1
00:00:02,010 --> 00:00:04,530
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,530 --> 00:00:13,110
Deze keer behandelen we Jeremia 31 vers
23 tot en met hoofdstuk 32 vers 44.

3
00:00:13,110 --> 00:00:18,270
De vorige keer zijn we midden in
hoofdstuk 31 van Jeremia gestopt.

4
00:00:18,270 --> 00:00:23,130
We pakken het weer op, ongeveer
halverwege, bij vers 23.

5
00:00:23,130 --> 00:00:27,870
Zo zegt de HEERE van de
legermachten, de God van Israël:

6
00:00:27,870 --> 00:00:32,430
Zij zullen in het land Juda en in
zijn steden weer dit woord zeggen,

7
00:00:32,430 --> 00:00:38,970
wanneer Ik een omkeer zal brengen in hun
gevangenschap: Moge de HEERE u zegenen,

8
00:00:38,970 --> 00:00:42,450
woonplaats van
gerechtigheid, heilige berg.

9
00:00:42,450 --> 00:00:46,230
Ik vermoed dat ze dat vroeger
zeiden, in betere tijden,

10
00:00:46,230 --> 00:00:49,110
toen Jeruzalem een
woonplaats van gerechtigheid

11
00:00:49,110 --> 00:00:51,930
en een berg van heiligheid
genoemd kon worden.

12
00:00:51,930 --> 00:00:55,890
Ik weet niet hoever dat teruggaat,
misschien tot de tijd van David,

13
00:00:55,890 --> 00:00:58,110
misschien tot de tijd van Josia.

14
00:00:58,110 --> 00:01:02,670
Maar het was niet langer een passende
zegen om over deze stad uit te spreken,

15
00:01:02,670 --> 00:01:06,930
omdat het niet langer een stad van
gerechtigheid of heiligheid was.

16
00:01:06,930 --> 00:01:10,890
Er zal weer een tijd komen waarin
dit een passende manier zal zijn om

17
00:01:10,890 --> 00:01:14,010
over Jeruzalem en over Sion te spreken.

18
00:01:14,010 --> 00:01:17,370
Daarin zullen Juda en al
zijn steden met elkaar wonen,

19
00:01:17,370 --> 00:01:20,370
akkerbouwers en wie met
de kudde rondtrekken.

20
00:01:20,370 --> 00:01:25,410
Want Ik heb de vermoeide ziel te drinken
gegeven en elke treurig geworden ziel

21
00:01:25,410 --> 00:01:27,510
heb Ik met voedsel vervuld.

22
00:01:27,510 --> 00:01:30,090
Hierop ontwaakte ik en ik keek.

23
00:01:30,090 --> 00:01:32,550
Mijn slaap was mij aangenaam geweest.

24
00:01:32,550 --> 00:01:37,230
Ik weet niet of dit betekent dat hij
weer ging slapen en heerlijk sliep,

25
00:01:37,230 --> 00:01:41,310
of dat de herinnering aan de dromen
die hij had gehad hem als het ware een

26
00:01:41,310 --> 00:01:43,410
aangename nasmaak gaf.

27
00:01:43,410 --> 00:01:47,370
Hoe dan ook, dat is een vreemde
onderbreking in vers 26,

28
00:01:47,370 --> 00:01:49,170
want de profetie gaat verder.

29
00:01:49,170 --> 00:01:52,950
Ik weet niet wat de bedoeling is
van die onderbreking op dit punt,

30
00:01:52,950 --> 00:01:54,750
waarbij hij wakker wordt.

31
00:01:54,750 --> 00:01:59,250
Tenzij we moeten begrijpen dat hij maar
even wakker werd, om zich heen keek,

32
00:01:59,250 --> 00:02:03,750
weer in slaap viel en nog meer van
hetzelfde soort profetie ontving.

33
00:02:03,750 --> 00:02:07,350
Als dat zo is, dan maakt de
invoeging van dit vers het

34
00:02:07,350 --> 00:02:10,350
geheel eenvoudigweg levensecht.

35
00:02:10,350 --> 00:02:15,810
We weten dat we geen tekst lezen die op
een later tijdstip kunstmatig is opgesteld

36
00:02:15,810 --> 00:02:18,090
en zich voor iets anders uitgeeft.

37
00:02:18,090 --> 00:02:20,970
Hij vertelt het gewoon zoals het verloopt.

38
00:02:20,970 --> 00:02:24,030
Hij werd even wakker en ging weer slapen.

39
00:02:24,030 --> 00:02:26,730
Dat is beslist niet het vermelden waard,

40
00:02:26,730 --> 00:02:30,390
tenzij het werkelijk gewoon was
wat er gebeurde en wat hij zich

41
00:02:30,390 --> 00:02:32,430
herinnerde dat er gebeurd was.

42
00:02:32,430 --> 00:02:36,870
Er is geen reden om de profetie op
dit punt daarmee te onderbreken,

43
00:02:36,870 --> 00:02:40,470
behalve om een klein detail
te vertellen dat waar is.

44
00:02:40,470 --> 00:02:46,410
Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE,
dat Ik het huis van Israël en het huis van

45
00:02:46,410 --> 00:02:50,910
Juda bezaaien zal met zaad
van mensen en zaad van dieren.

46
00:02:50,910 --> 00:02:54,990
Dit betekent eenvoudigweg dat
het land weer bevolkt zal worden.

47
00:02:54,990 --> 00:02:58,770
Er zal nageslacht van mensen
zijn dat het land bevolkt,

48
00:02:58,770 --> 00:03:01,350
en ook nageslacht van dieren.

49
00:03:01,350 --> 00:03:06,330
Bedenk dat ook de dieren aan de
koning van Babylon waren overgegeven,

50
00:03:06,330 --> 00:03:09,210
zoals eerder verschillende
keren werd vermeld.

51
00:03:09,210 --> 00:03:12,330
Met de dieren wordt
waarschijnlijk vee bedoeld,

52
00:03:12,330 --> 00:03:17,010
en naar alle waarschijnlijkheid
niet zozeer wilde dieren, maar vee,

53
00:03:17,010 --> 00:03:19,830
dat een teken van voorspoed en zegen is.

54
00:03:19,830 --> 00:03:24,090
Dan zal het gebeuren, dat Ik ten aanzien
van hen zal waken om te bouwen en te

55
00:03:24,090 --> 00:03:28,470
planten, zoals Ik ten aanzien van hen
gewaakt heb om weg te rukken en af te

56
00:03:28,470 --> 00:03:32,790
breken, om omver te halen en te
vernielen, en hun kwaad aan te doen,

57
00:03:32,790 --> 00:03:34,410
spreekt de HEERE.

58
00:03:34,410 --> 00:03:39,810
In die dagen zullen zij niet meer zeggen:
De vaders hebben onrijpe druiven gegeten,

59
00:03:39,810 --> 00:03:42,690
en de tanden van de kinderen
zijn stomp geworden.

60
00:03:42,690 --> 00:03:46,110
Maar ieder zal om zijn eigen
ongerechtigheid sterven.

61
00:03:46,110 --> 00:03:51,390
Ieder mens die onrijpe druiven eet
— zijn tanden zullen stomp worden.

62
00:03:51,390 --> 00:03:55,590
Er zijn een paar interessante
bijzonderheden aan dit stukje in de verzen

63
00:03:55,590 --> 00:03:57,090
29 en 30.

64
00:03:57,090 --> 00:04:02,070
Dit spreekwoord, betekent in wezen dat de
ene generatie de daad verrichtte die het

65
00:04:02,070 --> 00:04:07,110
gevolg veroorzaakte, maar dat de
volgende generatie dat gevolg ondervond.

66
00:04:07,110 --> 00:04:12,090
Als je zure druiven eet, zou je normaal
gesproken je gezicht vertrekken en zouden

67
00:04:12,090 --> 00:04:13,770
je tanden stroef worden.

68
00:04:13,770 --> 00:04:17,250
Je zou dus denken dat de vaders
die de zure druiven aten,

69
00:04:17,250 --> 00:04:21,390
stroeve tanden zouden krijgen, maar
het zijn de tanden van hun kinderen.

70
00:04:21,390 --> 00:04:25,350
De kinderen ondervinden de gevolgen
van wat hun vaders hebben gedaan.

71
00:04:25,350 --> 00:04:27,690
Dat is wat het spreekwoord betekent.

72
00:04:27,690 --> 00:04:32,310
Het werd onder de Joden gebruikt
in de tijd van Ezechiël en Jeremia,

73
00:04:32,310 --> 00:04:35,910
want ze haalden het allebei
aan, alsof ze wilden zeggen:

74
00:04:35,910 --> 00:04:39,390
‘Wij lijden dit allemaal door
wat onze vaders hebben gedaan.’

75
00:04:39,390 --> 00:04:43,890
Met andere woorden, ze namen zelf geen
verantwoordelijkheid voor hun zonden

76
00:04:43,890 --> 00:04:47,550
en erkenden niet dat ze deze
gevolgen zelf hadden verdiend.

77
00:04:47,550 --> 00:04:51,510
In plaats daarvan zeiden ze: ‘Dit
komt alleen maar doordat onze vaders

78
00:04:51,510 --> 00:04:53,430
verkeerd hebben gehandeld.’

79
00:04:53,430 --> 00:04:55,950
Ezechiël verwijst ook
naar dit spreekwoord,

80
00:04:55,950 --> 00:04:59,010
hoewel hij niet met
Jeremia in Jeruzalem is.

81
00:04:59,010 --> 00:05:02,070
Hij is in Babylon, bij de ballingen daar.

82
00:05:02,070 --> 00:05:05,490
Blijkbaar was dit spreekwoord
populair onder de Joden.

83
00:05:05,490 --> 00:05:07,830
Het reisde met hen mee
naar de ballingschap

84
00:05:07,830 --> 00:05:12,990
en werd iets wat ze bleven zeggen wanneer
ze klaagden over hun verblijf in Babylon.

85
00:05:12,990 --> 00:05:16,590
In Ezechiël 18, aan het begin
van het hoofdstuk, staat:

86
00:05:16,590 --> 00:05:19,230
Het woord van de HEERE kwam tot mij:

87
00:05:19,230 --> 00:05:21,750
Dit is nu Ezechiël.

88
00:05:21,750 --> 00:05:24,870
Ezechiël 18:2–4:

89
00:05:24,870 --> 00:05:28,530
Wat bedoelen jullie met dat
spreekwoord over het land Israël:

90
00:05:28,530 --> 00:05:33,750
de vaders hebben zure druiven gegeten en
de kinderen krijgen er stroeve tanden van?

91
00:05:33,750 --> 00:05:36,390
Zo waar Ik leef, zegt God, de Heer,

92
00:05:36,390 --> 00:05:39,990
jullie zullen dat spreekwoord
in Israël niet meer gebruiken.

93
00:05:39,990 --> 00:05:45,390
Kijk, ieder mensenleven is van Mij; het
leven van de vader is net zo goed van Mij

94
00:05:45,390 --> 00:05:49,230
als dat van de zoon; wie
zondigt, zal sterven.

95
00:05:49,230 --> 00:05:50,670
En Hij zegt vervolgens:

96
00:05:50,670 --> 00:05:55,230
En zie, heeft hij een zoon voortgebracht
die al de zonden van zijn vader die hij

97
00:05:55,230 --> 00:05:59,611
doet, ziet; hij ziet ze, maar
doet zelf die dingen niet —

98
00:05:59,611 --> 00:06:04,650
hij eet geen offermaaltijden op de bergen,
slaat zijn ogen niet op naar de stinkgoden

99
00:06:04,650 --> 00:06:10,290
van het huis van Israël, onteert de vrouw
van zijn naaste niet, buit niemand uit,

100
00:06:10,290 --> 00:06:14,250
houdt een onderpand niet in
pand, maakt geen roofgoed buit,

101
00:06:14,250 --> 00:06:18,630
geeft zijn brood aan de hongerige
en bedekt de naakte met kleding,

102
00:06:18,630 --> 00:06:22,950
blijft met zijn handen van de arme
af, neemt geen rente en winst,

103
00:06:22,950 --> 00:06:26,731
voert Mijn bepalingen uit en
gaat in Mijn verordeningen —

104
00:06:26,731 --> 00:06:30,990
die zal niet sterven vanwege de
ongerechtigheid van zijn vader.

105
00:06:30,990 --> 00:06:33,330
Hij zal zeker in leven blijven.

106
00:06:33,330 --> 00:06:37,770
Zijn vader — omdat hij zich aan
afpersing schuldig gemaakt heeft,

107
00:06:37,770 --> 00:06:40,170
roofgoed van zijn
broeder buitgemaakt heeft

108
00:06:40,170 --> 00:06:44,910
en te midden van zijn volksgenoten
gedaan heeft wat niet goed was — zie,

109
00:06:44,910 --> 00:06:48,330
hij zal sterven vanwege
zijn ongerechtigheid.

110
00:06:48,330 --> 00:06:53,610
Maar u zegt: Waarom draagt de zoon de
ongerechtigheid van zijn vader niet?

111
00:06:53,610 --> 00:06:57,570
Wel, de zoon heeft recht
en gerechtigheid gedaan:

112
00:06:57,570 --> 00:07:01,950
al Mijn verordeningen heeft hij in
acht genomen en hij heeft ze gehouden.

113
00:07:01,950 --> 00:07:04,230
Hij zal zeker in leven blijven.

114
00:07:04,230 --> 00:07:07,350
De mens die zondigt, díe zal sterven.

115
00:07:07,350 --> 00:07:11,010
De zoon zal de ongerechtigheid
van de vader niet dragen,

116
00:07:11,010 --> 00:07:15,150
en de vader zal de ongerechtigheid
van de zoon niet dragen.

117
00:07:15,150 --> 00:07:19,170
De gerechtigheid van de
rechtvaardige zal op hemzelf zijn,

118
00:07:19,170 --> 00:07:23,430
en de goddeloosheid van de
goddeloze zal op hemzelf zijn.

119
00:07:23,430 --> 00:07:27,990
Met andere woorden, de tanden van
de zonen zullen niet stroef worden

120
00:07:27,990 --> 00:07:29,610
door wat hun vaders doen.

121
00:07:29,610 --> 00:07:31,710
Als de tanden van de zonen stroef worden,

122
00:07:31,710 --> 00:07:35,790
komt dat doordat de zonen zelf de
onrijpe druiven hebben gegeten.

123
00:07:35,790 --> 00:07:38,910
Dat wil zeggen, ze
hebben het zelf verdiend.

124
00:07:38,910 --> 00:07:42,570
God gaat geen onschuldige
generaties straffen voor de

125
00:07:42,570 --> 00:07:45,630
daden van een goddeloze
voorgaande generatie.

126
00:07:45,630 --> 00:07:47,790
Dat is wat Ezechiël zegt.

127
00:07:47,790 --> 00:07:52,290
Ook Jeremia zegt, in Jeremia 31:29:

128
00:07:52,290 --> 00:07:58,170
In die dagen zullen zij niet meer zeggen:
De vaders hebben onrijpe druiven gegeten,

129
00:07:58,170 --> 00:08:00,990
en de tanden van de kinderen
zijn stomp geworden.

130
00:08:00,990 --> 00:08:05,550
Maar het is minder duidelijk welke functie
deze vermelding ervan in dit hoofdstuk

131
00:08:05,550 --> 00:08:09,510
heeft, want ze staat midden
in Gods spreken over zegen.

132
00:08:09,510 --> 00:08:13,530
Ze staat midden in Gods spreken
over het einde van de ballingschap,

133
00:08:13,530 --> 00:08:15,570
het einde van het lijden.

134
00:08:15,570 --> 00:08:20,790
Juist toen ze leden, klaagden ze: ‘Het
zijn de zonden van onze vaders die dit

135
00:08:20,790 --> 00:08:22,770
lijden over ons hebben gebracht.’

136
00:08:22,770 --> 00:08:27,450
Het is mogelijk dat Hij bedoelt: ‘Wanneer
Ik de situatie heb omgekeerd en alles goed

137
00:08:27,450 --> 00:08:31,890
is, zullen mensen niet meer praten en
theorieën bedenken over hoe slecht het

138
00:08:31,890 --> 00:08:33,570
gaat en waarom.’

139
00:08:33,570 --> 00:08:35,670
Want dan zal het niet slecht gaan.

140
00:08:35,670 --> 00:08:38,970
Mensen zullen ophouden dit
spreekwoord te gebruiken dat ze nu,

141
00:08:38,970 --> 00:08:41,430
in de dagen van Jeremia, gebruiken:

142
00:08:41,430 --> 00:08:45,870
Dan zal het gebeuren, dat Ik ten aanzien
van hen zal waken om te bouwen en te

143
00:08:45,870 --> 00:08:50,850
planten, zoals Ik ten aanzien van hen
gewaakt heb om weg te rukken en af te

144
00:08:50,850 --> 00:08:55,710
breken, om omver te halen en te
vernielen, en hun kwaad aan te doen,

145
00:08:55,710 --> 00:08:56,610
spreekt de HEERE.

146
00:08:56,610 --> 00:09:02,190
In die dagen zullen zij niet meer zeggen:
De vaders hebben onrijpe druiven gegeten,

147
00:09:02,190 --> 00:09:04,950
en de tanden van de kinderen
zijn stomp geworden.

148
00:09:04,950 --> 00:09:08,490
Maar ieder zal om zijn eigen
ongerechtigheid sterven.

149
00:09:08,490 --> 00:09:13,530
Ieder mens die onrijpe druiven eet
— zijn tanden zullen stomp worden.

150
00:09:13,530 --> 00:09:16,830
Ze zullen geen aanleiding meer
hebben om daarover te praten,

151
00:09:16,830 --> 00:09:20,130
omdat hun tanden niet
meer stroef zullen worden.

152
00:09:20,130 --> 00:09:21,990
Misschien betekent het dat.

