1
00:00:02,010 --> 00:00:04,650
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,650 --> 00:00:09,870
Deze keer behandelen we Jesaja 34 en 35.

3
00:00:09,870 --> 00:00:14,250
Ik hoop de hoofdstukken
34 en 35 te behandelen.

4
00:00:14,250 --> 00:00:16,830
Dat is geen erg ambitieus doel.

5
00:00:16,830 --> 00:00:21,210
Het zijn maar twee hoofdstukken,
en ze zijn niet uitzonderlijk lang.

6
00:00:21,210 --> 00:00:24,810
Hoofdstuk 35 is in feite behoorlijk kort.

7
00:00:24,810 --> 00:00:30,030
Aan de andere kant is hoofdstuk 35 een van
die hoofdstukken over het Koninkrijk van

8
00:00:30,030 --> 00:00:34,890
de Messias waaruit in het Nieuwe
Testament een aantal keren wordt geciteerd

9
00:00:34,890 --> 00:00:37,770
en waarop een aantal
keren wordt gezinspeeld.

10
00:00:37,770 --> 00:00:42,810
Uit hoofdstuk 34 wordt eveneens in
het Nieuwe Testament geciteerd en ook

11
00:00:42,810 --> 00:00:44,910
daarop wordt gezinspeeld.

12
00:00:44,910 --> 00:00:49,650
Bij beide hoofdstukken zullen we dus in
het Nieuwe Testament moeten kijken om te

13
00:00:49,650 --> 00:00:53,250
proberen enig begrip te
krijgen van waar ze over gaan.

14
00:00:53,250 --> 00:00:57,510
Het is eerlijk gezegd heel moeilijk
om te weten wat je over hoofdstuk

15
00:00:57,510 --> 00:00:59,070
34 moet zeggen.

16
00:00:59,070 --> 00:01:03,750
Aan de ene kant begint het namelijk
alsof het gaat over een oordeel over alle

17
00:01:03,750 --> 00:01:06,570
volken van de wereld, alle naties.

18
00:01:06,570 --> 00:01:12,390
Maar wanneer het in vers 5 ter zake komt,
staat er eigenlijk dat het over Edom gaat.

19
00:01:12,390 --> 00:01:16,890
Als het werkelijk gaat over een
oordeel over alle naties van de wereld,

20
00:01:16,890 --> 00:01:21,450
zou dit eschatologisch materiaal
zijn, iets voor de eindtijd.

21
00:01:21,450 --> 00:01:24,390
En er zijn mensen die
het zo hebben opgevat.

22
00:01:24,390 --> 00:01:26,790
In vers 4 wordt immers gezegd:

23
00:01:26,790 --> 00:01:30,030
Heel het sterren leger
aan de hemel zal vergaan.

24
00:01:30,030 --> 00:01:35,070
De hemel zal opgerold worden als een
boek rol , en heel zijn leger zal vallen,

25
00:01:35,070 --> 00:01:40,830
zoals bladeren vallen van een wijnstok,
en zoals vijgen vallen van een vijgenboom.

26
00:01:40,830 --> 00:01:44,010
Daarom klinkt het beslist
als het einde van het heelal,

27
00:01:44,010 --> 00:01:46,110
en niet alleen als het
einde van de wereld.

28
00:01:46,110 --> 00:01:49,590
En toch hebben we het,
wanneer we over Edom spreken,

29
00:01:49,590 --> 00:01:53,730
over een natie die al meer dan
tweeduizend jaar niet meer bestaat.

30
00:01:53,730 --> 00:01:57,330
Wanneer het einde van de wereld
komt, zal Edom er niet meer zijn

31
00:01:57,330 --> 00:02:00,750
om geoordeeld te worden.
Ze zijn verdwenen.

32
00:02:00,750 --> 00:02:05,310
Ze werden lang geleden geoordeeld,
in de tweede eeuw voor Christus.

33
00:02:05,310 --> 00:02:09,690
Dat maakt het enigszins moeilijk om te
weten wat we er precies mee aan moeten.

34
00:02:09,690 --> 00:02:12,690
Bovendien komt een deel van
de taal over het oordeel

35
00:02:12,690 --> 00:02:16,830
die kennelijk op Edom wordt toegepast,
terug in de oordeelsgedeelten van

36
00:02:16,830 --> 00:02:18,690
het boek Openbaring.

37
00:02:18,690 --> 00:02:24,210
Het is dus ook een uitdaging om precies
te begrijpen hoe deze taal vanuit Jesaja

38
00:02:24,210 --> 00:02:27,630
34 wordt overgebracht
naar het boek Openbaring.

39
00:02:27,630 --> 00:02:32,430
Dat gezegd hebbend, zullen we zien
dat we aan het einde van hoofdstuk 34

40
00:02:32,430 --> 00:02:35,970
dit motief van de woestijn,
van de wildernis hebben,

41
00:02:35,970 --> 00:02:38,550
dat we eerder al zijn tegengekomen.

42
00:02:38,550 --> 00:02:43,110
Aan het begin van hoofdstuk 35 gaat
dat weer over in het tot bloei komen

43
00:02:43,110 --> 00:02:44,610
van de woestijn.

44
00:02:44,610 --> 00:02:47,670
Ook dat is een motief dat
we vaak hebben gezien.

45
00:02:47,670 --> 00:02:50,190
Jesaja gebruikt het veelvuldig.

46
00:02:50,190 --> 00:02:54,210
Over het algemeen houdt het beeld
van de woestijn of de wildernis

47
00:02:54,210 --> 00:02:59,610
die tot bloei komt verband met het grotere
beeld van vruchtbaarheid in Jesaja:

48
00:02:59,610 --> 00:03:02,070
God zoekt vrucht bij Zijn volk.

49
00:03:02,070 --> 00:03:06,270
De vrucht die Hij zoekt,
is recht en gerechtigheid.

50
00:03:06,270 --> 00:03:10,170
Hij gaf Israël de gelegenheid
om die vrucht voort te brengen.

51
00:03:10,170 --> 00:03:16,050
In hoofdstuk 5 brachten ze die vrucht niet
op de juiste manier voort. Daarom zei Hij:

52
00:03:16,050 --> 00:03:19,530
Daarom zou Hij de omheining
rond de wijngaard wegnemen,

53
00:03:19,530 --> 00:03:24,270
zodat de dieren hem konden vertrappen
en hij in een wildernis zou veranderen.

54
00:03:24,270 --> 00:03:28,230
Het idee dat een bewerkt stuk
grond dat vrucht zou kunnen dragen,

55
00:03:28,230 --> 00:03:33,090
aan de wildernis wordt prijsgegeven,
onvruchtbaar zal zijn en een plek vol

56
00:03:33,090 --> 00:03:38,490
doornstruiken en distels en een wildernis
zal worden, hebben we dus eerder gezien.

57
00:03:38,490 --> 00:03:43,410
Dat verwees ernaar dat God Israël
in feite aan hun vijanden overgaf,

58
00:03:43,410 --> 00:03:47,190
omdat ze eenvoudigweg niet hadden
voortgebracht wat ze geacht werden

59
00:03:47,190 --> 00:03:48,270
voort te brengen.

60
00:03:48,270 --> 00:03:53,790
De gelijkenis in Jesaja 5 lijkt sterk op
de gelijkenis van Jezus over de wijngaard

61
00:03:53,790 --> 00:03:57,450
in Mattheüs 21, al zijn ze niet hetzelfde.

62
00:03:57,450 --> 00:04:00,750
Ook daar werd de vrucht niet
voortgebracht, dat wil zeggen:

63
00:04:00,750 --> 00:04:03,150
ze werd niet aan de eigenaar gegeven.

64
00:04:03,150 --> 00:04:06,990
In de gelijkenis van Jezus lag het
probleem niet zozeer daarin dat de

65
00:04:06,990 --> 00:04:11,250
wijnstok geen goede druiven voortbracht,
maar daarin dat de pachters van de

66
00:04:11,250 --> 00:04:14,250
wijngaard ze niet aan
de eigenaar afdroegen.

67
00:04:14,250 --> 00:04:17,370
Ze doodden zelfs zijn
boodschappers en zijn zoon.

68
00:04:17,370 --> 00:04:20,610
Daarom zond Hij Zijn oordeel over hen.

69
00:04:20,610 --> 00:04:24,730
Hij vernietigde die ellendige mensen
volkomen en gaf zijn wijngaard —

70
00:04:24,730 --> 00:04:30,150
of gaf het Koninkrijk — aan een ander volk
dat de vruchten ervan zou voortbrengen.

71
00:04:30,150 --> 00:04:34,890
**Toelichting bij de
vertaling:** In Mattheüs 21:41

72
00:04:34,890 --> 00:04:39,870
wordt de wijngaard volgens de HSV
aan „andere landbouwers” gegeven;

73
00:04:39,870 --> 00:04:43,890
pas in vers 43 spreekt Jezus
over het Koninkrijk dat aan

74
00:04:43,890 --> 00:04:45,870
„een volk” wordt gegeven.

75
00:04:45,870 --> 00:04:49,170
De spreker verbindt die
twee verzen hier met elkaar.

76
00:04:49,170 --> 00:04:51,570
Daar bestaat geen enkele
dubbelzinnigheid over.

77
00:04:51,570 --> 00:04:55,110
Het is duidelijk dat Jezus deze
gelijkenis van de wijngaard

78
00:04:55,110 --> 00:05:00,330
gebruikt om te spreken over het
prijsgeven van Israël als Gods wijngaard

79
00:05:00,330 --> 00:05:03,990
en over het feit dat die aan
iemand anders wordt gegeven,

80
00:05:03,990 --> 00:05:07,410
aan een volk dat de vruchten
ervan zal voortbrengen.

81
00:05:07,410 --> 00:05:11,070
Wanneer je dit in overeenstemming brengt
met de rest van het onderwijs van het

82
00:05:11,070 --> 00:05:15,690
Nieuwe Testament, is het duidelijk dat
hiermee wordt gezegd dat het volk Israël

83
00:05:15,690 --> 00:05:18,630
zijn kans heeft gehad om vrucht te dragen.

84
00:05:18,630 --> 00:05:21,030
Het zal niet langer vrucht dragen.

85
00:05:21,030 --> 00:05:25,590
God heeft er nu voor gekozen een nieuw
Israël of een nieuwe wijngaard te

86
00:05:25,590 --> 00:05:30,930
gebruiken, en Hij heeft Zijn Koninkrijk
aan iemand anders gegeven. Hij zei:

87
00:05:30,930 --> 00:05:35,670
Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk
van God van u weggenomen zal worden

88
00:05:35,670 --> 00:05:39,510
en aan een volk gegeven dat
de vruchten ervan voortbrengt.

89
00:05:39,510 --> 00:05:44,670
Dit is een overgang naar de gemeenschap
van Christus, het lichaam van Christus,

90
00:05:44,670 --> 00:05:46,650
dat wij de gemeente noemen.

91
00:05:46,650 --> 00:05:51,570
Deze overgang van Israël naar de gemeente,
waarbij de gemeente nu vrucht draagt,

92
00:05:51,570 --> 00:05:55,170
wordt omlijst door dit
motief van de wildernis.

93
00:05:55,170 --> 00:05:57,630
Israël was het bewerkte land.

94
00:05:57,630 --> 00:06:00,330
Onder het oordeel wordt het een wildernis.

95
00:06:00,330 --> 00:06:03,930
Maar vervolgens komt de wildernis
tot bloei en loopt ze uit

96
00:06:03,930 --> 00:06:07,350
doordat de Geest van God in
de wildernis wordt uitgestort.

97
00:06:07,350 --> 00:06:11,130
De wildernis zou ongetwijfeld
de heidenwereld voorstellen,

98
00:06:11,130 --> 00:06:14,430
die voordien nooit enige vrucht
voor God had voortgebracht.

99
00:06:14,430 --> 00:06:18,990
Zo spreekt Jesaja 54, wanneer we over
vrucht in de zin van het baren van

100
00:06:18,990 --> 00:06:23,910
kinderen spreken, over de heidenwereld
als die onvruchtbare vrouw die nooit een

101
00:06:23,910 --> 00:06:25,530
kind had gebaard:

102
00:06:25,530 --> 00:06:30,090
Zing vrolijk, onvruchtbare,
u die niet gebaard hebt,

103
00:06:30,090 --> 00:06:35,250
breek uit in gejuich en jubel het
uit, u die geen weeën gekend hebt,

104
00:06:35,250 --> 00:06:37,590
want de kinderen van de eenzame zijn

105
00:06:37,590 --> 00:06:41,010
talrijker dan de kinderen van
de getrouwde, zegt de HEERE.

106
00:06:41,010 --> 00:06:45,030
Opnieuw is het hetzelfde idee,
waarbij de beeldspraak van het vrucht

107
00:06:45,030 --> 00:06:48,270
dragen verschuift van
landbouw naar voortplanting.

108
00:06:48,270 --> 00:06:53,190
Maar het punt is dat de heidenen
degenen zijn die geen vrucht dragen,

109
00:06:53,190 --> 00:06:55,230
of dat in elk geval waren.

110
00:06:55,230 --> 00:07:00,330
Nu is Israël echter onvruchtbaar geworden
en wordt de heidenwereld vruchtbaar.

111
00:07:00,330 --> 00:07:05,070
Die brengt meer kinderen voort dan de
getrouwde vrouw ooit heeft voortgebracht,

112
00:07:05,070 --> 00:07:08,070
dan Israël ooit heeft voortgebracht.

113
00:07:08,070 --> 00:07:12,150
Dit is een terugkerende
cyclus, een terugkerend thema.

114
00:07:12,150 --> 00:07:14,910
Wat we aan het begin
van hoofdstuk 35 hebben,

115
00:07:14,910 --> 00:07:17,670
is dat deze woestijn begint te bloeien.

116
00:07:17,670 --> 00:07:21,570
Daarna volgt er een passage
waarvan in elk vers te zien is

117
00:07:21,570 --> 00:07:24,750
dat het over een Messiaanse
Koninkrijkstijd gaat,

118
00:07:24,750 --> 00:07:28,350
die natuurlijk overeenkomt
met de tijd waarin wij leven.

119
00:07:28,350 --> 00:07:33,930
Wanneer we dat in hoofdstuk 35 zien,
roept dat vragen op over waar hoofdstuk

120
00:07:33,930 --> 00:07:35,430
34 over gaat.

121
00:07:35,430 --> 00:07:39,570
Als je die twee samen neemt, heb
je dat veelvoorkomende thema:

122
00:07:39,570 --> 00:07:45,330
het oordeel over de ene orde en het begin
van een nieuwe orde die daaruit voortkomt.

123
00:07:45,330 --> 00:07:49,830
In eerdere studies hebben we gezien
dat deze cyclus het oordeel over de

124
00:07:49,830 --> 00:07:55,230
oudtestamentische orde en de vestiging
van de nieuwtestamentische orde voorstelt.

125
00:07:55,230 --> 00:07:58,290
Hier lijkt het oordeel echter
helemaal niet over Jeruzalem

126
00:07:58,290 --> 00:08:00,270
of over de Joden te gaan.

127
00:08:00,270 --> 00:08:04,230
In hoofdstuk 34, het
hoofdstuk over het oordeel,

128
00:08:04,230 --> 00:08:09,570
dat wordt gevolgd door het hoofdstuk over
het Koninkrijk in hoofdstuk 35, lijkt het,

129
00:08:09,570 --> 00:08:14,970
zoals ik al zei, over alle volken te
gaan, of in het bijzonder over Edom.

130
00:08:14,970 --> 00:08:18,690
Het kan zijn dat Edom als voorbeeld
van alle volken wordt gegeven.

131
00:08:18,690 --> 00:08:23,910
Als dat zo is, dan is het moeilijk om dit
oordeel alleen bij Israël te plaatsen.

132
00:08:23,910 --> 00:08:28,230
Dit is iets waarvan ik zei dat het
bij de behandeling van hoofdstuk 34

133
00:08:28,230 --> 00:08:30,150
een moeilijkheid oplevert.

134
00:08:30,150 --> 00:08:34,050
Hoofdstuk 35 levert helemaal
geen moeilijkheden op.

135
00:08:34,050 --> 00:08:38,370
Het is een kenmerkende Messiaanse
passage over de Koninkrijkstijd.

136
00:08:38,370 --> 00:08:42,630
We hebben toespelingen erop en citaten
eruit in het Nieuwe Testament die

137
00:08:42,630 --> 00:08:47,070
heel duidelijk maken dat de apostelen
dit als de gemeentetijd zagen.

138
00:08:47,070 --> 00:08:50,430
Omdat hoofdstuk 34 daar
natuurlijk in overgaat,

139
00:08:50,430 --> 00:08:56,010
zouden we eigenlijk verwachten dat het
net als de hoofdstukken 24 en 25 is.

