1
00:00:02,010 --> 00:00:04,050
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,050 --> 00:00:09,690
Deze keer behandelen we Jozua
hoofdstuk 16 tot en met 22.

3
00:00:09,690 --> 00:00:14,010
We zitten op dit moment niet in het
meest opwindende gedeelte van het boek.

4
00:00:14,010 --> 00:00:18,990
We lezen geografische bijzonderheden,
afgewisseld met af en toe een

5
00:00:18,990 --> 00:00:21,570
korte anekdote over gebeurtenissen.

6
00:00:21,570 --> 00:00:25,710
Maar voor het grootste deel lezen we
hoe het land werd verdeeld onder de

7
00:00:25,710 --> 00:00:30,270
negen en een halve stam die hun erfdeel
nog moesten ontvangen aan de westkant

8
00:00:30,270 --> 00:00:31,530
van de Jordaan.

9
00:00:31,530 --> 00:00:36,630
Het hele vorige hoofdstuk is gewijd
aan de stam Juda en hun erfdeel,

10
00:00:36,630 --> 00:00:40,830
met bijzondere aandacht voor
één man en zijn familie, Kaleb.

11
00:00:40,830 --> 00:00:45,510
Maar nu gaan we naar Efraïm en de
andere helft van de stam Manasse,

12
00:00:45,510 --> 00:00:48,630
die samen met de negen
stammen in het land is.

13
00:00:48,630 --> 00:00:52,710
Efraïm en Manasse waren
de twee zonen van Jozef.

14
00:00:52,710 --> 00:00:55,470
Daarom worden ze zo vaak samen genoemd.

15
00:00:55,470 --> 00:01:01,110
De stam Jozef werd verdeeld in
twee stammen, Manasse en Efraïm.

16
00:01:01,110 --> 00:01:05,730
Van die twee werd Efraïm veel
aanzienlijker, veel invloedrijker,

17
00:01:05,730 --> 00:01:08,010
veel machtiger en groter.

18
00:01:08,010 --> 00:01:12,150
Hoewel Manasse aan weerszijden van
de Jordaan delen van zijn stam had,

19
00:01:12,150 --> 00:01:15,690
waren die zelfs samen
veel kleiner dan Efraïm.

20
00:01:15,690 --> 00:01:19,710
In latere tijden werd het noordelijke
stammenverbond dat zich van

21
00:01:19,710 --> 00:01:24,090
Rehabeam afscheidde, als volk
soms zelfs Efraïm genoemd,

22
00:01:24,090 --> 00:01:29,790
omdat dat verreweg de belangrijkste en
overheersende stam in die coalitie was.

23
00:01:29,790 --> 00:01:33,690
Net zoals het zuidelijke koninkrijk
uit Juda en Benjamin bestond,

24
00:01:33,690 --> 00:01:35,910
maar het koninkrijk Juda werd genoemd,

25
00:01:35,910 --> 00:01:39,510
omdat Juda zoveel
prominenter was dan Benjamin.

26
00:01:39,510 --> 00:01:42,870
We gaan hier over Manasse
en Efraïm samen lezen,

27
00:01:42,870 --> 00:01:45,210
omdat ze allebei van Jozef afstamden.

28
00:01:45,210 --> 00:01:48,690
Daarna kwam het lot uit op
de nakomelingen van Jozef:

29
00:01:48,690 --> 00:01:52,170
de grens loopt vanaf
de Jordaan bij Jericho,

30
00:01:52,170 --> 00:01:57,210
ten oosten van het water van Jericho,
van Jericho omhoog naar de woestijn,

31
00:01:57,210 --> 00:01:59,610
door het bergland van Bethel.

32
00:01:59,610 --> 00:02:04,170
Vanaf Bethel komt hij uit bij Luz, en
gaat vervolgens langs het gebied van de

33
00:02:04,170 --> 00:02:06,570
Arkiet, langs Ataroth.

34
00:02:06,570 --> 00:02:11,010
Dit is een vreemde uitspraak, want
in Genesis wordt ons verteld dat

35
00:02:11,010 --> 00:02:13,590
Luz de oude naam van Bethel was.

36
00:02:13,590 --> 00:02:17,430
En dat Bethel de naam Bethel
kreeg in plaats van Luz,

37
00:02:17,430 --> 00:02:21,870
doordat Jakob daar zijn droom had
en bij het wakker worden verklaarde:

38
00:02:21,870 --> 00:02:23,970
Dit is het huis van God.

39
00:02:23,970 --> 00:02:27,210
Bethel betekent ‘huis van God’.

40
00:02:27,210 --> 00:02:31,050
In het boek Genesis wordt ons
herhaaldelijk verteld dat Bethel

41
00:02:31,050 --> 00:02:33,030
vroeger Luz heette.

42
00:02:33,030 --> 00:02:36,030
Het is dus niet precies duidelijk
wat er wordt bedoeld met:

43
00:02:36,030 --> 00:02:38,190
van Bethel naar Luz.

44
00:02:38,190 --> 00:02:40,410
In de Septuaginta staat:

45
00:02:40,410 --> 00:02:43,290
Ze gingen naar Bethel, naar Luz.

46
00:02:43,290 --> 00:02:47,250
Misschien zou Luz dan een toelichting
zijn op wat er wordt bedoeld met:

47
00:02:47,250 --> 00:02:48,630
naar Bethel.

48
00:02:48,630 --> 00:02:52,530
De Septuaginta heeft dus
een iets andere lezing.

49
00:02:52,530 --> 00:02:56,310
Het is niet zo heel belangrijk,
maar het is een verwarrend punt.

50
00:02:56,310 --> 00:03:01,350
Vanaf Bethel komt hij uit bij Luz, en
gaat vervolgens langs het gebied van de

51
00:03:01,350 --> 00:03:03,630
Arkiet, langs Ataroth.

52
00:03:03,630 --> 00:03:06,930
Dan loopt hij naar beneden,
in westelijke richting,

53
00:03:06,930 --> 00:03:11,250
naar het gebied van de Jafletiet, tot
aan het gebied van Laag-Beth-Horon

54
00:03:11,250 --> 00:03:12,750
en tot Gezer.

55
00:03:12,750 --> 00:03:15,090
Zijn eindpunt ligt bij de zee.

56
00:03:15,090 --> 00:03:20,250
Zo hebben de zonen van Jozef, Manasse
en Efraïm, hun erfbezit ontvangen.

57
00:03:20,250 --> 00:03:23,790
Specifiek over Efraïm staat er:

58
00:03:23,790 --> 00:03:28,830
Het gebied van de nakomelingen van
Efraïm, naar hun geslachten, is als volgt:

59
00:03:28,830 --> 00:03:33,510
de zuid grens van hun erfelijk bezit
begint oostelijk van Atroth-Addar

60
00:03:33,510 --> 00:03:36,210
en loopt tot aan Hoog-Beth-Horon.

61
00:03:36,210 --> 00:03:38,610
De grens komt uit bij de zee.

62
00:03:38,610 --> 00:03:42,030
De oostgrens begint ten
noorden van Michmetath.

63
00:03:42,030 --> 00:03:46,350
Vervolgens buigt de grens af naar
het oosten, naar Taänat-Silo,

64
00:03:46,350 --> 00:03:49,470
en gaat hij langs de
oost zijde van Janoah.

65
00:03:49,470 --> 00:03:50,910
Of hoe dat ook heet.

66
00:03:50,910 --> 00:03:54,630
Dan loopt hij naar beneden van
Janoah naar Ataroth en Naharoth,

67
00:03:54,630 --> 00:03:58,710
reikt tot Jericho en
komt uit bij de Jordaan.

68
00:03:58,710 --> 00:04:02,790
Van Tappuah loopt de grens in
westelijke richting naar de beek Kana,

69
00:04:02,790 --> 00:04:05,370
en zijn eindpunt ligt bij de zee.

70
00:04:05,370 --> 00:04:09,630
Dit is het erfelijk bezit van de
stam van de nakomelingen van Efraïm,

71
00:04:09,630 --> 00:04:11,070
naar hun geslachten.

72
00:04:11,070 --> 00:04:15,150
En de steden die afgezonderd waren
voor de nakomelingen van Efraïm

73
00:04:15,150 --> 00:04:19,230
lagen in het midden van het erfelijk
bezit van de nakomelingen van Manasse,

74
00:04:19,230 --> 00:04:21,270
al die steden en hun dorpen.

75
00:04:21,270 --> 00:04:25,470
Dus blijkbaar kregen de Manassieten die
niet aan de andere kant van de Jordaan

76
00:04:25,470 --> 00:04:30,930
waren, degenen die waren overgestoken,
gewoon afzonderlijke steden van Efraïm

77
00:04:30,930 --> 00:04:32,610
in hetzelfde gebied.

78
00:04:32,610 --> 00:04:33,690
Er staat:

79
00:04:33,690 --> 00:04:38,250
De Kanaänieten die in Gezer
woonden, verdreven zij echter niet.

80
00:04:38,250 --> 00:04:40,710
Daarom hebben die Kanaänieten tot op deze

81
00:04:40,710 --> 00:04:43,830
dag in het midden van
de Efraïmieten gewoond.

82
00:04:43,830 --> 00:04:46,590
Wel moesten zij herendiensten verrichten.

83
00:04:46,590 --> 00:04:49,890
Net zoals de Gibeonieten
dwangarbeiders waren geworden,

84
00:04:49,890 --> 00:04:54,570
werden de Kanaänieten die niet verdreven
waren dat ook. Maar er is een verschil.

85
00:04:54,570 --> 00:04:58,890
De Gibeonieten waren door een verbond
overeengekomen om in zekere zin

86
00:04:58,890 --> 00:05:01,110
bondgenoten van Israël te zijn.

87
00:05:01,110 --> 00:05:03,090
Er is daar een verbondsband.

88
00:05:03,090 --> 00:05:06,990
Dat gaf de Gibeonieten ongetwijfeld
een wat bevoorrechte positie

89
00:05:06,990 --> 00:05:11,370
ten opzichte van de Kanaänieten,
met wie geen overeenkomst bestond,

90
00:05:11,370 --> 00:05:13,710
maar die gewoon weerstand boden.

91
00:05:13,710 --> 00:05:17,490
De mensen van Efraïm gaven
het op om hen te verdrijven,

92
00:05:17,490 --> 00:05:20,850
dus lieten ze hen in plaats
daarvan voor zich werken.

93
00:05:20,850 --> 00:05:24,030
Dan krijgen we de andere
helft van de stam Manasse.

94
00:05:24,030 --> 00:05:27,030
We lezen toch wel veel
over Manasse, lijkt het.

95
00:05:27,030 --> 00:05:28,650
Hoofdstuk 17:

96
00:05:28,650 --> 00:05:33,210
De stam Manasse had ook een lot, omdat
hij de eerstgeborene van Jozef was.

97
00:05:33,210 --> 00:05:37,230
Machir, de eerstgeborene van
Manasse, de vader van Gilead,

98
00:05:37,230 --> 00:05:41,850
kreeg namelijk Gilead en Basan,
omdat hij een strijdbaar man was.

99
00:05:41,850 --> 00:05:45,990
Dat ligt natuurlijk aan de andere kant,
zoals we al vele malen hebben gelezen.

100
00:05:45,990 --> 00:05:49,411
Ook kregen de overgebleven
nakomelingen van Manasse een deel ,

101
00:05:49,411 --> 00:05:53,610
naar hun geslachten, namelijk
de nakomelingen van Abiëzer,

102
00:05:53,610 --> 00:05:59,610
de nakomelingen van Helek, de nakomelingen
van Asriël, de nakomelingen van Sechem,

103
00:05:59,610 --> 00:06:03,810
de nakomelingen van Hefer en
de nakomelingen van Semida.

104
00:06:03,810 --> 00:06:07,890
Dit zijn de mannelijke nakomelingen
van Manasse, de zoon van Jozef,

105
00:06:07,890 --> 00:06:09,330
naar hun geslachten.

106
00:06:09,330 --> 00:06:12,510
Ons wordt dus verteld dat ze
iets door het lot ontvingen.

107
00:06:12,510 --> 00:06:15,090
Maar omdat er geen
grenzen worden aangegeven,

108
00:06:15,090 --> 00:06:20,010
lijkt het erop dat het gewoon stukken
land en steden binnen de stam Efraïm zijn,

109
00:06:20,010 --> 00:06:20,790
zo lijkt het.

110
00:06:20,790 --> 00:06:24,270
Want dat werd wel genoemd
in vers 9 van hoofdstuk 16:

111
00:06:24,270 --> 00:06:27,690
De aparte steden voor de
nakomelingen van Efraïm

112
00:06:27,690 --> 00:06:31,770
lagen binnen het gebied dat de
nakomelingen van Manasse hadden geërfd.

113
00:06:31,770 --> 00:06:33,570
Of misschien is het andersom.

114
00:06:33,570 --> 00:06:37,110
Ik zei dat de steden van
Manasse in Efraïm lagen.

