1
00:00:02,070 --> 00:00:04,530
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,530 --> 00:00:10,770
Deze keer behandelen we Job
hoofdstuk 23 tot en met 28.

3
00:00:10,770 --> 00:00:12,870
Laten we dit verhaal weer oppakken.

4
00:00:12,870 --> 00:00:16,770
Elifaz heeft in hoofdstuk 22
voor het laatst gesproken.

5
00:00:16,770 --> 00:00:21,090
Job antwoordt in de hoofdstukken 23 en 24.

6
00:00:21,090 --> 00:00:26,010
Maar Job antwoordde en zei: Ook
vandaag is mijn klacht opstandigheid,

7
00:00:26,010 --> 00:00:28,830
mijn hand drukt zwaar op mijn zuchten.

8
00:00:28,830 --> 00:00:33,990
Och, wist ik maar dat ik Hem zou vinden,
dan zou ik naar Zijn woonplaats toe komen.

9
00:00:33,990 --> 00:00:35,790
Daarmee bedoelt hij God.

10
00:00:35,790 --> 00:00:39,330
Ik zou de rechtszaak voor
Zijn aangezicht uiteenzetten,

11
00:00:39,330 --> 00:00:42,210
en ik zou mijn mond vullen
met mijn verdediging.

12
00:00:42,210 --> 00:00:45,990
Ik zou de woorden weten
die Hij mij zou antwoorden;

13
00:00:45,990 --> 00:00:49,350
en ik zou begrijpen wat
Hij tegen mij zou zeggen.

14
00:00:49,350 --> 00:00:53,730
Zou Hij een rechtszaak tegen mij voeren
met de grootheid van Zijn kracht?

15
00:00:53,730 --> 00:00:57,270
Nee, maar Híj zou acht op mij slaan.

16
00:00:57,270 --> 00:01:00,750
Daar zou een oprechte zich
tegenover Hem verdedigen;

17
00:01:00,750 --> 00:01:03,810
en ik zou voor altijd vrij
zijn van mijn Rechter.

18
00:01:03,810 --> 00:01:08,550
Het woord ‘Rechter’ staat daar in de
New King James met een hoofdletter.

19
00:01:08,550 --> 00:01:12,150
Dat weerspiegelt geen
hoofdlettergebruik in het Hebreeuws.

20
00:01:12,150 --> 00:01:15,750
De vertalers van de New King
James nemen kennelijk aan dat

21
00:01:15,750 --> 00:01:19,830
‘mijn Rechter’ God betekent,
en dat is mogelijk waar.

22
00:01:19,830 --> 00:01:24,090
Maar hij zou ook kunnen bedoelen: God
zou mij in het gelijk stellen tegenover

23
00:01:24,090 --> 00:01:26,250
degenen die mij veroordelen.

24
00:01:26,250 --> 00:01:30,750
Een man als Elifaz, die over mij
oordeelt dat ik verkeerd zit.

25
00:01:30,750 --> 00:01:35,010
Als ik nu maar voor God kon staan
en daar mijn zaak kon bepleiten,

26
00:01:35,010 --> 00:01:37,650
denk je dan dat God mij zou veroordelen?

27
00:01:37,650 --> 00:01:40,290
Ik weet zeker dat Hij dat niet zou doen.

28
00:01:40,290 --> 00:01:44,670
Hij weet dat ik onschuldig ben, en Hij
zou mij in het gelijk stellen tegenover

29
00:01:44,670 --> 00:01:46,530
degenen die mij veroordelen.

30
00:01:46,530 --> 00:01:50,670
Ik zou verlost worden uit deze
situatie waarin ik nu zit.

31
00:01:50,670 --> 00:01:55,710
Zijn meest actuele en meest pijnlijke
beproevingen zijn dat zijn vrienden

32
00:01:55,710 --> 00:01:57,810
verkeerd over hem oordelen.

33
00:01:57,810 --> 00:02:01,770
Natuurlijk heeft hij nog steeds verdriet
om de dood van zijn kinderen en het

34
00:02:01,770 --> 00:02:03,570
verlies van zijn bezittingen.

35
00:02:03,570 --> 00:02:08,190
Maar dit is inmiddels weken geleden
gebeurd, in elk geval een week geleden,

36
00:02:08,190 --> 00:02:09,390
dat weten we.

37
00:02:09,390 --> 00:02:13,110
En het zou weken geleden
kunnen zijn dat dit gebeurde.

38
00:02:13,110 --> 00:02:16,350
Hij heeft tijd gehad om
zich daaraan aan te passen.

39
00:02:16,350 --> 00:02:20,010
Hij is daardoor niet noodzakelijkerwijs
nog verdoofd van de schok,

40
00:02:20,010 --> 00:02:23,790
maar wat hij nu doormaakt,
is dit verkeerde oordeel.

41
00:02:23,790 --> 00:02:28,110
Mensen die hadden moeten zeggen:
‘Ach, onze arme vriend Job.

42
00:02:28,110 --> 00:02:30,270
Hij is zo’n goed mens geweest.

43
00:02:30,270 --> 00:02:34,410
Het is verschrikkelijk dat hem
dit overkomt’, komen zeggen: ‘Nou,

44
00:02:34,410 --> 00:02:36,870
hij moet wel een heel slecht mens zijn.’

45
00:02:36,870 --> 00:02:39,690
Vervolgens zeggen ze
tegen hem dat hij dat is.

46
00:02:39,690 --> 00:02:42,810
Eerst laten ze dat heel
subtiel doorschemeren.

47
00:02:42,810 --> 00:02:47,490
Daarna laten ze alle terughoudendheid
varen en beginnen ze te zeggen:

48
00:02:47,490 --> 00:02:50,850
Want je hebt zonder reden van je
broeders een onderpand genomen,

49
00:02:50,850 --> 00:02:53,610
en je hebt de kleding
van naakten uitgetrokken.

50
00:02:53,610 --> 00:02:56,190
Aan de vermoeide gaf je
geen water te drinken,

51
00:02:56,190 --> 00:02:58,770
en je hebt de hongerige brood onthouden.

52
00:02:58,770 --> 00:03:02,010
Maar was er een man met
macht, voor hem was het land,

53
00:03:02,010 --> 00:03:04,650
en een aanzienlijk persoon woonde er.

54
00:03:04,650 --> 00:03:07,350
Weduwen heb je met lege
handen weggestuurd,

55
00:03:07,350 --> 00:03:10,110
en de armen van de wezen
werden verbrijzeld.

56
00:03:10,110 --> 00:03:11,970
Ze oordelen over hem.

57
00:03:11,970 --> 00:03:13,230
Ze veroordelen hem.

58
00:03:13,230 --> 00:03:17,670
‘Ik wou dat ik mijn zaak voor God kon
bepleiten in plaats van voor jullie,

59
00:03:17,670 --> 00:03:21,510
want ik zou God dezelfde dingen
vertellen die ik jullie vertel,

60
00:03:21,510 --> 00:03:24,090
en Hij zou weten dat ik gelijk heb.

61
00:03:24,090 --> 00:03:26,670
Hij weet dat ik de waarheid spreek.

62
00:03:26,670 --> 00:03:28,410
Jullie blijkbaar niet.

63
00:03:28,410 --> 00:03:33,570
Dus ik wou dat ik Hem zover kon krijgen
dat Hij een oordeel over mij uitsprak.’

64
00:03:33,570 --> 00:03:35,130
Hij is rechtvaardig.

65
00:03:35,130 --> 00:03:39,450
Maar zie, ga ik naar voren, dan
is Hij er niet, of naar achteren,

66
00:03:39,450 --> 00:03:41,130
dan merk ik Hem niet op.

67
00:03:41,130 --> 00:03:44,610
Als Hij aan de linkerkant
werkt, aanschouw ik Hem niet;

68
00:03:44,610 --> 00:03:47,730
keert Hij Zich naar de
rechterkant, dan zie ik Hem niet.

69
00:03:47,730 --> 00:03:49,951
Maar Hij kent de weg die ik ga .

70
00:03:49,951 --> 00:03:53,910
Laat Hij mij beproeven — ik
zal er als goud uitkomen.

71
00:03:53,910 --> 00:03:56,610
Mijn voet heeft zich
aan Zijn spoor gehouden;

72
00:03:56,610 --> 00:04:00,810
aan Zijn weg heb ik mij gehouden,
ik ben er niet van afgeweken.

73
00:04:00,810 --> 00:04:03,750
Het gebod van Zijn lippen
heb ik niet weggedaan;

74
00:04:03,750 --> 00:04:08,730
de woorden van Zijn mond heb ik verborgen,
meer dan het mij toegewezen deel.

75
00:04:08,730 --> 00:04:12,090
Wat hij zegt, is nog
steeds wat hij eerder zei:

76
00:04:12,090 --> 00:04:14,551
hoewel hij God werkelijk niet kan zien —

77
00:04:14,551 --> 00:04:19,050
als God rechts of links voorbijkomt
en iets doet, kan ik Hem niet zien,

78
00:04:19,050 --> 00:04:24,030
Hij is onzichtbaar — ben ik voor
Hem niet onzichtbaar. Hij ziet mij.

79
00:04:24,030 --> 00:04:25,950
Hij kent de weg die ik ga.

80
00:04:25,950 --> 00:04:29,190
En Hij houdt mij in het
oog, en Hij beproeft mij.

81
00:04:29,190 --> 00:04:31,470
Wanneer Hij klaar is met mij te beproeven,

82
00:04:31,470 --> 00:04:34,410
zal Hij vaststellen
dat ik zuiver goud was.

83
00:04:34,410 --> 00:04:39,450
Wanneer goud in het vuur wordt beproefd,
gaat het vaak niet zuiver het vuur in.

84
00:04:39,450 --> 00:04:41,490
Er zitten onzuiverheden in.

85
00:04:41,490 --> 00:04:43,590
De beproeving zuivert het goud.

86
00:04:43,590 --> 00:04:49,170
Ze bewijst ook dat het echte goud echt
goud is, in tegenstelling tot andere,

87
00:04:49,170 --> 00:04:53,130
minderwaardige stoffen die
met het erts vermengd zijn.

88
00:04:53,130 --> 00:04:57,870
Wanneer je goud uit een berghelling
haalt, is dat niet zomaar zuiver goud.

89
00:04:57,870 --> 00:05:02,130
Het is goud dat vermengd is met
andere mineralen en dergelijke.

90
00:05:02,130 --> 00:05:03,690
Je moet het smelten.

91
00:05:03,690 --> 00:05:07,290
Het goud is zwaarder dan elk
ander mineraal waartussen

92
00:05:07,290 --> 00:05:08,850
het wordt aangetroffen.

93
00:05:08,850 --> 00:05:13,830
Wanneer alles vloeibaar is gemaakt, blijft
het zware goud daarom op de bodem van die

94
00:05:13,830 --> 00:05:15,570
vloeibare massa liggen.

95
00:05:15,570 --> 00:05:19,410
De onzuiverheden komen in
gesmolten toestand bovendrijven,

96
00:05:19,410 --> 00:05:21,750
waar ze eraf geschept kunnen worden.

97
00:05:21,750 --> 00:05:24,510
Zo wordt goud door vuur gezuiverd.

98
00:05:24,510 --> 00:05:26,790
Maar van het deel dat werkelijk goud is,

99
00:05:26,790 --> 00:05:31,950
wordt bewezen dat het echt goud is
doordat het het vuur inderdaad doorstaat.

100
00:05:31,950 --> 00:05:35,550
En het bewijst inderdaad zijn
waarde door het vuur heen.

101
00:05:35,550 --> 00:05:37,350
Vuur schaadt goud niet.

102
00:05:37,350 --> 00:05:41,310
Er zijn bepaalde onzuiverheden die
je eraf kunt smelten of branden,

103
00:05:41,310 --> 00:05:44,550
maar goud zal niet
opbranden of wegsmelten.

104
00:05:44,550 --> 00:05:46,830
Het roest of vergaat zelfs niet.

105
00:05:46,830 --> 00:05:49,230
Hij zegt: ‘Ik ben goud.

106
00:05:49,230 --> 00:05:53,670
God laat mij door het vuur gaan om
mij te beproeven.’ Hij kijkt toe.

107
00:05:53,670 --> 00:05:56,730
Ik kan Hem niet zien,
maar Hij kan mij wel zien.

108
00:05:56,730 --> 00:05:59,670
Hij houdt zorgvuldig in
de gaten wat er gebeurt.

109
00:05:59,670 --> 00:06:05,010
Wanneer deze vurige beproeving voorbij
is, zal blijken dat ik ben wie ik ben.

110
00:06:05,010 --> 00:06:09,030
Dan zal zichtbaar worden dat
ik ben wie Hij weet dat ik ben.

111
00:06:09,030 --> 00:06:13,350
In zekere zin komt Job hier
heel, heel dicht bij de waarheid

112
00:06:13,350 --> 00:06:15,810
over wat er werkelijk aan de hand is.

113
00:06:15,810 --> 00:06:20,190
Dichter bij werkelijk inzicht in wat
hij doormaakt, is hij nog niet gekomen.

114
00:06:20,190 --> 00:06:22,890
Hij heeft eerder gezegd
dat God hem beproeft,

115
00:06:22,890 --> 00:06:28,110
en hij heeft zich afgevraagd waarom een
mens ieder ogenblik beproefd moet worden.

116
00:06:28,110 --> 00:06:34,110
Denk terug aan hoofdstuk 7, vers 17, toen
hij voor het eerst klaagde. Hij zegt:

117
00:06:34,110 --> 00:06:38,790
Wat is de sterveling dat U hem groot
maakt, en dat U Uw hart op hem richt?

118
00:06:38,790 --> 00:06:43,830
Dat U hem elke morgen opzoekt,
dat U hem elk ogenblik beproeft?

119
00:06:43,830 --> 00:06:47,730
Job zag dus dat hij in zijn
beproevingen op de proef werd gesteld,

120
00:06:47,730 --> 00:06:52,590
en nu ziet hij dat dit misschien zelfs
een goede uitkomst kan hebben. Waarom?

121
00:06:52,590 --> 00:06:55,110
Omdat hij weet dat hij oprecht is.

122
00:06:55,110 --> 00:06:58,050
Hij weet dat God weet dat hij oprecht is.

123
00:06:58,050 --> 00:07:00,690
Hij zegt hier geen
verkeerde dingen over God.

124
00:07:00,690 --> 00:07:03,570
Hij zegt juiste dingen over God.

125
00:07:03,570 --> 00:07:08,130
Al die tijd heeft hij gezegd: ‘Ik weet
niet waarom God mij dit zou aandoen,

126
00:07:08,130 --> 00:07:12,750
en het is niet om de reden die jullie
denken, maar God weet wat juist is.

127
00:07:12,750 --> 00:07:16,350
Nadat Hij mij beproefd heeft,
zal blijken wie ik ben.

128
00:07:16,350 --> 00:07:20,730
Hierdoor zal ik in het gelijk gesteld
worden, want ik heb gedaan wat Hij wil.

129
00:07:20,730 --> 00:07:23,130
Ik heb gedaan wat Hem behaagt.’

130
00:07:23,130 --> 00:07:25,710
Mijn voet heeft zich
aan Zijn spoor gehouden;

131
00:07:25,710 --> 00:07:29,910
aan Zijn weg heb ik mij gehouden,
ik ben er niet van afgeweken.

132
00:07:29,910 --> 00:07:32,670
Het gebod van Zijn lippen
heb ik niet weggedaan;

133
00:07:32,670 --> 00:07:37,770
de woorden van Zijn mond heb ik verborgen,
meer dan het mij toegewezen deel.

134
00:07:37,770 --> 00:07:40,770
Dit vers is op zichzelf
genomen een prachtig vers

135
00:07:40,770 --> 00:07:45,510
om te laten zien hoezeer een godvrezend
mens hongert naar de woorden van God

136
00:07:45,510 --> 00:07:47,730
en hoeveel waarde hij eraan hecht:

137
00:07:47,730 --> 00:07:52,890
Ik heb de woorden van Zijn mond meer
gekoesterd dan mijn noodzakelijke voedsel.