153
00:09:21,990 --> 00:09:26,610
Maar zoals hij in vers 30 verdergaat,
klinkt het alsof het hier iets anders zou

154
00:09:26,610 --> 00:09:28,950
kunnen betekenen, want hij zegt:

155
00:09:28,950 --> 00:09:34,170
Maar iedereen zal sterven door zijn
eigen schuld; wie zure druiven eet,

156
00:09:34,170 --> 00:09:36,330
krijgt zelf stroeve tanden.

157
00:09:36,330 --> 00:09:40,530
Het klinkt alsof er staat dat er zelfs
na de terugkeer van de ballingen,

158
00:09:40,530 --> 00:09:43,590
zelfs nadat de tijd van
zegen is aangebroken,

159
00:09:43,590 --> 00:09:48,090
nog steeds mensen zullen zijn die
onrijpe druiven eten en van wie de

160
00:09:48,090 --> 00:09:49,470
tanden stroef worden.

161
00:09:49,470 --> 00:09:52,830
Maar niemand zal lijden voor
de zonden van zijn vaderen.

162
00:09:52,830 --> 00:09:56,400
Iedereen zal de verantwoordelijkheid
dragen voor zijn eigen zonden.

163
00:09:56,400 --> 00:09:59,430
Een van de vragen die ik me stel, is:

164
00:09:59,430 --> 00:10:03,510
wat is de ontstaansrelatie
tussen deze uitspraak in Jeremia

165
00:10:03,510 --> 00:10:06,390
en dezelfde uitspraak in Ezechiël?

166
00:10:06,390 --> 00:10:08,070
Welke kwam eerst?

167
00:10:08,070 --> 00:10:10,050
Stonden ze los van elkaar?

168
00:10:10,050 --> 00:10:15,270
Sprak God onafhankelijk van elkaar
tot Jeremia en Ezechiël en gaf Hij hun

169
00:10:15,270 --> 00:10:17,670
precies dezelfde informatie?

170
00:10:17,670 --> 00:10:20,850
Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE,

171
00:10:20,850 --> 00:10:24,270
als u dit spreekwoord in
Israël nog durft te gebruiken!

172
00:10:24,270 --> 00:10:28,170
Zie, alle mensenlevens behoren Mij toe.

173
00:10:28,170 --> 00:10:33,630
Zowel het leven van de vader als het
leven van de zoon, die behoren Mij toe.

174
00:10:33,630 --> 00:10:37,050
De mens die zondigt, die zal sterven.

175
00:10:37,050 --> 00:10:39,750
Enzovoort. Dat zou natuurlijk kunnen.

176
00:10:39,750 --> 00:10:44,490
De Heilige Geest zou gemakkelijk dezelfde
waarheid aan twee verschillende mensen op

177
00:10:44,490 --> 00:10:46,950
verschillende plaatsen kunnen openbaren.

178
00:10:46,950 --> 00:10:50,370
Als je in je cultuur iets
hoort wat gewoon niet klopt,

179
00:10:50,370 --> 00:10:54,930
kun jij immers tot de conclusie
komen: ‘Deze uitspraak is verkeerd.’

180
00:10:54,930 --> 00:10:59,670
En een andere christen die je nooit hebt
ontmoet, kan tot dezelfde conclusie komen.

181
00:10:59,670 --> 00:11:03,690
Ik herinner me dat ik eind jaren
zestig en begin jaren zeventig

182
00:11:03,690 --> 00:11:09,630
voor het eerst een sterke nadruk hoorde op
de noodzaak van eigenwaarde en zelfliefde.

183
00:11:09,630 --> 00:11:12,270
Ik dacht dan: ‘Wacht eens even.’

184
00:11:12,270 --> 00:11:15,990
Ik was er niet voor gewaarschuwd,
want het was een vrij nieuwe nadruk

185
00:11:15,990 --> 00:11:17,430
in onze cultuur.

186
00:11:17,430 --> 00:11:20,670
Toen ik het hoorde, dacht
ik: ‘Dat klinkt niet goed.

187
00:11:20,670 --> 00:11:23,130
Jezelf liefhebben klinkt gewoon niet goed.

188
00:11:23,130 --> 00:11:25,170
Dat is een verkeerde nadruk.’

189
00:11:25,170 --> 00:11:28,290
Later hoorde ik natuurlijk andere
christenen hetzelfde zeggen,

190
00:11:28,290 --> 00:11:31,770
omdat het een algemeen gangbaar
idee in de cultuur werd.

191
00:11:31,770 --> 00:11:34,590
Dus heel veel christenen zeiden hetzelfde.

192
00:11:34,590 --> 00:11:36,450
We hadden het niet van elkaar.

193
00:11:36,450 --> 00:11:40,050
We hoorden het gewoon zeggen
en dachten: ‘Wacht eens even,

194
00:11:40,050 --> 00:11:42,690
vanuit christelijk
oogpunt is dat niet waar.’

195
00:11:42,690 --> 00:11:46,590
Als zowel Ezechiël als Jeremia
dit spreekwoord dus hoorden

196
00:11:46,590 --> 00:11:48,690
gebruiken onder de mensen van hun tijd,

197
00:11:48,690 --> 00:11:53,910
zouden ze allebei dezelfde reactie kunnen
hebben gehad: ‘Wacht, dat is niet waar.

198
00:11:53,910 --> 00:11:57,630
Jullie geven jullie vaders de
schuld van wat jullie is overkomen.

199
00:11:57,630 --> 00:12:00,390
Het komt niet door wat
jullie vaders hebben gedaan.’

200
00:12:00,390 --> 00:12:02,790
Hoewel dat gedeeltelijk wel zo is.

201
00:12:02,790 --> 00:12:06,450
Jeremia zei wel dat het kwam
door wat Manasse had gedaan.

202
00:12:06,450 --> 00:12:07,890
Manasse was inmiddels dood.

203
00:12:07,890 --> 00:12:13,410
Maar het probleem is dat wat Manasse deed,
was voortgezet door zijn nakomelingen.

204
00:12:13,410 --> 00:12:17,910
Als zijn nakomelingen zich hadden bekeerd,
zouden de kinderen niet van pijn ineen

205
00:12:17,910 --> 00:12:21,030
hoeven te krimpen, ongeacht
wat Manasse had gedaan.

206
00:12:21,030 --> 00:12:25,590
Het probleem is dat wat Manasse deed,
opstand tegen God een vaste plaats in de

207
00:12:25,590 --> 00:12:29,730
samenleving gaf, waarin zijn nakomelingen
zich verschillende generaties lang

208
00:12:29,730 --> 00:12:32,430
verlustigden en waarmee ze doorgingen.

209
00:12:32,430 --> 00:12:34,890
Manasse had dit alles dus in gang gezet.

210
00:12:34,890 --> 00:12:38,670
Daarna groeide het steeds verder
uit tot een hopeloze situatie

211
00:12:38,670 --> 00:12:40,710
waarin God moest oordelen.

212
00:12:40,710 --> 00:12:44,130
Je kon dus zeggen dat het kwam
door wat Manasse had gedaan.

213
00:12:44,130 --> 00:12:48,870
Toch lijdt deze generatie omdat de
mensen zelf ook doen wat Manasse deed.

214
00:12:48,870 --> 00:12:51,750
Het zijn geen onschuldige mensen
die lijden voor de schuld van een

215
00:12:51,750 --> 00:12:53,790
eerdere schuldige generatie.

216
00:12:53,790 --> 00:12:57,930
Ze zijn zelf ook een schuldige
generatie. Daar gaat het hier om.

217
00:12:57,930 --> 00:12:59,430
Maar ik weet het niet.

218
00:12:59,430 --> 00:13:03,510
Ezechiël werd in gevangenschap
weggevoerd nadat Jeremia in Jeruzalem was

219
00:13:03,510 --> 00:13:04,950
begonnen te prediken.

220
00:13:04,950 --> 00:13:07,710
En omdat Ezechiël ook uit Jeruzalem kwam,

221
00:13:07,710 --> 00:13:11,430
zou hij Jeremia deze profetie
hebben kunnen horen uitspreken.

222
00:13:11,430 --> 00:13:14,850
Het is mogelijk dat hij die zelf
voor de ballingen heeft uitgelegd.

223
00:13:14,850 --> 00:13:18,930
Er is in elk geval een opmerkelijke
overeenkomst tussen de verzen

224
00:13:18,930 --> 00:13:22,530
29 en 30 hier en Ezechiël 18.

225
00:13:22,530 --> 00:13:26,010
Zowel hetzelfde spreekwoord
als hetzelfde bezwaar tegen dat

226
00:13:26,010 --> 00:13:27,690
spreekwoord worden vermeld.

227
00:13:27,690 --> 00:13:29,790
Nu vers 31.

228
00:13:29,790 --> 00:13:33,030
Dit is de bekendste passage
in dit gedeelte van Jeremia.

229
00:13:33,030 --> 00:13:38,610
Zie, er komen dagen, spreekt de
HEERE, dat Ik met het huis van Israël

230
00:13:38,610 --> 00:13:41,970
en met het huis van Juda een
nieuw verbond zal sluiten,

231
00:13:41,970 --> 00:13:46,470
niet zoals het verbond dat Ik met hun
vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun

232
00:13:46,470 --> 00:13:51,390
hand vastgreep om hen uit het land
Egypte te leiden — Mijn verbond,

233
00:13:51,390 --> 00:13:56,550
dat zij verbroken hebben, hoewel Ík
hen getrouwd had, spreekt de HEERE.

234
00:13:56,550 --> 00:14:01,410
Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na
die dagen met het huis van Israël sluiten

235
00:14:01,410 --> 00:14:06,390
zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn
wet in hun binnenste geven en zal

236
00:14:06,390 --> 00:14:08,310
die in hun hart schrijven.

237
00:14:08,310 --> 00:14:13,050
Ik zal hun tot een God zijn en
zíj zullen Mij tot een volk zijn.

238
00:14:13,050 --> 00:14:15,750
Dan zullen zij niet meer
eenieder zijn naaste

239
00:14:15,750 --> 00:14:20,070
en eenieder zijn broeder onderwijzen
door te zeggen: Ken de HEERE,

240
00:14:20,070 --> 00:14:24,930
want zij zullen Mij allen kennen, vanaf
hun kleinste tot hun grootste toe,

241
00:14:24,930 --> 00:14:26,250
spreekt de HEERE.

242
00:14:26,250 --> 00:14:31,170
Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven
en aan hun zonde niet meer denken.

243
00:14:31,170 --> 00:14:33,870
Van het nieuwe verbond
wordt hier gezegd dat het

244
00:14:33,870 --> 00:14:39,030
in tegenstelling staat tot het verbond
dat Hij hun bij de berg Sinaï gaf.

245
00:14:39,030 --> 00:14:42,930
Het verschil dat Hij noemt, is dat
het op de harten geschreven wordt.

246
00:14:42,930 --> 00:14:46,590
Maar de schrijver van Hebreeën
zegt, wanneer hij dit aanhaalt,

247
00:14:46,590 --> 00:14:50,490
dat er nog meer voordelen zijn, nog
meer verbeteringen ten opzichte van

248
00:14:50,490 --> 00:14:51,930
het oude verbond.

249
00:14:51,930 --> 00:14:55,710
De schrijver van Hebreeën vertelt
ons dat het nieuwe verbond op

250
00:14:55,710 --> 00:14:57,570
betere beloften berust.

251
00:14:57,570 --> 00:15:01,650
In Hebreeën hoofdstuk 8 wordt
deze hele passage aangehaald

252
00:15:01,650 --> 00:15:05,790
om een toelichting die de schrijver al
gegeven heeft, verder uit te werken.

253
00:15:05,790 --> 00:15:08,370
In Hebreeën 8:6 staat:

254
00:15:08,370 --> 00:15:12,030
Nu heeft Hij echter een zoveel
voortreffelijker bediening ontvangen,

255
00:15:12,030 --> 00:15:15,450
zoals Hij ook van een
beter verbond Middelaar is:

256
00:15:15,450 --> 00:15:18,930
een verbond dat in betere
beloften is vastgelegd.

257
00:15:18,930 --> 00:15:23,730
Dat wil zeggen: Jezus heeft een betere
bediening verkregen dan de priesters van

258
00:15:23,730 --> 00:15:25,470
het Oude Testament.

259
00:15:25,470 --> 00:15:29,070
Immers, als dat eerste verbond
onberispelijk geweest was,

260
00:15:29,070 --> 00:15:32,070
zou er voor een tweede
geen plaats zijn gezocht.

261
00:15:32,070 --> 00:15:35,550
Daarmee wordt het verbond
bij de berg Sinaï bedoeld.

262
00:15:35,550 --> 00:15:38,070
Voor het geval de lezers
zeggen: ‘Wat bedoel je,

263
00:15:38,070 --> 00:15:41,610
dat er naar een tweede verbond
gezocht werd?’, zegt hij:

264
00:15:41,610 --> 00:15:44,670
‘Laat ik je iets uit Jeremia 31 aanhalen.’

265
00:15:44,670 --> 00:15:47,010
Want Hij vindt iets op hen aan te merken.

266
00:15:47,010 --> 00:15:51,870
Dat wil zeggen: met de bepalingen en
de beloften van het eerste verbond.

267
00:15:51,870 --> 00:15:55,530
Hij zegt: Zie, er komen
dagen, zegt de Heere,

268
00:15:55,530 --> 00:16:00,210
dat Ik met het huis van Israël en het huis
van Juda een nieuw verbond zal sluiten.

269
00:16:00,210 --> 00:16:04,350
Het zal niet zijn zoals het verbond dat Ik
met hun vaderen sloot toen Ik hen bij de

270
00:16:04,350 --> 00:16:07,170
hand nam om hen uit Egypte te leiden.

271
00:16:07,170 --> 00:16:11,430
Want zij bleven niet in Mijn verbond,
en Ik keek niet meer naar hen om,

272
00:16:11,430 --> 00:16:12,690
zegt de Heere.

273
00:16:12,690 --> 00:16:14,970
‘Ik keek niet meer naar ze om.’

274
00:16:14,970 --> 00:16:17,490
Dat is de lezing van de Septuaginta.

275
00:16:17,490 --> 00:16:19,110
In het Hebreeuws staat:

276
00:16:19,110 --> 00:16:21,450
Ik was een echtgenoot voor ze.

277
00:16:21,450 --> 00:16:22,470
Vers 10:

278
00:16:22,470 --> 00:16:27,150
Want dit is het verbond dat Ik met het
huis van Israël sluiten zal na die dagen,

279
00:16:27,150 --> 00:16:31,290
zegt de Heere: Ik zal Mijn
wetten in hun verstand geven

280
00:16:31,290 --> 00:16:33,570
en Ik zal die in hun hart schrijven.

281
00:16:33,570 --> 00:16:37,890
Ik zal hun tot een God zijn, en
zij zullen Mij tot een volk zijn.

282
00:16:37,890 --> 00:16:42,090
En zij zullen beslist niet ieder zijn
naaste en ieder zijn broeder onderwijzen

283
00:16:42,090 --> 00:16:44,310
en zeggen: Ken de Heere.

284
00:16:44,310 --> 00:16:48,630
Want zij allen zullen Mij kennen,
van klein tot groot onder hen.

285
00:16:48,630 --> 00:16:53,910
Want Ik zal wat hun ongerechtigheden
betreft genadig zijn en aan hun zonden

286
00:16:53,910 --> 00:16:57,510
en hun wetteloos gedrag
beslist niet meer denken.

287
00:16:57,510 --> 00:17:01,350
Dit is een van de langste
citaten uit het Oude Testament in

288
00:17:01,350 --> 00:17:03,630
enig boek van het Nieuwe Testament.

289
00:17:03,630 --> 00:17:06,870
Het is de hele passage die
we zojuist gelezen hebben,

290
00:17:06,870 --> 00:17:11,610
Jeremia 31:31 tot en met 34.

291
00:17:11,610 --> 00:17:13,950
Maar dan zegt hij in vers 13:

292
00:17:13,950 --> 00:17:16,290
Als Hij spreekt van een nieuw verbond,

293
00:17:16,290 --> 00:17:19,770
heeft Hij daarmee het eerste
voor verouderd verklaard.

294
00:17:19,770 --> 00:17:24,870
En wat oud is verklaard en wat veroudert,
staat op het punt te verdwijnen.

295
00:17:24,870 --> 00:17:27,570
En dat doet Hij in deze passage.

296
00:17:27,570 --> 00:17:31,230
Dat wil zeggen: het verbond van Sinaï.

297
00:17:31,230 --> 00:17:36,450
Deze laatste onheilspellende opmerking
verwijst ongetwijfeld naar de

298
00:17:36,450 --> 00:17:39,630
naderende verwoesting van
de tempel in Jeruzalem.

299
00:17:39,630 --> 00:17:44,730
Het stond op het punt te verdwijnen,
alles wat bij het oude verbond hoorde.

300
00:17:44,730 --> 00:17:46,770
Maar het is al verouderd.

301
00:17:46,770 --> 00:17:51,210
Zelfs voordat Jeruzalem viel,
was het oude verbond verouderd,

302
00:17:51,210 --> 00:17:54,510
omdat er een nieuw verbond
gekomen is, zegt hij.

303
00:17:54,510 --> 00:17:57,750
We zien een aantal dingen
aan deze passage in Jeremia

304
00:17:57,750 --> 00:18:02,010
wanneer een schrijver van het Nieuwe
Testament die aanhaalt en toepast.

305
00:18:02,010 --> 00:18:05,310
Hij zegt allereerst dat
het een beter verbond is.

306
00:18:05,310 --> 00:18:09,270
Het is niet alleen nieuw;
het is nieuw en verbeterd.

307
00:18:09,270 --> 00:18:15,090
Het is een beter verbond omdat het op
betere beloften berust. Welke zijn dat?

308
00:18:15,090 --> 00:18:16,770
Wat zijn die betere beloften?

309
00:18:16,770 --> 00:18:22,050
In deze passage in Jeremia 31 staan
beloften die niet van toepassing zijn op

310
00:18:22,050 --> 00:18:26,430
het oude verbond en daarom een
verbetering ten opzichte daarvan zijn.

