1
00:00:02,010 --> 00:00:04,590
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,590 --> 00:00:11,070
Deze keer behandelen we Leviticus
hoofdstuk 1 tot en met 7, deel 2.

3
00:00:11,070 --> 00:00:14,550
Laten we nog eens naar die vijf
offers kijken, niet afzonderlijk,

4
00:00:14,550 --> 00:00:16,350
maar meer als groep.

5
00:00:16,350 --> 00:00:19,770
In onze vorige bijeenkomst hebben
we de bijzonderheden van die

6
00:00:19,770 --> 00:00:21,450
vijf offers besproken.

7
00:00:21,450 --> 00:00:25,350
Toen we de tabernakel behandelden,
hebben we een bijeenkomst besteed aan de

8
00:00:25,350 --> 00:00:29,310
bijzonderheden van de tabernakel,
zonder daar een geestelijke toepassing

9
00:00:29,310 --> 00:00:30,510
aan te geven.

10
00:00:30,510 --> 00:00:35,250
Daarna hebben we een afzonderlijke lezing
gewijd aan de geestelijke toepassing.

11
00:00:35,250 --> 00:00:37,770
Dat zou ik nu ook met
deze offers willen doen.

12
00:00:37,770 --> 00:00:42,090
We zullen op dit moment niet per se de
gedeelten in Leviticus opnieuw lezen,

13
00:00:42,090 --> 00:00:45,390
maar terugkijken naar enkele
dingen die daarin stonden.

14
00:00:45,390 --> 00:00:48,390
De veronderstelling dat er
een geestelijke toepassing is,

15
00:00:48,390 --> 00:00:52,530
wordt in elk geval gerechtvaardigd
door het feit dat het Nieuwe Testament

16
00:00:52,530 --> 00:00:54,210
hier commentaar op geeft.

17
00:00:54,210 --> 00:00:58,290
Het Nieuwe Testament geeft veel
commentaar op het offerstelsel.

18
00:00:58,290 --> 00:01:01,950
Het Oude Testament geeft er
trouwens ook commentaar op.

19
00:01:01,950 --> 00:01:06,210
Misschien moeten we daarmee beginnen, want
toen de wetten over de offers eenmaal in

20
00:01:06,210 --> 00:01:09,990
Leviticus waren gegeven, vormden
die de achtergrond van alle

21
00:01:09,990 --> 00:01:14,610
latere openbaring in het Oude Testament
en ook in het Nieuwe Testament.

22
00:01:14,610 --> 00:01:20,090
De hele rest van het Oude Testament —
de Psalmen, de Spreuken, de Profeten —

23
00:01:20,090 --> 00:01:25,050
ging ervan uit dat dit offerstelsel
centraal stond in de aanbidding van God

24
00:01:25,050 --> 00:01:27,030
in het leven van Israël.

25
00:01:27,030 --> 00:01:32,010
En toen Jezus kwam, kwam Hij bij de Joden
in een tijd waarin dat nog steeds zo was.

26
00:01:32,010 --> 00:01:36,750
Veel van wat Jezus te zeggen had, heeft
ook betrekking op het offerstelsel.

27
00:01:36,750 --> 00:01:38,850
Laten we daar eens wat over praten.

28
00:01:38,850 --> 00:01:40,530
Laten we Spreuken opslaan.

29
00:01:40,530 --> 00:01:43,410
Ik zal je heel wat
gedeelten laten opzoeken,

30
00:01:43,410 --> 00:01:47,550
maar kijk eens naar Spreuken
hoofdstuk 15, vers 8.

31
00:01:47,550 --> 00:01:51,990
Salomo is de man die de tempel
bouwde, en hij schreef Spreuken.

32
00:01:51,990 --> 00:01:57,270
De tempel werd gebouwd als een blijvender
bouwwerk ter vervanging van de tabernakel.

33
00:01:57,270 --> 00:02:01,350
Daarom was de tempel de plaats
waar de offers werden gebracht.

34
00:02:01,350 --> 00:02:05,070
Toch begreep Salomo, die de
tempel had gebouwd en gevestigd,

35
00:02:05,070 --> 00:02:09,270
dat offers hun plaats hebben, maar
misschien niet zo'n grote plaats als

36
00:02:09,270 --> 00:02:11,490
sommige mensen zouden aannemen.

37
00:02:11,490 --> 00:02:15,270
Veel mensen namen aan dat ze
gewoon konden gaan zondigen,

38
00:02:15,270 --> 00:02:19,110
een zondig leven konden leiden,
en dan een offer aan God

39
00:02:19,110 --> 00:02:21,870
konden komen brengen om dat goed te maken.

40
00:02:21,870 --> 00:02:24,570
Daar zijn die offers toch voor, nietwaar?

41
00:02:24,570 --> 00:02:27,510
Een zondoffer, een schuldoffer.

42
00:02:27,510 --> 00:02:31,650
Velen namen aan, net zoals
mensen dat tegenwoordig aannemen,

43
00:02:31,650 --> 00:02:35,550
dat ze zoveel konden zondigen
als ze maar wilden en dan

44
00:02:35,550 --> 00:02:39,690
op zondag naar het kerkgebouw
konden gaan en hun tienden geven

45
00:02:39,690 --> 00:02:42,510
of hun godsdienstige plichten vervullen.

46
00:02:42,510 --> 00:02:46,770
Dat maakt dan alle zonden goed
die ze opzettelijk hebben begaan.

47
00:02:46,770 --> 00:02:51,210
Maar bedenk dat de offers werden
gebracht voor onopzettelijke zonden,

48
00:02:51,210 --> 00:02:55,710
niet voor moedwillige zonden of
zonden van opstand tegen God.

49
00:02:55,710 --> 00:03:00,270
De offers waren niet bestemd voor
mensen die een goddeloos leven leidden.

50
00:03:00,270 --> 00:03:03,390
Ze waren bestemd voor
mensen die God aanbaden,

51
00:03:03,390 --> 00:03:06,870
die er in het algemeen naar
streefden God te behagen,

52
00:03:06,870 --> 00:03:11,910
maar merkten dat ze in zonde vielen,
zoals zelfs goede christenen soms doen.

53
00:03:11,910 --> 00:03:15,870
Net als in het Oude Testament gaat
het God ook in het Nieuwe Testament

54
00:03:15,870 --> 00:03:18,750
om de manier waarop
mensen leven, niet alleen

55
00:03:18,750 --> 00:03:24,030
om wat ze op godsdienstig gebied doen om
hun slechte levenswandel goed te maken.

56
00:03:24,030 --> 00:03:27,810
In Spreuken hoofdstuk
15, vers 8, zei Salomo:

57
00:03:27,810 --> 00:03:31,230
Het offer van goddelozen is
voor de HEERE een gruwel,

58
00:03:31,230 --> 00:03:34,410
maar het gebed van oprechten
is Hem welgevallig.

59
00:03:34,410 --> 00:03:36,690
God beschouwt het dus als een gruwel

60
00:03:36,690 --> 00:03:40,830
wanneer deze offers worden gebracht
door iemand die goddeloos is.

61
00:03:40,830 --> 00:03:44,550
Goddeloos betekent niet alleen
maar dat iemand een zondaar is.

62
00:03:44,550 --> 00:03:46,470
Iedereen is een zondaar.

63
00:03:46,470 --> 00:03:52,050
Een goddeloos mens is iemand die
goddeloos leeft, vervreemd van God leeft,

64
00:03:52,050 --> 00:03:56,550
in opstand tegen God leeft, maar misschien
probeert zich voor alle zekerheid in te

65
00:03:56,550 --> 00:03:58,710
dekken en ervoor te zorgen dat hij niet

66
00:03:58,710 --> 00:04:01,650
sterft terwijl hij op
slechte voet staat met God.

67
00:04:01,650 --> 00:04:05,490
Hij komt en brengt een offer naar
het altaar om het te offeren,

68
00:04:05,490 --> 00:04:07,830
en toch is hij een goddeloos mens.

69
00:04:07,830 --> 00:04:09,690
Hij heeft zich niet bekeerd.

70
00:04:09,690 --> 00:04:12,270
Hij probeert niet voor God te leven.

71
00:04:12,270 --> 00:04:14,490
Zijn hart behoort de Heere niet toe.

72
00:04:14,490 --> 00:04:20,070
Hij zondigt opzettelijk, als vast patroon
in zijn leven, maar hij brengt een offer.

73
00:04:20,070 --> 00:04:21,990
Dat is een gruwel voor God.

74
00:04:21,990 --> 00:04:26,970
Het zijn het gebed en het offer van
de oprechte mens die God behagen.

75
00:04:26,970 --> 00:04:29,310
Niet die van de goddeloze mens.

76
00:04:29,310 --> 00:04:33,030
Dit plaatst het offerstelsel
in het juiste perspectief.

77
00:04:33,030 --> 00:04:37,710
Hoewel je uit Leviticus de indruk krijgt
dat offers buitengewoon belangrijk zijn,

78
00:04:37,710 --> 00:04:41,910
en ze zeker een belangrijke plaats hebben,
is er iets wat voor God belangrijker

79
00:04:41,910 --> 00:04:42,990
is dan dat.

80
00:04:42,990 --> 00:04:46,290
Dat komt in een groot deel van
het Oude Testament naar voren.

81
00:04:46,290 --> 00:04:50,670
Ook in Spreuken 21, vers 27, staat:

82
00:04:50,670 --> 00:04:55,170
Het offer van goddelozen is een gruwel,
hoeveel te meer als zij het met een

83
00:04:55,170 --> 00:04:56,970
schandelijke bedoeling brengen!

84
00:04:56,970 --> 00:05:01,950
Opnieuw zien we dat iemands karakter,
iemands hart, iemands bedoelingen,

85
00:05:01,950 --> 00:05:06,990
iemands verhouding tot God bepalen of
zijn offer aanvaardbaar is of niet.

86
00:05:06,990 --> 00:05:11,130
Er komt meer bij kijken dan
alleen het ritueel uitvoeren.

87
00:05:11,130 --> 00:05:14,910
Zo verwees David ook meer dan
eens naar de geringe plaats die

88
00:05:14,910 --> 00:05:18,270
offers innemen in Gods
rangorde van waarden.

89
00:05:18,270 --> 00:05:22,350
In Psalm 40, vers 6 tot
en met 8, zei David:

90
00:05:22,350 --> 00:05:25,830
U hebt geen vreugde gevonden
in slachtoffer en graanoffer,

91
00:05:25,830 --> 00:05:31,530
U hebt Mijn oren doorboord; brandoffer
en zondoffer hebt U niet geëist.

92
00:05:31,530 --> 00:05:36,510
Toen zei Ik: Zie, Ik kom, in de
boekrol is over Mij geschreven.

93
00:05:36,510 --> 00:05:40,590
Ik vind er vreugde in, Mijn
God, om Uw welbehagen te doen;

94
00:05:40,590 --> 00:05:43,590
Uw wet draag Ik diep in Mijn binnenste.

95
00:05:43,590 --> 00:05:48,330
We weten dat dit in Hebreeën hoofdstuk
10 wordt aangehaald alsof Jezus Degene

96
00:05:48,330 --> 00:05:49,590
is Die spreekt.

97
00:05:49,590 --> 00:05:51,870
Dat geldt voor veel van de Psalmen.

98
00:05:51,870 --> 00:05:56,310
In veel Psalmen lijkt David tot de Heere
te spreken over zijn eigen gevoelens en

99
00:05:56,310 --> 00:05:57,870
zijn eigen ervaring.

100
00:05:57,870 --> 00:06:00,690
Maar de schrijvers van het Nieuwe
Testament erkennen dat David

101
00:06:00,690 --> 00:06:02,550
een type van Christus is.

102
00:06:02,550 --> 00:06:08,310
Daarom is wat David over zichzelf zegt ook
waar voor Jezus, misschien zelfs nog meer.

103
00:06:08,310 --> 00:06:13,290
David sprak hier ongetwijfeld zowel
over zichzelf als over de Messias.

104
00:06:13,290 --> 00:06:15,690
In wezen zei hij dat God
van David niet alleen

105
00:06:15,690 --> 00:06:19,890
offers en offergaven en brandoffers
wilde, maar zijn hart wilde,

106
00:06:19,890 --> 00:06:21,750
wilde dat zijn oor geopend werd.

107
00:06:21,750 --> 00:06:25,170
Wanneer er in de Engelse vertaling
die ik hier gebruik staat:

108
00:06:25,170 --> 00:06:27,510
U hebt mijn oor geopend.

109
00:06:27,510 --> 00:06:32,490
De spreker bespreekt hier de
Engelse lezing ‘opened’ (‘geopend’).

110
00:06:32,490 --> 00:06:36,390
Het voorafgaande HSV-citaat
heeft ‘doorboord’.

111
00:06:36,390 --> 00:06:39,030
krijgen we natuurlijk de
indruk dat dit betekent:

112
00:06:39,030 --> 00:06:41,490
U hebt mij in staat gesteld om te horen,

113
00:06:41,490 --> 00:06:45,510
alsof U mijn dove oren
opent zodat ik kan horen.

114
00:06:45,510 --> 00:06:50,070
Hoewel sommigen vinden dat het woord
‘geopend’ vertaald zou moeten worden met

115
00:06:50,070 --> 00:06:53,850
‘doorboord’: ‘U hebt mijn oor doorboord.’

116
00:06:53,850 --> 00:06:57,390
Je herinnert je misschien dat een
Hebreeuwse dienaar onder de wet na zes

117
00:06:57,390 --> 00:07:00,330
jaar dienst zijn vrijheid moest krijgen.

118
00:07:00,330 --> 00:07:03,390
Maar als hij niet vrij
wilde zijn, als hij zei:

119
00:07:03,390 --> 00:07:06,810
Maar als de slaaf nadrukkelijk
zegt: Ik heb mijn meester,

120
00:07:06,810 --> 00:07:11,010
mijn vrouw en mijn kinderen lief,
ik wil niet als vrij man vertrekken,

121
00:07:11,010 --> 00:07:16,110
dan kon hij zijn oor laten doorboren en
voor het leven een lijfeigene worden.

122
00:07:16,110 --> 00:07:19,290
Zijn vrijheid zou hem nooit
meer worden aangeboden.

123
00:07:19,290 --> 00:07:21,690
Hij nam dus de beslissing dat hij zijn

124
00:07:21,690 --> 00:07:26,310
meester zijn leven lang wilde dienen en
nooit meer de gelegenheid wilde krijgen om

125
00:07:26,310 --> 00:07:27,450
vrij te zijn.

126
00:07:27,450 --> 00:07:30,870
Dat was vrijwillig, en hij
liet zijn oor doorboren als

127
00:07:30,870 --> 00:07:33,270
teken dat hij die beslissing had genomen.

128
00:07:33,270 --> 00:07:34,950
Wanneer David zegt:

129
00:07:34,950 --> 00:07:36,990
U hebt mijn oor geopend.

130
00:07:36,990 --> 00:07:39,990
is het mogelijk dat dit
moet worden opgevat als:

131
00:07:39,990 --> 00:07:42,630
‘U hebt mijn oorlel doorboord.’

132
00:07:42,630 --> 00:07:46,350
Dat wil zeggen: ‘Ik ben nu Uw lijfeigene.

133
00:07:46,350 --> 00:07:51,630
Ik ben Uw gewillige dienaar;
mijn hart is aan U overgegeven.

134
00:07:51,630 --> 00:07:55,530
Ik ben niet alleen iemand die
offers en offergaven brengt.

135
00:07:55,530 --> 00:07:59,550
Ik ben iemand die Uw wet
in mijn hart heeft, en:

136
00:07:59,550 --> 00:08:02,130
Ik doe graag wat U wilt, mijn God.

137
00:08:02,130 --> 00:08:03,450
zoals vers 8 zegt.

