1
00:00:02,070 --> 00:00:04,830
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,830 --> 00:00:11,910
Deze keer behandelen we Jesaja
hoofdstuk 61 tot en met 66.

3
00:00:11,910 --> 00:00:15,090
We hebben nog maar zes
hoofdstukken van Jesaja over.

4
00:00:15,090 --> 00:00:20,085
We zijn bij hoofdstuk 61, een
passage die we, althans gedeeltelijk,

5
00:00:20,085 --> 00:00:24,930
al een aantal keren hebben gezien,
omdat die uitleg geeft over het hele

6
00:00:24,930 --> 00:00:27,450
genre passages waartoe hij behoort.

7
00:00:27,450 --> 00:00:30,390
Het is een Messiaanse passage.

8
00:00:30,390 --> 00:00:33,390
De reden waarom deze
passage ons zo goed helpt,

9
00:00:33,390 --> 00:00:40,170
is dat Jezus de openingsverzen van Jesaja
61 aanhaalde en daarbij duidelijk zei:

10
00:00:40,170 --> 00:00:42,870
De Geest van de Heere HEERE is op Mij,

11
00:00:42,870 --> 00:00:47,250
omdat de HEERE Mij gezalfd heeft
om een blijde boodschap te brengen

12
00:00:47,250 --> 00:00:48,930
aan de zachtmoedigen.

13
00:00:48,930 --> 00:00:53,010
Hij heeft Mij gezonden om te
verbinden de gebrokenen van hart,

14
00:00:53,010 --> 00:00:57,510
om voor de gevangenen vrijlating uit
te roepen en voor wie gebonden zaten,

15
00:00:57,510 --> 00:01:00,930
opening van de gevangenis;
om uit te roepen het

16
00:01:00,930 --> 00:01:05,850
jaar van het welbehagen van de HEERE
en de dag van de wraak van onze God;

17
00:01:05,850 --> 00:01:08,430
om alle treurenden te troosten;

18
00:01:08,430 --> 00:01:12,930
Met andere woorden, Hij gaf aan dat
de vervulling al plaatsvond in het

19
00:01:12,930 --> 00:01:15,090
feit zelf dat Hij predikte.

20
00:01:15,090 --> 00:01:22,110
Wat Hij uit de Schrift voorlas, was
Jesaja 61:1 en een gedeelte van vers 2:

21
00:01:22,110 --> 00:01:28,110
De Geest van de Here God rust op Mij, want
de Heer heeft Mij gezalfd om de armen goed

22
00:01:28,110 --> 00:01:29,370
nieuws te brengen.

23
00:01:29,370 --> 00:01:33,090
Hij heeft Mij gestuurd om mensen
met een gebroken hart te genezen,

24
00:01:33,090 --> 00:01:37,890
om gevangenen hun vrijheid aan te
kondigen en de gevangenis te openen voor

25
00:01:37,890 --> 00:01:41,550
wie vastzitten, en om het jaar
van de Heer aan te kondigen

26
00:01:41,550 --> 00:01:43,830
waarin Hij mensen genadig is.

27
00:01:43,830 --> 00:01:47,070
Op dat moment sloot Jezus het boek en zei:

28
00:01:47,070 --> 00:01:51,750
Vandaag is dit Schriftgedeelte voor
jullie oren in vervulling gegaan.

29
00:01:51,750 --> 00:01:52,530
Welke Schrift?

30
00:01:52,530 --> 00:01:57,210
Dat Jezus gezalfd was om het aangename
jaar van de Heere uit te roepen.

31
00:01:57,210 --> 00:01:59,850
Het volgende gedeelte van vers 2 zegt:

32
00:01:59,850 --> 00:02:03,030
En de dag waarop onze God wraak neemt.

33
00:02:03,030 --> 00:02:06,690
Jezus was er niet om dat uit
te roepen, op dat moment niet.

34
00:02:06,690 --> 00:02:11,070
Toen Jezus deze Schrift las, was dat
helemaal aan het begin van Zijn bediening

35
00:02:11,070 --> 00:02:13,710
in Galilea, in Lukas 4.

36
00:02:13,710 --> 00:02:17,610
Hij was er om bekend te maken dat de
beloften van het Koninkrijk gereed waren

37
00:02:17,610 --> 00:02:19,110
om vervuld te worden.

38
00:02:19,110 --> 00:02:21,810
Maar Hij was er niet om
bekend te maken dat het

39
00:02:21,810 --> 00:02:24,270
uur van het oordeel nu vervuld zou worden,

40
00:02:24,270 --> 00:02:27,750
hoewel dit later in Zijn
bediening wel ter sprake kwam.

41
00:02:27,750 --> 00:02:32,250
Naarmate Zijn kruisiging dichterbij kwam,
richtte Zijn onderwijs zich steeds meer op

42
00:02:32,250 --> 00:02:36,630
het komende oordeel: Hij
vervloekte de vijgenboom en zei:

43
00:02:36,630 --> 00:02:40,650
En Jezus antwoordde en zei
tegen hem: Laat niemand meer

44
00:02:40,650 --> 00:02:43,170
vrucht van u eten in eeuwigheid!

45
00:02:43,170 --> 00:02:45,090
En Zijn discipelen hoorden het.

46
00:02:45,090 --> 00:02:48,990
Hij vertelde ook het verhaal over de
wijngaardeniers die geoordeeld zouden

47
00:02:48,990 --> 00:02:53,310
worden, waarna het Koninkrijk aan
iemand anders gegeven zou worden.

48
00:02:53,310 --> 00:02:56,970
Daarnaast vertelde Hij de
gelijkenis over het bruiloftsmaal:

49
00:02:56,970 --> 00:03:00,090
een koning richtte een
bruiloft voor zijn zoon aan

50
00:03:00,090 --> 00:03:04,410
en nodigde eerst zijn vrienden
uit, maar zij kwamen niet opdagen.

51
00:03:04,410 --> 00:03:09,330
Ze weigerden te komen, en hij stuurde
zijn legers eropaf en verwoestte hun stad.

52
00:03:09,330 --> 00:03:13,230
Ook was er Zijn veroordeling van
de Farizeeën, waarbij Hij zei:

53
00:03:13,230 --> 00:03:18,090
opdat over u al het rechtvaardige bloed
zal komen dat vergoten is op de aarde,

54
00:03:18,090 --> 00:03:22,290
vanaf het bloed van de rechtvaardige
Abel tot het bloed van Zacharia,

55
00:03:22,290 --> 00:03:27,510
de zoon van Berechja, die u gedood
hebt tussen de tempel en het altaar.

56
00:03:27,510 --> 00:03:32,430
Voorwaar, Ik zeg u: Al deze dingen
zullen komen over dit geslacht.

57
00:03:32,430 --> 00:03:37,110
en, niet in de laatste plaats, Zijn
voorspelling dat van de tempel niet

58
00:03:37,110 --> 00:03:42,210
één steen op de andere zou blijven staan
en dat dit in die generatie zou gebeuren.

59
00:03:42,210 --> 00:03:45,270
Aan het einde van Zijn
bediening richtte Jezus Zich

60
00:03:45,270 --> 00:03:49,410
meer op dit laatste
gedeelte van Jesaja 61:2:

61
00:03:49,410 --> 00:03:52,710
om uit te roepen het jaar van
het welbehagen van de HEERE

62
00:03:52,710 --> 00:03:57,570
en de dag van de wraak van onze
God; om alle treurenden te troosten;

63
00:03:57,570 --> 00:04:00,930
Maar Jezus begon Zijn
bediening niet met die nadruk.

64
00:04:00,930 --> 00:04:05,670
Hij was er eenvoudigweg om het aangename
jaar van de Heere uit te roepen.

65
00:04:05,670 --> 00:04:09,870
Bijna alle commentatoren lijken
het erover eens te zijn dat het

66
00:04:09,870 --> 00:04:14,550
aangename jaar van de Heere een
zinspeling is op het Jubeljaar.

67
00:04:14,550 --> 00:04:17,730
Eén reden om dat te
denken is dat de zinsnede:

68
00:04:17,730 --> 00:04:20,730
De Geest van de Heere HEERE is op Mij,

69
00:04:20,730 --> 00:04:24,630
omdat de HEERE Mij gezalfd heeft
om een blijde boodschap te brengen

70
00:04:24,630 --> 00:04:26,310
aan de zachtmoedigen.

71
00:04:26,310 --> 00:04:30,390
Hij heeft Mij gezonden om te
verbinden de gebrokenen van hart,

72
00:04:30,390 --> 00:04:35,250
om voor de gevangenen vrijlating uit
te roepen en voor wie gebonden zaten,

73
00:04:35,250 --> 00:04:37,290
opening van de gevangenis;

74
00:04:37,290 --> 00:04:42,210
woordelijk gelijk is aan een
zinsnede in Leviticus 25,

75
00:04:42,210 --> 00:04:44,310
waar de wet van het Jubeljaar staat.

76
00:04:44,310 --> 00:04:50,670
Het woord ‘Jubeljaar’ komt van Hebreeuwse
woorden die ‘ramshoorn’ betekenen,

77
00:04:50,670 --> 00:04:53,550
en het werd het Jubeljaar
genoemd omdat het elk

78
00:04:53,550 --> 00:04:57,870
vijftigste jaar werd aangekondigd
door het blazen op een ramshoorn.

79
00:04:57,870 --> 00:05:01,830
Het was het vijftigste jaar in
elke cyclus van vijftig jaar,

80
00:05:01,830 --> 00:05:06,510
waarin alle gevangenen werden vrijgelaten
en schulden werden kwijtgescholden.

81
00:05:06,510 --> 00:05:09,450
Alle familiebezittingen
die gedurende de voorgaande

82
00:05:09,450 --> 00:05:11,790
negenenveertig jaar afgestaan
hadden moeten worden —

83
00:05:11,790 --> 00:05:15,030
misschien omdat iemand financieel
aan de grond zat en zijn

84
00:05:15,030 --> 00:05:18,450
erfelijk familiebezit moest
verkopen — keerden in het

85
00:05:18,450 --> 00:05:20,910
vijftigste jaar terug naar de familie.

86
00:05:20,910 --> 00:05:24,810
Het was alsof elke vijftig jaar
op de resetknop werd gedrukt.

87
00:05:24,810 --> 00:05:28,230
Het was alsof je opnieuw
begon, met een schone lei.

88
00:05:28,230 --> 00:05:30,150
Was je in de gevangenis beland?

89
00:05:30,150 --> 00:05:31,950
Was je slaaf geworden?

90
00:05:31,950 --> 00:05:33,630
Had je schulden gemaakt?

91
00:05:33,630 --> 00:05:35,970
Was je familiebezit kwijtgeraakt?

92
00:05:35,970 --> 00:05:40,590
In het vijftigste jaar klinkt
de bazuin, klinkt de ramshoorn,

93
00:05:40,590 --> 00:05:44,610
wordt de resetknop ingedrukt
en krijg je een nieuwe start.

94
00:05:44,610 --> 00:05:46,890
Dat is wat Jezus bekendmaakt.

95
00:05:46,890 --> 00:05:48,930
Hier is een nieuwe start.

96
00:05:48,930 --> 00:05:51,390
Dit is het geestelijke Jubeljaar.

97
00:05:51,390 --> 00:05:56,250
Dit is ongetwijfeld datgene waarvan het
Jubeljaar in de wet een voorafschaduwing

98
00:05:56,250 --> 00:05:59,610
was: het behoud dat Christus aankondigt.

99
00:05:59,610 --> 00:06:03,270
Natuurlijk hadden het uitroepen
van vrijheid voor gevangenen en het

100
00:06:03,270 --> 00:06:06,630
openen van de gevangenis
voor hen die gebonden waren

101
00:06:06,630 --> 00:06:11,370
geen betrekking op een letterlijke
gevangenis of op letterlijke gevangenen.

102
00:06:11,370 --> 00:06:15,510
Jezus verkondigde geen politieke
gerechtigheid en bevrijding.

103
00:06:15,510 --> 00:06:20,850
Als dat was wat Hij deed, zou Hij Johannes
de Doper uit de gevangenis hebben bevrijd.

104
00:06:20,850 --> 00:06:25,410
Johannes de Doper wenste werkelijk dat
Hij dat soort vrijheid zou uitroepen en de

105
00:06:25,410 --> 00:06:27,270
gevangenis zou openen.

106
00:06:27,270 --> 00:06:29,430
Hij had er graag uit gewild.

107
00:06:29,430 --> 00:06:32,190
Maar dat was niet waar Jezus het over had.

108
00:06:32,190 --> 00:06:36,390
Dit is een geestelijk behoud,
een geestelijke bevrijding.

109
00:06:36,390 --> 00:06:41,730
Het was het aangename jaar van de Heere,
en in vers 2 stelt Hij dat tegenover:

110
00:06:41,730 --> 00:06:44,670
de dag waarop onze God wraak neemt.

111
00:06:44,670 --> 00:06:49,230
We zagen de dag van wraak voor
het eerst genoemd in hoofdstuk 34,

112
00:06:49,230 --> 00:06:52,230
waar over het oordeel
over Edom wordt gesproken

113
00:06:52,230 --> 00:06:55,770
en wordt gezegd dat het
de dag van Gods wraak is.

114
00:06:55,770 --> 00:06:59,430
Nu zien we hem opnieuw, de dag van wraak.

115
00:06:59,430 --> 00:07:03,030
Vervolgens staat er in hoofdstuk 63:4:

116
00:07:03,030 --> 00:07:08,490
Want de dag van de wraak was in Mijn hart,
het jaar van Mijn verlosten was gekomen.

117
00:07:08,490 --> 00:07:14,370
Merk op dat zowel in hoofdstuk
61:2 als in hoofdstuk 63:4

118
00:07:14,370 --> 00:07:18,150
de dag van wraak verbonden
wordt met het jaar van behoud,

119
00:07:18,150 --> 00:07:22,590
het jaar van de verlosten, het
aangename jaar van de Heere.

120
00:07:22,590 --> 00:07:26,730
Een dag is een korte tijd;
een jaar is een lange tijd.

121
00:07:26,730 --> 00:07:29,970
De dag van wraak vond vrij snel plaats.

122
00:07:29,970 --> 00:07:34,650
Het was de verwoesting van Jeruzalem
in een oorlog die enkele jaren duurde.

123
00:07:34,650 --> 00:07:38,310
Het jubeljaar duurt al 2000 jaar.

124
00:07:38,310 --> 00:07:40,290
Dat is een langere periode.

125
00:07:40,290 --> 00:07:45,750
Hoewel God behoudt en oordeelt, is
Zijn voornaamste bezigheid behouden.

126
00:07:45,750 --> 00:07:49,110
Zijn oordeel wordt zo
snel mogelijk voltrokken.

127
00:07:49,110 --> 00:07:51,630
Zijn behoud blijft voortduren.

128
00:07:51,630 --> 00:07:55,890
Het is dus een jaar van
behoud en een dag van oordeel.

129
00:07:55,890 --> 00:08:00,390
Dit is natuurlijk de overgang
van de oude orde naar de nieuwe.

130
00:08:00,390 --> 00:08:01,890
In vers 3 staat:

131
00:08:01,890 --> 00:08:06,390
om uit te roepen het jaar van het
welbehagen van de HEERE en de dag van de

132
00:08:06,390 --> 00:08:10,290
wraak van onze God; om alle
treurenden te troosten;

133
00:08:10,290 --> 00:08:14,970
om aangaande de treurenden van Sion te
beschikken dat hun gegeven zal worden

134
00:08:14,970 --> 00:08:19,230
sieraad in plaats van as,
vreugdeolie in plaats van rouw,

135
00:08:19,230 --> 00:08:22,170
een lofgewaad in plaats
van een benauwde geest,

136
00:08:22,170 --> 00:08:27,630
opdat zij genoemd worden eiken van de
gerechtigheid, een planting door de HEERE,

137
00:08:27,630 --> 00:08:29,070
om Hem te verheerlijken.

138
00:08:29,070 --> 00:08:32,190
Omdat ze hebben gerouwd en
in de as hebben gezeten,

139
00:08:32,190 --> 00:08:36,450
zullen ze uit hun as opstaan en
prachtige kleding aantrekken.

140
00:08:36,450 --> 00:08:40,170
Ze zullen zichzelf opnieuw
zalven om feest te vieren.

141
00:08:40,170 --> 00:08:42,030
Zo deden de mensen dat.

142
00:08:42,030 --> 00:08:45,570
Mensen zalfden zichzelf
wanneer ze zich mooi maakten.

143
00:08:45,570 --> 00:08:49,350
Ze smeerden zich in met olie.
Dat zouden wij niet doen.

144
00:08:49,350 --> 00:08:52,830
In onze cultuur houden we
van een droge uitstraling.

145
00:08:52,830 --> 00:08:57,810
Maar in het Midden-Oosten voelen ze zich
volgens mij sowieso de hele tijd vettig.

146
00:08:57,810 --> 00:09:01,350
Je zweet daar voortdurend,
dus wat maakt het uit?

147
00:09:01,350 --> 00:09:05,190
Je giet er nog wat olie overheen
en ziet er glanzend uit.

148
00:09:05,190 --> 00:09:08,430
Je strijkt je haar naar
achteren en gaat naar het feest.

149
00:09:08,430 --> 00:09:13,650
In hun cultuur zalf je jezelf om naar
een feestmaal of een feest te gaan.

150
00:09:13,650 --> 00:09:18,570
Het idee is dus dat God hun een houding
van vreugde en feestelijkheid geeft

151
00:09:18,570 --> 00:09:22,110
in plaats van rouw, omdat
het behoud gekomen is.

152
00:09:22,110 --> 00:09:26,610
Hier zien we dat wij bomen zijn die de
vrucht van gerechtigheid voortbrengen,

153
00:09:26,610 --> 00:09:30,690
de vrucht waarnaar Hij in het
hele boek Jesaja heeft gezocht.

154
00:09:30,690 --> 00:09:33,750
Zij zullen verwoeste plaatsen
van weleer herbouwen,

155
00:09:33,750 --> 00:09:38,490
de woeste plaatsen van vroeger weer
oprichten, de verwoeste steden vernieuwen,

156
00:09:38,490 --> 00:09:42,330
die verwoest lagen, van
generatie op generatie.

157
00:09:42,330 --> 00:09:47,010
Dit gaat niet alleen over de Joden die uit
Babylon terugkeerden en Jeruzalem en de

158
00:09:47,010 --> 00:09:49,050
steden van Judea herbouwden.

159
00:09:49,050 --> 00:09:52,830
Dit is het weer oprichten van
de ruïnes van vele generaties.

160
00:09:52,830 --> 00:09:56,190
De ruïnes die werden herbouwd door
de Joden die uit de ballingschap

161
00:09:56,190 --> 00:09:59,370
terugkeerden, waren nog maar
een paar generaties oud.

162
00:09:59,370 --> 00:10:04,230
Maar dit is meer, zoals ik in de vorige
lezing zei, een geestelijke wederopbouw,

163
00:10:04,230 --> 00:10:07,410
een herstel van verloren
geestelijke deugden die

164
00:10:07,410 --> 00:10:09,870
generaties eerder verloren waren gegaan,

165
00:10:09,870 --> 00:10:12,930
misschien zelfs teruggaand
tot de zondeval.

166
00:10:12,930 --> 00:10:15,990
Vreemden zullen klaarstaan
en uw kudden weiden,

167
00:10:15,990 --> 00:10:20,070
vreemdelingen zullen uw
akkerbouwers en uw wijnbouwers zijn.

168
00:10:20,070 --> 00:10:25,290
We zagen eerder, in het vorige
hoofdstuk, hoofdstuk 60, vers 10:

169
00:10:25,290 --> 00:10:30,210
Vreemdelingen zullen uw muren herbouwen
en hun koningen zullen u dienen,

170
00:10:30,210 --> 00:10:33,270
want in Mijn grote
toorn heb Ik u geslagen,

171
00:10:33,270 --> 00:10:37,530
maar in Mijn welbehagen
heb Ik Mij over u ontfermd.

172
00:10:37,530 --> 00:10:41,550
Nu weiden de zonen van
vreemdelingen je kudden, enzovoort.

173
00:10:41,550 --> 00:10:46,950
Dit betekent eenvoudigweg dat heidenen
betrokken zullen zijn bij Gods werk.

174
00:10:46,950 --> 00:10:50,550
Sommigen zullen kudden hoeden,
zoals voorgangers dat doen.

175
00:10:50,550 --> 00:10:52,710
Sommigen zullen muren bouwen.

176
00:10:52,710 --> 00:10:58,650
Sommigen zullen wijngaarden verzorgen,
planten, enzovoort, in geestelijke zin.

177
00:10:58,650 --> 00:10:59,790
Hij zegt:

178
00:10:59,790 --> 00:11:05,370
Ú echter zult genoemd worden: priesters
van de HEERE, men zal u noemen:

179
00:11:05,370 --> 00:11:07,410
dienaren van onze God.

180
00:11:07,410 --> 00:11:13,110
U zult het vermogen van heidenvolken
eten, u zult u beroemen in hun luister.

181
00:11:13,110 --> 00:11:15,690
Dat is waar in het Nieuwe Testament.

182
00:11:15,690 --> 00:11:17,670
Wij zijn allemaal priesters.

183
00:11:17,670 --> 00:11:20,310
In het Oude Testament was dat niet zo.

184
00:11:20,310 --> 00:11:24,450
In zekere zin moest Israël een
koninkrijk van priesters zijn,

185
00:11:24,450 --> 00:11:29,490
maar de priesters van de Heere
waren in wezen de zonen van Aäron.

186
00:11:29,490 --> 00:11:33,150
Nu is heel Gods volk
priester van de Heere.

187
00:11:33,150 --> 00:11:38,250
Dit is een benaming die in het Oude
Testament meestal naar profeten verwees.

188
00:11:38,250 --> 00:11:42,690
Een dienaar van God was in het
Oude Testament meestal een profeet,

189
00:11:42,690 --> 00:11:43,950
of een man van God.

190
00:11:43,950 --> 00:11:48,990
Maar wij zouden in zekere zin allemaal
priesters en profeten moeten zijn.

191
00:11:48,990 --> 00:11:54,450
In plaats van uw dubbele schaamte en
schande zullen zij juichen over hun deel.

192
00:11:54,450 --> 00:11:58,710
Daarom zullen zij in hun land het
dubbele in erfelijk bezit hebben,

193
00:11:58,710 --> 00:12:01,110
zij zullen eeuwige blijdschap hebben.

194
00:12:01,110 --> 00:12:06,750
Want Ik, de HEERE, heb het recht
lief, Ik haat roof bij het brandoffer,

195
00:12:06,750 --> 00:12:09,810
en Ik zal geven dat hun
werk in waarheid zal zijn

196
00:12:09,810 --> 00:12:12,690
en Ik zal een eeuwig
verbond met hen sluiten.

197
00:12:12,690 --> 00:12:16,170
We zijn deze terminologie
al vaak eerder tegengekomen.

198
00:12:16,170 --> 00:12:19,170
Hun nageslacht zal onder de
heidenvolken bekend worden,

199
00:12:19,170 --> 00:12:22,350
en hun nakomelingen te
midden van de volken.

