1
00:00:02,010 --> 00:00:04,470
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,470 --> 00:00:08,430
Deze keer behandelen we Hebreeën 1.

3
00:00:08,430 --> 00:00:12,810
We slaan het eerste hoofdstuk van Hebreeën
op om te beginnen met onze behandeling

4
00:00:12,810 --> 00:00:14,430
vers voor vers.

5
00:00:14,430 --> 00:00:17,850
We nemen de eerste vier verzen
als een afzonderlijk geheel,

6
00:00:17,850 --> 00:00:21,870
want na die inleiding of proloog
komen we bij het hoofdbetoog.

7
00:00:21,870 --> 00:00:25,230
De proloog vormt zeker de
aanloop tot het hoofdbetoog,

8
00:00:25,230 --> 00:00:29,910
dat in elk geval tot en met hoofdstuk
7 zal lopen, zo niet verder.

9
00:00:29,910 --> 00:00:33,570
Misschien kunnen we zelfs
zeggen: tot en met hoofdstuk 10.

10
00:00:33,570 --> 00:00:36,270
We kijken naar de
superioriteit van Christus

11
00:00:36,270 --> 00:00:39,570
boven alles wat van betekenis
is in het oude verbond.

12
00:00:39,570 --> 00:00:44,070
Hij leidt dat in met deze woorden,
in zekere zin een nogal lange,

13
00:00:44,070 --> 00:00:46,830
doorlopende zin. Er staat:

14
00:00:46,830 --> 00:00:51,750
Nadat God voorheen vele malen en op vele
wijzen tot de vaderen gesproken had door

15
00:00:51,750 --> 00:00:56,430
de profeten, heeft Hij in deze laatste
dagen tot ons gesproken door de Zoon,

16
00:00:56,430 --> 00:01:01,950
Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles,
door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft.

17
00:01:01,950 --> 00:01:05,130
Hij , Die de afstraling
van Gods heerlijkheid is

18
00:01:05,130 --> 00:01:09,570
en de afdruk van Zijn zelfstandigheid,
Die alle dingen draagt door Zijn krachtig

19
00:01:09,570 --> 00:01:14,070
woord, heeft, nadat Hij de reiniging van
onze zonden door Zichzelf tot stand had

20
00:01:14,070 --> 00:01:19,291
gebracht, Zich gezet aan de rechter hand
van de Majesteit in de hoogste hemelen .

21
00:01:19,291 --> 00:01:23,850
Hij is zoveel meer geworden dan de engelen
als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen

22
00:01:23,850 --> 00:01:26,910
heeft, voortreffelijker
is dan die van hen.

23
00:01:26,910 --> 00:01:29,970
Zodra hij dat heeft gezegd
en de engelen heeft genoemd,

24
00:01:29,970 --> 00:01:34,470
gaat hij in op de engelen en op de
vraag waarom hij heeft gezegd dat Jezus

25
00:01:34,470 --> 00:01:38,490
zo'n veel voortreffelijker
positie en Naam heeft dan zij.

26
00:01:38,490 --> 00:01:40,170
Hij zal die uitspraak verdedigen.

27
00:01:40,170 --> 00:01:44,010
Maar vooral in de eerste drie
verzen, voordat hij de engelen noemt,

28
00:01:44,010 --> 00:01:48,630
spreekt hij over het contrast tussen
Christus als openbaring van het denken,

29
00:01:48,630 --> 00:01:53,730
de wil en het karakter van God, en
dat wat er vóór Christus was gekomen.

30
00:01:53,730 --> 00:01:58,230
Hij zegt dat God in vroeger tijden op
verschillende manieren door de profeten

31
00:01:58,230 --> 00:02:00,330
tot onze vaderen had gesproken.

32
00:02:00,330 --> 00:02:01,650
Wanneer hij zegt:

33
00:02:01,650 --> 00:02:03,390
op verschillende manieren en:

34
00:02:03,390 --> 00:02:07,770
op verschillende momenten dan heeft hij
het over het hele tijdperk van het Oude

35
00:02:07,770 --> 00:02:11,130
Testament, vooral vanaf de tijd van Mozes.

36
00:02:11,130 --> 00:02:15,930
Natuurlijk sprak God ook al vóór de
tijd van Mozes tot onze voorouders.

37
00:02:15,930 --> 00:02:18,690
Noach was bijvoorbeeld
een voorouder van ons.

38
00:02:18,690 --> 00:02:20,370
God sprak tot hem.

39
00:02:20,370 --> 00:02:25,230
Maar de aandacht ligt hier op het stelsel
van wetten dat door Mozes werd ingesteld,

40
00:02:25,230 --> 00:02:30,450
en op de profeten die werden gezonden om
Gods aanspraken op Israël te laten gelden

41
00:02:30,450 --> 00:02:34,530
en om, bij wijze van spreken,
de regels te handhaven.

42
00:02:34,530 --> 00:02:37,950
De profeten werden gezonden
om hen terecht te wijzen

43
00:02:37,950 --> 00:02:42,870
wanneer ze de wet niet gehoorzaamden en om
hen ertoe te brengen dat wel te gaan doen.

44
00:02:42,870 --> 00:02:47,010
Het contrast dat hij in dit hoofdstuk
en door het hele boek heen maakt,

45
00:02:47,010 --> 00:02:50,850
is voornamelijk dat tussen het
oude verbond en dat wat met

46
00:02:50,850 --> 00:02:52,650
Christus wordt ingevoerd.

47
00:02:52,650 --> 00:02:55,650
Hij sprak op verschillende
momenten in de veertienhonderd jaar

48
00:02:55,650 --> 00:02:58,950
die hieraan voorafgingen,
niet voortdurend.

49
00:02:58,950 --> 00:03:01,350
Er waren niet voortdurend profeten.

50
00:03:01,350 --> 00:03:03,630
Hij sprak op verschillende momenten.

51
00:03:03,630 --> 00:03:07,350
Hij sprak door Mozes en
Hij sprak door Jozua.

52
00:03:07,350 --> 00:03:09,870
Maar in de tijd van de
richters niet zo veel.

53
00:03:09,870 --> 00:03:13,050
Er waren niet veel
profeten of woordvoerders.

54
00:03:13,050 --> 00:03:18,270
Samuel kwam, maar tussen Jozua en Samuel
lag waarschijnlijk een periode van

55
00:03:18,270 --> 00:03:20,070
meer dan vierhonderd jaar.

56
00:03:20,070 --> 00:03:23,010
Er was dus een periode
van min of meer stilte,

57
00:03:23,010 --> 00:03:27,030
onderbroken door tijden waarin
God door profeten sprak.

58
00:03:27,030 --> 00:03:30,930
Daarna waren er Samuel en Gad
en misschien nog een paar andere

59
00:03:30,930 --> 00:03:33,210
profeten in de dagen van David.

60
00:03:33,210 --> 00:03:37,650
David zelf, die ook een profeet
was, was daar een voorbeeld van.

61
00:03:37,650 --> 00:03:41,910
Na de tijd van David werden er eigenlijk
ook niet zo veel profeten gezonden,

62
00:03:41,910 --> 00:03:45,690
tot een latere periode
waarin Israël afvallig was.

63
00:03:45,690 --> 00:03:48,990
Toen begon God profeten
naar het noordelijke en het

64
00:03:48,990 --> 00:03:51,090
zuidelijke koninkrijk te zenden.

65
00:03:51,090 --> 00:03:53,550
God sprak niet altijd door profeten.

66
00:03:53,550 --> 00:03:55,710
Hij deed dat op verschillende momenten,

67
00:03:55,710 --> 00:03:58,410
wanneer Hij iets bijzonders
wilde overbrengen.

68
00:03:58,410 --> 00:04:03,150
Wat gebeurde er op de andere momenten,
wanneer God niet door profeten sprak?

69
00:04:03,150 --> 00:04:07,170
De mensen moesten zich houden aan
wat Hij de vorige keer had gezegd.

70
00:04:07,170 --> 00:04:08,850
Zijn woord volgen.

71
00:04:08,850 --> 00:04:10,650
Ze hadden tenslotte de wet.

72
00:04:10,650 --> 00:04:15,210
Als het volk de wet had gevolgd, waren
er misschien nooit profeten geweest.

73
00:04:15,210 --> 00:04:17,670
Die hadden er dan niet hoeven te zijn.

74
00:04:17,670 --> 00:04:20,730
Als ze na Mozes gewoon
het goede hadden gedaan,

75
00:04:20,730 --> 00:04:25,710
hadden de profeten niet hoeven te komen
om hun te vertellen wat ze verkeerd deden.

76
00:04:25,710 --> 00:04:28,530
Maar de profeten waren
er niet voortdurend.

77
00:04:28,530 --> 00:04:30,330
God sprak door de wet.

78
00:04:30,330 --> 00:04:34,950
Hij sprak door profeten, en op
verschillende manieren, staat er.

79
00:04:34,950 --> 00:04:37,830
Sommige profeten ontvingen visioenen.

80
00:04:37,830 --> 00:04:39,750
Sommigen hadden dromen.

81
00:04:39,750 --> 00:04:42,270
Sommigen beeldden hun profetieën uit.

82
00:04:42,270 --> 00:04:44,550
Dat deden er zelfs heel wat.

83
00:04:44,550 --> 00:04:46,350
Vooral Ezechiël deed dat.

84
00:04:46,350 --> 00:04:49,230
Hosea deed het door met
een vrouw te trouwen;

85
00:04:49,230 --> 00:04:52,230
zijn hele leven was een
uitgebeelde profetie.

86
00:04:52,230 --> 00:04:56,610
Jeremia legde een ossenjuk op zijn nek
om te vertellen hoe God het juk van Babel

87
00:04:56,610 --> 00:04:58,350
over Israël zou brengen.

88
00:04:58,350 --> 00:05:01,890
Er waren verschillende manieren
waarop God door de profeten sprak,

89
00:05:01,890 --> 00:05:03,570
en dat is wat hij zegt.

90
00:05:03,570 --> 00:05:06,510
Geen van die manieren was
echter gelijk aan de manier

91
00:05:06,510 --> 00:05:09,030
waarop Hij nu tot ons heeft gesproken.

92
00:05:09,030 --> 00:05:10,350
In vers 2 staat:

93
00:05:10,350 --> 00:05:15,090
in deze laatste dagen Die
woorden, ‘deze laatste dagen’,

94
00:05:15,090 --> 00:05:18,630
zijn heel kenmerkend voor de manier
waarop de Bijbelschrijvers over hun

95
00:05:18,630 --> 00:05:20,190
eigen tijd spraken.

96
00:05:20,190 --> 00:05:23,850
Op de Pinksterdag, toen mensen
zich afvroegen wat er gebeurde,

97
00:05:23,850 --> 00:05:28,050
toen de mensen allemaal in tongen
spraken en dergelijke, zei Petrus:

98
00:05:28,050 --> 00:05:31,170
Maar dit is wat gesproken
is door de profeet Joël:

99
00:05:31,170 --> 00:05:32,850
Hij begint te citeren:

100
00:05:32,850 --> 00:05:36,090
En het zal zijn in de
laatste dagen, zegt God,

101
00:05:36,090 --> 00:05:39,390
dat Ik zal uitstorten van
Mijn Geest op alle vlees;

102
00:05:39,390 --> 00:05:42,570
en uw zonen en uw dochters
zullen profeteren,

103
00:05:42,570 --> 00:05:47,790
uw jongemannen zullen visioenen zien
en uw ouderen zullen dromen dromen.

104
00:05:47,790 --> 00:05:52,530
Petrus zegt dat die dagen die de
laatste dagen werden genoemd, nu zijn.

105
00:05:52,530 --> 00:05:56,490
Dit zijn de laatste dagen,
waarin de Geest wordt uitgestort.

106
00:05:56,490 --> 00:06:00,630
Alle schrijvers van het Nieuwe Testament
duiden hun eigen tijd op de een of andere

107
00:06:00,630 --> 00:06:03,330
manier aan als de laatste dagen.

108
00:06:03,330 --> 00:06:08,070
In 1 Korinthe hoofdstuk 10, vers
11, zei Paulus bijvoorbeeld:

109
00:06:08,070 --> 00:06:12,451
Al deze dingen nu zijn hun
overkomen als voorbeelden voor ons ,

110
00:06:12,451 --> 00:06:15,150
en ze zijn beschreven tot
waarschuwing voor ons,

111
00:06:15,150 --> 00:06:17,430
over wie het einde van
de eeuwen gekomen is.

112
00:06:17,430 --> 00:06:20,490
waarmee hij de Joden van
het Oude Testament bedoelt,

113
00:06:20,490 --> 00:06:26,010
Het is niet dezelfde uitdrukking, ‘laatste
dagen’, maar het wordt aangeduid als:

114
00:06:26,010 --> 00:06:28,530
het einde van de tijd is aangebroken.

115
00:06:28,530 --> 00:06:32,730
Petrus gebruikte die uitdrukking
ook in 1 Petrus hoofdstuk 1.

116
00:06:32,730 --> 00:06:35,730
In 1 Petrus 1:20 staat:

117
00:06:35,730 --> 00:06:39,930
Hij is wel van tevoren gekend,
vóór de grondlegging van de wereld,

118
00:06:39,930 --> 00:06:43,710
maar in de laatste tijden
geopenbaard omwille van u.

119
00:06:43,710 --> 00:06:47,670
Dus op de Pinksterdag zegt Petrus
dat het de laatste dagen zijn,

120
00:06:47,670 --> 00:06:51,210
en hier spreekt hij over
‘de laatste tijden’.

121
00:06:51,210 --> 00:06:57,330
De schrijver van Hebreeën spreekt over
‘deze laatste dagen’. Paulus zegt:

122
00:06:57,330 --> 00:07:01,231
Al deze dingen nu zijn hun
overkomen als voorbeelden voor ons ,

123
00:07:01,231 --> 00:07:04,170
en ze zijn beschreven tot
waarschuwing voor ons,

124
00:07:04,170 --> 00:07:07,170
over wie het einde van
de eeuwen gekomen is.

125
00:07:07,170 --> 00:07:09,930
Johannes gebruikt de
term ‘het laatste uur’,

126
00:07:09,930 --> 00:07:14,010
hoewel er volgens mij in de King
James ‘the last times’ staat.

127
00:07:14,010 --> 00:07:18,630
In het Grieks staat dit in 1
Johannes hoofdstuk 2, vers 18:

128
00:07:18,630 --> 00:07:23,850
Kinderen, het is het laatste uur; en zoals
u gehoord hebt dat de antichrist eraan

129
00:07:23,850 --> 00:07:27,210
komt, zijn er ook nu al
veel antichristen gekomen,

130
00:07:27,210 --> 00:07:30,570
waaruit wij weten dat
het het laatste uur is.

131
00:07:30,570 --> 00:07:33,750
Dus voor Johannes is het het laatste uur.

132
00:07:33,750 --> 00:07:36,810
Voor Paulus is het het
einde van de eeuwen.

133
00:07:36,810 --> 00:07:41,130
Voor Petrus zijn het de laatste
dagen en deze laatste tijden.

134
00:07:41,130 --> 00:07:44,490
De schrijver van Hebreeën
gebruikt deze uitdrukking:

135
00:07:44,490 --> 00:07:47,850
In deze laatste dagen heeft God gesproken.

136
00:07:47,850 --> 00:07:52,170
Het interessante is dat alle schrijvers
van het Nieuwe Testament over hun eigen

137
00:07:52,170 --> 00:07:55,530
dagen spraken als de laatste dagen.

138
00:07:55,530 --> 00:08:00,150
Daardoor zijn veel christenen gaan geloven
dat de laatste dagen wel op het hele

139
00:08:00,150 --> 00:08:02,130
tijdperk van de gemeente moeten slaan.

140
00:08:02,130 --> 00:08:06,390
Volgens mij komen mensen tot die gedachte
als ze uit een achtergrond komen waarin ze

141
00:08:06,390 --> 00:08:10,230
dachten dat de laatste dagen
gewoon het einde van de tijd waren.

142
00:08:10,230 --> 00:08:14,790
In populaire opvattingen over eschatologie
worden de laatste paar jaar van de

143
00:08:14,790 --> 00:08:18,750
geschiedenis van de aarde soms
als de laatste dagen beschouwd.

144
00:08:18,750 --> 00:08:22,590
Als iemand zegt: ‘Denk je dat
dit de laatste dagen zijn?

145
00:08:22,590 --> 00:08:26,970
Denk je dat we in de laatste dagen
leven?’, dan bedoelt diegene:

146
00:08:26,970 --> 00:08:30,450
‘Denk je dat het nog maar kort
duurt voordat Jezus terugkomt?’

147
00:08:30,450 --> 00:08:34,830
Met de laatste dagen bedoelt men
gewoonlijk de laatste dagen voor het einde

148
00:08:34,830 --> 00:08:36,090
van de wereld.

149
00:08:36,090 --> 00:08:38,730
Wanneer mensen die met die
opvatting zijn opgegroeid

150
00:08:38,730 --> 00:08:42,511
dus zien hoe de schrijvers van het Nieuwe
Testament die uitdrukking gebruiken —

151
00:08:42,511 --> 00:08:47,790
de laatste dagen zijn hún dagen — ligt het
voor de meesten voor de hand om te denken:

152
00:08:47,790 --> 00:08:51,690
‘Als de laatste dagen de laatste
dagen van de wereld zijn,

153
00:08:51,690 --> 00:08:54,210
en die waren er tweeduizend
jaar geleden al,

154
00:08:54,210 --> 00:08:58,050
dan moeten de laatste dagen wel die
hele tweeduizend jaar omvatten.’

