1
00:00:02,010 --> 00:00:04,530
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,530 --> 00:00:11,850
Deze keer behandelen we Handelingen 6
vers 1 tot en met hoofdstuk 7 vers 60.

3
00:00:11,850 --> 00:00:14,970
Laten we Handelingen
hoofdstuk 6 openslaan.

4
00:00:14,970 --> 00:00:18,870
Het is gelukkig een stuk korter dan
de hoofdstukken die we hebben bekeken.

5
00:00:18,870 --> 00:00:22,830
Dat betekent dat we hopelijk ook
aan hoofdstuk 7 toekomen en dat

6
00:00:22,830 --> 00:00:25,170
eveneens helemaal kunnen behandelen.

7
00:00:25,170 --> 00:00:28,590
Hoofdstuk 7 is helaas
een heel lang hoofdstuk.

8
00:00:28,590 --> 00:00:31,890
Met 60 verzen is het waarschijnlijk
het langste hoofdstuk,

9
00:00:31,890 --> 00:00:35,670
dus daarmee compenseert het
de kortheid van hoofdstuk 6.

10
00:00:35,670 --> 00:00:40,590
De hoofdstukken 6 en 7 vertellen
eigenlijk het verhaal van Stefanus.

11
00:00:40,590 --> 00:00:44,310
Stefanus is de eerste martelaar
van de christelijke gemeente,

12
00:00:44,310 --> 00:00:46,770
maar er zouden nog duizenden volgen.

13
00:00:46,770 --> 00:00:51,750
Hij hield een heel lange preek, en
daardoor is hoofdstuk 7 zo lang.

14
00:00:51,750 --> 00:00:53,430
Het bevat zijn preek.

15
00:00:53,430 --> 00:00:57,750
Maar hoofdstuk 6 introduceert hem
als lid van een grotere groep,

16
00:00:57,750 --> 00:01:01,110
een groep van zeven mannen die
voor een bijzondere taak in de

17
00:01:01,110 --> 00:01:03,030
gemeente werden gekozen.

18
00:01:03,030 --> 00:01:06,450
Stefanus en Filippus
waren twee van die mannen,

19
00:01:06,450 --> 00:01:09,090
en zij deden meer dan die bijzondere taak.

20
00:01:09,090 --> 00:01:13,110
Ik geloof dat zij die taak waarschijnlijk
heel behoorlijk hebben vervuld,

21
00:01:13,110 --> 00:01:17,550
maar God gebruikte hen ook voor meer
dan hun oorspronkelijke opdracht,

22
00:01:17,550 --> 00:01:19,350
zoals we zullen zien.

23
00:01:19,350 --> 00:01:24,930
Stefanus, een van deze mannen, staat
centraal in de hoofdstukken 6 en 7.

24
00:01:24,930 --> 00:01:30,390
Daarna staat Filippus, een andere man
uit deze groep, centraal in hoofdstuk 8.

25
00:01:30,390 --> 00:01:35,430
Als we dat eenmaal voorbij zijn, komen
we bij de bekering van Saulus van Tarsus.

26
00:01:35,430 --> 00:01:38,430
Hij wordt dan natuurlijk de persoon
om wie het in de rest van het

27
00:01:38,430 --> 00:01:40,170
boek voornamelijk draait.

28
00:01:40,170 --> 00:01:44,010
We hebben gelezen over de
apostelen en alles wat zij deden.

29
00:01:44,010 --> 00:01:47,910
We lazen dat zij getuigden van
Christus, van Zijn opstanding.

30
00:01:47,910 --> 00:01:50,550
Zij deden tekenen en wonderen.

31
00:01:50,550 --> 00:01:53,850
Ze werden gevangengenomen.
Ze werden bevrijd.

32
00:01:53,850 --> 00:01:56,310
Het gaat allemaal over de apostelen.

33
00:01:56,310 --> 00:02:01,590
De apostelen waren in de begintijd de
voornaamste — eerlijk gezegd de enige —

34
00:02:01,590 --> 00:02:04,110
officiële dienaren van de gemeente.

35
00:02:04,110 --> 00:02:08,790
Maar zoals onvermijdelijk is in een
gemeenschap van mensen die zo groot wordt,

36
00:02:08,790 --> 00:02:12,570
begon de gemeente een aantal
verschillende taken op zich te nemen.

37
00:02:12,570 --> 00:02:16,950
Ze moesten niet alleen mensen
bekeren, mensen tot discipelen maken

38
00:02:16,950 --> 00:02:19,050
en mensen te eten geven.

39
00:02:19,050 --> 00:02:22,770
Er ontstond ook een steeds grotere
noodzaak om goederen onder de

40
00:02:22,770 --> 00:02:24,270
armen te verdelen.

41
00:02:24,270 --> 00:02:28,170
Lukas heeft ons al twee keer eerder
verteld dat dit een belangrijk kenmerk van

42
00:02:28,170 --> 00:02:30,030
de vroege gemeente was.

43
00:02:30,030 --> 00:02:34,530
Maar nu ontdekken we dat het overweldigend
werd door de omvang van de gemeente

44
00:02:34,530 --> 00:02:37,590
en het kleine aantal mensen
dat de gemeente leidde,

45
00:02:37,590 --> 00:02:39,810
namelijk twaalf apostelen.

46
00:02:39,810 --> 00:02:42,870
De noden van de armen begonnen
een probleem te worden.

47
00:02:42,870 --> 00:02:46,710
Het was niet zo dat de gemeente dit
probleem niet goed wilde aanpakken.

48
00:02:46,710 --> 00:02:51,090
Het was eenvoudigweg een taak die met zo
weinig mannen aan de leiding moeilijk uit

49
00:02:51,090 --> 00:02:52,410
te voeren was.

50
00:02:52,410 --> 00:02:55,050
Voor het eerst in de
geschiedenis van de gemeente

51
00:02:55,050 --> 00:02:57,390
beginnen we dus een taakverdeling te zien,

52
00:02:57,390 --> 00:03:02,010
een verdeling van verantwoordelijkheden
over verschillende soorten bedieningen.

53
00:03:02,010 --> 00:03:06,690
Paulus zou hier later over spreken met
het lichaam van Christus als beeld.

54
00:03:06,690 --> 00:03:12,690
Sommige mensen zijn een hand, een
neus, een voet, een oog of een oor.

55
00:03:12,690 --> 00:03:14,490
Die hebben verschillende functies.

56
00:03:14,490 --> 00:03:18,330
Ze hebben verschillende gaven, net
zoals een lichaam verschillende

57
00:03:18,330 --> 00:03:22,290
delen heeft die ontworpen en in staat
gesteld zijn om verschillende dingen te

58
00:03:22,290 --> 00:03:26,610
doen die andere lichaamsdelen
niet kunnen en niet doen.

59
00:03:26,610 --> 00:03:29,190
We beginnen dus te ontdekken
dat het in het lichaam van

60
00:03:29,190 --> 00:03:31,890
Christus niet alleen om de apostelen gaat.

61
00:03:31,890 --> 00:03:34,890
Het gaat niet alleen om de
twaalf supersterren en de

62
00:03:34,890 --> 00:03:39,090
duizenden en duizenden gewone
mensen die niets te doen hebben.

63
00:03:39,090 --> 00:03:43,050
Integendeel, zoals men later
in de tijd van Paulus begreep,

64
00:03:43,050 --> 00:03:46,410
en zelfs toen Petrus zijn
brief 1 Petrus schreef,

65
00:03:46,410 --> 00:03:50,670
is er een enorme taakverdeling en
heeft iedere persoon in het lichaam van

66
00:03:50,670 --> 00:03:52,770
Christus iets te doen.

67
00:03:52,770 --> 00:03:56,970
Niet iedereen zal een apostel
of zelfs maar een profeet zijn.

68
00:03:56,970 --> 00:04:00,150
Paulus zegt dat zelfs in 1 Korinthe 12:

69
00:04:00,150 --> 00:04:02,730
Zijn zij soms allen apostelen?

70
00:04:02,730 --> 00:04:05,250
Zijn zij soms allen profeten?

71
00:04:05,250 --> 00:04:07,770
Zijn zij soms allen leraars?

72
00:04:07,770 --> 00:04:10,170
Zijn zij soms allen krachten?

73
00:04:10,170 --> 00:04:12,150
Nee, dat zijn ze niet.

74
00:04:12,150 --> 00:04:16,410
Er is ook een hele groep andere
gaven, maar iedereen heeft een gave.

75
00:04:16,410 --> 00:04:21,690
Dat wil zeggen: de Heilige Geest heeft
iedere persoon voor een taak uitgekozen

76
00:04:21,690 --> 00:04:26,550
en heeft hem die bovennatuurlijke zalving
gegeven om die taak uit te voeren.

77
00:04:26,550 --> 00:04:30,150
Wanneer alle leden van het lichaam
doen wat hun opgedragen is,

78
00:04:30,150 --> 00:04:32,190
functioneert het hele lichaam.

79
00:04:32,190 --> 00:04:36,270
Wanneer je een lichaam hebt waarin
sommige lichaamsdelen niet functioneren,

80
00:04:36,270 --> 00:04:37,650
heb je verlamming.

81
00:04:37,650 --> 00:04:39,630
Dan heb je onvermogen.

82
00:04:39,630 --> 00:04:42,450
Dat begon hier te gebeuren,
omdat er eigenlijk maar

83
00:04:42,450 --> 00:04:46,770
één groep dienaren van welke aard dan
ook was, en zij het heel druk hadden.

84
00:04:46,770 --> 00:04:49,830
De dingen waarmee zij druk
waren, waren in het begin

85
00:04:49,830 --> 00:04:54,450
aantoonbaar de belangrijkste dingen:
zorgen dat mensen zich bekeerden

86
00:04:54,450 --> 00:04:57,630
en zorgen dat mensen tot
discipelen werden gemaakt.

87
00:04:57,630 --> 00:05:02,790
Maar nu waren er meer alledaagse
noden waarin moest worden voorzien.

88
00:05:02,790 --> 00:05:07,710
Mensen, met inbegrip van christenen,
hebben twee soorten behoeften.

89
00:05:07,710 --> 00:05:10,470
We hebben behoefte aan
geestelijke voeding,

90
00:05:10,470 --> 00:05:13,230
maar ook aan de verzorging
van ons lichaam.

91
00:05:13,230 --> 00:05:17,310
De gemeente heeft fysieke
behoeften en geestelijke behoeften.

92
00:05:17,310 --> 00:05:21,150
De apostelen hadden geprobeerd
beide terreinen te bestrijken.

93
00:05:21,150 --> 00:05:26,010
Het voorzien in de fysieke behoeften
hield in dat zij de armen hielpen

94
00:05:26,010 --> 00:05:29,910
door geld dat de rijken hadden
geschonken opnieuw te verdelen.

95
00:05:29,910 --> 00:05:34,950
De apostelen waren daarom niet alleen
predikers, leraren en gevangenen,

96
00:05:34,950 --> 00:05:38,970
aangezien ze in de gevangenis
belandden en zulke dingen meemaakten.

97
00:05:38,970 --> 00:05:43,530
Ze waren ook de beheerders van alles,
en dat werkte eenvoudigweg niet.

98
00:05:43,530 --> 00:05:46,230
Het bleek dat ze niet alles goed deden.

99
00:05:46,230 --> 00:05:48,470
Juist bij die laatste
verantwoordelijkheden —

100
00:05:48,470 --> 00:05:53,730
voor de armen zorgen en ervoor zorgen dat
in ieders fysieke behoeften werd voorzien

101
00:05:53,730 --> 00:05:56,250
— lieten ze echt steken vallen.

102
00:05:56,250 --> 00:05:58,770
Daarover lezen we in hoofdstuk 6:

103
00:05:58,770 --> 00:06:02,550
In die dagen, toen het aantal
discipelen steeds toenam,

104
00:06:02,550 --> 00:06:06,090
ontstond er gemor van de
Griekssprekenden tegen de Hebreeën,

105
00:06:06,090 --> 00:06:10,890
omdat hun weduwen bij het dagelijkse
dienstbetoon over het hoofd gezien werden.

106
00:06:10,890 --> 00:06:16,050
In deze hoofdstukken worden Hebreeën en
Griekssprekenden tegenover elkaar gesteld.

107
00:06:16,050 --> 00:06:19,890
De Griekssprekenden worden
ook wel ‘hellenisten’ genoemd,

108
00:06:19,890 --> 00:06:22,710
een benaming die van het
woord voor Grieks komt.

109
00:06:22,710 --> 00:06:25,410
Hiermee worden echter geen
Griekse mensen bedoeld,

110
00:06:25,410 --> 00:06:29,850
want op dit punt was het evangelie
nog niet onder de heidenen verkondigd.

111
00:06:29,850 --> 00:06:34,650
Bijbelgeleerden zijn het er tamelijk
algemeen over eens dat de hellenisten

112
00:06:34,650 --> 00:06:36,870
de Griekssprekende Joden waren.

113
00:06:36,870 --> 00:06:42,030
Met de Hebreeën worden de Joden bedoeld
die Hebreeuws of Aramees spraken,

114
00:06:42,030 --> 00:06:44,910
dat soms ook Hebreeuws wordt genoemd.

115
00:06:44,910 --> 00:06:47,910
Het ging dus grotendeels
om de Palestijnse Joden,

116
00:06:47,910 --> 00:06:52,290
van wie de ouders en grootouders al
eeuwen, of ten minste generaties lang,

117
00:06:52,290 --> 00:06:54,330
in Israël hadden gewoond.

118
00:06:54,330 --> 00:06:58,230
Zij waren de plaatselijke
Arameessprekenden en zij worden hier

119
00:06:58,230 --> 00:06:59,790
de Hebreeën genoemd.

120
00:06:59,790 --> 00:07:04,290
Maar de hellenisten waren mensen die
zelf uit de diaspora naar Israël waren

121
00:07:04,290 --> 00:07:08,490
geëmigreerd, of van wie de ouders
of grootouders dat hadden gedaan.

122
00:07:08,490 --> 00:07:11,850
Het waren mensen uit de
diaspora die Grieks spraken,

123
00:07:11,850 --> 00:07:15,570
omdat het rijk van de Romeinen
een Griekssprekend rijk was.

124
00:07:15,570 --> 00:07:19,350
Alexander de Grote, die vóór
de komst van de Romeinen

125
00:07:19,350 --> 00:07:21,510
over het Griekse Rijk had geheerst,

126
00:07:21,510 --> 00:07:27,690
had iedereen Grieks onderwezen en ervoor
gezorgd dat ze Grieks leerden en spraken.

127
00:07:27,690 --> 00:07:33,810
Dus als je buiten Israël woonde, of zelfs
als je in Israël woonde, kende je Grieks.

128
00:07:33,810 --> 00:07:38,130
Maar als je buiten Israël woonde,
kende je waarschijnlijk geen Aramees.

129
00:07:38,130 --> 00:07:43,290
Als Joodse mensen uit een heidens land
die Grieks spraken naar Israël verhuisden,

130
00:07:43,290 --> 00:07:47,550
leerden ze niet noodzakelijkerwijs
Aramees, want dat hoefde niet.

131
00:07:47,550 --> 00:07:49,290
Iedereen kende Grieks.

132
00:07:49,290 --> 00:07:53,430
Toen ik in Zuid-Amerika was, hoopte
ik een beetje Spaans te leren.

133
00:07:53,430 --> 00:07:56,310
Maar ik bevond me in een
Engelssprekende enclave

134
00:07:56,310 --> 00:07:58,770
en we spraken gewoon voortdurend Engels.

135
00:07:58,770 --> 00:08:01,050
Ik heb geen woord Spaans geleerd.

136
00:08:01,050 --> 00:08:03,270
Ik wou dat ik dat wel had gedaan.

137
00:08:03,270 --> 00:08:06,090
Maar als mensen de taal
spreken die we al kennen,

138
00:08:06,090 --> 00:08:09,690
zijn we behoorlijk lui als het gaat om
het leren van een taal die we niet nodig

139
00:08:09,690 --> 00:08:12,930
hebben om met de mensen om
ons heen te communiceren.

140
00:08:12,930 --> 00:08:16,530
Zelfs Griekssprekende Joden
die naar Palestina verhuisden,

141
00:08:16,530 --> 00:08:20,490
waar de Palestijnen Aramees spraken,
hoefden die taal niet te leren,

142
00:08:20,490 --> 00:08:24,570
omdat de Palestijnen ook Grieks
spraken. Iedereen sprak het.

143
00:08:24,570 --> 00:08:28,950
Er waren dus Joden in Israël die
de Hebreeuwse taal niet kenden.

144
00:08:28,950 --> 00:08:33,390
Zij hadden natuurlijk hun eigen synagogen,
want de Palestijnse Joden kwamen samen in

145
00:08:33,390 --> 00:08:36,810
synagogen waar de liturgie
in het Aramees werd gehouden

146
00:08:36,810 --> 00:08:39,630
en de Schriften in het
Aramees werden gelezen.

147
00:08:39,630 --> 00:08:43,890
In de Griekse of hellenistische
synagogen kwamen Joden samen

148
00:08:43,890 --> 00:08:48,930
van wie de voorouders uit andere landen
afkomstig waren en die Grieks spraken.

