1
00:00:02,070 --> 00:00:04,470
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,470 --> 00:00:08,790
Deze keer behandelen we Jesaja 9 en 10.

3
00:00:08,790 --> 00:00:11,370
We komen nu bij Jesaja 9.

4
00:00:11,370 --> 00:00:15,630
In onze vorige les hebben we gekeken naar
de profetie over de maagd die een kind

5
00:00:15,630 --> 00:00:17,250
ter wereld brengt.

6
00:00:17,250 --> 00:00:21,990
We hebben besproken hoe die profetie
aansluit op het hoofdstuk dat erop volgt.

7
00:00:21,990 --> 00:00:25,050
We keken dus naar hoofdstuk 7 en 8:

8
00:00:25,050 --> 00:00:30,390
in hoofdstuk 7 staat een voorzegging en
in hoofdstuk 8 wordt een kind geboren.

9
00:00:30,390 --> 00:00:35,550
Op veel punten, zo niet op elk punt, lijkt
het erop dat het kind uit hoofdstuk 8

10
00:00:35,550 --> 00:00:39,990
bedoeld was als de vervulling van
de voorzegging in hoofdstuk 7.

11
00:00:39,990 --> 00:00:43,770
Het probleem daarmee is echter dat
het Nieuwe Testament ons vertelt

12
00:00:43,770 --> 00:00:48,090
dat de voorzegging van het kind in
hoofdstuk 7 in Jezus is vervuld.

13
00:00:48,090 --> 00:00:53,251
Mijn conclusie was dat dit een geval is
— en zulke gevallen zijn vrij zeldzaam —

14
00:00:53,251 --> 00:00:57,570
van een dubbele vervulling, of
misschien een typologische vervulling.

15
00:00:57,570 --> 00:01:01,050
Er is dan een voorzegging die haar
uiteindelijke vervulling in Christus

16
00:01:01,050 --> 00:01:05,130
heeft, maar er is ook een vervulling
op korte termijn die als een type

17
00:01:05,130 --> 00:01:08,070
dient van de uiteindelijke
vervulling in Christus.

18
00:01:08,070 --> 00:01:12,510
Nu komen we bij hoofdstuk 9, en ik denk
dat ik iets ga aanpassen van wat ik aan

19
00:01:12,510 --> 00:01:15,330
het einde van de vorige
bijeenkomst heb gezegd.

20
00:01:15,330 --> 00:01:19,110
Ik zei dat de mensen die zwaar
onder druk stonden en honger leden,

21
00:01:19,110 --> 00:01:21,210
kennelijk Assyrië waren.

22
00:01:21,210 --> 00:01:22,890
Dat kan waar zijn.

23
00:01:22,890 --> 00:01:25,050
Dat is één mogelijke opvatting.

24
00:01:25,050 --> 00:01:29,670
Maar het kan ook over Israël gaan,
want als je hoofdstuk 8 leest,

25
00:01:29,670 --> 00:01:33,570
spreekt de profetie er inderdaad
over dat Assyrië komt om het

26
00:01:33,570 --> 00:01:36,750
noordelijke koninkrijk Israël te oordelen.

27
00:01:36,750 --> 00:01:41,730
Wat in hoofdstuk 9 aan de orde komt,
is duidelijk gewoon een voortzetting.

28
00:01:41,730 --> 00:01:43,770
Er is daar geen echte onderbreking.

29
00:01:43,770 --> 00:01:47,730
Het begint met ‘niettemin’, waarmee
duidelijk een tegenstelling wordt gemaakt

30
00:01:47,730 --> 00:01:50,190
met wat in hoofdstuk 8 is gezegd.

31
00:01:50,190 --> 00:01:54,330
Jesaja wist niet dat iemand hier een
hoofdstukscheiding zou aanbrengen.

32
00:01:54,330 --> 00:01:58,110
Of dit nu over Assyrië
gaat of over Israël,

33
00:01:58,110 --> 00:02:00,330
aan het einde van hoofdstuk 8 staat:

34
00:02:00,330 --> 00:02:04,530
of naar de aarde kijkt, zie, er
zal benauwdheid en duisternis

35
00:02:04,530 --> 00:02:07,530
zijn, angstaanjagende donkerheid.

36
00:02:07,530 --> 00:02:11,130
En men zal voortgedreven
worden, het donker in.

37
00:02:11,130 --> 00:02:14,250
Maar dan staat er in hoofdstuk 9, vers 1:

38
00:02:14,250 --> 00:02:19,050
Toch zal de donkerheid niet blijven
over haar die in benauwdheid verkeert,

39
00:02:19,050 --> 00:02:24,390
zoals Hij aanvankelijk weinig achting had
voor het land van Zebulon en het land van

40
00:02:24,390 --> 00:02:29,670
Naftali en haar later zwaarder
onderdrukte, langs de weg van de zee,

41
00:02:29,670 --> 00:02:33,810
aan de overkant van de Jordaan,
in het Galilea van de heidenen.

42
00:02:33,810 --> 00:02:38,130
Ik weet zeker dat je geen wijs kon
worden uit de manier waarop dat er staat.

43
00:02:38,130 --> 00:02:42,570
Of als je dat wel kon, ben je op de
een of andere manier beter dan ik.

44
00:02:42,570 --> 00:02:45,990
Want in de King James
en in de New King James,

45
00:02:45,990 --> 00:02:48,450
die het enigszins
verbetert maar niet veel,

46
00:02:48,450 --> 00:02:52,110
is dit een buitengewoon
moeilijk vers om te begrijpen.

47
00:02:52,110 --> 00:02:54,690
Toch is het een heel belangrijk vers.

48
00:02:54,690 --> 00:02:58,590
Het vormt in feite de inleiding
tot een messiaanse passage,

49
00:02:58,590 --> 00:03:02,910
maar de eigenlijke betekenis ervan
wordt door de bewoording verduisterd.

50
00:03:02,910 --> 00:03:06,090
In de New American Standard, de NIV,

51
00:03:06,090 --> 00:03:11,910
de ESV en vrijwel elke andere moderne
vertaling loopt het wat soepeler.

52
00:03:11,910 --> 00:03:16,650
Laat me bijvoorbeeld hoofdstuk
9, vers 1 uit de ESV voorlezen.

53
00:03:16,650 --> 00:03:18,930
Dan zul je zien wat er wordt gezegd.

54
00:03:18,930 --> 00:03:24,090
Vrijwel alle andere vertalingen stemmen
hierin met de ESV overeen. Er staat:

55
00:03:24,090 --> 00:03:27,930
Maar er zal geen donkerheid zijn
voor haar die in angst verkeerde.

56
00:03:27,930 --> 00:03:31,890
In vroeger tijd bracht Hij het
land van Zebulon en het land van

57
00:03:31,890 --> 00:03:36,690
Naftali in verachting, maar in later
tijd heeft Hij de Weg van de zee,

58
00:03:36,690 --> 00:03:40,170
het land aan de overkant van
de Jordaan, het Galilea van de

59
00:03:40,170 --> 00:03:42,570
volken, heerlijk gemaakt.

60
00:03:42,570 --> 00:03:46,050
Let op hoe dat is geformuleerd:
in het verleden bracht God

61
00:03:46,050 --> 00:03:51,330
Zebulon en Naftali in verachting, maar in
latere tijden zal Hij hen verheerlijken,

62
00:03:51,330 --> 00:03:53,730
of zal Hij die streek heerlijk maken.

63
00:03:53,730 --> 00:03:57,330
Het Nieuwe Testament citeert
dit gedeelte uit Jesaja

64
00:03:57,330 --> 00:04:01,530
en past het toe op het begin
van Jezus’ bediening in Galilea.

65
00:04:01,530 --> 00:04:04,830
Zebulon en Naftali zijn
twee stammen van Israël

66
00:04:04,830 --> 00:04:08,130
waarvan de stamgebieden in
het noorden en oosten liggen.

67
00:04:08,130 --> 00:04:11,250
Zij waren de eersten die als
het ware werden binnengevallen

68
00:04:11,250 --> 00:04:15,450
en geoordeeld toen Assyrië
kwam en Israël veroverde.

69
00:04:15,450 --> 00:04:19,890
Van deze twee streken wordt gezegd
dat God ze in verachting had gebracht.

70
00:04:19,890 --> 00:04:23,910
Zij waren de eersten die onder de
verwoesting door de Assyriërs leden.

71
00:04:23,910 --> 00:04:27,270
Maar zij zouden ook als eersten
de heerlijkheid van het bezoek van

72
00:04:27,270 --> 00:04:29,070
de Messias ervaren.

73
00:04:29,070 --> 00:04:32,970
We zien bijvoorbeeld in Mattheüs 4
dat dit vers en dit hoofdstuk uit

74
00:04:32,970 --> 00:04:35,190
Jesaja worden aangehaald.

75
00:04:35,190 --> 00:04:38,010
In Mattheüs 4 staat vanaf vers 13:

76
00:04:38,010 --> 00:04:42,390
Hij verliet Nazareth en ging wonen
in Kapernaüm, dat aan de zee lag,

77
00:04:42,390 --> 00:04:45,210
in het gebied van Zebulon en Naftali,

78
00:04:45,210 --> 00:04:48,330
Daarmee wordt verwezen
naar het Meer van Galilea.

79
00:04:48,330 --> 00:04:52,950
We hebben nog niet zo ver doorgelezen in
Jesaja 9, maar dat is het volgende vers.

80
00:04:52,950 --> 00:04:56,670
Mattheüs citeert dus
Jesaja 9, vers 1 en 2,

81
00:04:56,670 --> 00:05:00,690
en zegt dat dit wordt vervuld
wanneer Jezus Zijn openbare bediening

82
00:05:00,690 --> 00:05:05,010
begint in diezelfde streek die
in de tijd van Jesaja als eerste

83
00:05:05,010 --> 00:05:07,290
onder het oordeel van God had geleden.

84
00:05:07,290 --> 00:05:11,370
Nogmaals, vers 1 is in de New
King James heel onduidelijk,

85
00:05:11,370 --> 00:05:15,210
maar volgens alle andere
vertalingen betekent het in wezen:

86
00:05:15,210 --> 00:05:17,490
In vroeger tijd bracht Hij het land van

87
00:05:17,490 --> 00:05:21,720
Zebulon en het land van Naftali in
verachting, maar in latere tijd,

88
00:05:21,720 --> 00:05:26,550
of in later tijd, heeft Hij de
weg van de zee heerlijk gemaakt.

89
00:05:26,550 --> 00:05:29,610
Daarmee wordt het Meer
van Galilea bedoeld.

90
00:05:29,610 --> 00:05:33,870
het land aan de overkant van de
Jordaan, het Galilea van de volken.

91
00:05:33,870 --> 00:05:37,770
Wanneer we bij dit hoofdstuk komen,
kijken we dus naar het tijdsbestek van

92
00:05:37,770 --> 00:05:39,870
Jezus’ openbare bediening.

93
00:05:39,870 --> 00:05:44,310
We zijn overgegaan van de tijd waarin
Israël in de achtste eeuw voor Christus

94
00:05:44,310 --> 00:05:49,350
door Assyrië werd verwoest, naar de
tijd van Christus’ bediening in Galilea.

95
00:05:49,350 --> 00:05:50,790
Vers 2 zegt:

96
00:05:50,790 --> 00:05:54,870
Het volk dat in duisternis
wandelt, zal een groot licht zien.

97
00:05:54,870 --> 00:05:57,990
Zij die wonen in het land
van de schaduw van de dood,

98
00:05:57,990 --> 00:06:00,030
over hen zal een licht schijnen.

99
00:06:00,030 --> 00:06:01,350
of scheen.

100
00:06:01,350 --> 00:06:02,370
Er staat:

101
00:06:02,370 --> 00:06:07,110
U hebt dit volk talrijk gemaakt; hebt
U niet de blijdschap groot gemaakt?

102
00:06:07,110 --> 00:06:11,730
Zij zullen blij zijn voor Uw aangezicht,
zoals men zich verblijdt bij de oogst,

103
00:06:11,730 --> 00:06:15,090
zoals men zich verheugt
wanneer men de buit verdeelt.

104
00:06:15,090 --> 00:06:18,570
Nu staat ‘volk’ hier in het enkelvoud.

105
00:06:18,570 --> 00:06:23,250
In de tijd van Jesaja waren er
twee volken, Israël en Juda.

106
00:06:23,250 --> 00:06:25,590
Maar alleen al het
gebruik van het enkelvoud

107
00:06:25,590 --> 00:06:28,050
lijkt te veronderstellen
dat er één volk is.

108
00:06:28,050 --> 00:06:30,930
Omdat we hier naar de
tijd van Christus kijken,

109
00:06:30,930 --> 00:06:35,250
geloof ik natuurlijk dat we het hebben
over het nieuwe volk, het nieuwe Israël.

110
00:06:35,250 --> 00:06:39,930
Vreugde wordt in vers 3 genoemd als
een van de voornaamste kenmerken.

111
00:06:39,930 --> 00:06:44,430
Dit hebben we niet naar voren gebracht
toen we onze thematische studies deden.

112
00:06:44,430 --> 00:06:47,130
Maar wanneer de messiaanse
tijd wordt beschreven,

113
00:06:47,130 --> 00:06:50,730
worden vreugde en zich
verheugen heel vaak genoemd.

114
00:06:50,730 --> 00:06:57,630
Denk aan wat Paulus in Romeinen 14:17
zei over wat het Koninkrijk van God is:

115
00:06:57,630 --> 00:07:01,530
Want het Koninkrijk van God
bestaat niet uit eten en drinken,

116
00:07:01,530 --> 00:07:06,630
maar uit gerechtigheid en vrede
en blijdschap in de Heilige Geest.

117
00:07:06,630 --> 00:07:10,530
We hebben gezien dat er veel
verwijzingen naar de messiaanse tijd zijn

118
00:07:10,530 --> 00:07:14,610
waarin gerechtigheid of recht
kenmerkend is voor die tijd,

119
00:07:14,610 --> 00:07:18,450
omdat een Koning regeert
in gerechtigheid en recht.

120
00:07:18,450 --> 00:07:21,510
Christus regeert
rechtvaardig over Zijn volk.

121
00:07:21,510 --> 00:07:25,050
We hebben ook gezien dat
vrede een normaal kenmerk is.

122
00:07:25,050 --> 00:07:28,470
Vrede is een heel belangrijk
kenmerk van de messiaanse tijd,

123
00:07:28,470 --> 00:07:31,710
vooral in die passages waarin
ze hun zwaarden omsmeden

124
00:07:31,710 --> 00:07:34,050
tot ploegscharen, enzovoort.

125
00:07:34,050 --> 00:07:36,990
Maar vreugde is iets wat
we nog niet hadden genoemd.

126
00:07:36,990 --> 00:07:40,890
Als je snel door Jesaja heen
gaat, kun je zien hoe nadrukkelijk

127
00:07:40,890 --> 00:07:44,850
vreugde naar voren komt als
kenmerk van de messiaanse tijd.

128
00:07:44,850 --> 00:07:50,910
In hoofdstuk 12, vers 3, bijvoorbeeld,
een messiaanse passage, staat:

129
00:07:50,910 --> 00:07:54,930
U zult met vreugde water scheppen
uit de bronnen van het heil.

130
00:07:54,930 --> 00:08:00,270
Dus wanneer je uit je behoud put, zal dat
gepaard gaan met een gevoel van vreugde.

