1
00:00:02,070 --> 00:00:05,430
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:05,430 --> 00:00:12,450
Deze keer behandelen we Jeremia
hoofdstuk 33 tot en met 36.

3
00:00:12,450 --> 00:00:17,010
Jeremia 33 brengt ons aan het
einde van het kleine troostboek,

4
00:00:17,010 --> 00:00:19,230
dat in hoofdstuk 30 begon.

5
00:00:19,230 --> 00:00:22,110
We zijn bij dit gedeelte
langer blijven stilstaan

6
00:00:22,110 --> 00:00:24,510
dan we bij de meeste
hoofdstukken zouden doen,

7
00:00:24,510 --> 00:00:28,710
omdat de meeste passages ervan
betrekking hebben op het nieuwe verbond.

8
00:00:28,710 --> 00:00:33,030
Het is in vier hoofdstukken de
tegenhanger van wat Jesaja in

9
00:00:33,030 --> 00:00:36,570
27 hoofdstukken aan het einde
van zijn boek heeft staan.

10
00:00:36,570 --> 00:00:38,910
We komen bij hoofdstuk 33:

11
00:00:38,910 --> 00:00:42,990
Het woord van de HEERE kwam
voor de tweede keer tot Jeremia,

12
00:00:42,990 --> 00:00:46,230
toen hij nog opgesloten zat op
het binnenplein van de wacht:

13
00:00:46,230 --> 00:00:50,850
Met andere woorden, dit was in
dezelfde tijd dat hij het veld kocht.

14
00:00:50,850 --> 00:00:53,730
Hij zat aan het begin van hoofdstuk 32

15
00:00:53,730 --> 00:00:56,490
opgesloten in de voorhof
van de gevangenis,

16
00:00:56,490 --> 00:01:00,810
toen zijn neef Hanameël naar hem toe
kwam en hem vroeg een veld te kopen om

17
00:01:00,810 --> 00:01:01,890
het te lossen.

18
00:01:01,890 --> 00:01:06,150
Hij deed dit op aanwijzing van God
om Zijn belofte uit te beelden.

19
00:01:06,150 --> 00:01:10,590
Het onroerend goed in Jeruzalem of
daar in de omgeving was op dat moment

20
00:01:10,590 --> 00:01:13,890
vrijwel waardeloos, maar
het zou weer waarde krijgen

21
00:01:13,890 --> 00:01:18,210
wanneer God het lot van Juda
en Israël ten goede zou keren.

22
00:01:18,210 --> 00:01:23,370
Hoofdstuk 33 zegt, terwijl hij nog
steeds in de gevangenis opgesloten zat:

23
00:01:23,370 --> 00:01:28,531
Zo zegt de HEERE, Die het gemaakt en
gevormd heeft om het te bevestigen —

24
00:01:28,531 --> 00:01:33,750
HEERE is Zijn Naam: Roep tot
Mij, dan zal Ik u antwoorden en u

25
00:01:33,750 --> 00:01:36,990
grote en machtige dingen
bekendmaken die u niet weet.

26
00:01:36,990 --> 00:01:40,230
Want zo zegt de HEERE, de God van Israël,

27
00:01:40,230 --> 00:01:44,250
over de huizen van deze stad en de
huizen van de koningen van Juda,

28
00:01:44,250 --> 00:01:49,290
die afgebroken zijn om versterkingen op te
werpen tegen de belegeringsdammen en het

29
00:01:49,290 --> 00:01:52,830
zwaard: Zij komen om tegen
de Chaldeeën te strijden,

30
00:01:52,830 --> 00:01:56,370
maar vullen die plaatsen slechts
met de lijken van mensen die

31
00:01:56,370 --> 00:01:59,550
Ik in Mijn toorn en grimmigheid zal doden.

32
00:01:59,550 --> 00:02:04,470
Vanwege hun slechtheid heb Ik Mijn
aangezicht voor deze stad verborgen.

33
00:02:04,470 --> 00:02:07,950
Zie, Ik zal haar gezondheid
en genezing brengen.

34
00:02:07,950 --> 00:02:13,530
Ik zal hen genezen en hun een overvloed
aan vrede en waarheid bekendmaken.

35
00:02:13,530 --> 00:02:16,410
Je herinnert je dat we
het in Jesaja over deze

36
00:02:16,410 --> 00:02:18,870
beeldspraak van genezing hebben gehad.

37
00:02:18,870 --> 00:02:21,810
We zien die ook hier in
Jeremia steeds terug.

38
00:02:21,810 --> 00:02:25,710
De genezing die nodig is,
is een herstel van vrede.

39
00:02:25,710 --> 00:02:30,450
Dat wordt bedoeld in Jesaja
53, vers vijf, waar staat:

40
00:02:30,450 --> 00:02:35,850
Maar Hij is om onze overtredingen verwond,
om onze ongerechtigheden verbrijzeld.

41
00:02:35,850 --> 00:02:38,850
De straf die ons de vrede
aanbrengt, was op Hem,

42
00:02:38,850 --> 00:02:42,390
en door Zijn striemen is er
voor ons genezing gekomen.

43
00:02:42,390 --> 00:02:46,170
Vrede betekent uiteindelijk dat
je op goede voet staat met God.

44
00:02:46,170 --> 00:02:50,850
De ziekte van Israël en Juda was
dat ze van God vervreemd waren.

45
00:02:50,850 --> 00:02:54,330
Ze stonden vanwege hun zonden
niet op goede voet met God.

46
00:02:54,330 --> 00:02:58,410
Ze moesten vergeven,
genezen en hersteld worden.

47
00:02:58,410 --> 00:03:02,490
Ze moesten worden teruggebracht
in een vredige toestand waarin God

48
00:03:02,490 --> 00:03:08,070
vrede met hen heeft, en hun omstandigheden
daardoor weer door God gezegend worden.

49
00:03:08,070 --> 00:03:12,570
Deze vergelijking van genezing
of gezondheid met in vrede leven

50
00:03:12,570 --> 00:03:15,990
vind je zowel in Jesaja als in Jeremia.

51
00:03:15,990 --> 00:03:17,310
Vers 7:

52
00:03:17,310 --> 00:03:20,250
Ik zal een omkeer brengen
in de gevangenschap van Juda

53
00:03:20,250 --> 00:03:24,510
en in de gevangenschap van Israël,
en hen opbouwen als vroeger.

54
00:03:24,510 --> 00:03:27,450
Ik zal hen reinigen van
al hun ongerechtigheid,

55
00:03:27,450 --> 00:03:29,790
waarmee zij tegen Mij gezondigd hebben.

56
00:03:29,790 --> 00:03:34,710
Ik zal al hun ongerechtigheden vergeven,
waarmee zij tegen Mij gezondigd hebben,

57
00:03:34,710 --> 00:03:37,710
en waarmee zij tegen Mij
in opstand zijn gekomen.

58
00:03:37,710 --> 00:03:40,470
Het zal voor Mij worden
tot een vreugdevolle naam,

59
00:03:40,470 --> 00:03:44,610
tot roem en tot luister bij
alle heidenvolken van de aarde,

60
00:03:44,610 --> 00:03:47,430
die al het goede zullen
horen dat Ik hun doe.

61
00:03:47,430 --> 00:03:51,450
Zij zullen beangst zijn en
sidderen vanwege al het goede

62
00:03:51,450 --> 00:03:54,330
en vanwege al de vrede
die Ik het verschaf.

63
00:03:54,330 --> 00:03:58,710
Dit is het soort profetie waardoor
de Joden van een latere generatie,

64
00:03:58,710 --> 00:04:03,930
die inderdaad uit Babylon terugkwamen,
grote dingen verwachtten. Hij zegt:

65
00:04:03,930 --> 00:04:08,490
Het is geweldig. De volken zullen
versteld staan van wat Ik hier doe.

66
00:04:08,490 --> 00:04:12,150
Israël zal bewondering en
verbazing oproepen bij iedereen

67
00:04:12,150 --> 00:04:17,490
door alle goede dingen die God zal doen,
hoe Hij het voorspoed geeft, enzovoort.

68
00:04:17,490 --> 00:04:21,570
Toen ze daadwerkelijk terugkwamen,
verliep het niet helemaal zo.

69
00:04:21,570 --> 00:04:25,290
Slechts een overblijfsel van
hen keerde daadwerkelijk terug.

70
00:04:25,290 --> 00:04:29,130
Degenen die terugkwamen, hadden
beperkte financiële middelen.

71
00:04:29,130 --> 00:04:34,230
Ze bouwden een tempel, maar die leek in
niets op de tempel die Salomo had gebouwd.

72
00:04:34,230 --> 00:04:36,630
Hij was bij lange na niet zo mooi.

73
00:04:36,630 --> 00:04:39,570
Hun oogsten waren niet zo
goed als ze hadden gedacht.

74
00:04:39,570 --> 00:04:41,430
De profeet Haggaï zegt dat

75
00:04:41,430 --> 00:04:44,970
U rekent op veel, maar
zie, het wordt weinig.

76
00:04:44,970 --> 00:04:49,170
Wat u in huis bracht,
daar blies Ik in. Waarom?

77
00:04:49,170 --> 00:04:51,030
spreekt de HEERE van de legermachten.

78
00:04:51,030 --> 00:04:56,190
Vanwege Mijn huis, dat verwoest
ligt, terwijl u zich uitslooft,

79
00:04:56,190 --> 00:04:58,350
ieder voor zijn eigen huis.

80
00:04:58,350 --> 00:05:01,230
en dat ze grote ontberingen doormaakten.

81
00:05:01,230 --> 00:05:06,630
Maar Haggaï zegt dat dit kwam doordat ze
God niet op de eerste plaats hadden gezet.

82
00:05:06,630 --> 00:05:10,650
Ze waren teruggekomen naar
Jeruzalem, maar hun hart was nog niet

83
00:05:10,650 --> 00:05:12,390
zoals het moest zijn.

84
00:05:12,390 --> 00:05:15,330
De geestelijke vernieuwing
moest nog komen.

85
00:05:15,330 --> 00:05:21,510
De profetieën van Jesaja, Jeremia en
Ezechiël spreken regelmatig over deze

86
00:05:21,510 --> 00:05:23,010
twee dingen samen.

87
00:05:23,010 --> 00:05:27,930
Ze spreken over de lichamelijke terugkeer
van de ballingen naar Jeruzalem.

88
00:05:27,930 --> 00:05:33,210
Die vond inderdaad plaats nadat Kores
Babylon had veroverd en een bevel had

89
00:05:33,210 --> 00:05:37,650
uitgevaardigd dat alle volken in
gevangenschap naar hun eigen land mochten

90
00:05:37,650 --> 00:05:43,110
terugkeren, waaronder
Israël, in 586 voor Christus.

91
00:05:43,110 --> 00:05:47,790
Ze kwamen terug, en dat is voorspeld,
maar er is ook voorspeld dat

92
00:05:47,790 --> 00:05:52,650
Dan zal Ik u een nieuw hart geven en
een nieuwe geest in uw binnenste geven.

93
00:05:52,650 --> 00:05:58,170
Ik zal het hart van steen uit uw lichaam
wegnemen en u een hart van vlees geven.

94
00:05:58,170 --> 00:06:00,270
Hij zou hun voorspoed geven.

95
00:06:00,270 --> 00:06:02,730
Hij zou alles voor hen veranderen.

96
00:06:02,730 --> 00:06:05,490
Niet alles veranderde toen ze terugkwamen.

97
00:06:05,490 --> 00:06:09,030
Dat komt doordat de belofte
twee aspecten heeft.

98
00:06:09,030 --> 00:06:13,230
Er is datgene wat vervuld wordt in
de terugkeer uit de ballingschap,

99
00:06:13,230 --> 00:06:17,250
en dan is er de vollere vervulling
met de komst van de Messias.

100
00:06:17,250 --> 00:06:20,970
De terugkeer uit de ballingschap
is een voorafbeelding en een

101
00:06:20,970 --> 00:06:24,690
schaduw van het vollere behoud
dat zij niet hebben ervaren.

102
00:06:24,690 --> 00:06:28,830
Dat zij dit niet hebben ervaren,
blijkt uit het feit dat hun hart niet

103
00:06:28,830 --> 00:06:30,990
helemaal aan de Heere toebehoorde.

104
00:06:30,990 --> 00:06:35,670
Jeremia had in hoofdstuk 29,
in zijn brief aan de ballingen,

105
00:06:35,670 --> 00:06:39,150
gezegd dat ze zouden
terugkeren en God zouden vinden

106
00:06:39,150 --> 00:06:41,910
wanneer ze met hun hele hart terugkeerden.

107
00:06:41,910 --> 00:06:45,930
Dat was zijn belofte aan hen toen
hij aan de ballingen schreef.

108
00:06:45,930 --> 00:06:48,810
In Jeremia 29:13:

109
00:06:48,810 --> 00:06:54,330
U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u
naar Mij zult vragen met heel uw hart.

110
00:06:54,330 --> 00:06:58,890
Dit is iets waarvan ze misschien dachten
dat God Zelf het zou laten gebeuren.

111
00:06:58,890 --> 00:07:01,890
Dit is iets wat zij moeten laten gebeuren.

112
00:07:01,890 --> 00:07:05,850
Zij moeten Hem zoeken, en zij moeten
zich daar helemaal op toeleggen,

113
00:07:05,850 --> 00:07:07,590
met hun hele hart.

114
00:07:07,590 --> 00:07:10,350
Dat was bij de ballingen
niet meteen het geval.

115
00:07:10,350 --> 00:07:14,550
Er was een herstel, maar het was
niet alles waarop ze gehoopt hadden.

116
00:07:14,550 --> 00:07:16,530
De schrijvers van het Nieuwe Testament

117
00:07:16,530 --> 00:07:19,350
zien echter het nieuwe
verbond in Christus,

118
00:07:19,350 --> 00:07:23,070
het tijdperk van de Geest
dat met Pinksteren begint,

119
00:07:23,070 --> 00:07:27,210
als de vervulling van deze
profetieën in het huidige tijdperk.

120
00:07:27,210 --> 00:07:30,990
Met andere woorden, de werkelijke
vervulling van de terugkeer van de

121
00:07:30,990 --> 00:07:33,150
ballingen is in Christus.

122
00:07:33,150 --> 00:07:35,730
Jesaja had in Jesaja 10 gezegd:

123
00:07:35,730 --> 00:07:38,730
Het overblijfsel zal terugkeren.

124
00:07:38,730 --> 00:07:42,150
Paulus haalt dat vers aan
in Romeinen 9 en zegt:

125
00:07:42,150 --> 00:07:45,210
Het overblijfsel zal behouden worden.

126
00:07:45,210 --> 00:07:50,190
De gedachte is dus dat het terugkeren
bij de profeten zijn uiteindelijke

127
00:07:50,190 --> 00:07:55,350
vervulling vindt in mensen die behouden
worden wanneer ze terugkeren tot Christus

128
00:07:55,350 --> 00:07:58,410
en in Hem de zegeningen van
het nieuwe verbond vinden.

129
00:07:58,410 --> 00:07:59,670
Vers 10:

130
00:07:59,670 --> 00:08:04,950
Zo zegt de HEERE: In deze plaats,
waarvan u zegt: Zij ligt verwoest,

131
00:08:04,950 --> 00:08:09,510
zodat er geen mens en geen dier
meer is — in de steden van Juda

132
00:08:09,510 --> 00:08:14,310
en op de straten van Jeruzalem, die
zo verwoest zijn, dat er geen mens,

133
00:08:14,310 --> 00:08:17,670
geen inwoner en geen dier
meer in te vinden is,

134
00:08:17,670 --> 00:08:22,170
zal weer gehoord worden de stem van
de vreugde, de stem van de blijdschap,

135
00:08:22,170 --> 00:08:27,330
de stem van de bruidegom en de stem van
de bruid, de stem van hen die zeggen:

136
00:08:27,330 --> 00:08:30,990
Loof de HEERE van de legermachten,
want de HEERE is goed,

137
00:08:30,990 --> 00:08:35,250
want Zijn goedertierenheid is
voor eeuwig, en de stem van hen

138
00:08:35,250 --> 00:08:38,610
die in het huis van de
HEERE een lofoffer brengen.

139
00:08:38,610 --> 00:08:42,450
Ik zal namelijk een omkeer brengen
in de gevangenschap van het land,

140
00:08:42,450 --> 00:08:45,630
zodat het weer wordt als
vroeger, zegt de HEERE.

141
00:08:45,630 --> 00:08:50,610
Er zullen mensen zijn die God
prijzen, zich verheugen, weer trouwen,

142
00:08:50,610 --> 00:08:52,230
weer plezier hebben.

143
00:08:52,230 --> 00:08:56,010
Dit zijn de dingen waarvan in het
verleden herhaaldelijk was gezegd

144
00:08:56,010 --> 00:09:00,150
dat ze door de Babylonische ballingschap
uit Jeruzalem zouden verdwijnen.

145
00:09:00,150 --> 00:09:02,130
Ze worden nu hersteld.

146
00:09:02,130 --> 00:09:03,450
Vers 12:

147
00:09:03,450 --> 00:09:08,670
Zo zegt de HEERE van de legermachten:
In deze plaats — hij ligt verwoest,

148
00:09:08,670 --> 00:09:11,650
zodat er geen mens en geen
dier meer in te vinden is —

149
00:09:11,650 --> 00:09:15,030
en in al zijn steden zal
weer een weideplaats voor

150
00:09:15,030 --> 00:09:17,790
herders zijn die de kudde doen neerliggen.

151
00:09:17,790 --> 00:09:21,450
In de steden van het Bergland,
in de steden van het Laagland,

152
00:09:21,450 --> 00:09:25,110
in de steden van het Zuiderland,
in het land van Benjamin,

153
00:09:25,110 --> 00:09:28,830
in de omstreken van Jeruzalem
en in de steden van Juda

154
00:09:28,830 --> 00:09:32,970
zullen de kudden weer onder de handen
van de teller doorgaan, zegt de HEERE.