149
00:08:48,930 --> 00:08:51,570
Daar was de liturgie dus in het Grieks.

150
00:08:51,570 --> 00:08:55,650
Dit was niet noodzakelijkerwijs
een grote oorzaak van verdeeldheid.

151
00:08:55,650 --> 00:09:01,650
De Palestijnse Joden, de Hebreeën, keken
niet noodzakelijkerwijs met veel afkeuring

152
00:09:01,650 --> 00:09:03,750
neer op Griekssprekende Joden.

153
00:09:03,750 --> 00:09:05,850
Het waren tenslotte Joden.

154
00:09:05,850 --> 00:09:08,910
Het waren geen Samaritanen of heidenen.

155
00:09:08,910 --> 00:09:11,070
Ze aanbaden dezelfde God.

156
00:09:11,070 --> 00:09:12,390
Ze waren besneden.

157
00:09:12,390 --> 00:09:14,490
Ze waren van Joodse afkomst.

158
00:09:14,490 --> 00:09:17,910
Maar er bestond wel een zekere
culturele kloof tussen hen,

159
00:09:17,910 --> 00:09:21,090
omdat ze in afzonderlijke
synagogen samenkwamen en

160
00:09:21,090 --> 00:09:23,070
verschillende talen spraken.

161
00:09:23,070 --> 00:09:26,670
En naar alle waarschijnlijkheid
hadden de hellenistische Joden

162
00:09:26,670 --> 00:09:30,690
bepaalde Griekse gewoonten die
hun voorouders hadden meegebracht,

163
00:09:30,690 --> 00:09:35,970
terwijl de Hebreeën de leer van de
Farizeeën enzovoort strikter volgden.

164
00:09:35,970 --> 00:09:39,810
Hoe dan ook, toen Joden in
Jeruzalem tot geloof kwamen,

165
00:09:39,810 --> 00:09:43,890
waren er zowel hellenisten
als Hebreeën onder hen.

166
00:09:43,890 --> 00:09:46,890
De gemeente bestond dus uit beide groepen.

167
00:09:46,890 --> 00:09:49,530
Er werd een klacht tegen
de Hebreeën ingediend,

168
00:09:49,530 --> 00:09:54,870
omdat de Palestijns-Joodse christenen en
hun weduwen bevoordeeld leken te worden

169
00:09:54,870 --> 00:09:58,710
wanneer de apostelen de ondersteuning
voor de armen verdeelden.

170
00:09:58,710 --> 00:10:01,950
De hellenisten vonden dat hun
weduwen werden verwaarloosd,

171
00:10:01,950 --> 00:10:06,030
of in elk geval niet dezelfde
mate van zorg kregen.

172
00:10:06,030 --> 00:10:11,130
Het is volkomen onwaarschijnlijk dat
de apostelen dit met opzet deden.

173
00:10:11,130 --> 00:10:13,590
Het zou verkeerd zijn te
denken dat de apostelen,

174
00:10:13,590 --> 00:10:19,290
omdat zij Palestijnse Joden waren, de
Palestijnse weduwen bewust voortrokken.

175
00:10:19,290 --> 00:10:23,670
Naar alle waarschijnlijkheid hielden de
apostelen de zaken gewoon niet goed genoeg

176
00:10:23,670 --> 00:10:27,810
bij en werden de zaken
daardoor niet eerlijk verdeeld.

177
00:10:27,810 --> 00:10:31,890
Toen dit onder hun aandacht werd gebracht,
beviel het hun niet dat de verdeling

178
00:10:31,890 --> 00:10:33,510
niet eerlijk verliep.

179
00:10:33,510 --> 00:10:35,310
Ze wilden het rechtzetten.

180
00:10:35,310 --> 00:10:37,170
Ze hadden goede bedoelingen.

181
00:10:37,170 --> 00:10:39,810
Er staat dus dat hun
weduwen bij de dagelijkse

182
00:10:39,810 --> 00:10:42,330
voedseluitdeling werden overgeslagen.

183
00:10:42,330 --> 00:10:46,710
Daarop riepen de twaalf de menigte
van discipelen bijeen en zeiden:

184
00:10:46,710 --> 00:10:50,610
En de twaalf riepen de menigte van
de discipelen bij zich en zeiden:

185
00:10:50,610 --> 00:10:54,570
Het is niet behoorlijk dat wij nalaten
het Woord van God te verkondigen om de

186
00:10:54,570 --> 00:10:56,070
tafels te dienen.

187
00:10:56,070 --> 00:10:59,430
Tafels bedienen was niet werkelijk
wat zij geacht werden te doen,

188
00:10:59,430 --> 00:11:03,150
maar ervoor zorgen dat er voedsel
op de tafels van de mensen stond,

189
00:11:03,150 --> 00:11:05,430
was het doel van de uitdeling.

190
00:11:05,430 --> 00:11:10,230
Ze zeiden niet dat het geen goed werk
was, maar dat het niet hun werk was.

191
00:11:10,230 --> 00:11:14,610
Jezus had hen aangesteld om getuigen
van Zijn opstanding te zijn.

192
00:11:14,610 --> 00:11:16,830
Dat was wat ze probeerden te doen.

193
00:11:16,830 --> 00:11:20,730
Ze moesten die taak niet laten
liggen om dit andere werk te doen.

194
00:11:20,730 --> 00:11:23,550
Hoewel dit andere werk
verwaarloosd leek te worden,

195
00:11:23,550 --> 00:11:26,010
konden ze er niet werkelijk
meer tijd aan besteden,

196
00:11:26,010 --> 00:11:29,610
omdat Christus hun een
andere opdracht had gegeven.

197
00:11:29,610 --> 00:11:33,930
Ze moesten dus anderen aanstellen om
zorg te dragen voor het gedeelte dat zij

198
00:11:33,930 --> 00:11:35,730
niet goed uitvoerden.

199
00:11:35,730 --> 00:11:39,570
Ze erkenden hun beperkingen en
moesten mensen vinden die zich op dat

200
00:11:39,570 --> 00:11:41,670
gedeelte konden concentreren.

201
00:11:41,670 --> 00:11:45,270
Zie daarom uit, broeders, naar
zeven mannen uit uw midden,

202
00:11:45,270 --> 00:11:50,610
van wie men een goed getuigenis geeft ,
vol van de Heilige Geest en van wijsheid,

203
00:11:50,610 --> 00:11:54,150
die wij voor deze noodzakelijke
taak zullen aanstellen.

204
00:11:54,150 --> 00:11:58,590
Wij echter zullen volharden in het
gebed en in de bediening van het Woord.

205
00:11:58,590 --> 00:12:03,030
En dit woord behaagde heel de
menigte; en zij kozen Stefanus,

206
00:12:03,030 --> 00:12:08,970
een man vol van geloof en van de Heilige
Geest, Filippus, Prochorus, Nicanor,

207
00:12:08,970 --> 00:12:13,590
Timon, Parmenas en Nicolaüs,
een proseliet uit Antiochië.

208
00:12:13,590 --> 00:12:17,550
Deze andere vijf namen kunnen heel
belangrijk zijn geweest voor de vroege

209
00:12:17,550 --> 00:12:22,170
gemeente, maar we weten niets
over hen, behalve hun namen.

210
00:12:22,170 --> 00:12:25,650
Stefanus en Filippus, de
eerste twee op de lijst,

211
00:12:25,650 --> 00:12:29,250
werden waarschijnlijk als eersten
genoemd omdat we meer informatie over

212
00:12:29,250 --> 00:12:30,690
hen zullen krijgen.

213
00:12:30,690 --> 00:12:33,870
Zij waren ook op andere
manieren van grote betekenis,

214
00:12:33,870 --> 00:12:36,150
naast het verzorgen van de uitdeling.

215
00:12:36,150 --> 00:12:38,310
Ze werden allebei predikers.

216
00:12:38,310 --> 00:12:40,590
Stefanus werd een apologeet.

217
00:12:40,590 --> 00:12:43,590
Filippus werd Filippus de evangelist.

218
00:12:43,590 --> 00:12:47,910
Beiden deden, net als de
apostelen, tekenen en wonderen.

219
00:12:47,910 --> 00:12:51,930
Dat is iets wat je in het boek
Handelingen niet veel mensen ziet doen.

220
00:12:51,930 --> 00:12:57,450
Voor zover ik weet, wordt er zelfs alleen
van de apostelen, Stefanus en Filippus,

221
00:12:57,450 --> 00:13:01,410
en misschien ook van Ananias,
die Sauls blindheid genas,

222
00:13:01,410 --> 00:13:04,290
vermeld dat zij tekenen en wonderen deden.

223
00:13:04,290 --> 00:13:06,750
Misschien waren er vele
anderen die dat deden,

224
00:13:06,750 --> 00:13:09,450
maar over hen wordt ons niets verteld.

225
00:13:09,450 --> 00:13:14,190
Stefanus en Filippus behoorden tot
die uitzonderlijke mensen die naast

226
00:13:14,190 --> 00:13:18,330
administratief werk ook
predikwerk en wonderwerk deden.

227
00:13:18,330 --> 00:13:21,450
In zekere zin leken ze op
apostelen in het klein,

228
00:13:21,450 --> 00:13:23,970
maar daarvoor waren ze niet aangesteld.

229
00:13:23,970 --> 00:13:28,830
Ze waren eenvoudigweg aangesteld om ervoor
te zorgen dat de boekhouding goed werd

230
00:13:28,830 --> 00:13:32,490
gedaan en dat het voedsel
eerlijk werd uitgedeeld.

231
00:13:32,490 --> 00:13:35,010
Blijkbaar waren ze op dat gebied bekwaam.

232
00:13:35,010 --> 00:13:37,890
De vereiste om dat werk
te doen was dat een man

233
00:13:37,890 --> 00:13:41,190
vol van de Heilige Geest
en wijsheid moest zijn.

234
00:13:41,190 --> 00:13:45,450
Heel vaak maakt de gemeente iemand
tot boekhouder of administrateur,

235
00:13:45,450 --> 00:13:48,090
of geeft ze hem bepaalde
verantwoordelijkheden,

236
00:13:48,090 --> 00:13:52,410
zonder zich erom te bekommeren of
die persoon vervuld is met de Geest.

237
00:13:52,410 --> 00:13:56,250
Als hij toevallig een bekwame
administrateur is of iets dergelijks,

238
00:13:56,250 --> 00:13:59,190
dan is hij de juiste man voor die taak.

239
00:13:59,190 --> 00:14:01,230
Is hij vervuld met de Geest?

240
00:14:01,230 --> 00:14:03,150
Wie maakt zich daar druk om?

241
00:14:03,150 --> 00:14:07,710
Waarom moet je vervuld zijn met de Heilige
Geest om de boekhouding bij te houden,

242
00:14:07,710 --> 00:14:10,110
om administratief werk te doen?

243
00:14:10,110 --> 00:14:12,810
Waarom moet je vervuld
zijn met de Heilige Geest?

244
00:14:12,810 --> 00:14:15,690
Omdat wat zij deden bediening was.

245
00:14:15,690 --> 00:14:18,750
Het was het werk van het
lichaam van Christus.

246
00:14:18,750 --> 00:14:22,890
Het was een ander soort werk van het
lichaam van Christus dan het werk

247
00:14:22,890 --> 00:14:25,050
dat de apostelen zouden gaan doen.

248
00:14:25,050 --> 00:14:28,710
Maar het lichaam van Christus
heeft veel taken te verrichten,

249
00:14:28,710 --> 00:14:31,290
en alleen God kan Gods werk doen.

250
00:14:31,290 --> 00:14:35,550
Alleen de Heilige Geest kan iemand
geschikt maken om het geestelijke werk

251
00:14:35,550 --> 00:14:37,890
van het lichaam van Christus te doen.

252
00:14:37,890 --> 00:14:42,510
We zien dat Paulus later, in
Romeinen 12 en 1 Korinthe 12,

253
00:14:42,510 --> 00:14:45,810
een opsomming geeft van
de gaven van de Geest.

254
00:14:45,810 --> 00:14:49,050
Hij zegt dat ieder mens een
gave van de Geest heeft.

255
00:14:49,050 --> 00:14:52,350
De Heilige Geest heeft die
naar Zijn wil uitgedeeld.

256
00:14:52,350 --> 00:14:56,430
In 1 Korinthe, hoofdstuk
12, noemt hij negen gaven,

257
00:14:56,430 --> 00:15:00,990
waarvan de meeste gaven lijken te
zijn die met spreken te maken hebben.

258
00:15:00,990 --> 00:15:04,050
In Romeinen 12 noemt hij heel wat gaven,

259
00:15:04,050 --> 00:15:08,250
waarvan er veel niet met spreken te
maken hebben: de gave van het geven,

260
00:15:08,250 --> 00:15:13,410
de gave van het helpen, de gave van
bestuur en de gave van leidinggeven.

261
00:15:13,410 --> 00:15:16,710
Deze gaven hebben niet in het
bijzonder met praten te maken.

262
00:15:16,710 --> 00:15:21,870
Helpen, geven, leidinggeven en
besturen zijn praktische dingen

263
00:15:21,870 --> 00:15:25,710
waarmee in de lichamelijke behoeften
van het lichaam wordt voorzien.

264
00:15:25,710 --> 00:15:29,010
De gaven die met spreken te
maken hebben, voorzien in de

265
00:15:29,010 --> 00:15:31,290
geestelijke behoeften, want:

266
00:15:31,290 --> 00:15:35,490
Maar Hij antwoordde en
zei: Er staat geschreven:

267
00:15:35,490 --> 00:15:39,870
De mens zal niet van brood alleen
leven, maar van elk woord dat

268
00:15:39,870 --> 00:15:41,730
uit de mond van God komt.

269
00:15:41,730 --> 00:15:44,610
Wanneer de predikers het
Woord van God predikten,

270
00:15:44,610 --> 00:15:48,690
voorzagen zij in de geestelijke
honger en behoeften van de gemeente.

271
00:15:48,690 --> 00:15:52,650
Maar er waren nog steeds mensen
die lichamelijke behoeften hadden.

272
00:15:52,650 --> 00:15:57,690
En er waren anderen die gaven van
helpen en geven enzovoort hadden,

273
00:15:57,690 --> 00:16:00,150
waarmee ze in die behoeften voorzagen.

274
00:16:00,150 --> 00:16:05,190
Al die gaven worden in de Bijbel
charismata genoemd, gaven van de Geest,

275
00:16:05,190 --> 00:16:08,370
of, letterlijker, genadegaven.

276
00:16:08,370 --> 00:16:11,790
Het zijn allemaal gaven
die God heeft uitgedeeld.

277
00:16:11,790 --> 00:16:15,390
Iedereen in de gemeente
heeft een van deze gaven.

278
00:16:15,390 --> 00:16:19,890
Sommigen hebben er misschien meer dan
één, maar iedereen heeft er minstens één,

279
00:16:19,890 --> 00:16:23,970
als hij werkelijk deel uitmaakt
van het lichaam van Christus.

280
00:16:23,970 --> 00:16:26,550
Petrus spreekt ook over de gaven.

281
00:16:26,550 --> 00:16:31,590
Diezelfde Petrus, die in Handelingen
hoofdstuk 6 deze regeling treft,

282
00:16:31,590 --> 00:16:35,010
schreef later een brief
waarin hij over gaven sprak.

283
00:16:35,010 --> 00:16:39,330
Een deel ervan ging over gaven;
dat was niet het hoofdonderwerp.

284
00:16:39,330 --> 00:16:44,730
Maar in 1 Petrus 4:10–11
zegt hij tegen de christenen:

285
00:16:44,730 --> 00:16:48,930
Laat ieder de anderen dienen met de
genadegave zoals hij die ontvangen heeft,

286
00:16:48,930 --> 00:16:52,770
als goede beheerders van de
veelsoortige genade van God.

287
00:16:52,770 --> 00:16:57,211
Als iemand spreekt, dan als iemand
die de woorden van God spreekt ;

288
00:16:57,211 --> 00:17:02,430
als iemand dient, dan als iemand die
dient uit kracht die God schenkt;

289
00:17:02,430 --> 00:17:06,450
zodat God in alles verheerlijkt
wordt door Jezus Christus.

290
00:17:06,450 --> 00:17:12,510
Hem komt de heerlijkheid en de kracht
toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.

291
00:17:12,510 --> 00:17:16,530
Het Engelse woord ‘minister’
betekent ‘dienen’.

292
00:17:16,530 --> 00:17:22,110
Dat is een oud Engels woord dat
‘dienen’ betekent. Dien ermee.

293
00:17:22,110 --> 00:17:25,470
Gebruik het om te
dienen. Je hebt een gave.

294
00:17:25,470 --> 00:17:28,410
Gebruik die als een middel
om elkaar te dienen,

295
00:17:28,410 --> 00:17:32,790
als goede rentmeesters van de
veelsoortige genade van God.

296
00:17:32,790 --> 00:17:37,830
‘Veelvuldig’ betekent dat die genade
vele facetten en vele kanten heeft.

297
00:17:37,830 --> 00:17:42,510
Wat hij zegt, is dat de genade van
God die aan de gemeente is uitgedeeld,

298
00:17:42,510 --> 00:17:45,150
zich op verschillende
manieren manifesteert.