138
00:08:03,450 --> 00:08:08,370
Ook wat later, toen David met
Bathseba gezondigd had en Psalm

139
00:08:08,370 --> 00:08:13,290
51 schreef om tot uitdrukking te brengen
dat hij zich van die zonde bekeerde,

140
00:08:13,290 --> 00:08:17,790
zei hij in Psalm 51, vers 16 en 17:

141
00:08:17,790 --> 00:08:22,110
Want U vindt geen vreugde in
offers, anders zou ik ze brengen;

142
00:08:22,110 --> 00:08:25,230
in brandoffers schept U geen behagen.

143
00:08:25,230 --> 00:08:28,770
De offers voor God zijn
een gebroken geest;

144
00:08:28,770 --> 00:08:34,470
een verbrijzeld en verslagen hart
zult U, o God, niet verachten.

145
00:08:34,470 --> 00:08:38,610
Bedenk eens hoeveel inzicht David
moest hebben om dat te beseffen.

146
00:08:38,610 --> 00:08:43,830
Hij leefde in een tijd waarin hij en heel
Israël onder de wet van Mozes leefden,

147
00:08:43,830 --> 00:08:45,810
de wet van Leviticus.

148
00:08:45,810 --> 00:08:50,010
Daar in Jeruzalem was het
priesterschap om offers te brengen.

149
00:08:50,010 --> 00:08:54,330
En David zegt dat dit niet echt
is waar God enthousiast over is.

150
00:08:54,330 --> 00:08:57,870
God is niet zo geïnteresseerd
in offers en offergaven.

151
00:08:57,870 --> 00:09:02,790
Hij zei: ‘Als U daar echt plezier
in had, God, zou ik ze U brengen,

152
00:09:02,790 --> 00:09:06,330
maar dat zou het probleem van
mijn zondigheid niet oplossen.

153
00:09:06,330 --> 00:09:10,290
Wat U van een zondaar wilt, is
een gebroken en verbrijzeld hart,

154
00:09:10,290 --> 00:09:12,630
een hart dat zich bekeert.’

155
00:09:12,630 --> 00:09:15,630
David besefte dus dat
wanneer iemand zondigt,

156
00:09:15,630 --> 00:09:18,810
God van Zijn volk eigenlijk
niet zozeer een offer verlangt

157
00:09:18,810 --> 00:09:22,350
als wel een gebroken hart
en een geest van bekering.

158
00:09:22,350 --> 00:09:26,010
Daarom beseften sommige
geestelijke leiders in Israël die

159
00:09:26,010 --> 00:09:30,750
meer inzicht hadden en geïnspireerd
waren, zelfs in het Oude Testament,

160
00:09:30,750 --> 00:09:33,090
nog voordat Jezus kwam, dat dit

161
00:09:33,090 --> 00:09:36,390
offerstelsel eigenlijk min
of meer een ritueel was,

162
00:09:36,390 --> 00:09:38,730
eigenlijk alleen iets uiterlijks.

163
00:09:38,730 --> 00:09:43,050
En dat terwijl het zo centraal stond
in Israëls leven van aanbidding.

164
00:09:43,050 --> 00:09:47,130
God keek werkelijk naar het hart
en hechtte daar meer waarde aan.

165
00:09:47,130 --> 00:09:51,210
Dat betekent niet dat God wilde dat ze
het offerstelsel op dat moment zouden

166
00:09:51,210 --> 00:09:53,550
afschaffen. Dat wilde Hij niet.

167
00:09:53,550 --> 00:09:58,410
Maar het betekent dat zij inzagen dat
offers brengen volstrekt geen nut had

168
00:09:58,410 --> 00:10:01,590
als het niet overeenkwam
met iemands hart voor God.

169
00:10:01,590 --> 00:10:04,830
Ik zal je laten zien wat enkele
profeten hierover zeiden,

170
00:10:04,830 --> 00:10:07,230
en dan gaan we naar het Nieuwe Testament.

171
00:10:07,230 --> 00:10:11,910
In Jesaja hoofdstuk 1, vers
11 tot en met 13, zegt God:

172
00:10:11,910 --> 00:10:15,930
Waartoe dienen voor Mij uw
vele offers? zegt de HEERE.

173
00:10:15,930 --> 00:10:20,610
Ik heb genoeg van de brandoffers van
rammen en het vet van gemest vee;

174
00:10:20,610 --> 00:10:25,950
en in het bloed van jonge stieren,
lammeren of bokken vind Ik geen vreugde.

175
00:10:25,950 --> 00:10:29,251
Wanneer u komt om voor Mijn
aangezicht te verschijnen —

176
00:10:29,251 --> 00:10:33,450
wie heeft dit van u gevraagd,
dit platlopen van Mijn voorhoven?

177
00:10:33,450 --> 00:10:35,970
Breng niet langer nutteloze offers.

178
00:10:35,970 --> 00:10:39,510
Het reukwerk is Mij een gruwel.

179
00:10:39,510 --> 00:10:45,450
Nieuwemaansdag en sabbat, het bijeenroepen
van samenkomsten: Ik verdraag het niet;

180
00:10:45,450 --> 00:10:49,050
het is onrecht, zelfs de
bijzondere samenkomsten.

181
00:10:49,050 --> 00:10:51,150
De heilige bijeenkomst.

182
00:10:51,150 --> 00:10:54,990
Het klinkt alsof God zegt:
‘Geen offerstelsel meer.

183
00:10:54,990 --> 00:10:56,730
Laten we dat afschaffen.’

184
00:10:56,730 --> 00:10:58,530
Maar dat bedoelt Hij niet.

185
00:10:58,530 --> 00:11:02,790
Hij zegt dat je ongerechtigheid
bedrijft en toch met je offers naar de

186
00:11:02,790 --> 00:11:04,770
heilige bijeenkomst komt.

187
00:11:04,770 --> 00:11:08,670
De Engelse vertaling die de
spreker aanhaalt, luidt hier:

188
00:11:08,670 --> 00:11:13,590
‘Ik kan ongerechtigheid en de
heilige samenkomst niet verdragen.’

189
00:11:13,590 --> 00:11:15,870
Daarop berust zijn uitleg.

190
00:11:15,870 --> 00:11:19,410
Het offer van goddelozen is
voor de HEERE een gruwel,

191
00:11:19,410 --> 00:11:22,110
maar het gebed van oprechten
is Hem welgevallig.

192
00:11:22,110 --> 00:11:26,310
Jouw offers zijn een gruwel,
niet het hele stelsel.

193
00:11:26,310 --> 00:11:28,950
God wijst hier het offerstelsel niet af.

194
00:11:28,950 --> 00:11:33,810
Maar deze mensen en de offers die zij
brengen zijn voor God onaanvaardbaar,

195
00:11:33,810 --> 00:11:36,030
omdat zij goddeloos zijn.

196
00:11:36,030 --> 00:11:39,750
Hij gaat verder en zegt dat
hun handen vol bloed zijn

197
00:11:39,750 --> 00:11:44,310
door hun goddeloze bloedvergieten
en het onrecht dat ze hebben gedaan.

198
00:11:44,310 --> 00:11:50,910
Als je Jeremia hoofdstuk 7,
vers 22 en 23 opslaat, zegt Hij:

199
00:11:50,910 --> 00:11:56,370
want Ik heb met uw vaderen op de dag
dat Ik hen uit het land Egypte leidde,

200
00:11:56,370 --> 00:11:59,790
niet gesproken en hun
evenmin iets geboden over

201
00:11:59,790 --> 00:12:03,390
zaken die betrekking hebben op
brandoffers en slachtoffers.

202
00:12:03,390 --> 00:12:08,550
Maar deze zaak heb Ik hun
geboden: Luister naar Mijn stem.

203
00:12:08,550 --> 00:12:13,890
Dan zal Ik u tot een God zijn,
en ú zult Mij tot een volk zijn.

204
00:12:13,890 --> 00:12:18,630
Bewandel heel de weg die Ik u
gebieden zal en het zal u goed gaan.

205
00:12:18,630 --> 00:12:19,590
Hij zegt:

206
00:12:19,590 --> 00:12:22,950
Toen Ik jullie uit Egypte
naar de berg Sinaï bracht,

207
00:12:22,950 --> 00:12:26,130
gaf Ik jullie niet meteen
opdrachten over offers.

208
00:12:26,130 --> 00:12:30,570
Wat Ik meteen zei, was:
Luister naar Mijn stem.

209
00:12:30,570 --> 00:12:32,430
Leef zoals Ik het wil.

210
00:12:32,430 --> 00:12:36,930
Het eerste wat God tegen Israël
zei toen ze bij de Sinaï kwamen,

211
00:12:36,930 --> 00:12:40,710
waren de tien geboden en dat
ze Zijn verbond moesten houden

212
00:12:40,710 --> 00:12:43,470
en Zijn stem moesten gehoorzamen.

213
00:12:43,470 --> 00:12:49,170
Later, nadat de tabernakel was opgericht,
gaf Hij hun geboden over brandoffers.

214
00:12:49,170 --> 00:12:52,290
Maar Hij zegt: ‘Het belangrijkste eerst.

215
00:12:52,290 --> 00:12:56,550
Mijn eerste prioriteit was nooit dat
jullie dierenoffers zouden brengen.

216
00:12:56,550 --> 00:12:59,910
Het was altijd dat jullie
Mij gehoorzaam zouden zijn

217
00:12:59,910 --> 00:13:02,490
en je aan Mij zouden onderwerpen.’

218
00:13:02,490 --> 00:13:04,530
Kijk eens in het boek Hosea.

219
00:13:04,530 --> 00:13:06,630
Dat staat vlak na Daniël.

220
00:13:06,630 --> 00:13:10,110
Hosea hoofdstuk 6, vers 6. God zei:

221
00:13:10,110 --> 00:13:14,250
Want Ik vind vreugde in
goedertierenheid en niet in offer,

222
00:13:14,250 --> 00:13:16,770
in kennis van God meer dan in brandoffers!

223
00:13:16,770 --> 00:13:21,930
Er zijn offers en brandoffers, maar God
zegt: ‘Wat Ik vooral van jullie wil,

224
00:13:21,930 --> 00:13:26,190
is dat jullie Mij kennen en
barmhartige mensen zijn.’

225
00:13:26,190 --> 00:13:29,370
Eigenlijk is het woord dat hier
in de Engelse vertaling met

226
00:13:29,370 --> 00:13:34,170
‘barmhartigheid’ wordt weergegeven
hesed, het Hebreeuwse woord voor

227
00:13:34,170 --> 00:13:37,290
verbondstrouw en goedertierenheid.

228
00:13:37,290 --> 00:13:41,010
De HSV gebruikt hier ‘goedertierenheid’.

229
00:13:41,010 --> 00:13:44,190
Het is een rijk woord
dat veel betekenis heeft.

230
00:13:44,190 --> 00:13:49,710
Maar waar het om gaat, is dat het te maken
heeft met karakter en de relatie met God.

231
00:13:49,710 --> 00:13:54,150
En Hij hecht daar meer belang aan
dan aan hun offers en offergaven.

232
00:13:54,150 --> 00:13:57,990
Trouwens, Jezus heeft dit
vers twee keer aangehaald.

233
00:13:57,990 --> 00:14:03,930
In Mattheüs 9, vers 11 tot en met
13, lezen we, dit is Mattheüs 9:11:

234
00:14:03,930 --> 00:14:08,130
En toen de Farizeeën dat zagen,
zeiden zij tegen Zijn discipelen:

235
00:14:08,130 --> 00:14:12,030
Waarom eet uw Meester met
de tollenaars en zondaars?

236
00:14:12,030 --> 00:14:18,210
Maar Jezus, Die dat hoorde, zei tegen hen:
Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig,

237
00:14:18,210 --> 00:14:19,830
maar wie ziek zijn.

238
00:14:19,830 --> 00:14:25,710
Maar ga heen en leer wat het betekent:
Ik wil barmhartigheid en geen offer;

239
00:14:25,710 --> 00:14:30,690
want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen
tot bekering te roepen, maar zondaars.

240
00:14:30,690 --> 00:14:34,530
Hij haalt Hosea 6:6 aan. Hij zegt:

241
00:14:34,530 --> 00:14:38,850
Want Ik ben niet gekomen om rechtvaardige
mensen op te roepen hun leven te

242
00:14:38,850 --> 00:14:41,190
veranderen, maar zondaars.

243
00:14:41,190 --> 00:14:43,350
Ik weet zeker dat ze het vers kenden,

244
00:14:43,350 --> 00:14:47,310
maar ze hadden het nog nooit
toegepast zoals Jezus het toepaste.

245
00:14:47,310 --> 00:14:50,010
God vindt het belangrijker
dat mensen barmhartig zijn

246
00:14:50,010 --> 00:14:53,430
dan dat ze de rituelen van
de tabernakel in acht nemen.

247
00:14:53,430 --> 00:14:57,090
De Farizeeën hielden zich heel
nauwgezet bezig met rituelen.

248
00:14:57,090 --> 00:15:00,990
Maar ze waren er niet zo
zorgvuldig in om barmhartig te zijn

249
00:15:00,990 --> 00:15:04,890
en medelijden met mensen te
hebben, zoals Jezus dat had.

250
00:15:04,890 --> 00:15:07,470
Dat is het punt dat Hij maakt.

251
00:15:07,470 --> 00:15:12,750
Vervolgens, in hoofdstuk 12 van Mattheüs,
hadden ze kritiek op Zijn discipelen omdat

252
00:15:12,750 --> 00:15:15,150
die op de sabbat aren plukten.

253
00:15:15,150 --> 00:15:18,150
Jezus zei in Mattheüs 12:7:

254
00:15:18,150 --> 00:15:23,550
Maar als u geweten had wat het betekent:
Ik wil barmhartigheid en geen offer,

255
00:15:23,550 --> 00:15:26,850
dan zou u de onschuldigen
niet veroordeeld hebben.

256
00:15:26,850 --> 00:15:30,330
Dat wil zeggen, Hij spreekt
weer tegen de Farizeeën:

257
00:15:30,330 --> 00:15:33,930
‘Ik heb jullie gezegd dat jullie
moesten gaan leren wat dat betekent,

258
00:15:33,930 --> 00:15:35,970
en dat hebben jullie niet gedaan.

259
00:15:35,970 --> 00:15:38,550
Als jullie waren gaan
leren wat dat betekent,

260
00:15:38,550 --> 00:15:41,490
zouden jullie deze fout
niet opnieuw maken.

261
00:15:41,490 --> 00:15:45,810
Jullie bekritiseren mensen omdat ze
rituele voorschriften overtreden,

262
00:15:45,810 --> 00:15:49,410
en jullie verwaarlozen de
gewichtigste zaken van de wet.’

263
00:15:49,410 --> 00:15:53,910
Die benoemde Jezus in Mattheüs 23:23.

264
00:15:53,910 --> 00:15:57,990
In Mattheüs 23:23 zei Jezus:

265
00:15:57,990 --> 00:16:02,610
Wee u, schriftgeleerden
en Farizeeën, huichelaars,

266
00:16:02,610 --> 00:16:06,330
want u geeft tienden van de
munt, de dille en de komijn,

267
00:16:06,330 --> 00:16:09,750
en u laat het belangrijkste
van de Wet na: het recht,

268
00:16:09,750 --> 00:16:12,450
en de barmhartigheid en het geloof.

269
00:16:12,450 --> 00:16:17,070
Deze dingen zou men moeten doen
en die andere dingen niet nalaten.

270
00:16:17,070 --> 00:16:20,190
Let op, je had de rituelen moeten naleven.

271
00:16:20,190 --> 00:16:22,290
Dat was onder de wet van je vereist.

272
00:16:22,290 --> 00:16:23,970
Dat was je verplichting.

273
00:16:23,970 --> 00:16:27,030
Maar je had de belangrijke
dingen niet mogen nalaten.

