1
00:00:02,010 --> 00:00:05,670
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:05,670 --> 00:00:09,570
In de aantekeningen die ik je tijdens
onze vorige lezing heb gegeven,

3
00:00:09,570 --> 00:00:13,530
staat onderaan een gedeelte dat
nog niet ter sprake is gekomen.

4
00:00:13,530 --> 00:00:15,870
Toen we het over de arm
van de HEERE hadden,

5
00:00:15,870 --> 00:00:17,850
zei ik dat de arm van de HEERE

6
00:00:17,850 --> 00:00:20,970
aanvankelijk een algemene
verwijzing naar Gods kracht is.

7
00:00:20,970 --> 00:00:24,750
Maar het gaat om Zijn kracht die
daadwerkelijk wordt uitgestrekt en iets

8
00:00:24,750 --> 00:00:28,530
doet — met andere woorden,
om Zijn ingrijpen.

9
00:00:28,530 --> 00:00:32,550
De arm van de HEERE wordt aanvankelijk
gezien in zijn functie als een

10
00:00:32,550 --> 00:00:35,010
oordeel over goddeloze volken.

11
00:00:35,010 --> 00:00:37,410
God strekt Zijn hand uit.

12
00:00:37,410 --> 00:00:41,550
Zijn arm komt op hen neer, en ze worden
getroffen door verdrukking of een

13
00:00:41,550 --> 00:00:47,370
nederlaag, door verovering en mogelijk
zelfs door vernietiging of uitroeiing.

14
00:00:47,370 --> 00:00:52,050
Maar in andere passages in Jesaja is
hiervan nog een ander aspect te zien.

15
00:00:52,050 --> 00:00:56,730
Wanneer God de goddelozen oordeelt, doet
Hij dat niet alleen omdat Hij op zichzelf

16
00:00:56,730 --> 00:01:00,330
genomen reden heeft om
vertoornd op hen te zijn.

17
00:01:00,330 --> 00:01:03,390
Ongetwijfeld koestert Hij
een grief tegen alle mensen,

18
00:01:03,390 --> 00:01:07,590
en Hij trekt er niet specifiek en
uit eigen beweging op uit om alle

19
00:01:07,590 --> 00:01:11,310
volken te oordelen, alleen
maar omdat ze er zijn.

20
00:01:11,310 --> 00:01:15,090
Maar Hij oordeelt deze volken
om Zijn volk te redden.

21
00:01:15,090 --> 00:01:19,710
De opgetekende oordelen zijn
oordelen over de volken die Zijn volk

22
00:01:19,710 --> 00:01:21,990
bedreigen en verdrukken.

23
00:01:21,990 --> 00:01:25,770
Zo is Zijn arm het middel
tot bevrijding of behoud.

24
00:01:25,770 --> 00:01:29,430
Zijn machtige arm, die de
vijanden van Gods volk oordeelt,

25
00:01:29,430 --> 00:01:32,670
is Zijn machtige arm die Zijn volk redt.

26
00:01:32,670 --> 00:01:37,290
Zo zijn het aspect van oordeel en het
aspect van behoud met elkaar vermengd.

27
00:01:37,290 --> 00:01:41,370
Ik zei dat er enkele passages
zijn waarin de arm van de HEERE

28
00:01:41,370 --> 00:01:44,850
bijna een rechtstreekse verwijzing
naar Jezus lijkt te zijn,

29
00:01:44,850 --> 00:01:48,151
zo niet een rechtstreekse
verwijzing naar Jezus Zelf —

30
00:01:48,151 --> 00:01:50,850
als het ware de personificatie ervan.

31
00:01:50,850 --> 00:01:56,490
Nu we dat gezegd hebben, beseffen we dat
we het erover hebben dat God oorlog of een

32
00:01:56,490 --> 00:02:01,470
militaire overwinning gebruikt als
Zijn middel om Zijn volk te verlossen.

33
00:02:01,470 --> 00:02:07,290
Het motief van verlossing komt vaak en
op verschillende manieren voor in Jesaja.

34
00:02:07,290 --> 00:02:12,270
Verlossen betekent letterlijk terugkopen:
iets wat je bent kwijtgeraakt weer

35
00:02:12,270 --> 00:02:15,810
verwerven, en dat tegen
een bepaalde prijs.

36
00:02:15,810 --> 00:02:19,230
Stel bijvoorbeeld dat je in
financiële moeilijkheden zit

37
00:02:19,230 --> 00:02:23,010
en naar een pandjeshuis gaat
om je trouwring te verpanden.

38
00:02:23,010 --> 00:02:26,670
Je krijgt er contant geld
voor en betaalt je rekeningen.

39
00:02:26,670 --> 00:02:28,830
Maar je wilt die ring terug.

40
00:02:28,830 --> 00:02:33,270
Wanneer je daartoe in staat bent,
ga je dus terug om hem in te lossen.

41
00:02:33,270 --> 00:02:34,890
Je koopt hem terug.

42
00:02:34,890 --> 00:02:38,310
Je betaalt de prijs die
de winkel ervoor vraagt.

43
00:02:38,310 --> 00:02:42,331
Misschien betaal je er zelfs — en
waarschijnlijk doe je dat ook —

44
00:02:42,331 --> 00:02:45,090
meer voor dan je ervoor hebt gekregen.

45
00:02:45,090 --> 00:02:49,350
Maar je krijgt hem alleen terug
door daar zelf voor te betalen.

46
00:02:49,350 --> 00:02:51,870
Het was iets wat ooit van jou was.

47
00:02:51,870 --> 00:02:56,310
Je bent het kwijtgeraakt en krijgt
het tegen een bepaalde prijs terug.

48
00:02:56,310 --> 00:02:59,130
Dat is wat het woord verlossen betekent.

49
00:02:59,130 --> 00:03:02,730
Het is een normaal,
alledaags economisch woord.

50
00:03:02,730 --> 00:03:07,350
Het wordt in de Schrift ook gebruikt voor
het verlossen van Gods volk door God:

51
00:03:07,350 --> 00:03:11,430
Hij verlost hen uit Egypte en
Hij verlost hen uit Babylon.

52
00:03:11,430 --> 00:03:14,430
Dit zijn beelden van
verlossing die Jesaja gebruikt,

53
00:03:14,430 --> 00:03:19,350
maar ze dienen als een type en een
schaduw van Gods verlossing van de wereld.

54
00:03:19,350 --> 00:03:24,030
Die wereld was ooit van Hem, maar
viel door Adam en Eva in zonde,

55
00:03:24,030 --> 00:03:27,090
waardoor God iets lijkt
te zijn kwijtgeraakt.

56
00:03:27,090 --> 00:03:29,970
Hij lijkt de mensheid
te zijn kwijtgeraakt,

57
00:03:29,970 --> 00:03:32,970
maar Hij zendt Jezus om haar te verlossen.

58
00:03:32,970 --> 00:03:36,450
Natuurlijk zien we dat het woord
verlossing in het Nieuwe Testament

59
00:03:36,450 --> 00:03:42,270
in die betekenis wordt gebruikt: in de
betekenis dat Jezus kwam en stierf om

60
00:03:42,270 --> 00:03:44,550
ons door Zijn bloed te verlossen.

61
00:03:44,550 --> 00:03:48,510
Datgene wat God was kwijtgeraakt,
heeft Jezus tegen een hoge

62
00:03:48,510 --> 00:03:50,670
prijs opnieuw verworven.

63
00:03:50,670 --> 00:03:54,450
Daarom zegt Petrus in 1 Petrus 1:18:

64
00:03:54,450 --> 00:03:59,490
in de wetenschap dat u niet met
vergankelijke dingen, zilver of goud,

65
00:03:59,490 --> 00:04:02,910
vrijgekocht bent van uw
zinloze levenswandel,

66
00:04:02,910 --> 00:04:05,850
die u door de vaderen overgeleverd is,

67
00:04:05,850 --> 00:04:07,650
Wij zijn dus verlost.

68
00:04:07,650 --> 00:04:12,930
Die gedachte dat Christus ons verlost,
ontbreekt bepaald niet in Jesaja.

69
00:04:12,930 --> 00:04:17,550
Maar zij komt, zoals zoveel
van deze messiaanse thema’s,

70
00:04:17,550 --> 00:04:21,330
als het ware mee in het
kielzog van verwijzingen naar

71
00:04:21,330 --> 00:04:25,710
zaken die in de tijd van Jesaja
directer aan de orde waren:

72
00:04:25,710 --> 00:04:30,750
God die Israël verlost uit
onmiddellijke problemen, slavernij,

73
00:04:30,750 --> 00:04:32,850
belegering en dergelijke.

74
00:04:32,850 --> 00:04:36,330
De gedachte van verlossing
komt vaak ter sprake.

75
00:04:36,330 --> 00:04:40,230
Maar uiteindelijk dienen zelfs
de tijdelijke verlossingen,

76
00:04:40,230 --> 00:04:44,610
of de historische oudtestamentische
voorbeelden van verlossing,

77
00:04:44,610 --> 00:04:49,530
eenvoudigweg als een type en een
schaduw van wat we in Christus vinden.

78
00:04:49,530 --> 00:04:53,130
Christus is de vervulling van
alle oudtestamentische dingen.

79
00:04:53,130 --> 00:04:56,070
Hij is niet alleen de vervulling
van de Wet en de Profeten,

80
00:04:56,070 --> 00:04:58,590
maar ook van typen en schaduwen.

81
00:04:58,590 --> 00:05:03,270
Ik denk dat er nauwelijks een bladzijde in
het Oude Testament is waarop de apostelen,

82
00:05:03,270 --> 00:05:07,710
als ze daarover onderwijs gaven, niets
zouden kunnen vinden wat betrekking heeft

83
00:05:07,710 --> 00:05:09,450
op Jezus Christus.

84
00:05:09,450 --> 00:05:14,190
Of ze nu Leviticus lazen over het
offersysteem en dat als een type van

85
00:05:14,190 --> 00:05:18,270
Christus zagen, een profetische
passage over de Messias lazen,

86
00:05:18,270 --> 00:05:21,270
of wat dat betreft de
geschiedenis van de uittocht

87
00:05:21,270 --> 00:05:23,970
of vele andere dingen
in het Oude Testament:

88
00:05:23,970 --> 00:05:28,050
ze wijzen allemaal op de een
of andere manier naar Jezus.

89
00:05:28,050 --> 00:05:32,250
In Psalm 40, die in het Nieuwe
Testament aan Jezus wordt toegeschreven,

90
00:05:32,250 --> 00:05:34,050
is David aan het woord.

91
00:05:34,050 --> 00:05:38,430
Maar wanneer het Nieuwe Testament hem
citeert, is het Jezus die spreekt.

92
00:05:38,430 --> 00:05:44,010
In Psalm 40:6–8, een passage die
in Hebreeën 10 wordt aangehaald,

93
00:05:44,010 --> 00:05:46,290
wordt Jezus als volgt geciteerd:

94
00:05:46,290 --> 00:05:50,010
U hebt geen vreugde gevonden
in slachtoffer en graanoffer,

95
00:05:50,010 --> 00:05:55,290
U hebt Mijn oren doorboord; brandoffer
en zondoffer hebt U niet geëist.

96
00:05:55,290 --> 00:06:00,210
Toen zei Ik: Zie, Ik kom, in de
boekrol is over Mij geschreven.

97
00:06:00,210 --> 00:06:04,110
Ik vind er vreugde in, Mijn
God, om Uw welbehagen te doen;

98
00:06:04,110 --> 00:06:07,050
Uw wet draag Ik diep in Mijn binnenste.

99
00:06:07,050 --> 00:06:10,471
De spreker leidt uit de bewoording
van zijn Engelse vertaling —

100
00:06:10,471 --> 00:06:14,610
‘in the volume of the book’ —
af dat de Schriften als geheel,

101
00:06:14,610 --> 00:06:17,850
de oudtestamentische
Schriften, over Jezus gaan.

102
00:06:17,850 --> 00:06:22,350
Toen Jezus uit de dood was opgestaan en
onherkenbaar aan de twee mannen op de weg

103
00:06:22,350 --> 00:06:26,250
naar Emmaüs verscheen, voordat
zij Hem herkenden, staat er:

104
00:06:26,250 --> 00:06:29,610
En Hij begon bij Mozes en al de profeten

105
00:06:29,610 --> 00:06:33,150
en legde hun uit wat in al de
Schriften over Hem geschreven was.

106
00:06:33,150 --> 00:06:37,650
Ik neem aan dat de formulering dat Hij hun
uitlegde wat er in al de Schriften over

107
00:06:37,650 --> 00:06:41,490
Hem geschreven was, een
hyperbool is, want ik zie niet

108
00:06:41,490 --> 00:06:45,630
in hoe er tijdens een wandeling van enkele
kilometers genoeg tijd zou zijn geweest

109
00:06:45,630 --> 00:06:47,610
om alles uiteen te zetten.

110
00:06:47,610 --> 00:06:52,650
Maar deze dingen gaan in de breedste
zin ongetwijfeld over de Messias.

111
00:06:52,650 --> 00:06:57,090
De suggestie is dat het niet uitmaakt
waar je in het Oude Testament kijkt:

112
00:06:57,090 --> 00:06:59,550
daar staat iets wat over Hem gaat.

113
00:06:59,550 --> 00:07:04,230
Zo wijzen ook al deze verlossingen
vooruit naar de uiteindelijke verlossing

114
00:07:04,230 --> 00:07:07,830
die Christus heeft verworven,
zoals we zullen zien.

115
00:07:07,830 --> 00:07:11,370
Een van de motieven in Jesaja
die over verlossing spreken,

116
00:07:11,370 --> 00:07:15,090
doet dat in de context van het
terugdenken aan de uittocht:

117
00:07:15,090 --> 00:07:20,730
beelden van God Die Israël uit Egypte
bevrijdt, door de Rode Zee heen,

118
00:07:20,730 --> 00:07:25,650
en hen redt uit de slavernij die ze
zo lang in Egypte hadden ondergaan.

119
00:07:25,650 --> 00:07:29,670
Die beelden behoren tot de
beeldspraak die Jesaja gebruikt.

120
00:07:29,670 --> 00:07:32,070
Natuurlijk voorspelt hij de uittocht niet.