311
00:18:26,430 --> 00:18:30,030
De beloften die de schrijver van Hebreeën
volgens mij op het oog heeft wanneer hij

312
00:18:30,030 --> 00:18:35,370
dit aanhaalt, zijn: A, de wet zal
in het hart geschreven worden.

313
00:18:35,370 --> 00:18:39,030
Dat is een verbetering, omdat
het hart het probleem is.

314
00:18:39,030 --> 00:18:41,610
Het hart van het volk is het probleem.

315
00:18:41,610 --> 00:18:43,890
De wetten zijn het probleem niet.

316
00:18:43,890 --> 00:18:48,210
Er is niets mis met de wetten die
God hun bij de berg Sinaï gaf.

317
00:18:48,210 --> 00:18:50,970
Het waren volmaakte wetten.

318
00:18:50,970 --> 00:18:56,550
David bezong in zijn psalmen hoe volmaakt
en onberispelijk de wetten van God waren.

319
00:18:56,550 --> 00:18:59,910
Hij sprak erover dat
er geen onrecht in is.

320
00:18:59,910 --> 00:19:03,510
De wet is heilig en goed en volmaakt.

321
00:19:03,510 --> 00:19:05,610
Paulus is het daarmee eens.

322
00:19:05,610 --> 00:19:08,190
In Romeinen hoofdstuk 7 zegt hij:

323
00:19:08,190 --> 00:19:12,510
Ik weet dat de wet heilig,
rechtvaardig en goed is.

324
00:19:12,510 --> 00:19:14,490
Er is niets mis met de wet.

325
00:19:14,490 --> 00:19:16,290
Het probleem is het hart.

326
00:19:16,290 --> 00:19:19,050
De Joden waren net als ieder ander volk.

327
00:19:19,050 --> 00:19:22,410
Het waren gewoon gevallen, zondige mensen.

328
00:19:22,410 --> 00:19:25,350
Je kunt gevallen mensen
goede regels opleggen,

329
00:19:25,350 --> 00:19:29,070
maar die regels voorspellen niet
hoe ze zich zullen gedragen.

330
00:19:29,070 --> 00:19:32,610
Die regels schrijven voor,
maar ze voorspellen niet.

331
00:19:32,610 --> 00:19:34,410
Ze zijn niet beschrijvend.

332
00:19:34,410 --> 00:19:36,750
Ze beschrijven hun gedrag niet.

333
00:19:36,750 --> 00:19:40,470
Ze vertellen hun alleen hoe ze
zich zouden moeten gedragen.

334
00:19:40,470 --> 00:19:44,010
Maar omdat ze in hun hart
gevallen en zondig zijn,

335
00:19:44,010 --> 00:19:48,570
dient de wet er alleen toe hun
ongehoorzaamheid te onderstrepen.

336
00:19:48,570 --> 00:19:52,350
Ze lijken namelijk niet in staat
om die wetten vanuit hun hart

337
00:19:52,350 --> 00:19:54,450
consequent te gehoorzamen.

338
00:19:54,450 --> 00:19:59,850
Daarom legt de aanwezigheid van die wetten
alleen de norm vast en maakt ze duidelijk

339
00:19:59,850 --> 00:20:02,130
hoever ze daarvan zijn afgevallen.

340
00:20:02,130 --> 00:20:06,210
Het nieuwe verbond neemt die
wet en schrijft die in het hart.

341
00:20:06,210 --> 00:20:09,510
Dat is natuurlijk beeldspraak,
maar het betekent dat de wet

342
00:20:09,510 --> 00:20:11,430
innerlijk wordt opgenomen.

343
00:20:11,430 --> 00:20:15,750
Gehoorzaamheid aan God wordt niet langer
bepaald door een wet van buitenaf die

344
00:20:15,750 --> 00:20:19,770
wordt opgelegd aan een opstandig
hart dat die niet wil gehoorzamen.

345
00:20:19,770 --> 00:20:24,510
In plaats daarvan wordt de wet in het hart
opgenomen, zodat het hart die liefheeft,

346
00:20:24,510 --> 00:20:26,790
zodat het hart die omarmt.

347
00:20:26,790 --> 00:20:29,970
Zoals Paulus zei toen
hij in Romeinen 7 sprak:

348
00:20:29,970 --> 00:20:33,630
Met mijn verstand stem
ik in met de wet van God.

349
00:20:33,630 --> 00:20:37,770
Dat is de toestand van iemand bij
wie de wet in het hart geschreven is.

350
00:20:37,770 --> 00:20:42,510
Zijn hart staat er welwillend tegenover
in plaats van zich ertegen te verzetten.

351
00:20:42,510 --> 00:20:44,670
Het is een innerlijke verandering.

352
00:20:44,670 --> 00:20:50,610
Ezechiël sprak hier ook over, met iets
andere woorden, in Ezechiël hoofdstuk 36.

353
00:20:50,610 --> 00:20:56,190
In Ezechiël 36, vers
25 en verder, zei God:

354
00:20:56,190 --> 00:21:00,090
Ik zal rein water op u
sprenkelen en u zult rein worden.

355
00:21:00,090 --> 00:21:05,010
Van al uw onreinheden en van al
uw stinkgoden zal Ik u reinigen.

356
00:21:05,010 --> 00:21:09,450
Dan zal Ik u een nieuw hart geven en
een nieuwe geest in uw binnenste geven.

357
00:21:09,450 --> 00:21:14,850
Ik zal het hart van steen uit uw lichaam
wegnemen en u een hart van vlees geven.

358
00:21:14,850 --> 00:21:17,550
Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven.

359
00:21:17,550 --> 00:21:22,290
Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen
wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht

360
00:21:22,290 --> 00:21:24,030
neemt en ze houdt.

361
00:21:24,030 --> 00:21:27,030
De nieuwe regeling is
dus een veranderd hart.

362
00:21:27,030 --> 00:21:31,470
Ezechiël kan spreken over het wegnemen
van het harde hart, het stenen hart,

363
00:21:31,470 --> 00:21:35,610
en het daarvoor in de plaats geven van
een zacht en gewillig hart van vlees.

364
00:21:35,610 --> 00:21:38,250
En over de Geest van God
die in hen wordt gelegd,

365
00:21:38,250 --> 00:21:42,330
zodat ze door een innerlijke aandrang van
de Geest van God ertoe worden gebracht Hem

366
00:21:42,330 --> 00:21:45,450
te gehoorzamen en in
Zijn wegen te wandelen.

367
00:21:45,450 --> 00:21:49,770
Dat is hetzelfde als wat Jeremia bedoelt
wanneer hij zegt dat de wet in het hart

368
00:21:49,770 --> 00:21:51,150
geschreven zal worden.

369
00:21:51,150 --> 00:21:54,390
De wet zal nu bepalen wat het hart omarmt.

370
00:21:54,390 --> 00:21:57,210
Het hart wil God gehoorzamen.

371
00:21:57,210 --> 00:22:01,650
Nu is er nog steeds een deel van de
christen dat ongehoorzaam wil zijn.

372
00:22:01,650 --> 00:22:05,790
Dat wordt het vlees genoemd, en
daarom spreekt Paulus in Romeinen 7

373
00:22:05,790 --> 00:22:08,850
over dat conflict dat hij heeft. Hij zegt:

374
00:22:08,850 --> 00:22:12,450
Met mijn verstand stem ik
ermee in dat Gods wet goed is.

375
00:22:12,450 --> 00:22:16,050
Maar in mijn leden is nog iets
dat daartegen in opstand komt.

376
00:22:16,050 --> 00:22:19,230
Maar het hart van de
christen wil gehoorzamen.

377
00:22:19,230 --> 00:22:21,090
De christen heeft een nieuw hart.

378
00:22:21,090 --> 00:22:23,190
Hij heeft nog geen nieuw vlees.

379
00:22:23,190 --> 00:22:26,730
Dat zal later veranderd worden,
maar alles op zijn tijd.

380
00:22:26,730 --> 00:22:31,530
God schrijft Zijn wet in ons hart, zodat
we nu geneigd zijn tot gehoorzaamheid.

381
00:22:31,530 --> 00:22:33,330
Dat is een betere belofte.

382
00:22:33,330 --> 00:22:37,350
Dat is een belofte van iets beters
dan wat het oude verbond heeft.

383
00:22:37,350 --> 00:22:42,150
Een andere betere belofte in deze passage
is dat God niet alleen gekend zal worden

384
00:22:42,150 --> 00:22:45,630
door enkelen die vervolgens de
verantwoordelijkheid hebben Hem aan

385
00:22:45,630 --> 00:22:49,530
anderen bekend te maken, maar dat
iedereen in het nieuwe verbond God

386
00:22:49,530 --> 00:22:50,970
persoonlijk zal kennen.

387
00:22:50,970 --> 00:22:54,870
Ze zullen niet ieder tegen zijn
naaste zeggen: ‘Ken de HEERE.’

388
00:22:54,870 --> 00:22:58,050
[Vertalersnoot: De spreker haalt
hier alleen ‘Ken de HEERE’ aan.

389
00:22:58,050 --> 00:23:06,570
Het volledige citaat uit Jeremia 31:31–34
is hieronder als context behouden.]

390
00:23:06,570 --> 00:23:11,790
Zie, er komen dagen, spreekt de
HEERE, dat Ik met het huis van Israël

391
00:23:11,790 --> 00:23:15,330
en met het huis van Juda een
nieuw verbond zal sluiten,

392
00:23:15,330 --> 00:23:19,950
niet zoals het verbond dat Ik met hun
vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun

393
00:23:19,950 --> 00:23:24,990
hand vastgreep om hen uit het land
Egypte te leiden — Mijn verbond,

394
00:23:24,990 --> 00:23:30,090
dat zij verbroken hebben, hoewel Ík
hen getrouwd had, spreekt de HEERE.

395
00:23:30,090 --> 00:23:35,310
Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na
die dagen met het huis van Israël sluiten

396
00:23:35,310 --> 00:23:39,630
zal, spreekt de HEERE: Ik zal
Mijn wet in hun binnenste geven

397
00:23:39,630 --> 00:23:41,850
en zal die in hun hart schrijven.

398
00:23:41,850 --> 00:23:46,530
Ik zal hun tot een God zijn en
zíj zullen Mij tot een volk zijn.

399
00:23:46,530 --> 00:23:49,110
Dan zullen zij niet meer
eenieder zijn naaste

400
00:23:49,110 --> 00:23:53,550
en eenieder zijn broeder onderwijzen
door te zeggen: Ken de HEERE,

401
00:23:53,550 --> 00:23:58,590
want zij zullen Mij allen kennen, vanaf
hun kleinste tot hun grootste toe,

402
00:23:58,590 --> 00:23:59,850
spreekt de HEERE.

403
00:23:59,850 --> 00:24:04,890
Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven
en aan hun zonde niet meer denken.

404
00:24:04,890 --> 00:24:09,150
Kijk, onder het oude verbond
stond God buiten de gemeenschap

405
00:24:09,150 --> 00:24:13,890
en woonde Hij in een tabernakel die maar
voor een paar mensen toegankelijk was,

406
00:24:13,890 --> 00:24:16,950
priesters en de
hogepriester en dergelijke.

407
00:24:16,950 --> 00:24:22,050
Zelfs de wet van God was voor niemand
toegankelijk behalve voor de priesters.

408
00:24:22,050 --> 00:24:26,430
De mensen waren afhankelijk van de
priesters om hun te vertellen wie God was,

409
00:24:26,430 --> 00:24:29,130
wat God zei en wat de wetten waren.

410
00:24:29,130 --> 00:24:33,330
Onder het oude verbond hadden mensen
geen persoonlijke relatie met God.

411
00:24:33,330 --> 00:24:36,210
Ze hadden als gemeenschap
een relatie met God.

412
00:24:36,210 --> 00:24:39,870
Het volk als geheel werd
gezien als Gods zoon.

413
00:24:39,870 --> 00:24:43,470
Het volk als geheel werd gezien
als het uitverkoren volk,

414
00:24:43,470 --> 00:24:47,010
maar voor afzonderlijke
mensen gold dat veel minder.

415
00:24:47,010 --> 00:24:50,010
Als afzonderlijke mensen
iets over God wilden weten,

416
00:24:50,010 --> 00:24:54,570
moesten ze praten met de enkelen die
iets over God wisten: de priesters,

417
00:24:54,570 --> 00:24:57,990
die als enigen tot God
konden naderen, de priesters,

418
00:24:57,990 --> 00:25:01,170
die als enigen de wetten van
God in bewaring hadden en die

419
00:25:01,170 --> 00:25:03,630
konden onderwijzen, enzovoort.

420
00:25:03,630 --> 00:25:06,510
Onder het oude verbond was er
een bevoorrechte klasse van

421
00:25:06,510 --> 00:25:09,510
geestelijken van wie alle
anderen afhankelijk waren

422
00:25:09,510 --> 00:25:11,970
om iets over God te weten te komen.

423
00:25:11,970 --> 00:25:15,810
Dat was in de middeleeuwen ook vaak
de situatie met de kerk in Europa,

424
00:25:15,810 --> 00:25:18,570
want de kerk hield haar
plechtigheden in het Latijn,

425
00:25:18,570 --> 00:25:20,970
dat de gemiddelde mens niet verstond.

426
00:25:20,970 --> 00:25:23,130
Ze hadden geen gedrukte Bijbels.

427
00:25:23,130 --> 00:25:26,730
De Bijbel werd pas in de
zestiende eeuw gedrukt.

428
00:25:26,730 --> 00:25:31,230
Vóór die tijd had de gemiddelde
kerkganger geen Bijbel om te lezen.

429
00:25:31,230 --> 00:25:34,890
Velen van hen kenden waarschijnlijk
het Evangelie niet en kenden God

430
00:25:34,890 --> 00:25:36,450
daarom niet persoonlijk.

431
00:25:36,450 --> 00:25:39,150
Maar ze waren afhankelijk
van de priesters bij de mis

432
00:25:39,150 --> 00:25:42,630
en de kerkdienst om hun
de wegen van God te leren.

433
00:25:42,630 --> 00:25:46,170
Dat gebeurde niet erg duidelijk,
want het gebeurde in het Latijn,

434
00:25:46,170 --> 00:25:48,210
dat ze niet konden verstaan.

435
00:25:48,210 --> 00:25:53,130
Geen wonder dat die mensen niet erg
christelijk waren. Ze wisten niets.

436
00:25:53,130 --> 00:25:54,990
Zo was het ook met de Joden.

437
00:25:54,990 --> 00:25:59,370
Maar onder het nieuwe verbond, wanneer
mensen daadwerkelijk dit verbond met God

438
00:25:59,370 --> 00:26:04,050
aangaan, komt ieder van hen in een
relatie waarin ze Hem allemaal kennen.

439
00:26:04,050 --> 00:26:06,330
Dat geldt niet alleen
voor hen als gemeenschap,

440
00:26:06,330 --> 00:26:08,970
maar ook voor hen als
afzonderlijke mensen,

441
00:26:08,970 --> 00:26:11,850
van de grootste tot de kleinste onder hen.

442
00:26:11,850 --> 00:26:16,710
De omstandigheden zijn in dat opzicht dus
heel anders dan in het Oude Testament.

443
00:26:16,710 --> 00:26:22,170
In 1 Johannes hoofdstuk
2, 1 Johannes 2:27:

444
00:26:22,170 --> 00:26:27,270
En wat u betreft, de zalving die u
van Hem hebt ontvangen, blijft in u,

445
00:26:27,270 --> 00:26:30,210
en u hebt het niet nodig
dat iemand u onderwijst;

446
00:26:30,210 --> 00:26:34,831
maar zoals deze zalving u onderwijst
met betrekking tot alle dingen —

447
00:26:34,831 --> 00:26:39,990
en die zalving is waar en is geen
leugen — en zoals ze u heeft onderwezen,

448
00:26:39,990 --> 00:26:42,090
zo moet u in Hem blijven.

449
00:26:42,090 --> 00:26:44,970
Hij bedoelt dat de Heilige Geest in je is.

450
00:26:44,970 --> 00:26:48,990
De christen heeft een innerlijke
leraar, de Heilige Geest.

451
00:26:48,990 --> 00:26:51,690
De wet is in ons binnenste geschreven.

452
00:26:51,690 --> 00:26:54,930
De Geest wordt ons in
ons binnenste gegeven.

453
00:26:54,930 --> 00:26:59,250
We zijn niet afhankelijk van leraren
die ons vertellen wat we moeten geloven.

454
00:26:59,250 --> 00:27:02,910
Nu zijn leraren, voor zover
ze van de Heilige Geest

455
00:27:02,910 --> 00:27:05,730
de gave hebben gekregen om te onderwijzen,

456
00:27:05,730 --> 00:27:09,990
een van de middelen waardoor de
Heilige Geest ons inderdaad onderwijst.

457
00:27:09,990 --> 00:27:14,850
Maar het probleem is dat niet alle leraren
van de Geest die gave hebben gekregen,

458
00:27:14,850 --> 00:27:18,150
en dat niet alle leraren
door de Geest spreken.

459
00:27:18,150 --> 00:27:20,370
Sommige leraren misleiden dus.

460
00:27:20,370 --> 00:27:24,630
Maar Johannes zegt dat je je daar
geen zorgen over hoeft te maken.

461
00:27:24,630 --> 00:27:28,290
De Geest in je kan je leren
wat goed en verkeerd is.

462
00:27:28,290 --> 00:27:32,790
Leraren hebben hun plaats, en leraren
kunnen de gemeente ten goede komen.

463
00:27:32,790 --> 00:27:35,910
Maar de individuele christen
die de Heilige Geest heeft,

464
00:27:35,910 --> 00:27:40,350
is niet afhankelijk van een
geestelijke die namens hem God kent,

465
00:27:40,350 --> 00:27:43,350
zodat hij Hem alleen
uit de tweede hand kent.

466
00:27:43,350 --> 00:27:45,570
Ze zullen Mij allemaal kennen.

467
00:27:45,570 --> 00:27:50,070
Het nieuwe verbond is een verbond waarin
alle mensen die bij Gods volk horen,

468
00:27:50,070 --> 00:27:53,010
ieder persoonlijk, God leren kennen.

