1
00:00:02,070 --> 00:00:04,770
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,770 --> 00:00:11,130
Deze keer behandelen we Jesaja
hoofdstuk 42 tot en met 48.

3
00:00:11,130 --> 00:00:14,190
We gaan naar Jesaja hoofdstuk 42.

4
00:00:14,190 --> 00:00:18,630
We zijn in dit gedeelte van Jesaja
inmiddels twee hoofdstukken gevorderd.

5
00:00:18,630 --> 00:00:21,690
Het gaat om de laatste 27 hoofdstukken,

6
00:00:21,690 --> 00:00:25,410
die samen het zogenaamde
Boek van Vertroosting vormen.

7
00:00:25,410 --> 00:00:30,510
Ik zou graag willen denken dat we
tot en met hoofdstuk 48 zullen komen,

8
00:00:30,510 --> 00:00:35,130
want hoofdstuk 48 brengt ons
aan het einde van de eerste

9
00:00:35,130 --> 00:00:39,570
onderafdeling van dit gedeelte,
de eerste negen hoofdstukken.

10
00:00:39,570 --> 00:00:43,770
Het zou moeilijk zijn om zeven
hoofdstukken tegelijk te behandelen.

11
00:00:43,770 --> 00:00:48,570
Het zou eigenlijk al moeilijk zijn om
ze alleen maar hardop voor te lezen.

12
00:00:48,570 --> 00:00:50,670
Dat zijn heel wat hoofdstukken.

13
00:00:50,670 --> 00:00:54,270
Maar ik denk dat ik zal proberen
de thema’s eruit te halen die

14
00:00:54,270 --> 00:00:56,010
telkens worden herhaald.

15
00:00:56,010 --> 00:01:00,030
Misschien herinner je het je niet,
maar er zijn bepaalde thema’s die

16
00:01:00,030 --> 00:01:04,770
steeds weer terugkomen, en hij
zegt deze dingen telkens opnieuw.

17
00:01:04,770 --> 00:01:08,850
In dit gedeelte, de
hoofdstukken 40 tot en met 48,

18
00:01:08,850 --> 00:01:12,270
ligt de nadruk op Gods
bevrijding van Zijn volk.

19
00:01:12,270 --> 00:01:17,430
Er zijn verscheidene passages waarin wordt
vermeld dat het volk Israël dit eigenlijk

20
00:01:17,430 --> 00:01:21,750
niet waard is en dat het nog
steeds zeer halsstarrig is,

21
00:01:21,750 --> 00:01:26,010
maar dat Hij hen ter wille van
Zijn eigen Naam toch zal redden.

22
00:01:26,010 --> 00:01:30,930
Deze redding staat natuurlijk in de
context van hun ballingschap in Babylon.

23
00:01:30,930 --> 00:01:35,310
Het gaat erover dat zij worden
bevrijd uit die periode van 70

24
00:01:35,310 --> 00:01:37,650
jaar Babylonische gevangenschap.

25
00:01:37,650 --> 00:01:41,730
Degene door wie dat gebeurde,
was een man die Cyrus heette.

26
00:01:41,730 --> 00:01:46,590
Toen we hoofdstuk 41 bespraken, hebben
we al gezien dat daar naar Cyrus werd

27
00:01:46,590 --> 00:01:49,770
verwezen, al werd hij nog
niet bij zijn naam genoemd.

28
00:01:49,770 --> 00:01:52,410
Verderop zal hij wel bij
zijn naam worden genoemd.

29
00:01:52,410 --> 00:01:58,170
Maar in hoofdstuk 41, vers 2,
wordt over God gesproken als Iemand

30
00:01:58,170 --> 00:02:02,370
Die iemand uit het oosten
heeft doen opstaan. Er staat:

31
00:02:02,370 --> 00:02:06,390
Wie heeft vanwaar de zon opkomt
de rechtvaardige doen opstaan,

32
00:02:06,390 --> 00:02:08,370
hem geroepen om te gaan?

33
00:02:08,370 --> 00:02:11,130
Wie heeft heidenvolken
aan hem overgeleverd

34
00:02:11,130 --> 00:02:13,350
en doet hem koningen vertreden?

35
00:02:13,350 --> 00:02:16,950
Wie heeft hen als stof
overgeleverd aan zijn zwaard,

36
00:02:16,950 --> 00:02:19,830
als wegwaaiende stoppels aan zijn boog?

37
00:02:19,830 --> 00:02:24,270
Hiermee wordt gezegd dat God
Degene is Die de volken en de

38
00:02:24,270 --> 00:02:27,630
tegenstanders van Cyrus
aan hem heeft overgegeven,

39
00:02:27,630 --> 00:02:30,750
zodat niemand tegen
Cyrus stand kon houden.

40
00:02:30,750 --> 00:02:34,230
Cyrus was degene die de
Medo-Perzische legers

41
00:02:34,230 --> 00:02:38,970
tegen het Babylonische Rijk
aanvoerde en dat rijk veroverde.

42
00:02:38,970 --> 00:02:44,670
Babylon viel in 539 voor
Christus in handen van Cyrus.

43
00:02:44,670 --> 00:02:49,530
Ongeveer een jaar later vaardigde
Cyrus een decreet uit waardoor alle

44
00:02:49,530 --> 00:02:54,270
volken die door Babylon in gevangenschap
waren weggevoerd mochten terugkeren.

45
00:02:54,270 --> 00:02:57,390
Daartoe behoorden de
Joden, maar ook anderen.

46
00:02:57,390 --> 00:03:01,650
Er werd een decreet uitgevaardigd dat
iedereen die bij de eerdere veroveringen

47
00:03:01,650 --> 00:03:06,030
door de Babyloniërs tegen zijn wil
uit zijn eigen land was weggevoerd,

48
00:03:06,030 --> 00:03:09,030
nu mocht terugkeren als hij dat wilde.

49
00:03:09,030 --> 00:03:12,390
Cyrus stelde zelfs bepaalde
overheidsgelden beschikbaar om de

50
00:03:12,390 --> 00:03:16,230
terugkeer van de Joden onder
Zerubbabel te ondersteunen.

51
00:03:16,230 --> 00:03:20,970
De Perzische overheid financierde een
deel van de herbouw van de tempel.

52
00:03:20,970 --> 00:03:25,830
Hij moedigde echter ook de Joden in
Babylon die niet terugkeerden aan om

53
00:03:25,830 --> 00:03:30,870
financieel te helpen en bij te dragen aan
degenen die wel teruggingen om de tempel

54
00:03:30,870 --> 00:03:32,130
opnieuw te bouwen.

55
00:03:32,130 --> 00:03:35,610
Dit was het herstel van de
Joden uit hun gevangenschap,

56
00:03:35,610 --> 00:03:38,730
zodat ze naar het Beloofde
Land konden terugkeren.

57
00:03:38,730 --> 00:03:41,790
Het was in sterke mate een
herhaling van de uittocht,

58
00:03:41,790 --> 00:03:45,750
waarbij God het gezin van Jakob
naar Egypte had verbannen.

59
00:03:45,750 --> 00:03:51,570
Bedenk dat Abraham, Izak en Jakob
in het Beloofde Land waren begonnen.

60
00:03:51,570 --> 00:03:54,930
Daar waren ze voordat
ze naar Egypte gingen.

61
00:03:54,930 --> 00:03:59,490
Ze verkeerden dus een tijdlang in
ballingschap in Egypte, een lange tijd,

62
00:03:59,490 --> 00:04:03,750
en vervolgens werden ze door Mozes
teruggeleid naar het Beloofde Land.

63
00:04:03,750 --> 00:04:09,930
In dit geval is de bevrijder niet
Mozes, maar Cyrus, de Pers, de heiden.

64
00:04:09,930 --> 00:04:14,610
God noemt Cyrus iemand die Hij,
God, aan Zijn voeten heeft geroepen.

65
00:04:14,610 --> 00:04:19,170
Het is alsof een man zijn dienaar roept
om voor hem aan zijn voeten te komen staan

66
00:04:19,170 --> 00:04:21,810
en hem vervolgens bevelen geeft.

67
00:04:21,810 --> 00:04:25,290
God zegt dat Hij de volken
aan hem heeft overgegeven.

68
00:04:25,290 --> 00:04:28,170
Dat hebben we in hoofdstuk 41 gezien.

69
00:04:28,170 --> 00:04:35,190
Ook in hoofdstuk 41, vers 25, zagen we
nog een verwijzing naar Cyrus. Er staat:

70
00:04:35,190 --> 00:04:39,150
Ik doe Iemand opstaan uit
het noorden en Hij zal komen:

71
00:04:39,150 --> 00:04:44,310
vanwaar de zon opkomt zal Hij Mijn
Naam aanroepen; Hij zal komen,

72
00:04:44,310 --> 00:04:48,990
de machthebbers als leem vertreden en
zoals een pottenbakker klei treedt.

73
00:04:48,990 --> 00:04:51,630
Dat betekent: uit het oosten.

74
00:04:51,630 --> 00:04:56,130
Dat wil zeggen dat zijn tegenstanders
hem niet meer weerstand zullen bieden dan

75
00:04:56,130 --> 00:04:58,530
klei aan een pottenbakker die erop trapt.

76
00:04:58,530 --> 00:05:04,230
De daaropvolgende uitleg over mortel
berust op de woordkeus „mortar” in de

77
00:05:04,230 --> 00:05:10,350
gebruikte Engelse Bijbelvertaling; de
hierboven geciteerde HSV heeft „leem”.

78
00:05:10,350 --> 00:05:14,730
Een muur die alleen uit mortel
bestaat, zou als pleisterwerk zijn.

79
00:05:14,730 --> 00:05:17,370
Het is niet moeilijk om
daar doorheen te breken.

80
00:05:17,370 --> 00:05:22,650
De meeste muren waren van steen gemaakt
en de kieren waren met mortel gevuld,

81
00:05:22,650 --> 00:05:26,190
maar een muur van mortel
zou niets voorstellen.

82
00:05:26,190 --> 00:05:30,270
Cyrus verovert dus zonder dat
enige tegenstand van betekenis

83
00:05:30,270 --> 00:05:32,010
hem kan tegenhouden.

84
00:05:32,010 --> 00:05:35,310
We zullen Cyrus telkens
opnieuw genoemd zien worden.

85
00:05:35,310 --> 00:05:39,630
Als we bijvoorbeeld naar de
hoofdstukken 44 en 45 kijken,

86
00:05:39,630 --> 00:05:42,330
staat daar een tamelijk
lang gedeelte over hem

87
00:05:42,330 --> 00:05:45,510
waarin hij daadwerkelijk
bij zijn naam wordt genoemd.

88
00:05:45,510 --> 00:05:49,110
Houd in gedachten dat Cyrus
nog niet geboren was toen deze

89
00:05:49,110 --> 00:05:51,150
profetieën werden uitgesproken.

90
00:05:51,150 --> 00:05:54,510
Hij werd ongeveer 150 jaar later geboren.

91
00:05:54,510 --> 00:05:57,030
De daden die aan hem worden toegeschreven,

92
00:05:57,030 --> 00:06:01,350
namelijk dat hij de Joden toestemming
geeft om terug te keren en Jeruzalem te

93
00:06:01,350 --> 00:06:06,570
herbouwen, werden per decreet
bepaald toen Cyrus 50 jaar oud was.

94
00:06:06,570 --> 00:06:11,430
Er wordt dus 200 jaar voordat het
gebeurt een gebeurtenis voorzegd,

95
00:06:11,430 --> 00:06:14,070
en degene die daarin optreedt is Cyrus,

96
00:06:14,070 --> 00:06:17,670
die 150 jaar voordat hij
zelfs maar geboren wordt

97
00:06:17,670 --> 00:06:19,590
al bij zijn naam wordt genoemd.

98
00:06:19,590 --> 00:06:25,050
In hoofdstuk 44, vers 26,
staat dat God Degene is

99
00:06:25,050 --> 00:06:29,910
Die het woord van Zijn knecht bevestigt en
de raad van Zijn boodschappers volbrengt,

100
00:06:29,910 --> 00:06:31,830
Die tegen Jeruzalem zegt:

101
00:06:31,830 --> 00:06:36,750
Die het woord van Zijn knecht gestand
doet, en de raad van Zijn boden volbrengt;

102
00:06:36,750 --> 00:06:41,970
Die tegen Jeruzalem zegt: U zult bewoond
worden, en tegen de steden van Juda:

103
00:06:41,970 --> 00:06:46,410
U zult herbouwd worden, en: Ik
doe hun puinhopen herrijzen;

104
00:06:46,410 --> 00:06:48,390
en tegen de steden van Juda:

105
00:06:48,390 --> 00:06:50,730
Jij zult worden herbouwd, en:

106
00:06:50,730 --> 00:06:53,250
Ik zal haar verwoeste
plekken weer opbouwen.

107
00:06:53,250 --> 00:06:57,750
God bepaalt dus dat de schade die
Nebukadnezar zo’n zeventig jaar eerder

108
00:06:57,750 --> 00:07:00,510
heeft aangericht, hersteld zal worden.

109
00:07:00,510 --> 00:07:04,170
Juda zal worden herbouwd, de
gebouwen zullen worden herbouwd,

110
00:07:04,170 --> 00:07:07,950
en Jeruzalem zal worden
herbouwd. En er staat:

111
00:07:07,950 --> 00:07:13,950
Die tegen de diepte zegt: Word droog,
uw rivieren zal Ik doen opdrogen;

112
00:07:13,950 --> 00:07:20,190
Die over Kores zegt: Hij is Mijn herder,
en hij zal al Mijn welbehagen volbrengen,

113
00:07:20,190 --> 00:07:24,090
door tegen Jeruzalem te zeggen:
Word gebouwd, en tegen de

114
00:07:24,090 --> 00:07:27,030
tempel: Word gegrondvest.

115
00:07:27,030 --> 00:07:31,050
Natuurlijk heeft Kores inderdaad een
bevel uitgevaardigd dat Jeruzalem

116
00:07:31,050 --> 00:07:32,430
herbouwd mocht worden.

117
00:07:32,430 --> 00:07:36,150
Hij gaf het overblijfsel van Israël
toestemming om terug te gaan,

118
00:07:36,150 --> 00:07:39,270
als zij dat wilden, en
de stad te herbouwen.

119
00:07:39,270 --> 00:07:43,050
Het gaat verder in hoofdstuk 45, vers 1:

120
00:07:43,050 --> 00:07:46,950
Zo zegt de HEERE tegen
Zijn gezalfde, tegen Kores,

121
00:07:46,950 --> 00:07:51,990
die Ik vastgrijp bij zijn rechterhand,
om de volken vóór hem neer te werpen,

122
00:07:51,990 --> 00:07:57,150
en de lendenen van koningen zal Ik
ontgorden; om deuren voor hem te openen,

123
00:07:57,150 --> 00:08:02,070
poorten zullen niet gesloten
worden: Zelf zal Ik voor u uit gaan,

124
00:08:02,070 --> 00:08:07,110
het oneffene zal Ik rechtmaken,
bronzen deuren zal Ik openbreken,

125
00:08:07,110 --> 00:08:09,870
en ijzeren grendels stukbreken.

126
00:08:09,870 --> 00:08:14,790
En Ik zal u geven schatten die in het
duister zijn, verborgen rijkdommen,

127
00:08:14,790 --> 00:08:20,550
opdat u zult weten dat Ik de HEERE
ben, Die u bij uw naam roept,

128
00:08:20,550 --> 00:08:22,530
de God van Israël.

129
00:08:22,530 --> 00:08:29,670
Ter wille van Jakob, Mijn dienaar, Israël,
Mijn uitverkorene, riep Ik u bij uw naam;

130
00:08:29,670 --> 00:08:32,970
Ik gaf u een erenaam,
hoewel u Mij niet kende.