121
00:07:32,070 --> 00:07:37,050
Hij schrijft veel later dan de uittocht,
maar hij denkt eraan terug en geeft aan

122
00:07:37,050 --> 00:07:40,290
dat die relevant is voor
het toekomstige behoud,

123
00:07:40,290 --> 00:07:44,010
in die zin dat hij een
typologische betekenis heeft.

124
00:07:44,010 --> 00:07:47,130
We zullen hierover meer zien
in onze volgende lezing,

125
00:07:47,130 --> 00:07:51,870
maar we zullen dit bekijken als een van de
manieren waarop het idee van verlossing in

126
00:07:51,870 --> 00:07:53,970
Jesaja ter sprake komt.

127
00:07:53,970 --> 00:07:57,510
Laat me, voordat we naar
de passages in Jesaja gaan,

128
00:07:57,510 --> 00:08:00,390
je aandacht vestigen op Lukas 9.

129
00:08:00,390 --> 00:08:06,570
In Lukas 9, vers 30 en 31, lezen
we over de berg der verheerlijking.

130
00:08:06,570 --> 00:08:11,970
Jezus en drie van Zijn discipelen zijn
daar aan het bidden, en in vers 30 staat:

131
00:08:11,970 --> 00:08:17,250
En zie, twee mannen spraken met
Hem; het waren Mozes en Elia.

132
00:08:17,250 --> 00:08:21,330
Zij verschenen in heerlijkheid
en spraken over Zijn heengaan,

133
00:08:21,330 --> 00:08:23,790
dat Hij zou volbrengen in Jeruzalem.

134
00:08:23,790 --> 00:08:28,170
In het Grieks van Lukas, de
oorspronkelijke taal waarin Lukas schreef,

135
00:08:28,170 --> 00:08:32,670
is het daar met ‘heengaan’
vertaalde woord ‘exodos’,

136
00:08:32,670 --> 00:08:36,510
een woord dat zelfs in de tijd
van Lukas zou doen denken aan de

137
00:08:36,510 --> 00:08:38,610
uittocht in het Oude Testament.

138
00:08:38,610 --> 00:08:44,310
Het Griekse woord ‘Exodus’
was 285 jaar vóór Christus al

139
00:08:44,310 --> 00:08:46,890
overgenomen door de Septuaginta.

140
00:08:46,890 --> 00:08:51,930
De Joodse geleerden in Alexandrië die de
Griekse vertaling van het Oude Testament,

141
00:08:51,930 --> 00:08:56,790
de Septuaginta, vervaardigden,
hadden het woord ‘Exodus’

142
00:08:56,790 --> 00:09:01,230
gebruikt als titel van het tweede boek
van Mozes, net zoals wij dat hebben.

143
00:09:01,230 --> 00:09:06,090
De naam ‘Exodus’ in onze
Bijbel komt uit de Septuaginta.

144
00:09:06,090 --> 00:09:07,710
Het is een Grieks woord.

145
00:09:07,710 --> 00:09:10,050
Het betekent ‘uitgaan’.

146
00:09:10,050 --> 00:09:14,130
Toen Lukas deze term gebruikte,
spraken ze dus met Jezus over de

147
00:09:14,130 --> 00:09:16,470
exodus die Hij zou volbrengen.

148
00:09:16,470 --> 00:09:20,730
Het is heel duidelijk dat Mozes,
die Gods werktuig was geweest

149
00:09:20,730 --> 00:09:24,630
bij de uittocht in het Oude
Testament, daar aanwezig was.

150
00:09:24,630 --> 00:09:27,870
Ze spraken met Jezus
over een andere exodus.

151
00:09:27,870 --> 00:09:33,210
Die zou niet door Mozes worden volbracht,
maar door Jezus Zelf in Jeruzalem.

152
00:09:33,210 --> 00:09:35,070
Waar zou dat op kunnen doelen?

153
00:09:35,070 --> 00:09:38,730
Het doelt duidelijk op
Zijn dood en opstanding.

154
00:09:38,730 --> 00:09:43,950
De uittocht in het Oude Testament was
God Die Zijn volk uit Egypte verloste.

155
00:09:43,950 --> 00:09:48,810
Dat is taal die het Oude Testament
heel vaak gebruikt, en Jesaja ook.

156
00:09:48,810 --> 00:09:53,850
Maar het is een beeld van God Die
mensen verlost door de exodus die Jezus

157
00:09:53,850 --> 00:09:55,830
in Jeruzalem volbracht.

158
00:09:55,830 --> 00:10:00,210
Laten we, om iets van deze beeldspraak
buiten Jesaja te kunnen zien,

159
00:10:00,210 --> 00:10:03,930
naar Exodus zelf kijken, hoofdstuk 15.

160
00:10:03,930 --> 00:10:08,550
Het doel van het bekijken van deze verzen
is om te laten zien dat de uittocht in de

161
00:10:08,550 --> 00:10:12,930
Bijbel wordt aangeduid als
God Die Zijn volk verlost,

162
00:10:12,930 --> 00:10:15,750
of hen voor Zichzelf terugkoopt.

163
00:10:15,750 --> 00:10:19,230
Ze waren Zijn volk geweest
voordat ze naar Egypte gingen.

164
00:10:19,230 --> 00:10:24,570
Toen ze naar Egypte gingen, waren ze
de familie van Abraham, Izak en Jakob.

165
00:10:24,570 --> 00:10:28,770
Maar vervolgens werden ze door de
Egyptenaren gevangengenomen en tot

166
00:10:28,770 --> 00:10:33,990
slaven gemaakt, en God kocht hen uit
de slavernij terug voor Zichzelf.

167
00:10:33,990 --> 00:10:40,410
In Exodus 15, vers 13, staat het lied
dat Mozes en het volk Israël zingen

168
00:10:40,410 --> 00:10:43,410
nadat ze bevrijd waren. Er staat:

169
00:10:43,410 --> 00:10:48,150
U leidde in Uw goedertierenheid
dit volk, dat U verlost hebt.

170
00:10:48,150 --> 00:10:52,170
U leidde hen zachtjes door Uw
kracht naar Uw heilige woning.

171
00:10:52,170 --> 00:10:56,070
Het verwijst ernaar dat ze veilig
door de Rode Zee waren geleid,

172
00:10:56,070 --> 00:10:59,970
daar het einde van hun achtervolgers
hadden gezien en zich voor het eerst

173
00:10:59,970 --> 00:11:02,370
in eeuwen weer vrij bevonden.

174
00:11:02,370 --> 00:11:05,610
Ze zeggen dat ze verlost zijn,
zoals een slaaf door zijn

175
00:11:05,610 --> 00:11:08,790
familieleden uit de slavernij
kon worden vrijgekocht.

176
00:11:08,790 --> 00:11:11,970
God had Israël dus tijdens
de uittocht verlost.

177
00:11:11,970 --> 00:11:15,930
De taal van verlossing wordt
in de Schrift, buiten Jesaja,

178
00:11:15,930 --> 00:11:18,330
toegepast op de gebeurtenis
van de uittocht.

179
00:11:18,330 --> 00:11:23,130
Ook staat er in Psalm 106 — en dit zijn
maar twee van de vele voorbeelden die in

180
00:11:23,130 --> 00:11:27,870
het Oude Testament te vinden
zijn — in vers 9 tot en met 11:

181
00:11:27,870 --> 00:11:31,170
Hij bestrafte de Schelfzee,
zodat ze droogviel;

182
00:11:31,170 --> 00:11:35,070
Hij deed hen door de diepe wateren
gaan als door een woestijn.

183
00:11:35,070 --> 00:11:37,650
Hij verloste hen uit de hand van de hater,

184
00:11:37,650 --> 00:11:40,770
Hij bevrijdde hen uit
de hand van de vijand.

185
00:11:40,770 --> 00:11:45,330
Water bedolf hun tegenstanders,
niet één van hen bleef over.

186
00:11:45,330 --> 00:11:48,870
Daarmee worden de farao
en de Egyptenaren bedoeld.

187
00:11:48,870 --> 00:11:51,450
Dit is een herinnering aan de uittocht.

188
00:11:51,450 --> 00:11:55,050
Er staat dat Hij hen verloste
uit de hand van hun vijanden,

189
00:11:55,050 --> 00:11:57,210
van degenen die hen haatten.

190
00:11:57,210 --> 00:12:01,350
Dit idee van verlossing zou bij
de Joden in het Oude Testament

191
00:12:01,350 --> 00:12:04,350
dus meestal de uittocht
in gedachten roepen.

192
00:12:04,350 --> 00:12:09,210
Als je met de gemiddelde Jood, althans
vóór de Babylonische ballingschap,

193
00:12:09,210 --> 00:12:11,670
sprak over hoe God een Verlosser is,

194
00:12:11,670 --> 00:12:15,990
dan zouden ze daarbij niets anders
in gedachten hebben dan de uittocht.

195
00:12:15,990 --> 00:12:19,350
Later verloste God hen
natuurlijk uit Babylon.

196
00:12:19,350 --> 00:12:22,410
Daarom wordt de terugkeer van
de ballingen uit Babylon een

197
00:12:22,410 --> 00:12:24,270
ander beeld van verlossing.

198
00:12:24,270 --> 00:12:30,990
In Jesaja 43, vers 2 en 3, staat een
passage die naar mijn overtuiging in de

199
00:12:30,990 --> 00:12:35,310
eerste toepassing ervan zou worden
gezien als een beschrijving van God Die

200
00:12:35,310 --> 00:12:37,650
Israël uit Babylon verlost.

201
00:12:37,650 --> 00:12:43,650
Maar ook deze passage bevat woorden en
zinsneden die bedoeld zijn om een grotere,

202
00:12:43,650 --> 00:12:48,510
vollere verlossing over te brengen, die
uiteindelijk door de Messias zou komen.

203
00:12:48,510 --> 00:12:53,130
In Jesaja 43, vers 2 en 3, staat:

204
00:12:53,130 --> 00:12:58,290
Wanneer u zult gaan door het water,
Ik zal bij u zijn, door rivieren,

205
00:12:58,290 --> 00:13:00,150
zij zullen u niet overspoelen.

206
00:13:00,150 --> 00:13:03,450
Wanneer u door het vuur zult
gaan, zult u niet verbranden,

207
00:13:03,450 --> 00:13:05,550
geen vlam zal u aansteken.

208
00:13:05,550 --> 00:13:11,430
Want Ik ben de HEERE, uw God, de
Heilige van Israël, uw Heiland.

209
00:13:11,430 --> 00:13:16,290
Ik heb Egypte als losgeld voor u
gegeven, Cusj en Seba in uw plaats.

210
00:13:16,290 --> 00:13:21,510
Bedenk dat Israël door het water van de
Rode Zee trok om uit Egypte te ontsnappen,

211
00:13:21,510 --> 00:13:23,910
en dat het volk door de Jordaan trok.

212
00:13:23,910 --> 00:13:26,310
God legde ook de Jordaan voor hen droog,

213
00:13:26,310 --> 00:13:30,150
zodat ze vanuit de woestijn het
Beloofde Land konden binnengaan.

214
00:13:30,150 --> 00:13:32,790
Dit verwijst dus terug
naar die gebeurtenissen.

215
00:13:32,790 --> 00:13:36,390
Ik vraag me af, al zou ik dit
niet met zekerheid durven zeggen,

216
00:13:36,390 --> 00:13:39,450
of dit misschien voorafschaduwt
wat er met Sadrach,

217
00:13:39,450 --> 00:13:44,070
Mesach en Abednego gebeurde
toen zij in Babylon waren

218
00:13:44,070 --> 00:13:46,770
en in de vurige oven werden geworpen.

219
00:13:46,770 --> 00:13:50,130
Ze ontdekten dat het
vuur hen niet verbrandde.

220
00:13:50,130 --> 00:13:55,890
Sinds u kostbaar bent in Mijn ogen, bent
u verheerlijkt en heb Ík u liefgehad.

221
00:13:55,890 --> 00:14:01,050
Daarom heb Ik mensen gegeven in uw
plaats en volken in plaats van uw ziel.

222
00:14:01,050 --> 00:14:05,910
God heeft hen verlost, en bij de
uittocht gaf Hij Egypte als losprijs.

223
00:14:05,910 --> 00:14:10,890
Ik heb gezegd dat verlossing inhoudt dat
iets tegen een prijs wordt verworven.

224
00:14:10,890 --> 00:14:15,150
Welke prijs betaalde God om
Israël uit Egypte te krijgen?

225
00:14:15,150 --> 00:14:17,550
Egypte was de prijs die Hij betaalde.

226
00:14:17,550 --> 00:14:19,410
Hij vernietigde Egypte.

227
00:14:19,410 --> 00:14:23,010
Je zou kunnen zeggen: ‘Waarom
zou dat God iets kosten?’

228
00:14:23,010 --> 00:14:25,110
God houdt van alle mensen.

229
00:14:25,110 --> 00:14:28,170
God wil dat alle mensen Zijn volk zijn.

230
00:14:28,170 --> 00:14:33,090
Door het zaad van Abraham zouden alle
volken van de aarde gezegend worden.

231
00:14:33,090 --> 00:14:36,810
Dit was echter één volk
waarvan Hij Zich moest ontdoen.

232
00:14:36,810 --> 00:14:40,830
Hij had liever gehad dat Egypte
een godvruchtig volk was geweest,

233
00:14:40,830 --> 00:14:42,510
maar dat waren ze niet.

234
00:14:42,510 --> 00:14:46,050
Daarom liet Hij hen vallen
en schakelde Hij hen uit.

235
00:14:46,050 --> 00:14:49,890
Dat was de prijs die werd betaald
voor de verlossing van Israël

236
00:14:49,890 --> 00:14:51,270
uit hun slavernij daar.

237
00:14:51,270 --> 00:14:55,530
In hetzelfde hoofdstuk
staat in vers 16 en 17:

238
00:14:55,530 --> 00:15:01,110
Zo zegt de HEERE, Die een weg maakte in
de zee en een pad in machtige wateren,

239
00:15:01,110 --> 00:15:06,030
Die strijdwagens en paarden
deed uitrukken, leger en macht,

240
00:15:06,030 --> 00:15:11,130
zij liggen tezamen neer, zij zullen
niet meer opstaan, uitgedoofd zijn zij,

241
00:15:11,130 --> 00:15:13,350
uitgeblust als een vlaspit.

242
00:15:13,350 --> 00:15:18,030
Deze strijdwagens doen natuurlijk denken
aan de strijdwagens van de Egyptenaren die

243
00:15:18,030 --> 00:15:21,990
Israël volgden over het
drooggelegde pad door de Rode Zee.

