1
00:00:02,070 --> 00:00:04,770
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,770 --> 00:00:10,830
Deze keer behandelen we Handelingen
11, vers 1 tot en met vers 30.

3
00:00:10,830 --> 00:00:13,170
We kijken naar Handelingen hoofdstuk 11.

4
00:00:13,170 --> 00:00:17,370
In het vorige hoofdstuk kregen we
uitvoerig het verhaal van de bekering van

5
00:00:17,370 --> 00:00:21,690
Cornelius en de mensen in zijn huis
door de bemiddeling van Petrus.

6
00:00:21,690 --> 00:00:26,790
Het hele hoofdstuk, en dat is geen kort
hoofdstuk, was aan dit verhaal gewijd.

7
00:00:26,790 --> 00:00:31,890
Een groot deel van dat verhaal wordt in
hoofdstuk 11 opnieuw in detail verteld.

8
00:00:31,890 --> 00:00:32,850
Waarom?

9
00:00:32,850 --> 00:00:35,790
Omdat Petrus het huis van
een heiden was binnengegaan,

10
00:00:35,790 --> 00:00:40,770
met hem had gegeten en deze mannen en
vrouwen had gedoopt toen de Heilige Geest

11
00:00:40,770 --> 00:00:42,630
onverwachts op hen viel.

12
00:00:42,630 --> 00:00:43,890
Petrus zei:

13
00:00:43,890 --> 00:00:47,191
Kan iemand soms het water
weren, zodat deze mensen ,

14
00:00:47,191 --> 00:00:51,810
die evenals wij de Heilige Geest ontvangen
hebben, niet gedoopt zouden worden?

15
00:00:51,810 --> 00:00:54,150
Dus gaf hij opdracht hen te dopen.

16
00:00:54,150 --> 00:00:56,070
Dat is het laatste wat we hoorden,

17
00:00:56,070 --> 00:00:59,610
afgezien van het feit dat
Petrus daar enkele dagen bleef.

18
00:00:59,610 --> 00:01:03,690
Dit was het eerste heidense
gezin dat tot bekering kwam.

19
00:01:03,690 --> 00:01:08,370
Petrus moest hun ongetwijfeld veel
uitleg geven om hen wegwijs te maken

20
00:01:08,370 --> 00:01:11,190
en bracht daarom enkele
dagen met hen door.

21
00:01:11,190 --> 00:01:13,830
Dit gezin was niet volkomen heidens.

22
00:01:13,830 --> 00:01:16,770
Hoewel ze heidenen waren,
was Cornelius namelijk

23
00:01:16,770 --> 00:01:19,590
enigszins vertrouwd met het Joodse geloof.

24
00:01:19,590 --> 00:01:22,590
Er staat dat hij de God
van de Joden vreesde,

25
00:01:22,590 --> 00:01:27,750
gebeden had opgezonden en aalmoezen had
gegeven ter wille van de God van Israël.

26
00:01:27,750 --> 00:01:31,710
Maar hij was geen Jood geworden en
wordt dat op dit moment ook niet.

27
00:01:31,710 --> 00:01:36,330
Wat we hier moeten begrijpen, is iets
wat voor ons niet vanzelfsprekend is.

28
00:01:36,330 --> 00:01:39,030
Het staat heel ver van
onze manier van denken af.

29
00:01:39,030 --> 00:01:42,390
We lezen verhalen over mensen
die tweeduizend jaar geleden

30
00:01:42,390 --> 00:01:47,610
leefden in een cultuur die heel anders
was dan de onze, vooral de Joodse cultuur.

31
00:01:47,610 --> 00:01:52,050
Zelfs de heidenen leefden in een
cultuur die heel anders was dan de onze,

32
00:01:52,050 --> 00:01:55,230
maar de Joodse cultuur
was heel uitgesproken.

33
00:01:55,230 --> 00:01:58,590
Sinds de tijd van Abraham, in Genesis 17,

34
00:01:58,590 --> 00:02:02,910
was de besnijdenis ingesteld als het
teken van het verbond dat God met

35
00:02:02,910 --> 00:02:05,310
Abraham en zijn nageslacht had.

36
00:02:05,310 --> 00:02:07,770
God had tegen Abraham gezegd:

37
00:02:07,770 --> 00:02:12,810
Wie van uw nageslacht niet besneden is,
zal van zijn volk worden afgesneden.

38
00:02:12,810 --> 00:02:16,170
Het teken van de besnijdenis
was het teken dat iemand

39
00:02:16,170 --> 00:02:19,350
deel uitmaakte van het verbond met God.

40
00:02:19,350 --> 00:02:24,570
De Joden kregen het gebod hun jongens op
de achtste dag van hun leven te besnijden.

41
00:02:24,570 --> 00:02:29,490
Iedere Joodse jongen uit een praktiserend
Joods gezin werd dus besneden.

42
00:02:29,490 --> 00:02:34,410
Dit was, zouden we kunnen zeggen, zijn
bijzondere toegangsbewijs tot God.

43
00:02:34,410 --> 00:02:39,210
Het was zijn bijzondere ereteken:
hij behoorde tot Gods volk,

44
00:02:39,210 --> 00:02:45,150
stamde af van Abraham, Izak en Jakob,
en was als bewijs daarvan besneden.

45
00:02:45,150 --> 00:02:47,670
Niet dat mensen ermee
rondliepen te pronken,

46
00:02:47,670 --> 00:02:52,530
maar als iemand je vroeg of je besneden
was en je kon als Jood ja antwoorden,

47
00:02:52,530 --> 00:02:54,390
dan zei je dat met trots.

48
00:02:54,390 --> 00:02:57,570
Wanneer Paulus bijvoorbeeld
in Filippenzen hoofdstuk 3

49
00:02:57,570 --> 00:03:00,570
de dingen begint op te
sommen waarvan hij zei dat ze

50
00:03:00,570 --> 00:03:05,430
vóór zijn bekering tot Christus winst
voor hem waren, noemt hij als eerste:

51
00:03:05,430 --> 00:03:10,770
besneden op de achtste dag, uit het
geslacht van Israël, van de stam Benjamin,

52
00:03:10,770 --> 00:03:15,270
een Hebreeër uit de Hebreeën,
wat de wet betreft een Farizeeër,

53
00:03:15,270 --> 00:03:19,290
enzovoort. Dit was wat de Joden
van de heidenen onderscheidde.

54
00:03:19,290 --> 00:03:21,630
We moeten bedenken dat
God nooit heeft bedoeld

55
00:03:21,630 --> 00:03:24,630
dat alleen de Joden Gods volk zouden zijn.

56
00:03:24,630 --> 00:03:28,830
Toen God in het Oude Testament,
in Genesis hoofdstuk 12,

57
00:03:28,830 --> 00:03:31,890
voor het eerst tot Abram
sprak, en ook bij de andere

58
00:03:31,890 --> 00:03:35,370
gelegenheden waarop God Zijn
belofte aan Abram herhaalde,

59
00:03:35,370 --> 00:03:39,690
was de belofte dat door zijn
nageslacht alle geslachten van de aarde

60
00:03:39,690 --> 00:03:41,310
gezegend zouden worden.

61
00:03:41,310 --> 00:03:46,170
Door zijn nageslacht zouden alle
volken van de aarde gezegend worden.

62
00:03:46,170 --> 00:03:48,510
Het was niet alleen voor Israël.

63
00:03:48,510 --> 00:03:52,170
Mensen hebben mijn radioprogramma
weleens gebeld en gevraagd:

64
00:03:52,170 --> 00:03:54,630
‘Waarom koos God alleen Israël?

65
00:03:54,630 --> 00:03:56,550
Geeft Hij niet om de heidenen?’

66
00:03:56,550 --> 00:04:00,570
Nee, Hij koos Israël om
de heidenen te bereiken.

67
00:04:00,570 --> 00:04:02,610
Dat was wat Hij voor ogen had.

68
00:04:02,610 --> 00:04:07,050
Het was hun opdracht om God te kennen
en Hem bekend te maken aan de wereld,

69
00:04:07,050 --> 00:04:08,550
aan alle volken.

70
00:04:08,550 --> 00:04:12,450
Gods belofte was niet dat Abrams
nageslacht behouden zou worden

71
00:04:12,450 --> 00:04:14,550
en de rest verloren zou gaan.

72
00:04:14,550 --> 00:04:19,410
Zijn nageslacht zou juist het middel
zijn waardoor de kennis van God naar alle

73
00:04:19,410 --> 00:04:21,510
volken van de wereld werd gebracht.

74
00:04:21,510 --> 00:04:25,650
Uit wat Paulus in Galaten 3
zegt, en vooral in vers 16,

75
00:04:25,650 --> 00:04:29,790
weten we dat het nageslacht van Abraham
door wie de beloften vervuld zullen

76
00:04:29,790 --> 00:04:31,710
worden, Christus is.

77
00:04:31,710 --> 00:04:34,770
Paulus zegt in Galaten 3:16:

78
00:04:34,770 --> 00:04:40,230
Welnu, zo zijn de beloften aan
Abraham en aan zijn nageslacht gedaan.

79
00:04:40,230 --> 00:04:45,150
Hij zegt niet: En aan de nageslachten,
alsof er sprake zou zijn van velen;

80
00:04:45,150 --> 00:04:49,470
maar van één: En aan uw
Nageslacht; dat is Christus.

81
00:04:49,470 --> 00:04:54,690
enkelvoud, wat betekent dat Christus het
nageslacht van Abraham is door wie alle

82
00:04:54,690 --> 00:04:56,670
volken gezegend zouden worden.

83
00:04:56,670 --> 00:04:59,430
Totdat Petrus naar het
huis van Cornelius ging,

84
00:04:59,430 --> 00:05:04,050
hadden de apostelen nog niet begrepen dat
de heidenen behouden konden worden zonder

85
00:05:04,050 --> 00:05:05,370
Jood te worden.

86
00:05:05,370 --> 00:05:09,570
In het Oude Testament staan veel
profetieën over de heidenen die

87
00:05:09,570 --> 00:05:12,870
samen met Gods volk Israël God prijzen.

88
00:05:12,870 --> 00:05:16,050
Er staan veel profetieën
over de Messias die

89
00:05:16,050 --> 00:05:20,190
Koning is over de koningen van
de aarde en Heere van de heren,

90
00:05:20,190 --> 00:05:25,470
en over Zijn Koninkrijk dat als een
grote berg groeit en de hele aarde vult.

91
00:05:25,470 --> 00:05:29,250
Men begreep dat de hele aarde,
met inbegrip van de heidenen,

92
00:05:29,250 --> 00:05:32,010
de invloed van de Messias zou ondergaan.

93
00:05:32,010 --> 00:05:36,270
Maar als een heiden in het Oude Testament
tot Gods volk wilde gaan behoren,

94
00:05:36,270 --> 00:05:38,010
moest hij besneden worden.

95
00:05:38,010 --> 00:05:39,750
Hij moest Jood worden.

96
00:05:39,750 --> 00:05:41,610
Je hoefde niet een heiden te blijven,

97
00:05:41,610 --> 00:05:44,310
alleen maar omdat je
als heiden geboren was.

98
00:05:44,310 --> 00:05:45,870
Je kon besneden worden.

99
00:05:45,870 --> 00:05:47,850
Je kon Jood worden.

100
00:05:47,850 --> 00:05:51,390
Als je dat deed, was je wat
men een proseliet noemde.

101
00:05:51,390 --> 00:05:56,130
Een proseliet was iemand die als heiden
geboren was en door besneden te worden

102
00:05:56,130 --> 00:05:57,570
Jood was geworden.

103
00:05:57,570 --> 00:06:00,270
De Joden hadden daar
geen enkel probleem mee.

104
00:06:00,270 --> 00:06:04,230
Ze waren sterk bevooroordeeld
tegen onbesneden mensen.

105
00:06:04,230 --> 00:06:07,530
Ze waren sterk bevooroordeeld
tegen heidenen.

106
00:06:07,530 --> 00:06:10,830
Maar als een heiden zich door
besnijdenis bij hen aansloot,

107
00:06:10,830 --> 00:06:13,770
gold voor hem wat in het
Oude Testament staat:

108
00:06:13,770 --> 00:06:17,970
Als er nu een vreemdeling bij u verblijft
en als die voor de HEERE het Pascha wil

109
00:06:17,970 --> 00:06:21,750
houden, laat dan al wie mannelijk
is bij hem, besneden worden.

110
00:06:21,750 --> 00:06:24,510
Dan mag hij naar voren komen
om het Pascha te houden,

111
00:06:24,510 --> 00:06:27,630
en zal hij zijn als een
ingezetene van het land.

112
00:06:27,630 --> 00:06:30,690
Niemand echter die onbesneden
is, mag ervan eten.

113
00:06:30,690 --> 00:06:34,350
Hij zou dus zijn als iemand die
in het land Israël geboren was.

114
00:06:34,350 --> 00:06:38,310
Voor de Joden was het gedurende het
hele Oude Testament duidelijk dat

115
00:06:38,310 --> 00:06:41,010
heidenen hiervan deel konden uitmaken.

116
00:06:41,010 --> 00:06:44,250
Ze waren welkom, zolang
ze maar besneden waren.

117
00:06:44,250 --> 00:06:48,030
Je moest Jood worden om tot
Gods volk te gaan behoren,

118
00:06:48,030 --> 00:06:51,570
en Jood worden betekende
dat je je liet besnijden.

119
00:06:51,570 --> 00:06:56,850
Er was al een Ethiopiër bekeerd en
door Filippus gedoopt in hoofdstuk 8,

120
00:06:56,850 --> 00:07:00,630
maar er wordt ons niet verteld
tot welk volk hij behoorde.

121
00:07:00,630 --> 00:07:03,150
Misschien was hij een Jood uit Ethiopië,

122
00:07:03,150 --> 00:07:06,690
of misschien was hij een heiden
die proseliet was geworden.

123
00:07:06,690 --> 00:07:08,730
Als hij een van die twee dingen was,

124
00:07:08,730 --> 00:07:13,410
zou dat in dit stadium niet omstreden
zijn geweest in de vroege gemeente.

125
00:07:13,410 --> 00:07:16,170
Ze geloofden dat iedereen
behouden kon worden,

126
00:07:16,170 --> 00:07:19,530
maar ze geloofden dat zo
iemand een Jood moest worden.

127
00:07:19,530 --> 00:07:22,590
Het was tenslotte de Joodse Messias.

128
00:07:22,590 --> 00:07:25,350
Jezus was de Messias van de Joden.

129
00:07:25,350 --> 00:07:30,390
Hij was het antwoord op de beloften die
aan de vaderen van de Joden waren gedaan.

130
00:07:30,390 --> 00:07:34,050
Daarom was het natuurlijk
niet meer dan redelijk dat je,

131
00:07:34,050 --> 00:07:38,850
als je voordeel wilde hebben van de
Joodse Messias, een Jood moest zijn.

132
00:07:38,850 --> 00:07:43,350
Blijkbaar was het tot aan de bekering
van Cornelius bij niemand in de gemeente

133
00:07:43,350 --> 00:07:48,450
ooit opgekomen dat iemand tot Gods
volk kon gaan behoren zonder eerst

134
00:07:48,450 --> 00:07:51,570
Jood te worden en zich te laten besnijden.

135
00:07:51,570 --> 00:07:56,430
Zelfs na de bekering van Cornelius
bleef dit enigszins omstreden in de

136
00:07:56,430 --> 00:07:58,290
gemeente in Jeruzalem.

137
00:07:58,290 --> 00:08:03,090
Ze moesten er in Handelingen 15 een
speciale vergadering over houden om te

138
00:08:03,090 --> 00:08:08,550
bepalen of de heidenen die tot Christus
kwamen, eerst Joden moesten worden.

