1
00:00:02,010 --> 00:00:04,410
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,410 --> 00:00:10,110
Deze keer behandelen we Jeremia
hoofdstuk 17 tot en met 20.

3
00:00:10,110 --> 00:00:13,530
De vorige keer hebben
we Jeremia 16 behandeld.

4
00:00:13,530 --> 00:00:17,370
Daar kreeg hij van God te horen dat hij
niet moest trouwen en geen kinderen moest

5
00:00:17,370 --> 00:00:20,430
krijgen in het land Juda
of in de stad Jeruzalem,

6
00:00:20,430 --> 00:00:24,510
omdat degenen die vrouwen en kinderen
hadden, hen zouden verliezen.

7
00:00:24,510 --> 00:00:28,470
De inwoners van Jeruzalem zouden
op gruwelijke wijze sterven door de

8
00:00:28,470 --> 00:00:33,630
Babylonische inval die op komst was,
en dat zou Jeremia bespaard blijven.

9
00:00:33,630 --> 00:00:37,650
Het lijkt heel sterk op wat Jezus zei
toen Hij sprak over de verwoesting van

10
00:00:37,650 --> 00:00:41,370
Jeruzalem die na Zijn
tijd zou komen. Hij zei:

11
00:00:41,370 --> 00:00:45,030
want zie, er komen dagen
waarin men zal zeggen:

12
00:00:45,030 --> 00:00:48,870
Zalig zijn de onvruchtbaren en de
buiken die niet gebaard hebben,

13
00:00:48,870 --> 00:00:51,390
en de borsten die niet gezoogd hebben.

14
00:00:51,390 --> 00:00:56,430
vanwege de grote ontreddering, het grote
verdriet dat ouders zou overkomen wanneer

15
00:00:56,430 --> 00:01:00,390
ze zagen hoe hun kinderen die
verschrikkingen van oorlog en hongersnood

16
00:01:00,390 --> 00:01:02,790
enzovoort moesten doorstaan.

17
00:01:02,790 --> 00:01:05,190
Dat zou Jeremia bespaard blijven.

18
00:01:05,190 --> 00:01:08,970
Dat hij niet trouwde, maakte
deel uit van zijn boodschap.

19
00:01:08,970 --> 00:01:12,210
Zijn boodschap was dat er zulke
verschrikkelijke dingen over Jeruzalem

20
00:01:12,210 --> 00:01:16,770
zouden komen, dat hij geen gezinsleden
van hem daaraan zou blootstellen.

21
00:01:16,770 --> 00:01:18,450
Hij zou niet trouwen.

22
00:01:18,450 --> 00:01:22,230
Er was nog een reden waarom hij te
horen kreeg dat hij niet moest trouwen,

23
00:01:22,230 --> 00:01:26,130
in hoofdstuk 16, vers
8: het zou ongepast zijn

24
00:01:26,130 --> 00:01:29,490
om zich te verheugen zoals
je dat op je bruiloft doet.

25
00:01:29,490 --> 00:01:33,390
Je kunt niet trouwen zonder je
te verheugen. Het is een feest.

26
00:01:33,390 --> 00:01:36,630
Maar dit was geen tijd
voor feesten in Jeruzalem.

27
00:01:36,630 --> 00:01:39,330
Dit was een tijd om te rouwen enzovoort,

28
00:01:39,330 --> 00:01:42,450
dus hij moest geen dingen doen
die feestelijk zouden zijn.

29
00:01:42,450 --> 00:01:45,210
Zijn weigering om zelf
een bruiloft te houden,

30
00:01:45,210 --> 00:01:48,930
zou een zinnebeeld zijn van het
feit dat binnenkort uit Jeruzalem

31
00:01:48,930 --> 00:01:53,250
elke stem van vreugde, de stem
van de bruidegom en de stem van de

32
00:01:53,250 --> 00:01:55,170
bruid zou verdwijnen.

33
00:01:55,170 --> 00:01:58,650
Dat wil zeggen: niet alleen
zou Jeremia niet trouwen,

34
00:01:58,650 --> 00:02:03,930
maar niemand zou meer trouwen, omdat de
stad ontvolkt en verwoest zou worden.

35
00:02:03,930 --> 00:02:08,370
Tegen het einde van hoofdstuk
16 staat een messiaanse passage

36
00:02:08,370 --> 00:02:13,110
waarin hij spreekt over de tijd die zou
komen waarin ze niet langer zouden zeggen:

37
00:02:13,110 --> 00:02:18,870
Daarom, zie, er komen dagen, spreekt de
HEERE, dat er niet meer gezegd zal worden:

38
00:02:18,870 --> 00:02:23,850
Zo waar de HEERE leeft, Die de Israëlieten
uit het land Egypte geleid heeft,

39
00:02:23,850 --> 00:02:27,930
maar, zoals vers 14 en 15
zeggen, zouden ze zeggen:

40
00:02:27,930 --> 00:02:32,430
maar: Zo waar de HEERE leeft, Die
de Israëlieten uit het land in het

41
00:02:32,430 --> 00:02:37,170
noorden en uit al de landen waarheen
Hij hen verdreven had, geleid heeft.

42
00:02:37,170 --> 00:02:41,850
Ik zal hen terugbrengen in hun land,
dat Ik hun vaderen gegeven heb.

43
00:02:41,850 --> 00:02:45,930
Dit verwijst naar het feit dat de
terugkeer van de ballingen uit Babylon

44
00:02:45,930 --> 00:02:48,750
op zichzelf een levendiger
herinnering zou zijn

45
00:02:48,750 --> 00:02:54,090
aan Gods bevrijding van Zijn volk dan de
bevrijding uit Egypte bij de uittocht.

46
00:02:54,090 --> 00:02:57,930
Toch zijn die allebei voorafbeeldingen
van de messiaanse bevrijding.

47
00:02:57,930 --> 00:03:01,530
Het gaat dus over een tijd
waarin het behoud door Christus

48
00:03:01,530 --> 00:03:05,070
en het feit dat Hij ons uit
alle volken bij Zich verzamelt,

49
00:03:05,070 --> 00:03:07,710
de herinnering aan de
uittocht zouden vervangen.

50
00:03:07,710 --> 00:03:11,370
Zoals de traditionele viering van het
Pascha dus een herinnering was aan de

51
00:03:11,370 --> 00:03:15,210
uittocht en aan God Die
hen uit Egypte bevrijdde,

52
00:03:15,210 --> 00:03:19,590
zou die vervangen worden door iets
dat het messiaanse behoud herdenkt.

53
00:03:19,590 --> 00:03:22,170
Dat is wat Jezus bedoelde toen Hij zei:

54
00:03:22,170 --> 00:03:28,051
Vanaf nu, als jullie dit doen — dat wil
zeggen: wanneer jullie het Pascha vieren —

55
00:03:28,051 --> 00:03:30,750
doen jullie dat om aan Mij te denken.

56
00:03:30,750 --> 00:03:33,870
Hij stelt de uittocht
nu dus in de schaduw.

57
00:03:33,870 --> 00:03:38,250
Zijn behoud, de uittocht die Hij
in Jeruzalem tot stand brengt,

58
00:03:38,250 --> 00:03:42,150
stelt de uittocht uit de
dagen van Mozes in de schaduw.

59
00:03:42,150 --> 00:03:46,170
Dat is een vervulling van
deze profetie in hoofdstuk 16.

60
00:03:46,170 --> 00:03:51,390
Hoofdstuk 16, vers 19 vermeldt dat
ook de heidenen zouden binnenkomen.

61
00:03:51,390 --> 00:03:54,750
We weten dus dat we het over
de messiaanse tijd hebben.

62
00:03:54,750 --> 00:03:57,270
Maar in hoofdstuk 17 zegt hij:

63
00:03:57,270 --> 00:04:01,170
De zonde van Juda is opgeschreven
met een stift van ijzer,

64
00:04:01,170 --> 00:04:05,490
met een punt van diamant ingegrift
op de schrijftafel van hun hart

65
00:04:05,490 --> 00:04:07,950
en op de hoorns van uw altaren.

66
00:04:07,950 --> 00:04:12,210
Met andere woorden, met zo'n harde
schrijfstift kun je heel diep in

67
00:04:12,210 --> 00:04:13,830
harde steen kerven.

68
00:04:13,830 --> 00:04:18,210
Daardoor staat het er tamelijk blijvend
in gegrift, dat is wat hij zegt.

69
00:04:18,210 --> 00:04:21,090
Hun zonde staat er blijvend in gegrift.

70
00:04:21,090 --> 00:04:25,410
Ze zijn door hun zonde bevlekt op een
manier die niet met zeep kan worden

71
00:04:25,410 --> 00:04:29,250
gereinigd, zei hij eerder,
en zelfs niet met loog.

72
00:04:29,250 --> 00:04:33,990
Nu zegt hij hetzelfde op een iets andere
manier: het is niet zozeer een vlek,

73
00:04:33,990 --> 00:04:38,910
maar een ingegrift verslag van hun
misdaden, diep erin geschreven.

74
00:04:38,910 --> 00:04:40,950
Dat kan uiteraard niet worden uitgewist.

75
00:04:40,950 --> 00:04:46,590
Zoals zij aan hun kinderen denken, denken
zij aan hun altaren en hun gewijde palen,

76
00:04:46,590 --> 00:04:50,130
bij bladerrijke bomen, op de hoge heuvels.

77
00:04:50,130 --> 00:04:55,050
Bedenk dat deze altaren niet de altaren
in de tempel in Jeruzalem zijn die God

78
00:04:55,050 --> 00:04:57,390
door Mozes heeft voorgeschreven.

79
00:04:57,390 --> 00:05:01,290
Dit zijn de altaren op de hoogten
waar offers worden gebracht aan

80
00:05:01,290 --> 00:05:03,750
de Kanaänitische godheden.

81
00:05:03,750 --> 00:05:09,811
Mijn berg in het veld, uw vermogen, al
uw schatten, zal Ik als buit geven —

82
00:05:09,811 --> 00:05:13,710
uw hoogten vanwege de
zonde in heel uw gebied.

83
00:05:13,710 --> 00:05:19,470
Dan zult u — en dat om uzelf — uw
erfelijk bezit, dat Ik u gegeven heb,

84
00:05:19,470 --> 00:05:23,310
met rust moeten laten, want
Ik zal u uw vijanden doen

85
00:05:23,310 --> 00:05:25,710
dienen in een land dat u niet kent.

86
00:05:25,710 --> 00:05:29,010
U hebt immers in Mijn
toorn een vuur aangestoken,

87
00:05:29,010 --> 00:05:31,110
dat tot in eeuwigheid zal branden.

88
00:05:31,110 --> 00:05:36,450
Ik probeer er telkens op te letten wanneer
we deze beeldspraak in Jeremia tegenkomen.

89
00:05:36,450 --> 00:05:40,890
De verwoesting van Jeruzalem wordt vaak
beschreven als het ontbranden van Gods

90
00:05:40,890 --> 00:05:43,890
toorn als een vuur tegen deze mensen.

91
00:05:43,890 --> 00:05:47,910
Bij een aantal eerdere gelegenheden
hebben we gezien dat er daadwerkelijk

92
00:05:47,910 --> 00:05:51,030
staat dat het vuur niet
geblust kan worden.

93
00:05:51,030 --> 00:05:54,510
In hoofdstuk 4, vers 4 staat bijvoorbeeld:

94
00:05:54,510 --> 00:05:58,530
Besnijd u voor de HEERE en doe
de voorhuid van uw hart weg,

95
00:05:58,530 --> 00:06:02,130
mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem;

96
00:06:02,130 --> 00:06:06,090
anders zal Mijn grimmigheid
uitslaan als een vuur en branden

97
00:06:06,090 --> 00:06:09,630
zonder dat iemand kan blussen,
vanwege uw slechte daden.

98
00:06:09,630 --> 00:06:14,430
We hebben dus een vuur dat onuitblusbaar
is. Niemand kan het blussen.

99
00:06:14,430 --> 00:06:18,690
We hebben een vuur waarvan hier wordt
gezegd dat het voor eeuwig brandt.

100
00:06:18,690 --> 00:06:22,710
En toch zijn geen van deze dingen
echt helemaal letterlijk bedoeld,

101
00:06:22,710 --> 00:06:25,470
want het gaat over de
verwoesting van Jeruzalem.

102
00:06:25,470 --> 00:06:29,970
Het kan zijn dat het gedurende het
leven van deze mensen zal branden.

103
00:06:29,970 --> 00:06:33,150
Ze zullen dat oordeel de
rest van hun leven ervaren,

104
00:06:33,150 --> 00:06:35,130
maar niet tot in eeuwigheid.

105
00:06:35,130 --> 00:06:37,950
Dit gaat niet over een oordeel na de dood.

106
00:06:37,950 --> 00:06:40,590
Dit gaat over de verwoesting van de stad.

107
00:06:40,590 --> 00:06:44,370
Het lijkt een beetje op de woorden
van Judas in de brief van Judas,

108
00:06:44,370 --> 00:06:47,430
waar hij het heeft over
de verwoesting van Sodom.

109
00:06:47,430 --> 00:06:49,230
In vers 7 zei hij:

110
00:06:49,230 --> 00:06:52,590
Zoals Sodom en Gomorra
en de omliggende steden,

111
00:06:52,590 --> 00:06:57,030
die zich op vergelijkbare wijze
aan ontucht overgaven en ander

112
00:06:57,030 --> 00:07:01,470
vlees achternagingen, als voorbeeld
dienen doordat zij de straf van

113
00:07:01,470 --> 00:07:03,450
eeuwig vuur ondergaan.

114
00:07:03,450 --> 00:07:08,310
Er staat dat God Sodom en Gomorra tot
een voorbeeld heeft gesteld voor alle

115
00:07:08,310 --> 00:07:12,750
volken en alle mensen die anders
geneigd zouden zijn goddeloos te leven,

116
00:07:12,750 --> 00:07:15,990
doordat Hij hen met eeuwig
vuur heeft gestraft.

117
00:07:15,990 --> 00:07:19,650
Dit verwijst naar het vuur en
de zwavel die in de dagen van

118
00:07:19,650 --> 00:07:21,750
Abraham op hen neerkwamen.

119
00:07:21,750 --> 00:07:26,610
Dit is geen verwijzing naar de hel, want
de hel is onzichtbaar en kan daarom niet

120
00:07:26,610 --> 00:07:29,670
als voorbeeld aan zondaars
worden voorgehouden.

121
00:07:29,670 --> 00:07:32,250
God heeft geen zichtbaar
voorbeeld gesteld door

122
00:07:32,250 --> 00:07:36,510
Sodom en Gomorra naar de hel te
sturen, want niemand kan hen daar zien.

123
00:07:36,510 --> 00:07:41,070
Het gaat over het zichtbare voorbeeld dat
Hij heeft gesteld door hen in de dagen van

124
00:07:41,070 --> 00:07:45,510
Abraham te verwoesten met
wat Hij eeuwig vuur noemt.

125
00:07:45,510 --> 00:07:49,110
Dit zijn beelden die de passages
over het oordeel gebruiken

126
00:07:49,110 --> 00:07:53,430
wanneer ze spreken over een oordeel
over een volk of over een stad,

127
00:07:53,430 --> 00:07:57,330
en niet wanneer ze spreken
over bestraffing na de dood.

128
00:07:57,330 --> 00:07:59,730
Dat moeten we hier alleen even opmerken.

129
00:07:59,730 --> 00:08:04,290
Het is op dit punt in onze studie
van Jeremia niet het belangrijkste.

130
00:08:04,290 --> 00:08:06,570
Het is gewoon iets om te onthouden,

131
00:08:06,570 --> 00:08:10,290
want je zult natuurlijk precies
hetzelfde soort taal tegenkomen in

132
00:08:10,290 --> 00:08:11,910
het Nieuwe Testament.

133
00:08:11,910 --> 00:08:17,070
Toch passen christenen in het Nieuwe
Testament dit idee van eeuwig vuur

134
00:08:17,070 --> 00:08:21,330
enzovoort automatisch toe op
gebeurtenissen na iemands dood,

135
00:08:21,330 --> 00:08:24,630
terwijl het in feite een heel
gebruikelijke uitdrukking is.

136
00:08:24,630 --> 00:08:27,750
Het is in het Oude Testament
een heel gebruikelijk beeld

137
00:08:27,750 --> 00:08:31,950
voor de verwoesting van Jeruzalem,
of de verwoesting van Sodom,

138
00:08:31,950 --> 00:08:34,470
of de verwoesting van een andere stad.

139
00:08:34,470 --> 00:08:38,430
Het is de toorn van God, die
met vuur wordt vergeleken.

140
00:08:38,430 --> 00:08:43,050
Wanneer er staat dat Hij voor eeuwig zal
branden, is dat niet letterlijk waar.