244
00:15:21,990 --> 00:15:26,130
Maar ze bereikten de overkant niet,
omdat het water zich boven hen sloot,

245
00:15:26,130 --> 00:15:29,850
hen verdronk en hen
uitdoofde als een vlaspit.

246
00:15:29,850 --> 00:15:33,510
Hij herinnert hen dus aan
de uittocht, maar waarom?

247
00:15:33,510 --> 00:15:35,730
Waarom brengt Hij dit ter sprake?

248
00:15:35,730 --> 00:15:39,690
Hij brengt deze dingen ter sprake
om hen eraan te herinneren dat Hij

249
00:15:39,690 --> 00:15:41,190
de Verlosser is.

250
00:15:41,190 --> 00:15:44,850
Hij is Degene Die Israël
uit Egypte heeft verlost,

251
00:15:44,850 --> 00:15:48,390
en Hij is van plan hen op
een vergelijkbare manier uit

252
00:15:48,390 --> 00:15:50,070
Babylon te verlossen.

253
00:15:50,070 --> 00:15:54,270
Natuurlijk is de verlossing van Israël
uit Egypte een beeld van het behoud in

254
00:15:54,270 --> 00:15:55,950
het Nieuwe Testament.

255
00:15:55,950 --> 00:15:59,370
Zo is ook de verlossing uit
Babylon een beeld van het behoud in

256
00:15:59,370 --> 00:16:01,110
het Nieuwe Testament.

257
00:16:01,110 --> 00:16:05,670
In feite komen die twee in hun
betekenis sterk met elkaar overeen.

258
00:16:05,670 --> 00:16:08,670
Ook elders in de Schrift,
niet alleen in Jesaja,

259
00:16:08,670 --> 00:16:11,610
wordt over de terugkeer van
de ballingen uit Babylon

260
00:16:11,610 --> 00:16:16,710
gesproken als Gods verlossing van
Zijn volk, deze keer uit Babylon.

261
00:16:16,710 --> 00:16:20,610
Zoals Hij hen uit Egypte
verloste, zo verlost Hij hen ook

262
00:16:20,610 --> 00:16:22,950
uit de Babylonische ballingschap.

263
00:16:22,950 --> 00:16:25,410
Daarover gaat het in Psalm 107.

264
00:16:25,410 --> 00:16:30,630
Een psalmdichter, die waarschijnlijk na
de ballingschap schreef, zegt in vers 2:

265
00:16:30,630 --> 00:16:33,870
Laten zo spreken wie
de HEERE verlost heeft,

266
00:16:33,870 --> 00:16:37,290
die Hij verlost heeft uit de
hand van de tegenstanders,

267
00:16:37,290 --> 00:16:41,790
en die Hij uit de landen bijeengebracht
heeft, van het oosten en van het westen,

268
00:16:41,790 --> 00:16:44,250
van het noorden en van de zee.

269
00:16:44,250 --> 00:16:49,110
Dit verwijst niet naar de uittocht, want
heel het volk van God kwam uit één plaats,

270
00:16:49,110 --> 00:16:52,770
Egypte, dat vanuit Israël
gezien in het zuiden lag.

271
00:16:52,770 --> 00:16:57,330
Maar Hij verloste niemand uit het
oosten, het westen of het noorden.

272
00:16:57,330 --> 00:17:02,370
Dit is niet de verlossing van Gods
volk uit Egypte. Het is iets anders.

273
00:17:02,370 --> 00:17:06,270
Jeremia sprak er vaak over dat
God de Joden uit de Babylonische

274
00:17:06,270 --> 00:17:08,130
ballingschap zou verlossen.

275
00:17:08,130 --> 00:17:09,990
Jesaja deed dat ook.

276
00:17:09,990 --> 00:17:14,790
Zij spraken daarover als God Die Israël
terugbracht uit alle landen waarheen de

277
00:17:14,790 --> 00:17:16,650
Heere hen had verdreven.

278
00:17:16,650 --> 00:17:18,450
Waarom uit alle landen?

279
00:17:18,450 --> 00:17:22,230
Omdat Babylon in die tijd
niet slechts één land was.

280
00:17:22,230 --> 00:17:23,970
Babylon was een rijk.

281
00:17:23,970 --> 00:17:28,110
Het had zo ongeveer ieder klein
land in de omgeving ingelijfd.

282
00:17:28,110 --> 00:17:33,330
Het Babylonische Rijk bestond uit vele
landen onder één overkoepelend gezag.

283
00:17:33,330 --> 00:17:38,010
Als ze dus gevangenen meenamen, brachten
ze hen niet alleen terug naar Mesopotamië,

284
00:17:38,010 --> 00:17:39,810
naar de stad Babylon.

285
00:17:39,810 --> 00:17:42,990
Ze verspreidden hen over
alle landen in die streek.

286
00:17:42,990 --> 00:17:46,530
Daarom wordt de terugkeer van
de ballingen beschreven als God

287
00:17:46,530 --> 00:17:49,050
Die hen uit alle landen terugbrengt.

288
00:17:49,050 --> 00:17:53,430
Hier wordt gezegd dat de verlosten van de
Heere bijeengebracht zijn uit de landen,

289
00:17:53,430 --> 00:17:57,510
uit het oosten en het westen,
uit het noorden en van de zee.

290
00:17:57,510 --> 00:18:02,070
De gebruikte Engelse vertaling geeft
dat laatste weer als ‘uit het zuiden’.

291
00:18:02,070 --> 00:18:04,710
Ze zijn verlost uit de hand van de vijand.

292
00:18:04,710 --> 00:18:08,490
Dit idee van verlossing is dus
opnieuw een politieke redding,

293
00:18:08,490 --> 00:18:13,410
een grootschalige redding van het volk
van God uit nationale onderwerping.

294
00:18:13,410 --> 00:18:16,470
Maar beide gebeurtenissen in
de geschiedenis van Israël

295
00:18:16,470 --> 00:18:20,790
zijn een voorafschaduwing van de
verlossing van Gods volk door Christus.

296
00:18:20,790 --> 00:18:25,050
Dit wordt ook heel duidelijk naar
voren gebracht in het Nieuwe Testament.

297
00:18:25,050 --> 00:18:29,310
In Jesaja 48:17 zegt Jesaja:

298
00:18:29,310 --> 00:18:36,510
Zo zegt de HEERE, uw Verlosser, de Heilige
van Israël: Ik ben de HEERE, uw God,

299
00:18:36,510 --> 00:18:41,250
Die u leert wat nuttig is, Die u
leidt op de weg die u gaan moet.

300
00:18:41,250 --> 00:18:45,330
Sommigen weten misschien niet dat
wanneer je in het Engels het woord ‘LORD’

301
00:18:45,330 --> 00:18:50,070
geheel in hoofdletters ziet staan,
daar in het Hebreeuws de naam Yahweh

302
00:18:50,070 --> 00:18:52,950
achter die specifieke
Engelse weergave staat.

303
00:18:52,950 --> 00:18:58,770
Het woord ‘Lord’ in de Bijbel is niet
altijd een vertaling van het woord Yahweh.

304
00:18:58,770 --> 00:19:01,950
Soms is het een vertaling
van het woord Adonai.

305
00:19:01,950 --> 00:19:05,310
Maar wanneer het Adonai vertaalt,
wordt het in het Engels niet

306
00:19:05,310 --> 00:19:07,530
geheel in hoofdletters geschreven.

307
00:19:07,530 --> 00:19:10,890
Wanneer je ‘LORD’ geheel
in hoofdletters ziet,

308
00:19:10,890 --> 00:19:16,230
laten de vertalers je daarmee weten dat
ze niet Adonai vertalen, maar Yahweh.

309
00:19:16,230 --> 00:19:21,090
Dit is belangrijk, omdat Yahweh een
heel belangrijke Naam van God is.

310
00:19:21,090 --> 00:19:24,090
Wanneer die Naam in het Oude
Testament wordt vertaald,

311
00:19:24,090 --> 00:19:28,050
zal het woord ‘LORD’ meestal
geheel in hoofdletters staan.

312
00:19:28,050 --> 00:19:32,790
Maar hier in hoofdstuk
48, vers 17, zegt Hij:

313
00:19:32,790 --> 00:19:39,990
Zo zegt Jahweh, je Verlosser, de Heilige
van Israël: Ik ben Jahweh, je God,

314
00:19:39,990 --> 00:19:44,550
die je leert wat goed voor je is en
je leidt op de weg die je moet gaan.

315
00:19:44,550 --> 00:19:48,390
In deze context spreekt
Hij over Israël in Babylon,

316
00:19:48,390 --> 00:19:52,650
en Hij noemt Zichzelf hun Verlosser,
net zoals Hij hun Verlosser was

317
00:19:52,650 --> 00:19:55,350
toen ze bij de uittocht uit Egypte kwamen.

318
00:19:55,350 --> 00:19:59,130
Opnieuw verlost Hij hen
uit hun huidige situatie.

319
00:19:59,130 --> 00:20:04,230
Maar in deze passages kun je het idee
dat Hij hen uit Babylon terugbrengt

320
00:20:04,230 --> 00:20:08,250
nauwelijks scheiden van het idee
dat Jezus komt en ook ons redt.

321
00:20:08,250 --> 00:20:12,990
Want in de gedachten van de Heilige Geest,
en daarom in de gedachten van de profeet,

322
00:20:12,990 --> 00:20:16,710
zijn deze twee met elkaar verbonden
als een slot en een sleutel,

323
00:20:16,710 --> 00:20:18,630
als één mechanisme.

324
00:20:18,630 --> 00:20:23,850
Gods verlossing uit Babylon vormt dus één
geheel met Zijn verlossende werk in het

325
00:20:23,850 --> 00:20:28,710
algemeen, en natuurlijk bij uitstek
met Zijn verlossing door Christus.

326
00:20:28,710 --> 00:20:34,110
En zo verweeft de Heilige Geest deze
twee ideeën in veel passages met elkaar.

327
00:20:34,110 --> 00:20:40,230
In Jesaja 49, vers 24
tot en met 26, staat:

328
00:20:40,230 --> 00:20:43,890
Zou een machtig man zijn
buit ontnomen kunnen worden,

329
00:20:43,890 --> 00:20:47,490
of de gevangenen van een
rechtvaardige kunnen ontkomen?

330
00:20:47,490 --> 00:20:52,110
Maar zo zegt de HEERE: Ja, de
gevangenen van een machtig man

331
00:20:52,110 --> 00:20:57,270
zullen hem ontnomen worden, en de buit
van een geweldpleger zal ontkomen.

332
00:20:57,270 --> 00:21:01,530
Wie u ter verantwoording roepen,
zal Ík ter verantwoording roepen,

333
00:21:01,530 --> 00:21:04,230
uw kinderen zal Ík verlossen.

334
00:21:04,230 --> 00:21:08,610
Ik zal hen die u onderdrukken,
hun eigen vlees te eten geven,

335
00:21:08,610 --> 00:21:13,290
en van hun eigen bloed zullen zij
dronken worden als van jonge wijn.

336
00:21:13,290 --> 00:21:20,130
En alle vlees zal gewaarworden dat Ik,
de HEERE, uw Heiland ben, uw Verlosser,

337
00:21:20,130 --> 00:21:22,050
de Machtige van Jakob.

338
00:21:22,050 --> 00:21:24,870
In dit geval is de machtige Babylon.

339
00:21:24,870 --> 00:21:29,130
De gevangenen zijn Juda, de Joden,
die bevrijd zullen worden door

340
00:21:29,130 --> 00:21:30,390
toedoen van Kores.

341
00:21:30,390 --> 00:21:34,830
Hij zal hun toestaan te ontsnappen en
naar hun eigen land terug te keren.

342
00:21:34,830 --> 00:21:36,450
Dat is de context.

343
00:21:36,450 --> 00:21:38,790
Opnieuw het idee van verlossing:

344
00:21:38,790 --> 00:21:40,470
Ik ben je Verlosser.

345
00:21:40,470 --> 00:21:41,730
In welke zin?

346
00:21:41,730 --> 00:21:46,470
Want ik wil niet, broeders, dat u geen
weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet

347
00:21:46,470 --> 00:21:50,490
wijs zou zijn in eigen oog ), dat
er voor een deel verharding over

348
00:21:50,490 --> 00:21:55,410
Israël is gekomen, totdat de volheid
van de heidenen is binnengegaan.

349
00:21:55,410 --> 00:21:59,970
En zo zal heel Israël zalig
worden, zoals geschreven staat:

350
00:21:59,970 --> 00:22:05,610
De Verlosser zal uit Sion komen en zal
de goddeloosheden afwenden van Jakob.

351
00:22:05,610 --> 00:22:10,830
En dit is het verbond van Mij met hen,
wanneer Ik hun zonden zal wegnemen.

352
00:22:10,830 --> 00:22:14,730
Het idee van verlossing wordt dus
op sommige plaatsen verbonden met de

353
00:22:14,730 --> 00:22:18,630
uittocht, op andere plaatsen
met de bevrijding uit Babylon,

354
00:22:18,630 --> 00:22:22,290
en in sommige passages
worden die twee gecombineerd.

355
00:22:22,290 --> 00:22:28,290
In Jesaja 27:12 en 13 staat
bijvoorbeeld het volgende:

356
00:22:28,290 --> 00:22:33,210
Op die dag zal het gebeuren dat de HEERE
de aren zal uitkloppen vanaf de rivier

357
00:22:33,210 --> 00:22:38,910
tot aan de Beek van Egypte; en ú,
Israëlieten, zult worden opgeraapt,

358
00:22:38,910 --> 00:22:40,350
één voor één.

359
00:22:40,350 --> 00:22:43,470
De rivier hier zou de Eufraat zijn.

360
00:22:43,470 --> 00:22:47,070
En ‘van de Eufraat tot de beek
van Egypte’ is eigenlijk een

361
00:22:47,070 --> 00:22:50,130
verkorte aanduiding van
de grenzen van Israël.

362
00:22:50,130 --> 00:22:55,350
De Heere zal dorsen, wat betekent dat
Hij het graan van het kaf zal scheiden.

363
00:22:55,350 --> 00:23:00,450
Op die dag zal het gebeuren dat op
een grote bazuin geblazen zal worden.

