1
00:00:02,130 --> 00:00:04,530
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,530 --> 00:00:11,490
Deze keer behandelen we Jeremia
hoofdstuk 37 tot en met 44.

3
00:00:11,490 --> 00:00:15,570
We pakken het verhaal weer
op bij Jeremia hoofdstuk 37.

4
00:00:15,570 --> 00:00:21,630
In hoofdstuk 36 gaf Jeremia zijn schrijver
Baruch opdracht om alle woorden van zijn

5
00:00:21,630 --> 00:00:26,250
profetieën op te schrijven en ze
aan koning Jojakim voor te lezen.

6
00:00:26,250 --> 00:00:30,570
Jojakim sneed de boekrol in stukken
en verbrandde die in het vuur,

7
00:00:30,570 --> 00:00:33,090
uit minachting voor het Woord van God.

8
00:00:33,090 --> 00:00:37,350
Dat was precies de tegenovergestelde
reactie van die van zijn vader Josia,

9
00:00:37,350 --> 00:00:41,550
toen het wetboek in de tempel was
gevonden en bij hem was gebracht en aan

10
00:00:41,550 --> 00:00:43,410
hem was voorgelezen.

11
00:00:43,410 --> 00:00:48,750
Hij beefde, en hij vernietigde niet de
boekrol; hij scheurde zijn kleren kapot.

12
00:00:48,750 --> 00:00:51,630
Hij scheurde zijn kleren en bekeerde zich.

13
00:00:51,630 --> 00:00:55,290
Jojakim had een heel ander
karakter dan zijn vader Josia.

14
00:00:55,290 --> 00:00:58,950
Dat gold natuurlijk voor alle koningen
in de laatste tijd van Jeruzalem,

15
00:00:58,950 --> 00:01:01,710
toen het steeds verder bergafwaarts ging.

16
00:01:01,710 --> 00:01:05,790
In hoofdstuk 37 is
Jojakim geen koning meer.

17
00:01:05,790 --> 00:01:10,830
We bevinden ons nu in de regering
van koning Zedekia. Er staat:

18
00:01:10,830 --> 00:01:16,530
Koning Zedekia, de zoon van Josia,
werd koning in plaats van Chonia,

19
00:01:16,530 --> 00:01:21,570
de zoon van Jojakim, omdat
Nebukadrezar, de koning van Babel,

20
00:01:21,570 --> 00:01:24,570
hem koning had gemaakt in het land Juda.

21
00:01:24,570 --> 00:01:29,490
Die Chonia is natuurlijk Jechonia,
ook wel Jojachin genoemd.

22
00:01:29,490 --> 00:01:33,330
Je herinnert je misschien dat
Jojakim de zoon van Josia was.

23
00:01:33,330 --> 00:01:37,650
En Jechonia, de volgende
koning, was de zoon van Jojakim,

24
00:01:37,650 --> 00:01:39,990
maar hij regeerde slechts drie maanden.

25
00:01:39,990 --> 00:01:45,990
Dus Nebukadnezar zette Jojachin af, voerde
hem in ballingschap en stelde Zedekia in

26
00:01:45,990 --> 00:01:47,550
zijn plaats aan.

27
00:01:47,550 --> 00:01:52,470
Zedekia was de broer van Jojakim
en een andere zoon van Josia.

28
00:01:52,470 --> 00:01:55,110
Zo zitten deze
familieverhoudingen in elkaar.

29
00:01:55,110 --> 00:01:57,930
Zedekia was de oom van de vorige koning.

30
00:01:57,930 --> 00:02:01,590
Hij luisterde echter niet naar de woorden
van de HEERE die Hij sprak door de dienst

31
00:02:01,590 --> 00:02:05,730
van de profeet Jeremia, hij
niet, en zijn dienaren niet,

32
00:02:05,730 --> 00:02:08,550
evenmin als de bevolking van het land.

33
00:02:08,550 --> 00:02:11,790
We hebben zojuist een voorbeeld
gezien van hoe Jojakim niet

34
00:02:11,790 --> 00:02:16,050
luisterde naar de woorden van de Heere
toen die aan hem werden voorgelezen,

35
00:02:16,050 --> 00:02:18,150
en hij de boekrol vernietigde.

36
00:02:18,150 --> 00:02:21,510
Nu wordt ons verteld dat
Zedekia dat ook niet deed.

37
00:02:21,510 --> 00:02:25,890
Toch lijkt het erop dat Zedekia een
beetje een zwak voor Jeremia had.

38
00:02:25,890 --> 00:02:28,590
Hij raadpleegde hem van tijd tot tijd,

39
00:02:28,590 --> 00:02:32,610
maar hij volgde de aanwijzingen die
hij van hem kreeg nooit echt op.

40
00:02:32,610 --> 00:02:38,550
Toch stuurde koning Zedekia Juchal, de
zoon van Selemja, en de priester Zefanja,

41
00:02:38,550 --> 00:02:43,110
de zoon van Maäseja, naar de
profeet Jeremia, om te zeggen:

42
00:02:43,110 --> 00:02:46,530
Bid toch voor ons tot de HEERE, onze God.

43
00:02:46,530 --> 00:02:49,890
Jeremia kon nog in- en uitgaan
te midden van het volk;

44
00:02:49,890 --> 00:02:52,410
zij hadden hem nog niet
in de gevangenis gezet.

45
00:02:52,410 --> 00:02:56,910
We hebben in enkele eerdere hoofdstukken
gezien dat hij in de gevangenis zat.

46
00:02:56,910 --> 00:03:01,590
Bijvoorbeeld toen hij het land kocht,
in het jaar voordat Jeruzalem viel.

47
00:03:01,590 --> 00:03:04,350
Maar dit speelt zich vóór die tijd af.

48
00:03:04,350 --> 00:03:10,170
Nogmaals, de hoofdstukken in Jeremia staan
helemaal niet in chronologische volgorde.

49
00:03:10,170 --> 00:03:14,250
Inmiddels was het leger van de
farao uit Egypte uitgetrokken.

50
00:03:14,250 --> 00:03:19,110
Toen de Chaldeeën die Jeruzalem
belegerden, dit bericht daarover hoorden,

51
00:03:19,110 --> 00:03:21,450
trokken zij van Jeruzalem weg.

52
00:03:21,450 --> 00:03:24,930
Deze farao is farao Hofra.

53
00:03:24,930 --> 00:03:30,870
De vorige farao, Necho, was degene tegen
wie Babel bij Karkemis had gevochten

54
00:03:30,870 --> 00:03:32,610
en die het daar had verslagen.

55
00:03:32,610 --> 00:03:36,630
Het was ook farao Necho die
Josia in de strijd had gedood.

56
00:03:36,630 --> 00:03:42,090
Dit is nu Hofra, de volgende farao, en hij
trekt tijdens de belegering van Jeruzalem

57
00:03:42,090 --> 00:03:43,650
tegen Babel op.

58
00:03:43,650 --> 00:03:46,830
Daarom trokken de Babyloniërs
zich korte tijd terug,

59
00:03:46,830 --> 00:03:49,950
waardoor Jeruzalem even op adem kon komen.

60
00:03:49,950 --> 00:03:54,150
Misschien begonnen sommige mensen in
Jeruzalem te denken: ‘We zijn gered.

61
00:03:54,150 --> 00:03:55,830
We zullen toch niet vallen.’

62
00:03:55,830 --> 00:03:57,510
Maar zo zou het niet gaan.

63
00:03:57,510 --> 00:04:02,850
Toen de Chaldeeën, dat wil zeggen de
Babyloniërs, die Jeruzalem belegerden,

64
00:04:02,850 --> 00:04:07,050
hoorden dat het Egyptische leger
oprukte, trokken ze zich korte tijd

65
00:04:07,050 --> 00:04:08,850
terug uit Jeruzalem.

66
00:04:08,850 --> 00:04:12,870
Zoals bleek, trok Hofra
zich namelijk al snel terug.

67
00:04:12,870 --> 00:04:16,590
Hij ging de strijd met de
Babyloniërs niet daadwerkelijk aan.

68
00:04:16,590 --> 00:04:20,850
Toen de Babyloniërs eraan kwamen,
trok de farao zijn troepen terug

69
00:04:20,850 --> 00:04:22,710
en werd er niet gevochten.

70
00:04:22,710 --> 00:04:28,170
Toen kwam het woord van de HEERE tot
de profeet Jeremia: Zo zegt de HEERE,

71
00:04:28,170 --> 00:04:32,790
de God van Israël: Zo moet u
zeggen tegen de koning van Juda,

72
00:04:32,790 --> 00:04:39,210
die u naar Mij toegestuurd heeft om Mij te
raadplegen: Zie, het leger van de farao,

73
00:04:39,210 --> 00:04:44,490
dat is uitgetrokken om u te helpen,
keert terug naar zijn land, naar Egypte.

74
00:04:44,490 --> 00:04:49,110
Dan zullen de Chaldeeën terugkeren
om tegen deze stad te strijden.

75
00:04:49,110 --> 00:04:52,590
Zij zullen haar innemen en
haar met vuur verbranden.

76
00:04:52,590 --> 00:04:56,490
Zo zegt de HEERE: Bedrieg
uzelf niet door te zeggen:

77
00:04:56,490 --> 00:05:00,630
De Chaldeeën zullen beslist bij ons
weggaan, want zij zullen niet weggaan!

78
00:05:00,630 --> 00:05:05,730
Ja, al zou u ook heel het leger van de
Chaldeeën die tegen u strijden, verslaan,

79
00:05:05,730 --> 00:05:09,990
en zouden er bij hen slechts enkele
zwaargewonde mannen overblijven,

80
00:05:09,990 --> 00:05:15,330
zij zouden opstaan, ieder in zijn
tent, en deze stad met vuur verbranden.

81
00:05:15,330 --> 00:05:19,050
Er is dus geen enkele manier om de
Chaldeeën te verslaan wanneer God

82
00:05:19,050 --> 00:05:22,170
vastbesloten is je door
hen te vernietigen.

83
00:05:22,170 --> 00:05:26,850
Zelfs als er alleen nog gewonde Chaldeeën
over waren, gewonde Babyloniërs,

84
00:05:26,850 --> 00:05:30,990
zouden ze je toch verslaan als God
aan de kant van je vijanden staat.

85
00:05:30,990 --> 00:05:34,710
Vervolgens gebeurde het, toen het leger
van de Chaldeeën van Jeruzalem was

86
00:05:34,710 --> 00:05:37,710
weggetrokken vanwege
het leger van de farao,

87
00:05:37,710 --> 00:05:42,270
dat Jeremia Jeruzalem uit ging om naar
het land van Benjamin te gaan om daar een

88
00:05:42,270 --> 00:05:44,910
erfdeel te aanvaarden
te midden van zijn volk.

89
00:05:44,910 --> 00:05:48,090
En het gebeurde, toen hij
in de Benjaminpoort kwam,

90
00:05:48,090 --> 00:05:53,850
dat de wachtcommandant daar — zijn
naam was Jeria, de zoon van Selemja,

91
00:05:53,850 --> 00:05:58,230
de zoon van Hananja — de profeet
Jeremia vastgreep en zei:

92
00:05:58,230 --> 00:06:00,630
U wilt overlopen naar de Chaldeeën!

93
00:06:00,630 --> 00:06:03,630
Het zou redelijk zijn om dit
van Jeremia te vermoeden.

94
00:06:03,630 --> 00:06:07,530
Jeremia had de mensen aangeraden
zich aan de Chaldeeën over te geven.

95
00:06:07,530 --> 00:06:08,730
Hij had gezegd:

96
00:06:08,730 --> 00:06:11,850
Wie in deze stad blijft,
zal sterven door het zwaard,

97
00:06:11,850 --> 00:06:14,010
door de honger of door de pest.

98
00:06:14,010 --> 00:06:17,910
Maar wie vertrekt en overloopt
naar de Chaldeeën, die u belegeren,

99
00:06:17,910 --> 00:06:21,510
die zal in leven blijven en zijn
leven zal hem tot buit zijn.

100
00:06:21,510 --> 00:06:25,110
Jeremia raadde de mensen dus
eigenlijk aan over te lopen.

101
00:06:25,110 --> 00:06:29,490
Je zou kunnen denken: „Nou, als hij
anderen aanraadt om dat te doen,

102
00:06:29,490 --> 00:06:31,230
dan doet hij dat zelf ook.”

103
00:06:31,230 --> 00:06:34,050
Het zou alleen maar redelijk
zijn om dat aan te nemen.

104
00:06:34,050 --> 00:06:37,950
Maar het is interessant dat Jeremia
anderen aanraadde dat te doen,

105
00:06:37,950 --> 00:06:41,670
terwijl hij het zelf niet deed, omdat
hij geroepen was in de stad te blijven

106
00:06:41,670 --> 00:06:43,170
en te profeteren.

107
00:06:43,170 --> 00:06:44,850
Hij had kunnen ontsnappen.

108
00:06:44,850 --> 00:06:47,790
Hij wist beslist dat
dat de veilige weg was,

109
00:06:47,790 --> 00:06:50,010
maar dat was niet wat hij van plan was.

110
00:06:50,010 --> 00:06:53,910
Dit zou een vreemd moment zijn om hem
ervan te beschuldigen naar de Chaldeeën

111
00:06:53,910 --> 00:06:57,690
over te lopen, aangezien de
Chaldeeën zich hadden teruggetrokken.

112
00:06:57,690 --> 00:07:00,450
Als de Chaldeeën de stad
nog steeds belegerden,

113
00:07:00,450 --> 00:07:04,410
zou het begrijpelijk kunnen zijn
om je aan hen over te geven.

114
00:07:04,410 --> 00:07:08,370
Maar nu ze weg waren en het er naar
menselijke maatstaven uitzag alsof het

115
00:07:08,370 --> 00:07:11,370
gevaar voorbij was, zou
dit niet het moment zijn

116
00:07:11,370 --> 00:07:14,070
waarop de verleiding
daartoe het grootst was.

117
00:07:14,070 --> 00:07:18,390
Het is dus ergens wel redelijk en
ergens ook weer minder redelijk

118
00:07:18,390 --> 00:07:21,690
dat deze wachter bij de poort
denkt dat hij op dit moment

119
00:07:21,690 --> 00:07:23,730
naar de Chaldeeën overloopt.

120
00:07:23,730 --> 00:07:26,670
In vers 12 staat dat
Jeremia van de gelegenheid

121
00:07:26,670 --> 00:07:31,170
gebruikmaakte om naar het land van
Benjamin te gaan, waar hij vandaan kwam,

122
00:07:31,170 --> 00:07:34,710
en daar te midden van het
volk zijn bezit op te eisen.

123
00:07:34,710 --> 00:07:37,830
Hij komt uit Anathoth,
in het land van Benjamin.

124
00:07:37,830 --> 00:07:41,550
Dit lijkt niet het stuk grond te zijn
waarover we eerder hebben gelezen,

125
00:07:41,550 --> 00:07:46,410
waarvoor zijn neef naar hem toe kwam en
tegen hem zei dat hij het moest lossen.

126
00:07:46,410 --> 00:07:49,350
De reden dat ik dat zeg, is
dat dit eerder plaatsvindt.

127
00:07:49,350 --> 00:07:52,770
Hij zat in de gevangenis toen
zijn neef naar hem toe kwam

128
00:07:52,770 --> 00:07:55,470
om hem te vragen het stuk grond te lossen.

129
00:07:55,470 --> 00:07:57,990
We hebben eerder over
dat stuk grond gelezen,

130
00:07:57,990 --> 00:08:00,090
maar hij heeft het nog niet in handen.

131
00:08:00,090 --> 00:08:02,550
Dit moet dus een ander stuk grond zijn.

132
00:08:02,550 --> 00:08:04,170
Misschien was er iemand in de familie

133
00:08:04,170 --> 00:08:06,930
overleden en had hij
een stuk grond geërfd,

134
00:08:06,930 --> 00:08:10,710
en moest hij erheen om een of andere
rechtshandeling te verrichten.

135
00:08:10,710 --> 00:08:13,110
Maar we lezen er verder niets meer over.

136
00:08:13,110 --> 00:08:15,030
Hij is er nooit aangekomen.

137
00:08:15,030 --> 00:08:17,730
De vorsten werden erg kwaad op Jeremia.

138
00:08:17,730 --> 00:08:20,610
Zij sloegen hem en zetten
hem in de gevangenis,

139
00:08:20,610 --> 00:08:22,830
in het huis van de schrijver Jonathan,

140
00:08:22,830 --> 00:08:25,230
want dat hadden zij
tot gevangenis gemaakt.

141
00:08:25,230 --> 00:08:28,770
De meeste huizen, in elk geval
die van belangrijke mensen,

142
00:08:28,770 --> 00:08:31,650
hadden waterputten om
water in op te slaan,

143
00:08:31,650 --> 00:08:36,090
al waren die putten vaak lek en hielden
ze het water niet erg goed vast.

144
00:08:36,090 --> 00:08:40,830
Eerder, in Jeremia hoofdstuk 2,
zei God dat de Israëlieten twee

145
00:08:40,830 --> 00:08:42,570
kwade dingen hadden gedaan.

146
00:08:42,570 --> 00:08:48,150
Want Mijn volk heeft een dubbel kwaad
gedaan: Mij, de bron van levend water,

147
00:08:48,150 --> 00:08:52,350
hebben zij verlaten, om zich bakken
uit te hakken, lekkende bakken,

148
00:08:52,350 --> 00:08:54,150
die geen water houden.

149
00:08:54,150 --> 00:08:56,730
Natuurlijk gebruikte
Hij dat als beeldspraak.

150
00:08:56,730 --> 00:08:59,430
Maar waterputten raakten vaak beschadigd.

151
00:08:59,430 --> 00:09:03,750
Met de grondsoort die ze daar hadden,
hadden ze er vaak veel moeite mee.