200
00:12:22,350 --> 00:12:26,370
Allen die hen zien, zullen erkennen
dat zij een nageslacht zijn dat de

201
00:12:26,370 --> 00:12:28,050
HEERE heeft gezegend.

202
00:12:28,050 --> 00:12:32,550
Ze zullen worden herkend als
Gods nageslacht, of Gods zonen,

203
00:12:32,550 --> 00:12:35,850
door God gezegend. Jezus zei:

204
00:12:35,850 --> 00:12:40,890
Zalig zijn de vredestichters, want zij
zullen Gods kinderen genoemd worden.

205
00:12:40,890 --> 00:12:45,930
Ze zullen worden herkend als Gods
nageslacht en ze zullen gezegend zijn.

206
00:12:45,930 --> 00:12:49,230
Jezus zei dat in Mattheüs 5:9.

207
00:12:49,230 --> 00:12:50,250
Hij zegt:

208
00:12:50,250 --> 00:12:54,930
Ik ben zeer vrolijk in de HEERE,
mijn ziel verheugt zich in mijn God,

209
00:12:54,930 --> 00:12:58,050
want Hij heeft mij bekleed
met de klederen van het heil,

210
00:12:58,050 --> 00:13:01,590
de mantel van gerechtigheid
heeft Hij mij omgedaan,

211
00:13:01,590 --> 00:13:05,430
zoals een bruidegom zich bekleedt
met priesterlijk hoofd sieraad,

212
00:13:05,430 --> 00:13:08,670
en een bruid zich tooit met haar sieraden.

213
00:13:08,670 --> 00:13:12,930
God tooit ons dus met gerechtigheid,
zoals een bruid zichzelf tooit.

214
00:13:12,930 --> 00:13:19,050
In het boek Openbaring is de bruid
gekleed in wit linnen, rein en wit,

215
00:13:19,050 --> 00:13:23,490
en er staat dat haar linnen de
rechtvaardige daden van de heiligen is.

216
00:13:23,490 --> 00:13:29,130
De bruid is dus getooid met gerechtigheid,
het gewaad van gerechtigheid.

217
00:13:29,130 --> 00:13:34,470
Het zijn inderdaad rechtvaardige daden
die in Openbaring 19 worden genoemd,

218
00:13:34,470 --> 00:13:38,250
en dus niet noodzakelijk, zoals
we misschien zouden willen zeggen:

219
00:13:38,250 --> 00:13:42,210
„We zijn alleen maar bekleed
met toegerekende gerechtigheid.”

220
00:13:42,210 --> 00:13:45,510
In Christus wordt
gerechtigheid ons toegerekend,

221
00:13:45,510 --> 00:13:50,370
maar de bruid draagt een gewaad dat
gemaakt is van rechtvaardige daden,

222
00:13:50,370 --> 00:13:55,170
als je Openbaring 19 leest,
ongeveer vers 7 en 8.

223
00:13:55,170 --> 00:13:58,170
Want zoals de aarde
haar gewas voortbrengt,

224
00:13:58,170 --> 00:14:01,470
en zoals een tuin het daarin
gezaaide doet opkomen,

225
00:14:01,470 --> 00:14:07,170
zo zal de Heere HEERE gerechtigheid
doen opkomen en lof voor alle volken.

226
00:14:07,170 --> 00:14:12,570
Ook hier is Zijn vrucht gerechtigheid
en, in dit geval, lofprijzing.

227
00:14:12,570 --> 00:14:16,650
Deze uitspraak is misschien wat
Jezus in gedachten had in Markus 4,

228
00:14:16,650 --> 00:14:23,130
in een van Zijn gelijkenissen
in Markus 4:26-29. Hij zei:

229
00:14:23,130 --> 00:14:26,670
Ook zei Hij: Zo is het Koninkrijk van God:

230
00:14:26,670 --> 00:14:32,190
als wanneer iemand het zaad in de aarde
werpt en slaapt en opstaat, nacht en dag;

231
00:14:32,190 --> 00:14:36,510
en het zaad ontkiemt en komt op,
zonder dat hij zelf weet hoe.

232
00:14:36,510 --> 00:14:41,910
Want de aarde brengt vanzelf vrucht
voort: eerst de halm, daarna de aar,

233
00:14:41,910 --> 00:14:44,250
daarna het volle koren in de aar.

234
00:14:44,250 --> 00:14:48,150
En als de vrucht het toelaat,
zendt hij meteen de sikkel erin,

235
00:14:48,150 --> 00:14:50,670
omdat de oogsttijd aangebroken is.

236
00:14:50,670 --> 00:14:53,970
Er staat dat de aarde uit
zichzelf vrucht voortbrengt,

237
00:14:53,970 --> 00:14:56,670
en Hij spreekt hier over de
vrucht van het Koninkrijk.

238
00:14:56,670 --> 00:15:00,150
Zo staat er ook in Jesaja 61:11:

239
00:15:00,150 --> 00:15:03,510
Want zoals de aarde haar
gewassen laat opkomen

240
00:15:03,510 --> 00:15:06,750
en een tuin laat ontkiemen
wat erin is gezaaid.

241
00:15:06,750 --> 00:15:09,210
Het is alsof de tuin dat zelf doet.

242
00:15:09,210 --> 00:15:12,270
De mens zorgt er niet
voor dat dit gebeurt.

243
00:15:12,270 --> 00:15:17,550
De mens stopt het zaad in de grond, maar
iets anders dan de mens laat het groeien.

244
00:15:17,550 --> 00:15:21,690
Of zoals Paulus het verwoordde toen
hij over zichzelf en Apollos sprak:

245
00:15:21,690 --> 00:15:26,610
Ik heb geplant, Apollos heeft
begoten, maar God heeft laten groeien.

246
00:15:26,610 --> 00:15:29,250
Het groeien van het zaad is Gods werk,

247
00:15:29,250 --> 00:15:32,730
maar het planten en begieten
is wat wij moeten doen.

248
00:15:32,730 --> 00:15:35,190
In hoofdstuk 62 staat:

249
00:15:35,190 --> 00:15:38,070
Omwille van Sion zal ik niet zwijgen,

250
00:15:38,070 --> 00:15:41,190
omwille van Jeruzalem
zal ik niet stil zijn,

251
00:15:41,190 --> 00:15:44,610
totdat haar gerechtigheid
opkomt als een lichtglans,

252
00:15:44,610 --> 00:15:46,830
en haar heil als een brandende fakkel.

253
00:15:46,830 --> 00:15:52,710
De heidenvolken zullen uw gerechtigheid
zien en alle koningen uw luister;

254
00:15:52,710 --> 00:15:58,170
u zult met een nieuwe naam genoemd worden,
die de mond van de HEERE bepalen zal.

255
00:15:58,170 --> 00:16:01,110
Wij worden niet in de eerste
plaats Israël genoemd,

256
00:16:01,110 --> 00:16:04,950
hoewel dat wel een aanduiding
is die op ons van toepassing is.

257
00:16:04,950 --> 00:16:06,990
Wij krijgen een nieuwe naam.

258
00:16:06,990 --> 00:16:11,190
Wij worden genoemd naar de
Naam van Christus: christenen.

259
00:16:11,190 --> 00:16:13,590
Die naam zal de Heere geven.

260
00:16:13,590 --> 00:16:17,010
U zult een sierlijke kroon
zijn in de hand van de HEERE

261
00:16:17,010 --> 00:16:20,430
en een koninklijke tulband
in de hand van uw God.

262
00:16:20,430 --> 00:16:23,610
Tegen u zal niet meer
gezegd worden: verlatene,

263
00:16:23,610 --> 00:16:27,630
en tegen uw land zal niet
meer gezegd worden: woestenij,

264
00:16:27,630 --> 00:16:32,670
maar u zult genoemd worden: Mijn
welgevallen is in haar, en uw land:

265
00:16:32,670 --> 00:16:37,950
getrouwde; want de HEERE verlangt naar
u, en uw land zal getrouwd worden.

266
00:16:37,950 --> 00:16:43,050
De naam Hephzibah betekent
feitelijk ‘Mijn vreugde is in haar’,

267
00:16:43,050 --> 00:16:47,790
en Beulah is een naam die
‘getrouwd’ betekent. Dus Hij zegt:

268
00:16:47,790 --> 00:16:52,890
Ik ga je Mijn vreugde ligt in haar
noemen, omdat de Heer blij met je is.

269
00:16:52,890 --> 00:16:57,810
En jouw land zal getrouwd heten, omdat
jouw land met God getrouwd moet zijn.

270
00:16:57,810 --> 00:17:00,810
Want zoals een jongeman
trouwt met een jonge vrouw,

271
00:17:00,810 --> 00:17:03,270
zo zullen uw kinderen trouwen met u;

272
00:17:03,270 --> 00:17:06,390
zoals een bruidegom zich
verblijdt over zijn bruid,

273
00:17:06,390 --> 00:17:09,150
zo zal uw God Zich over u verblijden.

274
00:17:09,150 --> 00:17:13,110
Het is vreemd dat hij niet consequent
bij één beeldspraak blijft.

275
00:17:13,110 --> 00:17:15,210
Je zou verwachten dat hij zou zeggen:

276
00:17:15,210 --> 00:17:19,350
God zal met je trouwen zoals een
bruidegom met zijn bruid trouwt,

277
00:17:19,350 --> 00:17:23,790
en jij zult met God trouwen zoals
een bruid met haar bruidegom trouwt.

278
00:17:23,790 --> 00:17:27,810
In plaats daarvan spreekt hij
erover dat je zonen met je trouwen,

279
00:17:27,810 --> 00:17:30,690
zoals een jonge man met een maagd trouwt.

280
00:17:30,690 --> 00:17:32,910
Het verband is eigenaardig.

281
00:17:32,910 --> 00:17:35,790
Toch is het heel duidelijk
dat hij zegt dat God en Zijn

282
00:17:35,790 --> 00:17:38,370
volk met elkaar getrouwd zullen zijn.

283
00:17:38,370 --> 00:17:41,130
Dat is eenvoudigweg waar het om gaat.

284
00:17:41,130 --> 00:17:44,310
Het lijkt alsof dit eenvoudiger
gezegd had kunnen worden,

285
00:17:44,310 --> 00:17:49,290
maar blijkbaar is dit de poëtische manier
waarop de profeet zich graag uitdrukt,

286
00:17:49,290 --> 00:17:52,110
of waarop God wil dat hij zich uitdrukt.

287
00:17:52,110 --> 00:17:53,310
Hij zegt:

288
00:17:53,310 --> 00:17:57,030
Op uw muren, Jeruzalem,
heb Ik wachters aangesteld.

289
00:17:57,030 --> 00:18:01,230
Nooit zullen zij zwijgen, heel
de dag en heel de nacht niet.

290
00:18:01,230 --> 00:18:05,310
U die het volk aan de HEERE
doet denken, gun u geen rust.

291
00:18:05,310 --> 00:18:10,110
Ja, geef Hem geen rust, totdat
Hij Jeruzalem gegrondvest heeft en

292
00:18:10,110 --> 00:18:12,390
gesteld heeft tot een lof op aarde.

293
00:18:12,390 --> 00:18:14,370
Dat lijkt op vers 1:

294
00:18:14,370 --> 00:18:17,010
Omwille van Sion zal ik niet zwijgen,

295
00:18:17,010 --> 00:18:19,830
omwille van Jeruzalem
zal ik niet stil zijn,

296
00:18:19,830 --> 00:18:23,130
totdat haar gerechtigheid
opkomt als een lichtglans,

297
00:18:23,130 --> 00:18:25,890
en haar heil als een brandende fakkel.

298
00:18:25,890 --> 00:18:30,750
Er zijn wachters die God heeft
aangesteld en die blijkbaar voorbidders

299
00:18:30,750 --> 00:18:32,610
en profeten zijn.

300
00:18:32,610 --> 00:18:36,690
Tegen Ezechiël wordt gezegd dat
hij een wachter op de muur is.

301
00:18:36,690 --> 00:18:39,930
Jesaja ziet zichzelf
blijkbaar als een wachter.

302
00:18:39,930 --> 00:18:45,870
In vers 6 heeft God wachters op de muren
aangesteld die God geen rust gunnen.

303
00:18:45,870 --> 00:18:49,710
Dat betekent dat zij bidden
en daar niet mee ophouden.

304
00:18:49,710 --> 00:18:53,370
Hij zegt in vers 1 dat hij
een van die wachters is:

305
00:18:53,370 --> 00:18:55,290
Ik zal niet zwijgen.

306
00:18:55,290 --> 00:18:58,710
Omwille van Jeruzalem zal Ik niet rusten.

307
00:18:58,710 --> 00:19:02,910
Degenen die voorbidders zijn,
roepen voortdurend en onophoudelijk

308
00:19:02,910 --> 00:19:07,110
tot God totdat Hij het uiteindelijke
doel heeft verwezenlijkt.

309
00:19:07,110 --> 00:19:11,850
Dat doel is dat Jeruzalem, het
Nieuwe Jeruzalem, de gemeente,

310
00:19:11,850 --> 00:19:14,490
vervuld zal zijn van gerechtigheid.

311
00:19:14,490 --> 00:19:20,490
De heidenen zullen, zoals in vers 2
staat, jouw gerechtigheid zien, enzovoort.

312
00:19:20,490 --> 00:19:24,090
Het idee is dat de gemeente
een heerlijke toekomst heeft.

313
00:19:24,090 --> 00:19:26,730
God heeft het sommige
mensen op het hart gelegd

314
00:19:26,730 --> 00:19:30,810
en hen ertoe geroepen om woordvoerders
en gebedsstrijders te zijn,

315
00:19:30,810 --> 00:19:34,890
God geen rust te gunnen en Hem te
smeken dit tot stand te brengen.

316
00:19:34,890 --> 00:19:38,850
De HEERE heeft gezworen bij Zijn
rechterhand en bij Zijn sterke arm:

317
00:19:38,850 --> 00:19:43,230
Nooit zal Ik uw koren meer geven
als voedsel aan uw vijanden,

318
00:19:43,230 --> 00:19:47,010
en nooit zullen vreemdelingen meer
uw nieuwe wijn drinken waarvoor u

319
00:19:47,010 --> 00:19:48,450
zich ingespannen hebt!

320
00:19:48,450 --> 00:19:53,550
Maar wie het inzamelen, zullen het eten
en de HEERE prijzen, en wie hem oogsten,

321
00:19:53,550 --> 00:19:57,150
zullen hem drinken in de
voorhoven van Mijn heiligdom.

322
00:19:57,150 --> 00:20:03,330
Ga door, ga door, de poorten door,
bereid de weg voor het volk, verhoog,

323
00:20:03,330 --> 00:20:06,870
verhoog de gebaande weg,
zuiver hem van stenen,

324
00:20:06,870 --> 00:20:09,750
steek een banier omhoog boven de volken.

325
00:20:09,750 --> 00:20:12,330
Dit zijn beelden die door
elkaar heen gebruikt worden

326
00:20:12,330 --> 00:20:14,970
en die we eerder
afzonderlijk hebben gezien.

327
00:20:14,970 --> 00:20:19,290
Het gereedmaken van de hoofdweg is
uiteraard een veelvoorkomend thema in

328
00:20:19,290 --> 00:20:21,270
de Messiaanse gedeelten.

329
00:20:21,270 --> 00:20:25,170
In hoofdstuk 40 spreekt
Jesaja over Johannes de Doper,

330
00:20:25,170 --> 00:20:27,930
die de hoofdweg voor onze God gereedmaakt.

331
00:20:27,930 --> 00:20:32,970
Het gereedmaken van de hoofdweg begon dus
toen Johannes de Doper begon te prediken.

332
00:20:32,970 --> 00:20:36,630
Het vaandel voor de volken
wordt een aantal keren genoemd.

333
00:20:36,630 --> 00:20:40,890
Vooral in hoofdstuk 11 zal God een
vaandel oprichten voor de heidenen,

334
00:20:40,890 --> 00:20:44,070
en zij zullen komen en
zich eromheen verzamelen.

335
00:20:44,070 --> 00:20:49,410
Dit gaat dus over God, Die mensen uit
alle volken tot Zichzelf vergadert.

336
00:20:49,410 --> 00:20:53,790
De Heere heeft het inderdaad verkondigd
tot aan het einde van de wereld:

337
00:20:53,790 --> 00:20:58,410
Zie, de HEERE heeft het doen
horen tot aan het einde der aarde:

338
00:20:58,410 --> 00:21:03,330
Zeg tegen de dochter van
Sion: Zie, uw heil komt, zie,

339
00:21:03,330 --> 00:21:07,890
Zijn loon heeft Hij bij Zich en
Zijn arbeidsloon gaat voor Hem uit.

340
00:21:07,890 --> 00:21:12,630
Zij zullen hen noemen: het heilige
volk, de verlosten van de HEERE,

341
00:21:12,630 --> 00:21:18,090
en u zult genoemd worden: Gezochte,
Stad die niet verlaten is.

342
00:21:18,090 --> 00:21:22,050
Dit zijn allemaal termen die
op ons van toepassing zijn.

343
00:21:22,050 --> 00:21:25,530
Wij zijn het heilige volk. Er staat:

344
00:21:25,530 --> 00:21:28,350
Ze zullen hen het heilige volk noemen.

345
00:21:28,350 --> 00:21:32,490
In hoofdstuk 1 van Romeinen
schrijft Paulus aan de heiligen,

346
00:21:32,490 --> 00:21:35,010
oftewel het heilige volk.

347
00:21:35,010 --> 00:21:41,310
Het woord ‘heiligen’ betekent ‘heilige
mensen’: het heilige volk in Rome.

348
00:21:41,310 --> 00:21:44,130
Hij zegt dat jullie
heiligen worden genoemd.

349
00:21:44,130 --> 00:21:47,130
Hij zegt in Romeinen 1:7:

350
00:21:47,130 --> 00:21:52,290
Aan allen die in Rome zijn, geliefden
van God en geroepen heiligen:

351
00:21:52,290 --> 00:21:58,710
genade zij u en vrede van God, onze
Vader, en van de Heere Jezus Christus.

352
00:21:58,710 --> 00:22:03,870
In onze Engelse Bijbel staat, vertaald,
‘geroepen om heiligen te zijn’,

353
00:22:03,870 --> 00:22:08,430
maar de woorden voor ‘om te
zijn’ staan cursief gedrukt.

354
00:22:08,430 --> 00:22:10,290
Ze staan niet in het Grieks.

355
00:22:10,290 --> 00:22:13,110
Er staat alleen ‘geroepen heiligen’.

356
00:22:13,110 --> 00:22:15,450
Wij worden heilige mensen genoemd.

357
00:22:15,450 --> 00:22:21,090
Het Engelse woord ‘saints’ betekent
‘heilige mensen’. Er staat dus:

358
00:22:21,090 --> 00:22:24,150
Ze zullen het heilige volk genoemd worden.

359
00:22:24,150 --> 00:22:25,830
Zo worden wij genoemd.

360
00:22:25,830 --> 00:22:29,310
Zo worden wij ook genoemd:
naar wie gezocht is.

361
00:22:29,310 --> 00:22:33,570
Jezus zei dat wij waren als schapen
die de herder had opgezocht.

362
00:22:33,570 --> 00:22:35,550
Wij waren aan het afdwalen.

363
00:22:35,550 --> 00:22:37,170
En wij zijn een stad.

364
00:22:37,170 --> 00:22:40,230
De gemeente is een stad
die niet verlaten is,

365
00:22:40,230 --> 00:22:42,210
U bent het licht van de wereld.

366
00:22:42,210 --> 00:22:46,050
Een stad die boven op een berg
ligt, kan niet verborgen zijn.

367
00:22:46,050 --> 00:22:48,210
In hoofdstuk 63:

368
00:22:48,210 --> 00:22:53,430
Wie is Deze Die uit Edom komt,
in helrode kleding uit Bozra,

369
00:22:53,430 --> 00:22:57,930
Die luisterrijk is in Zijn gewaad,
Die voorttrekt in Zijn grote kracht?

370
00:22:57,930 --> 00:23:02,850
Ik ben het, Die spreek in gerechtigheid,
Die machtig ben om te verlossen.

371
00:23:02,850 --> 00:23:04,410
Het antwoord luidt:

372
00:23:04,410 --> 00:23:08,370
Ik, die rechtvaardig spreek
en machtig ben om te redden.

373
00:23:08,370 --> 00:23:10,710
De eerste stem spreekt opnieuw:

374
00:23:10,710 --> 00:23:15,570
Waarom is dat rood aan Uw gewaad, en
is Uw kleding als die van iemand die

375
00:23:15,570 --> 00:23:17,070
de wijnpers treedt?

376
00:23:17,070 --> 00:23:18,330
Het antwoord:

377
00:23:18,330 --> 00:23:22,770
Ik heb de pers alleen getreden; er
was niemand uit de volken met Mij.

378
00:23:22,770 --> 00:23:27,450
Ik heb hen vertreden in Mijn toorn,
hen vertrapt in Mijn grimmigheid.

379
00:23:27,450 --> 00:23:32,070
Hun bloed is op Mijn kleding gespat,
heel Mijn gewaad heb Ik besmet.

380
00:23:32,070 --> 00:23:37,290
Want de dag van de wraak was in Mijn hart,
het jaar van Mijn verlosten was gekomen.

381
00:23:37,290 --> 00:23:41,730
Ik keek rond, maar er was niemand
die hielp; Ik ontzette Mij,

382
00:23:41,730 --> 00:23:44,250
want er was niemand die ondersteunde.

383
00:23:44,250 --> 00:23:48,630
Daarom heeft Mijn arm Mij heil
verschaft, en Mijn grimmigheid,

384
00:23:48,630 --> 00:23:50,610
die heeft Mij ondersteund.

385
00:23:50,610 --> 00:23:53,130
Ik heb de volken vertrapt in Mijn toorn,

386
00:23:53,130 --> 00:23:55,890
Ik heb hen dronken gemaakt
in Mijn grimmigheid,

387
00:23:55,890 --> 00:23:58,710
Ik heb hun bloed ter aarde doen neerdalen.

388
00:23:58,710 --> 00:24:01,230
We hebben dit gedeelte eerder besproken.

389
00:24:01,230 --> 00:24:05,730
De persoon die hier wordt gezien,
is zonder twijfel Jezus of God,

390
00:24:05,730 --> 00:24:09,210
maar ik denk dat Jezus
waarschijnlijk degene is die spreekt.

391
00:24:09,210 --> 00:24:14,130
Hij komt uit Edom, en Zijn kleren zijn
helemaal rood geverfd of met rood bespat,

392
00:24:14,130 --> 00:24:16,050
omdat Hij iemand vertrapt heeft.

393
00:24:16,050 --> 00:24:19,710
Je zou denken dat het Edom was,
want daar komt Hij vandaan.

394
00:24:19,710 --> 00:24:23,970
Het volledige oordeel over Edom hangt
echter samen met het oordeel over

395
00:24:23,970 --> 00:24:28,530
Jeruzalem, omdat de laatste
Edomieten, nadat Edom gevallen was,

396
00:24:28,530 --> 00:24:30,330
in Israël werden opgenomen.