364
00:23:00,450 --> 00:23:04,590
Dan zullen zij komen die verloren
waren in het land van Assyrië,

365
00:23:04,590 --> 00:23:07,470
die verdreven waren naar het land Egypte.

366
00:23:07,470 --> 00:23:11,430
En zij zullen zich voor de
HEERE neerbuigen op de heilige

367
00:23:11,430 --> 00:23:12,870
berg in Jeruzalem.

368
00:23:12,870 --> 00:23:17,610
In dit geval lijkt dit te verwijzen naar
het terugroepen van de Joden uit Babylon.

369
00:23:17,610 --> 00:23:22,650
Maar ik geloof ook dat hier iets van
het motief van de uittocht doorklinkt.

370
00:23:22,650 --> 00:23:28,830
In Jesaja 48 worden de twee volgens mij
samen genoemd of met elkaar vermengd.

371
00:23:28,830 --> 00:23:33,690
In Jesaja 48, vers 20 en 21, staat:

372
00:23:33,690 --> 00:23:37,230
Ga weg uit Babel, vlucht
weg van de Chaldeeën,

373
00:23:37,230 --> 00:23:42,630
verkondig met luide vreugdezang, laat dit
horen, draag het uit tot aan het einde der

374
00:23:42,630 --> 00:23:47,850
aarde, zeg: De HEERE heeft
Zijn knecht Jakob verlost.

375
00:23:47,850 --> 00:23:53,431
En: Zij leden geen dorst, toen Hij
hen leidde door de woeste plaatsen .

376
00:23:53,431 --> 00:23:56,610
Water uit een rots deed
Hij voor hen stromen.

377
00:23:56,610 --> 00:24:00,450
Toen Hij de rots kloofde,
stroomde het water eruit.

378
00:24:00,450 --> 00:24:02,370
Dat is tamelijk duidelijk.

379
00:24:02,370 --> 00:24:05,850
Deze laatste toespelingen
gaan duidelijk over dingen die

380
00:24:05,850 --> 00:24:09,390
na de uittocht met de
kinderen van Israël gebeurden.

381
00:24:09,390 --> 00:24:14,250
Ze waren in de woestijn en God liet
hen niet in de woestijn sterven.

382
00:24:14,250 --> 00:24:18,570
Hij voedde hen met manna en Hij
liet water uit de rots komen.

383
00:24:18,570 --> 00:24:22,890
Dit verwijst duidelijk terug naar
het boek Exodus en naar de uittocht

384
00:24:22,890 --> 00:24:24,630
en wat daarop volgde.

385
00:24:24,630 --> 00:24:26,910
En toch staat het in de context van:

386
00:24:26,910 --> 00:24:28,890
Vlucht uit Babylon.

387
00:24:28,890 --> 00:24:32,850
Het is duidelijk dat de twee
gebeurtenissen met elkaar vermengd worden.

388
00:24:32,850 --> 00:24:36,930
Over de ene wordt gesproken in
beelden die aan de andere doen denken.

389
00:24:36,930 --> 00:24:40,890
En nu komen we bij die passages
in Jesaja die daadwerkelijk

390
00:24:40,890 --> 00:24:43,770
spreken over Gods
verlossing van Zijn volk.

391
00:24:43,770 --> 00:24:46,230
Maar nu gaat het niet over Babylon.

392
00:24:46,230 --> 00:24:50,670
Of, als het daar wel over gaat, dan gaat
het slechts in zeer geringe mate over

393
00:24:50,670 --> 00:24:55,530
verlossing uit Babylon, maar hoofdzakelijk
over de verlossing in Christus.

394
00:24:55,530 --> 00:24:59,970
Als Babylon hier überhaupt in
beeld is, dan alleen als type.

395
00:24:59,970 --> 00:25:04,590
In Jesaja 59, vers 20 en 21, staat:

396
00:25:04,590 --> 00:25:09,990
En naar Sion zal een Verlosser komen voor
wie zich in Jakob van overtreding bekeren,

397
00:25:09,990 --> 00:25:11,490
spreekt de HEERE.

398
00:25:11,490 --> 00:25:18,030
Wat Mij betreft, dit is Mijn verbond
met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest,

399
00:25:18,030 --> 00:25:23,910
Die op U is, en Mijn woorden
die Ik U in de mond gelegd heb,

400
00:25:23,910 --> 00:25:29,310
zullen uit Uw mond niet wijken, ook
niet uit de mond van Uw nakomelingen,

401
00:25:29,310 --> 00:25:35,070
evenmin uit de mond van de nakomelingen
van Uw nakomelingen, zegt de HEERE,

402
00:25:35,070 --> 00:25:37,890
van nu aan tot in eeuwigheid.

403
00:25:37,890 --> 00:25:40,530
Daar heb je het thema van de verlossing.

404
00:25:40,530 --> 00:25:42,690
Wanneer God vervolgens zegt:

405
00:25:42,690 --> 00:25:49,230
Wat Mij betreft, dit is Mijn verbond
met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest,

406
00:25:49,230 --> 00:25:53,970
Die op U is, en Mijn woorden
die Ik U in de mond gelegd heb,

407
00:25:53,970 --> 00:25:58,890
zullen uit Uw mond niet wijken, ook
niet uit de mond van Uw nakomelingen,

408
00:25:58,890 --> 00:26:04,110
evenmin uit de mond van de nakomelingen
van Uw nakomelingen, zegt de HEERE,

409
00:26:04,110 --> 00:26:06,630
van nu aan tot in eeuwigheid.

410
00:26:06,630 --> 00:26:10,170
klinkt het bijna alsof Hij zegt
dat je ze niet zult uitspreken,

411
00:26:10,170 --> 00:26:11,910
maar dat is niet het beeld.

412
00:26:11,910 --> 00:26:16,950
Het is zoals wat God tegen Jozua
zei in hoofdstuk 1. Hij zegt:

413
00:26:16,950 --> 00:26:19,830
Dit wetboek mag niet wijken uit uw mond.

414
00:26:19,830 --> 00:26:23,490
waarmee Hij bedoelt dat die
altijd in je mond zal zijn.

415
00:26:23,490 --> 00:26:25,890
Die zal je mond nooit verlaten.

416
00:26:25,890 --> 00:26:28,110
Die zal daar altijd blijven.

417
00:26:28,110 --> 00:26:32,730
Het is een beeld dat ons vreemd lijkt,
maar het idee hier is dat er in vers

418
00:26:32,730 --> 00:26:36,030
21 sprake is van een nieuw
verbond van de Geest.

419
00:26:36,030 --> 00:26:40,890
De Geest wordt pas met Pinksteren gegeven,
en het verbond dat hier in beeld is,

420
00:26:40,890 --> 00:26:42,810
is natuurlijk het nieuwe verbond.

421
00:26:42,810 --> 00:26:47,310
Daarom heeft Paulus volkomen het recht om
vers 20 te citeren als een tekst die over

422
00:26:47,310 --> 00:26:48,330
het heden gaat.

423
00:26:48,330 --> 00:26:51,630
Veel mensen denken niet dat
hij het over het heden heeft.

424
00:26:51,630 --> 00:26:55,890
In Romeinen 11 zegt Paulus iets over
de manier waarop God Zijn belofte

425
00:26:55,890 --> 00:26:57,630
aan Israël vervult.

426
00:26:57,630 --> 00:27:00,930
De meeste leraren die ik
hoor, lijken te denken dat

427
00:27:00,930 --> 00:27:04,590
Paulus iets anders zegt dan
wat hij volgens mij zegt.

428
00:27:04,590 --> 00:27:08,190
Romeinen 11 is het afsluitende
deel van een bespreking die

429
00:27:08,190 --> 00:27:10,470
twee hoofdstukken eerder begint.

430
00:27:10,470 --> 00:27:15,330
Romeinen 9 tot en met 11 vormen
dus één ononderbroken bespreking

431
00:27:15,330 --> 00:27:17,010
van één onderwerp.

432
00:27:17,010 --> 00:27:19,470
Dat onderwerp wordt aan
het begin van hoofdstuk

433
00:27:19,470 --> 00:27:22,530
9 geïntroduceerd en betreft Israël.

434
00:27:22,530 --> 00:27:27,030
Paulus begint in de eerste vijf
verzen van Romeinen 9 door te zeggen:

435
00:27:27,030 --> 00:27:32,490
Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg
niet en mijn geweten getuigt mee door de

436
00:27:32,490 --> 00:27:36,630
Heilige Geest, dat het een grote
bron van droefheid voor mij is,

437
00:27:36,630 --> 00:27:39,090
en een voortdurende smart voor mijn hart.

438
00:27:39,090 --> 00:27:43,290
Want ik zou zelf wel wensen
vervloekt te zijn, weg van Christus,

439
00:27:43,290 --> 00:27:47,670
ten gunste van mijn broeders, mijn
verwanten wat het vlees betreft.

440
00:27:47,670 --> 00:27:52,530
Zij zijn immers Israëlieten; voor hen
geldt de aanneming tot kinderen en de

441
00:27:52,530 --> 00:27:57,570
heerlijkheid en de verbonden en de
wetgeving en de ere dienst en de beloften.

442
00:27:57,570 --> 00:28:02,370
Tot hen behoren de vaderen, en
uit hen is, wat het vlees betreft,

443
00:28:02,370 --> 00:28:09,030
de Christus voortgekomen , Die God is,
boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid.

444
00:28:09,030 --> 00:28:09,930
Amen!

445
00:28:09,930 --> 00:28:15,150
Het is duidelijk dat hij in de eerste vijf
verzen benadrukt dat zijn volk Israël,

446
00:28:15,150 --> 00:28:19,770
zijn eigen vlees en bloed, zijn
volksgenoten, niet behouden zijn.

447
00:28:19,770 --> 00:28:23,550
Maar Paulus beseft dat dit bij
zijn lezers een vraag oproept

448
00:28:23,550 --> 00:28:26,550
die bij ons misschien veel
minder snel zou opkomen.

449
00:28:26,550 --> 00:28:29,970
Wij leven aan het einde van
tweeduizend jaar kerkgeschiedenis,

450
00:28:29,970 --> 00:28:35,370
waarin we gewend zijn geraakt aan het idee
dat de meeste Joden geen christenen zijn.

451
00:28:35,370 --> 00:28:39,930
Het jodendom is een afzonderlijke
en concurrerende godsdienst.

452
00:28:39,930 --> 00:28:43,590
Daarom denken wij misschien niet
onmiddellijk zoals zijn lezers in die tijd

453
00:28:43,590 --> 00:28:46,350
zouden hebben gedacht: ‘Wacht eens even.

454
00:28:46,350 --> 00:28:48,510
Waarom zijn de Joden niet behouden?

455
00:28:48,510 --> 00:28:51,390
Is het niet vreemd dat
zij niet behouden zijn?’

456
00:28:51,390 --> 00:28:56,310
Voor ons is dat niet zo vreemd, omdat we
er na tweeduizend jaar aan gewend zijn.

457
00:28:56,310 --> 00:29:00,750
De meeste Joden zijn eenvoudigweg
geen volgelingen van Christus.

458
00:29:00,750 --> 00:29:05,670
Maar in de eerste eeuw leek het er sterk
op dat ze dat wel zouden moeten zijn,

459
00:29:05,670 --> 00:29:10,710
als Christus inderdaad de vervulling is
van de beloften die God aan Israël deed,

460
00:29:10,710 --> 00:29:14,370
namelijk dat Hij zou
komen en hen zou behouden.

461
00:29:14,370 --> 00:29:16,110
Waarom zijn ze niet behouden?

462
00:29:16,110 --> 00:29:19,410
Het lijkt erop dat ze dat
wel zouden moeten zijn.

463
00:29:19,410 --> 00:29:22,770
Had God niet gezegd dat
Israël behouden zou worden?

464
00:29:22,770 --> 00:29:26,850
Jesaja was zelfs degene die
dit het duidelijkst zei:

465
00:29:26,850 --> 00:29:32,010
Israël echter wordt door de HEERE
verlost: een eeuwige verlossing.

466
00:29:32,010 --> 00:29:37,350
U zult niet beschaamd en niet te schande
worden, voor eeuwig niet , nooit!

467
00:29:37,350 --> 00:29:40,350
Volgens mij staat dat in Jesaja 45.

468
00:29:40,350 --> 00:29:43,830
Ik geloof niet dat ik het hier
in mijn aantekeningen heb staan.

469
00:29:43,830 --> 00:29:48,510
We zullen het later tegenkomen
wanneer we Jesaja doornemen. Maar:

470
00:29:48,510 --> 00:29:51,270
Israël zal door de HEERE verlost worden.

471
00:29:51,270 --> 00:29:53,430
is daadwerkelijk de bewoording.

472
00:29:53,430 --> 00:29:57,510
Het komt uit Jesaja, ergens
in hoofdstuk veertig-zoveel.

473
00:29:57,510 --> 00:30:01,770
Ik dacht dat het hoofdstuk 42 was,
maar dat blijkt niet zo te zijn.

474
00:30:01,770 --> 00:30:05,850
Het punt is dat er in het Oude
Testament veel verwijzingen staan.

475
00:30:05,850 --> 00:30:10,050
Het hele thema van de messiaanse
bevrijder houdt beslist in dat

476
00:30:10,050 --> 00:30:12,990
Israël door de Messias
behouden zal worden.

477
00:30:12,990 --> 00:30:18,150
Het raadsel dat Paulus in Romeinen 9
opwerpt, is dat dit niet gebeurd is.

478
00:30:18,150 --> 00:30:20,370
De Joden zijn niet behouden.

479
00:30:20,370 --> 00:30:23,790
‘Ik zou mijn eigen behoud wel
willen opgeven als dat hen zou

480
00:30:23,790 --> 00:30:25,530
redden,’ zei Paulus.

481
00:30:25,530 --> 00:30:29,430
Dat is natuurlijk volkomen
hypothetisch. Dat kun je niet doen.

482
00:30:29,430 --> 00:30:33,210
Maar hij werpt het raadsel op
en beantwoordt het vervolgens.

483
00:30:33,210 --> 00:30:37,170
Christenen verschillen van mening
over de vraag hoe hij het beantwoordt.

484
00:30:37,170 --> 00:30:39,990
Sommige christenen denken
dat de vraag luidt:

485
00:30:39,990 --> 00:30:42,270
‘Waarom zijn de Joden niet behouden?

