1
00:00:02,070 --> 00:00:04,830
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,830 --> 00:00:11,310
Deze keer behandelen we Johannes
11, vers 1 tot en met vers 44.

3
00:00:11,310 --> 00:00:14,550
Laten we eens kijken naar
Johannes, hoofdstuk 11.

4
00:00:14,550 --> 00:00:19,110
In dit hoofdstuk maken we in het Evangelie
van Johannes voor het eerst kennis met

5
00:00:19,110 --> 00:00:23,490
Maria en Martha, hoewel we hen
ook uit andere evangeliën kennen.

6
00:00:23,490 --> 00:00:27,570
Vooral in Lukas, hoofdstuk 10,
staat een kort verhaal over hen,

7
00:00:27,570 --> 00:00:31,830
waarin Maria en Martha enigszins
tegenover elkaar worden gesteld.

8
00:00:31,830 --> 00:00:35,310
Het beeld dat in dit verhaal van
Maria en Martha wordt geschetst,

9
00:00:35,310 --> 00:00:39,630
komt overeen met het beeld dat we in
de synoptische evangeliën aantreffen.

10
00:00:39,630 --> 00:00:44,910
Dat maakt het geloofwaardiger dat dit geen
verzonnen figuren zijn, maar echte mensen.

11
00:00:44,910 --> 00:00:48,990
We lezen over hen in het
allereerste vers van hoofdstuk 11:

12
00:00:48,990 --> 00:00:52,170
En er was iemand ziek,
Lazarus van Bethanië,

13
00:00:52,170 --> 00:00:55,230
uit het dorp van Maria
en haar zuster Martha.

14
00:00:55,230 --> 00:00:58,050
Maria nu was het die de
Heere gezalfd heeft met

15
00:00:58,050 --> 00:01:03,510
mirre en Zijn voeten afgedroogd heeft met
haar haren; haar broer Lazarus was ziek.

16
00:01:03,510 --> 00:01:05,970
Dat is een interessante toevoeging hier.

17
00:01:05,970 --> 00:01:09,810
De schrijvers van de evangeliën
veronderstellen vaak dat hun lezers al op

18
00:01:09,810 --> 00:01:12,570
de hoogte zijn van
gebeurtenissen die pas later

19
00:01:12,570 --> 00:01:16,170
plaatsvinden dan wat zij tot
dan toe hebben beschreven.

20
00:01:16,170 --> 00:01:21,090
Deze zalving van Jezus’ voeten met olie
en het afdrogen ervan met haar haar

21
00:01:21,090 --> 00:01:24,810
wordt in het volgende hoofdstuk
beschreven, hoofdstuk 12.

22
00:01:24,810 --> 00:01:27,690
Maar hij spreekt hier alsof
we dat verhaal al kennen.

23
00:01:27,690 --> 00:01:32,250
Misschien kenden de eerste lezers het
inderdaad, want Jezus zei, zoals we weten,

24
00:01:32,250 --> 00:01:33,810
bij die gelegenheid:

25
00:01:33,810 --> 00:01:38,910
Voorwaar, Ik zeg u: overal waar dit
Evangelie gepredikt zal worden in heel de

26
00:01:38,910 --> 00:01:42,390
wereld, zal ook tot haar
gedachtenis gesproken worden over

27
00:01:42,390 --> 00:01:43,950
wat zij gedaan heeft.

28
00:01:43,950 --> 00:01:47,130
Het is dus mogelijk dat het
feit dat Maria dit deed,

29
00:01:47,130 --> 00:01:51,090
buitengewoon bekend was onder mensen
die het Evangelie hadden gehoord.

30
00:01:51,090 --> 00:01:54,570
Hoewel Johannes het verhaal nog
niet uitvoerig heeft verteld,

31
00:01:54,570 --> 00:01:58,590
gaat hij ervan uit dat zijn
lezers over haar hebben gehoord.

32
00:01:58,590 --> 00:02:03,270
Natuurlijk wordt bij iedere vermelding
van Judas Iskariot in de evangeliën,

33
00:02:03,270 --> 00:02:07,830
zelfs bij de vroegste vermeldingen,
al gezegd dat hij degene is die Jezus

34
00:02:07,830 --> 00:02:11,370
verraden heeft, hoewel dat
pas veel later gebeurde.

35
00:02:11,370 --> 00:02:15,630
De evangelieschrijvers gaan er dus
van uit dat hun lezers al een deel

36
00:02:15,630 --> 00:02:18,750
kennen van het verhaal dat
nog niet is beschreven,

37
00:02:18,750 --> 00:02:23,250
en ook enkele personen die
daarin een rol spelen. Hij zegt:

38
00:02:23,250 --> 00:02:29,130
Dit is die Maria, degene over wie we
het hier hebben, Maria van Bethanië.

39
00:02:29,130 --> 00:02:34,170
Er zijn veel Maria’s in de Bijbel en
veel Maria’s in het Nieuwe Testament.

40
00:02:34,170 --> 00:02:38,730
Daarom maakt hij duidelijk dat dit
die Maria is die dat gedaan heeft,

41
00:02:38,730 --> 00:02:41,370
die Zijn voeten met parfum heeft gezalfd.

42
00:02:41,370 --> 00:02:44,610
Daar zullen we later in
hoofdstuk 12 over spreken.

43
00:02:44,610 --> 00:02:47,130
Maar haar broer Lazarus was ziek.

44
00:02:47,130 --> 00:02:50,310
Daarom stuurden de zussen
een boodschap naar Jezus:

45
00:02:50,310 --> 00:02:57,810
Zijn zusters dan stuurden Hem de boodschap
: Heere, zie, hij die U liefhebt, is ziek.

46
00:02:57,810 --> 00:03:01,710
Zij duidden Lazarus aan als
degene die Jezus liefhad.

47
00:03:01,710 --> 00:03:06,570
Later komt een interessant kenmerk van
het Evangelie van Johannes naar voren.

48
00:03:06,570 --> 00:03:09,330
Van de schrijver, of in ieder geval

49
00:03:09,330 --> 00:03:13,710
van degene op wiens getuigenis het
hele verhaal van het boek berust,

50
00:03:13,710 --> 00:03:18,330
wordt gezegd dat hij de
discipel is die Jezus liefhad.

51
00:03:18,330 --> 00:03:24,390
Er is gespeculeerd over de vraag wie
deze discipel die Jezus liefhad was,

52
00:03:24,390 --> 00:03:28,530
hoewel de vroege kerk er unaniem
van overtuigd was dat dit

53
00:03:28,530 --> 00:03:30,510
naar Johannes verwees.

54
00:03:30,510 --> 00:03:35,310
Wanneer je je erin verdiept en kijkt
naar al het bewijsmateriaal dat in de

55
00:03:35,310 --> 00:03:37,710
ene of de andere richting zou wijzen,

56
00:03:37,710 --> 00:03:42,930
lijkt het er inderdaad op dat Johannes
degene is die de discipel wordt genoemd

57
00:03:42,930 --> 00:03:44,910
die Jezus liefhad.

58
00:03:44,910 --> 00:03:48,690
Maar vóór hoofdstuk 11
lezen we de uitdrukking

59
00:03:48,690 --> 00:03:52,530
‘de discipel die Jezus
liefhad’ niet, en de eerste

60
00:03:52,530 --> 00:03:58,410
discipel van wie gezegd wordt dat
Jezus hem liefhad, was Lazarus.

61
00:03:58,410 --> 00:04:01,950
De zussen noemen hem
degene die U liefhebt.

62
00:04:01,950 --> 00:04:05,750
Daarom zijn er sommigen — ik heb
dit pas de laatste jaren gehoord —

63
00:04:05,750 --> 00:04:13,650
die speculeren dat de discipel die Jezus
liefhad Lazarus was, en niet Johannes.

64
00:04:13,650 --> 00:04:19,710
Volgens hen wordt ons hier rechtstreeks
verteld dat Lazarus de discipel is die

65
00:04:19,710 --> 00:04:25,530
Jezus liefhad, en alle andere verwijzingen
in het Evangelie naar de discipel die

66
00:04:25,530 --> 00:04:29,550
Jezus liefhad komen
pas na deze verwijzing.

67
00:04:29,550 --> 00:04:34,410
De uiteindelijke consequentie daarvan
is dat Lazarus de schrijver van dit

68
00:04:34,410 --> 00:04:40,050
Evangelie zou zijn, want in
hoofdstuk 21 wordt ons verteld:

69
00:04:40,050 --> 00:04:45,750
Dit is de discipel die van deze dingen
getuigt en deze dingen beschreven heeft;

70
00:04:45,750 --> 00:04:49,290
en wij weten dat zijn getuigenis waar is.

71
00:04:49,290 --> 00:04:53,910
Dat is wat er in hoofdstuk
21, vers 24 staat.

72
00:04:53,910 --> 00:04:57,990
Op het eerste gezicht klinkt dat
als een intrigerende theorie.

73
00:04:57,990 --> 00:05:03,330
Toch denk ik niet dat ze standhoudt, want
de discipel die Jezus liefhad bevond zich,

74
00:05:03,330 --> 00:05:05,790
zoals we in latere
hoofdstukken zullen zien,

75
00:05:05,790 --> 00:05:09,150
daadwerkelijk in de bovenzaal
bij het laatste avondmaal.

76
00:05:09,150 --> 00:05:14,370
De andere evangeliën vertellen ons dat dit
een besloten maaltijd was waaraan alleen

77
00:05:14,370 --> 00:05:17,430
Jezus en Zijn twaalf discipelen deelnamen.

78
00:05:17,430 --> 00:05:21,990
Dat betekent dat de discipel die Jezus
liefhad een van de twaalf zou moeten zijn,

79
00:05:21,990 --> 00:05:24,090
en Lazarus was dat niet.

80
00:05:24,090 --> 00:05:27,870
Natuurlijk zouden sommigen zeggen:
‘Misschien was Lazarus er daarnaast ook

81
00:05:27,870 --> 00:05:31,290
bij en vermelden de andere
evangeliën dat gewoon niet.’

82
00:05:31,290 --> 00:05:36,150
Maar als er een discipel was die zo nauw
verweven was met het leven van Jezus

83
00:05:36,150 --> 00:05:39,150
en met de andere discipelen,
en de andere evangeliën

84
00:05:39,150 --> 00:05:43,890
hem helemaal nooit zouden hebben genoemd,
zou dat inderdaad heel eigenaardig zijn.

85
00:05:43,890 --> 00:05:48,090
De discipel die Jezus liefhad, die
later in het Evangelie van Johannes

86
00:05:48,090 --> 00:05:51,450
wordt genoemd, is niet alleen
bij Hem in de bovenzaal.

87
00:05:51,450 --> 00:05:55,470
Hij is ook een van de eersten die na
de opstanding bij het graf aankomt.

88
00:05:55,470 --> 00:05:57,450
Hij staat bij het kruis.

89
00:05:57,450 --> 00:06:01,950
Hij is degene die het bloed en het
water uit Jezus’ zij ziet stromen

90
00:06:01,950 --> 00:06:03,570
en daarvan getuigt.

91
00:06:03,570 --> 00:06:08,070
Hij is degene naar wie Petrus over zijn
schouder kijkt en over wie hij zegt:

92
00:06:08,070 --> 00:06:09,870
Wat gaat deze man doen?

93
00:06:09,870 --> 00:06:11,010
Jezus zei:

94
00:06:11,010 --> 00:06:17,070
Jezus zei tegen hem: Als Ik wil dat hij
blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan?

95
00:06:17,070 --> 00:06:17,910
Volgt u Mij!

96
00:06:17,910 --> 00:06:21,690
Met andere woorden, deze man,
de discipel die Jezus liefhad,

97
00:06:21,690 --> 00:06:25,530
is nadrukkelijk aanwezig in het
gezelschap van de apostelen.

98
00:06:25,530 --> 00:06:29,430
Hij is nadrukkelijk aanwezig bij de
belangrijke gebeurtenissen die te maken

99
00:06:29,430 --> 00:06:33,150
hebben met Jezus’ leven,
dood en opstanding.

100
00:06:33,150 --> 00:06:36,510
Maar dat iemand zo dicht bij
Jezus en de apostelen stond,

101
00:06:36,510 --> 00:06:40,470
terwijl de andere drie evangeliën hun
volledige verslagen konden schrijven

102
00:06:40,470 --> 00:06:43,770
zonder hem ooit te noemen,
lijkt niet waarschijnlijk.

103
00:06:43,770 --> 00:06:48,930
De schrijver van dit Evangelie lijkt de
aanduiding ‘de discipel die Jezus liefhad’

104
00:06:48,930 --> 00:06:52,710
te gebruiken in plaats van
zichzelf bij naam te noemen.

105
00:06:52,710 --> 00:06:56,790
Eén reden waarom we zouden zeggen dat
Johannes waarschijnlijk de discipel is

106
00:06:56,790 --> 00:07:02,190
die Jezus liefhad, naast het feit dat dit
de overlevering van de vroege kerk was,

107
00:07:02,190 --> 00:07:05,910
is dat Johannes een van de
zeer weinige apostelen is die

108
00:07:05,910 --> 00:07:09,210
nergens anders in het boek
bij naam wordt genoemd.

109
00:07:09,210 --> 00:07:15,630
We krijgen de namen van Petrus,
Andreas, Filippus, Nathanaël en Thomas.

