1
00:00:02,070 --> 00:00:04,350
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,350 --> 00:00:10,950
Deze keer behandelen we Handelingen
3, vers 1 tot en met vers 26.

3
00:00:10,950 --> 00:00:15,090
We pakken nu onze studie van het boek
Handelingen weer op, in hoofdstuk 3,

4
00:00:15,090 --> 00:00:17,370
en gaan er in hoog tempo doorheen.

5
00:00:17,370 --> 00:00:20,790
We hebben tot nu toe nog maar
zeven lezingen gehad, geloof ik.

6
00:00:20,790 --> 00:00:25,290
We hebben er heel wat gehad, en we zijn
nog maar net door twee hoofdstukken heen.

7
00:00:25,290 --> 00:00:31,050
Gaan we dus het hele boek, alle 28
hoofdstukken, doorkomen? We zullen zien.

8
00:00:31,050 --> 00:00:32,310
Hoofdstuk 3.

9
00:00:32,310 --> 00:00:36,990
Het laatste wat we lazen, was eenvoudigweg
een algemene samenvatting van het

10
00:00:36,990 --> 00:00:41,490
leven van de vroege gemeente: hoe
de gemeente als gemeenschap leefde,

11
00:00:41,490 --> 00:00:45,810
en ook het feit dat de apostelen
tekenen en wonderen verrichtten.

12
00:00:45,810 --> 00:00:48,930
In hoofdstuk 2, vers 43, staat:

13
00:00:48,930 --> 00:00:53,130
En er kwam vrees over iedereen; en er
werden veel wonderen en tekenen door

14
00:00:53,130 --> 00:00:54,810
de apostelen gedaan.

15
00:00:54,810 --> 00:00:59,310
Hoofdstuk 3 begint met een voorbeeld
van een van die tekenen en wonderen.

16
00:00:59,310 --> 00:01:02,670
Er staat „tekenen en
wonderen”, in het meervoud,

17
00:01:02,670 --> 00:01:05,250
dus er moeten meer van
zulke dingen zijn gebeurd,

18
00:01:05,250 --> 00:01:08,610
of verschillende soorten wonderen
die de apostelen verrichtten.

19
00:01:08,610 --> 00:01:11,190
Toch krijgen we niet erg veel voorbeelden.

20
00:01:11,190 --> 00:01:14,130
Hoofdstuk 3 geeft ons een
opmerkelijk voorbeeld.

21
00:01:14,130 --> 00:01:17,070
Dit voorbeeld wordt ons
ongetwijfeld gegeven om

22
00:01:17,070 --> 00:01:21,450
duidelijk te maken dat zulke wonderen
vaak voorkwamen en kenmerkend waren,

23
00:01:21,450 --> 00:01:25,170
of juist omdat dit wonder
enigszins afweek van de andere.

24
00:01:25,170 --> 00:01:28,170
Aan het begin van hoofdstuk
3 hebben we een voorbeeld van

25
00:01:28,170 --> 00:01:34,410
een van de tekenen en wonderen waarop
Lukas in hoofdstuk 2, vers 43, zinspeelde.

26
00:01:34,410 --> 00:01:38,550
Hier waren twee apostelen bij
betrokken: Petrus en Johannes.

27
00:01:38,550 --> 00:01:41,370
Petrus is de voornaamste
spreker in het verhaal,

28
00:01:41,370 --> 00:01:45,450
maar dit specifieke wonder schiep
voor Petrus de gelegenheid om zijn

29
00:01:45,450 --> 00:01:47,910
tweede opgetekende preek te houden.

30
00:01:47,910 --> 00:01:51,030
We weten niet hoelang na de
Pinksterdag dit gebeurde.

31
00:01:51,030 --> 00:01:55,890
Dit kan weken later zijn geweest, maar
het kan ook de volgende dag zijn geweest.

32
00:01:55,890 --> 00:01:58,770
Hoeveel tijd er verstreken
is, weten we niet.

33
00:01:58,770 --> 00:02:02,790
Maar we weten wel dat Petrus aan
het einde van dit verhaal preekt

34
00:02:02,790 --> 00:02:05,310
en dat het aantal discipelen stijgt van de

35
00:02:05,310 --> 00:02:10,590
3.000 die we aan het einde van de
Pinksterdag aantroffen tot ongeveer 5.000.

36
00:02:10,590 --> 00:02:13,770
De gemeente blijft groeien
en, zoals we zullen zien,

37
00:02:13,770 --> 00:02:17,730
werd er vaak gepreekt naar aanleiding
van een wonder dat was verricht.

38
00:02:17,730 --> 00:02:21,210
Op de Pinksterdag was het het
wonderbaarlijke spreken in andere

39
00:02:21,210 --> 00:02:24,150
talen dat de aandacht van de menigte trok.

40
00:02:24,150 --> 00:02:27,630
Een deel van de prediking,
zoals in Handelingen 2 en 3,

41
00:02:27,630 --> 00:02:32,790
is prediking in de openlucht, en met
prediking in de openlucht is niets mis.

42
00:02:32,790 --> 00:02:36,330
Er zijn tegenwoordig veel mensen
die in de openlucht prediken.

43
00:02:36,330 --> 00:02:39,570
Ze gaan op een straathoek staan en
beginnen tegen voorbijgangers te

44
00:02:39,570 --> 00:02:43,170
schreeuwen, en de meeste mensen
stellen dat niet op prijs.

45
00:02:43,170 --> 00:02:46,830
Eerlijk gezegd weet ik niet of ik ooit
ook maar iemand heb ontmoet die door een

46
00:02:46,830 --> 00:02:49,170
prediker op een straathoek behouden werd.

47
00:02:49,170 --> 00:02:51,990
Misschien zijn er mensen bij
wie dat wel zo is gegaan.

48
00:02:51,990 --> 00:02:54,630
Ik heb enkele predikers
op straathoeken gekend,

49
00:02:54,630 --> 00:02:57,450
en meestal zijn het
wat zonderlinge mensen.

50
00:02:57,450 --> 00:03:01,470
Niet iedereen heeft namelijk het
temperament om eropuit te gaan en zichzelf

51
00:03:01,470 --> 00:03:04,470
voor iedereen op de straathoek
tot een ergernis te maken.

52
00:03:04,470 --> 00:03:09,030
Toch groeide ik op met het idee dat
dit bijzonder prijzenswaardig was.

53
00:03:09,030 --> 00:03:13,650
Ik dacht: jongen, ik wou dat ik
de vrijmoedigheid van die man had.

54
00:03:13,650 --> 00:03:18,930
Ik wou dat ik zo in vuur en vlam stond
voor Jezus dat ik eropuit zou gaan en het

55
00:03:18,930 --> 00:03:23,550
bespuwen, de schande, het gevloek en de
afwijzing door de mensen zou verdragen

56
00:03:23,550 --> 00:03:24,930
die hij verdraagt.

57
00:03:24,930 --> 00:03:27,990
Ik heb dat altijd bijzonder
prijzenswaardig gevonden.

58
00:03:27,990 --> 00:03:31,710
Maar toen ik de Bijbel bestudeerde,
besefte ik dat het niet werkelijk een

59
00:03:31,710 --> 00:03:33,210
Bijbels model is.

60
00:03:33,210 --> 00:03:37,530
Ik zeg niet dat prediking in de
openlucht geen Bijbels model is.

61
00:03:37,530 --> 00:03:40,470
Jezus preekte in veel gevallen
op de heuvelhellingen,

62
00:03:40,470 --> 00:03:45,450
en de apostelen deden dat, zoals
we lezen, ook op openbare plaatsen.

63
00:03:45,450 --> 00:03:49,470
Maar ze gingen niet zomaar naar buiten
om te gaan schreeuwen tegen mensen die

64
00:03:49,470 --> 00:03:52,410
er geen belangstelling voor
hadden om hen te horen.

65
00:03:52,410 --> 00:03:55,590
Vrijwel elke preek die
Jezus tot een menigte hield,

66
00:03:55,590 --> 00:03:59,730
hield Hij omdat Hij merkte dat een
menigte Hem achterna was gegaan

67
00:03:59,730 --> 00:04:01,590
en Hem wilde horen.

68
00:04:01,590 --> 00:04:04,170
In werkelijkheid wilden ze wonderen zien.

69
00:04:04,170 --> 00:04:06,690
Hij stond erom bekend
dat Hij mensen genas,

70
00:04:06,690 --> 00:04:10,230
en de mensen kwamen in groten
getale om Hem te horen.

71
00:04:10,230 --> 00:04:12,930
Hij maakte dus gebruik
van hun nieuwsgierigheid,

72
00:04:12,930 --> 00:04:15,570
net als de apostelen in Handelingen 2.

73
00:04:15,570 --> 00:04:18,570
Petrus maakte gebruik van de
nieuwsgierigheid van de mensen die het

74
00:04:18,570 --> 00:04:23,250
wonder hadden gezien van de Galileeërs
die in de bovenzaal in talen spraken.

75
00:04:23,250 --> 00:04:27,210
Hier zullen we zien dat Petrus opnieuw
gebruikmaakt van een gelegenheid.

76
00:04:27,210 --> 00:04:28,650
Dit is kennelijk het model.

77
00:04:28,650 --> 00:04:33,270
We zien de apostelen eigenlijk niet naar
mensen gaan die niet geïnteresseerd zijn,

78
00:04:33,270 --> 00:04:37,650
vlak voor hen gaan staan en zeggen:
„Ik heb een boodschap en ik ga je die

79
00:04:37,650 --> 00:04:40,710
vertellen, of je dat
nu leuk vindt of niet.”

80
00:04:40,710 --> 00:04:45,030
Dat lijkt misschien heel vrijmoedig
en bijzonder prijzenswaardig,

81
00:04:45,030 --> 00:04:47,550
maar het is geen Bijbels model.

82
00:04:47,550 --> 00:04:52,230
In heel de opgetekende bediening
van Jezus is er zelfs maar één geval

83
00:04:52,230 --> 00:04:57,030
dat ik kan bedenken waarin Jezus
werkelijk sprak tot een menigte die niet

84
00:04:57,030 --> 00:04:59,970
al bijeengekomen was om Hem te horen.

85
00:04:59,970 --> 00:05:03,390
Dat was tijdens het
Loofhuttenfeest in Johannes 7.

86
00:05:03,390 --> 00:05:07,590
De menigte was bijeengekomen voor
een godsdienstige gebeurtenis,

87
00:05:07,590 --> 00:05:09,750
de viering van een Joods feest.

88
00:05:09,750 --> 00:05:12,630
Ze waren niet bijeengekomen
om Jezus te horen,

89
00:05:12,630 --> 00:05:16,230
maar Hij stond op en deed
een korte aankondiging:

90
00:05:16,230 --> 00:05:20,550
Als iemand dorst heeft, laat
hij tot Mij komen en drinken.

91
00:05:20,550 --> 00:05:24,090
Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt:

92
00:05:24,090 --> 00:05:27,870
Stromen van levend water zullen
uit zijn binnenste vloeien.

93
00:05:27,870 --> 00:05:31,290
Het was een korte boodschap
aan een bijeengekomen groep,

94
00:05:31,290 --> 00:05:36,210
hoewel ze in dat geval niet speciaal
waren bijeengekomen om Hem te horen.

95
00:05:36,210 --> 00:05:40,350
Maar alle andere opgetekende
openbare toespraken van Jezus,

96
00:05:40,350 --> 00:05:43,470
of die nu in de synagoge, in de openlucht,

97
00:05:43,470 --> 00:05:46,770
in de tempel of ergens
anders plaatsvonden,

98
00:05:46,770 --> 00:05:50,250
werden gehouden voor mensen
die Hem werkelijk wilden horen.

99
00:05:50,250 --> 00:05:55,410
Ze wilden Hem horen omdat óf Zijn
reputatie hun nieuwsgierigheid had gewekt,

100
00:05:55,410 --> 00:05:59,550
óf een wonder dat zojuist was
gebeurd hun aandacht had getrokken.

101
00:05:59,550 --> 00:06:01,350
Ze wilden meer horen.

102
00:06:01,350 --> 00:06:04,350
Ze wilden uitzoeken wat
hier aan de hand was.

103
00:06:04,350 --> 00:06:06,210
Dat gebeurde in hoofdstuk 3.

104
00:06:06,210 --> 00:06:09,810
Dat gebeurde kennelijk heel vaak
in het leven van de apostelen.

105
00:06:09,810 --> 00:06:13,170
Omdat ze bij die gelegenheden
in de openlucht predikten,

106
00:06:13,170 --> 00:06:15,570
kwamen mensen massaal tot bekering.

107
00:06:15,570 --> 00:06:19,590
Evangelisatie vindt
vaak één op één plaats.

108
00:06:19,590 --> 00:06:23,730
Jezus evangeliseerde Nicodemus
en de vrouw bij de put,

109
00:06:23,730 --> 00:06:27,330
en ongetwijfeld nog veel
andere mensen één op één.

110
00:06:27,330 --> 00:06:30,450
Ik weet zeker dat de
discipelen dat ook deden.

111
00:06:30,450 --> 00:06:32,550
Maar als je één op één getuigt,

112
00:06:32,550 --> 00:06:36,210
krijg je natuurlijk per
keer hooguit één bekeerling.

113
00:06:36,210 --> 00:06:39,990
Als je tot een menigte spreekt,
krijg je er misschien een heleboel.

114
00:06:39,990 --> 00:06:43,290
Dat zien we in de vroege
prediking van de apostelen.

115
00:06:43,290 --> 00:06:47,910
God schiep die gelegenheden door de
wonderbaarlijke openbaring van Zijn kracht

116
00:06:47,910 --> 00:06:51,810
en de nieuwsgierigheid die
daardoor bij de menigten ontstond.

117
00:06:51,810 --> 00:06:56,130
God bood Petrus de gelegenheid
om tot grote menigten te spreken,

118
00:06:56,130 --> 00:06:59,310
en daardoor werden
grote menigten behouden.

119
00:06:59,310 --> 00:07:02,670
Bedenk dat wanneer de mensen
uit zichzelf bijeengekomen zijn

120
00:07:02,670 --> 00:07:07,710
omdat ze nieuwsgierig zijn, ze niet
kunnen klagen dat je tegen hen predikt.

121
00:07:07,710 --> 00:07:11,550
Het was hun idee, althans, dat denken ze.

122
00:07:11,550 --> 00:07:13,770
Ze kwamen uit nieuwsgierigheid.

123
00:07:13,770 --> 00:07:17,010
Ze nemen het je niet kwalijk
dat je tegen hen praat.

124
00:07:17,010 --> 00:07:21,870
Als ze nieuwsgierig waren en een
verklaring wilden horen, dan ben jij daar:

125
00:07:21,870 --> 00:07:24,210
‘Goed, ik zal het je vertellen.

126
00:07:24,210 --> 00:07:26,250
Dit is wat er aan de hand is.

127
00:07:26,250 --> 00:07:27,930
Daarom is dit gebeurd.’

128
00:07:27,930 --> 00:07:32,370
Ik denk dat het altijd raadzaam is,
hoewel het niet altijd noodzakelijk is,

129
00:07:32,370 --> 00:07:36,570
om het Evangelie te brengen aan iemand
die denkt dat hij belangstelling heeft,

130
00:07:36,570 --> 00:07:38,850
of op zijn minst nieuwsgierig is.

131
00:07:38,850 --> 00:07:43,170
Ik vertel mensen graag over het
geloof, maar ik ben Bijbelleraar.

132
00:07:43,170 --> 00:07:46,470
Ik geef meer onderwijs
dan dat ik evangeliseer.

133
00:07:46,470 --> 00:07:51,690
Maar toen ik jonger was, evangeliseerde
ik meer, en ik zou dat graag vaker doen.

134
00:07:51,690 --> 00:07:56,370
Ik praat graag met ongelovigen, maar ik
wil wel dat ze belangstelling hebben.

135
00:07:56,370 --> 00:07:59,790
Ik ben niet zo iemand met
een gave van evangelisatie,

136
00:07:59,790 --> 00:08:04,410
die op een volslagen vreemde
afstapt, over Jezus begint te praten,

137
00:08:04,410 --> 00:08:06,690
en dan verloopt het allemaal prima.

138
00:08:06,690 --> 00:08:11,910
Ik voel me er altijd ongemakkelijk bij
om zomaar op iemand af te stappen die,

139
00:08:11,910 --> 00:08:17,070
voor zover wij weten, niet eens
aan God denkt, en te zeggen: ‘Hier,

140
00:08:17,070 --> 00:08:21,210
laat ik eens vlak voor je neus gaan
staan en me met je leven gaan bemoeien op

141
00:08:21,210 --> 00:08:24,390
manieren waartoe je me
nooit hebt uitgenodigd.’

142
00:08:24,390 --> 00:08:29,670
Ik draag altijd graag een Bijbel bij
me, want als iemand dan zegt: ‘O,

143
00:08:29,670 --> 00:08:32,610
is dat een Bijbel? Ben je christen?

144
00:08:32,610 --> 00:08:33,930
Wat geloof je?’

145
00:08:33,930 --> 00:08:36,210
dan opent die persoon de deur.

146
00:08:36,210 --> 00:08:40,770
Of draag een shirt waarop Jezus staat
in letters die pas goed leesbaar zijn

147
00:08:40,770 --> 00:08:43,290
als je er op de juiste manier naar kijkt.

148
00:08:43,290 --> 00:08:45,870
Dan zeggen ze: ‘Wat staat daar?’

149
00:08:45,870 --> 00:08:49,590
‘Nou, kijk eens wat
beter. Wat staat daar?’

150
00:08:49,590 --> 00:08:51,330
‘O, er staat...’

151
00:08:51,330 --> 00:08:56,130
Dan zeg je gewoon: ‘Ja, dit
hier is het antwoord op alles.’

152
00:08:56,130 --> 00:09:00,690
Als je iemand zover krijgt dat hij een
vraag stelt of nieuwsgierigheid toont,

153
00:09:00,690 --> 00:09:02,490
staan de sluizen open.

154
00:09:02,490 --> 00:09:05,370
Ze kunnen niet zeggen dat ze
er niet om gevraagd hebben.