155
00:08:58,050 --> 00:09:01,710
Het hele tijdperk van de gemeente
moet dan wel de laatste dagen zijn,

156
00:09:01,710 --> 00:09:07,350
omdat ze bij ‘de laatste’ denken aan de
wereld zelf, aan het einde van de wereld.

157
00:09:07,350 --> 00:09:10,590
De wereld bestaat dus al
zesduizend jaar of langer,

158
00:09:10,590 --> 00:09:14,550
maar de laatste tweeduizend jaar
zijn de laatste dagen geweest.

159
00:09:14,550 --> 00:09:16,890
Ik heb hier een iets andere kijk op.

160
00:09:16,890 --> 00:09:20,490
Je kunt met recht de opvatting
aanhangen die ik zojuist noemde,

161
00:09:20,490 --> 00:09:22,530
en die wordt door velen aangehangen.

162
00:09:22,530 --> 00:09:26,010
Zelf denk ik dat de laatste dagen
verwijzen naar de laatste dagen van het

163
00:09:26,010 --> 00:09:30,630
tijdperk waarin de schrijvers leefden,
en dat was het Joodse tijdperk.

164
00:09:30,630 --> 00:09:33,690
Alle schrijvers behalve Lukas waren Joden.

165
00:09:33,690 --> 00:09:36,870
Ze waren allemaal opgegroeid
binnen het tempelstelsel.

166
00:09:36,870 --> 00:09:40,530
Ze waren allemaal opgegroeid met
het bestuderen van de wet en met een

167
00:09:40,530 --> 00:09:42,030
leven onder de wet.

168
00:09:42,030 --> 00:09:45,870
Het stelsel waartoe ze behoorden,
bestond al veertienhonderd jaar,

169
00:09:45,870 --> 00:09:48,270
maar zou tijdens hun leven eindigen.

170
00:09:48,270 --> 00:09:52,230
Of in elk geval tijdens het leven
van sommigen van hun generatie.

171
00:09:52,230 --> 00:09:54,810
Ze leefden dus zeker in de laatste dagen.

172
00:09:54,810 --> 00:09:58,170
Ze kondigden aan dat er een
nieuw tijdperk was aangebroken,

173
00:09:58,170 --> 00:10:00,630
een nieuwe orde onder de Messias.

174
00:10:00,630 --> 00:10:05,550
De komst van die nieuwe orde betekende
dat het einde van de oude orde nabij was.

175
00:10:05,550 --> 00:10:07,170
Daar is een overlapping.

176
00:10:07,170 --> 00:10:10,590
Het is net als toen ze met
Mozes uit Egypte trokken.

177
00:10:10,590 --> 00:10:14,550
Ze zouden een nieuwe orde binnengaan,
met een beloofd land en daar hun

178
00:10:14,550 --> 00:10:16,770
eigen volk, enzovoort.

179
00:10:16,770 --> 00:10:21,510
Maar nadat ze uit Egypte waren getrokken,
duurde het nog veertig jaar voordat ze het

180
00:10:21,510 --> 00:10:23,070
beloofde land hadden.

181
00:10:23,070 --> 00:10:25,410
Er was een overgangsgeneratie.

182
00:10:25,410 --> 00:10:27,930
Een van de redenen daarvoor
was volgens mij dat God

183
00:10:27,930 --> 00:10:33,570
Israël wel uit Egypte had gehaald, maar
Egypte nog niet uit Israël had gekregen.

184
00:10:33,570 --> 00:10:36,750
Volgens mij was er een
generatie van overgang nodig.

185
00:10:36,750 --> 00:10:40,050
Mensen die niet in de Egyptische
cultuur waren opgegroeid,

186
00:10:40,050 --> 00:10:42,330
maar onder de wet in de woestijn.

187
00:10:42,330 --> 00:10:46,530
Zij moesten daadwerkelijk in voldoende
mate uitgesproken Joods zijn om Israël te

188
00:10:46,530 --> 00:10:50,430
zijn, om een ander soort volk
te zijn dan de Egyptenaren.

189
00:10:50,430 --> 00:10:52,410
Er was dus die overgangsperiode.

190
00:10:52,410 --> 00:10:56,550
Ik denk dat het vergelijkbaar was
toen God het nieuwe verbond sloot.

191
00:10:56,550 --> 00:11:00,150
God sloot een nieuw verbond
met hen bij de berg Sinaï,

192
00:11:00,150 --> 00:11:04,170
maar het duurde veertig jaar voordat
ze het beloofde land binnengingen.

193
00:11:04,170 --> 00:11:08,130
De spreker noemt hier ook het
verbond bij Sinaï “nieuw”.

194
00:11:08,130 --> 00:11:12,750
Hij vergelijkt de overgangsperiode na de
uittocht met de overgang naar het nieuwe

195
00:11:12,750 --> 00:11:15,870
verbond in Christus;
het zijn in zijn betoog

196
00:11:15,870 --> 00:11:18,030
twee verschillende verbondssluitingen.

197
00:11:18,030 --> 00:11:21,810
Volgens mij was er, toen Hij het
nieuwe verbond in Christus sloot,

198
00:11:21,810 --> 00:11:25,530
ook een periode van veertig
jaar, een generatie.

199
00:11:25,530 --> 00:11:29,670
Zo lang duurde het om het judaïsme
uit de Joodse christenen te krijgen.

200
00:11:29,670 --> 00:11:32,490
Ze waren uitgeleid, het
nieuwe verbond binnen,

201
00:11:32,490 --> 00:11:34,830
maar dat begrepen ze niet helemaal.

202
00:11:34,830 --> 00:11:36,870
God is blijkbaar zachtmoedig.

203
00:11:36,870 --> 00:11:39,270
Als een herder zal Hij Zijn kudde weiden:

204
00:11:39,270 --> 00:11:43,890
Hij zal de lammetjes in Zijn armen
bijeenbrengen en in Zijn schoot dragen;

205
00:11:43,890 --> 00:11:46,350
de zogenden zal Hij zachtjes leiden.

206
00:11:46,350 --> 00:11:47,550
zegt de Bijbel.

207
00:11:47,550 --> 00:11:51,810
Dus in plaats van ronduit te zeggen:
‘Verander nu alles wat je tot dusver hebt

208
00:11:51,810 --> 00:11:56,370
gedacht’, zegt Hij: ‘We gaan je
dit alles geleidelijk afwennen.

209
00:11:56,370 --> 00:11:59,610
Aan het einde van deze
generatie verdwijnt het.’

210
00:11:59,610 --> 00:12:02,910
Veertig jaar na het kruis
werd de tempel verwoest.

211
00:12:02,910 --> 00:12:06,990
Toen waren ze aan het einde van een
overgangsgeneratie gekomen, geloof ik.

212
00:12:06,990 --> 00:12:12,150
Die overgangsgeneratie vormde de laatste
dagen van de orde waaronder zij geboren

213
00:12:12,150 --> 00:12:15,630
waren en waaronder hun
voorouders hadden geleefd.

214
00:12:15,630 --> 00:12:18,570
De laatste dagen van het Joodse stelsel.

215
00:12:18,570 --> 00:12:22,650
Ik geloof dat dit vooral in
Hebreeën een passende uitleg is.

216
00:12:22,650 --> 00:12:25,110
Want zoals ik in onze inleiding al zei,

217
00:12:25,110 --> 00:12:28,890
geloof ik dat de Hebreeuwse christenen
aan wie dit geschreven werd,

218
00:12:28,890 --> 00:12:33,570
in de verleiding kwamen om dit niet als
de laatste dagen van die orde te zien.

219
00:12:33,570 --> 00:12:36,570
Ze dachten dat die orde nog
wel enige tijd mee zou gaan,

220
00:12:36,570 --> 00:12:41,910
dat ze er misschien naar konden terugkeren
en er deel van konden uitmaken. Wie weet?

221
00:12:41,910 --> 00:12:44,550
Misschien zou die nog
heel lang blijven bestaan.

222
00:12:44,550 --> 00:12:48,150
Hij zegt: ‘Nee, dit
zijn de laatste dagen.’

223
00:12:48,150 --> 00:12:52,830
De Engelse bron zegt hier
letterlijk dat Jezus Zijn Zoon zond.

224
00:12:52,830 --> 00:12:56,550
Uit de omliggende uitleg over
God Die door Zijn Zoon spreekt,

225
00:12:56,550 --> 00:12:59,910
blijkt dat de spreker hier
God als zender bedoelt.

226
00:12:59,910 --> 00:13:03,390
De vertaling herstelt deze
kennelijke verspreking.

227
00:13:03,390 --> 00:13:08,130
God heeft Zijn Zoon gezonden om het einde
van de oude orde aan te kondigen en de

228
00:13:08,130 --> 00:13:09,990
nieuwe orde in te voeren.

229
00:13:09,990 --> 00:13:14,370
Dit zijn dus de laatste dagen van
die oude orde en van de openbaring

230
00:13:14,370 --> 00:13:16,770
via die oude manieren waarop God sprak.

231
00:13:16,770 --> 00:13:21,270
Nu moeten we ons afvragen: betekent
dit dat er geen profeten meer zijn

232
00:13:21,270 --> 00:13:23,190
sinds Jezus is gekomen?

233
00:13:23,190 --> 00:13:28,050
Het is duidelijk dat de schrijver
Gods spreken door profeten in vroeger

234
00:13:28,050 --> 00:13:33,390
tijden tegenover Zijn spreken door
Christus stelt, nu Hij gekomen is.

235
00:13:33,390 --> 00:13:37,650
Betekent dit dat het hele idee
van profeten achterhaald is?

236
00:13:37,650 --> 00:13:41,190
Natuurlijk niet, want
nadat Jezus gekomen was,

237
00:13:41,190 --> 00:13:44,910
waren er in het boek
Handelingen nog steeds profeten.

238
00:13:44,910 --> 00:13:49,290
Nadat Jezus naar de hemel was gegaan
en Zijn nieuwe orde had gevestigd,

239
00:13:49,290 --> 00:13:51,750
was Agabus een profeet.

240
00:13:51,750 --> 00:13:55,050
De dochters van Filippus waren profeten.

241
00:13:55,050 --> 00:13:59,070
Paulus sprak over de profeten
in de gemeente van Korinthe.

242
00:13:59,070 --> 00:14:04,290
Sommige mensen denken echter dat met de
val van Jeruzalem de orde van de profeten

243
00:14:04,290 --> 00:14:05,550
ten einde kwam.

244
00:14:05,550 --> 00:14:07,890
Maar daar is niets Bijbels aan.

245
00:14:07,890 --> 00:14:11,910
De Didache, die aan het einde van
de eerste eeuw werd geschreven,

246
00:14:11,910 --> 00:14:17,670
nadat de tempel gevallen was, spreekt vaak
over profeten die naar de gemeenten komen.

247
00:14:17,670 --> 00:14:20,190
De Didache is namelijk een belangrijk

248
00:14:20,190 --> 00:14:23,310
vroegchristelijk geschrift
van de kerkvaders.

249
00:14:23,310 --> 00:14:28,590
Het spreekt vaak over hoe je profeten moet
behandelen als ze naar je gemeente komen.

250
00:14:28,590 --> 00:14:33,210
Als ze dit doen, zijn ze een valse
profeet, maar als ze iets anders doen,

251
00:14:33,210 --> 00:14:36,270
zijn ze een ware profeet, enzovoort.

252
00:14:36,270 --> 00:14:39,810
Dus het idee dat profetie nog
steeds in de gemeente bestaat,

253
00:14:39,810 --> 00:14:41,730
dat God nog steeds spreekt door

254
00:14:41,730 --> 00:14:44,490
geïnspireerde godsspraken
en woordvoerders,

255
00:14:44,490 --> 00:14:47,130
was in de vroege gemeente een gegeven.

256
00:14:47,130 --> 00:14:51,270
Ze hebben nooit geloofd dat de val van
Jeruzalem daar een einde aan maakte.

257
00:14:51,270 --> 00:14:54,330
Waarom maakt hij dan deze
tegenstelling tussen vroeger,

258
00:14:54,330 --> 00:14:59,910
toen God door de profeten sprak, en
nu, nu Hij door Jezus heeft gesproken?

259
00:14:59,910 --> 00:15:03,630
De oude profeten traden bij
bepaalde gelegenheden op.

260
00:15:03,630 --> 00:15:07,710
Het waren woordvoerders die bij
bepaalde gelegenheden kwamen om de oude

261
00:15:07,710 --> 00:15:09,330
orde te handhaven.

262
00:15:09,330 --> 00:15:13,890
Als God een profeet zond, riep die de
mensen altijd terug tot gehoorzaamheid aan

263
00:15:13,890 --> 00:15:16,290
de wet, de oude orde.

264
00:15:16,290 --> 00:15:19,050
Jezus is de definitieve Woordvoerder,

265
00:15:19,050 --> 00:15:24,030
maar door de nieuwtestamentische profeet
spreekt Jezus nog steeds door de gemeente.

266
00:15:24,030 --> 00:15:28,170
De gaven van de Heilige Geest zijn de
voortzetting van de bediening van Jezus

267
00:15:28,170 --> 00:15:30,930
door de gemeente, door Zijn Geest.

268
00:15:30,930 --> 00:15:36,090
Daarom zijn er profeten, maar dat staat
niet tegenover Jezus Die tot ons spreekt.

269
00:15:36,090 --> 00:15:39,450
Dit is Jezus Die tot de
gemeente blijft spreken.

270
00:15:39,450 --> 00:15:42,270
Zo begreep Paulus de gaven van de Geest:

271
00:15:42,270 --> 00:15:46,230
de Geest van Jezus bleef
spreken door mensen met gaven.

272
00:15:46,230 --> 00:15:51,090
Er zijn veel verschillende soorten gaven,
maar profetie was daar zeker een van.

273
00:15:51,090 --> 00:15:55,410
De schrijver van Hebreeën geloofde dus
beslist niet dat de komst van Jezus het

274
00:15:55,410 --> 00:15:58,290
einde van de profetische
bediening betekende.

275
00:15:58,290 --> 00:16:01,050
Er zijn profeten in het Nieuwe Testament.

276
00:16:01,050 --> 00:16:04,110
Laten we hier geen verkeerde
conclusies uit trekken.

277
00:16:04,110 --> 00:16:08,670
Nadat God voorheen vele malen en op vele
wijzen tot de vaderen gesproken had door

278
00:16:08,670 --> 00:16:13,530
de profeten, heeft Hij in deze laatste
dagen tot ons gesproken door de Zoon,

279
00:16:13,530 --> 00:16:18,690
Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles,
door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft.

280
00:16:18,690 --> 00:16:22,710
Hij , Die de afstraling
van Gods heerlijkheid is

281
00:16:22,710 --> 00:16:26,430
en de afdruk van Zijn
zelfstandigheid, Die alle dingen

282
00:16:26,430 --> 00:16:31,590
draagt door Zijn krachtig woord, heeft,
nadat Hij de reiniging van onze zonden

283
00:16:31,590 --> 00:16:36,930
door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich
gezet aan de rechter hand van de Majesteit

284
00:16:36,930 --> 00:16:38,731
in de hoogste hemelen .

285
00:16:38,731 --> 00:16:42,270
Hij is zoveel meer geworden
dan de engelen als de

286
00:16:42,270 --> 00:16:47,370
Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft,
voortreffelijker is dan die van hen.

287
00:16:47,370 --> 00:16:51,990
Zodra hij de Zoon noemt, stapelt
hij bijzinnen of zinsdelen

288
00:16:51,990 --> 00:16:57,690
op die Jezus uiteraard in zeer lovende
bewoordingen beschrijven. Eerst zegt hij:

289
00:16:57,690 --> 00:17:01,830
Hij heeft Hem aangewezen
als erfgenaam van alles.

290
00:17:01,830 --> 00:17:04,650
Mozes was niet de
erfgenaam van alle dingen.

291
00:17:04,650 --> 00:17:08,550
Zelfs Israël was niet de
erfgenaam van alle dingen.

292
00:17:08,550 --> 00:17:12,270
Zij waren de erfgenamen
van het Beloofde Land.

293
00:17:12,270 --> 00:17:14,070
Zij erfden een land.

294
00:17:14,070 --> 00:17:16,710
Maar Jezus zal alles erven.

295
00:17:16,710 --> 00:17:22,830
Er is vóór Christus niemand gekomen
die alle dingen erfde, behalve Adam.

296
00:17:22,830 --> 00:17:25,230
En Adam verspeelde het.

297
00:17:25,230 --> 00:17:29,130
Jezus, de tweede Adam,
komt om het terug te eisen,

298
00:17:29,130 --> 00:17:31,950
en alle dingen zullen van Hem zijn.

299
00:17:31,950 --> 00:17:37,110
In Psalm 2, vers 8 en 9, staat
dat God tegen Jezus zegt:

300
00:17:37,110 --> 00:17:42,390
Eis van Mij en Ik zal U de
heidenvolken als Uw eigendom geven,

301
00:17:42,390 --> 00:17:45,330
de einden der aarde als Uw bezit.

302
00:17:45,330 --> 00:17:48,270
U zult hen verpletteren
met een ijzeren scepter,

303
00:17:48,270 --> 00:17:51,330
U zult hen in stukken slaan als aardewerk.

304
00:17:51,330 --> 00:17:53,850
Het zal allemaal van Christus zijn.

305
00:17:53,850 --> 00:17:58,710
Wat nu natuurlijk interessant is, is
dat Paulus ons in Romeinen 8 vertelt

306
00:17:58,710 --> 00:18:02,910
dat degenen die in dit tijdperk
volharden en met Christus lijden,

307
00:18:02,910 --> 00:18:05,310
met Hem zullen regeren.

