1
00:00:02,070 --> 00:00:04,830
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,830 --> 00:00:09,630
Deze keer behandelen we Jesaja 40 en 41.

3
00:00:09,630 --> 00:00:14,730
Wanneer we bij Jesaja hoofdstuk 40 komen,
komen we in een heel andere sfeer terecht.

4
00:00:14,730 --> 00:00:19,050
In de eerste 39 hoofdstukken
verkeert Juda in een crisis

5
00:00:19,050 --> 00:00:23,010
vanwege de dreiging van Assyrië,
en soms vanwege de dreiging van

6
00:00:23,010 --> 00:00:26,010
de Syro-Efraïmitische coalitie.

7
00:00:26,010 --> 00:00:29,070
De sfeer is grotendeels die van oordeel.

8
00:00:29,070 --> 00:00:34,170
Wanneer we bij hoofdstuk 40 komen, komen
we terecht in de Babylonische periode,

9
00:00:34,170 --> 00:00:37,410
maar dan aan het einde van
de Babylonische periode.

10
00:00:37,410 --> 00:00:42,390
Met andere woorden, Jesaja 40 gaat
niet, zoals de eerdere hoofdstukken,

11
00:00:42,390 --> 00:00:46,530
eenvoudigweg over naar een latere
tijd waarin er een nieuwe dreiging

12
00:00:46,530 --> 00:00:48,930
is, namelijk Babylon.

13
00:00:48,930 --> 00:00:53,070
Het is de Babylonische periode, maar
de nadruk ligt niet op de dreiging

14
00:00:53,070 --> 00:00:54,750
die Babylon vormt.

15
00:00:54,750 --> 00:00:59,250
De nadruk ligt veeleer op de
dreiging die God voor Babylon vormt,

16
00:00:59,250 --> 00:01:02,310
doordat Hij de Perzen
onder Cyrus laat komen om

17
00:01:02,310 --> 00:01:06,030
Babylon te veroveren en het
Joodse volk vrij te laten dat

18
00:01:06,030 --> 00:01:09,090
70 jaar eerder in
gevangenschap was weggevoerd.

19
00:01:09,090 --> 00:01:13,770
Omdat de omstandigheden, de hele
omgeving, zo abrupt veranderen,

20
00:01:13,770 --> 00:01:17,850
vinden sommige mensen het moeilijk te
geloven dat het tweede deel van Jesaja

21
00:01:17,850 --> 00:01:20,370
door dezelfde auteur is geschreven.

22
00:01:20,370 --> 00:01:22,830
We hebben de argumenten
daarvoor besproken.

23
00:01:22,830 --> 00:01:26,130
Maar als we enig begrip hebben
voor degenen die sceptisch zijn,

24
00:01:26,130 --> 00:01:30,810
is het interessant dat Jesaja 40
begint alsof we al op de hoogte zijn

25
00:01:30,810 --> 00:01:35,970
van de Babylonische ballingschap, dat
die haar loop heeft gehad en dat God

26
00:01:35,970 --> 00:01:41,130
een eerdere belofte vervult dat Hij
Zijn volk naar Sion zal terugbrengen.

27
00:01:41,130 --> 00:01:42,270
En dat weten we niet.

28
00:01:42,270 --> 00:01:45,810
Uit de manier waarop
hoofdstuk 39 eindigde,

29
00:01:45,810 --> 00:01:49,650
weten we wel dat er een
Babylonische ballingschap zou komen.

30
00:01:49,650 --> 00:01:55,710
Maar aan het einde van hoofdstuk 39 weten
we niet dat die al heeft plaatsgevonden.

31
00:01:55,710 --> 00:01:59,190
In feite gebeurde dat niet
in de tijd van Jesaja.

32
00:01:59,190 --> 00:02:02,730
Het gebeurde 100 jaar later,
in de tijd van Jeremia.

33
00:02:02,730 --> 00:02:08,490
Daarna volgden de 70 jaar gevangenschap,
en toen verscheen Cyrus op het toneel.

34
00:02:08,490 --> 00:02:11,070
Er ligt dus bijna 200 jaar tussen

35
00:02:11,070 --> 00:02:15,990
Jesaja’s voorspelling van de Babylonische
ballingschap aan het einde van hoofdstuk

36
00:02:15,990 --> 00:02:18,150
39 en wat hier gebeurt.

37
00:02:18,150 --> 00:02:23,430
Het duurde ongeveer 100 jaar voordat
de ballingschap begon en bijna 200 jaar

38
00:02:23,430 --> 00:02:25,170
voordat het herstel kwam.

39
00:02:25,170 --> 00:02:28,590
Maar juist dat herstel
komt onmiddellijk in beeld.

40
00:02:28,590 --> 00:02:33,390
Het lijkt er dus op dat er historisch
gezien veel tijd is verstreken

41
00:02:33,390 --> 00:02:39,090
en dat er tussen hoofdstuk 39 en 40 veel
veranderingen hebben plaatsgevonden.

42
00:02:39,090 --> 00:02:42,390
Daarom hebben sommigen
gedacht dat hoofdstuk 40

43
00:02:42,390 --> 00:02:47,370
en de daaropvolgende hoofdstukken veel
meer klinken alsof ze geschreven zijn

44
00:02:47,370 --> 00:02:50,250
door iemand die tijdens
de ballingschap leefde,

45
00:02:50,250 --> 00:02:55,230
of aan het einde van de ballingschap,
en die Cyrus en wat hij deed had gezien:

46
00:02:55,230 --> 00:02:59,550
Babylon veroveren en de Israëlieten
naar hun land terugsturen,

47
00:02:59,550 --> 00:03:02,310
als Gods vervulling van
een bepaalde belofte.

48
00:03:02,310 --> 00:03:05,490
Er waren natuurlijk
beloften gedaan in Jeremia.

49
00:03:05,490 --> 00:03:11,130
Jeremia 25 voorspelde dat de Babylonische
ballingschap 70 jaar zou duren

50
00:03:11,130 --> 00:03:15,570
en dat Babylon aan het einde van
die 70 jaar geoordeeld zou worden.

51
00:03:15,570 --> 00:03:19,050
Ik gebruik het woord Israël
hier in de betekenis van Juda.

52
00:03:19,050 --> 00:03:22,590
Maar na de val van het noordelijke
koninkrijk werd het woord

53
00:03:22,590 --> 00:03:26,430
Israël gebruikt voor alles wat
er van de Joden overgebleven was.

54
00:03:26,430 --> 00:03:31,470
Dat was voornamelijk Juda, samen met
een overblijfsel van de andere stammen.

55
00:03:31,470 --> 00:03:36,030
Israëls gevangenschap in Babylon
eindigde met het oordeel over Babylon,

56
00:03:36,030 --> 00:03:38,370
met de val van Babylon.

57
00:03:38,370 --> 00:03:42,690
Het is opmerkelijk dat een auteur
zomaar naar die verre tijd en die heel

58
00:03:42,690 --> 00:03:47,370
andere omstandigheden zou springen zonder
ons daar zelfs maar op voor te bereiden.

59
00:03:47,370 --> 00:03:52,230
Er staan niet eens een of twee alinea’s
waarin zoiets wordt gezegd als:

60
00:03:52,230 --> 00:03:56,430
„In de tussentijd kwam Nebukadnezar,
precies zoals Jesaja tegen

61
00:03:56,430 --> 00:04:01,710
Hizkia had gezegd dat het zou gebeuren,
en voerde hij Israël in gevangenschap.

62
00:04:01,710 --> 00:04:04,770
Zeventig jaar later bevrijdde God hen.

63
00:04:04,770 --> 00:04:07,350
Nu volgt het verhaal daarover.”

64
00:04:07,350 --> 00:04:09,930
Zo’n voorbereiding ontbreekt volledig.

65
00:04:09,930 --> 00:04:14,130
Als iemand dus niet om andere redenen
geneigd was om Jesaja uit de tijd van

66
00:04:14,130 --> 00:04:17,490
Hizkia als de auteur van deze
hoofdstukken te beschouwen,

67
00:04:17,490 --> 00:04:20,970
en alleen deze hoofdstukken
had zonder enig ander verband,

68
00:04:20,970 --> 00:04:23,550
dan zou hij aannemen
dat dit geschreven was

69
00:04:23,550 --> 00:04:26,970
door iemand die tijdens de
Babylonische ballingschap leefde,

70
00:04:26,970 --> 00:04:31,530
tegen het einde daarvan, toen Cyrus
op het punt stond hen te bevrijden.

71
00:04:31,530 --> 00:04:36,030
Op grond van het interne bewijs zou
dat een redelijke gevolgtrekking zijn.

72
00:04:36,030 --> 00:04:39,210
Alleen hebben we extern bewijs: vooral het

73
00:04:39,210 --> 00:04:42,150
getuigenis van de schrijvers
van het Nieuwe Testament,

74
00:04:42,150 --> 00:04:46,350
en ook de consistente Joodse
traditie sinds de tijd van Jesaja,

75
00:04:46,350 --> 00:04:51,150
dat deze hoofdstukken geschreven zijn
door dezelfde Jesaja die de eerste

76
00:04:51,150 --> 00:04:52,650
39 hoofdstukken schreef.

77
00:04:52,650 --> 00:04:57,210
In zekere zin zou het interne
bewijs ons ertoe neigen te geloven

78
00:04:57,210 --> 00:05:01,410
dat het op een later tijdstip door
een andere auteur geschreven is.

79
00:05:01,410 --> 00:05:05,250
Maar wat Jezus of de apostelen
in het Nieuwe Testament zeggen,

80
00:05:05,250 --> 00:05:07,890
is een ander soort intern bewijs.

81
00:05:07,890 --> 00:05:11,910
Ik heb bij andere gelegenheden gezegd,
volgens mij toen we het over het boek

82
00:05:11,910 --> 00:05:15,630
Openbaring hadden, dat er
intern en extern bewijs

83
00:05:15,630 --> 00:05:18,390
bestaat voor het auteurschap van een boek.

84
00:05:18,390 --> 00:05:23,370
Het interne bewijs moet zwaarder
wegen dan het externe bewijs,

85
00:05:23,370 --> 00:05:26,250
vooral in het geval van
het boek Openbaring.

86
00:05:26,250 --> 00:05:30,090
Het externe bewijs bestaat
uit mensen zoals Irenaeus,

87
00:05:30,090 --> 00:05:33,690
die zeggen dat het op een
bepaald tijdstip geschreven is.

88
00:05:33,690 --> 00:05:38,370
Maar het interne bewijs zou op een
vroeger tijdstip kunnen wijzen.

89
00:05:38,370 --> 00:05:43,170
Waar ga je dan van uit, van het
interne of van het externe bewijs?

90
00:05:43,170 --> 00:05:45,990
Het interne bewijs is geïnspireerd.

91
00:05:45,990 --> 00:05:48,630
Het externe bewijs is dat niet.

92
00:05:48,630 --> 00:05:53,550
Daarom zou voor mij in zo’n geval
het interne bewijs zwaarder wegen dan

93
00:05:53,550 --> 00:05:55,410
het externe bewijs.

94
00:05:55,410 --> 00:05:59,130
Het probleem hier is dat ook
het externe bewijs voor de

95
00:05:59,130 --> 00:06:01,890
eenheid van Jesaja geïnspireerd is.

96
00:06:01,890 --> 00:06:07,050
Dat komt doordat het externe bewijs niet
bestaat uit de mening van kerkvaders,

97
00:06:07,050 --> 00:06:10,470
maar uit de mening van de
apostelen van Jezus Christus,

98
00:06:10,470 --> 00:06:14,970
die beide delen van Jesaja aan
dezelfde auteur toeschreven.

99
00:06:14,970 --> 00:06:19,110
Daarin stemden zij overeen
met ander extern bewijs,

100
00:06:19,110 --> 00:06:23,070
namelijk de overleveringen van
de Joden en, eerlijk gezegd,

101
00:06:23,070 --> 00:06:27,690
de eensgezindheid van de kerk tot
ongeveer de achttiende eeuw of later.

102
00:06:27,690 --> 00:06:31,650
Ik heb er dus geen enkele moeite
mee om mee te gaan met het Joodse,

103
00:06:31,650 --> 00:06:35,850
christelijke en nieuwtestamentische
getuigenis dat we hier met dezelfde auteur

104
00:06:35,850 --> 00:06:40,530
te maken hebben, hoewel het opmerkelijk
is dat hij in een visioen naar een veel

105
00:06:40,530 --> 00:06:42,150
latere tijd werd verplaatst.

106
00:06:42,150 --> 00:06:45,810
Dat is niet zo verrassend, want in de
eerdere hoofdstukken werd hij soms naar

107
00:06:45,810 --> 00:06:50,550
een latere tijd verplaatst, alleen niet
naar een tijd die zoveel later lag.

108
00:06:50,550 --> 00:06:52,830
Hij beschreef hoe de Filistijnen door

109
00:06:52,830 --> 00:06:56,010
Assyrië werden overwonnen
voordat dat gebeurde.

110
00:06:56,010 --> 00:07:01,410
Hij beschreef hoe Juda door Assyrië
werd overspoeld voordat dat gebeurde.

111
00:07:01,410 --> 00:07:05,550
Hij beschreef de val van
Samaria voordat die plaatsvond.

112
00:07:05,550 --> 00:07:09,690
Het is alleen zo dat die dingen tijdens
zijn leven in vervulling gingen.

113
00:07:09,690 --> 00:07:14,190
Hij voorzag ze dus slechts enkele
jaren, of misschien tientallen jaren,

114
00:07:14,190 --> 00:07:16,050
voordat ze in vervulling gingen.

115
00:07:16,050 --> 00:07:20,010
Maar om iets tweehonderd jaar van
tevoren zo aanschouwelijk te voorzien —

116
00:07:20,010 --> 00:07:25,650
zo aanschouwelijk dat je zelfs een van
de hoofdrolspelers in het drama, Kores,

117
00:07:25,650 --> 00:07:30,670
bij name kunt noemen en zijn naam kunt
geven voordat hij überhaupt geboren is

118
00:07:30,670 --> 00:07:32,850
— is verbijsterend.

119
00:07:32,850 --> 00:07:35,610
Deze hoofdstukken behoren
daarom tot de meest

120
00:07:35,610 --> 00:07:40,110
doorslaggevende hoofdstukken als het
gaat om de inspiratie van de Schrift.

121
00:07:40,110 --> 00:07:43,650
Dat is naar mijn overtuiging
een van de redenen waarom ze zo

122
00:07:43,650 --> 00:07:46,710
onder vuur zijn komen te
liggen van de Bijbelkritiek.

123
00:07:46,710 --> 00:07:50,490
Ook Daniël behoort tot de
boeken die bekritiseerd worden.

124
00:07:50,490 --> 00:07:54,450
Het auteurschap van de hoofdstukken
van Daniël, vooral de latere,

125
00:07:54,450 --> 00:07:59,550
en van deze hoofdstukken in Jesaja
is door wetenschappers sterk betwist.

126
00:07:59,550 --> 00:08:03,570
Niet omdat er objectief bewijs is dat ze
niet werkelijk door die mannen geschreven

127
00:08:03,570 --> 00:08:08,070
zijn, maar vanwege de vooronderstelling
dat inspiratie van de Schrift

128
00:08:08,070 --> 00:08:09,390
niet mogelijk is.

129
00:08:09,390 --> 00:08:12,690
Daniël had onmogelijk kunnen
schrijven wat hij schreef,

130
00:08:12,690 --> 00:08:17,310
en Jesaja had deze dingen onmogelijk
zo nauwkeurig kunnen schrijven

131
00:08:17,310 --> 00:08:19,290
zonder geïnspireerd te zijn.

132
00:08:19,290 --> 00:08:23,250
Maar wanneer je dat specifieke
vooroordeel buiten beschouwing laat,

133
00:08:23,250 --> 00:08:25,830
spreekt al het bewijs in hun voordeel.

134
00:08:25,830 --> 00:08:30,390
Wij zullen dus het bewijs volgen
en niet bevooroordeeld zijn.