152
00:09:03,750 --> 00:09:08,370
Soms bepleisterden ze de binnenkant van
de putten of brachten ze er cement op aan,

153
00:09:08,370 --> 00:09:10,590
maar zelfs dat ging scheuren.

154
00:09:10,590 --> 00:09:14,370
Ons cement scheurt, en dat van
ons is veel beter dan dat van hen.

155
00:09:14,370 --> 00:09:17,790
Je kunt je dus voorstellen
hoe moeilijk het voor hen was,

156
00:09:17,790 --> 00:09:21,330
want het was lastig om daarin
af te dalen om eraan te werken.

157
00:09:21,330 --> 00:09:27,450
Het waren peervormige gaten, smal aan
de bovenkant en breed aan de onderkant.

158
00:09:27,450 --> 00:09:31,890
Als ze mensen gevangennamen en een plek
nodig hadden om hen vast te houden,

159
00:09:31,890 --> 00:09:34,770
gooiden ze hen vaak in droge waterputten.

160
00:09:34,770 --> 00:09:39,090
Daar werd Jozef door zijn broers
in gegooid, in een droge waterput,

161
00:09:39,090 --> 00:09:43,950
toen ze hem aanvankelijk gevangennamen,
voordat ze hem als slaaf verkochten.

162
00:09:43,950 --> 00:09:46,470
Dit was ongetwijfeld een waterput.

163
00:09:46,470 --> 00:09:50,430
Ik denk dat de meeste uitleggers
het ermee eens zouden zijn dat deze

164
00:09:50,430 --> 00:09:55,350
gevangenis in het huis van Jonathan
een droge waterput in het huis was.

165
00:09:55,350 --> 00:09:59,130
Hij zat daar dus opgesloten,
bij deze man thuis.

166
00:09:59,130 --> 00:10:00,330
Vers 16:

167
00:10:00,330 --> 00:10:04,290
Toen Jeremia in de gevangenis
gekomen was, in de gewelven,

168
00:10:04,290 --> 00:10:07,230
verbleef Jeremia daar vele dagen.

169
00:10:07,230 --> 00:10:11,250
Koning Zedekia stuurde er
iemand opuit en liet hem halen.

170
00:10:11,250 --> 00:10:15,870
Daarop ondervroeg de koning hem in
zijn huis, in het geheim, en zei:

171
00:10:15,870 --> 00:10:18,150
Is er een woord van de HEERE?

172
00:10:18,150 --> 00:10:20,670
Jeremia zei: Dat is er!

173
00:10:20,670 --> 00:10:25,710
Hij zei: U zult in de hand van de
koning van Babel gegeven worden.

174
00:10:25,710 --> 00:10:29,850
Jeremia zei tegen koning
Zedekia: Wat heb ik tegen u,

175
00:10:29,850 --> 00:10:33,330
tegen uw dienaren of
tegen dit volk misdaan,

176
00:10:33,330 --> 00:10:35,910
dat u mij in de gevangenis hebt gezet?

177
00:10:35,910 --> 00:10:39,690
Waar zijn nu uw profeten
die u profeteerden:

178
00:10:39,690 --> 00:10:44,010
De koning van Babel zal niet tegen
u en tegen dit land optrekken?

179
00:10:44,010 --> 00:10:47,850
Nu dan, luister toch, mijn heer de koning.

180
00:10:47,850 --> 00:10:51,150
Laat toch mijn smeekbede
voor u terechtkomen:

181
00:10:51,150 --> 00:10:54,390
breng mij niet terug naar het
huis van de schrijver Jonathan,

182
00:10:54,390 --> 00:10:55,950
opdat ik daar niet sterf.

183
00:10:55,950 --> 00:10:58,830
Toen gaf koning Zedekia bevel dat men

184
00:10:58,830 --> 00:11:03,330
Jeremia in verzekerde bewaring zou
stellen op het binnenplein van de wacht.

185
00:11:03,330 --> 00:11:06,570
Men gaf hem elke dag een rond
brood uit de Bakkerstraat,

186
00:11:06,570 --> 00:11:09,270
totdat al het brood in de stad op was.

187
00:11:09,270 --> 00:11:12,390
Zo verbleef Jeremia op het
binnenplein van de wacht.

188
00:11:12,390 --> 00:11:16,650
De binnenplaats van de gevangenis
lag dus in elk geval boven de grond.

189
00:11:16,650 --> 00:11:20,850
Hij kon af en toe wat zonlicht
zien en wat frisse lucht inademen.

190
00:11:20,850 --> 00:11:23,850
Ze zouden hem elke dag
een stuk brood geven.

191
00:11:23,850 --> 00:11:27,150
In de waterput gaven ze hem
blijkbaar helemaal geen brood.

192
00:11:27,150 --> 00:11:31,110
Hij zou dus gewoon sterven, tenzij
mensen die hem goedgezind waren

193
00:11:31,110 --> 00:11:32,850
hem eten kwamen brengen.

194
00:11:32,850 --> 00:11:38,250
Dat gold voor gevangenissen in de oudheid,
zelfs in Rome, waar Paulus gevangenzat.

195
00:11:38,250 --> 00:11:41,190
De overheid gaf de gevangenen geen eten.

196
00:11:41,190 --> 00:11:43,890
Vrienden van de gevangene
moesten daarvoor zorgen.

197
00:11:43,890 --> 00:11:46,830
Als je niet veel vrienden
had, kon je honger lijden.

198
00:11:46,830 --> 00:11:49,890
Maar in dit geval gaan ze
hem daadwerkelijk een stuk

199
00:11:49,890 --> 00:11:51,510
brood te eten geven.

200
00:11:51,510 --> 00:11:53,730
Er is een voedseltekort in de stad.

201
00:11:53,730 --> 00:11:56,250
Dat ze hem een stuk brood per dag gaven,

202
00:11:56,250 --> 00:11:59,670
was dus eigenlijk behoorlijk
vrijgevig tegenover een man

203
00:11:59,670 --> 00:12:03,330
die waarschijnlijk als een
politieke gevangene werd beschouwd.

204
00:12:03,330 --> 00:12:04,710
Hoofdstuk 38.

205
00:12:04,710 --> 00:12:10,950
Toen Sefatja, de zoon van Mattan, en
Gedalia, de zoon van Pashur, en Juchal,

206
00:12:10,950 --> 00:12:15,270
de zoon van Selemja, en
Pashur, de zoon van Malchia,

207
00:12:15,270 --> 00:12:21,510
de woorden hoorden die Jeremia tot heel
het volk bleef spreken: Zo zegt de HEERE:

208
00:12:21,510 --> 00:12:24,690
Wie in deze stad blijft,
zal door het zwaard,

209
00:12:24,690 --> 00:12:29,910
door de honger of door de pest sterven,
maar wie vertrekt naar de Chaldeeën,

210
00:12:29,910 --> 00:12:31,770
zal in leven blijven.

211
00:12:31,770 --> 00:12:36,030
Hij zal zijn leven tot buit
hebben en in leven blijven.

212
00:12:36,030 --> 00:12:40,470
Zo zegt de HEERE: Deze stad
zal zeker in de hand van het

213
00:12:40,470 --> 00:12:43,410
leger van de koning van
Babel worden gegeven.

214
00:12:43,410 --> 00:12:45,150
Dat zal haar innemen.

215
00:12:45,150 --> 00:12:47,550
Toen zeiden de vorsten tegen de koning:

216
00:12:47,550 --> 00:12:50,490
Laat deze man toch ter
dood gebracht worden,

217
00:12:50,490 --> 00:12:55,710
want zo ontmoedigt hij de strijdbare
mannen die in deze stad zijn overgebleven,

218
00:12:55,710 --> 00:13:00,870
en ontmoedigt hij heel het volk door
zulke woorden tot hen te spreken.

219
00:13:00,870 --> 00:13:05,430
Deze man zoekt immers niet het welzijn
voor dit volk, maar het onheil.

220
00:13:05,430 --> 00:13:08,130
Jeremia zat al in de
gevangenis, en het is niet

221
00:13:08,130 --> 00:13:11,790
waarschijnlijk dat het volk op
dat moment naar hem kon luisteren.

222
00:13:11,790 --> 00:13:14,730
Het gaat dus alleen om
wat hij eerder had gezegd.

223
00:13:14,730 --> 00:13:19,470
Ze dachten: ‘Gevangenschap is eigenlijk
geen toereikende straf voor wat hij heeft

224
00:13:19,470 --> 00:13:22,170
gedaan. Hij is een verrader.

225
00:13:22,170 --> 00:13:26,310
Hij probeert mensen zover te krijgen
dat ze zich aan de vijand overgeven,

226
00:13:26,310 --> 00:13:28,890
dus moet hij als verrader sterven.’

227
00:13:28,890 --> 00:13:30,210
Ze zeiden:

228
00:13:30,210 --> 00:13:33,030
Laat deze man alstublieft
ter dood gebracht worden,

229
00:13:33,030 --> 00:13:35,550
want hij verzwakt de handen van de mensen.

230
00:13:35,550 --> 00:13:38,490
Dat betekent: hij ontmoedigt hen.

231
00:13:38,490 --> 00:13:42,150
Toen zei koning Zedekia:
Zie, hij is in uw hand,

232
00:13:42,150 --> 00:13:44,910
want de koning zou niets
tegen u kunnen beginnen.

233
00:13:44,910 --> 00:13:46,410
Deze koning was heel zwak.

234
00:13:46,410 --> 00:13:49,350
Hij had wat ruggengraat moeten
hebben, maar hij was een beetje bang

235
00:13:49,350 --> 00:13:50,790
voor de vorsten.

236
00:13:50,790 --> 00:13:52,470
Dat zegt hij later ook.

237
00:13:52,470 --> 00:13:57,450
Hij vertelt Jeremia daadwerkelijk onder
vier ogen dat hij bang is voor de vorsten.

238
00:13:57,450 --> 00:13:59,550
Hij is bang voor de andere mensen.

239
00:13:59,550 --> 00:14:03,630
Laten we eerlijk zijn: de
stad is niet al te gelukkig.

240
00:14:03,630 --> 00:14:06,150
Wanneer je niet tevreden
bent met de koning,

241
00:14:06,150 --> 00:14:09,510
of wanneer je niet tevreden
bent met de omstandigheden,

242
00:14:09,510 --> 00:14:11,850
krijgt de koning vaak de schuld.

243
00:14:11,850 --> 00:14:15,630
Dit is het soort situatie dat
tot een staatsgreep of een

244
00:14:15,630 --> 00:14:18,990
moordaanslag kan leiden, of tot allebei.

245
00:14:18,990 --> 00:14:23,310
Daarom loopt Zedekia op eieren
bij de andere machtige mannen,

246
00:14:23,310 --> 00:14:27,210
in de hoop hun niet tegen
zich in het harnas te jagen.

247
00:14:27,210 --> 00:14:30,750
Dus zegt hij gewoon: ‘Ik kan
niets tegen jullie beginnen.

248
00:14:30,750 --> 00:14:32,490
Doe maar wat jullie willen.’

249
00:14:32,490 --> 00:14:38,190
Zij namen Jeremia mee en wierpen hem in
de put van Malkia, de zoon van de koning,

250
00:14:38,190 --> 00:14:43,350
die op het binnenplein van de wacht was,
en zij lieten Jeremia met touwen neer.

251
00:14:43,350 --> 00:14:46,770
Nu was er geen water in
de put, maar wel slijk.

252
00:14:46,770 --> 00:14:49,650
In dat slijk zakte Jeremia weg.

253
00:14:49,650 --> 00:14:53,850
Ze wilden hem doden, maar ze wilden
hem niet met een zwaard doden.

254
00:14:53,850 --> 00:14:56,550
Ze lieten hem gewoon
achter in deze kerker,

255
00:14:56,550 --> 00:14:59,490
waar hij naar hun verwachting
van de honger zou sterven.

256
00:14:59,490 --> 00:15:03,570
Het is duidelijk dat ze hem niet
meer elke dag een stuk brood gaven.

257
00:15:03,570 --> 00:15:05,490
Deze plek was smerig.

258
00:15:05,490 --> 00:15:08,130
Als die al eerder als
gevangenis was gebruikt,

259
00:15:08,130 --> 00:15:11,490
waren er misschien vóór
hem anderen in gestorven.

260
00:15:11,490 --> 00:15:15,270
Hun lichamen of botten
lagen er dan misschien nog.

261
00:15:15,270 --> 00:15:17,730
Hij zakt weg in de modder op de bodem.

262
00:15:17,730 --> 00:15:19,890
Het was geen aangename plek.

263
00:15:19,890 --> 00:15:22,470
Je moet beseffen dat
hij geen daglicht ziet.

264
00:15:22,470 --> 00:15:25,410
Stel je eens voor dat je
een dag lang ergens zit,

265
00:15:25,410 --> 00:15:29,790
zelfs op een aantrekkelijke plek, zonder
een boek om te lezen of iets waarmee je

266
00:15:29,790 --> 00:15:31,710
jezelf kunt bezighouden.

267
00:15:31,710 --> 00:15:33,870
Gewoon daar zitten en niets doen.

268
00:15:33,870 --> 00:15:38,490
Maar stel je voor dat het donker was en
je daar dagen achtereen moest zitten.

269
00:15:38,490 --> 00:15:41,490
En dat je niet kon bijhouden
hoeveel dagen er verstreken,

270
00:15:41,490 --> 00:15:44,730
omdat je nooit wist of
het dag of nacht was.

271
00:15:44,730 --> 00:15:47,250
Dat zou een ellendige situatie zijn.

272
00:15:47,250 --> 00:15:52,710
Er was een man die Jeremia welgezind
was, de Ethiopiër Ebed-Melech,

273
00:15:52,710 --> 00:15:54,210
een van de eunuchen.

274
00:15:54,210 --> 00:15:57,870
Dat wil zeggen: iemand die
aan het hof van de koning was,

275
00:15:57,870 --> 00:16:00,030
die in het huis van de koning was.

276
00:16:00,030 --> 00:16:03,270
Hij hoorde dat ze Jeremia
in de kerker hadden gezet.

277
00:16:03,270 --> 00:16:08,130
Toen Ebed-Melech, de Cusjiet, een van de
hovelingen die toen in het huis van de

278
00:16:08,130 --> 00:16:11,911
koning was, hoorde dat zij
Jeremia in de put hadden gezet —

279
00:16:11,911 --> 00:16:14,611
de koning verbleef in de Benjaminpoort —

280
00:16:14,611 --> 00:16:19,590
ging Ebed-Melech het huis van de
koning uit en sprak tot de koning:

281
00:16:19,590 --> 00:16:23,970
Mijn heer de koning, deze mannen hebben
slecht gehandeld in alles wat zij de

282
00:16:23,970 --> 00:16:28,110
profeet Jeremia hebben aangedaan,
die zij in de put geworpen hebben,

283
00:16:28,110 --> 00:16:30,750
terwijl hij ter plekke zou
kunnen sterven van de honger,

284
00:16:30,750 --> 00:16:33,030
want er is geen brood meer in de stad.

285
00:16:33,030 --> 00:16:35,490
Er was eigenlijk nog wel
wat brood in de stad.

286
00:16:35,490 --> 00:16:41,070
Volgens hoofdstuk 52, vers 6, raakte
het brood op precies dezelfde dag op

287
00:16:41,070 --> 00:16:44,130
waarop de Babyloniërs
door de muur heen braken.

288
00:16:44,130 --> 00:16:48,990
Zeggen dat er geen brood meer in de
stad is, was overdreven, maar niet veel.

289
00:16:48,990 --> 00:16:50,610
Er was heel weinig voedsel.

290
00:16:50,610 --> 00:16:54,330
Toen gebood de koning
de Cusjiet Ebed-Melech:

291
00:16:54,330 --> 00:16:59,970
Neem vanhier dertig man onder uw bevel, en
trek de profeet Jeremia uit de put omhoog,

292
00:16:59,970 --> 00:17:01,590
voordat hij sterft.

293
00:17:01,590 --> 00:17:04,050
Sommige handschriften zeggen drie mannen.

294
00:17:04,050 --> 00:17:08,370
Er zouden misschien maar drie mannen nodig
zijn om hem uit de kerker te trekken,

295
00:17:08,370 --> 00:17:09,870
in plaats van dertig.

296
00:17:09,870 --> 00:17:12,690
Maar aan de andere kant is
dertig geen slecht aantal,

297
00:17:12,690 --> 00:17:15,690
omdat ze op wat tegenstand
zouden kunnen stuiten.

298
00:17:15,690 --> 00:17:18,330
Bedenk dat de vorsten
hem daar wilden hebben.

299
00:17:18,330 --> 00:17:21,750
Ebed-Melech kon dus met enig
machtsvertoon verschijnen,

300
00:17:21,750 --> 00:17:26,190
met dertig mannen die door de koning
waren aangewezen om hem eruit te halen

301
00:17:26,190 --> 00:17:27,870
voordat hij stierf.

302
00:17:27,870 --> 00:17:30,990
Zo nam Ebed-Melech de
mannen onder zijn bevel,

303
00:17:30,990 --> 00:17:34,170
ging het huis van de koning
binnen tot onder de schatkamer,

304
00:17:34,170 --> 00:17:38,430
en nam vandaar versleten
kleren en versleten lompen mee.

305
00:17:38,430 --> 00:17:42,210
Die liet hij met touwen naar
beneden, naar Jeremia in de put.

306
00:17:42,210 --> 00:17:45,750
En hij maakte natuurlijk een touw
met een lus aan het uiteinde.

307
00:17:45,750 --> 00:17:49,650
En Ebed-Melech, de
Cusjiet, zei tegen Jeremia:

308
00:17:49,650 --> 00:17:55,650
Doe deze versleten kleren en lompen toch
onder uw oksels, en daaronder de touwen.

309
00:17:55,650 --> 00:17:57,270
Zo deed Jeremia.

310
00:17:57,270 --> 00:18:00,630
Hij had waarschijnlijk niet de kracht
om zich aan het touw vast te houden

311
00:18:00,630 --> 00:18:03,030
en zo omhooggetrokken te worden.

