1
00:00:02,010 --> 00:00:04,770
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,770 --> 00:00:09,570
Deze keer behandelen we Jesaja
hoofdstuk 3 tot en met 6.

3
00:00:09,570 --> 00:00:12,450
We gaan verder bij Jesaja hoofdstuk 3.

4
00:00:12,450 --> 00:00:17,190
Denk eraan dat in hoofdstuk 2 veel
zonden van Juda werden veroordeeld,

5
00:00:17,190 --> 00:00:21,690
maar dat vooral de zonde van
hoogmoed bijzonder vaak terugkwam.

6
00:00:21,690 --> 00:00:23,730
De leiders waren hoogmoedig.

7
00:00:23,730 --> 00:00:27,030
Ik weet niet of dit slechts
een algemene hoogmoed was,

8
00:00:27,030 --> 00:00:30,330
zoals die mensen treft wanneer
ze hoge posities bekleden,

9
00:00:30,330 --> 00:00:33,690
of dat het specifiek verwees
naar hun hoogmoedige gedachte

10
00:00:33,690 --> 00:00:36,330
dat ze het zonder God wel konden redden.

11
00:00:36,330 --> 00:00:41,010
Juist in een tijd van nationale crisis,
toen er vijanden waren die heel goed in

12
00:00:41,010 --> 00:00:44,490
staat waren hen te vernietigen,
hadden ze zich met het gezicht

13
00:00:44,490 --> 00:00:49,470
ter aarde moeten werpen en tot God
moeten roepen om barmhartigheid en hulp.

14
00:00:49,470 --> 00:00:51,150
Maar dat deden ze niet.

15
00:00:51,150 --> 00:00:54,090
Ze dachten dat ze hun
problemen zelf konden oplossen,

16
00:00:54,090 --> 00:00:59,250
of in elk geval met hulp die ze uit
Egypte of ergens anders konden inroepen.

17
00:00:59,250 --> 00:01:04,110
Met andere woorden, ze maakten zich geen
zorgen over hun eigen tekortkomingen

18
00:01:04,110 --> 00:01:08,010
bij het aanpakken van situaties
die veel groter waren dan

19
00:01:08,010 --> 00:01:10,230
zij redelijkerwijs aankonden.

20
00:01:10,230 --> 00:01:12,990
In hun hoogmoed zagen ze zichzelf als

21
00:01:12,990 --> 00:01:17,130
onverwoestbaar en heel goed in
staat om alles op te lossen.

22
00:01:17,130 --> 00:01:20,190
Daarom zagen ze geen reden
om zich tot God te wenden,

23
00:01:20,190 --> 00:01:22,710
zoals mensen in zo’n
geval behoren te doen.

24
00:01:22,710 --> 00:01:26,490
We zien dat dit punt in hoofdstuk
3 verder wordt uitgewerkt:

25
00:01:26,490 --> 00:01:32,250
Want zie, de Heere, de HEERE van de
legermachten gaat van Jeruzalem en Juda

26
00:01:32,250 --> 00:01:38,190
wegnemen steun en stut: elke steun
van brood en elke steun van water,

27
00:01:38,190 --> 00:01:44,310
held en strijdbare man, rechter
en profeet, waarzegger en oudste,

28
00:01:44,310 --> 00:01:49,110
hoofdman over vijftig en
man van aanzien, raadsman,

29
00:01:49,110 --> 00:01:52,290
kundig vakman en scherpzinnig bezweerder.

30
00:01:52,290 --> 00:01:54,930
Het is niet helemaal
duidelijk hoe God bedoelt

31
00:01:54,930 --> 00:01:58,530
dat Hij die dingen van
Jeruzalem en Juda wegneemt.

32
00:01:58,530 --> 00:02:03,030
Jeruzalem bezweek bij deze gelegenheid
namelijk uiteindelijk niet,

33
00:02:03,030 --> 00:02:05,250
hoewel dat later wel gebeurde.

34
00:02:05,250 --> 00:02:10,890
Je zou kunnen denken dat God verwijst naar
de uiteindelijke verwoesting van Jeruzalem

35
00:02:10,890 --> 00:02:15,210
in de tijd van het Oude Testament,
toen de Babyloniërs kwamen.

36
00:02:15,210 --> 00:02:21,330
Dat was meer dan honderd jaar na de tijd
van Jesaja, maar het gebeurde niettemin.

37
00:02:21,330 --> 00:02:26,130
Zoals ik in de vorige lezing zei, is het
ook mogelijk dat Hij zegt dat dit in wezen

38
00:02:26,130 --> 00:02:30,270
is wat er nu met Jeruzalem zal
gebeuren door de Assyriërs,

39
00:02:30,270 --> 00:02:36,090
maar dan natuurlijk met de stilzwijgende
voorwaarde: tenzij er bekering komt.

40
00:02:36,090 --> 00:02:38,790
Dit is wat God dreigt te doen.

41
00:02:38,790 --> 00:02:42,930
Dit is wat God van plan is te
doen als er geen bekering komt.

42
00:02:42,930 --> 00:02:48,150
Hij gaat alles van Jeruzalem
wegnemen: het voedsel en de bevolking.

43
00:02:48,150 --> 00:02:53,730
Ik zal jongens aanstellen als hun
vorsten, willekeur zal onder hen heersen.

44
00:02:53,730 --> 00:02:57,990
Dit lijkt op wat Hij enkele
verzen later zegt, in vers 12:

45
00:02:57,990 --> 00:03:03,030
De onderdrukkers van Mijn volk zijn
kinderen, en vrouwen heersen over hen.

46
00:03:03,030 --> 00:03:08,370
Mijn volk, wie u leiden, misleiden u ,
en zij brengen de richting van uw paden

47
00:03:08,370 --> 00:03:09,090
in de war.

48
00:03:09,090 --> 00:03:12,930
Dat kinderen en vrouwen als
hun heersers werden aangesteld,

49
00:03:12,930 --> 00:03:17,250
werd beschouwd als iets wat hun
schande en vernedering bracht.

50
00:03:17,250 --> 00:03:20,970
Het is niet duidelijk of dit over
letterlijke kinderen en vrouwen gaat,

51
00:03:20,970 --> 00:03:25,650
of dat Hij zegt dat de mannen die regeren
niet beter zijn dan vrouwen en kinderen.

52
00:03:25,650 --> 00:03:30,210
Ze zijn verwijfd, zwak en
onervaren, en niet het soort

53
00:03:30,210 --> 00:03:33,090
mannelijke heersers dat
een land nodig heeft.

54
00:03:33,090 --> 00:03:35,730
Ze lijken meer op kinderen en vrouwen.

55
00:03:35,730 --> 00:03:37,890
Het kan natuurlijk
letterlijk bedoeld zijn,

56
00:03:37,890 --> 00:03:43,470
want kort daarvoor waren er verscheidene
heersers geweest die als vrouw of kind

57
00:03:43,470 --> 00:03:45,390
aangemerkt konden worden.

58
00:03:45,390 --> 00:03:47,610
Athalia was bijvoorbeeld een vrouw.

59
00:03:47,610 --> 00:03:52,350
Ze eigende zich de rol van koningin toe
door al haar kleinkinderen te doden,

60
00:03:52,350 --> 00:03:56,130
die de erfgenamen van de troon
van haar overleden zoon waren,

61
00:03:56,130 --> 00:03:58,050
en ze nam de troon in.

62
00:03:58,050 --> 00:04:01,470
Uiteindelijk werd zij zelf
gedood, maar ze was een vrouw

63
00:04:01,470 --> 00:04:04,230
en ze regeerde inderdaad over Juda.

64
00:04:04,230 --> 00:04:06,810
God zou naar dat feit kunnen verwijzen.

65
00:04:06,810 --> 00:04:11,190
Ook waren sommige koningen al op
zeer jonge leeftijd heerser geworden.

66
00:04:11,190 --> 00:04:15,510
Toen Athalia werd gedood, werd
haar kleinzoon Joas koning,

67
00:04:15,510 --> 00:04:17,610
en hij was zeven jaar oud.

68
00:04:17,610 --> 00:04:20,910
Volgens elke denkbare
definitie is dat een kind.

69
00:04:20,910 --> 00:04:24,990
De volgende koning, Amazia,
was vijfentwintig jaar oud,

70
00:04:24,990 --> 00:04:27,210
en Uzzia was zestien.

71
00:04:27,210 --> 00:04:32,430
Ze hadden dus een reeks heersers die
behoorlijk jong waren: een zevenjarige,

72
00:04:32,430 --> 00:04:35,070
een zestienjarige en een vrouw.

73
00:04:35,070 --> 00:04:40,410
Daarom zouden de woorden in vers 12, en
in vers 4, letterlijk bedoeld kunnen zijn.

74
00:04:40,410 --> 00:04:44,370
Maar sommige commentatoren denken
dat het in plaats daarvan een

75
00:04:44,370 --> 00:04:48,090
belediging aan het adres van
de mannelijke heersers daar is:

76
00:04:48,090 --> 00:04:51,930
ze zijn als kinderen en vrouwen
in plaats van als mannen.

77
00:04:51,930 --> 00:04:53,430
Vers 5 zegt:

78
00:04:53,430 --> 00:04:57,510
Het volk zal elkaar in het
nauw drijven, man tegen man,

79
00:04:57,510 --> 00:05:02,130
en eenieder tegen zijn naaste;
jongens zullen de ouderen aanvallen,

80
00:05:02,130 --> 00:05:04,650
de geminachte de geëerde.

81
00:05:04,650 --> 00:05:10,050
Ja, iemand zal zijn broer uit het huis
van zijn vader vastgrijpen met de woorden:

82
00:05:10,050 --> 00:05:16,290
Jij hebt nog een mantel, wees leider over
ons, en neem deze puinhoop onder je hoede.

83
00:05:16,290 --> 00:05:21,570
Dan zal hij op die dag zijn stem verheffen
en zeggen: Ik kan geen heelmeester zijn,

84
00:05:21,570 --> 00:05:25,050
en er is in mijn huis
geen brood en geen mantel;

85
00:05:25,050 --> 00:05:28,290
stel mij daarom niet aan
als leider van het volk.

86
00:05:28,290 --> 00:05:32,190
Dit gaat over een tijd waarin de
economie volledig is verwoest.

87
00:05:32,190 --> 00:05:35,310
De voedselvoorraad is
weggenomen, zoals in het eerste

88
00:05:35,310 --> 00:05:39,270
vers van dit hoofdstuk wordt
beschreven, en iedereen is arm.

89
00:05:39,270 --> 00:05:44,190
Zelfs in de beste tijden hadden de meeste
mensen niet meer dan één stel kleren.

90
00:05:44,190 --> 00:05:47,730
Wij kunnen ons nauwelijks een
situatie voorstellen waarin we maar

91
00:05:47,730 --> 00:05:49,470
één stel kleren hadden.

92
00:05:49,470 --> 00:05:51,750
Maar de gemiddelde mens was een boer,

93
00:05:51,750 --> 00:05:56,371
kleding was duur en de meeste
mensen hadden maar één stel kleren —

94
00:05:56,371 --> 00:06:01,470
niet één stel om zich te kunnen
verkleden, maar gewoon één enkel stel.

95
00:06:01,470 --> 00:06:05,490
Iemand die er twee had, was
iets welvarender dan gemiddeld.

96
00:06:05,490 --> 00:06:08,970
Het bezit van kleding was
dus in zekere zin een van de

97
00:06:08,970 --> 00:06:11,010
tekenen van iemands welvaart.

98
00:06:11,010 --> 00:06:15,090
Als mensen naast de kleren die ze
droegen nog één stel kleren hadden,

99
00:06:15,090 --> 00:06:17,610
dan waren ze iets
welvarender dan gemiddeld.

100
00:06:17,610 --> 00:06:22,050
Hij zegt dat de mensen wanhopig op zoek
zullen zijn naar iemand die de leiding

101
00:06:22,050 --> 00:06:24,270
over de puinhoop op zich wil nemen,

102
00:06:24,270 --> 00:06:28,830
de verantwoordelijkheid wil dragen en
Juda uit zijn problemen wil leiden,

103
00:06:28,830 --> 00:06:34,890
om hun kwalen te genezen — dat wil zeggen,
om de ziekte van het volk te genezen.

104
00:06:34,890 --> 00:06:37,530
Ze zullen iedereen
vastgrijpen die eruitziet

105
00:06:37,530 --> 00:06:40,710
alsof hij een bepaald voordeel
heeft waardoor hij zich van

106
00:06:40,710 --> 00:06:44,070
anderen onderscheidt en
iets koninklijker lijkt.

107
00:06:44,070 --> 00:06:48,510
Vermoedelijk betekent dit dat hij
naast de kleren die hij draagt nog

108
00:06:48,510 --> 00:06:49,950
andere kleren heeft.

109
00:06:49,950 --> 00:06:51,150
De man zal zeggen:

110
00:06:51,150 --> 00:06:54,630
Bij mij thuis is er geen
eten en zijn er geen kleren.

111
00:06:54,630 --> 00:06:58,770
Hij draagt kleren, maar hij ontkent
dat hij thuis andere kleren heeft

112
00:06:58,770 --> 00:07:03,030
om zich te verkleden, en hij
heeft ook geen voedsel. Hij zegt:

113
00:07:03,030 --> 00:07:06,330
Ik ben helemaal niet in de
positie om de leiding te nemen.

114
00:07:06,330 --> 00:07:10,050
De ramp is zo groot dat niemand
er verantwoordelijk voor wil zijn.

115
00:07:10,050 --> 00:07:11,910
Dat is wat hier wordt gezegd.

116
00:07:11,910 --> 00:07:15,570
Want Jeruzalem is gestruikeld
en Juda is gevallen,

117
00:07:15,570 --> 00:07:18,750
omdat hun woorden en
daden tegen de HEERE zijn,

118
00:07:18,750 --> 00:07:21,810
doordat zij de blik van
Zijn heerlijkheid tergen.

119
00:07:21,810 --> 00:07:24,930
Hun gelaatsuitdrukking getuigt tegen hen.

120
00:07:24,930 --> 00:07:30,390
Zoals Sodom maken zij hun zonden
openlijk bekend, zij verbergen ze niet.

121
00:07:30,390 --> 00:07:33,810
Wee hun ziel, want zij
doen zichzelf kwaad aan.

122
00:07:33,810 --> 00:07:36,510
Dit is een tweede vergelijking met Sodom.

123
00:07:36,510 --> 00:07:40,410
In hoofdstuk 1, vers 9,
waren ze als Sodom in de zin

124
00:07:40,410 --> 00:07:43,410
dat ze bijna aan Sodom gelijk waren.

125
00:07:43,410 --> 00:07:47,010
Sodom werd door Gods
oordeel volledig weggevaagd.

126
00:07:47,010 --> 00:07:49,230
Juda was bijna weggevaagd.

127
00:07:49,230 --> 00:07:54,630
Alleen een overblijfsel was overgebleven,
en als dat overblijfsel niet gespaard was,

128
00:07:54,630 --> 00:07:57,750
zouden ze volledig aan
Sodom gelijk zijn geweest.

129
00:07:57,750 --> 00:08:02,310
Dat wil zeggen dat ze door Gods oordeel
zo’n drastisch verlies van inwoners hadden

130
00:08:02,310 --> 00:08:06,270
geleden, dat ze in dat
opzicht sterk op Sodom leken.

131
00:08:06,270 --> 00:08:09,690
Maar ook op een andere manier
lijken ze sterk op Sodom:

132
00:08:09,690 --> 00:08:12,030
ze schamen zich niet voor hun zonden.

133
00:08:12,030 --> 00:08:17,070
Ze maken hun zonden openlijk bekend, niet
in de vorm van een nederige belijdenis die

134
00:08:17,070 --> 00:08:21,270
uit bekering voortkomt, maar
als iets waarop ze trots zijn.

135
00:08:21,270 --> 00:08:24,690
In dat opzicht vertonen ze nog
een overeenkomst met Sodom.

136
00:08:24,690 --> 00:08:25,710
Vers 10:

137
00:08:25,710 --> 00:08:28,470
Zeg de rechtvaardige dat
het hem goed zal gaan,

138
00:08:28,470 --> 00:08:31,470
dat hij de vrucht van zijn daden zal eten.

139
00:08:31,470 --> 00:08:36,090
Wee de goddeloze, het zal hem slecht
vergaan, want wat zijn handen verdienen,

140
00:08:36,090 --> 00:08:37,950
zal hem aangedaan worden.

141
00:08:37,950 --> 00:08:42,750
De onderdrukkers van Mijn volk zijn
kinderen, en vrouwen heersen over hen.

142
00:08:42,750 --> 00:08:47,850
Mijn volk, wie u leiden, misleiden u ,
en zij brengen de richting van uw paden

143
00:08:47,850 --> 00:08:48,990
in de war.

144
00:08:48,990 --> 00:08:52,710
Er is altijd een overblijfsel
waar God voor zal zorgen.

145
00:08:52,710 --> 00:08:55,830
Het zijn de leiders van het
volk die het probleem vormen.

146
00:08:55,830 --> 00:08:59,910
Zij brengen het volk op een
dwaalspoor, in de verkeerde richting.

147
00:08:59,910 --> 00:09:03,090
De HEERE staat gereed om
Zijn rechtszaak te voeren,

148
00:09:03,090 --> 00:09:06,750
en Hij staat klaar om over
de volken recht te spreken.

149
00:09:06,750 --> 00:09:12,030
De HEERE gaat in het gericht met de
oudsten van Zijn volk en de vorsten ervan.