397
00:24:30,330 --> 00:24:34,830
De laatst bekende familie van
Edomieten was de familie van Herodes:

398
00:24:34,830 --> 00:24:38,130
Herodes de Grote en zijn nakomelingen.

399
00:24:38,130 --> 00:24:40,710
Zij waren de laatst bekende Edomieten.

400
00:24:40,710 --> 00:24:44,370
In zekere zin werden zij
dus een deel van Israël.

401
00:24:44,370 --> 00:24:50,250
Het uiteindelijke, definitieve oordeel
over Edom vond samen met het oordeel over

402
00:24:50,250 --> 00:24:54,270
Israël plaats in het jaar 70 na Christus.

403
00:24:54,270 --> 00:24:56,970
Dit is de dag van wraak in Zijn hart.

404
00:24:56,970 --> 00:25:00,930
Toen we hoofdstuk 34 bespraken,
die andere plaats waar over

405
00:25:00,930 --> 00:25:03,390
Edom en de dag van wraak wordt gesproken,

406
00:25:03,390 --> 00:25:07,470
heb ik ook de mogelijkheid
geopperd dat Edom als bijnaam voor

407
00:25:07,470 --> 00:25:09,270
Jeruzalem wordt gebruikt.

408
00:25:09,270 --> 00:25:13,710
Jeruzalem krijgt vaak bijnamen,
doorgaans als belediging,

409
00:25:13,710 --> 00:25:17,130
ontleend aan de namen van de
heidense volken om hen heen,

410
00:25:17,130 --> 00:25:19,470
waaronder Sodom en andere.

411
00:25:19,470 --> 00:25:23,910
Hoe dan ook, ik geloof dat we hier
naar dezelfde dag van wraak kijken

412
00:25:23,910 --> 00:25:30,510
die in de andere gedeelten wordt genoemd:
hoofdstuk 34, vers 8, en hoofdstuk

413
00:25:30,510 --> 00:25:32,370
61, vers 2.

414
00:25:32,370 --> 00:25:36,870
Ik heb persoonlijk redenen om te geloven
dat dit het einde van de oude orde is:

415
00:25:36,870 --> 00:25:42,150
de val van Jeruzalem, de verwoesting
van Juda door de Romeinse indringers.

416
00:25:42,150 --> 00:25:43,470
Vers 7:

417
00:25:43,470 --> 00:25:47,070
Ik zal de goedertierenheid van
de HEERE in herinnering roepen,

418
00:25:47,070 --> 00:25:51,870
de loffelijke daden van de HEERE, naar
alles wat de HEERE voor ons heeft gedaan,

419
00:25:51,870 --> 00:25:54,630
de grote goedheid voor
het huis van Israël,

420
00:25:54,630 --> 00:25:57,330
die Hij hun bewezen heeft
naar Zijn barmhartigheid

421
00:25:57,330 --> 00:26:00,330
en naar de veelheid van
Zijn goedertierenheid.

422
00:26:00,330 --> 00:26:04,350
Dit verwijst terug naar Zijn
goedheid, die zij versmaad hebben,

423
00:26:04,350 --> 00:26:07,170
niet naar de goedheid die zij
uiteindelijk zullen ontvangen.

424
00:26:07,170 --> 00:26:08,850
Hij gaat terug en zegt:

425
00:26:08,850 --> 00:26:15,090
Want Hij zei: Zij zijn immers Mijn
volk, kinderen die niet zullen liegen!

426
00:26:15,090 --> 00:26:17,970
Zo werd Hij hun tot een Heiland.

427
00:26:17,970 --> 00:26:21,150
Hij bedoelt: hun verlossing uit Egypte.

428
00:26:21,150 --> 00:26:24,570
In al hun benauwdheid was Hij benauwd;

429
00:26:24,570 --> 00:26:27,990
de Engel van Zijn aangezicht
heeft hen verlost.

430
00:26:27,990 --> 00:26:33,090
Door Zijn liefde en door Zijn
genade heeft Híj hen bevrijd;

431
00:26:33,090 --> 00:26:36,960
Hij hief hen op en droeg
hen al de dagen van weleer.

432
00:26:36,960 --> 00:26:43,590
Zíj daarentegen zijn ongehoorzaam geworden
en hebben Zijn Heilige Geest bedroefd.

433
00:26:43,590 --> 00:26:47,130
Daarom is Hij voor hen
veranderd in een vijand,

434
00:26:47,130 --> 00:26:49,830
Hij Zelf heeft tegen hen gestreden.

435
00:26:49,830 --> 00:26:54,810
Toch dacht Hij aan de dagen
vanouds, aan Mozes, aan Zijn volk.

436
00:26:54,810 --> 00:27:00,630
Maar nu , waar is Hij Die hen deed opgaan
uit de zee met de herders van Zijn kudde,

437
00:27:00,630 --> 00:27:04,530
waar is Hij Die Zijn Heilige
Geest in hun midden stelde,

438
00:27:04,530 --> 00:27:09,570
Die Zijn luisterrijke arm heeft doen
gaan aan de rechterhand van Mozes,

439
00:27:09,570 --> 00:27:14,430
Die het water voor hun ogen doormidden
spleet om Zich een eeuwige Naam te maken,

440
00:27:14,430 --> 00:27:17,370
Die hen deed gaan door de diepe wateren?

441
00:27:17,370 --> 00:27:20,610
Als een paard in de woestijn
struikelden zij niet,

442
00:27:20,610 --> 00:27:23,370
als een dier dat in de vallei afdaalt,

443
00:27:23,370 --> 00:27:26,790
heeft de Geest van de
HEERE hun rust gegeven.

444
00:27:26,790 --> 00:27:31,710
Zo hebt U Uw volk geleid om U
een luisterrijke Naam te maken.

445
00:27:31,710 --> 00:27:37,710
In wezen wil Jesaja in de verzen 7 tot en
met 14 spreken over de goedheid van God

446
00:27:37,710 --> 00:27:39,930
en de ontrouw van Israël.

447
00:27:39,930 --> 00:27:44,190
God leidde hen door Mozes uit
Egypte en was goed voor hen.

448
00:27:44,190 --> 00:27:45,810
Wat is daarmee gebeurd?

449
00:27:45,810 --> 00:27:47,910
Wat is er met die dagen gebeurd?

450
00:27:47,910 --> 00:27:50,490
Waarom kwamen ze daartegen in opstand?

451
00:27:50,490 --> 00:27:55,290
De rest van dit hoofdstuk is in wezen een
gebed van bekering dat Jesaja misschien

452
00:27:55,290 --> 00:27:58,350
opstelt om het overblijfsel
in de mond te leggen,

453
00:27:58,350 --> 00:28:01,470
of als wat Israël op dit
punt zou moeten zeggen:

454
00:28:01,470 --> 00:28:06,390
Kijk neer uit de hemel en zie uit
Uw heilige en luisterrijke woning.

455
00:28:06,390 --> 00:28:10,470
Waar zijn Uw na-ijver
en Uw machtige daden,

456
00:28:10,470 --> 00:28:14,190
Uw innerlijke bewogenheid
en Uw barmhartigheid?

457
00:28:14,190 --> 00:28:16,170
Ze houden zich jegens mij in.

458
00:28:16,170 --> 00:28:22,230
Toch bent U onze Vader, want Abraham weet
van ons niet en Israël kent ons niet.

459
00:28:22,230 --> 00:28:28,950
U, HEERE, bent onze Vader; onze
Verlosser van oude tijden af is Uw Naam.

460
00:28:28,950 --> 00:28:32,970
Ik geloof dat dit verwijst
naar de heidenen en hun gebed.

461
00:28:32,970 --> 00:28:35,850
Zij maken nu ook deel
uit van het overblijfsel,

462
00:28:35,850 --> 00:28:40,950
want er staat dat Israël ons niet
erkent en dat Abraham niet van ons wist.

463
00:28:40,950 --> 00:28:44,970
Het is alsof dit niet de natuurlijke
nakomelingschap van Abraham is

464
00:28:44,970 --> 00:28:46,710
die Abraham kende.

465
00:28:46,710 --> 00:28:51,750
Israël erkent ons inderdaad niet,
maar toch zijn wij Uw kinderen.

466
00:28:51,750 --> 00:28:53,670
U bent onze Vader.

467
00:28:53,670 --> 00:28:56,010
Dit zijn dus heidenen.

468
00:28:56,010 --> 00:28:59,850
HEERE, waarom doet U ons
afdwalen van Uw wegen?

469
00:28:59,850 --> 00:29:03,750
Waarom verhardt U ons hart,
zodat wij U niet vrezen?

470
00:29:03,750 --> 00:29:08,310
Keer terug omwille van Uw dienaren,
de stammen van Uw eigendom.

471
00:29:08,310 --> 00:29:12,270
Slechts korte tijd heeft Uw
heilig volk het in bezit gehad.

472
00:29:12,270 --> 00:29:15,450
Onze tegenstanders hebben
Uw heiligdom vertrapt.

473
00:29:15,450 --> 00:29:20,190
Wij zijn geworden als mensen over wie U
van oude tijden af niet hebt geheerst,

474
00:29:20,190 --> 00:29:22,590
die niet naar Uw Naam zijn genoemd.

475
00:29:22,590 --> 00:29:24,990
Wat betreft de vraag wie hier spreekt,

476
00:29:24,990 --> 00:29:28,350
lijkt er inderdaad een kleine
verschuiving plaats te vinden.

477
00:29:28,350 --> 00:29:31,950
Want wanneer hij erover spreekt
dat het heiligdom vertrapt is,

478
00:29:31,950 --> 00:29:35,850
gaat het natuurlijk om Jeruzalem,
en de tempel is verwoest.

479
00:29:35,850 --> 00:29:40,110
Dit spreekt óf vanuit het perspectief
van de ballingen in Babylon over

480
00:29:40,110 --> 00:29:43,230
Nebukadnezars verwoesting
van de tempel, óf het

481
00:29:43,230 --> 00:29:48,150
beschrijft misschien de Joden die van God
vervreemd zijn nadat de tempel in het jaar

482
00:29:48,150 --> 00:29:50,190
70 na Christus werd verwoest.

483
00:29:50,190 --> 00:29:56,070
Maar dit wordt vermengd met verwijzingen
naar mensen die God wel hun Vader noemen

484
00:29:56,070 --> 00:29:57,930
en die heidenen zijn.

485
00:29:57,930 --> 00:30:02,370
Het lijkt erop dat we hier de vermenging
hebben die we vaak tegenkomen:

486
00:30:02,370 --> 00:30:08,550
het oordeel over de afvallige Joden en het
behoud van degenen die in Christus zijn.

487
00:30:08,550 --> 00:30:13,350
In dit geval ligt de nadruk in
vers 16 zelfs op de heidenen.

488
00:30:13,350 --> 00:30:16,290
Het gaat verder in hoofdstuk 64:

489
00:30:16,290 --> 00:30:20,970
Och, dat U de hemel zou
openscheuren, dat U zou neerdalen,

490
00:30:20,970 --> 00:30:24,450
dat de bergen voor Uw
aangezicht zouden wegsmelten,

491
00:30:24,450 --> 00:30:29,670
zoals vuur kreupelhout aansteekt,
en vuur het water laat opborrelen,

492
00:30:29,670 --> 00:30:33,690
om Uw Naam aan Uw
tegenstanders bekend te maken!

493
00:30:33,690 --> 00:30:36,570
Laat zo de heidenvolken
voor Uw aangezicht sidderen.

494
00:30:36,570 --> 00:30:41,730
Het is alsof God Zijn gerechtigheid
vanuit de hemel openbaarde en

495
00:30:41,730 --> 00:30:44,010
neerdaalde om te oordelen.

496
00:30:44,010 --> 00:30:48,150
Net zoals vuur water laat koken,
zou de aanwezigheid van God

497
00:30:48,150 --> 00:30:52,710
de volken doen beven als het woelige
wateroppervlak wanneer het kookt.

498
00:30:52,710 --> 00:30:54,450
Ze zouden geen rust hebben.

499
00:30:54,450 --> 00:30:59,730
Toen U ontzagwekkende dingen deed, die
wij niet verwachtten, daalde U neer;

500
00:30:59,730 --> 00:31:02,970
voor Uw aangezicht smolten de bergen weg.

501
00:31:02,970 --> 00:31:05,910
Ja, van oude tijden af
heeft men het niet gehoord,

502
00:31:05,910 --> 00:31:11,550
men heeft het niet ter ore genomen en geen
oog heeft het gezien, behalve U, o God,

503
00:31:11,550 --> 00:31:14,490
wat Hij doen zal voor wie op Hem wacht.

504
00:31:14,490 --> 00:31:18,570
U ontmoet wie zich in U
verblijdt, wie gerechtigheid doet,

505
00:31:18,570 --> 00:31:22,050
wie op Uw wegen aan U blijven denken.

506
00:31:22,050 --> 00:31:26,250
Zie, Ú was zeer toornig,
want wij hadden gezondigd.

507
00:31:26,250 --> 00:31:30,990
Maar in deze wegen is de eeuwigheid
en zouden wij verlost zijn geweest.

508
00:31:30,990 --> 00:31:35,970
Ook dit is een belijdenis van zonde
en, in de lezing die de spreker volgt,

509
00:31:35,970 --> 00:31:38,730
van de noodzaak dat het
volk behouden wordt,

510
00:31:38,730 --> 00:31:41,130
waarschijnlijk met Israël in gedachten.

511
00:31:41,130 --> 00:31:45,870
De aangehaalde HSV geeft het
slot van vers 5 anders weer:

512
00:31:45,870 --> 00:31:50,970
„Maar in deze wegen is de eeuwigheid
en zouden wij verlost zijn geweest.”

513
00:31:50,970 --> 00:31:53,190
Ze zijn van God afgedwaald.

514
00:31:53,190 --> 00:31:55,290
Hun heiligdom is vertrapt.

515
00:31:55,290 --> 00:31:59,430
Hij noemde dat natuurlijk in het
vorige hoofdstuk, in vers 19,

516
00:31:59,430 --> 00:32:04,590
maar het komt in dit hoofdstuk opnieuw
aan de orde in vers 10, waar hij zegt:

517
00:32:04,590 --> 00:32:07,890
Uw heilige steden zijn
een woestijn geworden.

518
00:32:07,890 --> 00:32:13,890
Sion is een woestijn geworden,
Jeruzalem een woestenij.

519
00:32:13,890 --> 00:32:17,430
Hij heeft het kennelijk over het
verdriet van de Joden na de verwoesting

520
00:32:17,430 --> 00:32:18,750
van de tempel.

521
00:32:18,750 --> 00:32:24,270
Hij beeldt hen af als mensen die de
gevolgen ondergaan van al die zonden die

522
00:32:24,270 --> 00:32:26,130
eerder genoemd zijn.

523
00:32:26,130 --> 00:32:28,050
In vers 6 staat:

524
00:32:28,050 --> 00:32:31,410
Echter, wij zijn allen als een onreine,

525
00:32:31,410 --> 00:32:35,790
al onze rechtvaardige daden
zijn als een bezoedeld kleed.

526
00:32:35,790 --> 00:32:41,730
Wij allen vallen af als een blad en onze
misdaden voeren ons weg als de wind.

527
00:32:41,730 --> 00:32:43,230
Wanneer hij zegt:

528
00:32:43,230 --> 00:32:46,590
Echter, wij zijn allen als een onreine,

529
00:32:46,590 --> 00:32:50,910
al onze rechtvaardige daden
zijn als een bezoedeld kleed.

530
00:32:50,910 --> 00:32:56,850
Wij allen vallen af als een blad en onze
misdaden voeren ons weg als de wind.

531
00:32:56,850 --> 00:33:02,190
Er is niemand die Uw Naam aanroept,
die zich beijvert om U vast te grijpen,

532
00:33:02,190 --> 00:33:07,170
want U verbergt Uw aangezicht voor ons
en U doet ons wegkwijnen in de greep

533
00:33:07,170 --> 00:33:09,090
van onze ongerechtigheden.

534
00:33:09,090 --> 00:33:13,770
heb je dit vers ongetwijfeld in
allerlei preken horen gebruiken of

535
00:33:13,770 --> 00:33:15,330
verkeerd horen citeren.

536
00:33:15,330 --> 00:33:17,670
Gewoonlijk wordt het zo geciteerd:

537
00:33:17,670 --> 00:33:20,910
Al onze rechtvaardigheid
is als smerige vodden.

538
00:33:20,910 --> 00:33:24,330
Predikers gebruiken dat meestal
om te suggereren dat het niet

539
00:33:24,330 --> 00:33:28,710
uitmaakt hoeveel goede daden je
doet of hoe goed je je gedraagt:

540
00:33:28,710 --> 00:33:32,250
jouw gerechtigheid is in
werkelijkheid afschuwelijk voor God.

541
00:33:32,250 --> 00:33:35,550
Ik heb mensen horen zeggen dat
het een belediging voor God is

542
00:33:35,550 --> 00:33:37,830
als je goede werken probeert te doen.

543
00:33:37,830 --> 00:33:40,530
Dat het doen van goede
werken laat zien dat je niet

544
00:33:40,530 --> 00:33:44,730
vertrouwt op het volbrachte werk
van Christus, of iets dergelijks.

545
00:33:44,730 --> 00:33:49,350
Ze zeggen dat al jouw gerechtigheid,
alle goede daden die je doet,

546
00:33:49,350 --> 00:33:51,450
aanstootgevend is voor God.

547
00:33:51,450 --> 00:33:53,430
Het is als vuile vodden.

548
00:33:53,430 --> 00:33:58,590
Soms zeggen ze dat het woord hier zelfs
gebruikte menstruatiedoeken betekent,

549
00:33:58,590 --> 00:34:02,970
iets vuils en onreins waarvan
de Joden zouden walgen.

550
00:34:02,970 --> 00:34:08,250
Het wordt als volgt gebruikt: we zijn niet
gekleed in de gewaden van gerechtigheid.

551
00:34:08,250 --> 00:34:12,750
We zijn gekleed in vuile vodden,
en al onze gerechtigheid kan daar

552
00:34:12,750 --> 00:34:14,550
niet bovenuit stijgen.

553
00:34:14,550 --> 00:34:18,150
Maar dat is niet echt waar,
en dat is niet wat er staat.

554
00:34:18,150 --> 00:34:22,830
De ouders van Johannes de Doper waren
in hun gedrag rechtvaardige mensen.

555
00:34:22,830 --> 00:34:25,890
Hun gerechtigheid was
niet als vuile vodden.

556
00:34:25,890 --> 00:34:29,790
In Lukas 1 lezen we over de
ouders van Johannes de Doper.

557
00:34:29,790 --> 00:34:32,010
Lukas 1:6 zegt:

558
00:34:32,010 --> 00:34:36,990
Zij waren beiden rechtvaardig voor God
en wandelden onberispelijk volgens alle

559
00:34:36,990 --> 00:34:39,450
geboden en verordeningen van de Heere.

560
00:34:39,450 --> 00:34:43,290
Dit beschrijft geen toestand waarvoor
ze zich zouden moeten schamen of

561
00:34:43,290 --> 00:34:45,030
waarvan God walgt.

562
00:34:45,030 --> 00:34:48,990
Dit is de manier waarop God
Israël geboden had te leven.

563
00:34:48,990 --> 00:34:53,670
Als je naar Handelingen 10 kijkt, staat
daar een beschrijving van Cornelius,

564
00:34:53,670 --> 00:34:57,390
een heiden die God niet eens
kende, maar die God wel zocht.

565
00:34:57,390 --> 00:35:01,830
In vers 2, Handelingen
10:2, staat over hem:

566
00:35:01,830 --> 00:35:06,090
een vroom man , die met
heel zijn huis God vreesde,

567
00:35:06,090 --> 00:35:10,410
veel liefdegaven aan het volk
gaf en voortdurend tot God bad.

568
00:35:10,410 --> 00:35:14,550
Beschouwde God dit nu
als vuile vodden? Nee.

569
00:35:14,550 --> 00:35:17,970
Een engel verscheen aan
hem en zei in vers 4:

570
00:35:17,970 --> 00:35:22,770
En hij hield de ogen op hem gericht
en werd zeer bevreesd, en hij zei: Wat

571
00:35:22,770 --> 00:35:23,970
is er, heer?

572
00:35:23,970 --> 00:35:28,950
En de engel zei tegen hem: Uw gebeden
en uw liefdegaven zijn als gedachtenis

573
00:35:28,950 --> 00:35:30,570
opgestegen naar God.

574
00:35:30,570 --> 00:35:36,030
Dat wil zeggen: God merkt jouw aalmoezen
en jouw gebeden met welgevallen op.

575
00:35:36,030 --> 00:35:38,430
Hier is een man die God niet eens kende.

576
00:35:38,430 --> 00:35:42,150
Zijn rechtvaardige daden waren
beslist geen vuile vodden.

577
00:35:42,150 --> 00:35:44,130
Wat bedoelt Jesaja dan?

578
00:35:44,130 --> 00:35:47,070
Hij zegt niet: al onze gerechtigheid.

579
00:35:47,070 --> 00:35:50,070
Hij zegt: al onze gerechtigheden.

580
00:35:50,070 --> 00:35:54,270
Hij heeft het over bepaalde specifieke
handelingen die de Joden als hun

581
00:35:54,270 --> 00:35:56,610
godsdienstige plicht verrichtten.

582
00:35:56,610 --> 00:36:00,450
Waarschijnlijk de offers, waarschijnlijk
de wierook die ze brandden,

583
00:36:00,450 --> 00:36:04,830
waarschijnlijk het vasten dat we in
eerdere hoofdstukken al zijn tegengekomen

584
00:36:04,830 --> 00:36:07,230
— allemaal dingen waarvan God walgt.

585
00:36:07,230 --> 00:36:12,210
Jullie verrichten al deze handelingen
alsof jullie een rechtvaardig volk zijn.

586
00:36:12,210 --> 00:36:14,970
Jullie verrichten godsdienstige werken.

587
00:36:14,970 --> 00:36:18,570
Dat zijn de gerechtigheden
waarover Jesaja spreekt:

588
00:36:18,570 --> 00:36:24,090
godsdienstige werken die niet werkelijk
gepaard gaan met een rechtvaardig leven.

589
00:36:24,090 --> 00:36:27,690
Met andere woorden, ze
vertrouwen op rituele dingen

590
00:36:27,690 --> 00:36:30,030
in plaats van op echte gerechtigheid.

591
00:36:30,030 --> 00:36:32,490
Ze denken dat het brengen van een offer,

592
00:36:32,490 --> 00:36:37,650
vasten of het naleven van het ritueel
iets is wat hen rechtvaardig maakt.

593
00:36:37,650 --> 00:36:42,750
Al die rechtvaardige daden, die
gerechtigheden, zijn als vuile vodden.

594
00:36:42,750 --> 00:36:45,330
Dit lijkt op wat Jeremia zei:

595
00:36:45,330 --> 00:36:51,810
Arglistig is het hart, boven alles, ja,
ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?

596
00:36:51,810 --> 00:36:57,570
Soms passen we dat op alle mensen toe:
je hart is door en door verdorven.

597
00:36:57,570 --> 00:37:02,670
Maar de Bijbel zegt niet dat de harten van
alle mensen door en door verdorven zijn.