469
00:27:53,010 --> 00:27:56,490
In de dagen van Mozes kende Mozes Hem.

470
00:27:56,490 --> 00:27:58,830
De Geest van God was op hem.

471
00:27:58,830 --> 00:28:02,550
Hij vond het een behoorlijke last
om de enige man in Israël te zijn

472
00:28:02,550 --> 00:28:04,110
voor wie dat gold.

473
00:28:04,110 --> 00:28:06,630
Daarom klaagde hij en zei:

474
00:28:06,630 --> 00:28:09,270
God, dit is te zwaar voor me.

475
00:28:09,270 --> 00:28:10,710
En God zei:

476
00:28:10,710 --> 00:28:15,270
De HEERE zei tegen
Mozes: Verzamel voor Mij

477
00:28:15,270 --> 00:28:19,770
zeventig mannen uit de oudsten
van Israël, van wie u weet dat

478
00:28:19,770 --> 00:28:23,550
zij de oudsten van het volk
zijn en de beambten ervan.

479
00:28:23,550 --> 00:28:26,550
U moet hen bij de tent
van ontmoeting brengen en

480
00:28:26,550 --> 00:28:29,010
zij moeten daar bij u gaan staan.

481
00:28:29,010 --> 00:28:32,490
Dan zal Ik neerdalen
en daar met u spreken.

482
00:28:32,490 --> 00:28:38,430
En van de Geest Die op u is, zal Ik
een deel afzonderen en op hen leggen.

483
00:28:38,430 --> 00:28:42,090
Zij zullen samen met u de
last van dit volk dragen,

484
00:28:42,090 --> 00:28:45,270
zodat u die niet zelf
alleen hoeft te dragen.

485
00:28:45,270 --> 00:28:50,370
Dus bracht hij zeventig oudsten,
en de Geest daalde op hen neer.

486
00:28:50,370 --> 00:28:53,490
Ook zij zouden helpen de last te
dragen van het rechtspreken over

487
00:28:53,490 --> 00:28:55,650
het volk, enzovoort.

488
00:28:55,650 --> 00:29:00,570
Een paar van deze mensen kwamen niet naar
de tent, en toch kwam de Geest op hen.

489
00:29:00,570 --> 00:29:05,730
Dit verhaal staat in
Numeri 11:26. Daar staat:

490
00:29:05,730 --> 00:29:09,450
Twee mannen echter waren
in het kamp achtergebleven.

491
00:29:09,450 --> 00:29:13,530
De naam van de ene was Eldad,
en de naam van de andere Medad.

492
00:29:13,530 --> 00:29:17,610
De Geest rustte op hen — zij behoorden
namelijk tot de aangeschrevenen,

493
00:29:17,610 --> 00:29:22,050
maar waren niet naar de tent vertrokken
— en zij profeteerden in het kamp.

494
00:29:22,050 --> 00:29:25,830
Een jongen liep snel weg en
vertelde het aan Mozes, en zei:

495
00:29:25,830 --> 00:29:28,950
Eldad en Medad profeteren in het kamp.

496
00:29:28,950 --> 00:29:34,650
Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van
Mozes, een van zijn uitgekozen jongeren,

497
00:29:34,650 --> 00:29:38,670
antwoordde en zei: Mijn
heer Mozes, belet het hun!

498
00:29:38,670 --> 00:29:40,290
Waarom zou hij dat zeggen?

499
00:29:40,290 --> 00:29:44,490
Omdat ze profeteerden, maar niet
onder het toezicht van Mozes.

500
00:29:44,490 --> 00:29:47,370
De Heilige Geest zou aan
deze mannen gegeven worden,

501
00:29:47,370 --> 00:29:49,650
maar Mozes bleef de opziener.

502
00:29:49,650 --> 00:29:52,650
Deze mannen profeteerden
zonder zijn toezicht.

503
00:29:52,650 --> 00:29:55,710
Je zou kunnen zeggen:
‘Wat is daar mis mee?’

504
00:29:55,710 --> 00:29:59,670
Niet zo veel, behalve dat dit een
gemeenschap was die door profeten werd

505
00:29:59,670 --> 00:30:03,270
geleid, en Mozes was
Gods uitverkoren leider.

506
00:30:03,270 --> 00:30:07,770
Iemand die onafhankelijk van Mozes
profeteerde, of zelfs maar deed alsof,

507
00:30:07,770 --> 00:30:10,950
zou volgelingen om zich heen kunnen
verzamelen en hen de verkeerde

508
00:30:10,950 --> 00:30:12,090
kant op leiden.

509
00:30:12,090 --> 00:30:16,290
Het was dus veiliger als iedereen die
profeteerde dat daar bij de tabernakel

510
00:30:16,290 --> 00:30:19,650
deed, waar ze ter verantwoording
geroepen konden worden.

511
00:30:19,650 --> 00:30:22,710
Deze mannen legden geen
verantwoording af voor wat ze deden

512
00:30:22,710 --> 00:30:26,250
en spraken daar in het kamp tot
het volk in de Naam van God.

513
00:30:26,250 --> 00:30:30,630
Dat zou een kwalijke situatie kunnen
zijn, afhankelijk van wat ze zeiden.

514
00:30:30,630 --> 00:30:35,190
Dus Jozua, die ijverde voor het
leiderschap van Mozes, zegt:

515
00:30:35,190 --> 00:30:39,210
Mozes, zeg tegen die mannen
dat ze daarmee moeten ophouden.

516
00:30:39,210 --> 00:30:41,010
En Mozes zei tegen hem:

517
00:30:41,010 --> 00:30:44,670
Maar Mozes zei tegen hem:
Zet u zich voor mij in?

518
00:30:44,670 --> 00:30:48,570
Och, waren allen van het volk
van de HEERE maar profeten,

519
00:30:48,570 --> 00:30:51,630
dat de HEERE Zijn Geest over hen gaf!

520
00:30:51,630 --> 00:30:55,530
‘Het zou mooi zijn als we geen
geestelijkheid hadden’, zegt hij daarmee.

521
00:30:55,530 --> 00:30:59,250
‘Het zou mooi zijn als alle
gewone mensen de Geest hadden,

522
00:30:59,250 --> 00:31:01,230
net zoals de geestelijkheid.’

523
00:31:01,230 --> 00:31:05,970
Mozes en de oudsten hebben allemaal
de Heilige Geest. Ze kennen God.

524
00:31:05,970 --> 00:31:09,810
God heeft Zich in hen
en aan hen geopenbaard.

525
00:31:09,810 --> 00:31:12,210
‘Deed God dat maar bij heel Zijn volk.

526
00:31:12,210 --> 00:31:17,730
Dan zou je mensen zoals wij, geestelijken,
niet nodig hebben’, lijkt Mozes te zeggen.

527
00:31:17,730 --> 00:31:21,750
Natuurlijk profeteerde Joël dat
de dag zou komen waarop God zegt:

528
00:31:21,750 --> 00:31:26,370
Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn
Geest zal uitstorten op alle vlees:

529
00:31:26,370 --> 00:31:31,830
uw zonen en uw dochters zullen profeteren,
uw ouderen zullen dromen dromen,

530
00:31:31,830 --> 00:31:34,590
uw jongemannen zullen visioenen zien.

531
00:31:34,590 --> 00:31:38,550
Precies datgene waarvan Mozes
wenste dat het zou gebeuren,

532
00:31:38,550 --> 00:31:42,690
zou volgens de latere woorden van
de profeet Joël gaan gebeuren.

533
00:31:42,690 --> 00:31:46,830
En Petrus zei dat het op de dag
van Pinksteren inderdaad gebeurde.

534
00:31:46,830 --> 00:31:51,450
Hij citeert daar in Handelingen
hoofdstuk 2 uit Joël hoofdstuk 2,

535
00:31:51,450 --> 00:31:53,430
wanneer de Geest neerdaalt.

536
00:31:53,430 --> 00:31:57,270
Zo wordt de gemeente geboren, de
gemeenschap van het nieuwe verbond,

537
00:31:57,270 --> 00:31:59,550
en het is een gemeenschap van de Geest.

538
00:31:59,550 --> 00:32:02,370
De Heilige Geest is in iedere christen.

539
00:32:02,370 --> 00:32:05,670
Hij heeft Zijn Geest
uitgestort op alle vlees.

540
00:32:05,670 --> 00:32:07,170
Dat zei Joël.

541
00:32:07,170 --> 00:32:09,030
Dit is wat er gebeurd is.

542
00:32:09,030 --> 00:32:13,410
Er is niet langer een of andere
priesterkaste die God namens je kent.

543
00:32:13,410 --> 00:32:17,250
Je kent Hem niet; zij
kennen Hem namens jou.

544
00:32:17,250 --> 00:32:19,410
Zij zullen je over Hem vertellen.

545
00:32:19,410 --> 00:32:21,810
Nee, dat is niet langer het geval.

546
00:32:21,810 --> 00:32:23,730
Onder het nieuwe verbond geldt:

547
00:32:23,730 --> 00:32:26,010
Ze zullen Mij allemaal kennen.

548
00:32:26,010 --> 00:32:28,590
Ze hebben allemaal een relatie met God.

549
00:32:28,590 --> 00:32:31,110
De Geest woont in hen allemaal.

550
00:32:31,110 --> 00:32:36,090
Die zalving onderwijst hen vanbinnen,
zodat ze geen leraren nodig hebben.

551
00:32:36,090 --> 00:32:41,190
Dat is wat er bedoeld wordt in
deze profetie in Jeremia 31.

552
00:32:41,190 --> 00:32:45,090
Dit is Jeremia 31:34:

553
00:32:45,090 --> 00:32:48,570
Dan zullen zij niet meer
eenieder zijn naaste en

554
00:32:48,570 --> 00:32:52,470
eenieder zijn broeder onderwijzen
door te zeggen: Ken de HEERE,

555
00:32:52,470 --> 00:32:57,330
want zij zullen Mij allen kennen, vanaf
hun kleinste tot hun grootste toe,

556
00:32:57,330 --> 00:32:58,710
spreekt de HEERE.

557
00:32:58,710 --> 00:33:04,110
Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven
en aan hun zonde niet meer denken.

558
00:33:04,110 --> 00:33:08,130
Dat betekent niet dat er geen
evangelisatie nodig zal zijn.

559
00:33:08,130 --> 00:33:10,590
Hij heeft het niet over
de buitenstaanders.

560
00:33:10,590 --> 00:33:13,230
Hij heeft het over de
mensen in het verbond.

561
00:33:13,230 --> 00:33:18,810
De verbondsgemeenschap zal helemaal
bestaan uit mensen die God zelf kennen.

562
00:33:18,810 --> 00:33:23,910
Natuurlijk zal het nodig zijn om mensen
die erbuiten staan te evangeliseren.

563
00:33:23,910 --> 00:33:25,530
Zij kennen God niet.

564
00:33:25,530 --> 00:33:28,770
Dit gaat over het verschil
tussen de verbondsgemeenschap

565
00:33:28,770 --> 00:33:31,830
onder het nieuwe verbond
en de verbondsgemeenschap

566
00:33:31,830 --> 00:33:36,390
onder het oude verbond, waar niet
iedereen God rechtstreeks kende.

567
00:33:36,390 --> 00:33:39,630
Voor de meeste mensen,
de overgrote meerderheid,

568
00:33:39,630 --> 00:33:44,190
kwam alles wat ze over God wisten
van wat de priesters hun vertelden.

569
00:33:44,190 --> 00:33:45,870
Dat is nu niet meer zo.

570
00:33:45,870 --> 00:33:50,490
Dan is er de andere, betere belofte
die bij het nieuwe verbond hoort,

571
00:33:50,490 --> 00:33:54,990
waar Jeremia over spreekt en die
de schrijver van Hebreeën aanhaalt:

572
00:33:54,990 --> 00:34:00,330
Want dit is het verbond dat Ik met het
huis van Israël sluiten zal na die dagen,

573
00:34:00,330 --> 00:34:04,230
zegt de Heere: Ik zal Mijn
wetten in hun verstand geven

574
00:34:04,230 --> 00:34:06,810
en Ik zal die in hun hart schrijven.

575
00:34:06,810 --> 00:34:11,430
Ik zal hun tot een God zijn, en
zij zullen Mij tot een volk zijn.

576
00:34:11,430 --> 00:34:14,010
En zij zullen beslist
niet ieder zijn naaste

577
00:34:14,010 --> 00:34:18,030
en ieder zijn broeder onderwijzen
en zeggen: Ken de Heere.

578
00:34:18,030 --> 00:34:23,190
Want zij allen zullen Mij kennen,
van klein tot groot onder hen.

579
00:34:23,190 --> 00:34:27,930
Want Ik zal wat hun ongerechtigheden
betreft genadig zijn en aan hun zonden

580
00:34:27,930 --> 00:34:31,530
en hun wetteloos gedrag
beslist niet meer denken.

581
00:34:31,530 --> 00:34:35,190
De schrijver van Hebreeën gaat
hier in hoofdstuk 10 verder op in

582
00:34:35,190 --> 00:34:40,410
en zegt dat de hogepriester elk jaar
het heilige der heiligen binnenging en

583
00:34:40,410 --> 00:34:44,610
offers bracht die de zonde van het
volk voor het voorgaande of het komende

584
00:34:44,610 --> 00:34:46,410
jaar zouden bedekken.

585
00:34:46,410 --> 00:34:48,990
Dit moest jaarlijks worden herhaald.

586
00:34:48,990 --> 00:34:52,710
Met andere woorden, het
rondde nooit iets af.

587
00:34:52,710 --> 00:34:54,870
De schrijver van Hebreeën zegt:

588
00:34:54,870 --> 00:34:59,910
Maar nu wordt men door deze offers elk
jaar opnieuw aan de zonden herinnerd.

589
00:34:59,910 --> 00:35:02,370
Maar onder het nieuwe verbond zei God:

590
00:35:02,370 --> 00:35:05,190
Ik zal niet meer aan hun zonden denken.

591
00:35:05,190 --> 00:35:08,730
Je hoeft niet voortdurend aan je
zondigheid herinnerd te worden,

592
00:35:08,730 --> 00:35:12,690
zoals dat gebeurt bij dit onafgeronde
werk van het offerstelsel en

593
00:35:12,690 --> 00:35:14,370
de Grote Verzoendag.

594
00:35:14,370 --> 00:35:19,050
Dit verbond maakt eens en voor
altijd een einde aan de zonde.

595
00:35:19,050 --> 00:35:23,190
Het rekent eens en voor altijd
af met het zondeprobleem.

596
00:35:23,190 --> 00:35:25,950
Dat is wat de schrijver van Hebreeën zegt:

597
00:35:25,950 --> 00:35:29,250
En iedere priester stond
wel dagelijks te dienen

598
00:35:29,250 --> 00:35:33,450
en bracht vaak dezelfde slachtoffers,
die de zonden toch nooit zouden kunnen

599
00:35:33,450 --> 00:35:36,930
wegnemen, maar deze Priester is, nadat Hij

600
00:35:36,930 --> 00:35:39,390
één slachtoffer voor
de zonden geofferd had,

601
00:35:39,390 --> 00:35:43,050
tot in eeuwigheid gezeten
aan de rechterhand van God.

602
00:35:43,050 --> 00:35:45,990
omdat Hij klaar was en
het werk gedaan was.

603
00:35:45,990 --> 00:35:49,050
Dat is wat de schrijver van
Hebreeën hier heel belangrijk vindt

604
00:35:49,050 --> 00:35:50,490
wanneer hij aanhaalt:

605
00:35:50,490 --> 00:35:54,030
Ik zal niet meer denken aan hun
zonden en alles wat ze tegen Mijn wet

606
00:35:54,030 --> 00:35:55,350
in hebben gedaan.

607
00:35:55,350 --> 00:36:00,990
In hoofdstuk 10 van Hebreeën haalt hij
dat gedeelte van Jeremia 31 opnieuw aan.

608
00:36:00,990 --> 00:36:05,190
In Hebreeën 10, vers 17,
haalt hij die regel aan:

609
00:36:05,190 --> 00:36:10,350
en aan hun zonden en hun wetteloze
daden zal Ik beslist niet meer denken.

610
00:36:10,350 --> 00:36:13,950
Dan geeft de schrijver zijn
eigen commentaar. Hij zegt:

611
00:36:13,950 --> 00:36:18,690
‘Waar die dingen vergeven zijn’ — daarmee
bedoelt hij de zonden en wetteloze daden

612
00:36:18,690 --> 00:36:20,610
die God niet meer gedenkt.

613
00:36:20,610 --> 00:36:22,710
Die zijn nu vergeven.

614
00:36:22,710 --> 00:36:27,090
Waar er nu vergeving voor is, is er
geen offer voor de zonde meer nodig.

615
00:36:27,090 --> 00:36:31,830
Dat wil zeggen, er is geen
offerstelsel meer. Het is voorbij.

616
00:36:31,830 --> 00:36:35,070
Het nieuwe verbond maakt dus
een einde aan het offerstelsel,

617
00:36:35,070 --> 00:36:37,470
omdat de zonden nu vergeven zijn.

618
00:36:37,470 --> 00:36:39,990
Er zijn geen verdere offers meer nodig.

619
00:36:39,990 --> 00:36:45,570
Dat is ongetwijfeld waarom de schrijver
van Hebreeën in hoofdstuk 8, vers 13 zegt:

620
00:36:45,570 --> 00:36:47,550
Als Hij spreekt van een nieuw verbond,

621
00:36:47,550 --> 00:36:50,610
heeft Hij daarmee het eerste
voor verouderd verklaard.

622
00:36:50,610 --> 00:36:55,470
En wat oud is verklaard en wat veroudert,
staat op het punt te verdwijnen.

623
00:36:55,470 --> 00:36:59,310
Het oude verbond was het
offerstelsel. Het is verouderd.

624
00:36:59,310 --> 00:37:04,470
God heeft al definitief afgerekend met de
zonden en ongerechtigheden van Zijn volk.

