,390
HEERE, toen ik Uw tijding
hoorde, heb ik gevreesd.

1154
01:09:30,390 --> 01:09:34,470
HEERE, Uw werk, behoud het in het
leven in het midden van de jaren,

1155
01:09:34,470 --> 01:09:37,110
maak het bekend in het
midden van de jaren.

1156
01:09:37,110 --> 01:09:39,750
Denk in Uw toorn aan ontferming!

1157
01:09:39,750 --> 01:09:42,870
God zou binnenkort Zijn
toorn over Jeruzalem tonen,

1158
01:09:42,870 --> 01:09:46,170
maar Hij zou hun later ook
barmhartigheid bewijzen.

1159
01:09:46,170 --> 01:09:48,750
Hij zou hen niet volledig vernietigen.

1160
01:09:48,750 --> 01:09:52,590
God kwam uit Teman, dat
een Edomitisch gebied was.

1161
01:09:52,590 --> 01:09:57,450
God kwam van Teman, de Heilige
van het gebergte Paran.

1162
01:09:57,450 --> 01:10:02,370
Sela Zijn majesteit bedekte de
hemel, de aarde was vol van Zijn lof.

1163
01:10:02,370 --> 01:10:07,170
Er was een glans als van het zonlicht;
lichtstralen kwamen uit Zijn hand,

1164
01:10:07,170 --> 01:10:09,390
daarin ging Zijn macht schuil.

1165
01:10:09,390 --> 01:10:13,770
Voor Hem uit ging de pest, de
gloed ervan volgde Hem op de voet.

1166
01:10:13,770 --> 01:10:19,470
Hij stond en deed de aarde schudden, Hij
keek en liet heidenvolken opspringen.

1167
01:10:19,470 --> 01:10:24,930
De aloude bergen werden verpletterd, de
eeuwige heuvels hebben zich neergebogen.

1168
01:10:24,930 --> 01:10:27,150
De eeuwige wegen zijn van Hem.

1169
01:10:27,150 --> 01:10:31,050
Nu kan iedereen die niet gelooft dat
de profeten beeldspraak gebruiken,

1170
01:10:31,050 --> 01:10:33,510
hier ernstige problemen mee krijgen.

1171
01:10:33,510 --> 01:10:36,330
Eeuwige heuvels die zich
voor God neerbuigen,

1172
01:10:36,330 --> 01:10:38,970
de eeuwige bergen die verstrooid worden.

1173
01:10:38,970 --> 01:10:42,690
Dit is heel goed mogelijk een
terugverwijzing naar de berg Sinaï,

1174
01:10:42,690 --> 01:10:49,350
want Mozes had in Deuteronomium 33:2 een
lied dat aan de berg Sinaï herinnerde en

1175
01:10:49,350 --> 01:10:52,470
begon met beeldspraak
die hier sterk op lijkt.

1176
01:10:52,470 --> 01:10:55,830
In Deuteronomium 33, vers 2.

1177
01:10:55,830 --> 01:10:57,750
Al zou dit ook een verwijzing kunnen zijn

1178
01:10:57,750 --> 01:11:00,690
naar Gods daden van
oordeel in het algemeen,

1179
01:11:00,690 --> 01:11:03,330
maar dan in zeer sterke beeldspraak.

1180
01:11:03,330 --> 01:11:06,750
Ik zag de tenten van Kusjan
gebogen onder het onrecht,

1181
01:11:06,750 --> 01:11:09,750
de tentkleden van het
land Midian sidderden.

1182
01:11:09,750 --> 01:11:12,690
Was de HEERE tegen de rivieren ontbrand?

1183
01:11:12,690 --> 01:11:17,610
Woedde Uw toorn tegen de rivieren,
of was Uw verbolgenheid tegen de zee,

1184
01:11:17,610 --> 01:11:19,770
dat U op Uw paarden reed?

1185
01:11:19,770 --> 01:11:21,870
Uw wagens brachten heil.

1186
01:11:21,870 --> 01:11:27,510
U haalde Uw boog tevoorschijn om de eden,
aan de stammen gedaan door het woord.

1187
01:11:27,510 --> 01:11:31,110
Sela Met rivieren spleet U de aarde.

1188
01:11:31,110 --> 01:11:34,650
De bergen zagen U, zij beefden van angst.

1189
01:11:34,650 --> 01:11:39,690
Een vloed van water stroomde voorbij,
de watervloed liet zijn stem klinken,

1190
01:11:39,690 --> 01:11:41,970
hoog hief hij zijn handen op.