150
00:09:12,030 --> 00:09:16,590
Ú hebt immers deze wijngaard verbrand,
en wat u geroofd hebt van de armen,

151
00:09:16,590 --> 00:09:18,630
bevindt zich in uw huizen.

152
00:09:18,630 --> 00:09:23,610
Welk recht hebt u om Mijn volk te
vertrappen en de armen te vermorzelen?

153
00:09:23,610 --> 00:09:27,390
spreekt de Heere, de
HEERE van de legermachten.

154
00:09:27,390 --> 00:09:30,810
Dit zijn duidelijk zeer
onderdrukkende heersers.

155
00:09:30,810 --> 00:09:34,590
Waarschijnlijk leggen ze de mensen een
zwaardere belastingdruk op dan ze zouden

156
00:09:34,590 --> 00:09:39,090
moeten, zodat de mensen hun
wijngaarden en huizen moeten afstaan.

157
00:09:39,090 --> 00:09:42,090
Ze voelen zich door hun
regering geplunderd.

158
00:09:42,090 --> 00:09:46,170
Deze uitleg sluit aan bij de Engelse
vertaling die Gregg gebruikt,

159
00:09:46,170 --> 00:09:50,550
waarin staat dat de leiders de
wijngaard hebben ‘verslonden’;

160
00:09:50,550 --> 00:09:54,810
de aangehaalde HSV spreekt hier van
het verbranden van de wijngaard.

161
00:09:54,810 --> 00:09:58,950
Hij zegt dat het is alsof ze de mensen
verpletteren en hun gezichten vermalen,

162
00:09:58,950 --> 00:10:02,550
en de mensen van wie ze
misbruik maken zijn de armen.

163
00:10:02,550 --> 00:10:04,170
Dit is schandelijk.

164
00:10:04,170 --> 00:10:08,430
Dit is aanstootgevend voor God, en Hij
brengt dat bezwaar hier opnieuw naar

165
00:10:08,430 --> 00:10:11,430
voren, zoals Hij eerder
in hoofdstuk 2 had gedaan

166
00:10:11,430 --> 00:10:16,770
toen Hij sprak over het onderdrukken van
de weduwe en de vaderloze, enzovoort.

167
00:10:16,770 --> 00:10:19,230
Dat is een andere benaming voor de armen.

168
00:10:19,230 --> 00:10:23,850
Van vers 16 tot het einde van het
hoofdstuk worden de vrouwen van Juda als

169
00:10:23,850 --> 00:10:26,490
doelwit van de veroordeling aangewezen.

170
00:10:26,490 --> 00:10:31,290
Ook zij maken zich in wezen schuldig aan
hetzelfde wat in hoofdstuk 2 de grote

171
00:10:31,290 --> 00:10:35,070
zonde was, namelijk
hoogmoed en arrogantie.

172
00:10:35,070 --> 00:10:39,270
Deze Joodse mensen in Jeruzalem hadden
in die tijd geen enkele reden om

173
00:10:39,270 --> 00:10:41,550
zelfverzekerd of arrogant te zijn.

174
00:10:41,550 --> 00:10:44,850
Hun land was verwoest en
het zou nog erger worden.

175
00:10:44,850 --> 00:10:48,270
Toch gedragen ze zich alsof
er niets aan de hand is.

176
00:10:48,270 --> 00:10:52,950
Ze zijn trots en zelfverzekerd, en
in dat opzicht waren de vrouwen niet

177
00:10:52,950 --> 00:10:54,390
beter dan de mannen.

178
00:10:54,390 --> 00:10:58,770
Eerder, in hoofdstuk
2, vers 11 en vers 17,

179
00:10:58,770 --> 00:11:03,510
zagen we dat God sprak over hoe Hij de
trotse blikken van de mens zal vernederen

180
00:11:03,510 --> 00:11:06,390
en de hoogmoed van de
mensen zal neerbuigen.

181
00:11:06,390 --> 00:11:10,770
Dat refrein werd in hoofdstuk
2, vers 17, herhaald.

182
00:11:10,770 --> 00:11:15,270
Nu worden de trotse blikken en de hoogmoed
van de vrouwen ter sprake gebracht,

183
00:11:15,270 --> 00:11:19,350
met veel nadruk op de manier
waarop zij zich kleden en zich met

184
00:11:19,350 --> 00:11:21,090
sieraden en dergelijke tooien.

185
00:11:21,090 --> 00:11:22,290
Er staat:

186
00:11:22,290 --> 00:11:26,730
Verder zegt de HEERE: Omdat de
dochters van Sion uit de hoogte doen,

187
00:11:26,730 --> 00:11:32,430
met uitgestrekte hals lopen, met de
ogen lonken, met kleine pasjes lopen,

188
00:11:32,430 --> 00:11:34,710
en hun enkelringen laten rinkelen,

189
00:11:34,710 --> 00:11:37,830
Dat wil zeggen: verleidelijke ogen.

190
00:11:37,830 --> 00:11:43,890
Het Engelse woord ‘mincing’ uit de King
James is hier een opvallende woordkeus.

191
00:11:43,890 --> 00:11:47,970
Het betekent dat ze met kleine,
trippelende pasjes voortlopen;

192
00:11:47,970 --> 00:11:52,050
de HSV geeft dit weer als
‘met kleine pasjes lopen’.

193
00:11:52,050 --> 00:11:54,990
Het is bijna een gekunstelde
manier van lopen.

194
00:11:54,990 --> 00:11:57,750
Ik kan me nauwelijks
voorstellen hoe dat eruitzag.

195
00:11:57,750 --> 00:12:01,710
Ik weet niet hoe het eruitziet, maar
het is niet zo dat ze echt vallen.

196
00:12:01,710 --> 00:12:04,470
Het is meer een gekunstelde
manier van lopen:

197
00:12:04,470 --> 00:12:09,150
met hun nek uitgestrekt en terwijl ze
mannen verleidelijke blikken toewerpen.

198
00:12:09,150 --> 00:12:10,890
Ze zijn wellustig.

199
00:12:10,890 --> 00:12:14,250
Wellustig betekent dat
ze bezeten zijn van seks.

200
00:12:14,250 --> 00:12:17,310
Ze lopen met kleine,
trippelende pasjes voort.

201
00:12:17,310 --> 00:12:20,910
Op de een of andere manier was
hun manier van lopen gekunsteld.

202
00:12:20,910 --> 00:12:23,730
Ze liepen terwijl ze met
hun voeten rinkelden.

203
00:12:23,730 --> 00:12:27,630
Waarschijnlijk hadden ze belletjes
aan hun tenen of aan hun schoenen.

204
00:12:27,630 --> 00:12:31,830
daarom zal de Heere de schedel van
de dochters van Sion schurftig maken,

205
00:12:31,830 --> 00:12:34,890
en hun schaamdelen zal de HEERE ontbloten.

206
00:12:34,890 --> 00:12:35,670
en:

207
00:12:35,670 --> 00:12:38,370
de Heer zal hun schaamdelen ontbloten.

208
00:12:38,370 --> 00:12:43,950
Ze dragen fraaie, modieuze kleding om er
in de ogen van hun buren goed uit te zien

209
00:12:43,950 --> 00:12:45,630
en bewonderd te worden.

210
00:12:45,630 --> 00:12:47,670
Hij gaat hun kleren wegnemen.

211
00:12:47,670 --> 00:12:50,430
Hij gaat hun schaamdelen ontbloten.

212
00:12:50,430 --> 00:12:54,330
Zo werden gevangenen vaak
weggevoerd, vooral door de Assyriërs

213
00:12:54,330 --> 00:12:55,650
en de Babyloniërs.

214
00:12:55,650 --> 00:12:59,610
Wanneer zij mensen gevangennamen
en in gevangenschap wegvoerden,

215
00:12:59,610 --> 00:13:01,950
kleedden ze hen vaak helemaal uit.

216
00:13:01,950 --> 00:13:05,730
Soms deden ze haken in hun
neus en voerden ze hen zo mee.

217
00:13:05,730 --> 00:13:09,510
Ze kleedden hen helemaal uit
omdat dat zo schandelijk,

218
00:13:09,510 --> 00:13:11,670
beschamend en vernederend was.

219
00:13:11,670 --> 00:13:16,770
Jesaja zelf loopt in hoofdstuk 20
naakt rond wanneer hij voorzegt dat

220
00:13:16,770 --> 00:13:19,590
Egypte in gevangenschap
zal worden weggevoerd.

221
00:13:19,590 --> 00:13:21,810
Daarmee beeldt hij uit hoe het zal zijn,

222
00:13:21,810 --> 00:13:24,690
hoe de gevangenen naakt
zullen worden weggevoerd.

223
00:13:24,690 --> 00:13:26,850
Waarschijnlijk was hij niet spiernaakt.

224
00:13:26,850 --> 00:13:30,870
Er wordt in elk geval
gesproken over ontblote billen.

225
00:13:30,870 --> 00:13:35,070
Jesaja beeldde daarmee uit hoe de
gevangenen zouden worden weggevoerd.

226
00:13:35,070 --> 00:13:40,470
Hij moest dus drie jaar lang rondlopen in
een toestand die voor hem vernederend was.

227
00:13:40,470 --> 00:13:43,890
De profeet moet werkelijk de prijs
betalen voor het feit dat hij

228
00:13:43,890 --> 00:13:45,630
Gods boodschapper is.

229
00:13:45,630 --> 00:13:48,090
Hij moet zijn boodschap uitleven.

230
00:13:48,090 --> 00:13:52,350
Maar tegen deze vrouwen wordt gezegd
dat hun kleding zal worden weggenomen.

231
00:13:52,350 --> 00:13:54,810
Hij zal hun schaamdelen ontbloten.

232
00:13:54,810 --> 00:13:59,550
Op die dag zal de Heere de mooiste
sieraden wegnemen: de enkelringen,

233
00:13:59,550 --> 00:14:05,490
de voorhoofdbanden, de maantjes, de
oorhangers, de armbanden, de sluiers,

234
00:14:05,490 --> 00:14:11,250
de hoofddoeken, de enkelkettinkjes, de
gordels, de reukflesjes, de amuletten,

235
00:14:11,250 --> 00:14:17,850
de ringen, de neusringen, de feestkleren,
de mantels, de omslagdoeken, de tasjes,

236
00:14:17,850 --> 00:14:22,650
de handspiegels, de onderkleding,
de mutsen en de sluiers.

237
00:14:22,650 --> 00:14:27,390
Dat geeft enigszins een beeld van de
fraaie sieraden en kleding die ze droegen.

238
00:14:27,390 --> 00:14:30,270
Dan zal er in plaats van
balsemgeur stank zijn,

239
00:14:30,270 --> 00:14:33,090
en er zal een touw zijn
in plaats van een gordel,

240
00:14:33,090 --> 00:14:37,470
kaalheid in plaats van haarvlechten, het
aandoen van een rouwgewaad in plaats van

241
00:14:37,470 --> 00:14:41,070
een pronkgewaad, een brandmerk
in plaats van schoonheid.

242
00:14:41,070 --> 00:14:44,130
De parfumdoosjes die in
vers 20 worden genoemd,

243
00:14:44,130 --> 00:14:47,610
verwijzen waarschijnlijk naar een soort
geurzakje dat onder de kleding hing aan

244
00:14:47,610 --> 00:14:51,150
een lint om de hals en
hun een zoete geur gaf.

245
00:14:51,150 --> 00:14:54,030
Hij zegt dat die zoete
geur zal verdwijnen.

246
00:14:54,030 --> 00:14:58,290
Hij gaat die wegnemen en in
plaats daarvan zullen ze stinken.

247
00:14:58,290 --> 00:15:01,410
Er zal ‘een touw zijn in
plaats van een gordel’,

248
00:15:01,410 --> 00:15:03,810
Mensen die in gevangenschap
werden weggevoerd,

249
00:15:03,810 --> 00:15:08,190
werden namelijk vaak samen met
andere gevangenen vastgeketend of met

250
00:15:08,190 --> 00:15:09,990
touwen aan elkaar gebonden.

251
00:15:09,990 --> 00:15:13,470
Ze liepen achter elkaar,
met een touw om hun middel.

252
00:15:13,470 --> 00:15:17,310
Hun mooie gordels zullen dus
door touwen worden vervangen.

253
00:15:17,310 --> 00:15:20,970
Er zal ‘kaalheid in plaats
van haarvlechten’ zijn,

254
00:15:20,970 --> 00:15:24,810
waarschijnlijk doordat ze
zichzelf werkelijk kaalschoren,

255
00:15:24,810 --> 00:15:27,390
zoals mensen deden wanneer ze rouwden.

256
00:15:27,390 --> 00:15:31,050
Wanneer mensen rouwden,
schoren ze hun hoofd kaal,

257
00:15:31,050 --> 00:15:34,590
scheurden ze hun kleren
en deden ze zulke dingen.

258
00:15:34,590 --> 00:15:38,310
Brandmerken kan natuurlijk
verwijzen naar het feit dat ze tot

259
00:15:38,310 --> 00:15:42,930
slaaf zouden worden gemaakt en als
vee gebrandmerkt zouden worden.

260
00:15:42,930 --> 00:15:47,010
Het kan ook eenvoudig verwijzen
naar verbranding tijdens marteling.

261
00:15:47,010 --> 00:15:51,450
Uw mannen zullen door het zwaard
vallen en uw helden in de strijd.

262
00:15:51,450 --> 00:15:54,570
Haar poorten zullen treuren en rouwen.

263
00:15:54,570 --> 00:15:58,650
Als alles haar ontnomen is,
zal zij neerzitten op de aarde.

264
00:15:58,650 --> 00:16:03,570
Dat betekent dat de poorten van
Jeruzalem zullen weeklagen en rouwen.

265
00:16:03,570 --> 00:16:07,470
En in die tijd, zegt hoofdstuk 4, vers 1:

266
00:16:07,470 --> 00:16:11,970
Op die dag zullen zeven vrouwen
één man vastgrijpen en zeggen:

267
00:16:11,970 --> 00:16:17,970
Ons eigen brood zullen wij eten en met
onze eigen kleren zullen wij ons kleden.

268
00:16:17,970 --> 00:16:20,550
Laat ons slechts uw naam mogen dragen.

269
00:16:20,550 --> 00:16:22,770
Neem onze smaad weg!

270
00:16:22,770 --> 00:16:25,230
Hier had het hoofdstuk moeten eindigen.

271
00:16:25,230 --> 00:16:29,850
Zoals je kunt zien, begint hoofdstuk
4 met dat vers, maar dat is jammer.

272
00:16:29,850 --> 00:16:33,690
Want veel mensen die hoofdstuk
4 vanaf vers 1 lezen,

273
00:16:33,690 --> 00:16:37,770
weten niet wat ze ervan moeten
maken. Waar gaat dit over?

274
00:16:37,770 --> 00:16:41,310
Zeven vrouwen die de vrouw
van één man willen zijn?

275
00:16:41,310 --> 00:16:44,790
Dat wordt in het vorige
hoofdstuk uitgelegd en dit vers

276
00:16:44,790 --> 00:16:47,370
hoort eigenlijk bij het vorige hoofdstuk.

277
00:16:47,370 --> 00:16:49,470
In vers 25 staat:

278
00:16:49,470 --> 00:16:52,110
Jullie mannen zullen
omkomen door het zwaard

279
00:16:52,110 --> 00:16:55,050
en jullie helden zullen
sneuvelen in de oorlog.

280
00:16:55,050 --> 00:16:58,590
Hij zegt dat ze door de oorlog
zoveel mannen zullen verliezen

281
00:16:58,590 --> 00:17:02,010
dat er voor iedere man
zeven vrouwen zullen zijn.

282
00:17:02,010 --> 00:17:05,670
Omdat ze weduwen zullen zijn,
zullen ze wanhopig op zoek zijn

283
00:17:05,670 --> 00:17:08,070
naar iemand die hun man kan worden.

284
00:17:08,070 --> 00:17:11,970
In zo’n samenleving in de oudheid
deelden vrouwen liever een man

285
00:17:11,970 --> 00:17:14,250
dan dat ze helemaal geen man hadden.

286
00:17:14,250 --> 00:17:17,490
Moderne vrouwen zijn natuurlijk
veel onafhankelijker en hebben een

287
00:17:17,490 --> 00:17:19,050
man minder nodig.

288
00:17:19,050 --> 00:17:21,330
Wat heeft een vis aan een fiets?

289
00:17:21,330 --> 00:17:25,290
Vrouwen voelen daarom vaak niet de
behoefte aan een man of aan een huwelijk.

290
00:17:25,290 --> 00:17:29,190
Maar in die tijd was een vrouw
zonder man erg kwetsbaar.

291
00:17:29,190 --> 00:17:34,290
Om te beginnen kon ze niet veel doen om
in haar eigen levensonderhoud te voorzien.

292
00:17:34,290 --> 00:17:35,970
In elk geval kon ze niet veel

293
00:17:35,970 --> 00:17:39,510
fatsoenlijks doen om in haar
levensonderhoud te voorzien.

294
00:17:39,510 --> 00:17:44,250
Als ze weduwe was, konden andere mensen
in de samenleving, en vooral mannen,

295
00:17:44,250 --> 00:17:46,410
ook misbruik van haar maken.

296
00:17:46,410 --> 00:17:50,550
Vaak beschikte ze niet over de middelen
of de deskundigheid om te weten

297
00:17:50,550 --> 00:17:53,070
hoe ze haar zaak voor de
rechtbank moest verdedigen.

