1
00:00:02,010 --> 00:00:04,230
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,230 --> 00:00:09,450
Deze keer behandelen we Hosea
hoofdstuk 10 tot en met 14.

3
00:00:09,450 --> 00:00:12,150
We zijn bij Hosea hoofdstuk 10.

4
00:00:12,150 --> 00:00:17,670
Aan het eind van hoofdstuk 9 zien we dat
God Israël, het noordelijke koninkrijk,

5
00:00:17,670 --> 00:00:22,830
met bepaalde oordelen dreigde,
voornamelijk vanwege zijn afgoderij.

6
00:00:22,830 --> 00:00:26,010
Een van die oordelen was onvruchtbaarheid.

7
00:00:26,010 --> 00:00:30,990
Maar onvruchtbaarheid, die gewoonlijk
als een oordeel werd beschouwd,

8
00:00:30,990 --> 00:00:36,570
werd in dit geval niet zozeer een
oordeel genoemd als wel iets barmhartigs.

9
00:00:36,570 --> 00:00:41,550
Want als mensen kinderen kregen, konden ze
verwachten die aan de vijand te verliezen

10
00:00:41,550 --> 00:00:45,030
en te zien hoe ze voor
hun ogen werden gedood.

11
00:00:45,030 --> 00:00:52,410
Hosea bad in vers 14 van hoofdstuk 9
zelfs dat God hun het volgende zou geven:

12
00:00:52,410 --> 00:00:56,970
Geef hun, HEERE, ja, wat moet U hun geven?

13
00:00:56,970 --> 00:01:02,670
Geef hun een baarmoeder die zonder
vrucht blijft en borsten die verdrogen.

14
00:01:02,670 --> 00:01:07,110
Borsten dus die geen melk
hebben om baby's te voeden.

15
00:01:07,110 --> 00:01:11,070
Het zou voor hen barmhartiger
zijn als ze een miskraam kregen

16
00:01:11,070 --> 00:01:14,010
dan wanneer ze hun baby's
ter wereld brachten,

17
00:01:14,010 --> 00:01:18,690
emotioneel aan hen gehecht raakten
en vervolgens zagen hoe ze op deze

18
00:01:18,690 --> 00:01:20,790
manier werden weggevaagd.

19
00:01:20,790 --> 00:01:24,150
Dat werd aan het eind van
hoofdstuk 9 besproken.

20
00:01:24,150 --> 00:01:27,210
Ik heb erop gewezen dat Jezus, denk ik,

21
00:01:27,210 --> 00:01:31,650
dit beeld bewust overnam
in Lukas hoofdstuk 23,

22
00:01:31,650 --> 00:01:34,470
toen Hij tegen de vrouwen
van Jeruzalem zei:

23
00:01:34,470 --> 00:01:39,450
En Jezus keerde Zich naar hen om
en zei: Dochters van Jeruzalem,

24
00:01:39,450 --> 00:01:45,570
huil niet over Mij, maar huil over
uzelf en over uw kinderen, want zie,

25
00:01:45,570 --> 00:01:48,270
er komen dagen waarin men zal zeggen:

26
00:01:48,270 --> 00:01:52,290
Zalig zijn de onvruchtbaren en de
buiken die niet gebaard hebben,

27
00:01:52,290 --> 00:01:54,570
en de borsten die niet gezoogd hebben.

28
00:01:54,570 --> 00:01:57,330
Dat was vanwege dezelfde
soort omstandigheden

29
00:01:57,330 --> 00:02:02,490
waarmee Jeruzalem kort na de tijd van
Jezus, in het jaar 70 na Christus,

30
00:02:02,490 --> 00:02:04,170
te maken zou krijgen.

31
00:02:04,170 --> 00:02:08,370
Die waren vergelijkbaar met de
omstandigheden waarvoor Hosea Israël in

32
00:02:08,370 --> 00:02:10,170
zijn tijd waarschuwde.

33
00:02:10,170 --> 00:02:16,710
Aan het eind van hoofdstuk 9 heb ik geen
commentaar gegeven op vers 17. Hij zegt:

34
00:02:16,710 --> 00:02:20,790
Mijn God zal hen verwerpen, omdat
zij naar Hem niet luisteren.

35
00:02:20,790 --> 00:02:23,430
Zij zullen zwervers onder de volken zijn.

36
00:02:23,430 --> 00:02:26,670
Ik zou je willen vragen: is dat veranderd?

37
00:02:26,670 --> 00:02:31,710
De Joden zwierven vanaf het jaar 70
na Christus onder de volken rond.

38
00:02:31,710 --> 00:02:37,050
Het noordelijke koninkrijk is
eigenlijk al sinds 721 voor Christus,

39
00:02:37,050 --> 00:02:40,110
toen Samaria viel, verstrooid gebleven.

40
00:02:40,110 --> 00:02:44,790
De mensen van Juda zijn dat
sinds het jaar 70 na Christus.

41
00:02:44,790 --> 00:02:49,170
Natuurlijk leven we in een tijd waarin
veel Joden zijn teruggekeerd naar hun

42
00:02:49,170 --> 00:02:53,190
historische vaderland, het
land Palestina of Israël.

43
00:02:53,190 --> 00:02:57,150
En veel mensen hebben het gevoel dat
de dingen niet meer hetzelfde zijn als

44
00:02:57,150 --> 00:03:02,370
vroeger, sinds 1948, toen
Israël weer een natie werd.

45
00:03:02,370 --> 00:03:06,630
Mensen denken: ‘We leven nu
in een ander soort situatie.

46
00:03:06,630 --> 00:03:10,470
God heeft het volk Israël weer
naar zijn land teruggebracht.’

47
00:03:10,470 --> 00:03:12,630
Maar let op deze uitspraken:

48
00:03:12,630 --> 00:03:17,130
Mijn God zal ze verstoten omdat ze
niet naar Hem hebben geluisterd.

49
00:03:17,130 --> 00:03:20,190
En ze zullen tussen de volken rondzwerven.

50
00:03:20,190 --> 00:03:24,090
Ze zullen onder de volken
rondzwerven. Waarom?

51
00:03:24,090 --> 00:03:28,050
Omdat ze Hem niet
gehoorzaamden. Is dat veranderd?

52
00:03:28,050 --> 00:03:30,450
Gehoorzamen de Joden Hem nu?

53
00:03:30,450 --> 00:03:32,850
Nou, de meeste Joden niet.

54
00:03:32,850 --> 00:03:35,130
Natuurlijk doen de meeste
heidenen dat ook niet.

55
00:03:35,130 --> 00:03:38,850
Maar waar het om gaat, is
dit: als je zegt dat God

56
00:03:38,850 --> 00:03:42,270
hen op een bijzondere manier
naar hun land heeft teruggebracht

57
00:03:42,270 --> 00:03:46,050
en een einde heeft gemaakt aan
de dagen van hun rondzwerven,

58
00:03:46,050 --> 00:03:50,490
dan zou dat erop wijzen dat de
omstandigheden die hen tot dat rondzwerven

59
00:03:50,490 --> 00:03:53,010
brachten, veranderd zijn.

60
00:03:53,010 --> 00:03:58,110
Namelijk dat ze zich bekeerd zouden hebben
en dat ze de wil van God zouden doen

61
00:03:58,110 --> 00:04:02,130
en Christus zouden gehoorzamen.
Maar dat doen ze niet.

62
00:04:02,130 --> 00:04:06,270
Daarom vraag ik me af of de
aanwezigheid van Israël in zijn

63
00:04:06,270 --> 00:04:10,650
land een blijvende situatie is,
of het iets is wat God doet,

64
00:04:10,650 --> 00:04:14,550
of het van mensen komt of
van God. Ik weet het niet.

65
00:04:14,550 --> 00:04:18,330
Maar het is natuurlijk ook waar
dat er tegenwoordig meer Joden

66
00:04:18,330 --> 00:04:20,790
buiten Israël zijn dan erin.

67
00:04:20,790 --> 00:04:24,210
Ze zwerven nog steeds
overal onder de volken rond.

68
00:04:24,210 --> 00:04:28,230
Hoewel Israël nu al meer
dan 40 jaar een staat is,

69
00:04:28,230 --> 00:04:32,850
42 jaar sinds Israël een staat
werd, meer dan een hele generatie,

70
00:04:32,850 --> 00:04:35,670
zijn er veel Joden die daar niet zijn.

71
00:04:35,670 --> 00:04:39,990
Er zijn zelfs meer Joden in de
stad New York dan in Israël.

72
00:04:39,990 --> 00:04:44,970
Veel mensen hebben het gevoel dat God
deze vloek over hen nu heeft opgeheven,

73
00:04:44,970 --> 00:04:48,210
deze toestand waarin ze
onder de volken rondzwerven,

74
00:04:48,210 --> 00:04:51,270
en dat God hen nu naar
hun natie terugtrekt,

75
00:04:51,270 --> 00:04:56,130
alsof Hij hen in wezen uit barmhartigheid
weer naar hun land terugbrengt.

76
00:04:56,130 --> 00:04:59,670
Nou, ik vraag me af:
verklaart dat wat er gebeurt?

77
00:04:59,670 --> 00:05:04,530
Want als het waar is dat 1948 het
einde van hun rondzwerven betekende,

78
00:05:04,530 --> 00:05:09,390
waarom zwerft de meerderheid van de Joden
dan nu, meer dan een generatie later,

79
00:05:09,390 --> 00:05:10,470
nog steeds rond?

80
00:05:10,470 --> 00:05:14,070
Of waarom zijn ze in elk geval nog
steeds vervreemd van hun vaderland

81
00:05:14,070 --> 00:05:15,390
en zijn ze daar niet?

82
00:05:15,390 --> 00:05:18,390
Het is waar dat er nog
steeds Joden naartoe gaan,

83
00:05:18,390 --> 00:05:21,390
maar het lijkt er niet op
dat er sprake is geweest van

84
00:05:21,390 --> 00:05:25,710
enige ingrijpende terugkeer van het
volk Israël uit zijn rondzwerven

85
00:05:25,710 --> 00:05:29,370
of uit zijn bestaan als
vreemdelingen in andere landen.

86
00:05:29,370 --> 00:05:31,350
In hoofdstuk 10 zegt hij:

87
00:05:31,350 --> 00:05:35,790
Israël is een weelderige wijnstok,
hij brengt zijn vrucht voort.

88
00:05:35,790 --> 00:05:39,750
Hoe groter zijn vrucht is, hoe
meer er voor de altaren is.

89
00:05:39,750 --> 00:05:43,350
Hoe beter zijn land, hoe
mooier de gewijde stenen.

90
00:05:43,350 --> 00:05:46,650
De Engelse vertaling die de
spreker hier gebruikt, zegt:

91
00:05:46,650 --> 00:05:49,170
‘Israël maakt zijn wijnstok leeg.’

92
00:05:49,170 --> 00:05:52,230
Met andere woorden:
hij oogst zijn druiven.

93
00:05:52,230 --> 00:05:54,750
En hoe meer vruchten hij heeft, hoe meer

94
00:05:54,750 --> 00:05:59,190
altaren hij voor valse goden bouwt om
daar zijn vruchtoffers op te brengen.

95
00:05:59,190 --> 00:06:02,430
Want hoe meer God Israël
voorspoed heeft gegeven,

96
00:06:02,430 --> 00:06:05,670
hoe ondankbaarder ze
tegenover Hem zijn geweest.

97
00:06:05,670 --> 00:06:11,070
Ze hebben hun voorspoed gebruikt als een
middel om andere goden dan God te eren.

98
00:06:11,070 --> 00:06:12,630
Dat wordt daar gezegd.

99
00:06:12,630 --> 00:06:15,990
Verdeeld is hun hart,
nu staan zij schuldig.

100
00:06:15,990 --> 00:06:20,490
God Zelf zal hun altaren afbreken,
hun gewijde stenen verwoesten.

101
00:06:20,490 --> 00:06:25,230
Waar de HSV ‘God Zelf’ heeft, staat
in de Engelse vertaling die de spreker

102
00:06:25,230 --> 00:06:27,510
bespreekt alleen ‘hij’.

103
00:06:27,510 --> 00:06:30,870
Dat ‘hij’ kan verwijzen naar
God of naar de Assyriërs,

104
00:06:30,870 --> 00:06:32,910
die dit uiteindelijk hebben gedaan.

105
00:06:32,910 --> 00:06:36,750
Voorzeker, dan zullen zij
zeggen: Wij hebben geen koning,

106
00:06:36,750 --> 00:06:39,090
want wij hebben de HEERE niet gevreesd.

107
00:06:39,090 --> 00:06:42,330
Een koning, wat zou die
dan voor ons kunnen doen?

108
00:06:42,330 --> 00:06:47,370
Zij spreken loze woorden, zweren
valse eden, sluiten maar verbonden.

109
00:06:47,370 --> 00:06:51,150
Het recht loopt uit als een
gifplant in de voren van het veld.

110
00:06:51,150 --> 00:06:52,350
Wanneer ze zeggen:

111
00:06:52,350 --> 00:06:56,430
We hebben geen koning, en al hadden
we er een, wat zouden we eraan hebben?

112
00:06:56,430 --> 00:07:01,950
dan lijkt dat een beeld te schetsen van
een periode nadat het oordeel gekomen is.

113
00:07:01,950 --> 00:07:06,810
Wanneer de altaren en hun gewijde pilaren
door de Assyriërs zijn afgebroken,

114
00:07:06,810 --> 00:07:10,050
zal het volk Israël
geen koning meer hebben.

115
00:07:10,050 --> 00:07:13,110
En wat zou het hun baten
als ze er wel een hadden?

116
00:07:13,110 --> 00:07:17,250
Hun koningen hebben hen nooit van
de Assyriërs kunnen verlossen.

117
00:07:17,250 --> 00:07:22,290
Daarom klagen ze dat ze geen koninkrijk
meer zijn en dat ze geen koning hebben.

118
00:07:22,290 --> 00:07:27,330
Bedenk dat er al in Hosea hoofdstuk
3, vers 4, voorspeld werd:

119
00:07:27,330 --> 00:07:32,970
Want de Israëlieten moeten veel dagen
zonder koning en zonder vorst blijven,

120
00:07:32,970 --> 00:07:38,670
zonder offer en zonder gewijde
steen, zonder efod en afgodsbeelden.

121
00:07:38,670 --> 00:07:42,330
Maar daar zou volgens Hosea 3, vers 5,

122
00:07:42,330 --> 00:07:46,590
een einde aan komen wanneer ze
terugkeerden tot de Messias.

123
00:07:46,590 --> 00:07:50,130
Dus toen Jezus kwam en
daar een einde aan maakte,

124
00:07:50,130 --> 00:07:55,410
zou het ware Israël weer een Koning
hebben, namelijk hun Messias.

125
00:07:55,410 --> 00:07:56,610
Vers 5:

126
00:07:56,610 --> 00:08:01,590
Voor de kalveren van Beth-Aven zijn
de inwoners van Samaria bevreesd.

127
00:08:01,590 --> 00:08:06,031
Ja, zijn volk zal erover treuren
en zijn afgodspriesters —

128
00:08:06,031 --> 00:08:11,550
die zich erover verheugden — vanwege zijn
luister, want die is van hem weggevoerd.

129
00:08:11,550 --> 00:08:12,750
of Bethel.

130
00:08:12,750 --> 00:08:16,410
Ook hier hebben de Assyriërs
het gedaan. Er staat:

131
00:08:16,410 --> 00:08:22,590
Ja, dat kalf zal naar Assyrië gevoerd
worden, een geschenk voor koning Jareb.

132
00:08:22,590 --> 00:08:27,270
Zo zal Efraïm schande op zich laden
en Israël zal beschaamd worden

133
00:08:27,270 --> 00:08:29,430
vanwege zijn voornemen.

134
00:08:29,430 --> 00:08:34,230
Samaria is afgehouwen; zijn koning
drijft als een tak op het water.

135
00:08:34,230 --> 00:08:39,270
Weggevaagd zullen worden de offerhoogten
van Aven, de zonde van Israël;

136
00:08:39,270 --> 00:08:43,110
dorens en distels zullen
opschieten tot boven hun altaren.

137
00:08:43,110 --> 00:08:46,710
Dan zullen zij tegen de
bergen zeggen: Bedek ons!

138
00:08:46,710 --> 00:08:49,650
en tegen de heuvels: Val op ons!

139
00:08:49,650 --> 00:08:53,370
Daarmee wordt waarschijnlijk
Bethel, Beth-Aven, bedoeld.

140
00:08:53,370 --> 00:08:56,190
Hun altaren zullen niet
worden onderhouden.

141
00:08:56,190 --> 00:09:00,510
Een doorn of distel zou eigenlijk niet
op een altaar kunnen groeien als ze er

142
00:09:00,510 --> 00:09:02,670
voortdurend offers op verbranden.

143
00:09:02,670 --> 00:09:05,610
De doornen en distels
zouden ook verbranden.

144
00:09:05,610 --> 00:09:08,790
Maar er wordt gezegd dat de
offers daar zullen ophouden.

145
00:09:08,790 --> 00:09:12,030
De altaren zullen gewoon in verval raken.

146
00:09:12,030 --> 00:09:16,710
Ze zullen worden overgelaten aan wilde
struiken en doornstruiken enzovoort,

147
00:09:16,710 --> 00:09:19,590
die ze uiteindelijk helemaal
zullen overwoekeren.

148
00:09:19,590 --> 00:09:22,770
We hebben gezien dat Jezus
dit inderdaad citeert.

149
00:09:22,770 --> 00:09:25,530
Jesaja had dit als eerste
naar voren gebracht:

150
00:09:25,530 --> 00:09:27,930
dat mensen zich op de
dag dat God oordeelt,

151
00:09:27,930 --> 00:09:30,390
in de bergen zouden willen verbergen.

152
00:09:30,390 --> 00:09:34,050
In Jesaja hoofdstuk 2, vers 19, staat:

153
00:09:34,050 --> 00:09:38,370
Dan zullen zij de grotten van de rotsen
binnengaan en de holen in de grond,

154
00:09:38,370 --> 00:09:42,570
uit angst voor de HEERE en vanwege
de glorie van Zijn majesteit,

155
00:09:42,570 --> 00:09:45,210
als Hij opstaat om de
aarde te verschrikken.

156
00:09:45,210 --> 00:09:49,110
Jesaja voorspelt dus een tijd
waarin God zal opstaan om het land

157
00:09:49,110 --> 00:09:53,850
of de aarde te doen beven, om
Israël of Juda te straffen.

158
00:09:53,850 --> 00:09:58,230
En mensen zullen zich in grotten en
onder rotsen enzovoort verbergen voor de

159
00:09:58,230 --> 00:09:59,910
verschrikking van de Heere.

160
00:09:59,910 --> 00:10:01,950
Dat is wat Hosea ook zegt.

161
00:10:01,950 --> 00:10:05,370
Dit wordt twee keer in het
Nieuwe Testament aangehaald.

162
00:10:05,370 --> 00:10:10,110
Eén keer, zoals ik je eerder
liet zien, in Lukas 23:30,

163
00:10:10,110 --> 00:10:15,030
waar Jezus sprak over de val van
Jeruzalem in het jaar 70 na Christus.

164
00:10:15,030 --> 00:10:19,410
Nadat Hij de vrouwen had gezegd dat ze om
zichzelf en hun kinderen moesten treuren,

165
00:10:19,410 --> 00:10:21,270
zei Hij vervolgens:

166
00:10:21,270 --> 00:10:26,130
Dan zullen zij beginnen te zeggen tegen
de bergen: Val op ons, en tegen de

167
00:10:26,130 --> 00:10:28,530
heuvels: Bedek ons.

168
00:10:28,530 --> 00:10:33,510
Hij haalt dit hier dus aan en past het
toe op de verwoesting van Jeruzalem in het

169
00:10:33,510 --> 00:10:35,850
jaar 70 na Christus.

170
00:10:35,850 --> 00:10:40,830
Er is nog één andere plaats in het Nieuwe
Testament waar dit wordt aangehaald,

171
00:10:40,830 --> 00:10:45,390
opmerkelijk genoeg in Openbaring
hoofdstuk 6 en vers 16.

172
00:10:45,390 --> 00:10:50,730
Dit is wanneer het zesde zegel van het
boek met de zeven zegels verbroken is.

173
00:10:50,730 --> 00:10:56,730
Volgens mij ontketent dat oordelen over
Jeruzalem in het jaar 70 na Christus.

174
00:10:56,730 --> 00:10:59,370
Zoals ik het boek met
de zeven zegels begrijp,

175
00:10:59,370 --> 00:11:04,590
heeft het te maken met de val van
Jeruzalem in het jaar 70 na Christus.

176
00:11:04,590 --> 00:11:07,110
Over die tijd staat er in vers 16:

177
00:11:07,110 --> 00:11:09,930
En zij zeiden tegen de
bergen en de rotsen:

178
00:11:09,930 --> 00:11:15,030
Val op ons en verberg ons voor het
aangezicht van Hem Die op de troon zit,

179
00:11:15,030 --> 00:11:17,070
en voor de toorn van het Lam.

180
00:11:17,070 --> 00:11:19,890
Want de grote dag van
Zijn toorn is aangebroken

181
00:11:19,890 --> 00:11:22,170
en wie kan dan staande blijven?

182
00:11:22,170 --> 00:11:25,290
Het is opmerkelijk dat
het antwoord op die vraag:

183
00:11:25,290 --> 00:11:27,090
Wie kan er standhouden?

184
00:11:27,090 --> 00:11:30,510
wordt gegeven in hoofdstuk
7 van Openbaring.

185
00:11:30,510 --> 00:11:36,210
Daar wordt verteld over de 144.000, de
gelovige Joden die de val van Jeruzalem

186
00:11:36,210 --> 00:11:41,370
overleefden, die eerstelingen voor God
waren, zoals in hoofdstuk 14 staat.

187
00:11:41,370 --> 00:11:43,650
Daar zullen we uiteindelijk op ingaan.

188
00:11:43,650 --> 00:11:47,850
Maar waar het om gaat, is
dat deze uitspraak uit Hosea

189
00:11:47,850 --> 00:11:51,990
twee keer in het Nieuwe Testament wordt
aangehaald en toegepast op wat er in het

190
00:11:51,990 --> 00:11:55,050
jaar 70 na Christus
met Jeruzalem gebeurde.

191
00:11:55,050 --> 00:12:01,110
Hosea spreekt ongetwijfeld over wat er
in 721 voor Christus met Israël gebeurde.

192
00:12:01,110 --> 00:12:04,770
Maar uit de manier waarop deze beelden in
het Nieuwe Testament worden opgepakt en

193
00:12:04,770 --> 00:12:10,530
opnieuw toegepast, blijkt heel duidelijk
dat zij de val van Samaria in 721 voor

194
00:12:10,530 --> 00:12:15,030
Christus kennelijk zagen als een type van
de uiteindelijke val van het hele volk in

195
00:12:15,030 --> 00:12:17,490
het jaar 70 na Christus.

196
00:12:17,490 --> 00:12:19,950
Jezus haalt hier dus vaak iets uit

197
00:12:19,950 --> 00:12:23,910
aan wanneer Hij spreekt over die grote
verwoesting die zou plaatsvinden.