598
00:37:02,670 --> 00:37:06,750
Jeremia spreekt over de mensen
van Jeruzalem in zijn tijd.

599
00:37:06,750 --> 00:37:09,990
Hij beschrijft de toestand
van de afvallige natie:

600
00:37:09,990 --> 00:37:13,290
hun harten zijn voortdurend
alleen maar slecht.

601
00:37:13,290 --> 00:37:16,530
Theologen hebben profetische
aanklachten vaak gebruikt

602
00:37:16,530 --> 00:37:21,150
waarmee de profeten hun generatie van
huichelachtige Joden veroordeelden.

603
00:37:21,150 --> 00:37:24,150
Die hielden zich aan de
uiterlijke vormen van godsdienst,

604
00:37:24,150 --> 00:37:27,930
maar waren innerlijk verdorven
en deden slechte dingen.

605
00:37:27,930 --> 00:37:29,670
Ze waren niet oprecht.

606
00:37:29,670 --> 00:37:33,810
De profeten spreken erover dat
hun gerechtigheden voor God als

607
00:37:33,810 --> 00:37:38,970
vuile vodden zijn, of dat hun
harten door en door verdorven zijn.

608
00:37:38,970 --> 00:37:43,950
Theologen nemen die uitspraken en maken
er vervolgens een algemene uitspraak over

609
00:37:43,950 --> 00:37:45,450
alle mensen van.

610
00:37:45,450 --> 00:37:48,810
Daarna vormen ze een leer
van totale verdorvenheid,

611
00:37:48,810 --> 00:37:52,590
terwijl de profeten helemaal niet de
bedoeling hadden zoiets te stellen.

612
00:37:52,590 --> 00:37:56,910
Jeremia zei niet dat zijn eigen
hart door en door verdorven was.

613
00:37:56,910 --> 00:38:00,990
Het hart van Jesaja was
niet door en door verdorven.

614
00:38:00,990 --> 00:38:04,950
Er was altijd een overblijfsel
voor wie deze dingen niet golden.

615
00:38:04,950 --> 00:38:08,490
Maar ze golden wel voor die
generatie, voor dat volk,

616
00:38:08,490 --> 00:38:11,190
en misschien daarnaast
nog voor vele anderen.

617
00:38:11,190 --> 00:38:15,090
Ik suggereer niet dat de Joden in
die tijd de enige mensen waren die zo

618
00:38:15,090 --> 00:38:16,350
beschreven konden worden.

619
00:38:16,350 --> 00:38:19,710
Het punt is alleen dat,
zelfs als deze beschrijving

620
00:38:19,710 --> 00:38:22,530
past bij veel mensen in
veel verschillende tijden,

621
00:38:22,530 --> 00:38:26,250
ze niet noodzakelijk op alle
mensen van toepassing is.

622
00:38:26,250 --> 00:38:30,030
Ze was niet van toepassing op
de ouders van Johannes de Doper.

623
00:38:30,030 --> 00:38:34,590
Ze was niet van toepassing op Cornelius,
en er is geen reden om te geloven

624
00:38:34,590 --> 00:38:37,170
dat ze van toepassing
is op de meeste mensen,

625
00:38:37,170 --> 00:38:40,350
die misschien heel gewone
mensen zijn die zondigen.

626
00:38:40,350 --> 00:38:42,630
Natuurlijk zijn we allemaal zondaars.

627
00:38:42,630 --> 00:38:44,730
Dat is niet hetzelfde als zeggen dat

628
00:38:44,730 --> 00:38:48,030
al onze gedachten voortdurend
alleen maar slecht zijn.

629
00:38:48,030 --> 00:38:50,250
Dat is niet noodzakelijk waar.

630
00:38:50,250 --> 00:38:54,870
De gereformeerde theologie is in wezen
bijna afhankelijk van de bewering dat

631
00:38:54,870 --> 00:38:58,890
iemand die niet behouden is,
altijd en voortdurend verkocht is

632
00:38:58,890 --> 00:39:00,690
aan de goddeloosheid.

633
00:39:00,690 --> 00:39:05,070
Zelfs wanneer zulke mensen goede
dingen doen, zijn ze huichelachtig.

634
00:39:05,070 --> 00:39:09,810
Zelfs wanneer ze goede dingen doen, walgt
God van de goede werken die ze doen,

635
00:39:09,810 --> 00:39:12,270
omdat ze niet wedergeboren zijn.

636
00:39:12,270 --> 00:39:16,290
Uit deze leer komt het idee
voort dat je niet kunt geloven

637
00:39:16,290 --> 00:39:20,730
tenzij God je wedergeboren maakt,
en dat je je niet kunt bekeren.

638
00:39:20,730 --> 00:39:23,490
Geen van deze dingen wordt
in de Schrift gesteld.

639
00:39:23,490 --> 00:39:28,230
De Bijbel zegt nergens dat je
wedergeboren moet zijn om je te bekeren.

640
00:39:28,230 --> 00:39:32,190
Er staat dat je je moet bekeren
om wedergeboren te worden.

641
00:39:32,190 --> 00:39:35,910
Er staat nergens dat je wedergeboren
moet zijn om te geloven.

642
00:39:35,910 --> 00:39:40,050
Er staat dat je moet geloven
om opnieuw geboren te worden.

643
00:39:40,050 --> 00:39:41,790
Dat is wedergeboorte.

644
00:39:41,790 --> 00:39:44,430
Je wordt wedergeboren door te geloven.

645
00:39:44,430 --> 00:39:47,010
Toen Jezus tegen Nicodemus zei:

646
00:39:47,010 --> 00:39:51,030
Verwonder u niet dat Ik tegen u gezegd
heb: U moet opnieuw geboren worden.

647
00:39:51,030 --> 00:39:51,990
zei hij:

648
00:39:51,990 --> 00:39:54,270
Hoe dan? Hoe kan dat?

649
00:39:54,270 --> 00:39:55,290
Jezus zei:

650
00:39:55,290 --> 00:39:58,710
En zoals Mozes de slang in
de woestijn verhoogd heeft,

651
00:39:58,710 --> 00:40:03,390
zo moet de Zoon des mensen verhoogd
worden, opdat ieder die in Hem gelooft,

652
00:40:03,390 --> 00:40:06,750
niet verloren gaat,
maar eeuwig leven heeft.

653
00:40:06,750 --> 00:40:09,090
Want zo lief heeft God de wereld gehad,

654
00:40:09,090 --> 00:40:14,430
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven
heeft, opdat ieder die in Hem gelooft,

655
00:40:14,430 --> 00:40:18,030
niet verloren gaat,
maar eeuwig leven heeft.

656
00:40:18,030 --> 00:40:21,750
Zo word je wedergeboren: door te geloven.

657
00:40:21,750 --> 00:40:23,910
Dat staat overal in de Schrift.

658
00:40:23,910 --> 00:40:25,050
Johannes zei:

659
00:40:25,050 --> 00:40:31,110
maar deze zijn beschreven, opdat u gelooft
dat Jezus de Christus is, de Zoon van God,

660
00:40:31,110 --> 00:40:36,030
en opdat u, door te geloven, het
leven zult hebben in Zijn Naam.

661
00:40:36,030 --> 00:40:42,390
Dat wil zeggen: door te geloven ontvang
je eeuwig leven; je wordt wedergeboren.

662
00:40:42,390 --> 00:40:46,170
Ik bespreek dit omdat dit
specifieke vers in Jesaja,

663
00:40:46,170 --> 00:40:50,490
en soortgelijke verzen in enkele
passages van het Oude Testament,

664
00:40:50,490 --> 00:40:54,510
door populaire theologie behoorlijk
uit hun verband zijn gerukt

665
00:40:54,510 --> 00:40:59,730
om een punt te maken dat de Bijbel niet
maakt en ook niet bedoelt te maken.

666
00:40:59,730 --> 00:41:03,930
In feite spreekt de Bijbel
deze theologie tegen.

667
00:41:03,930 --> 00:41:09,450
Jesaja klaagt dat zijn volk,
zijn generatie, wel religieus is,

668
00:41:09,450 --> 00:41:15,150
maar dat al hun religieuze handelingen
walgelijk zijn voor God omdat zij,

669
00:41:15,150 --> 00:41:20,190
zoals hij eerder zei, onrechtvaardig
zijn in hun omgang met anderen.

670
00:41:20,190 --> 00:41:23,190
Ze leiden geen rechtvaardig leven.

671
00:41:23,190 --> 00:41:27,630
Ze doen gerechtigheden,
afzonderlijke religieuze handelingen.

672
00:41:27,630 --> 00:41:30,390
Het zijn geen rechtvaardige mensen.

673
00:41:30,390 --> 00:41:33,390
Ze leiden geen rechtvaardig leven.

674
00:41:33,390 --> 00:41:38,190
Hun leven wordt niet gekenmerkt
door rechtvaardige levenspatronen.

675
00:41:38,190 --> 00:41:39,870
Maar vers 8 zegt:

676
00:41:39,870 --> 00:41:43,110
Maar nu, HEERE, U bent onze Vader!

677
00:41:43,110 --> 00:41:46,950
Wij zijn het leem en U
bent onze Pottenbakker:

678
00:41:46,950 --> 00:41:50,070
wij zijn allen het werk van Uw handen.

679
00:41:50,070 --> 00:41:55,050
Deze uitspraak, dat Israël de
klei is en God de Pottenbakker,

680
00:41:55,050 --> 00:41:58,950
wordt door Paulus
overgenomen in Romeinen 9.

681
00:41:58,950 --> 00:42:04,410
Hij wijst erop dat God als de Pottenbakker
het recht heeft om de klomp klei,

682
00:42:04,410 --> 00:42:08,670
één klomp, Israël, te nemen
en er twee vaten van te maken.

683
00:42:08,670 --> 00:42:12,870
Dat is wat Paulus in
Romeinen 9 zegt. Hij zegt:

684
00:42:12,870 --> 00:42:15,810
Of heeft de pottenbakker
geen macht over het leem,

685
00:42:15,810 --> 00:42:20,130
om uit dezelfde klomp klei het
ene voorwerp tot een eervol,

686
00:42:20,130 --> 00:42:23,370
het andere tot een
oneervol voorwerp te maken?

687
00:42:23,370 --> 00:42:28,770
Hij baseert dit op dit vers en op
een soortgelijk vers in Jeremia 18.

688
00:42:28,770 --> 00:42:33,810
Op beide plaatsen wordt gezegd dat God
de Pottenbakker is en Israël de klei.

689
00:42:33,810 --> 00:42:38,250
Hij zegt dat er één klomp
klei is, het volk Israël.

690
00:42:38,250 --> 00:42:41,850
God is de Pottenbakker en
Hij kan twee vaten maken.

691
00:42:41,850 --> 00:42:46,230
Hij heeft één vat tot eer gemaakt,
en dat is het overblijfsel.

692
00:42:46,230 --> 00:42:51,210
En Hij heeft één vat tot oneer
gemaakt, en dat is het afvallige deel.

693
00:42:51,210 --> 00:42:54,210
Heel Israël valt uiteen in twee delen.

694
00:42:54,210 --> 00:42:58,050
Ze bevinden zich óf in het
ene vat óf in het andere.

695
00:42:58,050 --> 00:43:01,230
Ze zijn allebei uit dezelfde
klomp klei voortgekomen,

696
00:43:01,230 --> 00:43:03,270
maar de vaten zijn verschillend.

697
00:43:03,270 --> 00:43:07,590
Het vat dat eervol is en voor
eervolle doeleinden wordt gebruikt,

698
00:43:07,590 --> 00:43:10,530
is het trouwe overblijfsel in Israël.

699
00:43:10,530 --> 00:43:14,850
Het vat dat niet eervol is, is
het afvallige deel van Israël.

700
00:43:14,850 --> 00:43:19,530
Wat Paulus in Romeinen 9 duidelijk
maakt, is dat God het recht heeft om zo’n

701
00:43:19,530 --> 00:43:22,050
onderscheid te maken als Hij dat wil.

702
00:43:22,050 --> 00:43:27,210
Dat deed Hij zelfs al in de baarmoeder van
Rebekka, toen Jakob en Ezau daarin waren.

703
00:43:27,210 --> 00:43:31,770
Hij besloot welk deel van Abrahams
nageslacht de beloften zou voortzetten.

704
00:43:31,770 --> 00:43:35,250
Daarvoor koos Hij Jakob, niet Ezau.

705
00:43:35,250 --> 00:43:39,210
Sommige mensen maken de fout te denken
dat het gaat over het uitkiezen van de ene

706
00:43:39,210 --> 00:43:43,230
persoon om behouden te worden en
de andere om verloren te gaan.

707
00:43:43,230 --> 00:43:48,750
Maar Paulus verwijst er nergens naar dat
Ezau verloren ging of Jakob behouden werd.

708
00:43:48,750 --> 00:43:51,750
Hij spreekt erover hoe God
binnen Abrahams familie

709
00:43:51,750 --> 00:43:55,350
kiest wie de kinderen van de
belofte zullen zijn en wie niet.

710
00:43:55,350 --> 00:43:58,830
Jakob werd daarvoor gekozen. Ezau niet.

711
00:43:58,830 --> 00:44:03,990
Paulus haalt het Oude Testament
aan, uit Genesis 25. Hij zegt:

712
00:44:03,990 --> 00:44:08,250
De HEERE zei toen tegen haar: Er
zijn twee volken in uw schoot,

713
00:44:08,250 --> 00:44:12,150
en twee naties zullen zich
uit uw lichaam vaneenscheiden.

714
00:44:12,150 --> 00:44:14,910
Het ene volk zal sterker
zijn dan het andere

715
00:44:14,910 --> 00:44:17,190
en de meerdere zal de mindere dienen.

716
00:44:17,190 --> 00:44:20,790
Met andere woorden: Ezau zou Jakob dienen.

717
00:44:20,790 --> 00:44:24,150
Het is duidelijk dat hier niet
naar behoud wordt verwezen.

718
00:44:24,150 --> 00:44:27,150
Mensen in de hel dienen toch
geen mensen in de hemel?

719
00:44:27,150 --> 00:44:30,510
Nee, Jakob zou de voornaamste broer zijn.

720
00:44:30,510 --> 00:44:34,350
Hij zou de broer zijn die het
eerstgeboorterecht zou hebben.

721
00:44:34,350 --> 00:44:37,290
Ezau zou het
eerstgeboorterecht niet hebben.

722
00:44:37,290 --> 00:44:39,990
Dit gaat over een natuurlijke erfenis.

723
00:44:39,990 --> 00:44:45,270
Dit gaat over de vraag via welk deel
van Abrahams nageslacht de beloften aan

724
00:44:45,270 --> 00:44:48,930
Abraham op aarde zouden worden
vervuld, dat wil zeggen:

725
00:44:48,930 --> 00:44:52,590
via welk deel de Messias zou voortkomen.

726
00:44:52,590 --> 00:44:54,690
Jakob werd daarvoor gekozen.

727
00:44:54,690 --> 00:44:56,490
Dat is een voorrecht.

728
00:44:56,490 --> 00:44:59,010
Ezau werd daar niet voor gekozen.

729
00:44:59,010 --> 00:45:01,470
God maakte een soevereine keuze.

730
00:45:01,470 --> 00:45:05,370
Hij baseerde die niet op iets goeds
of slechts wat zij hadden gedaan.

731
00:45:05,370 --> 00:45:08,370
Het heeft niets te maken met
een voorspelling over behoud.

732
00:45:08,370 --> 00:45:12,210
Er wordt gezegd dat God binnen
Abrahams familie, Israël,

733
00:45:12,210 --> 00:45:16,470
altijd keuzes heeft gemaakt over
wie het beloofde nageslacht zou zijn

734
00:45:16,470 --> 00:45:19,530
en wie niet het beloofde
nageslacht zou zijn.

735
00:45:19,530 --> 00:45:25,410
Israël is als een klomp klei, en God heeft
dat volk genomen en er twee categorieën,

736
00:45:25,410 --> 00:45:27,390
twee vaten, van gemaakt.

737
00:45:27,390 --> 00:45:31,410
De gelovigen daarin zijn als het
ware het uitverkoren nageslacht,

738
00:45:31,410 --> 00:45:33,630
de kinderen van de belofte.

739
00:45:33,630 --> 00:45:36,990
De anderen, de afvalligen, zijn dat niet.

740
00:45:36,990 --> 00:45:38,850
Jesaja ziet dit ook.

741
00:45:38,850 --> 00:45:42,870
God heeft het recht om dit
onderscheid te maken. Hij zegt:

742
00:45:42,870 --> 00:45:48,630
HEERE, wees niet al te vertoornd en denk
niet voor eeuwig aan de ongerechtigheid.

743
00:45:48,630 --> 00:45:53,070
Zie, aanschouw toch,
wij allen zijn Uw volk.

744
00:45:53,070 --> 00:45:55,530
Daarmee moet hij het
overblijfsel bedoelen,

745
00:45:55,530 --> 00:45:59,190
want het is duidelijk dat niet
alle afvalligen Zijn volk waren,

746
00:45:59,190 --> 00:46:01,650
en Hij heeft dat heel duidelijk gemaakt.

747
00:46:01,650 --> 00:46:05,130
Uw heilige steden zijn
een woestijn geworden.

748
00:46:05,130 --> 00:46:09,750
Sion is een woestijn geworden,
Jeruzalem een woestenij.

749
00:46:09,750 --> 00:46:16,650
Ons heilig, luisterrijk huis, waarin onze
vaderen U prezen, is met vuur verbrand;

750
00:46:16,650 --> 00:46:20,490
alles wat ons dierbaar was,
is tot een puinhoop geworden.

751
00:46:20,490 --> 00:46:25,650
In wezen is dit een weeklacht over het
oordeel dat over het afvallige deel komt,

752
00:46:25,650 --> 00:46:29,010
en een erkenning dat God als
de Pottenbakker het recht heeft

753
00:46:29,010 --> 00:46:30,810
ermee te doen wat Hij wil.

754
00:46:30,810 --> 00:46:34,350
Maar één ding dat Hij had
gedaan, was het afvallige deel

755
00:46:34,350 --> 00:46:36,030
en de tempel te vernietigen.

756
00:46:36,030 --> 00:46:40,590
Zoals Paulus in Romeinen 11
zei, zijn er Joden die wegens

757
00:46:40,590 --> 00:46:44,970
ongeloof van de boom zijn afgebroken,
maar zij kunnen weer worden toegevoegd

758
00:46:44,970 --> 00:46:47,310
als zij niet in ongeloof blijven.

759
00:46:47,310 --> 00:46:50,970
Paulus voorspelde niet dat zij
weer zouden worden toegevoegd.

760
00:46:50,970 --> 00:46:56,310
Hij zei eenvoudigweg dat zij, zoals
ze wegens ongeloof waren afgebroken,

761
00:46:56,310 --> 00:47:00,090
weer geënt kunnen worden, net
zoals wij heidenen dat zijn.

762
00:47:00,090 --> 00:47:03,990
Dit is een heel groot ‘als’, maar
het is een voorwaarde waaraan

763
00:47:03,990 --> 00:47:05,610
velen hebben voldaan.

764
00:47:05,610 --> 00:47:11,010
In Romeinen 11:23 staat, waar het gaat
over de Joden die onder het oordeel zijn

765
00:47:11,010 --> 00:47:14,010
gekomen en van de boom zijn afgebroken:

766
00:47:14,010 --> 00:47:18,690
En ook zij zullen, als zij niet in
het ongeloof blijven, geënt worden,

767
00:47:18,690 --> 00:47:21,510
want God is machtig hen opnieuw te enten.

768
00:47:21,510 --> 00:47:26,070
In het vervolg spreekt Paulus eerst
de heidenen aan als takken van een van

769
00:47:26,070 --> 00:47:28,230
nature wilde olijfboom.

770
00:47:28,230 --> 00:47:32,250
Met „zij” bedoelt hij hier
echter de ongelovige Joden:

771
00:47:32,250 --> 00:47:37,590
als zij niet in ongeloof blijven, kan God
hen weer op hun eigen olijfboom enten.

772
00:47:37,590 --> 00:47:41,010
God is dus beslist in
staat om hen weer te enten.

773
00:47:41,010 --> 00:47:45,270
Hij kan een natuurlijke tak even
gemakkelijk, of misschien gemakkelijker,

774
00:47:45,270 --> 00:47:47,190
enten dan een vreemde tak.

775
00:47:47,190 --> 00:47:51,030
Het punt is dat Israël weliswaar
onder het oordeel is gekomen,

776
00:47:51,030 --> 00:47:53,910
maar dat het mogelijk is
dat zij behouden worden.

777
00:47:53,910 --> 00:47:58,170
Het is mogelijk dat zij zich tot
Christus keren, net als ieder ander.

778
00:47:58,170 --> 00:48:02,850
Het is niet zo dat God Israël als
geheel, als ras, heeft afgesneden.

779
00:48:02,850 --> 00:48:04,530
God is geen racist.

780
00:48:04,530 --> 00:48:10,050
Hij begunstigt Israël niet vanwege hun ras
en veracht hen ook niet vanwege hun ras.

781
00:48:10,050 --> 00:48:12,690
Hij begunstigt degenen
die Hem begunstigen.

782
00:48:12,690 --> 00:48:17,370
Hij eert degenen die Hem eren en
veracht degenen die Hem verachten.

783
00:48:17,370 --> 00:48:21,330
Israël werd geoordeeld omdat
zij Hem in wezen verachtten.

784
00:48:21,330 --> 00:48:25,350
Maar als zij zich omkeren, als
zij niet in ongeloof blijven,

785
00:48:25,350 --> 00:48:27,510
kunnen ook zij behouden worden.

786
00:48:27,510 --> 00:48:30,570
Hoofdstuk 65. God zegt:

787
00:48:30,570 --> 00:48:33,630
Ik ben gezocht door hen
die naar Mij niet vroegen,

788
00:48:33,630 --> 00:48:36,930
Ik ben gevonden door hen
die Mij niet zochten.

789
00:48:36,930 --> 00:48:43,050
Tegen het volk dat Mijn Naam niet aanriep
heb Ik gezegd: Zie, hier ben Ik, zie,

790
00:48:43,050 --> 00:48:44,370
hier ben Ik.

791
00:48:44,370 --> 00:48:48,090
Dit verwijst naar de heidenen,
die in vroegere tijden,

792
00:48:48,090 --> 00:48:51,690
vóór de tijd van Christus,
Jahweh niet zochten.

793
00:48:51,690 --> 00:48:53,850
Zij aanbaden andere goden.

794
00:48:53,850 --> 00:48:57,450
Zij vroegen Jahweh niet om het
Evangelie naar hen toe te sturen.

795
00:48:57,450 --> 00:48:59,070
Hij kwam naar hen toe.

796
00:48:59,070 --> 00:49:01,530
Hij stuurde boodschappers naar hen toe.

797
00:49:01,530 --> 00:49:03,390
Zij vroegen niet om Hem.

798
00:49:03,390 --> 00:49:06,210
In de Engelse vertaling
die de spreker volgt,

799
00:49:06,210 --> 00:49:09,630
waren zij een volk dat niet
naar Gods Naam genoemd was.