138
00:07:52,890 --> 00:07:57,390
We eten allemaal voedsel dat
noodzakelijk is om in leven te blijven.

139
00:07:57,390 --> 00:08:00,330
We eten ook voedsel
waarvoor dat niet geldt.

140
00:08:00,330 --> 00:08:05,610
Velen van ons eten voedsel dat alleen maar
een tussendoortje is, of ongezond eten,

141
00:08:05,610 --> 00:08:09,450
of een toetje, of dingen die
helemaal niet noodzakelijk zijn.

142
00:08:09,450 --> 00:08:14,850
[Vertalersnoot: Gregg leest in Job
23:12 een Engelse vertaling met

143
00:08:14,850 --> 00:08:17,670
“meer dan mijn noodzakelijke voedsel”.

144
00:08:17,670 --> 00:08:22,230
De HSV heeft “meer dan
het mij toegewezen deel”.

145
00:08:22,230 --> 00:08:25,830
Zijn voedselvergelijking
volgt de Engelse formulering.]

146
00:08:25,830 --> 00:08:30,570
Hij zegt: ‘Als ik moet kiezen tussen Gods
woorden en het voedsel dat ik nodig heb,

147
00:08:30,570 --> 00:08:34,350
dan zou ik liever zonder dat
noodzakelijke voedsel zitten.’

148
00:08:34,350 --> 00:08:38,010
Noodzakelijk voedsel is
nodig om in leven te blijven.

149
00:08:38,010 --> 00:08:43,410
Eigenlijk zegt hij: ‘Ik zou liever van
de honger sterven en Gods woorden hebben,

150
00:08:43,410 --> 00:08:47,610
dan in leven blijven en mijn
noodzakelijke voedsel eten

151
00:08:47,610 --> 00:08:49,590
zonder Gods woorden te hebben.

152
00:08:49,590 --> 00:08:53,550
Een leven zonder Gods Woord
is het leven niet waard.

153
00:08:53,550 --> 00:08:57,990
Als ik toch moet sterven, zou ik
willen sterven met de woorden van God

154
00:08:57,990 --> 00:08:59,430
in mijn bezit.

155
00:08:59,430 --> 00:09:02,010
Ze zijn als voedsel voor mij.’

156
00:09:02,010 --> 00:09:04,950
Jeremia had iets dergelijks
gezegd toen hij zei:

157
00:09:04,950 --> 00:09:08,490
Zodra Uw woorden gevonden
werden, at ik ze op.

158
00:09:08,490 --> 00:09:12,570
Uw woord was mij tot vreugde
en tot blijdschap in mijn hart,

159
00:09:12,570 --> 00:09:18,990
want Uw Naam is over mij uitgeroepen,
HEERE, God van de legermachten.

160
00:09:18,990 --> 00:09:22,350
Waar dat precies staat,
weet ik niet uit mijn hoofd.

161
00:09:22,350 --> 00:09:25,650
Volgens mij is het ergens rond Jeremia 15.

162
00:09:25,650 --> 00:09:27,630
Misschien kan ik het snel vinden.

163
00:09:27,630 --> 00:09:30,630
Ja, Jeremia 15:16:

164
00:09:30,630 --> 00:09:33,630
Ik vond Uw woorden en at ze op.

165
00:09:33,630 --> 00:09:37,230
Uw woord maakte mijn
hart blij en gelukkig.

166
00:09:37,230 --> 00:09:40,350
David zei in Psalm 19
over de woorden van God,

167
00:09:40,350 --> 00:09:43,230
over de wetten en de
getuigenissen van God:

168
00:09:43,230 --> 00:09:48,210
Zij zijn begerenswaardiger dan
goud, ja, dan veel zuiver goud;

169
00:09:48,210 --> 00:09:51,750
en zoeter dan honing en
honingzeem uit de raat.

170
00:09:51,750 --> 00:09:55,170
Zo hebben godvrezende mensen
het Woord van God gewaardeerd.

171
00:09:55,170 --> 00:09:57,450
Ze beseffen wat Jezus zei:

172
00:09:57,450 --> 00:10:01,230
Maar Hij antwoordde en
zei: Er staat geschreven:

173
00:10:01,230 --> 00:10:06,150
De mens zal niet van brood alleen leven,
maar van elk woord dat uit de mond

174
00:10:06,150 --> 00:10:07,530
van God komt.

175
00:10:07,530 --> 00:10:11,310
Ze hebben meer waarde gehecht aan
het leven dat door het Woord van God

176
00:10:11,310 --> 00:10:16,890
in stand wordt gehouden, hun geestelijke
leven, dan aan hun aardse leven,

177
00:10:16,890 --> 00:10:20,190
dat door gewoon voedsel
in stand wordt gehouden.

178
00:10:20,190 --> 00:10:23,850
Jezus zei dat in Johannes
hoofdstuk 6. Hij zei:

179
00:10:23,850 --> 00:10:27,930
Werk niet om het voedsel dat vergaat,
maar om het voedsel dat blijft tot in het

180
00:10:27,930 --> 00:10:32,250
eeuwige leven, dat de Zoon
des mensen u geven zal;

181
00:10:32,250 --> 00:10:35,130
want Hem heeft God de Vader verzegeld.

182
00:10:35,130 --> 00:10:38,190
Nu zegt Job: ‘Dat is mijn houding geweest.

183
00:10:38,190 --> 00:10:40,230
Ik heb Gods woorden liefgehad.

184
00:10:40,230 --> 00:10:42,210
Ik ben op Zijn pad gebleven.

185
00:10:42,210 --> 00:10:45,390
Er is werkelijk niets aan
Gods gerechtigheid geweest

186
00:10:45,390 --> 00:10:48,090
waar ik moeite mee had
om het te aanvaarden.

187
00:10:48,090 --> 00:10:50,310
Ik heb me er zelfs in verheugd.

188
00:10:50,310 --> 00:10:54,090
God weet dat dus, en God stelt
mij alleen maar op de proef.

189
00:10:54,090 --> 00:10:58,830
Hij weet dat ik zuiver ben, en ik zal
als goud tevoorschijn komen wanneer deze

190
00:10:58,830 --> 00:11:00,690
beproeving voorbij is.’

191
00:11:00,690 --> 00:11:01,830
Vers 13:

192
00:11:01,830 --> 00:11:05,670
Maar als Hij tegen iemand is,
wie zal Hem er dan van afbrengen?

193
00:11:05,670 --> 00:11:08,370
Wat Zijn ziel verlangt, dat zal Hij doen.

194
00:11:08,370 --> 00:11:11,850
Want Hij zal het mij toegewezen
deel ten uitvoer brengen;

195
00:11:11,850 --> 00:11:14,130
dergelijke dingen zijn er veel bij Hem.

196
00:11:14,130 --> 00:11:18,330
Blijkbaar gaat hij er gewoon van uit
dat God op verschillende momenten

197
00:11:18,330 --> 00:11:20,730
bepaalde dingen voor ons leven beschikt.

198
00:11:20,730 --> 00:11:25,170
Deze beproevingen zijn wat voor mij
beschikt is, en dat is wat Hij doet.

199
00:11:25,170 --> 00:11:29,790
Daarom word ik voor Zijn aangezicht
door schrik overmand; ik merk het op,

200
00:11:29,790 --> 00:11:31,290
en ben beangst voor Hem.

201
00:11:31,290 --> 00:11:37,530
Want God heeft mijn hart week gemaakt, de
Almachtige heeft mij schrik aangejaagd.

202
00:11:37,530 --> 00:11:40,230
Want niet door de duisternis
ben ik omgebracht,

203
00:11:40,230 --> 00:11:42,810
en niet door de donkerheid die mij bedekt.

204
00:11:42,810 --> 00:11:47,550
[Vertalersnoot: In de Engelse vertaling
die Gregg bij Job 23:17 leest,

205
00:11:47,550 --> 00:11:51,870
zegt Job dat hij niet voor de duisternis
gespaard is gebleven en dat God

206
00:11:51,870 --> 00:11:54,570
die niet voor zijn
gezicht verborgen heeft.

207
00:11:54,570 --> 00:11:59,010
De HSV zegt dat hij niet door
de duisternis is omgebracht.

208
00:11:59,010 --> 00:12:01,890
Greggs uitleg volgt de
Engelse formulering.]

209
00:12:01,890 --> 00:12:06,570
Toen ik rechtvaardig was, dacht ik dat
ik voor duisternis gespaard zou blijven.

210
00:12:06,570 --> 00:12:09,270
Voor rampspoed, met andere woorden.

211
00:12:09,270 --> 00:12:11,610
God heeft dat niet bij mij weggehouden.

212
00:12:11,610 --> 00:12:13,950
God heeft het niet voor mij verborgen.

213
00:12:13,950 --> 00:12:16,110
Hij heeft het juist naar mij toe gebracht,

214
00:12:16,110 --> 00:12:20,430
zodat ik ermee geconfronteerd word
en het deel uitmaakt van mijn leven.

215
00:12:20,430 --> 00:12:24,930
Dat maakt me bang, want ik was zuiver, en
ik dacht altijd dat dat het soort dingen

216
00:12:24,930 --> 00:12:27,810
was waardoor God aan je kant blijft staan.

217
00:12:27,810 --> 00:12:32,370
Ik dacht altijd dat dat het soort dingen
was waardoor God je geen rampen stuurt.

218
00:12:32,370 --> 00:12:36,450
Maar nu weet ik niet meer wat ik
moet denken, en ik ben doodsbang.

219
00:12:36,450 --> 00:12:39,870
Hij heeft eerder al gezegd dat
dit blijkbaar ook de reden was

220
00:12:39,870 --> 00:12:43,830
waarom zijn vrienden hem zulke
raad gaven en boos op hem werden,

221
00:12:43,830 --> 00:12:45,810
omdat ze doodsbang waren.

222
00:12:45,810 --> 00:12:49,230
Hij zegt in hoofdstuk 6, vers 21:

223
00:12:49,230 --> 00:12:53,610
Voorzeker, zo zijn jullie
nu voor mij geworden: niets!

224
00:12:53,610 --> 00:12:57,330
Jullie hebben de ontzetting gezien
en jullie zijn bevreesd geworden.

225
00:12:57,330 --> 00:13:01,290
Ze zien dat een goed mens kan lijden, en
dat is iets waarvan ze hoopten dat het

226
00:13:01,290 --> 00:13:02,670
niet waar was.

227
00:13:02,670 --> 00:13:06,210
Want daarmee hebben we ons lot
helemaal niet meer in eigen hand.

228
00:13:06,210 --> 00:13:10,230
Dat betekent dat we niet een bepaald
aantal goede dingen kunnen doen en daarmee

229
00:13:10,230 --> 00:13:13,950
kunnen garanderen dat ons
geen rampspoed zal treffen.

230
00:13:13,950 --> 00:13:18,330
We zouden hopen dat we dat konden, want
het is prettig om te denken dat we onze

231
00:13:18,330 --> 00:13:22,830
wereld voldoende kunnen beheersen om
onszelf moeilijkheden te besparen.

232
00:13:22,830 --> 00:13:24,390
Maar dat kunnen we niet.

233
00:13:24,390 --> 00:13:26,070
Dat is beangstigend.

234
00:13:26,070 --> 00:13:27,930
Hoofdstuk 24:

235
00:13:27,930 --> 00:13:32,610
Waarom zijn de tijden niet verborgen voor
de Almachtige, terwijl zij die Hem kennen,

236
00:13:32,610 --> 00:13:34,350
Zijn dagen niet zien?

237
00:13:34,350 --> 00:13:37,350
Zoals God ons ziet, ziet Hij onze dagen.

238
00:13:37,350 --> 00:13:40,470
Hoe komt het dat wij Zijn
dagen niet kunnen zien?

239
00:13:40,470 --> 00:13:43,830
Hij heeft een oneerlijk
voordeel ten opzichte van ons.

240
00:13:43,830 --> 00:13:47,550
Ik wou dat ik Hem kon zien
en voor Hem kon verschijnen,

241
00:13:47,550 --> 00:13:50,370
zoals hij in vers 8 tot en met 10 zei.

242
00:13:50,370 --> 00:13:54,990
Ik kan Hem niet zien, ik kan Hem
niet waarnemen, maar Hij ziet mij.

243
00:13:54,990 --> 00:13:56,670
Hij kent mijn weg.

244
00:13:56,670 --> 00:13:58,590
Daar zegt hij hetzelfde.

245
00:13:58,590 --> 00:13:59,790
Nu zegt hij:

246
00:13:59,790 --> 00:14:05,070
Er zijn mensen die grenzen aantasten;
zij roven een kudde en weiden die.

247
00:14:05,070 --> 00:14:08,970
En daarmee bedoelt hij de
goddeloze mensen in vers 2.

248
00:14:08,970 --> 00:14:12,690
Bij het verplaatsen van grensstenen
gaat het niet over het ontheiligen van

249
00:14:12,690 --> 00:14:14,850
heiligdommen of iets dergelijks.

250
00:14:14,850 --> 00:14:19,170
Die grensstenen waren de markeringen
van de grenzen van iemands land.

251
00:14:19,170 --> 00:14:22,170
Ze hadden geen moderne
landmeetkundige methoden,

252
00:14:22,170 --> 00:14:26,130
maar ze zeiden dan dat iemands
land liep van die boom daar tot...

253
00:14:26,130 --> 00:14:31,710
Nou, daar is geen markering, dus leggen we
hier een rotsblok neer. Dit is de grens.

254
00:14:31,710 --> 00:14:35,850
Hier een steen, en op deze
hoek leggen we nog een steen.

255
00:14:35,850 --> 00:14:37,770
Dat is weer een grens.

256
00:14:37,770 --> 00:14:40,830
Ze bakenden hun land af met grensstenen.

257
00:14:40,830 --> 00:14:44,370
Als je een rechte lijn trekt
tussen deze steen en die daar,

258
00:14:44,370 --> 00:14:46,650
dan is dat mijn grenslijn.

259
00:14:46,650 --> 00:14:50,970
Als iemand het land van zijn buurman wilde
stelen of een deel van zijn grond wilde

260
00:14:50,970 --> 00:14:55,650
afpakken, kon hij 's nachts naar buiten
gaan en die grenssteen verplaatsen,

261
00:14:55,650 --> 00:14:59,130
zodat zijn eigen aangrenzende
grond groter werd.

262
00:14:59,130 --> 00:15:05,070
Verplaats de grenssteen en je hebt jezelf
zojuist gratis een stuk grond bezorgd,

263
00:15:05,070 --> 00:15:06,870
ten koste van je buurman.

264
00:15:06,870 --> 00:15:08,850
Dat is verboden in de Bijbel.

265
00:15:08,850 --> 00:15:10,710
Het is verboden in de wet.

266
00:15:10,710 --> 00:15:13,290
Hij bedoelt dat soort misdadiger.

267
00:15:13,290 --> 00:15:17,490
Iemand die werkelijk een misdadiger
is op het gebied van grondbezit,

268
00:15:17,490 --> 00:15:22,230
die de grenzen van het perceel verandert
zonder dat zijn buurman dat weet.

269
00:15:22,230 --> 00:15:26,970
Zo eigent hij zich onrechtmatig een
deel van de grond van zijn buurman toe.

270
00:15:26,970 --> 00:15:32,910
De ezel van de wezen drijven ze weg; het
rund van een weduwe nemen ze in onderpand.

271
00:15:32,910 --> 00:15:38,250
Ze duwen de armen van de weg; tezamen
verbergen zich de ellendigen van het land.

272
00:15:38,250 --> 00:15:43,530
Zie, zij zijn wilde ezels in de
woestijn, zij trekken uit naar hun werk.

273
00:15:43,530 --> 00:15:47,370
Zij zoeken ijverig naar eten,
de wildernis is voor hem

274
00:15:47,370 --> 00:15:49,590
en voor de kinderen tot voedsel.