131
00:08:32,970 --> 00:08:38,370
Ik ben de HEERE, en niemand
anders, buiten Mij is er geen God.

132
00:08:38,370 --> 00:08:41,370
Ik zal u omgorden,
hoewel u Mij niet kende,

133
00:08:41,370 --> 00:08:45,750
Kores doet dit dus niet als iemand die
bewust als dienaar van Jahweh optreedt,

134
00:08:45,750 --> 00:08:48,570
maar hij is wel de gezalfde van Jahweh.

135
00:08:48,570 --> 00:08:52,350
In vers 1 staat dat God hem
heeft gezalfd, of aangesteld,

136
00:08:52,350 --> 00:08:57,450
en hem de bevoegdheid heeft gegeven om
eropuit te gaan en te doen wat hij doet.

137
00:08:57,450 --> 00:09:00,870
We hebben natuurlijk al verschillende
passages over Kores gelezen

138
00:09:00,870 --> 00:09:04,710
waarin staat dat God de volken
aan hem heeft overgeleverd.

139
00:09:04,710 --> 00:09:07,890
Maar hier gaat het niet alleen
over de volken in het algemeen,

140
00:09:07,890 --> 00:09:10,530
maar specifiek over Babylon.

141
00:09:10,530 --> 00:09:14,550
In vers 27 van hoofdstuk 44 staat:

142
00:09:14,550 --> 00:09:20,190
Wie zegt tegen de diepte: droog op,
en Ik zal je rivieren droogleggen?

143
00:09:20,190 --> 00:09:24,990
Zoals ik eerder heb aangegeven, hield
de verovering van Babylon onder meer in

144
00:09:24,990 --> 00:09:30,090
dat de rivier de Eufraat werd
drooggelegd, en Kores heeft dit gedaan.

145
00:09:30,090 --> 00:09:34,170
Kores leidde de rivier om op de
plaats waar die onder de muren van

146
00:09:34,170 --> 00:09:36,570
Babylon door stroomde.

147
00:09:36,570 --> 00:09:39,510
Babylon was in feite onneembaar.

148
00:09:39,510 --> 00:09:41,610
Het had geen zwakke plekken.

149
00:09:41,610 --> 00:09:45,750
Volgens Herodotus waren de
muren negentig meter hoog.

150
00:09:45,750 --> 00:09:51,270
Ze waren naar men zegt zo dik dat er
boven op de muur een snelweg met acht

151
00:09:51,270 --> 00:09:53,070
rijstroken had kunnen liggen.

152
00:09:53,070 --> 00:09:58,890
Het was dus als een autosnelweg met
acht rijstroken. Hoe breed is dat?

153
00:09:58,890 --> 00:10:00,210
Behoorlijk breed.

154
00:10:00,210 --> 00:10:03,690
Dat is een enorme, brede, dikke muur.

155
00:10:03,690 --> 00:10:06,450
Deze muur liep rond de hele stad.

156
00:10:06,450 --> 00:10:11,430
Het spreekt vanzelf dat er in die tijd
geen enkele militaire technologie bestond

157
00:10:11,430 --> 00:10:15,510
waarmee men over zulke muren
heen of erdoorheen kon komen.

158
00:10:15,510 --> 00:10:19,890
Er waren natuurlijk poorten, maar
dat waren sterke bronzen poorten.

159
00:10:19,890 --> 00:10:22,950
De rivier de Eufraat
stroomde door de stad,

160
00:10:22,950 --> 00:10:26,430
wat betekende dat hij onder
de muur door moest stromen.

161
00:10:26,430 --> 00:10:30,450
Dat vormde dus een kwetsbare
plek, maar Babylon wist dat.

162
00:10:30,450 --> 00:10:34,530
Daarom hadden ze sterke bronzen
poorten in de rivierbedding geplaatst,

163
00:10:34,530 --> 00:10:38,070
die het water wel de stad
binnenlieten, maar mensen niet.

164
00:10:38,070 --> 00:10:41,730
Wat we echter ontdekken — en
dit is historische informatie;

165
00:10:41,730 --> 00:10:44,790
de Bijbel beschrijft
niet dat dit gebeurde,

166
00:10:44,790 --> 00:10:50,850
maar volgens de geschiedenis is het zo
gegaan — is dat Kores de rivier omleidde.

167
00:10:50,850 --> 00:10:54,390
Hij legde de rivierbedding droog
op de plaats waar de rivier

168
00:10:54,390 --> 00:10:58,050
onder de muur door liep en
trok onder de muur door.

169
00:10:58,050 --> 00:11:01,050
Hij veroverde de stad
vrijwel zonder strijd,

170
00:11:01,050 --> 00:11:05,910
omdat Belsazar en al zijn generaals
een dronken feestmaal hielden.

171
00:11:05,910 --> 00:11:08,610
Daarover lezen we in Daniël 5.

172
00:11:08,610 --> 00:11:11,670
Maar de poorten onder de
muur, in de rivierbedding,

173
00:11:11,670 --> 00:11:14,130
stonden inderdaad voor hem open.

174
00:11:14,130 --> 00:11:17,790
Historici opperen dat hij medewerkers
in de stad moet hebben gehad die

175
00:11:17,790 --> 00:11:21,150
sympathie hadden voor zijn plannen
om de stad te veroveren en die de

176
00:11:21,150 --> 00:11:22,830
poorten hadden geopend.

177
00:11:22,830 --> 00:11:24,630
Dat is heel goed mogelijk.

178
00:11:24,630 --> 00:11:27,510
De Bijbel vertelt ons niet
hoe de poorten werden geopend.

179
00:11:27,510 --> 00:11:30,270
Maar er staat wel dat God dit deed.

180
00:11:30,270 --> 00:11:32,730
En God had dat natuurlijk
door mensen kunnen doen,

181
00:11:32,730 --> 00:11:36,330
of Hij had het bovennatuurlijk
kunnen doen, misschien door engelen.

182
00:11:36,330 --> 00:11:40,950
Dat zou dan net zo zijn als bij de
engelen die in Handelingen 12 voor Petrus

183
00:11:40,950 --> 00:11:43,170
de deuren van de gevangenis openden.

184
00:11:43,170 --> 00:11:47,310
Toen hij in de gevangenis zat, kwam er
een engel die de gevangenisdeuren opende.

185
00:11:47,310 --> 00:11:51,390
Misschien werden deze poorten
geopend door engelen, of door mensen,

186
00:11:51,390 --> 00:11:53,310
of eenvoudigweg door God.

187
00:11:53,310 --> 00:11:58,350
Maar het punt is dat vers 1
van hoofdstuk 45 zegt dat God

188
00:11:58,350 --> 00:12:03,570
volken voor Kores zal onderwerpen en de
wapenrusting van koningen zal losmaken,

189
00:12:03,570 --> 00:12:05,910
om de dubbele deuren voor hem te openen,

190
00:12:05,910 --> 00:12:08,790
zodat de poorten niet
gesloten zullen zijn.

191
00:12:08,790 --> 00:12:13,590
Tweehonderd jaar voordat dit gebeurde,
werd dus voorspeld dat wanneer Kores

192
00:12:13,590 --> 00:12:17,310
Babylon zou aanvallen, de
rivier zou worden drooggelegd,

193
00:12:17,310 --> 00:12:21,450
de poorten open zouden staan
en God hem de stad zou geven.

194
00:12:21,450 --> 00:12:27,270
De veroveringen van Kores worden opnieuw
genoemd in hoofdstuk 45, vers 13.

195
00:12:27,270 --> 00:12:28,470
God zegt:

196
00:12:28,470 --> 00:12:31,290
Ík heb Kores doen
opstaan in gerechtigheid,

197
00:12:31,290 --> 00:12:34,050
en al zijn wegen zal Ik rechtmaken.

198
00:12:34,050 --> 00:12:38,250
Híj zal Mijn stad bouwen en hij
zal Mijn ballingen vrijlaten,

199
00:12:38,250 --> 00:12:43,230
zonder betaling en zonder geschenk,
zegt de HEERE van de legermachten.

200
00:12:43,230 --> 00:12:47,490
Dat wil zeggen: Israël hoefde
Kores niet af te kopen om zijn

201
00:12:47,490 --> 00:12:49,170
vrijheid te verkrijgen.

202
00:12:49,170 --> 00:12:54,330
Hij wilde hen eenvoudigweg laten gaan, de
stad Jeruzalem weer opgebouwd zien worden

203
00:12:54,330 --> 00:12:56,370
en de ballingen vrijlaten.

204
00:12:56,370 --> 00:13:00,030
Deze vele verwijzingen
naar Cyrus komen dus voor.

205
00:13:00,030 --> 00:13:05,250
De laatste in dit gedeelte staat
in vers 11 van hoofdstuk 46.

206
00:13:05,250 --> 00:13:11,070
Hoofdstuk 46, vers 11, zegt dat God
een roofvogel uit het oosten roept.

207
00:13:11,070 --> 00:13:14,430
Dit verwijst naar Cyrus. Hij noemt hem:

208
00:13:14,430 --> 00:13:19,890
Die een roofvogel roept uit het oosten,
een man van Mijn raad uit een ver land.

209
00:13:19,890 --> 00:13:24,690
Ja, Ik heb gesproken, Ik zal het ook
doen komen; Ik heb het geformeerd,

210
00:13:24,690 --> 00:13:25,830
Ik zal het ook doen.

211
00:13:25,830 --> 00:13:28,590
God benadrukt dat Hij dit doet.

212
00:13:28,590 --> 00:13:31,230
Door dit hele gedeelte heen zijn enkele

213
00:13:31,230 --> 00:13:35,070
thema’s met elkaar verweven
die hiermee verband houden.

214
00:13:35,070 --> 00:13:39,870
Cyrus liet niet alleen de Joden vrij;
hij liet ook andere volken vrij.

215
00:13:39,870 --> 00:13:43,530
Je zou dus kunnen zeggen: „Waarom
zouden we dit als het werk van

216
00:13:43,530 --> 00:13:45,030
Jahweh moeten zien?

217
00:13:45,030 --> 00:13:47,040
Misschien hebben de goden
van de andere volken,

218
00:13:47,040 --> 00:13:51,750
die Cyrus ook uit gevangenschap
bevrijdde, het gedaan.”

219
00:13:51,750 --> 00:13:56,190
God wijst erop dat hun goden het
niet hebben voorzegd. Hij zegt:

220
00:13:56,190 --> 00:13:59,250
De dingen van vroeger heb
Ik van oudsher verkondigd,

221
00:13:59,250 --> 00:14:03,090
uit Mijn mond zijn ze voortgekomen
en Ik heb ze doen horen.

222
00:14:03,090 --> 00:14:06,390
Plotseling heb Ik ze
gedaan en ze zijn gekomen.

223
00:14:06,390 --> 00:14:10,710
Omdat Ik wist dat u hard bent,
uw nek een ijzeren pees is,

224
00:14:10,710 --> 00:14:15,810
en uw voorhoofd van brons, daarom
heb Ik het u van oudsher verkondigd;

225
00:14:15,810 --> 00:14:20,190
voordat het kwam, heb Ik het u
doen horen, anders zou u zeggen:

226
00:14:20,190 --> 00:14:23,730
Mijn afgod heeft die dingen
gedaan, mijn gesneden beeld

227
00:14:23,730 --> 00:14:26,430
of mijn gegoten beeld heeft ze geboden.

228
00:14:26,430 --> 00:14:30,450
Geen enkel ander afgodsbeeld
kan zulke dingen voorspellen.

229
00:14:30,450 --> 00:14:33,870
Een van de zaken die telkens weer
door dit gedeelte heen lopen,

230
00:14:33,870 --> 00:14:38,370
is een veroordeling van afgoderij,
en in het bijzonder van beelden.

231
00:14:38,370 --> 00:14:43,290
Dat komt deels doordat de Babyloniërs
op afgodsbeelden vertrouwden.

232
00:14:43,290 --> 00:14:48,990
Hoofdstuk 46, vers 1 en 2, spreekt
bijvoorbeeld over de afgodsbeelden van de

233
00:14:48,990 --> 00:14:52,350
Babyloniërs, Bel en Nebo.

234
00:14:52,350 --> 00:14:57,930
Bel en Nebo waren de voornaamste
godheden van Babylon. Er staat:

235
00:14:57,930 --> 00:15:03,570
Bel is gekromd, Nebo neergebogen, hun
afgodsbeelden zijn geworden voor de dieren

236
00:15:03,570 --> 00:15:08,791
en voor de beesten; uw opgeladen pakken
zijn een last voor de vermoeide dieren .

237
00:15:08,791 --> 00:15:11,850
Tezamen zijn ze neergebogen, gekromd.

238
00:15:11,850 --> 00:15:16,110
Ze hebben de last niet kunnen redden,
maar zijn zelf in gevangenschap gegaan.

239
00:15:16,110 --> 00:15:20,430
Dit verwijst naar wat er gebeurde
toen de Perzen Babylon veroverden.

240
00:15:20,430 --> 00:15:22,530
Ze namen de afgodsbeelden mee.

241
00:15:22,530 --> 00:15:26,490
Daar zat ongetwijfeld veel
goud en zilver aan, enzovoort.

242
00:15:26,490 --> 00:15:30,210
Ze waren waardevol, en ze werden
als oorlogsbuit meegenomen

243
00:15:30,210 --> 00:15:32,550
en op de ruggen van dieren gelegd.

244
00:15:32,550 --> 00:15:36,270
Lastdieren moesten de afgodsbeelden
van Babylon wegdragen toen

245
00:15:36,270 --> 00:15:38,070
Babylon werd ingenomen.

246
00:15:38,070 --> 00:15:41,370
Jesaja zegt als het ware:
„Kijk daar eens naar.

247
00:15:41,370 --> 00:15:45,930
Daar gaan de goden van Babylon, die zelf
in gevangenschap worden weggevoerd.”

248
00:15:45,930 --> 00:15:49,710
Ze konden zichzelf niet
bevrijden, laat staan hun volk.

249
00:15:49,710 --> 00:15:52,830
Nu zijn ze alleen maar
een last voor dieren.

250
00:15:52,830 --> 00:15:55,830
Deze goden kunnen geen enkele last dragen.

251
00:15:55,830 --> 00:15:58,530
Ze konden de last niet wegnemen.

252
00:15:58,530 --> 00:16:02,070
„De last wegnemen” kan
zelfs een woordspeling zijn,

253
00:16:02,070 --> 00:16:07,530
omdat zoveel profetieën „lasten”
worden genoemd: de last tegen Tyrus,

254
00:16:07,530 --> 00:16:10,770
de last tegen de Filistijnen, enzovoort.

255
00:16:10,770 --> 00:16:13,350
Een profetisch woord is een last.

256
00:16:13,350 --> 00:16:16,410
De uitspraak dat ze de
last niet konden wegnemen,

257
00:16:16,410 --> 00:16:20,730
kan zelfs betekenen dat deze
goden niets konden voorspellen.

258
00:16:20,730 --> 00:16:24,450
Deze goden konden niet vertellen
wat er zou gaan gebeuren.

259
00:16:24,450 --> 00:16:26,130
Ze werden erdoor verrast.

260
00:16:26,130 --> 00:16:28,050
Ze konden niemand helpen.

261
00:16:28,050 --> 00:16:30,630
Ze konden zelfs zichzelf niet helpen.

262
00:16:30,630 --> 00:16:33,150
Ze gaan zelf in gevangenschap.

263
00:16:33,150 --> 00:16:36,990
Dit is een van de vele keren
dat Jesaja afgodsbeelden bespot

264
00:16:36,990 --> 00:16:39,690
omdat ze volkomen hulpeloos zijn.

