1
00:00:02,010 --> 00:00:04,410
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,410 --> 00:00:08,070
Deze keer behandelen we Hebreeën 4.

3
00:00:08,070 --> 00:00:11,430
We zijn aangekomen bij
Hebreeën hoofdstuk 4.

4
00:00:11,430 --> 00:00:16,770
Hier gaat het waarschuwende gedeelte
verder dat in hoofdstuk 3 bij vers 7 begon

5
00:00:16,770 --> 00:00:21,570
en dat het grootste deel van hoofdstuk
4 beslaat, tot en met vers 13.

6
00:00:21,570 --> 00:00:25,710
We hebben 13 verzen aan het
einde van hoofdstuk 3 en 13

7
00:00:25,710 --> 00:00:28,230
verzen aan het begin van hoofdstuk 4.

8
00:00:28,230 --> 00:00:32,370
Met 26 verzen is dit een behoorlijk
lange uitweiding ten opzichte

9
00:00:32,370 --> 00:00:34,230
van de hoofdredenering.

10
00:00:34,230 --> 00:00:38,610
De hoofdredenering, waarop in
hoofdstuk 2, vers 17 en 18,

11
00:00:38,610 --> 00:00:43,410
al lijkt te zijn gezinspeeld,
is dat Jezus de Hogepriester is.

12
00:00:43,410 --> 00:00:46,830
Over dat algemene thema zullen
in de rest van het boek allerlei

13
00:00:46,830 --> 00:00:48,330
dingen worden gezegd.

14
00:00:48,330 --> 00:00:52,470
Maar we zien de bezorgdheid van de
schrijver opnieuw naar voren komen in deze

15
00:00:52,470 --> 00:00:55,950
terugkerende waarschuwingen
voor het gevaar van afvallen,

16
00:00:55,950 --> 00:00:58,470
afdrijven of niet verdergaan.

17
00:00:58,470 --> 00:01:03,210
In hoofdstuk 3, vers 7, waar dit
waarschuwende gedeelte begon,

18
00:01:03,210 --> 00:01:07,890
stond een lang citaat van
vijf verzen uit Psalm 95.

19
00:01:07,890 --> 00:01:12,510
Het was een aansporing van de
psalmdichter aan de Joden, de Israëlieten,

20
00:01:12,510 --> 00:01:17,970
van zijn generatie om niet dezelfde
fout te maken als hun voorouders.

21
00:01:17,970 --> 00:01:22,470
Die hadden van God de belofte
gekregen dat ze het Beloofde Land,

22
00:01:22,470 --> 00:01:25,050
Kanaän, zouden beërven.

23
00:01:25,050 --> 00:01:30,270
Deze erfenis in Kanaän werd
beschouwd als een toestand van rust.

24
00:01:30,270 --> 00:01:35,910
In de psalm zegt David dat we niet moeten
zijn zoals die generatie die Gods rust

25
00:01:35,910 --> 00:01:37,770
niet is binnengegaan.

26
00:01:37,770 --> 00:01:43,950
God was zelfs zo boos op hen dat Hij zwoer
dat ze die rust niet zouden binnengaan.

27
00:01:43,950 --> 00:01:47,730
Onze schrijver gaat uit sommige
dingen in de psalm afleiden dat God

28
00:01:47,730 --> 00:01:51,630
zegt dat er op dit late tijdstip
voor ons een gelegenheid is,

29
00:01:51,630 --> 00:01:56,610
misschien voor mensen in elke generatie,
zolang het vandaag genoemd wordt.

30
00:01:56,610 --> 00:02:00,990
Zolang de dagen elkaar opvolgen,
is er altijd een vandaag.

31
00:02:00,990 --> 00:02:05,910
Zolang er een vandaag is,
zoals Psalm 95:7 begint:

32
00:02:05,910 --> 00:02:10,890
Want Hij is onze God en wij zijn het
volk van Zijn weide en de schapen

33
00:02:10,890 --> 00:02:12,390
van Zijn hand.

34
00:02:12,390 --> 00:02:14,850
Heden, indien u Zijn stem hoort,

35
00:02:14,850 --> 00:02:19,410
kunnen we dat ook opvatten als
tot ons gesproken, in onze tijd,

36
00:02:19,410 --> 00:02:22,890
en dus als een aanbod om
Gods rust binnen te gaan.

37
00:02:22,890 --> 00:02:24,870
Ik wil iets verduidelijken.

38
00:02:24,870 --> 00:02:29,730
Ik zei aan het einde van onze vorige
bijeenkomst dat het binnengaan van Kanaän

39
00:02:29,730 --> 00:02:33,450
soms werd aangeduid als het
binnengaan van Gods rust.

40
00:02:33,450 --> 00:02:38,010
Ik wil je de Schriftgedeelten in het Oude
Testament laten zien waar de schrijver aan

41
00:02:38,010 --> 00:02:41,550
denkt en waar Psalm 95 ook aan dacht.

42
00:02:41,550 --> 00:02:47,610
In Deuteronomium hoofdstuk 3, vers
20, zei Mozes in vers 19 en 20:

43
00:02:47,610 --> 00:02:53,250
Alleen uw vrouwen, uw kleine kinderen
en uw vee (ik weet dat u veel vee hebt)

44
00:02:53,250 --> 00:02:57,030
mogen in uw steden blijven,
die ik u gegeven heb.

45
00:02:57,030 --> 00:03:01,590
Pas wanneer de HEERE ook aan uw broeders
rust gegeven heeft, net als aan u,

46
00:03:01,590 --> 00:03:06,330
en ook zij het land in bezit hebben
genomen dat de HEERE, uw God,

47
00:03:06,330 --> 00:03:11,610
hun geven zal aan de overzijde van
de Jordaan, pas dan mag u terugkeren,

48
00:03:11,610 --> 00:03:14,850
eenieder naar zijn bezit,
dat ik u gegeven heb.

49
00:03:14,850 --> 00:03:21,450
Dit zijn instructies die Mozes geeft aan
de halve stam Manasse en aan Gad en Ruben.

50
00:03:21,450 --> 00:03:24,870
Dat waren stammen die zich niet in
het Beloofde Land wilden vestigen.

51
00:03:24,870 --> 00:03:27,750
Ze wilden zich ten oosten
van de Jordaan vestigen,

52
00:03:27,750 --> 00:03:32,550
waar ze hun kamp hadden opgeslagen
voordat ze het Beloofde Land binnengingen.

53
00:03:32,550 --> 00:03:33,930
Mozes zei:

54
00:03:33,930 --> 00:03:38,070
Verder gebood ik u in die
tijd: De HEERE, uw God,

55
00:03:38,070 --> 00:03:41,550
heeft u dit land gegeven
om het in bezit te nemen.

56
00:03:41,550 --> 00:03:46,470
Alle dappere mannen moeten echter
gewapend verdertrekken, voor uw broeders,

57
00:03:46,470 --> 00:03:48,750
de Israëlieten, uit.

58
00:03:48,750 --> 00:03:54,480
Alleen uw vrouwen, uw kleine kinderen
en uw vee (ik weet dat u veel vee hebt)

59
00:03:54,480 --> 00:03:58,410
mogen in uw steden blijven,
die ik u gegeven heb.

60
00:03:58,410 --> 00:04:03,330
Pas wanneer de HEERE ook aan uw broeders
rust gegeven heeft, net als aan u,

61
00:04:03,330 --> 00:04:07,710
en ook zij het land in bezit hebben
genomen dat de HEERE, uw God,

62
00:04:07,710 --> 00:04:12,930
hun geven zal aan de overzijde van
de Jordaan, pas dan mag u terugkeren,

63
00:04:12,930 --> 00:04:16,530
eenieder naar zijn bezit,
dat ik u gegeven heb.

64
00:04:16,530 --> 00:04:18,330
Maar let erop dat hij zegt:

65
00:04:18,330 --> 00:04:21,810
Totdat de Heer jullie
broeders rust heeft gegeven.

66
00:04:21,810 --> 00:04:26,670
Rust van oorlog, rust van
strijd, rust van reizen.

67
00:04:26,670 --> 00:04:31,110
Wanneer ze zich kunnen vestigen, dat is
het binnengaan van het Beloofde Land.

68
00:04:31,110 --> 00:04:35,730
Voor een generatie die 40 jaar heeft
rondgezworven, klinkt dat heel goed:

69
00:04:35,730 --> 00:04:40,650
eindelijk rusten, zich vestigen en
niet steeds verder hoeven zwerven.

70
00:04:40,650 --> 00:04:46,590
In hoofdstuk 12 van Deuteronomium, vers
9, zegt Mozes tegen de Israëlieten:

71
00:04:46,590 --> 00:04:51,510
Want u bent tot nu toe nog niet gekomen
in de rust en in het erfelijk bezit dat de

72
00:04:51,510 --> 00:04:54,630
HEERE, uw God, u geven zal.

73
00:04:54,630 --> 00:04:57,330
Opnieuw een verwijzing
naar Kanaän als de rust.

74
00:04:57,330 --> 00:05:01,710
In Deuteronomium 25:19 staat:

75
00:05:01,710 --> 00:05:07,950
Als de HEERE, uw God, u rust gegeven
heeft van al uw vijanden van rondom,

76
00:05:07,950 --> 00:05:11,910
in het land dat de HEERE, uw God, u als

77
00:05:11,910 --> 00:05:14,970
erfelijk bezit geeft om
dat in bezit te nemen,

78
00:05:14,970 --> 00:05:20,670
moet het zó zijn dat u de gedachtenis
aan Amalek van onder de hemel uitwist.

79
00:05:20,670 --> 00:05:22,050
Vergeet het niet!

80
00:05:22,050 --> 00:05:23,190
enzovoort.

81
00:05:23,190 --> 00:05:28,050
Het binnengaan van het land Kanaän wordt
dus het binnengaan van rust genoemd.

82
00:05:28,050 --> 00:05:33,270
Ook in Jozua 1:13 zien we het
thema rust nog steeds in de

83
00:05:33,270 --> 00:05:36,450
context van het binnengaan
van het land Kanaän.

84
00:05:36,450 --> 00:05:38,730
Jozua 1:13:

85
00:05:38,730 --> 00:05:44,550
Denk aan het woord dat Mozes, de dienaar
van de HEERE, u geboden heeft: De HEERE,

86
00:05:44,550 --> 00:05:48,750
uw God, geeft u rust,
en Hij geeft u dit land.

87
00:05:48,750 --> 00:05:53,970
Psalm 95 zegt dat God zei dat Hij
de Israëlieten die niet geloofden

88
00:05:53,970 --> 00:05:57,870
Zijn rust niet zou laten binnengaan,
dat wil zeggen, het land.

89
00:05:57,870 --> 00:06:01,650
In hoofdstuk 4 van Hebreeën wil
de schrijver een beetje spelen met

90
00:06:01,650 --> 00:06:03,450
dit woord ‘rust’.

91
00:06:03,450 --> 00:06:06,450
Hij ziet het binnengaan van
Israël in het Beloofde Land

92
00:06:06,450 --> 00:06:09,210
als een type van wat christenen ervaren.

93
00:06:09,210 --> 00:06:13,050
Paulus zag Israëls omzwervingen
in de woestijn en dergelijke

94
00:06:13,050 --> 00:06:16,050
ook als een onderdeel van
wat christenen ervaren.

95
00:06:16,050 --> 00:06:19,110
In 1 Korinthe 10, de eerste 11 verzen,

96
00:06:19,110 --> 00:06:22,470
spreekt Paulus erover hoe onze
vaderen uit Egypte kwamen.

97
00:06:22,470 --> 00:06:26,970
En ik wil niet, broeders, dat u er geen
weet van hebt dat onze vaderen allen onder

98
00:06:26,970 --> 00:06:30,150
de wolk waren en allen
door de zee zijn gegaan,

99
00:06:30,150 --> 00:06:33,930
en dat allen in Mozes gedoopt
zijn in de wolk en in de zee,

100
00:06:33,930 --> 00:06:37,230
en allen hetzelfde geestelijke
voedsel gegeten hebben,

101
00:06:37,230 --> 00:06:40,830
en allen dezelfde geestelijke
drank gedronken hebben.

102
00:06:40,830 --> 00:06:44,910
Zij dronken namelijk uit een
geestelijke rots, die hen volgde;

103
00:06:44,910 --> 00:06:47,070
en die rots was Christus.

104
00:06:47,070 --> 00:06:50,670
Maar in de meesten van hen heeft
God geen welgevallen gehad,

105
00:06:50,670 --> 00:06:53,490
want zij zijn neergeveld in de woestijn.

106
00:06:53,490 --> 00:06:56,670
En deze dingen zijn gebeurd
als voorbeelden voor ons,

107
00:06:56,670 --> 00:07:01,470
opdat wij niet zouden verlangen naar kwade
dingen, zoals ook zij verlangd hebben.

108
00:07:01,470 --> 00:07:06,750
En word geen afgodendienaars zoals
sommigen van hen, zoals geschreven staat:

109
00:07:06,750 --> 00:07:12,570
Het volk ging zitten om te eten en te
drinken en zij stonden op om te feesten.

110
00:07:12,570 --> 00:07:15,090
En laten wij geen hoererij bedrijven,

111
00:07:15,090 --> 00:07:17,910
zoals sommigen van hen
hoererij bedreven hebben,

112
00:07:17,910 --> 00:07:21,270
en op één dag vielen er
drieëntwintigduizend.

113
00:07:21,270 --> 00:07:25,770
En laten wij Christus niet verzoeken,
zoals ook sommigen van hen Hem verzocht

114
00:07:25,770 --> 00:07:28,950
hebben en door de slangen omgekomen zijn.

115
00:07:28,950 --> 00:07:32,490
En mor niet, zoals ook
sommigen van hen gemord hebben

116
00:07:32,490 --> 00:07:35,310
en omgekomen zijn door de verderver.

117
00:07:35,310 --> 00:07:39,451
Al deze dingen nu zijn hun
overkomen als voorbeelden voor ons ,

118
00:07:39,451 --> 00:07:42,390
en ze zijn beschreven tot
waarschuwing voor ons,

119
00:07:42,390 --> 00:07:45,270
over wie het einde van
de eeuwen gekomen is.

120
00:07:45,270 --> 00:07:47,970
Hij zei dat ze in de wolk gedoopt werden.

121
00:07:47,970 --> 00:07:50,250
In al die dingen waren ze een type.

122
00:07:50,250 --> 00:07:55,110
Dat is het eigenlijke woord dat
Paulus in 1 Korinthe 10:6 gebruikt.

123
00:07:55,110 --> 00:07:56,730
Deze dingen waren een type.

124
00:07:56,730 --> 00:08:00,990
In onze Engelse Bijbel staat
misschien ‘examples for us’,

125
00:08:00,990 --> 00:08:03,810
maar het woord in het Grieks is ‘type’.

126
00:08:03,810 --> 00:08:08,430
Het vertrek van de kinderen van Israël
uit het land Egypte, de woestijn in,

127
00:08:08,430 --> 00:08:11,550
was dus werkelijk een
beeld van ons eigen behoud.

128
00:08:11,550 --> 00:08:17,010
Vervolgens zei Paulus in de volgende
vijf verzen of zo in 1 Korinthe 10:

129
00:08:17,010 --> 00:08:19,950
Maar God was niet met
hen allemaal tevreden.

130
00:08:19,950 --> 00:08:22,830
En hij zegt dat we niet
zoals zij willen zijn.

131
00:08:22,830 --> 00:08:26,010
want al die dingen
overkwamen hun als een type.

132
00:08:26,010 --> 00:08:30,750
Hij gebruikt het woord ‘type’
opnieuw in 1 Korinthe 10:11.

133
00:08:30,750 --> 00:08:35,550
Opnieuw, ik denk dat er in onze Engelse
Bijbel misschien ‘example’ staat,

134
00:08:35,550 --> 00:08:38,070
maar het Griekse woord is ‘type’.

135
00:08:38,070 --> 00:08:41,070
Israëls ervaringen met
de bevrijding uit Egypte,

136
00:08:41,070 --> 00:08:44,910
de omzwervingen in de woestijn en
kennelijk ook het binnengaan van het

137
00:08:44,910 --> 00:08:48,870
beloofde land worden in het Nieuwe
Testament allemaal gezien als

138
00:08:48,870 --> 00:08:54,210
typen die een voorafschaduwing zijn van
een geestelijke weldaad voor de gelovige.