1191
01:11:41,970 --> 01:11:44,790
Zon en maan stonden stil in hun woning;

1192
01:11:44,790 --> 01:11:50,730
met het licht bewogen Uw pijlen zich
voort, met de gloed Uw glinsterende speer.

1193
01:11:50,730 --> 01:11:55,350
Ik vermoed dat Habakuk hier terugblikt op
hoe God in het verleden Zijn macht heeft

1194
01:11:55,350 --> 01:11:57,330
geopenbaard in het oordeel.

1195
01:11:57,330 --> 01:12:00,270
Hij begint met verwijzingen naar de Sinaï.

1196
01:12:00,270 --> 01:12:03,750
We hebben het gehad over de
rivieren en de zee die God vreesden.

1197
01:12:03,750 --> 01:12:07,650
Dat verwijst misschien naar het moment
waarop Hij de Rode Zee spleet en de

1198
01:12:07,650 --> 01:12:11,010
Jordaan spleet, zodat Zijn
volk verder kon trekken.

1199
01:12:11,010 --> 01:12:15,090
Wanneer er gesproken wordt over het
laten stilstaan van de zon en de maan,

1200
01:12:15,090 --> 01:12:18,450
klinkt dat als een verwijzing
naar Jozua hoofdstuk 10.

1201
01:12:18,450 --> 01:12:23,130
Daar liet God de zon stilstaan om de
Israëlieten een voordeel te geven in de

1202
01:12:23,130 --> 01:12:25,230
strijd tegen hun vijanden.

1203
01:12:25,230 --> 01:12:27,690
Dit is misschien een heel poëtische en

1204
01:12:27,690 --> 01:12:30,510
beeldende opsomming van
enkele daden van God,

1205
01:12:30,510 --> 01:12:35,370
waarbij Hij in het verleden de goddelozen
oordeelde en Zijn macht toonde.

1206
01:12:35,370 --> 01:12:38,550
In gramschap schreed
U voort over de aarde,

1207
01:12:38,550 --> 01:12:41,430
in toorn vertrapte U de heidenvolken.

1208
01:12:41,430 --> 01:12:46,710
U bent uitgetrokken tot heil van
Uw volk, tot heil van Uw Gezalfde.

1209
01:12:46,710 --> 01:12:50,310
U hebt het dak van het huis
van de goddeloze verbrijzeld,

1210
01:12:50,310 --> 01:12:54,810
U legt het fundament bloot
tot de hals toe. Sela

1211
01:12:54,810 --> 01:12:57,810
Sommige dingen hierin zijn
heel moeilijk uit te leggen.

1212
01:12:57,810 --> 01:13:02,190
U doorboorde met zijn eigen pijlen
het hoofd van zijn strijders.

1213
01:13:02,190 --> 01:13:04,710
Zij stormden aan om mij te verspreiden,

1214
01:13:04,710 --> 01:13:08,430
zij die zich verheugden alsof
zij de ellendige in een verborgen

1215
01:13:08,430 --> 01:13:10,110
plaats wilden verslinden.

1216
01:13:10,110 --> 01:13:15,030
U betrad met Uw paarden de zee,
de schuimkoppen van grote wateren.

1217
01:13:15,030 --> 01:13:17,250
Dat klinkt ook als de uittocht.

1218
01:13:17,250 --> 01:13:20,010
Ik hoorde het en mijn buik sidderde.

1219
01:13:20,010 --> 01:13:22,530
Bij het geluid trilden mijn lippen.

1220
01:13:22,530 --> 01:13:24,930
Verrotting tastte mijn beenderen aan.

1221
01:13:24,930 --> 01:13:27,750
Ik sidderde op de plaats waar ik stond.

1222
01:13:27,750 --> 01:13:31,530
Zeker, ik zal rustig wachten
op de dag van de benauwdheid,

1223
01:13:31,530 --> 01:13:34,470
als die aanbreekt voor het
volk dat ons zal aanvallen.

1224
01:13:34,470 --> 01:13:37,050
Dit is blijkbaar zijn
voorspelling van de toekomst,

1225
01:13:37,050 --> 01:13:42,270
want tot en met vers 15 spreekt hij over
wat God in het verleden heeft gedaan.

1226
01:13:42,270 --> 01:13:48,990
Nu, in vers 16, voorspelt hij wat God met
Juda en uiteindelijk met Babel gaat doen.