265
00:16:39,690 --> 00:16:44,070
We kwamen dit thema in de vorige
lezing al tegen, in hoofdstuk 40.

266
00:16:44,070 --> 00:16:47,250
Hoofdstuk 40, vers 19, zegt:

267
00:16:47,250 --> 00:16:51,510
De vakman giet het beeld, de
edelsmid overtrekt het met goud

268
00:16:51,510 --> 00:16:54,091
en smeedt er zilveren kettingen voor .

269
00:16:54,091 --> 00:16:58,950
Wie te arm is voor een hefoffer, kiest
een stuk hout dat niet kan verrotten.

270
00:16:58,950 --> 00:17:01,110
Hij zoekt een kundig vakman voor zich uit

271
00:17:01,110 --> 00:17:03,990
om een beeld te vervaardigen
dat niet wankelt.

272
00:17:03,990 --> 00:17:06,690
In wezen zegt hij dat
mensen die het geld hebben,

273
00:17:06,690 --> 00:17:09,510
hun beelden van goud en zilver maken.

274
00:17:09,510 --> 00:17:13,530
Als ze goedkoop uit willen zijn, nemen
ze gewoon een boom en snijden daar

275
00:17:13,530 --> 00:17:14,730
een beeld uit.

276
00:17:14,730 --> 00:17:17,730
Maar hoe dan ook, of ze
nu geld hebben of niet,

277
00:17:17,730 --> 00:17:23,010
al deze mensen zijn erop gebrand beelden
te aanbidden, en dus maken ze beelden.

278
00:17:23,010 --> 00:17:27,870
Hij heeft het over het vervaardigen van
een gesneden beeld dat niet zal wankelen.

279
00:17:27,870 --> 00:17:32,550
Ik wijs daarop omdat hij geregeld opmerkt
dat ze deze beelden met spijkers moeten

280
00:17:32,550 --> 00:17:35,310
vastzetten, zodat ze niet omvallen.

281
00:17:35,310 --> 00:17:39,210
Deze beelden hebben niet alleen geen
macht om iemand te bevrijden op de dag van

282
00:17:39,210 --> 00:17:43,650
rampspoed, ze hebben zelfs niet de
macht om overeind te blijven zonder

283
00:17:43,650 --> 00:17:47,010
vastgespijkerd te worden.
Ze zullen omvallen.

284
00:17:47,010 --> 00:17:50,250
Ze hebben zelfs niet de
macht om rechtop te staan.

285
00:17:50,250 --> 00:17:53,730
Dit zijn levenloze, machteloze goden.

286
00:17:53,730 --> 00:17:58,530
Eén reden waarom Jesaja dit zo vaak
zegt, is dat niet alleen Bel en Nebo,

287
00:17:58,530 --> 00:18:02,310
de goden van Babylon, Babylon
niet konden bevrijden,

288
00:18:02,310 --> 00:18:07,350
maar dat alle afgodsbeelden in alles
tekortschieten. Ze kunnen niets doen.

289
00:18:07,350 --> 00:18:10,830
Toch was Israël zo vaak
tot afgoderij overgegaan,

290
00:18:10,830 --> 00:18:13,230
terwijl het werkelijk toegang tot God had.

291
00:18:13,230 --> 00:18:15,090
Het had Jahweh aan zijn kant,

292
00:18:15,090 --> 00:18:18,450
maar beledigde Hem door achter
afgodsbeelden aan te gaan die

293
00:18:18,450 --> 00:18:19,530
niets konden doen.

294
00:18:19,530 --> 00:18:22,650
Hierover lijkt Jesaja zo geschokt te zijn.

295
00:18:22,650 --> 00:18:27,030
Hoe konden deze mensen vertrouwen op
stenen en stukken hout die in de vorm van

296
00:18:27,030 --> 00:18:29,310
mensen en dieren waren gesneden?

297
00:18:29,310 --> 00:18:34,230
Hij bracht dit ter sprake in hoofdstuk
41, dat we eerder hebben behandeld.

298
00:18:34,230 --> 00:18:35,550
Vers 5 zegt:

299
00:18:35,550 --> 00:18:40,590
De kustlanden zagen het en werden
bevreesd, de einden der aarde beefden;

300
00:18:40,590 --> 00:18:43,410
ze kwamen naderbij en traden toe.

301
00:18:43,410 --> 00:18:48,210
De een hielp de ander, tegen
zijn broeder zei hij: Wees sterk!

302
00:18:48,210 --> 00:18:52,770
De vakman bemoedigde de edelsmid,
hij die met de hamer gladmaakt,

303
00:18:52,770 --> 00:18:58,110
hem die op het aambeeld slaat, door van
het soldeersel te zeggen: Het is goed.

304
00:18:58,110 --> 00:19:02,130
Daarna zette hij het vast met
spijkers, zodat het niet zou wankelen.

305
00:19:02,130 --> 00:19:06,210
Opnieuw moet het afgodsbeeld worden
vastgezet, zodat het niet wankelt.

306
00:19:06,210 --> 00:19:09,690
Jesaja zegt dat de
Babyloniërs het gevaar zien.

307
00:19:09,690 --> 00:19:12,090
Daar komen de Perzen op Babylon af.

308
00:19:12,090 --> 00:19:16,470
Iedereen is doodsbang. Wat
moeten ze doen? „Ik weet het.

309
00:19:16,470 --> 00:19:19,890
Laten we een afgodsbeeld
bouwen. Dat zal ons helpen.

310
00:19:19,890 --> 00:19:23,850
We kunnen maar beter opschieten, want
dit afgodsbeeld bestaat nog niet.

311
00:19:23,850 --> 00:19:27,390
We kunnen het maar beter maken,
zodat het ons kan helpen.”

312
00:19:27,390 --> 00:19:29,790
Het hele idee is waanzinnig.

313
00:19:29,790 --> 00:19:32,970
Wat wordt benadrukt, is dat
deze afgodsbeelden werken

314
00:19:32,970 --> 00:19:34,410
van mensenhanden zijn.

315
00:19:34,410 --> 00:19:37,110
Een ander thema dat door dit
hele gedeelte heen loopt,

316
00:19:37,110 --> 00:19:39,990
is daarentegen dat God telkens weer zegt:

317
00:19:39,990 --> 00:19:45,270
Zo zegt de HEERE, uw Verlosser, Uw
Formeerder van de moeder schoot af:

318
00:19:45,270 --> 00:19:50,610
Ik ben de HEERE, Die alles doet:
Die de hemel uitspant, Ik alleen,

319
00:19:50,610 --> 00:19:53,190
Die de aarde uitspreidt door Mijzelf;

320
00:19:53,190 --> 00:19:57,270
In tegenstelling tot Jahweh, Die
werkelijk de Schepper van alle dingen is,

321
00:19:57,270 --> 00:20:00,270
hebben deze afgodsbeelden
niet alleen niets geschapen,

322
00:20:00,270 --> 00:20:03,570
maar zijn ze zelf scheppingen,
werken van mensenhanden.

323
00:20:03,570 --> 00:20:10,170
In hoofdstuk 41, vers 23, daagt God
de valse goden, de afgodsbeelden,

324
00:20:10,170 --> 00:20:13,290
uit om iets te doen,
om wat dan ook te doen.

325
00:20:13,290 --> 00:20:16,590
Hoofdstuk 41, vers 23:

326
00:20:16,590 --> 00:20:19,170
Maak de dingen bekend
die hierna zullen komen,

327
00:20:19,170 --> 00:20:21,690
en wij zullen weten dat u goden bent.

328
00:20:21,690 --> 00:20:25,830
Doe tenminste iets, goed of kwaad,
en wij zullen verschrikt zijn

329
00:20:25,830 --> 00:20:27,930
en het tezamen inzien.

330
00:20:27,930 --> 00:20:32,670
Zie, u bent minder dan niets, en uw
werk is minder dan een nietig ding;

331
00:20:32,670 --> 00:20:35,310
een gruwel is hij die voor u kiest.

332
00:20:35,310 --> 00:20:38,970
zegt Hij tegen de afgodsbeelden.
Ze kunnen niets doen.

333
00:20:38,970 --> 00:20:41,670
Ze kunnen geen goed en geen kwaad doen.

334
00:20:41,670 --> 00:20:46,650
Ze kunnen niets over het verleden of
de toekomst vertellen. Ze zijn niets.

335
00:20:46,650 --> 00:20:48,210
Ze doen niets.

336
00:20:48,210 --> 00:20:52,710
In hoofdstuk 44 staat een lang gedeelte
waarin de afgoderij van mensen die hun

337
00:20:52,710 --> 00:20:55,410
vertrouwen op beelden
stellen, wordt bespot.

338
00:20:55,410 --> 00:21:03,510
Het begint bij vers 9, hoofdstuk 44:9, en
loopt helemaal door tot vers 20. Er staat:

339
00:21:03,510 --> 00:21:07,230
De makers van beelden,
allen zijn zij leegheid,

340
00:21:07,230 --> 00:21:10,170
hun geliefde voorwerpen doen geen nut.

341
00:21:10,170 --> 00:21:15,570
Ja, zijzelf zijn hun getuigen:
zij zien niet en zij weten niet.

342
00:21:15,570 --> 00:21:17,910
Daarom zullen zij beschaamd worden.

343
00:21:17,910 --> 00:21:21,930
Wie maakt er nu een god en giet
een beeld dat geen nut doet?

344
00:21:21,930 --> 00:21:24,990
Zie, al hun metgezellen
zullen beschaamd worden,

345
00:21:24,990 --> 00:21:27,390
want vaklieden zijn slechts mensen.

346
00:21:27,390 --> 00:21:32,970
Laten zij bijeenkomen, laten zij allen
opstaan; zij zullen angstig zijn,

347
00:21:32,970 --> 00:21:35,070
samen zullen zij beschaamd worden.

348
00:21:35,070 --> 00:21:40,830
De ijzersmid smeedt een bijl, werkt in
de vuurgloed, vormt het beeld met hamers,

349
00:21:40,830 --> 00:21:46,170
bewerkt het met zijn sterke arm; hij lijdt
zelfs honger en heeft geen kracht meer,

350
00:21:46,170 --> 00:21:48,810
hij drinkt geen water en raakt afgemat.

351
00:21:48,810 --> 00:21:53,190
Met andere woorden, hij spant zich
in om dit afgodsbeeld te maken.

352
00:21:53,190 --> 00:21:57,150
Dit afgodsbeeld brengt niets
voort en heeft geen enkele kracht.

353
00:21:57,150 --> 00:22:00,750
Het komt zelfs alleen maar tot
bestaan door de kracht van een mens

354
00:22:00,750 --> 00:22:03,390
die zichzelf uitput om het te maken.

355
00:22:03,390 --> 00:22:08,010
De timmerman spant een meetlint uit,
tekent het hout af met een krijtstift,

356
00:22:08,010 --> 00:22:11,310
maakt het glad met schaven,
tekent het af met een passer

357
00:22:11,310 --> 00:22:14,730
en maakt het naar de vorm van een
man, naar de schoonheid van een mens,

358
00:22:14,730 --> 00:22:16,770
om het in een huis te laten wonen.

359
00:22:16,770 --> 00:22:19,890
Het lijkt erop dat Jesaja
dit eerder had zien gebeuren,

360
00:22:19,890 --> 00:22:23,730
al die verschillende stadia van het
beeldhouwen van een afgodsbeeld.

361
00:22:23,730 --> 00:22:25,830
Je wilt geen lelijke dingen in je huis,

362
00:22:25,830 --> 00:22:29,310
dus moet je een mooi uitziende
menselijke gestalte maken,

363
00:22:29,310 --> 00:22:32,190
aangezien je dit afgodsbeeld
in je huis wilt hebben.

364
00:22:32,190 --> 00:22:36,150
Hij hakt voor zichzelf ceders
om, neemt een cipres of een eik,

365
00:22:36,150 --> 00:22:39,630
en kweekt die voor zichzelf op
tussen de bomen van het woud;

366
00:22:39,630 --> 00:22:42,870
hij plant een olm en de
regen maakt die groot.

367
00:22:42,870 --> 00:22:47,370
Ze dienen de mens tot brandhout,
hij neemt ervan en warmt zich erbij,

368
00:22:47,370 --> 00:22:50,370
hij steekt het ook aan en bakt brood.

369
00:22:50,370 --> 00:22:53,431
Ook maakt hij er een god
van en buigt zich ervoor ,

370
00:22:53,431 --> 00:22:57,210
hij maakt er een gesneden beeld
van en knielt ervoor neer.

371
00:22:57,210 --> 00:22:59,130
Hij neemt die ene boom.

372
00:22:59,130 --> 00:23:02,670
Een deel van het hout gebruikt
hij om zijn huis te verwarmen,

373
00:23:02,670 --> 00:23:07,110
een deel gebruikt hij om zijn brood
te bakken, en een deel aanbidt hij.

374
00:23:07,110 --> 00:23:09,870
De helft ervan verbrandt hij in het vuur.

375
00:23:09,870 --> 00:23:14,970
Bij die helft eet hij vlees, braadt
een braadstuk en wordt verzadigd.

376
00:23:14,970 --> 00:23:19,290
Ook warmt hij zich en zegt:
Ha, ik word warm, ik zie vuur!

377
00:23:19,290 --> 00:23:23,490
Van de rest ervan maakt hij
een god, zijn gesneden beeld.

378
00:23:23,490 --> 00:23:28,950
Hij knielt ervoor neer, buigt zich,
bidt het aan en zegt: Red mij,

379
00:23:28,950 --> 00:23:30,870
want u bent mijn god.

380
00:23:30,870 --> 00:23:35,070
Zij weten niet en begrijpen niet,
want hun ogen zijn dichtgesmeerd,

381
00:23:35,070 --> 00:23:39,570
zodat zij niet zien, en hun
harten, zodat zij niet begrijpen.

382
00:23:39,570 --> 00:23:44,550
Door zich van God af te keren, nodigen
mensen God uit om hen blind te maken,

383
00:23:44,550 --> 00:23:47,250
en dan doen ze werkelijk domme dingen.

384
00:23:47,250 --> 00:23:50,970
Als ik kijk naar het leven van
veel ongelovigen die ik heb gekend,

385
00:23:50,970 --> 00:23:54,210
van wie velen in het verleden
kennis van God hebben gehad,

386
00:23:54,210 --> 00:23:58,950
christelijk zijn opgevoed of wat dan ook,
en ik zie wat ze denken en wat ze doen,

387
00:23:58,950 --> 00:24:02,190
dan denk ik: hoe kan iemand zo blind zijn?

388
00:24:02,190 --> 00:24:04,350
Hoe kan iemand zo dom zijn?

389
00:24:04,350 --> 00:24:09,510
Waarom zou iemand niet zien dat God
volgen het enige is wat logisch is?

390
00:24:09,510 --> 00:24:14,010
Ze volgen een of ander afgodsbeeld, een
ander soort voorstelling die ze hebben in

391
00:24:14,010 --> 00:24:15,450
plaats van Christus.

392
00:24:15,450 --> 00:24:19,590
Het lijkt erop dat ze op bovennatuurlijke
wijze blind zijn gemaakt.

393
00:24:19,590 --> 00:24:23,970
Hier staat volgens de gebruikte Engelse
vertaling dat God de ogen van deze

394
00:24:23,970 --> 00:24:27,990
mensen heeft verblind omdat ze
zich van Hem hebben afgekeerd.

395
00:24:27,990 --> 00:24:31,650
In 2 Thessalonicenzen 2 staat
dat er mensen zullen zijn

396
00:24:31,650 --> 00:24:34,650
die de liefde voor de
waarheid niet aannemen.