299
00:17:45,150 --> 00:17:47,970
Er zijn veel manifestaties van de genade.

300
00:17:47,970 --> 00:17:52,290
Elke genadegave — het woord
charisma, dat in de Schrift wordt

301
00:17:52,290 --> 00:17:57,210
gebruikt voor de gaven van de Geest
— betekent letterlijk ‘genadegave’.

302
00:17:57,210 --> 00:18:01,290
God geeft je genade om je door de
Geest in staat te stellen te dienen.

303
00:18:01,290 --> 00:18:04,770
Petrus zegt dat je een goede
rentmeester moet zijn van die genade die

304
00:18:04,770 --> 00:18:06,330
je gegeven is.

305
00:18:06,330 --> 00:18:10,350
Zoals je een genadegave hebt ontvangen,
moet je die gebruiken om te dienen

306
00:18:10,350 --> 00:18:14,250
en zo een goede rentmeester te
zijn van wat je is toevertrouwd,

307
00:18:14,250 --> 00:18:15,990
van de genade van God.

308
00:18:15,990 --> 00:18:18,690
Dan werkt hij dat in vers 11 verder uit:

309
00:18:18,690 --> 00:18:22,170
Als iemand spreekt, laat hij
dan Gods woorden spreken.

310
00:18:22,170 --> 00:18:26,550
Dat wil zeggen: laat hem spreken als
iemand die door de kracht van de Geest

311
00:18:26,550 --> 00:18:28,230
spreekt, zoals een profeet.

312
00:18:28,230 --> 00:18:34,890
Opnieuw, ‘dienen’ betekent ‘dienstbaar
zijn’, in tegenstelling tot ‘spreken’.

313
00:18:34,890 --> 00:18:36,330
Je hebt gaven.

314
00:18:36,330 --> 00:18:40,350
Misschien ben je iemand die spreekt;
misschien ben je iemand die dient.

315
00:18:40,350 --> 00:18:44,610
Er zijn twee categorieën
gaven: gaven waarbij je spreekt

316
00:18:44,610 --> 00:18:46,890
en gaven waarbij je dient.

317
00:18:46,890 --> 00:18:51,510
Wie spreekt, voorziet rechtstreeks in de
geestelijke behoeften van de gemeente,

318
00:18:51,510 --> 00:18:56,730
en wie dient, voorziet in de meer
lichamelijke behoeften. Hij zei:

319
00:18:56,730 --> 00:19:00,570
Als iemand spreekt, laat hij
dan Gods woorden spreken.

320
00:19:00,570 --> 00:19:05,130
Als iemand anderen helpt, laat hij dat
dan doen vanuit de kracht die God geeft,

321
00:19:05,130 --> 00:19:07,650
zodat God in alles wordt geëerd.

322
00:19:07,650 --> 00:19:11,370
De zeven mannen die in Handelingen
hoofdstuk 6 werden gekozen,

323
00:19:11,370 --> 00:19:13,350
werden gekozen om te dienen.

324
00:19:13,350 --> 00:19:16,710
Maar Petrus zegt: als
jouw gave het dienen is,

325
00:19:16,710 --> 00:19:19,530
doe het dan naar het
vermogen dat God geeft.

326
00:19:19,530 --> 00:19:22,590
Met andere woorden, zelfs
als je een praktische,

327
00:19:22,590 --> 00:19:25,950
alledaagse vorm van dienst
verricht op lichamelijk gebied,

328
00:19:25,950 --> 00:19:31,410
moet je dat doen door de kracht die God
je geeft, als je het tot eer van God doet.

329
00:19:31,410 --> 00:19:34,110
Die kracht komt van de Heilige Geest.

330
00:19:34,110 --> 00:19:36,510
Dat is de gave die God je geeft.

331
00:19:36,510 --> 00:19:40,170
Je zou kunnen zeggen: ‘Nou,
ik ben behoorlijk goed in het

332
00:19:40,170 --> 00:19:41,970
repareren van auto’s.

333
00:19:41,970 --> 00:19:44,430
Is dat een gave van de Heilige Geest?’

334
00:19:44,430 --> 00:19:46,950
Het is waarschijnlijk
een natuurlijk vermogen.

335
00:19:46,950 --> 00:19:50,970
Maar als God je in een situatie
leidt waarin je auto’s repareert voor

336
00:19:50,970 --> 00:19:54,510
christelijke weduwen en
christelijke alleenstaande moeders,

337
00:19:54,510 --> 00:19:57,390
en je dat doet als dienst
aan het lichaam van Christus,

338
00:19:57,390 --> 00:19:59,010
dan is dat een gave van dienen.

339
00:19:59,010 --> 00:20:02,250
Het vermogen zelf kan een
natuurlijk vermogen zijn,

340
00:20:02,250 --> 00:20:05,730
maar wanneer je het gebruikt om
het lichaam van Christus te dienen,

341
00:20:05,730 --> 00:20:08,250
wordt het een geestelijke activiteit.

342
00:20:08,250 --> 00:20:13,470
Je gave kan bijvoorbeeld gastvrijheid
zijn, dingen repareren of bouwen,

343
00:20:13,470 --> 00:20:15,630
of barmhartigheid tonen.

344
00:20:15,630 --> 00:20:18,750
Dat laatste zie je bijvoorbeeld
bij een verpleegkundige

345
00:20:18,750 --> 00:20:21,810
of iemand die voor een
hulpbehoevende zorgt.

346
00:20:21,810 --> 00:20:25,950
Voor al deze dingen bestaan
ook natuurlijke vermogens.

347
00:20:25,950 --> 00:20:32,010
Mensen die geen christen zijn, doen al die
dingen ook, en soms doen ze die heel goed.

348
00:20:32,010 --> 00:20:36,390
Maar wanneer je het doet met de gave die
God je heeft gegeven om te gebruiken,

349
00:20:36,390 --> 00:20:39,390
betekent dat niet dat je
bovennatuurlijke dingen doet

350
00:20:39,390 --> 00:20:43,890
wanneer je aan de slag bent met een
moersleutel of een waterpomptang.

351
00:20:43,890 --> 00:20:46,590
Het betekent dat de
Heilige Geest je leidt,

352
00:20:46,590 --> 00:20:52,110
je in staat stelt en hiervan een
geestelijk offer maakt dat je brengt om te

353
00:20:52,110 --> 00:20:57,690
voorzien in de geestelijke en lichamelijke
behoeften van het lichaam van Christus.

354
00:20:57,690 --> 00:21:01,050
Wanneer iemand werkelijk een gave
op een van die gebieden heeft,

355
00:21:01,050 --> 00:21:03,090
kun je dat heel vaak merken.

356
00:21:03,090 --> 00:21:06,570
Want ook al is het enige wat
die persoon doet een vloer

357
00:21:06,570 --> 00:21:10,110
vegen of een maaltijd
bereiden, het is een zegen.

358
00:21:10,110 --> 00:21:13,710
Het is een grotere zegen dan
wanneer sommige andere mensen

359
00:21:13,710 --> 00:21:15,390
hetzelfde zouden doen.

360
00:21:15,390 --> 00:21:19,410
Het is een gezalfde dienst die door
de Heilige Geest wordt verricht,

361
00:21:19,410 --> 00:21:22,350
en het is werkelijk een geestelijk offer.

362
00:21:22,350 --> 00:21:25,110
Je kunt bijvoorbeeld merken
dat sommige mensen beslist

363
00:21:25,110 --> 00:21:27,630
de gave van gastvrijheid hebben.

364
00:21:27,630 --> 00:21:29,490
Andere mensen hebben die niet.

365
00:21:29,490 --> 00:21:33,090
Iemand die geen geestelijke
gave van gastvrijheid heeft,

366
00:21:33,090 --> 00:21:37,650
kan in de positie terechtkomen dat hij
mensen bij zich thuis moet ontvangen.

367
00:21:37,650 --> 00:21:41,130
Hij doet dan misschien erg
zijn best om gastvrij te zijn.

368
00:21:41,130 --> 00:21:45,810
Maar wanneer iemand die gave niet
heeft, voelt het vaak ongemakkelijk.

369
00:21:45,810 --> 00:21:50,610
Zo iemand zegt: ‘Doe alsof je thuis bent,’
maar je hebt niet het gevoel dat je thuis

370
00:21:50,610 --> 00:21:52,890
bent. Het voelt anders.

371
00:21:52,890 --> 00:21:55,110
Het is niet echt zijn gave.

372
00:21:55,110 --> 00:21:59,250
Hij kan het wel doen, maar er
ligt geen geestelijke zegen in.

373
00:21:59,250 --> 00:22:01,710
Er ligt geen bijzondere genade in.

374
00:22:01,710 --> 00:22:05,370
De mannen die deze dienst van het
uitdelen van voedsel aan de armen moesten

375
00:22:05,370 --> 00:22:09,750
verrichten, hadden een gave van dienen,
hoewel twee van hen zich ook met

376
00:22:09,750 --> 00:22:11,550
prediken gingen bezighouden.

377
00:22:11,550 --> 00:22:14,010
Maar ook al ging het alleen om dienen,

378
00:22:14,010 --> 00:22:17,970
ze moesten vervuld zijn met de
Heilige Geest en met wijsheid.

379
00:22:17,970 --> 00:22:21,630
Wijsheid was waarschijnlijk de
bekwaamheid om het werk goed te doen,

380
00:22:21,630 --> 00:22:24,570
maar vervuld zijn met de Geest komt eerst.

381
00:22:24,570 --> 00:22:28,890
Dat is de eerste prioriteit, want
alles wat als bediening wordt gedaan,

382
00:22:28,890 --> 00:22:32,130
moet door de werking van de
Heilige Geest worden gedaan,

383
00:22:32,130 --> 00:22:35,430
zelfs als het een praktische
dienst is die wordt verricht.

384
00:22:35,430 --> 00:22:37,230
De apostelen zeiden:

385
00:22:37,230 --> 00:22:40,830
Zie daarom uit, broeders, naar
zeven mannen uit uw midden,

386
00:22:40,830 --> 00:22:46,050
van wie men een goed getuigenis geeft ,
vol van de Heilige Geest en van wijsheid,

387
00:22:46,050 --> 00:22:49,530
die wij voor deze noodzakelijke
taak zullen aanstellen.

388
00:22:49,530 --> 00:22:53,790
Wij echter zullen volharden in het
gebed en in de bediening van het Woord.

389
00:22:53,790 --> 00:22:56,670
We hebben hier dus de
eerste taakverdeling.

390
00:22:56,670 --> 00:22:59,250
Deze mensen worden officieel afgezonderd.

391
00:22:59,250 --> 00:23:02,910
Gewoonlijk noemen we deze
zeven mannen de diakenen.

392
00:23:02,910 --> 00:23:07,350
In werkelijkheid noemt het Nieuwe
Testament deze mannen nooit diakenen,

393
00:23:07,350 --> 00:23:10,530
al is er niets wat ons
verbiedt hen zo te noemen.

394
00:23:10,530 --> 00:23:15,330
Het woord ‘diaken’ komt van
het Griekse woord diakonos.

395
00:23:15,330 --> 00:23:20,010
Diaken is eenvoudigweg een Nederlandse
vorm van het Griekse woord diakonos,

396
00:23:20,010 --> 00:23:22,050
dat een dienaar betekent.

397
00:23:22,050 --> 00:23:25,530
Diakonos is een gewoon
woord voor een dienaar.

398
00:23:25,530 --> 00:23:30,630
Een diaken is dus iemand die is
afgezonderd als dienaar van de gemeente.

399
00:23:30,630 --> 00:23:34,050
In zekere zin behoort
iedereen een dienaar te zijn,

400
00:23:34,050 --> 00:23:37,470
maar deze mannen dienen
met een gave van dienen.

401
00:23:37,470 --> 00:23:42,150
Hoewel ze geen diakenen worden genoemd,
beschouwen we hen gewoonlijk als diakenen,

402
00:23:42,150 --> 00:23:43,950
en waarschijnlijk terecht.

403
00:23:43,950 --> 00:23:47,310
We zien hen als de
tegenhanger van de apostelen.

404
00:23:47,310 --> 00:23:51,870
De apostelen wijden zich nu namelijk aan
de geestelijke voeding van de gemeente,

405
00:23:51,870 --> 00:23:55,830
en de zeven aan de lichamelijke
behoeften van de gemeente.

406
00:23:55,830 --> 00:24:01,170
We zouden hen ‘de zeven’ kunnen noemen,
want ze worden geen diakenen genoemd.

407
00:24:01,170 --> 00:24:05,970
Over andere gemeenten lezen we later
in de pastorale brieven dat ze oudsten

408
00:24:05,970 --> 00:24:07,650
en diakenen hadden.

409
00:24:07,650 --> 00:24:11,850
Het lijkt erop dat de oudsten degenen
waren die onderwijs moesten geven

410
00:24:11,850 --> 00:24:15,210
en in de geestelijke behoeften
van de gemeente moesten voorzien,

411
00:24:15,210 --> 00:24:18,810
terwijl de diakenen in de
lichamelijke behoeften voorzagen.

412
00:24:18,810 --> 00:24:24,030
In zekere zin namen de oudsten en
diakenen in latere gemeenten deze

413
00:24:24,030 --> 00:24:26,250
twee vormen van dienst op zich.

414
00:24:26,250 --> 00:24:30,930
In de gemeente van Jeruzalem werd daarin
voorzien door de apostelen en de zeven.

415
00:24:30,930 --> 00:24:35,490
Er waren ook oudsten, want uiteindelijk
verspreidden de apostelen zich

416
00:24:35,490 --> 00:24:37,770
en dienden ze in andere gebieden.

417
00:24:37,770 --> 00:24:41,910
De gemeente in Jeruzalem moest nog
steeds door oudsten bestuurd worden,

418
00:24:41,910 --> 00:24:43,770
totdat Jeruzalem viel.

419
00:24:43,770 --> 00:24:46,590
Maar hier zien we het begin
van een onderscheid tussen

420
00:24:46,590 --> 00:24:50,370
verschillende vormen van dienst
in het lichaam van Christus.

421
00:24:50,370 --> 00:24:55,050
En in elk geval geldt de eis dat de
Heilige Geest degene is Die iemand

422
00:24:55,050 --> 00:24:59,370
geschikt maakt, zelfs als het
alleen om praktische dienst gaat.

423
00:24:59,370 --> 00:25:02,550
Van de vijf mannen over wie
ik zei dat we niet veel weten,

424
00:25:02,550 --> 00:25:04,890
weten we over de meesten helemaal niets.

425
00:25:04,890 --> 00:25:10,170
Maar we weten iets over de laatste
die in vers 5 wordt genoemd: Nicolaüs,

426
00:25:10,170 --> 00:25:12,570
een proseliet uit Antiochië.

427
00:25:12,570 --> 00:25:14,190
Hij was een proseliet.

428
00:25:14,190 --> 00:25:16,170
Hij was niet als Jood geboren.

429
00:25:16,170 --> 00:25:20,430
Hij was een heiden die besneden was
en daarom door de Joodse gemeenschap

430
00:25:20,430 --> 00:25:23,070
als Jood werd aanvaard, en terecht.

431
00:25:23,070 --> 00:25:25,710
Maar we weten nog iets over Nicolaüs.

432
00:25:25,710 --> 00:25:29,250
Dit komt niet uit de Bijbel,
maar van de kerkvaders.

433
00:25:29,250 --> 00:25:33,930
Minstens twee of drie kerkvaders noemen
Nicolaüs als iemand die later in zijn

434
00:25:33,930 --> 00:25:36,750
leven een aanhang had die ketters was.

435
00:25:36,750 --> 00:25:40,290
Of hij zelf een ketter werd
en een ketterse groep begon,

436
00:25:40,290 --> 00:25:43,830
of dat hij geen ketter werd
maar mensen die hem volgden

437
00:25:43,830 --> 00:25:48,750
later afdwaalden tot ketterij en zijn
naam voor hun groep bleven gebruiken,

438
00:25:48,750 --> 00:25:49,830
weten we niet.

439
00:25:49,830 --> 00:25:54,450
De kerkvaders wijzen erop dat er een
groep bestond die de Nikolaïeten werd

440
00:25:54,450 --> 00:25:56,790
genoemd, naar Nicolaüs.

441
00:25:56,790 --> 00:26:02,370
We weten dat Jezus in Openbaring
hoofdstuk 2 tweemaal de Nikolaïeten noemt,

442
00:26:02,370 --> 00:26:07,590
in de gemeente van Efeze en, naar
ik meen, de gemeente van Thyatira.

443
00:26:07,590 --> 00:26:12,030
De ene groep heeft de werken van
de Nikolaïeten en de andere heeft

444
00:26:12,030 --> 00:26:14,190
de leer van de Nikolaïeten.

445
00:26:14,190 --> 00:26:16,050
In beide gevallen zei Jezus:

446
00:26:16,050 --> 00:26:22,770
De spreker vat dit samen als: ‘Ik
haat hun werken en Ik haat hun leer.’

447
00:26:22,770 --> 00:26:28,590
In Openbaring 2:6 zegt Jezus dat Hij
de werken van de Nikolaïeten haat;

448
00:26:28,590 --> 00:26:32,010
in 2:15 wordt hun leer genoemd.