139
00:08:08,550 --> 00:08:10,770
Moesten ze proselieten worden?

140
00:08:10,770 --> 00:08:12,570
Moesten ze zich laten besnijden?

141
00:08:12,570 --> 00:08:16,230
Toen Petrus een visioen kreeg
waarin hem werd gezegd dat hij niets

142
00:08:16,230 --> 00:08:20,850
onrein mocht noemen wat God gereinigd
had, ging hij naar het huis van Cornelius.

143
00:08:20,850 --> 00:08:26,130
Hij predikte daar en zag dat de Heilige
Geest op deze onbesneden heidenen viel.

144
00:08:26,130 --> 00:08:29,430
Toen gingen Petrus’ ogen open. Hij zei:

145
00:08:29,430 --> 00:08:33,031
Kan iemand soms het water
weren, zodat deze mensen ,

146
00:08:33,031 --> 00:08:37,770
die evenals wij de Heilige Geest ontvangen
hebben, niet gedoopt zouden worden?

147
00:08:37,770 --> 00:08:42,150
En hij beval dat zij gedoopt zouden
worden in de Naam van de Heere.

148
00:08:42,150 --> 00:08:45,330
Toen vroegen zij hem enkele
dagen bij hen te blijven.

149
00:08:45,330 --> 00:08:47,970
Hij droeg hun niet op
zich te laten besnijden.

150
00:08:47,970 --> 00:08:52,530
Hij begreep nu dat je geen Jood en
zelfs geen proseliet hoeft te zijn om

151
00:08:52,530 --> 00:08:54,570
een van Gods mensen te zijn.

152
00:08:54,570 --> 00:09:00,750
Je kunt tot elk ras, elk geslacht,
elk volk en elke taal behoren,

153
00:09:00,750 --> 00:09:04,830
en als je een volgeling van
Christus bent, hoor je erbij.

154
00:09:04,830 --> 00:09:08,310
Petrus begreep dit, maar
de apostelen in Jeruzalem

155
00:09:08,310 --> 00:09:10,830
waren zich er nog niet
volledig van bewust.

156
00:09:10,830 --> 00:09:15,870
Toen Petrus vanuit Caesarea, waar hij
het huisgezin van Cornelius had ontmoet,

157
00:09:15,870 --> 00:09:19,830
terugkwam in Jeruzalem, hadden de
apostelen in Jeruzalem hier al over

158
00:09:19,830 --> 00:09:22,650
gehoord en spraken ze hem erop aan.

159
00:09:22,650 --> 00:09:25,290
In Handelingen 11:1 staat:

160
00:09:25,290 --> 00:09:28,290
De apostelen en de broeders
die in Judea waren,

161
00:09:28,290 --> 00:09:32,130
hoorden dat ook de heidenen het
Woord van God aangenomen hadden.

162
00:09:32,130 --> 00:09:35,730
De uitdrukking ‘zij die
van de besnijdenis zijn’

163
00:09:35,730 --> 00:09:38,970
wordt in de Schrift op meer
dan één manier gebruikt.

164
00:09:38,970 --> 00:09:41,370
Soms betekent ze de besnijdenispartij.

165
00:09:41,370 --> 00:09:45,150
Er was een partij binnen de gemeente
die er na deze gebeurtenis nog

166
00:09:45,150 --> 00:09:47,430
enige tijd op bleef aandringen dat

167
00:09:47,430 --> 00:09:50,190
christenen uit de heidenen
besneden moesten worden.

168
00:09:50,190 --> 00:09:52,830
Ze werden de besnijdenispartij genoemd.

169
00:09:52,830 --> 00:09:57,030
Zij waren degenen die problemen
veroorzaakten voor de mensen die Paulus in

170
00:09:57,030 --> 00:09:59,310
Galatië tot bekering had gebracht.

171
00:09:59,310 --> 00:10:01,650
Paulus schreef de brief aan de Galaten

172
00:10:01,650 --> 00:10:05,070
zelfs om de besnijdenispartij te
weerleggen en te laten zien dat

173
00:10:05,070 --> 00:10:06,630
ze ongelijk hadden.

174
00:10:06,630 --> 00:10:10,770
Maar ‘de besnijdenis’ is ook
een term die eenvoudigweg wordt

175
00:10:10,770 --> 00:10:13,110
gebruikt voor iemand die een Jood is.

176
00:10:13,110 --> 00:10:15,930
De Joden werden de besnijdenis genoemd.

177
00:10:15,930 --> 00:10:19,170
De heidenen werden de
onbesnedenen genoemd.

178
00:10:19,170 --> 00:10:22,830
Wanneer er dus staat ‘zij
die van de besnijdenis zijn’,

179
00:10:22,830 --> 00:10:27,810
hoeven we niet aan te nemen dat dit de
bijzonder koppige besnijdenispartij was

180
00:10:27,810 --> 00:10:29,310
die zich verzette.

181
00:10:29,310 --> 00:10:35,670
Dit waren gewoon de gewone Joden, de
Joodse christenen, de andere apostelen.

182
00:10:35,670 --> 00:10:38,370
Ze twistten met hem. Ze zeiden:

183
00:10:38,370 --> 00:10:43,170
Je bent bij onbesneden mannen naar
binnen gegaan en hebt met ze gegeten.

184
00:10:43,170 --> 00:10:47,190
Merk op dat ze er niet eens over
klagen dat hij hen gedoopt heeft,

185
00:10:47,190 --> 00:10:50,310
alleen dat hij met hen gegeten heeft.

186
00:10:50,310 --> 00:10:53,910
Tafelgemeenschap tussen Joden
en heidenen was verboden.

187
00:10:53,910 --> 00:10:57,090
Petrus ging daar natuurlijk
niet heen om met hen te eten.

188
00:10:57,090 --> 00:11:02,010
Hij ging erheen om hen te bekeren, maar
uiteindelijk bleef hij wel bij hen en

189
00:11:02,010 --> 00:11:03,330
at hij met hen.

190
00:11:03,330 --> 00:11:05,430
Dit was dus omstreden.

191
00:11:05,430 --> 00:11:09,750
Petrus legde het hun vanaf het
begin in de juiste volgorde uit.

192
00:11:09,750 --> 00:11:14,070
Hier krijgen we het hele verhaal bijna
even uitvoerig als in hoofdstuk 10.

193
00:11:14,070 --> 00:11:17,970
Lukas moest beslissen wat hij in
zijn geschiedenis zou opnemen en wat

194
00:11:17,970 --> 00:11:19,530
hij zou weglaten.

195
00:11:19,530 --> 00:11:23,670
Hij had maar een beperkt aantal
bladzijden en kostbare inkt.

196
00:11:23,670 --> 00:11:27,270
Dat hij ons het hele verhaal
twee keer uitvoerig vertelt,

197
00:11:27,270 --> 00:11:30,270
moet bedoeld zijn om
er nadruk op te leggen.

198
00:11:30,270 --> 00:11:33,150
Hij had natuurlijk
eenvoudigweg kunnen zeggen dat

199
00:11:33,150 --> 00:11:37,650
Petrus hun het hele verhaal vertelde dat
we zojuist in het vorige hoofdstuk gelezen

200
00:11:37,650 --> 00:11:41,190
hebben, en dan met het
verhaal verder kunnen gaan.

201
00:11:41,190 --> 00:11:44,610
In plaats daarvan vertelt
hij het hele verhaal opnieuw,

202
00:11:44,610 --> 00:11:50,130
zodat we beseffen dat dit iets is wat
hij niet aan ons voorbij wil laten gaan.

203
00:11:50,130 --> 00:11:53,010
Hij wil dat we hier aandacht aan schenken.

204
00:11:53,010 --> 00:11:57,090
Als het bij het lezen van hoofdstuk
10 aan je aandacht ontsnapt is,

205
00:11:57,090 --> 00:12:00,390
krijg je het in hoofdstuk
11 opnieuw te horen.

206
00:12:00,390 --> 00:12:03,870
Nu horen we het verhaal
uit de mond van Petrus.

207
00:12:03,870 --> 00:12:09,450
In hoofdstuk 10 hoorden we het
van Lukas, de auteur. Hij zei:

208
00:12:09,450 --> 00:12:14,490
Ik was in de stad Joppe aan het bidden
en zag in geestvervoering een visioen:

209
00:12:14,490 --> 00:12:19,170
een bepaald voorwerp daalde neer,
dat leek op een groot linnen laken,

210
00:12:19,170 --> 00:12:22,290
dat aan de vier hoeken
neergelaten werd uit de hemel,

211
00:12:22,290 --> 00:12:24,510
en het kwam tot dicht bij mij.

212
00:12:24,510 --> 00:12:28,710
En toen ik hierop mijn ogen gericht
hield en het aandachtig bekeek,

213
00:12:28,710 --> 00:12:33,570
zag ik de viervoetige dieren van de
aarde, en de wilde en de kruipende dieren,

214
00:12:33,570 --> 00:12:35,370
en de vogels in de lucht.

215
00:12:35,370 --> 00:12:38,190
wat natuurlijk verwees
naar onreine dieren die

216
00:12:38,190 --> 00:12:42,510
Joden normaal gesproken niet
zouden eten, en hij was een Jood.

217
00:12:42,510 --> 00:12:48,570
En ik hoorde een stem, die tegen mij
zei: Sta op, Petrus, slacht en eet.

218
00:12:48,570 --> 00:12:54,030
Maar ik zei: Beslist niet, Heere, want
nooit is er iets wat onheilig of onrein

219
00:12:54,030 --> 00:12:56,250
is, mijn mond binnengegaan.

220
00:12:56,250 --> 00:12:59,910
Maar de stem antwoordde mij voor
de tweede keer uit de hemel:

221
00:12:59,910 --> 00:13:04,170
Wat God gereinigd heeft, mag
u niet voor onheilig houden.

222
00:13:04,170 --> 00:13:08,790
Dit gebeurde tot driemaal toe; en alles
werd weer opgetrokken in de hemel.

223
00:13:08,790 --> 00:13:12,510
Deze zes broeders moeten hem
naar Jeruzalem hebben vergezeld,

224
00:13:12,510 --> 00:13:14,190
want hij wijst erop:

225
00:13:14,190 --> 00:13:16,770
Deze zes broeders gingen met me mee.

226
00:13:16,770 --> 00:13:19,290
In hoofdstuk 10 werd ons verteld dat

227
00:13:19,290 --> 00:13:22,890
enkele broeders uit Joppe
inderdaad met Petrus meegingen.

228
00:13:22,890 --> 00:13:25,710
Er werd ons niet verteld
hoeveel het er waren.

229
00:13:25,710 --> 00:13:28,530
Hier komen we te weten
dat het er zes waren.

230
00:13:28,530 --> 00:13:33,450
En die zes waren degenen die
in hoofdstuk 10, vers 45,

231
00:13:33,450 --> 00:13:36,930
verbaasd waren toen de Heilige
Geest op de heidenen viel.

232
00:13:36,930 --> 00:13:39,930
In hoofdstuk 10, vers 45, staat:

233
00:13:39,930 --> 00:13:42,750
En de gelovigen die van
de besnijdenis waren,

234
00:13:42,750 --> 00:13:45,690
zovelen als er met
Petrus waren meegekomen,

235
00:13:45,690 --> 00:13:48,930
waren buiten zichzelf dat
de gave van de Heilige Geest

236
00:13:48,930 --> 00:13:51,270
ook op de heidenen uitgestort werd,

237
00:13:51,270 --> 00:13:56,250
Dat waren de zes Joodse mannen die met
Petrus van Joppe naar Caesarea kwamen.

238
00:13:56,250 --> 00:13:58,830
Nu weten we dat het er zes waren.

239
00:13:58,830 --> 00:14:02,430
Tot op dit moment was ons niet
verteld hoeveel het er waren.

240
00:14:02,430 --> 00:14:03,690
Hij zegt:

241
00:14:03,690 --> 00:14:07,230
En zie, ogenblikkelijk daarna
stonden er drie mannen,

242
00:14:07,230 --> 00:14:12,030
die vanuit Caesarea naar mij toe gestuurd
waren, voor het huis waarin ik was.

243
00:14:12,030 --> 00:14:17,370
En de Geest zei tegen mij dat ik met hen
mee moest gaan en niet moest twijfelen.

244
00:14:17,370 --> 00:14:20,310
En met mij gingen ook
deze zes broeders mee

245
00:14:20,310 --> 00:14:23,250
en wij zijn het huis
van de man binnengegaan.

246
00:14:23,250 --> 00:14:24,990
en in vers 13:

247
00:14:24,990 --> 00:14:27,870
En hij berichtte ons hoe
hij een engel gezien had,

248
00:14:27,870 --> 00:14:30,930
die in zijn huis stond en tegen hem zei:

249
00:14:30,930 --> 00:14:35,910
Stuur mannen naar Joppe en ontbied
Simon die ook Petrus genoemd wordt.

250
00:14:35,910 --> 00:14:37,650
Let erop dat hij zegt:

251
00:14:37,650 --> 00:14:40,530
En hij berichtte ons hoe
hij een engel gezien had,

252
00:14:40,530 --> 00:14:43,470
die in zijn huis stond en tegen hem zei:

253
00:14:43,470 --> 00:14:48,030
Stuur mannen naar Joppe en ontbied
Simon die ook Petrus genoemd wordt.

254
00:14:48,030 --> 00:14:53,310
Die zal woorden tot u spreken waardoor
u zalig zult worden en heel uw huis.

255
00:14:53,310 --> 00:14:56,790
En toen ik begon te spreken,
viel de Heilige Geest op hen,

256
00:14:56,790 --> 00:14:58,950
evenals op ons in het begin.

257
00:14:58,950 --> 00:15:03,030
We zagen in hoofdstuk 10 dat hij in
feite een stukje van een preek hield,

258
00:15:03,030 --> 00:15:06,150
maar die was niet erg
lang. Wanneer hij zegt:

259
00:15:06,150 --> 00:15:10,290
Toen ik begon te spreken, denk ik dat
hij suggereert dat het gedeelte dat we in

260
00:15:10,290 --> 00:15:14,730
hoofdstuk 10 lazen, slechts bedoeld
was als het begin van zijn preek.

261
00:15:14,730 --> 00:15:16,470
Hij was nog maar net begonnen.

262
00:15:16,470 --> 00:15:18,570
Hij begon net op gang te komen.

263
00:15:18,570 --> 00:15:23,910
De preek zou veel langer zijn geweest,
maar God onderbrak de dienst. Hij zegt:

264
00:15:23,910 --> 00:15:28,110
Toen ik begon te spreken, kwam
de Heilige Geest over hen, en:

265
00:15:28,110 --> 00:15:30,150
net als over ons in het begin.

266
00:15:30,150 --> 00:15:34,890
Hij spreekt tot de gemeente in Jeruzalem,
en het was in Jeruzalem, met Pinksteren,

267
00:15:34,890 --> 00:15:36,990
dat de Geest op hen was gevallen.

268
00:15:36,990 --> 00:15:41,190
Hij zegt dus dat hun ervaring
werkelijk net als de onze was.

269
00:15:41,190 --> 00:15:44,850
En ik herinnerde mij het woord
van de Heere, hoe Hij zei:

270
00:15:44,850 --> 00:15:49,950
Johannes doopte wel met water, maar u
zult met de Heilige Geest gedoopt worden.

271
00:15:49,950 --> 00:15:56,670
Dat is een citaat van wat Jezus zei vlak
voordat Hij opsteeg, in Handelingen 1:5.

272
00:15:56,670 --> 00:15:59,910
Als God dan aan hen
dezelfde gave gegeven heeft

273
00:15:59,910 --> 00:16:03,210
als aan ons die in de Heere
Jezus Christus geloven,

274
00:16:03,210 --> 00:16:07,230
wie was ik dan dat ik bij machte
zou zijn God tegen te houden?