397
00:24:34,650 --> 00:24:39,450
Daarom zal God hun een krachtige dwaling
zenden, zodat ze de leugen geloven,

398
00:24:39,450 --> 00:24:42,390
want ze scheppen genoegen
in ongerechtigheid:

399
00:24:42,390 --> 00:24:48,090
In 2 Thessalonicenzen 2 staat dat sommigen
de liefde voor de waarheid niet aannemen.

400
00:24:48,090 --> 00:24:53,250
Daarom zendt God hun een krachtige
dwaling, zodat zij de leugen geloven;

401
00:24:53,250 --> 00:24:55,950
zij hebben behagen geschept
in de ongerechtigheid.

402
00:24:55,950 --> 00:24:58,230
Dus God heeft deze mensen verblind.

403
00:24:58,230 --> 00:25:01,170
Ze doen domme, onredelijke dingen.

404
00:25:01,170 --> 00:25:05,610
Ze nemen hetzelfde stuk hout,
verbranden een deel in de open haard,

405
00:25:05,610 --> 00:25:10,650
koken met een deel in de oven en aanbidden
wat overblijft alsof het iets kan doen.

406
00:25:10,650 --> 00:25:13,350
Het kon zichzelf niet eens
van verbranding redden.

407
00:25:13,350 --> 00:25:15,030
Hoe kan het hen dan redden?

408
00:25:15,030 --> 00:25:20,070
Niemand neemt het ter harte, er is geen
kennis en geen inzicht om te zeggen:

409
00:25:20,070 --> 00:25:22,770
De helft ervan heb ik
verbrand in het vuur,

410
00:25:22,770 --> 00:25:28,111
ook heb ik brood gebakken op de houtskool
ervan, ik heb vlees gebraden en gegeten —

411
00:25:28,111 --> 00:25:31,590
en zou ik van het overgebleven
hout iets gruwelijks maken,

412
00:25:31,590 --> 00:25:33,630
zou ik knielen voor een stuk hout?

413
00:25:33,630 --> 00:25:38,250
Hij voedt zich met as, het bedrogen hart
heeft hem op een dwaalspoor gebracht,

414
00:25:38,250 --> 00:25:41,970
zodat hij zijn ziel niet
redden kan en niet kan zeggen:

415
00:25:41,970 --> 00:25:44,430
Is er geen bedrog in mijn rechterhand?

416
00:25:44,430 --> 00:25:49,590
Dit afgodsbeeld is een leugen.
Het is bedrog. Het is een gruwel.

417
00:25:49,590 --> 00:25:52,590
Ze hebben niet het gezonde
verstand om dat op te merken.

418
00:25:52,590 --> 00:25:57,390
Toch zou ieder nadenkend mens die ernaar
kijkt en er zelf niet bij betrokken is,

419
00:25:57,390 --> 00:26:00,390
zeggen: hoe kan iemand zo dom zijn?

420
00:26:00,390 --> 00:26:04,650
Dat is wat Jesaja zegt: hoe kunnen
mensen hier niet over nadenken?

421
00:26:04,650 --> 00:26:08,010
Hij drijft de spot met
de domheid van afgoderij.

422
00:26:08,010 --> 00:26:13,170
Zo heeft hij het ook in hoofdstuk 45
over afgodsbeelden, wanneer hij zegt:

423
00:26:13,170 --> 00:26:16,530
Zij allen zullen beschaamd
en ook te schande worden,

424
00:26:16,530 --> 00:26:21,150
tezamen zullen zij met smaad
weggaan, de makers van afgodsbeelden.

425
00:26:21,150 --> 00:26:24,990
De afgodsbeelden kunnen de mensen
niet redden, zoals we al zeiden.

426
00:26:24,990 --> 00:26:29,130
We hebben gezien dat
hoofdstuk 46, vers 1 en 2,

427
00:26:29,130 --> 00:26:33,750
laat zien dat zelfs de afgodsbeelden
van Babel Babel niet konden redden,

428
00:26:33,750 --> 00:26:37,290
en zelfs zichzelf niet konden
redden van de ballingschap.

429
00:26:37,290 --> 00:26:42,750
In datzelfde hoofdstuk,
hoofdstuk 46, vers 6 en 7, staat:

430
00:26:42,750 --> 00:26:47,430
Zij schudden goud uit hun beurs
en wegen zilver op een weegschaal.

431
00:26:47,430 --> 00:26:51,270
Zij huren een edelsmid, en
die maakt er een god van.

432
00:26:51,270 --> 00:26:54,810
Zij knielen, ook buigen
zij zich ervoor neer.

433
00:26:54,810 --> 00:26:59,910
Zij nemen hem op de schouder, zij
dragen hem en zetten hem op zijn plaats.

434
00:26:59,910 --> 00:27:03,630
Daar staat hij en van zijn
plaats wijkt hij niet.

435
00:27:03,630 --> 00:27:07,110
Ja, roept iemand tot
hem, hij antwoordt niet,

436
00:27:07,110 --> 00:27:09,930
hij verlost hem niet uit zijn benauwdheid.

437
00:27:09,930 --> 00:27:14,250
Dit gaat blijkbaar specifiek over
de Babyloniërs en hun afgoderij,

438
00:27:14,250 --> 00:27:17,430
of misschien alleen over
de Joden die hen navolgden.

439
00:27:17,430 --> 00:27:19,710
We zijn nog niet klaar met dit thema.

440
00:27:19,710 --> 00:27:23,790
Jesaja komt hier steeds op terug,
of God komt er steeds op terug,

441
00:27:23,790 --> 00:27:27,690
omdat God er versteld van staat dat
mensen toegang hebben tot een God Die

442
00:27:27,690 --> 00:27:30,990
werkelijk bestaat en Die
Zijn macht heeft laten zien

443
00:27:30,990 --> 00:27:33,750
door hen bijvoorbeeld
uit Egypte te bevrijden,

444
00:27:33,750 --> 00:27:36,630
en door vele andere dingen
die Hij heeft gedaan.

445
00:27:36,630 --> 00:27:40,170
Toch geven ze de voorkeur aan een
god die nooit heeft laten zien

446
00:27:40,170 --> 00:27:42,450
dat hij ook maar één ding kan doen,

447
00:27:42,450 --> 00:27:46,230
behalve omvallen als je hem
niet stevig vastspijkert.

448
00:27:46,230 --> 00:27:49,290
In hoofdstuk 47, vers 9, staat:

449
00:27:49,290 --> 00:27:54,510
Maar deze beide dingen zullen u
overkomen in een ogenblik, op één dag:

450
00:27:54,510 --> 00:27:57,150
verlies van kinderen en weduwschap.

451
00:27:57,150 --> 00:27:59,610
Ze zullen in volle omvang over u komen,

452
00:27:59,610 --> 00:28:03,810
vanwege uw vele toverijen en
uw zeer talrijke bezweringen.

453
00:28:03,810 --> 00:28:07,710
Dit hoofdstuk 47 is een
veroordeling van Babel,

454
00:28:07,710 --> 00:28:12,090
dus dit gaat over de
afgoderij van Babel. Er staat:

455
00:28:12,090 --> 00:28:16,770
Deze twee dingen zullen je
plotseling, op één dag, overkomen:

456
00:28:16,770 --> 00:28:19,890
je zult je kinderen
verliezen en weduwe worden.

457
00:28:19,890 --> 00:28:25,170
Ze zullen je in alle hevigheid treffen
vanwege al je toverkunsten en bezweringen.

458
00:28:25,170 --> 00:28:29,550
Hun toverijen en bezweringen
hielden verband met hun afgoderij.

459
00:28:29,550 --> 00:28:32,250
De goden, de demonen die ze aanbaden,

460
00:28:32,250 --> 00:28:35,910
werden door middel van toverijen
en bezweringen aangeroepen.

461
00:28:35,910 --> 00:28:40,470
Hij zegt: ‘Jullie zullen het verlies
van kinderen en weduwschap meemaken.’

462
00:28:40,470 --> 00:28:44,010
Het verlies van kinderen betekende
voor Babel waarschijnlijk de dood

463
00:28:44,010 --> 00:28:45,690
van zijn inwoners.

464
00:28:45,690 --> 00:28:48,810
Weduwschap zou het wegnemen
van hun goden zijn.

465
00:28:48,810 --> 00:28:51,090
Een volk is met zijn god getrouwd.

466
00:28:51,090 --> 00:28:53,430
Ze zullen hun echtgenoot verliezen.

467
00:28:53,430 --> 00:28:56,490
Nebo gaat in ballingschap, en Bel ook.

468
00:28:56,490 --> 00:28:59,490
Babel zal zonder
beschermgod komen te zitten.

469
00:28:59,490 --> 00:29:04,410
Hij zegt tegen de Babyloniërs
in hoofdstuk 47, vers 12:

470
00:29:04,410 --> 00:29:08,010
Blijf maar bij uw bezweringen
en uw vele toverijen,

471
00:29:08,010 --> 00:29:11,070
waarmee u zich vermoeid
hebt vanaf uw jeugd.

472
00:29:11,070 --> 00:29:15,810
Misschien kunt u er baat bij hebben,
misschien zult u zich sterk maken.

473
00:29:15,810 --> 00:29:18,210
enzovoort, enzovoort.

474
00:29:18,210 --> 00:29:21,990
Wat hij zegt, is dat Babel
op goden heeft vertrouwd.

475
00:29:21,990 --> 00:29:25,590
In plaats van de ware God te
volgen, hebben ze bezweringen,

476
00:29:25,590 --> 00:29:29,910
toverijen en astrologen gebruikt
om hun goden te raadplegen.

477
00:29:29,910 --> 00:29:33,330
Hij zegt: ‘Goed, laat die
jullie nu maar redden,

478
00:29:33,330 --> 00:29:35,310
want jullie zitten in de problemen.

479
00:29:35,310 --> 00:29:38,190
Ik zou weleens willen
zien wat ze kunnen doen.

480
00:29:38,190 --> 00:29:42,330
Dit is het moment waarop ze kunnen
schitteren. Laat ze het maar doen.’

481
00:29:42,330 --> 00:29:45,210
Natuurlijk hebben we in dit
hele gedeelte opnieuw gezien

482
00:29:45,210 --> 00:29:48,990
hoe degenen die afgodsbeelden
aanbidden, worden bespot.

483
00:29:48,990 --> 00:29:53,910
Met deze bespotting is natuurlijk
ook het contrast met Jahweh verweven.

484
00:29:53,910 --> 00:29:57,510
Jahweh beschrijft Zichzelf
hier op een aantal manieren.

485
00:29:57,510 --> 00:30:00,390
De dingen die gewoonlijk
het vaakst terugkomen,

486
00:30:00,390 --> 00:30:04,110
zijn ten eerste dat Hij de
toekomst kent en dat Hij Zijn

487
00:30:04,110 --> 00:30:09,210
soevereiniteit zal laten zien door iets
te voorspellen voordat het gebeurt.

488
00:30:09,210 --> 00:30:14,910
Daarmee zegt Hij eigenlijk: ‘Ik zal het
voorspellen en Ik zal het laten gebeuren.’

489
00:30:14,910 --> 00:30:18,570
Wanneer er dingen gebeuren, kunnen
er allerlei verklaringen voor die

490
00:30:18,570 --> 00:30:22,110
gebeurtenissen zijn
waarin God niet voorkomt.

491
00:30:22,110 --> 00:30:27,030
Veel dingen die God doet, gebeuren door
wat natuurlijke middelen lijken te zijn,

492
00:30:27,030 --> 00:30:31,050
of gewoon door normale
geopolitieke ontwikkelingen.

493
00:30:31,050 --> 00:30:34,590
Denk aan de opkomst en
ondergang van wereldrijken.

494
00:30:34,590 --> 00:30:39,990
Daniël zei dat God koningen doet
opkomen en koningen ten val brengt,

495
00:30:39,990 --> 00:30:43,050
maar gewoonlijk gebeurt dat door oorlog.

496
00:30:43,050 --> 00:30:46,710
De meeste koningen gaan ten onder
doordat ze worden verslagen,

497
00:30:46,710 --> 00:30:50,910
en de meeste koningen komen op
doordat ze anderen verslaan.

498
00:30:50,910 --> 00:30:55,590
Wanneer we zeggen dat God een koning doet
opkomen en een koning ten val brengt,

499
00:30:55,590 --> 00:31:00,630
bedoelen we werkelijk dat God aan het
werk is in het proces van die gewone

500
00:31:00,630 --> 00:31:05,070
historische gebeurtenissen waardoor
volken opkomen en ten onder gaan,

501
00:31:05,070 --> 00:31:07,950
en die meestal militair van aard zijn.

502
00:31:07,950 --> 00:31:10,950
Heel vaak is het bij wat
God werkelijk doet niet

503
00:31:10,950 --> 00:31:13,230
duidelijk zichtbaar dat het God is.

504
00:31:13,230 --> 00:31:15,690
Je zou het in natuurlijke
termen kunnen verklaren.

505
00:31:15,690 --> 00:31:19,110
Zelfs toen God in Johannes
12 vanuit de hemel sprak,

506
00:31:19,110 --> 00:31:21,450
zeiden sommigen dat het gedonderd had.

507
00:31:21,450 --> 00:31:25,290
Het is heel goed mogelijk dat
iemand een daad van God waarneemt,

508
00:31:25,290 --> 00:31:29,790
dat God door iets heen spreekt of
dat God iets bovennatuurlijks doet,

509
00:31:29,790 --> 00:31:34,830
en dat die persoon een manier vindt om
het in natuurlijke termen te beschrijven:

510
00:31:34,830 --> 00:31:36,690
‘Het is gewoon donder.’

511
00:31:36,690 --> 00:31:42,450
Ook de opkomst en ondergang van
Babel, Medo-Perzië enzovoort zou,

512
00:31:42,450 --> 00:31:46,770
als mensen het verkeerd begrepen,
aangezien kunnen worden voor niets meer

513
00:31:46,770 --> 00:31:49,290
dan het werk van sterke legers.

514
00:31:49,290 --> 00:31:52,470
Natuurlijk zou niemand het
in die tijd zo hebben gezien,

515
00:31:52,470 --> 00:31:54,930
want er waren geen naturalisten.

516
00:31:54,930 --> 00:31:57,630
Tegenwoordig hebben we naturalisten.

517
00:31:57,630 --> 00:32:02,910
De overheersende denkwijze in onze
samenleving is zelfs het naturalisme.

518
00:32:02,910 --> 00:32:06,810
Er zijn geen goden, er is
niets bovennatuurlijks.

519
00:32:06,810 --> 00:32:10,290
Alles kan op natuurlijke
wijze worden verklaard.

520
00:32:10,290 --> 00:32:12,390
Destijds deed niemand dat.

521
00:32:12,390 --> 00:32:17,430
Iedereen wist dat er goden bestonden, of
op zijn minst bovennatuurlijke dingen,

522
00:32:17,430 --> 00:32:20,670
en ze schreven hun
overwinningen toe aan hun goden.

523
00:32:20,670 --> 00:32:22,890
Maar God zegt herhaaldelijk:

524
00:32:22,890 --> 00:32:26,970
daarom heb Ik het u van oudsher
verkondigd; voordat het kwam,

525
00:32:26,970 --> 00:32:30,210
heb Ik het u doen horen,
anders zou u zeggen:

526
00:32:30,210 --> 00:32:33,750
Mijn afgod heeft die dingen
gedaan, mijn gesneden beeld

527
00:32:33,750 --> 00:32:36,270
of mijn gegoten beeld heeft ze geboden.

528
00:32:36,270 --> 00:32:42,210
Bel, Nebo, Baäl en Astarte kunnen je niet
werkelijk vertellen wat er gaat gebeuren,

529
00:32:42,210 --> 00:32:43,770
omdat ze niets doen.

530
00:32:43,770 --> 00:32:46,710
Ze weten het niet, omdat
ze niets kunnen doen.