115
00:06:37,110 --> 00:06:40,290
Misschien had Efraïm
enkele steden in Manasse.

116
00:06:40,290 --> 00:06:43,110
Het is misschien niet zo
duidelijk als we zouden willen.

117
00:06:43,110 --> 00:06:43,770
Vers 3:

118
00:06:43,770 --> 00:06:49,110
Maar Zelafead, de zoon van Hefer, de
zoon van Gilead, de zoon van Machir,

119
00:06:49,110 --> 00:06:52,830
de zoon van Manasse, had
geen zonen, maar dochters,

120
00:06:52,830 --> 00:07:00,270
en dit zijn de namen van zijn dochters:
Machla en Noa, Hogla, Milka en Tirza.

121
00:07:00,270 --> 00:07:03,450
Deze meisjes zijn al
eerder ter sprake gekomen,

122
00:07:03,450 --> 00:07:09,150
in hoofdstuk 27 van Numeri en
opnieuw in hoofdstuk 36 van Numeri.

123
00:07:09,150 --> 00:07:12,510
Twee keer is de situatie van
deze vrouwen aan de orde geweest,

124
00:07:12,510 --> 00:07:17,010
omdat zij blijkbaar het enige gezin
in Israël waren dat geen zonen had,

125
00:07:17,010 --> 00:07:18,450
wat vreemd is.

126
00:07:18,450 --> 00:07:21,090
Natuurlijk was het heel
belangrijk om zonen te hebben,

127
00:07:21,090 --> 00:07:23,970
want aan hen zou je je erfdeel nalaten.

128
00:07:23,970 --> 00:07:27,990
Je zegt: ‘Waarom zou je het dan
niet aan je dochters nalaten?’

129
00:07:27,990 --> 00:07:32,310
Dat kon wel, maar daarmee zou er
een einde komen aan je erfdeel.

130
00:07:32,310 --> 00:07:35,430
Je dochters zouden namelijk
vrijwel zeker trouwen,

131
00:07:35,430 --> 00:07:39,750
en dan zouden hun mannen het erfdeel
hebben, terwijl het van hun vrouwen was.

132
00:07:39,750 --> 00:07:43,890
Dat werd een probleem. Hoe
laat deze man zijn erfdeel na,

133
00:07:43,890 --> 00:07:47,970
als zijn dochters beslist met mannen
uit andere families zullen trouwen

134
00:07:47,970 --> 00:07:51,270
en hij geen zonen heeft om
het zijne over te nemen?

135
00:07:51,270 --> 00:07:55,410
Er werd besloten dat de dochters van
Zelafead het bezit van hun vader mochten

136
00:07:55,410 --> 00:07:59,070
erven, maar ze moesten met
mannen uit dezelfde stam trouwen,

137
00:07:59,070 --> 00:08:02,910
zodat het bezit niet buiten
de stam Manasse terechtkwam.

138
00:08:02,910 --> 00:08:05,430
Dat was al in Numeri besloten.

139
00:08:05,430 --> 00:08:07,350
In vers 4 staat:

140
00:08:07,350 --> 00:08:13,590
Dezen kwamen naar voren, bij Eleazar, de
priester, en bij Jozua, de zoon van Nun,

141
00:08:13,590 --> 00:08:16,950
en bij de leiders, en
zeiden: De HEERE heeft

142
00:08:16,950 --> 00:08:21,570
Mozes geboden ons een erfelijk bezit
te geven te midden van onze broeders.

143
00:08:21,570 --> 00:08:24,750
Daarom gaf hij hun, naar
het bevel van de HEERE,

144
00:08:24,750 --> 00:08:28,350
een erfelijk bezit in het midden
van de broers van hun vader.

145
00:08:28,350 --> 00:08:33,570
En aan Manasse vielen tien delen toe,
behalve het land Gilead en Basan,

146
00:08:33,570 --> 00:08:36,030
dat aan de andere zijde
van de Jordaan ligt.

147
00:08:36,030 --> 00:08:40,890
Want de dochters van Manasse ontvingen een
erfelijk bezit te midden van zijn zonen,

148
00:08:40,890 --> 00:08:45,330
en het land Gilead was voor de
overgebleven nakomelingen van Manasse.

149
00:08:45,330 --> 00:08:51,810
De grens van Manasse loopt dus van Aser af
tot Michmetath, dat tegenover Sichem ligt.

150
00:08:51,810 --> 00:08:57,510
Deze grens loopt vervolgens in zuidelijke
richting naar de inwoners van En-Tappuah.

151
00:08:57,510 --> 00:09:00,870
Met Aser wordt natuurlijk
de stam Aser bedoeld.

152
00:09:00,870 --> 00:09:05,130
We zullen ook zien dat de stam
Issaschar in vers 10 wordt genoemd.

153
00:09:05,130 --> 00:09:10,050
Er wordt ons verteld dat het gebied van
Manasse in het noorden aan Aser grensde

154
00:09:10,050 --> 00:09:12,630
en in het oosten aan Issaschar.

155
00:09:12,630 --> 00:09:17,490
We hebben nog niet gelezen waar de
stamgrenzen van Aser en Issaschar lagen.

156
00:09:17,490 --> 00:09:19,410
Dat komt later aan de orde.

157
00:09:19,410 --> 00:09:22,770
Dit loopt dus vooruit
op de latere indeling.

158
00:09:22,770 --> 00:09:27,930
Latere lezers zouden weten waar Aser en
Issaschar uiteindelijk terechtkwamen,

159
00:09:27,930 --> 00:09:32,070
maar op dit punt in het verhaal hebben
ze hun gebied nog niet ontvangen.

160
00:09:32,070 --> 00:09:34,290
Het grensde aan Manasse.

161
00:09:34,290 --> 00:09:35,550
Vers 11:

162
00:09:35,550 --> 00:09:36,690
En in Issaschar,

163
00:09:36,690 --> 00:09:40,680
Want Manasse bezat in
Issaschar en in Aser:

164
00:09:40,680 --> 00:09:46,771
Beth-Sean en de bijbehorende plaatsen
, Jibleam en de bijbehorende plaatsen ,

165
00:09:46,771 --> 00:09:50,011
de inwoners van Dor en de
bijbehorende plaatsen ,

166
00:09:50,011 --> 00:09:53,731
de inwoners van En-Dor en
de bijbehorende plaatsen ,

167
00:09:53,731 --> 00:09:57,571
de inwoners van Taänach en
de bijbehorende plaatsen ,

168
00:09:57,571 --> 00:10:03,150
en de inwoners van Megiddo en de
bijbehorende plaatsen : drie landstreken.

169
00:10:03,150 --> 00:10:08,250
Daar is natuurlijk een heks die later, in
de tijd van Saul, op de voorgrond trad.

170
00:10:08,250 --> 00:10:13,170
Megiddo is natuurlijk de stad waarnaar
het woord Armageddon is genoemd.

171
00:10:13,170 --> 00:10:17,670
Armageddon betekent in het Hebreeuws,
of in het Aramees of wat het ook is,

172
00:10:17,670 --> 00:10:19,890
de berg van Megiddo.

173
00:10:19,890 --> 00:10:25,590
Eigenlijk ligt Megiddo in een dal, niet
op een berg, maar Megiddo is de stad.

174
00:10:25,590 --> 00:10:30,030
De reden dat Armageddon zo wordt genoemd,
is dus dat het gebied dat voor de strijd

175
00:10:30,030 --> 00:10:33,690
wordt aangewezen, de berg van Megiddo is.

176
00:10:33,690 --> 00:10:37,590
De nakomelingen van Manasse waren niet
in staat de inwoners van die steden te

177
00:10:37,590 --> 00:10:41,910
verdrijven, want de Kanaänieten
wilden in dat land blijven wonen.

178
00:10:41,910 --> 00:10:44,310
Interessant dat degenen
die verdreven werden,

179
00:10:44,310 --> 00:10:47,070
niet vastbesloten waren om te blijven.

180
00:10:47,070 --> 00:10:50,370
Het klinkt alsof de Kanaänieten
gewoon echt hadden besloten:

181
00:10:50,370 --> 00:10:52,350
‘Jullie krijgen ons hier niet weg.’

182
00:10:52,350 --> 00:10:55,410
Hoe kwam het dat de
Israëlieten, zoals we lezen,

183
00:10:55,410 --> 00:10:58,350
zo vaak niet in staat waren
de vijanden te verdrijven,

184
00:10:58,350 --> 00:11:02,490
terwijl God had gezegd dat Hij
hen voor hen uit zou verdrijven?

185
00:11:02,490 --> 00:11:06,030
God had gezegd dat Hij hun het
land van die mensen zou geven,

186
00:11:06,030 --> 00:11:08,130
hun de overwinning zou geven.

187
00:11:08,130 --> 00:11:10,230
Waarom namen ze het land niet in?

188
00:11:10,230 --> 00:11:12,030
Waarom konden ze dat niet?

189
00:11:12,030 --> 00:11:15,270
We zullen later in sommige
gevallen lezen dat ze mensen niet

190
00:11:15,270 --> 00:11:18,870
konden verdrijven omdat die
ijzeren strijdwagens hadden.

191
00:11:18,870 --> 00:11:22,950
Aan de andere kant waren er ook mensen
die de Kanaänieten met hun ijzeren

192
00:11:22,950 --> 00:11:24,870
strijdwagens wel verdreven.

193
00:11:24,870 --> 00:11:29,070
Maar waar het allemaal om draait:
ze konden het land niet innemen.

194
00:11:29,070 --> 00:11:32,790
Was God niet in staat om ijzeren
strijdwagens te verslaan,

195
00:11:32,790 --> 00:11:34,170
of wat was het probleem?

196
00:11:34,170 --> 00:11:37,770
Hoewel het ons niet wordt verteld, denk
ik dat we waarschijnlijk iets van een

197
00:11:37,770 --> 00:11:42,210
antwoord daarop krijgen als we naar een
paar gedeelten in de Evangeliën kijken.

198
00:11:42,210 --> 00:11:47,070
In Mattheüs 13 bijvoorbeeld, in
het allerlaatste vers, vers 58,

199
00:11:47,070 --> 00:11:49,290
staat over Jezus in Nazareth:

200
00:11:49,290 --> 00:11:52,950
En Hij deed daar niet veel
krachten vanwege hun ongeloof.

201
00:11:52,950 --> 00:11:54,630
Er staat uitdrukkelijk:

202
00:11:54,630 --> 00:11:58,230
Jezus deed daar niet veel
wonderen omdat ze niet geloofden.

203
00:11:58,230 --> 00:12:03,330
Maar de parallelle uitspraak in
Markus, hoofdstuk 6 en vers 5, luidt:

204
00:12:03,330 --> 00:12:07,530
En Hij kon daar geen kracht doen, maar Hij
legde slechts enkele zieken de handen op

205
00:12:07,530 --> 00:12:08,910
en genas hen.

206
00:12:08,910 --> 00:12:11,730
En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof.

207
00:12:11,730 --> 00:12:17,010
Dus toen Hij in Nazareth kwam, staat er,
afhankelijk van welk verhaal je leest:

208
00:12:17,010 --> 00:12:20,370
Hij deed daar niet veel wonderen
omdat ze niet geloofden.

209
00:12:20,370 --> 00:12:22,110
En in het andere staat:

210
00:12:22,110 --> 00:12:24,510
Hij kon daar niet veel wonderen doen.

211
00:12:24,510 --> 00:12:29,010
God werd beperkt. Jezus werd
beperkt door hun ongeloof.

212
00:12:29,010 --> 00:12:32,730
Hij kon een klein beetje doen,
maar hun geloof was zo gering

213
00:12:32,730 --> 00:12:35,190
dat het Hem verhinderde meer te doen.

214
00:12:35,190 --> 00:12:39,390
En ik denk dat wanneer we lezen dat
Gods volk de mensen niet kon verdrijven,

215
00:12:39,390 --> 00:12:42,270
hoewel God had gezegd dat
Hij het voor hen zou doen,

216
00:12:42,270 --> 00:12:44,970
dat wel vanwege hun
ongeloof moet zijn geweest.

217
00:12:44,970 --> 00:12:49,290
Waarschijnlijk werden ze zelfgenoegzaam
toen het land min of meer bewoond was.

218
00:12:49,290 --> 00:12:53,070
Er woonden Kanaänieten in de buurt
die verdreven moesten worden,

219
00:12:53,070 --> 00:12:57,330
maar deze Joden hadden er troost in
gevonden dat ze konden uitrusten van hun

220
00:12:57,330 --> 00:13:01,290
omzwervingen, de huizen konden betrekken
die nog overeind stonden en het

221
00:13:01,290 --> 00:13:02,910
land konden bewerken.

222
00:13:02,910 --> 00:13:06,030
Waarschijnlijk hadden ze geen
zin meer om oorlog te voeren.