275
00:15:49,590 --> 00:15:53,910
Nu hebben we steeds ‘zij, zij, zij’.

276
00:15:53,910 --> 00:15:56,670
Al deze verzen beginnen met ‘zij’.

277
00:15:56,670 --> 00:16:00,510
Maar het is een beetje verwarrend,
want in vers 5 tot en met 8

278
00:16:00,510 --> 00:16:04,410
zijn ‘zij’ niet langer
de ‘sommigen’ uit vers 2.

279
00:16:04,410 --> 00:16:08,130
Het zijn de armen uit
vers 4. Hoe weet ik dat?

280
00:16:08,130 --> 00:16:11,490
Het is gewoon de enige manier
waarop dit logisch kan zijn.

281
00:16:11,490 --> 00:16:14,310
Ik vond het verwarrend toen
ik het voor het eerst las,

282
00:16:14,310 --> 00:16:17,970
want het klinkt alsof sommige
mensen deze dingen doen in vers 2.

283
00:16:17,970 --> 00:16:25,470
En in vers 3 staat ‘zij’, in vers 4
staat ‘zij’, in vers 5 staat ‘zij’,

284
00:16:25,470 --> 00:16:31,950
en in vers 6, 7 en 8
staat ‘zij, zij, zij’.

285
00:16:31,950 --> 00:16:36,150
Het klinkt alsof het de hele tijd
over dezelfde goddeloze mensen gaat.

286
00:16:36,150 --> 00:16:39,810
Maar eigenlijk lijkt het
erop dat hij, zodra er staat:

287
00:16:39,810 --> 00:16:43,230
Ze duwen mensen die hulp
nodig hebben van de weg af,

288
00:16:43,230 --> 00:16:46,050
zodat de armen in het land
zich moeten verstoppen.

289
00:16:46,050 --> 00:16:48,900
de behoeftigen en de
armen op het oog heeft.

290
00:16:48,900 --> 00:16:53,010
Hij spreekt over hoe de
armen lijden. Hij zegt:

291
00:16:53,010 --> 00:16:56,370
Ze gaan aan het werk en
zoeken hard naar eten.

292
00:16:56,370 --> 00:17:00,330
De wildernis levert voedsel
voor hen en hun kinderen.

293
00:17:00,330 --> 00:17:02,910
Dat wil zeggen, ze hebben geen gewassen,

294
00:17:02,910 --> 00:17:06,450
omdat de goddelozen hen
van hun land verdrijven.

295
00:17:06,450 --> 00:17:10,770
Dus moeten ze eropuit trekken en
jagers en verzamelaars worden,

296
00:17:10,770 --> 00:17:13,950
en moet de wildernis
hun voedsel opleveren.

297
00:17:13,950 --> 00:17:18,930
Op het veld oogsten zij zijn voer,
en de wijngaard van de goddeloze

298
00:17:18,930 --> 00:17:20,610
plukken zij leeg.

299
00:17:20,610 --> 00:17:26,010
[Vertalersnoot: Gregg leest in Job 24:6
een Engelse vertaling die spreekt van

300
00:17:26,010 --> 00:17:29,310
nalezen in de wijngaard van de goddeloze.

301
00:17:29,310 --> 00:17:34,110
De HSV spreekt van de wijngaard
van de goddeloze leegplukken.

302
00:17:34,110 --> 00:17:37,950
Zijn uitleg over oogstresten
volgt de Engelse formulering.]

303
00:17:37,950 --> 00:17:38,850
Nalezen was wat de armen deden.

304
00:17:38,850 --> 00:17:42,750
Nadat iemand zijn gewassen had
geoogst, waren er wat korenaren die op

305
00:17:42,750 --> 00:17:44,070
de grond vielen.

306
00:17:44,070 --> 00:17:47,550
Die bleven daar liggen, zodat
de armen ze konden nalezen.

307
00:17:47,550 --> 00:17:50,670
Hij zegt dus dat er mensen
zijn die niet rijk zijn,

308
00:17:50,670 --> 00:17:52,470
en die uiteindelijk alleen maar kunnen

309
00:17:52,470 --> 00:17:55,290
nalezen in de wijngaarden
van de goddelozen.

310
00:17:55,290 --> 00:17:58,170
De naakte laten zij
overnachten zonder kleding,

311
00:17:58,170 --> 00:18:00,750
terwijl hij geen bedekking
heeft tegen de kou.

312
00:18:00,750 --> 00:18:03,390
Zij worden nat door een
stortvloed van de bergen,

313
00:18:03,390 --> 00:18:07,410
en zonder een toevluchtsoord
klampen zij zich vast aan een rots.

314
00:18:07,410 --> 00:18:12,270
[Vertalersnoot: In Greggs Engelse
vertaling zijn de armen in Job 24:7

315
00:18:12,270 --> 00:18:15,090
zelf degenen die zonder
kleding overnachten.

316
00:18:15,090 --> 00:18:19,770
De HSV laat daar de onderdrukkers de
naakte zonder kleding laten overnachten.

317
00:18:19,770 --> 00:18:23,490
Zijn uitleg van “zij” volgt
de Engelse vertaling.]

318
00:18:23,490 --> 00:18:26,370
Ik denk dat al die keren ‘zij’ in vers 2,

319
00:18:26,370 --> 00:18:30,990
3 en 4 slaan op deze goddeloze
mensen die de armen uitbuiten.

320
00:18:30,990 --> 00:18:34,590
En al die keren ‘zij’
in vers 5 tot en met 8

321
00:18:34,590 --> 00:18:37,890
slaan op de armen die in
vers 4 zijn geïntroduceerd.

322
00:18:37,890 --> 00:18:42,630
Nu hebben we in vers 9 weer de ‘sommigen’,
dezelfde ‘sommigen’ als in vers

323
00:18:42,630 --> 00:18:44,550
2, de slechteriken.

324
00:18:44,550 --> 00:18:49,830
Zij rukken een weeskind van de borst, en
van een ellendige nemen zij onderpand.

325
00:18:49,830 --> 00:18:55,110
Naakt lopen zij rond, zonder kleding,
en hongerig dragen zij schoven.

326
00:18:55,110 --> 00:18:58,890
[Vertalersnoot: In Greggs
Engelse vertaling van Job 24:10

327
00:18:58,890 --> 00:19:04,110
zijn de onderdrukkers nog het onderwerp:
zij laten de armen zonder kleding lopen

328
00:19:04,110 --> 00:19:06,870
en nemen de hongerigen hun schoven af.

329
00:19:06,870 --> 00:19:11,070
In de HSV zijn de armen in
vers 10 al het onderwerp.

330
00:19:11,070 --> 00:19:15,090
Gregg laat de overgang naar de
armen pas bij vers 11 plaatsvinden.]

331
00:19:15,090 --> 00:19:19,410
Daarna lijkt het erop dat met ‘zij’
weer deze armen worden bedoeld.

332
00:19:19,410 --> 00:19:24,390
Tussen hun muren persen zij olie uit,
treden de perskuipen, en hebben dorst.

333
00:19:24,390 --> 00:19:27,090
Dat ze binnen hun muren olie persen,

334
00:19:27,090 --> 00:19:31,050
betekent volgens mij dat ze het
weinige dat ze hebben moeten verbergen.

335
00:19:31,050 --> 00:19:34,710
Ze moeten naar binnen gaan om de
olie uit hun olijven te persen,

336
00:19:34,710 --> 00:19:38,070
terwijl dat niet de plek is waar
je dat normaal gesproken zou doen.

337
00:19:38,070 --> 00:19:40,530
Maar ze moeten wat ze hebben verbergen

338
00:19:40,530 --> 00:19:44,610
voor degenen die hun spullen
van hen stelen, de goddelozen.

339
00:19:44,610 --> 00:19:50,610
Dus dat beetje olie dat ze uit hun olijven
persen, persen ze achter gesloten deuren,

340
00:19:50,610 --> 00:19:53,310
zonder dat iemand weet
dat ze dat kunnen doen.

341
00:19:53,310 --> 00:19:57,630
Vanuit de stad kermen mensen, en
de ziel van de dodelijk gewonden

342
00:19:57,630 --> 00:20:01,230
schreeuwt het uit; toch
beschikt God niets ongerijmds.

343
00:20:01,230 --> 00:20:07,170
[Vertalersnoot: Gregg leest in Job 24:12
een Engelse vertaling met de strekking:

344
00:20:07,170 --> 00:20:09,990
‘toch rekent God hun geen kwaad aan’.

345
00:20:09,990 --> 00:20:14,730
De HSV heeft ‘toch beschikt
God niets ongerijmds’.

346
00:20:14,730 --> 00:20:17,490
Zijn uitleg volgt de Engelse formulering.]

347
00:20:17,490 --> 00:20:20,850
Dat wil zeggen, God rekent degenen
die hen onderdrukken geen kwaad aan.

348
00:20:20,850 --> 00:20:22,710
Dat is blijkbaar wat hij zegt.

349
00:20:22,710 --> 00:20:25,470
Hij zegt dat er mensen
zijn die onderdrukt worden,

350
00:20:25,470 --> 00:20:28,290
en dat er mensen zijn
die hen onderdrukken.

351
00:20:28,290 --> 00:20:32,430
En het lijkt erop dat God de
onderdrukkers geen kwaad aanrekent.

352
00:20:32,430 --> 00:20:35,070
Hij zegt niet dat Hij dat nooit zal doen.

353
00:20:35,070 --> 00:20:39,570
Hij zegt niet dat er geen oordeel is,
al weet ik niet of Job weet dat er een

354
00:20:39,570 --> 00:20:41,070
oordeel zal zijn.

355
00:20:41,070 --> 00:20:45,690
Het enige wat hij weet, is dat God, als
het gaat om hoe het de goddelozen en de

356
00:20:45,690 --> 00:20:50,790
rechtvaardigen in dit leven vergaat, de
goddelozen geen straf lijkt op te leggen.

357
00:20:50,790 --> 00:20:52,350
Dat is wat hij niet begrijpt.

358
00:20:52,350 --> 00:20:56,730
Zij zijn bij hen die het licht
weerstaan; zij kennen Zijn wegen niet,

359
00:20:56,730 --> 00:20:58,530
en blijven niet op Zijn paden.

360
00:20:58,530 --> 00:20:59,850
zegt hij.

361
00:20:59,850 --> 00:21:04,310
Vóór het licht staat de moordenaar
op, hij doodt de ellendige en arme;

362
00:21:04,310 --> 00:21:07,290
en 's nachts is hij als een dief.

363
00:21:07,290 --> 00:21:11,310
Het oog van de overspeler wacht
op de schemering; hij zegt:

364
00:21:11,310 --> 00:21:16,050
Geen oog mag mij waarnemen; en hij
doet een masker voor zijn gezicht.

365
00:21:16,050 --> 00:21:19,290
In de duisternis dringt
hij door in de huizen.

366
00:21:19,290 --> 00:21:23,910
Overdag sluiten zij zichzelf op; zij
willen niets weten van het licht.

367
00:21:23,910 --> 00:21:28,230
Ja, de schaduw van de dood is
voor hen allen als de morgen,

368
00:21:28,230 --> 00:21:31,830
want men kent de verschrikkingen
van de schaduw van de dood.

369
00:21:31,830 --> 00:21:36,270
Wat hij zegt, is dat er mensen zijn die
alles wat ze doen 's nachts moeten doen,

370
00:21:36,270 --> 00:21:38,430
omdat ze goddeloos zijn.

371
00:21:38,430 --> 00:21:41,730
Ze moeten dingen onder dekking
van de duisternis doen.

372
00:21:41,730 --> 00:21:43,530
Ze houden niet van het licht.

373
00:21:43,530 --> 00:21:47,910
Ze willen niet dat de dag aanbreekt,
omdat ze misschien herkend worden.

374
00:21:47,910 --> 00:21:51,390
Dus doen ze al hun gemene daden 's nachts.

375
00:21:51,390 --> 00:21:53,250
In vers 18 staat:

376
00:21:53,250 --> 00:21:57,930
Hij is snel op het wateroppervlak;
hun deel op de aarde is vervloekt;

377
00:21:57,930 --> 00:22:01,050
hij wendt zich niet in de
richting van de wijngaarden.

378
00:22:01,050 --> 00:22:05,550
In de Engelse vertaling
staat ‘should be’ cursief.

379
00:22:05,550 --> 00:22:09,510
Ik heb van de commentatoren
gehoord dat juist dit hoofdstuk

380
00:22:09,510 --> 00:22:11,850
vol vertaalmoeilijkheden zit.

381
00:22:11,850 --> 00:22:17,190
Een van de moeilijkheden is dat men
denkt dat de verzen 18 tot en met 25 niet

382
00:22:17,190 --> 00:22:19,950
weergeven wat Job zelf zou zeggen.

383
00:22:19,950 --> 00:22:23,190
Want zoals het er zonder
‘should be’ staat,

384
00:22:23,190 --> 00:22:27,690
klinkt het alsof hij zegt dat ze snel
over het oppervlak van de aarde gaan;

385
00:22:27,690 --> 00:22:30,090
dat ze vervloekt zijn op de aarde.

386
00:22:30,090 --> 00:22:32,190
Ze ondervinden wel degelijk beproevingen.

387
00:22:32,190 --> 00:22:36,450
Maar Jobs standpunt is natuurlijk
precies het tegenovergestelde.

388
00:22:36,450 --> 00:22:39,750
Sommigen denken dat dit een van de
toespraken van zijn vrienden is,

389
00:22:39,750 --> 00:22:43,770
misschien de ontbrekende toespraak
van Zofar of iets dergelijks.

390
00:22:43,770 --> 00:22:47,910
Die zou hier dan terechtgekomen zijn door
de manier waarop men door de jaren heen

391
00:22:47,910 --> 00:22:50,190
met de handschriften is omgegaan.

392
00:22:50,190 --> 00:22:54,810
Maar de New King James lijkt de
gedachte tot uitdrukking te brengen door

393
00:22:54,810 --> 00:22:56,670
‘should be’ in te voegen.

394
00:22:56,670 --> 00:23:00,150
Het is niet dat ze snel over het
oppervlak van het water gaan,

395
00:23:00,150 --> 00:23:02,970
maar dat het water hen
zou moeten wegvoeren.

396
00:23:02,970 --> 00:23:07,230
Het water van de straf zou deze
mensen snel moeten wegvoeren.

397
00:23:07,230 --> 00:23:10,650
Droogte met hitte roven
het sneeuwwater weg;

398
00:23:10,650 --> 00:23:13,470
zo doet het graf bij hen
die gezondigd hebben.

399
00:23:13,470 --> 00:23:16,230
Let eens op hoeveel woorden
van die laatste regel

400
00:23:16,230 --> 00:23:18,750
er daadwerkelijk in het Hebreeuws staan.

401
00:23:18,750 --> 00:23:22,050
Er staat alleen ‘het
graf, hebben gezondigd’.

402
00:23:22,050 --> 00:23:24,270
Dat is wat er in het Hebreeuws staat.

403
00:23:24,270 --> 00:23:27,690
Dus de vertaler moet
uitzoeken wat dat betekent.

404
00:23:27,690 --> 00:23:32,790
Het graf van degenen die gezondigd hebben
zou hen moeten verteren, of zoiets.

405
00:23:32,790 --> 00:23:36,930
Dit is moeilijk, want je ziet hoeveel
cursief gedrukte woorden hier in de

406
00:23:36,930 --> 00:23:38,730
Engelse vertaling staan.

407
00:23:38,730 --> 00:23:41,370
Als je de passage zonder
die woorden leest,

408
00:23:41,370 --> 00:23:45,210
zijn er veel onvolledige zinnen
waarvan moeilijk vast te stellen is

409
00:23:45,210 --> 00:23:47,370
hoe je ze precies moet vertalen.