131
00:08:00,270 --> 00:08:03,390
In hoofdstuk 29:19 staat:

132
00:08:03,390 --> 00:08:08,010
De zachtmoedigen zullen blijdschap
op blijdschap hebben in de HEERE,

133
00:08:08,010 --> 00:08:12,570
en de armen onder de mensen zullen zich
in de Heilige van Israël verheugen.

134
00:08:12,570 --> 00:08:16,290
Ze zullen dus toenemen in
vreugde en zich verheugen.

135
00:08:16,290 --> 00:08:22,290
In hoofdstuk 35, dat in zijn geheel een
profetie over de messiaanse tijd is,

136
00:08:22,290 --> 00:08:23,970
staat in vers 2:

137
00:08:23,970 --> 00:08:28,050
Zij zal welig in bloei
staan en zich verheugen, ja,

138
00:08:28,050 --> 00:08:31,170
zij zal zich verheugen en juichen.

139
00:08:31,170 --> 00:08:36,810
De luister van de Libanon is haar gegeven,
de glorie van de Karmel en de Saron.

140
00:08:36,810 --> 00:08:42,150
Ze zullen zien de heerlijkheid van
de HEERE, de glorie van onze God.

141
00:08:42,150 --> 00:08:47,070
Wanneer je verderop bij vers 10 van
hetzelfde hoofdstuk komt, staat er:

142
00:08:47,070 --> 00:08:51,330
Want wie door de HEERE zijn
vrijgekocht, zullen terugkeren;

143
00:08:51,330 --> 00:08:54,810
zij zullen Sion binnenkomen met gejuich.

144
00:08:54,810 --> 00:08:57,450
Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn,

145
00:08:57,450 --> 00:09:00,810
vreugde en blijdschap
zullen zij verkrijgen,

146
00:09:00,810 --> 00:09:03,930
verdriet en gezucht zullen wegvluchten.

147
00:09:03,930 --> 00:09:07,050
In hoofdstuk 51, vers 3, staat:

148
00:09:07,050 --> 00:09:12,930
Want de HEERE zal Sion troosten,
Hij zal al haar puinhopen troosten.

149
00:09:12,930 --> 00:09:19,290
Hij zal haar woestijn maken als Eden,
haar wildernis als de hof van de HEERE.

150
00:09:19,290 --> 00:09:25,770
Vreugde en blijdschap zal daarin gevonden
worden, dankzegging en luid psalmgezang.

151
00:09:25,770 --> 00:09:29,490
Dan staat er in Jesaja 51:11:

152
00:09:29,490 --> 00:09:32,730
Zo zullen wie door de
HEERE zijn vrijgekocht,

153
00:09:32,730 --> 00:09:36,570
terugkeren en met gejuich in Sion komen.

154
00:09:36,570 --> 00:09:39,270
Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn,

155
00:09:39,270 --> 00:09:42,510
vreugde en blijdschap
zullen zij verkrijgen,

156
00:09:42,510 --> 00:09:45,570
verdriet en gezucht zullen wegvluchten.

157
00:09:45,570 --> 00:09:50,130
Dat is in wezen identiek
aan hoofdstuk 35, vers 10.

158
00:09:50,130 --> 00:09:54,210
Dan staat er in hoofdstuk 52, vers 9:

159
00:09:54,210 --> 00:09:59,490
Breek uit in gejubel, juich
tezamen, puinhopen van Jeruzalem,

160
00:09:59,490 --> 00:10:04,290
want de HEERE heeft Zijn volk
getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost.

161
00:10:04,290 --> 00:10:07,050
In hoofdstuk 55, vers 12:

162
00:10:07,050 --> 00:10:12,270
Want in blijdschap zult u uittrekken
en met vrede voortgeleid worden.

163
00:10:12,270 --> 00:10:17,490
De bergen en de heuvels zullen voor
uw ogen uitbreken in gejuich en alle

164
00:10:17,490 --> 00:10:20,430
bomen van het veld zullen
in de handen klappen.

165
00:10:20,430 --> 00:10:26,070
Vreugde en vrede zijn vaste kenmerken
van het messiaanse Koninkrijk.

166
00:10:26,070 --> 00:10:29,010
In hoofdstuk 61, vers 3, staat:

167
00:10:29,010 --> 00:10:33,990
om aangaande de treurenden van Sion te
beschikken dat hun gegeven zal worden

168
00:10:33,990 --> 00:10:38,370
sieraad in plaats van as,
vreugdeolie in plaats van rouw,

169
00:10:38,370 --> 00:10:41,430
een lofgewaad in plaats
van een benauwde geest,

170
00:10:41,430 --> 00:10:46,710
opdat zij genoemd worden eiken van de
gerechtigheid, een planting door de HEERE,

171
00:10:46,710 --> 00:10:48,690
om Hem te verheerlijken.

172
00:10:48,690 --> 00:10:54,030
Dat wil zeggen dat ze in plaats van
rouw de olie van vreugde zullen hebben:

173
00:10:54,030 --> 00:10:57,630
een lofgewaad in plaats
van een bezwaarde geest.

174
00:10:57,630 --> 00:11:03,150
Verderop in vers 7 van hetzelfde
hoofdstuk, Jesaja 61:7:

175
00:11:03,150 --> 00:11:08,550
In plaats van uw dubbele schaamte en
schande zullen zij juichen over hun deel.

176
00:11:08,550 --> 00:11:13,050
Daarom zullen zij in hun land het
dubbele in erfelijk bezit hebben,

177
00:11:13,050 --> 00:11:15,390
zij zullen eeuwige blijdschap hebben.

178
00:11:15,390 --> 00:11:21,450
Hoofdstuk 65:14 — dit zijn allemaal
messiaanse passages — zegt:

179
00:11:21,450 --> 00:11:26,190
Zie, Mijn dienaren zullen juichen
vanwege een hart vol vreugde,

180
00:11:26,190 --> 00:11:29,850
maar ú zult schreeuwen
vanwege een hart vol leed,

181
00:11:29,850 --> 00:11:33,750
en vanwege een gebroken
geest zult u weeklagen.

182
00:11:33,750 --> 00:11:36,270
Daarmee wordt het afvallige
Jeruzalem bedoeld,

183
00:11:36,270 --> 00:11:38,850
dat het zal uitschreeuwen van verdriet.

184
00:11:38,850 --> 00:11:42,450
Hoofdstuk 66, vers 5, zegt:

185
00:11:42,450 --> 00:11:48,870
Hoor het woord van de HEERE, u die beeft
voor Zijn woord: Uw broeders die u haten,

186
00:11:48,870 --> 00:11:54,450
die u verstoten vanwege Mijn Naam,
zeggen: Laat de HEERE verheerlijkt worden!

187
00:11:54,450 --> 00:11:56,790
Maar Hij zal verschijnen
tot uw blijdschap,

188
00:11:56,790 --> 00:11:59,130
zíj daarentegen zullen beschaamd worden.

189
00:11:59,130 --> 00:12:02,190
Dan gaan we naar hoofdstuk 31 van Jeremia.

190
00:12:02,190 --> 00:12:07,590
De hoofdstukken 30 tot en met 33 van
Jeremia vormen een messiaans gedeelte.

191
00:12:07,590 --> 00:12:10,890
Hoofdstuk 31, vers 13, zegt:

192
00:12:10,890 --> 00:12:14,070
Dan zullen jonge vrouwen zich
verblijden in een reidans,

193
00:12:14,070 --> 00:12:16,770
ook de jongemannen en
de ouderen met elkaar.

194
00:12:16,770 --> 00:12:20,730
Ik zal hun rouw veranderen in
vreugde, Ik zal hen troosten,

195
00:12:20,730 --> 00:12:23,610
Ik zal hen blij maken na hun verdriet.

196
00:12:23,610 --> 00:12:26,190
Een van de dingen die dus
het vaakst worden genoemd,

197
00:12:26,190 --> 00:12:31,110
naast vrede en gerechtigheid in de
tijd van het Koninkrijk, is vreugde.

198
00:12:31,110 --> 00:12:35,070
Paulus vertelt ons dat het
Koninkrijk van God gerechtigheid,

199
00:12:35,070 --> 00:12:38,190
vrede en vreugde in de Heilige Geest is.

200
00:12:38,190 --> 00:12:42,510
Met andere woorden, het Koninkrijk
is een geestelijk verschijnsel,

201
00:12:42,510 --> 00:12:46,110
een geestelijke ervaring van
degenen die Christus volgen.

202
00:12:46,110 --> 00:12:49,950
Degenen die al onder Zijn koningschap
staan, kennen de gerechtigheid,

203
00:12:49,950 --> 00:12:52,110
de vrede en de vreugde.

204
00:12:52,110 --> 00:12:58,410
Er is geen wereldwijde gerechtigheid,
wereldwijde vrede of wereldwijde vreugde.

205
00:12:58,410 --> 00:13:03,030
Maar dit is iets wat wordt ervaren door
degenen die in de Heilige Geest zijn.

206
00:13:03,030 --> 00:13:05,730
Wanneer Paulus de vrucht
van de Geest opsomt,

207
00:13:05,730 --> 00:13:10,650
staan vrede en vreugde hoog op de lijst
van de vrucht van de Heilige Geest.

208
00:13:10,650 --> 00:13:14,070
Deze verschijnselen zijn
geestelijk en niet geopolitiek.

209
00:13:14,070 --> 00:13:18,510
Natuurlijk zal, naarmate het Evangelie
zich verbreidt en zijn eigen overwinningen

210
00:13:18,510 --> 00:13:22,410
behaalt, en meer mensen het
Koninkrijk van God binnengaan,

211
00:13:22,410 --> 00:13:27,810
ook de totale hoeveelheid vrede, vreugde
en gerechtigheid op aarde toenemen.

212
00:13:27,810 --> 00:13:32,550
Maar waar het hier om gaat, is dat de
vreugde en de vrede van het Koninkrijk

213
00:13:32,550 --> 00:13:35,910
altijd verbonden zijn met
de eerste komst van Christus

214
00:13:35,910 --> 00:13:37,890
en met wat Hij heeft gevestigd.

215
00:13:37,890 --> 00:13:41,250
Dat geldt ook in Jesaja
9, waar we nu zijn.

216
00:13:41,250 --> 00:13:43,770
Dit gaat over de eerste
komst van Christus,

217
00:13:43,770 --> 00:13:50,190
zoals we zien aan Mattheüs’ citaat
van Jesaja 9:1-2 in Mattheüs 4.

218
00:13:50,190 --> 00:13:53,310
Ook wanneer we bij de verzen 6 en 7 komen,

219
00:13:53,310 --> 00:13:57,390
lijdt het geen twijfel dat we het over
de eerste komst van Christus hebben.

220
00:13:57,390 --> 00:13:58,590
Vers 3 zegt:

221
00:13:58,590 --> 00:14:03,690
U hebt dit volk talrijk gemaakt; hebt
U niet de blijdschap groot gemaakt?

222
00:14:03,690 --> 00:14:08,370
Zij zullen blij zijn voor Uw aangezicht,
zoals men zich verblijdt bij de oogst,

223
00:14:08,370 --> 00:14:11,850
zoals men zich verheugt
wanneer men de buit verdeelt.

224
00:14:11,850 --> 00:14:14,610
Nu hier zo vaak naar
vreugde wordt verwezen,

225
00:14:14,610 --> 00:14:19,050
moet ik erop wijzen dat vreugde
niet per se uitgelatenheid betekent.

226
00:14:19,050 --> 00:14:22,890
Aan de andere kant moet vreugde
wel iets waarneembaars zijn.

227
00:14:22,890 --> 00:14:26,130
Er is een oud gezegde onder
predikers dat hun gemeente

228
00:14:26,130 --> 00:14:29,430
eruitzag alsof die in
citroensap was gedoopt.

229
00:14:29,430 --> 00:14:33,810
Christenen zijn soms erg
sombere mensen, erg ernstig.

230
00:14:33,810 --> 00:14:35,550
Ernst is ook waardevol.

231
00:14:35,550 --> 00:14:38,790
De Bijbel gebiedt ons
zelfs om ernstig te zijn.

232
00:14:38,790 --> 00:14:41,190
Maar ernst heeft zijn juiste plaats,

233
00:14:41,190 --> 00:14:45,030
terwijl vreugde eveneens de overheersende
gesteldheid zou moeten zijn.

234
00:14:45,030 --> 00:14:50,010
Je kunt vreugdevol zijn in die zin dat je
tevreden bent en behoorlijk voldaan in het

235
00:14:50,010 --> 00:14:54,510
leven, zelfs als er momenten zijn
waarop je verdriet hebt of pijn lijdt.

236
00:14:54,510 --> 00:14:56,190
Je hoeft niet altijd te lachen.

237
00:14:56,190 --> 00:14:58,290
Je hoeft niet altijd te glimlachen.

238
00:14:58,290 --> 00:15:03,570
Maar vreugdevol zijn betekent eenvoudigweg
dat je veerkracht toont in een wereld

239
00:15:03,570 --> 00:15:06,330
waarin veel ontmoedigende dingen gebeuren.

240
00:15:06,330 --> 00:15:09,690
Toch verheugen we ons in de
Heere, zoals de Bijbel zegt.

241
00:15:09,690 --> 00:15:14,550
We verheugen ons omdat er in onze
ervaring iets is wat alles overstijgt,

242
00:15:14,550 --> 00:15:17,190
iets wat de afzonderlijke
hoogte- en dieptepunten van

243
00:15:17,190 --> 00:15:19,710
onze omstandigheden overstijgt.

244
00:15:19,710 --> 00:15:25,050
Natuurlijk worden christenen verdrietig.
Christenen treuren. Jezus zei:

245
00:15:25,050 --> 00:15:29,070
Zalig zijn zij die treuren, want
zij zullen vertroost worden.

246
00:15:29,070 --> 00:15:30,570
Jakobus zei:

247
00:15:30,570 --> 00:15:34,170
Besef uw ellendige staat en treur en huil.

248
00:15:34,170 --> 00:15:38,610
Laat uw lachen veranderd worden in
treuren en uw blijdschap in droefheid.

249
00:15:38,610 --> 00:15:41,430
Er zijn momenten waarop
bekering gepast is.

250
00:15:41,430 --> 00:15:45,510
Er zijn momenten waarop medeleven
met de pijn en het lijden van anderen

251
00:15:45,510 --> 00:15:48,930
het ongepast maakt om al
te luchthartig te zijn.

252
00:15:48,930 --> 00:15:52,110
Tegelijkertijd is vreugde
een bron van tevredenheid,

253
00:15:52,110 --> 00:15:55,410
een bron van voldoening
in God, een dankbaarheid

254
00:15:55,410 --> 00:16:00,570
en een verheuging over ons behoud die
werkelijk een vast fundament vormt.

255
00:16:00,570 --> 00:16:03,630
Bij veel gelegenheden zou dat
zichtbaar moeten zijn in de

256
00:16:03,630 --> 00:16:08,010
glans in de ogen van een christen en
in de glimlach die de gebruikelijke

257
00:16:08,010 --> 00:16:10,410
gelaatsuitdrukking van een christen is.

258
00:16:10,410 --> 00:16:12,270
Heel vaak is dat niet zo.

259
00:16:12,270 --> 00:16:16,830
Bij sommige christenen zijn glimlachen
en blijdschap bijna nooit te zien.

260
00:16:16,830 --> 00:16:20,610
We moeten onze eigen christelijke
ervaring onderzoeken en zeggen:

261
00:16:20,610 --> 00:16:23,070
‘Ik geloof dat ik vrede met God heb.