140
00:08:56,010 --> 00:09:00,390
Je herinnert je misschien dat hoofdstuk
24 het hoofdstuk is waarvan veel

141
00:09:00,390 --> 00:09:03,330
geleerden denken dat het over
het einde van de wereld gaat,

142
00:09:03,330 --> 00:09:05,370
omdat het apocalyptisch is.

143
00:09:05,370 --> 00:09:08,730
Het wordt de Apocalyps van Jesaja genoemd.

144
00:09:08,730 --> 00:09:12,750
Het lijkt op het einde van de
wereld, omdat er zo vaak „aarde,

145
00:09:12,750 --> 00:09:14,850
aarde, aarde” staat.

146
00:09:14,850 --> 00:09:17,310
Maar ik heb verteld dat ik geloof dat we,

147
00:09:17,310 --> 00:09:22,530
als we het in plaats daarvan
vertalen met „land, land, land”,

148
00:09:22,530 --> 00:09:27,030
zien dat dit oordeel niet het einde van
de wereld is, maar het einde van het land,

149
00:09:27,030 --> 00:09:29,550
het einde van de geschiedenis van Israël.

150
00:09:29,550 --> 00:09:34,290
Dat was hoofdstuk 24, en de drie
hoofdstukken daarna zijn heel duidelijk

151
00:09:34,290 --> 00:09:36,750
passages over de Messiaanse tijd.

152
00:09:36,750 --> 00:09:40,530
Deze overgang van hoofdstuk 34 naar 35

153
00:09:40,530 --> 00:09:44,970
lijkt dus sterk op de overgang
van hoofdstuk 24 naar 25.

154
00:09:44,970 --> 00:09:49,890
Het verschil is dat het heel gemakkelijk
is om vanuit hoofdstuk 24 veel

155
00:09:49,890 --> 00:09:54,150
kruisverwijzingen te maken naar
andere gedeelten die duidelijk maken

156
00:09:54,150 --> 00:09:56,790
dat het over het oordeel over Israël gaat.

157
00:09:56,790 --> 00:09:59,070
Dat is hier aanzienlijk minder het geval.

158
00:09:59,070 --> 00:10:04,710
Ik ga dus hoofdstuk 34 voorlezen en ik zal
wijzen op de dingen die ik moeilijk vind.

159
00:10:04,710 --> 00:10:08,730
Daarna zal ik misschien proberen enkele
mogelijke oplossingen aan te dragen.

160
00:10:08,730 --> 00:10:11,490
Maar het zullen slechts
mogelijke oplossingen zijn.

161
00:10:11,490 --> 00:10:14,970
Het kan zijn dat de ware
oplossing ergens anders ligt.

162
00:10:14,970 --> 00:10:17,130
Hoofdstuk 34, vers 1:

163
00:10:17,130 --> 00:10:20,370
Kom naar voren, heidenvolken,
om te luisteren!

164
00:10:20,370 --> 00:10:22,830
Sla er acht op, natiën!

165
00:10:22,830 --> 00:10:26,190
Laat de aarde luisteren en
al wat zij bevat, de wereld,

166
00:10:26,190 --> 00:10:28,230
en alles wat daarop uitspruit!

167
00:10:28,230 --> 00:10:32,370
Want de grote toorn van de HEERE
richt zich tegen alle heidenvolken,

168
00:10:32,370 --> 00:10:35,190
Zijn grimmigheid tegen
heel hun legermacht.

169
00:10:35,190 --> 00:10:39,450
Hij heeft hen met de ban geslagen,
hen overgegeven ter slachting.

170
00:10:39,450 --> 00:10:43,710
Hun gesneuvelden zullen weggeworpen
worden, en van hun dode lichamen zal

171
00:10:43,710 --> 00:10:45,330
hun stank opstijgen.

172
00:10:45,330 --> 00:10:48,030
De bergen zullen
wegsmelten door hun bloed.

173
00:10:48,030 --> 00:10:51,150
Heel het sterren leger
aan de hemel zal vergaan.

174
00:10:51,150 --> 00:10:56,010
De hemel zal opgerold worden als een
boek rol , en heel zijn leger zal vallen,

175
00:10:56,010 --> 00:11:01,230
zoals bladeren vallen van een wijnstok,
en zoals vijgen vallen van een vijgenboom.

176
00:11:01,230 --> 00:11:04,590
Want Mijn zwaard is dronken
geworden in de hemel.

177
00:11:04,590 --> 00:11:10,050
Zie, het zal neerdalen op Edom, op het
volk dat Ik geslagen heb met de ban,

178
00:11:10,050 --> 00:11:11,550
als een oordeel.

179
00:11:11,550 --> 00:11:15,810
Het zwaard van de HEERE zit vol
bloed, het is verzadigd van vet,

180
00:11:15,810 --> 00:11:20,130
van het bloed van lammeren en
bokken, van het niervet van rammen.

181
00:11:20,130 --> 00:11:23,550
Want de HEERE richt
een offer aan in Bozra,

182
00:11:23,550 --> 00:11:26,370
een grote slachting in het land Edom.

183
00:11:26,370 --> 00:11:32,190
Met hen zullen de wilde ossen neervallen,
en de jonge stieren met de sterke stieren.

184
00:11:32,190 --> 00:11:37,470
Hun land zal doordrenkt zijn met bloed
en hun stoffige grond verzadigd van vet.

185
00:11:37,470 --> 00:11:40,470
Want het zal zijn de dag
van de wraak van de HEERE,

186
00:11:40,470 --> 00:11:44,490
het jaar van de afrekening
om de rechtszaak van Sion.

187
00:11:44,490 --> 00:11:49,770
Zijn beken zullen veranderd worden
in pek, en zijn stof in zwavel; ja,

188
00:11:49,770 --> 00:11:51,960
zijn land zal worden tot brandend pek.

189
00:11:51,960 --> 00:11:55,590
's Nachts en ook overdag
zal het niet geblust worden,

190
00:11:55,590 --> 00:11:58,350
voor eeuwig zal zijn rook opstijgen.

191
00:11:58,350 --> 00:12:01,890
Van generatie op generatie
zal het verwoest blijven,

192
00:12:01,890 --> 00:12:05,610
tot in alle eeuwigheden zal
niemand erdoorheen trekken.

193
00:12:05,610 --> 00:12:11,910
Kauw en nachtuil zullen het in bezit
nemen, ransuil en raaf zullen daar wonen.

194
00:12:11,910 --> 00:12:15,030
Hij zal er het meetlint van
de woestheid over uitspannen

195
00:12:15,030 --> 00:12:17,310
en het paslood van de leegte.

196
00:12:17,310 --> 00:12:22,650
Zijn edelen — maar zij zijn er niet
— zal men tot het koningschap roepen:

197
00:12:22,650 --> 00:12:25,470
met al zijn vorsten is het gedaan.

198
00:12:25,470 --> 00:12:31,230
In zijn paleizen zullen dorens opschieten,
netels en distels in zijn vestingen.

199
00:12:31,230 --> 00:12:36,630
Het zal een woonplaats voor jakhalzen
zijn, een rustplaats voor struisvogels.

200
00:12:36,630 --> 00:12:40,290
Wilde woestijndieren zullen
daar hyena's tegenkomen,

201
00:12:40,290 --> 00:12:43,770
de bok zal naar zijn metgezel roepen; ja,

202
00:12:43,770 --> 00:12:46,770
daar zal het nachtelijk
ongedierte tot rust komen

203
00:12:46,770 --> 00:12:49,470
en voor zichzelf een rustplaats vinden.

204
00:12:49,470 --> 00:12:53,010
Daar zal de pijlslang
nestelen, eieren leggen,

205
00:12:53,010 --> 00:12:57,330
uitbroeden en haar jongen
koesteren in haar schaduw; ja,

206
00:12:57,330 --> 00:13:01,650
daar verzamelen zich de
wouwen, de ene bij de andere.

207
00:13:01,650 --> 00:13:07,170
Zoek het na in het boek van de HEERE en
lees: niet één van hen zal er ontbreken,

208
00:13:07,170 --> 00:13:12,570
zij zullen elkaar niet missen, want
Mijn mond heeft het zelf geboden en Zijn

209
00:13:12,570 --> 00:13:15,330
Geest Zelf zal hen bijeenbrengen.

210
00:13:15,330 --> 00:13:19,050
Want Hij, Hij heeft voor
hen het lot geworpen,

211
00:13:19,050 --> 00:13:22,770
Zijn hand heeft hun het land
toebedeeld met het meetlint.

212
00:13:22,770 --> 00:13:25,830
Tot in eeuwigheid zullen zij het bezitten,

213
00:13:25,830 --> 00:13:29,550
van generatie op generatie
zullen zij er wonen.

214
00:13:29,550 --> 00:13:31,170
En daar houdt het niet op.

215
00:13:31,170 --> 00:13:34,530
De wildernis en het dorre land
zullen blij voor hen zijn,

216
00:13:34,530 --> 00:13:38,250
en de woestijn zal zich verheugen
en bloeien als een roos.

217
00:13:38,250 --> 00:13:43,590
Ze zal uitbundig bloeien en zich
verheugen, vol blijdschap en gezang.

218
00:13:43,590 --> 00:13:48,510
Ze krijgt de pracht van de Libanon en
de schoonheid van de Karmel en Saron.

219
00:13:48,510 --> 00:13:53,010
Ze zullen de glorie van de Heer
en de grootheid van onze God zien.

220
00:13:53,010 --> 00:13:57,390
Maak de zwakke handen sterk en geef
de knikkende knieën weer kracht.

221
00:13:57,390 --> 00:14:01,950
Zeg tegen de mensen die bang zijn:
Wees sterk en wees niet bang.

222
00:14:01,950 --> 00:14:05,070
Kijk, jullie God komt om wraak te nemen;

223
00:14:05,070 --> 00:14:09,090
Hij komt om iedereen te geven wat
die verdient en om jullie te redden.

224
00:14:09,090 --> 00:14:12,090
Dan zullen de ogen van de
blinden worden opengedaan,

225
00:14:12,090 --> 00:14:14,970
de oren van de doven
zullen worden geopend.

226
00:14:14,970 --> 00:14:19,770
Dan zal de kreupele springen als een
hert, de tong van de stomme zal juichen.

227
00:14:19,770 --> 00:14:24,870
Want in de woestijn zullen wateren zich
een weg banen en beken in de wildernis.

228
00:14:24,870 --> 00:14:30,510
Daar zal zijn een effen baan, een weg;
de heilige weg zal hij genoemd worden.

229
00:14:30,510 --> 00:14:35,190
Een onreine zal er niet over gaan,
want hij zal alleen voor hen zijn.

230
00:14:35,190 --> 00:14:39,330
Wie deze weg ook gaat, zelfs
dwazen zullen niet dwalen.

231
00:14:39,330 --> 00:14:42,810
Toen we eenmaal bij de stof
in hoofdstuk 35 kwamen,

232
00:14:42,810 --> 00:14:47,010
hadden we waarschijnlijk het gevoel dat
we op tamelijk bekend terrein waren.

233
00:14:47,010 --> 00:14:50,910
Bijna alle beeldspraak is in eerdere
lezingen afzonderlijk bestudeerd,

234
00:14:50,910 --> 00:14:56,070
en we zijn die in veel verschillende
passages van dezelfde soort tegengekomen.

235
00:14:56,070 --> 00:15:00,210
Er kan weinig twijfel over
bestaan dat hoofdstuk 35

236
00:15:00,210 --> 00:15:02,970
over hetzelfde onderwerp
gaat als alle andere

237
00:15:02,970 --> 00:15:05,550
passages over het Koninkrijk
die we hebben gezien.

238
00:15:05,550 --> 00:15:10,470
En we zullen ontdekken dat de schrijvers
van het Nieuwe Testament hoofdstuk 35

239
00:15:10,470 --> 00:15:15,450
op dezelfde manier uitlegden als
andere passages over het Koninkrijk.

240
00:15:15,450 --> 00:15:18,930
Maar zoals je kunt zien,
hebben we hier met hoofdstuk 34

241
00:15:18,930 --> 00:15:20,970
wel een lastig struikelblok.

242
00:15:20,970 --> 00:15:24,930
Als er in hoofdstuk 34 geen
plaatsnamen werden genoemd,

243
00:15:24,930 --> 00:15:28,050
zouden we gewoon aannemen
dat dit Jeruzalem is

244
00:15:28,050 --> 00:15:30,570
en dat de oude orde wordt geoordeeld.

245
00:15:30,570 --> 00:15:35,490
Het is dat kenmerkende patroon:
er is oordeel, er is woestijn,

246
00:15:35,490 --> 00:15:40,650
die komt tot bloei, de Geest wordt
uitgestort en er ontstaat een nieuwe orde.

247
00:15:40,650 --> 00:15:45,510
Maar het probleem met Jesaja 34
is de verwijzing naar plaatsnamen.

248
00:15:45,510 --> 00:15:50,490
Een niet onbelangrijk probleem daarbij
is dat het in vers 2 klinkt alsof hij het

249
00:15:50,490 --> 00:15:52,830
over alle volken van de wereld heeft.

250
00:15:52,830 --> 00:15:55,830
Hoofdstuk 34, vers 2, zegt:

251
00:15:55,830 --> 00:16:00,630
Want de Heer is woedend op alle
volken en razend op al hun legers.

252
00:16:00,630 --> 00:16:04,830
Hij heeft ze volledig vernietigd
en aan de slacht overgeleverd.

253
00:16:04,830 --> 00:16:07,170
Als we op andere gronden van mening waren

254
00:16:07,170 --> 00:16:11,070
dat dit zich richtte op de vernietiging
van de oude orde in Jeruzalem,

255
00:16:11,070 --> 00:16:14,730
zou zelfs deze zin niet
bijzonder problematisch zijn.

256
00:16:14,730 --> 00:16:18,930
Hij zou namelijk kunnen zeggen dat God
natuurlijk de heidense volken oordeelt,

257
00:16:18,930 --> 00:16:23,730
maar dat Hij werkelijk alle volken
zal oordelen, met inbegrip van Juda.

258
00:16:23,730 --> 00:16:27,450
Dat wil zeggen: de Joden zouden
normaal gesproken als een

259
00:16:27,450 --> 00:16:29,370
uitzondering worden beschouwd.

260
00:16:29,370 --> 00:16:33,930
Zij zouden niet worden inbegrepen bij de
manier waarop God alle volken behandelt.

261
00:16:33,930 --> 00:16:37,590
Wanneer er wordt gezegd dat de Heere
een geschil heeft met alle volken

262
00:16:37,590 --> 00:16:41,850
en alle volken zal oordelen, zou dat
niet alleen de heidense volken kunnen

263
00:16:41,850 --> 00:16:48,090
betekenen, maar alle volken, met inbegrip
van Israël en met inbegrip van Juda.

264
00:16:48,090 --> 00:16:51,810
Het zou daarom een manier kunnen
zijn om te zeggen: ‘Luister,

265
00:16:51,810 --> 00:16:55,650
we hebben het al gehad over alle
verschillende volken die God zal oordelen,

266
00:16:55,650 --> 00:16:59,670
maar er zijn er nog steeds enkele
die onder dat “alle” vallen.

267
00:16:59,670 --> 00:17:02,010
Juda moet hier ook worden meegerekend.’

268
00:17:02,010 --> 00:17:06,450
De verwijzing naar alle volken is hier
niet het doorslaggevende probleem.

269
00:17:06,450 --> 00:17:12,330
In de verzen 3 en 4 staat beeldspraak
die hierbij aansluit. In vers 3 staat:

270
00:17:12,330 --> 00:17:16,650
Hun gesneuvelden zullen weggeworpen
worden, en van hun dode lichamen zal

271
00:17:16,650 --> 00:17:18,390
hun stank opstijgen.

272
00:17:18,390 --> 00:17:21,150
De bergen zullen
wegsmelten door hun bloed.

273
00:17:21,150 --> 00:17:25,410
Letterlijk zullen de bergen niet smelten,
maar er wordt ongetwijfeld mee bedoeld dat

274
00:17:25,410 --> 00:17:30,570
daar zo veel bloed vergoten is dat de
bergen volledig met bloed verzadigd raken.

275
00:17:30,570 --> 00:17:34,650
Je weet wat er met aarde gebeurt wanneer
die door de vloeistof erin modderig

276
00:17:34,650 --> 00:17:36,150
en instabiel wordt.

277
00:17:36,150 --> 00:17:39,510
Dat roept het beeld op dat
de bergen gewoon wegsmelten,

278
00:17:39,510 --> 00:17:42,090
omdat ze zo met bloed verzadigd zijn.

