1
00:00:02,130 --> 00:00:04,350
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,350 --> 00:00:09,690
Deze keer behandelen we Jozua
hoofdstuk 12 tot en met 15.

3
00:00:09,690 --> 00:00:12,090
Laten we Jozua 12 opslaan.

4
00:00:12,090 --> 00:00:15,690
We zijn zo ongeveer klaar met
de grote veroveringsoorlogen

5
00:00:15,690 --> 00:00:18,450
waarin Jozua Israël aanvoerde.

6
00:00:18,450 --> 00:00:23,670
Zoals we weten, trokken ze eerst
Jericho binnen en namen daarna Ai in,

7
00:00:23,670 --> 00:00:27,030
en waarschijnlijk rond
diezelfde tijd ook Bethel.

8
00:00:27,030 --> 00:00:31,290
Die lagen in het midden van het land
Kanaän dat veroverd moest worden.

9
00:00:31,290 --> 00:00:34,710
Daarna hadden ze naar het zuiden
of naar het noorden kunnen trekken,

10
00:00:34,710 --> 00:00:38,010
maar hun vijanden namen
die beslissing voor hen.

11
00:00:38,010 --> 00:00:41,490
Ze hadden namelijk een
verbond gesloten met Gibeon.

12
00:00:41,490 --> 00:00:44,670
De inwoners van Gibeon
zouden hun dienaren zijn,

13
00:00:44,670 --> 00:00:48,690
en daarom was Israël enigszins
verplicht hen te beschermen.

14
00:00:48,690 --> 00:00:54,510
Een coalitie van vijf koningen uit het
zuiden viel Gibeon aan, niet Israël.

15
00:00:54,510 --> 00:00:59,610
Ze stonden onder leiding van Adonizedek,
die destijds koning van Jeruzalem was,

16
00:00:59,610 --> 00:01:03,870
van de Jebusieten, en er waren
nog vier andere koningen bij hem.

17
00:01:03,870 --> 00:01:08,850
Maar omdat Gibeon en Israël een
coalitie vormden en bondgenoten waren,

18
00:01:08,850 --> 00:01:11,190
kwam Israël Gibeon te hulp.

19
00:01:11,190 --> 00:01:14,790
Uiteindelijk slachtten ze die
koningen af en versloegen hen.

20
00:01:14,790 --> 00:01:18,570
Omdat ze daar nu toch waren, in
het zuidelijke deel van het land,

21
00:01:18,570 --> 00:01:22,470
bleven ze de ene stad na de
andere in die streek veroveren.

22
00:01:22,470 --> 00:01:26,730
Dat ging door totdat vrijwel
het hele zuiden onderworpen was.

23
00:01:26,730 --> 00:01:28,950
Alle tegenstand was verdwenen.

24
00:01:28,950 --> 00:01:33,870
Ze waren dus het midden binnengetrokken en
hadden het zuiden onder controle gebracht.

25
00:01:33,870 --> 00:01:37,170
Maar toen vormde zich in
het noorden een coalitie van

26
00:01:37,170 --> 00:01:40,050
vrijwel alle koningen van de Kanaänieten.

27
00:01:40,050 --> 00:01:43,050
Ze verzamelden zich en
trokken tegen Jozua op.

28
00:01:43,050 --> 00:01:47,250
In zekere zin handelden deze koningen
enigszins uit zelfverdediging,

29
00:01:47,250 --> 00:01:50,970
want Jozua was er duidelijk om
hun grondgebied in te nemen.

30
00:01:50,970 --> 00:01:55,650
Toch viel hij hen pas aan toen zij
zich militair tegen hem opstelden.

31
00:01:55,650 --> 00:01:58,950
Daardoor waren zijn veldslagen
tegen hen uiteindelijk als het

32
00:01:58,950 --> 00:02:01,290
ware enigszins defensief.

33
00:02:01,290 --> 00:02:04,350
Natuurlijk zou hij hen ook hebben
aangevallen als zij zich niet

34
00:02:04,350 --> 00:02:06,330
tegen hem hadden gemobiliseerd.

35
00:02:06,330 --> 00:02:09,930
Maar waar het om gaat, is dat de
beslissingen over de gebieden waar ze

36
00:02:09,930 --> 00:02:14,910
zouden gaan strijden grotendeels werden
bepaald door het optreden van de vijanden.

37
00:02:14,910 --> 00:02:18,210
Uiteindelijk verovert hij
het noordelijke gebied.

38
00:02:18,210 --> 00:02:22,650
Nu zijn nog niet uit elke stad alle
Kanaänieten volledig verdreven.

39
00:02:22,650 --> 00:02:24,810
Het bevel dat God gaf, was:

40
00:02:24,810 --> 00:02:30,990
Maar van de steden van deze volken die de
HEERE, uw God, u als erfelijk bezit geeft,

41
00:02:30,990 --> 00:02:34,530
mag u helemaal niets wat
adem heeft, in leven laten.

42
00:02:34,530 --> 00:02:37,650
En alle Kanaänieten
moesten worden uitgeroeid.

43
00:02:37,650 --> 00:02:40,350
De Israëlieten voltooiden die taak niet.

44
00:02:40,350 --> 00:02:44,250
Maar ze hadden de grenzen voldoende
veiliggesteld om te kunnen zeggen,

45
00:02:44,250 --> 00:02:48,330
zoals de Bijbel het samenvat,
dat God hun het hele land gaf.

46
00:02:48,330 --> 00:02:51,210
Ze hadden werkelijk het
hele land onder controle,

47
00:02:51,210 --> 00:02:54,150
maar er waren nog plaatselijke
verzetshaarden die

48
00:02:54,150 --> 00:02:56,010
overwonnen moesten worden.

49
00:02:56,010 --> 00:02:59,790
Mensen hebben dat natuurlijk vaak
vergeleken met het christelijke leven.

50
00:02:59,790 --> 00:03:04,170
Wanneer we het Beloofde Land
binnentrekken, wanneer we, als het ware,

51
00:03:04,170 --> 00:03:07,650
christenen worden, geeft
God ons de overwinning.

52
00:03:07,650 --> 00:03:11,130
Hij geeft ons beloften,
Hij geeft ons een erfdeel,

53
00:03:11,130 --> 00:03:13,590
maar er zijn nog steeds
gebieden waar strijd is.

54
00:03:13,590 --> 00:03:16,110
Er zijn nog steeds
gebieden in ons leven die

55
00:03:16,110 --> 00:03:19,650
weerstand bieden aan
godsvrucht en aan heiligheid.

56
00:03:19,650 --> 00:03:23,550
Die moeten afzonderlijk en een
voor een, elk op het juiste

57
00:03:23,550 --> 00:03:25,410
moment, bevochten worden.

58
00:03:25,410 --> 00:03:28,230
Zo was de situatie van Israël in het land.

59
00:03:28,230 --> 00:03:30,210
Het land was nu van hen.

60
00:03:30,210 --> 00:03:33,210
Ze beheersten de grenzen
en de meeste steden.

61
00:03:33,210 --> 00:03:38,010
Ze hadden veel steden platgebrand en
de meeste overige steden veroverd.

62
00:03:38,010 --> 00:03:42,210
Maar er waren gebieden waar nog
Kanaänieten onder hen woonden.

63
00:03:42,210 --> 00:03:46,650
We zullen enkele concrete gevallen
zien in de hoofdstukken die nog komen.

64
00:03:46,650 --> 00:03:50,790
Hoofdstuk 12 is een overzicht van
de verschillende koningen die werden

65
00:03:50,790 --> 00:03:54,270
overwonnen bij het veiligstellen
van het hele grondgebied.

66
00:03:54,270 --> 00:03:57,810
De verzen 1 tot en met 6 herinneren
ons aan het gebied aan de

67
00:03:57,810 --> 00:03:59,550
oostkant van de Jordaan.

68
00:03:59,550 --> 00:04:05,550
Dat was het land dat Gad, Manasse en Ruben
als erfdeel kregen en dat eerder door

69
00:04:05,550 --> 00:04:07,170
Mozes was veroverd.

70
00:04:07,170 --> 00:04:09,930
Tijdens het leven van
Mozes vochten ze tegen

71
00:04:09,930 --> 00:04:14,430
twee koningen aan de oostkant
van de Jordaan, Sihon en Og.

72
00:04:14,430 --> 00:04:17,910
Ze versloegen hen allebei
en veroverden het gebied.

73
00:04:17,910 --> 00:04:22,290
Zo verkregen de stammen Ruben
en Gad en de halve stam Manasse

74
00:04:22,290 --> 00:04:25,410
het land waar ze om
vroegen en dat ze kregen.

75
00:04:25,410 --> 00:04:30,870
Deze twee koningen worden in de
eerste zes verzen genoemd. We lezen:

76
00:04:30,870 --> 00:04:35,070
Dit zijn de koningen van het land,
die de Israëlieten verslagen hebben

77
00:04:35,070 --> 00:04:39,990
en van wie zij hun land in bezit genomen
hebben, aan de overzijde van de Jordaan,

78
00:04:39,990 --> 00:04:44,370
waar de zon opkomt, vanaf de
beek Arnon tot de berg Hermon,

79
00:04:44,370 --> 00:04:47,070
en de hele Vlakte in het oosten:

80
00:04:47,070 --> 00:04:48,750
Dat is natuurlijk naar het oosten.

81
00:04:48,750 --> 00:04:53,970
Wanneer er in de Engelse tekst ‘the
other side’ staat, ‘de overkant’,

82
00:04:53,970 --> 00:04:58,890
betekent dit dat het geschreven is door
iemand die zich nu in het land bevindt.

83
00:04:58,890 --> 00:05:03,570
Het is geschreven vanuit het gezichtspunt
van iemand die nu in Israël woont.

84
00:05:03,570 --> 00:05:07,890
Vanuit zijn eigen gezichtspunt beschouwt
hij de oostkant dus als de overkant

85
00:05:07,890 --> 00:05:09,450
van de rivier.

86
00:05:09,450 --> 00:05:13,590
Sihon, de koning van de
Amorieten, die in Hesbon woonde.

87
00:05:13,590 --> 00:05:17,790
Hij heerste vanaf Aroër, dat aan
de oever van de beek Arnon ligt,

88
00:05:17,790 --> 00:05:21,330
namelijk vanaf de midden loop van de
beek, en over de helft van Gilead,

89
00:05:21,330 --> 00:05:24,690
tot aan de beek Jabbok, tot aan
het gebied van de Ammonieten,

90
00:05:24,690 --> 00:05:28,110
en over de Vlakte tot aan de
oostkant van de zee van Kinneroth,

91
00:05:28,110 --> 00:05:31,650
en tot aan de oostkant van de
zee van de Vlakte, de Zoutzee,

92
00:05:31,650 --> 00:05:36,390
de weg naar Beth-Jesimoth, en zuidwaarts
aan de voet van de hellingen van de Pisga.

93
00:05:36,390 --> 00:05:40,290
Dat is eigenlijk een van de vele namen die
de Bijbel gebruikt voor wat wij het Meer

94
00:05:40,290 --> 00:05:41,490
van Galilea noemen.

95
00:05:41,490 --> 00:05:44,370
In de Bijbel, zelfs in
het Nieuwe Testament,

96
00:05:44,370 --> 00:05:48,510
wordt het met allerlei namen
aangeduid: het Meer van Galilea,

97
00:05:48,510 --> 00:05:53,490
soms wordt het het Meer van Gennesaret
genoemd, of de Zee van Tiberias.

98
00:05:53,490 --> 00:05:57,930
In de tijd van het Oude Testament wordt
het ook de Zee van Kinnereth genoemd.

99
00:05:57,930 --> 00:05:59,610
Het gaat om hetzelfde water.

100
00:05:59,610 --> 00:06:03,330
Het is eigenlijk niet echt een
zee; het lijkt meer op een meer.

101
00:06:03,330 --> 00:06:07,170
Maar in een woestijn, waar een
heel groot meer zeldzaam is,

102
00:06:07,170 --> 00:06:09,270
noemen ze het vaak een zee.

103
00:06:09,270 --> 00:06:11,910
Het is interessant dat
Mattheüs bijvoorbeeld,

104
00:06:11,910 --> 00:06:16,950
wanneer hij hierover spreekt, het de Zee
van Galilea of de Zee van Tiberias noemt.

105
00:06:16,950 --> 00:06:20,550
Maar wanneer Lukas erover
spreekt, noemt hij het het meer.

106
00:06:20,550 --> 00:06:24,990
Mattheüs was natuurlijk een Jood, die
vanuit een Palestijns gezichtspunt sprak.

107
00:06:24,990 --> 00:06:28,290
Voor hen is deze grote
watermassa als een zee.

108
00:06:28,290 --> 00:06:31,830
Maar Lukas is een heiden van
de overkant van de oceaan,

109
00:06:31,830 --> 00:06:33,930
en hij ziet het als een meer.

110
00:06:33,930 --> 00:06:36,210
Hij noemt het helemaal geen zee.

111
00:06:36,210 --> 00:06:38,250
Maar dat is wat daar bedoeld wordt.

112
00:06:38,250 --> 00:06:41,850
Het is de grens van het
vroegere grondgebied van Sihon.

113
00:06:41,850 --> 00:06:42,810
Er staat:

114
00:06:42,810 --> 00:06:46,410
Tot aan de zee van de Araba, de Zoutzee.

115
00:06:46,410 --> 00:06:48,870
Wij noemen dat de Dode Zee.

116
00:06:48,870 --> 00:06:53,250
Die wordt de Zoutzee genoemd omdat
er, net als in het Zoutmeer in Utah,

117
00:06:53,250 --> 00:06:57,150
veel meer zout in zit dan
in een doorsnee watermassa.

118
00:06:57,150 --> 00:06:59,610
Dat is dus een van de twee koningen.

119
00:06:59,610 --> 00:07:03,510
Daar hebben we al heel vaak over
gelezen in de Pentateuch enzovoort,

120
00:07:03,510 --> 00:07:05,910
toen we over hun verovering lazen.

121
00:07:05,910 --> 00:07:08,730
En terugblikkend worden
ze telkens weer genoemd.

122
00:07:08,730 --> 00:07:12,150
Nog voordat Jozua het
volk Israël binnenleidde,

123
00:07:12,150 --> 00:07:15,510
verwees Mozes in zijn toespraken
verschillende keren naar hen.

124
00:07:15,510 --> 00:07:19,110
Dit was namelijk het teken dat God
hun gaf dat ze inderdaad ook de

125
00:07:19,110 --> 00:07:21,270
Kanaänieten konden verslaan.

126
00:07:21,270 --> 00:07:26,010
Voordat ze Kanaän zelfs maar binnengingen,
gaf God hun overwinningen op een aantal

127
00:07:26,010 --> 00:07:27,930
zeer geduchte vijanden.

128
00:07:27,930 --> 00:07:32,670
Daarmee wilde Hij hun geloof opbouwen
en hun vertrouwen dat God ook

129
00:07:32,670 --> 00:07:35,910
in Kanaän kon doen wat
Hij beloofde te doen.

130
00:07:35,910 --> 00:07:37,590
Vers 4 zegt:

131
00:07:37,590 --> 00:07:41,370
Vervolgens het gebied van
Og, de koning van Basan,

132
00:07:41,370 --> 00:07:47,130
die tot het overblijfsel van de Refaïeten
behoorde en in Astharoth en Edreï woonde.

133
00:07:47,130 --> 00:07:49,110
Dat is de andere koning.

134
00:07:49,110 --> 00:07:53,730
Blijkbaar was er een ras van reuzen
geweest, of meer dan één ras.

135
00:07:53,730 --> 00:07:56,910
De Enakieten behoorden zeker tot zo'n ras,

136
00:07:56,910 --> 00:08:00,330
maar zij zijn waarschijnlijk niet
hetzelfde als het reuzenras dat

137
00:08:00,330 --> 00:08:01,770
hier genoemd wordt.

138
00:08:01,770 --> 00:08:05,250
Deze aanduiding wekt de
indruk dat de reuzenrassen

139
00:08:05,250 --> 00:08:07,530
grotendeels waren uitgestorven.

140
00:08:07,530 --> 00:08:10,830
[Vertalersnoot: de spreker gaat
hier uit van de Engelse weergave

141
00:08:10,830 --> 00:08:13,110
‘overblijfsel van de reuzen’.

142
00:08:13,110 --> 00:08:18,330
Het Nederlandse Bijbelcitaat heeft
‘het overblijfsel van de Refaïeten’.]

143
00:08:18,330 --> 00:08:22,050
Er waren er nog maar een
paar over, een overblijfsel,

144
00:08:22,050 --> 00:08:25,170
na een algemeen uitsterven
van een reuzenras.