275
00:16:07,230 --> 00:16:10,590
En toen zij dit hoorden,
waren zij gerustgesteld,

276
00:16:10,590 --> 00:16:15,450
en zij verheerlijkten God en zeiden:
Zo heeft God dus ook aan de heidenen de

277
00:16:15,450 --> 00:16:18,511
bekering gegeven die tot het leven leidt .

278
00:16:18,511 --> 00:16:23,010
Ze waren verbaasd, maar ze legden
zich erbij neer. Wat konden ze zeggen?

279
00:16:23,010 --> 00:16:26,850
Ten eerste had Petrus een goddelijk
visioen gehad waarin hem werd gezegd dat

280
00:16:26,850 --> 00:16:31,830
hij niemand onrein mocht noemen
als God hen niet onrein zou noemen.

281
00:16:31,830 --> 00:16:35,310
Dat was een aanwijzing dat
het ook mensen zou omvatten.

282
00:16:35,310 --> 00:16:38,790
Vervolgens vertelt hij hoe
de Heilige Geest op hen viel.

283
00:16:38,790 --> 00:16:40,410
Wat moesten ze zeggen?

284
00:16:40,410 --> 00:16:42,690
Ze konden hier niets tegen inbrengen.

285
00:16:42,690 --> 00:16:46,710
Ze zeiden: nou, dan heeft God
kennelijk ook aan de heidenen

286
00:16:46,710 --> 00:16:48,450
de bekering geschonken.

287
00:16:48,450 --> 00:16:52,830
De uitdrukking ‘bekering schenken’
wordt op meer dan één plaats in

288
00:16:52,830 --> 00:16:54,450
de Schrift gebruikt.

289
00:16:54,450 --> 00:16:58,050
In 2 Timotheus 2, tegen het
einde van het hoofdstuk,

290
00:16:58,050 --> 00:17:01,770
wordt er eveneens naar verwezen
dat God bekering schenkt.

291
00:17:01,770 --> 00:17:06,630
In 2 Timotheus 2:24–26 staat:

292
00:17:06,630 --> 00:17:09,630
Een dienstknecht van de
Heere moet geen ruzie maken,

293
00:17:09,630 --> 00:17:13,710
maar vriendelijk zijn voor
allen, bekwaam om te onderwijzen,

294
00:17:13,710 --> 00:17:16,410
en iemand die de kwaden kan verdragen.

295
00:17:16,410 --> 00:17:20,430
Hij moet met zachtmoedigheid hen
onderwijzen die zich verzetten.

296
00:17:20,430 --> 00:17:25,110
Misschien geeft God hun eens bekering,
zodat zij tot erkenning van de waarheid

297
00:17:25,110 --> 00:17:28,830
komen en zij weer mogen ontwaken
uit de strik van de duivel,

298
00:17:28,830 --> 00:17:32,611
door wie zij levend gevangen
waren om zijn wil te doen .

299
00:17:32,611 --> 00:17:35,730
We lezen hier dus dat
God bekering schenkt.

300
00:17:35,730 --> 00:17:41,070
Je zult ook plaatsen vinden waar de Bijbel
zegt dat het je geschonken is te geloven.

301
00:17:41,070 --> 00:17:46,470
Over zowel geloof als bekering wordt
gesproken als iets wat geschonken wordt,

302
00:17:46,470 --> 00:17:48,750
en dit is een van die plaatsen.

303
00:17:48,750 --> 00:17:52,350
Sommige mensen vinden dat dit
zo moet worden opgevat dat God

304
00:17:52,350 --> 00:17:57,930
eenvoudigweg beslist wie zich zal bekeren
en geloven, en het hun vervolgens oplegt,

305
00:17:57,930 --> 00:18:02,190
waardoor Hij hen ertoe brengt
zich te bekeren en te geloven.

306
00:18:02,190 --> 00:18:05,490
Ik neem aan dat je het woord
zo zou kunnen opvatten.

307
00:18:05,490 --> 00:18:09,570
Maar zeggen dat iets geschonken wordt,
is niet hetzelfde als zeggen dat het

308
00:18:09,570 --> 00:18:11,190
iemand wordt opgelegd.

309
00:18:11,190 --> 00:18:13,950
Als je voor een toelage
in aanmerking komt,

310
00:18:13,950 --> 00:18:17,310
zou een overheidsinstantie
of school kunnen zeggen:

311
00:18:17,310 --> 00:18:20,010
‘Je komt in aanmerking voor een toelage.

312
00:18:20,010 --> 00:18:23,070
Wij betalen je collegegeld’,
of wat dan ook.

313
00:18:23,070 --> 00:18:26,130
Dat betekent niet dat je
naar die school moet gaan.

314
00:18:26,130 --> 00:18:28,230
Misschien vind je de school niet goed.

315
00:18:28,230 --> 00:18:30,750
Misschien wil je niet
naar die school gaan.

316
00:18:30,750 --> 00:18:33,570
In dat geval wijs je de toelage af.

317
00:18:33,570 --> 00:18:36,450
Het is een toelage en die is gratis.

318
00:18:36,450 --> 00:18:41,370
Sommige mensen zeggen: ‘Nou, als je het
moet ontvangen, als je het moet aannemen,

319
00:18:41,370 --> 00:18:43,110
dan komt het niet van God.

320
00:18:43,110 --> 00:18:44,790
Dan ben jij het gewoon.

321
00:18:44,790 --> 00:18:46,710
Dan verdien je je behoud.’

322
00:18:46,710 --> 00:18:50,430
Maar door een geschenk aan
te nemen, verdien je niets.

323
00:18:50,430 --> 00:18:54,510
Mensen die geschenken aannemen,
hebben daarmee niets verdiend.

324
00:18:54,510 --> 00:18:57,210
Een geschenk blijft een geschenk.

325
00:18:57,210 --> 00:19:00,990
Maar iemand krijgt gewoonlijk
de gelegenheid om te beslissen:

326
00:19:00,990 --> 00:19:02,850
‘Wil ik dit geschenk of niet?’

327
00:19:02,850 --> 00:19:07,110
We zien inderdaad dat er in de Schrift
mensen zijn van wie God verlangt dat zij

328
00:19:07,110 --> 00:19:10,350
dit geschenk ontvangen,
maar die dat niet doen.

329
00:19:10,350 --> 00:19:14,610
Lukas 7:30 spreekt
bijvoorbeeld over de Farizeeën.

330
00:19:14,610 --> 00:19:18,930
Daar staat dat zij de wil van God voor
zichzelf verwierpen door zich niet door

331
00:19:18,930 --> 00:19:20,370
Johannes te laten dopen.

332
00:19:20,370 --> 00:19:24,090
Die uitspraak betekent niets
als ze niet betekent dat God

333
00:19:24,090 --> 00:19:26,670
wilde dat zij zich door
Johannes lieten dopen,

334
00:19:26,670 --> 00:19:30,870
maar dat zij Gods wil voor hen
afwezen door zich niet door Johannes

335
00:19:30,870 --> 00:19:32,250
te laten dopen.

336
00:19:32,250 --> 00:19:35,790
In Mattheüs 23:37 zegt Jezus:

337
00:19:35,790 --> 00:19:39,750
Jeruzalem, Jeruzalem, u
die de profeten doodt en

338
00:19:39,750 --> 00:19:41,910
stenigt wie naar u toe gezonden zijn!

339
00:19:41,910 --> 00:19:44,430
Hoe vaak heb Ik uw kinderen
bijeen willen brengen,

340
00:19:44,430 --> 00:19:48,570
op de wijze waarop een hen haar kuikens
bijeenbrengt onder haar vleugels;

341
00:19:48,570 --> 00:19:50,190
maar u hebt niet gewild!

342
00:19:50,190 --> 00:19:53,370
Ik zou je bijeengebracht
hebben als Ik dat had gekund.

343
00:19:53,370 --> 00:19:56,070
Ik wilde het, maar jij wilde niet.

344
00:19:56,070 --> 00:19:58,650
In het Oude Testament zegt God vaak:

345
00:19:58,650 --> 00:20:00,810
Waarom was er niemand toen Ik kwam?

346
00:20:00,810 --> 00:20:03,450
Waarom gaf niemand antwoord toen Ik riep?

347
00:20:03,450 --> 00:20:06,570
Is Mijn hand ten enenmale
te kort om te verlossen?

348
00:20:06,570 --> 00:20:09,210
Of is er in Mij geen kracht om te redden?

349
00:20:09,210 --> 00:20:12,750
Zie, door Mijn bestraffing
maak Ik de zee droog.

350
00:20:12,750 --> 00:20:15,090
Ik maak rivieren tot een woestijn.

351
00:20:15,090 --> 00:20:20,070
Hun vissen stinken, omdat er geen
water is, en ze sterven van dorst.

352
00:20:20,070 --> 00:20:25,350
Zelfs al in de tijd van Kaïn en Abel, toen
God het offer van Abel aannam en dat van

353
00:20:25,350 --> 00:20:28,230
Kaïn afwees, werd Kaïn boos.

354
00:20:28,230 --> 00:20:30,450
God wees hem terecht en zei:

355
00:20:30,450 --> 00:20:35,010
Is het niet zo dat u, als u het
goede doet, uw hoofd kunt opheffen?

356
00:20:35,010 --> 00:20:38,490
Maar als u niet het goede doet,
ligt de zonde aan de deur.

357
00:20:38,490 --> 00:20:42,930
Naar u gaat zijn begeerte uit,
maar ú moet over hem heersen.

358
00:20:42,930 --> 00:20:46,290
Met andere woorden: je
wordt niet aangenomen.

359
00:20:46,290 --> 00:20:49,350
Ik heb niet voorbeschikt dat
je het verkeerde zou doen.

360
00:20:49,350 --> 00:20:52,530
Je hebt niet het juiste gedaan,
en als je het juiste doet,

361
00:20:52,530 --> 00:20:54,750
zul jij ook aangenomen worden.

362
00:20:54,750 --> 00:20:59,070
Als we de Schrift lezen, krijgen we
niet de indruk dat God de enige is

363
00:20:59,070 --> 00:21:02,610
om wie het draait als het gaat
om het behoud van een individu.

364
00:21:02,610 --> 00:21:06,570
Tenminste, ik krijg die indruk
niet; sommige mensen wel.

365
00:21:06,570 --> 00:21:10,230
God schenkt een gave, en degene
aan wie die geschonken wordt,

366
00:21:10,230 --> 00:21:13,170
beslist of hij de gave
wel of niet aanneemt.

367
00:21:13,170 --> 00:21:16,350
Als je zegt dat God aan de
heidenen behoud heeft geschonken,

368
00:21:16,350 --> 00:21:20,790
of bekering heeft geschonken, en dat
strikt eenzijdig van Gods kant was,

369
00:21:20,790 --> 00:21:23,610
dan zouden alle heidenen
zich bekeren, want God

370
00:21:23,610 --> 00:21:25,830
zou het aan de heidenen geschonken hebben.

371
00:21:25,830 --> 00:21:28,770
Maar natuurlijk bekeren
slechts sommige heidenen zich,

372
00:21:28,770 --> 00:21:30,990
net zoals sommige Joden dat doen.

373
00:21:30,990 --> 00:21:32,670
Daarom denk ik niet dat we uit deze

374
00:21:32,670 --> 00:21:36,390
uitspraak meer moeten opmaken over de
overtuigingen van de vroege gemeente

375
00:21:36,390 --> 00:21:38,430
dan er werkelijk wordt gezegd.

376
00:21:38,430 --> 00:21:43,230
Volgens mij is het mogelijk er meer in te
lezen dan er werkelijk in besloten ligt.

377
00:21:43,230 --> 00:21:48,390
Maar let hierop: God heeft ook aan de
heidenen de bekering ten leven geschonken,

378
00:21:48,390 --> 00:21:50,790
bekering die tot leven leidt.

379
00:21:50,790 --> 00:21:55,290
Bekering ten leven betekent dat
de bekering vóór het leven komt.

380
00:21:55,290 --> 00:22:02,130
Een andere theologische controverse is:
wat komt eerst, wedergeboorte of bekering?

381
00:22:02,130 --> 00:22:06,090
Sommigen zeggen dat je wedergeboren
moet zijn om je te kunnen bekeren.

382
00:22:06,090 --> 00:22:10,110
Welnu, wanneer je wedergeboren
bent, heb je leven.

383
00:22:10,110 --> 00:22:15,270
Dat is wat wedergeboorte is: van de
dood tot het leven komen, nietwaar?

384
00:22:15,270 --> 00:22:19,050
Maar er staat niet dat Hij hun
leven tot bekering heeft geschonken,

385
00:22:19,050 --> 00:22:21,930
dat wil zeggen dat Hij
hen tot leven brengt

386
00:22:21,930 --> 00:22:24,570
en dat ze zich daarna kunnen bekeren.

387
00:22:24,570 --> 00:22:30,450
Het is precies andersom: Hij schenkt hun
bekering, zodat ze tot leven kunnen komen.

388
00:22:30,450 --> 00:22:36,030
Johannes zei hetzelfde over geloof in het
Evangelie van Johannes, in hoofdstuk 20,

389
00:22:36,030 --> 00:22:37,110
in de slotverzen.

390
00:22:37,110 --> 00:22:40,110
Hij zei dat Jezus nog veel
andere dingen heeft gedaan

391
00:22:40,110 --> 00:22:42,690
naast de dingen die in
dit boek geschreven staan.

392
00:22:42,690 --> 00:22:44,490
Maar deze zijn geschreven:

393
00:22:44,490 --> 00:22:50,490
maar deze zijn beschreven, opdat u gelooft
dat Jezus de Christus is, de Zoon van God,

394
00:22:50,490 --> 00:22:55,470
en opdat u, door te geloven, het
leven zult hebben in Zijn Naam.

395
00:22:55,470 --> 00:23:00,510
Met andere woorden, je komt tot
leven door te geloven, niet andersom.

396
00:23:00,510 --> 00:23:03,090
Dit is eerlijk gezegd
de consequente manier

397
00:23:03,090 --> 00:23:05,730
waarop de Schrift over
deze dingen spreekt.

398
00:23:05,730 --> 00:23:11,070
Wanneer je gelooft, wanneer je je
bekeert, vindt er wedergeboorte plaats.

399
00:23:11,070 --> 00:23:13,590
God doet iemand wedergeboren worden.

400
00:23:13,590 --> 00:23:16,470
Je kunt jezelf niet
wedergeboren doen worden.

401
00:23:16,470 --> 00:23:18,390
Het is God Die dat doet.

402
00:23:18,390 --> 00:23:20,190
Maar bij wie doet Hij het?

403
00:23:20,190 --> 00:23:22,650
Hij doet het bij hen die zich bekeren.

404
00:23:22,650 --> 00:23:25,350
Hij doet het bij hen die geloven.

405
00:23:25,350 --> 00:23:29,130
Drie keer staat er in de Schrift,
eenmaal in het Oude Testament

406
00:23:29,130 --> 00:23:31,650
en tweemaal in het Nieuwe Testament:

407
00:23:31,650 --> 00:23:37,410
De spotters zal Híj wel bespotten, maar
zachtmoedigen zal Hij genade geven.

408
00:23:37,410 --> 00:23:40,770
Blijkbaar zijn sommige mensen
dus nederig en andere niet,

409
00:23:40,770 --> 00:23:44,970
en daarom zijn er sommigen aan wie
Hij genade zal geven en anderen

410
00:23:44,970 --> 00:23:47,310
aan wie Hij die niet zal geven.

411
00:23:47,310 --> 00:23:50,670
In dit geval was
Cornelius beslist nederig.

412
00:23:50,670 --> 00:23:54,630
Hij was een nederig man voor een
soldaat, voor een man met macht en

413
00:23:54,630 --> 00:23:56,850
invloed in het Romeinse leger.