223
00:13:06,030 --> 00:13:09,870
Dus in plaats van erop te blijven
vertrouwen dat God hun de volledige

224
00:13:09,870 --> 00:13:13,650
overwinning zou geven, sloten ze
compromissen met de Kanaänieten

225
00:13:13,650 --> 00:13:14,730
in de buurt.

226
00:13:14,730 --> 00:13:18,750
Ze hadden niet het geloof of de
vastberadenheid om hen te verdrijven,

227
00:13:18,750 --> 00:13:21,630
terwijl de Kanaänieten
wel vastberaden waren.

228
00:13:21,630 --> 00:13:27,090
Het is interessant. In
Jozua 17, vers 12, staat:

229
00:13:27,090 --> 00:13:31,890
De nakomelingen van Manasse waren niet
in staat de inwoners van die steden te

230
00:13:31,890 --> 00:13:36,390
verdrijven, want de Kanaänieten
wilden in dat land blijven wonen.

231
00:13:36,390 --> 00:13:40,710
Blijkbaar waren de mensen van Manasse
niet vastbesloten om hen te verdrijven.

232
00:13:40,710 --> 00:13:44,850
In elk geval waren ze minder
vastbesloten om hen te verdrijven

233
00:13:44,850 --> 00:13:48,270
dan de Kanaänieten vastbesloten
waren om te blijven.

234
00:13:48,270 --> 00:13:52,830
En het is duidelijk: als er mensen zijn
van wie God heeft gezegd dat je ze moet

235
00:13:52,830 --> 00:13:56,970
verdrijven, en ze zijn vastbesloten
om je dat niet te laten doen,

236
00:13:56,970 --> 00:14:00,150
dan moet jij vastberadener zijn dan zij.

237
00:14:00,150 --> 00:14:04,110
Het is duidelijk dat de Israëlieten
niet zo vastbesloten waren

238
00:14:04,110 --> 00:14:08,670
als ze hadden moeten zijn om alles uit
te voeren wat God hun had opgedragen.

239
00:14:08,670 --> 00:14:11,250
Want ze hadden een mate
van overwinning bereikt

240
00:14:11,250 --> 00:14:13,770
waarbij ze zich op hun gemak voelden.

241
00:14:13,770 --> 00:14:17,250
Ze liepen, zo leek het,
lichamelijk geen gevaar.

242
00:14:17,250 --> 00:14:22,530
En dus besloten ze gewoon: ‘Laten we de
oorlog hiermee als afgerond beschouwen.

243
00:14:22,530 --> 00:14:24,450
Laten we nu uitrusten.’

244
00:14:24,450 --> 00:14:25,830
Vers 14:

245
00:14:25,830 --> 00:14:29,190
Toen zeiden de nakomelingen
van Jozef tegen Jozua:

246
00:14:29,190 --> 00:14:34,350
Waarom hebt u mij als erfelijk bezit
maar één lot en één deel gegeven,

247
00:14:34,350 --> 00:14:38,130
terwijl ik toch een groot volk
ben, aangezien de HEERE mij tot nu

248
00:14:38,130 --> 00:14:39,870
toe gezegend heeft?

249
00:14:39,870 --> 00:14:45,090
Jozua zei tegen hen: Indien u een
groot volk bent, ga dan naar het bos,

250
00:14:45,090 --> 00:14:49,650
en hak daar voor uzelf de bomen om in
het land van de Ferezieten en van de

251
00:14:49,650 --> 00:14:54,390
Refaïeten, omdat het bergland
van Efraïm te klein voor u is.

252
00:14:54,390 --> 00:14:58,590
Toen zeiden de nakomelingen van
Jozef: Dat bergland zal voor ons niet

253
00:14:58,590 --> 00:15:00,150
groot genoeg zijn.

254
00:15:00,150 --> 00:15:03,150
Bovendien zijn er ijzeren
strijdwagens bij alle

255
00:15:03,150 --> 00:15:05,730
Kanaänieten die in het
land in het dal wonen,

256
00:15:05,730 --> 00:15:09,450
bij die in Beth-Sean en de
bijbehorende plaatsen en bij

257
00:15:09,450 --> 00:15:12,270
hen die in het dal van Jizreël wonen.

258
00:15:12,270 --> 00:15:17,310
Daarop zei Jozua tegen het huis
van Jozef, tegen Efraïm en Manasse:

259
00:15:17,310 --> 00:15:20,910
U bent een groot volk
en u hebt grote kracht.

260
00:15:20,910 --> 00:15:25,530
U zult niet slechts één lot hebben,
maar het bergland zal van u zijn.

261
00:15:25,530 --> 00:15:29,430
En omdat het een bos gebied is,
moet u daar de bomen omhakken,

262
00:15:29,430 --> 00:15:32,130
dan zullen de uitlopers ervan voor u zijn.

263
00:15:32,130 --> 00:15:35,190
U zult de Kanaänieten
voorzeker verdrijven,

264
00:15:35,190 --> 00:15:39,390
al hebben zij ijzeren
strijdwagens en al zijn zij sterk.

265
00:15:39,390 --> 00:15:43,170
De houding van de nakomelingen van
Jozef was hier dus nogal anders dan

266
00:15:43,170 --> 00:15:44,280
die van Kaleb.

267
00:15:44,280 --> 00:15:47,730
Kaleb zei gewoon: ‘Geef mij die reuzen.

268
00:15:47,730 --> 00:15:49,590
Die zullen een prooi voor mij zijn.

269
00:15:49,590 --> 00:15:51,510
Ik ga ze wel verslaan.’

270
00:15:51,510 --> 00:15:55,770
Deze mannen zeggen: ‘Deze mensen
zijn geduchte tegenstanders.

271
00:15:55,770 --> 00:15:58,350
We willen eigenlijk niet
tegen hen hoeven te vechten.

272
00:15:58,350 --> 00:16:02,190
En we zijn niet tevreden met het
land dat je ons hebt gegeven.’

273
00:16:02,190 --> 00:16:07,050
En Jozua zei: ‘Nou, daar ligt nog
wat land dat nog niet veroverd is.

274
00:16:07,050 --> 00:16:08,670
Dat mogen jullie hebben.

275
00:16:08,670 --> 00:16:11,250
Je hoeft het alleen
maar te gaan veroveren.’

276
00:16:11,250 --> 00:16:14,130
‘Dat willen we niet
doen. Dat kunnen we niet.

277
00:16:14,130 --> 00:16:16,410
Ze hebben ijzeren strijdwagens.’

278
00:16:16,410 --> 00:16:20,310
Hij zei: ‘Nou, dat is het
land dat ik jullie geef.

279
00:16:20,310 --> 00:16:22,110
Neem het of laat het.

280
00:16:22,110 --> 00:16:24,390
Ga eropuit en vecht tegen hen.

281
00:16:24,390 --> 00:16:26,250
Jullie kunnen hen verslaan.

282
00:16:26,250 --> 00:16:28,650
God zal jullie de overwinning geven.’

283
00:16:28,650 --> 00:16:32,610
Tot zover dat. Nu hebben we
nog zeven stammen te bespreken.

284
00:16:32,610 --> 00:16:35,370
En toch staat er in hoofdstuk 18:

285
00:16:35,370 --> 00:16:39,690
Vervolgens verzamelde zich heel de
gemeenschap van de Israëlieten in Silo,

286
00:16:39,690 --> 00:16:42,270
en zij zetten daar de
tent van ontmoeting op,

287
00:16:42,270 --> 00:16:44,670
nadat het land aan hen onderworpen was.

288
00:16:44,670 --> 00:16:48,450
De tabernakel wordt maar twee
keer genoemd in het boek Jozua.

289
00:16:48,450 --> 00:16:52,530
En hier zien we dat hij in het land wordt
opgericht, blijkbaar voor het eerst.

290
00:16:52,530 --> 00:16:56,310
In de tijd van Mozes reisde hij
met hen mee door de woestijn,

291
00:16:56,310 --> 00:16:59,490
en natuurlijk hebben ze hem
meegenomen de Jordaan over.

292
00:16:59,490 --> 00:17:01,830
De tabernakel is uiteraard een gebouw van

293
00:17:01,830 --> 00:17:06,810
vooraf vervaardigde onderdelen dat je kon
afbreken, weer opbouwen en verplaatsen.

294
00:17:06,810 --> 00:17:10,890
Dus we weten niet of ze hem hiervoor
al in Gilgal hadden opgericht.

295
00:17:10,890 --> 00:17:13,470
Gilgal was hun kampplaats geweest.

296
00:17:13,470 --> 00:17:16,530
Misschien hadden ze hem daar
opgericht, al hebben we daar tot nu toe

297
00:17:16,530 --> 00:17:18,150
niets over gelezen.

298
00:17:18,150 --> 00:17:22,890
Hun hoofdkwartier was in Gilgal, maar
nu verplaatsten ze het naar Silo.

299
00:17:22,890 --> 00:17:26,490
En Silo is de plaats waar de
tabernakel toen werd opgericht

300
00:17:26,490 --> 00:17:28,710
en enkele honderden jaren bleef staan.

301
00:17:28,710 --> 00:17:32,970
Daar verzorgde Eli de tabernakel
en diende hij als priester.

302
00:17:32,970 --> 00:17:37,050
En vervolgens ging Samuel daar
als jongen in de tabernakel wonen.

303
00:17:37,050 --> 00:17:42,690
In die tijd maakten de Filistijnen tijdens
een oorlog de ark van het verbond buit.

304
00:17:42,690 --> 00:17:45,150
Blijkbaar verwoestten ze toen ook Silo,

305
00:17:45,150 --> 00:17:49,830
zodat de tabernakel uiteindelijk
werd verwoest en niet meer bestond.

306
00:17:49,830 --> 00:17:52,710
Dus toen de ark van de
Filistijnen terugkwam,

307
00:17:52,710 --> 00:17:56,310
zetten ze hem niet in de
tabernakel, die er niet meer was.

308
00:17:56,310 --> 00:18:01,170
Ze zetten hem bij iemand thuis, en
daar bleef hij tot de tijd van David.

309
00:18:01,170 --> 00:18:05,910
David bracht hem naar Jeruzalem en
zette hem onder een provisorische tent.

310
00:18:05,910 --> 00:18:09,150
Maar dit is de eerste
uitdrukkelijk genoemde plaats

311
00:18:09,150 --> 00:18:12,090
voor de tabernakel in het Beloofde Land.

312
00:18:12,090 --> 00:18:17,010
En daar bleef hij geruime tijd
staan, tot de dagen van Samuel.

313
00:18:17,010 --> 00:18:20,490
En dus richtten ze daar de tabernakel op.

314
00:18:20,490 --> 00:18:24,750
Er bleven onder de Israëlieten
zeven stammen over die nog geen

315
00:18:24,750 --> 00:18:27,990
erfelijk bezit als hun
deel ontvangen hadden.

316
00:18:27,990 --> 00:18:32,850
Toen zei Jozua tegen de Israëlieten:
Hoelang bent u nog te traag om verder te

317
00:18:32,850 --> 00:18:38,250
trekken en het land in bezit te nemen
dat de HEERE, de God van uw vaderen,

318
00:18:38,250 --> 00:18:39,810
u gegeven heeft?

319
00:18:39,810 --> 00:18:44,310
Nu klinkt het alsof er iets was wat ze
moesten doen, maar wat ze niet deden.

320
00:18:44,310 --> 00:18:46,470
Hij spreekt hen bestraffend toe.

321
00:18:46,470 --> 00:18:49,950
Ik weet niet welke instructies
ze hiervoor hadden gekregen,

322
00:18:49,950 --> 00:18:55,590
maar er was ongetwijfeld veel gezegd en
gedaan wat niet voor ons is opgetekend.

323
00:18:55,590 --> 00:18:59,130
Blijkbaar waren ze gewoon traag in
het doen van wat ze moesten doen.

324
00:18:59,130 --> 00:19:04,050
En zij waren het niet die naar Jozua
kwamen en zeiden: ‘Geef ons ons land.’

325
00:19:04,050 --> 00:19:05,790
Hij was degene die zei:

326
00:19:05,790 --> 00:19:08,250
Wanneer gaan jullie je
land in bezit nemen?

327
00:19:08,250 --> 00:19:09,270
Dus zegt hij:

328
00:19:09,270 --> 00:19:12,990
Geef voor uzelf drie mannen per
stam, zodat ik hen uitstuur,

329
00:19:12,990 --> 00:19:17,250
en zij zich gereedmaken, het land
doortrekken en het beschrijven met het oog

330
00:19:17,250 --> 00:19:21,150
op ieders erfelijk bezit, en
daarna weer bij mij terug komen.

331
00:19:21,150 --> 00:19:24,030
Zij moeten het land
verdelen in zeven delen.

332
00:19:24,030 --> 00:19:28,290
Juda zal in zijn gebied in het zuiden
blijven en het huis van Jozef zal in zijn

333
00:19:28,290 --> 00:19:30,030
gebied in het noorden blijven.