279
00:17:42,090 --> 00:17:46,230
Het is duidelijk impressionistische
beeldspraak, niet letterlijk.

280
00:17:46,230 --> 00:17:47,550
Dan staat er:

281
00:17:47,550 --> 00:17:50,730
Heel het sterren leger
aan de hemel zal vergaan.

282
00:17:50,730 --> 00:17:55,590
De hemel zal opgerold worden als een
boek rol , en heel zijn leger zal vallen,

283
00:17:55,590 --> 00:18:00,690
zoals bladeren vallen van een wijnstok,
en zoals vijgen vallen van een vijgenboom.

284
00:18:00,690 --> 00:18:02,790
waarmee de sterren worden bedoeld.

285
00:18:02,790 --> 00:18:06,690
Deze precieze beeldspraak
vinden we niet elders in Jesaja,

286
00:18:06,690 --> 00:18:10,710
maar kosmische beeldspraak vinden
we daar wel op andere plaatsen.

287
00:18:10,710 --> 00:18:14,490
We lezen dat de zon verduisterd
wordt, de maan haar licht niet

288
00:18:14,490 --> 00:18:16,770
geeft en de sterren verduisterd worden.

289
00:18:16,770 --> 00:18:20,490
Veranderingen in de kosmos,
ingrijpende veranderingen,

290
00:18:20,490 --> 00:18:25,290
zijn we in sommige van deze apocalyptisch
aandoende passages gaan verwachten.

291
00:18:25,290 --> 00:18:28,830
Ik geloof dat ze in elk geval verwijzen
naar dingen die werkelijk op aarde

292
00:18:28,830 --> 00:18:31,890
gebeuren, niet naar
dingen boven in de hemel.

293
00:18:31,890 --> 00:18:34,530
Ze spreken over politieke omwenteling.

294
00:18:34,530 --> 00:18:37,590
Ze spreken over het
omverwerpen van volken.

295
00:18:37,590 --> 00:18:41,910
Uit wat vervolgens in vers 5 wordt
gezegd, lijkt het te gaan om de val van

296
00:18:41,910 --> 00:18:44,130
het Edomitische koninkrijk:

297
00:18:44,130 --> 00:18:47,430
Want Mijn zwaard is dronken
geworden in de hemel.

298
00:18:47,430 --> 00:18:52,470
Zie, het zal neerdalen op Edom, op het
volk dat Ik geslagen heb met de ban,

299
00:18:52,470 --> 00:18:53,970
als een oordeel.

300
00:18:53,970 --> 00:18:56,790
We gaan dat als een
mogelijke theorie bekijken.

301
00:18:56,790 --> 00:18:59,970
Het is beslist een theorie
die bij de bewoording past.

302
00:18:59,970 --> 00:19:03,630
Ik wil er echter op wijzen dat
de bewoording van vers 4 ook

303
00:19:03,630 --> 00:19:06,690
voorkomt in Openbaring, hoofdstuk 6.

304
00:19:06,690 --> 00:19:12,150
Dat gebeurt wanneer het zesde zegel wordt
verbroken, aan het einde van Openbaring 6.

305
00:19:12,150 --> 00:19:17,790
Let op de verschijnselen die beginnen
bij vers 12, Openbaring 6:12:

306
00:19:17,790 --> 00:19:21,150
En ik zag dat het Lam
het zesde zegel opende.

307
00:19:21,150 --> 00:19:26,130
Er kwam een grote aardbeving; de zon
werd zwart als een haren zak en de

308
00:19:26,130 --> 00:19:27,750
maan werd als bloed.

309
00:19:27,750 --> 00:19:30,210
De sterren aan de hemel
vielen op de aarde,

310
00:19:30,210 --> 00:19:35,130
zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen
afwerpt wanneer hij door een harde

311
00:19:35,130 --> 00:19:36,450
wind wordt geschud.

312
00:19:36,450 --> 00:19:39,750
De hemel week terug als een
boekrol die wordt opgerold,

313
00:19:39,750 --> 00:19:43,350
en alle bergen en eilanden
werden van hun plaats gerukt.

314
00:19:43,350 --> 00:19:45,930
Die verwijzing naar sterren
die als vijgen vallen,

315
00:19:45,930 --> 00:19:51,150
is rechtstreeks ontleend aan Jesaja
34, de passage die we nu behandelen.

316
00:19:51,150 --> 00:19:53,790
Dat de hemel wordt
opgerold als een boekrol,

317
00:19:53,790 --> 00:19:58,950
is beslist ontleend aan de
beeldspraak van Jesaja 34:4:

318
00:19:58,950 --> 00:20:02,370
Heel het sterren leger
aan de hemel zal vergaan.

319
00:20:02,370 --> 00:20:07,530
De hemel zal opgerold worden als een
boek rol , en heel zijn leger zal vallen,

320
00:20:07,530 --> 00:20:12,990
zoals bladeren vallen van een wijnstok,
en zoals vijgen vallen van een vijgenboom.

321
00:20:12,990 --> 00:20:15,990
In Openbaring is dit
beslist niet letterlijk.

322
00:20:15,990 --> 00:20:19,470
Er wordt bekende beeldspraak in
verwerkt die we in verschillende

323
00:20:19,470 --> 00:20:23,970
passages hebben gezien, zoals het
verduisteren van de zon enzovoort.

324
00:20:23,970 --> 00:20:28,230
We weten dat sterren niet op de
aarde vallen. Dat kunnen ze niet.

325
00:20:28,230 --> 00:20:29,910
Ze zijn veel te groot.

326
00:20:29,910 --> 00:20:32,310
Ze zijn veel groter dan de aarde.

327
00:20:32,310 --> 00:20:36,090
De aarde zou het niet overleven
als zelfs maar één ster

328
00:20:36,090 --> 00:20:40,590
ook maar bij haar in de buurt kwam,
laat staan als er één op haar viel,

329
00:20:40,590 --> 00:20:43,590
of als er grote aantallen
sterren op haar vielen.

330
00:20:43,590 --> 00:20:47,850
Dit is de kenmerkende apocalyptische
beeldspraak van de profeten.

331
00:20:47,850 --> 00:20:52,530
Het gaat over een of andere grote
ramp, gewoonlijk een politieke,

332
00:20:52,530 --> 00:20:54,930
gewoonlijk een geopolitieke.

333
00:20:54,930 --> 00:20:59,310
Het gaat meestal om de ondergang
van een of ander groot koninkrijk.

334
00:20:59,310 --> 00:21:02,250
Deze beeldspraak uit Jesaja 34 wordt

335
00:21:02,250 --> 00:21:06,690
vermengd met die bekende beeldspraak
van de verduisterde zon en dat alles.

336
00:21:06,690 --> 00:21:10,590
Dat lijkt erop te wijzen dat deze
beeldspraak van dezelfde soort is.

337
00:21:10,590 --> 00:21:13,410
Met andere woorden, ze is niet letterlijk.

338
00:21:13,410 --> 00:21:15,930
Elk eiland wordt van
zijn plaats verwijderd.

339
00:21:15,930 --> 00:21:20,070
Het hele heelal, de hele
wereld, wordt hierin vernietigd.

340
00:21:20,070 --> 00:21:23,490
Toch is dat niet het einde van
het visioen. Er komt nog meer.

341
00:21:23,490 --> 00:21:26,850
Voor het einde van het hoofdstuk
zijn er mensen die zich onder rotsen

342
00:21:26,850 --> 00:21:28,350
verbergen en zeggen:

343
00:21:28,350 --> 00:21:31,230
Want de grote dag van
Zijn toorn is aangebroken

344
00:21:31,230 --> 00:21:33,390
en wie kan dan staande blijven?

345
00:21:33,390 --> 00:21:36,090
De grote dag van de toorn van de Heere is,

346
00:21:36,090 --> 00:21:40,170
zoals we naar mijn overtuiging bij
de behandeling van Openbaring buiten

347
00:21:40,170 --> 00:21:44,130
redelijke twijfel zullen
vaststellen, de val van Jeruzalem.

348
00:21:44,130 --> 00:21:48,510
Ik zeg ‘boven redelijke twijfel’,
hoewel er veel opvattingen

349
00:21:48,510 --> 00:21:50,430
over Openbaring bestaan.

350
00:21:50,430 --> 00:21:54,930
Er zijn gedeelten van Openbaring die niet
duidelijk over de val van Jeruzalem gaan,

351
00:21:54,930 --> 00:21:57,450
hoewel ze daar toch over kunnen gaan.

352
00:21:57,450 --> 00:21:59,550
Soms is het allemaal niet zo duidelijk.

353
00:21:59,550 --> 00:22:02,910
Maar wanneer we dit gedeelte
van Openbaring bestuderen,

354
00:22:02,910 --> 00:22:07,650
zullen we zien dat de zegels zo volledig
aansluiten bij de gebeurtenissen rond de

355
00:22:07,650 --> 00:22:11,370
val van Jeruzalem, wanneer je
Schrift met Schrift vergelijkt,

356
00:22:11,370 --> 00:22:14,010
dat het moeilijk is om er
iets anders van te maken.

357
00:22:14,010 --> 00:22:17,550
Als Openbaring 6 over de
val van Jeruzalem gaat,

358
00:22:17,550 --> 00:22:22,230
is het duidelijk dat daar taal
aan Jesaja 34 wordt ontleend.

359
00:22:22,230 --> 00:22:26,910
Betekent dat dat Jesaja 34
over de val van Jeruzalem gaat?

360
00:22:26,910 --> 00:22:28,590
Dat zou het kunnen betekenen.

361
00:22:28,590 --> 00:22:32,670
Maar beeldspraak in Openbaring die
aan het Oude Testament is ontleend,

362
00:22:32,670 --> 00:22:36,450
wordt niet altijd in precies
hetzelfde verband gebruikt.

363
00:22:36,450 --> 00:22:40,050
Beeldspraak kan op een andere
situatie worden overgebracht

364
00:22:40,050 --> 00:22:42,690
en hoeft dan niet over
dezelfde zaak te gaan,

365
00:22:42,690 --> 00:22:46,410
maar kan wel dezelfde
symbolen enzovoort gebruiken.

366
00:22:46,410 --> 00:22:49,770
Het zou dus op zijn minst een
denkbare mogelijkheid zijn

367
00:22:49,770 --> 00:22:56,430
om te zeggen dat de beeldspraak in Jesaja
34 van toepassing is op de val van Edom,

368
00:22:56,430 --> 00:23:01,350
maar dat de beelden in Openbaring 6
opnieuw worden gebruikt voor een andere

369
00:23:01,350 --> 00:23:04,230
gebeurtenis, de val van Jeruzalem.

370
00:23:04,230 --> 00:23:08,490
Dat is één theorie die volgens
mij wel te verdedigen zou zijn.

371
00:23:08,490 --> 00:23:12,210
Maar ik wil er alleen op wijzen
dat deze beelden inderdaad opnieuw

372
00:23:12,210 --> 00:23:14,310
voorkomen in Openbaring.

373
00:23:14,310 --> 00:23:20,430
Zo gaat het in Jesaja 34:9
blijkbaar nog steeds over Edom.

374
00:23:20,430 --> 00:23:26,970
We hebben in Jesaja 34 nog geen aanwijzing
gekregen dat het onderwerp veranderd is.

375
00:23:26,970 --> 00:23:32,250
Zijn beken zullen veranderd worden
in pek, en zijn stof in zwavel; ja,

376
00:23:32,250 --> 00:23:35,010
zijn land zal worden tot brandend pek.

377
00:23:35,010 --> 00:23:38,550
Pek zou brandende teer
zijn, of iets dergelijks.

378
00:23:38,550 --> 00:23:42,330
Eén ding dat we kunnen zeggen,
is dat dit niet letterlijk is.

379
00:23:42,330 --> 00:23:47,550
Want of het nu over Edom gaat of over
een ander volk dat ten val is gekomen,

380
00:23:47,550 --> 00:23:51,150
je ziet daar tegenwoordig niet
ergens voor eeuwig en altijd

381
00:23:51,150 --> 00:23:54,690
rook opstijgen en brandend
pek door de rivieren stromen.

382
00:23:54,690 --> 00:23:59,530
De beeldspraak van vuur en zwavel — en
beide komen hier in deze passage voor —

383
00:23:59,530 --> 00:24:06,570
is ontleend aan de gebeurtenissen rond
Sodom en Gomorra in Genesis, hoofdstuk 19.

384
00:24:06,570 --> 00:24:12,690
Er staat dat God vuur en zwavel uit de
hemel liet regenen op Sodom en Gomorra.

385
00:24:12,690 --> 00:24:17,970
Toen liet de HEERE zwavel en vuur
over Sodom en Gomorra regenen.

386
00:24:17,970 --> 00:24:20,490
Het kwam van de HEERE uit de hemel.

387
00:24:20,490 --> 00:24:24,330
Dat werd een model voor
oordeel, voor goddelijk oordeel.

388
00:24:24,330 --> 00:24:29,250
De beeldspraak daarvan ligt ten grondslag
aan veel latere passages over oordeel,

389
00:24:29,250 --> 00:24:33,630
waaronder sommige in
Openbaring: vuur en zwavel.

390
00:24:33,630 --> 00:24:37,890
Het Engelse woord
„brimstone” betekent zwavel.

391
00:24:37,890 --> 00:24:41,970
Het oordeel over Sodom levert
vaak de beeldspraak voor andere,

392
00:24:41,970 --> 00:24:45,270
latere oordelen die
symbolisch worden beschreven.

393
00:24:45,270 --> 00:24:47,370
Dit lijkt zo’n geval te zijn.

394
00:24:47,370 --> 00:24:50,190
Je hebt het vuur en je hebt de zwavel.

395
00:24:50,190 --> 00:24:55,110
Je herinnert je misschien — en dit kan wel
of niet van belang zijn voor de uitleg van

396
00:24:55,110 --> 00:25:01,050
hoofdstuk 34 — dat Jeruzalem in het
boek Jesaja met Sodom is vergeleken,

397
00:25:01,050 --> 00:25:03,030
al in het allereerste hoofdstuk.

398
00:25:03,030 --> 00:25:07,830
Je bent nog niet ver gekomen wanneer hij
de leiders van Jeruzalem aanspreekt met:

399
00:25:07,830 --> 00:25:09,450
O Sodom.

400
00:25:09,450 --> 00:25:14,130
Hij zegt tegen hen dat ze in meer
dan één opzicht op Sodom lijken.

401
00:25:14,130 --> 00:25:18,090
Eén daarvan is dat ze bijna
volledig zijn weggevaagd.

402
00:25:18,090 --> 00:25:21,930
Sodom werd volledig
weggevaagd, maar hij zei:

403
00:25:21,930 --> 00:25:26,430
Als de HEERE van de legermachten ons
niet een gering aantal ontkomenen had

404
00:25:26,430 --> 00:25:30,750
overgelaten, als Sodom
zouden wij geworden zijn;

405
00:25:30,750 --> 00:25:33,630
wij zouden Gomorra gelijk geworden zijn.

406
00:25:33,630 --> 00:25:35,070
Later zei God:

407
00:25:35,070 --> 00:25:38,010
Hun gelaatsuitdrukking getuigt tegen hen.

408
00:25:38,010 --> 00:25:44,010
Zoals Sodom maken zij hun zonden
openlijk bekend, zij verbergen ze niet.

409
00:25:44,010 --> 00:25:47,370
Wee hun ziel, want zij
doen zichzelf kwaad aan.

410
00:25:47,370 --> 00:25:50,610
Hij noemt hen zelfs Sodom, als bijnaam.

411
00:25:50,610 --> 00:25:53,070
Zoals ik al een aantal
keren heb aangegeven,

412
00:25:53,070 --> 00:26:00,270
wordt Jeruzalem in Openbaring 11:8 in
geestelijke zin Sodom en Egypte genoemd.

413
00:26:00,270 --> 00:26:03,450
Er bestaan dus verbanden
tussen Sodom en Jeruzalem

414
00:26:03,450 --> 00:26:06,570
in het gedachtegoed van
de oordeelsprofetieën.

415
00:26:06,570 --> 00:26:11,010
Jeruzalem wordt geoordeeld zoals
Sodom, omdat Jeruzalem zondig is

416
00:26:11,010 --> 00:26:13,050
geworden zoals Sodom.

417
00:26:13,050 --> 00:26:18,450
Hier wordt taal uit het verhaal van
Sodom en Gomorra op deze zaak toegepast.

418
00:26:18,450 --> 00:26:21,870
Natuurlijk zou het Edom kunnen
zijn waarvan het oordeel in dit

419
00:26:21,870 --> 00:26:25,050
specifieke geval wordt
vergeleken met Sodom.