414
00:23:56,850 --> 00:24:01,950
Hij was zeer zachtmoedig tegenover
deze visser Petrus en tegenover God.

415
00:24:01,950 --> 00:24:07,230
Dus schonk God hem en zijn gezin
genade, en daarna nog vele anderen.

416
00:24:07,230 --> 00:24:12,090
Vers 19. Bij vers 19 zijn we klaar
met het verhaal van Cornelius,

417
00:24:12,090 --> 00:24:15,270
en op dit punt zijn we klaar
met het verhaal van Petrus.

418
00:24:15,270 --> 00:24:18,990
Er komt in hoofdstuk 12 nog
één verhaal over Petrus,

419
00:24:18,990 --> 00:24:21,330
maar tussen dit punt en dat hoofdstuk

420
00:24:21,330 --> 00:24:25,290
hebben we het verhaal over de
stichting van de gemeente in Antiochië.

421
00:24:25,290 --> 00:24:28,590
De gemeente in Antiochië
zou de voornaamste,

422
00:24:28,590 --> 00:24:32,370
belangrijkste gemeente worden
die zendelingen uitzond.

423
00:24:32,370 --> 00:24:36,750
In feite is het de enige gemeente waarvan
in het boek Handelingen wordt vermeld

424
00:24:36,750 --> 00:24:39,510
dat ze überhaupt zendelingen uitzond.

425
00:24:39,510 --> 00:24:43,230
De gemeente in Jeruzalem
zond geen zendelingen uit.

426
00:24:43,230 --> 00:24:47,550
Ze raakten verstrooid vanwege vervolging,
en de apostelen gingen kijken naar het

427
00:24:47,550 --> 00:24:49,530
werk dat daaruit voortkwam.

428
00:24:49,530 --> 00:24:53,190
In het boek Handelingen vinden we
eigenlijk van geen enkele gemeente

429
00:24:53,190 --> 00:24:58,230
vermeld dat ze zendelingen uitzond,
behalve van de gemeente van Antiochië.

430
00:24:58,230 --> 00:25:02,730
Het is de gemeente die Paulus op
zijn drie zendingsreizen uitzond:

431
00:25:02,730 --> 00:25:06,810
Barnabas ging de eerste keer met
hem mee, Silas de tweede keer,

432
00:25:06,810 --> 00:25:09,510
en Markus ging de eerste keer ook mee.

433
00:25:09,510 --> 00:25:14,550
Deze gemeente, Antiochië,
lag in Syrië, in het noorden.

434
00:25:14,550 --> 00:25:19,350
Antiochië was in die tijd de op twee
na grootste stad in het Romeinse Rijk;

435
00:25:19,350 --> 00:25:22,770
alleen Rome en Alexandrië waren groter.

436
00:25:22,770 --> 00:25:27,750
Alexandrië in Egypte en Rome waren de
enige steden in het Romeinse Rijk die

437
00:25:27,750 --> 00:25:29,970
groter waren dan Antiochië.

438
00:25:29,970 --> 00:25:35,130
Men schat dat Antiochië in deze
tijd minstens 500.000 inwoners had,

439
00:25:35,130 --> 00:25:37,050
een half miljoen mensen.

440
00:25:37,050 --> 00:25:40,410
In die tijd waren dat heel
veel mensen voor één stad.

441
00:25:40,410 --> 00:25:44,610
Daar zou dus een gemeente worden gesticht,
en die zou de gemeente worden die

442
00:25:44,610 --> 00:25:46,710
Paulus en zijn metgezellen uitzond.

443
00:25:46,710 --> 00:25:51,330
Ook zou ze Barnabas en zijn team
uitzenden toen Paulus en Barnabas

444
00:25:51,330 --> 00:25:54,450
tijdens de tweede zendingsreis
uit elkaar gingen.

445
00:25:54,450 --> 00:25:56,550
Hoe is die gemeente ontstaan?

446
00:25:56,550 --> 00:25:58,530
Daar gaan we nu over lezen.

447
00:25:58,530 --> 00:26:03,330
Ze ontstond in wezen doordat deze
mensen, die in Jeruzalem vervolgd waren,

448
00:26:03,330 --> 00:26:05,010
op de vlucht sloegen.

449
00:26:05,010 --> 00:26:07,950
Je herinnert je dat er in vers 19 staat:

450
00:26:07,950 --> 00:26:12,930
Zij nu die, door de verdrukking die in
verband met Stefanus plaatsgevonden had,

451
00:26:12,930 --> 00:26:19,350
overal verspreid waren, gingen het land
door tot Fenicië, Cyprus en Antiochië toe,

452
00:26:19,350 --> 00:26:23,610
terwijl zij tot niemand het Woord
spraken dan alleen tot de Joden.

453
00:26:23,610 --> 00:26:28,770
Dat brengt ons enkele hoofdstukken
terug, naar hoofdstuk 8, vers 1.

454
00:26:28,770 --> 00:26:33,750
Hij zegt als het ware: ‘Herinner
je je hoofdstuk 8, vers 1 nog?

455
00:26:33,750 --> 00:26:38,550
Laten we dat verhaal nu weer oppakken
en een andere verhaallijn ervan volgen.’

456
00:26:38,550 --> 00:26:41,370
In hoofdstuk 8, vers 1, staat:

457
00:26:41,370 --> 00:26:44,550
En Saulus stemde van
harte in met zijn dood.

458
00:26:44,550 --> 00:26:48,690
En er ontstond op die dag een
grote vervolging tegen de gemeente

459
00:26:48,690 --> 00:26:54,330
die in Jeruzalem was; en zij werden allen
verspreid over de landstreken van Judea en

460
00:26:54,330 --> 00:26:57,150
Samaria, behalve de apostelen.

461
00:26:57,150 --> 00:26:59,070
Daar heb je die verstrooiing.

462
00:26:59,070 --> 00:27:03,390
Vanaf dat punt hebben we over
Filippus en zijn activiteiten gelezen,

463
00:27:03,390 --> 00:27:06,630
en we hebben over de
activiteiten van Petrus gelezen.

464
00:27:06,630 --> 00:27:11,130
Maar we hebben niet gelezen over de
andere mensen die verstrooid raakten.

465
00:27:11,130 --> 00:27:12,690
Dat gaan we nu doen.

466
00:27:12,690 --> 00:27:15,750
We pakken het verhaal weer op
waar we het in hoofdstuk 8,

467
00:27:15,750 --> 00:27:17,910
vers 1 hebben achtergelaten.

468
00:27:17,910 --> 00:27:18,810
Er staat:

469
00:27:18,810 --> 00:27:23,670
Zij nu die, door de verdrukking die in
verband met Stefanus plaatsgevonden had,

470
00:27:23,670 --> 00:27:29,910
overal verspreid waren, gingen het land
door tot Fenicië, Cyprus en Antiochië toe,

471
00:27:29,910 --> 00:27:34,470
terwijl zij tot niemand het Woord
spraken dan alleen tot de Joden.

472
00:27:34,470 --> 00:27:39,090
Er waren onder hen echter enkele
mannen van Cyprus en uit Cyrene die,

473
00:27:39,090 --> 00:27:43,890
toen ze in Antiochië gekomen waren, het
woord richtten tot de Griekssprekenden

474
00:27:43,890 --> 00:27:46,050
en de Heere Jezus verkondigden.

475
00:27:46,050 --> 00:27:51,690
Fenicië is het huidige Libanon, Cyprus
is een eiland in de Middellandse Zee

476
00:27:51,690 --> 00:27:56,130
en Antiochië was de grootste
stad van Syrië en die streek.

477
00:27:56,130 --> 00:27:59,670
Ik heb erop gewezen dat het
woord ‘hellenist’ eerder,

478
00:27:59,670 --> 00:28:04,950
in hoofdstuk 6 en hoofdstuk 9,
verwees naar hellenistische Joden.

479
00:28:04,950 --> 00:28:07,350
Er was een synagoge van de hellenisten,

480
00:28:07,350 --> 00:28:10,350
en Stefanus raakte in
moeilijkheden met de Joden

481
00:28:10,350 --> 00:28:14,370
doordat hij daar in die synagoge
met de hellenisten in debat ging.

482
00:28:14,370 --> 00:28:19,890
Een hellenist is in die context
iemand die Griekstalig is, maar Joods.

483
00:28:19,890 --> 00:28:25,110
In Palestina en Jeruzalem waren er
hellenistische en Hebreeuwse Joden.

484
00:28:25,110 --> 00:28:27,690
Dat sloeg op taal en cultuur.

485
00:28:27,690 --> 00:28:31,050
Degenen die al generaties
lang in Palestina woonden,

486
00:28:31,050 --> 00:28:35,010
spraken Aramees en waren
Joods in gewoonten en cultuur.

487
00:28:35,010 --> 00:28:39,030
Maar er waren ook mensen uit
de diaspora, uit andere landen,

488
00:28:39,030 --> 00:28:43,650
die in Jeruzalem waren komen wonen
en daar hun synagogen hadden.

489
00:28:43,650 --> 00:28:46,110
Deze mensen waren Griekstalig.

490
00:28:46,110 --> 00:28:50,550
Hun voorouders hadden in andere
landen gewoond, niet in Israël.

491
00:28:50,550 --> 00:28:53,850
Ze spraken Grieks en
hadden Griekse gewoonten.

492
00:28:53,850 --> 00:28:56,130
Deze twee groepen leken in Jeruzalem

493
00:28:56,130 --> 00:28:58,530
redelijk goed met elkaar
overweg te kunnen,

494
00:28:58,530 --> 00:29:00,870
al hadden ze afzonderlijke synagogen.

495
00:29:00,870 --> 00:29:04,650
Toen Stefanus in hoofdstuk 6
met hellenisten redetwistte,

496
00:29:04,650 --> 00:29:09,630
en Paulus dat in hoofdstuk 9 deed,
waren dat dus hellenistische Joden.

497
00:29:09,630 --> 00:29:12,810
Hoe weten we dat dit geen
hellenistische Joden zijn?

498
00:29:12,810 --> 00:29:16,110
Om te beginnen zou het, als
het hellenistische Joden waren,

499
00:29:16,110 --> 00:29:18,870
niet de moeite van het
vermelden waard zijn.

500
00:29:18,870 --> 00:29:22,590
Er was immers niets omstredens
of zelfs maar nieuws aan het

501
00:29:22,590 --> 00:29:24,570
prediken tot hellenistische Joden.

502
00:29:24,570 --> 00:29:29,070
Ook wordt dit tegenover degenen gesteld
die alleen tot de Joden spraken.

503
00:29:29,070 --> 00:29:33,690
Aan het einde van vers 19 gingen veel
van deze mensen naar al die plaatsen,

504
00:29:33,690 --> 00:29:36,210
maar ze spraken alleen tot de Joden.

505
00:29:36,210 --> 00:29:39,270
Wanneer we in het volgende
vers die tegenstelling krijgen,

506
00:29:39,270 --> 00:29:41,730
ligt de veronderstelling
voor de hand dat dezen

507
00:29:41,730 --> 00:29:46,650
spraken tot mensen die geen Joden
waren: mensen met een Griekse cultuur,

508
00:29:46,650 --> 00:29:50,610
Griekse mensen, Griekstalige heidenen.

509
00:29:50,610 --> 00:29:54,450
Ik denk dat we ‘hellenisten’ in deze
context nog steeds moeten opvatten

510
00:29:54,450 --> 00:29:57,630
als Griekstalige mensen
met een Griekse cultuur.

511
00:29:57,630 --> 00:30:02,670
Maar dit zijn geen Joodse hellenisten;
dit zijn heidense hellenisten.

512
00:30:02,670 --> 00:30:05,790
Het is niet duidelijk of dit
na of vóór de ervaring van

513
00:30:05,790 --> 00:30:08,670
Petrus in het huis van
Cornelius plaatsvond,

514
00:30:08,670 --> 00:30:12,510
want het verhaal over het huis
van Cornelius lijkt enigszins

515
00:30:12,510 --> 00:30:15,570
buiten de chronologische
volgorde te zijn verteld.

516
00:30:15,570 --> 00:30:20,730
Het kan heel goed gebeurd zijn voordat
Antiochië werd geëvangeliseerd.

517
00:30:20,730 --> 00:30:22,590
Waarschijnlijk was het daarvoor.

518
00:30:22,590 --> 00:30:26,910
Maar omdat we helemaal zijn teruggegaan
naar de context van hoofdstuk 8,

519
00:30:26,910 --> 00:30:29,490
vindt dit vóór Cornelius plaats.

520
00:30:29,490 --> 00:30:33,390
Hoe lang het duurde voordat ze
naar al deze streken gingen en

521
00:30:33,390 --> 00:30:36,330
Antiochië evangeliseerden, weten we niet.

522
00:30:36,330 --> 00:30:39,930
Het is mogelijk dat Cornelius
al tot geloof was gekomen

523
00:30:39,930 --> 00:30:42,450
tegen de tijd dat ze daar aankwamen.

524
00:30:42,450 --> 00:30:46,530
Misschien durfden ze onder heidenen te
dienen omdat ze over de situatie van

525
00:30:46,530 --> 00:30:48,330
Cornelius hadden gehoord.

526
00:30:48,330 --> 00:30:49,950
Of misschien ook niet.

527
00:30:49,950 --> 00:30:54,090
De Joden die vanwege de vervolging
uit Jeruzalem verspreid raakten,

528
00:30:54,090 --> 00:30:58,890
waren zeer waarschijnlijk Joden uit de
diaspora die in Jeruzalem hadden gewoond.

529
00:30:58,890 --> 00:31:02,010
Maar ze hadden familieleden
en vrienden in andere landen,

530
00:31:02,010 --> 00:31:05,550
zodat ze konden vertrekken en
ergens anders konden verblijven.

531
00:31:05,550 --> 00:31:09,390
Niet iedereen in Jeruzalem kon
Jeruzalem zomaar verlaten en ergens

532
00:31:09,390 --> 00:31:10,770
anders gaan wonen.

533
00:31:10,770 --> 00:31:15,210
Je moet iemand hebben bij wie je kunt
wonen, of een baan, of iets dergelijks.

534
00:31:15,210 --> 00:31:19,890
Er waren Joodse christenen die in
Jeruzalem bleven, onder wie de apostelen.

535
00:31:19,890 --> 00:31:22,650
Maar degenen die verspreid
raakten, kunnen heel goed

536
00:31:22,650 --> 00:31:24,930
Joden uit de diaspora zijn geweest.

537
00:31:24,930 --> 00:31:29,070
Als dat zo is, kunnen ze heel goed
soepeler zijn geweest in hun omgang met

538
00:31:29,070 --> 00:31:34,350
heidenen dan Petrus of dan de
Palestijnse Joden. We weten het niet.

539
00:31:34,350 --> 00:31:37,770
Hoe dan ook, of het nu
vóór of na Cornelius was,

540
00:31:37,770 --> 00:31:42,090
deze mensen begonnen zowel tot
heidenen als tot Joden te prediken.

541
00:31:42,090 --> 00:31:44,070
In vers 21 staat:

542
00:31:44,070 --> 00:31:48,330
En de hand van de Heere was met
hen en een groot aantal geloofde

543
00:31:48,330 --> 00:31:50,490
en bekeerde zich tot de Heere.

544
00:31:50,490 --> 00:31:55,590
We zien dus dat in deze verschillende
streken veel heidenen tot Christus komen.

545
00:31:55,590 --> 00:31:59,430
Dit komt boven op degenen die
Filippus had geëvangeliseerd.

546
00:31:59,430 --> 00:32:02,850
Hij was een van degenen die in
deze tijd verspreid raakten,

547
00:32:02,850 --> 00:32:05,790
maar we hebben al
uitvoerig over hem gelezen.