198
00:12:23,910 --> 00:12:25,350
In vers 9:

199
00:12:25,350 --> 00:12:28,770
Sinds de dagen van Gibea
hebt u gezondigd, Israël!

200
00:12:28,770 --> 00:12:30,750
Daar zijn zij blijven staan.

201
00:12:30,750 --> 00:12:35,910
De strijd in Gibea zal hen niet treffen,
de strijd tegen onrechtvaardige mannen.

202
00:12:35,910 --> 00:12:39,330
Gibea, weet je nog, was de
plaats die we eerder noemden,

203
00:12:39,330 --> 00:12:42,570
waar die gruweldaad in het
boek Richteren plaatsvond,

204
00:12:42,570 --> 00:12:46,230
waar de bijvrouw van de Leviet
werd verkracht tot ze stierf.

205
00:12:46,230 --> 00:12:49,290
Dat werd eerder al genoemd. En er staat:

206
00:12:49,290 --> 00:12:55,170
Daar stonden ze. De strijd in Gibea tegen
de boosdoeners heeft hen niet bereikt.

207
00:12:55,170 --> 00:12:57,810
Wat betekent dat? Goede vraag.

208
00:12:57,810 --> 00:13:01,110
Ik heb in dit geval mijn
toevlucht genomen tot de NIV,

209
00:13:01,110 --> 00:13:05,130
waarin ze dingen voor ons parafraseren
en iets duidelijker maken.

210
00:13:05,130 --> 00:13:08,310
Waar de King James of
de New King James zegt:

211
00:13:08,310 --> 00:13:13,350
Daar stonden ze, en wat daarop
volgt in vers 9, staat er in de NIV:

212
00:13:13,350 --> 00:13:18,690
‘Daar ben je gebleven. Heeft de oorlog
de boosdoeners in Gibea niet ingehaald?’

213
00:13:18,690 --> 00:13:24,330
Zo luidt, in Nederlandse weergave, de
NIV-lezing die de spreker bespreekt.

214
00:13:24,330 --> 00:13:28,770
Anders dan de hierboven
aangehaalde HSV formuleert deze

215
00:13:28,770 --> 00:13:30,570
vertaling het slot als een vraag.

216
00:13:30,570 --> 00:13:33,570
Je ziet dat de NIV de taal vereenvoudigt,

217
00:13:33,570 --> 00:13:36,750
volgens sommigen misschien
al te sterk vereenvoudigt.

218
00:13:36,750 --> 00:13:39,930
Maar die geeft ons in elk geval
waarschijnlijk een duidelijke betekenis

219
00:13:39,930 --> 00:13:42,450
van wat er in de passage bedoeld werd.

220
00:13:42,450 --> 00:13:47,310
Hij zegt: ‘Sinds de dagen van
Gibea heb je gezondigd, Israël!’

221
00:13:47,310 --> 00:13:49,050
En daar ben je gebleven.

222
00:13:49,050 --> 00:13:53,370
Dat wil zeggen: je bent sinds de
tijd van Gibea niet veranderd.

223
00:13:53,370 --> 00:13:58,230
Jullie zijn precies hetzelfde soort
mensen als jullie volksgenoten toen waren.

224
00:13:58,230 --> 00:13:59,670
Maar Hij zegt:

225
00:13:59,670 --> 00:14:02,070
Heeft de oorlog hen niet ingehaald?

226
00:14:02,070 --> 00:14:05,370
Dit verwijst natuurlijk naar het
feit dat de hele stam Benjamin

227
00:14:05,370 --> 00:14:08,070
als gevolg daarvan bijna werd uitgeroeid.

228
00:14:08,070 --> 00:14:12,030
Wat Hij zegt, is dat hun
hetzelfde te wachten staat.

229
00:14:12,030 --> 00:14:13,170
Vers 10:

230
00:14:13,170 --> 00:14:18,330
Het is Mijn verlangen hen te bestraffen:
volken worden tegen hen samengetrokken,

231
00:14:18,330 --> 00:14:21,690
verstrikt als zij zijn in
beide ongerechtigheden.

232
00:14:21,690 --> 00:14:23,670
Of dubbele overtredingen.

233
00:14:23,670 --> 00:14:26,490
Ik weet niet wat hun
twee overtredingen zijn,

234
00:14:26,490 --> 00:14:29,850
tenzij het misschien verwijst
naar de twee gouden kalveren,

235
00:14:29,850 --> 00:14:33,030
het ene in Bethel en het andere in Dan.

236
00:14:33,030 --> 00:14:36,390
Dat zouden de twee overtredingen
kunnen zijn die bedoeld worden.

237
00:14:36,390 --> 00:14:39,750
Het zou in zekere zin ook
een woordspeling kunnen zijn.

238
00:14:39,750 --> 00:14:44,550
Want de naam Efraïm, zoals Hosea het
noordelijke koninkrijk vaak noemt,

239
00:14:44,550 --> 00:14:46,950
betekent dubbele vruchtbaarheid.

240
00:14:46,950 --> 00:14:49,110
Misschien maakt hij een woordspeling:

241
00:14:49,110 --> 00:14:51,810
degenen die dubbel vruchtbaar
hadden moeten zijn,

242
00:14:51,810 --> 00:14:55,110
zijn dubbel zondig geworden in
plaats van dubbel vruchtbaar.

243
00:14:55,110 --> 00:14:56,430
Vers 11 zegt:

244
00:14:56,430 --> 00:15:01,110
Omdat Efraïm een getemde jonge
koe is, gewillig om te dorsen,

245
00:15:01,110 --> 00:15:06,690
ben Ik voorbijgegaan aan de schoonheid
van haar hals: Ik zal Efraïm inspannen,

246
00:15:06,690 --> 00:15:10,590
Juda zal ploegen, Jakob
zal voor zichzelf eggen.

247
00:15:10,590 --> 00:15:15,990
De kluiten breken met de ploeg, met
andere woorden. Wat zegt Hij hier?

248
00:15:15,990 --> 00:15:20,250
Ik denk dat Hij ironisch
of sarcastisch spreekt.

249
00:15:20,250 --> 00:15:23,730
Efraïm lijkt graag
buitenlandse machten te dienen.

250
00:15:23,730 --> 00:15:26,310
Ze onderwerpen zich vrijwillig aan hen.

251
00:15:26,310 --> 00:15:30,930
Ze betalen hun vrijwillig schatting
om van hen bescherming te krijgen.

252
00:15:30,930 --> 00:15:34,710
Aangezien ze blijkbaar graag
dorsen, dat wil zeggen dat ze graag

253
00:15:34,710 --> 00:15:40,470
dienaren van buitenlanders zijn: ‘Dan zal
Ik hen maar dwingen die machten te dienen,

254
00:15:40,470 --> 00:15:42,930
aangezien ze dat zo graag doen.’

255
00:15:42,930 --> 00:15:45,450
Dat is wat Hij daar volgens mij zegt.

256
00:15:45,450 --> 00:15:48,750
Omdat ze blijkbaar graag
buitenlandse machten dienen,

257
00:15:48,750 --> 00:15:53,010
zal Hij hen tot dwangarbeid voor
die buitenlandse machten brengen,

258
00:15:53,010 --> 00:15:56,910
of in gevangenschap bij
hen laten terechtkomen.

259
00:15:56,910 --> 00:15:58,350
Vers 12:

260
00:15:58,350 --> 00:16:01,290
Zaai voor uzelf in gerechtigheid!

261
00:16:01,290 --> 00:16:03,570
Oogst in goedertierenheid!

262
00:16:03,570 --> 00:16:06,630
Ploeg voor uzelf ongeploegd land om!

263
00:16:06,630 --> 00:16:09,030
Het is tijd om de HEERE te zoeken,

264
00:16:09,030 --> 00:16:12,750
totdat Hij komt en gerechtigheid
over u laat regenen.

265
00:16:12,750 --> 00:16:17,070
U hebt goddeloosheid geploegd,
onrechtvaardigheid geoogst,

266
00:16:17,070 --> 00:16:20,970
leugenvrucht gegeten; want
u hebt vertrouwd op uw weg,

267
00:16:20,970 --> 00:16:23,190
op uw grote aantal helden.

268
00:16:23,190 --> 00:16:28,410
Omdat ze op hun eigen kracht vertrouwden,
op hun eigen helden, op hun eigen legers,

269
00:16:28,410 --> 00:16:32,130
hebben ze God hiermee
gekrenkt. Jeremia zei:

270
00:16:32,130 --> 00:16:36,930
Zo zegt de HEERE: Vervloekt is
de man die vertrouwt op een mens,

271
00:16:36,930 --> 00:16:41,250
en die een schepsel tot zijn arm stelt,
terwijl zijn hart van de HEERE afwijkt.

272
00:16:41,250 --> 00:16:45,750
Ofwel: die vlees tot zijn
bescherming en zijn kracht maakt.

273
00:16:45,750 --> 00:16:50,070
Met andere woorden: die voor zijn
bescherming op mensen vertrouwt.

274
00:16:50,070 --> 00:16:53,850
Dat zei Jeremia in Jeremia 17:5.

275
00:16:53,850 --> 00:16:57,750
Er zijn veel plaatsen in de Schrift
die spreken over de dwaasheid van

276
00:16:57,750 --> 00:17:01,530
vertrouwen op militaire kracht
in plaats van op de Heere.

277
00:17:01,530 --> 00:17:03,330
Dat is wat hier gezegd wordt.

278
00:17:03,330 --> 00:17:07,950
Dat deden ze, en daarom zullen
ze de vrucht van leugens oogsten.

279
00:17:07,950 --> 00:17:08,790
Dit:

280
00:17:08,790 --> 00:17:12,630
Zaai rechtvaardigheid en
je zult goedheid oogsten.

281
00:17:12,630 --> 00:17:15,510
Doet ons denken aan wat
Paulus in Galaten zei:

282
00:17:15,510 --> 00:17:20,070
Dwaal niet: God laat niet met Zich
spotten, want wat de mens zaait,

283
00:17:20,070 --> 00:17:21,870
zal hij ook oogsten.

284
00:17:21,870 --> 00:17:26,730
Want wie in zijn eigen vlees zaait,
zal uit het vlees verderf oogsten;

285
00:17:26,730 --> 00:17:31,950
maar wie in de Geest zaait, zal uit
de Geest het eeuwige leven oogsten.

286
00:17:31,950 --> 00:17:35,190
Galaten 6, vers 7 en 8.

287
00:17:35,190 --> 00:17:39,990
Hij lijkt daar te spreken over hoe het
zaaien van geestelijk zaad in ons karakter

288
00:17:39,990 --> 00:17:42,750
een geestelijk karakter zal voortbrengen.

289
00:17:42,750 --> 00:17:46,230
Als we vleselijk zaad
zaaien, of werelds zaad,

290
00:17:46,230 --> 00:17:48,990
dan zullen we een
werelds karakter oogsten.

291
00:17:48,990 --> 00:17:51,030
Hier is het min of meer hetzelfde.

292
00:17:51,030 --> 00:17:54,390
Als je barmhartigheid van God
wilt, moet je het soort gedrag

293
00:17:54,390 --> 00:17:58,110
zaaien waarmee je barmhartigheid
van God zult oogsten.

294
00:17:58,110 --> 00:18:00,810
God kan geen barmhartigheid
zenden voor zonde,

295
00:18:00,810 --> 00:18:04,110
en Hij kan geen oordeel
zenden over gerechtigheid.

296
00:18:04,110 --> 00:18:08,610
Dus als je barmhartigheid wilt,
zaai dan het juiste soort zaad.

297
00:18:08,610 --> 00:18:12,930
Wil je barmhartigheid van God
oogsten, zaai dan gerechtigheid.

298
00:18:12,930 --> 00:18:14,430
Dat is wat Hij zegt.

299
00:18:14,430 --> 00:18:18,810
Hij zegt: als je op dit moment ook
maar wilt overwegen om dat te doen,

300
00:18:18,810 --> 00:18:21,270
moet je de braakliggende grond openbreken.

301
00:18:21,270 --> 00:18:24,690
Het is zo lang geleden dat je
enige gerechtigheid hebt gezaaid

302
00:18:24,690 --> 00:18:26,490
of iets goeds hebt gedaan.

303
00:18:26,490 --> 00:18:29,790
Het is zo lang geleden dat je
je er ook maar om hebt bekommerd

304
00:18:29,790 --> 00:18:32,610
of je in een goede
verhouding tot God stond.

305
00:18:32,610 --> 00:18:38,190
Daardoor is de grond in zekere zin hard
en braakliggend geworden, onbewerkt.

306
00:18:38,190 --> 00:18:42,630
Je zult de ploeg tevoorschijn moeten
halen en de grond moeten openbreken.

307
00:18:42,630 --> 00:18:45,750
Je zult de grond weer in
goede staat moeten brengen.

308
00:18:45,750 --> 00:18:50,310
In het Nieuwe Testament stelt de grond
natuurlijk meestal het hart voor dat het

309
00:18:50,310 --> 00:18:52,830
zaad op de een of andere manier ontvangt.

310
00:18:52,830 --> 00:18:54,930
Harde grond neemt het niet goed op.

311
00:18:54,930 --> 00:18:58,470
Maar als je de ploeg tevoorschijn
haalt en de grond openbreekt,

312
00:18:58,470 --> 00:19:01,950
de harde grond openbreekt,
dan kun je in gerechtigheid

313
00:19:01,950 --> 00:19:04,470
zaaien en een oogst voortbrengen.

314
00:19:04,470 --> 00:19:06,150
Vervolgens staat er:

315
00:19:06,150 --> 00:19:10,230
God zal komen en rechtvaardigheid
op jullie laten regenen.

316
00:19:10,230 --> 00:19:14,310
Het is interessant: Hij zegt dat
je in gerechtigheid moet zaaien,

317
00:19:14,310 --> 00:19:18,390
maar we hebben geen gerechtigheid
om te zaaien. Dus wat doen we?

318
00:19:18,390 --> 00:19:20,850
We hoeven alleen maar
de grond open te breken,

319
00:19:20,850 --> 00:19:23,790
en God zal er gerechtigheid
op laten regenen.

320
00:19:23,790 --> 00:19:26,370
We hoeven alleen maar de
grond voor te bereiden,

321
00:19:26,370 --> 00:19:29,430
zodat God er de gerechtigheid
aan kan toevoegen.

322
00:19:29,430 --> 00:19:31,830
En wanneer de grond
gerechtigheid ontvangt,

323
00:19:31,830 --> 00:19:34,590
zal die barmhartigheid van God oogsten.

324
00:19:34,590 --> 00:19:36,990
Dit is natuurlijk alleen maar beeldspraak.

325
00:19:36,990 --> 00:19:40,830
Het zegt eigenlijk alleen dat
je zult oogsten wat je zaait.

326
00:19:40,830 --> 00:19:43,890
En in wezen ook dat je, wat je ook doet,

327
00:19:43,890 --> 00:19:46,710
daar een rechtvaardige
reactie op terug zult krijgen.

328
00:19:46,710 --> 00:19:48,990
En dus zegt hij in vers 13:

329
00:19:48,990 --> 00:19:53,550
U hebt goddeloosheid geploegd,
onrechtvaardigheid geoogst,

330
00:19:53,550 --> 00:19:57,510
leugenvrucht gegeten; want
u hebt vertrouwd op uw weg,

331
00:19:57,510 --> 00:19:59,550
op uw grote aantal helden.

332
00:19:59,550 --> 00:20:02,490
Natuurlijk zul je dan
ongerechtigheid oogsten.

333
00:20:02,490 --> 00:20:06,750
Eerder zei hij dat ze wind hebben
gezaaid en een wervelwind zullen oogsten.

334
00:20:06,750 --> 00:20:09,450
Ik weet niet precies hoe
dat moet worden opgevat.

335
00:20:09,450 --> 00:20:11,490
In hoofdstuk 8, vers 7:

336
00:20:11,490 --> 00:20:15,750
Want wind zaaien zij, maar een
wervelwind zullen zij oogsten.

337
00:20:15,750 --> 00:20:18,810
Staand koren zonder aren geeft geen meel.

338
00:20:18,810 --> 00:20:22,410
Wanneer ze al aren geven,
zullen vreemden die verslinden.

339
00:20:22,410 --> 00:20:26,790
Het zou kunnen betekenen dat de rampspoed
heviger zal zijn dan ze hadden verwacht,

340
00:20:26,790 --> 00:20:29,790
maar ik weet niet precies
hoe dat moet worden opgevat.

341
00:20:29,790 --> 00:20:31,110
Vers 14:

342
00:20:31,110 --> 00:20:34,470
Daarom zal er oorlogsgedruis
tegen uw volk ontstaan,

343
00:20:34,470 --> 00:20:37,110
en al uw vestingen zullen verwoest worden,

344
00:20:37,110 --> 00:20:42,210
zoals Salman verwoesting aanrichtte
bij Beth-Arbel op de dag van strijd:

345
00:20:42,210 --> 00:20:44,490
moeders werden met de zonen verpletterd.

346
00:20:44,490 --> 00:20:48,930
Dat heeft Bethel u dus aangedaan
vanwege uw mateloze slechtheid.

347
00:20:48,930 --> 00:20:53,010
In de dageraad is de koning
van Israël voorgoed omgebracht.

348
00:20:53,010 --> 00:20:57,210
Uit nieuwsgierigheid vragen we ons
natuurlijk af wie die Salman was,

349
00:20:57,210 --> 00:20:59,370
die Beth-Arbel plunderde.

350
00:20:59,370 --> 00:21:02,250
Helaas krijgen we geen
bevredigend antwoord.

351
00:21:02,250 --> 00:21:06,450
Dit wordt nergens anders in de Bijbel
of in andere literatuur vermeld.

352
00:21:06,450 --> 00:21:12,450
We weten niet wie Salman was, of wie
of wat Beth-Arbel ook geweest mag zijn.

353
00:21:12,450 --> 00:21:16,830
We hebben geen verslag van deze
gebeurtenis of van deze persoon.

354
00:21:16,830 --> 00:21:21,570
Het is echter heel duidelijk dat
Hosea’s tijdgenoten wisten wie het was.

355
00:21:21,570 --> 00:21:24,630
Hij haalt het namelijk aan
als een bekende situatie

356
00:21:24,630 --> 00:21:28,410
en zegt dat het zo zal gaan
wanneer God Israël oordeelt.

357
00:21:28,410 --> 00:21:33,150
Het was dus waarschijnlijk een of andere
onbeduidende heerser van een of ander

358
00:21:33,150 --> 00:21:35,850
onbeduidend landje,
van wie de geschiedenis

359
00:21:35,850 --> 00:21:38,430
geen enkel verslag heeft nagelaten.

360
00:21:38,430 --> 00:21:42,570
Maar mogelijk lag het de Israëlieten
nog vers in het geheugen.

361
00:21:42,570 --> 00:21:46,290
We weten er niets van, behalve
dat het hier wordt genoemd.

362
00:21:46,290 --> 00:21:47,550
Hoofdstuk 11:

363
00:21:47,550 --> 00:21:53,370
Toen Israël een kind was, had Ik hem lief,
en uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen.

364
00:21:53,370 --> 00:21:58,110
Maar hoe meer zij hen riepen, hoe
meer zij van onder hun ogen wegliepen.

365
00:21:58,110 --> 00:22:03,211
Aan de Baäls offerden zij en voor de
afgodsbeelden brachten zij reukoffers —

366
00:22:03,211 --> 00:22:05,610
Ik echter leerde Efraïm lopen.

367
00:22:05,610 --> 00:22:09,990
Hij nam hen op Zijn armen, maar
zij erkenden niet dat Ik hen genas.

368
00:22:09,990 --> 00:22:13,830
Ik trok hen met menselijke
touwen, met koorden van liefde.

369
00:22:13,830 --> 00:22:17,850
Ik was voor hen als zij die het
juk van op hun kaken omhoogtillen,

370
00:22:17,850 --> 00:22:20,010
en Ik reikte hem voer toe.

371
00:22:20,010 --> 00:22:23,430
Dit is natuurlijk een dichterlijke
beschrijving van de uittocht.

372
00:22:23,430 --> 00:22:27,810
Toen Israël nog een heel jong volk
was, toen hij een klein kind was,

373
00:22:27,810 --> 00:22:31,290
vatte God liefde voor hem
op. En wanneer Hij zegt:

374
00:22:31,290 --> 00:22:36,030
‘Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen’,
dan herinnert dat ons eraan dat God

375
00:22:36,030 --> 00:22:38,190
tegen de farao had gezegd:

376
00:22:38,190 --> 00:22:44,190
Dan moet u tegen de farao zeggen:
Zo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn

377
00:22:44,190 --> 00:22:46,710
eerstgeborene, is Israël.

378
00:22:46,710 --> 00:22:51,630
Daarom zeg Ik tegen u: Laat Mijn
zoon gaan, zodat hij Mij kan dienen.

379
00:22:51,630 --> 00:22:56,010
Maar u hebt geweigerd hem te
laten gaan, zie, Ik zal uw zoon,

380
00:22:56,010 --> 00:22:58,650
uw eerstgeborene, doden.

381
00:22:58,650 --> 00:23:03,570
Hij had het volk Israël destijds Zijn
zoon genoemd, een heel jonge zoon,

382
00:23:03,570 --> 00:23:04,590
een klein kind.

383
00:23:04,590 --> 00:23:07,890
Maar Hij wijst erop dat ze
geen dankbaarheid hadden,

384
00:23:07,890 --> 00:23:13,290
ook al was God barmhartig geweest voor
dit hulpeloze kleine kind en had Hij hem

385
00:23:13,290 --> 00:23:15,090
uit Egypte bevrijd.

386
00:23:15,090 --> 00:23:21,270
Hij geeft aan dat ze niet beseften dat Hij
Degene was Die hen had gered. Hij zegt:

387
00:23:21,270 --> 00:23:24,870
Ze wisten niet dat Ik
het was Die hen genas.

388
00:23:24,870 --> 00:23:27,510
En dat lijkt inderdaad zo te zijn.

389
00:23:27,510 --> 00:23:31,590
Want weet je nog wat Aäron zei
toen hij het gouden kalf maakte?

390
00:23:31,590 --> 00:23:36,450
Hij nam ze van hen aan, hij bewerkte ze
met een graveerstift en maakte er een

391
00:23:36,450 --> 00:23:38,010
gegoten kalf van.

392
00:23:38,010 --> 00:23:41,550
Toen zeiden zij: Dit
zijn uw goden, Israël,

393
00:23:41,550 --> 00:23:44,310
die u uit het land Egypte geleid hebben.

394
00:23:44,310 --> 00:23:48,330
Het volk leek geen duidelijk
besef te hebben van wie de God was

395
00:23:48,330 --> 00:23:50,130
Die hen had uitgeleid.

396
00:23:50,130 --> 00:23:54,150
Dat wordt ook elders in dit
boek gezegd: God zegende hen,

397
00:23:54,150 --> 00:23:59,250
en zij schreven dat toe aan andere goden
en offerden de opbrengst van hun werk

398
00:23:59,250 --> 00:24:01,710
op het land aan de andere goden.