155
00:09:05,370 --> 00:09:08,490
Ze kunnen niet zeggen
dat je ze lastigvalt.

156
00:09:08,490 --> 00:09:12,390
Zij waren degenen die als
eerste belangstelling toonden.

157
00:09:12,390 --> 00:09:15,090
Zo was het wanneer Jezus predikte.

158
00:09:15,090 --> 00:09:17,730
Nicodemus kwam zelfs naar Hem toe.

159
00:09:17,730 --> 00:09:21,930
Zelfs bij de vrouw bij de put vroeg
Hij haar alleen maar om water.

160
00:09:21,930 --> 00:09:24,630
Hij zei niets godsdienstigs tegen haar

161
00:09:24,630 --> 00:09:29,850
totdat zij over belangrijkere zaken begon
te praten en meer vragen begon te stellen

162
00:09:29,850 --> 00:09:31,410
over waar het Hem om ging.

163
00:09:31,410 --> 00:09:34,890
We hebben dus dit wonder in het
eerste deel van hoofdstuk 3,

164
00:09:34,890 --> 00:09:36,570
gevolgd door een preek.

165
00:09:36,570 --> 00:09:40,770
Dat is de tweede preek van Petrus
in Handelingen die opgetekend is.

166
00:09:40,770 --> 00:09:43,710
Misschien zijn er tussen die
twee hoofdstukken nog veel andere

167
00:09:43,710 --> 00:09:46,530
preken geweest die niet zijn opgetekend.

168
00:09:46,530 --> 00:09:51,810
Petrus nu en Johannes gingen samen naar
de tempel tijdens het uur van het gebed,

169
00:09:51,810 --> 00:09:53,491
het negende uur .

170
00:09:53,491 --> 00:09:57,450
De Joden hadden bepaalde gebedsuren,
waarin er offers werden gebracht

171
00:09:57,450 --> 00:09:58,770
in de tempel.

172
00:09:58,770 --> 00:10:03,030
Degenen die in de gelegenheid waren,
kwamen dan bijeen om te bidden op het

173
00:10:03,030 --> 00:10:06,030
tijdstip waarop de
priesters offers brachten.

174
00:10:06,030 --> 00:10:09,570
Het negende uur werd gerekend
vanaf zes uur 's morgens,

175
00:10:09,570 --> 00:10:13,350
het begin van de Joodse
tijdrekening, de Joodse dag,

176
00:10:13,350 --> 00:10:16,110
en daarom was het drie uur 's middags.

177
00:10:16,110 --> 00:10:18,090
Het was laat op de dag.

178
00:10:18,090 --> 00:10:21,570
Het is interessant dat de
apostelen, die christenen waren,

179
00:10:21,570 --> 00:10:24,570
naar een ceremonie in
een Joodse tempel gingen.

180
00:10:24,570 --> 00:10:28,830
De christenen in Jeruzalem deden
dat blijkbaar jarenlang geregeld.

181
00:10:28,830 --> 00:10:33,570
Na Pinksteren bleven ze deelnemen aan
Joodse vormen van aanbidding in Jeruzalem,

182
00:10:33,570 --> 00:10:35,370
als ze in Jeruzalem woonden.

183
00:10:35,370 --> 00:10:38,670
De apostel Paulus, die
onder heidenen werkte,

184
00:10:38,670 --> 00:10:42,810
moedigde hen niet aan om aan Joodse
vormen van aanbidding deel te nemen.

185
00:10:42,810 --> 00:10:45,150
En blijkbaar deed hij dat zelf ook niet,

186
00:10:45,150 --> 00:10:47,970
behalve al die keren dat
hij Jeruzalem bezocht.

187
00:10:47,970 --> 00:10:51,930
Maar de Joodse gemeente leek altijd
iets van een Joods karakter te behouden,

188
00:10:51,930 --> 00:10:53,370
en waarom ook niet?

189
00:10:53,370 --> 00:10:55,470
Ze waren altijd Joden geweest.

190
00:10:55,470 --> 00:10:58,950
In de tempel hadden ze God
vanaf het begin aanbeden.

191
00:10:58,950 --> 00:11:02,910
Wij kijken terug en zeggen:
‘De tempel, wat heb je daaraan?

192
00:11:02,910 --> 00:11:06,030
Wat heb je aan dierenoffers?
Ze hebben afgedaan.

193
00:11:06,030 --> 00:11:08,850
Ze wezen alleen maar vooruit naar Jezus.

194
00:11:08,850 --> 00:11:12,930
Nu Jezus gekomen is, wie heeft
er nog dierenoffers nodig?’

195
00:11:12,930 --> 00:11:16,050
Wij denken van nature
eerder zo, omdat wij nooit

196
00:11:16,050 --> 00:11:18,990
deel hebben uitgemaakt
van de Joodse godsdienst.

197
00:11:18,990 --> 00:11:23,190
Stel dat jij je hele leven offers
had gebracht, net als je voorouders,

198
00:11:23,190 --> 00:11:25,050
Gods volk Israël.

199
00:11:25,050 --> 00:11:27,690
De tempel was het huis van de Heere.

200
00:11:27,690 --> 00:11:29,430
David zei daarover:

201
00:11:29,430 --> 00:11:33,030
Eén ding heb ik van de HEERE
verlangd, dát zal ik zoeken:

202
00:11:33,030 --> 00:11:37,530
dat ik wonen mag in het huis van de
HEERE, al de dagen van mijn leven,

203
00:11:37,530 --> 00:11:41,010
om de lieflijkheid van de HEERE
te aanschouwen en te onderzoeken

204
00:11:41,010 --> 00:11:42,570
in Zijn tempel.

205
00:11:42,570 --> 00:11:45,510
Dan staat die hele tempel
in de Joodse cultuur

206
00:11:45,510 --> 00:11:48,930
en gedachtewereld centraal
in het denken over God.

207
00:11:48,930 --> 00:11:52,950
Toen Joden christen werden, zeiden
ze niet onmiddellijk: ‘Nou ja,

208
00:11:52,950 --> 00:11:55,110
ik denk dat we dat niet
meer nodig hebben.’

209
00:11:55,110 --> 00:11:58,530
Maar de heidenen aan wie Paulus
het evangelie verkondigde,

210
00:11:58,530 --> 00:12:01,650
hadden daar natuurlijk geen
enkele belangstelling voor.

211
00:12:01,650 --> 00:12:05,850
Vrijwel iedere keer dat we te maken hebben
met de Joodse gemeente in Jeruzalem,

212
00:12:05,850 --> 00:12:11,190
zien we dat zij sterk op de tempel gericht
bleef, totdat de tempel werd verwoest.

213
00:12:11,190 --> 00:12:15,690
In zekere zin was de verwoesting van
de tempel in het jaar 70 na Christus

214
00:12:15,690 --> 00:12:19,110
een gunst die de Joodse
christenen werd bewezen.

215
00:12:19,110 --> 00:12:23,310
Daardoor kregen ze het besef dat hun
identiteit die van christenen was,

216
00:12:23,310 --> 00:12:26,370
en dat ze niet slechts een
ander soort Joden waren.

217
00:12:26,370 --> 00:12:29,730
Hier zien we dat zelfs de
apostelen erbij betrokken zijn.

218
00:12:29,730 --> 00:12:31,350
Ze gaan naar een offer.

219
00:12:31,350 --> 00:12:33,090
Ze brengen zelf geen offer.

220
00:12:33,090 --> 00:12:36,870
Dit is een offer dat de priesters elke
dag om drie uur ’s middags brachten,

221
00:12:36,870 --> 00:12:40,350
maar de mensen gingen erheen om
te bidden. Zij gaan dus bidden.

222
00:12:40,350 --> 00:12:44,790
En een man die vanaf de moederschoot
kreupel was, werd daarheen gedragen.

223
00:12:44,790 --> 00:12:48,450
Men zette hem dagelijks bij de
tempelpoort die de Schone genoemd wordt,

224
00:12:48,450 --> 00:12:52,290
om een liefdegave te vragen aan
hen die de tempel binnengingen.

225
00:12:52,290 --> 00:12:56,850
Later, in vers 10, wordt voor de tweede
keer gezegd dat de poort de Schone

226
00:12:56,850 --> 00:12:58,170
Poort werd genoemd.

227
00:12:58,170 --> 00:13:01,770
Hoewel er heel veel bekend is
over de tempel en de bouw ervan,

228
00:13:01,770 --> 00:13:05,370
zowel uit wat de rabbijnen
hebben geschreven als uit wat

229
00:13:05,370 --> 00:13:08,970
archeologen hebben opgegraven,
weet niemand met zekerheid

230
00:13:08,970 --> 00:13:13,470
welke poort in die tijd plaatselijk
de Schone Poort werd genoemd.

231
00:13:13,470 --> 00:13:16,470
Geleerden hebben niets ontdekt
waaruit ze kunnen opmaken

232
00:13:16,470 --> 00:13:20,370
welke van de vele tempelpoorten
de Schone Poort werd genoemd.

233
00:13:20,370 --> 00:13:23,610
Vanaf de vijfde eeuw heeft
de christelijke traditie deze

234
00:13:23,610 --> 00:13:26,610
poort in verband gebracht
met de Susanpoort.

235
00:13:26,610 --> 00:13:30,690
Je moet bedenken dat de tempel uit
veel verschillende voorhoven bestond.

236
00:13:30,690 --> 00:13:35,130
De buitenste omtrek van de tempel werd
gevormd door een buitenmuur die hem van

237
00:13:35,130 --> 00:13:37,650
het gebied buiten de tempel scheidde.

238
00:13:37,650 --> 00:13:41,790
Er waren verschillende poorten, waaronder
een poort aan de oostkant die de

239
00:13:41,790 --> 00:13:43,710
Susanpoort werd genoemd.

240
00:13:43,710 --> 00:13:48,210
Via die poort kwam je vanuit het
oosten het hele tempelcomplex binnen.

241
00:13:48,210 --> 00:13:51,270
Zoals ik al zei, heeft de
christelijke traditie die

242
00:13:51,270 --> 00:13:54,750
Susanpoort in verband gebracht
met de poort die hier de Schone

243
00:13:54,750 --> 00:13:56,010
Poort wordt genoemd.

244
00:13:56,010 --> 00:13:59,850
De meeste geleerden betwijfelen
of het om de Susanpoort gaat.

245
00:13:59,850 --> 00:14:03,810
Er is nog een poort, die de
Nikanorpoort wordt genoemd.

246
00:14:03,810 --> 00:14:07,230
N-I-K-A-N-O-R, Nikanor.

247
00:14:07,230 --> 00:14:11,670
Toen de tempel er nog stond, ging je door
een van de vele poorten in de buitenmuur

248
00:14:11,670 --> 00:14:16,110
naar binnen en kwam je in wat het
Voorhof van de heidenen werd genoemd.

249
00:14:16,110 --> 00:14:20,430
Het heette het Voorhof van de heidenen,
omdat heidenen in dat deel van de

250
00:14:20,430 --> 00:14:22,170
tempel mochten komen.

251
00:14:22,170 --> 00:14:25,050
In geen enkel ander deel mochten ze komen.

252
00:14:25,050 --> 00:14:30,270
Verder dan dat konden ze niet gaan: tot
in dit buitenste voorhof van de tempel.

253
00:14:30,270 --> 00:14:33,930
Heidenen mochten daar komen,
en als ze godvrezenden waren,

254
00:14:33,930 --> 00:14:37,350
konden ze in de Joodse tempel
tot de God van de Joden bidden,

255
00:14:37,350 --> 00:14:39,150
en sommigen deden dat ook.

256
00:14:39,150 --> 00:14:42,990
Maar omdat ze onbesneden waren,
mochten ze niet verdergaan.

257
00:14:42,990 --> 00:14:46,770
Daarachter bevond zich nog een muur,
waardoor je in wat het Voorhof van de

258
00:14:46,770 --> 00:14:48,990
vrouwen werd genoemd terechtkwam.

259
00:14:48,990 --> 00:14:51,570
Het was niet zo dat daar
alleen vrouwen waren,

260
00:14:51,570 --> 00:14:56,430
maar verder mochten vrouwen niet
gaan — Joodse vrouwen welteverstaan.

261
00:14:56,430 --> 00:15:00,330
Heidenen mochten niet verder komen
dan het Voorhof van de heidenen.

262
00:15:00,330 --> 00:15:04,050
Vrouwen mochten niet verder komen
dan het Voorhof van de vrouwen.

263
00:15:04,050 --> 00:15:07,350
Achter het Voorhof van de
vrouwen bevond zich nog een muur.

264
00:15:07,350 --> 00:15:09,870
Verder naar binnen lag
het Voorhof van Israël,

265
00:15:09,870 --> 00:15:13,050
dat uitsluitend voor
Joodse mannen bestemd was.

266
00:15:13,050 --> 00:15:16,050
Daarna had je het gebouw,
de heilige plaats,

267
00:15:16,050 --> 00:15:20,070
het heilige der heiligen en
al die dingen in het midden.

268
00:15:20,070 --> 00:15:24,990
Tussen het Voorhof van de heidenen en het
Voorhof van de vrouwen zat in een muur een

269
00:15:24,990 --> 00:15:27,870
poort die de Nikanorpoort werd genoemd.

270
00:15:27,870 --> 00:15:31,410
De meeste geleerden geloven dat
dit waarschijnlijk de poort was

271
00:15:31,410 --> 00:15:34,110
die in die tijd de Schone
Poort werd genoemd.

272
00:15:34,110 --> 00:15:38,130
Josephus, die in die tijd
leefde en de tempel voor ons

273
00:15:38,130 --> 00:15:42,870
vrij uitvoerig heeft beschreven,
noemde hem niet de Schone Poort.

274
00:15:42,870 --> 00:15:46,710
Hij zei echter wel dat de
Nikanorpoort bekendstond om

275
00:15:46,710 --> 00:15:49,110
zijn uitzonderlijke schoonheid.

276
00:15:49,110 --> 00:15:53,610
Het was een bronzen poort en blijkbaar
glansde hij veel opvallender dan

277
00:15:53,610 --> 00:15:55,110
de andere poorten.

278
00:15:55,110 --> 00:15:58,230
Die andere poorten waren niet van brons.

279
00:15:58,230 --> 00:16:01,710
Omdat Josephus hem als
opmerkelijk mooi beschreef,

280
00:16:01,710 --> 00:16:06,210
nemen de meeste geleerden aan dat dit
de Schone Poort van de tempel moet zijn

281
00:16:06,210 --> 00:16:09,270
geweest, zoals die destijds werd genoemd.

282
00:16:09,270 --> 00:16:12,510
Ook deze poort bevond
zich aan de oostkant.

283
00:16:12,510 --> 00:16:13,890
Dit is het punt.

284
00:16:13,890 --> 00:16:17,910
Als je eenmaal binnen het tempelgebied
in het Voorhof van de heidenen was,

285
00:16:17,910 --> 00:16:21,270
kon je vanuit het oosten de
andere voorhoven binnengaan.

286
00:16:21,270 --> 00:16:24,270
Maar als je helemaal buiten
het tempelcomplex stond,

287
00:16:24,270 --> 00:16:27,930
zouden de meeste mensen niet
vanuit het oosten naar binnen gaan.

288
00:16:27,930 --> 00:16:32,670
De Susanpoort, die zich aan de oostkant
van de buitenmuur van de tempel bevond,

289
00:16:32,670 --> 00:16:36,150
was dus niet de poort waardoor de
meeste mensen naar binnen gingen,

290
00:16:36,150 --> 00:16:38,850
want de stad lag ten westen van de tempel.

291
00:16:38,850 --> 00:16:42,810
De meeste mensen die vanuit de stad
Jeruzalem naar de tempel kwamen,

292
00:16:42,810 --> 00:16:44,850
kwamen vanuit het westen.

293
00:16:44,850 --> 00:16:48,390
Aan de oostkant zou niet
zoveel voetgangersverkeer zijn.

294
00:16:48,390 --> 00:16:51,690
Je zou denken dat een bedelaar
tegen zijn vrienden zou zeggen,

295
00:16:51,690 --> 00:16:57,090
als zij hem bij een van de poorten zouden
neerzetten: ‘Zet me bij de westpoort neer.

296
00:16:57,090 --> 00:16:59,430
Daar komen de meeste mensen naar binnen.’

297
00:16:59,430 --> 00:17:03,930
Aan de westkant zou hij veel meer mensen
hebben op wie hij een beroep kon doen.

298
00:17:03,930 --> 00:17:06,630
Maar de Susanpoort bevond
zich aan de oostkant.

299
00:17:06,630 --> 00:17:08,850
Hij werd wel gebruikt, maar voor een

300
00:17:08,850 --> 00:17:11,730
bedelaar was het niet zo’n
aantrekkelijke plaats.

301
00:17:11,730 --> 00:17:16,350
Daarom denken veel geleerden niet dat
hij bij de Susanpoort gezeten zal hebben,

302
00:17:16,350 --> 00:17:19,350
hoewel dat volgens de
traditie wel de poort is.

303
00:17:19,350 --> 00:17:23,370
Maar als de mensen eenmaal binnen
waren, konden ze naar de oostkant lopen

304
00:17:23,370 --> 00:17:27,690
en door een poort de tempel binnengaan,
naar de voorhof van de vrouwen of

305
00:17:27,690 --> 00:17:29,370
de andere voorhoven.

306
00:17:29,370 --> 00:17:32,550
Waarschijnlijk bevond de
Schone Poort zich daar.

307
00:17:32,550 --> 00:17:35,730
Interessant is dat Jezus
heel vaak in de tempel kwam.

308
00:17:35,730 --> 00:17:38,130
In de laatste week of zo van Zijn leven

309
00:17:38,130 --> 00:17:42,390
was Hij daar elke dag en
ging Hij er steeds in en uit.

310
00:17:42,390 --> 00:17:44,970
Waarschijnlijk kwam Hij
vanuit het oosten binnen.

311
00:17:44,970 --> 00:17:48,090
Want wanneer Jezus in de
omgeving van Jeruzalem was,

312
00:17:48,090 --> 00:17:52,530
bracht Hij de nachten door op de
Olijfberg, in het dorp Bethanië,

313
00:17:52,530 --> 00:17:56,490
in het huis van Maria, Martha en Lazarus.