410
00:23:47,370 --> 00:23:51,390
Zelfs de baarmoeder vergeet hem,
de maden doen zich aan hem te goed,

411
00:23:51,390 --> 00:23:56,370
er wordt niet meer aan hem gedacht; het
onrecht wordt gebroken als een stuk hout.

412
00:23:56,370 --> 00:24:00,150
De onvruchtbare, die niet
baart, doet hij kwaad,

413
00:24:00,150 --> 00:24:02,370
en voor de weduwe doet hij niets goeds.

414
00:24:02,370 --> 00:24:06,750
Dat zou dan de kinderloze vrouw zijn, die
al als ongelukkig wordt beschouwd omdat

415
00:24:06,750 --> 00:24:08,430
ze onvruchtbaar is.

416
00:24:08,430 --> 00:24:11,310
Hij maakt hen tot zijn
prooi, maakt misbruik van

417
00:24:11,310 --> 00:24:13,710
hen, waarschijnlijk financieel.

418
00:24:13,710 --> 00:24:17,610
Ook trekt hij de machtigen neer
door zijn kracht; als hij opstaat,

419
00:24:17,610 --> 00:24:19,890
is men zijn leven niet zeker.

420
00:24:19,890 --> 00:24:23,430
Doet God hem onbezorgd
zijn, dan steunt hij daarop;

421
00:24:23,430 --> 00:24:26,671
maar Zijn ogen zijn op hun wegen gericht .

422
00:24:26,671 --> 00:24:30,871
Zij zijn een korte tijd verheven,
daarna is er niemand van hen meer ,

423
00:24:30,871 --> 00:24:36,330
zij worden neergedrukt; evenals alle
anderen worden zij in het graf gesloten;

424
00:24:36,330 --> 00:24:39,930
en zij worden als de top
van een aar afgesneden.

425
00:24:39,930 --> 00:24:44,670
Dit klinkt als iets wat Zofar zei
over hoe kort de goddelozen leven.

426
00:24:44,670 --> 00:24:49,290
Nogmaals, dat is een van de redenen waarom
sommige geleerden denken dat er misschien

427
00:24:49,290 --> 00:24:54,090
iets is weggevallen, aangezien we geen
laatste toespraak van Zofar hebben.

428
00:24:54,090 --> 00:24:57,870
Misschien zijn de handschriften in de loop
van de eeuwen op de een of andere manier

429
00:24:57,870 --> 00:25:01,710
door elkaar geraakt, en zijn er
misschien een paar woorden weggevallen,

430
00:25:01,710 --> 00:25:04,710
zoals ‘Zofar zei’ of iets dergelijks.

431
00:25:04,710 --> 00:25:07,350
Veel commentatoren worstelen
met dit soort dingen,

432
00:25:07,350 --> 00:25:10,110
omdat het lijkt op wat Zofar eerder zei.

433
00:25:10,110 --> 00:25:13,350
Het lijkt volgens hen niet
op iets wat Job zou zeggen.

434
00:25:13,350 --> 00:25:18,090
Maar zo is de tekst aan ons
overgeleverd, en we moeten ons afvragen:

435
00:25:18,090 --> 00:25:21,630
zou Job dit gezegd kunnen
hebben? En dat zou kunnen.

436
00:25:21,630 --> 00:25:23,790
Hij zou kunnen toegeven dat het waar is

437
00:25:23,790 --> 00:25:28,110
dat goddelozen vaak slecht aan
hun einde komen. Dat wist Job.

438
00:25:28,110 --> 00:25:33,270
Hij was niet blij met wat Zofar en
Elifaz suggereerden toen ze daarop wezen,

439
00:25:33,270 --> 00:25:37,170
omdat ze daarmee suggereerden dat
hij door zijn goddeloosheid in deze

440
00:25:37,170 --> 00:25:39,030
ellende terecht was gekomen.

441
00:25:39,030 --> 00:25:42,630
Maar zodra je het losmaakt van
zijn eigen persoonlijke geval,

442
00:25:42,630 --> 00:25:44,490
kan hij dat constateren.

443
00:25:44,490 --> 00:25:49,830
Iedereen kan zien dat goddelozen van tijd
tot tijd onder het oordeel van God vallen.

444
00:25:49,830 --> 00:25:52,890
Hij zou dat zonder enig
probleem kunnen erkennen.

445
00:25:52,890 --> 00:25:55,110
Hij zegt in vers 25:

446
00:25:55,110 --> 00:25:56,610
Is het dan niet zo?

447
00:25:56,610 --> 00:26:00,990
Wie kan mij tot een leugenaar maken,
en mijn woorden tot niets maken?

448
00:26:00,990 --> 00:26:05,430
De laatste die probeert te bewijzen
dat hij een leugenaar is, is Bildad,

449
00:26:05,430 --> 00:26:09,810
maar hij doet niet echt veel moeite om
te bewijzen dat Job een leugenaar is.

450
00:26:09,810 --> 00:26:11,670
Hij dooft gewoon uit.

451
00:26:11,670 --> 00:26:15,030
Deze toespraak van Bildad
is vrijwel waardeloos.

452
00:26:15,030 --> 00:26:20,070
Ik denk dat hij hier alleen maar staat om
te laten zien dat die man uitgepraat was.

453
00:26:20,070 --> 00:26:22,290
Die man had geen argumenten meer.

454
00:26:22,290 --> 00:26:24,870
Hij had zichzelf al twee keer herhaald.

455
00:26:24,870 --> 00:26:27,450
Hij ging zichzelf niet nog eens herhalen.

456
00:26:27,450 --> 00:26:29,070
Hij trekt zich terug.

457
00:26:29,070 --> 00:26:31,050
Dit is zijn laatste uitval.

458
00:26:31,050 --> 00:26:34,110
Hij heeft niets erg interessants
of origineels te zeggen.

459
00:26:34,110 --> 00:26:38,130
Het klinkt zelfs alsof hij gewoon
een reeks gemeenplaatsen aanhaalt

460
00:26:38,130 --> 00:26:41,850
die waarschijnlijk al als spreuken
van de wijzen bekendstonden.

461
00:26:41,850 --> 00:26:44,310
In hoofdstuk 25 staat:

462
00:26:44,310 --> 00:26:51,150
Bildad, de Suhiet, antwoordde en zei:
Heerschappij en ontzag behoren Hem toe.

463
00:26:51,150 --> 00:26:54,150
Hij maakt vrede in Zijn hoge plaatsen.

464
00:26:54,150 --> 00:26:56,430
Zijn Zijn legers te tellen?

465
00:26:56,430 --> 00:26:58,530
Over wie gaat Zijn licht niet op?

466
00:26:58,530 --> 00:27:01,110
Hoe kan een mens dan
rechtvaardig zijn voor God,

467
00:27:01,110 --> 00:27:05,430
en hoe kan iemand die uit een
vrouw geboren is, zuiver zijn?

468
00:27:05,430 --> 00:27:10,170
Zelfs de maan schijnt niet helder en de
sterren zijn niet zuiver in Zijn ogen.

469
00:27:10,170 --> 00:27:16,290
Hoeveel te minder een mens, die een made
is, en een mensenkind, dat een worm is!

470
00:27:16,290 --> 00:27:19,890
Bildad is hier eigenlijk niet eens
bij zijn eigen standpunt gebleven,

471
00:27:19,890 --> 00:27:22,050
al krabbelt hij niet bewust terug.

472
00:27:22,050 --> 00:27:25,170
Net als Elifaz spreekt hij zichzelf tegen.

473
00:27:25,170 --> 00:27:29,410
Elifaz sprak zichzelf tegen omdat
hij in zijn eerste toespraak zei:

474
00:27:29,410 --> 00:27:32,850
[Vertalersnoot: Gregg
parafraseert Elifaz hier als:

475
00:27:32,850 --> 00:27:35,310
‘Je hielp de armen en de weduwen.’

476
00:27:35,310 --> 00:27:40,590
Het onderstaande citaat uit
Job 4:3-4 noemt onderwijs

477
00:27:40,590 --> 00:27:42,690
en het versterken van zwakken.

478
00:27:42,690 --> 00:27:48,450
De specifieke tegenstelling over armen
en weduwen komt uit Greggs parafrase.]

479
00:27:48,450 --> 00:27:53,070
Zie, je hebt velen onderwezen, en
je hebt slappe handen versterkt.

480
00:27:53,070 --> 00:27:56,430
Je woorden hebben degene
die struikelde, opgericht,

481
00:27:56,430 --> 00:27:59,550
en de knikkende knieën
heb je sterk gemaakt.

482
00:27:59,550 --> 00:28:02,550
en vervolgens in zijn
laatste toespraak zei:

483
00:28:02,550 --> 00:28:05,190
Aan de vermoeide gaf je
geen water te drinken,

484
00:28:05,190 --> 00:28:07,950
en je hebt de hongerige brood onthouden.

485
00:28:07,950 --> 00:28:11,190
Maar was er een man met
macht, voor hem was het land,

486
00:28:11,190 --> 00:28:13,410
en een aanzienlijk persoon woonde er.

487
00:28:13,410 --> 00:28:16,050
Weduwen heb je met lege
handen weggestuurd,

488
00:28:16,050 --> 00:28:18,690
en de armen van de wezen
werden verbrijzeld.

489
00:28:18,690 --> 00:28:22,470
Deze mannen letten er niet eens
op of ze zichzelf tegenspreken.

490
00:28:22,470 --> 00:28:24,690
Vaak staan ze alleen maar te razen.

491
00:28:24,690 --> 00:28:27,390
Maar hier komt zijn betoog
in wezen hierop neer:

492
00:28:27,390 --> 00:28:31,770
Hoe zou een sterveling dan rechtvaardig
zijn voor God, en hoe zou hij,

493
00:28:31,770 --> 00:28:34,770
geboren uit een vrouw, zuiver zijn?

494
00:28:34,770 --> 00:28:38,190
Zie, tot aan de maan
toe — ze is niet helder,

495
00:28:38,190 --> 00:28:40,950
en de sterren zijn niet
zuiver in Zijn ogen.

496
00:28:40,950 --> 00:28:45,090
Hoeveel te minder een sterveling,
die een made is, en een mensenkind,

497
00:28:45,090 --> 00:28:46,530
dat een worm is!

498
00:28:46,530 --> 00:28:49,890
Maar wat had dat gepraat over wat
God voor een rechtvaardig mens doet

499
00:28:49,890 --> 00:28:51,450
dan te betekenen?

500
00:28:51,450 --> 00:28:55,710
Eerder, in Bildads toespraken,
in hoofdstuk 8, vers 6,

501
00:28:55,710 --> 00:28:58,230
was Bildad aan het woord en zei hij:

502
00:28:58,230 --> 00:29:03,570
als je zuiver en oprecht bent, dan zal Hij
nu voorzeker ter wille van jou ontwaken,

503
00:29:03,570 --> 00:29:06,270
en de woning van je
gerechtigheid herstellen.

504
00:29:06,270 --> 00:29:09,750
In hetzelfde hoofdstuk, vers 20, zegt hij:

505
00:29:09,750 --> 00:29:12,750
Zie, God zal de oprechte niet verwerpen,

506
00:29:12,750 --> 00:29:15,330
en Hij grijpt kwaaddoeners
niet bij de hand.

507
00:29:15,330 --> 00:29:19,650
Net als de anderen heeft Bildad steeds
gesuggereerd dat er goede mensen zijn en

508
00:29:19,650 --> 00:29:21,570
dat jij daar niet bij hoort.

509
00:29:21,570 --> 00:29:26,370
Als jij daar wel bij hoorde, zou God
je steunen, zou God je beschermen,

510
00:29:26,370 --> 00:29:29,790
zou God voorkomen dat
deze rampen je overkwamen.

511
00:29:29,790 --> 00:29:32,130
Maar je moet wel een slecht mens zijn.

512
00:29:32,130 --> 00:29:36,090
Nu gaat hij de andere kant op
en zegt hij dat niemand goed is.

513
00:29:36,090 --> 00:29:39,750
Als dat waar is, heeft hij zijn
hele betoog onderuitgehaald.

514
00:29:39,750 --> 00:29:44,610
Want als ieder mens een made is,
en als ieder mens een worm is,

515
00:29:44,610 --> 00:29:48,630
en niemand rechtvaardig kan zijn
voor God, dan geldt dat ook voor

516
00:29:48,630 --> 00:29:50,670
Bildad en zijn vrienden.

517
00:29:50,670 --> 00:29:52,830
Zij waren ook niet rechtvaardig.

518
00:29:52,830 --> 00:29:57,690
Bildad, zijn vrienden en Job zitten
allemaal in hetzelfde schuitje.

519
00:29:57,690 --> 00:30:00,450
Ze zijn allemaal even onrechtvaardig.

520
00:30:00,450 --> 00:30:03,270
Ze zijn allemaal gewoon een stel wormen.

521
00:30:03,270 --> 00:30:07,290
Maar als dat waar is, wat blijft
er dan van zijn betoog over?

522
00:30:07,290 --> 00:30:11,850
Wat hij eerder heeft betoogd, is dat wij
niet hebben geleden wat jij hebt geleden,

523
00:30:11,850 --> 00:30:14,730
omdat wij geen zondaars zijn zoals jij.

524
00:30:14,730 --> 00:30:20,070
Jij bent slecht en wij zijn beter,
dus jij hebt geleden en wij niet.

525
00:30:20,070 --> 00:30:23,190
Nu heeft hij die redenering
in wezen opgegeven

526
00:30:23,190 --> 00:30:25,470
en gezegd dat iedereen slecht is.

527
00:30:25,470 --> 00:30:29,670
Maar als dat waar is, waarom
lijdt dan niet iedereen zoals Job?

528
00:30:29,670 --> 00:30:33,690
Bildad trekt zich hier terug, en
we zullen niets meer van hem horen.

529
00:30:33,690 --> 00:30:37,470
Hij heeft eigenlijk niets diepzinnigs
aan het betoog toe te voegen.

530
00:30:37,470 --> 00:30:41,310
Hij zegt alleen dingen waarvan hij
misschien niet eens beseft dat ze zijn

531
00:30:41,310 --> 00:30:44,310
eigen eerdere uitspraken tegenspreken.

532
00:30:44,310 --> 00:30:48,210
Vanaf hier, hoofdstuk 26 tot en met 31,

533
00:30:48,210 --> 00:30:52,650
hebben we de langste ononderbroken
reeks toespraken van één spreker in

534
00:30:52,650 --> 00:30:54,150
het boek Job.

535
00:30:54,150 --> 00:30:57,150
We krijgen nog toespraken
van Elihu en van God,

536
00:30:57,150 --> 00:31:01,410
maar die zullen niet helemaal zo lang
doorgaan als deze toespraken van Job.

537
00:31:01,410 --> 00:31:05,310
Soms worden deze behandeld alsof
het afzonderlijke betogen zijn,

538
00:31:05,310 --> 00:31:08,310
omdat hoofdstuk 26:1 zegt:

539
00:31:08,310 --> 00:31:10,530
Maar Job antwoordde en zei:

540
00:31:10,530 --> 00:31:12,630
Hoofdstuk 27 zegt:

541
00:31:12,630 --> 00:31:15,810
En Job hief opnieuw
zijn spreuk aan en zei:

542
00:31:15,810 --> 00:31:18,090
En dan hoofdstuk 29:

543
00:31:18,090 --> 00:31:20,910
En Job hief opnieuw
zijn spreuk aan en zei:

544
00:31:20,910 --> 00:31:25,110
Deze onderbrekingen, waarin staat
dat Job zijn betoog voortzette,

545
00:31:25,110 --> 00:31:27,990
komen eerder niet telkens
voor wanneer zijn betoog

546
00:31:27,990 --> 00:31:30,390
twee of drie hoofdstukken doorgaat.

547
00:31:30,390 --> 00:31:33,930
Het zou dus kunnen dat hij het
op een later moment voortzette.

548
00:31:33,930 --> 00:31:38,670
Hij sprak een deel hiervan bij de ene
gelegenheid uit, en later ging hij verder.