308
00:18:05,310 --> 00:18:08,670
Er staat dat we mede-erfgenamen
met Christus zijn.

309
00:18:08,670 --> 00:18:12,210
En als wij kinderen zijn,
dan zijn wij ook erfgenamen:

310
00:18:12,210 --> 00:18:15,990
erfgenamen van God en
mede-erfgenamen van Christus;

311
00:18:15,990 --> 00:18:20,250
wanneer wij althans met Hem lijden, opdat
wij ook met Hem verheerlijkt worden.

312
00:18:20,250 --> 00:18:22,050
zegt Paulus in Romeinen.

313
00:18:22,050 --> 00:18:26,370
Als dat zo is, betekent het dat
wanneer Jezus alle dingen erft,

314
00:18:26,370 --> 00:18:28,770
wij alles met Hem zullen erven.

315
00:18:28,770 --> 00:18:32,790
Mede-erfgenamen erven
samen. Jezus zei zelfs:

316
00:18:32,790 --> 00:18:36,810
Zalig zijn de zachtmoedigen,
want zij zullen de aarde beërven.

317
00:18:36,810 --> 00:18:38,730
Hij bedoelde Zijn discipelen.

318
00:18:38,730 --> 00:18:41,730
Hier zien we dus iets van de
vereenzelviging van de gemeente met

319
00:18:41,730 --> 00:18:44,730
Christus dat we niet over
het hoofd mogen zien.

320
00:18:44,730 --> 00:18:47,250
De profeten spreken
nog steeds, maar dat is

321
00:18:47,250 --> 00:18:49,950
Christus Die nog steeds
door Zijn Geest spreekt.

322
00:18:49,950 --> 00:18:52,350
Er komt geen einde aan de profeten.

323
00:18:52,350 --> 00:18:57,150
Christus is de Erfgenaam van alle dingen,
maar de gemeente is dat ook in Hem.

324
00:18:57,150 --> 00:18:58,770
Wij zijn Zijn lichaam.

325
00:18:58,770 --> 00:19:01,050
Wij zijn met Hem vereenzelvigd.

326
00:19:01,050 --> 00:19:04,170
Wat het Hoofd erft, erft
het lichaam met Hem.

327
00:19:04,170 --> 00:19:06,510
Dit is de positie die Christus heeft.

328
00:19:06,510 --> 00:19:10,590
Hij is de Erfgenaam van alles, wat
Hem zelfs boven Israël plaatst,

329
00:19:10,590 --> 00:19:12,450
dat maar iets erfde.

330
00:19:12,450 --> 00:19:16,470
Israël erfde een land, maar
Christus erft de hele wereld,

331
00:19:16,470 --> 00:19:18,810
en degenen die bij Hem horen ook.

332
00:19:18,810 --> 00:19:22,830
Nu worden er natuurlijk nog meer
dingen over Hem gezegd. Er staat:

333
00:19:22,830 --> 00:19:27,330
Nadat God voorheen vele malen en op vele
wijzen tot de vaderen gesproken had door

334
00:19:27,330 --> 00:19:32,070
de profeten, heeft Hij in deze laatste
dagen tot ons gesproken door de Zoon,

335
00:19:32,070 --> 00:19:36,750
Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles,
door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft.

336
00:19:36,750 --> 00:19:40,410
Hij , Die de afstraling
van Gods heerlijkheid is

337
00:19:40,410 --> 00:19:45,150
en de afdruk van Zijn zelfstandigheid,
Die alle dingen draagt door Zijn krachtig

338
00:19:45,150 --> 00:19:50,130
woord, heeft, nadat Hij de reiniging van
onze zonden door Zichzelf tot stand had

339
00:19:50,130 --> 00:19:55,651
gebracht, Zich gezet aan de rechter hand
van de Majesteit in de hoogste hemelen .

340
00:19:55,651 --> 00:19:59,610
Hij is zoveel meer geworden dan
de engelen als de Naam die Hij als

341
00:19:59,610 --> 00:20:03,810
erfdeel ontvangen heeft,
voortreffelijker is dan die van hen.

342
00:20:03,810 --> 00:20:07,650
Hij heeft niet alleen de aarde
gemaakt, Hij houdt haar ook in stand,

343
00:20:07,650 --> 00:20:09,930
zoals we iets verderop zullen zien.

344
00:20:09,930 --> 00:20:15,330
In vers 3 staat dat Hij alle dingen draagt
overeenkomstig het woord van Zijn kracht.

345
00:20:15,330 --> 00:20:20,250
Hij heeft de wereld door Zijn woord
gemaakt en Hij houdt de wereld door

346
00:20:20,250 --> 00:20:22,050
Zijn woord in stand.

347
00:20:22,050 --> 00:20:25,590
Dit wordt ook bevestigd
in 2 Petrus hoofdstuk 3.

348
00:20:25,590 --> 00:20:30,090
De wereld wordt op dit ogenblik in stand
gehouden door het woord van Christus,

349
00:20:30,090 --> 00:20:33,930
dat wil zeggen, het gezaghebbende
besluit van Christus.

350
00:20:33,930 --> 00:20:38,850
Hij bepaalt dat zij moet blijven
bestaan, en dus blijft zij bestaan.

351
00:20:38,850 --> 00:20:41,610
Zodra Hij bepaalt dat zij
niet moet blijven bestaan,

352
00:20:41,610 --> 00:20:43,650
zal zij niet blijven bestaan.

353
00:20:43,650 --> 00:20:48,990
De gedachte is dat de wereld op Zijn
woord tot bestaan komt en blijft bestaan.

354
00:20:48,990 --> 00:20:54,270
In 2 Petrus hoofdstuk 3, nadat er over de
zondvloed in de dagen van Noach gesproken

355
00:20:54,270 --> 00:20:56,250
is, zegt vers 6:

356
00:20:56,250 --> 00:21:01,530
Daardoor is de wereld die er toen was,
vergaan, overspoeld door het water.

357
00:21:01,530 --> 00:21:04,050
Dat wil zeggen: vóór de zondvloed.

358
00:21:04,050 --> 00:21:05,730
Het volgende vers zegt:

359
00:21:05,730 --> 00:21:08,550
Maar de hemelen die er
nu zijn, en de aarde,

360
00:21:08,550 --> 00:21:13,410
zijn door hetzelfde Woord als een schat
weggelegd en worden voor het vuur bewaard

361
00:21:13,410 --> 00:21:17,910
tot de dag van het oordeel en van
het verderf van de goddeloze mensen.

362
00:21:17,910 --> 00:21:20,070
Dat is natuurlijk sinds de zondvloed.

363
00:21:20,070 --> 00:21:25,170
Ze worden op dit ogenblik in stand
gehouden door hetzelfde woord: Gods woord.

364
00:21:25,170 --> 00:21:29,670
Dus Gods woord bewaart de huidige
wereld totdat het tijd is dat zij

365
00:21:29,670 --> 00:21:31,110
niet meer bestaat.

366
00:21:31,110 --> 00:21:35,850
Dan zal zij door vuur verteerd worden,
zoals Petrus vervolgens bespreekt.

367
00:21:35,850 --> 00:21:40,290
Kolossenzen hoofdstuk 1 bevat een
passage die sterk lijkt op deze

368
00:21:40,290 --> 00:21:42,270
openingswoorden in Hebreeën.

369
00:21:42,270 --> 00:21:45,330
Het is een lange passage, en we
zullen die behandelen wanneer

370
00:21:45,330 --> 00:21:47,370
we Kolossenzen bestuderen.

371
00:21:47,370 --> 00:21:49,230
Maar het is nog zo'n geval.

372
00:21:49,230 --> 00:21:53,010
In dit geval stapelt Paulus in
zijn beschrijving van Christus

373
00:21:53,010 --> 00:21:55,530
de ene zinsnede op de andere.

374
00:21:55,530 --> 00:21:58,650
In vers 15 van Kolossenzen 1 staat:

375
00:21:58,650 --> 00:22:03,990
Hij is het Beeld van de onzichtbare God,
de Eerstgeborene van heel de schepping.

376
00:22:03,990 --> 00:22:07,410
Dat lijkt op wat er in Hebreeën 1:3 staat:

377
00:22:07,410 --> 00:22:10,710
Hij , Die de afstraling
van Gods heerlijkheid is

378
00:22:10,710 --> 00:22:15,210
en de afdruk van Zijn zelfstandigheid,
Die alle dingen draagt door Zijn krachtig

379
00:22:15,210 --> 00:22:20,190
woord, heeft, nadat Hij de reiniging van
onze zonden door Zichzelf tot stand had

380
00:22:20,190 --> 00:22:25,831
gebracht, Zich gezet aan de rechter hand
van de Majesteit in de hoogste hemelen .

381
00:22:25,831 --> 00:22:28,290
Daar hebben we dus dezelfde gedachte.

382
00:22:28,290 --> 00:22:32,190
Er staat dat Hij ‘de Eerstgeborene
van heel de schepping’ is,

383
00:22:32,190 --> 00:22:36,270
wat eigenlijk zou betekenen:
de Erfgenaam van alle dingen.

384
00:22:36,270 --> 00:22:38,610
De eerstgeborene is de erfgenaam.

385
00:22:38,610 --> 00:22:44,790
In Hebreeën staat dus dat God Jezus heeft
aangesteld als Erfgenaam van alle dingen.

386
00:22:44,790 --> 00:22:49,530
Paulus noemt Hem de Eerstgeborene van
de hele schepping, wat zou betekenen:

387
00:22:49,530 --> 00:22:53,190
de Erfgenaam van alles,
van de hele schepping.

388
00:22:53,190 --> 00:22:54,330
Er staat:

389
00:22:54,330 --> 00:22:59,790
Want door Hem zijn alle dingen geschapen
die in de hemelen en die op de aarde zijn,

390
00:22:59,790 --> 00:23:04,950
die zichtbaar en die onzichtbaar
zijn: tronen, heerschappijen,

391
00:23:04,950 --> 00:23:10,350
overheden of machten; alle dingen
zijn door Hem en voor Hem geschapen.

392
00:23:10,350 --> 00:23:13,470
Dat wordt ook gezegd in
de passage in Hebreeën.

393
00:23:13,470 --> 00:23:15,210
Paulus werkt het verder uit:

394
00:23:15,210 --> 00:23:19,290
Of het nu tronen of
heerschappijen zijn, enzovoort.

395
00:23:19,290 --> 00:23:21,870
Dan zegt hij in vers 17:

396
00:23:21,870 --> 00:23:27,690
En Hij is vóór alle dingen, en alle
dingen bestaan tezamen door Hem.

397
00:23:27,690 --> 00:23:30,270
of: worden bijeengehouden.

398
00:23:30,270 --> 00:23:32,490
Het is dus dezelfde gedachte.

399
00:23:32,490 --> 00:23:37,650
Christus heeft alles geschapen en
alles wordt door Hem bijeengehouden.

400
00:23:37,650 --> 00:23:40,350
Hij is de Erfgenaam van alle dingen.

401
00:23:40,350 --> 00:23:45,390
Je kunt zien dat Paulus dezelfde
denkbeelden over Christus wil uiteenzetten

402
00:23:45,390 --> 00:23:48,330
als de schrijver van
Hebreeën aan het begin doet.

403
00:23:48,330 --> 00:23:52,590
Er is buiten Hebreeën waarschijnlijk
geen passage die zo sterk op deze

404
00:23:52,590 --> 00:23:57,270
passage in Hebreeën lijkt als
deze passage in Kolossenzen 1.

405
00:23:57,270 --> 00:24:02,490
Er zijn zoveel overeenkomsten tussen
Hebreeën 1, vers 1 tot en met 3,

406
00:24:02,490 --> 00:24:05,850
en Kolossenzen 1, vers 15 en verder.

407
00:24:05,850 --> 00:24:08,490
Midden in Hebreeën 1:3 staat:

408
00:24:08,490 --> 00:24:11,910
Hij , Die de afstraling
van Gods heerlijkheid is

409
00:24:11,910 --> 00:24:14,730
en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die

410
00:24:14,730 --> 00:24:18,330
alle dingen draagt door
Zijn krachtig woord, heeft,

411
00:24:18,330 --> 00:24:23,130
nadat Hij de reiniging van onze zonden
door Zichzelf tot stand had gebracht,

412
00:24:23,130 --> 00:24:27,991
Zich gezet aan de rechter hand van
de Majesteit in de hoogste hemelen .

413
00:24:27,991 --> 00:24:33,090
Dat staat ook in Kolossenzen 1, dat Hij
het Hoofd van de gemeente is en dat Hij

414
00:24:33,090 --> 00:24:37,110
ver boven alle overheden en
machten staat, enzovoort.

415
00:24:37,110 --> 00:24:39,990
Kolossenzen zegt hier dat
Hij boven al die dingen

416
00:24:39,990 --> 00:24:43,170
staat omdat Hij aan de
rechterhand van God zit.

417
00:24:43,170 --> 00:24:48,150
De spreker noemt Kolossenzen; de
uitspraak over Gods rechterhand

418
00:24:48,150 --> 00:24:55,530
en de positie boven overheden en
machten sluit aan bij Efeze 1:20–21.

419
00:24:55,530 --> 00:24:59,670
De uitdrukking ‘de Majesteit
in de hoogste hemelen’ is iets

420
00:24:59,670 --> 00:25:03,390
typisch voor een Hebreeuwse
schrijver die aan Hebreeën schrijft,

421
00:25:03,390 --> 00:25:06,270
namelijk een eufemisme voor God.

422
00:25:06,270 --> 00:25:10,590
Hij bedoelt beslist dat Jezus aan de
rechterhand van God is gaan zitten.

423
00:25:10,590 --> 00:25:15,090
Maar hij zegt niet God, omdat
Joden niet graag vaak God zeggen.

424
00:25:15,090 --> 00:25:20,010
Zij vinden God een heel belangrijk
woord, dat je niet lichtvaardig en niet

425
00:25:20,010 --> 00:25:21,870
te vaak moet gebruiken.

426
00:25:21,870 --> 00:25:24,330
Daarom hebben ze deze eufemismen.

427
00:25:24,330 --> 00:25:28,170
Zoals Mattheüs, die, wanneer
hij aan Joodse mensen schrijft,

428
00:25:28,170 --> 00:25:33,450
het woord hemel voor God gebruikt:
het Koninkrijk der hemelen

429
00:25:33,450 --> 00:25:35,850
in plaats van het Koninkrijk van God.

430
00:25:35,850 --> 00:25:37,950
Iets heel typisch Joods.

431
00:25:37,950 --> 00:25:39,750
De verloren zoon zei:

432
00:25:39,750 --> 00:25:45,990
En de zoon zei tegen hem: Vader, ik heb
gezondigd tegen de hemel en tegenover u.

433
00:25:45,990 --> 00:25:49,050
Ik ben niet meer waard uw
zoon genoemd te worden.

434
00:25:49,050 --> 00:25:51,030
Hij bedoelt tegen God.

435
00:25:51,030 --> 00:25:55,170
De Joden wilden het woord God
niet door al te veelvuldig

436
00:25:55,170 --> 00:25:57,390
gebruik van zijn waarde beroven.

437
00:25:57,390 --> 00:26:01,650
Daarom hadden ze allerlei woorden
die ze in plaats daarvan gebruikten.

438
00:26:01,650 --> 00:26:07,890
In dit geval is de Majesteit in de hoogste
hemelen eenvoudig een aanduiding voor God.

439
00:26:07,890 --> 00:26:12,270
Wij zouden zeggen dat Jezus aan de
rechterhand van God is gaan zitten.

440
00:26:12,270 --> 00:26:15,930
Dat zegt Markus ook aan
het einde van hoofdstuk 16.

441
00:26:15,930 --> 00:26:18,150
Hij schrijft aan heidenen.

442
00:26:18,150 --> 00:26:21,750
De schrijver van Hebreeën
vermijdt hier het woord God,

443
00:26:21,750 --> 00:26:23,790
omdat hij aan Joden schrijft.

444
00:26:23,790 --> 00:26:28,710
Hij gebruikt eenvoudig de woorden
‘de Majesteit in de hoogste hemelen’.

445
00:26:28,710 --> 00:26:31,830
Hij heeft het woord God
al in vers 1 gebruikt.

446
00:26:31,830 --> 00:26:35,910
Als het woord te vaak binnen een te
kort stukje tekst wordt gebruikt,

447
00:26:35,910 --> 00:26:38,730
zou dat als overmatig
kunnen worden beschouwd.

448
00:26:38,730 --> 00:26:43,470
Er staat dat Jezus eenmaal door
Zichzelf onze zonden gereinigd heeft.

449
00:26:43,470 --> 00:26:47,430
In vers 3, waar dat staat, loopt de
schrijver vooruit op zijn bespreking

450
00:26:47,430 --> 00:26:48,990
van hoofdstuk 10.

451
00:26:48,990 --> 00:26:52,230
Dat is dat eenmalige wat Hij gedaan heeft.

452
00:26:52,230 --> 00:26:57,090
Nadat God voorheen vele malen en op vele
wijzen tot de vaderen gesproken had door

453
00:26:57,090 --> 00:27:02,550
de profeten, heeft Hij in deze laatste
dagen tot ons gesproken door de Zoon,

454
00:27:02,550 --> 00:27:08,130
Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles,
door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft.