548
00:32:05,790 --> 00:32:09,810
Nu krijgen we een samenvatting van vele
anderen van wie ons de namen niet worden

549
00:32:09,810 --> 00:32:13,770
genoemd, die eropuit trekken,
en van vele bekeerlingen.

550
00:32:13,770 --> 00:32:16,410
Deze mensen waren geen
zendelingen die waren

551
00:32:16,410 --> 00:32:19,410
uitgezonden om gemeenten te
stichten, maar dat is wat ze

552
00:32:19,410 --> 00:32:21,510
uiteindelijk onbedoeld deden.

553
00:32:21,510 --> 00:32:25,170
Het waren mensen die Jezus kenden
en die naar streken gingen waar

554
00:32:25,170 --> 00:32:26,970
niemand Jezus kende.

555
00:32:26,970 --> 00:32:31,470
Natuurlijk zullen je vrienden het te weten
komen als je enthousiast bent over Jezus.

556
00:32:31,470 --> 00:32:35,130
Het blijkt dat deze mensen
helemaal rijp waren voor bekering.

557
00:32:35,130 --> 00:32:38,850
We zien dit ook wanneer Paulus naar
de gebieden van de heidenen gaat:

558
00:32:38,850 --> 00:32:42,030
grote menigten heidenen komen tot geloof.

559
00:32:42,030 --> 00:32:45,930
Onder deze mensen bestaat duidelijk een
echte honger naar de werkelijkheid die

560
00:32:45,930 --> 00:32:47,490
het evangelie biedt.

561
00:32:47,490 --> 00:32:51,030
Er staat dus dat een grote
menigte, een groot aantal,

562
00:32:51,030 --> 00:32:54,150
geloofde en zich tot de Heere keerde.

563
00:32:54,150 --> 00:32:55,650
Vers 22:

564
00:32:55,650 --> 00:33:00,630
En het gerucht over hen kwam de
gemeente die in Jeruzalem was, ter ore;

565
00:33:00,630 --> 00:33:05,070
en zij zonden Barnabas uit om het
land door te gaan tot Antiochië toe.

566
00:33:05,070 --> 00:33:10,470
Dat is wat er in hoofdstuk 8 staat, toen
Filippus de Samaritanen evangeliseerde.

567
00:33:10,470 --> 00:33:11,490
Er staat:

568
00:33:11,490 --> 00:33:13,890
Toen de apostelen die in Jeruzalem waren,

569
00:33:13,890 --> 00:33:17,190
hoorden dat Samaria het
Woord van God aangenomen had,

570
00:33:17,190 --> 00:33:19,830
stuurden zij Petrus en
Johannes naar hen toe,

571
00:33:19,830 --> 00:33:23,970
Op dit punt worden zoveel gebieden
onder de heidenen geëvangeliseerd

572
00:33:23,970 --> 00:33:27,570
en schieten overal spontaan
gemeenten op als bermbranden,

573
00:33:27,570 --> 00:33:31,590
zodat de apostelen ze volgens mij
niet allemaal meer kunnen bijhouden.

574
00:33:31,590 --> 00:33:36,390
Het geval van Filippus in Samaria was
waarschijnlijk een van de eerste gevallen,

575
00:33:36,390 --> 00:33:39,390
en Petrus en Johannes
gingen dat onderzoeken.

576
00:33:39,390 --> 00:33:44,430
We zien Petrus in hoofdstuk 9 naar
Lydda, Joppe en Caesarea gaan,

577
00:33:44,430 --> 00:33:47,430
om daar voort te bouwen op
wat Filippus had gedaan.

578
00:33:47,430 --> 00:33:51,210
Maar nu lezen we dat dit soort
dingen op veel plaatsen gebeurt.

579
00:33:51,210 --> 00:33:55,890
Het is mogelijk dat de apostelen eropuit
gingen om er zoveel mogelijk te bekijken,

580
00:33:55,890 --> 00:33:58,050
maar het werden er te veel voor hen.

581
00:33:58,050 --> 00:34:00,090
Dit verspreidde zich overal.

582
00:34:00,090 --> 00:34:03,990
Het kostte zelfs al tijd om erheen
te reizen en ze te bekijken,

583
00:34:03,990 --> 00:34:07,710
laat staan om erover te horen
en ze allemaal bij te houden.

584
00:34:07,710 --> 00:34:12,570
In dit geval bereikte het nieuws over
wat er in Antiochië was gebeurd dus de

585
00:34:12,570 --> 00:34:14,250
gemeente in Jeruzalem.

586
00:34:14,250 --> 00:34:16,471
In plaats van dat er een apostel ging —

587
00:34:16,471 --> 00:34:20,190
misschien waren ze op dat moment
niet beschikbaar om eropuit te gaan;

588
00:34:20,190 --> 00:34:23,911
misschien waren ze allemaal
elders poolshoogte aan het nemen —

589
00:34:23,911 --> 00:34:26,250
werd Barnabas eropuit gestuurd.

590
00:34:26,250 --> 00:34:29,730
Hier begint Barnabas een
prominente plaats in te nemen.

591
00:34:29,730 --> 00:34:32,610
We kennen Barnabas
natuurlijk uit hoofdstuk 4.

592
00:34:32,610 --> 00:34:35,790
Hij was een van de mensen die
een stuk grond hadden verkocht

593
00:34:35,790 --> 00:34:40,590
en de opbrengst aan de apostelen hadden
gegeven om die onder de armen te verdelen,

594
00:34:40,590 --> 00:34:43,230
aan het einde van Handelingen hoofdstuk 4.

595
00:34:43,230 --> 00:34:45,510
Nu komen we hem opnieuw tegen.

596
00:34:45,510 --> 00:34:50,310
Trouwens, Eusebius, de
kerkhistoricus die Clemens aanhaalde,

597
00:34:50,310 --> 00:34:53,250
zei dat Barnabas een
van de zeventig was die

598
00:34:53,250 --> 00:34:56,790
Jezus er in Lukas
hoofdstuk 10 op uitstuurde.

599
00:34:56,790 --> 00:35:01,650
Je herinnert je misschien dat Jezus er in
Lukas hoofdstuk 9 de twaalf twee aan twee

600
00:35:01,650 --> 00:35:04,350
op uitstuurde voor een korte zending.

601
00:35:04,350 --> 00:35:09,570
Vervolgens stuurde Hij er in het
volgende hoofdstuk, Lukas hoofdstuk 10,

602
00:35:09,570 --> 00:35:12,990
zeventig twee aan twee op
uit voor een korte zending.

603
00:35:12,990 --> 00:35:16,710
Volgens Clemens van Rome en
de geschiedschrijver Eusebius,

604
00:35:16,710 --> 00:35:21,330
die in het begin van de vierde
eeuw schreef, rond het jaar 325,

605
00:35:21,330 --> 00:35:23,910
was Barnabas een van die zeventig.

606
00:35:23,910 --> 00:35:25,830
Hij liep dus al heel lang mee.

607
00:35:25,830 --> 00:35:29,310
Hij was niet een van degenen die
in hoofdstuk 1 kandidaat waren

608
00:35:29,310 --> 00:35:31,110
om Judas te vervangen.

609
00:35:31,110 --> 00:35:34,350
Denk eraan, in hoofdstuk 1 zei Petrus:

610
00:35:34,350 --> 00:35:36,630
Onder degenen die vanaf
de doop van Johannes

611
00:35:36,630 --> 00:35:40,590
de hele tijd bij ons zijn geweest,
totdat de Heere werd opgenomen,

612
00:35:40,590 --> 00:35:43,590
moeten we iemand vinden
om Judas te vervangen.

613
00:35:43,590 --> 00:35:48,750
Alleen Matthias en één andere
kandidaat, Justus, werden uitgekozen.

614
00:35:48,750 --> 00:35:51,930
Barnabas kwam daarvoor dus
blijkbaar niet eens in aanmerking,

615
00:35:51,930 --> 00:35:55,950
maar misschien was hij er nog niet bij
ten tijde van de doop van Johannes.

616
00:35:55,950 --> 00:35:59,850
We weten niet wanneer hij zich bij
het gezelschap van Jezus aansloot.

617
00:35:59,850 --> 00:36:04,350
Maar in elk geval werd Barnabas
ergens tijdens de bediening van Jezus,

618
00:36:04,350 --> 00:36:07,050
misschien niet zo vroeg
als de doop van Johannes,

619
00:36:07,050 --> 00:36:10,770
al een ervaren getuige terwijl
Jezus nog op aarde was.

620
00:36:10,770 --> 00:36:14,910
Hij was daarom een van de zeer
vroege christenen in Jeruzalem.

621
00:36:14,910 --> 00:36:19,170
De apostelen waren degenen die
hem de naam Barnabas gaven.

622
00:36:19,170 --> 00:36:24,630
Zijn echte naam was Jozef, maar de
apostelen gaven hem de bijnaam Barnabas,

623
00:36:24,630 --> 00:36:27,450
wat ‘zoon van vertroosting’ betekent.

624
00:36:27,450 --> 00:36:30,450
Dat vertelt ons iets over
wat ze van hem vonden.

625
00:36:30,450 --> 00:36:33,690
Ze keken tegen hem op. Ze vertrouwden hem.

626
00:36:33,690 --> 00:36:38,070
Later, in hoofdstuk 14, zal
hij een apostel worden genoemd.

627
00:36:38,070 --> 00:36:41,550
Hij is niet een van de twaalf, maar
toen hij en Paulus op de eerste

628
00:36:41,550 --> 00:36:46,350
zendingsreis werden uitgezonden, worden ze
vanaf dat moment samen apostelen genoemd.

629
00:36:46,350 --> 00:36:50,910
Op dit moment speelt Saulus, of
Paulus, eigenlijk nog geen rol.

630
00:36:50,910 --> 00:36:54,030
We lazen over zijn
bekering in hoofdstuk 9.

631
00:36:54,030 --> 00:36:57,030
Na drie jaar was hij
Jeruzalem gaan bezoeken.

632
00:36:57,030 --> 00:36:58,890
Hij was daar twee weken.

633
00:36:58,890 --> 00:37:03,330
Hij raakte in moeilijkheden en er werd
een aanslag op zijn leven beraamd.

634
00:37:03,330 --> 00:37:08,850
Daarom stuurden de discipelen hem naar
Tarsus, zijn geboorteplaats in Cilicië.

635
00:37:08,850 --> 00:37:12,390
Sindsdien hebben we niets
meer over Saulus gehoord.

636
00:37:12,390 --> 00:37:14,430
Dat was in hoofdstuk 9.

637
00:37:14,430 --> 00:37:18,870
Maar nu zullen we zien dat
Barnabas denkt dat hij Saulus als

638
00:37:18,870 --> 00:37:21,510
teamlid in Antiochië kan gebruiken.

639
00:37:21,510 --> 00:37:23,130
Laten we dit lezen:

640
00:37:23,130 --> 00:37:29,310
En het gerucht over hen kwam de
gemeente die in Jeruzalem was, ter ore;

641
00:37:29,310 --> 00:37:34,530
en zij zonden Barnabas uit om het
land door te gaan tot Antiochië toe.

642
00:37:34,530 --> 00:37:38,430
En toen hij daar gekomen was
en de genade van God zag,

643
00:37:38,430 --> 00:37:41,970
werd hij verblijd en
spoorde hij hen allen aan

644
00:37:41,970 --> 00:37:45,810
om met een hartelijk voornemen
bij de Heere te blijven.

645
00:37:45,810 --> 00:37:51,090
Want hij was een goed man en vol
van de Heilige Geest en van geloof;

646
00:37:51,090 --> 00:37:54,990
en er werd een grote menigte
aan de Heere toegevoegd.

647
00:37:54,990 --> 00:37:57,570
Barnabas is de enige man in het boek

648
00:37:57,570 --> 00:38:00,630
Handelingen die een
goed man wordt genoemd.

649
00:38:00,630 --> 00:38:04,890
Veel mensen worden in het boek
Handelingen geprezen om hun deugden.

650
00:38:04,890 --> 00:38:08,790
De enige keer dat Lukas iemand
een goed man noemt, is hier,

651
00:38:08,790 --> 00:38:11,070
wanneer hij het over Barnabas heeft.

652
00:38:11,070 --> 00:38:16,710
Er wordt ook over hem gezegd dat hij vol
was van de Heilige Geest en van geloof.

653
00:38:16,710 --> 00:38:22,110
Dat is ook wat eerder, in hoofdstuk
6 vers 5, over Stefanus werd gezegd.

654
00:38:22,110 --> 00:38:27,150
In Handelingen hoofdstuk 6 vers
5 werd over Stefanus gezegd:

655
00:38:27,150 --> 00:38:31,710
En dit woord behaagde heel de
menigte; en zij kozen Stefanus,

656
00:38:31,710 --> 00:38:38,730
een man vol van geloof en van de Heilige
Geest, Filippus, Prochorus, Nicanor,

657
00:38:38,730 --> 00:38:44,010
Timon, Parmenas en Nicolaüs,
een proseliet uit Antiochië.

658
00:38:44,010 --> 00:38:47,010
We lezen dat Barnabas niet
alleen een aardige man was,

659
00:38:47,010 --> 00:38:51,450
die door de apostelen werd vertrouwd
en werd afgevaardigd om deze beweging,

660
00:38:51,450 --> 00:38:53,970
die zich als een lopend
vuurtje verspreidde,

661
00:38:53,970 --> 00:38:57,750
te bekijken en na te gaan
of alles ermee in orde was.

662
00:38:57,750 --> 00:39:00,090
Hij was blijkbaar ook
een goede evangelist,

663
00:39:00,090 --> 00:39:03,030
want door zijn aanwezigheid
daar in Antiochië

664
00:39:03,030 --> 00:39:05,670
werden veel mensen aan
de Heere toegevoegd.

665
00:39:05,670 --> 00:39:10,710
De kans is groot dat Barnabas, toen hij
naar Antiochië kwam en zich daar vestigde,

666
00:39:10,710 --> 00:39:13,530
het meest ervaren lid van de gemeente was.

667
00:39:13,530 --> 00:39:17,130
Hij liep immers al mee in de
tijd van de bediening van Jezus.

668
00:39:17,130 --> 00:39:20,550
De meeste van deze mensen in
de gemeente in Jeruzalem werden

669
00:39:20,550 --> 00:39:22,230
na Pinksteren behouden.

670
00:39:22,230 --> 00:39:27,150
Denk eraan, er waren er met Pinksteren
slechts 120 in de bovenzaal.

671
00:39:27,150 --> 00:39:30,990
Barnabas was waarschijnlijk een van hen,
maar de meeste van deze mensen waren

672
00:39:30,990 --> 00:39:33,390
waarschijnlijk tot geloof gekomen onder de

673
00:39:33,390 --> 00:39:36,570
duizenden die daarna in
Jeruzalem tot geloof kwamen.

674
00:39:36,570 --> 00:39:39,270
Hij zal dus op dat moment de meest ervaren

675
00:39:39,270 --> 00:39:43,110
en meest gerespecteerde christen
in die gemeente zijn geweest.

676
00:39:43,110 --> 00:39:46,530
Toen vertrok Barnabas naar
Tarsus om Saul te zoeken,

677
00:39:46,530 --> 00:39:50,430
want we hadden natuurlijk
eerder, in hoofdstuk 9, vers 30,

678
00:39:50,430 --> 00:39:52,950
gehoord dat Saul daarheen was gegaan.

679
00:39:52,950 --> 00:39:55,890
Dit was inmiddels
minstens tien jaar later.

680
00:39:55,890 --> 00:40:01,470
Handelingen slaat dus minstens tien jaar
van Sauls leven over. Hoe weten we dat?

681
00:40:01,470 --> 00:40:05,370
Omdat Paulus ons in
Galaten, hoofdstuk 1 en 2,

682
00:40:05,370 --> 00:40:10,350
iets vertelt uit zijn autobiografie
over precies deze periode.