155
00:09:32,970 --> 00:09:38,250
Dit is hetzelfde soort uitspraak als
in vers 44 van het vorige hoofdstuk.

156
00:09:38,250 --> 00:09:41,430
Hoewel dit blijkbaar een
afzonderlijke profetie was,

157
00:09:41,430 --> 00:09:44,130
lijkt die op hetzelfde thema door te gaan.

158
00:09:44,130 --> 00:09:48,630
Want in hoofdstuk 32 ging het
erover dat op al deze plaatsen

159
00:09:48,630 --> 00:09:50,790
weer akkers gekocht zullen worden.

160
00:09:50,790 --> 00:09:57,150
Vers 44 noemt precies dezelfde
plaatsen als hoofdstuk 33:13.

161
00:09:57,150 --> 00:10:02,070
Alleen staat hier dat er kudden
en herders zullen zijn, enzovoort.

162
00:10:02,070 --> 00:10:05,970
Een terugkeer naar het geluk van het
herdersleven, om het zo te zeggen,

163
00:10:05,970 --> 00:10:08,970
dat men in vreedzamere tijden gekend had.

164
00:10:08,970 --> 00:10:14,370
Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE,
dat Ik het goede woord gestand zal doen

165
00:10:14,370 --> 00:10:19,410
dat Ik gesproken heb tot het huis
van Israël en over het huis van Juda.

166
00:10:19,410 --> 00:10:23,790
In die dagen en in die tijd zal
Ik voor David een SPRUIT van

167
00:10:23,790 --> 00:10:25,650
gerechtigheid doen opkomen.

168
00:10:25,650 --> 00:10:29,490
Hij zal recht en
gerechtigheid doen op aarde.

169
00:10:29,490 --> 00:10:34,890
In die dagen zal Juda verlost worden
en zal Jeruzalem onbezorgd wonen.

170
00:10:34,890 --> 00:10:39,870
Dit is hoe men de stad noemen
zal: DE HEERE onze gerechtigheid.

171
00:10:39,870 --> 00:10:43,290
Het is interessant dat
er in vers 16 staat:

172
00:10:43,290 --> 00:10:48,390
‘Dit is hoe men de stad noemen
zal: DE HEERE onze gerechtigheid.’

173
00:10:48,390 --> 00:10:52,350
Wat interessant is, is dat
precies deze zelfde profetie

174
00:10:52,350 --> 00:10:58,950
al woordelijk gegeven werd in hoofdstuk
23, in vers 5 en 6. Daar stond:

175
00:10:58,950 --> 00:11:04,350
Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE,
dat Ik voor David een rechtvaardige

176
00:11:04,350 --> 00:11:06,090
SPRUIT zal doen opstaan.

177
00:11:06,090 --> 00:11:09,630
Hij zal als Koning regeren
en verstandig handelen,

178
00:11:09,630 --> 00:11:13,410
Hij zal recht en gerechtigheid
doen op de aarde.

179
00:11:13,410 --> 00:11:18,570
In Zijn dagen zal Juda verlost
worden en Israël onbezorgd wonen.

180
00:11:18,570 --> 00:11:24,810
Dit zal Zijn Naam zijn waarmee men Hem
noemen zal: DE HEERE onze gerechtigheid.

181
00:11:24,810 --> 00:11:30,570
Maar nu wordt de stad zelf zo genoemd,
genoemd met de Naam van de Messias.

182
00:11:30,570 --> 00:11:33,630
Het is een interessante
verschuiving van gedachten.

183
00:11:33,630 --> 00:11:38,310
Alles is hetzelfde als in
hoofdstuk 23, vers 5 en 6,

184
00:11:38,310 --> 00:11:42,150
maar de verandering is dat
het nu de stad Jeruzalem is

185
00:11:42,150 --> 00:11:46,890
die met de Naam van de Messias
wordt genoemd, Yahweh Tsidkenu.

186
00:11:46,890 --> 00:11:48,930
Nu vers 17:

187
00:11:48,930 --> 00:11:55,170
Want zo zegt de HEERE: Aan David zal het
niet aan een man ontbreken die op de troon

188
00:11:55,170 --> 00:11:58,890
van het huis van Israël zit,
en aan de Levitische priesters

189
00:11:58,890 --> 00:12:03,510
zal geen man voor Mijn aangezicht
ontbreken die het brandoffer brengt,

190
00:12:03,510 --> 00:12:09,150
het graanoffer in rook laat opgaan en
het slachtoffer bereidt, alle dagen.

191
00:12:09,150 --> 00:12:12,630
Dit is een van de beloften
die volgens premillennialisten

192
00:12:12,630 --> 00:12:17,370
die de bedelingenleer aanhangen in het
duizendjarig rijk vervuld moeten worden.

193
00:12:17,370 --> 00:12:20,610
Want dit suggereert dat het
Levitische priesterschap

194
00:12:20,610 --> 00:12:23,790
altijd zal blijven voortbestaan, omdat:

195
00:12:23,790 --> 00:12:28,830
Er zal altijd iemand uit de stam Levi
zijn om Mij brandoffers te brengen.

196
00:12:28,830 --> 00:12:32,730
Er zal altijd een Levitisch
priesterschap zijn, staat er,

197
00:12:32,730 --> 00:12:37,110
en er zal altijd een koning uit
het geslacht van David zijn.

198
00:12:37,110 --> 00:12:42,090
De aanhangers van de bedelingenleer zullen
zeggen: ‘Nou, dat is nog niet gebeurd.’

199
00:12:42,090 --> 00:12:45,330
In het duizendjarig rijk
zal er een tempel zijn

200
00:12:45,330 --> 00:12:48,990
en zullen er dierenoffers
en Levieten zijn, enzovoort.

201
00:12:48,990 --> 00:12:54,330
Er zijn gedeelten in Ezechiël,
vooral hoofdstuk 40 tot en met 48,

202
00:12:54,330 --> 00:12:57,750
waarvan men denkt dat ze
ook over die periode gaan.

203
00:12:57,750 --> 00:13:01,830
En in Zacharia 14 wordt een
herbouwde tempel gesuggereerd,

204
00:13:01,830 --> 00:13:05,010
een opnieuw ingesteld
Levitisch priesterschap.

205
00:13:05,010 --> 00:13:08,070
Het klinkt alsof God zegt
dat het er altijd zal zijn.

206
00:13:08,070 --> 00:13:11,790
Maar denk eraan wat God in
Jeremia hoofdstuk 18 zei:

207
00:13:11,790 --> 00:13:17,250
Telkens wanneer Ik zeg dat Ik hen zal
opbouwen, maar zij zich van Mij afkeren,

208
00:13:17,250 --> 00:13:19,530
zal Ik hen niet opbouwen.

209
00:13:19,530 --> 00:13:23,190
Dan zal Ik terugkomen op het
goede dat Ik hun had toegezegd.

210
00:13:23,190 --> 00:13:27,570
Met andere woorden, dit is wat
Ik zal doen als zij trouw zijn.

211
00:13:27,570 --> 00:13:32,250
Hier wordt dat ‘als’ niet genoemd,
maar in Jeremia hoofdstuk 18,

212
00:13:32,250 --> 00:13:38,130
vers 7 tot en met 10, maakte Hij duidelijk
dat dit ‘als’ altijd wordt verondersteld.

213
00:13:38,130 --> 00:13:41,670
Telkens wanneer Ik zulke dingen
zeg, hangt het van hun trouw af.

214
00:13:41,670 --> 00:13:47,790
Kijk eens naar 1 Samuel hoofdstuk 2,
waar God de priester Eli terechtwijst.

215
00:13:47,790 --> 00:13:53,730
In 1 Samuel 2, vers 30, komt er een
profeet naar de priester Eli en zegt:

216
00:13:53,730 --> 00:13:58,770
Daarom spreekt de HEERE, de God van
Israël: Ik had duidelijk gezegd:

217
00:13:58,770 --> 00:14:03,870
Uw huis en uw familie zullen voor
eeuwig voor Mijn aangezicht wandelen.

218
00:14:03,870 --> 00:14:08,910
Maar nu spreekt de HEERE: Er is bij
Mij geen sprake van, want wie Mij eren,

219
00:14:08,910 --> 00:14:13,530
zal Ik eren, maar wie Mij verachten,
zullen zelf veracht worden.

220
00:14:13,530 --> 00:14:18,390
Dat wil zeggen, zij zouden voor altijd
priesters zijn: het huis van Levi,

221
00:14:18,390 --> 00:14:21,450
het huis van Aäron. God zegt:

222
00:14:21,450 --> 00:14:24,810
Ik zei dat jullie Mij
voor altijd zouden dienen.

223
00:14:24,810 --> 00:14:27,510
Jullie zouden voor altijd priesters zijn.

224
00:14:27,510 --> 00:14:29,670
Ik had geen voorwaarden genoemd.

225
00:14:29,670 --> 00:14:32,790
Dat wil zeggen, de
belofte die Ik heb gedaan,

226
00:14:32,790 --> 00:14:35,610
geldt op voorwaarde dat je Mij eert.

227
00:14:35,610 --> 00:14:38,130
Dat heb Ik er destijds niet bij gezegd.

228
00:14:38,130 --> 00:14:42,330
Je hebt misschien gedacht dat die
onvoorwaardelijk was. Dat is ze niet.

229
00:14:42,330 --> 00:14:45,030
Zo lezen we hier in Jesaja 66

230
00:14:45,030 --> 00:14:48,510
een beschrijving van wat
kennelijk het huidige tijdperk is.

231
00:14:48,510 --> 00:14:53,010
Het wordt in beeldspraak beschreven, maar
Paulus haalt het aan alsof het op hemzelf

232
00:14:53,010 --> 00:14:55,650
en zijn eigen bediening van toepassing is.

233
00:14:55,650 --> 00:15:02,850
Aan het einde van Jesaja 66:19 — het is
een lang vers — staat in de laatste regel:

234
00:15:02,850 --> 00:15:07,770
En Ik zal een teken op hen aanbrengen: Ik
zal uit hen die aan het gericht ontkomen

235
00:15:07,770 --> 00:15:14,250
zijn, boden zenden naar de heidenvolken,
Tarsis, Pul, Lud, de boogschutters,

236
00:15:14,250 --> 00:15:17,610
naar Tubal, Javan, de
verafgelegen kustlanden,

237
00:15:17,610 --> 00:15:20,130
die geen tijding over Mij hebben gehoord

238
00:15:20,130 --> 00:15:22,410
en die Mijn heerlijkheid
niet hebben gezien.

239
00:15:22,410 --> 00:15:26,130
Zij zullen Mijn heerlijkheid
onder de heidenvolken verkondigen.

240
00:15:26,130 --> 00:15:27,870
Dan zegt vers 20:

241
00:15:27,870 --> 00:15:32,130
En zij zullen al uw broeders uit
alle heidenvolken brengen als

242
00:15:32,130 --> 00:15:37,230
graanoffer aan de HEERE, op paarden
en op wagens, met huifkarren,

243
00:15:37,230 --> 00:15:42,870
op muildieren en op snelle kamelen, naar
Mijn heilige berg toe, naar Jeruzalem,

244
00:15:42,870 --> 00:15:48,030
zegt de HEERE, zoals de Israëlieten het
graanoffer in rein vaatwerk naar het huis

245
00:15:48,030 --> 00:15:49,650
van de HEERE brengen.

246
00:15:49,650 --> 00:15:52,110
Dat wil zeggen, de heidenen.

247
00:15:52,110 --> 00:15:56,430
De heidenen zullen dus een offer
zijn dat aan de Heere wordt gebracht.

248
00:15:56,430 --> 00:16:02,010
Toen we Jesaja bestudeerden, heb ik
genoemd dat Paulus op dit vers zinspeelt.

249
00:16:02,010 --> 00:16:06,150
Hij citeert het niet
letterlijk in Romeinen 15:16.

250
00:16:06,150 --> 00:16:09,870
Daar staat dat zijn bediening
inhield dat hij heidenen als een

251
00:16:09,870 --> 00:16:11,730
offer aan de Heere bracht.

252
00:16:11,730 --> 00:16:14,190
Dan staat er in vers 21:

253
00:16:14,190 --> 00:16:19,590
Ook zal Ik enigen uit hen tot priesters
en Levieten aanstellen, zegt de HEERE.

254
00:16:19,590 --> 00:16:22,110
Dat wil zeggen, de heidenen.

255
00:16:22,110 --> 00:16:26,790
De heidenen zullen dus binnenkomen, en
God zal sommigen van hen gebruiken om

256
00:16:26,790 --> 00:16:29,010
priesters en Levieten te vervangen.

257
00:16:29,010 --> 00:16:30,870
Waarom zou dat nodig zijn?

258
00:16:30,870 --> 00:16:34,170
Alleen als de Levieten hun
positie niet meer bekleden.

259
00:16:34,170 --> 00:16:36,690
Alleen als de Levieten zijn verwijderd.

260
00:16:36,690 --> 00:16:41,130
Het was tenslotte het priesterschap
dat de leiding had over het Sanhedrin.

261
00:16:41,130 --> 00:16:45,090
Het waren de overpriesters en
oudsten die Jezus veroordeelden,

262
00:16:45,090 --> 00:16:50,190
tegen Hem samenspanden en Hem
veroordeelden, en de gemeente vervolgden.

263
00:16:50,190 --> 00:16:54,930
Zij waren het die onder het oordeel
kwamen en door het oordeel in het jaar

264
00:16:54,930 --> 00:16:57,630
70 na Christus werden verwijderd.

265
00:16:57,630 --> 00:17:02,430
God heeft nu heidenen binnengebracht en
hen in hun plaats tot Levieten aangesteld.

266
00:17:02,430 --> 00:17:03,990
Hoewel God zegt:

267
00:17:03,990 --> 00:17:08,370
en aan de Levitische priesters zal geen
man voor Mijn aangezicht ontbreken die het

268
00:17:08,370 --> 00:17:12,810
brandoffer brengt, het graanoffer in
rook laat opgaan en het slachtoffer

269
00:17:12,810 --> 00:17:14,910
bereidt, alle dagen.

270
00:17:14,910 --> 00:17:18,510
hoeft Levi niet letterlijker
bedoeld te zijn dan David.

271
00:17:18,510 --> 00:17:21,150
David is hier in werkelijkheid de Messias,

272
00:17:21,150 --> 00:17:25,470
en Levi zou eenvoudigweg het
priesterschap kunnen vertegenwoordigen.

273
00:17:25,470 --> 00:17:29,130
Volgens Jesaja kunnen Levieten
door heidenen worden vervangen.

274
00:17:29,130 --> 00:17:30,510
Vers 19:

275
00:17:30,510 --> 00:17:35,010
En het woord van de HEERE kwam
tot Jeremia: Zo zegt de HEERE:

276
00:17:35,010 --> 00:17:39,870
Als u Mijn verbond met de dag en Mijn
verbond met de nacht kunt verbreken,

277
00:17:39,870 --> 00:17:42,570
zodat dag en nacht er niet
meer op hun tijd zullen zijn,

278
00:17:42,570 --> 00:17:47,010
dan zal ook Mijn verbond met Mijn
dienaar David verbroken kunnen worden,

279
00:17:47,010 --> 00:17:50,250
zodat hij geen zoon zal hebben
die koning is op zijn troon,

280
00:17:50,250 --> 00:17:54,870
en ook het verbond met de Levieten,
de priesters, Mijn dienaren.

281
00:17:54,870 --> 00:17:59,370
Zoals het leger aan de hemel niet geteld
en het zand van de zee niet gemeten kan

282
00:17:59,370 --> 00:18:04,290
worden, zo talrijk zal Ik het
nageslacht van Mijn dienaar David maken,

283
00:18:04,290 --> 00:18:06,390
en de Levieten, die Mij dienen.

284
00:18:06,390 --> 00:18:10,950
Wij zijn dat Davidische koninkrijk,
en wij zijn dat koninkrijk van

285
00:18:10,950 --> 00:18:12,810
priesters, de Levieten.

286
00:18:12,810 --> 00:18:16,230
Dit moet dus, geloof ik,
geestelijk worden opgevat.

287
00:18:16,230 --> 00:18:20,610
Als Hij in de zesde eeuw voor Christus
zegt dat het de Levieten nooit aan een man

288
00:18:20,610 --> 00:18:24,390
zal ontbreken om priester te
zijn, dan is dat niet uitgekomen,

289
00:18:24,390 --> 00:18:26,970
want nu ontbreekt het hun aan een man.

290
00:18:26,970 --> 00:18:29,370
Er zijn geen Levitische priesters.

291
00:18:29,370 --> 00:18:32,490
Je kunt naar Jeruzalem
gaan en zelf kijken.

292
00:18:32,490 --> 00:18:34,290
Er is geen priesterschap.

293
00:18:34,290 --> 00:18:35,490
Er is geen tempel.

294
00:18:35,490 --> 00:18:39,870
Niets daarvan is er, en het is er ook
al bijna tweeduizend jaar niet geweest.

295
00:18:39,870 --> 00:18:43,590
Dat is me wat, dat het hun
niet aan een man zou ontbreken.

296
00:18:43,590 --> 00:18:46,650
Het ontbreekt hun al
tweeduizend jaar aan mannen.

297
00:18:46,650 --> 00:18:50,490
Dus als de profetie letterlijk
bedoeld is, is ze onjuist.

298
00:18:50,490 --> 00:18:53,310
Maar als ze voorwaardelijk
of geestelijk bedoeld is,

299
00:18:53,310 --> 00:18:56,190
kan ze in beide gevallen
als waar worden gezien.

300
00:18:56,190 --> 00:18:57,870
En natuurlijk is ze waar.