399
00:24:01,710 --> 00:24:06,391
En ook eerder, toen er stond
dat God hen had gevonden als —

400
00:24:06,391 --> 00:24:11,070
hoe noemde Hij dat ook alweer,
daar in hoofdstuk 9, vers 10?

401
00:24:11,070 --> 00:24:16,590
Ik vond Israël als druiven in de woestijn;
als vroege vijgen aan de vijgenboom,

402
00:24:16,590 --> 00:24:19,650
zijn eerste opbrengst, zag Ik uw vaderen.

403
00:24:19,650 --> 00:24:23,610
Zíj gingen echter naar Baäl-Peor,
wijdden zich aan die schande.

404
00:24:23,610 --> 00:24:26,550
Zij werden even weerzinwekkend
als hun minnaars.

405
00:24:26,550 --> 00:24:30,990
Hij stelt hun latere gedrag tegenover
hoe Hij hen aanvankelijk aantrof.

406
00:24:30,990 --> 00:24:34,650
Aanvankelijk trof Hij hen
aan als een kind, onschuldig,

407
00:24:34,650 --> 00:24:39,690
of als een jong meisje dat met Hem wilde
trouwen, met zuivere beloften enzovoort.

408
00:24:39,690 --> 00:24:42,150
Maar wat liepen ze snel
over naar de Baäls.

409
00:24:42,150 --> 00:24:45,630
We moeten natuurlijk iets
zeggen over Hosea 11:1,

410
00:24:45,630 --> 00:24:48,510
omdat het in het Nieuwe Testament
op een nogal merkwaardige

411
00:24:48,510 --> 00:24:50,250
manier wordt aangehaald.

412
00:24:50,250 --> 00:24:53,730
Mattheüs haalt het aan in Mattheüs 2:15.

413
00:24:53,730 --> 00:24:57,870
De context van het citaat bij
Mattheüs is dat Jozef en Maria

414
00:24:57,870 --> 00:25:00,630
met het kleine Kind Jezus
naar Egypte vluchtten,

415
00:25:00,630 --> 00:25:04,350
omdat Herodes alle baby’s in
Bethlehem zou komen uitmoorden.

416
00:25:04,350 --> 00:25:08,310
Dus vluchtten ze en bleven daar
veilig tot de dood van Herodes,

417
00:25:08,310 --> 00:25:11,550
en ze keerden vanuit Egypte
terug naar Palestina.

418
00:25:11,550 --> 00:25:15,270
Jezus bracht dus als klein
Kind enige tijd in Egypte door.

419
00:25:15,270 --> 00:25:18,210
En daarna keerde Hij terug naar Israël.

420
00:25:18,210 --> 00:25:21,750
En Mattheüs zegt dat hiermee
de profetie werd vervuld:

421
00:25:21,750 --> 00:25:24,390
En hij bleef daar tot de dood van Herodes,

422
00:25:24,390 --> 00:25:28,410
opdat vervuld werd wat door de
Heere gesproken is door de profeet:

423
00:25:28,410 --> 00:25:31,470
Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.

424
00:25:31,470 --> 00:25:33,630
Hij haalt dus deze profetie aan,

425
00:25:33,630 --> 00:25:38,010
maar deze profetie is niet
noodzakelijkerwijs überhaupt een profetie.

426
00:25:38,010 --> 00:25:44,070
Zoals je kunt zien, is hoofdstuk 11,
vers 1 gewoon een historische uitspraak.

427
00:25:44,070 --> 00:25:47,850
Er wordt gewoon iets gezegd wat
eerder bij de uittocht was gebeurd.

428
00:25:47,850 --> 00:25:52,170
En toch behandelt Mattheüs het alsof
het een profetische uitspraak over

429
00:25:52,170 --> 00:25:55,950
Jezus en Zijn vroege kinderjaren
is. Hoe doet hij dat?

430
00:25:55,950 --> 00:25:57,630
Hoe rechtvaardigt hij dat?

431
00:25:57,630 --> 00:25:59,790
We zouden eenvoudig kunnen zeggen dat

432
00:25:59,790 --> 00:26:03,030
Mattheüs door inspiratie van
de Heilige Geest schreef,

433
00:26:03,030 --> 00:26:06,870
en dat we daarom geen vraagtekens
zullen zetten bij avant-gardistische

434
00:26:06,870 --> 00:26:09,990
interpretaties van
oudtestamentische Schriften.

435
00:26:09,990 --> 00:26:13,530
Maar ik denk dat er een logica
achter die vreemde aanpak zit,

436
00:26:13,530 --> 00:26:15,570
die je kunt zien als
je er goed naar kijkt.

437
00:26:15,570 --> 00:26:19,650
Ik geloof dat Mattheüs begreep
dat Jezus de belichaming was van

438
00:26:19,650 --> 00:26:22,050
alles wat Israël had moeten zijn.

439
00:26:22,050 --> 00:26:24,270
Hij was de voorbeeldige Israëliet.

440
00:26:24,270 --> 00:26:26,670
Hij was de volmaakte Dienaar van de Heere.

441
00:26:26,670 --> 00:26:29,430
Herinner je je de Knecht
van de Heere in Jesaja,

442
00:26:29,430 --> 00:26:34,830
hoe Israël de knecht van de Heere had
moeten zijn, maar geen vrucht voortbracht?

443
00:26:34,830 --> 00:26:38,730
Daarom riep God Jezus om de
Knecht van de Heere te zijn.

444
00:26:38,730 --> 00:26:42,270
Het is alsof Hij was wat
Israël had moeten zijn.

445
00:26:42,270 --> 00:26:44,970
Hij was Gods trouwe Knecht.

446
00:26:44,970 --> 00:26:49,350
Hij was het voorbeeld van wat
God altijd in Israël zocht.

447
00:26:49,350 --> 00:26:54,510
En in zekere zin loopt de geschiedenis
van Israël in het Oude Testament

448
00:26:54,510 --> 00:26:57,210
parallel aan de levensloop van Jezus.

449
00:26:57,210 --> 00:27:03,630
Ik denk zelfs dat Mattheüs zegt dat Israël
in dat opzicht een type van Christus is,

450
00:27:03,630 --> 00:27:06,510
en dat Jezus het antitype is.

451
00:27:06,510 --> 00:27:10,890
En zoals God Israël in zijn
kindertijd uit Egypte had geroepen,

452
00:27:10,890 --> 00:27:15,570
zo moest ook Jezus uit Egypte worden
geroepen om het patroon van het type

453
00:27:15,570 --> 00:27:17,130
duidelijk te volgen.

454
00:27:17,130 --> 00:27:20,010
Niet zozeer omdat Hosea het had voorspeld,

455
00:27:20,010 --> 00:27:24,570
maar omdat Hosea een uitspraak deed
waarvan je kunt zien dat die op

456
00:27:24,570 --> 00:27:29,430
twee manieren wordt vervuld:
in het type en in het antitype.

457
00:27:29,430 --> 00:27:32,610
Een uitspraak die van
toepassing is op de uittocht,

458
00:27:32,610 --> 00:27:35,250
maar ook op de kindertijd van Jezus.

459
00:27:35,250 --> 00:27:38,190
En ik denk dat Mattheüs Jezus als het

460
00:27:38,190 --> 00:27:42,930
antitype van Israëls geschiedenis
beschouwt en daarom meent dat hij deze

461
00:27:42,930 --> 00:27:46,650
uitspraak over Israël terecht
op Jezus kan toepassen.

462
00:27:46,650 --> 00:27:50,910
Hij wijst immers op een parallel tussen
de vroege geschiedenis van Israël

463
00:27:50,910 --> 00:27:53,550
en de vroege geschiedenis van Jezus.

464
00:27:53,550 --> 00:27:58,170
En ik denk dat Mattheüs zo redeneert
wanneer hij deze uitspraak gebruikt,

465
00:27:58,170 --> 00:28:03,510
hoewel het duidelijk lijkt dat Hosea niet
bewust een messiaanse voorspelling doet.

466
00:28:03,510 --> 00:28:07,050
Sterker nog, Hosea doet helemaal
niet bewust een voorspelling.

467
00:28:07,050 --> 00:28:09,750
Hij doet eenvoudig een
historische uitspraak,

468
00:28:09,750 --> 00:28:13,110
namelijk dat God Israël
uit Egypte heeft geroepen.

469
00:28:13,110 --> 00:28:17,190
Maar omdat de hele geschiedenis van
Israël in zekere zin profetisch is,

470
00:28:17,190 --> 00:28:19,890
doordat die een type was van
iets wat nog moest komen,

471
00:28:19,890 --> 00:28:23,430
kan die als een profetie over
de Messias worden behandeld.

472
00:28:23,430 --> 00:28:26,070
En zo behandelde Mattheüs die.

473
00:28:26,070 --> 00:28:29,550
Hij gaat in vers 3 en 4
verder door erop te wijzen

474
00:28:29,550 --> 00:28:33,990
hoeveel zorg Hij aan hen had besteed,
zoals je voor een klein kind zorgt.

475
00:28:33,990 --> 00:28:35,910
Hij leerde Efraïm lopen.

476
00:28:35,910 --> 00:28:38,490
Dat verwijst waarschijnlijk
naar het geven van de wet,

477
00:28:38,490 --> 00:28:41,550
waarmee Hij hem de juiste
wegen leerde bewandelen.

478
00:28:41,550 --> 00:28:45,570
Hij nam hen bij de armen, dat
wil zeggen: Hij droeg hen.

479
00:28:45,570 --> 00:28:47,190
In vers 4 zegt Hij:

480
00:28:47,190 --> 00:28:52,590
Toen Israël een kind was, had Ik hem lief,
en uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen.

481
00:28:52,590 --> 00:28:57,090
Maar hoe meer zij hen riepen, hoe
meer zij van onder hun ogen wegliepen.

482
00:28:57,090 --> 00:29:02,011
Aan de Baäls offerden zij en voor de
afgodsbeelden brachten zij reukoffers —

483
00:29:02,011 --> 00:29:04,290
Ik echter leerde Efraïm lopen.

484
00:29:04,290 --> 00:29:08,550
Hij nam hen op Zijn armen, maar
zij erkenden niet dat Ik hen genas.

485
00:29:08,550 --> 00:29:12,270
Ik trok hen met menselijke
touwen, met koorden van liefde.

486
00:29:12,270 --> 00:29:16,110
Ik was voor hen als zij die het
juk van op hun kaken omhoogtillen,

487
00:29:16,110 --> 00:29:18,150
en Ik reikte hem voer toe.

488
00:29:18,150 --> 00:29:21,150
Dat wil zeggen, Hij bond
hen niet werkelijk vast

489
00:29:21,150 --> 00:29:26,130
om hen als slaven mee te trekken, maar Hij
trok hen als het ware met Zijn goedheid.

490
00:29:26,130 --> 00:29:29,610
Hij probeerde hun liefde
te winnen. En Hij zegt:

491
00:29:29,610 --> 00:29:31,830
Ik heb het juk van hun nek gehaald.

492
00:29:31,830 --> 00:29:33,810
Ik bevrijdde hen uit gevangenschap.

493
00:29:33,810 --> 00:29:36,030
Hij zegt aan het einde van vers 4:

494
00:29:36,030 --> 00:29:39,510
‘Ik boog Me voorover en gaf hun te eten.’

495
00:29:39,510 --> 00:29:44,070
Zo luidt, in Nederlandse weergave, de
Engelse formulering die de spreker hier

496
00:29:44,070 --> 00:29:48,750
toelicht; de HSV heeft
‘Ik reikte hem voer toe’.

497
00:29:48,750 --> 00:29:51,750
Dat verwijst waarschijnlijk naar
het zenden van manna in de woestijn

498
00:29:51,750 --> 00:29:53,070
en de kwartels.

499
00:29:53,070 --> 00:29:56,490
Maar Hij bukte Zich, Hij
vernederde Zichzelf om

500
00:29:56,490 --> 00:30:01,650
zorgvuldig in hun behoeften te voorzien,
zoals een ouder die het kind wil helpen.

501
00:30:01,650 --> 00:30:03,810
Maar midden in vers 3 staat:

502
00:30:03,810 --> 00:30:07,410
Ze wisten niet dat Ik
het was Die hen genas.

503
00:30:07,410 --> 00:30:11,430
En in vers 5 zeggen de King
James en de New King James:

504
00:30:11,430 --> 00:30:15,630
Hij zal niet terugkeren naar
het land Egypte, maar Assyrië,

505
00:30:15,630 --> 00:30:20,010
dat zal zijn koning zijn, want
zij weigeren zich te bekeren.

506
00:30:20,010 --> 00:30:22,170
Als dit nu de juiste lezing is:

507
00:30:22,170 --> 00:30:26,790
Hij zal niet teruggaan naar Egypte, dan
lijkt dat in tegenspraak met verschillende

508
00:30:26,790 --> 00:30:32,010
andere uitspraken in Hosea waarin wel
stond dat ze naar Egypte zullen gaan.

509
00:30:32,010 --> 00:30:37,650
Eerder, in hoofdstuk 8, vers 13,
aan het einde van vers 13, staat:

510
00:30:37,650 --> 00:30:42,090
Zij brengen Mijn offergaven en
zij eten zelf van het vlees.

511
00:30:42,090 --> 00:30:44,730
De HEERE schept er geen behagen in.

512
00:30:44,730 --> 00:30:49,890
Nu zal Hij aan hun ongerechtigheid
denken, en hun zonden aan hen vergelden:

513
00:30:49,890 --> 00:30:52,350
zij zullen terugkeren naar Egypte.

514
00:30:52,350 --> 00:30:55,230
Ook in hoofdstuk 9, vers 3, staat:

515
00:30:55,230 --> 00:31:00,990
Zij zullen niet blijven in het land van
de HEERE: Efraïm keert terug naar Egypte,

516
00:31:00,990 --> 00:31:04,410
in Assyrië zullen zij eten wat onrein is.

517
00:31:04,410 --> 00:31:08,850
Er is dus twee keer heel duidelijk gezegd
dat ze naar Egypte zullen terugkeren,

518
00:31:08,850 --> 00:31:11,070
en sommigen van hen hebben dat ook gedaan.

519
00:31:11,070 --> 00:31:13,230
Als dit nu de juiste lezing is:

520
00:31:13,230 --> 00:31:17,490
Hij zal niet teruggaan naar Egypte,
dan lijkt dat in tegenspraak met wat

521
00:31:17,490 --> 00:31:18,810
eerder is gezegd.

522
00:31:18,810 --> 00:31:23,250
Als dat de juiste lezing is, zouden we
kunnen zeggen dat hij ons hier vertelt dat

523
00:31:23,250 --> 00:31:26,130
ze niet letterlijk naar
Egypte zullen teruggaan.

524
00:31:26,130 --> 00:31:30,570
Maar die eerdere keren dat er stond
dat ze naar Egypte zouden teruggaan,

525
00:31:30,570 --> 00:31:35,670
waren dan eigenlijk symbolisch bedoeld
voor het opnieuw in gevangenschap gaan.

526
00:31:35,670 --> 00:31:39,990
In werkelijkheid zal het echter
Assyrië zijn en niet Egypte.

527
00:31:39,990 --> 00:31:44,250
Zoals het in de King James staat,
zouden we het zo kunnen begrijpen.

528
00:31:44,250 --> 00:31:47,970
Sommige moderne vertalers denken
dat het in de vorm van een

529
00:31:47,970 --> 00:31:52,350
retorische vraag moet worden
weergegeven, niet als een mededeling.

530
00:31:52,350 --> 00:31:57,750
De door de spreker aangehaalde vertaling
luidt, in Nederlandse weergave:

531
00:31:57,750 --> 00:32:00,870
Zullen zij niet terugkeren naar Egypte?

532
00:32:00,870 --> 00:32:03,930
Zal Assyrië niet over hen heersen?

533
00:32:03,930 --> 00:32:06,570
Zo wordt het in de NIV weergegeven,

534
00:32:06,570 --> 00:32:11,670
en ik heb andere vertalingen geraadpleegd
die het daarmee eens lijken te zijn.

535
00:32:11,670 --> 00:32:16,230
De gedachte is dan dat er niet staat
dat ze niet naar Egypte zullen gaan,

536
00:32:16,230 --> 00:32:18,750
maar dat er retorisch wordt gevraagd:

537
00:32:18,750 --> 00:32:21,030
Gaan ze dan niet terug naar Egypte?

538
00:32:21,030 --> 00:32:23,910
Met andere woorden, ze verdienen het.

539
00:32:23,910 --> 00:32:26,070
Zal Ik ze daar niet naartoe sturen?

540
00:32:26,070 --> 00:32:27,690
Ja, dat zal Ik.

541
00:32:27,690 --> 00:32:32,370
En dat zou overeenstemmen met de andere
uitspraak dat ze naar Egypte zullen gaan.

542
00:32:32,370 --> 00:32:35,130
Hij zou het dus als een
retorische vraag stellen,

543
00:32:35,130 --> 00:32:38,610
waarmee Hij in feite bevestigt
dat ze naar Egypte zullen gaan.

544
00:32:38,610 --> 00:32:42,270
Je kunt het op beide manieren opvatten,
want het is alleen een kwestie van de

545
00:32:42,270 --> 00:32:46,650
woordvolgorde en of je er al dan
niet een vraagteken achter zet.

546
00:32:46,650 --> 00:32:51,450
En in de Hebreeuwse tekst heb je
geen onaantastbare woordvolgorde.

547
00:32:51,450 --> 00:32:54,450
Je kunt de woorden in
verschillende volgordes zetten.

548
00:32:54,450 --> 00:32:59,130
Je kunt ze op meer dan één manier ordenen
en toch trouw blijven aan de tekst.

549
00:32:59,130 --> 00:33:03,090
Je hebt ook geen vraagtekens of
leestekens in de Hebreeuwse tekst,

550
00:33:03,090 --> 00:33:05,490
dus het hangt echt van de vertaler af.

551
00:33:05,490 --> 00:33:10,950
Hoe dan ook, we weten uit andere
passages, met name hoofdstuk 9, vers 3,

552
00:33:10,950 --> 00:33:12,390
dat Hij heeft gezegd:

553
00:33:12,390 --> 00:33:17,850
Zij zullen niet blijven in het land van
de HEERE: Efraïm keert terug naar Egypte,

554
00:33:17,850 --> 00:33:21,090
in Assyrië zullen zij eten wat onrein is.

555
00:33:21,090 --> 00:33:25,470
Dus misschien moeten we hoofdstuk
11, vers 5 ook zo begrijpen.

556
00:33:25,470 --> 00:33:26,910
Vers 6 zegt:

557
00:33:26,910 --> 00:33:29,430
Het zwaard zal in zijn steden rondgaan,

558
00:33:29,430 --> 00:33:34,290
het zal zijn grendels vernietigen en
verslinden vanwege hun opvattingen.

559
00:33:34,290 --> 00:33:37,110
Mijn volk volhardt in afkeer van Mij.

560
00:33:37,110 --> 00:33:41,670
Zij roepen wel tot de Allerhoogste,
maar gezamenlijk roemt men Hem niet.

561
00:33:41,670 --> 00:33:44,790
Ook hier hebben sommige
vertalingen dit veranderd in:

562
00:33:44,790 --> 00:33:47,310
Hij zal ze absoluut niet verheffen.

563
00:33:47,310 --> 00:33:50,850
In het Hebreeuws staat er
volgens de spreker alleen:

564
00:33:50,850 --> 00:33:52,350
Niemand verheft.

565
00:33:52,350 --> 00:33:57,330
Het woord ‘him’ in de King James
en de New King James staat cursief.

566
00:33:57,330 --> 00:34:01,050
Het is dus niet duidelijk of er
staat dat God hen niet zal verheffen,

567
00:34:01,050 --> 00:34:03,450
of dat zij Hem niet verheffen.

568
00:34:03,450 --> 00:34:07,830
Wat de betekenis betreft, vind ik
de lezing van de King James goed.

569
00:34:07,830 --> 00:34:10,230
Ze zijn afvallig, zegt Hij.

570
00:34:10,230 --> 00:34:13,950
Hoewel ze God aanroepen,
verheffen ze Hem niet werkelijk.

571
00:34:13,950 --> 00:34:17,550
Misschien hebben we daar een
beschrijving van iemand die afvallig is,

572
00:34:17,550 --> 00:34:20,310
in elk geval in zijn hart.

573
00:34:20,310 --> 00:34:24,150
Natuurlijk worden sommige mensen veel
radicaler afvallig en roepen ze God

574
00:34:24,150 --> 00:34:25,530
helemaal niet aan.

575
00:34:25,530 --> 00:34:30,450
Maar hier is iemand afvallig, terwijl Zijn
Naam toch klinkt in zijn lofprijzingen of

576
00:34:30,450 --> 00:34:32,130
in zijn gebeden.

577
00:34:32,130 --> 00:34:35,670
Ze roepen Hem nog steeds aan, maar
ze verheffen Hem niet door de manier

578
00:34:35,670 --> 00:34:37,110
waarop ze leven.

579
00:34:37,110 --> 00:34:41,130
Daarom zijn ze afvallig,
geneigd om afvallig te worden.

580
00:34:41,130 --> 00:34:46,050
Hoe zou Ik u prijsgeven,
Efraïm, u uitleveren, Israël?

581
00:34:46,050 --> 00:34:51,450
Hoe zou Ik u prijsgeven als
Adama, met u doen als met Zeboïm?

582
00:34:51,450 --> 00:34:55,650
Mijn hart keert zich in Mij om,
al Mijn medelijden is opgewekt.

583
00:34:55,650 --> 00:34:59,850
Dit is een van de meest emotionele
passages in het boek Hosea.

584
00:34:59,850 --> 00:35:04,530
Adama en Zeboïm waren twee van de
steden in de vlakte die samen met

585
00:35:04,530 --> 00:35:07,050
Sodom en Gomorra werden verwoest.

586
00:35:07,050 --> 00:35:13,410
Er werden vier steden verwoest:
Sodom, Gomorra, Adama en Zeboïm.

587
00:35:13,410 --> 00:35:19,350
In Deuteronomium 29:23 wordt vermeld
dat die behoorden tot de steden die

588
00:35:19,350 --> 00:35:20,850
daar werden verwoest.

589
00:35:20,850 --> 00:35:25,650
Met andere woorden, Hij had kunnen zeggen:
‘Hoe kan Ik je als Sodom maken en je

590
00:35:25,650 --> 00:35:27,330
als Gomorra stellen?’

591
00:35:27,330 --> 00:35:31,230
Om de een of andere reden koos Hij
ervoor om in plaats daarvan de andere

592
00:35:31,230 --> 00:35:32,550
twee steden te noemen.

593
00:35:32,550 --> 00:35:33,630
zegt God.

594
00:35:33,630 --> 00:35:36,870
Ik zal Mijn brandende toorn
niet ten uitvoer brengen,

595
00:35:36,870 --> 00:35:40,530
Ik zal niet terugkeren om
Efraïm te gronde te richten.