141
00:08:43,050 --> 00:08:48,270
Want hoewel God Jeruzalem in 586
voor Christus heeft verwoest,

142
00:08:48,270 --> 00:08:52,470
zei zelfs Jeremia zelf dat dit
maar zeventig jaar zou duren,

143
00:08:52,470 --> 00:08:54,930
en dat Hij het daarna zou herstellen.

144
00:08:54,930 --> 00:09:00,750
Dat zullen we zien in hoofdstuk 25
van Jeremia, vers 11, waar staat:

145
00:09:00,750 --> 00:09:05,430
Dan zal heel dit land worden tot
een puinhoop, tot een verschrikking.

146
00:09:05,430 --> 00:09:10,050
Deze volken zullen de koning
van Babel zeventig jaar dienen.

147
00:09:10,050 --> 00:09:12,630
We weten dat het zo lang heeft geduurd.

148
00:09:12,630 --> 00:09:16,830
Het was dus niet werkelijk
tot in eeuwigheid. De woorden:

149
00:09:16,830 --> 00:09:20,190
Mijn woede zal eeuwig blijven branden.

150
00:09:20,190 --> 00:09:23,850
zijn duidelijk een overdrijving,
en we moeten ons bewust zijn van

151
00:09:23,850 --> 00:09:26,070
dat soort taalgebruik.

152
00:09:26,070 --> 00:09:27,330
Vers 5:

153
00:09:27,330 --> 00:09:32,250
Zo zegt de HEERE: Vervloekt is
de man die vertrouwt op een mens,

154
00:09:32,250 --> 00:09:37,350
en die een schepsel tot zijn arm stelt,
terwijl zijn hart van de HEERE afwijkt.

155
00:09:37,350 --> 00:09:40,710
Hij zal zijn als een
kale struik in de vlakte,

156
00:09:40,710 --> 00:09:43,110
die het niet ziet wanneer het goede komt:

157
00:09:43,110 --> 00:09:48,990
hij verblijft op de droogste plekken in
de woestijn, in zilt en onbewoond land.

158
00:09:48,990 --> 00:09:52,770
Toen we Jesaja bestudeerden, hebben
we gezien dat vruchtbaarheid en

159
00:09:52,770 --> 00:09:56,370
onvruchtbaarheid een
terugkerend motief vormen.

160
00:09:56,370 --> 00:10:00,870
Mensen die onvruchtbaar zijn, mensen die
niet de vrucht van recht en gerechtigheid

161
00:10:00,870 --> 00:10:06,270
dragen, worden soms vergeleken met dorens
en distels en andere woestijnstruiken,

162
00:10:06,270 --> 00:10:08,370
omdat ze niet vruchtbaar zijn.

163
00:10:08,370 --> 00:10:10,590
Ze brengen niets van waarde voort.

164
00:10:10,590 --> 00:10:14,490
Maar wanneer God Zijn Geest
uitstort, zegt Jesaja, dan:

165
00:10:14,490 --> 00:10:17,670
De woestijn en de dorre
plaatsen zullen vrolijk zijn,

166
00:10:17,670 --> 00:10:22,170
de wildernis zal zich verheugen
en in bloei staan als een roos.

167
00:10:22,170 --> 00:10:24,150
En de mensen worden zelf:

168
00:10:24,150 --> 00:10:29,610
En de HEERE zal u voortdurend leiden, Hij
zal uw ziel in dorre streken verzadigen,

169
00:10:29,610 --> 00:10:34,170
uw beenderen kracht geven; u
zult zijn als een bevloeide tuin,

170
00:10:34,170 --> 00:10:37,230
als een waterbron waarvan
het water nooit ontbreekt.

171
00:10:37,230 --> 00:10:38,970
en dragen vrucht.

172
00:10:38,970 --> 00:10:40,950
Jezus sprak erover dat:

173
00:10:40,950 --> 00:10:46,350
Stel dat de boom goed is, dan is ook zijn
vrucht goed; of dat de boom slecht is,

174
00:10:46,350 --> 00:10:48,570
dan is ook zijn vrucht slecht.

175
00:10:48,570 --> 00:10:51,090
Want aan de vrucht wordt de boom gekend.

176
00:10:51,090 --> 00:10:52,950
Hij heeft het over mensen.

177
00:10:52,950 --> 00:10:55,530
Als ze op mensen vertrouwen,
zijn ze vervloekt.

178
00:10:55,530 --> 00:11:00,090
Dat kan slaan op mensen die op dit moment
misschien op Egypte vertrouwen voor

179
00:11:00,090 --> 00:11:05,430
hulp tegen de Babyloniërs, of op een
ander hulpmiddel dat minder is dan God.

180
00:11:05,430 --> 00:11:09,090
Ze zijn onvruchtbaar,
zullen een dor land bewonen

181
00:11:09,090 --> 00:11:11,670
en zullen geestelijk niet gevoed worden.

182
00:11:11,670 --> 00:11:15,030
Daartegenover zegt hij in vers 7 en 8:

183
00:11:15,030 --> 00:11:20,490
Gezegend is de man die op de HEERE
vertrouwt, wiens vertrouwen de HEERE is.

184
00:11:20,490 --> 00:11:22,830
Alles is het tegenovergestelde.

185
00:11:22,830 --> 00:11:28,110
Hij ontleent zijn woorden aan Psalm 1,
zoals we weten als we Psalm 1 kennen.

186
00:11:28,110 --> 00:11:29,430
Hij zegt:

187
00:11:29,430 --> 00:11:35,070
Gezegend is de man die op de HEERE
vertrouwt, wiens vertrouwen de HEERE is.

188
00:11:35,070 --> 00:11:38,790
Hij zal zijn als een boom,
die bij water geplant is,

189
00:11:38,790 --> 00:11:42,150
en die zijn wortels laat
uitlopen bij een waterloop.

190
00:11:42,150 --> 00:11:46,470
Hij merkt het niet als er hitte
komt, zijn blad blijft groen.

191
00:11:46,470 --> 00:11:51,450
Een jaar van droogte deert hem niet,
en hij houdt niet op vrucht te dragen.

192
00:11:51,450 --> 00:11:54,810
Dit is geen rechtstreeks
citaat uit Psalm 1,

193
00:11:54,810 --> 00:11:58,050
maar het is duidelijk een
bewuste verwijzing ernaar.

194
00:11:58,050 --> 00:12:03,210
Natuurlijk leefde David, die Psalm
1 schreef, veel eerder dan Jeremia,

195
00:12:03,210 --> 00:12:06,330
en daarom waren de Psalmen
voor hem beschikbaar.

196
00:12:06,330 --> 00:12:08,070
In Psalm 1 staat:

197
00:12:08,070 --> 00:12:09,570
Welzalig de man

198
00:12:09,570 --> 00:12:13,110
Zo begint dit. Vers 7 begint met:

199
00:12:13,110 --> 00:12:14,910
Gezegend is de man.

200
00:12:14,910 --> 00:12:17,730
In de Engelse vertaling
die de spreker gebruikt,

201
00:12:17,730 --> 00:12:23,610
beginnen Jeremia 17:7 en Psalm
1:1 met dezelfde woorden.

202
00:12:23,610 --> 00:12:30,270
De HSV gebruikt respectievelijk ‘Gezegend
is de man’ en ‘Welzalig de man’.

203
00:12:30,270 --> 00:12:33,390
Dus Psalm 1:1 begint met:

204
00:12:33,390 --> 00:12:37,110
Welzalig de man die niet wandelt
in de raad van de goddelozen,

205
00:12:37,110 --> 00:12:42,090
die niet staat op de weg van de zondaars,
die niet zit op de zetel van de spotters,

206
00:12:42,090 --> 00:12:44,490
Hij beschrijft de man. Maar er staat:

207
00:12:44,490 --> 00:12:47,610
maar die zijn vreugde vindt
in de wet van de HEERE

208
00:12:47,610 --> 00:12:50,550
en Zijn wet dag en nacht overdenkt.

209
00:12:50,550 --> 00:12:52,170
En in Psalm 1 staat:

210
00:12:52,170 --> 00:12:55,590
Want hij zal zijn als een
boom, geplant aan waterbeken,

211
00:12:55,590 --> 00:12:59,550
die zijn vrucht geeft op zijn
tijd, waarvan het blad niet afvalt;

212
00:12:59,550 --> 00:13:02,070
al wat hij doet, zal goed gelukken.

213
00:13:02,070 --> 00:13:02,970
En er staat:

214
00:13:02,970 --> 00:13:08,190
Zijn bladeren zullen niet verdorren en hij
zal op het juiste moment vrucht dragen.

215
00:13:08,190 --> 00:13:10,710
Dat zijn de dingen die hier worden gezegd.

216
00:13:10,710 --> 00:13:15,810
Gezegend is de man die op de HEERE
vertrouwt, wiens vertrouwen de HEERE is.

217
00:13:15,810 --> 00:13:19,110
Hij zal zijn als een boom,
die bij water geplant is,

218
00:13:19,110 --> 00:13:22,350
en die zijn wortels laat
uitlopen bij een waterloop.

219
00:13:22,350 --> 00:13:26,190
Hij merkt het niet als er hitte
komt, zijn blad blijft groen.

220
00:13:26,190 --> 00:13:30,690
Een jaar van droogte deert hem niet,
en hij houdt niet op vrucht te dragen.

221
00:13:30,690 --> 00:13:34,590
Er wordt hier dus verwezen
naar Psalm 1:1 tot en met 3,

222
00:13:34,590 --> 00:13:36,810
maar het wordt hier
tegenover de vloek gesteld

223
00:13:36,810 --> 00:13:39,870
die rust op degenen die
op de mens vertrouwen.

224
00:13:39,870 --> 00:13:44,010
Dus je vertrouwt óf op
de mens, óf op de HEERE.

225
00:13:44,010 --> 00:13:45,570
Vers 9 zegt:

226
00:13:45,570 --> 00:13:51,810
Arglistig is het hart, boven alles, ja,
ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?

227
00:13:51,810 --> 00:13:54,450
Ik weet niet of ik het op
deze school heb genoemd,

228
00:13:54,450 --> 00:13:56,730
maar ik heb het onlangs ergens genoemd.

229
00:13:56,730 --> 00:14:00,210
Ik herinner me dat ik in de
jaren zeventig in Santa Cruz was,

230
00:14:00,210 --> 00:14:02,370
als jonge twintiger in de bediening.

231
00:14:02,370 --> 00:14:05,970
Ik sprak in het park met een of
andere hippie over het geloof,

232
00:14:05,970 --> 00:14:09,810
en hij zei iets wat je mensen in
die tijd heel vaak hoorde zeggen:

233
00:14:09,810 --> 00:14:12,930
‘Ik geloof dat we gewoon
ons hart moeten volgen.’

234
00:14:12,930 --> 00:14:17,370
Ik had meteen een pasklaar antwoord
en zei: ‘Maar de Bijbel zegt:

235
00:14:17,370 --> 00:14:21,990
Het hart is bedrieglijker dan wat
dan ook en door en door slecht.

236
00:14:21,990 --> 00:14:23,610
Wie kan het doorgronden?

237
00:14:23,610 --> 00:14:26,070
’ Dus ik dacht dat ik hem
daarmee klem had gezet.

238
00:14:26,070 --> 00:14:30,390
En hij antwoordde: ‘Ja, maar
aan wie is dat geschreven?’

239
00:14:30,390 --> 00:14:34,350
Ik dacht even na: ‘Dat heb
ik eigenlijk nooit nagegaan.’

240
00:14:34,350 --> 00:14:36,270
Ik kende alleen het vers.

241
00:14:36,270 --> 00:14:39,630
Het was gewoon een Bijbelvers dat
ik uit mijn hoofd had geleerd.

242
00:14:39,630 --> 00:14:43,170
Ik had er niet eens over nagedacht
aan wie het geschreven was.

243
00:14:43,170 --> 00:14:47,910
Ik nam gewoon aan dat het een algemene
uitspraak over het menselijke hart was.

244
00:14:47,910 --> 00:14:50,790
Ik deed eigenlijk wat de calvinisten doen.

245
00:14:50,790 --> 00:14:55,470
Ze nemen verzen die over bepaalde slechte
mensen gaan en beschrijven hoe verdorven

246
00:14:55,470 --> 00:14:59,670
die zijn geworden, en zeggen dat
dit een beeld is van alle mensen.

247
00:14:59,670 --> 00:15:02,130
Dat is natuurlijk geen exegese.

248
00:15:02,130 --> 00:15:06,690
Bij exegese probeer je daadwerkelijk
te achterhalen waar het vers over gaat.

249
00:15:06,690 --> 00:15:10,350
Het is geen exegese als je het
probeert toe te passen op iets wat

250
00:15:10,350 --> 00:15:11,790
je wilt bewijzen.

251
00:15:11,790 --> 00:15:15,690
Het is een feit dat Jeremia de
slechtheid van zijn volk beschreef,

252
00:15:15,690 --> 00:15:17,370
van zijn generatie.

253
00:15:17,370 --> 00:15:22,110
Hun harten waren door en door slecht
en bedrieglijker dan wat dan ook.

254
00:15:22,110 --> 00:15:25,350
Er is al eerder verwezen naar
het bedrog van hun eigen hart,

255
00:15:25,350 --> 00:15:29,130
naar hoe de profeten spraken
vanuit het bedrog van hun hart.

256
00:15:29,130 --> 00:15:32,910
Die uitdrukking zullen we opnieuw
tegenkomen in de hoofdstukken

257
00:15:32,910 --> 00:15:34,170
die we bekijken.

258
00:15:34,170 --> 00:15:38,430
De bedrieglijkheid van het hart is
dus een beschrijving van het volk.

259
00:15:38,430 --> 00:15:41,190
Dit is een veroordeling van zijn volk.

260
00:15:41,190 --> 00:15:45,450
Bedenk dat ik de vorige keer zei dat
sommige van deze verzen worden opgevat

261
00:15:45,450 --> 00:15:51,030
alsof ze bedoeld zijn om antropologie
te onderwijzen, Bijbelse antropologie.

262
00:15:51,030 --> 00:15:55,050
Alsof ze iets proberen te leren
over de menselijke psyche en de

263
00:15:55,050 --> 00:15:59,310
toestand van de mensheid, en een
theologisch punt proberen te maken.

264
00:15:59,310 --> 00:16:04,050
Het zijn in werkelijkheid profetische
veroordelingen van bepaalde toehoorders.

265
00:16:04,050 --> 00:16:07,050
Niemand kan ontkennen dat
ze ook op sommige anderen

266
00:16:07,050 --> 00:16:10,530
dan de oorspronkelijke toehoorders
van toepassing kunnen zijn.

267
00:16:10,530 --> 00:16:14,610
Maar als je ze probeert te laten dienen
als een beschrijving van alle mensen,

268
00:16:14,610 --> 00:16:18,450
ga je eenvoudigweg veel verder
dan welke schrijver van de Schrift

269
00:16:18,450 --> 00:16:21,090
ook met dit soort opmerkingen bedoelde.

270
00:16:21,090 --> 00:16:24,570
Daarom is het het
tegenovergestelde van exegese.

271
00:16:24,570 --> 00:16:26,370
Het is eisegese.

272
00:16:26,370 --> 00:16:29,970
Het is erin lezen wat
iemand hoopt te bewijzen.

273
00:16:29,970 --> 00:16:34,650
Ik, de HEERE, doorgrond het
hart, beproef de nieren,

274
00:16:34,650 --> 00:16:38,190
en dat om ieder te geven
overeenkomstig zijn wegen,

275
00:16:38,190 --> 00:16:41,430
overeenkomstig de vrucht van zijn daden.

276
00:16:41,430 --> 00:16:45,150
Wie rijkdom verwerft, maar
niet op rechtmatige wijze,

277
00:16:45,150 --> 00:16:49,650
is als een patrijs die eieren
uitbroedt, maar ze niet heeft gelegd.

278
00:16:49,650 --> 00:16:52,590
Op de helft van zijn dagen
moet hij die achterlaten,

279
00:16:52,590 --> 00:16:55,590
in zijn einde blijkt
hij een dwaas te zijn.

280
00:16:55,590 --> 00:16:59,730
In die tijd geloofde men algemeen
dat patrijzen op de eieren van andere

281
00:16:59,730 --> 00:17:04,350
vogels zitten, maar dat ze niet
per se blijven totdat die uitkomen.

282
00:17:04,350 --> 00:17:07,290
[Vertalersnoot: De Engelse
vertaling die de spreker uitlegt,

283
00:17:07,290 --> 00:17:11,310
spreekt van een patrijs die broedt
maar de eieren niet laat uitkomen.

284
00:17:11,310 --> 00:17:17,130
De HSV spreekt van een patrijs die eieren
uitbroedt die hij niet zelf heeft gelegd.]