312
00:18:03,030 --> 00:18:06,930
Daarom moesten ze het met een lus
onder zijn oksels om hem heen doen.

313
00:18:06,930 --> 00:18:11,670
Toen trokken zij Jeremia met de touwen
op en haalden hem uit de put omhoog.

314
00:18:11,670 --> 00:18:14,670
En Jeremia verbleef op het
binnenplein van de wacht.

315
00:18:14,670 --> 00:18:16,170
zoals daarvoor.

316
00:18:16,170 --> 00:18:21,030
Daarop stuurde koning Zedekia boden en
liet de profeet Jeremia bij zich halen bij

317
00:18:21,030 --> 00:18:23,790
de derde ingang die aan
het huis van de HEERE is.

318
00:18:23,790 --> 00:18:29,130
De koning zei tegen Jeremia: Ik wil u iets
vragen; u mag niets voor mij verbergen.

319
00:18:29,130 --> 00:18:33,750
Dit zou uiteindelijk de laatste ontmoeting
tussen deze koning en de profeet worden

320
00:18:33,750 --> 00:18:36,330
voordat de koning gevangengenomen werd.

321
00:18:36,330 --> 00:18:40,530
Jeremia zei tegen Zedekia:
Als ik u iets bekendmaak,

322
00:18:40,530 --> 00:18:43,230
zult u mij dan zeker
niet ter dood brengen?

323
00:18:43,230 --> 00:18:47,310
Want als ik u raad geef,
luistert u toch niet naar mij!

324
00:18:47,310 --> 00:18:53,190
Toen zwoer koning Zedekia Jeremia in
het geheim: Zo waar de HEERE leeft,

325
00:18:53,190 --> 00:18:57,270
Die ons dit leven geschonken heeft:
ik zal u niet ter dood brengen

326
00:18:57,270 --> 00:19:02,070
en u niet geven in de hand van deze
mannen die u naar het leven staan!

327
00:19:02,070 --> 00:19:07,170
Ik weet niet of ik werkelijk ook maar
enige eed van Zedekia zou vertrouwen.

328
00:19:07,170 --> 00:19:10,770
Om te beginnen had hij aan het
begin van zijn regering een

329
00:19:10,770 --> 00:19:13,890
eed afgelegd aan koning Nebukadnezar.

330
00:19:13,890 --> 00:19:18,330
Drie jaar later brak hij die eed,
en dat was de aanleiding voor deze

331
00:19:18,330 --> 00:19:20,190
aanval op dit moment.

332
00:19:20,190 --> 00:19:25,170
Later had hij een eed afgelegd en een
verbond gesloten om alle slaven in de stad

333
00:19:25,170 --> 00:19:26,550
vrij te laten.

334
00:19:26,550 --> 00:19:30,750
Vervolgens had hij dat zonder
enige goede reden verbroken.

335
00:19:30,750 --> 00:19:34,110
Die man was volstrekt niet integer.

336
00:19:34,110 --> 00:19:39,270
Sterker nog, het leek wel alsof de kans
dat hij zijn eden zou houden kleiner werd

337
00:19:39,270 --> 00:19:42,930
naarmate hij vaker zwoer
bij de Naam van God.

338
00:19:42,930 --> 00:19:49,290
Jeremia zei tegen Zedekia: Zo zegt
de HEERE, de God van de legermachten,

339
00:19:49,290 --> 00:19:54,570
de God van Israël: Als u inderdaad naar de
vorsten van de koning van Babel toe zult

340
00:19:54,570 --> 00:19:59,850
gaan, dan zult u uw ziel in leven
houden en zal deze stad niet met

341
00:19:59,850 --> 00:20:01,410
vuur verbrand worden.

342
00:20:01,410 --> 00:20:05,370
Dan zult u in leven blijven, u en uw huis.

343
00:20:05,370 --> 00:20:08,970
Maar als u niet naar de vorsten
van de koning van Babel toe gaat,

344
00:20:08,970 --> 00:20:12,810
dan zal deze stad gegeven worden
in de hand van de Chaldeeën.

345
00:20:12,810 --> 00:20:17,850
Zij zullen haar met vuur verbranden
en ú zult aan hun hand niet ontkomen.

346
00:20:17,850 --> 00:20:22,830
Daarop zei koning Zedekia tegen Jeremia:
Ik ben beducht voor de Judeeërs die naar

347
00:20:22,830 --> 00:20:26,850
de Chaldeeën zijn overgelopen, dat
zij mij in hun hand zullen geven

348
00:20:26,850 --> 00:20:29,790
en zij de spot met mij zullen drijven.

349
00:20:29,790 --> 00:20:32,370
Veel Joden die boos waren op Zedekia,

350
00:20:32,370 --> 00:20:36,090
waren gevlucht en hadden
gedaan wat Jeremia had gezegd.

351
00:20:36,090 --> 00:20:41,250
Ze waren overgelopen naar de Chaldeeën en
zouden daarom, zoals Jeremia had gezegd,

352
00:20:41,250 --> 00:20:42,810
in leven blijven.

353
00:20:42,810 --> 00:20:47,550
Ze waren boos op de koning omdat hij
deze ramp over de stad had gebracht.

354
00:20:47,550 --> 00:20:53,130
En Zedekia dacht: ‘Die mensen, mijn
eigen volksgenoten die overgelopen zijn,

355
00:20:53,130 --> 00:20:55,290
zouden me weleens kunnen mishandelen.

356
00:20:55,290 --> 00:21:00,090
De Babyloniërs zouden me aan hen kunnen
uitleveren om me te laten mishandelen.

357
00:21:00,090 --> 00:21:01,890
Ik ben bang voor hen.’

358
00:21:01,890 --> 00:21:03,750
Wat een slappe koning.

359
00:21:03,750 --> 00:21:08,070
Hem wordt verteld dat hij de stad
en zichzelf kan redden, of niet.

360
00:21:08,070 --> 00:21:12,330
‘Maar als ik de stad red, zou dat
betekenen dat ik misschien mishandeld word

361
00:21:12,330 --> 00:21:15,990
door mensen die me niet
mogen.’ Wat een slappeling.

362
00:21:15,990 --> 00:21:18,570
En doordat hij niet deed wat Jeremia zei,

363
00:21:18,570 --> 00:21:22,530
werden zijn zonen gedood en
werden zijn ogen uitgestoken.

364
00:21:22,530 --> 00:21:25,770
Dat hij niet door die overlopers
mishandeld wilde worden,

365
00:21:25,770 --> 00:21:30,570
kostte dus zijn eigen zonen het leven
en hemzelf zijn gezichtsvermogen.

366
00:21:30,570 --> 00:21:32,070
Geen goede keuze.

367
00:21:32,070 --> 00:21:33,630
Maar Jeremia zei:

368
00:21:33,630 --> 00:21:35,730
Ze zullen je niet uitleveren.

369
00:21:35,730 --> 00:21:40,470
Dat wil zeggen, de Babyloniërs zullen
je niet aan die mensen uitleveren.

370
00:21:40,470 --> 00:21:44,370
Toen zei Jeremia: Zij
zullen u niet overgeven.

371
00:21:44,370 --> 00:21:48,390
Luister toch naar de stem van
de HEERE in wat ik tot u spreek,

372
00:21:48,390 --> 00:21:52,230
dan zal het u goed gaan en zal
uw ziel het leven behouden.

373
00:21:52,230 --> 00:21:56,970
Maar als u weigert te vertrekken, dan is
dit het woord dat de HEERE mij heeft laten

374
00:21:56,970 --> 00:22:03,270
zien: Zie, al de vrouwen die in het huis
van de koning van Juda zijn overgebleven,

375
00:22:03,270 --> 00:22:06,990
zullen naar de vorsten van de
koning van Babel weggevoerd worden,

376
00:22:06,990 --> 00:22:11,790
terwijl zij zeggen: Misleid
hebben zij u en u overwonnen,

377
00:22:11,790 --> 00:22:16,830
de mannen met wie u in vrede leefde;
uw voeten zonken weg in de modder,

378
00:22:16,830 --> 00:22:18,330
zij weken terug.

379
00:22:18,330 --> 00:22:23,370
Dit is blijkbaar een spotlied dat de
vrouwen tegen Zedekia zullen zingen.

380
00:22:23,370 --> 00:22:26,850
Ze zullen vertellen hoe zijn
voeten in het slijk zijn weggezakt,

381
00:22:26,850 --> 00:22:31,410
zoals die van Jeremia in de gevangenis,
maar dan bij wijze van spreken.

382
00:22:31,410 --> 00:22:34,710
In wezen zullen deze
vrouwen Zedekia bespotten

383
00:22:34,710 --> 00:22:37,830
omdat al zijn vrienden hem
in de steek hebben gelaten

384
00:22:37,830 --> 00:22:40,830
en hij zichzelf in de
val heeft laten lopen.

385
00:22:40,830 --> 00:22:46,170
Want men zal al uw vrouwen en al uw
zonen naar de Chaldeeën wegvoeren.

386
00:22:46,170 --> 00:22:51,570
En zelf zult u niet aan hun hand ontkomen,
maar u zult door de hand van de koning van

387
00:22:51,570 --> 00:22:56,310
Babel gegrepen worden en deze
stad zal in vlammen opgaan.

388
00:22:56,310 --> 00:23:01,590
Toen zei Zedekia tegen Jeremia: Laat
niemand weet krijgen van deze woorden,

389
00:23:01,590 --> 00:23:03,570
dan zult u niet sterven.

390
00:23:03,570 --> 00:23:07,770
Want als de vorsten zullen horen
dat ik met u gesproken heb en dan

391
00:23:07,770 --> 00:23:12,990
bij u komen en tegen u zeggen: Maak ons
toch bekend wat u gesproken hebt tot de

392
00:23:12,990 --> 00:23:18,750
koning; u mag het niet voor ons verbergen,
dan zullen wij u niet ter dood brengen:

393
00:23:18,750 --> 00:23:20,910
Wat heeft de koning tot u gesproken?

394
00:23:20,910 --> 00:23:25,410
— dan moet u tegen hen zeggen: Ik stortte
mijn smeekbede voor de koning uit,

395
00:23:25,410 --> 00:23:28,710
dat hij mij niet zou laten terugbrengen
naar het huis van Jonathan om

396
00:23:28,710 --> 00:23:30,090
daar te sterven.

397
00:23:30,090 --> 00:23:33,930
Toen nu al de vorsten naar Jeremia
kwamen en hem ondervroegen,

398
00:23:33,930 --> 00:23:38,970
maakte hij het hun bekend overeenkomstig
al deze woorden die de koning geboden had.

399
00:23:38,970 --> 00:23:43,590
En zij lieten hem met rust, omdat de
zaak zelf niet ter ore was gekomen.

400
00:23:43,590 --> 00:23:47,190
Dat wil zeggen, het gesprek
tussen Zedekia en hem.

401
00:23:47,190 --> 00:23:49,830
Jeremia verbleef op het
binnenplein van de wacht

402
00:23:49,830 --> 00:23:52,530
tot de dag dat Jeruzalem werd ingenomen.

403
00:23:52,530 --> 00:23:55,590
Hij was er nog toen
Jeruzalem werd ingenomen.

404
00:23:55,590 --> 00:23:59,250
De koning was dus bang dat
hij, als hij zou overlopen,

405
00:23:59,250 --> 00:24:02,550
zou worden uitgeleverd aan degenen
die zich aan de Babyloniërs hadden

406
00:24:02,550 --> 00:24:05,790
overgegeven, en dat zij
hem zouden mishandelen.

407
00:24:05,790 --> 00:24:08,550
Hij was ook bang dat de
vorsten erachter zouden komen

408
00:24:08,550 --> 00:24:13,710
dat hij dit gesprek met Jeremia had
gehad en Jeremia om raad had gevraagd.

409
00:24:13,710 --> 00:24:15,210
Daarom zei hij:

410
00:24:15,210 --> 00:24:16,890
Laat het ze niet weten.

411
00:24:16,890 --> 00:24:20,310
Deze koning raakt heel
gemakkelijk doodsbang.

412
00:24:20,310 --> 00:24:26,070
In hoofdstuk 39 zien we dat hij zo bang
is dat hij zijn stad verlaat en vlucht

413
00:24:26,070 --> 00:24:30,450
wanneer de stad in gevaar is, in plaats
van als een kapitein met zijn schip ten

414
00:24:30,450 --> 00:24:31,590
onder te gaan.

415
00:24:31,590 --> 00:24:36,690
Hij ontsnapt en laat zijn volk achter in
de handen van de binnenvallende soldaten.

416
00:24:36,690 --> 00:24:41,550
In het negende jaar van Zedekia, de
koning van Juda, in de tiende maand,

417
00:24:41,550 --> 00:24:46,770
kwam Nebukadrezar, de koning van Babel,
met heel zijn leger naar Jeruzalem

418
00:24:46,770 --> 00:24:48,570
en zij belegerden het.

419
00:24:48,570 --> 00:24:53,550
In het elfde jaar van Zedekia, in de
vierde maand, op de negende van die maand,

420
00:24:53,550 --> 00:24:55,230
werd de stad opengebroken.

421
00:24:55,230 --> 00:24:57,570
Dit duurde dus achttien maanden.

422
00:24:57,570 --> 00:25:03,990
De dag waarop de belegering begon
was 10 januari 588 voor Christus.

423
00:25:03,990 --> 00:25:10,290
De dag waarop de stad viel
was 9 juli 587 voor Christus,

424
00:25:10,290 --> 00:25:13,050
bijna precies achttien maanden later.

425
00:25:13,050 --> 00:25:16,050
En de Babyloniërs drongen de stad binnen.

426
00:25:16,050 --> 00:25:19,350
Toen kwamen alle vorsten van
de koning van Babel naarbinnen

427
00:25:19,350 --> 00:25:25,350
en zij vatten post bij de Middenpoort,
namelijk Nergal-Sarezer, Samgar-Nebu,

428
00:25:25,350 --> 00:25:32,370
Sarsechim, de bevelhebber van de
hofhouding, Nergal-Sarezer, de rab-mag,

429
00:25:32,370 --> 00:25:35,670
en al de overige vorsten
van de koning van Babel.

430
00:25:35,670 --> 00:25:39,810
En het gebeurde zodra
Zedekia, de koning van Juda,

431
00:25:39,810 --> 00:25:44,910
en al de strijdbare mannen hen zagen, dat
zij op de vlucht sloegen en 's nachts uit

432
00:25:44,910 --> 00:25:48,510
de stad vertrokken, in de richting
van de tuin van de koning,

433
00:25:48,510 --> 00:25:51,150
door de poort tussen de twee muren.

434
00:25:51,150 --> 00:25:54,210
Zelf vertrok hij in de
richting van de Vlakte.

435
00:25:54,210 --> 00:25:59,010
Maar het leger van de Chaldeeën
achtervolgde hen en zij haalden Zedekia in

436
00:25:59,010 --> 00:26:01,230
op de vlakten van Jericho.

437
00:26:01,230 --> 00:26:06,690
Zij namen hem gevangen en brachten hem
naar Nebukadrezar, de koning van Babel,

438
00:26:06,690 --> 00:26:09,330
naar Ribla, in het land van Hamath.

439
00:26:09,330 --> 00:26:11,970
En die sprak het vonnis over hem uit.

440
00:26:11,970 --> 00:26:16,170
De koning van Babel liet de
zonen van Zedekia in Ribla voor

441
00:26:16,170 --> 00:26:18,150
diens ogen afslachten.

442
00:26:18,150 --> 00:26:22,650
Ook liet de koning van Babel
alle edelen van Juda afslachten.

443
00:26:22,650 --> 00:26:27,750
Verder liet hij de ogen van Zedekia blind
maken en hem met twee bronzen ketenen

444
00:26:27,750 --> 00:26:30,030
binden om hem naar Babel te brengen.

445
00:26:30,030 --> 00:26:35,790
De verzen 8 tot en met 10 zijn een kortere
versie van iets waarover we in hoofdstuk

446
00:26:35,790 --> 00:26:38,130
52 meer bijzonderheden krijgen.

447
00:26:38,130 --> 00:26:42,630
Hoofdstuk 52 zal een historische
epiloog bij het verhaal zijn

448
00:26:42,630 --> 00:26:45,750
en zal deels dezelfde
informatie behandelen.

449
00:26:45,750 --> 00:26:49,770
Daar krijgen we meer bijzonderheden
dan hier in deze verzen.

450
00:26:49,770 --> 00:26:52,890
Het huis van de koning
en de huizen van het volk

451
00:26:52,890 --> 00:26:57,990
verbrandden de Chaldeeën met vuur, en
de muren van Jeruzalem braken zij af.

452
00:26:57,990 --> 00:27:00,870
De rest van het volk dat in
de stad was overgebleven,

453
00:27:00,870 --> 00:27:03,750
de overlopers die naar
hem waren overgelopen,

454
00:27:03,750 --> 00:27:08,610
en de rest van het volk dat was
overgebleven, voerde Nebuzaradan,

455
00:27:08,610 --> 00:27:12,990
de bevelhebber van de lijfwacht,
in ballingschap naar Babel.

456
00:27:12,990 --> 00:27:17,010
Maar enigen van de armsten van het
volk, die helemaal niets bezaten,

457
00:27:17,010 --> 00:27:23,190
liet Nebuzaradan, de bevelhebber van
de lijfwacht, in het land Juda achter.

458
00:27:23,190 --> 00:27:26,490
Hij gaf hun op die dag
wijngaarden en akkers.

459
00:27:26,490 --> 00:27:29,490
Dus in plaats van het land
gewoon te laten verwilderen,

460
00:27:29,490 --> 00:27:32,910
liet hij de mensen die geen enkele
bedreiging voor hen vormden,

461
00:27:32,910 --> 00:27:36,930
de armen en de boeren, achter
om het land te bewerken.