135
00:08:30,390 --> 00:08:35,310
We nemen aan dat voorspellende profetie
inderdaad een werkelijk verschijnsel is

136
00:08:35,310 --> 00:08:41,250
dat God gebruikte om aan te tonen dat
Zijn profeten werkelijk geïnspireerd zijn.

137
00:08:41,250 --> 00:08:46,410
De hoofdstukken 40 tot en met
66 omvatten 27 hoofdstukken.

138
00:08:46,410 --> 00:08:51,750
Deze hoofdstukken zijn verdeeld in drie
gedeelten van elk negen hoofdstukken.

139
00:08:51,750 --> 00:08:56,690
Zoals ik in onze inleiding al aangaf,
eindigt elke reeks van negen hoofdstukken,

140
00:08:56,690 --> 00:09:00,930
in elk geval de eerste
twee, met hetzelfde refrein.

141
00:09:00,930 --> 00:09:06,810
Hoofdstuk 48 sluit het eerste gedeelte
van negen hoofdstukken af met de woorden:

142
00:09:06,810 --> 00:09:10,830
Voor de goddelozen is er echter
geen vrede, zegt de HEERE.

143
00:09:10,830 --> 00:09:14,370
Dat is hoofdstuk 48, vers 22.

144
00:09:14,370 --> 00:09:19,890
De volgende negen hoofdstukken eindigen
aan het einde van hoofdstuk 57,

145
00:09:19,890 --> 00:09:22,770
in vers 21, waar staat:

146
00:09:22,770 --> 00:09:26,730
De goddelozen, zegt mijn
God, hebben geen vrede!

147
00:09:26,730 --> 00:09:32,490
We hebben dus drie gedeelten van ongeveer
gelijke lengte in dit deel van Jesaja.

148
00:09:32,490 --> 00:09:35,670
Ze worden van elkaar
gescheiden door deze uitspraak.

149
00:09:35,670 --> 00:09:39,690
Hoewel er wordt bevestigd dat er
geen vrede is voor de goddelozen,

150
00:09:39,690 --> 00:09:44,730
bevestigen de profetieën in deze
gedeelten zeer nadrukkelijk dat er wel

151
00:09:44,730 --> 00:09:46,890
vrede is voor de rechtvaardigen.

152
00:09:46,890 --> 00:09:51,510
Het gedeelte begint met een troostrijk
woord dat de oorlog voorbij is.

153
00:09:51,510 --> 00:09:56,850
Haar strijd is ten einde en er is vrede
voor het overblijfsel van Gods volk.

154
00:09:56,850 --> 00:10:01,530
Hoofdstuk 40 begint met wat volgens mij
de meeste Joden, en veel wetenschappers,

155
00:10:01,530 --> 00:10:06,270
zouden opvatten als een troostrijk
woord voor de ballingen in Babylon:

156
00:10:06,270 --> 00:10:11,670
Gods bestraffing van hen vanwege hun
zonden heeft nu haar volle maat bereikt.

157
00:10:11,670 --> 00:10:14,790
Ze hebben zeventig jaar
in Babylon doorgebracht.

158
00:10:14,790 --> 00:10:19,530
Nu is het voor God tijd om te zeggen:
‘Ik zal nu weer aan jullie kant staan.

159
00:10:19,530 --> 00:10:21,210
Ik was tegen jullie.

160
00:10:21,210 --> 00:10:23,130
Ik streed tegen jullie.

161
00:10:23,130 --> 00:10:25,350
Ik stuurde jullie naar Babylon.

162
00:10:25,350 --> 00:10:27,030
Ik strafte jullie.

163
00:10:27,030 --> 00:10:31,590
Ik had de tijdsduur vooraf
vastgesteld: zeventig jaar.

164
00:10:31,590 --> 00:10:33,330
Die tijd is voorbij.

165
00:10:33,330 --> 00:10:37,950
Nu is het voor Mij tijd om goede,
troostrijke dingen tot jullie te zeggen,

166
00:10:37,950 --> 00:10:40,890
want jullie hebben in
wezen je straf uitgezeten,

167
00:10:40,890 --> 00:10:43,890
en Ik heb nog steeds plannen
voor jullie toekomst.’

168
00:10:43,890 --> 00:10:45,990
De woorden luiden dus:

169
00:10:45,990 --> 00:10:50,790
Troost, troost Mijn
volk, zal uw God zeggen,

170
00:10:50,790 --> 00:10:55,770
spreek naar het hart van Jeruzalem en
roep haar toe dat haar strijd vervuld is,

171
00:10:55,770 --> 00:11:00,930
dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat
zij uit de hand van de HEERE het dubbele

172
00:11:00,930 --> 00:11:03,390
ontvangen heeft voor al haar zonden.

173
00:11:03,390 --> 00:11:08,910
Zij heeft alle straf voor haar afgoderij
ontvangen die Hij haar wilde opleggen.

174
00:11:08,910 --> 00:11:12,090
Daarom is de strijd van
het volk tegen God voorbij

175
00:11:12,090 --> 00:11:15,270
en heeft God geen aanklacht
meer tegen het volk.

176
00:11:15,270 --> 00:11:20,070
Jeruzalem kan worden getroost met de
belofte dat de stad hersteld zal worden.

177
00:11:20,070 --> 00:11:23,850
De stad was immers tijdens de
Babylonische ballingschap platgebrand,

178
00:11:23,850 --> 00:11:27,870
en degenen die vanuit Babylon werden
teruggestuurd, hebben haar herbouwd.

179
00:11:27,870 --> 00:11:32,850
Maar zodra hij dit noemt, krijgen we een
verwijzing naar de tijd van de Messias.

180
00:11:32,850 --> 00:11:36,510
Hoewel deze verzen van toepassing zouden
kunnen zijn op de terugkeer van de

181
00:11:36,510 --> 00:11:41,010
ballingen, weten we dat het Nieuwe
Testament ze toepast op de komst van

182
00:11:41,010 --> 00:11:45,510
Christus, die vooraf werd
aangekondigd door Johannes de Doper:

183
00:11:45,510 --> 00:11:50,250
Een stem van iemand die roept in de
woestijn: Bereid de weg van de HEERE,

184
00:11:50,250 --> 00:11:54,330
maak recht in de wildernis een
gebaande weg voor onze God.

185
00:11:54,330 --> 00:12:00,030
Alle dalen zullen verhoogd worden, alle
bergen en heuvels zullen verlaagd worden;

186
00:12:00,030 --> 00:12:06,210
wat krom is, zal recht worden; wat
rotsachtig is, zal tot een vlakte worden.

187
00:12:06,210 --> 00:12:09,210
Dat wil zeggen: de laaggelegen delen

188
00:12:09,210 --> 00:12:13,170
zullen worden opgehoogd tot de
normale hoogte van de hoofdweg.

189
00:12:13,170 --> 00:12:17,970
Ze gaan de grond vlak maken, zodat
de hoofdweg niet hobbelig zal zijn.

190
00:12:17,970 --> 00:12:21,030
Die hoofdweg is kennelijk de koningsweg.

191
00:12:21,030 --> 00:12:23,610
Het is de weg waarlangs de Messias komt,

192
00:12:23,610 --> 00:12:28,230
en het volk Israël moet worden
voorbereid op de komst van de Koning.

193
00:12:28,230 --> 00:12:31,110
In de oudheid was het
kennelijk gebruikelijk

194
00:12:31,110 --> 00:12:34,530
dat een koning van tevoren
bericht liet sturen dat hij

195
00:12:34,530 --> 00:12:36,630
een van zijn gebieden zou bezoeken.

196
00:12:36,630 --> 00:12:40,830
De mensen kregen te horen dat hij
op een bepaalde tijd zou komen.

197
00:12:40,830 --> 00:12:44,790
Ze werden vooraf gewaarschuwd,
zodat ze de wegen konden effenen.

198
00:12:44,790 --> 00:12:47,850
Wij vinden gladde wegen vanzelfsprekend.

199
00:12:47,850 --> 00:12:51,030
We hebben voortdurend
wegwerkers die kuilen opvullen,

200
00:12:51,030 --> 00:12:54,150
wegen verbreden en van
een nieuw wegdek voorzien,

201
00:12:54,150 --> 00:12:57,090
zodat we geen hobbelige
rit hebben in onze auto’s,

202
00:12:57,090 --> 00:13:00,150
die rubberbanden en schokdempers hebben.

203
00:13:00,150 --> 00:13:03,510
Zij hadden geen schokdempers,
geen rubberbanden

204
00:13:03,510 --> 00:13:06,030
en vrijwel geen verharde wegen.

205
00:13:06,030 --> 00:13:09,510
Ze hadden enkele wegen die
met stenen geplaveid waren,

206
00:13:09,510 --> 00:13:11,910
maar de meeste wegen waren hobbelig.

207
00:13:11,910 --> 00:13:14,310
Als je met een terreinwagen
van de weg af gaat,

208
00:13:14,310 --> 00:13:16,650
hoeft het terrein niet
eens erg ruig te zijn

209
00:13:16,650 --> 00:13:19,110
voordat je behoorlijk
door elkaar wordt geschud.

210
00:13:19,110 --> 00:13:21,810
Als je sneller rijdt dan
een paar kilometer per uur,

211
00:13:21,810 --> 00:13:26,490
kan zelfs een klein spoor of een kleine
hobbel je al van je stoel laten vliegen.

212
00:13:26,490 --> 00:13:29,130
Wij vinden gladde wegen vanzelfsprekend.

213
00:13:29,130 --> 00:13:32,370
We zijn niet gewend aan de
problemen van hobbelige wegen,

214
00:13:32,370 --> 00:13:34,950
tenzij we buiten de gebaande wegen rijden.

215
00:13:34,950 --> 00:13:38,490
En dan hebben we daarvoor
speciaal uitgeruste voertuigen.

216
00:13:38,490 --> 00:13:43,770
In die tijd was een rit in een rijtuig
of strijdwagen over de weg erg hobbelig.

217
00:13:43,770 --> 00:13:46,830
Zo’n voertuig reed misschien
30 kilometer per uur,

218
00:13:46,830 --> 00:13:49,290
ongeveer zo snel als een paard kan rennen.

219
00:13:49,290 --> 00:13:51,930
Er waren maar heel
weinig geplaveide wegen.

220
00:13:51,930 --> 00:13:55,830
Dat veranderde later, toen de
Romeinen het gebied veroverden.

221
00:13:55,830 --> 00:13:59,610
Zij stonden erom bekend dat ze
overal in hun rijk wegen plaveiden,

222
00:13:59,610 --> 00:14:03,090
zodat ze hun troepen konden
inzetten waar dat maar nodig was.

223
00:14:03,090 --> 00:14:07,110
Maar vóór die tijd waren
geplaveide wegen een zeldzaamheid.

224
00:14:07,110 --> 00:14:11,490
Wanneer er een koning kwam, leek het
ongepast dat hij door elkaar geschud

225
00:14:11,490 --> 00:14:16,050
en heen en weer geslingerd zou worden op
de ruwe wegen die naar de stad leidden

226
00:14:16,050 --> 00:14:17,430
die hij bezocht.

227
00:14:17,430 --> 00:14:22,650
Daarom gingen de inwoners van de stad naar
buiten en zeiden: ‘De koning komt eraan.

228
00:14:22,650 --> 00:14:24,990
We moeten de wegen gereedmaken.

229
00:14:24,990 --> 00:14:28,470
Hier zijn enkele lage plekken
die we moeten opvullen.

230
00:14:28,470 --> 00:14:32,670
Hier ligt een heuveltje, een
hobbel of een grote uitstekende

231
00:14:32,670 --> 00:14:34,650
steen die we moeten verwijderen.

232
00:14:34,650 --> 00:14:37,710
We moeten de ruwe gedeelten vlak maken.’

233
00:14:37,710 --> 00:14:42,270
Dat is het beeld van Johannes de
Doper die zegt: ‘De Koning komt eraan.

234
00:14:42,270 --> 00:14:47,490
We moeten ons voorbereiden, zodat Zijn
komst niet pijnlijk voor Hem zal zijn.’

235
00:14:47,490 --> 00:14:50,850
Omdat Johannes hier over een
geestelijk verschijnsel predikt,

236
00:14:50,850 --> 00:14:52,890
heeft hij het over bekering.

237
00:14:52,890 --> 00:14:54,750
We moeten ons bekeren.

238
00:14:54,750 --> 00:14:56,730
De Koning komt eraan.

239
00:14:56,730 --> 00:15:00,930
Het obstakel dat verhindert
dat Hij in vrede tot ons komt,

240
00:15:00,930 --> 00:15:02,910
is dat wij zondaars zijn.

241
00:15:02,910 --> 00:15:06,390
Dat obstakel moeten we
door bekering verwijderen.

242
00:15:06,390 --> 00:15:08,970
Johannes riep de mensen
op zich te bekeren,

243
00:15:08,970 --> 00:15:13,350
maar hij omschreef zichzelf als
de stem die roept in de woestijn.

244
00:15:13,350 --> 00:15:18,690
We weten dat de woestijn in Jesaja spreekt
van een toestand van vruchteloosheid.

245
00:15:18,690 --> 00:15:23,670
Johannes kwam in een tijd waarin
Israël, of Juda, vruchteloos was.

246
00:15:23,670 --> 00:15:28,650
Maar als een soort teken leefde hij
ook werkelijk in de fysieke woestijn.

247
00:15:28,650 --> 00:15:32,850
Johannes woonde in de woestijn en
was dus letterlijk een stem die

248
00:15:32,850 --> 00:15:34,410
riep in de woestijn.

249
00:15:34,410 --> 00:15:38,430
Maar de figuurlijke betekenis is
dat Jeruzalem door de Babylonische

250
00:15:38,430 --> 00:15:40,710
ballingschap een woestijn was geworden.

251
00:15:40,710 --> 00:15:44,430
Hoewel het een woestijn was, klonk
er nu een stem die uitriep dat het

252
00:15:44,430 --> 00:15:45,930
herstel eraan kwam.

253
00:15:45,930 --> 00:15:48,630
De Joden zouden uit Babylon terugkeren.

254
00:15:48,630 --> 00:15:51,750
De weg moest worden gereedgemaakt
voor deze groep mensen,

255
00:15:51,750 --> 00:15:56,310
die door de woestijn terug naar Jeruzalem
zou reizen om de stad te herbouwen.

256
00:15:56,310 --> 00:16:00,150
Dit was de tijd waarin Jeruzalem
getroost en herbouwd zou worden.

257
00:16:00,150 --> 00:16:04,470
In zekere zin is de stem van de profeet
dus een bemoediging voor de ballingen

258
00:16:04,470 --> 00:16:07,890
dat God als het ware de weg
plaveit voor hun terugkeer.

259
00:16:07,890 --> 00:16:10,590
Maar uit het Nieuwe
Testament blijkt dat Johannes

260
00:16:10,590 --> 00:16:14,910
de Doper hierin een geestelijke
toepassing op zijn eigen optreden zag.

261
00:16:14,910 --> 00:16:18,270
Het is dus ook van toepassing
op de tijd van Christus.

262
00:16:18,270 --> 00:16:19,650
Vers 4 zegt:

263
00:16:19,650 --> 00:16:24,630
Alle dalen zullen verhoogd worden, alle
bergen en heuvels zullen verlaagd worden;

264
00:16:24,630 --> 00:16:30,090
wat krom is, zal recht worden; wat
rotsachtig is, zal tot een vlakte worden.

265
00:16:30,090 --> 00:16:33,330
De heerlijkheid van de HEERE
zal geopenbaard worden,

266
00:16:33,330 --> 00:16:38,310
en alle vlees tezamen zal het zien, want
de mond van de HEERE heeft gesproken.

267
00:16:38,310 --> 00:16:39,510
De woorden:

268
00:16:39,510 --> 00:16:44,370
De woorden ‘De glorie van de Heer zal
zichtbaar worden en iedereen zal die samen

269
00:16:44,370 --> 00:16:48,510
zien’ verwijzen in eerste instantie
waarschijnlijk naar de verheerlijking van

270
00:16:48,510 --> 00:16:52,830
God doordat Hij Babylon
overwint en Zijn volk herstelt.