596
00:35:40,530 --> 00:35:44,670
Want Ik ben God, en geen
mens, de Heilige in uw midden,

597
00:35:44,670 --> 00:35:47,070
en in de stad zal Ik niet komen.

598
00:35:47,070 --> 00:35:50,970
Zij zullen achter de HEERE aan
gaan, Hij zal brullen als een leeuw.

599
00:35:50,970 --> 00:35:56,070
Ja, Híj zal brullen, en de kinderen zullen
bevende komen van de kant van de zee.

600
00:35:56,070 --> 00:36:01,710
Zij zullen bevende komen als een vogel uit
Egypte, als een duif uit het land Assyrië.

601
00:36:01,710 --> 00:36:05,910
Dan doe Ik hen wonen in hun
huizen, spreekt de HEERE.

602
00:36:05,910 --> 00:36:08,370
Nadat Hij over dit
oordeel heeft gesproken,

603
00:36:08,370 --> 00:36:11,550
en over het terugsturen van
hen naar Egypte enzovoort,

604
00:36:11,550 --> 00:36:15,030
zegt Hij dat Hij hen niet
volledig kan vernietigen.

605
00:36:15,030 --> 00:36:19,230
Daarvoor heeft Hij te veel
mededogen. Hij is geen mens.

606
00:36:19,230 --> 00:36:24,450
Mensen kunnen soms volkomen onbarmhartig
zijn, maar God kan Zich niet losmaken van

607
00:36:24,450 --> 00:36:26,070
Zijn eigen natuur.

608
00:36:26,070 --> 00:36:29,430
Ik ben God, Ik ben geen mens, zegt Hij.

609
00:36:29,430 --> 00:36:33,870
‘Ik heb van nature te veel
barmhartigheid en mededogen om hen zomaar

610
00:36:33,870 --> 00:36:35,550
helemaal te verstoten.’

611
00:36:35,550 --> 00:36:39,270
Hij spreekt dus duidelijk over een
overblijfsel van hen dat terugkomt

612
00:36:39,270 --> 00:36:41,250
en in Zijn wegen wandelt.

613
00:36:41,250 --> 00:36:44,790
Hij zal brullen om hen uit de
gevangenschap te laten komen en

614
00:36:44,790 --> 00:36:46,830
weer met Hem te laten wandelen.

615
00:36:46,830 --> 00:36:50,910
Ik geloof dat we hier opnieuw een
verwijzing hebben naar het tijdperk van de

616
00:36:50,910 --> 00:36:54,690
gemeente, zoals er nog verschillende
andere in het boek staan.

617
00:36:54,690 --> 00:36:56,190
Vers 12:

618
00:36:56,190 --> 00:37:00,870
Efraïm heeft Me omringd met leugens
en het volk van Israël met bedrog,

619
00:37:00,870 --> 00:37:05,730
maar Juda leeft nog steeds met
God, met de Heilige Die trouw is.

620
00:37:05,730 --> 00:37:08,190
Hier hebben we opnieuw een tekstprobleem.

621
00:37:08,190 --> 00:37:12,690
De King James en de New King
James geven het allebei zo weer:

622
00:37:12,690 --> 00:37:14,970
Juda leeft nog steeds met God.

623
00:37:14,970 --> 00:37:18,150
Hij stelt dus het
noordelijke koninkrijk Efraïm

624
00:37:18,150 --> 00:37:21,090
tegenover het zuidelijke koninkrijk Juda.

625
00:37:21,090 --> 00:37:26,010
Efraïm is helemaal in goddeloosheid
vervallen, maar Juda wandelt nog met God.

626
00:37:26,010 --> 00:37:29,670
Het probleem is dat er eerder
al enige aanwijzing is geweest,

627
00:37:29,670 --> 00:37:35,250
en dat er meteen hierna ook een is, dat
God ook tegen Juda een aanklacht heeft.

628
00:37:35,250 --> 00:37:38,610
Daarom hebben sommige
vertalers het anders opgevat.

629
00:37:38,610 --> 00:37:43,830
In de kantlijn van de New American
Standard staat bijvoorbeeld, naar ik meen:

630
00:37:43,830 --> 00:37:47,610
Juda is God nog steeds niet trouw,
in plaats van te zeggen dat hij nog

631
00:37:47,610 --> 00:37:49,110
met God wandelt.

632
00:37:49,110 --> 00:37:50,970
Ze geven het zo weer:

633
00:37:50,970 --> 00:37:53,910
Hij is God nog steeds niet trouw.

634
00:37:53,910 --> 00:37:57,330
De NIV zegt, in Nederlandse weergave:

635
00:37:57,330 --> 00:37:59,850
En Juda is weerspannig tegen God.

636
00:37:59,850 --> 00:38:05,190
De spreker gebruikt hier de
Engelse versnummering, Hosea 11:12;

637
00:38:05,190 --> 00:38:09,390
in de HSV is dit Hosea 12:1.

638
00:38:09,390 --> 00:38:12,030
Ze zeggen dus het tegenovergestelde.

639
00:38:12,030 --> 00:38:17,010
De vraag is of God Juda in deze
uitspraak prijst of veroordeelt.

640
00:38:17,010 --> 00:38:21,750
Dat is niet duidelijk, want blijkbaar
zijn de Hebreeuwse teksten zo onduidelijk

641
00:38:21,750 --> 00:38:26,790
dat sommige vertalers het op de ene manier
zeggen en andere op een andere manier.

642
00:38:26,790 --> 00:38:30,870
Het lijkt beter in de context te
passen om te zeggen dat God ook

643
00:38:30,870 --> 00:38:36,570
ontevreden is over Juda, want verderop, in
vers 2 van het volgende hoofdstuk, staat:

644
00:38:36,570 --> 00:38:39,030
De Heer klaagt ook Juda aan.

645
00:38:39,030 --> 00:38:44,490
Tot nu toe had Hij een aanklacht tegen
Efraïm of tegen Israël ingebracht.

646
00:38:44,490 --> 00:38:47,670
Denk maar aan hoofdstuk 4, vers 1.

647
00:38:47,670 --> 00:38:50,610
Nu brengt Hij een aanklacht tegen Juda in.

648
00:38:50,610 --> 00:38:53,250
Het is dus moeilijk te
zeggen of hoofdstuk 11,

649
00:38:53,250 --> 00:38:57,390
vers 12 erover gaat dat Juda op
dat moment nog met God wandelde.

650
00:38:57,390 --> 00:39:02,070
In de dagen van Hosea had Juda
inderdaad enkele goede koningen.

651
00:39:02,070 --> 00:39:07,770
Hij profeteerde in de dagen van
Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia.

652
00:39:07,770 --> 00:39:10,110
Drie van hen waren goede koningen.

653
00:39:10,110 --> 00:39:13,530
Het lijkt dus mogelijk dat
Juda hier wordt geprezen.

654
00:39:13,530 --> 00:39:18,330
Maar als we dan bij hoofdstuk 12, vers 2
komen, kijkt het misschien verder vooruit,

655
00:39:18,330 --> 00:39:21,690
naar een tijd waarin ook Juda
geoordeeld zal moeten worden.

656
00:39:21,690 --> 00:39:23,910
Maar dat valt niet op te lossen.

657
00:39:23,910 --> 00:39:26,850
Verschillende geleerden
denken daar verschillend over.

658
00:39:26,850 --> 00:39:33,270
Hoofdstuk 12, vers 1 in de Engelse
nummering; in de HSV is dit vers 2:

659
00:39:33,270 --> 00:39:37,830
Efraïm is een herder van wind en
jaagt heel de dag de oostenwind na,

660
00:39:37,830 --> 00:39:40,170
leugen en verwoesting vermeerdert hij.

661
00:39:40,170 --> 00:39:44,730
Met Assyrië sluiten zij een verbond,
olie wordt naar Egypte gebracht.

662
00:39:44,730 --> 00:39:48,570
Blijkbaar staat de wind voor
leugens. Er zit niets in.

663
00:39:48,570 --> 00:39:51,510
Je voeden met wind is
iets eten wat leeg is.

664
00:39:51,510 --> 00:39:53,250
Er zit geen voeding in.

665
00:39:53,250 --> 00:39:57,210
Net als leven naar iets anders
dan de waarheid: het is leeg.

666
00:39:57,210 --> 00:40:00,270
Het zal niet in je geestelijke
behoeften voorzien.

667
00:40:00,270 --> 00:40:04,410
Wade, je vroeg naar verwijzingen
naar het feit dat ze dat deden.

668
00:40:04,410 --> 00:40:06,990
We hadden een paar
verwijzingen in 2 Koningen,

669
00:40:06,990 --> 00:40:10,650
maar hier staat rechtstreeks dat ze
verbonden sloten met de Assyriërs en

670
00:40:10,650 --> 00:40:13,770
Egypte afkochten met olie
en dergelijke dingen.

671
00:40:13,770 --> 00:40:17,130
Dat is eerder genoemd als een van
de dingen die God hun verweet.

672
00:40:17,130 --> 00:40:19,650
Maar ook dit richt zich nu tegen Juda.

673
00:40:19,650 --> 00:40:23,310
Daarmee wordt de persoon Jakob
bedoeld, want het staat in Jakob.

674
00:40:23,310 --> 00:40:27,390
De naam Jakob kan slaan op de
persoon of op het volk Israël,

675
00:40:27,390 --> 00:40:30,990
en in dit geval gebruikt hij die
figuurlijk op beide manieren.

676
00:40:30,990 --> 00:40:33,030
De HEERE heeft een rechtszaak met Juda.

677
00:40:33,030 --> 00:40:37,650
Hij zal Jakob vergelden naar zijn wegen,
Hij zal zijn daden op hem doen terugkeren.

678
00:40:37,650 --> 00:40:41,310
In de moederschoot pakte hij
zijn broer bij de hielen;

679
00:40:41,310 --> 00:40:43,830
in zijn kracht streed hij met God.

680
00:40:43,830 --> 00:40:48,330
Wat hij doet, is laten zien dat de
tegenwoordige nakomelingen van Jakob

681
00:40:48,330 --> 00:40:50,850
helemaal niet op hun voorvader lijken.

682
00:40:50,850 --> 00:40:53,550
Ze roepen niet tot God om barmhartigheid.

683
00:40:53,550 --> 00:40:56,670
Jakob was een man die het
eerstgeboorterecht zocht.

684
00:40:56,670 --> 00:41:01,470
Zelfs als baby greep hij de hiel
van zijn broer, de hiel van Ezau.

685
00:41:01,470 --> 00:41:05,430
Daarom noemden ze hem
hielgrijper of verdringer, Jakob.

686
00:41:05,430 --> 00:41:09,750
Dat suggereerde dat hij Ezau het
eerstgeboorterecht zou afnemen.

687
00:41:09,750 --> 00:41:12,330
Later zien we dat Jakob als volwassene

688
00:41:12,330 --> 00:41:17,430
bewust het eerstgeboorterecht van
Ezau afnam. Hij kocht het van hem.

689
00:41:17,430 --> 00:41:21,450
Dit laat zien dat Jakob, anders
dan de tegenwoordige Joden,

690
00:41:21,450 --> 00:41:24,030
belang hechtte aan het eerstgeboorterecht.

691
00:41:24,030 --> 00:41:26,610
De tegenwoordige Joden deden dat niet.

692
00:41:26,610 --> 00:41:31,470
Ze hadden hun eerstgeboorterecht verworpen
om andere goden achterna te gaan.

693
00:41:31,470 --> 00:41:35,850
Hij zegt dat dit in contrast staat
met de aard van hun voorvader Jakob,

694
00:41:35,850 --> 00:41:38,910
die ze ongetwijfeld
hoogachtten en vereerden.

695
00:41:38,910 --> 00:41:44,430
Dan haalt hij een ander voorval uit Jakobs
leven aan, toen hij met God worstelde.

696
00:41:44,430 --> 00:41:45,450
Er staat:

697
00:41:45,450 --> 00:41:49,650
Hij worstelde met God, en hij
worstelde met de engel en won,

698
00:41:49,650 --> 00:41:53,190
en hij huilde en smeekte Hem om genade.

699
00:41:53,190 --> 00:41:57,390
Weet je nog dat de Engel, toen Hij
zag dat Hij niet kon ontkomen, zei:

700
00:41:57,390 --> 00:42:00,450
Laat Me gaan, het begint licht te worden.

701
00:42:00,450 --> 00:42:01,710
Jakob zei:

702
00:42:01,710 --> 00:42:06,510
En Hij zei: Laat Mij gaan, want
de dageraad is aangebroken.

703
00:42:06,510 --> 00:42:11,910
Maar hij zei: Ik zal U niet
laten gaan, tenzij U mij zegent.

704
00:42:11,910 --> 00:42:13,410
Jakob was vasthoudend.

705
00:42:13,410 --> 00:42:17,250
Zoals hij zich aan de hiel van
zijn broer vastklampte om de zegen

706
00:42:17,250 --> 00:42:21,630
en het eerstgeboorterecht te krijgen,
zo klampte hij zich aan God vast

707
00:42:21,630 --> 00:42:26,130
en wilde hij Hem niet laten gaan
totdat hij genade van God had gekregen.

708
00:42:26,130 --> 00:42:29,970
De gedachte is: hier was een
man die er geen genoegen mee nam

709
00:42:29,970 --> 00:42:32,250
zonder de zegen van God te leven.

710
00:42:32,250 --> 00:42:36,630
Hier was een man, Jakob, die
niet zou rusten voordat hij alle

711
00:42:36,630 --> 00:42:41,610
geestelijke zegen had gekregen die hem op
grond van zijn eerstgeboorterecht toekwam.

712
00:42:41,610 --> 00:42:43,830
Wat een verschil met het volk Israël,

713
00:42:43,830 --> 00:42:48,570
dat zijn eerstgeboorterecht verwierp
alsof het niets was, en ook God verwierp.

714
00:42:48,570 --> 00:42:54,330
Aan het einde van vers 4 in de Engelse
nummering, vers 5 in de HSV, staat ook,

715
00:42:54,330 --> 00:42:58,590
in Nederlandse weergave van de
besproken Engelse vertaling:

716
00:42:58,590 --> 00:43:04,770
‘Hij’ — dat wil zeggen: God of Jakob,
een van beiden — ‘vond hem in Bethel,

717
00:43:04,770 --> 00:43:06,510
en daar sprak hij met ons.’

718
00:43:06,510 --> 00:43:09,990
Je weet nog dat Jakob God voor
het eerst ontmoette in Bethel.

719
00:43:09,990 --> 00:43:12,510
Daar was Jakob op de vlucht voor Ezau.

720
00:43:12,510 --> 00:43:16,650
Hij sliep op een steen en had de droom
van de ladder die naar de hemel reikte,

721
00:43:16,650 --> 00:43:18,630
en God sprak daar tot hem.

722
00:43:18,630 --> 00:43:20,250
Daar wordt naar verwezen.

723
00:43:20,250 --> 00:43:22,950
Maar het wordt hier op een
ironische manier genoemd,

724
00:43:22,950 --> 00:43:26,430
want toen Jakob in Bethel
kwam, ontmoette hij God,

725
00:43:26,430 --> 00:43:30,030
sprak hij met de ware God en
deed hij geloften aan God.

726
00:43:30,030 --> 00:43:33,510
Maar wat was Bethel nu voor
Jakobs nakomelingen anders

727
00:43:33,510 --> 00:43:36,510
dan een plaats waar een
gouden kalf werd aanbeden?

728
00:43:36,510 --> 00:43:39,870
Hij wijst erop dat er onder de
nakomelingen van Jakob zoveel

729
00:43:39,870 --> 00:43:41,610
achteruitgang is geweest.

730
00:43:41,610 --> 00:43:43,830
Ze lijken niet op hun voorouders.

731
00:43:43,830 --> 00:43:45,510
Dat is het punt dat hij maakt.

732
00:43:45,510 --> 00:43:46,530
Hij zegt:

733
00:43:46,530 --> 00:43:52,110
Hij streed met de Engel en overwon;
wenend vroeg hij Hem om genade.

734
00:43:52,110 --> 00:43:57,150
In Bethel vond Hij hem, en daar
sprak Hij met ons, namelijk de HEERE,

735
00:43:57,150 --> 00:44:01,530
de God van de legermachten,
HEERE is Zijn gedenknaam.

736
00:44:01,530 --> 00:44:06,570
Terugkeren tot God betekende in wezen
rechtvaardig en barmhartig worden,

737
00:44:06,570 --> 00:44:11,250
barmhartigheid en recht betrachten
in hun omgang met anderen,

738
00:44:11,250 --> 00:44:15,870
en eenvoudig op God wachten
tot Hij voor hen zou optreden.

739
00:44:15,870 --> 00:44:20,670
Vers 7 in de Engelse
nummering, vers 8 in de HSV:

740
00:44:20,670 --> 00:44:24,030
Kanaän heeft een bedrieglijke
weegschaal in zijn hand,

741
00:44:24,030 --> 00:44:26,070
hij houdt ervan af te persen.

742
00:44:26,070 --> 00:44:30,090
Ongetwijfeld zegt hij dat
Israël als een Kanaäniet is.

743
00:44:30,090 --> 00:44:33,450
Ze zijn geen haar beter
dan de Kanaänieten.

744
00:44:33,450 --> 00:44:36,690
Ze hebben vervalste
weegschalen op hun markt.

745
00:44:36,690 --> 00:44:38,370
Amos noemde dat ook.

746
00:44:38,370 --> 00:44:40,650
Ze onderdrukken de armen graag.

747
00:44:40,650 --> 00:44:43,410
Ook daar had Amos over geklaagd.

748
00:44:43,410 --> 00:44:49,950
Nog zegt Efraïm: Al ben ik rijk geworden,
al heb ik voor mijzelf vermogen verworven,

749
00:44:49,950 --> 00:44:55,890
in al mijn inspanningen vinden zij bij
mij geen ongerechtigheid, die zonde is.

750
00:44:55,890 --> 00:44:59,850
Met andere woorden, ze
beweren dat ze zondeloos zijn.

751
00:44:59,850 --> 00:45:03,450
Ze beweren dat ze rechtvaardig
zijn, maar in werkelijkheid

752
00:45:03,450 --> 00:45:07,530
leven ze in onderdrukking en bedriegen
ze anderen bij het zakendoen.

753
00:45:07,530 --> 00:45:12,270
Maar Ik ben de HEERE, uw
God, sinds het land Egypte.

754
00:45:12,270 --> 00:45:16,830
Ik zal u weer in tenten doen wonen
zoals in de dagen van de samenkomst.

755
00:45:16,830 --> 00:45:19,650
Dat zou in de dagen van
het Loofhuttenfeest zijn.

756
00:45:19,650 --> 00:45:22,110
Ik heb ook door de profeten gesproken,

757
00:45:22,110 --> 00:45:27,030
de visioenen talrijk gemaakt en
door de profeten beelden gegeven.

758
00:45:27,030 --> 00:45:29,730
Gileads afgoden zijn nutteloos.

759
00:45:29,730 --> 00:45:33,870
In Gilgal offeren zij stieren,
maar hun altaren zullen als

760
00:45:33,870 --> 00:45:36,090
steenhopen in de voren van het veld zijn.

761
00:45:36,090 --> 00:45:41,790
Deze afgoden en altaren maakten allemaal
deel uit van hun afwijken van God.

762
00:45:41,790 --> 00:45:46,290
Dus ook al brengen ze offers,
God gaat hen oordelen.

763
00:45:46,290 --> 00:45:49,230
Jakob vluchtte naar het gebied van Syrië.

764
00:45:49,230 --> 00:45:52,110
Nu heeft hij het weer
over de persoon Jakob.

765
00:45:52,110 --> 00:45:57,510
Hij vluchtte naar Paddan-Aram, dat
in Syrië lag, waar Laban woonde.

766
00:45:57,510 --> 00:46:01,350
Daar werkte hij voor Laban en
kreeg hij zijn twee vrouwen.

767
00:46:01,350 --> 00:46:06,630
Jakob vluchtte naar het gebied van Syrië,
Israël diende om een vrouw en om een vrouw

768
00:46:06,630 --> 00:46:08,070
hoedde hij vee.

769
00:46:08,070 --> 00:46:11,430
Het is niet helemaal duidelijk wat hier
de bedoeling is van de vermelding dat

770
00:46:11,430 --> 00:46:13,470
Jakob voor een vrouw diende.

771
00:46:13,470 --> 00:46:17,310
Misschien wil het zeggen dat Jakob
uit het beloofde land moest vluchten

772
00:46:17,310 --> 00:46:20,610
en een tijdlang een vreemdeling
moest dienen voordat hij de

773
00:46:20,610 --> 00:46:22,950
beloften ontving, enzovoort.

774
00:46:22,950 --> 00:46:27,630
En dat Israël op dezelfde manier uit
het land verdreven zou moeten worden

775
00:46:27,630 --> 00:46:29,730
en vreemdelingen zou moeten dienen.

776
00:46:29,730 --> 00:46:32,190
Dat zou heel goed de
bedoeling kunnen zijn:

777
00:46:32,190 --> 00:46:36,450
dat Jakobs ervaring zich bij
zijn nakomelingen gaat herhalen.

778
00:46:36,450 --> 00:46:39,870
Zoals hij naar een vreemd land
moest vluchten en uiteindelijk

779
00:46:39,870 --> 00:46:43,410
jarenlang moest dienen, zo
zouden deze mensen naar een ander

780
00:46:43,410 --> 00:46:44,850
land moeten vluchten.

781
00:46:44,850 --> 00:46:51,210
Maar het volk Israël, Jakobs nakomelingen,
werd door een profeet uit Egypte geleid.

782
00:46:51,210 --> 00:46:52,890
Dat was Mozes.

783
00:46:52,890 --> 00:46:56,370
De reden dat dit wordt genoemd,
is dat de mensen in die tijd niet

784
00:46:56,370 --> 00:46:58,170
van profeten hielden.

785
00:46:58,170 --> 00:47:03,930
Dat wil zeggen, de nakomelingen van Jakob
beschouwden de profeten als krankzinnig.

786
00:47:03,930 --> 00:47:07,770
Je herinnert je dat er in
hoofdstuk 9, vers 7 staat:

787
00:47:07,770 --> 00:47:10,470
De dagen van de vergelding zijn gekomen.

788
00:47:10,470 --> 00:47:13,530
De dagen van de afrekening zijn gekomen.

789
00:47:13,530 --> 00:47:14,910
Israël zal het weten.

790
00:47:14,910 --> 00:47:18,990
De profeet is dwaas, de man
met de geest is krankzinnig.

791
00:47:18,990 --> 00:47:21,810
Vanwege de grootheid van
uw ongerechtigheid is ook

792
00:47:21,810 --> 00:47:23,670
de vijandschap groot.

793
00:47:23,670 --> 00:47:26,010
Zo dachten de mensen over profeten.

794
00:47:26,010 --> 00:47:30,990
Toch zegt Hij in hoofdstuk 12,
vers 11 volgens de HSV-nummering:

795
00:47:30,990 --> 00:47:33,810
Ik heb via de profeten
tegen jullie gesproken.

796
00:47:33,810 --> 00:47:36,210
Ik heb jullie veel visioenen laten zien.