334
00:19:30,030 --> 00:19:33,450
Dat wil zeggen: zij hebben
hun grondgebied al gekregen,

335
00:19:33,450 --> 00:19:36,030
dus dit zal niet op hen
van toepassing zijn.

336
00:19:36,030 --> 00:19:38,490
Ú moet het land
beschrijven in zeven delen,

337
00:19:38,490 --> 00:19:42,510
en die beschrijving naar mij toe brengen,
zodat ik voor u hier het lot werp voor het

338
00:19:42,510 --> 00:19:45,030
aangezicht van de HEERE, onze God.

339
00:19:45,030 --> 00:19:47,550
Want de Levieten hebben
geen deel in uw midden,

340
00:19:47,550 --> 00:19:51,330
maar het priesterschap van de
HEERE is hun erfelijk bezit.

341
00:19:51,330 --> 00:19:56,010
Gad, Ruben en de halve stam Manasse hebben
hun erfelijk bezit ontvangen aan de andere

342
00:19:56,010 --> 00:20:00,090
zijde van de Jordaan, in
oostelijke richting, dat Mozes,

343
00:20:00,090 --> 00:20:03,150
de dienaar van de HEERE,
hun gegeven heeft.

344
00:20:03,150 --> 00:20:06,030
Deze stammen moesten dus
elk drie mannen sturen.

345
00:20:06,030 --> 00:20:09,390
Er zouden dus eenentwintig
landmeters het land in gaan.

346
00:20:09,390 --> 00:20:13,950
Ze zouden een soort algemene beschrijving
maken van de aantrekkelijke gebieden,

347
00:20:13,950 --> 00:20:17,310
van hoe het land erbij lag,
hoe het terrein eruitzag.

348
00:20:17,310 --> 00:20:20,550
Die beschrijving moesten ze
meebrengen, zodat ze het land in

349
00:20:20,550 --> 00:20:22,290
zeven delen konden verdelen.

350
00:20:22,290 --> 00:20:25,470
Maar niemand wist welk
deel een stam zou krijgen.

351
00:20:25,470 --> 00:20:29,250
Niemand kon zeggen dat er ten gunste
van een bepaalde stam was gesjoemeld,

352
00:20:29,250 --> 00:20:33,630
want elk van de stammen had daar evenveel
vertegenwoordigers die dat werk deden.

353
00:20:33,630 --> 00:20:37,410
Maar zodra het land op een kaart
in zeven stukken was verdeeld,

354
00:20:37,410 --> 00:20:42,510
zouden ze het lot werpen om te zien
welke stam welk stuk zou krijgen.

355
00:20:42,510 --> 00:20:46,950
Zo werd het aan God overgelaten om te
beslissen hoe het verdeeld zou worden,

356
00:20:46,950 --> 00:20:48,870
en niet aan de mens.

357
00:20:48,870 --> 00:20:53,970
Niemand kon erover klagen dat Jozua iemand
had voorgetrokken door juist die persoon

358
00:20:53,970 --> 00:20:56,010
het beste land te geven.

359
00:20:56,010 --> 00:20:59,250
Niemand kon klagen, behalve bij God.

360
00:20:59,250 --> 00:21:00,750
Dus vers 8:

361
00:21:00,750 --> 00:21:03,931
Toen maakten die mannen zich
gereed en gingen op weg .

362
00:21:03,931 --> 00:21:09,150
En Jozua gebood hun die op weg gingen
om het land te beschrijven: Ga,

363
00:21:09,150 --> 00:21:11,610
trek door het land en beschrijf het.

364
00:21:11,610 --> 00:21:16,410
Kom dan weer bij mij terug, dan zal ik
voor u hier in Silo het lot werpen voor

365
00:21:16,410 --> 00:21:18,390
het aangezicht van de HEERE.

366
00:21:18,390 --> 00:21:20,311
De mannen gingen op weg .

367
00:21:20,311 --> 00:21:25,110
Zij gingen het land door en beschreven het
per stad in zeven delen in een boek rol .

368
00:21:25,110 --> 00:21:29,310
Daarna kwamen zij weer terug
bij Jozua in het kamp in Silo.

369
00:21:29,310 --> 00:21:34,170
Toen wierp Jozua het lot voor hen in
Silo, voor het aangezicht van de HEERE.

370
00:21:34,170 --> 00:21:37,410
En Jozua verdeelde daar voor
de Israëlieten het land,

371
00:21:37,410 --> 00:21:39,150
volgens hun afdelingen.

372
00:21:39,150 --> 00:21:42,570
En natuurlijk worden die zeven
toewijzingen meteen in het volgende

373
00:21:42,570 --> 00:21:44,970
hoofdstuk en daarna besproken.

374
00:21:44,970 --> 00:21:49,230
We gaan niet in op de bijzonderheden
van de steden enzovoort die aan elke

375
00:21:49,230 --> 00:21:50,790
stam worden gegeven.

376
00:21:50,790 --> 00:21:54,150
Want eerlijk gezegd zijn die
steden voor het grootste deel

377
00:21:54,150 --> 00:21:57,510
niet belangrijk genoeg om
er lang bij stil te staan.

378
00:21:57,510 --> 00:22:01,890
Maar het volstaat om te zeggen dat de
stamgebieden door God werden bepaald,

379
00:22:01,890 --> 00:22:03,630
door het werpen van het lot.

380
00:22:03,630 --> 00:22:08,010
En de Bijbel zegt inderdaad
in Spreuken 16:33:

381
00:22:08,010 --> 00:22:13,290
Het lot wordt in de schoot geworpen,
maar elke beslissing komt van de HEERE.

382
00:22:13,290 --> 00:22:18,330
[Vertalersnoot: de spreker noemt
vers 32, maar haalt vers 33 aan.]

383
00:22:18,330 --> 00:22:22,830
Dus God maakte Zijn wil bekend
door het werpen van het lot.

384
00:22:22,830 --> 00:22:27,570
We weten dat Hij dat opnieuw deed toen
Jona aan boord van het schip was en de

385
00:22:27,570 --> 00:22:31,950
zeelieden het lot wierpen om te zien
wie verantwoordelijk was voor de storm.

386
00:22:31,950 --> 00:22:33,870
En het lot viel op Jona.

387
00:22:33,870 --> 00:22:37,950
En de apostelen hadden zoveel
vertrouwen in deze methode om de

388
00:22:37,950 --> 00:22:43,230
wil van God te achterhalen, dat ze twee
kandidaten kozen om de plaats te vervullen

389
00:22:43,230 --> 00:22:45,510
die Judas had achtergelaten.

390
00:22:45,510 --> 00:22:49,530
En ze kozen tussen die kandidaten
door het lot te werpen.

391
00:22:49,530 --> 00:22:53,790
Ze erkenden dus dat God door
dit middel soeverein werkte.

392
00:22:53,790 --> 00:22:57,150
En zo wordt het land van
Benjamin beschreven in vers 11

393
00:22:57,150 --> 00:22:59,190
tot het einde van dit hoofdstuk.

394
00:22:59,190 --> 00:23:02,910
Ze waren een kleine stam;
ze grensden aan Juda.

395
00:23:02,910 --> 00:23:06,750
En zoals ik al zei, deelden
ze Jeruzalem met Juda.

396
00:23:06,750 --> 00:23:09,150
Jeruzalem lag op de grens.

397
00:23:09,150 --> 00:23:13,530
Geen van beide kon Jeruzalem echter
lange tijd daadwerkelijk veroveren,

398
00:23:13,530 --> 00:23:15,630
maar het lag in hun grondgebied.

399
00:23:15,630 --> 00:23:19,590
En we hebben hier in wezen dezelfde
soort beschrijvingen van grenzen en

400
00:23:19,590 --> 00:23:23,730
steden enzovoort als in de eerdere
beschrijvingen van het land van Juda en

401
00:23:23,730 --> 00:23:28,470
Efraïm, en trouwens ook van
Ruben en Gad en Manasse.

402
00:23:28,470 --> 00:23:30,690
We komen bij hoofdstuk 19.

403
00:23:30,690 --> 00:23:35,250
In de eerste negen verzen wordt het land
van het erfdeel van Simeon beschreven,

404
00:23:35,250 --> 00:23:38,370
dat eigenlijk helemaal
geen afzonderlijk land was.

405
00:23:38,370 --> 00:23:41,250
Simeon had een klein deel
binnen de grenzen van Juda.

406
00:23:41,250 --> 00:23:44,970
En Simeon leek er hier echt
bekaaid vanaf te zijn gekomen,

407
00:23:44,970 --> 00:23:49,650
want ze kregen niet echt eigen land,
maar alleen delen van het land van Juda.

408
00:23:49,650 --> 00:23:52,170
Maar dat is deels een oordeel over hen.

409
00:23:52,170 --> 00:23:55,770
Want Levi en Simeon waren
in de dagen van Jakob

410
00:23:55,770 --> 00:23:59,070
degenen die die bloedige
overval op Sichem uitvoerden

411
00:23:59,070 --> 00:24:03,450
en de hele mannelijke bevolking
vermoordden, uit persoonlijke wraak.

412
00:24:03,450 --> 00:24:07,350
Dat was iets heel slechts om
te doen, en dat zei Jakob ook.

413
00:24:07,350 --> 00:24:10,230
Hij strafte hen niet zo streng
als hij had moeten doen,

414
00:24:10,230 --> 00:24:13,770
maar hij zei wel dat ze over
Israël verspreid zouden worden.

415
00:24:13,770 --> 00:24:16,290
Ze zouden eigenlijk geen erfdeel hebben.

416
00:24:16,290 --> 00:24:20,670
We hebben steeds weer gelezen dat
Levi geen erfdeel aan land had.

417
00:24:20,670 --> 00:24:24,810
Maar dat komt doordat ze zich
later, in de dagen van Mozes,

418
00:24:24,810 --> 00:24:28,410
hebben gerehabiliteerd door Gods
kant te kiezen bij het voorval met

419
00:24:28,410 --> 00:24:29,910
het gouden kalf.

420
00:24:29,910 --> 00:24:33,150
En omdat Levi in dat geval Gods kant koos,

421
00:24:33,150 --> 00:24:35,910
beloofde Hij dat zij de
priesters zouden zijn.

422
00:24:35,910 --> 00:24:38,490
Hoewel ze dus geen
erfdeel aan land krijgen,

423
00:24:38,490 --> 00:24:41,130
hebben ze het voorrecht God te dienen.

424
00:24:41,130 --> 00:24:44,430
Simeon heeft zich op geen
enkel moment gerehabiliteerd,

425
00:24:44,430 --> 00:24:48,690
dus zij vallen nog steeds onder de vloek
vanwege die bloedige daad die ze in de

426
00:24:48,690 --> 00:24:50,850
dagen van Jakob hebben gepleegd.

427
00:24:50,850 --> 00:24:53,910
En daarom krijgen ze
een heel klein erfdeel.

428
00:24:53,910 --> 00:24:57,750
Het is maar een klein gedeelte van
wat binnen de grenzen van Juda ligt.

429
00:24:57,750 --> 00:25:01,650
Vervolgens gaan de verzen 10
tot en met 16 over het land,

430
00:25:01,650 --> 00:25:04,590
het gebied dat aan Zebulon werd gegeven.

431
00:25:04,590 --> 00:25:06,930
Hier worden een aantal steden genoemd.

432
00:25:06,930 --> 00:25:09,750
Niet dat we ons met die
lijst hoeven bezig te houden.

433
00:25:09,750 --> 00:25:16,470
Het land van Issaschar staat in
hoofdstuk 19, de verzen 17 tot en met 23.

434
00:25:16,470 --> 00:25:20,850
Op dezelfde manier worden de grenzen
en steden enzovoort van het land van

435
00:25:20,850 --> 00:25:25,230
Aser genoemd in de
verzen 24 tot en met 31.

436
00:25:25,230 --> 00:25:32,010
Dan heb je in de verzen 32 tot en met 39
het land dat aan Naftali werd gegeven.

437
00:25:32,010 --> 00:25:36,150
En ten slotte het land dat
aan de stam Dan werd gegeven,

438
00:25:36,150 --> 00:25:39,510
in de verzen 40 tot en met 48.

439
00:25:39,510 --> 00:25:44,070
Dit gedeelte eindigt met een
bespreking van Jozua's eigen erfdeel.

440
00:25:44,070 --> 00:25:48,210
Hij behoorde tot de stam Efraïm,
maar hij stelde zijn eigen belang op

441
00:25:48,210 --> 00:25:49,770
de laatste plaats.

442
00:25:49,770 --> 00:25:52,230
Hij is degene die al het land verdeelt.

443
00:25:52,230 --> 00:25:56,790
Hij zorgt ervoor dat iedereen zijn
deel heeft voordat hij het zijne neemt.

444
00:25:56,790 --> 00:26:00,990
En hoewel Efraïm al eerder een
deel had ontvangen, bepaalde hij,

445
00:26:00,990 --> 00:26:03,990
als lid van die stam,
pas wat zijn eigen land

446
00:26:03,990 --> 00:26:09,330
of zijn eigen erfdeel zou zijn nadat alle
andere stammen aan de beurt waren geweest.