486
00:30:42,270 --> 00:30:45,330
Hoe komt het dat Israël niet behouden is?

487
00:30:45,330 --> 00:30:49,230
De Messias is gekomen, maar
Israël is niet behouden.

488
00:30:49,230 --> 00:30:51,150
Wat is daarvoor de verklaring?’

489
00:30:51,150 --> 00:30:54,390
De visie van de
bedelingenleer is deze: het is

490
00:30:54,390 --> 00:30:56,970
waar dat Israël nog niet behouden is.

491
00:30:56,970 --> 00:30:58,710
Dat is uitgesteld.

492
00:30:58,710 --> 00:31:02,250
Ooit, aan het einde van de wereld,
vlak voordat Jezus terugkomt,

493
00:31:02,250 --> 00:31:04,170
zullen zij behouden worden.

494
00:31:04,170 --> 00:31:08,130
Binnen de bedelingenleer is de
gedachte hierover dat Israël inderdaad

495
00:31:08,130 --> 00:31:09,810
niet behouden is.

496
00:31:09,810 --> 00:31:13,710
Gods beloften zijn nog niet
uitgekomen, maar wees geduldig.

497
00:31:13,710 --> 00:31:18,990
Ooit in de toekomst zal God Zijn belofte
aan Israël vervullen om hen te behouden.

498
00:31:18,990 --> 00:31:23,610
Uiteindelijk zal het volk Israël zich
tot Christus keren en behouden worden.

499
00:31:23,610 --> 00:31:27,090
Dat is hoe de bedelingenleer
het betoog van Paulus opvat.

500
00:31:27,090 --> 00:31:30,570
Het probleem is dat Paulus
niet op die manier redeneert.

501
00:31:30,570 --> 00:31:33,330
Hij redeneert in feite totaal anders.

502
00:31:33,330 --> 00:31:36,570
Hij zegt dat de beloften
aan Israël vervuld zijn.

503
00:31:36,570 --> 00:31:39,630
Hij zegt niet dat ze tot
later zijn uitgesteld.

504
00:31:39,630 --> 00:31:43,050
Hij zegt: ‘Je ziet het
niet op de juiste manier.

505
00:31:43,050 --> 00:31:47,310
Het is in feite niet zo dat het
Woord van God niet is uitgekomen.

506
00:31:47,310 --> 00:31:49,410
Het is wel uitgekomen.’

507
00:31:49,410 --> 00:31:53,970
Dit is zijn uitspraak in Romeinen 9:6:

508
00:31:53,970 --> 00:31:57,270
Ik zeg dit niet alsof het
Woord van God vervallen is,

509
00:31:57,270 --> 00:32:02,070
want niet allen die uit Israël
voortgekomen zijn, zijn Israël.

510
00:32:02,070 --> 00:32:05,310
Met het Woord van God bedoelt
hij de beloften die God

511
00:32:05,310 --> 00:32:07,650
deed om Israël te behouden.

512
00:32:07,650 --> 00:32:09,570
Zijn die niet uitgekomen?

513
00:32:09,570 --> 00:32:12,810
Jawel, ze zijn niet onvervuld gebleven.

514
00:32:12,810 --> 00:32:16,110
Het is niet zo dat Hij deze
belofte niet heeft vervuld.

515
00:32:16,110 --> 00:32:20,250
Paulus zegt dat Hij de belofte
in feite wel heeft vervuld.

516
00:32:20,250 --> 00:32:22,590
Maar vervolgens legt Paulus uit:

517
00:32:22,590 --> 00:32:27,030
Niet iedereen die van Israël
afstamt, hoort echt bij Israël.

518
00:32:27,030 --> 00:32:32,310
De vraag is dus: heeft God in het Oude
Testament niet beloofd dat de Messias

519
00:32:32,310 --> 00:32:34,170
Israël zou behouden?

520
00:32:34,170 --> 00:32:36,510
Waarom is Israël niet behouden?

521
00:32:36,510 --> 00:32:39,930
Paulus zegt dat Israël
wel behouden is, maar niet

522
00:32:39,930 --> 00:32:43,050
allen zijn Israël die uit Israël zijn.

523
00:32:43,050 --> 00:32:47,610
Als je naar de niet-behouden Joden kijkt
en zegt dat God er niet in geslaagd is

524
00:32:47,610 --> 00:32:50,370
Israël te behouden, maak je een fout.

525
00:32:50,370 --> 00:32:52,830
Je denkt dat zij Israël zijn.

526
00:32:52,830 --> 00:32:56,070
Niet allen die uit Israël, het volk, zijn,

527
00:32:56,070 --> 00:32:59,490
vormen het Israël over
wie God die beloften deed.

528
00:32:59,490 --> 00:33:04,230
Er is een overblijfsel, zoals Paulus
verderop in dit hele gedeelte betoogt.

529
00:33:04,230 --> 00:33:07,590
Het was het overblijfsel
dat behouden zou worden.

530
00:33:07,590 --> 00:33:12,990
Later in hetzelfde hoofdstuk, in
vers 27, waar hij Jesaja 10 citeert,

531
00:33:12,990 --> 00:33:15,390
zegt hij het zonder
enige dubbelzinnigheid.

532
00:33:15,390 --> 00:33:18,870
In Romeinen 9:27 zegt hij:

533
00:33:18,870 --> 00:33:24,270
En Jesaja roept over Israël uit: Al zou
het getal van de Israëlieten zijn als het

534
00:33:24,270 --> 00:33:28,470
zand van de zee, slechts het
overblijfsel zal behouden worden.

535
00:33:28,470 --> 00:33:33,810
Dus als het Oude Testament leert dat
Israël behouden zal worden, zegt Paulus:

536
00:33:33,810 --> 00:33:38,070
‘Ja, maar er staat ook dat alleen het
overblijfsel behouden zal worden.’

537
00:33:38,070 --> 00:33:42,090
Degenen die niet behouden zullen worden,
kunnen een menigte zijn als het zand

538
00:33:42,090 --> 00:33:43,290
aan de zee.

539
00:33:43,290 --> 00:33:48,150
De Joden, de kinderen van Israël die
niet behouden worden, zijn een menigte.

540
00:33:48,150 --> 00:33:52,290
Maar de belofte van behoud aan
Israël geldt alleen voor het

541
00:33:52,290 --> 00:33:55,530
overblijfsel van Israël
dat behouden zal worden.

542
00:33:55,530 --> 00:33:59,550
En Paulus zegt dat er inderdaad
tot op de dag van vandaag zo’n

543
00:33:59,550 --> 00:34:01,890
overblijfsel behouden is.

544
00:34:01,890 --> 00:34:06,390
Jezus is inderdaad gekomen en
heeft dat overblijfsel behouden.

545
00:34:06,390 --> 00:34:11,730
Je kunt Paulus dat zien zeggen in
hoofdstuk 11, waar hij in vers 1 zegt:

546
00:34:11,730 --> 00:34:16,710
Ik zeg dan: Heeft God Zijn
volk verstoten? Volstrekt niet!

547
00:34:16,710 --> 00:34:20,550
Ik ben immers ook een Israëliet,
uit het nageslacht van Abraham,

548
00:34:20,550 --> 00:34:22,350
van de stam Benjamin.

549
00:34:22,350 --> 00:34:27,150
God heeft Zijn volk, dat Hij van
tevoren kende, niet verstoten.

550
00:34:27,150 --> 00:34:30,570
Of weet u niet wat de Schrift
zegt in de geschiedenis van Elia,

551
00:34:30,570 --> 00:34:33,630
hoe hij God aanspreekt
over Israël en zegt:

552
00:34:33,630 --> 00:34:34,410
Hij zegt:

553
00:34:34,410 --> 00:34:39,990
Zeker niet! Ik ben zelf immers ook een
Israëliet, een nakomeling van Abraham,

554
00:34:39,990 --> 00:34:41,790
uit de stam Benjamin.

555
00:34:41,790 --> 00:34:46,230
God heeft zijn volk, dat Hij van
tevoren kende, niet verstoten.

556
00:34:46,230 --> 00:34:49,530
Het is verbazingwekkend hoe mensen
dit verkeerd kunnen begrijpen

557
00:34:49,530 --> 00:34:53,730
wanneer de woorden zo duidelijk en
ondubbelzinnig zijn als je je volgens mij

558
00:34:53,730 --> 00:34:55,050
maar zou kunnen wensen.

559
00:34:55,050 --> 00:34:57,930
De bedelingenleer neemt deze eerste vraag:

560
00:34:57,930 --> 00:35:00,150
Heeft God zijn volk verstoten?

561
00:35:00,150 --> 00:35:04,830
en dan zeggen ze: ‘Zie je wel, Paulus
bevestigt hier dat er een toekomst is voor

562
00:35:04,830 --> 00:35:07,650
Israël.’ Werkelijk? Doet hij dat?

563
00:35:07,650 --> 00:35:09,930
Heeft God Zijn volk verstoten?

564
00:35:09,930 --> 00:35:12,990
Zij denken dat Paulus bedoelt: voorgoed.

565
00:35:12,990 --> 00:35:15,630
Heeft God hen voorgoed verstoten?

566
00:35:15,630 --> 00:35:18,630
Nee, Hij heeft later
nog iets met hen voor.

567
00:35:18,630 --> 00:35:20,850
Dat is wat de bedelingenleer doet.

568
00:35:20,850 --> 00:35:25,470
Aanhangers van de bedelingenleer nemen
de hele uiteenzetting van Romeinen 9

569
00:35:25,470 --> 00:35:31,110
tot en met 11 en maken er iets anders
van dan het werkelijke betoog van Paulus.

570
00:35:31,110 --> 00:35:35,490
Het betoog van Paulus in
Romeinen 9 tot en met 11 is:

571
00:35:35,490 --> 00:35:39,330
God heeft beloofd Israël
door de Messias te behouden,

572
00:35:39,330 --> 00:35:41,790
en Hij heeft Zijn belofte vervuld.

573
00:35:41,790 --> 00:35:44,370
Maar Hij bedoelde alleen het overblijfsel.

574
00:35:44,370 --> 00:35:48,270
Hij heeft nooit het hele
volk bedoeld. Jesaja zei:

575
00:35:48,270 --> 00:35:53,670
En Jesaja roept over Israël uit: Al zou
het getal van de Israëlieten zijn als het

576
00:35:53,670 --> 00:35:58,170
zand van de zee, slechts het
overblijfsel zal behouden worden.

577
00:35:58,170 --> 00:36:00,330
Zo moeten we Israël verstaan.

578
00:36:00,330 --> 00:36:03,330
Ik zeg dit niet alsof het
Woord van God vervallen is,

579
00:36:03,330 --> 00:36:07,950
want niet allen die uit Israël
voortgekomen zijn, zijn Israël.

580
00:36:07,950 --> 00:36:11,310
namelijk degenen die God
beloofd heeft te behouden.

581
00:36:11,310 --> 00:36:16,830
Binnen Israël is er een overblijfsel dat
tot op de dag van vandaag behouden is.

582
00:36:16,830 --> 00:36:20,190
Daarom zijn Zijn woorden
niet onvervuld gebleven.

583
00:36:20,190 --> 00:36:23,610
Paulus verwijst hier nergens
naar uitstel van de vervulling,

584
00:36:23,610 --> 00:36:27,330
naar een vervulling die voorlopig
is uitgebleven maar die later,

585
00:36:27,330 --> 00:36:30,570
in de eindtijd, alsnog zal plaatsvinden.

586
00:36:30,570 --> 00:36:33,270
Paulus spreekt niet over eschatologie.

587
00:36:33,270 --> 00:36:35,850
Hij spreekt over Israëlologie.

588
00:36:35,850 --> 00:36:40,770
Hij onderwijst de leer over Israël,
niet de leer over de toekomst.

589
00:36:40,770 --> 00:36:45,090
De leer over Israël is dat
Israël niet alle Joden betekent.

590
00:36:45,090 --> 00:36:47,670
Israël betekent het trouwe overblijfsel.

591
00:36:47,670 --> 00:36:52,170
Heeft God beloofd dat overblijfsel
te behouden? Dat heeft Hij.

592
00:36:52,170 --> 00:36:55,410
Heeft Hij dat gedaan? Dat heeft Hij.

593
00:36:55,410 --> 00:36:59,490
Wie denk je dat die mensen op de
Pinksterdag waren, die drieduizend?

594
00:36:59,490 --> 00:37:02,190
Zij waren het overblijfsel van Israël.

595
00:37:02,190 --> 00:37:06,210
En toen het Evangelie lange tijd
uitsluitend in Israël verkondigd bleef

596
00:37:06,210 --> 00:37:10,890
worden, werd zo ook het overblijfsel
van Israël bijeengebracht.

597
00:37:10,890 --> 00:37:12,570
God heeft hen behouden.

598
00:37:12,570 --> 00:37:16,290
De Messias heeft Israël
behouden, het overblijfsel.

599
00:37:16,290 --> 00:37:20,190
Alleen heeft Hij nu enkele
heidenen aan hun aantal toegevoegd.

600
00:37:20,190 --> 00:37:24,930
Later in Romeinen 11 maakt hij dit
duidelijk met het beeld van de olijfboom.

601
00:37:24,930 --> 00:37:27,330
De olijfboom is Israël.

602
00:37:27,330 --> 00:37:30,870
Sommige Joden horen daar
vanwege hun ongeloof niet bij.

603
00:37:30,870 --> 00:37:32,610
Ze zijn afgebroken.

604
00:37:32,610 --> 00:37:35,250
Ze maken geen deel uit van Israël.

605
00:37:35,250 --> 00:37:38,910
Maar heidenen die wel geloven,
zijn eraan toegevoegd.

606
00:37:38,910 --> 00:37:43,530
Israël bestaat nu dus uit gelovige
Joden en gelovige heidenen,

607
00:37:43,530 --> 00:37:48,210
oftewel wat wij natuurlijk de
gemeente zouden noemen. Dat is Israël.

608
00:37:48,210 --> 00:37:54,510
Maar in Romeinen 11:1 zegt Paulus niet:
‘Heeft God Zijn volk voorgoed verstoten?

609
00:37:54,510 --> 00:37:56,610
Zeker niet.’ Hij zegt:

610
00:37:56,610 --> 00:38:01,650
Ik zeg dan: Heeft God Zijn
volk verstoten? Volstrekt niet!