797
00:47:36,210 --> 00:47:39,870
Ik heb jullie via de
profeten symbolen gegeven.

798
00:47:39,870 --> 00:47:43,350
Vers 14 volgens de
HSV-nummering zegt zelfs:

799
00:47:43,350 --> 00:47:47,310
Door een profeet heeft de
HEERE hen uit Egypte geleid.

800
00:47:47,310 --> 00:47:49,530
Ze hebben veel aan de profeten te danken.

801
00:47:49,530 --> 00:47:53,550
Ze zouden naar deze profeet moeten
luisteren en zich moeten bekeren.

802
00:47:53,550 --> 00:47:55,530
Door gehoor te geven aan een profeet

803
00:47:55,530 --> 00:47:58,830
zijn de Israëlieten destijds
uit Egypte ontkomen.

804
00:47:58,830 --> 00:48:01,770
Als ze naar deze profeet
Hosea zouden luisteren,

805
00:48:01,770 --> 00:48:04,950
zouden ze er misschien
opnieuw aan kunnen ontkomen.

806
00:48:04,950 --> 00:48:07,890
Anders zullen ze teruggaan naar Egypte.

807
00:48:07,890 --> 00:48:10,410
Efraïm heeft Hem bitter getergd.

808
00:48:10,410 --> 00:48:14,010
Daarom zal zijn Heere zijn
bloedschuld op hem laten rusten en hem

809
00:48:14,010 --> 00:48:15,870
zijn smaad vergelden.

810
00:48:15,870 --> 00:48:17,250
Hoofdstuk 13:

811
00:48:17,250 --> 00:48:22,110
Telkens wanneer Efraïm sprak, was er
schrik, hij verhief zich in Israël;

812
00:48:22,110 --> 00:48:26,190
hij maakte zich echter schuldig
aan de Baäl, en hij stierf.

813
00:48:26,190 --> 00:48:30,210
Ik weet niet hoe de interpunctie
in de King James Version hier is.

814
00:48:30,210 --> 00:48:35,430
De spreker bespreekt hier de Engelse
woorden ‘When Ephraim spake trembling’.

815
00:48:35,430 --> 00:48:40,290
Zonder komma na het werkwoord lijkt
het alsof Efraïm zelf bevend spreekt.

816
00:48:40,290 --> 00:48:44,610
De New King James zet volgens
hem terecht een komma na ‘spoke’,

817
00:48:44,610 --> 00:48:49,710
zodat het beven als gevolg van Efraïms
spreken wordt gelezen. We lezen:

818
00:48:49,710 --> 00:48:52,470
Als Efraïm sprak, beefden de mensen.

819
00:48:52,470 --> 00:48:57,630
Met andere woorden, het
veroorzaakte beven onder de mensen.

820
00:48:57,630 --> 00:49:01,890
Er was een tijd dat Gods
zegen op Israël rustte,

821
00:49:01,890 --> 00:49:05,730
en Israël aanzien genoot
en gerespecteerd werd.

822
00:49:05,730 --> 00:49:08,730
En wanneer het sprak, beefden de mensen.

823
00:49:08,730 --> 00:49:11,190
Maar hij zegt dat dit veranderd is.

824
00:49:11,190 --> 00:49:16,350
Er was een tijd dat de volken bang
waren vanwege Israëls gerechtigheid.

825
00:49:16,350 --> 00:49:19,170
Herinner je je hoe de
Kanaänieten bang waren

826
00:49:19,170 --> 00:49:21,810
toen ze hoorden wat er
in Egypte was gebeurd,

827
00:49:21,810 --> 00:49:24,930
toen God de Israëlieten uit Egypte leidde?

828
00:49:24,930 --> 00:49:28,530
Wat zei Rachab over haar
landgenoten in Jericho?

829
00:49:28,530 --> 00:49:34,110
Ze zei dat hun hart gesmolten was en dat
ze beefden vanwege wat ze hadden gehoord.

830
00:49:34,110 --> 00:49:38,490
Er was een tijd dat Gods zegen
op Israël de volken deed beven,

831
00:49:38,490 --> 00:49:40,350
en dat is wat hij zegt.

832
00:49:40,350 --> 00:49:44,790
Die eervolle positie is dus
afhankelijk van gehoorzaamheid.

833
00:49:44,790 --> 00:49:49,290
Toen ze Gods geboden overtraden
en achter Baäl aangingen,

834
00:49:49,290 --> 00:49:51,390
beefde er niemand meer voor hen.

835
00:49:51,390 --> 00:49:54,150
Ze werden zelfs een voorwerp van spot.

836
00:49:54,150 --> 00:49:57,090
En nu zijn zij doorgegaan met zondigen:

837
00:49:57,090 --> 00:50:00,450
zij hebben zich een gegoten
beeld gemaakt van hun zilver,

838
00:50:00,450 --> 00:50:04,890
en afgodsbeelden naar hun inzicht,
allemaal werk van vaklieden.

839
00:50:04,890 --> 00:50:09,390
Zij zeggen van hen: Mensen
die offeren, kussen kalveren.

840
00:50:09,390 --> 00:50:12,750
Daarom zullen zij worden
als een morgenwolk, ja,

841
00:50:12,750 --> 00:50:15,570
als een vroeg opkomende
dauw die verdwijnt,

842
00:50:15,570 --> 00:50:20,430
als kaf dat van een dorsvloer
wegstuift, en als rook uit een venster.

843
00:50:20,430 --> 00:50:24,690
Hier worden vier beelden gegeven
om vergankelijkheid te illustreren.

844
00:50:24,690 --> 00:50:28,470
Een ochtendwolk die verdwijnt,
dauw die snel verdampt,

845
00:50:28,470 --> 00:50:32,670
kaf dat gemakkelijk door de wind wordt
meegevoerd omdat het zo licht is,

846
00:50:32,670 --> 00:50:36,630
zo licht als een veertje, en
ook rook uit een schoorsteen,

847
00:50:36,630 --> 00:50:39,090
die gemakkelijk door de
wind wordt meegevoerd.

848
00:50:39,090 --> 00:50:43,110
De gedachte is dat deze mensen
weggevoerd zullen worden en dat ze niet

849
00:50:43,110 --> 00:50:44,730
lang zullen standhouden.

850
00:50:44,730 --> 00:50:50,130
De eerste twee van deze beelden kwamen
al eerder voor, in hoofdstuk 6, vers 4.

851
00:50:50,130 --> 00:50:52,050
Maar daar gingen ze niet over het volk,

852
00:50:52,050 --> 00:50:55,530
maar over hun trouw aan
God en hun standvastigheid.

853
00:50:55,530 --> 00:50:58,290
Ze beloofden Hem trouw, maar Hij zegt:

854
00:50:58,290 --> 00:51:00,270
Wat zal Ik u doen, Efraïm?

855
00:51:00,270 --> 00:51:02,430
Wat zal Ik u doen, Juda?

856
00:51:02,430 --> 00:51:07,890
Uw goedertierenheid is als een morgenwolk,
als dauw die vroeg optrekt en weggaat.

857
00:51:07,890 --> 00:51:12,690
Omdat hun trouw dus zo vluchtig is,
zullen zij nu zelf vergankelijk zijn.

858
00:51:12,690 --> 00:51:13,950
Vers 4:

859
00:51:13,950 --> 00:51:18,330
Maar Ik ben de HEERE, uw
God, sinds het land Egypte.

860
00:51:18,330 --> 00:51:20,250
Dat zei Hij eerder ook al.

861
00:51:20,250 --> 00:51:24,570
Maar Ik ben de HEERE, uw
God, sinds het land Egypte.

862
00:51:24,570 --> 00:51:28,050
Een God behalve Mij mag
u daarom niet erkennen,

863
00:51:28,050 --> 00:51:30,630
en buiten Mij is er geen Heiland.

864
00:51:30,630 --> 00:51:34,710
Ík heb u gekend in de woestijn,
in een land van droogte.

865
00:51:34,710 --> 00:51:37,350
Net als hun weiden raakten zij verzadigd.

866
00:51:37,350 --> 00:51:40,890
Toen zij verzadigd waren,
verhief hun hart zich.

867
00:51:40,890 --> 00:51:43,230
Daarom hebben zij Mij vergeten.

868
00:51:43,230 --> 00:51:46,230
Op veel plaatsen in de
Bijbel wordt aangegeven dat,

869
00:51:46,230 --> 00:51:51,210
zodra God mensen te eten geeft, het
gevaar bestaat dat ze Hem vergeten.

870
00:51:51,210 --> 00:51:55,170
Er zijn verschillende andere
Schriftplaatsen die zulke dingen zeggen.

871
00:51:55,170 --> 00:51:57,150
Hoe zou Ik u dit vergeven?

872
00:51:57,150 --> 00:52:01,350
Uw kinderen hebben Mij verlaten
en zweren bij wat geen goden zijn.

873
00:52:01,350 --> 00:52:04,830
Als Ik hun overvloed
geef, plegen zij overspel,

874
00:52:04,830 --> 00:52:07,650
en in het hoerenhuis drommen zij samen.

875
00:52:07,650 --> 00:52:11,490
Wanneer mensen honger hebben,
leren ze op God te vertrouwen.

876
00:52:11,490 --> 00:52:14,430
Hij zei in het achtste
hoofdstuk van Deuteronomium

877
00:52:14,430 --> 00:52:18,630
dat Hij hen in de woestijn honger had
laten lijden, zodat ze zouden leren:

878
00:52:18,630 --> 00:52:23,850
Hij verootmoedigde u, Hij liet u
hongerlijden en Hij liet u het manna eten,

879
00:52:23,850 --> 00:52:27,630
dat u niet kende en ook uw
vaderen niet gekend hadden,

880
00:52:27,630 --> 00:52:30,930
om u te laten weten dat de mens
niet alleen van brood leeft,

881
00:52:30,930 --> 00:52:35,250
maar dat de mens leeft van alles
wat uit de mond van de HEERE komt.

882
00:52:35,250 --> 00:52:40,710
Met andere woorden, doordat Hij hen honger
liet lijden, moesten ze op God vertrouwen.

883
00:52:40,710 --> 00:52:42,750
Ze moesten aan Zijn lippen hangen.

884
00:52:42,750 --> 00:52:45,150
Ze moesten dicht bij God blijven.

885
00:52:45,150 --> 00:52:48,210
Ze moesten zich dagelijks
voeden met Zijn Woord.

886
00:52:48,210 --> 00:52:52,650
Dat wil zeggen, horen wat Hij te
zeggen had en dat gehoorzamen,

887
00:52:52,650 --> 00:52:55,350
want daarvan hing hun overleven af.

888
00:52:55,350 --> 00:52:59,790
Maar zodra ze welvarend worden en niet
meer van dag tot dag afhankelijk zijn van

889
00:52:59,790 --> 00:53:03,210
God, hebben ze de luxe
om bij God weg te gaan.

890
00:53:03,210 --> 00:53:05,370
En dat deden ze iedere keer.

891
00:53:05,370 --> 00:53:08,730
Dat is wat Hij hier in
vers 6 zegt dat ze deden.

892
00:53:08,730 --> 00:53:10,110
Vers 7:

893
00:53:10,110 --> 00:53:12,750
Daarom werd Ik voor hen
als een felle leeuw,

894
00:53:12,750 --> 00:53:15,210
als een luipaard loerde Ik op de weg.

895
00:53:15,210 --> 00:53:18,990
Ik trof hen aan als een berin
die van jongen beroofd is,

896
00:53:18,990 --> 00:53:23,370
scheurde hun borstkas open,
verslond hen daar als een leeuwin.

897
00:53:23,370 --> 00:53:26,370
De dieren van het veld
zullen hen verscheuren.

898
00:53:26,370 --> 00:53:31,170
Dat openscheuren van de ribbenkast, zoals
een leeuw dat bij zijn slachtoffer doet,

899
00:53:31,170 --> 00:53:34,350
betekent natuurlijk dat de
ribben worden opengebroken die de

900
00:53:34,350 --> 00:53:36,330
inwendige delen beschermen.

901
00:53:36,330 --> 00:53:40,170
Door de ribben open te breken, wordt
het mogelijk de ingewanden uit het

902
00:53:40,170 --> 00:53:41,850
slachtoffer te vreten.

903
00:53:41,850 --> 00:53:45,630
Misschien is dit een beeld van het
doorbreken van de muren van Samaria.

904
00:53:45,630 --> 00:53:48,930
De ribbenkast beschermt de
organen die erin zitten,

905
00:53:48,930 --> 00:53:52,590
maar een beer is sterk genoeg
om door de ribben heen te breken

906
00:53:52,590 --> 00:53:54,930
en bij die kwetsbare delen te komen.

907
00:53:54,930 --> 00:53:57,330
Zo denken de kinderen
van Israël misschien ook

908
00:53:57,330 --> 00:54:00,870
dat ze veilig zijn binnen de
geribde muren van hun steden.

909
00:54:00,870 --> 00:54:05,910
Maar God zal een vijand laten komen die
sterk genoeg is om erdoorheen te breken en

910
00:54:05,910 --> 00:54:09,270
de kwetsbare, weerloze mensen
daarbinnen te bereiken.

911
00:54:09,270 --> 00:54:13,170
Het is een gruwelijk beeld, maar
het kan die betekenis hebben.

912
00:54:13,170 --> 00:54:14,310
Vers 9:

913
00:54:14,310 --> 00:54:19,290
Het is uw verderf, Israël, dat u
zich keert tegen Mij, tegen uw hulp!

914
00:54:19,290 --> 00:54:21,090
Waar blijft uw koning nu?

915
00:54:21,090 --> 00:54:23,550
Hij zou u toch verlossen in al uw steden?

916
00:54:23,550 --> 00:54:28,950
En uw richters, tegen wie u gezegd
had: Geef mij een koning en vorsten?

917
00:54:28,950 --> 00:54:32,010
Hij klaagt nu over hun
verlangen naar een koning.

918
00:54:32,010 --> 00:54:36,090
Destijds, in 1 Samuel
hoofdstuk 8, hadden ze gezegd:

919
00:54:36,090 --> 00:54:40,290
Toen zij zeiden: Geef ons een
koning om ons leiding te geven,

920
00:54:40,290 --> 00:54:43,350
was dit woord kwalijk
in de ogen van Samuel.

921
00:54:43,350 --> 00:54:45,990
En Samuel bad tot de HEERE.

922
00:54:45,990 --> 00:54:50,190
Nu spreekt Hij hen daarop aan en
werpt Hij hun dat voor de voeten.

923
00:54:50,190 --> 00:54:53,130
Waar zijn die koningen nu
die jullie wilden hebben?

924
00:54:53,130 --> 00:54:54,750
Ze kunnen jullie niet redden.

925
00:54:54,750 --> 00:54:58,050
Jullie wilden koningen omdat
jullie niet op Mij als jullie

926
00:54:58,050 --> 00:54:59,730
Koning wilden vertrouwen.

927
00:54:59,730 --> 00:55:04,590
En kijk nu eens, jullie zouden toch beter
af zijn geweest als jullie Mij als jullie

928
00:55:04,590 --> 00:55:06,090
Koning hadden gehad.

929
00:55:06,090 --> 00:55:10,110
Nu zegt Hij volgens de Engelse
vertaling die de spreker gebruikt:

930
00:55:10,110 --> 00:55:12,090
‘Ik zal jullie Koning zijn.’

931
00:55:12,090 --> 00:55:16,530
De HSV heeft op deze plaats
‘Waar blijft uw koning nu?’

932
00:55:16,530 --> 00:55:22,110
De volgende uitleg over een herstelbelofte
berust op de besproken Engelse lezing.

933
00:55:22,110 --> 00:55:26,970
Dat wil zeggen, Hij belooft dat Hij hen,
als ze aan de juiste voorwaarden voldoen,

934
00:55:26,970 --> 00:55:29,550
weer als onderdanen zal verwelkomen.

935
00:55:29,550 --> 00:55:32,130
En Hij zal graag weer hun Koning zijn.

936
00:55:32,130 --> 00:55:36,210
Maar dit is op geen enkel moment
in het Oude Testament vervuld.

937
00:55:36,210 --> 00:55:40,110
Ik denk dat Johannes de
Doper, toen hij kwam en zei:

938
00:55:40,110 --> 00:55:45,390
en zei: Bekeer u, want het Koninkrijk
der hemelen is nabijgekomen.

939
00:55:45,390 --> 00:55:48,450
in wezen zei dat de tijd
voor de vervulling van die

940
00:55:48,450 --> 00:55:50,550
profetie was aangebroken.

941
00:55:50,550 --> 00:55:53,970
Deze profetie, en vele
andere die erop lijken,

942
00:55:53,970 --> 00:55:57,750
waarin God Zich als Koning
over Zijn volk zou vestigen.

943
00:55:57,750 --> 00:56:01,830
Dus ik denk dat Hij hier verwijst naar
de tijd waarin Jezus zou komen en het

944
00:56:01,830 --> 00:56:03,630
Koninkrijk zou vestigen.

945
00:56:03,630 --> 00:56:06,270
God zou dan weer Koning
over Zijn volk zijn,

946
00:56:06,270 --> 00:56:10,650
en ze zouden in Israël geen politieke
heerser meer over zich hebben.

947
00:56:10,650 --> 00:56:12,330
Hij zegt in vers 11:

948
00:56:12,330 --> 00:56:17,730
In Mijn toorn gaf Ik u een koning,
Ik nam hem weg in Mijn verbolgenheid.

949
00:56:17,730 --> 00:56:20,370
Hij is misnoegd geweest over hun koningen,

950
00:56:20,370 --> 00:56:23,730
en Saul werd hun als een
tegemoetkoming gegeven.

951
00:56:23,730 --> 00:56:27,030
Maar God was boos dat
ze erom hadden gevraagd.

952
00:56:27,030 --> 00:56:31,410
Toen Saul onwaardig bleek te zijn,
nam God hem in Zijn toorn weg

953
00:56:31,410 --> 00:56:33,210
en liet Hij hem doden.

954
00:56:33,210 --> 00:56:38,610
De ongerechtigheid van Efraïm is
gebundeld, zijn zonde is opgeborgen.

955
00:56:38,610 --> 00:56:43,170
Barensweeën zullen hem overkomen;
hij is een kind zonder verstand:

956
00:56:43,170 --> 00:56:45,930
als het zijn tijd is,
vertoont hij zich niet,

957
00:56:45,930 --> 00:56:48,450
wanneer de schoot zich
voor kinderen ontsluit.

958
00:56:48,450 --> 00:56:50,730
Ik begreep niet wat daarmee werd bedoeld,

959
00:56:50,730 --> 00:56:53,670
totdat ik een paar andere
vertalingen raadpleegde.

960
00:56:53,670 --> 00:56:55,830
Die brachten het vrij
duidelijk naar voren.

961
00:56:55,830 --> 00:56:59,550
Wat hier gebeurt, is dat
de barensnood van Israël

962
00:56:59,550 --> 00:57:03,270
eerst wordt vergeleken met een moeder
die een kind ter wereld brengt,

963
00:57:03,270 --> 00:57:05,070
een moeder die weeën heeft.

964
00:57:05,070 --> 00:57:08,670
Maar dan verschuift het beeld en
wordt hij vergeleken met het kind

965
00:57:08,670 --> 00:57:10,470
in het geboortekanaal.

966
00:57:10,470 --> 00:57:14,850
Dat wordt beschreven als
onverstandig, of zo dwaas dat het niet

967
00:57:14,850 --> 00:57:17,670
slim genoeg is om naar buiten te komen.

968
00:57:17,670 --> 00:57:20,730
Een kind dat vast komt te
zitten in het geboortekanaal,

969
00:57:20,730 --> 00:57:24,330
een kind dat zich ertegen
verzet om geboren te worden.

970
00:57:24,330 --> 00:57:29,970
Dat verzet tegen het geboren worden leidt
alleen maar tot zijn eigen ondergang.

971
00:57:29,970 --> 00:57:34,410
Als een vrouw het kind niet kan baren,
het kind niet naar buiten kan brengen,

972
00:57:34,410 --> 00:57:39,690
het niet geboren kan laten worden,
dan zal zij sterven, en het kind ook.

973
00:57:39,690 --> 00:57:43,170
Hij beschrijft een kind alsof
het weigert geboren te worden.

974
00:57:43,170 --> 00:57:46,410
Het blijft op de plaats waar
de kinderen geboren worden,

975
00:57:46,410 --> 00:57:48,330
namelijk het geboortekanaal.

976
00:57:48,330 --> 00:57:51,450
Het is een onverstandige
zoon, of een dwaze,

977
00:57:51,450 --> 00:57:54,930
omdat het om de een of andere
reden bang is om geboren te worden

978
00:57:54,930 --> 00:57:56,670
en daarom binnen blijft.

979
00:57:56,670 --> 00:58:01,230
De gedachte is dat Israël nooit echt
bereid is geweest om geboren te worden

980
00:58:01,230 --> 00:58:04,890
en zo ten volle te worden
wat God voor hen bedoeld had.

981
00:58:04,890 --> 00:58:07,170
En doordat ze zich
daartegen hebben verzet,

982
00:58:07,170 --> 00:58:09,810
hebben ze hun eigen ondergang veroorzaakt.

983
00:58:09,810 --> 00:58:11,670
Dan zegt vers 14:

984
00:58:11,670 --> 00:58:14,430
Ik zal hen verlossen uit
de macht van het graf.

985
00:58:14,430 --> 00:58:17,190
Ik zal hen vrijkopen uit de dood.

986
00:58:17,190 --> 00:58:20,010
Dood, waar zijn uw pestziekten?

987
00:58:20,010 --> 00:58:22,650
Graf, waar is uw verderf?

988
00:58:22,650 --> 00:58:24,690
Berouw verbergt zich voor Mijn ogen!

989
00:58:24,690 --> 00:58:29,190
Deze uitspraak is aanvankelijk
ongetwijfeld figuurlijk bedoeld.

990
00:58:29,190 --> 00:58:32,550
Ik denk dat Hosea en zijn
volk het zo begrepen.

991
00:58:32,550 --> 00:58:36,210
Er wordt beeldspraak gebruikt
van een opstanding uit het graf,

992
00:58:36,210 --> 00:58:40,530
maar het gaat eigenlijk over het
weer tot leven wekken van het volk:

993
00:58:40,530 --> 00:58:42,690
leven uit de doden.

994
00:58:42,690 --> 00:58:47,670
In wezen wordt uit een dood volk
weer een levend volk voortgebracht.

995
00:58:47,670 --> 00:58:50,190
Hij zal hen vrijwel doden.

996
00:58:50,190 --> 00:58:55,170
Als volk dalen ze als het ware
af naar Sheol, naar het graf.

997
00:58:55,170 --> 00:59:00,090
Bedenk dat Ezechiël dat beeld
gebruikte in Ezechiël 37,

998
00:59:00,090 --> 00:59:03,690
het beeld van de dorre
beenderen. De Heere zei:

999
00:59:03,690 --> 00:59:08,730
Hij zei tegen mij: Mensenkind, zullen
deze beenderen tot leven komen?

1000
00:59:08,730 --> 00:59:12,450
En ik zei: Heere HEERE, Ú weet het!