314
00:17:56,490 --> 00:17:59,850
Dat lag ongeveer drie kilometer
ten oosten van Jeruzalem.

315
00:17:59,850 --> 00:18:04,230
Dus wanneer Jezus Jeruzalem
naderde, kwam Hij vanuit het oosten.

316
00:18:04,230 --> 00:18:08,910
Als Hij de tempel binnenging, is de kans
groot dat Hij vanuit het oosten kwam

317
00:18:08,910 --> 00:18:11,430
en waarschijnlijk langs deze man liep.

318
00:18:11,430 --> 00:18:15,450
Later in het verhaal,
in hoofdstuk 4, vers 22,

319
00:18:15,450 --> 00:18:19,290
wordt ons verteld dat deze man
ouder dan veertig jaar was.

320
00:18:19,290 --> 00:18:23,850
Hij was kreupel geboren, dus hij was
al meer dan veertig jaar kreupel.

321
00:18:23,850 --> 00:18:26,550
En hij had dagelijks
bij die poort gelegen.

322
00:18:26,550 --> 00:18:29,970
Dit betekent dat Jezus nog
maar een paar maanden eerder

323
00:18:29,970 --> 00:18:34,530
waarschijnlijk langs deze man was
gelopen, misschien wel meerdere keren.

324
00:18:34,530 --> 00:18:37,170
Maar de man was nog steeds verlamd.

325
00:18:37,170 --> 00:18:38,910
Jezus had hem niet genezen.

326
00:18:38,910 --> 00:18:42,930
Dit vormt Bijbels bewijs dat
Jezus niet iedereen genas.

327
00:18:42,930 --> 00:18:45,810
Petrus genas hem, zoals we zullen zien.

328
00:18:45,810 --> 00:18:48,750
Het was dus niet zo dat
God hem niet wilde genezen.

329
00:18:48,750 --> 00:18:53,730
Maar blijkbaar wilde Hij hem niet genezen
door de persoonlijke bediening van Jezus.

330
00:18:53,730 --> 00:18:57,390
Hij bewaarde hem voor de
apostelen om hem te genezen.

331
00:18:57,390 --> 00:19:01,290
Dat wil zeggen: Hij gaf de
apostelen de gelegenheid om veel

332
00:19:01,290 --> 00:19:06,210
opzien te baren en deze preek te
houden door de man niet te genezen.

333
00:19:06,210 --> 00:19:09,090
Wanneer wij of onze dierbaren ziek zijn,

334
00:19:09,090 --> 00:19:13,050
zijn maar weinig dingen voor ons
belangrijker dan genezen te worden of

335
00:19:13,050 --> 00:19:14,490
genezing te zien.

336
00:19:14,490 --> 00:19:18,870
We nemen aan dat dit voor God
ook wel een prioriteit moet zijn.

337
00:19:18,870 --> 00:19:23,190
Maar God liet deze man meer
dan veertig jaar kreupel zijn.

338
00:19:23,190 --> 00:19:25,710
Hij was niet onwillig om hem te genezen,

339
00:19:25,710 --> 00:19:29,190
maar Hij liet hem meer dan
veertig jaar kreupel zijn.

340
00:19:29,190 --> 00:19:33,630
Zo was het ook met de man die
blind geboren was, in Johannes 9.

341
00:19:33,630 --> 00:19:35,430
De discipelen zeiden:

342
00:19:35,430 --> 00:19:41,130
En Zijn discipelen vroegen Hem: Rabbi, wie
heeft er gezondigd, hij of zijn ouders,

343
00:19:41,130 --> 00:19:43,410
dat hij blind geboren zou worden?

344
00:19:43,410 --> 00:19:45,210
Hij was ook volwassen.

345
00:19:45,210 --> 00:19:47,610
Hij was, als ik het me goed herinner,

346
00:19:47,610 --> 00:19:50,790
volgens mij bijna veertig
jaar blind geweest.

347
00:19:50,790 --> 00:19:53,310
Jezus zei dat hij niet blind geboren was

348
00:19:53,310 --> 00:19:55,830
doordat hij of zijn
ouders gezondigd hadden,

349
00:19:55,830 --> 00:19:59,550
maar opdat de werken van God
in hem zichtbaar zouden worden.

350
00:19:59,550 --> 00:20:02,910
Bedoel je dat deze man tientallen
jaren blind moest zijn,

351
00:20:02,910 --> 00:20:08,790
zodat God op deze specifieke dag Zijn
werken kon tonen door hem te genezen? Ja.

352
00:20:08,790 --> 00:20:12,390
Blijkbaar heeft God niet altijd
haast om mensen te genezen,

353
00:20:12,390 --> 00:20:14,910
zelfs niet als Hij van
plan is hen te genezen.

354
00:20:14,910 --> 00:20:19,590
De zussen van Lazarus stuurden Jezus
in Johannes 11 een boodschap en zeiden:

355
00:20:19,590 --> 00:20:27,330
Zijn zusters dan stuurden Hem de boodschap
: Heere, zie, hij die U liefhebt, is ziek.

356
00:20:27,330 --> 00:20:32,310
Daarmee bedoelden ze natuurlijk: „Kom
alstublieft en help hem. Genees hem.”

357
00:20:32,310 --> 00:20:34,230
Jezus wachtte een paar dagen.

358
00:20:34,230 --> 00:20:38,010
Hij negeerde hen niet;
Hij gaf antwoord. Hij zei:

359
00:20:38,010 --> 00:20:43,050
En toen Jezus dat hoorde, zei Hij:
Deze ziekte is niet tot de dood,

360
00:20:43,050 --> 00:20:45,990
maar is er met het oog op
de heerlijkheid van God,

361
00:20:45,990 --> 00:20:49,230
opdat de Zoon van God
erdoor verheerlijkt wordt.

362
00:20:49,230 --> 00:20:54,450
Maar daarna negeerde Hij het verzoek
twee dagen lang en bleef waar Hij was.

363
00:20:54,450 --> 00:20:59,490
Nadat Lazarus gestorven was, zei
Jezus tegen de discipelen: „Goed,

364
00:20:59,490 --> 00:21:00,870
we gaan daarheen.”

365
00:21:00,870 --> 00:21:05,310
Jezus zou iets voor hem doen, maar
niet wat de zussen hadden gevraagd.

366
00:21:05,310 --> 00:21:08,430
De zussen vroegen of
hij genezen kon worden,

367
00:21:08,430 --> 00:21:11,190
niet of hij uit de dood
kon worden opgewekt.

368
00:21:11,190 --> 00:21:13,890
Toen Jezus aankwam, zei de zus:

369
00:21:13,890 --> 00:21:19,110
Martha nu zei tegen Jezus:
Heere, als U hier geweest was,

370
00:21:19,110 --> 00:21:21,330
zou mijn broer niet gestorven zijn,

371
00:21:21,330 --> 00:21:24,630
Volgens mij dacht Hij: „Dat klopt precies.

372
00:21:24,630 --> 00:21:26,490
Daarom ben Ik niet gekomen.”

373
00:21:26,490 --> 00:21:30,090
Dat hij zou sterven maakte
deel uit van het plan,

374
00:21:30,090 --> 00:21:34,170
en dat hij zou worden opgewekt
maakte ook deel uit van het plan.

375
00:21:34,170 --> 00:21:37,890
God heeft een plan waarin
ziekte soms een rol speelt.

376
00:21:37,890 --> 00:21:41,250
Dat wil zeggen: waarin
Hij ziekte tolereert.

377
00:21:41,250 --> 00:21:44,670
God heeft ziekte niet in
de hof van Eden geschapen.

378
00:21:44,670 --> 00:21:49,170
Ziekte is, daar ben ik zeker
van, een gevolg van zonde.

379
00:21:49,170 --> 00:21:53,610
God heeft de macht om wie Hij maar
wil aan te raken en te genezen,

380
00:21:53,610 --> 00:21:54,930
maar Hij doet dat niet.

381
00:21:54,930 --> 00:21:59,430
In veel gevallen laat Hij ons lange tijd
leven met de gevolgen van de zondige

382
00:21:59,430 --> 00:22:02,490
wereld, misschien totdat we sterven.

383
00:22:02,490 --> 00:22:06,270
In het geval van Lazarus
liet Hij Lazarus sterven,

384
00:22:06,270 --> 00:22:08,790
maar Hij wekte hem op uit de dood.

385
00:22:08,790 --> 00:22:13,170
Zo zegt de Bijbel ook dat Hij
ons uit de dood zal opwekken.

386
00:22:13,170 --> 00:22:17,850
Misschien sterven we ziek, zoals
Lazarus, zonder dat Jezus ervoor kiest

387
00:22:17,850 --> 00:22:19,290
ons te genezen.

388
00:22:19,290 --> 00:22:21,810
Maar Hij zal ons opwekken.

389
00:22:21,810 --> 00:22:25,650
Het punt dat ik maak, is
dat Gods prioriteiten niet

390
00:22:25,650 --> 00:22:29,070
dezelfde zijn als die van
ons wanneer we ziek zijn.

391
00:22:29,070 --> 00:22:34,290
We kunnen bijna nergens anders aan
denken dan: „God, genees mij alstublieft.

392
00:22:34,290 --> 00:22:39,510
Genees mijn man, genees mijn vrouw,
genees mijn vriend, mijn kind.”

393
00:22:39,510 --> 00:22:43,950
God weet dat sommige dingen belangrijker
zijn dan lichamelijk comfort

394
00:22:43,950 --> 00:22:46,410
of zelfs lichamelijk overleven.

395
00:22:46,410 --> 00:22:48,690
Er zijn geestelijke kwesties.

396
00:22:48,690 --> 00:22:52,230
Er zijn dingen die het
Koninkrijk van God bevorderen.

397
00:22:52,230 --> 00:22:55,170
Hij liet deze man veertig
jaar kreupel zijn,

398
00:22:55,170 --> 00:22:58,410
hoewel Hij van plan was hem
uiteindelijk te genezen.

399
00:22:58,410 --> 00:23:01,410
Deze man bracht het
grootste deel van zijn leven

400
00:23:01,410 --> 00:23:05,130
door met de beperkingen van
zijn kreupelheid en met bedelen.

401
00:23:05,130 --> 00:23:08,970
Maar zijn tijd was
gekomen. Dit was de dag.

402
00:23:08,970 --> 00:23:13,350
Jezus was naar alle waarschijnlijkheid een
aantal keren aan hem voorbijgelopen en had

403
00:23:13,350 --> 00:23:14,850
hem niet genezen.

404
00:23:14,850 --> 00:23:19,950
Maar dit was de dag waarop God Petrus de
gelegenheid wilde geven om nog een paar

405
00:23:19,950 --> 00:23:22,770
duizend mensen met het
evangelie te bereiken.

406
00:23:22,770 --> 00:23:27,750
En deze man zou daarvoor de
katalysator zijn, gelukkig voor hem.

407
00:23:27,750 --> 00:23:30,390
Toen hij Petrus en
Johannes zag op het moment

408
00:23:30,390 --> 00:23:35,490
dat zij de tempel zouden binnengaan, vroeg
hij of hij een liefdegave mocht ontvangen.

409
00:23:35,490 --> 00:23:37,350
Hij wist niet wie ze waren.

410
00:23:37,350 --> 00:23:39,150
Hij wilde een aalmoes.

411
00:23:39,150 --> 00:23:41,550
Hij verwachtte niet genezen te worden.

412
00:23:41,550 --> 00:23:44,430
Hij wist niet wie Petrus
en Johannes waren.

413
00:23:44,430 --> 00:23:49,470
Het waren gewoon mannen in de
menigte, vreemden. Toen Petrus zei:

414
00:23:49,470 --> 00:23:50,790
Kijk naar ons.

415
00:23:50,790 --> 00:23:53,790
bedoelde hij waarschijnlijk:
„Kijk eens hierheen.

416
00:23:53,790 --> 00:23:55,650
Ik ga je wat geld geven.”

417
00:23:55,650 --> 00:23:57,510
Dat dacht de man tenminste.

418
00:23:57,510 --> 00:24:01,050
En daarom staat er dat hij
zijn aandacht op hen richtte,

419
00:24:01,050 --> 00:24:03,870
in de verwachting iets
van hen te ontvangen.

420
00:24:03,870 --> 00:24:08,010
Hij ontving inderdaad iets van
hen, maar niet wat hij verwachtte.

421
00:24:08,010 --> 00:24:11,130
Vaak denken we dat we weten wat
we van God willen ontvangen,

422
00:24:11,130 --> 00:24:13,230
maar Hij heeft een beter idee.

423
00:24:13,230 --> 00:24:16,590
Zelfs dat Lazarus stierf,
was een beter idee.

424
00:24:16,590 --> 00:24:18,810
Jezus zei tegen Zijn discipelen:

425
00:24:18,810 --> 00:24:23,370
Toen zei Jezus dan openlijk
tegen hen: Lazarus is gestorven.

426
00:24:23,370 --> 00:24:27,090
En Ik ben blij voor u dat Ik
daar niet was, opdat u gelooft;

427
00:24:27,090 --> 00:24:29,190
maar laten wij naar hem toe gaan.

428
00:24:29,190 --> 00:24:33,090
Zijn zussen dachten dat het beter
was als Lazarus genezen werd.

429
00:24:33,090 --> 00:24:36,930
Jezus zei: „Nee, het is
beter dat hij sterft.

430
00:24:36,930 --> 00:24:38,610
Ik heb een beter idee.

431
00:24:38,610 --> 00:24:40,290
Ik ga hem opwekken.”

432
00:24:40,290 --> 00:24:42,570
Daar moeten we bij God van uitgaan.

433
00:24:42,570 --> 00:24:45,150
We weten wat we verwachten
en wat we willen,

434
00:24:45,150 --> 00:24:49,890
maar God heeft altijd óf
hetzelfde idee óf een beter idee.

435
00:24:49,890 --> 00:24:54,030
Zijn betere idee ziet er vanuit ons
gezichtspunt misschien niet als een beter

436
00:24:54,030 --> 00:24:59,010
idee uit, maar wanneer alles achter de
rug is, zien we dat het dat wel was.

437
00:24:59,010 --> 00:25:00,810
Deze man verwachtte geld.

438
00:25:00,810 --> 00:25:02,790
Als bedelaar was hij arm.

439
00:25:02,790 --> 00:25:05,970
Wat wil een arm mens? Hij wil geld.

440
00:25:05,970 --> 00:25:08,910
Hij hoopt dat God hem meer geld zal geven.

441
00:25:08,910 --> 00:25:11,010
Maar God heeft een beter idee.

442
00:25:11,010 --> 00:25:12,990
Hij gaat hem geen vis geven.

443
00:25:12,990 --> 00:25:14,970
Hij gaat hem leren vissen.

444
00:25:14,970 --> 00:25:18,450
Hij gaat hem in staat stellen
om voor zijn brood te werken.

445
00:25:18,450 --> 00:25:20,850
Hij gaat zijn gezondheid herstellen.

446
00:25:20,850 --> 00:25:25,230
Hij gaat hem een leven geven
waarvan hij nooit had durven dromen.

447
00:25:25,230 --> 00:25:28,710
En het enige wat hij wilde,
waren een paar muntjes.

448
00:25:28,710 --> 00:25:31,050
Ik denk dat mensen soms zo zijn.

449
00:25:31,050 --> 00:25:36,090
Hun gebeden zijn zelfzuchtige gebeden,
maar ze beseffen niet dat datgene waar ze

450
00:25:36,090 --> 00:25:40,710
om bidden veel minder is dan wat
God werkelijk van plan is te geven,

451
00:25:40,710 --> 00:25:42,930
iets van een heel andere aard.

452
00:25:42,930 --> 00:25:44,670
Petrus antwoordde hem:

453
00:25:44,670 --> 00:25:50,550
Petrus zei echter: Zilver en goud heb
ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u:

454
00:25:50,550 --> 00:25:55,830
in de Naam van Jezus Christus de
Nazarener, sta op en ga lopen!

455
00:25:55,830 --> 00:25:59,190
Dat is interessant, want
Petrus en de apostelen

456
00:25:59,190 --> 00:26:02,250
verdeelden de financiën van
de christelijke gemeenschap.

457
00:26:02,250 --> 00:26:05,850
Er wordt ons verteld dat mensen
huizen en landerijen verkochten,

458
00:26:05,850 --> 00:26:09,870
het geld brachten en het aan de
voeten van de apostelen legden om het

459
00:26:09,870 --> 00:26:11,310
te laten verdelen.

460
00:26:11,310 --> 00:26:16,770
Op dat moment, in elk geval totdat ze in
hoofdstuk 6 de zeven aanstelden om dit te

461
00:26:16,770 --> 00:26:20,130
doen, beheerden de apostelen
waarschijnlijk een heleboel geld

462
00:26:20,130 --> 00:26:21,570
voor de gemeente.

463
00:26:21,570 --> 00:26:25,590
En toch zei Petrus: „Ik
heb geen geld.” Waarom?

464
00:26:25,590 --> 00:26:27,210
Omdat hij dat niet had.

465
00:26:27,210 --> 00:26:31,830
Hij beheerde Gods geld voor Gods
volk, maar zelf bezat hij niets.

466
00:26:31,830 --> 00:26:36,990
Denk eraan: zij die bezittingen hadden,
beschouwden de dingen die ze hadden

467
00:26:36,990 --> 00:26:38,430
niet als hun eigendom.

468
00:26:38,430 --> 00:26:41,730
Hij had waarschijnlijk naar de
schatkist van de gemeente kunnen gaan

469
00:26:41,730 --> 00:26:44,850
en daar een paar muntjes
voor deze man kunnen vinden.

470
00:26:44,850 --> 00:26:48,690
Maar bij het beheer van het geld van
de gemeente golden kennelijk andere

471
00:26:48,690 --> 00:26:51,810
prioriteiten dan alleen
een bedelaar helpen,

472
00:26:51,810 --> 00:26:56,070
vooral wanneer je hem op een andere
manier veel beter kunt helpen.

