1
00:00:02,010 --> 00:00:04,290
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,290 --> 00:00:09,750
Deze keer behandelen we Jeremia
hoofdstuk 50 tot en met 52.

3
00:00:09,750 --> 00:00:12,930
We hebben nog drie hoofdstukken
van het boek Jeremia te gaan.

4
00:00:12,930 --> 00:00:17,070
Twee daarvan, heel lange hoofdstukken,
worden in beslag genomen door de

5
00:00:17,070 --> 00:00:18,990
profetie tegen Babylon.

6
00:00:18,990 --> 00:00:23,430
Vanaf hoofdstuk 46 hebben we een
reeks kortere profetieën gezien

7
00:00:23,430 --> 00:00:28,410
tegen verschillende heidense volken, al
waren sommige daarvan ook behoorlijk lang.

8
00:00:28,410 --> 00:00:32,910
De profetieën over die volken hielden in
dat ze verslagen zouden worden als een

9
00:00:32,910 --> 00:00:34,710
oordeel van God over hen.

10
00:00:34,710 --> 00:00:37,890
Maar Babylon zou dat oordeel uitvoeren.

11
00:00:37,890 --> 00:00:41,490
Dat werd ook al duidelijk
gemaakt in hoofdstuk 25.

12
00:00:41,490 --> 00:00:45,810
Daar kreeg Jeremia de opdracht een
wijnbeker te nemen die Gods toorn

13
00:00:45,810 --> 00:00:49,770
voorstelde, en daarmee
langs al die volken te gaan.

14
00:00:49,770 --> 00:00:53,010
Alle volken die hier
genoemd worden, en nog meer.

15
00:00:53,010 --> 00:00:57,210
Hij moest hen uit die beker laten
drinken, waardoor ze zouden wankelen,

16
00:00:57,210 --> 00:01:00,030
struikelen en vallen als dronkaards.

17
00:01:00,030 --> 00:01:03,450
Dit is gewoon beeldspraak die
zegt dat ze ten onder gaan.

18
00:01:03,450 --> 00:01:06,750
Ze gaan ten onder
vanwege de toorn van God.

19
00:01:06,750 --> 00:01:11,370
In Jeremia 25 ging het in
feite over de veroveringen die

20
00:01:11,370 --> 00:01:13,530
Babylon in die gebieden zou doen.

21
00:01:13,530 --> 00:01:18,330
In deze profetie wordt Babylon
in hoofdstuk 51, vers 7,

22
00:01:18,330 --> 00:01:20,790
daadwerkelijk aangeduid als:

23
00:01:20,790 --> 00:01:23,970
Babel was in de hand van
de HEERE een gouden beker,

24
00:01:23,970 --> 00:01:26,430
die heel de aarde dronken maakte.

25
00:01:26,430 --> 00:01:29,010
Van zijn wijn hebben de volken gedronken,

26
00:01:29,010 --> 00:01:32,070
daarom gedragen de volken
zich als een waanzinnige.

27
00:01:32,070 --> 00:01:35,250
In Jeremia 51:7:

28
00:01:35,250 --> 00:01:39,090
Babylon was een gouden beker in
de hand van de Heer die de hele

29
00:01:39,090 --> 00:01:40,710
aarde dronken maakte.

30
00:01:40,710 --> 00:01:44,490
Dat verwijst natuurlijk terug naar
wat we in hoofdstuk 25 hebben gezien.

31
00:01:44,490 --> 00:01:47,910
Het gaat verder in vers 7, waar staat:

32
00:01:47,910 --> 00:01:52,770
De volken dronken haar wijn;
daarom zijn ze de kluts kwijt.

33
00:01:52,770 --> 00:01:55,950
Babylon is plotseling
gevallen en verwoest.

34
00:01:55,950 --> 00:01:58,470
Nu is Babylon ten onder gegaan.

35
00:01:58,470 --> 00:02:03,510
God gebruikte Babylon om de andere
volken van Zijn toorn te laten drinken.

36
00:02:03,510 --> 00:02:05,850
Nu is Babylon aan de beurt.

37
00:02:05,850 --> 00:02:09,390
In deze lange profetie zal
veel herhaling voorkomen.

38
00:02:09,390 --> 00:02:14,370
Het grootste deel zullen we doorlezen
zonder er veel commentaar bij te geven.

39
00:02:14,370 --> 00:02:17,310
Maar eerst wil ik een
paar opmerkingen maken.

40
00:02:17,310 --> 00:02:21,510
Een daarvan is dat sommige dingen in
deze profetie niet vervuld lijken te zijn

41
00:02:21,510 --> 00:02:23,970
toen het historische Babylon viel.

42
00:02:23,970 --> 00:02:28,890
We weten dat Babylon in handen viel
van de Meden en de Perzen onder Cyrus,

43
00:02:28,890 --> 00:02:32,490
en Cyrus nam de stad
feitelijk zonder strijd in.

44
00:02:32,490 --> 00:02:36,330
Sommige bewoordingen van deze profetie
klinken alsof er een behoorlijke

45
00:02:36,330 --> 00:02:38,010
veldslag gaande is.

46
00:02:38,010 --> 00:02:41,970
Bijvoorbeeld hoofdstuk 50, vers 14 en 15:

47
00:02:41,970 --> 00:02:47,070
Maak u gereed tegen Babel,
rondom, u allen die de boog spant.

48
00:02:47,070 --> 00:02:52,110
Beschiet het, spaar geen pijl, want
het heeft tegen de HEERE gezondigd.

49
00:02:52,110 --> 00:02:56,370
Juich erover, rondom: het
heeft zich overgegeven.

50
00:02:56,370 --> 00:02:59,730
Zijn torens zijn gevallen,
zijn muren afgebroken,

51
00:02:59,730 --> 00:03:02,250
want het is de wraak van de HEERE.

52
00:03:02,250 --> 00:03:05,910
Wreek u erop, doe ermee
zoals het zelf heeft gedaan.

53
00:03:05,910 --> 00:03:08,610
Dit klinkt alsof de
muren neergehaald worden,

54
00:03:08,610 --> 00:03:11,010
alsof er pijlen worden afgeschoten.

55
00:03:11,010 --> 00:03:13,470
Er wordt hevig oorlog gevoerd.

56
00:03:13,470 --> 00:03:17,250
Zo staat er ook in vers 29
van hetzelfde hoofdstuk:

57
00:03:17,250 --> 00:03:22,170
Laat u horen tegen Babel, schutters,
allen die de boog spannen.

58
00:03:22,170 --> 00:03:25,590
Beleger het aan alle kanten,
laat niemand ervan ontkomen.

59
00:03:25,590 --> 00:03:29,370
Vergeld het naar zijn werk, doe
het overeenkomstig alles wat het

60
00:03:29,370 --> 00:03:30,810
zelf gedaan heeft.

61
00:03:30,810 --> 00:03:36,270
Want het heeft overmoedig gehandeld tegen
de HEERE, tegen de Heilige van Israël.

62
00:03:36,270 --> 00:03:40,830
Of als je naar hoofdstuk 51
kijkt, daar staat in vers 3:

63
00:03:40,830 --> 00:03:44,850
Laat de boogschutter zijn boog
spannen tegen wie de boog spant,

64
00:03:44,850 --> 00:03:48,030
en tegen wie zich in zijn pantser verheft.

65
00:03:48,030 --> 00:03:51,750
Spaar zijn jongemannen niet,
sla heel zijn leger met de ban.

66
00:03:51,750 --> 00:03:54,690
De gesneuvelden liggen in
het land van de Chaldeeën,

67
00:03:54,690 --> 00:03:57,570
wie doorstoken zijn in zijn straten.

68
00:03:57,570 --> 00:04:02,490
We zien deze beschrijvingen van hevige
oorlogvoering en verovering en slachting

69
00:04:02,490 --> 00:04:06,030
en muren die neergehaald
worden, en dat soort dingen.

70
00:04:06,030 --> 00:04:08,250
Die dingen gebeurden vaak inderdaad.

71
00:04:08,250 --> 00:04:12,990
Al die dingen gebeurden bijvoorbeeld met
Jeruzalem in het jaar 70 na Christus,

72
00:04:12,990 --> 00:04:16,530
maar niet met Babylon
toen Cyrus hen veroverde.

73
00:04:16,530 --> 00:04:20,790
Cyrus kwam bij Babylon aan
toen de koning, Belsazar,

74
00:04:20,790 --> 00:04:23,850
en al zijn hoge militairen dronken waren.

75
00:04:23,850 --> 00:04:26,430
Ze waren allemaal feest aan het vieren.

76
00:04:26,430 --> 00:04:29,070
Ze vierden hun onoverwinnelijkheid.

77
00:04:29,070 --> 00:04:33,210
De Perzen en de Meden stonden
buiten en vormden een bedreiging,

78
00:04:33,210 --> 00:04:36,990
maar Babylon had muren die
niet te overwinnen waren.

79
00:04:36,990 --> 00:04:42,630
De muren van Babylon waren volgens
Herodotus ongeveer 90 meter hoog.

80
00:04:42,630 --> 00:04:46,290
Dat is zo hoog als een gebouw
van dertig verdiepingen.

81
00:04:46,290 --> 00:04:49,530
En het waren brede, dikke muren.

82
00:04:49,530 --> 00:04:53,910
In deze profetie wordt verwezen
naar de dikke muren van Babylon.

83
00:04:53,910 --> 00:04:59,550
Volgens Herodotus was het boven op de
muren net een snelweg met acht rijstroken.

84
00:04:59,550 --> 00:05:02,610
Er bestond destijds geen
militaire technologie

85
00:05:02,610 --> 00:05:05,370
waarmee je een stad met
zulke muren kon veroveren.

86
00:05:05,370 --> 00:05:08,910
Er waren natuurlijk poorten, de
plaatsen waar je naar binnen kon,

87
00:05:08,910 --> 00:05:12,810
maar in die doorgangen zaten
sterke bronzen poorten.

88
00:05:12,810 --> 00:05:16,830
Een ander mogelijk kwetsbaar
punt was de rivier de Eufraat,

89
00:05:16,830 --> 00:05:18,630
die door de stad stroomde.

90
00:05:18,630 --> 00:05:20,970
Die moest natuurlijk onder
de muur door naar binnen,

91
00:05:20,970 --> 00:05:24,570
en aan de andere kant onder
de muur door weer naar buiten.

92
00:05:24,570 --> 00:05:27,630
De rivier stroomde onder
de muur door de stad in,

93
00:05:27,630 --> 00:05:31,650
maar er zaten ook poorten in de
rivierbedding om bescherming te bieden

94
00:05:31,650 --> 00:05:33,990
tegen een invasie langs die weg.

95
00:05:33,990 --> 00:05:39,870
We weten dat er in Jesaja 44
en 45 verwezen werd naar Cyrus

96
00:05:39,870 --> 00:05:43,350
en zijn rol bij de bevrijding
van de Joden uit Babylon.

97
00:05:43,350 --> 00:05:47,970
Aan het einde van Jesaja 44 werd
Cyrus zelfs bij naam genoemd

98
00:05:47,970 --> 00:05:52,530
als degene die God zou gebruiken om de
Joden die in Babylon in gevangenschap

99
00:05:52,530 --> 00:05:56,910
waren, toe te staan terug te
gaan en Jeruzalem te herbouwen.

100
00:05:56,910 --> 00:06:02,610
In Jesaja 44:28 staat
dat God over Cyrus zegt:

101
00:06:02,610 --> 00:06:08,850
Die over Kores zegt: Hij is Mijn herder,
en hij zal al Mijn welbehagen volbrengen,

102
00:06:08,850 --> 00:06:12,750
door tegen Jeruzalem te zeggen:
Word gebouwd, en tegen de

103
00:06:12,750 --> 00:06:15,450
tempel: Word gegrondvest.

104
00:06:15,450 --> 00:06:19,290
Vervolgens staat er in Jesaja 45:1:

105
00:06:19,290 --> 00:06:23,310
Zo zegt de HEERE tegen
Zijn gezalfde, tegen Kores,

106
00:06:23,310 --> 00:06:28,470
die Ik vastgrijp bij zijn rechterhand,
om de volken vóór hem neer te werpen,

107
00:06:28,470 --> 00:06:33,570
en de lendenen van koningen zal Ik
ontgorden; om deuren voor hem te openen,

108
00:06:33,570 --> 00:06:35,550
poorten zullen niet gesloten worden:

109
00:06:35,550 --> 00:06:39,150
Wat Cyrus deed, was de
rivier de Eufraat omleiden,

110
00:06:39,150 --> 00:06:42,030
zodat de rivierbedding droog
kwam te liggen op het punt

111
00:06:42,030 --> 00:06:45,270
waar de rivier onder de
muur Babylon binnenkwam.

112
00:06:45,270 --> 00:06:49,950
De geschiedenis vertelt ons dat de poorten
in de rivierbedding openstonden en dat

113
00:06:49,950 --> 00:06:53,610
Cyrus en zijn troepen onder de
muur door marcheerden en de stad

114
00:06:53,610 --> 00:06:58,770
zonder strijd innamen, omdat ze de
stad volkomen onvoorbereid aantroffen.

115
00:06:58,770 --> 00:07:02,610
Dat vertelt de Bijbel ons niet;
die vermeldt dit niet eens.

116
00:07:02,610 --> 00:07:04,650
De stad werd niet bewaakt.

117
00:07:04,650 --> 00:07:07,890
Ik denk dat er waarschijnlijk
enkele handlangers in de stad waren

118
00:07:07,890 --> 00:07:10,170
die de poorten misschien hebben geopend,

119
00:07:10,170 --> 00:07:13,830
hoewel God ze op bovennatuurlijke
wijze kan hebben geopend.

120
00:07:13,830 --> 00:07:17,250
Er wordt alleen voorspeld dat
ze niet gesloten zouden zijn.

121
00:07:17,250 --> 00:07:19,950
Er staat niet hoe ze open
zouden komen te staan.

122
00:07:19,950 --> 00:07:23,730
Maar waar het om gaat, is dat
er geen bloedige oorlog was.

123
00:07:23,730 --> 00:07:26,790
De muren werden niet met
stormrammen neergehaald.

124
00:07:26,790 --> 00:07:29,850
De soldaten werden niet in
groten getale afgeslacht,

125
00:07:29,850 --> 00:07:33,750
hoewel koning Belsazar en waarschijnlijk
zijn hoge ambtenaren samen met

126
00:07:33,750 --> 00:07:35,070
hem werden gedood.

127
00:07:35,070 --> 00:07:38,670
Maar de beschrijving van de
verwoesting van Babylon hier in Jeremia

128
00:07:38,670 --> 00:07:43,950
lijkt niet precies overeen te komen met
wat er in 539 voor Christus gebeurde,

129
00:07:43,950 --> 00:07:46,170
toen de Perzen de stad veroverden.

130
00:07:46,170 --> 00:07:49,050
Iets anders wat merkwaardig
is aan deze profetie,

131
00:07:49,050 --> 00:07:54,210
is dat Gods volk in Babylon twee of drie
keer wordt aangespoord om te vluchten.

132
00:07:54,210 --> 00:07:57,270
Kennelijk vanwege de grote
ramp die de stad zou treffen,

133
00:07:57,270 --> 00:07:59,610
alsof ze voor hun leven
zouden moeten vluchten.