301
00:18:57,870 --> 00:19:00,750
Het woord van de HEERE kwam tot Jeremia:

302
00:19:00,750 --> 00:19:02,250
Vers 24:

303
00:19:02,250 --> 00:19:04,830
Hebt u niet gemerkt wat dit volk spreekt:

304
00:19:04,830 --> 00:19:09,810
De twee geslachten die de HEERE verkozen
had, die heeft Hij nu verworpen?

305
00:19:09,810 --> 00:19:14,730
Ja, zij verwerpen Mijn volk, zodat
het voor hen geen volk meer is.

306
00:19:14,730 --> 00:19:19,290
Zo zegt de HEERE: Als Mijn verbond
met de dag en de nacht er niet is,

307
00:19:19,290 --> 00:19:22,950
als Ik de vaste orde van de hemel
en de aarde niet geregeld heb,

308
00:19:22,950 --> 00:19:27,690
dan zal Ik ook het nageslacht van Jakob
en van Mijn dienaar David verwerpen,

309
00:19:27,690 --> 00:19:32,790
zodat Ik uit zijn nageslacht geen
heersers over het nageslacht van Abraham,

310
00:19:32,790 --> 00:19:34,830
Izak en Jakob zal nemen.

311
00:19:34,830 --> 00:19:39,690
Want Ik zal een omkeer brengen in hun
gevangenschap en Mij over hen ontfermen.

312
00:19:39,690 --> 00:19:46,110
Dit verwijst blijkbaar naar echte Joden,
afstammelingen van Abraham, Izak en Jakob.

313
00:19:46,110 --> 00:19:48,690
Natuurlijk zegt de Bijbel
in het Nieuwe Testament wel

314
00:19:48,690 --> 00:19:51,330
dat ook wij kinderen van Abraham zijn.

315
00:19:51,330 --> 00:19:54,810
Maar we vinden in het Nieuwe
Testament niet dat Abraham,

316
00:19:54,810 --> 00:19:58,470
Izak en Jakob in onze
afstammingslijn worden genoemd.

317
00:19:58,470 --> 00:20:00,510
Dat lijkt op Joden te slaan.

318
00:20:00,510 --> 00:20:04,650
Maar ik geloof dat het slaat op het
overblijfsel van het Joodse volk.

319
00:20:04,650 --> 00:20:07,770
Het overblijfsel van de
afstammelingen van Abraham,

320
00:20:07,770 --> 00:20:13,470
Izak en Jakob zal altijd een afstammeling
van David hebben die over hen regeert.

321
00:20:13,470 --> 00:20:14,730
Absoluut.

322
00:20:14,730 --> 00:20:19,350
Jezus is een afstammeling van
David, en Hij regeert voor eeuwig.

323
00:20:19,350 --> 00:20:23,670
Er zal dus nooit meer een Davidische
heerser ontbreken over Gods volk:

324
00:20:23,670 --> 00:20:29,010
de ware Joden, de Joden die niet alleen
uiterlijk maar ook innerlijk Joden zijn,

325
00:20:29,010 --> 00:20:32,370
en alle heidenen die God
erbij heeft gebracht om ook

326
00:20:32,370 --> 00:20:34,830
deel uit te maken van hun koninkrijk.

327
00:20:34,830 --> 00:20:39,810
Nu zijn we klaar met dat gedeelte en
keren we terug naar de slechte oude tijd.

328
00:20:39,810 --> 00:20:43,590
Hoofdstuk 34 gaat over
een verbroken verbond.

329
00:20:43,590 --> 00:20:48,150
Wanneer er gesproken wordt over
‘degenen die Mijn verbond verbreken’,

330
00:20:48,150 --> 00:20:52,530
zou je kunnen denken dat het over
het verbond van de berg Sinaï gaat,

331
00:20:52,530 --> 00:20:54,030
maar dat is niet zo.

332
00:20:54,030 --> 00:20:58,410
Wat hier gebeurde, was dat de
Babyloniërs de stad belegerden.

333
00:20:58,410 --> 00:21:01,410
Een van de manieren
waarop koning Zedekia God

334
00:21:01,410 --> 00:21:06,090
probeerde te manipuleren om iets voor
hen te doen, was door te besluiten:

335
00:21:06,090 --> 00:21:08,550
‘Wij zullen een verbond
met de HEERE sluiten

336
00:21:08,550 --> 00:21:13,650
waarin we beloven al onze slaven vrij
te laten’, zoals in het jubeljaar.

337
00:21:13,650 --> 00:21:18,930
In Leviticus 25 staat de wet
over het jubeljaar, vanaf vers 8.

338
00:21:18,930 --> 00:21:24,270
Daar staat dat ze elk vijftigste jaar
de vrijheid moeten uitroepen voor alle

339
00:21:24,270 --> 00:21:26,130
slaven en gevangenen.

340
00:21:26,130 --> 00:21:30,510
Dat is wat ze daadwerkelijk doen
in vers 8 van dit hoofdstuk.

341
00:21:30,510 --> 00:21:34,770
Blijkbaar was dit een van de bepalingen
van het verbond dat ze sloten.

342
00:21:34,770 --> 00:21:36,810
Ze doen God een belofte.

343
00:21:36,810 --> 00:21:40,290
De andere bepalingen van het
verbond worden niet genoemd.

344
00:21:40,290 --> 00:21:42,570
Daar kunnen we alleen maar naar gissen.

345
00:21:42,570 --> 00:21:47,790
Misschien luidde het verbond: ‘Goed,
God, wij zullen dit voor U doen als

346
00:21:47,790 --> 00:21:49,710
U dit voor ons doet.’

347
00:21:49,710 --> 00:21:52,710
Dat is meestal wat een verbond inhoudt.

348
00:21:52,710 --> 00:21:58,530
Dus: ‘Wat wij zullen doen, is het
jubeljaar houden, wat we hebben nagelaten.

349
00:21:58,530 --> 00:22:00,990
Daarin zijn we ongehoorzaam geweest.

350
00:22:00,990 --> 00:22:03,030
We zullen gehoorzaam gaan zijn.

351
00:22:03,030 --> 00:22:05,670
We zullen onze slaven vrijlaten.’

352
00:22:05,670 --> 00:22:10,950
De gedachte daarachter is: ‘U kunt ons
probleem met de Babyloniërs oplossen.’

353
00:22:10,950 --> 00:22:13,530
Er gebeurde inderdaad iets bemoedigends.

354
00:22:13,530 --> 00:22:18,510
De Babyloniërs raakten verwikkeld in een
schermutseling met de Egyptenaren toen

355
00:22:18,510 --> 00:22:21,930
farao Hofra oprukte met de
bedoeling aan te vallen.

356
00:22:21,930 --> 00:22:26,190
Uiteindelijk trokken de Egyptenaren
zich terug zonder slag te leveren.

357
00:22:26,190 --> 00:22:30,570
Maar toen de Babyloniërs die Jeruzalem
belegerden hoorden dat de Egyptenaren

358
00:22:30,570 --> 00:22:35,310
eraan kwamen, verlieten ze Jeruzalem
om de strijd met Egypte aan te gaan.

359
00:22:35,310 --> 00:22:38,130
De belegering werd dus
korte tijd onderbroken.

360
00:22:38,130 --> 00:22:41,490
De mensen in de stad
besloten: ‘O, laat maar, God’,

361
00:22:41,490 --> 00:22:45,930
en ze verbraken hun verbond en brachten
hun slaven weer in gevangenschap.

362
00:22:45,930 --> 00:22:50,070
Het is net als een man op een
onbewoond eiland die zegt: ‘God,

363
00:22:50,070 --> 00:22:54,510
als U me maar van dit eiland af
krijgt, zal ik U voor eeuwig dienen.’

364
00:22:54,510 --> 00:22:57,810
Dan ziet hij plotseling in de
verte een schip. ‘Laat maar.’

365
00:22:57,810 --> 00:23:04,050
God verhoort het gebed, of lijkt het gebed
te verhoren, en hij vat dat op als: ‘Goed,

366
00:23:04,050 --> 00:23:07,950
ik ben niet verplicht te doen wat ik
gezegd heb dat ik voor U zou doen.’

367
00:23:07,950 --> 00:23:12,090
Hoe vaak hebben mensen die niet eens
christenen zijn niet gezegd: ‘God,

368
00:23:12,090 --> 00:23:15,630
als U mijn leven redt in deze
verschrikkelijke situatie,

369
00:23:15,630 --> 00:23:17,850
zal ik U voor eeuwig dienen’?

370
00:23:17,850 --> 00:23:21,450
Dan blijven ze leven en
denken ze: ‘O, laat maar.

371
00:23:21,450 --> 00:23:23,190
Het is goed afgelopen.

372
00:23:23,190 --> 00:23:25,650
Ik hoef mijn belofte niet te houden.’

373
00:23:25,650 --> 00:23:28,470
Dat is wat Zedekia en het volk deden.

374
00:23:28,470 --> 00:23:33,150
Ze hadden hun slaven laten gaan als een
middel om gunst van God af te dwingen.

375
00:23:33,150 --> 00:23:39,270
Toen nam alles korte tijd een gunstiger
wending, en ze zeiden: ‘O, laat maar.’

376
00:23:39,270 --> 00:23:42,450
Ze besloten zich niet aan
dit verbond te houden.

377
00:23:42,450 --> 00:23:48,810
Dit hoofdstuk is geschreven om hen aan te
klagen vanwege juist deze verbondsbreuk.

378
00:23:48,810 --> 00:23:54,210
Het woord dat van de HEERE gekomen
is tot Jeremia, toen Nebukadrezar,

379
00:23:54,210 --> 00:23:57,510
de koning van Babel, en heel zijn leger,

380
00:23:57,510 --> 00:24:02,610
en alle koninkrijken van de aarde die
onder de heerschappij van zijn hand waren,

381
00:24:02,610 --> 00:24:08,310
en alle volken streden tegen Jeruzalem
en al zijn steden: Zo zegt de HEERE,

382
00:24:08,310 --> 00:24:13,950
de God van Israël: Ga zeggen
tegen Zedekia, de koning van Juda,

383
00:24:13,950 --> 00:24:19,770
zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE: Zie,
Ik ga deze stad in de hand van de

384
00:24:19,770 --> 00:24:23,910
koning van Babel geven, hij
zal haar met vuur verbranden.

385
00:24:23,910 --> 00:24:26,790
En zelf zult u niet
aan zijn hand ontkomen,

386
00:24:26,790 --> 00:24:30,870
maar zeker gegrepen worden en
in zijn hand gegeven worden.

387
00:24:30,870 --> 00:24:34,830
U zult oog in oog met de
koning van Babel staan,

388
00:24:34,830 --> 00:24:37,890
en hij zal van mond
tot mond met u spreken.

389
00:24:37,890 --> 00:24:39,630
U zult in Babel komen.

390
00:24:39,630 --> 00:24:44,370
Er wordt herhaaldelijk verwezen
naar het feit dat Zedekia's ogen de

391
00:24:44,370 --> 00:24:46,530
koning van Babel zouden zien.

392
00:24:46,530 --> 00:24:50,730
Dat is veelzeggend, want het
gezicht van de koning van Babel was

393
00:24:50,730 --> 00:24:55,290
een van de laatste dingen die
Zedekia's ogen ooit zagen.

394
00:24:55,290 --> 00:24:59,610
Hij werd gevangengenomen toen hij
probeerde te ontsnappen nadat er een bres

395
00:24:59,610 --> 00:25:01,410
in de muren was geslagen.

396
00:25:01,410 --> 00:25:03,870
Hij werd teruggebracht naar de koning.

397
00:25:03,870 --> 00:25:07,590
Zijn zonen werden gebracht
en voor zijn ogen gedood,

398
00:25:07,590 --> 00:25:10,830
en daarna werden zijn ogen uitgestoken.

399
00:25:10,830 --> 00:25:12,810
Ze staken zijn ogen uit.

400
00:25:12,810 --> 00:25:16,770
Dus het laatste wat hij te zien
kreeg, naast de koning van Babel,

401
00:25:16,770 --> 00:25:19,710
was het afslachten van zijn eigen zonen.

402
00:25:19,710 --> 00:25:22,170
Een behoorlijk akelig oordeel.

403
00:25:22,170 --> 00:25:25,470
Maar die man had zoveel
waarschuwingen gekregen.

404
00:25:25,470 --> 00:25:27,990
Het is alsof hij gewoon een hufter is.

405
00:25:27,990 --> 00:25:30,510
Het kan hem gewoon niets schelen.

406
00:25:30,510 --> 00:25:35,730
Toen God eenmaal zijn ogen had
uitgestoken, had hij, stel ik me zo voor,

407
00:25:35,730 --> 00:25:39,990
heel veel tijd om te wensen dat hij
had geluisterd naar deze profetie,

408
00:25:39,990 --> 00:25:42,090
die hem zo vaak was gegeven.

409
00:25:42,090 --> 00:25:47,250
Maar hoor het woord van de
HEERE, Zedekia, koning van Juda!

410
00:25:47,250 --> 00:25:51,510
Zo zegt de HEERE over u: U zult
niet sterven door het zwaard,

411
00:25:51,510 --> 00:25:53,670
Zoveel geluk zul je niet hebben.

412
00:25:53,670 --> 00:25:57,870
Je zult als blinde gevangengenomen
en naar Babylon gebracht worden

413
00:25:57,870 --> 00:26:03,090
en zo de rest van je leven doorbrengen,
maar je zult niet door het zwaard sterven.

414
00:26:03,090 --> 00:26:08,310
Trouwens, het is verbazingwekkend dat
Jeremia dat zo nauwkeurig kon voorspellen.

415
00:26:08,310 --> 00:26:12,870
Want je zou verwachten dat de Babyloniërs,
zodra ze de stad veroverd hadden,

416
00:26:12,870 --> 00:26:16,590
als eerste de koning zouden
straffen door hem te doden.

417
00:26:16,590 --> 00:26:18,210
Dat zou je voorspellen.

418
00:26:18,210 --> 00:26:23,490
Maar zo gebeurde het niet, en Jeremia
wist werkelijk dat het niet zo zou gaan.

419
00:26:23,490 --> 00:26:28,110
Zoiets kan iemand natuurlijk alleen
weten als hij een echte profeet is.

420
00:26:28,110 --> 00:26:30,450
Maar je zult in vrede sterven.

421
00:26:30,450 --> 00:26:32,670
Blind, maar in vrede.

422
00:26:32,670 --> 00:26:34,890
u zult sterven in vrede.

423
00:26:34,890 --> 00:26:39,870
En zoals er vuren ontstoken zijn voor
uw vaderen, de vroegere koningen,

424
00:26:39,870 --> 00:26:45,270
die vóór u waren, zo zullen zij
ook voor u vuren branden en over u

425
00:26:45,270 --> 00:26:48,390
rouw bedrijven door te roepen: Ach heer!

426
00:26:48,390 --> 00:26:52,290
Ík immers heb dit woord
gesproken, spreekt de HEERE.

427
00:26:52,290 --> 00:26:57,690
Toen de profeet Jeremia al deze woorden
tot Zedekia, de koning van Juda,

428
00:26:57,690 --> 00:27:02,850
in Jeruzalem, sprak, streed het leger
van de koning van Babel tegen Jeruzalem

429
00:27:02,850 --> 00:27:08,910
en tegen al de steden van Juda die nog
over waren, tegen Lachis en tegen Azeka,

430
00:27:08,910 --> 00:27:13,710
want die waren als versterkte steden
overgebleven onder de steden van Juda.

431
00:27:13,710 --> 00:27:15,750
Alle andere waren al gevallen.

432
00:27:15,750 --> 00:27:18,930
Het woord dat van de HEERE
gekomen is tot Jeremia,

433
00:27:18,930 --> 00:27:22,770
nadat koning Zedekia een verbond
had gesloten met heel het

434
00:27:22,770 --> 00:27:26,730
volk dat in Jeruzalem was, om voor
hen vrijlating af te kondigen,

435
00:27:26,730 --> 00:27:30,390
zodat ieder zijn slaaf,
en ieder zijn slavin,

436
00:27:30,390 --> 00:27:34,050
die een Hebreeër of Hebreeuwse
was, vrij liet weggaan,

437
00:27:34,050 --> 00:27:39,210
zodat niemand bij hen meer als slaaf bij
een Judeeër, zijn broeder, zou dienen.

438
00:27:39,210 --> 00:27:43,170
Al de vorsten en heel het volk
die het verbond waren aangegaan,

439
00:27:43,170 --> 00:27:47,610
gaven er gehoor aan dat ieder
zijn slaaf en ieder zijn slavin

440
00:27:47,610 --> 00:27:52,110
vrij zou laten weggaan, zodat zij
bij hen niet meer zouden dienen.

441
00:27:52,110 --> 00:27:55,050
Zij gehoorzaamden en lieten hen gaan.

442
00:27:55,050 --> 00:27:56,970
Daarna kwamen zij er echter op terug

443
00:27:56,970 --> 00:28:00,870
en lieten de slaven en de slavinnen
terugkomen die zij vrij hadden laten

444
00:28:00,870 --> 00:28:05,490
weggaan, en onderwierpen hen
weer als slaven en als slavinnen.

445
00:28:05,490 --> 00:28:09,150
Hier staat niet waarom ze van
gedachten veranderden, maar later,

446
00:28:09,150 --> 00:28:12,510
aan het einde van vers
21, wordt dat duidelijk.

447
00:28:12,510 --> 00:28:16,830
Het kwam doordat de Babyloniërs zich
hadden teruggetrokken om tegen Egypte

448
00:28:16,830 --> 00:28:17,970
op te trekken.

449
00:28:17,970 --> 00:28:20,250
Aan het einde van vers 21 wordt

450
00:28:20,250 --> 00:28:24,270
aan Zedekia geprofeteerd
over het Babylonische leger:

451
00:28:24,270 --> 00:28:29,790
Ook Zedekia, de koning van Juda, en zijn
vorsten zal Ik geven in de hand van hun

452
00:28:29,790 --> 00:28:33,870
vijanden en in de hand van hen
die hen naar het leven staan,

453
00:28:33,870 --> 00:28:37,110
te weten in de hand van het
leger van de koning van Babel,

454
00:28:37,110 --> 00:28:39,810
dat nu bij u vandaan wegtrekt.