800
00:49:09,630 --> 00:49:15,210
De aangehaalde HSV vertaalt hier
dat het volk Gods Naam niet aanriep.

801
00:49:15,210 --> 00:49:17,370
Ik weet dat dit over de heidenen gaat,

802
00:49:17,370 --> 00:49:22,590
omdat Paulus dit in Romeinen 10:20
aanhaalt en juist vanuit dit vers

803
00:49:22,590 --> 00:49:24,210
dat punt maakt.

804
00:49:24,210 --> 00:49:26,790
In Romeinen 10:20 staat:

805
00:49:26,790 --> 00:49:32,130
En Jesaja durft het aan te zeggen: Ik ben
gevonden door hen die Mij niet zochten,

806
00:49:32,130 --> 00:49:35,910
Ik heb Mij geopenbaard aan
hen die naar Mij niet vroegen.

807
00:49:35,910 --> 00:49:37,350
Vers 21:

808
00:49:37,350 --> 00:49:40,230
Met het oog op Israël zegt Hij echter:

809
00:49:40,230 --> 00:49:43,650
Heel de dag heb Ik Mijn handen
uitgebreid naar een ongehoorzaam

810
00:49:43,650 --> 00:49:45,450
en tegensprekend volk.

811
00:49:45,450 --> 00:49:48,750
Dat is het volgende vers in Jesaja 65.

812
00:49:48,750 --> 00:49:52,710
Paulus haalt de eerste twee
verzen van Jesaja 65 aan.

813
00:49:52,710 --> 00:49:56,610
Hij past het eerste toe op de
heidenen en het tweede op Israël.

814
00:49:56,610 --> 00:50:00,450
Het volk en de mensen die
God voorheen niet zochten,

815
00:50:00,450 --> 00:50:02,610
waren dus natuurlijk de heidenen.

816
00:50:02,610 --> 00:50:05,010
Zij waren niet Zijn volk.

817
00:50:05,010 --> 00:50:10,170
Maar met betrekking tot Israël zegt
Paulus dat Gods woorden in vers 2 van

818
00:50:10,170 --> 00:50:12,690
Jesaja 65 luiden:

819
00:50:12,690 --> 00:50:17,610
De hele dag heb Ik Mijn handen
uitgespreid naar een opstandig volk,

820
00:50:17,610 --> 00:50:21,870
dat de weg gaat die niet goed
is, naar hun eigen gedachten;

821
00:50:21,870 --> 00:50:25,530
De manier waarop Paulus deze
verzen aanhaalt en toepast,

822
00:50:25,530 --> 00:50:27,630
rechtvaardigt wat ik heb gezegd.

823
00:50:27,630 --> 00:50:30,870
In het ene vers spreekt
hij over het overblijfsel,

824
00:50:30,870 --> 00:50:34,110
in het volgende vers spreekt
hij over de opstandelingen,

825
00:50:34,110 --> 00:50:38,730
en in het daaropvolgende vers spreekt
hij weer over het overblijfsel.

826
00:50:38,730 --> 00:50:40,950
Hij springt heen en weer.

827
00:50:40,950 --> 00:50:44,490
Dat doet hij in deze twee
opeenvolgende verzen.

828
00:50:44,490 --> 00:50:48,810
Paulus zegt dat hij in het eerste van
deze verzen spreekt over de gemeente,

829
00:50:48,810 --> 00:50:51,090
de heidenen, de getrouwen.

830
00:50:51,090 --> 00:50:54,330
In het tweede spreekt hij
over de opstandige Joden.

831
00:50:54,330 --> 00:50:59,070
Jesaja springt dus als een pingpongbal
heen en weer tussen deze twee groepen.

832
00:50:59,070 --> 00:51:03,750
een volk dat Mij voortdurend tot toorn
verwekt, recht in Mijn aangezicht,

833
00:51:03,750 --> 00:51:08,250
door offers te brengen in de tuinen en
een reukoffer te brengen op bakstenen.

834
00:51:08,250 --> 00:51:12,150
Dit zou op de offerhoogten
zijn, voor de heidense goden.

835
00:51:12,150 --> 00:51:16,650
Zij zitten in de graf spelonken en
overnachten bij wie daar bewaard worden;

836
00:51:16,650 --> 00:51:21,870
zij eten varkensvlees en er is kooknat
van onrein vlees in hun vaatwerk.

837
00:51:21,870 --> 00:51:25,110
De man die tussen de graven
woonde, schiet ons te binnen,

838
00:51:25,110 --> 00:51:27,510
omdat hij door demonen bezeten is.

839
00:51:27,510 --> 00:51:32,130
Maar hier gaat het over mensen die hun
heidense godsdienstige rituelen uitvoeren

840
00:51:32,130 --> 00:51:34,710
tussen de graven, op de begraafplaatsen.

841
00:51:34,710 --> 00:51:38,970
Zij eten onrein voedsel dat
de Joden niet mogen eten.

842
00:51:38,970 --> 00:51:42,810
Zij zeggen: Blijf waar u
bent, nader niet tot mij,

843
00:51:42,810 --> 00:51:47,010
want ik ben heiliger dan u.
Dezen zijn rook in Mijn neus,

844
00:51:47,010 --> 00:51:49,350
een vuur dat de hele dag brandt.

845
00:51:49,350 --> 00:51:53,010
Dit verwijst duidelijk naar de
Farizeeën en mensen zoals zij,

846
00:51:53,010 --> 00:51:57,030
die in het diepst van hun hart
allesbehalve rechtvaardig waren.

847
00:51:57,030 --> 00:52:03,150
Jezus zei dat zij vol doodsbeenderen en
onreine dingen waren, vol onreinheid.

848
00:52:03,150 --> 00:52:08,430
Vanbuiten waren zij witgepleisterde
grafmonumenten, en vanbuiten zeiden zij:

849
00:52:08,430 --> 00:52:10,290
‘Ik ben heiliger dan jij.’

850
00:52:10,290 --> 00:52:12,150
Maar zij stinken voor God.

851
00:52:12,150 --> 00:52:14,730
Het is als rook in Zijn neusgaten.

852
00:52:14,730 --> 00:52:19,770
Dit soort godsdienstige oppervlakkigheid
en huichelarij irriteert Hem.

853
00:52:19,770 --> 00:52:23,010
Zie, het staat geschreven
voor Mijn aangezicht.

854
00:52:23,010 --> 00:52:26,730
Ik zal niet zwijgen, maar
Ik zal het vergelden, ja,

855
00:52:26,730 --> 00:52:30,270
Ik zal het vergelden in hun
boezem uw ongerechtigheden

856
00:52:30,270 --> 00:52:34,470
en de ongerechtigheden van uw
vaderen tegelijk, zegt de HEERE,

857
00:52:34,470 --> 00:52:37,290
omdat zij reukoffers hebben
gebracht op de bergen

858
00:52:37,290 --> 00:52:40,470
en Mij smaadheid hebben
aangedaan op de heuvels.

859
00:52:40,470 --> 00:52:45,690
Daarom zal Ik hun ook hun eerstverdiende
arbeidsloon uitbetalen in hun boezem.

860
00:52:45,690 --> 00:52:50,250
Jezus zei dat Zijn generatie de prijs zou
betalen voor het bloedvergieten van al hun

861
00:52:50,250 --> 00:52:56,310
voorouders, vanaf het bloed van Abel
tot het bloed van Zacharia. Hij zei:

862
00:52:56,310 --> 00:53:00,090
Wee u, want u bouwt de
grafmonumenten voor de profeten,

863
00:53:00,090 --> 00:53:02,490
maar uw vaderen hebben hen gedood.

864
00:53:02,490 --> 00:53:06,510
U getuigt dus dat u van harte
instemt met de daden van uw vaderen,

865
00:53:06,510 --> 00:53:10,650
want zij hebben hen gedood en
u bouwt hun grafmonumenten.

866
00:53:10,650 --> 00:53:11,910
Hij zei:

867
00:53:11,910 --> 00:53:14,550
Maakt ook u dan de maat
van uw vaderen vol!

868
00:53:14,550 --> 00:53:18,330
En Hij zei dat dit alles over
deze generatie zou komen.

869
00:53:18,330 --> 00:53:21,630
Natuurlijk heeft Hij het
over het jaar 70 na Christus.

870
00:53:21,630 --> 00:53:24,630
Moet dit dan zijn wat bedoeld
wordt wanneer er staat:

871
00:53:24,630 --> 00:53:28,470
Ik ga hun eigen ongerechtigheden
en die van hun voorouders

872
00:53:28,470 --> 00:53:32,850
samen bij hen vergelden, allemaal
tegelijk, over die generatie?

873
00:53:32,850 --> 00:53:37,890
uw ongerechtigheden en de ongerechtigheden
van uw vaderen tegelijk, zegt de HEERE,

874
00:53:37,890 --> 00:53:42,270
omdat zij reukoffers hebben gebracht op de
bergen en Mij smaadheid hebben aangedaan

875
00:53:42,270 --> 00:53:43,710
op de heuvels.

876
00:53:43,710 --> 00:53:48,810
Daarom zal Ik hun ook hun eerstverdiende
arbeidsloon uitbetalen in hun boezem.

877
00:53:48,810 --> 00:53:51,930
Iemand zou kunnen zeggen:
„Maar de Joden in de eerste

878
00:53:51,930 --> 00:53:56,190
eeuw offerden geen wierook en
offers aan heidense afgoden.

879
00:53:56,190 --> 00:54:00,330
Na de Babylonische ballingschap
deden ze dat niet meer.” Dat klopt.

880
00:54:00,330 --> 00:54:04,530
Maar wanneer Jesaja de ware aanbidding
van de ware God door het overblijfsel

881
00:54:04,530 --> 00:54:08,370
beschrijft, gebruikt hij beelden
die aan de oude orde doen denken.

882
00:54:08,370 --> 00:54:11,070
Hij spreekt over het offeren van wierook.

883
00:54:11,070 --> 00:54:14,610
Hij spreekt over het brengen
van offers op het altaar.

884
00:54:14,610 --> 00:54:19,050
Hij spreekt over dingen die kenmerkend
waren voor de aanbidding in zijn tijd.

885
00:54:19,050 --> 00:54:23,370
Net zoals hij volken uit zijn tijd noemt
om de heidenen in het algemeen voor te

886
00:54:23,370 --> 00:54:27,150
stellen, noemt hij de vormen
van aanbidding uit zijn tijd om

887
00:54:27,150 --> 00:54:29,730
aanbidding in het
algemeen voor te stellen.

888
00:54:29,730 --> 00:54:35,190
Hij noemt ook de afval van zijn tijd en
de bijbehorende vormen van offerhoogten.

889
00:54:35,190 --> 00:54:39,750
Daarmee stelt hij afval in het
algemeen voor. Zo werkt Jesaja.

890
00:54:39,750 --> 00:54:42,390
Zo zijn de profeten in het algemeen.

891
00:54:42,390 --> 00:54:45,330
Ze gebruiken vormen uit
hun eigen tijd om dingen

892
00:54:45,330 --> 00:54:49,590
voor te stellen die in het tijdperk van
het Nieuwe Testament in werkelijkheid

893
00:54:49,590 --> 00:54:51,690
een andere vorm aannemen.

894
00:54:51,690 --> 00:54:53,130
Besnijdenis bijvoorbeeld.

895
00:54:53,130 --> 00:54:54,870
De sabbat bijvoorbeeld.

896
00:54:54,870 --> 00:54:59,130
Laat de vreemdeling die zich bij de
HEERE gevoegd heeft, niet zeggen:

897
00:54:59,130 --> 00:55:03,090
De HEERE heeft mij geheel en
al van Zijn volk gescheiden;

898
00:55:03,090 --> 00:55:07,470
laat de ontmande niet zeggen:
Zie, ik ben maar een dorre boom.

899
00:55:07,470 --> 00:55:12,150
Want zo zegt de HEERE over de ontmanden
die Mijn sabbatten in acht nemen,

900
00:55:12,150 --> 00:55:15,870
verkiezen wat Mij behaagt, en
vasthouden aan Mijn verbond:

901
00:55:15,870 --> 00:55:21,570
Ik zal hun in Mijn huis en binnen Mijn
muren een plaats en een naam geven,

902
00:55:21,570 --> 00:55:24,810
beter dan die van zonen
en dan die van dochters;

903
00:55:24,810 --> 00:55:27,990
een eeuwige naam zal
Ik ieder van hen geven,

904
00:55:27,990 --> 00:55:30,810
een naam die niet uitgewist zal worden.

905
00:55:30,810 --> 00:55:35,070
En de vreemdelingen die zich bij
de HEERE voegen om Hem te dienen

906
00:55:35,070 --> 00:55:40,050
en om de Naam van de HEERE lief te
hebben, om Hem tot dienaren te zijn;

907
00:55:40,050 --> 00:55:44,250
allen die de sabbat in acht nemen,
zodat zij hem niet ontheiligen,

908
00:55:44,250 --> 00:55:50,430
en die aan Mijn verbond vasthouden: hen
zal Ik ook brengen naar Mijn heilige berg,

909
00:55:50,430 --> 00:55:53,970
en Ik zal hen verblijden
in Mijn huis van gebed.

910
00:55:53,970 --> 00:55:59,970
Hun brandoffers en hun slachtoffers
zullen welgevallig zijn op Mijn altaar.

911
00:55:59,970 --> 00:56:04,890
Want Mijn huis zal een huis van gebed
genoemd worden voor alle volken.

912
00:56:04,890 --> 00:56:09,690
Dat klinkt alsof het om het letterlijk
houden van de sabbat gaat. Hij zegt ook:

913
00:56:09,690 --> 00:56:13,230
Jullie offers zullen op
Mijn altaar aanvaard worden.

914
00:56:13,230 --> 00:56:16,590
Maar hij heeft het over het
tijdperk van het Nieuwe Testament.

915
00:56:16,590 --> 00:56:19,950
Wat zijn deze sabbatten
en offers op het altaar?

916
00:56:19,950 --> 00:56:23,130
Dit is kenmerkend voor de
manier waarop de profeten

917
00:56:23,130 --> 00:56:25,950
over de orde van het
Nieuwe Testament spreken.

918
00:56:25,950 --> 00:56:28,770
Het gaat over de ware aanbidding van God,

919
00:56:28,770 --> 00:56:32,970
waarvan Jezus zei dat die in
geest en waarheid plaatsvindt.

920
00:56:32,970 --> 00:56:37,470
Maar daarvoor wordt beeldspraak gebruikt
die aansloot bij het beeld dat de Joden

921
00:56:37,470 --> 00:56:38,970
van aanbidding hadden.

922
00:56:38,970 --> 00:56:43,470
Natuurlijk neemt die aanbidding een
andere vorm aan wanneer ze geestelijk is.

923
00:56:43,470 --> 00:56:47,610
Zo wordt ook de afval van de mensen in
Jezus’ tijd beschreven in termen van de

924
00:56:47,610 --> 00:56:50,550
afval van de mensen in Jesaja’s tijd.

925
00:56:50,550 --> 00:56:55,410
Bedenk dat Jezus zei: „Terecht sprak
Jesaja over jullie toen hij zei:

926
00:56:55,410 --> 00:57:00,870
Huichelaars! Terecht heeft Jesaja
over u geprofeteerd, toen hij zei:

927
00:57:00,870 --> 00:57:05,190
Dit volk nadert tot Mij met hun
mond en eert Mij met de lippen,

928
00:57:05,190 --> 00:57:08,010
maar hun hart houdt zich
ver bij Mij vandaan;

929
00:57:08,010 --> 00:57:10,830
Jesaja sprak niet over Jezus’ generatie.

930
00:57:10,830 --> 00:57:13,470
Hij sprak over zijn eigen generatie.

931
00:57:13,470 --> 00:57:16,650
Maar Jezus zei dat hij over jullie sprak.

932
00:57:16,650 --> 00:57:21,390
Dat wil zeggen: jullie zijn hetzelfde
als de mensen in Jesaja’s tijd.

933
00:57:21,390 --> 00:57:26,730
De vormen van hun ongehoorzaamheid waren
niet hetzelfde, maar zij waren hetzelfde.

934
00:57:26,730 --> 00:57:31,290
God had dezelfde problemen met hen:
uiterlijk waren ze godsdienstig,

935
00:57:31,290 --> 00:57:36,570
ze vonden zichzelf heiliger dan anderen
en ze waren een stank in Zijn neusgaten.

936
00:57:36,570 --> 00:57:40,770
Hun godsdienst was op het uiterlijke
gericht, maar ze waren afvallig.

937
00:57:40,770 --> 00:57:43,470
Jesaja gaat hier heen en weer springen.

938
00:57:43,470 --> 00:57:46,950
De verzen 8 tot en met 10
gaan over het overblijfsel.

939
00:57:46,950 --> 00:57:50,610
De verzen 11 tot en met 15
gaan over de afvalligen.

940
00:57:50,610 --> 00:57:55,410
Vers 16 en wat daarop volgt gaat
over de nieuwe orde onder de Messias.

941
00:57:55,410 --> 00:57:59,370
We springen dus opnieuw heen en weer
tussen het goede en het slechte.

942
00:57:59,370 --> 00:58:03,390
Maar je zult zien dat de bewoordingen doen
denken aan het huidige tijdperk van de

943
00:58:03,390 --> 00:58:08,430
Messias en aan het oordeel dat over
Jeruzalem kwam nadat Jezus gekomen was.

944
00:58:08,430 --> 00:58:10,710
Zo zegt de Heere in vers 8:

945
00:58:10,710 --> 00:58:15,510
Zo zegt de HEERE: Zoals wanneer er nog
sap in een druiventros gevonden wordt

946
00:58:15,510 --> 00:58:19,590
en men zegt: Richt hem niet te
gronde, want er is een zegen in,

947
00:58:19,590 --> 00:58:22,290
zo zal Ik doen ter
wille van Mijn dienaren.

948
00:58:22,290 --> 00:58:25,050
Ik zal hen niet allen te gronde richten.

949
00:58:25,050 --> 00:58:28,350
Ik zal nageslacht uit
Jakob doen voortkomen,

950
00:58:28,350 --> 00:58:31,290
uit Juda een erfgenaam van Mijn bergen;

951
00:58:31,290 --> 00:58:36,450
Mijn uitverkorenen zullen het in bezit
nemen en daar zullen Mijn dienaren wonen.

952
00:58:36,450 --> 00:58:39,690
Saron zal tot een schaapskooi
worden en het Dal van

953
00:58:39,690 --> 00:58:44,730
Achor tot een rustplaats voor rundvee,
voor Mijn volk, dat Mij gezocht heeft.

954
00:58:44,730 --> 00:58:48,810
Ze zijn als de druiven die bij
de nalezing worden gevonden.

955
00:58:48,810 --> 00:58:52,950
Er blijft een overblijfsel achter
dat van het oordeel gespaard wordt.

956
00:58:52,950 --> 00:58:55,350
In dit geval zijn dat de christenen.

957
00:58:55,350 --> 00:58:57,510
Dan zegt hij in vers 11:

958
00:58:57,510 --> 00:59:01,950
Maar u die de HEERE verlaat, u
die Mijn heilige berg vergeet,

959
00:59:01,950 --> 00:59:04,890
u die de tafel gereedmaakt
voor de god Gad,

960
00:59:04,890 --> 00:59:08,490
u die voor de god Meni de
bekers vult met gemengde drank,

961
00:59:08,490 --> 00:59:11,910
Gad is de naam van een
van de stammen van Israël,

962
00:59:11,910 --> 00:59:15,750
maar het woord Gad betekent
eigenlijk troep of fortuin.

963
00:59:15,750 --> 00:59:20,190
Het kan betekenen dat je een
tafel klaarmaakt voor het fortuin.

964
00:59:20,190 --> 00:59:24,810
Of, zeggen sommige mensen,
dit is een valse god, Fortuin.

965
00:59:24,810 --> 00:59:27,090
Anderen zeggen dat het voor een troep is.

966
00:59:27,090 --> 00:59:32,670
Je hebt zoveel valse goden dat je ze een
troep goden kunt noemen die je dient.

967
00:59:32,670 --> 00:59:38,490
Meni wordt hier in verband gebracht met
het Aramese woord MENE uit Daniël 5,

968
00:59:38,490 --> 00:59:40,830
dat ‘geteld’ betekent.

969
00:59:40,830 --> 00:59:43,050
Het staat in het schrift op de wand.

970
00:59:43,050 --> 00:59:48,990
Het kan dus zijn dat Gad een troep
betekent, omdat Mene een getal betekent.

971
00:59:48,990 --> 00:59:54,210
Je aanbidt heel veel goden: een
troep goden, een groot aantal,

972
00:59:54,210 --> 00:59:56,250
een bepaald aantal goden.

973
00:59:56,250 --> 00:59:58,770
Ik zal u tellen, maar voor het zwaard.

974
00:59:58,770 --> 01:00:03,150
U zult allen moeten neerbukken ter
slachting, omdat Ik geroepen heb,

975
01:00:03,150 --> 01:00:06,990
maar u niet geantwoord hebt,
omdat Ik gesproken heb,

976
01:00:06,990 --> 01:00:11,850
maar u niet geluisterd hebt, maar
gedaan hebt wat slecht was in Mijn ogen,

977
01:00:11,850 --> 01:00:15,450
en gekozen hebt voor wat Mij niet behaagt.

978
01:00:15,450 --> 01:00:20,250
Het laatste deel van vers 12 is een
refrein dat in hoofdstuk 66, vers

979
01:00:20,250 --> 01:00:22,470
4, opnieuw terugkomt.

980
01:00:22,470 --> 01:00:25,170
God riep, maar zij antwoordden niet.

981
01:00:25,170 --> 01:00:27,510
Zij kozen wat Hem niet behaagde.

982
01:00:27,510 --> 01:00:30,450
Het klinkt niet alsof God
hier al het kiezen doet.

983
01:00:30,450 --> 01:00:34,290
God roept hen en zij
komen niet. Jezus zei:

984
01:00:34,290 --> 01:00:38,550
Jeruzalem, Jeruzalem, u
die de profeten doodt en

985
01:00:38,550 --> 01:00:41,010
stenigt wie naar u toe gezonden zijn!

986
01:00:41,010 --> 01:00:43,710
Hoe vaak heb Ik uw kinderen
bijeen willen brengen,

987
01:00:43,710 --> 01:00:48,150
op de wijze waarop een hen haar kuikens
bijeenbrengt onder haar vleugels;

988
01:00:48,150 --> 01:00:49,890
maar u hebt niet gewild!

989
01:00:49,890 --> 01:00:52,110
God roept en zij komen niet.

990
01:00:52,110 --> 01:00:54,330
Hier is sprake van vrije wil.

991
01:00:54,330 --> 01:00:57,930
Zij kiezen datgene waarvan Hij
niet wil dat zij het kiezen.

992
01:00:57,930 --> 01:01:02,910
Daarom, zo zegt de Heere HEERE:
Zie, Mijn dienaren zullen eten,

993
01:01:02,910 --> 01:01:05,310
maar ú zult hongerlijden.

994
01:01:05,310 --> 01:01:09,930
Zie, Mijn dienaren zullen
drinken, maar ú zult dorst hebben.