262
00:16:23,070 --> 00:16:27,510
Ik geloof dat ik de gerechtigheid van
Christus heb, maar heb ik vreugde?

263
00:16:27,510 --> 00:16:30,930
Zouden mensen zeggen dat ik
een vreugdevol mens ben?’

264
00:16:30,930 --> 00:16:35,670
Dat is beslist iets waarvan de Bijbel,
zowel in het Oude als in het Nieuwe

265
00:16:35,670 --> 00:16:38,610
Testament, zegt dat het
kenmerkend moet zijn

266
00:16:38,610 --> 00:16:42,270
voor degenen die zich in het
Koninkrijk van Christus bevinden.

267
00:16:42,270 --> 00:16:49,530
De verzen 4, 5 en 6 beginnen allemaal met
het woord ‘want’, dat ‘omdat’ betekent.

268
00:16:49,530 --> 00:16:52,350
Ze geven de reden voor
wat daarvoor gezegd werd.

269
00:16:52,350 --> 00:16:54,870
Er is een voortgang terug naar de oorzaak,

270
00:16:54,870 --> 00:16:57,330
vervolgens naar de
oorzaak van die oorzaak,

271
00:16:57,330 --> 00:16:59,970
en daarna naar de oorzaak dáárvan.

272
00:16:59,970 --> 00:17:04,110
De reden waarom ze zich verheugen,
wordt in vers 4 gegeven:

273
00:17:04,110 --> 00:17:07,470
Want het juk van hun last,
de stok op hun schouders,

274
00:17:07,470 --> 00:17:13,050
en de knuppel van hun slavendrijver
hebt U verbroken als eens op Midiansdag.

275
00:17:13,050 --> 00:17:17,490
Zoals God Israël in de dagen van
Gideon van de Midianieten bevrijdde,

276
00:17:17,490 --> 00:17:20,790
zo heeft God Zijn volk van
hun onderdrukker bevrijd.

277
00:17:20,790 --> 00:17:25,950
Onze onderdrukker is niet Rome, en
ook geen enkel ander politiek stelsel.

278
00:17:25,950 --> 00:17:30,570
In de tijd van Jezus meenden de Joden dat
de onderdrukker van wie ze bevrijd wilden

279
00:17:30,570 --> 00:17:33,570
worden, de Romeinse heerschappij was.

280
00:17:33,570 --> 00:17:38,190
Maar Jezus stelde hen teleur, omdat Hij
geen enkele stap zette om hen van de

281
00:17:38,190 --> 00:17:40,590
Romeinse heerschappij te bevrijden.

282
00:17:40,590 --> 00:17:44,070
De engel had gezegd dat Zijn
Naam Jezus genoemd zou worden,

283
00:17:44,070 --> 00:17:46,650
omdat Hij Zijn volk van
hun zonden zou redden.

284
00:17:46,650 --> 00:17:50,970
De werkelijke onderdrukking waarvan
mensen op elk moment in de geschiedenis

285
00:17:50,970 --> 00:17:55,230
gered moeten worden, is hun
zondigheid en hun gebondenheid.

286
00:17:55,230 --> 00:18:00,210
De onderdrukker bestaat uit de
demonen, de schuld en de aanklager.

287
00:18:00,210 --> 00:18:04,530
Dit is de gebondenheid en de last
die de mensheid altijd draagt,

288
00:18:04,530 --> 00:18:06,990
en christenen zijn daarvan bevrijd.

289
00:18:06,990 --> 00:18:10,710
Kijk eens naar wat Zacharias,
de vader van Johannes de Doper,

290
00:18:10,710 --> 00:18:12,990
in Lukas hoofdstuk 1 zei.

291
00:18:12,990 --> 00:18:15,390
Toen Johannes de Doper geboren werd,

292
00:18:15,390 --> 00:18:19,410
profeteerde zijn vader en
verbrak daarmee een lange stilte.

293
00:18:19,410 --> 00:18:22,710
Hij had gedurende de hele
zwangerschap niet gesproken.

294
00:18:22,710 --> 00:18:27,210
Nu het kind geboren was, kon
Zacharias weer verstaanbaar spreken.

295
00:18:27,210 --> 00:18:32,370
In zijn profetie zegt hij
in de verzen 68 en 69:

296
00:18:32,370 --> 00:18:35,910
Geprezen zij de Heere, de God van Israël,

297
00:18:35,910 --> 00:18:40,890
want Hij heeft naar Zijn volk omgezien
en er verlossing voor tot stand gebracht.

298
00:18:40,890 --> 00:18:45,030
En Hij heeft een hoorn van zaligheid
voor ons opgericht in het huis van

299
00:18:45,030 --> 00:18:47,010
David, Zijn knecht,

300
00:18:47,010 --> 00:18:52,170
En dan gaat hij verder en spreekt
hij nog meer tot de baby Johannes.

301
00:18:52,170 --> 00:18:56,010
Maar Zacharias profeteert hier
duidelijk over de betekenis van de

302
00:18:56,010 --> 00:18:58,110
periode waarin zij leefden.

303
00:18:58,110 --> 00:19:00,030
Johannes is geboren.

304
00:19:00,030 --> 00:19:03,870
Dat is het teken dat God
Zijn volk heeft verlost.

305
00:19:03,870 --> 00:19:05,910
De Messias komt.

306
00:19:05,910 --> 00:19:11,490
En dit is wat God tot stand brengt:
Hij bevrijdt ons van onze vijanden.

307
00:19:11,490 --> 00:19:16,050
Zacharias besefte misschien niet
wat zijn eigen profetie inhield;

308
00:19:16,050 --> 00:19:18,750
dat kwam bij profeten vaker voor.

309
00:19:18,750 --> 00:19:22,710
Mogelijk dacht hij dat die vijanden
de Romeinse onderdrukkers waren.

310
00:19:22,710 --> 00:19:26,190
Wij weten echter dat wij niet
worstelen tegen vlees en bloed.

311
00:19:26,190 --> 00:19:30,810
Want wij hebben de strijd niet tegen
vlees en bloed, maar tegen de overheden,

312
00:19:30,810 --> 00:19:34,650
tegen de machten, tegen de
wereldbeheersers van de duisternis van dit

313
00:19:34,650 --> 00:19:39,930
tijdperk, tegen de geestelijke machten
van het kwaad in de hemelse gewesten.

314
00:19:39,930 --> 00:19:44,010
Het zijn dus onze geestelijke
vijanden van wie we bevrijd worden.

315
00:19:44,010 --> 00:19:47,070
Het is de zonde waarvan we bevrijd worden.

316
00:19:47,070 --> 00:19:49,110
Dat is de onderdrukking.

317
00:19:49,110 --> 00:19:53,130
En zo staat er in Jesaja 9, vers 4:

318
00:19:53,130 --> 00:19:56,190
U hebt het juk van onze last gebroken.

319
00:19:56,190 --> 00:20:00,630
We worden niet langer afgeranseld
door schuldgevoel en veroordeling,

320
00:20:00,630 --> 00:20:02,250
door de aanklager.

321
00:20:02,250 --> 00:20:04,470
En daarom is die vreugde er.

322
00:20:04,470 --> 00:20:07,830
Je ziet dat vers 3 zegt
dat ze zich verheugen.

323
00:20:07,830 --> 00:20:14,070
En vers 4 zegt: omdat, want God heeft ons
bevrijd van de vroegere onderdrukking.

324
00:20:14,070 --> 00:20:15,750
En dan vers 5:

325
00:20:15,750 --> 00:20:22,290
Ja, elke laars, stampend met gedreun,
iedere soldatenmantel, gewenteld in bloed,

326
00:20:22,290 --> 00:20:25,470
zal verbrand worden,
voedsel voor het vuur.

327
00:20:25,470 --> 00:20:28,950
Met andere woorden, de oorlog is voorbij.

328
00:20:28,950 --> 00:20:32,790
Alle spullen van de strijd,
de oude bebloede sandalen en

329
00:20:32,790 --> 00:20:36,930
kledingstukken van de strijders
die, weet je, daar rondslingeren,

330
00:20:36,930 --> 00:20:39,930
worden gewoon op hopen
gegooid en verbrand.

331
00:20:39,930 --> 00:20:42,030
Want de oorlog, weet je...

332
00:20:42,030 --> 00:20:47,610
Ze liggen gewoon als rommel over het land
verspreid na een strijd die voorbij is.

333
00:20:47,610 --> 00:20:51,990
Dit is natuurlijk beeldspraak waarin
de taal van een gewone veldslag wordt

334
00:20:51,990 --> 00:20:55,470
gebruikt, maar het gaat over
de geestelijke bevrijding.

335
00:20:55,470 --> 00:20:57,570
We hebben vrede met God.

336
00:20:57,570 --> 00:21:00,390
De oorlog is in zekere zin voorbij.

337
00:21:00,390 --> 00:21:03,150
Niet de geestelijke
strijd met de vijand, maar

338
00:21:03,150 --> 00:21:06,030
beslist wel het conflict
dat er was tussen...

339
00:21:06,030 --> 00:21:09,630
Nou, het gaat over de
overwinning in de strijd.

340
00:21:09,630 --> 00:21:11,490
Dat is waar het over gaat.

341
00:21:11,490 --> 00:21:14,310
Weet je, de oorlog is voorbij.

342
00:21:14,310 --> 00:21:17,730
Na de strijd verzamel je de
rommel en verbrand je die,

343
00:21:17,730 --> 00:21:22,050
de oude kledingstukken uit een
vroegere oorlog die nu voorbij is.

344
00:21:22,050 --> 00:21:23,610
We hebben vrede met God.

345
00:21:23,610 --> 00:21:26,670
En er staat: want, vers 6:

346
00:21:26,670 --> 00:21:30,870
Want een Kind is ons geboren,
een Zoon is ons gegeven,

347
00:21:30,870 --> 00:21:33,750
en de heerschappij rust op Zijn schouder.

348
00:21:33,750 --> 00:21:37,770
En men noemt Zijn Naam
Wonderlijk, Raadsman, Sterke God,

349
00:21:37,770 --> 00:21:40,110
Eeuwige Vader, Vredevorst.

350
00:21:40,110 --> 00:21:44,850
De geboorte van dit Kind is dus de reden
waarom de oorlog is geëindigd zoals

351
00:21:44,850 --> 00:21:46,470
hij is geëindigd.

352
00:21:46,470 --> 00:21:49,650
En dat de oorlog is geëindigd
zoals hij is geëindigd,

353
00:21:49,650 --> 00:21:53,070
is de reden waarom we
van het juk zijn bevrijd.

354
00:21:53,070 --> 00:21:57,510
En dat we van het juk zijn bevrijd,
is de reden waarom er vreugde is.

355
00:21:57,510 --> 00:21:59,490
Dit is dus als een...

356
00:21:59,490 --> 00:22:02,850
een logische teruggang
naar eerdere oorzaken.

357
00:22:02,850 --> 00:22:06,270
Daarom staat er: want, want, want.

358
00:22:06,270 --> 00:22:10,770
Nu is de uiteindelijke eerste
oorzaak van deze hele keten:

359
00:22:10,770 --> 00:22:15,570
Want een Kind is ons geboren,
een Zoon is ons gegeven,

360
00:22:15,570 --> 00:22:18,990
en de heerschappij rust op Zijn schouder.

361
00:22:18,990 --> 00:22:23,970
En men noemt Zijn Naam
Wonderlijk, Raadsman, Sterke God,

362
00:22:23,970 --> 00:22:26,790
Eeuwige Vader, Vredevorst.

363
00:22:26,790 --> 00:22:30,450
Aan de uitbreiding van deze
heerschappij en aan de vrede

364
00:22:30,450 --> 00:22:34,890
zal geen einde komen op de troon
van David en over zijn koninkrijk,

365
00:22:34,890 --> 00:22:39,630
om het te grondvesten en het te
ondersteunen door recht en gerechtigheid,

366
00:22:39,630 --> 00:22:42,210
van nu aan tot in eeuwigheid.

367
00:22:42,210 --> 00:22:46,350
De na-ijver van de HEERE van
de legermachten zal dit doen.

368
00:22:46,350 --> 00:22:49,770
Dit zal niet tot stand worden
gebracht door menselijke inspanningen,

369
00:22:49,770 --> 00:22:54,630
maar God ijvert voor deze uitkomst en
Hij zal ervoor zorgen dat het gebeurt.

370
00:22:54,630 --> 00:22:59,070
Het Kind Dat geboren wordt, is
duidelijk een verwijzing naar Jezus.

371
00:22:59,070 --> 00:23:03,390
Het is echter interessant dat het
Nieuwe Testament zo weinig met dit

372
00:23:03,390 --> 00:23:04,590
specifieke vers doet.

373
00:23:04,590 --> 00:23:07,950
Want het lijkt gewoon zo’n
uitstekende tekst over, ten eerste,

374
00:23:07,950 --> 00:23:13,830
de godheid van Christus en, ten tweede,
eenvoudigweg de geboorte van Christus.

375
00:23:13,830 --> 00:23:18,870
Ik bedoel, het Nieuwe Testament
citeert wel hoofdstuk 7, vers 14,

376
00:23:18,870 --> 00:23:21,210
over de maagd die een zoon krijgt.

377
00:23:21,210 --> 00:23:25,170
Maar je vindt gewoon niet zoveel als je
zou verwachten dat in de richting van

378
00:23:25,170 --> 00:23:26,550
dit vers wijst.

379
00:23:26,550 --> 00:23:29,970
Maar ik geloof dat er een
verwijzing is naar vers 7,

380
00:23:29,970 --> 00:23:34,650
dat natuurlijk deel uitmaakt van
dezelfde alinea, dezelfde strofe,

381
00:23:34,650 --> 00:23:39,750
in de aankondiging die de engel aan
Maria deed over de geboorte van Jezus in

382
00:23:39,750 --> 00:23:41,910
Lukas hoofdstuk 1.

383
00:23:41,910 --> 00:23:46,470
In Lukas hoofdstuk 1, vers 32 en 33,

384
00:23:46,470 --> 00:23:50,130
spreekt de engel met Maria
over haar Zoon en hij zegt:

385
00:23:50,130 --> 00:23:55,290
Hij zal groot zijn en de Zoon van de
Allerhoogste genoemd worden, en God,

386
00:23:55,290 --> 00:23:59,310
de Heere, zal Hem de troon
van Zijn vader David geven,

387
00:23:59,310 --> 00:24:02,190
en Hij zal over het huis
van Jakob Koning zijn

388
00:24:02,190 --> 00:24:07,290
tot in eeuwigheid en aan Zijn
Koninkrijk zal geen einde komen.

389
00:24:07,290 --> 00:24:12,510
Nu staan er in deze belofte over Jezus
drie zinsneden die parallel lopen met

390
00:24:12,510 --> 00:24:16,110
uitspraken in vers 7 van Jesaja 9.

391
00:24:16,110 --> 00:24:23,070
De zinsnede ‘op de troon van David’ in
vers 32 van Lukas 1 staat ook in vers 7

392
00:24:23,070 --> 00:24:24,810
van Jesaja 9.

393
00:24:24,810 --> 00:24:30,090
Ook dat Zijn heerschappij eeuwig zal
duren en dat er geen einde aan zal komen,

394
00:24:30,090 --> 00:24:32,850
zijn zinsneden die de engel gebruikt.