274
00:16:27,030 --> 00:16:28,950
Je had beide moeten doen.

275
00:16:28,950 --> 00:16:32,550
Dus wanneer Jezus en de
profeten mensen bekritiseren,

276
00:16:32,550 --> 00:16:35,910
zeggen ze niet dat je deze
dierenoffers niet zou moeten brengen.

277
00:16:35,910 --> 00:16:39,750
Ze zeggen dat je dat moet doen en ook
de belangrijkere dingen moet doen,

278
00:16:39,750 --> 00:16:43,770
omdat God meer naar barmhartigheid
verlangt dan naar offers.

279
00:16:43,770 --> 00:16:47,730
Je hoort dus barmhartigheid,
recht en trouw te tonen.

280
00:16:47,730 --> 00:16:51,150
Het boek Amos staat niet
zo ver na het boek Hosea.

281
00:16:51,150 --> 00:16:56,370
In Amos hoofdstuk 5, vers
21 tot en met 25, zegt God:

282
00:16:56,370 --> 00:16:59,430
Ik haat, Ik versmaad uw feesten.

283
00:16:59,430 --> 00:17:03,990
Uw bijzondere samenkomsten kan Ik niet
luchten, want al brengt u Mij brandoffers,

284
00:17:03,990 --> 00:17:07,590
en uw graanoffers, Ik
schep er geen behagen in.

285
00:17:07,590 --> 00:17:11,790
En het dankoffer van uw gemest
vee: Ik wil het niet aanzien.

286
00:17:11,790 --> 00:17:14,130
Doe het lawaai van uw
liederen van Mij weg,

287
00:17:14,130 --> 00:17:17,490
en het getokkel van uw
luiten kan Ik niet aanhoren!

288
00:17:17,490 --> 00:17:19,590
Laat het recht stromen als water,

289
00:17:19,590 --> 00:17:22,830
de gerechtigheid als een
altijd stromende beek.

290
00:17:22,830 --> 00:17:26,490
Hebt u Mij slachtoffers en
graanoffers gebracht in de woestijn,

291
00:17:26,490 --> 00:17:29,370
veertig jaar lang, huis van Israël?

292
00:17:29,370 --> 00:17:33,810
Ze brachten offers, maar Hij zegt: ‘Was
het werkelijk voor Mij dat jullie dat

293
00:17:33,810 --> 00:17:36,510
deden, of dachten jullie aan jezelf?’

294
00:17:36,510 --> 00:17:39,810
Hij zegt: ‘Ik verlang ernaar
dat jullie recht doen.

295
00:17:39,810 --> 00:17:42,450
Ik heb liever barmhartigheid dan offers.

296
00:17:42,450 --> 00:17:46,830
Ik verlang ernaar dat het recht
voortstroomt als een machtige stroom,

297
00:17:46,830 --> 00:17:49,170
naar jullie offers verlang Ik niet.’

298
00:17:49,170 --> 00:17:52,890
Bedenk dat Jezus zei dat recht
en barmhartigheid en trouw

299
00:17:52,890 --> 00:17:56,670
de dingen zijn die God als de
gewichtigste zaken beschouwt.

300
00:17:56,670 --> 00:18:00,990
Nog één andere passage uit het
Oude Testament, in het boek Micha.

301
00:18:00,990 --> 00:18:04,770
We bladeren nog een paar bladzijden verder
door het Oude Testament naar het boek

302
00:18:04,770 --> 00:18:06,810
Micha, hoofdstuk 6.

303
00:18:06,810 --> 00:18:10,530
Daar hebben we een dialoog tussen
het opstandige volk en God Zelf.

304
00:18:10,530 --> 00:18:15,450
Het opstandige volk vraagt in vers 6
tot en met 7 wat God van hen verlangt,

305
00:18:15,450 --> 00:18:17,850
en Hij antwoordt hun in vers 8.

306
00:18:17,850 --> 00:18:20,550
Terwijl ze dat vragen,
zijn ze sarcastisch.

307
00:18:20,550 --> 00:18:24,210
In feite geven ze aan dat
God onredelijke eisen stelt.

308
00:18:24,210 --> 00:18:26,310
Hij verwacht zo veel van ons.

309
00:18:26,310 --> 00:18:28,230
Ze vragen in vers 6:

310
00:18:28,230 --> 00:18:32,730
Waarmee zal ik de HEERE tegemoet
gaan en mij buigen voor de hoge God?

311
00:18:32,730 --> 00:18:37,350
Zal ik Hem tegemoet gaan met
brandoffers, met eenjarige kalveren?

312
00:18:37,350 --> 00:18:42,630
Zou de HEERE behagen scheppen in duizenden
rammen, in tienduizenden oliebeken?

313
00:18:42,630 --> 00:18:45,870
Zal ik mijn eerstgeborene
geven voor mijn overtreding,

314
00:18:45,870 --> 00:18:49,290
de vrucht van mijn moederschoot
voor de zonde van mijn ziel?

315
00:18:49,290 --> 00:18:51,150
Dit wordt wel een beetje te gek.

316
00:18:51,150 --> 00:18:53,250
En het antwoord wordt gegeven:

317
00:18:53,250 --> 00:18:56,310
Hij heeft u, mens,
bekendgemaakt wat goed is.

318
00:18:56,310 --> 00:18:59,610
En wat vraagt de HEERE van
u anders dan recht te doen,

319
00:18:59,610 --> 00:19:03,870
goedertierenheid lief te hebben en
ootmoedig te wandelen met uw God.

320
00:19:03,870 --> 00:19:07,650
Opnieuw de gewichtigere zaken
van de wet die Jezus noemde.

321
00:19:07,650 --> 00:19:11,310
Kijk, toen Jezus over de
gewichtigere zaken van de wet sprak,

322
00:19:11,310 --> 00:19:13,470
verwees Hij gewoon naar Hosea.

323
00:19:13,470 --> 00:19:15,150
Hij verwees naar Amos.

324
00:19:15,150 --> 00:19:16,950
Hij verwees naar Micha.

325
00:19:16,950 --> 00:19:20,070
In die passages die over
het offerstelsel spreken,

326
00:19:20,070 --> 00:19:24,630
had God al voordat Jezus kwam door
de profeten gezegd dat er dingen zijn

327
00:19:24,630 --> 00:19:27,690
die belangrijker zijn
dan het offerstelsel.

328
00:19:27,690 --> 00:19:31,650
Toch gaf Jezus niet aan dat er
iets mis was met het offerstelsel.

329
00:19:31,650 --> 00:19:36,450
Toen Jezus op aarde was, leefden Zijn
discipelen nog onder het Joodse stelsel en

330
00:19:36,450 --> 00:19:38,070
brachten ze nog offers.

331
00:19:38,070 --> 00:19:40,770
Hij had het nieuwe verbond
nog niet ingesteld,

332
00:19:40,770 --> 00:19:43,110
en dus stonden ze nog onder de wet.

333
00:19:43,110 --> 00:19:49,830
In Mattheüs 5, vers 23 en 24, geeft
Jezus deze instructies. Hij zegt:

334
00:19:49,830 --> 00:19:54,450
Als u dan uw gave op het altaar offert en
u zich daar herinnert dat uw broeder iets

335
00:19:54,450 --> 00:19:58,890
tegen u heeft, laat uw gave daar
bij het altaar achter en ga heen,

336
00:19:58,890 --> 00:20:03,270
verzoen u eerst met uw broeder en
kom dan terug en offer uw gave.

337
00:20:03,270 --> 00:20:04,950
Let erop dat Hij zei:

338
00:20:04,950 --> 00:20:07,530
Als je een dier naar de tempel
brengt om het te offeren,

339
00:20:07,530 --> 00:20:11,010
maar je herinnert je dat er iets
speelt tussen jou en je broer,

340
00:20:11,010 --> 00:20:14,550
ga dat dan eerst oplossen en
kom daarna je offer brengen.

341
00:20:14,550 --> 00:20:17,070
Hij was niet tegen het brengen van offers.

342
00:20:17,070 --> 00:20:20,670
Maar als je je offer brengt terwijl
je de gewichtigere zaken van de wet

343
00:20:20,670 --> 00:20:23,910
verwaarloost, dan kun je het
net zo goed niet brengen.

344
00:20:23,910 --> 00:20:26,190
Dit is dus het onderwijs over offers,

345
00:20:26,190 --> 00:20:29,010
waarin ze in het juiste
perspectief worden geplaatst,

346
00:20:29,010 --> 00:20:31,950
zowel in het Oude als
in het Nieuwe Testament.

347
00:20:31,950 --> 00:20:37,050
De profeten, de Psalmen en Jezus hadden
allemaal deze kijk op het onderwerp.

348
00:20:37,050 --> 00:20:41,430
Ik wil het hebben over allerlei lessen
die in het offerstelsel worden onderwezen,

349
00:20:41,430 --> 00:20:45,570
zoals we dat zagen in hoofdstuk
1 tot en met 7 van Leviticus.

350
00:20:45,570 --> 00:20:49,170
We vinden in het boek Hebreeën een
commentaar op het boek Leviticus

351
00:20:49,170 --> 00:20:50,730
en het offerstelsel.

352
00:20:50,730 --> 00:20:55,170
Ook elders in het Nieuwe Testament
vinden we andere verwijzingen ernaar.

353
00:20:55,170 --> 00:20:59,490
Het eerste wat we in Leviticus zien,
is de noodzaak van een priester.

354
00:20:59,490 --> 00:21:02,430
De mensen kwamen niet
zelf dierenoffers brengen.

355
00:21:02,430 --> 00:21:07,290
Ze kwamen en boden offers aan de
priester aan, en de priester bracht ze.

356
00:21:07,290 --> 00:21:11,490
Dat was omdat de priester iemand
was die voor God was afgezonderd,

357
00:21:11,490 --> 00:21:14,130
iemand die heilig was voor de HEERE.

358
00:21:14,130 --> 00:21:17,490
Alleen iemand die heilig
is, kan het altaar aanraken.

359
00:21:17,490 --> 00:21:22,290
Alleen iemand die heilig is, kon
werkelijk de aanbidding van God verzorgen.

360
00:21:22,290 --> 00:21:26,970
Dit idee dat er een tussenpersoon
nodig is, een priester, een heilige,

361
00:21:26,970 --> 00:21:31,770
die tussen een heilige God en zondaars
staat om hun aanbidding aan te bieden

362
00:21:31,770 --> 00:21:36,570
en die voor God aanvaardbaar te maken,
zie je in het hele stelsel terug.

363
00:21:36,570 --> 00:21:41,070
De priester heeft altijd een
leidende rol bij al deze offers.

364
00:21:41,070 --> 00:21:45,630
Vóór die tijd kon Abram een offer
brengen, kon Abel een offer brengen,

365
00:21:45,630 --> 00:21:47,670
kon iedereen een offer brengen.

366
00:21:47,670 --> 00:21:50,970
Maar nu maakte dit stelsel het
noodzakelijk om een priester

367
00:21:50,970 --> 00:21:52,410
in te schakelen.

368
00:21:52,410 --> 00:21:57,510
De invoering van een priester is dus
de invoering van het begrip middelaar,

369
00:21:57,510 --> 00:22:00,750
iemand die tussen de zondaar en God staat.

370
00:22:00,750 --> 00:22:05,310
Deze priester is natuurlijk in sommige
opzichten een beeld van Christus.

371
00:22:05,310 --> 00:22:10,050
Ik zeg ‘in sommige opzichten’, omdat
hij in sommige opzichten een beeld van

372
00:22:10,050 --> 00:22:11,910
ons allemaal is.

373
00:22:11,910 --> 00:22:15,930
Want in het Nieuwe Testament zijn
wij een koninkrijk van priesters,

374
00:22:15,930 --> 00:22:18,870
waarbij Jezus de Hogepriester is.

375
00:22:18,870 --> 00:22:23,370
Maar toch, het idee dat er iemand
moet zijn die aanvaardbaar is,

376
00:22:23,370 --> 00:22:28,410
iemand die heilig is, iemand die
rein is, die de offers aanbiedt,

377
00:22:28,410 --> 00:22:33,090
is iets wat we zien in dit hele
uitvoerige ritueel van het offerstelsel.

378
00:22:33,090 --> 00:22:36,030
Het wijst dus op de
noodzaak van een priester.

379
00:22:36,030 --> 00:22:40,890
Het priesterschap van Jezus wordt
vrij uitvoerig besproken in Hebreeën,

380
00:22:40,890 --> 00:22:43,230
hoofdstuk 7 tot en met 10.

381
00:22:43,230 --> 00:22:47,130
We gaan daar nu niet naar kijken, omdat
er te veel andere dingen zijn om naar te

382
00:22:47,130 --> 00:22:50,430
kijken, en dat is heel
veel stof om te bekijken.

383
00:22:50,430 --> 00:22:55,770
Maar de schrijver van Hebreeën brengt
naar voren dat Jezus een Hogepriester is

384
00:22:55,770 --> 00:23:00,510
naar de ordening van Melchizedek,
een andere priesterlijke ordening.

385
00:23:00,510 --> 00:23:03,210
Maar Hij heeft daadwerkelijk
een hoger priesterschap

386
00:23:03,210 --> 00:23:07,110
en brengt hogere offers
in een hogere tabernakel.

387
00:23:07,110 --> 00:23:13,710
Niettemin beelden de priesters van het
Oude Testament in zekere zin Jezus uit.

388
00:23:13,710 --> 00:23:17,970
In een andere zin beelden ze,
zoals ik zei, ons allemaal uit,

389
00:23:17,970 --> 00:23:21,750
omdat wij heilig moeten
zijn. Wij zijn heilig.

390
00:23:21,750 --> 00:23:24,570
Ook wij zijn voor God afgezonderd.

391
00:23:24,570 --> 00:23:27,270
En wij moeten als middelaar optreden.

392
00:23:27,270 --> 00:23:31,470
Wij moeten in zekere zin
geestelijke offers aan God brengen,

393
00:23:31,470 --> 00:23:32,850
zeggen de Schriften.

394
00:23:32,850 --> 00:23:36,210
We weten dat die offers ook
ons eigen lichaam omvatten,

395
00:23:36,210 --> 00:23:39,270
zoals er in Romeinen 12:1 staat:

396
00:23:39,270 --> 00:23:43,410
Ik roep u er dan toe op, broeders,
door de ontfermingen van God,

397
00:23:43,410 --> 00:23:47,490
om uw lichamen aan God te
wijden als een levend offer,

398
00:23:47,490 --> 00:23:52,770
heilig en voor God welbehaaglijk:
dat is uw redelijke godsdienst.

399
00:23:52,770 --> 00:23:55,470
Wij zijn priesters die een offer brengen.

400
00:23:55,470 --> 00:24:00,030
Wij zijn ook het offer, net zoals
Christus Zelf de Hogepriester is Die

401
00:24:00,030 --> 00:24:01,350
het offer brengt.

402
00:24:01,350 --> 00:24:03,570
Hij is ook het offer dat Hij brengt.

403
00:24:03,570 --> 00:24:08,670
Het offer en de priester vertegenwoordigen
allebei op hun eigen manier Christus,

404
00:24:08,670 --> 00:24:12,690
en vertegenwoordigen ook ons
en onze dienst in de wereld.

405
00:24:12,690 --> 00:24:17,130
Onze rol in de wereld is om
onszelf aan God aan te bieden,

406
00:24:17,130 --> 00:24:21,270
en onze offers aan God te brengen
ten behoeve van de wereld.

407
00:24:21,270 --> 00:24:24,510
Wij bieden onszelf aan
als een levend offer.

408
00:24:24,510 --> 00:24:27,870
We brengen ook andere
soorten geestelijke offers.