298
00:17:53,070 --> 00:17:55,470
Dat er een man was die
voor het gezin opkwam,

299
00:17:55,470 --> 00:17:59,250
een man die voor zijn vrouw opkwam,
werd als essentieel beschouwd,

300
00:17:59,250 --> 00:18:02,010
niet alleen als iets wat
prettig was om te hebben.

301
00:18:02,010 --> 00:18:04,110
Wanneer een vrouw haar man verloor,

302
00:18:04,110 --> 00:18:08,670
verkeerde ze maatschappelijk dus in een
uiterst, uiterst wanhopige toestand.

303
00:18:08,670 --> 00:18:12,270
Ze deelden een man veel liever
met zes andere vrouwen dan dat ze

304
00:18:12,270 --> 00:18:13,710
zonder man zaten.

305
00:18:13,710 --> 00:18:17,790
Het getal zeven is zeker alleen maar
beeldspraak om aan te geven dat er een

306
00:18:17,790 --> 00:18:19,890
enorm tekort aan mannen is.

307
00:18:19,890 --> 00:18:22,650
Er zijn misschien wel
zeven vrouwen op elke man,

308
00:18:22,650 --> 00:18:26,670
omdat de mannelijke bevolking
door oorlog zo sterk is uitgedund.

309
00:18:26,670 --> 00:18:31,650
Maar met vers 2 begint wat eigenlijk het
begin van hoofdstuk 4 zou moeten zijn.

310
00:18:31,650 --> 00:18:34,410
En dan zou het ook nog eens
een kort hoofdstuk zijn,

311
00:18:34,410 --> 00:18:38,850
want dit is de passage die we in onze
thematische behandeling hebben bekeken.

312
00:18:38,850 --> 00:18:41,850
Het is een van de Messiaanse passages.

313
00:18:41,850 --> 00:18:46,590
In wezen is dit de tweede die we hier
in Jesaja tegenkomen. En er staat:

314
00:18:46,590 --> 00:18:51,210
Op die dag zal de SPRUIT van de
HEERE tot een heerlijk sieraad zijn,

315
00:18:51,210 --> 00:18:53,970
en de vrucht van de aarde tot glorie en

316
00:18:53,970 --> 00:18:57,390
luister voor hen in
Israël die ontkomen zijn.

317
00:18:57,390 --> 00:19:01,230
Dan zal het gebeuren dat
wie in Sion overgebleven is,

318
00:19:01,230 --> 00:19:05,790
en wie in Jeruzalem overgelaten
is, heilig genoemd zal worden,

319
00:19:05,790 --> 00:19:09,930
eenieder die in Jeruzalem
ten leven opgeschreven is.

320
00:19:09,930 --> 00:19:13,950
Wanneer de Heere de vuilheid van de
dochters van Sion afgewassen zal hebben en

321
00:19:13,950 --> 00:19:18,210
de vele bloedschuld van Jeruzalem uit het
midden ervan weggespoeld zal hebben door

322
00:19:18,210 --> 00:19:21,810
de Geest van oordeel en door
de Geest van uitbranding,

323
00:19:21,810 --> 00:19:27,930
dan zal de HEERE over elke plaats op de
berg Sion en over de samenkomsten ervan

324
00:19:27,930 --> 00:19:33,930
overdag een wolk scheppen en rook, en 's
nachts een schijnsel van vlammend vuur;

325
00:19:33,930 --> 00:19:38,370
ja, over alles wat heerlijk
is, zal een beschutting zijn.

326
00:19:38,370 --> 00:19:42,330
Dan zal een hut dienen tot
schaduw overdag tegen de hitte,

327
00:19:42,330 --> 00:19:47,310
en als toevlucht en schuilplaats
tegen de vloed en tegen de regen.

328
00:19:47,310 --> 00:19:51,330
Je zult je herinneren hoe we deze
passage eerder hebben behandeld.

329
00:19:51,330 --> 00:19:55,410
Er zal een tabernakel zijn, die naar mijn
overtuiging zijn vervulling vindt in de

330
00:19:55,410 --> 00:19:58,830
gemeente, die de tabernakel van God is.

331
00:19:58,830 --> 00:20:01,290
God woont onder ons.

332
00:20:01,290 --> 00:20:03,810
Wij zijn het huis van God.

333
00:20:03,810 --> 00:20:07,110
En toch zijn er vele
woningen, niet slechts één.

334
00:20:07,110 --> 00:20:11,250
Boven elke woning op de berg
Sion is die Shekinahheerlijkheid,

335
00:20:11,250 --> 00:20:15,150
de aanwezigheid van God, Die
in elke woning verblijft.

336
00:20:15,150 --> 00:20:20,010
Gezamenlijk bevinden deze woningen zich
onder de overkoepelende grote tabernakel,

337
00:20:20,010 --> 00:20:24,210
maar elke afzonderlijke woning is
ook een aparte woning voor God,

338
00:20:24,210 --> 00:20:26,190
en dat geldt ook voor de samenkomsten.

339
00:20:26,190 --> 00:20:31,770
Je hebt dus afzonderlijke mensen, je hebt
samenkomsten van afzonderlijke mensen,

340
00:20:31,770 --> 00:20:33,690
en dan heb je het geheel.

341
00:20:33,690 --> 00:20:36,930
En dat is precies zoals
het met de gemeente is.

342
00:20:36,930 --> 00:20:39,390
Wereldwijd is er één gemeente.

343
00:20:39,390 --> 00:20:42,150
Dat is het huis van God op aarde.

344
00:20:42,150 --> 00:20:47,070
God woont onder de mensen,
in Zijn volk, Zijn gemeente.

345
00:20:47,070 --> 00:20:51,990
Maar de wereldwijde gemeente is
opgedeeld in plaatselijke samenkomsten,

346
00:20:51,990 --> 00:20:56,430
en de plaatselijke samenkomsten
bestaan uit afzonderlijke mensen.

347
00:20:56,430 --> 00:21:01,170
En Gods heerlijkheid en aanwezigheid
zijn in ieder afzonderlijk mens,

348
00:21:01,170 --> 00:21:04,530
in iedere samenkomst en in het geheel.

349
00:21:04,530 --> 00:21:06,750
Zo wordt het hier dus beschreven.

350
00:21:06,750 --> 00:21:11,250
Ik heb gewezen op de overeenkomsten
met Johannes 14, waar Jezus zei:

351
00:21:11,250 --> 00:21:14,130
In het huis van Mijn
Vader zijn veel woningen

352
00:21:14,130 --> 00:21:18,930
Het huis van de Vader is natuurlijk de
gemeente, en wij zijn de vele woningen.

353
00:21:18,930 --> 00:21:21,330
God woont in ieder van ons.

354
00:21:21,330 --> 00:21:24,090
Zo hebben we hier in Sion ook de woningen:

355
00:21:24,090 --> 00:21:28,050
God woont in ieder afzonderlijk
en ook in het geheel.

356
00:21:28,050 --> 00:21:32,250
Dit is dus een heel korte passage
over God Die bij Zijn volk woont.

357
00:21:32,250 --> 00:21:36,150
Misschien is die nodig vanwege de
beschrijvende passage die eraan

358
00:21:36,150 --> 00:21:39,450
voorafgaat, over de
verwoesting van Jeruzalem.

359
00:21:39,450 --> 00:21:43,710
Die passage zou de indruk kunnen
wekken dat er een nieuwe tabernakel,

360
00:21:43,710 --> 00:21:48,390
een nieuwe woning van God moet komen,
omdat de tempel in Jeruzalem stond,

361
00:21:48,390 --> 00:21:51,930
en de tempel destijds
het huis van God was.

362
00:21:51,930 --> 00:21:55,590
En als die verwoest wordt,
waar gaat God dan wonen?

363
00:21:55,590 --> 00:21:58,890
Wel, Hij gaat in Zijn volk wonen.

364
00:21:58,890 --> 00:22:03,450
En dat is natuurlijk het geval
sinds het jaar 70 na Christus,

365
00:22:03,450 --> 00:22:05,370
toen de tempel werd platgebrand.

366
00:22:05,370 --> 00:22:09,630
In de tijd van Jesaja zou er natuurlijk
al in de meer nabije toekomst

367
00:22:09,630 --> 00:22:14,850
een verwoesting van de tempel
plaatsvinden, in 586 voor Christus.

368
00:22:14,850 --> 00:22:18,330
Maar er is een uiteindelijke
verwoesting van de tempel geweest,

369
00:22:18,330 --> 00:22:21,690
die ertoe heeft geleid dat
de gemeente nu op deze manier

370
00:22:21,690 --> 00:22:24,390
Gods woonplaats in de wereld is.

371
00:22:24,390 --> 00:22:27,990
Hoofdstuk 5 begint met de
gelijkenis over de wijngaard die we

372
00:22:27,990 --> 00:22:29,550
eerder hebben besproken.

373
00:22:29,550 --> 00:22:32,550
Ik wil graag voor mijn Beminde zingen,

374
00:22:32,550 --> 00:22:35,670
een lied van mijn Geliefde
over Zijn wijngaard.

375
00:22:35,670 --> 00:22:39,270
Mijn Beminde had een wijngaard
op een vruchtbare heuvel.

376
00:22:39,270 --> 00:22:43,410
Het is interessant dat hij het
zo inleidt. Het is eigenaardig.

377
00:22:43,410 --> 00:22:46,170
Maar hij spreekt over
God als zijn geliefde,

378
00:22:46,170 --> 00:22:50,190
waarmee hij misschien onderscheid maakt
tussen zichzelf en de meeste mensen,

379
00:22:50,190 --> 00:22:52,770
die God niet liefhadden.

380
00:22:52,770 --> 00:22:56,970
‘Nou, ik heb God nog steeds lief,
of jullie dat nu hebben of niet.

381
00:22:56,970 --> 00:22:59,070
Hij is mijn zeer geliefde.’

382
00:22:59,070 --> 00:23:02,610
Hij spitte hem om en
zuiverde hem van stenen,

383
00:23:02,610 --> 00:23:05,430
Hij beplantte hem met edele wijnstokken.

384
00:23:05,430 --> 00:23:10,170
In het midden ervan bouwde Hij een toren,
en hakte ook een perskuip daarin uit.

385
00:23:10,170 --> 00:23:12,930
Hij verwachtte dat hij goede
druiven zou voortbrengen,

386
00:23:12,930 --> 00:23:15,450
maar hij bracht stinkende druiven voort.

387
00:23:15,450 --> 00:23:19,410
Het was een land van melk en honing
waar Hij hen naartoe had gebracht,

388
00:23:19,410 --> 00:23:22,470
een goede plaats die veel
vrucht kon voortbrengen.

389
00:23:22,470 --> 00:23:26,490
Hij verwijderde de hindernissen,
zodat de wijnstok veilig en blijvend

390
00:23:26,490 --> 00:23:27,870
zou kunnen groeien.

391
00:23:27,870 --> 00:23:30,690
Die toren was ongetwijfeld
bedoeld voor een wachter

392
00:23:30,690 --> 00:23:33,570
die naar indringers en
dergelijke moest uitkijken.

393
00:23:33,570 --> 00:23:35,610
Het was dus een beschermende maatregel.

394
00:23:35,610 --> 00:23:39,750
Nu dan, inwoners van
Jeruzalem en mannen van Juda,

395
00:23:39,750 --> 00:23:43,230
oordeel toch tussen Mij en Mijn wijngaard.

396
00:23:43,230 --> 00:23:45,090
Nu spreekt God.

397
00:23:45,090 --> 00:23:51,030
Eerst spreekt Jesaja over God als zijn
geliefde, maar nu spreekt God en zegt Hij:

398
00:23:51,030 --> 00:23:55,770
Wat is er nog meer te doen aan Mijn
wijngaard, dan wat Ik eraan gedaan heb?

399
00:23:55,770 --> 00:23:59,070
Waarom heb Ik verwacht dat hij
goede druiven zou voortbrengen,

400
00:23:59,070 --> 00:24:02,130
terwijl hij slechts stinkende
druiven voortbracht?

401
00:24:02,130 --> 00:24:06,750
Nu dan, Ik wil u graag bekendmaken
wat Ik met Mijn wijngaard ga doen:

402
00:24:06,750 --> 00:24:10,830
Ik zal zijn omheining wegnemen,
zodat hij verwoest zal worden;

403
00:24:10,830 --> 00:24:15,030
Ik zal een bres slaan in zijn muur,
zodat hij vertrapt zal worden.

404
00:24:15,030 --> 00:24:17,250
Ik zal er een wildernis van maken.

405
00:24:17,250 --> 00:24:19,950
Hij zal niet gesnoeid
worden of geschoffeld,

406
00:24:19,950 --> 00:24:23,130
maar dorens en distels
zullen er opschieten.

407
00:24:23,130 --> 00:24:27,270
En Ik zal de wolken gebieden geen
regen erop te laten neerkomen.

408
00:24:27,270 --> 00:24:32,010
Want de wijngaard van de HEERE van de
legermachten is het huis van Israël,

409
00:24:32,010 --> 00:24:35,010
en de mannen van Juda
zijn Zijn lievelingsplant.

410
00:24:35,010 --> 00:24:40,530
Hij verwachtte goed bestuur, maar zie,
het werd bloedbestuur, gerechtigheid,

411
00:24:40,530 --> 00:24:43,050
maar zie, het werd geschreeuw.

412
00:24:43,050 --> 00:24:45,630
Nu hebben we deze passage opnieuw bekeken

413
00:24:45,630 --> 00:24:51,030
en erop gewezen dat Israël figuurlijk een
wijngaard en een wijnstok wordt genoemd.

414
00:24:51,030 --> 00:24:55,050
En je plant een wijngaard om
vrucht te krijgen. God zegt:

415
00:24:55,050 --> 00:24:57,750
Ik verwachtte dit, maar ik kreeg dat.

416
00:24:57,750 --> 00:25:02,730
In vers 2 staat dat Hij verwachtte dat de
wijngaard goede druiven zou voortbrengen,

417
00:25:02,730 --> 00:25:05,130
maar hij bracht wilde druiven voort.

418
00:25:05,130 --> 00:25:08,490
De vraag werd gesteld:
„Wist God het dan niet?

419
00:25:08,490 --> 00:25:10,770
Hoe kon God verrast zijn?

420
00:25:10,770 --> 00:25:12,750
Weet God de toekomst niet?

421
00:25:12,750 --> 00:25:17,670
Hoe kon Hij iets verwachten dat anders
was dan wat er werkelijk gebeurde?”

422
00:25:17,670 --> 00:25:20,910
Dit is een passage die soms wordt
gebruikt door mensen uit het kamp

423
00:25:20,910 --> 00:25:22,890
van de openheidstheologie.

424
00:25:22,890 --> 00:25:27,270
Zij zeggen dat God in feite niet van
tevoren weet wat mensen zullen doen.

425
00:25:27,270 --> 00:25:30,990
Die opvatting wordt steeds
populairder in evangelische kringen,

426
00:25:30,990 --> 00:25:35,310
en passages als deze worden gebruikt
om die opvatting te bevorderen.

427
00:25:35,310 --> 00:25:37,950
Naar mijn mening weet God de toekomst wel.

428
00:25:37,950 --> 00:25:42,630
Ik geloof dat Hij hier eenvoudigweg
spreekt als een personage in een verhaal,

429
00:25:42,630 --> 00:25:47,310
waarin Hij de eigenaar van een wijngaard
is, zoals een menselijke eigenaar.

430
00:25:47,310 --> 00:25:51,870
Hij zegt dat Hij een wijngaard plant
in de hoop goede druiven te krijgen,

431
00:25:51,870 --> 00:25:55,770
en dat Hij teleurgesteld is
wanneer Hij ziet wat die oplevert.

432
00:25:55,770 --> 00:26:00,210
Dit vertelt ons niet alles wat God
wel of niet over de toekomst weet.

433
00:26:00,210 --> 00:26:03,870
Het plaatst Hem eenvoudigweg in
de rol van een mens in een verhaal

434
00:26:03,870 --> 00:26:05,550
over een wijngaard.

435
00:26:05,550 --> 00:26:09,090
En natuurlijk klinkt het daardoor
alsof Hij iets goeds verwachtte,

436
00:26:09,090 --> 00:26:10,650
maar dat niet kreeg.

437
00:26:10,650 --> 00:26:15,390
Hij zegt inderdaad dat de wijngaard van
de HEERE van de legermachten Israël is,

438
00:26:15,390 --> 00:26:17,670
en dat Juda Zijn plant is.

439
00:26:17,670 --> 00:26:21,810
Daarom hadden zij vrucht moeten
voortbrengen. Wat is die vrucht?

440
00:26:21,810 --> 00:26:23,130
Hij wil recht.

441
00:26:23,130 --> 00:26:26,190
Hij wil gerechtigheid, zegt vers 7.

442
00:26:26,190 --> 00:26:28,290
Dat is de vrucht die Hij wil.

443
00:26:28,290 --> 00:26:30,390
Maar Hij kreeg geen goede vrucht.

444
00:26:30,390 --> 00:26:34,530
Wat Hij in Israël zag, was
juist onderdrukking en geween.

445
00:26:34,530 --> 00:26:37,890
Dat is het tot slachtoffer maken
van de armen en de hulpelozen.

446
00:26:37,890 --> 00:26:41,490
In plaats van recht was er
onrecht en onderdrukking,

447
00:26:41,490 --> 00:26:45,330
en werden de armen zo veel
mogelijk ongestraft uitgebuit.

448
00:26:45,330 --> 00:26:48,630
Dit is het tegenovergestelde
van wat Hij wilde.