395
00:24:32,850 --> 00:24:36,450
En de engel lijkt bewust op
deze belofte te zinspelen

396
00:24:36,450 --> 00:24:39,510
en te zeggen dat Jezus
de vervulling ervan is.

397
00:24:39,510 --> 00:24:40,890
Nu staat er:

398
00:24:40,890 --> 00:24:44,370
er wordt een kind geboren en
er wordt een zoon gegeven.

399
00:24:44,370 --> 00:24:49,290
Ik geloof dat de uitdrukking natuurlijk
verwijst naar de geboorte in Bethlehem.

400
00:24:49,290 --> 00:24:53,010
Want een Kind is ons geboren,
een Zoon is ons gegeven,

401
00:24:53,010 --> 00:24:55,710
en de heerschappij rust op Zijn schouder.

402
00:24:55,710 --> 00:25:00,630
En men noemt Zijn Naam
Wonderlijk, Raadsman, Sterke God,

403
00:25:00,630 --> 00:25:03,210
Eeuwige Vader, Vredevorst.

404
00:25:03,210 --> 00:25:07,410
Dat een Zoon ons gegeven is, is misschien
slechts een herhaling van dezelfde

405
00:25:07,410 --> 00:25:11,370
gedachte, al denk ik dat die
woorden verder vooruitwijzen.

406
00:25:11,370 --> 00:25:16,470
Ik denk dat ze vooruitwijzen naar
Jezus, de Zoon, Die geofferd wordt,

407
00:25:16,470 --> 00:25:18,510
Die als offer wordt gebracht.

408
00:25:18,510 --> 00:25:22,830
Ik denk dat Zijn kruisiging het moment
is waarop de Zoon door God wordt gegeven

409
00:25:22,830 --> 00:25:24,150
voor ons behoud.

410
00:25:24,150 --> 00:25:26,550
Want zo lief heeft God de wereld gehad,

411
00:25:26,550 --> 00:25:31,890
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven
heeft, opdat ieder die in Hem gelooft,

412
00:25:31,890 --> 00:25:35,250
niet verloren gaat,
maar eeuwig leven heeft.

413
00:25:35,250 --> 00:25:40,170
Ik geloof dat Hij Hem als offer gaf en dat
dit niet alleen gaat over het feit dat Hij

414
00:25:40,170 --> 00:25:42,450
Hem bij Zijn geboorte aan de wereld gaf,

415
00:25:42,450 --> 00:25:46,110
maar dat Hij Hem gaf als de
verzoening voor de zonde.

416
00:25:46,110 --> 00:25:50,010
Daarom denk ik dat het verwijst
naar Zijn geboorte en Zijn

417
00:25:50,010 --> 00:25:52,470
verlossende, verzoenende dood.

418
00:25:52,470 --> 00:25:53,550
Er staat:

419
00:25:53,550 --> 00:25:56,130
De regering zal op Zijn schouders rusten,

420
00:25:56,130 --> 00:26:00,150
wat eenvoudigweg betekent
dat Hij de Heerser zal zijn.

421
00:26:00,150 --> 00:26:03,030
Hier hebben we een passage
over het Koninkrijk

422
00:26:03,030 --> 00:26:06,210
die rechtstreeks gericht
is op de Heerser Zelf.

423
00:26:06,210 --> 00:26:10,950
Veel passages over het Koninkrijk spreken
alleen over de omstandigheden in het

424
00:26:10,950 --> 00:26:15,750
Koninkrijk: de vrede,
de vreugde, enzovoort.

425
00:26:15,750 --> 00:26:20,850
Maar hier ligt de nadruk op Degene Die
deze omstandigheden tot stand brengt

426
00:26:20,850 --> 00:26:24,270
en ze in stand houdt door
het Koninkrijk te regeren.

427
00:26:24,270 --> 00:26:26,730
Het is dit Kind, deze Zoon.

428
00:26:26,730 --> 00:26:29,850
Bij veel van deze titels is het
niet duidelijk wat we er precies

429
00:26:29,850 --> 00:26:31,410
van moeten maken.

430
00:26:31,410 --> 00:26:35,490
‘Wonderlijk’ kan natuurlijk
eenvoudig ‘wonderbaarlijk’ betekenen,

431
00:26:35,490 --> 00:26:38,430
of het kan ‘mysterieus’ betekenen.

432
00:26:38,430 --> 00:26:44,430
Toen Manoach, de vader van Simson, bezoek
kreeg van een engel, of van een theofanie,

433
00:26:44,430 --> 00:26:46,470
zei de engel of de theofanie:

434
00:26:46,470 --> 00:26:50,370
U zult deze zoon krijgen, en
het volgende zal gebeuren:

435
00:26:50,370 --> 00:26:55,470
Toen verscheen er een Engel van de
HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar:

436
00:26:55,470 --> 00:26:59,850
Zie toch, u bent onvruchtbaar
en hebt geen kinderen gebaard.

437
00:26:59,850 --> 00:27:03,330
U zult echter zwanger
worden en een zoon baren.

438
00:27:03,330 --> 00:27:08,670
Welnu dan, wees toch op uw hoede dat
u geen wijn of sterkedrank drinkt,

439
00:27:08,670 --> 00:27:10,830
en eet niets onreins.

440
00:27:10,830 --> 00:27:14,910
Want zie, u zult zwanger
worden en een zoon baren.

441
00:27:14,910 --> 00:27:17,850
En er mag geen scheermes
op zijn hoofd komen.

442
00:27:17,850 --> 00:27:23,190
Want het jongetje zal van de moeder schoot
af als nazireeër aan God gewijd zijn,

443
00:27:23,190 --> 00:27:27,630
en hij zal beginnen Israël te verlossen
uit de hand van de Filistijnen.

444
00:27:27,630 --> 00:27:30,390
enzovoort. Manoach zei:

445
00:27:30,390 --> 00:27:35,190
En Manoach zei tegen de Engel
van de HEERE: Wat is Uw Naam?

446
00:27:35,190 --> 00:27:38,970
Dan kunnen wij U eren,
wanneer Uw woord uitkomt.

447
00:27:38,970 --> 00:27:40,590
De boodschapper zei:

448
00:27:40,590 --> 00:27:45,810
Maar de Engel van de HEERE zei tegen
hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam?

449
00:27:45,810 --> 00:27:47,670
Die is immers wonderlijk!

450
00:27:47,670 --> 00:27:53,070
Het woord wonderful is in dat geval niet
hetzelfde Hebreeuwse woord als hier,

451
00:27:53,070 --> 00:27:55,650
en sommige vertalingen zeggen eenvoudig:

452
00:27:55,650 --> 00:27:59,010
Geheim. Mijn naam is geheim.

453
00:27:59,010 --> 00:28:03,750
Maar het punt is dat de Naam van
Jezus wonderlijk wordt genoemd.

454
00:28:03,750 --> 00:28:08,250
Wij vatten ‘wonderlijk’ natuurlijk
gewoon op als geweldig of fantastisch.

455
00:28:08,250 --> 00:28:11,730
Toch betekent ‘wonderlijk’:
vol verwondering,

456
00:28:11,730 --> 00:28:14,490
iets waar mensen zich
over zouden verbazen.

457
00:28:14,490 --> 00:28:18,630
Raadsman is niet helemaal duidelijk als
het gaat om hoe men dat woord in het Oude

458
00:28:18,630 --> 00:28:20,430
Testament zou hebben begrepen.

459
00:28:20,430 --> 00:28:23,790
Wij denken bij een raadsman
aan iemand die therapeut is,

460
00:28:23,790 --> 00:28:26,070
of aan iemand die praat met mensen die

461
00:28:26,070 --> 00:28:28,650
problemen hebben in
hun huwelijk of zoiets.

462
00:28:28,650 --> 00:28:32,730
Maar in het Oude Testament was een
raadsman normaal gesproken iemand die de

463
00:28:32,730 --> 00:28:36,210
koning raad gaf, hoewel dit de Koning is.

464
00:28:36,210 --> 00:28:39,870
Misschien is Hij Degene
Die Zijn volk raad geeft.

465
00:28:39,870 --> 00:28:44,850
Dan is natuurlijk Sterke God belangrijk,
omdat de Joden maar één God kenden.

466
00:28:44,850 --> 00:28:49,350
Daarom wijst het erop dat
Hij Jahweh is, de Sterke God.

467
00:28:49,350 --> 00:28:54,090
De Jehova’s getuigen zeggen dat
Jezus niet de Almachtige God is.

468
00:28:54,090 --> 00:28:58,410
Hij is een sterke god, zeggen
ze, maar niet de Almachtige God.

469
00:28:58,410 --> 00:29:01,410
Maar volgens mij is dat
alleen maar haarkloverij.

470
00:29:01,410 --> 00:29:05,730
De Joden kenden geen sterke
goden behalve de Almachtige God.

471
00:29:05,730 --> 00:29:10,770
Voor het geval dat nog niet duidelijk
is, voegt hij eraan toe: Eeuwige Vader.

472
00:29:10,770 --> 00:29:14,790
Jezus de Eeuwige Vader noemen is
voor sommigen verwarrend geweest,

473
00:29:14,790 --> 00:29:18,450
en waarschijnlijk voor iedereen
weleens, omdat in onze opvatting van de

474
00:29:18,450 --> 00:29:22,290
Drie-eenheid de Vader en de Zoon
afzonderlijke personen zijn.

475
00:29:22,290 --> 00:29:23,790
Toch zei Jezus:

476
00:29:23,790 --> 00:29:29,730
Jezus zei tegen hem: Ben Ik zo'n lange
tijd bij u, en kent u Mij niet, Filippus?

477
00:29:29,730 --> 00:29:33,990
Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader
gezien; en hoe kunt u dan zeggen:

478
00:29:33,990 --> 00:29:35,790
Laat ons de Vader zien?

479
00:29:35,790 --> 00:29:39,450
In zekere zin is Jezus de
belichaming van de Vader onder ons,

480
00:29:39,450 --> 00:29:42,090
maar de Vader is veel
groter dan die belichaming.

481
00:29:42,090 --> 00:29:44,610
Hoe dat werkt, is moeilijk te zeggen.

482
00:29:44,610 --> 00:29:47,550
Jezus is de belichaming van de Vader.

483
00:29:47,550 --> 00:29:51,690
In gedachten heb ik allerlei beelden
bedacht om te verklaren hoe dat werkt,

484
00:29:51,690 --> 00:29:55,830
maar ik weet niet of ook maar één
daarvan goedgekeurd zou moeten worden.

485
00:29:55,830 --> 00:29:58,530
Het is moeilijk om precies
te weten hoe dat zit.

486
00:29:58,530 --> 00:30:01,290
Het beeld dat het meest
Schriftuurlijk lijkt,

487
00:30:01,290 --> 00:30:05,310
is dat van de sjechinaheerlijkheid
in het Oude Testament.

488
00:30:05,310 --> 00:30:09,270
Johannes zegt namelijk in
Johannes 1 dat het Woord God was,

489
00:30:09,270 --> 00:30:14,070
en dat het Woord vlees is geworden
en onder ons heeft getabernakeld.

490
00:30:14,070 --> 00:30:18,990
Zo geeft de spreker het Griekse
werkwoord in Johannes 1:14 weer:

491
00:30:18,990 --> 00:30:21,510
Hij heeft onder ons getabernakeld.

492
00:30:21,510 --> 00:30:26,130
De HSV vertaalt dit als
‘heeft onder ons gewoond’.

493
00:30:26,130 --> 00:30:31,410
God tabernakelde in het Oude
Testament onder Israël. Johannes zegt:

494
00:30:31,410 --> 00:30:35,070
En het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond

495
00:30:35,070 --> 00:30:37,410
(en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien,

496
00:30:37,410 --> 00:30:43,470
een heerlijkheid als van de Eniggeborene
van de Vader), vol van genade en waarheid.

497
00:30:43,470 --> 00:30:48,330
Hij tabernakelde onder ons, en wij
hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd.

498
00:30:48,330 --> 00:30:53,370
God tabernakelde in de woestijn, en
zij aanschouwden Zijn heerlijkheid.

499
00:30:53,370 --> 00:30:58,590
Zijn heerlijkheid werd zichtbaar in de
wolk en in de vuurkolom: de sjechina.

500
00:30:58,590 --> 00:31:02,970
Volgens mij verwijst Johannes daarnaar en
geeft hij ons misschien de analogie voor

501
00:31:02,970 --> 00:31:07,290
wat Jezus is die het meest in
overeenstemming is met de Schrift.

502
00:31:07,290 --> 00:31:12,330
De sjechinaheerlijkheid in de
tabernakel was God Die in een zichtbare,

503
00:31:12,330 --> 00:31:15,030
plaatsgebonden vorm
onder Zijn volk woonde.

504
00:31:15,030 --> 00:31:18,270
Maar geen enkele Jood die
ook maar iets van God wist,

505
00:31:18,270 --> 00:31:21,450
zou hebben gedacht dat
God alleen daar was:

506
00:31:21,450 --> 00:31:23,790
“God is in de tabernakel.

507
00:31:23,790 --> 00:31:28,830
Mooi, dan kan ik hier, uit de buurt
van de tabernakel, ergens mee wegkomen,

508
00:31:28,830 --> 00:31:32,370
want God let niet op. Hij is daar.”

509
00:31:32,370 --> 00:31:37,410
God is overal, en het Oude
Testament leert dat God overal is.

510
00:31:37,410 --> 00:31:42,930
Maar als God overal is, is Hij in Zijn
verschijning in de sjechinaheerlijkheid

511
00:31:42,930 --> 00:31:45,330
ook op één bepaalde plaats.

512
00:31:45,330 --> 00:31:51,030
De God Die in de wolk zichtbaar wordt,
is dezelfde God Die ook overal elders is.

513
00:31:51,030 --> 00:31:53,670
Alleen wordt Hij daar zichtbaar.

514
00:31:53,670 --> 00:31:57,270
Theologen spreken over de
universele aanwezigheid van God

515
00:31:57,270 --> 00:32:00,330
tegenover de zichtbare
aanwezigheid van God.

516
00:32:00,330 --> 00:32:03,330
In zekere zin is God overal.

517
00:32:03,330 --> 00:32:07,290
In een andere zin wordt
Hij op één plek zichtbaar.

518
00:32:07,290 --> 00:32:11,430
Ik geloof dat het Nieuwe Testament
ons aanmoedigt om op die manier over

519
00:32:11,430 --> 00:32:12,990
Jezus te denken.

520
00:32:12,990 --> 00:32:16,590
Jezus is God, zichtbaar
geworden in een mens.

521
00:32:16,590 --> 00:32:20,610
In 1 Timotheus 3 zegt Paulus in vers 16:

522
00:32:20,610 --> 00:32:25,650
En buiten alle twijfel, groot is
het geheimenis van de godsvrucht:

523
00:32:25,650 --> 00:32:30,150
God is geopenbaard in het vlees,
is gerechtvaardigd in de Geest,

524
00:32:30,150 --> 00:32:34,530
is verschenen aan de engelen,
is gepredikt onder de heidenen,

525
00:32:34,530 --> 00:32:39,030
is geloofd in de wereld, is
opgenomen in heerlijkheid.

526
00:32:39,030 --> 00:32:41,190
waarmee hij over Jezus spreekt.