449
00:26:32,010 --> 00:26:36,990
Ze waren blijkbaar een vorm van gnostische
ketters, want ze leerden, zo lijkt het,

450
00:26:36,990 --> 00:26:40,230
dat het aanvaardbaar was
om ontucht te plegen en

451
00:26:40,230 --> 00:26:43,170
vlees te eten dat aan
afgoden geofferd was.

452
00:26:43,170 --> 00:26:47,910
Dat zou een vorm van antinomianisme
zijn, oftewel anti-wet.

453
00:26:47,910 --> 00:26:53,730
Dat is wat antinomiaans betekent: een
soort boodschap van goedkope genade.

454
00:26:53,730 --> 00:26:56,790
Sommige gemeenten wekken
tegenwoordig in wezen de indruk

455
00:26:56,790 --> 00:26:59,430
dat het niet uitmaakt wat je daarna doet,

456
00:26:59,430 --> 00:27:04,590
zolang je maar gelooft en maar een
zondaarsgebed uitspreekt. Je bent binnen.

457
00:27:04,590 --> 00:27:06,870
Je bent door genade behouden.

458
00:27:06,870 --> 00:27:08,910
Het maakt niet uit hoe je leeft.

459
00:27:08,910 --> 00:27:13,470
In deze gemeenten plegen
mensen zonder schaamte ontucht.

460
00:27:13,470 --> 00:27:16,950
In het weekend worden ze
zonder schaamte dronken.

461
00:27:16,950 --> 00:27:20,310
Ze leiden zonder schaamte
een vleselijk leven.

462
00:27:20,310 --> 00:27:25,110
Als je hen daarmee confronteert, zeggen
ze: ‘Nou, ik ben onder de genade.

463
00:27:25,110 --> 00:27:27,270
Met mij is alles in orde.’

464
00:27:27,270 --> 00:27:29,610
Dit is natuurlijk geen christendom.

465
00:27:29,610 --> 00:27:33,450
Dit wordt in het gnosticisme
antinomianisme genoemd,

466
00:27:33,450 --> 00:27:35,670
wat anti-wet betekent.

467
00:27:35,670 --> 00:27:38,130
Nomos is het Griekse woord voor wet.

468
00:27:38,130 --> 00:27:40,650
Anti-wet: antinomos.

469
00:27:40,650 --> 00:27:44,970
Of Nicolaüs, een van de
zeven, een antinomiaan werd,

470
00:27:44,970 --> 00:27:49,830
of dat mensen die hem eenvoudigweg
volgden daar later zelf toe afdwaalden,

471
00:27:49,830 --> 00:27:50,550
weten we niet.

472
00:27:50,550 --> 00:27:53,730
Maar later, toen
Openbaring werd geschreven,

473
00:27:53,730 --> 00:27:57,390
bestond er een groep die de
Nikolaïeten werd genoemd.

474
00:27:57,390 --> 00:28:00,270
Blijkbaar waren zij antinomianen.

475
00:28:00,270 --> 00:28:04,470
Jezus zei dat Hij hun leer
haatte en hun werken haatte,

476
00:28:04,470 --> 00:28:06,930
zoals je in Openbaring 2 leest.

477
00:28:06,930 --> 00:28:09,450
Ze waren blijkbaar naar Nicolaüs genoemd.

478
00:28:09,450 --> 00:28:13,950
Maar over het latere leven van
Nicolaüs lezen we niets in de Bijbel.

479
00:28:13,950 --> 00:28:17,850
We hebben hier alleen zijn
naam als een van de zeven.

480
00:28:17,850 --> 00:28:23,070
De aandacht komt vervolgens in de rest
van dit hoofdstuk en heel hoofdstuk 7

481
00:28:23,070 --> 00:28:24,990
op Stefanus te liggen.

482
00:28:24,990 --> 00:28:29,130
Later, in hoofdstuk 8, ligt
de aandacht op Filippus.

483
00:28:29,130 --> 00:28:34,530
Deze mannen die waren uitgekozen om
te dienen, waren renaissancemensen.

484
00:28:34,530 --> 00:28:37,890
Ze konden goed dienen en
ze konden goed prediken.

485
00:28:37,890 --> 00:28:42,930
In het geval van Stefanus gold dat
hij het Evangelie goed kon verdedigen.

486
00:28:42,930 --> 00:28:44,850
Hij was een apologeet.

487
00:28:44,850 --> 00:28:49,230
Ze deden wonderen, en dat was niet
iets alledaags wat iedereen deed.

488
00:28:49,230 --> 00:28:51,450
Dit waren heel bijzondere mannen.

489
00:28:51,450 --> 00:28:54,930
Vanaf vers 8 komt Stefanus
dan centraal te staan:

490
00:28:54,930 --> 00:29:01,830
En Stefanus, vol geloof en kracht, deed
wonderen en grote tekenen onder het volk.

491
00:29:01,830 --> 00:29:06,810
En enigen van hen die behoorden tot de
zogenoemde synagoge van de Libertijnen,

492
00:29:06,810 --> 00:29:12,570
van de Cyreneeërs, en van de Alexandrijnen
en van hen die uit Cilicië en Asia

493
00:29:12,570 --> 00:29:17,130
afkomstig waren, stonden op
en redetwistten met Stefanus.

494
00:29:17,130 --> 00:29:21,210
Zij waren echter niet in staat de
wijsheid en de Geest, door Wie hij

495
00:29:21,210 --> 00:29:23,010
sprak, te weerstaan.

496
00:29:23,010 --> 00:29:25,590
Toen zetten zij mannen aan om te zeggen:

497
00:29:25,590 --> 00:29:29,790
Wij hebben hem lasterlijke woorden
tegen Mozes en God horen spreken.

498
00:29:29,790 --> 00:29:34,890
En zij brachten het volk, de oudsten
en de schriftgeleerden in opschudding;

499
00:29:34,890 --> 00:29:39,450
en zij kwamen op hem af, grepen
hem en brachten hem voor de Raad.

500
00:29:39,450 --> 00:29:43,110
Dezelfde raad waarvoor Petrus en de
apostelen tweemaal hadden gestaan,

501
00:29:43,110 --> 00:29:47,610
is de groep waarvoor Stefanus nu
wordt gebracht: het Sanhedrin.

502
00:29:47,610 --> 00:29:51,150
En zij lieten valse getuigen
optreden, die zeiden:

503
00:29:51,150 --> 00:29:55,410
Deze man houdt niet op lasterlijke woorden
te spreken tegen deze heilige plaats

504
00:29:55,410 --> 00:30:00,930
en tegen de wet, want wij hebben hem horen
zeggen dat die Jezus de Nazarener deze

505
00:30:00,930 --> 00:30:04,410
plaats zal afbreken en de
gebruiken zal veranderen die

506
00:30:04,410 --> 00:30:06,630
Mozes ons overgeleverd heeft.

507
00:30:06,630 --> 00:30:10,470
En allen die in de Raad zaten,
hielden hun ogen op hem gericht

508
00:30:10,470 --> 00:30:14,010
en zagen zijn gezicht als
het gezicht van een engel.

509
00:30:14,010 --> 00:30:17,610
De mededeling dat zijn gezicht
eruitzag als het gezicht van een engel,

510
00:30:17,610 --> 00:30:21,450
moet wel een herinnering zijn
die van Paulus afkomstig is.

511
00:30:21,450 --> 00:30:26,070
Lukas kreeg de meeste informatie
hierover van zijn metgezel Paulus,

512
00:30:26,070 --> 00:30:28,470
en Paulus was hierbij aanwezig.

513
00:30:28,470 --> 00:30:31,770
Hij is nog niet genoemd,
maar dat zal wel gebeuren.

514
00:30:31,770 --> 00:30:37,050
Saulus, zoals hij toen bekendstond, was
aanwezig bij deze vergadering van de raad.

515
00:30:37,050 --> 00:30:39,810
Hij kon de toespraak
horen die Stefanus houdt,

516
00:30:39,810 --> 00:30:44,190
en die in het volgende hoofdstuk
staat, en hij kon zijn gezicht zien.

517
00:30:44,190 --> 00:30:48,090
Paulus heeft later in zijn leven zeker
nooit vergeten dat hij een vervolger van

518
00:30:48,090 --> 00:30:51,690
de gemeente was en heeft zich
daar altijd voor geschaamd.

519
00:30:51,690 --> 00:30:54,030
In 1 Korinthe 15 zegt hij:

520
00:30:54,030 --> 00:30:56,431
Ik immers ben de minste van de apostelen —

521
00:30:56,431 --> 00:30:59,250
ik die het niet waard ben een
apostel genoemd te worden,

522
00:30:59,250 --> 00:31:01,530
omdat ik de gemeente van God vervolgd heb.

523
00:31:01,530 --> 00:31:06,510
Na zijn bekering werd Paulus sterk geraakt
door het besef van de verantwoordelijkheid

524
00:31:06,510 --> 00:31:09,810
die hij droeg omdat hij
de gemeente had vervolgd

525
00:31:09,810 --> 00:31:12,870
en zijn goedkeuring had
gegeven aan degenen die

526
00:31:12,870 --> 00:31:16,770
om Christus ter dood werden
gebracht, zoals hij later getuigde.

527
00:31:16,770 --> 00:31:19,710
Hij moet daar lange tijd
over hebben nagedacht.

528
00:31:19,710 --> 00:31:24,690
Tijdens hun lange zeereizen en lange
wandelingen van de ene stad naar de andere

529
00:31:24,690 --> 00:31:30,450
moet Lukas Paulus vaak hebben horen praten
over de indruk die Stefanus op hem maakte.

530
00:31:30,450 --> 00:31:32,490
Wanneer we Lukas horen zeggen:

531
00:31:32,490 --> 00:31:34,890
Zijn gezicht leek op dat van een engel,

532
00:31:34,890 --> 00:31:37,890
dan moet hij Paulus dat
vaak hebben horen zeggen.

533
00:31:37,890 --> 00:31:41,610
Hij heeft die informatie
beslist van Paulus gekregen.

534
00:31:41,610 --> 00:31:45,570
En er staat dat de voornaamste
tegenstanders van Stefanus

535
00:31:45,570 --> 00:31:47,910
vooral mensen waren uit een synagoge

536
00:31:47,910 --> 00:31:51,150
die de synagoge der
Vrijgelatenen werd genoemd.

537
00:31:51,150 --> 00:31:56,070
Vrijgelatenen, zoals we weten, duidt
op mensen die ooit slaven waren

538
00:31:56,070 --> 00:31:57,870
en vrijgelaten werden.

539
00:31:57,870 --> 00:32:02,430
Het was niet ongebruikelijk dat de
Romeinen, wanneer ze een land veroverden,

540
00:32:02,430 --> 00:32:04,530
slaven meenamen naar Rome.

541
00:32:04,530 --> 00:32:07,530
Maar sommigen van hen
werden later vrijgelaten.

542
00:32:07,530 --> 00:32:11,130
Sommigen werden verkocht en
anderen werden vrijgelaten.

543
00:32:11,130 --> 00:32:15,210
Er waren dus ongetwijfeld Joden
die in de tijd van Pompeius

544
00:32:15,210 --> 00:32:20,730
en tijdens de vroege Romeinse veroveringen
van Israël naar Rome waren meegenomen.

545
00:32:20,730 --> 00:32:25,830
Sommigen van hen werden vrijgelaten,
en zijzelf of hun nakomelingen waren

546
00:32:25,830 --> 00:32:27,810
naar Jeruzalem teruggekeerd.

547
00:32:27,810 --> 00:32:31,410
Ze hadden een synagoge voor
mensen met zo’n achtergrond.

548
00:32:31,410 --> 00:32:34,470
Er waren trouwens veel
synagogen in Jeruzalem.

549
00:32:34,470 --> 00:32:37,770
Jeruzalem zal waarschijnlijk
tientallen synagogen hebben gehad.

550
00:32:37,770 --> 00:32:42,990
Deze specifieke synagoge moet de synagoge
zijn geweest die Stefanus bezocht.

551
00:32:42,990 --> 00:32:45,570
Stefanus zelf had een Griekse naam.

552
00:32:45,570 --> 00:32:48,450
Alle zeven hadden trouwens Griekse namen.

553
00:32:48,450 --> 00:32:53,370
Dat is interessant, want ze waren
gekozen om een einde te maken aan wat als

554
00:32:53,370 --> 00:32:57,750
onrecht werd gezien, namelijk dat
de hellenisten bij de verdeling niet

555
00:32:57,750 --> 00:32:59,970
eerlijk behandeld leken te worden.

556
00:32:59,970 --> 00:33:04,050
Alle zeven gekozen mannen
bleken Griekse namen te hebben.

557
00:33:04,050 --> 00:33:06,510
Waarschijnlijk waren ze
allemaal hellenisten.

558
00:33:06,510 --> 00:33:10,410
We weten niet of dat zo was,
maar het kan zo zijn geweest,

559
00:33:10,410 --> 00:33:14,430
want ook een Palestijnse Jood
kon een Griekse naam hebben.

560
00:33:14,430 --> 00:33:20,010
Andreas en Filippus, die tot de apostelen
behoorden, waren Palestijnse Joden,

561
00:33:20,010 --> 00:33:22,050
maar ze hadden Griekse namen.

562
00:33:22,050 --> 00:33:26,190
De naam Stefanus was Grieks,
die van Filippus ook,

563
00:33:26,190 --> 00:33:29,010
en dat gold ook voor de anderen.

564
00:33:29,010 --> 00:33:32,370
Stefanus was waarschijnlijk
een hellenistische Jood,

565
00:33:32,370 --> 00:33:35,370
en dit was een hellenistische synagoge.

566
00:33:35,370 --> 00:33:39,150
We weten niet of Stefanus
zelf een vrijgelatene was,

567
00:33:39,150 --> 00:33:44,790
of zijn ouders slaven waren geweest,
of hijzelf vroeger slaaf was geweest.

568
00:33:44,790 --> 00:33:47,730
Die informatie wordt ons niet gegeven.

569
00:33:47,730 --> 00:33:52,230
Maar hij is in gesprek met mensen
in de synagoge der Vrijgelatenen.

570
00:33:52,230 --> 00:33:55,830
Deze mensen zijn Cyreneeërs
en Alexandrijnen,

571
00:33:55,830 --> 00:34:00,690
en ze komen uit Cilicië en Asia,
waarmee Klein-Azië, het huidige

572
00:34:00,690 --> 00:34:02,730
Turkije, wordt bedoeld.

573
00:34:02,730 --> 00:34:08,490
Cilicië is hier bijzonder interessant,
omdat Saul van Tarsus uit Cilicië kwam.

574
00:34:08,490 --> 00:34:12,750
Tarsus, de geboorteplaats
van Paulus, lag in Cilicië.

575
00:34:12,750 --> 00:34:18,030
Er waren Joden uit Cilicië die in de
synagoge met Stefanus in debat gingen.

576
00:34:18,030 --> 00:34:20,790
Was Saul een van hen? Dat kan.

577
00:34:20,790 --> 00:34:23,250
Misschien was dit Sauls eigen synagoge.

578
00:34:23,250 --> 00:34:27,390
Hij was een Ciliciër, en hier is
Stefanus met deze mensen in debat.

579
00:34:27,390 --> 00:34:30,990
Ik denk dat Paulus veel meer contact
met Stefanus kan hebben gehad

580
00:34:30,990 --> 00:34:34,830
dan dat hij hem alleen een redevoering
voor het Sanhedrin hoorde houden.

581
00:34:34,830 --> 00:34:39,750
Ik denk dat Saul misschien met
Stefanus de degens heeft gekruist

582
00:34:39,750 --> 00:34:43,290
en tegen hem het onderspit heeft
gedolven, want zij waren niet

583
00:34:43,290 --> 00:34:48,690
in staat de wijsheid en de Geest,
door Wie Stefanus sprak, te weerstaan.

584
00:34:48,690 --> 00:34:50,670
Saul was geen dwaas.

585
00:34:50,670 --> 00:34:55,350
Saul was zelf een briljante rabbijn,
en dat gold ook voor vele anderen.

586
00:34:55,350 --> 00:34:58,890
Maar weet je nog hoe Jezus,
toen Hij twaalf jaar oud was,

587
00:34:58,890 --> 00:35:02,550
de godsdienstleraren in de
tempel versteld kon doen staan?

588
00:35:02,550 --> 00:35:05,250
Diezelfde Heilige Geest Die Stefanus had,

589
00:35:05,250 --> 00:35:08,190
kon waarschijnlijk zelfs
met Saul hetzelfde doen.

590
00:35:08,190 --> 00:35:11,190
We kunnen er niet zeker van
zijn dat Saul een van hen was,

591
00:35:11,190 --> 00:35:15,570
maar hij was een Ciliciër, en dat is
een van de etnische groepen die het hier

592
00:35:15,570 --> 00:35:17,610
tegen Stefanus opnamen.

593
00:35:17,610 --> 00:35:22,050
Stefanus wordt ervan beschuldigd
dat hij Mozes en de tempel lastert.

594
00:35:22,050 --> 00:35:26,670
De tempel en Mozes werden binnen
het judaïsme als een heilige plaats

595
00:35:26,670 --> 00:35:28,770
en een heilig persoon beschouwd.