110
00:07:15,630 --> 00:07:20,910
Minstens zeven of acht van de twaalf
worden in het Evangelie bij naam genoemd.

111
00:07:20,910 --> 00:07:24,330
Maar Johannes behoort tot die
paar die niet worden genoemd.

112
00:07:24,330 --> 00:07:28,830
Het lijkt erop dat „de discipel
die Jezus liefhad” de manier was

113
00:07:28,830 --> 00:07:33,990
waarop de auteur over zichzelf sprak, in
plaats van zichzelf bij naam te noemen.

114
00:07:33,990 --> 00:07:36,750
Toch wordt Lazarus wel bij naam genoemd.

115
00:07:36,750 --> 00:07:40,290
Hij zou dus niet de discipel
zijn die Jezus liefhad,

116
00:07:40,290 --> 00:07:44,130
als die aanduiding bewust wordt gebruikt
ter vervanging van het noemen van

117
00:07:44,130 --> 00:07:45,750
de eigen naam.

118
00:07:45,750 --> 00:07:47,550
Lazarus is hier bij naam bekend.

119
00:07:47,550 --> 00:07:49,230
Hoewel zijn zus dus zei:

120
00:07:49,230 --> 00:07:54,150
Degene van wie U houdt, is ziek, betekent
dat niet dat hij degene is naar wie het

121
00:07:54,150 --> 00:07:57,630
Evangelie verwijst als de
discipel die Jezus liefhad.

122
00:07:57,630 --> 00:08:03,390
We zullen kort daarna immers lezen dat
Jezus Lazarus, Maria en Martha liefhad,

123
00:08:03,390 --> 00:08:07,230
en ongetwijfeld ook een
groot aantal andere mensen.

124
00:08:07,230 --> 00:08:09,810
Jezus had eigenlijk iedereen lief.

125
00:08:09,810 --> 00:08:11,910
Dat staat in vers 5:

126
00:08:11,910 --> 00:08:16,590
Jezus nu had Martha en haar
zuster en Lazarus lief.

127
00:08:16,590 --> 00:08:20,550
Toen de zussen Lazarus aanduidden
als degene die Hij liefhad,

128
00:08:20,550 --> 00:08:24,330
was Lazarus ongetwijfeld
een goede vriend van Jezus.

129
00:08:24,330 --> 00:08:29,490
Hij was iemand die een hartelijke en
liefdevolle omgang met Jezus had en

130
00:08:29,490 --> 00:08:32,730
aan wie Jezus liefde en
vriendschap had getoond.

131
00:08:32,730 --> 00:08:35,370
Maar de reden om hem op
deze manier te noemen,

132
00:08:35,370 --> 00:08:40,050
is dat ze Jezus ertoe willen bewegen
iets te doen om hem te helpen.

133
00:08:40,050 --> 00:08:43,050
Dit is de man die Uw goede vriend is.

134
00:08:43,050 --> 00:08:47,670
Dit is de man die U liefhebt,
weet U nog? Hij is ziek.

135
00:08:47,670 --> 00:08:49,290
Hij heeft U nodig.

136
00:08:49,290 --> 00:08:52,710
Dit staat in contrast met
mensen die Jezus niet kende

137
00:08:52,710 --> 00:08:55,650
en daarom niet op een
bijzondere manier liefhad,

138
00:08:55,650 --> 00:08:59,250
maar die voortdurend
werden genezen: vreemden.

139
00:08:59,250 --> 00:09:03,450
Wanneer vreemden ziek waren,
genas Jezus hen heel vaak.

140
00:09:03,450 --> 00:09:06,810
In dit geval gaat het om
iemand die Hij liefheeft.

141
00:09:06,810 --> 00:09:10,470
In dit geval gaat het om
iemand die een goede vriend is.

142
00:09:10,470 --> 00:09:15,690
Dat is de reden waarom ze vermelden dat
Lazarus degene is die Hij liefheeft.

143
00:09:15,690 --> 00:09:19,290
Volgens mij staat dat in contrast
met mensen die Jezus genas,

144
00:09:19,290 --> 00:09:23,250
maar die Hij niet kende en ook niet
op een bijzondere manier liefhad,

145
00:09:23,250 --> 00:09:25,290
omdat Hij hen niet persoonlijk kende.

146
00:09:25,290 --> 00:09:30,390
Ze doen dus een beroep op Hem: zoals U
mensen zou genezen die U niet kent en met

147
00:09:30,390 --> 00:09:34,890
wie U niet bevriend bent, hopen we dat U
bijzondere voorrang zult geven aan deze

148
00:09:34,890 --> 00:09:40,110
man, die Uw vriend is, die ziek
is en U op dit moment nodig heeft.

149
00:09:40,110 --> 00:09:42,390
Toen Jezus dat hoorde, zei Hij:

150
00:09:42,390 --> 00:09:46,950
En toen Jezus dat hoorde, zei Hij:
Deze ziekte is niet tot de dood,

151
00:09:46,950 --> 00:09:49,950
maar is er met het oog op
de heerlijkheid van God,

152
00:09:49,950 --> 00:09:52,950
opdat de Zoon van God
erdoor verheerlijkt wordt.

153
00:09:52,950 --> 00:09:55,770
Blijkbaar is dat de boodschap
die Hij terugstuurde.

154
00:09:55,770 --> 00:09:59,550
De zussen stuurden Jezus de
boodschap over de ziekte van Lazarus,

155
00:09:59,550 --> 00:10:02,850
en blijkbaar stuurde Jezus
deze boodschap terug:

156
00:10:02,850 --> 00:10:05,850
Deze ziekte leidt niet tot de dood.

157
00:10:05,850 --> 00:10:07,770
Ze is tot eer van God.

158
00:10:07,770 --> 00:10:12,630
Dat lijkt niet waar te zijn, want
een paar dagen later stierf Lazarus.

159
00:10:12,630 --> 00:10:16,290
Jezus wist op dit moment vrijwel
zeker dat dit zou gebeuren.

160
00:10:16,290 --> 00:10:18,870
Hij leek te weten wat de afloop zou zijn.

161
00:10:18,870 --> 00:10:22,890
Hij zei dat dit tot heerlijkheid
van God zou uitlopen.

162
00:10:22,890 --> 00:10:26,910
In dit geval zou God niet door
een genezing verheerlijkt worden.

163
00:10:26,910 --> 00:10:31,950
Als Jezus van mening was geweest dat een
genezing in dit geval God het meest zou

164
00:10:31,950 --> 00:10:35,730
verheerlijken, zou Hij niet
hebben gehandeld zoals Hij deed.

165
00:10:35,730 --> 00:10:39,930
Hij wachtte namelijk nog twee
dagen voordat Hij er iets aan deed.

166
00:10:39,930 --> 00:10:42,810
Hij leek te weten wat er zou gebeuren.

167
00:10:42,810 --> 00:10:47,910
Zoals er in Johannes hoofdstuk 6 staat:
toen Hij Filippus vroeg hoe ze deze

168
00:10:47,910 --> 00:10:51,330
grote menigte te eten
zouden geven, zegt Johannes:

169
00:10:51,330 --> 00:10:54,150
Maar Jezus wist Zelf al wat Hij zou doen.

170
00:10:54,150 --> 00:10:57,090
Ik denk dus dat Johannes
hier had kunnen toevoegen:

171
00:10:57,090 --> 00:11:00,030
Maar dit zei Hij om hem
op de proef te stellen,

172
00:11:00,030 --> 00:11:02,730
want Hij wist Zelf wat Hij zou gaan doen.

173
00:11:02,730 --> 00:11:04,530
Maar waarom zei Hij:

174
00:11:04,530 --> 00:11:08,130
Deze ziekte leidt niet tot de dood.

175
00:11:08,130 --> 00:11:12,810
Lazarus stierf beslist, maar dat
was niet de uiteindelijke afloop.

176
00:11:12,810 --> 00:11:18,570
Het uiteindelijke gevolg van deze ziekte,
het laatste hoofdstuk van dit verhaal,

177
00:11:18,570 --> 00:11:22,530
zal niet zijn dat deze man
dood is, maar dat hij leeft,

178
00:11:22,530 --> 00:11:25,830
waarbij God door zijn
opstanding verheerlijkt wordt.

179
00:11:25,830 --> 00:11:28,590
Hij zei niet dat de man niet zou sterven.

180
00:11:28,590 --> 00:11:32,910
Hij zei dat deze ziekte niet
in de dood zou eindigen.

181
00:11:32,910 --> 00:11:35,850
De afloop zou voorbij de dood reiken.

182
00:11:35,850 --> 00:11:38,730
Dit zal dus een ander soort wonder zijn,

183
00:11:38,730 --> 00:11:43,590
want Jezus is van tevoren op de
hoogte gebracht. Hij heeft tijd.

184
00:11:43,590 --> 00:11:47,250
Hij kan de man genezen,
maar Hij zal het niet doen.

185
00:11:47,250 --> 00:11:49,590
Hij heeft iets anders in gedachten.

186
00:11:49,590 --> 00:11:54,450
Omdat dat zo is, kunnen we beslist
zeggen dat degenen die ons vertellen

187
00:11:54,450 --> 00:11:59,010
dat Jezus iedereen genas die ziek
was en door Hem genezen wilde

188
00:11:59,010 --> 00:12:01,170
worden, zich vergissen.

189
00:12:01,170 --> 00:12:05,670
Hier hebben we een heel goed
voorbeeld van een man die ziek was.

190
00:12:05,670 --> 00:12:10,590
Men kwam bij Jezus met het verzoek
om te komen en iets voor hem te doen.

191
00:12:10,590 --> 00:12:15,030
Hij had het kunnen doen, maar in
dit geval was het niet Gods wil dat

192
00:12:15,030 --> 00:12:16,590
Lazarus beter werd.

193
00:12:16,590 --> 00:12:19,410
Het was Gods wil dat hij stierf.

194
00:12:19,410 --> 00:12:23,850
Natuurlijk zou er na zijn dood
nog een ander wonder plaatsvinden,

195
00:12:23,850 --> 00:12:29,070
maar dit maakt heel duidelijk dat er een
hoger doel kan zijn wanneer iemand ziek is

196
00:12:29,070 --> 00:12:32,310
en zelfs wanneer die
persoon niet genezen wordt.

197
00:12:32,310 --> 00:12:35,790
Het is misschien niet altijd
Zijn wil om te genezen.

198
00:12:35,790 --> 00:12:39,150
Het is Zijn wil dat
Hij verheerlijkt wordt.

199
00:12:39,150 --> 00:12:43,470
De ziekte dient tot heerlijkheid van God,
of ze nu eindigt met een genezing door

200
00:12:43,470 --> 00:12:47,370
Jezus, of met de dood van de man
en zijn opwekking uit de dood.

201
00:12:47,370 --> 00:12:50,970
Trouwens, ook wij zullen
uit de dood worden opgewekt.

202
00:12:50,970 --> 00:12:53,910
Daarom kan het in sommige
gevallen Gods wil zijn

203
00:12:53,910 --> 00:12:56,490
dat onze ziekte in de dood eindigt.

204
00:12:56,490 --> 00:13:01,290
Maar God zal verheerlijkt worden wanneer
wij in heerlijkheid worden opgewekt,

205
00:13:01,290 --> 00:13:04,830
wanneer wij uit de dood worden opgewekt.

206
00:13:04,830 --> 00:13:08,790
Lazarus hoefde na zijn dood alleen
minder lang te wachten dan wij

207
00:13:08,790 --> 00:13:10,290
zullen moeten wachten.

208
00:13:10,290 --> 00:13:14,250
Jezus had Martha, haar
zus en Lazarus lief.

209
00:13:14,250 --> 00:13:18,690
Toen Hij dus hoorde dat Lazarus ziek was,
bleef Hij nog twee dagen op de plaats waar

210
00:13:18,690 --> 00:13:22,290
Hij was, waardoor Lazarus
de tijd kreeg om te sterven.

211
00:13:22,290 --> 00:13:24,630
Nu is het vreemd dat er zoiets staat.

212
00:13:24,630 --> 00:13:28,890
Jezus had deze mensen lief;
daarom wees Hij hun verzoek af.

213
00:13:28,890 --> 00:13:34,050
Hij had Lazarus lief; daarom ging Hij
niet naar hem toe om hem te genezen.

214
00:13:34,050 --> 00:13:35,910
Dat is in wezen wat er staat.

215
00:13:35,910 --> 00:13:38,250
Het was omdat Hij hen liefhad.

216
00:13:38,250 --> 00:13:41,550
Soms moet ons verteld worden
dat Jezus iemand liefhad,

217
00:13:41,550 --> 00:13:44,010
omdat Zijn daden daar niet op lijken.

218
00:13:44,010 --> 00:13:47,970
Als Johannes alleen maar had
gezegd: ‘Jezus hoorde het verzoek,

219
00:13:47,970 --> 00:13:52,290
stuurde de boodschap terug en wachtte
vervolgens tot Lazarus stierf,’

220
00:13:52,290 --> 00:13:56,790
dan zou je misschien denken: ‘Hij moet
Lazarus minder liefgehad hebben dan Maria

221
00:13:56,790 --> 00:13:58,110
en Martha dachten.

222
00:13:58,110 --> 00:14:02,490
Hij gaf niet genoeg om hem om naar
hem toe te gaan en hem te helpen.’