531
00:32:46,710 --> 00:32:49,410
Ik weet het, omdat Ik het kan doen.

532
00:32:49,410 --> 00:32:52,110
Ik kan Kores doen opstaan als Ik dat wil.

533
00:32:52,110 --> 00:32:56,370
Dus Ik kan je van tevoren vertellen
dat Ik het ga doen, en het dan doen.

534
00:32:56,370 --> 00:33:00,450
Als Ik niets had gezegd, had je misschien
gewoon gedacht dat Kores opkwam zoals

535
00:33:00,450 --> 00:33:03,510
Nebukadnezar of iedere andere koning.

536
00:33:03,510 --> 00:33:06,630
Natuurlijk kwam ook Nebukadnezar
door Gods toedoen op.

537
00:33:06,630 --> 00:33:08,310
Hij heeft dat voorzegd.

538
00:33:08,310 --> 00:33:12,030
Het punt is dat God door voorspellingen
over de toekomst laat zien dat,

539
00:33:12,030 --> 00:33:14,550
wanneer de gebeurtenis
werkelijk plaatsvindt,

540
00:33:14,550 --> 00:33:19,770
Hij Degene was Die haar teweegbracht,
en niet iets of iemand anders.

541
00:33:19,770 --> 00:33:22,350
Geen andere goden hebben het voorspeld.

542
00:33:22,350 --> 00:33:24,570
Niemand anders heeft het voorzien.

543
00:33:24,570 --> 00:33:28,650
En dus is een van de dingen waarop God
wijst in tegenstelling tot de andere

544
00:33:28,650 --> 00:33:32,790
goden, dat Hij inderdaad de
toekomst kent en die voorspelt.

545
00:33:32,790 --> 00:33:37,170
Hij benadrukt ook Zijn eigen rol
als de Schepper van alle dingen.

546
00:33:37,170 --> 00:33:41,610
Ook dit staat in tegenstelling tot
de afgoden, want die scheppen niets.

547
00:33:41,610 --> 00:33:45,990
Sterker nog, zoals in deze passages
nadrukkelijk naar voren is gekomen,

548
00:33:45,990 --> 00:33:48,030
worden zij zelf geschapen.

549
00:33:48,030 --> 00:33:51,510
Ze worden niet eens door
bovennatuurlijke middelen geschapen.

550
00:33:51,510 --> 00:33:55,170
Ze worden gewoon door
natuurlijke middelen geschapen.

551
00:33:55,170 --> 00:34:00,630
Mensen, sterfelijke mensen, gaan
eropuit en halen een boom of een steen,

552
00:34:00,630 --> 00:34:03,870
geven die een andere vorm
en aanbidden die dan.

553
00:34:03,870 --> 00:34:07,770
Deze goden stellen niets
voor. Ze scheppen niets.

554
00:34:07,770 --> 00:34:09,990
Ze zijn zelf geschapen dingen.

555
00:34:09,990 --> 00:34:12,630
Maar God benadrukt dat Hij de Schepper is.

556
00:34:12,630 --> 00:34:16,170
Het andere wat Hij benadrukt, en
wat we steeds opnieuw zullen zien,

557
00:34:16,170 --> 00:34:18,210
is dat er maar één God is.

558
00:34:18,210 --> 00:34:22,170
Van de afgoden is er een
menigte, een onbeperkt aantal.

559
00:34:22,170 --> 00:34:25,530
Iedereen die een boom kan
omhakken, kan een nieuwe maken.

560
00:34:25,530 --> 00:34:30,510
Er komt geen einde aan de valse goden,
maar er is slechts één ware God.

561
00:34:30,510 --> 00:34:34,770
We gaan hier een aantal passages
lezen, sommige lang en andere niet,

562
00:34:34,770 --> 00:34:39,810
die hierover spreken: in tegenstelling
tot de afgoden vertelt God de toekomst,

563
00:34:39,810 --> 00:34:43,350
heeft Hij alles geschapen
en is Hij de enige God.

564
00:34:43,350 --> 00:34:45,930
God: er is geen ander.

565
00:34:45,930 --> 00:34:50,010
Dit zijn de dingen die werkelijk de
onderscheidende kenmerken vormen van de

566
00:34:50,010 --> 00:34:56,670
Hebreeuwse theologie tegenover de heidense
theologie: één God, de Schepper van alles,

567
00:34:56,670 --> 00:35:00,090
Die ingrijpt in gebeurtenissen
in het werkelijke leven

568
00:35:00,090 --> 00:35:03,210
en Die kan laten zien dat het
Zijn ingrijpen is door het van

569
00:35:03,210 --> 00:35:04,950
tevoren te voorspellen.

570
00:35:04,950 --> 00:35:09,450
Dat zijn dus de voornaamste punten die
we meerdere keren zullen tegenkomen.

571
00:35:09,450 --> 00:35:13,770
We zijn het begin hiervan eigenlijk
al tegengekomen in hoofdstuk 40.

572
00:35:13,770 --> 00:35:18,750
Hoofdstuk 40 spreekt over God als
Degene Die alles heeft geschapen en

573
00:35:18,750 --> 00:35:20,370
groter is dan alles.

574
00:35:20,370 --> 00:35:22,350
We gaan niet terug naar hoofdstuk 40,

575
00:35:22,350 --> 00:35:26,490
maar in hoofdstuk 40 staan veel
verwijzingen naar Gods macht

576
00:35:26,490 --> 00:35:28,050
en Zijn werken.

577
00:35:28,050 --> 00:35:32,190
Bijvoorbeeld hoofdstuk 40, vers 21:

578
00:35:32,190 --> 00:35:34,770
Weet u het niet? Hoort u het niet?

579
00:35:34,770 --> 00:35:37,290
Is het u vanaf het begin
niet bekendgemaakt?

580
00:35:37,290 --> 00:35:40,350
Hebt u niet gelet op de
fundamenten van de aarde?

581
00:35:40,350 --> 00:35:41,970
en zo gaat het verder.

582
00:35:41,970 --> 00:35:44,910
Maar Hij vermeldt dat
Hij de hemel uitspant.

583
00:35:44,910 --> 00:35:50,550
Hij benadrukt ook Zijn uniekheid
in vers 4 van hoofdstuk 41.

584
00:35:50,550 --> 00:35:54,570
Nadat Hij heeft vermeld dat Hij deze
ene uit het oosten zal doen opstaan,

585
00:35:54,570 --> 00:35:56,490
zegt Hij in vers 4:

586
00:35:56,490 --> 00:35:58,830
Wie heeft dit bewerkt en gedaan?

587
00:35:58,830 --> 00:36:02,130
Hij Die de generaties
riep vanaf het begin!

588
00:36:02,130 --> 00:36:07,050
Ik, de HEERE, Die de Eerste ben,
en bij de laatsten ben Ik Dezelfde.

589
00:36:07,050 --> 00:36:08,910
Hier staan verschillende dingen.

590
00:36:08,910 --> 00:36:12,030
We hebben dit vers eerder gezien,
maar toen heb ik deze opmerkingen

591
00:36:12,030 --> 00:36:13,950
niet specifiek gemaakt.

592
00:36:13,950 --> 00:36:15,930
Eén daarvan is dat Hij hier zegt:

593
00:36:15,930 --> 00:36:19,230
Ik ben de Eerste en Ik
ben bij de laatsten.

594
00:36:19,230 --> 00:36:21,210
Ik weet niet waarom Hij hier zegt:

595
00:36:21,210 --> 00:36:26,850
bij de laatsten, want verscheidene andere
keren laat Hij het woord ‘met’ gewoon weg

596
00:36:26,850 --> 00:36:27,990
en zegt Hij:

597
00:36:27,990 --> 00:36:30,390
Ik ben de Eerste en de Laatste.

598
00:36:30,390 --> 00:36:34,470
In hoofdstuk 44, vers 6,
zegt Hij bijvoorbeeld:

599
00:36:34,470 --> 00:36:38,550
Zo zegt de HEERE, de Koning
van Israël, zijn Verlosser,

600
00:36:38,550 --> 00:36:43,410
de HEERE van de legermachten: Ik
ben de Eerste en Ik ben de Laatste,

601
00:36:43,410 --> 00:36:45,570
en buiten Mij is er geen God.

602
00:36:45,570 --> 00:36:50,130
Dit is nu het punt. Waarom wordt
Hij de Eerste en de Laatste genoemd?

603
00:36:50,130 --> 00:36:55,050
Omdat Hij de eerste God en de laatste
God is, en Hij de enige God is.

604
00:36:55,050 --> 00:37:01,590
Hij benadrukt dit in hoofdstuk 43,
waar Hij in hoofdstuk 43, vers 10 zegt:

605
00:37:01,590 --> 00:37:07,110
U bent Mijn getuigen, spreekt de HEERE,
en Mijn dienaar die Ik verkozen heb,

606
00:37:07,110 --> 00:37:12,510
opdat u het weet en Mij gelooft,
en begrijpt dat Ik Dezelfde ben:

607
00:37:12,510 --> 00:37:17,550
vóór Mij is er geen God geformeerd
en na Mij zal er geen zijn.

608
00:37:17,550 --> 00:37:19,830
Dus Ik ben de Eerste.

609
00:37:19,830 --> 00:37:21,750
Daarom ben Ik de Laatste.

610
00:37:21,750 --> 00:37:26,250
Er is geen ander vóór
Mij, na Mij of ertussenin.

611
00:37:26,250 --> 00:37:28,830
Ik ben de eerste, de laatste.

612
00:37:28,830 --> 00:37:32,610
Ik ben de enige God Die er is. Alleen Ik.

613
00:37:32,610 --> 00:37:35,130
Er is hier niemand anders dan Ik.

614
00:37:35,130 --> 00:37:38,670
Hij zegt dat opnieuw in
hoofdstuk 44, vers 8.

615
00:37:38,670 --> 00:37:42,630
Midden in vers 8, hoofdstuk 44, vers 8:

616
00:37:42,630 --> 00:37:45,690
Wees niet angstig en wees niet bevreesd.

617
00:37:45,690 --> 00:37:49,110
Heb Ik het u van toen af niet
doen horen en bekendgemaakt?

618
00:37:49,110 --> 00:37:53,370
Want u bent Mijn getuigen:
is er ook een God buiten Mij?

619
00:37:53,370 --> 00:37:56,310
Er ís geen andere rots, Ik ken er geen.

620
00:37:56,310 --> 00:38:00,390
Als er één was, zou God dat
waarschijnlijk wel weten. Hij zegt:

621
00:38:00,390 --> 00:38:01,950
Ik ken er geen.

622
00:38:01,950 --> 00:38:06,090
Als je naar hoofdstuk 45,
vers 6 kijkt, zegt Hij:

623
00:38:06,090 --> 00:38:10,170
opdat men zal weten, vanwaar de
zon opkomt tot waar zij ondergaat,

624
00:38:10,170 --> 00:38:12,570
dat er buiten Mij niets is.

625
00:38:12,570 --> 00:38:15,450
Ik ben de HEERE, en niemand anders.

626
00:38:15,450 --> 00:38:19,470
dat wil zeggen: het oosten, en
waar zij ondergaat is het westen,

627
00:38:19,470 --> 00:38:21,390
dus over de hele wereld.

628
00:38:21,390 --> 00:38:24,210
Dit verwijst misschien terug
naar de eerste scheppingsdag

629
00:38:24,210 --> 00:38:28,290
en is daarom opnieuw een verwijzing
naar het feit dat Hij de Schepper is.

630
00:38:28,290 --> 00:38:32,610
Maar meer nog dan dat lijken licht en
duisternis een symbolische betekenis te

631
00:38:32,610 --> 00:38:35,910
krijgen, want in Jesaja
wordt licht gebruikt als

632
00:38:35,910 --> 00:38:38,610
zegen en duisternis als rampspoed.

633
00:38:38,610 --> 00:38:42,030
Dat is wat Hij vervolgens in
de parallelle uitspraak zegt:

634
00:38:42,030 --> 00:38:45,150
Ik formeer het licht
en schep de duisternis,

635
00:38:45,150 --> 00:38:51,510
Ik maak de vrede en schep het onheil;
Ik, de HEERE, doe al deze dingen.

636
00:38:51,510 --> 00:38:56,070
Trouwens, in sommige Bijbels,
zoals de King James, staat er:

637
00:38:56,070 --> 00:38:59,190
Ik breng vrede en ik veroorzaak onheil.

638
00:38:59,190 --> 00:39:01,230
Sommige mensen hebben
daar moeite mee gehad,

639
00:39:01,230 --> 00:39:05,370
omdat het klinkt alsof God zegt dat
Hij de oorsprong van de zonde is.

640
00:39:05,370 --> 00:39:09,270
Maar het woord ‘evil’ in het
Hebreeuws van het Oude Testament

641
00:39:09,270 --> 00:39:14,550
betekent vaak geen moreel kwaad,
maar rampspoed in de omstandigheden.

642
00:39:14,550 --> 00:39:16,590
Dat is hier beslist duidelijk.

643
00:39:16,590 --> 00:39:19,650
De New King James vertaalt
het met ‘calamity’,

644
00:39:19,650 --> 00:39:23,730
en dat is werkelijk hoe het woord
‘evil’ in deze passage bedoeld is.

645
00:39:23,730 --> 00:39:25,710
Het staat tegenover vrede.

646
00:39:25,710 --> 00:39:28,170
Het staat niet tegenover gerechtigheid.

647
00:39:28,170 --> 00:39:33,630
Als je zou zeggen: ‘Ik schep gerechtigheid
en Ik schep kwaad’, dan zou je denken:

648
00:39:33,630 --> 00:39:37,110
‘Gerechtigheid en zonde,
dat is de tegenstelling.’

649
00:39:37,110 --> 00:39:40,530
Hij zegt: ‘Ik schep vrede en kwaad.’

650
00:39:40,530 --> 00:39:45,510
Dat betekent vrede tegenover
wat geen vrede is: rampspoed.

651
00:39:45,510 --> 00:39:48,630
In hoofdstuk 45, vers 9, staat:

652
00:39:48,630 --> 00:39:51,451
Wee hem die het tegen
zijn Formeerder opneemt —

653
00:39:51,451 --> 00:39:54,090
een potscherf tussen aarden scherven.

654
00:39:54,090 --> 00:39:57,030
Zal het leem soms tegen
zijn formeerder zeggen:

655
00:39:57,030 --> 00:40:02,010
Wat maakt u? Of zal uw werk
zeggen : Hij heeft geen handen?

656
00:40:02,010 --> 00:40:07,110
Wee hem die tegen zijn vader zegt:
Wat verwekt u? Of tegen diens vrouw:

657
00:40:07,110 --> 00:40:13,110
Wat baart u? Zo zegt de HEERE, de
Heilige van Israël, zijn Formeerder:

658
00:40:13,110 --> 00:40:17,851
Zij hebben Mij naar de toekomstige dingen
gevraagd, aangaande Mijn kinderen —

659
00:40:17,851 --> 00:40:21,990
zou u Mij bevel geven aangaande
het werk van Mijn handen?

660
00:40:21,990 --> 00:40:23,190
Hij zegt:

661
00:40:23,190 --> 00:40:26,910
Dit zegt de Heilige van
Israël, Die hem gemaakt heeft:

662
00:40:26,910 --> 00:40:29,850
vraag Mij wat er met
Mijn zonen zal gebeuren,

663
00:40:29,850 --> 00:40:33,270
en geef Mij bevelen over
het werk van Mijn handen.

664
00:40:33,270 --> 00:40:38,010
Met andere woorden: volgens de
gebruikte Engelse vertaling zegt God

665
00:40:38,010 --> 00:40:41,190
dat men Hem mag vragen wat
Hij in de toekomst gaat doen.