420
00:26:25,050 --> 00:26:27,030
Het is duidelijk symbolisch.

421
00:26:27,030 --> 00:26:29,490
Maar het zou ook Jeruzalem kunnen zijn.

422
00:26:29,490 --> 00:26:32,190
Er zijn in elk geval
redenen om op grond van

423
00:26:32,190 --> 00:26:37,290
eerdere gedeelten in Jesaja te verwachten
dat het oordeel over Jeruzalem met dat

424
00:26:37,290 --> 00:26:42,990
over Sodom wordt vergeleken, aangezien
Jeruzalem met Sodom is vergeleken.

425
00:26:42,990 --> 00:26:46,770
Dit vers in Jesaja 34 heeft,
zoals je misschien weet,

426
00:26:46,770 --> 00:26:50,550
ook de beeldspraak geleverd voor
een ander gedeelte in Openbaring,

427
00:26:50,550 --> 00:26:52,530
namelijk hoofdstuk 14.

428
00:26:52,530 --> 00:26:57,210
Openbaring 14 is misschien een van de
gedeelten waarvan het vaakst wordt gedacht

429
00:26:57,210 --> 00:27:00,870
dat ze de leer van eeuwige
pijniging in de hel onderwijzen.

430
00:27:00,870 --> 00:27:05,670
Ik herinner me dat ik, toen ik jonger
was en met Zevendedagsadventisten

431
00:27:05,670 --> 00:27:09,570
of Jehova's getuigen over de
kwestie van de hel debatteerde,

432
00:27:09,570 --> 00:27:13,050
de leer van eeuwige pijniging
verdedigde, zoals ik toen deed.

433
00:27:13,050 --> 00:27:15,930
Hoewel er veel verzen over
de hel waren die niets over

434
00:27:15,930 --> 00:27:20,790
eeuwige pijniging vermeldden, leek er
volgens mij ten minste één te zijn.

435
00:27:20,790 --> 00:27:22,350
Dat was dit vers.

436
00:27:22,350 --> 00:27:26,550
In mijn ogen was dit destijds een van
de krachtigste argumenten voor eeuwige

437
00:27:26,550 --> 00:27:32,190
pijniging, vanwege de bewoordingen
van Openbaring 14:10 en 11.

438
00:27:32,190 --> 00:27:35,970
We moeten bij vers 9 beginnen om
het begin van de zin te krijgen.

439
00:27:35,970 --> 00:27:38,310
Openbaring 14:9:

440
00:27:38,310 --> 00:27:42,210
En een derde engel volgde hen,
die met een luide stem zei:

441
00:27:42,210 --> 00:27:45,030
Als iemand het beest
en zijn beeld aanbidt,

442
00:27:45,030 --> 00:27:48,810
en het merkteken op zijn voorhoofd
of op zijn hand ontvangt,

443
00:27:48,810 --> 00:27:55,590
Let eens op hoeveel beelden hier uit
Jesaja 34 afkomstig zijn: vuur en zwavel.

444
00:27:55,590 --> 00:28:01,290
Natuurlijk zou Openbaring dit rechtstreeks
uit Genesis 19 kunnen overnemen en Jesaja

445
00:28:01,290 --> 00:28:03,090
34 kunnen overslaan.

446
00:28:03,090 --> 00:28:08,070
We hoeven niet te zeggen dat het vuur
en de zwavel in Openbaring 14 aan Jesaja

447
00:28:08,070 --> 00:28:09,570
34 zijn ontleend.

448
00:28:09,570 --> 00:28:14,310
Het zou rechtstreeks uit het verhaal van
Sodom en Gomorra kunnen zijn overgenomen.

449
00:28:14,310 --> 00:28:18,510
Maar vuur en zwavel worden
in Jesaja 34 genoemd,

450
00:28:18,510 --> 00:28:22,530
samen met enkele van de andere
punten die we in dit gedeelte vinden.

451
00:28:22,530 --> 00:28:25,710
dan zal hij ook drinken van
de wijn van de toorn van God,

452
00:28:25,710 --> 00:28:29,550
die onvermengd is ingeschonken
in de drinkbeker van Zijn toorn,

453
00:28:29,550 --> 00:28:34,230
en gepijnigd worden in vuur en zwavel
voor het oog van de heilige engelen en

454
00:28:34,230 --> 00:28:35,430
van het Lam.

455
00:28:35,430 --> 00:28:39,570
En de rook van hun pijniging
stijgt op tot in alle eeuwigheid,

456
00:28:39,570 --> 00:28:44,190
en zij die het beest en zijn beeld
aanbidden, hebben dag en nacht geen rust,

457
00:28:44,190 --> 00:28:47,550
evenmin als iemand die het
merkteken van zijn naam ontvangt.

458
00:28:47,550 --> 00:28:51,510
Dat lijkt sterk op Jesaja 34:10:

459
00:28:51,510 --> 00:28:55,110
's Nachts en ook overdag
zal het niet geblust worden,

460
00:28:55,110 --> 00:28:57,690
voor eeuwig zal zijn rook opstijgen.

461
00:28:57,690 --> 00:29:01,170
Van generatie op generatie
zal het verwoest blijven,

462
00:29:01,170 --> 00:29:04,950
tot in alle eeuwigheden zal
niemand erdoorheen trekken.

463
00:29:04,950 --> 00:29:05,850
Wanneer er staat:

464
00:29:05,850 --> 00:29:09,810
Ze hebben dag noch nacht rust,
zijn de bewoordingen niet identiek,

465
00:29:09,810 --> 00:29:12,990
maar in Jesaja 34:10 staat:

466
00:29:12,990 --> 00:29:15,870
Het zal dag noch nacht worden geblust.

467
00:29:15,870 --> 00:29:19,110
Generatie na generatie zal
het er verlaten bij liggen;

468
00:29:19,110 --> 00:29:20,970
niemand zal erdoorheen trekken.

469
00:29:20,970 --> 00:29:24,510
Er zijn dus verscheidene
zinsneden, minstens drie,

470
00:29:24,510 --> 00:29:30,510
in dit gedeelte in Openbaring 14 die door
Jesaja 34 geïnspireerd lijken te zijn.

471
00:29:30,510 --> 00:29:32,850
Ik moet zeggen dat ik op Openbaring

472
00:29:32,850 --> 00:29:36,750
19 zal moeten terugkomen wanneer
we Openbaring behandelen.

473
00:29:36,750 --> 00:29:40,470
Dan zal ik bespreken waarom ik
dit niet langer noodzakelijkerwijs

474
00:29:40,470 --> 00:29:44,790
als een sterk gedeelte beschouw ter
ondersteuning van de traditionele visie

475
00:29:44,790 --> 00:29:45,870
op de hel.

476
00:29:45,870 --> 00:29:50,670
Maar het punt is dat het in
Jesaja 34 niet over de hel gaat.

477
00:29:50,670 --> 00:29:53,550
Dat zou een goede reden
kunnen zijn om te geloven

478
00:29:53,550 --> 00:29:57,570
dat het ook niet over de hel gaat
wanneer dezelfde taal in Openbaring

479
00:29:57,570 --> 00:29:59,130
14 wordt gebruikt.

480
00:29:59,130 --> 00:30:02,010
Waar het in Openbaring
14 dan wel over gaat,

481
00:30:02,010 --> 00:30:05,070
daarmee zullen we ons een
andere keer moeten bezighouden.

482
00:30:05,070 --> 00:30:09,510
Maar we kunnen zien dat Jesaja 34
een gedeelte over het oordeel is

483
00:30:09,510 --> 00:30:13,770
waarvan in het boek Openbaring gebruik
wordt gemaakt om de boodschap van

484
00:30:13,770 --> 00:30:15,390
oordeel over te brengen.

485
00:30:15,390 --> 00:30:18,570
Natuurlijk geloof ik dat
Openbaring in deze gedeelten

486
00:30:18,570 --> 00:30:23,070
spreekt over het oordeel over
Jeruzalem in het jaar 70 na Christus,

487
00:30:23,070 --> 00:30:25,950
maar dat is duidelijk
een omstreden opvatting.

488
00:30:25,950 --> 00:30:29,790
Ik verwacht niet dat dit
iets over Jesaja 34 bewijst,

489
00:30:29,790 --> 00:30:33,330
aangezien opvattingen over
Openbaring omstreden zijn.

490
00:30:33,330 --> 00:30:36,030
Verschillende mensen vatten
het totaal verschillend op.

491
00:30:36,030 --> 00:30:39,810
Het feit dat ik Openbaring zie als
een boek dat over de val van Jeruzalem

492
00:30:39,810 --> 00:30:44,130
spreekt, brengt me meestal
terug bij Jesaja 34.

493
00:30:44,130 --> 00:30:48,390
Dan zeg ik dat de beeldspraak die
uit dit hoofdstuk is overgenomen,

494
00:30:48,390 --> 00:30:52,530
in Openbaring elke keer op de val
van Jeruzalem wordt toegepast,

495
00:30:52,530 --> 00:30:57,270
en dat Jesaja 34 daarom misschien
over de val van Jeruzalem gaat.

496
00:30:57,270 --> 00:31:02,430
Maar misschien ook niet, want Jesaja
34 zou een gedeelte over de val van

497
00:31:02,430 --> 00:31:03,930
Edom kunnen zijn.

498
00:31:03,930 --> 00:31:08,610
Dat zou het boek Openbaring er niet van
weerhouden de bewoordingen over te nemen

499
00:31:08,610 --> 00:31:13,890
en Jeruzalem met Edom te vergelijken,
net zoals het Jeruzalem met Babylon,

500
00:31:13,890 --> 00:31:16,530
Egypte of Sodom vergelijkt.

501
00:31:16,530 --> 00:31:21,570
Openbaring zou beslist een gedeelte
in Jesaja over Edom kunnen nemen,

502
00:31:21,570 --> 00:31:24,750
de bewoordingen eruit
kunnen lichten en die op de

503
00:31:24,750 --> 00:31:27,210
val van Jeruzalem kunnen toepassen.

504
00:31:27,210 --> 00:31:31,410
Zo neemt het ook bewoordingen over
de val van Babylon uit Jeremia

505
00:31:31,410 --> 00:31:34,350
en past die volgens mij op Jeruzalem toe.

506
00:31:34,350 --> 00:31:38,730
Natuurlijk doe ik hier enkele aannames
over waar Openbaring over gaat,

507
00:31:38,730 --> 00:31:41,310
die ik niet heb onderbouwd of verdedigd.

508
00:31:41,310 --> 00:31:46,410
Toch kan ik onmogelijk over dit hoofdstuk
spreken zonder ze ter sprake te brengen.

509
00:31:46,410 --> 00:31:49,590
Maar wat moeten we over
hoofdstuk 34 zeggen?

510
00:31:49,590 --> 00:31:53,190
Laten we veronderstellen dat
het werkelijk over Edom gaat.

511
00:31:53,190 --> 00:31:55,050
Dat is heel goed mogelijk.

512
00:31:55,050 --> 00:31:57,750
De bewoording wijst in die richting.

513
00:31:57,750 --> 00:32:00,270
Hij zegt in vers 5 en 6:

514
00:32:00,270 --> 00:32:03,690
Want Mijn zwaard is dronken
geworden in de hemel.

515
00:32:03,690 --> 00:32:09,030
Zie, het zal neerdalen op Edom, op het
volk dat Ik geslagen heb met de ban,

516
00:32:09,030 --> 00:32:10,110
als een oordeel.

517
00:32:10,110 --> 00:32:14,610
Het zwaard van de HEERE zit vol
bloed, het is verzadigd van vet,

518
00:32:14,610 --> 00:32:18,870
van het bloed van lammeren en
bokken, van het niervet van rammen.

519
00:32:18,870 --> 00:32:22,170
Want de HEERE richt
een offer aan in Bozra,

520
00:32:22,170 --> 00:32:24,930
een grote slachting in het land Edom.

521
00:32:24,930 --> 00:32:28,710
Aan het eind staat dat Hij in
het land Edom een offer aanricht

522
00:32:28,710 --> 00:32:31,110
en een grote slachting teweegbrengt.

523
00:32:31,110 --> 00:32:34,110
Als dit Edom is, zou het in hoofdstuk

524
00:32:34,110 --> 00:32:37,890
35 nog steeds kunnen overgaan
in een Messiaanse passage,

525
00:32:37,890 --> 00:32:41,670
omdat de verwoesting van
Edom slechts een paar eeuwen

526
00:32:41,670 --> 00:32:44,130
vóór de komst van Christus plaatsvond.

527
00:32:44,130 --> 00:32:48,210
Zonder onlogisch te redeneren zou je
kunnen denken dat het over de verwoesting

528
00:32:48,210 --> 00:32:52,350
van Edom gaat en dat kort
daarna, chronologisch gezien,

529
00:32:52,350 --> 00:32:55,590
de vestiging van het
Messiaanse Koninkrijk kwam.

530
00:32:55,590 --> 00:32:59,730
We zouden Edom in deze passage dus
eenvoudig letterlijk kunnen opvatten en

531
00:32:59,730 --> 00:33:03,270
zeggen: hier hebben we
het oordeel over Edom,

532
00:33:03,270 --> 00:33:07,410
gevolgd door verwoesting tot
de tijd waarin de Messias komt.

533
00:33:07,410 --> 00:33:10,890
Daarmee zouden we waarschijnlijk
al onze problemen oplossen.

534
00:33:10,890 --> 00:33:14,010
Het enige wat voor mij
enigszins een probleem blijft,

535
00:33:14,010 --> 00:33:17,610
is dat dit de enige van de
vele keren in Jesaja zou zijn

536
00:33:17,610 --> 00:33:22,290
waarin een overgang van woestenij
naar vruchtbaarheid over Edom gaat.

537
00:33:22,290 --> 00:33:26,670
In alle andere gevallen verwijst die
overgang naar de verwoesting van Jeruzalem

538
00:33:26,670 --> 00:33:30,630
en daarna naar de opkomst van het
Nieuwe Jeruzalem, als het ware.

539
00:33:30,630 --> 00:33:34,290
Het zou de enige keer zijn
dat de stad of het volk dat

540
00:33:34,290 --> 00:33:38,130
vóór de opkomst van het Koninkrijk
wordt verwoest, Edom is.

541
00:33:38,130 --> 00:33:42,150
Daarom kan ik niet volledig berusten
in de conclusie dat het inderdaad over

542
00:33:42,150 --> 00:33:45,210
Edom gaat, hoewel ik er geen
ernstig probleem mee heb.

543
00:33:45,210 --> 00:33:50,610
Als iemand zegt: ‘Luister, ik moet dit
gewoon letterlijk nemen,’ ga je gang.

544
00:33:50,610 --> 00:33:55,110
Je kunt letterlijk nemen dat de hemelen
als een boekrol worden opgerold.

545
00:33:55,110 --> 00:33:57,930
Voel je vrij. Ik doe dat niet.

546
00:33:57,930 --> 00:34:02,430
Zoveel dingen, misschien wel alles
in dit hoofdstuk, zijn symbolisch:

547
00:34:02,430 --> 00:34:07,170
rivieren die stromen van brandend
pek, rook die voor eeuwig opstijgt,

548
00:34:07,170 --> 00:34:13,170
dag en nacht, van generatie op generatie,
en sterren die vallen als vijgen.

549
00:34:13,170 --> 00:34:16,770
Het zou moeilijk zijn om in dit
hoofdstuk iets te vinden wat

550
00:34:16,770 --> 00:34:18,450
werkelijk letterlijk is.

551
00:34:18,450 --> 00:34:23,130
De beschrijving van de woestenij, die aan
het eind van het hoofdstuk uitgebreid is,

552
00:34:23,130 --> 00:34:27,330
zou natuurlijk letterlijk kunnen zijn,
want een groot deel van die streek

553
00:34:27,330 --> 00:34:30,090
bestaat uit woestijn en woestenij.

554
00:34:30,090 --> 00:34:32,970
Maar het gebruik van dat
motief in Jesaja heeft

555
00:34:32,970 --> 00:34:36,510
doorgaans betrekking op een
niet-letterlijke, geestelijke

556
00:34:36,510 --> 00:34:39,390
woestenij, een onvruchtbaarheid.

557
00:34:39,390 --> 00:34:44,070
En dus denk ik dat het geen grote
gedachtesprong zou zijn om te stellen dat

558
00:34:44,070 --> 00:34:48,450
vrijwel alles in het hoofdstuk
symbolisch is en dat zelfs Edom

559
00:34:48,450 --> 00:34:51,150
symbolisch zou kunnen worden opgevat.

560
00:34:51,150 --> 00:34:55,110
Niet noodzakelijkerwijs,
maar wel als mogelijkheid.