625
00:37:04,470 --> 00:37:08,970
Er zijn geen voortdurende offers
nodig, er is geen tempel meer nodig,

626
00:37:08,970 --> 00:37:12,210
er zijn geen Levieten
of priesters meer nodig.

627
00:37:12,210 --> 00:37:16,590
De hele taak van de Levieten en
priesters was het brengen van de offers.

628
00:37:16,590 --> 00:37:18,030
Dat is gedaan.

629
00:37:18,030 --> 00:37:21,930
Alles wat bij het oude verbond
en de offers hoort, is verouderd.

630
00:37:21,930 --> 00:37:24,930
Daarom zal het heel snel
worden weggevaagd, zegt hij.

631
00:37:24,930 --> 00:37:28,050
God zou de tempel verwoesten
en dat alles wegnemen,

632
00:37:28,050 --> 00:37:31,410
omdat het nieuwe verbond ervoor
in de plaats was gekomen.

633
00:37:31,410 --> 00:37:35,550
Het is duidelijk dat de schrijver van
Hebreeën zegt dat het nieuwe verbond

634
00:37:35,550 --> 00:37:39,570
gekomen is en het oude verbond
verouderd heeft gemaakt,

635
00:37:39,570 --> 00:37:42,450
en dat de tempel daarom
zal worden weggevaagd.

636
00:37:42,450 --> 00:37:47,550
Ik wijs daarop omdat het je misschien zal
verbazen dat er christenen zijn die zeggen

637
00:37:47,550 --> 00:37:52,890
dat de belofte van het nieuwe verbond
in Jeremia 31 nog niet vervuld is.

638
00:37:52,890 --> 00:37:57,750
De reden dat ze dat zeggen, is dat zij
dit gedeelte van Jeremia zo begrijpen

639
00:37:57,750 --> 00:38:02,490
dat het volgens hen gaat over iets wat
voor Israël nog in de toekomst ligt:

640
00:38:02,490 --> 00:38:07,890
het bijeenbrengen van Israël, terug
naar hun land, het herstel van Sion.

641
00:38:07,890 --> 00:38:10,470
Deze dingen brengen de premillennialisten,

642
00:38:10,470 --> 00:38:14,070
vooral de dispensationalistische
premillennialisten,

643
00:38:14,070 --> 00:38:18,270
in verband met het duizendjarige
rijk, wanneer Jezus terugkomt.

644
00:38:18,270 --> 00:38:22,290
Daarom is het hun opvatting, tenminste
de opvatting van velen van hen,

645
00:38:22,290 --> 00:38:26,730
dat het nieuwe verbond waar Jeremia
over spreekt nog in de toekomst ligt.

646
00:38:26,730 --> 00:38:29,610
Er zijn verschillende
soorten bedelingenleer.

647
00:38:29,610 --> 00:38:32,790
Sommigen hangen deze
opvatting aan en anderen niet,

648
00:38:32,790 --> 00:38:34,830
maar je zult haar tegenkomen.

649
00:38:34,830 --> 00:38:37,470
Het is nog niet gebeurd. Waarom?

650
00:38:37,470 --> 00:38:42,750
Omdat de bewoording van de
passage in Jeremia 31:31 luidt:

651
00:38:42,750 --> 00:38:48,870
Zie, er komen dagen, spreekt de
HEERE, dat Ik met het huis van Israël

652
00:38:48,870 --> 00:38:52,290
en met het huis van Juda een
nieuw verbond zal sluiten,

653
00:38:52,290 --> 00:38:55,830
Als we ervan uitgaan dat het
nieuwe verbond al van kracht is,

654
00:38:55,830 --> 00:38:58,590
dan is het natuurlijk
met de gemeente gesloten.

655
00:38:58,590 --> 00:39:01,650
Het is gesloten met de
mensen die in Christus zijn.

656
00:39:01,650 --> 00:39:04,830
God denkt niet meer aan hun
zonden en ongerechtigheden.

657
00:39:04,830 --> 00:39:06,570
Toch zegt de profetie:

658
00:39:06,570 --> 00:39:11,370
Ik ga dit nieuwe verbond sluiten met het
volk van Israël en het volk van Juda.

659
00:39:11,370 --> 00:39:15,690
Dus zeggen zij: zie je wel,
dit moet in de toekomst liggen.

660
00:39:15,690 --> 00:39:18,450
Het volk Israël is nog steeds verloren.

661
00:39:18,450 --> 00:39:21,930
Het volk Israël is niet
tot God teruggekeerd.

662
00:39:21,930 --> 00:39:24,690
Ze zijn niet weer
bijeengebracht in hun land,

663
00:39:24,690 --> 00:39:28,050
en God is geen nieuw
verbond met hen aangegaan.

664
00:39:28,050 --> 00:39:32,850
Daarom is het nieuwe verbond iets Joods
dat op een later tijdstip zal komen,

665
00:39:32,850 --> 00:39:35,730
een tijdstip dat nog niet is aangebroken.

666
00:39:35,730 --> 00:39:40,350
Hiermee negeer je eenvoudigweg wat
het Nieuwe Testament werkelijk zegt.

667
00:39:40,350 --> 00:39:44,370
Om te beginnen wat de schrijver
van Hebreeën zegt. Hij zegt:

668
00:39:44,370 --> 00:39:49,110
Door over een nieuw verbond te spreken,
heeft Hij het oude achterhaald verklaard.

669
00:39:49,110 --> 00:39:50,490
Dat is gebeurd.

670
00:39:50,490 --> 00:39:54,930
Met ‘wat oud en achterhaald is’
wordt het oude verbond bedoeld.

671
00:39:54,930 --> 00:39:58,470
Dat is verouderd doordat het
nieuwe verbond gekomen is.

672
00:39:58,470 --> 00:40:00,390
Als Hij spreekt van een nieuw verbond,

673
00:40:00,390 --> 00:40:03,450
heeft Hij daarmee het eerste
voor verouderd verklaard.

674
00:40:03,450 --> 00:40:08,610
En wat oud is verklaard en wat veroudert,
staat op het punt te verdwijnen.

675
00:40:08,610 --> 00:40:13,170
Hij zegt dus dat juist het wegvagen van
het tempelstelsel plaatsvindt omdat dat

676
00:40:13,170 --> 00:40:17,010
stelsel verouderd is gemaakt,
omdat het nieuwe verbond gekomen is

677
00:40:17,010 --> 00:40:19,110
en het verouderd heeft gemaakt.

678
00:40:19,110 --> 00:40:21,750
Dat is wat de schrijver van Hebreeën zegt.

679
00:40:21,750 --> 00:40:24,630
Het is waar hij de
passage aanhaalt die zegt:

680
00:40:24,630 --> 00:40:28,350
Als die dingen vergeven zijn, waarmee een
van de gevolgen van het nieuwe verbond

681
00:40:28,350 --> 00:40:31,830
wordt bedoeld, is er geen
offer voor de zonde meer nodig.

682
00:40:31,830 --> 00:40:35,610
De schrijver van Hebreeën zegt dat we
geen dierenoffers meer nodig hebben,

683
00:40:35,610 --> 00:40:38,190
omdat het nieuwe verbond gekomen is.

684
00:40:38,190 --> 00:40:40,770
Deze omstandigheden
die Jeremia voorspelde,

685
00:40:40,770 --> 00:40:42,990
zijn nu inderdaad werkelijkheid.

686
00:40:42,990 --> 00:40:47,790
De hele gedachtegang van de schrijver
van Hebreeën is: dit geldt nu.

687
00:40:47,790 --> 00:40:51,390
Het gaat niet over een toekomstig
eschatologisch verbond dat God

688
00:40:51,390 --> 00:40:52,770
nog gaat sluiten.

689
00:40:52,770 --> 00:40:57,690
Dat is begrijpelijk, want Jezus kondigde
in de bovenzaal aan dat het nieuwe verbond

690
00:40:57,690 --> 00:40:59,070
er nu was.

691
00:40:59,070 --> 00:41:02,490
Daar zat Hij met het
overblijfsel van Israël en Juda.

692
00:41:02,490 --> 00:41:05,010
Dat wil zeggen, de discipelen.

693
00:41:05,010 --> 00:41:07,710
Zij waren het trouwe overblijfsel.

694
00:41:07,710 --> 00:41:10,230
Zij waren Israël en Juda.

695
00:41:10,230 --> 00:41:14,370
Bedenk dat van de beloften van het Oude
Testament vaak wordt gezegd dat ze voor

696
00:41:14,370 --> 00:41:16,350
Israël en Juda zijn.

697
00:41:16,350 --> 00:41:20,130
Maar op andere plaatsen wordt heel
duidelijk gemaakt dat hiermee het

698
00:41:20,130 --> 00:41:22,110
overblijfsel wordt bedoeld.

699
00:41:22,110 --> 00:41:27,990
En Jesaja roept over Israël uit: Al zou
het getal van de Israëlieten zijn als het

700
00:41:27,990 --> 00:41:32,250
zand van de zee, slechts het
overblijfsel zal behouden worden.

701
00:41:32,250 --> 00:41:38,250
zei Jesaja. Vaak wordt erop gewezen dat
het het overblijfsel is voor wie God deze

702
00:41:38,250 --> 00:41:40,290
beloften zal vervullen.

703
00:41:40,290 --> 00:41:44,610
Zij zijn degenen die Israël
en Juda worden genoemd.

704
00:41:44,610 --> 00:41:47,910
En het was het overblijfsel
van Israël en Juda

705
00:41:47,910 --> 00:41:53,790
dat met Jezus in de bovenzaal
was toen Hij in Lukas 22:20 zei:

706
00:41:53,790 --> 00:41:58,890
Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na
het gebruiken van de maaltijd en zei:

707
00:41:58,890 --> 00:42:04,110
Deze drinkbeker is het nieuwe testament
in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.

708
00:42:04,110 --> 00:42:09,390
Niet: ‘Dat zal het op een dag in de
toekomst voor het volk Israël zijn.’

709
00:42:09,390 --> 00:42:10,890
Dit geldt nu.

710
00:42:10,890 --> 00:42:12,570
Dit is het nieuwe verbond.

711
00:42:12,570 --> 00:42:16,110
Het vergieten van Jezus’ bloed,
het drinken van die beker,

712
00:42:16,110 --> 00:42:19,230
was de officiële inwijding
van het nieuwe verbond.

713
00:42:19,230 --> 00:42:21,930
En wanneer Hij ‘het nieuwe verbond’ zegt,

714
00:42:21,930 --> 00:42:24,450
bedoelt Hij natuurlijk
het enige nieuwe verbond

715
00:42:24,450 --> 00:42:26,970
waarover ooit in de
Bijbel wordt gesproken,

716
00:42:26,970 --> 00:42:29,850
het verbond dat Jeremia voorspelde.

717
00:42:29,850 --> 00:42:34,470
[Vertalersnoot: ‘Het nieuwe testament’
in het citaat uit Lukas 22:20

718
00:42:34,470 --> 00:42:40,170
betekent hier ‘het nieuwe verbond’; de
Engelse bron gebruikt ‘new covenant’.]

719
00:42:40,170 --> 00:42:44,190
Het is duidelijk dat dit nieuwe
verbond met Christus gekomen is.

720
00:42:44,190 --> 00:42:49,410
Daarmee staat dus vast dat deze
gedeelten van Jesaja behoren tot de orde

721
00:42:49,410 --> 00:42:52,470
die Jezus bij Zijn eerste
komst heeft ingesteld,

722
00:42:52,470 --> 00:42:56,070
en niet tot een toekomstige
orde bij Zijn wederkomst.

723
00:42:56,070 --> 00:42:58,830
[Vertalersnoot: De spreker
zegt hier ‘Jesaja’.

724
00:42:58,830 --> 00:43:07,050
De zojuist besproken passage over het
nieuwe verbond is Jeremia 31:31–34.]

725
00:43:07,050 --> 00:43:12,030
De schrijvers van het Nieuwe Testament
passen niets hiervan toe op de wederkomst.

726
00:43:12,030 --> 00:43:14,790
Ze passen het toe op de eerste komst.

727
00:43:14,790 --> 00:43:17,970
Jeremia 31:35:

728
00:43:17,970 --> 00:43:24,270
Zo zegt de HEERE, Die de zon tot een licht
geeft overdag en de vaste orde van maan en

729
00:43:24,270 --> 00:43:29,430
sterren tot een licht in de nacht, Die de
zee opzweept, zodat haar golven bruisen,

730
00:43:29,430 --> 00:43:32,190
HEERE van de legermachten is Zijn Naam.

731
00:43:32,190 --> 00:43:36,330
Als deze verordeningen ooit zouden
wijken van voor Mijn aangezicht,

732
00:43:36,330 --> 00:43:40,650
spreekt de HEERE, dan zou ook het
nageslacht van Israël ophouden een

733
00:43:40,650 --> 00:43:43,350
volk voor Mijn aangezicht
te zijn, alle dagen!

734
00:43:43,350 --> 00:43:48,030
Zo zegt de HEERE: Als de hemel hierboven
ooit opgemeten zou kunnen worden

735
00:43:48,030 --> 00:43:51,810
en de fundamenten van de aarde beneden
onderzocht zouden kunnen worden,

736
00:43:51,810 --> 00:43:56,070
dan zou ook Ik heel het
nageslacht van Israël verwerpen,

737
00:43:56,070 --> 00:43:59,430
om alles wat zij gedaan
hebben, spreekt de HEERE.

738
00:43:59,430 --> 00:44:04,230
Dit vers werd mij in een debat aangehaald
door een Joodse christen die betoogde dat

739
00:44:04,230 --> 00:44:06,390
er een toekomst is voor Israël.

740
00:44:06,390 --> 00:44:11,070
En dit is eigenlijk het vers dat hij het
vaakst aanhaalt om dat punt te maken.

741
00:44:11,070 --> 00:44:14,850
Hij zegt dat God het volk
Israël niet heeft verworpen.

742
00:44:14,850 --> 00:44:17,190
Zolang de zon schijnt en de maan schijnt,

743
00:44:17,190 --> 00:44:20,430
heeft God nog geen einde
gemaakt aan die verordeningen.

744
00:44:20,430 --> 00:44:24,930
En Hij zegt: ‘Ik zal Israël net
zomin verwerpen als dat Ik deze

745
00:44:24,930 --> 00:44:26,790
verordeningen zal afschaffen.’

746
00:44:26,790 --> 00:44:27,870
Hij zei:

747
00:44:27,870 --> 00:44:31,110
Hij begint met ‘Als die vaste regels’.

748
00:44:31,110 --> 00:44:38,070
Daarmee bedoelt hij de zon, de maan, de
sterren, de zee en de golven. Vers 36:

749
00:44:38,070 --> 00:44:40,950
Als die vaste regels voor
Mij niet meer gelden,

750
00:44:40,950 --> 00:44:45,150
dan zullen ook de nakomelingen van
Israël voor Mij voorgoed ophouden een

751
00:44:45,150 --> 00:44:46,350
volk te zijn.

752
00:44:46,350 --> 00:44:49,410
Dit wordt uitgelegd in vers 37:

753
00:44:49,410 --> 00:44:53,070
Dan zal Ik ook alle nakomelingen
van Israël afwijzen.

754
00:44:53,070 --> 00:44:57,150
Als Ik de zon, de maan, de
sterren en de zee wegdoe,

755
00:44:57,150 --> 00:44:59,850
dan zal Ik Israël ook verwerpen.

756
00:44:59,850 --> 00:45:03,690
Dit bewijst misschien te veel, want
de Bijbel spreekt er wel degelijk over

757
00:45:03,690 --> 00:45:08,250
dat er een einde komt aan de zon,
de maan, de sterren en de zee.

758
00:45:08,250 --> 00:45:11,250
In Openbaring lezen we dat
de zon verduisterd wordt,

759
00:45:11,250 --> 00:45:14,730
dat de sterren vallen en
dat de hemel wordt opgerold.

760
00:45:14,730 --> 00:45:17,190
En we lezen over het nieuwe Jeruzalem:

761
00:45:17,190 --> 00:45:18,810
er is geen zee meer.

762
00:45:18,810 --> 00:45:24,570
Dus in zekere zin zinspeelt het boek
Openbaring bijna op een passage als deze.

763
00:45:24,570 --> 00:45:27,510
En zoals ik die passages
in Openbaring heb begrepen,

764
00:45:27,510 --> 00:45:30,690
is de verwoesting van Jeruzalem
natuurlijk het onderwerp ervan.

765
00:45:30,690 --> 00:45:33,870
Wanneer er gesproken wordt over
de zon die verduisterd wordt,

766
00:45:33,870 --> 00:45:36,390
de hemel die als een
boekrol wordt opgerold,

767
00:45:36,390 --> 00:45:40,830
de sterren die vallen als vijgen van
een boom, is dat natuurlijk beeldspraak.

768
00:45:40,830 --> 00:45:45,390
Maar misschien wordt ermee gezegd: God
zei dat wanneer Hij Israël wegdoet,

769
00:45:45,390 --> 00:45:48,030
dat het einde van deze dingen betekent.

770
00:45:48,030 --> 00:45:54,210
En dus zien we, in beeldspraak, het einde
van Israël in het jaar 70 na Christus.

771
00:45:54,210 --> 00:45:57,630
Dat wordt beschreven alsof het
het einde van deze dingen is.

772
00:45:57,630 --> 00:46:01,710
En er is geen zee meer, zoals
we lezen in Openbaring 21.

773
00:46:01,710 --> 00:46:06,090
Op het ene niveau is dit gebeurd
en heeft God het volk verworpen.

774
00:46:06,090 --> 00:46:08,430
Maar op een ander niveau is dat niet zo,

775
00:46:08,430 --> 00:46:12,210
want Hij heeft niet heel het
nageslacht van Israël verworpen.