145
00:08:25,170 --> 00:08:28,170
Maar Og was een van de grote reuzen.

146
00:08:28,170 --> 00:08:34,290
In het Oude Testament, in de Pentateuch,
wordt ons verteld hoe groot zijn bed was.

147
00:08:34,290 --> 00:08:39,210
Ik ben vergeten hoe groot het bed
was, bijna vier meter lang of zoiets.

148
00:08:39,210 --> 00:08:44,610
Ik ben alle afmetingen vergeten, maar hij
moet een enorm grote man zijn geweest.

149
00:08:44,610 --> 00:08:49,530
Afgaand op de grootte van zijn bed kan
hij zelfs groter zijn geweest dan Goliath.

150
00:08:49,530 --> 00:08:54,510
Goliath was ruim drie meter lang, maar
zijn bed was groot genoeg om er met een

151
00:08:54,510 --> 00:08:58,830
lengte van ruim drieënhalve meter
comfortabel in te kunnen slapen.

152
00:08:58,830 --> 00:09:00,450
Vervolgens lezen we:

153
00:09:00,450 --> 00:09:06,090
Hij heerste over de berg Hermon,
en over Salcha, en over heel Basan,

154
00:09:06,090 --> 00:09:11,610
tot aan het gebied van de Gesurieten en
Maächatieten, en over de helft van Gilead,

155
00:09:11,610 --> 00:09:15,150
tot het gebied van Sihon,
de koning van Hesbon.

156
00:09:15,150 --> 00:09:19,110
Het gebied van de Gesurieten en
Maächatieten zou volgens mij in

157
00:09:19,110 --> 00:09:20,850
het zuiden liggen.

158
00:09:20,850 --> 00:09:26,730
Mozes, de dienaar van de HEERE, en de
Israëlieten versloegen hen, en Mozes,

159
00:09:26,730 --> 00:09:30,810
de dienaar van de HEERE, gaf dat
land in bezit aan de Rubenieten,

160
00:09:30,810 --> 00:09:34,410
aan de Gadieten en aan
de halve stam Manasse.

161
00:09:34,410 --> 00:09:36,750
Hier worden we heel vaak aan herinnerd.

162
00:09:36,750 --> 00:09:40,290
Dit wordt natuurlijk buiten de
chronologische volgorde vermeld,

163
00:09:40,290 --> 00:09:44,190
want Mozes was in hoofdstuk
1 van Jozua al dood.

164
00:09:44,190 --> 00:09:49,050
In geen van de hoofdstukken die we tot nu
toe hebben gelezen, was hij nog in leven.

165
00:09:49,050 --> 00:09:53,130
Voordat de volledige lijst wordt gegeven
van de koningen die Jozua overwon,

166
00:09:53,130 --> 00:09:57,510
kiest de schrijver ervoor eerst de
koningen toe te voegen die in de tijd van

167
00:09:57,510 --> 00:10:01,350
Mozes overwonnen werden,
voordat Jozua de leiding had.

168
00:10:01,350 --> 00:10:06,570
Wat opvalt, is dat zowel het grondgebied
van Sihon als dat van Og wordt

169
00:10:06,570 --> 00:10:10,350
beschreven met een verwijzing
naar wat Gilead wordt genoemd.

170
00:10:10,350 --> 00:10:16,350
In vers 2 staat dat Sihon in Hesbon woonde
en over de helft van Gilead heerste.

171
00:10:16,350 --> 00:10:20,850
Vervolgens zien we dat Gilead ook
in verband met Og genoemd wordt.

172
00:10:20,850 --> 00:10:23,850
Ook hij heerste over de helft van Gilead.

173
00:10:23,850 --> 00:10:28,590
Gilead was geen stad, maar een streek,
en die heette niet Gilead toen deze

174
00:10:28,590 --> 00:10:29,850
koningen daar waren.

175
00:10:29,850 --> 00:10:32,730
Gilead was eigenlijk de
naam van een Joodse man,

176
00:10:32,730 --> 00:10:36,330
en het waren leden van zijn
familie die die streek erfden.

177
00:10:36,330 --> 00:10:39,450
De streek werd naderhand Gilead genoemd.

178
00:10:39,450 --> 00:10:43,830
Veel later haalt Jeremia op een
gegeven moment God aan, Die zegt:

179
00:10:43,830 --> 00:10:45,870
Is er geen balsem in Gilead?

180
00:10:45,870 --> 00:10:47,910
Of is er geen geneesheer daar?

181
00:10:47,910 --> 00:10:51,990
Want waarom is er dan geen herstel
opgetreden bij de dochter van mijn volk?

182
00:10:51,990 --> 00:10:55,530
Gilead is de streek die genoemd
is naar de familie Gilead,

183
00:10:55,530 --> 00:10:57,750
naar de Israëlieten die daar waren.

184
00:10:57,750 --> 00:11:00,990
Maar je ziet dat die naam hier
vooruitlopend op de latere

185
00:11:00,990 --> 00:11:02,670
situatie wordt gebruikt.

186
00:11:02,670 --> 00:11:06,210
Toen Sihon erover heerste,
heette het geen Gilead,

187
00:11:06,210 --> 00:11:08,790
maar later werd het Gilead genoemd.

188
00:11:08,790 --> 00:11:11,850
Soms gebruikt de Bijbel
plaatsnamen op die manier.

189
00:11:11,850 --> 00:11:16,050
Die plaatsen heetten in de tijd waarin het
verhaal zich afspeelde eigenlijk nog niet

190
00:11:16,050 --> 00:11:20,190
zo, maar wel op het moment dat de
schrijver het verhaal opschreef.

191
00:11:20,190 --> 00:11:23,070
Zijn lezers kenden die
streek onder die naam.

192
00:11:23,070 --> 00:11:26,970
Maar toen Sihon en Og er
heersten, heette die nog niet zo,

193
00:11:26,970 --> 00:11:29,910
omdat Gilead er natuurlijk
nog niet was gaan wonen.

194
00:11:29,910 --> 00:11:33,390
Ik wijs alleen maar op een literair
middel dat de schrijvers van de

195
00:11:33,390 --> 00:11:35,130
Schrift soms gebruiken.

196
00:11:35,130 --> 00:11:37,770
Je komt het op verschillende
plaatsen tegen.

197
00:11:37,770 --> 00:11:41,430
Dan hebben we een lijst van
koningen, eenendertig in totaal,

198
00:11:41,430 --> 00:11:44,490
die onder leiding van
Jozua werden overwonnen.

199
00:11:44,490 --> 00:11:46,950
Vers 7 tot het einde van het hoofdstuk:

200
00:11:46,950 --> 00:11:48,750
Dit zijn de koningen van het land,

201
00:11:48,750 --> 00:11:53,550
die Jozua en de Israëlieten versloegen aan
deze zijde van de Jordaan in het westen,

202
00:11:53,550 --> 00:11:58,470
van Baäl-Gad af, in het dal van de
Libanon, tot aan het Kale Gebergte,

203
00:11:58,470 --> 00:12:00,090
dat oploopt naar Seïr.

204
00:12:00,090 --> 00:12:03,930
Jozua gaf het aan de stammen van Israël
in bezit, volgens hun afdelingen.

205
00:12:03,930 --> 00:12:08,910
Nu wordt Baäl-Gad volgens mij
vereenzelvigd met Caesarea Filippi,

206
00:12:08,910 --> 00:12:12,810
een gebied dat door de geschiedenis
heen verschillende namen heeft gehad.

207
00:12:12,810 --> 00:12:15,630
Het werd ooit ook Paneas genoemd.

208
00:12:15,630 --> 00:12:20,250
Het was de plaats waar volgens mij
de Romeinen de god Pan aanbaden.

209
00:12:20,250 --> 00:12:24,570
Daarna kreeg het een naam van
Filippus, een van de Herodessen.

210
00:12:24,570 --> 00:12:29,310
Herodes Filippus vernoemde het naar
de keizer en noemde het Caesarea.

211
00:12:29,310 --> 00:12:33,690
Vervolgens voegde hij zijn
eigen naam eraan toe: Filippi.

212
00:12:33,690 --> 00:12:37,770
Dat was de plaats waar Jezus met
Zijn discipelen naartoe ging en zei:

213
00:12:37,770 --> 00:12:39,930
Wie zeggen de mensen dat Ik ben?

214
00:12:39,930 --> 00:12:41,730
En vervolgens zei Hij:

215
00:12:41,730 --> 00:12:43,770
Wie zeggen jullie dat Ik ben?

216
00:12:43,770 --> 00:12:47,610
Dit was een streek waar Jezus naartoe
ging om Zich terug te trekken,

217
00:12:47,610 --> 00:12:49,770
om alleen te zijn met Zijn discipelen,

218
00:12:49,770 --> 00:12:53,850
omdat die zo ongeveer aan de afgelegen
noordelijke en oostelijke rand van

219
00:12:53,850 --> 00:12:55,110
het land lag.

220
00:12:55,110 --> 00:12:57,810
Het is echt een interessante
plek om te bezoeken.

221
00:12:57,810 --> 00:13:02,250
Ik ben er geweest toen ik in Israël
was, en het was echt verbazingwekkend,

222
00:13:02,250 --> 00:13:04,830
want de rivier de Jordaan begint daar.

223
00:13:04,830 --> 00:13:06,450
Hij komt uit de grond.

224
00:13:06,450 --> 00:13:10,890
Eigenlijk wordt de Jordaan gevoed door
drie bronnen op verschillende plaatsen,

225
00:13:10,890 --> 00:13:16,170
maar een daarvan, volgens mij de
belangrijkste, ligt in Caesarea Filippi.

226
00:13:16,170 --> 00:13:18,090
Daar begint de rivier echt.

227
00:13:18,090 --> 00:13:20,850
Je ziet het water gewoon
uit de grond stromen,

228
00:13:20,850 --> 00:13:24,870
de enorme waterstromen die op die
plek de rivier de Jordaan worden.

229
00:13:24,870 --> 00:13:26,670
Het is echt interessant.

230
00:13:26,670 --> 00:13:28,950
Er zijn nog andere interessante dingen.

231
00:13:28,950 --> 00:13:30,750
Het is een prachtige plek.

232
00:13:30,750 --> 00:13:34,770
Maar dat is, geloof ik,
dit bekende Baäl-Gad.

233
00:13:34,770 --> 00:13:36,210
In vers 8 staat:

234
00:13:36,210 --> 00:13:40,890
Op het Bergland, in het Laagland,
in de Vlakte, op de hellingen,

235
00:13:40,890 --> 00:13:47,310
in de woestijn en in het Zuiderland: de
Hethieten, de Amorieten en Kanaänieten,

236
00:13:47,310 --> 00:13:51,270
de Ferezieten, de
Hevieten en de Jebusieten.

237
00:13:51,270 --> 00:13:56,730
Dat waren alle Kanaänitische stammen
die God tegenover Abraham had genoemd.

238
00:13:56,730 --> 00:14:00,270
Hij zou zijn nageslacht het
land van al die stammen geven.

239
00:14:00,270 --> 00:14:04,350
Hij had ze in het vijftiende hoofdstuk
van Genesis bij name genoemd.

240
00:14:04,350 --> 00:14:09,210
Nu worden ze opgesomd, blijkbaar in de
volgorde waarin ze overwonnen werden.

241
00:14:09,210 --> 00:14:11,490
We kunnen dat niet echt
met zekerheid zeggen,

242
00:14:11,490 --> 00:14:15,810
want over sommige ervan hebben we geen
specifieke verhalen die vertellen wanneer

243
00:14:15,810 --> 00:14:17,310
ze overwonnen werden.

244
00:14:17,310 --> 00:14:19,770
Maar bij degenen over
wie we dat wel weten,

245
00:14:19,770 --> 00:14:24,150
zien we zeker dat ze op volgorde
worden opgesomd. We hebben:

246
00:14:24,150 --> 00:14:30,810
De koning van Jericho, één; de koning
van Ai, dat naast Bethel ligt, één.

247
00:14:30,810 --> 00:14:32,910
Dat is daar één koning.

248
00:14:32,910 --> 00:14:33,690
Dan:

249
00:14:33,690 --> 00:14:39,090
De koning van Jeruzalem, één;
de koning van Hebron, één.

250
00:14:39,090 --> 00:14:42,390
Dat was toen Adonizedek
tegen Gibeon optrok.

251
00:14:42,390 --> 00:14:46,350
Dus hij ging ten onder, en zijn
bondgenoten werden hier genoemd.

252
00:14:46,350 --> 00:14:51,570
De koning van Jarmuth, één;
de koning van Lachis, één.

253
00:14:51,570 --> 00:14:57,030
De koning van Eglon, één;
de koning van Gezer, één.

254
00:14:57,030 --> 00:14:58,710
En dan deze anderen:

255
00:14:58,710 --> 00:15:03,870
De koning van Debir, één;
de koning van Geder, één.

256
00:15:03,870 --> 00:15:08,970
De koning van Horma, één;
de koning van Harad, één.

257
00:15:08,970 --> 00:15:14,310
De koning van Libna, één;
de koning van Adullam, één.

258
00:15:14,310 --> 00:15:19,650
De koning van Makkeda, één;
de koning van Bethel, één.

259
00:15:19,650 --> 00:15:25,050
De koning van Tappuah, één;
de koning van Hefer, één.

260
00:15:25,050 --> 00:15:30,030
De koning van Afek, één; de
koning van Lassaron, één.

261
00:15:30,030 --> 00:15:35,010
De koning van Madon, één;
de koning van Hazor, één.

262
00:15:35,010 --> 00:15:40,890
De koning van Simron-Meron,
één; de koning van Achsaf, één.

263
00:15:40,890 --> 00:15:46,470
De koning van Taänach, één;
de koning van Megiddo, één.

264
00:15:46,470 --> 00:15:53,130
De koning van Kedes, één; de koning
van Jokneam, aan de Karmel, één.

265
00:15:53,130 --> 00:16:01,410
De koning van Dor, tot Nafath-Dor, één; de
koning van de heidenvolken in Gilgal, één.

266
00:16:01,410 --> 00:16:04,290
De koning van Tirza, één.

267
00:16:04,290 --> 00:16:06,870
In totaal eenendertig koningen.

268
00:16:06,870 --> 00:16:11,310
Er moesten, zoals ik al zei, nog
steeds steden veroverd worden.

269
00:16:11,310 --> 00:16:16,350
Maar deze eenendertig steden waren voor
het merendeel de belangrijkste steden.

270
00:16:16,350 --> 00:16:19,650
En doordat deze steden in
handen van Jozua vielen,

271
00:16:19,650 --> 00:16:23,370
verschoof de machtsbalans in
het land beslist officieel

272
00:16:23,370 --> 00:16:25,290
ten gunste van de Israëlieten.

273
00:16:25,290 --> 00:16:28,290
Je kon dus nu zeggen dat ze
het land in bezit hadden.

274
00:16:28,290 --> 00:16:34,050
Maar er waren, zoals ik al zei, nog steeds
gebieden die niet helemaal veroverd waren.

275
00:16:34,050 --> 00:16:36,870
Daarover lezen we in hoofdstuk 13.

276
00:16:36,870 --> 00:16:41,550
Jozua nu was oud en op dagen
gekomen, en de HEERE zei tegen hem:

277
00:16:41,550 --> 00:16:44,490
U bent zelf oud geworden
en op dagen gekomen,

278
00:16:44,490 --> 00:16:48,750
en er is nog zeer veel land
overgebleven om dat in bezit te nemen.

279
00:16:48,750 --> 00:16:50,790
Hij zegt het zoals het is.

280
00:16:50,790 --> 00:16:55,350
Dit is het land dat overgebleven
is: alle gebieden van de Filistijnen

281
00:16:55,350 --> 00:17:00,690
en heel het land van de Gesuriet; vanaf
de Sichor, die tegenover Egypte ligt,

282
00:17:00,690 --> 00:17:03,390
tot aan het gebied van
Ekron in het noorden,

283
00:17:03,390 --> 00:17:06,390
dat tot het gebied van de
Kanaänieten wordt gerekend.

284
00:17:06,390 --> 00:17:10,770
De vijf stadsvorsten van de Filistijnen,
die van Gaza en die van Asdod,

285
00:17:10,770 --> 00:17:15,810
die van Askelon, die van Gath en
die van Ekron, en de Avvieten;

286
00:17:15,810 --> 00:17:20,790
Al die namen, behalve de Avvieten, horen
bij de vijf steden van de Filistijnen

287
00:17:20,790 --> 00:17:24,630
waar de Filistijnse bevolking
in Palestina geconcentreerd was.