449
00:26:48,630 --> 00:26:50,610
God had hun de wet gegeven.

450
00:26:50,610 --> 00:26:53,730
Hij had hun het land Kanaän gegeven.

451
00:26:53,730 --> 00:26:56,790
Hij had de Kanaänieten
voor hen uit verdreven,

452
00:26:56,790 --> 00:27:00,870
en Hij beschermde hen tegen indringers
wanneer ze gehoorzaam waren.

453
00:27:00,870 --> 00:27:03,510
Hij had hun elk mogelijk voordeel gegeven,

454
00:27:03,510 --> 00:27:07,350
zodat ze in de wereld een alternatieve
samenleving konden vormen.

455
00:27:07,350 --> 00:27:09,630
Ze konden volgens de wetten van God leven,

456
00:27:09,630 --> 00:27:14,790
en rechtvaardig en rechtmatig leven
zoals Zijn wetten voorschreven.

457
00:27:14,790 --> 00:27:18,570
Wat had Hij nog meer kunnen doen om
ervoor te zorgen dat er in de wereld een

458
00:27:18,570 --> 00:27:21,510
rechtvaardig en rechtmatig volk was?

459
00:27:21,510 --> 00:27:26,970
Hij had hun immers een afgezonderd land
gegeven dat vrij was van goddeloze mensen

460
00:27:26,970 --> 00:27:32,490
— dat wil zeggen, vrij van heidenen — en
Hij had hun door de wet onderricht en hun

461
00:27:32,490 --> 00:27:34,710
goede heersers gegeven.

462
00:27:34,710 --> 00:27:36,450
God gaf hun die dingen.

463
00:27:36,450 --> 00:27:39,150
Elk van de richters was een
behoorlijk goede heerser,

464
00:27:39,150 --> 00:27:41,610
en David was een goede heerser.

465
00:27:41,610 --> 00:27:45,810
God gaf hun alle voordelen die van
hen een goed land hadden moeten maken,

466
00:27:45,810 --> 00:27:47,370
maar dat waren ze niet.

467
00:27:47,370 --> 00:27:51,510
Dit is allemaal poëzie, en er
staan hier enkele woordspelingen.

468
00:27:51,510 --> 00:27:56,250
Wanneer Hij zegt dat Hij recht
zocht en, zie, onderdrukking vond,

469
00:27:56,250 --> 00:28:01,710
is „recht” in het Hebreeuws
mizpat en „onderdrukking” mizpah.

470
00:28:01,710 --> 00:28:06,510
De woorden klinken bijna hetzelfde;
alleen de klank aan het einde verschilt.

471
00:28:06,510 --> 00:28:13,530
„Gerechtigheid” is in het Hebreeuws
tzedakah en „geween” is sa’aka.

472
00:28:13,530 --> 00:28:17,490
Deze woorden klinken sterk op elkaar
en verschillen maar één letter.

473
00:28:17,490 --> 00:28:21,870
Hij heeft Zijn woorden gekozen
vanwege hun poëtische werking en de

474
00:28:21,870 --> 00:28:26,190
overeenkomst in klank, hoewel ze
dingen beschrijven die in werkelijkheid

475
00:28:26,190 --> 00:28:28,590
heel verschillend van elkaar zijn.

476
00:28:28,590 --> 00:28:34,770
Hoofdstuk 5, vers 8 tot en met 23,
is een gedicht met zes strofen,

477
00:28:34,770 --> 00:28:37,890
en elke strofe begint met „wee”.

478
00:28:37,890 --> 00:28:42,210
Hier staan zes weeën, die gaan over
wat er in de samenleving gebeurde,

479
00:28:42,210 --> 00:28:46,770
waar God bezwaar tegen had en
wat het oordeel over hen bracht.

480
00:28:46,770 --> 00:28:50,070
Het eerste staat in vers 8 tot en met 10:

481
00:28:50,070 --> 00:28:54,090
Wee hun die huis aan huis
trekken, veld aan veld voegen,

482
00:28:54,090 --> 00:28:57,870
tot er geen plaats meer over is,
en alleen u in het midden van het

483
00:28:57,870 --> 00:28:59,550
land gevestigd bent.

484
00:28:59,550 --> 00:29:05,130
De HEERE van de legermachten heeft tot
mij persoonlijk gesproken : Voorwaar,

485
00:29:05,130 --> 00:29:07,710
veel huizen zullen tot
een woestenij worden,

486
00:29:07,710 --> 00:29:11,070
grote en mooie zullen zonder bewoner zijn!

487
00:29:11,070 --> 00:29:15,690
Ja, tien bunders wijngaard zullen
slechts één bath opleveren,

488
00:29:15,690 --> 00:29:19,110
en een homer zaad zal
maar een efa opleveren.

489
00:29:19,110 --> 00:29:25,170
Een bath is ongeveer zes gallon, en een
efa is eveneens ongeveer zes gallon.

490
00:29:25,170 --> 00:29:28,590
Ongeveer tien acre
wijngaard brengt dus slechts

491
00:29:28,590 --> 00:29:32,070
zes gallon wijn voort wanneer
alles binnengehaald is.

492
00:29:32,070 --> 00:29:37,110
Wanneer er „een homer zaad” staat,
zeggen de meeste geleerden dat een homer

493
00:29:37,110 --> 00:29:38,790
tien efa is.

494
00:29:38,790 --> 00:29:44,550
De Schrift zegt dat een homer een tiende
deel van een efa is — of een omer is dat.

495
00:29:44,550 --> 00:29:48,270
Ik weet niet zeker of daar een ander
woord staat, waarschijnlijk wel.

496
00:29:48,270 --> 00:29:51,270
Maar ik denk dat een homer tien efa is.

497
00:29:51,270 --> 00:29:54,810
Het punt is dat je maar een
tiende oogst van wat je zaait.

498
00:29:54,810 --> 00:29:58,110
We hebben het hier over een
enorme mislukking van de oogst.

499
00:29:58,110 --> 00:30:02,670
Dit is werkelijk een situatie waarin
zich een landbouwramp voordoet en

500
00:30:02,670 --> 00:30:04,950
huizen verlaten achterblijven.

501
00:30:04,950 --> 00:30:09,630
Het klinkt als onze huidige economie,
met al die leegstaande huizen,

502
00:30:09,630 --> 00:30:11,370
maar daar gaat dit niet over.

503
00:30:11,370 --> 00:30:17,010
Het gaat over landrovers, mensen die
zich door ongetwijfeld de een of andere

504
00:30:17,010 --> 00:30:22,290
oneerlijke handelwijze het erfdeel
van hun buren toe-eigenen en hun zo

505
00:30:22,290 --> 00:30:24,090
hun huizen afnemen.

506
00:30:24,090 --> 00:30:27,090
God had in de dagen van Jozua elke familie

507
00:30:27,090 --> 00:30:30,390
binnen haar stam een
erfdeel aan land gegeven,

508
00:30:30,390 --> 00:30:34,950
en het was niet de bedoeling dat dit
blijvend in andere handen zou overgaan.

509
00:30:34,950 --> 00:30:39,390
Maar gewetenloze machthebbers
vonden manieren om land dat niet van

510
00:30:39,390 --> 00:30:43,170
hen was in beslag te nemen en
hun bezit uit te breiden met het

511
00:30:43,170 --> 00:30:48,810
ene huis en het ene veld na het
andere, allemaal aan elkaar grenzend.

512
00:30:48,810 --> 00:30:53,790
Daardoor bleef er voor de arme mensen
nergens meer een plek over om te wonen,

513
00:30:53,790 --> 00:30:57,750
omdat zij nu al die velden
in handen hadden gekregen.

514
00:30:57,750 --> 00:31:02,310
Dit wordt dus veroordeeld, en er
wordt een wee over hen uitgesproken.

515
00:31:02,310 --> 00:31:06,990
De verzen 11 tot en met
17 vormen een tweede wee:

516
00:31:06,990 --> 00:31:11,670
Wee hun die 's morgens vroeg
opstaan en op sterkedrank uit zijn,

517
00:31:11,670 --> 00:31:16,410
daarmee doorgaan tot de schemering,
totdat de wijn hen heeft verhit.

518
00:31:16,410 --> 00:31:22,350
Harp en luit, tamboerijn en fluit,
en wijn — dat zijn hun drinkgelagen,

519
00:31:22,350 --> 00:31:25,770
maar voor de daden van de
HEERE hebben zij geen oog;

520
00:31:25,770 --> 00:31:28,470
het werk van Zijn handen zien zij niet.

521
00:31:28,470 --> 00:31:32,190
Deze mensen zijn dus voortdurend
aan het feesten en drinken.

522
00:31:32,190 --> 00:31:35,250
Vanaf het moment dat ze wakker
worden totdat ze naar bed gaan,

523
00:31:35,250 --> 00:31:38,190
zijn ze aan het drinken. Ze zijn verdoofd.

524
00:31:38,190 --> 00:31:43,170
Ze verdoven zichzelf, zodat ze de rampen
die God over hen brengt niet voelen.

525
00:31:43,170 --> 00:31:46,830
Ze leiden zichzelf af met
muziek, feesten en drank,

526
00:31:46,830 --> 00:31:51,330
zodat ze geen aandacht schenken aan wat
God doet, aan het werk van de Heere,

527
00:31:51,330 --> 00:31:54,690
terwijl ze daar juist wel aandacht
aan zouden moeten schenken.

528
00:31:54,690 --> 00:31:58,830
Wanneer je ziet dat God overal in je
land een begin maakt met oordelen,

529
00:31:58,830 --> 00:32:02,430
moet je de ogen openen en
onderkennen wat er gebeurt.

530
00:32:02,430 --> 00:32:05,070
Dan moet je zeggen: „Wacht eens even.

531
00:32:05,070 --> 00:32:08,910
Misschien kunnen we er maar beter voor
zorgen dat God ons niet langer op de huid

532
00:32:08,910 --> 00:32:11,490
zit, door te doen wat juist is.”

533
00:32:11,490 --> 00:32:15,030
En wanneer God daadwerkelijk
alle steden om je heen verwoest,

534
00:32:15,030 --> 00:32:19,110
is dat alsof er een heel luid
waarschuwingsschot wordt afgevuurd.

535
00:32:19,110 --> 00:32:20,910
Je zou wakker moeten worden.

536
00:32:20,910 --> 00:32:24,630
Maar hoe langer het doorgaat,
hoe meer ze het negeren.

537
00:32:24,630 --> 00:32:26,790
Ze letten niet op de werken van de Heere,

538
00:32:26,790 --> 00:32:30,870
omdat ze drinken en feesten
en het gewoon negeren.

539
00:32:30,870 --> 00:32:32,850
Ze leiden zichzelf af.

540
00:32:32,850 --> 00:32:37,590
Daarom zal Mijn volk in ballingschap
gaan: het heeft geen kennis.

541
00:32:37,590 --> 00:32:41,490
Zijn hooggeplaatsten zullen
verhongeren, en zijn mensen menigte zal

542
00:32:41,490 --> 00:32:43,290
van dorst versmachten.

543
00:32:43,290 --> 00:32:46,290
Daarom zal het graf zijn
keel wijd opensperren

544
00:32:46,290 --> 00:32:49,470
en zijn muil wagenwijd
opendoen, zodat zijn

545
00:32:49,470 --> 00:32:53,430
adel en zijn mensen menigte erin
neer zullen dalen met hun gejoel

546
00:32:53,430 --> 00:32:55,470
en uitgelaten gehuppel.

547
00:32:55,470 --> 00:32:59,850
De King James Version vertaalt het
Hebreeuwse ‘Sjeool’ hier met ‘hell’,

548
00:32:59,850 --> 00:33:02,430
terwijl de HSV ‘het graf’ gebruikt.

549
00:33:02,430 --> 00:33:07,050
Met Sjeool wordt hier de plaats
of toestand van de doden bedoeld,

550
00:33:07,050 --> 00:33:10,230
niet zonder meer wat wij
ons bij de hel voorstellen.

551
00:33:10,230 --> 00:33:13,410
Het is dus duidelijk een
figuurlijke manier om

552
00:33:13,410 --> 00:33:15,990
over de toestand van de dood te spreken.

553
00:33:15,990 --> 00:33:19,050
Wanneer je naar Sheol gaat, ben je dood.

554
00:33:19,050 --> 00:33:21,150
Daar bevinden de doden zich.

555
00:33:21,150 --> 00:33:26,070
Dit gold zowel voor rechtvaardige
als voor onrechtvaardige doden.

556
00:33:26,070 --> 00:33:32,010
Wanneer mensen dood waren, stelde men
zich voor dat zij zich in Sheol bevonden.

557
00:33:32,010 --> 00:33:33,450
Vers 15:

558
00:33:33,450 --> 00:33:38,850
Dan zal de gewone man gebukt gaan,
de man van aanzien vernederd worden,

559
00:33:38,850 --> 00:33:42,390
en de ogen van de hoogmoedigen
zullen neergeslagen zijn.

560
00:33:42,390 --> 00:33:46,830
Maar de HEERE van de legermachten
zal verhoogd worden door het recht,

561
00:33:46,830 --> 00:33:51,090
en de heilige God zal geheiligd
worden door gerechtigheid.

562
00:33:51,090 --> 00:33:54,630
En lammeren zullen er grazen
als was het hun weide,

563
00:33:54,630 --> 00:33:58,830
en van de puinhopen van de
weldoorvoeden zullen vreemdelingen eten.

564
00:33:58,830 --> 00:34:00,750
Ik weet niet zeker of het als iets

565
00:34:00,750 --> 00:34:03,870
negatiefs bedoeld is dat
lammeren in een weide grazen,

566
00:34:03,870 --> 00:34:07,710
hoewel het meeste van wat hier
gebeurt als negatief wordt beschouwd.

567
00:34:07,710 --> 00:34:12,030
Maar misschien gebeurt dit nadat
God schoon schip heeft gemaakt.

568
00:34:12,030 --> 00:34:14,010
Dan zal het weer vredig zijn.

569
00:34:14,010 --> 00:34:16,530
De legers zullen verdwenen zijn.

570
00:34:16,530 --> 00:34:19,530
De lammeren zullen weer
buiten in de weide zijn.

571
00:34:19,530 --> 00:34:22,650
Dan de verzen 18 en 19:

572
00:34:22,650 --> 00:34:27,750
Wee hun die de ongerechtigheid naar zich
toe trekken met koorden van valsheid,

573
00:34:27,750 --> 00:34:33,390
en de zonde als met dikke wagentouwen,
die zeggen: Laat Hij haast maken,

574
00:34:33,390 --> 00:34:36,690
vaart zetten achter Zijn
werk, zodat we het zien.

575
00:34:36,690 --> 00:34:41,850
Laat het naderen, laat het komen, het
raadsbesluit van de Heilige van Israël,

576
00:34:41,850 --> 00:34:43,890
zodat wij er kennis mee maken.

577
00:34:43,890 --> 00:34:47,370
Zij trekken ongerechtigheid
voort met koorden van ijdelheid,

578
00:34:47,370 --> 00:34:49,890
en zonde als met een wagentouw.

579
00:34:49,890 --> 00:34:52,710
Ik weet niet zeker wat dit beeld betekent,

580
00:34:52,710 --> 00:34:56,250
behalve dat het lijkt te zeggen
dat ze overal waar ze naartoe gaan

581
00:34:56,250 --> 00:34:58,710
de zonde achter zich aanslepen.

582
00:34:58,710 --> 00:35:01,530
Ze worden voortdurend
door zonde vergezeld,

583
00:35:01,530 --> 00:35:04,170
alsof ze die achter zich aan slepen.

584
00:35:04,170 --> 00:35:07,110
Ze willen nooit zonder hun zonden zijn.

585
00:35:07,110 --> 00:35:08,610
En toch zeggen ze:

586
00:35:08,610 --> 00:35:13,590
Laat God opschieten en haast maken met
Zijn werk, zodat we het kunnen zien.

587
00:35:13,590 --> 00:35:18,270
Ze lijken Jesaja te bespotten, die
beweert dat er een oordeel zal komen.

588
00:35:18,270 --> 00:35:21,990
En ze zeggen: „Nou, laat
ons dat dan nog eens zien.

589
00:35:21,990 --> 00:35:23,490
Ik hoor je wel praten.

590
00:35:23,490 --> 00:35:25,410
Ik zie het niet gebeuren.”

591
00:35:25,410 --> 00:35:29,610
Ze vertrouwen er dus op dat God
nog geen oordeel heeft gebracht.

592
00:35:29,610 --> 00:35:33,510
In feite bespotten ze de boodschapper
die zegt dat Hij dat zal doen,

593
00:35:33,510 --> 00:35:35,730
omdat het nog niet gebeurd is.

594
00:35:35,730 --> 00:35:40,050
Dit doet natuurlijk sterk denken
aan 2 Petrus, hoofdstuk 3.

595
00:35:40,050 --> 00:35:43,650
In 2 Petrus 3 zei Petrus vanaf vers 3:

596
00:35:43,650 --> 00:35:48,690
Dit moet u allereerst weten, dat er in het
laatste der dagen spotters zullen komen,

597
00:35:48,690 --> 00:35:51,630
die naar hun eigen begeerten
zullen wandelen en zeggen:

598
00:35:51,630 --> 00:35:53,730
Waar is de belofte van Zijn komst?

599
00:35:53,730 --> 00:35:56,430
Want vanaf de dag dat de
vaderen ontslapen zijn,

600
00:35:56,430 --> 00:35:59,610
blijven alle dingen zoals vanaf
het begin van de schepping.