134
00:07:59,610 --> 00:08:03,270
In hoofdstuk 51, vers 6, staat:

135
00:08:03,270 --> 00:08:07,530
Vlucht weg uit het midden van
Babel, laat ieder zijn leven redden,

136
00:08:07,530 --> 00:08:10,350
word in zijn ongerechtigheid
niet verdelgd.

137
00:08:10,350 --> 00:08:15,390
Want dit is de tijd van de wraak van de
HEERE, Hij vergeldt het wat het verdient.

138
00:08:15,390 --> 00:08:19,890
En vervolgens staat er
in hoofdstuk 51, vers 45:

139
00:08:19,890 --> 00:08:22,230
Ga weg uit zijn midden, Mijn volk,

140
00:08:22,230 --> 00:08:26,850
laat ieder zijn leven redden vanwege
de brandende toorn van de HEERE.

141
00:08:26,850 --> 00:08:31,230
Toen Babylon viel, was er geen
gevaar voor het volk van God.

142
00:08:31,230 --> 00:08:33,750
Ze hoefden niet voor hun leven te rennen.

143
00:08:33,750 --> 00:08:36,450
In feite werden ze daardoor bevrijd.

144
00:08:36,450 --> 00:08:40,290
Ze waren gevangenen geweest in
Babylon, en de val van Babylon

145
00:08:40,290 --> 00:08:42,090
betekende hun bevrijding.

146
00:08:42,090 --> 00:08:45,210
Maar deze aansporing om
voor hun leven te vluchten,

147
00:08:45,210 --> 00:08:48,150
heeft misschien te maken
met hun leven als volk.

148
00:08:48,150 --> 00:08:51,750
Ze konden uit Babylon vluchten,
niet echt in allerijl,

149
00:08:51,750 --> 00:08:56,730
maar ze konden uit Babylon ontkomen
zoals ze uit Egypte waren ontkomen.

150
00:08:56,730 --> 00:09:02,010
We zouden kunnen zeggen dat ze ook uit
Egypte, voor de farao, waren gevlucht.

151
00:09:02,010 --> 00:09:05,430
In hoofdstuk 51, vers 50, staat:

152
00:09:05,430 --> 00:09:10,530
U die ontkomen bent aan het zwaard,
ga op weg, blijf niet staan.

153
00:09:10,530 --> 00:09:13,110
Denk vanuit verre landen aan de HEERE,

154
00:09:13,110 --> 00:09:16,530
laat de gedachte aan
Jeruzalem opkomen in uw hart.

155
00:09:16,530 --> 00:09:20,010
Met andere woorden, nu
Babylon gevallen was,

156
00:09:20,010 --> 00:09:25,710
moest het volk van God de stad verlaten en
naar Jeruzalem gaan om die te herbouwen.

157
00:09:25,710 --> 00:09:29,730
Dat spreken over eruit vluchten klinkt
dus alsof er onmiddellijk gevaar

158
00:09:29,730 --> 00:09:31,050
voor hen dreigt.

159
00:09:31,050 --> 00:09:34,830
Alsof ze maar beter zo hard mogelijk
kunnen wegrennen voor de vallende

160
00:09:34,830 --> 00:09:39,090
stenen en andere dingen van de muur,
of voor het bloedvergieten in de stad.

161
00:09:39,090 --> 00:09:44,310
Zo was het niet echt, maar de val van
Babylon stelde de gevangengenomen Joden

162
00:09:44,310 --> 00:09:48,390
wel in staat om te vluchten, of
om uit de gevangenschap terug te

163
00:09:48,390 --> 00:09:50,370
keren naar Jeruzalem.

164
00:09:50,370 --> 00:09:55,710
Het kan dus zijn dat die bewoordingen
niets ingrijpenders betekenen dan dat.

165
00:09:55,710 --> 00:09:59,310
Aan de andere kant is er hier
nog iets om te overwegen,

166
00:09:59,310 --> 00:10:04,650
en dat is dat deze profetie over
Babylon overgaat in de profetie tegen

167
00:10:04,650 --> 00:10:06,930
Babylon in Openbaring.

168
00:10:06,930 --> 00:10:12,570
Het boek Openbaring ontleent eigenlijk
beelden aan deze profetie en aan andere

169
00:10:12,570 --> 00:10:16,890
profetieën in het Oude
Testament, maar vooral aan deze.

170
00:10:16,890 --> 00:10:24,030
Want in Openbaring hoofdstuk 18 staat deze
lange weeklacht over de val van Babylon.

171
00:10:24,030 --> 00:10:27,990
Mensen krijgen te horen dat ze
daarvandaan moeten vluchten.

172
00:10:27,990 --> 00:10:34,950
Sterker nog, vrijwel dezelfde woorden uit
Jeremia 51 en vers 9 zijn te vinden in

173
00:10:34,950 --> 00:10:38,970
Openbaring 18:4. Daar staat:

174
00:10:38,970 --> 00:10:44,190
En ik hoorde een andere stem uit de
hemel zeggen: Ga uit haar weg, Mijn volk,

175
00:10:44,190 --> 00:10:48,330
opdat u geen deelhebt aan haar
zonden, en opdat u niet van haar

176
00:10:48,330 --> 00:10:50,250
plagen zult ontvangen.

177
00:10:50,250 --> 00:10:52,950
Deze oproep om uit Babylon weg te gaan,

178
00:10:52,950 --> 00:10:55,890
lijkt op een oproep die
twee keer wordt gedaan

179
00:10:55,890 --> 00:10:59,070
in de verzen die we in
Jeremia hebben bekeken.

180
00:10:59,070 --> 00:11:04,650
We zien dus dat enkele van dezelfde
gedachten uit deze profetie tegen Babylon

181
00:11:04,650 --> 00:11:10,710
worden overgenomen en terechtkomen in
de profetie tegen Babylon in Openbaring.

182
00:11:10,710 --> 00:11:14,910
Het is mogelijk dat we deze profetie
moeten zien als een profetie met

183
00:11:14,910 --> 00:11:20,490
beide toepassingen: de val van het
natuurlijke Babylon als voorloper van de

184
00:11:20,490 --> 00:11:23,310
val van het Babylon in Openbaring.

185
00:11:23,310 --> 00:11:26,790
Dit zou niet het enige geval
zijn waarin zoiets gebeurt.

186
00:11:26,790 --> 00:11:30,630
Er zijn bij de profeten namelijk
verschillende keren waarop het einde van

187
00:11:30,630 --> 00:11:34,170
Babylon en de terugkeer van
de ballingen uit Babylon

188
00:11:34,170 --> 00:11:36,930
werden genoemd in
profetieën die vervolgens

189
00:11:36,930 --> 00:11:39,930
overgingen in een messiaans tafereel.

190
00:11:39,930 --> 00:11:43,710
We zullen die nu niet bekijken,
maar we hebben ze eerder bekeken

191
00:11:43,710 --> 00:11:45,990
toen we Jesaja bestudeerden.

192
00:11:45,990 --> 00:11:50,610
In veel profetieën van Jesaja worden
de Joden uit Babylon bevrijd om naar

193
00:11:50,610 --> 00:11:51,810
huis te gaan.

194
00:11:51,810 --> 00:11:57,930
En dan zie je dat dit als het ware
verweven raakt met het messiaanse behoud.

195
00:11:57,930 --> 00:12:03,690
Jeremia heeft dit trouwens ook al gedaan,
in de hoofdstukken 30 tot en met 33.

196
00:12:03,690 --> 00:12:08,070
Ook die hoofdstukken stonden in
het verband van de terugkeer uit de

197
00:12:08,070 --> 00:12:13,110
ballingschap in Babylon, maar ze gingen
ook over in het nieuwe verbond en de

198
00:12:13,110 --> 00:12:14,790
Messias en al die dingen.

199
00:12:14,790 --> 00:12:16,830
Zoals ik eerder heb aangegeven,

200
00:12:16,830 --> 00:12:20,730
worden oudtestamentische profetieën
over Gods bevrijding van Zijn

201
00:12:20,730 --> 00:12:25,890
volk in het Nieuwe Testament gezien als
voorlopers van het geestelijke behoud,

202
00:12:25,890 --> 00:12:31,170
het ontstaan van de gemeente en haar
bevrijding uit haar vroegere slavernij.

203
00:12:31,170 --> 00:12:35,130
Dat geldt vooral voor de profetieën
over de bevrijding uit Babylon

204
00:12:35,130 --> 00:12:36,990
bij de val van die stad.

205
00:12:36,990 --> 00:12:39,630
Daarom zou de val van Babylon hier,

206
00:12:39,630 --> 00:12:44,490
dezelfde gebeurtenis waarover die andere
oudtestamentische profetieën spreken

207
00:12:44,490 --> 00:12:48,450
wanneer de Joden worden vrijgelaten,
gezien kunnen worden als een

208
00:12:48,450 --> 00:12:52,530
samenvloeien van twee dingen:
de val van het oude Babylon

209
00:12:52,530 --> 00:12:55,710
en de nieuwtestamentische val van Babylon.

210
00:12:55,710 --> 00:12:59,370
Natuurlijk denken veel mensen,
wanneer ze Openbaring lezen,

211
00:12:59,370 --> 00:13:02,010
dat het over het einde van de wereld gaat.

212
00:13:02,010 --> 00:13:06,510
Babylon in Openbaring wordt naar
mijn mening vaak ten onrechte

213
00:13:06,510 --> 00:13:09,030
aangezien voor een macht uit de eindtijd.

214
00:13:09,030 --> 00:13:13,530
In dat geval zouden we ze niet op
dezelfde manier kunnen laten samenvloeien.

215
00:13:13,530 --> 00:13:18,210
Want de andere profetieën die het einde
van Babylon laten samenvloeien met

216
00:13:18,210 --> 00:13:22,110
nieuwtestamentische werkelijkheden,
verbinden het met het begin van het

217
00:13:22,110 --> 00:13:24,030
tijdperk van de gemeente.

218
00:13:24,030 --> 00:13:28,650
Dat wil zeggen: de redding van de
ballingen uit Babylon is als het tot

219
00:13:28,650 --> 00:13:32,370
Christus komen van de christenen,
vanaf het begin van het tijdperk

220
00:13:32,370 --> 00:13:33,690
van de gemeente.

221
00:13:33,690 --> 00:13:38,850
Maar stel dat Babylon in Openbaring
een verschijnsel uit de eerste eeuw is.

222
00:13:38,850 --> 00:13:42,570
Stel dus dat het preterisme
juist is wat Openbaring betreft,

223
00:13:42,570 --> 00:13:47,730
en Babylon geen macht uit de laatste
dagen is maar een macht uit de begindagen.

224
00:13:47,730 --> 00:13:53,310
Veel uitleggers geloven eigenlijk
dat Babylon in Openbaring Rome is.

225
00:13:53,310 --> 00:13:58,830
Dat is een redelijke suggestie, maar
niet de enige redelijke suggestie.

226
00:13:58,830 --> 00:14:04,950
Anderen, onder wie ikzelf, vermoeden
dat Babylon in Openbaring Jeruzalem is:

227
00:14:04,950 --> 00:14:10,530
dat Jeruzalem het nieuwe Babylon is,
net zoals Jeruzalem in Openbaring het

228
00:14:10,530 --> 00:14:12,210
nieuwe Egypte is.

229
00:14:12,210 --> 00:14:18,810
De bevrijding van Gods volk uit Egypte
met Mozes, of uit Babylon door Cyrus,

230
00:14:18,810 --> 00:14:24,210
zijn allebei modellen van redding en
behoud die worden opgevat als iets wat

231
00:14:24,210 --> 00:14:26,490
in Christus zijn vervulling vindt.

232
00:14:26,490 --> 00:14:32,370
In het boek Openbaring wordt Jeruzalem
uitdrukkelijk Egypte en Sodom genoemd.

233
00:14:32,370 --> 00:14:35,490
In Openbaring 11:8 staat:

234
00:14:35,490 --> 00:14:40,230
En hun dode lichamen zullen liggen
op de straat van de grote stad,

235
00:14:40,230 --> 00:14:44,310
die in geestelijke zin
genoemd wordt Sodom en Egypte,

236
00:14:44,310 --> 00:14:46,950
waar ook onze Heere werd gekruisigd.

237
00:14:46,950 --> 00:14:53,310
Waarom? Omdat het overblijfsel van de
gemeente, het overblijfsel van Israël,

238
00:14:53,310 --> 00:14:56,370
vóór de val van Jeruzalem
uit de stad vluchtte,

239
00:14:56,370 --> 00:15:00,150
net zoals de Joden bij de
uittocht uit Egypte vluchtten.

240
00:15:00,150 --> 00:15:03,570
Dit is hetzelfde als de Joden
die uit Babylon vluchten,

241
00:15:03,570 --> 00:15:06,450
of het lijkt er in elk
geval heel sterk op.

242
00:15:06,450 --> 00:15:11,250
Daarom is het heel natuurlijk dat
hetzelfde boek dat Jeruzalem als een nieuw

243
00:15:11,250 --> 00:15:16,290
Egypte beschouwt, Jeruzalem ook
als een nieuw Babylon beschouwt.

244
00:15:16,290 --> 00:15:20,010
Beide zijn landen waaruit
Gods volk ontsnapte.

245
00:15:20,010 --> 00:15:24,510
Daarom zou de val van Babylon in
Openbaring een verwijzing kunnen zijn

246
00:15:24,510 --> 00:15:26,610
naar de val van Jeruzalem.

247
00:15:26,610 --> 00:15:30,990
Dat zou een stelling zijn die
uitvoeriger verdedigd zou moeten worden

248
00:15:30,990 --> 00:15:32,310
dan we hier kunnen doen.

249
00:15:32,310 --> 00:15:35,310
Laat ik volstaan met te zeggen
dat ik persoonlijk geloof dat die

250
00:15:35,310 --> 00:15:36,810
te verdedigen is.

251
00:15:36,810 --> 00:15:40,050
Ik geloof persoonlijk dat
het vereenzelvigen van

252
00:15:40,050 --> 00:15:46,230
Babylon in Openbaring met Jeruzalem een
redelijke, mogelijk de meest redelijke,

253
00:15:46,230 --> 00:15:51,150
samenhangende verklaring is van de
aanwijzingen die Openbaring zelf geeft

254
00:15:51,150 --> 00:15:53,430
over de stad waarover het spreekt.

255
00:15:53,430 --> 00:15:57,810
Als dat waar is, valt de val van
Jeruzalem inderdaad samen met de komst van

256
00:15:57,810 --> 00:15:59,310
het nieuwe verbond.

257
00:15:59,310 --> 00:16:05,010
Het nieuwe verbond, het nieuwe Jeruzalem,
wordt gevestigd, en het oude Jeruzalem,

258
00:16:05,010 --> 00:16:08,070
het oude verbond, wordt vernietigd.

259
00:16:08,070 --> 00:16:11,730
Die twee dingen worden in veel
profetieën in het Oude Testament

260
00:16:11,730 --> 00:16:15,450
naast elkaar geplaatst, en
dat ligt mogelijk ook aan deze

261
00:16:15,450 --> 00:16:17,250
profetie ten grondslag.

262
00:16:17,250 --> 00:16:18,930
Ik weet het niet zeker.

263
00:16:18,930 --> 00:16:24,150
Ik stel het niet dogmatisch, maar er is
een klein probleem met deze profetie.

264
00:16:24,150 --> 00:16:28,710
Sommige dingen die erin beschreven worden,
lijken niet te zijn gebeurd toen de Perzen

265
00:16:28,710 --> 00:16:30,810
het oude Babylon veroverden.