473
00:26:56,070 --> 00:26:59,490
En dus zegt hij: „Ik heb
geen zilver en goud.”

474
00:26:59,490 --> 00:27:02,370
De moed zonk die man
waarschijnlijk in de schoenen.

475
00:27:02,370 --> 00:27:05,550
Hij dacht: „Waarom trok
je dan mijn aandacht?

476
00:27:05,550 --> 00:27:07,290
Waarom geef je me hoop?

477
00:27:07,290 --> 00:27:11,310
Ik vroeg om een aalmoes en
jij zegt: ‘Kijk naar mij.’

478
00:27:11,310 --> 00:27:12,870
Ik kijk naar je.

479
00:27:12,870 --> 00:27:15,990
Ik heb reden om te verwachten
dat je die gaat geven,

480
00:27:15,990 --> 00:27:18,690
en dan vertel je me dat je geen geld hebt?

481
00:27:18,690 --> 00:27:21,690
Zit je me te plagen? Ben je wreed?

482
00:27:21,690 --> 00:27:23,190
Wat is er aan de hand?”

483
00:27:23,190 --> 00:27:26,610
Hij zei: „Maar wat ik
wel heb, kan ik je geven.

484
00:27:26,610 --> 00:27:30,150
Het is geen geld, maar ik
kan je iets beters geven.”

485
00:27:30,150 --> 00:27:33,330
En hij greep hem bij de
rechterhand en richtte hem op,

486
00:27:33,330 --> 00:27:36,510
en onmiddellijk werden
zijn voeten en enkels vast.

487
00:27:36,510 --> 00:27:39,690
En met een sprong stond
hij overeind en liep rond,

488
00:27:39,690 --> 00:27:45,090
en hij ging met hen de tempel in,
lopend en springend en God lovend.

489
00:27:45,090 --> 00:27:48,450
En al het volk zag hem lopen en God loven.

490
00:27:48,450 --> 00:27:52,410
En zij wisten dat hij degene was die voor
een liefdegave bij de Schone Poort van de

491
00:27:52,410 --> 00:27:57,270
tempel gezeten had; en zij werden
vervuld met verbazing en ontsteltenis

492
00:27:57,270 --> 00:27:59,370
over wat er met hem gebeurd was.

493
00:27:59,370 --> 00:28:02,730
Dit geeft Petrus de kans om hun
nieuwsgierigheid te benutten,

494
00:28:02,730 --> 00:28:06,270
nog een preek te houden en een
heleboel mensen te behouden.

495
00:28:06,270 --> 00:28:08,550
Misschien heb je dit verhaal wel gehoord.

496
00:28:08,550 --> 00:28:10,350
Naar verluidt is het echt gebeurd.

497
00:28:10,350 --> 00:28:15,750
Er was een tijd in de middeleeuwen waarin
de Rooms-Katholieke Kerk zeer rijk was,

498
00:28:15,750 --> 00:28:18,210
rijker dan de boeren die haar bezochten.

499
00:28:18,210 --> 00:28:21,090
Een deel van de reden dat de
boeren niet erg rijk waren,

500
00:28:21,090 --> 00:28:25,830
was dat de kerk hun geld afnam om
kathedralen en dergelijke te bouwen.

501
00:28:25,830 --> 00:28:27,870
De kerk was behoorlijk rijk.

502
00:28:27,870 --> 00:28:31,350
En er wordt gezegd dat de
heilige Thomas van Aquino

503
00:28:31,350 --> 00:28:34,950
bij een bepaalde gelegenheid
een bezoek bracht aan de paus,

504
00:28:34,950 --> 00:28:37,410
paus Innocentius de Tweede.

505
00:28:37,410 --> 00:28:42,330
De paus was toevallig bezig de rijkdom
van de kerk in ogenschouw te nemen.

506
00:28:42,330 --> 00:28:46,710
Op een grote tafel lag allerlei
zilver en goud uitgestald.

507
00:28:46,710 --> 00:28:51,870
Hij zag Thomas van Aquino binnenkomen
en paus Innocentius de Tweede zei:

508
00:28:51,870 --> 00:28:55,350
„Je ziet het, Thomas, de
kerk kan niet langer zeggen:

509
00:28:55,350 --> 00:28:57,750
‘Zilver en goud heb ik niet.’”

510
00:28:57,750 --> 00:29:03,630
Thomas zei: „Dat is waar, Vader, maar ze
kan ook niet zeggen: ‘Sta op en loop.’”

511
00:29:03,630 --> 00:29:07,230
De kerk was niet langer
arm, maar was nu machteloos.

512
00:29:07,230 --> 00:29:10,170
Ze had niet de kracht van
de apostolische gemeente.

513
00:29:10,170 --> 00:29:13,830
Ik denk dat gemeenten tegenwoordig
vaak denken als bedrijven.

514
00:29:13,830 --> 00:29:15,810
We hebben veel geld nodig.

515
00:29:15,810 --> 00:29:18,090
Als we een groot gebouw kunnen neerzetten,

516
00:29:18,090 --> 00:29:22,470
een goedbetaalde voorganger en een
goedbetaald aanbiddingsteam kunnen nemen,

517
00:29:22,470 --> 00:29:25,470
kunnen we ervoor zorgen dat
veel mensen behouden worden

518
00:29:25,470 --> 00:29:29,250
en kunnen we grote invloed uitoefenen
voor het Koninkrijk van God.

519
00:29:29,250 --> 00:29:31,350
Maar dat kost allemaal geld.

520
00:29:31,350 --> 00:29:33,510
Maar wat als je geen geld hebt?

521
00:29:33,510 --> 00:29:36,750
Wat als je alleen de kracht
van God hebt en geen geld?

522
00:29:36,750 --> 00:29:41,670
Bedenk dat er mensen waren die Jezus
wilden volgen, en Hij zei tegen hen:

523
00:29:41,670 --> 00:29:47,070
En Jezus zei tegen hem: De vossen hebben
holen, en de vogels in de lucht nesten,

524
00:29:47,070 --> 00:29:51,690
maar de Zoon des mensen heeft niets
waarop Hij het hoofd kan neerleggen.

525
00:29:51,690 --> 00:29:55,830
Toen de Farizeeën Jezus met een vraag
over geld in de val wilden lokken

526
00:29:55,830 --> 00:30:00,270
en Hij aan de hand van een penning
iets duidelijk wilde maken, zei Hij:

527
00:30:00,270 --> 00:30:03,210
Huichelaars, waarom verzoekt u Mij?

528
00:30:03,210 --> 00:30:04,950
Toon Mij de belastingmunt.

529
00:30:04,950 --> 00:30:06,930
En zij brachten Hem een penning.

530
00:30:06,930 --> 00:30:11,310
Hij had er zelf geen. Zij
hadden een penning. Hij zei:

531
00:30:11,310 --> 00:30:15,690
En Hij zei tegen hen: Van wie is
deze afbeelding en het opschrift?

532
00:30:15,690 --> 00:30:18,570
Kijk, Jezus had niet veel geld.

533
00:30:18,570 --> 00:30:22,590
De apostelen hadden niet veel
geld, maar ze hadden iets beters.

534
00:30:22,590 --> 00:30:26,130
Vaak hebben de gemeenten van
tegenwoordig hetzelfde soort macht als

535
00:30:26,130 --> 00:30:30,390
wereldse bedrijven, in het beste
geval, als ze succesvol zijn.

536
00:30:30,390 --> 00:30:37,050
Ze hebben grote gebouwen, hoge salarissen,
veel talent en grote auditoria, enzovoort.

537
00:30:37,050 --> 00:30:40,290
Maar heel weinig christenen,
heel weinig gemeenten,

538
00:30:40,290 --> 00:30:42,870
kunnen tegen een verlamde man zeggen:

539
00:30:42,870 --> 00:30:48,690
Petrus zei echter: Zilver en goud heb
ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u:

540
00:30:48,690 --> 00:30:54,210
in de Naam van Jezus Christus de
Nazarener, sta op en ga lopen!

541
00:30:54,210 --> 00:30:57,450
en dan gebeurt het. De kerk
kan niet langer zeggen:

542
00:30:57,450 --> 00:31:01,410
Ik heb geen zilver of goud,
maar evenmin kan ze zeggen:

543
00:31:01,410 --> 00:31:03,210
Sta op en loop.

544
00:31:03,210 --> 00:31:07,110
Niet erg vaak. Er gebeuren
tegenwoordig wonderen in de wereld,

545
00:31:07,110 --> 00:31:10,770
maar doorgaans gebeuren die niet
in de grote gemeenten wanneer de

546
00:31:10,770 --> 00:31:13,470
televisiecamera’s draaien,
of iets dergelijks.

547
00:31:13,470 --> 00:31:14,730
Het gebeurt gewoon niet.

548
00:31:14,730 --> 00:31:17,130
Je kunt ze niet vaak
met bewijzen vastleggen.

549
00:31:17,130 --> 00:31:21,930
Deze man werd dus genezen, en
hij liep en sprong en prees God.

550
00:31:21,930 --> 00:31:26,970
Je zou verwachten dat een man die niet
kon lopen, zou lopen als hij genezen was.

551
00:31:26,970 --> 00:31:30,870
Maar dat hij sprong, getuigt
van een enorme uitbundigheid.

552
00:31:30,870 --> 00:31:35,490
Het lijkt op David, die danste en sprong
in de tegenwoordigheid van de ark van het

553
00:31:35,490 --> 00:31:38,070
verbond toen die werd binnengebracht.

554
00:31:38,070 --> 00:31:42,270
Het getuigt van enorme
uitbundigheid, van enorme vreugde.

555
00:31:42,270 --> 00:31:45,870
Je kunt je voorstellen hoe dat zou
zijn als je nog nooit had kunnen lopen

556
00:31:45,870 --> 00:31:48,690
en nu zonder enige beperking kon lopen.

557
00:31:48,690 --> 00:31:53,790
Het is interessant hoe Lukas, de arts,
beschrijft wat er met de man gebeurde.

558
00:31:53,790 --> 00:31:56,430
Petrus stak zijn hand uit, en er staat:

559
00:31:56,430 --> 00:31:59,730
En hij greep hem bij de
rechterhand en richtte hem op,

560
00:31:59,730 --> 00:32:02,790
en onmiddellijk werden
zijn voeten en enkels vast.

561
00:32:02,790 --> 00:32:05,790
En met een sprong stond
hij overeind en liep rond,

562
00:32:05,790 --> 00:32:10,830
en hij ging met hen de tempel in,
lopend en springend en God lovend.

563
00:32:10,830 --> 00:32:14,310
En al het volk zag hem lopen en God loven.

564
00:32:14,310 --> 00:32:18,810
En zij wisten dat hij degene was die voor
een liefdegave bij de Schone Poort van de

565
00:32:18,810 --> 00:32:24,330
tempel gezeten had; en zij werden vervuld
met verbazing en ontsteltenis over wat er

566
00:32:24,330 --> 00:32:25,830
met hem gebeurd was.

567
00:32:25,830 --> 00:32:27,270
Ik ben geen arts.

568
00:32:27,270 --> 00:32:32,010
Ik zou waarschijnlijk gewoon hebben gezegd
dat die man liep, dat die man opstond.

569
00:32:32,010 --> 00:32:35,250
Lukas, de arts, zegt dat
de enkels van die man

570
00:32:35,250 --> 00:32:39,870
en de botten in zijn voeten zijn probleem
vormden, maar dat die genezen werden.

571
00:32:39,870 --> 00:32:43,410
Ze werden sterk, en hij
kon opstaan en springen.

572
00:32:43,410 --> 00:32:48,270
De mededeling dat deze man sprong, vestigt
de aandacht op het feit dat met de komst

573
00:32:48,270 --> 00:32:51,990
van de Heilige Geest de
messiaanse tijd was aangebroken.

574
00:32:51,990 --> 00:32:56,730
Jesaja hoofdstuk 35 is een van
de vele gedeelten in Jesaja

575
00:32:56,730 --> 00:33:00,930
over de messiaanse tijd,
de tijd van de Messias.

576
00:33:00,930 --> 00:33:05,430
Hoofdstuk 35 is een kort hoofdstuk,
maar het gaat helemaal over de tijd

577
00:33:05,430 --> 00:33:07,050
van de Messias.

578
00:33:07,050 --> 00:33:11,850
Het is poëzie, dus je moet de
dichterlijke taal nemen voor wat die is.

579
00:33:11,850 --> 00:33:14,550
Maar in vers 5 en 6 staat:

580
00:33:14,550 --> 00:33:17,670
Dan zullen de ogen van de
blinden worden opengedaan,

581
00:33:17,670 --> 00:33:20,850
de oren van de doven
zullen worden geopend.

582
00:33:20,850 --> 00:33:26,130
Dan zal de kreupele springen als een
hert, de tong van de stomme zal juichen.

583
00:33:26,130 --> 00:33:31,650
Want in de woestijn zullen wateren zich
een weg banen en beken in de wildernis.

584
00:33:31,650 --> 00:33:36,330
We hebben in Jesaja al gezien dat dit
verwijst naar het uitstorten van de Geest.

585
00:33:36,330 --> 00:33:40,710
In Jesaja 32, slechts
drie hoofdstukken eerder,

586
00:33:40,710 --> 00:33:45,570
wordt gezegd dat alles een woestijn
is totdat de Geest wordt uitgestort,

587
00:33:45,570 --> 00:33:48,690
en dan bloeit de woestijn als een roos.

588
00:33:48,690 --> 00:33:52,290
Er wordt hier dus over geestelijke
vruchtbaarheid gesproken.

589
00:33:52,290 --> 00:33:54,150
Maar let op de wonderen.

590
00:33:54,150 --> 00:33:57,570
Alles wat daar wordt
genoemd, heeft Jezus gedaan,

591
00:33:57,570 --> 00:34:00,930
en de apostelen hebben veel
van die dingen ook gedaan.

592
00:34:00,930 --> 00:34:03,630
Jezus opende de ogen van blinden.

593
00:34:03,630 --> 00:34:06,210
Hij maakte de tong van stommen los.

594
00:34:06,210 --> 00:34:08,730
Hij opende de oren van doven.

595
00:34:08,730 --> 00:34:12,690
In dit geval liet Petrus de
verlamde man springen als een hert.

596
00:34:12,690 --> 00:34:14,970
Hij sprong en liep.

597
00:34:14,970 --> 00:34:20,070
Alleen al het beeld van hem die springt,
doet dus denken aan die voorzegging.

598
00:34:20,070 --> 00:34:25,590
Trouwens, toen Jezus op aarde was, dachten
de meeste Joden, ook Zijn discipelen,

599
00:34:25,590 --> 00:34:29,970
dat de messiaanse opdracht anders
was dan uiteindelijk werkelijk bleek.

600
00:34:29,970 --> 00:34:34,290
Ze dachten dat de Messias een
veroveraar moest zijn, een bevrijder,

601
00:34:34,290 --> 00:34:38,490
een legeraanvoerder die de kinderen
van Israël naar de overwinning op hun

602
00:34:38,490 --> 00:34:43,950
onderdrukkers, de Romeinen, zou leiden en
daarna van hen een onafhankelijke staat

603
00:34:43,950 --> 00:34:46,890
zou maken, zoals David had gedaan.

604
00:34:46,890 --> 00:34:50,250
David had de Filistijnen en
de Edomieten en de andere

605
00:34:50,250 --> 00:34:54,510
vijanden van Israël vernietigd
en van Israël een onafhankelijke

606
00:34:54,510 --> 00:34:57,210
en gerespecteerde natie gemaakt.

607
00:34:57,210 --> 00:35:00,270
Dat was wat men van de Messias verwachtte.

608
00:35:00,270 --> 00:35:05,130
Jezus kwam, deed niets van dat
alles en probeerde het zelfs niet.

609
00:35:05,130 --> 00:35:08,850
Johannes de Doper wist, net
als de discipelen van Jezus,

610
00:35:08,850 --> 00:35:13,110
eigenlijk niet beter dan de meeste mensen
wat de Messias geacht werd te doen.

611
00:35:13,110 --> 00:35:16,410
Hij was een profeet, maar dat
betekent niet dat hij alle

612
00:35:16,410 --> 00:35:19,650
profetieën begreep die andere
profeten hadden ontvangen.

613
00:35:19,650 --> 00:35:22,410
Hij gaf woorden van de
Heere door, maar ook

614
00:35:22,410 --> 00:35:24,990
hij maakte zich er zorgen
over dat Jezus niet

615
00:35:24,990 --> 00:35:27,750
deed wat de Messias geacht werd te doen.

616
00:35:27,750 --> 00:35:32,070
Johannes zat in de gevangenis, en
nog wel in een Romeinse gevangenis.

617
00:35:32,070 --> 00:35:36,510
Johannes zou dus zeggen: „Als Jezus nu
maar eens aan de slag ging en de Romeinen

618
00:35:36,510 --> 00:35:39,030
hier verdreef, zou ik vrij zijn.

619
00:35:39,030 --> 00:35:42,090
Maar ik zit hier weg te rotten
in een Romeinse gevangenis,

620
00:35:42,090 --> 00:35:46,350
en Jezus loopt daarbuiten gewoon zo’n
beetje de aardige man uit te hangen.

621
00:35:46,350 --> 00:35:48,990
Waarom stelt Hij Zich
niet strijdlustig op?”

622
00:35:48,990 --> 00:35:51,510
Johannes stuurde boodschappers
naar Jezus met de vraag:

623
00:35:51,510 --> 00:35:56,790
en zei tegen Hem: Bent U het Die komen
zou, of verwachten wij een ander?

624
00:35:56,790 --> 00:35:59,250
Hij probeerde Jezus een
beetje te prikkelen,

625
00:35:59,250 --> 00:36:04,170
probeerde Hem misschien een beetje aan te
sporen: „Kom op, ga nu eens aan de slag.”