611
00:38:01,650 --> 00:38:05,610
Ik ben immers ook een Israëliet,
uit het nageslacht van Abraham,

612
00:38:05,610 --> 00:38:07,470
van de stam Benjamin.

613
00:38:07,470 --> 00:38:11,310
Nee, Hij heeft Zijn volk zelfs
niet tijdelijk verstoten.

614
00:38:11,310 --> 00:38:15,030
Zijn antwoord in vers
2 van Romeinen 11 is:

615
00:38:15,030 --> 00:38:19,650
God heeft Zijn volk, dat Hij van
tevoren kende, niet verstoten.

616
00:38:19,650 --> 00:38:23,010
Of weet u niet wat de Schrift
zegt in de geschiedenis van Elia,

617
00:38:23,010 --> 00:38:26,310
hoe hij God aanspreekt
over Israël en zegt:

618
00:38:26,310 --> 00:38:30,690
Dat ‘die Hij van tevoren gekend heeft’
is een belangrijke kwalificatie.

619
00:38:30,690 --> 00:38:34,050
Paulus heeft die formulering
in hoofdstuk 8 gebruikt.

620
00:38:34,050 --> 00:38:37,110
In Romeinen 8:29 staat:

621
00:38:37,110 --> 00:38:39,930
Want hen die Hij van tevoren gekend heeft,

622
00:38:39,930 --> 00:38:44,190
heeft Hij er ook van tevoren toe
bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon

623
00:38:44,190 --> 00:38:48,210
gelijkvormig te zijn, opdat
Hij de Eerstgeborene zou zijn

624
00:38:48,210 --> 00:38:49,830
onder vele broeders.

625
00:38:49,830 --> 00:38:54,570
En hen die Hij er van tevoren toe bestemd
heeft, die heeft Hij ook geroepen,

626
00:38:54,570 --> 00:38:58,830
en hen die Hij geroepen heeft,
die heeft Hij ook gerechtvaardigd,

627
00:38:58,830 --> 00:39:03,450
en hen die Hij gerechtvaardigd heeft,
die heeft Hij ook verheerlijkt.

628
00:39:03,450 --> 00:39:06,330
Met andere woorden: de christenen.

629
00:39:06,330 --> 00:39:10,530
De christenen zijn degenen die
God van tevoren gekend heeft.

630
00:39:10,530 --> 00:39:11,730
Paulus zegt:

631
00:39:11,730 --> 00:39:14,250
Heeft God Zijn volk afgewezen?

632
00:39:14,250 --> 00:39:17,550
Misschien denk je dat Zijn
volk het volk Israël is.

633
00:39:17,550 --> 00:39:22,290
Nee, Zijn volk bestaat uit degenen
die Hij van tevoren gekend heeft.

634
00:39:22,290 --> 00:39:28,230
De gelovigen binnen Israël en buiten het
nationale Israël zijn het ware Israël.

635
00:39:28,230 --> 00:39:32,730
God heeft Zijn gelovigen nooit
verstoten, zelfs niet tijdelijk.

636
00:39:32,730 --> 00:39:35,070
Zoiets heeft Hij helemaal niet gedaan.

637
00:39:35,070 --> 00:39:37,950
Kijk naar wat hij aan het
einde van vers 1 zegt:

638
00:39:37,950 --> 00:39:39,390
Ik ben een Jood.

639
00:39:39,390 --> 00:39:42,390
Wat heeft dat er nu mee te maken? Alles.

640
00:39:42,390 --> 00:39:44,910
Het is het volledige antwoord op de vraag:

641
00:39:44,910 --> 00:39:49,950
Ik zeg dan: Heeft God Zijn
volk verstoten? Volstrekt niet!

642
00:39:49,950 --> 00:39:53,790
Ik ben immers ook een Israëliet,
uit het nageslacht van Abraham,

643
00:39:53,790 --> 00:39:55,650
van de stam Benjamin.

644
00:39:55,650 --> 00:39:58,290
Heeft God alle Joden verstoten?

645
00:39:58,290 --> 00:40:01,710
Nee, niet degenen die Hij
van tevoren gekend heeft.

646
00:40:01,710 --> 00:40:03,210
‘Ik ben een voorbeeld.

647
00:40:03,210 --> 00:40:06,270
Ik ben een Jood en Hij
heeft mij niet verstoten.’

648
00:40:06,270 --> 00:40:11,550
Stel dat Paulus inderdaad onderwijst
dat God het volk Israël heeft verstoten,

649
00:40:11,550 --> 00:40:13,830
maar het later weer zal aannemen.

650
00:40:13,830 --> 00:40:16,590
Hoe kan zijn uitspraak ‘Ik ben een Jood,

651
00:40:16,590 --> 00:40:20,550
ik behoor tot Israël’ dat
betoog dan ondersteunen?

652
00:40:20,550 --> 00:40:24,750
Als de leer van Paulus was:
‘God heeft Israël verstoten,

653
00:40:24,750 --> 00:40:27,150
maar zal hen in de
toekomst binnenbrengen,’

654
00:40:27,150 --> 00:40:30,570
wat heeft het feit dat hij een
Jood is daar dan mee te maken?

655
00:40:30,570 --> 00:40:35,610
Maar als Paulus zegt: ‘God heeft de
uitverkorenen van Israël behouden,

656
00:40:35,610 --> 00:40:40,050
en ik ben daar een voorbeeld van,’
dan onderbouwt dat zijn punt.

657
00:40:40,050 --> 00:40:43,410
Zijn punt heeft niets te maken met
het uitstellen van de beloften,

658
00:40:43,410 --> 00:40:46,290
die later in de toekomst
vervuld zouden worden.

659
00:40:46,290 --> 00:40:51,030
Het heeft te maken met het feit dat God
Zijn beloften in Christus heeft vervuld.

660
00:40:51,030 --> 00:40:55,410
Hij heeft alles gedaan wat Hij
zei dat Hij voor Israël zou doen.

661
00:40:55,410 --> 00:40:59,550
Natuurlijk moeten we begrijpen dat
Israël het overblijfsel betekent.

662
00:40:59,550 --> 00:41:02,490
Paulus zegt: ‘Ik ben een van hen.’

663
00:41:02,490 --> 00:41:04,890
Hij zegt vervolgens in vers 2:

664
00:41:04,890 --> 00:41:09,630
God heeft Zijn volk, dat Hij van
tevoren kende, niet verstoten.

665
00:41:09,630 --> 00:41:12,930
Of weet u niet wat de Schrift
zegt in de geschiedenis van Elia,

666
00:41:12,930 --> 00:41:17,310
hoe hij God aanspreekt
over Israël en zegt: Heere,

667
00:41:17,310 --> 00:41:21,270
Uw profeten hebben zij gedood
en Uw altaren afgebroken,

668
00:41:21,270 --> 00:41:23,610
en ik ben alleen overgebleven.

669
00:41:23,610 --> 00:41:25,890
Ook staan zij mij naar het leven.

670
00:41:25,890 --> 00:41:28,770
Maar wat zegt het Goddelijk
antwoord tegen hem?

671
00:41:28,770 --> 00:41:32,070
Ik heb voor Mijzelf nog
zevenduizend mannen overgelaten,

672
00:41:32,070 --> 00:41:35,970
die de knie voor het beeld
van Baäl niet gebogen hebben.

673
00:41:35,970 --> 00:41:37,170
Vers 5:

674
00:41:37,170 --> 00:41:41,430
Zo is er dan ook in deze tegenwoordige
tijd een overblijfsel ontstaan,

675
00:41:41,430 --> 00:41:43,830
overeenkomstig de
verkiezing van de genade.

676
00:41:43,830 --> 00:41:48,270
Dat is Paulus’ antwoord op de vraag:
‘Waarom zijn de Joden niet behouden?’

677
00:41:48,270 --> 00:41:50,250
Hij zegt dat ze dat wel zijn.

678
00:41:50,250 --> 00:41:54,330
Er is een overblijfsel, niet in
de toekomst, maar op dit moment.

679
00:41:54,330 --> 00:41:57,030
Paulus heeft het niet over eschatologie.

680
00:41:57,030 --> 00:41:59,130
Hij heeft het over dit moment.

681
00:41:59,130 --> 00:42:03,630
Hij zegt dat God niet heeft
nagelaten Zijn belofte te vervullen.

682
00:42:03,630 --> 00:42:07,590
Je moet Israël opnieuw definiëren
als je wilt begrijpen wat er met

683
00:42:07,590 --> 00:42:09,150
Israël wordt bedoeld.

684
00:42:09,150 --> 00:42:11,550
Het zijn niet allen die uit Israël zijn.

685
00:42:11,550 --> 00:42:14,370
Het is het overblijfsel in Israël.

686
00:42:14,370 --> 00:42:19,770
En op dit moment, niet later, heeft God
een overblijfsel voor Zichzelf bewaard,

687
00:42:19,770 --> 00:42:22,590
net zoals Hij dat in
de tijd van Elia deed.

688
00:42:22,590 --> 00:42:25,590
En Paulus zegt: ‘Ik ben een van hen.’

689
00:42:25,590 --> 00:42:27,990
Daarmee is de zaak afgedaan.

690
00:42:27,990 --> 00:42:30,210
God heeft Zijn belofte vervuld.

691
00:42:30,210 --> 00:42:32,970
Dan geeft hij het
voorbeeld van de olijfboom.

692
00:42:32,970 --> 00:42:39,090
Aan het einde van het voorbeeld van de
olijfboom zegt hij dit in Romeinen 11:25:

693
00:42:39,090 --> 00:42:43,290
Want ik wil niet, broeders, dat u
geen weet hebt van dit geheimenis

694
00:42:43,290 --> 00:42:45,751
(opdat u niet wijs zou
zijn in eigen oog ),

695
00:42:45,751 --> 00:42:48,870
dat er voor een deel verharding
over Israël is gekomen,

696
00:42:48,870 --> 00:42:51,930
totdat de volheid van de
heidenen is binnengegaan.

697
00:42:51,930 --> 00:42:56,070
En zo zal heel Israël zalig
worden, zoals geschreven staat:

698
00:42:56,070 --> 00:43:01,890
De Verlosser zal uit Sion komen en zal
de goddeloosheden afwenden van Jakob.

699
00:43:01,890 --> 00:43:06,450
En dit is het verbond van Mij met hen,
wanneer Ik hun zonden zal wegnemen.

700
00:43:06,450 --> 00:43:09,630
Dit is duidelijk het citaat
uit het vers in Jesaja

701
00:43:09,630 --> 00:43:13,410
dat voor ons de springplank vormde
om bij Romeinen uit te komen.

702
00:43:13,410 --> 00:43:21,510
Paulus citeert dit vers uit Jesaja
59:20–21 en zegt dat dit een vers is

703
00:43:21,510 --> 00:43:27,750
dat voorspelt waar hij het in vers
25 en 26 over heeft. Wat is dat?

704
00:43:27,750 --> 00:43:31,770
Ook daar hebben we weer een verschil
tussen de aanhangers van de bedelingenleer

705
00:43:31,770 --> 00:43:35,070
en degenen die de
bedelingenleer niet aanhangen.

706
00:43:35,070 --> 00:43:37,710
Want de aanhanger van
de bedelingenleer heeft

707
00:43:37,710 --> 00:43:40,890
besloten dat het behoud van
Israël in de toekomst ligt,

708
00:43:40,890 --> 00:43:45,690
dat God Israël niet heeft behouden
en dat God dit heeft uitgesteld.

709
00:43:45,690 --> 00:43:50,850
De dag zal komen waarop de natie Israël
behouden zal worden, dat wil zeggen:

710
00:43:50,850 --> 00:43:53,310
degenen die uit Israël zijn.

711
00:43:53,310 --> 00:43:58,410
Met dat als hun vooronderstelling
lezen ze vers 25 op deze manier.

712
00:43:58,410 --> 00:44:01,470
Kijk maar of dat is wat
Paulus heeft geschreven.

713
00:44:01,470 --> 00:44:03,150
Ze lezen het als volgt:

714
00:44:03,150 --> 00:44:06,750
Want ik wil niet, broeders, dat
jullie niets weten van dit geheim

715
00:44:06,750 --> 00:44:11,850
en daardoor eigendunkelijk worden: een
deel van Israël is tijdelijk verhard,

716
00:44:11,850 --> 00:44:15,270
totdat het volledige aantal
niet-Joden is binnengekomen,

717
00:44:15,270 --> 00:44:18,030
en dan zal heel Israël worden gered.

718
00:44:18,030 --> 00:44:21,570
Zo heb ik geleerd deze
twee verzen te lezen. Niet:

719
00:44:21,570 --> 00:44:25,950
een gedeeltelijke verharding, maar
‘tijdelijke verharding’. Niet:

720
00:44:25,950 --> 00:44:31,230
zo zal heel Israël worden gered, maar
‘dan zal heel Israël behouden worden’.

721
00:44:31,230 --> 00:44:33,570
Je merkt dat deze verzen worden gelezen

722
00:44:33,570 --> 00:44:36,870
alsof ze een chronologie
van gebeurtenissen geven.

723
00:44:36,870 --> 00:44:41,250
Er is een tijdelijke situatie
ontstaan, maar die duurt niet eeuwig.

724
00:44:41,250 --> 00:44:45,630
Zodra de heidenen zijn binnengekomen,
zal Israël behouden worden.

725
00:44:45,630 --> 00:44:49,470
Zo worden deze verzen tegenwoordig
door de overgrote meerderheid van

726
00:44:49,470 --> 00:44:51,390
de predikers onderwezen.

727
00:44:51,390 --> 00:44:53,010
Maar is dat wat er staat?

728
00:44:53,010 --> 00:44:55,350
Paulus zegt niets over tijdelijk.

729
00:44:55,350 --> 00:44:59,070
Er wordt niet gezegd dat de
verharding van Israël tijdelijk is.

730
00:44:59,070 --> 00:45:02,430
Hij zei dat het een
gedeeltelijke verharding is.

731
00:45:02,430 --> 00:45:05,010
Maar wat betekent ‘gedeeltelijk’?

732
00:45:05,010 --> 00:45:09,210
Het betekent dat een deel van
de natie Israël verhard was.

733
00:45:09,210 --> 00:45:10,770
Het andere deel niet.

734
00:45:10,770 --> 00:45:13,170
Hij zegt niet dat degenen
die verhard waren,

735
00:45:13,170 --> 00:45:16,050
op een dag niet langer
verhard zullen zijn.