266
00:16:30,810 --> 00:16:34,950
Maar ze komen wel als werkelijkheid
naar voren in Openbaring 18,

267
00:16:34,950 --> 00:16:37,410
bij de val van dat andere Babylon.

268
00:16:37,410 --> 00:16:42,630
Zoals ik al zei: het vallen van muren,
het afslachten van mensen op straat,

269
00:16:42,630 --> 00:16:47,550
de boogschutters die schieten, enzovoort,
zijn allemaal dingen die gebeurden toen

270
00:16:47,550 --> 00:16:50,070
Jeruzalem in handen van de Romeinen viel,

271
00:16:50,070 --> 00:16:54,030
maar die niet gebeurden toen Babylon
in handen van de Perzen viel.

272
00:16:54,030 --> 00:16:57,990
Maar als de val van Babylon
in het Oude Testament een type

273
00:16:57,990 --> 00:17:02,670
en een schaduw is van de val van
de onderdrukkende stad, Jeruzalem,

274
00:17:02,670 --> 00:17:05,730
aan het begin van het
nieuwtestamentische tijdperk,

275
00:17:05,730 --> 00:17:08,850
dan zouden die twee met
elkaar kunnen samenvloeien.

276
00:17:08,850 --> 00:17:12,930
Als dit een wanhopige noodgreep
lijkt, dan zij dat zo.

277
00:17:12,930 --> 00:17:15,450
Ik denk niet dat het wanhopig is.

278
00:17:15,450 --> 00:17:19,650
Ik weet niet of het iets is wat met
zekerheid vastgesteld kan worden.

279
00:17:19,650 --> 00:17:23,910
Maar volgens mij doen bepaalde andere
profetieën iets vergelijkbaars.

280
00:17:23,910 --> 00:17:28,110
Daarin vloeien het einde van Babylon
en de terugkeer van de ballingen

281
00:17:28,110 --> 00:17:30,390
samen met de ondergang van de oude orde,

282
00:17:30,390 --> 00:17:34,650
de vestiging van een nieuwe orde en
het behoud in het Nieuwe Testament.

283
00:17:34,650 --> 00:17:38,370
Ik denk dat dit in feite is
waar Openbaring over gaat.

284
00:17:38,370 --> 00:17:41,610
Dus het gebruik van deze
profetie in Openbaring,

285
00:17:41,610 --> 00:17:44,430
waar er inderdaad zoveel
gebruik van wordt gemaakt,

286
00:17:44,430 --> 00:17:48,870
kan erop wijzen dat deze profetie
verder kijkt dan één gebeurtenis.

287
00:17:48,870 --> 00:17:52,110
De val van het oude
Babylon is slechts een type

288
00:17:52,110 --> 00:17:56,730
en een schaduw van iets wat een grotere
vervulling van deze profetie is.

289
00:17:56,730 --> 00:18:00,930
Laat me je een paar manieren laten
zien waarop deze profetie lijkt op de

290
00:18:00,930 --> 00:18:02,910
profetie in Openbaring.

291
00:18:02,910 --> 00:18:07,230
In hoofdstuk 50 van
Jeremia, in vers 8, staat:

292
00:18:07,230 --> 00:18:11,490
Vlucht weg uit het midden van Babel,
uit het land van de Chaldeeën.

293
00:18:11,490 --> 00:18:14,610
Ga weg, wees als bokken voor de kudde uit!

294
00:18:14,610 --> 00:18:19,530
Dat lijkt heel sterk op wat we in
Openbaring 18:4 hebben bekeken:

295
00:18:19,530 --> 00:18:22,410
Mijn volk, kom uit Babylon weg.

296
00:18:22,410 --> 00:18:26,490
Hetzelfde zien we ook
in hoofdstuk 51, vers 6:

297
00:18:26,490 --> 00:18:30,690
Vlucht weg uit het midden van
Babel, laat ieder zijn leven redden,

298
00:18:30,690 --> 00:18:33,450
word in zijn ongerechtigheid
niet verdelgd.

299
00:18:33,450 --> 00:18:38,490
Want dit is de tijd van de wraak van de
HEERE, Hij vergeldt het wat het verdient.

300
00:18:38,490 --> 00:18:44,670
Het vluchten uit Babylon is hier een
aansporing, en ook in Openbaring 18:4.

301
00:18:44,670 --> 00:18:48,930
Ook in Jeremia, hoofdstuk
51, vers 7, staat:

302
00:18:48,930 --> 00:18:52,350
Babel was in de hand van
de HEERE een gouden beker,

303
00:18:52,350 --> 00:18:54,870
die heel de aarde dronken maakte.

304
00:18:54,870 --> 00:18:57,390
Van zijn wijn hebben de volken gedronken,

305
00:18:57,390 --> 00:19:00,750
daarom gedragen de volken
zich als een waanzinnige.

306
00:19:00,750 --> 00:19:05,310
In hoofdstuk 17 van Openbaring,
waar we kennismaken met Babylon

307
00:19:05,310 --> 00:19:10,530
en een beschrijving van haar
krijgen, staat in Openbaring 17:4 —

308
00:19:10,530 --> 00:19:15,930
de vrouw wordt ook aangeduid
als Geheimenis Babylon, de hoer,

309
00:19:15,930 --> 00:19:17,790
de moeder van de hoeren:

310
00:19:17,790 --> 00:19:22,950
En de vrouw was bekleed met purper
en scharlaken, en getooid met goud,

311
00:19:22,950 --> 00:19:28,170
edelgesteente en parels, en zij had
een gouden drinkbeker in haar hand,

312
00:19:28,170 --> 00:19:32,070
vol van gruwelen en van
onreinheid van haar hoererij.

313
00:19:32,070 --> 00:19:35,430
Het is vreemd, want het is
niet dezelfde beeldspraak,

314
00:19:35,430 --> 00:19:39,090
maar de gouden beker komt
op beide plaatsen voor.

315
00:19:39,090 --> 00:19:42,630
Babylon was een gouden
beker in het Oude Testament.

316
00:19:42,630 --> 00:19:46,410
Babylon houdt een gouden
beker vast in Openbaring.

317
00:19:46,410 --> 00:19:51,210
In Jeremia 51:9 staat
aan het einde van vers 9:

318
00:19:51,210 --> 00:19:55,590
Wij hebben getracht Babel te
genezen, maar het is niet genezen.

319
00:19:55,590 --> 00:19:59,310
Verlaat het, en laten wij
gaan, ieder naar zijn land,

320
00:19:59,310 --> 00:20:04,770
want het oordeel erover reikt tot aan de
hemel, het is verheven tot aan de wolken.

321
00:20:04,770 --> 00:20:07,890
Terwijl in Openbaring 18:5 staat:

322
00:20:07,890 --> 00:20:11,430
Want haar zonden hebben zich
opgestapeld tot aan de hemel,

323
00:20:11,430 --> 00:20:14,610
en God herinnerde Zich
haar ongerechtigheden.

324
00:20:14,610 --> 00:20:17,970
Haar oordeel heeft tot aan
de hemel gereikt in Jeremia,

325
00:20:17,970 --> 00:20:23,010
en haar zonden hebben tot aan de
hemel gereikt in Openbaring 18:5.

326
00:20:23,010 --> 00:20:28,470
Ook in Jeremia 51 geeft God, nadat
de profetische uitspraak is voltooid,

327
00:20:28,470 --> 00:20:32,490
via Jeremia aan deze man
Seraja de opdracht om met deze

328
00:20:32,490 --> 00:20:34,470
profetie naar Babylon te gaan.

329
00:20:34,470 --> 00:20:36,750
In vers 63 staat:

330
00:20:36,750 --> 00:20:41,010
Dan zal het gebeuren, zodra u het
voorlezen van deze boekrol beëindigt,

331
00:20:41,010 --> 00:20:45,690
dat u daaraan een steen zult binden en
hem midden in de Eufraat zult werpen.

332
00:20:45,690 --> 00:20:50,490
Dan moet u zeggen: Zo zal Babel
wegzinken en niet meer boven komen,

333
00:20:50,490 --> 00:20:53,250
vanwege het onheil dat
Ik erover zal brengen.

334
00:20:53,250 --> 00:20:55,590
En zij zullen afgemat zijn.

335
00:20:55,590 --> 00:20:57,750
Tot zover de woorden van Jeremia.

336
00:20:57,750 --> 00:21:01,110
Hij moet dit boek, deze
profetie over Babylon,

337
00:21:01,110 --> 00:21:04,650
vastgebonden aan een steen in
de rivier de Eufraat gooien.

338
00:21:04,650 --> 00:21:08,730
En hij moet zeggen dat Babylon
zal vallen en niet zal opstaan.

339
00:21:08,730 --> 00:21:11,850
In Openbaring 18:21 staat:

340
00:21:11,850 --> 00:21:16,110
En een sterke engel hief een
steen op als een grote molensteen,

341
00:21:16,110 --> 00:21:21,150
en wierp die in de zee, en zei:
Zó zal Babylon, de grote stad,

342
00:21:21,150 --> 00:21:25,590
met geweld neergeworpen worden, en
het zal nooit meer gevonden worden.

343
00:21:25,590 --> 00:21:29,490
Dezelfde soort handeling:
een steen in de zee gooien en

344
00:21:29,490 --> 00:21:34,170
aankondigen dat Babylon als een steen
zal zinken en niet meer zal opstaan.

345
00:21:34,170 --> 00:21:37,950
Het is interessant hoe het boek
Openbaring op Jeremia steunt,

346
00:21:37,950 --> 00:21:42,330
maar het niet zomaar nabootst, niet
zomaar dezelfde beelden overneemt en op

347
00:21:42,330 --> 00:21:44,130
dezelfde manier gebruikt.

348
00:21:44,130 --> 00:21:48,450
Maar deze weerklanken van Jeremia
zijn er duidelijk in aanwezig.

349
00:21:48,450 --> 00:21:52,470
Dat doet vermoeden dat de
profetie van Jeremia zowel over de

350
00:21:52,470 --> 00:21:55,710
val van het oude Babylon spreekt
als misschien over de val

351
00:21:55,710 --> 00:21:57,750
van Geheimenis Babylon.

352
00:21:57,750 --> 00:22:01,950
Die zou gezien kunnen worden als een
verwijzing naar Jeruzalem in het jaar

353
00:22:01,950 --> 00:22:03,270
70 na Christus.

354
00:22:03,270 --> 00:22:05,010
Nu hoofdstuk 50:

355
00:22:05,010 --> 00:22:08,250
Het woord dat de HEERE
gesproken heeft tegen Babel,

356
00:22:08,250 --> 00:22:12,750
tegen het land van de Chaldeeën, door
de dienst van de profeet Jeremia:

357
00:22:12,750 --> 00:22:17,730
Verkondig onder de heidenvolken, laat
het horen, hef een banier omhoog,

358
00:22:17,730 --> 00:22:24,690
laat het horen, verberg het niet, zeg:
Babel is ingenomen, Bel staat beschaamd,

359
00:22:24,690 --> 00:22:26,490
Merodach is verpletterd.

360
00:22:26,490 --> 00:22:30,930
Zijn afgoden staan beschaamd,
zijn stinkgoden zijn verpletterd.

361
00:22:30,930 --> 00:22:34,410
Bel is de Babylonische god
die hier wordt genoemd.

362
00:22:34,410 --> 00:22:38,130
Merodach is een andere
Babylonische god, Merdok.

363
00:22:38,130 --> 00:22:41,070
Want een volk rukt ertegen
op vanuit het noorden,

364
00:22:41,070 --> 00:22:46,290
en dat zal van zijn land een woestenij
maken, zodat er geen inwoner in zal zijn.

365
00:22:46,290 --> 00:22:50,910
Van mens tot dier — zij
zijn weggevlucht, weggegaan.

366
00:22:50,910 --> 00:22:56,490
In die dagen en in die tijd, spreekt
de HEERE, zullen de Israëlieten komen,

367
00:22:56,490 --> 00:23:01,531
zij en de Judeeërs tezamen — al
wenend zullen zij hun weg gaan —

368
00:23:01,531 --> 00:23:05,070
en zij zullen de HEERE, hun God, zoeken.

369
00:23:05,070 --> 00:23:09,390
Trouwens, die uitdrukking
‘in die dagen en in die tijd’

370
00:23:09,390 --> 00:23:13,110
verwijst in profetieën vaak
naar het messiaanse tijdperk.

371
00:23:13,110 --> 00:23:18,450
We zien dezelfde uitdrukking in vers
20 van dit hoofdstuk. Vers 20 zegt:

372
00:23:18,450 --> 00:23:21,930
In die dagen en in die
tijd, spreekt de HEERE,

373
00:23:21,930 --> 00:23:26,850
zal gezocht worden naar de ongerechtigheid
van Israël, maar die zal er niet zijn,

374
00:23:26,850 --> 00:23:30,450
en naar de zonden van Juda, maar
ze zullen niet gevonden worden,

375
00:23:30,450 --> 00:23:34,110
want Ik zal vergeving schenken
aan wie Ik laat overblijven.

376
00:23:34,110 --> 00:23:37,350
Dit zou duidelijk gezien kunnen
worden als iets wat over het

377
00:23:37,350 --> 00:23:39,030
messiaanse tijdperk gaat.

378
00:23:39,030 --> 00:23:44,430
En vers 20 begint met dezelfde uitdrukking
die we aan het begin van vers 4 vinden:

379
00:23:44,430 --> 00:23:47,610
In die dagen, in die tijd, zegt de Heer,

380
00:23:47,610 --> 00:23:52,830
zullen de Israëlieten samen met de mensen
uit Juda komen, de hele tijd huilend;

381
00:23:52,830 --> 00:23:57,870
ze zullen de Heer, hun God, komen
zoeken en vragen naar de weg naar Sion,

382
00:23:57,870 --> 00:24:01,230
met hun gezicht die
kant op, en zeggen: Kom,

383
00:24:01,230 --> 00:24:05,550
laten we ons aan de Heer verbinden met
een verbond dat altijd blijft bestaan en

384
00:24:05,550 --> 00:24:07,290
nooit vergeten wordt.

385
00:24:07,290 --> 00:24:12,390
Deze beide uitspraken, in de
verzen 4 en 5 en in vers 20,

386
00:24:12,390 --> 00:24:16,350
die allebei beginnen met de woorden
‘in die dagen en in die tijd’,

387
00:24:16,350 --> 00:24:20,850
kunnen van toepassing zijn op de Joden
die uit de ballingschap terugkeren.

388
00:24:20,850 --> 00:24:24,570
Ze zullen vragen: ‘Wat is
de weg terug naar Sion?

389
00:24:24,570 --> 00:24:26,670
We willen terug naar Sion.

390
00:24:26,670 --> 00:24:29,730
We willen huilend teruggaan’, enzovoort.

391
00:24:29,730 --> 00:24:32,070
God zal hun zonden niet meer zien,

392
00:24:32,070 --> 00:24:35,550
omdat die door de Babylonische
ballingschap zijn uitgewist.

393
00:24:35,550 --> 00:24:39,090
Dus als je hun zonden zoekt,
zullen ze niet gevonden worden,

394
00:24:39,090 --> 00:24:42,990
omdat er in wezen verzoening voor
is gedaan door de ballingschap,

395
00:24:42,990 --> 00:24:46,710
de 70 jaar die ze in
gevangenschap hebben doorgebracht.