626
00:36:04,170 --> 00:36:09,330
Jezus zei tegen de boodschappers: „Ga
terug en vertel Johannes wat jullie zien:

627
00:36:09,330 --> 00:36:13,770
En Jezus antwoordde en zei tegen
hen: Ga heen en bericht Johannes

628
00:36:13,770 --> 00:36:18,930
wat u hoort en ziet: blinden worden
ziende en kreupelen kunnen lopen;

629
00:36:18,930 --> 00:36:22,710
melaatsen worden gereinigd
en doven kunnen horen;

630
00:36:22,710 --> 00:36:26,610
doden worden opgewekt en aan armen
wordt het Evangelie verkondigd;

631
00:36:26,610 --> 00:36:29,550
Hij verwijst naar deze passage in Jesaja.

632
00:36:29,550 --> 00:36:34,410
Hij wijst erop: „Luister, heeft Jesaja
niet gezegd dat deze dingen in het

633
00:36:34,410 --> 00:36:37,290
tijdperk van de Messias zouden gebeuren?

634
00:36:37,290 --> 00:36:39,090
Deze dingen gebeuren.

635
00:36:39,090 --> 00:36:43,050
Ga Johannes vertellen dat
jullie dat zien. Ze gebeuren.

636
00:36:43,050 --> 00:36:45,270
Dat zal zijn vraag beantwoorden.”

637
00:36:45,270 --> 00:36:48,390
Hij vraagt zich af of Ik
de Messias ben of niet.

638
00:36:48,390 --> 00:36:52,590
Herinner hem eraan wat de profeet zei
dat de Messias zou doen en wat jullie

639
00:36:52,590 --> 00:36:54,150
hier zien gebeuren.

640
00:36:54,150 --> 00:36:58,470
Dat de kreupele springt als een hert,
is een van de dingen in die passage die

641
00:36:58,470 --> 00:37:01,230
bewijzen dat Jezus de Messias is.

642
00:37:01,230 --> 00:37:05,430
En Petrus is het instrument
door wie Jezus deze man geneest.

643
00:37:05,430 --> 00:37:09,570
Bedenk dat iedereen die door de
bediening van de apostelen werd genezen,

644
00:37:09,570 --> 00:37:11,850
door Jezus werd genezen.

645
00:37:11,850 --> 00:37:14,850
Daarom zei Petrus in
Handelingen hoofdstuk 9,

646
00:37:14,850 --> 00:37:19,410
toen hij een verlamde man
genaamd Eneas genas, tegen hem:

647
00:37:19,410 --> 00:37:25,290
En Petrus zei tegen hem: Eneas,
Jezus Christus maakt u gezond;

648
00:37:25,290 --> 00:37:28,410
sta op en maak voor uzelf uw bed op!

649
00:37:28,410 --> 00:37:30,270
En hij stond meteen op.

650
00:37:30,270 --> 00:37:32,610
En de man werd genezen.

651
00:37:32,610 --> 00:37:37,950
Wat de apostelen op wonderbaarlijke wijze
deden, werd door Jezus Christus gedaan.

652
00:37:37,950 --> 00:37:42,810
Jezus zette Zijn activiteiten voort,
hetzelfde soort activiteiten die Hij op

653
00:37:42,810 --> 00:37:46,290
aarde had verricht toen Hij
een man uit Galilea was.

654
00:37:46,290 --> 00:37:49,170
Nu deed Hij ze door Zijn
lichaam, de gemeente,

655
00:37:49,170 --> 00:37:51,810
door Petrus en de apostelen en anderen.

656
00:37:51,810 --> 00:37:56,610
Iedereen is onder de indruk en verbaasd,
en iedereen wil weten wat er gebeurd is.

657
00:37:56,610 --> 00:37:58,950
Deze man was een bekende verschijning.

658
00:37:58,950 --> 00:38:02,070
Hij was al veertig jaar
of langer een bedelaar.

659
00:38:02,070 --> 00:38:05,250
Veel mensen hadden dus de gelegenheid
gehad om zeker te weten dat hij

660
00:38:05,250 --> 00:38:06,690
een bedelaar was.

661
00:38:06,690 --> 00:38:10,530
Dat lijkt inderdaad de reden te zijn
waarom zijn leeftijd wordt genoemd,

662
00:38:10,530 --> 00:38:13,350
want er staat dat de
mensen verbaasd waren.

663
00:38:13,350 --> 00:38:18,570
Als je naar hoofdstuk 4 kijkt,
staat er in vers 21 en 22:

664
00:38:18,570 --> 00:38:22,530
Maar zij dreigden hen nog meer en
omdat zij niets konden vinden om hen te

665
00:38:22,530 --> 00:38:25,890
straffen, lieten zij hen
gaan ter wille van het volk;

666
00:38:25,890 --> 00:38:29,430
want ze verheerlijkten allen
God over wat er gebeurd was.

667
00:38:29,430 --> 00:38:35,130
Want de man aan wie dit teken van genezing
verricht was, was ouder dan veertig jaar.

668
00:38:35,130 --> 00:38:37,530
De man was daar al veertig jaar.

669
00:38:37,530 --> 00:38:41,910
Daardoor hadden alle inwoners van
Jeruzalem de gelegenheid gekregen om

670
00:38:41,910 --> 00:38:45,810
vertrouwd te raken met zijn
gezicht en zijn benarde toestand.

671
00:38:45,810 --> 00:38:49,050
Nu konden ze allemaal zien
dat er iets veranderd was,

672
00:38:49,050 --> 00:38:51,570
en zo trok dit ieders aandacht.

673
00:38:51,570 --> 00:38:53,790
Dit was niet meer tijdens het feest.

674
00:38:53,790 --> 00:38:56,970
Dit waren dus inwoners van Jeruzalem zelf,

675
00:38:56,970 --> 00:39:01,170
geen pelgrims uit verre landen
die deze man niet zouden kennen.

676
00:39:01,170 --> 00:39:05,910
De plaatselijke bevolking werd bij
deze bijzondere gelegenheid bereikt.

677
00:39:05,910 --> 00:39:08,130
Petrus maakt hiervan gebruik.

678
00:39:08,130 --> 00:39:09,930
In vers 11 staat:

679
00:39:09,930 --> 00:39:15,150
En terwijl de kreupele, die genezen
was, Petrus en Johannes vasthield,

680
00:39:15,150 --> 00:39:20,190
stroomde al het volk bij hen samen in de
zuilengang die de zuilengang van Salomo

681
00:39:20,190 --> 00:39:22,710
genoemd wordt, en verbaasde zich.

682
00:39:22,710 --> 00:39:25,650
Petrus zag het en richtte
zich tot het volk.

683
00:39:25,650 --> 00:39:28,890
Merk op dat hij het evangelie predikte als

684
00:39:28,890 --> 00:39:31,770
reactie op hun samenkomst
en belangstelling.

685
00:39:31,770 --> 00:39:34,830
Hij drong hun persoonlijke
leven niet binnen.

686
00:39:34,830 --> 00:39:39,690
Hij reageerde erop dat zij
bijeenkwamen en belangstelling toonden.

687
00:39:39,690 --> 00:39:44,490
De zuilengang van Salomo is
opgegraven en archeologen weten ervan.

688
00:39:44,490 --> 00:39:48,630
Het was een oostelijke wandelgang
binnen de voorhof van de heidenen,

689
00:39:48,630 --> 00:39:53,190
aan de uiterste oostkant, bij de
oostelijke muur van het tempelterrein.

690
00:39:53,190 --> 00:39:58,470
Er was een lange wandelgang met zuilen die
hem van het andere gedeelte afscheidden.

691
00:39:58,470 --> 00:40:02,550
Het was een overdekte zuilengang
en een plek waar mensen bij slecht

692
00:40:02,550 --> 00:40:04,350
weer soms bijeenkwamen.

693
00:40:04,350 --> 00:40:09,090
We weten dat de vroege gemeente kennelijk
met enige regelmaat in de zuilengang van

694
00:40:09,090 --> 00:40:12,750
Salomo bijeenkwam, en
zelfs Jezus kwam daar.

695
00:40:12,750 --> 00:40:18,510
We lezen in Johannes hoofdstuk 10 dat de
Farizeeën naar Jezus kwamen en zeiden:

696
00:40:18,510 --> 00:40:24,450
De Joden dan omringden Hem en zeiden tegen
Hem: Hoelang houdt U ons in het onzekere?

697
00:40:24,450 --> 00:40:27,870
Als U de Christus bent,
zeg het ons vrijuit.

698
00:40:27,870 --> 00:40:30,750
Hij liep toen in de zuilengang van Salomo.

699
00:40:30,750 --> 00:40:35,130
De zuilengang van Salomo moet in de
winter een geschikte plek zijn geweest

700
00:40:35,130 --> 00:40:36,630
om te verblijven.

701
00:40:36,630 --> 00:40:41,070
Het was december toen Jezus daar
volgens Johannes 10 rondliep.

702
00:40:41,070 --> 00:40:42,630
Daar zijn ze nu ook.

703
00:40:42,630 --> 00:40:46,770
We weten niet welk jaargetijde het
was, maar het is een plaats waar Jezus

704
00:40:46,770 --> 00:40:52,170
Zelf eerder had gelopen en onderwezen,
in ditzelfde gedeelte van de tempel.

705
00:40:52,170 --> 00:40:55,530
Nu is Petrus daar en heeft
de menigte zich verzameld.

706
00:40:55,530 --> 00:40:58,830
Toen Petrus het zag, richtte
hij zich tot het volk:

707
00:40:58,830 --> 00:41:03,510
Toen Petrus dat zag, antwoordde
hij het volk: Israëlitische mannen,

708
00:41:03,510 --> 00:41:09,270
waarom verwondert u zich hierover, of
waarom kijkt u ons zo doordringend aan,

709
00:41:09,270 --> 00:41:13,890
alsof wij door onze eigen kracht of
godsvrucht hebben bewerkstelligd dat deze

710
00:41:13,890 --> 00:41:15,150
man nu loopt?

711
00:41:15,150 --> 00:41:19,950
De God van Abraham, Izak en
Jakob, de God van onze vaderen,

712
00:41:19,950 --> 00:41:24,390
heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt,
Die u hebt overgeleverd.

713
00:41:24,390 --> 00:41:30,630
U hebt Hem verloochend vóór Pilatus, toen
die oordeelde dat men Hem zou loslaten.

714
00:41:30,630 --> 00:41:35,190
U echter hebt de Heilige en
Rechtvaardige verloochend en gevraagd

715
00:41:35,190 --> 00:41:38,190
dat u een moordenaar
geschonken zou worden, maar de

716
00:41:38,190 --> 00:41:43,410
Vorst van het leven hebt u gedood,
Die God uit de doden opgewekt heeft,

717
00:41:43,410 --> 00:41:45,510
waarvan wij getuigen zijn.

718
00:41:45,510 --> 00:41:49,950
En Zijn Naam heeft deze
man , die u ziet en kent,

719
00:41:49,950 --> 00:41:52,890
sterk gemaakt door het
geloof in Zijn Naam.

720
00:41:52,890 --> 00:41:54,930
En het geloof dat er is door Hem,

721
00:41:54,930 --> 00:42:00,270
heeft hem in aanwezigheid van u allen
deze volkomen gezondheid gegeven.

722
00:42:00,270 --> 00:42:05,430
Kom dus tot inkeer en bekeer u,
opdat uw zonden uitgewist worden en

723
00:42:05,430 --> 00:42:09,030
er tijden van verkwikking zullen
komen van het aangezicht van de Heere,

724
00:42:09,030 --> 00:42:13,950
en Hij Jezus Christus zal zenden,
Die tevoren aan u verkondigd is.

725
00:42:13,950 --> 00:42:18,210
Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden
waarin alle dingen worden hersteld,

726
00:42:18,210 --> 00:42:22,050
waarover God gesproken heeft bij monde
van al Zijn heilige profeten door

727
00:42:22,050 --> 00:42:23,370
de eeuwen heen.

728
00:42:23,370 --> 00:42:28,170
Want Mozes heeft tegen de
vaderen gezegd: De Heere, uw God,

729
00:42:28,170 --> 00:42:32,490
zal voor u een Profeet laten
opstaan uit uw broeders, zoals ik;

730
00:42:32,490 --> 00:42:35,970
naar Hem moet u luisteren in
alles wat Hij tot u zal spreken.

731
00:42:35,970 --> 00:42:40,470
En het zal zo zijn dat al wie niet
geluisterd zal hebben naar deze Profeet,

732
00:42:40,470 --> 00:42:42,870
uit het volk uitgeroeid zal worden.

733
00:42:42,870 --> 00:42:47,670
En ook al de profeten vanaf Samuel en
zovelen als er daarna gesproken hebben,

734
00:42:47,670 --> 00:42:49,770
hebben deze dagen aangekondigd.

735
00:42:49,770 --> 00:42:54,510
U bent kinderen van de profeten en van het
verbond dat God met onze vaderen sloot,

736
00:42:54,510 --> 00:42:58,470
toen Hij tegen Abraham
zei: En in uw Nageslacht

737
00:42:58,470 --> 00:43:02,010
zullen alle geslachten van
de aarde gezegend worden.

738
00:43:02,010 --> 00:43:03,570
tot Abraham:

739
00:43:03,570 --> 00:43:08,970
En door jouw nakomeling zullen alle
families op aarde gezegend worden.

740
00:43:08,970 --> 00:43:12,750
God, Die Zijn Kind Jezus
heeft doen opstaan,

741
00:43:12,750 --> 00:43:17,310
heeft Hem eerst naar u gezonden om u
hierin te zegenen dat Hij ieder van u

742
00:43:17,310 --> 00:43:19,950
zou afbrengen van zijn slechte daden.

743
00:43:19,950 --> 00:43:21,690
De preek eindigt.

744
00:43:21,690 --> 00:43:25,230
Wat er daarna, aan het begin
van hoofdstuk 4, gebeurde,

745
00:43:25,230 --> 00:43:28,470
was dat Petrus en Johannes
werden gearresteerd.

746
00:43:28,470 --> 00:43:32,610
De tempelautoriteiten vonden het
niet prettig dat ze zo spraken.

747
00:43:32,610 --> 00:43:36,330
Over deze en andere conflicten
met de tempelautoriteiten

748
00:43:36,330 --> 00:43:39,090
lezen we in hoofdstuk 4 en 5.

749
00:43:39,090 --> 00:43:42,870
In hoofdstuk 2 lazen we
niet over zulke conflicten.

750
00:43:42,870 --> 00:43:45,270
Het was de dag van Pinksteren.

751
00:43:45,270 --> 00:43:49,350
Drieduizend mensen werden behouden, er
was een prachtige nieuwe christelijke

752
00:43:49,350 --> 00:43:53,430
gemeenschap in de stad en ze stonden
in de gunst bij heel het volk.

753
00:43:53,430 --> 00:43:55,410
Dat kon niet eeuwig duren.

754
00:43:55,410 --> 00:43:59,010
Uiteindelijk moest de duivel
een tegenaanval inzetten.

755
00:43:59,010 --> 00:44:04,650
Uiteindelijk moest er tegenstand komen,
en die zou het gevolg zijn van deze preek.

756
00:44:04,650 --> 00:44:10,350
Maar ook door deze preek zullen
we in hoofdstuk 4, vers 4, lezen:

757
00:44:10,350 --> 00:44:13,950
En velen van hen die het Woord
gehoord hadden, geloofden,

758
00:44:13,950 --> 00:44:17,370
en het aantal mannen werd
ongeveer vijfduizend.

759
00:44:17,370 --> 00:44:20,670
Het was een geweldige vooruitgang
voor het Koninkrijk van God,

760
00:44:20,670 --> 00:44:23,850
maar het was ook iets wat
de duivel bedreigend vond.

761
00:44:23,850 --> 00:44:26,010
Hij sloeg terug en viel hen aan.

762
00:44:26,010 --> 00:44:30,270
De volgende paar hoofdstukken zullen laten
zien dat de tegenaanvallen van de duivel

763
00:44:30,270 --> 00:44:34,950
krachteloos waren en dat God de
apostelen steeds de overhand gaf,

764
00:44:34,950 --> 00:44:38,130
zoals we zullen zien in dit
conflict met het Sanhedrin.

765
00:44:38,130 --> 00:44:41,490
Maar laten we het hebben over
deze preek en de inhoud ervan.

766
00:44:41,490 --> 00:44:46,170
Om te beginnen denk ik dat een van de
belangrijkste kenmerken van deze preek,

767
00:44:46,170 --> 00:44:49,170
in tegenstelling tot zijn
vorige preek in hoofdstuk 2,

768
00:44:49,170 --> 00:44:53,850
het aantal manieren is waarop hij met
verschillende titels over Jezus spreekt.

769
00:44:53,850 --> 00:44:56,430
Toen hij het in hoofdstuk
2 over Jezus had,

770
00:44:56,430 --> 00:45:00,690
noemde hij Hem in vers
22 Jezus van Nazareth,

771
00:45:00,690 --> 00:45:06,690
een Man Die God door wonderen bij hen
als zodanig had aangewezen, enzovoort.

772
00:45:06,690 --> 00:45:11,490
Hij ging niet in detail en gaf Hem geen
bijzondere titels, behalve aan het einde,

773
00:45:11,490 --> 00:45:12,870
toen hij zei:

774
00:45:12,870 --> 00:45:16,410
Laat dan heel het huis van
Israël zeker weten dat God

775
00:45:16,410 --> 00:45:21,090
Hem tot een Heere en Christus
gemaakt heeft, namelijk deze Jezus,

776
00:45:21,090 --> 00:45:23,130
Die u gekruisigd hebt.

777
00:45:23,130 --> 00:45:28,410
De titel Messias wordt dus in de
eerste preek voor Christus gebruikt.

778
00:45:28,410 --> 00:45:31,230
In deze preek staan verscheidene titels.

779
00:45:31,230 --> 00:45:33,810
Om te beginnen: Gods Knecht.

780
00:45:33,810 --> 00:45:38,190
Hij gebruikt die term in
vers 13 en in vers 26.

781
00:45:38,190 --> 00:45:41,250
Tweemaal wordt Jezus Gods Knecht genoemd.

782
00:45:41,250 --> 00:45:46,410
In het Oude Testament werd iedere
profeet van God Gods knecht genoemd.

783
00:45:46,410 --> 00:45:48,870
Elia werd de knecht van God genoemd,

784
00:45:48,870 --> 00:45:52,230
en andere profeten werden
knechten van God genoemd.