223
00:14:02,490 --> 00:14:06,390
Maar daarom zegt Johannes dat het
weliswaar waar is dat Hij niet naar hem

224
00:14:06,390 --> 00:14:10,470
toe ging om hem te helpen, maar dat
dit niet kwam doordat Hij niet genoeg

225
00:14:10,470 --> 00:14:11,850
om hem gaf.

226
00:14:11,850 --> 00:14:13,770
Hij had hem werkelijk lief.

227
00:14:13,770 --> 00:14:16,890
Iets soortgelijks zien we in Markus 10.

228
00:14:16,890 --> 00:14:20,730
De rijke jonge overste is dan
naar Christus toe gekomen,

229
00:14:20,730 --> 00:14:25,170
en Jezus geeft hem wat veel mensen
als harde woorden zouden beschouwen.

230
00:14:25,170 --> 00:14:30,930
Hij moest alles wat hij had verkopen, het
aan de armen geven en Jezus komen volgen.

231
00:14:30,930 --> 00:14:35,910
Maar voordat Jezus dat zegt,
staat er in Markus 10:21:

232
00:14:35,910 --> 00:14:42,450
En Jezus keek hem aan en had hem lief, en
Hij zei tegen hem: Eén ding ontbreekt u:

233
00:14:42,450 --> 00:14:47,730
ga heen, verkoop alles wat u hebt en
geef het aan de armen en u zult een schat

234
00:14:47,730 --> 00:14:52,830
hebben in de hemel; en kom dan
, neem het kruis op en volg Mij.

235
00:14:52,830 --> 00:14:57,690
De instructies die Jezus gaf, waren
moeilijk — te moeilijk voor deze man.

236
00:14:57,690 --> 00:14:59,610
Hij wilde het niet doen.

237
00:14:59,610 --> 00:15:02,190
Voor de meeste mensen
zouden ze moeilijk zijn.

238
00:15:02,190 --> 00:15:06,750
Wanneer Jezus zulke harde woorden
spreekt, zou je kunnen denken:

239
00:15:06,750 --> 00:15:09,270
‘Waarom moet Hij zo hard voor mij zijn?

240
00:15:09,270 --> 00:15:11,910
Waarom kan Hij het niet
gemakkelijker maken?

241
00:15:11,910 --> 00:15:13,650
Ik dacht dat Hij aardig was.

242
00:15:13,650 --> 00:15:15,930
Ik dacht dat Hij mensen liefhad.

243
00:15:15,930 --> 00:15:19,170
Waarom moet Hij hun leven ellendig maken?

244
00:15:19,170 --> 00:15:22,590
Waarom moet Hij zulke
eisen aan mensen stellen?’

245
00:15:22,590 --> 00:15:26,970
Markus zegt, zodat we het maar
weten, dat Jezus hem aankeek,

246
00:15:26,970 --> 00:15:29,970
hem liefhad en dit tegen hem zei.

247
00:15:29,970 --> 00:15:33,990
Het was omdat Hij hem liefhad
dat Hij deze instructies gaf,

248
00:15:33,990 --> 00:15:37,110
die voor de man zo onwelkom zouden zijn.

249
00:15:37,110 --> 00:15:42,750
Zo was het ook omdat Jezus Maria,
Martha en Lazarus liefhad dat Hij niet

250
00:15:42,750 --> 00:15:44,310
deed wat zij vroegen.

251
00:15:44,310 --> 00:15:47,010
God verhoort onze gebeden
misschien niet altijd,

252
00:15:47,010 --> 00:15:50,250
maar dat komt niet doordat
het Hem aan liefde ontbreekt.

253
00:15:50,250 --> 00:15:55,050
Het komt doordat onze gebeden soms geen
rekening houden met het volledige beeld

254
00:15:55,050 --> 00:15:59,790
van wat volgens God Hem het meest zal
verheerlijken en de belangen van degenen

255
00:15:59,790 --> 00:16:02,670
die Hij liefheeft het beste zal dienen.

256
00:16:02,670 --> 00:16:07,470
Daarom moet Hij onze verzoeken afwijzen,
omdat Hij iets beters voor ogen heeft.

257
00:16:07,470 --> 00:16:10,470
Hij bleef nog twee dagen
op de plaats waar Hij was,

258
00:16:10,470 --> 00:16:12,930
in plaats van naar Bethanië te gaan.

259
00:16:12,930 --> 00:16:16,770
Waar was Jezus? Hij was aan
de overkant van de Jordaan.

260
00:16:16,770 --> 00:16:21,270
Aan het einde van hoofdstuk 10 lazen
we dat Hij de Jordaan was overgestoken,

261
00:16:21,270 --> 00:16:24,450
omdat de woede van de Joden
steeds gevaarlijker werd.

262
00:16:24,450 --> 00:16:27,630
Ze hadden nu twee keer, zo niet drie keer,

263
00:16:27,630 --> 00:16:30,870
stenen opgenomen met de
bedoeling Hem te stenigen,

264
00:16:30,870 --> 00:16:34,050
en Hij was maar ternauwernood
aan de dood ontsnapt.

265
00:16:34,050 --> 00:16:38,490
De situatie in Judea was te gevaarlijk
geworden om in het gebied te blijven waar

266
00:16:38,490 --> 00:16:42,510
de Farizeeën, Zijn vijanden,
grote invloed hadden.

267
00:16:42,510 --> 00:16:45,750
Daarom was Hij de rivier
overgestoken naar Perea,

268
00:16:45,750 --> 00:16:48,510
de streek die wij Transjordanië noemen.

269
00:16:48,510 --> 00:16:52,410
Dat was geen plaats waar de
Farizeeën evenveel invloed hadden.

270
00:16:52,410 --> 00:16:55,050
Blijkbaar bracht Hij
daar enkele weken door.

271
00:16:55,050 --> 00:16:56,610
Hij was namelijk eind december

272
00:16:56,610 --> 00:16:59,430
in Jeruzalem geweest
voor het Inwijdingsfeest,

273
00:16:59,430 --> 00:17:03,510
en in het voorjaar zou Hij terug
zijn in Judea om te sterven.

274
00:17:03,510 --> 00:17:06,990
Hij bracht dus enkele weken aan
de overkant van de Jordaan door,

275
00:17:06,990 --> 00:17:09,450
en daar bevond Hij Zich.

276
00:17:09,450 --> 00:17:11,850
Maria en Martha wisten waar Hij was.

277
00:17:11,850 --> 00:17:13,830
Zij waren in Bethanië.

278
00:17:13,830 --> 00:17:16,350
Bethanië lag vlak bij Jeruzalem.

279
00:17:16,350 --> 00:17:19,770
Bethanië lag ongeveer tweeënhalve
kilometer van Jeruzalem.

280
00:17:19,770 --> 00:17:23,370
Direct ten oosten van de
stadspoorten lag de Olijfberg,

281
00:17:23,370 --> 00:17:27,930
en vanuit Jeruzalem gezien lag Bethanië
net op de hellingen aan de andere kant

282
00:17:27,930 --> 00:17:29,730
van de Olijfberg.

283
00:17:29,730 --> 00:17:32,730
Er liep een weg van
Jeruzalem naar Jericho.

284
00:17:32,730 --> 00:17:37,590
Bethanië lag aan die weg, op iets
minder dan drie kilometer van Jeruzalem.

285
00:17:37,590 --> 00:17:40,830
Daar waren Maria, Martha en Lazarus.

286
00:17:40,830 --> 00:17:44,910
Als Jezus daarheen ging, zou
Hij Zichzelf in gevaar brengen.

287
00:17:44,910 --> 00:17:49,410
Je had kunnen aannemen dat Hij niet op
hun verzoek inging en twee dagen wachtte,

288
00:17:49,410 --> 00:17:53,310
omdat Hij niet naar een plaats wilde
gaan waar Hij gevaar zou lopen.

289
00:17:53,310 --> 00:17:57,810
Als Hij naar Bethanië ging, zou Hij
als het ware weer regelrecht het

290
00:17:57,810 --> 00:17:59,790
hol van de leeuw binnengaan.

291
00:17:59,790 --> 00:18:02,370
Je had Zijn handelen zo kunnen uitleggen,

292
00:18:02,370 --> 00:18:06,390
en misschien hebben Maria en
Martha het ook zo uitgelegd:

293
00:18:06,390 --> 00:18:09,810
Jezus hoort dat Zijn vriend
in moeilijkheden verkeert,

294
00:18:09,810 --> 00:18:14,310
maar Jezus zou Zelf in moeilijkheden
komen als Hij hem ging helpen.

295
00:18:14,310 --> 00:18:16,950
Er moest dus een keuze worden gemaakt.

296
00:18:16,950 --> 00:18:21,450
Wil Jezus Zichzelf in gevaar brengen
om Zijn zieke vriend te helpen,

297
00:18:21,450 --> 00:18:24,150
of blijft Hij op een veilige plaats?

298
00:18:24,150 --> 00:18:29,310
Denk aan wat Jezus in het vorige hoofdstuk
had gezegd over de herder en de huurling.

299
00:18:29,310 --> 00:18:33,210
Hij zei dat de Goede Herder Zijn
leven geeft voor de schapen.

300
00:18:33,210 --> 00:18:38,190
De huurling ziet het gevaar en vlucht,
omdat hij niets om de schapen geeft.

301
00:18:38,190 --> 00:18:42,030
Toen de vrouwen zagen dat Jezus
niet kwam en hun broer stierf,

302
00:18:42,030 --> 00:18:46,290
kan het hun hebben toegeschenen dat
Jezus als de huurling was geweest.

303
00:18:46,290 --> 00:18:50,610
Er was gevaar in Judea, dus Hij
ging daar eenvoudigweg niet heen,

304
00:18:50,610 --> 00:18:53,370
zelfs niet als Hij daar een
vriend had die Hem nodig had.

305
00:18:53,370 --> 00:18:55,830
Maar dat was niet de juiste uitleg.

306
00:18:55,830 --> 00:19:00,630
Jezus was natuurlijk de Goede Herder, Die
Zijn leven voor de schapen zou afleggen.

307
00:19:00,630 --> 00:19:04,530
Hij zou de genezing van Lazarus niet
vermijden om Zelf lichamelijk veilig te

308
00:19:04,530 --> 00:19:07,170
blijven en geen letsel op te lopen.

309
00:19:07,170 --> 00:19:12,090
Hij ging er zelfs naartoe, stelde
Zichzelf bloot aan gevaar en stierf.

310
00:19:12,090 --> 00:19:14,670
Maar het moest op het
juiste moment gebeuren.

311
00:19:14,670 --> 00:19:18,750
Het juiste moment hield in dat
het eerst erger moest worden

312
00:19:18,750 --> 00:19:20,790
voordat het beter kon worden.

313
00:19:20,790 --> 00:19:23,730
Lazarus was kennelijk ziek, doodziek.

314
00:19:23,730 --> 00:19:27,510
Jezus zou komen helpen, maar
eerst moest het erger worden.

315
00:19:27,510 --> 00:19:29,550
Ze moesten alle hoop verliezen.

316
00:19:29,550 --> 00:19:32,670
Als Jezus eenvoudigweg nog
een genezing had verricht,

317
00:19:32,670 --> 00:19:36,450
zou dat iets geweldigs zijn geweest
voor Lazarus en zijn zussen.

318
00:19:36,450 --> 00:19:40,770
Maar voor de meesten van ons zou het
gewoon weer een genezing zijn geweest:

319
00:19:40,770 --> 00:19:43,470
nog een cijfer, nog een statistiek.

320
00:19:43,470 --> 00:19:46,830
In plaats daarvan zou Hij
iets opmerkelijkers doen,

321
00:19:46,830 --> 00:19:50,670
wat meer geloof zou opwekken,
zoals we zo meteen zullen zien

322
00:19:50,670 --> 00:19:53,130
in wat Hij tegen Zijn discipelen zegt.

323
00:19:53,130 --> 00:19:55,710
Vers 7 zegt na die twee dagen:

324
00:19:55,710 --> 00:20:00,930
Daarna zei Hij tegen de discipelen:
Laten wij weer naar Judea gaan.

325
00:20:00,930 --> 00:20:06,030
De discipelen zeiden tegen Hem: Rabbi, de
Joden hebben U onlangs nog geprobeerd te

326
00:20:06,030 --> 00:20:08,610
stenigen, en gaat U daar weer heen?

327
00:20:08,610 --> 00:20:12,450
Jezus antwoordde: Zijn er
niet twaalf uren in de dag?

328
00:20:12,450 --> 00:20:15,090
Als iemand overdag loopt,
stoot hij zich niet,

329
00:20:15,090 --> 00:20:19,050
omdat hij het licht van deze wereld
ziet, maar als iemand 's nachts loopt,

330
00:20:19,050 --> 00:20:22,230
stoot hij zich, omdat het
licht niet bij hem is.

331
00:20:22,230 --> 00:20:23,910
Wat heeft dat er nu mee te maken?

332
00:20:23,910 --> 00:20:28,950
Jezus deed een soortgelijke uitspraak
voordat Hij de blindgeboren man genas.

333
00:20:28,950 --> 00:20:32,070
In hoofdstuk 9, vers 4, zei Hij:

334
00:20:32,070 --> 00:20:37,110
Ik moet de werken doen van Hem Die
Mij gezonden heeft, zolang het dag is;

335
00:20:37,110 --> 00:20:39,750
er komt een nacht waarin
niemand kan werken.