527
00:32:41,190 --> 00:32:45,690
De Alexandrijnse tekst heeft
volgens de spreker niet de lezing

528
00:32:45,690 --> 00:32:49,470
‘God heeft Zich geopenbaard’,
die in de HSV staat,

529
00:32:49,470 --> 00:32:53,070
maar de variant ‘Hij
heeft Zich geopenbaard’.

530
00:32:53,070 --> 00:32:56,490
Maar hoe dan ook, het gaat over Jezus.

531
00:32:56,490 --> 00:33:00,450
Jezus is de zichtbare
verschijning van God in het vlees.

532
00:33:00,450 --> 00:33:03,150
Hij is de zichtbare aanwezigheid van God.

533
00:33:03,150 --> 00:33:08,910
Jezus zei tegen hem: Ben Ik zo'n lange
tijd bij u, en kent u Mij niet, Filippus?

534
00:33:08,910 --> 00:33:13,830
Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader
gezien; en hoe kunt u dan zeggen:

535
00:33:13,830 --> 00:33:15,690
Laat ons de Vader zien?

536
00:33:15,690 --> 00:33:20,010
omdat de Vader Zich hier, in
Mij, zichtbaar heeft gemaakt.

537
00:33:20,010 --> 00:33:22,170
Maar de Vader is groter dan Ik.

538
00:33:22,170 --> 00:33:25,590
De sjechinaheerlijkheid bij de
tabernakel had kunnen zeggen:

539
00:33:25,590 --> 00:33:29,550
“Als je mij, de wolk, hebt
gezien, heb je God gezien.

540
00:33:29,550 --> 00:33:32,310
Maar God is veel groter dan deze wolk.

541
00:33:32,310 --> 00:33:34,530
God vult het hele universum.”

542
00:33:34,530 --> 00:33:38,850
En zo is Jezus de Eeuwige Vader
Die onze wereld binnendringt,

543
00:33:38,850 --> 00:33:41,490
maar Hij is niet alles wat er van God is.

544
00:33:41,490 --> 00:33:46,050
Wanneer je Jezus ziet, zie je God
werkelijk, maar niet volledig,

545
00:33:46,050 --> 00:33:50,430
omdat God onzichtbaar en
alomtegenwoordig is, enzovoort.

546
00:33:50,430 --> 00:33:53,910
Als ik aan heel aardse beelden
denk, denk ik aan iemand die

547
00:33:53,910 --> 00:33:56,070
vissen in een vissenkom verzorgt.

548
00:33:56,070 --> 00:33:58,530
De vissen kunnen niet
buiten de kom kijken,

549
00:33:58,530 --> 00:34:01,590
omdat ze alleen hun eigen
weerspiegeling zien.

550
00:34:01,590 --> 00:34:04,110
Ze weten niet wat zich daarbuiten bevindt.

551
00:34:04,110 --> 00:34:07,350
Maar elke dag verschijnt er
voedsel op het wateroppervlak,

552
00:34:07,350 --> 00:34:10,170
en ze zwemmen omhoog en eten het op.

553
00:34:10,170 --> 00:34:13,710
Ze hebben theorieën over waar
het voedsel vandaan komt.

554
00:34:13,710 --> 00:34:16,950
Sommige denken dat het een
natuurlijk verschijnsel is

555
00:34:16,950 --> 00:34:21,390
dat daar gewoon verschijnt en dat
daar geen verklaring voor nodig is.

556
00:34:21,390 --> 00:34:22,710
Andere zeggen:

557
00:34:22,710 --> 00:34:26,250
“Nee, ik denk dat daar iemand
is die dat voedsel erin doet.

558
00:34:26,250 --> 00:34:28,410
Ik denk dat iemand voor ons zorgt.

559
00:34:28,410 --> 00:34:30,750
Ik denk dat iemand naar ons kijkt.”

560
00:34:30,750 --> 00:34:32,490
Andere betwijfelen dat.

561
00:34:32,490 --> 00:34:36,990
Maar dan begint de eigenaar opeens af en
toe zijn vinger in het water te steken,

562
00:34:36,990 --> 00:34:40,590
dingen te verplaatsen en hun
wereld binnen te dringen.

563
00:34:40,590 --> 00:34:44,130
Ze zien de eigenaar, maar ze
zien alleen zijn vingertop.

564
00:34:44,130 --> 00:34:46,530
Ze zien niet de hele eigenaar.

565
00:34:46,530 --> 00:34:51,090
Die vinger is de eigenaar, maar er is nog
veel meer van de eigenaar dan wat daar

566
00:34:51,090 --> 00:34:51,750
te zien is.

567
00:34:51,750 --> 00:34:54,150
Maar ze zien alleen dat deel.

568
00:34:54,150 --> 00:34:58,830
Dat is de zichtbare aanwezigheid van
de eigenaar van de vissen in de bak.

569
00:34:58,830 --> 00:35:02,610
Als ze uit de bak konden komen
en de hele eigenaar konden zien,

570
00:35:02,610 --> 00:35:07,350
zouden ze zien dat er veel meer is
dan wat je op het eerste gezicht ziet.

571
00:35:07,350 --> 00:35:11,430
Misschien is het een onnozel
beeld, maar zo stel ik het me voor.

572
00:35:11,430 --> 00:35:15,570
Ik denk dat God Zijn vinger, in
de vorm van een menselijk lichaam,

573
00:35:15,570 --> 00:35:18,990
onze wereld binnensteekt. Jezus zei:

574
00:35:18,990 --> 00:35:22,290
Maar als Ik door de vinger
van God de demonen uitdrijf,

575
00:35:22,290 --> 00:35:25,170
dan is het Koninkrijk
van God bij u gekomen.

576
00:35:25,170 --> 00:35:30,630
Ik geloof dat Hij Gods hand is,
Zijn rechterhand, Zijn rechterarm,

577
00:35:30,630 --> 00:35:32,910
die onze wereld binnendrong.

578
00:35:32,910 --> 00:35:38,250
En dat was de Vader, maar dat was de Vader
die binnendrong in de persoon van Zijn

579
00:35:38,250 --> 00:35:44,550
Zoon, geboren uit een maagd, onze wereld
binnengekomen en onder ons wonend.

580
00:35:44,550 --> 00:35:46,830
Maar de Vader is meer dan dat.

581
00:35:46,830 --> 00:35:51,030
Hij is inderdaad de Machtige
God, de Eeuwige Vader.

582
00:35:51,030 --> 00:35:57,750
Maar Hij kon ook zeggen: „Mijn Vader, Hij
is veel groter dan Ik, veel groter dan Ik,

583
00:35:57,750 --> 00:35:59,730
maar Ik ben Hem.”

584
00:35:59,730 --> 00:36:03,570
Het is mysterieus, maar
niet volkomen onzinnig.

585
00:36:03,570 --> 00:36:05,430
Beslist niet onzinnig.

586
00:36:05,430 --> 00:36:07,230
In vers 7 staat:

587
00:36:07,230 --> 00:36:10,890
Aan de uitbreiding van deze
heerschappij en aan de vrede

588
00:36:10,890 --> 00:36:15,270
zal geen einde komen op de troon
van David en over zijn koninkrijk,

589
00:36:15,270 --> 00:36:19,830
om het te grondvesten en het te
ondersteunen door recht en gerechtigheid,

590
00:36:19,830 --> 00:36:22,350
van nu aan tot in eeuwigheid.

591
00:36:22,350 --> 00:36:26,550
De na-ijver van de HEERE van
de legermachten zal dit doen.

592
00:36:26,550 --> 00:36:31,110
We zien dus in deze ene passage,
de verzen 3 tot en met 7,

593
00:36:31,110 --> 00:36:33,870
alle drie de kenmerken
van het Koninkrijk van God

594
00:36:33,870 --> 00:36:37,170
waarvan Paulus zegt dat
ze bestaan. Hij zegt:

595
00:36:37,170 --> 00:36:40,710
Want het Koninkrijk van God
bestaat niet uit eten en drinken,

596
00:36:40,710 --> 00:36:45,690
maar uit gerechtigheid en vrede
en blijdschap in de Heilige Geest.

597
00:36:45,690 --> 00:36:47,850
We hebben de vreugde in vers 3.

598
00:36:47,850 --> 00:36:52,710
We hebben de vrede en de
gerechtigheid en het recht in vers 7.

599
00:36:52,710 --> 00:36:55,950
Dat zijn de kenmerken van
het Koninkrijk van Christus.

600
00:36:55,950 --> 00:36:58,830
En Paulus zegt dat dit
natuurlijk de ervaring is

601
00:36:58,830 --> 00:37:01,230
van degenen die de Heilige Geest hebben

602
00:37:01,230 --> 00:37:04,470
en daarom in het Koninkrijk
van Christus zijn.

603
00:37:04,470 --> 00:37:07,830
We kunnen niet langer bij deze
passage blijven stilstaan,

604
00:37:07,830 --> 00:37:12,510
alleen omdat we nog zoveel meer
moeten behandelen. Vers 8 zegt:

605
00:37:12,510 --> 00:37:17,130
De Heere heeft een woord gezonden in
Jakob, en het is gevallen in Israël.

606
00:37:17,130 --> 00:37:22,650
Ik wil er alleen op wijzen dat hoofdstuk
9, vers 8 tot en met hoofdstuk 10,

607
00:37:22,650 --> 00:37:24,870
vers 4 één gedicht is.

608
00:37:24,870 --> 00:37:26,790
Het vormt een eenheid.

609
00:37:26,790 --> 00:37:31,170
Het is verdeeld in vier strofen, en je
kunt zien waar de scheidingen liggen,

610
00:37:31,170 --> 00:37:35,070
omdat aan het eind van elk
daarvan hetzelfde refrein staat.

611
00:37:35,070 --> 00:37:40,710
We zijn ditzelfde refrein al
tegengekomen, in hoofdstuk 5, vers 25.

612
00:37:40,710 --> 00:37:44,190
We zien het hier in hoofdstuk 9, vers 12:

613
00:37:44,190 --> 00:37:48,390
de Syriërs vanuit het oosten en
de Filistijnen vanuit het westen,

614
00:37:48,390 --> 00:37:51,810
zodat zij Israël verslinden
met heel hun mond.

615
00:37:51,810 --> 00:37:54,630
Bij dit alles keert
Zijn toorn zich niet af;

616
00:37:54,630 --> 00:37:57,210
nog is Zijn hand tegen hen uitgestrekt.

617
00:37:57,210 --> 00:38:00,150
Dat is het laatste deel van vers 12.

618
00:38:00,150 --> 00:38:03,090
Het is ook het laatste deel van vers 17,

619
00:38:03,090 --> 00:38:09,330
het laatste deel van vers 21 en het
laatste deel van hoofdstuk 10, vers 4.

620
00:38:09,330 --> 00:38:11,970
Iedere keer komt hetzelfde refrein voor.

621
00:38:11,970 --> 00:38:15,990
Het brengt de geleding aan in een
gedicht dat vier gedeelten heeft.

622
00:38:15,990 --> 00:38:18,090
Dit is het slot van elke strofe.

623
00:38:18,090 --> 00:38:22,350
De verzen 8 tot en met 12
vormen dus een van die strofen.

624
00:38:22,350 --> 00:38:27,030
En heel dit volk zal het weten,
Efraïm en de inwoners van Samaria,

625
00:38:27,030 --> 00:38:31,470
die in hoogmoed en in trots zeggen:
Bakstenen muren zijn gevallen,

626
00:38:31,470 --> 00:38:35,070
maar wij zullen ze weer
opbouwen met gehouwen stenen.

627
00:38:35,070 --> 00:38:40,350
Wilde vijgenbomen zijn geveld, wij zullen
er ceders voor in de plaats zetten.

628
00:38:40,350 --> 00:38:44,070
Veel mensen hebben dit vergeleken met de
reactie van New York City op de aanslagen

629
00:38:44,070 --> 00:38:45,810
van 11 september.

630
00:38:45,810 --> 00:38:50,010
Sommigen geloven dat dit was alsof God
een waarschuwingsschot voor de boeg van

631
00:38:50,010 --> 00:38:54,030
Amerika afvuurde en zei: „Jullie
zijn rijp voor het oordeel.

632
00:38:54,030 --> 00:38:57,510
Dit is het soort gebeurtenis dat
jullie wakker zou moeten schudden.”

633
00:38:57,510 --> 00:39:01,470
En toch zeiden ze: „Nou,
we zullen gewoon herbouwen.

634
00:39:01,470 --> 00:39:06,090
De bakstenen vallen naar beneden, maar de
volgende keer bouwen we gewoon sterker.”

635
00:39:06,090 --> 00:39:09,870
Met andere woorden, ze merken
het oordeel van God niet op.

636
00:39:09,870 --> 00:39:13,170
God heeft Israël aanvankelijk
enige schade toegebracht,

637
00:39:13,170 --> 00:39:16,830
maar in plaats van die te herkennen als
een waarschuwing die hen tot bekering moet

638
00:39:16,830 --> 00:39:21,030
brengen, zeggen ze alleen maar:
„Nou, de volgende keer maken we

639
00:39:21,030 --> 00:39:22,530
het gewoon sterker.”

640
00:39:22,530 --> 00:39:25,230
De boodschap dringt niet tot hen door.

641
00:39:25,230 --> 00:39:29,430
Want de HEERE zal de tegenstanders van
Rezin tegen hem opzetten en Hij zal

642
00:39:29,430 --> 00:39:30,810
zijn vijanden ophitsen:

643
00:39:30,810 --> 00:39:35,130
Bedenk dat we ons in dit gedeelte,
de hoofdstukken 7 tot en met 12,

644
00:39:35,130 --> 00:39:38,490
voornamelijk richten op
het oordeel over Israël.

645
00:39:38,490 --> 00:39:42,810
Zoals het oordeel over Juda in de eerste
zes hoofdstukken aan de orde kwam,

646
00:39:42,810 --> 00:39:46,950
zo gaan deze zes hoofdstukken over de
val van het Noordelijke Koninkrijk.

647
00:39:46,950 --> 00:39:50,910
Ook al heeft deze schade hen
getroffen, het is nog niet voorbij.

648
00:39:50,910 --> 00:39:55,710
Zijn toorn is niet afgewend.
Er komt nog meer. Vers 13:

649
00:39:55,710 --> 00:39:58,590
Want het volk bekeert zich
niet tot Hem Die het slaat,

650
00:39:58,590 --> 00:40:01,530
en de HEERE van de
legermachten zoeken zij niet.

651
00:40:01,530 --> 00:40:06,210
Daarom zal de HEERE van Israël
kop en staart, palmtak en riet,

652
00:40:06,210 --> 00:40:08,070
op één dag afsnijden.

653
00:40:08,070 --> 00:40:13,950
De oudste en aanzienlijke: zij zijn de
kop, en de leugen onderwijzende profeet:

654
00:40:13,950 --> 00:40:15,510
hij is de staart.

655
00:40:15,510 --> 00:40:20,490
Want de leiders van dit volk zijn
misleiders: wie door hen worden geleid,

656
00:40:20,490 --> 00:40:22,530
worden in verwarring gebracht.

657
00:40:22,530 --> 00:40:25,830
Daarom zal de Heere Zich niet
verblijden over hun jongemannen,

658
00:40:25,830 --> 00:40:29,250
en zal Hij Zich niet ontfermen
over hun wezen en hun weduwen,

659
00:40:29,250 --> 00:40:32,790
want zij zijn allen huichelaars
en kwaaddoeners en elke

660
00:40:32,790 --> 00:40:34,590
mond spreekt dwaasheid.