596
00:35:28,770 --> 00:35:33,090
Wanneer je iets heiligs beledigt,
wordt dat godslastering genoemd.

597
00:35:33,090 --> 00:35:37,710
Er staat dat ze valse getuigen lieten
optreden die beweerden dat Stefanus had

598
00:35:37,710 --> 00:35:42,391
gezegd dat Jezus de Nazarener
‘deze plaats zal afbreken’ —

599
00:35:42,391 --> 00:35:45,091
waarmee Jeruzalem en de
tempel werden bedoeld —

600
00:35:45,091 --> 00:35:50,010
en ‘de gebruiken zal veranderen
die Mozes ons overgeleverd heeft’.

601
00:35:50,010 --> 00:35:53,310
Wat interessant is, is dat
Jezus dat inderdaad deed.

602
00:35:53,310 --> 00:35:57,870
De tempel werd verwoest, Jeruzalem
werd verwoest en de gebruiken van

603
00:35:57,870 --> 00:35:59,550
Mozes werden veranderd.

604
00:35:59,550 --> 00:36:04,290
De vroege gemeente liet uiteindelijk alle
rituele tempelpraktijken achter zich,

605
00:36:04,290 --> 00:36:06,990
en de gemeente volgt de
Joodse gebruiken niet,

606
00:36:06,990 --> 00:36:09,630
of is daar in elk geval
niet toe verplicht.

607
00:36:09,630 --> 00:36:15,270
Dus in zekere zin bleek waar te zijn wat
zij beweerden dat Stefanus had gezegd.

608
00:36:15,270 --> 00:36:17,430
Maar heeft Stefanus het gezegd?

609
00:36:17,430 --> 00:36:20,550
Ons wordt verteld dat
dit valse getuigen waren,

610
00:36:20,550 --> 00:36:24,690
wat ons de indruk geeft dat Stefanus
het misschien niet heeft gezegd.

611
00:36:24,690 --> 00:36:27,570
Hij wordt ervan beschuldigd
dat hij het heeft gezegd,

612
00:36:27,570 --> 00:36:29,790
maar het waren valse getuigen.

613
00:36:29,790 --> 00:36:34,050
Aan de andere kant, waar haalden
ze deze dingen dan vandaan?

614
00:36:34,050 --> 00:36:36,750
Dit blijken ware uitspraken te zijn.

615
00:36:36,750 --> 00:36:39,390
Als Stefanus die uitspraken had gedaan,

616
00:36:39,390 --> 00:36:42,210
konden ze heel goed
profetisch bedoeld zijn,

617
00:36:42,210 --> 00:36:44,790
want profetisch gezien waren ze waar.

618
00:36:44,790 --> 00:36:49,470
Ik heb me altijd afgevraagd waarom
ze valse getuigen worden genoemd.

619
00:36:49,470 --> 00:36:54,210
Heeft Stefanus dit niet gezegd, en
liegen ze dus over wat hij heeft gezegd?

620
00:36:54,210 --> 00:36:58,530
Of zijn het valse getuigen omdat
ze verdraaien wat hij heeft gezegd?

621
00:36:58,530 --> 00:37:02,850
Bedenk dat de Bijbel zegt dat het
Sanhedrin valse getuigen tegen

622
00:37:02,850 --> 00:37:08,130
Jezus inhuurde toen Hij terechtstond.
Wat zeiden die? Ze zeiden:

623
00:37:08,130 --> 00:37:13,050
Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal
deze tempel, die met handen gemaakt is,

624
00:37:13,050 --> 00:37:18,150
afbreken en in drie dagen een andere,
niet met handen gemaakt, bouwen.

625
00:37:18,150 --> 00:37:20,310
Dat is niet volledig verzonnen.

626
00:37:20,310 --> 00:37:22,230
Jezus zei tegen hen:

627
00:37:22,230 --> 00:37:26,010
Breek deze tempel af en ik zal
hem in drie dagen weer opbouwen.

628
00:37:26,010 --> 00:37:28,350
Het was een verdraaide getuigenis.

629
00:37:28,350 --> 00:37:31,290
Het was niet volledig
uit het niets verzonnen.

630
00:37:31,290 --> 00:37:36,570
Jezus had iets dergelijks gezegd, maar het
feit dat ze het weergaven zoals ze deden,

631
00:37:36,570 --> 00:37:40,050
maakt hen volgens de
Schrift tot valse getuigen.

632
00:37:40,050 --> 00:37:44,250
Hij had dat niet precies zo gezegd,
maar Hij had iets gezegd wat er heel

633
00:37:44,250 --> 00:37:45,570
sterk op leek.

634
00:37:45,570 --> 00:37:49,170
Het is heel goed mogelijk dat
dit is wat we hier hebben.

635
00:37:49,170 --> 00:37:52,710
Stefanus heeft waarschijnlijk iets
gezegd wat hier sterk op leek,

636
00:37:52,710 --> 00:37:55,890
maar zij gaven er een
boosaardige draai aan:

637
00:37:55,890 --> 00:37:59,130
dat Jezus zou komen om hen weg te vagen.

638
00:37:59,130 --> 00:38:04,590
In zekere zin deed Hij dat ook, maar in
werkelijkheid zouden het de Romeinen zijn.

639
00:38:04,590 --> 00:38:08,370
Het is mogelijk dat dit een lichte
verdraaiing was van wat hij zei,

640
00:38:08,370 --> 00:38:10,770
maar wel met een kern van waarheid.

641
00:38:10,770 --> 00:38:13,410
We weten niet zeker wat Stefanus zei.

642
00:38:13,410 --> 00:38:16,830
We weten alleen dat zij
hem dit hoorden zeggen.

643
00:38:16,830 --> 00:38:21,270
En waarschijnlijk hoorden ze hem iets
zeggen wat hier niet veel van verschilde,

644
00:38:21,270 --> 00:38:23,670
maar wat ook niet helemaal zo was.

645
00:38:23,670 --> 00:38:27,330
Ik weet niet op welke manieren
ze het veranderd zouden hebben.

646
00:38:27,330 --> 00:38:30,330
Maar de raad keek naar
hem, en hij zag eruit

647
00:38:30,330 --> 00:38:32,670
alsof hij het gezicht van een engel had.

648
00:38:32,670 --> 00:38:36,030
Ik weet niet of dat betekent
dat zijn gezicht straalde,

649
00:38:36,030 --> 00:38:40,950
of dat hij er gewoon onschuldig en
rein uitzag, of wat het betekent.

650
00:38:40,950 --> 00:38:45,630
Maar het maakte beslist indruk op
iemand die Lukas erover vertelde.

651
00:38:45,630 --> 00:38:49,950
Het moet zo’n indruk hebben
gemaakt dat Lukas vond dat hij dit,

652
00:38:49,950 --> 00:38:53,790
naast de weinige andere dingen die
ons over Stefanus worden verteld,

653
00:38:53,790 --> 00:38:55,470
niet kon weglaten.

654
00:38:55,470 --> 00:38:59,190
Nu zei de hogepriester
in hoofdstuk 7 tegen hem:

655
00:38:59,190 --> 00:38:59,970
Klopt dat?

656
00:38:59,970 --> 00:39:03,030
Stefanus krijgt de gelegenheid
om zichzelf te verdedigen,

657
00:39:03,030 --> 00:39:07,890
maar net als de apostelen verdedigt hij
zichzelf niet wanneer hij terechtstaat.

658
00:39:07,890 --> 00:39:09,150
Hij predikt.

659
00:39:09,150 --> 00:39:11,250
Hij veroordeelt de raad.

660
00:39:11,250 --> 00:39:13,230
Hij draait het tegen hen om.

661
00:39:13,230 --> 00:39:18,090
Hij neemt daar veel meer tijd voor dan
Petrus tijdens de eerdere processen deed.

662
00:39:18,090 --> 00:39:22,170
Wat Stefanus doet, is de Joodse
geschiedenis navertellen.

663
00:39:22,170 --> 00:39:25,470
Zijn toehoorders zullen deze
geschiedenis hebben gekend,

664
00:39:25,470 --> 00:39:29,310
maar de Joden horen graag hoe
hun geschiedenis wordt verteld.

665
00:39:29,310 --> 00:39:33,510
Toen Paulus in de synagoge
van Antiochië in Pisidië zijn

666
00:39:33,510 --> 00:39:37,350
langste opgetekende preek
hield, in Handelingen 13,

667
00:39:37,350 --> 00:39:42,810
vertelde ook hij de Joodse geschiedenis
na, waarbij hij terugging tot Abraham.

668
00:39:42,810 --> 00:39:46,470
De Joden horen graag over
hun unieke geschiedenis.

669
00:39:46,470 --> 00:39:48,630
Ze waren een uniek volk.

670
00:39:48,630 --> 00:39:50,250
Ze zijn daar trots op.

671
00:39:50,250 --> 00:39:53,970
Ja, laten we het verhaal
van Abraham nog eens horen.

672
00:39:53,970 --> 00:39:56,790
Laten we nog eens over Mozes horen.

673
00:39:56,790 --> 00:39:59,790
Laten we nog eens over David horen.

674
00:39:59,790 --> 00:40:03,450
Dit is wat Stefanus doet, maar
hij doet het met een doel.

675
00:40:03,450 --> 00:40:07,470
Hij vermaakt hen niet alleen maar door
hen uitvoerig de geweldige verhalen te

676
00:40:07,470 --> 00:40:10,350
vertellen over hun
helden uit het verleden.

677
00:40:10,350 --> 00:40:14,850
Hij maakt twee heel specifieke punten
die verband houden met de beschuldigingen

678
00:40:14,850 --> 00:40:16,170
die zijn geuit.

679
00:40:16,170 --> 00:40:20,730
We zullen zien dat er twee thema’s door
zijn hele relaas heen geweven zijn.

680
00:40:20,730 --> 00:40:25,530
Hij vertelt geschiedenis, maar hij
benadrukt twee belangrijke thema’s.

681
00:40:25,530 --> 00:40:29,370
Laat me dit voorlezen, dan
zullen we zien welke dat zijn.

682
00:40:29,370 --> 00:40:30,990
En Stefanus zei:

683
00:40:30,990 --> 00:40:34,410
En hij zei: Mannenbroeders
en vaders, luister!

684
00:40:34,410 --> 00:40:37,590
De God der heerlijkheid
verscheen aan onze vader Abraham,

685
00:40:37,590 --> 00:40:43,710
toen hij nog in Mesopotamië was, voordat
hij in Haran woonde, en Hij zei tegen hem:

686
00:40:43,710 --> 00:40:49,050
Ga uit uw land en uit uw familie en
kom naar een land dat Ik u wijzen zal.

687
00:40:49,050 --> 00:40:53,490
Toen ging hij uit het land van de
Chaldeeën en ging in Haran wonen.

688
00:40:53,490 --> 00:40:57,090
En daarvandaan bracht Hij,
nadat zijn vader gestorven was,

689
00:40:57,090 --> 00:41:00,330
hem over naar dit land,
waar u nu in woont.

690
00:41:00,330 --> 00:41:04,290
Dat wil zeggen, naar
Israël, dat toen Kanaän was.

691
00:41:04,290 --> 00:41:09,450
Maar Hij gaf hem daarin geen erfdeel,
zelfs geen voetstap; en Hij beloofde hem,

692
00:41:09,450 --> 00:41:14,490
toen hij nog geen kind had, dat Hij
dat land aan hem en na hem aan zijn

693
00:41:14,490 --> 00:41:16,770
nageslacht in bezit geven zou.

694
00:41:16,770 --> 00:41:20,010
Dat wil zeggen dat Abram
tijdens zijn leven het land niet

695
00:41:20,010 --> 00:41:23,070
erfde in de zin waarin
God het had beloofd.

696
00:41:23,070 --> 00:41:25,290
Zijn nakomelingen zouden dat doen.

697
00:41:25,290 --> 00:41:29,130
Hij bezat wel één klein stuk
grond dat hij moest kopen.

698
00:41:29,130 --> 00:41:34,050
Hij kocht de grot van Machpela omdat
hij, toen zijn vrouw Sara stierf,

699
00:41:34,050 --> 00:41:36,090
haar ergens moest begraven.

700
00:41:36,090 --> 00:41:38,130
Dus kocht hij deze grot.

701
00:41:38,130 --> 00:41:43,350
Die werd de begraafplaats voor hemzelf en
waarschijnlijk zijn vrouwen en bijvrouwen,

702
00:41:43,350 --> 00:41:50,130
en ook voor zijn zoon Izak en diens vrouw
Rebekka, en verder voor Jakob en Lea.

703
00:41:50,130 --> 00:41:54,690
Rachel werd daar niet begraven, omdat
ze in de buurt van Bethlehem stierf

704
00:41:54,690 --> 00:41:57,630
en in de buurt van
Bethlehem werd begraven.

705
00:41:57,630 --> 00:42:02,070
Drie generaties lang werden de
belangrijkste mannen en hun vrouwen in

706
00:42:02,070 --> 00:42:05,430
deze ene grot, Machpela, begraven.

707
00:42:05,430 --> 00:42:09,390
Dat is het enige deel van
Kanaän dat Abram ooit bezat,

708
00:42:09,390 --> 00:42:12,210
en hij moest er zelfs een
hoge prijs voor betalen.

709
00:42:12,210 --> 00:42:16,230
Maar hij ontving geen erfdeel in
het land zoals God hem had beloofd,

710
00:42:16,230 --> 00:42:18,030
niet tijdens zijn leven.

711
00:42:18,030 --> 00:42:20,010
En er staat in vers 6:

712
00:42:20,010 --> 00:42:25,290
En zo sprak God uit dat zijn nageslacht
bijwoner zou zijn in een vreemd land

713
00:42:25,290 --> 00:42:29,430
en dat ze hen tot slaven zouden
maken en slecht zouden behandelen,

714
00:42:29,430 --> 00:42:30,931
vierhonderd jaar lang .

715
00:42:30,931 --> 00:42:35,190
En het volk dat zij zullen dienen,
zal Ik oordelen, sprak God;

716
00:42:35,190 --> 00:42:39,570
en daarna zullen zij uittrekken
en Mij dienen op deze plaats.

717
00:42:39,570 --> 00:42:42,390
En Hij gaf hem het verbond
van de besnijdenis;

718
00:42:42,390 --> 00:42:46,230
en zo verwekte hij Izak en
besneed hem op de achtste dag,

719
00:42:46,230 --> 00:42:51,330
en Izak verwekte en besneed Jakob,
en Jakob de twaalf aartsvaders.

720
00:42:51,330 --> 00:42:53,550
Daarmee wordt Egypte bedoeld.

721
00:42:53,550 --> 00:42:57,690
Hiermee zijn we zo ongeveer het
grootste deel van het boek Genesis door,

722
00:42:57,690 --> 00:43:00,030
in elk geval tot aan
het verhaal van Jozef,

723
00:43:00,030 --> 00:43:03,270
dat het volgende gedeelte wordt
waarop hij zich wil richten.

724
00:43:03,270 --> 00:43:05,010
Hij begint met Abraham.

725
00:43:05,010 --> 00:43:09,750
Hij zegt dat God tot Abraham sprak
voordat hij Mesopotamië verliet,

726
00:43:09,750 --> 00:43:12,870
voordat hij naar Haran kwam. Er staat:

727
00:43:12,870 --> 00:43:16,830
De God van de heerlijkheid
verscheen aan onze voorvader Abraham

728
00:43:16,830 --> 00:43:21,390
toen hij in Mesopotamië was,
voordat hij in Haran ging wonen.

729
00:43:21,390 --> 00:43:24,270
Als je nu het verhaal
in Genesis 12 leest —

730
00:43:24,270 --> 00:43:28,810
eigenlijk het einde van hoofdstuk 11 en
het begin van hoofdstuk 12 van Genesis —

731
00:43:28,810 --> 00:43:35,190
staat er in Genesis 12:1 dat de Heere
tot Abram sprak en tegen hem zei:

732
00:43:35,190 --> 00:43:39,030
De HEERE nu zei tegen
Abram: Gaat u uit uw land,

733
00:43:39,030 --> 00:43:44,310
uit uw familiekring en uit het huis van uw
vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.

734
00:43:44,310 --> 00:43:49,050
En Abram ging, maar hij was in Haran
toen dit gebeurde, toen hij vertrok.

735
00:43:49,050 --> 00:43:53,070
Want Genesis 11 vertelt ons
dat hij en zijn vader samen uit

736
00:43:53,070 --> 00:43:55,290
Mesopotamië waren vertrokken.

737
00:43:55,290 --> 00:43:59,370
Ze hadden zich enkele jaren in
Haran gevestigd, totdat Terah,

738
00:43:59,370 --> 00:44:01,350
zijn vader, stierf.

739
00:44:01,350 --> 00:44:06,090
Nadat hij gestorven was, vertrok
Abram en ging hij naar Kanaän,

740
00:44:06,090 --> 00:44:08,250
zoals God hem had opgedragen.

741
00:44:08,250 --> 00:44:12,930
Maar als je alleen Genesis zou lezen, zou
je niet weten dat het gebod om zijn vader

742
00:44:12,930 --> 00:44:18,630
te verlaten en naar het land te gaan al
was gegeven voordat ze in Haran kwamen.