285
00:17:17,130 --> 00:17:20,370
Daarom is het net als de
rijkdom waarop je vertrouwt.

286
00:17:20,370 --> 00:17:24,390
Die is er een tijdje, maar zal er
niet zijn wanneer je die nodig hebt.

287
00:17:24,390 --> 00:17:28,770
Uiteindelijk zal blijken dat je een dwaas
bent als je op je rijkdom vertrouwt.

288
00:17:28,770 --> 00:17:33,990
Een eretroon, een hoge plaats vanaf het
begin, is de plaats van ons heiligdom.

289
00:17:33,990 --> 00:17:39,210
HEERE, Hoop van Israël, allen die U
verlaten, zullen beschaamd worden.

290
00:17:39,210 --> 00:17:42,690
Wie zich van mij afkeren, zullen
in de aarde worden geschreven,

291
00:17:42,690 --> 00:17:47,490
want zij hebben de bron van het
levende water, de HEERE, verlaten.

292
00:17:47,490 --> 00:17:49,890
In hoofdstuk 2 werd gezegd

293
00:17:49,890 --> 00:17:55,830
Want Mijn volk heeft een dubbel kwaad
gedaan: Mij, de bron van levend water,

294
00:17:55,830 --> 00:18:00,510
hebben zij verlaten, om zich bakken
uit te hakken, lekkende bakken,

295
00:18:00,510 --> 00:18:02,310
die geen water houden.

296
00:18:02,310 --> 00:18:05,430
Dus Hij herhaalt dat, maar hier zegt Hij:

297
00:18:05,430 --> 00:18:09,270
Wie mij de rug toekeren, zullen
in de aarde worden geschreven.

298
00:18:09,270 --> 00:18:14,010
Dat is een vreemde uitdrukking, en
de betekenis spreekt niet vanzelf.

299
00:18:14,010 --> 00:18:18,390
Sommigen suggereren dat dit betekent
dat hun erfdeel het stof zal zijn,

300
00:18:18,390 --> 00:18:21,930
of dat ze zullen sterven
en tot het stof terugkeren.

301
00:18:21,930 --> 00:18:26,850
Het is moeilijk om niet te denken aan
wat Jezus tegen Zijn discipelen zei:

302
00:18:26,850 --> 00:18:30,750
Verblijd u echter niet daarover dat
de geesten aan u onderworpen zijn,

303
00:18:30,750 --> 00:18:35,190
maar verblijd u erover dat uw namen
opgeschreven zijn in de hemel.

304
00:18:35,190 --> 00:18:38,850
Wie God verlaten, zullen in
de aarde geschreven worden.

305
00:18:38,850 --> 00:18:41,850
Zeggen dat je naam in de
hemel geschreven staat,

306
00:18:41,850 --> 00:18:45,450
betekent ongetwijfeld dat
je daar een burger bent.

307
00:18:45,450 --> 00:18:47,130
Daar ligt je bestemming.

308
00:18:47,130 --> 00:18:50,070
Je staat in het register
van de burgers van de hemel.

309
00:18:50,070 --> 00:18:52,770
Maar als je naam in de
aarde geschreven staat,

310
00:18:52,770 --> 00:18:56,310
lijkt dat te betekenen dat
je niet naar de hemel gaat.

311
00:18:56,310 --> 00:18:57,810
Je zit hier vast.

312
00:18:57,810 --> 00:19:01,410
Je uiteindelijke einde is
dat je stof en aarde erft.

313
00:19:01,410 --> 00:19:03,750
Maar het is een heel vreemde uitdrukking.

314
00:19:03,750 --> 00:19:07,290
Ik vind het ook moeilijk om
niet aan Johannes 8 te denken,

315
00:19:07,290 --> 00:19:11,610
al betwijfel ik sterk of dat iets
met deze passage te maken heeft.

316
00:19:11,610 --> 00:19:16,230
Maar toen Jezus te maken kreeg met degenen
die de vrouw bij Hem brachten die op

317
00:19:16,230 --> 00:19:21,030
overspel betrapt was, bukte Hij Zich en
schreef Hij met Zijn vinger in de aarde,

318
00:19:21,030 --> 00:19:23,670
in het stof. Wat schreef Hij?

319
00:19:23,670 --> 00:19:27,690
Niemand weet het, maar sommige mensen
denken dat Hij de namen opschreef van de

320
00:19:27,690 --> 00:19:30,390
mensen in de menigte, en hun zonden.

321
00:19:30,390 --> 00:19:34,950
Ik denk niet dat dat erg waarschijnlijk
is, maar het wordt vaak geopperd.

322
00:19:34,950 --> 00:19:36,210
Wanneer er staat:

323
00:19:36,210 --> 00:19:39,750
Wie God de rug toekeren, zullen
in de aarde worden geschreven,

324
00:19:39,750 --> 00:19:43,350
is het moeilijk om niet te denken
aan Jezus Die in de aarde schreef,

325
00:19:43,350 --> 00:19:46,170
dat wil zeggen in het
stof op de tempelvloer.

326
00:19:46,170 --> 00:19:49,950
Misschien schreef Hij de namen op
van die mensen die afvalligen waren.

327
00:19:49,950 --> 00:19:52,950
Maar geen van deze
verklaringen past echt goed,

328
00:19:52,950 --> 00:19:55,650
en daarom zijn het
slechts losse gedachten.

329
00:19:55,650 --> 00:19:58,890
Wat hij ook zegt, het is
duidelijk iets negatiefs.

330
00:19:58,890 --> 00:20:02,310
Waarschijnlijk dat ze uiteindelijk gewoon
in de aarde begraven zullen worden.

331
00:20:02,310 --> 00:20:04,350
Nu zegt vers 14:

332
00:20:04,350 --> 00:20:08,910
Genees mij, HEERE, en ik zal
genezen worden, verlos mij,

333
00:20:08,910 --> 00:20:13,650
en ik zal verlost worden,
want U bent mijn lofzang.

334
00:20:13,650 --> 00:20:17,970
Zie, zij zeggen tegen mij:
Waar is het woord van de HEERE?

335
00:20:17,970 --> 00:20:19,770
Laat het toch uitkomen!

336
00:20:19,770 --> 00:20:22,350
Daarmee bespotten ze hem ongetwijfeld.

337
00:20:22,350 --> 00:20:24,330
Wat mij betreft, ik heb niet meer

338
00:20:24,330 --> 00:20:27,090
aangedrongen dan een
herder achter U betaamde,

339
00:20:27,090 --> 00:20:29,610
naar een onheilsdag heb ik niet verlangd.

340
00:20:29,610 --> 00:20:34,170
U weet Zelf wat over mijn lippen
kwam, het was voor Uw aangezicht.

341
00:20:34,170 --> 00:20:37,110
[Vertalersnoot: De Engelse vertaling
die de spreker hier uitlegt,

342
00:20:37,110 --> 00:20:41,970
zegt dat Jeremia niet is weggevlucht
van zijn taak als herder die God volgt.

343
00:20:41,970 --> 00:20:46,830
De HSV formuleert dit anders: ‘ik heb
niet meer aangedrongen dan een herder

344
00:20:46,830 --> 00:20:48,330
achter U betaamde’.]

345
00:20:48,330 --> 00:20:50,130
Nu zegt hij: ‘Ik ben
niet weggelopen voor deze

346
00:20:50,130 --> 00:20:54,690
onaangename taak en dit gevaarlijke werk,
en ik ben ook niet blij geweest met de

347
00:20:54,690 --> 00:20:56,910
boodschap die ik heb moeten verkondigen.’

348
00:20:56,910 --> 00:21:00,750
Die onheilsdag is niet iets geweest
waarin hij zich heeft verheugd.

349
00:21:00,750 --> 00:21:04,650
Het is gewoon iets wat hij
moest aankondigen. Hij zegt:

350
00:21:04,650 --> 00:21:09,270
Wees mij niet tot een verschrikking, U
bent mijn toevlucht op een dag van onheil.

351
00:21:09,270 --> 00:21:13,590
Laten mijn vervolgers beschaamd worden,
maar laat mij niet beschaamd worden.

352
00:21:13,590 --> 00:21:17,550
Laten zij ontsteld zijn, maar
laat mij niet ontsteld zijn.

353
00:21:17,550 --> 00:21:22,530
Breng over hen een dag van onheil,
breek ze met een dubbele verbreking.

354
00:21:22,530 --> 00:21:24,990
Weer een van de vele
vervloekingen in Jeremia.

355
00:21:24,990 --> 00:21:29,190
Zo heeft de HEERE tegen mij
gezegd: Ga in de Volkspoort staan,

356
00:21:29,190 --> 00:21:34,050
waardoor de koningen van Juda binnenkomen
en waardoor zij naar buiten gaan, ja,

357
00:21:34,050 --> 00:21:36,030
in alle poorten van Jeruzalem,

358
00:21:36,030 --> 00:21:40,770
Nu werd hem in hoofdstuk 7 gezegd dat hij
in de poort van de tempel moest gaan staan

359
00:21:40,770 --> 00:21:43,590
en zich tegen de tempel moest uitspreken.

360
00:21:43,590 --> 00:21:47,250
Hier staat hij blijkbaar
in de stadspoort. Er staat:

361
00:21:47,250 --> 00:21:50,790
Waardoor de koningen van Juda
naar binnen en naar buiten gaan,

362
00:21:50,790 --> 00:21:53,010
en bij alle poorten van Jeruzalem.

363
00:21:53,010 --> 00:21:57,330
Hij staat dus in de poort van
Jeruzalem en spreekt dit woord.

364
00:21:57,330 --> 00:22:02,730
Later zal hij opnieuw een profetie
tegen de tempel hebben, in hoofdstuk 26.

365
00:22:02,730 --> 00:22:06,930
Dan zal hem gezegd worden dat hij in de
voorhof van het huis van de HEERE moet

366
00:22:06,930 --> 00:22:10,110
gaan staan, de voorhof van de tempel.

367
00:22:10,110 --> 00:22:14,250
Sommige van zijn boodschappen moeten
dus worden gebracht vanaf specifieke,

368
00:22:14,250 --> 00:22:19,290
van tevoren bepaalde plaatsen waar God
deze boodschappen verkondigd wil hebben.

369
00:22:19,290 --> 00:22:23,910
In dit geval staat hij in de
stadspoort, waar de mensen komen en gaan

370
00:22:23,910 --> 00:22:27,810
en waar de koningen van Juda
naar binnen en naar buiten gaan.

371
00:22:27,810 --> 00:22:32,610
en zeg tegen hen: Hoor het woord
van de HEERE, koningen van Juda,

372
00:22:32,610 --> 00:22:38,250
heel Juda en alle inwoners van Jeruzalem,
die door deze poorten binnenkomen.

373
00:22:38,250 --> 00:22:42,150
Zo zegt de HEERE: Wacht
u er omwille van uw leven

374
00:22:42,150 --> 00:22:44,730
voor om op de sabbatdag een last te dragen

375
00:22:44,730 --> 00:22:47,790
en die door de poorten van
Jeruzalem binnen te brengen.

376
00:22:47,790 --> 00:22:51,810
Ook mag u op de sabbatdag geen last
uit uw huizen naar buiten brengen

377
00:22:51,810 --> 00:22:54,090
en geen enkel werk mag u doen.

378
00:22:54,090 --> 00:22:58,410
U moet de sabbatdag heiligen,
zoals Ik uw vaderen geboden heb.

379
00:22:58,410 --> 00:23:02,130
Zij hebben echter niet geluisterd
en hun oor niet geneigd,

380
00:23:02,130 --> 00:23:07,590
maar zij waren halsstarrig door niet te
luisteren en geen vermaning te aanvaarden.

381
00:23:07,590 --> 00:23:11,910
Het zal echter gebeuren, als u
daadwerkelijk naar Mij zult luisteren,

382
00:23:11,910 --> 00:23:16,770
spreekt de HEERE, door op de sabbatdag
geen last door de poorten van deze

383
00:23:16,770 --> 00:23:20,430
stad naar binnen te brengen, en
door de sabbatdag te heiligen

384
00:23:20,430 --> 00:23:24,570
en daarop geen enkel werk te
doen, dat dan koningen en vorsten,

385
00:23:24,570 --> 00:23:27,930
die op de troon van David
zitten, door de poorten van deze

386
00:23:27,930 --> 00:23:33,750
stad naar binnen zullen komen, rijdend op
wagens en op paarden, zij en hun vorsten,

387
00:23:33,750 --> 00:23:37,230
de mannen van Juda en de
inwoners van Jeruzalem.

388
00:23:37,230 --> 00:23:40,890
Dan zal deze stad voor
eeuwig bewoond blijven.

389
00:23:40,890 --> 00:23:45,510
Zij zullen uit de steden van Juda komen,
en uit de omstreken van Jeruzalem,

390
00:23:45,510 --> 00:23:48,630
uit het land van Benjamin,
uit het Laagland,

391
00:23:48,630 --> 00:23:54,690
uit het Bergland en uit het Zuiderland,
terwijl zij brandoffers, slachtoffers,

392
00:23:54,690 --> 00:23:59,610
graanoffers en wierook brengen, en
terwijl zij lofoffers zullen brengen

393
00:23:59,610 --> 00:24:01,710
in het huis van de HEERE.

394
00:24:01,710 --> 00:24:05,310
Maar als u niet naar Mij luistert
door de sabbatdag te heiligen

395
00:24:05,310 --> 00:24:09,210
en door daarop geen last te dragen als
u op de sabbatdag door de poorten van

396
00:24:09,210 --> 00:24:13,470
Jeruzalem binnenkomt, dan zal Ik
een vuur aansteken in zijn poorten;

397
00:24:13,470 --> 00:24:17,670
dat zal de paleizen van Jeruzalem
verteren, en het zal niet geblust worden.

398
00:24:17,670 --> 00:24:22,470
Nu spreekt hij hier over het niet
dragen van lasten op de sabbatdag.

399
00:24:22,470 --> 00:24:26,670
Dit is niet het enige wat ze zouden
moeten veranderen om gespaard te blijven.

400
00:24:26,670 --> 00:24:30,750
In andere profetieën vertelt hij hun
andere dingen die ze moeten doen,

401
00:24:30,750 --> 00:24:34,650
zoals ophouden de armen te
onderdrukken, enzovoort.

402
00:24:34,650 --> 00:24:38,010
Maar een van de grote zonden
en ernstige vormen van

403
00:24:38,010 --> 00:24:40,650
heiligschennis in het gedrag van de Joden

404
00:24:40,650 --> 00:24:43,530
gedurende een groot deel
van hun geschiedenis was

405
00:24:43,530 --> 00:24:47,010
dat ze de voorschriften
voor de sabbat negeerden.

406
00:24:47,010 --> 00:24:51,690
En de sabbat moest het teken zijn
van het verbond tussen hen en God.

407
00:24:51,690 --> 00:24:57,570
De spreker verwijst hier naar Exodus
hoofdstuk 30, maar bedoelt hoofdstuk 31,

408
00:24:57,570 --> 00:24:59,910
vers 13 tot en met 17.

409
00:24:59,910 --> 00:25:02,610
Hij geeft Gods woorden als volgt weer:

410
00:25:02,610 --> 00:25:06,450
De sabbat is een teken van het
verbond dat Ik met jullie heb.

411
00:25:06,450 --> 00:25:08,910
En door de sabbat te verwaarlozen,

412
00:25:08,910 --> 00:25:12,390
verwaarloosden ze in wezen
hun hele relatie met God

413
00:25:12,390 --> 00:25:15,450
en hun bijzondere positie
binnen het verbond.

414
00:25:15,450 --> 00:25:19,050
Je herinnert je misschien
dat het Ezra of Nehemia was —

415
00:25:19,050 --> 00:25:23,910
volgens mij was het Nehemia — die
ontdekte dat mensen op de sabbat hun

416
00:25:23,910 --> 00:25:27,270
koopwaar door de poorten van
Jeruzalem naar binnen brachten.

417
00:25:27,270 --> 00:25:31,410
En hij joeg hen weg en zei
dat de poorten dicht moesten.

418
00:25:31,410 --> 00:25:33,990
Ze mochten niet meer komen om dat te doen.

419
00:25:33,990 --> 00:25:36,390
Maar Nehemia was een hervormer.

420
00:25:36,390 --> 00:25:39,450
Op andere momenten stonden
de poorten blijkbaar open

421
00:25:39,450 --> 00:25:41,850
en mochten mensen spullen
naar binnen brengen,

422
00:25:41,850 --> 00:25:45,330
hoewel het tegen de sabbatswet
inging om lasten te dragen

423
00:25:45,330 --> 00:25:47,670
en handel te drijven op de sabbat.

424
00:25:47,670 --> 00:25:51,450
Met andere woorden, keer terug
naar trouw aan het verbond.