462
00:27:36,930 --> 00:27:41,970
Maar wat Jeremia betrof, had
Nebukadrezar, de koning van Babel,

463
00:27:41,970 --> 00:27:45,150
bevel gegeven door de
hand van Nebuzaradan,

464
00:27:45,150 --> 00:27:48,570
de bevelhebber van de
lijfwacht: Neem hem mee,

465
00:27:48,570 --> 00:27:52,950
houd uw ogen op hem gericht
en doe hem geen enkel kwaad.

466
00:27:52,950 --> 00:27:57,750
Voorzeker, zoals hij tot u spreken
zal, zo moet u met hem doen.

467
00:27:57,750 --> 00:28:01,830
Het is niet duidelijk hoe Nebukadnezar
wist dat Jeremia geen bedreiging

468
00:28:01,830 --> 00:28:03,150
voor hem vormde.

469
00:28:03,150 --> 00:28:07,470
Maar hem moet verteld zijn
dat Jeremia raad had gegeven.

470
00:28:07,470 --> 00:28:09,810
Al die Joden die eerder waren overgelopen,

471
00:28:09,810 --> 00:28:12,510
hebben misschien aan
de Babyloniërs verteld:

472
00:28:12,510 --> 00:28:17,190
‘Wij zijn overgelopen omdat daarbinnen
iemand was die Jeremia heette.

473
00:28:17,190 --> 00:28:22,350
Hij is een politieke gevangene en koning
Zedekia houdt hem nu in de gevangenis,

474
00:28:22,350 --> 00:28:26,610
maar hij zei tegen ons dat we ons
aan jullie moesten overgeven.’

475
00:28:26,610 --> 00:28:29,430
Dus tegen de tijd dat de
stad werd binnengedrongen,

476
00:28:29,430 --> 00:28:32,610
had Nebukadnezar misschien
over Jeremia gehoord.

477
00:28:32,610 --> 00:28:36,330
Hij wist misschien dat Jeremia
in feite raad had gegeven die

478
00:28:36,330 --> 00:28:39,150
gunstig was voor de
zaak van de Babyloniërs.

479
00:28:39,150 --> 00:28:41,790
Daarom zei hij tegen Nebuzaradan:

480
00:28:41,790 --> 00:28:45,270
Doe hem geen kwaad, maar
doe precies wat hij wil.

481
00:28:45,270 --> 00:28:48,330
Laat hem doen wat hij wil doen.

482
00:28:48,330 --> 00:28:50,550
Doe voor hem wat hij zegt.

483
00:28:50,550 --> 00:28:55,830
Toen stuurden Nebuzaradan, de bevelhebber
van de lijfwacht, Nebuschasban,

484
00:28:55,830 --> 00:29:00,810
de bevelhebber van de hofhouding,
Nergal-Sarezer, de rab-mag,

485
00:29:00,810 --> 00:29:04,530
en al de bevelhebbers van
de koning van Babel boden.

486
00:29:04,530 --> 00:29:08,730
Zij stuurden boden, haalden Jeremia
uit het binnenplein van de wacht

487
00:29:08,730 --> 00:29:14,490
en gaven hem over aan Gedalia, de
zoon van Ahikam, de zoon van Safan,

488
00:29:14,490 --> 00:29:16,350
om hem naar huis te brengen.

489
00:29:16,350 --> 00:29:18,930
Zo verbleef hij te midden van het volk.

490
00:29:18,930 --> 00:29:22,170
Ook hierover krijgen we
later meer bijzonderheden.

491
00:29:22,170 --> 00:29:25,230
Dit is meer een samenvattende mededeling.

492
00:29:25,230 --> 00:29:28,230
Het woord van de HEERE
was tot Jeremia gekomen,

493
00:29:28,230 --> 00:29:32,010
toen hij nog opgesloten zat op
het binnenplein van de wacht:

494
00:29:32,010 --> 00:29:38,190
Ga tegen Ebed-Melech, de Cusjiet, zeggen:
Zo zegt de HEERE van de legermachten,

495
00:29:38,190 --> 00:29:43,290
de God van Israël: Zie, Ik ga Mijn
woorden over deze stad brengen,

496
00:29:43,290 --> 00:29:48,810
ten kwade en niet ten goede; op die
dag zullen ze voor uw ogen geschieden.

497
00:29:48,810 --> 00:29:52,230
Op die dag zal Ik u echter
redden, spreekt de HEERE,

498
00:29:52,230 --> 00:29:55,170
en u zult niet in de hand
van de mannen gegeven worden

499
00:29:55,170 --> 00:29:57,570
voor wie u met schrik bevangen bent.

500
00:29:57,570 --> 00:30:00,510
Voorzeker, Ik zal u beslist bevrijden.

501
00:30:00,510 --> 00:30:04,230
U zult niet vallen door het zwaard
en u zult uw leven tot buit hebben,

502
00:30:04,230 --> 00:30:07,470
omdat u op Mij hebt
vertrouwd, spreekt de HEERE.

503
00:30:07,470 --> 00:30:11,070
Dit laatste stukje van dit hoofdstuk
is dus een profetie van hoop

504
00:30:11,070 --> 00:30:14,670
en een belofte aan
Ebed-Melech, de goede man,

505
00:30:14,670 --> 00:30:19,530
de Ethiopische eunuch die voor hem
opkwam en hem uit de put haalde.

506
00:30:19,530 --> 00:30:24,390
Een soortgelijke profetie wordt in
hoofdstuk 45 gegeven aan Baruch,

507
00:30:24,390 --> 00:30:25,830
zijn andere vriend.

508
00:30:25,830 --> 00:30:30,330
Opnieuw krijgen ze allebei te horen
dat hun leven hun tot buit zal zijn.

509
00:30:30,330 --> 00:30:34,230
Dat betekent dat God hen zal
laten overleven als beloning

510
00:30:34,230 --> 00:30:38,730
omdat ze de juiste kant kozen,
een kant die niet populair was.

511
00:30:38,730 --> 00:30:42,270
De spreker sluit hier aan bij
het Engelse woord ‘prize’,

512
00:30:42,270 --> 00:30:46,410
dat in de Nederlandse aanhaling
met ‘buit’ wordt weergegeven.

513
00:30:46,410 --> 00:30:48,390
Dat is de kant van Jeremia.

514
00:30:48,390 --> 00:30:51,330
Nu gaat het verhaal
verder in hoofdstuk 40.

515
00:30:51,330 --> 00:30:56,310
Het woord dat van de HEERE gekomen
is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan,

516
00:30:56,310 --> 00:31:00,450
de bevelhebber van de lijfwacht,
hem uit Rama weg had laten gaan,

517
00:31:00,450 --> 00:31:05,250
toen hij hem gevangengenomen had, en hij
in ketenen geboeid was te midden van alle

518
00:31:05,250 --> 00:31:09,330
ballingen uit Jeruzalem en Juda,
die weggevoerd werden naar Babel.

519
00:31:09,330 --> 00:31:13,950
Dat wil zeggen, Jeremia was aanvankelijk
in ketenen een paar mijl weggevoerd,

520
00:31:13,950 --> 00:31:17,370
ongeveer zes mijl, van
Jeruzalem naar Rama.

521
00:31:17,370 --> 00:31:20,370
Dat moet de plaats zijn geweest
waar hij werd vrijgelaten.

522
00:31:20,370 --> 00:31:26,550
De bevelhebber van de lijfwacht liet
Jeremia halen en zei tegen hem: De HEERE,

523
00:31:26,550 --> 00:31:30,630
uw God, heeft dit kwaad over
deze plaats uitgesproken,

524
00:31:30,630 --> 00:31:35,490
en de HEERE heeft het doen komen
en gedaan zoals Hij gesproken had,

525
00:31:35,490 --> 00:31:40,590
want u hebt tegen de HEERE gezondigd
en niet naar Zijn stem geluisterd.

526
00:31:40,590 --> 00:31:43,230
Daarom is dit woord aan u geschied.

527
00:31:43,230 --> 00:31:46,770
Dus de Babyloniërs
zelf, die heidenen zijn,

528
00:31:46,770 --> 00:31:51,930
erkennen dat dit Jeruzalem is overkomen
vanwege hun zonden tegen hun God.

529
00:31:51,930 --> 00:31:57,450
Nu dan, zie, ik heb u vandaag losgemaakt
van de ketenen die om uw handen waren.

530
00:31:57,450 --> 00:32:02,190
Als het goed is in uw ogen om met
mij naar Babel te komen, kom mee,

531
00:32:02,190 --> 00:32:05,130
en ik zal mijn oog op u gericht houden.

532
00:32:05,130 --> 00:32:10,890
Maar is het kwalijk in uw ogen om met
mij mee naar Babel te komen, laat het.

533
00:32:10,890 --> 00:32:14,970
Zie, heel het land ligt
vóór u: Ga daarheen,

534
00:32:14,970 --> 00:32:18,270
waar het in uw ogen goed
en juist is te gaan.

535
00:32:18,270 --> 00:32:24,210
Zolang hij nog niet terugkeert, wendt u
zich dan tot Gedalia, de zoon van Ahikam,

536
00:32:24,210 --> 00:32:29,850
de zoon van Safan, die de koning van Babel
heeft aangesteld over de steden van Juda,

537
00:32:29,850 --> 00:32:32,730
en verblijf bij hem te
midden van het volk.

538
00:32:32,730 --> 00:32:36,510
Of ga daarheen, waar het in
uw ogen juist is te gaan.

539
00:32:36,510 --> 00:32:41,730
Daarop gaf de bevelhebber van de lijfwacht
hem voedsel voor onderweg en een geschenk,

540
00:32:41,730 --> 00:32:43,410
en liet hij hem gaan.

541
00:32:43,410 --> 00:32:48,810
Zo kwam Jeremia bij Gedalia,
de zoon van Ahikam, in Mizpa.

542
00:32:48,810 --> 00:32:53,550
Hij verbleef bij hem te midden van het
volk dat in het land was overgebleven.

543
00:32:53,550 --> 00:32:55,350
Jeruzalem lag in puin.

544
00:32:55,350 --> 00:32:57,810
De hoofdstad zou daar niet meer zijn.

545
00:32:57,810 --> 00:33:02,070
Mizpa, een paar mijl verderop, zou
het nieuwe bestuurscentrum worden,

546
00:33:02,070 --> 00:33:04,110
waar de gouverneur zou wonen.

547
00:33:04,110 --> 00:33:06,270
Jeremia ging bij hem wonen.

548
00:33:06,270 --> 00:33:11,250
De keuze om bij Gedalia te wonen en in het
huis van de gouverneur verzorgd te worden,

549
00:33:11,250 --> 00:33:14,970
kwam waarschijnlijk doordat
Gedalia uit een familie kwam die

550
00:33:14,970 --> 00:33:17,610
Jeremia gunstig gezind was geweest.

551
00:33:17,610 --> 00:33:20,070
Een van de zonen van Safan was zijn vader.

552
00:33:20,070 --> 00:33:25,290
Heel wat mensen in deze familie die van
Safan afstamden of zonen van Safan waren,

553
00:33:25,290 --> 00:33:29,730
hadden in eerdere hoofdstukken van het
boek enig begrip voor Jeremia getoond.

554
00:33:29,730 --> 00:33:33,690
Dit was dus naar alle waarschijnlijkheid
iemand die hem welgezind was.

555
00:33:33,690 --> 00:33:35,010
Nu staat er:

556
00:33:35,010 --> 00:33:40,350
Toen nu alle bevelhebbers van de legers
die in het veld waren, zij en hun mannen,

557
00:33:40,350 --> 00:33:44,730
hoorden dat de koning van Babel
Gedalia, de zoon van Ahikam,

558
00:33:44,730 --> 00:33:49,110
over het land had aangesteld en dat
hij hem had aangesteld over de mannen,

559
00:33:49,110 --> 00:33:54,270
de vrouwen en de kleine kinderen, en
over enigen van de armsten van het land,

560
00:33:54,270 --> 00:33:57,030
van hen die niet weggevoerd
waren naar Babel,

561
00:33:57,030 --> 00:34:02,880
kwamen zij naar Gedalia in Mizpa toe,
namelijk Ismaël, de zoon van Nethanja,

562
00:34:02,880 --> 00:34:09,570
Johanan en Jonathan, de zonen van
Kareah, Seraja, de zoon van Tanhumeth,

563
00:34:09,570 --> 00:34:16,050
en de zonen van Efai uit Netofa, en
Jezanja, de zoon van iemand uit Maächa,

564
00:34:16,050 --> 00:34:17,550
zij en hun mannen.

565
00:34:17,550 --> 00:34:21,210
Dit waren mannen van wie werd
gezegd dat ze aanvoerders waren van

566
00:34:21,210 --> 00:34:23,610
legers die zich in het veld bevonden.

567
00:34:23,610 --> 00:34:27,210
Waarschijnlijk waren dit groepen
soldaten onder bepaalde leiders,

568
00:34:27,210 --> 00:34:29,130
die tijdens de crisis op verschillende

569
00:34:29,130 --> 00:34:32,310
plaatsen buiten Jeruzalem
waren gestationeerd.

570
00:34:32,310 --> 00:34:36,990
Ze stonden klaar om zo nodig in hun
eigen gebied de vijand te bestrijden.

571
00:34:36,990 --> 00:34:41,550
Nu de oorlog voorbij was, kwamen ze terug
naar Mizpa om zich aan te sluiten bij de

572
00:34:41,550 --> 00:34:44,790
man die nu het land bestuurde, Gedalia.

573
00:34:44,790 --> 00:34:51,150
Gedalia, de zoon van Ahikam, de zoon
van Safan, zwoer hun en hun mannen:

574
00:34:51,150 --> 00:34:54,270
Wees niet bevreesd voor het
dienen van de Chaldeeën.

575
00:34:54,270 --> 00:34:58,890
Blijf in het land, dien de koning
van Babel, dan zal het u goed gaan.

576
00:34:58,890 --> 00:35:04,110
En ik, zie, ik blijf in Mizpa om in
dienst van de Chaldeeën te staan die naar

577
00:35:04,110 --> 00:35:05,430
ons toe komen.

578
00:35:05,430 --> 00:35:11,310
Maar wat u betreft, verzamel wijn,
zomervruchten en olie, doe ze in uw vaten,

579
00:35:11,310 --> 00:35:14,670
en verblijf in uw steden
die u ingenomen hebt.

580
00:35:14,670 --> 00:35:18,030
Ook alle Judeeërs die in
Moab, onder de Ammonieten,

581
00:35:18,030 --> 00:35:21,030
in Edom en die in al
de andere landen waren,

582
00:35:21,030 --> 00:35:25,770
hoorden dat de koning van Babel in Juda
een overblijfsel had achtergelaten,

583
00:35:25,770 --> 00:35:32,550
en dat hij Gedalia, de zoon van Ahikam, de
zoon van Safan, over hen had aangesteld.

584
00:35:32,550 --> 00:35:37,650
Daarop keerden alle Judeeërs terug uit al
de plaatsen waarheen zij verdreven waren,

585
00:35:37,650 --> 00:35:41,910
en zij kwamen in het land
Juda, naar Gedalia in Mizpa.

586
00:35:41,910 --> 00:35:45,510
En zij verzamelden zeer
veel wijn en zomervruchten.

587
00:35:45,510 --> 00:35:49,710
Toen de Babyloniërs vertrokken, lieten
ze maar een paar eenvoudige boeren in het

588
00:35:49,710 --> 00:35:53,250
land achter om te voorkomen
dat alles verwilderde.

589
00:35:53,250 --> 00:35:56,610
Maar nadat de Babyloniërs met
hun gevangenen waren vertrokken,

590
00:35:56,610 --> 00:36:00,450
dachten de Joden die naar deze
omliggende landen waren gevlucht:

591
00:36:00,450 --> 00:36:03,210
‘Het is nu veilig om terug te komen.’

592
00:36:03,210 --> 00:36:07,770
Eigenlijk was dat voorbarig, maar ze
geloofden wel dat de crisis voorbij was

593
00:36:07,770 --> 00:36:12,930
en dat ze allemaal konden terugkomen en
vreedzaam onder Gedalia konden dienen.

594
00:36:12,930 --> 00:36:14,790
Er staat in vers 13:

595
00:36:14,790 --> 00:36:20,010
Maar Johanan, de zoon van Kareah, en al de
bevelhebbers van de legers die in het veld

596
00:36:20,010 --> 00:36:23,310
waren, kwamen naar Gedalia in Mizpa.

597
00:36:23,310 --> 00:36:28,290
Zij zeiden tegen hem: Weet u wel dat
Baälis, de koning van de Ammonieten,

598
00:36:28,290 --> 00:36:33,870
Ismaël, de zoon van Nethanja, gestuurd
heeft om u om het leven te brengen?

599
00:36:33,870 --> 00:36:37,590
Gedalia, de zoon van Ahikam,
geloofde hen echter niet.

600
00:36:37,590 --> 00:36:42,570
Ismaël werd in vers 8 genoemd als een van
de bevelhebbers van een van de groepen

601
00:36:42,570 --> 00:36:47,730
soldaten die vanuit Jeruzalem verspreid
waren geraakt en die terugkwamen.

602
00:36:47,730 --> 00:36:52,710
Johanan, die andere man die nu over
hem bericht, is ook een van hen.

603
00:36:52,710 --> 00:36:57,330
Naar alle waarschijnlijkheid was
Ismaël inderdaad ingehuurd door Baälis,

604
00:36:57,330 --> 00:37:01,950
de Ammoniet, en had hij zijn samenzwering
besproken met deze andere mannen,

605
00:37:01,950 --> 00:37:04,530
die er niet graag aan wilden deelnemen.

606
00:37:04,530 --> 00:37:09,030
Dus besloten ze naar Gedalia te
gaan om hem erover in te lichten.

607
00:37:09,030 --> 00:37:15,210
Daarop zei Johanan, de zoon van Kareah,
in Mizpa in het geheim tegen Gedalia:

608
00:37:15,210 --> 00:37:21,270
Laat mij toch eropuit gaan, en Ismaël,
de zoon van Nethanja, doodslaan,

609
00:37:21,270 --> 00:37:23,310
en niemand zal het weten.