447
00:26:09,330 --> 00:26:11,430
In vers 49 staat:

448
00:26:11,430 --> 00:26:15,390
Toen zij gereed waren met het in
erfelijk bezit verdelen van het land,

449
00:26:15,390 --> 00:26:20,370
wat zijn grenzen betreft, gaven de
Israëlieten aan Jozua, de zoon van Nun,

450
00:26:20,370 --> 00:26:22,590
een erfelijk bezit in hun midden.

451
00:26:22,590 --> 00:26:27,750
Op bevel van de HEERE gaven zij hem de
stad waar hij om vroeg, Timnath-Serah,

452
00:26:27,750 --> 00:26:29,970
in het bergland van Efraïm.

453
00:26:29,970 --> 00:26:32,790
Vervolgens herbouwde hij
die stad en ging er wonen.

454
00:26:32,790 --> 00:26:38,730
Dit is het erfelijk bezit dat Eleazar,
de priester, en Jozua, de zoon van Nun,

455
00:26:38,730 --> 00:26:43,230
en de familiehoofden van de stammen, door
het lot aan de Israëlieten als erfelijk

456
00:26:43,230 --> 00:26:47,130
bezit toewezen, in Silo, voor
het aangezicht van de HEERE,

457
00:26:47,130 --> 00:26:50,010
bij de ingang van de tent van ontmoeting.

458
00:26:50,010 --> 00:26:52,650
Zo voltooiden zij de
verdeling van het land.

459
00:26:52,650 --> 00:26:56,310
Alles is verdeeld, maar we moeten
nog vrijsteden en steden voor

460
00:26:56,310 --> 00:26:58,110
de Levieten aanwijzen.

461
00:26:58,110 --> 00:27:01,110
De Levieten zullen een
bepaald aantal steden krijgen.

462
00:27:01,110 --> 00:27:05,430
En voor de vrijsteden moet een bepaald
aantal steden worden afgezonderd.

463
00:27:05,430 --> 00:27:09,150
Er komen drie vrijsteden aan
elke kant van de Jordaan.

464
00:27:09,150 --> 00:27:13,410
Waar ze voor dienen enzovoort, wordt
hier natuurlijk opnieuw beschreven.

465
00:27:13,410 --> 00:27:15,690
Er zijn een aantal
plaatsen in de Pentateuch,

466
00:27:15,690 --> 00:27:20,910
die we niet samen hebben bestudeerd, waar
vrijwel dezelfde informatie wordt gegeven.

467
00:27:20,910 --> 00:27:24,990
Alleen krijgen we deze keer de
namen van alle zes de steden.

468
00:27:24,990 --> 00:27:28,710
In de dagen van Mozes werden drie
van de steden aan de oostkant van

469
00:27:28,710 --> 00:27:30,630
de Jordaan aangewezen.

470
00:27:30,630 --> 00:27:33,870
Maar nu het westen is veroverd,
kunnen ze ook de drie steden in

471
00:27:33,870 --> 00:27:35,670
het westen aanwijzen.

472
00:27:35,670 --> 00:27:37,230
Hoofdstuk 20:

473
00:27:37,230 --> 00:27:42,150
Verder sprak de HEERE tot Jozua:
Spreek tot de Israëlieten en zeg:

474
00:27:42,150 --> 00:27:46,830
Wijs voor uzelf de vrijsteden aan
waarover Ik door de dienst van Mozes met u

475
00:27:46,830 --> 00:27:50,550
gesproken heb, zodat iemand
die een doodslag heeft begaan,

476
00:27:50,550 --> 00:27:54,090
die iemand zonder opzet,
niet met voorbedachten rade,

477
00:27:54,090 --> 00:27:57,510
om het leven heeft gebracht,
daarheen kan vluchten,

478
00:27:57,510 --> 00:28:01,530
opdat ze voor u tot een toevlucht
zijn tegen de bloedwreker.

479
00:28:01,530 --> 00:28:05,670
De bloedwreker was over het algemeen
de naaste verwant van de overledene.

480
00:28:05,670 --> 00:28:09,690
Dit was voordat er reguliere
politiekorpsen en gevangenissen en dat

481
00:28:09,690 --> 00:28:11,130
soort dingen waren.

482
00:28:11,130 --> 00:28:14,550
Er gold gewoon de afspraak:
als je gedood wordt,

483
00:28:14,550 --> 00:28:17,250
komt je broer je op de moordenaar wreken.

484
00:28:17,250 --> 00:28:19,950
Tenminste, als je vermoord wordt.

485
00:28:19,950 --> 00:28:23,310
De gedachte is dus dat als
een man iemand vermoordt,

486
00:28:23,310 --> 00:28:25,650
hij ter dood moet worden gebracht.

487
00:28:25,650 --> 00:28:30,390
En men gaat ervan uit dat zijn naaste
verwant de aangewezen persoon is

488
00:28:30,390 --> 00:28:32,970
om de terechtstelling uit te voeren.

489
00:28:32,970 --> 00:28:38,970
Zijn broer, of het naaste familielid dat
dit voor hem kan doen, om hem te wreken.

490
00:28:38,970 --> 00:28:41,610
Maar als het overlijden een ongeluk was,

491
00:28:41,610 --> 00:28:44,970
zou de bloedwreker de dood
toch kunnen willen wreken.

492
00:28:44,970 --> 00:28:48,990
Hij zou zelfs kunnen betwijfelen
of het wel een ongeluk was.

493
00:28:48,990 --> 00:28:51,810
In de wet wordt zelfs
een voorbeeld gegeven:

494
00:28:51,810 --> 00:28:56,070
— bijvoorbeeld iemand die met zijn
naaste het bos ingaat om hout te hakken,

495
00:28:56,070 --> 00:29:01,110
en hij maakt met zijn hand een zwaai
met de bijl om een boom om te hakken,

496
00:29:01,110 --> 00:29:06,211
en het ijzer schiet van de steel en
treft zijn naaste, zodat die sterft —

497
00:29:06,211 --> 00:29:09,990
die zal naar een van die steden
vluchten en in leven blijven.

498
00:29:09,990 --> 00:29:12,270
Dat is duidelijk onopzettelijk.

499
00:29:12,270 --> 00:29:14,370
Dat is dood door schuld.

500
00:29:14,370 --> 00:29:17,670
Het ging wel om het doden
van een onschuldig persoon.

501
00:29:17,670 --> 00:29:19,770
Daarom was er sprake van schuld.

502
00:29:19,770 --> 00:29:23,550
Maar omdat het onopzettelijk was, werd
het niet beschouwd als iets waarop

503
00:29:23,550 --> 00:29:25,170
de doodstraf stond.

504
00:29:25,170 --> 00:29:28,170
Dus iemand die onopzettelijk
een ander had gedood,

505
00:29:28,170 --> 00:29:31,890
kon naar een vrijstad vluchten om te
voorkomen dat hij door de bloedwreker van

506
00:29:31,890 --> 00:29:33,330
het slachtoffer werd gedood.

507
00:29:33,330 --> 00:29:37,470
En die steden lagen in het noorden,
het zuiden en het midden van elk van de

508
00:29:37,470 --> 00:29:40,890
gebieden aan de oostkant en
de westkant van de Jordaan.

509
00:29:40,890 --> 00:29:45,450
Daardoor kon over het algemeen iedereen
er zonder al te veel moeite een bereiken.

510
00:29:45,450 --> 00:29:48,630
Als een man merkte dat hij
per ongeluk iemand had gedood,

511
00:29:48,630 --> 00:29:50,850
moest hij naar de vrijstad vluchten.

512
00:29:50,850 --> 00:29:54,150
Daar zou blijkbaar een rechtbank
zijn om zijn zaak te behandelen.

513
00:29:54,150 --> 00:29:57,390
Als de rechtbank daar
oordeelde dat hij schuldig was,

514
00:29:57,390 --> 00:29:59,730
zouden ze hem uit de vrijstad zetten.

515
00:29:59,730 --> 00:30:02,430
Dan kon hij door de
bloedwreker worden gedood.

516
00:30:02,430 --> 00:30:05,010
Maar als hij als
onschuldig werd beschouwd,

517
00:30:05,010 --> 00:30:07,230
moest hij in de vrijstad blijven.

518
00:30:07,230 --> 00:30:10,350
En de bloedwreker mocht
hem daar niet komen halen.

519
00:30:10,350 --> 00:30:13,650
Hij zou de rest van zijn leven
in die stad moeten blijven wonen,

520
00:30:13,650 --> 00:30:16,530
of de rest van het leven
van de hogepriester.

521
00:30:16,530 --> 00:30:21,150
Ook de dood van de hogepriester zou
een einde maken aan zijn verblijf daar,

522
00:30:21,150 --> 00:30:22,890
en dan mocht hij vertrekken.

523
00:30:22,890 --> 00:30:26,070
De bloedwreker mocht
hem dan niet meer doden.

524
00:30:26,070 --> 00:30:29,610
Als hij dat wel deed, zou de
bloedwreker een moordenaar zijn

525
00:30:29,610 --> 00:30:31,590
en zou hij moeten sterven.

526
00:30:31,590 --> 00:30:35,850
Zo werden deze onopzettelijke
gevallen van doodslag dus behandeld.

527
00:30:35,850 --> 00:30:39,930
Het is interessant dat hij toch
tot de vrijstad beperkt blijft,

528
00:30:39,930 --> 00:30:42,390
ook al was het volkomen onopzettelijk.

529
00:30:42,390 --> 00:30:46,170
Maar wanneer de hogepriester
sterft, wordt hij vrijgelaten.

530
00:30:46,170 --> 00:30:51,090
Misschien is dat bedoeld als een beeld van
de dood van Christus, onze Hogepriester,

531
00:30:51,090 --> 00:30:56,370
die ons bevrijdt uit onze opsluiting of
onze gebondenheid vanwege onze schuld

532
00:30:56,370 --> 00:30:57,750
aan onze zonde.

533
00:30:57,750 --> 00:31:01,950
Ik weet niet zeker of dat de bedoeling
is, maar het lijkt heel goed mogelijk.

534
00:31:01,950 --> 00:31:03,390
Dus Hij zei:

535
00:31:03,390 --> 00:31:06,330
Wijs voor jezelf vrijsteden aan, Vers 3:

536
00:31:06,330 --> 00:31:11,130
zodat iemand die een doodslag heeft
begaan, die iemand zonder opzet,

537
00:31:11,130 --> 00:31:16,230
niet met voorbedachten rade, om het leven
heeft gebracht, daarheen kan vluchten,

538
00:31:16,230 --> 00:31:20,370
opdat ze voor u tot een toevlucht
zijn tegen de bloedwreker.

539
00:31:20,370 --> 00:31:22,230
Als hij naar een van die steden vlucht,

540
00:31:22,230 --> 00:31:25,230
moet hij bij de ingang van
de stadspoort gaan staan

541
00:31:25,230 --> 00:31:29,190
en zijn woorden spreken ten aanhoren
van de oudsten van die stad.

542
00:31:29,190 --> 00:31:33,930
Vervolgens moeten zij hem bij zich in
de stad opnemen en hem een plaats geven,

543
00:31:33,930 --> 00:31:35,970
zodat hij bij hen kan wonen.

544
00:31:35,970 --> 00:31:40,290
En als de bloedwreker hem achtervolgt,
mogen zij hem die de doodslag begaan

545
00:31:40,290 --> 00:31:42,750
heeft, niet in zijn hand overleveren,

546
00:31:42,750 --> 00:31:47,190
omdat hij zijn naaste niet met
voorbedachten rade doodgeslagen heeft,

547
00:31:47,190 --> 00:31:49,590
en hem tevoren niet haatte.

548
00:31:49,590 --> 00:31:52,050
Het gaat dus eigenlijk om de haat.

549
00:31:52,050 --> 00:31:55,890
De vraag is, denk ik:
was het een haatmisdrijf?

550
00:31:55,890 --> 00:32:01,770
Het onderscheid tussen een haatmisdrijf
en een misdrijf zonder haat. Jezus zei:

551
00:32:01,770 --> 00:32:07,470
U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht
gezegd is: U zult niet doden; en:

552
00:32:07,470 --> 00:32:11,250
Wie doodt, zal door de rechtbank
schuldig bevonden worden.

553
00:32:11,250 --> 00:32:15,450
Maar Ik zeg u: Al wie ten
onrechte boos is op zijn broeder,

554
00:32:15,450 --> 00:32:18,270
zal schuldig bevonden
worden door de rechtbank.

555
00:32:18,270 --> 00:32:21,450
En al wie tegen zijn broeder zegt: Raka!

556
00:32:21,450 --> 00:32:26,610
zal schuldig bevonden worden door
de Raad; maar al wie zegt: Dwaas!

557
00:32:26,610 --> 00:32:29,730
die zal schuldig bevonden
worden tot het helse vuur.