683
00:40:10,350 --> 00:40:13,230
Hij vertelt ons dat zijn
bezoek aan Jeruzalem,

684
00:40:13,230 --> 00:40:17,970
waarover we in hoofdstuk 9 lezen,
drie jaar na zijn bekering plaatsvond.

685
00:40:17,970 --> 00:40:21,210
Dat maakt hij heel
duidelijk in Galaten 1:18.

686
00:40:21,210 --> 00:40:25,110
Drie jaar na zijn bekering
ging hij naar Jeruzalem.

687
00:40:25,110 --> 00:40:29,010
Dat was de laatste keer dat we in
Handelingen iets over hem hoorden.

688
00:40:29,010 --> 00:40:33,630
Hij was in Jeruzalem en vluchtte
na twee weken vandaar naar Tarsus.

689
00:40:33,630 --> 00:40:36,330
Sindsdien is hij daar al die tijd geweest.

690
00:40:36,330 --> 00:40:40,230
Maar nu gaat Barnabas hem vanuit
Tarsus naar Antiochië brengen,

691
00:40:40,230 --> 00:40:43,530
en binnen een jaar zullen ze
opnieuw naar Jeruzalem gaan.

692
00:40:43,530 --> 00:40:45,930
Paulus noemt die tweede
reis naar Jeruzalem

693
00:40:45,930 --> 00:40:49,650
en zegt kennelijk dat die elf
jaar na de vorige plaatsvond.

694
00:40:49,650 --> 00:40:54,330
Zoals het in Galaten 2:1
precies verwoord is, zegt hij:

695
00:40:54,330 --> 00:40:58,590
Daarna ging ik, na verloop van
veertien jaar, weer naar Jeruzalem,

696
00:40:58,590 --> 00:41:01,950
samen met Barnabas, en
ik nam ook Titus mee.

697
00:41:01,950 --> 00:41:04,590
Daarover gaan we in dit hoofdstuk lezen.

698
00:41:04,590 --> 00:41:07,230
Paulus zegt: „Na veertien jaar.”

699
00:41:07,230 --> 00:41:10,950
Ik denk dat de meeste commentatoren
geloven dat dit veertien jaar na

700
00:41:10,950 --> 00:41:12,630
zijn bekering betekent.

701
00:41:12,630 --> 00:41:15,330
Dat zou elf jaar na het
vorige verhaal zijn,

702
00:41:15,330 --> 00:41:18,630
want dat had drie jaar na
zijn bekering plaatsgevonden.

703
00:41:18,630 --> 00:41:21,450
Er is dus ongeveer een
decennium verstreken.

704
00:41:21,450 --> 00:41:24,810
Hij zal nog een jaar in Antiochië
doorbrengen en daarna gaat

705
00:41:24,810 --> 00:41:26,310
hij naar Jeruzalem.

706
00:41:26,310 --> 00:41:31,470
Dat zou het tweede bezoek zijn dat
hij in Galaten, hoofdstuk 2, noemt.

707
00:41:31,470 --> 00:41:34,650
Barnabas heeft Saul blijkbaar
tien jaar lang niet gezien.

708
00:41:34,650 --> 00:41:38,370
Maar denk eraan dat Barnabas
degene was die Paulus aan de andere

709
00:41:38,370 --> 00:41:42,030
apostelen had voorgesteld toen zij
bang waren om hem te ontmoeten.

710
00:41:42,030 --> 00:41:45,630
Toen Paulus in hoofdstuk 9 voor het
eerst vanuit Damascus naar Jeruzalem

711
00:41:45,630 --> 00:41:47,370
kwam, staat er:

712
00:41:47,370 --> 00:41:50,130
Toen Saulus nu in Jeruzalem gekomen was,

713
00:41:50,130 --> 00:41:52,830
probeerde hij zich bij de
discipelen aan te sluiten,

714
00:41:52,830 --> 00:41:54,990
maar zij waren allen bevreesd voor hem,

715
00:41:54,990 --> 00:41:57,870
want zij geloofden niet
dat hij een discipel was.

716
00:41:57,870 --> 00:42:01,590
Daarna staat er dat Barnabas
kwam en hem voorstelde.

717
00:42:01,590 --> 00:42:04,350
Barnabas en Saul waren
dus vrienden geworden.

718
00:42:04,350 --> 00:42:08,730
Barnabas vertrouwde hem al vroeg, hoewel
ze op dit punt in hun hele leven maar twee

719
00:42:08,730 --> 00:42:11,490
weken samen in Jeruzalem
hadden doorgebracht.

720
00:42:11,490 --> 00:42:15,510
In die twee weken moet Saul een diepe
indruk op Barnabas hebben gemaakt

721
00:42:15,510 --> 00:42:20,430
en hem ervan hebben overtuigd: „Ik denk
dat deze man de man is die we hier in

722
00:42:20,430 --> 00:42:22,230
Antiochië nodig hebben.”

723
00:42:22,230 --> 00:42:26,010
Dus gaat hij in Tarsus naar
Saul zoeken en hij vindt hem.

724
00:42:26,010 --> 00:42:29,730
En het gebeurde dat zij een heel
jaar met de gemeente samenkwamen

725
00:42:29,730 --> 00:42:34,530
en een grote menigte onderwezen en dat
de discipelen voor het eerst in Antiochië

726
00:42:34,530 --> 00:42:36,150
christenen genoemd werden.

727
00:42:36,150 --> 00:42:39,870
In het Grieks is Christianos
eigenlijk een Latijnse vorm.

728
00:42:39,870 --> 00:42:43,530
In de verengelste vorm zeggen
we in het Engels Christian.

729
00:42:43,530 --> 00:42:49,170
Dat is duidelijk de naam Christ
met de drie letters I-A-N erachter.

730
00:42:49,170 --> 00:42:54,210
We hebben daar andere voorbeelden van, met
name de Herodians in het Nieuwe Testament.

731
00:42:54,210 --> 00:42:57,570
De Herodians waren
volgelingen van Herodes.

732
00:42:57,570 --> 00:43:01,350
Blijkbaar betekent het toevoegen
van dat achtervoegsel aan een naam

733
00:43:01,350 --> 00:43:04,170
dat je een volgeling van die persoon bent.

734
00:43:04,170 --> 00:43:07,950
Zo werden de discipelen in
Antiochië Christians genoemd:

735
00:43:07,950 --> 00:43:09,630
volgelingen van Christus.

736
00:43:09,630 --> 00:43:13,770
Er zijn velen die geloven dat anderen
deze naam voor hen hadden gekozen

737
00:43:13,770 --> 00:43:16,770
en dat hij misschien zelfs
spottend bedoeld was.

738
00:43:16,770 --> 00:43:18,390
Dat is moeilijk te zeggen.

739
00:43:18,390 --> 00:43:20,130
Misschien was dat niet zo.

740
00:43:20,130 --> 00:43:22,050
Dat wordt ons niet verteld.

741
00:43:22,050 --> 00:43:27,510
Veel predikers zeggen dat het kritiek was,
een belediging die de heidenen hun gaven.

742
00:43:27,510 --> 00:43:29,190
Misschien is dat mogelijk.

743
00:43:29,190 --> 00:43:33,030
Dat is mogelijk, maar de
Bijbel bevestigt dat niet echt.

744
00:43:33,030 --> 00:43:36,330
De christenen zijn zichzelf
misschien gewoon zo gaan noemen.

745
00:43:36,330 --> 00:43:41,610
In elk geval gebruikten de christenen die
term in de rest van de Bijbel niet vaak.

746
00:43:41,610 --> 00:43:45,150
Het woord christen komt nog maar
twee keer in de Bijbel voor.

747
00:43:45,150 --> 00:43:49,950
Eén keer wordt het uitgesproken
door koning Agrippa in hoofdstuk 26,

748
00:43:49,950 --> 00:43:53,670
wanneer Paulus tegenover
Agrippa zijn getuigenis geeft.

749
00:43:53,670 --> 00:43:58,410
Agrippa zegt in hoofdstuk
26, vers 28, tegen hem:

750
00:43:58,410 --> 00:44:03,870
En Agrippa zei tegen Paulus: U overtuigt
mij bijna om christen te worden!

751
00:44:03,870 --> 00:44:07,530
Hij kan die term gebruikt hebben,
zelfs als christen als een

752
00:44:07,530 --> 00:44:11,310
spottende benaming voor de
volgelingen van Christus werd gezien.

753
00:44:11,310 --> 00:44:13,710
Misschien gebruikte hij hem spottend.

754
00:44:13,710 --> 00:44:20,370
De enige andere keer dat het woord
christen voorkomt, is in 1 Petrus 4:16.

755
00:44:20,370 --> 00:44:21,570
Petrus zegt:

756
00:44:21,570 --> 00:44:26,010
Als iemand echter als christen lijdt,
laat hij zich daarvoor niet schamen,

757
00:44:26,010 --> 00:44:28,890
maar God in dit opzicht verheerlijken.

758
00:44:28,890 --> 00:44:31,110
Lijden omdat je christen bent.

759
00:44:31,110 --> 00:44:34,890
Het is mogelijk dat Petrus
het woord christen overneemt.

760
00:44:34,890 --> 00:44:38,730
Het is ook mogelijk dat hij zegt
dat degenen die hen vervolgen

761
00:44:38,730 --> 00:44:40,410
hen christenen noemen.

762
00:44:40,410 --> 00:44:44,550
Dat is dan de term die gebruikt
wordt wanneer zij vervolgd worden.

763
00:44:44,550 --> 00:44:45,630
Het doet er niet toe.

764
00:44:45,630 --> 00:44:49,350
Het is beslist een naam die in
latere eeuwen is blijven hangen

765
00:44:49,350 --> 00:44:52,890
en het is nu natuurlijk de term
die we het vaakst gebruiken.

766
00:44:52,890 --> 00:44:56,070
Hoe werden ze daarvoor
genoemd? Discipelen.

767
00:44:56,070 --> 00:44:59,790
Inderdaad, discipelen. Vers 26:

768
00:44:59,790 --> 00:45:04,050
In Antiochië werden de leerlingen
voor het eerst christenen genoemd.

769
00:45:04,050 --> 00:45:06,930
Nu zijn er nog enkele andere
namen voor de gelovigen.

770
00:45:06,930 --> 00:45:10,650
Eerder worden ze soms de gelovigen
genoemd, soms de heiligen,

771
00:45:10,650 --> 00:45:12,690
en er zijn nog een paar andere woorden.

772
00:45:12,690 --> 00:45:15,630
Maar discipelen is de
meest voorkomende naam.

773
00:45:15,630 --> 00:45:18,930
Lukas zegt dat op dit punt,
in elk geval in Antiochië,

774
00:45:18,930 --> 00:45:23,250
de naam discipel vervangen lijkt
te zijn door het woord christen.

775
00:45:23,250 --> 00:45:26,370
Dat betekent dus dat wanneer wij
het woord christen gebruiken,

776
00:45:26,370 --> 00:45:31,710
als we het in Bijbelse zin gebruiken, we
een woord gebruiken dat discipel betekent.

777
00:45:31,710 --> 00:45:35,730
Dit zijn namelijk dezelfde mensen
die altijd discipelen werden genoemd,

778
00:45:35,730 --> 00:45:39,570
totdat iemand hun deze
nieuwe naam gaf: christen.

779
00:45:39,570 --> 00:45:41,490
Het zijn dezelfde mensen.

780
00:45:41,490 --> 00:45:45,210
Wat hen christenen maakte,
was dat ze discipelen waren.

781
00:45:45,210 --> 00:45:48,330
Als we dus zeggen: ‘Ben je christen?’

782
00:45:48,330 --> 00:45:52,050
vragen we eigenlijk: ‘Ben
je een discipel van Jezus?’

783
00:45:52,050 --> 00:45:55,410
Want dat is Bijbels gezien
de betekenis van het woord.

784
00:45:55,410 --> 00:45:59,610
Natuurlijk heeft het woord sindsdien
allerlei andere betekenissen gekregen.

785
00:45:59,610 --> 00:46:03,330
Als je in sommige samenlevingen
zegt dat iemand geen christen is,

786
00:46:03,330 --> 00:46:08,610
voelt diegene zich beledigd, zelfs als
hij zelf niet beweert dat hij christen is.

787
00:46:08,610 --> 00:46:12,630
Want daar denkt men dat christen
gewoon een fatsoenlijk mens betekent.

788
00:46:12,630 --> 00:46:15,270
Ik heb ongelovigen horen zeggen: ‘Ik ben

789
00:46:15,270 --> 00:46:17,970
twee keer zo’n goede
christen als die persoon,’

790
00:46:17,970 --> 00:46:20,550
terwijl ze zelf helemaal
geen christen zijn.

791
00:46:20,550 --> 00:46:23,730
Ze zeggen daarmee: ‘Ik ben een goed mens.’

792
00:46:23,730 --> 00:46:26,790
Tegenwoordig zouden we iemand
gewoonlijk een christen noemen

793
00:46:26,790 --> 00:46:31,170
als diegene bepaalde procedures heeft
gevolgd om zich bij een of andere

794
00:46:31,170 --> 00:46:33,570
christelijke gemeente aan te sluiten.

795
00:46:33,570 --> 00:46:37,710
Misschien heeft hij een zondaarsgebed
uitgesproken en zich laten dopen.

796
00:46:37,710 --> 00:46:41,310
Misschien is hij tijdens een
altaaroproep naar voren gekomen.

797
00:46:41,310 --> 00:46:44,610
Verschillende groepen hebben
verschillende procedures.

798
00:46:44,610 --> 00:46:46,950
Als iemand gewoon door
die hoepels springt,

799
00:46:46,950 --> 00:46:49,770
lijken we toe te staan dat hij
een christen wordt genoemd,

800
00:46:49,770 --> 00:46:54,090
of er nu wel of geen bewijs is
dat hij werkelijk een discipel is.

801
00:46:54,090 --> 00:46:55,770
Wat is een discipel dan?

802
00:46:55,770 --> 00:46:59,670
Ik weet nog dat ik tijdens de
Jesus Movement in de jaren zeventig

803
00:46:59,670 --> 00:47:03,930
veel gesprekken hierover had met een
andere leider binnen de beweging.

804
00:47:03,930 --> 00:47:07,590
We waren namelijk sterk geboeid
door het begrip discipelschap,

805
00:47:07,590 --> 00:47:10,110
omdat Jezus er heel veel over sprak.

806
00:47:10,110 --> 00:47:14,910
Toen we lazen wat Jezus over discipelen
zei, gingen we ons dingen afvragen.

807
00:47:14,910 --> 00:47:19,050
Ik weet nog dat deze broeder en ik
eens met elkaar spraken en zeiden:

808
00:47:19,050 --> 00:47:21,750
‘Denk je dat alle
christenen discipelen zijn?’

809
00:47:21,750 --> 00:47:25,950
De reden dat we ons dat afvroegen, was dat
de beschrijving die Jezus van discipelen

810
00:47:25,950 --> 00:47:29,430
gaf, niet paste bij de meeste
mensen die wij kenden en die

811
00:47:29,430 --> 00:47:31,290
zichzelf christen noemden.

812
00:47:31,290 --> 00:47:34,950
We dachten: ‘Misschien zijn
er twee soorten christenen:

813
00:47:34,950 --> 00:47:39,270
christenen die discipelen zijn en
christenen die geen discipelen zijn.’

814
00:47:39,270 --> 00:47:42,750
Het was een beetje zoals de
gewone troepen en de stoottroepen,

815
00:47:42,750 --> 00:47:45,810
het gewone leger en de speciale eenheden.