455
00:27:08,130 --> 00:27:11,490
Hij , Die de afstraling
van Gods heerlijkheid is

456
00:27:11,490 --> 00:27:14,910
en de afdruk van Zijn
zelfstandigheid, Die alle dingen

457
00:27:14,910 --> 00:27:20,010
draagt door Zijn krachtig woord, heeft,
nadat Hij de reiniging van onze zonden

458
00:27:20,010 --> 00:27:25,170
door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich
gezet aan de rechter hand van de Majesteit

459
00:27:25,170 --> 00:27:26,971
in de hoogste hemelen .

460
00:27:26,971 --> 00:27:31,290
Hij is zoveel meer geworden dan
de engelen als de Naam die Hij als

461
00:27:31,290 --> 00:27:35,430
erfdeel ontvangen heeft,
voortreffelijker is dan die van hen.

462
00:27:35,430 --> 00:27:39,270
In hoofdstuk 10 gaat hij betogen
dat je in het Oude Testament

463
00:27:39,270 --> 00:27:41,610
de priester telkens ziet staan.

464
00:27:41,610 --> 00:27:43,710
Hij staat bij het altaar.

465
00:27:43,710 --> 00:27:47,490
Hij staat altijd, omdat
hij altijd aan het werk is.

466
00:27:47,490 --> 00:27:52,530
Hij is altijd aan het werk omdat er,
ook al heeft hij net een offer gebracht,

467
00:27:52,530 --> 00:27:57,870
alweer een volgend offer gebracht
moet worden. En nog een. En nog een.

468
00:27:57,870 --> 00:28:02,970
Hij is nooit echt klaar, omdat geen van
de offers die hij brengt blijvend helpt.

469
00:28:02,970 --> 00:28:06,150
De schrijver van Hebreeën brengt
dat naar voren in de eerste

470
00:28:06,150 --> 00:28:07,530
verzen van hoofdstuk 10.

471
00:28:07,530 --> 00:28:11,610
Hij wijst erop dat de priesters
in het Oude Testament altijd staan

472
00:28:11,610 --> 00:28:14,070
en telkens weer dezelfde offers brengen,

473
00:28:14,070 --> 00:28:17,250
die de aanbidder nooit
tot volmaaktheid brengen.

474
00:28:17,250 --> 00:28:18,690
Maar dan zegt hij:

475
00:28:18,690 --> 00:28:23,610
maar deze Priester is, nadat Hij één
slachtoffer voor de zonden geofferd had,

476
00:28:23,610 --> 00:28:27,570
tot in eeuwigheid gezeten
aan de rechter hand van God.

477
00:28:27,570 --> 00:28:31,770
Het contrast tussen staan en
zitten is daar heel sterk.

478
00:28:31,770 --> 00:28:34,470
Jezus ging aan de
rechterhand van God zitten,

479
00:28:34,470 --> 00:28:37,410
wat betekent dat Hij niet
meer aan het werk is.

480
00:28:37,410 --> 00:28:40,950
Dat wil zeggen: Hij
heeft Zijn werk voltooid.

481
00:28:40,950 --> 00:28:42,870
De priester kan niet gaan zitten.

482
00:28:42,870 --> 00:28:45,930
In de tabernakel stonden
veel meubelstukken.

483
00:28:45,930 --> 00:28:51,210
Er stonden een tafel en een lamp en dat
soort dingen, maar er stond geen stoel in,

484
00:28:51,210 --> 00:28:54,570
omdat er voor de priester geen
tijd was om te gaan zitten.

485
00:28:54,570 --> 00:28:56,550
Het werk was nooit klaar.

486
00:28:56,550 --> 00:29:01,170
Ze konden naar huis gaan en daar gaan
zitten, maar niet bij de tabernakel.

487
00:29:01,170 --> 00:29:05,070
Het idee dat de tabernakel de
plaats is waar je voortdurend staat,

488
00:29:05,070 --> 00:29:09,390
was een symbool van het feit dat,
zolang de tabernakel er stond,

489
00:29:09,390 --> 00:29:11,790
het werk nooit voltooid was.

490
00:29:11,790 --> 00:29:16,410
Maar Jezus ging zitten nadat Hij
Zichzelf eenmaal geofferd had.

491
00:29:16,410 --> 00:29:20,670
En dat is wat de schrijver van
Hebreeën hier naar voren brengt,

492
00:29:20,670 --> 00:29:25,170
vooruitlopend op zijn verdere
uitleg in hoofdstuk 10.

493
00:29:25,170 --> 00:29:26,370
Vers 4:

494
00:29:26,370 --> 00:29:29,970
Hij is zoveel belangrijker
geworden dan de engelen,

495
00:29:29,970 --> 00:29:34,590
omdat Hij een naam heeft geërfd
die hun namen ver overtreft.

496
00:29:34,590 --> 00:29:39,330
Als er gezegd wordt dat Hij een betere
Naam heeft geërfd dan zij hebben,

497
00:29:39,330 --> 00:29:43,710
zou je denken: was Hij niet
altijd al beter dan zij?

498
00:29:43,710 --> 00:29:46,650
Waarom zou Hij een
betere Naam moeten erven?

499
00:29:46,650 --> 00:29:51,690
Het woord ‘Naam’ betekent hier
ongetwijfeld titel of status of

500
00:29:51,690 --> 00:29:53,970
rol of waardigheid.

501
00:29:53,970 --> 00:29:58,530
Zoals je waarschijnlijk wel weet, wordt
het woord ‘naam’ in de Bijbel veel

502
00:29:58,530 --> 00:30:01,110
ruimer gebruikt dan wij het gebruiken.

503
00:30:01,110 --> 00:30:06,510
Wij gebruiken het woord ‘naam’ voor
hoe mensen ons noemen: onze aanduiding,

504
00:30:06,510 --> 00:30:09,270
de lettergrepen die op
onze geboorteakte staan

505
00:30:09,270 --> 00:30:11,850
en die ons van iemand
anders onderscheiden.

506
00:30:11,850 --> 00:30:13,410
Dat is onze naam.

507
00:30:13,410 --> 00:30:16,890
Maar in de Bijbel is de
naam een veel groter begrip.

508
00:30:16,890 --> 00:30:22,410
De naam betekent iemands karakter,
iemands identiteit, iemands reputatie.

509
00:30:22,410 --> 00:30:25,470
In onze eigen taal wordt
het ook wel zo gebruikt.

510
00:30:25,470 --> 00:30:30,270
We doen dat niet zo vaak, maar als je
zegt dat iemands goede naam door laster of

511
00:30:30,270 --> 00:30:34,650
zoiets wordt geruïneerd, dan
bedoel je zijn reputatie.

512
00:30:34,650 --> 00:30:38,190
We hebben het niet over de eigenlijke
lettergrepen van zijn naam.

513
00:30:38,190 --> 00:30:43,410
We hebben het erover dat zijn reputatie
wordt verwoest, zijn goede naam.

514
00:30:43,410 --> 00:30:47,370
Daarin is in onze cultuur nog
een klein beetje bewaard gebleven

515
00:30:47,370 --> 00:30:50,430
van wat de Bijbel met ‘naam’ bedoelt.

516
00:30:50,430 --> 00:30:55,890
Het woord ‘naam’ in de Bijbel gaat
over iemands reputatie, wie hij is,

517
00:30:55,890 --> 00:31:00,210
zijn identiteit, zijn hele
karakter, alles aan hem,

518
00:31:00,210 --> 00:31:02,970
niet alleen het woord
waarmee je hem noemt.

519
00:31:02,970 --> 00:31:06,450
Dat Jezus een betere Naam
heeft geërfd dan zij,

520
00:31:06,450 --> 00:31:10,770
betekent hier volgens mij dat Hij
in het geheel genomen een hogere

521
00:31:10,770 --> 00:31:13,710
status heeft verkregen
dan de engelen hebben.

522
00:31:13,710 --> 00:31:18,270
Je zou kunnen zeggen: had Hij die dan
niet voordat Hij naar de aarde kwam?

523
00:31:18,270 --> 00:31:21,330
Ja, maar niet nadat
Hij naar de aarde kwam.

524
00:31:21,330 --> 00:31:26,130
Hij stond boven de engelen, maar we gaan
in hoofdstuk 2 lezen dat Hij een weinig

525
00:31:26,130 --> 00:31:29,250
minder dan de engelen werd
toen Hij naar de aarde kwam.

526
00:31:29,250 --> 00:31:33,870
Dat krijgen we te horen in vers
9 van hoofdstuk 2. Er staat:

527
00:31:33,870 --> 00:31:37,290
maar wij zien Jezus met
heerlijkheid en eer gekroond,

528
00:31:37,290 --> 00:31:40,650
Die voor korte tijd minder
dan de engelen geworden was,

529
00:31:40,650 --> 00:31:44,370
vanwege het lijden van de dood,
opdat Hij door de genade van God

530
00:31:44,370 --> 00:31:46,530
voor allen de dood zou proeven.

531
00:31:46,530 --> 00:31:48,750
De engelen ondergaan de dood niet.

532
00:31:48,750 --> 00:31:52,950
Dus doordat Jezus sterfelijk werd, had
Hij in dat opzicht minder voorrechten

533
00:31:52,950 --> 00:31:54,090
dan de engelen.

534
00:31:54,090 --> 00:31:56,910
Hij moest sterven, en zij niet.

535
00:31:56,910 --> 00:32:00,150
In dat opzicht werd Hij,
om de dood te ondergaan,

536
00:32:00,150 --> 00:32:02,670
een weinig minder dan de engelen gemaakt.

537
00:32:02,670 --> 00:32:05,730
Maar de schrijver zegt dat
dat slechts tijdelijk was.

538
00:32:05,730 --> 00:32:07,770
Dus nu staat Hij boven hen.

539
00:32:07,770 --> 00:32:11,730
Hij stond boven hen voordat
Hij in Bethlehem geboren werd.

540
00:32:11,730 --> 00:32:14,490
Maar in de tijd dat Hij
op aarde rondwandelde,

541
00:32:14,490 --> 00:32:17,070
stond Hij in één opzicht onder hen.

542
00:32:17,070 --> 00:32:20,250
Ze wisten nog steeds Wie
Hij was en eerden Hem ook.

543
00:32:20,250 --> 00:32:24,450
Maar Hij commandeerde hen niet of
iets dergelijks toen Hij op aarde was.

544
00:32:24,450 --> 00:32:26,790
Ze kwamen wanneer de Vader dat deed.

545
00:32:26,790 --> 00:32:29,670
Hij had hen kunnen roepen. Jezus zei

546
00:32:29,670 --> 00:32:32,370
Of denkt u dat Ik Mijn
Vader nu niet kan bidden,

547
00:32:32,370 --> 00:32:36,810
en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen
engelen ter beschikking stellen?

548
00:32:36,810 --> 00:32:41,790
Maar Hij leefde als mens als het ware
beneden het niveau van Zijn voorrechten.

549
00:32:41,790 --> 00:32:45,390
Hij legde Zijn voorrechten
af om aan ons gelijk te zijn

550
00:32:45,390 --> 00:32:49,950
en met onze beperkingen te leven,
en zelfs sterfelijk te zijn.

551
00:32:49,950 --> 00:32:55,410
In dat opzicht waren de engelen beter af
dan Hij, omdat zij niet sterfelijk zijn.

552
00:32:55,410 --> 00:32:57,150
Zij zullen niet sterven.

553
00:32:57,150 --> 00:33:01,290
Dus werd Hij voor een korte tijd
minder dan de engelen gemaakt om de

554
00:33:01,290 --> 00:33:02,790
dood te ondergaan.

555
00:33:02,790 --> 00:33:06,150
Maar dat is nu voorbij. Hij is gestorven.

556
00:33:06,150 --> 00:33:07,710
Hij is weer opgestaan.

557
00:33:07,710 --> 00:33:11,970
En nu heeft Hij opnieuw een Naam
en een status boven hen geërfd,

558
00:33:11,970 --> 00:33:16,290
en zelfs meer dan voorheen, omdat
Hij daarvoor volmaakt God was.

559
00:33:16,290 --> 00:33:19,770
Nu is Hij ook volmaakt
mens en volmaakt priester:

560
00:33:19,770 --> 00:33:22,110
dingen die Hij daarvoor niet was.

561
00:33:22,110 --> 00:33:26,970
Hij heeft dimensies aan Zijn identiteit
toegevoegd die er daarvoor niet waren.

562
00:33:26,970 --> 00:33:31,110
Hij was al God. Nu is
Hij ook de Hogepriester.

563
00:33:31,110 --> 00:33:33,870
God is in de Bijbel nooit onze priester.

564
00:33:33,870 --> 00:33:37,350
We hebben een priester
nodig om tot God te naderen.

565
00:33:37,350 --> 00:33:41,130
Jezus heeft dus iets verkregen
door Zijn ervaring op aarde,

566
00:33:41,130 --> 00:33:43,650
door Zijn dood en opstanding.

567
00:33:43,650 --> 00:33:46,950
Hoewel Hij al God was,
heeft Hij Zijn ervaring

568
00:33:46,950 --> 00:33:51,450
daadwerkelijk uitgebreid door
te ervaren wat wij ervaren.

569
00:33:51,450 --> 00:33:54,210
Paulus lijkt zoiets te zeggen in Efeze.

570
00:33:54,210 --> 00:34:00,150
Hoofdstuk 4, geloof ik, want daar
staat in vers 8, Efeze 4:8 en verder:

571
00:34:00,150 --> 00:34:03,630
Daarom zegt Hij: Toen
Hij opvoer in de hoogte,

572
00:34:03,630 --> 00:34:07,770
nam Hij de gevangenis gevangen
en gaf Hij gaven aan de mensen.

573
00:34:07,770 --> 00:34:13,650
Op dit ‘Hij zegt’ volgt
een citaat uit Psalm 68:19,

574
00:34:13,650 --> 00:34:18,210
in de Engelse versnummering Psalm 68:18.

575
00:34:18,210 --> 00:34:23,310
De spreker haalt het hier aan zoals
Paulus het in Efeze 4:8 weergeeft:

576
00:34:23,310 --> 00:34:27,810
‘Toen Hij opvoer in de hoogte, nam
Hij de gevangenis gevangen’ — of,

577
00:34:27,810 --> 00:34:32,431
zoals sommige vertalingen zeggen:
‘voerde Hij een menigte gevangenen mee’ —

578
00:34:32,431 --> 00:34:34,950
‘en gaf Hij gaven aan de mensen’.

579
00:34:34,950 --> 00:34:37,710
Vervolgens legt Paulus in vers 9 uit:

580
00:34:37,710 --> 00:34:42,870
Wat betekent dit ‘toen Hij opvoer’ anders
dan dat Hij ook eerst neergedaald is in de

581
00:34:42,870 --> 00:34:44,910
diepten, namelijk de aarde?

582
00:34:44,910 --> 00:34:49,830
Degene Die neergedaald is, is ook
Degene Die opgevaren is ver boven alle

583
00:34:49,830 --> 00:34:51,690
hemelen om alle dingen te vervullen.

584
00:34:51,690 --> 00:34:56,970
Hij vervult alle dingen meer dan voorheen,
omdat Hij altijd ver boven ons stond,

585
00:34:56,970 --> 00:35:01,110
maar nu is Hij afgedaald om
zelfs beneden ons te zijn.

586
00:35:01,110 --> 00:35:06,150
Hij vervult de bovenkant en de
onderkant en alles daartussenin.

587
00:35:06,150 --> 00:35:09,330
Nu heeft Hij Zijn ervaring uitgebreid.

588
00:35:09,330 --> 00:35:13,410
God wist alles al, maar
Hij had niet alles ervaren.

589
00:35:13,410 --> 00:35:15,750
Hij had nooit verzoeking ervaren.

590
00:35:15,750 --> 00:35:18,510
Hij had nooit de dood ervaren.

591
00:35:18,510 --> 00:35:23,730
En de Bijbel geeft aan, sterker nog,
Hebreeën is het boek dat ons dit vertelt,

592
00:35:23,730 --> 00:35:26,370
dat Jezus, omdat Hij geleden heeft,

593
00:35:26,370 --> 00:35:32,070
een barmhartige en meelevende Hogepriester
kan zijn, omdat Hij weet hoe het is.

594
00:35:32,070 --> 00:35:36,810
Ik herinner me dat een predikant vele
jaren geleden zei dat hij dacht dat het

595
00:35:36,810 --> 00:35:41,370
eerste wat Jezus zei toen Hij
terugkwam in de hemel, was: ‘Tjonge,

596
00:35:41,370 --> 00:35:44,250
die mensen hebben het
daar beneden echt zwaar.’

597
00:35:44,250 --> 00:35:47,070
Ik weet zeker dat God
dat verstandelijk wist,

598
00:35:47,070 --> 00:35:52,650
maar als je eenmaal een mensenleven leidt
en dat doormaakt, besef je: ‘O, tjonge,

599
00:35:52,650 --> 00:35:54,330
dus zo voelt dat.’

600
00:35:54,330 --> 00:35:58,470
En dat is zo ongeveer hoe de
schrijver van Hebreeën Jezus ziet:

601
00:35:58,470 --> 00:36:03,750
dat Jezus iets toevoegde aan Zijn
ervaring en zelfs aan Zijn begrip en Zijn

602
00:36:03,750 --> 00:36:07,350
medeleven met onze situatie
door een van ons te worden.

603
00:36:07,350 --> 00:36:10,830
En daarna wordt Hij opnieuw
verheven tot een hoge plaats,

604
00:36:10,830 --> 00:36:13,710
nadat Hij een hogere positie heeft geërfd.

605
00:36:13,710 --> 00:36:17,670
In zekere zin een nog
vollediger positie dan voorheen,

606
00:36:17,670 --> 00:36:22,590
omdat Hij nu tegenover ons een nieuwe
status heeft als Priester en Koning,

607
00:36:22,590 --> 00:36:25,170
die Hij door Zijn dood heeft verworven.