549
00:31:38,670 --> 00:31:41,850
Zijn onderbrekingen worden
op deze manier aangegeven.

550
00:31:41,850 --> 00:31:46,170
Hoe dan ook, niet al deze
hoofdstukken zeggen precies hetzelfde.

551
00:31:46,170 --> 00:31:50,310
Hoofdstuk 26 en 27 zouden
heel goed gezien kunnen worden

552
00:31:50,310 --> 00:31:53,370
als het einde van zijn
dialoog met deze drie mannen.

553
00:31:53,370 --> 00:31:57,570
Het is mogelijk dat er hier publiek bij
was en dat sommige dingen die Job zegt

554
00:31:57,570 --> 00:31:59,730
voor dat publiek bedoeld zijn.

555
00:31:59,730 --> 00:32:03,630
Elihu was er blijkbaar als toehoorder
bij, en dat wisten we niet.

556
00:32:03,630 --> 00:32:06,390
De enige reden waarom we
weten dat hij erbij was,

557
00:32:06,390 --> 00:32:08,730
is dat hij uiteindelijk het woord nam.

558
00:32:08,730 --> 00:32:12,270
Misschien zaten er ook anderen te
luisteren die het woord niet namen.

559
00:32:12,270 --> 00:32:14,490
Job was tenslotte een beroemd man.

560
00:32:14,490 --> 00:32:18,330
Het is mogelijk dat er behalve deze drie
mannen nog andere mensen bij elkaar waren

561
00:32:18,330 --> 00:32:21,690
gekomen, alleen maar om te
horen wat hij zou zeggen.

562
00:32:21,690 --> 00:32:24,690
Of misschien kwamen er vooral
andere stadsbewoners op af

563
00:32:24,690 --> 00:32:26,670
toen deze drie mannen verschenen,

564
00:32:26,670 --> 00:32:30,210
die misschien bekendstonden om
hun filosofische bekwaamheid.

565
00:32:30,210 --> 00:32:34,950
Die stadsbewoners zeiden dan: ‘Ik ben
benieuwd wat deze drie mannen gaan zeggen.

566
00:32:34,950 --> 00:32:37,110
Wat zullen die mannen te zeggen hebben?’

567
00:32:37,110 --> 00:32:41,730
In elk geval weten we dat Elihu erbij
was, en dat wisten we daarvoor niet.

568
00:32:41,730 --> 00:32:44,010
Misschien was daar een
groep mensen aanwezig.

569
00:32:44,010 --> 00:32:47,850
Sommige dingen die Job zegt, klinken
alsof hij zich daarmee tot niemand in

570
00:32:47,850 --> 00:32:49,410
het bijzonder richt.

571
00:32:49,410 --> 00:32:52,470
Niet tot Elifaz, Zofar en Bildad.

572
00:32:52,470 --> 00:32:57,030
Misschien gewoon tot wie er maar luistert,
misschien tot de menigte die daar is.

573
00:32:57,030 --> 00:33:01,530
Hij lijkt in hoofdstuk 26
en 27 zijn woorden tot zijn

574
00:33:01,530 --> 00:33:03,570
drie vrienden af te ronden.

575
00:33:03,570 --> 00:33:08,430
En dan staat er in hoofdstuk 28
zomaar een gedicht over wijsheid,

576
00:33:08,430 --> 00:33:13,710
dat niets te maken lijkt te hebben met
wat eraan voorafging of wat erop volgde.

577
00:33:13,710 --> 00:33:16,770
Het is een soort op
zichzelf staand gedicht.

578
00:33:16,770 --> 00:33:20,850
Sommige uitleggers denken zelfs dat
dezelfde schrijver het bij een andere

579
00:33:20,850 --> 00:33:24,570
gelegenheid heeft geschreven en
dat het hier is tussengevoegd.

580
00:33:24,570 --> 00:33:28,410
Of misschien staat het hier als
onderbreking van de toespraken met deze

581
00:33:28,410 --> 00:33:33,210
drie mannen, om over te gaan naar
de toespraken van Elihu en God.

582
00:33:33,210 --> 00:33:34,830
Dat is moeilijk te zeggen.

583
00:33:34,830 --> 00:33:38,250
Maar in hoofdstuk 29 tot en met 31

584
00:33:38,250 --> 00:33:42,090
gaat Job herinneringen
ophalen aan hoe goed het was

585
00:33:42,090 --> 00:33:44,310
voordat zijn beproevingen kwamen.

586
00:33:44,310 --> 00:33:47,850
Daarna gaat hij vertellen hoe
zwaar zijn beproevingen zijn,

587
00:33:47,850 --> 00:33:51,990
en vervolgens gaat hij
vertellen hoe onschuldig hij is.

588
00:33:51,990 --> 00:33:54,690
Daarmee eindigen zijn
toespraken in het boek.

589
00:33:54,690 --> 00:33:58,470
Maar hier, in hoofdstuk 26 en 27,

590
00:33:58,470 --> 00:34:02,790
is dit waarschijnlijk zijn laatste
weerwoord aan deze drie mannen.

591
00:34:02,790 --> 00:34:05,670
Hoe heb jij hem geholpen
die geen kracht heeft,

592
00:34:05,670 --> 00:34:08,430
en de arm verlost die geen macht heeft?

593
00:34:08,430 --> 00:34:11,610
Hoe heb jij hem raad gegeven
die geen wijsheid had,

594
00:34:11,610 --> 00:34:15,330
en hoe heb jij hem wijsheid
in overvloed bekendgemaakt?

595
00:34:15,330 --> 00:34:18,030
Aan wie heb jij zulke
woorden bekendgemaakt?

596
00:34:18,030 --> 00:34:20,850
En wiens geest is van jou uitgegaan?

597
00:34:20,850 --> 00:34:22,290
Dit is zijn samenvatting.

598
00:34:22,290 --> 00:34:25,770
Hij zegt: ‘Jullie zijn
duidelijk uitgepraat.’

599
00:34:25,770 --> 00:34:28,470
Elifaz heeft drie keer gesproken.

600
00:34:28,470 --> 00:34:33,450
Bildad heeft drie keer gesproken,
maar eigenlijk maar tweeënhalve keer.

601
00:34:33,450 --> 00:34:36,030
Zofar heeft zijn betoog afgesloten.

602
00:34:36,030 --> 00:34:38,430
Het is alsof het debat voorbij is.

603
00:34:38,430 --> 00:34:41,850
En Job zegt: ‘Laat me
dit nu eens samenvatten.

604
00:34:41,850 --> 00:34:44,010
Wat hebben jullie nu eigenlijk bereikt?

605
00:34:44,010 --> 00:34:46,410
Wat voor hulp hebben jullie me gegeven?

606
00:34:46,410 --> 00:34:50,790
Wat voor raad hebben jullie me gegeven
die ik zelf niet had kunnen bedenken?’

607
00:34:50,790 --> 00:34:54,090
Misschien dachten ze dat de Geest
van de Heere door hen sprak,

608
00:34:54,090 --> 00:34:56,910
al hebben ze dat nooit
uitdrukkelijk beweerd.

609
00:34:56,910 --> 00:35:01,290
Elifaz zei in zijn eerste toespraak
dat hij iets van een geest had gehoord,

610
00:35:01,290 --> 00:35:04,050
maar dat kan een demonische
geest zijn geweest.

611
00:35:04,050 --> 00:35:05,730
Dat is moeilijk te zeggen.

612
00:35:05,730 --> 00:35:09,390
Ze spraken in elk geval niet in
de juiste geest, dat weten we.

613
00:35:09,390 --> 00:35:12,210
Weet je nog dat Jezus en Zijn
discipelen op weg naar Jeruzalem

614
00:35:12,210 --> 00:35:13,710
door Samaria trokken?

615
00:35:13,710 --> 00:35:16,770
Ik geloof dat het in
Lukas hoofdstuk 9 staat.

616
00:35:16,770 --> 00:35:20,190
De mensen in Samaria wilden
hun geen onderdak geven.

617
00:35:20,190 --> 00:35:22,830
Ze waren ongastvrij tegenover hen.

618
00:35:22,830 --> 00:35:26,430
Er staat dat Jakobus en Johannes
naar Jezus toe kwamen en zeiden:

619
00:35:26,430 --> 00:35:30,750
Zullen wij vuur uit de hemel over
hen afroepen, zoals Elia deed?

620
00:35:30,750 --> 00:35:32,130
En Jezus zei:

621
00:35:32,130 --> 00:35:35,190
Jullie weten niet door wat voor
geest jullie je laten leiden,

622
00:35:35,190 --> 00:35:38,610
want de Mensenzoon is niet gekomen
om mensenlevens te vernietigen,

623
00:35:38,610 --> 00:35:40,110
maar om ze te redden.

624
00:35:40,110 --> 00:35:42,150
Het is interessant dat Hij zei:

625
00:35:42,150 --> 00:35:47,490
Maar Hij keerde Zich om, bestrafte hen en
zei: U beseft niet wat voor Geest u hebt,

626
00:35:47,490 --> 00:35:50,850
Het hoeft niet eens te betekenen dat
Hij zei dat er een demonische geest in

627
00:35:50,850 --> 00:35:51,810
het spel was.

628
00:35:51,810 --> 00:35:55,470
Maar ze spraken beslist niet
in de Geest van Christus.

629
00:35:55,470 --> 00:35:57,990
Misschien is het toch niet dat hoofdstuk.

630
00:35:57,990 --> 00:36:00,210
Misschien is het hoofdstuk 10.

631
00:36:00,210 --> 00:36:02,310
Ik weet nu niet waar het staat.

632
00:36:02,310 --> 00:36:04,230
Hoe dan ook, die uitspraak:

633
00:36:04,230 --> 00:36:09,930
Maar Hij keerde Zich om, bestrafte hen en
zei: U beseft niet wat voor Geest u hebt,

634
00:36:09,930 --> 00:36:15,270
want de Zoon des mensen is niet gekomen
om zielen van mensen te gronde te richten,

635
00:36:15,270 --> 00:36:17,130
maar om ze te behouden.

636
00:36:17,130 --> 00:36:19,230
En zij gingen naar een ander dorp.

637
00:36:19,230 --> 00:36:21,390
vind ik een belangrijke uitspraak.

638
00:36:21,390 --> 00:36:27,210
Het is hoofdstuk 9: Lukas
hoofdstuk 9, vers 54 en verder.

639
00:36:27,210 --> 00:36:32,670
Toen de discipelen Jakobus en
Johannes dat zagen, zeiden zij: Heere,

640
00:36:32,670 --> 00:36:37,470
wilt U dat wij zeggen dat er vuur van
de hemel moet neerdalen en hen verteren,

641
00:36:37,470 --> 00:36:39,630
zoals ook Elia gedaan heeft?

642
00:36:39,630 --> 00:36:43,170
Wat een merkwaardige vraag
om aan Jezus te stellen.

643
00:36:43,170 --> 00:36:46,350
Kon Jezus dat Zelf niet
doen als Hij dat wilde?

644
00:36:46,350 --> 00:36:49,710
‘Heere, wilt U dat wij dit voor U doen?

645
00:36:49,710 --> 00:36:53,070
Wilt U dat wij vuur uit
de hemel laten komen?’

646
00:36:53,070 --> 00:36:55,050
Hadden ze ooit zoiets gedaan?

647
00:36:55,050 --> 00:36:57,930
Dachten ze dat ze de macht
hadden om dat te doen?

648
00:36:57,930 --> 00:37:02,550
Blijkbaar dachten ze dat ze het wel
konden als Hij hun daartoe opdracht gaf.

649
00:37:02,550 --> 00:37:05,250
Ze vragen alleen maar om toestemming.

650
00:37:05,250 --> 00:37:10,110
Jezus’ woorden ‘U beseft niet wat
voor Geest u hebt’ ontbreken in de

651
00:37:10,110 --> 00:37:14,910
Alexandrijnse tekst, maar ik denk
dat ze authentiek zijn. En Hij zegt:

652
00:37:14,910 --> 00:37:19,110
Want de Zoon des mensen is niet
gekomen om mensenlevens te vernietigen,

653
00:37:19,110 --> 00:37:20,790
maar om ze te redden.

654
00:37:20,790 --> 00:37:23,730
Dus volgens mij zegt
Job tegen zijn vrienden:

655
00:37:23,730 --> 00:37:26,910
Jullie weten niet door wat voor
geest jullie je laten leiden.

656
00:37:26,910 --> 00:37:28,830
‘Jullie geest is niet goed.

657
00:37:28,830 --> 00:37:31,950
Sommige van jullie woorden
waren rechtzinnig en waar,

658
00:37:31,950 --> 00:37:34,350
maar jullie geest is niet goed.’

659
00:37:34,350 --> 00:37:37,950
Misschien is dat een les waarvan
christenen zich bewust moeten zijn.

660
00:37:37,950 --> 00:37:41,970
We kunnen de juiste leer hebben, we
kunnen de juiste overtuigingen hebben,

661
00:37:41,970 --> 00:37:44,970
we kunnen dingen overbrengen
die werkelijk waar zijn.

662
00:37:44,970 --> 00:37:47,430
Maar als dat in de
verkeerde geest gebeurt,

663
00:37:47,430 --> 00:37:50,850
zullen die dingen schade
aanrichten en geen hulp bieden.

664
00:37:50,850 --> 00:37:53,130
Nu Job 26:5:

665
00:37:53,130 --> 00:37:56,730
De gestorvenen zullen opnieuw
geboren worden van onder de wateren,

666
00:37:56,730 --> 00:37:58,470
en de bewoners daarvan.

667
00:37:58,470 --> 00:38:03,090
Het graf is naakt voor Hem, en er
is geen bedekking voor het verderf.

668
00:38:03,090 --> 00:38:05,850
Hij strekt het noorden
uit over het ledige;

669
00:38:05,850 --> 00:38:08,250
Hij hangt de aarde op aan het niets.

670
00:38:08,250 --> 00:38:12,630
Deze uitspraak wordt soms aangehaald als
een aanwijzing dat de Bijbel geïnspireerd

671
00:38:12,630 --> 00:38:16,650
is, omdat Job iets wist waarvan
wij weten dat het waar is,

672
00:38:16,650 --> 00:38:19,590
maar wat de mensen in
zijn tijd niet wisten.

673
00:38:19,590 --> 00:38:24,990
In die oude tijden geloofde men over het
algemeen dat de aarde niet aan niets hing.

674
00:38:24,990 --> 00:38:28,950
De aarde rustte in werkelijkheid
op de ruggen van drie olifanten,

675
00:38:28,950 --> 00:38:32,910
en die drie olifanten stonden op
een reusachtige landschildpad.

676
00:38:32,910 --> 00:38:36,150
Dat was destijds de
heidense kijk op de dingen.

677
00:38:36,150 --> 00:38:38,910
Job zei dat God de aarde aan niets hing.

678
00:38:38,910 --> 00:38:42,870
Dat weerspiegelt duidelijk een andere
opvatting dan die van zijn tijd,

679
00:38:42,870 --> 00:38:46,470
en een die heel goed
overeenkomt met de onze.

680
00:38:46,470 --> 00:38:49,350
Wij zouden ook zeggen dat
Hij de aarde aan niets hing,

681
00:38:49,350 --> 00:38:53,010
en we zouden het kunnen bewijzen,
omdat we in de ruimte zijn geweest.

682
00:38:53,010 --> 00:38:56,550
We hebben gezien dat er geen
kapstok is waaraan Hij haar ophangt,

683
00:38:56,550 --> 00:38:59,670
en er is ook geen schildpad, of olifanten.

684
00:38:59,670 --> 00:39:04,170
Job had beslist gelijk, maar ik weet niet
of het de bedoeling is dat we geloven dat

685
00:39:04,170 --> 00:39:08,070
alles wat Job in zijn toespraken
zei, geïnspireerd was,

686
00:39:08,070 --> 00:39:12,510
net zomin als alles wat zijn
vrienden zeiden geïnspireerd was.