776
00:46:12,210 --> 00:46:17,370
Zoals er in vers 37 staat, zegt
Hij: als Ik al deze dingen wegdoe,

777
00:46:17,370 --> 00:46:20,850
en als de hemel gemeten kan
worden en de fundamenten van de

778
00:46:20,850 --> 00:46:25,210
aarde beneden doorgrond kunnen worden
— wat vermoedelijk niet mogelijk is —

779
00:46:25,210 --> 00:46:26,970
dan zegt Hij:

780
00:46:26,970 --> 00:46:32,010
Zo zegt de HEERE: Als de hemel hierboven
ooit opgemeten zou kunnen worden

781
00:46:32,010 --> 00:46:35,850
en de fundamenten van de aarde beneden
onderzocht zouden kunnen worden,

782
00:46:35,850 --> 00:46:39,990
dan zou ook Ik heel het
nageslacht van Israël verwerpen,

783
00:46:39,990 --> 00:46:43,770
om alles wat zij gedaan
hebben, spreekt de HEERE.

784
00:46:43,770 --> 00:46:48,870
Heeft God heel het nageslacht van
Israël verworpen? Natuurlijk niet.

785
00:46:48,870 --> 00:46:52,110
Er is altijd een overblijfsel
dat behouden wordt.

786
00:46:52,110 --> 00:46:57,510
Paulus stelt die vraag zelfs in Romeinen
hoofdstuk 11, meteen in het openingsvers.

787
00:46:57,510 --> 00:46:58,830
Paulus zegt:

788
00:46:58,830 --> 00:47:04,170
Ik zeg dan: Heeft God Zijn
volk verstoten? Volstrekt niet!

789
00:47:04,170 --> 00:47:08,190
Ik ben immers ook een Israëliet,
uit het nageslacht van Abraham,

790
00:47:08,190 --> 00:47:09,810
van de stam Benjamin.

791
00:47:09,810 --> 00:47:12,030
Zijn antwoord is nee.

792
00:47:12,030 --> 00:47:17,430
Wat bedoel je, Paulus? Wat bedoel je,
Hij heeft hen niet verworpen? Hij zegt:

793
00:47:17,430 --> 00:47:20,610
Ik ben een Israëliet, dus
ik ben niet afgewezen.

794
00:47:20,610 --> 00:47:24,570
Met andere woorden, sommigen
van ons zijn niet verworpen.

795
00:47:24,570 --> 00:47:26,550
Ik ben daar een voorbeeld van.

796
00:47:26,550 --> 00:47:30,690
En hij gaat verder over hoe God degenen
die Hij van tevoren gekend heeft,

797
00:47:30,690 --> 00:47:32,490
niet heeft verworpen.

798
00:47:32,490 --> 00:47:34,230
Waar staat dat, die woorden:

799
00:47:34,230 --> 00:47:38,310
‘de mensen die Hij van tevoren
kende’? Waar klinkt dat naar?

800
00:47:38,310 --> 00:47:42,090
Dat klinkt als wat Paulus drie
hoofdstukken eerder zei, in hoofdstuk

801
00:47:42,090 --> 00:47:44,250
8, vers 29:

802
00:47:44,250 --> 00:47:46,770
Want hen die Hij van tevoren gekend heeft,

803
00:47:46,770 --> 00:47:50,850
heeft Hij er ook van tevoren toe
bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon

804
00:47:50,850 --> 00:47:54,630
gelijkvormig te zijn, opdat
Hij de Eerstgeborene zou zijn

805
00:47:54,630 --> 00:47:56,430
onder vele broeders.

806
00:47:56,430 --> 00:47:58,890
Romeinen 8:29:

807
00:47:58,890 --> 00:48:01,950
De mensen die Hij van
tevoren kende, heeft Hij ook

808
00:48:01,950 --> 00:48:04,890
voorbestemd om op Zijn Zoon te lijken.

809
00:48:04,890 --> 00:48:07,830
Wie zijn dat? Dat zijn de gelovigen.

810
00:48:07,830 --> 00:48:09,510
Dat zijn de christenen.

811
00:48:09,510 --> 00:48:13,830
Degenen die Hij van tevoren gekend
heeft, heeft Hij niet verworpen.

812
00:48:13,830 --> 00:48:15,990
Er waren Joodse christenen.

813
00:48:15,990 --> 00:48:19,230
Zij behoorden tot het
nageslacht van Abraham.

814
00:48:19,230 --> 00:48:21,030
Zij zijn niet verworpen.

815
00:48:21,030 --> 00:48:25,650
Zij hebben juist deel gekregen aan
het behoud dat de profeten beloofden.

816
00:48:25,650 --> 00:48:30,210
Dus Paulus zegt: nee, Hij heeft
degenen die Hij van tevoren gekend

817
00:48:30,210 --> 00:48:32,190
heeft, niet verworpen.

818
00:48:32,190 --> 00:48:34,830
Hij heeft Zijn volk niet verworpen.

819
00:48:34,830 --> 00:48:40,830
Met andere woorden, Hij heeft veel Joden
verworpen omdat zij niet Zijn volk zijn,

820
00:48:40,830 --> 00:48:44,550
zegt hij, en omdat zij niet
tot het overblijfsel behoren.

821
00:48:44,550 --> 00:48:50,610
In Romeinen 11:2 zegt hij: denk
eraan hoe Elia bij God pleit en zegt:

822
00:48:50,610 --> 00:48:55,050
God heeft Zijn volk, dat Hij van
tevoren kende, niet verstoten.

823
00:48:55,050 --> 00:48:58,590
Of weet u niet wat de Schrift
zegt in de geschiedenis van Elia,

824
00:48:58,590 --> 00:49:01,890
hoe hij God aanspreekt
over Israël en zegt:

825
00:49:01,890 --> 00:49:06,930
Heere, zij hebben Uw profeten
gedood en Uw altaren afgebroken.

826
00:49:06,930 --> 00:49:10,830
Ik ben als enige overgebleven,
en ze willen mij doden.

827
00:49:10,830 --> 00:49:13,650
Maar wat zegt het goddelijke
antwoord tegen hem?

828
00:49:13,650 --> 00:49:16,410
Maar wat zegt het Goddelijk
antwoord tegen hem?

829
00:49:16,410 --> 00:49:19,830
Ik heb voor Mijzelf nog
zevenduizend mannen overgelaten,

830
00:49:19,830 --> 00:49:23,730
die de knie voor het beeld
van Baäl niet gebogen hebben.

831
00:49:23,730 --> 00:49:26,490
Paulus zegt in Romeinen 11:5:

832
00:49:26,490 --> 00:49:31,050
Zo is er dan ook in deze tegenwoordige
tijd een overblijfsel ontstaan,

833
00:49:31,050 --> 00:49:33,930
overeenkomstig de
verkiezing van de genade.

834
00:49:33,930 --> 00:49:37,350
Paulus heeft het hier
niet over eschatologie.

835
00:49:37,350 --> 00:49:42,570
Aanhangers van de bedelingenleer denken
dat Romeinen 11 over eschatologie gaat:

836
00:49:42,570 --> 00:49:45,570
op een dag zal God Israël behouden.

837
00:49:45,570 --> 00:49:49,410
Paulus zegt geen woord over
eschatologie. Hij zegt:

838
00:49:49,410 --> 00:49:53,310
Op dit moment. Dus niet
op een later tijdstip.

839
00:49:53,310 --> 00:49:55,710
Heeft God Zijn volk dus verworpen?

840
00:49:55,710 --> 00:49:57,750
Nee, dat heeft Hij niet.

841
00:49:57,750 --> 00:50:00,210
Hij heeft een overblijfsel bewaard.

842
00:50:00,210 --> 00:50:03,930
Ik maak deel uit van dat
overblijfsel, zegt Paulus.

843
00:50:03,930 --> 00:50:07,890
Ik ben het levende bewijs dat God
niet heel Zijn volk heeft verworpen,

844
00:50:07,890 --> 00:50:13,230
want ik leef, ik ben een christen,
ik ben behouden en ik ben een Jood.

845
00:50:13,230 --> 00:50:16,530
En er is altijd een overblijfsel, ook nu.

846
00:50:16,530 --> 00:50:19,410
Zoals er in de dagen van
Elia een overblijfsel was,

847
00:50:19,410 --> 00:50:21,510
is er ook vandaag een overblijfsel.

848
00:50:21,510 --> 00:50:25,530
Dus zeggen dat God heel het
nageslacht van Israël heeft verworpen,

849
00:50:25,530 --> 00:50:30,030
zou een enorme vergissing zijn, en
Paulus zou dat absoluut ontkennen.

850
00:50:30,030 --> 00:50:34,050
Hij heeft dat deel van Israël dat
Zijn overblijfsel was, niet verworpen.

851
00:50:34,050 --> 00:50:38,130
Er zijn twee dingen die
Hij in Jeremia 31 zegt.

852
00:50:38,130 --> 00:50:40,770
Als de natuurlijke orde
helemaal verdwijnt,

853
00:50:40,770 --> 00:50:46,590
dan kun je ervan uitgaan dat God heel het
nageslacht van Israël heeft verworpen.

854
00:50:46,590 --> 00:50:51,330
Niemand beweert dat Hij heel het
nageslacht van Israël heeft verworpen.

855
00:50:51,330 --> 00:50:55,830
Hij heeft alleen de afvalligen
verworpen, niet het overblijfsel.

856
00:50:55,830 --> 00:51:00,570
Maar in vers 36 van
Jeremia 31 zegt Hij ook:

857
00:51:00,570 --> 00:51:05,490
Als deze verordeningen ooit zouden
wijken van voor Mijn aangezicht,

858
00:51:05,490 --> 00:51:10,410
spreekt de HEERE, dan zou ook het
nageslacht van Israël ophouden een

859
00:51:10,410 --> 00:51:13,830
volk voor Mijn aangezicht
te zijn, alle dagen!

860
00:51:13,830 --> 00:51:18,990
En dit is wat hij betoogt: er moet
een herstel van de natie Israël komen,

861
00:51:18,990 --> 00:51:22,170
want wat God belooft, is een voortbestaan.

862
00:51:22,170 --> 00:51:25,650
Zolang de zon en de maan en
de sterren blijven bestaan,

863
00:51:25,650 --> 00:51:28,770
blijft Israël als natie voortbestaan.

864
00:51:28,770 --> 00:51:33,390
Maar we moeten bedenken dat ‘natie’
niet strikt een aanduiding is die met

865
00:51:33,390 --> 00:51:36,930
etniciteit of met een
locatie te maken heeft.

866
00:51:36,930 --> 00:51:41,910
God zei tegen hen dat zij Zijn heilige
natie zouden zijn toen zij bij de

867
00:51:41,910 --> 00:51:44,010
berg Sinaï waren.

868
00:51:44,010 --> 00:51:45,570
Tegen wie sprak Hij?

869
00:51:45,570 --> 00:51:50,730
Voornamelijk Israëlieten, maar er was
een gemengde menigte uit Egypte gekomen.

870
00:51:50,730 --> 00:51:52,650
Er waren ook heidenen bij.

871
00:51:52,650 --> 00:51:58,050
En God sloot een verbond met de
hele groep, Jood en heiden, en zei:

872
00:51:58,050 --> 00:52:03,570
Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem
gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt,

873
00:52:03,570 --> 00:52:07,410
dan zult u uit alle volken
Mijn persoonlijk eigendom zijn,

874
00:52:07,410 --> 00:52:09,630
want heel de aarde is van Mij.

875
00:52:09,630 --> 00:52:15,270
U dan, u zult voor Mij een koninkrijk
van priesters en een heilig volk zijn.

876
00:52:15,270 --> 00:52:18,990
Dit zijn de woorden die u tot
de Israëlieten moet spreken.

877
00:52:18,990 --> 00:52:20,970
Hij maakte hen tot een natie.

878
00:52:20,970 --> 00:52:22,590
Ze hadden nog geen land.

879
00:52:22,590 --> 00:52:27,270
Hij had hun er een beloofd, maar ze
zouden het pas een generatie later zien.

880
00:52:27,270 --> 00:52:31,590
Maar ze konden een natie zijn
zonder een eigen locatie te hebben.

881
00:52:31,590 --> 00:52:36,030
Ze konden een natie zijn zonder
etnisch homogeen te zijn.

882
00:52:36,030 --> 00:52:40,110
De oorspronkelijke natie die
God bij de berg Sinaï vormde,

883
00:52:40,110 --> 00:52:43,830
was niet etnisch homogeen en
had zich nog niet in een bepaald

884
00:52:43,830 --> 00:52:46,110
geografisch gebied gevestigd.

885
00:52:46,110 --> 00:52:49,290
Een natie zijn houdt dat
niet noodzakelijk in.

886
00:52:49,290 --> 00:52:53,910
Een natie zijn suggereert dat je een
regering hebt, dat je een koning hebt,

887
00:52:53,910 --> 00:52:55,590
en die hebben wij.

888
00:52:55,590 --> 00:53:02,610
Petrus noemt ons dan ook een heilige natie
in 1 Petrus hoofdstuk 2, vers 9 en 10.

889
00:53:02,610 --> 00:53:05,490
In 1 Petrus 2:9 zegt hij:

890
00:53:05,490 --> 00:53:11,250
Maar u bent een uitverkoren geslacht, een
koninklijk priesterschap, een heilig volk,

891
00:53:11,250 --> 00:53:14,490
een volk dat God Zich
tot Zijn eigendom maakte;

892
00:53:14,490 --> 00:53:19,350
opdat u de deugden zou verkondigen van
Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft

893
00:53:19,350 --> 00:53:21,270
tot Zijn wonderbaar licht,

894
00:53:21,270 --> 00:53:23,490
Daarmee bedoelt hij de gemeente.

895
00:53:23,490 --> 00:53:25,950
Hij bedoelt niet zichzelf
buiten te sluiten,

896
00:53:25,950 --> 00:53:30,210
maar hij spreekt hen aan over de
voorrechten die zij als christenen hebben.

897
00:53:30,210 --> 00:53:32,430
1 Petrus 2:9:

898
00:53:32,430 --> 00:53:38,370
Jullie zijn een uitgekozen volk, priesters
in dienst van de koning, een heilig volk,

899
00:53:38,370 --> 00:53:40,590
een volk dat helemaal van Hem is,

900
00:53:40,590 --> 00:53:43,470
zodat jullie kunnen vertellen
hoe geweldig Hij is,

901
00:53:43,470 --> 00:53:47,250
Die jullie uit de duisternis naar
Zijn prachtige licht heeft geroepen.

902
00:53:47,250 --> 00:53:50,130
Jullie zijn nu het
koninklijke priesterschap.

903
00:53:50,130 --> 00:53:53,970
Jullie zijn nu de heilige
natie. De gemeente.

904
00:53:53,970 --> 00:53:59,370
Heeft God het nageslacht van Israël
verworpen, zodat het geen natie meer is?

905
00:53:59,370 --> 00:53:59,730
Nee.

906
00:53:59,730 --> 00:54:03,090
Hij nam het overblijfsel en
maakte daar een natie van.

907
00:54:03,090 --> 00:54:06,930
Hij heeft ook toegelaten dat
heidenen in groten getale toetraden,

908
00:54:06,930 --> 00:54:09,930
zoals Hij hun dat ook in
het Oude Testament toestond,

909
00:54:09,930 --> 00:54:12,630
maar toen waren er niet
zoveel die dat deden.

910
00:54:12,630 --> 00:54:16,170
Onder het nieuwe verbond zijn
er meer heidenen toegetreden,

911
00:54:16,170 --> 00:54:19,950
misschien doordat de verplichting
tot besnijdenis is opgeheven.

912
00:54:19,950 --> 00:54:23,250
En de natie blijft voortbestaan
met de takken die niet van de

913
00:54:23,250 --> 00:54:24,930
boom zijn afgebroken.

914
00:54:24,930 --> 00:54:29,430
Dus zeggen dat er een toekomst moet zijn
voor een politieke natie Israël die uit

915
00:54:29,430 --> 00:54:33,270
etnische Israëlieten bestaat, is
in de eerste plaats iets in deze

916
00:54:33,270 --> 00:54:37,290
passage lezen wat de schrijvers van
het Nieuwe Testament er helemaal niet

917
00:54:37,290 --> 00:54:38,670
in zouden lezen.

918
00:54:38,670 --> 00:54:41,790
En er is geen reden om dat erin te lezen.

919
00:54:41,790 --> 00:54:43,410
Vers 38:

920
00:54:43,410 --> 00:54:49,110
Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat
de stad herbouwd zal worden voor de HEERE,

921
00:54:49,110 --> 00:54:52,290
van de Hananeëltoren tot aan de Hoekpoort,

922
00:54:52,290 --> 00:54:55,770
Eigenlijk is dit verder dan
de Hoekpoort, zo blijkt.

923
00:54:55,770 --> 00:55:00,450
Er wordt gezegd dat de stadsmuren zich
verder zullen uitstrekken dan voorheen.

924
00:55:00,450 --> 00:55:04,530
Vroeger liep het meetsnoer vanaf de
toren van Hananeël tot aan de Hoekpoort

925
00:55:04,530 --> 00:55:06,330
en maakte daar een bocht.

926
00:55:06,330 --> 00:55:11,070
Kijk, er staat daar dat de stad gebouwd
zal worden vanaf de toren van Hananeël tot

927
00:55:11,070 --> 00:55:12,450
aan de Hoekpoort.

928
00:55:12,450 --> 00:55:16,770
Dat is de aangewezen plek waar de
muur bij de Hoekpoort de hoek om gaat.

929
00:55:16,770 --> 00:55:20,850
Maar het meetsnoer zal verder
doorlopen, voorbij de Hoekpoort,

930
00:55:20,850 --> 00:55:25,050
rechtdoor over de heuvel Gareb,
en pas daarna een bocht maken.

931
00:55:25,050 --> 00:55:28,650
Met andere woorden, de grens
zal ruimer worden dan voorheen.

932
00:55:28,650 --> 00:55:32,790
Dat doet ons denken aan minstens
een paar passages in Jesaja.

933
00:55:32,790 --> 00:55:38,610
In Jesaja 49 en Jesaja 54
wordt allebei gesproken over de

934
00:55:38,610 --> 00:55:45,390
noodzaak voor Israël om zijn land of zijn
tabernakel, zijn tent, groter te maken.