608
00:36:25,170 --> 00:36:27,270
Nu staat er in vers 5:

609
00:36:27,270 --> 00:36:32,850
Want tegen wie van de engelen heeft
God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon,

610
00:36:32,850 --> 00:36:34,710
heden heb Ik U verwekt?

611
00:36:34,710 --> 00:36:38,010
En verder: Ik zal voor
Hem tot een Vader zijn,

612
00:36:38,010 --> 00:36:40,530
en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn?

613
00:36:40,530 --> 00:36:42,630
Dit is een retorische vraag.

614
00:36:42,630 --> 00:36:45,570
Het antwoord is: tot geen enkele.

615
00:36:45,570 --> 00:36:48,870
Hij heeft deze dingen tegen
geen van de engelen gezegd.

616
00:36:48,870 --> 00:36:53,190
Hij gaat twee verzen uit het Oude
Testament aanhalen die nooit tot engelen

617
00:36:53,190 --> 00:36:56,130
gericht waren, maar
blijkbaar tot Christus.

618
00:36:56,130 --> 00:36:57,810
Het eerste daarvan is:

619
00:36:57,810 --> 00:37:04,290
Ik zal het besluit bekendmaken: De HEERE
heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,

620
00:37:04,290 --> 00:37:06,390
Ík heb U heden verwekt.

621
00:37:06,390 --> 00:37:09,090
Dat is natuurlijk Psalm 2:7.

622
00:37:09,090 --> 00:37:12,630
Het wordt op een aantal plaatsen
in het Nieuwe Testament aangehaald.

623
00:37:12,630 --> 00:37:18,330
Het wordt zelfs later in Hebreeën nog
eens aangehaald, in hoofdstuk 5, vers 5.

624
00:37:18,330 --> 00:37:24,870
Het citaat hier en het citaat in Hebreeën
5:5 vormen een soort inleiding op

625
00:37:24,870 --> 00:37:27,450
twee grote bewegingen in zijn betoog.

626
00:37:27,450 --> 00:37:29,490
Het zijn wat geleerden misschien twee

627
00:37:29,490 --> 00:37:32,670
christologische bewegingen
in zijn betoog zouden noemen.

628
00:37:32,670 --> 00:37:36,030
Wanneer hij over verschillende
aspecten van Christus spreekt,

629
00:37:36,030 --> 00:37:42,030
begint elk daarvan met een citaat van dit
vers: hier, en vervolgens in hoofdstuk 5,

630
00:37:42,030 --> 00:37:46,290
vers 5, waar hij begint te spreken
over het priesterschap van Christus

631
00:37:46,290 --> 00:37:48,450
en daar wat verder op ingaat.

632
00:37:48,450 --> 00:37:52,290
Hier spreekt hij eenvoudigweg
over de superioriteit die Christus

633
00:37:52,290 --> 00:37:53,790
van nature heeft.

634
00:37:53,790 --> 00:37:57,210
Hij is eenvoudigweg van
nature beter dan alle engelen.

635
00:37:57,210 --> 00:38:00,990
Maar Hij heeft ook iets wat in Zijn
voordeel spreekt dat zij niet hebben en

636
00:38:00,990 --> 00:38:05,010
dat niemand anders heeft, vanwege
Zijn bijzondere priesterschap.

637
00:38:05,010 --> 00:38:09,990
En dit vers uit Psalm 2:7 wordt
op beide plaatsen aangehaald.

638
00:38:09,990 --> 00:38:10,950
Nu:

639
00:38:10,950 --> 00:38:14,610
Jij bent Mijn Zoon, vandaag
ben Ik Je Vader geworden.

640
00:38:14,610 --> 00:38:15,690
En opnieuw:

641
00:38:15,690 --> 00:38:18,750
Ik zal Zijn Vader zijn en
Hij zal Mijn Zoon zijn.

642
00:38:18,750 --> 00:38:22,230
Dat is 2 Samuel 7:14.

643
00:38:22,230 --> 00:38:25,950
Deze twee verzen worden gegeven
als voorbeelden van hoe God

644
00:38:25,950 --> 00:38:31,410
tot Jezus spreekt op een manier waarop
Hij tot geen enkele engel zou spreken.

645
00:38:31,410 --> 00:38:35,310
Geen enkele engel is ooit
op deze manier toegesproken.

646
00:38:35,310 --> 00:38:40,710
Nu zou je kunnen zeggen: ‘Maar worden de
engelen soms niet zonen van God genoemd?’

647
00:38:40,710 --> 00:38:44,730
Ja, in het boek Job worden ze
blijkbaar zonen van God genoemd.

648
00:38:44,730 --> 00:38:50,010
En eerlijk gezegd worden goede mensen
soms ook zonen van God genoemd.

649
00:38:50,010 --> 00:38:54,210
Maar niemand behalve Jezus
wordt de Zoon van God genoemd.

650
00:38:54,210 --> 00:38:57,150
Mijn zoon, Op unieke wijze verwekt.

651
00:38:57,150 --> 00:38:58,470
Mijn zoon.

652
00:38:58,470 --> 00:39:02,130
Israël beschouwde God als
hun gezamenlijke Vader.

653
00:39:02,130 --> 00:39:07,170
De Joden zouden nooit individueel
over God spreken als ‘mijn Vader’,

654
00:39:07,170 --> 00:39:11,610
maar bij zeldzame gelegenheden
zeiden ze wel ‘onze Vader’.

655
00:39:11,610 --> 00:39:15,930
Jesaja sprak over God als de
Vader van Israël als geheel.

656
00:39:15,930 --> 00:39:21,690
Wat de Joden aanstoot gaf, was dat
Jezus over God sprak als ‘Mijn Vader’.

657
00:39:21,690 --> 00:39:26,550
Het was duidelijk dat Hij niet zei:
‘God is Mijn Vader in dezelfde zin

658
00:39:26,550 --> 00:39:31,950
waarin Hij de Vader van alle anderen is,
of zoals Hij de Vader van Israël is.’

659
00:39:31,950 --> 00:39:35,250
Hij is op unieke wijze Mijn Vader.

660
00:39:35,250 --> 00:39:38,610
De vader-zoonrelatie wordt
in de Bijbel ook op heel veel

661
00:39:38,610 --> 00:39:40,530
verschillende manieren gebruikt.

662
00:39:40,530 --> 00:39:43,590
Je moet beseffen dat sommige denkmodellen

663
00:39:43,590 --> 00:39:48,030
bij heel wat verschillende begrippen
passen, in verschillende contexten.

664
00:39:48,030 --> 00:39:51,630
Wanneer je bijvoorbeeld leest
over de nakomelingen van Kaïn,

665
00:39:51,630 --> 00:39:56,670
Jubal en Jabal en Tubal-Kaïn,
dan was een van hen:

666
00:39:56,670 --> 00:40:02,250
Ada baarde Jabal; die werd de vader
van wie tenten bewonen en vee houden.

667
00:40:02,250 --> 00:40:04,410
Een van onze studenten woont in een tent,

668
00:40:04,410 --> 00:40:07,950
maar ik denk niet dat hij van
Kaïn afstamt. Maar die man is:

669
00:40:07,950 --> 00:40:10,830
de vader van iedereen die in tenten woont.

670
00:40:10,830 --> 00:40:12,390
En een ander was:

671
00:40:12,390 --> 00:40:15,330
En de naam van zijn broer was Jubal.

672
00:40:15,330 --> 00:40:19,050
Deze werd de vader van allen die
harp en fluit kunnen bespelen.

673
00:40:19,050 --> 00:40:22,290
Dus alle muzikanten stammen
van die man af, toch?

674
00:40:22,290 --> 00:40:25,710
Maar natuurlijk wordt er niet gezegd
dat hij de biologische vader is.

675
00:40:25,710 --> 00:40:27,930
Toen Jezus tegen de Joden zei:

676
00:40:27,930 --> 00:40:32,040
U bent uit uw vader de duivel, en
wilt de begeerten van uw vader doen;

677
00:40:32,040 --> 00:40:37,110
die was een mensenmoordenaar van het
begin af, en staat niet in de waarheid,

678
00:40:37,110 --> 00:40:39,510
want er is in hem geen waarheid.

679
00:40:39,510 --> 00:40:43,770
Wanneer hij de leugen spreekt,
spreekt hij vanuit wat van hemzelf is,

680
00:40:43,770 --> 00:40:47,090
want hij is een leugenaar
en de vader van de leugen .

681
00:40:47,090 --> 00:40:50,850
bedoelde Hij niet dat die
jullie biologische vader is.

682
00:40:50,850 --> 00:40:54,870
Vader-zoonrelaties verschillen
sterk van plaats tot plaats.

683
00:40:54,870 --> 00:41:00,150
Ik bedoel, Jabal en Jubal en
Tubal-Kaïn zijn de vaders,

684
00:41:00,150 --> 00:41:04,950
of laten we zeggen de grondleggers,
van bepaalde manieren van leven.

685
00:41:04,950 --> 00:41:09,510
Net zoals van George Washington wordt
gezegd dat hij de vader van ons land is.

686
00:41:09,510 --> 00:41:11,370
Wij stammen niet van hem af.

687
00:41:11,370 --> 00:41:15,330
Hij heeft een belangrijke rol gespeeld
bij de stichting van ons land.

688
00:41:15,330 --> 00:41:18,330
Vader wordt op allerlei
verschillende manieren gebruikt,

689
00:41:18,330 --> 00:41:20,430
maar op deze manier wordt het alleen

690
00:41:20,430 --> 00:41:23,670
gebruikt als het gaat over
Gods relatie met Jezus.

691
00:41:23,670 --> 00:41:27,090
De engelen kunnen gezamenlijk
zonen van God worden genoemd,

692
00:41:27,090 --> 00:41:30,870
maar geen enkele engel wordt
ooit de Zoon van God genoemd.

693
00:41:30,870 --> 00:41:33,030
Dat is het punt dat de schrijver maakt.

694
00:41:33,030 --> 00:41:36,030
Wanneer heeft God ooit
tegen een engel gezegd:

695
00:41:36,030 --> 00:41:40,770
Want tegen wie van de engelen heeft
God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon,

696
00:41:40,770 --> 00:41:42,450
heden heb Ik U verwekt?

697
00:41:42,450 --> 00:41:45,930
En verder: Ik zal voor
Hem tot een Vader zijn,

698
00:41:45,930 --> 00:41:48,930
en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn?

699
00:41:48,930 --> 00:41:52,770
Op welk moment heeft deze
uitspraak betrekking op Jezus?

700
00:41:52,770 --> 00:41:56,190
Wanneer heeft God deze
uitspraak tegen Jezus gedaan?

701
00:41:56,190 --> 00:42:01,230
Ik ben opgegroeid met de indruk dat dit
over Jezus' eeuwige Zoonschap spreekt,

702
00:42:01,230 --> 00:42:04,890
teruggaand tot voordat de
wereld ooit gemaakt werd.

703
00:42:04,890 --> 00:42:09,990
Jezus bestond zeker voordat de
wereld gemaakt werd. De Bijbel zegt:

704
00:42:09,990 --> 00:42:15,210
In het begin was het Woord en het
Woord was bij God en het Woord was God.

705
00:42:15,210 --> 00:42:16,770
Dat is Jezus.

706
00:42:16,770 --> 00:42:20,610
en het Woord was bij God,
en het Woord was God.

707
00:42:20,610 --> 00:42:21,630
En:

708
00:42:21,630 --> 00:42:26,670
Nadat God voorheen vele malen en op vele
wijzen tot de vaderen gesproken had door

709
00:42:26,670 --> 00:42:32,430
de profeten, heeft Hij in deze laatste
dagen tot ons gesproken door de Zoon,

710
00:42:32,430 --> 00:42:38,550
Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles,
door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft.

711
00:42:38,550 --> 00:42:41,910
Hij , Die de afstraling
van Gods heerlijkheid is

712
00:42:41,910 --> 00:42:45,570
en de afdruk van Zijn
zelfstandigheid, Die alle dingen

713
00:42:45,570 --> 00:42:50,730
draagt door Zijn krachtig woord, heeft,
nadat Hij de reiniging van onze zonden

714
00:42:50,730 --> 00:42:56,670
door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich
gezet aan de rechter hand van de Majesteit

715
00:42:56,670 --> 00:42:58,471
in de hoogste hemelen .

716
00:42:58,471 --> 00:43:02,790
Hij is zoveel meer geworden dan
de engelen als de Naam die Hij als

717
00:43:02,790 --> 00:43:07,110
erfdeel ontvangen heeft,
voortreffelijker is dan die van hen.

718
00:43:07,110 --> 00:43:12,090
Het is dus duidelijk dat Jezus bestond
voordat de wereld gemaakt werd.

719
00:43:12,090 --> 00:43:14,970
Ik geloof dat Jezus eeuwig heeft bestaan.

720
00:43:14,970 --> 00:43:20,310
Zolang God heeft bestaan, heeft
Jezus bestaan, maar niet als Jezus,

721
00:43:20,310 --> 00:43:24,090
niet als de mens Jezus,
maar als het Woord van God,

722
00:43:24,090 --> 00:43:27,990
Dat later vlees is geworden
en de mens Jezus werd.

723
00:43:27,990 --> 00:43:31,410
Maar het punt is dat in de traditionele
verwoording van de leer van de

724
00:43:31,410 --> 00:43:35,910
Drie-eenheid vaak wordt gezegd
dat Jezus de eeuwige Zoon is,

725
00:43:35,910 --> 00:43:38,790
eeuwig door de Vader
verwekt, niet gemaakt.

726
00:43:38,790 --> 00:43:41,430
Ik ben er ook mee
opgegroeid dat ik dat zei,

727
00:43:41,430 --> 00:43:43,770
totdat ik het niet in
de Schrift kon vinden.

728
00:43:43,770 --> 00:43:48,870
De Bijbel spreekt nooit over Jezus
als de eeuwige Zoon. Hij is het Woord.

729
00:43:48,870 --> 00:43:50,310
Hij is God.

730
00:43:50,310 --> 00:43:53,730
Maar ‘de eeuwige Zoon’, dat vind je niet.

731
00:43:53,730 --> 00:43:58,110
Sterker nog, je vindt geen enkele
duidelijke verwijzing naar Jezus als de

732
00:43:58,110 --> 00:44:02,490
Zoon van God die over Hem
spreekt vóór Zijn menswording.

733
00:44:02,490 --> 00:44:05,070
Misschien was Hij daarvoor
al de Zoon van God,

734
00:44:05,070 --> 00:44:07,350
maar de Bijbel zegt dat niet duidelijk.

735
00:44:07,350 --> 00:44:10,890
De orthodoxe theologie
zegt dat Hij dat wel was.

736
00:44:10,890 --> 00:44:15,570
De orthodoxe theologie zegt dat
Hij altijd de Zoon van God was.

737
00:44:15,570 --> 00:44:17,790
Hij is God de Zoon.

738
00:44:17,790 --> 00:44:21,870
Maar zoals velen van jullie misschien
weten als je de Schrift hebt bestudeerd,

739
00:44:21,870 --> 00:44:25,290
staat de term ‘God de
Zoon’ niet in de Bijbel.

740
00:44:25,290 --> 00:44:27,570
Ook dat is een theologische term.

741
00:44:27,570 --> 00:44:32,370
Voor zover ik kan nagaan, spreekt de
Bijbel nooit over Hem als de Zoon van God

742
00:44:32,370 --> 00:44:35,730
wanneer het over de tijd
vóór Zijn menswording gaat.

743
00:44:35,730 --> 00:44:40,050
Ik zou er geen bezwaar tegen hebben als
iemand mij liet zien dat het anders is,

744
00:44:40,050 --> 00:44:42,930
maar ik zoek er nu al zo'n
vijfendertig jaar naar.

745
00:44:42,930 --> 00:44:44,730
Ik denk niet dat het erin staat.

746
00:44:44,730 --> 00:44:47,790
Kijk maar eens naar Lukas
hoofdstuk 1, waar Maria

747
00:44:47,790 --> 00:44:51,330
te horen krijgt dat ze een kind
zal krijgen, en dat het Jezus

748
00:44:51,330 --> 00:44:53,490
zal zijn, enzovoort.

749
00:44:53,490 --> 00:44:56,490
In Lukas 1:34 staat:

750
00:44:56,490 --> 00:45:00,030
Maria zei tegen de engel:
Hoe zal dat mogelijk zijn,

751
00:45:00,030 --> 00:45:02,250
aangezien ik geen
gemeenschap heb met een man?

752
00:45:02,250 --> 00:45:05,910
Ik ben maagd. Hoe zou ik
een kind kunnen krijgen?

753
00:45:05,910 --> 00:45:08,310
Het antwoord luidt als volgt.

754
00:45:08,310 --> 00:45:12,990
De engel antwoordde en
zei tegen haar, vers 35:

755
00:45:12,990 --> 00:45:18,930
En de engel antwoordde en zei tegen haar:
De Heilige Geest zal over u komen en de

756
00:45:18,930 --> 00:45:22,350
kracht van de Allerhoogste
zal u overschaduwen.

757
00:45:22,350 --> 00:45:26,130
Daarom ook zal het Heilige
Dat uit u geboren zal worden,

758
00:45:26,130 --> 00:45:28,230
Gods Zoon genoemd worden.

759
00:45:28,230 --> 00:45:30,330
Opnieuw, van God.

760
00:45:30,330 --> 00:45:33,990
‘De Allerhoogste’ is
een eufemisme voor God.