743
00:44:18,630 --> 00:44:20,490
Stefanus vertelt ons dat.

744
00:44:20,490 --> 00:44:25,290
Maar het is logisch, want in het Hebreeuws
hebben de onvoltooid verleden tijd

745
00:44:25,290 --> 00:44:28,890
en de voltooid verleden
tijd dezelfde woordvorm.

746
00:44:28,890 --> 00:44:32,130
In het Hebreeuws kun je die
niet van elkaar onderscheiden.

747
00:44:32,130 --> 00:44:35,430
Wanneer er dus in Genesis 12:1 staat:

748
00:44:35,430 --> 00:44:37,530
De Heer zei tegen Abram:

749
00:44:37,530 --> 00:44:40,890
dan zou dat er in het Hebreeuws
precies hetzelfde uitzien

750
00:44:40,890 --> 00:44:42,870
als wanneer er bedoeld werd:

751
00:44:42,870 --> 00:44:45,450
De Heer had tegen Abram gezegd:

752
00:44:45,450 --> 00:44:51,210
Precies hetzelfde als wanneer er bedoeld
werd: de Heere had tegen Abram gezegd.

753
00:44:51,210 --> 00:44:56,850
Dat wil zeggen: toen hij nog in
Mesopotamië was, had God tegen hem gezegd:

754
00:44:56,850 --> 00:45:00,090
ga weg bij je vader,
maar dat deed hij niet.

755
00:45:00,090 --> 00:45:02,790
Hij nam zijn vader mee naar Haran.

756
00:45:02,790 --> 00:45:07,590
Maar nadat zijn vader gestorven was,
gehoorzaamde hij alsnog aan dit woord

757
00:45:07,590 --> 00:45:09,990
dat de Heere hem had gegeven.

758
00:45:09,990 --> 00:45:11,910
Zo begrijpt Stefanus het.

759
00:45:11,910 --> 00:45:16,170
Maar dan gaan we verder met het
volgende deel van zijn verhaal, vers 9:

760
00:45:16,170 --> 00:45:18,990
En de aartsvaders, die jaloers waren,

761
00:45:18,990 --> 00:45:22,051
verkochten Jozef zodat hij
naar Egypte gebracht werd .

762
00:45:22,051 --> 00:45:24,030
Maar God was met hem

763
00:45:24,030 --> 00:45:26,910
Dit betekent de twaalf zonen van Jakob,

764
00:45:26,910 --> 00:45:31,350
die natuurlijk ook de grondleggers van
de twaalf stammen van Israël waren.

765
00:45:31,350 --> 00:45:36,450
Ze waren jaloers en verkochten Jozef,
waarna hij in Egypte terechtkwam.

766
00:45:36,450 --> 00:45:40,590
Maar God was met hem en redde
hem uit al zijn moeilijkheden.

767
00:45:40,590 --> 00:45:46,050
Hij zorgde ervoor dat Jozef in de gunst
kwam bij de farao, de koning van Egypte,

768
00:45:46,050 --> 00:45:47,730
en gaf hem wijsheid.

769
00:45:47,730 --> 00:45:53,130
De farao stelde hem aan als bestuurder
over Egypte en zijn hele hofhouding.

770
00:45:53,130 --> 00:45:58,410
Toen brak er in heel Egypte en
Kanaän een hongersnood uit die veel

771
00:45:58,410 --> 00:46:02,910
ellende veroorzaakte, en onze
voorouders konden geen voedsel vinden.

772
00:46:02,910 --> 00:46:06,150
Maar toen Jakob hoorde dat
er graan was in Egypte,

773
00:46:06,150 --> 00:46:09,450
stuurde hij onze voorouders
er de eerste keer naartoe.

774
00:46:09,450 --> 00:46:12,750
De tweede keer vertelde
Jozef zijn broers wie hij was

775
00:46:12,750 --> 00:46:16,770
en kwam de farao te weten
uit welke familie Jozef kwam.

776
00:46:16,770 --> 00:46:22,110
Toen liet Jozef zijn vader Jakob en
al zijn familieleden bij zich komen,

777
00:46:22,110 --> 00:46:24,270
vijfenzeventig mensen in totaal.

778
00:46:24,270 --> 00:46:29,850
Zo trok Jakob naar Egypte, waar hij
stierf, net als onze voorouders.

779
00:46:29,850 --> 00:46:34,590
Later werden ze teruggebracht naar
Sichem en bijgezet in het graf dat

780
00:46:34,590 --> 00:46:40,230
Abram voor een geldbedrag had gekocht van
de zonen van Hamor, de vader van Sichem.

781
00:46:40,230 --> 00:46:46,530
Stefanus spreekt hier over Sichem; volgens
Gregg wordt daarmee Machpela bedoeld.

782
00:46:46,530 --> 00:46:50,310
Nu brengt dit ons precies bij
het einde van het boek Genesis.

783
00:46:50,310 --> 00:46:55,470
Hij slaat een groot deel van Genesis over
en vertelt alleen het verhaal van Abraham,

784
00:46:55,470 --> 00:47:01,110
de beloften die aan hem werden gedaan en
de besnijdenis van Abraham en van Izak.

785
00:47:01,110 --> 00:47:05,730
Vervolgens gaat hij snel door naar
Jozef en richt hij zich op Jozef.

786
00:47:05,730 --> 00:47:09,810
En via Jozef kwamen de
Israëlieten in Egypte te wonen.

787
00:47:09,810 --> 00:47:12,630
Daar raakten ze later
natuurlijk in slavernij.

788
00:47:12,630 --> 00:47:16,710
En dit is een heel belangrijk
punt: ze verlieten het land Kanaän

789
00:47:16,710 --> 00:47:19,650
en gingen voor lange tijd naar Egypte.

790
00:47:19,650 --> 00:47:21,990
En dan staat er in vers 17:

791
00:47:21,990 --> 00:47:26,190
Naarmate echter de tijd van de belofte
die God aan Abraham gezworen had,

792
00:47:26,190 --> 00:47:31,050
naderbij kwam, groeide het volk
en nam in aantal toe in Egypte,

793
00:47:31,050 --> 00:47:34,710
het volk groeide en
vermenigvuldigde zich in Egypte,

794
00:47:34,710 --> 00:47:40,650
totdat er een andere koning opstond — een
andere farao — die Jozef niet gekend had.

795
00:47:40,650 --> 00:47:43,710
Deze man trad verraderlijk
op tegen ons volk,

796
00:47:43,710 --> 00:47:48,330
onderdrukte onze voorouders en dwong
hen hun baby's te vondeling te leggen,

797
00:47:48,330 --> 00:47:50,970
zodat die niet in leven zouden blijven.

798
00:47:50,970 --> 00:47:53,490
In die tijd werd Mozes geboren.

799
00:47:53,490 --> 00:47:55,770
Hij was welgevallig aan God.

800
00:47:55,770 --> 00:47:59,490
Drie maanden werd hij in het huis
van zijn vader grootgebracht.

801
00:47:59,490 --> 00:48:04,530
Toen hij te vondeling werd gelegd, nam de
dochter van de farao hem mee en voedde hem

802
00:48:04,530 --> 00:48:06,690
op als haar eigen zoon.

803
00:48:06,690 --> 00:48:11,190
Mozes werd onderwezen in alle
wijsheid van de Egyptenaren en was

804
00:48:11,190 --> 00:48:13,470
machtig in woorden en daden.

805
00:48:13,470 --> 00:48:16,950
Het meeste wat Stefanus
tot nu toe over Mozes zei,

806
00:48:16,950 --> 00:48:19,650
kunnen we rechtstreeks uit Exodus halen.

807
00:48:19,650 --> 00:48:23,730
Maar dat hij in alle wijsheid van
de Egyptenaren was onderwezen,

808
00:48:23,730 --> 00:48:25,830
kan een gevolgtrekking zijn.

809
00:48:25,830 --> 00:48:28,050
Het staat niet in Exodus.

810
00:48:28,050 --> 00:48:31,290
Hij werd echter binnen de
koninklijke familie opgevoed.

811
00:48:31,290 --> 00:48:35,910
Dat hij het onderwijs kreeg dat een
koninklijke erfgenaam kon ontvangen,

812
00:48:35,910 --> 00:48:38,190
kan Stefanus terecht hebben verondersteld.

813
00:48:38,190 --> 00:48:43,590
Of hij baseerde zich op Josephus, die ook
De oude geschiedenis van de Joden schreef.

814
00:48:43,590 --> 00:48:48,810
Wanneer Stefanus zegt dat Mozes machtig
was in woorden en daden, zegt Josephus —

815
00:48:48,810 --> 00:48:52,330
uit welke bronnen hij dit
wist, hebben we geen idee —

816
00:48:52,330 --> 00:48:57,210
dat de volwassen Mozes in het huis
van de farao bevelhebber van diens

817
00:48:57,210 --> 00:48:59,070
zuidelijke legers werd.

818
00:48:59,070 --> 00:49:04,530
Volgens Josephus had Mozes dus
ervaring als militair leider in Egypte

819
00:49:04,530 --> 00:49:08,250
voordat hij vertrok en voordat
hij de Israëlieten leidde.

820
00:49:08,250 --> 00:49:12,450
Dat kan waar zijn en Stefanus
kan zich hierop baseren.

821
00:49:12,450 --> 00:49:15,030
Hij was machtig in woorden en daden.

822
00:49:15,030 --> 00:49:18,750
Toen God bij de brandende
doornstruik aan Mozes verscheen,

823
00:49:18,750 --> 00:49:24,450
beweerde Mozes juist dat hij niet machtig
in woorden was en geen goede spreker was.

824
00:49:24,450 --> 00:49:26,910
Dat kan heel goed zo zijn geweest.

825
00:49:26,910 --> 00:49:30,570
Dit was veertig jaar nadat
hij Egypte had verlaten.

826
00:49:30,570 --> 00:49:35,250
Zijn zelfbeeld was behoorlijk geknakt en
hij had veel minder zelfvertrouwen dan

827
00:49:35,250 --> 00:49:36,630
veertig jaar eerder.

828
00:49:36,630 --> 00:49:39,810
Hij kan werkelijk geen goede
spreker zijn geweest en

829
00:49:39,810 --> 00:49:42,030
weinig zelfvertrouwen hebben gehad.

830
00:49:42,030 --> 00:49:44,250
Maar ik denk dat dit bij hem terugkwam

831
00:49:44,250 --> 00:49:47,430
toen hij de confrontatie
met de farao aanging.

832
00:49:47,430 --> 00:49:51,210
Het punt is dat Mozes niet
als stotteraar geboren werd.

833
00:49:51,210 --> 00:49:54,750
In zijn jonge jaren was hij behoorlijk
krachtig in zijn optreden en

834
00:49:54,750 --> 00:49:56,190
in zijn woorden.

835
00:49:56,190 --> 00:50:00,330
En in vers 23 staat dat het,
toen hij veertig jaar oud was,

836
00:50:00,330 --> 00:50:04,710
in zijn hart opkwam zijn broeders,
de Israëlieten, te bezoeken.

837
00:50:04,710 --> 00:50:07,830
Toen hij zag dat een van
hen onrecht werd aangedaan,

838
00:50:07,830 --> 00:50:12,570
verdedigde en wreekte hij de onderdrukte
en sloeg hij de Egyptenaar neer.

839
00:50:12,570 --> 00:50:15,690
Hij veronderstelde dat zijn
broeders zouden begrijpen dat God

840
00:50:15,690 --> 00:50:18,930
hen door zijn hand zou verlossen,
maar zij begrepen het niet.

841
00:50:18,930 --> 00:50:23,490
Let er nu op dat er staat dat
Mozes die Egyptenaar neersloeg.

842
00:50:23,490 --> 00:50:26,730
Dat is een verhaal dat we in Exodus lezen.

843
00:50:26,730 --> 00:50:30,210
Stefanus vertelt ons iets
wat Exodus ons niet vertelt,

844
00:50:30,210 --> 00:50:34,770
namelijk dat Mozes dit deed als iemand
die zichzelf had aangesteld om zijn

845
00:50:34,770 --> 00:50:36,450
volk te bevrijden.

846
00:50:36,450 --> 00:50:40,050
Exodus vertelt ons niet wat er
op dat moment in Mozes omging.

847
00:50:40,050 --> 00:50:44,430
Het vertelt ons zelfs niet of hij zichzelf
op dat moment in zijn eigen denken als

848
00:50:44,430 --> 00:50:47,130
Jood of als Israëliet beschouwde.

849
00:50:47,130 --> 00:50:50,070
Ons wordt alleen verteld
dat hij erheen ging,

850
00:50:50,070 --> 00:50:55,110
zag dat een man werd onderdrukt en de
Egyptenaar neersloeg die hem onderdrukte.

851
00:50:55,110 --> 00:50:58,770
Maar Stefanus zegt dat
Mozes zichzelf toen al zag

852
00:50:58,770 --> 00:51:01,350
als iemand die zijn volk zou bevrijden.

853
00:51:01,350 --> 00:51:05,130
Hij dacht dat zij dit zouden inzien
wanneer hij dit voor hen deed,

854
00:51:05,130 --> 00:51:07,110
maar zij zagen het niet in.

855
00:51:07,110 --> 00:51:09,330
Hij zegt in vers 26:

856
00:51:09,330 --> 00:51:13,890
En de volgende dag zagen zij hem,
terwijl zij aan het vechten waren;

857
00:51:13,890 --> 00:51:19,170
en hij spoorde hen aan tot vrede door
te zeggen: Mannen, u bent broeders;

858
00:51:19,170 --> 00:51:21,270
waarom doet u elkaar onrecht?

859
00:51:21,270 --> 00:51:26,070
Degene die zijn naaste onrecht deed,
stootte hem echter van zich af en zei:

860
00:51:26,070 --> 00:51:29,790
Wie heeft u tot een leider en
rechter over ons aangesteld?

861
00:51:29,790 --> 00:51:34,350
Wilt u mij ook om het leven brengen, op de
wijze waarop u gisteren die Egyptenaar om

862
00:51:34,350 --> 00:51:35,970
het leven gebracht hebt?

863
00:51:35,970 --> 00:51:40,710
En Mozes vluchtte op dat woord en werd
een vreemdeling in het land Midian,

864
00:51:40,710 --> 00:51:42,810
waar hij twee zonen verwekte.

865
00:51:42,810 --> 00:51:47,490
En toen er veertig jaar verstreken was,
verscheen de Engel van de Heere aan hem in

866
00:51:47,490 --> 00:51:52,350
de woestijn van de berg Sinaï, in de
vlam van een brandende doornstruik.

867
00:51:52,350 --> 00:51:56,550
Toen Mozes dat zag, verwonderde
hij zich over wat hij zag;

868
00:51:56,550 --> 00:51:59,010
en toen hij ernaartoe
ging om het te bekijken,

869
00:51:59,010 --> 00:52:03,930
kwam er een stem van de Heere tot
hem: Ik ben de God van uw vaderen,

870
00:52:03,930 --> 00:52:09,510
de God van Abraham, de God
van Izak en de God van Jakob.

871
00:52:09,510 --> 00:52:14,070
En Mozes begon erg te beven en
durfde het niet te bekijken.

872
00:52:14,070 --> 00:52:18,630
En de Heere zei tegen hem: Maak
de sandalen aan uw voeten los,

873
00:52:18,630 --> 00:52:22,230
want de plaats waarop u
staat, is heilige grond.

874
00:52:22,230 --> 00:52:26,850
Ik heb de mishandeling van Mijn volk,
dat in Egypte is, heel goed gezien,

875
00:52:26,850 --> 00:52:31,710
en Ik heb hun zuchten gehoord en ben
neergedaald om hen daaruit te verlossen;

876
00:52:31,710 --> 00:52:35,070
en nu, kom, Ik zal u naar Egypte zenden.

877
00:52:35,070 --> 00:52:38,850
Dus deze Mozes, die zij
afwezen toen ze zeiden:

878
00:52:38,850 --> 00:52:42,330
Wie heeft jou als leider
en rechter aangesteld?

879
00:52:42,330 --> 00:52:47,910
is degene die God door de hand van de
engel die aan hem in de struik verscheen,

880
00:52:47,910 --> 00:52:51,150
zond om een leider en
een bevrijder te zijn.

881
00:52:51,150 --> 00:52:55,050
Hij leidde hen uit, nadat hij
veertig jaar lang wonderen en

882
00:52:55,050 --> 00:53:00,390
tekenen had verricht in het land Egypte,
in de Rode Zee en in de woestijn.

883
00:53:00,390 --> 00:53:04,950
Het is interessant dat Stefanus
zo lang over Mozes doorgaat.

884
00:53:04,950 --> 00:53:08,730
Hij spreekt kort over
Abraham en de aartsvaders.

885
00:53:08,730 --> 00:53:14,610
Hij sprak wat uitgebreider over Jozef, en
nu blijft hij maar doorgaan over Mozes.

886
00:53:14,610 --> 00:53:17,070
Vergeet niet dat hij
ervan wordt beschuldigd

887
00:53:17,070 --> 00:53:19,470
Mozes en de tempel te lasteren.

888
00:53:19,470 --> 00:53:23,370
Het lijkt duidelijk dat hij beslist
aan de kant van Mozes staat.