666
00:40:41,190 --> 00:40:44,430
Hij kan het vertellen; Hij
kan de toekomst bekendmaken.

667
00:40:44,430 --> 00:40:48,090
Ik heb de aarde gemaakt en Ik
heb de mens daarop geschapen.

668
00:40:48,090 --> 00:40:51,450
Ik ben het, Mijn handen
hebben de hemel uitgespannen

669
00:40:51,450 --> 00:40:55,830
en aan heel zijn sterren
leger geef Ik Mijn bevelen.

670
00:40:55,830 --> 00:41:00,090
We zien hier dus alle drie de punten
die ik in dit hoofdstuk heb genoemd.

671
00:41:00,090 --> 00:41:05,130
In vers 6 zegt Hij dat Hij
de Enige is, de enige God.

672
00:41:05,130 --> 00:41:08,070
Hij benadrukt dat Hij de Schepper is.

673
00:41:08,070 --> 00:41:13,170
In de verzen 9 en 10 is Hij de
Pottenbakker. Hij is de Vader.

674
00:41:13,170 --> 00:41:16,230
Hij is Degene Die het tot bestaan brengt.

675
00:41:16,230 --> 00:41:17,850
Of vers 12:

676
00:41:17,850 --> 00:41:19,650
Ik heb de aarde gemaakt.

677
00:41:19,650 --> 00:41:21,870
Ik heb de mens erop geschapen.

678
00:41:21,870 --> 00:41:24,750
Hij is dus God de Schepper.

679
00:41:24,750 --> 00:41:30,030
En natuurlijk spreekt Hij in vers 11 over
Zijn vermogen om de toekomst te vertellen

680
00:41:30,030 --> 00:41:33,510
en Degene te zijn Die
ingrijpt in het leven.

681
00:41:33,510 --> 00:41:35,430
Hij zegt als het ware:

682
00:41:35,430 --> 00:41:38,970
Vraag Mij gerust wat er in
de toekomst gaat gebeuren.

683
00:41:38,970 --> 00:41:43,350
Deze drie punten zullen dus op
verschillende manieren worden benadrukt.

684
00:41:43,350 --> 00:41:47,670
In hoofdstuk 44, vers 24, zegt Hij:

685
00:41:47,670 --> 00:41:52,890
Zo zegt de HEERE, uw Verlosser, Uw
Formeerder van de moeder schoot af:

686
00:41:52,890 --> 00:41:58,530
Ik ben de HEERE, Die alles doet:
Die de hemel uitspant, Ik alleen,

687
00:41:58,530 --> 00:42:01,290
Die de aarde uitspreidt door Mijzelf;

688
00:42:01,290 --> 00:42:05,550
‘Door Mijzelf’ en ‘helemaal
alleen’: dit was geen

689
00:42:05,550 --> 00:42:10,530
raad van de goden die bijeenkwam om te
bedenken hoe ze een aarde konden scheppen

690
00:42:10,530 --> 00:42:12,810
en die met mensen konden bevolken.

691
00:42:12,810 --> 00:42:16,770
Dat is bijna een rechtstreeks
citaat van Joseph Smith, die zei:

692
00:42:16,770 --> 00:42:20,970
‘In het begin riep het hoofd van de
goden een raad van de goden bijeen,

693
00:42:20,970 --> 00:42:26,190
en zij bedachten een plan om een wereld te
scheppen en die met mensen te bevolken.’

694
00:42:26,190 --> 00:42:28,830
Joseph Smith geloofde in veel goden.

695
00:42:28,830 --> 00:42:33,210
God zei: ‘Nee, dat heb Ik Zelf
gedaan. Geen commissies hier.

696
00:42:33,210 --> 00:42:35,190
Er zijn geen raden van de goden.

697
00:42:35,190 --> 00:42:37,290
Ik heb de hemel alleen uitgespannen.

698
00:42:37,290 --> 00:42:40,110
Ik heb de aarde helemaal Zelf uitgespreid.

699
00:42:40,110 --> 00:42:44,490
Er is maar één van Mij, en Ik ben
Degene Die alles heeft geschapen.’

700
00:42:44,490 --> 00:42:47,670
We zien deze terugkerende
nadruk dus steeds weer.

701
00:42:47,670 --> 00:42:50,730
In hoofdstuk 45, vers 18, staat:

702
00:42:50,730 --> 00:42:54,030
Want zo zegt de HEERE, Die
de hemel geschapen heeft,

703
00:42:54,030 --> 00:42:57,930
die God Die de aarde geformeerd
en haar gemaakt heeft.

704
00:42:57,930 --> 00:43:02,670
Hij heeft haar gegrondvest, Hij heeft haar
niet geschapen opdat zij woest zou zijn,

705
00:43:02,670 --> 00:43:07,530
maar Hij heeft haar geformeerd opdat
men erop zou wonen: Ik ben de HEERE,

706
00:43:07,530 --> 00:43:09,090
en niemand anders.

707
00:43:09,090 --> 00:43:11,670
Dat wil zeggen: niet zonder doel.

708
00:43:11,670 --> 00:43:14,190
Blijkbaar wil Hij dat
echt duidelijk maken.

709
00:43:14,190 --> 00:43:19,830
Er is geen andere God, alleen die Ene,
en Ik ben Degene Die alles gemaakt heeft.

710
00:43:19,830 --> 00:43:23,790
Ik wil wijzen op iets wat voor sommige
mensen een punt van verwarring is

711
00:43:23,790 --> 00:43:26,130
geworden. Dat is waar Hij zegt:

712
00:43:26,130 --> 00:43:28,590
Ik heb haar niet voor niets geschapen.

713
00:43:28,590 --> 00:43:34,050
De uitdrukking ‘tevergeefs’ is hier een
vertaling van dezelfde Hebreeuwse term

714
00:43:34,050 --> 00:43:37,890
die wordt gebruikt in
Genesis, hoofdstuk 1, vers 2,

715
00:43:37,890 --> 00:43:41,010
waar staat dat de aarde woest en leeg was.

716
00:43:41,010 --> 00:43:45,330
Het Hebreeuwse woord dat hier
met ‘in vain’ is weergegeven,

717
00:43:45,330 --> 00:43:51,390
is hetzelfde woord dat in Genesis
1:2 met ‘formless’ is vertaald,

718
00:43:51,390 --> 00:43:53,910
in de HSV met ‘woest’.

719
00:43:53,910 --> 00:43:55,410
Dus wanneer er staat:

720
00:43:55,410 --> 00:43:59,370
In het begin schiep God
de hemel en de aarde.

721
00:43:59,370 --> 00:44:04,770
De aarde nu was woest en leeg, en
duisternis lag over de watervloed;

722
00:44:04,770 --> 00:44:08,430
en de Geest van God
zweefde boven het water.

723
00:44:08,430 --> 00:44:10,830
dan beschrijft dat, zo lijkt het,

724
00:44:10,830 --> 00:44:15,750
de oorspronkelijke toestand van de planeet
voordat God haar begon te vormen en met

725
00:44:15,750 --> 00:44:17,010
leven te vullen.

726
00:44:17,010 --> 00:44:19,230
Maar in deze uitspraak zegt God:

727
00:44:19,230 --> 00:44:20,970
Ik heb de aarde gemaakt.

728
00:44:20,970 --> 00:44:23,850
Ik heb haar gevormd en gemaakt.

729
00:44:23,850 --> 00:44:25,830
Ik heb haar stevig neergezet.

730
00:44:25,830 --> 00:44:28,290
Ik heb haar niet tevergeefs geschapen.

731
00:44:28,290 --> 00:44:32,850
Dat zou ook vertaald kunnen worden als:
‘Ik heb haar niet woest geschapen.’

732
00:44:32,850 --> 00:44:38,250
Hetzelfde Hebreeuwse woord kan worden
vertaald met ‘leeg’ of ‘tevergeefs’,

733
00:44:38,250 --> 00:44:41,430
en in Genesis wordt het
vertaald met ‘leeg’.

734
00:44:41,430 --> 00:44:44,790
Op grond van dit vers hebben
sommige mensen gezegd:

735
00:44:44,790 --> 00:44:48,690
‘Wanneer we in Genesis 1:2
lezen dat de aarde leeg was,

736
00:44:48,690 --> 00:44:51,870
was dat in feite niet haar
oorspronkelijke toestand.

737
00:44:51,870 --> 00:44:54,150
God heeft haar niet leeg geschapen.

738
00:44:54,150 --> 00:44:58,110
Ze moet tussen de verzen 1 en 2
van Genesis leeg zijn geworden.’

739
00:44:58,110 --> 00:45:01,230
Zo krijgen we wat zij
de hiaattheorie noemen.

740
00:45:01,230 --> 00:45:03,270
Genesis 1:1 zegt:

741
00:45:03,270 --> 00:45:06,270
In het begin schiep God
de hemel en de aarde.

742
00:45:06,270 --> 00:45:09,750
Hij schiep haar. In welke
vorm schiep Hij haar?

743
00:45:09,750 --> 00:45:15,450
Dat wordt ons niet verteld, maar volgens
Genesis 1:2 werd zij woest en leeg.

744
00:45:15,450 --> 00:45:21,030
Nu zou het woord ‘was’ in Genesis 1:2
vertaald kunnen worden met ‘werd’.

745
00:45:21,030 --> 00:45:24,750
Maar dat Hebreeuwse werkwoord
wordt niet vaak zo vertaald.

746
00:45:24,750 --> 00:45:28,530
Het betekent bijna altijd
‘was’ in plaats van ‘werd’.

747
00:45:28,530 --> 00:45:32,310
Er is een kleine mogelijkheid om
dat vers met ‘werd’ te vertalen,

748
00:45:32,310 --> 00:45:36,030
en daarom zeggen degenen die
deze hiaattheorie aanhangen

749
00:45:36,030 --> 00:45:40,530
dat er een hiaat was nadat God de
hemel en de aarde had geschapen.

750
00:45:40,530 --> 00:45:44,130
Hij schiep haar oorspronkelijk
niet leeg; zij werd leeg.

751
00:45:44,130 --> 00:45:46,470
Zij werd woest en leeg.

752
00:45:46,470 --> 00:45:50,730
Daarom opperen zij dat er
tussen vers 1 en 2 van Genesis

753
00:45:50,730 --> 00:45:54,090
een bepaalde geschiedenis moet
hebben plaatsgevonden die niet is

754
00:45:54,090 --> 00:45:56,490
opgetekend, een hiaat.

755
00:45:56,490 --> 00:45:59,370
Misschien maakte Hij een
aarde die niet woest was.

756
00:45:59,370 --> 00:46:04,950
Hij maakte haar om bewoond te worden,
en daarom maakte Hij haar bewoonbaar.

757
00:46:04,950 --> 00:46:10,110
Ze werd woest en ledig, misschien
als een daad van oordeel over haar.

758
00:46:10,110 --> 00:46:16,290
Er bestaat dus een uitgebreide theorie die
veronderstelt dat er tussen Genesis 1:1

759
00:46:16,290 --> 00:46:18,690
en het direct daaropvolgende vers

760
00:46:18,690 --> 00:46:21,630
een heleboel geschiedenis
heeft plaatsgevonden.

761
00:46:21,630 --> 00:46:25,470
Ze zeggen dat Lucifer
misschien toen ten val kwam.

762
00:46:25,470 --> 00:46:29,610
Misschien regeerde Lucifer
tijdens dat hiaat over de aarde,

763
00:46:29,610 --> 00:46:31,890
en kwam hij daarna ten val.

764
00:46:31,890 --> 00:46:37,350
Misschien leefden de dinosaurussen
toen, en vinden we daarom hun fossielen.

765
00:46:37,350 --> 00:46:40,350
Er worden allerlei
theorieën aan vastgeknoopt.

766
00:46:40,350 --> 00:46:45,210
Het is allemaal gebaseerd op de aanname
dat de aarde in eerste instantie niet

767
00:46:45,210 --> 00:46:48,810
woest geschapen is, en dat Genesis 1:2

768
00:46:48,810 --> 00:46:52,110
daarom niet de oorspronkelijke
toestand kan beschrijven,

769
00:46:52,110 --> 00:46:54,630
maar een toestand die later is ontstaan.

770
00:46:54,630 --> 00:46:57,810
Dat alles is gebaseerd op
dit ene vers in Jesaja,

771
00:46:57,810 --> 00:47:01,530
dat in wezen zegt dat God de
aarde niet woest heeft geschapen.

772
00:47:01,530 --> 00:47:04,290
Daarom moet ze die toestand
vanzelfsprekend na haar

773
00:47:04,290 --> 00:47:05,910
schepping hebben gekregen.

774
00:47:05,910 --> 00:47:08,670
Dit vers alleen vormt
eigenlijk de onderbouwing voor

775
00:47:08,670 --> 00:47:10,950
de zogenaamde hiaattheorie.

776
00:47:10,950 --> 00:47:14,370
Maar de term kan worden
vertaald met ‘tevergeefs’,

777
00:47:14,370 --> 00:47:16,950
in de betekenis van zonder enig doel.

778
00:47:16,950 --> 00:47:20,790
Want zo zegt de HEERE, Die
de hemel geschapen heeft,

779
00:47:20,790 --> 00:47:24,630
die God Die de aarde geformeerd
en haar gemaakt heeft.

780
00:47:24,630 --> 00:47:29,430
Hij heeft haar gegrondvest, Hij heeft haar
niet geschapen opdat zij woest zou zijn,

781
00:47:29,430 --> 00:47:34,650
maar Hij heeft haar geformeerd opdat
men erop zou wonen: Ik ben de HEERE,

782
00:47:34,650 --> 00:47:36,210
en niemand anders.

783
00:47:36,210 --> 00:47:38,550
Het is heel duidelijk
wat het hier betekent,

784
00:47:38,550 --> 00:47:42,870
want als je naar de context
van Jesaja 45:18 kijkt,

785
00:47:42,870 --> 00:47:46,290
zegt Hij dat God haar niet
tevergeefs heeft geschapen.

786
00:47:46,290 --> 00:47:51,450
Laten we ter wille van de redenering
aannemen dat dit ‘voor niets’ betekent.

787
00:47:51,450 --> 00:47:53,310
Ik maakte haar met een doel.

788
00:47:53,310 --> 00:47:55,410
Maar kijk naar het volgende vers:

789
00:47:55,410 --> 00:48:00,150
Ik heb niet in het verborgene gesproken,
in een duistere plaats op aarde.

790
00:48:00,150 --> 00:48:05,190
Ik heb tegen het nageslacht van Jakob
niet gezegd: Zoek Mij tevergeefs.

791
00:48:05,190 --> 00:48:10,530
Ik ben de HEERE, Die gerechtigheid
spreekt, Die bekendmaakt wat billijk is.

792
00:48:10,530 --> 00:48:13,830
Dat is dezelfde uitdrukking, ‘tevergeefs’.

793
00:48:13,830 --> 00:48:18,270
Om die daar als ‘woest’ te vertalen
zou heel eigenaardig klinken:

794
00:48:18,270 --> 00:48:22,590
Ik heb niet tegen Jakob
gezegd: zoek Mij in de leegte.

795
00:48:22,590 --> 00:48:23,490
Hij bedoelt:

796
00:48:23,490 --> 00:48:27,750
Ik heb niet tegen Jakob
gezegd: zoek Mij zonder reden.

797
00:48:27,750 --> 00:48:31,890
Tevergeefs zou betekenen:
zonder resultaat, zonder doel.

798
00:48:31,890 --> 00:48:36,270
Omdat dezelfde uitdrukking dus in twee
opeenvolgende verzen wordt gebruikt,

799
00:48:36,270 --> 00:48:41,310
en ze in vers 19 duidelijk
‘tevergeefs’ betekent en niet ‘woest’,

800
00:48:41,310 --> 00:48:45,510
lijkt dat redelijkerwijs aan te
geven wat ze in vers 18 betekent.