396
00:24:46,710 --> 00:24:50,850
Het is duidelijk dat die bewoordingen
kunnen verwijzen naar de terugkeer van de

397
00:24:50,850 --> 00:24:52,590
ballingen uit Babylon.

398
00:24:52,590 --> 00:24:57,390
Maar de taal is ook dezelfde taal die
we elders in de messiaanse passages

399
00:24:57,390 --> 00:25:02,730
aantreffen, en de gevolgen zijn hetzelfde:
naar Sion komen en vergeving van

400
00:25:02,730 --> 00:25:04,470
hun zonden ontvangen.

401
00:25:04,470 --> 00:25:08,070
Dat zijn de dingen die andere
passages in het Oude Testament

402
00:25:08,070 --> 00:25:10,890
met het messiaanse tijdperk verbinden.

403
00:25:10,890 --> 00:25:14,670
Dus nogmaals, misschien kijken we
hier naar twee dingen tegelijk.

404
00:25:14,670 --> 00:25:17,610
Misschien kijken we enerzijds
naar de val van Babylon,

405
00:25:17,610 --> 00:25:20,850
met de daaropvolgende terugkeer
van de ballingen naar Jeruzalem,

406
00:25:20,850 --> 00:25:23,730
en anderzijds naar het
messiaanse tijdperk,

407
00:25:23,730 --> 00:25:28,590
met de daaruit voortvloeiende vernietiging
van de oude orde bij de val van Jeruzalem,

408
00:25:28,590 --> 00:25:30,630
een nieuw Babylon.

409
00:25:30,630 --> 00:25:31,530
Vers 6:

410
00:25:31,530 --> 00:25:34,410
Mijn volk — het waren verloren schapen.

411
00:25:34,410 --> 00:25:38,550
Hun herders hadden hen misleid,
hen naar de bergen geleid.

412
00:25:38,550 --> 00:25:40,890
Zij gingen van berg naar heuvel.

413
00:25:40,890 --> 00:25:43,110
Zij vergaten hun rustplaats.

414
00:25:43,110 --> 00:25:47,550
Allen die hen vonden, verslonden
hen, en hun tegenstanders zeiden:

415
00:25:47,550 --> 00:25:52,230
Wij laden geen schuld op ons, omdat
zij gezondigd hebben tegen de HEERE,

416
00:25:52,230 --> 00:25:57,990
de woonplaats van de gerechtigheid,
ja, de hoop van hun vaderen, de HEERE.

417
00:25:57,990 --> 00:26:01,350
Dat is wat Nebukadnezar tegen Jeremia zei:

418
00:26:01,350 --> 00:26:07,290
De bevelhebber van de lijfwacht liet
Jeremia halen en zei tegen hem: De HEERE,

419
00:26:07,290 --> 00:26:11,070
uw God, heeft dit kwaad over
deze plaats uitgesproken,

420
00:26:11,070 --> 00:26:15,570
en de HEERE heeft het doen komen
en gedaan zoals Hij gesproken had,

421
00:26:15,570 --> 00:26:20,490
want u hebt tegen de HEERE gezondigd
en niet naar Zijn stem geluisterd.

422
00:26:20,490 --> 00:26:22,950
Daarom is dit woord aan u geschied.

423
00:26:22,950 --> 00:26:27,750
Dat was waar. Maar aan het einde van
de ballingschap is dat niet meer waar.

424
00:26:27,750 --> 00:26:31,770
Nu is het tijd om vergeving te
ontvangen en terug te keren.

425
00:26:31,770 --> 00:26:35,670
Vlucht weg uit het midden van Babel,
uit het land van de Chaldeeën.

426
00:26:35,670 --> 00:26:38,370
Ga weg, wees als bokken voor de kudde uit!

427
00:26:38,370 --> 00:26:43,650
Want zie, Ik doe opstaan en tegen Babel
optrekken een menigte van grote volken uit

428
00:26:43,650 --> 00:26:45,270
het land in het noorden.

429
00:26:45,270 --> 00:26:47,310
Zij zullen zich ertegen gereedmaken.

430
00:26:47,310 --> 00:26:50,130
Vandaaruit zal het ingenomen worden.

431
00:26:50,130 --> 00:26:55,290
Hun pijlen zijn als van een bedreven held,
zonder uitwerking keert er geen terug.

432
00:26:55,290 --> 00:26:57,330
Chaldea zal tot buit worden.

433
00:26:57,330 --> 00:27:01,230
Allen die het beroven, zullen
verzadigd worden, spreekt de HEERE.

434
00:27:01,230 --> 00:27:05,070
Omdat u zich verblijdt, omdat
u opspringt van vreugde,

435
00:27:05,070 --> 00:27:10,410
plunderaars van Mijn eigendom, omdat u
dartelt als een kalf in pas gemaaid gras,

436
00:27:10,410 --> 00:27:15,330
en u hinnikt als machtige paarden,
staat uw moeder zeer beschaamd.

437
00:27:15,330 --> 00:27:18,750
Zij die u gebaard heeft,
is rood van schaamte.

438
00:27:18,750 --> 00:27:23,250
Zie, Babel is de minste onder
de heidenvolken: woestijn,

439
00:27:23,250 --> 00:27:25,290
dorheid en wildernis.

440
00:27:25,290 --> 00:27:29,130
Vanwege de grote toorn van de
HEERE zal het niet bewoond worden,

441
00:27:29,130 --> 00:27:32,610
het zal geheel en al een woestenij worden.

442
00:27:32,610 --> 00:27:37,530
Ieder die Babel voorbijtrekt, zal zich
ontzetten en sissen van afschuw over

443
00:27:37,530 --> 00:27:38,970
al zijn wonden.

444
00:27:38,970 --> 00:27:43,770
Veel van deze dingen over Babylon werden
eerder al over andere landen gezegd,

445
00:27:43,770 --> 00:27:47,370
in sommige van de eerdere godsspraken
die we de vorige keer hebben

446
00:27:47,370 --> 00:27:49,290
gelezen en bekeken.

447
00:27:49,290 --> 00:27:54,690
Maak u gereed tegen Babel,
rondom, u allen die de boog spant.

448
00:27:54,690 --> 00:28:00,390
Beschiet het, spaar geen pijl, want
het heeft tegen de HEERE gezondigd.

449
00:28:00,390 --> 00:28:04,830
Juich erover, rondom: het
heeft zich overgegeven.

450
00:28:04,830 --> 00:28:08,910
Zijn torens zijn gevallen,
zijn muren afgebroken,

451
00:28:08,910 --> 00:28:11,910
want het is de wraak van de HEERE.

452
00:28:11,910 --> 00:28:16,350
Wreek u erop, doe ermee
zoals het zelf heeft gedaan.

453
00:28:16,350 --> 00:28:21,270
Roei de zaaiers uit van Babel en wie
de sikkel hanteren in de oogsttijd.

454
00:28:21,270 --> 00:28:26,370
Voor het zwaard van de onderdrukker
zullen zij omkeren, ieder naar zijn volk,

455
00:28:26,370 --> 00:28:29,190
en vluchten, ieder naar zijn land.

456
00:28:29,190 --> 00:28:33,870
Israël is een opgedreven schaap,
leeuwen hebben het opgejaagd.

457
00:28:33,870 --> 00:28:38,670
Eerst heeft de koning van Assyrië het
verslonden, en ten slotte heeft deze,

458
00:28:38,670 --> 00:28:43,350
Nebukadrezar, de koning van
Babel, zijn beenderen verbrijzeld.

459
00:28:43,350 --> 00:28:49,110
Daarom, zo zegt de HEERE van de
legermachten, de God van Israël: Zie,

460
00:28:49,110 --> 00:28:52,410
Ik ga de koning van Babel
en zijn land straffen,

461
00:28:52,410 --> 00:28:55,470
zoals ik de koning van
Assyrië gestraft heb.

462
00:28:55,470 --> 00:28:58,650
Ik zal Israël terugbrengen
naar zijn woonplaats.

463
00:28:58,650 --> 00:29:04,170
Het zal de Karmel en de Basan afweiden
en op het bergland van Efraïm en Gilead

464
00:29:04,170 --> 00:29:06,090
zal het verzadigd worden.

465
00:29:06,090 --> 00:29:09,870
In die dagen en in die
tijd, spreekt de HEERE,

466
00:29:09,870 --> 00:29:15,270
zal gezocht worden naar de ongerechtigheid
van Israël, maar die zal er niet zijn,

467
00:29:15,270 --> 00:29:18,990
en naar de zonden van Juda, maar
ze zullen niet gevonden worden,

468
00:29:18,990 --> 00:29:23,970
want Ik zal vergeving schenken
aan wie Ik laat overblijven.

469
00:29:23,970 --> 00:29:27,450
Tegen het land Merathaïm,
ruk daartegen op.

470
00:29:27,450 --> 00:29:32,910
En tegen de inwoners van Pekod,
verwoest en sla met de ban achter hen,

471
00:29:32,910 --> 00:29:38,070
spreekt de HEERE, en doe overeenkomstig
alles wat Ik u geboden heb.

472
00:29:38,070 --> 00:29:41,730
Er is oorlogsgeschreeuw in
het land, een grote ramp.

473
00:29:41,730 --> 00:29:45,930
Hoe is de moker van heel de
aarde afgehakt en stukgebroken!

474
00:29:45,930 --> 00:29:49,950
Hoe is Babel tot een verschrikking
geworden onder de heidenvolken!

475
00:29:49,950 --> 00:29:53,670
Ik heb voor u een strik gezet
en u werd ook gevangen, Babel,

476
00:29:53,670 --> 00:29:55,710
maar zelf wist u het niet.

477
00:29:55,710 --> 00:29:59,850
U bent betrapt en ook gegrepen,
omdat u zich in de strijd tegen de

478
00:29:59,850 --> 00:30:01,470
HEERE hebt gemengd.

479
00:30:01,470 --> 00:30:06,090
De HEERE heeft Zijn schatkamer geopend en
de instrumenten van Zijn gramschap naar

480
00:30:06,090 --> 00:30:11,190
buiten gebracht, want dit is een werk van
de Heere, de HEERE van de legermachten,

481
00:30:11,190 --> 00:30:13,170
in het land van de Chaldeeën.

482
00:30:13,170 --> 00:30:17,370
Kom ertegen op van het einde van
de aarde, open zijn graanschuren,

483
00:30:17,370 --> 00:30:20,670
stapel het op als korenhopen
en sla het met de ban,

484
00:30:20,670 --> 00:30:22,350
laat het geen overblijfsel hebben.

485
00:30:22,350 --> 00:30:27,210
Breng al zijn jonge stieren om met
het zwaard, voer ze af ter slachting.

486
00:30:27,210 --> 00:30:31,770
Wee hun, want hun dag is gekomen,
de tijd van de vergelding aan hen.

487
00:30:31,770 --> 00:30:35,970
Hoor hen die gevlucht zijn en die
ontkomen zijn uit het land Babel,

488
00:30:35,970 --> 00:30:40,050
om in Sion te verkondigen de
wraak van de HEERE, onze God,

489
00:30:40,050 --> 00:30:42,150
de wraak voor Zijn tempel:

490
00:30:42,150 --> 00:30:47,370
Laat u horen tegen Babel, schutters,
allen die de boog spannen.

491
00:30:47,370 --> 00:30:51,810
Beleger het aan alle kanten,
laat niemand ervan ontkomen.

492
00:30:51,810 --> 00:30:54,870
Vergeld het naar zijn werk,
doe het overeenkomstig

493
00:30:54,870 --> 00:30:57,090
alles wat het zelf gedaan heeft.

494
00:30:57,090 --> 00:31:02,430
Want het heeft overmoedig gehandeld tegen
de HEERE, tegen de Heilige van Israël.

495
00:31:02,430 --> 00:31:05,970
Daarom zullen zijn jongemannen
vallen op zijn pleinen en al zijn

496
00:31:05,970 --> 00:31:10,890
strijdbare mannen zullen op die dag
verdelgd worden, spreekt de HEERE.

497
00:31:10,890 --> 00:31:13,710
Zie, Ik zál u, overmoedige!

498
00:31:13,710 --> 00:31:17,250
spreekt de Heere, de
HEERE van de legermachten.

499
00:31:17,250 --> 00:31:21,450
Want uw dag is gekomen, de
tijd dat Ik u straffen zal.

500
00:31:21,450 --> 00:31:26,910
Dan zal de overmoedige struikelen en
vallen, en er is niemand die hem opricht.

501
00:31:26,910 --> 00:31:32,130
Ja, Ik zal een vuur aansteken in zijn
steden, dat alles om hem heen verteert.

502
00:31:32,130 --> 00:31:37,230
Zo zegt de HEERE van de legermachten:
De Israëlieten zijn onderdrukt geweest,

503
00:31:37,230 --> 00:31:39,270
tezamen met de Judeeërs.

504
00:31:39,270 --> 00:31:42,450
Allen die hen gevangen hadden,
hebben hen vastgehouden,

505
00:31:42,450 --> 00:31:44,970
zij hebben geweigerd hen los te laten.

506
00:31:44,970 --> 00:31:50,070
Maar hun Verlosser is sterk, HEERE
van de legermachten is Zijn Naam.

507
00:31:50,070 --> 00:31:54,690
Hij zal hun rechtszaak zeker voeren,
opdat Hij het land tot rust zal brengen,

508
00:31:54,690 --> 00:31:57,630
maar de inwoners van
Babel doet Hij sidderen.

509
00:31:57,630 --> 00:32:02,790
Het zwaard over de Chaldeeën, spreekt
de HEERE, en over de inwoners van Babel,

510
00:32:02,790 --> 00:32:05,850
over zijn vorsten en over zijn wijzen!

511
00:32:05,850 --> 00:32:09,990
Het zwaard over die snoevers,
zodat zij dwaas zullen handelen,

512
00:32:09,990 --> 00:32:13,710
het zwaard over zijn helden,
zodat zij ontstellen!

513
00:32:13,710 --> 00:32:17,610
Het zwaard over zijn paarden
en over zijn strijdwagens,

514
00:32:17,610 --> 00:32:21,450
over alle mensen van allerlei
herkomst die in zijn midden zijn,

515
00:32:21,450 --> 00:32:23,790
zodat zij als vrouwen worden!

516
00:32:23,790 --> 00:32:28,110
Het zwaard over zijn schatten,
zodat zij geplunderd worden!

517
00:32:28,110 --> 00:32:32,310
De droogte over zijn wateren,
zodat zij droogvallen!

518
00:32:32,310 --> 00:32:34,650
Want het is een land van beelden.

519
00:32:34,650 --> 00:32:39,330
Zij gedragen zich als een waanzinnige
door verschrikkelijke afgoden!

520
00:32:39,330 --> 00:32:43,110
Daarom zullen er wilde
woestijndieren met hyena's wonen,

521
00:32:43,110 --> 00:32:45,390
struisvogels zullen er wonen.

522
00:32:45,390 --> 00:32:48,330
Er zal voor altijd niet
meer in worden gewoond,

523
00:32:48,330 --> 00:32:52,230
van generatie op generatie
zal het niet worden bewoond.

524
00:32:52,230 --> 00:32:56,490
Zoals God Sodom en Gomorra
en de naburige plaatsen ervan

525
00:32:56,490 --> 00:33:02,070
ondersteboven heeft gekeerd, spreekt de
HEERE, zo zal niemand daar wonen en geen

526
00:33:02,070 --> 00:33:04,350
mensenkind erin verblijven.