661
00:40:34,590 --> 00:40:37,890
Bij dit alles keert
Zijn toorn zich niet af;

662
00:40:37,890 --> 00:40:40,530
nog is Zijn hand tegen hen uitgestrekt.

663
00:40:40,530 --> 00:40:42,210
De volgende strofe:

664
00:40:42,210 --> 00:40:47,070
Want de goddeloosheid brandt als
vuur, verteert dorens en distels,

665
00:40:47,070 --> 00:40:51,990
steekt het struikgewas in het woud aan,
en ze gaan op in een wolk van rook.

666
00:40:51,990 --> 00:40:55,950
Door de verbolgenheid van de HEERE
van de legermachten zal het land

667
00:40:55,950 --> 00:41:00,270
zwartgeblakerd worden en het volk
zal als voedsel worden voor het vuur.

668
00:41:00,270 --> 00:41:02,070
De een zal de ander niet sparen.

669
00:41:02,070 --> 00:41:06,270
Hapt men naar rechts, toch lijdt
men honger; eet men naar links,

670
00:41:06,270 --> 00:41:08,370
toch wordt men niet verzadigd.

671
00:41:08,370 --> 00:41:13,050
Eenieder zal het vlees van zijn
eigen arm eten: Manasse van Efraïm,

672
00:41:13,050 --> 00:41:17,130
Efraïm van Manasse; en
die samen zijn tegen Juda.

673
00:41:17,130 --> 00:41:19,890
Bij dit alles keert
Zijn toorn zich niet af;

674
00:41:19,890 --> 00:41:22,770
nog is Zijn hand tegen hen uitgestrekt.

675
00:41:22,770 --> 00:41:27,390
Er zal duidelijk een uiteenvallen van de
eenheid tussen de stammen plaatsvinden.

676
00:41:27,390 --> 00:41:31,770
Het volk, dat eensgezind tegenover
gemeenschappelijke vijanden moet staan,

677
00:41:31,770 --> 00:41:33,930
begint juist onderling te vechten.

678
00:41:33,930 --> 00:41:39,930
Manasse, Efraïm en Juda gaan uiteindelijk
allemaal hun eigen koers varen en staan

679
00:41:39,930 --> 00:41:41,970
vijandig tegenover elkaar.

680
00:41:41,970 --> 00:41:46,710
De nationale eenheid valt uiteen, maar
daarmee is het nog niet afgelopen.

681
00:41:46,710 --> 00:41:48,390
Hoofdstuk 10:

682
00:41:48,390 --> 00:41:51,090
Wee hun die verordeningen
van onrecht instellen,

683
00:41:51,090 --> 00:41:55,410
en de schrijvers die onheil voorschrijven
om de armen van hun recht weg te duwen,

684
00:41:55,410 --> 00:41:58,410
en de ellendigen van Mijn
volk van het recht te beroven,

685
00:41:58,410 --> 00:42:02,610
zodat weduwen hun buit worden,
en zij wezen uitplunderen.

686
00:42:02,610 --> 00:42:05,190
Maar wat zult u doen op
de dag van de vergelding,

687
00:42:05,190 --> 00:42:07,950
bij de verwoesting die er
vanuit de verte aankomt?

688
00:42:07,950 --> 00:42:13,050
Naar wie zult u vluchten om hulp
en waar zult u uw rijkdom laten?

689
00:42:13,050 --> 00:42:16,890
Er blijft niets over dan zich onder de
gevangenen neer te bukken en onder de

690
00:42:16,890 --> 00:42:18,390
gedoden te vallen!

691
00:42:18,390 --> 00:42:21,030
Bij dit alles keert
Zijn toorn zich niet af;

692
00:42:21,030 --> 00:42:23,670
nog is Zijn hand tegen hen uitgestrekt.

693
00:42:23,670 --> 00:42:27,810
We hebben hier dit gedicht over de
rampen die over Israël zullen komen.

694
00:42:27,810 --> 00:42:30,990
Telkens wanneer er iets wordt
genoemd wat God heeft gedaan om hun

695
00:42:30,990 --> 00:42:36,030
leed te berokkenen, staat er dat dit
nog niet het einde is. Er komt nog meer.

696
00:42:36,030 --> 00:42:38,850
Zijn hand is nog steeds
tegen hen uitgestrekt,

697
00:42:38,850 --> 00:42:41,850
totdat ze als volk
volledig vernietigd zijn.

698
00:42:41,850 --> 00:42:44,070
Hij houdt niet op hen te oordelen.

699
00:42:44,070 --> 00:42:47,430
Nu verandert het onderwerp
voor de rest van het hoofdstuk.

700
00:42:47,430 --> 00:42:53,670
Hoofdstuk 10, vers 5 tot en met 34,
gaat over de bestraffing van Assyrië.

701
00:42:53,670 --> 00:42:57,930
Assyrië is het middel
waarmee God Israël oordeelt.

702
00:42:57,930 --> 00:42:59,970
God heeft het daarvoor gebruikt.

703
00:42:59,970 --> 00:43:04,590
God gebruikt dit zich uitbreidende,
groeiende Assyrische rijk,

704
00:43:04,590 --> 00:43:07,230
dat zoveel landen in die streek verovert.

705
00:43:07,230 --> 00:43:09,330
Het is slechts een werktuig.

706
00:43:09,330 --> 00:43:12,990
Assyrië is slechts een
werktuig in de hand van God.

707
00:43:12,990 --> 00:43:15,510
Maar Assyrië erkent dat niet.

708
00:43:15,510 --> 00:43:18,570
De Assyriërs zien zichzelf als het sterke,

709
00:43:18,570 --> 00:43:24,570
succesvolle volk en geven hun goden en
zichzelf de eer, in plaats van Jahweh.

710
00:43:24,570 --> 00:43:28,470
De profetie luidt dat God
ook hen zal moeten oordelen.

711
00:43:28,470 --> 00:43:33,510
Dit is ook het thema van Habakuk, of
in elk geval een vergelijkbaar thema.

712
00:43:33,510 --> 00:43:39,150
Habakuk leefde in een latere tijd, toen
Babylon dreigde Juda te vernietigen.

713
00:43:39,150 --> 00:43:41,850
God liet hem zien dat dit zou gebeuren.

714
00:43:41,850 --> 00:43:45,270
God zou Babylon gebruiken
om Juda te straffen.

715
00:43:45,270 --> 00:43:49,590
Habakuk klaagt daarover en zegt:
„Dat is volkomen onlogisch.

716
00:43:49,590 --> 00:43:53,190
Juda mag dan slecht zijn,
maar Babylon is erger.

717
00:43:53,190 --> 00:43:56,730
Hoe kunt U Juda in de handen
van de Babyloniërs overleveren,

718
00:43:56,730 --> 00:43:59,610
als de Babyloniërs erger zijn dan wij?”

719
00:43:59,610 --> 00:44:05,370
Gods antwoord komt in wezen hierop neer:
„Op Mijn tijd zal Ik met hen afrekenen.

720
00:44:05,370 --> 00:44:09,930
Nu is Juda aan de beurt, maar Babylon
krijgt zijn verdiende loon ook.”

721
00:44:09,930 --> 00:44:13,950
Het is niet zo dat wanneer God het ene
volk de overwinning op het andere geeft,

722
00:44:13,950 --> 00:44:16,950
Hij werkelijk aan de kant van
een van beide volken staat.

723
00:44:16,950 --> 00:44:21,390
Hij regelt de zaken zo dat volken worden
geoordeeld in de volgorde waarin Hij dat

724
00:44:21,390 --> 00:44:22,830
wil laten gebeuren.

725
00:44:22,830 --> 00:44:27,270
Dat betekent dat soms een slechter
volk een beter volk verslaat,

726
00:44:27,270 --> 00:44:30,510
omdat God een tijdschema heeft
voor het oordeel over die

727
00:44:30,510 --> 00:44:32,550
twee afzonderlijke volken.

728
00:44:32,550 --> 00:44:36,630
Wat dit natuurlijk betekent, is dat
als een christen vanuit een Bijbels

729
00:44:36,630 --> 00:44:39,690
wereldbeeld naar de
internationale politiek kijkt,

730
00:44:39,690 --> 00:44:43,830
oorlog het middel is waarmee God
bepaalde volken ten val brengt en

731
00:44:43,830 --> 00:44:45,690
andere laat opkomen.

732
00:44:45,690 --> 00:44:50,550
Telkens wanneer een land in oorlog is — en
voor een christen is dit vooral van belang

733
00:44:50,550 --> 00:44:54,990
met betrekking tot het land waarin
hij woont — moeten we ons afvragen:

734
00:44:54,990 --> 00:45:00,150
„Wordt ons land geoordeeld, of worden de
mensen tegen wie wij vechten geoordeeld?”

735
00:45:00,150 --> 00:45:03,330
Tenzij je een profeet van
God hebt die het je vertelt,

736
00:45:03,330 --> 00:45:06,330
kom je het antwoord daarop
misschien nooit te weten.

737
00:45:06,330 --> 00:45:11,370
Maar je moet er rekening mee houden dat
een van die twee dingen waar kan zijn.

738
00:45:11,370 --> 00:45:16,050
Toen bijvoorbeeld 11 september
plaatsvond en de Twin Towers instortten,

739
00:45:16,050 --> 00:45:21,330
zagen veel christenen dat als een
aanwijzing voor Gods oordeel over Amerika.

740
00:45:21,330 --> 00:45:25,350
Anderen zagen het als een reden om
kwaad te worden op de terroristen,

741
00:45:25,350 --> 00:45:29,430
eropuit te trekken, hen
op te jagen en te doden.

742
00:45:29,430 --> 00:45:35,490
Beide houdingen lijken begrijpelijk,
maar de vraag is: wat was Gods houding?

743
00:45:35,490 --> 00:45:37,890
Welke houding was de Zijne?

744
00:45:37,890 --> 00:45:43,830
Voor zover ik weet, hebben we geen profeet
van God die tegen ons zegt: „Amerika,

745
00:45:43,830 --> 00:45:46,050
onderwerp je hier gewoon aan.

746
00:45:46,050 --> 00:45:47,970
Dit is het oordeel van God.

747
00:45:47,970 --> 00:45:52,950
Je bent een goddeloos volk en Ik breng
deze mensen tegen je in het geweer.

748
00:45:52,950 --> 00:45:54,390
Leg je er gewoon bij neer.”

749
00:45:54,390 --> 00:45:59,010
Ik bedoel: leg je erbij neer in
de zin dat je je eraan overgeeft.

750
00:45:59,010 --> 00:46:02,790
Je buigt je voor God en vernedert
je onder Zijn machtige hand,

751
00:46:02,790 --> 00:46:04,950
en misschien zal Hij je bevrijden.

752
00:46:04,950 --> 00:46:06,990
In plaats daarvan zeggen we:

753
00:46:06,990 --> 00:46:10,350
Bakstenen muren zijn gevallen,
maar wij zullen ze weer opbouwen

754
00:46:10,350 --> 00:46:12,210
met gehouwen stenen.

755
00:46:12,210 --> 00:46:17,250
Wilde vijgenbomen zijn geveld, wij zullen
er ceders voor in de plaats zetten.

756
00:46:17,250 --> 00:46:22,170
We gaan terugslaan, hun een pak
rammel geven en wraak nemen.

757
00:46:22,170 --> 00:46:25,350
Dat is een begrijpelijke reactie
wanneer je wordt aangevallen.

758
00:46:25,350 --> 00:46:28,470
Dat is een begrijpelijke wereldse reactie.

759
00:46:28,470 --> 00:46:33,210
Maar vanuit christelijk oogpunt moeten
we zeggen: „Wat zegt God hiermee?

760
00:46:33,210 --> 00:46:36,510
Probeert Hij hiermee ergens
onze aandacht op te vestigen?”

761
00:46:36,510 --> 00:46:41,790
Nu ligt 11 september ver genoeg achter
ons dat het zo’n beetje oud nieuws is.

762
00:46:41,790 --> 00:46:43,830
Maar op elk moment in de toekomst

763
00:46:43,830 --> 00:46:47,430
zouden we door een vijandige mogendheid
binnengevallen kunnen worden.

764
00:46:47,430 --> 00:46:48,870
Je weet maar nooit.

765
00:46:48,870 --> 00:46:53,910
Zullen Noord-Korea, Iran of China
raketten deze kant op sturen?

766
00:46:53,910 --> 00:46:55,770
Zullen we worden aangevallen?

767
00:46:55,770 --> 00:46:58,770
Als dat gebeurt, weet je
wat we dan zullen zeggen?

768
00:46:58,770 --> 00:47:02,670
„We moeten terugslaan en
wraak nemen.” Natuurlijk.

769
00:47:02,670 --> 00:47:04,650
Wat doet een land anders?

770
00:47:04,650 --> 00:47:07,350
Christenen moeten
zeggen: „Wacht eens even.

771
00:47:07,350 --> 00:47:09,630
Misschien oordeelt God ons.”

772
00:47:09,630 --> 00:47:14,010
Maar geen enkele christen zou dat
denken, want onze vijanden zijn slecht.

773
00:47:14,010 --> 00:47:18,750
Onze vijanden zijn moslimextremisten,
communisten of iemand anders die

774
00:47:18,750 --> 00:47:20,250
echt slecht is.

775
00:47:20,250 --> 00:47:23,370
Nou, het doet er niet toe
of ze echt slecht zijn.

776
00:47:23,370 --> 00:47:27,570
Daaruit blijkt niet dat God hen
niet gebruikt om ons te oordelen.

777
00:47:27,570 --> 00:47:29,550
Babylon was echt slecht.

778
00:47:29,550 --> 00:47:31,170
Assyrië was echt slecht.

779
00:47:31,170 --> 00:47:34,650
Maar God gebruikte hen
om Zijn volk te oordelen.

780
00:47:34,650 --> 00:47:37,830
Het volk Israël had zich
tot God moeten keren,

781
00:47:37,830 --> 00:47:40,170
in plaats van eenvoudigweg te besluiten:

782
00:47:40,170 --> 00:47:43,710
We zullen hier onze militaire
verdediging moeten versterken.

783
00:47:43,710 --> 00:47:46,830
Als God tegen je is, zul je ten val komen.

784
00:47:46,830 --> 00:47:50,910
Het maakt niet uit hoe sterk je
krijgsmacht is. De Bijbel zegt:

785
00:47:50,910 --> 00:47:53,910
Een koning wordt niet
verlost door een groot leger,

786
00:47:53,910 --> 00:47:56,790
een held wordt niet
gered door grote kracht.

787
00:47:56,790 --> 00:48:00,390
Het paard geeft valse hoop op de
overwinning en bevrijdt niet door

788
00:48:00,390 --> 00:48:02,070
zijn grote kracht.

789
00:48:02,070 --> 00:48:04,650
Landen moeten hun
internationale conflicten

790
00:48:04,650 --> 00:48:09,990
dus vanuit Gods gezichtspunt bekijken — of
in elk geval moeten gelovigen die in God

791
00:48:09,990 --> 00:48:12,390
geloven dat doen — en zeggen:

792
00:48:12,390 --> 00:48:14,670
Probeert God hier iemand te straffen?

793
00:48:14,670 --> 00:48:18,870
Als Hij dat doet, kunnen we niet bij
voorbaat zomaar aannemen dat Hij het

794
00:48:18,870 --> 00:48:22,350
slechtste land oordeelt door
middel van het goede land.

795
00:48:22,350 --> 00:48:24,450
Misschien zijn beide landen slecht.