558
00:32:29,730 --> 00:32:33,090
Dan is dat in bepaalde opzichten
vergelijkbaar met moord.

559
00:32:33,090 --> 00:32:34,950
En in 1 Johannes staat:

560
00:32:34,950 --> 00:32:38,070
Ieder die zijn broeder
haat, is een moordenaar;

561
00:32:38,070 --> 00:32:42,270
en u weet dat geen moordenaar het
eeuwige leven blijvend in zich heeft.

562
00:32:42,270 --> 00:32:45,930
God kijkt dus heel sterk naar
wat er in het hart leeft.

563
00:32:45,930 --> 00:32:50,010
Iemand die zijn broeder niet haatte
en niet van plan was hem te doden,

564
00:32:50,010 --> 00:32:54,030
ook al vergiet hij zijn bloed: dat
kan niet over het hoofd worden gezien,

565
00:32:54,030 --> 00:32:56,790
maar hij is niet in
dezelfde mate schuldig.

566
00:32:56,790 --> 00:32:58,230
Er staat dus:

567
00:32:58,230 --> 00:33:00,510
Dan moet hij in die stad blijven wonen,

568
00:33:00,510 --> 00:33:03,090
totdat hij terecht zal
staan voor de gemeenschap,

569
00:33:03,090 --> 00:33:07,650
totdat de hogepriester die er
in die dagen zijn zal, sterft.

570
00:33:07,650 --> 00:33:10,350
Daarna mag hij die de
doodslag begaan heeft,

571
00:33:10,350 --> 00:33:14,550
terugkeren en weer naar zijn
stad gaan, en naar zijn huis,

572
00:33:14,550 --> 00:33:16,890
naar de stad waaruit hij gevlucht was.

573
00:33:16,890 --> 00:33:23,490
Toen zonderden zij af: Kedes in Galilea,
in het bergland van Naftali; Sichem,

574
00:33:23,490 --> 00:33:28,170
in het bergland van Efraïm; en
Kirjath-Arba, dat is Hebron,

575
00:33:28,170 --> 00:33:30,270
in het bergland van Juda.

576
00:33:30,270 --> 00:33:33,270
Kedes ligt in Galilea, in het noorden.

577
00:33:33,270 --> 00:33:37,470
Sichem ligt in het middengedeelte,
in het gebied van Efraïm.

578
00:33:37,470 --> 00:33:41,010
Dan ligt in het zuiden
Hebron, in het land van Juda.

579
00:33:41,010 --> 00:33:44,670
En aan de overzijde van de
Jordaan, ten oosten van Jericho,

580
00:33:44,670 --> 00:33:50,310
bestemden zij tot vrijsteden : Bezer,
in de woestijn, op de hoogvlakte,

581
00:33:50,310 --> 00:33:57,210
van de stam Ruben; Ramoth in Gilead,
van de stam Gad; en Golan in Basan,

582
00:33:57,210 --> 00:33:59,190
van de stam Manasse.

583
00:33:59,190 --> 00:34:03,150
Dit zijn de steden die aangewezen
zijn voor al de Israëlieten en voor de

584
00:34:03,150 --> 00:34:05,370
vreemdeling die te
midden van hen verblijft,

585
00:34:05,370 --> 00:34:10,410
zodat iedereen die zonder opzet iemand om
het leven brengt, daarheen kan vluchten,

586
00:34:10,410 --> 00:34:13,590
zodat hij niet door de hand van
de bloedwreker hoeft te sterven,

587
00:34:13,590 --> 00:34:16,050
totdat hij voor de gemeenschap
terecht gestaan heeft.

588
00:34:16,050 --> 00:34:20,310
Hij zou dus een eerlijk proces
krijgen, en als hij onschuldig was,

589
00:34:20,310 --> 00:34:25,170
bleef hij daar tot de dood van de
hogepriester of tot zijn eigen dood.

590
00:34:25,170 --> 00:34:28,710
Maar als de hogepriester
toevallig eerder stierf dan hij,

591
00:34:28,710 --> 00:34:33,210
mocht hij vrij vertrekken en zou
hem geen kwaad worden aangedaan.

592
00:34:33,210 --> 00:34:37,530
Nu hebben we in dit volgende hoofdstuk
een lijst van de steden van de Levieten,

593
00:34:37,530 --> 00:34:39,330
en dat waren er heel wat.

594
00:34:39,330 --> 00:34:41,370
Het is net als met sommige van die andere

595
00:34:41,370 --> 00:34:44,010
hoofdstukken die we
vluchtig hebben doorgenomen

596
00:34:44,010 --> 00:34:47,310
of waarvan we de bijzonderheden
zelfs hebben overgeslagen,

597
00:34:47,310 --> 00:34:50,250
omdat er alleen maar een
opsomming van steden staat.

598
00:34:50,250 --> 00:34:53,430
Het is dus niet zo dat het ons
veel oplevert als we alleen maar

599
00:34:53,430 --> 00:34:54,870
de lijst lezen.

600
00:34:54,870 --> 00:34:56,250
Er staat wel:

601
00:34:56,250 --> 00:35:00,810
Toen kwamen de familiehoofden van de
Levieten bij Eleazar, de priester,

602
00:35:00,810 --> 00:35:05,310
bij Jozua, de zoon van Nun, en bij de
familiehoofden van de stammen van de

603
00:35:05,310 --> 00:35:10,770
Israëlieten, en zij spraken tot
hen in Silo, in het land Kanaän:

604
00:35:10,770 --> 00:35:15,810
De HEERE heeft door de dienst van Mozes
geboden ons steden te geven om in te wonen

605
00:35:15,810 --> 00:35:18,390
en hun weidegronden voor ons vee.

606
00:35:18,390 --> 00:35:23,370
Daarom gaven de Israëlieten van hun
erfelijk bezit, op bevel van de HEERE,

607
00:35:23,370 --> 00:35:26,250
deze steden met hun
weidegronden aan de Levieten.

608
00:35:26,250 --> 00:35:29,790
Toen kwam het lot uit op de
geslachten van de Kahathieten.

609
00:35:29,790 --> 00:35:34,110
Voor de nakomelingen van Aäron,
de priester, uit de Levieten,

610
00:35:34,110 --> 00:35:36,630
waren er door het lot van de stam Juda,

611
00:35:36,630 --> 00:35:41,310
van de stam Simeon en van de
stam Benjamin dertien steden.

612
00:35:41,310 --> 00:35:46,170
Je herinnert je dat de Levieten in drie
geslachten waren verdeeld, omdat Levi,

613
00:35:46,170 --> 00:35:48,810
de man zelf, drie zonen had.

614
00:35:48,810 --> 00:35:53,790
Kehath was er daar één van, en zo hebben
we de Kehathieten die van hem afstammen.

615
00:35:53,790 --> 00:35:57,510
Dan was er Merari, en
de laatste was Gerson.

616
00:35:57,510 --> 00:36:02,130
Zo hebben we dus de Kehathieten,
de Merarieten en de Gersonieten.

617
00:36:02,130 --> 00:36:06,870
Het zijn allemaal verschillende takken van
de Levitische familie, van de Levieten.

618
00:36:06,870 --> 00:36:07,890
Er staat:

619
00:36:07,890 --> 00:36:10,830
Het lot viel op de families
van de Kehathieten en de

620
00:36:10,830 --> 00:36:14,790
nakomelingen van de priester
Aäron, die bij de Levieten hoorden,

621
00:36:14,790 --> 00:36:18,990
kregen door loting dertien steden
uit het gebied van de stam Juda,

622
00:36:18,990 --> 00:36:22,110
de stam Simeon en de stam Benjamin.

623
00:36:22,110 --> 00:36:27,090
Dat wil zeggen, deze steden lagen binnen
het stamgebied van andere stammen.

624
00:36:27,090 --> 00:36:30,450
De steden werden aan de Levieten
gegeven, maar niet helemaal,

625
00:36:30,450 --> 00:36:34,530
want er woonden ook anderen bij hen
in de steden die geen Levieten waren.

626
00:36:34,530 --> 00:36:38,070
Maar er was ook een strook grond
buiten de muren van deze steden

627
00:36:38,070 --> 00:36:41,730
die tot de gemeenschappelijke gronden
van de steden behoorde en die ook naar

628
00:36:41,730 --> 00:36:43,170
de Levieten ging.

629
00:36:43,170 --> 00:36:47,070
Dus het vee dat ze hadden en alle
bezittingen die ze moesten opslaan,

630
00:36:47,070 --> 00:36:49,470
konden ze buiten de stadsmuren houden.

631
00:36:49,470 --> 00:36:51,930
Ze hoefden die niet mee
naar binnen te nemen.

632
00:36:51,930 --> 00:36:53,070
Er staat:

633
00:36:53,070 --> 00:36:57,510
Aan de overgebleven nakomelingen van
Kahath vielen door het lot tien steden toe

634
00:36:57,510 --> 00:37:03,450
van de geslachten van de stam Efraïm, van
de stam Dan en van de halve stam Manasse.

635
00:37:03,450 --> 00:37:04,230
Vers 6:

636
00:37:04,230 --> 00:37:07,290
Aan de nakomelingen van
Gerson vielen door het lot

637
00:37:07,290 --> 00:37:12,810
dertien steden toe van de geslachten
van de stam Issaschar, van de stam Aser,

638
00:37:12,810 --> 00:37:18,690
van de stam Naftali en van de
halve stam Manasse, in Basan.

639
00:37:18,690 --> 00:37:22,050
Aan de nakomelingen van
Merari, naar hun geslachten,

640
00:37:22,050 --> 00:37:24,990
vielen twaalf steden
toe van de stam Ruben,

641
00:37:24,990 --> 00:37:28,830
van de stam Gad en van de stam Zebulon.

642
00:37:28,830 --> 00:37:31,410
Zo gaven de Israëlieten door het lot deze

643
00:37:31,410 --> 00:37:33,690
steden met hun weidegronden
aan de Levieten,

644
00:37:33,690 --> 00:37:37,350
zoals de HEERE door de
dienst van Mozes geboden had.

645
00:37:37,350 --> 00:37:40,470
Verder gaven zij van de stam
van de nakomelingen van Juda

646
00:37:40,470 --> 00:37:43,890
en van de stam van de nakomelingen
van Simeon deze steden,

647
00:37:43,890 --> 00:37:45,690
die men bij name noemde.

648
00:37:45,690 --> 00:37:48,090
maar we zullen die niet per se voorlezen.

649
00:37:48,090 --> 00:37:52,650
Ze worden hier inderdaad bij naam genoemd,
maar we gaan hun namen niet voorlezen.

650
00:37:52,650 --> 00:37:57,150
We gaan dit eigenlijk overslaan
zonder er veel commentaar op te geven.

651
00:37:57,150 --> 00:38:00,870
Terwijl ik de tekst verder doorloop,
zie ik tot aan het einde niets in het

652
00:38:00,870 --> 00:38:03,330
bijzonder waar commentaar op nodig is.

653
00:38:03,330 --> 00:38:06,750
Dus zodra je weet welke
al die Levietensteden zijn

654
00:38:06,750 --> 00:38:11,370
en je de vrijsteden hebt, is dat
eigenlijk alles. We zijn klaar.

655
00:38:11,370 --> 00:38:17,250
Aan het einde van hoofdstuk 21,
vers 43 tot en met 45, staat:

656
00:38:17,250 --> 00:38:23,970
Zo gaf de HEERE aan Israël heel het land
dat Hij gezworen had hun vaderen te geven.

657
00:38:23,970 --> 00:38:26,970
Zij namen het in bezit en woonden erin.

658
00:38:26,970 --> 00:38:29,610
En de HEERE gaf hun rondom rust,

659
00:38:29,610 --> 00:38:33,450
overeenkomstig alles wat Hij
hun vaderen gezworen had.

660
00:38:33,450 --> 00:38:37,230
Niemand van al hun vijanden
kon tegenover hen standhouden.

661
00:38:37,230 --> 00:38:40,110
Al hun vijanden gaf de HEERE in hun hand.

662
00:38:40,110 --> 00:38:45,090
Van al de goede woorden die de HEERE
tot het huis van Israël gesproken had,

663
00:38:45,090 --> 00:38:50,610
is er niet één woord onvervuld
gebleven: alles is uitgekomen.

664
00:38:50,610 --> 00:38:55,230
Ze namen dus het land in bezit, maar
zoals we weten verdreven ze niet alle

665
00:38:55,230 --> 00:38:58,530
vijanden uit elke plaats, uit elke stad.

666
00:38:58,530 --> 00:39:02,790
Er staat dus dat hun vijanden
niet tegen hen standhielden.

667
00:39:02,790 --> 00:39:06,330
Als dat betekent dat ze hun
geen weerstand konden bieden,

668
00:39:06,330 --> 00:39:09,030
dan is dat natuurlijk
niet helemaal het geval.