561
00:34:55,110 --> 00:34:59,910
Eén ding waardoor ik denk dat dit waar
is, of waar zou kunnen zijn, is dat het,

562
00:34:59,910 --> 00:35:04,230
zoals ik al zei, niet ongehoord
is om zelfs in Jesaja over

563
00:35:04,230 --> 00:35:07,710
Jeruzalem te spreken onder
de naam van heidense volken,

564
00:35:07,710 --> 00:35:11,010
waarbij Sodom het
voornaamste voorbeeld is.

565
00:35:11,010 --> 00:35:14,250
Helemaal aan het begin van
het boek noemt Hij hen:

566
00:35:14,250 --> 00:35:18,090
Hoor het woord van de
HEERE, leiders van Sodom!

567
00:35:18,090 --> 00:35:21,870
Neem de wet van onze God
ter ore, volk van Gomorra!

568
00:35:21,870 --> 00:35:26,250
Hij zegt in die uitspraak
niet: ‘Jeruzalem is als Sodom.’

569
00:35:26,250 --> 00:35:28,590
Hij noemt hen gewoon Sodom.

570
00:35:28,590 --> 00:35:32,250
En dus geloof ik dat het mogelijk
is dat hij Jeruzalem Edom noemt,

571
00:35:32,250 --> 00:35:35,430
al zijn we daar niet zo goed
op voorbereid als bij Sodom.

572
00:35:35,430 --> 00:35:37,110
In hoofdstuk 1 zegt hij:

573
00:35:37,110 --> 00:35:39,450
Als de HEERE van de
legermachten ons niet een

574
00:35:39,450 --> 00:35:44,730
gering aantal ontkomenen had overgelaten,
als Sodom zouden wij geworden zijn;

575
00:35:44,730 --> 00:35:47,430
wij zouden Gomorra gelijk geworden zijn.

576
00:35:47,430 --> 00:35:50,010
Daarna begint hij hen Sodom te noemen.

577
00:35:50,010 --> 00:35:53,910
Hij bereidt ons er niet op voor door
ons enige aanwijzing te geven dat Edom

578
00:35:53,910 --> 00:35:55,590
Jeruzalem zou zijn.

579
00:35:55,590 --> 00:35:58,290
Daarom maakt dit die theorie wat zwakker.

580
00:35:58,290 --> 00:36:02,430
Toch spreekt vers 8 wel over de
dag van de wraak van de HEERE.

581
00:36:02,430 --> 00:36:06,690
Deze uitdrukking komt op mij bijna
over als een technische term.

582
00:36:06,690 --> 00:36:08,430
Misschien is dat niet zo.

583
00:36:08,430 --> 00:36:10,890
Misschien is het een algemene term.

584
00:36:10,890 --> 00:36:14,010
Hij komt ongeveer drie
keer voor in Jesaja.

585
00:36:14,010 --> 00:36:21,090
In hoofdstuk 61, vers 2, lijkt hij te
verwijzen naar het jaar 70 na Christus.

586
00:36:21,090 --> 00:36:26,730
Ik geloof dat hij naar het jaar 70 na
Christus verwijst, omdat Jesaja 61,

587
00:36:26,730 --> 00:36:32,490
vers 1 en de eerste helft van vers 2
over de eerste komst van Christus gaan.

588
00:36:32,490 --> 00:36:35,610
Dat weten we omdat Jezus dat heeft gezegd.

589
00:36:35,610 --> 00:36:40,350
Hij haalde dit aan en zei dat het
vervuld werd doordat Hij het uitsprak:

590
00:36:40,350 --> 00:36:43,050
De Geest van de Heere HEERE is op Mij,

591
00:36:43,050 --> 00:36:47,250
omdat de HEERE Mij gezalfd heeft
om een blijde boodschap te brengen

592
00:36:47,250 --> 00:36:48,870
aan de zachtmoedigen.

593
00:36:48,870 --> 00:36:52,710
Hij heeft Mij gezonden om te
verbinden de gebrokenen van hart,

594
00:36:52,710 --> 00:36:57,390
om voor de gevangenen vrijlating uit
te roepen en voor wie gebonden zaten,

595
00:36:57,390 --> 00:37:00,630
opening van de gevangenis;
om uit te roepen het

596
00:37:00,630 --> 00:37:05,310
jaar van het welbehagen van de HEERE
en de dag van de wraak van onze God;

597
00:37:05,310 --> 00:37:07,830
om alle treurenden te troosten;

598
00:37:07,830 --> 00:37:12,510
Hier sloot Jezus het boek, hield
Hij op met lezen en zei Hij:

599
00:37:12,510 --> 00:37:15,570
Hij begon tegen hen te
zeggen: Heden is deze

600
00:37:15,570 --> 00:37:18,090
Schrift in uw oren in vervulling gegaan.

601
00:37:18,090 --> 00:37:22,050
Dit gebeurde in Lukas 4, vers 18 en 19.

602
00:37:22,050 --> 00:37:24,870
Maar het gedeelte dat Hij niet las, was:

603
00:37:24,870 --> 00:37:27,750
En de dag waarop onze God wraak neemt.

604
00:37:27,750 --> 00:37:28,830
Hij zegt:

605
00:37:28,830 --> 00:37:33,270
Ik ben gekomen om het jaar aan te kondigen
waarin de Heer zijn genade laat zien,

606
00:37:33,270 --> 00:37:36,510
maar blijkbaar was Hij bij
die gelegenheid niet van plan

607
00:37:36,510 --> 00:37:39,510
de dag van de wraak van
onze God te verkondigen.

608
00:37:39,510 --> 00:37:41,490
Maar later deed Hij dat wel.

609
00:37:41,490 --> 00:37:44,430
We hebben dit vers al
talloze keren genoemd.

610
00:37:44,430 --> 00:37:48,750
In de rede op de Olijfberg
sprak Jezus in Lukas 21

611
00:37:48,750 --> 00:37:53,070
over de verwoesting van de tempel
in het jaar 70 na Christus.

612
00:37:53,070 --> 00:37:55,230
Hij zei in vers 23:

613
00:37:55,230 --> 00:37:58,170
Maar wee de zwangeren en
de zogenden in die dagen,

614
00:37:58,170 --> 00:38:02,490
want er zal grote nood zijn in
het land en toorn over dit volk.

615
00:38:02,490 --> 00:38:04,290
De dagen van wraak.

616
00:38:04,290 --> 00:38:07,590
Het is niet precies dezelfde
uitdrukking, want Jesaja zegt:

617
00:38:07,590 --> 00:38:09,390
de dag van wraak.

618
00:38:09,390 --> 00:38:11,850
Jezus breidt het uit tot een periode:

619
00:38:11,850 --> 00:38:17,310
Want dit zijn dagen van wraak, opdat
al wat geschreven staat, vervuld wordt.

620
00:38:17,310 --> 00:38:19,890
Maar de bewoordingen liggen
heel dicht bij elkaar,

621
00:38:19,890 --> 00:38:24,150
en Jezus zegt dat alles wat
geschreven staat vervuld kan worden.

622
00:38:24,150 --> 00:38:27,810
Dat suggereert dat wat Hij
beschrijft als de dagen van wraak,

623
00:38:27,810 --> 00:38:31,950
een veelvoorkomend thema in de
oudtestamentische profetie is.

624
00:38:31,950 --> 00:38:37,050
Jesaja gebruikt deze uitdrukking,
‘dag van wraak’, een aantal keren.

625
00:38:37,050 --> 00:38:41,850
Het lijkt duidelijk dat Jesaja
die in Jesaja 61, vers 2,

626
00:38:41,850 --> 00:38:45,630
nauw verbindt met de verkondiging
van het aangename jaar van de HEERE,

627
00:38:45,630 --> 00:38:49,650
waarvan we weten dat Jezus het
in de synagoge verkondigde.

628
00:38:49,650 --> 00:38:52,830
Later verkondigde Hij de
komende dagen van wraak.

629
00:38:52,830 --> 00:38:57,210
In hoofdstuk 63 vinden we ook de
verwijzing naar de dag van wraak.

630
00:38:57,210 --> 00:39:00,270
In Jesaja 63:4 zegt Hij:

631
00:39:00,270 --> 00:39:05,430
Want de dag van de wraak was in Mijn hart,
het jaar van Mijn verlosten was gekomen.

632
00:39:05,430 --> 00:39:10,710
Jezus kondigde aan dat het aangename jaar
van de Heere, het jaar van de verlosten,

633
00:39:10,710 --> 00:39:12,510
er was toen Hij predikte.

634
00:39:12,510 --> 00:39:16,290
Het lijkt er dus op
dat Jesaja 63:4 spreekt

635
00:39:16,290 --> 00:39:19,410
over het tijdsbestek
van Jezus’ eerste komst.

636
00:39:19,410 --> 00:39:21,990
Het jaar van Mijn verlosten is gekomen.

637
00:39:21,990 --> 00:39:25,350
Hij heeft het aangename jaar
van de Heere verkondigd.

638
00:39:25,350 --> 00:39:33,450
Beide passages, Jesaja 61:2 en Jesaja
63:4, verbinden het jaar van verlossing,

639
00:39:33,450 --> 00:39:37,230
of het aangename jaar van de
Heere, met de dag van wraak.

640
00:39:37,230 --> 00:39:40,590
Dit zijn twee aspecten
van dezelfde periode.

641
00:39:40,590 --> 00:39:45,810
God brengt wraak over de oude orde en
vestigt met de verlosten de nieuwe orde.

642
00:39:45,810 --> 00:39:51,450
Jesaja 63 lijkt daarom over
hetzelfde te spreken als Jesaja 61.

643
00:39:51,450 --> 00:39:57,090
Maar we hebben opgemerkt dat de verzen
in Jesaja 63 die aan vers 4 voorafgaan,

644
00:39:57,090 --> 00:39:58,890
over Edom spreken.

645
00:39:58,890 --> 00:40:03,330
Jesaja 63:1 en de verzen daarna zeggen:

646
00:40:03,330 --> 00:40:08,190
Wie is Deze Die uit Edom komt,
in helrode kleding uit Bozra,

647
00:40:08,190 --> 00:40:13,050
Die luisterrijk is in Zijn gewaad,
Die voorttrekt in Zijn grote kracht?

648
00:40:13,050 --> 00:40:18,330
Ik ben het, Die spreek in gerechtigheid,
Die machtig ben om te verlossen.

649
00:40:18,330 --> 00:40:24,810
Bozra is de hoofdstad die ook in
Jesaja 34 werd genoemd: Edom en Bozra.

650
00:40:24,810 --> 00:40:26,970
En dan wordt de vraag gesteld:

651
00:40:26,970 --> 00:40:30,750
Waarom is dat rood aan Uw
gewaad, en is Uw kleding

652
00:40:30,750 --> 00:40:33,270
als die van iemand die de wijnpers treedt?

653
00:40:33,270 --> 00:40:34,350
Hij zegt:

654
00:40:34,350 --> 00:40:38,730
Ik heb de pers alleen getreden; er
was niemand uit de volken met Mij.

655
00:40:38,730 --> 00:40:42,930
Ik heb hen vertreden in Mijn toorn,
hen vertrapt in Mijn grimmigheid.

656
00:40:42,930 --> 00:40:47,490
Hun bloed is op Mijn kleding gespat,
heel Mijn gewaad heb Ik besmet.

657
00:40:47,490 --> 00:40:51,930
Blijkbaar komt Hij uit Edom en zitten
er overal vlekken op Zijn kleren.

658
00:40:51,930 --> 00:40:56,490
Het is alsof Hij ergens is geweest
en iemand schade heeft toegebracht.

659
00:40:56,490 --> 00:41:01,290
Zijn kleren zijn met bloed bevlekt en men
ziet Hem van de plaats van die gebeurtenis

660
00:41:01,290 --> 00:41:03,450
komen, kennelijk uit Edom.

661
00:41:03,450 --> 00:41:06,450
De indruk is dat Edom vertrapt is.

662
00:41:06,450 --> 00:41:11,730
Want de dag van de wraak was in Mijn hart,
het jaar van Mijn verlosten was gekomen.

663
00:41:11,730 --> 00:41:14,430
Ik hoop dat je mijn
dilemma hier kunt zien.

664
00:41:14,430 --> 00:41:19,590
We hebben de dag van wraak, die Jezus
lijkt te vereenzelvigen met het jaar

665
00:41:19,590 --> 00:41:27,270
70 na Christus en die in Jesaja 61:2
duidelijk met het jaar 70 na Christus

666
00:41:27,270 --> 00:41:29,490
vereenzelvigd lijkt te worden.

667
00:41:29,490 --> 00:41:35,250
Maar dezelfde term wordt gebruikt
in Jesaja 34 en Jesaja 63,

668
00:41:35,250 --> 00:41:39,270
die beide Edom noemen als
het voorwerp van het oordeel.

669
00:41:39,270 --> 00:41:43,530
Daarom zouden er enkele mogelijke
conclusies kunnen worden getrokken.

670
00:41:43,530 --> 00:41:49,650
Eén daarvan is dat de dag van wraak geen
vakterm voor één enkele gebeurtenis is.

671
00:41:49,650 --> 00:41:54,930
Wat in het jaar 70 na Christus met
Jeruzalem gebeurt, is een dag van wraak,

672
00:41:54,930 --> 00:42:00,210
maar ook andere oordelen, zoals misschien
een afzonderlijk oordeel over Edom,

673
00:42:00,210 --> 00:42:03,990
zouden als de dag van Gods
wraak kunnen worden beschouwd.

674
00:42:03,990 --> 00:42:05,850
Dat is een aannemelijke suggestie.

675
00:42:05,850 --> 00:42:09,990
Een andere aannemelijke suggestie, hoewel
sommigen zich er waarschijnlijk sterker

676
00:42:09,990 --> 00:42:13,890
tegen zouden verzetten, eenvoudigweg
omdat die niet voor de hand ligt,

677
00:42:13,890 --> 00:42:16,770
is dat Edom naar Jeruzalem verwijst.

678
00:42:16,770 --> 00:42:21,090
Jeruzalem is duidelijk niet
Edom, maar het is ook niet Sodom.

679
00:42:21,090 --> 00:42:24,390
Het is ook niet Babylon
en het is ook niet Egypte,

680
00:42:24,390 --> 00:42:27,030
maar in de Schrift wordt
het al die dingen genoemd.

681
00:42:27,030 --> 00:42:32,910
Het is dus mogelijk dat Edom in
hoofdstuk 34 en zelfs in hoofdstuk 63

682
00:42:32,910 --> 00:42:37,050
in beide gevallen een beledigende
verwijzing naar Jeruzalem is.

683
00:42:37,050 --> 00:42:43,050
Jeruzalem vergelijken met Edom, Sodom
of Babylon is een belediging voor hen.

684
00:42:43,050 --> 00:42:48,270
Voor hen waren deze heidense volken
verachtelijke, vuile, onbesneden,

685
00:42:48,270 --> 00:42:50,910
vijandige en goddeloze mensen.

686
00:42:50,910 --> 00:42:55,350
Jeruzalem met een van hun namen aanduiden,
is te vergelijken met de manier waarop het

687
00:42:55,350 --> 00:42:59,250
boek Openbaring een vrouw
in de gemeente Izebel noemt.

688
00:42:59,250 --> 00:43:02,190
Izebel was waarschijnlijk
niet haar echte naam.

689
00:43:02,190 --> 00:43:04,710
Wie zou zijn dochter
Izebel hebben genoemd,

690
00:43:04,710 --> 00:43:08,310
vooral omdat de enige Izebel die
uit de geschiedenis bekend was,

691
00:43:08,310 --> 00:43:11,910
een werkelijk goddeloze,
afschuwelijke vrouw was?

692
00:43:11,910 --> 00:43:14,130
Sommige mensen doen dat tegenwoordig.

693
00:43:14,130 --> 00:43:18,270
Ze hebben het over een bepaalde
vrouw en zeggen: ‘Ze is een Izebel.’

694
00:43:18,270 --> 00:43:20,490
Als je iemand tegenwoordig Izebel noemt,

695
00:43:20,490 --> 00:43:24,450
zal diegene dat als een belediging
opvatten, en dat hoort ook zo.

696
00:43:24,450 --> 00:43:26,310
Het is als belediging bedoeld.

697
00:43:26,310 --> 00:43:31,470
Het punt is dat Jezus in Openbaring
tegen een gemeente zegt over een vrouw

698
00:43:31,470 --> 00:43:34,530
die vrijwel zeker niet echt Izebel heet:

699
00:43:34,530 --> 00:43:38,490
Maar Ik heb enkele dingen
tegen u: dat u de vrouw Izebel,

700
00:43:38,490 --> 00:43:41,430
die van zichzelf zegt
dat zij een profetes is,

701
00:43:41,430 --> 00:43:44,730
ongemoeid haar gang laat
gaan om te onderwijzen en

702
00:43:44,730 --> 00:43:48,630
Mijn dienstknechten te misleiden,
zodat zij hoererij bedrijven

703
00:43:48,630 --> 00:43:50,610
en afgodenoffers eten.