1227
01:13:48,990 --> 01:13:52,590
Het deed de profeet beven toen
hij het hoorde, en zijn beenderen

1228
01:13:52,590 --> 01:13:55,110
verrotten, figuurlijk gesproken.

1229
01:13:55,110 --> 01:13:59,010
Maar nu ziet hij dat God
uiteindelijk toch het juiste doet.

1230
01:13:59,010 --> 01:14:01,350
Daarom zegt hij in vers 17:

1231
01:14:01,350 --> 01:14:06,150
Al zal de vijgenboom niet in bloei staan
en er geen vrucht aan de wijnstok zijn,

1232
01:14:06,150 --> 01:14:10,530
al zal de opbrengst van de olijfboom
tegenvallen en zullen de velden geen

1233
01:14:10,530 --> 01:14:14,910
voedsel voortbrengen, al zal het
kleinvee uit de kooi verdwenen zijn

1234
01:14:14,910 --> 01:14:17,611
en er geen rund in de stallen over zijn —

1235
01:14:17,611 --> 01:14:21,030
Trouwens, die verwijzing naar
voeten als die van een hinde

1236
01:14:21,030 --> 01:14:27,270
en naar het lopen als een hert op de
heuvels is ontleend aan Psalm 18, vers 33.

1237
01:14:27,270 --> 01:14:29,610
Het is gewoon een herhaling daarvan.

1238
01:14:29,610 --> 01:14:34,290
De verzen 17 en 18 zeggen in
wezen: hoeveel er ook misgaat,

1239
01:14:34,290 --> 01:14:36,810
ik zal me nog steeds in God verblijden.

1240
01:14:36,810 --> 01:14:40,890
In vers 17 klinkt het alsof hij het
over een ramp in de landbouw heeft,

1241
01:14:40,890 --> 01:14:42,270
en dat zou kunnen.

1242
01:14:42,270 --> 01:14:45,931
Hij zou kunnen zeggen: hoe
slecht ons jaar ook is —

1243
01:14:45,931 --> 01:14:50,131
en het ergste wat er gewoonlijk
gebeurde, was dat de oogst mislukte —

1244
01:14:50,131 --> 01:14:53,730
ik zal me nog steeds in God
verblijden als de oogst mislukt.

1245
01:14:53,730 --> 01:14:58,590
Maar het is mogelijk dat al deze
beelden — de vijgenboom, de wijnstokken,

1246
01:14:58,590 --> 01:15:03,270
de olijfboom, de kudden —
allemaal naar Israël verwijzen.

1247
01:15:03,270 --> 01:15:07,350
Het is hem tenslotte geopenbaard dat
de Joden overwonnen zullen worden.

1248
01:15:07,350 --> 01:15:09,750
Hij zou daar figuurlijk
naar kunnen verwijzen,

1249
01:15:09,750 --> 01:15:12,930
naar de vijgenboom die niet
bloeit, naar het ontbreken van

1250
01:15:12,930 --> 01:15:14,790
vrucht aan de wijnstokken.

1251
01:15:14,790 --> 01:15:18,030
De opbrengst van de olijfboom blijft uit.

1252
01:15:18,030 --> 01:15:22,590
We weten dat de olijfboom
elders een beeld voor Israël is.

1253
01:15:22,590 --> 01:15:25,350
Als de kudde uit de
schaapskooi wordt weggenomen,

1254
01:15:25,350 --> 01:15:30,210
zou dat zeker kunnen verwijzen naar
Israël dat uit zijn land wordt weggenomen.

1255
01:15:30,210 --> 01:15:32,850
Het is niet zeker of de
profeet het zo bedoelt,

1256
01:15:32,850 --> 01:15:36,450
maar de bewoordingen laten
die mogelijkheid zeker toe.

1257
01:15:36,450 --> 01:15:40,950
Dus hij zegt: zelfs als deze
verwoesting over mijn volk komt,

1258
01:15:40,950 --> 01:15:45,810
die God mij hierin heeft laten voorzien,
zal ik me nog steeds in God verblijden.

1259
01:15:45,810 --> 01:15:47,550
Hij zal mijn kracht zijn.

1260
01:15:47,550 --> 01:15:51,810
Ik zal een van die getrouwen zijn
die door mijn trouw zullen leven.

1261
01:15:51,810 --> 01:15:55,650
Anderen misschien niet, maar dat is
de enige houding die ik kan aannemen

1262
01:15:55,650 --> 01:15:57,510
tegenover Gods soevereine oordeel.