610
00:37:23,310 --> 00:37:25,770
Waarom zou hij u om het leven brengen,

611
00:37:25,770 --> 00:37:28,950
zodat heel Juda dat zich
bij u gevoegd heeft,

612
00:37:28,950 --> 00:37:32,850
verspreid wordt en het
overblijfsel van Juda omkomt?

613
00:37:32,850 --> 00:37:36,450
Dat wil zeggen: jij bent
door Babel aangesteld.

614
00:37:36,450 --> 00:37:40,230
Als hij je doodt, zal
Nebukadnezar boos worden.

615
00:37:40,230 --> 00:37:44,430
Het zal opnieuw een opstand tegen
Babel zijn, zo zal hij het zien,

616
00:37:44,430 --> 00:37:48,750
en hij zal komen en de rest van
ons die hier zijn vernietigen.

617
00:37:48,750 --> 00:37:55,050
Gedalia, de zoon van Ahikam, zei echter
tegen Johanan, de zoon van Kareah:

618
00:37:55,050 --> 00:37:59,070
Doe deze zaak niet, want u
spreekt leugens over Ismaël.

619
00:37:59,070 --> 00:38:02,850
Zoals zal blijken, doodt
Ismaël Gedalia inderdaad.

620
00:38:02,850 --> 00:38:06,990
En het leidt er inderdaad toe dat de
Babyloniërs komen om het gebied voor een

621
00:38:06,990 --> 00:38:11,190
laatste keer schoon te vegen en
het overblijfsel uit te roeien.

622
00:38:11,190 --> 00:38:14,010
Maar Gedalia had zijn eigen dood en deze

623
00:38:14,010 --> 00:38:17,250
tragedie kunnen voorkomen
als hij eenvoudig Jeremia had

624
00:38:17,250 --> 00:38:19,350
geraadpleegd, lijkt mij.

625
00:38:19,350 --> 00:38:21,270
Jeremia was daar bij hem.

626
00:38:21,270 --> 00:38:25,830
Hij had kunnen zeggen: ‘Luister, ik
heb gehoord dat deze man Ismaël een

627
00:38:25,830 --> 00:38:27,930
samenzwering tegen mij beraamt.

628
00:38:27,930 --> 00:38:29,490
Wat zegt de HEERE?’

629
00:38:29,490 --> 00:38:33,210
Ik denk dat Jeremia hem er waarschijnlijk
voor had kunnen waarschuwen.

630
00:38:33,210 --> 00:38:37,650
Maar Gedalia was, denk ik,
waarschijnlijk een fatsoenlijke kerel,

631
00:38:37,650 --> 00:38:39,390
een goedhartige man.

632
00:38:39,390 --> 00:38:43,590
Hij kon zich niet voorstellen dat
deze mensen, die zijn soldaten waren,

633
00:38:43,590 --> 00:38:47,430
zijn bevelhebbers onder hem, zulke
slechte mannen zouden zijn als

634
00:38:47,430 --> 00:38:49,170
Ismaël bleek te zijn.

635
00:38:49,170 --> 00:38:51,630
Dus sloeg hij het eenvoudig in de wind.

636
00:38:51,630 --> 00:38:53,370
Hoofdstuk 41:

637
00:38:53,370 --> 00:38:58,350
Het gebeurde echter in de zevende
maand dat Ismaël, de zoon van Nethanja,

638
00:38:58,350 --> 00:39:01,890
de zoon van Elisama, iemand
van koninklijken bloede,

639
00:39:01,890 --> 00:39:06,150
en de bevelhebbers van de koning en
tien mannen met hem, naar Gedalia,

640
00:39:06,150 --> 00:39:09,510
de zoon van Ahikam, in Mizpa kwamen.

641
00:39:09,510 --> 00:39:12,750
Samen gebruikten zij daar
de maaltijd in Mizpa.

642
00:39:12,750 --> 00:39:16,890
Trouwens, hoofdstuk 39,
vers 2 vertelt ons dat deze

643
00:39:16,890 --> 00:39:20,070
doorbraak in de stad in de
vierde maand plaatsvond.

644
00:39:20,070 --> 00:39:23,430
Dus nu is het de zevende
maand, drie maanden later,

645
00:39:23,430 --> 00:39:26,010
hoewel hier niet staat welk jaar het is.

646
00:39:26,010 --> 00:39:29,670
Daarom denken sommige mensen dat het
de zevende maand van een ander jaar is.

647
00:39:29,670 --> 00:39:33,990
Wij zouden kunnen zeggen: ‘Nou, het lijkt
erop dat het de zevende maand van het

648
00:39:33,990 --> 00:39:37,830
laatstgenoemde jaar zou zijn’,
en ik denk dat dat klopt.

649
00:39:37,830 --> 00:39:42,030
Maar sommigen hebben gedacht dat de
zevende maand misschien niet wordt genoemd

650
00:39:42,030 --> 00:39:45,210
omdat het drie maanden na
de vorige gebeurtenis is,

651
00:39:45,210 --> 00:39:50,190
maar omdat de zevende maand, van welk
jaar het ook was, een feestmaand is.

652
00:39:50,190 --> 00:39:55,770
Het Loofhuttenfeest, de Grote Verzoendag
en het Bazuinenfeest vallen allemaal in

653
00:39:55,770 --> 00:39:57,450
de zevende maand.

654
00:39:57,450 --> 00:40:02,130
Door te zeggen dat het in de zevende
maand was, ongeacht welk jaar het was,

655
00:40:02,130 --> 00:40:06,390
zou dus worden gesuggereerd dat het
een feesttijd was en dat de Joden van

656
00:40:06,390 --> 00:40:08,430
overal bijeengekomen waren.

657
00:40:08,430 --> 00:40:10,410
Maar dat is maar één theorie.

658
00:40:10,410 --> 00:40:13,470
Ik denk dat de zevende
maand waarschijnlijk de

659
00:40:13,470 --> 00:40:17,850
zevende maand van hetzelfde jaar is, en
dus slechts drie maanden nadat hij aan

660
00:40:17,850 --> 00:40:19,170
de macht kwam.

661
00:40:19,170 --> 00:40:24,930
Toen stond Ismaël, de zoon van Nethanja,
op, met de tien mannen die bij hem waren,

662
00:40:24,930 --> 00:40:30,030
en zij sloegen Gedalia, de zoon
van Ahikam, de zoon van Safan,

663
00:40:30,030 --> 00:40:31,590
dood met het zwaard.

664
00:40:31,590 --> 00:40:36,690
Zo bracht hij hem ter dood die de koning
van Babel over het land had aangesteld.

665
00:40:36,690 --> 00:40:42,570
Ismaël versloeg alle Judeeërs die bij
hem, namelijk bij Gedalia, in Mizpa waren,

666
00:40:42,570 --> 00:40:46,530
en de Chaldeeën, de strijdbare
mannen, die zich daar bevonden.

667
00:40:46,530 --> 00:40:50,851
Het gebeurde op de tweede dag, nadat
hij Gedalia ter dood gebracht had —

668
00:40:50,851 --> 00:40:54,150
en niemand wist het nog —
dat er mannen uit Sichem,

669
00:40:54,150 --> 00:41:00,210
uit Silo en uit Samaria aankwamen,
tachtig man, met afgeschoren baard,

670
00:41:00,210 --> 00:41:03,450
gescheurde kleren, die hun
lichaam gekerfd hadden,

671
00:41:03,450 --> 00:41:08,970
met in hun hand een graanoffer en wierook
om in het huis van de HEERE te brengen.

672
00:41:08,970 --> 00:41:11,550
Het feit dat ze zichzelf hadden gesneden,

673
00:41:11,550 --> 00:41:15,330
betekent dat ze nogal heidense
ideeën over aanbidding hadden.

674
00:41:15,330 --> 00:41:19,230
Het was in de wet eigenlijk
verboden om zichzelf te snijden.

675
00:41:19,230 --> 00:41:23,310
Dat is hoe de heidense volken
soms hun demonen aanbaden.

676
00:41:23,310 --> 00:41:26,130
Maar deze mensen waren nogal onwetend.

677
00:41:26,130 --> 00:41:31,170
Ze waren door de eeuwen heen meer door
het heidendom beïnvloed dan door de wet.

678
00:41:31,170 --> 00:41:35,070
Ze kwamen in elk geval naar het
huis van de HEERE met de bedoeling

679
00:41:35,070 --> 00:41:39,930
Jahweh te aanbidden, maar hun methoden
getuigden van enige onwetendheid

680
00:41:39,930 --> 00:41:42,030
en een gebrek aan onderricht.

681
00:41:42,030 --> 00:41:46,830
Maar deze tachtig mannen wisten
niets van wat er in Mizpa gaande was.

682
00:41:46,830 --> 00:41:49,590
Ze kwamen eenvoudig een offer brengen.

683
00:41:49,590 --> 00:41:55,710
Er staat in Jeremia 41:5: ‘om in
het huis van de HEERE te brengen’.

684
00:41:55,710 --> 00:41:58,890
Ik weet niet wat het huis van
de HEERE in dit geval was,

685
00:41:58,890 --> 00:42:01,050
want de tempel was verwoest.

686
00:42:01,050 --> 00:42:03,750
Maar naar alle waarschijnlijkheid
was het misschien een soort

687
00:42:03,750 --> 00:42:06,930
tabernakel die op dat moment was opgezet.

688
00:42:06,930 --> 00:42:11,910
Ismaël, de zoon van Nethanja,
ging Mizpa uit, hun tegemoet,

689
00:42:11,910 --> 00:42:14,070
en ging al huilend zijn weg.

690
00:42:14,070 --> 00:42:20,130
Het gebeurde, zodra hij hen tegenkwam,
dat hij tegen hen zei: Kom naar Gedalia,

691
00:42:20,130 --> 00:42:22,110
de zoon van Ahikam.

692
00:42:22,110 --> 00:42:25,350
En hij deed alsof hij in
de rouw was, net als zij.

693
00:42:25,350 --> 00:42:29,130
Het gebeurde echter zodra zij in het
midden van de stad gekomen waren,

694
00:42:29,130 --> 00:42:33,330
dat Ismaël, de zoon van
Nethanja, hen afslachtte.

695
00:42:33,330 --> 00:42:37,410
Hij en de mannen die bij hem waren,
wierpen hen midden in de put.

696
00:42:37,410 --> 00:42:39,630
Waarom doodde hij deze mensen?

697
00:42:39,630 --> 00:42:41,610
Dat is niet helemaal duidelijk.

698
00:42:41,610 --> 00:42:44,730
Waarom hij Gedalia
doodde, is niet duidelijk.

699
00:42:44,730 --> 00:42:48,210
Hij was door de koning van
Ammon ingehuurd om dat te doen.

700
00:42:48,210 --> 00:42:49,950
Maar waarom precies?

701
00:42:49,950 --> 00:42:54,510
Je zou aannemen dat deze patriotten een
hekel aan Gedalia hadden omdat hij met

702
00:42:54,510 --> 00:42:56,610
de Babyloniërs samenwerkte.

703
00:42:56,610 --> 00:42:59,550
Maar wat deze tachtig mannen
verkeerd hadden gedaan,

704
00:42:59,550 --> 00:43:01,470
daar hebben we geen idee van.

705
00:43:01,470 --> 00:43:05,010
Ze kwamen uit Silo, en dat
kan enige betekenis hebben,

706
00:43:05,010 --> 00:43:08,190
maar ik weet niet zeker wat
die betekenis dan zou zijn.

707
00:43:08,190 --> 00:43:11,250
Hoe dan ook, als je het
verhaal van Jehu kent,

708
00:43:11,250 --> 00:43:14,610
kun je zien hoeveel deze man op Jehu leek.

709
00:43:14,610 --> 00:43:17,670
Jehu was een hervormer
in de dagen van Elisa,

710
00:43:17,670 --> 00:43:20,910
die Izebel en de familie
van Achab uitroeide,

711
00:43:20,910 --> 00:43:24,930
en ook heel wat onschuldige mensen,
onder wie mannen die vanuit Juda op

712
00:43:24,930 --> 00:43:27,150
bezoek kwamen, enzovoort.

713
00:43:27,150 --> 00:43:30,270
Hij doodde gewoon iedereen
die op zijn pad kwam.

714
00:43:30,270 --> 00:43:33,990
In veel gevallen is niet helemaal
duidelijk wat zijn motief was om zoveel

715
00:43:33,990 --> 00:43:35,490
mensen te doden.

716
00:43:35,490 --> 00:43:38,250
Deze man is net zo bloeddorstig als hij.

717
00:43:38,250 --> 00:43:43,170
Er bevonden zich echter onder hen
tien mannen die tegen Ismaël zeiden:

718
00:43:43,170 --> 00:43:48,990
Breng ons niet ter dood, want wij hebben
verborgen voorraden in het veld: tarwe,

719
00:43:48,990 --> 00:43:51,570
gerst, olie en honing.

720
00:43:51,570 --> 00:43:56,130
Toen zag hij ervan af en bracht hen niet
ter dood te midden van hun broeders.

721
00:43:56,130 --> 00:44:00,750
Met andere woorden, we hebben wat
voedsel verborgen, en er is een tekort.

722
00:44:00,750 --> 00:44:05,010
Dus als je ons in leven laat, kunnen
we je laten zien waar het voedsel is.

723
00:44:05,010 --> 00:44:09,810
De put nu, waarin Ismaël alle dode
lichamen geworpen had van de mannen die

724
00:44:09,810 --> 00:44:12,990
hij aan de zijde van
Gedalia doodgeslagen had,

725
00:44:12,990 --> 00:44:19,050
is dezelfde put die koning Asa had gemaakt
vanwege Baësa, de koning van Israël.

726
00:44:19,050 --> 00:44:24,150
Ismaël, de zoon van Nethanja,
vulde deze met de gesneuvelden.

727
00:44:24,150 --> 00:44:28,350
Ismaël voerde heel het overblijfsel
van het volk dat in Mizpa was,

728
00:44:28,350 --> 00:44:31,830
als gevangene weg, te weten
de dochters van de koning

729
00:44:31,830 --> 00:44:36,870
en heel het volk dat in Mizpa was
overgebleven, waarover Nebuzaradan,

730
00:44:36,870 --> 00:44:43,530
de bevelhebber van de lijfwacht, Gedalia,
de zoon van Ahikam, had aangesteld.

731
00:44:43,530 --> 00:44:47,850
Ismaël, de zoon van Nethanja,
voerde hen als gevangenen weg

732
00:44:47,850 --> 00:44:51,150
en ging op weg om naar de
Ammonieten over te steken.

733
00:44:51,150 --> 00:44:55,410
Dat bewijst dat hij inderdaad in
dienst was van de koning van Ammon,

734
00:44:55,410 --> 00:44:59,730
omdat hij terug wilde gaan om daar
bij zijn beschermheer te wonen.

735
00:44:59,730 --> 00:45:04,050
Dat was in het noorden, in het gebied
aan de overkant van de Jordaan,

736
00:45:04,050 --> 00:45:08,730
daar waar Gad en Ruben en Manasse
zich in Gilead hadden gevestigd.

737
00:45:08,730 --> 00:45:12,450
Aan de andere kant van de
Jordaan woonden de Ammonieten.

738
00:45:12,450 --> 00:45:14,850
Ze steken dus de Jordaan over.

739
00:45:14,850 --> 00:45:19,650
In vers 11 wordt Johanan, de
zoon van Kareah, weer genoemd.

740
00:45:19,650 --> 00:45:23,610
Dat is degene die Gedalia voor
het complot had gewaarschuwd,

741
00:45:23,610 --> 00:45:26,550
maar naar wie niet werd geluisterd.

742
00:45:26,550 --> 00:45:29,670
Toen Johanan, de zoon van Kareah, en alle

743
00:45:29,670 --> 00:45:32,190
bevelhebbers van de
legers die bij hem waren,

744
00:45:32,190 --> 00:45:37,410
van al het kwaad hoorden dat Ismaël,
de zoon van Nethanja, had gedaan,

745
00:45:37,410 --> 00:45:42,270
namen zij alle manschappen mee en gingen
op weg om te strijden tegen Ismaël,

746
00:45:42,270 --> 00:45:44,190
de zoon van Nethanja.

747
00:45:44,190 --> 00:45:47,610
Zij troffen hem bij het grote
water dat bij Gibeon is.

748
00:45:47,610 --> 00:45:52,590
Het gebeurde nu, zodra heel het
volk dat bij Ismaël was, Johanan,

749
00:45:52,590 --> 00:45:58,110
de zoon van Kareah en alle bevelhebbers
van de legers die bij hem waren, zag,

750
00:45:58,110 --> 00:45:59,850
dat zij verblijd waren.

751
00:45:59,850 --> 00:46:04,770
De mensen die door Ismaël gevangen waren
genomen, werden naar Ammon weggevoerd.

752
00:46:04,770 --> 00:46:08,430
Ze waren blij toen ze redders
achter zich aan zagen komen.

753
00:46:08,430 --> 00:46:13,830
Heel het volk dat Ismaël als gevangene
uit Mizpa had weggevoerd, keerde zich om,

754
00:46:13,830 --> 00:46:18,150
ging terug en liep over naar
Johanan, de zoon van Kareah.

755
00:46:18,150 --> 00:46:19,950
Ze werden dus bevrijd.

756
00:46:19,950 --> 00:46:23,070
En Ismaël zou hen
natuurlijk niet tegenhouden.

757
00:46:23,070 --> 00:46:25,410
Hij moest vluchten voor zijn leven.

758
00:46:25,410 --> 00:46:30,930
Ismaël echter, de zoon van Nethanja,
ontkwam met acht man aan Johanan,

759
00:46:30,930 --> 00:46:32,850
en hij ging naar de Ammonieten.