455
00:28:39,810 --> 00:28:45,630
Zie, Ik geef bevel, spreekt de HEERE, en
Ik zal hen naar deze stad terugbrengen.

456
00:28:45,630 --> 00:28:50,370
Zij zullen tegen haar strijden, haar
innemen en haar met vuur verbranden.

457
00:28:50,370 --> 00:28:53,550
Ik zal van de steden van
Juda een woestenij maken,

458
00:28:53,550 --> 00:28:56,010
zodat er geen inwoner meer zal zijn.

459
00:28:56,010 --> 00:28:58,110
Er is dus even uitstel.

460
00:28:58,110 --> 00:29:00,930
Blijkbaar grepen de mensen
dat hoopvolle moment aan

461
00:29:00,930 --> 00:29:03,870
om te besluiten hun
belofte aan God te breken,

462
00:29:03,870 --> 00:29:07,710
en op de een of andere manier
namen ze hun slaven weer terug.

463
00:29:07,710 --> 00:29:10,830
Ik weet niet zeker hoe dat
eigenlijk in zijn werk zou gaan.

464
00:29:10,830 --> 00:29:14,610
Ik weet niet precies welke
procedure daarvoor werd gevolgd.

465
00:29:14,610 --> 00:29:18,990
Het wordt hier heel kort verteld,
maar er zou een soort juridische

466
00:29:18,990 --> 00:29:22,950
procedure nodig zijn om
een slaaf vrij te laten.

467
00:29:22,950 --> 00:29:26,370
En om dan, vooral als hij
eenmaal een vrij man is,

468
00:29:26,370 --> 00:29:30,810
gewoon naar hem toe te gaan en te
zeggen: ‘Nee, je bent weer mijn slaaf.’

469
00:29:30,810 --> 00:29:34,650
Je zou denken dat hij papieren of iets
dergelijks zou hebben waaruit bleek dat

470
00:29:34,650 --> 00:29:38,970
hij was vrijgelaten, en dat ze hem
niet zomaar weer konden meenemen.

471
00:29:38,970 --> 00:29:42,690
Ze hebben dus waarschijnlijk de
rechtbanken en dergelijke gebruikt om

472
00:29:42,690 --> 00:29:48,030
juridische mazen te vinden waarmee ze hun
eerdere handeling ongedaan konden maken.

473
00:29:48,030 --> 00:29:52,350
Die slaven waren vervolgens verplicht
om weer bij hen terug te komen.

474
00:29:52,350 --> 00:29:53,730
Vers 11:

475
00:29:53,730 --> 00:29:55,950
Daarna kwamen zij er echter op terug

476
00:29:55,950 --> 00:30:00,210
en lieten de slaven en de slavinnen
terugkomen die zij vrij hadden laten

477
00:30:00,210 --> 00:30:05,250
weggaan, en onderwierpen hen
weer als slaven en als slavinnen.

478
00:30:05,250 --> 00:30:10,950
Toen kwam het woord van de HEERE tot
Jeremia van de HEERE: Zo zegt de HEERE,

479
00:30:10,950 --> 00:30:15,810
de God van Israël: Ík heb een
verbond gesloten met uw vaderen,

480
00:30:15,810 --> 00:30:21,210
op de dag dat Ik hen uit het land Egypte
leidde, uit het slavenhuis, en zei:

481
00:30:21,210 --> 00:30:24,510
Dat is Exodus 21, vers 2.

482
00:30:24,510 --> 00:30:28,470
Na verloop van zeven jaar moet ieder zijn
Hebreeuwse broeder die zich aan u verkocht

483
00:30:28,470 --> 00:30:29,910
heeft, laten gaan.

484
00:30:29,910 --> 00:30:34,230
Als hij u zes jaar gediend heeft,
moet u hem vrij van u laten weggaan.

485
00:30:34,230 --> 00:30:38,970
Maar uw vaderen hebben niet naar Mij
geluisterd en hebben hun oor niet geneigd.

486
00:30:38,970 --> 00:30:43,890
Ú hebt zich heden wel bekeerd en
gedaan wat recht is in Mijn ogen door

487
00:30:43,890 --> 00:30:46,710
ieder voor zijn naaste
vrijlating af te kondigen,

488
00:30:46,710 --> 00:30:49,110
en u hebt wel een verbond gesloten voor

489
00:30:49,110 --> 00:30:52,950
Mijn aangezicht in het huis
waarover Mijn Naam is uitgeroepen,

490
00:30:52,950 --> 00:30:57,690
Dit was iets plechtigs wat ze in de
tempel voor Gods aangezicht deden:

491
00:30:57,690 --> 00:31:01,530
beloften aan God doen, een
verbond met God sluiten.

492
00:31:01,530 --> 00:31:04,110
Waarschijnlijk een uitgebreide ceremonie.

493
00:31:04,110 --> 00:31:08,370
De bijzonderheden worden hier niet
beschreven, maar het was iets plechtigs.

494
00:31:08,370 --> 00:31:09,450
Hij zegt:

495
00:31:09,450 --> 00:31:13,950
maar u bent er weer op teruggekomen
en hebt Mijn Naam ontheiligd.

496
00:31:13,950 --> 00:31:18,150
Ieder heeft zijn slaaf en ieder
zijn slavin laten terugkomen,

497
00:31:18,150 --> 00:31:21,930
die u overeenkomstig hun
verlangen vrij had laten weggaan,

498
00:31:21,930 --> 00:31:27,390
en u hebt hen weer onderworpen om voor
u tot slaven en tot slavinnen te zijn.

499
00:31:27,390 --> 00:31:31,710
Daarom, zo zegt de HEERE: Ú hebt
naar Mij niet geluisterd door

500
00:31:31,710 --> 00:31:36,930
vrijlating af te kondigen, ieder voor
zijn broeder en ieder voor zijn naaste.

501
00:31:36,930 --> 00:31:41,970
Zie, dan kondig Ik voor u een vrijlating
af, spreekt de HEERE, voor het zwaard,

502
00:31:41,970 --> 00:31:44,190
voor de pest en voor de honger.

503
00:31:44,190 --> 00:31:48,570
Ik zal u tot een schrikbeeld stellen
voor alle koninkrijken van de aarde.

504
00:31:48,570 --> 00:31:51,870
Dus Ik zal jullie van
je vaderland bevrijden.

505
00:31:51,870 --> 00:31:54,210
Ik zal jullie van je leven bevrijden.

506
00:31:54,210 --> 00:31:56,130
Ik zal jullie laten doden.

507
00:31:56,130 --> 00:31:58,710
Ik zal jullie aan je
vijanden laten uitleveren.

508
00:31:58,710 --> 00:32:00,990
Dat is de bevrijding die
jullie zullen krijgen.

509
00:32:00,990 --> 00:32:04,050
Ik zal de mannen die Mijn
verbond hebben overtreden,

510
00:32:04,050 --> 00:32:08,550
die de woorden van het verbond dat zij
voor Mijn aangezicht gemaakt hadden,

511
00:32:08,550 --> 00:32:13,530
niet uitgevoerd hebben, maken als het
kalf dat zij in tweeën hebben gesneden

512
00:32:13,530 --> 00:32:18,510
en tussen de stukken waarvan zij zijn
doorgegaan, namelijk de vorsten van Juda,

513
00:32:18,510 --> 00:32:22,710
de vorsten van Jeruzalem,
de hovelingen, de priesters

514
00:32:22,710 --> 00:32:26,730
en de hele bevolking van het land,
die allen tussen de stukken van het

515
00:32:26,730 --> 00:32:28,650
kalf zijn doorgegaan.

516
00:32:28,650 --> 00:32:34,290
Ja, Ik zal hen geven in de hand van
hun vijanden en in de hand van hen

517
00:32:34,290 --> 00:32:36,390
die hen naar het leven staan.

518
00:32:36,390 --> 00:32:41,490
Hun dode lichamen zullen de vogels
in de lucht en de dieren op de aarde

519
00:32:41,490 --> 00:32:43,110
tot voedsel zijn.

520
00:32:43,110 --> 00:32:47,550
Er zijn enkele interessante aspecten aan
de manier waarop God over het verbond

521
00:32:47,550 --> 00:32:51,750
denkt, en ook aan de manier
waarop het volk erover denkt.

522
00:32:51,750 --> 00:32:56,790
Om te beginnen wordt er verwezen naar het
gebruik om een dier in tweeën te snijden,

523
00:32:56,790 --> 00:32:59,790
waarna de partijen die
aan het verbond deelnemen

524
00:32:59,790 --> 00:33:03,330
lichamelijk tussen de delen
van het dier door lopen.

525
00:33:03,330 --> 00:33:06,750
Dit gebruik is bekend uit
archeologische bronnen van andere

526
00:33:06,750 --> 00:33:09,090
culturen dan die van Israël.

527
00:33:09,090 --> 00:33:12,570
Hier in de Bijbel wordt niet
veel over dit gebruik gezegd.

528
00:33:12,570 --> 00:33:17,130
Maar voor zover we weten, was de gedachte
dat wanneer iemand een verbond met een

529
00:33:17,130 --> 00:33:20,790
ander sloot, ze een
dier namen, het doodden,

530
00:33:20,790 --> 00:33:24,090
het in tweeën sneden en de
delen uit elkaar legden.

531
00:33:24,090 --> 00:33:26,970
Vervolgens liepen ze lichamelijk
tussen de delen door,

532
00:33:26,970 --> 00:33:31,230
terwijl ze een gelofte aflegden die
luidde: ‘Als ik mijn gelofte breek,

533
00:33:31,230 --> 00:33:34,230
mag ik dan in stukken worden
gesneden zoals dit dier.’

534
00:33:34,230 --> 00:33:36,390
Dat het dier zo in stukken werd gesneden,

535
00:33:36,390 --> 00:33:40,410
betekende dus in wezen dat iemand
hetzelfde lot over zichzelf afriep als het

536
00:33:40,410 --> 00:33:43,890
dier had ondergaan, als hij
zijn gelofte zou breken.

537
00:33:43,890 --> 00:33:45,750
Daar wordt hier naar verwezen.

538
00:33:45,750 --> 00:33:50,190
Er is eigenlijk maar één andere plaats in
de Bijbel die naar dit gebruik verwijst.

539
00:33:50,190 --> 00:33:52,950
Dat is veel eerder, in
de dagen van Abraham.

540
00:33:52,950 --> 00:33:54,990
Het is een heel oud gebruik.

541
00:33:54,990 --> 00:33:58,830
In Genesis 15 sloot Abraham
een verbond met God,

542
00:33:58,830 --> 00:34:01,830
en daarbij werd het gebruik
enigszins aangepast.

543
00:34:01,830 --> 00:34:04,230
Hij kreeg de opdracht
deze dieren te nemen,

544
00:34:04,230 --> 00:34:07,830
ze in stukken te snijden en
de delen uit elkaar te leggen.

545
00:34:07,830 --> 00:34:11,250
Abraham hoefde niet zelf tussen
de stukken door te lopen.

546
00:34:11,250 --> 00:34:15,510
In plaats daarvan gingen er een rokende
pot en een brandende lamp of fakkel tussen

547
00:34:15,510 --> 00:34:16,770
de stukken door.

548
00:34:16,770 --> 00:34:21,150
De meeste evangelische christenen geloven
dat dit verwijst naar de Vader en de Zoon,

549
00:34:21,150 --> 00:34:25,830
Die samen een verbond sluiten en Abraham
er zelfs helemaal niet bij betrekken,

550
00:34:25,830 --> 00:34:29,010
omdat hij aan geen enkele
voorwaarde hoefde te voldoen.

551
00:34:29,010 --> 00:34:33,930
Ik leg het niet per se zo uit, maar
vrijwel alle uitleggers doen dat wel.

552
00:34:33,930 --> 00:34:38,490
Zelf denk ik dat de brandende lamp en
de oven de Egyptische gevangenschap

553
00:34:38,490 --> 00:34:41,010
en de bevrijding daaruit voorstellen.

554
00:34:41,010 --> 00:34:45,090
Deuteronomium noemt de Egyptische
gevangenschap een oven van ijzer,

555
00:34:45,090 --> 00:34:46,950
of een ijzeroven.

556
00:34:46,950 --> 00:34:50,370
In Jesaja wordt behoud aangeduid
als een lamp die brandt.

557
00:34:50,370 --> 00:34:56,430
Abraham ziet deze brandende lamp en
deze ijzeroven, of deze brandende oven,

558
00:34:56,430 --> 00:34:59,430
tussen de stukken door gaan. God zegt:

559
00:34:59,430 --> 00:35:04,530
Toen zei God tegen Abram: Weet wel dat
uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn

560
00:35:04,530 --> 00:35:07,110
in een land dat niet van hen is;

561
00:35:07,110 --> 00:35:11,190
zij zullen hen dienen en men zal
hen vierhonderd jaar onderdrukken.

562
00:35:11,190 --> 00:35:14,490
Maar ook zal Ik over het
volk dat zij zullen dienen,

563
00:35:14,490 --> 00:35:18,690
rechtspreken en daarna zullen zij
met veel bezittingen wegtrekken.

564
00:35:18,690 --> 00:35:23,670
Met andere woorden, de twee elementen,
de gevangenschap en de bevrijding,

565
00:35:23,670 --> 00:35:28,350
lijken samen te komen in de profetie
die verklaart wat hij heeft gezien.

566
00:35:28,350 --> 00:35:33,330
Wat tussen de delen door gaat, zijn dus
niet werkelijk twee menselijke partijen,

567
00:35:33,330 --> 00:35:38,130
of zelfs goddelijke partijen, maar
elementen van wat er wordt beloofd.

568
00:35:38,130 --> 00:35:42,090
Maar dat is een merkwaardige
aanpassing van het normale gebruik.

569
00:35:42,090 --> 00:35:47,310
In de dagen van Jeremia volgden ze het
gebruik blijkbaar op de normale manier.

570
00:35:47,310 --> 00:35:51,930
Ze gingen zelf tussen de stukken van het
dier door toen ze een verbond sloten.

571
00:35:51,930 --> 00:35:56,070
Maar daarmee riepen ze onheil over
zichzelf af voor het geval ze het zouden

572
00:35:56,070 --> 00:35:58,530
breken, en ze hebben het gebroken.

573
00:35:58,530 --> 00:36:03,690
Het laat zien hoe ontrouw mensen zijn,
hoe weinig integriteit ze hebben.

574
00:36:03,690 --> 00:36:07,830
Ze kunnen een plechtige gelofte
afleggen en vervolgens totaal niet

575
00:36:07,830 --> 00:36:10,710
stilstaan bij het gevaar
van het schenden ervan.

576
00:36:10,710 --> 00:36:12,810
Wat vreesden ze God weinig.

577
00:36:12,810 --> 00:36:15,930
Wat geloofden ze blijkbaar weinig in God.

578
00:36:15,930 --> 00:36:18,270
God zegt in vers 16 over hen:

579
00:36:18,270 --> 00:36:20,790
Ze hebben Mijn Naam ontheiligd.

580
00:36:20,790 --> 00:36:25,950
Dat is omdat ze bij de Naam van Jahweh
zwoeren en vervolgens hun eed braken.

581
00:36:25,950 --> 00:36:29,490
Daarmee sleurden ze Zijn Naam
als het ware door het slijk.

582
00:36:29,490 --> 00:36:34,830
Het woord ‘ontheiligen’ betekent dat
je iets niet als heilig beschouwt.

583
00:36:34,830 --> 00:36:37,350
Ze behandelden Gods Naam niet als heilig.

584
00:36:37,350 --> 00:36:39,570
Ze gebruikten Zijn Naam in een eed,

585
00:36:39,570 --> 00:36:43,170
maar behandelden die niet
alsof die iets betekende.

586
00:36:43,170 --> 00:36:46,410
Het was niet anders dan het gebruiken
van een willekeurig ander woord

587
00:36:46,410 --> 00:36:47,910
uit hun woordenschat.

588
00:36:47,910 --> 00:36:52,890
Het bond hen op geen enkele manier
in hun geweten. Daarom zegt Hij:

589
00:36:52,890 --> 00:36:57,810
Ik zal ze overleveren, en hun lijken
zullen voedsel zijn voor de vogels.

590
00:36:57,810 --> 00:37:01,950
Net als deze dieren, dit kalf
of deze koe die ze in tweeën

591
00:37:01,950 --> 00:37:04,050
hadden gesneden, waarschijnlijk.

592
00:37:04,050 --> 00:37:05,550
Vers 21:

593
00:37:05,550 --> 00:37:11,370
Ook Zedekia, de koning van Juda, en zijn
vorsten zal Ik geven in de hand van hun

594
00:37:11,370 --> 00:37:15,510
vijanden en in de hand van hen
die hen naar het leven staan,

595
00:37:15,510 --> 00:37:18,870
te weten in de hand van het
leger van de koning van Babel,

596
00:37:18,870 --> 00:37:21,570
dat nu bij u vandaan wegtrekt.

597
00:37:21,570 --> 00:37:27,330
Zie, Ik geef bevel, spreekt de HEERE, en
Ik zal hen naar deze stad terugbrengen.

598
00:37:27,330 --> 00:37:32,190
Zij zullen tegen haar strijden, haar
innemen en haar met vuur verbranden.

599
00:37:32,190 --> 00:37:35,250
Ik zal van de steden van
Juda een woestenij maken,

600
00:37:35,250 --> 00:37:37,710
zodat er geen inwoner meer zal zijn.

601
00:37:37,710 --> 00:37:42,030
In tegenstelling tot de ontrouwe
verbondsbrekers in Juda vestigt hoofdstuk

602
00:37:42,030 --> 00:37:46,710
35 de aandacht op enkele heel
trouwe mensen die geen Joden

603
00:37:46,710 --> 00:37:49,050
waren: de Rechabieten.