687
00:39:12,510 --> 00:39:15,510
Misschien heeft hij dit
onder inspiratie gezegd.

688
00:39:15,510 --> 00:39:19,710
En misschien inspireert God hem nu
om zijn vrienden terecht te wijzen,

689
00:39:19,710 --> 00:39:22,530
nu deze gesprekken ten einde zijn gekomen.

690
00:39:22,530 --> 00:39:25,170
Misschien openbaart God hem hier iets.

691
00:39:25,170 --> 00:39:28,470
Het is een interessant feit dat
het inderdaad overeenkomt met

692
00:39:28,470 --> 00:39:32,310
moderne opvattingen, en niet
met die van zijn eigen tijd.

693
00:39:32,310 --> 00:39:33,930
Over God staat er:

694
00:39:33,930 --> 00:39:38,790
Hij bindt het water in Zijn wolken;
toch scheurt de wolk daaronder niet.

695
00:39:38,790 --> 00:39:43,890
Dit is iets wonderbaarlijks als je erover
nadenkt, want de wolken zitten vol water.

696
00:39:43,890 --> 00:39:45,450
Water is zwaar.

697
00:39:45,450 --> 00:39:48,870
Stel je voor dat je al het water
dat tijdens een regenbui valt,

698
00:39:48,870 --> 00:39:53,850
in een grote bak zou doen en zou proberen
te wegen hoeveel dat water weegt.

699
00:39:53,850 --> 00:39:56,670
Til maar eens een emmer met
negentien liter water op,

700
00:39:56,670 --> 00:39:58,830
dan weet je dat water zwaar is.

701
00:39:58,830 --> 00:40:02,730
Al dat gewicht aan water bevindt
zich daarboven in de wolken.

702
00:40:02,730 --> 00:40:04,770
Hij zegt dat ze niet bezwijken.

703
00:40:04,770 --> 00:40:08,730
Ze bezwijken niet onder dat
gewicht. Soms doen ze dat wel.

704
00:40:08,730 --> 00:40:13,710
Bij de zondvloed deden ze dat, en als
het regent doen ze dat in zekere mate.

705
00:40:13,710 --> 00:40:17,430
Maar het punt is dat er wolken
zijn wanneer het niet regent,

706
00:40:17,430 --> 00:40:19,650
en dat daarboven water is.

707
00:40:19,650 --> 00:40:22,830
Hij verwondert zich gewoon
over dat verschijnsel.

708
00:40:22,830 --> 00:40:28,290
Hij bedekt de aanblik van Zijn troon;
Hij spreidt Zijn wolk erover uit.

709
00:40:28,290 --> 00:40:31,410
Hij heeft een begrenzing
afgetekend over het wateroppervlak,

710
00:40:31,410 --> 00:40:34,650
tot aan de grens tussen
licht en duisternis.

711
00:40:34,650 --> 00:40:38,490
[Vertalersnoot: Greggs Engelse
vertaling noemt in Job 26:10

712
00:40:38,490 --> 00:40:42,330
expliciet een cirkelvormige
horizon op het wateroppervlak.

713
00:40:42,330 --> 00:40:45,390
De HSV spreekt van een ‘begrenzing’.

714
00:40:45,390 --> 00:40:47,670
Zijn uitleg volgt de Engelse formulering.]

715
00:40:47,670 --> 00:40:50,550
Dat zou kunnen verwijzen naar hoe je, als
je op een hoge berg of iets dergelijks

716
00:40:50,550 --> 00:40:54,810
staat en je omdraait en rondkijkt,
kunt zien dat de horizon zich helemaal

717
00:40:54,810 --> 00:40:56,370
rondom je bevindt.

718
00:40:56,370 --> 00:41:00,570
Je zou dus eenvoudig kunnen afleiden dat
er een ronde cirkel langs de rand van de

719
00:41:00,570 --> 00:41:03,930
aarde loopt, langs de
grenzen van de oceanen.

720
00:41:03,930 --> 00:41:09,030
Dit is geen wetenschappelijke uitspraak,
en daarom moet je je afvragen of vers 7

721
00:41:09,030 --> 00:41:11,190
wel als zodanig bedoeld is.

722
00:41:11,190 --> 00:41:16,230
De pilaren van de hemel sidderen en zijn
verbijsterd vanwege Zijn bestraffing.

723
00:41:16,230 --> 00:41:18,810
Door Zijn kracht heeft
Hij de zee opgezweept,

724
00:41:18,810 --> 00:41:22,590
en door Zijn inzicht heeft
Hij Rahab neergeslagen.

725
00:41:22,590 --> 00:41:28,530
Door Zijn Geest kreeg de hemel schoonheid;
Zijn hand heeft de snelle slang doorboord.

726
00:41:28,530 --> 00:41:31,890
Zie, dit zijn nog maar de
uiteinden van Zijn wegen;

727
00:41:31,890 --> 00:41:35,550
wat hebben wij slechts een
fluisterend woord van Hem gehoord!

728
00:41:35,550 --> 00:41:38,850
Wie zou dan de donder van
Zijn kracht kunnen begrijpen?

729
00:41:38,850 --> 00:41:43,110
Natuurlijk zegt hij hier eigenlijk
opnieuw wat zijn centrale stelling is.

730
00:41:43,110 --> 00:41:45,270
Wij begrijpen niet wat God doet.

731
00:41:45,270 --> 00:41:49,890
Ik denk dat hij hier ook tegen zijn
vrienden zegt: ‘Jullie denken van wel.

732
00:41:49,890 --> 00:41:53,310
Jullie denken dat jullie
begrijpen wat God heeft gedaan.

733
00:41:53,310 --> 00:41:55,410
God heeft onheil over mij gebracht.

734
00:41:55,410 --> 00:41:58,650
Jullie denken de wegen
van God zo goed te kennen

735
00:41:58,650 --> 00:42:02,790
dat jullie denken dat het altijd
om deze reden is dat Hij dat doet.’

736
00:42:02,790 --> 00:42:07,650
Maar hij zegt dat wij zelfs de uiterste
randen van Zijn wegen niet begrijpen.

737
00:42:07,650 --> 00:42:12,210
We begrijpen niet hoe de wolken
water kunnen vasthouden daarboven.

738
00:42:12,210 --> 00:42:16,650
We begrijpen niet hoe Hij de
zeeën heeft gevestigd, enzovoort.

739
00:42:16,650 --> 00:42:21,390
Als we dat niet begrijpen: dat zijn
nog maar de randen van Zijn wegen.

740
00:42:21,390 --> 00:42:25,230
Op begrip van de werkelijk geheimzinnige
dingen kunnen we niet eens hopen.

741
00:42:25,230 --> 00:42:26,370
Hij zegt:

742
00:42:26,370 --> 00:42:29,370
Wat horen we maar een
zacht gefluister van Hem!

743
00:42:29,370 --> 00:42:32,670
Maar wie kan het gedonder
van Zijn kracht begrijpen?

744
00:42:32,670 --> 00:42:36,270
De donder van Zijn kracht verwijst
waarschijnlijk naar de rampen

745
00:42:36,270 --> 00:42:38,130
die Job overkomen.

746
00:42:38,130 --> 00:42:42,270
Meestal fluistert God alleen
maar, maar soms dondert Hij.

747
00:42:42,270 --> 00:42:45,150
Was het niet C. S. Lewis?

748
00:42:45,150 --> 00:42:49,590
Er is een heel vaak aangehaald
citaat van C. S. Lewis dat ik niet

749
00:42:49,590 --> 00:42:51,390
precies kan weergeven.

750
00:42:51,390 --> 00:42:55,350
Iets als: ‘Hij fluistert in
dit en Hij spreekt in dat,

751
00:42:55,350 --> 00:42:58,530
maar Hij dondert in onze pijn’, of zoiets.

752
00:42:58,530 --> 00:43:03,090
Wat Lewis in wezen aangeeft, is
dat God op vele manieren spreekt,

753
00:43:03,090 --> 00:43:06,510
maar dat Hij het luidst
spreekt in onze beproevingen.

754
00:43:06,510 --> 00:43:10,410
Dit was bijna woordelijk
hetzelfde. Job zegt dat.

755
00:43:10,410 --> 00:43:12,750
Nu hoofdstuk 27.

756
00:43:12,750 --> 00:43:17,850
En Job hief opnieuw zijn spreuk
aan en zei: Zo waar God leeft,

757
00:43:17,850 --> 00:43:21,330
Die mijn recht heeft
weggenomen, en de Almachtige,

758
00:43:21,330 --> 00:43:27,630
Die mijn ziel bitterheid heeft aangedaan:
Voorzeker, zolang mijn adem nog in mij is,

759
00:43:27,630 --> 00:43:32,550
en het blazen van God in mijn neus,
zullen mijn lippen geen onrecht spreken,

760
00:43:32,550 --> 00:43:35,250
en zal mijn tong geen bedrog uiten!

761
00:43:35,250 --> 00:43:40,410
Er is geen sprake van dat ik jullie
gelijk zou geven; tot ik de geest geef,

762
00:43:40,410 --> 00:43:43,170
zal ik mijn oprechtheid
niet van mij wegdoen.

763
00:43:43,170 --> 00:43:44,730
Daarmee bedoelt hij zijn vrienden.

764
00:43:44,730 --> 00:43:49,110
Ik zal aan mijn gerechtigheid
vasthouden, en zal haar niet loslaten;

765
00:43:49,110 --> 00:43:52,230
mijn hart zal die in mijn
dagen niet minachten.

766
00:43:52,230 --> 00:43:56,310
Het klinkt misschien alsof hij
zegt: ‘Ik zal rechtvaardig blijven.

767
00:43:56,310 --> 00:44:00,150
Ik zal zolang ik leef geen concessies
doen aan mijn levenswandel.

768
00:44:00,150 --> 00:44:03,210
Ik zal mijn gerechtigheid nooit loslaten.

769
00:44:03,210 --> 00:44:06,630
Ik zal mijn oprechtheid nooit prijsgeven.’

770
00:44:06,630 --> 00:44:10,530
Hoewel dat waar kan zijn, is
dat niet het punt dat hij maakt.

771
00:44:10,530 --> 00:44:15,570
Hij zegt: ‘Ik zal tot mijn dood
blijven volhouden dat ik oprecht ben.

772
00:44:15,570 --> 00:44:18,810
Ik zal blijven volhouden
dat ik rechtvaardig ben.

773
00:44:18,810 --> 00:44:24,150
Ik zal mijn bewering, mijn pleidooi
dat ik niet schuldig ben, niet opgeven.

774
00:44:24,150 --> 00:44:26,790
Daar zal ik tot mijn dood aan vasthouden.’

775
00:44:26,790 --> 00:44:29,250
Laat mijn vijand zijn als een goddeloze,

776
00:44:29,250 --> 00:44:32,070
en mijn tegenstander als
iemand die onrecht doet.

777
00:44:32,070 --> 00:44:36,030
Dat is een manier om te zeggen:
‘Ik ben niet de goddeloze.

778
00:44:36,030 --> 00:44:40,590
Laat het degenen die mijn vijanden zijn
vergaan zoals het de goddelozen vergaat,

779
00:44:40,590 --> 00:44:42,390
want ik ben niet goddeloos.

780
00:44:42,390 --> 00:44:46,590
Ik verdien het niet dat mij de dingen
overkomen die de goddelozen overkomen.’

781
00:44:46,590 --> 00:44:50,850
Want wat is de hoop van de huichelaar,
als God zijn leven afsnijdt,

782
00:44:50,850 --> 00:44:53,070
als God zijn ziel wegneemt?

783
00:44:53,070 --> 00:44:57,210
Zal God zijn hulpgeroep horen
als benauwdheid over hem komt?

784
00:44:57,210 --> 00:44:59,970
Zal hij vreugde scheppen in de Almachtige?

785
00:44:59,970 --> 00:45:02,430
Zal hij God te allen tijde aanroepen?

786
00:45:02,430 --> 00:45:07,050
Ik zal jullie onderwijzen aangaande de
hand van God; wat bij de Almachtige is,

787
00:45:07,050 --> 00:45:08,850
zal ik niet verbergen.

788
00:45:08,850 --> 00:45:11,730
Zie, jullie hebben het allen zelf gezien.

789
00:45:11,730 --> 00:45:14,490
Waarom blijven jullie dan
aan vluchtigheid vasthouden?

790
00:45:14,490 --> 00:45:17,550
Dit is het deel van de
goddeloze mens bij God,

791
00:45:17,550 --> 00:45:20,310
en het erfelijk bezit
van de geweldplegers,

792
00:45:20,310 --> 00:45:23,010
dat zij van de Almachtige ontvangen:

793
00:45:23,010 --> 00:45:26,430
De rest van het hoofdstuk besteedt
hij aan de slechte dingen die

794
00:45:26,430 --> 00:45:28,650
de goddelozen overkomen.

795
00:45:28,650 --> 00:45:32,370
Dat klinkt opnieuw als iets wat
een van zijn vrienden zou zeggen,

796
00:45:32,370 --> 00:45:34,290
in plaats van hijzelf.

797
00:45:34,290 --> 00:45:38,790
Daarom denken sommige geleerden dat dit
gedeelte van Job misschien door elkaar is

798
00:45:38,790 --> 00:45:42,750
geraakt bij het omgaan met
en doorgeven van de tekst.

799
00:45:42,750 --> 00:45:44,670
Misschien zijn er
bladzijden op de verkeerde

800
00:45:44,670 --> 00:45:47,430
plaats terechtgekomen, enzovoort.

801
00:45:47,430 --> 00:45:51,210
Misschien zijn sommige toespraken
verplaatst die eigenlijk van zijn vrienden

802
00:45:51,210 --> 00:45:53,790
waren en die lijken te ontbreken.

803
00:45:53,790 --> 00:45:57,990
Denk aan de toespraak van Zofar, of
misschien aan een groter deel van

804
00:45:57,990 --> 00:46:00,150
Bildads laatste toespraak.

805
00:46:00,150 --> 00:46:04,350
Dit soort dingen verwachten we
van hen te horen, niet van Job.

806
00:46:04,350 --> 00:46:07,890
Aan de andere kant weten we
niet of de tekst veranderd is.

807
00:46:07,890 --> 00:46:11,670
Het kan zijn dat Job deze dingen
wel degelijk heeft gezegd.

808
00:46:11,670 --> 00:46:15,810
Er is geen reden waarom Job bij het
afscheid niet zou kunnen instemmen met

809
00:46:15,810 --> 00:46:17,790
iets wat zij hebben gezegd.

810
00:46:17,790 --> 00:46:21,210
Hij was het tenslotte niet
oneens met hun theologie;

811
00:46:21,210 --> 00:46:24,450
hij was het alleen oneens
met hun toepassing.

812
00:46:24,450 --> 00:46:29,190
Terwijl hij zei: ‘Ik ben
onschuldig’, heeft hij steeds gezegd:

813
00:46:29,190 --> 00:46:31,470
‘Ik ben het niet met jullie eens.’

814
00:46:31,470 --> 00:46:33,210
In vers 5 zegt hij:

815
00:46:33,210 --> 00:46:36,030
Ik zal echt niet zeggen
dat jullie gelijk hebben.

816
00:46:36,030 --> 00:46:37,770
Jullie hebben geen gelijk.

817
00:46:37,770 --> 00:46:40,230
Maar op één punt hebben jullie wel gelijk,

818
00:46:40,230 --> 00:46:43,530
en dat is dat het de
goddelozen vaak slecht vergaat.

819
00:46:43,530 --> 00:46:46,170
Uiteindelijk zal het
hun ook slecht vergaan,

820
00:46:46,170 --> 00:46:48,330
want God zal uiteindelijk recht doen.

821
00:46:48,330 --> 00:46:52,230
Hij zegt in dit hoofdstuk dat God
hem zijn recht heeft ontnomen.