288
00:17:24,630 --> 00:17:29,250
Elk daarvan was een kleine stadstaat
die door zijn eigen vorst werd bestuurd.

289
00:17:29,250 --> 00:17:34,170
Het woord dat daar in de Engelse vertaling
met ‘lords’, ‘vorsten’, wordt weergegeven,

290
00:17:34,170 --> 00:17:37,650
is in de oorspronkelijke
tekst geen Hebreeuws woord.

291
00:17:37,650 --> 00:17:40,350
Het is vertaald uit een Filistijns woord.

292
00:17:40,350 --> 00:17:42,270
Het is de enige plaats in de Bijbel

293
00:17:42,270 --> 00:17:45,870
waar een Filistijns woord in
de Hebreeuwse tekst staat.

294
00:17:45,870 --> 00:17:49,530
Er wordt gezegd dat het Filistijnse
woord dat hier gebruikt wordt,

295
00:17:49,530 --> 00:17:52,830
verwant is aan het Griekse
woord voor ‘tiran’.

296
00:17:52,830 --> 00:17:56,250
Blijkbaar zijn er bepaalde verwantschappen
tussen de Filistijnse taal en

297
00:17:56,250 --> 00:17:57,750
de Griekse taal.

298
00:17:57,750 --> 00:18:01,530
Maar het is de enige keer in de Bijbel
dat we een Filistijns woord in de

299
00:18:01,530 --> 00:18:03,630
oorspronkelijke Hebreeuwse tekst hebben.

300
00:18:03,630 --> 00:18:08,250
Deze staan in de tijd van het Oude
Testament bekend als de vijf steden die

301
00:18:08,250 --> 00:18:13,350
onder het gezag van de Filistijnen bleven,
in elk geval tot aan de tijd van David,

302
00:18:13,350 --> 00:18:15,390
en dat was een lange tijd.

303
00:18:15,390 --> 00:18:18,090
Jozua slaagde er in zijn tijd dus niet in

304
00:18:18,090 --> 00:18:20,670
om het land van de
Filistijnen te bevrijden,

305
00:18:20,670 --> 00:18:24,690
en de richters slaagden
daar in hun tijd evenmin in.

306
00:18:24,690 --> 00:18:29,250
De oorlogen met de Filistijnen
braken uit in de tijd van Simson.

307
00:18:29,250 --> 00:18:34,470
En Simson had waarschijnlijk meer kunnen
doen als hij zichzelf beter had beheerst.

308
00:18:34,470 --> 00:18:39,270
Hij was meer geïnteresseerd in zijn eigen
plezier dan in het bevrijden van Israël,

309
00:18:39,270 --> 00:18:44,370
maar toch kreeg hij bovennatuurlijke
krachten om Filistijnen af te ranselen.

310
00:18:44,370 --> 00:18:48,270
Zo doodde hij er eens duizend
met het kaakbeen van een ezel.

311
00:18:48,270 --> 00:18:52,290
Bij zijn dood doodde hij er
drieduizend in de tempel van Dagon,

312
00:18:52,290 --> 00:18:54,210
toen hij die liet instorten.

313
00:18:54,210 --> 00:18:58,110
Bij zijn dood doodde hij er
meer dan tijdens zijn leven.

314
00:18:58,110 --> 00:19:02,550
Alles bij elkaar is het een
behoorlijke prestatie als één man

315
00:19:02,550 --> 00:19:05,430
vierduizend of meer mensen
van de vijand doodt.

316
00:19:05,430 --> 00:19:09,270
Maar hij heeft nooit veel gedaan om
de aanwezigheid van de Filistijnen in

317
00:19:09,270 --> 00:19:11,070
Palestina uit te roeien.

318
00:19:11,070 --> 00:19:14,250
Later vocht koning Saul
tegen de Filistijnen.

319
00:19:14,250 --> 00:19:18,150
Eigenlijk vochten zij tegen hem
toen hij als koning werd aangesteld.

320
00:19:18,150 --> 00:19:22,470
De Filistijnen waren er niet blij mee
dat de Israëlieten een koning hadden,

321
00:19:22,470 --> 00:19:24,030
dus vielen ze aan.

322
00:19:24,030 --> 00:19:28,350
De oorlogen met de Filistijnen
gingen het hele leven van Saul door.

323
00:19:28,350 --> 00:19:30,270
Hij werd door hen gedood.

324
00:19:30,270 --> 00:19:34,770
Daarna vocht David tegen de
Filistijnen en versloeg hen.

325
00:19:34,770 --> 00:19:38,130
Goliath was natuurlijk een
Filistijn. Hij kwam uit Gath.

326
00:19:38,130 --> 00:19:42,810
Die namen in vers 3: de Gazieten
zijn de mensen uit Gaza.

327
00:19:42,810 --> 00:19:47,730
De Asdodieten komen uit Asdod,
de Askelonieten uit Askelon.

328
00:19:47,730 --> 00:19:49,980
De Gathieten komen uit Gath.

329
00:19:49,980 --> 00:19:55,050
Gath is een Filistijnse stad, en de
Bijbel verwijst vaak naar de Gathieten.

330
00:19:55,050 --> 00:19:58,530
Dat is gewoon de naam voor
degenen die in Gath woonden.

331
00:19:58,530 --> 00:20:02,550
Dan waren er de Ekronieten,
die uit Ekron kwamen.

332
00:20:02,550 --> 00:20:05,370
De Avvieten waren niet dezelfde mensen.

333
00:20:05,370 --> 00:20:08,010
Maar let erop dat er in vers 3 staat:

334
00:20:08,010 --> 00:20:10,710
Die werden tot de Kanaänieten gerekend.

335
00:20:10,710 --> 00:20:13,050
Het waren geen Kanaänieten.

336
00:20:13,050 --> 00:20:15,930
De Filistijnen hadden
een andere oorsprong.

337
00:20:15,930 --> 00:20:19,590
Ze waren via het eiland
Kreta naar Palestina gekomen.

338
00:20:19,590 --> 00:20:23,010
De Israëlieten noemden hen
eigenlijk het volk van de zee,

339
00:20:23,010 --> 00:20:27,990
omdat de Filistijnen een zeevarend
volk waren en de Israëlieten niet.

340
00:20:27,990 --> 00:20:31,410
De Israëlieten hadden
vrijwel nooit een vloot.

341
00:20:31,410 --> 00:20:33,330
Ze hielden niet van de zee.

342
00:20:33,330 --> 00:20:35,670
Ze gingen niet graag het water op.

343
00:20:35,670 --> 00:20:39,690
Voor hen was de zee slecht
en gevaarlijk en dodelijk.

344
00:20:39,690 --> 00:20:42,630
De heidenen werden zelfs
met de zee vergeleken,

345
00:20:42,630 --> 00:20:45,570
terwijl Israël met het
land werd vergeleken.

346
00:20:45,570 --> 00:20:47,250
Ze waren landrotten.

347
00:20:47,250 --> 00:20:50,850
Maar de Filistijnen waren
zeevaarders, en ze kwamen over

348
00:20:50,850 --> 00:20:55,350
zee naar zowel Egypte als
Palestina en vestigden zich daar.

349
00:20:55,350 --> 00:21:01,050
Hun bezittingen in Palestina lagen heel
lang in deze vijf steden, zoals ik al zei,

350
00:21:01,050 --> 00:21:04,110
totdat David erin slaagde hen te verslaan.

351
00:21:04,110 --> 00:21:06,630
Maar het waren geen Kanaänieten.

352
00:21:06,630 --> 00:21:10,350
De Kanaänieten stamden af van
een man die Kanaän heette,

353
00:21:10,350 --> 00:21:14,910
en zij waren de oorspronkelijke
bewoners van dat land. Maar er staat:

354
00:21:14,910 --> 00:21:18,510
Die Filistijnen werden tot
de Kanaänieten gerekend.

355
00:21:18,510 --> 00:21:21,450
[Vertalersnoot: de Engelse
formulering die de spreker aanhaalt,

356
00:21:21,450 --> 00:21:24,630
wordt door hem op de
Filistijnen als volk betrokken.

357
00:21:24,630 --> 00:21:29,010
Het Nederlandse Bijbelcitaat spreekt
hier geografisch van gebied ‘dat

358
00:21:29,010 --> 00:21:31,950
tot het gebied van de
Kanaänieten wordt gerekend’.

359
00:21:31,950 --> 00:21:35,490
De volgende uitleg berust op
de lezing van de spreker.]

360
00:21:35,490 --> 00:21:38,550
Dat betekent dat de Israëlieten
hen moesten behandelen

361
00:21:38,550 --> 00:21:41,190
zoals ze de Kanaänieten
moesten behandelen.

362
00:21:41,190 --> 00:21:45,270
Israël had geen toestemming om tegenover
alle vreemdelingen een beleid van

363
00:21:45,270 --> 00:21:50,610
verschroeide aarde en volkerenmoord te
voeren, maar tegenover de Kanaänieten wel.

364
00:21:50,610 --> 00:21:54,990
Ik denk dat de uitspraak dat dezen
als Kanaänieten werden gerekend,

365
00:21:54,990 --> 00:21:59,430
betekent dat God wilde dat Israël
met de Filistijnen hetzelfde deed als

366
00:21:59,430 --> 00:22:01,170
met de Kanaänieten.

367
00:22:01,170 --> 00:22:03,630
En dat vonden ze natuurlijk
niet gemakkelijk.

368
00:22:03,630 --> 00:22:05,610
Nu staat er in vers 4:

369
00:22:05,610 --> 00:22:10,230
vanaf het zuiden heel het land
van de Kanaänieten, en Meara,

370
00:22:10,230 --> 00:22:15,930
dat van de Sidoniërs is, tot aan Afek,
tot aan het gebied van de Amorieten;

371
00:22:15,930 --> 00:22:21,030
bovendien het land van de Giblieten,
en de hele Libanon, waar de zon opkomt,

372
00:22:21,030 --> 00:22:26,490
vanaf Baäl-Gad, onder aan de
berg Hermon, tot aan Lebo-Hamath;

373
00:22:26,490 --> 00:22:30,150
Dat hebben we eerder genoemd
als Caesarea Filippi.

374
00:22:30,150 --> 00:22:35,250
allen die in het Bergland wonen vanaf
de Libanon tot aan Misrefoth-Maïm,

375
00:22:35,250 --> 00:22:36,870
al de Sidoniërs.

376
00:22:36,870 --> 00:22:40,770
Ík zal hen van voor de ogen
van de Israëlieten verdrijven.

377
00:22:40,770 --> 00:22:46,230
Alleen, maak dat het land aan
Israël als erfelijk bezit toevalt,

378
00:22:46,230 --> 00:22:48,270
zoals Ik u geboden heb.

379
00:22:48,270 --> 00:22:53,070
Nu dan, verdeel dit land als
erfelijk bezit onder de negen stammen

380
00:22:53,070 --> 00:22:55,350
en de halve stam Manasse,

381
00:22:55,350 --> 00:22:57,990
Hoe komen ze nu op die
negen en een halve stam?

382
00:22:57,990 --> 00:23:01,650
Wel, in Israël waren er
eigenlijk dertien stammen.

383
00:23:01,650 --> 00:23:06,330
Gewoonlijk wordt het aantal bijna altijd
kunstmatig op twaalf gehouden door de ene

384
00:23:06,330 --> 00:23:08,130
of de andere weg te laten.

385
00:23:08,130 --> 00:23:13,950
Er waren twaalf zonen van Jakob, maar
een van hen, Jozef, had twee zonen.

386
00:23:13,950 --> 00:23:18,690
En Jakob nam hen aan als zijn
eigen zonen, niet als kleinzonen.

387
00:23:18,690 --> 00:23:22,350
Dat betekent dat de stam
van Jozef twee stammen werd.

388
00:23:22,350 --> 00:23:25,110
Er waren dus in totaal dertien stammen.

389
00:23:25,110 --> 00:23:29,190
Maar twaalf lijkt het aantal te zijn
waarop men het graag wil houden,

390
00:23:29,190 --> 00:23:31,170
om wat voor redenen dan ook.

391
00:23:31,170 --> 00:23:35,070
Dus als de stammen worden opgesomd,
wordt de ene of de andere stam vaak

392
00:23:35,070 --> 00:23:36,990
gewoon niet meegeteld.

393
00:23:36,990 --> 00:23:41,430
Vaak zijn dat de Levieten, omdat de
Levieten een bijzondere positie hadden.

394
00:23:41,430 --> 00:23:44,910
En wat het erfdeel betreft,
waren ze beslist uniek,

395
00:23:44,910 --> 00:23:47,550
doordat ze geen deel
van het land ontvingen.

396
00:23:47,550 --> 00:23:49,770
Daar zullen we nog meer over horen.

397
00:23:49,770 --> 00:23:52,890
Andere keren worden de
stammen Manasse en Efraïm,

398
00:23:52,890 --> 00:23:57,750
de twee helften van de stam van Jozef,
eenvoudig als één groep aangeduid,

399
00:23:57,750 --> 00:23:59,790
als de kinderen van Jozef.

400
00:23:59,790 --> 00:24:03,690
Weer andere keren wordt er om
vreemde redenen zomaar een of andere

401
00:24:03,690 --> 00:24:07,350
stam weggelaten om het
aantal op twaalf te houden.

402
00:24:07,350 --> 00:24:09,870
Zoals in Openbaring hoofdstuk 7,

403
00:24:09,870 --> 00:24:12,870
waar de honderdvierenveertigduizend
worden genoemd.

404
00:24:12,870 --> 00:24:16,350
Het zijn er twaalfduizend uit
elk van de twaalf stammen.

405
00:24:16,350 --> 00:24:21,150
De stammen worden opgesomd, maar
Dan wordt weggelaten. Waarom?

406
00:24:21,150 --> 00:24:25,650
Wel, er zijn allerlei speculaties
over waarom Dan wordt weggelaten.

407
00:24:25,650 --> 00:24:29,670
Maar misschien is het gewoon omdat er
iemand weggelaten moest worden om het op

408
00:24:29,670 --> 00:24:35,130
twaalf te houden, want het is altijd een
beetje kunstmatig om de twaalf stammen als

409
00:24:35,130 --> 00:24:36,330
twaalf op te sommen.

410
00:24:36,330 --> 00:24:41,130
Maar bij het erfdeel en de verdeling
van het land was het niet zo kunstmatig,

411
00:24:41,130 --> 00:24:43,710
omdat Levi geen land kreeg.

412
00:24:43,710 --> 00:24:45,870
Zij werden dus niet meegeteld.

413
00:24:45,870 --> 00:24:50,670
Daarmee bleven er twaalf stammen over,
waarvan er tweeënhalf hun erfdeel

414
00:24:50,670 --> 00:24:53,790
al aan de oostkant van de
Jordaan hadden ontvangen.

415
00:24:53,790 --> 00:24:57,870
Er blijven dus negen en een halve
stam over die aan de westkant

416
00:24:57,870 --> 00:24:59,910
een erfdeel moeten ontvangen.

417
00:24:59,910 --> 00:25:02,610
En deze verschillende
gebieden worden opgesomd,

418
00:25:02,610 --> 00:25:08,070
voornamelijk de Filistijnse gebieden en
enkele andere Kanaänitische gebieden.

419
00:25:08,070 --> 00:25:09,870
God zegt in vers 6:

420
00:25:09,870 --> 00:25:11,790
‘Ik ga ze aan jullie uitleveren.

421
00:25:11,790 --> 00:25:13,530
Ik ga ze verdrijven.’

422
00:25:13,530 --> 00:25:16,290
Maar nu is het tijd om
het land te verdelen.

423
00:25:16,290 --> 00:25:18,210
Ze zijn nog niet verdreven.

424
00:25:18,210 --> 00:25:23,010
Kennelijk betekent dit dat heel Israël
tot op dit moment gezamenlijk optrad.

425
00:25:23,010 --> 00:25:27,150
Alle stammen vochten zij aan zij
om de Kanaänieten te verdrijven,

426
00:25:27,150 --> 00:25:30,630
de grenzen vast te leggen en
het gebied veilig te stellen.

427
00:25:30,630 --> 00:25:35,310
Maar nu gaan ze dat resterende gebied
verdelen in verschillende stamgebieden.

428
00:25:35,310 --> 00:25:38,910
En welk land er binnen die gebieden
ook nog veroverd moet worden,

429
00:25:38,910 --> 00:25:42,570
het wordt de verantwoordelijkheid
van die stammen om dat te doen.