604
00:37:49,050 --> 00:37:50,910
Zij stamden af van de Kenieten.

605
00:37:50,910 --> 00:37:54,810
De Kenieten worden al in de dagen
van Abraham genoemd als een van de

606
00:37:54,810 --> 00:37:58,350
stammen van wie Abraham en zijn
nakomelingen het land zouden erven.

607
00:37:58,350 --> 00:38:01,830
De Kenieten waren op de een of
andere manier verwant aan Jethro,

608
00:38:01,830 --> 00:38:03,750
de schoonvader van Mozes.

609
00:38:03,750 --> 00:38:05,610
Hij was blijkbaar hun priester.

610
00:38:05,610 --> 00:38:07,230
Hij was een Midianiet.

611
00:38:07,230 --> 00:38:11,430
Maar er is in de Schrift een verband
tussen Jethro en de Kenieten.

612
00:38:11,430 --> 00:38:15,390
Een van de Kenieten uit de familie
van zijn vrouw werd hun gids.

613
00:38:15,390 --> 00:38:19,650
Hij leerde hun over de plaatselijke
planten en dieren, enzovoort,

614
00:38:19,650 --> 00:38:21,690
terwijl ze door de woestijn trokken.

615
00:38:21,690 --> 00:38:24,990
De Kenieten raakten nauw
verbonden met de Israëlieten.

616
00:38:24,990 --> 00:38:27,090
Ze woonden veilig onder hen.

617
00:38:27,090 --> 00:38:30,930
Ze gingen min of meer op in de
Hebreeën in het land Israël.

618
00:38:30,930 --> 00:38:35,010
Hun lot en dat van Israël waren
grotendeels met elkaar verbonden

619
00:38:35,010 --> 00:38:38,910
doordat deze twee etnische
groepen, de Joden en de Kenieten,

620
00:38:38,910 --> 00:38:41,010
met elkaar vermengd raakten.

621
00:38:41,010 --> 00:38:45,210
In het bijzonder was er een familie
van Kenieten die afstamde van een man

622
00:38:45,210 --> 00:38:47,190
die Rechab heette.

623
00:38:47,190 --> 00:38:49,290
Rechabieten werden ze genoemd.

624
00:38:49,290 --> 00:38:54,570
Ze leefden als nomaden in dat gebied, maar
meestal wel binnen de grenzen van Israël.

625
00:38:54,570 --> 00:38:58,050
Maar vanwege de dreiging van
de Babyloniërs en de Syriërs

626
00:38:58,050 --> 00:39:00,570
waren ze in Jeruzalem komen wonen.

627
00:39:00,570 --> 00:39:03,630
Ze waren dus binnen de
stadsmuren gaan wonen.

628
00:39:03,630 --> 00:39:07,830
Daarmee handelden ze enigszins
in strijd met hun familieregels.

629
00:39:07,830 --> 00:39:10,590
Ze hadden namelijk een
opmerkelijke voorvader,

630
00:39:10,590 --> 00:39:15,330
tweeënhalve eeuw vóór de tijd van
Jeremia, een man die Jonadab heette,

631
00:39:15,330 --> 00:39:17,010
de zoon van Rechab.

632
00:39:17,010 --> 00:39:20,310
Hij was een invloedrijke
godsdienstige hervormer.

633
00:39:20,310 --> 00:39:24,510
Hoewel hij zelf geen Jood was, had hij
veel belangstelling voor het uitroeien van

634
00:39:24,510 --> 00:39:27,330
de Baälaanbidding in het
noordelijke koninkrijk.

635
00:39:27,330 --> 00:39:31,890
Toen koning Jehu zijn opstand
tegen Izebel en Achab begon,

636
00:39:31,890 --> 00:39:35,850
zocht hij de steun van deze
man, Jonadab de Rechabiet.

637
00:39:35,850 --> 00:39:38,670
Waarom hij dat deed,
wordt ons niet verteld.

638
00:39:38,670 --> 00:39:42,150
Terwijl Jehu iedereen
doodde die op zijn pad kwam,

639
00:39:42,150 --> 00:39:45,210
ontmoette hij Jonadab en doodde hem niet.

640
00:39:45,210 --> 00:39:49,830
In plaats daarvan probeerde hij
zijn gunst te winnen. Hij zegt:

641
00:39:49,830 --> 00:39:54,870
Hij zei: Ga met mij mee en
zie mijn ijver voor de HEERE.

642
00:39:54,870 --> 00:39:57,870
Zo lieten zij hem op
zijn strijdwagen rijden.

643
00:39:57,870 --> 00:40:01,290
waarvan hij wist dat het
Jonadab zou bevallen.

644
00:40:01,290 --> 00:40:06,090
Jonadab was een godsdienstig man,
duidelijk iemand die in Jahweh geloofde,

645
00:40:06,090 --> 00:40:08,310
hoewel hij zelf geen Jood was.

646
00:40:08,310 --> 00:40:11,850
In de dagen van Jeremia
had hij nog nakomelingen.

647
00:40:11,850 --> 00:40:16,050
Dat was tweeënhalve eeuw na
de tijd van Jehu en Jonadab.

648
00:40:16,050 --> 00:40:20,370
Die nakomelingen leefden nog steeds
volgens de voorschriften die Jonadab zijn

649
00:40:20,370 --> 00:40:21,930
kinderen had gegeven.

650
00:40:21,930 --> 00:40:25,530
In het bijzonder had hij hun
gezegd nooit wijn te drinken,

651
00:40:25,530 --> 00:40:28,470
zodat ze een beetje op
nazireeërs zouden lijken.

652
00:40:28,470 --> 00:40:32,970
Hij had hun ook gezegd nooit huizen
te bouwen of akkers aan te leggen,

653
00:40:32,970 --> 00:40:35,010
maar als nomaden te leven.

654
00:40:35,010 --> 00:40:38,790
Die voorschriften waren waarschijnlijk
bedoeld om hun te leren zich niet met de

655
00:40:38,790 --> 00:40:40,470
wereld te verontreinigen.

656
00:40:40,470 --> 00:40:44,550
Op de een of andere manier kon je er
nog steeds op rekenen dat de Rechabieten

657
00:40:44,550 --> 00:40:48,390
Jonadabs voorschriften opvolgden,
hoewel ze inmiddels vele,

658
00:40:48,390 --> 00:40:51,030
vele generaties na zijn tijd leefden.

659
00:40:51,030 --> 00:40:55,410
Ze waren voor het grootste deel trouw
gebleven aan wat hij hun had opgedragen.

660
00:40:55,410 --> 00:40:58,110
Op één punt hadden ze
een compromis gesloten,

661
00:40:58,110 --> 00:41:03,090
volgens vers 11 van dit hoofdstuk: ze
waren binnen de stad Jeruzalem gaan wonen

662
00:41:03,090 --> 00:41:06,090
vanwege de dreiging van
de vijanden daarbuiten.

663
00:41:06,090 --> 00:41:09,510
Maar verder volgden ze de
voorschriften nog steeds op.

664
00:41:09,510 --> 00:41:14,130
Jeremia zal de opdracht krijgen om
deze mensen wijn te gaan aanbieden.

665
00:41:14,130 --> 00:41:18,210
Wanneer hij ontdekt dat ze geen
wijn willen drinken omdat hun vader,

666
00:41:18,210 --> 00:41:22,890
of hun voorvader, hun eeuwen
geleden had gezegd dat niet te doen,

667
00:41:22,890 --> 00:41:26,070
gebruikt God dit om
iets duidelijk te maken:

668
00:41:26,070 --> 00:41:29,430
De woorden van Jonadab,
de zoon van Rechab,

669
00:41:29,430 --> 00:41:33,630
die hij zijn kinderen geboden heeft,
dat zij geen wijn mochten drinken,

670
00:41:33,630 --> 00:41:35,790
hebben zij gestand gedaan.

671
00:41:35,790 --> 00:41:38,970
Zij hebben tot op deze
dag geen wijn gedronken,

672
00:41:38,970 --> 00:41:42,570
want zij hebben geluisterd naar
het gebod van hun voorvader.

673
00:41:42,570 --> 00:41:45,630
Ik echter heb vroeg en
laat tot u gesproken,

674
00:41:45,630 --> 00:41:47,970
maar naar Mij hebt u niet geluisterd.

675
00:41:47,970 --> 00:41:53,670
Ik zond tot u vroeg en laat al Mijn
dienaren, de profeten, om te zeggen:

676
00:41:53,670 --> 00:41:57,990
Bekeer u toch, ieder van zijn
slechte weg, en beter uw daden,

677
00:41:57,990 --> 00:42:01,170
ga geen andere goden
achterna om die te dienen.

678
00:42:01,170 --> 00:42:05,970
Dan zult u in het land blijven dat
Ik u en uw vaderen gegeven heb.

679
00:42:05,970 --> 00:42:09,870
Maar u hebt uw oor niet geneigd
en naar Mij niet geluisterd.

680
00:42:09,870 --> 00:42:13,470
Ja, de kinderen van
Jonadab, de zoon van Rechab,

681
00:42:13,470 --> 00:42:18,450
hebben het gebod van hun voorvader dat
hij hun geboden had, gestand gedaan,

682
00:42:18,450 --> 00:42:20,970
maar naar Mij luistert dit volk niet.

683
00:42:20,970 --> 00:42:26,010
Hij wijst erop hoe de Rechabieten geen
compromissen sluiten om de regels van hun

684
00:42:26,010 --> 00:42:27,990
voorvader te gehoorzamen.

685
00:42:27,990 --> 00:42:33,090
Dat stelt Hij tegenover Israël, dat
volledig compromissen heeft gesloten en

686
00:42:33,090 --> 00:42:34,950
weigert God te gehoorzamen.

687
00:42:34,950 --> 00:42:38,070
Het is iets opmerkelijks
als je erover nadenkt.

688
00:42:38,070 --> 00:42:42,510
Hoe kan een man zijn kinderen leren
om afgezonderd van de wereld te leven,

689
00:42:42,510 --> 00:42:47,010
een afgescheiden leven te leiden,
en hoe kunnen zijn nakomelingen dat

690
00:42:47,010 --> 00:42:50,190
tweeënhalve eeuw na zijn
dood nog steeds doen?

691
00:42:50,190 --> 00:42:54,450
Je kunt je nauwelijks een christelijke
familie voorstellen waarin drie of

692
00:42:54,450 --> 00:42:58,890
vier generaties christelijk blijven,
waarin mensen blijven bij het geloof dat

693
00:42:58,890 --> 00:43:00,330
hun geleerd wordt.

694
00:43:00,330 --> 00:43:04,470
Maar deze mensen waren opmerkelijk
trouw aan hun overtuigingen.

695
00:43:04,470 --> 00:43:08,910
Daarom worden ze als voorbeeld naar
voren gebracht om Israël te beschamen

696
00:43:08,910 --> 00:43:12,390
vanwege hun gebrek aan
gehoorzaamheid aan God.

697
00:43:12,390 --> 00:43:16,410
Jonadabs voorschriften waren
niet Gods voorschriften.

698
00:43:16,410 --> 00:43:19,950
Het is niet zo dat het in
Gods ogen bijzonder juist was

699
00:43:19,950 --> 00:43:23,430
dat deze mensen rondzwierven
of wijn vermeden.

700
00:43:23,430 --> 00:43:28,650
Ze doen dit alleen omdat hun voorvader
had gezegd dat hij wilde dat ze dat deden,

701
00:43:28,650 --> 00:43:30,150
en dus doen ze het.

702
00:43:30,150 --> 00:43:32,970
Hij zegt niet dat de
Rechabieten in het algemeen een

703
00:43:32,970 --> 00:43:35,550
leven leiden dat iedereen
zou moeten leiden,

704
00:43:35,550 --> 00:43:39,630
of dat ze daarmee gehoorzamer
aan God zijn dan iemand anders.

705
00:43:39,630 --> 00:43:44,970
Het is niet God Die hun deze voorschriften
heeft gegeven; het is hun voorvader.

706
00:43:44,970 --> 00:43:49,530
Maar het punt is dat ze nauwgezet
vasthouden aan de eigen kenmerken van hun

707
00:43:49,530 --> 00:43:51,510
familie en hun stam.

708
00:43:51,510 --> 00:43:55,590
Israël houdt niet nauwgezet,
generatie na generatie,

709
00:43:55,590 --> 00:43:58,470
vast aan de eigen kenmerken van hun volk.

710
00:43:58,470 --> 00:44:00,390
Daar gaat dit hoofdstuk over.

711
00:44:00,390 --> 00:44:05,490
Het woord dat van de HEERE gekomen is
tot Jeremia in de dagen van Jojakim,

712
00:44:05,490 --> 00:44:08,550
de zoon van Josia, de koning van Juda:

713
00:44:08,550 --> 00:44:11,790
Hier gaan we terug in de
tijd, want hoofdstuk 34

714
00:44:11,790 --> 00:44:14,790
speelde zich af tijdens
de regering van Zedekia,

715
00:44:14,790 --> 00:44:17,670
en heel dicht bij het
einde van zijn regering.

716
00:44:17,670 --> 00:44:19,590
Hij regeerde elf jaar.

717
00:44:19,590 --> 00:44:22,230
Dit gaat dus minstens
tien jaar of meer terug

718
00:44:22,230 --> 00:44:24,630
ten opzichte van het vorige hoofdstuk.

719
00:44:24,630 --> 00:44:27,150
Waarom is dit hoofdstuk
hier tussengevoegd,

720
00:44:27,150 --> 00:44:29,430
buiten de chronologische volgorde?

721
00:44:29,430 --> 00:44:33,930
Misschien is het bedoeld om de trouw
van de Rechabieten in hoofdstuk 35

722
00:44:33,930 --> 00:44:38,970
bewust te stellen tegenover de ontrouw en
de verbondsbrekende aard van de Joden in

723
00:44:38,970 --> 00:44:40,770
het vorige hoofdstuk.

724
00:44:40,770 --> 00:44:44,070
Ga naar het huis van de
Rechabieten, spreek met hen

725
00:44:44,070 --> 00:44:48,030
en breng hen in het huis van
de HEERE, in een van de kamers,

726
00:44:48,030 --> 00:44:49,890
en geef hun wijn te drinken.

727
00:44:49,890 --> 00:44:51,990
Dit wordt heel kort beschreven.

728
00:44:51,990 --> 00:44:55,170
Het is alleen een beschrijving
in heel grote lijnen.

729
00:44:55,170 --> 00:44:59,550
Hij doet het ook daadwerkelijk: hij neemt
hen mee naar het huis van de HEERE en

730
00:44:59,550 --> 00:45:01,650
biedt hun wijn te drinken aan.

731
00:45:01,650 --> 00:45:03,990
Maar er kan meer bij zijn komen kijken.

732
00:45:03,990 --> 00:45:05,490
Misschien had hij daadwerkelijk een

733
00:45:05,490 --> 00:45:08,550
feestmaal bereid waarbij
wijn geschonken zou worden.

734
00:45:08,550 --> 00:45:12,330
Dat zou een natuurlijke gelegenheid
zijn om mensen aan te moedigen: ‘O,

735
00:45:12,330 --> 00:45:13,590
neem wat wijn.’

736
00:45:13,590 --> 00:45:15,870
Als je mensen zomaar
naar de tempel brengt,

737
00:45:15,870 --> 00:45:19,230
ze laat zitten en wijn voor
hen neerzet, denken ze:

738
00:45:19,230 --> 00:45:22,230
‘Hier is iets vreemds aan
de hand. Is dit een test?’

739
00:45:22,230 --> 00:45:25,650
Ik denk dat de bedoeling was om te
zien of hij hen ertoe kon overhalen

740
00:45:25,650 --> 00:45:26,850
wijn te drinken.

741
00:45:26,850 --> 00:45:30,390
En dat is misschien iets gemakkelijker
als de omstandigheden een natuurlijke

742
00:45:30,390 --> 00:45:32,310
aanleiding leken om wijn te drinken.

743
00:45:32,310 --> 00:45:36,570
Hij had blijkbaar een vertrek in
de tempel gehuurd of gekregen,

744
00:45:36,570 --> 00:45:41,970
een grote ruimte waar de hele stam of de
hele familie van de Rechabieten in kon.

745
00:45:41,970 --> 00:45:43,590
Ze kwamen allemaal.

746
00:45:43,590 --> 00:45:47,550
Het lijkt erop dat ze voor iets
bijzonders waren uitgenodigd.

747
00:45:47,550 --> 00:45:50,430
Natuurlijk hadden ze misschien
veel respect voor Jeremia

748
00:45:50,430 --> 00:45:53,070
en kwamen ze gewoon omdat hij dat wilde.

749
00:45:53,070 --> 00:45:55,650
Dan zouden ze hoe dan ook gekomen zijn.

750
00:45:55,650 --> 00:46:00,390
Maar toen hij hun zei dat ze wijn moesten
drinken, gehoorzaamden ze hem niet.

751
00:46:00,390 --> 00:46:04,050
Ik heb het idee dat ze niet alleen maar
kwamen omdat ze alles zouden doen wat

752
00:46:04,050 --> 00:46:06,870
Jeremia zei, want dat deden ze niet.

753
00:46:06,870 --> 00:46:11,190
Maar misschien waren ze uitgenodigd
voor een feestmaal dat Jeremia gaf,

754
00:46:11,190 --> 00:46:13,650
waarbij ook wijn zou worden geschonken.

755
00:46:13,650 --> 00:46:16,410
Dan zouden ze zonder argwaan komen.

756
00:46:16,410 --> 00:46:20,010
Misschien was het voor een
godsdienstige gelegenheid of zoiets.

757
00:46:20,010 --> 00:46:22,170
We kennen niet alle bijzonderheden.