669
00:39:09,030 --> 00:39:10,890
Er is ons al verteld dat sommige

670
00:39:10,890 --> 00:39:14,670
Kanaänieten hun konden beletten
hun gebieden in te nemen.

671
00:39:14,670 --> 00:39:18,090
Maar ze konden hun niet beletten
het land als geheel in te nemen,

672
00:39:18,090 --> 00:39:21,390
met inbegrip van het
gebied rondom hun steden.

673
00:39:21,390 --> 00:39:25,590
Ze konden het land niet verdedigen
tegen de inval van de Israëlieten,

674
00:39:25,590 --> 00:39:30,150
hoewel ze in sommige gevallen een
klein stukje, een ommuurde stad,

675
00:39:30,150 --> 00:39:33,510
konden behouden als een plaats
die nog niet gevallen was.

676
00:39:33,510 --> 00:39:38,070
Je herinnert je dat de afspraak was dat de
stammen die land aan de andere kant van de

677
00:39:38,070 --> 00:39:42,510
Jordaan in bezit namen, de legers
van Israël zouden aanvoeren.

678
00:39:42,510 --> 00:39:46,230
Ze moesten zich samen met hun broeders
aan gevaar blootstellen terwijl ze de

679
00:39:46,230 --> 00:39:48,210
westelijke gebieden veroverden.

680
00:39:48,210 --> 00:39:51,930
Daarna zouden ze terugkeren naar hun
gezinnen die ze hadden achtergelaten

681
00:39:51,930 --> 00:39:55,830
en hun vee dat ze aan de oostkant
van de Jordaan hadden achtergelaten.

682
00:39:55,830 --> 00:39:58,410
Dus nu lezen we over hun terugkeer.

683
00:39:58,410 --> 00:40:02,070
Die zal de aanleiding vormen voor
een verhaal in dit volgende hoofdstuk

684
00:40:02,070 --> 00:40:06,030
dat tot wat onenigheid leidt,
eigenlijk tot een kleine crisis.

685
00:40:06,030 --> 00:40:08,430
Maar gelukkig wordt die
zonder strijd opgelost.

686
00:40:08,430 --> 00:40:09,390
Er staat:

687
00:40:09,390 --> 00:40:14,971
Toen riep Jozua de Rubenieten, de
Gadieten en de halve stam Manasse bijeen ,

688
00:40:14,971 --> 00:40:20,010
en hij zei tegen hen: Wat u betreft, u
hebt alles in acht genomen wat Mozes,

689
00:40:20,010 --> 00:40:24,870
de dienaar van de HEERE, u geboden heeft,
en u hebt in alles wat ik u geboden heb

690
00:40:24,870 --> 00:40:26,610
naar mijn stem geluisterd.

691
00:40:26,610 --> 00:40:30,810
U hebt deze lange tijd uw broeders
niet verlaten, tot op deze dag,

692
00:40:30,810 --> 00:40:35,370
en u hebt de voorschriften met betrekking
tot het gebod van de HEERE, uw God,

693
00:40:35,370 --> 00:40:36,810
in acht genomen.

694
00:40:36,810 --> 00:40:41,070
Nu heeft de HEERE, uw God, uw
broeders echter rust gegeven,

695
00:40:41,070 --> 00:40:43,110
zoals Hij hun toegezegd had.

696
00:40:43,110 --> 00:40:48,031
Keer daarom nu terug, en ga naar uw
tenten, naar het land dat uw bezit is ,

697
00:40:48,031 --> 00:40:52,350
dat Mozes, de dienaar van de HEERE,
u gegeven heeft aan de overzijde

698
00:40:52,350 --> 00:40:53,730
van de Jordaan.

699
00:40:53,730 --> 00:40:58,890
Alleen, neem zeer nauwlettend de
geboden en de wet in acht die Mozes,

700
00:40:58,890 --> 00:41:04,290
de dienaar van de HEERE, u geboden heeft,
namelijk dat u de HEERE, uw God, liefhebt,

701
00:41:04,290 --> 00:41:09,570
in al Zijn wegen gaat, Zijn geboden
in acht neemt, zich aan Hem vasthoudt,

702
00:41:09,570 --> 00:41:13,890
en dat u Hem dient met heel
uw hart en met heel uw ziel.

703
00:41:13,890 --> 00:41:18,630
Zo zegende Jozua hen en liet hen
gaan, en zij gingen naar hun tenten.

704
00:41:18,630 --> 00:41:24,090
Want aan de helft van de stam Manasse had
Mozes erfelijk bezit gegeven in Basan.

705
00:41:24,090 --> 00:41:28,410
Maar aan de andere helft ervan gaf
Jozua erfelijk bezit bij hun broeders,

706
00:41:28,410 --> 00:41:32,010
aan deze zijde van de
Jordaan, aan de west zijde .

707
00:41:32,010 --> 00:41:36,810
En bovendien, toen Jozua hen naar hun
tenten liet trekken, en hen zegende,

708
00:41:36,810 --> 00:41:41,790
zei hij tegen hen: Keer terug naar uw
tenten met veel rijkdom en met zeer veel

709
00:41:41,790 --> 00:41:47,910
vee, met zilver, met goud, met koper,
met ijzer en met zeer veel kleren.

710
00:41:47,910 --> 00:41:50,910
Deel de buit van uw
vijanden met uw broeders.

711
00:41:50,910 --> 00:41:54,930
Zo keerden de nakomelingen van
Ruben, de nakomelingen van Gad

712
00:41:54,930 --> 00:42:00,270
en de halve stam Manasse terug, en gingen
bij de Israëlieten vandaan, van Silo,

713
00:42:00,270 --> 00:42:04,410
dat in het land Kanaän ligt, om
naar het land Gilead te gaan,

714
00:42:04,410 --> 00:42:08,010
naar het land dat hun bezit
was , dat zij als bezit

715
00:42:08,010 --> 00:42:12,210
verworven hadden op het bevel van
de HEERE door de dienst van Mozes.

716
00:42:12,210 --> 00:42:16,170
Ze zijn teruggegaan naar hun gezinnen,
maar nu richten ze een altaar op dat

717
00:42:16,170 --> 00:42:20,010
problemen veroorzaakt, wrijving. Er staat:

718
00:42:20,010 --> 00:42:25,110
Toen zij in het gebied van de Jordaan
kwamen dat nog in het land Kanaän ligt,

719
00:42:25,110 --> 00:42:30,030
bouwden de nakomelingen van Ruben, de
nakomelingen van Gad en de halve stam

720
00:42:30,030 --> 00:42:34,830
Manasse daar een altaar aan de
Jordaan, een altaar groot om te zien.

721
00:42:34,830 --> 00:42:39,690
Het is onduidelijk. Je zou denken
dat ze dit altaar in hun eigen gebied

722
00:42:39,690 --> 00:42:42,270
ten oosten van de Jordaan
zouden hebben gebouwd.

723
00:42:42,270 --> 00:42:47,310
Maar er staat dat ze het blijkbaar
bouwden voordat ze de Jordaan overstaken,

724
00:42:47,310 --> 00:42:52,230
voordat ze vertrokken, ten westen
van de Jordaan in het land Kanaän.

725
00:42:52,230 --> 00:42:56,670
Ze bouwden een altaar en dat
veroorzaakte enige onenigheid.

726
00:42:56,670 --> 00:43:01,470
Waarom ze het daar bouwden in plaats
van aan de andere kant, waar ze woonden,

727
00:43:01,470 --> 00:43:02,550
weten we niet.

728
00:43:02,550 --> 00:43:07,350
En de Israëlieten wisten niet eens
waarom ze überhaupt een altaar bouwden.

729
00:43:07,350 --> 00:43:11,850
Ze horen immers hun offers te komen
brengen in Silo, bij de tabernakel,

730
00:43:11,850 --> 00:43:15,990
en niet op geïmproviseerde
altaren op een zelfgekozen plek.

731
00:43:15,990 --> 00:43:17,850
Dat veroorzaakte het probleem.

732
00:43:17,850 --> 00:43:22,530
Daarna hoorden de Israëlieten zeggen:
Zie, de nakomelingen van Ruben,

733
00:43:22,530 --> 00:43:27,630
de nakomelingen van Gad en de halve
stam Manasse hebben een altaar gebouwd,

734
00:43:27,630 --> 00:43:30,690
tegenover het land Kanaän,
in het gebied van de Jordaan,

735
00:43:30,690 --> 00:43:32,670
aan de zijde van de Israëlieten.

736
00:43:32,670 --> 00:43:37,410
Toen de Israëlieten dit hoorden, kwam heel
de gemeenschap van de Israëlieten in Silo

737
00:43:37,410 --> 00:43:41,010
bijeen om met een leger tegen
hen ten strijde te trekken.

738
00:43:41,010 --> 00:43:45,810
Toen stuurden de Israëlieten Pinehas,
de zoon van Eleazar, de priester,

739
00:43:45,810 --> 00:43:50,730
naar de nakomelingen van Ruben, de
nakomelingen van Gad en naar de halve stam

740
00:43:50,730 --> 00:43:54,450
Manasse, in het land Gilead,
en tien leiders met hem,

741
00:43:54,450 --> 00:43:58,890
van elke familie één leider,
uit al de stammen van Israël.

742
00:43:58,890 --> 00:44:03,150
Ieder van hen was hoofd van hun
familie van de duizenden van Israël.

743
00:44:03,150 --> 00:44:07,710
Toen zij bij de nakomelingen van Ruben,
bij de nakomelingen van Gad en bij de

744
00:44:07,710 --> 00:44:12,390
halve stam Manasse kwamen, in het
land Gilead, spraken zij met hen:

745
00:44:12,390 --> 00:44:15,330
Zo spreekt heel de
gemeenschap van de HEERE:

746
00:44:15,330 --> 00:44:19,530
Wat is dat voor trouwbreuk die u
gepleegd hebt tegen de God van Israël,

747
00:44:19,530 --> 00:44:22,410
door u heden van achter
de HEERE af te keren,

748
00:44:22,410 --> 00:44:25,350
omdat u een altaar voor
uzelf gebouwd hebt om

749
00:44:25,350 --> 00:44:28,410
heden tegen de HEERE in opstand te komen?

750
00:44:28,410 --> 00:44:32,970
Was de ongerechtigheid van Peor,
waarvan wij ons tot op deze dag niet

751
00:44:32,970 --> 00:44:35,610
gereinigd hebben, voor
ons nog niet genoeg,

752
00:44:35,610 --> 00:44:39,270
hoewel daardoor de plaag in de
gemeenschap van de HEERE kwam?

753
00:44:39,270 --> 00:44:44,070
Dat was Baäl-Peor, waar het
voorval met Bileam plaatsvond.

754
00:44:44,070 --> 00:44:46,590
Ú keert zich heden van achter de HEERE af.

755
00:44:46,590 --> 00:44:49,590
Als ú heden in opstand
komt tegen de HEERE,

756
00:44:49,590 --> 00:44:52,710
zal het gebeuren dat Hij
morgen zeer toornig zal zijn

757
00:44:52,710 --> 00:44:55,170
op heel de gemeenschap van Israël.

758
00:44:55,170 --> 00:45:00,810
Zoals ze merkten toen alleen Achan al
zondigde: de hele gemeente leed eronder.

759
00:45:00,810 --> 00:45:05,430
Als tweeënhalve stam in opstand komt,
hoeveel te meer zal dat Gods toorn dan

760
00:45:05,430 --> 00:45:07,350
opwekken tegen het hele volk?

761
00:45:07,350 --> 00:45:10,710
Maar als het land dat u
in bezit hebt, onrein is,

762
00:45:10,710 --> 00:45:13,951
steek dan over naar het land
dat het bezit van de HEERE is ,

763
00:45:13,951 --> 00:45:18,690
waar de tabernakel van de HEERE
staat, en verwerf bezit in ons midden.

764
00:45:18,690 --> 00:45:23,490
Kom echter niet in opstand tegen de HEERE,
en kom ook niet in opstand tegen ons

765
00:45:23,490 --> 00:45:27,030
door een altaar voor uzelf te
bouwen, anders dan het altaar van de

766
00:45:27,030 --> 00:45:28,770
HEERE, onze God.

767
00:45:28,770 --> 00:45:32,490
Waar het hier om gaat, is dat ze
allemaal naar de tabernakel horen te gaan

768
00:45:32,490 --> 00:45:33,870
voor de aanbidding.

769
00:45:33,870 --> 00:45:37,350
Waarom bouwen jullie een
ander heiligdom, een altaar?

770
00:45:37,350 --> 00:45:42,150
Hij zei: als jullie willen, kunnen
jullie je bedenken en hierheen komen om

771
00:45:42,150 --> 00:45:46,290
samen met ons een erfdeel te krijgen
aan de westkant van de Jordaan,

772
00:45:46,290 --> 00:45:50,250
als het vanaf waar jullie wonen te
ver is om naar de tabernakel te gaan.