430
00:25:42,570 --> 00:25:46,350
Jozua zal vanaf dit moment dus
geen legers meer aanvoeren,

431
00:25:46,350 --> 00:25:48,810
al zullen er nog meer oorlogen zijn.

432
00:25:48,810 --> 00:25:53,250
Het zullen oorlogen zijn die elk van de
stammen zal voeren tegen degenen in hun

433
00:25:53,250 --> 00:25:58,170
eigen omgeving, en soms zonder
succes, zoals we zullen zien.

434
00:25:58,170 --> 00:25:59,610
Vers 8:

435
00:25:59,610 --> 00:26:03,630
met wie de Rubenieten en Gadieten
hun erfelijk bezit ontvangen hebben,

436
00:26:03,630 --> 00:26:08,250
dat Mozes hun gaf aan de overzijde van
de Jordaan in het oosten, zoals Mozes,

437
00:26:08,250 --> 00:26:11,310
de dienaar van de HEERE, hun gegeven had:

438
00:26:11,310 --> 00:26:13,830
Daarmee wordt die van Manasse bedoeld.

439
00:26:13,830 --> 00:26:16,950
Laat ik dit zeggen over
de halve stam Manasse.

440
00:26:16,950 --> 00:26:20,670
Ik weet niet waarom het zo is,
maar de familietak van Machir,

441
00:26:20,670 --> 00:26:25,230
een van de zonen van Manasse, kreeg
gebied aan de oostkant van de Jordaan.

442
00:26:25,230 --> 00:26:29,250
Het andere deel van de stam Manasse
wilde zich daar niet vestigen.

443
00:26:29,250 --> 00:26:33,990
Daarom besloten zij hun deel te nemen
waar God het hun binnen het land toewees.

444
00:26:33,990 --> 00:26:37,410
We horen dus steeds over
de halve stam Manasse.

445
00:26:37,410 --> 00:26:39,990
Waarschijnlijk was dat niet
precies vijftig procent,

446
00:26:39,990 --> 00:26:44,070
maar een deel van de stam aan deze kant
en een deel van de stam aan de andere kant

447
00:26:44,070 --> 00:26:45,450
van de Jordaan.

448
00:26:45,450 --> 00:26:48,270
De stam werd verdeeld door
de keuze van kennelijk

449
00:26:48,270 --> 00:26:51,810
één groep Manassieten die bij de
Rubenieten en de Gadieten aan de

450
00:26:51,810 --> 00:26:53,490
oostkant wilde blijven.

451
00:26:53,490 --> 00:26:56,490
Dus samen met hen, zo staat er:

452
00:26:56,490 --> 00:27:01,530
Samen met de andere halve stam kregen de
Rubenieten en de Gadieten het gebied dat

453
00:27:01,530 --> 00:27:05,370
Mozes hun ten oosten van de
rivier had gegeven, zoals Mozes,

454
00:27:05,370 --> 00:27:08,670
de dienaar van de Heer,
hun dat had toegewezen.

455
00:27:08,670 --> 00:27:11,250
Daarna worden de grenzen
opnieuw aangegeven,

456
00:27:11,250 --> 00:27:14,070
zoals nog niet zo lang
geleden ook al is gedaan.

457
00:27:14,070 --> 00:27:19,050
We gaan dus niet al die grenzen lezen van
wat ze op Sihon en Og hebben veroverd.

458
00:27:19,050 --> 00:27:21,450
Ze lijken het graag allemaal te herhalen,

459
00:27:21,450 --> 00:27:24,750
waarschijnlijk omdat het
zo'n grote overwinning was.

460
00:27:24,750 --> 00:27:26,070
Ze herhalen het graag.

461
00:27:26,070 --> 00:27:28,050
Maar in vers 13 staat:

462
00:27:28,050 --> 00:27:33,330
De Israëlieten verdreven echter de
Gesurieten en de Maächatieten niet,

463
00:27:33,330 --> 00:27:37,230
maar Gesur en Maächath zijn tot
op deze dag in het midden van

464
00:27:37,230 --> 00:27:38,910
Israël blijven wonen.

465
00:27:38,910 --> 00:27:44,130
Dus al die verwijzingen naar ‘tot op
deze dag’ herinneren ons er opnieuw aan

466
00:27:44,130 --> 00:27:47,430
dat de schrijver leefde in
een tijd waarin veel van deze

467
00:27:47,430 --> 00:27:50,190
omstandigheden nog steeds bestonden.

468
00:27:50,190 --> 00:27:54,630
Veel daarvan hielden natuurlijk na een
aantal jaren of eeuwen op te bestaan,

469
00:27:54,630 --> 00:27:57,390
maar dit is een vroeg geschrift.

470
00:27:57,390 --> 00:28:00,030
Vanuit het gezichtspunt
van de schrijver waren

471
00:28:00,030 --> 00:28:04,770
veel van deze dingen die in Jozua's
tijd zo waren, nog niet veranderd.

472
00:28:04,770 --> 00:28:08,550
Alleen de stam Levi gaf
hij geen erfelijk bezit.

473
00:28:08,550 --> 00:28:13,950
De vuuroffers van de HEERE, de God
van Israël, dat is hun erfelijk bezit,

474
00:28:13,950 --> 00:28:16,290
zoals Hij tot hem gesproken had.

475
00:28:16,290 --> 00:28:17,730
Vers 14 zegt:

476
00:28:17,730 --> 00:28:22,890
De offers die voor de Heer, de God van
Israël, op het vuur worden verbrand,

477
00:28:22,890 --> 00:28:26,850
zijn hun erfdeel, zoals
Hij tegen hen gezegd had.

478
00:28:26,850 --> 00:28:30,690
Soms staat het er zo, en
soms staat het er anders.

479
00:28:30,690 --> 00:28:34,530
De Levieten ontvingen wel een erfdeel,
maar het was geen erfdeel in de

480
00:28:34,530 --> 00:28:36,270
vorm van grondbezit.

481
00:28:36,270 --> 00:28:37,590
Het was geen land.

482
00:28:37,590 --> 00:28:39,930
Het was geen landbouwgrond.

483
00:28:39,930 --> 00:28:44,010
Het was geen land waarmee je in
je levensonderhoud kon voorzien,

484
00:28:44,010 --> 00:28:47,790
omdat zij in hun levensonderhoud
moesten voorzien door

485
00:28:47,790 --> 00:28:50,670
voltijds dienst te doen bij de tabernakel.

486
00:28:50,670 --> 00:28:54,330
En zij moesten onderhouden worden
door de tienden van de andere mensen,

487
00:28:54,330 --> 00:28:56,550
die wel landbouwgrond hadden.

488
00:28:56,550 --> 00:29:01,110
De Levieten moesten natuurlijk ergens
wonen, en er waren een aantal steden.

489
00:29:01,110 --> 00:29:05,550
Hun werden vijfendertig steden gegeven,
met wat gemeenschappelijke grond

490
00:29:05,550 --> 00:29:08,190
buiten de steden waar ze
wat vee konden houden.

491
00:29:08,190 --> 00:29:12,570
De Levieten konden wat vee hebben, maar ze
hadden eigenlijk geen grond om gewassen te

492
00:29:12,570 --> 00:29:15,750
verbouwen en inkomsten
uit landbouw te halen.

493
00:29:15,750 --> 00:29:20,130
Maar hun werden steden toegewezen
binnen al de verschillende stamgebieden,

494
00:29:20,130 --> 00:29:24,090
zodat de Levieten voor niemand
in Israël ver weg zouden zijn.

495
00:29:24,090 --> 00:29:28,230
En de taak van de Levieten was natuurlijk,
naast hun werk bij de tabernakel,

496
00:29:28,230 --> 00:29:30,930
om het volk de wet te onderwijzen.

497
00:29:30,930 --> 00:29:33,930
Daarom had God Levieten
in die steden geplaatst,

498
00:29:33,930 --> 00:29:37,470
verspreid over alle stamgebieden,
in plaats van de Levieten

499
00:29:37,470 --> 00:29:39,090
één gebied te geven.

500
00:29:39,090 --> 00:29:43,530
En hier staat dat hun erfdeel
de offers van de Heere zijn.

501
00:29:43,530 --> 00:29:46,530
Dat betekent natuurlijk dat
alle mensen van het volk,

502
00:29:46,530 --> 00:29:51,210
naast de tienden die ze aan de Levieten
gaven, gewoonlijk in de vorm van graan,

503
00:29:51,210 --> 00:29:54,270
ook hun offers naar de
tabernakel brachten.

504
00:29:54,270 --> 00:29:58,050
En het vlees dat niet verbrand
werd bij de volledige brandoffers,

505
00:29:58,050 --> 00:30:02,370
het vlees dat bij andere offers
werd aangeboden — schuldoffers,

506
00:30:02,370 --> 00:30:06,630
zondoffers enzovoort — daarvan ging
een groot deel naar de Levieten,

507
00:30:06,630 --> 00:30:09,210
zodat hun gezinnen ervan konden eten.

508
00:30:09,210 --> 00:30:12,810
Hij zegt dus dat zij voor hun
levensonderhoud geen land krijgen dat ze

509
00:30:12,810 --> 00:30:17,130
kunnen bewerken, maar in wezen de
beloning voor hun dienst aan God.

510
00:30:17,130 --> 00:30:20,910
Die houdt in dat ze mogen eten
van de offers op het altaar.

511
00:30:20,910 --> 00:30:23,250
Zo hebben ze een bijzondere positie.

512
00:30:23,250 --> 00:30:26,790
Maar bij andere gelegenheden
werd er anders gesproken over het

513
00:30:26,790 --> 00:30:28,050
erfdeel van de Levieten.

514
00:30:28,050 --> 00:30:32,490
Bijvoorbeeld verderop, in vers
33 van ditzelfde hoofdstuk, in

515
00:30:32,490 --> 00:30:35,550
Jozua 13:33, staat:

516
00:30:35,550 --> 00:30:41,130
Maar aan de stam van Levi gaf Mozes
geen erfelijk bezit; de HEERE,

517
00:30:41,130 --> 00:30:46,830
de God van Israël, is Zelf hun erfelijk
bezit, zoals Hij tegen hen gezegd heeft.

518
00:30:46,830 --> 00:30:51,810
Dus soms wordt ons verteld dat hun
erfdeel bestaat uit de offers die aan de

519
00:30:51,810 --> 00:30:53,490
HEERE werden gebracht.

520
00:30:53,490 --> 00:30:56,730
Maar misschien nog belangrijker:
hun erfdeel was het

521
00:30:56,730 --> 00:31:00,210
voorrecht om de HEERE te
dienen, de HEERE Zelf,

522
00:31:00,210 --> 00:31:02,790
het verkeren in Zijn tegenwoordigheid.

523
00:31:02,790 --> 00:31:04,950
Denk aan die psalmdichter die zei:

524
00:31:04,950 --> 00:31:09,271
Want één dag in Uw voorhoven
is beter dan duizend elders ;

525
00:31:09,271 --> 00:31:13,230
ik verkoos liever te staan op de
drempel van het huis van mijn God

526
00:31:13,230 --> 00:31:16,530
dan lang te wonen in de
tenten van de goddeloosheid.

527
00:31:16,530 --> 00:31:20,790
De vreugde om zo dicht bij
God te zijn. David zei:

528
00:31:20,790 --> 00:31:24,870
Eén ding heb ik van de HEERE
verlangd, dát zal ik zoeken:

529
00:31:24,870 --> 00:31:29,610
dat ik wonen mag in het huis van de
HEERE, al de dagen van mijn leven,

530
00:31:29,610 --> 00:31:33,030
om de lieflijkheid van de HEERE
te aanschouwen en te onderzoeken

531
00:31:33,030 --> 00:31:34,650
in Zijn tempel.

532
00:31:34,650 --> 00:31:38,850
Ze komen voor God om daar te
zijn waar God Zich openbaarde.

533
00:31:38,850 --> 00:31:40,890
Dat was een groot voorrecht.

534
00:31:40,890 --> 00:31:42,750
En daar werkten de Levieten.

535
00:31:42,750 --> 00:31:47,010
Met andere woorden, ze mochten
voltijds in de bediening werken.

536
00:31:47,010 --> 00:31:50,730
En ze mochten genieten van het
voorrecht om dicht bij God te zijn,

537
00:31:50,730 --> 00:31:55,770
in elk geval in geografische
zin, in Zijn directe nabijheid,

538
00:31:55,770 --> 00:31:59,370
op een manier die voor andere
stammen niet mogelijk was.

539
00:31:59,370 --> 00:32:03,330
En dat is dus hun erfdeel, hun voorrecht.

540
00:32:03,330 --> 00:32:05,370
En dat is ook het onze.

541
00:32:05,370 --> 00:32:10,410
De Levieten zijn in sommige opzichten
een type van de gemeente in de wereld.

542
00:32:10,410 --> 00:32:15,390
Niet in elk opzicht, maar in één opzicht
zijn ze een type van de mensen die

543
00:32:15,390 --> 00:32:17,670
voltijds in de gemeente dienen.

544
00:32:17,670 --> 00:32:20,490
Zoals de andere stammen
de Levieten onderhouden,

545
00:32:20,490 --> 00:32:25,170
zo onderhoudt de gemeente degenen
die voltijds in haar midden dienen.

546
00:32:25,170 --> 00:32:28,470
En Paulus maakt dat punt in 1 Korinthe 9.

547
00:32:28,470 --> 00:32:33,750
Hij heeft het erover dat hij als dienaar
in zekere zin recht heeft op onderhoud

548
00:32:33,750 --> 00:32:35,670
door de rest van de gemeente.

549
00:32:35,670 --> 00:32:40,590
Want hij dient in geestelijke dingen, en
het is niets bijzonders als hij daarvoor

550
00:32:40,590 --> 00:32:42,510
materiële dingen terugontvangt.

551
00:32:42,510 --> 00:32:45,090
Maar om dat te illustreren zegt hij:

552
00:32:45,090 --> 00:32:49,530
Weet u niet dat zij die de tempeldienst
verrichten, van het heilige eten?

553
00:32:49,530 --> 00:32:52,290
En dat zij die steeds
bij het altaar verkeren,

554
00:32:52,290 --> 00:32:55,290
hun deel ontvangen van
de offers van het altaar?

555
00:32:55,290 --> 00:32:58,170
Hij heeft aangegeven dat de
Levieten en de priesters,

556
00:32:58,170 --> 00:33:02,490
die in Israël voltijds dienaren
van God bij de tabernakel zijn,

557
00:33:02,490 --> 00:33:06,810
wat hun onderhoud betreft in sommige
opzichten overeenkomen met degenen die

558
00:33:06,810 --> 00:33:08,970
voltijds in de gemeente dienen.

559
00:33:08,970 --> 00:33:13,530
Ook kunnen we kijken naar de Levieten,
of meer bepaald het priesterschap.

560
00:33:13,530 --> 00:33:17,790
Niet alle Levieten waren priesters:
de priesters kwamen uit één familie

561
00:33:17,790 --> 00:33:22,650
binnen de stam Levi, namelijk
de nakomelingen van Aäron.

562
00:33:22,650 --> 00:33:25,410
Zij zijn als middelaars
voor de overige stammen,

563
00:33:25,410 --> 00:33:27,870
zoals de gemeente dat voor de wereld is.

564
00:33:27,870 --> 00:33:30,510
Je kunt dit dus op
verschillende manieren bekijken,

565
00:33:30,510 --> 00:33:34,890
maar de gemeente heeft zeker het
voorrecht om God als erfdeel te ontvangen,

566
00:33:34,890 --> 00:33:37,470
maar geen erfdeel in deze wereld.

567
00:33:37,470 --> 00:33:41,190
Nu hebben we wel een erfdeel
in de volgende wereld.

568
00:33:41,190 --> 00:33:44,910
Zalig zijn de zachtmoedigen,
want zij zullen de aarde beërven.

569
00:33:44,910 --> 00:33:47,430
Maar het zal niet deze aarde zijn.

570
00:33:47,430 --> 00:33:51,930
Het zal zijn wanneer Jezus
terugkomt en er een nieuwe aarde is.

571
00:33:51,930 --> 00:33:53,670
Die zal van ons zijn.

572
00:33:53,670 --> 00:33:57,210
Maar deze aarde is op dit
moment niet ons thuis.

573
00:33:57,210 --> 00:34:00,030
Deze allen zijn in het geloof gestorven.

574
00:34:00,030 --> 00:34:02,850
Zij hebben de vervulling van
de beloften niet verkregen,

575
00:34:02,850 --> 00:34:06,750
maar hebben die vanuit de verte
gezien en geloofd en begroet,

576
00:34:06,750 --> 00:34:09,810
en zij hebben beleden dat zij
vreemdelingen en bijwoners op

577
00:34:09,810 --> 00:34:11,130
de aarde waren.