271
00:16:52,830 --> 00:16:57,030
Het zou voor de wereld een wonder
zijn dat God Zijn beloften had vervuld

272
00:16:57,030 --> 00:17:00,090
en Jeruzalem uit de
gevangenschap had bevrijd.

273
00:17:00,090 --> 00:17:02,190
De leeuw die zijn prooi had gegrepen,

274
00:17:02,190 --> 00:17:06,450
was die prooi afgenomen door een
sterkere hand, de hand van God,

275
00:17:06,450 --> 00:17:10,590
die hen uit Babylon redde en
Zijn stad Jeruzalem herstelde.

276
00:17:10,590 --> 00:17:14,490
Dat was tot Zijn heerlijkheid,
en de wereld zou daarin zien dat

277
00:17:14,490 --> 00:17:16,470
God verheerlijkt werd.

278
00:17:16,470 --> 00:17:20,070
Maar wanneer deze verzen in het
Nieuwe Testament worden aangehaald,

279
00:17:20,070 --> 00:17:24,570
wordt ervan uitgegaan dat de heerlijkheid
van de Heere wordt geopenbaard

280
00:17:24,570 --> 00:17:27,210
in Christus, in Zijn bediening.

281
00:17:27,210 --> 00:17:31,290
Jezus is de belichaming van de
heerlijkheid van de Shekinah.

282
00:17:31,290 --> 00:17:35,610
Johannes zei dat in het eerste hoofdstuk
van Johannes, in het bekende vers

283
00:17:35,610 --> 00:17:37,290
14, waar staat:

284
00:17:37,290 --> 00:17:41,190
En het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond

285
00:17:41,190 --> 00:17:43,890
(en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien,

286
00:17:43,890 --> 00:17:49,890
een heerlijkheid als van de Eniggeborene
van de Vader), vol van genade en waarheid.

287
00:17:49,890 --> 00:17:54,270
De heerlijkheid van de Heere
wordt geopenbaard in Christus.

288
00:17:54,270 --> 00:17:56,970
Er zijn hier dus twee betekenislagen.

289
00:17:56,970 --> 00:18:01,470
De bevrijding van de Joden uit
Babylon is tot heerlijkheid van God.

290
00:18:01,470 --> 00:18:06,210
Zij zullen door de woestijn reizen,
terwijl God de weg voor hen plaveit.

291
00:18:06,210 --> 00:18:10,170
De hoofdweg wordt voor hen gereedgemaakt,
zodat ze kunnen vertrekken,

292
00:18:10,170 --> 00:18:14,250
naar Jeruzalem kunnen terugkeren
en de stad kunnen herbouwen.

293
00:18:14,250 --> 00:18:17,970
Maar dit alles is een type en een
voorafschaduwing van de bouw van

294
00:18:17,970 --> 00:18:20,190
het geestelijke Jeruzalem.

295
00:18:20,190 --> 00:18:22,890
Christus komt om het
overblijfsel te herstellen

296
00:18:22,890 --> 00:18:27,030
tot zijn positie als de nieuwe
stad, het Nieuwe Jeruzalem.

297
00:18:27,030 --> 00:18:32,130
Johannes is daar om dit aan te kondigen,
zoals Jesaja het hier aankondigde.

298
00:18:32,130 --> 00:18:33,510
Vers 6 zegt:

299
00:18:33,510 --> 00:18:35,550
Een stem zegt: Roep!

300
00:18:35,550 --> 00:18:38,310
En hij zegt: Wat moet ik roepen?

301
00:18:38,310 --> 00:18:42,030
Alle vlees is gras en al zijn
goedertierenheid als een bloem

302
00:18:42,030 --> 00:18:43,290
op het veld.

303
00:18:43,290 --> 00:18:45,030
Dit is wat je moet roepen:

304
00:18:45,030 --> 00:18:47,370
Een stem zegt: Roep!

305
00:18:47,370 --> 00:18:49,770
En hij zegt: Wat moet ik roepen?

306
00:18:49,770 --> 00:18:52,710
Alle vlees is gras en
al zijn goedertierenheid

307
00:18:52,710 --> 00:18:54,510
als een bloem op het veld.

308
00:18:54,510 --> 00:19:00,390
Het gras verdort, de bloem valt af, als
de Geest van de HEERE erover blaast.

309
00:19:00,390 --> 00:19:03,030
Voorwaar, het volk is gras.

310
00:19:03,030 --> 00:19:07,530
Het gras verdort, de bloem valt
af, maar het Woord van onze God

311
00:19:07,530 --> 00:19:08,850
bestaat voor eeuwig.

312
00:19:08,850 --> 00:19:11,550
Dit hele beeld van de
mens die als gras is,

313
00:19:11,550 --> 00:19:14,850
wordt een aantal keren in het
Nieuwe Testament herhaald.

314
00:19:14,850 --> 00:19:22,530
Je vindt het in 1 Petrus
1:24–25 en ook in Jakobus 1:10.

315
00:19:22,530 --> 00:19:25,410
De mens is even vergankelijk als gras.

316
00:19:25,410 --> 00:19:29,670
Zelfs Jezus sprak over hoe
vergankelijk gras is toen Hij zei:

317
00:19:29,670 --> 00:19:32,370
En wat bent u bezorgd over de kleding?

318
00:19:32,370 --> 00:19:38,190
Kijk naar de lelies in het veld, hoe ze
groeien; ze werken niet en spinnen niet;

319
00:19:38,190 --> 00:19:40,770
die geen kleding voor zichzelf maken.

320
00:19:40,770 --> 00:19:45,270
Ze spinnen niet en weven geen
stof, maar God kleedt ze.

321
00:19:45,270 --> 00:19:46,410
Hij zegt:

322
00:19:46,410 --> 00:19:49,710
Als God nu het gras op het
veld, dat er vandaag is

323
00:19:49,710 --> 00:19:53,250
en morgen in de oven
geworpen wordt, zo bekleedt,

324
00:19:53,250 --> 00:19:57,150
zal Hij u niet veel meer
kleden , kleingelovigen?

325
00:19:57,150 --> 00:20:00,270
Wij denken niet dat de mens als gras is.

326
00:20:00,270 --> 00:20:03,570
Gras komt en gaat
werkelijk met de seizoenen.

327
00:20:03,570 --> 00:20:06,210
Het is helemaal groen wanneer het regent.

328
00:20:06,210 --> 00:20:09,870
En naarmate de zomer vordert,
droogt het helemaal uit,

329
00:20:09,870 --> 00:20:12,330
tenzij het wordt verzorgd en water krijgt.

330
00:20:12,330 --> 00:20:16,350
Het blijft maar zo kort bestaan,
en toch wordt de levensduur van de

331
00:20:16,350 --> 00:20:18,330
mens daarmee vergeleken.

332
00:20:18,330 --> 00:20:22,110
Vergeleken met de eeuwigheid
zijn wij kortlevende schepselen,

333
00:20:22,110 --> 00:20:25,050
en toch lijkt ons leven ons belangrijk.

334
00:20:25,050 --> 00:20:30,030
Maar dit wijst erop dat het leven
van één mens niet zo belangrijk is.

335
00:20:30,030 --> 00:20:32,970
Het komt en gaat tamelijk snel.

336
00:20:32,970 --> 00:20:35,610
Het grotere plan is belangrijk.

337
00:20:35,610 --> 00:20:39,210
Gods plan strekt zich
over een langere tijd uit.

338
00:20:39,210 --> 00:20:44,730
Het is groter, langduriger en belangrijker
dan alleen het leven van een mens

339
00:20:44,730 --> 00:20:46,530
en wat hij tot stand kan brengen.

340
00:20:46,530 --> 00:20:47,910
Vers 9:

341
00:20:47,910 --> 00:20:52,290
Klim op een hoge berg, Sion,
verkondigster van een goede boodschap;

342
00:20:52,290 --> 00:20:57,390
verhef uw stem met kracht, Jeruzalem,
verkondigster van een goede boodschap.

343
00:20:57,390 --> 00:21:00,210
Verhef die , wees niet bevreesd.

344
00:21:00,210 --> 00:21:03,690
Zeg tegen de steden van Juda: Zie, uw God!

345
00:21:03,690 --> 00:21:07,830
De woorden ‘goede tijding’
zullen in dit gedeelte van Jesaja

346
00:21:07,830 --> 00:21:09,690
talloze keren terugkomen.

347
00:21:09,690 --> 00:21:12,150
Jesaja 52 zal zeggen:

348
00:21:12,150 --> 00:21:16,470
Hoe lieflijk zijn op de bergen de
voeten van hem die het goede boodschapt,

349
00:21:16,470 --> 00:21:20,730
die vrede laat horen, die een goede
boodschap brengt van het goede,

350
00:21:20,730 --> 00:21:26,430
die heil laat horen, die tegen
Sion zegt: Uw God is Koning.

351
00:21:26,430 --> 00:21:30,450
Het woord ‘evangelie’
betekent ‘goede tijding’.

352
00:21:30,450 --> 00:21:33,450
Sterker nog, precies
dat vers dat ik noemde,

353
00:21:33,450 --> 00:21:36,870
wordt door Paulus
aangehaald in Romeinen 10.

354
00:21:36,870 --> 00:21:40,110
_[Vertalersnoot: De door de spreker
genoemde woordovereenkomst is in zijn

355
00:21:40,110 --> 00:21:42,690
Engelse formulering direct zichtbaar.

356
00:21:42,690 --> 00:21:48,330
De HSV geeft de betreffende
uitdrukking in Romeinen 10:15 weer als

357
00:21:48,330 --> 00:21:53,310
‘het goede verkondigen’.]_ Hij
haalt het feitelijk als volgt aan:

358
00:21:53,310 --> 00:21:55,350
degenen die het goede verkondigen

359
00:21:55,350 --> 00:21:59,190
want het woord Evangelie
is het woord goede tijding.

360
00:21:59,190 --> 00:22:04,650
Dus dat Jeruzalem, dat de goede tijding
verkondigt, zijn wij: de gemeente.

361
00:22:04,650 --> 00:22:07,590
De gemeente verkondigt de goede tijding.

362
00:22:07,590 --> 00:22:11,610
Merk op dat het de steden van Juda
en alle andere plaatsen toeroept:

363
00:22:11,610 --> 00:22:13,890
Kijk, daar is jullie God.

364
00:22:13,890 --> 00:22:17,970
Maar bij de goede tijding zouden de lezers
van Jesaja waarschijnlijk hebben gedacht

365
00:22:17,970 --> 00:22:21,150
aan de goede tijding van
de bevrijding uit Babylon.

366
00:22:21,150 --> 00:22:25,890
Tegen de steden van Juda moet worden
gezegd: ‘Kijk wat God heeft gedaan.

367
00:22:25,890 --> 00:22:27,930
Jullie God heeft jullie gered.

368
00:22:27,930 --> 00:22:29,970
Dat is het goede nieuws voor jullie.’

369
00:22:29,970 --> 00:22:36,330
Zie, de Heere HEERE zal komen tegen
de sterke, en Zijn arm zal heersen.

370
00:22:36,330 --> 00:22:42,450
Zie, Zijn loon heeft Hij bij Zich,
Zijn arbeidsloon gaat voor Hem uit.

371
00:22:42,450 --> 00:22:45,510
Als een herder zal Hij Zijn kudde weiden:

372
00:22:45,510 --> 00:22:50,550
Hij zal de lammetjes in Zijn arm en
bijeenbrengen en in Zijn schoot dragen;

373
00:22:50,550 --> 00:22:53,490
de zogenden zal Hij zachtjes leiden.

374
00:22:53,490 --> 00:22:58,770
Het spreekt vanzelf dat wij dit wel als
een Messiaanse uitspraak moeten opvatten,

375
00:22:58,770 --> 00:23:02,010
en ongetwijfeld hebben wij daar gelijk in.

376
00:23:02,010 --> 00:23:04,650
Jezus zei dat Hij de Goede Herder was.

377
00:23:04,650 --> 00:23:09,450
Maar in de oorspronkelijke context zou
dit waarschijnlijk te maken hebben met God

378
00:23:09,450 --> 00:23:14,670
Die Zijn volk als Herder leidt en hen uit
de ballingschap terugleidt naar hun land.

379
00:23:14,670 --> 00:23:17,370
Dat Hij Zijn lammeren
in Zijn arm verzamelt

380
00:23:17,370 --> 00:23:20,070
en degenen die jongen
hebben zachtjes leidt,

381
00:23:20,070 --> 00:23:24,090
wijst erop dat God rekening houdt
met de beperkingen en zwakheden

382
00:23:24,090 --> 00:23:25,890
van verschillende mensen.

383
00:23:25,890 --> 00:23:29,070
Sommige mensen zijn sterker dan andere.

384
00:23:29,070 --> 00:23:31,950
Sommigen moeten zachtjes worden geleid.

385
00:23:31,950 --> 00:23:34,410
Sommigen moeten worden gedragen.

386
00:23:34,410 --> 00:23:38,250
Een herder weet dat en behandelt
zijn schapen zorgvuldig,

387
00:23:38,250 --> 00:23:41,130
met oog voor hun bijzondere behoeften.

388
00:23:41,130 --> 00:23:44,550
Wie heeft de wateren met de
holte van zijn hand opgemeten,

389
00:23:44,550 --> 00:23:47,490
of van de hemel met een
span de maat genomen,

390
00:23:47,490 --> 00:23:52,890
of het stof van de aarde met een maatbeker
gevat, of de bergen gewogen in een waag,

391
00:23:52,890 --> 00:23:55,350
of de heuvels op een weegschaal?

392
00:23:55,350 --> 00:23:58,590
Wie heeft de Geest van de
HEERE gepeild en wie heeft

393
00:23:58,590 --> 00:24:00,990
Hem als Zijn raadsman onderwezen?

394
00:24:00,990 --> 00:24:05,250
Met wie heeft Hij beraadslaagd
dat hij Hem inzicht zou geven,

395
00:24:05,250 --> 00:24:09,450
Hem het pad van het recht zou
leren, Hem kennis bij zou brengen

396
00:24:09,450 --> 00:24:12,510
of Hem de weg van veel
verstand zou doen kennen?

397
00:24:12,510 --> 00:24:16,710
Over het algemeen zou men denken
dat vers 12 ernaar verwijst dat God

398
00:24:16,710 --> 00:24:18,510
deze dingen heeft gedaan.

399
00:24:18,510 --> 00:24:22,770
Maar het is een retorische vraag,
en je kunt zien hoe de verzen 13

400
00:24:22,770 --> 00:24:24,570
en 14 verdergaan.

401
00:24:24,570 --> 00:24:26,430
Het gaat over mensen.

402
00:24:26,430 --> 00:24:29,310
Welke mens kan de Geest
van de Heere leiden?

403
00:24:29,310 --> 00:24:32,370
Welke mens zou Gods raadsman kunnen zijn?

404
00:24:32,370 --> 00:24:36,390
Welke mens kan de hemel meten
met de spanwijdte van zijn hand?

405
00:24:36,390 --> 00:24:40,950
Het spreekt vanzelf dat God
deze dingen kan. Dat staat vast.

406
00:24:40,950 --> 00:24:43,350
Maar de vraag hier is retorisch.

407
00:24:43,350 --> 00:24:45,210
De mens is gras.

408
00:24:45,210 --> 00:24:48,810
Welke mens kan zich in
enig opzicht met God meten?

409
00:24:48,810 --> 00:24:52,410
Welke mens heeft de wateren
gemeten in de holte van zijn hand,

410
00:24:52,410 --> 00:24:57,390
of de hemel met een span, of de
hoeveelheid stof van de aarde berekend?

411
00:24:57,390 --> 00:25:00,870
Dit gaat de vermogens van
de mens verre te boven.

412
00:25:00,870 --> 00:25:03,930
Dat God dit kan, spreekt vanzelf.

413
00:25:03,930 --> 00:25:07,350
Maar de uitspraak bevestigt
niet dat God dit doet.