425
00:25:51,450 --> 00:25:56,730
Ga weer aan de voorwaarden van het verbond
voldoen, en God kan Jeruzalem sparen.

426
00:25:56,730 --> 00:26:00,810
Hij zegt aan het eind van
vers 25 zelfs dat de stad voor

427
00:26:00,810 --> 00:26:02,790
eeuwig zou blijven bestaan.

428
00:26:02,790 --> 00:26:06,750
Natuurlijk zou ‘voor eeuwig’
een overdrijving kunnen zijn.

429
00:26:06,750 --> 00:26:11,730
Maar het idee is dat God nooit een reden
zou hebben om Jeruzalem op te geven als ze

430
00:26:11,730 --> 00:26:13,650
Hem altijd trouw waren.

431
00:26:13,650 --> 00:26:17,370
Alleen was de kans dat dat
zou gebeuren niet erg groot.

432
00:26:17,370 --> 00:26:20,010
Maar Hij zei wel in vers 24:

433
00:26:20,010 --> 00:26:22,350
Als jullie goed naar Mij luisteren.

434
00:26:22,350 --> 00:26:24,150
En in vers 27:

435
00:26:24,150 --> 00:26:26,670
Als jullie niet naar Mij luisteren.

436
00:26:26,670 --> 00:26:32,610
Het lijkt dus heel sterk op Deuteronomium
28, alleen dan een kortere versie.

437
00:26:32,610 --> 00:26:38,310
Opnieuw een overeenkomst tussen
Deuteronomium en Jeremia. Er zijn er veel.

438
00:26:38,310 --> 00:26:42,210
De reden waarom ik denk dat hij deze
godsspraak bij de poorten uitsprak,

439
00:26:42,210 --> 00:26:45,330
is de aard van de dreiging
in het laatste vers:

440
00:26:45,330 --> 00:26:48,150
Ik zal de poorten van
Jeruzalem in brand steken,

441
00:26:48,150 --> 00:26:53,130
en het vuur zal de paleizen van Jeruzalem
verwoesten en niet worden geblust.

442
00:26:53,130 --> 00:26:57,990
Deze woorden zijn een echo van de
eerdere woorden van de profeet Amos.

443
00:26:57,990 --> 00:27:01,290
Ik weet niet hoe lang het geleden
is dat je Amos hebt gelezen,

444
00:27:01,290 --> 00:27:03,630
of dat je het überhaupt hebt gelezen.

445
00:27:03,630 --> 00:27:08,850
Maar de eerste twee hoofdstukken van Amos
bestaan uit een reeks van ongeveer zeven

446
00:27:08,850 --> 00:27:14,730
korte profetische veroordelingen van
afzonderlijke volken. Eerst Damascus.

447
00:27:14,730 --> 00:27:18,270
Ten tweede Gaza, een Filistijnse stad.

448
00:27:18,270 --> 00:27:24,990
Dan Tyrus, en dan Ammon, en dan
Moab, en dan Juda, en dan Israël.

449
00:27:24,990 --> 00:27:29,850
We hebben dus verschillende heidense
volken, plus Juda en Israël.

450
00:27:29,850 --> 00:27:35,190
Elk van deze profetieën in Amos hoofdstuk
1 en 2 heeft dezelfde basisstructuur.

451
00:27:35,190 --> 00:27:41,670
Wanneer hij spreekt over Gods oordeel over
hen, zegt hij bijvoorbeeld in Amos 1:4:

452
00:27:41,670 --> 00:27:45,210
Daarom zal Ik vuur werpen
in het huis van Hazaël;

453
00:27:45,210 --> 00:27:48,090
dat zal de paleizen van Benhadad verteren.

454
00:27:48,090 --> 00:27:51,090
Ik zal de grendel van
Damascus in stukken breken,

455
00:27:51,090 --> 00:27:54,270
Ik zal de inwoner
uitroeien uit Bikeat-Aven,

456
00:27:54,270 --> 00:27:57,690
en de scepterdrager uit
Beth-Eden, en het volk van

457
00:27:57,690 --> 00:28:02,130
Syrië zal in ballingschap
gaan naar Kir, zegt de HEERE.

458
00:28:02,130 --> 00:28:03,450
Vers 7:

459
00:28:03,450 --> 00:28:09,270
Daarom zal Ik vuur werpen binnen de muren
van Gaza; dat zal zijn paleizen verteren.

460
00:28:09,270 --> 00:28:13,050
Dit refrein keert steeds terug. Vers 10:

461
00:28:13,050 --> 00:28:19,050
Daarom zal Ik vuur werpen binnen de muren
van Tyrus; dat zal zijn paleizen verteren.

462
00:28:19,050 --> 00:28:20,610
In vers 14:

463
00:28:20,610 --> 00:28:24,390
Daarom zal Ik een vuur aansteken
binnen de muren van Rabba;

464
00:28:24,390 --> 00:28:28,650
dat zal zijn paleizen verteren, met
gejuich op de dag van de strijd,

465
00:28:28,650 --> 00:28:31,410
met storm op de dag van de wervelwind.

466
00:28:31,410 --> 00:28:35,970
De dreiging wordt in elk van deze
gevallen op dezelfde manier verwoord.

467
00:28:35,970 --> 00:28:39,570
Het lijkt sterk op wat
Jeremia over Jeruzalem zegt:

468
00:28:39,570 --> 00:28:43,170
Maar als u niet naar Mij luistert
door de sabbatdag te heiligen

469
00:28:43,170 --> 00:28:46,890
en door daarop geen last te dragen als
u op de sabbatdag door de poorten van

470
00:28:46,890 --> 00:28:51,210
Jeruzalem binnenkomt, dan zal Ik
een vuur aansteken in zijn poorten;

471
00:28:51,210 --> 00:28:56,010
dat zal de paleizen van Jeruzalem
verteren, en het zal niet geblust worden.

472
00:28:56,010 --> 00:28:57,210
Amos zei:

473
00:28:57,210 --> 00:29:00,990
Ik zal de muren in brand steken
en de paleizen verwoesten.

474
00:29:00,990 --> 00:29:02,490
En Jeremia zegt:

475
00:29:02,490 --> 00:29:06,990
Ik zal de poorten in brand steken en
de paleizen van de stad verwoesten.

476
00:29:06,990 --> 00:29:11,190
Een sterk overeenkomende formulering,
waarschijnlijk geen toeval.

477
00:29:11,190 --> 00:29:14,550
Vrijwel zeker is die beïnvloed
door de profetie van Amos.

478
00:29:14,550 --> 00:29:16,290
Nu hoofdstuk 18:

479
00:29:16,290 --> 00:29:20,130
Het woord dat van de HEERE
gekomen is tot Jeremia:

480
00:29:20,130 --> 00:29:23,850
Sta op en daal af naar het
huis van de pottenbakker.

481
00:29:23,850 --> 00:29:27,390
Daar zal Ik u Mijn woorden doen horen.

482
00:29:27,390 --> 00:29:30,510
Zo daalde ik af naar het
huis van de pottenbakker.

483
00:29:30,510 --> 00:29:34,590
En zie, hij was op de draaischijven
een werkstuk aan het maken.

484
00:29:34,590 --> 00:29:38,070
Mislukte de pot die hij aan het maken
was met de klei in de hand van de

485
00:29:38,070 --> 00:29:41,490
pottenbakker, dan maakte hij
daarvan weer een andere pot,

486
00:29:41,490 --> 00:29:44,910
zoals het in de ogen van de
pottenbakker goed was om te maken.

487
00:29:44,910 --> 00:29:49,950
Dat wil zeggen, op de een of andere manier
werd het niet zoals hij het wilde hebben.

488
00:29:49,950 --> 00:29:51,330
Daar gaat het om.

489
00:29:51,330 --> 00:29:55,590
De pottenbakker heeft alle recht om
het te maken zoals het hem goeddunkt.

490
00:29:55,590 --> 00:29:59,130
Als hij niet tevreden was over hoe
het de eerste keer geworden was,

491
00:29:59,130 --> 00:30:02,130
kan hij het opnieuw vormen
en er iets nieuws van maken,

492
00:30:02,130 --> 00:30:03,630
zoals hij het wil hebben.

493
00:30:03,630 --> 00:30:06,330
Toen kwam het woord van de HEERE tot mij:

494
00:30:06,330 --> 00:30:11,070
Zou Ik met u niet kunnen doen zoals
deze pottenbakker, huis van Israël?

495
00:30:11,070 --> 00:30:11,073
spreekt de HEERE.

496
00:30:11,073 --> 00:30:17,310
Zie, zoals de klei in de hand van de
pottenbakker, zo bent u in Mijn hand,

497
00:30:17,310 --> 00:30:18,510
huis van Israël.

498
00:30:18,510 --> 00:30:22,230
Het beeld van God als de
pottenbakker en Israël als de klei

499
00:30:22,230 --> 00:30:28,710
vinden we voor het eerst in
Jesaja 45:9, en ook in Jesaja 64.

500
00:30:28,710 --> 00:30:33,210
Jeremia krijgt nu dus een profetie
die gebaseerd is op die overeenkomst

501
00:30:33,210 --> 00:30:38,790
die al aan Jesaja geopenbaard was: dat
het is als een pottenbakker en klei.

502
00:30:38,790 --> 00:30:43,230
De apostel Paulus neemt dit beeld
duidelijk over in Romeinen 9.

503
00:30:43,230 --> 00:30:48,150
Hij spreekt over Israël als de klomp
klei en God als de pottenbakker.

504
00:30:48,150 --> 00:30:52,350
Hij zegt dat de pottenbakker
het recht heeft om uit één klomp

505
00:30:52,350 --> 00:30:57,330
twee voorwerpen te maken, het ene
tot eer, het andere tot oneer.

506
00:30:57,330 --> 00:31:02,550
Paulus zegt dat God uit die ene klomp,
Israël, twee voorwerpen heeft gemaakt.

507
00:31:02,550 --> 00:31:06,270
Het ene is het overblijfsel;
het andere zijn de afvalligen.

508
00:31:06,270 --> 00:31:09,270
Het overblijfsel heeft
Hij tot eer gemaakt;

509
00:31:09,270 --> 00:31:13,590
de afvalligen heeft Hij tot
oneer en tot verderf gemaakt.

510
00:31:13,590 --> 00:31:18,090
Paulus ontleent de beeldspraak
hier dus aan Jesaja en aan Jeremia.

511
00:31:18,090 --> 00:31:20,850
Maar hier vormen de verzen 7 tot en met 10

512
00:31:20,850 --> 00:31:23,730
een van de belangrijkste
passages in het Oude Testament

513
00:31:23,730 --> 00:31:26,370
om Gods woorden in het
algemeen te begrijpen,

514
00:31:26,370 --> 00:31:29,070
Zijn beloften en Zijn dreigementen.

515
00:31:29,070 --> 00:31:30,690
In vers 7 staat:

516
00:31:30,690 --> 00:31:35,850
Het ene ogenblik doe Ik de uitspraak over
een volk en over een koninkrijk dat Ik het

517
00:31:35,850 --> 00:31:40,050
weg zal rukken, af zal
breken en zal doen ondergaan.

518
00:31:40,050 --> 00:31:43,770
Bekeert zich dat volk waarover Ik die
uitspraak heb gedaan echter van zijn

519
00:31:43,770 --> 00:31:48,450
kwaad, dan zal Ik berouw hebben over
het kwade dat Ik het dacht aan te doen.

520
00:31:48,450 --> 00:31:50,130
En dan het omgekeerde:

521
00:31:50,130 --> 00:31:53,490
Het andere ogenblik doe Ik
de uitspraak over een volk

522
00:31:53,490 --> 00:31:56,790
en over een koninkrijk dat
Ik het zal bouwen en planten.

523
00:31:56,790 --> 00:32:01,170
Doet het echter wat kwaad is in Mijn ogen
door niet te luisteren naar Mijn stem,

524
00:32:01,170 --> 00:32:05,610
dan zal Ik berouw hebben over het
goede waarmee Ik zei het goed te doen.

525
00:32:05,610 --> 00:32:08,370
God zegt dus dat dit altijd geldt.

526
00:32:08,370 --> 00:32:11,010
Telkens wanneer Ik een
volk dreig te vernietigen,

527
00:32:11,010 --> 00:32:15,810
of telkens wanneer Ik beloof te
zegenen, telkens wanneer Ik zoiets doe,

528
00:32:15,810 --> 00:32:17,430
is dit Mijn beleid.

529
00:32:17,430 --> 00:32:21,330
Het wordt niet op elke plaats vermeld,
maar hier wordt het wel vermeld,

530
00:32:21,330 --> 00:32:26,550
en het ligt altijd ten grondslag aan
Gods beloften en Zijn dreigementen.

531
00:32:26,550 --> 00:32:28,770
Als Hij dreigt een volk te vernietigen,

532
00:32:28,770 --> 00:32:31,290
hoeft Hij daar geen
voorwaarden bij te noemen,

533
00:32:31,290 --> 00:32:34,410
maar er zijn wel
stilzwijgende voorwaarden.

534
00:32:34,410 --> 00:32:38,670
Dat zagen we bij het optreden van
Jona, toen hij naar Ninevé kwam.

535
00:32:38,670 --> 00:32:40,470
Hij zei eenvoudigweg:

536
00:32:40,470 --> 00:32:44,310
En Jona begon de stad
in te gaan, één dagreis.

537
00:32:44,310 --> 00:32:50,010
Hij predikte en zei: Nog veertig dagen
en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd!

538
00:32:50,010 --> 00:32:51,750
Hij noemde geen voorwaarden.

539
00:32:51,750 --> 00:32:54,390
Hij zei niet: ‘Tenzij jullie je bekeren,

540
00:32:54,390 --> 00:32:57,150
want dan zal God jullie
natuurlijk sparen.’

541
00:32:57,150 --> 00:32:59,010
Dat hoefde hij niet te zeggen.

542
00:32:59,010 --> 00:33:02,730
Zelfs de koning van Ninevé vermoedde
dat dit weleens zo kon zijn,

543
00:33:02,730 --> 00:33:06,870
dat God van gedachten zou kunnen
veranderen als wij ons bekeren.

544
00:33:06,870 --> 00:33:10,710
Daarom kondigde hij af dat
iedereen zich moest bekeren.

545
00:33:10,710 --> 00:33:14,310
Dat deden ze, en God veranderde
inderdaad van gedachten.

546
00:33:14,310 --> 00:33:17,910
Met andere woorden, in het
geval van Jona en Ninevé

547
00:33:17,910 --> 00:33:22,230
zien we een voorbeeld van wat
hier in de verzen 7 en 8 staat.

548
00:33:22,230 --> 00:33:26,190
God kondigde de ondergang van een
volk aan, maar zij bekeerden zich,

549
00:33:26,190 --> 00:33:30,270
en dus kreeg God berouw over het kwaad
dat Hij had gezegd te zullen doen.

550
00:33:30,270 --> 00:33:33,270
Maar vervolgens wordt het
omgedraaid en gaat het over

551
00:33:33,270 --> 00:33:37,230
telkens wanneer God belooft een
volk te bouwen en te planten.

552
00:33:37,230 --> 00:33:40,710
Overigens heeft God dat ooit
maar over één volk gezegd,

553
00:33:40,710 --> 00:33:43,950
dus dat moet het volk zijn
dat Hij hier op het oog heeft.

554
00:33:43,950 --> 00:33:46,170
Hij heeft dat tegen Israël gezegd.

555
00:33:46,170 --> 00:33:50,250
Dat omvat natuurlijk alle twaalf
stammen, de twee koninkrijken,

556
00:33:50,250 --> 00:33:53,970
het noordelijke en het
zuidelijke koninkrijk van Israël.

557
00:33:53,970 --> 00:34:00,330
Deze koninkrijken, Israël en Juda, zijn
de enige koninkrijken waarvan God ooit in

558
00:34:00,330 --> 00:34:04,410
profetieën heeft gezegd dat
Hij ze zou bouwen en planten.

559
00:34:04,410 --> 00:34:08,130
En toch zegt Hij dat het
zelfs dan voorwaardelijk is.

560
00:34:08,130 --> 00:34:10,350
Als zij doen wat kwaad is in Mijn ogen,

561
00:34:10,350 --> 00:34:14,730
dan zal Ik berouw krijgen over wat Ik
gezegd heb voor hen te zullen doen.

562
00:34:14,730 --> 00:34:19,470
Met andere woorden, de beloften
die God aan Israël en Juda deed,

563
00:34:19,470 --> 00:34:23,850
zijn evenzeer afhankelijk van hun
blijvende gehoorzaamheid aan Hem als de

564
00:34:23,850 --> 00:34:28,470
dreigementen die Hij tegen Ninevé uitte
afhankelijk waren van hun volharden

565
00:34:28,470 --> 00:34:29,730
in het kwaad.