578
00:34:11,130 --> 00:34:12,810
We zijn hier gezanten.

579
00:34:12,810 --> 00:34:15,810
We zijn hier bezoekers, op doorreis.

580
00:34:15,810 --> 00:34:20,310
En dus hebben we op dit moment geen
erfdeel op de aarde, of in het land,

581
00:34:20,310 --> 00:34:21,690
om het zo te zeggen.

582
00:34:21,690 --> 00:34:24,630
Maar we hebben God wel als ons erfdeel.

583
00:34:24,630 --> 00:34:29,070
De Levieten zijn dus in sommige opzichten
een beeld van onze eigen bijzondere

584
00:34:29,070 --> 00:34:31,710
voorrechten als het volk van God.

585
00:34:31,710 --> 00:34:34,950
Nu staat er in hoofdstuk 13:15:

586
00:34:34,950 --> 00:34:40,410
En Mozes gaf een deel aan de stam van de
Rubenieten, ingedeeld naar hun geslachten,

587
00:34:40,410 --> 00:34:46,350
zodat hun toeviel: het gebied vanaf Aroër,
dat aan de oever van de beek Arnon ligt,

588
00:34:46,350 --> 00:34:49,290
en de stad die aan de midden
loop van de beek ligt,

589
00:34:49,290 --> 00:34:54,210
en heel de hoogvlakte tot aan
Medeba; Hesbon en al zijn steden,

590
00:34:54,210 --> 00:35:01,130
die op de hoogvlakte liggen; Dibon,
Bamoth-Baäl en Beth-Baäl-Meon; Jahza,

591
00:35:01,130 --> 00:35:09,510
Kedemoth en Mefaäth; Kirjathaïm, Sibma
en Zeret-Hassahar op de berg in het dal;

592
00:35:09,510 --> 00:35:15,990
Beth-Peor, Asdoth-Pisga en Beth-Jesimoth;
alle steden van de hoogvlakte,

593
00:35:15,990 --> 00:35:20,250
en heel het koninkrijk van Sihon,
de koning van de Amorieten,

594
00:35:20,250 --> 00:35:23,790
die in Hesbon regeerde,
die Mozes verslagen heeft,

595
00:35:23,790 --> 00:35:32,850
met de vorsten van Midian; Evi, Rekem,
Zur, Hur en Reba, vazallen van Sihon,

596
00:35:32,850 --> 00:35:34,590
inwoners van het land.

597
00:35:34,590 --> 00:35:39,390
Bovendien hebben de Israëlieten Bileam,
de zoon van Beor, de waarzegger,

598
00:35:39,390 --> 00:35:44,310
met het zwaard gedood, tegelijk met de
anderen die door hen verslagen zijn.

599
00:35:44,310 --> 00:35:47,490
De grens van de Rubenieten was
de Jordaan met zijn gebied.

600
00:35:47,490 --> 00:35:51,630
Dit is het erfelijk bezit van de
Rubenieten, ingedeeld naar hun geslachten,

601
00:35:51,630 --> 00:35:53,850
met de steden en hun dorpen.

602
00:35:53,850 --> 00:35:58,770
Dus voordat we lezen over de verdeling van
het land aan de westkant van de Jordaan en

603
00:35:58,770 --> 00:36:02,850
in het Beloofde Land, kijken
we terug naar Ruben en Gad

604
00:36:02,850 --> 00:36:05,850
en de halve stam Manasse aan de oostkant.

605
00:36:05,850 --> 00:36:09,690
En we krijgen meer bijzonderheden
te horen over hoe dat land

606
00:36:09,690 --> 00:36:12,450
onder die tweeënhalve stam werd verdeeld.

607
00:36:12,450 --> 00:36:16,950
De vermelding van Bileam is misschien wel
het interessantste dat in dat gedeelte

608
00:36:16,950 --> 00:36:20,970
opvalt, want Bileam is
een interessante figuur.

609
00:36:20,970 --> 00:36:24,210
In sommige opzichten lijkt
hij bijna een goed mens,

610
00:36:24,210 --> 00:36:27,750
en op andere momenten lijkt
hij bijna een slecht mens.

611
00:36:27,750 --> 00:36:32,550
Maar over het algemeen lees je, als je
zijn verhaal in het boek Numeri leest,

612
00:36:32,550 --> 00:36:36,330
in zekere zin meer goeds
dan slechts over hem.

613
00:36:36,330 --> 00:36:41,850
Je leest dat hij Israël zegent en
dat koning Balak boos op hem is,

614
00:36:41,850 --> 00:36:43,350
en toch zegt hij:

615
00:36:43,350 --> 00:36:48,210
Toen zei Bileam tegen Balak: Zie,
ik ben nu naar u toe gekomen;

616
00:36:48,210 --> 00:36:50,850
zal ik nu echter ook
maar iets kunnen spreken?

617
00:36:50,850 --> 00:36:54,690
Het woord dat God mij in de
mond legt, zal ik spreken.

618
00:36:54,690 --> 00:36:58,710
En hij lijkt heel vroom te
zijn en een heel goed mens.

619
00:36:58,710 --> 00:37:02,310
Maar in werkelijkheid beschrijven
de Schriften hem steeds als een

620
00:37:02,310 --> 00:37:03,870
zeer slechte man.

621
00:37:03,870 --> 00:37:06,810
In het Nieuwe Testament staat over Bileam:

622
00:37:06,810 --> 00:37:12,030
Zij hebben de rechte weg verlaten en zijn
verdwaald en volgen de weg van Bileam,

623
00:37:12,030 --> 00:37:15,930
de zoon van Beor, die het loon
van de ongerechtigheid liefhad.

624
00:37:15,930 --> 00:37:19,410
En hij werd ook daadwerkelijk met
opzet door de Israëlieten gedood

625
00:37:19,410 --> 00:37:23,430
in een oorlog die daarna tussen
hen en de Midianieten werd gevoerd.

626
00:37:23,430 --> 00:37:28,290
Want Bileam was een waarzegger, en
blijkbaar raakte hij in trance wanneer hij

627
00:37:28,290 --> 00:37:30,270
profeteerde of sprak.

628
00:37:30,270 --> 00:37:33,930
Hij was geen Jood, en hij
was geen Joodse profeet,

629
00:37:33,930 --> 00:37:38,670
en hij was geen profeet van Jahweh,
in elk geval niet uitsluitend.

630
00:37:38,670 --> 00:37:42,570
Blijkbaar was hij een zelfstandig
werkende waarzegger die alle

631
00:37:42,570 --> 00:37:45,630
goden kon aanroepen waarvoor
mensen hem betaalden.

632
00:37:45,630 --> 00:37:51,090
Koning Balak vroeg Bileam om te komen
en Israël te vervloeken. Bileam zei:

633
00:37:51,090 --> 00:37:54,570
Toen zei hij tegen hen:
Overnacht hier deze nacht

634
00:37:54,570 --> 00:37:59,070
en ik zal verslag aan u uitbrengen
zoals de HEERE tot mij spreken zal.

635
00:37:59,070 --> 00:38:02,130
Toen bleven de vorsten
van Moab bij Bileam.

636
00:38:02,130 --> 00:38:04,710
God sprak daadwerkelijk tot hem en zei:

637
00:38:04,710 --> 00:38:08,670
Toen zei God tegen Bileam:
U mag niet met hen meegaan,

638
00:38:08,670 --> 00:38:12,450
u mag dat volk niet vervloeken,
want het is gezegend.

639
00:38:12,450 --> 00:38:14,490
Bileam ging naar buiten en zei:

640
00:38:14,490 --> 00:38:18,990
De volgende morgen stond Bileam op
en zei tegen de vorsten van Balak:

641
00:38:18,990 --> 00:38:24,330
Ga naar uw land, want de HEERE weigert
mij toe te laten met u mee te gaan.

642
00:38:24,330 --> 00:38:29,250
Maar toen kwamen ze terug en boden
meer geld dan daarvoor. Hij zei:

643
00:38:29,250 --> 00:38:32,250
Nu dan, blijft u toch ook deze nacht hier,

644
00:38:32,250 --> 00:38:35,790
opdat ik weet wat de HEERE
verder tot mij spreken zal.

645
00:38:35,790 --> 00:38:39,630
Hij ging weer naar binnen en
vroeg het opnieuw. God zei:

646
00:38:39,630 --> 00:38:43,170
God kwam 's nachts tot
Bileam en zei tegen hem:

647
00:38:43,170 --> 00:38:45,870
Kwamen die mannen soms om u te ontbieden?

648
00:38:45,870 --> 00:38:51,270
Sta op, ga met hen mee, maar u mag alleen
dat doen, wat Ik tot u spreken zal.

649
00:38:51,270 --> 00:38:55,290
Dus ging hij, en dat was de
gelegenheid waarbij een ezel sprak.

650
00:38:55,290 --> 00:38:58,050
Want Bileam was op weg,
rijdend op zijn ezel,

651
00:38:58,050 --> 00:39:00,810
om deze betaalde opdracht uit te voeren.

652
00:39:00,810 --> 00:39:05,070
Een engel met een zwaard stond op
de weg en versperde hem de doorgang.

653
00:39:05,070 --> 00:39:08,490
De ezel zag de engel. Bileam niet.

654
00:39:08,490 --> 00:39:10,230
Daar heb je nou een ziener.

655
00:39:10,230 --> 00:39:13,350
Je kunt niet eens zoveel
zien als een ezel kan zien.

656
00:39:13,350 --> 00:39:18,150
De ezel deed Bileam pijn doordat hij de
engel probeerde te ontwijken en tegen de

657
00:39:18,150 --> 00:39:21,210
muur aandrong, waardoor
hij zijn voet bezeerde.

658
00:39:21,210 --> 00:39:25,290
Uiteindelijk zakte hij gewoon in
elkaar en ging onder hem liggen.

659
00:39:25,290 --> 00:39:30,510
Bileam sloeg de ezel, en de Heere
opende de mond van de ezel, en die zei:

660
00:39:30,510 --> 00:39:31,950
Waarom sla je me?

661
00:39:31,950 --> 00:39:37,590
Hij was zo boos dat hij niet besefte dat
hij met een ezel stond te praten. Hij zei:

662
00:39:37,590 --> 00:39:42,150
Toen zei Bileam tegen de ezelin:
Omdat jij de spot met me drijft.

663
00:39:42,150 --> 00:39:45,570
Had ik maar een zwaard in mijn
hand, dan zou ik je nu doden!

664
00:39:45,570 --> 00:39:47,130
Toen zag hij de engel.

665
00:39:47,130 --> 00:39:51,150
Hij ging verder, en hij sprak alleen
wat het Woord van de Heere zei,

666
00:39:51,150 --> 00:39:54,150
maar blijkbaar deed hij dat
tegen zijn eigen wil in.

667
00:39:54,150 --> 00:39:55,770
Hij wilde het geld.

668
00:39:55,770 --> 00:39:57,630
De Bijbel zegt over hem:

669
00:39:57,630 --> 00:40:02,730
Zij hebben de rechte weg verlaten en zijn
verdwaald en volgen de weg van Bileam,

670
00:40:02,730 --> 00:40:06,810
de zoon van Beor, die het loon
van de ongerechtigheid liefhad.

671
00:40:06,810 --> 00:40:11,070
Hij wilde hen vervloeken, maar
elke keer dat hij in trance raakte,

672
00:40:11,070 --> 00:40:15,570
liet God iets anders uit zijn mond
komen, en kon hij niet betaald worden.

673
00:40:15,570 --> 00:40:19,950
Een aantal passages in de Schrift geeft te
verstaan dat Bileam een andere manier vond

674
00:40:19,950 --> 00:40:23,610
om zijn loon te krijgen en
de beperking te omzeilen.

675
00:40:23,610 --> 00:40:26,190
Hij kon Israël niet
met woorden vervloeken,

676
00:40:26,190 --> 00:40:28,890
maar hij kon wel een
vloek over Israël brengen.

677
00:40:28,890 --> 00:40:33,390
Hij vertelde Balak dat als hij hen
tot afgodenaanbidding zou verleiden,

678
00:40:33,390 --> 00:40:35,370
God hen dan zou vervloeken.

679
00:40:35,370 --> 00:40:39,450
Dus blijkbaar gaf hij de koning de raad om
mooie vrouwen naar de mannen in het kamp

680
00:40:39,450 --> 00:40:43,710
van Israël te sturen en hen te
verleiden tot seksueel gedrag

681
00:40:43,710 --> 00:40:47,610
en tot het aanbidden
van hun god, Baäl-Peor.

682
00:40:47,610 --> 00:40:52,110
Deze Kanaänitische goden werden
met seksuele rituelen aanbeden.

683
00:40:52,110 --> 00:40:56,190
Als de vrouwen aantrekkelijk genoeg zijn,
dan zou dat soort aanbidding voor een

684
00:40:56,190 --> 00:40:58,830
bepaald soort man aantrekkelijk zijn.

685
00:40:58,830 --> 00:41:02,790
Zo konden ze mannen weglokken naar
deze aanbidding van Baäl-Peor,

686
00:41:02,790 --> 00:41:06,150
waardoor een oordeel van
God over Israël kwam.

687
00:41:06,150 --> 00:41:10,710
Later trokken Mozes en de Israëlieten
tegen deze mensen ten strijde,

688
00:41:10,710 --> 00:41:15,510
en Bileam werd in die strijd gedood,
zoals we zojuist hebben besproken.

689
00:41:15,510 --> 00:41:19,590
Zijn misdaad wordt genoemd
in Numeri hoofdstuk 31.

690
00:41:19,590 --> 00:41:24,150
Tijdens hun oorlog tegen de Midianieten
brachten de Israëlieten aanvankelijk

691
00:41:24,150 --> 00:41:29,670
enkele vrouwen levend mee terug en waren
ze blijkbaar van plan hen te sparen.

692
00:41:29,670 --> 00:41:32,550
Maar Mozes wees hen daarvoor terecht.

693
00:41:32,550 --> 00:41:38,310
In Numeri hoofdstuk 31, vers
15 en 16, zei Mozes tegen hen:

694
00:41:38,310 --> 00:41:42,930
En Mozes zei tegen hen: Hebt
u alle vrouwen laten leven?

695
00:41:42,930 --> 00:41:48,390
Zie, zíj waren door de raad van Bileam
voor de Israëlieten de aanleiding tot

696
00:41:48,390 --> 00:41:51,630
trouwbreuk tegen de HEERE,
in het geval van Peor,

697
00:41:51,630 --> 00:41:54,990
waardoor de plaag kwam onder
de gemeenschap van de HEERE.

698
00:41:54,990 --> 00:41:58,470
Hij zegt dat deze vrouwen even
schuldig zijn als de mannen.

699
00:41:58,470 --> 00:42:00,810
Misschien zijn ze zelfs schuldiger.

700
00:42:00,810 --> 00:42:05,250
Zij zijn degenen die naar onze mannen
toe zijn gegaan en hen hebben verleid,

701
00:42:05,250 --> 00:42:07,710
en deze plaag over ons hebben gebracht.

702
00:42:07,710 --> 00:42:10,170
Waarom hebben jullie hen in leven gelaten?

703
00:42:10,170 --> 00:42:13,770
Maar er staat dat ze dit op
aanraden van Bileam deden.

704
00:42:13,770 --> 00:42:18,150
Dit is de eerste keer dat we daadwerkelijk
lezen dat Bileam zoiets had gedaan,

705
00:42:18,150 --> 00:42:20,310
dat hij deze raad had gegeven.

706
00:42:20,310 --> 00:42:23,250
Maar het wordt ook in het
Nieuwe Testament bevestigd.

707
00:42:23,250 --> 00:42:26,790
Het Nieuwe Testament zegt niet alleen
dat hij het loon van de ongerechtigheid

708
00:42:26,790 --> 00:42:30,570
liefhad, maar vertelt ons ook
uitdrukkelijk wat hij deed.

709
00:42:30,570 --> 00:42:35,970
In de brief aan de gemeente van
Pergamus zei Jezus in Openbaring 2:14:

710
00:42:35,970 --> 00:42:40,170
Maar Ik heb enkele dingen tegen u,
namelijk dat u daar mensen hebt die zich

711
00:42:40,170 --> 00:42:42,510
houden aan de leer van Bileam, die

712
00:42:42,510 --> 00:42:46,230
Balak leerde voor de Israëlieten
een struikelblok neer te leggen,

713
00:42:46,230 --> 00:42:50,430
opdat zij afgodenoffers zouden
eten en hoererij bedrijven.