414
00:25:07,350 --> 00:25:13,050
Ze werpt de vraag op welke mens ook maar
enige betekenis heeft. Hij is als gras.

415
00:25:13,050 --> 00:25:17,190
De mens kan het heelal niet meten,
en zelfs niet het stof van de aarde

416
00:25:17,190 --> 00:25:18,570
waarop hij leeft.

417
00:25:18,570 --> 00:25:21,330
Hij kan de Geest van de Heere niet leiden.

418
00:25:21,330 --> 00:25:26,130
Hij kan God niet vertellen wat
Hij moet doen of Hem raad geven.

419
00:25:26,130 --> 00:25:27,930
Dat is wat dit betekent.

420
00:25:27,930 --> 00:25:31,410
Het lijkt sterk op een passage
die naar mijn mening door

421
00:25:31,410 --> 00:25:34,290
christenen net zozeer
verkeerd wordt begrepen.

422
00:25:34,290 --> 00:25:38,430
Die staat in Spreuken 30, waar
Agur een soortgelijke reeks

423
00:25:38,430 --> 00:25:40,170
retorische vragen stelt.

424
00:25:40,170 --> 00:25:45,150
Agur, die hoofdstuk 30 van
Spreuken schreef, zegt in vers 2:

425
00:25:45,150 --> 00:25:48,631
Voorzeker, ik ben onverstandiger
dan iemand anders ,

426
00:25:48,631 --> 00:25:50,850
ik heb geen menselijk inzicht.

427
00:25:50,850 --> 00:25:52,950
Hij beweert niet dat hij veel weet.

428
00:25:52,950 --> 00:25:54,390
Hij zegt in vers 4:

429
00:25:54,390 --> 00:25:57,990
Wie is er naar de hemel
opgestegen en vandaar neergedaald?

430
00:25:57,990 --> 00:26:00,570
Wie heeft de wind in
Zijn handen verzameld?

431
00:26:00,570 --> 00:26:03,330
Wie heeft de wateren
in een kleed gebonden?

432
00:26:03,330 --> 00:26:06,270
Wie heeft alle einden
der aarde vastgesteld?

433
00:26:06,270 --> 00:26:11,430
Hoe is Zijn Naam en hoe is de Naam
van Zijn Zoon, u weet het immers?

434
00:26:11,430 --> 00:26:15,990
Opnieuw zeggen de meeste mensen: ‘Het voor
de hand liggende antwoord dat hij van ons

435
00:26:15,990 --> 00:26:21,270
verwacht, is God. God heeft
dat gedaan.’ En dan zegt hij:

436
00:26:21,270 --> 00:26:26,010
Wat is Zijn Naam en wat is de naam
van Zijn zoon, als u die weet?

437
00:26:26,010 --> 00:26:30,450
Daarom wordt deze passage vaak als
bewijstekst gebruikt voor de stelling

438
00:26:30,450 --> 00:26:34,830
dat zelfs in het Oude Testament wordt
verklaard dat God een Zoon heeft.

439
00:26:34,830 --> 00:26:37,590
Dat zou een verwijzing naar Christus zijn.

440
00:26:37,590 --> 00:26:42,090
Zelfs de New King James schrijft
het woord ‘Son’ met een hoofdletter,

441
00:26:42,090 --> 00:26:45,150
alsof dit een verwijzing naar Christus is.

442
00:26:45,150 --> 00:26:48,630
Men denkt dus dat deze
vragen God in beeld brengen.

443
00:26:48,630 --> 00:26:54,030
Hij is Degene Die de wind in Zijn vuisten
verzamelt, de wateren in Zijn kleed bindt,

444
00:26:54,030 --> 00:26:56,790
de aarde grondvest, enzovoort.

445
00:26:56,790 --> 00:26:58,410
Wat is Zijn Naam?

446
00:26:58,410 --> 00:27:00,930
Het antwoord is Jahweh.

447
00:27:00,930 --> 00:27:02,610
Hoe heet Zijn Zoon?

448
00:27:02,610 --> 00:27:06,270
Veel christenen zouden menen
dat hiermee Jezus wordt bedoeld.

449
00:27:06,270 --> 00:27:09,030
Maar Agur doet hetzelfde als Jesaja.

450
00:27:09,030 --> 00:27:11,610
Hij zoekt niet naar God als antwoord.

451
00:27:11,610 --> 00:27:15,510
Dat God het juiste antwoord
zou zijn, spreekt vanzelf.

452
00:27:15,510 --> 00:27:19,950
Maar hij vraagt wie — dat wil
zeggen, wie onder de mensen —

453
00:27:19,950 --> 00:27:24,270
deze dingen kan doen die duidelijk
alleen Gods voorrecht zijn.

454
00:27:24,270 --> 00:27:26,250
Het begint eigenlijk met:

455
00:27:26,250 --> 00:27:29,730
Wie is er naar de hemel
opgegaan of neergedaald?

456
00:27:29,730 --> 00:27:34,590
Jezus heeft dat gedaan, maar daar
heeft hij het niet over. Hij bedoelt:

457
00:27:34,590 --> 00:27:36,030
Ik ken God niet.

458
00:27:36,030 --> 00:27:37,950
Ik ben dommer dan wie dan ook.

459
00:27:37,950 --> 00:27:40,710
Ik ken de Heilige niet. Wie wel?

460
00:27:40,710 --> 00:27:43,590
_[Vertalersnoot: De uitleg
volgt hier de Engelse weergave

461
00:27:43,590 --> 00:27:45,810
‘knowledge of the Holy One’.

462
00:27:45,810 --> 00:27:50,790
De HSV heeft in Spreuken
30:3 ‘de kennis van heiligen’

463
00:27:50,790 --> 00:27:54,450
en maakt deze lezing daarom
niet rechtstreeks zichtbaar.]_

464
00:27:54,450 --> 00:27:58,650
Is er ooit iemand naar de hemel
gegaan en weer naar beneden gekomen?

465
00:27:58,650 --> 00:28:03,930
Is er iemand die op Gods niveau staat en
kan beweren dat hij Hem kent? Wie dan?

466
00:28:03,930 --> 00:28:06,210
Ik zou zijn naam wel willen weten.

467
00:28:06,210 --> 00:28:09,090
Vertel me in hemelsnaam
hoe zijn zoon heet.

468
00:28:09,090 --> 00:28:11,970
Ik zou zelfs zijn zoon
wel willen ontmoeten.

469
00:28:11,970 --> 00:28:13,770
Hij heeft het niet over God.

470
00:28:13,770 --> 00:28:17,790
Hij somt duidelijk dingen op
die alleen Gods voorrecht zijn,

471
00:28:17,790 --> 00:28:20,850
maar door ze retorisch
te gebruiken zegt hij:

472
00:28:20,850 --> 00:28:25,530
Kun je iemand bedenken die, net
als God, deze dingen kan doen?

473
00:28:25,530 --> 00:28:26,550
Nee.

474
00:28:26,550 --> 00:28:31,290
Daarom beroemt iedereen die beweert kennis
van God te hebben zich op dingen die

475
00:28:31,290 --> 00:28:33,150
boven zijn niveau liggen.

476
00:28:33,150 --> 00:28:35,670
Je kunt werkelijk niet zoveel weten.

477
00:28:35,670 --> 00:28:40,410
Nu heeft Agur daar niet per se gelijk
in, hoewel dat best zo kan zijn.

478
00:28:40,410 --> 00:28:45,330
Maar of Agur nu gelijk heeft of
niet, het punt dat hij maakt is:

479
00:28:45,330 --> 00:28:48,630
Ik beweer niet dat ik
bijzondere kennis heb.

480
00:28:48,630 --> 00:28:52,650
Denk je dat ik naar de hemel ben gegaan
en weer naar beneden ben gekomen?

481
00:28:52,650 --> 00:28:58,050
Ik ken niemand die dat ooit heeft
gedaan. Jij wel? Geef me zijn naam.

482
00:28:58,050 --> 00:28:59,790
Dan ga ik hem interviewen.

483
00:28:59,790 --> 00:29:02,550
Ik zou ook graag met zijn zoon praten.

484
00:29:02,550 --> 00:29:04,110
Dat is wat hij zegt.

485
00:29:04,110 --> 00:29:07,050
Jesaja gebruikt dit op dezelfde manier.

486
00:29:07,050 --> 00:29:10,710
Hij heeft het over de minderwaardigheid
van de mens ten opzichte van God.

487
00:29:10,710 --> 00:29:14,070
Het is waar dat hij verwacht
dat zijn lezer weet dat God

488
00:29:14,070 --> 00:29:16,110
al deze dingen inderdaad doet.

489
00:29:16,110 --> 00:29:17,730
Maar met de retorische vragen:

490
00:29:17,730 --> 00:29:19,860
Wie heeft deze dingen gedaan?

491
00:29:19,860 --> 00:29:22,290
vraagt hij je niet om te antwoorden:

492
00:29:22,290 --> 00:29:24,990
Ik weet het antwoord: God.

493
00:29:24,990 --> 00:29:26,730
God is het antwoord.

494
00:29:26,730 --> 00:29:30,510
Nee, hij zegt dat er natuurlijk
geen ander antwoord is dan God.

495
00:29:30,510 --> 00:29:36,390
Maar het punt is: welke mens zou zulke
dingen kunnen beweren? Geen enkele.

496
00:29:36,390 --> 00:29:39,210
Er is geen mens die
zich met God kan meten.

497
00:29:39,210 --> 00:29:43,710
Er is geen mens die Zijn raadsman
is geweest of Hem onderwezen heeft.

498
00:29:43,710 --> 00:29:47,430
Deze verzen stellen de bekwaamheid
en verfijning van de mens

499
00:29:47,430 --> 00:29:52,170
dus juist in een minder gunstig
daglicht, in contrast met God.

500
00:29:52,170 --> 00:29:54,870
Nu Jesaja 40:15:

501
00:29:54,870 --> 00:29:59,130
Zie, de volken worden beschouwd
als een druppel aan een emmer,

502
00:29:59,130 --> 00:30:01,530
als een stofje op de weegschaal.

503
00:30:01,530 --> 00:30:05,490
Zie, Hij heft de eilanden
op als fijn stof.

504
00:30:05,490 --> 00:30:09,090
Weegschalen werden natuurlijk
gebruikt bij transacties op de markt.

505
00:30:09,090 --> 00:30:14,130
Je legde wat zilver aan de ene kant en
misschien wat graan aan de andere kant.

506
00:30:14,130 --> 00:30:17,730
Je koopt het graan en brengt
de schaal in evenwicht,

507
00:30:17,730 --> 00:30:21,390
zodat je de juiste hoeveelheid
zilver voor het graan betaalt.

508
00:30:21,390 --> 00:30:26,010
Maar je neemt niet de moeite om eerst
het stof van de weegschaal te vegen.

509
00:30:26,010 --> 00:30:28,650
Het heeft geen invloed op de uitkomst.

510
00:30:28,650 --> 00:30:32,370
Een beetje stof op de
weegschaal — wat maakt dat uit?

511
00:30:32,370 --> 00:30:36,330
Als je een vinger op de schaal
houdt, is dat een ander verhaal.

512
00:30:36,330 --> 00:30:41,370
Maar als er een klein beetje stof op
ligt, zal niemand zich daar druk om maken.

513
00:30:41,370 --> 00:30:44,790
Het heeft geen invloed op
de uitkomst van de weging.

514
00:30:44,790 --> 00:30:50,370
Hij zegt dus dat alle volken ter wereld
voor God net zo onbeduidend zijn als

515
00:30:50,370 --> 00:30:51,750
stof op een weegschaal.

516
00:30:51,750 --> 00:30:54,750
Het verandert het gewicht
zelfs niet een klein beetje.

517
00:30:54,750 --> 00:30:57,150
Ze zijn als een druppel in een emmer.

518
00:30:57,150 --> 00:31:01,410
De context hier is
ongetwijfeld: kijk naar Babylon.

519
00:31:01,410 --> 00:31:03,090
Dat was een groot rijk.

520
00:31:03,090 --> 00:31:07,110
Dat was nog eens een
machtig rijk. Ze waren wijs.

521
00:31:07,110 --> 00:31:09,270
Ze waren oorlogszuchtig.

522
00:31:09,270 --> 00:31:10,950
Ze waren machtig.

523
00:31:10,950 --> 00:31:13,170
Ze joegen de wereld angst aan.

524
00:31:13,170 --> 00:31:15,330
Ze veroverden de hele streek.

525
00:31:15,330 --> 00:31:20,130
Maar zelfs zij zijn, vergeleken
met God, gewoon niets.

526
00:31:20,130 --> 00:31:22,650
Ze zijn als een druppel in een emmer.

527
00:31:22,650 --> 00:31:26,250
Daarom is God in staat hen
ten val te brengen en Zijn

528
00:31:26,250 --> 00:31:28,950
volk uit de gevangenschap
terug te brengen.

529
00:31:28,950 --> 00:31:32,070
Dat is volgens mij de strekking hiervan.

530
00:31:32,070 --> 00:31:34,770
De Libanon is niet genoeg om te branden,

531
00:31:34,770 --> 00:31:37,890
zijn dieren zijn niet
genoeg voor het brandoffer.

532
00:31:37,890 --> 00:31:41,970
Libanon stond bekend
om zijn enorme ceders.

533
00:31:41,970 --> 00:31:46,470
Daar was Libanon beroemd
om: enorme cederbossen.

534
00:31:46,470 --> 00:31:49,230
Zelfs dat is niet genoeg om te verbranden.

535
00:31:49,230 --> 00:31:51,870
Hij kan daar niet eens lucifers van maken.

536
00:31:51,870 --> 00:31:54,870
Neem alle dieren van
Libanon en alle bomen,

537
00:31:54,870 --> 00:31:57,930
en je kunt daarmee niet
eens een vuur ontsteken

538
00:31:57,930 --> 00:32:02,070
en een offer brengen dat voor
God de moeite waard zou zijn.

539
00:32:02,070 --> 00:32:03,690
Hij is veel groter.

540
00:32:03,690 --> 00:32:07,230
Hij kan dat nauwelijks
zien. Zo klein is het.

541
00:32:07,230 --> 00:32:12,510
Wie te arm is voor een hefoffer, kiest
een stuk hout dat niet kan verrotten.

542
00:32:12,510 --> 00:32:16,530
Hij zoekt een kundig vakman voor
zich uit om een beeld te vervaardigen

543
00:32:16,530 --> 00:32:17,670
dat niet wankelt.

544
00:32:17,670 --> 00:32:21,330
Wat hij hier zegt, is dat
afgoderij waardeloos is.

545
00:32:21,330 --> 00:32:24,810
Het was de afgoderij waardoor
de Joden aanvankelijk naar

546
00:32:24,810 --> 00:32:26,670
Babylon werden weggevoerd.

547
00:32:26,670 --> 00:32:29,190
Het was een straf voor hun afgoderij.

548
00:32:29,190 --> 00:32:32,610
En hij zei: ‘Ik hoop dat
jullie je les hebben geleerd.

549
00:32:32,610 --> 00:32:35,850
God bestaat echt. God is groot.

550
00:32:35,850 --> 00:32:41,010
Geen mens, geen leger en zelfs
geen volk telt ook maar ergens voor

551
00:32:41,010 --> 00:32:42,690
in vergelijking met God.

552
00:32:42,690 --> 00:32:45,810
Het is als het fijne
stof op de weegschaal.

553
00:32:45,810 --> 00:32:50,310
Dus waarmee ga je God
vergelijken? Met deze boom?

554
00:32:50,310 --> 00:32:53,610
Je gaat een boompje maken,
en dat wordt dan je god?

555
00:32:53,610 --> 00:32:58,410
Ook al zijn alle bomen van de
Libanon voor Hem van geen betekenis,

556
00:32:58,410 --> 00:33:00,990
Hij kan daar niet eens een vuur mee maken.

557
00:33:00,990 --> 00:33:03,030
Het is niet genoeg brandstof.’