527
00:33:04,350 --> 00:33:08,730
Zie, er komt een volk uit
het noorden, een grote natie,

528
00:33:08,730 --> 00:33:13,470
en talrijke koningen worden opgewekt
van de uithoeken van de aarde.

529
00:33:13,470 --> 00:33:17,790
Boog en werpspies hanteren
zij, meedogenloos zijn zij,

530
00:33:17,790 --> 00:33:20,130
zij zullen geen medelijden hebben.

531
00:33:20,130 --> 00:33:24,030
Hun stem bruist als de
zee, op paarden rijden zij,

532
00:33:24,030 --> 00:33:29,070
als mannen voor de strijd opgesteld,
tegen u, dochter van Babel.

533
00:33:29,070 --> 00:33:33,690
Toen de koning van Babel het bericht
over hen hoorde, verloor hij de moed.

534
00:33:33,690 --> 00:33:37,590
Benauwdheid greep hem aan,
smart als van een barende vrouw.

535
00:33:37,590 --> 00:33:40,950
Deze verzen, 41 tot en met 43,

536
00:33:40,950 --> 00:33:46,530
zijn eigenlijk gewoon een herhaling
van hoofdstuk 6, vers 22 tot en met 24.

537
00:33:46,530 --> 00:33:51,870
Daar worden ze eigenlijk over en tot
Sion gesproken, niet over en tot Babylon.

538
00:33:51,870 --> 00:33:57,090
Precies dezelfde woorden, behalve dat
hier ‘tegen u, dochter van Babel’ staat.

539
00:33:57,090 --> 00:33:59,850
In hoofdstuk 6 gaat het over Sion:

540
00:33:59,850 --> 00:34:04,830
Zo zegt de HEERE: Zie, een volk
komt uit het land in het noorden,

541
00:34:04,830 --> 00:34:09,450
een grote natie zal opgewekt worden
van de uithoeken van de aarde.

542
00:34:09,450 --> 00:34:13,350
Boog en werpspies grijpen zij
vast, meedogenloos is het,

543
00:34:13,350 --> 00:34:15,570
zij zullen geen medelijden hebben.

544
00:34:15,570 --> 00:34:19,350
Hun geluid bruist als de zee,
en zij rijden op paarden,

545
00:34:19,350 --> 00:34:23,790
als mannen opgesteld voor de
strijd tegen u, dochter van Sion.

546
00:34:23,790 --> 00:34:27,870
Wij hebben het gerucht over hem
gehoord, wij hebben de moed verloren,

547
00:34:27,870 --> 00:34:32,550
benauwdheid heeft ons aangegrepen,
smart als van een barende vrouw.

548
00:34:32,550 --> 00:34:37,470
Dat staat in hoofdstuk
6, vers 22 tot en met 24.

549
00:34:37,470 --> 00:34:44,190
Zo zijn ook deze volgende verzen, 44 tot
en met 46, eerder al voor Edom gebruikt.

550
00:34:44,190 --> 00:34:48,750
In hoofdstuk 49, vers 19 tot en met 21,

551
00:34:48,750 --> 00:34:51,990
zijn precies deze verzen
tegen Edom gebruikt.

552
00:34:51,990 --> 00:34:55,890
Dus verzen die ooit werden
gebruikt tegen Sion en tegen Edom,

553
00:34:55,890 --> 00:34:58,290
die onder de Babyloniërs te lijden hadden,

554
00:34:58,290 --> 00:35:02,310
worden nu eenvoudigweg tegen
de Babyloniërs zelf gekeerd.

555
00:35:02,310 --> 00:35:06,690
Zie, zoals een leeuw zal hij opkomen uit
de glorie van de Jordaan tegen de sterke

556
00:35:06,690 --> 00:35:10,710
woonplaats, want in een ogenblik
zal Ik hem eruit doen wegsnellen.

557
00:35:10,710 --> 00:35:14,310
En wie daarvoor uitgekozen
is, zal Ik erover aanstellen.

558
00:35:14,310 --> 00:35:17,910
Want wie is Mij gelijk en
wie zou Mij dagvaarden?

559
00:35:17,910 --> 00:35:21,270
En wie is die herder die voor
Mijn aangezicht standhouden zou?

560
00:35:21,270 --> 00:35:26,250
Daarom, hoor het raadsbesluit van de
HEERE dat Hij over Babel genomen heeft,

561
00:35:26,250 --> 00:35:31,290
en Zijn plannen die Hij bedacht heeft
tegen het land van de Chaldeeën: Voorwaar,

562
00:35:31,290 --> 00:35:34,650
de geringsten van de kudde
zullen hen wegslepen!

563
00:35:34,650 --> 00:35:38,250
Voorwaar, men zal de woonplaats
boven hen verwoesten!

564
00:35:38,250 --> 00:35:40,950
Van het gerucht dat Babel ingenomen is,

565
00:35:40,950 --> 00:35:44,790
beeft de aarde en geschreeuw
wordt gehoord onder de volken.

566
00:35:44,790 --> 00:35:47,670
Je zult die verzen herkennen,
want we hebben zojuist

567
00:35:47,670 --> 00:35:50,850
zulke verzen in het
vorige hoofdstuk gelezen.

568
00:35:50,850 --> 00:35:53,670
Alleen werden ze toen op Edom toegepast.

569
00:35:53,670 --> 00:35:57,210
De profetie gaat verder, hoofdstuk 51.

570
00:35:57,210 --> 00:36:02,910
Zo zegt de HEERE: Zie, Ik ga een
stormwind opwekken die te gronde richt,

571
00:36:02,910 --> 00:36:06,270
tegen Babel en tegen de
inwoners van Leb-Kamai.

572
00:36:06,270 --> 00:36:10,590
Ik zal op Babel wanners afsturen, zodat
zij het zullen wannen en zijn land

573
00:36:10,590 --> 00:36:15,270
leeghalen, want zij zullen er van alle
kanten vijandig tegenover staan op de dag

574
00:36:15,270 --> 00:36:16,770
van het onheil.

575
00:36:16,770 --> 00:36:20,250
Laat de boogschutter zijn boog
spannen tegen wie de boog spant,

576
00:36:20,250 --> 00:36:23,190
en tegen wie zich in zijn pantser verheft.

577
00:36:23,190 --> 00:36:26,970
Spaar zijn jongemannen niet,
sla heel zijn leger met de ban.

578
00:36:26,970 --> 00:36:29,850
De gesneuvelden liggen in
het land van de Chaldeeën,

579
00:36:29,850 --> 00:36:32,310
wie doorstoken zijn in zijn straten.

580
00:36:32,310 --> 00:36:36,690
Want Israël noch Juda wordt als
weduwe achtergelaten door zijn God,

581
00:36:36,690 --> 00:36:41,130
door de HEERE van de legermachten, al
is hun land vol van schuld tegenover de

582
00:36:41,130 --> 00:36:42,630
Heilige van Israël.

583
00:36:42,630 --> 00:36:46,350
Dus Israël en Juda zijn
niet door God verlaten,

584
00:36:46,350 --> 00:36:48,930
ook al was hun land ooit vol zonde.

585
00:36:48,930 --> 00:36:52,410
Aan het einde van deze gevangenschap
wordt hun zonde niet meer gevonden.

586
00:36:52,410 --> 00:36:56,790
De spreker volgt hier de verleden
tijd van zijn Engelse Bijbelvertaling:

587
00:36:56,790 --> 00:36:59,190
‘hun land was vol zonde’.

588
00:36:59,190 --> 00:37:02,670
De hierboven aangehaalde
Nederlandse vertaling zegt:

589
00:37:02,670 --> 00:37:05,730
‘al is hun land vol van schuld’.

590
00:37:05,730 --> 00:37:06,990
Vers 6:

591
00:37:06,990 --> 00:37:11,370
Vlucht weg uit het midden van
Babel, laat ieder zijn leven redden,

592
00:37:11,370 --> 00:37:14,430
word in zijn ongerechtigheid
niet verdelgd.

593
00:37:14,430 --> 00:37:19,950
Want dit is de tijd van de wraak van de
HEERE, Hij vergeldt het wat het verdient.

594
00:37:19,950 --> 00:37:23,370
Slijp de pijlen scherp, vul de kokers!

595
00:37:23,370 --> 00:37:27,510
De HEERE heeft de geest van de
koningen van Medië opgewekt,

596
00:37:27,510 --> 00:37:31,170
want Zijn plan met Babel is
om het te gronde te richten,

597
00:37:31,170 --> 00:37:35,730
want dit is de wraak van de
HEERE, de wraak voor Zijn tempel.

598
00:37:35,730 --> 00:37:40,590
Hef een banier omhoog tegen de muren
van Babel, versterk de bewaking,

599
00:37:40,590 --> 00:37:43,650
stel wachters op, leg hinderlagen!

600
00:37:43,650 --> 00:37:47,670
Wat de HEERE Zich immers
voorgenomen heeft, zal Hij ook doen:

601
00:37:47,670 --> 00:37:51,330
wat Hij gesproken heeft
over de inwoners van Babel.

602
00:37:51,330 --> 00:37:57,330
U die woont aan grote wateren, die rijk
bent aan schatten, uw einde is gekomen,

603
00:37:57,330 --> 00:37:59,970
de maat van uw winstbejag.

604
00:37:59,970 --> 00:38:04,350
De HEERE van de legermachten
heeft gezworen bij Zichzelf:

605
00:38:04,350 --> 00:38:08,370
Al heb Ik u met mensen gevuld
als met treksprinkhanen,

606
00:38:08,370 --> 00:38:11,550
toch zal men over u de
vreugderoep aanheffen.

607
00:38:11,550 --> 00:38:15,210
Dat wil zeggen, de invallers
zullen zo talrijk zijn

608
00:38:15,210 --> 00:38:18,450
als de sprinkhanen bij
een sprinkhanenplaag.

609
00:38:18,450 --> 00:38:22,350
De spreker volgt hier zijn
Engelse Bijbelvertaling:

610
00:38:22,350 --> 00:38:24,450
‘Ik zal u met mensen vullen’.

611
00:38:24,450 --> 00:38:27,870
De hierboven aangehaalde
Nederlandse vertaling zegt:

612
00:38:27,870 --> 00:38:30,210
‘Al heb Ik u met mensen gevuld’.

613
00:38:30,210 --> 00:38:34,830
Zijn uitleg over toekomstige invallers
sluit aan bij de Engelse formulering.

614
00:38:34,830 --> 00:38:38,430
De volgende paar verzen, 15 tot en met 19,

615
00:38:38,430 --> 00:38:41,250
werden oorspronkelijk
ook tot Israël gericht.

616
00:38:41,250 --> 00:38:46,590
En ze zijn woord voor woord hetzelfde
als hoofdstuk 10, vers 12 tot en met 16.

617
00:38:46,590 --> 00:38:52,590
Dat wil zeggen, Jeremia 10:12 tot en
met 16 was letterlijk hetzelfde als vers

618
00:38:52,590 --> 00:38:54,750
15 tot en met 19 hier.

619
00:38:54,750 --> 00:38:58,770
Alleen wordt het nu tot Babylon
gericht, niet tot Israël.

620
00:38:58,770 --> 00:39:01,170
Hij maakte de aarde door Zijn kracht,

621
00:39:01,170 --> 00:39:06,390
grondvestte de wereld door Zijn wijsheid
en spande de hemel uit door Zijn inzicht.

622
00:39:06,390 --> 00:39:10,830
Als Hij Zijn stem laat klinken, is
er gedruis van wateren aan de hemel.

623
00:39:10,830 --> 00:39:13,950
Hij doet dampen opstijgen
van het einde van de aarde.

624
00:39:13,950 --> 00:39:16,890
Hij heeft bliksemflitsen
bij de regen gemaakt.

625
00:39:16,890 --> 00:39:20,490
De wind brengt Hij uit Zijn
schatkamers tevoorschijn.

626
00:39:20,490 --> 00:39:23,310
Ieder mens is dom geworden, zonder kennis,

627
00:39:23,310 --> 00:39:26,370
elke edelsmid is
beschaamd over zijn beeld.

628
00:39:26,370 --> 00:39:31,110
Zijn gegoten beeld is immers
bedrog: er zit in hen geen adem.

629
00:39:31,110 --> 00:39:35,130
Nietig zijn zij, bespottelijk
werk, ten tijde van hun vergelding

630
00:39:35,130 --> 00:39:36,630
zullen zij vergaan.

631
00:39:36,630 --> 00:39:41,250
Maar het Deel van Jakob is niet als zij,
want Hij is de Formeerder van alles,

632
00:39:41,250 --> 00:39:47,670
en Israël is de stam die Zijn eigendom is,
HEERE van de legermachten is Zijn Naam.

633
00:39:47,670 --> 00:39:51,090
Dat wil zeggen, God is
niet zoals de afgoden.

634
00:39:51,090 --> 00:39:54,330
Blijkbaar spreekt Hij tegen
Babylon wanneer Hij zegt:

635
00:39:54,330 --> 00:39:58,050
U bent voor Mij een
strijdhamer, wapenrusting.

636
00:39:58,050 --> 00:40:03,930
Met u zal Ik volken stukslaan, met u
zal Ik koninkrijken te gronde richten.

637
00:40:03,930 --> 00:40:06,870
Dit gaat over de eerdere
geschiedenis van Babylon,

638
00:40:06,870 --> 00:40:10,290
toen God hen gebruikte om
de volken te veroveren.

639
00:40:10,290 --> 00:40:13,770
U bent voor Mij een
strijdhamer, wapenrusting.

640
00:40:13,770 --> 00:40:19,350
Met u zal Ik volken stukslaan, met u
zal Ik koninkrijken te gronde richten.

641
00:40:19,350 --> 00:40:23,130
Met u zal Ik het paard
en zijn ruiter stukslaan,

642
00:40:23,130 --> 00:40:28,230
met u zal Ik de strijdwagen
en zijn ruiter stukslaan.

643
00:40:28,230 --> 00:40:35,670
Met u zal Ik man en vrouw stukslaan,
met u zal Ik oud en jong stukslaan,

644
00:40:35,670 --> 00:40:39,750
met u zal Ik jongen en meisje stukslaan.

645
00:40:39,750 --> 00:40:44,010
Met u zal Ik de herder
en zijn kudde stukslaan,

646
00:40:44,010 --> 00:40:49,110
met u zal Ik de akkerbouwer
en zijn juk ossen stukslaan,

647
00:40:49,110 --> 00:40:53,730
met u zal Ik landvoogden
en machthebbers stukslaan.

648
00:40:53,730 --> 00:40:59,130
Maar Ik zal aan Babel vergelden en aan
al de inwoners van Chaldea al hun kwaad

649
00:40:59,130 --> 00:41:05,010
dat zij Sion aangedaan hebben —
voor uw ogen — spreekt de HEERE.

650
00:41:05,010 --> 00:41:10,650
Zie, Ik zál u, berg die te gronde
richt, spreekt de HEERE, u,

651
00:41:10,650 --> 00:41:13,050
die heel de aarde te gronde richt!

652
00:41:13,050 --> 00:41:17,970
Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, Ik
zal u van de rotsen afrollen en Ik zal u

653
00:41:17,970 --> 00:41:20,550
maken tot een berg die in brand staat.

654
00:41:20,550 --> 00:41:24,510
Een berg is een symbool voor
een regering of voor een volk.