714
00:42:50,430 --> 00:42:52,830
Bileam leerde Balak om dit te doen.

715
00:42:52,830 --> 00:42:58,470
Hij gaf Balak de raad om Israël tot zonde
te brengen door seksuele onzedelijkheid

716
00:42:58,470 --> 00:43:00,270
en door afgoderij.

717
00:43:00,270 --> 00:43:03,870
Daarom lezen we in Jozua 13:22:

718
00:43:03,870 --> 00:43:09,270
Bovendien hebben de Israëlieten Bileam,
de zoon van Beor, de waarzegger,

719
00:43:09,270 --> 00:43:14,070
met het zwaard gedood, tegelijk met de
anderen die door hen verslagen zijn.

720
00:43:14,070 --> 00:43:17,970
Hij was een slechter mens dan hij
in de verhalen in Numeri lijkt.

721
00:43:17,970 --> 00:43:20,610
Nu Jozua 13:24:

722
00:43:20,610 --> 00:43:24,450
En Mozes gaf een deel aan de
stam van Gad, aan de Gadieten,

723
00:43:24,450 --> 00:43:27,750
ingedeeld naar hun
geslachten, zodat hun toeviel:

724
00:43:27,750 --> 00:43:31,230
het gebied van Jaëzer en
al de steden van Gilead;

725
00:43:31,230 --> 00:43:36,570
en het halve land van de Ammonieten,
tot aan Aroër, dat tegenover Rabba ligt,

726
00:43:36,570 --> 00:43:40,770
en vanaf Hesbon tot
Ramath-Mizpe en Bethonim;

727
00:43:40,770 --> 00:43:46,990
en vanaf Mahanaïm tot aan het gebied
van Debir; en in het dal: Beth-Haram,

728
00:43:46,990 --> 00:43:53,130
Beth-Nimra, Sukkoth en Zafon, de
rest van het koninkrijk van Sihon,

729
00:43:53,130 --> 00:43:56,850
de koning van Hesbon; de
Jordaan en zijn gebied,

730
00:43:56,850 --> 00:44:01,950
tot aan het einde van het Kinnerethmeer,
over de Jordaan, in oostelijke richting.

731
00:44:01,950 --> 00:44:06,150
Dit is het erfelijk bezit van
de Gadieten naar hun geslachten.

732
00:44:06,150 --> 00:44:08,910
En dan hebben we natuurlijk
in de rest van dit hoofdstuk

733
00:44:08,910 --> 00:44:12,690
de halve stam Manasse aan
de oostkant van de Jordaan.

734
00:44:12,690 --> 00:44:17,370
En Mozes gaf een deel aan de halve stam
Manasse dat aan de halve stam van de

735
00:44:17,370 --> 00:44:22,830
nakomelingen van Manasse bleef toebehoren,
naar hun geslachten, zodat hun toeviel:

736
00:44:22,830 --> 00:44:27,990
het gebied vanaf Mahanaïm; heel
Basan; heel het koninkrijk van Og,

737
00:44:27,990 --> 00:44:34,470
de koning van Basan; en al de dorpen van
Jaïr, die in Basan liggen, zestig steden;

738
00:44:34,470 --> 00:44:41,130
en half Gilead, en Astharoth en Edreï,
steden van het koninkrijk van Og in Basan;

739
00:44:41,130 --> 00:44:45,690
dit alles was voor de nakomelingen
van Machir, de zoon van Manasse,

740
00:44:45,690 --> 00:44:49,890
namelijk de helft van de nakomelingen
van Machir, naar hun geslachten.

741
00:44:49,890 --> 00:44:54,090
Dit is het wat Mozes als erfbezit
toewees in de vlakten van Moab,

742
00:44:54,090 --> 00:44:58,290
aan de overzijde van de Jordaan bij
Jericho, in oostelijke richting.

743
00:44:58,290 --> 00:45:01,650
Maar er wordt ons gezegd,
zoals we al gelezen hebben:

744
00:45:01,650 --> 00:45:07,230
Maar aan de stam van Levi gaf Mozes
geen erfelijk bezit; de HEERE,

745
00:45:07,230 --> 00:45:12,750
de God van Israël, is Zelf hun erfelijk
bezit, zoals Hij tegen hen gezegd heeft.

746
00:45:12,750 --> 00:45:17,310
Alleen de stam Levi gaf
hij geen erfelijk bezit.

747
00:45:17,310 --> 00:45:22,650
De vuuroffers van de HEERE, de God
van Israël, dat is hun erfelijk bezit,

748
00:45:22,650 --> 00:45:25,050
zoals Hij tot hem gesproken had.

749
00:45:25,050 --> 00:45:29,970
Dit hoofdstuk zegt in wezen dat er
aan de westkant van de Jordaan veel

750
00:45:29,970 --> 00:45:31,770
land te veroveren is.

751
00:45:31,770 --> 00:45:35,850
Maar deze oostelijke stammen
hebben hun erfdeel al ontvangen,

752
00:45:35,850 --> 00:45:39,150
volgens de uitvoerige
beschrijvingen die daar staan.

753
00:45:39,150 --> 00:45:43,470
Nu gaat hoofdstuk 14 naar
de westkant van de Jordaan.

754
00:45:43,470 --> 00:45:46,830
Daar hebben we allereerst
te maken met de stam Juda,

755
00:45:46,830 --> 00:45:52,050
en heel in het bijzonder met
één Judeeër, Kaleb. Er staat:

756
00:45:52,050 --> 00:45:57,030
Dit is wat de Israëlieten als erfbezit
hebben ontvangen in het land Kanaän,

757
00:45:57,030 --> 00:46:00,990
wat de priester Eleazar
en Jozua, de zoon van Nun,

758
00:46:00,990 --> 00:46:03,990
en de familiehoofden van de
stammen van de Israëlieten,

759
00:46:03,990 --> 00:46:06,930
hun als erfbezit toegewezen hebben.

760
00:46:06,930 --> 00:46:10,051
Door het lot werd hun het
erfelijk bezit toegewezen ,

761
00:46:10,051 --> 00:46:14,670
zoals de HEERE door de dienst van Mozes
geboden had met betrekking tot de negen

762
00:46:14,670 --> 00:46:16,650
stammen en een halve stam.

763
00:46:16,650 --> 00:46:22,110
Dat betekent dat ze het lot wierpen
om te bepalen wie welke stukken kreeg.

764
00:46:22,110 --> 00:46:26,070
Want aan de twee stammen en
de halve stam had Mozes een

765
00:46:26,070 --> 00:46:29,730
erfelijk bezit gegeven aan
de overzijde van de Jordaan,

766
00:46:29,730 --> 00:46:34,110
maar aan de Levieten had hij geen
erfelijk bezit in hun midden gegeven.

767
00:46:34,110 --> 00:46:36,630
Ik denk dat we dat inmiddels wel weten.

768
00:46:36,630 --> 00:46:38,670
Je kunt zien dat dit belangrijk is.

769
00:46:38,670 --> 00:46:43,650
Het wordt voortdurend genoemd:
blijkbaar heel belangrijke details.

770
00:46:43,650 --> 00:46:47,670
Immers, de nakomelingen van
Jozef bestonden uit twee stammen,

771
00:46:47,670 --> 00:46:52,230
Manasse en Efraïm, maar aan de Levieten
gaven zij geen deel van het land,

772
00:46:52,230 --> 00:46:55,830
maar steden om te bewonen,
met hun weidegronden,

773
00:46:55,830 --> 00:46:58,110
voor hun vee en hun bezittingen.

774
00:46:58,110 --> 00:47:02,730
Zoals de HEERE Mozes geboden had, zo
hebben de Israëlieten dat gedaan toen ze

775
00:47:02,730 --> 00:47:04,230
het land verdeelden.

776
00:47:04,230 --> 00:47:08,790
Toen kwamen de nakomelingen
van Juda bij Jozua in Gilgal.

777
00:47:08,790 --> 00:47:13,590
En Kaleb, de zoon van Jefunne,
de Keneziet, zei tegen hem:

778
00:47:13,590 --> 00:47:18,270
U weet zelf van het woord dat de
HEERE tegen Mozes, de man Gods,

779
00:47:18,270 --> 00:47:22,410
over mij en over u gesproken
heeft in Kades-Barnea.

780
00:47:22,410 --> 00:47:27,330
Dit is een van de stammen aan de westkant
die zijn deel zal ontvangen, de eerste,

781
00:47:27,330 --> 00:47:31,410
en in onze ogen misschien wel
de belangrijkste van de stammen.

782
00:47:31,410 --> 00:47:35,670
Zelfs in het Oude Testament was het naar
je zou kunnen zeggen de belangrijkste van

783
00:47:35,670 --> 00:47:39,450
de stammen, omdat koning
David uit Juda kwam.

784
00:47:39,450 --> 00:47:43,050
Alle koningen van het zuidelijke
koninkrijk kwamen uit Juda,

785
00:47:43,050 --> 00:47:46,650
ook nadat de andere tien stammen
zich hadden afgescheiden.

786
00:47:46,650 --> 00:47:49,950
Juda was de stam, of
uiteindelijk het volk,

787
00:47:49,950 --> 00:47:55,350
die de Assyrische periode overleefde, toen
het noordelijke koninkrijk ten onder ging.

788
00:47:55,350 --> 00:47:59,970
Juda ging in ballingschap naar Babel,
keerde terug uit Babel en bestond nog

789
00:47:59,970 --> 00:48:02,250
steeds in de tijd van Jezus.

790
00:48:02,250 --> 00:48:04,530
Hij is uit de stam Juda.

791
00:48:04,530 --> 00:48:09,210
Dus Juda is een heel belangrijke stam,
gezien vanuit de rest van de Schrift.

792
00:48:09,210 --> 00:48:13,410
Al had Juda op dit moment nog geen
bijzondere bijdrage geleverd die

793
00:48:13,410 --> 00:48:15,450
groter was dan die van anderen.

794
00:48:15,450 --> 00:48:19,470
Maar toen de twaalf verkenners het land in
werden gestuurd en er twee terugkwamen met

795
00:48:19,470 --> 00:48:24,330
een goed verslag, was een van
hen Jozua uit de stam Efraïm.

796
00:48:24,330 --> 00:48:27,450
De andere was Kaleb, die
uit de stam Juda kwam,

797
00:48:27,450 --> 00:48:29,910
hoewel hij hier de Keneziet wordt genoemd.

798
00:48:29,910 --> 00:48:32,490
Dat is een interessante
aanduiding voor hem.

799
00:48:32,490 --> 00:48:35,130
Op andere plaatsen wordt
hij ook zo genoemd.

800
00:48:35,130 --> 00:48:36,270
Er staat:

801
00:48:36,270 --> 00:48:41,370
De mensen van de stam Juda kwamen
naar Jozua in Gilgal, en Kaleb,

802
00:48:41,370 --> 00:48:44,850
de zoon van Jefunne, de
Keniziet, zei tegen hem:

803
00:48:44,850 --> 00:48:49,230
Je weet wat de Heer in Kades-Barnea
tegen Mozes, de man van God,

804
00:48:49,230 --> 00:48:51,510
over jou en mij heeft gezegd.

805
00:48:51,510 --> 00:48:55,290
Deze mannen waren er samen op uitgetrokken
om het land te verkennen toen ze

806
00:48:55,290 --> 00:48:56,790
jonge mannen waren.

807
00:48:56,790 --> 00:49:00,870
Nu zijn het oude mannen, en ze zijn
de oudste mannen van het hele land,

808
00:49:00,870 --> 00:49:04,770
want alle anderen zijn minstens
twintig jaar jonger dan zij.

809
00:49:04,770 --> 00:49:09,810
Kaleb zegt dat hij veertig jaar oud was,
en iedereen die ouder dan twintig was,

810
00:49:09,810 --> 00:49:13,350
stierf in de woestijn,
behalve hij en Jozua.

811
00:49:13,350 --> 00:49:16,710
Dus iedereen is minstens
twintig jaar jonger dan hij.

812
00:49:16,710 --> 00:49:20,010
Maar hij is nog steeds sterk
en krachtig, en hij zegt:

813
00:49:20,010 --> 00:49:24,390
Ik was veertig jaar oud toen
Mozes, de dienaar van de HEERE,

814
00:49:24,390 --> 00:49:28,170
mij vanuit Kades-Barnea uitstuurde
om het land te verkennen

815
00:49:28,170 --> 00:49:31,890
en toen ik hem verslag uitbracht
zoals het in mijn hart was.

816
00:49:31,890 --> 00:49:34,650
Maar mijn broeders die
met mij opgetrokken waren,

817
00:49:34,650 --> 00:49:39,630
deden het hart van het volk smelten;
ikzelf echter volhardde erin de HEERE,

818
00:49:39,630 --> 00:49:42,091
mijn God, na te volgen .

819
00:49:42,091 --> 00:49:46,350
Dit is wat het vaakst over
Kaleb wordt gezegd, juist dit.

820
00:49:46,350 --> 00:49:50,730
Het wordt zelfs meerdere keren in
deze context gezegd. Maar er staat:

821
00:49:50,730 --> 00:49:53,850
Maar mijn broeders die
met mij opgetrokken waren,

822
00:49:53,850 --> 00:49:59,430
deden het hart van het volk smelten;
ikzelf echter volhardde erin de HEERE,

823
00:49:59,430 --> 00:50:01,651
mijn God, na te volgen .

824
00:50:01,651 --> 00:50:06,390
Toen zwoer Mozes op die dag: Het
land dat uw voet betreden heeft,

825
00:50:06,390 --> 00:50:10,410
zal voor eeuwig voor u en uw
kinderen tot erfelijk bezit zijn,

826
00:50:10,410 --> 00:50:15,151
omdat u erin volhard hebt de
HEERE, mijn God, na te volgen .

827
00:50:15,151 --> 00:50:17,730
Dat zijn niet de precieze
woorden van Mozes.

828
00:50:17,730 --> 00:50:19,470
Het is een parafrase.

829
00:50:19,470 --> 00:50:22,770
De woorden die Mozes bij die
gelegenheid werkelijk sprak,

830
00:50:22,770 --> 00:50:25,290
staan in hoofdstuk 14 van Numeri.

831
00:50:25,290 --> 00:50:28,890
Daar wordt niet heel specifiek
gezegd welk land hij zal erven.

832
00:50:28,890 --> 00:50:32,610
Maar in Numeri 14:24 zegt de HEERE:

833
00:50:32,610 --> 00:50:38,490
Maar Mijn dienaar Kaleb, omdat in hem een
andere geest was en hij erin volhard heeft

834
00:50:38,490 --> 00:50:42,690
Mij na te volgen , hem zal Ik brengen
in het land waar hij geweest is,

835
00:50:42,690 --> 00:50:45,870
en zijn nageslacht zal het in bezit nemen.

836
00:50:45,870 --> 00:50:51,090
Veel specifieker dan dat wordt het niet:
hij zal een erfdeel in het land krijgen.

837
00:50:51,090 --> 00:50:56,130
Hij gaat nu aangeven dat er een bepaalde
berg is waarover de HEERE gesproken heeft,

838
00:50:56,130 --> 00:50:58,770
in vers 12 van Jozua 14.

839
00:50:58,770 --> 00:51:02,550
Een bepaalde berg waarover de
HEERE op die dag gesproken heeft.

840
00:51:02,550 --> 00:51:06,270
Misschien heeft Mozes hierover
specifiekere informatie gekregen

841
00:51:06,270 --> 00:51:08,550
die we eerder niet hebben gelezen.

842
00:51:08,550 --> 00:51:09,810
Vers 10:

843
00:51:09,810 --> 00:51:15,390
En zie, nu heeft de HEERE mij in het
leven behouden, zoals Hij gesproken heeft.

844
00:51:15,390 --> 00:51:19,290
Het is nu vijfenveertig jaar
geleden dat de HEERE dit woord tot

845
00:51:19,290 --> 00:51:24,630
Mozes gesproken heeft, toen Israël
door de woestijn trok, en nu, zie,

846
00:51:24,630 --> 00:51:27,210
ik ben vandaag vijfentachtig jaar oud.

847
00:51:27,210 --> 00:51:30,270
Hier hebben we een belangrijke
chronologische aanwijzing.

848
00:51:30,270 --> 00:51:35,910
Het land is veroverd en wordt nu
verdeeld, en Kaleb is 85 jaar oud.

849
00:51:35,910 --> 00:51:41,670
Hij was 40 in Kades-Barnea, en na
Kades-Barnea zwierven de Israëlieten

850
00:51:41,670 --> 00:51:43,350
38 jaar rond.