816
00:47:45,810 --> 00:47:48,690
De discipelen zijn degenen
die echt toegewijd zijn,

817
00:47:48,690 --> 00:47:52,410
en de rest bestaat gewoon uit
luie gelovigen die alleen maar de

818
00:47:52,410 --> 00:47:54,090
kerkbanken warm houden.

819
00:47:54,090 --> 00:47:57,030
De meeste christenen in de
gemeenten die wij kenden,

820
00:47:57,030 --> 00:48:00,810
pasten niet echt bij de beschrijving
die Jezus van discipelen gaf.

821
00:48:00,810 --> 00:48:04,350
Toch wilden we niet liefdeloos zijn
en zeggen dat ze geen christenen

822
00:48:04,350 --> 00:48:05,490
genoemd konden worden.

823
00:48:05,490 --> 00:48:09,090
Ze geloofden tenslotte kennelijk
iets over het christendom.

824
00:48:09,090 --> 00:48:13,470
Daarom wilden we, denk ik, niet
weigeren hen christenen te noemen.

825
00:48:13,470 --> 00:48:15,270
Dat leek te veroordelend.

826
00:48:15,270 --> 00:48:21,450
Maar de eigenlijke vraag is: zou Jezus hen
christenen noemen? Dat moeten we weten.

827
00:48:21,450 --> 00:48:24,870
Bedenk dat Jezus in Mattheüs 7 zei:

828
00:48:24,870 --> 00:48:28,530
Niet ieder die tegen
Mij zegt: Heere, Heere,

829
00:48:28,530 --> 00:48:31,350
zal binnengaan in het
Koninkrijk der hemelen,

830
00:48:31,350 --> 00:48:35,550
maar wie de wil doet van Mijn
Vader, Die in de hemelen is.

831
00:48:35,550 --> 00:48:37,950
Er zijn veel mensen die Hem Heere noemen.

832
00:48:37,950 --> 00:48:42,390
Maar omdat ze niet de wil van de
Vader in de hemel doen, zei Jezus:

833
00:48:42,390 --> 00:48:45,870
Ik zal tegen hen zeggen:
„Ik heb u nooit gekend.”

834
00:48:45,870 --> 00:48:51,330
Niet iedereen die ‘Heere’ tegen Jezus
zegt, zal het Koninkrijk binnengaan.

835
00:48:51,330 --> 00:48:55,710
Maar als je een afdoende beschrijving
wilt zien van wat een discipel is,

836
00:48:55,710 --> 00:48:57,930
kijk dan naar Lukas 14.

837
00:48:57,930 --> 00:49:02,430
Want nogmaals, volgens Handelingen
is dit wat een christen is.

838
00:49:02,430 --> 00:49:06,270
Lukas 14 zegt vanaf vers 25:

839
00:49:06,270 --> 00:49:10,770
En vele menigten trokken met Hem
mee, en terwijl Hij Zich omkeerde,

840
00:49:10,770 --> 00:49:14,610
zei Hij tegen hen: Als
iemand tot Mij komt en niet

841
00:49:14,610 --> 00:49:19,950
haat zijn eigen vader en moeder en vrouw
en kinderen en broers en zusters, ja,

842
00:49:19,950 --> 00:49:24,270
ook zelfs zijn eigen leven, die
kan Mijn discipel niet zijn.

843
00:49:24,270 --> 00:49:27,510
En wie zijn kruis niet draagt
en achter Mij aan komt,

844
00:49:27,510 --> 00:49:29,670
kan geen discipel van Mij zijn.

845
00:49:29,670 --> 00:49:31,950
Want wie van u die een toren wil bouwen,

846
00:49:31,950 --> 00:49:34,590
gaat niet eerst zitten om
de kosten te berekenen,

847
00:49:34,590 --> 00:49:37,410
of hij de middelen wel heeft
om het werk te voltooien?

848
00:49:37,410 --> 00:49:41,730
Opdat niet misschien, als hij het
fundament gelegd heeft en niet

849
00:49:41,730 --> 00:49:46,650
in staat is het te voltooien, allen die
het zien, hem beginnen te bespotten,

850
00:49:46,650 --> 00:49:52,050
en zeggen: Deze man begon te bouwen, maar
heeft het werk niet kunnen voltooien.

851
00:49:52,050 --> 00:49:56,670
Of welke koning die een oorlog in gaat
om te strijden met een andere koning,

852
00:49:56,670 --> 00:50:01,770
gaat niet eerst zitten om te
beraadslagen of hij bij machte is met

853
00:50:01,770 --> 00:50:07,050
tienduizend man tegemoet te gaan die met
twintigduizend man tegen hem optrekt?

854
00:50:07,050 --> 00:50:11,190
En zo niet, dan stuurt hij,
als de ander nog ver weg is,

855
00:50:11,190 --> 00:50:15,810
een gezantschap om te vragen
wat de vredesvoorwaarden zijn.

856
00:50:15,810 --> 00:50:20,370
Zo kan dan ieder van u die niet
alles wat hij heeft, achterlaat,

857
00:50:20,370 --> 00:50:22,590
geen discipel van Mij zijn.

858
00:50:22,590 --> 00:50:27,510
In dat gedeelte staan drie verzen
die allemaal eindigen met de woorden

859
00:50:27,510 --> 00:50:29,850
‘kan Mijn discipel niet zijn’.

860
00:50:29,850 --> 00:50:34,350
Als de discipelen degenen zijn die in
de Bijbel christenen werden genoemd,

861
00:50:34,350 --> 00:50:38,790
zouden we dat kunnen weergeven
als ‘kan geen christen zijn’.

862
00:50:38,790 --> 00:50:41,010
Wie kan geen christen zijn?

863
00:50:41,010 --> 00:50:42,750
Vers 26 zegt:

864
00:50:42,750 --> 00:50:47,490
Als iemand bij Mij komt en
zijn vader, moeder, vrouw,

865
00:50:47,490 --> 00:50:52,830
kinderen en zelfs zijn eigen leven
niet haat, kan hij geen leerling zijn.

866
00:50:52,830 --> 00:50:58,590
Als iemand zijn kruis niet opneemt en Hem
niet volgt, kan hij geen discipel zijn.

867
00:50:58,590 --> 00:51:00,330
Vers 33 zegt:

868
00:51:00,330 --> 00:51:03,990
als je niet alles opgeeft wat je
hebt, kun je geen leerling zijn.

869
00:51:03,990 --> 00:51:08,130
Nu zou je kunnen zeggen: ‘Volgens
mij ken ik geen enkele discipel.

870
00:51:08,130 --> 00:51:10,770
Volgens mij ken ik geen enkele christen.’

871
00:51:10,770 --> 00:51:15,810
Volgens mij was het Nietzsche, als ik
me niet vergis, de atheïst, die zei:

872
00:51:15,810 --> 00:51:20,250
‘De enige christen die ooit heeft
geleefd, stierf aan een kruis.’

873
00:51:20,250 --> 00:51:23,430
Hij geloofde feitelijk dat
niemand christen kon zijn.

874
00:51:23,430 --> 00:51:25,950
Of dat waar is of niet, weet ik niet.

875
00:51:25,950 --> 00:51:28,410
Ik weet niet hoe de christenen waren.

876
00:51:28,410 --> 00:51:32,010
Ik ken enkele christenen. Ik ben christen.

877
00:51:32,010 --> 00:51:34,410
Jij bent christen, neem ik aan.

878
00:51:34,410 --> 00:51:36,210
Maar wat betekent dat?

879
00:51:36,210 --> 00:51:39,750
Haat je je moeder en je vader,
je vrouw en je kinderen?

880
00:51:39,750 --> 00:51:43,350
Natuurlijk moeten we de hebraïsmen
begrijpen die Jezus gebruikte

881
00:51:43,350 --> 00:51:46,590
wanneer Hij tot Zijn
Hebreeuwse discipelen sprak.

882
00:51:46,590 --> 00:51:48,870
Zij begrepen die heel goed.

883
00:51:48,870 --> 00:51:52,470
‘Haten’ betekent in dit
verband: minder liefhebben.

884
00:51:52,470 --> 00:51:56,970
Er staat zelfs een parallel hiervan
in Mattheüs 10, waar Hij zegt:

885
00:51:56,970 --> 00:52:01,590
Wie vader of moeder liefheeft
boven Mij, is Mij niet waard;

886
00:52:01,590 --> 00:52:06,210
en wie zoon of dochter liefheeft
boven Mij, is Mij niet waard.

887
00:52:06,210 --> 00:52:08,070
Dat is wat het betekent.

888
00:52:08,070 --> 00:52:12,510
Het idioom dat Jezus gebruikte
toen Hij zei dat je hen moet haten,

889
00:52:12,510 --> 00:52:15,510
betekent niet dat je hen
werkelijk moet haten.

890
00:52:15,510 --> 00:52:18,870
Het betekent dat je hen minder
moet liefhebben dan Hem.

891
00:52:18,870 --> 00:52:22,890
Hij moet voor jou een hogere
prioriteit hebben dan je familieleden,

892
00:52:22,890 --> 00:52:25,230
of zelfs dan je eigen leven.

893
00:52:25,230 --> 00:52:29,850
Daarom neem je geen kruis op je als
je eigen leven je prioriteit is.

894
00:52:29,850 --> 00:52:35,070
Je neemt een kruis op je omdat je
gaat sterven, en dat doe je met opzet.

895
00:52:35,070 --> 00:52:39,330
In de Romeinse wereld werden veel
mensen gekruisigd, maar niet vrijwillig.

896
00:52:39,330 --> 00:52:43,290
De Romeinen overmeesterden hen,
voerden hen weg en doodden hen,

897
00:52:43,290 --> 00:52:45,030
hoewel ze dat niet wilden.

898
00:52:45,030 --> 00:52:49,230
Maar niemand droeg ooit een kruis
zonder dat vrijwillig te doen.

899
00:52:49,230 --> 00:52:52,530
De Romeinen eisten dat
veroordeelden hun kruis droegen,

900
00:52:52,530 --> 00:52:54,570
maar wat als je dat niet deed?

901
00:52:54,570 --> 00:52:56,970
Wat zouden ze dan doen, je doden?

902
00:52:56,970 --> 00:53:01,230
Je zou een paar minuten later toch
al sterven. Je kon je verzetten.

903
00:53:01,230 --> 00:53:04,890
De persoon die zei:
‘Goed, ik zal het dragen’,

904
00:53:04,890 --> 00:53:07,590
was iemand die zich bij
zijn dood had neergelegd,

905
00:53:07,590 --> 00:53:10,170
iemand die bereid was te sterven.

906
00:53:10,170 --> 00:53:14,910
In het geval van christenen betekent
dit niet alleen dat we bereid zijn om,

907
00:53:14,910 --> 00:53:18,390
als dat nodig is, als
martelaren te sterven.

908
00:53:18,390 --> 00:53:22,590
Het betekent ook dat we sterven
aan de dingen van deze wereld,

909
00:53:22,590 --> 00:53:27,930
aan ons eigen vlees en onze eigen
verlangens, en ons kruis opnemen.

910
00:53:27,930 --> 00:53:32,190
Als je dat niet doet, kun je
geen discipel zijn, zei Jezus.

911
00:53:32,190 --> 00:53:34,650
Toen Hij in vers 33 zei:

912
00:53:34,650 --> 00:53:39,210
Als je niet alles opgeeft wat je
hebt, kun je Mijn leerling niet zijn.

913
00:53:39,210 --> 00:53:40,770
Wat betekent dat dan?

914
00:53:40,770 --> 00:53:43,110
Moeten we allemaal straatarm zijn?

915
00:53:43,110 --> 00:53:47,970
Moeten we allemaal naar huis gaan, alles
wat we hebben op een rommelmarkt verkopen,

916
00:53:47,970 --> 00:53:51,630
naakt op een straathoek gaan
staan en zeggen: ‘Goed, God,

917
00:53:51,630 --> 00:53:54,210
ik neem aan dat ik nu een discipel ben.

918
00:53:54,210 --> 00:53:56,010
Wat wilt U dat ik doe?’

919
00:53:56,010 --> 00:53:59,850
Hij zal waarschijnlijk zeggen:
‘Je kunt maar beter wat kleren,

920
00:53:59,850 --> 00:54:04,050
meubels en kookgerei gaan kopen
en in een huis gaan wonen.’

921
00:54:04,050 --> 00:54:07,530
Wat betekent het dan om alles
wat je hebt prijs te geven?

922
00:54:07,530 --> 00:54:11,850
Het moet beslist betekenen dat je erkent
dat je voor een prijs gekocht bent

923
00:54:11,850 --> 00:54:13,530
en niet van jezelf bent.

924
00:54:13,530 --> 00:54:20,310
Zoals Paulus zegt in 1 Korinthe 6:20
— ik denk dat het vers 19 of 20 is:

925
00:54:20,310 --> 00:54:22,470
U bent immers duur gekocht.

926
00:54:22,470 --> 00:54:26,730
Verheerlijk daarom God in uw lichaam
en in uw geest, die van God zijn.

927
00:54:26,730 --> 00:54:31,230
Als je gekocht bent, ben je niet de
eigenaar van jezelf of van wat dan ook.

928
00:54:31,230 --> 00:54:35,490
Wanneer een man als slaaf werd verkocht,
was hij het eigendom van zijn meester,

929
00:54:35,490 --> 00:54:38,070
en alles wat hij bezat
was van zijn meester.

930
00:54:38,070 --> 00:54:41,430
Maar dat betekent niet dat hij zich
niet meer met dingen bezighield,

931
00:54:41,430 --> 00:54:45,030
want de meester kon hem daarover
als rentmeester aanstellen.

932
00:54:45,030 --> 00:54:48,390
Potifar kocht Jozef,
en Jozef was een slaaf.

933
00:54:48,390 --> 00:54:52,470
Hij bezat niets, maar hij beheerde
alle bezittingen van Potifar.

934
00:54:52,470 --> 00:54:56,670
Daarom zou Jozef er voor de meeste
mensen als een rijk man hebben uitgezien.

935
00:54:56,670 --> 00:55:02,010
Hij droeg waarschijnlijk goede kleren,
sliep goed, at goed en beheerde veel geld.

936
00:55:02,010 --> 00:55:03,630
Het was alleen niet van hem.

937
00:55:03,630 --> 00:55:05,490
Het was van zijn eigenaar.

938
00:55:05,490 --> 00:55:07,650
Zo is het als je een discipel bent.

939
00:55:07,650 --> 00:55:11,730
Je hebt je leven en alles wat
je hebt aan Hem overgedragen.

940
00:55:11,730 --> 00:55:13,650
Het is nu allemaal van Hem.

941
00:55:13,650 --> 00:55:17,790
Je hebt het prijsgegeven in de
zin dat je het hebt overgedragen.

942
00:55:17,790 --> 00:55:20,190
Hoe weet ik dat dit de betekenis is?

943
00:55:20,190 --> 00:55:24,270
Toen Jezus tegen de rijke jongeman
zei dat hij moest verkopen wat hij had

944
00:55:24,270 --> 00:55:27,330
en het aan de armen
moest geven, zei Petrus:

945
00:55:27,330 --> 00:55:30,690
Toen antwoordde Petrus
en zei tegen Hem: Zie,

946
00:55:30,690 --> 00:55:35,910
wij hebben alles verlaten en zijn U
gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?

947
00:55:35,910 --> 00:55:37,950
Het is dezelfde uitdrukking:

948
00:55:37,950 --> 00:55:41,850
Wij hebben alles opgegeven
en zijn U gevolgd.

949
00:55:41,850 --> 00:55:45,030
Jezus nam zonder meer
aan dat dit waar was.

950
00:55:45,030 --> 00:55:47,130
Petrus bezat nog steeds een huis.

951
00:55:47,130 --> 00:55:49,230
Hij bezat nog steeds een vissersboot.

952
00:55:49,230 --> 00:55:51,330
Hij bezat nog steeds netten.