558
00:33:03,030 --> 00:33:08,010
Het is natuurlijk een hyperbool, maar het
punt is dat hij spreekt over hoe groot en

559
00:33:08,010 --> 00:33:12,090
machtig God is in vergelijking
met alles wat aards is.

560
00:33:12,090 --> 00:33:14,550
En hij zegt: ‘Wat doe je nu?

561
00:33:14,550 --> 00:33:17,670
Je maakt een stok en aanbidt
die alsof dat God is?’

562
00:33:17,670 --> 00:33:19,350
En vers 21:

563
00:33:19,350 --> 00:33:22,050
Weet u het niet? Hoort u het niet?

564
00:33:22,050 --> 00:33:24,690
Is het u vanaf het begin
niet bekendgemaakt?

565
00:33:24,690 --> 00:33:27,750
Hebt u niet gelet op de
fundamenten van de aarde?

566
00:33:27,750 --> 00:33:31,590
Hij is het Die zetelt boven
de omtrek van de aarde,

567
00:33:31,590 --> 00:33:34,290
waarvan de bewoners als sprinkhanen zijn.

568
00:33:34,290 --> 00:33:37,770
Hij is het Die de hemel
uitspant als een dunne doek

569
00:33:37,770 --> 00:33:40,710
en uitspreidt als een tent om in te wonen.

570
00:33:40,710 --> 00:33:46,830
Hij is het Die vorsten maakt tot niets,
rechters van de aarde maakt tot leegheid.

571
00:33:46,830 --> 00:33:51,450
Ja, zij zijn niet geplant,
ja, zij zijn niet gezaaid, ja,

572
00:33:51,450 --> 00:33:54,870
hun afgehouwen stronk
wortelt niet in de aarde.

573
00:33:54,870 --> 00:33:58,230
Ook als Hij op hen zal
blazen, zullen zij verdorren,

574
00:33:58,230 --> 00:34:00,750
en een storm neemt hen weg als stoppels.

575
00:34:00,750 --> 00:34:05,610
Een volk, een koninkrijk als Babylon,
begint misschien wortel te schieten,

576
00:34:05,610 --> 00:34:08,670
maar het is nog maar nauwelijks
gaan groeien of God niest erop

577
00:34:08,670 --> 00:34:10,230
en blaast het omver.

578
00:34:10,230 --> 00:34:13,830
Het koninkrijk van Babylon
heeft niet erg lang bestaan.

579
00:34:13,830 --> 00:34:17,850
In de tijd van Nebukadnezar kwam
het Nieuw-Babylonische Rijk op,

580
00:34:17,850 --> 00:34:22,590
en binnen de levensduur van één mens,
zeventig jaar, was het verdwenen.

581
00:34:22,590 --> 00:34:25,110
Dat was een kortstondig koninkrijk.

582
00:34:25,110 --> 00:34:27,390
Het had nauwelijks wortel geschoten.

583
00:34:27,390 --> 00:34:30,630
God blies er gewoon op en blies het omver.

584
00:34:30,630 --> 00:34:34,890
In zijn tijd was het zeer machtig,
intimiderend en indrukwekkend,

585
00:34:34,890 --> 00:34:36,810
maar hoelang heeft dat geduurd?

586
00:34:36,810 --> 00:34:39,390
Het is als gras dat plotseling verdort.

587
00:34:39,390 --> 00:34:43,470
Ik wil hier alleen iets over zeggen, want
het is je misschien opgevallen dat er in

588
00:34:43,470 --> 00:34:45,270
vers 22 staat:

589
00:34:45,270 --> 00:34:48,690
Hij is het die boven de
cirkel van de aarde zit.

590
00:34:48,690 --> 00:34:53,010
Dit vers wordt vaak gebruikt om aan te
tonen dat de Bijbel geïnspireerd is,

591
00:34:53,010 --> 00:34:55,830
omdat het vermeldt dat de aarde rond is.

592
00:34:55,830 --> 00:35:00,270
Sommigen zeggen zelfs dat het Hebreeuwse
woord voor ‘cirkel’ eigenlijk met

593
00:35:00,270 --> 00:35:02,550
‘bol’ vertaald zou kunnen worden.

594
00:35:02,550 --> 00:35:06,450
Dan lijkt hij dus een beschrijving
te geven van de bolvorm van de aarde,

595
00:35:06,450 --> 00:35:10,350
iets wat in de tijd van Jesaja
helemaal niet gedocumenteerd of

596
00:35:10,350 --> 00:35:12,270
wetenschappelijk bewezen was.

597
00:35:12,270 --> 00:35:16,770
Het zou daarom kennis weerspiegelen
die de menselijke kennis te boven ging.

598
00:35:16,770 --> 00:35:21,090
Dat is een van die kleine aanwijzingen
dat de Bijbel geïnspireerd is,

599
00:35:21,090 --> 00:35:23,490
in elk geval dit hoofdstuk.

600
00:35:23,490 --> 00:35:26,670
Ik zeg dat het erop lijkt
dat dit waar zou kunnen zijn.

601
00:35:26,670 --> 00:35:31,770
Het is niet volkomen duidelijk wat Jesaja
bedoelt met ‘de cirkel van de aarde’,

602
00:35:31,770 --> 00:35:36,030
maar het is heel goed mogelijk dat hij
het over de vorm van de aarde heeft.

603
00:35:36,030 --> 00:35:37,830
Dus daar laat ik het bij.

604
00:35:37,830 --> 00:35:42,330
God wist beslist dat de aarde rond
was voordat de mens dat ontdekte,

605
00:35:42,330 --> 00:35:44,970
en Hij kan dat hier hebben prijsgegeven.

606
00:35:44,970 --> 00:35:47,610
Al zijn er misschien
andere manieren waarop

607
00:35:47,610 --> 00:35:50,430
‘de cirkel van de aarde’
begrepen kan worden.

608
00:35:50,430 --> 00:35:54,030
Maar ik ben geneigd het op te
vatten als een openbaring van de

609
00:35:54,030 --> 00:35:56,070
werkelijke vorm van de aarde.

610
00:35:56,070 --> 00:35:58,110
Nu vers 25:

611
00:35:58,110 --> 00:36:03,870
Met wie zou u Mij willen vergelijken, of
aan wie ben Ik gelijk? zegt de Heilige.

612
00:36:03,870 --> 00:36:09,150
Sla uw ogen op naar omhoog, en zie
Wie deze dingen geschapen heeft;

613
00:36:09,150 --> 00:36:13,050
Hij is het Die hun leger
voltallig tevoorschijn brengt,

614
00:36:13,050 --> 00:36:17,970
ze alle bij name roept door Zijn
grote vermogen en Zijn sterke kracht;

615
00:36:17,970 --> 00:36:20,070
er ontbreekt er niet één.

616
00:36:20,070 --> 00:36:23,070
Daarmee worden in dit
geval de sterren bedoeld.

617
00:36:23,070 --> 00:36:28,290
Dat God de sterren bij hun naam roept,
wordt eerder ook in een psalm genoemd.

618
00:36:28,290 --> 00:36:31,110
Psalm 147:4 zegt:

619
00:36:31,110 --> 00:36:35,250
Hij telt het aantal sterren,
Hij noemt ze alle bij hun naam.

620
00:36:35,250 --> 00:36:39,030
Dat de sterren namen hebben, wordt
hier dus ook door de psalmist

621
00:36:39,030 --> 00:36:40,530
ter sprake gebracht.

622
00:36:40,530 --> 00:36:43,350
Wanneer er staat dat Hij ze
allemaal bij hun naam roept,

623
00:36:43,350 --> 00:36:45,510
kan dat letterlijk zo zijn.

624
00:36:45,510 --> 00:36:48,510
God kan alle sterren
een naam hebben gegeven.

625
00:36:48,510 --> 00:36:51,870
Ik vind het al moeilijk om een
paar kinderen een naam te geven.

626
00:36:51,870 --> 00:36:54,690
Het is moeilijk om
goede namen te bedenken.

627
00:36:54,690 --> 00:36:58,050
Maar God is oneindig
creatief, en Hij heeft

628
00:36:58,050 --> 00:37:01,350
miljarden en miljarden
en miljarden sterren.

629
00:37:01,350 --> 00:37:04,770
Misschien heeft Hij inderdaad
elk daarvan een naam gegeven.

630
00:37:04,770 --> 00:37:07,230
Al kan het ook een
dichterlijke stijlfiguur zijn

631
00:37:07,230 --> 00:37:10,830
die zegt dat Hij ze tevoorschijn
roept zoals iemand zijn kinderen bij

632
00:37:10,830 --> 00:37:12,150
hun naam roept.

633
00:37:12,150 --> 00:37:15,810
Met andere woorden, de
sterren gehoorzamen Hem,

634
00:37:15,810 --> 00:37:19,470
zoals de kinderen van een man
komen wanneer ze worden geroepen.

635
00:37:19,470 --> 00:37:22,230
Het is dus mogelijk dat
dit ermee wordt bedoeld.

636
00:37:22,230 --> 00:37:26,250
Sommigen menen dat God de sterren
werkelijk namen heeft gegeven.

637
00:37:26,250 --> 00:37:30,330
Dat zou volgens hen verklaren hoe
de sterrenbeelden zijn ontstaan

638
00:37:30,330 --> 00:37:34,650
en hoe het komt dat vrijwel alle culturen
bepaalde sterrenbeelden op dezelfde

639
00:37:34,650 --> 00:37:36,390
manier hebben herkend.

640
00:37:36,390 --> 00:37:39,210
Neem bijvoorbeeld Virgo, de Maagd.

641
00:37:39,210 --> 00:37:43,710
In bijna alle culturen wordt die
bepaalde groep sterren, dat sterrenbeeld,

642
00:37:43,710 --> 00:37:47,490
in hun eigen taal aangeduid
met het woord voor een maagd.

643
00:37:47,490 --> 00:37:51,510
En toch zou je, wanneer je naar de
sterren in dat sterrenbeeld kijkt,

644
00:37:51,510 --> 00:37:53,730
daar geen maagd in kunnen zien.

645
00:37:53,730 --> 00:37:56,190
Je hebt daar vijf of zes sterren.

646
00:37:56,190 --> 00:38:00,390
Hoe kun je een willekeurige groep
sterren aan de hemel nemen en zeggen:

647
00:38:00,390 --> 00:38:05,010
‘Dat lijkt volgens mij heel erg op een
vrouw, om precies te zijn op een maagd’?

648
00:38:05,010 --> 00:38:07,110
God kan ze die namen hebben gegeven,

649
00:38:07,110 --> 00:38:11,310
en alle culturen weten dat omdat alle
culturen uit de familie van Noach zijn

650
00:38:11,310 --> 00:38:13,770
voortgekomen en Noach het wist.

651
00:38:13,770 --> 00:38:15,810
Dat zou mogelijk kunnen zijn.

652
00:38:15,810 --> 00:38:18,930
Natuurlijk zouden er ook andere
verklaringen kunnen zijn.

653
00:38:18,930 --> 00:38:23,310
Zoals ik al zei, de woorden kunnen
eenvoudigweg een figuurlijke manier zijn

654
00:38:23,310 --> 00:38:26,670
om te zeggen dat ze komen
wanneer ze geroepen worden.

655
00:38:26,670 --> 00:38:28,710
Hij is Degene Die hen roept.

656
00:38:28,710 --> 00:38:32,730
Ze gehoorzamen Zijn bevelen, zoals
dienaren die bij hun meester worden

657
00:38:32,730 --> 00:38:34,830
geroepen om opdrachten te ontvangen.

658
00:38:34,830 --> 00:38:36,690
Hij roept ze bij hun naam.

659
00:38:36,690 --> 00:38:41,550
Het is moeilijk te weten, maar zowel
de Psalmen als Jesaja zeggen het:

660
00:38:41,550 --> 00:38:46,290
Door Zijn enorme kracht en de sterkte
van Zijn macht ontbreekt er niet één.

661
00:38:46,290 --> 00:38:48,510
Geen enkele ster ontbreekt.

662
00:38:48,510 --> 00:38:52,230
Zijn er sindsdien sterren
gestorven? Ik weet het niet.

663
00:38:52,230 --> 00:38:56,490
Maar alle sterren waarvan God wil
dat ze er zijn, zijn er nog steeds.

664
00:38:56,490 --> 00:38:59,910
Waarom zegt u dan , Jakob,
en spreekt u, Israël:

665
00:38:59,910 --> 00:39:05,070
Mijn weg is voor de HEERE verborgen en
mijn recht gaat aan mijn God voorbij?

666
00:39:05,070 --> 00:39:06,270
Weet u het niet?

667
00:39:06,270 --> 00:39:08,010
Hebt u het niet gehoord?

668
00:39:08,010 --> 00:39:12,210
De eeuwige God, de HEERE, de
Schepper van de einden der aarde,

669
00:39:12,210 --> 00:39:14,610
wordt niet moe en niet afgemat.

670
00:39:14,610 --> 00:39:17,430
Er is geen doorgronding van Zijn inzicht.

671
00:39:17,430 --> 00:39:21,630
Hij geeft de vermoeide kracht en
Hij vermeerdert de sterkte van

672
00:39:21,630 --> 00:39:23,370
wie geen krachten heeft.

673
00:39:23,370 --> 00:39:28,590
Jongeren zullen moe en afgemat worden,
jonge mannen zullen zeker struikelen;

674
00:39:28,590 --> 00:39:32,250
maar wie de HEERE verwachten,
zullen hun kracht vernieuwen,

675
00:39:32,250 --> 00:39:35,190
zij zullen hun vleugels
uitslaan als arenden,

676
00:39:35,190 --> 00:39:38,610
zij zullen snel lopen
en niet afgemat worden,

677
00:39:38,610 --> 00:39:41,790
zij zullen lopen en niet moe worden.

678
00:39:41,790 --> 00:39:46,710
In vers 27 suggereert hij dat de Joden
die naar Babylon worden weggevoerd,

679
00:39:46,710 --> 00:39:50,670
waarschijnlijk, of misschien het
overblijfsel in de tijd van Christus,

680
00:39:50,670 --> 00:39:53,730
of allebei, zich overgeslagen voelen.

681
00:39:53,730 --> 00:39:57,510
Ze hebben het gevoel dat God geen
aandacht schenkt aan hun zaak.

682
00:39:57,510 --> 00:39:59,850
Hun weg is voor Hem verborgen.

683
00:39:59,850 --> 00:40:02,970
Hun rechtvaardige zaak
is niet voor Hem gekomen.

684
00:40:02,970 --> 00:40:08,430
Maar hij zegt dat God Zich van alles
bewust is en alles onder controle heeft.

685
00:40:08,430 --> 00:40:12,810
Daarom is Hij Zich bewust van jouw
zaak en zal Hij dat laten blijken,

686
00:40:12,810 --> 00:40:14,550
maar misschien moet je wachten.

687
00:40:14,550 --> 00:40:18,450
Er is een periode van wachten
voordat je Gods bevrijding ziet,

688
00:40:18,450 --> 00:40:20,790
en dat wordt vaak in de Schrift gezegd.

689
00:40:20,790 --> 00:40:24,570
God zal handelen wanneer het
voor Hem tijd is om te handelen.

690
00:40:24,570 --> 00:40:28,470
Totdat Hij dat doet, is onze
hoop gevestigd op Zijn beloften,

691
00:40:28,470 --> 00:40:31,170
en onze hoop komt neer op wachten.

692
00:40:31,170 --> 00:40:36,210
Op de Heere wachten en op de Heere
hopen worden in de Schrift als onderling

693
00:40:36,210 --> 00:40:38,610
verwisselbare uitdrukkingen gebruikt.

694
00:40:38,610 --> 00:40:42,690
Daarom hoop je, je wacht
vol hoop, maar je wacht.

695
00:40:42,690 --> 00:40:45,450
Het gebeurt niet, dus je moet wachten.

696
00:40:45,450 --> 00:40:49,830
Jij kunt het niet laten gebeuren,
maar God zal het laten gebeuren.

697
00:40:49,830 --> 00:40:54,090
Wacht intussen geduldig op God,
wacht vol verwachting op God.