336
00:20:39,750 --> 00:20:43,770
Toen we daarover spraken, zei ik dat
de dag blijkbaar de tijd waarin er

337
00:20:43,770 --> 00:20:45,630
gelegenheid is aanduidt.

338
00:20:45,630 --> 00:20:49,230
De tijd van gelegenheid is
de tijd waarin je leeft.

339
00:20:49,230 --> 00:20:53,190
Voor ieder mens komt de nacht
waarin hij niets meer kan doen.

340
00:20:53,190 --> 00:20:56,070
Zijn dag is voorbij. Hij sterft.

341
00:20:56,070 --> 00:20:59,730
Zijn mogelijkheden om
iets te doen zijn voorbij.

342
00:20:59,730 --> 00:21:04,530
Zolang iemand leeft, moet hij daarom de
gelegenheden aangrijpen die het daglicht

343
00:21:04,530 --> 00:21:09,750
biedt, want de nacht zal komen en een
einde maken aan zijn gelegenheden.

344
00:21:09,750 --> 00:21:13,530
In het geval van Jezus was
die nacht Zijn eigen dood.

345
00:21:13,530 --> 00:21:14,790
Nu zegt Hij:

346
00:21:14,790 --> 00:21:17,070
Zitten er niet twaalf uur in een dag?

347
00:21:17,070 --> 00:21:22,110
Wat Hij blijkbaar zegt, is dat je dag
zo lang zal duren als hij moet duren.

348
00:21:22,110 --> 00:21:27,570
God geeft iedere dag twaalf uur, en Hij
geeft ieder mens zoveel levensuren of

349
00:21:27,570 --> 00:21:29,790
levensdagen als Hij wil.

350
00:21:29,790 --> 00:21:34,650
Zolang er nog een uur daglicht is, is
dat een uur waarin gewerkt moet worden.

351
00:21:34,650 --> 00:21:38,790
Zolang er leven in je is, is dat een
tijd waarin je productief moet blijven

352
00:21:38,790 --> 00:21:41,070
in het doen van de wil van God.

353
00:21:41,070 --> 00:21:44,910
Hij zegt dus in feite: Mijn
leven loopt misschien gevaar,

354
00:21:44,910 --> 00:21:48,750
maar Ik ga niet vervroegd
met pensioen. Ik leef nog.

355
00:21:48,750 --> 00:21:50,370
De zon schijnt nog.

356
00:21:50,370 --> 00:21:53,070
Er is nog steeds gelegenheid om te werken.

357
00:21:53,070 --> 00:21:58,950
Dit sprak Hij, en daarna zei Hij tegen
hen: Lazarus, onze vriend, slaapt,

358
00:21:58,950 --> 00:22:02,550
maar Ik ga naar hem toe om
hem uit de slaap op te wekken.

359
00:22:02,550 --> 00:22:06,690
Slaap als beeldspraak voor de dood
komt vrij vaak voor in de Schrift.

360
00:22:06,690 --> 00:22:08,790
Daniël hoofdstuk 12 zegt:

361
00:22:08,790 --> 00:22:13,110
En velen van hen die slapen in het
stof van de aarde, zullen ontwaken,

362
00:22:13,110 --> 00:22:18,210
sommigen tot eeuwig leven, anderen
tot smaad, tot eeuwig afgrijzen.

363
00:22:18,210 --> 00:22:21,750
Als dit naar de opstanding
verwijst, zoals veel mensen geloven,

364
00:22:21,750 --> 00:22:25,830
dan verwijst slapen in het stof
naar sterven en begraven worden.

365
00:22:25,830 --> 00:22:27,990
Maar het idee dat de dood slaap is,

366
00:22:27,990 --> 00:22:31,650
is voor het grootste deel
een nieuwtestamentisch idee.

367
00:22:31,650 --> 00:22:35,190
De leer van de zielenslaap
is onder velen populair.

368
00:22:35,190 --> 00:22:38,250
Dat is het idee dat je, wanneer je sterft,

369
00:22:38,250 --> 00:22:42,030
buiten bewustzijn bent en niets
weet tot het einde van de wereld,

370
00:22:42,030 --> 00:22:45,750
wanneer Jezus de doden opwekt,
en dat je dan wakker wordt.

371
00:22:45,750 --> 00:22:50,370
Voor je eigen bewuste waarneming heb je
niet ervaren dat er tijd verstreken is.

372
00:22:50,370 --> 00:22:54,510
Wanneer je sterft, heb je geen
enkele vorm van bewustzijn meer.

373
00:22:54,510 --> 00:22:57,870
Aan het einde van de wereld
kom je dan weer bij bewustzijn.

374
00:22:57,870 --> 00:23:01,830
Er kunnen honderden jaren verstreken zijn
tussen de dag van je dood en de dag van de

375
00:23:01,830 --> 00:23:05,550
opstanding, maar voor jou
zou dat geen verschil maken.

376
00:23:05,550 --> 00:23:07,650
Je zou het verschil niet merken.

377
00:23:07,650 --> 00:23:11,130
Het is zoals wanneer je gaat
slapen en weer wakker wordt,

378
00:23:11,130 --> 00:23:14,310
en je op de een of andere
manier zo diep hebt geslapen

379
00:23:14,310 --> 00:23:18,030
dat je je helemaal niet herinnert
dat er tijd verstreken is.

380
00:23:18,030 --> 00:23:22,290
Soms dommel je misschien enkele
ogenblikken weg en word je weer wakker.

381
00:23:22,290 --> 00:23:26,250
Je ontkent dan zelfs dat je sliep,
omdat je je de tijd waarin je lag te

382
00:23:26,250 --> 00:23:28,230
snurken niet herinnert.

383
00:23:28,230 --> 00:23:32,070
Alle anderen weten dat je sliep,
maar jij ontkent het omdat je niet

384
00:23:32,070 --> 00:23:33,270
denkt dat je sliep.

385
00:23:33,270 --> 00:23:36,150
Sommige mensen denken
dat de dood zo zal zijn.

386
00:23:36,150 --> 00:23:41,070
Je valt in slaap, je weet niets en
je wordt wakker, en alles is in orde.

387
00:23:41,070 --> 00:23:42,750
Je bent in een nieuw lichaam.

388
00:23:42,750 --> 00:23:44,370
Je bent verheerlijkt.

389
00:23:44,370 --> 00:23:47,070
Dat is de leer van de zielenslaap.

390
00:23:47,070 --> 00:23:52,410
Die leer ontleent veel van haar steun aan
gedeelten zoals dit en andere gedeelten

391
00:23:52,410 --> 00:23:57,810
waarin Jezus en de apostelen over
dode mensen spraken alsof ze sliepen.

392
00:23:57,810 --> 00:24:02,310
Jezus sprak eerder ook zo, toen
Hij het huis van Jaïrus binnenging.

393
00:24:02,310 --> 00:24:07,530
De dochter van Jaïrus was gestorven en
daar waren mensen die rouw bedreven.

394
00:24:07,530 --> 00:24:08,850
Jezus zei:

395
00:24:08,850 --> 00:24:12,330
En toen Hij naar binnen
gegaan was, zei Hij tegen hen:

396
00:24:12,330 --> 00:24:17,790
Waarom maakt u misbaar en huilt u? Het
kind is niet gestorven, maar het slaapt.

397
00:24:17,790 --> 00:24:22,410
Ze lachten Hem uit en bespotten Hem,
omdat ze wisten dat ze dood was.

398
00:24:22,410 --> 00:24:26,970
Slaap en dood hebben iets met elkaar
gemeen, vandaar de beeldspraak.

399
00:24:26,970 --> 00:24:29,910
Paulus gebruikt die term ook. Hij zegt:

400
00:24:29,910 --> 00:24:33,510
Want als wij geloven dat Jezus
gestorven en opgestaan is,

401
00:24:33,510 --> 00:24:37,350
zal ook God op dezelfde wijze
hen die in Jezus ontslapen zijn,

402
00:24:37,350 --> 00:24:38,910
terug brengen met Hem.

403
00:24:38,910 --> 00:24:40,170
Hij zegt ook:

404
00:24:40,170 --> 00:24:44,910
Zie, ik vertel u een geheimenis:
Wij zullen wel niet allen ontslapen,

405
00:24:44,910 --> 00:24:47,130
maar wij zullen allen veranderd worden,

406
00:24:47,130 --> 00:24:50,250
Hij bedoelt dat wij niet
allemaal zullen sterven.

407
00:24:50,250 --> 00:24:53,610
Het komt vrij vaak voor
in het Nieuwe Testament.

408
00:24:53,610 --> 00:24:56,610
Wat is het verband tussen slaap en dood?

409
00:24:56,610 --> 00:25:00,330
Zoals ik al zei, geloven degenen
die in de zieleslaap geloven

410
00:25:00,330 --> 00:25:05,250
dat dit betekent dat je, wanneer je
dood bent, je nergens van bewust bent.

411
00:25:05,250 --> 00:25:09,990
Je hebt geen bewustzijn, net als
wanneer je slaapt. Maar wacht eens even.

412
00:25:09,990 --> 00:25:12,570
Is dat werkelijk hoe het
is wanneer je slaapt?

413
00:25:12,570 --> 00:25:14,130
Is je geest dan niet actief?

414
00:25:14,130 --> 00:25:18,930
Soms slaap je zo diep dat je wakker
wordt en niet weet dat je geslapen hebt.

415
00:25:18,930 --> 00:25:23,310
Maar veel vaker zouden de meeste mensen
zeggen dat er, wanneer ze slapen,

416
00:25:23,310 --> 00:25:27,390
wel degelijk mentale
activiteit is. We dromen.

417
00:25:27,390 --> 00:25:30,510
We zijn ons niet volkomen
van alles onbewust.

418
00:25:30,510 --> 00:25:35,250
Als de wekker afgaat, horen we hem
tenslotte en herkennen we dat dit betekent

419
00:25:35,250 --> 00:25:36,990
dat we wakker moeten worden.

420
00:25:36,990 --> 00:25:38,970
We zijn niet bewusteloos.

421
00:25:38,970 --> 00:25:41,490
We zijn gewoon ergens anders.

422
00:25:41,490 --> 00:25:45,990
Wanneer je in een droom bent, bevind
je je in een andere werkelijkheid.

423
00:25:45,990 --> 00:25:48,450
In je droom lig je niet in je bed.

424
00:25:48,450 --> 00:25:53,010
Je bent actief iets aan het doen,
je hebt contact met andere mensen

425
00:25:53,010 --> 00:25:54,630
en je ziet dingen.

426
00:25:54,630 --> 00:25:57,810
In je bewustzijn bevind je
je in een andere wereld,

427
00:25:57,810 --> 00:26:00,270
maar je bent niet bewusteloos.

428
00:26:00,270 --> 00:26:06,150
Als Jezus of Paulus dus het idee had
willen overbrengen dat mensen bewusteloos

429
00:26:06,150 --> 00:26:11,370
zijn wanneer ze dood zijn, zou slaap niet
werkelijk de juiste beeldspraak zijn.

430
00:26:11,370 --> 00:26:14,010
Die zou dat idee namelijk
niet overbrengen.

431
00:26:14,010 --> 00:26:17,070
Maar wat brengt die
beeldspraak dan wel over?

432
00:26:17,070 --> 00:26:22,170
Eén ding dat we over slaap weten, is dat
mensen die slapen meestal wakker worden.

433
00:26:22,170 --> 00:26:24,570
Er wordt verwacht dat ze wakker worden.

434
00:26:24,570 --> 00:26:29,730
Het is waar dat sommige mensen in hun
slaap sterven en niet wakker worden,

435
00:26:29,730 --> 00:26:32,910
maar er wordt zeker verwacht
dat ze wakker zullen worden.

436
00:26:32,910 --> 00:26:36,150
Met andere woorden, slaap is tijdelijk.

437
00:26:36,150 --> 00:26:40,710
Dit heeft niets te maken met de mentale
toestand van de slapende persoon.

438
00:26:40,710 --> 00:26:44,130
Het heeft te maken met het feit
dat het niet het einde is wanneer

439
00:26:44,130 --> 00:26:45,750
iemand gaat slapen.

440
00:26:45,750 --> 00:26:47,670
Diegene wordt weer wakker.

441
00:26:47,670 --> 00:26:52,110
Dat is, in het algemeen gesproken,
wat kenmerkend is voor slaap.

442
00:26:52,110 --> 00:26:56,550
De dood slaap noemen, zou suggereren dat
iemand die dood is voorgoed weg lijkt te

443
00:26:56,550 --> 00:27:01,230
zijn, maar dat het in werkelijkheid
evenmin een blijvende toestand is

444
00:27:01,230 --> 00:27:03,870
als slaap. Er is een opstanding.

445
00:27:03,870 --> 00:27:06,810
Degenen die gestorven
zijn, zullen weer opstaan,

446
00:27:06,810 --> 00:27:09,930
net zoals degenen die slapen
weer wakker zullen worden.

447
00:27:09,930 --> 00:27:13,170
Zonder dat dit iets zegt over
wat ze in de tussentijd denken,

448
00:27:13,170 --> 00:27:17,190
heeft het meer te maken met het feit
dat dit niet werkelijk het einde is.