409
00:24:27,870 --> 00:24:32,970
In 1 Petrus 2:5 worden opnieuw de
verschillende beeldspraken door elkaar

410
00:24:32,970 --> 00:24:34,590
gebruikt. Daar staat:

411
00:24:34,590 --> 00:24:40,230
dan wordt u ook zelf, als levende
stenen, gebouwd tot een geestelijk huis,

412
00:24:40,230 --> 00:24:44,490
tot een heilig priesterschap, om
geestelijke offers te brengen,

413
00:24:44,490 --> 00:24:48,090
die God welgevallig zijn
door Jezus Christus.

414
00:24:48,090 --> 00:24:50,730
Om geestelijke offers te brengen.

415
00:24:50,730 --> 00:24:53,370
Wij zijn een heilig priesterschap.

416
00:24:53,370 --> 00:24:57,930
Het priesterschap in het Oude
Testament is dus een beeld van Christus

417
00:24:57,930 --> 00:25:00,150
en een beeld van ons.

418
00:25:00,150 --> 00:25:05,790
Vooral van Christus als Hogepriester
en van ons als de andere priesters.

419
00:25:05,790 --> 00:25:10,530
Maar iedere priester is bij het brengen
van offers in zekere zin ook een

420
00:25:10,530 --> 00:25:12,270
beeld van Christus.

421
00:25:12,270 --> 00:25:15,330
Het laat zien dat er
een priester nodig is.

422
00:25:15,330 --> 00:25:19,230
Het laat zien dat een gewoon
mens, die een zondaar is,

423
00:25:19,230 --> 00:25:25,050
niet zomaar tot God kan komen en iets
kan offeren dat voor Hem aanvaardbaar is.

424
00:25:25,050 --> 00:25:26,790
Hij moet rein zijn.

425
00:25:26,790 --> 00:25:29,790
Wij worden gereinigd
door het bloed van Jezus,

426
00:25:29,790 --> 00:25:33,450
en vervolgens worden wij
tot priesters gemaakt.

427
00:25:33,450 --> 00:25:36,930
Zo werden ook Aäron en
zijn zonen gereinigd

428
00:25:36,930 --> 00:25:42,690
door bepaalde offers in hoofdstuk 8
tot en met 10, vooral hoofdstuk 8 en 9,

429
00:25:42,690 --> 00:25:44,670
waar we later naar zullen kijken.

430
00:25:44,670 --> 00:25:49,770
Het priesterschap en de betekenis ervan
staan dus centraal in dit hele gedeelte

431
00:25:49,770 --> 00:25:51,630
over de dierenoffers.

432
00:25:51,630 --> 00:25:56,550
Een van de voornaamste dieren die als
offer werden gebracht, was het offerlam.

433
00:25:56,550 --> 00:25:59,430
Christus wordt, zoals we weten, genoemd:

434
00:25:59,430 --> 00:26:04,230
De volgende dag zag Johannes Jezus
naar zich toe komen en hij zei:

435
00:26:04,230 --> 00:26:08,550
Zie het Lam van God, Dat de
zonde van de wereld wegneemt!

436
00:26:08,550 --> 00:26:11,310
Johannes 1:29.

437
00:26:11,310 --> 00:26:15,510
Het dier dat wordt geofferd, is
dus ook een beeld van Christus.

438
00:26:15,510 --> 00:26:20,730
De priester lijkt op Christus als
Middelaar, en het dier dat wordt geofferd,

439
00:26:20,730 --> 00:26:22,110
lijkt op Christus.

440
00:26:22,110 --> 00:26:24,510
Het dier moest zonder gebrek zijn.

441
00:26:24,510 --> 00:26:28,170
Het moest, met andere woorden,
een volmaakt dier zijn.

442
00:26:28,170 --> 00:26:33,450
Van Jezus wordt uitdrukkelijk gezegd
dat Hij een lam zonder gebrek en zonder

443
00:26:33,450 --> 00:26:38,010
smet is, in 1 Petrus 1, vers 18 en 19.

444
00:26:38,010 --> 00:26:41,790
In 1 Petrus 1, vers 18 en 19 staat:

445
00:26:41,790 --> 00:26:46,350
in de wetenschap dat u niet met
vergankelijke dingen, zilver of goud,

446
00:26:46,350 --> 00:26:49,170
vrijgekocht bent van uw
zinloze levenswandel,

447
00:26:49,170 --> 00:26:54,090
die u door de vaderen overgeleverd is,
maar met het kostbaar bloed van Christus,

448
00:26:54,090 --> 00:26:57,510
als van een smetteloos en onbevlekt Lam.

449
00:26:57,510 --> 00:27:02,550
Het bloed van Jezus werd geofferd zoals
het bloed van een lam op het altaar.

450
00:27:02,550 --> 00:27:05,910
Er stond dat Hij zonder
gebrek en zonder smet was.

451
00:27:05,910 --> 00:27:08,910
Een smet is een aangeboren afwijking.

452
00:27:08,910 --> 00:27:12,630
Een gebrek is een afwijking
die je later oploopt.

453
00:27:12,630 --> 00:27:18,090
De spreker maakt hier onderscheid tussen
de Engelse woorden ‘spot’ (‘smet’ of

454
00:27:18,090 --> 00:27:21,750
‘vlek’) en ‘blemish’ (‘gebrek’).

455
00:27:21,750 --> 00:27:26,790
Hij verbindt die respectievelijk met
aangeboren en later opgelopen afwijkingen.

456
00:27:26,790 --> 00:27:32,010
Ook zijn latere toepassing op Christus
en de gemeente volgt dit onderscheid.

457
00:27:32,010 --> 00:27:38,130
De HSV gebruikt andere woordparen,
waaronder ‘smetteloos en onbevlekt’.

458
00:27:38,130 --> 00:27:39,870
Iedereen weet wat gebreken zijn,

459
00:27:39,870 --> 00:27:42,870
want iedereen heeft zijn
tienerjaren doorgemaakt.

460
00:27:42,870 --> 00:27:46,290
Iedereen heeft puistjes
gehad. Dat is een gebrek.

461
00:27:46,290 --> 00:27:48,390
Een moedervlek is iets anders.

462
00:27:48,390 --> 00:27:51,870
Een vlek op een dier is iets
waarmee het geboren wordt,

463
00:27:51,870 --> 00:27:53,850
tenzij het een dalmatiër is.

464
00:27:53,850 --> 00:27:56,250
Dan verschijnen de vlekken wat later.

465
00:27:56,250 --> 00:27:59,970
Maar gevlekte dieren worden
gewoonlijk met vlekken geboren.

466
00:27:59,970 --> 00:28:02,610
Een gevlekt lam wordt
geboren met een vlek,

467
00:28:02,610 --> 00:28:05,130
en daarom zou dat een afwijking zijn.

468
00:28:05,130 --> 00:28:08,310
Een gebrek zou een of
andere onvolkomenheid zijn

469
00:28:08,310 --> 00:28:10,770
die het tijdens zijn
leven heeft opgelopen.

470
00:28:10,770 --> 00:28:14,970
Gebreken en smetten staan dus
eigenlijk voor de twee soorten zonde.

471
00:28:14,970 --> 00:28:18,630
De ene is de zonde in de
natuur die ons aangeboren is.

472
00:28:18,630 --> 00:28:21,090
De andere zijn de zonden die we begaan,

473
00:28:21,090 --> 00:28:25,470
de gebreken die we door ons
eigen slechte gedrag oplopen.

474
00:28:25,470 --> 00:28:27,450
Christus had geen van beide.

475
00:28:27,450 --> 00:28:29,970
Hij had kennelijk geen
zonde in Zijn natuur,

476
00:28:29,970 --> 00:28:32,370
en Hij heeft ook nooit zonde begaan.

477
00:28:32,370 --> 00:28:35,490
Daarom was Hij als een lam zonder gebrek.

478
00:28:35,490 --> 00:28:37,470
Zo stelt de Bijbel het voor.

479
00:28:37,470 --> 00:28:39,690
Ook wij moeten zo gezien worden.

480
00:28:39,690 --> 00:28:44,550
God wil dat wij zonder gebrek zijn,
omdat wij onszelf als een levend offer

481
00:28:44,550 --> 00:28:46,050
aan God aanbieden.

482
00:28:46,050 --> 00:28:52,350
In Efeze hoofdstuk 5 staat in vers 27
dat Christus Zichzelf heeft gegeven:

483
00:28:52,350 --> 00:28:55,530
opdat Hij haar in heerlijkheid
voor Zich zou plaatsen,

484
00:28:55,530 --> 00:28:59,310
een gemeente zonder smet of
rimpel of iets dergelijks,

485
00:28:59,310 --> 00:29:02,250
maar dat zij heilig en
smetteloos zou zijn.

486
00:29:02,250 --> 00:29:05,550
Dat is Efeze 5:27.

487
00:29:05,550 --> 00:29:08,250
Door de reiniging van
Christus kan de gemeente

488
00:29:08,250 --> 00:29:11,070
zonder gebrek en zonder smet zijn.

489
00:29:11,070 --> 00:29:15,450
Ook kan zij heilig zijn als een
offer aan God, en als een bruid.

490
00:29:15,450 --> 00:29:19,830
Jakobus zei in Jakobus
hoofdstuk 1 en vers 27:

491
00:29:19,830 --> 00:29:24,930
De zuivere en onbevlekte godsdienst
voor God en de Vader is dit:

492
00:29:24,930 --> 00:29:28,830
wezen en weduwen bezoeken in
hun verdrukking en zichzelf

493
00:29:28,830 --> 00:29:31,230
onbesmet bewaren van de wereld.

494
00:29:31,230 --> 00:29:35,910
Onbesmet blijven, zonder gebrek
blijven, dat is dus onze plicht.

495
00:29:35,910 --> 00:29:39,330
Want we zijn niet alleen priesters,
maar we zijn ook iets wat aan

496
00:29:39,330 --> 00:29:40,890
God wordt geofferd.

497
00:29:40,890 --> 00:29:45,930
Zowel Jezus als wij zijn priesters,
en zowel Jezus als wij zijn

498
00:29:45,930 --> 00:29:48,090
offers die aan God worden gebracht.

499
00:29:48,090 --> 00:29:51,390
Jezus was onbesmet en zonder gebrek.

500
00:29:51,390 --> 00:29:53,370
Wij horen dat ook te zijn.

501
00:29:53,370 --> 00:29:55,710
Jezus heeft ons onbesmet gemaakt.

502
00:29:55,710 --> 00:29:58,710
Hij heeft Zichzelf voor
Zijn bruid gegeven:

503
00:29:58,710 --> 00:30:01,350
Zodat ze geen vlekje of gebrek zou hebben.

504
00:30:01,350 --> 00:30:04,650
Dat wil zeggen: Hij heeft
onze zonden weggewassen,

505
00:30:04,650 --> 00:30:09,930
de zonden van onze natuur en de zonden
van ons verleden, en onze gebreken.

506
00:30:09,930 --> 00:30:14,250
Daaruit volgt uiteraard dat we
ons onbesmet, of zonder gebrek,

507
00:30:14,250 --> 00:30:17,730
moeten bewaren van de wereld. Dat is:

508
00:30:17,730 --> 00:30:21,810
Zuiver en oprecht je geloof
beleven voor God, de Vader.

509
00:30:21,810 --> 00:30:25,290
Wat betreft de manier waarop
de offers de zonde wegnamen,

510
00:30:25,290 --> 00:30:28,290
daar hoorde een heel
symbolisch ritueel bij.

511
00:30:28,290 --> 00:30:31,650
Dat was ongetwijfeld bedoeld
als een leermiddel voor Israël,

512
00:30:31,650 --> 00:30:34,770
omdat God wist dat Jezus zou komen.

513
00:30:34,770 --> 00:30:37,590
Natuurlijk nam het bloed van
de dieren die werden geofferd

514
00:30:37,590 --> 00:30:39,690
de zonden niet werkelijk weg.

515
00:30:39,690 --> 00:30:44,310
De schrijver van Hebreeën vertelt ons dat
ze alleen vooruitwezen naar het offer dat

516
00:30:44,310 --> 00:30:47,190
dit wel zou doen. God wist het.

517
00:30:47,190 --> 00:30:50,130
In Openbaring wordt Jezus aangeduid als:

518
00:30:50,130 --> 00:30:53,310
En allen die op de aarde
wonen, zullen het aanbidden,

519
00:30:53,310 --> 00:30:57,090
althans van wie de namen niet zijn
geschreven in het boek des levens van het

520
00:30:57,090 --> 00:31:00,810
Lam Dat geslacht is, van de
grondlegging van de wereld af.

521
00:31:00,810 --> 00:31:05,130
Nog voordat God de wereld schiep,
wist Hij dat Hij Christus zou zenden

522
00:31:05,130 --> 00:31:07,770
als het Lam dat voor
ons geslacht zou worden.

523
00:31:07,770 --> 00:31:13,350
Omdat Hij wist dat Christus dat zou doen,
kon God mensen dus bij voorbaat vergeven.

524
00:31:13,350 --> 00:31:16,590
En Hij kon hen zelfs zonder
dierenoffers vergeven,

525
00:31:16,590 --> 00:31:21,750
want het bloed van Jezus bedekte in feite
de zonden uit het verleden en het heden.

526
00:31:21,750 --> 00:31:26,310
Toen Hij stierf, rechtvaardigde dat Gods
vergeving aan mensen die hadden gezondigd

527
00:31:26,310 --> 00:31:27,630
voordat Jezus kwam.

528
00:31:27,630 --> 00:31:31,650
We weten dat God David zijn zonde
met Bathseba heeft vergeven.

529
00:31:31,650 --> 00:31:35,070
We weten dat Abraham door
geloof gerechtvaardigd werd.

530
00:31:35,070 --> 00:31:40,350
En Hebreeën hoofdstuk 11 vertelt ons dat
al die heiligen in het Oude Testament

531
00:31:40,350 --> 00:31:42,750
door geloof gerechtvaardigd werden.

532
00:31:42,750 --> 00:31:45,510
Maar hoe kon dat voordat Jezus kwam?

533
00:31:45,510 --> 00:31:50,490
Sommigen van hen, zoals David, brachten
niet eens een offer voor hun zonden.

534
00:31:50,490 --> 00:31:51,570
Hij zei:

535
00:31:51,570 --> 00:31:55,770
Want U vindt geen vreugde in
offers, anders zou ik ze brengen;

536
00:31:55,770 --> 00:31:58,830
in brandoffers schept U geen behagen.

537
00:31:58,830 --> 00:32:02,070
De offers voor God zijn
een gebroken geest;

538
00:32:02,070 --> 00:32:07,410
een verbrijzeld en verslagen hart
zult U, o God, niet verachten.

539
00:32:07,410 --> 00:32:12,030
En dus waren de dierenoffers niet eens
noodzakelijk voor het bedekken van zonde.

540
00:32:12,030 --> 00:32:16,590
Ze waren noodzakelijk als een middel
dat God had ingesteld om Christus

541
00:32:16,590 --> 00:32:20,850
vooraf uit te beelden, maar
ze namen zelf geen zonden weg.

542
00:32:20,850 --> 00:32:22,890
Alleen Christus doet dat.

543
00:32:22,890 --> 00:32:26,490
In Romeinen hoofdstuk 3 lijkt
Paulus te zeggen dat God

544
00:32:26,490 --> 00:32:31,950
mensen in het Oude Testament kon vergeven
omdat Hij wist dat Jezus zou komen

545
00:32:31,950 --> 00:32:35,310
en op een later tijdstip
de prijs zou betalen.

546
00:32:35,310 --> 00:32:41,130
In Romeinen 3, vers 24 en
25, staat over Christus dat:

547
00:32:41,130 --> 00:32:44,790
en worden om niet
gerechtvaardigd door Zijn genade,

548
00:32:44,790 --> 00:32:48,030
door de verlossing in Christus Jezus.