139
00:08:54,210 --> 00:08:58,410
Dat is het uitgangspunt dat we bij onze
schrijver zullen zien wanneer we bij

140
00:08:58,410 --> 00:09:00,090
hoofdstuk 4 komen.

141
00:09:00,090 --> 00:09:03,210
Aan het einde van
hoofdstuk 3 wijst hij erop

142
00:09:03,210 --> 00:09:08,430
dat die generatie die uit Egypte
kwam, die rust niet kon binnengaan,

143
00:09:08,430 --> 00:09:12,450
Kanaän niet kon binnengaan,
vanwege hun ongeloof.

144
00:09:12,450 --> 00:09:14,010
Nu gaat hij verder:

145
00:09:14,010 --> 00:09:16,770
Laten wij er dan beducht
voor zijn dat iemand van

146
00:09:16,770 --> 00:09:21,690
u ooit schijnt achter te blijven, terwijl
de belofte om in Zijn rust binnen te gaan

147
00:09:21,690 --> 00:09:23,190
nog van kracht is.

148
00:09:23,190 --> 00:09:27,630
Want ook aan ons is het Evangelie
verkondigd, evenals aan hen.

149
00:09:27,630 --> 00:09:30,870
Maar het gepredikte woord
bracht hun geen voordeel,

150
00:09:30,870 --> 00:09:34,650
omdat het niet met geloof gepaard
ging bij hen die het hoorden.

151
00:09:34,650 --> 00:09:38,190
Wij die tot geloof gekomen zijn,
gaan immers de rust binnen,

152
00:09:38,190 --> 00:09:42,570
zoals Hij gezegd heeft: Daarom
heb Ik in Mijn toorn gezworen:

153
00:09:42,570 --> 00:09:45,270
Mijn rust zullen zij niet binnengaan!

154
00:09:45,270 --> 00:09:50,130
En dat terwijl Zijn werken al sinds de
grondlegging van de wereld voltooid zijn.

155
00:09:50,130 --> 00:09:52,770
Dat is de laatste regel van vers 3.

156
00:09:52,770 --> 00:09:56,790
Want Hij heeft ergens over de
zevende dag als volgt gesproken:

157
00:09:56,790 --> 00:10:01,530
En God heeft op de zevende
dag van al Zijn werken gerust.

158
00:10:01,530 --> 00:10:04,470
Opnieuw zegt hij niet welke plaats dat is,

159
00:10:04,470 --> 00:10:08,310
hoewel je bij deze tekst haast
wel moest weten waar hij staat.

160
00:10:08,310 --> 00:10:12,810
Hij heeft het tot nu toe gehad over
het binnengaan van Kanaän als de rust.

161
00:10:12,810 --> 00:10:17,190
Maar nu brengt hij hier terloops een
andere plaats ter sprake die over rust

162
00:10:17,190 --> 00:10:22,170
spreekt: dat God op de zevende
dag rustte van al Zijn werken.

163
00:10:22,170 --> 00:10:24,990
Dat kunnen we hier ook in
onze gedachtegang verweven,

164
00:10:24,990 --> 00:10:27,630
en dat zal hij op een
interessante manier doen.

165
00:10:27,630 --> 00:10:32,070
Maar nu worden er twee soorten rust
uit het Oude Testament genoemd.

166
00:10:32,070 --> 00:10:37,170
De ene is Gods rust, waarbij God
rustte op de sabbat, de zevende dag,

167
00:10:37,170 --> 00:10:40,770
en de andere is de rust die
God aan Zijn volk geeft.

168
00:10:40,770 --> 00:10:45,270
Deze twee zijn volgens mij in de gedachten
van de schrijver met elkaar verbonden.

169
00:10:45,270 --> 00:10:48,750
God Zelf rust, en Hij geeft ons rust.

170
00:10:48,750 --> 00:10:52,230
De sabbat is het beeld van God Die rust.

171
00:10:52,230 --> 00:10:55,470
Kanaän is het beeld
van Gods volk dat rust.

172
00:10:55,470 --> 00:10:59,010
Hij brengt dat ter sprake, en dan vers 5:

173
00:10:59,010 --> 00:11:04,410
En op deze plaats opnieuw: Zij
zullen Mijn rust niet binnengaan!

174
00:11:04,410 --> 00:11:06,210
Of, in het Hebreeuws:

175
00:11:06,210 --> 00:11:08,130
Als ze Mijn rust binnengaan.

176
00:11:08,130 --> 00:11:11,550
Omdat dus het feit blijft dat
sommigen deze rust binnengaan,

177
00:11:11,550 --> 00:11:14,670
en dat zij aan wie het
Evangelie eerst verkondigd was,

178
00:11:14,670 --> 00:11:18,090
niet binnengegaan zijn
vanwege hun ongehoorzaamheid,

179
00:11:18,090 --> 00:11:21,570
Trouwens, het laatste vers van hoofdstuk 3

180
00:11:21,570 --> 00:11:24,990
zegt dat ze niet binnengingen
vanwege ongeloof.

181
00:11:24,990 --> 00:11:29,610
Hier staat dat ze niet binnengingen
vanwege ongehoorzaamheid.

182
00:11:29,610 --> 00:11:32,790
Opnieuw worden deze termen
door elkaar gebruikt.

183
00:11:32,790 --> 00:11:36,390
bepaalt Hij opnieuw een
zekere dag, namelijk heden,

184
00:11:36,390 --> 00:11:41,190
wanneer Hij zo lange tijd daarna door
David zegt (zoals al eerder gezegd is):

185
00:11:41,190 --> 00:11:45,930
Heden, als u Zijn stem hoort,
verhard dan uw hart niet.

186
00:11:45,930 --> 00:11:52,110
Daarmee wordt bedoeld: in de tijd van
David, toen Psalm 95 werd geschreven.

187
00:11:52,110 --> 00:11:54,090
Daar verwijst hij naar:

188
00:11:54,090 --> 00:11:57,930
bepaalt Hij opnieuw een
zekere dag, namelijk heden,

189
00:11:57,930 --> 00:12:03,090
wanneer Hij zo lange tijd daarna door
David zegt (zoals al eerder gezegd is):

190
00:12:03,090 --> 00:12:07,710
Heden, als u Zijn stem hoort,
verhard dan uw hart niet.

191
00:12:07,710 --> 00:12:10,710
Want als Jozua hen al
in de rust gebracht had,

192
00:12:10,710 --> 00:12:14,430
zou God daarna niet gesproken
hebben over een andere dag.

193
00:12:14,430 --> 00:12:19,410
**Verwijzing gecontroleerd:**
de spreker noemde Psalmen 95,

194
00:12:19,410 --> 00:12:23,490
maar de bewoording is Hebreeën 4:7-8.

195
00:12:23,490 --> 00:12:25,650
Nu staat er in de King James:

196
00:12:25,650 --> 00:12:28,050
‘Als Jezus hun rust had gegeven.’

197
00:12:28,050 --> 00:12:32,130
Maar Jezus is de Griekse
vorm van de naam Jozua.

198
00:12:32,130 --> 00:12:35,430
Het is duidelijk dat de
schrijver naar Jozua verwijst.

199
00:12:35,430 --> 00:12:40,950
Als Jozua hun de rust had gegeven door hen
Kanaän binnen te brengen, dat wil zeggen,

200
00:12:40,950 --> 00:12:45,510
de uiteindelijke rust, dan zou het
niet nodig zijn geweest dat David

201
00:12:45,510 --> 00:12:48,390
vijfhonderd jaar later sprak
over het binnengaan van de rust

202
00:12:48,390 --> 00:12:50,190
door zijn generatie.

203
00:12:50,190 --> 00:12:52,170
Dat is wat deze schrijver betoogt.

204
00:12:52,170 --> 00:12:58,470
Hij zegt dat wanneer David ‘Heden’ zei,
dat lang na de verovering van Kanaän was,

205
00:12:58,470 --> 00:13:00,450
lang na de tijd van Jozua.

206
00:13:00,450 --> 00:13:04,170
In de tijd van Jozua gingen
ze inderdaad de rust binnen.

207
00:13:04,170 --> 00:13:07,350
Ze kwamen inderdaad in de rust van Kanaän.

208
00:13:07,350 --> 00:13:11,430
Maar de schrijver zegt dat God
meer op het oog moet hebben gehad

209
00:13:11,430 --> 00:13:13,830
dan alleen de rust van Kanaän.

210
00:13:13,830 --> 00:13:19,530
Waarom vinden we dan zoveel later, na zo'n
lange tijd, nog steeds dit woord ‘Heden’?

211
00:13:19,530 --> 00:13:24,750
Hij betoogt dus dat er inderdaad een rust
was waarin Jozua het volk binnenbracht.

212
00:13:24,750 --> 00:13:27,990
Maar dat is niet de rust
waarover de psalmdichter spreekt,

213
00:13:27,990 --> 00:13:33,450
want de psalmdichter deed zijn uitspraak
veel later, na de tijd van Jozua.

214
00:13:33,450 --> 00:13:36,090
Daarom moet er een andere rust zijn.

215
00:13:36,090 --> 00:13:38,490
Dat is zijn punt in vers 9.

216
00:13:38,490 --> 00:13:42,090
Er blijft dus nog een sabbatsrust
over voor het volk van God,

217
00:13:42,090 --> 00:13:46,770
want wie Zijn rust binnengegaan is, die
heeft zelf ook van zijn werken gerust,

218
00:13:46,770 --> 00:13:48,630
zoals God van de Zijne.

219
00:13:48,630 --> 00:13:51,690
Laten wij ons dan beijveren
om die rust binnen te gaan,

220
00:13:51,690 --> 00:13:55,470
opdat niemand door het volgen van
dit voorbeeld van ongehoorzaamheid

221
00:13:55,470 --> 00:13:56,970
ten val zal komen.

222
00:13:56,970 --> 00:14:01,050
Dit is een bijzonder mooi gedeelte,
de verzen 9 tot en met 11.

223
00:14:01,050 --> 00:14:04,950
Maar hier komen we bij een vraag waarop
niet alle uitleggers hetzelfde antwoord

224
00:14:04,950 --> 00:14:07,350
geven. Wanneer hij zegt:

225
00:14:07,350 --> 00:14:10,230
Er blijft rust over voor het volk van God.

226
00:14:10,230 --> 00:14:14,850
is het woord voor ‘rust’ daar in
vers 9, en alleen in dat vers,

227
00:14:14,850 --> 00:14:19,770
een Grieks woord dat het houden van de
sabbat betekent. Letterlijk staat er:

228
00:14:19,770 --> 00:14:23,310
Het volk van God kan dus
nog steeds de sabbat vieren.

229
00:14:23,310 --> 00:14:26,550
Op de andere plaatsen waar
het woord ‘rust’ voorkomt,

230
00:14:26,550 --> 00:14:27,930
staat niet hetzelfde woord.

231
00:14:27,930 --> 00:14:31,890
Maar hier staat het woord voor
‘het houden van de sabbat’.

232
00:14:31,890 --> 00:14:35,550
Dit woord heeft bepaalde
christenen, vooral sabbatariërs,

233
00:14:35,550 --> 00:14:40,230
er natuurlijk toe gebracht te geloven dat
de sabbatviering van het Oude Testament

234
00:14:40,230 --> 00:14:42,510
verplicht is voor christenen.

235
00:14:42,510 --> 00:14:47,310
Dit houden van de sabbat blijft
bestaan, ook nu voor christenen.

236
00:14:47,310 --> 00:14:50,730
Dit is zo ongeveer het enige
vers in het Nieuwe Testament

237
00:14:50,730 --> 00:14:53,610
dat zelfs maar bruikbaar
zou zijn om te zeggen dat

238
00:14:53,610 --> 00:14:57,630
christenen de sabbat moeten
houden. Maar zegt het dat ook?

239
00:14:57,630 --> 00:15:02,910
Hij heeft een paar verzen eerder, in
vers 4, de sabbattekst uit Genesis 2,

240
00:15:02,910 --> 00:15:06,270
vers 1 tot en met 3, al aangehaald.

241
00:15:06,270 --> 00:15:09,750
Die gaat over God Die op
de zevende dag rustte.

242
00:15:09,750 --> 00:15:12,870
Hij vergelijkt dat enigszins
met de rust in Kanaän,

243
00:15:12,870 --> 00:15:15,930
of brengt het daar in
elk geval mee in verband.

244
00:15:15,930 --> 00:15:21,090
Zoals de rust in Kanaän een voorafbeelding
en een schaduw van iets anders was,

245
00:15:21,090 --> 00:15:24,930
zo is ook de sabbatsrust waarnaar
hij verwijst bedoeld als een

246
00:15:24,930 --> 00:15:28,110
voorafbeelding en een
schaduw van iets anders.

247
00:15:28,110 --> 00:15:33,330
Hij zegt niet dat wij noodzakelijkerwijs
de sabbatdag op de Joodse manier houden.

248
00:15:33,330 --> 00:15:36,930
Maar er is iets wat wij doen
dat daarmee overeenkomt.

249
00:15:36,930 --> 00:15:40,230
Voor het geval iemand vindt
dat ik de bewoording van deze

250
00:15:40,230 --> 00:15:44,670
passage niet serieus genoeg neem, vestig
ik je aandacht op een soortgelijke

251
00:15:44,670 --> 00:15:48,030
uitspraak van Paulus in 1 Korinthe 5.

252
00:15:48,030 --> 00:15:51,270
In 1 Korinthe 5, vers 7, staat:

253
00:15:51,270 --> 00:15:56,190
Verwijder dan het oude zuurdeeg,
opdat u een nieuw deeg zult zijn.

254
00:15:56,190 --> 00:16:02,190
U bent immers ongezuurd, want ook ons
Paaslam is voor ons geslacht: Christus.

255
00:16:02,190 --> 00:16:08,970
Daarop volgt de aansporing: ‘Laten we
het feest vieren.’ Welk feest? Pascha.

256
00:16:08,970 --> 00:16:10,530
Jezus is ons Pascha.

257
00:16:10,530 --> 00:16:14,490
Het Pascha is geofferd, dus
laten we het feest vieren.

258
00:16:14,490 --> 00:16:16,050
Welk feest was dat?

259
00:16:16,050 --> 00:16:18,570
Het Feest van de ongezuurde broden.

260
00:16:18,570 --> 00:16:23,370
Volgens het Joodse ritueel werd het Pascha
op de eerste dag van een week geslacht,

261
00:16:23,370 --> 00:16:27,390
en de rest van de week was het
Feest van de ongezuurde broden.

262
00:16:27,390 --> 00:16:29,490
Paulus gebruikt die beeldspraak.

263
00:16:29,490 --> 00:16:33,090
Laten wij dus feestvieren,
niet met oud zuurdeeg,

264
00:16:33,090 --> 00:16:36,330
ook niet met zuurdeeg van
slechtheid en boosaardigheid,

265
00:16:36,330 --> 00:16:40,350
maar met ongezuurde broden
van oprechtheid en waarheid.

266
00:16:40,350 --> 00:16:44,490
En nu? Dan komt het Feest
van de ongezuurde broden.

267
00:16:44,490 --> 00:16:46,530
Laten we dat feest vieren.

268
00:16:46,530 --> 00:16:51,210
Paulus zegt duidelijk dat we het Feest
van de ongezuurde broden moeten vieren.

269
00:16:51,210 --> 00:16:54,210
Wanneer hij zegt: ‘Laten
we het feest vieren’,

270
00:16:54,210 --> 00:16:56,850
kan hij op geen ander feest doelen.

271
00:16:56,850 --> 00:16:59,790
Zelfs wat hij daarna
zegt, maakt dat duidelijk.

272
00:16:59,790 --> 00:17:03,390
Hij bedoelt inderdaad het
Feest van de ongezuurde broden.

273
00:17:03,390 --> 00:17:07,770
Maar zegt dit dat christenen het
Joodse Feest van de ongezuurde

274
00:17:07,770 --> 00:17:09,330
broden moeten vieren?

275
00:17:09,330 --> 00:17:12,030
Nee, daar is hij heel duidelijk over.