601
00:35:59,610 --> 00:36:04,770
Met andere woorden, ze zeggen: „Nou,
jullie praten erover dat Jezus komt,

602
00:36:04,770 --> 00:36:06,270
maar het gebeurt niet.

603
00:36:06,270 --> 00:36:09,570
Jullie zeggen dat we er klaar
voor moeten zijn dat Jezus komt

604
00:36:09,570 --> 00:36:14,970
en dat we onze zondige wegen moeten
opgeven, maar waarom? Hij is niet gekomen.

605
00:36:14,970 --> 00:36:19,230
Onze vaderen hebben gezegd dat Hij zou
komen, en Hij is nog steeds niet gekomen.

606
00:36:19,230 --> 00:36:20,490
Zij zijn dood.

607
00:36:20,490 --> 00:36:24,450
Ze zijn ontslapen, en alles
is nog steeds hetzelfde.”

608
00:36:24,450 --> 00:36:28,710
Met andere woorden: „Jullie christenen
zeggen dat we klaar moeten zijn voor de

609
00:36:28,710 --> 00:36:33,390
wederkomst van Jezus, omdat Hij
zal komen om de wereld te oordelen.

610
00:36:33,390 --> 00:36:37,050
Nou, het lijkt erop dat
jullie loos alarm slaan.

611
00:36:37,050 --> 00:36:40,590
Onze voorouders zeiden dat
ook, en het gebeurde niet.”

612
00:36:40,590 --> 00:36:44,970
Ze rekenen er dus op dat het uitstel
betekent dat het nooit zal gebeuren.

613
00:36:44,970 --> 00:36:47,370
En Petrus zegt vervolgens:

614
00:36:47,370 --> 00:36:51,870
Want willens en wetens is het hun
onbekend dat door het Woord van God

615
00:36:51,870 --> 00:36:55,830
de hemelen er reeds lang
geweest zijn, evenals de aarde,

616
00:36:55,830 --> 00:36:59,550
die uit water oprijst
en in water vaststaat.

617
00:36:59,550 --> 00:37:02,910
Ze willen dus niet weten dat
God de aarde in het verleden wel

618
00:37:02,910 --> 00:37:04,710
degelijk heeft geoordeeld.

619
00:37:04,710 --> 00:37:07,530
Hij noemt de zondvloed als voorbeeld.

620
00:37:07,530 --> 00:37:12,510
En hij zegt in vers 9, 2 Petrus 3:9:

621
00:37:12,510 --> 00:37:17,730
De Heere vertraagt de belofte niet (zoals
sommigen dat als traagheid beschouwen),

622
00:37:17,730 --> 00:37:22,170
maar Hij heeft geduld met ons en
wil niet dat enigen verloren gaan,

623
00:37:22,170 --> 00:37:24,930
maar dat allen tot bekering komen.

624
00:37:24,930 --> 00:37:28,890
Deze spotters beschuldigen God
er dus van dat Hij traag is.

625
00:37:28,890 --> 00:37:33,450
Hij heeft beloofd dat Hij zou
komen, en Hij is niet gekomen.

626
00:37:33,450 --> 00:37:35,610
Petrus zegt: „Nee.”

627
00:37:35,610 --> 00:37:39,570
Het is niet zo dat Hij
traag is. Hij is geduldig.

628
00:37:39,570 --> 00:37:41,970
Hij is lankmoedig tegenover ons:

629
00:37:41,970 --> 00:37:46,950
Hij wil niet dat er iemand verloren
gaat, maar dat iedereen tot inkeer komt.

630
00:37:46,950 --> 00:37:51,390
Als Hij vandaag kwam, zouden mensen die
zich morgen zullen bekeren daar niet meer

631
00:37:51,390 --> 00:37:53,010
de kans voor krijgen.

632
00:37:53,010 --> 00:37:57,570
Hij wacht tot meer mensen zich
bekeren, en daarom stelt Hij het uit.

633
00:37:57,570 --> 00:37:59,250
Hij is niet traag.

634
00:37:59,250 --> 00:38:00,810
Hij is gewoon geduldig.

635
00:38:00,810 --> 00:38:04,830
En dat is het antwoord van Petrus
aan de mensen die zo reageren.

636
00:38:04,830 --> 00:38:07,170
In de tijd van Jesaja zeggen ze:

637
00:38:07,170 --> 00:38:12,390
Wee hun die de ongerechtigheid naar zich
toe trekken met koorden van valsheid,

638
00:38:12,390 --> 00:38:17,730
en de zonde als met dikke wagentouwen,
die zeggen: Laat Hij haast maken,

639
00:38:17,730 --> 00:38:20,910
vaart zetten achter Zijn
werk, zodat we het zien.

640
00:38:20,910 --> 00:38:26,070
Laat het naderen, laat het komen, het
raadsbesluit van de Heilige van Israël,

641
00:38:26,070 --> 00:38:28,350
zodat wij er kennis mee maken.

642
00:38:28,350 --> 00:38:32,610
Ze zeggen dus in feite: „God
uit al die dreigementen.

643
00:38:32,610 --> 00:38:35,250
Ik geloof het wel als ik het zie.”

644
00:38:35,250 --> 00:38:37,230
Wee degenen die dat zeggen.

645
00:38:37,230 --> 00:38:38,730
Vers 20:

646
00:38:38,730 --> 00:38:42,390
Wee hun die het kwade goed
noemen en het goede kwaad;

647
00:38:42,390 --> 00:38:46,890
die duisternis voorstellen als
licht, en licht als duisternis;

648
00:38:46,890 --> 00:38:50,790
die bitter voorstellen als
zoet en zoet als bitter.

649
00:38:50,790 --> 00:38:54,210
Toen ik jonger was en
dit vers las, dacht ik:

650
00:38:54,210 --> 00:38:56,970
„Het lijkt me niet dat
iemand dat echt zou doen.”

651
00:38:56,970 --> 00:39:01,470
Er zijn mensen die het kwaad kiezen, maar
ze zouden het beslist niet goed noemen.

652
00:39:01,470 --> 00:39:05,490
Ik kende mensen die geen christen
waren en slechte dingen deden,

653
00:39:05,490 --> 00:39:08,610
maar ze zeiden nooit dat
het goed was wat ze deden.

654
00:39:08,610 --> 00:39:11,010
Ze wisten dat ze slechte dingen deden,

655
00:39:11,010 --> 00:39:15,510
omdat wat binnen de cultuur algemeen
bekend was enigszins gevormd was door

656
00:39:15,510 --> 00:39:17,670
Bijbelse ethiek en moraal.

657
00:39:17,670 --> 00:39:19,410
Dat is nu niet meer zo.

658
00:39:19,410 --> 00:39:22,650
Nu noemen mensen het
christendom inderdaad een kwaad.

659
00:39:22,650 --> 00:39:25,410
Ze denken dat wij de slechte mensen zijn.

660
00:39:25,410 --> 00:39:28,770
Wij zijn degenen vol haat, ook
al doen we niets anders dan

661
00:39:28,770 --> 00:39:30,690
christenen altijd al deden.

662
00:39:30,690 --> 00:39:35,730
Het christendom stond altijd bekend als
een welwillende en liefdevolle godsdienst.

663
00:39:35,730 --> 00:39:40,590
Christenen hebben ziekenhuizen, weeshuizen
en allerlei vormen van barmhartigheidswerk

664
00:39:40,590 --> 00:39:41,610
tot stand gebracht.

665
00:39:41,610 --> 00:39:44,610
En toch is de stemming in
de samenleving veranderd,

666
00:39:44,610 --> 00:39:48,150
zonder dat wij ons gedrag ook
maar enigszins hebben veranderd,

667
00:39:48,150 --> 00:39:51,810
zodat wat wij doen nu als
slecht wordt beschouwd.

668
00:39:51,810 --> 00:39:57,450
Wij zijn de haatzaaiers, de kwaadaardigen
en degenen die de vooruitgang belemmeren.

669
00:39:57,450 --> 00:40:00,930
Mensen die dingen doen die altijd
als goddeloos zijn beschouwd,

670
00:40:00,930 --> 00:40:03,570
zijn daarentegen de helden in films.

671
00:40:03,570 --> 00:40:08,130
Heb je de laatste tijd ooit een film
gezien, behalve Chariots of Fire,

672
00:40:08,130 --> 00:40:11,730
waarin de helden werkelijk
moreel rechtschapen mensen waren?

673
00:40:11,730 --> 00:40:16,650
De helden in films zijn altijd op zijn
minst ontuchtplegers, op zijn minst,

674
00:40:16,650 --> 00:40:21,630
en soms moordenaars, leugenaars
en nog allerlei andere dingen.

675
00:40:21,630 --> 00:40:24,570
Soms bedrijven ze seksuele perversie.

676
00:40:24,570 --> 00:40:28,650
Dat zijn de helden, of in elk geval de
mensen met wie je geacht wordt mee te

677
00:40:28,650 --> 00:40:32,610
voelen, omdat onze samenleving
steeds meer in een richting gaat

678
00:40:32,610 --> 00:40:34,710
waarin ze die dingen goed noemt.

679
00:40:34,710 --> 00:40:36,870
Dat zijn de dingen die helden doen.

680
00:40:36,870 --> 00:40:39,390
Dat zijn de dingen die goede mensen doen.

681
00:40:39,390 --> 00:40:43,710
Maar de dingen die christenen doen,
zijn de dingen die slechte mensen doen.

682
00:40:43,710 --> 00:40:47,610
Er is dus werkelijk een situatie
ontstaan — en ik neem aan

683
00:40:47,610 --> 00:40:50,551
dat die ook in de tijd
van Jesaja bestond —

684
00:40:50,551 --> 00:40:55,350
waarin mensen slechtheid goedheid
noemen en goedheid slechtheid,

685
00:40:55,350 --> 00:40:57,810
en duisternis inruilen voor licht.

686
00:40:57,810 --> 00:41:02,070
Het is verbazingwekkend dat mensen
blindheid zouden kiezen wanneer het licht

687
00:41:02,070 --> 00:41:05,070
voor hen beschikbaar is, maar dat doen ze.

688
00:41:05,070 --> 00:41:06,930
Vers 21:

689
00:41:06,930 --> 00:41:11,670
Wee hun die in hun eigen oog wijs zijn
en naar hun eigen mening verstandig.

690
00:41:11,670 --> 00:41:13,410
Vers 22:

691
00:41:13,410 --> 00:41:17,070
Wee hun die een held zijn in wijn
drinken en dappere mannen in het

692
00:41:17,070 --> 00:41:18,630
mengen van sterkedrank,

693
00:41:18,630 --> 00:41:22,110
Het zijn grote strijders,
maar niet in het echte leven.

694
00:41:22,110 --> 00:41:27,510
Ze zijn alleen goed in het mixen van hun
drankjes, en dat is hun grote prestatie.

695
00:41:27,510 --> 00:41:31,410
Alle grote gouden medailles gaan
naar de mensen die het meest drinken,

696
00:41:31,410 --> 00:41:35,310
niet naar mensen die iets
waardevols of iets heldhaftigs doen.

697
00:41:35,310 --> 00:41:39,930
Met andere woorden, degenen die
bewonderd worden zijn de dronkaards,

698
00:41:39,930 --> 00:41:44,190
niet de strijders of de mensen die de
samenleving werkelijk op welke manier dan

699
00:41:44,190 --> 00:41:45,810
ook tot nut zijn.

700
00:41:45,810 --> 00:41:48,870
die de goddelozen in het gelijk
stellen voor een geschenk,

701
00:41:48,870 --> 00:41:51,990
maar de rechtvaardigen hun recht ontnemen.

702
00:41:51,990 --> 00:41:57,690
Daarom, zoals een vuurtong stoppels
verteert en stro door een vlam ineenzinkt,

703
00:41:57,690 --> 00:42:02,490
zo zal hun wortel vermolmd zijn,
en hun bloesem opstuiven als stof,

704
00:42:02,490 --> 00:42:06,570
omdat zij de wet van de HEERE van
de legermachten afgewezen hebben

705
00:42:06,570 --> 00:42:09,990
en het woord van de Heilige
van Israël verworpen hebben.

706
00:42:09,990 --> 00:42:15,930
De aanduiding „de Heilige van Israël”
komt voornamelijk voor in Jesaja.

707
00:42:15,930 --> 00:42:20,190
Buiten Jesaja komt die maar vijf
keer voor in het Oude Testament.

708
00:42:20,190 --> 00:42:24,870
Dus als je alle andere 38 boeken van
het Oude Testament bij elkaar neemt,

709
00:42:24,870 --> 00:42:29,970
vind je daarin samen vijf keer de
aanduiding „de Heilige van Israël”.

710
00:42:29,970 --> 00:42:35,070
Maar in Jesaja komt die
ongeveer 25 of 26 keer voor.

711
00:42:35,070 --> 00:42:38,970
Twaalf van die keren staan
in de eerste 39 hoofdstukken,

712
00:42:38,970 --> 00:42:42,450
en de overige in de
laatste 27 hoofdstukken.

713
00:42:42,450 --> 00:42:47,190
Dat is een van de dingen die op de eenheid
van het boek Jesaja lijken te wijzen:

714
00:42:47,190 --> 00:42:50,610
beide gedeelten lijken door
dezelfde man geschreven te zijn.

715
00:42:50,610 --> 00:42:56,010
Maar „de Heilige van Israël” is beslist
een kenmerkende uitdrukking van Jesaja.

716
00:42:56,010 --> 00:43:01,050
Jesaja gebruikt die 25 of 26
keer door het hele boek heen,

717
00:43:01,050 --> 00:43:05,670
en elders in het Nieuwe Testament
of in het Oude Testament wordt die

718
00:43:05,670 --> 00:43:07,290
niet vaak gebruikt.

719
00:43:07,290 --> 00:43:11,190
Daarom is de toorn van de
HEERE tegen Zijn volk ontbrand.

720
00:43:11,190 --> 00:43:15,510
Hij heeft Zijn hand tegen hen
uitgestrekt; Hij heeft hen geslagen,

721
00:43:15,510 --> 00:43:19,050
zodat de bergen sidderen,
en hun dode lichamen als

722
00:43:19,050 --> 00:43:21,210
vuilnis midden op straat liggen.

723
00:43:21,210 --> 00:43:24,450
Bij dit alles keert
Zijn toorn zich niet af,

724
00:43:24,450 --> 00:43:27,630
en nog is Zijn hand tegen hen uitgestrekt.

725
00:43:27,630 --> 00:43:29,190
Deze uitspraak:

726
00:43:29,190 --> 00:43:33,150
Ondanks dit alles is Zijn woede
niet bedaard en houdt Hij Zijn hand

727
00:43:33,150 --> 00:43:35,190
nog altijd uitgestrekt.

728
00:43:35,190 --> 00:43:38,790
komt als een refrein voor
in een latere profetie,

729
00:43:38,790 --> 00:43:42,450
in hoofdstuk 9 en het
begin van hoofdstuk 10.

730
00:43:42,450 --> 00:43:46,470
Dit refrein komt viermaal voor,
als de slotwoorden van elke

731
00:43:46,470 --> 00:43:48,390
strofe van een langer gedicht.

732
00:43:48,390 --> 00:43:53,250
Het uitstrekken van Zijn hand — wij denken
daarbij soms aan iemand die zijn hand

733
00:43:53,250 --> 00:43:56,910
uitstrekt om iemand te
helpen of iemand wenkt.

734
00:43:56,910 --> 00:44:00,630
Toen Paulus predikte,
staat er dat hij wenkte:

735
00:44:00,630 --> 00:44:01,830
met zijn hand.

736
00:44:01,830 --> 00:44:04,770
Hij strekte zijn hand
uit toen hij predikte.

737
00:44:04,770 --> 00:44:09,750
Het is een gebaar van welkom, een
gebaar waarmee hulp wordt aangeboden:

738
00:44:09,750 --> 00:44:15,690
Kom naar Mij toe, allen die vermoeid
en belast zijn, en Ik zal u rust geven.

739
00:44:15,690 --> 00:44:19,710
Zo zouden we het kunnen opvatten,
maar dat betekent het hier niet.

740
00:44:19,710 --> 00:44:23,070
Er wordt hier niet gezegd dat
God Zijn hand uitstrekt om

741
00:44:23,070 --> 00:44:25,110
hen uit te nodigen thuis te komen.

742
00:44:25,110 --> 00:44:28,650
Er wordt juist gezegd dat Hij
zoveel schade heeft aangericht

743
00:44:28,650 --> 00:44:33,510
en dat Zijn hand nog steeds uitgestrekt
is om nog meer schade aan te richten.

744
00:44:33,510 --> 00:44:37,350
Het uitstrekken van Zijn hand is hier
duidelijk bedoeld om kwaad te doen,

745
00:44:37,350 --> 00:44:40,170
want midden in vers 25 staat:

746
00:44:40,170 --> 00:44:44,010
Hij heeft Zijn hand tegen hen
uitgestrekt en hen getroffen.

747
00:44:44,010 --> 00:44:45,090
En aan het einde:

748
00:44:45,090 --> 00:44:49,110
Daarom is de toorn van de
HEERE tegen Zijn volk ontbrand.

749
00:44:49,110 --> 00:44:53,610
Hij heeft Zijn hand tegen hen
uitgestrekt; Hij heeft hen geslagen,

750
00:44:53,610 --> 00:44:56,970
zodat de bergen sidderen,
en hun dode lichamen als

751
00:44:56,970 --> 00:44:59,130
vuilnis midden op straat liggen.