935
00:55:45,390 --> 00:55:50,550
Vergroot de plaats voor uw tent, laat
men uw tentkleden wijd uitspannen,

936
00:55:50,550 --> 00:55:55,290
wees niet terughoudend, verleng
uw touwen, sla uw pinnen vast.

937
00:55:55,290 --> 00:55:57,930
Want u zult zich rechts
en links uitbreiden,

938
00:55:57,930 --> 00:56:03,210
uw nageslacht zal de heidenvolken in bezit
nemen en de verlaten steden bevolken.

939
00:56:03,210 --> 00:56:05,910
Alle heidenen zullen daar
binnenkomen en zeggen:

940
00:56:05,910 --> 00:56:10,110
Ook zullen de kinderen, van wie
u beroofd was, in uw oren zeggen:

941
00:56:10,110 --> 00:56:12,690
Deze plaats is te nauw voor mij.

942
00:56:12,690 --> 00:56:15,690
Maak plaats voor mij, laat mij hier wonen!

943
00:56:15,690 --> 00:56:20,670
De beeldspraak zegt eenvoudigweg dat
Israël binnen zijn oude grenzen te klein

944
00:56:20,670 --> 00:56:25,350
zal zijn om plaats te bieden aan
het ware Israël dat zal binnenkomen.

945
00:56:25,350 --> 00:56:27,990
Daar zullen ook heel
veel heidenen bij horen.

946
00:56:27,990 --> 00:56:31,650
En daarom zullen de grenzen
verder worden uitgezet.

947
00:56:31,650 --> 00:56:34,170
Een vergelijkbaar visioen in Zacharia

948
00:56:34,170 --> 00:56:37,830
maakt eigenlijk hetzelfde duidelijk
met iets andere beeldspraak.

949
00:56:37,830 --> 00:56:40,230
In Zacharia hoofdstuk 2 staat:

950
00:56:40,230 --> 00:56:44,550
Ik sloeg mijn ogen op en zag een
man met een meetsnoer in zijn hand.

951
00:56:44,550 --> 00:56:46,890
Ik vroeg: ‘Waar gaat u heen?’

952
00:56:46,890 --> 00:56:52,230
Hij antwoordde: ‘Jeruzalem opmeten, om
te zien hoe breed en hoe lang het is.’

953
00:56:52,230 --> 00:56:54,750
De engel die met mij
sprak, ging naar buiten,

954
00:56:54,750 --> 00:56:57,090
en een andere engel kwam hem tegemoet.

955
00:56:57,090 --> 00:57:03,210
Die zei: ‘Ren naar die jongeman en zeg:
Jeruzalem zal zonder muren bewoond worden,

956
00:57:03,210 --> 00:57:05,790
vanwege de vele mensen
en dieren die er zijn.

957
00:57:05,790 --> 00:57:10,170
Want Ik, zegt de HEERE, zal een
muur van vuur om haar heen zijn

958
00:57:10,170 --> 00:57:12,030
en de heerlijkheid in haar midden.’

959
00:57:12,030 --> 00:57:14,370
Dit is duidelijk het nieuwe Jeruzalem.

960
00:57:14,370 --> 00:57:16,590
Het heeft geen fysieke muren nodig.

961
00:57:16,590 --> 00:57:21,090
Het heeft God als muur eromheen
en de heerlijkheid woont erin.

962
00:57:21,090 --> 00:57:24,930
Maar hij zegt: ‘Deze man
gaat Jeruzalem opmeten.’

963
00:57:24,930 --> 00:57:27,930
[Vertalersnoot: De spreker
herhaalt hier alleen dat deze man

964
00:57:27,930 --> 00:57:29,850
Jeruzalem gaat opmeten.

965
00:57:29,850 --> 00:57:36,270
Het volledige citaat uit Zacharia 2:1–5
is hieronder als context behouden.]

966
00:57:36,270 --> 00:57:40,050
Opnieuw sloeg ik mijn
ogen op en zag, en zie,

967
00:57:40,050 --> 00:57:42,870
er was een Man met een
meetsnoer in Zijn hand.

968
00:57:42,870 --> 00:57:45,450
Toen zei ik: Waar gaat U heen?

969
00:57:45,450 --> 00:57:50,790
Hij zei tegen mij: Ik ga Jeruzalem opmeten
om te zien hoe groot zijn breedte en hoe

970
00:57:50,790 --> 00:57:52,770
groot zijn lengte zal zijn.

971
00:57:52,770 --> 00:57:57,390
En zie, de Engel Die met mij sprak,
trad naar voren en een andere

972
00:57:57,390 --> 00:57:59,250
engel trad Hem tegemoet.

973
00:57:59,250 --> 00:58:04,110
En Hij zei tegen hem: Loop snel,
spreek tot die jongeman en zeg:

974
00:58:04,110 --> 00:58:08,850
Jeruzalem zal niet ommuurd blijven,
vanwege de veelheid aan mensen en dieren

975
00:58:08,850 --> 00:58:10,110
in haar midden.

976
00:58:10,110 --> 00:58:15,090
En Ík zal voor haar zijn, spreekt
de HEERE, een muur van vuur rondom,

977
00:58:15,090 --> 00:58:18,030
en Ik zal in haar midden
tot heerlijkheid zijn.

978
00:58:18,030 --> 00:58:21,210
En hij denkt aan Jeruzalem
zoals het vroeger was,

979
00:58:21,210 --> 00:58:25,410
als de stad die ten onder ging,
die Nebukadnezar platbrandde.

980
00:58:25,410 --> 00:58:27,150
Maar zo is het niet meer.

981
00:58:27,150 --> 00:58:31,470
Jeruzalem zal nu veel te groot
worden om er muren omheen te zetten,

982
00:58:31,470 --> 00:58:34,650
vanwege de grote hoeveelheid
mensen die er wonen.

983
00:58:34,650 --> 00:58:36,870
En als je verder leest in het hoofdstuk,

984
00:58:36,870 --> 00:58:41,190
noemt hij inderdaad de heidenen
die binnenkomen, in vers 11.

985
00:58:41,190 --> 00:58:43,650
Zacharia 2:11:

986
00:58:43,650 --> 00:58:47,370
Veel heidenvolken zullen op die
dag bij de HEERE gevoegd worden

987
00:58:47,370 --> 00:58:51,810
en zij zullen Mij tot een volk
zijn, en Ik zal in uw midden wonen.

988
00:58:51,810 --> 00:58:57,270
Dan zult u weten dat de HEERE van de
legermachten Mij tot u gezonden heeft.

989
00:58:57,270 --> 00:59:02,550
Dus tot het ware Jeruzalem zullen
ook heel veel heidenen behoren.

990
00:59:02,550 --> 00:59:05,370
Dit is een thema uit het Oude Testament.

991
00:59:05,370 --> 00:59:08,070
Jesaja brengt het een
paar keer naar voren.

992
00:59:08,070 --> 00:59:11,670
Zacharia brengt het daar
in hoofdstuk 2 naar voren.

993
00:59:11,670 --> 00:59:15,630
Jeremia brengt het hier
in Jeremia 31 naar voren.

994
00:59:15,630 --> 00:59:18,690
De grens zal ruimer zijn dan je denkt.

995
00:59:18,690 --> 00:59:22,590
En de slotwoorden van
vers 40 in Jeremia zijn:

996
00:59:22,590 --> 00:59:29,130
Heel het dal met de dode lichamen en de
as en al de velden tot aan de beek Kidron,

997
00:59:29,130 --> 00:59:32,490
tot aan de hoek van de
Paardenpoort naar het oosten toe,

998
00:59:32,490 --> 00:59:35,370
zal een heiligheid voor de HEERE zijn.

999
00:59:35,370 --> 00:59:39,750
Voor eeuwig zal er niets meer
worden weggerukt of afgebroken.

1000
00:59:39,750 --> 00:59:43,950
Met andere woorden, er zullen
gebieden zijn die vroeger niet als

1001
00:59:43,950 --> 00:59:46,950
deel van het heilige
grondgebied werden beschouwd.

1002
00:59:46,950 --> 00:59:50,430
Velden in het Kidrondal en
dergelijke, buiten de muren,

1003
00:59:50,430 --> 00:59:54,510
zullen even heilig zijn als
de grond binnen de muren.

1004
00:59:54,510 --> 00:59:59,490
Opnieuw is de gedachte dat het begrip
Jeruzalem als heilige plaats wordt

1005
00:59:59,490 --> 01:00:03,390
uitgebreid tot buiten
de traditionele grenzen.

1006
01:00:03,390 --> 01:00:05,790
Nu hoofdstuk 32:

1007
01:00:05,790 --> 01:00:11,010
Het woord dat van de HEERE tot Jeremia
gekomen is in het tiende regeringsjaar van

1008
01:00:11,010 --> 01:00:13,890
Zedekia, de koning van Juda.

1009
01:00:13,890 --> 01:00:17,490
Dit jaar was het achttiende
jaar van Nebukadrezar.

1010
01:00:17,490 --> 01:00:23,670
Dit is 587 voor Christus, slechts een
jaar voordat Jeruzalem in handen van de

1011
01:00:23,670 --> 01:00:26,790
Babyloniërs viel en werd platgebrand.

1012
01:00:26,790 --> 01:00:29,310
Dit is op het hoogtepunt van de crisis.

1013
01:00:29,310 --> 01:00:33,990
De belegering begon in het negende
jaar van Zedekia, in de tiende maand.

1014
01:00:33,990 --> 01:00:39,330
En dit is duidelijk daarna, dus Jeruzalem
wordt belegerd op het moment dat deze

1015
01:00:39,330 --> 01:00:41,130
profetie wordt gegeven.

1016
01:00:41,130 --> 01:00:44,490
De stad viel vroeg in
het daaropvolgende jaar.

1017
01:00:44,490 --> 01:00:45,450
Er staat:

1018
01:00:45,450 --> 01:00:51,090
Het woord dat van de HEERE tot Jeremia
gekomen is in het tiende regeringsjaar van

1019
01:00:51,090 --> 01:00:54,030
Zedekia, de koning van Juda.

1020
01:00:54,030 --> 01:00:57,570
Dit jaar was het achttiende
jaar van Nebukadrezar.

1021
01:00:57,570 --> 01:01:01,950
Het leger van de koning van Babel
hield toen Jeruzalem belegerd,

1022
01:01:01,950 --> 01:01:06,510
en de profeet Jeremia zat opgesloten
op het binnenplein van de wacht

1023
01:01:06,510 --> 01:01:09,150
dat bij het huis van de
koning van Juda ligt,

1024
01:01:09,150 --> 01:01:12,690
Dat lezen we verderop in
het historische gedeelte.

1025
01:01:12,690 --> 01:01:15,570
We lezen nu het profetische gedeelte.

1026
01:01:15,570 --> 01:01:18,810
Iets verderop hebben we
een historisch gedeelte dat

1027
01:01:18,810 --> 01:01:21,450
vertelt wat er met Jeremia gebeurde.

1028
01:01:21,450 --> 01:01:25,830
Daar zien we dat hij opgesloten zat
in de binnenplaats van de gevangenis,

1029
01:01:25,830 --> 01:01:29,310
in hoofdstuk 37, vers 21.

1030
01:01:29,310 --> 01:01:32,130
Hij was eigenlijk uit een put, een kerker,

1031
01:01:32,130 --> 01:01:36,150
omhooggehaald en op deze
binnenplaats van de gevangenis gezet.

1032
01:01:36,150 --> 01:01:39,450
Zijn gevangenschap was dus
eigenlijk een zekere verbetering

1033
01:01:39,450 --> 01:01:42,090
ten opzichte van een
eerdere gevangenschap.

1034
01:01:42,090 --> 01:01:45,450
En dat staat aan het
einde van hoofdstuk 37.

1035
01:01:45,450 --> 01:01:49,350
Maar hier hebben we een profetie
die op dat moment werd gegeven.

1036
01:01:49,350 --> 01:01:54,390
waar Zedekia, de koning van Juda,
hem had opgesloten en had gezegd:

1037
01:01:54,390 --> 01:01:59,250
Waarom profeteert u: Zo zegt
de HEERE: Zie, Ik ga deze

1038
01:01:59,250 --> 01:02:04,890
stad in de hand van de koning van Babel
geven en hij zal haar innemen, en Zedekia,

1039
01:02:04,890 --> 01:02:09,030
de koning van Juda, zal aan de hand
van de Chaldeeën niet ontkomen,

1040
01:02:09,030 --> 01:02:12,810
want hij zal zeker in de hand van
de koning van Babel gegeven worden.

1041
01:02:12,810 --> 01:02:17,850
Hij zal van mond tot mond met hem
spreken en oog in oog met hem staan.

1042
01:02:17,850 --> 01:02:20,730
Hij zal Zedekia naar Babel doen gaan.

1043
01:02:20,730 --> 01:02:25,350
Daar zal hij blijven, totdat Ik naar
hem zal omzien, spreekt de HEERE.

1044
01:02:25,350 --> 01:02:29,610
Wanneer u tegen de Chaldeeën strijdt,
zult u niet voorspoedig zijn.

1045
01:02:29,610 --> 01:02:33,090
Dit is hoe Zedekia de boodschap
van Jeremia weergeeft.

1046
01:02:33,090 --> 01:02:36,990
Het is een vrij lange samenvatting
ervan, met alle bijzonderheden,

1047
01:02:36,990 --> 01:02:40,530
waarin natuurlijk het slechte
nieuws voor Zedekia naar voren komt,

1048
01:02:40,530 --> 01:02:42,930
vooral wat er met hem zal gebeuren.

1049
01:02:42,930 --> 01:02:45,750
Dus Zedekia is daar boos over.

1050
01:02:45,750 --> 01:02:50,310
Hij zet Jeremia op de binnenplaats
van de gevangenis. Vers 6:

1051
01:02:50,310 --> 01:02:56,370
Jeremia zei: Het woord van de
HEERE kwam tot mij: Zie, Hanameël,

1052
01:02:56,370 --> 01:03:00,510
de zoon van uw oom Sallum zal
naar u toe komen en zeggen:

1053
01:03:00,510 --> 01:03:03,210
Koop voor uzelf mijn
akker die in Anathoth is,

1054
01:03:03,210 --> 01:03:06,390
want u hebt het recht van
lossing om hem te kopen.

1055
01:03:06,390 --> 01:03:10,530
Dit betekent dat iemand volgens
de wet, als hij in armoede leefde

1056
01:03:10,530 --> 01:03:13,710
of in een moeilijke
financiële situatie verkeerde,

1057
01:03:13,710 --> 01:03:16,170
zijn erfelijke akkers kon verkopen.

1058
01:03:16,170 --> 01:03:20,850
Die had hij geërfd, ze waren in de
tijd van Jozua aan zijn familie gegeven

1059
01:03:20,850 --> 01:03:24,090
en van generatie op generatie doorgegeven.

1060
01:03:24,090 --> 01:03:27,930
Deze akkers mochten niet voorgoed
aan deze families worden ontnomen,

1061
01:03:27,930 --> 01:03:30,930
maar ze konden ze wel voor
een bepaalde tijd verkopen.

1062
01:03:30,930 --> 01:03:33,930
In het jubeljaar zouden alle
akkers teruggaan naar de

1063
01:03:33,930 --> 01:03:36,750
oorspronkelijke eigenaars, enzovoort.

1064
01:03:36,750 --> 01:03:40,650
Maar intussen was er maar eens
in de vijftig jaar een jubeljaar.

1065
01:03:40,650 --> 01:03:43,110
Daar zaten tientallen jaren tussen.

1066
01:03:43,110 --> 01:03:47,070
Soms verkocht iemand zijn akker en
wilde hij die vervolgens, vóór het

1067
01:03:47,070 --> 01:03:49,170
jubeljaar, graag terughebben.

1068
01:03:49,170 --> 01:03:53,610
Maar niemand kon die terugkopen
behalve een familielid dat het recht

1069
01:03:53,610 --> 01:03:54,510
van lossing had.

1070
01:03:54,510 --> 01:03:58,770
Je kon niet zomaar teruggaan en tegen
de man die je akker had gekocht zeggen:

1071
01:03:58,770 --> 01:04:00,510
‘Goed, ik heb het geld.

1072
01:04:00,510 --> 01:04:02,490
Ik wil mijn akker terugkopen.’

1073
01:04:02,490 --> 01:04:05,550
Die man zegt: ‘Nee, die is nu van mij.’

1074
01:04:05,550 --> 01:04:09,450
Maar een naaste verwant had wel het
recht om erheen te gaan en te zeggen:

1075
01:04:09,450 --> 01:04:14,490
‘We eisen die akker nu terug, of je
dat nu wilt of niet. Hier is het geld.

1076
01:04:14,490 --> 01:04:15,630
We lossen hem.’

1077
01:04:15,630 --> 01:04:19,650
Er was dus een akker in de familie
van Jeremia die verloren was gegaan,

1078
01:04:19,650 --> 01:04:23,370
en Jeremia was de naaste verwant
van degene die de oorspronkelijke

1079
01:04:23,370 --> 01:04:24,930
eigenaar was geweest.

1080
01:04:24,930 --> 01:04:28,470
Hij had het recht om die voor
de familie terug te kopen.

1081
01:04:28,470 --> 01:04:33,270
Nou, dat is een behoorlijk ongevoelige
bezoeker voor iemand in de gevangenis.

1082
01:04:33,270 --> 01:04:37,050
Je zit in de gevangenis en je
familielid komt je bezoeken,

1083
01:04:37,050 --> 01:04:40,890
alleen maar om te zeggen: ‘Hé,
ik moet je om wat geld vragen.

1084
01:04:40,890 --> 01:04:42,630
Kun je ons even helpen?

1085
01:04:42,630 --> 01:04:44,850
We zijn wat grond kwijtgeraakt.

1086
01:04:44,850 --> 01:04:47,490
Zou je dit stuk grond
voor ons willen kopen?’

1087
01:04:47,490 --> 01:04:51,690
Maar tot zijn verbazing zei God
tegen hem dat hij het moest doen.

1088
01:04:51,690 --> 01:04:57,270
God vertelde hem in vers 6 dat Hanameël
zou komen en dit verzoek zou doen.