655
00:41:24,510 --> 00:41:28,890
Misschien herinneren we ons dat er, toen
de tweede bazuin in Openbaring klonk,

656
00:41:28,890 --> 00:41:31,650
een brandende berg in
de zee werd geworpen,

657
00:41:31,650 --> 00:41:35,370
en dat de zee in bloed
veranderde, een derde ervan.

658
00:41:35,370 --> 00:41:39,510
Ik opperde destijds dat die brandende
berg misschien Jeruzalem was.

659
00:41:39,510 --> 00:41:41,070
Hier is het Babylon.

660
00:41:41,070 --> 00:41:44,670
Maar natuurlijk zou Jeruzalem
het nieuwe Babylon kunnen zijn.

661
00:41:44,670 --> 00:41:49,230
Hij noemt het een verwoestende berg,
en Hij maakt er een verbrande berg van.

662
00:41:49,230 --> 00:41:53,850
Zij zullen uit u geen steen halen voor
een hoek of een steen voor fundamenten,

663
00:41:53,850 --> 00:41:56,970
want u zult eeuwige woestenijen
worden, spreekt de HEERE.

664
00:41:56,970 --> 00:42:01,650
Met andere woorden, je zult in zulke
kleine stukken worden gebroken dat je

665
00:42:01,650 --> 00:42:05,430
stenen niet meer bruikbaar zullen
zijn om verder mee te bouwen.

666
00:42:05,430 --> 00:42:10,290
Hef een banier omhoog in het land,
blaas de bazuin onder de heidenvolken,

667
00:42:10,290 --> 00:42:15,690
zet de heidenvolken in tegen de stad, roep
tegen haar op de koninkrijken van Ararat,

668
00:42:15,690 --> 00:42:17,490
Minni en Askenaz.

669
00:42:17,490 --> 00:42:20,070
Stel tegen haar een legeroverste aan,

670
00:42:20,070 --> 00:42:23,790
laat paarden oprukken als
ruige treksprinkhanen.

671
00:42:23,790 --> 00:42:27,750
Dit zijn allemaal koninkrijken
in de omgeving van Armenië.

672
00:42:27,750 --> 00:42:31,350
Zet de heidenvolken tegen haar
in, de koningen van Medië,

673
00:42:31,350 --> 00:42:37,710
zijn landvoogden en al zijn machthebbers,
ja, heel het land van zijn heerschappij.

674
00:42:37,710 --> 00:42:40,530
Dan zal het land beven en pijn lijden,

675
00:42:40,530 --> 00:42:44,130
want de gedachten van de
HEERE tegen Babel staan vast,

676
00:42:44,130 --> 00:42:49,350
om van het land van Babel een woestenij
te maken, zodat er geen inwoner meer is.

677
00:42:49,350 --> 00:42:52,230
De helden van Babel
houden op met strijden,

678
00:42:52,230 --> 00:42:54,630
zij blijven in de bergvestingen zitten.

679
00:42:54,630 --> 00:42:58,290
Hun macht is opgedroogd, zij
zijn als vrouwen geworden.

680
00:42:58,290 --> 00:43:03,150
Men heeft zijn woningen in brand
gestoken, zijn grendels zijn stukgebroken.

681
00:43:03,150 --> 00:43:06,330
Dit gedeelte, vers 30 tot en met 32,

682
00:43:06,330 --> 00:43:09,810
zou erop kunnen wijzen dat
Babylon zonder strijd valt.

683
00:43:09,810 --> 00:43:14,130
Er is veel gesproken over oorlogvoering,
maar dat zou van toepassing kunnen zijn op

684
00:43:14,130 --> 00:43:15,810
het tweede Babylon.

685
00:43:15,810 --> 00:43:18,570
Het Babylon dat in handen
van de Perzen viel,

686
00:43:18,570 --> 00:43:22,590
werd niet door oorlogvoering veroverd,
maar dit lijkt erop te wijzen dat er

687
00:43:22,590 --> 00:43:23,670
niet gevochten wordt.

688
00:43:23,670 --> 00:43:27,270
De ene ijlbode rent de
andere ijlbode tegemoet,

689
00:43:27,270 --> 00:43:30,750
de ene boodschapper rent de
andere boodschapper tegemoet,

690
00:43:30,750 --> 00:43:36,090
om de koning van Babel bekend te maken dat
zijn stad van alle kanten wordt ingenomen,

691
00:43:36,090 --> 00:43:40,650
dat de doorwaadbare plaatsen zijn bezet,
dat ze de rietvelden met vuur hebben

692
00:43:40,650 --> 00:43:45,390
verbrand en dat de strijdbare
mannen door schrik overmand zijn.

693
00:43:45,390 --> 00:43:49,830
Want zo zegt de HEERE van de
legermachten, de God van Israël:

694
00:43:49,830 --> 00:43:55,770
De dochter van Babel is als een dorsvloer,
het is tijd dat men die aanstampt.

695
00:43:55,770 --> 00:43:59,850
Nog even, en dan komt
voor haar de oogsttijd.

696
00:43:59,850 --> 00:44:04,290
Dat is natuurlijk de plek waar tarwe
en kaf van elkaar worden gescheiden.

697
00:44:04,290 --> 00:44:10,170
Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft
mij verslonden, heeft mij verpletterd,

698
00:44:10,170 --> 00:44:13,110
hij heeft mij neergezet als een leeg vat.

699
00:44:13,110 --> 00:44:15,870
Hij heeft mij verzwolgen
als een zeemonster,

700
00:44:15,870 --> 00:44:20,610
hij heeft zijn buik gevuld met mijn
lekkernijen, hij heeft mij weggespoeld.

701
00:44:20,610 --> 00:44:24,810
Laat het geweld mij en mijn
familie aangedaan, komen op Babel,

702
00:44:24,810 --> 00:44:27,330
moet de inwoonster van Sion zeggen.

703
00:44:27,330 --> 00:44:32,130
Laat mijn bloed komen op de inwoners
van Chaldea, moet Jeruzalem zeggen.

704
00:44:32,130 --> 00:44:36,510
We herinneren ons dat Babylon in
Openbaring al het bloed van de heiligen,

705
00:44:36,510 --> 00:44:40,830
de profeten en apostelen
enzovoort op haar geweten heeft.

706
00:44:40,830 --> 00:44:45,390
En het bloed van profeten en heiligen en
van allen die geslacht zijn op de aarde,

707
00:44:45,390 --> 00:44:47,490
is in deze stad gevonden.

708
00:44:47,490 --> 00:44:51,930
En zo wordt ook hier gezegd dat Babylon
lijdt vanwege het onschuldige bloed

709
00:44:51,930 --> 00:44:53,670
dat vergoten werd.

710
00:44:53,670 --> 00:44:54,690
Vers 36:

711
00:44:54,690 --> 00:44:59,730
Daarom, zo zegt de HEERE: Zie,
Ik ga uw rechtszaak voeren

712
00:44:59,730 --> 00:45:02,190
en Ik zal zeker wraak voor u nemen.

713
00:45:02,190 --> 00:45:06,870
Ik zal zijn zee droogleggen
en zijn bron doen opdrogen.

714
00:45:06,870 --> 00:45:11,130
Babel zal worden tot steenhopen,
een verblijfplaats van jakhalzen,

715
00:45:11,130 --> 00:45:15,810
een verschrikking en aanfluiting,
zodat er geen inwoner meer is.

716
00:45:15,810 --> 00:45:20,730
Tezamen zullen zij brullen als jonge
leeuwen en grommen als leeuwenwelpen.

717
00:45:20,730 --> 00:45:25,830
Als zij verhit zijn, zal Ik hun drank
voorzetten; Ik zal hen dronken maken,

718
00:45:25,830 --> 00:45:28,050
zodat zij opspringen van schrik.

719
00:45:28,050 --> 00:45:32,550
Maar zij zullen een eeuwige slaap
slapen, zij zullen niet ontwaken,

720
00:45:32,550 --> 00:45:33,810
spreekt de HEERE.

721
00:45:33,810 --> 00:45:38,850
Ik zal hen afvoeren als lammeren ter
slachting, als rammen met bokken.

722
00:45:38,850 --> 00:45:43,350
Hoe is Sesach veroverd, de roem
van heel de aarde ingenomen!

723
00:45:43,350 --> 00:45:47,130
Hoe is Babel tot een verschrikking
geworden onder de volken!

724
00:45:47,130 --> 00:45:53,910
We zijn dit woord Shishak ook al
eerder tegengekomen, in Jeremia 25:26.

725
00:45:53,910 --> 00:45:56,850
Het is een codewoord voor Babylon zelf.

726
00:45:56,850 --> 00:46:01,050
De eigenlijke betekenis van Sheshach
heb ik niet kunnen achterhalen.

727
00:46:01,050 --> 00:46:05,130
Ik heb ook in een commentaar gekeken,
maar daar werd het niet vermeld.

728
00:46:05,130 --> 00:46:07,890
Ik weet zeker dat het te vinden moet zijn.

729
00:46:07,890 --> 00:46:11,370
Waarom het een naam voor
Babylon was, weet ik niet zeker.

730
00:46:11,370 --> 00:46:16,710
De zee is tegen Babel opgerezen, met een
menigte van zijn golven is het bedekt.

731
00:46:16,710 --> 00:46:21,510
Zijn steden zijn tot een woestenij
geworden, een dor land, een wildernis,

732
00:46:21,510 --> 00:46:25,650
een land waarin niemand woont en
waar geen mensenkind doorheen trekt.

733
00:46:25,650 --> 00:46:31,350
Ik zal Bel in Babel straffen, Ik zal wat
hij verzwolgen heeft, uit zijn muil halen.

734
00:46:31,350 --> 00:46:33,810
De heidenvolken zullen niet
meer naar hem toestromen.

735
00:46:33,810 --> 00:46:36,330
Zelfs de muur van Babel is gevallen!

736
00:46:36,330 --> 00:46:38,250
Ga weg uit zijn midden, Mijn volk,

737
00:46:38,250 --> 00:46:42,870
laat ieder zijn leven redden vanwege
de brandende toorn van de HEERE.

738
00:46:42,870 --> 00:46:46,530
Anders zal uw hart week worden
en zult u bevreesd worden

739
00:46:46,530 --> 00:46:49,530
door het bericht dat in het
land gehoord zal worden.

740
00:46:49,530 --> 00:46:52,710
Want er zal een bericht komen
in het ene jaar en daarna

741
00:46:52,710 --> 00:46:58,530
een bericht in een ander jaar, en geweld
in het land, heerser tegen heerser.

742
00:46:58,530 --> 00:47:02,790
Het is een heel, heel moeilijk
vers om goed te begrijpen.

743
00:47:02,790 --> 00:47:07,530
Daarom zie, er komen dagen dat Ik
de beelden van Babel zal straffen.

744
00:47:07,530 --> 00:47:10,950
Heel zijn land zal beschaamd
worden, en in zijn midden zullen al

745
00:47:10,950 --> 00:47:12,870
zijn gesneuvelden liggen.

746
00:47:12,870 --> 00:47:17,490
Hemel en aarde en al wat daarin
is, zullen juichen over Babel,

747
00:47:17,490 --> 00:47:21,510
want vanuit het noorden zullen
de verwoesters eropaf komen,

748
00:47:21,510 --> 00:47:23,010
spreekt de HEERE.

749
00:47:23,010 --> 00:47:27,270
Dat klinkt beslist ook door in
Openbaring hoofdstuk 18, vers 20,

750
00:47:27,270 --> 00:47:29,850
waar het over de val van Babylon gaat.

751
00:47:29,850 --> 00:47:32,730
Openbaring 18:20 zegt:

752
00:47:32,730 --> 00:47:37,290
Verblijd u over haar, hemel,
heilige apostelen en profeten,

753
00:47:37,290 --> 00:47:40,590
want God heeft uw vonnis
aan haar voltrokken.

754
00:47:40,590 --> 00:47:44,970
De hemel wordt dus aangemoedigd om
vreugdevol te zingen over de val van

755
00:47:44,970 --> 00:47:49,770
Babylon, zowel in
Openbaring 18:20 als hier.

756
00:47:49,770 --> 00:47:51,510
Vers 49:

757
00:47:51,510 --> 00:47:56,670
Zoals Babel geweest is tot een val
voor de dodelijk gewonden van Israël,

758
00:47:56,670 --> 00:48:01,290
zo zullen in Babel de dodelijk
gewonden van heel de aarde vallen.

759
00:48:01,290 --> 00:48:06,330
U die ontkomen bent aan het zwaard,
ga op weg, blijf niet staan.

760
00:48:06,330 --> 00:48:09,030
Denk vanuit verre landen aan de HEERE,

761
00:48:09,030 --> 00:48:11,970
laat de gedachte aan
Jeruzalem opkomen in uw hart.

762
00:48:11,970 --> 00:48:16,290
Dat wil zeggen dat de Joden moeten
overwegen om terug te gaan naar Jeruzalem,

763
00:48:16,290 --> 00:48:18,270
nu ze vrijgelaten zijn.

764
00:48:18,270 --> 00:48:23,010
Zeg dan maar: Wij zijn beschaamd
geworden, want wij hebben smaad gehoord,

765
00:48:23,010 --> 00:48:27,450
het schaamrood heeft ons gezicht bedekt,
want vreemden zijn gekomen op de heilige

766
00:48:27,450 --> 00:48:29,610
plaatsen van het huis van de HEERE.

767
00:48:29,610 --> 00:48:33,930
Daarbij denken ze terug aan hoe
Babylon eerder de tempel had verwoest.

768
00:48:33,930 --> 00:48:39,330
Daarom zie, er komen dagen, spreekt de
HEERE, dat Ik zijn beelden zal straffen,

769
00:48:39,330 --> 00:48:42,930
en de dodelijk gewonden zullen
kermen in heel zijn land.

770
00:48:42,930 --> 00:48:47,850
Al klom Babel op naar de hemel, en al
versterkte het de hoogte van zijn vesting,

771
00:48:47,850 --> 00:48:52,410
toch zullen van Mij uit verwoesters
erover komen, spreekt de HEERE.

772
00:48:52,410 --> 00:48:57,930
Bedenk dat de koning van Babylon, die in
Jesaja hoofdstuk 13 Lucifer wordt genoemd,

773
00:48:57,930 --> 00:49:03,030
zei dat hij wilde opstijgen naar de
hemel, boven de sterren, enzovoort.

774
00:49:03,030 --> 00:49:08,070
Hier wordt bij wijze van veronderstelling
over Babylon gesproken alsof het zo was.

775
00:49:08,070 --> 00:49:11,610
Natuurlijk was de toren van
Babel het begin van Babylon.

776
00:49:11,610 --> 00:49:14,610
Er wordt hier dus
ongetwijfeld naar verwezen:

777
00:49:14,610 --> 00:49:17,790
Zelfs als Babylon tot
aan de hemel zou klimmen.

778
00:49:17,790 --> 00:49:22,170
Zo stond er eerder ook,
in hoofdstuk 51, vers 9:

779
00:49:22,170 --> 00:49:26,550
Wij hebben getracht Babel te
genezen, maar het is niet genezen.

780
00:49:26,550 --> 00:49:30,390
Verlaat het, en laten wij
gaan, ieder naar zijn land,

781
00:49:30,390 --> 00:49:35,910
want het oordeel erover reikt tot aan de
hemel, het is verheven tot aan de wolken.