276
00:17:12,030 --> 00:17:17,010
We hebben het over ons onthouden van het
zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid,

277
00:17:17,010 --> 00:17:19,470
niet over letterlijke gist in huis.

278
00:17:19,470 --> 00:17:24,030
We moeten leven met de ongezuurde
broden van oprechtheid en waarheid.

279
00:17:24,030 --> 00:17:28,110
Hij gaf er een geestelijke
betekenis aan. Wanneer hij zegt:

280
00:17:28,110 --> 00:17:33,210
Laten we het feest vieren, dat wil zeggen
het Feest van de ongezuurde broden,

281
00:17:33,210 --> 00:17:36,510
bedoelt hij dat we de geestelijke
betekenis van het feest in

282
00:17:36,510 --> 00:17:38,070
praktijk moeten brengen.

283
00:17:38,070 --> 00:17:41,490
De Joden vieren het feest
op een rituele manier.

284
00:17:41,490 --> 00:17:44,970
Wij vieren het feest ook, maar wij
brengen de geestelijke vervulling

285
00:17:44,970 --> 00:17:46,290
ervan in praktijk.

286
00:17:46,290 --> 00:17:49,470
Iemand zou Paulus zo kunnen
opvatten als hij dat wilde,

287
00:17:49,470 --> 00:17:51,270
maar dan zou hij het mis hebben.

288
00:17:51,270 --> 00:17:54,390
Hij zou kunnen aannemen dat
Paulus zegt dat christenen

289
00:17:54,390 --> 00:17:57,210
werkelijk de Joodse feesten
zouden moeten vieren.

290
00:17:57,210 --> 00:17:59,130
Want Paulus zegt hier immers:

291
00:17:59,130 --> 00:18:03,150
Verwijder dan het oude zuurdeeg,
opdat u een nieuw deeg zult zijn.

292
00:18:03,150 --> 00:18:08,850
U bent immers ongezuurd, want ook ons
Paaslam is voor ons geslacht: Christus.

293
00:18:08,850 --> 00:18:12,150
Laten wij dus feestvieren,
niet met oud zuurdeeg,

294
00:18:12,150 --> 00:18:15,510
ook niet met zuurdeeg van
slechtheid en boosaardigheid,

295
00:18:15,510 --> 00:18:19,950
maar met ongezuurde broden
van oprechtheid en waarheid.

296
00:18:19,950 --> 00:18:23,550
en dat staat in de context
van Jezus, ons Pascha.

297
00:18:23,550 --> 00:18:27,270
Het moet dus het Feest van
de ongezuurde broden zijn.

298
00:18:27,270 --> 00:18:30,150
Hij noemt zelfs ongezuurde broden.

299
00:18:30,150 --> 00:18:32,490
Hij noemt zelfs zuurdeeg.

300
00:18:32,490 --> 00:18:36,450
Maar de manier waarop hij het noemt,
maakt duidelijk dat hij het heeft over een

301
00:18:36,450 --> 00:18:41,790
geestelijk Feest van de ongezuurde
broden, over geestelijk zuurdeeg.

302
00:18:41,790 --> 00:18:45,450
Je vermijdt het zuurdeeg van
slechtheid en boosaardigheid,

303
00:18:45,450 --> 00:18:50,610
en je leidt een leven van ongezuurde
broden, van oprechtheid en waarheid.

304
00:18:50,610 --> 00:18:53,910
Het is duidelijk dat, hoewel
het klinkt alsof hij zegt:

305
00:18:53,910 --> 00:18:57,510
‘Laten we het Joodse feest
vieren’, hij bedoelt dat wij,

306
00:18:57,510 --> 00:19:02,970
zoals de Joden het rituele feest vieren,
het feest op onze manier zullen vieren,

307
00:19:02,970 --> 00:19:04,830
op de geestelijke manier.

308
00:19:04,830 --> 00:19:09,690
Het ritueel was een voorafbeelding
en een schaduw van iets geestelijks.

309
00:19:09,690 --> 00:19:13,950
Wij zullen het feest vieren naar
de geestelijke betekenis ervan,

310
00:19:13,950 --> 00:19:18,390
door slechtheid en boosaardigheid
te vermijden en in oprechtheid en

311
00:19:18,390 --> 00:19:20,010
waarheid te leven.

312
00:19:20,010 --> 00:19:21,870
Dat is het vermijden van het zuurdeeg.

313
00:19:21,870 --> 00:19:23,790
Wanneer de schrijver hier zegt:

314
00:19:23,790 --> 00:19:27,030
Er blijft dus nog een sabbatsrust
over voor het volk van God,

315
00:19:27,030 --> 00:19:30,690
bedoelt hij niet noodzakelijkerwijs
de rituele sabbat.

316
00:19:30,690 --> 00:19:34,170
Hij vergelijkt immers de sabbat
van het Oude Testament met het

317
00:19:34,170 --> 00:19:36,030
binnengaan van Kanaän.

318
00:19:36,030 --> 00:19:37,470
Hij laat het binnengaan van

319
00:19:37,470 --> 00:19:41,010
Kanaän duidelijk overeenkomen
met iets geestelijks.

320
00:19:41,010 --> 00:19:44,190
De sabbat komt dus overeen
met iets geestelijks.

321
00:19:44,190 --> 00:19:49,410
Hij heeft twee vormen van rust uit het
Oude Testament, die letterlijk rust waren.

322
00:19:49,410 --> 00:19:53,130
Maar die twee worden samengebracht
om te spreken over de rust

323
00:19:53,130 --> 00:19:55,470
of de sabbat die wij houden.

324
00:19:55,470 --> 00:19:57,630
Welke sabbat houden wij?

325
00:19:57,630 --> 00:20:00,450
Zelfs daarover bestaat
verschil van mening.

326
00:20:00,450 --> 00:20:04,110
Ook onder degenen die dit vers niet
gebruiken om te bewijzen dat je de sabbat

327
00:20:04,110 --> 00:20:08,730
moet houden, bestaan nog twee opvattingen
over de rust waarop hij doelt.

328
00:20:08,730 --> 00:20:12,030
Eén opvatting is dat hij
het over de hemel heeft.

329
00:20:12,030 --> 00:20:16,290
Dit is zelfs de opvatting die ik
het vaakst bij uitleggers tegenkom.

330
00:20:16,290 --> 00:20:19,050
Ik denk niet dat het
de beste opvatting is.

331
00:20:19,050 --> 00:20:24,210
Maar uitleggers van Hebreeën lijken
deze rust heel vaak, zo niet altijd,

332
00:20:24,210 --> 00:20:26,610
te betrekken op het naar de hemel gaan.

333
00:20:26,610 --> 00:20:30,510
Met andere woorden, er is een
rust aan het einde van ons leven.

334
00:20:30,510 --> 00:20:33,750
Er zijn wel argumenten voor
die opvatting aan te voeren.

335
00:20:33,750 --> 00:20:36,870
Stel dat de uittocht van de
Israëlieten uit Egypte in

336
00:20:36,870 --> 00:20:39,990
1 Korinthe 10 overeenkomt met ons behoud.

337
00:20:39,990 --> 00:20:45,150
En stel dat hun verplichting om tijdens
de veertig jaar rondzwerven afgoderij en

338
00:20:45,150 --> 00:20:48,270
ontucht te vermijden
ons leven nu voorstelt.

339
00:20:48,270 --> 00:20:51,150
Wat beeldt het oversteken
van de Jordaan dan uit,

340
00:20:51,150 --> 00:20:54,930
vanuit de woestijn het
beloofde land in? De dood?

341
00:20:54,930 --> 00:20:58,950
Als het rondzwerven in de woestijn
ons huidige leven voorstelt,

342
00:20:58,950 --> 00:21:00,630
wat komt er dan na dit leven?

343
00:21:00,630 --> 00:21:02,730
Wanneer zij Kanaän binnengaan?

344
00:21:02,730 --> 00:21:04,770
Wanneer wij naar de hemel gaan?

345
00:21:04,770 --> 00:21:08,670
Veel mensen zien de rust waar deze
schrijver en Paulus het over hebben

346
00:21:08,670 --> 00:21:11,970
als het binnengaan van de
hemel wanneer we sterven.

347
00:21:11,970 --> 00:21:15,930
Juist die veronderstelling heeft
veel christelijke literatuur en

348
00:21:15,930 --> 00:21:18,030
veel kerkliederen gevormd.

349
00:21:18,030 --> 00:21:22,290
In De Christenreis staat het
oversteken van de Jordaan bijvoorbeeld

350
00:21:22,290 --> 00:21:26,670
voor het gaan naar de hemelse
stad, het beloofde land, de hemel.

351
00:21:26,670 --> 00:21:28,950
Dat is in het verhaal van De Christenreis

352
00:21:28,950 --> 00:21:32,550
het moment waarop de christen
sterft en naar de hemel gaat.

353
00:21:32,550 --> 00:21:37,110
Veel gezangen spreken over het oversteken
van de Jordaan, waarmee ze bedoelen:

354
00:21:37,110 --> 00:21:41,550
‘Wanneer ik sterf, zal ik de Jordaan
oversteken en in het beloofde land in

355
00:21:41,550 --> 00:21:42,990
de hemel zijn.’

356
00:21:42,990 --> 00:21:45,930
Het is onder christenen heel
gebruikelijk om deze rust,

357
00:21:45,930 --> 00:21:50,010
die we binnengaan door de Jordaan over
te steken en het beloofde land binnen te

358
00:21:50,010 --> 00:21:53,310
gaan, te zien als een
beeld van het sterven.

359
00:21:53,310 --> 00:21:57,570
Er is zelfs enige steun vanuit de
Schrift die aanleiding zou kunnen geven

360
00:21:57,570 --> 00:21:59,010
tot die opvatting.

361
00:21:59,010 --> 00:22:04,350
Als je naar Openbaring 14 kijkt,
dan staat er in Openbaring 14:13:

362
00:22:04,350 --> 00:22:08,910
En ik hoorde een stem uit de
hemel tegen mij zeggen: Schrijf:

363
00:22:08,910 --> 00:22:13,050
Zalig zijn de doden die in
de Heere sterven, van nu aan.

364
00:22:13,050 --> 00:22:17,130
Ja, zegt de Geest, opdat zij
rusten van hun inspanningen,

365
00:22:17,130 --> 00:22:19,350
en hun werken volgen met hen.

366
00:22:19,350 --> 00:22:23,070
Dus wanneer mensen in de Heere
sterven, gaan ze een rust binnen.

367
00:22:23,070 --> 00:22:27,630
Als Openbaring het woord ‘rust’ op
dezelfde manier zou gebruiken als de

368
00:22:27,630 --> 00:22:30,330
schrijver van Hebreeën, dan zou dat zeker

369
00:22:30,330 --> 00:22:34,410
steun geven aan wat waarschijnlijk de
meest gangbare opvatting onder christenen

370
00:22:34,410 --> 00:22:38,850
is: dat de rust die we moeten
binnengaan de hemel is.

371
00:22:38,850 --> 00:22:42,630
We steken de Jordaan over wanneer
we sterven en komen in het volgende

372
00:22:42,630 --> 00:22:44,970
leven in het beloofde land terecht.

373
00:22:44,970 --> 00:22:48,330
Maar volgens mij bedoelt de
schrijver van Hebreeën het niet zo,

374
00:22:48,330 --> 00:22:50,970
al kan ik begrijpen
waarom mensen het zo zien.

375
00:22:50,970 --> 00:22:54,330
Volgens mij zegt hij een aantal
dingen die daar niet bij passen.

376
00:22:54,330 --> 00:22:58,110
Hij zegt bijvoorbeeld eerder,
in vers 3 van dit hoofdstuk:

377
00:22:58,110 --> 00:23:01,050
Laten wij er dan beducht
voor zijn dat iemand van

378
00:23:01,050 --> 00:23:06,270
u ooit schijnt achter te blijven, terwijl
de belofte om in Zijn rust binnen te gaan

379
00:23:06,270 --> 00:23:07,770
nog van kracht is.

380
00:23:07,770 --> 00:23:11,970
Want ook aan ons is het Evangelie
verkondigd, evenals aan hen.

381
00:23:11,970 --> 00:23:15,330
Maar het gepredikte woord
bracht hun geen voordeel,

382
00:23:15,330 --> 00:23:19,230
omdat het niet met geloof gepaard
ging bij hen die het hoorden.

383
00:23:19,230 --> 00:23:23,130
Wij die tot geloof gekomen zijn,
gaan immers de rust binnen,

384
00:23:23,130 --> 00:23:27,690
zoals Hij gezegd heeft: Daarom
heb Ik in Mijn toorn gezworen:

385
00:23:27,690 --> 00:23:30,510
Mijn rust zullen zij niet binnengaan!

386
00:23:30,510 --> 00:23:35,310
En dat terwijl Zijn werken al sinds de
grondlegging van de wereld voltooid zijn.

387
00:23:35,310 --> 00:23:40,350
Tegenwoordige tijd. Hij zegt niet dat wij
die geloven die rust zullen binnengaan,

388
00:23:40,350 --> 00:23:43,590
maar dat we dat door te
geloven daadwerkelijk doen.

389
00:23:43,590 --> 00:23:46,170
Door te geloven gaan we die rust binnen.

390
00:23:46,170 --> 00:23:47,790
In vers 10 zegt hij:

391
00:23:47,790 --> 00:23:51,210
Er blijft dus nog een sabbatsrust
over voor het volk van God,

392
00:23:51,210 --> 00:23:55,890
want wie Zijn rust binnengegaan is, die
heeft zelf ook van zijn werken gerust,

393
00:23:55,890 --> 00:23:57,690
zoals God van de Zijne.

394
00:23:57,690 --> 00:24:01,170
Laten wij ons dan beijveren
om die rust binnen te gaan,

395
00:24:01,170 --> 00:24:05,010
opdat niemand door het volgen van
dit voorbeeld van ongehoorzaamheid

396
00:24:05,010 --> 00:24:06,570
ten val zal komen.

397
00:24:06,570 --> 00:24:09,630
Natuurlijk kan het betekenen
dat je je moet inspannen

398
00:24:09,630 --> 00:24:12,990
en moet volharden om uiteindelijk
in de hemel te komen.

399
00:24:12,990 --> 00:24:16,950
Je spant je dus in en streeft
ernaar die rust binnen te gaan.

400
00:24:16,950 --> 00:24:21,690
Maar de bewoordingen hier sporen hen
volgens mij aan om nu iets te doen,

401
00:24:21,690 --> 00:24:25,590
niet later: om vandaag
Zijn rust binnen te gaan.

402
00:24:25,590 --> 00:24:28,830
Want Hij is onze God en
wij zijn het volk van Zijn

403
00:24:28,830 --> 00:24:31,530
weide en de schapen van Zijn hand.

404
00:24:31,530 --> 00:24:33,990
Heden, indien u Zijn stem hoort,

405
00:24:33,990 --> 00:24:39,810
Dat is wat zijn gebruik van Psalm 95 en
zijn herhaalde verwijzing naar vandaag

406
00:24:39,810 --> 00:24:43,650
impliceren. Vandaag. Vandaag.

407
00:24:43,650 --> 00:24:45,630
We moeten vandaag binnengaan.

408
00:24:45,630 --> 00:24:50,130
Hij bedoelde niet dat we vandaag moeten
sterven en naar de hemel moeten gaan.

409
00:24:50,130 --> 00:24:52,650
Maar we moeten vandaag
die rust binnengaan,

410
00:24:52,650 --> 00:24:55,290
die er nog steeds is om binnen te gaan.

411
00:24:55,290 --> 00:24:57,870
En dat zegt hij natuurlijk in vers 6:

412
00:24:57,870 --> 00:25:01,650
Omdat er nog steeds mensen
die rust moeten binnengaan.

413
00:25:01,650 --> 00:25:04,350
Dat wil zeggen: het is verplicht.

414
00:25:04,350 --> 00:25:06,510
Sommigen van ons moeten dat doen.

415
00:25:06,510 --> 00:25:10,950
De spreker baseert deze uitleg
op de Engelse formulering ‘must

416
00:25:10,950 --> 00:25:13,230
enter’ (‘moeten binnengaan’).

417
00:25:13,230 --> 00:25:18,090
De hierboven aangehaalde HSV
formuleert dit als ‘dat sommigen deze

418
00:25:18,090 --> 00:25:21,630
rust binnengaan’, zonder
het woord ‘moeten’.