761
00:45:33,990 --> 00:45:35,610
Zo zul je zwanger worden.

762
00:45:35,610 --> 00:45:38,790
Met andere woorden, je
hoeft geen man te kennen.

763
00:45:38,790 --> 00:45:43,050
God doet een bovennatuurlijk werk in
je baarmoeder om dit kind te verwekken.

764
00:45:43,050 --> 00:45:44,250
Hij zegt:

765
00:45:44,250 --> 00:45:47,190
Daarom zal ook het heilige
kind dat je zult krijgen

766
00:45:47,190 --> 00:45:49,290
de Zoon van God worden genoemd.

767
00:45:49,290 --> 00:45:53,550
Waarom? Waarom wordt Jezus
de Zoon van God genoemd?

768
00:45:53,550 --> 00:45:57,030
Vanwege de manier waarop
Maria zwanger werd gemaakt.

769
00:45:57,030 --> 00:46:01,170
Omdat geen man Zijn vader
was, maar God Zijn Vader was.

770
00:46:01,170 --> 00:46:05,490
Hij is een mens Die zonder
menselijke vader naar de aarde kwam.

771
00:46:05,490 --> 00:46:10,410
God bevruchtte Maria's eicel, zodat er een
Persoon zou komen Die de natuur van God

772
00:46:10,410 --> 00:46:14,310
heeft, God in het vlees,
wat Hij volgens mij is.

773
00:46:14,310 --> 00:46:17,310
Nu wil ik geen nieuwe denkbeelden
over de Drie-eenheid of

774
00:46:17,310 --> 00:46:19,470
iets dergelijks introduceren.

775
00:46:19,470 --> 00:46:21,810
Daar heb ik geen enkele
belangstelling voor.

776
00:46:21,810 --> 00:46:26,550
Wat ik zeg, is dat wanneer de Bijbel
de term ‘Zoon van God’ gebruikt,

777
00:46:26,550 --> 00:46:30,990
de Bijbel lijkt te zeggen dat, omdat
Maria op deze manier zwanger werd,

778
00:46:30,990 --> 00:46:34,290
haar kind daarom de Zoon
van God wordt genoemd.

779
00:46:34,290 --> 00:46:37,410
Dat ‘daarom’ betekent ‘om deze reden’.

780
00:46:37,410 --> 00:46:42,450
Als Jezus daarvoor al eeuwig de Zoon
van God was, had de engel kunnen zeggen:

781
00:46:42,450 --> 00:46:47,130
‘Hij zal de Zoon van God worden genoemd,
omdat Hij dat altijd al geweest is.

782
00:46:47,130 --> 00:46:50,130
Hij is de Zoon van God
hierboven in de hemel.

783
00:46:50,130 --> 00:46:53,130
Nu zal Hij de Zoon van God op aarde zijn.’

784
00:46:53,130 --> 00:46:58,590
Volgens mij is Jezus vóór Zijn menswording
één met God als het Woord van God.

785
00:46:58,590 --> 00:47:02,490
Maar ‘de Zoon van God’ heeft volgens
mij betrekking op Zijn aardse leven

786
00:47:02,490 --> 00:47:04,230
en de tijd daarna.

787
00:47:04,230 --> 00:47:06,150
Hij was slechts een mens.

788
00:47:06,150 --> 00:47:08,190
Nee, niet slechts een mens.

789
00:47:08,190 --> 00:47:11,430
Hij was een werkelijk
mens in Wie God woonde.

790
00:47:11,430 --> 00:47:14,970
Maar na Zijn opstanding is
Hij een verheerlijkt mens.

791
00:47:14,970 --> 00:47:20,190
Hij is de Zoon van God vanaf het moment
dat Hij verwekt werd tot in eeuwigheid.

792
00:47:20,190 --> 00:47:24,330
Maar ik ken geen plaats waar Hij
daarvoor de Zoon van God wordt genoemd.

793
00:47:24,330 --> 00:47:28,050
Wanneer ik dit ter sprake breng,
komen mensen vaak met dit vers

794
00:47:28,050 --> 00:47:30,630
dat de schrijver van Hebreeën aanhaalt:

795
00:47:30,630 --> 00:47:36,090
Want tegen wie van de engelen heeft
God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon,

796
00:47:36,090 --> 00:47:38,010
heden heb Ik U verwekt?

797
00:47:38,010 --> 00:47:41,670
En verder: Ik zal voor
Hem tot een Vader zijn,

798
00:47:41,670 --> 00:47:44,310
en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn?

799
00:47:44,310 --> 00:47:47,670
Was dat niet geschreven
voordat Jezus mens werd?

800
00:47:47,670 --> 00:47:50,370
Was dat niet geschreven
in het Oude Testament?

801
00:47:50,370 --> 00:47:52,110
Dat is Psalm 2.

802
00:47:52,110 --> 00:47:56,490
Dat werd duizend jaar vóór de
geboorte van Christus geschreven.

803
00:47:56,490 --> 00:48:01,410
Hier wordt Hij dus al vóór Zijn
geboorte de Zoon van God genoemd.

804
00:48:01,410 --> 00:48:06,930
Inderdaad, de profeet sprak vóór Zijn
geboorte in die bewoordingen over Hem.

805
00:48:06,930 --> 00:48:08,850
Maar waar sprak hij over?

806
00:48:08,850 --> 00:48:12,930
Hij sprak niet over de eeuwigheid
in het verleden wanneer hij zegt:

807
00:48:12,930 --> 00:48:15,270
Vandaag ben Ik Je Vader geworden.

808
00:48:15,270 --> 00:48:17,670
In de eeuwigheid zijn er geen dagen.

809
00:48:17,670 --> 00:48:22,290
Een dag wordt afgemeten aan avond
en morgen, de eerste dag, de

810
00:48:22,290 --> 00:48:24,630
tweede dag, enzovoort.

811
00:48:24,630 --> 00:48:27,990
Hier wordt een bepaalde dag
in de geschiedenis bedoeld:

812
00:48:27,990 --> 00:48:31,170
Vandaag ben Ik Je Vader geworden.

813
00:48:31,170 --> 00:48:35,490
Hij heeft het er niet over dat Hij eeuwig
verwekt is in een tijdloos verleden.

814
00:48:35,490 --> 00:48:38,310
Het gaat om een specifiek tijdstip.

815
00:48:38,310 --> 00:48:39,870
Welk tijdstip is dat?

816
00:48:39,870 --> 00:48:43,530
Je denkt misschien dat ik ga zeggen
dat het de geboorte van Jezus is.

817
00:48:43,530 --> 00:48:45,690
In dit geval is dat niet zo.

818
00:48:45,690 --> 00:48:48,330
Dit verwijst niet naar Zijn geboorte.

819
00:48:48,330 --> 00:48:52,350
Dit verwijst naar nog een andere
betekenis waarin Jezus de Zoon van

820
00:48:52,350 --> 00:48:53,790
God wordt genoemd.

821
00:48:53,790 --> 00:48:56,070
Dat weten we omdat Paulus dat vers

822
00:48:56,070 --> 00:48:59,850
aanhaalde in een verband waarin
hij zei wat het betekent.

823
00:48:59,850 --> 00:49:03,330
Het is altijd prettig als een
apostel je rechtstreeks vertelt wat

824
00:49:03,330 --> 00:49:04,950
een vers betekent.

825
00:49:04,950 --> 00:49:08,130
Dat doet hij in Handelingen hoofdstuk 13.

826
00:49:08,130 --> 00:49:13,650
Paulus staat daar te prediken, en
in vers 32 en verder zegt Paulus:

827
00:49:13,650 --> 00:49:17,250
En wij verkondigen u de belofte
die aan de vaderen gedaan is,

828
00:49:17,250 --> 00:49:20,970
namelijk dat God die vervuld
heeft aan ons, hun kinderen,

829
00:49:20,970 --> 00:49:25,530
door Jezus te verwekken, zoals ook
in de tweede psalm geschreven staat:

830
00:49:25,530 --> 00:49:29,370
U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt.

831
00:49:29,370 --> 00:49:33,570
De gebruikte Engelse vertaling
heeft hier ‘raised up Jesus’.

832
00:49:33,570 --> 00:49:38,070
De spreker leest dit als
‘Jezus uit de doden opgewekt’.

833
00:49:38,070 --> 00:49:40,470
Hij bedoelt: uit de doden.

834
00:49:40,470 --> 00:49:42,810
Paulus haalt dus deze Psalm aan:

835
00:49:42,810 --> 00:49:48,990
Ik zal het besluit bekendmaken: De HEERE
heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,

836
00:49:48,990 --> 00:49:50,850
Ík heb U heden verwekt.

837
00:49:50,850 --> 00:49:55,410
Hij zegt dat Jezus uit de doden is
opgewekt, zoals in deze Psalm staat.

838
00:49:55,410 --> 00:50:00,390
De dag waarop God Hem verwekte om in
deze andere betekenis Zijn Zoon te zijn,

839
00:50:00,390 --> 00:50:02,670
was de dag van Zijn opstanding.

840
00:50:02,670 --> 00:50:05,010
Dat zou niet al te verrassend moeten zijn

841
00:50:05,010 --> 00:50:07,650
als we de rest van het
Nieuwe Testament kennen.

842
00:50:07,650 --> 00:50:12,330
Kolossenzen hoofdstuk 1,
vers 18, zegt dit over Jezus:

843
00:50:12,330 --> 00:50:16,950
En Hij is het hoofd van het lichaam,
namelijk van de gemeente, Hij,

844
00:50:16,950 --> 00:50:20,310
Die het begin is, de
Eerstgeborene uit de doden,

845
00:50:20,310 --> 00:50:23,550
opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.

846
00:50:23,550 --> 00:50:28,890
Kolossenzen 1:18 zegt dat Jezus
de Eerstgeborene uit de doden is.

847
00:50:28,890 --> 00:50:33,630
Toen Hij werd opgewekt, was dat
een soort geboorte. God zei:

848
00:50:33,630 --> 00:50:37,770
Jij bent Mijn Zoon, vandaag
ben Ik Je Vader geworden.

849
00:50:37,770 --> 00:50:42,090
Paulus zegt dat dit een verwijzing
is naar de opstanding van Christus.

850
00:50:42,090 --> 00:50:47,970
In Openbaring hoofdstuk 1 spreekt Jezus
in dezelfde bewoordingen over Zichzelf.

851
00:50:47,970 --> 00:50:50,490
Openbaring 1:5:

852
00:50:50,490 --> 00:50:54,210
en van Jezus Christus, Die
de getrouwe Getuige is,

853
00:50:54,210 --> 00:50:58,770
de Eerstgeborene uit de doden en
de Vorst van de koningen der aarde.

854
00:50:58,770 --> 00:51:03,870
Hem Die ons heeft liefgehad en ons van
onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed,

855
00:51:03,870 --> 00:51:07,830
Paulus noemt Jezus dus de
Eerstgeborene uit de doden.

856
00:51:07,830 --> 00:51:13,890
Jezus noemt Zichzelf de Eerstgeborene
uit de doden in Openbaring 1:5.

857
00:51:13,890 --> 00:51:18,270
Blijkbaar deed David dat ook, hoewel
David het misschien niet begreep,

858
00:51:18,270 --> 00:51:22,770
want de profeten begrepen niet altijd
de betekenis van hun bewoordingen.

859
00:51:22,770 --> 00:51:25,770
De Heilige Geest sprak door hem en zei:

860
00:51:25,770 --> 00:51:29,790
Jij bent Mijn Zoon, vandaag
ben Ik Je Vader geworden.

861
00:51:29,790 --> 00:51:34,230
Misschien heeft David zelfs gedacht
dat dit op hemzelf betrekking had.

862
00:51:34,230 --> 00:51:35,970
Dat is moeilijk te zeggen.

863
00:51:35,970 --> 00:51:38,430
Maar het Nieuwe Testament
maakt het duidelijk.

864
00:51:38,430 --> 00:51:42,330
Hier sprak God tot Jezus, en
het begin was de opstanding.

865
00:51:42,330 --> 00:51:46,110
Toen Jezus uit de doden
opstond, besteeg Hij de troon.

866
00:51:46,110 --> 00:51:48,210
Toen begon Zijn koninklijke rol.

867
00:51:48,210 --> 00:51:50,850
Toen werd Hij boven de engelen verheven.

868
00:51:50,850 --> 00:51:53,910
Dat is het belangrijke
punt in de redenering hier.

869
00:51:53,910 --> 00:51:56,970
Jezus heeft een veel hogere
positie dan de engelen.

870
00:51:56,970 --> 00:51:58,590
Als gevolg waarvan?

871
00:51:58,590 --> 00:52:00,750
Als gevolg van Zijn opstanding.

872
00:52:00,750 --> 00:52:02,610
Hij ging door de dood heen.

873
00:52:02,610 --> 00:52:05,550
Hij was lager dan de
engelen totdat Hij stierf,

874
00:52:05,550 --> 00:52:07,710
maar toen stond Hij op uit de doden,

875
00:52:07,710 --> 00:52:11,010
en Hij is verheven boven
overheden en machten.

876
00:52:11,010 --> 00:52:14,790
Hij staat boven alle
engelen, boven alle dingen.

877
00:52:14,790 --> 00:52:17,190
Daarvan wordt in de Psalm getuigd:

878
00:52:17,190 --> 00:52:21,630
Vandaag ben Ik Je Vader geworden,
dat wil zeggen, uit de doden.

879
00:52:21,630 --> 00:52:23,310
Jij bent Mijn Zoon.

880
00:52:23,310 --> 00:52:29,490
U bekleedt de positie van de eerstgeboren
Erfgenaam, de Eerstgeborene uit de doden.

881
00:52:29,490 --> 00:52:33,510
Alle dingen zijn van U. De
engelen hebben die status niet.

882
00:52:33,510 --> 00:52:37,530
God spreekt niet op die manier
tot de engelen. Tot geen van hen.

883
00:52:37,530 --> 00:52:39,150
Tot geen enkele.

884
00:52:39,150 --> 00:52:44,490
Dan haalt hij, zoals ik
al zei, 2 Samuel 7:14 aan.

885
00:52:44,490 --> 00:52:46,110
In vers 5 zegt hij:

886
00:52:46,110 --> 00:52:51,571
Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal
Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen :

887
00:52:51,571 --> 00:52:55,890
als hij zich misdraagt, zal Ik hem
terechtwijzen met een stok als van mensen

888
00:52:55,890 --> 00:52:58,530
en met slagen als van mensenkinderen.

889
00:52:58,530 --> 00:53:02,310
De schrijver van Hebreeën past
dit duidelijk toe op Jezus.

890
00:53:02,310 --> 00:53:06,270
Hoewel, als je terugkijkt naar de
oorspronkelijke context hiervan,

891
00:53:06,270 --> 00:53:07,950
lijkt het over Salomo te gaan.

892
00:53:07,950 --> 00:53:11,370
Het is interessant dat de schrijver van
Hebreeën en andere schrijvers van het

893
00:53:11,370 --> 00:53:15,450
Nieuwe Testament vaak verzen
uit het Oude Testament aanhalen

894
00:53:15,450 --> 00:53:18,990
en die toepassen op manieren waarvan wij
misschien niet zouden hebben gedacht dat

895
00:53:18,990 --> 00:53:21,990
het zo moest, als we het
zelf hadden geschreven.

896
00:53:21,990 --> 00:53:26,430
Maar als je naar 2 Samuel 7 kijkt,
dan is dit de plaats waar God David

897
00:53:26,430 --> 00:53:30,510
voor het eerst beloofde dat de
Messias uit hem zou voortkomen.

898
00:53:30,510 --> 00:53:33,990
Alle Joden begrepen het
zo, en christenen ook.

899
00:53:33,990 --> 00:53:40,230
In 2 Samuel 7:12 tot en met 14
zegt de profeet Nathan tegen David:

900
00:53:40,230 --> 00:53:43,530
Dus, David, wanneer je dood bent:

901
00:53:43,530 --> 00:53:48,090
Wanneer uw dagen voorbij zijn en
u met uw vaderen ontslapen bent,

902
00:53:48,090 --> 00:53:51,750
zal Ik uw nakomeling na u,
die uit uw lichaam voortkomt,

903
00:53:51,750 --> 00:53:55,530
doen opstaan en Ik zal zijn
koningschap bevestigen.

904
00:53:55,530 --> 00:54:00,030
Die zal voor Mijn Naam een huis bouwen,
en Ik zal de troon van zijn koningschap

905
00:54:00,030 --> 00:54:01,890
voor eeuwig bevestigen.

906
00:54:01,890 --> 00:54:07,291
Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal
Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen :

907
00:54:07,291 --> 00:54:11,610
als hij zich misdraagt, zal Ik hem
terechtwijzen met een stok als van mensen

908
00:54:11,610 --> 00:54:14,370
en met slagen als van mensenkinderen.

909
00:54:14,370 --> 00:54:18,330
Op het eerste gezicht lijkt dit
op Salomo van toepassing te zijn.

910
00:54:18,330 --> 00:54:23,250
Toen David stierf, werd Salomo, een
nakomeling van hem die uit zijn lichaam

911
00:54:23,250 --> 00:54:27,690
voortkwam, aangesteld om op zijn
troon te zitten, in zijn koninkrijk.

912
00:54:27,690 --> 00:54:31,110
Ik zal zijn Vader zijn en
hij zal Mijn zoon zijn.

913
00:54:31,110 --> 00:54:35,190
Dat is het vers dat de schrijver
van Hebreeën aanhaalt. Er staat:

914
00:54:35,190 --> 00:54:40,771
Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal
Mij tot een zoon zijn, wat wil zeggen :

915
00:54:40,771 --> 00:54:45,570
als hij zich misdraagt, zal Ik hem
terechtwijzen met een stok als van mensen

916
00:54:45,570 --> 00:54:48,390
en met slagen als van mensenkinderen.