566
00:34:29,730 --> 00:34:33,390
Telkens wanneer God een
dreigement uit, kan dat veranderen

567
00:34:33,390 --> 00:34:35,490
als de mensen zich bekeren.

568
00:34:35,490 --> 00:34:39,210
Telkens wanneer God een belofte
doet, kan dat veranderen als de

569
00:34:39,210 --> 00:34:40,950
mensen afvallig worden.

570
00:34:40,950 --> 00:34:45,930
Dit wordt dus neergelegd als Gods
beleid telkens wanneer Hij zoiets doet.

571
00:34:45,930 --> 00:34:47,910
Je vindt in de Schrift
natuurlijk niet alleen

572
00:34:47,910 --> 00:34:51,510
Jona's onvoorwaardelijk
klinkende profetie tegen Ninevé,

573
00:34:51,510 --> 00:34:53,850
die in werkelijkheid voorwaardelijk was.

574
00:34:53,850 --> 00:34:58,590
Je vindt ook veel onvoorwaardelijk
klinkende beloften aan Israël en Juda.

575
00:34:58,590 --> 00:35:00,330
Maar ze zijn niet onvoorwaardelijk.

576
00:35:00,330 --> 00:35:02,970
Dat de voorwaarden niet
elke keer worden vermeld,

577
00:35:02,970 --> 00:35:05,550
betekent niet dat ze niet bestaan.

578
00:35:05,550 --> 00:35:09,090
Soms vinden we in de Evangeliën
opgetekend dat Jezus zegt:

579
00:35:09,090 --> 00:35:12,030
Ieder die zijn vrouw verstoot
en met een andere trouwt,

580
00:35:12,030 --> 00:35:17,190
pleegt overspel en ieder die met een vrouw
trouwt die door haar man verstoten is,

581
00:35:17,190 --> 00:35:18,990
pleegt ook overspel.

582
00:35:18,990 --> 00:35:22,650
Er worden geen voorwaarden,
geen uitzonderingen genoemd.

583
00:35:22,650 --> 00:35:24,510
Maar in Mattheüs zegt Hij:

584
00:35:24,510 --> 00:35:29,910
Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot
anders dan om hoererij en met een ander

585
00:35:29,910 --> 00:35:36,570
trouwt, die pleegt overspel, en wie met
de verstotene trouwt, pleegt ook overspel.

586
00:35:36,570 --> 00:35:38,190
Daar staat wel iets bij.

587
00:35:38,190 --> 00:35:42,330
Het wordt niet altijd vermeld, maar als
het ook maar één keer wordt vermeld,

588
00:35:42,330 --> 00:35:45,990
dan geldt dat voor al die keren
dat het niet wordt vermeld.

589
00:35:45,990 --> 00:35:49,830
God hoeft geen woorden te verspillen
wanneer Hij al heel duidelijk iets heeft

590
00:35:49,830 --> 00:35:55,470
gezegd, namelijk dat elke belofte,
elk dreigement voorwaardelijk is.

591
00:35:55,470 --> 00:35:58,290
Daarom hoeft Hij de voorwaarden
niet elke keer te noemen

592
00:35:58,290 --> 00:36:01,650
wanneer Hij een belofte of
een dreigement herhaalt.

593
00:36:01,650 --> 00:36:06,570
Dat staat vast: als zij veranderen,
verandert Zijn voorspelling.

594
00:36:06,570 --> 00:36:11,910
Nu dan, zeg toch tegen de mannen van
Juda en tegen de inwoners van Jeruzalem:

595
00:36:11,910 --> 00:36:16,350
Zo zegt de HEERE: Zie,
Ik bereid onheil tegen u,

596
00:36:16,350 --> 00:36:21,630
bedenk een plan tegen u. Bekeer u
toch, ieder van zijn slechte weg.

597
00:36:21,630 --> 00:36:24,690
Maak uw wegen en uw daden goed.

598
00:36:24,690 --> 00:36:30,150
Zij zeggen echter: Daar is geen hoop op,
wij volgen immers onze eigen plannen.

599
00:36:30,150 --> 00:36:34,110
We doen ieder overeenkomstig
zijn verharde, boosaardige hart.

600
00:36:34,110 --> 00:36:38,370
Zij zijn degenen met de kwade harten,
zie je, over wie Hij sprak in hoofdstuk

601
00:36:38,370 --> 00:36:40,290
17, vers 9.

602
00:36:40,290 --> 00:36:43,350
Overigens had Jeremia geen kwaad hart.

603
00:36:43,350 --> 00:36:48,630
Het is dus duidelijk dat de uitspraak over
kwade harten niet voor iedereen geldt.

604
00:36:48,630 --> 00:36:53,670
Het gaat over deze mensen, en ze erkennen
zelfs dat ze kwade harten hebben.

605
00:36:53,670 --> 00:36:59,070
We gaan gewoon doen wat ons kwade hart
zegt, want veranderen is hopeloos.

606
00:36:59,070 --> 00:37:01,470
We hebben het gewoon niet in ons.

607
00:37:01,470 --> 00:37:02,790
Vers 13:

608
00:37:02,790 --> 00:37:09,570
Daarom, zo zegt de HEERE: Vraag toch onder
de heidenvolken: Wie heeft zoiets gehoord?

609
00:37:09,570 --> 00:37:14,010
Iets zeer afschuwelijks heeft
zij gedaan, de maagd Israël.

610
00:37:14,010 --> 00:37:18,450
Verdwijnt de sneeuw van Libanon
ooit van een rots in het veld?

611
00:37:18,450 --> 00:37:22,230
Droogt het vreemde, koele,
stromende water ooit uit?

612
00:37:22,230 --> 00:37:25,050
[Vertalersnoot: De Engelse
vertaling die de spreker uitlegt,

613
00:37:25,050 --> 00:37:29,790
vraagt of iemand het smeltwater van
de Libanon zou verlaten en koel,

614
00:37:29,790 --> 00:37:33,090
stromend water zou
verruilen voor vreemd water.

615
00:37:33,090 --> 00:37:39,030
De HSV vraagt hier of de sneeuw verdwijnt
en het stromende water uitdroogt.]

616
00:37:39,030 --> 00:37:41,610
Met andere woorden, zou je niet
kiezen voor het zuivere water,

617
00:37:41,610 --> 00:37:46,350
het zuivere smeltwater van de
sneeuw, in plaats van onbekend water

618
00:37:46,350 --> 00:37:49,290
waarvan je niet weet of je
het veilig kunt drinken?

619
00:37:49,290 --> 00:37:52,950
Dit is opnieuw een verwijzing
naar het feit dat ze God verlaten,

620
00:37:52,950 --> 00:37:57,390
de bron van levend water, en
kiezen voor waterreservoirs die ze

621
00:37:57,390 --> 00:37:58,890
zelf hebben gemaakt.

622
00:37:58,890 --> 00:38:02,250
Toch heeft Mijn volk Mij vergeten.

623
00:38:02,250 --> 00:38:05,550
Zij brengen reukoffers
aan nutteloze afgoden.

624
00:38:05,550 --> 00:38:09,750
Die hebben hen laten struikelen
op hun wegen, op de aloude paden,

625
00:38:09,750 --> 00:38:12,690
door op de paden te gaan
van een ongebaande weg,

626
00:38:12,690 --> 00:38:17,490
zodat zij hun land tot een verschrikking
maken, tot een eeuwige aanfluiting.

627
00:38:17,490 --> 00:38:22,170
Ieder die er voorbijtrekt, zal zich
ontzetten en met zijn hoofd schudden.

628
00:38:22,170 --> 00:38:26,550
Als een oostenwind zal Ik hen
verspreiden vóór de vijand uit.

629
00:38:26,550 --> 00:38:32,190
De nek, niet het gezicht, zal Ik hun
laten zien op de dag van hun ondergang.

630
00:38:32,190 --> 00:38:37,230
‘Hij laat hun Zijn gezicht zien’ zou
een hebraïsme zijn voor hun gunstig

631
00:38:37,230 --> 00:38:42,810
gezind zijn, Zijn aangezicht over
hen laten lichten en hun vrede geven,

632
00:38:42,810 --> 00:38:46,050
zoals de Aäronitische zegen het uitdrukt.

633
00:38:46,050 --> 00:38:51,090
‘Ik zal jullie Mijn rug laten zien
en niet Mijn gezicht’ betekent:

634
00:38:51,090 --> 00:38:53,430
Ik zal jullie de rug toekeren.

635
00:38:53,430 --> 00:38:58,590
Ik zal jullie verwerpen, in plaats van
Mij naar jullie toe te keren en Mijn

636
00:38:58,590 --> 00:39:01,110
aangezicht over jullie te laten lichten.

637
00:39:01,110 --> 00:39:06,150
Toen zeiden zij: Kom, laten we
plannen tegen Jeremia bedenken.

638
00:39:06,150 --> 00:39:09,510
Want het onderwijs in de wet
verdwijnt niet met de priester,

639
00:39:09,510 --> 00:39:14,070
evenmin het geven van raad met de
wijze of het woord met de profeet.

640
00:39:14,070 --> 00:39:17,790
Kom, laten we hem treffen
met de tong en laten we geen

641
00:39:17,790 --> 00:39:20,610
acht slaan op welke van
zijn woorden dan ook.

642
00:39:20,610 --> 00:39:22,050
Wanneer ze zeggen:

643
00:39:22,050 --> 00:39:25,470
De priester zal de wet
blijven kennen, enzovoort,

644
00:39:25,470 --> 00:39:27,930
lijken ze te verwijzen
naar wat hij voorspelt

645
00:39:27,930 --> 00:39:30,510
en te zeggen dat het niet zal gebeuren.

646
00:39:30,510 --> 00:39:33,330
Die precieze voorspellingen
had hij niet gedaan,

647
00:39:33,330 --> 00:39:35,970
voor zover dat voor ons is opgetekend.

648
00:39:35,970 --> 00:39:40,350
Misschien heeft hij die dingen gezegd bij
gelegenheden die niet zijn opgetekend.

649
00:39:40,350 --> 00:39:43,350
Maar ze vatten zijn
woorden in elk geval zo op:

650
00:39:43,350 --> 00:39:46,290
God zal niet meer tot Zijn volk spreken.

651
00:39:46,290 --> 00:39:50,190
Hij zal hun Zijn rug toekeren,
niet Zijn aangezicht.

652
00:39:50,190 --> 00:39:53,730
Dat betekent dat Hij niet
meer met hen zal spreken.

653
00:39:53,730 --> 00:39:58,830
Ze waren gewend dat God Zich op
drie manieren aan Israël openbaarde.

654
00:39:58,830 --> 00:40:03,690
Via de wet, die in handen van de
priesters was, aan hun zorg toevertrouwd.

655
00:40:03,690 --> 00:40:06,330
Zij moesten het volk de wet onderwijzen.

656
00:40:06,330 --> 00:40:10,890
Dan was er de raad van de wijzen, en
waren er de woorden van de profeten.

657
00:40:10,890 --> 00:40:15,450
Dit zijn nog steeds de drie manieren
waarop God met ons communiceert:

658
00:40:15,450 --> 00:40:20,730
via Zijn geschreven Woord, via Zijn
profetische woorden, dat wil zeggen,

659
00:40:20,730 --> 00:40:25,230
doordat de Heilige Geest rechtstreeks
spreekt, en via wijsheid, dat wil

660
00:40:25,230 --> 00:40:27,690
zeggen, gezond verstand.

661
00:40:27,690 --> 00:40:30,150
We slaan dat laatste
soms niet zo hoog aan,

662
00:40:30,150 --> 00:40:33,570
alsof het niet echt zo geestelijk
is om gewoon wijs te zijn.

663
00:40:33,570 --> 00:40:36,090
Maar Spreuken en andere
plaatsen in de Schrift

664
00:40:36,090 --> 00:40:39,690
geven juist aan dat wijsheid een
van de belangrijkste manieren is

665
00:40:39,690 --> 00:40:41,430
waarop God ons leidt.

666
00:40:41,430 --> 00:40:43,770
Hij geeft ons gezond verstand.

667
00:40:43,770 --> 00:40:46,950
We zijn mensen die het vermogen
hebben om na te denken.

668
00:40:46,950 --> 00:40:48,930
Dat moeten we gebruiken.

669
00:40:48,930 --> 00:40:53,010
Deze drie dingen zijn de
manieren waarop God mensen leidt.

670
00:40:53,010 --> 00:40:56,190
Soms willen we per se
alleen het een of het ander.

671
00:40:56,190 --> 00:41:00,570
Sommige heel charismatische mensen zeggen:
‘Ik moet gewoon bij elke beslissing een

672
00:41:00,570 --> 00:41:02,310
woord van God krijgen.’

673
00:41:02,310 --> 00:41:06,810
Anderen zeggen: ‘Nee, wij
gaan alleen af op de Bijbel.’

674
00:41:06,810 --> 00:41:12,390
Wel, er is meer dan één manier waarop God
Zijn volk leidt: het geschreven Woord,

675
00:41:12,390 --> 00:41:15,510
de wet, die de priesters
in hun bezit hadden;

676
00:41:15,510 --> 00:41:19,290
het geïnspireerde woord voor
dat moment van de Heilige Geest,

677
00:41:19,290 --> 00:41:25,350
gegeven via de profeten; en dan gewoon
wijsheid, de wijsheid van de wijzen.

678
00:41:25,350 --> 00:41:28,110
Meestal was de raad van
wijze mannen voor koningen

679
00:41:28,110 --> 00:41:31,590
een heel belangrijke factor
bij beslissingen over wat God

680
00:41:31,590 --> 00:41:34,650
wilde dat ze vervolgens zouden doen.

681
00:41:34,650 --> 00:41:40,890
Deze drie worden ook genoemd in
Ezechiël hoofdstuk 7, vers 26.

682
00:41:40,890 --> 00:41:44,430
Ezechiël 7:26 zegt:

683
00:41:44,430 --> 00:41:49,230
Ramp op ramp zal er komen,
gerucht op gerucht zal er zijn.

684
00:41:49,230 --> 00:41:52,050
Zij zullen bij een profeet
een visioen zoeken,

685
00:41:52,050 --> 00:41:56,610
bij de priester zal de wet
verdwijnen, raad bij de oudsten.

686
00:41:56,610 --> 00:41:59,850
De raad is de raad van de wijzen.

687
00:41:59,850 --> 00:42:03,210
Het visioen is natuurlijk
het profetische woord.

688
00:42:03,210 --> 00:42:07,290
Dus de profeet met zijn
visioen, de priester met de wet

689
00:42:07,290 --> 00:42:13,770
en de wijze raadsman met zijn wijze raad
zullen niet meer beschikbaar zijn. Waarom?

690
00:42:13,770 --> 00:42:16,530
Omdat God geen leiding meer geeft.

691
00:42:16,530 --> 00:42:21,630
Toen God boos was op koning Saul,
zocht Saul een woord van de HEERE,

692
00:42:21,630 --> 00:42:23,730
en God sprak niet met hem.

693
00:42:23,730 --> 00:42:30,270
God antwoordde niet via de Urim en de
Tummim, of via dromen, of via profeten.

694
00:42:30,270 --> 00:42:33,690
Wat deed Saul dus? Hij ging naar een heks.

695
00:42:33,690 --> 00:42:39,390
Soms nemen mensen er gewoon geen genoegen
mee dat God hun geen bijzondere openbaring

696
00:42:39,390 --> 00:42:41,490
of een bijzonder woord geeft.

697
00:42:41,490 --> 00:42:46,530
Maar eerlijk gezegd verwacht Hij dat
we weten wat Hij wil dat we doen.

698
00:42:46,530 --> 00:42:49,650
Daarom spreekt Hij niet
telkens wanneer wij dat willen,

699
00:42:49,650 --> 00:42:53,610
zeker niet tot iemand die onder
het oordeel staat, zoals Saul.

700
00:42:53,610 --> 00:42:56,490
God was gewoon klaar
met tegen hem spreken.

701
00:42:56,490 --> 00:43:01,350
Hij had het woord van de HEERE verworpen,
en God had hem verworpen als koning.

702
00:43:01,350 --> 00:43:04,530
Zo wordt Jeruzalem hier
ook door God verworpen.

703
00:43:04,530 --> 00:43:08,370
Daarom houden de woorden van Jeremia
in dat het volk niets meer van God

704
00:43:08,370 --> 00:43:09,750
zal kunnen horen.

705
00:43:09,750 --> 00:43:13,350
De priesters zullen de wet niet
meer hebben om die te onderwijzen.

706
00:43:13,350 --> 00:43:16,650
De wijzen zullen niet wijs
genoeg zijn om raad te geven,

707
00:43:16,650 --> 00:43:19,290
en het woord van de
profeet zal verdwijnen.