995
01:01:09,930 --> 01:01:15,150
Zie, Mijn dienaren zullen verblijd
zijn, maar ú zult beschaamd worden.

996
01:01:15,150 --> 01:01:19,770
Zie, Mijn dienaren zullen juichen
vanwege een hart vol vreugde,

997
01:01:19,770 --> 01:01:23,430
maar ú zult schreeuwen
vanwege een hart vol leed,

998
01:01:23,430 --> 01:01:27,210
en vanwege een gebroken
geest zult u weeklagen.

999
01:01:27,210 --> 01:01:32,610
Dat wil zeggen: het overblijfsel,
de christenen, zal te eten krijgen.

1000
01:01:32,610 --> 01:01:35,130
Hun dorst zal gelest worden.

1001
01:01:35,130 --> 01:01:38,070
Zij zullen zich verblijden
in plaats van treuren.

1002
01:01:38,070 --> 01:01:40,170
Dit is wat de zaligsprekingen zeggen.

1003
01:01:40,170 --> 01:01:44,130
In Lukas 6, vanaf vers 20, zei Jezus:

1004
01:01:44,130 --> 01:01:48,990
En toen Hij Zijn ogen opgeslagen had naar
Zijn discipelen, zei Hij: Zalig bent u,

1005
01:01:48,990 --> 01:01:52,470
armen, want van u is
het Koninkrijk van God.

1006
01:01:52,470 --> 01:01:53,910
Maar dan zegt Hij:

1007
01:01:53,910 --> 01:01:58,170
Maar wee u, rijken, want
u hebt uw troost al.

1008
01:01:58,170 --> 01:02:02,850
Wee u, die verzadigd bent,
want u zult hongerlijden.

1009
01:02:02,850 --> 01:02:07,230
Wee u die nu lacht, want
u zult treuren en huilen.

1010
01:02:07,230 --> 01:02:11,010
Jezus maakt dit onderscheid
feitelijk ook binnen Israël.

1011
01:02:11,010 --> 01:02:14,310
Er zijn dienaren van God
die te eten zullen krijgen,

1012
01:02:14,310 --> 01:02:18,810
en er zullen vijanden van God in
Israël zijn die honger zullen lijden.

1013
01:02:18,810 --> 01:02:24,270
Met andere woorden, God zal degenen in
Israël zegenen die Zijn dienaren zijn,

1014
01:02:24,270 --> 01:02:28,050
maar de anderen oordelen. Vers 15:

1015
01:02:28,050 --> 01:02:33,270
U zult uw naam voor Mijn uitverkorenen
achterlaten als een vloekwoord

1016
01:02:33,270 --> 01:02:37,890
en de Heere HEERE zal u doden, maar
Zijn dienaren zal Hij noemen met

1017
01:02:37,890 --> 01:02:39,270
een andere naam,

1018
01:02:39,270 --> 01:02:41,790
Dit is natuurlijk de
verwoesting van Jeruzalem

1019
01:02:41,790 --> 01:02:45,510
en het noemen van Zijn dienaren
naar de naam van Christus.

1020
01:02:45,510 --> 01:02:49,230
De naam Jood blijft min of
meer als een vloek achter.

1021
01:02:49,230 --> 01:02:52,650
Dit is geen antisemitische
uitspraak wanneer er staat:

1022
01:02:52,650 --> 01:02:55,530
Ik zal jullie naam als
een vloek achterlaten.

1023
01:02:55,530 --> 01:02:58,890
Wanneer mensen een vloek
uitspraken, zeiden ze:

1024
01:02:58,890 --> 01:03:03,330
‘Moge het je vergaan als die-en-die’,
waarmee ze iets slechts bedoelden.

1025
01:03:03,330 --> 01:03:08,130
‘Moge het je vergaan als Korach, voor wie
de aarde zich opende en die door de aarde

1026
01:03:08,130 --> 01:03:11,850
werd verzwolgen’, zou een
kenmerkend soort vloek zijn.

1027
01:03:11,850 --> 01:03:16,950
Nu zal de naam Jood worden gebruikt:
‘Moge het je vergaan als de Joden.’

1028
01:03:16,950 --> 01:03:19,530
Het is in wezen geen
uitspraak over een ras.

1029
01:03:19,530 --> 01:03:23,370
Er wordt gezegd dat wat hun
overkwam zo rampzalig is dat je,

1030
01:03:23,370 --> 01:03:28,110
als je iemand wilt vervloeken, zulke
dingen over die persoon uitspreekt:

1031
01:03:28,110 --> 01:03:30,390
‘Moge het je vergaan als de Joden.’

1032
01:03:30,390 --> 01:03:34,110
In onze tijd is het bijna moeilijk
om zelfs dit voorbeeld te geven,

1033
01:03:34,110 --> 01:03:37,710
omdat je ervoor moet oppassen
niet antisemitisch te klinken.

1034
01:03:37,710 --> 01:03:41,730
Maar ik geloof dat dit is wat
hier wordt gezegd. Hij zei:

1035
01:03:41,730 --> 01:03:47,370
De Heer zal jullie doden en Zijn dienaren
een andere naam geven, niet bij jouw naam.

1036
01:03:47,370 --> 01:03:52,290
Israël, het natuurlijke Israël, is
niet langer de naam van Zijn dienaren.

1037
01:03:52,290 --> 01:03:53,730
Het zijn christenen.

1038
01:03:53,730 --> 01:03:55,950
Het is het lichaam van Christus.

1039
01:03:55,950 --> 01:03:58,590
Zij worden naar de naam
van Christus genoemd.

1040
01:03:58,590 --> 01:04:04,470
zodat wie zich zegenen zal op aarde, zich
zal zegenen in de God van de waarheid,

1041
01:04:04,470 --> 01:04:08,970
en wie zweren zal op aarde, zal
zweren bij de God van de waarheid,

1042
01:04:08,970 --> 01:04:12,450
omdat de benauwdheden van
vroeger vergeten zullen zijn,

1043
01:04:12,450 --> 01:04:15,930
omdat zij verborgen zullen
zijn voor Mijn ogen.

1044
01:04:15,930 --> 01:04:19,590
— niet de God van Israël,
zoals in het Oude Testament,

1045
01:04:19,590 --> 01:04:21,930
maar de God van de waarheid.

1046
01:04:21,930 --> 01:04:27,750
niet de God van Israël of de God van
Jakob, maar de God van de waarheid.

1047
01:04:27,750 --> 01:04:29,790
Jezus is de waarheid.

1048
01:04:29,790 --> 01:04:35,850
De God van Jezus Christus is de God Die
nu wordt erkend bij eden en dergelijke.

1049
01:04:35,850 --> 01:04:38,130
Dat is het voorbeeld dat Hij geeft:

1050
01:04:38,130 --> 01:04:43,290
Omdat de vroegere ellende vergeten is
en voor Mijn ogen verborgen blijft.

1051
01:04:43,290 --> 01:04:45,990
Hier, in vers 17, vinden we de eerste

1052
01:04:45,990 --> 01:04:49,290
vermelding van de nieuwe
hemelen en de nieuwe aarde.

1053
01:04:49,290 --> 01:04:53,430
Ze zullen aan het einde van
hoofdstuk 66 opnieuw worden genoemd.

1054
01:04:53,430 --> 01:04:56,250
Maar wat zijn de nieuwe
hemelen en de nieuwe aarde?

1055
01:04:56,250 --> 01:05:01,050
In het Nieuwe Testament, in
2 Petrus 3, vers 13, staat:

1056
01:05:01,050 --> 01:05:05,010
Maar wij verwachten,
overeenkomstig Zijn belofte,

1057
01:05:05,010 --> 01:05:09,510
nieuwe hemelen en een nieuwe
aarde, waar gerechtigheid woont.

1058
01:05:09,510 --> 01:05:14,670
Petrus zei dat de huidige hemelen en aarde
bewaard worden voor een dag van oordeel,

1059
01:05:14,670 --> 01:05:18,390
een vurig oordeel, waarin
de hemelen zullen vergaan,

1060
01:05:18,390 --> 01:05:23,610
de aarde zal verbranden en de elementen
door verzengende hitte zullen smelten.

1061
01:05:23,610 --> 01:05:27,930
Petrus spreekt kennelijk over
eschatologie, over de eindtijd,

1062
01:05:27,930 --> 01:05:32,670
over de wederkomst van Jezus en de
vestiging van de nieuwe orde in de hemelen

1063
01:05:32,670 --> 01:05:34,110
en op de aarde.

1064
01:05:34,110 --> 01:05:40,590
In Openbaring 21 en 22 ziet Johannes
nieuwe hemelen en een nieuwe aarde.

1065
01:05:40,590 --> 01:05:45,090
Ook ziet hij een nieuw Jeruzalem uit de
hemel neerdalen naar de nieuwe aarde,

1066
01:05:45,090 --> 01:05:49,470
dat hij beschrijft in bewoordingen
die aan Jesaja 60 doen denken.

1067
01:05:49,470 --> 01:05:52,770
In het Nieuwe Testament lijkt
het erop — en op dit moment

1068
01:05:52,770 --> 01:05:55,651
in mijn leven is dat mijn overtuiging —

1069
01:05:55,651 --> 01:05:58,530
dat het nieuwe Jeruzalem
en de nieuwe hemelen

1070
01:05:58,530 --> 01:06:01,890
en nieuwe aarde die in
Openbaring worden beschreven,

1071
01:06:01,890 --> 01:06:05,550
verwijzen naar een toekomstige
heerlijkheid van de gemeente.

1072
01:06:05,550 --> 01:06:08,010
Wij zijn nu het nieuwe Jeruzalem.

1073
01:06:08,010 --> 01:06:13,230
Maar in Openbaring 21 ziet Johannes
het nieuwe Jeruzalem neerdalen als een

1074
01:06:13,230 --> 01:06:17,490
bruid die voor haar man versierd
is en zich gereedgemaakt heeft;

1075
01:06:17,490 --> 01:06:22,230
in vers 11 wordt vervolgens gezegd
dat zij de heerlijkheid van God bezit.

1076
01:06:22,230 --> 01:06:25,290
Ik geloof dat de gemeente
nog verheerlijkt moet worden.

1077
01:06:25,290 --> 01:06:28,650
De gemeente heeft God, maar
wij zijn nog niet verheerlijkt.

1078
01:06:28,650 --> 01:06:32,430
Ik geloof dat wat Johannes
ziet iets eschatologisch is.

1079
01:06:32,430 --> 01:06:36,390
Ik denk dat waar Petrus over
spreekt iets eschatologisch is.

1080
01:06:36,390 --> 01:06:38,790
Maar niet iedereen denkt daar zo over.

1081
01:06:38,790 --> 01:06:42,030
Sommige mensen denken dat het alleen
maar een verwijzing is naar de

1082
01:06:42,030 --> 01:06:43,530
gemeente in de huidige tijd.

1083
01:06:43,530 --> 01:06:46,650
De bewoording van een nieuwe
hemel en een nieuwe aarde

1084
01:06:46,650 --> 01:06:50,490
vindt hier in Jesaja haar
oorsprong, in vers 17:

1085
01:06:50,490 --> 01:06:54,270
Want zie, Ik schep een nieuwe
hemel en een nieuwe aarde.

1086
01:06:54,270 --> 01:06:57,330
Aan de vorige dingen zal
niet meer gedacht worden,

1087
01:06:57,330 --> 01:06:59,910
ze zullen niet meer opkomen in het hart.

1088
01:06:59,910 --> 01:07:02,310
Gezien de informatie
in het Nieuwe Testament

1089
01:07:02,310 --> 01:07:06,210
zouden we kunnen aannemen dat dit een
beschrijving is van de eschatologische

1090
01:07:06,210 --> 01:07:10,410
nieuwe wereld, en zo vatten de
meeste commentatoren het op.

1091
01:07:10,410 --> 01:07:15,210
In veel opzichten is dit echter heel
duidelijk een passage over het Koninkrijk,

1092
01:07:15,210 --> 01:07:19,050
zoals andere passages in
Jesaja, die het Nieuwe Testament

1093
01:07:19,050 --> 01:07:21,870
hoofdzakelijk op onze eigen tijd toepast.

1094
01:07:21,870 --> 01:07:23,850
Hier hebben we een klein conflict.

1095
01:07:23,850 --> 01:07:26,790
De passages van Jesaja over het Koninkrijk

1096
01:07:26,790 --> 01:07:29,430
worden door de schrijvers
van het Nieuwe Testament

1097
01:07:29,430 --> 01:07:33,990
bijna altijd toegepast op het heden,
op het tijdperk van de gemeente.

1098
01:07:33,990 --> 01:07:39,450
Het lijkt er echter op dat Johannes
in Openbaring en Petrus in 2 Petrus

1099
01:07:39,450 --> 01:07:42,810
de nieuwe hemel en de nieuwe
aarde toepassen op een

1100
01:07:42,810 --> 01:07:45,510
toekomstig eschatologisch tijdperk.

1101
01:07:45,510 --> 01:07:48,630
Ik heb geen ruimte om hier
dogmatisch over te zijn,

1102
01:07:48,630 --> 01:07:52,890
maar zelf begrijp ik het zo dat er een
letterlijke nieuwe hemel en een nieuwe

1103
01:07:52,890 --> 01:07:55,830
aarde zullen komen
wanneer Jezus terugkomt,

1104
01:07:55,830 --> 01:07:59,190
zoals Petrus en Johannes
erover lijken te spreken.

1105
01:07:59,190 --> 01:08:03,630
Maar ik geloof ook dat de nieuwe hemel
en de nieuwe aarde in het huidige

1106
01:08:03,630 --> 01:08:05,670
tijdperk zijn doorgebroken.

1107
01:08:05,670 --> 01:08:10,110
Want Paulus zei in 2 Korinthe 5
dat als iemand in Christus is,

1108
01:08:10,110 --> 01:08:11,610
hij een nieuwe schepping is.

1109
01:08:11,610 --> 01:08:15,510
De schepping van de hemel
en de aarde in Genesis 1:1

1110
01:08:15,510 --> 01:08:18,630
wordt in Jesaja vervangen
door een nieuwe schepping,

1111
01:08:18,630 --> 01:08:21,510
een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

1112
01:08:21,510 --> 01:08:25,770
Maar als wij in Christus zijn,
zijn wij een nieuwe schepping.

1113
01:08:25,770 --> 01:08:29,130
Wij hebben er al deel aan. Paulus zei:

1114
01:08:29,130 --> 01:08:33,510
Daarom, als iemand in Christus
is, is hij een nieuwe schepping:

1115
01:08:33,510 --> 01:08:38,070
het oude is voorbijgegaan,
zie, alles is nieuw geworden.

1116
01:08:38,070 --> 01:08:41,490
Evenzo staat er in Hebreeën, hoofdstuk 6,

1117
01:08:41,490 --> 01:08:44,430
dat christenen degenen zijn
die geproefd hebben van:

1118
01:08:44,430 --> 01:08:49,470
en het goede Woord van God geproefd hebben
en de krachten van de komende wereld,

1119
01:08:49,470 --> 01:08:51,450
of het komende tijdperk.

1120
01:08:51,450 --> 01:08:54,510
Daarom denk ik dat er een
toekomstige wereld is,

1121
01:08:54,510 --> 01:08:57,090
een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,

1122
01:08:57,090 --> 01:09:00,630
die zichtbaar zal worden
wanneer Jezus terugkeert.

1123
01:09:00,630 --> 01:09:05,190
De krachten van dat tijdperk, de
geestelijke werkelijkheden van die tijd,

1124
01:09:05,190 --> 01:09:10,470
worden echter nu al ervaren door
degenen onder ons die in Christus zijn,

1125
01:09:10,470 --> 01:09:12,150
een nieuwe schepping.

1126
01:09:12,150 --> 01:09:16,770
Christus is in Zijn opstanding al
de nieuwe schepping binnengegaan.

1127
01:09:16,770 --> 01:09:18,570
Hij is al verheerlijkt.

1128
01:09:18,570 --> 01:09:21,090
In Hem zijn ook wij verheerlijkt.

1129
01:09:21,090 --> 01:09:25,650
Maar er komt een tijd waarin ons lichaam
in de opstanding verheerlijkt wordt.

1130
01:09:25,650 --> 01:09:29,730
Er is iets geestelijks en
er is iets lichamelijks.

1131
01:09:29,730 --> 01:09:33,810
En dus spreekt Jesaja hier, en
tot aan het einde van het boek,

1132
01:09:33,810 --> 01:09:37,290
naar mijn inzicht nog steeds
over het huidige tijdperk,

1133
01:09:37,290 --> 01:09:40,890
over de huidige ervaring
van deze nieuwe schepping.

1134
01:09:40,890 --> 01:09:44,130
Maar misschien klinkt daarin
ook een echo door van de

1135
01:09:44,130 --> 01:09:46,290
eschatologische nieuwe schepping.

1136
01:09:46,290 --> 01:09:50,970
Ik ben er echter van overtuigd dat
we, wanneer we bij hoofdstuk 66 komen,

1137
01:09:50,970 --> 01:09:54,990
waar nog steeds over de nieuwe hemel
en de nieuwe aarde wordt gesproken,

1138
01:09:54,990 --> 01:09:59,670
naar de eerste eeuw kijken: het
overblijfsel dat God verheerlijkt

1139
01:09:59,670 --> 01:10:02,130
en het oordeel over de goddelozen.

1140
01:10:02,130 --> 01:10:05,670
Maar dit verschilt sterk van
wat veel commentatoren zeggen,

1141
01:10:05,670 --> 01:10:09,510
dus eerlijk gezegd zul je zelf
tot een oordeel moeten komen.

1142
01:10:09,510 --> 01:10:12,930
Maar in hoofdstuk 65, vers 17, staat:

1143
01:10:12,930 --> 01:10:17,370
Want zie, Ik schep een nieuwe
hemel en een nieuwe aarde.

1144
01:10:17,370 --> 01:10:20,010
Aan de vorige dingen zal
niet meer gedacht worden,

1145
01:10:20,010 --> 01:10:22,230
ze zullen niet meer opkomen in het hart.

1146
01:10:22,230 --> 01:10:28,410
Maar wees vrolijk en verheug u tot in
eeuwigheid in wat Ik schep, want zie,

1147
01:10:28,410 --> 01:10:32,730
Ik schep Jeruzalem een vreugde
en zijn volk blijdschap.

1148
01:10:32,730 --> 01:10:38,430
En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem
en vrolijk zijn over Mijn volk.

1149
01:10:38,430 --> 01:10:44,250
Geen stem van geween zal erin meer gehoord
worden, of een stem van geschreeuw.

1150
01:10:44,250 --> 01:10:46,410
—dat is het Nieuwe Jeruzalem—

1151
01:10:46,410 --> 01:10:51,810
Deze informatie lijkt sterk op wat er
over het tijdperk van het Koninkrijk staat

1152
01:10:51,810 --> 01:10:55,170
in veel van de andere passages
die we hebben gelezen.

1153
01:10:55,170 --> 01:11:00,690
Van die passages wordt aangegeven dat
ze nu, in ons leven, vervuld worden.

1154
01:11:00,690 --> 01:11:06,210
Daar zal niet meer zijn een zuigeling die
maar enkele dagen leeft of een oude man

1155
01:11:06,210 --> 01:11:10,050
die zijn dagen niet zal
volmaken, want een jonge man zal

1156
01:11:10,050 --> 01:11:15,450
sterven als een honderdjarige, maar
een zondaar, al is hij honderd jaar,

1157
01:11:15,450 --> 01:11:17,070
zal vervloekt worden.

1158
01:11:17,070 --> 01:11:22,110
Dit vers is voor veel mensen werkelijk
een bron van verbijstering geweest.

1159
01:11:22,110 --> 01:11:25,410
Over het algemeen geloven
premillennialisten

1160
01:11:25,410 --> 01:11:28,710
dat dit een beschrijving van
het duizendjarig rijk is.

1161
01:11:28,710 --> 01:11:33,150
In de Scofield Reference Bible, waarin
Scofield zijn eigen tussenkopjes heeft

1162
01:11:33,150 --> 01:11:39,390
ingevoegd, staat boven vers 17: ‘De
nieuwe hemel en de nieuwe aarde’,

1163
01:11:39,390 --> 01:11:44,250
maar boven vers 18 staat:
‘Het duizendjarig koninkrijk.’

1164
01:11:44,250 --> 01:11:47,310
Met andere woorden, vers 17 zegt:

1165
01:11:47,310 --> 01:11:51,630
Kijk, Ik maak een nieuwe
hemel en een nieuwe aarde.

1166
01:11:51,630 --> 01:11:54,870
Scofield en andere
premillennialisten stellen dat niet

1167
01:11:54,870 --> 01:11:57,210
gelijk aan het duizendjarig rijk.

1168
01:11:57,210 --> 01:12:01,410
Maar vervolgens zegt Scofield:
‘Maar wanneer je bij vers 18 komt,

1169
01:12:01,410 --> 01:12:03,690
is het het duizendjarig rijk.’

1170
01:12:03,690 --> 01:12:06,990
Jesaja geeft daar beslist
geen enkel signaal voor,

1171
01:12:06,990 --> 01:12:09,870
en ik zie geen enkele
reden om het te geloven.

1172
01:12:09,870 --> 01:12:14,550
Ik geloof dat we het hier van begin tot
eind hebben over datgene wat hij de nieuwe

1173
01:12:14,550 --> 01:12:18,150
hemel en de nieuwe aarde
noemt, wat dat dan ook is.

1174
01:12:18,150 --> 01:12:20,070
Maar wat wordt hiermee bedoeld?

1175
01:12:20,070 --> 01:12:22,830
De Engelse vertaling die de spreker volgt,

1176
01:12:22,830 --> 01:12:26,610
spreekt over een kind dat op
honderdjarige leeftijd sterft;

1177
01:12:26,610 --> 01:12:32,790
de aangehaalde HSV heeft hier: „een jonge
man zal sterven als een honderdjarige”.

1178
01:12:32,790 --> 01:12:35,130
Dit is een zeer moeilijke passage.

1179
01:12:35,130 --> 01:12:39,150
Hij is voor iedereen moeilijk,
omdat de bewoording zo vreemd is.

1180
01:12:39,150 --> 01:12:42,870
Premillennialisten zeggen dat
als iemand in het duizendjarig

1181
01:12:42,870 --> 01:12:47,490
rijk op honderdjarige leeftijd sterft,
hij nog steeds een baby zal zijn.

1182
01:12:47,490 --> 01:12:50,250
De indruk is dat er zoiets wordt gezegd:

1183
01:12:50,250 --> 01:12:55,350
mensen leven zo lang dat de eerste honderd
jaar nog steeds de babytijd vormen.

1184
01:12:55,350 --> 01:12:58,530
Als iemand op honderdjarige
leeftijd zou sterven,

1185
01:12:58,530 --> 01:13:01,470
is dat bijna alsof hij doodgeboren wordt.

1186
01:13:01,470 --> 01:13:04,590
Het is bijna alsof hij
in zijn babytijd sterft.

1187
01:13:04,590 --> 01:13:07,350
Hij is nog steeds een
kind, nog steeds een baby.

1188
01:13:07,350 --> 01:13:09,690
Maar de bewoording is
moeilijk te ontwarren.