785
00:45:52,230 --> 00:45:55,830
Maar er staan vier unieke
passages in het boek Jesaja

786
00:45:55,830 --> 00:46:00,810
die heel specifiek spreken over de Knecht
van Jahweh, de Knecht van de Heere,

787
00:46:00,810 --> 00:46:02,250
en die zijn Messiaans.

788
00:46:02,250 --> 00:46:05,550
Het interessante aan deze
vier passages in Jesaja is

789
00:46:05,550 --> 00:46:09,210
dat de Knecht aanvankelijk
als Israël wordt aangeduid.

790
00:46:09,210 --> 00:46:12,870
Geleerden noemen deze passages
de liederen over de Knecht,

791
00:46:12,870 --> 00:46:15,630
omdat de Messias er de
Knecht wordt genoemd.

792
00:46:15,630 --> 00:46:18,810
Maar wanneer je verder
leest in Jesaja, zie je dat

793
00:46:18,810 --> 00:46:22,770
Israël tekortschiet in de
rol van knecht van Jahweh.

794
00:46:22,770 --> 00:46:25,410
Ze doen niet wat de Meester hun opdraagt.

795
00:46:25,410 --> 00:46:31,110
Dan staat er een andere persoon op, de
Knecht van Jahweh, zelfs om Israël zelf,

796
00:46:31,110 --> 00:46:35,310
de vroegere knecht, te
verlossen, en ook de heidenen.

797
00:46:35,310 --> 00:46:37,950
Ik zal niet op al die passages ingaan.

798
00:46:37,950 --> 00:46:40,410
Het enige wat ik kan zeggen, is dat deze

799
00:46:40,410 --> 00:46:45,210
passages over de Knecht in het Nieuwe
Testament vaak op Jezus worden betrokken.

800
00:46:45,210 --> 00:46:48,870
Het opvallendste voorbeeld is Jesaja 53,

801
00:46:48,870 --> 00:46:53,250
waarschijnlijk de bekendste profetie
over Jezus in het Oude Testament.

802
00:46:53,250 --> 00:46:58,290
Jesaja 53 spreekt over Zijn
verwerping, Zijn vernedering,

803
00:46:58,290 --> 00:47:01,710
Zijn dood en het feit
dat God Hem verheerlijkt.

804
00:47:01,710 --> 00:47:05,730
Dat is het laatste van de vier
liederen over de Knecht in Jesaja.

805
00:47:05,730 --> 00:47:07,950
De eerdere worden ook gebruikt.

806
00:47:07,950 --> 00:47:13,350
Jesaja 42 is het eerste ervan, en dat
wordt met betrekking tot Jezus aangehaald

807
00:47:13,350 --> 00:47:18,450
in Mattheüs, hoofdstuk
12, vers 18 tot en met 21.

808
00:47:18,450 --> 00:47:26,430
Mattheüs 12:18–21 haalt uitvoerig de
eerste vier verzen van Jesaja 42 aan,

809
00:47:26,430 --> 00:47:31,530
het eerste van de liederen over de Knecht
in Jesaja, en past die op Jezus toe.

810
00:47:31,530 --> 00:47:33,270
Dat is het gedeelte over:

811
00:47:33,270 --> 00:47:37,770
Zie, Mijn Knecht, Die Ik
ondersteun, Mijn Uitverkorene,

812
00:47:37,770 --> 00:47:42,570
in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft;
Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd.

813
00:47:42,570 --> 00:47:45,450
Hij zal tot de heidenvolken
het recht doen uitgaan.

814
00:47:45,450 --> 00:47:47,490
Dat is het gedeelte waarin staat:

815
00:47:47,490 --> 00:47:50,190
Het geknakte riet zal Hij niet verbreken,

816
00:47:50,190 --> 00:47:53,550
de uitdovende vlaspit
zal Hij niet uitblussen;

817
00:47:53,550 --> 00:47:56,850
naar waarheid zal Hij
het recht doen uitgaan.

818
00:47:56,850 --> 00:48:00,510
enzovoort. Dat is het eerste
van de liederen over de Knecht,

819
00:48:00,510 --> 00:48:03,990
en het wordt in Mattheüs
12 over Jezus aangehaald.

820
00:48:03,990 --> 00:48:08,610
Het laatste van de vier liederen
over de Knecht is Jesaja 53,

821
00:48:08,610 --> 00:48:12,030
het meest aangehaalde
hoofdstuk van Jesaja.

822
00:48:12,030 --> 00:48:15,210
Jezus haalt het met
betrekking tot Zichzelf aan.

823
00:48:15,210 --> 00:48:18,150
De apostelen halen het over Hem aan.

824
00:48:18,150 --> 00:48:23,190
Wanneer Filippus de Ethiopische kamerheer
aantreft, zit de man in zijn wagen die

825
00:48:23,190 --> 00:48:24,930
passage te lezen.

826
00:48:24,930 --> 00:48:29,190
Filippus rent naar hem toe en
legt die passage aan hem uit.

827
00:48:29,190 --> 00:48:34,710
Petrus verwijst in 1 Petrus,
hoofdstuk 2, naar die passage en past

828
00:48:34,710 --> 00:48:36,330
haar op Christus toe.

829
00:48:36,330 --> 00:48:41,190
De Knecht van Jahweh wordt in het
Nieuwe Testament herkend als de Messias,

830
00:48:41,190 --> 00:48:45,510
hoewel het in Jesaja aanvankelijk
om Israël als geheel gaat.

831
00:48:45,510 --> 00:48:49,110
Israël wordt eerst gezien
als de knecht van Jahweh.

832
00:48:49,110 --> 00:48:54,090
Maar ook in het Oude Testament wordt
Israël als geheel eerst gezien als de

833
00:48:54,090 --> 00:48:55,410
Zoon van God.

834
00:48:55,410 --> 00:48:58,410
Toen de Israëlieten
slaven waren in Egypte,

835
00:48:58,410 --> 00:49:02,490
zei God tegen Mozes dat hij
tegen de farao moest zeggen:

836
00:49:02,490 --> 00:49:08,130
Dan moet u tegen de farao zeggen:
Zo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn

837
00:49:08,130 --> 00:49:10,650
eerstgeborene, is Israël.

838
00:49:10,650 --> 00:49:15,810
Daarom zeg Ik tegen u: Laat Mijn
zoon gaan, zodat hij Mij kan dienen.

839
00:49:15,810 --> 00:49:19,950
Maar u hebt geweigerd hem te
laten gaan, zie, Ik zal uw zoon,

840
00:49:19,950 --> 00:49:22,410
uw eerstgeborene, doden.

841
00:49:22,410 --> 00:49:25,590
Met andere woorden, God
beschouwt Israël als

842
00:49:25,590 --> 00:49:30,570
geheel in het Oude Testament als Zijn
kind, als Zijn knecht, enzovoort.

843
00:49:30,570 --> 00:49:36,510
Maar omdat Israël als knecht faalt, doet
Hij één Israëliet opstaan, de Messias,

844
00:49:36,510 --> 00:49:39,630
Die nu in het Nieuwe
Testament de Zoon van God is.

845
00:49:39,630 --> 00:49:41,670
Hij is de Knecht van Jahweh.

846
00:49:41,670 --> 00:49:46,290
Hij is Degene Die in Zichzelf het nieuwe
Israël is, en zij die in Hem komen,

847
00:49:46,290 --> 00:49:48,690
zijn in Hem het nieuwe Israël.

848
00:49:48,690 --> 00:49:51,570
Maar hiermee raken we een
beetje van het onderwerp af.

849
00:49:51,570 --> 00:49:55,350
Het voornaamste is dat dit de
eerste plaats is waar dit gebeurt,

850
00:49:55,350 --> 00:49:59,910
en Jezus wordt in het Nieuwe Testament
maar vier keer de Knecht genoemd.

851
00:49:59,910 --> 00:50:03,750
Deze gedeelten over de Knecht
worden vaak over Hem aangehaald,

852
00:50:03,750 --> 00:50:07,590
maar wat betreft het noemen
van Hem als de Knecht van God

853
00:50:07,590 --> 00:50:13,710
of de Knecht van Jahweh gebeurt dat alleen
in dit hoofdstuk en ook in hoofdstuk 4:

854
00:50:13,710 --> 00:50:17,250
twee keer in dit hoofdstuk
en twee keer in hoofdstuk 4.

855
00:50:17,250 --> 00:50:18,750
Zo begint de preek:

856
00:50:18,750 --> 00:50:23,790
Toen Petrus dat zag, antwoordde
hij het volk: Israëlitische mannen,

857
00:50:23,790 --> 00:50:28,830
waarom verwondert u zich hierover, of
waarom kijkt u ons zo doordringend aan,

858
00:50:28,830 --> 00:50:32,910
alsof wij door onze eigen kracht
of godsvrucht hebben bewerkstelligd

859
00:50:32,910 --> 00:50:34,770
dat deze man nu loopt?

860
00:50:34,770 --> 00:50:39,810
De God van Abraham, Izak en
Jakob, de God van onze vaderen,

861
00:50:39,810 --> 00:50:44,130
heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt,
Die u hebt overgeleverd.

862
00:50:44,130 --> 00:50:49,830
U hebt Hem verloochend vóór Pilatus, toen
die oordeelde dat men Hem zou loslaten.

863
00:50:49,830 --> 00:50:53,070
U echter hebt de Heilige en
Rechtvaardige verloochend

864
00:50:53,070 --> 00:50:56,190
en gevraagd dat u een moordenaar
geschonken zou worden,

865
00:50:56,190 --> 00:51:01,170
maar de Vorst van het leven hebt u gedood,
Die God uit de doden opgewekt heeft,

866
00:51:01,170 --> 00:51:03,150
waarvan wij getuigen zijn.

867
00:51:03,150 --> 00:51:07,050
En Zijn Naam heeft deze
man , die u ziet en kent,

868
00:51:07,050 --> 00:51:09,450
sterk gemaakt door het
geloof in Zijn Naam.

869
00:51:09,450 --> 00:51:11,370
En het geloof dat er is door Hem,

870
00:51:11,370 --> 00:51:16,350
heeft hem in aanwezigheid van u allen
deze volkomen gezondheid gegeven.

871
00:51:16,350 --> 00:51:19,050
Dit is een toespeling op het
laatste Lied van de Knecht,

872
00:51:19,050 --> 00:51:25,470
en specifiek op Jesaja 52:13, waarmee
dat laatste Lied van de Knecht begint.

873
00:51:25,470 --> 00:51:28,230
Jesaja 52:13 zegt:

874
00:51:28,230 --> 00:51:34,650
Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen,
Hij zal verhoogd worden en verheven, ja,

875
00:51:34,650 --> 00:51:36,630
zeer hoog verheven worden.

876
00:51:36,630 --> 00:51:40,230
Maar daarna wordt verder verteld
dat Hij zeer veracht werd.

877
00:51:40,230 --> 00:51:43,530
Hij werd verbrijzeld om
onze ongerechtigheden.

878
00:51:43,530 --> 00:51:46,470
Hij werd verwond om onze overtredingen.

879
00:51:46,470 --> 00:51:51,570
Hij werd door de mensen
verworpen. Hij leed. Hij stierf.

880
00:51:51,570 --> 00:51:55,710
Daarover wordt vervolgens
verder gesproken, maar er staat:

881
00:51:55,710 --> 00:51:59,610
Dat doet denken aan wat
Paulus in Filippenzen 2 zei:

882
00:51:59,610 --> 00:52:05,430
Jezus vernederde Zichzelf en daarom
heeft God Hem zeer hoog verheven.

883
00:52:05,430 --> 00:52:09,030
Jesaja begint met de uitspraak
dat de Knecht van Jahweh

884
00:52:09,030 --> 00:52:12,030
zeer hoog verheven en verheerlijkt is.

885
00:52:12,030 --> 00:52:15,330
Maar dan gaat hij terug,
in een soort terugblik,

886
00:52:15,330 --> 00:52:20,670
want daarvoor was Hij door Israël slecht
behandeld en nadrukkelijk verworpen.

887
00:52:20,670 --> 00:52:24,150
Dat is het vierde Lied
van de Knecht in Jesaja.

888
00:52:24,150 --> 00:52:29,610
Petrus begint met te zeggen dat God Zijn
Knecht heeft verheerlijkt of verhoogd.

889
00:52:29,610 --> 00:52:33,810
Dat is een uitspraak uit Jesaja 52:13,

890
00:52:33,810 --> 00:52:36,810
waarmee hij Christus
tegenover de Israëlieten

891
00:52:36,810 --> 00:52:39,630
identificeert als de Knecht van Jahweh.

892
00:52:39,630 --> 00:52:44,070
Dat is een van de titels voor
Jezus die we in deze preek vinden.

893
00:52:44,070 --> 00:52:45,810
Er zijn er nog meer.

894
00:52:45,810 --> 00:52:51,690
In vers 14 noemt hij Jezus de Heilige en
de Rechtvaardige, en dat is interessant.

895
00:52:51,690 --> 00:52:55,290
Hij is de Heilige omdat
God in het Oude Testament

896
00:52:55,290 --> 00:52:58,050
de Heilige van Israël wordt genoemd.

897
00:52:58,050 --> 00:53:02,550
Jahweh wordt de Heilige genoemd, en
nu wordt Jezus de Heilige genoemd.

898
00:53:02,550 --> 00:53:07,350
Dat betekent dat Petrus en de vroege
gemeente tot het inzicht waren gekomen dat

899
00:53:07,350 --> 00:53:09,270
Jezus de Heilige is.

900
00:53:09,270 --> 00:53:11,910
Hij is Jahweh in het vlees.

901
00:53:11,910 --> 00:53:13,770
Hij is de Rechtvaardige.

902
00:53:13,770 --> 00:53:18,750
God was natuurlijk de rechtvaardige
God, Degene in Wie in het Oude Testament

903
00:53:18,750 --> 00:53:20,490
geen onrecht is.

904
00:53:20,490 --> 00:53:23,070
Jezus wordt de Knecht van God genoemd.

905
00:53:23,070 --> 00:53:26,610
Hij wordt de Heilige en
de Rechtvaardige genoemd.

906
00:53:26,610 --> 00:53:30,570
En in vers 15 wordt Hij de
Leidsman ten leven genoemd,

907
00:53:30,570 --> 00:53:34,590
een term die eigenlijk nergens
anders voor Jezus wordt gebruikt.

908
00:53:34,590 --> 00:53:39,510
In Jesaja 9:7 wordt Hij
de Vredevorst genoemd.

909
00:53:39,510 --> 00:53:45,090
Maar de Leidsman ten leven is een term die
Petrus hier als enige voor Jezus gebruikt,

910
00:53:45,090 --> 00:53:48,990
kennelijk om Hem bewust tegenover
de moordenaar te stellen.

911
00:53:48,990 --> 00:53:53,310
De ene man neemt leven; de
Ander is de Gever van leven,

912
00:53:53,310 --> 00:53:58,290
de Grondlegger van het leven, de
Heerser over het rijk van het leven.

913
00:53:58,290 --> 00:54:00,150
Jullie hebben Hem gedood.

914
00:54:00,150 --> 00:54:04,170
Jullie hielden van de moordenaar,
de man die mensen doodt.

915
00:54:04,170 --> 00:54:06,810
Van Jezus hielden jullie niet zo erg.

916
00:54:06,810 --> 00:54:10,590
Petrus noemt Jezus in
vers 22 ook de Profeet,

917
00:54:10,590 --> 00:54:15,150
Degene van Wie Mozes zei dat
Hij zou komen. Mozes zei:

918
00:54:15,150 --> 00:54:19,830
Want Mozes heeft tegen de
vaderen gezegd: De Heere, uw God,

919
00:54:19,830 --> 00:54:24,270
zal voor u een Profeet laten
opstaan uit uw broeders, zoals ik;

920
00:54:24,270 --> 00:54:28,110
naar Hem moet u luisteren in
alles wat Hij tot u zal spreken.

921
00:54:28,110 --> 00:54:32,850
En het zal zo zijn dat al wie niet
geluisterd zal hebben naar deze Profeet,

922
00:54:32,850 --> 00:54:35,490
uit het volk uitgeroeid zal worden.

923
00:54:35,490 --> 00:54:40,470
Dit citaat staat in dit
hoofdstuk, in vers 22 en 23.

924
00:54:40,470 --> 00:54:45,330
Het is een samengesteld citaat uit
verschillende verzen in Deuteronomium 18:

925
00:54:45,330 --> 00:54:48,150
vers 15, 18 en 19.

926
00:54:48,150 --> 00:54:52,170
God zegt tegen de Israëlieten dat
ze, nadat Mozes er niet meer is,

927
00:54:52,170 --> 00:54:55,770
misschien in de verleiding zullen
komen om tovenaars, heksen,

928
00:54:55,770 --> 00:54:59,550
waarzeggers en astrologen
te raadplegen. Hij zegt:

929
00:54:59,550 --> 00:55:04,050
Praat niet met die mensen. Laat je
daar niet mee in. God verbiedt dat.

930
00:55:04,050 --> 00:55:08,850
In plaats daarvan zal de Heere, jullie
God, een Profeet zoals ik laten opstaan,

931
00:55:08,850 --> 00:55:12,150
zei Mozes, en naar Hem
moeten jullie luisteren.

932
00:55:12,150 --> 00:55:17,850
Met andere woorden, wanneer God deze
Profeet, Die op Mozes lijkt, doet opstaan,

933
00:55:17,850 --> 00:55:20,310
zal iedereen Hem moeten volgen.

934
00:55:20,310 --> 00:55:25,290
Anders zal diegene, zoals Petrus het hier
citeert, uit het volk worden verdelgd.

935
00:55:25,290 --> 00:55:29,670
De Israëlieten die in de tijd van
Petrus leefden, hadden een keuze.

936
00:55:29,670 --> 00:55:34,470
Ze konden de Profeet volgen van Wie Mozes
had gezegd dat Hij zou komen en op hem zou

937
00:55:34,470 --> 00:55:37,710
lijken, of ze konden uit
het volk worden verdelgd.