449
00:27:17,190 --> 00:27:23,130
Toen Jezus over het meisje zei: ‘Ze is
niet dood; ze slaapt’, wat deed Hij toen?

450
00:27:23,130 --> 00:27:26,610
Hij wekte haar op uit de dood. Hij zei:

451
00:27:26,610 --> 00:27:32,970
Dit sprak Hij, en daarna zei Hij tegen
hen: Lazarus, onze vriend, slaapt,

452
00:27:32,970 --> 00:27:36,570
maar Ik ga naar hem toe om
hem uit de slaap op te wekken.

453
00:27:36,570 --> 00:27:40,350
Daarmee bedoelde Hij dat Hij
hem uit de dood zou opwekken.

454
00:27:40,350 --> 00:27:43,290
Paulus zegt dat we niet
allemaal zullen sterven,

455
00:27:43,290 --> 00:27:45,390
maar dat we veranderd zullen worden.

456
00:27:45,390 --> 00:27:47,250
Over de opstanding zegt hij:

457
00:27:47,250 --> 00:27:51,930
Want de Heere Zelf zal met een
geroep, met de stem van een aartsengel

458
00:27:51,930 --> 00:27:55,650
en met een bazuin van God
neerdalen uit de hemel.

459
00:27:55,650 --> 00:27:59,910
En de doden die in Christus
zijn , zullen eerst opstaan.

460
00:27:59,910 --> 00:28:05,490
Slaap lijkt op de dood in die zin dat
dode mensen op een dag zullen opstaan.

461
00:28:05,490 --> 00:28:08,490
Dat is kennelijk de
betekenis van de beeldspraak.

462
00:28:08,490 --> 00:28:10,650
Jezus gebruikt die hier.

463
00:28:10,650 --> 00:28:12,390
Het is niet de eerste keer.

464
00:28:12,390 --> 00:28:16,110
Hij gebruikte die in het geval
van de dochter van Jaïrus.

465
00:28:16,110 --> 00:28:21,330
Maar de discipelen zijn nog niet gewend
aan het idee dat Jezus op deze manier

466
00:28:21,330 --> 00:28:23,010
over de dood spreekt.

467
00:28:23,010 --> 00:28:25,710
Kennelijk had Hij dit
nog niet vaak gedaan.

468
00:28:25,710 --> 00:28:27,210
De discipelen zeiden:

469
00:28:27,210 --> 00:28:32,430
Zijn discipelen dan zeiden: Heere,
als hij slaapt, zal hij gezond worden.

470
00:28:32,430 --> 00:28:34,830
Soms is dat werkelijk een goed teken.

471
00:28:34,830 --> 00:28:39,210
Wat zieke mensen het hardst nodig
hebben, is dat ze kunnen slapen.

472
00:28:39,210 --> 00:28:42,810
Slaap is wat hun herstel
het meest zal bevorderen.

473
00:28:42,810 --> 00:28:44,250
Jezus zei:

474
00:28:44,250 --> 00:28:47,430
Lazarus slaapt. Ik ga hem wakker maken.

475
00:28:47,430 --> 00:28:53,130
In wezen zeggen zij: ‘Als hij slaapt, is
het dan niet beter om hem te laten slapen?

476
00:28:53,130 --> 00:28:56,490
We zijn daar tenslotte toch
twee dagreizen vandaan.

477
00:28:56,490 --> 00:28:58,770
Kan iemand anders hem niet wakker maken?

478
00:28:58,770 --> 00:29:02,490
Je gaat twee dagen reizen om iemand
uit zijn dutje wakker te maken,

479
00:29:02,490 --> 00:29:05,610
terwijl het best kan zijn
dat slaap goed voor hem is.

480
00:29:05,610 --> 00:29:09,210
Waarom zou je hem wakker
maken?’ Dat is wat ze zeggen.

481
00:29:09,210 --> 00:29:13,890
Jezus sprak echter over zijn dood, maar
zij dachten dat Hij sprak over rust nemen

482
00:29:13,890 --> 00:29:14,970
in de slaap.

483
00:29:14,970 --> 00:29:17,850
Toen zei Jezus ronduit tegen hen:

484
00:29:17,850 --> 00:29:23,190
Toen zei Jezus dan openlijk
tegen hen: Lazarus is gestorven.

485
00:29:23,190 --> 00:29:27,390
En Ik ben blij voor u dat Ik
daar niet was, opdat u gelooft;

486
00:29:27,390 --> 00:29:29,730
maar laten wij naar hem toe gaan.

487
00:29:29,730 --> 00:29:30,810
Hij zei niet:

488
00:29:30,810 --> 00:29:34,770
Ik ga hem uit de dood opwekken,
hoewel Hij al had gezegd:

489
00:29:34,770 --> 00:29:41,370
Dit sprak Hij, en daarna zei Hij tegen
hen: Lazarus, onze vriend, slaapt,

490
00:29:41,370 --> 00:29:45,210
maar Ik ga naar hem toe om
hem uit de slaap op te wekken.

491
00:29:45,210 --> 00:29:47,910
dus dat hadden ze
evengoed kunnen afleiden.

492
00:29:47,910 --> 00:29:50,550
Maar Hij zegt: ‘Hij is dood.

493
00:29:50,550 --> 00:29:55,050
Dat is de toestand waarin hij zich
nu bevindt. Dat is eigenlijk goed.

494
00:29:55,050 --> 00:29:56,370
Ik ben blij.

495
00:29:56,370 --> 00:29:59,250
Ik ben blij dat Ik er niet
was om hem te genezen.

496
00:29:59,250 --> 00:30:03,690
Dat was opzettelijk van Mijn kant, want
dit zal beter zijn voor jullie geloof.’

497
00:30:03,690 --> 00:30:07,290
Nog een genezing zien zou op de
discipelen niet de indruk maken

498
00:30:07,290 --> 00:30:11,130
die het zien van een man die uit de
dood werd opgewekt wel zou maken,

499
00:30:11,130 --> 00:30:14,790
vooral deze man, die
al vier dagen dood was.

500
00:30:14,790 --> 00:30:18,330
Dit is een uniek geval
waarin Jezus een dode opwekt.

501
00:30:18,330 --> 00:30:21,030
Hij heeft ook andere mensen
uit de dood opgewekt,

502
00:30:21,030 --> 00:30:23,490
maar niet in dit soort omstandigheden.

503
00:30:23,490 --> 00:30:27,810
In het geval van de dochter van
Jaïrus was ze nog maar net gestorven.

504
00:30:27,810 --> 00:30:30,870
De man was naar Jezus toe
gekomen toen ze nog leefde,

505
00:30:30,870 --> 00:30:36,510
en Jezus ging rechtstreeks naar zijn huis,
maar ze stierf voordat Hij daar aankwam.

506
00:30:36,510 --> 00:30:39,390
Dus wekte Hij haar op uit de dood.

507
00:30:39,390 --> 00:30:42,450
De vrouw van wie de zoon
in Naïn gestorven was,

508
00:30:42,450 --> 00:30:45,030
liet hem wegdragen om begraven te worden.

509
00:30:45,030 --> 00:30:48,570
Dat betekent dat het
waarschijnlijk dezelfde dag was.

510
00:30:48,570 --> 00:30:50,970
Men balsemde mensen destijds niet.

511
00:30:50,970 --> 00:30:53,550
Men begroef hen gewoon zo snel mogelijk.

512
00:30:53,550 --> 00:30:57,030
Door de hitte zouden ze snel
tot ontbinding overgaan.

513
00:30:57,030 --> 00:31:00,990
Ze stierven, men wikkelde hen
in doeken en men begroef hen,

514
00:31:00,990 --> 00:31:03,930
net zoals het lichaam van
Jezus in doeken werd gewikkeld

515
00:31:03,930 --> 00:31:09,270
zodra Hij van het kruis was afgenomen,
en werd begraven. Dat was normaal.

516
00:31:09,270 --> 00:31:13,350
Bij die andere twee gevallen waarvan
we weten dat Jezus doden opwekte,

517
00:31:13,350 --> 00:31:16,110
ging het om mensen die
pas gestorven waren,

518
00:31:16,110 --> 00:31:21,330
enkele uren of ogenblikken daarvoor,
en die uit de dood werden opgewekt.

519
00:31:21,330 --> 00:31:26,550
Sommige rabbi’s, niet allemaal, leerden
dat de ziel van iemand na zijn dood nog

520
00:31:26,550 --> 00:31:29,670
ongeveer drie dagen rond
het lichaam blijft hangen.

521
00:31:29,670 --> 00:31:32,310
Dit werd echt door
sommige rabbi’s geleerd.

522
00:31:32,310 --> 00:31:35,790
De ziel blijft ongeveer drie
dagen rond het lichaam hangen,

523
00:31:35,790 --> 00:31:39,150
maar na de derde dag vertrekt
ze en komt ze niet terug.

524
00:31:39,150 --> 00:31:41,670
Daarom dachten ze dat
er gedurende de eerste

525
00:31:41,670 --> 00:31:44,010
drie dagen nadat iemand gestorven was,

526
00:31:44,010 --> 00:31:48,330
een mogelijkheid bestond dat die
persoon spontaan weer tot leven kwam.

527
00:31:48,330 --> 00:31:50,610
Misschien waren daar gevallen van bekend.

528
00:31:50,610 --> 00:31:53,670
Er zijn gevallen waarin
mensen dood worden verklaard

529
00:31:53,670 --> 00:31:58,770
en naar het ziekenhuis worden gebracht,
en weer tot leven komen zonder enig gebed,

530
00:31:58,770 --> 00:32:01,590
zonder iets wat op wonderen zou wijzen.

531
00:32:01,590 --> 00:32:04,170
Er bestaan verschijnselen
die we niet begrijpen,

532
00:32:04,170 --> 00:32:06,510
waaronder blijkbaar een tijdelijke dood.

533
00:32:06,510 --> 00:32:10,290
Maar niet bij iemand die
al vele dagen dood is.

534
00:32:10,290 --> 00:32:12,930
Lazarus was vier dagen dood.

535
00:32:12,930 --> 00:32:16,410
Daarom moest Jezus zo
lang wachten als Hij deed.

536
00:32:16,410 --> 00:32:20,790
Hij moest wachten totdat het moment
voorbij was waarop iemand nog

537
00:32:20,790 --> 00:32:25,650
enige hoop kon hebben dat Lazarus
uit de dood zou worden opgewekt.

538
00:32:25,650 --> 00:32:28,710
Ze wisten dat Jezus
eerder doden had opgewekt,

539
00:32:28,710 --> 00:32:32,550
maar alleen in gevallen waarin
die mensen pas gestorven waren.

540
00:32:32,550 --> 00:32:38,010
Maar Jezus wachtte op een geval waarin
zelfs volgens de toenmalige opvattingen

541
00:32:38,010 --> 00:32:42,030
de beslissende grens was
overschreden. En Hij zegt:

542
00:32:42,030 --> 00:32:44,970
Hierdoor zal jullie geloof groeien.

543
00:32:44,970 --> 00:32:48,810
Ik ben blij dat Ik er niet
was. We gaan naar hem toe.

544
00:32:48,810 --> 00:32:51,630
Hierdoor zullen jullie nog meer geloven.

545
00:32:51,630 --> 00:32:55,170
Dan is er Thomas, die
Didymus wordt genoemd.

546
00:32:55,170 --> 00:32:59,790
Thomas, Toma in het Aramees,
betekent ‘de tweeling’.

547
00:32:59,790 --> 00:33:03,750
Didymus betekent precies
hetzelfde, alleen in het Grieks.

548
00:33:03,750 --> 00:33:05,970
Het is net als Kefas.

549
00:33:05,970 --> 00:33:08,970
Kefas was Aramees voor ‘rots’.

550
00:33:08,970 --> 00:33:11,670
Petrus was Grieks voor ‘rots’.

551
00:33:11,670 --> 00:33:15,450
In Griekse kringen zou Petrus
de naam Petrus gebruiken.

552
00:33:15,450 --> 00:33:20,070
In Arameessprekende Joodse kringen
zou hij de naam Kefas gebruiken.

553
00:33:20,070 --> 00:33:24,090
Deze man, wiens naam
‘de tweeling’ betekende,

554
00:33:24,090 --> 00:33:28,290
stond zowel onder zijn Aramese als
onder zijn Griekse naam bekend,

555
00:33:28,290 --> 00:33:32,130
waarschijnlijk afhankelijk van
de kringen waarin hij verkeerde.

556
00:33:32,130 --> 00:33:35,370
Didymus betekent ‘de tweeling’.

557
00:33:35,370 --> 00:33:39,330
Thomas betekent ‘de
tweeling’ in een andere taal.

558
00:33:39,330 --> 00:33:42,030
Hij moet een tweelingbroer zijn geweest.

559
00:33:42,030 --> 00:33:47,010
Thomas, die Didymus werd genoemd,
zei tegen zijn medediscipelen:

560
00:33:47,010 --> 00:33:50,850
Laten wij ook gaan, zodat
we met Hem kunnen sterven.

561
00:33:50,850 --> 00:33:54,990
Dit is dezelfde Thomas die wij
de ongelovige Thomas noemen,

562
00:33:54,990 --> 00:34:00,390
en toch zien we dat hij zo toegewijd is
aan Christus dat hij, als het nodig is,

563
00:34:00,390 --> 00:34:03,210
bereid is met Jezus te sterven.