708
00:43:19,290 --> 00:43:23,070
Het volk zegt: ‘Nee,
dat zal niet gebeuren.

709
00:43:23,070 --> 00:43:25,530
Laten we Jeremia uit de weg ruimen.

710
00:43:25,530 --> 00:43:27,870
Het bevalt ons niet wat hij hier zegt.

711
00:43:27,870 --> 00:43:30,390
Hij spreekt eigenlijk tegen onze leiders.’

712
00:43:30,390 --> 00:43:35,790
Dus ze zeiden dat ze hem uit de weg wilden
ruimen, plannen tegen hem wilden beramen.

713
00:43:35,790 --> 00:43:38,190
In vers 19 zegt hij:

714
00:43:38,190 --> 00:43:42,810
Sla acht op mij, HEERE, luister
naar de stem van wie mij aanklagen.

715
00:43:42,810 --> 00:43:45,630
Zou dan kwaad met goed vergolden worden?

716
00:43:45,630 --> 00:43:48,630
Zij hebben immers een kuil
gegraven voor mijn ziel!

717
00:43:48,630 --> 00:43:52,590
Bedenk dat ik in Uw dienst sta,
om het goede voor hen te spreken,

718
00:43:52,590 --> 00:43:55,290
om Uw grimmigheid van hen af te wenden.

719
00:43:55,290 --> 00:43:58,230
[Vertalersnoot: De Engelse
aanhaling vraagt hier of goed met

720
00:43:58,230 --> 00:44:00,150
kwaad vergolden moet worden.

721
00:44:00,150 --> 00:44:03,150
Dat is de verhouding waarop
de volgende uitleg berust;

722
00:44:03,150 --> 00:44:07,770
de hierboven aangehaalde HSV
formuleert dit omgekeerd.]

723
00:44:07,770 --> 00:44:07,777
Met andere woorden, hij doet hun goed.

724
00:44:07,777 --> 00:44:11,790
Hij probeert hun leven te redden door
hun de juiste raad te geven die hen zal

725
00:44:11,790 --> 00:44:14,910
redden, en zij willen hem
alleen maar kwaad doen.

726
00:44:14,910 --> 00:44:17,250
Geef daarom hun kinderen
over aan de honger,

727
00:44:17,250 --> 00:44:20,310
doe hen neerstorten door
de macht van het zwaard.

728
00:44:20,310 --> 00:44:23,850
Laten hun vrouwen van kinderen
beroofd en weduwen worden.

729
00:44:23,850 --> 00:44:26,130
Laten hun mannen gesneuvelden worden.

730
00:44:26,130 --> 00:44:29,670
Laten hun jongemannen in de strijd
met het zwaard verslagen worden.

731
00:44:29,670 --> 00:44:33,090
Dit is zo ongeveer de wreedste van
de vervloekingen die hij in zijn boek

732
00:44:33,090 --> 00:44:34,830
uitspreekt, denk ik.

733
00:44:34,830 --> 00:44:37,470
Laat uit hun huizen
geschreeuw gehoord worden,

734
00:44:37,470 --> 00:44:40,530
wanneer U plotseling een
roversbende over hen brengt,

735
00:44:40,530 --> 00:44:43,950
omdat zij een kuil hebben
gegraven om mij gevangen te nemen,

736
00:44:43,950 --> 00:44:46,950
en strikken hebben
verborgen voor mijn voeten.

737
00:44:46,950 --> 00:44:52,590
Maar U, HEERE, U kent heel hun
plan tegen mij om mij te doden.

738
00:44:52,590 --> 00:44:55,530
Doe geen verzoening over
hun ongerechtigheid,

739
00:44:55,530 --> 00:44:58,950
delg hun zonde van voor
Uw aangezicht niet uit.

740
00:44:58,950 --> 00:45:01,950
Doe hen struikelen voor Uw aangezicht.

741
00:45:01,950 --> 00:45:05,250
Doe zo met hen in de tijd van Uw toorn.

742
00:45:05,250 --> 00:45:09,390
Opnieuw voelen we ons altijd
wat ongemakkelijk als we Jeremia

743
00:45:09,390 --> 00:45:11,430
zulke harde dingen horen bidden.

744
00:45:11,430 --> 00:45:14,730
Het lijkt zo onchristelijk
om zo'n houding te hebben.

745
00:45:14,730 --> 00:45:18,810
Toch is er hier een gezichtspunt
dat we misschien moeten overwegen.

746
00:45:18,810 --> 00:45:24,570
Alles wat hij zegt, al die dingen waarvan
hij zegt: ‘Laat hun dit overkomen’,

747
00:45:24,570 --> 00:45:29,490
zijn dingen waarvan God al heeft
geopenbaard dat ze hun zullen overkomen.

748
00:45:29,490 --> 00:45:33,210
Alles wat hij beschrijft en hun
toewenst, is wat hij al heeft

749
00:45:33,210 --> 00:45:35,850
geprofeteerd dat er zal gebeuren.

750
00:45:35,850 --> 00:45:39,450
Hun kinderen, hun vrouwen en zijzelf

751
00:45:39,450 --> 00:45:42,570
zouden met het zwaard gedood
kunnen worden, op straat

752
00:45:42,570 --> 00:45:45,090
liggen wegrotten, enzovoort.

753
00:45:45,090 --> 00:45:50,130
Met andere woorden, hij verzint geen
akelige dingen om hun toe te wensen.

754
00:45:50,130 --> 00:45:52,890
Hij weet dat deze dingen gaan gebeuren.

755
00:45:52,890 --> 00:45:57,450
Misschien zegt hij alleen maar:
‘Nou, laat het dan maar gebeuren.

756
00:45:57,450 --> 00:46:01,890
Eerder huilde ik om hen, maar ik
denk niet dat ik nu nog kan huilen.

757
00:46:01,890 --> 00:46:03,750
Ze willen me vermoorden.

758
00:46:03,750 --> 00:46:05,970
Laat deze dingen maar gebeuren.

759
00:46:05,970 --> 00:46:08,190
U hebt al gezegd dat ze gaan gebeuren.

760
00:46:08,190 --> 00:46:10,410
Ik ga me er niet tegen verzetten.

761
00:46:10,410 --> 00:46:13,170
Deze mensen halen het zelf over zich heen.

762
00:46:13,170 --> 00:46:15,150
Ik denk dat ze het verdienen.’

763
00:46:15,150 --> 00:46:17,910
Dat getuigt nog steeds niet
van veel liefde voor hen,

764
00:46:17,910 --> 00:46:20,970
maar het is niet alsof
Jeremia zit te bedenken welke

765
00:46:20,970 --> 00:46:23,730
gemene en harde dingen
hij hun kan toewensen.

766
00:46:23,730 --> 00:46:27,930
De dingen die hij zegt, zijn de
dingen die God al heeft aangekondigd.

767
00:46:27,930 --> 00:46:31,050
Jeremia heeft er niet om
gevraagd om deze dingen te horen,

768
00:46:31,050 --> 00:46:36,570
maar God heeft tegen Jeremia gezegd:
‘Dit is wat Ik met deze mensen ga doen.’

769
00:46:36,570 --> 00:46:39,750
Je zou zijn woorden hier dus
kunnen opvatten als: ‘Nou,

770
00:46:39,750 --> 00:46:43,650
ik ga me daar niet meer tegen
verzetten. Laat het maar gebeuren.

771
00:46:43,650 --> 00:46:45,570
Ze lijken het te verdienen.’

772
00:46:45,570 --> 00:46:47,970
Dan staat er in hoofdstuk 19:

773
00:46:47,970 --> 00:46:52,290
Zo zegt de HEERE: Ga een aarden
pottenbakkerskruik kopen,

774
00:46:52,290 --> 00:46:55,590
en neem enkelen van de oudsten
van het volk en van de oudsten van

775
00:46:55,590 --> 00:46:57,030
de priesters mee.

776
00:46:57,030 --> 00:47:00,570
Volgens mij was hij in hoofdstuk
18 al bij de pottenbakker.

777
00:47:00,570 --> 00:47:06,270
Nu hij toch bij de pottenbakker was, kon
hij net zo goed iets kopen. De HEERE zegt:

778
00:47:06,270 --> 00:47:10,050
Zo zegt de HEERE: Ga een aarden
pottenbakkerskruik kopen,

779
00:47:10,050 --> 00:47:12,450
en neem enkelen van de
oudsten van het volk

780
00:47:12,450 --> 00:47:14,730
en van de oudsten van de priesters mee.

781
00:47:14,730 --> 00:47:19,530
Ga uit naar het dal Ben-Hinnom, dat bij
de ingang van de Schervenpoort ligt,

782
00:47:19,530 --> 00:47:22,230
en predik daar de woorden
die Ik tot u spreek,

783
00:47:22,230 --> 00:47:24,690
Het dal van Hinnom, Gehenna.

784
00:47:24,690 --> 00:47:27,690
en zeg: Hoor het woord van de HEERE,

785
00:47:27,690 --> 00:47:30,750
koningen van Juda en
inwoners van Jeruzalem.

786
00:47:30,750 --> 00:47:35,250
Zo zegt de HEERE van de
legermachten, de God van Israël: Zie,

787
00:47:35,250 --> 00:47:39,630
Ik ga onheil brengen over deze
plaats, zodat bij ieder die het hoort,

788
00:47:39,630 --> 00:47:41,550
zijn oren zullen tuiten,

789
00:47:41,550 --> 00:47:45,450
Dat is een interessante uitdrukking,
en die wordt ook elders bij de profeten

790
00:47:45,450 --> 00:47:48,510
gebruikt: je oren krijgen
dat vreemde gevoel

791
00:47:48,510 --> 00:47:51,270
wanneer je zulke
verschrikkelijke dingen hoort.

792
00:47:51,270 --> 00:47:56,730
omdat zij Mij verlaten hebben, deze
plaats van Mij vervreemd hebben,

793
00:47:56,730 --> 00:48:02,190
en reukoffers gebracht hebben aan andere
goden, die zij niet gekend hebben, zij,

794
00:48:02,190 --> 00:48:05,250
hun vaderen en de koningen van Juda.

795
00:48:05,250 --> 00:48:09,390
Zij hebben deze plaats gevuld
met bloed van onschuldigen.

796
00:48:09,390 --> 00:48:12,930
Daarmee worden de kinderen bedoeld
die ze voor Molech verbrandden,

797
00:48:12,930 --> 00:48:17,070
en ook andere onschuldige
slachtoffers van hun misdaden.

798
00:48:17,070 --> 00:48:22,410
Zij hebben de hoogten van de Baäl gebouwd
om hun kinderen met vuur te verbranden als

799
00:48:22,410 --> 00:48:27,390
brandoffers voor de Baäl, wat Ik
niet geboden en niet gesproken heb,

800
00:48:27,390 --> 00:48:30,270
en in Mijn hart niet is opgekomen.

801
00:48:30,270 --> 00:48:35,250
Baäl is eenvoudigweg een algemene
term voor heidense goden.

802
00:48:35,250 --> 00:48:38,310
Dit is ongetwijfeld een
verwijzing naar Molech,

803
00:48:38,310 --> 00:48:42,990
die uitdrukkelijk wordt genoemd als
de god voor wie Manasse en anderen

804
00:48:42,990 --> 00:48:44,670
hun zonen verbrandden.

805
00:48:44,670 --> 00:48:45,810
Hij zegt:

806
00:48:45,810 --> 00:48:50,670
Dat heb Ik niet opgedragen of gezegd,
en het is niet eens bij Me opgekomen.

807
00:48:50,670 --> 00:48:53,850
Deze uitdrukking zijn
we eerder tegengekomen.

808
00:48:53,850 --> 00:48:58,230
Het is in zekere zin een van
Jeremia's favoriete uitdrukkingen.

809
00:48:58,230 --> 00:49:01,110
Hij zegt dat God dit niet heeft geboden,

810
00:49:01,110 --> 00:49:05,490
en dat het ook niet eenvoudigweg
nalatigheid van Zijn kant was.

811
00:49:05,490 --> 00:49:09,390
Het is niet alsof Hij er eigenlijk
wel over dacht om het te gebieden,

812
00:49:09,390 --> 00:49:12,030
maar het vergat. Hij dacht er niet aan.

813
00:49:12,030 --> 00:49:15,150
Dit is niet het soort dingen
dat Hij ooit zou hebben geboden.

814
00:49:15,150 --> 00:49:20,190
Het is nooit bij Hem opgekomen om
dit te doen, om zo'n gebod te geven.

815
00:49:20,190 --> 00:49:24,210
Daarom, zie, er komen
dagen, spreekt de HEERE,

816
00:49:24,210 --> 00:49:28,050
dat deze plaats niet meer genoemd
zal worden Tofet en het dal

817
00:49:28,050 --> 00:49:30,210
Ben-Hinnom, maar Moorddal.

818
00:49:30,210 --> 00:49:34,890
De profetie die we hier hebben, zal een
uitbreiding zijn van dezelfde profetie die

819
00:49:34,890 --> 00:49:37,470
eerder in hoofdstuk 7 werd gegeven.

820
00:49:37,470 --> 00:49:40,350
Toen werd die bij de poort
van de tempel gegeven.

821
00:49:40,350 --> 00:49:42,810
Dat was toen hij zei dat God met deze

822
00:49:42,810 --> 00:49:45,930
plaats zou doen wat
Hij in Silo had gedaan.

823
00:49:45,930 --> 00:49:49,470
Vervolgens sprak hij erover hoe
de verwoesting van Jeruzalem

824
00:49:49,470 --> 00:49:54,810
tot zo veel lijken zou leiden dat ze het
dal van Hinnom, of Tofet, zouden vullen.

825
00:49:54,810 --> 00:49:59,490
Hij zegt het hier opnieuw, dezelfde
profetie, maar hij werkt die verder uit.

826
00:49:59,490 --> 00:50:03,510
Ik zal de plannen van Juda en
Jeruzalem in deze plaats verijdelen.

827
00:50:03,510 --> 00:50:08,790
Ik zal hen doen vallen door het zwaard
vóór hun vijanden en door de hand van hen

828
00:50:08,790 --> 00:50:10,590
die hen naar het leven staan.

829
00:50:10,590 --> 00:50:15,390
Ik zal hun dode lichamen als voedsel
geven aan de vogels in de lucht

830
00:50:15,390 --> 00:50:17,370
en aan de dieren op de aarde.

831
00:50:17,370 --> 00:50:22,170
Ik zal deze stad maken tot een
verschrikking en tot een aanfluiting.

832
00:50:22,170 --> 00:50:26,250
Ieder die er voorbijtrekt, zal
zich ontzetten en van afschuw

833
00:50:26,250 --> 00:50:27,990
sissen over al haar wonden.

834
00:50:27,990 --> 00:50:33,270
Ik zal hun het vlees van hun zonen en
het vlees van hun dochters te eten geven.

835
00:50:33,270 --> 00:50:37,950
Zij zullen ieder het vlees eten van
zijn naaste tijdens de belegering

836
00:50:37,950 --> 00:50:42,810
en in de nood waarin hun vijanden
en zij die hen naar het leven staan,

837
00:50:42,810 --> 00:50:44,310
hen doen verkeren.

838
00:50:44,310 --> 00:50:48,810
Dat eten van hun zonen en dochters
is zo ongeveer het ergste wat je

839
00:50:48,810 --> 00:50:50,310
je kunt voorstellen.

840
00:50:50,310 --> 00:50:54,150
Om te beginnen is een van de
afschuwelijkste dingen die iemand kunnen

841
00:50:54,150 --> 00:50:58,050
overkomen eenvoudigweg
dat zijn kinderen sterven.

842
00:50:58,050 --> 00:51:03,030
Iets anders wat echt afschuwelijk is,
is dat je uiteindelijk mensenvlees eet.

843
00:51:03,030 --> 00:51:07,470
Het vlees van je eigen kinderen eten komt
erop neer dat je de twee gruwelijkste

844
00:51:07,470 --> 00:51:09,990
dingen in één daad verenigt.

845
00:51:09,990 --> 00:51:12,750
Toch was dit in Deuteronomium voorspeld.

846
00:51:12,750 --> 00:51:16,110
Het is mogelijk dat Jeremia
hen eenvoudigweg herinnert

847
00:51:16,110 --> 00:51:20,730
aan datgene waarvoor ze in het boek
Deuteronomium gewaarschuwd waren.

848
00:51:20,730 --> 00:51:23,790
Dat was het boek dat waarschijnlijk
in de tempel gevonden was

849
00:51:23,790 --> 00:51:26,490
en nu in Jeruzalem herontdekt werd.