736
00:45:16,050 --> 00:45:19,830
Paulus heeft het tenslotte over
situaties in zijn eigen tijd.

737
00:45:19,830 --> 00:45:25,710
Veel van de Joden die in zijn tijd verhard
waren, zijn in die verharding gestorven.

738
00:45:25,710 --> 00:45:29,910
Hun verharding zal niet worden
weggenomen. Ze zijn dood.

739
00:45:29,910 --> 00:45:32,250
Hij spreekt niet eschatologisch.

740
00:45:32,250 --> 00:45:38,190
Hij maakt dit punt eigenlijk al eerder, in
vers 7 van hetzelfde hoofdstuk. Hij zegt:

741
00:45:38,190 --> 00:45:42,270
Wat dan? Wat Israël zoekt,
dat heeft het niet verkregen,

742
00:45:42,270 --> 00:45:46,890
maar het uitverkoren deel heeft het
verkregen en de anderen zijn verhard,

743
00:45:46,890 --> 00:45:49,530
Daarmee bedoelt hij de natie Israël.

744
00:45:49,530 --> 00:45:52,170
Dat wil zeggen: het overblijfsel.

745
00:45:52,170 --> 00:45:54,690
Hij heeft het niet over iets toekomstigs.

746
00:45:54,690 --> 00:45:57,870
Hij zegt dat de zaken er zo voorstaan.

747
00:45:57,870 --> 00:46:00,150
Er is de natie Israël.

748
00:46:00,150 --> 00:46:05,490
De uitverkorenen binnen de natie hebben
het behoud verkregen. De rest niet.

749
00:46:05,490 --> 00:46:06,990
Zij werden verhard.

750
00:46:06,990 --> 00:46:09,930
Dus wanneer hij in vers 25 zegt:

751
00:46:09,930 --> 00:46:15,090
Want ik wil niet, broeders, dat u geen
weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet

752
00:46:15,090 --> 00:46:19,170
wijs zou zijn in eigen oog ), dat
er voor een deel verharding over

753
00:46:19,170 --> 00:46:23,430
Israël is gekomen, totdat de volheid
van de heidenen is binnengegaan.

754
00:46:23,430 --> 00:46:28,410
betekent dit dat een deel van hen
verhard was en een deel van hen niet.

755
00:46:28,410 --> 00:46:30,630
Er ligt geen verandering in besloten.

756
00:46:30,630 --> 00:46:34,950
Maar je zou kunnen denken dat er wel een
verandering in besloten ligt wanneer hij

757
00:46:34,950 --> 00:46:40,650
‘totdat’ zegt, want ‘totdat’ klinkt alsof
dit misschien een tijdelijke situatie is.

758
00:46:40,650 --> 00:46:42,570
Maar dat is niet altijd zo.

759
00:46:42,570 --> 00:46:47,070
‘Totdat’ betekent dat dit tot een
bepaald eindpunt zal voortduren.

760
00:46:47,070 --> 00:46:48,690
Wat is dat eindpunt?

761
00:46:48,690 --> 00:46:53,370
Wanneer de volheid van de heidenen zal
zijn binnengekomen. Wanneer is dat?

762
00:46:53,370 --> 00:46:56,910
Voor zover wij weten, is
dat wanneer Jezus terugkomt.

763
00:46:56,910 --> 00:47:00,450
Dat wil zeggen: zodra de
laatste heiden behouden is,

764
00:47:00,450 --> 00:47:04,050
en Jezus op dat moment
terugkomt, is dat het einde.

765
00:47:04,050 --> 00:47:08,190
Het betekent niet dat de situatie met
de natie Israël noodzakelijkerwijs zal

766
00:47:08,190 --> 00:47:12,030
veranderen, maar dat die helemaal
tot het einde zal voortduren.

767
00:47:12,030 --> 00:47:14,430
Het is een permanente situatie.

768
00:47:14,430 --> 00:47:16,110
Wat doet God intussen?

769
00:47:16,110 --> 00:47:20,250
Hij brengt de heidenen binnen —
en trouwens ook sommige Joden.

770
00:47:20,250 --> 00:47:24,390
Op dit moment worden er in Israël
voortdurend Joden behouden.

771
00:47:24,390 --> 00:47:27,510
Iedere dag worden er Joden
tot Christus bekeerd.

772
00:47:27,510 --> 00:47:30,750
En in Amerika zijn er veel
Joden die bekeerd zijn.

773
00:47:30,750 --> 00:47:35,730
Maar over het algemeen is een deel van de
natie tot op de dag van vandaag verhard

774
00:47:35,730 --> 00:47:39,150
en zal dat, voor zover
wij weten, zo blijven.

775
00:47:39,150 --> 00:47:43,350
Sinds de tijd van Paulus zijn er
vijftig generaties Joden geweest.

776
00:47:43,350 --> 00:47:47,550
De meesten die verhard waren,
zijn in die verharding gestorven.

777
00:47:47,550 --> 00:47:51,270
Voor hen is dit geen tijdelijke
verharding. Ze is permanent.

778
00:47:51,270 --> 00:47:56,370
Maar Paulus zegt dat deze toestand,
waarin de natie gedeeltelijk verhard is,

779
00:47:56,370 --> 00:48:01,350
voortduurt terwijl God bezig is de
volheid van de heidenen binnen te brengen.

780
00:48:01,350 --> 00:48:03,150
Vers 26 zegt:

781
00:48:03,150 --> 00:48:06,930
En zo zal heel Israël zalig
worden, zoals geschreven staat:

782
00:48:06,930 --> 00:48:12,390
De Verlosser zal uit Sion komen en zal
de goddeloosheden afwenden van Jakob.

783
00:48:12,390 --> 00:48:13,590
Hij zegt niet:

784
00:48:13,590 --> 00:48:16,890
En dan, alsof dit een
latere ontwikkeling is:

785
00:48:16,890 --> 00:48:19,410
Heel Israël zal worden gered.

786
00:48:19,410 --> 00:48:23,010
Alsof God, zodra de
heidenen zijn binnengekomen,

787
00:48:23,010 --> 00:48:27,630
daarna de Joden gaat behouden zoals Hij
in het Oude Testament beloofd heeft.

788
00:48:27,630 --> 00:48:29,850
Nee, hij zegt niet „then”.

789
00:48:29,850 --> 00:48:32,010
Hij zegt „so”.

790
00:48:32,010 --> 00:48:36,750
Het Griekse woord betekent
„aldus”, of „op deze manier”.

791
00:48:36,750 --> 00:48:39,210
Zelfs in het Engels betekent het dat.

792
00:48:39,210 --> 00:48:42,570
„So” betekent „op deze manier”.

793
00:48:42,570 --> 00:48:46,650
Op deze manier zal heel
Israël behouden worden.

794
00:48:46,650 --> 00:48:49,470
Wat betekent dat? Op welke manier?

795
00:48:49,470 --> 00:48:52,830
Hij vat samen wat hij in de
voorgaande verzen heeft gezegd.

796
00:48:52,830 --> 00:48:55,950
Wat zei hij vóór vers 25?

797
00:48:55,950 --> 00:49:00,270
Hij zei dat er die olijfboom
is die Israël heet.

798
00:49:00,270 --> 00:49:03,930
Sommige takken zijn
afgebroken vanwege ongeloof.

799
00:49:03,930 --> 00:49:09,510
Andere takken, die heidenen zijn, zijn
er nu aan toegevoegd vanwege hun geloof.

800
00:49:09,510 --> 00:49:14,730
Op deze manier behoudt God heel
Israël, niet alleen het Joodse deel,

801
00:49:14,730 --> 00:49:17,190
maar ook het heidense deel.

802
00:49:17,190 --> 00:49:19,770
Dat de volheid van de heidenen binnenkomt,

803
00:49:19,770 --> 00:49:24,510
maakt deel uit van het proces
waardoor heel Israël behouden wordt.

804
00:49:24,510 --> 00:49:29,850
Want die volheid van de heidenen die
binnenkomt, wordt ook op Israël geënt.

805
00:49:29,850 --> 00:49:35,070
Op die manier vervult God de belofte
dat Israël behouden zal worden.

806
00:49:35,070 --> 00:49:36,810
Het is alleen niet Joods.

807
00:49:36,810 --> 00:49:38,670
Het is multinationaal.

808
00:49:38,670 --> 00:49:42,990
Het zaad van Abraham zal elk
geslacht op aarde zegenen.

809
00:49:42,990 --> 00:49:45,750
Alle volken zullen in hem gezegend worden.

810
00:49:45,750 --> 00:49:49,470
De kinderen van Abraham
zijn niet uitsluitend Joods.

811
00:49:49,470 --> 00:49:52,110
Paulus zei in Galaten hoofdstuk 3:

812
00:49:52,110 --> 00:49:56,670
Begrijp dan toch dat zij die uit het
geloof zijn, Abrahams kinderen zijn.

813
00:49:56,670 --> 00:49:58,890
Ik ben uit het geloof.

814
00:49:58,890 --> 00:50:04,950
In Galaten, volgens mij is het
hoofdstuk 3, vers 28, zegt Paulus:

815
00:50:04,950 --> 00:50:08,250
Daarbij is het niet van belang
dat men Jood is of Griek;

816
00:50:08,250 --> 00:50:11,610
daarbij is het niet van belang
dat men slaaf is of vrije;

817
00:50:11,610 --> 00:50:15,090
daarbij is het niet van belang
dat men man is of vrouw;

818
00:50:15,090 --> 00:50:18,390
want allen bent u één in Christus Jezus.

819
00:50:18,390 --> 00:50:23,550
Ik ben van Christus, dus ik ben
Abrahams zaad. Ik hoor erbij.

820
00:50:23,550 --> 00:50:26,910
Ik ben geen Jood, maar ik ben in Israël.

821
00:50:26,910 --> 00:50:30,990
Dat komt doordat ik een heiden
ben die op die olijfboom geënt is,

822
00:50:30,990 --> 00:50:33,390
en die olijfboom is Israël.

823
00:50:33,390 --> 00:50:37,830
Je zou kunnen zeggen: „Steve, je
neemt gewoon bij voorbaat aan dat de

824
00:50:37,830 --> 00:50:40,230
olijfboom Israël voorstelt.”

825
00:50:40,230 --> 00:50:45,210
Nee, dat haal ik uit de
Bijbel, uit Jeremia 11:16.

826
00:50:45,210 --> 00:50:47,550
Jeremia zegt tegen Israël:

827
00:50:47,550 --> 00:50:53,790
Een bladerrijke olijfboom, met welgevormde
vruchten, had de HEERE u als naam gegeven.

828
00:50:53,790 --> 00:50:57,510
Maar nu heeft Hij onder het
geluid van een groot gedruis een

829
00:50:57,510 --> 00:51:01,770
vuur onder hem aangestoken,
zodat zijn takken gebroken zijn.

830
00:51:01,770 --> 00:51:05,010
Hij heeft het over weggevoerd
worden naar Babylon.

831
00:51:05,010 --> 00:51:11,070
Israël, of Juda, wordt de groene olijfboom
genoemd waarvan takken zijn afgebroken.

832
00:51:11,070 --> 00:51:16,170
Paulus neemt dat beeld over en zegt dat
er takken zijn afgebroken omdat ze niet in

833
00:51:16,170 --> 00:51:23,430
Jezus geloven, en dat jij erop geënt
bent. Waarop? Op de olijfboom. Wat is dat?

834
00:51:23,430 --> 00:51:24,270
Israël.

835
00:51:24,270 --> 00:51:27,090
Israël wordt daarom, zoals ik eerder zei,

836
00:51:27,090 --> 00:51:30,630
gedefinieerd als degenen
die tot het verbond behoren,

837
00:51:30,630 --> 00:51:35,250
daaraan trouw zijn en door
geloof discipelen van Jezus zijn.

838
00:51:35,250 --> 00:51:42,210
Vervolgens citeert Paulus
Jesaja 59, de verzen 20 en 21.

839
00:51:42,210 --> 00:51:46,110
Dat gaat over het nieuwe
verbond, en dat gaat over nu,

840
00:51:46,110 --> 00:51:49,710
niet over een of andere
eschatologische toekomst.

841
00:51:49,710 --> 00:51:55,050
De verlossing die in vers 20
van Jesaja 59 wordt genoemd:

842
00:51:55,050 --> 00:52:00,750
En naar Sion zal een Verlosser komen voor
wie zich in Jakob van overtreding bekeren,

843
00:52:00,750 --> 00:52:02,430
spreekt de HEERE.

844
00:52:02,430 --> 00:52:05,670
gaat over verlossing
van zonde door Christus.

845
00:52:05,670 --> 00:52:09,330
Daarnaar verwijst Paulus
wanneer hij dit citeert:

846
00:52:09,330 --> 00:52:15,330
verlost worden en deel gaan uitmaken van
de gemeente, van het lichaam van Christus.

847
00:52:15,330 --> 00:52:18,930
Ik ben nooit in Egypte of Babylon geweest.

848
00:52:18,930 --> 00:52:21,390
Ik ben niet uit die plaatsen verlost.

849
00:52:21,390 --> 00:52:25,470
Maar toen ik in Christus kwam, moest
ik uit de wereld worden verlost,

850
00:52:25,470 --> 00:52:27,810
uit de slavernij aan de zonde.

851
00:52:27,810 --> 00:52:29,970
Die verlossing wordt hier bedoeld.

852
00:52:29,970 --> 00:52:33,390
In Jesaja 52:3 zegt God:

853
00:52:33,390 --> 00:52:37,170
Want zo zegt de HEERE:
Voor niets bent u verkocht,

854
00:52:37,170 --> 00:52:40,170
u zult ook zonder geld worden verlost.

855
00:52:40,170 --> 00:52:43,230
Verlossing lijkt hier,
in de primaire context,

856
00:52:43,230 --> 00:52:45,810
te verwijzen naar redding uit Babylon.

857
00:52:45,810 --> 00:52:49,770
Maar het idee van verlost worden
zonder geld heeft beslist zijn

858
00:52:49,770 --> 00:52:51,630
antitype in Christus.