758
00:46:22,170 --> 00:46:26,310
Het enige wat we weten, is dat
deze mensen bij deze gelegenheid

759
00:46:26,310 --> 00:46:28,590
wijn aangeboden zouden krijgen.

760
00:46:28,590 --> 00:46:33,450
En God wilde iets duidelijk maken aan de
hand van de reactie die Jeremia zou zien

761
00:46:33,450 --> 00:46:35,850
wanneer hun wijn werd aangeboden.

762
00:46:35,850 --> 00:46:37,290
Dus vers 4:

763
00:46:37,290 --> 00:46:41,850
en bracht hen in het huis van de HEERE,
in de kamer van de zonen van Hanan,

764
00:46:41,850 --> 00:46:47,070
de zoon van Jigdalia, de man Gods,
die naast de kamer van de vorsten is,

765
00:46:47,070 --> 00:46:53,310
die zich boven de kamer van Maäseja, de
zoon van Sallum, de deurwachter, bevindt.

766
00:46:53,310 --> 00:46:57,510
Er waren niet veel van zulke mannen
van God, maar daar was een goede man.

767
00:46:57,510 --> 00:47:00,150
Ik weet niet hoe het met die
vertrekken in de tempel zat.

768
00:47:00,150 --> 00:47:04,350
Het lijkt erop dat ze eigendom
waren van afzonderlijke personen,

769
00:47:04,350 --> 00:47:08,550
die ze verhuurden of door mensen
lieten gebruiken of zoiets.

770
00:47:08,550 --> 00:47:12,270
Maar deze man, Hanan,
de zoon van Jigdalia,

771
00:47:12,270 --> 00:47:17,130
was een man van God en had blijkbaar
een vertrek op de volgende locatie:

772
00:47:17,130 --> 00:47:21,870
naast de kamer van de vorsten is,
die zich boven de kamer van Maäseja,

773
00:47:21,870 --> 00:47:25,170
de zoon van Sallum, de
deurwachter, bevindt.

774
00:47:25,170 --> 00:47:30,570
Ik zette de leden van het huis van de
Rechabieten kannen vol wijn en bekers voor

775
00:47:30,570 --> 00:47:33,210
en ik zei tegen hen: Drink wijn!

776
00:47:33,210 --> 00:47:38,130
Zij zeiden echter: Wij drinken geen
wijn, want onze voorvader Jonadab,

777
00:47:38,130 --> 00:47:42,870
de zoon van Rechab, heeft ons
geboden: U mag geen wijn drinken,

778
00:47:42,870 --> 00:47:46,470
u niet en uw kinderen
niet, tot in eeuwigheid.

779
00:47:46,470 --> 00:47:50,070
U mag geen huis bouwen,
en geen zaad zaaien,

780
00:47:50,070 --> 00:47:56,070
geen wijngaard planten of in bezit hebben,
maar u moet in tenten wonen, al uw dagen,

781
00:47:56,070 --> 00:48:00,630
opdat u vele dagen leeft in het land
waar u als vreemdeling verblijft.

782
00:48:00,630 --> 00:48:04,530
Jonadab zag blijkbaar in dat steden
de neiging hebben om al snel tot

783
00:48:04,530 --> 00:48:06,390
verdorvenheid te vervallen.

784
00:48:06,390 --> 00:48:09,390
Het stadsleven kent veel
verleidingen, en alle

785
00:48:09,390 --> 00:48:12,270
steden hebben uiteindelijk
de neiging om te verloederen.

786
00:48:12,270 --> 00:48:16,350
Dus hij zei: ‘Jullie moeten uit
de buurt van die steden blijven.

787
00:48:16,350 --> 00:48:19,050
Trek eropuit, woon in tenten.

788
00:48:19,050 --> 00:48:21,090
Blijf buiten op het land.

789
00:48:21,090 --> 00:48:23,130
Bouw geen vaste woningen.

790
00:48:23,130 --> 00:48:25,530
Daar groeit alleen maar een stad uit.

791
00:48:25,530 --> 00:48:30,630
Trek rond zoals Arabieren doen en ga
gewoon van de ene plaats naar de andere.

792
00:48:30,630 --> 00:48:33,330
Dan zullen jullie niet door
de wereld verdorven worden,

793
00:48:33,330 --> 00:48:38,370
en zal God jullie niet hoeven te
oordelen en uit het land weg te sturen.’

794
00:48:38,370 --> 00:48:42,090
Wij nu hebben geluisterd naar de
stem van onze voorvader Jonadab,

795
00:48:42,090 --> 00:48:45,810
de zoon van Rechab, in alles
wat hij ons geboden heeft,

796
00:48:45,810 --> 00:48:51,330
door al onze dagen geen wijn te
drinken, wij niet en onze vrouwen niet,

797
00:48:51,330 --> 00:48:55,770
evenmin als onze zonen en onze
dochters, en door geen huizen te bouwen

798
00:48:55,770 --> 00:48:57,210
tot onze woning.

799
00:48:57,210 --> 00:49:00,870
We hebben geen wijngaard
of akker, en geen zaaigoed.

800
00:49:00,870 --> 00:49:06,030
Wij hebben in tenten gewoond, en hebben
geluisterd en gedaan overeenkomstig alles

801
00:49:06,030 --> 00:49:09,690
wat onze voorvader
Jonadab ons geboden heeft.

802
00:49:09,690 --> 00:49:15,690
Maar het gebeurde, toen Nebukadrezar, de
koning van Babel, naar dit land optrok,

803
00:49:15,690 --> 00:49:19,770
dat wij zeiden: Kom, laten
wij Jeruzalem binnengaan,

804
00:49:19,770 --> 00:49:24,390
vanwege het leger van de Chaldeeën
en vanwege het leger van de Syriërs.

805
00:49:24,390 --> 00:49:26,850
Daarom wonen wij nu in Jeruzalem.

806
00:49:26,850 --> 00:49:28,830
Hiermee wordt dus aangegeven dat dit

807
00:49:28,830 --> 00:49:32,130
plaatsvond toen de legers
van de Babyloniërs en van de

808
00:49:32,130 --> 00:49:34,230
Syriërs een bedreiging vormden.

809
00:49:34,230 --> 00:49:39,510
We worden verwezen naar de tijd van
2 Koningen hoofdstuk 24, vers 2,

810
00:49:39,510 --> 00:49:44,490
waar de Syriërs en de Babyloniërs,
of de Chaldeeën, Jeruzalem aanvallen.

811
00:49:44,490 --> 00:49:47,850
In 2 Koningen 24:1 en 2 staat:

812
00:49:47,850 --> 00:49:52,410
In zijn dagen trok Nebukadnezar,
de koning van Babel, op,

813
00:49:52,410 --> 00:49:55,710
en Jojakim werd gedurende
drie jaar zijn dienaar.

814
00:49:55,710 --> 00:49:58,470
Daarna kwam hij opnieuw
tegen hem in opstand.

815
00:49:58,470 --> 00:50:03,030
Toen zond de HEERE de benden van de
Chaldeeën tegen hem, de benden van Syrië,

816
00:50:03,030 --> 00:50:05,970
de benden van Moab en de
benden van de Ammonieten.

817
00:50:05,970 --> 00:50:08,790
Hij zond hen tegen Juda
om het om te brengen,

818
00:50:08,790 --> 00:50:11,490
overeenkomstig het woord
van de HEERE dat Hij

819
00:50:11,490 --> 00:50:14,970
gesproken had door de dienst
van Zijn dienaren, de profeten.

820
00:50:14,970 --> 00:50:17,910
Nu was dit niet de
ondergang van Jeruzalem.

821
00:50:17,910 --> 00:50:20,610
Dit ging over de regering van Jojakim.

822
00:50:20,610 --> 00:50:25,710
Maar bedenk dat dit hoofdstuk van Jeremia
is teruggegaan naar, zoals er staat,

823
00:50:25,710 --> 00:50:27,690
de dagen van Jojakim.

824
00:50:27,690 --> 00:50:31,410
In hoofdstuk 34 zaten
we minder dan een jaar

825
00:50:31,410 --> 00:50:36,390
vóór de totale verwoesting van Jeruzalem
tijdens de regering van Zedekia.

826
00:50:36,390 --> 00:50:39,810
Maar dit hoofdstuk is een
jaar of tien teruggegaan,

827
00:50:39,810 --> 00:50:42,510
naar een tijd waarin de
verwoesting van Jeruzalem

828
00:50:42,510 --> 00:50:44,610
eigenlijk nog niet zo dichtbij is.

829
00:50:44,610 --> 00:50:47,790
Die zou pas over tien of
elf jaar plaatsvinden.

830
00:50:47,790 --> 00:50:52,050
Maar er was een tijd waarin
Jojakim, de koning vóór Zedekia,

831
00:50:52,050 --> 00:50:57,210
een eed had afgelegd en een overeenkomst
met Nebukadnezar had gesloten.

832
00:50:57,210 --> 00:51:00,090
Na drie jaar verbrak hij die overeenkomst.

833
00:51:00,090 --> 00:51:04,170
En het was het verbreken van die
overeenkomst waardoor de Babyloniërs en de

834
00:51:04,170 --> 00:51:06,810
Syriërs en anderen kwamen oprukken.

835
00:51:06,810 --> 00:51:11,310
We zien dat de Rechabieten bang waren
voor de Babyloniërs en de Syriërs.

836
00:51:11,310 --> 00:51:13,530
Dit moet dus de gelegenheid zijn geweest

837
00:51:13,530 --> 00:51:17,850
waarbij Jojakim zijn overeenkomst
met Nebukadnezar had verbroken.

838
00:51:17,850 --> 00:51:22,530
Daarmee lijkt hij heel erg op Zedekia
en de mannen uit het vorige hoofdstuk.

839
00:51:22,530 --> 00:51:27,630
Deze mensen leggen eden af, ze maken
afspraken, ze sluiten verdragen,

840
00:51:27,630 --> 00:51:31,590
ze sluiten verbonden, en ze hebben
er geen enkele belangstelling voor

841
00:51:31,590 --> 00:51:33,270
om die na te komen.

842
00:51:33,270 --> 00:51:37,170
Je sluit een verdrag met
Nebukadnezar en je verbreekt het.

843
00:51:37,170 --> 00:51:40,650
Deze Rechabieten staan dus
ook in contrast met Jojakim,

844
00:51:40,650 --> 00:51:42,990
en ook met de mannen
uit het vorige verhaal,

845
00:51:42,990 --> 00:51:45,450
dat over Zedekia en zijn tijd ging.

846
00:51:45,450 --> 00:51:48,930
De Rechabieten hebben aan Jeremia
uitgelegd waarom ze geen wijn willen

847
00:51:48,930 --> 00:51:53,370
drinken en wat de kenmerkende gebruiken
van hun stam waren die ze van hun vader in

848
00:51:53,370 --> 00:51:54,690
stand moesten houden.

849
00:51:54,690 --> 00:51:56,610
En dat hadden ze gedaan.

850
00:51:56,610 --> 00:52:00,630
Nu wist Jeremia niet wat de
boodschap van de Heere hier zou zijn.

851
00:52:00,630 --> 00:52:04,950
Wat ze deden was immers strikt
genomen niet rechtvaardig.

852
00:52:04,950 --> 00:52:08,610
Geen wijn drinken was niet
rechtvaardiger dan wel wijn drinken.

853
00:52:08,610 --> 00:52:12,330
Israël heeft geen regels
tegen het drinken van wijn.

854
00:52:12,330 --> 00:52:15,870
In tenten wonen is niet
rechtvaardiger dan in steden wonen.

855
00:52:15,870 --> 00:52:20,190
Er was niets aan de Rechabieten
waardoor Jeremia zou hebben gedacht:

856
00:52:20,190 --> 00:52:23,730
‘Dit zijn rechtvaardiger mensen
dan de gemiddelde mensen.’

857
00:52:23,730 --> 00:52:26,070
Ze hielden zich misschien meer afzijdig,

858
00:52:26,070 --> 00:52:29,010
waren misschien in sommige
opzichten onverzettelijker,

859
00:52:29,010 --> 00:52:33,990
maar de kenmerkende gebruiken van hun
levenswijze zijn niet door God geboden.

860
00:52:33,990 --> 00:52:37,950
Hun zeggen dat ze wijn moeten drinken,
betekent dus niet dat je hun zegt dat

861
00:52:37,950 --> 00:52:39,450
ze moeten zondigen.

862
00:52:39,450 --> 00:52:43,410
De profeet zei dat ze wijn
moesten drinken en ze weigerden.

863
00:52:43,410 --> 00:52:47,430
Het is mogelijk dat Jeremia verwachtte dat
het woord van de Heere zou komen met de

864
00:52:47,430 --> 00:52:52,110
boodschap: ‘Zo zegt de Heere: jullie
hebben het woord van de Heere door de

865
00:52:52,110 --> 00:52:54,570
profeet Jeremia overtreden.

866
00:52:54,570 --> 00:52:56,370
Schaam je’, of zoiets.

867
00:52:56,370 --> 00:53:00,630
Jeremia wist niet wat hier
gebeurde totdat God de uitleg gaf.

868
00:53:00,630 --> 00:53:04,650
Het is mogelijk dat Jeremia dacht
dat God hem zou gebruiken om deze

869
00:53:04,650 --> 00:53:07,770
mensen wat evenwichtiger
te maken, hen van hun

870
00:53:07,770 --> 00:53:10,530
vreemde nomadische
levenswijze af te brengen

871
00:53:10,530 --> 00:53:15,150
en hen ertoe te bewegen zich ergens te
vestigen en wat gewoner te gaan leven.

872
00:53:15,150 --> 00:53:17,670
Niet als deel van deze slechte cultuur,

873
00:53:17,670 --> 00:53:20,850
maar gewoon volgens het
normale Joodse leven.

874
00:53:20,850 --> 00:53:25,170
Dat was op dat moment nog niet echt zo
dicht bij de verwoesting van Jeruzalem als

875
00:53:25,170 --> 00:53:26,670
later het geval was.

876
00:53:26,670 --> 00:53:31,350
Maar Jeremia krijgt te horen dat
deze mensen geprezen moeten worden.

877
00:53:31,350 --> 00:53:34,590
Niet zozeer vanwege de
bijzonderheden van hun levenswijze,

878
00:53:34,590 --> 00:53:37,710
maar vanwege hun reden om zo te leven.

879
00:53:37,710 --> 00:53:42,810
Ze blijven trouw aan eerder onderricht
dat ze van hun voorvader hadden ontvangen.

880
00:53:42,810 --> 00:53:45,870
En dat is iets wat de
Joden niet willen doen.

881
00:53:45,870 --> 00:53:47,010
Vers 12:

882
00:53:47,010 --> 00:53:50,250
Toen kwam het woord van
de HEERE tot Jeremia:

883
00:53:50,250 --> 00:53:54,270
Zo zegt de HEERE van de
legermachten, de God van Israël:

884
00:53:54,270 --> 00:53:58,710
Ga zeggen tegen de mannen van Juda
en tegen de inwoners van Jeruzalem:

885
00:53:58,710 --> 00:54:03,150
Zult u niet de vermaning aanvaarden
door te luisteren naar Mijn woorden?

886
00:54:03,150 --> 00:54:04,530
spreekt de HEERE.

887
00:54:04,530 --> 00:54:07,770
De woorden van Jonadab,
de zoon van Rechab,

888
00:54:07,770 --> 00:54:11,730
die hij zijn kinderen geboden heeft,
dat zij geen wijn mochten drinken,

889
00:54:11,730 --> 00:54:13,710
hebben zij gestand gedaan.

890
00:54:13,710 --> 00:54:16,770
Zij hebben tot op deze
dag geen wijn gedronken,

891
00:54:16,770 --> 00:54:20,310
want zij hebben geluisterd naar
het gebod van hun voorvader.

892
00:54:20,310 --> 00:54:23,190
Ik echter heb vroeg en
laat tot u gesproken,

893
00:54:23,190 --> 00:54:25,590
maar naar Mij hebt u niet geluisterd.

894
00:54:25,590 --> 00:54:31,050
Ik zond tot u vroeg en laat al Mijn
dienaren, de profeten, om te zeggen:

895
00:54:31,050 --> 00:54:35,310
Bekeer u toch, ieder van zijn
slechte weg, en beter uw daden,

896
00:54:35,310 --> 00:54:38,490
ga geen andere goden
achterna om die te dienen.

897
00:54:38,490 --> 00:54:43,170
Dan zult u in het land blijven dat
Ik u en uw vaderen gegeven heb.

898
00:54:43,170 --> 00:54:46,890
Maar u hebt uw oor niet geneigd
en naar Mij niet geluisterd.

899
00:54:46,890 --> 00:54:50,670
Ja, de kinderen van
Jonadab, de zoon van Rechab,

900
00:54:50,670 --> 00:54:55,350
hebben het gebod van hun voorvader dat
hij hun geboden had, gestand gedaan,

901
00:54:55,350 --> 00:54:58,230
maar naar Mij luistert dit volk niet.

902
00:54:58,230 --> 00:55:04,950
Daarom, zo zegt de HEERE, de God van de
legermachten, de God van Israël: Zie,

903
00:55:04,950 --> 00:55:10,110
Ik ga over Juda en over al de inwoners
van Jeruzalem al het onheil brengen dat Ik

904
00:55:10,110 --> 00:55:13,950
over hen heb uitgesproken,
omdat Ik tot hen gesproken heb,

905
00:55:13,950 --> 00:55:17,310
maar zij niet geluisterd
hebben, Ik tot hen geroepen heb,

906
00:55:17,310 --> 00:55:19,470
maar zij niet geantwoord hebben.