889
00:53:23,370 --> 00:53:28,530
Hij spreekt heel meelevend over Mozes
als de leider die God had aangesteld.

890
00:53:28,530 --> 00:53:31,410
Het waren de Israëlieten
die moeite met hem hadden.

891
00:53:31,410 --> 00:53:35,130
Het waren de Israëlieten die hem
aan de kant duwden en zeiden:

892
00:53:35,130 --> 00:53:38,730
Wie heeft jou als rechter en
leider over ons aangesteld?

893
00:53:38,730 --> 00:53:43,050
Dit maakt deel uit van de boodschap
van Stefanus aan zijn aanklagers.

894
00:53:43,050 --> 00:53:45,690
Hij gaat verder in vers 37:

895
00:53:45,690 --> 00:53:50,970
Dit is de Mozes die tegen de Israëlieten
gezegd heeft: De Heere, uw God,

896
00:53:50,970 --> 00:53:55,530
zal voor u een Profeet laten
opstaan uit uw broeders, zoals ik;

897
00:53:55,530 --> 00:53:57,630
naar Hem moet u luisteren.

898
00:53:57,630 --> 00:54:02,670
Dit citaat, dat duidelijk
uit Deuteronomium 18:15 komt,

899
00:54:02,670 --> 00:54:07,710
werd ook door Petrus aangehaald in
zijn tweede preek, in Handelingen 3.

900
00:54:07,710 --> 00:54:12,570
Ook hij citeerde dit vers over
Jezus, de profeet zoals Mozes.

901
00:54:12,570 --> 00:54:17,490
Hij is het die in de woestijn tijdens de
samenkomst van het volk bij de Engel was

902
00:54:17,490 --> 00:54:21,750
Die tot hem sprak op de berg
Sinaï, en bij onze vaderen,

903
00:54:21,750 --> 00:54:27,150
en Hij was het die de levende woorden
ontving om die aan ons door te geven.

904
00:54:27,150 --> 00:54:31,230
Onze vaderen wilden hem niet
gehoorzamen, maar verwierpen hem

905
00:54:31,230 --> 00:54:36,630
en keerden in hun hart terug naar
Egypte; en zij zeiden tegen Aäron:

906
00:54:36,630 --> 00:54:41,911
Maak voor ons goden die vóór ons uit
zullen gaan, want wat die Mozes betreft ,

907
00:54:41,911 --> 00:54:47,130
die ons uit het land Egypte geleid heeft,
wij weten niet wat er met hem gebeurd is.

908
00:54:47,130 --> 00:54:51,930
Dit was toen Mozes al lange tijd op
de berg was en zij niet zeker wisten

909
00:54:51,930 --> 00:54:54,450
of hij daarboven nog in leven was.

910
00:54:54,450 --> 00:54:59,130
En zij maakten in die dagen een kalf
en brachten een offer aan die afgod,

911
00:54:59,130 --> 00:55:02,010
en zij waren verblijd over
de werken van hun handen.

912
00:55:02,010 --> 00:55:06,510
En God keerde Zich af en gaf hen
over om het hemelleger te dienen,

913
00:55:06,510 --> 00:55:09,510
zoals er geschreven is in
het boek van de Profeten:

914
00:55:09,510 --> 00:55:14,130
Hebt u de veertig jaar in de woestijn ook
slachtoffers en offers aan Mij gebracht,

915
00:55:14,130 --> 00:55:15,570
huis van Israël?

916
00:55:15,570 --> 00:55:22,350
Dit is eigenlijk een citaat uit het boek
Amos, hoofdstuk 5, vers 25 tot en met 27.

917
00:55:22,350 --> 00:55:23,430
God zei:

918
00:55:23,430 --> 00:55:27,270
Hebt u Mij slachtoffers en
graanoffers gebracht in de woestijn,

919
00:55:27,270 --> 00:55:30,090
veertig jaar lang , huis van Israël?

920
00:55:30,090 --> 00:55:37,470
U hebt Sikkut, uw koning, rondgedragen, en
Kewan, uw beelden, de sterren, uw goden,

921
00:55:37,470 --> 00:55:39,810
die u voor uzelf hebt gemaakt!

922
00:55:39,810 --> 00:55:44,850
Daarom zal Ik u in ballingschap voeren,
verder dan Damascus, zegt de HEERE;

923
00:55:44,850 --> 00:55:47,490
God van de legermachten is Zijn Naam.

924
00:55:47,490 --> 00:55:49,530
In het eerste deel van dit citaat

925
00:55:49,530 --> 00:55:52,890
lijkt God Israël een
retorische vraag te stellen:

926
00:55:52,890 --> 00:55:56,850
Hebben jullie Mij dierenoffers gebracht
toen jullie in de woestijn waren?

927
00:55:56,850 --> 00:55:59,370
Ik denk dat ze dat
waarschijnlijk wel deden.

928
00:55:59,370 --> 00:56:02,490
Het offerstelsel werd aan het
begin van hun veertig jaar

929
00:56:02,490 --> 00:56:05,730
durende omzwervingen door
de woestijn ingesteld.

930
00:56:05,730 --> 00:56:09,990
Er zijn geen aanwijzingen dat ze zich
daar gedurende die veertig jaar niet

931
00:56:09,990 --> 00:56:13,770
aan hielden, hoewel het mogelijk
is dat ze dat niet deden.

932
00:56:13,770 --> 00:56:18,030
Misschien verwaarloosden ze het,
maar de Bijbel vertelt ons dat niet.

933
00:56:18,030 --> 00:56:20,130
Maar misschien zegt Hij eigenlijk:

934
00:56:20,130 --> 00:56:23,130
Toen jullie in de woestijn
die dierenoffers brachten,

935
00:56:23,130 --> 00:56:25,410
deden jullie dat toen echt voor Mij?

936
00:56:25,410 --> 00:56:28,470
Dit is iets wat we ook in
het boek Zacharia tegenkomen.

937
00:56:28,470 --> 00:56:31,350
Het volk komt daar bij Zacharia en vraagt:

938
00:56:31,350 --> 00:56:35,130
zeiden zij tegen de priesters die in het
huis van de HEERE van de legermachten

939
00:56:35,130 --> 00:56:39,810
waren, en tegen de profeten: Moet ik
in de vijfde maand blijven treuren

940
00:56:39,810 --> 00:56:44,310
en mij blijven afzonderen, zoals ik
dit nu al zoveel jaren gedaan heb?

941
00:56:44,310 --> 00:56:45,750
En de Heere zegt:

942
00:56:45,750 --> 00:56:49,350
Zeg tegen de hele bevolking van
het land en tegen de priesters:

943
00:56:49,350 --> 00:56:53,310
Wanneer u deze zeventig jaar
gevast en rouw bedreven hebt in de

944
00:56:53,310 --> 00:56:57,270
vijfde en in de zevende maand , hebt
u dan werkelijk voor Mij gevast?

945
00:56:57,270 --> 00:57:02,070
Met andere woorden, jullie deden het
wel, maar deden jullie het voor Mij?

946
00:57:02,070 --> 00:57:03,990
Hadden jullie andere motieven?

947
00:57:03,990 --> 00:57:06,570
Hadden jullie andere goden in gedachten?

948
00:57:06,570 --> 00:57:09,030
Deden jullie het alleen
maar uit eigenbelang?

949
00:57:09,030 --> 00:57:11,310
Maar dan gaat de profeet verder en zegt:

950
00:57:11,310 --> 00:57:18,870
U hebt Sikkut, uw koning, rondgedragen, en
Kewan, uw beelden, de sterren, uw goden,

951
00:57:18,870 --> 00:57:20,670
die u voor uzelf hebt gemaakt!

952
00:57:20,670 --> 00:57:22,170
en dat soort dingen.

953
00:57:22,170 --> 00:57:24,810
Waarschijnlijk deden ze
dat niet in de woestijn.

954
00:57:24,810 --> 00:57:28,650
Maar in de tijd van Amos, in de
geschiedenis die daarop volgde,

955
00:57:28,650 --> 00:57:32,730
nadat ze uit de woestijn waren
gekomen en als volk waren gevestigd,

956
00:57:32,730 --> 00:57:34,650
deden ze ook die andere dingen.

957
00:57:34,650 --> 00:57:38,910
Daarom worden zij ermee bedreigd dat ze
naar Babylon zullen worden weggevoerd,

958
00:57:38,910 --> 00:57:41,250
zoals ze uit Egypte waren gekomen.

959
00:57:41,250 --> 00:57:45,150
Bij onze vaderen in de woestijn
was de tent van de getuigenis,

960
00:57:45,150 --> 00:57:48,930
zoals Hij Die tot Mozes
sprak, hem had opgedragen deze

961
00:57:48,930 --> 00:57:52,590
te maken overeenkomstig de
afbeelding die hij gezien had.

962
00:57:52,590 --> 00:57:56,370
Ook brachten onze vaderen die,
nadat zij hem ontvangen hadden,

963
00:57:56,370 --> 00:58:01,110
met Jozua in het land dat de heidenen
bezaten die God voor onze vaderen

964
00:58:01,110 --> 00:58:02,790
uit verdreven heeft.

965
00:58:02,790 --> 00:58:05,430
Zo bleef het tot de dagen van David toe,

966
00:58:05,430 --> 00:58:08,070
die genade vond in de ogen van God

967
00:58:08,070 --> 00:58:11,910
en verlangde een woonplaats te
vinden voor de God van Jakob.

968
00:58:11,910 --> 00:58:14,430
—dat wil zeggen, Kanaän—

969
00:58:14,430 --> 00:58:16,050
Voor de God van Jakob.

970
00:58:16,050 --> 00:58:19,950
Maar Salomo bouwde een
huis voor Hem, niet David.

971
00:58:19,950 --> 00:58:23,850
De Allerhoogste woont echter niet in
tempels die met handen gemaakt zijn,

972
00:58:23,850 --> 00:58:25,530
zoals de profeet zegt.

973
00:58:25,530 --> 00:58:31,410
Hij citeert hier Jesaja,
hoofdstuk 66, vers 1 en 2:

974
00:58:31,410 --> 00:58:37,410
Zo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon
en de aarde de voetbank van Mijn voeten.

975
00:58:37,410 --> 00:58:41,070
Waar zou dan het huis zijn dat u voor
Mij zou willen bouwen en waar de plaats

976
00:58:41,070 --> 00:58:42,450
van Mijn rust?

977
00:58:42,450 --> 00:58:44,790
Want Mijn hand heeft
al die dingen gemaakt,

978
00:58:44,790 --> 00:58:48,570
en daardoor bestaan al die
dingen, spreekt de HEERE.

979
00:58:48,570 --> 00:58:53,310
Maar Ik zal zien op deze, op de
ellendige en verslagene van geest,

980
00:58:53,310 --> 00:58:55,470
en wie voor Mijn woord beeft.

981
00:58:55,470 --> 00:58:57,330
Nu gaat hij het afsluiten.

982
00:58:57,330 --> 00:59:00,690
Hardnekkigen en onbesnedenen
van hart en oren,

983
00:59:00,690 --> 00:59:06,390
u verzet u altijd tegen de Heilige Geest;
zoals uw vaderen deden , zo doet u ook.

984
00:59:06,390 --> 00:59:09,570
Wie van de profeten hebben
uw vaderen niet vervolgd?

985
00:59:09,570 --> 00:59:14,130
Zelfs hebben zij hen gedood die de
komst van de Rechtvaardige aankondigden,

986
00:59:14,130 --> 00:59:17,790
van Wie u nu verraders en
moordenaars geworden bent.

987
00:59:17,790 --> 00:59:21,150
U, die de wet ontvangen hebt
door de dienst van engelen,

988
00:59:21,150 --> 00:59:23,610
hebt die niet in acht genomen!

989
00:59:23,610 --> 00:59:27,090
Stefanus kwam niet verder,
want vanwege wat hij zei

990
00:59:27,090 --> 00:59:29,430
barstte de rechtszaal in woede uit.

991
00:59:29,430 --> 00:59:34,230
Ook hij neemt geen blad voor de
mond, net zomin als Petrus dat deed.

992
00:59:34,230 --> 00:59:37,050
Hij zei: ‘Jullie hebben Hem vermoord.

993
00:59:37,050 --> 00:59:38,610
Jullie hebben Hem vermoord.

994
00:59:38,610 --> 00:59:40,830
Jullie zijn moordenaars.’

995
00:59:40,830 --> 00:59:42,630
Waarvoor stond hij hier terecht?

996
00:59:42,630 --> 00:59:44,430
Omdat hij wonderen deed?

997
00:59:44,430 --> 00:59:47,970
Omdat hij beweerde dat Jezus
uit de dood was opgestaan?

998
00:59:47,970 --> 00:59:50,010
Hoe groot is dat misdrijf?

999
00:59:50,010 --> 00:59:53,370
De mensen die hem
beschuldigen, zijn moordenaars.

1000
00:59:53,370 --> 00:59:55,050
Hij stelt hen terecht.

1001
00:59:55,050 --> 00:59:59,790
Wat waren de thema’s waarvan ik zei dat
hij ze door zijn verhaal heen weefde?

1002
00:59:59,790 --> 01:00:05,370
Je volgde de tijd van Abraham, de
tijd van Jozef en de tijd van Mozes.

1003
01:00:05,370 --> 01:00:10,650
Het brengt ons tot de tijd van David
en tot Salomo, die een tempel bouwde,

1004
01:00:10,650 --> 01:00:14,250
en tot de profeten daarna, die
de Israëlieten veroordeelden.

1005
01:00:14,250 --> 01:00:18,270
Wat is in dit alles het
gemeenschappelijke thema? Twee dingen.

1006
01:00:18,270 --> 01:00:22,110
Ten eerste werd hij er niet alleen van
beschuldigd dat hij Mozes lasterde,

1007
01:00:22,110 --> 01:00:23,850
maar ook de tempel.

1008
01:00:23,850 --> 01:00:27,270
Waarom zou het verkeerd zijn
om tegen de tempel te spreken?

1009
01:00:27,270 --> 01:00:29,370
Zelfs Jeremia had dat gedaan.

1010
01:00:29,370 --> 01:00:33,510
In de tijd van Jeremia wilden
de Joden hem doden omdat hij

1011
01:00:33,510 --> 01:00:36,270
zei dat de tempel verwoest zou worden.

1012
01:00:36,270 --> 01:00:41,490
Stefanus werd ervan beschuldigd dat hij
zei dat Jezus de tempel zou verwoesten.

1013
01:00:41,490 --> 01:00:45,210
Daarom behandelden ze Stefanus
zoals de generatie uit de tijd van

1014
01:00:45,210 --> 01:00:47,190
Jeremia hem behandelde.

1015
01:00:47,190 --> 01:00:51,570
Micha had voorzegd dat de tempel
als een akker omgeploegd zou worden.

1016
01:00:51,570 --> 01:00:54,330
Dat deed hij vóór de tijd van Jeremia.

1017
01:00:54,330 --> 01:00:59,070
Toen een menigte Jeremia probeerde te
doden omdat hij zei dat God de tempel zou

1018
01:00:59,070 --> 01:01:02,610
verwoesten, nam iemand
het voor hem op en zei:

1019
01:01:02,610 --> 01:01:08,190
‘De profeet Micha zei in wezen hetzelfde,
en daarvoor hebben ze hem niet gedood.’

1020
01:01:08,190 --> 01:01:11,790
Zo werd Jeremia gespaard. Stefanus niet.

1021
01:01:11,790 --> 01:01:16,590
Het punt van Stefanus hier is: jullie
beschuldigen mij ervan dat ik zeg dat de

1022
01:01:16,590 --> 01:01:18,690
tempel verwoest zal worden.

1023
01:01:18,690 --> 01:01:22,650
Dat stoort jullie omdat het een
heilige plaats is waar God woont.

1024
01:01:22,650 --> 01:01:24,570
Maar God woont daar niet.

1025
01:01:24,570 --> 01:01:27,030
Het punt dat hij in
heel zijn verhaal maakt,

1026
01:01:27,030 --> 01:01:30,330
is dat God niet uitsluitend
in de tempel woont.

1027
01:01:30,330 --> 01:01:33,870
Er zijn misschien tijden geweest
waarin Hij wel in de tempel woonde,

1028
01:01:33,870 --> 01:01:36,870
maar dat is niet
uitsluitend Zijn woonplaats.

1029
01:01:36,870 --> 01:01:39,990
Als je terugkijkt naar het
verhaal dat Stefanus vertelt,

1030
01:01:39,990 --> 01:01:42,690
zegt hij helemaal aan
het begin, in vers 2,

1031
01:01:42,690 --> 01:01:47,430
dat de God der heerlijkheid aan Abraham
verscheen toen hij in Mesopotamië was.

1032
01:01:47,430 --> 01:01:50,190
Dat is Babylon. Wat deed God daar?

1033
01:01:50,190 --> 01:01:55,950
Hij zocht een man, een man van geloof,
om hem te roepen en hem beloften te doen.

1034
01:01:55,950 --> 01:01:59,670
Maar God was in Babylon,
niet in Jeruzalem.

1035
01:01:59,670 --> 01:02:02,790
Jeruzalem was in die
tijd een heidense stad.

1036
01:02:02,790 --> 01:02:05,250
Daar stond geen tempel van Salomo.