850
00:51:26,490 --> 00:51:30,690
Jeremia moet het boek gelezen
hebben en had er veel naar verwezen,

851
00:51:30,690 --> 00:51:35,190
er veel toespelingen op gemaakt, en
dit is er waarschijnlijk een van.

852
00:51:35,190 --> 00:51:41,490
Het staat in Deuteronomium
28, vers 53 tot en met 55.

853
00:51:41,490 --> 00:51:45,810
Mozes had gezegd dat als Israël
tegen Hem in opstand zou komen,

854
00:51:45,810 --> 00:51:48,450
er veel vervloekingen
over hen zouden komen.

855
00:51:48,450 --> 00:51:50,490
Daaronder viel ook een invasie door

856
00:51:50,490 --> 00:51:54,270
buitenlandse mogendheden die
hun steden zouden belegeren.

857
00:51:54,270 --> 00:51:58,410
De hongersnood in de stad zou
door de belegering zo groot worden

858
00:51:58,410 --> 00:52:03,390
dat ze ertoe gedreven zouden worden zelfs
hun kinderen te eten als noodoplossing.

859
00:52:03,390 --> 00:52:07,050
We hebben in de Bijbel geen verslag
waarin staat dat dit gebeurde

860
00:52:07,050 --> 00:52:11,130
toen de Babyloniërs de stad belegerden,
maar we twijfelen er niet aan dat

861
00:52:11,130 --> 00:52:12,510
het gebeurd is.

862
00:52:12,510 --> 00:52:15,930
We hebben nauwelijks gegevens
over de belegering van Jeruzalem

863
00:52:15,930 --> 00:52:17,670
door de Babyloniërs.

864
00:52:17,670 --> 00:52:21,570
De historische boeken vermelden
alleen dat de stad belegerd werd

865
00:52:21,570 --> 00:52:26,310
en dat de Babyloniërs haar veroverden,
maar de bijzonderheden worden ons in het

866
00:52:26,310 --> 00:52:28,770
historische relaas niet gegeven.

867
00:52:28,770 --> 00:52:33,750
Maar bij eerdere oorlogen gebeurde
dit ook, zoals we in 2 Koningen lezen,

868
00:52:33,750 --> 00:52:36,750
volgens mij in hoofdstuk
6, als ik me niet vergis.

869
00:52:36,750 --> 00:52:39,930
De koning komt te weten
dat mensen in Samaria

870
00:52:39,930 --> 00:52:44,610
daadwerkelijk hun kinderen eten
doordat de Syriërs de stad belegeren.

871
00:52:44,610 --> 00:52:48,510
Hij hoort van een concreet
geval en dat doet hem verdriet.

872
00:52:48,510 --> 00:52:52,290
Josephus zei dat er uit
het jaar 70 na Christus,

873
00:52:52,290 --> 00:52:55,830
toen de Romeinen Jeruzalem
belegerden, minstens

874
00:52:55,830 --> 00:52:59,490
één geval is opgetekend van
een vrouw die haar kind at.

875
00:52:59,490 --> 00:53:02,370
Dit is niet zomaar een loos dreigement.

876
00:53:02,370 --> 00:53:08,010
Of dit tijdens de belegering van
Jeruzalem in 586 voor Christus is gebeurd,

877
00:53:08,010 --> 00:53:11,550
daarvan hebben we geen
daadwerkelijk historisch verslag.

878
00:53:11,550 --> 00:53:16,170
Maar we hebben soortgelijke verslagen
over soortgelijke belegeringen,

879
00:53:16,170 --> 00:53:19,710
en er is alle reden om te geloven
dat dit werkelijk gebeurd is,

880
00:53:19,710 --> 00:53:23,610
dat mensen hun eigen kinderen
aten toen ze zo'n honger hadden.

881
00:53:23,610 --> 00:53:28,110
Nu vertelt God Jeremia dat hij,
nu hij die kruik gekocht heeft,

882
00:53:28,110 --> 00:53:29,790
er iets mee moet doen.

883
00:53:29,790 --> 00:53:33,570
Dit is een uitgebeelde profetie. Vers 10:

884
00:53:33,570 --> 00:53:37,710
Dan moet u de kruik stukbreken voor
de ogen van de mannen die met u waren

885
00:53:37,710 --> 00:53:43,110
meegegaan, en tegen hen zeggen: Zo
zegt de HEERE van de legermachten:

886
00:53:43,110 --> 00:53:46,650
Zo zal Ik dit volk en
deze stad stukbreken,

887
00:53:46,650 --> 00:53:49,530
zoals men een pot van een
pottenbakker stukbreekt,

888
00:53:49,530 --> 00:53:52,050
zodat die niet meer hersteld kan worden.

889
00:53:52,050 --> 00:53:57,270
Men zal hen in Tofet begraven, omdat er
geen andere plaats om te begraven is.

890
00:53:57,270 --> 00:54:01,050
Het grote aantal kleine scherven
waarin die uiteenbreekt,

891
00:54:01,050 --> 00:54:05,490
zou natuurlijk elke hoop op
herstel uitsluiten. Dus Hij zegt:

892
00:54:05,490 --> 00:54:08,130
Je kunt het niet meer heel maken, en:

893
00:54:08,130 --> 00:54:13,650
Ze zullen hen in Tofet begraven, totdat er
geen plek meer is om iemand te begraven.

894
00:54:13,650 --> 00:54:15,210
Hier is iets interessants.

895
00:54:15,210 --> 00:54:19,110
Het klinkt alsof Jeruzalem
onherstelbaar verwoest zal worden.

896
00:54:19,110 --> 00:54:21,990
Toch werd het zeventig
jaar later herbouwd.

897
00:54:21,990 --> 00:54:25,470
Als dat zo is, wordt er
misschien eenvoudigweg gezegd

898
00:54:25,470 --> 00:54:28,470
dat het voorlopig onherstelbaar zal zijn.

899
00:54:28,470 --> 00:54:31,590
Natuurlijk kan God alles weer in
elkaar zetten als Hij dat wil,

900
00:54:31,590 --> 00:54:35,730
en Hij kan uiteindelijk zelfs
herstellen wat onherstelbaar is.

901
00:54:35,730 --> 00:54:40,830
Of het is mogelijk dat de verwoesting
van Jeruzalem in 586 voor Christus

902
00:54:40,830 --> 00:54:44,430
hier wordt behandeld als een
voorafbeelding van de uiteindelijke

903
00:54:44,430 --> 00:54:46,530
verwoesting van Jeruzalem.

904
00:54:46,530 --> 00:54:51,690
Die zou blijvend zijn en was dat
ook in het jaar 70 na Christus.

905
00:54:51,690 --> 00:54:53,970
Daarvan is geen herstel gekomen.

906
00:54:53,970 --> 00:54:56,130
Ik weet dat daar een stad ligt.

907
00:54:56,130 --> 00:54:59,850
Ik weet dat er vandaag de dag
mensen in Jeruzalem wonen.

908
00:54:59,850 --> 00:55:01,530
Het is niet hersteld.

909
00:55:01,530 --> 00:55:03,990
Daar woont niet meer het volk van God.

910
00:55:03,990 --> 00:55:06,090
Het is niet de heilige stad.

911
00:55:06,090 --> 00:55:10,650
Het is een stad, maar het heeft nooit
zijn vroegere status teruggekregen

912
00:55:10,650 --> 00:55:13,110
en zal die ook nooit terugkrijgen.

913
00:55:13,110 --> 00:55:15,090
Er staat in vers 12:

914
00:55:15,090 --> 00:55:20,250
Zo zal Ik doen met deze plaats,
spreekt de HEERE, en met zijn inwoners,

915
00:55:20,250 --> 00:55:23,190
om deze stad te maken als een Tofet.

916
00:55:23,190 --> 00:55:25,650
of zoals het dal van Hinnom.

917
00:55:25,650 --> 00:55:30,210
De huizen van Jeruzalem en de huizen
van de koningen van Juda zullen even

918
00:55:30,210 --> 00:55:36,150
onrein worden als de plaats van Tofet,
met alle huizen waar zij op de daken ervan

919
00:55:36,150 --> 00:55:40,110
reukoffers hebben gebracht aan
heel het leger aan de hemel

920
00:55:40,110 --> 00:55:43,350
en plengoffers hebben
uitgegoten voor andere goden.

921
00:55:43,350 --> 00:55:47,310
Wanneer er gesproken wordt over het
verontreinigen van de stad zoals Tofet

922
00:55:47,310 --> 00:55:50,790
verontreinigd was, verwijst
dat naar het feit dat Josia,

923
00:55:50,790 --> 00:55:55,050
toen hij aan de macht kwam, Tofet
verontreinigde omdat het een plaats was

924
00:55:55,050 --> 00:55:56,970
waar Molech werd aanbeden.

925
00:55:56,970 --> 00:56:01,230
Dat hij het verontreinigde,
betekende dat hij het onrein maakte,

926
00:56:01,230 --> 00:56:05,130
zodat mensen daar niet langer Molech
of wie dan ook zouden aanbidden.

927
00:56:05,130 --> 00:56:08,130
Het werd ongeschikt als
plaats voor aanbidding.

928
00:56:08,130 --> 00:56:11,010
Dat is wat het betekent
om het te verontreinigen.

929
00:56:11,010 --> 00:56:14,070
Hoe hij dat deed, is
niet helemaal duidelijk.

930
00:56:14,070 --> 00:56:16,950
We weten dat Josia, toen
hij naar Bethel ging,

931
00:56:16,950 --> 00:56:19,710
het altaar dat Jerobeam daar had gemaakt,

932
00:56:19,710 --> 00:56:23,850
verontreinigde door de beenderen van
de priesters uit hun graven te halen

933
00:56:23,850 --> 00:56:26,730
en die beenderen over
die plek te verspreiden.

934
00:56:26,730 --> 00:56:29,790
Natuurlijk waren dode
beenderen, de dood en

935
00:56:29,790 --> 00:56:32,670
dode lichamen voor de Joden heel onrein.

936
00:56:32,670 --> 00:56:37,230
Elke plek waar beenderen van dode
mensen lagen, was een onreine plek.

937
00:56:37,230 --> 00:56:42,030
Dus Josia had Bethel en het altaar
daar, het heidense altaar daar,

938
00:56:42,030 --> 00:56:45,090
verontreinigd met de beenderen
van de priesters daar.

939
00:56:45,090 --> 00:56:48,870
Of hij hetzelfde deed in Tofet,
dat is het dal van Hinnom,

940
00:56:48,870 --> 00:56:52,890
of het op een andere manier
verontreinigde, is niet helemaal bekend.

941
00:56:52,890 --> 00:56:57,330
Natuurlijk bestaat er de overlevering dat
het dal van Hinnom een vuilnisbelt werd

942
00:56:57,330 --> 00:56:59,550
waar voortdurend vuren brandden.

943
00:56:59,550 --> 00:57:01,830
Dat zou kunnen zijn wat er gebeurd is.

944
00:57:01,830 --> 00:57:05,490
Het kan zijn dat Josia er inderdaad
een vuilnisbelt van maakte,

945
00:57:05,490 --> 00:57:08,250
of dat hij het op een andere
manier verontreinigde.

946
00:57:08,250 --> 00:57:12,750
Maar het punt is dat God, zoals
Tofet door Josia verontreinigd was,

947
00:57:12,750 --> 00:57:14,730
de hele stad zou verontreinigen.

948
00:57:14,730 --> 00:57:17,610
Waarschijnlijk door
overal dode lichamen en

949
00:57:17,610 --> 00:57:19,950
beenderen en dergelijke te laten liggen.

950
00:57:19,950 --> 00:57:25,290
Toen Jeremia van Tofet kwam, waarheen de
HEERE hem had gezonden om te profeteren,

951
00:57:25,290 --> 00:57:30,930
ging hij in de voorhof van het huis van
de HEERE staan en zei tegen heel het volk:

952
00:57:30,930 --> 00:57:37,710
Zo zegt de HEERE van de legermachten, de
God van Israël: Zie, Ik ga over deze stad,

953
00:57:37,710 --> 00:57:40,110
en over al haar steden, al het

954
00:57:40,110 --> 00:57:42,870
onheil brengen dat Ik tegen
haar uitgesproken heb,

955
00:57:42,870 --> 00:57:47,610
omdat zij halsstarrig waren door
niet te luisteren naar Mijn woorden.

956
00:57:47,610 --> 00:57:49,590
Nu hoofdstuk 20.

957
00:57:49,590 --> 00:57:54,150
Pashur, de zoon van Immer, was een
priester die ook de hoofdopziener van het

958
00:57:54,150 --> 00:57:55,830
huis van de HEERE was.

959
00:57:55,830 --> 00:57:59,490
Hij was niet de hogepriester, maar
hij was een priester die een soort

960
00:57:59,490 --> 00:58:03,570
bestuurlijk ambt bekleedde,
waarschijnlijk als hoofd van de wachters

961
00:58:03,570 --> 00:58:05,730
die de tempelwacht vormden.

962
00:58:05,730 --> 00:58:08,910
Hij hoorde dat Jeremia
deze dingen profeteerde.

963
00:58:08,910 --> 00:58:12,210
Hij profeteerde dat de
tempel verwoest zou worden

964
00:58:12,210 --> 00:58:15,090
en dat Jeruzalem verontreinigd zou worden.

965
00:58:15,090 --> 00:58:19,890
liet Pashur de profeet Jeremia slaan
en zette hem in het blok dat in de

966
00:58:19,890 --> 00:58:23,610
bovenste Benjaminpoort aan
het huis van de HEERE was.

967
00:58:23,610 --> 00:58:27,090
Een blok was gewoonlijk een
plaats waar een misdadiger in het

968
00:58:27,090 --> 00:58:29,130
openbaar werd vernederd.

969
00:58:29,130 --> 00:58:32,370
Ze staken zijn handen en
zijn hoofd door een blok,

970
00:58:32,370 --> 00:58:35,790
en mensen liepen gewoon
langs en zagen hem daar.

971
00:58:35,790 --> 00:58:39,630
Hij bevond zich dan in
een vernederende situatie.

972
00:58:39,630 --> 00:58:44,190
Dit was in de hoge poort van Benjamin,
die bij het huis van de HEERE lag.

973
00:58:44,190 --> 00:58:48,990
Het was een van de stadspoorten die
uitkwamen in de richting van Benjamin.

974
00:58:48,990 --> 00:58:52,770
Een deel van de stad lag in het
gebied van de stam Benjamin.

975
00:58:52,770 --> 00:58:58,050
Jeruzalem lag deels in het erfdeel van de
stam Benjamin en deels in dat van Juda.

976
00:58:58,050 --> 00:59:03,210
Het gebeurde echter de volgende dag, toen
Pashur Jeremia uit het blok liet gaan,

977
00:59:03,210 --> 00:59:08,130
dat Jeremia tegen hem zei:
De HEERE geeft u niet de naam

978
00:59:08,130 --> 00:59:11,850
Pashur, maar Magor-Missabib.

979
00:59:11,850 --> 00:59:14,970
Zo zou ik niet willen
heten, wat het ook betekent.

980
00:59:14,970 --> 00:59:18,690
Het betekent eigenlijk
‘angst aan alle kanten’.

981
00:59:18,690 --> 00:59:25,170
Want zo zegt de HEERE: Zie, Ik ga u
tot een bron van angst voor uzelf maken

982
00:59:25,170 --> 00:59:27,630
en voor allen die u liefhebben.

983
00:59:27,630 --> 00:59:33,150
Zij zullen vallen door het zwaard van
hun vijanden, en uw ogen zullen dat zien.

984
00:59:33,150 --> 00:59:36,930
Heel Juda geef Ik in de hand
van de koning van Babel,

985
00:59:36,930 --> 00:59:42,690
en hij zal hen in ballingschap voeren
naar Babel en hen met het zwaard doden.

986
00:59:42,690 --> 00:59:46,530
Heel de rijkdom van deze
stad, al haar arbeid,

987
00:59:46,530 --> 00:59:52,050
al haar kostbaarheden zal Ik geven, en
alle schatten van de koningen van Juda,

988
00:59:52,050 --> 00:59:55,770
Ik zal ze geven in de
hand van hun vijanden.

989
00:59:55,770 --> 01:00:00,510
Die zullen ze roven, ze meenemen
en ze naar Babel brengen.

990
01:00:00,510 --> 01:00:06,630
Jesaja had precies dezelfde voorspelling
gedaan in Jesaja 39, vers 6.

991
01:00:06,630 --> 01:00:11,370
Daar vertelde hij Hizkia dat de
Babyloniërs op een dag zouden komen

992
01:00:11,370 --> 01:00:15,510
en alle schatten zouden meenemen
die de koning had verworven

993
01:00:15,510 --> 01:00:18,150
en in Jeruzalem had opgeslagen.

994
01:00:18,150 --> 01:00:24,330
En u, Pashur, en alle inwoners van uw
huis, u zult in gevangenschap gaan.