549
00:32:48,030 --> 00:32:52,170
Hem heeft God openlijk aangewezen
als middel tot verzoening,

550
00:32:52,170 --> 00:32:53,910
door het geloof in Zijn bloed.

551
00:32:53,910 --> 00:32:57,090
Dit was om Zijn
rechtvaardigheid te bewijzen

552
00:32:57,090 --> 00:33:01,830
vanwege het voorbijgaan aan de zonden
die eertijds hadden plaatsgevonden

553
00:33:01,830 --> 00:33:04,290
onder de verdraagzaamheid van God.

554
00:33:04,290 --> 00:33:07,230
Romeinen 4:25:

555
00:33:07,230 --> 00:33:12,690
Die om onze overtredingen is overgeleverd,
en opgewekt om onze rechtvaardiging.

556
00:33:12,690 --> 00:33:16,590
Dat wil zeggen, voordat Jezus werd
voorgesteld als verzoening door

557
00:33:16,590 --> 00:33:20,550
voldoening, was God voorbijgegaan
aan de zonden van mensen als

558
00:33:20,550 --> 00:33:26,070
David en Mozes en anderen, en had
Hij hen ondanks hun zonden behouden.

559
00:33:26,070 --> 00:33:30,390
Maar er staat dat dit was omdat
Hij uiteindelijk Christus heeft

560
00:33:30,390 --> 00:33:33,030
voorgesteld als verzoening
door voldoening,

561
00:33:33,030 --> 00:33:35,550
om Gods gerechtigheid te tonen.

562
00:33:35,550 --> 00:33:38,370
Hij deed geen afbreuk aan gerechtigheid.

563
00:33:38,370 --> 00:33:42,330
Hij deed geen afbreuk aan
rechtvaardigheid door mensen in het Oude

564
00:33:42,330 --> 00:33:44,310
Testament te vergeven.

565
00:33:44,310 --> 00:33:49,170
Die zonden die eerder waren begaan,
daaraan was God voorbijgegaan,

566
00:33:49,170 --> 00:33:53,730
in afwachting van Jezus, Die
zou komen om ervoor te betalen.

567
00:33:53,730 --> 00:33:57,870
En dus is er natuurlijk een verband
tussen bloed, het bloed van Jezus,

568
00:33:57,870 --> 00:34:00,090
en de verzoening van zonden.

569
00:34:00,090 --> 00:34:05,070
In ceremoniële zin deed het bloed
van het dier verzoening voor zonde.

570
00:34:05,070 --> 00:34:08,730
Niet in de uiteindelijke zin dat
het de mens in een rechte verhouding

571
00:34:08,730 --> 00:34:10,110
tot God bracht.

572
00:34:10,110 --> 00:34:14,250
Want iemand die niet in een rechte
verhouding tot God stond en dat ook niet

573
00:34:14,250 --> 00:34:18,030
wilde en zich niet bekeerde,
kon een dierenoffer brengen

574
00:34:18,030 --> 00:34:21,510
zonder dat dit hem in een rechte
verhouding tot God bracht.

575
00:34:21,510 --> 00:34:25,290
In een rechte verhouding tot God
staan is een zaak van het hart,

576
00:34:25,290 --> 00:34:27,030
zoals we eerder zagen.

577
00:34:27,030 --> 00:34:31,470
Maar in Leviticus staat dat de
zondoffers en de schuldoffers

578
00:34:31,470 --> 00:34:35,190
speciaal bestemd waren voor mensen
die onopzettelijk hadden gezondigd.

579
00:34:35,190 --> 00:34:38,190
In Leviticus 4:2 staat:

580
00:34:38,190 --> 00:34:41,430
Spreek tot de Israëlieten
en zeg: Als een persoon

581
00:34:41,430 --> 00:34:45,870
zondigt door een onopzettelijke
overtreding van enig gebod van de HEERE,

582
00:34:45,870 --> 00:34:50,430
iets wat niet gedaan mag worden, maar wat
hij toch doet tegen één van de geboden

583
00:34:50,430 --> 00:34:53,010
dan kan hij natuurlijk
het zondoffer brengen.

584
00:34:53,010 --> 00:34:55,710
En hetzelfde geldt voor het schuldoffer.

585
00:34:55,710 --> 00:35:01,890
Dat het om onopzettelijke zonden gaat,
wordt besproken in hoofdstuk 5, vers 15:

586
00:35:01,890 --> 00:35:05,550
Wanneer een persoon trouwbreuk
pleegt en zonder opzet

587
00:35:05,550 --> 00:35:08,490
zonde begaat tegen de
heilige dingen van de HEERE,

588
00:35:08,490 --> 00:35:12,150
dan moet hij als zijn
schuldoffer een ram zonder

589
00:35:12,150 --> 00:35:15,330
enig gebrek uit het kleinvee
aan de HEERE brengen,

590
00:35:15,330 --> 00:35:19,230
tegen een door u bepaalde waarde
van enkele sikkels zilver,

591
00:35:19,230 --> 00:35:23,490
gerekend volgens de sikkel van
het heiligdom, als schuldoffer.

592
00:35:23,490 --> 00:35:24,690
enzovoort.

593
00:35:24,690 --> 00:35:27,570
Nu was er geen offer beschikbaar
gesteld voor mensen die

594
00:35:27,570 --> 00:35:29,790
uit opstandigheid zondigden.

595
00:35:29,790 --> 00:35:32,370
Het ging om onopzettelijke zonden.

596
00:35:32,370 --> 00:35:36,150
In Numeri hoofdstuk 15,
vers 30, staat namelijk:

597
00:35:36,150 --> 00:35:39,210
Maar de persoon die iets
met opgeheven hand doet,

598
00:35:39,210 --> 00:35:43,890
van de ingezetenen of van de
vreemdelingen, die lastert de HEERE:

599
00:35:43,890 --> 00:35:47,550
die persoon moet uit het midden
van zijn volk uitgeroeid worden,

600
00:35:47,550 --> 00:35:51,090
Dit volgt nadat er over de
zondoffers is gesproken.

601
00:35:51,090 --> 00:35:55,290
Numeri hoofdstuk 15,
vers 22 tot en met 29,

602
00:35:55,290 --> 00:35:58,770
gaat over het zondoffer
voor onopzettelijke zonde.

603
00:35:58,770 --> 00:36:00,930
Maar dan staat er in vers 30:

604
00:36:00,930 --> 00:36:06,451
Maar iemand die bewust en brutaal zondigt,
ofwel in openlijke opstandigheid —

605
00:36:06,451 --> 00:36:10,051
letterlijk staat er in het
Hebreeuws ‘met opgeheven hand’ —

606
00:36:10,051 --> 00:36:12,150
die persoon zal niet worden vergeven.

607
00:36:12,150 --> 00:36:16,410
Onder het oude verbond werden er dus geen
offers gebracht voor mensen van wie de

608
00:36:16,410 --> 00:36:19,350
zonden regelrechte opstandigheid waren.

609
00:36:19,350 --> 00:36:22,410
Nu zeg je misschien: ‘Maar zijn
niet alle zonden eigenlijk een

610
00:36:22,410 --> 00:36:24,990
soort regelrechte opstandigheid?

611
00:36:24,990 --> 00:36:28,650
Elke keer dat ik gezondigd heb,
wist ik meestal eigenlijk wel dat ik

612
00:36:28,650 --> 00:36:30,210
iets verkeerds deed.’

613
00:36:30,210 --> 00:36:33,270
Nou, hopelijk is dat meestal niet zo.

614
00:36:33,270 --> 00:36:38,250
Als je zondigt, is dat hopelijk
meestal omdat je niet oplette en niet

615
00:36:38,250 --> 00:36:39,990
van plan was te zondigen.

616
00:36:39,990 --> 00:36:43,890
Maar soms doen we dat wel, ook
als we eenmaal christenen zijn.

617
00:36:43,890 --> 00:36:47,850
Ik kende een man — ik heb
zelfs eens, vele jaren geleden,

618
00:36:47,850 --> 00:36:50,310
op de radio met hem gedebatteerd.

619
00:36:50,310 --> 00:36:54,270
Hij geloofde dat als een christen
opnieuw zondigt nadat hij behouden is,

620
00:36:54,270 --> 00:36:57,870
hij verloren is en nooit
meer behouden kan worden.

621
00:36:57,870 --> 00:37:01,590
En natuurlijk baseerde hij dat voor
een deel op Hebreeën hoofdstuk 10

622
00:37:01,590 --> 00:37:04,470
en voor een deel op Hebreeën hoofdstuk 6.

623
00:37:04,470 --> 00:37:07,350
Je kent Hebreeën 6 wel, over hoe zij,

624
00:37:07,350 --> 00:37:11,250
als ze afvallen nadat ze eenmaal
verlicht zijn, enzovoort.

625
00:37:11,250 --> 00:37:14,670
Als ze eenmaal behouden zijn
en dan afvallen, staat er:

626
00:37:14,670 --> 00:37:18,090
Het is onmogelijk hen opnieuw
tot bekering te brengen.

627
00:37:18,090 --> 00:37:23,430
Maar waar het meer direct om gaat,
is Hebreeën hoofdstuk 10, vers 26.

628
00:37:23,430 --> 00:37:24,570
Daar staat:

629
00:37:24,570 --> 00:37:27,270
Want als wij willens en wetens zondigen,

630
00:37:27,270 --> 00:37:30,030
nadat wij de kennis van de
waarheid ontvangen hebben,

631
00:37:30,030 --> 00:37:32,790
blijft er geen slachtoffer
voor de zonden meer over,

632
00:37:32,790 --> 00:37:34,230
en dan staat er:

633
00:37:34,230 --> 00:37:37,050
Er is geen offer meer
dat zonden kan wegnemen,

634
00:37:37,050 --> 00:37:41,370
alleen nog de angstige verwachting van het
oordeel en van een laaiende woede die de

635
00:37:41,370 --> 00:37:42,870
tegenstanders zal verteren.

636
00:37:42,870 --> 00:37:46,710
Let er dus op dat Hebreeën 10:26 zegt:

637
00:37:46,710 --> 00:37:51,330
Als we bewust blijven zondigen nadat
we de waarheid hebben leren kennen,

638
00:37:51,330 --> 00:37:55,290
is er geen offer meer dat
onze zonden kan wegnemen.

639
00:37:55,290 --> 00:38:00,210
Deze man wees me er dus op dat God
in het Oude Testament zondoffers had,

640
00:38:00,210 --> 00:38:03,330
maar alleen voor onopzettelijke zonde.

641
00:38:03,330 --> 00:38:05,430
Zelfs in het Nieuwe Testament, zei hij,

642
00:38:05,430 --> 00:38:09,990
is het offer van Christus alleen
voor onopzettelijke zonde.

643
00:38:09,990 --> 00:38:14,310
Als we opzettelijk zondigen, ook
nadat we christenen zijn geworden,

644
00:38:14,310 --> 00:38:17,730
meende hij dat het offer van
Christus geen nut meer heeft,

645
00:38:17,730 --> 00:38:20,310
omdat de schrijver van Hebreeën zegt:

646
00:38:20,310 --> 00:38:23,790
Want als wij willens en wetens zondigen,

647
00:38:23,790 --> 00:38:26,730
nadat wij de kennis van de
waarheid ontvangen hebben,

648
00:38:26,730 --> 00:38:29,790
blijft er geen slachtoffer
voor de zonden meer over,

649
00:38:29,790 --> 00:38:33,450
maar slechts een verschrikkelijke
verwachting van oordeel en

650
00:38:33,450 --> 00:38:37,470
verzengend vuur, dat de
tegenstanders zal verslinden.

651
00:38:37,470 --> 00:38:42,210
Dit heeft veel christenen dwarsgezeten,
maar ik denk dat ze de formulering van de

652
00:38:42,210 --> 00:38:46,230
passage in Hebreeën verkeerd
begrijpen. Er staat:

653
00:38:46,230 --> 00:38:49,890
Er is geen offer meer
dat zonden kan wegnemen.

654
00:38:49,890 --> 00:38:54,090
In de context kunnen we zien dat
de schrijver zegt dat er geen ander

655
00:38:54,090 --> 00:38:56,610
offer meer is dan dat van Christus.

656
00:38:56,610 --> 00:39:01,530
Hij schrijft aan Joodse mensen die erover
denken terug te keren naar hun manier van

657
00:39:01,530 --> 00:39:04,410
leven van voordat ze christen werden.

658
00:39:04,410 --> 00:39:09,150
Wat deden ze voordat ze
christen waren? Ze waren Joden.

659
00:39:09,150 --> 00:39:10,830
Wat doen Joden?

660
00:39:10,830 --> 00:39:15,330
Ze leven in zonde en dan gaan ze
een offer brengen in de tempel.

661
00:39:15,330 --> 00:39:19,410
Ze leven in zonde en dan brengen
ze een offer in de tempel.

662
00:39:19,410 --> 00:39:23,190
Ze leven in zonde en dan brengen
ze een offer in de tempel.

663
00:39:23,190 --> 00:39:28,230
Ze leidden een zondig leven en rekenden
erop dat de tempeloffers hun zonden voor

664
00:39:28,230 --> 00:39:29,430
hen zouden bedekken.

665
00:39:29,430 --> 00:39:32,070
Dit is door het hele boek
Hebreeën heen duidelijk:

666
00:39:32,070 --> 00:39:35,070
hij schrijft aan Joodse mensen
die christen zijn geworden

667
00:39:35,070 --> 00:39:37,710
en nu terugvallen in het jodendom.

668
00:39:37,710 --> 00:39:41,370
Wat hij hier zegt, is dit: als
je teruggaat naar het jodendom

669
00:39:41,370 --> 00:39:44,490
en terugkeert naar je leven
waarin je opzettelijk zondigt,

670
00:39:44,490 --> 00:39:48,870
en je denkt dat de tempeloffers je
zullen helpen, dan is dat niet zo.

671
00:39:48,870 --> 00:39:50,430
Ze bestaan niet meer.

672
00:39:50,430 --> 00:39:54,150
Dat wil zeggen: geen ander
offer dan dat van Christus.

673
00:39:54,150 --> 00:39:58,470
Als je het christendom verwerpt en hoopt
dat de tempeloffers je uit de brand zullen

674
00:39:58,470 --> 00:40:01,650
helpen, dan bestaan die
wat God betreft niet meer.

675
00:40:01,650 --> 00:40:03,630
Hoe weet ik dat hij dat bedoelt?

676
00:40:03,630 --> 00:40:09,390
Omdat hij een paar verzen eerder precies
hetzelfde zei, in hoofdstuk 10, vers 18.

677
00:40:09,390 --> 00:40:13,170
Daar heeft hij net Jeremia 31
aangehaald over het nieuwe verbond

678
00:40:13,170 --> 00:40:15,030
en over hoe God zei:

679
00:40:15,030 --> 00:40:19,530
Ik zal hun ongerechtigheid vergeven
en aan hun zonde niet meer denken.

680
00:40:19,530 --> 00:40:22,470
In Hebreeën 10:18 zegt hij:

681
00:40:22,470 --> 00:40:26,610
Waar er nu vergeving voor is, is er
geen offer voor de zonde meer nodig.

682
00:40:26,610 --> 00:40:31,410
Dat wil zeggen: waar er vergeving
van zonden is in het nieuwe verbond.

683
00:40:31,410 --> 00:40:36,270
Zie je, er blijft geen offer meer
over; er is geen offergave meer.

684
00:40:36,270 --> 00:40:40,410
Het betekent dat er, zodra God het
nieuwe verbond heeft ingesteld,

685
00:40:40,410 --> 00:40:43,410
geen behoefte meer is aan
die offers in de tempel.

686
00:40:43,410 --> 00:40:47,190
De offers voor de zonde in de tempel
zijn vervangen door een nieuw verbond

687
00:40:47,190 --> 00:40:49,770
en hebben daarom geen geldigheid meer.