760
00:46:32,850 --> 00:46:36,270
Toen nam Johanan, de
zoon van Kareah, met alle

761
00:46:36,270 --> 00:46:38,910
bevelhebbers van de
legers die bij hem waren,

762
00:46:38,910 --> 00:46:44,370
heel het overblijfsel van het volk mee
dat hij van Ismaël, de zoon van Nethanja,

763
00:46:44,370 --> 00:46:50,010
uit Mizpa had teruggebracht, nadat
deze Gedalia, de zoon van Ahikam,

764
00:46:50,010 --> 00:46:55,050
had doodgeslagen — mannen,
strijdbare mannen, vrouwen,

765
00:46:55,050 --> 00:46:59,370
kleine kinderen en hovelingen, die
hij uit Gibeon had teruggebracht.

766
00:46:59,370 --> 00:47:02,250
Dat wil zeggen, uit de gevangenschap.

767
00:47:02,250 --> 00:47:04,770
Daar hadden ze Ismaël ingehaald.

768
00:47:04,770 --> 00:47:09,570
Zij gingen op weg en verbleven in
Geruth Chimham, dat bij Bethlehem ligt,

769
00:47:09,570 --> 00:47:12,450
om verder te trekken
om in Egypte te komen,

770
00:47:12,450 --> 00:47:16,650
Ze vluchtten dus naar Egypte,
of wilden naar Egypte vluchten.

771
00:47:16,650 --> 00:47:19,530
Ze kwamen daar eigenlijk
niet meteen helemaal aan.

772
00:47:19,530 --> 00:47:24,810
Ze besloten Jeremia te raadplegen om
te zien of dat het juiste plan was.

773
00:47:24,810 --> 00:47:26,850
Maar ze waren op weg naar Egypte.

774
00:47:26,850 --> 00:47:30,750
Ze dachten dat Egypte de enige
veilige plek op loopafstand was

775
00:47:30,750 --> 00:47:35,730
waar ze misschien konden ontkomen aan de
vergeldingsmaatregelen van Nebukadnezar.

776
00:47:35,730 --> 00:47:39,090
Die zou zeker terugkomen om de
dood te wreken van de gouverneur

777
00:47:39,090 --> 00:47:40,830
die hij had aangesteld.

778
00:47:40,830 --> 00:47:45,390
weg van de Chaldeeën, want zij waren
voor hen bevreesd, omdat Ismaël,

779
00:47:45,390 --> 00:47:50,910
de zoon van Nethanja, Gedalia, de
zoon van Ahikam, had doodgeslagen,

780
00:47:50,910 --> 00:47:54,210
die de koning van Babel over
het land had aangesteld.

781
00:47:54,210 --> 00:47:55,950
Hoofdstuk 42.

782
00:47:55,950 --> 00:48:01,230
Toen naderden alle bevelhebbers van de
legers, Johanan, de zoon van Kareah,

783
00:48:01,230 --> 00:48:06,810
Jezanja, de zoon van Hosaja, en
heel het volk, van klein tot groot,

784
00:48:06,810 --> 00:48:09,690
en zij zeiden tegen de profeet Jeremia:

785
00:48:09,690 --> 00:48:13,170
Laat onze smeekbede toch voor
uw aangezicht terechtkomen

786
00:48:13,170 --> 00:48:17,910
en bid voor ons tot de HEERE, uw
God, voor heel dit overblijfsel,

787
00:48:17,910 --> 00:48:21,030
want wij zijn uit velen
met weinigen overgebleven,

788
00:48:21,030 --> 00:48:23,610
zoals u met eigen ogen aan ons ziet.

789
00:48:23,610 --> 00:48:28,170
Moge de HEERE, uw God, ons de weg
bekendmaken die wij moeten gaan

790
00:48:28,170 --> 00:48:30,150
en de zaak die wij moeten doen.

791
00:48:30,150 --> 00:48:34,470
Toen zei de profeet Jeremia
tegen hen: Ik heb geluisterd.

792
00:48:34,470 --> 00:48:39,630
Zie, overeenkomstig uw woorden ga
ik bidden tot de HEERE, uw God.

793
00:48:39,630 --> 00:48:44,010
En het zal gebeuren dat ik elk
woord dat de HEERE u zal antwoorden,

794
00:48:44,010 --> 00:48:45,810
u bekend zal maken.

795
00:48:45,810 --> 00:48:47,790
Geen woord zal ik u onthouden.

796
00:48:47,790 --> 00:48:51,750
Toen zeiden zíj tegen Jeremia:
Moge de HEERE tussen ons

797
00:48:51,750 --> 00:48:54,870
als een waarachtig en
betrouwbaar Getuige zijn.

798
00:48:54,870 --> 00:49:00,030
Voorwaar, wij zullen zo doen
overeenkomstig elk woord waarmee de HEERE,

799
00:49:00,030 --> 00:49:02,430
uw God, u tot ons zendt.

800
00:49:02,430 --> 00:49:05,130
Nu gehoorzaamden ze natuurlijk
niet aan zijn woorden,

801
00:49:05,130 --> 00:49:07,950
terwijl ze hier zwoeren
dat ze dat wel zouden doen.

802
00:49:07,950 --> 00:49:10,470
Deze mensen zweren bij
de Naam van de Heere

803
00:49:10,470 --> 00:49:13,410
en beschouwen zich daar
vervolgens niet door gebonden.

804
00:49:13,410 --> 00:49:17,850
Ik heb nooit begrepen hoe mensen zo
weinig ontzag voor God kunnen hebben.

805
00:49:17,850 --> 00:49:21,150
Als je niet in God
gelooft, is dat één ding.

806
00:49:21,150 --> 00:49:24,630
Maar als je wel in God gelooft,
zoals zij kennelijk doen,

807
00:49:24,630 --> 00:49:28,111
en dan bij Zijn Naam zweert
en vervolgens je eed breekt —

808
00:49:28,111 --> 00:49:31,650
je zou toch moeten begrijpen dat
niemand onschuldig wordt gehouden

809
00:49:31,650 --> 00:49:35,910
die de Naam van de Heere ijdel
gebruikt, volgens het derde gebod.

810
00:49:35,910 --> 00:49:36,930
Ze zeggen:

811
00:49:36,930 --> 00:49:41,670
Hetzij goed, hetzij kwaad, wij zullen
luisteren naar de stem van de HEERE,

812
00:49:41,670 --> 00:49:46,830
onze God, tot Wie wij u zenden, zodat het
ons goed zal gaan wanneer wij luisteren

813
00:49:46,830 --> 00:49:49,530
naar de stem van de HEERE, onze God.

814
00:49:49,530 --> 00:49:54,690
Het gebeurde na verloop van tien dagen dat
het woord van de HEERE tot Jeremia kwam.

815
00:49:54,690 --> 00:49:56,670
Dit vind ik echt interessant.

816
00:49:56,670 --> 00:50:00,090
Deze mensen zaten in spanning
te wachten en vroegen zich af

817
00:50:00,090 --> 00:50:03,030
hoe snel de Babyloniërs zouden terugkomen.

818
00:50:03,030 --> 00:50:08,130
Ze zitten hier in zekere zin in de
gevarenzone en willen naar Egypte gaan.

819
00:50:08,130 --> 00:50:11,730
Ze wachten op antwoord van
God, en het duurt tien dagen

820
00:50:11,730 --> 00:50:14,370
voordat God een woord aan Jeremia geeft.

821
00:50:14,370 --> 00:50:17,430
We lezen niet dat God er
vroeger per se zo lang over

822
00:50:17,430 --> 00:50:20,670
deed om Jeremia antwoord
te geven wanneer hij bad.

823
00:50:20,670 --> 00:50:25,770
Maar één ding laat dit zien: je kunt niet
zomaar een woord van de Heere krijgen

824
00:50:25,770 --> 00:50:27,450
wanneer je maar wilt.

825
00:50:27,450 --> 00:50:31,290
Veel mensen, vooral charismatische
mensen tegenwoordig,

826
00:50:31,290 --> 00:50:35,850
krijgen soms de indruk dat God tot
je zal spreken als je maar bidt

827
00:50:35,850 --> 00:50:41,130
en vervolgens luistert, eenvoudigweg
omdat je wilt dat Hij dat doet.

828
00:50:41,130 --> 00:50:46,290
Zelfs de profeet Jeremia, die regelmatig
behoorlijk betrouwbare godsspraken van God

829
00:50:46,290 --> 00:50:51,630
ontving, kon God niet zomaar laten spreken
wanneer hij wilde dat Hij dat deed.

830
00:50:51,630 --> 00:50:54,210
God spreekt wanneer Hij wil spreken.

831
00:50:54,210 --> 00:50:56,850
In dit geval wachtte hij tien dagen.

832
00:50:56,850 --> 00:51:01,830
Je kunt je voorstellen dat tien dagen lang
is om te wachten terwijl je je afvraagt:

833
00:51:01,830 --> 00:51:06,150
‘Zijn de Babyloniërs al aan de
horizon te zien? Komen ze eraan?’

834
00:51:06,150 --> 00:51:09,630
Je wilt een zo groot mogelijke
voorsprong op hen krijgen.

835
00:51:09,630 --> 00:51:13,410
Toch liet God hen gewoon
wachten en in spanning zitten.

836
00:51:13,410 --> 00:51:17,550
Dus tien dagen later kwam het
woord van de Heere tot Jeremia.

837
00:51:17,550 --> 00:51:20,670
Toen riep hij Johanan, de zoon van Kareah,

838
00:51:20,670 --> 00:51:25,530
en alle bevelhebbers van de legers
die bij hem waren, en heel het volk,

839
00:51:25,530 --> 00:51:28,350
van klein tot groot, bijeen.

840
00:51:28,350 --> 00:51:33,210
Hij zei tegen hen: Zo zegt
de HEERE, de God van Israël,

841
00:51:33,210 --> 00:51:37,770
tot Wie u mij hebt gezonden om uw
smeekbede voor Zijn aangezicht uit te

842
00:51:37,770 --> 00:51:43,950
storten: Als u in dit land blijft
wonen, zal Ik u bouwen en niet afbreken,

843
00:51:43,950 --> 00:51:48,150
en u planten en niet wegrukken,
want Ik heb berouw over het

844
00:51:48,150 --> 00:51:50,730
onheil dat Ik u heb aangedaan.

845
00:51:50,730 --> 00:51:55,590
Wees niet bevreesd voor de koning van
Babel, voor wie u nu bevreesd bent.

846
00:51:55,590 --> 00:51:59,970
Wees niet bevreesd voor hem, spreekt
de HEERE, want Ik zal met u zijn

847
00:51:59,970 --> 00:52:02,970
om u te verlossen en u
te redden uit zijn hand.

848
00:52:02,970 --> 00:52:07,110
Ik zal u barmhartigheid bewijzen,
zodat hij u barmhartig zal zijn

849
00:52:07,110 --> 00:52:09,750
en u naar uw land terug zal brengen.

850
00:52:09,750 --> 00:52:12,030
Ze hadden daar dus gewoon kunnen blijven.

851
00:52:12,030 --> 00:52:15,510
De koning van Babylon zou
hun barmhartigheid bewijzen,

852
00:52:15,510 --> 00:52:19,350
omdat ze geen deel hadden gehad
aan het complot tegen Gedalja.

853
00:52:19,350 --> 00:52:21,030
Ze konden veilig zijn.

854
00:52:21,030 --> 00:52:23,910
Maar als u zegt: Wij
blijven niet in dit land,

855
00:52:23,910 --> 00:52:29,970
en daarmee niet luistert naar de stem van
de HEERE, uw God, door te zeggen: Nee,

856
00:52:29,970 --> 00:52:32,670
maar wij zullen het
land Egypte binnengaan,

857
00:52:32,670 --> 00:52:37,290
waar wij geen oorlog zullen zien, niet
het geluid van de bazuin zullen horen,

858
00:52:37,290 --> 00:52:43,050
niet zullen hongeren naar brood, dáár
willen wij wonen — nu dan, in dat geval,

859
00:52:43,050 --> 00:52:46,890
hoor het woord van de HEERE,
overblijfsel van Juda!

860
00:52:46,890 --> 00:52:50,910
Zo zegt de HEERE van de
legermachten, de God van Israël:

861
00:52:50,910 --> 00:52:54,750
Als u metterdaad uw zinnen erop
zet om Egypte binnen te gaan

862
00:52:54,750 --> 00:52:58,050
en u het binnengaat om daar
als vreemdeling te verblijven,

863
00:52:58,050 --> 00:53:01,530
dan zal het gebeuren dat het
zwaard waarvoor u bevreesd bent,

864
00:53:01,530 --> 00:53:06,510
u daar in het land Egypte zal inhalen,
en de honger waarvoor u bezorgd bent,

865
00:53:06,510 --> 00:53:11,610
u daar in Egypte zal achtervolgen,
zodat u dáár zult sterven.

866
00:53:11,610 --> 00:53:16,530
Zo zullen al de mannen zijn die hun zinnen
erop zetten om Egypte binnen te gaan om

867
00:53:16,530 --> 00:53:18,870
daar als vreemdeling te verblijven.

868
00:53:18,870 --> 00:53:23,490
Zij zullen sterven door het zwaard,
door de honger en door de pest.

869
00:53:23,490 --> 00:53:27,990
Er zal van hen niemand zijn die
ontvlucht of ontkomt aan het

870
00:53:27,990 --> 00:53:29,970
onheil dat Ik over hen zal brengen.

871
00:53:29,970 --> 00:53:35,010
Want zo zegt de HEERE van de
legermachten, de God van Israël:

872
00:53:35,010 --> 00:53:40,350
Zoals Mijn toorn en Mijn grimmigheid is
uitgestort over de inwoners van Jeruzalem,

873
00:53:40,350 --> 00:53:43,890
zo zal Mijn grimmigheid
over u worden uitgegoten,

874
00:53:43,890 --> 00:53:46,470
als u in Egypte gekomen zult zijn.

875
00:53:46,470 --> 00:53:52,230
U zult zijn tot een vervloeking en tot een
verschrikking, tot een vloek en tot smaad.

876
00:53:52,230 --> 00:53:54,870
U zult deze plaats niet meer terugzien.

877
00:53:54,870 --> 00:53:59,070
De HEERE heeft tot u gesproken,
overblijfsel van Juda.

878
00:53:59,070 --> 00:54:00,810
Ga Egypte niet binnen!

879
00:54:00,810 --> 00:54:03,990
U moet goed weten dat ik
u heden gewaarschuwd heb.

880
00:54:03,990 --> 00:54:06,570
Ja, u hebt uzelf misleid.

881
00:54:06,570 --> 00:54:11,430
Ú immers hebt mij tot de HEERE,
uw God, gezonden om te zeggen:

882
00:54:11,430 --> 00:54:14,490
Bid voor ons tot de HEERE, onze God.

883
00:54:14,490 --> 00:54:20,370
En overeenkomstig alles wat de HEERE, onze
God, zal zeggen, maak dat zo ons bekend,

884
00:54:20,370 --> 00:54:21,930
en wij zullen het doen.

885
00:54:21,930 --> 00:54:26,130
Nu heb ik het u heden bekendgemaakt, maar
u hebt niet willen luisteren naar de stem

886
00:54:26,130 --> 00:54:31,590
van de HEERE, uw God, namelijk naar alles
waarmee Hij mij tot u heeft gezonden.

887
00:54:31,590 --> 00:54:35,970
Nu dan, u moet goed weten dat
u sterven zult door het zwaard,

888
00:54:35,970 --> 00:54:40,830
door de honger en door de pest, in de
plaats waarheen u geneigd was te gaan om

889
00:54:40,830 --> 00:54:42,870
daar als vreemdeling te verblijven.

890
00:54:42,870 --> 00:54:47,790
Dus hij zegt hun dat ze niet moeten gaan,
maar hij weet dat ze toch zullen gaan.

891
00:54:47,790 --> 00:54:48,810
Hij zegt:

892
00:54:48,810 --> 00:54:51,990
Jullie waren hypocriet
toen jullie me dat vroegen.

893
00:54:51,990 --> 00:54:55,890
De spreker volgt hier de
Engelse weergave ‘hypocrites’;

894
00:54:55,890 --> 00:55:00,570
in het Nederlandse citaat hierboven
staat ‘u hebt uzelf misleid’.

895
00:55:00,570 --> 00:55:04,650
Zo gaat het soms wanneer mensen
voor raad bij een voorganger of een

896
00:55:04,650 --> 00:55:06,690
christelijke vriend komen praten.

897
00:55:06,690 --> 00:55:09,630
Ze zoeken geen raad;
ze zoeken toestemming.

898
00:55:09,630 --> 00:55:14,490
Ze zoeken iemand die beaamt dat wat zij
willen doen, het juiste is om te doen.

899
00:55:14,490 --> 00:55:19,110
En als je hun vertelt wat ze niet willen
horen, zullen ze het toch negeren,

900
00:55:19,110 --> 00:55:21,750
omdat ze al weten wat ze willen doen.

901
00:55:21,750 --> 00:55:24,210
Ze zijn vastbesloten om het te doen.

902
00:55:24,210 --> 00:55:27,390
Dat zie je vaak wanneer
jonge mensen willen trouwen.

903
00:55:27,390 --> 00:55:32,370
Ze gaan soms naar huwelijksadviseurs, en
ik heb gemerkt dat een huwelijksadviseur

904
00:55:32,370 --> 00:55:37,890
een stel bijna nooit van een huwelijk kan
afbrengen als het een slechte keuze lijkt.

905
00:55:37,890 --> 00:55:41,790
Meestal komen ze om toestemming,
in de hoop wat steun te krijgen

906
00:55:41,790 --> 00:55:44,430
voor de beslissing die ze hebben genomen.

907
00:55:44,430 --> 00:55:47,610
Zo gaan ze ook, wanneer
ze later willen scheiden,

908
00:55:47,610 --> 00:55:53,250
naar vrienden van wie ze denken dat die
begrip zullen hebben. Dan zoeken ze raad.