796
00:48:24,450 --> 00:48:28,410
Misschien gebruikt Hij het slechtste
land om het land te oordelen dat

797
00:48:28,410 --> 00:48:32,730
minder slecht is, maar ze krijgen
allebei hun verdiende loon.

798
00:48:32,730 --> 00:48:38,010
Wat Jesaja 10 zegt, is dat God Assyrië
gebruikte om Israël te straffen,

799
00:48:38,010 --> 00:48:41,730
maar dat Assyrië ook zijn
verdiende loon zal krijgen.

800
00:48:41,730 --> 00:48:44,430
Hier richt de profeet zich op dat aspect.

801
00:48:44,430 --> 00:48:46,470
In vers 5 zegt hij:

802
00:48:46,470 --> 00:48:52,110
Wee Assyrië, de roede van Mijn toorn; en
Mijn gramschap is een stok in hun hand.

803
00:48:52,110 --> 00:48:57,990
Dat goddeloze land is Israël, maar God
stuurt Assyrië, nog een goddeloos land,

804
00:48:57,990 --> 00:49:00,330
op Zijn goddeloze land Israël af.

805
00:49:00,330 --> 00:49:03,510
Op een huichelachtig
volk zal Ik hem afsturen;

806
00:49:03,510 --> 00:49:08,190
tegen het volk waarop Ik verbolgen ben,
zal Ik hem bevel geven om roof te plegen,

807
00:49:08,190 --> 00:49:12,750
om buit te roven, en om het te
vertrappen als slijk op straat.

808
00:49:12,750 --> 00:49:17,130
Maar zelf meent hij het zo niet, en
diep in zijn hart denkt hij zo niet.

809
00:49:17,130 --> 00:49:21,750
Want het leeft in zijn hart om weg
te vagen en de volken uit te roeien

810
00:49:21,750 --> 00:49:22,380
— niet weinige!

811
00:49:22,380 --> 00:49:25,771
— dat wil zeggen: Assyrië —

812
00:49:25,771 --> 00:49:27,330
meent het niet zo.

813
00:49:27,330 --> 00:49:31,230
Assyrië kijkt er niet op
die manier naar. God zegt:

814
00:49:31,230 --> 00:49:34,830
Ik ben degene die hem stuurt om
een verdorven volk te straffen,

815
00:49:34,830 --> 00:49:38,610
maar Assyrië ziet zichzelf
niet als iemand die God dient.

816
00:49:38,610 --> 00:49:40,530
Ze kennen God helemaal niet.

817
00:49:40,530 --> 00:49:42,690
Ze denken helemaal niet aan God.

818
00:49:42,690 --> 00:49:46,590
Ze zien het gewoon als de
zoveelste militaire verovering.

819
00:49:46,590 --> 00:49:50,790
Want hij zegt: Zijn mijn
vorsten niet allemaal koningen?

820
00:49:50,790 --> 00:49:57,930
Is het Kalno niet vergaan als Karchemis,
Hamath als Arpad, Samaria als Damascus?

821
00:49:57,930 --> 00:49:59,310
— Assyrië zegt:

822
00:49:59,310 --> 00:50:02,610
Zijn mijn vorsten niet
stuk voor stuk koningen?

823
00:50:02,610 --> 00:50:05,490
Is Kalno niet net als Karchemis?

824
00:50:05,490 --> 00:50:08,130
Is Hamath niet net als Arpad?

825
00:50:08,130 --> 00:50:11,070
Is Samaria niet net als Damascus?

826
00:50:11,070 --> 00:50:15,990
Dit zijn allemaal verschillende
steden die door Assyrië veroverd zijn.

827
00:50:15,990 --> 00:50:20,010
Zoals mijn hand wist te vinden
de koninkrijken van de afgoden,

828
00:50:20,010 --> 00:50:24,630
hoewel hun beelden die van Jeruzalem
en die van Samaria overtroffen;

829
00:50:24,630 --> 00:50:28,651
zoals ik gedaan heb met
Samaria en zijn afgoden —

830
00:50:28,651 --> 00:50:32,490
zou ik zo niet doen met
Jeruzalem en zijn afgodsbeelden?

831
00:50:32,490 --> 00:50:36,930
Met andere woorden, Assyrië kent
het verschil niet tussen Jahweh en

832
00:50:36,930 --> 00:50:38,550
de andere goden.

833
00:50:38,550 --> 00:50:42,510
Al die andere steden hadden
hun goden, en Assyrië zegt:

834
00:50:42,510 --> 00:50:45,750
Ik heb ze veroverd. Wat
maakt Jeruzalem anders?

835
00:50:45,750 --> 00:50:50,010
Natuurlijk had het Samaria wel weggevaagd,
maar het neemt aan dat Jeruzalem

836
00:50:50,010 --> 00:50:51,390
niet anders is.

837
00:50:51,390 --> 00:50:56,610
Dat is in feite wat de Rabsaké tegen
Hizkia zei bij de muren van Jeruzalem.

838
00:50:56,610 --> 00:50:58,770
Misschien herinner je je dat.

839
00:50:58,770 --> 00:51:00,690
De Rabsaké zegt:

840
00:51:00,690 --> 00:51:06,390
Laat Hizkia u niet misleiden door
te zeggen: De HEERE zal ons redden.

841
00:51:06,390 --> 00:51:09,930
Hebben de goden van de
volken, ieder zijn eigen land,

842
00:51:09,930 --> 00:51:13,110
gered uit de hand van
de koning van Assyrië?

843
00:51:13,110 --> 00:51:16,050
Waar zijn de goden van Hamath en Arpad?

844
00:51:16,050 --> 00:51:19,110
Waar zijn de goden van Sefarvaïm?

845
00:51:19,110 --> 00:51:22,410
Hebben zij Samaria dan
soms uit mijn hand gered?

846
00:51:22,410 --> 00:51:26,790
Wie onder al de goden van deze
landen zijn er die hun land uit mijn

847
00:51:26,790 --> 00:51:28,470
hand gered hebben?

848
00:51:28,470 --> 00:51:32,250
Zou de HEERE Jeruzalem dan
wél uit mijn hand redden?

849
00:51:32,250 --> 00:51:36,690
De Assyriërs kenden het verschil
niet tussen Jahweh en afgoden.

850
00:51:36,690 --> 00:51:38,190
Ze zeggen gewoon:

851
00:51:38,190 --> 00:51:42,930
Maar zelf meent hij het zo niet, en
diep in zijn hart denkt hij zo niet.

852
00:51:42,930 --> 00:51:47,670
Want het leeft in zijn hart om weg
te vagen en de volken uit te roeien

853
00:51:47,670 --> 00:51:48,990
— niet weinige!

854
00:51:48,990 --> 00:51:53,070
Want hij zegt: Zijn mijn
vorsten niet allemaal koningen?

855
00:51:53,070 --> 00:52:00,570
Is het Kalno niet vergaan als Karchemis,
Hamath als Arpad, Samaria als Damascus?

856
00:52:00,570 --> 00:52:06,750
Assyrië ziet God dus helemaal niet in dit
alles, hoewel Assyrië een werktuig is.

857
00:52:06,750 --> 00:52:08,130
Vers 12 zegt:

858
00:52:08,130 --> 00:52:11,490
Het zal gebeuren, zodra de
Heere heel Zijn werk op de

859
00:52:11,490 --> 00:52:16,470
berg Sion en in Jeruzalem voltooid heeft,
dat Ik de vrucht van de trots van de

860
00:52:16,470 --> 00:52:21,570
koning van Assyrië en de glans van zijn
hooghartige oogopslag zal vergelden.

861
00:52:21,570 --> 00:52:24,810
Dit verwijst natuurlijk naar
het feit dat de Assyriërs,

862
00:52:24,810 --> 00:52:29,850
nadat ze Israël hadden veroverd, inderdaad
ernstige schade zouden aanrichten

863
00:52:29,850 --> 00:52:33,090
in Juda en Jeruzalem
bijna zouden veroveren.

864
00:52:33,090 --> 00:52:38,190
Dat zouden ze zeker hebben gedaan, maar
het bracht Hizkia tot bekering en geloof,

865
00:52:38,190 --> 00:52:39,690
en dat voorkwam het.

866
00:52:39,690 --> 00:52:43,950
Wanneer God Zijn werk aan Sion en
Jeruzalem heeft voltooid, zal Hij zeggen:

867
00:52:43,950 --> 00:52:48,810
Ik zal de koning van Assyrië straffen
voor de vruchten van zijn arrogante hart

868
00:52:48,810 --> 00:52:50,850
en zijn hoogmoedige blik.

869
00:52:50,850 --> 00:52:54,510
Want hij — dat wil zeggen Assyrië — zegt:

870
00:52:54,510 --> 00:52:58,830
Want hij zegt: Door de kracht
van mijn hand heb ik dit gedaan,

871
00:52:58,830 --> 00:53:01,950
en door mijn wijsheid,
want ik ben verstandig.

872
00:53:01,950 --> 00:53:06,810
Ik heb de grenzen tussen de volken
weggenomen, hun voorraden uitgeplunderd,

873
00:53:06,810 --> 00:53:10,710
en als een machtige de
hoog gezetenen neergehaald.

874
00:53:10,710 --> 00:53:13,170
Niet door Gods kracht, niet:

875
00:53:13,170 --> 00:53:15,030
God heeft me gezegend.

876
00:53:15,030 --> 00:53:17,610
God heeft me de overwinning gegeven.

877
00:53:17,610 --> 00:53:20,430
Ze schrijven de eer
gewoon aan zichzelf toe.

878
00:53:20,430 --> 00:53:25,710
Mijn hand vond, als was het een
vogelnest, het vermogen van de volken.

879
00:53:25,710 --> 00:53:31,170
En zoals men verlaten eieren bijeenraapt,
raapte ík de hele wereld bijeen.

880
00:53:31,170 --> 00:53:35,910
Niemand was er die zijn vleugel
verroerde, die zijn snavel opende of die

881
00:53:35,910 --> 00:53:37,290
ook maar piepte.

882
00:53:37,290 --> 00:53:41,130
Hij zegt dus dat het veroveren
van deze landen zo gemakkelijk was

883
00:53:41,130 --> 00:53:43,410
als snoep van een kind afpakken.

884
00:53:43,410 --> 00:53:49,170
Het is alsof je op de grond een nest met
eieren tegenkomt en de eieren gewoon pakt.

885
00:53:49,170 --> 00:53:53,970
Er is niet eens een moedervogel om zich
te verzetten of zelfs maar te protesteren.

886
00:53:53,970 --> 00:53:55,290
Dan zegt God:

887
00:53:55,290 --> 00:53:58,230
Zou een bijl zich beroemen
tegen wie ermee hakt,

888
00:53:58,230 --> 00:54:01,110
of een zaag zich verheffen
tegen wie hem trekt?

889
00:54:01,110 --> 00:54:04,590
Alsof een staf regeert
over wie hem hanteert,

890
00:54:04,590 --> 00:54:08,190
alsof een stok opheft
wie geen stuk hout is.

891
00:54:08,190 --> 00:54:14,730
Hij zegt eenvoudigweg dat Assyrië als een
zaag, een bijl of een ander werktuig is.

892
00:54:14,730 --> 00:54:17,190
God is Degene Die het gebruikt.

893
00:54:17,190 --> 00:54:21,150
Strijkt het werktuig zelf de
eer op voor het verrichte werk?

894
00:54:21,150 --> 00:54:25,230
Daarom zal de Heere, de
HEERE van de legermachten,

895
00:54:25,230 --> 00:54:27,570
zijn welgedane vorsten doen uitteren.

896
00:54:27,570 --> 00:54:32,910
Onder zijn rijkdom zal Hij een brand laten
woeden, als een brand van verzengend vuur.

897
00:54:32,910 --> 00:54:37,410
Want het Licht van Israël zal worden
tot een vuur, zijn Heilige tot een vlam,

898
00:54:37,410 --> 00:54:42,390
en die zal zijn distels en zijn dorens
verbranden en verteren, in één dag.

899
00:54:42,390 --> 00:54:43,650
Hebreeën zegt:

900
00:54:43,650 --> 00:54:46,650
Want onze God is een verterend vuur.

901
00:54:46,650 --> 00:54:48,750
Hij zal ook de luister van zijn wouden

902
00:54:48,750 --> 00:54:52,710
en zijn vruchtbare velden
vernietigen met alles wat daar leeft.

903
00:54:52,710 --> 00:54:55,470
En hij zal zijn als
een wegkwijnende zieke.

904
00:54:55,470 --> 00:54:59,310
En het overblijfsel van de bomen
in zijn bos zal te tellen zijn,

905
00:54:59,310 --> 00:55:02,010
een jongen zou het aantal
kunnen opschrijven.

906
00:55:02,010 --> 00:55:07,890
Dit woud, die bomen enzovoort zijn
vrijwel zeker beeldspraak voor mensen.

907
00:55:07,890 --> 00:55:11,730
In Jesaja worden mensen niet
zelden met bomen vergeleken.

908
00:55:11,730 --> 00:55:14,970
En ik denk dat dit waarschijnlijk
gaat over de vernietiging van

909
00:55:14,970 --> 00:55:19,710
zo veel Assyriërs buiten de poorten van
Jeruzalem door de engel van de Heere.

910
00:55:19,710 --> 00:55:23,910
Dat wordt later opgetekend in een
historisch gedeelte van Jesaja.

911
00:55:23,910 --> 00:55:25,590
Nu vers 20:

912
00:55:25,590 --> 00:55:29,610
Op die dag zal het gebeuren
dat het overblijfsel van Israël

913
00:55:29,610 --> 00:55:32,550
en wie van het huis van
Jakob ontkomen zijn,

914
00:55:32,550 --> 00:55:35,790
niet langer zullen steunen op
hem die hen geslagen heeft,

915
00:55:35,790 --> 00:55:41,130
maar zij zullen steunen op de HEERE,
de Heilige van Israël, in trouw.

916
00:55:41,130 --> 00:55:46,230
De mensen van Israël, en zelfs
die van Juda, Achaz en anderen,

917
00:55:46,230 --> 00:55:48,870
betaalden Assyrië er feitelijk voor.

918
00:55:48,870 --> 00:55:52,710
Toen Achaz bijvoorbeeld door
Syrië en Israël werd bedreigd,

919
00:55:52,710 --> 00:55:56,550
betaalde hij Assyrië om
Syrië en Israël aan te vallen

920
00:55:56,550 --> 00:55:58,710
en ze zo van zich af te krijgen.

921
00:55:58,710 --> 00:56:00,750
Hij vertrouwde dus op Assyrië.

922
00:56:00,750 --> 00:56:06,330
Maar dat is dezelfde vijand die later
kwam en dreigde Jeruzalem te verwoesten,

923
00:56:06,330 --> 00:56:09,210
en die Israël inderdaad verwoestte.

924
00:56:09,210 --> 00:56:12,030
Ze vertrouwden dus op
de verkeerde persoon.

925
00:56:12,030 --> 00:56:13,830
Dat zullen ze niet meer doen.

926
00:56:13,830 --> 00:56:17,970
Dat overblijfsel zal terugkeren,
het overblijfsel van Jakob,

927
00:56:17,970 --> 00:56:19,710
naar de sterke God.

928
00:56:19,710 --> 00:56:23,850
Want, Israël, al is uw volk
als het zand van de zee,

929
00:56:23,850 --> 00:56:26,850
toch zal maar een overblijfsel
daarvan terugkeren;

930
00:56:26,850 --> 00:56:31,770
tot verdelging is vast besloten;
het stroomt over van gerechtigheid.