688
00:40:49,770 --> 00:40:51,570
Ze zijn niet meer vereist.

689
00:40:51,570 --> 00:40:55,530
Dus als een Joodse lezer die christen is
geweest erover denkt terug te keren naar

690
00:40:55,530 --> 00:40:59,130
het jodendom, denkt hij erover
terug te keren naar een leven van

691
00:40:59,130 --> 00:41:00,270
opstand tegen God.

692
00:41:00,270 --> 00:41:03,990
Als je Christus verwerpt, wat
is dat anders dan opstand?

693
00:41:03,990 --> 00:41:06,870
Je keert terug naar een
opzettelijk zondig leven.

694
00:41:06,870 --> 00:41:10,410
Maar je denkt dat je het met
je dierenoffers kunt bedekken.

695
00:41:10,410 --> 00:41:12,330
Nee, dat kun je niet.

696
00:41:12,330 --> 00:41:15,030
Daar blijft geen offer
voor de zonden meer over.

697
00:41:15,030 --> 00:41:18,390
Maar het offer van Jezus
is niet ongedaan gemaakt.

698
00:41:18,390 --> 00:41:21,930
Hoe weet ik dat? Als je kijkt
naar Handelingen hoofdstuk 13,

699
00:41:21,930 --> 00:41:26,010
waar Paulus in de synagoge in
Antiochië in Pisidië predikt,

700
00:41:26,010 --> 00:41:30,330
dan zegt Paulus in
Handelingen 13, vers 39:

701
00:41:30,330 --> 00:41:34,410
en dat ieder die gelooft, door
Hem gerechtvaardigd wordt van

702
00:41:34,410 --> 00:41:38,910
alles waarvan u door de wet van Mozes
niet gerechtvaardigd kon worden.

703
00:41:38,910 --> 00:41:39,990
Jezus.

704
00:41:39,990 --> 00:41:43,830
Paulus zegt dat er dingen zijn
waarvan je door de wet van Mozes niet

705
00:41:43,830 --> 00:41:45,570
gerechtvaardigd kon worden.

706
00:41:45,570 --> 00:41:50,430
De wet van Mozes dekte niet alles, maar
door het geloof in Christus kunnen we

707
00:41:50,430 --> 00:41:54,030
gerechtvaardigd worden van alle
dingen, zelfs van de dingen

708
00:41:54,030 --> 00:41:58,110
waarvan je onder de wet van Mozes
niet gerechtvaardigd kon worden.

709
00:41:58,110 --> 00:42:03,570
Als de wet van Mozes geen vergeving bood
voor zonde die moedwillig werd bedreven,

710
00:42:03,570 --> 00:42:09,030
maar alleen voor onopzettelijke zonde,
wat moeten we dan met opzettelijke zonde?

711
00:42:09,030 --> 00:42:13,710
Door geloof in Christus kunnen we
ook daarvoor vergeving ontvangen.

712
00:42:13,710 --> 00:42:18,270
Van alle dingen waarvan je door de wet
van Mozes niet gerechtvaardigd kon worden,

713
00:42:18,270 --> 00:42:21,210
kun je door Christus
gerechtvaardigd worden.

714
00:42:21,210 --> 00:42:26,850
Het offerstelsel wees dus op Christus,
maar slechts als een ontoereikend type,

715
00:42:26,850 --> 00:42:31,950
omdat Christus met Zijn offer veel meer
bewerkt dan de oudtestamentische offers.

716
00:42:31,950 --> 00:42:36,930
In het offerstelsel in Leviticus zien
we dat ons herhaaldelijk wordt verteld

717
00:42:36,930 --> 00:42:40,470
dat de mensen hun hand op
de kop van het dier leggen.

718
00:42:40,470 --> 00:42:43,950
Dit lijkt te spreken van
vereenzelviging met het dier,

719
00:42:43,950 --> 00:42:49,650
en misschien nauwkeuriger gezegd: van
het dier dat met hen vereenzelvigd wordt.

720
00:42:49,650 --> 00:42:55,110
Dat wil zeggen: hun zonden zijn de reden
waarom ze überhaupt met een offer komen.

721
00:42:55,110 --> 00:42:58,350
Dat ze niet in aanmerking komen
om voor God te verschijnen,

722
00:42:58,350 --> 00:43:03,210
om überhaupt een aanbidder van
God te zijn, komt door hun zonde.

723
00:43:03,210 --> 00:43:06,270
En het dier zal voor hun zonden sterven.

724
00:43:06,270 --> 00:43:08,790
Want het loon van de zonde is de dood,

725
00:43:08,790 --> 00:43:15,150
maar de genadegave van God is eeuwig
leven, door Jezus Christus, onze Heere.

726
00:43:15,150 --> 00:43:17,310
Het zijn dus de zonden van de mensen

727
00:43:17,310 --> 00:43:21,630
die door de handoplegging symbolisch
op het dier worden overgedragen.

728
00:43:21,630 --> 00:43:27,330
De handoplegging in het Oude Testament was
iets wat altijd een overdracht betekende.

729
00:43:27,330 --> 00:43:32,430
Mozes droeg een deel van zijn gezag
door handoplegging over aan Jozua.

730
00:43:32,430 --> 00:43:37,410
In het Nieuwe Testament droegen apostelen
door handoplegging het gezag om de

731
00:43:37,410 --> 00:43:40,170
gemeente te leiden over aan de oudsten.

732
00:43:40,170 --> 00:43:43,950
Genezing en de Heilige
Geest werden door Jezus

733
00:43:43,950 --> 00:43:47,730
en de apostelen door middel
van handoplegging doorgegeven.

734
00:43:47,730 --> 00:43:53,190
En ook in het offerstelsel werd zonde
door handoplegging overgedragen.

735
00:43:53,190 --> 00:43:57,570
Dat zien we vooral in
Leviticus 16, vers 21.

736
00:43:57,570 --> 00:44:00,990
Leviticus 16:21 zegt:

737
00:44:00,990 --> 00:44:05,310
Aäron moet zijn beide handen op
de kop van de levende bok leggen

738
00:44:05,310 --> 00:44:08,850
en al de ongerechtigheden
van de Israëlieten belijden,

739
00:44:08,850 --> 00:44:12,330
al hun overtredingen,
overeenkomstig al hun zonden.

740
00:44:12,330 --> 00:44:15,870
Hij moet die op de kop van de bok
leggen en hem door de hand van een man,

741
00:44:15,870 --> 00:44:19,410
die daarvoor gereedstaat,
de woestijn in sturen.

742
00:44:19,410 --> 00:44:24,210
Zo draagt de bok al hun ongerechtigheden
op zich weg naar een onbewoond gebied.

743
00:44:24,210 --> 00:44:27,030
Hij moet dan de bok de woestijn in sturen.

744
00:44:27,030 --> 00:44:29,970
Waar hij vermoedelijk door
wilde dieren gedood zou worden.

745
00:44:29,970 --> 00:44:34,170
Maar zie je, ze legden het dier
de handen op, beleden de zonden,

746
00:44:34,170 --> 00:44:38,550
en het is alsof die zonden symbolisch
op de bok werden overgedragen.

747
00:44:38,550 --> 00:44:41,310
Vervolgens moest de bok die zonden dragen.

748
00:44:41,310 --> 00:44:44,190
Dat is blijkbaar de betekenis
van de handoplegging.

749
00:44:44,190 --> 00:44:48,270
Er staat in 2 Korinthe
5, vers 21, over Jezus:

750
00:44:48,270 --> 00:44:52,830
Want Hem Die geen zonde gekend heeft,
heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt,

751
00:44:52,830 --> 00:44:56,190
opdat wij zouden worden
gerechtigheid van God in Hem.

752
00:44:56,190 --> 00:45:00,030
Dus wij waren de zondaars
en Hij was de Zondeloze,

753
00:45:00,030 --> 00:45:04,650
maar Hij werd onze zonde en wij werden
de gerechtigheid van God in Hem.

754
00:45:04,650 --> 00:45:07,830
Dat is 2 Korinthe 5:21.

755
00:45:07,830 --> 00:45:10,590
Onze zonden werden op Hem overgedragen.

756
00:45:10,590 --> 00:45:14,550
Niet door een letterlijke handoplegging,
maar de handoplegging op het dier was een

757
00:45:14,550 --> 00:45:16,350
symbool van zo'n overdracht.

758
00:45:16,350 --> 00:45:19,050
Die overdracht van onze
zonden op Christus,

759
00:45:19,050 --> 00:45:23,970
het Lam dat onze zonden wegneemt, vond
werkelijk plaats in Gods toerekening.

760
00:45:23,970 --> 00:45:27,450
Zoals de bok de zonden en de
ongerechtigheden van het volk wegdroeg

761
00:45:27,450 --> 00:45:31,170
toen hij wegliep, zo nam Jezus
de zonden van de wereld weg

762
00:45:31,170 --> 00:45:34,410
en droeg Hij ze weg in Zijn
eigen lichaam aan het hout.

763
00:45:34,410 --> 00:45:36,930
Dat staat ook in 1 Petrus hoofdstuk 2.

764
00:45:36,930 --> 00:45:41,670
In 1 Petrus hoofdstuk 2 staat
over Christus in vers 24:

765
00:45:41,670 --> 00:45:46,590
Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam
gedragen heeft op het hout, opdat wij,

766
00:45:46,590 --> 00:45:50,370
voor de zonden dood, voor de
gerechtigheid zouden leven.

767
00:45:50,370 --> 00:45:52,770
Door Zijn striemen bent u genezen.

768
00:45:52,770 --> 00:45:55,410
Dat wil zeggen: aan het kruis.

769
00:45:55,410 --> 00:45:58,230
Dus Christus droeg onze
zonden op Zichzelf.

770
00:45:58,230 --> 00:46:03,150
Er staat in Jesaja hoofdstuk 53
een voorspelling over Christus.

771
00:46:03,150 --> 00:46:05,790
Jesaja 53, vers 6:

772
00:46:05,790 --> 00:46:10,770
Wij dwaalden allen als schapen, wij
keerden ons ieder naar zijn eigen weg.

773
00:46:10,770 --> 00:46:16,230
Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid
van ons allen op Hem doen neerkomen.

774
00:46:16,230 --> 00:46:17,670
Op Jezus.

775
00:46:17,670 --> 00:46:22,230
Dat is dus wat het leggen van de hand
op de kop van het dier voorstelt:

776
00:46:22,230 --> 00:46:27,750
het leggen van ongerechtigheden op het
dier, van de zondaar op een onschuldige.

777
00:46:27,750 --> 00:46:33,150
Het dier is onschuldig, maar het wordt
de drager van de zonde voor de schuldige.

778
00:46:33,150 --> 00:46:38,010
En vervolgens ondergaat het de straf
voor de zonde, namelijk de dood,

779
00:46:38,010 --> 00:46:39,750
in plaats van de schuldige.

780
00:46:39,750 --> 00:46:42,390
Dat is plaatsvervangende verzoening.

781
00:46:42,390 --> 00:46:44,790
Jezus droeg onze zonden.

782
00:46:44,790 --> 00:46:46,470
Hij was onschuldig.

783
00:46:46,470 --> 00:46:52,230
maar met het kostbaar bloed van Christus,
als van een smetteloos en onbevlekt Lam.

784
00:46:52,230 --> 00:46:57,630
**Verwijzing gecontroleerd:**
de spreker noemde 1 Petrus 1:18,

785
00:46:57,630 --> 00:47:03,750
maar de bewoording is 1 Petrus 1:19
(zelfde hoofdstuk, ander vers).

786
00:47:03,750 --> 00:47:05,730
Maar Hij werd zonde voor ons.

787
00:47:05,730 --> 00:47:08,310
Hij werd als het ware de zondige.

788
00:47:08,310 --> 00:47:11,310
Het is nogal interessant
dat Mozes de opdracht

789
00:47:11,310 --> 00:47:13,770
kreeg een koperen slang
op een paal te zetten,

790
00:47:13,770 --> 00:47:19,290
omdat de kinderen van Israël door slangen
waren gebeten en stierven. God zei:

791
00:47:19,290 --> 00:47:24,510
En de HEERE zei tegen Mozes: Maak u
een gifslang en zet hem op een staak.

792
00:47:24,510 --> 00:47:28,590
Het zal gebeuren dat ieder die
gebeten is, in leven zal blijven,

793
00:47:28,590 --> 00:47:30,150
als hij daarnaar kijkt.

794
00:47:30,150 --> 00:47:34,230
Toen maakte Mozes een koperen
slang en zette hem op de staak.

795
00:47:34,230 --> 00:47:38,790
En het gebeurde als de slang iemand beet
dat hij naar de koperen slang keek en

796
00:47:38,790 --> 00:47:39,870
in leven bleef.

797
00:47:39,870 --> 00:47:44,670
Maar Jezus gebruikte dat als een beeld
van Zichzelf in Johannes hoofdstuk 3,

798
00:47:44,670 --> 00:47:50,970
toen Nicodemus probeerde te begrijpen hoe
je wedergeboren kunt worden. Jezus zei:

799
00:47:50,970 --> 00:47:54,150
En zoals Mozes de slang in
de woestijn verhoogd heeft,

800
00:47:54,150 --> 00:47:58,950
zo moet de Zoon des mensen verhoogd
worden, opdat ieder die in Hem gelooft,

801
00:47:58,950 --> 00:48:02,550
niet verloren gaat,
maar eeuwig leven heeft.

802
00:48:02,550 --> 00:48:06,990
Dat is Johannes hoofdstuk
3, vers 14 en 15.

803
00:48:06,990 --> 00:48:12,030
Dus de slang die werd opgeheven,
is als Jezus Die wordt opgeheven.

804
00:48:12,030 --> 00:48:16,230
Maar waarom zou een slang een beeld
zijn van Christus aan het kruis?

805
00:48:16,230 --> 00:48:19,410
De slang past beter als
symbool voor de duivel.

806
00:48:19,410 --> 00:48:24,750
Waarom zou Christus aan het kruis worden
voorgesteld als een slang op een paal?

807
00:48:24,750 --> 00:48:27,330
Er is meer dan één mogelijke reden.

808
00:48:27,330 --> 00:48:31,710
Daar zal ik het over hebben wanneer
we die passage in Numeri bespreken.

809
00:48:31,710 --> 00:48:36,510
Maar het is mogelijk dat ermee wordt
gezegd dat Christus zonde voor ons werd

810
00:48:36,510 --> 00:48:38,430
toen Hij werd gekruisigd.

811
00:48:38,430 --> 00:48:40,950
God legde onze zonden op Hem.

812
00:48:40,950 --> 00:48:45,930
Dus het was eigenlijk alsof daar niet
Christus, maar het kwaad werd gekruisigd.

813
00:48:45,930 --> 00:48:47,670
Het was de schuldige.

814
00:48:47,670 --> 00:48:51,390
Hij was schuldig geworden, niet
door iets verkeerds te doen,

815
00:48:51,390 --> 00:48:54,450
maar door onze schuld op Zich te nemen.

816
00:48:54,450 --> 00:48:59,910
Als drager van alle zonden van de wereld
was Hij op dat moment iemand geworden die

817
00:48:59,910 --> 00:49:04,230
zo slecht was als een slang
ongeveer zou kunnen uitbeelden.

818
00:49:04,230 --> 00:49:08,790
Bij deze offers in het boek Leviticus
zien we vaak verwijzingen naar bloed.

819
00:49:08,790 --> 00:49:13,350
Het werken met het bloed door de priester
maakte altijd deel uit van de offers,

820
00:49:13,350 --> 00:49:17,130
behalve bij de graanoffers,
waar geen bloed bij kwam kijken.

821
00:49:17,130 --> 00:49:20,910
Maar bij de andere vier offers
komt allemaal bloed kijken.