909
00:55:53,250 --> 00:55:56,490
Maar als hun wordt gezegd
dat ze niet moeten scheiden,

910
00:55:56,490 --> 00:56:00,450
zullen ze dat in de meeste
gevallen negeren en het toch doen.

911
00:56:00,450 --> 00:56:03,390
Mensen zeggen vaak: ‘Geef me raad.

912
00:56:03,390 --> 00:56:06,090
Laat me weten wat de Heere
zou willen dat ik doe.’

913
00:56:06,090 --> 00:56:11,430
Maar ze weten al wat ze willen doen, en in
sommige gevallen zullen ze dat toch doen.

914
00:56:11,430 --> 00:56:16,890
Niet altijd, maar er zijn beslist mensen
die zich niet aan de Heere onderwerpen

915
00:56:16,890 --> 00:56:20,670
en doen alsof ze dat wel
doen, zoals deze mensen.

916
00:56:20,670 --> 00:56:23,850
Ze waren huichelaars
toen ze Jeremia vroegen

917
00:56:23,850 --> 00:56:27,390
om het aan de Heere te gaan
vragen, omdat ze al wisten

918
00:56:27,390 --> 00:56:30,690
wat ze van plan waren
te doen. God wist dat.

919
00:56:30,690 --> 00:56:33,450
Dus Jeremia spreekt hen daarop aan.

920
00:56:33,450 --> 00:56:34,950
Hoofdstuk 43:

921
00:56:34,950 --> 00:56:39,990
Het gebeurde zodra Jeremia geëindigd
had tot heel het volk te spreken

922
00:56:39,990 --> 00:56:44,790
alle woorden van de HEERE, hun
God, waarmee de HEERE, hun God,

923
00:56:44,790 --> 00:56:51,150
hem naar hen toe had gezonden, al die
woorden, dat Azaria, de zoon van Hosaja,

924
00:56:51,150 --> 00:56:57,990
en Johanan, de zoon van Kareah, en al die
hoogmoedige mannen, tegen Jeremia zeiden:

925
00:56:57,990 --> 00:56:59,730
U spreekt leugens!

926
00:56:59,730 --> 00:57:04,050
De HEERE, onze God, heeft u
niet gezonden om te zeggen:

927
00:57:04,050 --> 00:57:08,670
U mag Egypte niet binnengaan om
daar als vreemdeling te verblijven.

928
00:57:08,670 --> 00:57:13,110
Baruch echter, de zoon van
Neria, hitst u tegen ons op,

929
00:57:13,110 --> 00:57:17,610
opdat hij ons in de hand van de Chaldeeën
geeft om ons ter dood te brengen

930
00:57:17,610 --> 00:57:20,430
of ons in ballingschap
te voeren naar Babel.

931
00:57:20,430 --> 00:57:23,730
Ik weet niet waarom Baruch
hiervan werd beschuldigd.

932
00:57:23,730 --> 00:57:28,530
Misschien omdat ze dachten dat Jeremia
het ergens vandaan had, niet van de Heere,

933
00:57:28,530 --> 00:57:32,250
en de enige vriend die
Jeremia heeft is Baruch.

934
00:57:32,250 --> 00:57:35,010
Dus moet die Baruch hem dat wel vertellen.

935
00:57:35,010 --> 00:57:39,030
Maar waarom Baruch er belang bij zou
hebben om hen in de handen van de

936
00:57:39,030 --> 00:57:42,930
Chaldeeën over te leveren,
wordt nergens aangegeven,

937
00:57:42,930 --> 00:57:45,030
en het slaat gewoon nergens op.

938
00:57:45,030 --> 00:57:48,810
Ze suggereren dat Baruch degene
is die in werkelijkheid het

939
00:57:48,810 --> 00:57:51,930
brein achter de profetieën van Jeremia is.

940
00:57:51,930 --> 00:57:55,110
Hij is het brein achter wat Jeremia doet.

941
00:57:55,110 --> 00:57:59,310
Het is net als een film die ik heb
gezien, die je misschien ook hebt gezien,

942
00:57:59,310 --> 00:58:04,290
met de titel Without a Clue,
over Sherlock Holmes en Watson.

943
00:58:04,290 --> 00:58:08,610
Watson was in werkelijkheid het
brein, en Sherlock Holmes was alleen

944
00:58:08,610 --> 00:58:10,170
maar een acteur.

945
00:58:10,170 --> 00:58:14,730
Hij deed alsof hij de zaken oploste,
maar Watson was eigenlijk het brein

946
00:58:14,730 --> 00:58:15,810
achter het geheel.

947
00:58:15,810 --> 00:58:19,710
Precies het omgekeerde van de echte
verhalen over Sherlock Holmes.

948
00:58:19,710 --> 00:58:21,630
Hier is het ongeveer net zo.

949
00:58:21,630 --> 00:58:26,070
Jeremia is de man op de voorgrond, van
wie iedereen denkt dat hij de profeet is.

950
00:58:26,070 --> 00:58:29,130
Maar de werkelijke macht
achter hem is Baruch,

951
00:58:29,130 --> 00:58:33,330
die hem alles vertelt wat hij moet
zeggen en alles wat hij moet doen.

952
00:58:33,330 --> 00:58:35,670
Het is een nogal belachelijke theorie.

953
00:58:35,670 --> 00:58:39,810
Johanan, de zoon van Kareah,
alle bevelhebbers van de legers

954
00:58:39,810 --> 00:58:44,310
en heel het volk hebben niet geluisterd
naar de stem van de HEERE om in het land

955
00:58:44,310 --> 00:58:45,750
Juda te blijven.

956
00:58:45,750 --> 00:58:51,210
Johanan, de zoon van Kareah, en alle
bevelhebbers van de legers namen heel het

957
00:58:51,210 --> 00:58:55,110
overblijfsel van Juda mee, hen
die waren teruggekeerd uit alle

958
00:58:55,110 --> 00:59:00,330
heidenvolken waarheen zij verdreven waren,
om weer in het land Juda te verblijven:

959
00:59:00,330 --> 00:59:05,190
de mannen, de vrouwen en de kleine
kinderen, de dochters van de koning,

960
00:59:05,190 --> 00:59:11,010
en alle personen die Nebuzaradan, de
bevelhebber van de lijfwacht, bij Gedalia,

961
00:59:11,010 --> 00:59:15,750
de zoon van Ahikam, de zoon
van Safan, achtergelaten had,

962
00:59:15,750 --> 00:59:20,430
evenals de profeet Jeremia
en Baruch, de zoon van Neria.

963
00:59:20,430 --> 00:59:25,170
Dat wil zeggen, ze namen Jeremia
en Baruch tegen hun wil mee.

964
00:59:25,170 --> 00:59:29,010
Ze namen hen gevangen om hen
mee te nemen naar Egypte.

965
00:59:29,010 --> 00:59:32,910
Toen kwamen zij het land Egypte binnen,
want zij hadden niet naar de stem van

966
00:59:32,910 --> 00:59:34,590
de HEERE geluisterd.

967
00:59:34,590 --> 00:59:36,990
En zij kwamen tot aan Tachpanhes.

968
00:59:36,990 --> 00:59:41,250
Toen kwam het woord van de
HEERE tot Jeremia in Tachpanhes:

969
00:59:41,250 --> 00:59:46,230
Neem grote stenen in uw hand en verberg
die in het leem onder de tegelvloer die

970
00:59:46,230 --> 00:59:50,130
bij de ingang van het huis van
de farao in Tachpanhes ligt,

971
00:59:50,130 --> 00:59:53,670
voor de ogen van de Judese
mannen, en zeg tegen hen:

972
00:59:53,670 --> 00:59:58,530
Zo zegt de HEERE van de
legermachten, de God van Israël: Zie,

973
00:59:58,530 --> 01:00:03,030
Ik ga een boodschap zenden en zal
Nebukadrezar, de koning van Babel,

974
01:00:03,030 --> 01:00:05,010
Mijn dienaar, halen.

975
01:00:05,010 --> 01:00:09,210
Ik zal zijn troon boven op deze
stenen zetten die Ik verborgen heb,

976
01:00:09,210 --> 01:00:12,990
en daarover zal hij
zijn statietent spannen.

977
01:00:12,990 --> 01:00:15,570
Dus door deze stenen
in de grond te leggen,

978
01:00:15,570 --> 01:00:20,370
legt hij in feite een fundament waarop de
troon van koning Nebukadnezar moet komen

979
01:00:20,370 --> 01:00:22,710
te staan, want hij komt eraan.

980
01:00:22,710 --> 01:00:26,310
Hij kan net zo goed een troon
voor hem bouwen om op te zitten,

981
01:00:26,310 --> 01:00:30,510
want hij komt hierheen, en hij zal
zijn tent precies hier uitspreiden,

982
01:00:30,510 --> 01:00:31,830
waar zij staan.

983
01:00:31,830 --> 01:00:38,370
Hij zal komen en het land Egypte treffen:
wie bestemd is voor de dood, met de dood;

984
01:00:38,370 --> 01:00:42,090
wie bestemd is voor de
gevangenschap, met de gevangenschap;

985
01:00:42,090 --> 01:00:45,330
wie bestemd is voor het
zwaard, met het zwaard.

986
01:00:45,330 --> 01:00:49,050
Ik zal een vuur aansteken in de
tempels van de goden van Egypte

987
01:00:49,050 --> 01:00:52,470
en hij zal hen verbranden
en als gevangenen wegvoeren.

988
01:00:52,470 --> 01:00:55,110
Hij zal het land Egypte van luizen ontdoen

989
01:00:55,110 --> 01:00:57,690
zoals een herder zijn
kleed van luizen ontdoet,

990
01:00:57,690 --> 01:01:00,450
en dan zal hij vandaar
in vrede wegtrekken.

991
01:01:00,450 --> 01:01:04,950
Hij zal de gewijde stenen van de
zonnetempel, die in het land Egypte staan,

992
01:01:04,950 --> 01:01:09,870
stukbreken, en hij zal de tempels van
de goden van Egypte met vuur verbranden.

993
01:01:09,870 --> 01:01:14,070
Archeologen hebben een fragmentarische
Babylonische tekst gevonden

994
01:01:14,070 --> 01:01:19,470
die geen bijzonderheden vermeldt, maar
alleen zegt dat Babylon Egypte binnenviel.

995
01:01:19,470 --> 01:01:26,490
Nebukadnezar viel Egypte binnen
in 568 tot 567 voor Christus,

996
01:01:26,490 --> 01:01:28,470
minder dan twintig jaar hierna.

997
01:01:28,470 --> 01:01:34,710
Hij zette farao Hofra daadwerkelijk af en
stelde farao Ahmose in zijn plaats aan.

998
01:01:34,710 --> 01:01:39,030
Dus dit moet de tijd zijn waarin
deze profetieën werden vervuld.

999
01:01:39,030 --> 01:01:40,890
Hoofdstuk 44.

1000
01:01:40,890 --> 01:01:44,550
Dit is de laatste confrontatie
tussen Jeremia en deze

1001
01:01:44,550 --> 01:01:47,130
vluchtelingen die hem
gevangen hadden genomen.

1002
01:01:47,130 --> 01:01:51,450
Het woord dat gekomen is tot Jeremia
voor alle Judeeërs die in het land

1003
01:01:51,450 --> 01:01:55,590
Egypte woonden, die woonden
in Migdol, in Tachpanhes,

1004
01:01:55,590 --> 01:01:58,470
in Nof en in het land van Pathros:

1005
01:01:58,470 --> 01:02:02,850
Dit is misschien enige tijd later, want
de Joden waren nu over een groot deel van

1006
01:02:02,850 --> 01:02:06,210
Egypte verspreid, niet
alleen in Tachpanhes.

1007
01:02:06,210 --> 01:02:08,850
Ze waren geleidelijk
uitgezwermd naar andere

1008
01:02:08,850 --> 01:02:11,250
steden die bepaald niet dichtbij lagen.

1009
01:02:11,250 --> 01:02:15,270
Hoe hij dit woord aan hen allemaal
heeft overgebracht, weten we niet.

1010
01:02:15,270 --> 01:02:17,730
Of hij hun een brief
stuurde of hen bezocht,

1011
01:02:17,730 --> 01:02:21,690
of dat ze allemaal voor een of ander
feest op één plaats bijeenkwamen,

1012
01:02:21,690 --> 01:02:23,310
wordt ons niet verteld.

1013
01:02:23,310 --> 01:02:24,870
Maar zo sprak hij tot hen.

1014
01:02:24,870 --> 01:02:28,650
Zo zegt de HEERE van de
legermachten, de God van Israël:

1015
01:02:28,650 --> 01:02:33,270
U hebt zelf al het onheil gezien
dat Ik over Jeruzalem en over

1016
01:02:33,270 --> 01:02:35,850
al de steden van Juda gebracht heb.

1017
01:02:35,850 --> 01:02:41,370
Zie, zij zijn heden ten dage een puinhoop,
zodat er geen bewoner meer in is,

1018
01:02:41,370 --> 01:02:46,350
vanwege hun slechtheid die zij gedaan
hebben om Mij tot toorn te verwekken,

1019
01:02:46,350 --> 01:02:51,150
daarmee dat zij doorgingen met reukoffers
te brengen en andere goden te dienen,

1020
01:02:51,150 --> 01:02:56,370
die zij niet hebben gekend, zij,
evenmin als u en uw vaderen.

1021
01:02:56,370 --> 01:03:02,850
Ik zond tot u al Mijn dienaren, de
profeten, vroeg en laat, om te zeggen:

1022
01:03:02,850 --> 01:03:06,390
Doe deze gruwelijke zaak
toch niet, die Ik haat.

1023
01:03:06,390 --> 01:03:09,510
Maar zij hebben niet geluisterd
en hebben hun oor niet

1024
01:03:09,510 --> 01:03:12,390
geneigd door zich van
hun slechtheid te bekeren

1025
01:03:12,390 --> 01:03:15,870
door geen reukoffers meer
te brengen aan andere goden.

1026
01:03:15,870 --> 01:03:21,270
Daarom zijn Mijn grimmigheid en Mijn toorn
uitgegoten en hebben die gebrand in de

1027
01:03:21,270 --> 01:03:24,810
steden van Juda en op de
straten van Jeruzalem.

1028
01:03:24,810 --> 01:03:28,350
Zij zijn geworden tot een
puinhoop, tot een woestenij,

1029
01:03:28,350 --> 01:03:30,570
zoals het heden ten dage is.

1030
01:03:30,570 --> 01:03:36,690
Welnu, zo zegt de HEERE, de God van
de legermachten, de God van Israël:

1031
01:03:36,690 --> 01:03:42,570
Waarom doet u uzelf zo'n groot kwaad
aan dat u onder u man en vrouw,

1032
01:03:42,570 --> 01:03:46,170
kind en zuigeling uit het
midden van Juda uitroeit,

1033
01:03:46,170 --> 01:03:49,470
en zelfs geen overblijfsel bij u overlaat?

1034
01:03:49,470 --> 01:03:54,210
U doet dat door Mij tot toorn te
verwekken met de werken van uw handen,

1035
01:03:54,210 --> 01:03:58,050
door reukoffers te brengen aan
andere goden in het land Egypte,

1036
01:03:58,050 --> 01:04:01,470
waar u gekomen bent om daar
als vreemdeling te verblijven,

1037
01:04:01,470 --> 01:04:05,730
zodat u uzelf uitroeit en u tot
een vloek en tot smaad wordt

1038
01:04:05,730 --> 01:04:07,410
onder al de volken van de aarde!

1039
01:04:07,410 --> 01:04:10,470
Hij zegt dat jullie, nu
jullie in Egypte zijn,

1040
01:04:10,470 --> 01:04:14,310
dezelfde zonden doen die het oordeel
over jullie brachten toen jullie

1041
01:04:14,310 --> 01:04:16,050
in Jeruzalem waren.

1042
01:04:16,050 --> 01:04:18,210
Waarom leren jullie je les niet?

1043
01:04:18,210 --> 01:04:21,630
We zullen zien dat ze er in het
bijzonder van worden beschuldigd

1044
01:04:21,630 --> 01:04:24,810
wierook te branden voor
de koningin van de hemel.

1045
01:04:24,810 --> 01:04:28,530
Dat is Isjtar, die de vrouw van Baäl was.

1046
01:04:28,530 --> 01:04:31,650
Zij werd onder andere aanbeden
door koeken te bakken.

1047
01:04:31,650 --> 01:04:35,430
Er was een eerdere profetie over hoe
de kinderen en de vaders meedoen,

1048
01:04:35,430 --> 01:04:40,470
en de vrouwen allemaal meedoen, om koeken
te maken voor de koningin van de hemel.

1049
01:04:40,470 --> 01:04:44,850
Dit was een van de dingen waarover
God in een eerdere profetie klaagde.

1050
01:04:44,850 --> 01:04:48,330
We hebben dit gezien in
hoofdstuk 7, vers 18.

1051
01:04:48,330 --> 01:04:50,190
Maar vers 9 zegt:

1052
01:04:50,190 --> 01:04:53,070
Bent u de slechte daden
van uw vaderen vergeten,

1053
01:04:53,070 --> 01:04:57,810
de slechte daden van de koningen van
Juda, de slechte daden van hun vrouwen,

1054
01:04:57,810 --> 01:05:01,350
uw slechte daden en de
slechte daden van uw vrouwen,

1055
01:05:01,350 --> 01:05:05,670
die zij gedaan hebben in het land
Juda en op de straten van Jeruzalem?

1056
01:05:05,670 --> 01:05:08,850
Tot op deze dag zijn zij
niet verbrijzeld van hart.

1057
01:05:08,850 --> 01:05:10,710
Bevreesd zijn zij niet.

1058
01:05:10,710 --> 01:05:15,450
Volgens Mijn wet en volgens Mijn
verordeningen die Ik u en uw vaderen

1059
01:05:15,450 --> 01:05:18,090
gegeven heb, hebben zij niet gewandeld.