698
00:40:54,090 --> 00:40:57,450
Terwijl je op God wacht, is
je aandacht op God gericht

699
00:40:57,450 --> 00:41:02,910
en niet op de hopeloosheid van je
situatie, en ontvang je goddelijke kracht.

700
00:41:02,910 --> 00:41:06,510
Over Gods kracht staat dat
Hij de zwakken kracht geeft.

701
00:41:06,510 --> 00:41:08,850
Weet je nog wat er met Paulus gebeurde?

702
00:41:08,850 --> 00:41:11,910
Hij zei tegen Paulus in 2 Korinthe 12:

703
00:41:11,910 --> 00:41:15,570
Mijn kracht komt in zwakheid
tot volle ontplooiing.

704
00:41:15,570 --> 00:41:20,370
God geeft kracht aan mensen die zwak
zijn, omdat ze op Hem vertrouwen.

705
00:41:20,370 --> 00:41:23,250
Ze kunnen niet op hun
eigen kracht vertrouwen.

706
00:41:23,250 --> 00:41:26,490
Wie geen kracht heeft,
geeft Hij meer kracht.

707
00:41:26,490 --> 00:41:30,210
Hij zegt dat zelfs jongeren en
jonge mannen vermoeid raken.

708
00:41:30,210 --> 00:41:34,290
Jongeren en jonge mannen zijn de
mensen van wie je zou denken dat ze de

709
00:41:34,290 --> 00:41:36,030
meeste energie hebben.

710
00:41:36,030 --> 00:41:40,650
Als hij had gezegd dat zelfs oude
mensen vermoeid raken, zou je zeggen:

711
00:41:40,650 --> 00:41:42,870
„Is dat niet de definitie van oud?

712
00:41:42,870 --> 00:41:44,550
Je wordt gemakkelijk moe.”

713
00:41:44,550 --> 00:41:49,530
Maar zelfs jonge mensen, de sterkste
mensen, hebben grenzen aan hun kracht.

714
00:41:49,530 --> 00:41:52,290
Zelfs zij raken vermoeid en bezwijken.

715
00:41:52,290 --> 00:41:55,590
Maar God niet. Hij zegt over de Heere:

716
00:41:55,590 --> 00:41:59,850
Zie, de Bewaarder van Israël
zal niet sluimeren of slapen.

717
00:41:59,850 --> 00:42:02,250
Hij raakt niet vermoeid en bezwijkt niet.

718
00:42:02,250 --> 00:42:04,110
In vers 28 staat:

719
00:42:04,110 --> 00:42:06,870
Hij raakt nooit uitgeput of vermoeid.

720
00:42:06,870 --> 00:42:11,850
En in vers 31 vernieuwen degenen
die op de Heere wachten hun kracht.

721
00:42:11,850 --> 00:42:17,250
Het woord „vernieuwen” betekent in
het Hebreeuws eigenlijk „inruilen”.

722
00:42:17,250 --> 00:42:20,070
_[Vertalersnoot: De HSV vertaalt
het betreffende Hebreeuwse

723
00:42:20,070 --> 00:42:22,110
woord met ‘vernieuwen’.

724
00:42:22,110 --> 00:42:25,530
De uitleg met ‘inruilen’
geeft de woordkundige

725
00:42:25,530 --> 00:42:27,750
interpretatie van de spreker weer.]_

726
00:42:27,750 --> 00:42:32,250
Blijkbaar betekent het dat degenen
die zelf geen kracht hebben, of heel,

727
00:42:32,250 --> 00:42:35,250
heel weinig kracht hebben
en bijna bezwijken,

728
00:42:35,250 --> 00:42:40,530
hun beperkte kracht inruilen voor Zijn
onbeperkte kracht als ze op God wachten.

729
00:42:40,530 --> 00:42:41,310
Want:

730
00:42:41,310 --> 00:42:44,010
ze zullen rennen zonder moe te worden.

731
00:42:44,010 --> 00:42:47,370
Ze zullen lopen zonder uitgeput te raken.

732
00:42:47,370 --> 00:42:51,450
Dat geldt voor God, Die niet
vermoeid raakt of bezwijkt.

733
00:42:51,450 --> 00:42:55,530
Zijn kracht wordt gekenmerkt
door het ontbreken van grenzen.

734
00:42:55,530 --> 00:43:00,450
In vers 28 staat dat God niet
bezwijkt en niet vermoeid raakt.

735
00:43:00,450 --> 00:43:05,190
Dus als je Zijn kracht hebt, zul je
niet bezwijken of vermoeid raken.

736
00:43:05,190 --> 00:43:09,930
Je moet jouw kracht echter wel
inruilen voor de Zijne. Hoe doe je dat?

737
00:43:09,930 --> 00:43:13,950
Dat doe je door in Hem te
rusten, op Hem te vertrouwen,

738
00:43:13,950 --> 00:43:17,070
op Hem te hopen en op Hem te wachten.

739
00:43:17,070 --> 00:43:22,110
Je wacht vol verwachting op God en je
ontvangt kracht die de natuurlijke kracht

740
00:43:22,110 --> 00:43:23,490
te boven gaat.

741
00:43:23,490 --> 00:43:27,390
Je ruilt je beperkte kracht in
voor Zijn onbeperkte kracht,

742
00:43:27,390 --> 00:43:29,910
en dat is als een vliegende arend.

743
00:43:29,910 --> 00:43:33,510
Er is een enorm verschil tussen
de manier waarop een arend vliegt

744
00:43:33,510 --> 00:43:37,170
en de manier waarop, laten we
zeggen, een kolibrie vliegt.

745
00:43:37,170 --> 00:43:41,490
Een arend moet veel meer gewicht in
de lucht houden dan een kolibrie,

746
00:43:41,490 --> 00:43:46,890
maar een kolibrie slaat voortdurend met
zijn vleugels, honderden keren per minuut.

747
00:43:46,890 --> 00:43:52,650
Hij is rusteloos, hij is nerveus en hij
spant voortdurend zijn eigen kracht in.

748
00:43:52,650 --> 00:43:57,390
Hij werkt en blijft in de lucht, maar
hij verricht niet veel zwaar werk.

749
00:43:57,390 --> 00:44:00,630
Het lichaam van de
kolibrie weegt bijna niets.

750
00:44:00,630 --> 00:44:04,230
De arend daarentegen is
een grote, forse vogel.

751
00:44:04,230 --> 00:44:08,850
Hij moet veel gewicht van de grond houden,
maar hij klapwiekt niet zenuwachtig.

752
00:44:08,850 --> 00:44:13,290
Hij gebruikt zijn kracht om op de plek
te komen waar hij de wind kan opvangen,

753
00:44:13,290 --> 00:44:18,690
de hogere passaatwinden of wat dan ook,
en dan brengt hij zichzelf in positie.

754
00:44:18,690 --> 00:44:23,610
Als je arenden hebt zien zweven, weet je
dat ze hun vleugels zo zetten dat ze de

755
00:44:23,610 --> 00:44:26,370
wind opvangen, en dan zweven ze.

756
00:44:26,370 --> 00:44:27,930
Het is niet hun kracht.

757
00:44:27,930 --> 00:44:30,510
Het is de wind die hen in de lucht houdt.

758
00:44:30,510 --> 00:44:35,790
Ze gebruiken hun spieren alleen om hun
vleugels stevig in positie te houden.

759
00:44:35,790 --> 00:44:39,870
Ze houden zich uit alle macht stil,
en ze maken gebruik van de wind,

760
00:44:39,870 --> 00:44:43,290
die natuurlijk naar het schijnt
onbeperkte kracht heeft.

761
00:44:43,290 --> 00:44:48,330
Ze beschikken over een onbeperkte kracht,
omdat ze niet op hun eigen kracht rusten.

762
00:44:48,330 --> 00:44:54,090
Ze rekenen op een kracht die veel groter
is dan die van henzelf, en zo zweven ze.

763
00:44:54,090 --> 00:44:57,030
Zo zal het zijn met degenen
die op de Heere wachten.

764
00:44:57,030 --> 00:45:02,070
Ze zullen hun kracht, hun nerveuze
energie, inwisselen voor Gods kracht,

765
00:45:02,070 --> 00:45:04,830
die onbeperkt is. Daarom geldt:

766
00:45:04,830 --> 00:45:08,910
maar wie de HEERE verwachten,
zullen hun kracht vernieuwen,

767
00:45:08,910 --> 00:45:12,030
zij zullen hun vleugels
uitslaan als arenden,

768
00:45:12,030 --> 00:45:15,450
zij zullen snel lopen
en niet afgemat worden,

769
00:45:15,450 --> 00:45:18,750
zij zullen lopen en niet moe worden.

770
00:45:18,750 --> 00:45:22,710
Dit lopen zonder moe te worden,
of rennen zonder moe te worden,

771
00:45:22,710 --> 00:45:28,350
is een beeld dat we ook, op een iets
andere manier, in Jeremia 12 aantreffen.

772
00:45:28,350 --> 00:45:32,250
Daar maakt Jeremia honderd
jaar later beproevingen door.

773
00:45:32,250 --> 00:45:35,490
Het leven is zwaar voor hem,
want hij is een goede man

774
00:45:35,490 --> 00:45:37,710
en hij belandt in de gevangenis.

775
00:45:37,710 --> 00:45:40,710
Hij wordt vervolgd. Hij wordt bespot.

776
00:45:40,710 --> 00:45:43,770
Hij heeft geen vrienden
en geen bekeerlingen.

777
00:45:43,770 --> 00:45:48,750
Maar met de goddelozen gaat het
uitstekend. Ze zijn voorspoedig.

778
00:45:48,750 --> 00:45:51,690
In Jeremia 12:1 zegt hij:

779
00:45:51,690 --> 00:45:57,090
HEERE, U zou rechtvaardig blijken, wanneer
ik met U een rechtszaak zou voeren.

780
00:45:57,090 --> 00:46:00,870
Toch wil ik met U over
Uw oordelen spreken.

781
00:46:00,870 --> 00:46:05,550
Waarom is de weg van de goddelozen
voorspoedig, waarom hebben rust,

782
00:46:05,550 --> 00:46:08,610
allen die in ontrouw trouweloos handelen?

783
00:46:08,610 --> 00:46:09,570
Hij zegt:

784
00:46:09,570 --> 00:46:14,731
U hebt hen geplant, ook hebben zij
wortel geschoten, zij gaan hun gang ,

785
00:46:14,731 --> 00:46:16,590
ook dragen zij vrucht.

786
00:46:16,590 --> 00:46:20,190
U bent nabij in hun mond,
maar ver van hun nieren.

787
00:46:20,190 --> 00:46:24,390
Hoe komt het dat U deze mensen
voorspoed geeft? Hij zegt:

788
00:46:24,390 --> 00:46:31,830
U echter, HEERE, kent mij, U ziet mij,
U beproeft mijn hart, dat met U is.

789
00:46:31,830 --> 00:46:36,990
Ruk hen weg als schapen ter slachting,
bereid hen voor op de dag van de slacht.

790
00:46:36,990 --> 00:46:40,290
Met andere woorden: „Ik ben een goede man.

791
00:46:40,290 --> 00:46:43,050
Hoe komt het dat het
met mij niet goed gaat?”

792
00:46:43,050 --> 00:46:45,990
God antwoordt hem in vers 5 en zegt:

793
00:46:45,990 --> 00:46:49,470
Wanneer u met hardlopers
meerent, en die maken u al moe,

794
00:46:49,470 --> 00:46:51,990
hoe moet u dan wedijveren met paarden?

795
00:46:51,990 --> 00:46:54,990
Wanneer u het alleen in een
land van vrede vertrouwt,

796
00:46:54,990 --> 00:46:57,810
hoe moet u het dan maken in
de glorie van de Jordaan?

797
00:46:57,810 --> 00:47:01,830
Met andere woorden, de omstandigheden
zijn nog niet eens zo slecht,

798
00:47:01,830 --> 00:47:03,870
en je doet het nu al niet zo goed.

799
00:47:03,870 --> 00:47:06,030
Je verliest je geloof.

800
00:47:06,030 --> 00:47:08,010
Je loopt te jammeren.

801
00:47:08,010 --> 00:47:11,550
Eigenlijk verschilt wat je doet niet
veel van een hardloopwedstrijd tegen

802
00:47:11,550 --> 00:47:12,810
mannen te voet.

803
00:47:12,810 --> 00:47:14,670
Daar ligt een uitdaging in.

804
00:47:14,670 --> 00:47:19,770
Je moet je uiterste best doen om de strijd
aan te gaan en een wedstrijd te winnen.

805
00:47:19,770 --> 00:47:24,750
Maar wat gebeurt er als Ik de inzet
verhoog en jij nog steeds te voet bent,

806
00:47:24,750 --> 00:47:27,450
terwijl je tegenstanders te paard zitten?

807
00:47:27,450 --> 00:47:30,630
Hoe ga je die wedstrijd lopen? Er staat:

808
00:47:30,630 --> 00:47:34,110
Als je tegen hardlopers hebt gerend
en zij je moe hebben gemaakt,

809
00:47:34,110 --> 00:47:36,690
hoe ga je het dan tegen paarden opnemen?

810
00:47:36,690 --> 00:47:40,650
Dat kun je niet. Een mens kan
het niet opnemen tegen paarden.

811
00:47:40,650 --> 00:47:43,590
Een mens kan niet harder
lopen dan een paard.

812
00:47:43,590 --> 00:47:45,630
Sommigen kunnen dat eigenlijk wel.

813
00:47:45,630 --> 00:47:48,510
Er zijn een paar Afrikaanse
hardlopers geweest die

814
00:47:48,510 --> 00:47:51,510
paarden in enkele korte
wedstrijden voorbijliepen.

815
00:47:51,510 --> 00:47:55,590
Maar de veronderstelling is dat een paard
harder loopt dan een mens en dat je niet

816
00:47:55,590 --> 00:47:57,690
tegen hem opgewassen zult zijn.

817
00:47:57,690 --> 00:48:00,690
Je zult dit in eigen kracht
helemaal niet kunnen.

818
00:48:00,690 --> 00:48:03,450
Elia liep trouwens ook
eens sneller dan paarden,

819
00:48:03,450 --> 00:48:06,570
maar hij was niet bepaald
alleen maar een natuurlijk mens.

820
00:48:06,570 --> 00:48:11,130
Hij was een natuurlijk mens, maar hij
werd bekrachtigd door de Geest van God.

821
00:48:11,130 --> 00:48:13,290
Dat is nu precies waar het om gaat.

822
00:48:13,290 --> 00:48:16,950
Je wordt moe van de gewone
beproevingen van het dagelijks leven.

823
00:48:16,950 --> 00:48:21,390
Wat ga je doen wanneer de beproevingen
niet gewoon, maar buitengewoon zijn?

824
00:48:21,390 --> 00:48:25,110
Als je nu al moe wordt, hoe ga je
dan met het echt zware werk om?

825
00:48:25,110 --> 00:48:28,650
Het antwoord wordt natuurlijk
geïmpliceerd door wat Jesaja zegt.

826
00:48:28,650 --> 00:48:33,990
Als je op de Heere wacht, wissel je jouw
kracht in voor Zijn kracht. Dan geldt:

827
00:48:33,990 --> 00:48:38,430
je zult rennen en niet moe worden en dan
maakt het niet uit of je tegen mensen of

828
00:48:38,430 --> 00:48:41,550
tegen paarden rent, want
het is niet jouw kracht.

829
00:48:41,550 --> 00:48:44,250
Het is Gods kracht
waarvan je gebruikmaakt.

830
00:48:44,250 --> 00:48:46,530
God kan een paard voorbijlopen.

831
00:48:46,530 --> 00:48:50,790
Als je Zijn kracht hebt, kun je een paard
voorbijlopen als Hij wil dat je dat doet.

832
00:48:50,790 --> 00:48:54,630
Het punt is dat wanneer je met
moeilijkheden te maken krijgt en loopt te

833
00:48:54,630 --> 00:48:57,930
jammeren, jouw moeilijkheden
betrekkelijk klein zijn.