851
00:51:43,350 --> 00:51:50,010
Nu is er 45 jaar verstreken, want
hij was toen 40 en hij is nu 85.

852
00:51:50,010 --> 00:51:54,750
Het is dus 45 jaar geleden dat
de verspieders het land ingingen

853
00:51:54,750 --> 00:51:57,210
en met hun verslag terugkwamen.

854
00:51:57,210 --> 00:52:04,290
Van die 45 jaar brachten de Israëlieten
er 38 door met rondzwerven in de woestijn.

855
00:52:04,290 --> 00:52:09,750
Dat betekent dat het nu zeven jaar geleden
is dat ze het Beloofde Land binnengingen.

856
00:52:09,750 --> 00:52:13,350
Zo weten we vrij goed hoelang het
duurde om dit punt te bereiken.

857
00:52:13,350 --> 00:52:18,270
De veroveringen van het land namen
in wezen zeven jaar in beslag.

858
00:52:18,270 --> 00:52:22,710
Dat weten we doordat hij op deze
twee plaatsen zijn leeftijd noemt.

859
00:52:22,710 --> 00:52:26,190
Hij zegt dat hij toen
40 was, maar hij zegt:

860
00:52:26,190 --> 00:52:30,210
Al die 45 jaar sinds de
Heer dat tegen Mozes zei,

861
00:52:30,210 --> 00:52:33,030
terwijl Israël door de woestijn trok.

862
00:52:33,030 --> 00:52:36,990
En nu sta ik hier vandaag, 85 jaar oud.

863
00:52:36,990 --> 00:52:38,130
Vers 11:

864
00:52:38,130 --> 00:52:43,170
Ik ben vandaag nog even sterk als ik
was op de dag toen Mozes mij uitstuurde.

865
00:52:43,170 --> 00:52:46,290
Zoals mijn kracht toen
was, zo is mijn kracht nu,

866
00:52:46,290 --> 00:52:50,010
om te strijden en om uit
te gaan en om in te gaan.

867
00:52:50,010 --> 00:52:54,750
Op zijn 85ste is hij even
sterk als toen hij 40 was.

868
00:52:54,750 --> 00:53:00,390
Toch leefden deze mensen geen honderden en
honderden jaren, zoals vóór de zondvloed.

869
00:53:00,390 --> 00:53:04,410
Deze mannen stierven meestal toen
ze ergens in de honderd waren.

870
00:53:04,410 --> 00:53:10,170
Jozua stierf op zijn 110de, dus
85 was nog steeds behoorlijk oud.

871
00:53:10,170 --> 00:53:12,990
Misschien schept hij in
zekere zin een beetje op.

872
00:53:12,990 --> 00:53:17,550
Het kan zijn dat hij in werkelijkheid niet
helemaal zo sterk is als toen hij 40 was.

873
00:53:17,550 --> 00:53:20,610
Het zou heel ongebruikelijk
zijn als hij dat wel was.

874
00:53:20,610 --> 00:53:24,510
Het zou kunnen, maar het is ook
mogelijk dat hij overdrijft en zegt:

875
00:53:24,510 --> 00:53:27,330
‘Ik ben nu net zo klaar
om te vechten als toen.

876
00:53:27,330 --> 00:53:30,090
Ik voel me nog steeds vol levenslust.

877
00:53:30,090 --> 00:53:34,290
Ik heb nog steeds het gevoel dat ik
heel veel kracht heb, net als toen.

878
00:53:34,290 --> 00:53:36,810
Ik heb nog steeds heel veel kracht.’

879
00:53:36,810 --> 00:53:40,890
Dat betekent niet noodzakelijk dat hij
inmiddels geen krakende gewrichten heeft

880
00:53:40,890 --> 00:53:42,510
gekregen of zoiets.

881
00:53:42,510 --> 00:53:47,970
Nu dan, geef mij dit bergland, waarover
de HEERE op die dag gesproken heeft.

882
00:53:47,970 --> 00:53:51,690
U hebt zelf immers op die dag
gehoord dat daar de Enakieten waren,

883
00:53:51,690 --> 00:53:53,910
en grote versterkte steden.

884
00:53:53,910 --> 00:53:57,330
Misschien zal de HEERE met mij
zijn, zodat ik hen verdrijf,

885
00:53:57,330 --> 00:53:59,490
zoals de HEERE gesproken heeft.

886
00:53:59,490 --> 00:54:02,310
Deze berg is de berg van Hebron.

887
00:54:02,310 --> 00:54:04,710
Het is blijkbaar het bolwerk van de reuzen

888
00:54:04,710 --> 00:54:07,710
over wie de tien ongelovige
verspieders hadden gezegd:

889
00:54:07,710 --> 00:54:10,470
Maar de mannen die met hem
opgetrokken waren, zeiden:

890
00:54:10,470 --> 00:54:14,790
Wij kunnen tegen dat volk niet
optrekken, want het is sterker dan wij.

891
00:54:14,790 --> 00:54:17,550
Jozua had bij die eerdere
gelegenheid gezegd:

892
00:54:17,550 --> 00:54:21,270
Als de HEERE ons genegen is,
zal Hij ons in dat land brengen

893
00:54:21,270 --> 00:54:26,190
en zal Hij het ons geven, een land
dat overvloeit van melk en honing.

894
00:54:26,190 --> 00:54:29,850
Alleen, kom tegen de HEERE
niet in opstand, en u,

895
00:54:29,850 --> 00:54:34,350
wees niet bevreesd voor de bevolking van
het land, want zij zijn ons tot voedsel,

896
00:54:34,350 --> 00:54:38,850
hun schaduw is van hen geweken,
en de HEERE is met ons.

897
00:54:38,850 --> 00:54:40,830
Wees niet bevreesd voor hen!

898
00:54:40,830 --> 00:54:45,330
Maar het waren deze reuzen, de
Enakieten in Hebron, op die berg,

899
00:54:45,330 --> 00:54:49,830
die 45 jaar eerder juist zo'n bron
van angst en zo'n obstakel voor de

900
00:54:49,830 --> 00:54:51,390
Israëlieten waren geweest.

901
00:54:51,390 --> 00:54:56,250
Kaleb zegt: ‘Ik denk dat God mij
elk stuk land zal geven dat ik wil.

902
00:54:56,250 --> 00:54:57,810
Ik neem de reuzen wel.

903
00:54:57,810 --> 00:55:00,030
Ik ga de strijd met hen aan.’

904
00:55:00,030 --> 00:55:05,850
Hij had om elk stuk land kunnen vragen dat
al veroverd was, dat al onderworpen was.

905
00:55:05,850 --> 00:55:08,670
Maar hij is gewoon een kranige oude man.

906
00:55:08,670 --> 00:55:12,630
Hij zegt: ‘Zijn dit de reuzen
waar iedereen bang voor was?

907
00:55:12,630 --> 00:55:15,270
Ik heb zin om de strijd
met hen aan te gaan,

908
00:55:15,270 --> 00:55:17,730
en ik wil hun land van hen afpakken.’

909
00:55:17,730 --> 00:55:22,590
Toen zegende Jozua hem en hij
gaf Kaleb, de zoon van Jefunne,

910
00:55:22,590 --> 00:55:24,750
Hebron als erfelijk bezit.

911
00:55:24,750 --> 00:55:29,430
Daarom werd Hebron voor Kaleb,
de zoon van Jefunne, de Keneziet,

912
00:55:29,430 --> 00:55:34,650
tot erfelijk bezit tot op deze dag,
omdat hij erin volhard had de HEERE,

913
00:55:34,650 --> 00:55:37,531
de God van Israël, na te volgen .

914
00:55:37,531 --> 00:55:40,710
De naam van Hebron was
vroeger stad van Arba,

915
00:55:40,710 --> 00:55:43,470
die een groot man was onder de Enakieten.

916
00:55:43,470 --> 00:55:45,690
En het land rustte van de strijd.

917
00:55:45,690 --> 00:55:50,430
De naam Kirjath-Arba
betekent ‘stad van Arba’.

918
00:55:50,430 --> 00:55:55,590
Kirjath betekent ‘stad van’,
en Arba is een mannennaam.

919
00:55:55,590 --> 00:55:59,010
Er zijn in de Schrift nog andere
namen die met Kirjath beginnen,

920
00:55:59,010 --> 00:56:02,190
en het betekent altijd de stad van iets.

921
00:56:02,190 --> 00:56:04,950
In dit geval is het de stad van Arba.

922
00:56:04,950 --> 00:56:09,090
Er staat dat Arba de grootste
man onder de Enakieten was.

923
00:56:09,090 --> 00:56:13,650
[Vertalersnoot: de spreker volgt hier de
Engelse formulering ‘the greatest man’.

924
00:56:13,650 --> 00:56:17,190
Het Nederlandse Bijbelcitaat
heeft ‘een groot man’.]

925
00:56:17,190 --> 00:56:19,710
Hij was tegen die tijd
waarschijnlijk al dood.

926
00:56:19,710 --> 00:56:21,390
De stad was naar hem genoemd,

927
00:56:21,390 --> 00:56:24,690
dus hij leefde waarschijnlijk
enkele generaties eerder.

928
00:56:24,690 --> 00:56:29,430
In hoofdstuk 15, vers 13, wordt ons
verteld dat hij in feite de vader

929
00:56:29,430 --> 00:56:30,390
van Enak was.

930
00:56:30,390 --> 00:56:36,990
De Enakieten waren genoemd naar hun
voorvader Enak, en diens vader was Arba.

931
00:56:36,990 --> 00:56:40,410
Dat zien we in hoofdstuk 15, vers 13.

932
00:56:40,410 --> 00:56:42,690
Helemaal aan het eind
staat er tussen haakjes:

933
00:56:42,690 --> 00:56:45,930
Maar aan Kaleb, de zoon van Jefunne, had

934
00:56:45,930 --> 00:56:49,950
Jozua een deel gegeven te midden
van de nakomelingen van Juda,

935
00:56:49,950 --> 00:56:56,490
overeenkomstig het bevel van de HEERE aan
Jozua: de stad van Arba, vader van Enak,

936
00:56:56,490 --> 00:56:57,990
dat is Hebron.

937
00:56:57,990 --> 00:57:01,650
De familie van Enak was
dus een familie van reuzen.

938
00:57:01,650 --> 00:57:03,810
Arba was waarschijnlijk een reus.

939
00:57:03,810 --> 00:57:08,430
Van hem wordt inderdaad gezegd dat hij
de grootste man onder de Enakieten was.

940
00:57:08,430 --> 00:57:12,390
Dat betekent waarschijnlijk dat hij
lichamelijk de grootste van hen was.

941
00:57:12,390 --> 00:57:14,730
Hij is de vader van die clan.

942
00:57:14,730 --> 00:57:19,290
De stad was dus vroeger naar hem genoemd,
maar haar naam zal worden veranderd.

943
00:57:19,290 --> 00:57:24,270
Alle Enakieten zullen worden verdreven,
en de stad zal voortaan bekendstaan als

944
00:57:24,270 --> 00:57:27,210
Hebron in plaats van Kirjath-Arba.

945
00:57:27,210 --> 00:57:31,890
Nu noemde ik deze verwijzing naar
Kaleb, de Keniziet, iets vreemds,

946
00:57:31,890 --> 00:57:35,010
omdat de Kenizieten
geen Israëlieten waren.

947
00:57:35,010 --> 00:57:38,730
Toch wordt ons elders verteld, en
ook hier wordt het gesuggereerd,

948
00:57:38,730 --> 00:57:42,270
dat Kaleb tot de stam Juda behoorde.

949
00:57:42,270 --> 00:57:43,950
We lezen in vers 6:

950
00:57:43,950 --> 00:57:48,150
Toen kwamen de nakomelingen
van Juda bij Jozua in Gilgal.

951
00:57:48,150 --> 00:57:53,070
En Kaleb, de zoon van Jefunne,
de Keneziet, zei tegen hem:

952
00:57:53,070 --> 00:57:57,810
U weet zelf van het woord dat de
HEERE tegen Mozes, de man Gods,

953
00:57:57,810 --> 00:58:01,890
over mij en over u gesproken
heeft in Kades-Barnea.

954
00:58:01,890 --> 00:58:06,090
Dat suggereert dat hij als een van
de kinderen van Juda kwam om dit

955
00:58:06,090 --> 00:58:07,470
verzoek te doen.

956
00:58:07,470 --> 00:58:11,490
In Numeri 13, wanneer Mozes de
verkenners uitkiest om het land

957
00:58:11,490 --> 00:58:15,510
in te gaan en het te verkennen,
is Kaleb een van hen.

958
00:58:15,510 --> 00:58:20,070
Mozes kiest uit elk van de twaalf
stammen van Israël één verkenner.

959
00:58:20,070 --> 00:58:22,710
We lezen in Numeri 13:6:

960
00:58:22,710 --> 00:58:26,430
Uit de stam Juda: Kaleb,
de zoon van Jefunne.

961
00:58:26,430 --> 00:58:30,690
Het is dus duidelijk dat Kaleb
tot de stam Juda behoorde.

962
00:58:30,690 --> 00:58:36,450
Toch wordt hij hier twee keer, en
soms ook elders, de Keniziet genoemd.

963
00:58:36,450 --> 00:58:40,950
De Kenizieten waren de nakomelingen
van iemand die Kenaz heette.

964
00:58:40,950 --> 00:58:47,790
Hij wordt in Genesis 36 genoemd als een
van de nakomelingen van Ezau, een Edomiet.

965
00:58:47,790 --> 00:58:52,170
Zijn nakomelingen vormden een van
de takken van het Edomitische volk.

966
00:58:52,170 --> 00:58:56,070
In vers 11 wordt een opsomming
gegeven van de familie van Ezau

967
00:58:56,070 --> 00:58:59,670
en degenen die van hem
afstamden. Er staat:

968
00:58:59,670 --> 00:59:07,830
En de zonen van Elifaz waren:
Teman, Omar, Zefo, Gaëtam en Kenaz.

969
00:59:07,830 --> 00:59:10,710
Van hem stammen natuurlijk
de Kenizieten af.

970
00:59:10,710 --> 00:59:15,210
We zien dus dat de Kenizieten als
volk Edomieten waren, nakomelingen van

971
00:59:15,210 --> 00:59:17,190
Ezau, geen Joden.

972
00:59:17,190 --> 00:59:21,570
Maar aangezien Kaleb bij veel
gelegenheden een Keniziet wordt genoemd

973
00:59:21,570 --> 00:59:24,630
en er ook wordt gezegd dat
hij tot de stam Juda behoorde,

974
00:59:24,630 --> 00:59:28,650
moeten we aannemen dat er ergens
sprake is van een gemengd huwelijk.

975
00:59:28,650 --> 00:59:31,830
Ergens in zijn familie,
misschien bij zijn ouders.

976
00:59:31,830 --> 00:59:35,790
Misschien was zijn vader een Jood
en zijn moeder een Kenizitische,

977
00:59:35,790 --> 00:59:39,270
of misschien was het in de
generatie van zijn grootouders.

978
00:59:39,270 --> 00:59:42,690
Op de een of andere manier waren
die twee rassen samengekomen,

979
00:59:42,690 --> 00:59:47,490
en hij was voortgekomen uit een huwelijk
tussen mensen van verschillende rassen.

980
00:59:47,490 --> 00:59:51,570
We zien dus dat hij achter de
reuzen aangaat en hen verslaat.

981
00:59:51,570 --> 00:59:54,570
We krijgen hier geen
bijzonderheden over de strijd.

982
00:59:54,570 --> 00:59:59,610
Maar in hoofdstuk 15, vers 13 en
verder, wordt dit opnieuw verteld,

983
00:59:59,610 --> 01:00:01,470
met meer bijzonderheden.

984
01:00:01,470 --> 01:00:03,090
Daar komen we zo op.

985
01:00:03,090 --> 01:00:07,410
Er staat ook een parallel verslag
in het boek Richteren, hoofdstuk 1.

986
01:00:07,410 --> 01:00:11,490
We zullen zo meer horen over deze
verovering van dit gebied door

987
01:00:11,490 --> 01:00:13,230
Kaleb en zijn familie.

988
01:00:13,230 --> 01:00:16,830
Maar nu krijgen we in
hoofdstuk 15 eerst te horen

989
01:00:16,830 --> 01:00:20,250
welke stamgrenzen aan
Juda werden toegewezen.

990
01:00:20,250 --> 01:00:25,350
Omdat hij tot de stam Juda behoorde en in
die tijd de opmerkelijkste man van Juda

991
01:00:25,350 --> 01:00:30,030
is, hebben we wat bijzondere aandacht
aan hem en zijn erfdeel besteed.