1189
01:13:09,690 --> 01:13:12,570
Ik heb me er door de jaren
heen veel mee beziggehouden,

1190
01:13:12,570 --> 01:13:16,110
maar heb niets kunnen bedenken
wat echt bevredigend is,

1191
01:13:16,110 --> 01:13:20,550
behalve dat ik denk dat dit een poëtische
manier is om te spreken over een nieuw

1192
01:13:20,550 --> 01:13:22,710
soort leven dat eeuwig is.

1193
01:13:22,710 --> 01:13:25,830
Het gaat niet noodzakelijk
over een letterlijke dood,

1194
01:13:25,830 --> 01:13:31,470
letterlijke baby's of letterlijk honderden
jaren, maar het is impressionistisch.

1195
01:13:31,470 --> 01:13:35,490
Het idee is dat dit het tijdperk
van het eeuwige leven is.

1196
01:13:35,490 --> 01:13:39,030
Zij die in het Nieuwe Jeruzalem
zijn, hebben eeuwig leven,

1197
01:13:39,030 --> 01:13:42,090
waarvan de Bijbel zegt
dat wij het nu hebben.

1198
01:13:42,090 --> 01:13:45,690
Jezus zei in Johannes 5:24:

1199
01:13:45,690 --> 01:13:51,690
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie
Mijn woord hoort en Hem gelooft

1200
01:13:51,690 --> 01:13:57,030
Die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig
leven en komt niet in de verdoemenis,

1201
01:13:57,030 --> 01:14:00,270
maar is uit de dood
overgegaan in het leven.

1202
01:14:00,270 --> 01:14:02,610
Dus wij hebben eeuwig leven.

1203
01:14:02,610 --> 01:14:05,910
Wij zijn overgegaan uit
de dood in het leven.

1204
01:14:05,910 --> 01:14:07,890
Dit leven is eeuwig.

1205
01:14:07,890 --> 01:14:10,770
Ik geloof niet dat er iets
letterlijk bedoeld wordt met

1206
01:14:10,770 --> 01:14:13,950
baby's die op honderdjarige
leeftijd sterven.

1207
01:14:13,950 --> 01:14:17,010
Ik denk opnieuw dat het
impressionistisch is.

1208
01:14:17,010 --> 01:14:20,850
Het idee is dat deze
mensen heel erg lang leven.

1209
01:14:20,850 --> 01:14:22,890
Dit is geen natuurlijk leven.

1210
01:14:22,890 --> 01:14:26,250
Dit is zoiets als een
bovennatuurlijk lang leven.

1211
01:14:26,250 --> 01:14:30,450
Daarom geloof ik persoonlijk dat dit
gewoon een verwijzing naar het eeuwige

1212
01:14:30,450 --> 01:14:34,230
leven is, uitgedrukt in
nogal vreemde beeldspraak.

1213
01:14:34,230 --> 01:14:38,310
Als iemand daar anders over
denkt, mag hij dat gerust denken.

1214
01:14:38,310 --> 01:14:39,930
Vers 21:

1215
01:14:39,930 --> 01:14:42,570
Zij zullen huizen bouwen en erin wonen,

1216
01:14:42,570 --> 01:14:46,170
zij zullen wijngaarden planten
en van hun vrucht eten.

1217
01:14:46,170 --> 01:14:51,750
In wat zij bouwen, zal geen ander wonen,
van wat zij planten, zal geen ander eten.

1218
01:14:51,750 --> 01:14:55,890
Want de dagen van Mijn volk zullen
zijn als de dagen van een boom,

1219
01:14:55,890 --> 01:15:00,270
en Mijn uitverkorenen zullen lang
genieten van het werk van hun handen.

1220
01:15:00,270 --> 01:15:03,990
Zij zullen zich niet voor niets
vermoeien of kinderen baren voor iets

1221
01:15:03,990 --> 01:15:07,770
verschrikkelijks, want zij zijn het
nageslacht van de gezegenden door de

1222
01:15:07,770 --> 01:15:10,710
HEERE, en hun nakomelingen met hen.

1223
01:15:10,710 --> 01:15:15,030
Dit is duidelijk verwoord in termen
die de Joden echt konden waarderen.

1224
01:15:15,030 --> 01:15:16,650
Ze zijn binnengevallen.

1225
01:15:16,650 --> 01:15:18,750
Hun huizen zijn afgebroken.

1226
01:15:18,750 --> 01:15:22,290
Hun kinderen worden geboren
in tijden vol moeilijkheden.

1227
01:15:22,290 --> 01:15:25,950
Zo is de Joodse geschiedenis
grotendeels geweest.

1228
01:15:25,950 --> 01:15:29,250
Dit alles is daar het
tegenovergestelde van.

1229
01:15:29,250 --> 01:15:31,470
Je zult in je eigen huis wonen.

1230
01:15:31,470 --> 01:15:34,110
Niemand anders zal in
jouw huis gaan wonen.

1231
01:15:34,110 --> 01:15:37,770
Je kinderen zullen geboren
worden in een vreedzame situatie,

1232
01:15:37,770 --> 01:15:39,690
zoals iedereen zou wensen.

1233
01:15:39,690 --> 01:15:43,830
Dit alles is volgens mij een
impressionistische beschrijving van de

1234
01:15:43,830 --> 01:15:45,690
zegeningen van het nieuwe verbond.

1235
01:15:45,690 --> 01:15:50,130
En het zal geschieden dat voordat
zij roepen, Ík zal antwoorden,

1236
01:15:50,130 --> 01:15:53,310
terwijl zij nog spreken, Ík zal horen.

1237
01:15:53,310 --> 01:15:56,250
Een wolf en een lammetje
zullen gezamenlijk weiden,

1238
01:15:56,250 --> 01:16:01,950
een leeuw zal stro eten als een rund,
een slang — zijn voedsel zal stof zijn.

1239
01:16:01,950 --> 01:16:06,870
Zij zullen geen kwaad doen en geen verderf
aanrichten op heel Mijn heilige berg,

1240
01:16:06,870 --> 01:16:08,190
zegt de HEERE.

1241
01:16:08,190 --> 01:16:11,970
Deze beeldspraak kwam natuurlijk
het eerst voor in Jesaja 11,

1242
01:16:11,970 --> 01:16:16,230
een gedeelte dat in zijn geheel over
het huidige tijdperk lijkt te gaan.

1243
01:16:16,230 --> 01:16:20,010
Zoveel beelden daaruit worden immers
in het Nieuwe Testament aangehaald

1244
01:16:20,010 --> 01:16:22,050
en op het huidige tijdperk toegepast.

1245
01:16:22,050 --> 01:16:26,310
Iets interessants hier is dat er vroegere
vijanden met elkaar verzoend lijken te

1246
01:16:26,310 --> 01:16:31,650
zijn: Joden en heidenen, zoals
wilde dieren en tamme dieren.

1247
01:16:31,650 --> 01:16:36,750
Er is verzoening tussen Joden en heidenen,
maar niet tussen hen en de duivel.

1248
01:16:36,750 --> 01:16:38,970
De slang eet nog steeds stof.

1249
01:16:38,970 --> 01:16:40,830
Hij heeft zich niet hersteld.

1250
01:16:40,830 --> 01:16:42,990
Voor hem is er niets verbeterd.

1251
01:16:42,990 --> 01:16:46,170
In hoofdstuk 11 staat
echter dat een kind bij het

1252
01:16:46,170 --> 01:16:50,430
hol van de slang zal spelen en
daardoor geen kwaad zal ondervinden.

1253
01:16:50,430 --> 01:16:55,710
De slang is niet hersteld, maar zijn
macht over het volk van God is verminderd.

1254
01:16:55,710 --> 01:16:57,510
Zo zegt de HEERE:

1255
01:16:57,510 --> 01:17:04,350
Zo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon
en de aarde de voetbank van Mijn voeten.

1256
01:17:04,350 --> 01:17:07,890
Waar zou dan het huis zijn dat
u voor Mij zou willen bouwen

1257
01:17:07,890 --> 01:17:09,990
en waar de plaats van Mijn rust?

1258
01:17:09,990 --> 01:17:12,630
Want Mijn hand heeft
al die dingen gemaakt,

1259
01:17:12,630 --> 01:17:16,050
en daardoor bestaan al die
dingen, spreekt de HEERE.

1260
01:17:16,050 --> 01:17:20,850
Maar Ik zal zien op deze, op de
ellendige en verslagene van geest,

1261
01:17:20,850 --> 01:17:23,370
en wie voor Mijn woord beeft.

1262
01:17:23,370 --> 01:17:26,850
Stefanus haalde dit eerste
vers in zijn toespraak aan.

1263
01:17:26,850 --> 01:17:30,030
Denk eraan dat hij,
voordat hij terechtstond,

1264
01:17:30,030 --> 01:17:33,990
ervan beschuldigd werd dat
hij zei dat Jezus zou komen,

1265
01:17:33,990 --> 01:17:37,170
alle verordeningen die Mozes
had gebracht zou veranderen,

1266
01:17:37,170 --> 01:17:41,490
en de tempel zou verwoesten,
of deze plaats, Jeruzalem,

1267
01:17:41,490 --> 01:17:43,590
en de tempel zou verwoesten.

1268
01:17:43,590 --> 01:17:45,390
Daarvan werd hij beschuldigd.

1269
01:17:45,390 --> 01:17:50,190
Hij hield ter verdediging een toespraak
die er in wezen op neerkwam dat de tempel

1270
01:17:50,190 --> 01:17:52,290
niet zo onaantastbaar is.

1271
01:17:52,290 --> 01:17:57,090
Hij zou niet terecht moeten staan met zijn
leven op het spel omdat hij had voorspeld

1272
01:17:57,090 --> 01:17:59,190
dat de tempel verwoest zou worden.

1273
01:17:59,190 --> 01:18:00,810
God had tenslotte gezegd:

1274
01:18:00,810 --> 01:18:04,710
De hemel is Mijn troon en
de aarde is Mijn voetenbank.

1275
01:18:04,710 --> 01:18:07,170
Wat doet enig aards huis er dan toe?

1276
01:18:07,170 --> 01:18:12,090
Stefanus zei dat God zelfs nooit had
gevraagd om de tempel te laten bouwen.

1277
01:18:12,090 --> 01:18:16,950
In zijn toespraak zegt hij dat God
Mozes gebood de tabernakel te bouwen,

1278
01:18:16,950 --> 01:18:21,150
dat David verlangde een woonplaats
voor God te vinden en dat Salomo Hem

1279
01:18:21,150 --> 01:18:22,590
een huis bouwde.

1280
01:18:22,590 --> 01:18:27,150
Dat was niet iets waarvoor God naar
David toe kwam en waar Hij om vroeg.

1281
01:18:27,150 --> 01:18:29,250
Het was Davids idee.

1282
01:18:29,250 --> 01:18:33,450
God zegende het, maar het
was Davids idee. God zegt:

1283
01:18:33,450 --> 01:18:36,450
In wat voor huis willen
jullie Mij onderbrengen?

1284
01:18:36,450 --> 01:18:39,750
Salomo, degene die de
tempel daadwerkelijk bouwde,

1285
01:18:39,750 --> 01:18:42,330
zei toen hij bad en de tempel inwijdde:

1286
01:18:42,330 --> 01:18:45,210
Maar zou God werkelijk op de aarde wonen?

1287
01:18:45,210 --> 01:18:50,850
Zie, de hemel, ja, de allerhoogste
hemel, kan U niet bevatten,

1288
01:18:50,850 --> 01:18:53,910
hoeveel te min dit huis
dat ik gebouwd heb!

1289
01:18:53,910 --> 01:18:57,870
Zelfs Salomo, de bouwer van
de tempel, wist dat God niet

1290
01:18:57,870 --> 01:18:59,910
tot de tempel beperkt is.

1291
01:18:59,910 --> 01:19:02,610
De tempel is niet zo onaantastbaar.

1292
01:19:02,610 --> 01:19:04,950
Dat was wat Stefanus zei.

1293
01:19:04,950 --> 01:19:08,730
Dit staat natuurlijk in de context
waarin God de tempel in het jaar

1294
01:19:08,730 --> 01:19:14,190
70 na Christus zal verwoesten, maar
Hij het overblijfsel zal bewaren.

1295
01:19:14,190 --> 01:19:17,730
Hij zal niet in een met
handen gemaakte tempel wonen.

1296
01:19:17,730 --> 01:19:23,130
Hij zal wonen bij de mensen die arm
en verslagen van geest zijn en die

1297
01:19:23,130 --> 01:19:25,290
voor Zijn Woord beven.

1298
01:19:25,290 --> 01:19:27,330
Bij hen zal Hij zijn.

1299
01:19:27,330 --> 01:19:33,990
Dit is een echo, niet woordelijk, maar het
lijkt sterk op wat Hij in Jesaja 57 zei.

1300
01:19:33,990 --> 01:19:38,610
Jesaja 57:15: God zei:

1301
01:19:38,610 --> 01:19:44,310
Want zo zegt de Hoge en Verhevene, Die
in de eeuwigheid woont en Wiens Naam

1302
01:19:44,310 --> 01:19:48,330
heilig is: Ik woon in de
hoge hemel en in het heilige,

1303
01:19:48,330 --> 01:19:51,210
en bij de verbrijzelde
en nederige van geest,

1304
01:19:51,210 --> 01:19:53,910
om levend te maken de
geest van de nederigen,

1305
01:19:53,910 --> 01:19:56,730
en om levend te maken het
hart van de verbrijzelden.

1306
01:19:56,730 --> 01:20:00,390
God woont in de hemel, op
de hoge en verheven plaats,

1307
01:20:00,390 --> 01:20:03,150
maar Hij woont ook op de
allerlaagste plaatsen,

1308
01:20:03,150 --> 01:20:08,490
in de harten van de nederige mensen die
gebroken, berouwvol en nederig zijn.

1309
01:20:08,490 --> 01:20:10,110
En dus zegt Hij:

1310
01:20:10,110 --> 01:20:16,710
Zo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon
en de aarde de voetbank van Mijn voeten.

1311
01:20:16,710 --> 01:20:20,190
Waar zou dan het huis zijn dat
u voor Mij zou willen bouwen

1312
01:20:20,190 --> 01:20:22,410
en waar de plaats van Mijn rust?

1313
01:20:22,410 --> 01:20:25,050
Want Mijn hand heeft
al die dingen gemaakt,

1314
01:20:25,050 --> 01:20:29,130
en daardoor bestaan al die
dingen, spreekt de HEERE.

1315
01:20:29,130 --> 01:20:33,930
Maar Ik zal zien op deze, op de
ellendige en verslagene van geest,

1316
01:20:33,930 --> 01:20:36,630
en wie voor Mijn woord beeft.

1317
01:20:36,630 --> 01:20:39,390
Jezus zei aan het einde
van Zijn bediening:

1318
01:20:39,390 --> 01:20:44,010
Zie, uw huis wordt als een
woestenij voor u achtergelaten.

1319
01:20:44,010 --> 01:20:47,490
Eerder tijdens Zijn bediening
had Hij tegen de Joden gezegd:

1320
01:20:47,490 --> 01:20:52,530
En Hij zei tegen hen die de duiven
verkochten: Neem deze dingen vanhier weg,

1321
01:20:52,530 --> 01:20:56,430
maak niet het huis van Mijn Vader
tot een huis van koophandel.

1322
01:20:56,430 --> 01:20:59,550
De tempel was het huis van Zijn Vader.

1323
01:20:59,550 --> 01:21:03,510
Aan het einde van Zijn bediening is
het niet meer het huis van Zijn Vader.

1324
01:21:03,510 --> 01:21:08,310
Dan zegt Hij tegen de Joden: nu is
het van jullie. Het is niet van God.

1325
01:21:08,310 --> 01:21:09,990
Hij is eruit vertrokken.

1326
01:21:09,990 --> 01:21:13,350
God trekt in een nieuwe tempel,
het lichaam van Christus,

1327
01:21:13,350 --> 01:21:17,730
dat bestaat uit mensen die arm en
berouwvol van geest zijn en die voor

1328
01:21:17,730 --> 01:21:19,230
Zijn Woord beven.

1329
01:21:19,230 --> 01:21:22,830
Hier staat in vers 3 en 4 een
beschrijving van de afvalligen.

1330
01:21:22,830 --> 01:21:28,050
Daarin klinkt iets door van de
bewoordingen uit hoofdstuk 65, vers 12:

1331
01:21:28,050 --> 01:21:32,430
Wie een rund slacht, slaat een
man neer, wie een lam offert,

1332
01:21:32,430 --> 01:21:37,530
breekt een hond de nek, wie een
graanoffer offert, offert varkensbloed,

1333
01:21:37,530 --> 01:21:42,210
wie wierook brandt als gedenkoffer,
looft daarmee een afgod.

1334
01:21:42,210 --> 01:21:45,630
Zoals zíj ook hun eigen
wegen gekozen hebben en hun

1335
01:21:45,630 --> 01:21:48,811
ziel vreugde vindt in hun
afschuwelijke afgoden ,

1336
01:21:48,811 --> 01:21:51,450
Met andere woorden, ze
offeren daadwerkelijk

1337
01:21:51,450 --> 01:21:54,630
reukwerk op de manier die
Mozes had voorgeschreven.

1338
01:21:54,630 --> 01:21:58,290
Maar hun harten zijn zo verkeerd
dat ze net zo goed een hond,

1339
01:21:58,290 --> 01:22:01,650
een varken of een onrein
dier zouden kunnen offeren,

1340
01:22:01,650 --> 01:22:04,350
want voor God is het even aanvaardbaar.

1341
01:22:04,350 --> 01:22:08,670
Ze offeren werkelijk lammeren en
stieren, zoals God had gezegd.

1342
01:22:08,670 --> 01:22:13,410
Maar ze zouden net zo goed mensenoffers,
varkens en honden kunnen offeren.

1343
01:22:13,410 --> 01:22:15,090
Dat is wat Hij zegt.

1344
01:22:15,090 --> 01:22:17,850
Zo onaanvaardbaar is hun aanbidding.

1345
01:22:17,850 --> 01:22:20,130
Daarom vernietigt Hij de tempel.

1346
01:22:20,130 --> 01:22:23,850
Die is een plaats geworden
die voor Hem een gruwel is.

1347
01:22:23,850 --> 01:22:29,010
zo zal Ík het loon voor hun handelingen
kiezen en zal Ik over hen doen komen wat

1348
01:22:29,010 --> 01:22:34,230
zij vrezen, omdat Ik riep, maar
niemand antwoord gaf, Ik sprak,

1349
01:22:34,230 --> 01:22:36,150
maar zij niet luisterden.

1350
01:22:36,150 --> 01:22:41,370
Zij deden wat slecht is in Mijn ogen
en zij kozen wat Mij niet behaagt.

1351
01:22:41,370 --> 01:22:42,870
Ze luisterden niet.

1352
01:22:42,870 --> 01:22:48,390
En het belangrijkste contrast hier is
natuurlijk: zij kozen hun eigen wegen,

1353
01:22:48,390 --> 01:22:52,230
dus zal Ik, de Heere,
hun misleidingen kiezen.

1354
01:22:52,230 --> 01:22:56,490
Jij kiest ervoor om een volgeling
van Christus te zijn of niet.

1355
01:22:56,490 --> 01:22:58,410
Hij kiest de uitkomst.

1356
01:22:58,410 --> 01:23:01,590
Als je ervoor kiest een
volgeling van Christus te zijn,

1357
01:23:01,590 --> 01:23:03,870
zal Hij een heerlijke uitkomst kiezen.

1358
01:23:03,870 --> 01:23:07,290
Als je ervoor kiest tegen
Hem te zijn, zoals zij deden,

1359
01:23:07,290 --> 01:23:12,030
dan zal Hij hun misleidingen kiezen
en de oordelen die over hen komen.

1360
01:23:12,030 --> 01:23:13,290
Vers 5:

1361
01:23:13,290 --> 01:23:19,830
Hoor het woord van de HEERE, u die beeft
voor Zijn woord: Uw broeders die u haten,

1362
01:23:19,830 --> 01:23:26,550
die u verstoten vanwege Mijn Naam,
zeggen: Laat de HEERE verheerlijkt worden!

1363
01:23:26,550 --> 01:23:29,610
Maar Hij zal verschijnen
tot uw blijdschap,

1364
01:23:29,610 --> 01:23:32,670
zíj daarentegen zullen beschaamd worden.

1365
01:23:32,670 --> 01:23:36,450
Dat is het overblijfsel
dat in vers 2 werd genoemd.

1366
01:23:36,450 --> 01:23:41,730
Het is interessant: dit wordt
bijna exact vervuld in Johannes 9.

1367
01:23:41,730 --> 01:23:47,550
Daar werd de blinde bedelaar die Jezus
had genezen voor de overpriesters gebracht

1368
01:23:47,550 --> 01:23:50,070
en legde hij zijn getuigenis af.

1369
01:23:50,070 --> 01:23:54,690
Zij wilden dat hij zijn
getuigenis veranderde. Ze zeiden:

1370
01:23:54,690 --> 01:23:56,610
Geef God de eer.

1371
01:23:56,610 --> 01:23:58,050
Hier zegt Hij:

1372
01:23:58,050 --> 01:24:01,050
Jullie broeders die
jullie hebben verstoten.

1373
01:24:01,050 --> 01:24:03,390
Let erop dat ze deze man in Johannes

1374
01:24:03,390 --> 01:24:07,710
9 eruit wierpen toen hij niet van
zijn getuigenis wilde afwijken.

1375
01:24:07,710 --> 01:24:12,330
In Johannes 9 staat dat Jezus hem
opzocht toen Hij hoorde dat ze hem

1376
01:24:12,330 --> 01:24:14,070
eruit hadden geworpen.

1377
01:24:14,070 --> 01:24:16,950
Hier zeiden je broeders
die je eruit wierpen:

1378
01:24:16,950 --> 01:24:19,110
Laat de Heer verheerlijkt worden.

1379
01:24:19,110 --> 01:24:23,910
Deze blinde man is ongetwijfeld een
zinnebeeld van heel het overblijfsel dat

1380
01:24:23,910 --> 01:24:27,990
eruit wordt geworpen door de
schijnheilige Joodse autoriteiten,

1381
01:24:27,990 --> 01:24:30,570
die denken dat zij God verheerlijken.

1382
01:24:30,570 --> 01:24:35,670
Maar zoals Jezus zei, er zal een tijd
komen waarin mensen je zullen doden

1383
01:24:35,670 --> 01:24:40,830
en denken dat ze God daarmee een
dienst bewijzen. Dat doen ze niet.

1384
01:24:40,830 --> 01:24:42,270
Ze kennen God niet.

1385
01:24:42,270 --> 01:24:46,890
Een geluid van een gejoel uit de
stad, een geluid uit de tempel,

1386
01:24:46,890 --> 01:24:48,630
de stem van de HEERE!

1387
01:24:48,630 --> 01:24:51,870
Hij vergeldt Zijn vijanden
naar wat zij verdienen.

1388
01:24:51,870 --> 01:24:55,170
Dat zou natuurlijk de ramp
zijn die over Jeruzalem komt.