859
00:52:51,630 --> 00:52:56,790
Petrus zegt natuurlijk bijna precies
die woorden in 1 Petrus 1:18:

860
00:52:56,790 --> 00:53:01,410
in de wetenschap dat u niet met
vergankelijke dingen, zilver of goud,

861
00:53:01,410 --> 00:53:04,350
vrijgekocht bent van uw
zinloze levenswandel,

862
00:53:04,350 --> 00:53:06,990
die u door de vaderen overgeleverd is,

863
00:53:06,990 --> 00:53:08,850
Het is dezelfde gedachte.

864
00:53:08,850 --> 00:53:12,750
Je bent zonder geld verlost, maar
niet zonder dat het iets kostte.

865
00:53:12,750 --> 00:53:16,050
In Jesaja 52:9 staat:

866
00:53:16,050 --> 00:53:21,150
Breek uit in gejubel , juich
tezamen, puinhopen van Jeruzalem,

867
00:53:21,150 --> 00:53:25,770
want de HEERE heeft Zijn volk
getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost.

868
00:53:25,770 --> 00:53:29,070
Deze context gaat, zoals je kunt zien door

869
00:53:29,070 --> 00:53:33,810
eenvoudigweg te kijken naar wat ervoor
en erna staat, over de huidige tijd,

870
00:53:33,810 --> 00:53:36,510
in de tijd van Jezus en daarna.

871
00:53:36,510 --> 00:53:42,990
Meteen daarna krijgen we de Messiaanse
profetie die begint in Jesaja 52:13

872
00:53:42,990 --> 00:53:46,770
en helemaal doorloopt
tot en met Jesaja 53.

873
00:53:46,770 --> 00:53:50,670
Meteen vóór dit vers hebben we vers 7:

874
00:53:50,670 --> 00:53:54,870
Hoe lieflijk zijn op de bergen de
voeten van hem die het goede boodschapt,

875
00:53:54,870 --> 00:53:58,770
die vrede laat horen, die een goede
boodschap brengt van het goede,

876
00:53:58,770 --> 00:54:04,470
die heil laat horen, die tegen
Sion zegt: Uw God is Koning.

877
00:54:04,470 --> 00:54:07,890
Paulus citeert dit in Romeinen
als iets wat gaat over de

878
00:54:07,890 --> 00:54:10,770
prediking van het Evangelie in onze tijd.

879
00:54:10,770 --> 00:54:14,850
De passage in Jesaja gaat
over het behoud door Christus

880
00:54:14,850 --> 00:54:18,870
en over de prediking van het
Evangelie in de huidige tijd.

881
00:54:18,870 --> 00:54:20,850
In die context staat:

882
00:54:20,850 --> 00:54:26,550
Barst uit in gejubel, zing allemaal
samen, ruïnes van Jeruzalem!

883
00:54:26,550 --> 00:54:30,450
Dat zou natuurlijk het geestelijke
Jeruzalem zijn, de gemeente.

884
00:54:30,450 --> 00:54:31,710
Want er staat:

885
00:54:31,710 --> 00:54:36,090
De Heer heeft zijn volk
getroost en Jeruzalem verlost.

886
00:54:36,090 --> 00:54:38,790
Wij zijn het verloste Jeruzalem.

887
00:54:38,790 --> 00:54:42,270
Dat is het tijdskader van
deze passage in Jesaja,

888
00:54:42,270 --> 00:54:45,570
volgens de citaten ervan
in het Nieuwe Testament.

889
00:54:45,570 --> 00:54:50,190
In Jesaja 61:1–2 lezen we:

890
00:54:50,190 --> 00:54:53,010
De Geest van de Heere HEERE is op Mij,

891
00:54:53,010 --> 00:54:57,390
omdat de HEERE Mij gezalfd heeft
om een blijde boodschap te brengen

892
00:54:57,390 --> 00:54:58,710
aan de zachtmoedigen.

893
00:54:58,710 --> 00:55:02,010
Hij heeft Mij gezonden om te
verbinden de gebrokenen van hart,

894
00:55:02,010 --> 00:55:06,390
om voor de gevangenen vrijlating uit
te roepen en voor wie gebonden zaten,

895
00:55:06,390 --> 00:55:11,250
opening van de gevangenis; om uit te
roepen het jaar van het welbehagen van de

896
00:55:11,250 --> 00:55:17,250
HEERE en de dag van de wraak van onze
God; om alle treurenden te troosten;

897
00:55:17,250 --> 00:55:23,130
Jezus citeerde deze verzen, zoals we
weten, in Lukas hoofdstuk 4 en zei:

898
00:55:23,130 --> 00:55:26,190
Hij begon tegen hen te
zeggen: Heden is deze

899
00:55:26,190 --> 00:55:28,830
Schrift in uw oren in vervulling gegaan.

900
00:55:28,830 --> 00:55:32,850
Maar nu we dat hebben opgemerkt,
kijk naar hoofdstuk 63.

901
00:55:32,850 --> 00:55:36,990
Ik moet er trouwens op wijzen wat er
in het laatste deel van vers 2 staat:

902
00:55:36,990 --> 00:55:40,410
En de dag waarop onze God wraak neemt.

903
00:55:40,410 --> 00:55:42,510
Daar is eerder naar verwezen.

904
00:55:42,510 --> 00:55:46,050
We zagen dit eerder in
hoofdstuk 63, vers 4,

905
00:55:46,050 --> 00:55:50,850
waar Jezus blijkbaar te zien is met
bloedspatten op Zijn hele gewaad.

906
00:55:50,850 --> 00:55:52,110
Ze zeggen:

907
00:55:52,110 --> 00:55:56,130
Waarom is dat rood aan Uw
gewaad, en is Uw kleding

908
00:55:56,130 --> 00:55:58,830
als die van iemand die de wijnpers treedt?

909
00:55:58,830 --> 00:55:59,850
Hij zegt:

910
00:55:59,850 --> 00:56:04,290
Ik heb de pers alleen getreden; er
was niemand uit de volken met Mij.

911
00:56:04,290 --> 00:56:08,730
Ik heb hen vertreden in Mijn toorn,
hen vertrapt in Mijn grimmigheid.

912
00:56:08,730 --> 00:56:13,530
Hun bloed is op Mijn kleding gespat,
heel Mijn gewaad heb Ik besmet.

913
00:56:13,530 --> 00:56:15,330
Hij zegt in vers 4:

914
00:56:15,330 --> 00:56:20,610
Want de dag van de wraak was in Mijn hart,
het jaar van Mijn verlosten was gekomen.

915
00:56:20,610 --> 00:56:29,130
Nu wordt het aangename jaar van de Heere
zowel in Jesaja 61:2 als in Jesaja 63:4

916
00:56:29,130 --> 00:56:32,070
verbonden met de dag van
de wraak van onze God.

917
00:56:32,070 --> 00:56:35,850
Het jaar van de verlosten, het
aangename jaar van de Heere,

918
00:56:35,850 --> 00:56:38,250
is volgens Jezus nu aangebroken.

919
00:56:38,250 --> 00:56:41,130
Hij begon tegen hen te
zeggen: Heden is deze

920
00:56:41,130 --> 00:56:43,710
Schrift in uw oren in vervulling gegaan.

921
00:56:43,710 --> 00:56:46,890
Het is duidelijk dat Hij met
het aangename jaar van de Heere

922
00:56:46,890 --> 00:56:49,530
doelt op het huidige tijdperk van behoud.

923
00:56:49,530 --> 00:56:53,490
Maar daarmee is de dag van de
wraak van onze God verbonden.

924
00:56:53,490 --> 00:56:56,730
Zoals we vanuit Lukas
21 hebben aangegeven,

925
00:56:56,730 --> 00:57:00,150
zou die volgens Jezus komen
wanneer Jeruzalem in het jaar

926
00:57:00,150 --> 00:57:03,150
70 na Christus door legers omsingeld werd:

927
00:57:03,150 --> 00:57:08,250
Want dit zijn dagen van wraak, opdat
al wat geschreven staat, vervuld wordt.

928
00:57:08,250 --> 00:57:13,050
De dag van de wraak van onze God lijkt dus
te verwijzen naar de ineenstorting van de

929
00:57:13,050 --> 00:57:15,690
oude orde in Jeruzalem, min of meer

930
00:57:15,690 --> 00:57:18,750
gelijktijdig met de
invoering van de nieuwe orde.

931
00:57:18,750 --> 00:57:23,430
Ze overlapten enigszins, omdat
Jezus de nieuwe orde veertig jaar

932
00:57:23,430 --> 00:57:26,310
vóór de ineenstorting
van de oude invoerde.

933
00:57:26,310 --> 00:57:31,050
Niettemin hebben deze uitspraken
die overgangsperiode op het oog.

934
00:57:31,050 --> 00:57:34,290
Dit gaat over de verlossing
van Gods volk van de zonde,

935
00:57:34,290 --> 00:57:36,510
maar ook over de prijs daarvan.

936
00:57:36,510 --> 00:57:40,950
Zoals Egypte bij de eerste uittocht
als losprijs voor Israël werd gegeven,

937
00:57:40,950 --> 00:57:45,690
zo werd het oude Jeruzalem als losprijs
gegeven voor de redding van Zijn volk,

938
00:57:45,690 --> 00:57:49,830
dat in de nieuwtestamentische tijd
door dat Jeruzalem werd vervolgd.

939
00:57:49,830 --> 00:57:53,610
Vaak verliezen we uit het oog dat
Jeruzalem, het oude Jeruzalem,

940
00:57:53,610 --> 00:57:59,070
tot het jaar 70 na Christus de eerste en
voornaamste vervolger van de gemeente was.

941
00:57:59,070 --> 00:58:03,450
Het is waar dat Nero vóór die
tijd christenen in Rome vervolgde.

942
00:58:03,450 --> 00:58:08,010
Hij zocht min of meer een zondebok vanwege
de beschuldigingen vanuit de bevolking dat

943
00:58:08,010 --> 00:58:11,970
hij Rome in brand had gestoken, wat
hij waarschijnlijk ook gedaan had.

944
00:58:11,970 --> 00:58:16,650
Om de publieke verontwaardiging van
zichzelf af te leiden, zei hij: ‘Nee,

945
00:58:16,650 --> 00:58:19,110
de christenen hebben het gedaan.’

946
00:58:19,110 --> 00:58:22,470
Dus vervolgde hij de christenen
enkele jaren om te bewijzen

947
00:58:22,470 --> 00:58:24,510
dat hij het echt geloofde.

948
00:58:24,510 --> 00:58:27,450
Dat was Romeinse vervolging,
maar ze werden niet

949
00:58:27,450 --> 00:58:30,030
werkelijk vervolgd om Christus’ wil.

950
00:58:30,030 --> 00:58:32,130
Ze werden vervolgd omdat ze een

951
00:58:32,130 --> 00:58:35,430
impopulaire minderheid
in de samenleving waren.

952
00:58:35,430 --> 00:58:40,830
Pas latere keizers vervolgden christenen
omdat zij niet voor Caesar wilden knielen,

953
00:58:40,830 --> 00:58:44,550
met andere woorden: om
godsdienstige redenen.

954
00:58:44,550 --> 00:58:48,150
Maar tot het jaar 70 na
Christus was Jeruzalem

955
00:58:48,150 --> 00:58:50,970
de voornaamste vervolger van de gemeente.

956
00:58:50,970 --> 00:58:56,610
Volgens Jezus in Mattheüs 23 was de
verwoesting van Jeruzalem in het jaar

957
00:58:56,610 --> 00:59:01,230
70 na Christus Gods oordeel over hen
omdat ze het bloed van apostelen en

958
00:59:01,230 --> 00:59:03,270
profeten vergoten hadden.

959
00:59:03,270 --> 00:59:07,170
Het boek Openbaring lijkt
die gedachte te herhalen.

960
00:59:07,170 --> 00:59:13,530
Zoals Egypte dus de vervolger van Israël
was en God Egypte als losprijs gaf om

961
00:59:13,530 --> 00:59:18,090
Israël te verlossen, zo was Jeruzalem
de vervolger van de gemeente.

962
00:59:18,090 --> 00:59:24,150
Het Sanhedrin, de leiders van Jeruzalem,
liet Jezus kruisigen en Stefanus,

963
00:59:24,150 --> 00:59:26,850
de eerste martelaar, stenigen.

964
00:59:26,850 --> 00:59:31,470
Ook stuurden zij Saulus eropuit
om overal christenen te vervolgen.

965
00:59:31,470 --> 00:59:35,010
Toen hij vervolgens behouden
werd, stuurden ze mensen eropuit

966
00:59:35,010 --> 00:59:36,750
om hem te vervolgen.

967
00:59:36,750 --> 00:59:41,730
De vijand van de gemeente was
oorspronkelijk niet Rome of de heidenen.

968
00:59:41,730 --> 00:59:44,070
Het was het afvallige Jeruzalem.

969
00:59:44,070 --> 00:59:48,090
De val van Jeruzalem maakte
een einde aan die situatie,

970
00:59:48,090 --> 00:59:51,990
zoals de val van Egypte bij de
uittocht in het Oude Testament

971
00:59:51,990 --> 00:59:55,530
de bevrijding en het begin
van een nieuwe orde betekende.

972
00:59:55,530 --> 01:00:00,750
Het idee van Gods verlossing is dus
een terugkerend thema in Jesaja.

973
01:00:00,750 --> 01:00:05,610
Soms wordt het verbonden met het idee van
de uittocht en soms met het idee van de

974
01:00:05,610 --> 01:00:07,470
redding uit Babylon.

975
01:00:07,470 --> 01:00:09,810
Soms worden de ideeën met elkaar vermengd,

976
01:00:09,810 --> 01:00:15,510
omdat ze bijna als een Siamese tweeling
worden gezien: twee versies van hetzelfde,

977
01:00:15,510 --> 01:00:17,850
twee handen op één buik.

978
01:00:17,850 --> 01:00:22,890
Beide gaan vervolgens over in een grotere
verlossing van een grotere vijand,

979
01:00:22,890 --> 01:00:24,450
namelijk de zonde.

980
01:00:24,450 --> 01:00:26,730
Over Jezus wordt dus gezegd:

981
01:00:26,730 --> 01:00:32,010
en zij zal een Zoon baren, en
u zult Hem de naam Jezus geven,

982
01:00:32,010 --> 01:00:36,270
want Hij zal Zijn volk
zalig maken van hun zonden.

983
01:00:36,270 --> 01:00:40,950
en die functie van de Messias
wordt beschreven als God Die Zijn

984
01:00:40,950 --> 01:00:42,510
volk nog een derde keer verlost.