704
00:43:50,610 --> 00:43:54,570
Iemand een naam geven die niet
werkelijk zijn of haar naam is,

705
00:43:54,570 --> 00:43:58,890
maar die als belediging bedoeld is omdat
diegene op die slechte persoon is gaan

706
00:43:58,890 --> 00:44:02,910
lijken, is een gebruik dat in
de Schrift niet onbekend is.

707
00:44:02,910 --> 00:44:07,050
Dat geldt vooral voor
Openbaring, maar ook voor Jesaja.

708
00:44:07,050 --> 00:44:09,630
Daarom denk ik dat dit
een geval zou kunnen zijn

709
00:44:09,630 --> 00:44:14,610
waarin Edom Jeruzalem vertegenwoordigt,
of een bijnaam voor Jeruzalem is.

710
00:44:14,610 --> 00:44:18,390
En dat dit, net als de
andere soortgelijke passages,

711
00:44:18,390 --> 00:44:22,290
een beschrijving is van de val
van Jeruzalem die overgaat in de

712
00:44:22,290 --> 00:44:24,210
orde van het nieuwe verbond.

713
00:44:24,210 --> 00:44:27,990
Het oude verbond wordt
geoordeeld en wordt onvruchtbaar,

714
00:44:27,990 --> 00:44:30,630
zoals Jezus tegen de vijgenboom zei:

715
00:44:30,630 --> 00:44:35,070
En Jezus antwoordde en zei tegen
hem: Laat niemand meer vrucht van u

716
00:44:35,070 --> 00:44:37,050
eten in eeuwigheid!

717
00:44:37,050 --> 00:44:39,030
En Zijn discipelen hoorden het.

718
00:44:39,030 --> 00:44:41,430
en die verdorde en stierf.

719
00:44:41,430 --> 00:44:44,730
Ik geloof dat dit een zinnebeeld
is van wat er juist op dat moment

720
00:44:44,730 --> 00:44:46,710
met Israël gebeurde.

721
00:44:46,710 --> 00:44:51,810
Israël ging over van een boom die mogelijk
vrucht kon dragen naar een boom die nooit

722
00:44:51,810 --> 00:44:54,930
meer de gelegenheid zou
hebben om vrucht te dragen.

723
00:44:54,930 --> 00:44:57,570
Maar er wordt een nieuw
koninkrijk uitgekozen,

724
00:44:57,570 --> 00:45:00,570
een nieuwe natie die de vrucht
daarvan zal voortbrengen.

725
00:45:00,570 --> 00:45:03,990
Ik geloof dat die overgang naar het
nieuwe heel duidelijk te zien is

726
00:45:03,990 --> 00:45:06,510
in hoofdstuk 35:1.

727
00:45:06,510 --> 00:45:10,770
De eerste regel van vers
1 is vreemd. Er staat:

728
00:45:10,770 --> 00:45:14,250
De woestijn en de dorre
plaatsen zullen vrolijk zijn,

729
00:45:14,250 --> 00:45:19,410
de wildernis zal zich verheugen
en in bloei staan als een roos.

730
00:45:19,410 --> 00:45:22,470
‘Hen’ lijkt naar de
woestijndieren te verwijzen.

731
00:45:22,470 --> 00:45:26,670
**Toelichting bij de vertaling:**
Het voornaamwoord „hen”

732
00:45:26,670 --> 00:45:30,270
staat in de Engelse Bijbelvertaling
die de spreker gebruikt.

733
00:45:30,270 --> 00:45:36,570
In de hierboven weergegeven
HSV-tekst van Jesaja 35:1

734
00:45:36,570 --> 00:45:39,330
ontbreekt een overeenkomstig
voornaamwoord.

735
00:45:39,330 --> 00:45:46,230
In hoofdstuk 34:16 en 17 is eerder
een hele groep woestijndieren genoemd.

736
00:45:46,230 --> 00:45:47,970
In vers 16 staat:

737
00:45:47,970 --> 00:45:54,150
Zoek het na in het boek van de HEERE en
lees: niet één van hen zal er ontbreken,

738
00:45:54,150 --> 00:45:59,430
zij zullen elkaar niet missen, want
Mijn mond heeft het zelf geboden en Zijn

739
00:45:59,430 --> 00:46:01,890
Geest Zelf zal hen bijeenbrengen.

740
00:46:01,890 --> 00:46:06,750
Dat wil zeggen: ergens in het boek van
de Heere heeft God voorzegd dat deze

741
00:46:06,750 --> 00:46:08,670
woestenij zal bestaan.

742
00:46:08,670 --> 00:46:14,010
Al deze jakhalzen en struisvogels
enzovoort zullen in dit gebied de overhand

743
00:46:14,010 --> 00:46:18,510
hebben, in plaats van mensen,
bewerkte steden en akkers.

744
00:46:18,510 --> 00:46:20,910
Wat we hier hebben, is eenvoudigweg

745
00:46:20,910 --> 00:46:25,050
onontgonnen wildernis die aan
wilde dieren is prijsgegeven.

746
00:46:25,050 --> 00:46:28,650
Het boek van de Heere,
kennelijk een eerdere profetie,

747
00:46:28,650 --> 00:46:33,750
misschien iets wat Jesaja eerder had
gezegd, blijkt hierin bevestigd te worden:

748
00:46:33,750 --> 00:46:38,190
geen van deze jakhalzen of wat
voor dieren dan ook zal ontbreken.

749
00:46:38,190 --> 00:46:41,190
Deze woestijntoestand
zal er beslist komen.

750
00:46:41,190 --> 00:46:43,650
Dan staat er in vers 17:

751
00:46:43,650 --> 00:46:47,790
Want Hij, Hij heeft voor
hen het lot geworpen,

752
00:46:47,790 --> 00:46:51,570
Zijn hand heeft hun het land
toebedeeld met het meetlint.

753
00:46:51,570 --> 00:46:54,390
Tot in eeuwigheid zullen zij het bezitten,

754
00:46:54,390 --> 00:46:58,470
van generatie op generatie
zullen zij er wonen.

755
00:46:58,470 --> 00:47:03,510
Dit verwijst naar het feit dat Jozua,
toen hij het land Kanaän veroverd had,

756
00:47:03,510 --> 00:47:06,210
het lot wierp om het land
onder de verschillende

757
00:47:06,210 --> 00:47:08,430
stammen van Israël te verdelen.

758
00:47:08,430 --> 00:47:12,120
De verdeling van Israël in
stamgebieden, de grenzen,

759
00:47:12,120 --> 00:47:15,570
welke stam wat kreeg en
welke familie wat kreeg,

760
00:47:15,570 --> 00:47:19,410
werd in Jozua vastgesteld
door het werpen van het lot.

761
00:47:19,410 --> 00:47:25,410
Hier wordt beeldspraak gebruikt, alsof God
nu deze dieren de erfenis heeft gegeven.

762
00:47:25,410 --> 00:47:31,650
Zoals Jozua die aan Israël gaf, zo heeft
God die nu aan deze wilde dieren gegeven.

763
00:47:31,650 --> 00:47:35,670
De bewoording doet het voorkomen
alsof Hij het lot werpt en deze

764
00:47:35,670 --> 00:47:38,790
dieren daar in het land
hun eigen erfenis geeft.

765
00:47:38,790 --> 00:47:42,090
De woestijn en de dorre
plaatsen zullen vrolijk zijn,

766
00:47:42,090 --> 00:47:46,710
de wildernis zal zich verheugen
en in bloei staan als een roos.

767
00:47:46,710 --> 00:47:49,890
Dat wil zeggen: ze
zullen daar welkom zijn.

768
00:47:49,890 --> 00:47:53,070
De wildernis is blij dat
er wilde dieren op leven

769
00:47:53,070 --> 00:47:56,310
in plaats van de goddeloze
mensen die er vroeger waren.

770
00:47:56,310 --> 00:47:59,250
Deze dieren zijn beter
dan goddeloze mensen.

771
00:47:59,250 --> 00:48:00,870
Maar dan staat er:

772
00:48:00,870 --> 00:48:04,650
En de woestijn zal zich verheugen
en bloeien als een roos.

773
00:48:04,650 --> 00:48:09,630
Dit is duidelijk een bekend thema uit veel
andere passages die we zijn tegengekomen.

774
00:48:09,630 --> 00:48:13,530
Zij zal welig in bloei
staan en zich verheugen, ja,

775
00:48:13,530 --> 00:48:16,350
zij zal zich verheugen en juichen.

776
00:48:16,350 --> 00:48:21,630
De luister van de Libanon is haar gegeven,
de glorie van de Karmel en de Saron.

777
00:48:21,630 --> 00:48:26,130
Ze zullen zien de heerlijkheid van
de HEERE, de glorie van onze God.

778
00:48:26,130 --> 00:48:30,990
We hebben in Jesaja een reeks passages
gezien die spraken over vreugde

779
00:48:30,990 --> 00:48:35,490
en zingen als belangrijke kenmerken
van het Koninkrijkstijdperk.

780
00:48:35,490 --> 00:48:42,930
Libanon, Karmel en Saron waren elk beroemd
om iets: bloemen, bomen of iets anders.

781
00:48:42,930 --> 00:48:47,370
Er wordt gezegd dat de woestijn
even mooi zal zijn als al de beste,

782
00:48:47,370 --> 00:48:52,830
bekendste en meest gerenommeerde
weelderige, waterrijke gebieden.

783
00:48:52,830 --> 00:48:54,390
Dan staat er in vers 3:

784
00:48:54,390 --> 00:48:58,170
Versterk de slappe handen,
verstevig de wankele knieën;

785
00:48:58,170 --> 00:49:02,670
**Verwijzing gecontroleerd:**
de spreker noemde Jesaja 34,

786
00:49:02,670 --> 00:49:05,970
maar de bewoording is Jesaja 35:3.

787
00:49:05,970 --> 00:49:08,370
Dit is belangrijk om op te merken.

788
00:49:08,370 --> 00:49:11,970
Je kent het Nieuwe Testament
waarschijnlijk beter dan Jesaja.

789
00:49:11,970 --> 00:49:16,410
Wanneer je deze regel ziet, denk je
daarom waarschijnlijk aan Hebreeën 12,

790
00:49:16,410 --> 00:49:18,510
waar de schrijver van Hebreeën zegt:

791
00:49:18,510 --> 00:49:22,230
Hef daarom de slappe handen op
en strek de knikkende knieën,

792
00:49:22,230 --> 00:49:26,370
Hij citeert in feite Jesaja 35:3.

793
00:49:26,370 --> 00:49:30,390
Het is geen rechtstreeks citaat,
maar hij parafraseert het.

794
00:49:30,390 --> 00:49:35,310
Wat is het verband? Hij schrijft aan
Joden die christen waren geworden.

795
00:49:35,310 --> 00:49:40,290
Hebreeën werd kort voor de val van
Jeruzalem aan Joodse gelovigen geschreven.

796
00:49:40,290 --> 00:49:43,290
In het boek Hebreeën staan
veel voorzeggingen van

797
00:49:43,290 --> 00:49:46,890
of toespelingen op de ophanden
zijnde verwoesting van Jeruzalem

798
00:49:46,890 --> 00:49:49,230
en het verdwijnen van de oude orde.

799
00:49:49,230 --> 00:49:53,190
Een niet onbelangrijk
voorbeeld is Hebreeën 8:13,

800
00:49:53,190 --> 00:49:55,830
waar hij zegt dat er een nieuw verbond is.

801
00:49:55,830 --> 00:49:59,490
Het oude verbond is verouderd,
en wat verouderd is,

802
00:49:59,490 --> 00:50:01,830
staat op het punt te verdwijnen.

803
00:50:01,830 --> 00:50:04,950
Met andere woorden, de
schrijver van Hebreeën

804
00:50:04,950 --> 00:50:09,390
leeft in een tijd waarin de oude orde
niet langer relevant is en elk moment

805
00:50:09,390 --> 00:50:12,930
weggevaagd zal worden door
de verwoesting van Jeruzalem.

806
00:50:12,930 --> 00:50:16,890
We weten dus dat Hebreeën zich
in die overgangstijd afspeelt.

807
00:50:16,890 --> 00:50:19,590
De oude orde zal spoedig verdwijnen.

808
00:50:19,590 --> 00:50:21,990
De nieuwe orde is ingevoerd.

809
00:50:21,990 --> 00:50:24,870
Zijn lezers behoren tot die nieuwe orde.

810
00:50:24,870 --> 00:50:28,410
Hij schrijft hun over het verdragen
van de tuchtiging van de Heere.

811
00:50:28,410 --> 00:50:32,970
Ik denk dat hij in deze context heel goed
kan spreken over de vervolging die zij

812
00:50:32,970 --> 00:50:37,230
vanwege hun trouw aan de Heere ondergaan,
als iets wat lijkt op de tuchtiging

813
00:50:37,230 --> 00:50:38,370
van een kind.

814
00:50:38,370 --> 00:50:41,970
Daar spreekt hij in de direct
voorafgaande verzen over.

815
00:50:41,970 --> 00:50:46,470
De gemeente ondergaat een bepaald
soort lijden, want hij zegt in vers 11:

816
00:50:46,470 --> 00:50:49,710
En elke bestraffing
schijnt op het moment zelf

817
00:50:49,710 --> 00:50:53,550
wel geen reden tot blijdschap
te zijn, maar tot droefheid.

818
00:50:53,550 --> 00:50:57,570
Maar later geeft zij hun
die erdoor geoefend zijn een

819
00:50:57,570 --> 00:51:00,090
vreedzame vrucht van gerechtigheid.

820
00:51:00,090 --> 00:51:05,070
De gemeente maakt dus iets verdrietigs
door, iets wat geen vreugde geeft.

821
00:51:05,070 --> 00:51:08,730
Ze ondergaan een bepaald
soort lijden. Hij zegt:

822
00:51:08,730 --> 00:51:13,710
Maar daarna levert het toch de vredige
vrucht van een rechtvaardig leven op.

823
00:51:13,710 --> 00:51:17,190
Vrucht voortbrengen, dat
is een gedachte uit Jesaja.

824
00:51:17,190 --> 00:51:19,530
Hij spreekt over vruchtbaar zijn.

825
00:51:19,530 --> 00:51:22,950
Hij spreekt over moeilijkheden
doormaken en de vrucht van

826
00:51:22,950 --> 00:51:27,630
gerechtigheid voortbrengen, precies
de vrucht waarvan Jesaja zegt dat God

827
00:51:27,630 --> 00:51:29,310
die bij Zijn volk zoekt.

828
00:51:29,310 --> 00:51:34,950
Jesaja 35 begint met de beschrijving
van deze vruchtbaarheid, en er staat:

829
00:51:34,950 --> 00:51:39,030
Versterk de slappe handen,
verstevig de wankele knieën;

830
00:51:39,030 --> 00:51:43,590
**Verwijzing gecontroleerd:**
de spreker noemde Jesaja 34,

831
00:51:43,590 --> 00:51:47,250
maar de bewoording is Jesaja 35:3.

832
00:51:47,250 --> 00:51:51,870
Dit zijn uitdrukkingen die betekenen:
bemoedig degenen die ontmoedigd zijn.

833
00:51:51,870 --> 00:51:56,310
Maar het is interessant dat in
Hebreeën juist dit vers uit Jesaja

834
00:51:56,310 --> 00:52:00,750
35 wordt geciteerd, direct na de
verwijzing naar vruchtbaar zijn.

835
00:52:00,750 --> 00:52:03,450
Je tuchtiging zal je vruchtbaar maken.

836
00:52:03,450 --> 00:52:06,690
Ze zal de vreedzame vrucht van
gerechtigheid voortbrengen.

837
00:52:06,690 --> 00:52:12,390
Daarom is het bijna alsof hij de verzen
1 en 2 van Jesaja 35 parafraseert.

838
00:52:12,390 --> 00:52:14,790
Jesaja 35:4 zegt:

839
00:52:14,790 --> 00:52:21,930
zeg tegen onbedachtzamen van hart: Wees
sterk, wees niet bevreesd! Zie, uw God!

840
00:52:21,930 --> 00:52:27,990
De wraak zal komen, de vergelding van
God; Híj zal komen en u verlossen.

841
00:52:27,990 --> 00:52:30,870
Het overblijfsel in Israël
zal behouden worden,

842
00:52:30,870 --> 00:52:33,510
maar over wie zal Hij wraak komen brengen?