938
00:55:37,710 --> 00:55:41,970
Er zou geen derde groep komen:
Joden die van Jezus houden,

939
00:55:41,970 --> 00:55:45,630
Joden die verdelgd worden
en Joden die neutraal zijn.

940
00:55:45,630 --> 00:55:47,670
Iedereen moest een keuze maken.

941
00:55:47,670 --> 00:55:50,070
Het is net als toen Mozes zei:

942
00:55:50,070 --> 00:55:53,730
Willen jullie de Rode
Zee oversteken? Volg mij.

943
00:55:53,730 --> 00:55:55,470
We gaan er dwars doorheen.

944
00:55:55,470 --> 00:55:59,850
Als jullie aan deze kant blijven,
krijgen de Egyptenaren jullie te pakken.

945
00:55:59,850 --> 00:56:01,710
Dan worden jullie vernietigd.

946
00:56:01,710 --> 00:56:04,470
Als je Mozes volgt, word je gered.

947
00:56:04,470 --> 00:56:08,850
Nu zal er een andere Profeet komen
Die met Mozes te vergelijken is.

948
00:56:08,850 --> 00:56:13,170
Je zult ook Hem moeten volgen om gered
te worden, en iedereen die Hem niet

949
00:56:13,170 --> 00:56:15,030
volgt, wordt verdelgd.

950
00:56:15,030 --> 00:56:16,950
Jezus is die Profeet.

951
00:56:16,950 --> 00:56:21,510
Dat betekent dat iedereen die Jezus
niet volgt, voor zover het God betreft,

952
00:56:21,510 --> 00:56:25,050
van het volk Israël wordt
afgesneden en vernietigd wordt.

953
00:56:25,050 --> 00:56:30,510
Dat geldt ook voor iedere Israëliet;
Mozes sprak immers tot de Israëlieten.

954
00:56:30,510 --> 00:56:35,070
Dat geldt voor iedere Israëliet die
geen volgeling van Christus wordt,

955
00:56:35,070 --> 00:56:37,590
geen Messiaanse Israëliet.

956
00:56:37,590 --> 00:56:42,390
Natuurlijk werden zij enkele tientallen
jaren later, toen de Romeinen kwamen,

957
00:56:42,390 --> 00:56:45,090
ook daadwerkelijk fysiek vernietigd.

958
00:56:45,090 --> 00:56:48,870
Maar we zien dat Petrus
Jezus vereenzelvigt met deze

959
00:56:48,870 --> 00:56:51,030
Profeet die als Mozes is.

960
00:56:51,030 --> 00:56:54,630
Trouwens, dezelfde passage
in Deuteronomium 18

961
00:56:54,630 --> 00:56:59,610
wordt opnieuw aangehaald door Stefanus
in zijn preek in Handelingen 7.

962
00:56:59,610 --> 00:57:04,470
Het is dus duidelijk dat de gemeente
deze Profeet in Deuteronomium 18

963
00:57:04,470 --> 00:57:09,330
al was gaan zien als een verwijzing naar
dezelfde Persoon die de Messias was.

964
00:57:09,330 --> 00:57:12,570
De Joden waren nog niet
tot die conclusie gekomen.

965
00:57:12,570 --> 00:57:16,410
De Joden verwachtten de Profeet
en ze verwachtten de Messias,

966
00:57:16,410 --> 00:57:19,890
maar ze wisten niet dat de
Profeet over wie Mozes sprak,

967
00:57:19,890 --> 00:57:22,830
dezelfde Persoon was als de Messias.

968
00:57:22,830 --> 00:57:25,410
We zien dit bijvoorbeeld in Johannes 1.

969
00:57:25,410 --> 00:57:30,270
Toen Johannes de Doper predikte en de
Farizeeën hem kwamen vragen wie hij was,

970
00:57:30,270 --> 00:57:33,150
staat er in vers 19 dat ze vroegen:

971
00:57:33,150 --> 00:57:35,490
En dit is het getuigenis van Johannes,

972
00:57:35,490 --> 00:57:40,110
toen de Joden priesters en Levieten uit
Jeruzalem stuurden om hem te vragen:

973
00:57:40,110 --> 00:57:41,370
Wie bent u?

974
00:57:41,370 --> 00:57:44,790
En hij beleed en ontkende
het niet, maar beleed:

975
00:57:44,790 --> 00:57:50,370
En hij beleed en ontkende het niet, maar
hij beleed: Ik ben de Christus niet.

976
00:57:50,370 --> 00:57:55,590
Het woord Christus is natuurlijk het
Griekse woord voor Messias. Johannes zegt:

977
00:57:55,590 --> 00:57:57,510
Ik ben niet de Messias.

978
00:57:57,510 --> 00:58:02,130
Jullie verwachten de Messias.
Ik ben Hem niet. Toen zeiden ze:

979
00:58:02,130 --> 00:58:04,530
En zij vroegen hem: Wat dan?

980
00:58:04,530 --> 00:58:05,790
Bent u Elia?

981
00:58:05,790 --> 00:58:07,770
En hij zei: Ik ben het niet.

982
00:58:07,770 --> 00:58:09,450
Bent u de Profeet?

983
00:58:09,450 --> 00:58:11,850
En hij antwoordde: Nee.

984
00:58:11,850 --> 00:58:13,050
Hij zei:

985
00:58:13,050 --> 00:58:15,030
Nee, dat ben ik niet.

986
00:58:15,030 --> 00:58:16,290
Ze vroegen:

987
00:58:16,290 --> 00:58:17,790
Ben jij de profeet?

988
00:58:17,790 --> 00:58:18,990
Hij zei:

989
00:58:18,990 --> 00:58:19,830
Nee.

990
00:58:19,830 --> 00:58:21,270
Toen ze vroegen:

991
00:58:21,270 --> 00:58:22,410
Ben jij de profeet?

992
00:58:22,410 --> 00:58:25,230
vroegen ze niet: „Ben jij een profeet?”

993
00:58:25,230 --> 00:58:27,870
Daarop had Johannes ja moeten zeggen.

994
00:58:27,870 --> 00:58:29,550
Hij was een profeet.

995
00:58:29,550 --> 00:58:32,970
Hij was niet de Profeet. Welke Profeet?

996
00:58:32,970 --> 00:58:36,690
Degene van wie Mozes had
gezegd dat Hij zou komen.

997
00:58:36,690 --> 00:58:40,710
Nu had hij hun al verteld
dat hij niet de Messias was.

998
00:58:40,710 --> 00:58:42,930
Toen ze afzonderlijk daarvan vroegen:

999
00:58:42,930 --> 00:58:45,210
En zij vroegen hem: Wat dan?

1000
00:58:45,210 --> 00:58:46,590
Bent u Elia?

1001
00:58:46,590 --> 00:58:49,110
En hij zei: Ik ben het niet.

1002
00:58:49,110 --> 00:58:50,670
Bent u de Profeet?

1003
00:58:50,670 --> 00:58:53,130
En hij antwoordde: Nee.

1004
00:58:53,130 --> 00:58:57,570
is het dus duidelijk dat de Joden hierover
nog geen standpunt hadden ingenomen.

1005
00:58:57,570 --> 00:59:02,010
Eerlijk gezegd bereikten de rabbijnen
over vrijwel niets overeenstemming.

1006
00:59:02,010 --> 00:59:05,190
De rabbijnen waren het
over veel dingen oneens.

1007
00:59:05,190 --> 00:59:10,170
Maar er bestond in die tijd onder de Joden
geen overeenstemming over de vraag of de

1008
00:59:10,170 --> 00:59:15,090
Profeet over wie Mozes sprak, dezelfde
was als de Messias over wie de

1009
00:59:15,090 --> 00:59:16,890
andere profeten spraken.

1010
00:59:16,890 --> 00:59:21,330
Maar voor de vroege gemeente bestond
daar geen enkele twijfel over.

1011
00:59:21,330 --> 00:59:25,350
Jezus was de Knecht van
Jahweh. Hij was de Messias.

1012
00:59:25,350 --> 00:59:28,530
Hij was de Profeet over wie Mozes sprak.

1013
00:59:28,530 --> 00:59:33,450
Niet alleen Petrus zei dat, maar
Stefanus zei het ook in zijn preek.

1014
00:59:33,450 --> 00:59:37,110
Blijkbaar was het tegen die tijd in
de vroege gemeente algemeen bekend

1015
00:59:37,110 --> 00:59:39,750
dat de Messias ook de Profeet was.

1016
00:59:39,750 --> 00:59:44,790
Hij wordt ook met een andere naam
aangeduid, namelijk het Zaad van Abraham.

1017
00:59:44,790 --> 00:59:47,250
In vers 25 zegt Petrus:

1018
00:59:47,250 --> 00:59:52,470
U bent kinderen van de profeten en van het
verbond dat God met onze vaderen sloot,

1019
00:59:52,470 --> 00:59:56,850
toen Hij tegen Abraham zei: En
in uw Nageslacht zullen alle

1020
00:59:56,850 --> 00:59:59,310
geslachten van de aarde gezegend worden.

1021
00:59:59,310 --> 01:00:03,150
God sprak een aantal keren tot
Abram met een soortgelijke belofte.

1022
01:00:03,150 --> 01:00:08,190
Toen Hij in Genesis 12 voor het
eerst tot Abram sprak, zei Hij:

1023
01:00:08,190 --> 01:00:14,970
Ik zal u tot een groot volk maken,
u zegenen en uw naam groot maken;

1024
01:00:14,970 --> 01:00:17,670
en u zult tot een zegen zijn.

1025
01:00:17,670 --> 01:00:20,790
Later zei Hij ergens anders in Genesis:

1026
01:00:20,790 --> 01:00:25,890
Immers, Abraham zal zeker tot
een groot en machtig volk worden,

1027
01:00:25,890 --> 01:00:30,270
en alle volken van de aarde
zullen in hem gezegend worden.

1028
01:00:30,270 --> 01:00:36,390
Maar later verduidelijkte Hij dat het niet
Abram zelf zou zijn, maar zijn nageslacht.

1029
01:00:36,390 --> 01:00:40,890
De eerste keer dat God daadwerkelijk
zei wat hier wordt aangehaald

1030
01:00:40,890 --> 01:00:48,270
als iets wat tegen Abraham gezegd
is, staat dus in Genesis 22:18:

1031
01:00:48,270 --> 01:00:53,130
En in uw Nageslacht zullen alle
volken van de aarde gezegend worden,

1032
01:00:53,130 --> 01:00:57,510
omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

1033
01:00:57,510 --> 01:01:05,130
Later werd precies dezelfde belofte aan
zijn zoon Izak gedaan, in Genesis 26:4:

1034
01:01:05,130 --> 01:01:11,730
Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als
de sterren aan de hemel en uw nageslacht

1035
01:01:11,730 --> 01:01:13,710
al deze landen geven.

1036
01:01:13,710 --> 01:01:17,970
In uw Nageslacht zullen alle volken
van de aarde gezegend worden,

1037
01:01:17,970 --> 01:01:23,550
Nog later, een generatie daarna, zei
God precies dezelfde woorden tegen

1038
01:01:23,550 --> 01:01:25,230
diens zoon Jakob:

1039
01:01:25,230 --> 01:01:29,730
Door jouw nakomeling zullen alle
volken op aarde gezegend worden.

1040
01:01:29,730 --> 01:01:34,710
Tegen Abraham, Izak en Jakob
werd dit dus afzonderlijk gezegd:

1041
01:01:34,710 --> 01:01:39,030
Uw nageslacht zal talrijk
zijn als het stof van de aarde

1042
01:01:39,030 --> 01:01:44,550
en u zult zich uitbreiden naar het westen,
het oosten, het noorden en het zuiden.

1043
01:01:44,550 --> 01:01:47,730
In u en uw nageslacht zullen
alle geslachten van de

1044
01:01:47,730 --> 01:01:49,890
aardbodem gezegend worden.

1045
01:01:49,890 --> 01:01:54,510
Wie is het Zaad? Israël dacht
beslist dat zij het zaad waren.

1046
01:01:54,510 --> 01:01:59,130
Ze dachten ook dat zij de knecht van
Jahweh en de zoon van Jahweh waren.

1047
01:01:59,130 --> 01:02:02,370
In het Nieuwe Testament is
duidelijk wie het Zaad is:

1048
01:02:02,370 --> 01:02:07,290
Dezelfde als de Knecht van
Jahweh en de Zoon van Jahweh.

1049
01:02:07,290 --> 01:02:10,950
Al deze termen verwezen in het
Oude Testament naar Israël.

1050
01:02:10,950 --> 01:02:14,370
In het Nieuwe verwijzen
ze allemaal naar Christus.

1051
01:02:14,370 --> 01:02:17,490
In Galaten 3:16 zei Paulus:

1052
01:02:17,490 --> 01:02:22,410
Welnu, zo zijn de beloften aan
Abraham en aan zijn nageslacht gedaan.

1053
01:02:22,410 --> 01:02:27,150
Hij zegt niet: En aan de nageslachten,
alsof er sprake zou zijn van velen;

1054
01:02:27,150 --> 01:02:31,950
maar van één: En aan uw
Nageslacht; dat is Christus.

1055
01:02:31,950 --> 01:02:33,870
Vervolgens legt Paulus uit:

1056
01:02:33,870 --> 01:02:39,690
Hij zegt niet: En aan de nakomelingen,
alsof het om meer nakomelingen gaat, maar:

1057
01:02:39,690 --> 01:02:44,790
En aan jouw nakomeling,
enkelvoud, en dat is Christus.

1058
01:02:44,790 --> 01:02:48,870
Paulus zegt dus dat deze beloften die
God aan het zaad van Abraham deed,

1059
01:02:48,870 --> 01:02:52,110
niet moeten worden opgevat als een
verwijzing naar een groep mensen,

1060
01:02:52,110 --> 01:02:53,670
zoals de Israëlieten.

1061
01:02:53,670 --> 01:02:56,550
Het is één Zaad: Christus.

1062
01:02:56,550 --> 01:03:02,010
De vervulling van de belofte die God
aan Abraham deed, is Christus, het Zaad.

1063
01:03:02,010 --> 01:03:05,070
Hier hebben we dus nog een
aanduiding voor de Messias.

1064
01:03:05,070 --> 01:03:08,790
In dit hoofdstuk wordt Hij
de Knecht van Jahweh genoemd.

1065
01:03:08,790 --> 01:03:11,610
Hij is de Heilige en de Rechtvaardige.

1066
01:03:11,610 --> 01:03:13,950
Hij is de Vorst des levens.

1067
01:03:13,950 --> 01:03:16,770
Hij is die Profeet die als Mozes is.

1068
01:03:16,770 --> 01:03:19,290
Hij is het Zaad van Abraham.

1069
01:03:19,290 --> 01:03:22,350
Al deze dingen weerspiegelen
een zekere mate van

1070
01:03:22,350 --> 01:03:25,170
theologische overdenking
door de apostelen.

1071
01:03:25,170 --> 01:03:29,310
Ze beseften hoeveel van deze
gedachtegangen in het Oude Testament

1072
01:03:29,310 --> 01:03:31,110
in Christus worden vervuld.

1073
01:03:31,110 --> 01:03:34,410
Ik weet niet of Petrus dat op
de dag van Pinksteren begreep.

1074
01:03:34,410 --> 01:03:36,870
Maar in de tijd tussen die preek en deze

1075
01:03:36,870 --> 01:03:41,370
had hij zijn begrip van de manier waarop
het hele Oude Testament naar Jezus wijst

1076
01:03:41,370 --> 01:03:44,670
en in Hem wordt samengevat,
verder verdiept.

1077
01:03:44,670 --> 01:03:49,410
Petrus noemt in deze preek ook drie
keer dingen die alle profeten zeggen.

1078
01:03:49,410 --> 01:03:50,790
In vers 18:

1079
01:03:50,790 --> 01:03:55,230
maar God heeft op die manier vervuld
wat Hij bij monde van al Zijn profeten

1080
01:03:55,230 --> 01:03:59,130
aangekondigd had, namelijk
dat de Christus lijden zou.

1081
01:03:59,130 --> 01:04:01,170
Dan in vers 21:

1082
01:04:01,170 --> 01:04:05,490
Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden
waarin alle dingen worden hersteld,

1083
01:04:05,490 --> 01:04:09,870
waarover God gesproken heeft bij
monde van al Zijn heilige profeten

1084
01:04:09,870 --> 01:04:11,430
door de eeuwen heen.

1085
01:04:11,430 --> 01:04:13,650
En dan in vers 24:

1086
01:04:13,650 --> 01:04:18,990
En ook al de profeten vanaf Samuel en
zovelen als er daarna gesproken hebben,

1087
01:04:18,990 --> 01:04:21,390
hebben deze dagen aangekondigd.

1088
01:04:21,390 --> 01:04:24,990
Er zijn drie dingen waarvan hij
zei dat alle profeten in het Oude

1089
01:04:24,990 --> 01:04:27,030
Testament erover spraken.

1090
01:04:27,030 --> 01:04:31,950
Alle profeten vanaf het begin van
de wereld, vanaf Samuel en daarna,

1091
01:04:31,950 --> 01:04:34,050
spraken over deze dagen.

1092
01:04:34,050 --> 01:04:35,730
Waar spraken ze over?

1093
01:04:35,730 --> 01:04:40,110
Allereerst voorzegden ze in
vers 18 het lijden van Christus.

1094
01:04:40,110 --> 01:04:44,850
In vers 21 voorzegden ze allemaal
het herstel van alle dingen.

1095
01:04:44,850 --> 01:04:49,170
En in vers 24 lezen we dat
ze deze dagen voorzegden,

1096
01:04:49,170 --> 01:04:54,090
waarmee de gemeentetijd wordt bedoeld,
of de tijd waarin de apostelen leefden.

1097
01:04:54,090 --> 01:04:58,470
Volgens Petrus spraken dus alle
profeten over het lijden van Christus,

1098
01:04:58,470 --> 01:05:02,550
over de gemeentetijd en over
het herstel van alle dingen.

1099
01:05:02,550 --> 01:05:07,170
Petrus herhaalt als een grammofoonplaat
die blijft hangen steeds weer dat alle

1100
01:05:07,170 --> 01:05:09,570
profeten over deze drie dingen spraken.