1001
00:59:12,450 --> 00:59:13,530
En hij zei:

1002
00:59:13,530 --> 00:59:14,970
Ik weet het niet.

1003
00:59:14,970 --> 00:59:16,470
Toen zei Hij:

1004
00:59:16,470 --> 00:59:18,030
Spreek tot hen.

1005
00:59:18,030 --> 00:59:21,450
Hij profeteerde tot hen,
en de beenderen stonden op

1006
00:59:21,450 --> 00:59:23,910
en voegden zich samen tot lichamen.

1007
00:59:23,910 --> 00:59:28,890
Toen riep hij de Geest om te komen
en hen te vervullen. Toen zei God:

1008
00:59:28,890 --> 00:59:30,930
Dit is wat ermee bedoeld wordt.

1009
00:59:30,930 --> 00:59:35,430
Israël in ballingschap was als
een dood lichaam, en ze zeiden:

1010
00:59:35,430 --> 00:59:37,470
Onze beenderen zijn verdord.

1011
00:59:37,470 --> 00:59:40,050
Maar God zal hen weer tot leven brengen.

1012
00:59:40,050 --> 00:59:42,810
Hij spreekt over het
herstel uit de ballingschap,

1013
00:59:42,810 --> 00:59:46,710
maar Hij gebruikt het beeld van
een opstanding van dode lichamen.

1014
00:59:46,710 --> 00:59:48,990
Dat lijkt hier ook het geval te zijn.

1015
00:59:48,990 --> 00:59:55,890
We zagen dat beeld ook in Hosea,
hoofdstuk 6, vers 1 en 2. Hosea zei:

1016
00:59:55,890 --> 01:00:00,090
Kom, laten wij terugkeren naar de
HEERE, want Hij heeft verscheurd,

1017
01:00:00,090 --> 01:00:05,070
maar Hij zal ons genezen; Hij heeft
geslagen, maar Hij zal ons verbinden.

1018
01:00:05,070 --> 01:00:09,090
Na twee dagen zal Hij ons
levend maken, op de derde dag

1019
01:00:09,090 --> 01:00:13,590
zal Hij ons doen opstaan en zullen
wij voor Zijn aangezicht leven.

1020
01:00:13,590 --> 01:00:17,310
Hij gebruikt de taal van het opstaan
uit de doden om het herstel van het

1021
01:00:17,310 --> 01:00:18,810
volk te beschrijven.

1022
01:00:18,810 --> 01:00:24,510
Dat is dus vrijwel zeker waar hij aan
denkt in Hosea 13:14, waar hij zegt:

1023
01:00:24,510 --> 01:00:27,630
Ik zal hen verlossen uit
de macht van het graf.

1024
01:00:27,630 --> 01:00:30,570
Ik zal hen vrijkopen uit de dood.

1025
01:00:30,570 --> 01:00:33,330
Dood, waar zijn uw pestziekten?

1026
01:00:33,330 --> 01:00:35,910
Graf, waar is uw verderf?

1027
01:00:35,910 --> 01:00:38,070
Berouw verbergt zich voor Mijn ogen!

1028
01:00:38,070 --> 01:00:40,170
Dat wil zeggen, als volk.

1029
01:00:40,170 --> 01:00:42,810
Hij zal leven uit de dood voortbrengen.

1030
01:00:42,810 --> 01:00:48,630
Maar de apostel Paulus neemt deze
Schrift en citeert die in 1 Korinthe 15,

1031
01:00:48,630 --> 01:00:51,450
vers 54 en 55.

1032
01:00:51,450 --> 01:00:55,530
Hij citeert uit de Septuaginta,
die iets anders luidt,

1033
01:00:55,530 --> 01:01:00,690
maar hij citeert dit vers en past het
toe op onze opstanding op de laatste dag.

1034
01:01:00,690 --> 01:01:05,010
In 1 Korinthe 15 leidt hij
het citaat in met de woorden:

1035
01:01:05,010 --> 01:01:07,830
Zie, ik vertel u een geheimenis.

1036
01:01:07,830 --> 01:01:12,810
Wij zullen niet allen ontslapen, maar wij
zullen veranderd worden, in een ogenblik,

1037
01:01:12,810 --> 01:01:16,170
in een oogwenk, bij de laatste bazuin.

1038
01:01:16,170 --> 01:01:19,770
Want de doden zullen
onvergankelijk worden opgewekt.

1039
01:01:19,770 --> 01:01:24,630
Dit sterfelijke moet onsterfelijkheid
aandoen en dit vergankelijke

1040
01:01:24,630 --> 01:01:27,210
moet onvergankelijkheid aandoen.

1041
01:01:27,210 --> 01:01:28,590
Dan zegt hij:

1042
01:01:28,590 --> 01:01:31,830
En wanneer dit sterfelijke
onsterfelijkheid aandoet

1043
01:01:31,830 --> 01:01:34,770
en dit vergankelijke
onvergankelijkheid aandoet,

1044
01:01:34,770 --> 01:01:40,410
waarmee hij doelt op het moment waarop
onze lichamen worden opgewekt. Hij zegt:

1045
01:01:40,410 --> 01:01:45,630
Dan zal de uitspraak vervuld
worden: Dood, waar is uw prikkel?

1046
01:01:45,630 --> 01:01:48,270
Graf, waar is uw overwinning?

1047
01:01:48,270 --> 01:01:54,750
Hij citeert hier dus Hosea
13:14 uit de Septuaginta.

1048
01:01:54,750 --> 01:01:58,350
De Hebreeuwse versie, zoals
we die hier hebben, zegt:

1049
01:01:58,350 --> 01:02:01,170
Dood, ik zal je met plagen treffen.

1050
01:02:01,170 --> 01:02:03,450
Graf, ik zal je vernietigen.

1051
01:02:03,450 --> 01:02:06,750
Maar de Septuaginta
luidt volgens de spreker,

1052
01:02:06,750 --> 01:02:10,050
in Nederlandse weergave
van zijn Engelse aanhaling:

1053
01:02:10,050 --> 01:02:12,330
Dood, waar is uw straf?

1054
01:02:12,330 --> 01:02:14,610
Graf, waar is uw prikkel?

1055
01:02:14,610 --> 01:02:18,090
De spreker vergelijkt deze
vraagvorm met de toezeggingen

1056
01:02:18,090 --> 01:02:21,930
‘Ik zal je met plagen treffen’
en ‘Ik zal je vernietigen’

1057
01:02:21,930 --> 01:02:24,090
in zijn Engelse Bijbelvertaling.

1058
01:02:24,090 --> 01:02:29,250
De hierboven aangehaalde HSV
gebruikt eveneens een vraagvorm,

1059
01:02:29,250 --> 01:02:30,870
maar met andere woorden.

1060
01:02:30,870 --> 01:02:32,790
Dat is wat Paulus citeert.

1061
01:02:32,790 --> 01:02:35,670
Hij zegt dat deze Schrift
vervuld zal worden

1062
01:02:35,670 --> 01:02:38,250
wanneer wij uit de doden zijn opgewekt.

1063
01:02:38,250 --> 01:02:43,170
Hier hebben we een heel duidelijk geval
waarin de apostel een Schrift neemt die

1064
01:02:43,170 --> 01:02:45,810
vrijwel zeker zou zijn opgevat als een

1065
01:02:45,810 --> 01:02:49,230
figuurlijke beschrijving van
het herstel van het volk.

1066
01:02:49,230 --> 01:02:52,710
Hij geeft er bewust een
totaal andere toepassing aan,

1067
01:02:52,710 --> 01:02:57,030
terwijl hij weet dat zijn lezers ook
zouden hebben geweten dat hij dat deed.

1068
01:02:57,030 --> 01:02:59,550
Hij probeerde niemand te misleiden.

1069
01:02:59,550 --> 01:03:02,790
In wezen zei hij dat de
wedergeboorte van het volk

1070
01:03:02,790 --> 01:03:05,670
een beeld was van de
opstanding van de doden.

1071
01:03:05,670 --> 01:03:11,130
Dat kan misschien wat licht werpen op iets
wat in Romeinen hoofdstuk 11 wordt gezegd,

1072
01:03:11,130 --> 01:03:15,930
waar Paulus spreekt over het volk
Israël en hun verwerping van Christus.

1073
01:03:15,930 --> 01:03:20,130
In Romeinen 11:14–15 zegt Paulus:

1074
01:03:20,130 --> 01:03:24,930
om daardoor zo mogelijk mijn verwanten
wat betreft het vlees tot jaloersheid te

1075
01:03:24,930 --> 01:03:27,750
verwekken en enigen uit hen te behouden.

1076
01:03:27,750 --> 01:03:31,110
Want als hun verwerping verzoening
voor de wereld betekent,

1077
01:03:31,110 --> 01:03:35,190
wat betekent dan hun aanneming
anders dan leven uit de doden?

1078
01:03:35,190 --> 01:03:39,990
Met ‘mijn verwanten wat betreft
het vlees’ bedoelt hij de Joden.

1079
01:03:39,990 --> 01:03:44,910
En als de eerstelingen heilig zijn, dan
het deeg ook, en als de wortel heilig is,

1080
01:03:44,910 --> 01:03:46,530
dan de takken ook.

1081
01:03:46,530 --> 01:03:51,750
Hij zegt dat het waar is: het volk heeft
iets meegemaakt wat op de dood lijkt.

1082
01:03:51,750 --> 01:03:53,490
Dat is hun verwerping.

1083
01:03:53,490 --> 01:03:57,450
Maar de aanneming van het
overblijfsel, het gelovige Israël,

1084
01:03:57,450 --> 01:04:01,110
wordt vergeleken met leven uit
de doden, als een opstanding.

1085
01:04:01,110 --> 01:04:05,790
De apostel Paulus ziet de taal van de
opstanding, het herstel van het volk,

1086
01:04:05,790 --> 01:04:08,850
dus als iets wat lijkt
op leven uit de doden.

1087
01:04:08,850 --> 01:04:12,570
Maar in dit geval past hij het toe
op hun binnengaan in het geestelijke

1088
01:04:12,570 --> 01:04:14,490
leven in Christus.

1089
01:04:14,490 --> 01:04:19,350
Later, in 1 Korinthe 15, past hij het
nog verder toe op de uiteindelijke

1090
01:04:19,350 --> 01:04:21,030
opstanding van de doden.

1091
01:04:21,030 --> 01:04:25,650
Je ziet dus dat één gedachte uit het
Oude Testament op meer dan één manier

1092
01:04:25,650 --> 01:04:28,110
gebruikt kan worden in
het Nieuwe Testament.

1093
01:04:28,110 --> 01:04:33,150
Namelijk, het idee dat God Zijn volk
herstelt en hun voorspoed herstelt,

1094
01:04:33,150 --> 01:04:37,530
wordt in het Nieuwe Testament opgepakt
als een beeld van geestelijk behoud

1095
01:04:37,530 --> 01:04:40,110
en ook van de opstanding uit de doden.

1096
01:04:40,110 --> 01:04:43,950
Dat betekent dat we de opstanding van
het volk kunnen zien als een type van

1097
01:04:43,950 --> 01:04:46,470
deze nieuwtestamentische gedachten.

1098
01:04:46,470 --> 01:04:50,370
Nu vers 15, Hosea 13:15:

1099
01:04:50,370 --> 01:04:54,690
Ook al draagt hijzelf tussen broeders
vrucht, de oostenwind zal komen,

1100
01:04:54,690 --> 01:04:58,470
de adem van de HEERE, die
opsteekt uit de woestijn.

1101
01:04:58,470 --> 01:05:01,710
Zijn bron zal uitdrogen
en zijn wel droogvallen.

1102
01:05:01,710 --> 01:05:06,150
Die zal de schat plunderen van
al zijn kostbare voorwerpen.

1103
01:05:06,150 --> 01:05:10,830
Bedenk dat Efraïm dubbele
vrucht betekent, vruchtbaarheid.

1104
01:05:10,830 --> 01:05:12,810
Het is dus een woordspeling.

1105
01:05:12,810 --> 01:05:18,930
Dat wil zeggen, hij, de Assyriër, zal hun
schatkamers plunderen en alles meenemen

1106
01:05:18,930 --> 01:05:20,550
wat begerenswaardig is.

1107
01:05:20,550 --> 01:05:24,750
Samaria is schuldig, want ze is
tegen haar God in opstand gekomen.

1108
01:05:24,750 --> 01:05:27,150
Ze zullen door het zwaard omkomen.

1109
01:05:27,150 --> 01:05:30,510
Hun baby's zullen worden
verpletterd en hun zwangere vrouwen

1110
01:05:30,510 --> 01:05:32,430
zullen worden opengereten.

1111
01:05:32,430 --> 01:05:36,990
Dit soort gruweldaden was heel kenmerkend
voor wat de Assyriërs deden wanneer

1112
01:05:36,990 --> 01:05:38,730
ze volken overwonnen.

1113
01:05:38,730 --> 01:05:40,290
Hoofdstuk 14.

1114
01:05:40,290 --> 01:05:43,410
Vanaf hier ligt de HSV-nummering één vers

1115
01:05:43,410 --> 01:05:46,650
hoger dan de Engelse nummering
die de spreker gebruikt:

1116
01:05:46,650 --> 01:05:54,390
zijn Hosea 14:1-9 is in
de HSV Hosea 14:2-10.

1117
01:05:54,390 --> 01:05:56,970
Nu komen we bij het
laatste deel van het boek.

1118
01:05:56,970 --> 01:06:00,630
Het is het kortste deel, maar het
is ook het meest hoopvolle deel,

1119
01:06:00,630 --> 01:06:02,310
omdat het positief is.

1120
01:06:02,310 --> 01:06:06,030
Het gaat over herstel, en ik geloof
dat het over het tijdperk van

1121
01:06:06,030 --> 01:06:07,650
de gemeente gaat.

1122
01:06:07,650 --> 01:06:10,590
Bedenk dat dit overeenkomt
met het derde hoofdstuk,

1123
01:06:10,590 --> 01:06:13,530
als we de eerste drie hoofdstukken
opvatten als een overzicht van

1124
01:06:13,530 --> 01:06:14,730
het hele boek.

1125
01:06:14,730 --> 01:06:18,450
Ik breng het opnieuw ter sprake,
maar ik heb het al eerder genoemd.

1126
01:06:18,450 --> 01:06:22,410
Je kunt de eerste drie hoofdstukken
zien als een weergave van de drie delen

1127
01:06:22,410 --> 01:06:23,550
van het boek.

1128
01:06:23,550 --> 01:06:26,670
Het derde van die hoofdstukken
gaat over herstel,

1129
01:06:26,670 --> 01:06:31,110
en het ziet op het messiaanse
tijdperk, of het huidige tijdperk.

1130
01:06:31,110 --> 01:06:34,770
Dat geldt ook voor het laatste deel
van Hosea, en dat is het laatste

1131
01:06:34,770 --> 01:06:37,350
hoofdstuk, hoofdstuk 14.

1132
01:06:37,350 --> 01:06:41,790
Gods geschil met Israël is uitvoerig
besproken in de hoofdstukken 4 tot

1133
01:06:41,790 --> 01:06:42,930
en met 13.

1134
01:06:42,930 --> 01:06:45,450
Het is niet nodig daar
verder op in te gaan.

1135
01:06:45,450 --> 01:06:48,390
Nu roept Hij hen op om
terug te keren tot God

1136
01:06:48,390 --> 01:06:50,730
en doet Hij bepaalde
beloften als ze dat doen.

1137
01:06:50,730 --> 01:06:54,510
Bekeer u, Israël, tot de HEERE, uw God,

1138
01:06:54,510 --> 01:06:57,990
want u bent gestruikeld
door uw ongerechtigheid.

1139
01:06:57,990 --> 01:07:02,250
Neem deze woorden met u
mee, bekeer u tot de HEERE.

1140
01:07:02,250 --> 01:07:07,590
Zeg tegen Hem: Neem alle
ongerechtigheid weg, neem het goede aan.

1141
01:07:07,590 --> 01:07:10,950
Dan zullen wij de offers
van onze lippen nakomen.

1142
01:07:10,950 --> 01:07:15,330
Assyrië zal ons niet verlossen,
op paarden zullen wij niet rijden.

1143
01:07:15,330 --> 01:07:20,430
Wij zullen nooit meer zeggen: U bent
onze god tegen het werk van onze handen.

1144
01:07:20,430 --> 01:07:23,430
Bij U immers vindt een wees ontferming.

1145
01:07:23,430 --> 01:07:25,830
Dit zijn de woorden die je moet meenemen.

1146
01:07:25,830 --> 01:07:30,750
Jullie moeten terugkeren tot God, zegt
hij tegen het volk, en als jullie gaan,

1147
01:07:30,750 --> 01:07:34,110
neem dan deze woorden
mee en meen wat je zegt.

1148
01:07:34,110 --> 01:07:37,230
Vraag Hem namelijk om
onze zonden weg te nemen.

1149
01:07:37,230 --> 01:07:42,390
Als wij onze zonden belijden: Hij is
getrouw en rechtvaardig om ons de zonden

1150
01:07:42,390 --> 01:07:46,950
te vergeven en ons te reinigen
van alle ongerechtigheid.

1151
01:07:46,950 --> 01:07:49,410
En breng de offers van hun lippen mee.

1152
01:07:49,410 --> 01:07:52,530
Deze gedachte wordt in het
Nieuwe Testament opgepakt,

1153
01:07:52,530 --> 01:07:55,890
in Hebreeën hoofdstuk 13, vers 15.

1154
01:07:55,890 --> 01:07:58,950
Daar staat dat we het
volgende moeten brengen:

1155
01:07:58,950 --> 01:08:02,730
Laten wij dan altijd door Hem
een lofoffer brengen aan God,

1156
01:08:02,730 --> 01:08:05,970
namelijk de vrucht van lippen
die Zijn Naam belijden.

1157
01:08:05,970 --> 01:08:10,110
De gedachte hier is dat de vrucht
van de lippen in het ideale geval

1158
01:08:10,110 --> 01:08:12,510
weerspiegelt wat er in het hart leeft.

1159
01:08:12,510 --> 01:08:17,490
Dat is anders dan dierenoffers, die je
zonder enige oprechtheid kunt brengen.

1160
01:08:17,490 --> 01:08:18,870
Want Hij zei:

1161
01:08:18,870 --> 01:08:23,670
Adderengebroed! Hoe kunt u goede
dingen spreken, terwijl u slecht bent?

1162
01:08:23,670 --> 01:08:26,850
Want uit de overvloed van
het hart spreekt de mond.

1163
01:08:26,850 --> 01:08:30,810
De vrucht van je lippen geeft dus weer
wat er werkelijk in je hart leeft.

1164
01:08:30,810 --> 01:08:33,750
Het is waar dat je onoprecht kunt spreken.

1165
01:08:33,750 --> 01:08:37,530
Je lippen kunnen iets zeggen
terwijl je hart iets anders denkt.

1166
01:08:37,530 --> 01:08:42,090
Maar de strekking hier is:
spreek deze woorden oprecht uit.

1167
01:08:42,090 --> 01:08:44,670
Laat dit zijn wat uit je hart komt.

1168
01:08:44,670 --> 01:08:48,750
Laat wat uit je hart voortkomt
een offer aan God zijn.

1169
01:08:48,750 --> 01:08:52,290
Dat wat uit je mond komt, en niet
alleen wat je met je handen aan

1170
01:08:52,290 --> 01:08:53,790
dieren kunt offeren.

1171
01:08:53,790 --> 01:08:55,830
Een van de dingen die ze moeten belijden,

1172
01:08:55,830 --> 01:09:00,030
is dat ze voortaan alleen nog op
God kunnen en zullen vertrouwen.

1173
01:09:00,030 --> 01:09:02,010
Allereerst zegt vers 3:

1174
01:09:02,010 --> 01:09:04,230
Assyrië zal ons niet redden.

1175
01:09:04,230 --> 01:09:08,970
Ze hadden op Assyrië vertrouwd, of
op buitenlandse bondgenootschappen.

1176
01:09:08,970 --> 01:09:10,230
Ten tweede:

1177
01:09:10,230 --> 01:09:12,510
op paarden zullen wij niet rijden.

1178
01:09:12,510 --> 01:09:14,910
wat op militaire kracht wijst.

1179
01:09:14,910 --> 01:09:17,970
We zullen niet op onze
militaire kracht vertrouwen.

1180
01:09:17,970 --> 01:09:22,230
We zullen niet op onze buitenlandse
bondgenootschappen of op onze

1181
01:09:22,230 --> 01:09:24,150
militaire kracht vertrouwen.

1182
01:09:24,150 --> 01:09:27,030
En we zullen niet op
andere goden vertrouwen.

1183
01:09:27,030 --> 01:09:30,510
We zullen niet meer tegen het
werk van onze handen zeggen:

1184
01:09:30,510 --> 01:09:32,190
Jij bent onze god.

1185
01:09:32,190 --> 01:09:36,390
De Israëlieten hadden voor hun
veiligheid op deze drie dingen vertrouwd

1186
01:09:36,390 --> 01:09:39,330
in plaats van op de Heere: op hun leger,

1187
01:09:39,330 --> 01:09:41,610
op hun valse goden en op

1188
01:09:41,610 --> 01:09:44,910
militaire bondgenootschappen
met buitenlandse machten.

1189
01:09:44,910 --> 01:09:49,350
En hij zegt: zeg tegen God dat
jullie dat niet meer zullen doen,

1190
01:09:49,350 --> 01:09:53,670
en erken dat alleen in God
de wees barmhartigheid vindt.

1191
01:09:53,670 --> 01:09:57,810
Hij zegt in vers 5
volgens de HSV-nummering:

1192
01:09:57,810 --> 01:10:02,550
Ik zal hun afkerigheid genezen,
Ik zal hen vrijwillig liefhebben,

1193
01:10:02,550 --> 01:10:05,730
want Mijn toorn heeft
zich van hem afgewend.

1194
01:10:05,730 --> 01:10:08,130
Let op deze verwijzing naar genezing.

1195
01:10:08,130 --> 01:10:11,130
Het gaat niet om genezing
van lichamelijke ziekten,

1196
01:10:11,130 --> 01:10:15,510
maar om genezing van
afvalligheid, van verkeerde wegen.

1197
01:10:15,510 --> 01:10:20,790
Zoals ik al vaak heb aangegeven, zien we
dus dat genezing en ziekte bij de profeten

1198
01:10:20,790 --> 01:10:23,850
meestal betrekking hebben
op de toestand van het volk.

1199
01:10:23,850 --> 01:10:29,130
Het gaat dan om de morele toestand, of om
de oordelen die het volk getroffen hebben

1200
01:10:29,130 --> 01:10:31,410
en waarvan het genezing nodig heeft.

1201
01:10:31,410 --> 01:10:34,530
want Mijn toorn heeft
zich van hem afgewend.

1202
01:10:34,530 --> 01:10:37,290
Ik zal voor Israël zijn als de dauw.

1203
01:10:37,290 --> 01:10:39,810
Niet in de zin van iets
wat snel verdwijnt,

1204
01:10:39,810 --> 01:10:43,590
zoals de dauw eerder werd
gebruikt in hoofdstuk 13, vers 3,

1205
01:10:43,590 --> 01:10:45,750
maar in de zin van verkwikking.