752
00:44:59,130 --> 00:45:02,190
Bij dit alles keert
Zijn toorn zich niet af,

753
00:45:02,190 --> 00:45:05,550
en nog is Zijn hand tegen hen uitgestrekt.

754
00:45:05,550 --> 00:45:09,870
Dat wil zeggen dat er nog meer
slagen moeten worden toegebracht.

755
00:45:09,870 --> 00:45:15,510
Zoals ik al zei, zullen we later in
Jesaja een gedicht zien waarin dat refrein

756
00:45:15,510 --> 00:45:17,250
viermaal wordt gebruikt.

757
00:45:17,250 --> 00:45:20,670
Hij zal in de verte een
vaandel hijsen voor de volken.

758
00:45:20,670 --> 00:45:24,150
Hij zal naar hen fluiten
vanaf het einde van de aarde.

759
00:45:24,150 --> 00:45:28,050
Ze zullen beslist snel
en in volle vaart komen.

760
00:45:28,050 --> 00:45:30,930
Niemand van hen zal moe
worden of struikelen.

761
00:45:30,930 --> 00:45:35,490
Niemand zal indutten of slapen;
hun gordels zullen niet losgaan

762
00:45:35,490 --> 00:45:38,610
en de riemen van hun
sandalen zullen niet breken.

763
00:45:38,610 --> 00:45:42,690
Hun pijlen zijn scherp en
al hun bogen zijn gespannen.

764
00:45:42,690 --> 00:45:45,870
De hoeven van hun paarden
lijken wel van vuursteen

765
00:45:45,870 --> 00:45:48,450
en hun wielen zijn als een wervelwind.

766
00:45:48,450 --> 00:45:51,270
Hun gebrul zal klinken
als dat van een leeuw

767
00:45:51,270 --> 00:45:53,910
en ze zullen brullen als jonge leeuwen.

768
00:45:53,910 --> 00:45:58,830
Ze zullen hun prooi grijpen en
wegvoeren, en niemand zal haar bevrijden.

769
00:45:58,830 --> 00:46:01,110
Die prooi is Jeruzalem.

770
00:46:01,110 --> 00:46:06,150
Ze zullen de stad zonder problemen
wegvoeren in gevangenschap en slavernij.

771
00:46:06,150 --> 00:46:10,050
Dit wijst ongetwijfeld vooruit
naar de Babylonische ballingschap.

772
00:46:10,050 --> 00:46:13,770
De legers worden natuurlijk in
overdreven bewoordingen beschreven.

773
00:46:13,770 --> 00:46:17,490
Het is niet werkelijk zo dat ze
hun wapenrusting nooit afleggen.

774
00:46:17,490 --> 00:46:20,730
Zoals hier wordt aangegeven,
trekken ze snel op.

775
00:46:20,730 --> 00:46:24,030
In wezen is het idee dat deze
troepen niet tegen te houden zijn.

776
00:46:24,030 --> 00:46:28,950
Dit is een invasiemacht waartegen geen
weerstand geboden zal kunnen worden.

777
00:46:28,950 --> 00:46:34,170
Dus hoe trots Juda ook is, het zal
deze invasie niet kunnen weerstaan.

778
00:46:34,170 --> 00:46:39,270
Op die dag zullen zij tegen het volk
grommen als het grommen van de zee.

779
00:46:39,270 --> 00:46:43,590
Wanneer men naar de aarde kijkt,
zie, duisternis en benauwdheid,

780
00:46:43,590 --> 00:46:46,890
en het licht zal door haar
rookwolken verduisterd zijn.

781
00:46:46,890 --> 00:46:50,730
Het land zal dus als het ware
overspoeld worden door een vloedgolf,

782
00:46:50,730 --> 00:46:52,710
zoals het bruisen van de zee.

783
00:46:52,710 --> 00:46:56,250
Als iemand naar het land kijkt,
zal het daar niet veilig zijn.

784
00:46:56,250 --> 00:47:00,870
Het zal overspoeld worden door
duisternis, verdriet en oordeel.

785
00:47:00,870 --> 00:47:05,070
Hoofdstuk 6 gaat over dat
beroemde visioen dat Jesaja kreeg.

786
00:47:05,070 --> 00:47:08,610
Daar lijkt hij te spreken over
zijn opdracht om profeet te zijn,

787
00:47:08,610 --> 00:47:11,730
of misschien over zijn aanstelling
voor een nieuwe fase van zijn

788
00:47:11,730 --> 00:47:16,710
profetische bediening, als hij vóór
die tijd al profeet was. Er staat:

789
00:47:16,710 --> 00:47:21,810
In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag
ik de Heere zitten op een hoge en verheven

790
00:47:21,810 --> 00:47:25,890
troon, en de zomen van Zijn
gewaad vulden de tempel.

791
00:47:25,890 --> 00:47:31,350
Boven Hem stonden serafs, een naam die
in het Hebreeuws ‘brandenden’ betekent.

792
00:47:31,350 --> 00:47:35,250
Elk had zes vleugels: met
twee bedekten zij hun gezicht,

793
00:47:35,250 --> 00:47:39,150
met twee hun voeten en
met twee vlogen zij.

794
00:47:39,150 --> 00:47:43,170
Zij riepen elkaar toe dat de HEERE
van de legermachten heilig is

795
00:47:43,170 --> 00:47:46,530
en dat heel de aarde vol
is van Zijn heerlijkheid.

796
00:47:46,530 --> 00:47:50,851
Door hun geroep schudden de deurposten
— blijkbaar die van de tempel —

797
00:47:50,851 --> 00:47:55,650
en het huis vulde zich met rook,
zoals toen de tempel net gebouwd was

798
00:47:55,650 --> 00:47:59,250
en de sjechinaheerlijkheid
hem met rook vulde.

799
00:47:59,250 --> 00:48:01,530
Hier vallen verschillende
dingen over te zeggen.

800
00:48:01,530 --> 00:48:03,930
Jesaja krijgt natuurlijk een visioen.

801
00:48:03,930 --> 00:48:05,910
Het is mogelijk dat hij zich werkelijk

802
00:48:05,910 --> 00:48:11,250
lichamelijk in de tempel bevond toen dit
gebeurde en zag dat God de tempel vulde.

803
00:48:11,250 --> 00:48:14,250
Of hij kan op een andere
plaats een visioen hebben gehad

804
00:48:14,250 --> 00:48:17,190
waarvan het tafereel zich
in de tempel afspeelde.

805
00:48:17,190 --> 00:48:21,450
Het was alsof hij in de tempel
was en God de tempel vulde.

806
00:48:21,450 --> 00:48:24,210
Zijn stem deed de fundamenten schudden.

807
00:48:24,210 --> 00:48:26,610
Zelfs de deurposten van het huis schudden,

808
00:48:26,610 --> 00:48:30,210
en Zijn koninklijke gewaad
leek de tempel te vullen.

809
00:48:30,210 --> 00:48:33,630
Het is moeilijk om precies
te weten hoe dit eruitzag.

810
00:48:33,630 --> 00:48:35,550
Maar dan zijn er die serafs.

811
00:48:35,550 --> 00:48:40,530
Het is interessant dat hij over serafs
spreekt in plaats van over cherubs,

812
00:48:40,530 --> 00:48:44,850
want de versieringen van de tempel
draaiden helemaal om cherubs.

813
00:48:44,850 --> 00:48:48,090
Er waren cherubs op de
voorhangsels geborduurd.

814
00:48:48,090 --> 00:48:51,690
Op verschillende plaatsen
waren cherubs gegraveerd.

815
00:48:51,690 --> 00:48:55,230
Boven het heilige der
heiligen, op het verzoendeksel,

816
00:48:55,230 --> 00:48:57,510
stonden beelden van cherubs.

817
00:48:57,510 --> 00:49:02,490
Cherubs waren de voornaamste wezens
die met de tempel werden geassocieerd.

818
00:49:02,490 --> 00:49:07,650
Ezechiël zag de cherubs en beschreef
hen, en ze zagen er niet zo uit.

819
00:49:07,650 --> 00:49:10,290
Deze wezens hebben zes vleugels.

820
00:49:10,290 --> 00:49:12,510
De cherubs hadden er maar vier.

821
00:49:12,510 --> 00:49:17,730
Deze wezens lijken geen vier gezichten te
hebben, zoals de cherubs die wel hebben.

822
00:49:17,730 --> 00:49:21,930
Elk van de cherubs die Ezechiël
zag, had vier gezichten.

823
00:49:21,930 --> 00:49:24,570
Dit lijkt een ander soort wezen te zijn.

824
00:49:24,570 --> 00:49:27,870
Je zou denken dat Jesaja,
als hij dit verzonnen had,

825
00:49:27,870 --> 00:49:31,230
gewoon cherubs in plaats van
serafs zou hebben genoemd,

826
00:49:31,230 --> 00:49:34,530
omdat mensen vanzelf cherubs
in de tempel zouden verwachten.

827
00:49:34,530 --> 00:49:38,670
Maar in plaats daarvan is hier blijkbaar
een ander soort engelachtig wezen bij

828
00:49:38,670 --> 00:49:41,430
betrokken, en dat zijn serafs.

829
00:49:41,430 --> 00:49:43,590
Elders lezen we niet veel over hen.

830
00:49:43,590 --> 00:49:46,950
Ik weet niet of we elders
überhaupt over hen lezen.

831
00:49:46,950 --> 00:49:50,430
Ze hebben zes vleugels en zijn
kennelijk dienaren van God,

832
00:49:50,430 --> 00:49:53,070
die Hem daar in de tempel bijstaan.

833
00:49:53,070 --> 00:49:57,150
Wanneer Jesaja dit ziet, wordt hij
zich plotseling bewust van zijn eigen

834
00:49:57,150 --> 00:50:00,990
zondigheid en ontoereikendheid,
en hij roept uit:

835
00:50:00,990 --> 00:50:02,010
Wee mij!

836
00:50:02,010 --> 00:50:05,190
Hij heeft al heel wat wee
over anderen uitgeroepen.

837
00:50:05,190 --> 00:50:07,770
In vers 8 van hoofdstuk 5:

838
00:50:07,770 --> 00:50:11,790
Wee hun die huis aan huis
trekken, veld aan veld voegen,

839
00:50:11,790 --> 00:50:15,630
tot er geen plaats meer over is,
en alleen u in het midden van het

840
00:50:15,630 --> 00:50:17,310
land gevestigd bent.

841
00:50:17,310 --> 00:50:18,990
In vers 11:

842
00:50:18,990 --> 00:50:23,250
Wee hun die 's morgens vroeg
opstaan en op sterkedrank uit zijn,

843
00:50:23,250 --> 00:50:27,870
daarmee doorgaan tot de schemering,
totdat de wijn hen heeft verhit.

844
00:50:27,870 --> 00:50:29,430
Vers 18:

845
00:50:29,430 --> 00:50:34,170
Wee hun die de ongerechtigheid naar zich
toe trekken met koorden van valsheid,

846
00:50:34,170 --> 00:50:37,110
en de zonde als met dikke wagentouwen,

847
00:50:37,110 --> 00:50:39,510
enzovoort. Nu zegt hij:

848
00:50:39,510 --> 00:50:40,530
Wat moet ik toch!

849
00:50:40,530 --> 00:50:44,070
Hoewel hij zich waarschijnlijk enigszins
verheven voelde boven de mensen die hij in

850
00:50:44,070 --> 00:50:48,270
de eerdere profetieën veroordeelde,
was hij een beter mens dan zij.

851
00:50:48,270 --> 00:50:49,770
Hij was niet afvallig.

852
00:50:49,770 --> 00:50:51,810
Hij was trouw aan God.

853
00:50:51,810 --> 00:50:53,490
Hij had God lief.

854
00:50:53,490 --> 00:50:56,130
Het was dan ook heel natuurlijk
dat hij boven de anderen stond

855
00:50:56,130 --> 00:50:57,630
en hen veroordeelde.

856
00:50:57,630 --> 00:50:59,850
Hij was een beter mens dan zij.

857
00:50:59,850 --> 00:51:03,510
Je zou misschien kunnen zeggen dat hij
het recht had om kritiek te leveren.

858
00:51:03,510 --> 00:51:08,310
Maar toen hij zichzelf met God vergeleek,
of God werkelijk zag zoals Hij is,

859
00:51:08,310 --> 00:51:12,330
besefte hij plotseling dat hij niet
zoveel beter was dan wie dan ook.

860
00:51:12,330 --> 00:51:15,990
Hij was een man met onreine lippen,
die te midden van een volk met

861
00:51:15,990 --> 00:51:17,610
onreine lippen woonde.

862
00:51:17,610 --> 00:51:20,850
Dat wil zeggen: hij was
ongeveer zoals de rest.

863
00:51:20,850 --> 00:51:24,810
Wanneer je jezelf wat gerechtigheid
betreft met andere mensen vergelijkt,

864
00:51:24,810 --> 00:51:28,650
kun je werkelijk het gevoel beginnen
te krijgen dat er verschil is tussen

865
00:51:28,650 --> 00:51:30,210
jou en hen.

866
00:51:30,210 --> 00:51:32,070
Jij bent beter dan zij.

867
00:51:32,070 --> 00:51:34,470
Maar wanneer je iedereen
met God vergelijkt,

868
00:51:34,470 --> 00:51:37,350
is niemand van ons veel
beter dan de anderen.

869
00:51:37,350 --> 00:51:43,110
De maatstaf ligt zo hoog dat we er
allemaal ongeveer even ver onder blijven.

870
00:51:43,110 --> 00:51:45,570
Zo voelt hij zich. Hij zegt:

871
00:51:45,570 --> 00:51:48,990
Toen zei ik: Wee mij, want ik verga!

872
00:51:48,990 --> 00:51:53,190
Ik ben immers een man met onreine
lippen en woon te midden van een volk

873
00:51:53,190 --> 00:51:54,810
met onreine lippen.

874
00:51:54,810 --> 00:51:59,550
Mijn ogen hebben namelijk de Koning,
de HEERE van de legermachten, gezien.

875
00:51:59,550 --> 00:52:03,270
Dat God hier voor het eerst in
Jesaja de Koning wordt genoemd,

876
00:52:03,270 --> 00:52:05,670
staat tegenover het openingsvers:

877
00:52:05,670 --> 00:52:09,930
In het jaar dat koning Uzzia stierf,
zag ik de Heere zitten op een

878
00:52:09,930 --> 00:52:15,150
hoge en verheven troon, en de zomen
van Zijn gewaad vulden de tempel.

879
00:52:15,150 --> 00:52:18,750
Uzzia hoeft niet vóór dit
visioen gestorven te zijn,

880
00:52:18,750 --> 00:52:23,010
maar hij stierf dat jaar,
vóór of na het visioen.

881
00:52:23,010 --> 00:52:26,490
In hetzelfde jaar stierf koning Uzzia.

882
00:52:26,490 --> 00:52:31,050
Maar nu beseft Jesaja dat Israël
zijn koning niet verloren heeft.

883
00:52:31,050 --> 00:52:36,690
Uzzia was de koning en volgens mij ook
een volle neef of achterneef van Jesaja.

884
00:52:36,690 --> 00:52:38,730
Ze waren familie van elkaar.

885
00:52:38,730 --> 00:52:40,770
Uzzia had lang geleefd.

886
00:52:40,770 --> 00:52:45,570
Volgens mij duurde zijn regering
ongeveer 52 jaar, behoorlijk lang.

887
00:52:45,570 --> 00:52:48,930
Het volk had een halve eeuw
lang een stabiele koning gehad,

888
00:52:48,930 --> 00:52:50,970
en nu was die man er niet meer.

889
00:52:50,970 --> 00:52:55,710
Hij stierf bovendien aan melaatsheid,
omdat God hem met melaatsheid sloeg toen

890
00:52:55,710 --> 00:52:59,550
hij de tempel binnendrong, iets
wat hij niet had mogen doen.

891
00:52:59,550 --> 00:53:01,590
Uzzia wordt neergeslagen.

892
00:53:01,590 --> 00:53:04,590
Het volk bevindt zich
in een overgangsperiode.

893
00:53:04,590 --> 00:53:09,510
Het lijkt erop dat ze hun koning, die
zo lang had geregeerd, hebben verloren.

894
00:53:09,510 --> 00:53:14,430
Maar Jesaja zegt: ‘Nee, blijkbaar
hebben we hem niet verloren.

895
00:53:14,430 --> 00:53:16,290
Hier is onze Koning.

896
00:53:16,290 --> 00:53:20,790
Degene Die ik hier in de tempel zie, met
de sleep van Zijn gewaad die de tempel

897
00:53:20,790 --> 00:53:23,970
vult en al deze serafs die roepen:

898
00:53:23,970 --> 00:53:31,050
De een riep tot de ander: Heilig, heilig,
heilig is de HEERE van de legermachten;

899
00:53:31,050 --> 00:53:34,170
heel de aarde is vol
van Zijn heerlijkheid!

900
00:53:34,170 --> 00:53:35,970
Dat is onze Koning.

901
00:53:35,970 --> 00:53:39,930
Ik heb nu de Koning gezien,
de Heere van de legermachten.’

902
00:53:39,930 --> 00:53:43,710
De nadruk ligt hier op God
als de Koning van Israël.

903
00:53:43,710 --> 00:53:47,550
Heilig, heilig, heilig.

904
00:53:47,550 --> 00:53:51,750
Dat kennen we natuurlijk uit
gezangen, vooral uit één heel bekend

905
00:53:51,750 --> 00:53:53,190
gezang met die naam.