1089
01:04:57,270 --> 01:04:59,250
In vers 8 gebeurde het.

1090
01:04:59,250 --> 01:05:04,590
Hanameël, de zoon van mijn oom, kwam,
overeenkomstig het woord van de HEERE,

1091
01:05:04,590 --> 01:05:07,170
naar mij toe op het
binnenplein van de wacht.

1092
01:05:07,170 --> 01:05:11,490
Hij zei tegen mij: Koop toch
mijn akker die in Anathoth is,

1093
01:05:11,490 --> 01:05:15,510
dat in het land van Benjamin is,
want u hebt het recht van bezit

1094
01:05:15,510 --> 01:05:17,850
en u hebt het recht van lossing.

1095
01:05:17,850 --> 01:05:19,590
Koop hem voor uzelf!

1096
01:05:19,590 --> 01:05:22,890
Toen wist ik dat dit het
woord van de HEERE was.

1097
01:05:22,890 --> 01:05:25,170
Maar wat moet Jeremia met een akker?

1098
01:05:25,170 --> 01:05:28,830
Hij profeteert dat Jeruzalem
ontvolkt zal worden.

1099
01:05:28,830 --> 01:05:30,270
En hij is een inwoner.

1100
01:05:30,270 --> 01:05:32,310
Hij zit nu toevallig in de gevangenis,

1101
01:05:32,310 --> 01:05:36,510
maar binnen een jaar zullen Jeruzalem
en de omgeving worden weggevaagd.

1102
01:05:36,510 --> 01:05:38,610
Waarvoor moet je dan een akker bezitten?

1103
01:05:38,610 --> 01:05:42,750
Waarom zou je op dit moment geld willen
uitgeven aan grond in die streek?

1104
01:05:42,750 --> 01:05:44,670
Het is een slechte investering.

1105
01:05:44,670 --> 01:05:47,730
Maar God zegt tegen hem
dat hij die moet kopen.

1106
01:05:47,730 --> 01:05:48,930
Hij zegt:

1107
01:05:48,930 --> 01:05:54,810
Dus kocht ik van Hanameël, de zoon van
mijn oom, de akker die in Anathoth is.

1108
01:05:54,810 --> 01:05:58,530
Ik woog voor hem het geld
af, zeventien sikkel zilver.

1109
01:05:58,530 --> 01:06:01,770
Ik ondertekende de
koopbrief en verzegelde die,

1110
01:06:01,770 --> 01:06:06,690
en liet door getuigen bevestigen dat ik
het geld op een weegschaal had afgewogen.

1111
01:06:06,690 --> 01:06:11,610
Ik nam de koopbrief, die volgens het
gebod en de verordeningen verzegeld was,

1112
01:06:11,610 --> 01:06:17,370
en de opengelaten brief, en gaf de
koopbrief aan Baruch, de zoon van Neria,

1113
01:06:17,370 --> 01:06:22,350
de zoon van Machseja, voor de ogen
van Hanameël, de zoon van mijn oom,

1114
01:06:22,350 --> 01:06:25,950
voor de ogen van de getuigen die
de koopbrief hadden ondertekend,

1115
01:06:25,950 --> 01:06:30,570
en voor de ogen van alle Judeeërs die
op het binnenplein van de wacht zaten.

1116
01:06:30,570 --> 01:06:32,970
Over hem horen we hier voor het eerst.

1117
01:06:32,970 --> 01:06:37,770
Maar hij wordt later een van de helden en
een van de weinige vrienden van Jeremia,

1118
01:06:37,770 --> 01:06:42,450
en de man die het boek Jeremia
daadwerkelijk voor ons heeft opgeschreven.

1119
01:06:42,450 --> 01:06:46,290
Jeremia dicteerde het aan
hem en Baruch schreef het op.

1120
01:06:46,290 --> 01:06:47,370
Hij zei:

1121
01:06:47,370 --> 01:06:51,630
Ik gaf de koopakte aan deze man,
in het bijzijn van Hanameël,

1122
01:06:51,630 --> 01:06:56,070
de zoon van mijn oom, en de getuigen
die de koopakte hadden ondertekend,

1123
01:06:56,070 --> 01:07:00,390
waar alle Joden bij waren die op de
binnenplaats van de gevangenis zaten.

1124
01:07:00,390 --> 01:07:02,850
Dus hij handelt de
wettelijke transactie af.

1125
01:07:02,850 --> 01:07:07,170
Hij betaalt zeventien sikkel zilver,
waarschijnlijk geld waar je moeilijk aan

1126
01:07:07,170 --> 01:07:09,150
komt als je in de gevangenis zit.

1127
01:07:09,150 --> 01:07:12,390
Maar hij moet ergens geld
vandaan hebben gekregen,

1128
01:07:12,390 --> 01:07:15,510
waarschijnlijk van gevers
of door geschenken,

1129
01:07:15,510 --> 01:07:19,350
of misschien had hij geld
geërfd. We weten het niet.

1130
01:07:19,350 --> 01:07:25,410
Maar hij geeft het geld daadwerkelijk uit
en koopt grond die waardeloos zal worden.

1131
01:07:25,410 --> 01:07:27,450
Hij zal die nooit bezitten.

1132
01:07:27,450 --> 01:07:29,310
Hij zal er nooit wonen.

1133
01:07:29,310 --> 01:07:31,650
Hij zal die nooit bewerken.

1134
01:07:31,650 --> 01:07:35,130
De Babylonische ballingschap
zal zeventig jaar duren.

1135
01:07:35,130 --> 01:07:38,190
Jeremia zal dood zijn
voordat die voorbij is.

1136
01:07:38,190 --> 01:07:42,150
Hij kan niet verwachten ooit gebruik
te kunnen maken van deze aankoop,

1137
01:07:42,150 --> 01:07:44,670
maar hij doet het als een teken.

1138
01:07:44,670 --> 01:07:46,170
Een teken waarvan?

1139
01:07:46,170 --> 01:07:50,250
Een teken dat, ook al zullen de Joden
worden weggevoerd in ballingschap,

1140
01:07:50,250 --> 01:07:51,990
er een terugkeer zal zijn.

1141
01:07:51,990 --> 01:07:56,670
De uitleg wordt gegeven in vers 44,
aan het einde van het hoofdstuk.

1142
01:07:56,670 --> 01:08:01,710
De profetie die hij bij deze gelegenheid
geeft om zijn daad uit te leggen, luidt:

1143
01:08:01,710 --> 01:08:06,630
Men zal akkers kopen voor geld, de
koopbrieven ondertekenen en verzegelen,

1144
01:08:06,630 --> 01:08:10,110
en die door getuigen laten
bevestigen in het land van Benjamin,

1145
01:08:10,110 --> 01:08:13,830
in de omstreken van Jeruzalem,
in de steden van Juda,

1146
01:08:13,830 --> 01:08:17,550
in de steden van het Bergland,
in de steden van het Laagland,

1147
01:08:17,550 --> 01:08:19,710
en in de steden van het Zuiderland.

1148
01:08:19,710 --> 01:08:24,750
Ik zal namelijk een omkeer brengen in
hun gevangenschap, spreekt de HEERE.

1149
01:08:24,750 --> 01:08:27,030
Enzovoort. Hij zegt:

1150
01:08:27,030 --> 01:08:30,810
Want Ik zal ervoor zorgen dat hun
mensen uit gevangenschap terugkomen,

1151
01:08:30,810 --> 01:08:32,010
zegt de Heer.

1152
01:08:32,010 --> 01:08:36,030
Dus door dit veld te kopen liet hij
zien dat hij bereid was zijn geld

1153
01:08:36,030 --> 01:08:38,130
in te zetten voor wat hij verkondigde.

1154
01:08:38,130 --> 01:08:41,610
Je zou denken dat een man die echt
geloofde dat ze in ballingschap zouden

1155
01:08:41,610 --> 01:08:45,210
gaan, en die niet zeker wist
of ze zouden terugkomen,

1156
01:08:45,210 --> 01:08:50,070
op dat moment geen cent zou uitgeven
aan onroerend goed in die streek.

1157
01:08:50,070 --> 01:08:54,450
Maar hij had er vertrouwen in, omdat de
HEERE hem had verteld dat de ballingen

1158
01:08:54,450 --> 01:08:58,290
zouden terugkeren en dit
bezit weer waarde zou krijgen.

1159
01:08:58,290 --> 01:09:01,170
Het zou dus iets waard
zijn om het te bezitten.

1160
01:09:01,170 --> 01:09:03,690
Dat maakt hij duidelijk
door de aankoop te doen,

1161
01:09:03,690 --> 01:09:06,090
en God zegt hem dat hij dit moet doen.

1162
01:09:06,090 --> 01:09:07,710
Dan vers 16:

1163
01:09:07,710 --> 01:09:12,330
Ik bad tot de HEERE, nadat ik de
koopbrief aan Baruch, de zoon van Neria,

1164
01:09:12,330 --> 01:09:15,810
had gegeven: Ach, Heere HEERE!

1165
01:09:15,810 --> 01:09:20,550
Zie, Ú hebt de hemel en de aarde
gemaakt door Uw grote kracht

1166
01:09:20,550 --> 01:09:23,010
en door Uw uitgestrekte arm.

1167
01:09:23,010 --> 01:09:25,230
Niets is voor U te wonderlijk.

1168
01:09:25,230 --> 01:09:28,530
U, Die goedertierenheid
bewijst aan duizenden,

1169
01:09:28,530 --> 01:09:32,910
Die de ongerechtigheid van de vaderen
vergeldt in de schoot van hun kinderen na

1170
01:09:32,910 --> 01:09:39,631
hen, U, grote, machtige God — HEERE
van de legermachten is Zijn Naam —

1171
01:09:39,631 --> 01:09:44,790
groot van raad en machtig van daad
(want Uw ogen zijn open over alle

1172
01:09:44,790 --> 01:09:49,950
wegen van de mensenkinderen, om eenieder
te geven overeenkomstig zijn wegen en

1173
01:09:49,950 --> 01:09:53,310
overeenkomstig de vrucht
van zijn daden), U,

1174
01:09:53,310 --> 01:09:58,290
Die tekenen en wonderen verricht hebt
in het land Egypte tot op deze dag,

1175
01:09:58,290 --> 01:10:03,330
in Israël en onder de andere mensen,
en U hebt Uzelf een Naam gemaakt,

1176
01:10:03,330 --> 01:10:05,490
zoals het heden ten dage is.

1177
01:10:05,490 --> 01:10:08,310
Hij is God hier eigenlijk
aan het vleien en zegt:

1178
01:10:08,310 --> 01:10:12,750
‘Ik besef dat U groot en slim
en machtig bent, enzovoort,

1179
01:10:12,750 --> 01:10:15,390
maar ik begrijp niet wat
ik zojuist heb gedaan.

1180
01:10:15,390 --> 01:10:20,190
Ik weet dat U een goede God bent,
een wijze God, een machtige God.

1181
01:10:20,190 --> 01:10:22,470
Niemand kan iets tegen U inbrengen.

1182
01:10:22,470 --> 01:10:23,970
Alles is mogelijk voor U.’

1183
01:10:23,970 --> 01:10:29,310
In vers 25 komt hij aan het einde van
deze lange lofprijzing op Gods deugden

1184
01:10:29,310 --> 01:10:32,370
en wijsheid en macht. Hij zegt:

1185
01:10:32,370 --> 01:10:35,070
Toch hebt U Zelf tegen
mij gezegd, Heere HEERE:

1186
01:10:35,070 --> 01:10:39,870
Koop voor uzelf die akker voor geld
en laat het door getuigen bevestigen.

1187
01:10:39,870 --> 01:10:42,930
De stad is echter in de hand
van de Chaldeeën gegeven.

1188
01:10:42,930 --> 01:10:47,730
Hij zegt hier dus: ‘God, ik begrijp
niet wat U mij opdraagt te doen.

1189
01:10:47,730 --> 01:10:51,450
U hebt mij steeds verteld dat dit
in handen van de Chaldeeën komt.

1190
01:10:51,450 --> 01:10:56,730
En ik weet dat U slim bent en zo, maar het
lijkt er niet op dat U hier slim handelt.

1191
01:10:56,730 --> 01:10:59,910
Dit lijkt op dit moment
geen goede investering.

1192
01:10:59,910 --> 01:11:02,250
Waarom hebt U mij gezegd dit te doen?’

1193
01:11:02,250 --> 01:11:04,650
God antwoordt in vers 26:

1194
01:11:04,650 --> 01:11:09,450
Toen kwam het woord van de HEERE
tot Jeremia: Zie, Ik ben de HEERE,

1195
01:11:09,450 --> 01:11:11,430
de God van alle vlees.

1196
01:11:11,430 --> 01:11:14,010
Zou ook maar iets voor
Mij te wonderlijk zijn?

1197
01:11:14,010 --> 01:11:17,370
In vers 17 heeft Jeremia
zojuist bevestigd:

1198
01:11:17,370 --> 01:11:19,350
Niets is te moeilijk voor U.

1199
01:11:19,350 --> 01:11:20,550
God zegt:

1200
01:11:20,550 --> 01:11:24,690
Zie, Ik ben de HEERE,
de God van alle vlees.

1201
01:11:24,690 --> 01:11:27,450
Zou ook maar iets voor
Mij te wonderlijk zijn?

1202
01:11:27,450 --> 01:11:33,450
Daarom, zo zegt de HEERE: Zie, Ik ga deze
stad in de hand van de Chaldeeën en in de

1203
01:11:33,450 --> 01:11:39,690
hand van Nebukadrezar, de koning van
Babel, geven en hij zal haar innemen.

1204
01:11:39,690 --> 01:11:40,530
Enzovoort.

1205
01:11:40,530 --> 01:11:44,790
Dan, verderop, nadat Hij over
hetzelfde soort dingen heeft gesproken,

1206
01:11:44,790 --> 01:11:49,650
over hoe Hij het aan de Chaldeeën
zal geven, zegt Hij in vers 36:

1207
01:11:49,650 --> 01:11:55,110
Welnu, daarom, zo zegt de HEERE,
de God van Israël, van deze stad,

1208
01:11:55,110 --> 01:11:59,610
waar u van zegt: Zij is door het
zwaard, door de honger en door de

1209
01:11:59,610 --> 01:12:03,270
pest in de hand van de koning
van Babel gegeven: Zie,

1210
01:12:03,270 --> 01:12:08,130
Ik ga hen bijeenbrengen uit al de
landen waarheen Ik hen in Mijn toorn,

1211
01:12:08,130 --> 01:12:12,270
in Mijn grimmigheid en in grote
verbolgenheid verdreven zal hebben,

1212
01:12:12,270 --> 01:12:17,130
en Ik zal hen terugbrengen naar deze
plaats en hen onbezorgd doen wonen.

1213
01:12:17,130 --> 01:12:22,290
Zij zullen Mij tot een volk zijn,
en Ík zal hun tot een God zijn.

1214
01:12:22,290 --> 01:12:28,470
Ik zal hun één hart en één weg geven om
Mij te vrezen, alle dagen, hun ten goede,

1215
01:12:28,470 --> 01:12:30,330
en hun kinderen na hen.

1216
01:12:30,330 --> 01:12:33,090
Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten,

1217
01:12:33,090 --> 01:12:37,710
dat Ik Mij van achter hen niet zal
afwenden, opdat Ik hun goeddoe.

1218
01:12:37,710 --> 01:12:42,750
En Ik zal Mijn vreze in hun hart
geven, zodat zij niet van Mij afwijken.

1219
01:12:42,750 --> 01:12:44,970
Dat is natuurlijk het nieuwe verbond.

1220
01:12:44,970 --> 01:12:48,270
Ik zal Mij over hen
verblijden en hun goeddoen.

1221
01:12:48,270 --> 01:12:51,270
En Ik zal hen in getrouwheid
in dit land planten,

1222
01:12:51,270 --> 01:12:54,510
met heel Mijn hart en met heel Mijn ziel.

1223
01:12:54,510 --> 01:13:00,330
Want zo zegt de HEERE: Zoals Ik al dit
grote onheil over dit volk gebracht heb,

1224
01:13:00,330 --> 01:13:05,010
zo zal Ik ook al het goede over hen
brengen dat Ik over hen uitspreek.

1225
01:13:05,010 --> 01:13:08,130
Er zullen akkers gekocht worden
in dit land, waarvan u zegt:

1226
01:13:08,130 --> 01:13:12,270
Het is een woestenij, zodat er
geen mens en geen dier meer is;

1227
01:13:12,270 --> 01:13:14,550
het is in de hand van
de Chaldeeën gegeven.

1228
01:13:14,550 --> 01:13:19,590
Men zal akkers kopen voor geld, de
koopbrieven ondertekenen en verzegelen,

1229
01:13:19,590 --> 01:13:23,070
en die door getuigen laten
bevestigen in het land van Benjamin,

1230
01:13:23,070 --> 01:13:26,610
in de omstreken van Jeruzalem,
in de steden van Juda,

1231
01:13:26,610 --> 01:13:30,270
in de steden van het Bergland,
in de steden van het Laagland,

1232
01:13:30,270 --> 01:13:32,430
en in de steden van het Zuiderland.

1233
01:13:32,430 --> 01:13:36,450
Ik zal namelijk een omkeer brengen in
hun gevangenschap, spreekt de HEERE.

1234
01:13:36,450 --> 01:13:41,430
Dit hele hoofdstuk is dus gewijd
aan deze opdracht die God hem gaf

1235
01:13:41,430 --> 01:13:44,010
en de profetie die ermee samenhing.

1236
01:13:44,010 --> 01:13:48,870
Je koopt dit stuk grond en daarmee vertel
je de wereld dat je echt gelooft in je

1237
01:13:48,870 --> 01:13:53,370
boodschap: dat dit land, hoewel
het binnenkort woest zal liggen,

1238
01:13:53,370 --> 01:13:56,730
zijn definitieve einde
nog niet heeft bereikt.

1239
01:13:56,730 --> 01:14:01,050
Dit bezit zal op een dag weer waarde
hebben, omdat het volk zal terugkeren.