564
00:34:03,210 --> 00:34:05,910
Zijn opmerking kan cynisch zijn geweest.

565
00:34:05,910 --> 00:34:10,950
Het is mogelijk dat hij bedoelt:
‘Als Jezus zo graag dood wil, nou,

566
00:34:10,950 --> 00:34:14,970
dan kunnen we net zo goed
meegaan en met Hem sterven.’

567
00:34:14,970 --> 00:34:20,070
Of misschien dacht hij heldhaftiger:
‘Jezus gaat doen wat Hij moet doen.

568
00:34:20,070 --> 00:34:22,110
Hij zal in gevaar zijn.

569
00:34:22,110 --> 00:34:26,130
Laten we met Hem meegaan en
ons leven op het spel zetten,

570
00:34:26,130 --> 00:34:29,250
en zo nodig misschien met Hem sterven.

571
00:34:29,250 --> 00:34:33,150
Hij heeft ons nodig om
naast Hem te staan.’

572
00:34:33,150 --> 00:34:37,290
We weten niet precies op welke
toon Thomas deze woorden uitsprak,

573
00:34:37,290 --> 00:34:40,650
maar we weten dat het
gevaar heel reëel was.

574
00:34:40,650 --> 00:34:44,970
Ze hadden meer dan eens de stenen in
de handen van de Farizeeën gezien.

575
00:34:44,970 --> 00:34:49,230
Ze wisten dat Jezus gedood kon
worden als Hij daarheen terugging,

576
00:34:49,230 --> 00:34:52,470
en ze wisten dat zij ook
gedood konden worden.

577
00:34:52,470 --> 00:34:56,970
Thomas zegt tegen de discipelen:
‘Laten we dan maar meegaan en dat doen.

578
00:34:56,970 --> 00:34:59,610
Als Jezus zegt dat we gaan, dan gaan we.

579
00:34:59,610 --> 00:35:02,850
Als we gaan sterven, dan gaan we sterven.’

580
00:35:02,850 --> 00:35:08,670
Dus toen Jezus kwam, trof Hij Lazarus
aan, die al vier dagen in het graf lag.

581
00:35:08,670 --> 00:35:13,350
Bethanië lag dicht bij Jeruzalem,
ongeveer drie kilometer daarvandaan,

582
00:35:13,350 --> 00:35:17,310
en veel van de Joden hadden zich
bij de vrouwen rond Martha en Maria

583
00:35:17,310 --> 00:35:20,850
gevoegd om hen te troosten
vanwege hun broer.

584
00:35:20,850 --> 00:35:25,710
Toen Martha hoorde dat Jezus eraan kwam
— en hoe ze dit hoorde weten we niet,

585
00:35:25,710 --> 00:35:29,250
maar er moeten boodschappers zijn
geweest die Jezus vooruitstuurde,

586
00:35:29,250 --> 00:35:34,210
of misschien konden bedienden van het huis
Hem in de verte zien, of wat dan ook —

587
00:35:34,210 --> 00:35:37,050
vertelden ze Martha dat Jezus eraan kwam.

588
00:35:37,050 --> 00:35:40,410
Zij hoorde ervan voordat Maria het hoorde.

589
00:35:40,410 --> 00:35:44,370
Zodra ze hoorde dat Jezus eraan
kwam, ging ze Hem tegemoet,

590
00:35:44,370 --> 00:35:46,710
maar Maria bleef in het huis zitten.

591
00:35:46,710 --> 00:35:48,990
Toen zei Martha tegen Jezus:

592
00:35:48,990 --> 00:35:53,670
Martha nu zei tegen Jezus:
Heere, als U hier geweest was,

593
00:35:53,670 --> 00:35:58,290
zou mijn broer niet gestorven
zijn, maar ook nu weet ik dat God U

594
00:35:58,290 --> 00:36:01,410
alles wat U van God vraagt, geven zal.

595
00:36:01,410 --> 00:36:06,090
Deze laatste uitspraak klinkt bijna alsof
ze geloof uitspreekt dat het misschien

596
00:36:06,090 --> 00:36:11,250
toch nog niet te laat is, hoewel ze geen
geloof toonde toen Jezus op het punt stond

597
00:36:11,250 --> 00:36:12,810
Lazarus op te wekken.

598
00:36:12,810 --> 00:36:15,270
Op dat moment maakte ze zich zorgen.

599
00:36:15,270 --> 00:36:19,050
Jezus zei tegen haar: Uw
broer zal weer opstaan.

600
00:36:19,050 --> 00:36:20,670
Martha zei tegen Hem:

601
00:36:20,670 --> 00:36:24,630
Martha zei tegen Hem: Ik weet dat
hij zal opstaan bij de opstanding op

602
00:36:24,630 --> 00:36:26,070
de laatste dag.

603
00:36:26,070 --> 00:36:27,810
Jezus zei tegen haar:

604
00:36:27,810 --> 00:36:33,270
Jezus zei tegen haar: Ik ben de Opstanding
en het Leven; wie in Mij gelooft,

605
00:36:33,270 --> 00:36:35,730
zal leven, ook al sterft hij.

606
00:36:35,730 --> 00:36:40,110
En ieder die leeft en in Mij gelooft,
zal niet sterven in eeuwigheid.

607
00:36:40,110 --> 00:36:41,250
Paulus zegt:

608
00:36:41,250 --> 00:36:46,050
Maar wij hebben goede moed en wij hebben
er meer behagen in om uit het lichaam uit

609
00:36:46,050 --> 00:36:48,810
te wonen en bij de Heere in te wonen.

610
00:36:48,810 --> 00:36:53,370
Nou, als ik afwezig kan zijn van
mijn lichaam, wie ben ik dan?

611
00:36:53,370 --> 00:36:55,710
Mijn lichaam is niet wie ik ben.

612
00:36:55,710 --> 00:36:58,710
Hoe zou ik afwezig kunnen zijn van mezelf?

613
00:36:58,710 --> 00:37:02,190
Ik ben iets, en mijn
lichaam is iets anders.

614
00:37:02,190 --> 00:37:04,230
Ik woon in mijn lichaam.

615
00:37:04,230 --> 00:37:06,990
Ik ben aanwezig in mijn lichaam.

616
00:37:06,990 --> 00:37:08,310
Paulus zei:

617
00:37:08,310 --> 00:37:11,850
Wij hebben dus altijd goede
moed en weten dat wij,

618
00:37:11,850 --> 00:37:16,530
zolang wij in het lichaam inwonen,
uitwonend zijn van de Heere,

619
00:37:16,530 --> 00:37:19,530
Wij zijn iets anders dan ons lichaam.

620
00:37:19,530 --> 00:37:21,870
We wonen in het lichaam.

621
00:37:21,870 --> 00:37:26,130
We kunnen erin aanwezig
zijn of ervan afwezig zijn.

622
00:37:26,130 --> 00:37:31,591
Denk eraan dat Paulus in 2
Korinthe 12 zei: ‘Ik ken een mens —

623
00:37:31,591 --> 00:37:36,090
of het in het lichaam of buiten het
lichaam gebeurde, weet ik niet.’

624
00:37:36,090 --> 00:37:38,190
Hij zei dat alleen God dat weet.

625
00:37:38,190 --> 00:37:42,090
Maar deze man werd opgenomen
tot in de derde hemel.

626
00:37:42,090 --> 00:37:46,530
Tot tweemaal toe zegt Paulus:
‘Of het in het lichaam of

627
00:37:46,530 --> 00:37:48,450
buiten het lichaam gebeurde.’

628
00:37:48,450 --> 00:37:51,090
Hoe zou iemand buiten
het lichaam kunnen zijn

629
00:37:51,090 --> 00:37:54,150
als hij niets anders dan zijn lichaam is?

630
00:37:54,150 --> 00:37:57,630
Paulus geloofde kennelijk
dat er een geest is.

631
00:37:57,630 --> 00:38:01,830
Er is een deel van de mens dat
niet zijn lichaam is en dat zich

632
00:38:01,830 --> 00:38:04,710
in of buiten het lichaam kan bevinden.

633
00:38:04,710 --> 00:38:08,070
Jezus geeft ons dus eeuwig leven.

634
00:38:08,070 --> 00:38:11,730
Hoewel ons lichaam
sterft, sterven wij niet.

635
00:38:11,730 --> 00:38:14,250
We stappen als het ware uit het lichaam,

636
00:38:14,250 --> 00:38:19,290
zoals je vuile kleren uittrekt nadat
je de hele dag in de tuin hebt gewerkt.

637
00:38:19,290 --> 00:38:23,310
De kleren gaan in de wasmand
om later verzorgd te worden,

638
00:38:23,310 --> 00:38:25,410
maar jijzelf gaat verder.

639
00:38:25,410 --> 00:38:27,090
Je leven gaat verder.

640
00:38:27,090 --> 00:38:29,850
Het lichaam is iets wat
we bij de dood afleggen.

641
00:38:29,850 --> 00:38:32,790
Hoewel we sterven, zullen we weer leven.

642
00:38:32,790 --> 00:38:36,810
In zekere zin zullen we zelfs
nooit sterven als we nu leven en

643
00:38:36,810 --> 00:38:39,990
in Christus geloven,
want Hij is het Leven.

644
00:38:39,990 --> 00:38:42,930
Dat leven is eeuwig en wij hebben Hem.

645
00:38:42,930 --> 00:38:45,450
Wie de Zoon heeft, heeft het leven.

646
00:38:45,450 --> 00:38:50,370
Wie de Zoon niet heeft, heeft het leven
niet, vertelt Johannes ons elders.

647
00:38:50,370 --> 00:38:54,690
Martha bevestigde dit, hoewel ze niet
helemaal begreep waar Jezus op doelde.

648
00:38:54,690 --> 00:38:55,770
Ze zei:

649
00:38:55,770 --> 00:39:00,210
Ja, Heere, ik geloof dat U de
Christus bent, de Zoon van God,

650
00:39:00,210 --> 00:39:02,370
Die in de wereld komen zou.

651
00:39:02,370 --> 00:39:06,210
Met andere woorden: ‘Ik begrijp
niet precies wat U bedoelt met

652
00:39:06,210 --> 00:39:11,070
“Ik ben de Opstanding en het Leven” en
met die enigszins geheimzinnige woorden.

653
00:39:11,070 --> 00:39:14,130
Maar ik weet dat U de Messias bent.

654
00:39:14,130 --> 00:39:19,110
Daarom bevestig ik mijn geloof in U, ook
al ben ik teleurgesteld dat U niet hebt

655
00:39:19,110 --> 00:39:21,390
gedaan wat wij U vroegen.’

656
00:39:21,390 --> 00:39:27,630
Toen ze dit gezegd had, ging ze weg en
riep in het geheim haar zus Maria. Ze zei:

657
00:39:27,630 --> 00:39:30,330
De Meester is er en Hij roept u.

658
00:39:30,330 --> 00:39:33,450
Ze deed dit in het geheim
omdat ze dacht dat Maria

659
00:39:33,450 --> 00:39:36,030
Jezus graag persoonlijk zou spreken.

660
00:39:36,030 --> 00:39:39,270
Ze wilde niet openlijk
bekendmaken dat Jezus er was,

661
00:39:39,270 --> 00:39:42,210
want dan zou de hele
menigte naar Hem toe komen.

662
00:39:42,210 --> 00:39:46,950
Ze hoopte dus dat Maria min of meer
alleen met Jezus zou kunnen spreken.

663
00:39:46,950 --> 00:39:50,790
Daarom vertelde ze het Maria
zachtjes, maar het werkte niet.

664
00:39:50,790 --> 00:39:55,350
Zodra Maria het hoorde, stond
ze snel op en ging naar Hem toe.

665
00:39:55,350 --> 00:39:59,910
Jezus was het dorp nog niet binnengegaan,
maar bevond Zich nog op de plaats waar

666
00:39:59,910 --> 00:40:01,170
Martha Hem had ontmoet.

667
00:40:01,170 --> 00:40:04,590
Toen de Joden die bij Maria in
huis waren en haar troostten,

668
00:40:04,590 --> 00:40:08,850
zagen dat zij snel opstond en
naar buiten ging, volgden ze haar.

669
00:40:08,850 --> 00:40:11,730
Ze dachten dat ze naar het
graf ging om daar te huilen.

670
00:40:11,730 --> 00:40:15,870
Ze waren gekomen om haar te troosten en
dachten: ‘Ze gaat weer naar het graf;

671
00:40:15,870 --> 00:40:18,870
dan gaan wij mee om haar
ook daar te troosten.’

672
00:40:18,870 --> 00:40:22,950
Zo volgden ze haar en troffen
ze Jezus aan toen zij Hem vond.

673
00:40:22,950 --> 00:40:27,930
Toen Maria bij Jezus kwam en Hem zag,
viel ze aan Zijn voeten neer en zei:

674
00:40:27,930 --> 00:40:32,610
Heere, als U hier geweest was, zou
mijn broer niet gestorven zijn.

675
00:40:32,610 --> 00:40:36,330
Dat zijn precies dezelfde woorden
die Martha had uitgesproken.

676
00:40:36,330 --> 00:40:39,570
Het klinkt bijna als een
steeds herhaalde uitspraak.

677
00:40:39,570 --> 00:40:42,510
Waarschijnlijk hadden ze dit
vaak tegen elkaar gezegd:

678
00:40:42,510 --> 00:40:47,250
‘Als de Heere hier was geweest,
zou onze broer niet gestorven zijn.