419
00:25:21,630 --> 00:25:25,470
Volgens mij moeten we de rust
daarom zien als iets geestelijks.

420
00:25:25,470 --> 00:25:30,990
De sabbatsrust is iets geestelijks,
een geestelijke gemoedstoestand,

421
00:25:30,990 --> 00:25:36,030
net zoals het vieren van het Feest van
de ongezuurde broden iets geestelijks is.

422
00:25:36,030 --> 00:25:37,290
En wat is het?

423
00:25:37,290 --> 00:25:39,390
Daar in vers 10 staat:

424
00:25:39,390 --> 00:25:44,130
Wie Zijn rust is binnengegaan, is
zelf ook opgehouden met werken.

425
00:25:44,130 --> 00:25:46,410
In veel gevallen in het Nieuwe Testament,

426
00:25:46,410 --> 00:25:50,430
wanneer er over werken wordt gesproken
als iets waarmee je moet ophouden,

427
00:25:50,430 --> 00:25:53,851
of wanneer er negatief over
werken wordt gesproken —

428
00:25:53,851 --> 00:25:56,911
bijvoorbeeld dat je niet
door werken behouden wordt —

429
00:25:56,911 --> 00:26:02,070
gaat het over de Joodse werken die volgens
de voorschriften van de wet worden gedaan.

430
00:26:02,070 --> 00:26:07,170
Daarmee probeert iemand door onder de wet
te staan met God in het reine te komen.

431
00:26:07,170 --> 00:26:11,370
Dat is zeker wat Paulus in bijna
alle gevallen bedoelt wanneer hij

432
00:26:11,370 --> 00:26:13,470
negatief over werken spreekt.

433
00:26:13,470 --> 00:26:18,090
Hij heeft het bijna altijd over
de Joodse wet, werken van de wet.

434
00:26:18,090 --> 00:26:22,890
Daarmee bedoelt hij gewoonlijk dingen
als besnijdenis, het houden van feesten,

435
00:26:22,890 --> 00:26:25,050
koosjer eten en dergelijke.

436
00:26:25,050 --> 00:26:29,310
Dat zijn de dingen die Paulus
gewoonlijk werken van de wet noemt.

437
00:26:29,310 --> 00:26:32,670
De schrijver van Hebreeën denkt
misschien op dezelfde manier,

438
00:26:32,670 --> 00:26:37,410
vooral omdat zijn lezers overwegen terug
te keren naar de werken van de wet,

439
00:26:37,410 --> 00:26:39,390
terug naar het oude verbond.

440
00:26:39,390 --> 00:26:45,210
Hij zegt: nee, je zult alleen in Gods
rust zijn als je ophoudt met die werken.

441
00:26:45,210 --> 00:26:47,670
Je houdt op met je eigen werken.

442
00:26:47,670 --> 00:26:49,710
Dat zijn Gods werken niet.

443
00:26:49,710 --> 00:26:51,570
Dat zijn je eigen werken.

444
00:26:51,570 --> 00:26:54,750
Je houdt op met vertrouwen
op je eigen werken.

445
00:26:54,750 --> 00:26:56,370
Je kunt twee dingen doen.

446
00:26:56,370 --> 00:27:01,230
Je kunt je inspannen om door hard te
werken met God in het reine te komen.

447
00:27:01,230 --> 00:27:06,150
En dan zul je nooit helemaal
weten of je je wel genoeg inspant.

448
00:27:06,150 --> 00:27:09,090
Je zult nooit helemaal
weten of de hoeveelheid

449
00:27:09,090 --> 00:27:12,030
werken die je nu doet voldoende is.

450
00:27:12,030 --> 00:27:15,030
Want het is niet duidelijk
waar de grens ligt

451
00:27:15,030 --> 00:27:20,250
waarbij je genoeg goede werken hebt gedaan
om echt met God in het reine te zijn.

452
00:27:20,250 --> 00:27:23,850
En ook niet of de goede werken
die je doet werkelijk opwegen

453
00:27:23,850 --> 00:27:25,950
tegen het aantal slechte werken.

454
00:27:25,950 --> 00:27:28,170
Je kunt nooit tot rust komen.

455
00:27:28,170 --> 00:27:31,350
Als je denkt dat je door je eigen
werken behouden moet worden,

456
00:27:31,350 --> 00:27:35,490
kun je daaraan werken en kun je
zelfs veel goede werken doen,

457
00:27:35,490 --> 00:27:37,710
maar je kunt het nooit zeker weten.

458
00:27:37,710 --> 00:27:41,910
Je kunt er nooit gerust op zijn
dat je met God in het reine bent.

459
00:27:41,910 --> 00:27:45,510
Voor zover jij weet, verwacht
Hij misschien nog iets meer.

460
00:27:45,510 --> 00:27:47,670
Misschien moet er nog een
offer worden gebracht,

461
00:27:47,670 --> 00:27:50,730
als het toevallig Joodse
werken zijn die je doet.

462
00:27:50,730 --> 00:27:53,550
Misschien zie je nog iets
anders over het hoofd.

463
00:27:53,550 --> 00:27:57,570
Als je op je eigen werken rekent,
zul je niet tot rust komen.

464
00:27:57,570 --> 00:28:01,350
Rust komt wanneer je op het
werk van Christus rekent.

465
00:28:01,350 --> 00:28:03,150
Dit is waar het om gaat.

466
00:28:03,150 --> 00:28:07,530
De reden dat de sabbat in deze bespreking
ter sprake kwam, is dat de sabbat,

467
00:28:07,530 --> 00:28:12,570
zoals hij uit Genesis 2 aanhaalde,
het moment was waarop God rustte.

468
00:28:12,570 --> 00:28:14,190
Waarom rustte Hij?

469
00:28:14,190 --> 00:28:17,730
Er staat dat het was omdat
Hij Zijn werken had voltooid.

470
00:28:17,730 --> 00:28:22,530
Toen God op de zevende dag Zijn werk,
dat Hij gemaakt had, voltooid had,

471
00:28:22,530 --> 00:28:26,910
rustte Hij op de zevende dag van
al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.

472
00:28:26,910 --> 00:28:30,570
Zijn werken waren voltooid,
en daarom rustte God.

473
00:28:30,570 --> 00:28:34,830
Wanneer we zeggen dat God rustte,
betekent dat niet dat Hij niets deed.

474
00:28:34,830 --> 00:28:37,590
Het betekent niet dat
Hij met pensioen ging.

475
00:28:37,590 --> 00:28:42,750
Het betekent dat Hij met dat project
ophield omdat het project voltooid was.

476
00:28:42,750 --> 00:28:44,790
Hij rustte van Zijn scheppingswerk.

477
00:28:44,790 --> 00:28:46,530
Hij deed andere dingen.

478
00:28:46,530 --> 00:28:51,030
Net zoals een rustdag van je werk niet
betekent dat je het gras niet gaat maaien.

479
00:28:51,030 --> 00:28:55,230
Het betekent alleen dat je niet naar
je werk gaat om dat werk te doen.

480
00:28:55,230 --> 00:28:59,790
Je rust van het ene soort werk,
en misschien doe je iets anders.

481
00:28:59,790 --> 00:29:04,590
Toen God met Zijn scheppingsproject
bezig was, werkte Hij zes dagen.

482
00:29:04,590 --> 00:29:07,890
Toen het klaar was,
rustte Hij van dat werk.

483
00:29:07,890 --> 00:29:12,270
Wat de verlossing betreft, deed
Christus het werk, en Hij rustte.

484
00:29:12,270 --> 00:29:16,770
Dat is iets waarop de schrijver van
Hebreeën in hoofdstuk 10 zal ingaan.

485
00:29:16,770 --> 00:29:19,590
En iedere priester stond
wel dagelijks te dienen

486
00:29:19,590 --> 00:29:23,730
en bracht vaak dezelfde slachtoffers,
die de zonden toch nooit zouden kunnen

487
00:29:23,730 --> 00:29:26,970
wegnemen, maar deze Priester is, nadat Hij

488
00:29:26,970 --> 00:29:29,250
één slachtoffer voor
de zonden geofferd had,

489
00:29:29,250 --> 00:29:32,970
tot in eeuwigheid gezeten
aan de rechter hand van God.

490
00:29:32,970 --> 00:29:35,250
Ze krijgen het werk nooit af.

491
00:29:35,250 --> 00:29:38,790
Christus kreeg het werk met
één offer af en ging zitten.

492
00:29:38,790 --> 00:29:42,210
Hij bevindt Zich in een
houding van rust van dat werk.

493
00:29:42,210 --> 00:29:46,650
Als je wilt weten hoe je rechtvaardig
kunt zijn: het is al gedaan.

494
00:29:46,650 --> 00:29:48,690
Het werk is gedaan.

495
00:29:48,690 --> 00:29:50,790
Jezus heeft het gedaan.

496
00:29:50,790 --> 00:29:55,350
Je rust in Zijn volbrachte werk,
zoals predikers soms zeggen.

497
00:29:55,350 --> 00:29:58,050
De Bijbel gebruikt die
uitdrukking nergens,

498
00:29:58,050 --> 00:30:00,330
maar het is een goede uitdrukking.

499
00:30:00,330 --> 00:30:03,450
Dit is waar de schrijver
het volgens mij over heeft.

500
00:30:03,450 --> 00:30:05,730
We houden op met ons in te spannen.

501
00:30:05,730 --> 00:30:10,530
We houden op met te rekenen op onze
werken om met God in het reine te komen,

502
00:30:10,530 --> 00:30:13,830
en gaan ervan uit dat
Jezus dat heeft gedaan.

503
00:30:13,830 --> 00:30:17,190
Hij heeft het eens en voor altijd gedaan.

504
00:30:17,190 --> 00:30:20,190
Hij zit; waarom zou ik dan niet zitten?

505
00:30:20,190 --> 00:30:24,930
en heeft ons met Hem opgewekt en
met Hem in de hemelse gewesten gezet

506
00:30:24,930 --> 00:30:26,550
in Christus Jezus,

507
00:30:26,550 --> 00:30:29,070
staat er in Efeze 2:6.

508
00:30:29,070 --> 00:30:32,970
Dus Christus zit; ik zit, in zekere zin.

509
00:30:32,970 --> 00:30:36,210
In één opzicht bevind ik
me in een houding van rust.

510
00:30:36,210 --> 00:30:37,530
Jezus zei:

511
00:30:37,530 --> 00:30:43,050
Kom naar Mij toe, allen die vermoeid
en belast zijn, en Ik zal u rust geven.

512
00:30:43,050 --> 00:30:48,510
Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat
Ik zachtmoedig ben en nederig van hart;

513
00:30:48,510 --> 00:30:51,150
en u zult rust vinden voor uw ziel;

514
00:30:51,150 --> 00:30:55,710
Dit is de rust waar de schrijver van
Hebreeën het volgens mij over heeft:

515
00:30:55,710 --> 00:31:01,410
de rust voor je ziel die komt wanneer je
de zware last aflegt. Wat was die last?

516
00:31:01,410 --> 00:31:02,850
Wetticisme.

517
00:31:02,850 --> 00:31:06,810
Jezus zei in Mattheüs
23 tegen de Farizeeën:

518
00:31:06,810 --> 00:31:11,370
Jullie leggen zware, moeilijk te dragen
lasten op de schouders van mensen.

519
00:31:11,370 --> 00:31:16,710
Hij bedoelt al die wettelijke eisen die
zij, de Farizeeën, aan mensen oplegden.

520
00:31:16,710 --> 00:31:22,770
Mensen gingen gebukt onder die last,
die zware wettische last. Jezus zei:

521
00:31:22,770 --> 00:31:26,730
Jullie die allemaal zo zwaar belast
zijn en zoveel te dragen hebben,

522
00:31:26,730 --> 00:31:29,070
Ik zal jullie daarvan rust geven.

523
00:31:29,070 --> 00:31:32,610
Kom naar Mij toe, dan zullen
jullie innerlijk rust vinden.

524
00:31:32,610 --> 00:31:36,030
Dat zul je niet vinden in het
wetticisme van het jodendom.

525
00:31:36,030 --> 00:31:40,950
Je zult het vinden wanneer je het opgeeft
om op je eigen werken te vertrouwen en

526
00:31:40,950 --> 00:31:43,290
rust in Zijn volbrachte werk.

527
00:31:43,290 --> 00:31:45,930
Dit is iets waarin christenen binnengaan.

528
00:31:45,930 --> 00:31:49,290
Dit is in feite gewoon het
normale christelijke leven,

529
00:31:49,290 --> 00:31:52,770
waarvan de lezers volgens mij
weer aan het afdrijven waren.

530
00:31:52,770 --> 00:31:57,450
Ze gingen er niet van uit dat Jezus het
laatste woord en het definitieve woord

531
00:31:57,450 --> 00:31:59,490
en het volbrachte werk was.

532
00:31:59,490 --> 00:32:03,210
Ze wilden teruggaan naar de werken die
ze eerder in de tempel hadden gedaan

533
00:32:03,210 --> 00:32:05,370
en daar dan min of meer op rekenen.

534
00:32:05,370 --> 00:32:09,990
Hij zegt: ‘Nee, ik zie dat je in de
verleiding komt om daarnaar terug te gaan,

535
00:32:09,990 --> 00:32:14,130
maar je moet je inspannen om dat niet
te doen. Vecht tegen die neiging.’

536
00:32:14,130 --> 00:32:15,630
Hij zegt in vers 11:

537
00:32:15,630 --> 00:32:19,590
Er blijft dus nog een sabbatsrust
over voor het volk van God,

538
00:32:19,590 --> 00:32:24,870
want wie Zijn rust binnengegaan is, die
heeft zelf ook van zijn werken gerust,

539
00:32:24,870 --> 00:32:26,730
zoals God van de Zijne.

540
00:32:26,730 --> 00:32:30,270
Laten wij ons dan beijveren
om die rust binnen te gaan,

541
00:32:30,270 --> 00:32:34,530
opdat niemand door het volgen van
dit voorbeeld van ongehoorzaamheid

542
00:32:34,530 --> 00:32:36,030
ten val zal komen.

543
00:32:36,030 --> 00:32:40,051
Ik heb er niets over gezegd —
misschien was dat ook niet nodig —

544
00:32:40,051 --> 00:32:43,710
maar ik wil nog even iets
zeggen over een eerdere passage.

545
00:32:43,710 --> 00:32:45,810
Ik vind vers 2 mooi.

546
00:32:45,810 --> 00:32:50,850
De verzen 1 en 2 zijn echt belangrijk
genoeg om er iets langer naar te kijken

547
00:32:50,850 --> 00:32:52,350
dan we hebben gedaan.

548
00:32:52,350 --> 00:32:57,510
Volgens mij hebben we ze grotendeels
zonder commentaar gelezen. Hij zegt:

549
00:32:57,510 --> 00:33:01,290
Laten wij er dan beducht voor zijn dat
iemand van u ooit schijnt achter te

550
00:33:01,290 --> 00:33:06,270
blijven, terwijl de belofte om in Zijn
rust binnen te gaan nog van kracht is.

551
00:33:06,270 --> 00:33:10,770
Want ook aan ons is het Evangelie
verkondigd, evenals aan hen.

552
00:33:10,770 --> 00:33:14,010
Maar het gepredikte woord
bracht hun geen voordeel,

553
00:33:14,010 --> 00:33:17,790
omdat het niet met geloof gepaard
ging bij hen die het hoorden.

554
00:33:17,790 --> 00:33:21,210
Wij die tot geloof gekomen zijn,
gaan immers de rust binnen,

555
00:33:21,210 --> 00:33:25,590
zoals Hij gezegd heeft: Daarom
heb Ik in Mijn toorn gezworen:

556
00:33:25,590 --> 00:33:28,290
Mijn rust zullen zij niet binnengaan!

557
00:33:28,290 --> 00:33:32,670
En dat terwijl Zijn werken al sinds de
grondlegging van de wereld voltooid zijn.

558
00:33:32,670 --> 00:33:36,810
En inmiddels hebben we besproken wat er
misschien met die rust wordt bedoeld.

559
00:33:36,810 --> 00:33:39,270
Evangelie betekent goed nieuws.

560
00:33:39,270 --> 00:33:42,690
Aan ons is goed nieuws
verkondigd, net als aan hen.