907
00:55:19,470 --> 00:55:22,410
Tegen het huis van de
Rechabieten zei Jeremia:

908
00:55:22,410 --> 00:55:26,250
Zo zegt de HEERE van de
legermachten, de God van Israël:

909
00:55:26,250 --> 00:55:30,630
Omdat u geluisterd hebt naar het
gebod van uw voorvader Jonadab,

910
00:55:30,630 --> 00:55:35,310
al zijn geboden in acht genomen
hebt, en gedaan hebt overeenkomstig

911
00:55:35,310 --> 00:55:37,290
alles wat hij u geboden heeft,

912
00:55:37,290 --> 00:55:39,450
Nu heeft hij een woord voor hen.

913
00:55:39,450 --> 00:55:44,430
daarom, zo zegt de HEERE van de
legermachten, de God van Israël:

914
00:55:44,430 --> 00:55:50,910
Het zal Jonadab, de zoon van Rechab, niet
aan een man ontbreken die in Mijn dienst

915
00:55:50,910 --> 00:55:52,890
staat, alle dagen.

916
00:55:52,890 --> 00:55:57,451
Er moeten vandaag dus nog ergens
Rechabieten zijn, als ‘voor eeuwig’ —

917
00:55:57,451 --> 00:56:02,430
zoals zijn Engelse Bijbelvertaling het
hier weergeeft — letterlijk bedoeld is.

918
00:56:02,430 --> 00:56:04,170
Misschien zijn die er ook.

919
00:56:04,170 --> 00:56:05,970
Er zijn er geen bekend.

920
00:56:05,970 --> 00:56:10,530
Misschien wonen ze ergens in tenten
waar je ze niet ziet. Wie weet?

921
00:56:10,530 --> 00:56:12,270
In elk geval niet aan de bar.

922
00:56:12,270 --> 00:56:14,010
Hoofdstuk 36:

923
00:56:14,010 --> 00:56:18,930
In het vierde jaar van Jojakim, de
zoon van Josia, de koning van Juda,

924
00:56:18,930 --> 00:56:21,930
kwam dit woord van de HEERE tot Jeremia:

925
00:56:21,930 --> 00:56:25,350
Neem een boekrol en schrijf
daarop alle woorden die

926
00:56:25,350 --> 00:56:30,330
Ik tot u gesproken heb tegen Israël,
tegen Juda en tegen alle volken,

927
00:56:30,330 --> 00:56:33,270
vanaf de dag dat Ik
tot u begon te spreken,

928
00:56:33,270 --> 00:56:36,390
vanaf de dagen van Josia tot op deze dag.

929
00:56:36,390 --> 00:56:39,390
Hij begon te spreken in het
dertiende jaar van Josia.

930
00:56:39,390 --> 00:56:42,030
Het was nu het vierde jaar van Jojakim.

931
00:56:42,030 --> 00:56:45,990
Er waren ongeveer twintig of
eenentwintig jaar verstreken.

932
00:56:45,990 --> 00:56:49,170
Alle profetieën die hij
hiervoor had uitgesproken.

933
00:56:49,170 --> 00:56:51,090
Misschien heeft hij ze samengevat.

934
00:56:51,090 --> 00:56:53,310
Er was immers behoorlijk wat herhaling,

935
00:56:53,310 --> 00:56:56,010
zoals we in zijn
profetieën hebben ontdekt.

936
00:56:56,010 --> 00:56:59,190
We zien dat dit boek dat
hij schrijft op één dag

937
00:56:59,190 --> 00:57:01,950
drie keer helemaal kan worden voorgelezen.

938
00:57:01,950 --> 00:57:06,510
Het lijkt dus wat korter te zijn dan
het boek Jeremia zoals we dat nu hebben.

939
00:57:06,510 --> 00:57:11,490
Maar zoals ik al zei, staat er natuurlijk
veel herhaling in het boek Jeremia.

940
00:57:11,490 --> 00:57:14,730
Misschien zijn alle dingen die
hij meerdere keren heeft gezegd

941
00:57:14,730 --> 00:57:16,470
één keer opgeschreven.

942
00:57:16,470 --> 00:57:18,510
Je hoeft het niet zo vaak te zeggen.

943
00:57:18,510 --> 00:57:20,910
Hoe dan ook, hij schreef het boek op,

944
00:57:20,910 --> 00:57:23,310
en waarschijnlijk hebben
we deze hoofdstukken juist

945
00:57:23,310 --> 00:57:25,350
dankzij deze instructies.

946
00:57:25,350 --> 00:57:30,150
Ze zijn niet door Jeremia zelf
geschreven, maar door zijn vriend Baruch.

947
00:57:30,150 --> 00:57:32,070
Maar God zegt het volgende.

948
00:57:32,070 --> 00:57:35,250
En dit is nog vroeg in
de regering van Jojakim,

949
00:57:35,250 --> 00:57:38,130
een hele tijd vóór de val van Jeruzalem,

950
00:57:38,130 --> 00:57:43,350
toen God de mensen nog opriep tot
bekering in plaats van tot overgave.

951
00:57:43,350 --> 00:57:47,010
Misschien zullen die van het huis
van Juda luisteren naar al het

952
00:57:47,010 --> 00:57:51,330
onheil dat Ik hun denk aan te
doen, zodat zij zich bekeren,

953
00:57:51,330 --> 00:57:55,110
ieder van zijn slechte weg
en Ik hun ongerechtigheid

954
00:57:55,110 --> 00:57:57,510
en hun zonden zal vergeven.

955
00:57:57,510 --> 00:58:01,230
Toen riep Jeremia Baruch,
de zoon van Neria.

956
00:58:01,230 --> 00:58:06,390
En Baruch schreef uit de mond van Jeremia
al de woorden van de HEERE die Hij tot hem

957
00:58:06,390 --> 00:58:08,310
gesproken had, op de boekrol.

958
00:58:08,310 --> 00:58:11,970
En Jeremia gebood Baruch:
Ik word tegengehouden,

959
00:58:11,970 --> 00:58:14,430
ik kan niet in het huis
van de HEERE komen.

960
00:58:14,430 --> 00:58:17,250
Nu weet ik niet op welke
manier hij verhinderd was.

961
00:58:17,250 --> 00:58:20,370
Het is duidelijk dat Jeremia op
verschillende momenten in zijn

962
00:58:20,370 --> 00:58:22,650
leven daadwerkelijk gevangenzat.

963
00:58:22,650 --> 00:58:26,130
Maar het lijkt er niet op dat
hij deze keer gevangenzat.

964
00:58:26,130 --> 00:58:30,870
Want er blijkt door de koning een bevel
tot zijn arrestatie te zijn uitgevaardigd,

965
00:58:30,870 --> 00:58:35,790
maar Jeremia werd niet gearresteerd,
omdat er in vers 26 staat:

966
00:58:35,790 --> 00:58:38,070
De Heer hield hem verborgen.

967
00:58:38,070 --> 00:58:42,030
Hij bevond zich dus duidelijk niet ergens
waar de koning hem in zijn macht had

968
00:58:42,030 --> 00:58:44,190
en hem gemakkelijk kon vinden.

969
00:58:44,190 --> 00:58:47,250
Hij zat dus niet in de gevangenis,
maar hij was op de een of

970
00:58:47,250 --> 00:58:48,990
andere manier verhinderd.

971
00:58:48,990 --> 00:58:53,190
Misschien bedoelt hij gewoon: ‘Ik
heb ander werk dat God me laat doen.

972
00:58:53,190 --> 00:58:55,890
Ik kan er niet op uit
om dit voor te lezen.

973
00:58:55,890 --> 00:58:58,110
Jij schrijft op wat ik dicteer.

974
00:58:58,110 --> 00:59:00,150
Ik heb andere dingen die ik moet doen.

975
00:59:00,150 --> 00:59:04,410
Ik ben beperkt in mijn tijd of
in wat ik kan doen, of zoiets.’

976
00:59:04,410 --> 00:59:06,630
We weten niet waarom hij verhinderd is.

977
00:59:06,630 --> 00:59:10,470
Hij zegt gewoon: ‘Ik heb je
nodig om dit voor me te doen.’

978
00:59:10,470 --> 00:59:14,610
Daarom moet u zelf gaan en uit de
rol voorlezen waarop u uit mijn mond

979
00:59:14,610 --> 00:59:18,930
de woorden van de HEERE hebt opgeschreven,
ten aanhoren van het volk in het huis van

980
00:59:18,930 --> 00:59:21,030
de HEERE op de vastendag.

981
00:59:21,030 --> 00:59:25,410
U moet ze ook voorlezen ten aanhoren van
alle Judeeërs die uit hun steden komen.

982
00:59:25,410 --> 00:59:29,430
Misschien zal hun smeekbede terechtkomen
voor het aangezicht van de HEERE,

983
00:59:29,430 --> 00:59:32,910
en zullen zij zich bekeren,
ieder van zijn slechte weg,

984
00:59:32,910 --> 00:59:36,810
want groot is de toorn en de
grimmigheid die de HEERE tegen dit

985
00:59:36,810 --> 00:59:38,670
volk heeft uitgesproken.

986
00:59:38,670 --> 00:59:43,530
Baruch, de zoon van Neria, deed
overeenkomstig alles wat de profeet

987
00:59:43,530 --> 00:59:47,970
Jeremia hem geboden had, door uit
de boekrol de woorden van de HEERE

988
00:59:47,970 --> 00:59:50,850
voor te lezen in het huis van de HEERE.

989
00:59:50,850 --> 00:59:55,470
Het gebeurde in het vijfde jaar
van Jojakim, de zoon van Josia,

990
00:59:55,470 --> 00:59:58,590
de koning van Juda, in de negende maand,

991
00:59:58,590 --> 01:00:02,010
dat zij een vasten uitriepen
voor het aangezicht van de HEERE,

992
01:00:02,010 --> 01:00:06,570
voor heel het volk in Jeruzalem en heel
het volk dat uit de steden van Juda

993
01:00:06,570 --> 01:00:08,250
naar Jeruzalem kwam.

994
01:00:08,250 --> 01:00:13,470
Toen las Baruch uit de boekrol de woorden
van Jeremia voor in het huis van de HEERE,

995
01:00:13,470 --> 01:00:18,030
in de kamer van Gemarja, de
zoon van Safan, de schrijver,

996
01:00:18,030 --> 01:00:23,190
in de bovenste voorhof, bij de ingang van
de nieuwe poort van het huis van de HEERE,

997
01:00:23,190 --> 01:00:25,350
ten aanhoren van heel het volk.

998
01:00:25,350 --> 01:00:27,990
Let er nu op dat hij in vers 6 zei:

999
01:00:27,990 --> 01:00:30,690
‘Ga dit voorlezen op de vastendag.’

1000
01:00:30,690 --> 01:00:34,950
Dat is eigenlijk niet de Grote Verzoendag,
want ons wordt verteld dat het in de

1001
01:00:34,950 --> 01:00:36,570
negende maand was.

1002
01:00:36,570 --> 01:00:41,430
Vers 9 zegt dat het in de negende
maand van het daaropvolgende jaar was.

1003
01:00:41,430 --> 01:00:46,230
Kijk, deze instructies werden hem
gegeven in het vierde jaar van Jojakim.

1004
01:00:46,230 --> 01:00:51,030
Maar de vastendag waarop hij dit voorlas,
viel in het vijfde jaar van Jojakim,

1005
01:00:51,030 --> 01:00:53,910
zegt vers 9, in de negende maand.

1006
01:00:53,910 --> 01:00:57,690
Er verstreek dus op zijn minst
bijna een jaar, zo niet meer,

1007
01:00:57,690 --> 01:01:00,870
tussen het schrijven van het
boek en het voorlezen ervan.

1008
01:01:00,870 --> 01:01:04,170
En toch zegt Jeremia op het
moment dat het gedicteerd werd:

1009
01:01:04,170 --> 01:01:06,390
‘Je gaat het op de vastendag doen.’

1010
01:01:06,390 --> 01:01:08,850
Die was blijkbaar nog behoorlijk ver weg.

1011
01:01:08,850 --> 01:01:12,810
Het was blijkbaar geen vastendag
die in de wet was voorgeschreven,

1012
01:01:12,810 --> 01:01:16,650
want de wet schreef alleen een
vastendag voor in de zevende maand,

1013
01:01:16,650 --> 01:01:18,690
op de Grote Verzoendag.

1014
01:01:18,690 --> 01:01:22,350
In de negende maand was er iets
anders waarover ze rouwden.

1015
01:01:22,350 --> 01:01:24,870
Of misschien zaten ze
gewoon in moeilijkheden

1016
01:01:24,870 --> 01:01:27,870
en vastten ze daarom om
hulp van God te krijgen.

1017
01:01:27,870 --> 01:01:30,270
Hoe dan ook, dat zou het moment zijn

1018
01:01:30,270 --> 01:01:33,150
waarop het boek door
Baruch werd voorgelezen.

1019
01:01:33,150 --> 01:01:37,530
Toen Michaja, de zoon van
Gemarja, de zoon van Safan,

1020
01:01:37,530 --> 01:01:40,590
al de woorden van de HEERE
uit die boekrol hoorde,

1021
01:01:40,590 --> 01:01:45,150
daalde hij af naar het huis van de
koning, naar de kamer van de schrijver.

1022
01:01:45,150 --> 01:01:51,030
En ziedaar, alle vorsten zaten
er: de schrijver Elisama, Delaja,

1023
01:01:51,030 --> 01:01:58,470
de zoon van Semaja, Elnathan, de zoon
van Achbor, Gemarja, de zoon van Safan,

1024
01:01:58,470 --> 01:02:02,970
Zedekia, de zoon van
Hananja, en alle vorsten.

1025
01:02:02,970 --> 01:02:05,010
Dit waren allemaal een soort lagere

1026
01:02:05,010 --> 01:02:08,070
politieke ambtenaren die
rond de koning hingen.

1027
01:02:08,070 --> 01:02:11,550
Michaja maakte hun alle woorden
bekend die hij gehoord had,

1028
01:02:11,550 --> 01:02:15,630
toen Baruch ten aanhoren van het
volk uit die boekrol voorlas.

1029
01:02:15,630 --> 01:02:21,810
Toen stuurden alle vorsten Jehudi, de
zoon van Nethanja, de zoon van Selemja,

1030
01:02:21,810 --> 01:02:25,950
de zoon van Cusji, naar
Baruch, om te zeggen:

1031
01:02:25,950 --> 01:02:29,610
De rol waaruit u ten aanhoren
van het volk hebt voorgelezen,

1032
01:02:29,610 --> 01:02:32,250
neem die in uw hand en kom.

1033
01:02:32,250 --> 01:02:37,230
Baruch, de zoon van Neria, nam de rol
in zijn hand en kwam naar hen toe.

1034
01:02:37,230 --> 01:02:41,430
Ik weet niet precies waarom het zo
nuttig voor ons wordt gevonden om zoveel

1035
01:02:41,430 --> 01:02:44,430
voorouders te kennen van deze man Jehudi,

1036
01:02:44,430 --> 01:02:47,970
die alleen maar de boodschapper
was die het boek ging halen.

1037
01:02:47,970 --> 01:02:51,330
We kennen zijn grootvader,
zijn overgrootvader.

1038
01:02:51,330 --> 01:02:54,690
En we weten niet eens zoveel
over Jeremia's afkomst.

1039
01:02:54,690 --> 01:02:59,310
Maar deze man Jehudi moet een
indrukwekkende afstamming hebben gehad.

1040
01:02:59,310 --> 01:03:01,050
En hij ging naar Baruch en zei:

1041
01:03:01,050 --> 01:03:05,790
Neem de boekrol waaruit je aan de mensen
hebt voorgelezen in je hand en kom.

1042
01:03:05,790 --> 01:03:08,490
Nu kan het zweet hem hier
wel uitgebroken zijn,

1043
01:03:08,490 --> 01:03:11,970
want hij was niet van plan geweest
dit aan de koning voor te lezen.

1044
01:03:11,970 --> 01:03:15,030
De meeste profetieën
veroordeelden de koning.

1045
01:03:15,030 --> 01:03:18,330
En als je voor de koning gaat staan
om dit soort dingen voor te lezen,

1046
01:03:18,330 --> 01:03:20,370
moet je behoorlijk sterk zijn.

1047
01:03:20,370 --> 01:03:22,650
Je moet stevig in je schoenen staan.

1048
01:03:22,650 --> 01:03:24,990
Hij had het in de tempel voorgelezen.

1049
01:03:24,990 --> 01:03:29,070
Dat was al gevaarlijk genoeg, maar
hij las het alleen aan het volk voor.

1050
01:03:29,070 --> 01:03:31,350
Nu gaat de koning het van hem horen.

1051
01:03:31,350 --> 01:03:33,570
En hij doet wat hem gezegd wordt.

1052
01:03:33,570 --> 01:03:38,910
Zij zeiden tegen hem: Ga toch zitten
en lees ten aanhoren van ons deze voor.

1053
01:03:38,910 --> 01:03:41,730
En Baruch las ten aanhoren van hen voor.

1054
01:03:41,730 --> 01:03:44,730
Nu gebeurde het, zodra
zij alle woorden hoorden,

1055
01:03:44,730 --> 01:03:48,750
dat zij elkaar angstig aankeken
en tegen Baruch zeiden:

1056
01:03:48,750 --> 01:03:52,710
Al deze woorden moeten wij
beslist aan de koning bekendmaken.

1057
01:03:52,710 --> 01:03:55,590
Dus hij las het eerst
aan deze vorsten voor,

1058
01:03:55,590 --> 01:03:58,530
en daarna namen ze hem mee naar de koning.

1059
01:03:58,530 --> 01:04:01,350
Je krijgt niet zo gemakkelijk
toegang tot de koning

1060
01:04:01,350 --> 01:04:05,790
zonder dat iemand tegen de koning zegt
dat er een reden is waarom je komt.

1061
01:04:05,790 --> 01:04:09,930
Deze mannen beoordeelden het
materiaal dus eerst voor de koning.

1062
01:04:09,930 --> 01:04:13,290
Nu gaan ze ervoor zorgen
dat de koning het hoort.

1063
01:04:13,290 --> 01:04:15,270
Deze mannen waren goede mannen.