906
00:53:53,190 --> 00:53:59,010
Maar dat driemaal ‘heilig’ wordt voor ons
haast een cliché door dat bekende gezang

907
00:53:59,010 --> 00:54:03,570
en doordat we deze herhaling
van heilig, heilig,

908
00:54:03,570 --> 00:54:08,370
heilig horen wanneer de bewoners
van de hemel in Openbaring zingen.

909
00:54:08,370 --> 00:54:11,670
Waarom wordt ‘heilig’ driemaal gezegd?

910
00:54:11,670 --> 00:54:15,930
Toen ik jonger was, opperde een leraar
tegenover mij dat dit een verwijzing naar

911
00:54:15,930 --> 00:54:17,730
de Drie-eenheid was.

912
00:54:17,730 --> 00:54:23,670
Er zijn drie Personen, en elk van
Hen is heilig: heilige Vader, heilige

913
00:54:23,670 --> 00:54:25,830
Zoon, heilige Geest.

914
00:54:25,830 --> 00:54:29,970
Onze God is heilig, heilig, heilig.

915
00:54:29,970 --> 00:54:33,090
Een gangbaardere opvatting is
volgens mij dat dit laat zien

916
00:54:33,090 --> 00:54:36,090
hoe men in het Hebreeuws
gewoonlijk nadruk legt.

917
00:54:36,090 --> 00:54:38,790
Als wij in onze cultuur
iets willen benadrukken,

918
00:54:38,790 --> 00:54:41,850
zeggen we het luider
of op een andere toon.

919
00:54:41,850 --> 00:54:47,010
Als we schrijven, zouden we het kunnen
onderstrepen of vetgedrukt kunnen zetten.

920
00:54:47,010 --> 00:54:48,810
Zo benadrukken wij iets.

921
00:54:48,810 --> 00:54:52,830
In de Hebreeuwse cultuur benadrukte
men iets door het te herhalen.

922
00:54:52,830 --> 00:54:57,210
Daarom is herhaling het belangrijkste
kenmerk van Hebreeuwse poëzie.

923
00:54:57,210 --> 00:54:59,550
Gewoonlijk zijn het twee
regels die hetzelfde op

924
00:54:59,550 --> 00:55:01,410
verschillende manieren zeggen.

925
00:55:01,410 --> 00:55:04,290
Herhaling was de manier
om iets te benadrukken.

926
00:55:04,290 --> 00:55:08,790
Er zijn Psalmen waarin hetzelfde in
drie of vier regels wordt herhaald.

927
00:55:08,790 --> 00:55:13,170
Ze herhalen het meer dan tweemaal,
omdat dat sterke nadruk geeft.

928
00:55:13,170 --> 00:55:18,630
In Jeremia, ik denk
hoofdstuk 22 of 23, zegt hij:

929
00:55:18,630 --> 00:55:21,990
Land, land, land, hoor
het woord van de HEERE!

930
00:55:21,990 --> 00:55:23,610
Ook hier driemaal.

931
00:55:23,610 --> 00:55:26,730
Als je het tweemaal zegt,
dient dat ter benadrukking.

932
00:55:26,730 --> 00:55:31,050
Als je het driemaal zegt, dient
dat veel sterker ter benadrukking.

933
00:55:31,050 --> 00:55:34,530
Door heilig, heilig, heilig te zeggen,

934
00:55:34,530 --> 00:55:37,650
wordt de heiligheid van
God uiteraard benadrukt.

935
00:55:37,650 --> 00:55:40,710
Je zou daaruit afleiden dat
het nadrukkelijk werd gezegd,

936
00:55:40,710 --> 00:55:45,390
maar het is eenvoudigweg een Hebreeuwse
manier om nadruk uit te drukken.

937
00:55:45,390 --> 00:55:48,570
Dit is de belangrijkste boodschap
die mensen moeten kennen:

938
00:55:48,570 --> 00:55:50,910
God is een heilige God.

939
00:55:50,910 --> 00:55:54,210
Misschien noemt Jesaja Hem
daarom vaker dan welke andere

940
00:55:54,210 --> 00:55:56,730
profeet ook de Heilige van Israël.

941
00:55:56,730 --> 00:55:59,430
Andere profeten gebruiken
die benaming niet vaak,

942
00:55:59,430 --> 00:56:02,130
maar Jesaja gebruikt haar heel veel.

943
00:56:02,130 --> 00:56:07,110
Misschien komt dat doordat dit visioen hem
diep doordrong van de heiligheid van God

944
00:56:07,110 --> 00:56:09,210
waarover de serafs zongen.

945
00:56:09,210 --> 00:56:10,470
Vers 6 zegt:

946
00:56:10,470 --> 00:56:13,170
Maar een van de serafs vloog naar mij toe,

947
00:56:13,170 --> 00:56:15,750
en hij had een gloeiende
kool in zijn hand,

948
00:56:15,750 --> 00:56:18,510
die hij met een tang van
het altaar had genomen.

949
00:56:18,510 --> 00:56:22,590
Het is niet bekend of dit het
reukofferaltaar is of het offeraltaar,

950
00:56:22,590 --> 00:56:26,910
omdat we niet weten in welk deel
van de tempel Jesaja zichzelf ziet.

951
00:56:26,910 --> 00:56:28,770
Maar het doet er eigenlijk niet toe.

952
00:56:28,770 --> 00:56:35,010
De gedachte is dat het altaar, het hele
stelsel van offers en reukwerk enzovoort,

953
00:56:35,010 --> 00:56:39,270
deel uitmaakte van Gods manier om
de mens tot Zichzelf te brengen

954
00:56:39,270 --> 00:56:44,130
en de mens natuurlijk te verlossen en door
dat stelsel met Zichzelf te verzoenen.

955
00:56:44,130 --> 00:56:47,070
En dus wordt er een kool
van het altaar genomen.

956
00:56:47,070 --> 00:56:49,950
En hij raakte daarmee
mijn mond aan en zei:

957
00:56:49,950 --> 00:56:55,470
Daarmee raakte hij mijn mond aan en zei:
Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt.

958
00:56:55,470 --> 00:56:58,890
Zo is uw misdaad van u
geweken en uw zonde verzoend.

959
00:56:58,890 --> 00:57:02,190
Jesaja had geklaagd dat
zijn lippen onrein waren.

960
00:57:02,190 --> 00:57:03,990
Nou, nu niet meer.

961
00:57:03,990 --> 00:57:07,890
In het beeld van de gloeiende kool
wordt zijn onreinheid weggenomen.

962
00:57:07,890 --> 00:57:12,150
De Engelse vertaling die Gregg
gebruikt, spreekt van ‘purged’,

963
00:57:12,150 --> 00:57:16,170
terwijl de HSV zegt dat
zijn zonde ‘verzoend’ is.

964
00:57:16,170 --> 00:57:18,510
Dit is natuurlijk niet letterlijk gebeurd.

965
00:57:18,510 --> 00:57:22,170
De man zou waarschijnlijk enkele weken
niet hebben kunnen spreken als er

966
00:57:22,170 --> 00:57:25,110
letterlijk een hete kool
op zijn lippen was gelegd.

967
00:57:25,110 --> 00:57:27,210
Maar dit is allemaal symbolisch.

968
00:57:27,210 --> 00:57:32,610
Het is een visioen waarin hij nu gereinigd
wordt, omdat hij zijn zonde heeft beleden.

969
00:57:32,610 --> 00:57:36,930
Hij is als degenen onder wie hij
woont, in die zin dat hij een man met

970
00:57:36,930 --> 00:57:40,050
onreine lippen is. Dat zijn zij ook.

971
00:57:40,050 --> 00:57:43,470
Hij woont te midden van een
volk met onreine lippen.

972
00:57:43,470 --> 00:57:46,230
Het verschil is dat hij
zich ervoor schaamt.

973
00:57:46,230 --> 00:57:48,450
Het verschil is dat hij zegt:

974
00:57:48,450 --> 00:57:49,530
Wee mij!

975
00:57:49,530 --> 00:57:52,230
Hij heeft berouw. De anderen niet.

976
00:57:52,230 --> 00:57:55,890
En dus wordt hij gereinigd,
terwijl zij dat niet worden.

977
00:57:55,890 --> 00:57:58,530
Daarna hoorde ik de stem van de Heere.

978
00:57:58,530 --> 00:58:01,290
Hij zei: Wie zal Ik zenden?

979
00:58:01,290 --> 00:58:03,030
Wie zal er voor Ons gaan?

980
00:58:03,030 --> 00:58:06,750
Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij.

981
00:58:06,750 --> 00:58:12,450
Dit meervoud, ‘ons’, is als het
‘ons’ dat vaak in Genesis voorkomt:

982
00:58:12,450 --> 00:58:18,090
En God zei: Laten Wij mensen maken
naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis;

983
00:58:18,090 --> 00:58:22,410
en laten zij heersen over de vissen
van de zee, over de vogels in de lucht,

984
00:58:22,410 --> 00:58:25,410
over het vee, over heel de aarde en over

985
00:58:25,410 --> 00:58:28,650
al de kruipende dieren
die over de aarde kruipen!

986
00:58:28,650 --> 00:58:29,550
of:

987
00:58:29,550 --> 00:58:32,130
Toen daalde de HEERE neer om de stad en de

988
00:58:32,130 --> 00:58:37,710
toren te zien die de mensenkinderen aan
het bouwen waren, en de HEERE zei: Zie,

989
00:58:37,710 --> 00:58:41,010
zij vormen één volk en
hebben allen één taal.

990
00:58:41,010 --> 00:58:45,270
Dit is het begin van wat zij gaan
doen, en nu zal niets van wat zij zich

991
00:58:45,270 --> 00:58:48,630
voornemen te doen, voor
hen onmogelijk zijn.

992
00:58:48,630 --> 00:58:52,950
Kom, laten Wij neerdalen en laten
Wij hun taal daar verwarren,

993
00:58:52,950 --> 00:58:56,610
zodat zij geen van allen
elkaars taal zullen begrijpen.

994
00:58:56,610 --> 00:59:01,710
Dit meervoud van het voornaamwoord dat God
gebruikt wanneer Hij Zichzelf aanspreekt,

995
00:59:01,710 --> 00:59:05,310
wordt soms beschouwd als een
verwijzing naar de Drie-eenheid,

996
00:59:05,310 --> 00:59:07,590
naar de leden van de Drie-eenheid.

997
00:59:07,590 --> 00:59:12,990
Maar heel vaak wordt ook geopperd dat het
eenvoudigweg een literair stijlmiddel is,

998
00:59:12,990 --> 00:59:16,530
een majesteitsmeervoud,
zoals sommigen het noemen.

999
00:59:16,530 --> 00:59:17,790
God zei:

1000
00:59:17,790 --> 00:59:19,350
Wie zal Ik sturen?

1001
00:59:19,350 --> 00:59:23,370
En Jesaja zei: ‘Ik neem
aan dat ik beschikbaar ben.

1002
00:59:23,370 --> 00:59:28,470
Nu mijn lippen gereinigd zijn, neem ik
aan dat ik het kan doen. Stuur mij.’

1003
00:59:28,470 --> 00:59:29,730
En Hij zei:

1004
00:59:29,730 --> 00:59:35,010
Toen zei Hij: Ga en zeg tegen
dit volk: Luister voortdurend,

1005
00:59:35,010 --> 00:59:37,230
maar u zult het niet begrijpen.

1006
00:59:37,230 --> 00:59:40,710
Zie voortdurend, maar u
zult het niet opmerken.

1007
00:59:40,710 --> 00:59:46,290
Maak het hart van dit volk vet, en
stop hun oren toe, en sluit hun ogen;

1008
00:59:46,290 --> 00:59:50,490
anders zullen zij met hun ogen
zien, en met hun oren horen,

1009
00:59:50,490 --> 00:59:55,470
en met hun hart begrijpen en zich
bekeren, en zal Hij hen genezen.

1010
00:59:55,470 --> 00:59:58,290
Deze passage heeft veel
mensen dwarsgezeten,

1011
00:59:58,290 --> 01:00:03,810
omdat het klinkt alsof God Degene is Die
deze mensen dwingt hun ogen dicht en hun

1012
01:00:03,810 --> 01:00:08,310
oren gesloten te houden, en
vervolgens niet genezen te worden.

1013
01:00:08,310 --> 01:00:11,070
Wil God dan niet dat mensen zich bekeren?

1014
01:00:11,070 --> 01:00:13,590
Over het algemeen wil
Hij dat natuurlijk wel,

1015
01:00:13,590 --> 01:00:17,310
maar er komt een moment waarop Hij
klaarstaat om mensen te oordelen,

1016
01:00:17,310 --> 01:00:20,310
omdat ze hebben laten zien
dat ze halsstarrig zijn.

1017
01:00:20,310 --> 01:00:23,970
En dus verhardt Hij
eenvoudigweg hun toestand.

1018
01:00:23,970 --> 01:00:26,550
Dat was de situatie van de farao.

1019
01:00:26,550 --> 01:00:28,950
God verhardde het hart van de farao.

1020
01:00:28,950 --> 01:00:30,990
Hij was al een goddeloos man.

1021
01:00:30,990 --> 01:00:34,650
De man had ervoor gekozen
een goddeloos man te zijn.

1022
01:00:34,650 --> 01:00:36,750
Dat was zijn vaste patroon.

1023
01:00:36,750 --> 01:00:40,470
En God zei: ‘Goed, Ik ga je oordelen door

1024
01:00:40,470 --> 01:00:44,370
ervoor te zorgen dat je
niets anders meer kunt zijn.’

1025
01:00:44,370 --> 01:00:48,870
Deze mensen hebben eeuwenlang hun
ogen voor de waarheid gesloten en hun

1026
01:00:48,870 --> 01:00:51,270
oren voor de profeten dichtgestopt.

1027
01:00:51,270 --> 01:00:55,710
En God zei: ‘Goed, Ik ga hen
in die houding verharden.

1028
01:00:55,710 --> 01:00:59,430
En Jesaja, jij gaat dat doen.’ Hoe dan?

1029
01:00:59,430 --> 01:01:02,430
‘Je gaat hun verkondigen
wat ze niet willen horen.

1030
01:01:02,430 --> 01:01:04,590
Ze zullen hun oren dichtstoppen.

1031
01:01:04,590 --> 01:01:06,750
Ze zullen hun ogen sluiten.

1032
01:01:06,750 --> 01:01:08,970
Ze zullen zich ertegen verzetten.

1033
01:01:08,970 --> 01:01:11,310
Ze zullen zich ervan afkeren.’

1034
01:01:11,310 --> 01:01:15,750
Door hun licht te geven, moeten mensen
die het licht niet willen hun ogen sluiten

1035
01:01:15,750 --> 01:01:18,330
wanneer het licht in hun gezicht schijnt.

1036
01:01:18,330 --> 01:01:23,130
En zo zal Jesaja er in zekere zin
voor zorgen dat ze hun ogen sluiten.

1037
01:01:23,130 --> 01:01:26,310
Maar dat is de reactie
waarvoor zij kiezen.

1038
01:01:26,310 --> 01:01:28,230
Ze hoeven dat niet te doen.

1039
01:01:28,230 --> 01:01:33,930
Mensen kunnen hun ogen openen, het licht
ontvangen en het Woord van de Heere horen,

1040
01:01:33,930 --> 01:01:36,210
zonder hun oren dicht te stoppen.

1041
01:01:36,210 --> 01:01:40,470
Maar juist het aanbieden van licht en
van een boodschap die ze niet willen,

1042
01:01:40,470 --> 01:01:44,370
is in feite de katalysator die
hen ertoe brengt te reageren

1043
01:01:44,370 --> 01:01:48,450
door hun ogen te sluiten en zich
nog verder terug te trekken,

1044
01:01:48,450 --> 01:01:52,590
zodat ze zich niet bekeren
en Hij hen niet zou genezen.

1045
01:01:52,590 --> 01:01:57,750
Het klinkt bijna alsof er wordt gezegd:
‘God verhoede dat ze genezen worden.’

1046
01:01:57,750 --> 01:01:59,370
Ze willen niet genezen worden.

1047
01:01:59,370 --> 01:02:03,930
Als ze genezen willen worden, zouden
ze dat kunnen, maar ze willen het niet.

1048
01:02:03,930 --> 01:02:06,810
Ze sluiten hun ogen, enzovoort.

1049
01:02:06,810 --> 01:02:11,670
Deze verzen worden natuurlijk een aantal
keer in het Nieuwe Testament aangehaald

1050
01:02:11,670 --> 01:02:14,310
en er wordt een aantal
keer op gezinspeeld.

1051
01:02:14,310 --> 01:02:19,650
In Handelingen 7:51
zinspeelt Stefanus erop.

1052
01:02:19,650 --> 01:02:21,870
Paulus doet dat in Romeinen 10.

1053
01:02:21,870 --> 01:02:25,890
Maar Jezus doet het wanneer
Hem wordt gevraagd waarom Hij

1054
01:02:25,890 --> 01:02:30,750
in gelijkenissen tot de mensen
spreekt, bijvoorbeeld in Mattheüs 13.

1055
01:02:30,750 --> 01:02:34,830
In Mattheüs 13 kwamen de
discipelen naar Hem toe en zeiden:

1056
01:02:34,830 --> 01:02:38,070
En de discipelen kwamen naar
Hem toe en zeiden tegen Hem:

1057
01:02:38,070 --> 01:02:41,130
Waarom spreekt U tot
hen door gelijkenissen?