834
00:48:57,930 --> 00:49:01,950
Je denkt: wat gebeurt er als je
aan een muur wordt vastgeketend,

835
00:49:01,950 --> 00:49:05,010
in een kerker hangt en
elke dag wordt geslagen,

836
00:49:05,010 --> 00:49:08,310
zoals sommige christenen op
dit moment elke dag overkomt?

837
00:49:08,310 --> 00:49:09,930
Hoe zul je het dan doen?

838
00:49:09,930 --> 00:49:14,190
Je bent nu al moe, terwijl je geen
ernstige beproevingen hebt die sommige

839
00:49:14,190 --> 00:49:16,950
christenen zelfs als
pijnlijk zouden beschouwen.

840
00:49:16,950 --> 00:49:18,990
Je rent tegen mannen te voet.

841
00:49:18,990 --> 00:49:21,390
Hoe zul je het opnemen tegen paarden?

842
00:49:21,390 --> 00:49:26,250
Het antwoord is dat je dat alleen zult
kunnen als je niet in eigen kracht rent.

843
00:49:26,250 --> 00:49:29,490
Je moet op de Heere wachten. Dan geldt:

844
00:49:29,490 --> 00:49:33,450
Waarom zegt u dan , Jakob,
en spreekt u, Israël:

845
00:49:33,450 --> 00:49:38,610
Mijn weg is voor de HEERE verborgen en
mijn recht gaat aan mijn God voorbij?

846
00:49:38,610 --> 00:49:39,810
Weet u het niet?

847
00:49:39,810 --> 00:49:41,430
Hebt u het niet gehoord?

848
00:49:41,430 --> 00:49:45,930
De eeuwige God, de HEERE, de
Schepper van de einden der aarde,

849
00:49:45,930 --> 00:49:48,690
wordt niet moe en niet afgemat.

850
00:49:48,690 --> 00:49:51,270
Er is geen doorgronding van Zijn inzicht.

851
00:49:51,270 --> 00:49:55,470
Hij geeft de vermoeide kracht en
Hij vermeerdert de sterkte van

852
00:49:55,470 --> 00:49:56,910
wie geen krachten heeft.

853
00:49:56,910 --> 00:50:02,190
Jongeren zullen moe en afgemat worden,
jonge mannen zullen zeker struikelen;

854
00:50:02,190 --> 00:50:05,850
maar wie de HEERE verwachten,
zullen hun kracht vernieuwen,

855
00:50:05,850 --> 00:50:08,790
zij zullen hun vleugels
uitslaan als arenden,

856
00:50:08,790 --> 00:50:12,330
zij zullen snel lopen
en niet afgemat worden,

857
00:50:12,330 --> 00:50:15,690
zij zullen lopen en niet moe worden.

858
00:50:15,690 --> 00:50:18,630
Ik wil ook hoofdstuk 41 doornemen.

859
00:50:18,630 --> 00:50:23,490
Zwijg voor Mij, kustlanden, laten
de volken de kracht vernieuwen.

860
00:50:23,490 --> 00:50:26,910
Laten zij naar voren komen,
laten zij dan spreken,

861
00:50:26,910 --> 00:50:30,270
laten wij samen naar voren
komen voor het oordeel.

862
00:50:30,270 --> 00:50:34,950
Zie je, wacht op de
Heere. Wees stil. Waarom?

863
00:50:34,950 --> 00:50:36,930
Je zult je kracht vernieuwen.

864
00:50:36,930 --> 00:50:40,110
Door dat te doen, wissel
je jouw kracht in.

865
00:50:40,110 --> 00:50:44,610
_[Vertalersnoot: De verbinding met ‘wees
stil’ berust op het Engelse ‘Be still’

866
00:50:44,610 --> 00:50:50,010
in Psalm 46:10; de HSV geeft
dit weer met ‘Geef het op’.]_

867
00:50:50,010 --> 00:50:54,030
Geef het op en weet dat Ik God ben; Ik
zal geroemd worden onder de heidenvolken,

868
00:50:54,030 --> 00:50:56,130
Ik zal geroemd worden op de aarde.

869
00:50:56,130 --> 00:50:58,230
en je zult je kracht vernieuwen.

870
00:50:58,230 --> 00:51:02,370
Wie heeft vanwaar de zon opkomt
de rechtvaardige doen opstaan,

871
00:51:02,370 --> 00:51:04,290
hem geroepen om te gaan?

872
00:51:04,290 --> 00:51:07,050
Wie heeft heidenvolken aan
hem overgeleverd en doet

873
00:51:07,050 --> 00:51:08,850
hem koningen vertreden?

874
00:51:08,850 --> 00:51:12,150
Wie heeft hen als stof
overgeleverd aan zijn zwaard,

875
00:51:12,150 --> 00:51:14,850
als wegwaaiende stoppels aan zijn boog?

876
00:51:14,850 --> 00:51:18,510
Dit verwijst naar Cyrus
als degene uit het oosten.

877
00:51:18,510 --> 00:51:21,690
God verklaart dat Hij
Cyrus heeft doen opstaan,

878
00:51:21,690 --> 00:51:25,530
en dat zal duidelijk worden
naarmate de hoofdstukken verdergaan.

879
00:51:25,530 --> 00:51:29,010
Net zoals Hij de sterren tot Zich
roept om hun bevelen te geven,

880
00:51:29,010 --> 00:51:34,410
riep Hij deze man uit het oosten,
Cyrus, tot Zich om hem bevelen te geven.

881
00:51:34,410 --> 00:51:37,230
Hij riep hem om te gaan
en gaf hem een opdracht.

882
00:51:37,230 --> 00:51:40,290
Hij achtervolgde hen,
trok verder in vrede,

883
00:51:40,290 --> 00:51:43,650
over een pad dat hij met zijn
voeten niet eerder betrad.

884
00:51:43,650 --> 00:51:45,930
Wie heeft dit bewerkt en gedaan?

885
00:51:45,930 --> 00:51:49,350
Hij Die de generaties
riep vanaf het begin!

886
00:51:49,350 --> 00:51:55,530
Ik, de HEERE, Die de Eerste ben,
en bij de laatsten ben Ik Dezelfde.

887
00:51:55,530 --> 00:51:59,850
Jahweh zegt dat Hij de Eerste is
en dat Hij met de laatsten is.

888
00:51:59,850 --> 00:52:02,970
‘Met de laatsten’ is
een vreemde uitdrukking.

889
00:52:02,970 --> 00:52:06,690
Ik weet niet precies waarom
Hij het woord ‘met’ toevoegt,

890
00:52:06,690 --> 00:52:15,390
want op twee andere plaatsen, in Jesaja
44:6 en 48:12, zegt Hij eenvoudig:

891
00:52:15,390 --> 00:52:20,190
Zo zegt de HEERE, de Koning
van Israël, zijn Verlosser,

892
00:52:20,190 --> 00:52:25,470
de HEERE van de legermachten: Ik
ben de Eerste en Ik ben de Laatste,

893
00:52:25,470 --> 00:52:27,810
en buiten Mij is er geen God.

894
00:52:27,810 --> 00:52:30,090
Het belangrijke punt
dat ik wil benadrukken,

895
00:52:30,090 --> 00:52:35,190
is natuurlijk dat Jezus Zichzelf
in Openbaring 1:8 de Eerste

896
00:52:35,190 --> 00:52:36,750
en de Laatste noemt.

897
00:52:36,750 --> 00:52:41,670
Jezus eigent Zichzelf dus toe
wat Jahweh voor Zichzelf opeist.

898
00:52:41,670 --> 00:52:47,550
Het is een goddelijke titel, een titel
van Jahweh: de Eerste en de Laatste.

899
00:52:47,550 --> 00:52:50,550
En die titel is ook van
toepassing op Jezus,

900
00:52:50,550 --> 00:52:53,310
Die daarom eveneens Jahweh moet zijn.

901
00:52:53,310 --> 00:52:58,830
De kustlanden zagen het en werden
bevreesd, de einden der aarde beefden;

902
00:52:58,830 --> 00:53:01,650
ze kwamen naderbij en traden toe.

903
00:53:01,650 --> 00:53:06,510
De een hielp de ander, tegen
zijn broeder zei hij: Wees sterk!

904
00:53:06,510 --> 00:53:11,130
De vakman bemoedigde de edelsmid,
hij die met de hamer gladmaakt,

905
00:53:11,130 --> 00:53:16,410
hem die op het aambeeld slaat, door van
het soldeersel te zeggen: Het is goed.

906
00:53:16,410 --> 00:53:20,430
Daarna zette hij het vast met
spijkers, zodat het niet zou wankelen.

907
00:53:20,430 --> 00:53:22,890
Wat ze hier maken, zijn afgodsbeelden.

908
00:53:22,890 --> 00:53:26,670
Het beeld is dat de Babyloniërs
de vijand zien aankomen,

909
00:53:26,670 --> 00:53:29,670
deze man uit het oosten die God stuurt.

910
00:53:29,670 --> 00:53:34,410
Deze Cyrus komt om Babylon te
veroveren. ‘O, wat moeten we doen?

911
00:53:34,410 --> 00:53:37,230
Wat moeten we doen? We zijn in gevaar.

912
00:53:37,230 --> 00:53:40,410
Ik weet het: laten we
een afgodsbeeld maken.

913
00:53:40,410 --> 00:53:43,830
Laten we een god maken
die ons kan verlossen.’

914
00:53:43,830 --> 00:53:47,130
Dat is in wezen hoe God
deze heidenen bespot.

915
00:53:47,130 --> 00:53:51,450
Jullie zitten in de problemen, dus
gaan jullie heel veel werk verrichten.

916
00:53:51,450 --> 00:53:53,430
Je hebt een ambachtsman nodig.

917
00:53:53,430 --> 00:53:56,250
Je hebt iemand nodig om
het hout om te hakken.

918
00:53:56,250 --> 00:53:59,190
Je hebt iemand nodig om
het soldeerwerk te doen.

919
00:53:59,190 --> 00:54:03,390
Het klinkt alsof jullie hier al het werk
doen, en wat je uiteindelijk overhoudt,

920
00:54:03,390 --> 00:54:04,710
is een god.

921
00:54:04,710 --> 00:54:06,630
Wat voor werk doet jullie god?

922
00:54:06,630 --> 00:54:11,190
Jullie god verbruikt alleen maar
energie; hij levert geen energie.

923
00:54:11,190 --> 00:54:13,410
Hij slokt jullie inspanningen op.

924
00:54:13,410 --> 00:54:15,030
Hij heeft geen macht.

925
00:54:15,030 --> 00:54:19,950
Het hele bestaan van die god hangt af
van jullie vermogen om hem te maken.

926
00:54:19,950 --> 00:54:22,290
Is dit dus waarop jullie gaan vertrouwen?

927
00:54:22,290 --> 00:54:28,410
Maar u, Israël, Mijn dienaar,
u, Jakob, die Ik heb verkozen,

928
00:54:28,410 --> 00:54:31,380
het nageslacht van
Abraham, die Mij liefhad,

929
00:54:31,380 --> 00:54:35,070
Dit is de eerste verwijzing
naar de dienaar van Jahweh,

930
00:54:35,070 --> 00:54:39,570
en we weten dat er in dit gedeelte
veel van zulke verwijzingen staan.

931
00:54:39,570 --> 00:54:44,610
u, die Ik gegrepen heb van de einden
der aarde, geroepen uit haar uithoeken,

932
00:54:44,610 --> 00:54:49,110
en tegen wie Ik zei: U bent
Mijn dienaar, Ik heb u verkozen,

933
00:54:49,110 --> 00:54:50,910
Ik heb u niet verworpen.

934
00:54:50,910 --> 00:54:55,110
Het lijkt daar misschien wel op, aangezien
jullie zeventig jaar lang in Babylon

935
00:54:55,110 --> 00:54:56,910
werkeloos hebben zitten wachten.

936
00:54:56,910 --> 00:54:59,070
Maar Ik heb jullie niet verstoten.

937
00:54:59,070 --> 00:55:00,750
Ik herstel jullie nu.

938
00:55:00,750 --> 00:55:08,070
Wees niet bevreesd, want Ik ben met u,
wees niet verschrikt, want Ik ben uw God.

939
00:55:08,070 --> 00:55:14,550
Ik sterk u, ook help Ik u, ook
ondersteun Ik u met Mijn rechterhand,

940
00:55:14,550 --> 00:55:16,290
die gerechtigheid werkt.

941
00:55:16,290 --> 00:55:18,690
Dat is een van mijn favoriete verzen,

942
00:55:18,690 --> 00:55:21,630
gewoon uit zijn verband
gehaald en toegepast.

943
00:55:21,630 --> 00:55:27,330
Ik geloof dat het niet ongeoorloofd is om
deze beloften uit hun verband te halen,

944
00:55:27,330 --> 00:55:30,870
omdat ze in zekere zin
binnen het verband blijven.

945
00:55:30,870 --> 00:55:34,050
Deze beloften aan de
terugkerende ballingen zijn

946
00:55:34,050 --> 00:55:38,310
beloften aan Gods overblijfsel,
en het Nieuwe Testament heeft

947
00:55:38,310 --> 00:55:40,470
de neiging die op ons toe te passen.

948
00:55:40,470 --> 00:55:42,990
Ik zie daar dus niets verkeerds in.

949
00:55:42,990 --> 00:55:46,470
Zie, zij zullen beschaamd
en te schande worden,

950
00:55:46,470 --> 00:55:49,590
allen die in woede tegen u ontstoken zijn.

951
00:55:49,590 --> 00:55:55,170
Zij zullen worden als niets, zij zullen
omkomen, de mannen die u aanklagen.

952
00:55:55,170 --> 00:55:58,530
U zult hen zoeken, maar u
zult hen niet kunnen vinden,

953
00:55:58,530 --> 00:56:00,990
de mannen die zich tegen u keren.

954
00:56:00,990 --> 00:56:04,770
Zij zullen worden als
niets, als volstrekt niets,

955
00:56:04,770 --> 00:56:07,590
de mannen die strijd tegen u voeren.

956
00:56:07,590 --> 00:56:14,310
Want Ik ben de HEERE, uw God, Die uw
rechterhand vastgrijpt en tegen u zegt:

957
00:56:14,310 --> 00:56:16,950
Wees niet bevreesd, Ik help u.

958
00:56:16,950 --> 00:56:20,070
Zoals een kind de hand
van zijn ouder vasthoudt,

959
00:56:20,070 --> 00:56:24,210
zo houdt de vader het kind vast
en zegt: ‘Maak je geen zorgen.

960
00:56:24,210 --> 00:56:28,890
Ik heb je hand vast. Wees niet
bang. We komen hier doorheen.

961
00:56:28,890 --> 00:56:30,570
Ik zal je helpen.’

962
00:56:30,570 --> 00:56:37,050
Wees niet bevreesd, wormpje Jakob, volkje
Israël, Ík help u, spreekt de HEERE,

963
00:56:37,050 --> 00:56:40,350
uw Verlosser is de Heilige van Israël.

964
00:56:40,350 --> 00:56:43,470
Een worm is een tamelijk
weerloos schepsel.

965
00:56:43,470 --> 00:56:46,350
Hij heeft geen natuurlijke
verdedigingsmiddelen.

966
00:56:46,350 --> 00:56:51,090
Daarom heeft Jakob Gods hulp, Zijn
bescherming en Zijn redding nodig.

967
00:56:51,090 --> 00:56:56,190
Zie, Ik maak u tot een scherpe dorsslede,
een nieuwe, met puntige pinnen.

968
00:56:56,190 --> 00:57:00,870
U zult bergen dorsen en verpulveren,
en heuvels maken als kaf.

969
00:57:00,870 --> 00:57:06,030
U zult ze wannen, de wind zal ze
opnemen, en de storm zal ze verspreiden.

970
00:57:06,030 --> 00:57:08,910
Maar ú zult zich verheugen in de HEERE,

971
00:57:08,910 --> 00:57:12,030
in de Heilige van Israël
zult u zich beroemen.