822
00:46:52,230 --> 00:46:56,250
Wij zouden kunnen denken dat hij
daarmee zegt dat God onrechtvaardig is,

823
00:46:56,250 --> 00:47:00,630
maar hij heeft het niet over een
onrechtvaardigheid die God eigen zou zijn.

824
00:47:00,630 --> 00:47:05,070
Hij zegt: ‘Mijn omstandigheden
zijn niet rechtvaardig geweest.

825
00:47:05,070 --> 00:47:07,470
Ik heb niet gekregen wat ik verdien.’

826
00:47:07,470 --> 00:47:10,230
Hij zegt niet dat God onrechtvaardig is.

827
00:47:10,230 --> 00:47:15,570
Hij zegt: ‘Zoals de zaken er nu voor
staan, wordt er geen recht gedaan.

828
00:47:15,570 --> 00:47:19,170
Mij is het recht in mijn
rechtvaardige zaak ontnomen.’

829
00:47:19,170 --> 00:47:24,690
Maar God is niet onrechtvaardig, tenzij
Hij de dingen uiteindelijk niet rechtzet.

830
00:47:24,690 --> 00:47:28,590
Dat God lijden toestaat waarvoor
geen rechtvaardiging is,

831
00:47:28,590 --> 00:47:33,690
zegt ons niet dat God onrechtvaardig
is, tenzij God dat nooit goedmaakt.

832
00:47:33,690 --> 00:47:37,050
Hij zegt dus alleen iets
over zijn omstandigheden.

833
00:47:37,050 --> 00:47:39,270
Hij zegt niet iets over God.

834
00:47:39,270 --> 00:47:43,110
Hij zegt dat wat God hem
tot nu toe heeft aangedaan,

835
00:47:43,110 --> 00:47:48,330
inhoudt dat Hij het recht heeft
weggenomen: ‘Mij wordt geen recht gedaan.’

836
00:47:48,330 --> 00:47:51,750
Maar hij zegt niet dat God de
dingen niet zal veranderen.

837
00:47:51,750 --> 00:47:57,210
In deze laatste toespraak klinkt het bijna
alsof hij bevestigt dat God uiteindelijk

838
00:47:57,210 --> 00:48:02,010
rechtvaardig zal handelen, in elk
geval tegenover de goddelozen.

839
00:48:02,010 --> 00:48:06,030
Eerder heeft hij er wel over geklaagd
dat de goddelozen er soms hun hele

840
00:48:06,030 --> 00:48:07,590
leven mee wegkomen.

841
00:48:07,590 --> 00:48:12,570
Maar toch zal hij bevestigen dat
onderdrukkers en goddelozen werkelijk het

842
00:48:12,570 --> 00:48:14,190
onheil over zich afroepen.

843
00:48:14,190 --> 00:48:15,390
Hij zegt:

844
00:48:15,390 --> 00:48:18,450
Dit is het deel van de
goddeloze mens bij God,

845
00:48:18,450 --> 00:48:21,270
en het erfelijk bezit
van de geweldplegers,

846
00:48:21,270 --> 00:48:25,530
dat zij van de Almachtige ontvangen:
als zijn kinderen talrijk worden,

847
00:48:25,530 --> 00:48:29,490
is het voor het zwaard, en zijn
nakomelingen zullen niet met

848
00:48:29,490 --> 00:48:31,050
brood verzadigd worden.

849
00:48:31,050 --> 00:48:35,430
Dat wil zeggen: God kan de
goddeloze veel kinderen geven,

850
00:48:35,430 --> 00:48:37,770
maar ze zullen worden uitgeroeid.

851
00:48:37,770 --> 00:48:42,090
Wie van hem overgebleven zijn,
zullen door de dood begraven worden,

852
00:48:42,090 --> 00:48:44,790
en zijn weduwen zullen niet wenen.

853
00:48:44,790 --> 00:48:49,770
Als hij zilver ophoopt als stof,
en kleding vervaardigt als leem,

854
00:48:49,770 --> 00:48:54,090
zal hij die vervaardigen, maar de
rechtvaardige zal die aantrekken,

855
00:48:54,090 --> 00:48:57,330
en de onschuldige zal het zilver verdelen.

856
00:48:57,330 --> 00:49:02,550
Dat wil zeggen: wanneer hij sterft, zal
het als erfenis worden verdeeld onder

857
00:49:02,550 --> 00:49:05,190
mensen die beter zijn dan hijzelf.

858
00:49:05,190 --> 00:49:07,590
Hij heeft zijn huis als een mot gebouwd,

859
00:49:07,590 --> 00:49:10,410
en als een hut die een
wachter gemaakt heeft.

860
00:49:10,410 --> 00:49:13,170
Dat betekent: heel kwetsbaar.

861
00:49:13,170 --> 00:49:16,770
Rijk legt hij zich te slapen;
hij wordt wel niet weggenomen,

862
00:49:16,770 --> 00:49:20,430
maar als hij zijn ogen
opendoet, is het er niet meer.

863
00:49:20,430 --> 00:49:25,710
Verschrikkingen treffen hem als water; 's
nachts zal een wervelwind hem wegnemen.

864
00:49:25,710 --> 00:49:29,190
De oostenwind zal hem
opnemen, en daar gaat hij;

865
00:49:29,190 --> 00:49:31,950
hij zal hem van zijn plaats wegvagen.

866
00:49:31,950 --> 00:49:35,790
God zal dit alles over hem
werpen en hem niet sparen;

867
00:49:35,790 --> 00:49:38,610
voor Zijn hand zal hij snel wegvluchten.

868
00:49:38,610 --> 00:49:43,470
Men zal over hem zijn handen ineenslaan,
en van afschuw over hem sissen vanuit

869
00:49:43,470 --> 00:49:44,970
zijn woon plaats.

870
00:49:44,970 --> 00:49:48,630
Het volgende hoofdstuk gaat
niet op dezelfde voet verder,

871
00:49:48,630 --> 00:49:52,170
dus dit lijkt het einde van zijn
antwoord aan zijn vrienden te zijn.

872
00:49:52,170 --> 00:49:55,470
Uiteindelijk zegt hij dingen die
we van hen zouden verwachten,

873
00:49:55,470 --> 00:49:58,410
omdat zij precies dat
soort dingen hebben gezegd.

874
00:49:58,410 --> 00:50:04,770
Dus óf het materiaal is wat door elkaar
geraakt, óf Job sluit af door te zeggen:

875
00:50:04,770 --> 00:50:07,950
‘Er zijn dingen waarover
ik het met jullie eens ben.

876
00:50:07,950 --> 00:50:13,110
God brengt uiteindelijk inderdaad onheil
over de goddelozen, tenminste meestal.’

877
00:50:13,110 --> 00:50:16,290
Bedenk dat wijsheidsliteratuur er
niet is om je te vertellen wat er

878
00:50:16,290 --> 00:50:17,970
altijd zal gebeuren.

879
00:50:17,970 --> 00:50:21,690
Ze is er om je te vertellen wat
er normaal gesproken zal gebeuren,

880
00:50:21,690 --> 00:50:26,250
wat je kunt verwachten dat er gebeurt, wat
voor resultaten je kunt verwachten als je

881
00:50:26,250 --> 00:50:27,990
een bepaalde weg volgt.

882
00:50:27,990 --> 00:50:31,770
En het is waar dat iemand
die een goddeloze weg volgt,

883
00:50:31,770 --> 00:50:34,530
het onheil over zichzelf afroept.

884
00:50:34,530 --> 00:50:36,510
In sommige afzonderlijke gevallen

885
00:50:36,510 --> 00:50:39,750
ondervinden rijke mensen
misschien geen onheil.

886
00:50:39,750 --> 00:50:44,070
Job heeft erop gewezen dat we rijke
mensen kennen die gelukkig leefden,

887
00:50:44,070 --> 00:50:47,190
vredig stierven en na
hun dood werden geëerd.

888
00:50:47,190 --> 00:50:49,830
Hij heeft betoogd dat dit soms gebeurt.

889
00:50:49,830 --> 00:50:52,650
Maar de wijsheid van
de wijsheidsliteratuur

890
00:50:52,650 --> 00:50:55,830
zou zijn dat je daar maar
beter niet op kunt rekenen.

891
00:50:55,830 --> 00:51:00,570
Als je overweegt goddeloos te zijn, reken
er dan niet op dat je een van degenen zult

892
00:51:00,570 --> 00:51:03,270
zijn die zo sterven en zo leven.

893
00:51:03,270 --> 00:51:06,690
Dit is veel meer wat je in de
meeste gevallen kunt verwachten.

894
00:51:06,690 --> 00:51:11,550
Er zijn uitzonderingen, en Job zelf is
een uitzondering op het tegenovergestelde,

895
00:51:11,550 --> 00:51:16,710
want het is over het algemeen waar dat
God de rechtvaardige zegent en hem spaart.

896
00:51:16,710 --> 00:51:19,710
Veel van de wijsheidsliteratuur
— de Spreuken,

897
00:51:19,710 --> 00:51:22,351
veel van de Psalmen en
een groot deel van Job —

898
00:51:22,351 --> 00:51:25,350
bevestigt dat God de rechtvaardige zegent.

899
00:51:25,350 --> 00:51:29,790
Maar Job is een uitzondering in deze
specifieke ervaring die hij doormaakt.

900
00:51:29,790 --> 00:51:33,090
Het is dus terecht om die
algemene uitspraken te bevestigen.

901
00:51:33,090 --> 00:51:37,830
Maar wat zijn vrienden niet konden, en
wat Job wel heeft gedaan, is zeggen:

902
00:51:37,830 --> 00:51:41,970
‘Maar er zijn duidelijk uitzonderingen
op die algemene uitspraken.’

903
00:51:41,970 --> 00:51:46,530
God is niet gebonden aan een bepaald
gedragspatroon dat wij kunnen waarnemen

904
00:51:46,530 --> 00:51:48,810
en waaraan wij Hem kunnen houden.

905
00:51:48,810 --> 00:51:52,410
Behalve natuurlijk dat God gebonden
is aan Zijn eigen karakter.

906
00:51:52,410 --> 00:51:54,870
Waar het om gaat, is
dat Zijn eigen karakter

907
00:51:54,870 --> 00:51:57,630
alleen vereist dat Hij rechtvaardig is.

908
00:51:57,630 --> 00:52:02,490
Dat betekent niet dat alles wat er in de
wereld gebeurt rechtvaardig moet zijn.

909
00:52:02,490 --> 00:52:04,830
Want als God van plan is om in een ander

910
00:52:04,830 --> 00:52:09,390
leven al het onrecht recht te zetten en
rechtvaardige vergelding en beloning te

911
00:52:09,390 --> 00:52:13,950
geven naar wat iemand verdient, dan
kan wat er in de tussentijd ook gebeurt

912
00:52:13,950 --> 00:52:17,310
ons niet veel vertellen over
de rechtvaardigheid van God.

913
00:52:17,310 --> 00:52:20,730
We kunnen zien dat er dingen
gebeuren die niet rechtvaardig zijn,

914
00:52:20,730 --> 00:52:23,610
maar dat betekent niet dat
God niet rechtvaardig is,

915
00:52:23,610 --> 00:52:25,950
want Hij kan het allemaal omkeren.

916
00:52:25,950 --> 00:52:29,490
En als Hij het allemaal omkeert,
zal niemand zeggen dat Hij het

917
00:52:29,490 --> 00:52:31,230
verkeerde heeft gedaan.

918
00:52:31,230 --> 00:52:35,070
In Jobs geval wist Job weliswaar
niet zeker wat er zou gebeuren,

919
00:52:35,070 --> 00:52:37,770
en eerder was hij erg wanhopig geweest.

920
00:52:37,770 --> 00:52:40,650
Maar later had hij er
behoorlijk veel vertrouwen in

921
00:52:40,650 --> 00:52:44,670
dat hij op een bepaald moment in de
toekomst voor God zou staan en in het

922
00:52:44,670 --> 00:52:46,590
gelijk gesteld zou worden.

923
00:52:46,590 --> 00:52:52,530
Dat had hij gezegd in hoofdstuk
19, vers 25 tot en met 27.

924
00:52:52,530 --> 00:52:56,250
Zo gelooft hij ook dat de
goddelozen ten val zullen komen,

925
00:52:56,250 --> 00:52:59,790
ook al lijkt het hun in veel
gevallen voorspoedig te gaan.

926
00:52:59,790 --> 00:53:04,350
Uiteindelijk zullen ze bezwijken onder
Gods oordeel, omdat God rechtvaardig is.

927
00:53:04,350 --> 00:53:08,370
In dat opzicht denk ik dat Job
wel juist over God spreekt.

928
00:53:08,370 --> 00:53:11,190
Ik zou ook hoofdstuk 28 willen behandelen,

929
00:53:11,190 --> 00:53:13,590
want we hebben nog veel
hoofdstukken voor de boeg,

930
00:53:13,590 --> 00:53:16,410
en het is fijn om er weer
een achter de rug te hebben.

931
00:53:16,410 --> 00:53:20,370
Hoofdstuk 28 is een op
zichzelf staand hoofdstuk.

932
00:53:20,370 --> 00:53:25,230
Het is verfrissend doordat het niet
echt opnieuw op dezelfde dingen ingaat.

933
00:53:25,230 --> 00:53:27,930
Het behandelt zelfs niet
hetzelfde onderwerp.

934
00:53:27,930 --> 00:53:33,330
Het is een soort wijsheidsgedicht, zoals
je dat in Spreuken hoofdstuk 8 vindt.

935
00:53:33,330 --> 00:53:37,530
Spreuken hoofdstuk 8 is een
wijsheidsgedicht over wijsheid,

936
00:53:37,530 --> 00:53:41,550
en hoe belangrijk en waardevol
wijsheid is, en dat alles.

937
00:53:41,550 --> 00:53:44,010
Dit gedicht gaat erover dat mensen niet

938
00:53:44,010 --> 00:53:46,890
noodzakelijk weten waar
ze wijsheid kunnen vinden.

939
00:53:46,890 --> 00:53:51,810
Maar het komt wel tot de conclusie dat
wijsheid te vinden is in gerechtigheid,

940
00:53:51,810 --> 00:53:53,790
in de vreze des Heeren.

941
00:53:53,790 --> 00:53:58,470
Het begint met elf verzen over mensen
die naar goud en zilver zoeken.

942
00:53:58,470 --> 00:54:02,130
Het bevat veel toespelingen op de
mijnbouwpraktijken van die tijd,

943
00:54:02,130 --> 00:54:05,130
hoe mensen goud en zilver
uit de grond haalden.

944
00:54:05,130 --> 00:54:08,250
Het punt van de eerste elf verzen is dit:

945
00:54:08,250 --> 00:54:11,250
mensen hebben geleerd hoe
ze goud kunnen vinden.

946
00:54:11,250 --> 00:54:13,230
Het is niet gemakkelijk te vinden.

947
00:54:13,230 --> 00:54:17,850
Je moet ernaar graven, maar mensen
hebben ontdekt hoe ze goud kunnen vinden.

948
00:54:17,850 --> 00:54:22,470
Maar de rest van het hoofdstuk zegt dat ze
niet hebben geleerd hoe ze wijsheid kunnen

949
00:54:22,470 --> 00:54:25,290
vinden, die meer waard is dan goud.

950
00:54:25,290 --> 00:54:29,190
Als we goud wilden vinden,
zouden we naar een goudmijn gaan.

951
00:54:29,190 --> 00:54:33,030
Maar als we wijsheid willen vinden,
waar gaan we daar dan voor naartoe?

952
00:54:33,030 --> 00:54:37,530
Dat is in wezen de boodschap van dit
specifieke hoofdstuk, zoals je zult zien.

953
00:54:37,530 --> 00:54:40,230
Voorzeker, er is voor
het zilver een plaats

954
00:54:40,230 --> 00:54:43,770
waar het tevoorschijn gebracht wordt,
en een plaats voor het goud waar

955
00:54:43,770 --> 00:54:45,270
het gezuiverd wordt.