843
00:52:33,510 --> 00:52:35,010
Over de afvalligen.

844
00:52:35,010 --> 00:52:38,610
Dat is in wezen waar Hebreeën
12 vervolgens over spreekt.

845
00:52:38,610 --> 00:52:43,350
Zijn uitspraak in het
laatste vers, Hebreeën 12:29:

846
00:52:43,350 --> 00:52:46,080
Want onze God is een verterend vuur.

847
00:52:46,080 --> 00:52:49,470
verwijst naar dit oordeel dat eraan komt.

848
00:52:49,470 --> 00:52:52,650
In hoofdstuk 13, vers 14 zegt hij:

849
00:52:52,650 --> 00:52:57,270
Want wij hebben hier geen blijvende
stad, maar wij zoeken de toekomstige.

850
00:52:57,270 --> 00:52:59,730
Jeruzalem zal niet blijven bestaan.

851
00:52:59,730 --> 00:53:04,050
Het hemelse Jeruzalem blijft bestaan,
en dat heeft hij al gezegd in hoofdstuk

852
00:53:04,050 --> 00:53:06,330
12, vers 22.

853
00:53:06,330 --> 00:53:09,330
Hebreeën 12:22 zegt:

854
00:53:09,330 --> 00:53:14,430
Maar u bent genaderd tot de berg Sion
en tot de stad van de levende God,

855
00:53:14,430 --> 00:53:18,510
tot het hemelse Jeruzalem en tot
tienduizendtallen van engelen,

856
00:53:18,510 --> 00:53:22,410
Maar hier op aarde hebben we
geen stad die blijft bestaan.

857
00:53:22,410 --> 00:53:26,550
Hij spreekt tot Joodse mensen
over hun hoofdstad, Jeruzalem.

858
00:53:26,550 --> 00:53:29,250
Die zal niet lang meer
in deze wereld zijn.

859
00:53:29,250 --> 00:53:31,890
Ze staat op het punt ten onder te gaan.

860
00:53:31,890 --> 00:53:36,090
Hier wordt dus verwezen naar het
naderende oordeel over Jeruzalem.

861
00:53:36,090 --> 00:53:40,050
En het overblijfsel van de Joden
dat in Christus is gaan geloven,

862
00:53:40,050 --> 00:53:43,950
wordt aangemoedigd om hun handen
en hun knieën sterk te maken.

863
00:53:43,950 --> 00:53:48,090
Daarbij worden termen gebruikt
die uit Jesaja 35 komen,

864
00:53:48,090 --> 00:53:54,270
alsof hij hen ziet leven in precies de
overgang die Jesaja 34 en 35 beschrijven.

865
00:53:54,270 --> 00:53:57,630
Nu terug naar Jesaja 35, vers 5:

866
00:53:57,630 --> 00:54:00,750
Dan zullen de ogen van de
blinden worden opengedaan,

867
00:54:00,750 --> 00:54:03,870
de oren van de doven
zullen worden geopend.

868
00:54:03,870 --> 00:54:08,910
Dan zal de kreupele springen als een
hert, de tong van de stomme zal juichen.

869
00:54:08,910 --> 00:54:14,370
Want in de woestijn zullen wateren zich
een weg banen en beken in de wildernis.

870
00:54:14,370 --> 00:54:19,590
Op de laatste twee regels na
zinspeelt Jezus op de verzen 5 en 6,

871
00:54:19,590 --> 00:54:23,610
in de passage waar Johannes de Doper
boodschappers stuurt met de vraag:

872
00:54:23,610 --> 00:54:29,430
en zei tegen Hem: Bent U het Die komen
zou, of verwachten wij een ander?

873
00:54:29,430 --> 00:54:32,310
Dit staat in Mattheüs, hoofdstuk 11.

874
00:54:32,310 --> 00:54:34,350
In de openingsverzen staat:

875
00:54:34,350 --> 00:54:38,970
En het gebeurde, toen Jezus geëindigd
had Zijn twaalf discipelen opdrachten te

876
00:54:38,970 --> 00:54:43,230
geven, dat Hij vandaar vertrok om
onderwijs te geven en te prediken

877
00:54:43,230 --> 00:54:44,130
in hun steden.

878
00:54:44,130 --> 00:54:48,570
Toen Johannes in de gevangenis over
de werken van Christus gehoord had,

879
00:54:48,570 --> 00:54:54,390
stuurde hij twee van zijn discipelen, en
zei tegen Hem: Bent U het Die komen zou,

880
00:54:54,390 --> 00:54:56,490
of verwachten wij een ander?

881
00:54:56,490 --> 00:55:01,230
En Jezus antwoordde en zei tegen
hen: Ga heen en bericht Johannes

882
00:55:01,230 --> 00:55:06,510
wat u hoort en ziet: blinden worden
ziende en kreupelen kunnen lopen;

883
00:55:06,510 --> 00:55:10,050
melaatsen worden gereinigd
en doven kunnen horen;

884
00:55:10,050 --> 00:55:14,250
doden worden opgewekt en aan armen
wordt het Evangelie verkondigd;

885
00:55:14,250 --> 00:55:17,910
en zalig is hij die aan
Mij geen aanstoot neemt.

886
00:55:17,910 --> 00:55:21,750
De dingen die Jezus noemt, komen
op slechts één uitzondering

887
00:55:21,750 --> 00:55:25,110
na rechtstreeks uit
twee passages in Jesaja.

888
00:55:25,110 --> 00:55:26,850
Die uitzondering is:

889
00:55:26,850 --> 00:55:28,050
de doden staan op.

890
00:55:28,050 --> 00:55:29,250
De verwijzing naar:

891
00:55:29,250 --> 00:55:32,430
de blinden kunnen weer
zien, de verlamden lopen,

892
00:55:32,430 --> 00:55:36,150
de melaatsen worden genezen
en de doven kunnen horen

893
00:55:36,150 --> 00:55:41,490
verwijst duidelijk naar het soort
wonderen waarover Jesaja 35 spreekt.

894
00:55:41,490 --> 00:55:46,530
Het lijdt geen twijfel dat Jezus
daarop zinspeelde. Vers 5 zegt:

895
00:55:46,530 --> 00:55:49,530
Dan zullen de ogen van de
blinden worden opengedaan,

896
00:55:49,530 --> 00:55:52,290
de oren van de doven
zullen worden geopend.

897
00:55:52,290 --> 00:55:57,450
Dan zal de kreupele springen als een
hert, de tong van de stomme zal juichen.

898
00:55:57,450 --> 00:56:03,030
Want in de woestijn zullen wateren zich
een weg banen en beken in de wildernis.

899
00:56:03,030 --> 00:56:09,870
De woorden van Jezus zinspelen ook
op Jesaja 61:1, waar Jezus zei:

900
00:56:09,870 --> 00:56:13,230
De Geest van de Heere HEERE is op Mij,

901
00:56:13,230 --> 00:56:17,670
omdat de HEERE Mij gezalfd heeft
om een blijde boodschap te brengen

902
00:56:17,670 --> 00:56:19,290
aan de zachtmoedigen.

903
00:56:19,290 --> 00:56:23,670
Hij heeft Mij gezonden om te
verbinden de gebrokenen van hart,

904
00:56:23,670 --> 00:56:28,770
om voor de gevangenen vrijlating uit
te roepen en voor wie gebonden zaten,

905
00:56:28,770 --> 00:56:30,990
opening van de gevangenis;

906
00:56:30,990 --> 00:56:34,170
Daar in Mattheüs 11 zegt Jezus:

907
00:56:34,170 --> 00:56:37,890
blinden worden ziende en
kreupelen kunnen lopen;

908
00:56:37,890 --> 00:56:41,730
melaatsen worden gereinigd
en doven kunnen horen;

909
00:56:41,730 --> 00:56:46,890
doden worden opgewekt en aan armen
wordt het Evangelie verkondigd;

910
00:56:46,890 --> 00:56:51,930
precies zoals Jesaja 61:1
volgens de door de spreker

911
00:56:51,930 --> 00:56:54,210
gebruikte Engelse vertaling zei.

912
00:56:54,210 --> 00:56:58,590
**Toelichting bij de vertaling:**
In de gebruikte Engelse vertaling

913
00:56:58,590 --> 00:57:05,970
staat in zowel Jesaja 61:1
als Mattheüs 11:5 „the poor”.

914
00:57:05,970 --> 00:57:10,650
De HSV heeft respectievelijk
„zachtmoedigen” en „armen”,

915
00:57:10,650 --> 00:57:14,730
waardoor de woordelijke overeenkomst
in het Nederlands minder zichtbaar is.

916
00:57:14,730 --> 00:57:19,770
Hij zinspeelt dus op verschillende
Messiaanse passages in Jesaja en zegt:

917
00:57:19,770 --> 00:57:24,990
En Jezus antwoordde en zei tegen
hen: Ga heen en bericht Johannes

918
00:57:24,990 --> 00:57:30,570
wat u hoort en ziet: blinden worden
ziende en kreupelen kunnen lopen;

919
00:57:30,570 --> 00:57:34,290
melaatsen worden gereinigd
en doven kunnen horen;

920
00:57:34,290 --> 00:57:38,970
doden worden opgewekt en aan armen
wordt het Evangelie verkondigd;

921
00:57:38,970 --> 00:57:41,730
Interessant genoeg voegt
Hij er ook aan toe:

922
00:57:41,730 --> 00:57:43,830
De doden staan op.

923
00:57:43,830 --> 00:57:47,010
Dat zou ook op iets in
Jesaja kunnen zinspelen.

924
00:57:47,010 --> 00:57:52,170
Het is niet duidelijk, maar we hebben
eerder, in hoofdstuk 26, vers 19,

925
00:57:52,170 --> 00:57:53,790
gezien dat er stond:

926
00:57:53,790 --> 00:58:00,270
Uw doden zullen leven — ook mijn
dood lichaam — zij zullen opstaan.

927
00:58:00,270 --> 00:58:07,110
Ontwaak en juich, u die woont in het stof,
want Uw dauw zal zijn als dauw op jong,

928
00:58:07,110 --> 00:58:10,770
fris groen en de aarde
zal de gestorvenen baren.

929
00:58:10,770 --> 00:58:14,070
Het is niet duidelijk waar die
passage precies over spreekt.

930
00:58:14,070 --> 00:58:17,430
Het klinkt mij in de oren alsof
het erover gaat dat wij met

931
00:58:17,430 --> 00:58:20,130
Christus worden opgewekt
in Zijn opstanding.

932
00:58:20,130 --> 00:58:26,190
Maar tegelijkertijd wordt er verwezen naar
dode mensen die levend worden. Jezus zegt:

933
00:58:26,190 --> 00:58:29,670
Vertel Johannes dat dode
mensen weer tot leven komen.

934
00:58:29,670 --> 00:58:31,830
Dat blinde mensen weer kunnen zien.

935
00:58:31,830 --> 00:58:35,070
Dat arme mensen het goede
nieuws te horen krijgen.

936
00:58:35,070 --> 00:58:41,130
Het is bijna een opsomming van passages
uit Jesaja, maar vooral uit Jesaja 35,

937
00:58:41,130 --> 00:58:44,910
die Jezus als Zijn boodschap
terugstuurt naar Johannes.

938
00:58:44,910 --> 00:58:49,290
Daarmee wil Hij hem bemoedigen dat
dit inderdaad is wat de Messias geacht

939
00:58:49,290 --> 00:58:50,670
wordt te doen.

940
00:58:50,670 --> 00:58:54,330
en zalig is hij die aan
Mij geen aanstoot neemt.

941
00:58:54,330 --> 00:59:00,450
In het tweede deel van Jesaja 35:6
en 7 staat het kenmerkende beeld van

942
00:59:00,450 --> 00:59:01,650
water in de woestijn.

943
00:59:01,650 --> 00:59:04,770
Er zijn kruisverwijzingen
in Jesaja die dit water

944
00:59:04,770 --> 00:59:08,910
aanduiden als de Geest die daadwerkelijk
van boven wordt uitgestort.

945
00:59:08,910 --> 00:59:11,010
We hebben die passages gezien.

946
00:59:11,010 --> 00:59:12,930
Dit is de uitstorting van de Geest,

947
00:59:12,930 --> 00:59:16,650
waardoor het woestijnland
vruchtbaar wordt en tot bloei komt.

948
00:59:16,650 --> 00:59:20,070
In vers 8 komt het motief
van de hoofdweg weer voor,

949
00:59:20,070 --> 00:59:22,710
dat we in een aantal
passages hebben gezien.

950
00:59:22,710 --> 00:59:26,430
De passage die dit waarschijnlijk het
duidelijkst verbindt met de Messiaanse

951
00:59:26,430 --> 00:59:30,210
tijd en de komst van Jezus, is Jesaja 40.

952
00:59:30,210 --> 00:59:34,530
Uit veel verwijzingen in het Nieuwe
Testament weten we dat dit over Johannes

953
00:59:34,530 --> 00:59:35,850
de Doper gaat.

954
00:59:35,850 --> 00:59:38,850
Jesaja 40:3 zegt:

955
00:59:38,850 --> 00:59:43,590
Een stem van iemand die roept in de
woestijn: Bereid de weg van de HEERE,

956
00:59:43,590 --> 00:59:47,130
maak recht in de wildernis een
gebaande weg voor onze God.

957
00:59:47,130 --> 00:59:48,990
Dit is geen letterlijke hoofdweg.

958
00:59:48,990 --> 00:59:51,090
Het is een geestelijke hoofdweg.

959
00:59:51,090 --> 00:59:54,510
Johannes de Doper is de
stem. Dat zei hij zelf.

960
00:59:54,510 --> 00:59:56,970
Dat zeiden de evangelieschrijvers ook.

961
00:59:56,970 --> 00:59:58,710
En Jezus eveneens.

962
00:59:58,710 --> 01:00:01,350
Zij zeiden dit allemaal over Johannes.

963
01:00:01,350 --> 01:00:03,330
Hij is de stem die zegt:

964
01:00:03,330 --> 01:00:08,190
Een stem van iemand die roept in de
woestijn: Bereid de weg van de HEERE,

965
01:00:08,190 --> 01:00:11,790
maak recht in de wildernis een
gebaande weg voor onze God.

966
01:00:11,790 --> 01:00:16,530
Alle dalen zullen verhoogd worden, alle
bergen en heuvels zullen verlaagd worden;

967
01:00:16,530 --> 01:00:21,690
wat krom is, zal recht worden; wat
rotsachtig is, zal tot een vlakte worden.

968
01:00:21,690 --> 01:00:25,170
Daarom wordt deze weg, die
vaak voorkomt in Jesaja,

969
01:00:25,170 --> 01:00:29,190
voor ons ondubbelzinnig uitgelegd als
iets wat hoort bij het tijdperk waarin de

970
01:00:29,190 --> 01:00:32,790
Messias kwam en Johannes
de Doper Hem aankondigde.

971
01:00:32,790 --> 01:00:38,070
Daar zal zijn een effen baan, een weg;
de heilige weg zal hij genoemd worden.

972
01:00:38,070 --> 01:00:42,630
Een onreine zal er niet over gaan,
want hij zal alleen voor hen zijn.

973
01:00:42,630 --> 01:00:46,890
Wie deze weg ook gaat, zelfs
dwazen zullen niet dwalen.

974
01:00:46,890 --> 01:00:50,970
Blijkbaar betekent dit dat je de
weg van de heiligheid bewandelt.

975
01:00:50,970 --> 01:00:54,870
Heiligheid is de weg die de
mensen gaan, met andere woorden,

976
01:00:54,870 --> 01:00:57,750
de manier waarop ze als christenen leven.

977
01:00:57,750 --> 01:01:01,890
Je hoeft geen raketgeleerde te zijn om
op de weg van de heiligheid te leven.

978
01:01:01,890 --> 01:01:04,410
Je kunt over het algemeen
een beetje dom zijn,

979
01:01:04,410 --> 01:01:07,530
maar toch de weg van de
gerechtigheid bewandelen.

980
01:01:07,530 --> 01:01:12,690
Maar het dwaze van de wereld heeft God
uitverkoren om de wijzen te beschamen,

981
01:01:12,690 --> 01:01:18,030
en het zwakke van de wereld heeft God
uitverkoren om het sterke te beschamen.

982
01:01:18,030 --> 01:01:21,450
Je hoeft niet erg slim te
zijn om Jezus te volgen.

983
01:01:21,450 --> 01:01:22,650
Er staat:

984
01:01:22,650 --> 01:01:27,270
Daar zal geen leeuw zijn, geen
verscheurend dier zal erop komen;

985
01:01:27,270 --> 01:01:32,010
ze zullen daar niet aangetroffen worden,
maar de verlosten zullen die bewandelen.