773
00:45:50,250 --> 00:45:52,710
In plaats van een andere
godsdienst te beginnen,

774
00:45:52,710 --> 00:45:55,710
kunnen jullie hierheen
komen en bij ons wonen,

775
00:45:55,710 --> 00:45:58,530
zoals jullie vanaf het
begin al hadden kunnen doen.

776
00:45:58,530 --> 00:46:00,270
Dat is wat ze zeggen.

777
00:46:00,270 --> 00:46:05,070
Heeft Achan, de zoon van Zerah, geen
trouwbreuk gepleegd met wat door de ban

778
00:46:05,070 --> 00:46:10,350
gewijd was, en kwam er niet een grote
toorn over heel de gemeenschap van Israël?

779
00:46:10,350 --> 00:46:13,710
En die man stierf in zijn
ongerechtigheid niet alleen!

780
00:46:13,710 --> 00:46:16,530
Dat wil zeggen: niet alleen zijn gezin,

781
00:46:16,530 --> 00:46:20,010
maar ook zesendertig
Israëlieten kwamen daardoor om.

782
00:46:20,010 --> 00:46:24,690
Toen antwoordden de nakomelingen
van Ruben, de nakomelingen van Gad

783
00:46:24,690 --> 00:46:29,490
en de halve stam Manasse, en zij spraken
tot de hoofden van de duizenden van

784
00:46:29,490 --> 00:46:37,650
Israël: De God der goden, de HEERE, de
God der goden, de HEERE, Hij weet het;

785
00:46:37,650 --> 00:46:40,410
Israël zelf zal het ook weten!

786
00:46:40,410 --> 00:46:44,610
Als het door opstandigheid of
door trouwbreuk tegen de HEERE is,

787
00:46:44,610 --> 00:46:46,470
behoud ons heden dan niet.

788
00:46:46,470 --> 00:46:50,670
Als wij voor onszelf een altaar gebouwd
hebben om ons van achter de HEERE af te

789
00:46:50,670 --> 00:46:54,630
keren, of om brandoffer en
graanoffer daarop te brengen,

790
00:46:54,630 --> 00:47:00,210
of om daarop dankoffers te brengen,
dan mag de HEERE Zelf rekenschap eisen!

791
00:47:00,210 --> 00:47:04,950
Wat ze zeggen is: ‘We waren helemaal
niet van plan dit altaar te gebruiken.

792
00:47:04,950 --> 00:47:07,470
Dit was alleen een gedenkteken.

793
00:47:07,470 --> 00:47:10,290
We weten dat we er geen
offers op mogen brengen,

794
00:47:10,290 --> 00:47:12,870
en dat zijn we ook nooit van plan geweest.

795
00:47:12,870 --> 00:47:17,550
We hebben dit om een andere reden
gebouwd dan jullie denken.’ Er staat:

796
00:47:17,550 --> 00:47:23,130
Wij zweren dat wij dit uit bezorgdheid
gedaan hebben, namelijk vanwege deze zaak:

797
00:47:23,130 --> 00:47:26,490
Morgen zouden uw kinderen tegen
onze kinderen kunnen zeggen:

798
00:47:26,490 --> 00:47:30,571
Wat hebt u met de HEERE, de
God van Israël, te maken ?

799
00:47:30,571 --> 00:47:35,010
De HEERE heeft immers de Jordaan
als grens gesteld tussen ons en u,

800
00:47:35,010 --> 00:47:38,550
nakomelingen van Ruben
en nakomelingen van Gad.

801
00:47:38,550 --> 00:47:41,010
U hebt geen deel aan de HEERE.

802
00:47:41,010 --> 00:47:45,390
Zo zouden uw kinderen onze kinderen
doen ophouden de HEERE te vrezen.

803
00:47:45,390 --> 00:47:50,790
Toen zeiden wij: Laten wij toch het
volgende voor ons doen: een altaar bouwen,

804
00:47:50,790 --> 00:47:53,910
niet voor brandoffer, en
niet voor slachtoffer,

805
00:47:53,910 --> 00:47:59,790
maar laat het een getuige zijn tussen
ons en u, en tussen de generaties na ons,

806
00:47:59,790 --> 00:48:01,830
opdat wij de dienst van de HEERE

807
00:48:01,830 --> 00:48:05,370
voor Zijn aangezicht zouden
verrichten met onze brandoffers,

808
00:48:05,370 --> 00:48:08,610
met onze slachtoffers
en met onze dankoffers,

809
00:48:08,610 --> 00:48:12,690
en uw kinderen morgen niet tegen
onze kinderen zouden zeggen:

810
00:48:12,690 --> 00:48:15,270
U hebt geen deel aan de HEERE.

811
00:48:15,270 --> 00:48:20,850
Daarop zeiden wij: Als het gebeurt dat zij
morgen zo tegen ons en tegen de generaties

812
00:48:20,850 --> 00:48:25,410
na ons spreken, dan zullen wij zeggen:
Kijk naar het evenbeeld van het

813
00:48:25,410 --> 00:48:30,150
altaar van de HEERE dat onze vaderen
gemaakt hebben, niet voor brandoffer,

814
00:48:30,150 --> 00:48:34,710
ook niet voor slachtoffer, maar
het is een getuige tussen ons en u.

815
00:48:34,710 --> 00:48:38,970
Er is bij ons geen sprake van dat
wij in opstand komen tegen de HEERE,

816
00:48:38,970 --> 00:48:43,890
of dat wij ons heden van achter de HEERE
afkeren door een altaar voor brandoffer,

817
00:48:43,890 --> 00:48:49,290
graanoffer of slachtoffer te bouwen,
naast het altaar van de HEERE, onze God,

818
00:48:49,290 --> 00:48:51,450
dat voor Zijn tabernakel staat.

819
00:48:51,450 --> 00:48:55,350
Het is maar goed dat ze eerst een
afvaardiging stuurden om navraag te doen,

820
00:48:55,350 --> 00:48:57,930
in plaats van oorlog
tegen die lui te voeren.

821
00:48:57,930 --> 00:48:59,610
Het was een misverstand.

822
00:48:59,610 --> 00:49:01,950
Het was waarschijnlijk
onverstandig van die lui

823
00:49:01,950 --> 00:49:05,610
om een altaar te bouwen zonder
hun bedoelingen uit te leggen.

824
00:49:05,610 --> 00:49:07,770
Als je in die tijd een altaar bouwde,

825
00:49:07,770 --> 00:49:11,010
was dat natuurlijk meestal bedoeld
om er offers op te brengen.

826
00:49:11,010 --> 00:49:15,690
Het was heel redelijk dat de stammen in
het westen aannamen dat dit bedoeld was

827
00:49:15,690 --> 00:49:18,810
als een alternatief
altaar voor dat in Silo.

828
00:49:18,810 --> 00:49:21,090
Maar dat bleek niet zo te zijn.

829
00:49:21,090 --> 00:49:24,330
Het is in zekere zin een nogal dom idee.

830
00:49:24,330 --> 00:49:28,170
De tweeënhalve stam die dit
deed, dacht niet erg goed na of

831
00:49:28,170 --> 00:49:30,030
communiceerde niet erg goed.

832
00:49:30,030 --> 00:49:32,850
Hoe dan ook, er had een
oorlog kunnen uitbreken,

833
00:49:32,850 --> 00:49:36,510
maar die werd afgewend doordat ze
tenminste met elkaar communiceerden

834
00:49:36,510 --> 00:49:38,250
en duidelijk kregen hoe het zat.

835
00:49:38,250 --> 00:49:41,250
Toen de priester Pinehas en
de leiders van de gemeenschap

836
00:49:41,250 --> 00:49:44,730
en de hoofden van de duizenden
van Israël die bij hem waren,

837
00:49:44,730 --> 00:49:48,270
de woorden gehoord hadden die
de nakomelingen van Ruben,

838
00:49:48,270 --> 00:49:52,530
de nakomelingen van Gad en de
nakomelingen van Manasse gesproken hadden,

839
00:49:52,530 --> 00:49:54,450
was het goed in hun ogen.

840
00:49:54,450 --> 00:49:57,930
En Pinehas, de zoon van
de priester Eleazar,

841
00:49:57,930 --> 00:50:02,130
zei tegen de nakomelingen van
Ruben, tegen de nakomelingen van Gad

842
00:50:02,130 --> 00:50:07,170
en tegen de nakomelingen van Manasse:
Vandaag weten wij dat de HEERE in ons

843
00:50:07,170 --> 00:50:11,850
midden is, omdat u deze trouwbreuk
tegen de HEERE niet hebt gepleegd.

844
00:50:11,850 --> 00:50:15,330
Zo hebt u de Israëlieten gered
uit de hand van de HEERE.

845
00:50:15,330 --> 00:50:19,350
Dat wil zeggen, ze zullen niet door
God geoordeeld hoeven te worden.

846
00:50:19,350 --> 00:50:23,370
Daarop keerde Pinehas, de
zoon van de priester Eleazar,

847
00:50:23,370 --> 00:50:28,170
terug met de leiders van de nakomelingen
van Ruben en de nakomelingen van Gad,

848
00:50:28,170 --> 00:50:32,850
uit het land Gilead naar het
land Kanaän, naar de Israëlieten;

849
00:50:32,850 --> 00:50:35,790
en zij brachten verslag aan hen uit.

850
00:50:35,790 --> 00:50:38,790
Dat verslag was goed in de
ogen van de Israëlieten,

851
00:50:38,790 --> 00:50:42,930
en de Israëlieten loofden God en
zeiden dat zij niet meer met een

852
00:50:42,930 --> 00:50:47,370
leger tegen hen ten strijde zouden trekken
om het land waarin de nakomelingen van

853
00:50:47,370 --> 00:50:51,750
Ruben en de nakomelingen van Gad
woonden, te gronde te richten.

854
00:50:51,750 --> 00:50:57,270
En de nakomelingen van Ruben en de
nakomelingen van Gad noemden dat altaar:

855
00:50:57,270 --> 00:51:01,770
Laat het een getuige zijn
tussen ons dat de HEERE God is.

856
00:51:01,770 --> 00:51:05,550
Blijkbaar redeneerden deze mensen
dat de rivier de Jordaan een

857
00:51:05,550 --> 00:51:07,110
natuurlijke grens vormde.

858
00:51:07,110 --> 00:51:12,330
Daardoor zouden latere generaties degenen
in het oosten en degenen in het westen

859
00:51:12,330 --> 00:51:15,510
gemakkelijk als twee verschillende
volken gaan beschouwen.

860
00:51:15,510 --> 00:51:19,770
Omdat degenen in het westen beslist
de meerderheid van Israël vormden

861
00:51:19,770 --> 00:51:24,930
en de tabernakel daar hadden, zouden ze
aannemen dat de westelijke stammen degenen

862
00:51:24,930 --> 00:51:27,510
waren die werkelijk Jahweh aanbaden.

863
00:51:27,510 --> 00:51:30,690
En degenen die door de rivier
van hen gescheiden waren,

864
00:51:30,690 --> 00:51:33,510
moesten dan wel een soort heidenen zijn.

865
00:51:33,510 --> 00:51:38,310
Dus bouwden ze daar aan de oever dit
altaar om ervan te getuigen dat ze nog

866
00:51:38,310 --> 00:51:40,950
steeds voet aan de grond
hadden in dat gebied.

867
00:51:40,950 --> 00:51:45,510
Ze bouwden het in Kanaän voordat ze
naar huis gingen, naar de overkant,

868
00:51:45,510 --> 00:51:47,250
maar het was hun altaar.

869
00:51:47,250 --> 00:51:48,870
Het was hun project.

870
00:51:48,870 --> 00:51:53,250
Ze bouwden het als een getuigenis
dat ze dezelfde godsdienst aanhingen

871
00:51:53,250 --> 00:51:57,150
en dezelfde God aanbaden als
de stammen aan de westkant.

872
00:51:57,150 --> 00:52:00,450
Dat was blijkbaar wat ze met
dat altaar wilden overbrengen,

873
00:52:00,450 --> 00:52:04,170
al zou het dat zonder uitleg
natuurlijk niet overbrengen.

874
00:52:04,170 --> 00:52:06,930
Gelukkig kregen ze de
kans om uitleg te geven

875
00:52:06,930 --> 00:52:09,750
voordat ze weer een oorlog
aan hun hoofd hadden.

876
00:52:09,750 --> 00:52:14,910
De laatste twee hoofdstukken van Jozua
zijn de afscheidstoespraken van Jozua.

877
00:52:14,910 --> 00:52:19,890
De Pentateuch eindigt met Mozes die
enkele laatste toespraken houdt.

878
00:52:19,890 --> 00:52:24,090
Daarin herinnert hij hen aan hun
geschiedenis en spoort hij hen aan

879
00:52:24,090 --> 00:52:27,390
om in de toekomst trouw
te zijn aan de Heere.

880
00:52:27,390 --> 00:52:32,070
Zo eindigt Jozua op dezelfde manier,
waarbij hij soortgelijke toespraken houdt.