822
00:49:20,910 --> 00:49:23,070
En in een ander gedeelte van Leviticus

823
00:49:23,070 --> 00:49:26,190
wordt ons verteld dat
het bloed belangrijk is.

824
00:49:26,190 --> 00:49:31,170
Leviticus hoofdstuk 17 is een hoofdstuk
dat helemaal gaat over de heiligheid van

825
00:49:31,170 --> 00:49:33,630
het bloed en het belang ervan.

826
00:49:33,630 --> 00:49:37,050
Vooral in Leviticus 17:11 zegt God:

827
00:49:37,050 --> 00:49:39,690
Want het leven van het
vlees is in het bloed,

828
00:49:39,690 --> 00:49:44,010
en Ik heb dat Zelf voor u op het
altaar gegeven om voor uw leven

829
00:49:44,010 --> 00:49:45,330
verzoening te doen.

830
00:49:45,330 --> 00:49:49,710
Want het is het bloed dat door middel
van het leven verzoening bewerkt.

831
00:49:49,710 --> 00:49:52,650
Dat is Leviticus 17:11.

832
00:49:52,650 --> 00:49:54,630
Het is interessant, God zegt:

833
00:49:54,630 --> 00:49:57,930
Ik heb jullie het bloed
gegeven voor op het altaar.

834
00:49:57,930 --> 00:50:02,910
Eigenlijk bracht degene die het offer
bracht het bloed naar God, maar God zegt:

835
00:50:02,910 --> 00:50:05,790
‘Ik ben hier Degene Die grootmoedig is.

836
00:50:05,790 --> 00:50:10,950
Ik ben Degene Die jullie toestaat bloed
aan Mij aan te bieden als verzoening.

837
00:50:10,950 --> 00:50:14,490
Ik heb jullie dit gegeven als
een middel tot verzoening.’

838
00:50:14,490 --> 00:50:18,630
In het boek Hebreeën wordt
hetzelfde begrip met andere woorden

839
00:50:18,630 --> 00:50:21,930
verwoord door een schrijver
uit het Nieuwe Testament.

840
00:50:21,930 --> 00:50:25,050
Daarin klinkt beslist
dezelfde gedachte door,

841
00:50:25,050 --> 00:50:29,670
dezelfde gedachte die we in het
zeventiende hoofdstuk van Leviticus zien.

842
00:50:29,670 --> 00:50:34,710
In Hebreeën hoofdstuk
9, vers 21 en 22, staat:

843
00:50:34,710 --> 00:50:39,150
Ook de tabernakel en ook al de
voorwerpen voor de eredienst

844
00:50:39,150 --> 00:50:42,330
besprenkelde hij op dezelfde
manier met het bloed.

845
00:50:42,330 --> 00:50:46,050
En bijna alles wordt volgens
de wet door bloed gereinigd,

846
00:50:46,050 --> 00:50:49,770
en zonder het vergieten van bloed
vindt er geen vergeving plaats.

847
00:50:49,770 --> 00:50:51,330
Vervolgens staat er:

848
00:50:51,330 --> 00:50:54,870
En zonder dat er bloed
vloeit, is er geen vergeving,

849
00:50:54,870 --> 00:51:00,810
Ofwel geen vergeving van zonden,
geen bedekking, geen verzoening.

850
00:51:00,810 --> 00:51:05,250
Dus we zien dat deze offers,
allemaal behalve het graanoffer,

851
00:51:05,250 --> 00:51:08,910
bloedige offers zijn, omdat
het leven in het bloed is.

852
00:51:08,910 --> 00:51:12,210
Het is het middel waardoor
zonde wordt verzoend.

853
00:51:12,210 --> 00:51:14,490
Nu is dat graanoffer anders.

854
00:51:14,490 --> 00:51:17,010
Bij het graanoffer kwam geen bloed kijken

855
00:51:17,010 --> 00:51:21,630
en het stelt duidelijk iets anders
voor dan verzoening. Maar wat?

856
00:51:21,630 --> 00:51:27,150
Het blijkt dat ze, hoewel we het in
Leviticus niet tegenkomen behalve op

857
00:51:27,150 --> 00:51:30,930
één plaats in Leviticus
hoofdstuk 23, vaak ook

858
00:51:30,930 --> 00:51:35,790
meebrachten wat ze een plengoffer noemden
wanneer het spijsoffer werd gebracht,

859
00:51:35,790 --> 00:51:37,710
of welk offer dan ook.

860
00:51:37,710 --> 00:51:40,110
En een plengoffer was wijn.

861
00:51:40,110 --> 00:51:44,070
Numeri hoofdstuk 6 spreekt
bijvoorbeeld over de nazireeër die

862
00:51:44,070 --> 00:51:45,990
zijn gelofte voltooit.

863
00:51:45,990 --> 00:51:49,350
In Numeri hoofdstuk 6, vers 17, staat:

864
00:51:49,350 --> 00:51:52,890
Hij moet ook de ram als
dankoffer voor de HEERE bereiden,

865
00:51:52,890 --> 00:51:56,730
met de mand met ongezuurde
broden; en de priester moet zijn

866
00:51:56,730 --> 00:51:59,370
graanoffer en plengoffer bereiden.

867
00:51:59,370 --> 00:52:04,110
Dat was dus blijkbaar zijn
spijsoffer, samen met zijn dankoffer.

868
00:52:04,110 --> 00:52:08,970
Dit plengoffer wordt niet zo vaak genoemd,
maar de paar keer dat het wordt genoemd,

869
00:52:08,970 --> 00:52:12,210
wekken de indruk dat het
misschien een vast gebruik was.

870
00:52:12,210 --> 00:52:16,350
Wanneer ze het spijsoffer
aanboden, boden ze ook wijn aan.

871
00:52:16,350 --> 00:52:18,510
Het plengoffer was wijn.

872
00:52:18,510 --> 00:52:23,790
Dat weten we omdat bijvoorbeeld Numeri
hoofdstuk 15:5 dat duidelijk maakt.

873
00:52:23,790 --> 00:52:26,250
Numeri 15:5 zegt:

874
00:52:26,250 --> 00:52:29,310
En wijn als plengoffer,
een kwart hin per lam,

875
00:52:29,310 --> 00:52:32,070
moet u bij het brandoffer
of het slachtoffer doen.

876
00:52:32,070 --> 00:52:35,730
Bij deze verschillende offers
offer je graan en wijn.

877
00:52:35,730 --> 00:52:40,230
Het spijsoffer werd dus gegeten,
waarschijnlijk samen met het plengoffer,

878
00:52:40,230 --> 00:52:41,610
dat wijn is.

879
00:52:41,610 --> 00:52:46,470
Bedenk dat ik zei dat het spijsoffer
een soort eucharistische maaltijd was.

880
00:52:46,470 --> 00:52:48,270
Het was een dankzegging.

881
00:52:48,270 --> 00:52:51,030
Eucharistie betekent dankzegging.

882
00:52:51,030 --> 00:52:54,990
Het was een offer dat je bracht
omdat je God dankbaar bent.

883
00:52:54,990 --> 00:52:57,690
De priester at delen van het dankoffer.

884
00:52:57,690 --> 00:53:01,050
Het spijsoffer werd op
hetzelfde moment gebracht.

885
00:53:01,050 --> 00:53:04,050
Het eten van het graan en
het drinken van de wijn

886
00:53:04,050 --> 00:53:08,070
wees waarschijnlijk voor een deel
vooruit naar hetzelfde als het Pascha.

887
00:53:08,070 --> 00:53:12,510
Daarbij aten ze het brood en dronken ze
de wijn als een beeld van het lichaam en

888
00:53:12,510 --> 00:53:14,010
bloed van Christus.

889
00:53:14,010 --> 00:53:15,570
Toen Jezus zei:

890
00:53:15,570 --> 00:53:20,910
Jezus dan zei tegen hen:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:

891
00:53:20,910 --> 00:53:25,650
Als u het vlees van de Zoon des mensen
niet eet en Zijn bloed niet drinkt,

892
00:53:25,650 --> 00:53:27,930
hebt u geen leven in uzelf.

893
00:53:27,930 --> 00:53:32,130
verwees Hij misschien naar het Pascha,
of verwees Hij misschien naar het vaste

894
00:53:32,130 --> 00:53:34,770
gebruik van spijsoffers en wijnoffers.

895
00:53:34,770 --> 00:53:37,050
Het graan moest fijn meel zijn.

896
00:53:37,050 --> 00:53:39,390
Er mochten geen gebreken in zitten.

897
00:53:39,390 --> 00:53:43,170
Fijngemalen meel, geofferd
met wierook en olie.

898
00:53:43,170 --> 00:53:45,510
Het moest met olie worden gezalfd.

899
00:53:45,510 --> 00:53:50,430
Het lichaam van Jezus was zuiver, en Hij
werd met de Heilige Geest gezalfd toen

900
00:53:50,430 --> 00:53:51,870
Hij werd gedoopt.

901
00:53:51,870 --> 00:53:57,510
Hij werd aan God geofferd als een offer
met een aangename geur, zoals wierook.

902
00:53:57,510 --> 00:54:01,590
Naast de bloedige offers was er
dus het offer van een zuiver leven,

903
00:54:01,590 --> 00:54:03,630
een gezalfd leven.

904
00:54:03,630 --> 00:54:06,810
Waarschijnlijk gaat het daar
vooral om het leven van Christus

905
00:54:06,810 --> 00:54:08,790
en niet zozeer om ons eigen leven.

906
00:54:08,790 --> 00:54:12,930
Hoewel misschien ook om het
onze, omdat ook ons leven als

907
00:54:12,930 --> 00:54:15,210
ongezuurd brood hoort te zijn.

908
00:54:15,210 --> 00:54:21,810
Paulus zei in 1 Korinthe 5 dat ons leven
als ongezuurd brood zou moeten zijn.

909
00:54:21,810 --> 00:54:26,190
In 1 Korinthe hoofdstuk
5 staat, vanaf vers 6:

910
00:54:26,190 --> 00:54:28,590
Uw roem is niet goed.

911
00:54:28,590 --> 00:54:32,970
Weet u niet dat een klein beetje
zuurdeeg het hele deeg doorzuurt?

912
00:54:32,970 --> 00:54:37,770
Verwijder dan het oude zuurdeeg,
opdat u een nieuw deeg zult zijn.

913
00:54:37,770 --> 00:54:43,890
U bent immers ongezuurd, want ook ons
Paaslam is voor ons geslacht: Christus.

914
00:54:43,890 --> 00:54:47,550
Laten wij dus feestvieren,
niet met oud zuurdeeg,

915
00:54:47,550 --> 00:54:51,030
ook niet met zuurdeeg van
slechtheid en boosaardigheid,

916
00:54:51,030 --> 00:54:55,710
maar met ongezuurde broden
van oprechtheid en waarheid.

917
00:54:55,710 --> 00:54:59,790
We zien dus dat ook ons
leven als iets ongezuurds is.

918
00:54:59,790 --> 00:55:03,390
De spijsoffers moesten
altijd zonder zuurdeeg zijn.

919
00:55:03,390 --> 00:55:05,790
Ze moesten ook zonder honing zijn.

920
00:55:05,790 --> 00:55:09,330
Daar wordt geen verklaring voor
gegeven, maar we weten wel dat

921
00:55:09,330 --> 00:55:14,250
honing in het Oude Testament bij uitstek
het voedsel is waarvan je geniet.

922
00:55:14,250 --> 00:55:18,030
Wanneer iemand wilde spreken over
het genot van het vlees bij uitstek,

923
00:55:18,030 --> 00:55:20,310
was honing een goed voorbeeld.

924
00:55:20,310 --> 00:55:25,290
Toen David in Psalm 19 en vers 10
over de wet van de HEERE sprak,

925
00:55:25,290 --> 00:55:27,570
zei hij over de wetten van de HEERE:

926
00:55:27,570 --> 00:55:32,310
Zij zijn begerenswaardiger dan
goud, ja, dan veel zuiver goud;

927
00:55:32,310 --> 00:55:35,850
en zoeter dan honing en
honingzeem uit de raat.

928
00:55:35,850 --> 00:55:39,270
Het is alsof honing het lekkerste
was wat hij kon bedenken,

929
00:55:39,270 --> 00:55:43,830
en de wetten van God zijn nog
zoeter dan dat. In Spreuken staat:

930
00:55:43,830 --> 00:55:47,190
Hebt u honing gevonden,
eet dan tot u genoeg hebt,

931
00:55:47,190 --> 00:55:50,970
anders raakt u er oververzadigd
door en spuwt u het uit.

932
00:55:50,970 --> 00:55:54,930
De gedachte is: als je iets
aangenaams vindt in het leven,

933
00:55:54,930 --> 00:55:59,190
geniet er dan met mate van, anders
kun je te veel van het goede krijgen.

934
00:55:59,190 --> 00:56:03,390
Maar honing wordt gegeven als een
zinnebeeld van iets wat genot geeft.

935
00:56:03,390 --> 00:56:06,450
Het wordt trouwens ook zo
gebruikt wanneer er staat:

936
00:56:06,450 --> 00:56:09,570
Iemand die verzadigd
is, vertrapt honingzeem,

937
00:56:09,570 --> 00:56:12,810
maar voor een hongerige
is al het bittere zoet.

938
00:56:12,810 --> 00:56:16,950
Dat wil zeggen: als je honger
hebt, geniet je van elk voedsel.

939
00:56:16,950 --> 00:56:20,610
Als je verzadigd bent, geniet
je zelfs niet van honing.

940
00:56:20,610 --> 00:56:23,310
Honing is zo ongeveer het
toppunt van lichamelijk,

941
00:56:23,310 --> 00:56:27,390
we zouden zelfs kunnen
zeggen vleselijk, genot.

942
00:56:27,390 --> 00:56:30,450
Niet dat lichamelijk
genot altijd slecht is.

943
00:56:30,450 --> 00:56:34,710
God heeft honing gemaakt, en
honing is echt iets goeds.

944
00:56:34,710 --> 00:56:37,650
Maar misschien werd het offer
zonder honing gebracht om

945
00:56:37,650 --> 00:56:41,310
aan te geven dat de aanbidding
van God moest plaatsvinden

946
00:56:41,310 --> 00:56:45,810
zonder te zoeken naar een manier om
jezelf vleselijk genot te verschaffen.

947
00:56:45,810 --> 00:56:47,190
Ik weet het niet.

948
00:56:47,190 --> 00:56:51,390
Het genot van aanbidding zou moeten
bestaan uit vreugde en blijdschap

949
00:56:51,390 --> 00:56:52,950
in God Zelf.

950
00:56:52,950 --> 00:56:56,070
In Psalm 16, vers 11, staat:

951
00:56:56,070 --> 00:56:59,130
overvloed van blijdschap
is bij Uw aangezicht,

952
00:56:59,130 --> 00:57:03,270
lieflijkheden zijn in Uw
rechterhand, voor altijd.

953
00:57:03,270 --> 00:57:07,830
Dat zijn geen vleselijke genoegens,
maar godvruchtige genoegens.

954
00:57:07,830 --> 00:57:12,990
Het genieten van God Zelf zou ons
vreugde moeten geven in onze aanbidding.

955
00:57:12,990 --> 00:57:16,470
Geen honing, die misschien
een vorm van vleselijk,

956
00:57:16,470 --> 00:57:20,310
zelfzuchtig genot voorstelt
dat op onszelf gericht is,

957
00:57:20,310 --> 00:57:23,010
maar het genieten van God Zelf.

958
00:57:23,010 --> 00:57:25,950
In Psalm 37, vers 4, staat:

959
00:57:25,950 --> 00:57:30,570
Schep vreugde in de HEERE, dan zal
Hij u geven wat uw hart verlangt.

960
00:57:30,570 --> 00:57:33,810
Niet: zoek je vreugde
in lichamelijke dingen.