917
00:54:48,390 --> 00:54:52,170
Maar Mijn goedertierenheid
zal van hem niet wijken,

918
00:54:52,170 --> 00:54:57,510
zoals Ik die deed wijken van Saul,
die Ik voor uw ogen weggenomen heb.

919
00:54:57,510 --> 00:54:58,890
Dan staat er:

920
00:54:58,890 --> 00:55:04,710
Uw huis en uw koningschap zullen
voor uw ogen voor eeuwig vaststaan,

921
00:55:04,710 --> 00:55:08,430
uw troon zal voor eeuwig zeker zijn.

922
00:55:08,430 --> 00:55:13,170
Deze belofte aan David hield dus
in dat een nakomeling van hem

923
00:55:13,170 --> 00:55:15,690
na hem op de troon zou zitten.

924
00:55:15,690 --> 00:55:18,030
Salomo was die nakomeling.

925
00:55:18,030 --> 00:55:21,330
Er staat zelfs dat hij een
huis voor Mijn Naam bouwde.

926
00:55:21,330 --> 00:55:23,970
Dat staat daar in vers 13.

927
00:55:23,970 --> 00:55:25,590
Salomo deed dat.

928
00:55:25,590 --> 00:55:27,390
Hij bouwde de tempel.

929
00:55:27,390 --> 00:55:30,930
Maar Jezus doet dat ook. Jezus zei:

930
00:55:30,930 --> 00:55:36,870
En Ik zeg u ook dat u Petrus bent, en op
deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen,

931
00:55:36,870 --> 00:55:40,290
en de poorten van de hel
zullen haar niet overweldigen.

932
00:55:40,290 --> 00:55:44,010
En het Nieuwe Testament zegt
dat de gemeente bestaat uit:

933
00:55:44,010 --> 00:55:48,810
dan wordt u ook zelf, als levende
stenen, gebouwd tot een geestelijk huis,

934
00:55:48,810 --> 00:55:52,710
tot een heilig priesterschap, om
geestelijke offers te brengen,

935
00:55:52,710 --> 00:55:56,070
die God welgevallig zijn
door Jezus Christus.

936
00:55:56,070 --> 00:56:00,210
De gemeente is een geestelijk
huis dat door Christus is gebouwd.

937
00:56:00,210 --> 00:56:05,370
De schrijver van Hebreeën zal in
hoofdstuk 3, vers 6 zelfs zeggen:

938
00:56:05,370 --> 00:56:09,450
Christus echter is getrouw
over Zijn huis als Zoon.

939
00:56:09,450 --> 00:56:15,030
Zijn huis zijn wij, als wij tenminste de
vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot

940
00:56:15,030 --> 00:56:17,730
het einde toe onwrikbaar vasthouden.

941
00:56:17,730 --> 00:56:20,910
In Hebreeën 3:6 zegt hij:

942
00:56:20,910 --> 00:56:26,790
Christus staat aan het hoofd van Zijn
eigen huis, en wij zijn dat huis.

943
00:56:26,790 --> 00:56:29,010
Hebreeën 3:6.

944
00:56:29,010 --> 00:56:33,450
Dus deze profetie over
Salomo die een huis bouwt:

945
00:56:33,450 --> 00:56:37,830
Salomo is blijkbaar een type
en schaduw van Christus.

946
00:56:37,830 --> 00:56:43,770
En zelfs de Joden vóór de tijd van Jezus
begrepen deze belofte op die manier.

947
00:56:43,770 --> 00:56:47,610
Op grond van deze verzen in 2 Samuel 7

948
00:56:47,610 --> 00:56:51,390
koesterden de Joden de hoop dat de
Messias uit de geslachtslijn van

949
00:56:51,390 --> 00:56:53,310
David zou voortkomen.

950
00:56:53,310 --> 00:56:56,790
En dit is de belofte
die hen dat deed denken.

951
00:56:56,790 --> 00:57:01,170
Ze geloofden dat Salomo die
weliswaar in zekere zin vervulde,

952
00:57:01,170 --> 00:57:04,950
maar dat die verder doorgetrokken
kon worden naar een uiteindelijke

953
00:57:04,950 --> 00:57:10,230
Zoon van David, van Wie Salomo
slechts een type en een schaduw is.

954
00:57:10,230 --> 00:57:12,870
En dat zou de Messias zijn.

955
00:57:12,870 --> 00:57:16,890
En doordat de schrijver van Hebreeën
ervan uitgaat dat dit waar is,

956
00:57:16,890 --> 00:57:20,910
kan hij deze uitspraak
aanhalen en op Jezus toepassen,

957
00:57:20,910 --> 00:57:24,750
hoewel die op het eerste gezicht
over Salomo lijkt te gaan.

958
00:57:24,750 --> 00:57:28,950
En hij doet dat alsof iedereen
het met hem eens zal zijn.

959
00:57:28,950 --> 00:57:31,710
Het is niet zo dat hij het
eerst gaat onderbouwen.

960
00:57:31,710 --> 00:57:36,450
Hij zegt gewoon: ‘Luister, zo
spreekt God niet tegen engelen.

961
00:57:36,450 --> 00:57:40,650
Het is duidelijk dat Hij dit
over Jezus zei, over de Messias.’

962
00:57:40,650 --> 00:57:45,390
Met andere woorden, hij haalt twee
verzen uit het Oude Testament aan om

963
00:57:45,390 --> 00:57:50,490
vast te stellen dat de Messias de
Zoon wordt genoemd. Engelen niet.

964
00:57:50,490 --> 00:57:51,990
Nu vers 6:

965
00:57:51,990 --> 00:57:56,130
En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene
in de wereld brengt, zegt Hij:

966
00:57:56,130 --> 00:57:58,830
En laten alle engelen
van God Hem aanbidden.

967
00:57:58,830 --> 00:58:04,470
En van de engelen zegt Hij weliswaar: Die
Zijn engelen maakt tot geesten en Zijn

968
00:58:04,470 --> 00:58:10,350
dienaren tot een vuurvlam, maar tegen
de Zoon zegt Hij : Uw troon, o God,

969
00:58:10,350 --> 00:58:12,810
bestaat in alle eeuwigheid.

970
00:58:12,810 --> 00:58:16,890
De scepter van Uw koninkrijk
is een scepter van het recht.

971
00:58:16,890 --> 00:58:21,090
U hebt gerechtigheid lief
en haat ongerechtigheid.

972
00:58:21,090 --> 00:58:27,990
Daarom heeft Uw God U gezalfd, o God,
met vreugdeolie, boven Uw metgezellen.

973
00:58:27,990 --> 00:58:31,230
Wanneer Hij Jezus in de
wereld brengt, zegt Hij:

974
00:58:31,230 --> 00:58:34,350
Laat alle engelen van God Hem aanbidden.

975
00:58:34,350 --> 00:58:38,790
Let erop dat er in de Engelse vertaling
die ik gebruik in vers 6 staat:

976
00:58:38,790 --> 00:58:42,570
Wanneer Hij de Eerstgeborene
opnieuw de wereld binnenbrengt.

977
00:58:42,570 --> 00:58:48,030
De spreker bespreekt het Engelse
‘again’, hier weergegeven als ‘opnieuw’.

978
00:58:48,030 --> 00:58:52,350
Het voorafgaande Nederlandse
citaat heeft ‘vervolgens’.

979
00:58:52,350 --> 00:58:55,410
Sommige mensen denken dat dit
naar de wederkomst verwijst.

980
00:58:55,410 --> 00:58:58,350
Wanneer God Jezus opnieuw
in de wereld brengt,

981
00:58:58,350 --> 00:59:01,470
zal Hij alle engelen Hem laten aanbidden.

982
00:59:01,470 --> 00:59:05,730
Maar het woord ‘opnieuw’ staat in
het Grieks aan het begin van de zin,

983
00:59:05,730 --> 00:59:09,090
alsof er alleen maar staat:
‘Hier is nog een voorbeeld.

984
00:59:09,090 --> 00:59:10,830
Hier is nog een voorbeeld.’

985
00:59:10,830 --> 00:59:14,190
Toen God Jezus in de
wereld bracht, zei Hij:

986
00:59:14,190 --> 00:59:17,370
Laat alle engelen van God Hem aanbidden.

987
00:59:17,370 --> 00:59:21,510
We weten dat de engelen dat deden,
want de herders hoorden hen.

988
00:59:21,510 --> 00:59:23,550
De herders zagen hen.

989
00:59:23,550 --> 00:59:27,210
De engelen verschenen,
een koor dat Jezus aanbad.

990
00:59:27,210 --> 00:59:32,670
En deze uitspraak komt eigenlijk
uit Deuteronomium 32:43.

991
00:59:32,670 --> 00:59:35,610
Maar als je daar kijkt,
zul je verbaasd staan,

992
00:59:35,610 --> 00:59:41,910
want in Deuteronomium 32:43 staat
in onze Bijbel niets wat dit zegt.

993
00:59:41,910 --> 00:59:45,510
De reden is dat hij uit
de Septuaginta citeert.

994
00:59:45,510 --> 00:59:49,710
En de Septuaginta is de Griekse
vertaling van het Hebreeuws.

995
00:59:49,710 --> 00:59:54,150
Het Oude Testament in onze Bijbels
is vertaald uit het Hebreeuws.

996
00:59:54,150 --> 00:59:58,050
En er zijn een paar plaatsen waar
de Septuaginta iets anders luidt

997
00:59:58,050 --> 00:59:59,550
dan het Hebreeuws.

998
00:59:59,550 --> 01:00:04,350
En omdat de schrijver en zijn lezers
allemaal de Septuaginta gebruikten,

999
01:00:04,350 --> 01:00:06,390
kon hij dit vers aanhalen.

1000
01:00:06,390 --> 01:00:09,990
Daar vind je in de Septuaginta
inderdaad de regel:

1001
01:00:09,990 --> 01:00:12,930
Laat alle engelen van God Hem aanbidden.

1002
01:00:12,930 --> 01:00:17,070
En hij past dat toe op het
moment waarop Jezus werd geboren.

1003
01:00:17,070 --> 01:00:21,090
Het lijkt wat vergezocht, vooral
wanneer we naar Deuteronomium

1004
01:00:21,090 --> 01:00:26,130
32:43 kijken en zeggen: ‘Nou,
dat staat er niet eens in.’

1005
01:00:26,130 --> 01:00:30,570
Maar er is een vraag waarmee christenen
zich echt zouden moeten bezighouden:

1006
01:00:30,570 --> 01:00:34,710
zou de Septuaginta nauwkeuriger
kunnen zijn dan het Hebreeuws?

1007
01:00:34,710 --> 01:00:38,250
Je zou kunnen zeggen: ‘Maar
het Hebreeuws is het origineel

1008
01:00:38,250 --> 01:00:40,830
en de Septuaginta is een vertaling.’

1009
01:00:40,830 --> 01:00:45,090
Dat klopt, maar we hebben geen
afschriften van het Hebreeuwse origineel.

1010
01:00:45,090 --> 01:00:46,954
We hebben afschriften van afschriften
van afschriften van afschriften van

1011
01:00:46,954 --> 01:00:48,870
afschriften van het Hebreeuwse origineel.

1012
01:00:48,870 --> 01:00:53,130
Onze Hebreeuwse handschriften
zijn niet de vroegst mogelijke.

1013
01:00:53,130 --> 01:00:57,870
En de Septuaginta werd driehonderd
jaar vóór Christus vertaald.

1014
01:00:57,870 --> 01:01:01,050
We hebben geen Hebreeuwse
handschriften die zo oud zijn.

1015
01:01:01,050 --> 01:01:04,770
Het is mogelijk dat de Septuaginta
in veel gevallen bewaart

1016
01:01:04,770 --> 01:01:07,470
wat er in het oorspronkelijke
Hebreeuws stond.

1017
01:01:07,470 --> 01:01:10,830
Maar onze bestaande Hebreeuwse
handschriften zijn veranderd,

1018
01:01:10,830 --> 01:01:13,650
want wij hebben geen
handschriften die zo oud zijn

1019
01:01:13,650 --> 01:01:17,970
als de handschriften waarover de
vertalers van de Septuaginta beschikten.

1020
01:01:17,970 --> 01:01:19,650
Het is moeilijk te zeggen.

1021
01:01:19,650 --> 01:01:24,090
Hoe dan ook, wanneer we zien dat de
schrijver van Hebreeën de Septuaginta

1022
01:01:24,090 --> 01:01:28,050
citeert en die iets anders
luidt dan onze Hebreeuwse tekst,

1023
01:01:28,050 --> 01:01:32,010
kunnen we in elk geval dit
zeggen: de schrijver van het boek

1024
01:01:32,010 --> 01:01:36,690
geloofde dat de Septuaginta op
zijn minst iets zei wat juist is.

1025
01:01:36,690 --> 01:01:40,710
Of die dichter bij het origineel
staat dan de Hebreeuwse tekst,

1026
01:01:40,710 --> 01:01:42,510
kunnen wij moeilijk weten.

1027
01:01:42,510 --> 01:01:44,670
Maar hij zei in elk geval dat deze

1028
01:01:44,670 --> 01:01:47,430
uitspraak in de
Septuaginta betrouwbaar is.

1029
01:01:47,430 --> 01:01:52,110
God zegt inderdaad tegen alle engelen
van God dat ze Jezus moeten aanbidden.

1030
01:01:52,110 --> 01:01:55,470
Als God tegen de engelen zegt
dat ze Jezus moeten aanbidden,

1031
01:01:55,470 --> 01:02:01,770
betekent dat dus dat Jezus God is, want
niemand mag aanbeden worden behalve God.

1032
01:02:01,770 --> 01:02:05,070
En hij maakt dat duidelijk door
wat er over de engelen wordt gezegd

1033
01:02:05,070 --> 01:02:08,490
tegenover wat er over Jezus
wordt gezegd te stellen.

1034
01:02:08,490 --> 01:02:10,890
In vers 7 zegt hij over de engelen:

1035
01:02:10,890 --> 01:02:15,150
En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene
in de wereld brengt, zegt Hij:

1036
01:02:15,150 --> 01:02:18,510
En laten alle engelen
van God Hem aanbidden.

1037
01:02:18,510 --> 01:02:22,230
En van de engelen zegt Hij
weliswaar: Die Zijn engelen maakt tot

1038
01:02:22,230 --> 01:02:27,810
geesten en Zijn dienaren tot een vuurvlam,
maar tegen de Zoon zegt Hij : Uw troon,

1039
01:02:27,810 --> 01:02:30,930
o God, bestaat in alle eeuwigheid.

1040
01:02:30,930 --> 01:02:34,590
De scepter van Uw koninkrijk
is een scepter van het recht.

1041
01:02:34,590 --> 01:02:38,550
U hebt gerechtigheid lief
en haat ongerechtigheid.

1042
01:02:38,550 --> 01:02:44,850
Daarom heeft Uw God U gezalfd, o God,
met vreugdeolie, boven Uw metgezellen.

1043
01:02:44,850 --> 01:02:48,150
Dit is Psalm 104, vers 4.

1044
01:02:48,150 --> 01:02:52,770
Ook hier is het weer de Septuaginta, en
die luidt iets anders dan onze tekst,

1045
01:02:52,770 --> 01:02:56,370
want het woord voor ‘engelen’
betekent in het Hebreeuws en in

1046
01:02:56,370 --> 01:02:58,410
het Grieks ‘boodschappers’.

1047
01:02:58,410 --> 01:03:01,350
Het woord voor ‘geesten’
kan in het Hebreeuws

1048
01:03:01,350 --> 01:03:04,290
en het Grieks worden
vertaald als ‘winden’.

1049
01:03:04,290 --> 01:03:10,050
Als we Psalm 104, vers 4 opzoeken in de
Engelse Bijbel die ik gebruik, staat er:

1050
01:03:10,050 --> 01:03:13,110
Hij maakt de winden
tot Zijn boodschappers.

1051
01:03:13,110 --> 01:03:18,330
De spreker vergelijkt hier zijn Engelse
Psalmvertaling met de Septuaginta.

1052
01:03:18,330 --> 01:03:22,050
De HSV heeft zelf al
de lezing met engelen,

1053
01:03:22,050 --> 01:03:25,710
geesten en dienaren die tot
vlammend vuur worden gemaakt.

1054
01:03:25,710 --> 01:03:30,030
De tegenstelling die hij vervolgens
bespreekt, is daardoor in de HSV niet op

1055
01:03:30,030 --> 01:03:32,310
dezelfde manier zichtbaar.

1056
01:03:32,310 --> 01:03:35,550
‘Winden’ kan worden
vertaald als ‘geesten’.

1057
01:03:35,550 --> 01:03:38,610
‘Boodschappers’ kan worden
vertaald als ‘engelen’.

1058
01:03:38,610 --> 01:03:40,530
Maar de Septuaginta zegt:

1059
01:03:40,530 --> 01:03:42,810
Hij maakt van de engelen geesten.

1060
01:03:42,810 --> 01:03:47,130
Het is een mogelijke vertaling,
maar die lijkt minder logisch.

1061
01:03:47,130 --> 01:03:51,990
In feite gaat dat gedeelte van Psalm
104 erover dat God soeverein is

1062
01:03:51,990 --> 01:03:54,090
over alle natuurkrachten.

1063
01:03:54,090 --> 01:03:57,450
Er wordt gesproken over
hoe Hij op de wolk rijdt.