972
00:57:12,030 --> 00:57:16,170
Het is moeilijk te bepalen hoe dit in
enig opzicht vervuld zou worden doordat de

973
00:57:16,170 --> 00:57:18,810
terugkerende ballingen de volken dorsen.

974
00:57:18,810 --> 00:57:21,570
Het kan zijn dat de
tarwe in zekere zin het

975
00:57:21,570 --> 00:57:25,530
overblijfsel is dat teruggaat naar
Jeruzalem, en dat het kaf dat ervan wordt

976
00:57:25,530 --> 00:57:28,770
gescheiden, bestaat uit
degenen die achterblijven.

977
00:57:28,770 --> 00:57:32,490
Maar hier worden de volken
gedorst, niet het volk Israël.

978
00:57:32,490 --> 00:57:36,090
Daarom kan dit zijn vervulling vinden
in de loopbaan van de gemeente.

979
00:57:36,090 --> 00:57:40,530
De gemeente gaat beslist uit naar de
volken en haalt door evangelisatie

980
00:57:40,530 --> 00:57:42,750
de tarwe tussen het kaf vandaan.

981
00:57:42,750 --> 00:57:45,810
Dat kan de uiteindelijke
bedoeling van deze passage zijn,

982
00:57:45,810 --> 00:57:49,290
die vooruitziet naar de
messiaanse tijd en, als het ware,

983
00:57:49,290 --> 00:57:52,770
naar de veroveringen van de gemeente
door middel van het Evangelie.

984
00:57:52,770 --> 00:57:56,310
De ellendigen en de armen zoeken
water, maar het is er niet,

985
00:57:56,310 --> 00:57:58,410
hun tong versmacht van dorst.

986
00:57:58,410 --> 00:58:04,830
Ík, de HEERE, zal hen verhoren, Ik, de
God van Israël, zal hen niet verlaten.

987
00:58:04,830 --> 00:58:09,570
Ik zal op kale hoogten rivieren doen
ontspringen, midden in valleien bronnen.

988
00:58:09,570 --> 00:58:12,150
Ik zal de woestijn
maken tot een waterpoel,

989
00:58:12,150 --> 00:58:14,430
het dorre land tot waterbronnen.

990
00:58:14,430 --> 00:58:17,970
We kunnen zien dat Jesaja
dezelfde man is die de eerste

991
00:58:17,970 --> 00:58:19,770
negenendertig hoofdstukken schrijft.

992
00:58:19,770 --> 00:58:22,830
Dit is een van zijn favoriete
beelden in het eerdere gedeelte.

993
00:58:22,830 --> 00:58:25,950
Ook in dit gedeelte blijft
dat beeld veel voorkomen.

994
00:58:25,950 --> 00:58:32,970
Ik zal in de woestijn de ceder zetten, de
acacia, de mirt en de olie houdende boom.

995
00:58:32,970 --> 00:58:37,890
Ik zal in de wildernis de cipres
plaatsen, samen met plataan en dennenboom,

996
00:58:37,890 --> 00:58:42,450
opdat men ziet en erkent,
bedenkt en tevens inziet

997
00:58:42,450 --> 00:58:45,330
dat de hand van de HEERE dit gedaan heeft,

998
00:58:45,330 --> 00:58:48,570
en de Heilige van Israël
het geschapen heeft.

999
00:58:48,570 --> 00:58:51,450
Kom naderbij met uw
aanklacht, zegt de HEERE,

1000
00:58:51,450 --> 00:58:55,230
kom maar naar voren met uw
bewijzen, zegt de Koning van Jakob.

1001
00:58:55,230 --> 00:58:59,910
Dit is een uitdaging die wordt voorgelegd
aan de afgoden en aan de afgodische mensen

1002
00:58:59,910 --> 00:59:01,290
die ze aanbidden.

1003
00:59:01,290 --> 00:59:06,090
Laten zij naar voren brengen en ons
bekendmaken de dingen die zullen gebeuren.

1004
00:59:06,090 --> 00:59:08,790
De dingen van vroeger — wat waren ze?

1005
00:59:08,790 --> 00:59:13,230
Maak het bekend, en wij zullen het ter
harte nemen en het einde ervan weten,

1006
00:59:13,230 --> 00:59:15,690
of doe ons de komende dingen horen.

1007
00:59:15,690 --> 00:59:18,390
Maak de dingen bekend
die hierna zullen komen,

1008
00:59:18,390 --> 00:59:20,910
en wij zullen weten dat u goden bent.

1009
00:59:20,910 --> 00:59:25,470
Doe tenminste iets, goed of kwaad,
en wij zullen verschrikt zijn

1010
00:59:25,470 --> 00:59:27,450
en het tezamen inzien.

1011
00:59:27,450 --> 00:59:29,910
Wat dan ook. Doe iets.

1012
00:59:29,910 --> 00:59:34,890
Blijf daar alleen niet zitten als
een stom standbeeld. Vertel ons iets.

1013
00:59:34,890 --> 00:59:37,470
Als jullie ons de toekomst
niet kunnen vertellen,

1014
00:59:37,470 --> 00:59:39,990
vertel ons dan ten minste het verleden.

1015
00:59:39,990 --> 00:59:42,990
Dat zou geen al te grote
opgave moeten zijn.

1016
00:59:42,990 --> 00:59:45,090
Maar zelfs dat kunnen jullie niet.

1017
00:59:45,090 --> 00:59:47,970
Goed dan, doe iets goeds of iets slechts.

1018
00:59:47,970 --> 00:59:50,610
Jullie kunnen geen goed of kwaad doen.

1019
00:59:50,610 --> 00:59:52,290
Jullie kunnen niets doen.

1020
00:59:52,290 --> 00:59:55,650
De afgod is volkomen
machteloos om iets te doen.

1021
00:59:55,650 --> 00:59:59,610
Hij zegt in het bijzonder: als jullie
ons de toekomst kunnen vertellen,

1022
00:59:59,610 --> 01:00:03,330
zullen we weten dat jullie echt
goden zijn, want God kan dat.

1023
01:00:03,330 --> 01:00:08,130
God zegt daarmee impliciet: ‘Jullie kunnen
weten dat Ik God ben, omdat Ik dat doe.

1024
01:00:08,130 --> 01:00:09,630
Ik vertel de toekomst.

1025
01:00:09,630 --> 01:00:12,630
Maar jullie, valse
goden, kunnen dat niet.’

1026
01:00:12,630 --> 01:00:14,850
Jullie kunnen niet doen
wat een god kan doen,

1027
01:00:14,850 --> 01:00:17,550
en zelfs niet wat een
levend wezen kan doen.

1028
01:00:17,550 --> 01:00:19,470
Jullie kunnen je niet bewegen.

1029
01:00:19,470 --> 01:00:23,010
Jullie kunnen geen geluid
maken. Jullie kunnen niets doen.

1030
01:00:23,010 --> 01:00:25,350
Jullie zijn een waardeloos stuk hout.

1031
01:00:25,350 --> 01:00:29,310
Toch stellen mensen hun vertrouwen
in jullie in plaats van in Jahweh.

1032
01:00:29,310 --> 01:00:31,290
Dat wordt hier aangegeven.

1033
01:00:31,290 --> 01:00:36,150
Zie, u bent minder dan niets, en uw
werk is minder dan een nietig ding;

1034
01:00:36,150 --> 01:00:38,790
een gruwel is hij die voor u kiest.

1035
01:00:38,790 --> 01:00:44,070
Dat wil zeggen: iemand die ervoor kiest
de afgod te aanbidden in plaats van God,

1036
01:00:44,070 --> 01:00:45,750
is zelf een gruwel.

1037
01:00:45,750 --> 01:00:48,750
Dat is een term die in de Schrift
gewoonlijk voor de afgoden

1038
01:00:48,750 --> 01:00:50,490
zelf wordt gebruikt.

1039
01:00:50,490 --> 01:00:55,050
‘Gruwel’ is in het Oude Testament meestal
een term die voor een afgod zelf wordt

1040
01:00:55,050 --> 01:00:57,330
gebruikt. Het is een gruwel.

1041
01:00:57,330 --> 01:01:00,750
Maar de man die een afgod
kiest, is ook een gruwel.

1042
01:01:00,750 --> 01:01:05,370
Ik doe Iemand opstaan uit
het noorden en Hij zal komen:

1043
01:01:05,370 --> 01:01:10,410
vanwaar de zon opkomt zal Hij Mijn
Naam aanroepen; Hij zal komen,

1044
01:01:10,410 --> 01:01:15,210
de machthebbers als leem vertreden en
zoals een pottenbakker klei treedt.

1045
01:01:15,210 --> 01:01:18,210
Dit is ongetwijfeld Cyrus de Tweede.

1046
01:01:18,210 --> 01:01:22,050
Waarom kwam hij eerder uit het
oosten en nu uit het noorden?

1047
01:01:22,050 --> 01:01:26,550
Omdat hij vanuit het gezichtspunt van
Israël werkelijk uit het oosten komt,

1048
01:01:26,550 --> 01:01:29,190
maar wel vanuit het noorden aanvalt.

1049
01:01:29,190 --> 01:01:32,250
Perzië ligt ten noordoosten van Israël.

1050
01:01:32,250 --> 01:01:35,430
Hij komt dus uit het
noorden of uit het oosten,

1051
01:01:35,430 --> 01:01:37,950
afhankelijk van hoe
nauwkeurig je het wilt zeggen.

1052
01:01:37,950 --> 01:01:41,850
Gewoonlijk werd van de vijanden die Israël
binnenvielen gezegd dat ze uit het noorden

1053
01:01:41,850 --> 01:01:45,450
kwamen, zelfs als ze uit
het oosten afkomstig waren.

1054
01:01:45,450 --> 01:01:49,290
Dat kwam doordat ze bovenlangs de
Jordaan moesten trekken en dan naar het

1055
01:01:49,290 --> 01:01:50,970
zuiden moesten afdalen.

1056
01:01:50,970 --> 01:01:54,030
Dat was gemakkelijker dan
de Jordaan oversteken.

1057
01:01:54,030 --> 01:01:57,750
Daarom kwamen invallers, zelfs
als ze uit het oosten kwamen,

1058
01:01:57,750 --> 01:02:01,950
gewoonlijk vanuit het noorden naar
beneden wanneer ze Israël binnentrokken.

1059
01:02:01,950 --> 01:02:05,070
Van Babylon werd gezegd dat
het uit het noorden kwam,

1060
01:02:05,070 --> 01:02:08,250
hoewel het in veel opzichten
meer naar het oosten ligt.

1061
01:02:08,250 --> 01:02:12,750
Dit verwijst in elk geval naar Cyrus, van
wie eerder ook werd gezegd dat hij uit

1062
01:02:12,750 --> 01:02:14,190
het oosten kwam.

1063
01:02:14,190 --> 01:02:18,330
Vanaf zonsopgang — dat
wil zeggen: het oosten.

1064
01:02:18,330 --> 01:02:21,390
Hij komt dus uit het
noorden en het oosten.

1065
01:02:21,390 --> 01:02:24,990
Het is dus duidelijk niet
tegenstrijdig, maar hij lijkt uit het

1066
01:02:24,990 --> 01:02:26,610
noordoosten te komen.

1067
01:02:26,610 --> 01:02:30,750
Ik neem aan dat hiermee wordt gezegd
dat de vorsten tegenover hem niet

1068
01:02:30,750 --> 01:02:33,090
sterker zullen zijn dan mortel.

1069
01:02:33,090 --> 01:02:37,410
Steen is sterk, en mortel wordt
gebruikt om stenen bij elkaar te houden,

1070
01:02:37,410 --> 01:02:39,930
maar mortel zelf is niet sterk.

1071
01:02:39,930 --> 01:02:44,130
Daarom zullen de vorsten worden
verslagen alsof ze mortel waren.

1072
01:02:44,130 --> 01:02:47,310
Het is bijna alsof de hele muur
die weerstand aan hem biedt,

1073
01:02:47,310 --> 01:02:51,030
van mortel is gemaakt en
helemaal geen steen bevat.

1074
01:02:51,030 --> 01:02:54,930
Hij zal hen vertrappen zoals
een pottenbakker klei vertrapt.

1075
01:02:54,930 --> 01:02:57,450
_[Vertalersnoot: Deze uitleg
volgt het Engelse ‘mortar’.

1076
01:02:57,450 --> 01:03:02,610
De HSV heeft hier ‘leem’ en
sluit daarmee rechtstreeks aan

1077
01:03:02,610 --> 01:03:06,810
bij het daaropvolgende beeld van klei die
door een pottenbakker wordt getreden.]_

1078
01:03:06,810 --> 01:03:11,250
Wie heeft het van het begin af
verkondigd, zodat wij het kunnen weten,

1079
01:03:11,250 --> 01:03:15,270
of van tevoren, dat wij
kunnen zeggen: Het is terecht?

1080
01:03:15,270 --> 01:03:19,410
Maar er is niemand die het verkondigt,
ook niemand die iets horen doet,

1081
01:03:19,410 --> 01:03:21,810
ook niemand die uw woorden hoort.

1082
01:03:21,810 --> 01:03:26,970
Met andere woorden: waar is de man die
al die tijd op rechtvaardige wijze namens

1083
01:03:26,970 --> 01:03:28,830
God heeft gesproken?

1084
01:03:28,830 --> 01:03:30,630
Er lijken er geen te zijn.

1085
01:03:30,630 --> 01:03:34,170
_[Vertalersnoot: De uitleg volgt
hier de persoonlijke Engelse lezing

1086
01:03:34,170 --> 01:03:35,790
‘He is righteous’.

1087
01:03:35,790 --> 01:03:40,830
De HSV vertaalt de woorden
onpersoonlijk met ‘Het is terecht’.]_

1088
01:03:40,830 --> 01:03:46,051
Ik , de Eerste, zeg tegen
Sion: Zie, zie ze daar !

1089
01:03:46,051 --> 01:03:50,010
en tegen Jeruzalem: Ik zal
een Vreugde bode geven.

1090
01:03:50,010 --> 01:03:54,990
Want Ik zag toe, maar er was
niemand, zelfs niet onder dezen,

1091
01:03:54,990 --> 01:04:01,230
er was geen raadsman, dat Ik hun iets zou
vragen en zij Mij antwoord zouden geven.

1092
01:04:01,230 --> 01:04:05,370
Zie, zij allen zijn nietigheid,
hun werken zijn niets,

1093
01:04:05,370 --> 01:04:08,730
hun gegoten beelden zijn wind en leegte.

1094
01:04:08,730 --> 01:04:14,250
Ik denk dat dit meer retorisch bedoeld is,
en het gaat nog steeds over de afgoden.

1095
01:04:14,250 --> 01:04:18,870
Is er soms een mens, een profeet
die namens die andere goden spreekt,

1096
01:04:18,870 --> 01:04:20,550
die ons iets kan vertellen?

1097
01:04:20,550 --> 01:04:22,950
Is er soms een god die kan spreken?

1098
01:04:22,950 --> 01:04:25,170
Ik zoek hier naar antwoorden.

1099
01:04:25,170 --> 01:04:28,770
Niemand kan Mij enig
antwoord geven. Hoe zit dat?

1100
01:04:28,770 --> 01:04:30,930
Hij zegt dat ze waardeloos zijn.

1101
01:04:30,930 --> 01:04:35,670
Hij heeft het over de valse goden en
de profeten die namens hen spreken.

1102
01:04:35,670 --> 01:04:37,290
Ze hebben geen antwoorden.

1103
01:04:37,290 --> 01:04:38,730
Ze kunnen geen raad geven.

1104
01:04:38,730 --> 01:04:41,730
Ze kunnen de toekomst al
helemaal niet voorzeggen.

1105
01:04:41,730 --> 01:04:46,890
God zegt dat spottend, omdat Hij en Zijn
profeten al die dingen wel kunnen en Hij

1106
01:04:46,890 --> 01:04:48,390
dat heeft aangetoond.

1107
01:04:48,390 --> 01:04:50,910
De volgende keer
behandelen we hoofdstuk 42.