1101
01:05:09,570 --> 01:05:13,050
Nu moet ik zeggen dat dit een
voorbeeld van een hyperbool is,

1102
01:05:13,050 --> 01:05:17,010
want niet iedere profeet sprak
over het lijden van Christus.

1103
01:05:17,010 --> 01:05:18,750
Jesaja deed dat wel.

1104
01:05:18,750 --> 01:05:23,310
Je zou kunnen aanvoeren dat Jeremia
dat in sommige passages ook deed.

1105
01:05:23,310 --> 01:05:27,390
Er zijn, denk ik, enkele plaatsen
waar Zacharia erop zinspeelt,

1106
01:05:27,390 --> 01:05:29,550
en misschien zijn er nog een paar andere.

1107
01:05:29,550 --> 01:05:33,690
Maar dat geldt niet voor alle zeventien
profeten in het Oude Testament.

1108
01:05:33,690 --> 01:05:38,610
Je kunt niet bij hen allemaal verwijzingen
vinden naar het lijden van de Messias.

1109
01:05:38,610 --> 01:05:43,410
Zo is er vrijwel geen enkel onderwerp
waarover alle profeten spraken.

1110
01:05:43,410 --> 01:05:47,130
Daarom denk ik dat we dit als
een hyperbool moeten opvatten.

1111
01:05:47,130 --> 01:05:52,590
Hij zegt in feite dat dit vanaf het begin
het algemene thema van de profeten was.

1112
01:05:52,590 --> 01:05:56,790
Zeggen: ‘alle profeten’ —
dat soort hyperbool wordt

1113
01:05:56,790 --> 01:06:02,070
zelfs in onze tijd algemeen gebruikt,
en dat gebeurde ook in Bijbelse tijden.

1114
01:06:02,070 --> 01:06:07,770
Jezus zei in Lukas 21:22
zelfs iets vergelijkbaars.

1115
01:06:07,770 --> 01:06:11,730
Jezus sprak over de verwoesting
van Jeruzalem. Hij zei:

1116
01:06:11,730 --> 01:06:16,770
Want dit zijn dagen van wraak, opdat
al wat geschreven staat, vervuld wordt.

1117
01:06:16,770 --> 01:06:19,470
Hij bedoelt: in de profeten.

1118
01:06:19,470 --> 01:06:23,610
Nu ging niet alles in de profeten
over het jaar 70 na Christus.

1119
01:06:23,610 --> 01:06:27,690
Er waren nog andere dingen,
bijvoorbeeld de val van Tyrus,

1120
01:06:27,690 --> 01:06:32,850
de val van Babylon en de val van
Egypte door toedoen van Assyrië.

1121
01:06:32,850 --> 01:06:38,370
Dat was niet het jaar 70 na Christus, en
de profeten spraken wel over die dingen.

1122
01:06:38,370 --> 01:06:40,110
Dit is een hyperbool.

1123
01:06:40,110 --> 01:06:44,370
Het is in feite een manier om te zeggen
dat dit een veelvoorkomend thema was

1124
01:06:44,370 --> 01:06:48,930
dat je voortdurend bij de profeten
tegenkomt, vanaf het allereerste begin.

1125
01:06:48,930 --> 01:06:55,170
Zelfs toen Samuel David zalfde, zalfde hij
in type en schaduw de toekomstige Messias,

1126
01:06:55,170 --> 01:06:57,330
van Wie David een type was.

1127
01:06:57,330 --> 01:07:00,750
Het lijden van David zou gezien kunnen
worden als een type van het lijden

1128
01:07:00,750 --> 01:07:02,130
van de Messias.

1129
01:07:02,130 --> 01:07:06,570
Maar het is interessant dat Petrus
werkelijk geloofde dat datgene waarvan hij

1130
01:07:06,570 --> 01:07:09,510
getuigde, in het algemeen
de gemeenschappelijke

1131
01:07:09,510 --> 01:07:11,670
leer van het Oude Testament was.

1132
01:07:11,670 --> 01:07:14,190
Wat is nu het herstel van alle dingen?

1133
01:07:14,190 --> 01:07:16,410
Dat is interessant om te onderzoeken.

1134
01:07:16,410 --> 01:07:20,550
Hij zegt in vers 21 dat de
hemel Christus moet ontvangen,

1135
01:07:20,550 --> 01:07:24,270
en dat Hij in de hemel moet
blijven en hier niet zal terugkomen

1136
01:07:24,270 --> 01:07:26,670
vóór de tijd van het
herstel van alle dingen,

1137
01:07:26,670 --> 01:07:31,650
waarover God gesproken heeft bij
monde van al Zijn heilige profeten.

1138
01:07:31,650 --> 01:07:36,030
Ook hier zul je niet alle heilige
profeten over het herstel van

1139
01:07:36,030 --> 01:07:37,890
alle dingen horen spreken.

1140
01:07:37,890 --> 01:07:41,550
Maar je ziet wel dat God
bijvoorbeeld spreekt over de Messias,

1141
01:07:41,550 --> 01:07:46,950
Die Israël herstelt, de heidenen
herstelt en gerechtigheid vestigt.

1142
01:07:46,950 --> 01:07:52,530
Het eerste knechtslied in Jesaja
42 zegt in vier verzen drie keer

1143
01:07:52,530 --> 01:07:56,010
dat de Messias het recht
onder de volken zal vestigen.

1144
01:07:56,010 --> 01:08:00,030
Met andere woorden, God neemt er
geen genoegen mee de dingen te laten

1145
01:08:00,030 --> 01:08:01,290
zoals ze zijn.

1146
01:08:01,290 --> 01:08:06,330
In de hof van Eden zijn de dingen
stukgegaan, en God zei niet eenvoudig:

1147
01:08:06,330 --> 01:08:09,330
‘Ach ja, wat dan ook. Het is stuk.

1148
01:08:09,330 --> 01:08:11,130
Ik weet wat Ik zal doen.

1149
01:08:11,130 --> 01:08:13,950
Ik zal gewoon een paar van hen redden, hen

1150
01:08:13,950 --> 01:08:19,290
meenemen naar de hemel en de hele zaak
hier in gebroken toestand achterlaten.’

1151
01:08:19,290 --> 01:08:23,310
Nee, God nam er geen genoegen mee
dat Zijn prachtige schepping nooit

1152
01:08:23,310 --> 01:08:24,810
hersteld zou worden.

1153
01:08:24,810 --> 01:08:26,850
Hij is van plan alle dingen te herstellen.

1154
01:08:26,850 --> 01:08:31,170
De Bijbel zegt dat er een nieuwe
hemel en een nieuwe aarde zullen zijn.

1155
01:08:31,170 --> 01:08:34,530
De Bijbel zegt dat de schepping
zelf bevrijd zal worden

1156
01:08:34,530 --> 01:08:39,450
van de slavernij van het verval dat
door de zondeval over haar gekomen is.

1157
01:08:39,450 --> 01:08:42,510
Dat staat in Romeinen 8, vers 21.

1158
01:08:42,510 --> 01:08:47,130
De Bijbel spreekt erover hoe God
zal herstellen wat verloren was.

1159
01:08:47,130 --> 01:08:52,530
Jezus zei dat Hij gekomen was om te
zoeken en te behouden wat verloren is,

1160
01:08:52,530 --> 01:08:54,690
om het voor God te herstellen.

1161
01:08:54,690 --> 01:08:59,550
Zij die van God zijn afgevallen, is
Hij komen herstellen en terugroepen.

1162
01:08:59,550 --> 01:09:02,611
‘Alle dingen’ zou ook een
hyperbool kunnen zijn —

1163
01:09:02,611 --> 01:09:05,971
misschien niet letterlijk alles
zonder enige uitzondering —

1164
01:09:05,971 --> 01:09:09,990
maar God neemt er geen genoegen
mee dingen onhersteld te laten.

1165
01:09:09,990 --> 01:09:14,790
Door de hele Schrift heen is het Zijn
bedoeling te herstellen wat gebroken was.

1166
01:09:14,790 --> 01:09:17,010
Veel christenen begrijpen dat niet.

1167
01:09:17,010 --> 01:09:21,330
Ze denken dat het doel van het christendom
is om hier weg te komen en naar de hemel

1168
01:09:21,330 --> 01:09:26,190
te gaan, en dat er geen echte plannen
meer zijn om de aarde te herstellen.

1169
01:09:26,190 --> 01:09:28,830
Het is gewoon volledig verloren.

1170
01:09:28,830 --> 01:09:31,710
Het blijft maar doorgaan
als een slechte zaak,

1171
01:09:31,710 --> 01:09:34,530
en sommige mensen zullen
eruit gered worden

1172
01:09:34,530 --> 01:09:37,290
en naar de hemel gaan wanneer ze sterven,

1173
01:09:37,290 --> 01:09:41,610
en hoeven zich daarna nooit meer
zorgen te maken over de aarde.

1174
01:09:41,610 --> 01:09:43,230
De Bijbel zegt:

1175
01:09:43,230 --> 01:09:48,270
Zalig zijn de zachtmoedigen,
want zij zullen de aarde beërven.

1176
01:09:48,270 --> 01:09:52,230
De Bijbel zegt dat Jezus
over de aarde zal regeren.

1177
01:09:52,230 --> 01:09:57,750
De Bijbel zegt dat God Hem de
volken als Zijn erfdeel zal geven

1178
01:09:57,750 --> 01:10:00,450
en de einden der aarde als Zijn bezit.

1179
01:10:00,450 --> 01:10:03,810
God zal de aarde aan Christus
en aan ons teruggeven,

1180
01:10:03,810 --> 01:10:08,010
en wij zullen een opstandingslichaam
hebben dat er eeuwig kan leven.

1181
01:10:08,010 --> 01:10:11,730
Wij zullen onsterfelijk
worden opgewekt. Paulus zei:

1182
01:10:11,730 --> 01:10:15,870
Het wordt gezaaid in oneer, het
wordt opgewekt in heerlijkheid.

1183
01:10:15,870 --> 01:10:19,950
Het wordt gezaaid in zwakheid,
het wordt opgewekt in kracht.

1184
01:10:19,950 --> 01:10:23,370
Er zal een tijd komen waarin
God de zaken rechtzet.

1185
01:10:23,370 --> 01:10:27,090
Nogmaals, dat is wat de
Messias geacht wordt te doen.

1186
01:10:27,090 --> 01:10:31,530
Hij zal het recht onder de volken
herstellen. Dat is nog niet gebeurd.

1187
01:10:31,530 --> 01:10:35,310
Mensen die Christus zijn gevolgd,
zijn rechtvaardiger geworden.

1188
01:10:35,310 --> 01:10:39,990
Niet allemaal, maar het is de bedoeling
dat ze rechtvaardiger zijn dan daarvoor.

1189
01:10:39,990 --> 01:10:42,150
Dat maakt deel uit van het plan.

1190
01:10:42,150 --> 01:10:45,930
Maar in Jesaja 42, vers 4, staat:

1191
01:10:45,930 --> 01:10:49,350
Hij zal niet uitdoven, Hij
zal niet geknakt worden,

1192
01:10:49,350 --> 01:10:52,470
totdat Hij het recht op
aarde zal hebben gevestigd.

1193
01:10:52,470 --> 01:10:55,350
De kustlanden zullen uitzien
naar Zijn onderricht.

1194
01:10:55,350 --> 01:10:58,890
Dat de aarde onder de Messias
een rechtvaardige plaats wordt,

1195
01:10:58,890 --> 01:11:02,310
is dus niet alleen het
plan; het staat vast.

1196
01:11:02,310 --> 01:11:04,590
De Messias zal niet falen.

1197
01:11:04,590 --> 01:11:08,310
Hij zal zelfs niet ontmoedigd
raken als het lang duurt.

1198
01:11:08,310 --> 01:11:11,730
Hij gaat het doen, en Hij
zal daarin niet falen.

1199
01:11:11,730 --> 01:11:13,950
Dit is een herstel van alle dingen.

1200
01:11:13,950 --> 01:11:16,950
Hoe dat er precies uitziet,
weet ik niet zeker.

1201
01:11:16,950 --> 01:11:20,010
Ik weet niet zeker of we
ons dat kunnen voorstellen.

1202
01:11:20,010 --> 01:11:23,070
Ik weet niet zeker of we
dat zouden kunnen zeggen.

1203
01:11:23,070 --> 01:11:26,730
Maar Petrus ziet vanaf het
allereerste begin van zijn prediking

1204
01:11:26,730 --> 01:11:29,190
de vervulling van de
profetische verwachtingen

1205
01:11:29,190 --> 01:11:33,750
die God vanaf het begin heeft gegeven:
dat Hij alle dingen zal herstellen.

1206
01:11:33,750 --> 01:11:36,150
Alle profeten hebben over
deze dingen gesproken.

1207
01:11:36,150 --> 01:11:38,970
Ik wil nog één ding zeggen
over het laatste vers.

1208
01:11:38,970 --> 01:11:42,990
In het voorlaatste vers vermeldt
hij dat God had beloofd alle

1209
01:11:42,990 --> 01:11:45,930
volken te zegenen door
het zaad van Abraham.

1210
01:11:45,930 --> 01:11:51,270
Het zaad van Abraham is Christus,
en hij past dat hier toe. Hij zegt:

1211
01:11:51,270 --> 01:11:52,890
Allereerst voor jullie.

1212
01:11:52,890 --> 01:11:57,270
Het Evangelie is eerst voor
de Jood en ook voor de Griek.

1213
01:11:57,270 --> 01:12:00,090
Paulus heeft dat een paar
keer in Romeinen gezegd.

1214
01:12:00,090 --> 01:12:02,730
Eerst voor jullie, jullie Joden.

1215
01:12:02,730 --> 01:12:07,290
Eerst voor jullie heeft God, nadat Hij
Zijn Knecht Jezus had doen opstaan,

1216
01:12:07,290 --> 01:12:09,870
Hem gezonden om jullie te zegenen.

1217
01:12:09,870 --> 01:12:12,510
Alle volken zullen door
Hem gezegend worden,

1218
01:12:12,510 --> 01:12:15,930
maar jullie zijn het eerste
volk dat Hij wil zegenen.

1219
01:12:15,930 --> 01:12:21,090
God zal door het zaad van Abraham alle
volken zegenen, maar jullie eerst.

1220
01:12:21,090 --> 01:12:24,930
God heeft Hem eerst naar jullie
gezonden om jullie te zegenen.

1221
01:12:24,930 --> 01:12:26,610
Wat is de zegen?

1222
01:12:26,610 --> 01:12:30,150
Dat ieder van jullie zich afkeert
van zijn ongerechtigheden.

1223
01:12:30,150 --> 01:12:35,370
Met andere woorden, dat je van je
zonden wordt gered. Dat is de zegen.

1224
01:12:35,370 --> 01:12:38,610
Hoe zegent het zaad van
Abraham alle volken?

1225
01:12:38,610 --> 01:12:42,750
Door hen van hun zonden
af te keren. De engel zei:

1226
01:12:42,750 --> 01:12:47,430
en zij zal een Zoon baren, en
u zult Hem de naam Jezus geven,

1227
01:12:47,430 --> 01:12:50,790
want Hij zal Zijn volk
zalig maken van hun zonden.

1228
01:12:50,790 --> 01:12:53,130
Mensen zijn gebonden aan de zonde.

1229
01:12:53,130 --> 01:12:56,730
Sinds de zondeval zijn
ze aan de zonde gebonden.

1230
01:12:56,730 --> 01:13:01,530
Dat is iets wat hersteld moet
worden: vrijheid, bevrijding,

1231
01:13:01,530 --> 01:13:03,570
overwinning op de zonde.

1232
01:13:03,570 --> 01:13:06,150
Jezus zal hen van hun zonden redden.

1233
01:13:06,150 --> 01:13:10,950
Hij heeft Zijn Knecht naar jullie gezonden
om jullie van je zonden af te keren.

1234
01:13:10,950 --> 01:13:15,450
Ik ken mensen die vragen: „Moeten we
het volk Israël nog steeds zegenen?

1235
01:13:15,450 --> 01:13:20,190
Zegt de Bijbel niet dat Hij iedereen
zal zegenen die hen zegent, enzovoort?”

1236
01:13:20,190 --> 01:13:22,830
Ik zeg: „Jazeker, waarom niet?

1237
01:13:22,830 --> 01:13:27,510
Laten we hen zegenen door hen
van hun zonden af te keren.”

1238
01:13:27,510 --> 01:13:31,470
Dat is de zegen die God voor
hen en voor alle volken heeft.

1239
01:13:31,470 --> 01:13:35,910
Laten we Israël en de rest van
de wereld van hun zonden afkeren.

1240
01:13:35,910 --> 01:13:40,170
Ik denk niet dat God ons een bijzondere
verplichting heeft opgelegd om iets voor

1241
01:13:40,170 --> 01:13:43,950
het volk Israël te doen in
plaats van voor andere volken.

1242
01:13:43,950 --> 01:13:46,710
Maar Israël is ook een van de volken.

1243
01:13:46,710 --> 01:13:51,030
Gods zegen voor alle volken
door de Messias is dat Hij

1244
01:13:51,030 --> 01:13:54,810
hen van hun zonden afkeert
en tot behoud brengt.

1245
01:13:54,810 --> 01:13:58,770
Dat is wat Petrus aanbiedt
en verkondigt aan de Joden,

1246
01:13:58,770 --> 01:14:01,650
juist aan degenen die in
sommige gevallen Christus

1247
01:14:01,650 --> 01:14:04,350
in de eerste eeuw hebben gekruisigd.

1248
01:14:04,350 --> 01:14:06,690
Dit is niet het einde van het verhaal.

1249
01:14:06,690 --> 01:14:11,430
Hoofdstuk 4 en 5 gaan verder met de
reactie van de vijanden van het Evangelie

1250
01:14:11,430 --> 01:14:13,350
op Petrus en Johannes.

1251
01:14:13,350 --> 01:14:16,830
Vanwege deze preek en het
wonder dat ze hebben verricht,

1252
01:14:16,830 --> 01:14:20,671
worden ze opgepakt en in de gevangenis
gezet. Daar komen we op terug.