782
00:49:35,910 --> 00:49:39,150
Dat zou een toespeling kunnen
zijn op de toren van Babel,

783
00:49:39,150 --> 00:49:42,690
waarmee de stad Babylon
oorspronkelijk werd gesticht.

784
00:49:42,690 --> 00:49:44,490
Vers 54:

785
00:49:44,490 --> 00:49:49,590
Hoor, geschreeuw vanuit Babel, een grote
ramp vanuit het land van de Chaldeeën.

786
00:49:49,590 --> 00:49:52,350
Want de HEERE is Babel aan het verwoesten

787
00:49:52,350 --> 00:49:55,290
en Hij zal het grote
geluid eruit doen vergaan;

788
00:49:55,290 --> 00:50:01,170
want hun golven zullen bruisen als
machtige wateren, hun gebruis zal klinken.

789
00:50:01,170 --> 00:50:04,770
Want de verwoester zal
erover komen, over Babel,

790
00:50:04,770 --> 00:50:09,570
en zijn helden zullen gevangen worden
genomen, hun bogen zijn verbroken,

791
00:50:09,570 --> 00:50:15,390
want de HEERE is een God van vergeldingen,
Hij zal het hem zeker vergelden.

792
00:50:15,390 --> 00:50:18,870
Hun wapens worden met
andere woorden vernietigd.

793
00:50:18,870 --> 00:50:22,890
Ik zal zijn vorsten, zijn
wijzen, zijn landvoogden,

794
00:50:22,890 --> 00:50:26,250
zijn machthebbers en zijn
helden dronken maken,

795
00:50:26,250 --> 00:50:31,530
en zij zullen een eeuwige slaap slapen
en niet ontwaken, spreekt de Koning,

796
00:50:31,530 --> 00:50:34,950
van Wie de Naam HEERE
van de legermachten is.

797
00:50:34,950 --> 00:50:39,270
Zo zegt de HEERE van de
legermachten: De brede muur van Babel

798
00:50:39,270 --> 00:50:42,690
zal zeker geslecht worden,
en zijn hoge poorten

799
00:50:42,690 --> 00:50:45,270
zullen met vuur aangestoken worden.

800
00:50:45,270 --> 00:50:49,891
Zo hebben de volken zich voor niets
moe gemaakt, de natiën voor vuur —

801
00:50:49,891 --> 00:50:51,990
en zij zijn afgemat.

802
00:50:51,990 --> 00:50:55,230
Nu volgt er een korte
uitgebeelde gelijkenis die

803
00:50:55,230 --> 00:50:58,470
Jeremia Seraja opdraagt uit te voeren.

804
00:50:58,470 --> 00:51:01,290
Seraja is eigenlijk de broer van Baruch.

805
00:51:01,290 --> 00:51:04,350
Ze hebben dezelfde vader en grootvader.

806
00:51:04,350 --> 00:51:08,310
Dit is dus Seraja, de broer van Baruch.

807
00:51:08,310 --> 00:51:14,310
Eerder, in hoofdstuk 36, gaf hij Baruch
de opdracht om de opgeschreven woorden van

808
00:51:14,310 --> 00:51:18,930
God in deze stad, in het huis
van de HEERE, te gaan voorlezen.

809
00:51:18,930 --> 00:51:24,030
En zo gaat deze Seraja nu met
koning Zedekia op reis naar Babylon.

810
00:51:24,030 --> 00:51:26,790
Deze Seraja heeft een overheidsfunctie.

811
00:51:26,790 --> 00:51:31,350
Hij was kwartiermeester onder
Zedekia en vergezelde Zedekia met

812
00:51:31,350 --> 00:51:33,630
een of ander gezantschap naar Babel,

813
00:51:33,630 --> 00:51:37,410
waarschijnlijk om schatting af te
dragen of om zijn trouw opnieuw te

814
00:51:37,410 --> 00:51:39,330
bevestigen of zoiets.

815
00:51:39,330 --> 00:51:42,990
Omdat Seraja erheen ging
en een betrouwbaar man was,

816
00:51:42,990 --> 00:51:45,030
gaf Jeremia hem hier een opdracht.

817
00:51:45,030 --> 00:51:49,110
Het woord dat de profeet Jeremia
als opdracht gaf aan Seraja,

818
00:51:49,110 --> 00:51:54,510
de zoon van Neria, de zoon van
Machseja, toen deze vanwege Zedekia,

819
00:51:54,510 --> 00:51:59,970
de koning van Juda, naar Babel ging,
in het vierde jaar van zijn regering.

820
00:51:59,970 --> 00:52:02,610
Seraja nu was kwartiermeester.

821
00:52:02,610 --> 00:52:07,950
En Jeremia schreef al het onheil dat
over Babel zou komen op een boekrol,

822
00:52:07,950 --> 00:52:11,310
al deze woorden die
geschreven zijn tegen Babel.

823
00:52:11,310 --> 00:52:15,750
En Jeremia zei tegen Seraja:
Zodra u in Babel komt,

824
00:52:15,750 --> 00:52:20,610
zult u het bezien en al deze
woorden voorlezen, en zeggen: HEERE,

825
00:52:20,610 --> 00:52:25,350
U hebt Zelf over deze plaats
gesproken dat U hem zult uitroeien,

826
00:52:25,350 --> 00:52:29,070
zodat er geen inwoner meer
in is, van mens tot dier,

827
00:52:29,070 --> 00:52:32,190
maar dat hij zal worden
tot eeuwige woestenijen.

828
00:52:32,190 --> 00:52:36,750
Dan zal het gebeuren, zodra u het
voorlezen van deze boekrol beëindigt,

829
00:52:36,750 --> 00:52:41,310
dat u daaraan een steen zult binden en
hem midden in de Eufraat zult werpen.

830
00:52:41,310 --> 00:52:46,350
Dan moet u zeggen: Zo zal Babel
wegzinken en niet meer boven komen,

831
00:52:46,350 --> 00:52:49,290
vanwege het onheil dat
Ik erover zal brengen.

832
00:52:49,290 --> 00:52:51,750
En zij zullen afgemat zijn.

833
00:52:51,750 --> 00:52:54,210
Tot zover de woorden van Jeremia.

834
00:52:54,210 --> 00:52:57,090
Daar houdt Jeremia
inderdaad op met spreken.

835
00:52:57,090 --> 00:53:02,250
Dat betekent dat het resterende hoofdstuk
niet door Jeremia is geschreven.

836
00:53:02,250 --> 00:53:06,450
Het ging over hem, maar het
was een historisch overzicht.

837
00:53:06,450 --> 00:53:11,730
Seraja kreeg de opdracht om in Babel de
profetieën tegen Babel voor te lezen.

838
00:53:11,730 --> 00:53:15,630
Maar er staat niet dat hij ze
in het openbaar moest voorlezen.

839
00:53:15,630 --> 00:53:19,110
Dat wordt misschien geïmpliceerd,
maar het staat er niet.

840
00:53:19,110 --> 00:53:23,250
Misschien moest hij gewoon naar de
rivier gaan en ze hardop voorlezen,

841
00:53:23,250 --> 00:53:27,810
en ze daarna in de rivier gooien, of er
nu een groot publiek bij was of niet.

842
00:53:27,810 --> 00:53:31,530
Het lijkt me nogal gevaarlijk om die
dingen aan het hof van Nebukadnezar aan de

843
00:53:31,530 --> 00:53:33,150
koning voor te lezen.

844
00:53:33,150 --> 00:53:35,970
Er wordt ons niet verteld
dat hij dat moest doen.

845
00:53:35,970 --> 00:53:40,650
Zelfs Baruch hoefde de Schriften niet in
de aanwezigheid van Jojakim voor te lezen.

846
00:53:40,650 --> 00:53:45,510
Hij las ze ergens anders voor, en anderen
brachten de profetie naar Jojakim.

847
00:53:45,510 --> 00:53:51,210
Hoofdstuk 52 loopt grotendeels parallel,
op sommige plaatsen bijna woordelijk,

848
00:53:51,210 --> 00:53:59,250
met 2 Koningen hoofdstuk 24, vers
18, tot en met hoofdstuk 25, vers 30.

849
00:53:59,250 --> 00:54:07,350
Dus 2 Koningen hoofdstuk 24, vers
18, tot en met hoofdstuk 25, vers 30,

850
00:54:07,350 --> 00:54:10,710
bevat hetzelfde materiaal
dat we hier lezen.

851
00:54:10,710 --> 00:54:16,230
De Joden hebben een overlevering dat
Jeremia de schrijver van Koningen is.

852
00:54:16,230 --> 00:54:20,970
Dat zou kunnen, maar misschien is hij
niet eens de schrijver van dit hoofdstuk.

853
00:54:20,970 --> 00:54:25,590
Maar het komt heel sterk overeen
met het hoofdstuk uit 2 Koningen.

854
00:54:25,590 --> 00:54:28,410
Misschien was Baruch
de schrijver van beide.

855
00:54:28,410 --> 00:54:29,670
Hoe dan ook:

856
00:54:29,670 --> 00:54:34,230
Zedekia was eenentwintig jaar
oud, toen hij koning werd.

857
00:54:34,230 --> 00:54:37,350
Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem.

858
00:54:37,350 --> 00:54:43,110
De naam van zijn moeder was Hamutal,
de dochter van Jeremia, uit Libna.

859
00:54:43,110 --> 00:54:45,210
Een andere Jeremia natuurlijk.

860
00:54:45,210 --> 00:54:48,330
Hij deed wat slecht was
in de ogen van de HEERE,

861
00:54:48,330 --> 00:54:51,570
overeenkomstig alles
wat Jojakim gedaan had.

862
00:54:51,570 --> 00:54:56,190
Want het gebeurde vanwege de toorn van de
HEERE tegen Jeruzalem en Juda dat Hij hen

863
00:54:56,190 --> 00:54:58,950
verwierp van voor Zijn aangezicht.

864
00:54:58,950 --> 00:55:02,610
En Zedekia kwam in opstand
tegen de koning van Babel.

865
00:55:02,610 --> 00:55:07,410
Wat in de volgende verzen staat,
vers 4 tot en met 11, is al verteld.

866
00:55:07,410 --> 00:55:12,690
Deze informatie is al gegeven in
hoofdstuk 39, vers 1 tot en met 7.

867
00:55:12,690 --> 00:55:16,830
Het is dus gewoon een herhaling
van wat we daar al hebben gelezen.

868
00:55:16,830 --> 00:55:21,390
Er wordt verteld hoe Zedekia en
zijn voornaamste legeraanvoerders

869
00:55:21,390 --> 00:55:25,590
vluchtten toen de Babyloniërs door
de muren van Jeruzalem heen braken.

870
00:55:25,590 --> 00:55:29,310
Maar ze werden op de vlakte
gevangengenomen en teruggebracht.

871
00:55:29,310 --> 00:55:31,770
Zijn zonen werden voor zijn ogen gedood,

872
00:55:31,770 --> 00:55:35,610
en zijn ogen werden door
Nebukadnezar uitgestoken.

873
00:55:35,610 --> 00:55:38,610
Dat staat hier in vers 4 tot en met 11.

874
00:55:38,610 --> 00:55:43,950
Het stond ook al in hoofdstuk
39, vers 1 tot en met 7.

875
00:55:43,950 --> 00:55:47,790
Vers 12 tot en met 23
zullen we niet lezen,

876
00:55:47,790 --> 00:55:52,530
eenvoudigweg omdat het vooral een
opsomming is van de schatten uit Jeruzalem

877
00:55:52,530 --> 00:55:58,650
die Nebuzaradan, onder Nebukadnezar,
verzamelde om naar Babel mee te nemen.

878
00:55:58,650 --> 00:56:02,310
Er wordt uitvoerig ingegaan
op lepels en schalen,

879
00:56:02,310 --> 00:56:05,730
bronzen schalen en andere
dingen die Salomo had gemaakt,

880
00:56:05,730 --> 00:56:09,210
toen de tempel werd verwoest
en helemaal leeggehaald.

881
00:56:09,210 --> 00:56:11,970
Alle schatten van Jeruzalem
werden weggevoerd.

882
00:56:11,970 --> 00:56:16,050
Dit is voornamelijk een opsomming van de
dingen die naar Babel werden weggevoerd.

883
00:56:16,050 --> 00:56:18,390
We zullen het niet in detail lezen.

884
00:56:18,390 --> 00:56:22,950
Maar ik wil er wel op wijzen dat dit
gedeelte in vers 12 tot en met 23

885
00:56:22,950 --> 00:56:27,930
de vervulling vastlegt van een
voorspelling die Jesaja deed in Jesaja 39,

886
00:56:27,930 --> 00:56:29,850
toen hij tegen Hizkia sprak.

887
00:56:29,850 --> 00:56:34,170
Toen Hizkia van zijn ziekte was
hersteld, kwamen er gezanten uit Babel,

888
00:56:34,170 --> 00:56:37,230
dat in die tijd geen
erg belangrijk volk was.

889
00:56:37,230 --> 00:56:41,310
Babel was in de tijd van Hizkia niet
erg machtig en op geen enkele manier

890
00:56:41,310 --> 00:56:44,370
intimiderend of
angstaanjagend voor Israël.

891
00:56:44,370 --> 00:56:49,290
Dit is honderd jaar vóór de tijd van
Jeremia, vóór de tijd van Nebukadnezar.

892
00:56:49,290 --> 00:56:51,990
Maar er kwamen gezanten
uit Babel naar Juda om

893
00:56:51,990 --> 00:56:55,290
Hizkia te feliciteren met
zijn herstel van zijn ziekte.

894
00:56:55,290 --> 00:56:58,470
Hij liet hun alle schatten van
zijn huis en van de stad zien.

895
00:56:58,470 --> 00:57:02,250
Toen ze weg waren, kwam
Jesaja naar hem toe en zei:

896
00:57:02,250 --> 00:57:05,550
Hij zei: Wat hebben zij in uw huis gezien?

897
00:57:05,550 --> 00:57:09,990
Hizkia zei: Zij hebben alles
gezien wat er in mijn huis is.

898
00:57:09,990 --> 00:57:13,890
Er is niets in mijn schatkamers
wat ik hun niet heb laten zien.

899
00:57:13,890 --> 00:57:18,930
En in vers 6, Jesaja 39:6, zei Jesaja:

900
00:57:18,930 --> 00:57:24,450
Zie, er komen dagen dat alles wat er in uw
huis is en wat uw vaderen tot op deze dag

901
00:57:24,450 --> 00:57:28,050
hebben opgeslagen, naar
Babel zal worden weggevoerd.

902
00:57:28,050 --> 00:57:31,410
Er zal niets overblijven, zegt de HEERE.

903
00:57:31,410 --> 00:57:35,250
Dus ongeveer honderdvijftig jaar
voordat dit in vervulling ging,

904
00:57:35,250 --> 00:57:38,430
voorspelde Jesaja dat alle
dingen in Jeruzalem naar

905
00:57:38,430 --> 00:57:40,530
Babel zouden worden weggevoerd.

906
00:57:40,530 --> 00:57:46,890
Jeremia hoofdstuk 52, vers 12 tot
en met 23, doet daar verslag van.

907
00:57:46,890 --> 00:57:54,810
Eigenlijk had Jeremia het ook voorspeld
in Jeremia hoofdstuk 27, vers 21 en 22.