995
01:00:24,330 --> 01:00:29,730
U zult in Babel komen, en daar zult
u sterven en daar begraven worden,

996
01:00:29,730 --> 01:00:34,590
u en al uw vrienden, tegen wie
u leugen hebt geprofeteerd.

997
01:00:34,590 --> 01:00:35,730
Nu bidt hij:

998
01:00:35,730 --> 01:00:40,170
U hebt mij overgehaald, HEERE,
en ik heb mij laten overhalen.

999
01:00:40,170 --> 01:00:43,710
U bent mij te sterk geworden
en U hebt overwonnen.

1000
01:00:43,710 --> 01:00:48,090
Maar ik ben de hele dag belachelijk
geworden, ieder van hen bespot mij.

1001
01:00:48,090 --> 01:00:51,990
Ik denk dat hij hier zegt:
‘Ik wilde geen profeet zijn.

1002
01:00:51,990 --> 01:00:54,930
U hebt me er min of meer
toe overgehaald het te doen.

1003
01:00:54,930 --> 01:00:59,250
Ik maakte bezwaar, en U bent
aan mijn bezwaren voorbijgegaan.

1004
01:00:59,250 --> 01:01:02,910
U hebt mij overgehaald, en
ik heb me laten overhalen.’

1005
01:01:02,910 --> 01:01:06,810
Want zo dikwijls als ik spreek,
schreeuw ik het uit, roep ik:

1006
01:01:06,810 --> 01:01:08,970
Geweld en verwoesting!

1007
01:01:08,970 --> 01:01:14,250
Want het woord van de HEERE is mij
tot smaad en tot schimp, de hele dag.

1008
01:01:14,250 --> 01:01:18,150
Dat wil zeggen: omdat ik voor
het Woord van God opkwam,

1009
01:01:18,150 --> 01:01:22,290
kreeg ik dagelijks te maken
met hoon, wat spot betekent,

1010
01:01:22,290 --> 01:01:26,490
en met verwijten van de mensen,
omdat ik trouw was aan het Woord.

1011
01:01:26,490 --> 01:01:31,890
Zei ik: Ik zal niet aan Hem denken,
ik zal niet meer spreken in Zijn Naam,

1012
01:01:31,890 --> 01:01:37,350
dan werd het in mijn hart als brandend
vuur, opgesloten in mijn beenderen.

1013
01:01:37,350 --> 01:01:40,830
Wel deed ik moeite om het in te
houden, maar ik kon het niet.

1014
01:01:40,830 --> 01:01:43,710
Ik vind het niet prettig
om zo behandeld te worden.

1015
01:01:43,710 --> 01:01:46,350
Ik zal voortaan gewoon mijn mond houden.

1016
01:01:46,350 --> 01:01:50,070
Dat is het probleem wanneer
je werkelijk een profeet bent.

1017
01:01:50,070 --> 01:01:52,290
Je kunt gewoon niet met pensioen.

1018
01:01:52,290 --> 01:01:55,170
Het is een taak waarmee
je niet kunt stoppen.

1019
01:01:55,170 --> 01:02:00,150
Amos spreekt op die manier, en Amos
was een profeet die heel goed wist

1020
01:02:00,150 --> 01:02:03,210
welke innerlijke druk zich
in een profeet opbouwt

1021
01:02:03,210 --> 01:02:06,510
wanneer het Woord van de
HEERE in hem wordt uitgegoten.

1022
01:02:06,510 --> 01:02:09,150
In Amos 3:8 zei hij:

1023
01:02:09,150 --> 01:02:11,070
De leeuw heeft gebruld.

1024
01:02:11,070 --> 01:02:13,050
Wie zou niet bevreesd zijn?

1025
01:02:13,050 --> 01:02:15,450
De Heere HEERE heeft gesproken.

1026
01:02:15,450 --> 01:02:17,010
Wie zou niet profeteren?

1027
01:02:17,010 --> 01:02:20,970
Dat wil zeggen: net zoals het
onmogelijk zou zijn om niet

1028
01:02:20,970 --> 01:02:25,290
bang te zijn wanneer een leeuw brult,
is het even onmogelijk om niet te

1029
01:02:25,290 --> 01:02:28,230
profeteren wanneer God
tot je gesproken heeft.

1030
01:02:28,230 --> 01:02:31,530
Je kunt niet níét profeteren.

1031
01:02:31,530 --> 01:02:33,810
Amos 3:8.

1032
01:02:33,810 --> 01:02:36,150
Eigenlijk sprak Job er
ook over dat hij tot

1033
01:02:36,150 --> 01:02:39,810
barstens toe vol zat met de
dingen die hem op het hart lagen.

1034
01:02:39,810 --> 01:02:43,830
In Job hoofdstuk 32, vers 18, zegt hij:

1035
01:02:43,830 --> 01:02:49,050
Want ik ben vol woorden; de geest
in mijn binnenste benauwt mij.

1036
01:02:49,050 --> 01:02:52,830
Zie, mijn binnenste is als
wijn die niet geopend is;

1037
01:02:52,830 --> 01:02:55,830
als nieuwe leren zakken zou hij scheuren.

1038
01:02:55,830 --> 01:03:01,230
Ik zal spreken, zodat ik voor mijzelf
lucht krijg; ik zal mijn lippen openen,

1039
01:03:01,230 --> 01:03:03,150
zodat ik kan antwoorden.

1040
01:03:03,150 --> 01:03:05,430
Misschien ken je dit verschijnsel.

1041
01:03:05,430 --> 01:03:09,450
Misschien ben je geen profeet, maar als
God het je op het hart heeft gelegd om

1042
01:03:09,450 --> 01:03:14,610
iets aan de kaak te stellen of iets uit te
spreken, dan kun je het gewoon niet laten.

1043
01:03:14,610 --> 01:03:18,210
Ook al kun je voorzien dat het
je in de problemen zal brengen.

1044
01:03:18,210 --> 01:03:20,490
Het is iets wat God vanbinnen doet.

1045
01:03:20,490 --> 01:03:24,330
Het was alsof hij dit vuur in zijn
beenderen probeerde op te sluiten,

1046
01:03:24,330 --> 01:03:26,190
en dat kon hij gewoon niet.

1047
01:03:26,190 --> 01:03:29,610
Hij raakte uitgeput van zijn
pogingen om het in te houden.

1048
01:03:29,610 --> 01:03:32,370
Hij kon niet ophouden profeet te zijn.

1049
01:03:32,370 --> 01:03:33,390
Vers 10:

1050
01:03:33,390 --> 01:03:38,490
Want ik heb het kwaad gerucht van
velen gehoord: Magor-Missabib!

1051
01:03:38,490 --> 01:03:41,910
Maak het ons bekend, dan
zullen wij het bekendmaken.

1052
01:03:41,910 --> 01:03:46,770
Alle stervelingen met wie ik vrede
had, loeren op een struikeling van mij:

1053
01:03:46,770 --> 01:03:51,030
Misschien laat hij zich door anderen
overhalen, dan kunnen we hem overwinnen,

1054
01:03:51,030 --> 01:03:53,070
en kunnen we onze wraak op hem nemen.

1055
01:03:53,070 --> 01:03:57,270
Dat is natuurlijk de naam die hij
aan Pashur gaf, Magor-Missabib.

1056
01:03:57,270 --> 01:04:00,330
Het betekent ‘angst aan alle kanten’.

1057
01:04:00,330 --> 01:04:03,690
[Vertalersnoot: De Engelse vertaling
die de spreker hier gebruikt,

1058
01:04:03,690 --> 01:04:10,290
spreekt expliciet over bespotting; de
HSV heeft ‘het kwaad gerucht van velen’.]

1059
01:04:10,290 --> 01:04:13,230
Dus de mensen bespotten Jeremia en zeggen:

1060
01:04:13,230 --> 01:04:15,450
Overal dreigt gevaar, zeg je.

1061
01:04:15,450 --> 01:04:19,290
Geef hem aan, zeggen ze,
dan geven wij hem ook aan.

1062
01:04:19,290 --> 01:04:23,370
Iedereen die ik ken, wacht tot
ik een misstap maak en zegt:

1063
01:04:23,370 --> 01:04:27,090
Misschien kunnen we hem verleiden,
dan kunnen we hem verslaan.

1064
01:04:27,090 --> 01:04:31,410
Met andere woorden, ze willen hem
in een of andere hinderlaag lokken.

1065
01:04:31,410 --> 01:04:34,590
De HEERE is echter met
mij als een machtige Held,

1066
01:04:34,590 --> 01:04:39,270
daarom zullen mijn vervolgers
struikelen, ze zijn tot niets in staat.

1067
01:04:39,270 --> 01:04:43,710
Zij zullen zeer beschaamd worden, want
zij zullen niet verstandig handelen.

1068
01:04:43,710 --> 01:04:47,790
Het zal een eeuwige smaad zijn,
die niet vergeten zal worden.

1069
01:04:47,790 --> 01:04:50,190
Dit is niet hetzelfde als een vervloeking.

1070
01:04:50,190 --> 01:04:54,570
Het is een voorspelling, al
vervalt hij wel in een vervloeking.

1071
01:04:54,570 --> 01:04:58,230
HEERE van de legermachten,
Die de rechtvaardige beproeft,

1072
01:04:58,230 --> 01:05:02,490
Die de nieren en het hart ziet,
laat mij Uw wraak op hen zien,

1073
01:05:02,490 --> 01:05:05,610
want ik heb mijn rechtszaak
aan U bekendgemaakt.

1074
01:05:05,610 --> 01:05:09,750
Zing voor de HEERE, prijs de HEERE,
want Hij heeft de ziel van de

1075
01:05:09,750 --> 01:05:12,630
arme gered uit de hand
van de kwaaddoeners.

1076
01:05:12,630 --> 01:05:18,870
Dit vers staat op zichzelf als een heel
bemoedigend, positief, optimistisch vers.

1077
01:05:18,870 --> 01:05:22,170
Blijkbaar vertrouwt hij erop dat
God hem spaart voor degenen die hem

1078
01:05:22,170 --> 01:05:23,670
proberen te doden.

1079
01:05:23,670 --> 01:05:28,530
Dat had God ook beloofd toen Hij hem voor
het eerst riep in hoofdstuk 1 en zei:

1080
01:05:28,530 --> 01:05:30,510
Ik zal bij je zijn om je te redden.

1081
01:05:30,510 --> 01:05:34,890
Daar rekent hij op, maar dan zakt hij
weer terug in zijn neerslachtigheid,

1082
01:05:34,890 --> 01:05:38,970
omdat zijn huidige omstandigheden
niet erg optimistisch stemmen.

1083
01:05:38,970 --> 01:05:41,610
Vervloekt is de dag waarop ik geboren ben.

1084
01:05:41,610 --> 01:05:46,050
De dag waarop mijn moeder mij gebaard
heeft, laat die niet gezegend zijn.

1085
01:05:46,050 --> 01:05:49,050
Vervloekt is de man die mijn
vader de boodschap bracht:

1086
01:05:49,050 --> 01:05:53,910
U hebt een kind gekregen, een
jongetje, en hem zeer blij maakte.

1087
01:05:53,910 --> 01:05:59,250
Ja, laat die man zijn als de steden die de
HEERE ondersteboven heeft gekeerd terwijl

1088
01:05:59,250 --> 01:06:01,290
het Hem niet berouwde.

1089
01:06:01,290 --> 01:06:05,730
Laat hij in de morgen hulpgeroep
horen, geschreeuw in het middaguur,

1090
01:06:05,730 --> 01:06:08,970
omdat Hij mij niet al in
de baarmoeder gedood heeft.

1091
01:06:08,970 --> 01:06:14,190
Dan was mijn moeder mijn graf geworden en
haar baarmoeder eeuwig zwanger geweest.

1092
01:06:14,190 --> 01:06:17,070
Waarom toch ben ik uit de
baarmoeder naar buiten gekomen,

1093
01:06:17,070 --> 01:06:22,530
om moeite en verdriet te zien en opdat
mijn dagen zouden eindigen in schande?

1094
01:06:22,530 --> 01:06:26,910
Dit vervloeken van zijn geboortedag
volgt de traditie van een bepaald soort

1095
01:06:26,910 --> 01:06:29,010
rouwklacht uit het Midden-Oosten.

1096
01:06:29,010 --> 01:06:32,610
Misschien herinner je je
Job in Job hoofdstuk 3.

1097
01:06:32,610 --> 01:06:37,050
Nadat hij ongeveer een week had gezwegen,
toen zijn vrienden waren aangekomen,

1098
01:06:37,050 --> 01:06:41,970
barstte hij uiteindelijk los met zijn
reactie, zijn emotionele uitbarsting.

1099
01:06:41,970 --> 01:06:44,790
En die kwam eigenlijk op
hetzelfde neer als dit:

1100
01:06:44,790 --> 01:06:47,970
Vervloekt is de dag waarop ik geboren ben.

1101
01:06:47,970 --> 01:06:51,090
Laat die nacht niet bij de
nachten worden geteld en die dag

1102
01:06:51,090 --> 01:06:53,010
niet op de kalender staan.

1103
01:06:53,010 --> 01:06:53,790
Enzovoort.

1104
01:06:53,790 --> 01:06:56,670
Dit zijn gewoon dichterlijke
manieren om te zeggen:

1105
01:06:56,670 --> 01:06:58,950
‘Ik wou dat ik nooit geboren was.’

1106
01:06:58,950 --> 01:07:02,430
Hij wenst niet echt kwaad toe aan de
man die hem bij zijn geboorte niet heeft

1107
01:07:02,430 --> 01:07:06,150
gedood, of aan zijn moeder omdat
ze niet zijn baarmoeder werd

1108
01:07:06,150 --> 01:07:08,431
en weigerde hem ter wereld
te brengen [Vertalersnoot:

1109
01:07:08,431 --> 01:07:12,750
De Engelse bron zegt hier
eveneens ‘womb’ (baarmoeder).

1110
01:07:12,750 --> 01:07:19,050
De direct voorafgaande lezing van Jeremia
20:17 spreekt over zijn moeder als zijn

1111
01:07:19,050 --> 01:07:22,590
graf; de spreker lijkt
zich hier te verspreken.],

1112
01:07:22,590 --> 01:07:27,690
of aan de man die zijn vader het nieuws
kwam vertellen dat zijn zoon geboren was.

1113
01:07:27,690 --> 01:07:31,410
Hij wenst deze mensen niet
echt, oprecht kwaad toe.

1114
01:07:31,410 --> 01:07:34,470
Hij uit zich hier gewoon
op een dichterlijke manier.

1115
01:07:34,470 --> 01:07:39,570
Hij geeft lucht aan hoe ellendig het is
om te leven en hoezeer hij op dit moment

1116
01:07:39,570 --> 01:07:41,970
wenst dat hij nooit geboren was.

1117
01:07:41,970 --> 01:07:47,790
Hij deed hetzelfde, met wat minder
details, eerder in hoofdstuk 15, vers 10.

1118
01:07:47,790 --> 01:07:49,470
Hij had gezegd:

1119
01:07:49,470 --> 01:07:52,470
Wee mij, mijn moeder,
dat u mij gebaard hebt,

1120
01:07:52,470 --> 01:07:56,550
een man van onenigheid en een
man van ruzie voor heel het land.

1121
01:07:56,550 --> 01:08:00,270
Ik heb niets uitgeleend en men
heeft mij niets uitgeleend,

1122
01:08:00,270 --> 01:08:02,550
toch vervloekt ieder van hen mij.

1123
01:08:02,550 --> 01:08:05,970
Hij zegt gewoon: ‘Ik wou
dat ik niet geboren was.

1124
01:08:05,970 --> 01:08:07,710
Mijn leven is vol strijd.

1125
01:08:07,710 --> 01:08:09,270
Niemand is mijn vriend.

1126
01:08:09,270 --> 01:08:11,190
Iedereen is mijn vijand.’

1127
01:08:11,190 --> 01:08:14,190
Nu geeft hij daar nog
uitvoeriger lucht aan.

1128
01:08:14,190 --> 01:08:18,150
Waarschijnlijk vond hij later sommige
dingen die hij had gezegd nogal dwaas,

1129
01:08:18,150 --> 01:08:22,650
maar als je vanuit je emoties spreekt,
spreek je niet altijd rationeel.

1130
01:08:22,650 --> 01:08:26,070
Hij wenst mensen kwaad toe die
in werkelijkheid onschuldig zijn,

1131
01:08:26,070 --> 01:08:27,390
en hij meent het niet echt.

1132
01:08:27,390 --> 01:08:31,470
Wat hij wel meent, is dat hij er
een hekel aan heeft om te leven.

1133
01:08:31,470 --> 01:08:33,270
We komen terug bij hoofdstuk 21.