679
00:40:47,250 --> 00:40:51,510
Was Jezus maar hier geweest,
dan was hij niet gestorven.’

680
00:40:51,510 --> 00:40:54,510
Dat was het eerste wat ze
zeiden toen ze Jezus zagen,

681
00:40:54,510 --> 00:40:57,630
omdat ze daar ongetwijfeld
steeds aan hadden gedacht.

682
00:40:57,630 --> 00:41:00,930
Ze betreurden dat Jezus
hun gebed niet had verhoord

683
00:41:00,930 --> 00:41:03,330
en niet was gekomen toen ze Hem riepen.

684
00:41:03,330 --> 00:41:08,130
Toen Jezus haar en de Joden die met
haar waren meegekomen zag huilen,

685
00:41:08,130 --> 00:41:12,090
zuchtte Hij in de geest en raakte
Hij innerlijk in beroering.

686
00:41:12,090 --> 00:41:14,910
Hij vroeg waar ze Lazarus hadden gelegd.

687
00:41:14,910 --> 00:41:19,950
Ze zeiden tegen Hem: ‘Heere,
kom het zien.’ Jezus huilde.

688
00:41:19,950 --> 00:41:23,850
De Joden zeiden: ‘Zie,
hoe lief Hij hem had!’

689
00:41:23,850 --> 00:41:28,410
Sommigen van hen zeiden: ‘Had Hij Die
de ogen van de blinde geopend heeft,

690
00:41:28,410 --> 00:41:31,590
ook niet kunnen zorgen
dat deze man niet stierf?’

691
00:41:31,590 --> 00:41:35,310
Opnieuw zuchtte Jezus in Zichzelf
en ging Hij naar het graf.

692
00:41:35,310 --> 00:41:38,070
Het was een grot, met een steen ervoor.

693
00:41:38,070 --> 00:41:41,970
Jezus gaat met al Zijn
emoties deze situatie binnen.

694
00:41:41,970 --> 00:41:47,070
Hij huilt met deze mensen mee.
Hij kreunt. Hij is verontrust.

695
00:41:47,070 --> 00:41:50,070
Er zijn verschillende ideeën
geopperd over wat al deze

696
00:41:50,070 --> 00:41:52,710
emoties bij Jezus veroorzaakte.

697
00:41:52,710 --> 00:41:55,710
Sommigen vinden dat het op dit
moment niet passend zou zijn

698
00:41:55,710 --> 00:41:59,070
als Hij alleen maar bedroefd
was zoals alle anderen.

699
00:41:59,070 --> 00:42:01,710
Hij wist immers wat zij niet wisten.

700
00:42:01,710 --> 00:42:06,090
Ik bedoel, ja, het is verdrietig dat
Zijn vriend gestorven is, maar hé,

701
00:42:06,090 --> 00:42:07,530
hij zal opstaan.

702
00:42:07,530 --> 00:42:10,890
Je zou kunnen denken dat Jezus een
beetje in Zichzelf zou grinniken,

703
00:42:10,890 --> 00:42:16,290
omdat Hij beseft: hé, ze weten nog niet
dat hun gehuil over enkele ogenblikken in

704
00:42:16,290 --> 00:42:17,970
vreugde zal veranderen.

705
00:42:17,970 --> 00:42:20,970
In plaats daarvan huilt
Hij ook en kreunt Hij.

706
00:42:20,970 --> 00:42:25,170
En omdat sommigen vinden dat Jezus,
omdat Hij wist wat er zou gebeuren,

707
00:42:25,170 --> 00:42:27,870
niet echt verdrietig zou zijn, dachten ze:

708
00:42:27,870 --> 00:42:30,570
misschien is Hij om
iets anders verdrietig.

709
00:42:30,570 --> 00:42:34,950
Sommige mensen zeggen: nou, Hij
huilt om hun gebrek aan geloof.

710
00:42:34,950 --> 00:42:39,090
Hij kreunt en is verontrust
om hun gebrek aan geloof.

711
00:42:39,090 --> 00:42:43,650
Nou, ik weet niet of ze bij deze
gelegenheid blijk hebben gegeven van een

712
00:42:43,650 --> 00:42:45,750
ongewoon gebrek aan geloof.

713
00:42:45,750 --> 00:42:50,490
Ze gedragen zich zoals mensen zich
normaal gesproken zouden gedragen.

714
00:42:50,490 --> 00:42:54,390
Zelfs godvrezende mensen
zouden zich zo gedragen.

715
00:42:54,390 --> 00:42:56,790
Ze rouwen om een sterfgeval.

716
00:42:56,790 --> 00:43:00,150
Ze hebben nog geen groot gebrek
aan geloof laten blijken.

717
00:43:00,150 --> 00:43:01,470
Toen Jezus zei:

718
00:43:01,470 --> 00:43:04,290
Jezus zei: Neem de steen weg.

719
00:43:04,290 --> 00:43:09,870
Martha, de zuster van de gestorvene,
zei tegen Hem: Heere, hij ruikt al,

720
00:43:09,870 --> 00:43:11,790
want hij ligt hier al vier dagen.

721
00:43:11,790 --> 00:43:12,690
en Martha zei:

722
00:43:12,690 --> 00:43:14,370
‘Nou, hij stinkt.’

723
00:43:14,370 --> 00:43:18,270
Dat zou beschouwd kunnen worden als
een uiting van gebrek aan geloof.

724
00:43:18,270 --> 00:43:21,870
Maar tot nu toe zijn de enige
uitingen van welke aard dan ook

725
00:43:21,870 --> 00:43:25,350
in elk geval geloofsuitspraken
van Martha geweest.

726
00:43:25,350 --> 00:43:28,410
En de andere mensen hebben
helemaal niets gezegd.

727
00:43:28,410 --> 00:43:32,010
Dus ik weet niet echt of Jezus
bij deze specifieke gelegenheid

728
00:43:32,010 --> 00:43:37,410
enige aanleiding had om ontstemd te zijn
over het gebrek aan geloof van de mensen.

729
00:43:37,410 --> 00:43:41,430
En bij andere gelegenheden zien
we wel dat Jezus teleurgesteld was

730
00:43:41,430 --> 00:43:44,250
over het gebrek aan geloof van mensen.

731
00:43:44,250 --> 00:43:47,970
Neem bijvoorbeeld de mensen
in Nazareth. Er staat:

732
00:43:47,970 --> 00:43:50,790
En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof.

733
00:43:50,790 --> 00:43:54,870
En Hij trok de dorpen in de
omgeving rond en gaf er onderwijs.

734
00:43:54,870 --> 00:43:59,550
Maar we lezen niet dat Hij daarom
huilde of zuchtte of iets dergelijks.

735
00:43:59,550 --> 00:44:04,710
Mijn eigen gedachte is dat Jezus uit
medeleven meehuilde met deze mensen.

736
00:44:04,710 --> 00:44:08,550
En niet alleen met hen, want dit was niet
slechts een geval van die ene man die

737
00:44:08,550 --> 00:44:11,670
gestorven was en op dat
moment zou worden opgewekt.

738
00:44:11,670 --> 00:44:16,710
Hij werd geconfronteerd met de dood als
algemene categorie en zag het lijden,

739
00:44:16,710 --> 00:44:20,550
het huilen en het hartzeer dat de
dood in de wereld had gebracht.

740
00:44:20,550 --> 00:44:24,990
Hij zag deze mensen huilen om het
verlies van iemand van wie ze hielden.

741
00:44:24,990 --> 00:44:28,530
En Hij besefte hoe vaak dit
huilen zich had herhaald,

742
00:44:28,530 --> 00:44:34,050
miljoenen en miljoenen keren, telkens
wanneer iemand sterft en geliefden huilen.

743
00:44:34,050 --> 00:44:38,970
De dood is iets pijnlijks, en
de dood is het gevolg van zonde.

744
00:44:38,970 --> 00:44:43,650
Jezus werd ongetwijfeld geraakt door
de gedachte dat dit zo onnodig was.

745
00:44:43,650 --> 00:44:47,370
Als er geen zonde was geweest,
had er geen dood hoeven zijn.

746
00:44:47,370 --> 00:44:52,950
Toch is er zonde geweest, en is er een
geschiedenis geweest van pijn, verdriet,

747
00:44:52,950 --> 00:44:54,630
lijden en dood.

748
00:44:54,630 --> 00:44:58,410
Dit zou heel goed kunnen zijn
wat Jezus tot tranen bewoog.

749
00:44:58,410 --> 00:45:01,770
In elk geval zuchtte Hij
meer dan eens in Zichzelf.

750
00:45:01,770 --> 00:45:04,470
Hij was ontroerd. Hij huilde.

751
00:45:04,470 --> 00:45:08,130
Dat was ongetwijfeld uit
medeleven met degenen die huilden.

752
00:45:08,130 --> 00:45:10,350
De anderen die toekeken, zeiden:

753
00:45:10,350 --> 00:45:12,630
‘O, kijk eens hoeveel Hij van hem hield!’

754
00:45:12,630 --> 00:45:15,930
Want Jezus barstte
werkelijk in tranen uit.

755
00:45:15,930 --> 00:45:19,830
Het Griekse werkwoord dat hier
met ‘huilde’ wordt weergegeven,

756
00:45:19,830 --> 00:45:22,710
staat in de ingressieve aoristus.

757
00:45:22,710 --> 00:45:26,370
Dat betekent zoiets als dat
Hij in tranen uitbarstte.

758
00:45:26,370 --> 00:45:30,390
Iets daar bij het graf zorgde
ervoor dat Hij in tranen uitbarstte.

759
00:45:30,390 --> 00:45:35,250
En de mensen namen aan dat dit kwam
doordat Hij zoveel van Lazarus hield.

760
00:45:35,250 --> 00:45:38,430
Dat kan niet de enige reden
zijn, want zoals ik al zei,

761
00:45:38,430 --> 00:45:41,370
Hij wist dat Hij Lazarus zou opwekken.

762
00:45:41,370 --> 00:45:44,250
Je barst in tranen uit
als je van iemand houdt,

763
00:45:44,250 --> 00:45:48,210
hem bent kwijtgeraakt en denkt
dat je hem nooit meer zult zien.

764
00:45:48,210 --> 00:45:53,250
Maar als je weet dat diegene uit de dood
zal opstaan, maakt dat je juist blij.

765
00:45:53,250 --> 00:45:57,150
Zijn tranen moeten dus zijn
voortgekomen uit een bredere overweging

766
00:45:57,150 --> 00:46:01,110
dan alleen Zijn liefde voor
deze man en deze paar mensen.

767
00:46:01,110 --> 00:46:04,590
Waarschijnlijk zag Hij in
dit ene geval een microkosmos

768
00:46:04,590 --> 00:46:09,330
van al het lijden dat de dood met zich
meebrengt en dat de zonde in de menselijke

769
00:46:09,330 --> 00:46:10,950
geschiedenis heeft gebracht.

770
00:46:10,950 --> 00:46:12,330
Toen zei Hij:

771
00:46:12,330 --> 00:46:13,830
Haal de steen weg.

772
00:46:13,830 --> 00:46:15,030
Martha zei:

773
00:46:15,030 --> 00:46:17,730
Jezus zei: Neem de steen weg.

774
00:46:17,730 --> 00:46:23,250
Martha, de zuster van de gestorvene,
zei tegen Hem: Heere, hij ruikt al,

775
00:46:23,250 --> 00:46:25,770
want hij ligt hier al voor de vierde dag.

776
00:46:25,770 --> 00:46:28,650
Een lichaam zou in die tijd
al behoorlijk vergaan zijn.

777
00:46:28,650 --> 00:46:31,170
Als je ooit een dode muis
in je auto hebt gehad,

778
00:46:31,170 --> 00:46:36,030
of een dode rat achter de muur van je
huis, dan weet je hoe erg dat stinkt.

779
00:46:36,030 --> 00:46:39,690
Stel je eens een lijk voor, iets
zo groot als een menselijk lichaam,

780
00:46:39,690 --> 00:46:42,270
dat al zo ver aan het ontbinden is.

781
00:46:42,270 --> 00:46:45,930
Alleen al door die grot te openen
terwijl dat dode lichaam erin lag,

782
00:46:45,930 --> 00:46:50,790
zou iedereen die dichtbij genoeg was om
de steen te verplaatsen bijna overweldigd

783
00:46:50,790 --> 00:46:54,870
worden door de afschuwelijke
stank die naar buiten zou komen.

784
00:46:54,870 --> 00:46:56,370
Martha besefte dat.

785
00:46:56,370 --> 00:47:02,250
Martha dacht: Jezus, als dit niet werkt,
als U Lazarus niet uit de dood opwekt,

786
00:47:02,250 --> 00:47:06,990
dan wordt het een gênante, weerzinwekkende
zaak als we ons blootstellen aan de

787
00:47:06,990 --> 00:47:11,430
aanblik en de stank van zijn
rottende lijk. Jezus zei:

788
00:47:11,430 --> 00:47:16,110
Ik heb je gezegd dat je de glorie
van God zou zien als je geloofde.

789
00:47:16,110 --> 00:47:20,610
Weet je nog wat Ik zei toen Ik je voor
het eerst een boodschap terugstuurde?