1389
01:24:55,170 --> 01:24:57,930
Voordat zij weeën kreeg,
heeft zij gebaard.

1390
01:24:57,930 --> 01:25:02,490
Nog voor een wee over haar kwam, heeft
zij een jongetje ter wereld gebracht.

1391
01:25:02,490 --> 01:25:06,570
Dat wil zeggen: voordat
God Jeruzalem vernietigde,

1392
01:25:06,570 --> 01:25:09,270
bracht Hij het zaad van Abraham voort,

1393
01:25:09,270 --> 01:25:12,990
het mannelijke kind waarover
we in Openbaring 12 lezen.

1394
01:25:12,990 --> 01:25:15,990
Zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind,

1395
01:25:15,990 --> 01:25:19,770
dat alle heidenvolken zal
hoeden met een ijzeren staf.

1396
01:25:19,770 --> 01:25:25,710
Maar dit gebeurde voordat Jeruzalem
viel, voordat zij in barensnood kwam.

1397
01:25:25,710 --> 01:25:28,050
Wie heeft ooit zoiets gehoord?

1398
01:25:28,050 --> 01:25:30,450
Wie heeft iets dergelijks gezien?

1399
01:25:30,450 --> 01:25:33,690
Zou een land geboren
kunnen worden op één dag?

1400
01:25:33,690 --> 01:25:37,170
Zou een volk geboren
kunnen worden in één keer?

1401
01:25:37,170 --> 01:25:42,270
Maar Sion heeft nauwelijks weeën gekregen,
of zij heeft haar zonen al gebaard.

1402
01:25:42,270 --> 01:25:47,070
Toen de oordelen over Jeruzalem
kwamen, ontsnapte het overblijfsel.

1403
01:25:47,070 --> 01:25:50,970
Ze verlieten Jeruzalem, staken
de rivier over naar Pella,

1404
01:25:50,970 --> 01:25:53,490
en haar kinderen overleefden haar.

1405
01:25:53,490 --> 01:25:58,530
In verband met haar barensnood bracht
zij als het ware de gemeente voort.

1406
01:25:58,530 --> 01:26:04,410
Verblijd u met Jeruzalem en verheug u
over haar, u allen die haar liefhebt.

1407
01:26:04,410 --> 01:26:08,670
Wees vrolijk met haar met vreugde,
u allen die over haar treurt,

1408
01:26:08,670 --> 01:26:13,230
opdat u mag zuigen en verzadigd
worden aan haar vertroostende borst,

1409
01:26:13,230 --> 01:26:18,270
opdat u zich met volle teugen mag laven
aan de overvloed van haar luister.

1410
01:26:18,270 --> 01:26:22,950
Dus het Nieuwe Jeruzalem wordt geboren
uit de barensnood van het oude Jeruzalem.

1411
01:26:22,950 --> 01:26:28,530
Want zo zegt de HEERE: Zie, Ik doe de
vrede naar haar toestromen als een rivier,

1412
01:26:28,530 --> 01:26:33,090
en de luister van de heidenvolken
als een alles overstromende beek.

1413
01:26:33,090 --> 01:26:36,450
Dan zult u zuigen, u
zult op de heup gedragen

1414
01:26:36,450 --> 01:26:38,670
en op de knieën vertroeteld worden.

1415
01:26:38,670 --> 01:26:43,710
Zoals iemands moeder hem troost,
zo zal Ík u troosten; ja,

1416
01:26:43,710 --> 01:26:46,050
in Jeruzalem zult u getroost worden!

1417
01:26:46,050 --> 01:26:49,710
Dus de kinderen van het Nieuwe
Jeruzalem zullen door God worden

1418
01:26:49,710 --> 01:26:53,730
getroost over het verlies
van de moederstad, Jeruzalem.

1419
01:26:53,730 --> 01:26:57,570
Ze worden getroost doordat ze
in het Nieuwe Jeruzalem zijn.

1420
01:26:57,570 --> 01:27:00,810
U zult het zien, uw hart zal vrolijk zijn,

1421
01:27:00,810 --> 01:27:04,170
en uw gebeente zal groeien
als het jonge gras.

1422
01:27:04,170 --> 01:27:07,770
Dan zal de hand van de HEERE
gekend worden door Zijn dienaren,

1423
01:27:07,770 --> 01:27:10,710
maar op Zijn vijanden
zal Hij toornig zijn.

1424
01:27:10,710 --> 01:27:17,130
Nu gaan de verzen 15 tot en met 17 over
dit oordeel over het afvallige Jeruzalem.

1425
01:27:17,130 --> 01:27:20,370
Want zie, de HEERE zal komen in vuur,

1426
01:27:20,370 --> 01:27:23,730
en Zijn strijdwagens zullen
komen als een wervelwind,

1427
01:27:23,730 --> 01:27:26,790
om in grimmigheid Zijn
toorn te laten gelden,

1428
01:27:26,790 --> 01:27:29,670
Zijn bestraffing in vlammen van vuur.

1429
01:27:29,670 --> 01:27:34,710
Want met vuur en met Zijn zwaard
zal de HEERE een rechtszaak voeren

1430
01:27:34,710 --> 01:27:36,570
met alle vlees.

1431
01:27:36,570 --> 01:27:41,610
Zij die door de HEERE dodelijk
gewond zijn, zullen talrijk zijn.

1432
01:27:41,610 --> 01:27:46,770
Zij die zich heiligen en reinigen in
de tuinen achter één in hun midden,

1433
01:27:46,770 --> 01:27:51,450
die varkensvlees eten,
afschuwelijk gedierte en muizen,

1434
01:27:51,450 --> 01:27:55,650
tezamen zullen zij weggevaagd
worden, spreekt de HEERE.

1435
01:27:55,650 --> 01:27:59,550
Blijkbaar aten ze zelfs
muizen, een onrein dier.

1436
01:27:59,550 --> 01:28:01,950
Dus de afvallige Joden in Jeruzalem,

1437
01:28:01,950 --> 01:28:06,450
die hun aanbidding van God gewoon
verontreinigen, zullen verteerd worden,

1438
01:28:06,450 --> 01:28:10,470
en de door de Heere verslagenen
zullen talrijk zijn.

1439
01:28:10,470 --> 01:28:14,730
Vers 18: nu zullen de
heidenen God verheerlijken.

1440
01:28:14,730 --> 01:28:18,150
Dat is natuurlijk waar de verwoesting
van Jeruzalem op uitloopt.

1441
01:28:18,150 --> 01:28:22,290
De heidenen komen in groten
getale binnen. Hij zegt:

1442
01:28:22,290 --> 01:28:25,470
Ik ken hun werken en hun gedachten!

1443
01:28:25,470 --> 01:28:30,090
De tijd komt dat Ik alle heidenvolken
en talen bijeen zal brengen.

1444
01:28:30,090 --> 01:28:33,270
En zij zullen komen en
Mijn heerlijkheid zien.

1445
01:28:33,270 --> 01:28:38,010
En Ik zal een teken op hen aanbrengen: Ik
zal uit hen die aan het gericht ontkomen

1446
01:28:38,010 --> 01:28:44,970
zijn, boden zenden naar de heidenvolken,
Tarsis, Pul, Lud, de boogschutters,

1447
01:28:44,970 --> 01:28:48,930
naar Tubal, Javan, de
verafgelegen kustlanden,

1448
01:28:48,930 --> 01:28:52,110
die geen tijding over
Mij hebben gehoord en die

1449
01:28:52,110 --> 01:28:54,630
Mijn heerlijkheid niet hebben gezien.

1450
01:28:54,630 --> 01:28:58,230
Zij zullen Mijn heerlijkheid
onder de heidenvolken verkondigen.

1451
01:28:58,230 --> 01:29:01,110
zoals het vaandel waar
Hij eerder over sprak.

1452
01:29:01,110 --> 01:29:05,670
Dus het overblijfsel van de Joden, de
Joodse discipelen die aan de val van

1453
01:29:05,670 --> 01:29:11,730
Jeruzalem ontkwamen, zond Jezus eropuit
om alle volken tot discipelen te maken.

1454
01:29:11,730 --> 01:29:14,010
Dit is letterlijk vervuld.

1455
01:29:14,010 --> 01:29:17,970
Dan worden de namen van veel
volken uit de oudheid gegeven:

1456
01:29:17,970 --> 01:29:25,290
Tarsis, Pul en Lud, die de boog hanteren,
en Tubal, Javan en de verre kustlanden,

1457
01:29:25,290 --> 01:29:29,310
die nog nooit van Mij hebben gehoord
of Mijn glorie hebben gezien.

1458
01:29:29,310 --> 01:29:33,090
En zij zullen Mijn glorie
onder de volken bekendmaken.

1459
01:29:33,090 --> 01:29:37,590
—het Evangelie dat in de hele
heidense wereld wordt verkondigd.

1460
01:29:37,590 --> 01:29:42,150
En zij zullen al uw broeders uit
alle heidenvolken brengen als

1461
01:29:42,150 --> 01:29:47,190
graanoffer aan de HEERE, op paarden
en op wagens, met huifkarren,

1462
01:29:47,190 --> 01:29:53,010
op muildieren en op snelle kamelen, naar
Mijn heilige berg toe, naar Jeruzalem,

1463
01:29:53,010 --> 01:29:57,870
zegt de HEERE, zoals de Israëlieten
het graanoffer in rein vaatwerk

1464
01:29:57,870 --> 01:29:59,910
naar het huis van de HEERE brengen.

1465
01:29:59,910 --> 01:30:02,970
—dat in eerdere profetieën
natuurlijk de gemeente is—

1466
01:30:02,970 --> 01:30:05,310
En Ik zal ook een aantal van hen nemen.

1467
01:30:05,310 --> 01:30:08,850
Dat wil zeggen: de heidenen
die zij binnenbrengen.

1468
01:30:08,850 --> 01:30:13,590
Ook zal Ik enigen uit hen tot priesters
en Levieten aanstellen, zegt de HEERE.

1469
01:30:13,590 --> 01:30:17,010
want de gemeente is een
koninkrijk van priesters geworden.

1470
01:30:17,010 --> 01:30:21,090
Hoewel wij niet eens Joods waren,
laat staan zonen van Aäron,

1471
01:30:21,090 --> 01:30:23,550
zijn de heidenen nu het priesterschap.

1472
01:30:23,550 --> 01:30:28,170
Niet alle heidenen, maar de heidenen
die werkelijk tot Christus komen.

1473
01:30:28,170 --> 01:30:31,830
In Romeinen, hoofdstuk 15 en vers 16,

1474
01:30:31,830 --> 01:30:35,730
zinspeelt Paulus op dit vers wanneer
hij over zijn eigen bediening onder

1475
01:30:35,730 --> 01:30:37,290
de heidenen spreekt.

1476
01:30:37,290 --> 01:30:41,190
Aan het eind van vers 15
van Romeinen 15 zegt hij:

1477
01:30:41,190 --> 01:30:44,970
Maar ik heb u ten dele op nogal
gedurfde toon geschreven, broeders,

1478
01:30:44,970 --> 01:30:49,710
als om u hieraan te herinneren, vanwege
de genade die mij door God gegeven is,

1479
01:30:49,710 --> 01:30:53,250
om een dienaar van Jezus Christus
te zijn voor de heidenen,

1480
01:30:53,250 --> 01:30:56,430
door het Evangelie van God
als een priester te dienen,

1481
01:30:56,430 --> 01:31:00,451
opdat het offer van de heidenen
welgevallig zou zijn aan God ,

1482
01:31:00,451 --> 01:31:02,790
geheiligd door de Heilige Geest.

1483
01:31:02,790 --> 01:31:08,130
Paulus zei dat hij door zijn evangelisatie
van de heidenen een offer aan God aanbood.

1484
01:31:08,130 --> 01:31:11,430
De heidenen zijn het offer
dat hij aan God aanbiedt.

1485
01:31:11,430 --> 01:31:17,970
Jesaja 66:20 zegt dat zij uit
alle volken, op paarden enzovoort,

1486
01:31:17,970 --> 01:31:21,570
deze heidenen als een offer
naar de Heere zullen brengen.

1487
01:31:21,570 --> 01:31:26,190
Paulus verwijst hier dus naar als datgene
wat zijn bediening tot stand brengt.

1488
01:31:26,190 --> 01:31:29,310
Hij past dit natuurlijk
toe op zijn eigen tijd.

1489
01:31:29,310 --> 01:31:30,810
Vers 22:

1490
01:31:30,810 --> 01:31:35,670
Want zoals de nieuwe hemel en
de nieuwe aarde die Ik ga maken,

1491
01:31:35,670 --> 01:31:39,810
voor Mijn aangezicht zullen
blijven staan, spreekt de HEERE,

1492
01:31:39,810 --> 01:31:44,010
zo zullen ook uw nageslacht
en uw naam blijven staan.

1493
01:31:44,010 --> 01:31:49,770
En het zal geschieden dat van nieuwe maan
tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat

1494
01:31:49,770 --> 01:31:53,370
alle vlees zal komen om zich neer
te buigen voor Mijn aangezicht,

1495
01:31:53,370 --> 01:31:54,690
zegt de HEERE.

1496
01:31:54,690 --> 01:31:59,070
Dus in de nieuwe orde aanbid je
niet alleen op de nieuwemaansdagen

1497
01:31:59,070 --> 01:32:00,990
of alleen op de sabbatten.

1498
01:32:00,990 --> 01:32:05,970
Je doet het ook in de tijd daartussen,
van de ene nieuwemaan tot de andere.

1499
01:32:05,970 --> 01:32:09,210
De nieuwemaan was de
eerste dag van elke maand,

1500
01:32:09,210 --> 01:32:11,730
dus dit betekent de hele maand lang,

1501
01:32:11,730 --> 01:32:16,470
van de nieuwemaan van januari
tot de nieuwemaan van februari.

1502
01:32:16,470 --> 01:32:20,550
Gedurende de hele tussenliggende
tijd komen ze God aanbidden,

1503
01:32:20,550 --> 01:32:23,310
van de ene sabbat tot de volgende.

1504
01:32:23,310 --> 01:32:27,510
Sommige zevendedagsadventisten
hebben dit vers gebruikt om te zeggen

1505
01:32:27,510 --> 01:32:31,350
dat het erover gaat dat wij op
de sabbat behoren te aanbidden,

1506
01:32:31,350 --> 01:32:33,390
maar dat staat er eigenlijk niet.

1507
01:32:33,390 --> 01:32:36,150
Er staat van de ene
sabbat tot de volgende,

1508
01:32:36,150 --> 01:32:39,090
van de ene nieuwe maan tot de volgende.

1509
01:32:39,090 --> 01:32:44,490
Het betekent dat mensen God gedurende de
hele periode daartussen zullen aanbidden.

1510
01:32:44,490 --> 01:32:47,010
Dat geldt natuurlijk
voor het nieuwe verbond.

1511
01:32:47,010 --> 01:32:49,170
Wij aanbidden God voortdurend.

1512
01:32:49,170 --> 01:32:52,770
We hebben niet slechts een paar
heilige dagen waarop we dat doen.

1513
01:32:52,770 --> 01:32:57,990
En zij zullen de stad uit gaan en zien
de dode lichamen van de mannen die tegen

1514
01:32:57,990 --> 01:33:02,610
Mij in opstand zijn gekomen; want
hun worm zal niet sterven en hun

1515
01:33:02,610 --> 01:33:07,290
vuur zal niet uitgeblust worden, en zij
zullen voor alle vlees een afgrijzen zijn.

1516
01:33:07,290 --> 01:33:10,530
Dit is natuurlijk een standaard
bewijstekst over de hel,

1517
01:33:10,530 --> 01:33:14,610
maar het is moeilijk te begrijpen waarom
dit op de hel zou worden toegepast.

1518
01:33:14,610 --> 01:33:16,710
Er staat niet dat dit de hel is.

1519
01:33:16,710 --> 01:33:19,110
Het gaat over lijken die branden.

1520
01:33:19,110 --> 01:33:23,310
Er zijn dode mensen en hun
lijken branden voortdurend.

1521
01:33:23,310 --> 01:33:27,090
We zijn in Jesaja al
beeldspraak tegengekomen over

1522
01:33:27,090 --> 01:33:31,830
vuur dat niet wordt uitgeblust, en we
zullen die ook in Jeremia tegenkomen.

1523
01:33:31,830 --> 01:33:35,190
Het vuur dat niet wordt
uitgeblust, is Gods toorn,

1524
01:33:35,190 --> 01:33:38,370
die niet door menselijke
kracht kan worden weerstaan.

1525
01:33:38,370 --> 01:33:40,710
Mensen kunnen het niet uitblussen.

1526
01:33:40,710 --> 01:33:42,690
Soms wordt het zo verwoord:

1527
01:33:42,690 --> 01:33:45,030
Een vuur dat niemand kan blussen.

1528
01:33:45,030 --> 01:33:48,150
Het is een vuur dat niet
door mensen wordt uitgeblust.

1529
01:33:48,150 --> 01:33:51,210
Het is Gods oordeel. De woorden:

1530
01:33:51,210 --> 01:33:54,990
Hun worm sterft niet, zijn
volgens mij eenvoudigweg

1531
01:33:54,990 --> 01:33:58,230
beeldspraak voor het voortdurend
wegrotten van hun lijken.

1532
01:33:58,230 --> 01:34:02,610
Maar het punt hier is dat de verlosten
naar buiten gaan en het zien.

1533
01:34:02,610 --> 01:34:05,010
Ze aanbidden voor het
aangezicht van de Heere,

1534
01:34:05,010 --> 01:34:08,790
en ze lopen naar buiten en
zien al die lijken wegrotten.

1535
01:34:08,790 --> 01:34:11,610
Ik denk niet dat we dat
in de hemel zullen doen.

1536
01:34:11,610 --> 01:34:15,510
Ik denk niet dat we rondleidingen door
de hel zullen krijgen en naar de lijken

1537
01:34:15,510 --> 01:34:18,270
zullen kijken die daar
vergaan en verbranden.

1538
01:34:18,270 --> 01:34:20,370
Dit is duidelijk beeldspraak.

1539
01:34:20,370 --> 01:34:22,770
Volgens mij verwijst het
naar het feit dat het

1540
01:34:22,770 --> 01:34:25,650
overblijfsel God
voortdurend zal aanbidden.

1541
01:34:25,650 --> 01:34:28,230
Maar degenen die tegen
Hem in opstand kwamen,

1542
01:34:28,230 --> 01:34:32,311
degenen over wie Hij zegt dat zij
tegen Hem in opstand zijn gekomen —

1543
01:34:32,311 --> 01:34:36,870
de Joden die in Jeruzalem werden
gedood — worden in Gehenna geworpen.

1544
01:34:36,870 --> 01:34:39,090
Ze worden in het Dal van Hinnom geworpen.

1545
01:34:39,090 --> 01:34:41,430
Hun lijken liggen daar te verbranden.

1546
01:34:41,430 --> 01:34:43,350
Jeremia zei hetzelfde.

1547
01:34:43,350 --> 01:34:47,850
Hij zei in Jeremia, hoofdstuk
7, dat het Dal van Hinnom

1548
01:34:47,850 --> 01:34:52,590
het dal van de slachting zou worden
vanwege het grote aantal lijken dat erin

1549
01:34:52,590 --> 01:34:54,150
geworpen zou worden.

1550
01:34:54,150 --> 01:35:00,210
Jezus citeerde deze woorden uit
Jesaja, hoofdstuk 66, vers 24,

1551
01:35:00,210 --> 01:35:04,950
drie keer in een onderwijzing die
Hij in Markus, hoofdstuk 9, gaf,

1552
01:35:04,950 --> 01:35:07,350
en Hij noemde dit Gehenna.

1553
01:35:07,350 --> 01:35:10,110
Jesaja zegt niet dat het Gehenna is.

1554
01:35:10,110 --> 01:35:15,510
Jesaja zegt eenvoudigweg dat ze daarbuiten
liggen, dat de wormen hen opeten

1555
01:35:15,510 --> 01:35:17,550
en dat de vuren hen verbranden.

1556
01:35:17,550 --> 01:35:20,370
Jesaja noemt het niet het Dal van Hinnom.

1557
01:35:20,370 --> 01:35:22,650
Jezus is Degene Die dat doet.

1558
01:35:22,650 --> 01:35:26,730
In Markus, hoofdstuk 9, staat in vers 43:

1559
01:35:26,730 --> 01:35:29,730
En als uw hand u doet
struikelen, hak hem dan af;

1560
01:35:29,730 --> 01:35:33,810
het is beter voor u verminkt het leven in
te gaan dan met twee handen heen te gaan

1561
01:35:33,810 --> 01:35:37,050
in de hel, in het onuitblusbare vuur,

1562
01:35:37,050 --> 01:35:41,730
Hij noemt dat in het Grieks Gehenna,
wat het Dal van Hinnom betekent.

1563
01:35:41,730 --> 01:35:44,670
Hij zegt dus dat Jesaja
Gehenna beschrijft.

1564
01:35:44,670 --> 01:35:48,930
Van oudsher wordt Gehenna in de
Engelse Bijbel vertaald als ‘hell’,

1565
01:35:48,930 --> 01:35:53,190
maar een echte vertaling van het
woord zou ‘Dal van Hinnom’ zijn.

1566
01:35:53,190 --> 01:35:55,770
Gehenna is het Dal van Hinnom.

1567
01:35:55,770 --> 01:35:59,910
‘Hell’ is geen vertaling, maar
een interpretatie van Gehenna.

1568
01:35:59,910 --> 01:36:02,970
De vertaling is ‘Dal van Hinnom’.

1569
01:36:02,970 --> 01:36:05,670
Ze zouden in het Dal van
Hinnom worden geworpen,

1570
01:36:05,670 --> 01:36:09,090
en daar worden de lijken van de
gesneuvelden in geworpen wanneer

1571
01:36:09,090 --> 01:36:10,830
Jeruzalem wordt verwoest.

1572
01:36:10,830 --> 01:36:12,390
Het ligt vlak buiten de stad.

1573
01:36:12,390 --> 01:36:16,950
Ik geloof dus dat Jesaja afsluit zoals
hij eerder in het boek veel van zijn

1574
01:36:16,950 --> 01:36:22,650
profetieën afsloot: met de gedachte dat
er een oordeel komt over de oude orde

1575
01:36:22,650 --> 01:36:27,390
en over degenen die daaraan trouw
waren en tegen God in opstand kwamen.

1576
01:36:27,390 --> 01:36:30,990
Ze lijden en worden op een
blijvende manier geoordeeld.

1577
01:36:30,990 --> 01:36:34,530
Misschien worden hier in het bijzonder
de mensen bedoeld die bij de val van

1578
01:36:34,530 --> 01:36:36,330
Jeruzalem werden gedood.

1579
01:36:36,330 --> 01:36:39,870
Maar er zou niettemin een
geestelijk Sion zijn dat

1580
01:36:39,870 --> 01:36:43,230
na de val van het oude
Jeruzalem blijft voortbestaan.

1581
01:36:43,230 --> 01:36:47,850
Dat is de boodschap van Jesaja, vooral
in het latere deel van het boek:

1582
01:36:47,850 --> 01:36:51,150
een nieuw Jeruzalem en de
val van het oude Jeruzalem.