801
00:48:45,510 --> 00:48:49,890
Een hele theologie van het hiaat
baseren op dit ene vers en deze

802
00:48:49,890 --> 00:48:55,410
ene vertaling is daarom naar mijn
mening erg dwaas en volkomen onjuist.

803
00:48:55,410 --> 00:48:59,070
In Jesaja 45:21 zegt Hij:

804
00:48:59,070 --> 00:49:04,110
Maak bekend en breng naar
voren, ja, beraadslaag samen:

805
00:49:04,110 --> 00:49:06,630
Wie heeft dit van oudsher doen horen?

806
00:49:06,630 --> 00:49:09,210
Wie heeft dat van toen af bekendgemaakt?

807
00:49:09,210 --> 00:49:11,430
Ben Ik het niet, de HEERE?

808
00:49:11,430 --> 00:49:16,170
Buiten Mij is er geen andere God,
een rechtvaardig God, een Heiland;

809
00:49:16,170 --> 00:49:18,270
er is niemand behalve Ik.

810
00:49:18,270 --> 00:49:21,930
Hij zegt: wie heeft het
van tevoren bekendgemaakt?

811
00:49:21,930 --> 00:49:23,610
Ik heb dat gedaan.

812
00:49:23,610 --> 00:49:25,710
In vers 22 staat:

813
00:49:25,710 --> 00:49:29,550
Wend u tot Mij, word behouden,
alle einden der aarde,

814
00:49:29,550 --> 00:49:32,190
want Ik ben God en niemand anders.

815
00:49:32,190 --> 00:49:35,310
Ik heb gezworen bij
Mijzelf — uit Mijn mond is

816
00:49:35,310 --> 00:49:39,511
in gerechtigheid een woord uitgegaan
en het zal niet terugkeren —

817
00:49:39,511 --> 00:49:44,850
dat voor Mij elke knie zich zal
buigen, elke tong bij Mij zal zweren.

818
00:49:44,850 --> 00:49:50,430
Dit is het vers waar Paulus naar verwijst
wanneer hij in Filippenzen 2:10 zegt:

819
00:49:50,430 --> 00:49:55,650
opdat in de Naam van Jezus zich zou
buigen elke knie van hen die in de hemel,

820
00:49:55,650 --> 00:49:59,010
en die op de aarde, en
die onder de aarde zijn,

821
00:49:59,010 --> 00:50:00,810
Maar God benadrukt:

822
00:50:00,810 --> 00:50:05,130
Er is geen ander. Ik heb
bepaald hoe alles zal aflopen.

823
00:50:05,130 --> 00:50:08,190
Uiteindelijk zal iedereen voor Mij buigen.

824
00:50:08,190 --> 00:50:12,570
Dit biedt natuurlijk enige steun
aan het universalistische standpunt,

825
00:50:12,570 --> 00:50:16,410
hoewel het ook steun biedt aan het
postmillennialistische standpunt.

826
00:50:16,410 --> 00:50:20,730
Sommigen zeggen dat er een tijd op aarde
zal komen waarin iedereen bekeerd is en

827
00:50:20,730 --> 00:50:23,250
elke knie zich voor Hem zal buigen.

828
00:50:23,250 --> 00:50:28,710
Anderen zeggen: nee, iedereen die ooit
heeft geleefd zal zich voor Hem buigen,

829
00:50:28,710 --> 00:50:31,830
en dat is het universalistische standpunt.

830
00:50:31,830 --> 00:50:36,750
Weer anderen zeggen: nee, nadat Hij alle
goddelozen heeft weggevaagd en zij er niet

831
00:50:36,750 --> 00:50:41,310
meer zijn, zal iedereen die
overblijft zich voor Hem buigen.

832
00:50:41,310 --> 00:50:45,990
Hoe dan ook, afhankelijk van iemands
theologische paradigma kan dit vers bij

833
00:50:45,990 --> 00:50:48,750
meer dan één geheel van aannames passen.

834
00:50:48,750 --> 00:50:52,170
In hoofdstuk 46, vers 9, staat:

835
00:50:52,170 --> 00:50:55,530
Denk aan de dingen van
vroeger, van oude tijden af,

836
00:50:55,530 --> 00:50:58,410
dat Ik God ben en niemand anders.

837
00:50:58,410 --> 00:51:01,470
Ik ben God, en er is er geen als Ik,

838
00:51:01,470 --> 00:51:04,650
Die vanaf het begin verkondigt
wat het einde zal zijn,

839
00:51:04,650 --> 00:51:08,970
van oudsher de dingen die nog niet
plaatsgevonden hebben; Die zegt:

840
00:51:08,970 --> 00:51:14,130
Mijn raadsbesluit houdt stand en
Ik zal al Mijn welbehagen doen;

841
00:51:14,130 --> 00:51:16,530
Daarna spreekt Hij over Cyrus.

842
00:51:16,530 --> 00:51:18,330
Het punt is dat Hij zegt:

843
00:51:18,330 --> 00:51:21,990
Ik voorspel het en daarna
zorg Ik dat het gebeurt.

844
00:51:21,990 --> 00:51:24,930
Dus als je ziet gebeuren
wat Ik heb voorspeld,

845
00:51:24,930 --> 00:51:27,810
weet dan dat Ik zo bewijs wie Ik ben.

846
00:51:27,810 --> 00:51:29,490
Ik ben de echte God.

847
00:51:29,490 --> 00:51:32,310
Ik ben Degene Die deze dingen doet.

848
00:51:32,310 --> 00:51:38,070
In hoofdstuk 48, het laatste hoofdstuk
van dit gedeelte, zegt Hij in vers 3:

849
00:51:38,070 --> 00:51:41,550
De dingen van vroeger heb
Ik van oudsher verkondigd,

850
00:51:41,550 --> 00:51:45,570
uit Mijn mond zijn ze voortgekomen
en Ik heb ze doen horen.

851
00:51:45,570 --> 00:51:48,270
Plotseling heb Ik ze
gedaan en ze zijn gekomen.

852
00:51:48,270 --> 00:51:52,530
Omdat Ik wist dat u hard bent,
uw nek een ijzeren pees is,

853
00:51:52,530 --> 00:51:57,630
en uw voorhoofd van brons, daarom
heb Ik het u van oudsher verkondigd;

854
00:51:57,630 --> 00:52:01,830
voordat het kwam, heb Ik het u
doen horen, anders zou u zeggen:

855
00:52:01,830 --> 00:52:05,310
Mijn afgod heeft die dingen
gedaan, mijn gesneden beeld

856
00:52:05,310 --> 00:52:07,710
of mijn gegoten beeld heeft ze geboden.

857
00:52:07,710 --> 00:52:11,610
Dat wil zeggen: ‘Ik wist dat
jullie geneigd zouden zijn

858
00:52:11,610 --> 00:52:15,330
jullie bevrijding aan jullie
afgoden toe te schrijven.

859
00:52:15,330 --> 00:52:19,350
Daarom deed Ik iets wat
jullie afgoden niet deden.

860
00:52:19,350 --> 00:52:22,590
Ik voorspelde dat Ik het zou doen.

861
00:52:22,590 --> 00:52:27,510
Daarmee voorkwam Ik als het ware dat
jullie afgoden de eer zouden krijgen,

862
00:52:27,510 --> 00:52:30,990
zodat jullie het niet aan
hen konden toeschrijven.’

863
00:52:30,990 --> 00:52:32,850
In vers 6 zegt Hij:

864
00:52:32,850 --> 00:52:38,790
U hebt het gehoord, aanschouw dit alles,
en u, zou u het dan niet verkondigen?

865
00:52:38,790 --> 00:52:43,050
Van nu af aan doe Ik u nieuwe
dingen horen, verborgen dingen,

866
00:52:43,050 --> 00:52:44,970
die u niet geweten hebt.

867
00:52:44,970 --> 00:52:49,470
Dit zijn geen dingen die jullie al
wisten voordat Ik ze jullie vertelde.

868
00:52:49,470 --> 00:52:54,150
Ik heb het jullie verteld, en anders
zouden jullie het niet hebben geweten.

869
00:52:54,150 --> 00:52:57,690
Dan staat er in de verzen 12 en 13:

870
00:52:57,690 --> 00:53:04,050
Luister naar Mij, Jakob, Israël,
Mijn geroepene: Ik ben Dezelfde,

871
00:53:04,050 --> 00:53:07,410
Ik ben de Eerste, ook ben Ik de Laatste.

872
00:53:07,410 --> 00:53:09,990
Ook heeft Mijn hand de aarde gegrondvest,

873
00:53:09,990 --> 00:53:13,230
en Mijn rechterhand heeft
de hemel uitgespannen.

874
00:53:13,230 --> 00:53:15,930
Roep Ik ze, dan staan ze er tezamen.

875
00:53:15,930 --> 00:53:18,930
Met andere woorden: Ik heb ze gemaakt.

876
00:53:18,930 --> 00:53:24,210
Ze geven Mij antwoord en
gehoorzamen Mijn bevel — de hemelen.

877
00:53:24,210 --> 00:53:29,310
We hebben in dit gedeelte veel passages
waarin Hij dit over Zichzelf benadrukt.

878
00:53:29,310 --> 00:53:34,050
Hij is de ene God. Er is geen
ander. Hij is de Schepper.

879
00:53:34,050 --> 00:53:36,390
Hij heeft de hemelen uitgespannen.

880
00:53:36,390 --> 00:53:38,190
Ze geven Hem antwoord.

881
00:53:38,190 --> 00:53:40,170
Ze komen wanneer Hij roept.

882
00:53:40,170 --> 00:53:41,850
Ze doen wat Hij zegt.

883
00:53:41,850 --> 00:53:46,290
Hij is de Heere en Hij kan je van
tevoren vertellen wat Hij gaat doen,

884
00:53:46,290 --> 00:53:49,290
iets wat geen enkele andere god kan.

885
00:53:49,290 --> 00:53:52,950
Waarom luisteren jullie dan naar
afgoden die niets kunnen doen,

886
00:53:52,950 --> 00:53:55,950
niets hebben geschapen en
niets kunnen voorspellen?

887
00:53:55,950 --> 00:53:58,710
Dat is de nadruk in dit hele gedeelte.

888
00:53:58,710 --> 00:54:02,550
Daarbinnen kwamen we iets tegen waarop
ik de aandacht niet heb gevestigd,

889
00:54:02,550 --> 00:54:05,130
en ik denk dat ik dat alsnog wil doen.

890
00:54:05,130 --> 00:54:11,010
In hoofdstuk 41, vers 4, waar we
God voor het eerst zagen zeggen:

891
00:54:11,010 --> 00:54:13,710
Wie heeft dit bewerkt en gedaan?

892
00:54:13,710 --> 00:54:16,890
Hij Die de generaties
riep vanaf het begin!

893
00:54:16,890 --> 00:54:22,290
Ik, de HEERE, Die de Eerste ben,
en bij de laatsten ben Ik Dezelfde.

894
00:54:22,290 --> 00:54:23,670
en waar Hij zei:

895
00:54:23,670 --> 00:54:26,550
Ik ben bij de laatsten,
zei Hij vervolgens:

896
00:54:26,550 --> 00:54:27,750
Ik ben het.

897
00:54:27,750 --> 00:54:31,830
Als je goed oplet wanneer je dit
gedeelte van Jesaja doorleest,

898
00:54:31,830 --> 00:54:34,890
zul je een aantal plaatsen
vinden waar God zegt:

899
00:54:34,890 --> 00:54:35,970
Ik ben het.

900
00:54:35,970 --> 00:54:39,690
Ik ben wie? Ik ben Hij. Wie is Hij?

901
00:54:39,690 --> 00:54:42,270
Ik ben Hij, de ware God.

902
00:54:42,270 --> 00:54:46,350
Maar het punt is dit: de
uitdrukking ‘Ik ben Hij’ wordt

903
00:54:46,350 --> 00:54:49,650
gebruikt alsof die op
zichzelf een eigennaam is.

904
00:54:49,650 --> 00:54:52,770
Als je zou zeggen: ‘Is Steve Gregg hier?’

905
00:54:52,770 --> 00:54:55,230
dan zou ik zeggen: ‘Dat ben ik.’

906
00:54:55,230 --> 00:54:59,850
Daar is niets vreemds aan, maar ik
gebruik ‘dat ben ik’ niet als eigennaam.

907
00:54:59,850 --> 00:55:04,110
Ik geef alleen antwoord op een
vraag: ik ben degene die je zoekt.

908
00:55:04,110 --> 00:55:07,890
Maar God gebruikt de uitdrukking
‘Ik ben Hij’ alsof dat

909
00:55:07,890 --> 00:55:10,110
een van Zijn goddelijke titels is.

910
00:55:10,110 --> 00:55:11,550
Hoe weten we dat?

911
00:55:11,550 --> 00:55:17,850
Kijk naar hoofdstuk 43, vers 13, direct na
het vers dat we zojuist hebben aangehaald.

912
00:55:17,850 --> 00:55:22,290
In de gebruikte Engelse vertaling
staat daar: ‘Voordat de dag bestond,

913
00:55:22,290 --> 00:55:23,310
ben Ik het.’

914
00:55:23,310 --> 00:55:24,990
Dat is vreemde grammatica.

915
00:55:24,990 --> 00:55:29,250
Je zou verwachten: ‘Voordat
de dag bestond, was Ik.’

916
00:55:29,250 --> 00:55:34,410
Als Hij alleen informatie over Zichzelf
geeft en het niet als titel gebruikt,

917
00:55:34,410 --> 00:55:40,050
als Hij alleen zegt: ‘Ik was hier voordat
de dag bestond,’ dan zou Hij zeggen:

918
00:55:40,050 --> 00:55:42,870
‘Voordat de dag bestond, was Ik.’

919
00:55:42,870 --> 00:55:46,290
In plaats daarvan
gebruikt Hij ‘Ik ben Hij’

920
00:55:46,290 --> 00:55:49,170
alsof de tijd van het
werkwoord niet verandert,

921
00:55:49,170 --> 00:55:53,730
ongeacht welke tijd de zin zou
vereisen, omdat het een naam is.

922
00:55:53,730 --> 00:55:55,950
Het is een onveranderlijke titel.

923
00:55:55,950 --> 00:56:00,150
We zien het opnieuw in
hoofdstuk 46, vers 4.

924
00:56:00,150 --> 00:56:05,490
In dit gedeelte van Jesaja komen we
‘Ik ben Hij’ talloze keren tegen,

925
00:56:05,490 --> 00:56:07,530
maar de gevallen die ik je laat zien,

926
00:56:07,530 --> 00:56:11,310
tonen precies aan hoe dit
als eigennaam wordt gebruikt.

927
00:56:11,310 --> 00:56:15,330
Jesaja 46:3–4 zegt:

928
00:56:15,330 --> 00:56:22,350
Luister naar Mij, huis van Jakob, en heel
het overblijfsel van het huis van Israël,

929
00:56:22,350 --> 00:56:25,950
u, die door Mij gedragen
bent vanaf de moeder schoot,

930
00:56:25,950 --> 00:56:28,410
gedragen vanaf de baarmoeder.

931
00:56:28,410 --> 00:56:36,030
Tot uw ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn,
ja, tot uw grijsheid toe zal Ík u dragen;

932
00:56:36,030 --> 00:56:42,390
Ík heb het gedaan en Ík zal u
opnemen, Ík zal dragen en redden.

933
00:56:42,390 --> 00:56:44,910
Let op deze regel in vers 4:

934
00:56:44,910 --> 00:56:47,610
Zelfs als je oud bent, ben Ik het.