561
00:33:42,690 --> 00:33:45,090
Ook zij kregen goed nieuws te horen.

562
00:33:45,090 --> 00:33:49,050
Zij hadden niet dezelfde boodschap,
hetzelfde Evangelie, als wij.

563
00:33:49,050 --> 00:33:52,170
Maar ze hadden een belofte van God.

564
00:33:52,170 --> 00:33:56,190
Goed nieuws: God geeft
jullie dit beloofde land.

565
00:33:56,190 --> 00:33:59,310
Dus zij hadden een woord van God.

566
00:33:59,310 --> 00:34:01,650
Wij hebben een woord van God.

567
00:34:01,650 --> 00:34:04,710
Het zijn goede woorden, goed nieuws.

568
00:34:04,710 --> 00:34:08,190
Wat hier wordt geïmpliceerd,
is heel duidelijk.

569
00:34:08,190 --> 00:34:12,750
God heeft ook ons een belofte gegeven,
maar die baat ons misschien niet

570
00:34:12,750 --> 00:34:15,750
als die niet met geloof gepaard gaat.

571
00:34:15,750 --> 00:34:21,270
Zij hadden een woord van God dat beslist
in vervulling gaat als je erop vertrouwt.

572
00:34:21,270 --> 00:34:25,470
Als zij op God hadden vertrouwd en
tegen de reuzen waren opgetrokken,

573
00:34:25,470 --> 00:34:27,990
zouden de reuzen ten onder zijn gegaan.

574
00:34:27,990 --> 00:34:30,570
De steden van Kanaän zouden vallen.

575
00:34:30,570 --> 00:34:34,230
Israël zou hebben overwonnen,
want God had dat beloofd.

576
00:34:34,230 --> 00:34:37,290
Als je een belofte van
God hebt, dan is die waar.

577
00:34:37,290 --> 00:34:40,710
En als je erop vertrouwt,
zal die in vervulling gaan.

578
00:34:40,710 --> 00:34:44,010
Zij zagen dat in die generatie
niet in vervulling gaan,

579
00:34:44,010 --> 00:34:45,990
omdat ze het niet geloofden.

580
00:34:45,990 --> 00:34:48,630
Ze lieten het niet met
geloof gepaard gaan.

581
00:34:48,630 --> 00:34:51,870
Ze hadden het woord, maar
ze hadden het geloof niet.

582
00:34:51,870 --> 00:34:56,370
En hij zegt dat wij in een
vergelijkbare situatie verkeren.

583
00:34:56,370 --> 00:35:00,450
Wij hebben een belofte van God dat
we rechtvaardig voor God kunnen zijn,

584
00:35:00,450 --> 00:35:03,450
dat we deze geestelijke
rust kunnen binnengaan.

585
00:35:03,450 --> 00:35:07,410
Maar dat woord brengt het niet
tot stand tenzij we het geloven.

586
00:35:07,410 --> 00:35:10,410
Je moet het met geloof gepaard laten gaan.

587
00:35:10,410 --> 00:35:12,930
Er moeten hier twee bestanddelen zijn.

588
00:35:12,930 --> 00:35:17,790
Het ene is de belofte en het andere
is jouw vertrouwen in die belofte.

589
00:35:17,790 --> 00:35:22,170
Zij hadden er geen baat bij, en jij
zult er ook geen baat bij hebben.

590
00:35:22,170 --> 00:35:26,790
God kan zoveel beloften doen als Hij
wil, maar het zal niet gebeuren als je

591
00:35:26,790 --> 00:35:27,750
het niet gelooft.

592
00:35:27,750 --> 00:35:29,490
Het zal jou niet overkomen.

593
00:35:29,490 --> 00:35:31,590
Het zal voor jou niet gebeuren.

594
00:35:31,590 --> 00:35:36,390
Dus het is niet genoeg om alleen maar
te weten dat God beloften heeft gedaan.

595
00:35:36,390 --> 00:35:41,070
Je moet die beloften aangrijpen en
je eigen geloof ermee verbinden.

596
00:35:41,070 --> 00:35:45,510
Met andere woorden, je moet besluiten
dat je op die beloften en hun

597
00:35:45,510 --> 00:35:47,970
betrouwbaarheid zult vertrouwen.

598
00:35:47,970 --> 00:35:53,250
Zoals we zagen, verweeft hij deze
beloften over de rust in Kanaän en over de

599
00:35:53,250 --> 00:35:55,110
sabbatsrust met elkaar.

600
00:35:55,110 --> 00:35:57,030
God rustte op de sabbat.

601
00:35:57,030 --> 00:36:00,030
Hij gaf Zijn volk rust in Kanaän.

602
00:36:00,030 --> 00:36:03,810
Christus rust van Zijn werk
om de wereld te behouden.

603
00:36:03,810 --> 00:36:07,170
Hij heeft de wereld verlost
door Zijn ene offer.

604
00:36:07,170 --> 00:36:10,710
Hij zit aan de rechterhand
van God. Hij rust.

605
00:36:10,710 --> 00:36:12,750
En wij gaan Zijn rust binnen.

606
00:36:12,750 --> 00:36:15,090
Hij geeft ons rust in Hem.

607
00:36:15,090 --> 00:36:20,310
en heeft ons met Hem opgewekt en
met Hem in de hemelse gewesten gezet

608
00:36:20,310 --> 00:36:21,990
in Christus Jezus,

609
00:36:21,990 --> 00:36:24,810
zegt Paulus in Efeze 2:6.

610
00:36:24,810 --> 00:36:27,930
Het is dus niet zo dat we
onze eigen rust binnengaan.

611
00:36:27,930 --> 00:36:31,290
We gaan Zijn rust binnen. Hij rust al.

612
00:36:31,290 --> 00:36:33,990
Wij genieten samen met Hem van die rust.

613
00:36:33,990 --> 00:36:35,610
Wij zitten met Hem.

614
00:36:35,610 --> 00:36:40,890
Onze ziel komt tot rust doordat we met
Christus delen in wat Hij heeft volbracht

615
00:36:40,890 --> 00:36:43,710
en vertrouwen op Zijn volbrachte werk.

616
00:36:43,710 --> 00:36:46,170
Dat is wat rust volgens mij is.

617
00:36:46,170 --> 00:36:48,510
Nu zeggen vers 12 en 13:

618
00:36:48,510 --> 00:36:52,650
Want het Woord van God is levend
en krachtig en scherper dan

619
00:36:52,650 --> 00:36:56,490
enig tweesnijdend zwaard, en het
dringt door tot op de scheiding van

620
00:36:56,490 --> 00:36:59,610
ziel en geest, van gewrichten en merg,

621
00:36:59,610 --> 00:37:02,970
en het oordeelt de overleggingen
en gedachten van het hart.

622
00:37:02,970 --> 00:37:05,490
En er is geen schepsel
onzichtbaar voor Hem,

623
00:37:05,490 --> 00:37:09,090
maar alles ligt naakt en
ontbloot voor de ogen van Hem aan

624
00:37:09,090 --> 00:37:11,250
Wie wij rekenschap hebben af te leggen.

625
00:37:11,250 --> 00:37:13,830
We kennen vers 12 vast allemaal.

626
00:37:13,830 --> 00:37:18,210
Dit beeld van het Woord van God als
een zwaard vinden we ook in Efeze.

627
00:37:18,210 --> 00:37:24,450
Wanneer Paulus in Efeze 6:17 over de
wapenrusting van God spreekt, zegt hij:

628
00:37:24,450 --> 00:37:29,190
En neem de helm van de zaligheid en het
zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,

629
00:37:29,190 --> 00:37:31,530
Het geestelijke zwaard is het Woord.

630
00:37:31,530 --> 00:37:36,450
Hier zegt hij dat het Woord scherper
is dan een tweesnijdend zwaard.

631
00:37:36,450 --> 00:37:41,190
In Openbaring 1 en in
Openbaring 19 zien we een scherp

632
00:37:41,190 --> 00:37:44,070
tweesnijdend zwaard uit Jezus’ mond komen.

633
00:37:44,070 --> 00:37:47,250
Wat komt er uit iemands
mond? Zijn woorden.

634
00:37:47,250 --> 00:37:50,790
Het beeldt uit dat Zijn woord
als een scherp zwaard is,

635
00:37:50,790 --> 00:37:54,690
waarmee Hij uittrekt en
oorlog voert tegen de wereld.

636
00:37:54,690 --> 00:38:00,150
Dat is de verkondiging van het Evangelie,
Gods woord dat als het ware uitgaat om de

637
00:38:00,150 --> 00:38:01,710
volken te overwinnen.

638
00:38:01,710 --> 00:38:04,950
Het komt uit Jezus’ mond, Zijn woorden.

639
00:38:04,950 --> 00:38:06,990
Het woord is als een zwaard.

640
00:38:06,990 --> 00:38:09,570
Sommigen van ons vinden
dat een heel mooi beeld,

641
00:38:09,570 --> 00:38:12,630
en we kennen dit vers en
halen het misschien aan.

642
00:38:12,630 --> 00:38:16,590
Maar dan rijst de vraag:
waarom wordt het hier genoemd?

643
00:38:16,590 --> 00:38:20,970
Welke functie heeft deze uitspraak
op deze plaats, in dit betoog?

644
00:38:20,970 --> 00:38:25,230
Het is zo’n vers dat je uit de tekst
licht om het uit je hoofd te leren en

645
00:38:25,230 --> 00:38:28,230
aan te halen in situaties
waarin je dat wilt.

646
00:38:28,230 --> 00:38:33,210
Maar je let nooit op wat ervoor of
erna staat, en vraagt je nooit af:

647
00:38:33,210 --> 00:38:35,070
‘Waarom zei de schrijver dit?’

648
00:38:35,070 --> 00:38:40,230
Hij schrijft geen boek met spreuken, met
een heleboel op zichzelf staande wijsheden

649
00:38:40,230 --> 00:38:44,070
die je er gewoon uit kunt pikken
voor je favoriete gelegenheid.

650
00:38:44,070 --> 00:38:46,890
Dit maakt deel uit van de
voortgang van zijn betoog.

651
00:38:46,890 --> 00:38:50,790
Ik moet je zeggen dat het moeilijk
is om die vraag te beantwoorden.

652
00:38:50,790 --> 00:38:53,490
Ik weet eigenlijk niet
of ik het zeker weet.

653
00:38:53,490 --> 00:38:57,330
Maar wat hij lijkt te zeggen,
gaat over het Woord van God,

654
00:38:57,330 --> 00:39:01,650
het woord waar zij geen baat bij
hadden omdat ze het niet met geloof

655
00:39:01,650 --> 00:39:03,210
gepaard lieten gaan.

656
00:39:03,210 --> 00:39:07,050
Wij hebben dat woord van God
ook, die belofte van God.

657
00:39:07,050 --> 00:39:11,190
Er is een goede boodschap,
een Evangelie, goed nieuws,

658
00:39:11,190 --> 00:39:14,790
een woord van God dat
Hij ons heeft gegeven.

659
00:39:14,790 --> 00:39:19,350
En het is in staat de resultaten tot
stand te brengen die Hij belooft,

660
00:39:19,350 --> 00:39:22,290
als we het met geloof gepaard laten gaan.

661
00:39:22,290 --> 00:39:26,430
Het is net als met de Israëlieten, die
bang waren dat ze het land niet konden

662
00:39:26,430 --> 00:39:29,670
binnengaan en de reuzen
niet konden overwinnen.

663
00:39:29,670 --> 00:39:31,650
Ze hadden het Woord van God.

664
00:39:31,650 --> 00:39:35,310
Ze hadden een zwaard dat
elke vijand kon overwinnen.

665
00:39:35,310 --> 00:39:37,530
Wij hebben datzelfde voordeel.

666
00:39:37,530 --> 00:39:39,690
Wij hebben het Woord van God.

667
00:39:39,690 --> 00:39:41,490
Het is een krachtig wapen.

668
00:39:41,490 --> 00:39:44,250
Het is een krachtig, scherp zwaard.

669
00:39:44,250 --> 00:39:47,850
Hij beschrijft het niet zozeer als
een wapen voor geestelijke strijd.

670
00:39:47,850 --> 00:39:49,950
Maar hij vermeldt wel dat het:

671
00:39:49,950 --> 00:39:53,430
dringt zelfs door tot waar ziel en geest,

672
00:39:53,430 --> 00:39:56,790
gewrichten en merg van
elkaar gescheiden worden,

673
00:39:56,790 --> 00:40:00,330
en doorziet de gedachten en
bedoelingen van het hart.

674
00:40:00,330 --> 00:40:01,770
Wat betekent nu:

675
00:40:01,770 --> 00:40:05,010
‘Dringt zelfs door tot waar ziel en geest,

676
00:40:05,010 --> 00:40:08,370
gewrichten en merg van
elkaar gescheiden worden’?

677
00:40:08,370 --> 00:40:11,310
Je weet misschien dat er
een theologisch geschil is

678
00:40:11,310 --> 00:40:13,530
dat je eigenlijk nooit hoeft op te lossen,

679
00:40:13,530 --> 00:40:16,170
omdat het niet zoveel
praktische waarde heeft.

680
00:40:16,170 --> 00:40:21,630
Maar er is een geschil tussen mensen die
dichotomisten en trichotomisten zijn.

681
00:40:21,630 --> 00:40:24,330
Dit heeft te maken met de
vraag uit hoeveel delen of

682
00:40:24,330 --> 00:40:26,550
bestanddelen de mens bestaat.

683
00:40:26,550 --> 00:40:30,750
Zijn er drie delen:
lichaam, ziel en geest?

684
00:40:30,750 --> 00:40:35,670
Of zijn er maar twee delen, het lichaam
en een ander deel dat niet lichamelijk is,

685
00:40:35,670 --> 00:40:40,170
dat afwisselend de ziel of de geest,
het hart of de innerlijke mens

686
00:40:40,170 --> 00:40:41,550
genoemd kan worden?

687
00:40:41,550 --> 00:40:46,290
Met andere woorden, sommige theologen
geloven dat de mens twee delen heeft,

688
00:40:46,290 --> 00:40:49,470
de uiterlijke mens en de innerlijke mens.

689
00:40:49,470 --> 00:40:52,050
De uiterlijke mens is het lichaam.

690
00:40:52,050 --> 00:40:56,070
De innerlijke mens is dat
niet-lichamelijke deel van ons.

691
00:40:56,070 --> 00:41:01,530
Dat niet-lichamelijke deel kan de ziel
of de geest of het hart worden genoemd,

692
00:41:01,530 --> 00:41:04,410
of met een aantal andere
termen worden aangeduid,

693
00:41:04,410 --> 00:41:06,750
maar die betekenen allemaal hetzelfde.

694
00:41:06,750 --> 00:41:11,610
Er zijn maar twee delen:
lichamelijk en niet-lichamelijk.

695
00:41:11,610 --> 00:41:15,330
Anderen vinden dat de ziel en
de geest geen twee verschillende

696
00:41:15,330 --> 00:41:19,950
termen voor hetzelfde zijn, maar dat ze
van elkaar onderscheiden kunnen worden.

697
00:41:19,950 --> 00:41:25,230
Wij bestaan uit drie delen: het
lichaam, de ziel en de geest.

698
00:41:25,230 --> 00:41:28,590
Wat is het verschil tussen
de ziel en de geest?

699
00:41:28,590 --> 00:41:30,570
Dat is niet helemaal duidelijk.

700
00:41:30,570 --> 00:41:34,230
Dat is een van de redenen waarom
er zowel dichotomisten als

701
00:41:34,230 --> 00:41:36,210
trichotomisten kunnen zijn.

702
00:41:36,210 --> 00:41:39,930
Een dichotomist gelooft dat
er maar twee delen zijn.

703
00:41:39,930 --> 00:41:43,950
Als de Schrift heel duidelijk
zou zeggen: ‘De ziel is dit

704
00:41:43,950 --> 00:41:48,090
en de geest is dat andere’, en ons
zou vertellen wat het verschil is,

705
00:41:48,090 --> 00:41:50,910
dan zouden er geen dichotomisten zijn.

706
00:41:50,910 --> 00:41:53,610
Dan zouden we allemaal
trichotomisten zijn.