1064
01:03:57,450 --> 01:04:00,030
Hij maakt de winden tot Zijn dienaren.

1065
01:04:00,030 --> 01:04:04,230
Hij maakt de vuren, de
vuurvlammen, tot Zijn dienaren.

1066
01:04:04,230 --> 01:04:07,350
De winden zijn Zijn boodschappers.

1067
01:04:07,350 --> 01:04:11,790
Het gaat over deze verschillende
elementen in de natuur en hoe God ze

1068
01:04:11,790 --> 01:04:13,770
benut en gebruikt.

1069
01:04:13,770 --> 01:04:18,930
De Septuaginta maakt dit los van
die context en zegt eenvoudigweg

1070
01:04:18,930 --> 01:04:21,450
dat Hij de engelen tot winden maakt.

1071
01:04:21,450 --> 01:04:25,890
In plaats van te zeggen dat Hij de
vuurvlammen tot Zijn dienaren maakt,

1072
01:04:25,890 --> 01:04:29,130
zoals in Psalm 104 in onze Bijbel staat,

1073
01:04:29,130 --> 01:04:32,910
zegt die dat Hij Zijn dienaren
tot vuurvlammen maakt.

1074
01:04:32,910 --> 01:04:37,590
Het is een vreemde omkering van de
woordvolgorde enzovoort in het Grieks.

1075
01:04:37,590 --> 01:04:40,770
Maar de bedoeling van het
citaat is blijkbaar dit:

1076
01:04:40,770 --> 01:04:44,250
hij gaat zeggen dat Jezus blijvend is.

1077
01:04:44,250 --> 01:04:48,210
Maar winden, vuren,
die zijn niet blijvend.

1078
01:04:48,210 --> 01:04:50,670
Dat zijn voorbijgaande dingen.

1079
01:04:50,670 --> 01:04:55,170
Zijn engelen mogen dan geesten
zijn, maar ze zijn niet God.

1080
01:04:55,170 --> 01:04:58,050
Zijn boodschappers mogen
dan vuurvlammen zijn,

1081
01:04:58,050 --> 01:05:01,710
maar vuur is niet
noodzakelijkerwijs blijvend.

1082
01:05:01,710 --> 01:05:03,510
Jezus is dat wel.

1083
01:05:03,510 --> 01:05:07,350
Dit wordt duidelijk gemaakt
door twee citaten die hij geeft,

1084
01:05:07,350 --> 01:05:11,790
één uit Psalm 45 en één uit Psalm 102.

1085
01:05:11,790 --> 01:05:18,450
Psalm 45, vers 6 tot en met 7,
wordt hier in vers 8 geciteerd:

1086
01:05:18,450 --> 01:05:22,110
Uw troon, o God, bestaat eeuwig en altijd;

1087
01:05:22,110 --> 01:05:25,950
de scepter van Uw Koninkrijk is
een scepter van rechtvaardigheid.

1088
01:05:25,950 --> 01:05:29,490
U hebt gerechtigheid lief
en haat goddeloosheid;

1089
01:05:29,490 --> 01:05:36,150
daarom heeft Uw God U gezalfd, o God,
met vreugdeolie, boven Uw metgezellen.

1090
01:05:36,150 --> 01:05:41,070
Dit levert een moeilijkheid op, want God
spreekt tegen Jezus en noemt Hem God.

1091
01:05:41,070 --> 01:05:42,630
God zegt tegen Jezus:

1092
01:05:42,630 --> 01:05:44,370
Uw troon, God.

1093
01:05:44,370 --> 01:05:47,250
Toch zien we het in het
volgende vers, vers 9:

1094
01:05:47,250 --> 01:05:51,450
U hebt gerechtigheid lief
en haat ongerechtigheid.

1095
01:05:51,450 --> 01:05:57,870
Daarom heeft Uw God U gezalfd, o God,
met vreugdeolie, boven Uw metgezellen.

1096
01:05:57,870 --> 01:06:02,250
Dus Hij noemt Hem God, en toch
spreekt Hij over Zijn God.

1097
01:06:02,250 --> 01:06:06,090
Jezus heeft een God, en Jezus is God.

1098
01:06:06,090 --> 01:06:09,270
Volgens deze man is dit God Die spreekt.

1099
01:06:09,270 --> 01:06:14,190
Tegen de Zoon, dat wil zeggen tegen
Jezus, zegt Hij, dat wil zeggen God:

1100
01:06:14,190 --> 01:06:16,110
Uw troon, God.

1101
01:06:16,110 --> 01:06:19,350
Jezus wordt God genoemd. En toch:

1102
01:06:19,350 --> 01:06:23,910
Jezus, Jouw God heeft Je
gezalfd met de olie van vreugde.

1103
01:06:23,910 --> 01:06:27,570
Dit levert een moeilijkheid op, maar
die moeilijkheid is er net zo goed in de

1104
01:06:27,570 --> 01:06:31,950
oorspronkelijke tekst van de Psalm,
want daar staan die formuleringen ook.

1105
01:06:31,950 --> 01:06:37,110
Bedenk dat Jezus in het Evangelie van
Johannes vaak over Zichzelf sprak als

1106
01:06:37,110 --> 01:06:39,030
één met de Vader, of:

1107
01:06:39,030 --> 01:06:45,150
Jezus zei tegen hem: Ben Ik zo'n lange
tijd bij u, en kent u Mij niet, Filippus?

1108
01:06:45,150 --> 01:06:50,130
Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader
gezien; en hoe kunt u dan zeggen:

1109
01:06:50,130 --> 01:06:51,870
Laat ons de Vader zien?

1110
01:06:51,870 --> 01:06:52,770
of:

1111
01:06:52,770 --> 01:06:56,370
De Vader is in Mij en Ik ben in de Vader.

1112
01:06:56,370 --> 01:07:01,890
In zekere zin is Hij God, maar
Jezus zei ook tegen Maria Magdalena,

1113
01:07:01,890 --> 01:07:05,070
en ook dit staat in het
Evangelie van Johannes:

1114
01:07:05,070 --> 01:07:08,310
Jezus zei tegen haar: Houd Mij niet vast,

1115
01:07:08,310 --> 01:07:10,890
want Ik ben nog niet
opgevaren naar Mijn Vader,

1116
01:07:10,890 --> 01:07:13,890
maar ga naar Mijn
broeders en zeg tegen hen:

1117
01:07:13,890 --> 01:07:19,770
Ik vaar op naar Mijn Vader en uw
Vader, en naar Mijn God en uw God.

1118
01:07:19,770 --> 01:07:22,290
Jezus spreekt over de Vader als Zijn God,

1119
01:07:22,290 --> 01:07:26,430
waarbij Hij ongetwijfeld de
bewoordingen uit deze Psalm gebruikt.

1120
01:07:26,430 --> 01:07:30,630
Hier zijn mysteries waar de schrijver
van Hebreeën alleen op zinspeelt

1121
01:07:30,630 --> 01:07:33,450
en die hij niet verder
probeert uit te leggen.

1122
01:07:33,450 --> 01:07:35,550
Wat verstaat hij hieronder?

1123
01:07:35,550 --> 01:07:40,890
Eén ding dat hij bedoelt, is dat Jezus
God wordt genoemd, maar de engelen niet.

1124
01:07:40,890 --> 01:07:43,890
Zeker, Hij is ondergeschikt
aan Zijn Vader,

1125
01:07:43,890 --> 01:07:46,710
maar Hij is Zelf ook nog steeds goddelijk.

1126
01:07:46,710 --> 01:07:49,170
Dus God noemt Hem God.

1127
01:07:49,170 --> 01:07:55,110
Dan citeert hij hier Psalm
102, in Hebreeën 1:10–12.

1128
01:07:55,110 --> 01:07:58,290
Het woord ‘en’ vult vers 8 aan.

1129
01:07:58,290 --> 01:08:01,950
Tegen de Zoon zegt Hij dit,
en tegen de Zoon zegt Hij dit:

1130
01:08:01,950 --> 01:08:06,390
In het begin hebt U, Heere,
de aarde gegrondvest,

1131
01:08:06,390 --> 01:08:09,390
en de hemelen zijn de
werken van Uw handen.

1132
01:08:09,390 --> 01:08:12,870
Die zullen vergaan, maar U blijft altijd.

1133
01:08:12,870 --> 01:08:15,330
En ze zullen alle
verslijten als een gewaad,

1134
01:08:15,330 --> 01:08:19,710
en als een mantel zult U ze oprollen
en ze zullen verwisseld worden;

1135
01:08:19,710 --> 01:08:24,450
maar U bent Dezelfde en Uw
jaren zullen niet ophouden.

1136
01:08:24,450 --> 01:08:30,570
De spreker leest hier Hebreeën
1:10–12 en bespreekt de aanhaling uit

1137
01:08:30,570 --> 01:08:39,870
Psalm 102:26–28, in de Engelse
nummering Psalm 102:25–27.

1138
01:08:39,870 --> 01:08:44,610
Waar de HSV “Heere” heeft,
zegt de spreker “Jahweh”;

1139
01:08:44,610 --> 01:08:46,830
daarop berust zijn volgende uitleg.

1140
01:08:46,830 --> 01:09:00,450
Dit citaat uit Psalm 102:26–28, in de
Engelse versnummering Psalm 102:25–27,

1141
01:09:00,450 --> 01:09:04,470
is interessant omdat het
tot Jahweh gericht is.

1142
01:09:04,470 --> 01:09:08,910
De schrijver van Hebreeën zegt
dat dit tot Jezus gericht is.

1143
01:09:08,910 --> 01:09:12,810
Het is heel duidelijk, ook zoals
het hier wordt weergegeven.

1144
01:09:12,810 --> 01:09:18,690
U, Jahweh, U, Heer, U bent blijvend.

1145
01:09:18,690 --> 01:09:22,770
Wat is de bedoeling van dit citaat
hier als het niet over Jezus gaat?

1146
01:09:22,770 --> 01:09:25,230
Hij zegt dat het over Hem gaat.

1147
01:09:25,230 --> 01:09:31,770
Tegen de Zoon zegt Hij deze twee dingen,
waarbij hij Psalm 45 en Psalm 102 citeert.

1148
01:09:31,770 --> 01:09:34,830
Dit zijn dingen die de
Vader tegen de Zoon zegt.

1149
01:09:34,830 --> 01:09:38,790
God noemt Hem niet alleen
God, maar ook Jahweh.

1150
01:09:38,790 --> 01:09:41,190
Zo stapelen de argumenten zich op.

1151
01:09:41,190 --> 01:09:43,350
Het begint ermee dat de schrijver zegt dat

1152
01:09:43,350 --> 01:09:48,270
Jezus titels krijgt die geen
enkele engel krijgt: Zoon van God.

1153
01:09:48,270 --> 01:09:51,690
Hij geeft twee voorbeelden.
Maar hij gaat verder.

1154
01:09:51,690 --> 01:09:53,670
Hij wordt zelfs God genoemd.

1155
01:09:53,670 --> 01:09:56,490
Hij wordt zelfs Jahweh genoemd.

1156
01:09:56,490 --> 01:10:00,990
Met andere woorden, het is als een
crescendo van benamingen voor Jezus

1157
01:10:00,990 --> 01:10:06,450
die steeds meer en meer en meer laten zien
hoeveel hoger Hij boven de engelen staat.

1158
01:10:06,450 --> 01:10:11,190
Daarbij wordt ook de leer van de
godheid van Christus stevig onderbouwd.

1159
01:10:11,190 --> 01:10:16,290
Als hij zegt dat God Jezus Jahweh
noemt en dat God Jezus God noemt,

1160
01:10:16,290 --> 01:10:21,390
kun je Jezus moeilijk tot iets minder
dan God maken als God dat niet doet.

1161
01:10:21,390 --> 01:10:23,610
Ten slotte staat er in vers 13:

1162
01:10:23,610 --> 01:10:28,470
En tegen wie van de engelen heeft Hij
ooit gezegd: Zit aan Mijn rechter hand ,

1163
01:10:28,470 --> 01:10:32,250
totdat Ik Uw vijanden neergelegd
heb als een voetbank voor Uw voeten?

1164
01:10:32,250 --> 01:10:35,910
Zijn zij niet allen dienende
geesten, die uitgezonden worden

1165
01:10:35,910 --> 01:10:39,450
ten dienste van hen die de
zaligheid zullen beërven?

1166
01:10:39,450 --> 01:10:42,270
De engelen zijn dus geesten.

1167
01:10:42,270 --> 01:10:45,330
Dienen betekent dienstbaar zijn.

1168
01:10:45,330 --> 01:10:47,610
Het zijn dienende geesten.

1169
01:10:47,610 --> 01:10:49,230
Ze zijn geen zonen.

1170
01:10:49,230 --> 01:10:51,390
Ze zijn geen erfgenamen.

1171
01:10:51,390 --> 01:10:54,090
Ze zijn dienaren in het huis.

1172
01:10:54,090 --> 01:10:56,550
Christus is de Erfgenaam.

1173
01:10:56,550 --> 01:10:59,130
God heeft nooit tegen een engel gezegd:

1174
01:10:59,130 --> 01:11:00,750
Kom rechts van Mij zitten.

1175
01:11:00,750 --> 01:11:02,730
Ik ga Je alles geven.

1176
01:11:02,730 --> 01:11:07,770
Blijf hier naast Mij zitten en regeer
met Mij totdat Ik al Je vijanden aan Je

1177
01:11:07,770 --> 01:11:09,210
voeten heb gelegd.

1178
01:11:09,210 --> 01:11:11,430
Dat is geen belofte aan engelen.

1179
01:11:11,430 --> 01:11:13,410
Die is aan Jezus gedaan.

1180
01:11:13,410 --> 01:11:17,970
Op dit vroege punt in het betoog
wil hij dus het volgende laten zien.

1181
01:11:17,970 --> 01:11:21,750
In de gedachtewereld van de Jood waren
de engelen verbonden met het geven

1182
01:11:21,750 --> 01:11:22,950
van de wet.

1183
01:11:22,950 --> 01:11:25,950
Dat verleende de wet
een grotere waardigheid,

1184
01:11:25,950 --> 01:11:29,010
omdat die niet alleen van
menselijke oorsprong is.

1185
01:11:29,010 --> 01:11:32,730
De engelen waren duidelijk uitgezonden
om op de een of andere manier

1186
01:11:32,730 --> 01:11:36,210
betrokken te zijn bij de
overdracht ervan aan Mozes.

1187
01:11:36,210 --> 01:11:40,230
Dat verleent de wet zeker
waardigheid. Maar wat dan nog?

1188
01:11:40,230 --> 01:11:44,190
De engelen zijn in de verste verte
niet met Jezus te vergelijken,

1189
01:11:44,190 --> 01:11:46,230
en je bent tot Hem gekomen.

1190
01:11:46,230 --> 01:11:51,690
Hoe groot de engelen ook zijn, ze zijn
bij lange na niet zo groot als Jezus.

1191
01:11:51,690 --> 01:11:53,310
Dat is zijn punt.

1192
01:11:53,310 --> 01:11:57,690
Hij haalt deze verschillende
oudtestamentische Schriftplaatsen aan en

1193
01:11:57,690 --> 01:12:01,530
gebruikt daarbij soms teksten
die wij niet zouden bedenken.

1194
01:12:01,530 --> 01:12:05,910
Zelf zou ik er vooral niet op komen
Psalm 102 op Jezus toe te passen,

1195
01:12:05,910 --> 01:12:09,330
omdat daar niet Jezus
staat; er staat Jahweh.

1196
01:12:09,330 --> 01:12:14,970
Maar de schrijver van Hebreeën citeert de
oudtestamentische Schriften ongetwijfeld

1197
01:12:14,970 --> 01:12:17,490
zoals de vroege gemeente ze begreep.

1198
01:12:17,490 --> 01:12:19,950
Hij verdedigt zijn gebruik ervan niet.

1199
01:12:19,950 --> 01:12:25,890
Hij gebruikt het als een gegeven: ‘Je
weet dat God dit tegen Jezus heeft gezegd.

1200
01:12:25,890 --> 01:12:28,410
Daarmee is mijn punt aangetoond.’

1201
01:12:28,410 --> 01:12:33,810
Nou, daarmee is je punt niet aangetoond,
tenzij iedereen het erover eens is dat dat

1202
01:12:33,810 --> 01:12:35,730
tegen Jezus gezegd is.

1203
01:12:35,730 --> 01:12:39,510
Kennelijk gaat hij ervan uit dat
christenen deze Schriftplaatsen zo

1204
01:12:39,510 --> 01:12:41,130
zijn gaan begrijpen.

1205
01:12:41,130 --> 01:12:45,150
Dit is de gebruikelijke uitleg
van de oudtestamentische teksten:

1206
01:12:45,150 --> 01:12:50,130
dat ze over Jezus spreken wanneer
ze op deze manier over God spreken.

1207
01:12:50,130 --> 01:12:53,010
De schrijver is dus nog
niet klaar met de engelen.

1208
01:12:53,010 --> 01:12:56,010
Ze komen in hoofdstuk 2 weer ter sprake.

1209
01:12:56,010 --> 01:13:00,270
Maar er komt een onderbreking,
omdat aan het begin van hoofdstuk 2

1210
01:13:00,270 --> 01:13:03,510
de eerste van zijn
waarschuwingen tegen afval komt.

1211
01:13:03,510 --> 01:13:07,230
Hij onderbreekt zichzelf dus
even, een paar verzen lang,

1212
01:13:07,230 --> 01:13:11,910
en komt daarna terug om zijn betoog af te
maken dat Jezus groter is dan de engelen.