790
00:47:20,610 --> 00:47:25,230
Ik heb je gezegd dat dit uiteindelijk
tot eer van God zou zijn.

791
00:47:25,230 --> 00:47:27,630
Nu moet je Mij geloven.

792
00:47:27,630 --> 00:47:31,230
Blijkbaar gaf ze haar toestemming,
of anders deden ze het zonder haar

793
00:47:31,230 --> 00:47:33,450
toestemming. Er staat:

794
00:47:33,450 --> 00:47:37,050
Zij namen dan de steen weg
waar de gestorvene lag.

795
00:47:37,050 --> 00:47:43,770
En Jezus hief de ogen omhoog en zei:
Vader, Ik dank U dat U Mij verhoord hebt.

796
00:47:43,770 --> 00:47:46,710
Jezus sloeg Zijn ogen op en zei:

797
00:47:46,710 --> 00:47:50,490
Vader, Ik dank U dat U Mij hebt gehoord.

798
00:47:50,490 --> 00:47:54,630
Blijkbaar had Hij hier eerder
om gebeden, misschien in stilte.

799
00:47:54,630 --> 00:47:58,050
Nu bevestigde Hij het hardop,
omwille van de omstanders,

800
00:47:58,050 --> 00:48:01,650
zodat duidelijk was dat dit
het werk van de Vader was.

801
00:48:01,650 --> 00:48:03,570
De Vader had Zijn gebed gehoord.

802
00:48:03,570 --> 00:48:08,070
En Ik wist dat U Mij altijd verhoort, maar
ter wille van de menigte die om Mij heen

803
00:48:08,070 --> 00:48:13,050
staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij
geloven dat U Mij gezonden hebt.

804
00:48:13,050 --> 00:48:16,770
Toen Hij deze dingen had
gezegd, riep Hij met luide stem:

805
00:48:16,770 --> 00:48:22,950
En toen Hij dit gezegd had, riep Hij met
een luide stem: Lazarus, kom naar buiten!

806
00:48:22,950 --> 00:48:23,790
En:

807
00:48:23,790 --> 00:48:25,770
En de gestorvene kwam naar buiten,

808
00:48:25,770 --> 00:48:28,230
gebonden aan handen en
voeten met grafdoeken,

809
00:48:28,230 --> 00:48:31,350
en zijn gezicht was
omwonden met een zweetdoek.

810
00:48:31,350 --> 00:48:35,610
Jezus zei tegen hen: Maak
hem los en laat hem weggaan.

811
00:48:35,610 --> 00:48:38,490
We weten dat Jezus ook
uit de dood is opgestaan,

812
00:48:38,490 --> 00:48:43,050
maar Hij kwam niet naar buiten terwijl
Hij in grafdoeken gebonden was.

813
00:48:43,050 --> 00:48:46,350
Toen de discipelen bij het
lege graf kwamen, zagen ze:

814
00:48:46,350 --> 00:48:49,350
En toen hij vooroverboog,
zag hij de doeken liggen,

815
00:48:49,350 --> 00:48:51,690
maar toch ging hij er niet in.

816
00:48:51,690 --> 00:48:56,010
Simon Petrus dan kwam en volgde
hem, en ging het graf wel binnen

817
00:48:56,010 --> 00:48:57,690
en zag de doeken liggen.

818
00:48:57,690 --> 00:49:00,510
En de zweetdoek, die op
Zijn hoofd geweest was,

819
00:49:00,510 --> 00:49:04,470
zag hij niet bij de doeken liggen
maar afzonderlijk, opgerold,

820
00:49:04,470 --> 00:49:06,330
op een andere plaats.

821
00:49:06,330 --> 00:49:08,190
Ze lagen daar niet zomaar.

822
00:49:08,190 --> 00:49:12,570
Ze lagen nog in de houding waarin ze
gelegen zouden hebben alsof Hij er dwars

823
00:49:12,570 --> 00:49:13,530
doorheen was gegaan.

824
00:49:13,530 --> 00:49:16,950
De opstanding van Jezus verliep niet zo.

825
00:49:16,950 --> 00:49:20,670
Bij de opstanding van Jezus
werd Zijn lichaam verheerlijkt.

826
00:49:20,670 --> 00:49:25,290
Zijn lichaam werd op bovennatuurlijke
wijze weer tot leven gebracht.

827
00:49:25,290 --> 00:49:29,970
Blijkbaar kon het door muren heen
gaan, en dus ook door grafdoeken heen.

828
00:49:29,970 --> 00:49:33,390
Zo kon Hij opstaan en de
grafdoeken achterlaten.

829
00:49:33,390 --> 00:49:37,110
Maar Jezus was de allereerste
die zo’n opstanding meemaakte.

830
00:49:37,110 --> 00:49:41,850
Degenen die vóór Hem uit de dood waren
opgewekt, werden niet verheerlijkt.

831
00:49:41,850 --> 00:49:44,610
Ze werden alleen weer tot leven gebracht.

832
00:49:44,610 --> 00:49:48,870
Ze keerden in hun gewone lichaam
terug naar een sterfelijk leven.

833
00:49:48,870 --> 00:49:53,190
Dat betekent dat de grafdoeken
nog om hen heen zouden zitten.

834
00:49:53,190 --> 00:49:57,570
Toen het lichaam van Lazarus
opstond, was hij helemaal omwikkeld.

835
00:49:57,570 --> 00:50:02,310
Een man die in grafdoeken gewikkeld
is, kan nauwelijks lopen of zien.

836
00:50:02,310 --> 00:50:04,830
Zijn gezicht zou omwikkeld zijn.

837
00:50:04,830 --> 00:50:08,550
Zijn lichaam zou bijna als
een mummie omwikkeld zijn.

838
00:50:08,550 --> 00:50:11,250
Dode mensen hoeven zich niet te bewegen.

839
00:50:11,250 --> 00:50:13,950
Dus wanneer je hen
inwikkelt, denk je niet:

840
00:50:13,950 --> 00:50:16,590
‘Ze moeten hier een beetje
bewegingsruimte hebben.’

841
00:50:16,590 --> 00:50:20,370
Toen hij opstond, was hij
helemaal ingepakt en gebonden.

842
00:50:20,370 --> 00:50:23,310
Dus staat er dat Jezus tegen hen zei:

843
00:50:23,310 --> 00:50:25,650
Maak hem los en laat hem gaan.

844
00:50:25,650 --> 00:50:28,950
Zo eindigt het verhaal over
de opwekking van Lazarus.

845
00:50:28,950 --> 00:50:32,730
Het is moeilijk om hierin niet, net
als in de andere wonderen die Johannes

846
00:50:32,730 --> 00:50:36,990
beschrijft, een soort door een wonder
uitgebeelde gelijkenis te zien.

847
00:50:36,990 --> 00:50:41,310
Toen Jezus de menigten te eten gaf,
beeldde dat uit dat Hij het brood

848
00:50:41,310 --> 00:50:42,570
des levens is.

849
00:50:42,570 --> 00:50:47,970
Toen Hij water in wijn veranderde, beeldde
dat uit dat Hij de ware wijnstok is.

850
00:50:47,970 --> 00:50:52,470
Hier is Hij de opstanding en het leven,
en de man die Hij tot leven brengt,

851
00:50:52,470 --> 00:50:54,030
is een gelijkenis.

852
00:50:54,030 --> 00:50:56,190
Het is een waargebeurd verhaal.

853
00:50:56,190 --> 00:50:57,870
Dit is werkelijk gebeurd.

854
00:50:57,870 --> 00:51:03,330
Maar Lazarus is als de persoon die
Jezus beschreef in Johannes 5:24:

855
00:51:03,330 --> 00:51:09,030
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn
woord hoort en Hem gelooft Die Mij

856
00:51:09,030 --> 00:51:13,410
gezonden heeft, die heeft eeuwig
leven en komt niet in de verdoemenis,

857
00:51:13,410 --> 00:51:16,590
maar is uit de dood
overgegaan in het leven.

858
00:51:16,590 --> 00:51:20,490
Geestelijk is hij uit de
dood overgegaan in het leven.

859
00:51:20,490 --> 00:51:21,810
Wanneer Jezus zegt:

860
00:51:21,810 --> 00:51:23,070
‘Kom naar buiten.’

861
00:51:23,070 --> 00:51:27,870
Wanneer je het Evangelie hoort, Zijn
roep in je hart hoort en daarop reageert,

862
00:51:27,870 --> 00:51:29,310
kom je tot leven.

863
00:51:29,310 --> 00:51:33,270
Als je eenmaal tot leven bent gekomen,
ben je als het ware nog steeds in

864
00:51:33,270 --> 00:51:35,130
je grafdoeken gewikkeld.

865
00:51:35,130 --> 00:51:39,210
Je bent nog steeds gebonden door de
gewoonten en gedragingen die je had toen

866
00:51:39,210 --> 00:51:40,470
je dood was.

867
00:51:40,470 --> 00:51:42,690
Die passen niet bij iemand die leeft.

868
00:51:42,690 --> 00:51:47,250
Ze beperken alleen maar het soort
leven waarin je bent wedergeboren.

869
00:51:47,250 --> 00:51:50,430
Je moet worden vrijgemaakt. Jezus zegt:

870
00:51:50,430 --> 00:51:52,830
Maak hem los en laat hem gaan.

871
00:51:52,830 --> 00:51:56,550
Het was niet genoeg om hem alleen
maar weer tot leven te brengen.

872
00:51:56,550 --> 00:52:00,450
Hij moest worden bevrijd van
datgene wat hem gebonden hield.

873
00:52:00,450 --> 00:52:05,910
Naast evangelisatie is er een
bediening van discipelschap. Jezus zei:

874
00:52:05,910 --> 00:52:11,550
Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem
geloofden: Als u in Mijn woord blijft,

875
00:52:11,550 --> 00:52:15,810
bent u werkelijk Mijn discipelen,
en u zult de waarheid kennen,

876
00:52:15,810 --> 00:52:18,510
en de waarheid zal u vrijmaken.

877
00:52:18,510 --> 00:52:22,530
Mensen moeten worden bevrijd van
hun gewoonten en hun misvattingen.

878
00:52:22,530 --> 00:52:26,790
Nu ze leven, moeten ze anders
denken en anders handelen.

879
00:52:26,790 --> 00:52:30,270
Ze moeten worden bevrijd van
de oude knellende banden.

880
00:52:30,270 --> 00:52:35,070
Het losmaken van Lazarus nadat hij
levend uit het graf was gekomen,

881
00:52:35,070 --> 00:52:39,990
wordt uitdrukkelijk genoemd als een
afzonderlijk gebod dat Jezus gaf.

882
00:52:39,990 --> 00:52:44,310
Men had daaraan voorbij kunnen gaan,
maar het is ongetwijfeld bedoeld als

883
00:52:44,310 --> 00:52:47,550
onderdeel van de hele
uitgebeelde gelijkenis hier:

884
00:52:47,550 --> 00:52:50,130
als een mens eenmaal tot leven komt,

885
00:52:50,130 --> 00:52:53,310
moeten er nog andere
veranderingen plaatsvinden.

886
00:52:53,310 --> 00:52:57,630
Naast het tot leven brengen van deze
mens moet er nog een andere bediening aan

887
00:52:57,630 --> 00:52:58,770
hem worden verricht.

888
00:52:58,770 --> 00:53:01,050
Hij moet tot discipel worden gemaakt.

889
00:53:01,050 --> 00:53:02,730
Hij moet worden onderwezen.

890
00:53:02,730 --> 00:53:06,630
Hij moet worden bevrijd van de
patronen van zonde in zijn leven.

891
00:53:06,630 --> 00:53:09,630
Hij moet misschien zelfs
van demonen worden bevrijd,

892
00:53:09,630 --> 00:53:12,870
of op zijn minst van
zondige gebondenheden.

893
00:53:12,870 --> 00:53:16,470
De bediening van het losmaken
is een voortdurende bediening.

894
00:53:16,470 --> 00:53:21,270
Het is zoals bij vissers van
mensen: zij halen vissen uit de zee,

895
00:53:21,270 --> 00:53:24,150
maar iemand moet de vissen schoonmaken.

896
00:53:24,150 --> 00:53:27,090
Evangelisatie is niet het enige onderdeel.

897
00:53:27,090 --> 00:53:30,390
Er is ook de bediening die het
gedrag van iemand verandert,

898
00:53:30,390 --> 00:53:32,610
zodat het bij zijn nieuwe leven past.

899
00:53:32,610 --> 00:53:35,190
Het losmaken van een
man uit zijn grafdoeken

900
00:53:35,190 --> 00:53:38,010
zou als een beeld daarvan
kunnen worden gezien.

901
00:53:38,010 --> 00:53:42,450
De rest van dit hoofdstuk gaat over de
reactie van de vijanden van Christus

902
00:53:42,450 --> 00:53:45,450
toen zij dit verhaal hoorden,
en over de reactie van

903
00:53:45,450 --> 00:53:47,910
andere mensen die Hem welgezind waren.

904
00:53:47,910 --> 00:53:50,730
Het verhaal had een tweeledige uitwerking.

905
00:53:50,730 --> 00:53:54,810
Sommige mensen geloofden in Hem, en
sommige mensen wilden Hem daardoor des

906
00:53:54,810 --> 00:53:56,250
te meer doden.

907
00:53:56,250 --> 00:53:57,750
Die verzen zullen we later behandelen.