707
00:41:53,610 --> 00:41:58,830
Maar omdat ziel en geest termen zijn
die in veel passages min of meer

708
00:41:58,830 --> 00:42:02,910
door elkaar worden gebruikt, heeft
dat geleid tot de overtuiging

709
00:42:02,910 --> 00:42:05,970
dat ze allebei hetzelfde
zouden kunnen zijn.

710
00:42:05,970 --> 00:42:09,990
Het is een discussie die eigenlijk
niet beslecht hoeft te worden.

711
00:42:09,990 --> 00:42:12,750
Ik denk dat ik een trichotomist ben.

712
00:42:12,750 --> 00:42:17,190
Ik zeg ‘ik denk’, omdat ik er
niet onwrikbaar aan vasthoud.

713
00:42:17,190 --> 00:42:21,270
Ik ben vanaf mijn jeugd altijd
een trichotomist geweest.

714
00:42:21,270 --> 00:42:25,230
Ik geloof in lichaam, ziel en geest.

715
00:42:25,230 --> 00:42:29,250
Als het anders blijkt te zijn,
zal dat me helemaal niet storen.

716
00:42:29,250 --> 00:42:35,250
Maar een trichotomist zoals ik zou zeggen
dat het lichaam de lichamelijke mens is.

717
00:42:35,250 --> 00:42:40,710
De ziel is zoiets als wat we het
verstand, het intellect, de emoties,

718
00:42:40,710 --> 00:42:43,170
de wil zouden kunnen noemen.

719
00:42:43,170 --> 00:42:50,310
Zo omschrijven mensen de ziel gewoonlijk:
het intellect, de emoties en de wil.

720
00:42:50,310 --> 00:42:54,810
De geest daarentegen is niet
precies hetzelfde als het verstand.

721
00:42:54,810 --> 00:43:00,810
Het is meer het vermogen tot geestelijk
leven, het vermogen om God te kennen,

722
00:43:00,810 --> 00:43:05,670
om een geestelijk wezen te zijn,
niet alleen een verstandelijk wezen.

723
00:43:05,670 --> 00:43:10,470
Waar binnen dit denkkader het verschil
ligt tussen de ziel en de geest,

724
00:43:10,470 --> 00:43:14,550
is niet altijd duidelijk, maar
het is ook niet erg belangrijk.

725
00:43:14,550 --> 00:43:19,230
Ik ken geen enkele reden waarom we de
antwoorden hierop zouden moeten weten.

726
00:43:19,230 --> 00:43:24,090
Maar in dat debat zijn er maar een paar
plaatsen waar je zou kunnen zeggen dat

727
00:43:24,090 --> 00:43:28,230
ziel en geest als afzonderlijke
eenheden worden behandeld,

728
00:43:28,230 --> 00:43:30,210
die van elkaar gescheiden kunnen worden.

729
00:43:30,210 --> 00:43:34,350
Dit is de belangrijkste, omdat
er staat dat het Woord van God:

730
00:43:34,350 --> 00:43:38,790
Want het Woord van God is levend
en krachtig en scherper dan enig

731
00:43:38,790 --> 00:43:44,130
tweesnijdend zwaard, en het dringt door
tot op de scheiding van ziel en geest,

732
00:43:44,130 --> 00:43:49,890
van gewrichten en merg, en het oordeelt de
overleggingen en gedachten van het hart.

733
00:43:49,890 --> 00:43:52,590
Als daarmee wordt gezegd
dat de ziel en de geest

734
00:43:52,590 --> 00:43:55,230
weliswaar nauw met elkaar verbonden zijn,

735
00:43:55,230 --> 00:43:57,930
maar toch van elkaar
gescheiden kunnen worden,

736
00:43:57,930 --> 00:44:02,490
dan kan het Woord van God onderscheid
maken tussen de ziel aan de ene kant

737
00:44:02,490 --> 00:44:04,950
en de geest aan de andere kant.

738
00:44:04,950 --> 00:44:08,910
Daarmee is het pleit voor de
trichotomie meteen beslecht.

739
00:44:08,910 --> 00:44:14,190
Er is een ziel en er is een geest, en
die kunnen van elkaar gescheiden worden.

740
00:44:14,190 --> 00:44:16,050
Ze zijn niet hetzelfde.

741
00:44:16,050 --> 00:44:18,030
Het zijn geen synoniemen.

742
00:44:18,030 --> 00:44:22,350
Toch zou ik zeggen dat je hier ook op
een andere manier naar kunt kijken,

743
00:44:22,350 --> 00:44:26,070
die de opvatting van de
trichotomie niet bevestigt.

744
00:44:26,070 --> 00:44:30,450
Namelijk dat hij het heeft over
een scheiding tussen twee delen:

745
00:44:30,450 --> 00:44:36,870
aan de ene kant de ziel en de geest, aan
de andere kant de gewrichten en het merg.

746
00:44:36,870 --> 00:44:42,090
Gewrichten en merg betekenen
eenvoudigweg het lichamelijke lichaam,

747
00:44:42,090 --> 00:44:46,890
en ziel en geest duiden op
het niet-lichamelijke aspect.

748
00:44:46,890 --> 00:44:52,470
Ziel en geest, gewrichten en merg
zouden de twee categorieën zijn.

749
00:44:52,470 --> 00:44:57,150
Het Woord van God maakt met andere
woorden scheiding tussen het geestelijke

750
00:44:57,150 --> 00:44:58,890
en het lichamelijke.

751
00:44:58,890 --> 00:45:01,770
Zo denken sommige mensen
dat dit bedoeld is.

752
00:45:01,770 --> 00:45:03,930
Het is echt moeilijk te zeggen.

753
00:45:03,930 --> 00:45:07,770
Misschien zouden we dit moeten weten
om dit vers goed te kunnen begrijpen,

754
00:45:07,770 --> 00:45:10,590
want het is echt moeilijk
te weten wat hij bedoelt.

755
00:45:10,590 --> 00:45:14,310
Hij zegt dat het Woord van God
tussen deze dingen doordringt.

756
00:45:14,310 --> 00:45:16,770
Hoe we deze dingen ook op een rij zetten,

757
00:45:16,770 --> 00:45:20,370
het blijft onduidelijk hoe dat
doordringen op de een of andere manier een

758
00:45:20,370 --> 00:45:23,010
samenvatting van dit
gedeelte van het boek is.

759
00:45:23,010 --> 00:45:26,850
Want hij sluit deze waarschuwing
af met deze uitspraken.

760
00:45:26,850 --> 00:45:31,890
Het kan zijn dat hij zegt dat de scheiding
tussen ziel en geest en gewrichten en

761
00:45:31,890 --> 00:45:37,170
merg het scheiden van de ziel van
het lichaam is: de dood. Jakobus zei:

762
00:45:37,170 --> 00:45:40,230
Want zoals het lichaam
zonder geest dood is,

763
00:45:40,230 --> 00:45:43,050
zo is ook het geloof
zonder de werken dood.

764
00:45:43,050 --> 00:45:45,210
Maar hij gaf daarmee dit te kennen:

765
00:45:45,210 --> 00:45:48,210
het lichaam zonder de geest is dood.

766
00:45:48,210 --> 00:45:52,950
Als het geestelijke leven het lichaam
heeft verlaten, heb je een dood lichaam.

767
00:45:52,950 --> 00:45:57,870
En als God de ziel, de geest,
de geestelijke kant van de mens

768
00:45:57,870 --> 00:46:01,650
scheidt van de gewrichten en
het merg, de lichamelijke kant,

769
00:46:01,650 --> 00:46:05,250
dan zou dat op een of andere
vorm van dood kunnen wijzen.

770
00:46:05,250 --> 00:46:09,090
Maar zelfs dat zou hier
geestelijk opgevat kunnen worden.

771
00:46:09,090 --> 00:46:10,710
Het is moeilijk te weten.

772
00:46:10,710 --> 00:46:14,010
Ik moet zeggen dat ik dit vers
altijd prachtig heb gevonden,

773
00:46:14,010 --> 00:46:16,650
maar dat ik het altijd heel
moeilijk heb gevonden om

774
00:46:16,650 --> 00:46:19,830
precies te begrijpen hoe
het dit gedeelte afsluit.

775
00:46:19,830 --> 00:46:24,990
Het begint eigenlijk met het woord
‘want’, dat ‘omdat’ betekent.

776
00:46:24,990 --> 00:46:29,490
Dat betekent dat dit een samenvatting
is van iets wat hiervoor is gezegd.

777
00:46:29,490 --> 00:46:33,630
Maar in welke zin het een samenvatting
is, is moeilijk te zeggen.

778
00:46:33,630 --> 00:46:38,490
Ik denk dat we, heel algemeen gesproken,
kunnen zeggen dat hij zegt dat het Woord

779
00:46:38,490 --> 00:46:41,730
van God iets is waarmee
je rekening moet houden.

780
00:46:41,730 --> 00:46:44,070
Het is niet iets wat je kunt negeren.

781
00:46:44,070 --> 00:46:46,170
Het is als een scherp zwaard.

782
00:46:46,170 --> 00:46:47,910
Het zou je kunnen doden.

783
00:46:47,910 --> 00:46:49,830
Dus als Gods Woord zegt:

784
00:46:49,830 --> 00:46:54,390
Want Hij is onze God en wij zijn het
volk van Zijn weide en de schapen

785
00:46:54,390 --> 00:46:55,410
van Zijn hand.

786
00:46:55,410 --> 00:47:00,750
Heden, indien u Zijn stem hoort,
verhard uw hart niet, zoals te Meriba,

787
00:47:00,750 --> 00:47:03,330
zoals in de dagen van
Massa in de woestijn:

788
00:47:03,330 --> 00:47:07,890
dan kun je Hem maar beter serieus
nemen, want dat is Zijn Woord.

789
00:47:07,890 --> 00:47:11,010
Misschien spreekt hij
eenvoudig heel welsprekend over

790
00:47:11,010 --> 00:47:14,430
hoe je niet lichtvaardig met
het Woord van God moet omgaan.

791
00:47:14,430 --> 00:47:17,370
Maar de bijzonderheden van
zijn formulering zouden

792
00:47:17,370 --> 00:47:19,230
nader verklaard moeten worden.

793
00:47:19,230 --> 00:47:22,890
En dat gaat eerlijk gezegd verder
dan waartoe ik me in staat voel,

794
00:47:22,890 --> 00:47:26,550
en verder dan wat de commentaren
naar mijn bevinding kunnen bieden.

795
00:47:26,550 --> 00:47:29,610
Dit is voor mij een
behoorlijk raadselachtig vers.

796
00:47:29,610 --> 00:47:32,430
Niet zozeer vanwege sommige
dingen die het bevestigt,

797
00:47:32,430 --> 00:47:35,250
maar vanwege de manier
waarop het iets bevestigt

798
00:47:35,250 --> 00:47:37,590
dat deel uitmaakt van het betoog.

799
00:47:37,590 --> 00:47:41,370
Wat hij in dit hele gedeelte van deze
waarschuwing steeds heeft gezegd,

800
00:47:41,370 --> 00:47:46,050
is beslist dat God mensen oproept
om Zijn Woord niet te negeren.

801
00:47:46,050 --> 00:47:48,390
Hier wordt een belofte aangeboden.

802
00:47:48,390 --> 00:47:50,070
Dat is het Woord.

803
00:47:50,070 --> 00:47:54,030
Gods Woord aan jou is iets wat
je met geloof moet vermengen.

804
00:47:54,030 --> 00:47:58,470
Het is duidelijk dat dit hele gedeelte,
het laatste deel van hoofdstuk 3

805
00:47:58,470 --> 00:48:01,770
en het begin van hoofdstuk
4, een aansporing is

806
00:48:01,770 --> 00:48:04,350
om Gods Woord serieus te nemen.

807
00:48:04,350 --> 00:48:08,490
Zoals ik al zei, heb ik er zelf niet
veel verstandigers over te zeggen.

808
00:48:08,490 --> 00:48:11,490
Daarom kan ik misschien alleen
maar zeggen dat hij zegt:

809
00:48:11,490 --> 00:48:16,110
‘Ga niet lichtvaardig om met Gods
Woord. Het is scherp. Het is krachtig.

810
00:48:16,110 --> 00:48:18,330
Je negeert het op eigen risico.’

811
00:48:18,330 --> 00:48:20,610
Hij zegt wel dat het Woord van God

812
00:48:20,610 --> 00:48:24,810
Want het Woord van God is levend
en krachtig en scherper dan

813
00:48:24,810 --> 00:48:28,710
enig tweesnijdend zwaard, en het
dringt door tot op de scheiding van

814
00:48:28,710 --> 00:48:32,070
ziel en geest, van gewrichten en merg,

815
00:48:32,070 --> 00:48:35,670
en het oordeelt de overleggingen
en gedachten van het hart.

816
00:48:35,670 --> 00:48:38,190
En er is geen schepsel
onzichtbaar voor Hem,

817
00:48:38,190 --> 00:48:42,330
maar alles ligt naakt en
ontbloot voor de ogen van Hem aan

818
00:48:42,330 --> 00:48:44,910
Wie wij rekenschap hebben af te leggen.

819
00:48:44,910 --> 00:48:48,690
Misschien bedoelt hij daar dat je,
wanneer God je een belofte geeft,

820
00:48:48,690 --> 00:48:53,490
die óf gelooft óf niet gelooft,
en dat daardoor zichtbaar wordt

821
00:48:53,490 --> 00:48:55,230
wat er in je hart leeft.

822
00:48:55,230 --> 00:48:56,970
Ben je een gelovige?

823
00:48:56,970 --> 00:48:59,070
Ben je een ongelovige?

824
00:48:59,070 --> 00:49:02,490
Vertrouwt je hart God
of wantrouwt het God?

825
00:49:02,490 --> 00:49:07,230
Ziet je hart God in een gunstig
licht, als Iemand Die betrouwbaar is,

826
00:49:07,230 --> 00:49:11,670
Die je kunt vertrouwen en op
Wiens woorden je zult rekenen?

827
00:49:11,670 --> 00:49:15,570
Of bekijkt je hart God
kritisch en achterdochtig?

828
00:49:15,570 --> 00:49:20,670
Het Woord van God zelf, alleen al
doordat het Woord van God tot je komt,

829
00:49:20,670 --> 00:49:25,410
stelt je op de proef. God heeft
het gezegd. Wat ga je doen?

830
00:49:25,410 --> 00:49:29,970
In een van de Psalmen staat over
Jozef, toen hij in de gevangenis zat:

831
00:49:29,970 --> 00:49:35,370
Tot de tijd dat Zijn woord uitkwam, heeft
de belofte van de HEERE hem gelouterd.

832
00:49:35,370 --> 00:49:36,930
Dat is interessant.

833
00:49:36,930 --> 00:49:40,890
God had Jozef door dromen beloften
gegeven dat hij op een dag

834
00:49:40,890 --> 00:49:45,510
over zijn broers zou heersen, maar
daar leek het bepaald niet op.

835
00:49:45,510 --> 00:49:50,310
Deze omstandigheden en Gods Woord van
belofte zouden aan het licht brengen

836
00:49:50,310 --> 00:49:52,830
of hij God zou geloven of niet.

837
00:49:52,830 --> 00:49:55,710
Is hij een man die God vertrouwt of niet?

838
00:49:55,710 --> 00:49:57,330
Wat leeft er in zijn hart?

839
00:49:57,330 --> 00:50:01,170
Ik geloof dat hij God in die
omstandigheden inderdaad vertrouwde.

840
00:50:01,170 --> 00:50:05,430
Dus wanneer God ons een belofte
geeft, laat onze reactie daarop zien

841
00:50:05,430 --> 00:50:08,610
wat er in ons hart leeft
ten opzichte van God.

842
00:50:08,610 --> 00:50:12,030
Het Woord zelf wordt iets wat
de gedachten en bedoelingen

843
00:50:12,030 --> 00:50:15,990
van wat er in ons hart leeft,
onderscheidt en onthult.

844
00:50:15,990 --> 00:50:18,210
Die zouden anders verborgen blijven.

845
00:50:18,210 --> 00:50:21,030
Wat dit in de context
verder ook mag betekenen,

846
00:50:21,030 --> 00:50:26,670
als op zichzelf staand vers zegt het
heel duidelijk dat God alles ziet.