908
00:57:54,810 --> 00:58:01,410
Jeremia 27:21–22. Jeremia zei:

909
00:58:01,410 --> 00:58:06,930
ja, zo zegt de HEERE van de
legermachten, de God van Israël,

910
00:58:06,930 --> 00:58:09,810
over de voorwerpen die
in het huis van de HEERE,

911
00:58:09,810 --> 00:58:14,490
het huis van de koning van Juda
en in Jeruzalem zijn overgebleven:

912
00:58:14,490 --> 00:58:18,150
Naar Babel zullen zij gebracht
worden en daar zullen ze zijn

913
00:58:18,150 --> 00:58:22,170
tot de dag dat Ik ernaar zal
omzien, spreekt de HEERE.

914
00:58:22,170 --> 00:58:25,890
Dan zal Ik ze weghalen en
naar deze plaats terugbrengen.

915
00:58:25,890 --> 00:58:29,790
Dus hier wordt beschreven dat het
wegvoeren van de voorwerpen naar Babel in

916
00:58:29,790 --> 00:58:32,370
vervulling ging, zoals het voorspeld was.

917
00:58:32,370 --> 00:58:34,710
Dan staat er in vers 24:

918
00:58:34,710 --> 00:58:40,590
Ook nam de bevelhebber van de lijfwacht
Seraja, de hoofdpriester, Zefanja,

919
00:58:40,590 --> 00:58:44,070
de tweede priester, en
de drie deurwachters mee.

920
00:58:44,070 --> 00:58:48,090
Dit is niet de man die de vriend van
Jeremia en de kwartiermeester was.

921
00:58:48,090 --> 00:58:49,950
Dit is de hoofdpriester.

922
00:58:49,950 --> 00:58:54,270
De hogepriester ten tijde van de
val van Jeruzalem heette Seraja.

923
00:58:54,270 --> 00:58:58,830
Hij was trouwens de kleinzoon van Hilkia,
de priester die de boekrol had gevonden in

924
00:58:58,830 --> 00:59:00,510
de tijd van Josia.

925
00:59:00,510 --> 00:59:04,590
De hogepriester in Jeruzalem in
de dagen van Josia was Hilkia,

926
00:59:04,590 --> 00:59:07,770
en hij was de grootvader
van deze man, Seraja.

927
00:59:07,770 --> 00:59:14,010
Dat weten we uit het geslachtsregister dat
we vinden in 1 Kronieken 6, vers 14 en 15.

928
00:59:14,010 --> 00:59:18,690
Deze man was de kleinzoon van Hilkia,
maar hij was de grootvader van Jozua,

929
00:59:18,690 --> 00:59:24,390
de zoon van Zadok, die als priester met de
ballingen terugkwam, samen met Zerubbabel.

930
00:59:24,390 --> 00:59:29,490
Bedenk dat Zerubbabel de landvoogd was en
Jozua de hogepriester toen de ballingen

931
00:59:29,490 --> 00:59:32,250
terugkeerden, in de tijd van Kores.

932
00:59:32,250 --> 00:59:35,610
De hogepriester Jozua, die
met Zerubbabel terugkeerde,

933
00:59:35,610 --> 00:59:38,850
was de kleinzoon van deze man, Seraja.

934
00:59:38,850 --> 00:59:41,010
Ezra was ook familie van hem.

935
00:59:41,010 --> 00:59:43,470
Ezra stamde ook van deze man af.

936
00:59:43,470 --> 00:59:45,390
Deze man was dus belangrijk.

937
00:59:45,390 --> 00:59:49,590
Hij was niet alleen de hogepriester, maar
was ook binnen enkele generaties verwant

938
00:59:49,590 --> 00:59:52,530
aan een aantal andere
belangrijke hogepriesters.

939
00:59:52,530 --> 00:59:55,350
Bij deze gelegenheid
werd hij echter gedood.

940
00:59:55,350 --> 00:59:57,150
Dit zijn tempelfunctionarissen.

941
00:59:57,150 --> 00:59:59,970
En uit de stad nam hij een hoveling mee

942
00:59:59,970 --> 01:00:02,730
die over de strijdbare
mannen aangesteld was,

943
01:00:02,730 --> 01:00:06,930
en zeven mannen uit degenen die het
aangezicht van de koning mochten zien,

944
01:00:06,930 --> 01:00:11,010
die in de stad werden aangetroffen, met
de schrijver van de bevelhebber van het

945
01:00:11,010 --> 01:00:15,630
leger, die ten behoeve van de oorlog
de bevolking van het land inschreef,

946
01:00:15,630 --> 01:00:18,390
en zestig man van de
bevolking van het land,

947
01:00:18,390 --> 01:00:20,910
die binnen de stad werden aangetroffen.

948
01:00:20,910 --> 01:00:25,230
Nebuzaradan, de bevelhebber
van de lijfwacht, nam hen mee

949
01:00:25,230 --> 01:00:28,590
en bracht hen naar de
koning van Babel in Ribla.

950
01:00:28,590 --> 01:00:34,470
De koning van Babel liet hen neerslaan en
doden in Ribla, in het land van Hamath.

951
01:00:34,470 --> 01:00:38,190
Zo werd Juda uit zijn land
in ballingschap weggevoerd.

952
01:00:38,190 --> 01:00:42,570
Dit is het volk dat Nebukadrezar
in ballingschap heeft gevoerd:

953
01:00:42,570 --> 01:00:46,230
in het zevende jaar drieduizend
drieëntwintig Judeeërs,

954
01:00:46,230 --> 01:00:50,790
in het achttiende regeringsjaar van
Nebukadrezar achthonderdtweeëndertig

955
01:00:50,790 --> 01:00:52,770
personen uit Jeruzalem.

956
01:00:52,770 --> 01:00:58,830
In het drieëntwintigste regeringsjaar
van Nebukadrezar voerde Nebuzaradan,

957
01:00:58,830 --> 01:01:00,930
de bevelhebber van de lijfwacht,

958
01:01:00,930 --> 01:01:05,730
van de Judeeërs zevenhonderdvijfenveertig
personen in ballingschap.

959
01:01:05,730 --> 01:01:09,930
Alle personen bij elkaar:
vierduizend zeshonderd.

960
01:01:09,930 --> 01:01:13,290
Sommige van deze getallen
zijn in Koningen anders.

961
01:01:13,290 --> 01:01:17,310
Wat hier bijvoorbeeld het zevende jaar
en het achttiende jaar wordt genoemd,

962
01:01:17,310 --> 01:01:21,930
wordt in 2 Koningen het achtste jaar
en het negentiende jaar genoemd.

963
01:01:21,930 --> 01:01:25,170
In plaats van het zevende
is het het achtste.

964
01:01:25,170 --> 01:01:28,350
In plaats van het achttiende
is het het negentiende.

965
01:01:28,350 --> 01:01:32,790
Maar dit is ongetwijfeld te verklaren door
het gebruik van de Babylonische telling.

966
01:01:32,790 --> 01:01:37,410
Eerder, in hoofdstuk 25, zien
we dat Jeremia de telling van

967
01:01:37,410 --> 01:01:39,150
Jeruzalem had gebruikt.

968
01:01:39,150 --> 01:01:42,150
Daarbij wordt het begin van
de regering van een koning

969
01:01:42,150 --> 01:01:45,990
in een gedeelte van een jaar
als een heel jaar gerekend.

970
01:01:45,990 --> 01:01:48,450
De Babylonische telling deed dat niet.

971
01:01:48,450 --> 01:01:51,330
Wat de Joden dus het
tweede jaar zouden noemen,

972
01:01:51,330 --> 01:01:53,850
zou door de Babyloniërs
eigenlijk het eerste

973
01:01:53,850 --> 01:01:56,430
regeringsjaar van de
koning worden genoemd.

974
01:01:56,430 --> 01:01:58,770
Zo berekenden zij dat nu eenmaal.

975
01:01:58,770 --> 01:02:03,150
Het lijkt erop dat 2 Koningen
de telling van Jeruzalem volgt,

976
01:02:03,150 --> 01:02:06,270
en dat Jeremia hier de
Babylonische telling volgt,

977
01:02:06,270 --> 01:02:08,850
waardoor hij op andere getallen uitkomt.

978
01:02:08,850 --> 01:02:10,770
Maar het is hetzelfde jaar.

979
01:02:10,770 --> 01:02:14,370
Het vreemde is dat hier de
Babylonische telling wordt gebruikt,

980
01:02:14,370 --> 01:02:19,290
terwijl Jeremia eerder de telling van
Jeruzalem gebruikte, de Joodse telling.

981
01:02:19,290 --> 01:02:24,150
Dat zou erop kunnen wijzen dat een latere
Babylonische schrijver dit hoofdstuk heeft

982
01:02:24,150 --> 01:02:28,290
toegevoegd en daarbij de
Babylonische telling heeft gebruikt.

983
01:02:28,290 --> 01:02:31,590
Ook de aantallen mensen zijn
hier anders dan in Koningen.

984
01:02:31,590 --> 01:02:37,710
Het aantal van 3.023 Joden in
vers 28 is een aantal dat niet

985
01:02:37,710 --> 01:02:40,470
overeenkomt met de aantallen in Koningen.

986
01:02:40,470 --> 01:02:45,630
In Koningen worden een aantal van
10.000 en een aantal van 8.000 genoemd,

987
01:02:45,630 --> 01:02:47,730
die hier niet voorkomen.

988
01:02:47,730 --> 01:02:51,570
Geleerden hebben geopperd dat de gedeelten
in Koningen misschien gaan over de

989
01:02:51,570 --> 01:02:55,530
volledige gezinnen van deze mannen,
terwijl Jeremia alleen spreekt over de

990
01:02:55,530 --> 01:02:58,710
gezinshoofden, het aantal
gezinnen dat er was.

991
01:02:58,710 --> 01:03:03,210
Dit boek eindigt op dezelfde manier
als 2 Koningen, met een sprankje licht.

992
01:03:03,210 --> 01:03:07,530
Hoewel de Joden in ballingschap
worden weggevoerd, wordt Jechonia,

993
01:03:07,530 --> 01:03:12,030
die al in 597 voor Christus
gevangen was weggevoerd,

994
01:03:12,030 --> 01:03:17,310
na zevenendertig jaar gevangenschap uit
de gevangenis vrijgelaten. Er staat:

995
01:03:17,310 --> 01:03:21,750
Het gebeurde in het zevenendertigste
jaar van de ballingschap van Jojachin,

996
01:03:21,750 --> 01:03:27,030
de koning van Juda, in de twaalfde maand,
op de vijfentwintigste van de maand,

997
01:03:27,030 --> 01:03:33,570
dat Evil-Merodach, de koning van Babel,
in het eerste jaar van zijn koningschap,

998
01:03:33,570 --> 01:03:39,870
Jojachin, de koning van Juda, gratie
verleende en hem uit de gevangenis haalde.

999
01:03:39,870 --> 01:03:42,630
Hij is een opvolger van Nebukadnezar.

1000
01:03:42,630 --> 01:03:45,930
De man had maar drie maanden
in Jeruzalem geregeerd,

1001
01:03:45,930 --> 01:03:49,770
maar hij kreeg een gevangenisstraf
van zevenendertig jaar.

1002
01:03:49,770 --> 01:03:52,410
Hij was eigenlijk niet in opstand gekomen.

1003
01:03:52,410 --> 01:03:56,790
Hij werd alleen afgezet omdat men
vermoedde dat hij niet trouw was.

1004
01:03:56,790 --> 01:04:02,190
Hij sprak vriendelijk met hem en stelde
zijn zetel boven de zetel van de koningen

1005
01:04:02,190 --> 01:04:04,410
die met hem in Babel waren.

1006
01:04:04,410 --> 01:04:08,070
Dat wil zeggen, de andere
gevangengenomen koningen.

1007
01:04:08,070 --> 01:04:12,510
De Babyloniërs toonden wel een zekere
mate van respect voor de koningen

1008
01:04:12,510 --> 01:04:14,070
die ze overwonnen.

1009
01:04:14,070 --> 01:04:18,090
Jechonia werd gestraft met
zevenendertig jaar gevangenschap,

1010
01:04:18,090 --> 01:04:22,890
maar hij werd vrijgelaten en kreeg
een betere plaats aan tafel dan andere

1011
01:04:22,890 --> 01:04:25,290
koningen van de overwonnen volken.

1012
01:04:25,290 --> 01:04:30,990
Jojachin legde zijn gevangeniskleren af
en gebruikte steeds de maaltijd bij hem,

1013
01:04:30,990 --> 01:04:32,670
al de dagen van zijn leven.

1014
01:04:32,670 --> 01:04:35,610
En wat betreft zijn levensonderhoud: een

1015
01:04:35,610 --> 01:04:39,750
voortdurend levensonderhoud werd hem
door de koning van Babel verstrekt,

1016
01:04:39,750 --> 01:04:45,270
een dagelijkse hoeveelheid, tot de dag
van zijn dood, al de dagen van zijn leven.

1017
01:04:45,270 --> 01:04:47,550
Waarom wordt dit aan het einde vermeld?

1018
01:04:47,550 --> 01:04:51,030
Misschien om te suggereren dat hieruit
blijkt dat God de ballingen niet

1019
01:04:51,030 --> 01:04:52,710
volledig had verlaten.

1020
01:04:52,710 --> 01:04:57,570
Terwijl ze nog in ballingschap waren,
werd hun zelfs deze barmhartigheid bewezen

1021
01:04:57,570 --> 01:04:59,670
door koning Evil-Merodach.

1022
01:04:59,670 --> 01:05:03,030
Hij behandelde de koning
van de Joden, Jechonia,

1023
01:05:03,030 --> 01:05:07,710
met meer eerbied dan andere heidense
koningen die hij had overwonnen.

1024
01:05:07,710 --> 01:05:11,910
Misschien wordt hiermee gesuggereerd,
hoewel het niet ronduit wordt gezegd,

1025
01:05:11,910 --> 01:05:16,410
dat dit het werk was van God, Die
Zijn volk barmhartigheid bewees,

1026
01:05:16,410 --> 01:05:18,750
zelfs terwijl ze in Babylon waren.

1027
01:05:18,750 --> 01:05:23,910
Wanneer we Daniël en Ezechiël bestuderen,
vertellen deze boeken ook wat God met Zijn

1028
01:05:23,910 --> 01:05:25,590
volk in Babylon deed.

1029
01:05:25,590 --> 01:05:28,530
Want hoewel Jeremia
niet naar Babylon ging,

1030
01:05:28,530 --> 01:05:32,310
leefde hij lang genoeg om de verwoesting
van Jeruzalem en de ballingschap

1031
01:05:32,310 --> 01:05:33,390
mee te maken.

1032
01:05:33,390 --> 01:05:38,430
Maar Ezechiël en Daniël waren al
eerder naar Babylon weggevoerd:

1033
01:05:38,430 --> 01:05:44,730
Daniël als allereerste, in 605
voor Christus, en Ezechiël later,

1034
01:05:44,730 --> 01:05:48,150
in 597 voor Christus.

1035
01:05:48,150 --> 01:05:52,830
De boeken Ezechiël en Daniël horen
bij de Babylonische ballingschap

1036
01:05:52,830 --> 01:05:55,170
en zijn geschreven door profeten die

1037
01:05:55,170 --> 01:05:58,110
onder de omstandigheden van
die ballingschap leefden,

1038
01:05:58,110 --> 01:06:00,450
vóór de terugkeer naar Jeruzalem.

1039
01:06:00,450 --> 01:06:04,590
Die boeken horen dus duidelijk op die
specifieke plaats in de chronologie thuis.