992
01:00:30,030 --> 01:00:32,190
Maar hoofdstuk 15 zegt:

993
01:00:32,190 --> 01:00:37,350
Het lot voor de stam van de nakomelingen
van Juda, naar hun geslachten, was:

994
01:00:37,350 --> 01:00:42,990
tot de grens van Edom, zuidwaarts tot aan
de woestijn Zin, in het uiterste zuiden.

995
01:00:42,990 --> 01:00:46,590
De zuidgrens begon bij
de oever van de Zoutzee,

996
01:00:46,590 --> 01:00:49,290
bij de baai die naar
het zuiden gericht is.

997
01:00:49,290 --> 01:00:51,150
Dat is de Dode Zee.

998
01:00:51,150 --> 01:00:55,950
Hij loopt vanaf dat punt ten zuiden
van de Schorpioenenpas, gaat langs Zin,

999
01:00:55,950 --> 01:01:00,930
loopt vervolgens omhoog ten zuiden
van Kades-Barnea, gaat langs Hezron,

1000
01:01:00,930 --> 01:01:05,130
loopt omhoog naar Adar
en buigt af naar Karkaä.

1001
01:01:05,130 --> 01:01:07,230
Ik ben er vrij zeker van dat het woord

1002
01:01:07,230 --> 01:01:10,410
Akrabbim in het Hebreeuws
schorpioenen betekent.

1003
01:01:10,410 --> 01:01:14,370
Er is dus kennelijk een plaats die genoemd
is naar het grote aantal schorpioenen

1004
01:01:14,370 --> 01:01:15,570
in dat gebied.

1005
01:01:15,570 --> 01:01:18,510
En dan krijgen we nog
wat andere aanduidingen.

1006
01:01:18,510 --> 01:01:22,590
We zouden dit allemaal kunnen lezen
als we eindeloos veel tijd hadden

1007
01:01:22,590 --> 01:01:27,990
en als we een manier hadden om al die
plaatsen iets voor ons te laten betekenen.

1008
01:01:27,990 --> 01:01:30,870
In veel gevallen weten we
niet eens waar ze liggen.

1009
01:01:30,870 --> 01:01:35,730
De schrijver wist dat wel, en in zijn
tijd waren het bekende herkenningspunten,

1010
01:01:35,730 --> 01:01:38,310
maar in veel gevallen
zijn ze er niet meer.

1011
01:01:38,310 --> 01:01:40,530
Zelfs bij de plaatsen die er nog wel zijn,

1012
01:01:40,530 --> 01:01:44,250
is het voor ons vandaag niet zo belangrijk
om precies te weten waar de grenzen

1013
01:01:44,250 --> 01:01:45,870
van Juda lagen.

1014
01:01:45,870 --> 01:01:49,770
We hoeven alleen te weten dat het om
het zuidelijke deel van het land ging.

1015
01:01:49,770 --> 01:01:54,450
Juda kreeg een heel groot erfdeel,
helemaal van de Middellandse Zee tot de

1016
01:01:54,450 --> 01:01:58,770
Dode Zee, in het meest zuidelijke
deel van het land Kanaän.

1017
01:01:58,770 --> 01:02:01,710
En dat is zo ongeveer wat we moeten weten.

1018
01:02:01,710 --> 01:02:03,870
Daar in vers 8 wordt vermeld:

1019
01:02:03,870 --> 01:02:07,830
De grens loopt vervolgens
omhoog door het dal Ben-Hinnom,

1020
01:02:07,830 --> 01:02:12,570
naar de zuid zijde van de bergrug
van de Jebusiet (dat is Jeruzalem).

1021
01:02:12,570 --> 01:02:15,690
Verder loopt de grens omhoog
naar de top van de berg,

1022
01:02:15,690 --> 01:02:18,330
westelijk tegenover
het Dal van Hinnom, dat

1023
01:02:18,330 --> 01:02:22,050
noordwaarts aan het uiteinde van
het dal van de Refaïeten ligt.

1024
01:02:22,050 --> 01:02:23,970
Let eens op hoe oud dit boek is.

1025
01:02:23,970 --> 01:02:27,390
Het is geschreven voordat
David Jeruzalem veroverde.

1026
01:02:27,390 --> 01:02:30,690
De schrijver noemt Jeruzalem
de stad van de Jebusieten.

1027
01:02:30,690 --> 01:02:33,570
[Vertalersnoot: de spreker haalt
hier de Engelse formulering ‘the

1028
01:02:33,570 --> 01:02:35,670
Jebusite city’ aan.

1029
01:02:35,670 --> 01:02:40,170
Het Nederlandse Bijbelcitaat spreekt
van ‘de bergrug van de Jebusiet

1030
01:02:40,170 --> 01:02:40,173
(dat is Jeruzalem)’.]

1031
01:02:40,173 --> 01:02:43,710
Dat was het natuurlijk ook,
totdat David haar veroverde.

1032
01:02:43,710 --> 01:02:46,950
Hij vermeldt dat ze ook
Jeruzalem wordt genoemd.

1033
01:02:46,950 --> 01:02:51,690
Iemand die na Davids tijd leefde, zou
niet zo terloops spreken over die stad,

1034
01:02:51,690 --> 01:02:55,530
die hun hoofdstad was en waar
hun heilige ark stond, enzovoort.

1035
01:02:55,530 --> 01:03:00,450
Zo iemand zou niet zeggen: ‘Die
Jebusitische stad die Jeruzalem heet.’

1036
01:03:00,450 --> 01:03:03,450
Het is duidelijk dat dit
een heel vroeg verslag is,

1037
01:03:03,450 --> 01:03:05,970
van voordat de schrijver
zelf ook maar wist

1038
01:03:05,970 --> 01:03:10,110
dat Jeruzalem ooit een hoofdstad
van het volk Israël zou worden.

1039
01:03:10,110 --> 01:03:13,410
Op dit moment is het gewoon een
van de Kanaänitische steden.

1040
01:03:13,410 --> 01:03:19,170
Dan gaat het er in vers 10 over dat de
grens naar het westen afbuigt, enzovoort.

1041
01:03:19,170 --> 01:03:22,290
Maar zoals ik al zei, hoeven
we de bijzonderheden van deze

1042
01:03:22,290 --> 01:03:24,450
grenzen niet zo goed te kennen.

1043
01:03:24,450 --> 01:03:28,650
Dan krijgen we het verhaal van
Kaleb iets uitvoeriger te horen.

1044
01:03:28,650 --> 01:03:30,450
In vers 13 en verder:

1045
01:03:30,450 --> 01:03:34,890
Maar aan Kaleb, de zoon van
Jefunne, had Jozua een deel gegeven

1046
01:03:34,890 --> 01:03:37,230
te midden van de nakomelingen van Juda,

1047
01:03:37,230 --> 01:03:43,410
overeenkomstig het bevel van de HEERE aan
Jozua: de stad van Arba, vader van Enak,

1048
01:03:43,410 --> 01:03:44,910
dat is Hebron.

1049
01:03:44,910 --> 01:03:51,510
En Kaleb verdreef daaruit de drie zonen
van Enak: Sesai, Ahiman en Talmai,

1050
01:03:51,510 --> 01:03:53,130
geboren bij Enak.

1051
01:03:53,130 --> 01:03:56,010
En ongetwijfeld waren het allemaal reuzen.

1052
01:03:56,010 --> 01:03:59,490
En daarvandaan trok hij op
tegen de inwoners van Debir.

1053
01:03:59,490 --> 01:04:02,550
De naam van Debir was
vroeger Kirjath-Sefer.

1054
01:04:02,550 --> 01:04:08,670
In hoofdstuk 10, vers 38 en 39, is
Debir een van de steden die Jozua

1055
01:04:08,670 --> 01:04:10,230
eerder had veroverd.

1056
01:04:10,230 --> 01:04:14,550
Maar wanneer de Israëlieten een stad
veroverden en die niet platbrandden,

1057
01:04:14,550 --> 01:04:17,310
trokken ze blijkbaar verder
naar de volgende stad.

1058
01:04:17,310 --> 01:04:22,170
Soms kwamen deze mensen die gevlucht
waren terug en bevolkten de stad opnieuw.

1059
01:04:22,170 --> 01:04:24,630
Waarschijnlijk hadden ze veel
minder strijdlust om zich te

1060
01:04:24,630 --> 01:04:26,250
verzetten dan daarvoor.

1061
01:04:26,250 --> 01:04:30,510
Ze waren door de harde les diep
getroffen en waren onderdaniger.

1062
01:04:30,510 --> 01:04:32,370
Maar toch kwamen ze terug.

1063
01:04:32,370 --> 01:04:35,190
In dit geval waren ze
misschien niet onderdanig.

1064
01:04:35,190 --> 01:04:38,730
Misschien wilden ze hun
onafhankelijkheid van Israël herstellen,

1065
01:04:38,730 --> 01:04:42,270
en kwam Kaleb en moest
hij hen opnieuw verslaan.

1066
01:04:42,270 --> 01:04:45,690
Maar zo pakte hij dat aan. Kaleb zei:

1067
01:04:45,690 --> 01:04:51,150
En Kaleb zei: Wie Kirjath-Sefer
zal verslaan en haar zal innemen,

1068
01:04:51,150 --> 01:04:53,670
die zal ik mijn dochter
Achsa tot vrouw geven.

1069
01:04:53,670 --> 01:04:55,710
Dat lijkt een beetje op wat Saul zei,

1070
01:04:55,710 --> 01:04:59,190
dat iedereen die hem duizend
Filistijnse voorhuiden zou brengen,

1071
01:04:59,190 --> 01:05:01,770
met zijn dochter Michal zou mogen trouwen.

1072
01:05:01,770 --> 01:05:04,890
Dat is denk ik één manier om
ervoor te zorgen dat er voor je

1073
01:05:04,890 --> 01:05:06,510
dochter gezorgd wordt.

1074
01:05:06,510 --> 01:05:08,490
De man die met mijn dochter wil trouwen,

1075
01:05:08,490 --> 01:05:11,790
moet eigenhandig duizend
vijanden kunnen doden.

1076
01:05:11,790 --> 01:05:14,550
Hij moet eigenhandig een stad veroveren.

1077
01:05:14,550 --> 01:05:17,790
Dan weet ik dat zo'n man goed
voor mijn dochter zal zorgen.

1078
01:05:17,790 --> 01:05:21,510
Othniël, de zoon van
Kenaz, de broer van Kaleb,

1079
01:05:21,510 --> 01:05:25,710
nam de stad in en hij gaf hem
Achsa, zijn dochter, tot vrouw.

1080
01:05:25,710 --> 01:05:29,790
Othniël werd uiteindelijk ook de eerste
van de richters in het boek Richteren.

1081
01:05:29,790 --> 01:05:31,530
Het gaat om dezelfde man.

1082
01:05:31,530 --> 01:05:35,070
Hij was de neef van Kaleb
en werd zijn schoonzoon.

1083
01:05:35,070 --> 01:05:38,370
Met ‘zij’ wordt hier de
dochter van Kaleb bedoeld.

1084
01:05:38,370 --> 01:05:40,650
En het gebeurde, toen zij bij hem kwam,

1085
01:05:40,650 --> 01:05:44,190
dat zij hem aanspoorde om een
akker van haar vader te vragen.

1086
01:05:44,190 --> 01:05:49,110
Toen zij van de ezel afsprong, zei
Kaleb tegen haar: Wat is er met je?

1087
01:05:49,110 --> 01:05:53,190
Blijkbaar haalde ze haar man over om
haar toestemming te geven het te vragen,

1088
01:05:53,190 --> 01:05:55,530
want zij is degene die het deed.

1089
01:05:55,530 --> 01:05:58,650
Daarop zei zij: Geef mij een zegen.

1090
01:05:58,650 --> 01:06:03,630
Omdat u mij een dor stuk land gegeven
hebt, geef mij dan ook waterbronnen.

1091
01:06:03,630 --> 01:06:08,070
Toen gaf hij haar hooggelegen
bronnen en laaggelegen bronnen.

1092
01:06:08,070 --> 01:06:13,170
Blijkbaar was het mooi land, maar waren
er geen bronnen, en die heb je nodig.

1093
01:06:13,170 --> 01:06:17,370
Dan krijgen we een lijst van de
steden van Juda, meer dan honderd.

1094
01:06:17,370 --> 01:06:19,290
We zullen er niet op ingaan.

1095
01:06:19,290 --> 01:06:23,310
We zullen ze niet allemaal
voorlezen. Dat is niet nodig.

1096
01:06:23,310 --> 01:06:25,650
Ze worden in verschillende
gebieden opgesomd.

1097
01:06:25,650 --> 01:06:30,390
In vers 20 tot en met 32
worden 29 steden genoemd

1098
01:06:30,390 --> 01:06:33,390
die in het zuidelijke deel
van het grondgebied liggen.

1099
01:06:33,390 --> 01:06:38,430
Vervolgens gaat het in vers 33
tot en met 47 over een aantal

1100
01:06:38,430 --> 01:06:41,250
steden die in de
laaggelegen gebieden liggen.

1101
01:06:41,250 --> 01:06:47,610
Daarna volgt in vers 48 tot en met
60 een lijst van steden in de bergen.

1102
01:06:47,610 --> 01:06:51,150
Ten slotte staan er in vers 61 en 62

1103
01:06:51,150 --> 01:06:54,750
een paar steden in het
woestijngebied bij de Dode Zee.

1104
01:06:54,750 --> 01:06:57,690
En ten slotte, in vers 63:

1105
01:06:57,690 --> 01:07:02,130
Maar de nakomelingen van Juda konden
de Jebusieten, de inwoners van

1106
01:07:02,130 --> 01:07:04,590
Jeruzalem, niet verdrijven.

1107
01:07:04,590 --> 01:07:09,390
Daarom wonen de Jebusieten bij de
nakomelingen van Juda in Jeruzalem,

1108
01:07:09,390 --> 01:07:10,890
tot op deze dag.

1109
01:07:10,890 --> 01:07:15,330
Dus ook dit is van voordat
Jeruzalem een Joodse stad werd.

1110
01:07:15,330 --> 01:07:20,190
Op het moment van schrijven zegt de
schrijver dat de Jebusieten Jeruzalem nog

1111
01:07:20,190 --> 01:07:21,870
steeds in handen hebben.

1112
01:07:21,870 --> 01:07:26,370
In het eerste hoofdstuk van Richteren
staat precies hetzelfde over de stam

1113
01:07:26,370 --> 01:07:31,050
Benjamin, dat ze de inwoners van
Jeruzalem niet konden verdrijven.

1114
01:07:31,050 --> 01:07:34,050
In Richteren 1:21 staat:

1115
01:07:34,050 --> 01:07:37,770
Maar de Benjaminieten hebben
de Jebusieten, die in Jeruzalem

1116
01:07:37,770 --> 01:07:39,750
wonen, niet verdreven.

1117
01:07:39,750 --> 01:07:44,670
De Jebusieten wonen tot op deze dag
met de Benjaminieten in Jeruzalem.

1118
01:07:44,670 --> 01:07:49,470
Het is bijna woordelijk hetzelfde, behalve
dat het in Jozua de Judeeërs zijn die het

1119
01:07:49,470 --> 01:07:53,910
niet konden, en in Richteren
de Benjaminieten. Waarom?

1120
01:07:53,910 --> 01:07:59,490
Omdat Jeruzalem precies op de grens tussen
de stam Juda en de stam Benjamin lag.

1121
01:07:59,490 --> 01:08:04,410
Het behoorde het grootste deel van de tijd
niet duidelijk tot een van beide stammen.

1122
01:08:04,410 --> 01:08:08,490
Uiteindelijk was het wel zo ongeveer
een door en door Joodse stad.

1123
01:08:08,490 --> 01:08:12,390
Maar oorspronkelijk lag het op
de grens van Benjamin en Juda.

1124
01:08:12,390 --> 01:08:17,490
Blijkbaar had Juda de taak om de stad te
veroveren, in elk geval een deel ervan,

1125
01:08:17,490 --> 01:08:20,130
en hadden de Benjaminieten die taak ook.

1126
01:08:20,130 --> 01:08:23,790
Aanvankelijk kon geen van
beide de Jebusieten verdrijven.

1127
01:08:23,790 --> 01:08:27,930
Maar in de dagen van David
verdreef David de Jebusieten,

1128
01:08:27,930 --> 01:08:30,510
in elk geval uit het Joodse gedeelte.

1129
01:08:30,510 --> 01:08:33,630
Maar de Benjaminieten zijn er nooit
in geslaagd hen te verdrijven.