1037
01:02:05,250 --> 01:02:07,170
God woonde niet in de tempel.

1038
01:02:07,170 --> 01:02:08,910
Hij woonde in Babylon.

1039
01:02:08,910 --> 01:02:14,550
Sterker nog, Hij woonde overal, want toen
Abram eenmaal Kanaän was binnengekomen,

1040
01:02:14,550 --> 01:02:16,770
was God daar ook met hem.

1041
01:02:16,770 --> 01:02:18,750
God is waar Zijn volk is.

1042
01:02:18,750 --> 01:02:21,750
Hij is niet in gebouwen die
met handen gemaakt zijn.

1043
01:02:21,750 --> 01:02:26,010
Dat is wat Stefanus samenvat
wanneer hij in vers 48 zegt:

1044
01:02:26,010 --> 01:02:29,910
De Allerhoogste woont echter niet in
tempels die met handen gemaakt zijn,

1045
01:02:29,910 --> 01:02:31,530
zoals de profeet zegt:

1046
01:02:31,530 --> 01:02:36,510
Hij citeert Jesaja om te bewijzen
dat zelfs de profeten dit wisten.

1047
01:02:36,510 --> 01:02:41,070
Keer op keer maakt hij duidelijk
dat deze mannen van God—Abraham,

1048
01:02:41,070 --> 01:02:45,630
Jozef en Mozes—zich iedere keer
buiten Israël bevonden toen God

1049
01:02:45,630 --> 01:02:47,130
aan hen verscheen.

1050
01:02:47,130 --> 01:02:50,730
God was niet beperkt tot
Jeruzalem of de tempel daar.

1051
01:02:50,730 --> 01:02:54,870
Hij verscheen aan Abraham
toen die in Mesopotamië was.

1052
01:02:54,870 --> 01:02:59,970
In vers 9 staat dat Jozef naar Egypte
werd verkocht, maar God was met hem.

1053
01:02:59,970 --> 01:03:02,910
In Egypte—een heidens land.

1054
01:03:02,910 --> 01:03:04,770
God was in Egypte.

1055
01:03:04,770 --> 01:03:07,650
Hij was in Mesopotamië. Waarom?

1056
01:03:07,650 --> 01:03:10,950
Omdat Hij daar mannen had
bij wie Hij aanwezig was.

1057
01:03:10,950 --> 01:03:13,710
Maar Hij was niet in een huis
dat met handen gemaakt was.

1058
01:03:13,710 --> 01:03:18,330
Als je verdergaat, zie je in
vers 29 dat Mozes vluchtte

1059
01:03:18,330 --> 01:03:21,810
en als vreemdeling in het
land Midian ging wonen.

1060
01:03:21,810 --> 01:03:25,890
Daar verscheen in het volgende
vers de engel van de Heere aan hem.

1061
01:03:25,890 --> 01:03:28,710
God verscheen aan Mozes in Midian.

1062
01:03:28,710 --> 01:03:30,450
Dat ligt in Arabië.

1063
01:03:30,450 --> 01:03:32,550
Dat is een Arabisch land.

1064
01:03:32,550 --> 01:03:35,850
God verscheen dus aan Mozes in Arabië.

1065
01:03:35,850 --> 01:03:39,150
Hij verscheen aan Abram in Mesopotamië.

1066
01:03:39,150 --> 01:03:41,610
Hij was met Jozef in Egypte.

1067
01:03:41,610 --> 01:03:45,150
In Arabië zei Hij zelfs tegen Mozes:

1068
01:03:45,150 --> 01:03:49,530
En de Heere zei tegen hem: Maak
de sandalen aan uw voeten los,

1069
01:03:49,530 --> 01:03:53,070
want de plaats waarop u
staat, is heilige grond.

1070
01:03:53,070 --> 01:03:55,530
Dat staat in vers 33.

1071
01:03:55,530 --> 01:03:57,150
Wat zegt Stefanus?

1072
01:03:57,150 --> 01:04:01,770
Jullie zijn allemaal geobsedeerd door
dit huis, deze tempel in Jeruzalem,

1073
01:04:01,770 --> 01:04:04,830
alsof God daar op de een
of andere manier woont.

1074
01:04:04,830 --> 01:04:10,350
God zei tegen Mozes dat Arabië
heilige grond was toen God daar was.

1075
01:04:10,350 --> 01:04:14,310
Jullie beschouwen Jeruzalem
als de enige heilige plaats.

1076
01:04:14,310 --> 01:04:19,470
Deze heidense landen zijn heilige
grond als God daar een mens ontmoet.

1077
01:04:19,470 --> 01:04:22,110
God is niet beperkt tot de tempel.

1078
01:04:22,110 --> 01:04:24,210
In vers 36 staat:

1079
01:04:24,210 --> 01:04:28,410
Deze heeft hen uitgeleid, terwijl hij
wonderen en tekenen deed in het land

1080
01:04:28,410 --> 01:04:32,790
Egypte, in de Rode Zee en in
de woestijn, veertig jaar.

1081
01:04:32,790 --> 01:04:36,090
Dit zijn allemaal plaatsen
buiten Israël waar God

1082
01:04:36,090 --> 01:04:38,850
tekenen en wonderen deed voor Zijn volk.

1083
01:04:38,850 --> 01:04:41,670
Het is duidelijk dat
Hij daar aanwezig was.

1084
01:04:41,670 --> 01:04:45,390
Dan komt hij natuurlijk bij
vers 48 en zegt dat God niet

1085
01:04:45,390 --> 01:04:48,210
woont in tempels die
met handen gemaakt zijn.

1086
01:04:48,210 --> 01:04:51,270
Het echte bezwaar van zijn
critici tegen Stefanus

1087
01:04:51,270 --> 01:04:54,930
was dat hij niet evenveel waarde
aan de tempel hechtte als zij.

1088
01:04:54,930 --> 01:04:57,330
Hij vond dat die gemist kon worden.

1089
01:04:57,330 --> 01:05:01,290
Hij meende dat die verwoest kon
worden. Zij vonden van niet.

1090
01:05:01,290 --> 01:05:03,390
Dat was godslastering.

1091
01:05:03,390 --> 01:05:07,170
Stefanus zei: ‘Waarom denken
jullie dat God daar woont?

1092
01:05:07,170 --> 01:05:09,750
Abram ontmoette Hem in Mesopotamië.

1093
01:05:09,750 --> 01:05:12,030
Jozef ontmoette Hem in Egypte.

1094
01:05:12,030 --> 01:05:14,430
Mozes ontmoette Hem in Arabië.’

1095
01:05:14,430 --> 01:05:17,430
Een van de thema’s die hij hier
dus steeds weer naar voren brengt,

1096
01:05:17,430 --> 01:05:19,890
is dat God niet alleen in Israël is.

1097
01:05:19,890 --> 01:05:23,070
Het andere punt dat hij door
dit hele verhaal heen maakt,

1098
01:05:23,070 --> 01:05:27,330
is dat de Joden een geschiedenis hebben
waarin ze Gods boodschappers afwijzen.

1099
01:05:27,330 --> 01:05:32,370
Natuurlijk zegt hij dat ronduit in
zijn slotwoorden, vanaf vers 51:

1100
01:05:32,370 --> 01:05:35,250
Jullie verzetten je altijd
tegen de Heilige Geest.

1101
01:05:35,250 --> 01:05:38,670
Jullie doen precies hetzelfde
als jullie voorouders.

1102
01:05:38,670 --> 01:05:41,730
Welke profeet hebben jullie
voorouders niet vervolgd?

1103
01:05:41,730 --> 01:05:45,750
Ze hebben degenen gedood die de komst
van de Rechtvaardige aankondigden,

1104
01:05:45,750 --> 01:05:48,210
en nu hebben jullie Hem zelf vermoord.

1105
01:05:48,210 --> 01:05:51,810
Dit is een punt dat hij door het
hele verhaal heen heeft gemaakt.

1106
01:05:51,810 --> 01:05:54,930
Toen God Jozef riep, zegt hij in vers 9:

1107
01:05:54,930 --> 01:05:57,570
En de aartsvaders, die jaloers waren,

1108
01:05:57,570 --> 01:06:00,931
verkochten Jozef zodat hij
naar Egypte gebracht werd .

1109
01:06:00,931 --> 01:06:02,610
Maar God was met hem

1110
01:06:02,610 --> 01:06:06,150
Jozef werd hun bevrijder.
Hij werd hun redder.

1111
01:06:06,150 --> 01:06:11,790
Hij was door God gezonden, en toch wezen
ze hem af en verkochten ze hem als slaaf.

1112
01:06:11,790 --> 01:06:15,150
Toen Mozes in vers 25
de Egyptenaar doodde,

1113
01:06:15,150 --> 01:06:19,710
ging Mozes ervan uit dat ze zouden
inzien dat God hem had gezonden om

1114
01:06:19,710 --> 01:06:21,270
hen te bevrijden.

1115
01:06:21,270 --> 01:06:23,910
Er staat dat ze het niet begrepen.

1116
01:06:23,910 --> 01:06:29,070
In vers 27 wordt zelfs vermeld
dat ze hem wegduwden en zeiden:

1117
01:06:29,070 --> 01:06:34,170
Degene die zijn naaste onrecht deed,
stootte hem echter van zich af en zei:

1118
01:06:34,170 --> 01:06:37,470
Wie heeft u tot een leider en
rechter over ons aangesteld?

1119
01:06:37,470 --> 01:06:42,750
Hij was de heerser en rechter die God had
gezonden, maar ze aanvaardden hem niet.

1120
01:06:42,750 --> 01:06:44,670
Ze duwden Mozes weg.

1121
01:06:44,670 --> 01:06:48,810
Dan wordt er natuurlijk in
vers 39 over Mozes gesproken

1122
01:06:48,810 --> 01:06:53,430
als iemand die de vaderen niet wilden
gehoorzamen, maar die ze afwezen,

1123
01:06:53,430 --> 01:06:56,430
en in hun hart keerden
ze terug naar Egypte.

1124
01:06:56,430 --> 01:07:00,450
We zien dus dat het verhaal van
Israël dat Stefanus vertelt,

1125
01:07:00,450 --> 01:07:05,610
een verhaal is waarin de Joden Gods
boodschappers telkens weer afwijzen.

1126
01:07:05,610 --> 01:07:09,210
Hij zegt: ‘Dat is wat
jullie op dit moment doen.

1127
01:07:09,210 --> 01:07:11,730
Jullie wijzen Jezus af.

1128
01:07:11,730 --> 01:07:15,090
Deze Mozes, van wie jullie
denken dat ik hem laster,

1129
01:07:15,090 --> 01:07:18,570
is degene die zei dat God
een andere Profeet zou zenden

1130
01:07:18,570 --> 01:07:21,090
en dat jullie naar Hem moeten luisteren.’

1131
01:07:21,090 --> 01:07:26,430
Jezus is die Profeet, dat is wat
hij wil zeggen, en ze wijzen Hem af.

1132
01:07:26,430 --> 01:07:30,690
Zij zijn dus degenen die
Mozes lasteren, niet Stefanus.

1133
01:07:30,690 --> 01:07:34,050
Zij zijn degenen die te veel
waarde aan de tempel hechten;

1134
01:07:34,050 --> 01:07:37,530
het is niet Stefanus die er
te weinig waarde aan hecht.

1135
01:07:37,530 --> 01:07:41,070
God woont op veel plaatsen,
niet alleen in de tempel.

1136
01:07:41,070 --> 01:07:44,670
Het laatste gedeelte begint bij vers 54:

1137
01:07:44,670 --> 01:07:49,050
Toen zij dit hoorden, barstten hun
harten van woede en knarsten zij hun

1138
01:07:49,050 --> 01:07:50,370
tanden tegen hem.

1139
01:07:50,370 --> 01:07:55,230
Maar hij, vol van de Heilige Geest,
hield zijn ogen naar de hemel gericht

1140
01:07:55,230 --> 01:08:01,230
en zag de heerlijkheid van God, en Jezus,
staande aan de rechter hand van God.

1141
01:08:01,230 --> 01:08:06,870
En hij zei: Zie, ik zie de hemelen
geopend en de Zoon des mensen,

1142
01:08:06,870 --> 01:08:09,330
staande aan de rechter hand van God.

1143
01:08:09,330 --> 01:08:13,410
Maar zij riepen met luide
stem, stopten hun oren dicht en

1144
01:08:13,410 --> 01:08:15,390
stormden eensgezind op hem af.

1145
01:08:15,390 --> 01:08:18,991
En zij wierpen hem de stad
uit en stenigden hem ,

1146
01:08:18,991 --> 01:08:22,830
en de getuigen legden hun kleren
af aan de voeten van een jongeman,

1147
01:08:22,830 --> 01:08:24,690
die Saulus heette.

1148
01:08:24,690 --> 01:08:31,110
En zij stenigden Stefanus, terwijl
deze Jezus aanriep en zei: Heere Jezus,

1149
01:08:31,110 --> 01:08:32,670
ontvang mijn geest.

1150
01:08:32,670 --> 01:08:37,650
En terwijl hij op de knieën viel,
riep hij met luide stem: Heere,

1151
01:08:37,650 --> 01:08:40,050
reken hun deze zonde niet toe!

1152
01:08:40,050 --> 01:08:43,050
En toen hij dat gezegd had, ontsliep hij.

1153
01:08:43,050 --> 01:08:46,710
Over Saulus zullen we
later nog veel meer horen.

1154
01:08:46,710 --> 01:08:49,830
Stefanus onderging een gewelddadige dood.

1155
01:08:49,830 --> 01:08:53,550
Steniging is een afschuwelijke
manier om gedood te worden,

1156
01:08:53,550 --> 01:08:56,550
tenzij de eerste steen je
recht op het hoofd raakt,

1157
01:08:56,550 --> 01:08:59,550
je bewusteloos slaat en je doodt.

1158
01:08:59,550 --> 01:09:01,890
Ze hadden stenen die ze naar je gooiden.

1159
01:09:01,890 --> 01:09:04,770
Eerst gooiden ze iemand
van een steile hoogte af.

1160
01:09:04,770 --> 01:09:08,790
Als hij door de val niet stierf,
waren de getuigen tegen hem de eersten

1161
01:09:08,790 --> 01:09:10,410
die stenen gooiden.

1162
01:09:10,410 --> 01:09:13,470
Ze probeerden hem met
grote stenen te raken.

1163
01:09:13,470 --> 01:09:17,190
Als er één grote steen op
je valt, doet dat pijn.

1164
01:09:17,190 --> 01:09:23,070
Als een grote steen je raakt, verbrijzelt
die je botten, je borstkas en je hoofd.

1165
01:09:23,070 --> 01:09:25,650
De man werd met die stenen bekogeld.

1166
01:09:25,650 --> 01:09:29,190
In het gunstigste geval
stierf hij bij de eerste klap,

1167
01:09:29,190 --> 01:09:31,290
maar dat gebeurde meestal niet.

1168
01:09:31,290 --> 01:09:33,930
Maar er staat dat Stefanus ontsliep.

1169
01:09:33,930 --> 01:09:39,150
Dat is een heel milde aanduiding dat
God hem op een zachte manier wegnam.

1170
01:09:39,150 --> 01:09:42,870
Voordat Hij dat deed, gaf Hij
hem een enorme bemoediging,

1171
01:09:42,870 --> 01:09:48,690
want Stefanus zag Jezus, en Jezus
stond aan de rechterhand van God.

1172
01:09:48,690 --> 01:09:53,190
Op andere plaatsen in het Nieuwe
Testament staat dat Jezus gezeten is

1173
01:09:53,190 --> 01:09:55,290
aan de rechterhand van God.

1174
01:09:55,290 --> 01:09:58,890
Er is vaak op gewezen dat
Stefanus Hem daar zag staan.

1175
01:09:58,890 --> 01:10:05,310
Blijkbaar stond Jezus op ter ere van Zijn
martelaar, die weldra bij Hem zou komen.

1176
01:10:05,310 --> 01:10:06,450
Stefanus bad:

1177
01:10:06,450 --> 01:10:08,850
Heer, ontvang mijn geest.

1178
01:10:08,850 --> 01:10:12,270
Dat is wat Jezus aan
het kruis bad. Hij zei:

1179
01:10:12,270 --> 01:10:20,190
En Jezus riep met luide stem en zei:
Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest.

1180
01:10:20,190 --> 01:10:23,490
En toen Hij dat gezegd
had, gaf Hij de geest.

1181
01:10:23,490 --> 01:10:26,910
Stefanus bad, net als Jezus, en zei:

1182
01:10:26,910 --> 01:10:29,190
Reken hun deze zonde niet aan.

1183
01:10:29,190 --> 01:10:30,570
Jezus zei:

1184
01:10:30,570 --> 01:10:36,510
En Jezus zei: Vader, vergeef het hun,
want zij weten niet wat zij doen.

1185
01:10:36,510 --> 01:10:39,750
En ze verdeelden Zijn
kleren en wierpen het lot.

1186
01:10:39,750 --> 01:10:42,750
Stefanus was vervuld
van de Geest van Jezus,

1187
01:10:42,750 --> 01:10:47,370
en zijn reacties op zijn vervolgers kwamen
sterk overeen met de reacties van Jezus.