1206
01:10:45,750 --> 01:10:51,990
De dauw verkwikt de grond en bevochtigt de
grond, en zo zal God voor Zijn volk zijn.

1207
01:10:51,990 --> 01:10:56,430
Hij zal in bloei staan als de lelie,
wortel schieten als de Libanon.

1208
01:10:56,430 --> 01:10:59,550
Hoe groeien de lelies? Jezus zei:

1209
01:10:59,550 --> 01:11:01,890
En wat bent u bezorgd over de kleding?

1210
01:11:01,890 --> 01:11:07,050
Kijk naar de lelies in het veld, hoe ze
groeien; ze werken niet en spinnen niet;

1211
01:11:07,050 --> 01:11:10,950
Hoe groeien ze? Zonder zorgen. Hij zei:

1212
01:11:10,950 --> 01:11:13,350
En wat bent u bezorgd over de kleding?

1213
01:11:13,350 --> 01:11:18,330
Kijk naar de lelies in het veld, hoe ze
groeien; ze werken niet en spinnen niet;

1214
01:11:18,330 --> 01:11:22,350
en Ik zeg u dat zelfs Salomo in al
zijn heerlijkheid niet gekleed ging als

1215
01:11:22,350 --> 01:11:23,610
één van deze.

1216
01:11:23,610 --> 01:11:26,670
Als God nu het gras op het
veld, dat er vandaag is

1217
01:11:26,670 --> 01:11:30,750
en morgen in de oven geworpen wordt,
zo bekleedt, zal Hij u niet veel

1218
01:11:30,750 --> 01:11:33,210
meer kleden, kleingelovigen?

1219
01:11:33,210 --> 01:11:34,950
Hoe groeien christenen?

1220
01:11:34,950 --> 01:11:37,230
Als de lelie, zegt hij hier.

1221
01:11:37,230 --> 01:11:39,690
Israël zal groeien als de lelie.

1222
01:11:39,690 --> 01:11:41,610
Maar hoe groeit de lelie?

1223
01:11:41,610 --> 01:11:43,890
Jezus zei dat je daar
eens naar moest kijken.

1224
01:11:43,890 --> 01:11:45,990
Ze groeien zonder zorgen.

1225
01:11:45,990 --> 01:11:50,850
Ze groeien door eenvoudigweg in de
Heere te rusten en op Hem te vertrouwen,

1226
01:11:50,850 --> 01:11:53,130
en Hij voorziet in hun behoeften.

1227
01:11:53,130 --> 01:11:57,390
En ook langzaam, hoewel snel in
vergelijking met sommige planten,

1228
01:11:57,390 --> 01:11:59,190
veel sneller dan een eik.

1229
01:11:59,190 --> 01:12:02,790
Maar ze groeien geleidelijk,
zoals alle planten dat doen.

1230
01:12:02,790 --> 01:12:06,690
Hier kan de verwijzing naar Israël dat
groeit als de lelie betrekking hebben op

1231
01:12:06,690 --> 01:12:08,490
de schoonheid ervan.

1232
01:12:08,490 --> 01:12:12,390
Jezus zei immers dat zelfs Salomo
in al zijn heerlijkheid niet

1233
01:12:12,390 --> 01:12:15,390
zo mooi gekleed was als een van de lelies.

1234
01:12:15,390 --> 01:12:18,870
Blijkbaar stonden de lelies
bekend om hun schoonheid.

1235
01:12:18,870 --> 01:12:21,570
Zeggen dat Israël zal
groeien als de lelie,

1236
01:12:21,570 --> 01:12:24,510
wijst erop dat God Zijn volk mooi maakt.

1237
01:12:24,510 --> 01:12:26,910
Maar het kan ook meer de gedachte inhouden

1238
01:12:26,910 --> 01:12:30,390
dat ze zullen groeien op
dezelfde manier als de lelie.

1239
01:12:30,390 --> 01:12:33,510
Dat wil zeggen: door de kracht van God,

1240
01:12:33,510 --> 01:12:39,570
zonder zorgen en zonder spanning en zonder
inspanning, zonder menselijke inspanning.

1241
01:12:39,570 --> 01:12:41,790
Het zal een werk van God zijn.

1242
01:12:41,790 --> 01:12:44,910
Dat is de manier waarop
we werkelijk groeien.

1243
01:12:44,910 --> 01:12:49,050
We proberen onszelf door onze eigen
inspanningen te laten groeien,

1244
01:12:49,050 --> 01:12:53,490
maar we kunnen onszelf niet
laten groeien. Jezus zei:

1245
01:12:53,490 --> 01:12:58,650
Wie toch van u kan met bezorgd te
zijn één el aan zijn lengte toevoegen?

1246
01:12:58,650 --> 01:13:02,970
Je kunt jezelf niet laten groeien
door je er zorgen over te maken.

1247
01:13:02,970 --> 01:13:05,850
Je moet het gewoon in Gods handen laten,

1248
01:13:05,850 --> 01:13:09,450
en de groei zal op zijn
eigen tijd plaatsvinden.

1249
01:13:09,450 --> 01:13:14,970
Natuurlijk zijn er dingen die je kunt doen
om groei te belemmeren of te bevorderen.

1250
01:13:14,970 --> 01:13:17,970
Als iemand nooit eet,
zal hij niet groeien.

1251
01:13:17,970 --> 01:13:23,370
Hij kan de groei bevorderen door te eten,
maar toch ligt de groei in Gods handen.

1252
01:13:23,370 --> 01:13:25,170
Hetzelfde geldt voor planten.

1253
01:13:25,170 --> 01:13:28,710
Je kunt ze geen water geven,
en dan zullen ze niet groeien.

1254
01:13:28,710 --> 01:13:33,090
Maar als je ze water en mest geeft
enzovoort, zullen ze wel groeien.

1255
01:13:33,090 --> 01:13:36,510
Maar God geeft nog steeds
de groei. Paulus zei:

1256
01:13:36,510 --> 01:13:41,550
Ik heb geplant, Apollos heeft
begoten, maar God heeft laten groeien.

1257
01:13:41,550 --> 01:13:45,990
Groei is iets wat God doet, maar de mens
kan natuurlijk dingen doen die de groei

1258
01:13:45,990 --> 01:13:47,790
bevorderen of belemmeren.

1259
01:13:47,790 --> 01:13:50,370
Hetzelfde geldt voor geestelijke groei.

1260
01:13:50,370 --> 01:13:54,810
Alleen God kan je geestelijk volwassen
laten worden, en dat kost tijd.

1261
01:13:54,810 --> 01:13:58,530
Maar je kunt keuzes maken die je
groei bevorderen of belemmeren.

1262
01:13:58,530 --> 01:14:00,510
Je kunt die zeker vertragen.

1263
01:14:00,510 --> 01:14:04,830
Je kunt die zeker minder gezond maken
door jezelf geestelijk uit te hongeren

1264
01:14:04,830 --> 01:14:07,410
of jezelf met de verkeerde
dingen te voeden.

1265
01:14:07,410 --> 01:14:12,390
De groei van Israël, en dit is volgens
mij tijdens het messiaanse tijdperk,

1266
01:14:12,390 --> 01:14:14,790
zal zijn als die van de lelie.

1267
01:14:14,790 --> 01:14:16,890
wortel schieten als de Libanon.

1268
01:14:16,890 --> 01:14:21,270
Of waarschijnlijk als de ceders van
de Libanon, die zo beroemd waren.

1269
01:14:21,270 --> 01:14:23,370
Zijn jonge loten zullen uitlopen,

1270
01:14:23,370 --> 01:14:28,050
Dus hij heeft diepe wortels; hij
heeft takken die zich uitspreiden.

1271
01:14:28,050 --> 01:14:30,750
Jezus vergeleek het Koninkrijk van God met

1272
01:14:30,750 --> 01:14:33,630
Een andere gelijkenis hield Hij hun voor.

1273
01:14:33,630 --> 01:14:38,370
Hij zei: Het Koninkrijk der hemelen
is gelijk aan een mosterdzaad,

1274
01:14:38,370 --> 01:14:41,430
dat iemand nam en in zijn akker zaaide.

1275
01:14:41,430 --> 01:14:45,390
Dat is wel het kleinste van al de
zaden, maar als het opgegroeid is,

1276
01:14:45,390 --> 01:14:49,290
is het het grootste van de
tuingewassen en het wordt een boom,

1277
01:14:49,290 --> 01:14:53,250
zodat de vogels in de lucht een
nest komen maken in zijn takken.

1278
01:14:53,250 --> 01:14:56,310
David vergeleek in Psalm
1 de rechtvaardige man met

1279
01:14:56,310 --> 01:14:59,190
een boom, geplant aan waterstromen.

1280
01:14:59,190 --> 01:15:02,490
Zijn wortels zaten daar
beneden en namen voeding op.

1281
01:15:02,490 --> 01:15:03,510
Er staat:

1282
01:15:03,510 --> 01:15:06,450
Hij zal zo mooi zijn als een olijfboom.

1283
01:15:06,450 --> 01:15:10,230
Ook hier wordt de gemeente,
het ware Israël van God,

1284
01:15:10,230 --> 01:15:15,870
door Paulus met een olijfboom
vergeleken, in Romeinen 11, vers 17.

1285
01:15:15,870 --> 01:15:22,050
Hij vergelijkt Israël met een olijfboom,
ofwel het ware Israël, en dat zijn wij.

1286
01:15:22,050 --> 01:15:23,670
Wij zijn daarin geënt.

1287
01:15:23,670 --> 01:15:28,590
Dus hij spreekt over de schoonheid
van Israël, over de geur van Israël.

1288
01:15:28,590 --> 01:15:31,110
Natuurlijk heeft de gemeente ook een geur.

1289
01:15:31,110 --> 01:15:33,390
Weet je nog dat Paulus daarover sprak?

1290
01:15:33,390 --> 01:15:38,910
Aan het eind van 2 Korinthe hoofdstuk
2 zegt hij, in 2 Korinthe 2:15:

1291
01:15:38,910 --> 01:15:42,630
Want wij zijn voor God een
aangename geur van Christus,

1292
01:15:42,630 --> 01:15:46,650
onder hen die zalig worden en
onder hen die verloren gaan;

1293
01:15:46,650 --> 01:15:50,370
voor de laatsten een doodsgeur,
die leidt tot de dood,

1294
01:15:50,370 --> 01:15:54,930
maar voor de eersten een
levensgeur, die leidt tot het leven.

1295
01:15:54,930 --> 01:15:57,630
Maar wie is tot deze dingen bekwaam?

1296
01:15:57,630 --> 01:16:00,870
Zie je, wij zijn een geur van God.

1297
01:16:00,870 --> 01:16:05,850
Het is een aangename geur voor degenen
die behouden worden en voor God Zelf.

1298
01:16:05,850 --> 01:16:10,530
Dat is wat er wordt voorzegd over
het ware Israël, dat de gemeente is.

1299
01:16:10,530 --> 01:16:14,130
Er staat in vers 8
volgens de HSV-nummering:

1300
01:16:14,130 --> 01:16:17,910
Zij zullen opnieuw in zijn
schaduw zitten, koren verbouwen

1301
01:16:17,910 --> 01:16:21,630
en in bloei staan als de
wijnstok; zijn gedachtenis

1302
01:16:21,630 --> 01:16:24,210
zal zijn als de wijn van Libanon.

1303
01:16:24,210 --> 01:16:28,890
Groeiend graan en een groeiende wijnstok
zijn allebei beelden van de gemeente

1304
01:16:28,890 --> 01:16:31,890
in het Nieuwe Testament. Jezus zei:

1305
01:16:31,890 --> 01:16:36,390
Ik ben de ware Wijnstok en Mijn
Vader is de Wijngaardenier.

1306
01:16:36,390 --> 01:16:37,470
Jezus sprak over

1307
01:16:37,470 --> 01:16:40,230
Een andere gelijkenis hield Hij hun voor.

1308
01:16:40,230 --> 01:16:45,090
Hij zei: Het Koninkrijk der hemelen is
gelijk aan iemand die goed zaad zaaide

1309
01:16:45,090 --> 01:16:46,290
in zijn akker.

1310
01:16:46,290 --> 01:16:51,270
Maar toen de mensen sliepen, kwam zijn
vijand en zaaide onkruid tussen de tarwe,

1311
01:16:51,270 --> 01:16:52,470
en ging weg.

1312
01:16:52,470 --> 01:16:56,790
maar het goede zaad was
graan; het was tarwe. Hij zei:

1313
01:16:56,790 --> 01:17:01,050
De akker is de wereld, het goede zaad
zijn de kinderen van het Koninkrijk

1314
01:17:01,050 --> 01:17:04,110
en het onkruid zijn de
kinderen van de boze.

1315
01:17:04,110 --> 01:17:08,490
Dus Jezus gebruikt al deze
beelden, of de meeste ervan.

1316
01:17:08,490 --> 01:17:13,470
Bedenk eens hoeveel van deze dingen in het
Nieuwe Testament ter sprake komen als iets

1317
01:17:13,470 --> 01:17:15,990
wat op christenen van toepassing is.

1318
01:17:15,990 --> 01:17:19,470
Lelies worden genoemd, aangezien
we naar de lelies moeten kijken

1319
01:17:19,470 --> 01:17:21,510
en ze moeten navolgen.

1320
01:17:21,510 --> 01:17:27,510
Bomen, de olijfboom, geurige planten,
zouden we denk ik kunnen zeggen, graan,

1321
01:17:27,510 --> 01:17:33,090
de wijnstok: dit zijn allemaal beelden
voor de gemeente in het Nieuwe Testament.

1322
01:17:33,090 --> 01:17:38,550
Vers 9 volgens de HSV-nummering luidt in
Nederlandse weergave van de Engelse lezing

1323
01:17:38,550 --> 01:17:40,590
die de spreker bespreekt:

1324
01:17:40,590 --> 01:17:44,490
Efraïm zal zeggen: Wat heb
ik nog met afgoden te maken?

1325
01:17:44,490 --> 01:17:47,130
Ik heb Hem gehoord en waargenomen.

1326
01:17:47,130 --> 01:17:50,910
Ik ben als een groene cipres;
bij Mij is je vrucht te vinden.

1327
01:17:50,910 --> 01:17:53,250
Die laatste woorden spreekt God.

1328
01:17:53,250 --> 01:17:59,130
Deze Engelse lezing laat Efraïm zeggen
dat hij God heeft gehoord en waargenomen.

1329
01:17:59,130 --> 01:18:04,830
De HSV heeft hier: ‘Ík heb hem
verhoord en zal naar hem omzien.’

1330
01:18:04,830 --> 01:18:08,670
De volgende uitleg berust op
de besproken Engelse lezing.

1331
01:18:08,670 --> 01:18:14,130
Dit is interessant, want het gaat
erover dat dit Israël, dit Efraïm,

1332
01:18:14,130 --> 01:18:19,470
nooit meer iets met afgoden te maken zal
hebben, omdat ze nu God hebben gezien.

1333
01:18:19,470 --> 01:18:23,550
Op welk moment in de geschiedenis zou
je kunnen zeggen dat iemand God heeft

1334
01:18:23,550 --> 01:18:25,890
gezien en waargenomen?

1335
01:18:25,890 --> 01:18:30,630
Zou het enig ander moment kunnen zijn dan
dat waarover Johannes sprak in Johannes

1336
01:18:30,630 --> 01:18:33,030
hoofdstuk 1, vers 14?

1337
01:18:33,030 --> 01:18:38,310
En het Woord is vlees geworden en heeft
onder ons gewoond (en wij hebben Zijn

1338
01:18:38,310 --> 01:18:43,710
heerlijkheid gezien, een heerlijkheid
als van de Eniggeborene van de Vader),

1339
01:18:43,710 --> 01:18:46,410
vol van genade en waarheid.

1340
01:18:46,410 --> 01:18:47,610
Daar staat:

1341
01:18:47,610 --> 01:18:52,410
We hebben Zijn heerlijkheid
gezien, we hebben Hem gezien.

1342
01:18:52,410 --> 01:18:53,850
Jezus zei:

1343
01:18:53,850 --> 01:19:00,210
Jezus zei tegen hem: Ben Ik zo'n lange
tijd bij u, en kent u Mij niet, Filippus?

1344
01:19:00,210 --> 01:19:05,310
Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader
gezien; en hoe kunt u dan zeggen:

1345
01:19:05,310 --> 01:19:07,410
Laat ons de Vader zien?

1346
01:19:07,410 --> 01:19:11,250
Het gaat hier, denk ik, over
het tijdperk van de gemeente.

1347
01:19:11,250 --> 01:19:17,250
Nu Hij Zich zichtbaar heeft gemaakt, is
Hij door Zijn volk gezien. Hij is gehoord.

1348
01:19:17,250 --> 01:19:21,570
Afgoden kunnen niet langer worden
verdragen door de mensen die God in Jezus

1349
01:19:21,570 --> 01:19:24,690
hebben herkend, die
Christus hebben ontvangen.

1350
01:19:24,690 --> 01:19:27,390
Daarom staat er aan het eind van vers 8:

1351
01:19:27,390 --> 01:19:29,910
‘Bij Mij is je vrucht te vinden.’

1352
01:19:29,910 --> 01:19:32,790
Ook dat is een woordspeling
op de naam Efraïm,

1353
01:19:32,790 --> 01:19:35,190
want Efraïm betekent dubbel vruchtbaar.

1354
01:19:35,190 --> 01:19:40,710
Maar denk er eens over na: wie draagt er
vandaag vrucht die van God afkomstig is?

1355
01:19:40,710 --> 01:19:42,030
Jezus zei:

1356
01:19:42,030 --> 01:19:46,050
Als jullie in Mij blijven,
zullen jullie veel vrucht dragen.

1357
01:19:46,050 --> 01:19:47,850
Hij zei tegen de Joden:

1358
01:19:47,850 --> 01:19:52,290
Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk
van God van u weggenomen zal worden

1359
01:19:52,290 --> 01:19:56,130
en aan een volk gegeven dat
de vruchten ervan voortbrengt.

1360
01:19:56,130 --> 01:19:58,050
Dus wanneer God zegt:

1361
01:19:58,050 --> 01:20:00,690
Bij Mij is je vruchtbaarheid te vinden.

1362
01:20:00,690 --> 01:20:02,670
tegen wie spreekt Hij dan?

1363
01:20:02,670 --> 01:20:05,550
Wie draagt er uiteindelijk
vrucht voor God?

1364
01:20:05,550 --> 01:20:07,290
Dat is de gemeente.

1365
01:20:07,290 --> 01:20:10,770
Het is het Israël van God
dat hier wordt besproken.

1366
01:20:10,770 --> 01:20:15,150
Let eens op de bijna raadselachtige
manier waarop dit eindigt.

1367
01:20:15,150 --> 01:20:19,170
Vers 10 volgens de HSV-nummering,
in Nederlandse weergave van

1368
01:20:19,170 --> 01:20:21,150
de aangehaalde woorden:

1369
01:20:21,150 --> 01:20:24,750
Wie wijs is, laat hij
deze dingen begrijpen.

1370
01:20:24,750 --> 01:20:29,010
Met andere woorden, het klinkt
alsof datgene waarover hij spreekt

1371
01:20:29,010 --> 01:20:34,350
niet iets is wat ze gemakkelijk zouden
begrijpen, al dat spreken over Israël.

1372
01:20:34,350 --> 01:20:35,850
Waarom zegt hij dat?

1373
01:20:35,850 --> 01:20:38,790
Is het omdat ze destijds,
zoals Paulus zei,

1374
01:20:38,790 --> 01:20:43,350
niet begrepen wat de apostelen en
profeten later wel zouden begrijpen:

1375
01:20:43,350 --> 01:20:48,810
dat dit over een geestelijk Israël ging
en niet over een natuurlijk Israël?

1376
01:20:48,810 --> 01:20:50,070
Deze vraag:

1377
01:20:50,070 --> 01:20:57,330
Wie is wijs, is een weerklank van iets
in Psalm 107, vers 43. Daar staat:

1378
01:20:57,330 --> 01:20:58,830
Wie is wijs?

1379
01:20:58,830 --> 01:21:02,250
Laat hij op deze dingen letten,
en de goedertierenheid van de

1380
01:21:02,250 --> 01:21:04,470
HEERE aandachtig opnemen.

1381
01:21:04,470 --> 01:21:05,430
en:

1382
01:21:05,430 --> 01:21:08,850
En ze zullen begrijpen hoe
goed en trouw de Heer is.

1383
01:21:08,850 --> 01:21:10,230
Wat wordt daar besproken?

1384
01:21:10,230 --> 01:21:12,930
Als je het voorafgaande
gedeelte van de psalm leest,

1385
01:21:12,930 --> 01:21:17,670
klinkt het als een beschrijving van Gods
zegeningen in het messiaanse tijdperk

1386
01:21:17,670 --> 01:21:21,150
en tegelijkertijd van Zijn
oordelen over de goddelozen.

1387
01:21:21,150 --> 01:21:27,750
Let eens op vers 35, dat hieraan
voorafgaat, in Psalm 107:35:

1388
01:21:27,750 --> 01:21:32,610
Hij maakt de woestijn tot een waterpoel,
het dorre land tot waterbronnen.

1389
01:21:32,610 --> 01:21:33,990
Klinkt dat bekend?

1390
01:21:33,990 --> 01:21:36,090
Dat klinkt een beetje als Jesaja.

1391
01:21:36,090 --> 01:21:40,350
Het klinkt als Jesaja's beschrijvingen
van het huidige tijdperk.

1392
01:21:40,350 --> 01:21:45,870
Daar doet Hij de hongerigen verblijven,
zij stichten een stad om te wonen.

1393
01:21:45,870 --> 01:21:47,610
Welke stad zou dat zijn?

1394
01:21:47,610 --> 01:21:50,610
Het nieuwe Sion, het nieuwe Jeruzalem.

1395
01:21:50,610 --> 01:21:53,790
Zij zaaien akkers in
en planten wijngaarden,

1396
01:21:53,790 --> 01:21:56,850
die een rijke oogst
aan vruchten opbrengen.

1397
01:21:56,850 --> 01:22:00,990
Als je denkt aan alles wat we de laatste
tijd in de profeten hebben bestudeerd,

1398
01:22:00,990 --> 01:22:04,230
hoor je hierin heel
duidelijke weerklanken.

1399
01:22:04,230 --> 01:22:07,590
Die richten onze gedachten op
de profetische symbolen van

1400
01:22:07,590 --> 01:22:09,690
het messiaanse tijdperk.

1401
01:22:09,690 --> 01:22:15,570
Hij zegent hen, zodat zij zeer talrijk
worden, hun vee vermindert Hij niet.

1402
01:22:15,570 --> 01:22:21,930
Hij gaat verder, en dan, aan het einde
van dat alles, zegt hij in vers 43:

1403
01:22:21,930 --> 01:22:23,370
Wie is wijs?