956
00:54:45,270 --> 00:54:50,550
Het ijzer wordt uit de aarde gehaald,
en uit gesteente wordt koper gesmolten.

957
00:54:50,550 --> 00:54:55,770
De mens bepaalt het einde voor de
duisternis, en elke grens onderzoekt men,

958
00:54:55,770 --> 00:54:59,430
het gesteente in het donker
en de schaduw van de dood.

959
00:54:59,430 --> 00:55:01,410
Dat is onder de grond.

960
00:55:01,410 --> 00:55:05,430
Hij gaat onder de grond en
neemt de lamp mee naar beneden.

961
00:55:05,430 --> 00:55:10,170
Hij maakt daar beneden een einde aan de
duisternis, brengt daar beneden licht,

962
00:55:10,170 --> 00:55:15,390
zodat hij onder de grond kan zoeken naar
goud- en zilvererts en andere mineralen.

963
00:55:15,390 --> 00:55:20,070
Hij hakt een mijn schacht uit, ver
van de plaats waar hij verblijft;

964
00:55:20,070 --> 00:55:24,750
zonder steun van de voet hangen zij,
ver van de sterveling zweven zij.

965
00:55:24,750 --> 00:55:27,570
Ik weet niet zeker wat
er heen en weer slingert.

966
00:55:27,570 --> 00:55:30,930
Misschien zijn het de lampen
die ze mee onder de grond nemen.

967
00:55:30,930 --> 00:55:35,430
Uit de aarde komt het brood voort,
en onder in haar wordt zij veranderd,

968
00:55:35,430 --> 00:55:36,990
als door vuur.

969
00:55:36,990 --> 00:55:41,730
Haar gesteente is de plaats van
saffier, en zij bevat goudstofjes.

970
00:55:41,730 --> 00:55:45,930
De roofvogel kent het pad erheen niet,
en het oog van de kiekendief heeft

971
00:55:45,930 --> 00:55:47,670
het niet waargenomen.

972
00:55:47,670 --> 00:55:50,670
Waarom? Omdat het onder de grond is.

973
00:55:50,670 --> 00:55:53,370
De vogels gaan niet onder de grond.

974
00:55:53,370 --> 00:55:56,430
Vogels kunnen van alles
zien, daar gaat hij van uit.

975
00:55:56,430 --> 00:55:59,070
Vanuit de lucht hebben
ze een goed uitzicht.

976
00:55:59,070 --> 00:56:03,690
Ze kunnen veel meer zien dan wij, maar
ze kunnen niet zien waar het goud is.

977
00:56:03,690 --> 00:56:07,590
Ze kunnen niet zien waar het erts
is, omdat het onder de grond zit,

978
00:56:07,590 --> 00:56:08,730
waar zij niet komen.

979
00:56:08,730 --> 00:56:11,910
De trotse jonge dieren
hebben het niet betreden,

980
00:56:11,910 --> 00:56:14,490
geen felle leeuw is er overheen gegaan.

981
00:56:14,490 --> 00:56:17,490
De mens slaat zijn hand
aan het harde gesteente,

982
00:56:17,490 --> 00:56:19,770
hij keert de bergen vanaf de wortel om.

983
00:56:19,770 --> 00:56:24,510
[Vertalersnoot: De Engelse tekst
die Gregg in Job 28:9 leest,

984
00:56:24,510 --> 00:56:31,350
gebruikt hier het voornaamwoord “hij”;
de HSV noemt expliciet “De mens”.

985
00:56:31,350 --> 00:56:35,250
Gregg aarzelt over het onderwerp en
concludeert vervolgens dat het om

986
00:56:35,250 --> 00:56:36,990
de mijnwerkers gaat.]

987
00:56:36,990 --> 00:56:39,990
Daarmee wordt blijkbaar
bedoeld dat God dat doet.

988
00:56:39,990 --> 00:56:45,210
In de rotsen hakt hij gangen uit,
zijn oog ziet alles wat kostbaar is.

989
00:56:45,210 --> 00:56:47,190
Of misschien doet de mens dat.

990
00:56:47,190 --> 00:56:50,970
Hij damt de rivieren af, zodat
er geen druppel doorheen komt,

991
00:56:50,970 --> 00:56:54,510
en wat verborgen is, brengt
hij naar buiten in het licht.

992
00:56:54,510 --> 00:56:57,450
Eigenlijk gaat dit over
wat de mijnwerkers doen.

993
00:56:57,450 --> 00:57:00,390
Maar de wijsheid, waar wordt die gevonden?

994
00:57:00,390 --> 00:57:02,970
En waar is de plaats van het inzicht?

995
00:57:02,970 --> 00:57:06,810
De sterveling kent haar waarde niet,
zij wordt niet gevonden in het land

996
00:57:06,810 --> 00:57:08,310
van de levenden.

997
00:57:08,310 --> 00:57:10,890
Wat Job en zijn drie vrienden meemaakten,

998
00:57:10,890 --> 00:57:14,850
lijkt erop te wijzen dat ze
wijsheid zochten over de situatie.

999
00:57:14,850 --> 00:57:17,910
Dit zijn enkele van de
wijste mannen van het oosten,

1000
00:57:17,910 --> 00:57:21,810
die proberen er inzicht in te
krijgen, en ze vonden die niet.

1001
00:57:21,810 --> 00:57:23,850
Ze vonden geen antwoord.

1002
00:57:23,850 --> 00:57:27,150
Wijsheid wordt niet gevonden
in het land van de levenden.

1003
00:57:27,150 --> 00:57:32,970
De diepte zegt: Het is niet in mij,
en de zee zegt: Het is niet bij mij.

1004
00:57:32,970 --> 00:57:38,430
Als je er in de oceaan naar gaat zoeken,
zul je die daar niet zien. De zee zegt:

1005
00:57:38,430 --> 00:57:45,210
De watervloed zegt: In mij is zij niet;
en de zee zegt: Bij mij is zij niet.

1006
00:57:45,210 --> 00:57:48,270
Fijn goud kan niet in ruil
voor haar gegeven worden,

1007
00:57:48,270 --> 00:57:51,750
en haar prijs kan niet met
zilver worden afgewogen.

1008
00:57:51,750 --> 00:57:55,290
Zij kan met het fijne goud
van Ofir niet betaald worden,

1009
00:57:55,290 --> 00:57:58,770
en evenmin met de
kostbare onyx en saffier.

1010
00:57:58,770 --> 00:58:02,190
Haar waarde kan niet met goud
of kristal gemeten worden,

1011
00:58:02,190 --> 00:58:06,090
en zij is niet in te ruilen voor
een kleinood van zuiver goud.

1012
00:58:06,090 --> 00:58:08,730
Aan koraal en kristal
wordt niet meer gedacht,

1013
00:58:08,730 --> 00:58:12,870
want de prijs van de wijsheid
is hoger dan die van robijnen.

1014
00:58:12,870 --> 00:58:18,450
Salomo zei in Spreuken 31 dat de waarde
van een deugdzame vrouw die van robijnen

1015
00:58:18,450 --> 00:58:19,530
te boven ging.

1016
00:58:19,530 --> 00:58:21,150
Dezelfde uitdrukking.

1017
00:58:21,150 --> 00:58:23,970
Het betekent dat ze zeldzamer zijn.

1018
00:58:23,970 --> 00:58:28,350
De reden dat robijnen kostbaar zijn, is
niet dat ze in onze tijd waarde hebben

1019
00:58:28,350 --> 00:58:30,390
voor de lasertechnologie.

1020
00:58:30,390 --> 00:58:34,350
Vroeger hadden ze geen technologie
waarvoor robijnen nodig waren.

1021
00:58:34,350 --> 00:58:37,410
Ze zijn zeldzaam. Ze zijn zeldzaam.

1022
00:58:37,410 --> 00:58:39,390
Daarom zijn ze kostbaar.

1023
00:58:39,390 --> 00:58:41,670
Daarom wordt goud gewaardeerd.

1024
00:58:41,670 --> 00:58:46,710
Edelmetalen en edelstenen zijn kostbaar
omdat ze moeilijk te vinden zijn.

1025
00:58:46,710 --> 00:58:48,390
Ze zijn zeldzaam.

1026
00:58:48,390 --> 00:58:53,130
En dus gaat de waarde van een deugdzame
vrouw die van robijnen te boven,

1027
00:58:53,130 --> 00:58:55,530
omdat zo'n vrouw zeldzaam is.

1028
00:58:55,530 --> 00:58:59,190
Dat staat er in Spreuken 31:10:

1029
00:58:59,190 --> 00:59:01,590
Wie zal een deugdelijke vrouw vinden?

1030
00:59:01,590 --> 00:59:04,950
Haar waarde gaat die van
robijnen ver te boven.

1031
00:59:04,950 --> 00:59:06,630
Die is moeilijk te vinden.

1032
00:59:06,630 --> 00:59:10,110
En dat geldt ook voor
wijsheid, om dezelfde reden.

1033
00:59:10,110 --> 00:59:13,170
Het is moeilijk om wijsheid te vinden.

1034
00:59:13,170 --> 00:59:17,910
Het is moeilijker om wijsheid te
vinden dan om robijnen te vinden.

1035
00:59:17,910 --> 00:59:22,350
Haar waarde kan niet met die van
een topaas uit Cusj gemeten worden;

1036
00:59:22,350 --> 00:59:26,370
en met het fijne zuivere goud
kan zij niet betaald worden.

1037
00:59:26,370 --> 00:59:31,890
De wijsheid dus, waar komt zij vandaan,
en waar is de plaats van het inzicht?

1038
00:59:31,890 --> 00:59:33,690
Waar komt die vandaan?

1039
00:59:33,690 --> 00:59:36,810
Zij is bedekt voor de
ogen van alle levenden,

1040
00:59:36,810 --> 00:59:39,570
en voor de vogels in de
lucht is zij verborgen.

1041
00:59:39,570 --> 00:59:44,310
Het verderf en de dood zeggen: Met onze
oren hebben wij slechts een gerucht

1042
00:59:44,310 --> 00:59:45,870
over haar gehoord.

1043
00:59:45,870 --> 00:59:48,750
Maar dat betekent natuurlijk
dat zij die niet hebben.

1044
00:59:48,750 --> 00:59:52,470
God begrijpt haar weg,
en Híj kent haar plaats.

1045
00:59:52,470 --> 00:59:57,690
En dit is Zijn antwoord: de mens weet
waar hij zilver en goud moet zoeken,

1046
00:59:57,690 --> 01:00:01,110
maar alleen God weet waar
wijsheid te vinden is.

1047
01:00:01,110 --> 01:00:03,150
Hij weet waar die is.

1048
01:00:03,150 --> 01:00:08,250
Want Híj ziet tot aan de einden der
aarde, Hij ziet onder heel de hemel,

1049
01:00:08,250 --> 01:00:13,230
terwijl Hij de kracht van de wind
bepaalt, en de wateren meet met een maat.

1050
01:00:13,230 --> 01:00:15,750
Toen Hij een verordening
maakte voor de regen,

1051
01:00:15,750 --> 01:00:19,710
en een weg voor het weerlicht van
de donder — toen zag Hij haar,

1052
01:00:19,710 --> 01:00:21,090
en peilde haar.

1053
01:00:21,090 --> 01:00:24,450
Hij stelde haar vast en
ook onderzocht Hij haar.

1054
01:00:24,450 --> 01:00:30,570
Maar tegen de mens heeft Hij gezegd: Zie,
de vreze des Heeren, dat is wijsheid,

1055
01:00:30,570 --> 01:00:33,690
en zich afkeren van het kwade is inzicht.

1056
01:00:33,690 --> 01:00:39,330
Met andere woorden, wijsheid is
zedelijkheid, wijsheid is vroomheid,

1057
01:00:39,330 --> 01:00:43,410
wijsheid is God vrezen
en van het kwaad wijken.

1058
01:00:43,410 --> 01:00:46,770
Wijsheid is geen filosofisch speculeren.

1059
01:00:46,770 --> 01:00:51,090
Wijsheid blijkt uit de manier
waarop je leeft en wat je nastreeft.

1060
01:00:51,090 --> 01:00:53,610
Als je God zoekt, is dat wijs.

1061
01:00:53,610 --> 01:00:56,610
Als je dat niet doet, ben je dwaas.

1062
01:00:56,610 --> 01:01:00,030
In Spreuken hoofdstuk 1, vers 7 staat:

1063
01:01:00,030 --> 01:01:04,050
De vreze des HEEREN is het
beginsel van de kennis,

1064
01:01:04,050 --> 01:01:07,410
dwazen verachten wijsheid en vermaning.

1065
01:01:07,410 --> 01:01:12,630
Maar Spreuken zegt ook dat de vreze
des Heeren het begin van wijsheid is,

1066
01:01:12,630 --> 01:01:16,710
verderop in Spreuken,
volgens mij in hoofdstuk 9.

1067
01:01:16,710 --> 01:01:21,450
Als ik het me goed herinner,
staat er in Spreuken 9, vers 10:

1068
01:01:21,450 --> 01:01:26,250
Het beginsel van wijsheid is de
vreze des HEEREN en de kennis van de

1069
01:01:26,250 --> 01:01:27,930
heiligen is inzicht.

1070
01:01:27,930 --> 01:01:31,530
Het lijkt sterk op wat Job zei,
maar het is een beetje anders,

1071
01:01:31,530 --> 01:01:36,870
want Spreuken zegt dat de vreze des
Heeren het begin van wijsheid is.

1072
01:01:36,870 --> 01:01:40,410
Dat wil zeggen, je moet
God vrezen voordat je

1073
01:01:40,410 --> 01:01:42,870
werkelijk iets van waarde kunt gaan leren.

1074
01:01:42,870 --> 01:01:46,890
Als je God niet vreest, heb je
niets geleerd wat ertoe doet.

1075
01:01:46,890 --> 01:01:51,090
Een man die zijn leven
leidt zonder God te vrezen,

1076
01:01:51,090 --> 01:01:54,330
kent aan alles wat hij waardeert
een verkeerde waarde toe,

1077
01:01:54,330 --> 01:01:58,350
omdat hij niet weet wat de
werkelijke waarde van de dingen is.

1078
01:01:58,350 --> 01:02:01,650
Een relatie met God, dát heeft waarde.

1079
01:02:01,650 --> 01:02:04,050
Terwijl Job eenvoudigweg zegt:

1080
01:02:04,050 --> 01:02:07,410
Ontzag hebben voor de
Heer, dat is wijsheid.

1081
01:02:07,410 --> 01:02:11,130
Het is niet alleen het begin
van wijsheid; het is wijsheid.

1082
01:02:11,130 --> 01:02:13,950
En van het kwaad wijken is inzicht.

1083
01:02:13,950 --> 01:02:18,330
Dit gedicht over wijsheid stelt
de waarde ervan dus in wezen

1084
01:02:18,330 --> 01:02:20,490
boven die van goud en zilver.

1085
01:02:20,490 --> 01:02:24,390
Het zegt dat een van de redenen waarom
wijsheid hoger wordt gewaardeerd,

1086
01:02:24,390 --> 01:02:26,790
is dat ze moeilijker te vinden is.

1087
01:02:26,790 --> 01:02:29,670
Mensen weten waar ze zilver
en goud kunnen vinden;

1088
01:02:29,670 --> 01:02:32,370
ze weten niet waar ze
wijsheid kunnen vinden.

1089
01:02:32,370 --> 01:02:35,490
Maar uiteindelijk heeft
God gesproken en gezegd:

1090
01:02:35,490 --> 01:02:40,410
Wil je wijsheid hebben, heb dan gewoon
ontzag voor God, dat is wijsheid.

1091
01:02:40,410 --> 01:02:42,330
Dat zal je wijsheid zijn.

1092
01:02:42,330 --> 01:02:46,590
Dit is eigenlijk een soort keerpunt in
het boek Job. We komen hier nog op terug.