986
01:01:32,010 --> 01:01:36,030
Wanneer je in heiligheid wandelt,
ben je blijkbaar gevrijwaard van de

987
01:01:36,030 --> 01:01:38,610
schade die de vijand kan aanrichten.

988
01:01:38,610 --> 01:01:41,130
Natuurlijk niet van lichamelijke schade.

989
01:01:41,130 --> 01:01:43,530
Dit gaat over geestelijke zaken.

990
01:01:43,530 --> 01:01:47,610
Wanneer Petrus in 1
Petrus, hoofdstuk 5, zegt:

991
01:01:47,610 --> 01:01:52,470
Wees nuchter en waakzaam; want
uw tegenpartij, de duivel,

992
01:01:52,470 --> 01:01:57,330
gaat rond als een brullende leeuw, op
zoek naar wie hij zou kunnen verslinden.

993
01:01:57,330 --> 01:02:00,030
dan heeft hij het niet
over lichamelijke schade.

994
01:02:00,030 --> 01:02:04,110
Het is niet per se de bedoeling dat we op
onze hoede zijn voor lichamelijke schade.

995
01:02:04,110 --> 01:02:07,650
Als er duidelijk lichamelijk gevaar
is en we het kunnen vermijden,

996
01:02:07,650 --> 01:02:09,630
moeten we dat natuurlijk doen.

997
01:02:09,630 --> 01:02:12,750
Maar het is niet de plicht van
een christen om te voorkomen dat

998
01:02:12,750 --> 01:02:14,370
hij gewond raakt.

999
01:02:14,370 --> 01:02:18,750
Het is de plicht van een christen om
te voorkomen dat hij verdorven raakt,

1000
01:02:18,750 --> 01:02:20,790
zondigt en afdwaalt.

1001
01:02:20,790 --> 01:02:23,790
Dat zou het betekenen als
de duivel iemand verslindt:

1002
01:02:23,790 --> 01:02:25,770
hij heeft diegene teruggewonnen.

1003
01:02:25,770 --> 01:02:30,150
Hij heeft hem van de Weg der heiligheid
afgetrokken, zijn eigen kaken in,

1004
01:02:30,150 --> 01:02:32,490
en zo is diegene zijn
slachtoffer geworden.

1005
01:02:32,490 --> 01:02:35,790
Een slachtoffer van de duivel
zijn, betekent niet dat je een

1006
01:02:35,790 --> 01:02:37,410
martelaar bent geworden.

1007
01:02:37,410 --> 01:02:39,390
Dan ben je geen slachtoffer.

1008
01:02:39,390 --> 01:02:42,210
Je wint wanneer je een martelaar bent.

1009
01:02:42,210 --> 01:02:44,130
Zo overwinnen ze hem.

1010
01:02:44,130 --> 01:02:46,290
Zo overwinnen ze de duivel:

1011
01:02:46,290 --> 01:02:49,350
En zij hebben hem overwonnen
door het bloed van het Lam

1012
01:02:49,350 --> 01:02:53,430
en door het woord van hun getuigenis,
en zij hebben hun leven niet

1013
01:02:53,430 --> 01:02:55,410
liefgehad tot in de dood.

1014
01:02:55,410 --> 01:02:58,530
in Openbaring 12:11.

1015
01:02:58,530 --> 01:03:00,630
Sterven is niet verliezen.

1016
01:03:00,630 --> 01:03:03,750
Sterven is overwinnen. Het is winnen.

1017
01:03:03,750 --> 01:03:05,970
Het is zegevieren.

1018
01:03:05,970 --> 01:03:11,250
Verliezen is dat je toelaat dat je tot
compromissen komt en verdorven raakt.

1019
01:03:11,250 --> 01:03:13,290
Dat is wat de duivel wil.

1020
01:03:13,290 --> 01:03:17,910
Dus wanneer je op de Weg der heiligheid
bent, kan de leeuw je niet verderven.

1021
01:03:17,910 --> 01:03:21,870
Als hij je van de weg af kan krijgen
— er zijn leeuwen langs de weg,

1022
01:03:21,870 --> 01:03:27,330
maar niet op de weg — zul je geestelijk
veilig zijn zolang je op die weg bent en

1023
01:03:27,330 --> 01:03:29,010
in heiligheid wandelt.

1024
01:03:29,010 --> 01:03:31,830
Jesaja 35 zegt vervolgens:

1025
01:03:31,830 --> 01:03:36,270
Geen verscheurend dier zal erop komen en
het zal daar niet worden aangetroffen,

1026
01:03:36,270 --> 01:03:38,970
maar de verlosten zullen
die weg bewandelen.

1027
01:03:38,970 --> 01:03:44,910
Wie door de HEERE zijn vrijgekocht, zullen
terugkeren en Sion met gejuich binnengaan.

1028
01:03:44,910 --> 01:03:49,230
Dit vers lijkt heel sterk op Jesaja 51:11.

1029
01:03:49,230 --> 01:03:52,530
Het is daar in feite vrijwel
woordelijk hetzelfde.

1030
01:03:52,530 --> 01:03:55,950
Het thema komt op een aantal
plaatsen in Jesaja voor:

1031
01:03:55,950 --> 01:04:00,390
het volk dat terugkeert naar
Sion, losgekocht door de Heere.

1032
01:04:00,390 --> 01:04:04,170
We hebben in onze thematische
lezingen gezien dat dit idee van

1033
01:04:04,170 --> 01:04:08,610
‘verlost’ waarschijnlijk in eerste
instantie doet denken aan verlossing

1034
01:04:08,610 --> 01:04:10,470
uit de Babylonische ballingschap.

1035
01:04:10,470 --> 01:04:13,350
Al zou het ook verlossing
uit Egypte kunnen zijn,

1036
01:04:13,350 --> 01:04:16,830
want zowel de uittocht als de
terugkeer van de ballingen wordt

1037
01:04:16,830 --> 01:04:20,070
aangeduid als Gods
verlossing van Zijn volk.

1038
01:04:20,070 --> 01:04:24,930
Dit gaat natuurlijk over verlossing
van geestelijke aard, van eeuwige aard.

1039
01:04:24,930 --> 01:04:28,230
Maar voor de ballingen
zou de terugkeer naar Sion

1040
01:04:28,230 --> 01:04:32,430
waarschijnlijk het idee hebben
opgeroepen dat Cyrus hen laat gaan.

1041
01:04:32,430 --> 01:04:37,290
Ze verlaten Babylon en gaan terug
naar Jeruzalem om het te herbouwen.

1042
01:04:37,290 --> 01:04:38,910
Dat is wat ze deden.

1043
01:04:38,910 --> 01:04:43,110
De beeldspraak zou dus in eerste
instantie een beeld kunnen zijn van

1044
01:04:43,110 --> 01:04:46,050
ballingen die naar Jeruzalem terugkeren.

1045
01:04:46,050 --> 01:04:50,010
Maar geestelijk gezien gaat het
om degenen die behouden worden.

1046
01:04:50,010 --> 01:04:53,010
Dat zagen we in Jesaja, hoofdstuk 10.

1047
01:04:53,010 --> 01:04:57,210
Ik denk dat het vers 22 is. Daar stond:

1048
01:04:57,210 --> 01:05:01,650
Want, Israël, al is uw volk
als het zand van de zee,

1049
01:05:01,650 --> 01:05:05,010
toch zal maar een overblijfsel
daarvan terugkeren;

1050
01:05:05,010 --> 01:05:09,750
tot verdelging is vast besloten;
het stroomt over van gerechtigheid.

1051
01:05:09,750 --> 01:05:13,830
Paulus haalde dat aan in
Romeinen 9. Hij citeerde:

1052
01:05:13,830 --> 01:05:17,010
Slechts het overblijfsel
zal behouden worden.

1053
01:05:17,010 --> 01:05:19,770
Terugkeren is in deze verzen behoud.

1054
01:05:19,770 --> 01:05:23,670
Want wie door de HEERE zijn
vrijgekocht, zullen terugkeren;

1055
01:05:23,670 --> 01:05:26,670
zij zullen Sion binnenkomen met gejuich.

1056
01:05:26,670 --> 01:05:29,310
Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn,

1057
01:05:29,310 --> 01:05:31,950
vreugde en blijdschap
zullen zij verkrijgen,

1058
01:05:31,950 --> 01:05:34,770
verdriet en gezucht zullen wegvluchten.

1059
01:05:34,770 --> 01:05:37,051
— opnieuw het motief van vreugde —

1060
01:05:37,051 --> 01:05:39,810
Uiteindelijk heeft Israël
gezucht van verdriet

1061
01:05:39,810 --> 01:05:45,090
vanwege verdrukking en vervolging, als een
vrouw die in barensnood is om de Messias

1062
01:05:45,090 --> 01:05:46,230
voort te brengen.

1063
01:05:46,230 --> 01:05:50,370
De komst van de Messias is
het einde van dat zuchten.

1064
01:05:50,370 --> 01:05:54,630
Niet het einde van de vervolging,
maar de verwezenlijking van de droom.

1065
01:05:54,630 --> 01:05:58,110
Het is de verwezenlijking
van de Messiaanse hoop.

1066
01:05:58,110 --> 01:06:02,790
Helaas vatten de Joden de Messiaanse
hoop op als een einde aan vervolging,

1067
01:06:02,790 --> 01:06:06,870
een einde aan lichamelijke
onderdrukking. De engel zei:

1068
01:06:06,870 --> 01:06:11,610
en zij zal een Zoon baren, en
u zult Hem de naam Jezus geven,

1069
01:06:11,610 --> 01:06:15,150
want Hij zal Zijn volk
zalig maken van hun zonden.

1070
01:06:15,150 --> 01:06:19,230
Dat komt veel later, wanneer Hij
gerechtigheid op aarde vestigt

1071
01:06:19,230 --> 01:06:22,770
en de hele wereld dan onder
Zijn heerschappij staat.

1072
01:06:22,770 --> 01:06:25,470
Dan zal er geen vervolging meer zijn.

1073
01:06:25,470 --> 01:06:29,130
Ondertussen is er bevrijding
uit de slavernij van de zonde.

1074
01:06:29,130 --> 01:06:32,790
Er is overwinning op de
onderdrukking door de vijand.

1075
01:06:32,790 --> 01:06:36,510
Deze overwinning vindt soms
midden in vervolging plaats,

1076
01:06:36,510 --> 01:06:38,850
zelfs midden in het martelaarschap.

1077
01:06:38,850 --> 01:06:41,130
Dit is in de geschiedenis vaak te zien,

1078
01:06:41,130 --> 01:06:46,470
wanneer martelaren tijdens hun sterven hun
vreugde over de overwinning laten blijken.

1079
01:06:46,470 --> 01:06:48,990
Eeuwige vreugde is op hun hoofd.

1080
01:06:48,990 --> 01:06:53,370
Veel martelaren stierven terwijl
ze zongen en God loofden,

1081
01:06:53,370 --> 01:06:58,590
met hun handen omhooggeheven, terwijl de
leeuwen hen aanvielen of de vlammen om hen

1082
01:06:58,590 --> 01:07:00,450
heen hen verteerden.

1083
01:07:00,450 --> 01:07:04,230
Dit zijn geestelijke werkelijkheden
die hier besproken worden.

1084
01:07:04,230 --> 01:07:07,290
De grootste fout die de
Joden blijkbaar maakten,

1085
01:07:07,290 --> 01:07:10,110
en de reden waarom ze
Christus verwierpen, was

1086
01:07:10,110 --> 01:07:15,150
dat ze verwachtten dat Hij deze dingen
op fysiek gebied tot stand zou brengen.

1087
01:07:15,150 --> 01:07:20,010
Daarom vroeg Johannes de Doper
zich af: ‘Bent U werkelijk Degene?

1088
01:07:20,010 --> 01:07:23,790
Hier zit ik weg te rotten in een
gevangenis onder Romeins gezag.

1089
01:07:23,790 --> 01:07:27,090
Ik dacht dat U de Romeinen
uit ons land zou verdrijven.

1090
01:07:27,090 --> 01:07:30,390
Is dat niet wat de Messias
geacht wordt te doen?

1091
01:07:30,390 --> 01:07:32,490
Bent U Degene of niet?’

1092
01:07:32,490 --> 01:07:35,790
Jezus zegt: ‘Je hebt er
een verkeerd beeld van.

1093
01:07:35,790 --> 01:07:38,790
Laat Mij je herinneren aan wat Jesaja zei.

1094
01:07:38,790 --> 01:07:42,990
Laat Mij je herinneren aan het
messiaanse beeld dat Jesaja schetste.

1095
01:07:42,990 --> 01:07:47,250
Aan de armen wordt het evangelie
verkondigd en de zieken worden genezen.

1096
01:07:47,250 --> 01:07:49,650
Dit is de messiaanse overwinning.

1097
01:07:49,650 --> 01:07:53,190
Dit is de verbreiding van
een geestelijk Koninkrijk.’

1098
01:07:53,190 --> 01:07:55,770
Het zorgt er niet voor dat
de Romeinen verdwijnen,

1099
01:07:55,770 --> 01:08:00,810
maar uiteindelijk zal het hen bekeren en
zal het rijk vervolgens christelijk zijn.

1100
01:08:00,810 --> 01:08:04,350
Ondertussen komt de Messias niet
eenvoudigweg alle vijanden fysiek

1101
01:08:04,350 --> 01:08:07,350
verdrijven, maar Hij
brengt wel bevrijding.

1102
01:08:07,350 --> 01:08:11,790
Ik geloof dat veel christenen
dezelfde fout maken als de Joden.

1103
01:08:11,790 --> 01:08:15,870
Ze zien deze passages over de
messiaanse tijd als verwijzingen naar

1104
01:08:15,870 --> 01:08:18,690
geopolitieke, fysieke bevrijding.

1105
01:08:18,690 --> 01:08:22,050
Daarom schuiven ze dit door
naar de wederkomst van Christus

1106
01:08:22,050 --> 01:08:25,110
en maken ze er het duizendjarig rijk van.

1107
01:08:25,110 --> 01:08:27,450
Nu is het mogelijk dat al deze dingen,

1108
01:08:27,450 --> 01:08:30,330
wanneer Jezus terugkomt
op de nieuwe aarde,

1109
01:08:30,330 --> 01:08:32,850
in wezen letterlijk waar zullen zijn.

1110
01:08:32,850 --> 01:08:34,830
Ik denk dat dit zo zal zijn.

1111
01:08:34,830 --> 01:08:38,310
Maar in Hebreeën hoofdstuk
6 staat over hen die:

1112
01:08:38,310 --> 01:08:40,890
en die het goede Woord
van God geproefd hebben

1113
01:08:40,890 --> 01:08:43,230
en de krachten van de komende wereld,

1114
01:08:43,230 --> 01:08:47,310
De apostelen hebben misschien gedacht dat
deze dingen ooit letterlijk vervuld zouden

1115
01:08:47,310 --> 01:08:50,850
worden, maar wij hoeven niet
tot die tijd te wachten.

1116
01:08:50,850 --> 01:08:53,310
Ze zijn nu door de Geest over ons gekomen.

1117
01:08:53,310 --> 01:08:57,090
Want het Koninkrijk van God
bestaat niet uit eten en drinken,

1118
01:08:57,090 --> 01:09:02,010
maar uit gerechtigheid en vrede
en blijdschap in de Heilige Geest.

1119
01:09:02,010 --> 01:09:05,250
Daar hoeven we niet op te
wachten tot Jezus terugkomt.

1120
01:09:05,250 --> 01:09:06,510
Hij heeft dat al gebracht.

1121
01:09:06,510 --> 01:09:10,830
Zoals we hebben gezien, verwezen de
apostelen in veel gevallen naar deze

1122
01:09:10,830 --> 01:09:15,690
passages en twijfelden ze er geen
moment aan dat ze vervuld waren.

1123
01:09:15,690 --> 01:09:17,670
Ze bevestigden het zelfs.

1124
01:09:17,670 --> 01:09:22,830
Ze citeerden deze passages om de punten
te bewijzen die ze naar voren brachten

1125
01:09:22,830 --> 01:09:25,590
over de huidige toestand van de gemeente.

1126
01:09:25,590 --> 01:09:28,110
Daarmee hebben we die
hoofdstukken behandeld.

1127
01:09:28,110 --> 01:09:32,550
Van het eerste deel van Jesaja, dat
wij het Boek van het Oordeel noemen,

1128
01:09:32,550 --> 01:09:36,870
resteren de hoofdstukken 36 tot en met 39.

1129
01:09:36,870 --> 01:09:39,870
Die vormen een historisch intermezzo.

1130
01:09:39,870 --> 01:09:42,030
Die zullen we in de volgende
bijeenkomst behandelen.