1060
01:05:18,090 --> 01:05:23,610
Daarom, zo zegt de HEERE van de
legermachten, de God van Israël: Zie,

1061
01:05:23,610 --> 01:05:26,730
Ik ga Mijn aangezicht
tegen u ten kwade richten,

1062
01:05:26,730 --> 01:05:29,070
en wel om heel Juda uit te roeien.

1063
01:05:29,070 --> 01:05:34,290
Ik zal het overblijfsel van Juda wegnemen,
zij die hun zinnen erop gezet hebben om

1064
01:05:34,290 --> 01:05:38,790
het land Egypte binnen te gaan om
daar als vreemdeling te verblijven.

1065
01:05:38,790 --> 01:05:41,490
Zij zullen allen in het
land Egypte omkomen.

1066
01:05:41,490 --> 01:05:46,890
Zij zullen vallen door het zwaard, omkomen
van de honger, van klein tot groot.

1067
01:05:46,890 --> 01:05:50,850
Door het zwaard en door de
honger zullen zij sterven.

1068
01:05:50,850 --> 01:05:54,150
Zij zullen tot een vervloeking
en tot een verschrikking,

1069
01:05:54,150 --> 01:05:57,030
tot een vloek en tot smaad worden.

1070
01:05:57,030 --> 01:06:01,110
Want Ik zal hen die in het
land Egypte wonen, straffen,

1071
01:06:01,110 --> 01:06:06,690
zoals Ik Jeruzalem gestraft heb, door het
zwaard, door de honger en door de pest.

1072
01:06:06,690 --> 01:06:11,370
Er zal niemand zijn van het overblijfsel
van Juda die ontkomt of ontvlucht,

1073
01:06:11,370 --> 01:06:14,250
van hen die in het land
Egypte gekomen zijn

1074
01:06:14,250 --> 01:06:19,110
om daar als vreemdeling te verblijven, om
eens terug te keren naar het land Juda,

1075
01:06:19,110 --> 01:06:23,430
waarnaar zij verlangen om er
terug te keren en daar te wonen.

1076
01:06:23,430 --> 01:06:29,130
Nee, zij zullen niet terugkeren,
behalve enkelen die wel ontkomen zullen.

1077
01:06:29,130 --> 01:06:31,290
Er zullen er dus een paar zijn.

1078
01:06:31,290 --> 01:06:36,090
Niemand van jullie zal overleven,
behalve degenen die dat wel doen.

1079
01:06:36,090 --> 01:06:40,350
Dat is wat hij zegt. Hij
zegt later in vers 28 wel:

1080
01:06:40,350 --> 01:06:43,590
Maar wie aan het zwaard
ontkomen, zullen uit het land

1081
01:06:43,590 --> 01:06:47,430
Egypte terugkeren naar het
land Juda met weinig mensen.

1082
01:06:47,430 --> 01:06:52,050
En heel het overblijfsel van Juda,
dat naar het land Egypte gekomen is

1083
01:06:52,050 --> 01:06:56,790
om daar als vreemdeling te verblijven,
zal weten wiens woord standhoudt,

1084
01:06:56,790 --> 01:06:58,950
het Mijne of het hunne.

1085
01:06:58,950 --> 01:07:01,650
Wat hij zegt, geldt dus in het algemeen,

1086
01:07:01,650 --> 01:07:06,030
met uitzondering van een heel klein
overblijfsel dat misschien terugkomt.

1087
01:07:06,030 --> 01:07:10,230
Toen antwoordden al de mannen die wisten
dat hun vrouwen reukoffers brachten aan

1088
01:07:10,230 --> 01:07:14,790
andere goden, en al de vrouwen die
daar stonden, een grote menigte,

1089
01:07:14,790 --> 01:07:20,190
en heel het volk dat in het land
Egypte, in Pathros, woonde, aan Jeremia:

1090
01:07:20,190 --> 01:07:25,171
Wat het woord betreft dat u in de Naam
van de HEERE tot ons gesproken hebt —

1091
01:07:25,171 --> 01:07:27,330
wij zullen niet naar u luisteren.

1092
01:07:27,330 --> 01:07:32,130
Nee, wij zullen beslist alle dingen
doen die uit onze mond zijn uitgegaan,

1093
01:07:32,130 --> 01:07:35,310
door reukoffers te brengen
aan de koningin van de hemel

1094
01:07:35,310 --> 01:07:39,390
en plengoffers voor haar uit te
gieten, zoals wij gedaan hebben,

1095
01:07:39,390 --> 01:07:43,470
wij en onze vaderen, onze
koningen en onze vorsten,

1096
01:07:43,470 --> 01:07:46,950
in de steden van Juda en op
de straten van Jeruzalem.

1097
01:07:46,950 --> 01:07:50,130
Toen werden wij met brood
verzadigd, hadden wij het goed

1098
01:07:50,130 --> 01:07:52,170
en hebben wij geen kwaad gezien.

1099
01:07:52,170 --> 01:07:56,370
Maar van toen af dat wij ermee zijn
opgehouden aan de koningin van de hemel

1100
01:07:56,370 --> 01:07:59,670
reukoffers te brengen en
plengoffers voor haar uit te gieten,

1101
01:07:59,670 --> 01:08:03,390
hebben wij aan alles gebrek gehad en
kwamen wij door het zwaard en door

1102
01:08:03,390 --> 01:08:04,710
de honger om.

1103
01:08:04,710 --> 01:08:08,730
Ze zeggen dus: ‘Toen we deden wat
we volgens jou niet moesten doen,

1104
01:08:08,730 --> 01:08:10,530
toen ging het goed met ons.

1105
01:08:10,530 --> 01:08:14,371
Toen we ons daadwerkelijk bekeerden’
— wat ze nooit hebben gedaan —

1106
01:08:14,371 --> 01:08:17,251
‘en ophielden wierook te
branden voor andere goden’ —

1107
01:08:17,251 --> 01:08:20,310
wat ze eigenlijk nooit echt hebben gedaan.

1108
01:08:20,310 --> 01:08:24,390
Maar wat ze zeggen is: ‘Toen we
ons daadwerkelijk gingen gedragen

1109
01:08:24,390 --> 01:08:28,650
als mensen die in jouw God geloven,
toen ging het heel slecht met ons.’

1110
01:08:28,650 --> 01:08:32,910
Zo kiezen mensen vaak welke
godsdienst ze zullen aanhangen:

1111
01:08:32,910 --> 01:08:37,530
‘Welke godsdienst geeft me een
goed gevoel, geeft me comfort,

1112
01:08:37,530 --> 01:08:39,390
voorziet in mijn behoeften?’

1113
01:08:39,390 --> 01:08:42,990
Nou, de mammon dienen zal je rijk maken.

1114
01:08:42,990 --> 01:08:44,850
Het zal je comfort geven.

1115
01:08:44,850 --> 01:08:48,390
Maar je kunt God en de
mammon niet allebei dienen.

1116
01:08:48,390 --> 01:08:51,330
Soms zal God dienen je arm maken.

1117
01:08:51,330 --> 01:08:56,250
Soms zal God dienen er uiteindelijk
toe leiden dat je vervolgd wordt.

1118
01:08:56,250 --> 01:09:01,410
God dienen kan het tegenovergestelde zijn
van wat je naar het vlees zou willen,

1119
01:09:01,410 --> 01:09:06,150
wat je omstandigheden betreft, en
toch is het het juiste om te doen.

1120
01:09:06,150 --> 01:09:10,230
Zich afkeren van hun afgoderij
was het juiste om te doen.

1121
01:09:10,230 --> 01:09:15,270
Hun omstandigheden werden niet beter, maar
dat kwam deels doordat ze zo toegewijd

1122
01:09:15,270 --> 01:09:19,950
waren geweest aan de afgoderij dat de
koers die het volk volgde niet meer

1123
01:09:19,950 --> 01:09:21,210
te keren was.

1124
01:09:21,210 --> 01:09:24,810
Het was natuurlijk hun afgoderij
die de rampen had veroorzaakt,

1125
01:09:24,810 --> 01:09:26,610
maar dat konden ze niet zien.

1126
01:09:26,610 --> 01:09:30,570
Het enige wat ze zagen, was: ‘We
hadden het beter toen we gewoon

1127
01:09:30,570 --> 01:09:32,370
de afgoden aanbaden.

1128
01:09:32,370 --> 01:09:36,730
Toen we naar Jeremia gingen luisteren’ —
wat ze natuurlijk nooit hebben gedaan —

1129
01:09:36,730 --> 01:09:41,070
‘maar toen hij tegen ons begon te
prediken, toen werd het erger.’

1130
01:09:41,070 --> 01:09:44,730
De Romeinen gaven de christenen
ook de schuld van aardbevingen

1131
01:09:44,730 --> 01:09:49,650
en rampen en dat soort dingen, omdat
de christenen de afgoden niet aanbaden

1132
01:09:49,650 --> 01:09:51,930
en tegen de mensen in het Romeinse Rijk

1133
01:09:51,930 --> 01:09:54,750
zeiden dat ze geen
afgoden moesten aanbidden.

1134
01:09:54,750 --> 01:09:59,970
Als er dan een ramp gebeurde, bijvoorbeeld
als de Vesuvius of zoiets uitbarstte,

1135
01:09:59,970 --> 01:10:02,190
kregen de christenen daarvan de schuld.

1136
01:10:02,190 --> 01:10:07,470
Want zij maakten de goden boos door de
goden niet te aanbidden. Hetzelfde dus.

1137
01:10:07,470 --> 01:10:12,030
Sterker nog, ik geloof dat mensen vaak
zullen zeggen dat de problemen die Amerika

1138
01:10:12,030 --> 01:10:16,470
treffen misschien wel te wijten
zijn aan de bekrompen christenen.

1139
01:10:16,470 --> 01:10:18,990
We hebben nog niet overal
de schuld van gekregen,

1140
01:10:18,990 --> 01:10:22,350
maar het zou me niet verbazen
als dat ons zou overkomen.

1141
01:10:22,350 --> 01:10:25,350
Wanneer er dingen misgaan,
krijgen de mensen die God

1142
01:10:25,350 --> 01:10:27,990
aanbidden in veel gevallen de schuld.

1143
01:10:27,990 --> 01:10:30,450
Daar krijgt Jeremia hier de schuld van.

1144
01:10:30,450 --> 01:10:32,070
De vrouwen zeiden ook:

1145
01:10:32,070 --> 01:10:36,690
En als wij, vrouwen, aan de koningin
van de hemel reukoffers brengen

1146
01:10:36,690 --> 01:10:40,950
en plengoffers voor haar uitgieten,
gaat het dan buiten onze mannen om

1147
01:10:40,950 --> 01:10:44,010
dat wij voor haar offerkoeken
maken naar haar beeltenis,

1148
01:10:44,010 --> 01:10:46,410
en voor haar plengoffers uitgieten?

1149
01:10:46,410 --> 01:10:51,390
Toen zei Jeremia tegen heel het volk,
tegen de mannen en tegen de vrouwen,

1150
01:10:51,390 --> 01:10:54,810
tegen heel het volk dat hem
dit antwoord gegeven had:

1151
01:10:54,810 --> 01:10:59,670
Zou de HEERE niet gedacht hebben aan het
wierookoffer dat u in de steden van Juda

1152
01:10:59,670 --> 01:11:04,650
en op de straten van Jeruzalem in
rook liet opgaan, u en uw vaderen,

1153
01:11:04,650 --> 01:11:08,730
uw koningen en uw vorsten,
en de bevolking van het land,

1154
01:11:08,730 --> 01:11:11,310
en zou dat niet in Zijn hart opkomen?

1155
01:11:11,310 --> 01:11:15,510
De HEERE kon het niet langer
verdragen vanwege uw slechte daden,

1156
01:11:15,510 --> 01:11:18,150
vanwege de gruweldaden die u deed.

1157
01:11:18,150 --> 01:11:20,970
Daarom is uw land geworden
tot een verwoesting,

1158
01:11:20,970 --> 01:11:25,410
tot een verschrikking en tot een
vloek, zodat er geen bewoner meer is,

1159
01:11:25,410 --> 01:11:27,150
zoals het heden ten dage is.

1160
01:11:27,150 --> 01:11:31,590
Vanwege het feit dat u reukoffers gebracht
hebt en dat u gezondigd hebt tegen de

1161
01:11:31,590 --> 01:11:36,690
HEERE, niet geluisterd hebt naar de stem
van de HEERE en niet volgens Zijn wet,

1162
01:11:36,690 --> 01:11:40,710
volgens Zijn verordeningen en volgens
Zijn getuigenissen gewandeld hebt,

1163
01:11:40,710 --> 01:11:45,330
daarom is dit onheil u overkomen,
zoals het heden ten dage is.

1164
01:11:45,330 --> 01:11:49,710
Verder zei Jeremia tegen heel
het volk, en tegen al de vrouwen:

1165
01:11:49,710 --> 01:11:54,810
Luister naar het woord van de HEERE,
heel Juda dat in het land Egypte is.

1166
01:11:54,810 --> 01:11:58,590
Zo zegt de HEERE van de
legermachten, de God van Israël:

1167
01:11:58,590 --> 01:12:02,130
U en uw vrouwen hebben met
uw eigen mond gesproken

1168
01:12:02,130 --> 01:12:05,190
(en met uw eigen handen
hebt u het uitgevoerd):

1169
01:12:05,190 --> 01:12:09,450
Wij zullen beslist onze geloften
volbrengen die wij hebben afgelegd,

1170
01:12:09,450 --> 01:12:12,750
door reukoffers te brengen
aan de koningin van de hemel

1171
01:12:12,750 --> 01:12:15,210
en plengoffers voor haar uit te gieten.

1172
01:12:15,210 --> 01:12:20,670
Nu, doe beslist uw geloften gestand
en volbreng beslist uw geloften!

1173
01:12:20,670 --> 01:12:23,730
Daarom, luister naar
het woord van de HEERE,

1174
01:12:23,730 --> 01:12:29,610
heel Juda dat in het land Egypte woont:
Zie, Ik zweer bij Mijn grote Naam,

1175
01:12:29,610 --> 01:12:34,470
zegt de HEERE: Als Mijn Naam ooit nog
zal worden aangeroepen door de mond van

1176
01:12:34,470 --> 01:12:41,130
enig man uit Juda in heel het land Egypte,
die zegt: Zo waar de Heere HEERE leeft!

1177
01:12:41,130 --> 01:12:45,510
Jullie hebben geloften afgelegd;
God legt een gelofte af.

1178
01:12:45,510 --> 01:12:49,950
Zie, Ik ga over hen waken
ten kwade en niet ten goede.

1179
01:12:49,950 --> 01:12:52,890
Alle mannen van Juda die
in het land Egypte zijn,

1180
01:12:52,890 --> 01:12:57,810
zullen omkomen door het zwaard of door
de honger, totdat het met hen gedaan is.

1181
01:12:57,810 --> 01:13:00,990
Maar wie aan het zwaard
ontkomen, zullen uit het land

1182
01:13:00,990 --> 01:13:04,710
Egypte terugkeren naar het
land Juda met weinig mensen.

1183
01:13:04,710 --> 01:13:09,390
En heel het overblijfsel van Juda,
dat naar het land Egypte gekomen is

1184
01:13:09,390 --> 01:13:14,550
om daar als vreemdeling te verblijven,
zal weten wiens woord standhoudt,

1185
01:13:14,550 --> 01:13:16,650
het Mijne of het hunne.

1186
01:13:16,650 --> 01:13:20,010
En dit zal voor u het teken
zijn, spreekt de HEERE,

1187
01:13:20,010 --> 01:13:23,010
dat Ik in deze plaats u zal straffen,

1188
01:13:23,010 --> 01:13:28,650
zodat u weet dat Mijn woorden over u
beslist stand zullen houden, ten kwade:

1189
01:13:28,650 --> 01:13:34,770
Zo zegt de HEERE: Zie, Ik ga
farao Hofra, de koning van Egypte,

1190
01:13:34,770 --> 01:13:38,670
in de hand van zijn vijanden
geven, en in de hand van hen

1191
01:13:38,670 --> 01:13:44,790
die hem naar het leven staan, zoals
Ik Zedekia, de koning van Juda,

1192
01:13:44,790 --> 01:13:51,510
gegeven heb in de hand van Nebukadrezar,
de koning van Babel, zijn vijand,

1193
01:13:51,510 --> 01:13:53,670
die hem naar het leven stond.

1194
01:13:53,670 --> 01:13:57,210
Zoals ik al zei toen we
hoofdstuk 43 bespraken,

1195
01:13:57,210 --> 01:14:02,370
werd koning Hofra uit zijn ambt
gezet en vervolgens drie jaar later

1196
01:14:02,370 --> 01:14:05,610
door een familielid gedood, Amose.

1197
01:14:05,610 --> 01:14:08,070
Ik weet niet meer wat de familieband was,

1198
01:14:08,070 --> 01:14:13,470
maar Amose werd met steun van
Babylon koning in zijn plaats.

1199
01:14:13,470 --> 01:14:19,170
Babylon trok naar Egypte, overwon
Hofra en verving hem door Ahmose.

1200
01:14:19,170 --> 01:14:21,810
De profetie is dus uitgekomen.

1201
01:14:21,810 --> 01:14:24,330
Dit is eigenlijk het
einde van het verhaal,

1202
01:14:24,330 --> 01:14:29,490
behalve dat er in hoofdstuk 52
nog een historische epiloog volgt.

1203
01:14:29,490 --> 01:14:32,730
Daarin worden sommige van
dezelfde gebeurtenissen nog

1204
01:14:32,730 --> 01:14:35,070
eens uitvoeriger behandeld.

1205
01:14:35,070 --> 01:14:41,490
Wat we hierna hebben, zijn eenvoudigweg
godsspraken: een korte in hoofdstuk 45,

1206
01:14:41,490 --> 01:14:45,630
gericht aan Baruch, en de overige
zullen gericht zijn aan de

1207
01:14:45,630 --> 01:14:48,750
heidense volken rondom.
Daar komen we nog op terug.