847
00:50:26,670 --> 00:50:30,450
God oordeelt over alles
met kennis van zaken.

848
00:50:30,450 --> 00:50:32,910
Niets kan voor Hem verborgen blijven.

849
00:50:32,910 --> 00:50:38,610
Alles ligt naakt voor Hem, en wij
zullen aan Hem verantwoording afleggen.

850
00:50:38,610 --> 00:50:41,670
Dus wat de gedachten en
bedoelingen van ons hart ook zijn,

851
00:50:41,670 --> 00:50:44,730
ze kunnen maar beter goed zijn,
want ze zullen niet voor Zijn

852
00:50:44,730 --> 00:50:46,590
ogen verborgen blijven.

853
00:50:46,590 --> 00:50:50,250
Wij zullen aan Hem
verantwoording moeten afleggen.

854
00:50:50,250 --> 00:50:55,110
We zullen verantwoording moeten
afleggen voor wat Hij in ons hart ziet.

855
00:50:55,110 --> 00:51:00,090
Eigenlijk is Zijn Woord aan ons, dat
we niet moeten nalaten binnen te gaan,

856
00:51:00,090 --> 00:51:04,230
één manier waarop de gedachten
van ons hart worden onthuld.

857
00:51:04,230 --> 00:51:07,470
Deze uitnodiging om met
Christus verder te gaan,

858
00:51:07,470 --> 00:51:11,970
in plaats van de gemakkelijke weg te
kiezen en terug te gaan en te falen

859
00:51:11,970 --> 00:51:16,830
zoals de Joden deden, door Zijn rust
niet binnen te gaan — die belofte,

860
00:51:16,830 --> 00:51:20,670
dat Woord stelt ons allemaal
op de proef, zegt hij.

861
00:51:20,670 --> 00:51:23,130
Het zal onthullen wat er in je hart leeft.

862
00:51:23,130 --> 00:51:27,690
Het is goed dat dit wordt onthuld,
want God weet toch al wat daar leeft.

863
00:51:27,690 --> 00:51:31,770
Niets is voor Hem verborgen, en we
zullen verantwoording moeten afleggen.

864
00:51:31,770 --> 00:51:36,990
Dus ik denk dat hij eenvoudig zegt:
denk na over deze passage in de Psalmen

865
00:51:36,990 --> 00:51:39,030
en wat die voor ons inhoudt.

866
00:51:39,030 --> 00:51:43,230
Hoe die ons oproept om daadwerkelijk
boven de natuurlijke gang van zaken uit te

867
00:51:43,230 --> 00:51:48,270
stijgen en trouwer te zijn dan zelfs
de Israëlieten die uit Egypte kwamen.

868
00:51:48,270 --> 00:51:51,570
En om binnen te gaan waar God
Zijn volk wilde laten binnengaan,

869
00:51:51,570 --> 00:51:53,610
wat zij niet hebben gedaan.

870
00:51:53,610 --> 00:51:56,790
Zo eindigt dat betreffende
waarschuwingsgedeelte.

871
00:51:56,790 --> 00:51:59,790
Omdat dit het einde is van
een waarschuwingsgedeelte,

872
00:51:59,790 --> 00:52:04,470
pakt hij op dit punt, in
vers 14, zijn betoog weer op.

873
00:52:04,470 --> 00:52:07,470
Er zijn nog maar drie
verzen over in hoofdstuk 4,

874
00:52:07,470 --> 00:52:10,590
maar het betoog gaat
verder in hoofdstuk 5.

875
00:52:10,590 --> 00:52:15,150
Wat hij in hoofdstuk 4, vers
14, opnieuw ter sprake brengt,

876
00:52:15,150 --> 00:52:21,330
is datgene waarop hij in hoofdstuk
2, vers 17 en 18, had gezinspeeld.

877
00:52:21,330 --> 00:52:23,670
Hier in vers 14 zegt hij:

878
00:52:23,670 --> 00:52:27,810
Nu wij dan een grote Hogepriester
hebben, Die de hemelen is doorgegaan,

879
00:52:27,810 --> 00:52:33,210
namelijk Jezus, de Zoon van God, laten
wij aan deze belijdenis vasthouden.

880
00:52:33,210 --> 00:52:36,870
Dat wil zeggen: laten we
Christus niet verloochenen.

881
00:52:36,870 --> 00:52:41,850
Laten we Christus belijden tegenover de
vervolging door onze Joodse broeders en

882
00:52:41,850 --> 00:52:45,450
zusters en onze Joodse
familieleden en vrienden,

883
00:52:45,450 --> 00:52:50,010
die ons willen vervolgen omdat
we Christus als Heere belijden.

884
00:52:50,010 --> 00:52:52,830
Laten we die belijdenis niet loslaten.

885
00:52:52,830 --> 00:52:57,510
We moeten Hem niet verloochenen,
maar Hem belijden voor de mensen.

886
00:52:57,510 --> 00:52:58,830
Nu staat er:

887
00:52:58,830 --> 00:53:03,930
Want wij hebben geen Hogepriester Die geen
medelijden kan hebben met onze zwakheden,

888
00:53:03,930 --> 00:53:10,530
maar Een Die in alles op dezelfde wijze
als wij is verzocht, maar zonder zonde.

889
00:53:10,530 --> 00:53:15,270
Christus roept ons op om Hem trouw te
blijven wanneer we vervolgd worden,

890
00:53:15,270 --> 00:53:17,190
maar Hij weet hoe dat is.

891
00:53:17,190 --> 00:53:20,130
Het is niet zo dat Hij
geen begrip voor ons heeft.

892
00:53:20,130 --> 00:53:24,870
Hij zegt niet: ‘Blijf Mij trouw,
en wat je ook moet doorstaan,

893
00:53:24,870 --> 00:53:26,670
zie er maar mee om te gaan.’

894
00:53:26,670 --> 00:53:29,190
Alsof Hij daar allemaal ver van af staat.

895
00:53:29,190 --> 00:53:33,570
Alsof Hij alleen maar zegt:
‘Nou, dat is de prijs hiervoor.

896
00:53:33,570 --> 00:53:36,150
Betaal die, anders loop je het mis.’

897
00:53:36,150 --> 00:53:39,810
Nee, Hij leeft met je
mee. Hij is ook vervolgd.

898
00:53:39,810 --> 00:53:41,610
Hij heeft ook lijden doorgemaakt.

899
00:53:41,610 --> 00:53:44,670
Als je voor Hem lijdt,
weet Hij hoe dat is.

900
00:53:44,670 --> 00:53:46,410
Hij leeft met je mee.

901
00:53:46,410 --> 00:53:50,370
Hij geeft je geen vrijstelling en zegt
niet dat je vanwege je lijden niet trouw

902
00:53:50,370 --> 00:53:53,430
kunt blijven, maar Hij
weet dat het moeilijk is.

903
00:53:53,430 --> 00:53:58,110
Hij stelt geen onredelijke eis, als
een soort gevoelloze heerser hoog in

904
00:53:58,110 --> 00:53:59,850
Zijn ivoren toren.

905
00:53:59,850 --> 00:54:02,490
Zo iemand vraagt mensen
moeilijke dingen te doen,

906
00:54:02,490 --> 00:54:05,310
terwijl hij nauwelijks weet
hoe het is om die te doen.

907
00:54:05,310 --> 00:54:06,390
Hij zegt:

908
00:54:06,390 --> 00:54:11,250
We hebben geen hogepriester Die geen
begrip kan opbrengen voor onze zwakheden.

909
00:54:11,250 --> 00:54:15,210
Laten wij dan met vrijmoedigheid
naderen tot de troon van de genade,

910
00:54:15,210 --> 00:54:19,650
opdat wij barmhartigheid verkrijgen en
genade vinden om geholpen te worden op

911
00:54:19,650 --> 00:54:21,270
het juiste tijdstip.

912
00:54:21,270 --> 00:54:24,930
Het punt hier, en dat
loopt door in hoofdstuk 5,

913
00:54:24,930 --> 00:54:27,930
is natuurlijk dat Christus
een Hogepriester is.

914
00:54:27,930 --> 00:54:30,690
Dit is niet de eerste keer
dat dit wordt genoemd.

915
00:54:30,690 --> 00:54:34,430
Wat deze passage in het bijzonder
over Hem als Hogepriester zegt —

916
00:54:34,430 --> 00:54:38,330
en er zullen nog andere dingen over
Zijn hogepriesterschap volgen —

917
00:54:38,330 --> 00:54:40,650
is dat Hij met ons meevoelt.

918
00:54:40,650 --> 00:54:43,230
Hij is niet afstandelijk of gevoelloos.

919
00:54:43,230 --> 00:54:45,750
Hij weet hoe het is om verzocht te worden.

920
00:54:45,750 --> 00:54:47,730
Hij heeft het Zelf meegemaakt.

921
00:54:47,730 --> 00:54:49,530
Hij weet hoe lijden is.

922
00:54:49,530 --> 00:54:52,170
Hij wordt door lijden volmaakt gemaakt.

923
00:54:52,170 --> 00:54:54,690
Aarzel daarom niet om tot Hem te naderen.

924
00:54:54,690 --> 00:54:57,510
Het is niet zo dat Hij
geen begrip voor ons heeft.

925
00:54:57,510 --> 00:55:00,510
Hij leeft met ons mee. Dus:

926
00:55:00,510 --> 00:55:03,990
laten we vol vertrouwen naar
de troon van genade gaan.

927
00:55:03,990 --> 00:55:09,750
We zien dat dit dezelfde gedachte is
die al in hoofdstuk 2, vers 17 en 18,

928
00:55:09,750 --> 00:55:12,450
werd geïntroduceerd. Daar stond:

929
00:55:12,450 --> 00:55:15,510
Daarom moest Hij in alles aan
Zijn broeders gelijk worden,

930
00:55:15,510 --> 00:55:19,950
opdat Hij een barmhartig en een getrouw
Hogepriester zou zijn in de dingen die God

931
00:55:19,950 --> 00:55:23,250
betreffen , om de zonden
van het volk te verzoenen.

932
00:55:23,250 --> 00:55:26,730
Want waarin Hij Zelf geleden
heeft, toen Hij verzocht werd,

933
00:55:26,730 --> 00:55:30,150
kan Hij hen die verzocht
worden, te hulp komen.

934
00:55:30,150 --> 00:55:35,550
Deze twee verzen en de verzen in
hoofdstuk 4 die we zojuist hebben gelezen,

935
00:55:35,550 --> 00:55:40,770
vermelden dat Hij barmhartig
is, vol medelijden, meevoelend.

936
00:55:40,770 --> 00:55:43,230
Ze vermelden dat Hij verzocht is.

937
00:55:43,230 --> 00:55:46,710
Beide passages vermelden
dat Hij verzocht werd.

938
00:55:46,710 --> 00:55:50,610
Het woord ‘verzocht’ betekent
eigenlijk ‘beproefd’.

939
00:55:50,610 --> 00:55:54,810
Maar hij bedoelt waarschijnlijk verzocht
in de betekenis waar we normaal aan

940
00:55:54,810 --> 00:56:00,210
denken: gewoon dat de duivel Hem
tot zonde probeert te verleiden.

941
00:56:00,210 --> 00:56:04,950
Natuurlijk werd Hij in alle opzichten
verzocht zoals wij, maar zonder zonde.

942
00:56:04,950 --> 00:56:06,750
Hij bezweek er niet voor.

943
00:56:06,750 --> 00:56:10,530
Hoe kan Jezus in alle dingen
verzocht zijn zoals wij?

944
00:56:10,530 --> 00:56:15,090
Wij worden verzocht met allerlei moderne
dingen die er in onze wereld zijn

945
00:56:15,090 --> 00:56:17,850
en die er in Zijn wereld niet waren.

946
00:56:17,850 --> 00:56:23,430
Er zijn beslist specifieke verzoekingen
waarmee jij te maken krijgt en die Jezus

947
00:56:23,430 --> 00:56:25,710
tijdens Zijn leven niet heeft gehad.

948
00:56:25,710 --> 00:56:30,090
Er staat niet dat Hij met elk afzonderlijk
geval van verzoeking te maken heeft gehad,

949
00:56:30,090 --> 00:56:33,750
maar dat Hij in alle opzichten
is verzocht zoals wij.

950
00:56:33,750 --> 00:56:36,990
Onze verzoekingen vallen
in bepaalde categorieën.

951
00:56:36,990 --> 00:56:40,050
We worden verzocht met de
begeerte van het vlees.

952
00:56:40,050 --> 00:56:42,810
We worden beproefd met
de begeerte van de ogen.

953
00:56:42,810 --> 00:56:48,150
We worden beproefd met de hoogmoed van
het leven, zegt Johannes in 1 Johannes 2,

954
00:56:48,150 --> 00:56:50,550
vers 15 tot en met 17.

955
00:56:50,550 --> 00:56:54,150
Johannes zegt dat dit alles
is wat er in de wereld is.

956
00:56:54,150 --> 00:56:56,070
In 1 Johannes 2 staat:

957
00:56:56,070 --> 00:56:59,670
Want al wat in de wereld is:
de begeerte van het vlees,

958
00:56:59,670 --> 00:57:04,650
de begeerte van de ogen en de hoogmoed
van het leven, is niet uit de Vader,

959
00:57:04,650 --> 00:57:06,690
maar is uit de wereld.

960
00:57:06,690 --> 00:57:09,630
Jezus werd dus in al
die opzichten verzocht.

961
00:57:09,630 --> 00:57:13,530
We lezen zelfs over die specifieke
verzoekingen in de woestijn.

962
00:57:13,530 --> 00:57:17,850
Er zijn drie verzoekingen in de woestijn,
en elk daarvan komt overeen met een

963
00:57:17,850 --> 00:57:19,590
van deze categorieën.

964
00:57:19,590 --> 00:57:22,950
Ook Eva werd op diezelfde
drie manieren verzocht.

965
00:57:22,950 --> 00:57:27,150
Volgens Genesis 3:6 staat er dat Eva zag:

966
00:57:27,150 --> 00:57:30,570
En de vrouw zag dat die boom
goed was om ervan te eten

967
00:57:30,570 --> 00:57:33,090
en dat hij een lust was voor het oog, ja,

968
00:57:33,090 --> 00:57:36,930
een boom die begerenswaardig was
om er verstandig door te worden;

969
00:57:36,930 --> 00:57:40,950
en zij nam van zijn vrucht en at;
en zij gaf ook wat aan haar man,

970
00:57:40,950 --> 00:57:43,711
die bij haar was, en hij at ervan .

971
00:57:43,711 --> 00:57:47,970
‘Een lust voor het oog’: dat
is de begeerte van de ogen.

972
00:57:47,970 --> 00:57:52,170
En ‘goed om te eten’: dat is
de begeerte van het vlees.

973
00:57:52,170 --> 00:57:57,570
En ‘aantrekkelijk omdat je er wijs van
wordt’: dat is de hoogmoed van het leven.

974
00:57:57,570 --> 00:57:59,370
Toen at ze ervan.

975
00:57:59,370 --> 00:58:03,810
Jezus kreeg in de woestijn met dezelfde
drie soorten verzoekingen te maken.

976
00:58:03,810 --> 00:58:07,650
De begeerte van het vlees bij het
veranderen van stenen in brood.

977
00:58:07,650 --> 00:58:10,530
De begeerte van de ogen
toen satan Hem alle

978
00:58:10,530 --> 00:58:14,370
koninkrijken van de wereld en hun
heerlijkheid liet zien en zei:

979
00:58:14,370 --> 00:58:16,170
Ik zal Je dit geven.

980
00:58:16,170 --> 00:58:21,030
De hoogmoed van het leven, toen hij aangaf
dat Hij God moest beproeven en van de

981
00:58:21,030 --> 00:58:22,230
tempel moest springen.

982
00:58:22,230 --> 00:58:27,750
Dan zou Hij laten zien wat Hij was en
aan Zichzelf en anderen tonen Wie Hij is,

983
00:58:27,750 --> 00:58:32,550
om Zichzelf op die manier te verheffen
en Zichzelf beroemd te maken.

984
00:58:32,550 --> 00:58:37,170
Het is interessant: deze drie
categorieën zijn de drie categorieën

985
00:58:37,170 --> 00:58:41,970
waarvoor Eva bezweek en waartegen
Jezus met succes weerstand bood,

986
00:58:41,970 --> 00:58:45,270
en waarmee we volgens Johannes
allemaal te maken krijgen.