935
00:56:47,610 --> 00:56:52,410
Had Hij niet moeten zeggen: ‘Zelfs tot
in jullie ouderdom zal Ik Hij zijn’?

936
00:56:52,410 --> 00:56:54,390
In de volgende regel staat:

937
00:56:54,390 --> 00:56:57,510
Zelfs als je grijs bent, zal Ik je dragen.

938
00:56:57,510 --> 00:56:59,370
Hij spreekt over de toekomst.

939
00:56:59,370 --> 00:57:04,530
Totdat jullie oud zijn, totdat jullie
grijze haren hebben, zal Ik jullie dragen.

940
00:57:04,530 --> 00:57:07,770
Totdat jullie oud zijn: Ik ben Hij.

941
00:57:07,770 --> 00:57:10,290
Let erop: ‘Ik ben Hij.’

942
00:57:10,290 --> 00:57:13,110
Het is geen informatie. Het is een titel.

943
00:57:13,110 --> 00:57:17,370
Als het informatie was, zou
het werkwoord ‘ben’ veranderen

944
00:57:17,370 --> 00:57:20,310
om bij de zin en de grammatica te passen.

945
00:57:20,310 --> 00:57:23,670
In plaats daarvan is het
een onveranderlijke titel,

946
00:57:23,670 --> 00:57:28,230
ongeacht wat de grammatica van de zin
normaal gesproken zou voorschrijven.

947
00:57:28,230 --> 00:57:30,450
Waarom heb ik dat naar voren gebracht?

948
00:57:30,450 --> 00:57:35,790
Omdat we in Johannes, hoofdstuk 8, een
passage hebben waarvan vaak wordt gezegd

949
00:57:35,790 --> 00:57:40,350
dat Christus daarin een goddelijke
titel voor Zichzelf gebruikt.

950
00:57:40,350 --> 00:57:42,150
En dat doet Hij inderdaad.

951
00:57:42,150 --> 00:57:47,130
Maar ik denk dat christenen die
passage te vaak verkeerd uitleggen,

952
00:57:47,130 --> 00:57:51,750
want daar zegt Jezus in Johannes 8:58:

953
00:57:51,750 --> 00:57:58,830
Jezus zei tegen hen: Voorwaar,
voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren

954
00:57:58,830 --> 00:58:00,630
was, ben Ik.

955
00:58:00,630 --> 00:58:05,370
Christenen zeggen dan meestal:
„Nou, ‘Ik ben’ is de Naam die God

956
00:58:05,370 --> 00:58:09,210
bij de brandende braamstruik
aan Mozes heeft bekendgemaakt.”

957
00:58:09,210 --> 00:58:13,290
Toen Mozes vroeg welke naam hij
de Israëlieten moest noemen,

958
00:58:13,290 --> 00:58:17,970
antwoordde God dat ‘Ik ben
die Ik ben’ hem had gezonden.

959
00:58:17,970 --> 00:58:19,110
zegt God:

960
00:58:19,110 --> 00:58:21,990
Ik ben Die Ik ben heeft je gestuurd.

961
00:58:21,990 --> 00:58:26,070
Ga tegen Israël zeggen:
Ik ben heeft mij gestuurd.

962
00:58:26,070 --> 00:58:32,250
Dus God openbaart Zijn Naam als „Ik
ben”, en hier zien we dat Jezus zegt:

963
00:58:32,250 --> 00:58:35,310
Voordat Abraham er was, ben ik er al.

964
00:58:35,310 --> 00:58:39,270
Maar er is een probleem wanneer
we dit gelijkstellen aan Exodus 3,

965
00:58:39,270 --> 00:58:40,950
en dat is het volgende.

966
00:58:40,950 --> 00:58:45,150
In het Grieks van Exodus
3, in vers 14 of 15,

967
00:58:45,150 --> 00:58:49,770
gebruikt de Septuaginta niet hetzelfde
Griekse woord voor „Ik ben” dat

968
00:58:49,770 --> 00:58:51,510
Jezus hier gebruikt.

969
00:58:51,510 --> 00:58:56,430
Jezus sprak natuurlijk Aramees, en dit
Griekse woord wordt door Johannes gegeven.

970
00:58:56,430 --> 00:59:01,050
Maar Johannes heeft nog steeds het
Griekse woord gekozen dat hij koos om

971
00:59:01,050 --> 00:59:03,570
weer te geven wat Jezus zei.

972
00:59:03,570 --> 00:59:08,970
Als Johannes Jezus zag als iemand
die verwees naar Exodus 3:15,

973
00:59:08,970 --> 00:59:13,170
dan zou hij ongetwijfeld hetzelfde
Griekse woord hebben gebruikt om

974
00:59:13,170 --> 00:59:15,450
Jezus’ woorden te vertalen.

975
00:59:15,450 --> 00:59:19,170
Welk woord er ook in
Exodus 3:15 wordt gebruikt,

976
00:59:19,170 --> 00:59:24,030
het zou hier gebruikt moeten worden als
Johannes ons de indruk probeert te geven

977
00:59:24,030 --> 00:59:26,310
dat Jezus die Naam gebruikt.

978
00:59:26,310 --> 00:59:33,030
In Johannes 8:58 gebruikt Jezus
in feite de term ego eimi.

979
00:59:33,030 --> 00:59:37,110
In het Grieks betekent
eimi op zichzelf „Ik ben”.

980
00:59:37,110 --> 00:59:41,370
Maar ego is, net als ons woord ego, „ik”.

981
00:59:41,370 --> 00:59:46,290
Dus ego eimi betekent
in wezen: „Ik, Ik ben.”

982
00:59:46,290 --> 00:59:51,210
In het Grieks is het een nadrukkelijk
„Ik ben”, maar het kan ook betekenen:

983
00:59:51,210 --> 00:59:52,410
„Ik ben het.”

984
00:59:52,410 --> 00:59:57,210
Kijk bijvoorbeeld naar Johannes
9:9, toen de blinde man genezen was

985
00:59:57,210 --> 01:00:01,890
en zijn buren zich afvroegen of
dit dezelfde man was. Er staat:

986
01:00:01,890 --> 01:00:07,350
Anderen zeiden: Hij is het; en
weer anderen: Hij lijkt op hem.

987
01:00:07,350 --> 01:00:09,570
Hij zei: Ik ben het.

988
01:00:09,570 --> 01:00:11,910
Dat is ook ego eimi.

989
01:00:11,910 --> 01:00:15,210
Het is duidelijk dat de blinde
man niet de Naam van God

990
01:00:15,210 --> 01:00:17,910
gebruikt om duidelijk te maken wie hij is.

991
01:00:17,910 --> 01:00:22,530
Hij antwoordt eenvoudig:
„Ik ben het. Ik ben degene.”

992
01:00:22,530 --> 01:00:26,670
Ego eimi is dezelfde
uitdrukking die Jezus gebruikte.

993
01:00:26,670 --> 01:00:31,530
Ego eimi kan „Ik ben” betekenen,
wat de letterlijke betekenis is,

994
01:00:31,530 --> 01:00:36,630
maar in het Griekse taalgebruik kan
„het” erin besloten liggen: „Ik ben het.”

995
01:00:36,630 --> 01:00:43,710
Dus wanneer Jezus in Johannes 8:58 ego
eimi zegt, kan het worden vertaald als:

996
01:00:43,710 --> 01:00:50,730
Jezus zei tegen hen: Voorwaar,
voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren

997
01:00:50,730 --> 01:00:51,750
was, ben Ik.

998
01:00:51,750 --> 01:00:54,150
zoals het in onze Engelse
vertalingen staat,

999
01:00:54,150 --> 01:00:56,850
of het kan evengoed worden vertaald als:

1000
01:00:56,850 --> 01:00:58,230
Ik ben het.

1001
01:00:58,230 --> 01:01:01,350
Ego eimi betekent in het Grieks beide.

1002
01:01:01,350 --> 01:01:03,570
Stel nu dat het zo luidde:

1003
01:01:03,570 --> 01:01:06,150
Voordat Abram er was, ben ik er al.

1004
01:01:06,150 --> 01:01:11,130
Dat lijkt grammaticaal sterk
op Jesaja 43:13 zoals dat in de

1005
01:01:11,130 --> 01:01:15,270
gebruikte Engelse vertaling wordt
weergegeven: ‘Voordat de dag bestond,

1006
01:01:15,270 --> 01:01:16,470
ben Ik het.’

1007
01:01:16,470 --> 01:01:20,670
De formulering „Ik ben het” past
grammaticaal niet gewoon in deze

1008
01:01:20,670 --> 01:01:25,710
tijdsbepaling; volgens Gregg
functioneert zij daarom als een titel.

1009
01:01:25,710 --> 01:01:30,150
Wat interessant is, is dat God bij
de brandende braamstruik in Exodus

1010
01:01:30,150 --> 01:01:32,070
3 weliswaar zei:

1011
01:01:32,070 --> 01:01:36,510
God maakte Zich daar bekend met
de woorden: ‘Ik ben die Ik ben.’

1012
01:01:36,510 --> 01:01:40,950
maar dat de Septuaginta de
term ego eimi niet gebruikt.

1013
01:01:40,950 --> 01:01:43,770
Daar staat een andere term voor „Ik ben”.

1014
01:01:43,770 --> 01:01:47,310
Maar in die passages in
Jesaja waar God zegt:

1015
01:01:47,310 --> 01:01:51,810
‘Ik ben het’ staat in de
Septuaginta als ego eimi.

1016
01:01:51,810 --> 01:01:56,730
Met andere woorden, wanneer Jezus en
Zijn tijdgenoten de Septuaginta lazen,

1017
01:01:56,730 --> 01:02:00,270
lazen ze ego eimi in die
passages waar God zegt:

1018
01:02:00,270 --> 01:02:01,470
Ik ben het.

1019
01:02:01,470 --> 01:02:07,470
Zo heeft de Septuaginta het vertaald:
ego eimi betekent „Ik ben het.”

1020
01:02:07,470 --> 01:02:08,850
Jezus zei:

1021
01:02:08,850 --> 01:02:16,230
Jezus zei tegen hen: Voorwaar,
voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren

1022
01:02:16,230 --> 01:02:17,730
was, ben Ik.

1023
01:02:17,730 --> 01:02:22,350
Jezus gebruikt inderdaad een goddelijke
titel, maar niet dezelfde titel die bij de

1024
01:02:22,350 --> 01:02:24,690
brandende braamstruik werd gebruikt.

1025
01:02:24,690 --> 01:02:29,670
Hij gebruikt een goddelijke titel die
in Jesaja voorkomt, waar Jahweh zegt:

1026
01:02:29,670 --> 01:02:36,270
Luister naar Mij, huis van Jakob, en heel
het overblijfsel van het huis van Israël,

1027
01:02:36,270 --> 01:02:39,630
u, die door Mij gedragen
bent vanaf de moeder schoot,

1028
01:02:39,630 --> 01:02:41,850
gedragen vanaf de baarmoeder.

1029
01:02:41,850 --> 01:02:49,110
Tot uw ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn,
ja, tot uw grijsheid toe zal Ík u dragen;

1030
01:02:49,110 --> 01:02:54,510
Ík heb het gedaan en Ík zal u
opnemen, Ík zal dragen en redden.

1031
01:02:54,510 --> 01:02:58,590
Met wie wilt u Mij vergelijken
en met wie op één lijn stellen?

1032
01:02:58,590 --> 01:03:02,610
Met wie wilt u Mij meten, dat
wij elkaars gelijken zouden zijn?

1033
01:03:02,610 --> 01:03:06,210
„Ik ben het” blijft in de
tegenwoordige tijd staan,

1034
01:03:06,210 --> 01:03:09,990
ongeacht of de zin in de verleden
of de toekomende tijd staat.

1035
01:03:09,990 --> 01:03:14,850
Het is een onveranderlijke titel,
en Jezus gebruikt hem op die manier.

1036
01:03:14,850 --> 01:03:19,050
De Jehova’s Getuigen proberen de
implicatie te vermijden dat Jezus

1037
01:03:19,050 --> 01:03:24,570
werkelijk Jahweh is en vertalen
Johannes 8:58 daarom als:

1038
01:03:24,570 --> 01:03:27,330
‘Voordat Abram er was, was ik er al.’

1039
01:03:27,330 --> 01:03:29,970
Want dat is ongeveer
wat je zou verwachten.

1040
01:03:29,970 --> 01:03:33,930
Als Jezus alleen probeerde te
zeggen dat Hij vóór Abraham bestond,

1041
01:03:33,930 --> 01:03:36,210
had Hij zoiets moeten zeggen als:

1042
01:03:36,210 --> 01:03:38,790
Voordat Abram er was, was ik er al.

1043
01:03:38,790 --> 01:03:41,550
Daarmee zou de informatie
zijn overgebracht.

1044
01:03:41,550 --> 01:03:44,310
Maar Jezus geeft die informatie niet.

1045
01:03:44,310 --> 01:03:47,370
Jezus maakt Zichzelf bekend
met een goddelijke titel.

1046
01:03:47,370 --> 01:03:50,310
In het Grieks staat het
in de tegenwoordige tijd.

1047
01:03:50,310 --> 01:03:55,230
In Johannes 8:58 staat
volgens deze uitleg:

1048
01:03:55,230 --> 01:03:57,990
Vóór Abraham geboren was, ben Ik het.

1049
01:03:57,990 --> 01:04:02,790
Dat klinkt ongewoon. Het kan worden
vertaald als „Ik ben”, maar om

1050
01:04:02,790 --> 01:04:07,050
consequent te zijn met de Septuaginta
is „Ik ben het” volgens Gregg

1051
01:04:07,050 --> 01:04:08,790
een betere vertaling.

1052
01:04:08,790 --> 01:04:11,310
Aan de manier waarop het
in die zin functioneert,

1053
01:04:11,310 --> 01:04:15,630
kun je zien dat het niet slechts
informatie is. Het is een titel.

1054
01:04:15,630 --> 01:04:17,910
Waar haalt Hij die titel vandaan?

1055
01:04:17,910 --> 01:04:23,010
Hij haalt die titel uit Jesaja,
waar het altijd Jahweh is Die zegt:

1056
01:04:23,010 --> 01:04:26,550
Ik ben het. Ik ben het. Ik ben het.

1057
01:04:26,550 --> 01:04:28,770
Dat is de titel van Jahweh.

1058
01:04:28,770 --> 01:04:32,490
Er is nog één andere gedachtegang
in dit gedeelte van Jesaja

1059
01:04:32,490 --> 01:04:35,910
die ik naar voren wil halen,
en dat is het knechtenmotief.

1060
01:04:35,910 --> 01:04:40,290
Maar het is eigenlijk in het volgende
gedeelte van Jesaja dat het knechtenmotief

1061
01:04:40,290 --> 01:04:42,030
vooral naar voren komt.

1062
01:04:42,030 --> 01:04:45,510
We komen het voor het eerst
tegen in dit eerste gedeelte.

1063
01:04:45,510 --> 01:04:49,830
We zullen ernaar kijken in
hoofdstuk 42, vanaf vers 1.

1064
01:04:49,830 --> 01:04:52,650
Daar vinden we het eerste
lied over de Knecht.

1065
01:04:52,650 --> 01:04:57,090
Maar de andere knechtenliederen staan
in het volgende gedeelte van Jesaja.

1066
01:04:57,090 --> 01:05:01,290
Daarom zullen we ze allemaal bekijken
wanneer we bij dat gedeelte komen.

1067
01:05:01,290 --> 01:05:05,790
Een deel van dit materiaal in ons huidige
gedeelte laten we nog even rusten,

1068
01:05:05,790 --> 01:05:11,070
omdat het overeenkomt met en verband houdt
met het materiaal dat we gaan onderzoeken.