953
00:55:51,330 --> 00:55:55,050
Sterker nog, hij had waarschijnlijk
nog steeds alles wat hij bezat

954
00:55:55,050 --> 00:55:56,970
voordat hij Jezus volgde.

955
00:55:56,970 --> 00:55:59,370
Maar die dingen waren nu van Christus.

956
00:55:59,370 --> 00:56:02,190
Zijn huis was het huis van Christus.

957
00:56:02,190 --> 00:56:05,070
Zijn boot was de boot van Jezus.

958
00:56:05,070 --> 00:56:10,110
Alles wat hij had, stond Christus ter
beschikking en behoorde Christus toe.

959
00:56:10,110 --> 00:56:12,570
Hij beheerde het alleen maar voor Hem.

960
00:56:12,570 --> 00:56:15,270
Zo is het wanneer je een discipel wordt.

961
00:56:15,270 --> 00:56:18,150
Zo is het wanneer je een christen wordt.

962
00:56:18,150 --> 00:56:23,070
Daarom zei in de vroege gemeente niemand
dat de dingen die hij bezat van hemzelf

963
00:56:23,070 --> 00:56:25,950
waren, want alles was van Christus.

964
00:56:25,950 --> 00:56:30,570
Het vroege christendom bestond
uit totale overgave aan Christus,

965
00:56:30,570 --> 00:56:33,870
en dat is wat ‘christen’
in de Bijbel betekende.

966
00:56:33,870 --> 00:56:38,250
Geen enkele andere passage
definieert het op een andere manier.

967
00:56:38,250 --> 00:56:40,170
Volledige toewijding.

968
00:56:40,170 --> 00:56:42,330
Natuurlijk is alleen dat logisch.

969
00:56:42,330 --> 00:56:45,990
Als Jezus werkelijk is Wie
Hij geacht wordt te zijn,

970
00:56:45,990 --> 00:56:47,910
dan doet niets anders ertoe.

971
00:56:47,910 --> 00:56:49,950
Wat zou belangrijker kunnen zijn?

972
00:56:49,950 --> 00:56:54,510
Wat zou zelfs maar even belangrijk kunnen
zijn als het kennen van de Zoon van God,

973
00:56:54,510 --> 00:56:56,250
Die eeuwig leven geeft?

974
00:56:56,250 --> 00:56:59,790
Wat is er in deze wereld dat
je daarvan zou kunnen afleiden?

975
00:56:59,790 --> 00:57:04,290
Wat is er in de wereld waarvoor je
dat zou willen inruilen? Jezus zegt:

976
00:57:04,290 --> 00:57:07,890
Want wat baat het een mens,
als hij heel de wereld wint

977
00:57:07,890 --> 00:57:10,170
en aan zijn ziel schade lijdt?

978
00:57:10,170 --> 00:57:13,710
Of wat zal een mens geven
als losprijs voor zijn ziel?

979
00:57:13,710 --> 00:57:17,010
Je ziel is meer waard dan
al het andere dat je hebt.

980
00:57:17,010 --> 00:57:20,430
Als Christus werkelijk bestaat
— en dat doet Hij beslist —

981
00:57:20,430 --> 00:57:23,550
dan is alles prijsgeven
om Zijn discipel te zijn

982
00:57:23,550 --> 00:57:26,850
en het leven te vinden geen
harde uitspraak van Jezus.

983
00:57:26,850 --> 00:57:30,750
Deze dingen worden soms de harde
uitspraken van Jezus genoemd.

984
00:57:30,750 --> 00:57:32,310
Wat is daar hard aan?

985
00:57:32,310 --> 00:57:35,190
Het klinkt mij als een
goede ruil in de oren:

986
00:57:35,190 --> 00:57:39,030
dingen die je niet kunt houden inruilen
voor iets wat je niet kunt verliezen.

987
00:57:39,030 --> 00:57:41,790
Dat klinkt mij als een koopje in de oren.

988
00:57:41,790 --> 00:57:45,150
Volg Jezus; al het andere wordt van Hem.

989
00:57:45,150 --> 00:57:47,310
Dat waren de vroege christenen.

990
00:57:47,310 --> 00:57:51,450
Degenen die voor het eerst christenen
werden genoemd, waren de discipelen.

991
00:57:51,450 --> 00:57:53,310
Nu nog een paar verzen.

992
00:57:53,310 --> 00:57:55,050
Vers 27:

993
00:57:55,050 --> 00:58:00,510
En in die dagen kwamen enkele profeten
vanuit Jeruzalem naar Antiochië.

994
00:58:00,510 --> 00:58:03,990
En een van hen, van
wie de naam Agabus was,

995
00:58:03,990 --> 00:58:09,150
stond op en gaf door de Geest te kennen
dat er een grote hongersnood zou zijn over

996
00:58:09,150 --> 00:58:13,530
heel de wereld, die ook gekomen
is onder keizer Claudius.

997
00:58:13,530 --> 00:58:18,090
Agabus zullen we in hoofdstuk
21 opnieuw tegenkomen.

998
00:58:18,090 --> 00:58:22,470
‘De hele wereld’ is een uitdrukking die
Lukas gebruikt voor het hele Romeinse

999
00:58:22,470 --> 00:58:25,530
Rijk, de hele Romeinse wereld.

1000
00:58:25,530 --> 00:58:29,610
Hij gebruikt die uitdrukking in
Lukas hoofdstuk 2, waar hij zegt:

1001
00:58:29,610 --> 00:58:34,470
En het geschiedde in die dagen dat er
een gebod uitging van keizer Augustus

1002
00:58:34,470 --> 00:58:37,830
dat heel de wereld
ingeschreven moest worden.

1003
00:58:37,830 --> 00:58:43,110
Caesar Augustus probeerde niet de Eskimo’s
of de Maya-indianen te registreren.

1004
00:58:43,110 --> 00:58:48,630
‘De hele wereld moest belasting betalen’
betekende het hele Romeinse Rijk.

1005
00:58:48,630 --> 00:58:50,610
Zo spraken ze destijds.

1006
00:58:50,610 --> 00:58:54,390
Als er dus gezegd werd dat er een
hongersnood zou komen die de hele wereld

1007
00:58:54,390 --> 00:58:58,650
zou treffen, betekende dat
alleen het Romeinse Rijk.

1008
00:58:58,650 --> 00:59:02,730
Nu hebben we een klein probleem, want
er is geen hongersnood opgetekend

1009
00:59:02,730 --> 00:59:06,030
die tijdens de regering van
Claudius het hele rijk trof.

1010
00:59:06,030 --> 00:59:10,950
Er zijn echter verscheidene hongersnoden
uit andere geschiedschrijvers bekend.

1011
00:59:10,950 --> 00:59:15,750
In het bijzonder was er in Judea een
uiterst ernstige hongersnood in het jaar

1012
00:59:15,750 --> 00:59:20,610
46 na Christus, ruimschoots
binnen de regering van Claudius.

1013
00:59:20,610 --> 00:59:25,230
Trouwens, het feit dat we geen enkel
verslag van zo’n hongersnood hebben,

1014
00:59:25,230 --> 00:59:28,170
betekent niet dat die
niet heeft plaatsgevonden.

1015
00:59:28,170 --> 00:59:31,350
Niet alles wat ooit is
gebeurd, is opgetekend.

1016
00:59:31,350 --> 00:59:33,990
Het enige wat ik zeg, is dat we geen

1017
00:59:33,990 --> 00:59:38,910
wereldlijke verslagen hebben over zo’n
hongersnood in het hele Romeinse Rijk.

1018
00:59:38,910 --> 00:59:41,550
Maar we hebben wel verslagen van veel

1019
00:59:41,550 --> 00:59:46,230
ernstige hongersnoden op verschillende
plaatsen, waaronder Judea.

1020
00:59:46,230 --> 00:59:50,610
Die hongersnood in Judea gaf
aanleiding tot de handelwijze

1021
00:59:50,610 --> 00:59:54,030
waarover we vervolgens
lezen, want er staat:

1022
00:59:54,030 --> 00:59:57,390
En de discipelen besloten,
ieder naar vermogen,

1023
00:59:57,390 --> 01:00:01,530
iets te sturen ten dienste van
de broeders die in Judea woonden,

1024
01:00:01,530 --> 01:00:03,330
en dat deden zij ook.

1025
01:00:03,330 --> 01:00:08,430
En zij stuurden het naar de ouderlingen
door de hand van Barnabas en Saulus.

1026
01:00:08,430 --> 01:00:12,750
Dit was Paulus’ tweede reis
naar Jeruzalem na zijn bekering,

1027
01:00:12,750 --> 01:00:16,590
de reis waarover hij in
Galaten hoofdstuk 2 schrijft.

1028
01:00:16,590 --> 01:00:21,150
Ze geloofden kennelijk dat de Judeeërs,
omdat de hongersnood eraan kwam,

1029
01:00:21,150 --> 01:00:25,110
voedsel moesten opslaan zolang
er voedsel beschikbaar was.

1030
01:00:25,110 --> 01:00:29,070
Daarom zamelden ze geld in en
stuurden dat naar Jeruzalem.

1031
01:00:29,070 --> 01:00:33,030
Als ze midden in de hongersnood
hadden gezeten, zou dat niet helpen.

1032
01:00:33,030 --> 01:00:35,010
Ze kunnen geen geld eten.

1033
01:00:35,010 --> 01:00:38,670
Als er geen voedsel is,
kun je geen voedsel kopen.

1034
01:00:38,670 --> 01:00:40,890
Maar de hongersnood was nog niet gekomen.

1035
01:00:40,890 --> 01:00:44,730
Daarom denk ik dat ze dachten:
‘Als we hun genoeg geld geven,

1036
01:00:44,730 --> 01:00:46,650
kunnen ze voedsel opslaan.

1037
01:00:46,650 --> 01:00:50,430
Wanneer de hongersnood dan komt,
kunnen ze erdoorheen komen.’

1038
01:00:50,430 --> 01:00:52,290
Dat was hun redenering.

1039
01:00:52,290 --> 01:00:56,910
Ze stuurden Barnabas en Saulus, zoals
Paulus op dit punt nog werd genoemd,

1040
01:00:56,910 --> 01:01:00,030
naar Jeruzalem om het
geld daarheen te brengen.

1041
01:01:00,030 --> 01:01:04,530
Op dit punt is de volgorde
nog steeds Barnabas en Saulus.

1042
01:01:04,530 --> 01:01:09,270
De laatste woorden van dit
hoofdstuk zijn ‘Barnabas en Saulus’.

1043
01:01:09,270 --> 01:01:13,950
Wanneer we bij hoofdstuk 13 komen en
ze op hun eerste zendingsreis gaan,

1044
01:01:13,950 --> 01:01:17,730
zullen we zien dat het
aanvankelijk Barnabas en Saulus is.

1045
01:01:17,730 --> 01:01:22,470
Maar al heel kort na het begin van
de reis wordt het Saulus en Barnabas.

1046
01:01:22,470 --> 01:01:26,910
Ik weet zeker dat Barnabas er geen
probleem mee had dat Paulus dit deed,

1047
01:01:26,910 --> 01:01:29,250
maar Barnabas deed een stap terug.

1048
01:01:29,250 --> 01:01:35,010
Paulus werd de voornaamste woordvoerder en
verrichtte de meeste wonderen, enzovoort.

1049
01:01:35,010 --> 01:01:37,170
Paulus werd de leider van het team,

1050
01:01:37,170 --> 01:01:42,570
hoewel Barnabas aanvankelijk beslist
meer anciënniteit had dan Paulus.

1051
01:01:42,570 --> 01:01:46,290
Barnabas was al vanaf de
allereerste tijd behouden.

1052
01:01:46,290 --> 01:01:49,110
Paulus was nog een
betrekkelijk nieuwe christen.

1053
01:01:49,110 --> 01:01:53,370
Ze brachten het geld naar Jeruzalem
en gaven het daar aan de oudsten,

1054
01:01:53,370 --> 01:01:58,890
zodat die ermee konden doen wat ze met het
oog op de komende hongersnood wilden doen.

1055
01:01:58,890 --> 01:02:03,210
We lezen niet over andere activiteiten
tijdens hun verblijf bij deze

1056
01:02:03,210 --> 01:02:05,310
gelegenheid in Jeruzalem.

1057
01:02:05,310 --> 01:02:10,110
Paulus vertelt ons in Galaten 2 echter
dat er enkele valse broeders waren,

1058
01:02:10,110 --> 01:02:15,150
volgens Paulus, die judaïsten waren,
leden van de besnijdenispartij.

1059
01:02:15,150 --> 01:02:19,770
Ze probeerden Titus, die toevallig
bij hen was en een heiden was,

1060
01:02:19,770 --> 01:02:24,090
ertoe over te halen zich te
laten besnijden. Paulus zei:

1061
01:02:24,090 --> 01:02:25,950
Ik heb mij tegen hen verzet.

1062
01:02:25,950 --> 01:02:28,830
Ik heb geen ogenblik aan
die mannen toegegeven,

1063
01:02:28,830 --> 01:02:32,730
om de zuiverheid van het Evangelie
niet in gevaar te brengen.

1064
01:02:32,730 --> 01:02:36,750
Er was bij deze gelegenheid dus een
confrontatie met Paulus en Barnabas

1065
01:02:36,750 --> 01:02:38,790
over de kwestie van de besnijdenis,

1066
01:02:38,790 --> 01:02:43,230
veroorzaakt door sommigen van de
besnijdenispartij in Jeruzalem.

1067
01:02:43,230 --> 01:02:45,150
Lukas vermeldt dat hier niet.

1068
01:02:45,150 --> 01:02:48,930
We lezen alleen dat ze het
geld naar Jeruzalem brachten.

1069
01:02:48,930 --> 01:02:55,170
Daarna lezen we pas weer over hen in
hoofdstuk 12, vers 25, waar staat:

1070
01:02:55,170 --> 01:02:58,950
Barnabas nu en Saulus
keerden terug uit Jeruzalem

1071
01:02:58,950 --> 01:03:03,510
na daar hun dienstwerk vervuld te
hebben, en zij namen ook Johannes mee,

1072
01:03:03,510 --> 01:03:05,970
die ook Markus genoemd werd.

1073
01:03:05,970 --> 01:03:10,710
Markus was een christen uit Jeruzalem
die na deze liefdadigheidsreis

1074
01:03:10,710 --> 01:03:13,290
met hen meeging naar Antiochië.

1075
01:03:13,290 --> 01:03:18,150
Tussen het laatste vers van hoofdstuk
11 en het laatste vers van hoofdstuk 12

1076
01:03:18,150 --> 01:03:20,310
staat nog een verhaal over Petrus.

1077
01:03:20,310 --> 01:03:24,390
Het is het laatste verhaal over hem
dat we in Handelingen zullen lezen.

1078
01:03:24,390 --> 01:03:28,530
Het is een goed verhaal en het
bevat enkele bijzonderheden die door

1079
01:03:28,530 --> 01:03:31,530
historische bronnen van
buitenaf worden bevestigd.

1080
01:03:31,530 --> 01:03:33,150
Dit is een van de plaatsen

1081
01:03:33,150 --> 01:03:36,270
waar de geschiedschrijving
van Lukas parallel loopt met

1082
01:03:36,270 --> 01:03:40,110
geschiedwerken van andere
schrijvers die geen christenen zijn.

1083
01:03:40,110 --> 01:03:44,610
Dat gebeurt natuurlijk van tijd tot tijd,
en dat helpt ons altijd te beseffen dat

1084
01:03:44,610 --> 01:03:46,830
Lukas deze dingen niet verzint.

1085
01:03:46,830 --> 01:03:48,990
Hij schrijft echte geschiedenis.

1086
01:03:48,990 --> 01:03:51,030
De volgende keer
behandelen we hoofdstuk 12.