1404
01:22:23,370 --> 01:22:26,910
Laat hij op deze dingen letten,
en de goedertierenheid van de

1405
01:22:26,910 --> 01:22:29,310
HEERE aandachtig opnemen.

1406
01:22:29,310 --> 01:22:33,210
Met andere woorden, er zijn bepaalde
plaatsen in het Oude Testament

1407
01:22:33,210 --> 01:22:37,830
waar aanwijzingen staan over het nieuwe
verbond en over het geheimenis van de

1408
01:22:37,830 --> 01:22:41,010
geestelijke zegeningen voor
het geestelijke Israël,

1409
01:22:41,010 --> 01:22:43,050
maar die waren niet echt duidelijk.

1410
01:22:43,050 --> 01:22:47,070
Er waren bepaalde profeten en
schrijvers van het Oude Testament

1411
01:22:47,070 --> 01:22:49,050
die maar een glimp van de dingen opvingen.

1412
01:22:49,050 --> 01:22:52,470
Hier zit meer achter dan je op
het eerste gezicht zou denken.

1413
01:22:52,470 --> 01:22:56,250
Er is een wijs mens voor nodig
om dit werkelijk te begrijpen.

1414
01:22:56,250 --> 01:23:00,810
Kijk eens naar Daniël
hoofdstuk 12, vlak vóór Hosea.

1415
01:23:00,810 --> 01:23:03,090
Daniël is het boek vóór Hosea,

1416
01:23:03,090 --> 01:23:06,630
hoewel natuurlijk niet in
chronologische volgorde.

1417
01:23:06,630 --> 01:23:13,230
Daniël hoofdstuk 12 en vers 10, de
verzen 8 tot en met 10. Daniël zegt:

1418
01:23:13,230 --> 01:23:17,250
Ik echter, ik hoorde het wel,
maar ik begreep het niet.

1419
01:23:17,250 --> 01:23:21,810
En ik zei: Mijn Heere, wat
zal het einde hiervan zijn?

1420
01:23:21,810 --> 01:23:25,950
Toen zei Hij: Ga heen, Daniël,
want deze woorden blijven

1421
01:23:25,950 --> 01:23:29,370
geheim en verzegeld tot
de tijd van het einde.

1422
01:23:29,370 --> 01:23:33,930
Velen zullen gereinigd, zuiver
wit gemaakt en gelouterd worden.

1423
01:23:33,930 --> 01:23:37,170
De goddelozen echter
zullen goddeloos handelen

1424
01:23:37,170 --> 01:23:40,170
en geen enkele van de
goddelozen zal het begrijpen,

1425
01:23:40,170 --> 01:23:42,810
maar de verstandigen zullen het begrijpen.

1426
01:23:42,810 --> 01:23:44,430
Is dat niet interessant?

1427
01:23:44,430 --> 01:23:46,110
Wat wordt hier besproken?

1428
01:23:46,110 --> 01:23:50,370
Ik geloof dat hij spreekt over het einde
van het Joodse tijdperk in het jaar

1429
01:23:50,370 --> 01:23:51,930
70 na Christus.

1430
01:23:51,930 --> 01:23:56,310
Ik geloof dat de context dat
ondersteunt. Dus hij zegt:

1431
01:23:56,310 --> 01:23:58,350
Hoe zal dit allemaal aflopen?

1432
01:23:58,350 --> 01:24:00,450
En degene die spreekt zegt:

1433
01:24:00,450 --> 01:24:04,950
De woorden zijn verzegeld, ze
blijven afgesloten tot de eindtijd.

1434
01:24:04,950 --> 01:24:07,830
Ze werden geopend in het boek Openbaring.

1435
01:24:07,830 --> 01:24:11,310
Aan het einde van het boek Openbaring
zei de engel tegen Johannes:

1436
01:24:11,310 --> 01:24:16,350
En hij zei tegen mij: Verzegel de woorden
van de profetie van dit boek niet,

1437
01:24:16,350 --> 01:24:18,270
want de tijd is nabij.

1438
01:24:18,270 --> 01:24:22,890
Dat is volgens mij kort vóór het
jaar 70 na Christus geschreven.

1439
01:24:22,890 --> 01:24:27,390
Ik besef dat de opvatting dat
Openbaring in het jaar 96 na Christus is

1440
01:24:27,390 --> 01:24:29,730
geschreven populairder is.

1441
01:24:29,730 --> 01:24:33,570
Maar ik geloof dat er goede,
sterke bewijzen zijn dat het

1442
01:24:33,570 --> 01:24:37,530
vóór de val van Jeruzalem is
geschreven en dat het daarover gaat.

1443
01:24:37,530 --> 01:24:41,190
Dus hij zegt dat deze visioenen
in feite een gesloten boek zijn

1444
01:24:41,190 --> 01:24:43,350
tot het einde van het tijdperk.

1445
01:24:43,350 --> 01:24:50,010
Denk eens aan wat Petrus zei in 1 Petrus
1, de verzen 10 tot en met 12. Hij zei:

1446
01:24:50,010 --> 01:24:50,850
Dan staat er:

1447
01:24:50,850 --> 01:24:55,350
Naar deze zaligheid hebben de profeten,
die geprofeteerd hebben over de

1448
01:24:55,350 --> 01:24:59,130
genade die aan u bewezen
is, gezocht en gespeurd.

1449
01:24:59,130 --> 01:25:04,650
Zij onderzochten op welke en wat voor tijd
de Geest van Christus, Die in hen was,

1450
01:25:04,650 --> 01:25:09,210
doelde, toen Hij tevoren getuigde van
het lijden dat op Christus komen zou,

1451
01:25:09,210 --> 01:25:11,850
en ook van de heerlijkheid daarna.

1452
01:25:11,850 --> 01:25:14,670
Aan hen werd geopenbaard
dat zij niet zichzelf,

1453
01:25:14,670 --> 01:25:19,590
maar ons dienden in de dingen die u
nu verkondigd zijn door hen die u het

1454
01:25:19,590 --> 01:25:22,530
Evangelie verkondigd hebben
door de Heilige Geest,

1455
01:25:22,530 --> 01:25:25,410
Die vanuit de hemel gezonden is; dingen,

1456
01:25:25,410 --> 01:25:28,290
waarin de engelen begerig
zijn zich te verdiepen.

1457
01:25:28,290 --> 01:25:33,450
Met andere woorden, de profeten werd om
meer informatie gevraagd, zegt Petrus,

1458
01:25:33,450 --> 01:25:36,090
maar ze kregen geen verdere informatie.

1459
01:25:36,090 --> 01:25:40,290
Hun werd eenvoudig gezegd dat het
voor een andere generatie was.

1460
01:25:40,290 --> 01:25:45,750
Dat was het enige geval in het hele boek
van de profeten waaraan Petrus kon denken.

1461
01:25:45,750 --> 01:25:49,950
Want dat was het enige geval dat
we kennen waarin een profeet zei:

1462
01:25:49,950 --> 01:25:55,650
‘Geef me meer inzicht’, en Hij zei:
‘Nee, het is voor een later tijdperk.’

1463
01:25:55,650 --> 01:25:57,930
Petrus lijkt daarnaar te verwijzen.

1464
01:25:57,930 --> 01:26:00,630
Als je die passage in 1 Petrus bekijkt,

1465
01:26:00,630 --> 01:26:03,990
is de manier waarop die
verwoord is nogal interessant.

1466
01:26:03,990 --> 01:26:07,530
Sommige van deze toepassingen
maak ik gewoon ter plekke.

1467
01:26:07,530 --> 01:26:11,730
Ik had er nog niet eerder aan gedacht,
maar nu ik al deze passages bekijk,

1468
01:26:11,730 --> 01:26:13,470
valt alles op zijn plaats.

1469
01:26:13,470 --> 01:26:18,810
Let eens op de passage die ik zojuist
noemde, 1 Petrus 1, 10 tot en met 12.

1470
01:26:18,810 --> 01:26:20,490
In vers 11 staat:

1471
01:26:20,490 --> 01:26:23,370
Ze probeerden te
achterhalen op welke tijd of

1472
01:26:23,370 --> 01:26:26,670
wat voor tijd de Geest
van Christus in hen doelde

1473
01:26:26,670 --> 01:26:29,850
toen Hij van tevoren vertelde
over het lijden van Christus

1474
01:26:29,850 --> 01:26:32,310
en de glorie die daarna zou komen.

1475
01:26:32,310 --> 01:26:35,430
De heerlijkheden van het
tijdperk van de gemeente.

1476
01:26:35,430 --> 01:26:40,050
Met andere woorden, de gemeente heeft
nu het voordeel dat ze deze dingen weet,

1477
01:26:40,050 --> 01:26:42,210
maar de profeten wisten ze niet.

1478
01:26:42,210 --> 01:26:45,210
Maar zij profeteerden over
het lijden van Christus

1479
01:26:45,210 --> 01:26:50,010
en de heerlijkheden die daarop zouden
volgen in het tijdperk van de gemeente.

1480
01:26:50,010 --> 01:26:53,010
En dat is blijkbaar
waar Daniël naar vroeg.

1481
01:26:53,010 --> 01:26:56,430
Het ging om de tijd van het
einde van het Joodse tijdperk

1482
01:26:56,430 --> 01:27:02,310
en het begin van een nieuw, heerlijk
tijdperk van de gemeente. En de engel zei:

1483
01:27:02,310 --> 01:27:05,910
Toen zei Hij: Ga heen, Daniël, want deze

1484
01:27:05,910 --> 01:27:10,650
woorden blijven geheim en verzegeld
tot de tijd van het einde.

1485
01:27:10,650 --> 01:27:15,510
Velen zullen gereinigd, zuiver
wit gemaakt en gelouterd worden.

1486
01:27:15,510 --> 01:27:18,870
De goddelozen echter
zullen goddeloos handelen

1487
01:27:18,870 --> 01:27:21,930
en geen enkele van de
goddelozen zal het begrijpen,

1488
01:27:21,930 --> 01:27:24,990
maar de verstandigen zullen het begrijpen.

1489
01:27:24,990 --> 01:27:27,750
Dat is het einde van het Joodse tijdperk.

1490
01:27:27,750 --> 01:27:29,670
Toen verscheen Jezus.

1491
01:27:29,670 --> 01:27:34,290
En Hij reinigde de zonen van Levi,
volgens Maleachi hoofdstuk 3,

1492
01:27:34,290 --> 01:27:36,150
en Hij maakte ons wit.

1493
01:27:36,150 --> 01:27:38,790
Maar veel mensen zullen
slechte dingen doen.

1494
01:27:38,790 --> 01:27:42,930
Dat wil zeggen, veel van de
Joden verwierpen Christus.

1495
01:27:42,930 --> 01:27:45,510
Geen van de goddelozen zal het begrijpen,

1496
01:27:45,510 --> 01:27:47,730
wat er gaande is, zegt hij,

1497
01:27:47,730 --> 01:27:50,550
maar de verstandigen zullen het begrijpen.

1498
01:27:50,550 --> 01:27:52,290
Zoals Hosea zegt:

1499
01:27:52,290 --> 01:27:56,490
Wie is wijs? Laat diegene
deze dingen begrijpen.

1500
01:27:56,490 --> 01:27:57,870
Deze geheimenissen.

1501
01:27:57,870 --> 01:28:02,130
Laat me je aandacht nog op één
passage richten: Romeinen 11,

1502
01:28:02,130 --> 01:28:06,570
opnieuw dat gedeelte waarin Paulus het
over de bestemming van Israël heeft.

1503
01:28:06,570 --> 01:28:10,710
In Romeinen 11:25 en 26 zegt hij:

1504
01:28:10,710 --> 01:28:14,430
Hij wil dat ze wijs zijn
en deze dingen begrijpen.

1505
01:28:14,430 --> 01:28:16,110
En dit is het geheimenis:

1506
01:28:16,110 --> 01:28:20,550
Want ik wil niet, broeders, dat u
geen weet hebt van dit geheimenis

1507
01:28:20,550 --> 01:28:23,010
(opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog),

1508
01:28:23,010 --> 01:28:26,610
dat er voor een deel verharding
over Israël is gekomen,

1509
01:28:26,610 --> 01:28:29,850
totdat de volheid van de
heidenen is binnengegaan.

1510
01:28:29,850 --> 01:28:34,410
En zo zal heel Israël zalig
worden, zoals geschreven staat:

1511
01:28:34,410 --> 01:28:40,350
De Verlosser zal uit Sion komen en zal
de goddeloosheden afwenden van Jakob.

1512
01:28:40,350 --> 01:28:42,750
Of gedeeltelijke verblinding.

1513
01:28:42,750 --> 01:28:47,010
Dit is het geheimenis: dat een
deel van de Joden wordt afgebroken

1514
01:28:47,010 --> 01:28:49,290
en dat er heidenen binnenkomen.

1515
01:28:49,290 --> 01:28:52,170
Of aldus, of op deze manier.

1516
01:28:52,170 --> 01:28:57,330
Dat wil zeggen, heel het ware
Israël wordt behouden. Hoe?

1517
01:28:57,330 --> 01:29:00,330
Door het afbreken van de
ongelovigen onder de Joden

1518
01:29:00,330 --> 01:29:03,210
en het opnemen van
heidenen in de olijfboom,

1519
01:29:03,210 --> 01:29:06,090
waarover hij het vlak
hiervoor heeft gehad.

1520
01:29:06,090 --> 01:29:11,010
Ze hebben takken van de olijfboom
afgebroken, dat zijn de natuurlijke Joden.

1521
01:29:11,010 --> 01:29:15,030
Ze hebben onnatuurlijke takken
geënt, dat zijn de heidenen.

1522
01:29:15,030 --> 01:29:17,250
Zo wordt de boom samengesteld.

1523
01:29:17,250 --> 01:29:20,190
Zo komt heel het ware Israël tot behoud.

1524
01:29:20,190 --> 01:29:22,830
Maar dit is een geheimenis, zegt hij.

1525
01:29:22,830 --> 01:29:26,250
Ik wil niet dat je het
verkeerd begrijpt. Waarom?

1526
01:29:26,250 --> 01:29:29,370
Omdat Daniël zei dat in
deze dagen van de gemeente

1527
01:29:29,370 --> 01:29:34,170
de goddelozen het niet zouden begrijpen,
maar de wijzen het wel zouden begrijpen.

1528
01:29:34,170 --> 01:29:38,430
En Paulus wilde dat zij bij de wijzen
zouden horen en niet zouden zijn

1529
01:29:38,430 --> 01:29:40,290
zoals de Joden van zijn tijd.

1530
01:29:40,290 --> 01:29:43,470
Die waren de goddelozen,
die het niet begrepen,

1531
01:29:43,470 --> 01:29:48,270
die nog steeds dachten dat ze een soort
onvoorwaardelijke beloften van God hadden.

1532
01:29:48,270 --> 01:29:52,110
En Paulus begreep dat het ware
Israël dat behouden zou worden,

1533
01:29:52,110 --> 01:29:55,170
uit Joden en heidenen zou bestaan.

1534
01:29:55,170 --> 01:30:00,690
Dat is volgens mij wat vers 25
of 26 betekent wanneer er staat:

1535
01:30:00,690 --> 01:30:05,070
Want ik wil niet, broeders, dat u
geen weet hebt van dit geheimenis

1536
01:30:05,070 --> 01:30:07,530
(opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog),

1537
01:30:07,530 --> 01:30:10,830
dat er voor een deel verharding
over Israël is gekomen,

1538
01:30:10,830 --> 01:30:14,130
totdat de volheid van de
heidenen is binnengegaan.

1539
01:30:14,130 --> 01:30:18,810
En zo zal heel Israël zalig
worden, zoals geschreven staat:

1540
01:30:18,810 --> 01:30:24,870
De Verlosser zal uit Sion komen en zal
de goddeloosheden afwenden van Jakob.

1541
01:30:24,870 --> 01:30:29,130
Dat wil zeggen, op deze
manier. Op welke manier?

1542
01:30:29,130 --> 01:30:31,890
Door wat er in vers 25 wordt gezegd,

1543
01:30:31,890 --> 01:30:37,170
door het afbreken van de ongelovige
takken en het opnemen van gelovige takken.

1544
01:30:37,170 --> 01:30:41,250
Op deze manier krijgt de boom
alle takken die eraan horen.

1545
01:30:41,250 --> 01:30:45,450
Het ware Israël wordt op deze
manier in zijn geheel behouden.

1546
01:30:45,450 --> 01:30:48,630
Dat lijkt ook te zijn
wat Hosea suggereert.

1547
01:30:48,630 --> 01:30:54,510
Hij heeft ons zojuist in hoofdstuk 14
een hoofdstuk gegeven dat herstel, zegen,

1548
01:30:54,510 --> 01:30:56,970
voorspoed en vruchtbaarheid beschrijft.

1549
01:30:56,970 --> 01:31:01,590
En de woorden die hij gebruikt zijn
Efraïm en Israël en dergelijke,

1550
01:31:01,590 --> 01:31:04,050
zoals hij dat in zijn hele profetie doet,

1551
01:31:04,050 --> 01:31:08,430
en zoals alle profeten dat doen
wanneer ze over de gemeente spreken.

1552
01:31:08,430 --> 01:31:10,890
Maar hij sluit af met
de suggestie dat hier

1553
01:31:10,890 --> 01:31:13,530
meer achter zit dan de Jood zou denken.

1554
01:31:13,530 --> 01:31:15,750
En wij weten nu wat dat is.

1555
01:31:15,750 --> 01:31:19,530
Het is dat deze dingen in een
geestelijk Israël worden vervuld,

1556
01:31:19,530 --> 01:31:21,390
niet in een natuurlijk Israël.

1557
01:31:21,390 --> 01:31:25,650
En zo sluit hij zijn boek op
een geheimzinnige manier af met,

1558
01:31:25,650 --> 01:31:29,310
in Nederlandse weergave
van de aangehaalde woorden:

1559
01:31:29,310 --> 01:31:32,910
Wie wijs is, laat hij
deze dingen begrijpen.

1560
01:31:32,910 --> 01:31:35,430
Wie inzicht heeft, laat hij ze kennen.

1561
01:31:35,430 --> 01:31:39,630
Alsof hij wil zeggen dat wat hij zegt niet
zomaar naar de letter kan worden opgevat,

1562
01:31:39,630 --> 01:31:43,230
alsof iedere willekeurige
dwaas het zou begrijpen.

1563
01:31:43,230 --> 01:31:48,030
Het moet begrepen worden door een
uitzonderlijke soort wijsheid of inzicht.

1564
01:31:48,030 --> 01:31:51,930
En dit inzicht werd volgens mij
aan de discipelen, de apostelen,

1565
01:31:51,930 --> 01:31:56,670
gegeven toen Jezus hun verstand opende
zodat ze de Schriften konden begrijpen,

1566
01:31:56,670 --> 01:31:59,850
in Lukas 24:45.

1567
01:31:59,850 --> 01:32:02,490
En daarom kunnen wij
deze dingen begrijpen.

1568
01:32:02,490 --> 01:32:06,570
Het verdrietige is natuurlijk dat volgens
mij die christenen die geloven dat dit

1569
01:32:06,570 --> 01:32:11,190
allemaal ergens in de toekomst nog in het
letterlijke Israël vervuld zal worden,

1570
01:32:11,190 --> 01:32:14,670
die wijsheid en dat
inzicht veronachtzamen.

1571
01:32:14,670 --> 01:32:18,330
Dat was volgens mij aan de apostelen
gegeven toen zij deze dingen

1572
01:32:18,330 --> 01:32:19,890
voor ons uitlegden.

1573
01:32:19,890 --> 01:32:24,030
En het is verdrietig dat niet alleen
Joden het verkeerd lijken te begrijpen,

1574
01:32:24,030 --> 01:32:27,150
maar dat zelfs christenen,
die beter zouden moeten weten,

1575
01:32:27,150 --> 01:32:28,890
het verkeerd begrijpen.

1576
01:32:28,890 --> 01:32:33,810
Ze vatten het op dezelfde manier op als
de ongelovige Joden het zouden begrijpen.

1577
01:32:33,810 --> 01:32:37,350
Het is heel duidelijk: als
Jezus het verstand van Zijn

1578
01:32:37,350 --> 01:32:40,950
apostelen moest openen om hen
de Schriften te laten begrijpen,

1579
01:32:40,950 --> 01:32:45,150
dan hadden mensen de Schriften niet goed
kunnen begrijpen zonder dat hun verstand

1580
01:32:45,150 --> 01:32:46,650
zo werd geopend.

1581
01:32:46,650 --> 01:32:51,150
Dat wijst erop dat de ware betekenis van
de Schriften voor het natuurlijke verstand

1582
01:32:51,150 --> 01:32:55,770
verborgen was, en dat Gods openbaring
aan de apostelen nodig was om

1583
01:32:55,770 --> 01:32:58,530
duidelijk te maken wat
ze werkelijk betekenden.

1584
01:32:58,530 --> 01:33:02,730
Iedereen, geïnspireerd of niet,
zou dit kunnen lezen en begrijpen

1585
01:33:02,730 --> 01:33:07,470
dat het over het natuurlijke Israël
gaat, als dat was waar het over ging.

1586
01:33:07,470 --> 01:33:11,850
Maar het feit dat er bijzonder inzicht
gegeven moest worden om het te begrijpen,

1587
01:33:11,850 --> 01:33:16,290
wijst erop dat het om iets anders
gaat dan het natuurlijke Israël.

1588
01:33:16,290 --> 01:33:20,130
Om iets anders dan wat er aan de
oppervlakte van de passage ligt,

1589
01:33:20,130 --> 01:33:24,810
en dat het werkelijk vooruitwijst naar
de gemeente zoals wij die nu kennen.

1590
01:33:24,810 --> 01:33:27,810
Het was een geheimenis
in het Oude Testament.

1591
01:33:27,810 --> 01:33:32,310
Het werd niet duidelijk begrepen,
maar het was beslist geprofeteerd.

1592
01:33:32,310 --> 01:33:35,610
De gemeente was in het Oude
Testament geprofeteerd,

1593
01:33:35,610 --> 01:33:39,330
en alleen de apostelen hebben dat
voor ons aan het licht gebracht.

1594
01:33:39,330 --> 01:33:43,950
En zoals je hebt gezien, pas ik
deze passages uit het Oude Testament

1595
01:33:43,950 --> 01:33:46,710
meestal op het tijdperk
van de gemeente toe door

1596
01:33:46,710 --> 01:33:51,330
plaatsen te laten zien waar de apostelen
juist de passages die we behandelen

1597
01:33:51,330 --> 01:33:55,230
citeerden of erop zinspeelden,
of waar Jezus Zelf

1598
01:33:55,230 --> 01:33:57,570
die citeerde of erop zinspeelde.

1599
01:33:57,570 --> 01:34:02,550
En zij pasten die altijd toe op de
gemeente, niet op een duizendjarig rijk.

1600
01:34:02,550 --> 01:34:04,770
Dat leek toch wel een vaste lijn te zijn

1601
01:34:04,770 --> 01:34:07,230
bij de schrijvers van
het Nieuwe Testament.

1602
01:34:07,230 --> 01:34:09,750
En daarmee zijn we aan het
einde van Hosea gekomen.