1058
01:02:41,130 --> 01:02:42,330
En Hij zei:

1059
01:02:42,330 --> 01:02:47,850
Hij antwoordde en zei tegen hen: Omdat
het u gegeven is de geheimenissen van het

1060
01:02:47,850 --> 01:02:52,410
Koninkrijk der hemelen te kennen,
maar aan hen is het niet gegeven.

1061
01:02:52,410 --> 01:02:57,330
Met ‘u’ bedoelt Hij de discipelen, aan wie
het gegeven is de geheimenissen van het

1062
01:02:57,330 --> 01:03:02,010
Koninkrijk der hemelen te kennen;
met ‘hen’ bedoelt Hij de menigten,

1063
01:03:02,010 --> 01:03:04,170
aan wie dit niet gegeven is.

1064
01:03:04,170 --> 01:03:06,930
Alleen degenen die zich
aan Jezus hadden toegewijd,

1065
01:03:06,930 --> 01:03:09,330
zouden in Zijn geheimen worden ingewijd,

1066
01:03:09,330 --> 01:03:12,450
de verborgenheden van het
Koninkrijk der hemelen.

1067
01:03:12,450 --> 01:03:16,590
De anderen zouden daarvan worden
buitengesloten. En Hij zegt:

1068
01:03:16,590 --> 01:03:21,870
Want wie heeft, aan hem zal gegeven
worden, en hij zal overvloedig hebben;

1069
01:03:21,870 --> 01:03:26,670
maar wie niet heeft, van hem zal
afgenomen worden zelfs wat hij heeft.

1070
01:03:26,670 --> 01:03:30,690
Wat dat betekent, is dat Jezus,
toen Hij naar Israël kwam,

1071
01:03:30,690 --> 01:03:34,590
merkte dat sommige mensen een
sprankje belangstelling voor God en

1072
01:03:34,590 --> 01:03:36,750
enige persoonlijke kennis van God hadden.

1073
01:03:36,750 --> 01:03:41,250
Zij waren het overblijfsel dat probeerde
God te zoeken en hun relatie met

1074
01:03:41,250 --> 01:03:42,870
God te ontwikkelen.

1075
01:03:42,870 --> 01:03:45,570
Zij hadden iets, en zij
zouden meer krijgen.

1076
01:03:45,570 --> 01:03:48,030
Maar er waren ook mensen
die dat niet hadden.

1077
01:03:48,030 --> 01:03:52,470
Er waren mensen die afvallig waren
en totaal niets om God gaven.

1078
01:03:52,470 --> 01:03:56,250
Het weinige dat zij lijken te
hebben, zal hun worden afgenomen.

1079
01:03:56,250 --> 01:03:59,910
Dit is het moment waarop de kleine
keuzes die mensen hebben gemaakt,

1080
01:03:59,910 --> 01:04:02,670
als het ware voorgoed worden bezegeld.

1081
01:04:02,670 --> 01:04:05,190
En dan zegt Hij in vers 13:

1082
01:04:05,190 --> 01:04:09,330
Daarom spreek Ik tot hen door
gelijkenissen, omdat zij niet zien,

1083
01:04:09,330 --> 01:04:15,390
ook al zien zij, en niet horen, ook
al horen zij, en ook niet begrijpen.

1084
01:04:15,390 --> 01:04:19,290
Dit is min of meer een parafrase
van wat we in Jesaja 6 lezen.

1085
01:04:19,290 --> 01:04:21,990
Want het hart van dit volk is afgestompt;

1086
01:04:21,990 --> 01:04:26,010
zij horen slecht met hun oren
en hebben hun ogen gesloten.

1087
01:04:26,010 --> 01:04:31,770
Anders zouden zij met hun ogen zien, met
hun oren horen en met hun hart begrijpen,

1088
01:04:31,770 --> 01:04:35,250
zich bekeren en door Mij genezen worden.

1089
01:04:35,250 --> 01:04:40,830
Dit is de passage in Jesaja die we lezen,
al is de bewoording duidelijk iets anders.

1090
01:04:40,830 --> 01:04:43,110
Het wordt op een iets
andere manier verwoord,

1091
01:04:43,110 --> 01:04:45,990
maar het is een verwijzing naar Jesaja 6.

1092
01:04:45,990 --> 01:04:51,030
Het is duidelijk dat Jezus zegt dat Hij
in Zijn tijd hetzelfde doet als Jesaja

1093
01:04:51,030 --> 01:04:54,150
in zijn tijd deed, door
hun licht te brengen.

1094
01:04:54,150 --> 01:04:58,530
Hij dwingt hun ogen bijna dicht,
omdat zij het licht niet willen.

1095
01:04:58,530 --> 01:05:02,670
Hoe ontwijk je licht als het je
wordt gegeven en je het niet wilt?

1096
01:05:02,670 --> 01:05:04,890
Dan moet je je ogen sluiten.

1097
01:05:04,890 --> 01:05:09,450
Dit vers wordt ook aangehaald
in Johannes 12, vers 40.

1098
01:05:09,450 --> 01:05:14,250
In Johannes 12 spreekt Johannes over
de verwerping van Jezus door het volk,

1099
01:05:14,250 --> 01:05:16,470
hoewel zij veel tekenen hadden gezien.

1100
01:05:16,470 --> 01:05:19,230
In Johannes 12:37 staat:

1101
01:05:19,230 --> 01:05:22,650
Maar hoewel Hij zoveel tekenen
in hun bijzijn gedaan had,

1102
01:05:22,650 --> 01:05:24,570
geloofden zij niet in Hem;

1103
01:05:24,570 --> 01:05:27,990
Eerst haalt hij Jesaja 53:1 aan:

1104
01:05:27,990 --> 01:05:33,150
Wie heeft onze prediking geloofd, en aan
wie is de arm van de HEERE geopenbaard?

1105
01:05:33,150 --> 01:05:36,210
Maar daarna haalt hij Jesaja 6 aan:

1106
01:05:36,210 --> 01:05:40,050
Daarom konden zij niet geloven,
want Jesaja heeft ook gezegd:

1107
01:05:40,050 --> 01:05:43,110
Hij heeft hun ogen verblind
en hun hart verhard,

1108
01:05:43,110 --> 01:05:46,950
opdat zij niet met hun ogen zouden
zien en met hun hart begrijpen,

1109
01:05:46,950 --> 01:05:50,070
zich bekeren en door Mij genezen worden.

1110
01:05:50,070 --> 01:05:54,930
Dit zei Jesaja toen hij Zijn
heerlijkheid zag en over Hem sprak.

1111
01:05:54,930 --> 01:05:58,230
Met ‘Zijn’ wordt hier Christus bedoeld.

1112
01:05:58,230 --> 01:06:01,290
Hij spreekt over hoofdstuk 6 van Jesaja.

1113
01:06:01,290 --> 01:06:05,670
Wat interessant is, is de manier
waarop Johannes het vers aanhaalt.

1114
01:06:05,670 --> 01:06:09,390
God is Degene Die de ogen
verblindt en het hart verhardt,

1115
01:06:09,390 --> 01:06:12,690
zodat zij niet zouden zien
en niet konden geloven.

1116
01:06:12,690 --> 01:06:17,790
Maar zoals Jezus het in Mattheüs
13:13 aanhaalt, staat er:

1117
01:06:17,790 --> 01:06:22,050
Daarom spreek Ik tot hen door
gelijkenissen, omdat zij niet zien,

1118
01:06:22,050 --> 01:06:28,170
ook al zien zij, en niet horen, ook
al horen zij, en ook niet begrijpen.

1119
01:06:28,170 --> 01:06:32,610
In zekere zin zijn zij het dus
zelf die met opzet zo reageren.

1120
01:06:32,610 --> 01:06:37,470
Maar God is Degene Die het laat gebeuren,
omdat Hij hen niet in het duister laat.

1121
01:06:37,470 --> 01:06:42,690
Hij brengt licht, zodat zij het óf
moeten zien óf hun ogen moeten sluiten.

1122
01:06:42,690 --> 01:06:46,170
Gezien hun karakter willen
zij het licht niet zien.

1123
01:06:46,170 --> 01:06:49,890
In zekere zin dwingt Hij
hen dus hun ogen te sluiten

1124
01:06:49,890 --> 01:06:52,050
door hun de waarheid te brengen.

1125
01:06:52,050 --> 01:06:55,710
Dat was wat de bediening van
Jesaja tot stand moest brengen.

1126
01:06:55,710 --> 01:06:57,750
In feite krijgt hij te horen:

1127
01:06:57,750 --> 01:06:59,610
Ze gaan niet naar je luisteren.

1128
01:06:59,610 --> 01:07:02,370
Jesaja had wel enkele
discipelen die hem volgden,

1129
01:07:02,370 --> 01:07:04,770
zoals we in hoofdstuk 8 zullen lezen.

1130
01:07:04,770 --> 01:07:06,630
Hij had enkele discipelen.

1131
01:07:06,630 --> 01:07:10,050
Er waren dus enkelen van het
overblijfsel die hem volgden.

1132
01:07:10,050 --> 01:07:12,510
Jeremia had het veel zwaarder.

1133
01:07:12,510 --> 01:07:16,230
Voor zover wij weten, had
Jeremia maar twee bekeerlingen.

1134
01:07:16,230 --> 01:07:20,610
De ene was zijn schrijver Baruch en
de andere was een Ethiopische eunuch

1135
01:07:20,610 --> 01:07:22,770
die Ebed-Melech heette.

1136
01:07:22,770 --> 01:07:26,610
Maar afgezien van die twee denk
ik niet dat iemand Jeremia volgde.

1137
01:07:26,610 --> 01:07:29,310
Jesaja had iets meer discipelen dan dat.

1138
01:07:29,310 --> 01:07:32,550
Maar het volk zou voor het
grootste deel niet luisteren.

1139
01:07:32,550 --> 01:07:34,410
Dat is wat God hem vertelt:

1140
01:07:34,410 --> 01:07:37,710
Je gaat preken, maar ze
gaan niet naar je luisteren.

1141
01:07:37,710 --> 01:07:39,330
Dat is bemoedigend.

1142
01:07:39,330 --> 01:07:43,470
Stel je voor dat je net van het
seminarie kwam en je eerste taak kreeg,

1143
01:07:43,470 --> 01:07:46,470
en dat God je voordat
je eraan begon vertelde:

1144
01:07:46,470 --> 01:07:49,530
Niemand hier gaat luisteren
naar wat je te zeggen hebt.

1145
01:07:49,530 --> 01:07:54,390
Zou je dan zondag na zondag de preekstoel
opgaan en tot zulke mensen prediken?

1146
01:07:54,390 --> 01:07:57,150
Het zou zo moeilijk zijn
om tot hen te spreken,

1147
01:07:57,150 --> 01:07:59,790
in de wetenschap dat ze
niet zouden luisteren.

1148
01:07:59,790 --> 01:08:04,230
Maar dit maakt eenvoudigweg deel
uit van Gods oordeel over hen:

1149
01:08:04,230 --> 01:08:08,010
zij zullen het horen en verantwoordelijk
zijn voor het feit dat zij het gehoord

1150
01:08:08,010 --> 01:08:10,650
hebben en hun ogen hebben gesloten.

1151
01:08:10,650 --> 01:08:15,330
God zendt hem dus, ook al vertelt Hij
hem dat zij niet zullen luisteren.

1152
01:08:15,330 --> 01:08:16,410
Vers 11:

1153
01:08:16,410 --> 01:08:19,110
Toen zei ik: Hoelang, Heere?

1154
01:08:19,110 --> 01:08:23,970
Hij zei: Totdat de steden verwoest
zijn, zodat er geen inwoner meer is,

1155
01:08:23,970 --> 01:08:26,970
en de huizen, zodat er
geen mens meer in is,

1156
01:08:26,970 --> 01:08:29,850
en het land verworden
is tot een woestenij.

1157
01:08:29,850 --> 01:08:33,870
Waarschijnlijk betekent dit: hoelang
zullen ze zichzelf verblinden?

1158
01:08:33,870 --> 01:08:37,650
Hoelang duurt het voordat ze
zich omkeren en luisteren?

1159
01:08:37,650 --> 01:08:41,370
Hoelang zullen ze hun hart
verharden? En Hij antwoordt:

1160
01:08:41,370 --> 01:08:43,890
Toen zei ik: Hoelang, Heere?

1161
01:08:43,890 --> 01:08:48,630
Hij zei: Totdat de steden verwoest
zijn, zodat er geen inwoner meer is,

1162
01:08:48,630 --> 01:08:51,510
en de huizen, zodat er
geen mens meer in is,

1163
01:08:51,510 --> 01:08:54,450
en het land verworden
is tot een woestenij.

1164
01:08:54,450 --> 01:08:57,690
Want de HEERE zal de
mensen ver weg doen gaan,

1165
01:08:57,690 --> 01:09:01,050
en de verlatenheid in
het land zal groot zijn.

1166
01:09:01,050 --> 01:09:05,190
Merk op dat dit niet noodzakelijkerwijs
de volledige verwoesting door

1167
01:09:05,190 --> 01:09:07,050
de Babyloniërs is.

1168
01:09:07,050 --> 01:09:11,430
Dit verwijst waarschijnlijk naar het
moment waarop de dorpen van Juda door de

1169
01:09:11,430 --> 01:09:13,590
Assyriërs werden weggevaagd.

1170
01:09:13,590 --> 01:09:17,070
Dat is inderdaad het moment
waarop er bekering kwam.

1171
01:09:17,070 --> 01:09:21,990
Toen keerde in elk geval Hizkia zich
tot de Heere en redde hij het volk.

1172
01:09:21,990 --> 01:09:26,310
Maar tot die tijd zullen ze
verhard zijn en zich niet omkeren.

1173
01:09:26,310 --> 01:09:30,810
Al zal daarin nog een tiende deel over
zijn, het zal weer verwoest worden.

1174
01:09:30,810 --> 01:09:36,210
Maar zoals van de eik en de haageik
na het omhakken een stronk overblijft,

1175
01:09:36,210 --> 01:09:39,270
zal hun stronk een heilig zaad zijn.

1176
01:09:39,270 --> 01:09:41,850
Daarmee wordt een overblijfsel bedoeld.

1177
01:09:41,850 --> 01:09:46,770
Een tiende is geen letterlijke
statistiek, maar gewoon een overblijfsel.

1178
01:09:46,770 --> 01:09:51,810
Het kan hier een tiende zijn omdat dat
als Gods tiende beschouwd zou worden.

1179
01:09:51,810 --> 01:09:55,410
God heeft Zijn kleine deel
dat aan Hem wordt gegeven:

1180
01:09:55,410 --> 01:09:57,930
het overblijfsel van Israël.

1181
01:09:57,930 --> 01:10:01,650
Het zal terugkeren en
goede vrucht voortbrengen.

1182
01:10:01,650 --> 01:10:05,790
God zoekt vrucht en zal vreugde
vinden in dit overblijfsel,

1183
01:10:05,790 --> 01:10:10,230
in tegenstelling tot de rotte druiven
die het volk als geheel voortbracht.

1184
01:10:10,230 --> 01:10:13,650
Dit betekent dat toen
het volk verwoest was

1185
01:10:13,650 --> 01:10:17,310
en alleen Jeruzalem nog
overeind stond, Jeruzalem

1186
01:10:17,310 --> 01:10:19,710
als de stronk van een boom zou zijn.

1187
01:10:19,710 --> 01:10:24,150
Het was vroeger een grote boom
met wijd uitgespreide takken.

1188
01:10:24,150 --> 01:10:27,150
Nu is alles dood. Hij is omgehakt.

1189
01:10:27,150 --> 01:10:31,770
Het overblijfsel dat het heeft overleefd,
is als de stronk van een boom nadat

1190
01:10:31,770 --> 01:10:33,210
die is omgehakt.

1191
01:10:33,210 --> 01:10:35,910
Maar er zit nog enig leven in.

1192
01:10:35,910 --> 01:10:40,290
Er kan nog wat nieuw leven uit
voortkomen. Zijn zaad zit erin.

1193
01:10:40,290 --> 01:10:43,050
Zijn heilige zaad zit in de stronk.

1194
01:10:43,050 --> 01:10:45,390
Hoewel het er dus niet
uitdrukkelijk staat,

1195
01:10:45,390 --> 01:10:49,290
wordt daarmee gesuggereerd dat er
een mogelijkheid is dat er met deze

1196
01:10:49,290 --> 01:10:51,630
stronk toch nog iets goeds gebeurt.

1197
01:10:51,630 --> 01:10:54,690
Er zit nog enig heilig zaad in de stronk.

1198
01:10:54,690 --> 01:10:58,830
Er zijn hier mogelijkheden, en die
mogelijkheden zullen natuurlijk besproken

1199
01:10:58,830 --> 01:11:03,450
worden in enkele van de hoopvollere
gedeelten over het overblijfsel.

1200
01:11:03,450 --> 01:11:06,330
Zo komen we aan het einde van hoofdstuk 6.

1201
01:11:06,330 --> 01:11:10,110
Wanneer we bij hoofdstuk 7
komen, zullen we spreken over

1202
01:11:10,110 --> 01:11:12,570
oordelen over het noordelijke rijk.

1203
01:11:12,570 --> 01:11:16,650
Jesaja heeft zich hier gericht
op zijn eigen rijk Juda.

1204
01:11:16,650 --> 01:11:19,590
We komen erop terug en zullen hoofdstuk 7

1205
01:11:19,590 --> 01:11:21,510
en de daaropvolgende
hoofdstukken bespreken.