1064
01:04:15,270 --> 01:04:18,750
Het kwam niet zo vaak voor dat
de vorsten goede mannen waren.

1065
01:04:18,750 --> 01:04:22,830
Maar denk eraan: in hoofdstuk
26 was er een moment

1066
01:04:22,830 --> 01:04:25,230
waarop het volk Jeremia wilde doden.

1067
01:04:25,230 --> 01:04:28,950
Enkele vorsten kwamen voor
hem tussenbeide en zeiden:

1068
01:04:28,950 --> 01:04:33,990
Toen zeiden de vorsten en heel het volk
tegen de priesters en tegen de profeten:

1069
01:04:33,990 --> 01:04:39,150
Deze man heeft niet de doodstraf verdiend,
want hij heeft in de Naam van de HEERE,

1070
01:04:39,150 --> 01:04:41,790
onze God, tot ons gesproken.

1071
01:04:41,790 --> 01:04:45,150
Ook stonden er mannen op
uit de oudsten van het land.

1072
01:04:45,150 --> 01:04:49,410
Zij zeiden tegen heel het
verzamelde volk: Micha uit Moreset

1073
01:04:49,410 --> 01:04:53,910
heeft in de dagen van Hizkia,
koning van Juda, geprofeteerd.

1074
01:04:53,910 --> 01:04:59,610
Hij zei tegen heel het volk van Juda:
Zo zegt de HEERE van de legermachten:

1075
01:04:59,610 --> 01:05:02,790
Sion zal als een akker omgeploegd worden,

1076
01:05:02,790 --> 01:05:09,150
Jeruzalem zal tot puinhopen worden en de
berg van dit huis tot hoogten in het woud.

1077
01:05:09,150 --> 01:05:15,570
Hebben Hizkia, de koning van Juda, en
heel Juda hem ooit ter dood laten brengen?

1078
01:05:15,570 --> 01:05:17,790
Vreesde hij niet de HEERE?

1079
01:05:17,790 --> 01:05:21,270
Trachtte hij niet het aangezicht
van de HEERE gunstig te stemmen,

1080
01:05:21,270 --> 01:05:26,490
zodat het de HEERE berouwde over het
kwaad dat Hij over hen uitgesproken had?

1081
01:05:26,490 --> 01:05:30,210
Wij zijn bezig onszelf een
groot kwaad aan te doen!

1082
01:05:30,210 --> 01:05:33,330
Sommige vorsten waren dus
mannen met enig geweten,

1083
01:05:33,330 --> 01:05:35,850
zoals we verderop nog meer zullen zien.

1084
01:05:35,850 --> 01:05:38,790
Maar ze zeiden dat de
koning dit moest horen.

1085
01:05:38,790 --> 01:05:42,810
Zij vroegen Baruch: Vertel ons
hoe u al deze woorden op zijn

1086
01:05:42,810 --> 01:05:44,850
aanwijzing hebt opgeschreven.

1087
01:05:44,850 --> 01:05:48,690
Baruch antwoordde: Hij sprak
al deze woorden tot mij uit,

1088
01:05:48,690 --> 01:05:51,150
en ik schreef ze met inkt in de boekrol.

1089
01:05:51,150 --> 01:05:56,310
Toen zeiden de vorsten tegen Baruch:
Ga u verbergen, u en Jeremia,

1090
01:05:56,310 --> 01:05:58,590
en laat niemand weten waar u bent.

1091
01:05:58,590 --> 01:06:00,510
Ze waren hem goedgezind.

1092
01:06:00,510 --> 01:06:03,510
Ze wisten dat de koning
hier boos over zou worden.

1093
01:06:03,510 --> 01:06:05,970
Ze vonden dat de koning dit moest horen,

1094
01:06:05,970 --> 01:06:10,710
maar hij moest niet de gelegenheid krijgen
om Baruch en Jeremia te arresteren.

1095
01:06:10,710 --> 01:06:12,870
Ze zouden allebei gevaar lopen.

1096
01:06:12,870 --> 01:06:16,830
Dus deze vorsten waarschuwden
hem: ‘Ga je verbergen.

1097
01:06:16,830 --> 01:06:18,870
Vertel niemand waar je bent.

1098
01:06:18,870 --> 01:06:23,070
Vertel het zelfs niet aan ons, want
de koning zou het ons kunnen vragen.

1099
01:06:23,070 --> 01:06:25,170
We willen niet weten waar je bent.

1100
01:06:25,170 --> 01:06:29,250
Ga jij je maar verbergen, dan
brengen wij dit boek naar de koning.’

1101
01:06:29,250 --> 01:06:33,030
Zij gingen naar de koning in de
voorhof van het koninklijk paleis,

1102
01:06:33,030 --> 01:06:37,230
maar de rol legden zij weg in de
kamer van de schrijver Elisama.

1103
01:06:37,230 --> 01:06:41,370
Toen maakten zij al deze woorden
bekend ten aanhoren van de koning.

1104
01:06:41,370 --> 01:06:44,370
Ze namen het boek dus niet
eens meteen mee naar binnen.

1105
01:06:44,370 --> 01:06:48,450
Ze moesten eerst te weten komen of
de koning het wilde horen of niet.

1106
01:06:48,450 --> 01:06:51,210
Ze maakten de koning dus de inhoud bekend.

1107
01:06:51,210 --> 01:06:55,110
Met andere woorden, ze
gaven hem een samenvatting.

1108
01:06:55,110 --> 01:06:58,470
Daarop stuurde de koning
Jehudi om de rol te halen.

1109
01:06:58,470 --> 01:07:01,950
Hij haalde die uit de kamer
van de schrijver Elisama.

1110
01:07:01,950 --> 01:07:05,250
Toen las Jehudi eruit voor
ten aanhoren van de koning

1111
01:07:05,250 --> 01:07:09,450
en ten aanhoren van al de vorsten
die rondom de koning stonden.

1112
01:07:09,450 --> 01:07:12,390
De koning zat in de negende
maand in het winterverblijf,

1113
01:07:12,390 --> 01:07:15,750
met een vuur dat vóór hem
in het kolenbekken brandde.

1114
01:07:15,750 --> 01:07:18,330
Dat is december, dus het was koud.

1115
01:07:18,330 --> 01:07:22,830
gebeurde het, zodra Jehudi drie
of vier kolommen had voorgelezen,

1116
01:07:22,830 --> 01:07:26,730
dat de koning ze met een
schrijversmes afsneed en in het vuur

1117
01:07:26,730 --> 01:07:31,050
wierp dat in het kolenbekken was, totdat
heel de rol verteerd was in het vuur dat

1118
01:07:31,050 --> 01:07:32,430
in het kolenbekken was.

1119
01:07:32,430 --> 01:07:36,510
Denk nu eens aan het contrast
tussen de houding van deze koning

1120
01:07:36,510 --> 01:07:39,510
en die van zijn eigen vader, Josia.

1121
01:07:39,510 --> 01:07:43,650
Toen de priesters de boekrol van
Deuteronomium bij Josia brachten,

1122
01:07:43,650 --> 01:07:48,150
in 2 Koningen hoofdstuk
22, staat er in vers 11:

1123
01:07:48,150 --> 01:07:52,170
Het gebeurde nu, toen de koning
de woorden van het wetboek hoorde,

1124
01:07:52,170 --> 01:07:54,210
dat hij zijn kleren scheurde.

1125
01:07:54,210 --> 01:08:00,510
Maar hier staat zijn eigen zoon, Jojakim,
tegenover eigenlijk soortgelijk materiaal.

1126
01:08:00,510 --> 01:08:05,490
Een soortgelijke openbaring van God over
het gevaar dat daarin beschreven wordt,

1127
01:08:05,490 --> 01:08:08,670
waarop Josia zo goed had gereageerd.

1128
01:08:08,670 --> 01:08:10,710
Deze man is harteloos.

1129
01:08:10,710 --> 01:08:12,990
Hij schenkt er niet eens aandacht aan.

1130
01:08:12,990 --> 01:08:17,490
Hij snijdt het gewoon achteloos in
stukken en gooit het in het vuur.

1131
01:08:17,490 --> 01:08:21,750
Je krijgt de indruk dat hij er zijn
totale minachting voor laat zien.

1132
01:08:21,750 --> 01:08:25,110
En in vers 24 staat over
degenen die toekeken,

1133
01:08:25,110 --> 01:08:27,690
waarschijnlijk de meesten
van zijn hovelingen:

1134
01:08:27,690 --> 01:08:31,050
Zij schrokken niet en zij
scheurden hun kleding niet,

1135
01:08:31,050 --> 01:08:36,870
de koning evenmin als al zijn dienaren,
die al deze woorden gehoord hadden.

1136
01:08:36,870 --> 01:08:40,650
Dit zijn dus zijn dienaren
die hem naar de mond praten.

1137
01:08:40,650 --> 01:08:44,010
Dit zijn niet de vorsten
over wie we eerder hoorden.

1138
01:08:44,010 --> 01:08:47,430
We zullen zien dat die bezwaar
maakten tegen wat hij deed.

1139
01:08:47,430 --> 01:08:51,450
Maar de vaste dienaren van
de koning waren harteloos.

1140
01:08:51,450 --> 01:08:54,570
Ze waren niet bang toen
ze hem dit zagen doen.

1141
01:08:54,570 --> 01:08:59,670
Ze scheurden hun kleren niet, zoals Josia
had gedaan toen hij het boek hoorde.

1142
01:08:59,670 --> 01:09:04,110
De koning deed dat in dit geval
niet, en zijn dienaren ook niet.

1143
01:09:04,110 --> 01:09:10,590
Maar Elnathan, Delaja en Gemarja, dat
zijn de vorsten over wie we eerder lazen.

1144
01:09:10,590 --> 01:09:13,290
Zij waren degenen die tegen Baruch zeiden:

1145
01:09:13,290 --> 01:09:18,690
Toen zeiden de vorsten tegen Baruch:
Ga heen, verberg u, u en Jeremia,

1146
01:09:18,690 --> 01:09:20,850
zodat niemand weet waar u bent.

1147
01:09:20,850 --> 01:09:26,790
Toch hadden Elnathan, Delaja en Gemarja er
bij de koning op aangedrongen de rol niet

1148
01:09:26,790 --> 01:09:29,790
te verbranden, maar hij heeft
niet naar hen geluisterd.

1149
01:09:29,790 --> 01:09:33,390
Er waren dus enkele mannen in het
bestuur die enig geweten hadden,

1150
01:09:33,390 --> 01:09:38,790
die enig gezond verstand hadden, maar
de koning wilde niet naar hen luisteren.

1151
01:09:38,790 --> 01:09:45,330
Verder gaf de koning Jerahmeël, de zoon
van de koning, Seraja, de zoon van Azriël,

1152
01:09:45,330 --> 01:09:49,650
en Selemja, de zoon van
Abdeël, bevel om de schrijver

1153
01:09:49,650 --> 01:09:53,010
Baruch en de profeet
Jeremia gevangen te nemen.

1154
01:09:53,010 --> 01:09:55,830
Maar de HEERE hield hen verborgen.

1155
01:09:55,830 --> 01:09:58,710
Jeremia werd deze keer
dus niet gearresteerd.

1156
01:09:58,710 --> 01:10:02,490
Bij andere gelegenheden
wel, en ook Baruch ontkwam.

1157
01:10:02,490 --> 01:10:04,530
Maar hij was beslist moedig.

1158
01:10:04,530 --> 01:10:07,290
Toen kwam het woord van
de HEERE tot Jeremia,

1159
01:10:07,290 --> 01:10:11,370
nadat de koning de rol met de woorden
die uit de mond van Jeremia kwamen,

1160
01:10:11,370 --> 01:10:16,230
die Baruch had opgeschreven, had
verbrand: Neem u weer een andere rol

1161
01:10:16,230 --> 01:10:21,750
en schrijf daarop al de vorige woorden
die op de vorige rol stonden, die Jojakim,

1162
01:10:21,750 --> 01:10:27,510
de koning van Juda, verbrand heeft, en
zeg tegen Jojakim, de koning van Juda:

1163
01:10:27,510 --> 01:10:32,310
Zo zegt de HEERE: Ú hebt
deze rol verbrand en gezegd:

1164
01:10:32,310 --> 01:10:37,170
Waarom hebt u daarop geschreven: De
koning van Babel zal beslist komen

1165
01:10:37,170 --> 01:10:41,970
en zal dit land te gronde richten en
hij zal mens en dier eruit wegdoen?

1166
01:10:41,970 --> 01:10:47,730
Daarom, zo zegt de HEERE over
Jojakim, de koning van Juda:

1167
01:10:47,730 --> 01:10:51,210
Hij zal niemand hebben die
op de troon van David zit,

1168
01:10:51,210 --> 01:10:54,030
en zijn dode lichaam
zal weggeworpen liggen,

1169
01:10:54,030 --> 01:10:57,150
overdag in de hitte en
's nachts in de kou.

1170
01:10:57,150 --> 01:11:02,130
We hebben eigenlijk geen specifieke
vermelding van hoe Jojakim gestorven is

1171
01:11:02,130 --> 01:11:04,110
en wat er met zijn lichaam gebeurd is.

1172
01:11:04,110 --> 01:11:06,450
Maar er was een eerdere profetie die zei:

1173
01:11:06,450 --> 01:11:09,750
Met een ezelsbegrafenis
zal hij begraven worden:

1174
01:11:09,750 --> 01:11:14,790
men zal hem wegslepen en wegwerpen,
ver weg van de poorten van Jeruzalem.

1175
01:11:14,790 --> 01:11:17,730
Hij zou bij zijn begrafenis
niet geëerd worden.

1176
01:11:17,730 --> 01:11:21,690
Dat hij geen zoon zou hebben,
of niemand die van hem afstamde,

1177
01:11:21,690 --> 01:11:25,530
die op de troon van David zou
zitten, is ook uitgekomen.

1178
01:11:25,530 --> 01:11:27,450
Jojachin was zijn zoon.

1179
01:11:27,450 --> 01:11:31,230
Hij regeerde drie maanden, maar werd
daarna voorgoed in gevangenschap

1180
01:11:31,230 --> 01:11:33,270
weggevoerd naar Egypte.

1181
01:11:33,270 --> 01:11:38,730
Vervolgens kwam Zedekia, de laatste
koning voordat Babylon de stad verwoestte.

1182
01:11:38,730 --> 01:11:41,070
Hij was geen zoon van Jojakim.

1183
01:11:41,070 --> 01:11:43,470
Dus nadat zijn zoon na een regering van

1184
01:11:43,470 --> 01:11:47,610
drie maanden in gevangenschap was
weggevoerd, had hij niemand meer.

1185
01:11:47,610 --> 01:11:50,250
Niemand die op de troon
van David zou zitten.

1186
01:11:50,250 --> 01:11:55,650
Ik zal hem, zijn nageslacht en zijn
dienaren straffen om hun ongerechtigheid,

1187
01:11:55,650 --> 01:12:01,290
en Ik zal over hen, over de inwoners van
Jeruzalem en over de mannen van Juda,

1188
01:12:01,290 --> 01:12:04,590
al het onheil brengen dat
Ik tot hen gesproken heb,

1189
01:12:04,590 --> 01:12:06,810
maar zij hebben niet geluisterd.

1190
01:12:06,810 --> 01:12:11,070
Toen nam Jeremia een andere rol en
gaf die aan de schrijver Baruch,

1191
01:12:11,070 --> 01:12:12,810
de zoon van Neria.

1192
01:12:12,810 --> 01:12:16,830
Deze schreef daarop uit de mond van
Jeremia al de woorden van de boekrol,

1193
01:12:16,830 --> 01:12:21,270
die Jojakim, de koning van
Juda, in het vuur had verbrand.

1194
01:12:21,270 --> 01:12:24,390
Nog vele woorden als deze
werden eraan toegevoegd.

1195
01:12:24,390 --> 01:12:27,510
Nu zou je kunnen denken dat
Baruch op dat moment denkt:

1196
01:12:27,510 --> 01:12:29,550
‘Willen we dit echt nog een keer doen?

1197
01:12:29,550 --> 01:12:33,390
Er ligt nog een arrestatiebevel
tegen ons vanwege de vorige keer.

1198
01:12:33,390 --> 01:12:35,850
Vraag je me nu om dit
nog een keer te doen?’

1199
01:12:35,850 --> 01:12:37,650
De man is gehoorzaam.

1200
01:12:37,650 --> 01:12:40,410
En trouwens, hij krijgt
een heel hoofdstuk.

1201
01:12:40,410 --> 01:12:46,110
Baruch krijgt ter ere van hem een heel,
heel kort hoofdstuk, hoofdstuk 45.

1202
01:12:46,110 --> 01:12:50,610
Het is maar vijf verzen lang, maar Jeremia
heeft een bijzondere belofte van de HEERE

1203
01:12:50,610 --> 01:12:53,970
voor Baruch vanwege zijn
uitzonderlijke trouw.

1204
01:12:53,970 --> 01:12:56,370
Dus hij herinnerde zich die profetieën,

1205
01:12:56,370 --> 01:13:00,090
hij kende ze waarschijnlijk uit
zijn hoofd. Hij dicteerde ze.

1206
01:13:00,090 --> 01:13:02,430
Hij breidde ze zelfs nog een beetje uit

1207
01:13:02,430 --> 01:13:05,730
en voegde er nog wat woorden
van dezelfde strekking aan toe.

1208
01:13:05,730 --> 01:13:09,510
En we denken niet dat hij deze
rol naar Jojakim heeft gestuurd.

1209
01:13:09,510 --> 01:13:12,210
Waarschijnlijk heeft
Baruch deze opgeborgen.

1210
01:13:12,210 --> 01:13:17,490
En daarom hebben we het boek Jeremia, want
een groot deel van ons boek Jeremia is wat

1211
01:13:17,490 --> 01:13:18,570
Baruch heeft opgeschreven.