931
00:56:31,770 --> 00:56:36,990
Ja, een vernietigend einde — en dat
is vast besloten — gaat de Heere,

932
00:56:36,990 --> 00:56:40,530
de HEERE van de legermachten,
in het midden van heel het land

933
00:56:40,530 --> 00:56:42,090
ten uitvoer brengen.

934
00:56:42,090 --> 00:56:49,410
We weten dat Paulus vers 22 aanhaalde in
Romeinen hoofdstuk 9, de verzen 27 en 28.

935
00:56:49,410 --> 00:56:51,090
Hij haalde het zo aan:

936
00:56:51,090 --> 00:56:56,010
En Jesaja roept over Israël uit: Al zou
het getal van de Israëlieten zijn als het

937
00:56:56,010 --> 00:57:00,090
zand van de zee, slechts het
overblijfsel zal behouden worden.

938
00:57:00,090 --> 00:57:04,350
Want Hij voltooit een zaak en
handelt die af in gerechtigheid.

939
00:57:04,350 --> 00:57:08,790
De Heere immers zal metterdaad Zijn
zaak snel afhandelen op de aarde.

940
00:57:08,790 --> 00:57:10,470
In Jesaja staat:

941
00:57:10,470 --> 00:57:14,610
Want, Israël, al is uw volk
als het zand van de zee,

942
00:57:14,610 --> 00:57:17,730
toch zal maar een overblijfsel
daarvan terugkeren;

943
00:57:17,730 --> 00:57:22,710
tot verdelging is vast besloten;
het stroomt over van gerechtigheid.

944
00:57:22,710 --> 00:57:25,350
wat klinkt alsof er een terugkeer
uit ballingschap of iets

945
00:57:25,350 --> 00:57:26,910
dergelijks wordt voorspeld.

946
00:57:26,910 --> 00:57:29,010
Maar in feite is dat niet zo.

947
00:57:29,010 --> 00:57:32,550
Het gaat over terugkeren
naar God en behouden worden.

948
00:57:32,550 --> 00:57:35,070
Dat zien we zelfs in vers 21:

949
00:57:35,070 --> 00:57:39,210
Het overblijfsel zal terugkeren,
het overblijfsel van Jakob,

950
00:57:39,210 --> 00:57:40,530
naar de machtige God.

951
00:57:40,530 --> 00:57:45,090
De Machtige God werd genoemd
in hoofdstuk 9, vers 6:

952
00:57:45,090 --> 00:57:49,050
Want een Kind is ons geboren,
een Zoon is ons gegeven,

953
00:57:49,050 --> 00:57:52,470
en de heerschappij rust op Zijn schouder.

954
00:57:52,470 --> 00:57:57,390
En men noemt Zijn Naam
Wonderlijk, Raadsman, Sterke God,

955
00:57:57,390 --> 00:58:00,090
Eeuwige Vader, Vredevorst.

956
00:58:00,090 --> 00:58:02,550
Ze keren dus terug naar Christus.

957
00:58:02,550 --> 00:58:07,110
Dit gaat over een overblijfsel van
Israël dat zich tot Christus wendt,

958
00:58:07,110 --> 00:58:12,210
de Machtige God, Die in het vorige
hoofdstuk met die Naam wordt aangeduid.

959
00:58:12,210 --> 00:58:14,250
Nu vers 24:

960
00:58:14,250 --> 00:58:20,490
Daarom, zo zegt de Heere, de HEERE van
de legermachten: Wees niet bevreesd,

961
00:58:20,490 --> 00:58:26,070
Mijn volk dat in Sion woont, voor Assyrië,
wanneer het u met de staf zal slaan of

962
00:58:26,070 --> 00:58:30,690
zijn stok tegen u zal opheffen,
zoals Hij eens bij Egypte deed.

963
00:58:30,690 --> 00:58:35,310
Dit zijn de mensen in Jeruzalem,
waarschijnlijk in de tijd van Hizkia.

964
00:58:35,310 --> 00:58:39,510
Want nog een klein moment —
en dan is de gramschap voorbij

965
00:58:39,510 --> 00:58:43,050
en zal Mijn toorn zich
richten op hún vernietiging.

966
00:58:43,050 --> 00:58:48,751
Gods toorn over Assyrië — en ik denk dat
hier Gods toorn tegen Juda wordt bedoeld —

967
00:58:48,751 --> 00:58:51,510
zal eindigen met de
vernietiging van Assyrië,

968
00:58:51,510 --> 00:58:56,970
nadat Hij alles met Juda heeft gedaan wat
Hij moest doen om hun een les te leren.

969
00:58:56,970 --> 00:59:01,350
Dan zal de HEERE van de legermachten
over hem de gesel zwaaien,

970
00:59:01,350 --> 00:59:05,370
zoals eens Midian is
geslagen bij de rots Oreb.

971
00:59:05,370 --> 00:59:08,970
Zijn staf zal over de zee
zijn en Hij zal hem opheffen,

972
00:59:08,970 --> 00:59:11,250
zoals Hij eens bij Egypte deed.

973
00:59:11,250 --> 00:59:13,650
Er wordt vaak naar Midian verwezen.

974
00:59:13,650 --> 00:59:17,610
Dat gaat over Gideons overwinningen
in het boek Richteren.

975
00:59:17,610 --> 00:59:19,410
Opnieuw het exodusmotief.

976
00:59:19,410 --> 00:59:23,370
Op die dag zal het gebeuren dat zijn
last van uw schouder zal afglijden

977
00:59:23,370 --> 00:59:28,050
en zijn juk van uw hals; en dat
juk zal te gronde gericht worden

978
00:59:28,050 --> 00:59:30,150
omwille van de Gezalfde.

979
00:59:30,150 --> 00:59:32,130
Pinkstergelovigen zeggen graag:

980
00:59:32,130 --> 00:59:34,890
Het is de zalving die het juk vernietigt.

981
00:59:34,890 --> 00:59:36,630
Heb je die weleens gehoord?

982
00:59:36,630 --> 00:59:40,470
Ze halen dat uit dit vers in
de King James. Daar staat:

983
00:59:40,470 --> 00:59:43,230
Het juk zal door de
zalving worden vernietigd.

984
00:59:43,230 --> 00:59:48,810
De spreker bespreekt hier de weergave
‘anointing’ in de King James Version.

985
00:59:48,810 --> 00:59:53,550
Het onderliggende Hebreeuwse
woord kan olie of vet betekenen.

986
00:59:53,550 --> 00:59:57,750
De meeste moderne vertalingen
zeggen daarom: ‘vanwege het vet’,

987
00:59:57,750 --> 01:00:00,030
wat een heel vreemde uitdrukking is.

988
01:00:00,030 --> 01:00:05,130
De HSV kiest hier voor een andere
interpretatie: ‘omwille van de Gezalfde’.

989
01:00:05,130 --> 01:00:08,190
Maar het beeld is dat
van een juk op een dier.

990
01:00:08,190 --> 01:00:12,450
Doordat het dier zo vet en sterk
is geworden, breekt het het juk.

991
01:00:12,450 --> 01:00:15,210
Het vet staat dus voor
de kracht van het dier.

992
01:00:15,210 --> 01:00:20,130
In het beeld van een dier onder een
juk wordt het dier groot, sterk en vet,

993
01:00:20,130 --> 01:00:23,430
en breekt het het juk
waaronder het gebukt gaat.

994
01:00:23,430 --> 01:00:26,370
Zo zal de kracht van
Israël het juk breken,

995
01:00:26,370 --> 01:00:28,770
maar die kracht is natuurlijk de Heere.

996
01:00:28,770 --> 01:00:31,290
De Heere is de kracht van Israël.

997
01:00:31,290 --> 01:00:37,290
Hij komt naar Ajath, trekt Migron door,
te Michmas legt hij zijn uitrusting af.

998
01:00:37,290 --> 01:00:42,390
Dan trekken zij de bergpas
door: Geba is ons nachtkwartier!

999
01:00:42,390 --> 01:00:47,370
Rama beeft; Gibea, de stad
van Saul, slaat op de vlucht.

1000
01:00:47,370 --> 01:00:49,560
Gil het uit, dochter van Gallim!

1001
01:00:49,560 --> 01:00:52,470
Laïs, sla er acht op!

1002
01:00:52,470 --> 01:00:53,790
Arm Anathoth!

1003
01:00:53,790 --> 01:00:58,590
Madmena vlucht, de inwoners van
Gebim brengen zich in veiligheid.

1004
01:00:58,590 --> 01:01:01,590
Vandaag nog staat hij in
Nob en zwaait met zijn

1005
01:01:01,590 --> 01:01:06,330
vuist tegen de berg van de dochter
van Sion, de heuvel van Jeruzalem.

1006
01:01:06,330 --> 01:01:08,370
Jeremia’s geboorteplaats.

1007
01:01:08,370 --> 01:01:12,630
De steden die in de verzen 28
tot en met 31 worden genoemd,

1008
01:01:12,630 --> 01:01:15,210
liggen in feite ten noorden van Jeruzalem.

1009
01:01:15,210 --> 01:01:17,550
In de volgorde waarin
ze daar worden genoemd,

1010
01:01:17,550 --> 01:01:20,370
wordt de afstand tot
Jeruzalem steeds kleiner.

1011
01:01:20,370 --> 01:01:24,690
De eerste stad die in vers
28 wordt genoemd, Ajath,

1012
01:01:24,690 --> 01:01:28,950
ligt ongeveer 24 kilometer
ten noorden van Jeruzalem.

1013
01:01:28,950 --> 01:01:36,150
Rama en Gibea in vers 29 liggen ongeveer
10 kilometer ten noorden van Jeruzalem.

1014
01:01:36,150 --> 01:01:40,290
Wanneer je bij Gallim,
Laïs en Anathoth komt,

1015
01:01:40,290 --> 01:01:43,890
ben je ongeveer 8 kilometer
ten noorden van Jeruzalem.

1016
01:01:43,890 --> 01:01:47,730
Met andere woorden, het gaat erover
dat de Assyriërs steeds dichter

1017
01:01:47,730 --> 01:01:49,350
bij Jeruzalem komen.

1018
01:01:49,350 --> 01:01:52,770
Wanneer je in vers 32 bij Nob komt,

1019
01:01:52,770 --> 01:01:56,910
ben je ongeveer anderhalve
kilometer ten noorden van Jeruzalem.

1020
01:01:56,910 --> 01:02:00,450
Dit beschrijft de opmars en
de veroveringen van Assyrië,

1021
01:02:00,450 --> 01:02:03,210
terwijl het steeds dichter
bij Jeruzalem komt.

1022
01:02:03,210 --> 01:02:05,430
Maar in vers 32 staat:

1023
01:02:05,430 --> 01:02:10,290
Die dag zal hij in Nob blijven;
hij zal zijn vuist schudden naar de

1024
01:02:10,290 --> 01:02:14,070
berg van de dochter van Sion,
de heuvel van Jeruzalem.

1025
01:02:14,070 --> 01:02:17,490
Dat is zo ongeveer het enige
wat hij zal kunnen doen.

1026
01:02:17,490 --> 01:02:20,550
Rabsaké stond buiten de
poorten van Jeruzalem

1027
01:02:20,550 --> 01:02:24,510
min of meer met zijn vuist te
schudden en dreigementen te uiten.

1028
01:02:24,510 --> 01:02:27,330
Maar het lukte hem niet
de stad te veroveren,

1029
01:02:27,330 --> 01:02:32,490
omdat Jahweh een engel van de Heere
eropuit stuurde om de stad te bevrijden,

1030
01:02:32,490 --> 01:02:35,970
en daarin slaagde. Vers 33:

1031
01:02:35,970 --> 01:02:39,750
Zie, de Heere, de HEERE
van de legermachten,

1032
01:02:39,750 --> 01:02:42,390
zal met geweld de takken afhouwen;

1033
01:02:42,390 --> 01:02:48,210
de statige woud reuzen zullen worden
omgehakt, en de hoge bomen neergeworpen.

1034
01:02:48,210 --> 01:02:53,070
Vers 34 vervolgt dat beeld: het
struikgewas van het woud wordt met

1035
01:02:53,070 --> 01:02:57,150
ijzer omgehakt en de Libanon
valt door de Machtige.

1036
01:02:57,150 --> 01:03:00,150
Libanon betekent hier
eenvoudigweg het woud.

1037
01:03:00,150 --> 01:03:03,690
Libanon was natuurlijk beroemd
om zijn ceders, zijn bomen.

1038
01:03:03,690 --> 01:03:07,530
Deze uitspraak over het omhakken van
de bomen en het afhakken van de tak

1039
01:03:07,530 --> 01:03:09,270
is figuurlijk bedoeld.

1040
01:03:09,270 --> 01:03:12,690
Het gaat erover dat God
Assyrië in feite neermaait.

1041
01:03:12,690 --> 01:03:17,550
Het loopt parallel met wat Hij eerder
in vers 19 over hetzelfde onderwerp zei,

1042
01:03:17,550 --> 01:03:20,790
over de bomen die worden
omgehakt enzovoort.

1043
01:03:20,790 --> 01:03:24,630
Het beeld van Assyrië als een
groot woud dat wordt omgehakt,

1044
01:03:24,630 --> 01:03:29,010
gaat dus opnieuw over de trots
waaraan God zo’n aanstoot neemt.

1045
01:03:29,010 --> 01:03:34,170
Aan het einde van vers 33 staat in de door
de spreker gebruikte Engelse vertaling:

1046
01:03:34,170 --> 01:03:36,630
de hoogmoedigen zullen worden vernederd.

1047
01:03:36,630 --> 01:03:41,910
De HSV geeft het beeld letterlijker
weer met ‘de hoge bomen neergeworpen’.

1048
01:03:41,910 --> 01:03:45,810
Dat was de klacht die God in de
eerste zes hoofdstukken over Juda had

1049
01:03:45,810 --> 01:03:50,190
en die vaak werd herhaald: hun
hoogmoed en hun arrogantie,

1050
01:03:50,190 --> 01:03:52,470
zelfs de arrogantie van hun vrouwen.

1051
01:03:52,470 --> 01:03:58,050
En de arrogantie van de Assyriërs bestaat
er nu in dat zij, hoewel God hen gebruikt,

1052
01:03:58,050 --> 01:04:01,950
zichzelf de eer geven en
denken dat ze zo sterk zijn.

1053
01:04:01,950 --> 01:04:08,010
God zegt: „Wel, Ik zal hun laten zien hoe
sterk ze zijn en hoe sterk ze niet zijn.

1054
01:04:08,010 --> 01:04:13,410
Hun hoogmoed zal ten val worden gebracht
wanneer Ik hen verneder en versla.”

1055
01:04:13,410 --> 01:04:17,130
We komen nu bij hoofdstuk
11, een geweldig hoofdstuk.

1056
01:04:17,130 --> 01:04:21,090
We hebben er vaak over gesproken bij het
bekijken van de verschillende onderwerpen.

1057
01:04:21,090 --> 01:04:24,210
Bijna alle belangrijke
onderwerpen die we hebben bekeken,

1058
01:04:24,210 --> 01:04:27,630
komen op de een of andere
manier in hoofdstuk 11 voor.

1059
01:04:27,630 --> 01:04:30,750
Maar het is een van de grote passages
over het Messiaanse tijdperk.