987
00:58:45,270 --> 00:58:47,250
Dat zijn de categorieën.

988
00:58:47,250 --> 00:58:51,330
Alles waarmee we te maken krijgen,
is óf een begeerte van het vlees,

989
00:58:51,330 --> 00:58:55,950
óf een begeerte van de ogen, óf
iets wat verband houdt met hoogmoed,

990
00:58:55,950 --> 00:58:57,750
de hoogmoed van het leven.

991
00:58:57,750 --> 00:59:02,310
De begeerte van de ogen verwijst naar
het verlangen om dingen te verwerven.

992
00:59:02,310 --> 00:59:06,750
De begeerte van het vlees verwijst naar
dingen die zintuiglijk genot geven,

993
00:59:06,750 --> 00:59:09,990
of het nu eten, seks of drinken is.

994
00:59:09,990 --> 00:59:13,470
Zelfs slapen kan aangenaam
zijn voor het vlees.

995
00:59:13,470 --> 00:59:17,910
Als we daarvan meer krijgen dan we nodig
hebben, dan we zouden moeten hebben,

996
00:59:17,910 --> 00:59:19,950
kan ook dat een probleem zijn.

997
00:59:19,950 --> 00:59:23,670
Waar het lichaam naar verlangt,
is de begeerte van het vlees.

998
00:59:23,670 --> 00:59:26,490
Waar het oog naar verlangt, zijn spullen.

999
00:59:26,490 --> 00:59:28,530
Als je in een Rolls-Royce wilt rijden,

1000
00:59:28,530 --> 00:59:32,190
is die ongetwijfeld een beetje
comfortabeler dan een Mercedes,

1001
00:59:32,190 --> 00:59:36,090
maar een Mercedes is waarschijnlijk
ongeveer even comfortabel.

1002
00:59:36,090 --> 00:59:38,250
Maar de ene ziet er beter uit.

1003
00:59:38,250 --> 00:59:41,010
Met de ene zullen mensen je meer opmerken.

1004
00:59:41,010 --> 00:59:42,810
Het gaat om wat je ziet.

1005
00:59:42,810 --> 00:59:44,730
Het gaat niet om het comfort.

1006
00:59:44,730 --> 00:59:49,350
Het gaat niet om het lichamelijke,
zintuiglijke genot dat hij je geeft.

1007
00:59:49,350 --> 00:59:52,350
Het gaat er meer om dat je
houdt van hoe hij eruitziet

1008
00:59:52,350 --> 00:59:55,230
en wat hij vertegenwoordigt en dat alles.

1009
00:59:55,230 --> 00:59:57,330
Iets willen omdat het aantrekkelijk is,

1010
00:59:57,330 --> 01:00:01,470
maar niet noodzakelijk een of andere
lichamelijke begeerte bevredigt,

1011
01:00:01,470 --> 01:00:03,930
dat is de begeerte van de ogen.

1012
01:00:03,930 --> 01:00:07,650
Jezus werd dus op al die
gebieden verzocht, net als wij.

1013
01:00:07,650 --> 01:00:11,310
Maar Hij overwon die
verzoekingen. Hij zondigde niet.

1014
01:00:11,310 --> 01:00:14,010
En daarom wordt ons gezegd
dat we vrijmoedig naar de

1015
01:00:14,010 --> 01:00:17,070
troon van de genade moeten
komen voor twee dingen:

1016
01:00:17,070 --> 01:00:21,090
Laten wij dan met vrijmoedigheid
naderen tot de troon van de genade,

1017
01:00:21,090 --> 01:00:24,930
opdat wij barmhartigheid
verkrijgen en genade vinden om

1018
01:00:24,930 --> 01:00:27,690
geholpen te worden op het juiste tijdstip.

1019
01:00:27,690 --> 01:00:32,070
De troon van de genade is misschien
een andere naam voor het verzoendeksel.

1020
01:00:32,070 --> 01:00:35,730
In het Engels heet het
verzoendeksel ‘mercy seat’,

1021
01:00:35,730 --> 01:00:38,730
letterlijk ‘zetel van barmhartigheid’.

1022
01:00:38,730 --> 01:00:44,550
Vandaar de mogelijke verbinding tussen
troon, zetel, genade en barmhartigheid.

1023
01:00:44,550 --> 01:00:48,510
De schrijver heeft veel belangstelling
voor de tabernakel en de voorwerpen

1024
01:00:48,510 --> 01:00:53,430
daarin, vooral in het heilige der
heiligen, waar het verzoendeksel was.

1025
01:00:53,430 --> 01:01:00,510
Jezus, onze Hogepriester, is in elk geval
de hemelen doorgegaan, zegt hij. Waarheen?

1026
01:01:00,510 --> 01:01:02,970
Het heilige der heiligen binnen.

1027
01:01:02,970 --> 01:01:04,890
Daar is het verzoendeksel.

1028
01:01:04,890 --> 01:01:09,270
Misschien bedoelt hij met de troon van
de genade een nieuwtestamentische of

1029
01:01:09,270 --> 01:01:12,210
geestelijke tegenhanger
van het verzoendeksel.

1030
01:01:12,210 --> 01:01:14,610
Dat is moeilijk met zekerheid te zeggen.

1031
01:01:14,610 --> 01:01:18,210
Maar hij zegt dat we daar vrijmoedig
naar de troon van de genade komen

1032
01:01:18,210 --> 01:01:20,610
en dat we twee dingen kunnen ontvangen.

1033
01:01:20,610 --> 01:01:23,130
Het ene is barmhartigheid.

1034
01:01:23,130 --> 01:01:27,150
Barmhartigheid is nodig wanneer
we iets verkeerd hebben gedaan.

1035
01:01:27,150 --> 01:01:31,050
Barmhartigheid is noodzakelijk
wanneer we het oordeel over onze

1036
01:01:31,050 --> 01:01:32,850
daden willen afwenden.

1037
01:01:32,850 --> 01:01:34,890
Daar is barmhartigheid.

1038
01:01:34,890 --> 01:01:39,630
Genade omvat barmhartigheid, maar
omvat meer dan alleen barmhartigheid.

1039
01:01:39,630 --> 01:01:43,530
Er is ook genade om geholpen te
worden wanneer we hulp nodig hebben.

1040
01:01:43,530 --> 01:01:47,130
Naast vergeving voor het doen van het
verkeerde hebben we hulp nodig om het

1041
01:01:47,130 --> 01:01:48,390
goede te doen.

1042
01:01:48,390 --> 01:01:52,230
Het vermogen dat God ons
geeft, wordt genade genoemd.

1043
01:01:52,230 --> 01:01:56,490
Als je een woordstudie doet naar het
woord ‘genade’ in het Nieuwe Testament,

1044
01:01:56,490 --> 01:02:00,090
zul je ontdekken dat Paulus
met genade vaak een soort

1045
01:02:00,090 --> 01:02:03,210
bovennatuurlijk vermogen
bedoelt dat God geeft.

1046
01:02:03,210 --> 01:02:06,690
Toen Paulus zei dat hij drie
keer had gebeden of God zijn

1047
01:02:06,690 --> 01:02:09,930
doorn in het vlees wilde
wegnemen, zei Christus:

1048
01:02:09,930 --> 01:02:14,010
Maar Hij heeft tegen mij gezegd:
Mijn genade is voor u genoeg,

1049
01:02:14,010 --> 01:02:16,890
want Mijn kracht wordt
in zwakheid volbracht.

1050
01:02:16,890 --> 01:02:19,830
Daarom zal ik veel liever
roemen in mijn zwakheden,

1051
01:02:19,830 --> 01:02:22,950
opdat de kracht van
Christus in mij komt wonen.

1052
01:02:22,950 --> 01:02:25,710
Ik zal je in staat
stellen ermee om te gaan.

1053
01:02:25,710 --> 01:02:27,870
Ik ga de pijn niet wegnemen.

1054
01:02:27,870 --> 01:02:30,450
Ik ga je gewoon genade geven.

1055
01:02:30,450 --> 01:02:32,190
Die zal genoeg zijn.

1056
01:02:32,190 --> 01:02:35,730
God kan genade geven. Paulus zei:

1057
01:02:35,730 --> 01:02:39,210
Overeenkomstig de genade
van God die mij gegeven is,

1058
01:02:39,210 --> 01:02:42,690
heb ik als een wijs bouwmeester
het fundament gelegd en een

1059
01:02:42,690 --> 01:02:44,310
ander bouwt daarop.

1060
01:02:44,310 --> 01:02:48,150
Ieder dient er echter op toe
te zien hoe hij daarop bouwt.

1061
01:02:48,150 --> 01:02:51,930
Overeenkomstig de genade
van God die gegeven is.

1062
01:02:51,930 --> 01:02:54,270
Zelfs de gaven van de Heilige Geest,

1063
01:02:54,270 --> 01:02:57,810
die we misschien beschouwen
als door God gegeven vermogens

1064
01:02:57,810 --> 01:03:03,330
om bepaalde dingen te doen — het
Griekse woord daarvoor is charismata.

1065
01:03:03,330 --> 01:03:05,280
Dat betekent genadegaven.

1066
01:03:05,280 --> 01:03:11,730
Dit vermogen en deze begiftiging
zijn genade die ons gegeven wordt.

1067
01:03:11,730 --> 01:03:15,510
Het is de genade van God
die ons in staat stelt.

1068
01:03:15,510 --> 01:03:19,710
We denken bij genade vaak
alleen aan vergeving van zonden.

1069
01:03:19,710 --> 01:03:24,630
Want uit genade bent u zalig geworden,
door het geloof, en dat niet uit u,

1070
01:03:24,630 --> 01:03:29,550
het is de gave van God; niet uit
werken, opdat niemand zou roemen.

1071
01:03:29,550 --> 01:03:32,910
Dat wil zeggen: ik verdien
de vergeving van zonden niet,

1072
01:03:32,910 --> 01:03:34,830
maar ik krijg die onverdiend.

1073
01:03:34,830 --> 01:03:39,090
Dat is waar, maar dat is het deel dat
met barmhartigheid te maken heeft.

1074
01:03:39,090 --> 01:03:42,570
Je komt naar de troon van de genade
om barmhartigheid te ontvangen

1075
01:03:42,570 --> 01:03:46,230
en genade om geholpen te worden
wanneer je hulp nodig hebt.

1076
01:03:46,230 --> 01:03:50,010
Daarbij vertrouw je erop dat God
je door beproevingen heen helpt,

1077
01:03:50,010 --> 01:03:52,890
dat Hij je helpt te doen
wat Hij wil dat je doet.

1078
01:03:52,890 --> 01:03:56,670
Dit is wat veel christenen
ontgaat: het is niet de bedoeling

1079
01:03:56,670 --> 01:04:00,090
dat je het christelijke leven
in je natuurlijke kracht leeft.

1080
01:04:00,090 --> 01:04:01,770
Het is Gods werk in je.

1081
01:04:01,770 --> 01:04:05,910
want het is God, Die in u werkt
zowel het willen als het werken,

1082
01:04:05,910 --> 01:04:07,650
naar Zijn welbehagen.

1083
01:04:07,650 --> 01:04:10,950
Die werking is de
werking van genade in je,

1084
01:04:10,950 --> 01:04:14,970
om je in staat te stellen te
helpen wanneer er hulp nodig is.

1085
01:04:14,970 --> 01:04:19,650
En dus zegt de schrijver dat we een
Hogepriester hebben Die het heilige

1086
01:04:19,650 --> 01:04:21,870
der heiligen is binnengegaan.

1087
01:04:21,870 --> 01:04:24,210
Laten we daar met Hem naar binnen gaan.

1088
01:04:24,210 --> 01:04:28,530
Laten we daar vrijmoedig
binnengaan, omdat we Hem toebehoren.

1089
01:04:28,530 --> 01:04:30,690
Het voorhangsel is gescheurd.

1090
01:04:30,690 --> 01:04:32,610
We kunnen er zo naar binnen gaan.

1091
01:04:32,610 --> 01:04:34,590
We kunnen vrijmoedig komen.

1092
01:04:34,590 --> 01:04:37,830
We hoeven daarin niet
terughoudend te zijn.

1093
01:04:37,830 --> 01:04:42,750
Naar de troon van de genade, en daar
die genade vinden om geholpen te worden

1094
01:04:42,750 --> 01:04:44,850
wanneer we hulp nodig hebben.

1095
01:04:44,850 --> 01:04:50,010
Later, in Hebreeën 10, zegt hij
in dezelfde trant in vers 19:

1096
01:04:50,010 --> 01:04:55,710
Omdat wij nu, broeders, vrijmoedigheid
hebben om in te gaan in het heiligdom

1097
01:04:55,710 --> 01:04:57,390
door het bloed van Jezus,

1098
01:04:57,390 --> 01:05:00,990
Daarmee bedoelt hij het
heilige der heiligen.

1099
01:05:00,990 --> 01:05:04,290
Dit is in zijn gedachten
ongetwijfeld hetzelfde als

1100
01:05:04,290 --> 01:05:08,310
vrijmoedig naar de troon van de
genade of het verzoendeksel komen.

1101
01:05:08,310 --> 01:05:12,390
De heiligste plaats, het
heilige der heiligen.

1102
01:05:12,390 --> 01:05:16,770
langs een nieuwe en levende weg, die
Hij voor ons heeft ingewijd door het

1103
01:05:16,770 --> 01:05:21,510
voorhangsel, dat is door Zijn vlees, en
omdat wij een grote Priester hebben over

1104
01:05:21,510 --> 01:05:26,130
het huis van God, laten wij tot Hem
naderen met een waarachtig hart,

1105
01:05:26,130 --> 01:05:31,710
in volle zekerheid van het geloof, nu ons
hart gereinigd is van een slecht geweten

1106
01:05:31,710 --> 01:05:35,130
en ons lichaam gewassen is met rein water.

1107
01:05:35,130 --> 01:05:39,450
Dit is dus eigenlijk de aansporing die
in het boek Hebreeën steeds terugkomt:

1108
01:05:39,450 --> 01:05:41,430
kom vrijmoedig tot God.

1109
01:05:41,430 --> 01:05:45,570
Denk niet dat er tussen jou
en Hem nog iets onopgelost is.

1110
01:05:45,570 --> 01:05:47,610
Hij heeft het opgelost.

1111
01:05:47,610 --> 01:05:50,550
Jezus is eens voor altijd gestorven.

1112
01:05:50,550 --> 01:05:53,550
Hij pleit nu voor ons in het heiligdom.

1113
01:05:53,550 --> 01:05:56,550
Hij nodigt ons uit om binnen te komen.

1114
01:05:56,550 --> 01:06:00,870
En we moeten vrijmoedig komen en
ontvangen wat we nodig hebben.

1115
01:06:00,870 --> 01:06:03,510
Ja, we hebben soms vergeving nodig.

1116
01:06:03,510 --> 01:06:05,310
Maar die is beschikbaar.

1117
01:06:05,310 --> 01:06:08,430
We hebben genade nodig
om geholpen te worden.

1118
01:06:08,430 --> 01:06:10,230
Die is beschikbaar.

1119
01:06:10,230 --> 01:06:13,110
En dat is eigenlijk de
boodschap van Hebreeën.

1120
01:06:13,110 --> 01:06:16,230
Waarom zou je teruggaan naar
een stelsel waarin je niet

1121
01:06:16,230 --> 01:06:19,290
rechtstreeks in Gods
tegenwoordigheid kunt komen?

1122
01:06:19,290 --> 01:06:22,890
Je kunt het heilige der
heiligen niet binnengaan.

1123
01:06:22,890 --> 01:06:26,850
Je hogepriester in het oude
stelsel kent niet eens je naam.

1124
01:06:26,850 --> 01:06:31,470
Maar wij hebben een Hogepriester Die
ons uitnodigt om zo binnen te komen.

1125
01:06:31,470 --> 01:06:35,910
We kunnen zelf tot het heilige der
heiligen naderen, tot het verzoendeksel.

1126
01:06:35,910 --> 01:06:40,110
En dat is waartoe hij ons aanspoort,
omdat we de genade nodig hebben om

1127
01:06:40,110 --> 01:06:40,710
ons te helpen.