961
00:57:33,810 --> 00:57:38,430
Het is dus mogelijk om God te aanbidden
op een manier die je zelf aangenaam vindt

962
00:57:38,430 --> 00:57:41,790
of die je bevrediging geeft
op vleselijke manieren.

963
00:57:41,790 --> 00:57:44,310
Misschien is dat wat honing voorstelt.

964
00:57:44,310 --> 00:57:45,930
Ik weet het niet zeker.

965
00:57:45,930 --> 00:57:49,170
Er zijn nog verschillende andere
dingen die ik wilde aanwijzen.

966
00:57:49,170 --> 00:57:54,030
Zo werden de nieren van elk offer samen
met het vet op het altaar geofferd.

967
00:57:54,030 --> 00:57:58,470
De nier staat voor de Jood symbool
voor wat wij ons hart zouden noemen.

968
00:57:58,470 --> 00:58:01,170
David sprak over zijn ‘reins’.

969
00:58:01,170 --> 00:58:05,850
In de King James komt ‘reins’
van hetzelfde woord als ‘renal’,

970
00:58:05,850 --> 00:58:08,250
dat betrekking heeft op de nieren.

971
00:58:08,250 --> 00:58:13,050
‘Reins’, R-E-I-N-S, in de King James.

972
00:58:13,050 --> 00:58:16,590
In moderne vertalingen wordt het
op verschillende manieren vertaald,

973
00:58:16,590 --> 00:58:19,770
maar het Hebreeuwse woord is ‘de nieren’.

974
00:58:19,770 --> 00:58:24,690
Hij sprak er vaak over dat hij iets in
zijn nieren en in zijn binnenste voelde.

975
00:58:24,690 --> 00:58:29,070
Voor de Jood waren de nieren een manier
om over diepe gevoelens te spreken.

976
00:58:29,070 --> 00:58:32,430
Wij zeggen: ‘Ik houd van
je met heel mijn hart.’

977
00:58:32,430 --> 00:58:35,550
Maar het hart is eigenlijk
een orgaan van het lichaam.

978
00:58:35,550 --> 00:58:37,710
We hebben niet echt lief met ons hart.

979
00:58:37,710 --> 00:58:42,210
Onze liefde komt uit de ziel, want
het hart is gewoon een bloedpomp.

980
00:58:42,210 --> 00:58:47,370
Het is gewoon een werkend orgaan in het
lichaam, net als de lever of de nier.

981
00:58:47,370 --> 00:58:51,630
Maar we gebruiken het hart in figuurlijke
zin om over de innerlijke emoties

982
00:58:51,630 --> 00:58:53,490
enzovoort te spreken.

983
00:58:53,490 --> 00:58:56,190
De Joden gebruiken daarvoor
het woord ‘nieren’.

984
00:58:56,190 --> 00:59:00,150
Het offeren van de nieren zou dus te maken
kunnen hebben met het aan God aanbieden

985
00:59:00,150 --> 00:59:04,230
van het binnenste, de emoties en
wat wij ons hart zouden noemen,

986
00:59:04,230 --> 00:59:06,810
het aanbieden van ons hart aan God.

987
00:59:06,810 --> 00:59:11,070
Dan is er ook het wassen van de inwendige
delen, de ingewanden van het dier,

988
00:59:11,070 --> 00:59:12,510
en van de poten.

989
00:59:12,510 --> 00:59:15,510
David zei in Psalm 51, vers 8:

990
00:59:15,510 --> 00:59:19,110
Zie, U vindt vreugde in
waarheid in het binnenste,

991
00:59:19,110 --> 00:59:22,710
God verlangt dat we vanbinnen
rein en eerlijk zijn.

992
00:59:22,710 --> 00:59:27,930
Het wassen van de ingewanden, de inwendige
delen van het dier, kan dat voorstellen.

993
00:59:27,930 --> 00:59:30,750
Dat is Psalm 51:8.

994
00:59:30,750 --> 00:59:34,650
Er zijn ook verwijzingen in het Nieuwe
Testament die daarop betrekking hebben,

995
00:59:34,650 --> 00:59:38,370
op Gods zorg voor ons
innerlijk. Paulus zei:

996
00:59:38,370 --> 00:59:41,610
Daarom verliezen wij de
moed niet; integendeel,

997
00:59:41,610 --> 00:59:45,990
ook al vergaat onze uiterlijke mens,
toch wordt de innerlijke mens van dag

998
00:59:45,990 --> 00:59:47,550
tot dag vernieuwd.

999
00:59:47,550 --> 00:59:50,250
Het is het contrast tussen
het uiterlijke gedrag

1000
00:59:50,250 --> 00:59:54,510
en de innerlijke beweegredenen
en het karakter enzovoort.

1001
00:59:54,510 --> 00:59:57,810
De ingewanden kunnen de
innerlijke mens voorstellen.

1002
00:59:57,810 --> 01:00:02,070
De poten daarentegen, die bij het
brandoffer ook worden gewassen,

1003
01:00:02,070 --> 01:00:06,810
stellen de wandel voor, de manier waarop
iemand wandelt, met andere woorden,

1004
01:00:06,810 --> 01:00:08,910
de manier waarop iemand leeft.

1005
01:00:08,910 --> 01:00:12,150
Ik ga een paar punten overslaan
die ik wilde bespreken,

1006
01:00:12,150 --> 01:00:15,090
maar deze twee laatste
punten zal ik nog noemen.

1007
01:00:15,090 --> 01:00:19,830
Het ene is dat het karkas van het
zondoffer buiten het kamp werd gebracht.

1008
01:00:19,830 --> 01:00:25,410
De stier werd buiten het kamp gebracht
en tot as verbrand, alsof hij onrein was.

1009
01:00:25,410 --> 01:00:27,270
Hij werd niet opgegeten.

1010
01:00:27,270 --> 01:00:29,910
Hij werd niet op het altaar verbrand.

1011
01:00:29,910 --> 01:00:34,350
Sommige delen werden op het altaar gelegd,
maar de rest werd naar buiten gebracht

1012
01:00:34,350 --> 01:00:37,110
en verbrand alsof het iets onreins was.

1013
01:00:37,110 --> 01:00:40,470
De schrijver van Hebreeën geeft
aan dat dit erop wijst dat

1014
01:00:40,470 --> 01:00:44,070
Jezus en wij door de wereld
als onrein worden beschouwd.

1015
01:00:44,070 --> 01:00:48,990
Hij wijst er in Hebreeën hoofdstuk
13 op dat Jezus buiten de poort,

1016
01:00:48,990 --> 01:00:51,210
buiten het kamp, werd gekruisigd.

1017
01:00:51,210 --> 01:00:54,930
Er wordt een vergelijking gemaakt
met dit gebruik in Leviticus.

1018
01:00:54,930 --> 01:00:57,090
Hebreeën 13:10 zegt:

1019
01:00:57,090 --> 01:01:00,630
Wij hebben een Altaar waarvan
zij die in de tabernakel dienen,

1020
01:01:00,630 --> 01:01:02,610
niet bevoegd zijn te eten.

1021
01:01:02,610 --> 01:01:06,210
Want van de dieren waarvan het bloed
als verzoening voor de zonde door de

1022
01:01:06,210 --> 01:01:09,210
hogepriester het heiligdom
werd binnengedragen,

1023
01:01:09,210 --> 01:01:12,450
werden de lichamen buiten
de legerplaats verbrand.

1024
01:01:12,450 --> 01:01:17,730
Dat wil zeggen, de kadavers van de stieren
die als zondoffers werden geofferd.

1025
01:01:17,730 --> 01:01:18,990
Er staat verder:

1026
01:01:18,990 --> 01:01:23,310
Daarom heeft ook Jezus, om door Zijn
eigen bloed het volk te heiligen,

1027
01:01:23,310 --> 01:01:25,170
buiten de poort geleden.

1028
01:01:25,170 --> 01:01:30,330
Laten wij dan naar Hem uitgaan buiten
de legerplaats en Zijn smaad dragen.

1029
01:01:30,330 --> 01:01:35,250
Het punt hier is dat Jezus niet in de
tempel in Jeruzalem werd gekruisigd.

1030
01:01:35,250 --> 01:01:39,630
Hij werd buiten het kamp gekruisigd,
buiten de poort van de stad.

1031
01:01:39,630 --> 01:01:42,750
De schrijver van Hebreeën
ziet daar een verband mee.

1032
01:01:42,750 --> 01:01:47,190
Zoals het dier dat de zonden droeg en
waarvan het kadaver als iets onreins werd

1033
01:01:47,190 --> 01:01:52,470
behandeld, buiten het kamp werd verbrand,
zo werd Jezus door de Joden behandeld

1034
01:01:52,470 --> 01:01:54,570
alsof Hij onrein was.

1035
01:01:54,570 --> 01:01:57,990
Ze brachten Hem naar buiten
en ruimden Hem uit de weg.

1036
01:01:57,990 --> 01:02:01,770
De schrijver van Hebreeën zegt
dat, aangezien dat voor Hem gold,

1037
01:02:01,770 --> 01:02:03,990
het ook voor ons zou moeten gelden.

1038
01:02:03,990 --> 01:02:07,830
Als Hij zo behandeld gaat worden, dan
zouden wij bereid moeten zijn om zo

1039
01:02:07,830 --> 01:02:09,210
behandeld te worden.

1040
01:02:09,210 --> 01:02:12,750
Als mensen Jezus als een
onrein kadaver gaan behandelen,

1041
01:02:12,750 --> 01:02:15,990
dan moeten wij niet verwachten
dat we beter behandeld worden.

1042
01:02:15,990 --> 01:02:20,430
Wij zouden bereid moeten zijn om ook
zulke smaad omwille van Hem te dragen.

1043
01:02:20,430 --> 01:02:25,230
Dat is nog een verband dat het Nieuwe
Testament legt met dit stelsel van offers.

1044
01:02:25,230 --> 01:02:31,050
Paulus legt nog een ander verband in
1 Korinthe 9, vers 13 tot en met 14.

1045
01:02:31,050 --> 01:02:32,370
Paulus zei:

1046
01:02:32,370 --> 01:02:36,750
Weet u niet dat zij die de tempeldienst
verrichten, van het heilige eten?

1047
01:02:36,750 --> 01:02:39,750
En dat zij die steeds
bij het altaar verkeren,

1048
01:02:39,750 --> 01:02:42,810
hun deel ontvangen van
de offers van het altaar?

1049
01:02:42,810 --> 01:02:47,250
Zo heeft de Heere ook met het oog op
hen die het Evangelie verkondigen,

1050
01:02:47,250 --> 01:02:50,490
opgedragen dat zij van
het Evangelie leven.

1051
01:02:50,490 --> 01:02:54,570
Daarmee bedoelt hij de priesters die
aan het altaar dienen en offers brengen.

1052
01:02:54,570 --> 01:02:59,370
Dat betekent dat de delen van de offers
en de graanoffers die worden gebracht,

1053
01:02:59,370 --> 01:03:02,490
aan de priester worden gegeven om te eten.

1054
01:03:02,490 --> 01:03:05,310
Zo komen de priesters aan hun eten.

1055
01:03:05,310 --> 01:03:09,570
Zo leven de priesters, van die
heilige dingen die worden geofferd.

1056
01:03:09,570 --> 01:03:12,810
In dit hele hoofdstuk
spreekt Paulus er in wezen

1057
01:03:12,810 --> 01:03:15,870
over dat christenen hun
rechten moeten opgeven.

1058
01:03:15,870 --> 01:03:20,370
In dit gedeelte spreekt hij erover
hoe hij zijn rechten opgeeft.

1059
01:03:20,370 --> 01:03:25,230
Dat wil zeggen, hij eist geen financiële
ondersteuning voor zijn bediening.

1060
01:03:25,230 --> 01:03:27,090
Hij werkt met zijn handen.

1061
01:03:27,090 --> 01:03:30,150
Hij heeft een baan en hij dient gratis.

1062
01:03:30,150 --> 01:03:35,430
Maar hij wijst erop dat hij en Barnabas
zo ongeveer de enigen zijn die dat doen,

1063
01:03:35,430 --> 01:03:39,810
want, zei hij, de andere
dienaren worden onderhouden.

1064
01:03:39,810 --> 01:03:43,110
Petrus en de andere
apostelen worden onderhouden.

1065
01:03:43,110 --> 01:03:47,250
Hij zei dat dit een patroon is dat
God bij de tempel heeft ingesteld

1066
01:03:47,250 --> 01:03:49,050
met het offerstelsel.

1067
01:03:49,050 --> 01:03:53,130
De priesters dienen het volk en
ze eten wat er wordt gegeven.

1068
01:03:53,130 --> 01:03:57,330
Trouwens, wat aan de priester werd
gegeven, werd aan God gegeven.

1069
01:03:57,330 --> 01:04:02,130
De mensen die de priester te eten
gaven, deden dat door aan God te geven.

1070
01:04:02,130 --> 01:04:06,990
Van het graanoffer dat de mensen brachten,
wierpen ze eerst iets op het altaar als

1071
01:04:06,990 --> 01:04:09,570
teken dat het geheel aan God werd gegeven.

1072
01:04:09,570 --> 01:04:11,790
Maar de priester eet het.

1073
01:04:11,790 --> 01:04:16,770
Zo werden ook bij de offers waarvan de
priester at, eerst delen aan God geofferd.

1074
01:04:16,770 --> 01:04:20,310
De priesters werden onderhouden
met wat aan God werd geofferd.

1075
01:04:20,310 --> 01:04:22,950
En de aanbidder die door
de priester werd gediend,

1076
01:04:22,950 --> 01:04:25,290
zorgde voor het voedsel van de priester.

1077
01:04:25,290 --> 01:04:27,810
Hij ontving zijn voedsel
van de aanbidders,

1078
01:04:27,810 --> 01:04:31,350
maar alleen in de vorm van
dingen die zij aan God offerden.

1079
01:04:31,350 --> 01:04:34,950
Paulus zei in Filippenzen
hoofdstuk 4 dat hij een gift van de

1080
01:04:34,950 --> 01:04:36,690
Filippenzen had ontvangen.

1081
01:04:36,690 --> 01:04:38,550
En hij zei dat het was:

1082
01:04:38,550 --> 01:04:44,010
als een aangename geur, een welgevallig
offer, welbehaaglijk voor God.

1083
01:04:44,010 --> 01:04:47,730
Hij erkende dat de gift die voor
zijn onderhoud was gestuurd,

1084
01:04:47,730 --> 01:04:49,830
eigenlijk een gift aan God was.

1085
01:04:49,830 --> 01:04:53,610
Dat staat in Filippenzen
4:18, waar hij zegt:

1086
01:04:53,610 --> 01:04:58,290
Maar ik heb alles ontvangen en ik heb
overvloed; ik ben geheel voorzien,

1087
01:04:58,290 --> 01:05:02,850
nu ik door middel van Epafroditus
ontvangen heb wat door u gezonden was,

1088
01:05:02,850 --> 01:05:08,070
als een aangename geur, een welgevallig
offer, welbehaaglijk voor God.

1089
01:05:08,070 --> 01:05:12,810
Toen Paulus in de gevangenis zat, kon hij
niet in zijn eigen onderhoud voorzien.

1090
01:05:12,810 --> 01:05:15,450
Daarom stuurden mensen
hem wel ondersteuning.

1091
01:05:15,450 --> 01:05:20,430
Als hij niet in de gevangenis zat, werkte
hij en nam hij geen ondersteuning aan.

1092
01:05:20,430 --> 01:05:23,310
Maar hij zei wel dat God
het zo heeft verordend:

1093
01:05:23,310 --> 01:05:26,970
zoals de priesters worden onderhouden
met wat de aanbidders aan God brengen,

1094
01:05:26,970 --> 01:05:30,510
moeten ook evangelieverkondigers
daarvan leven. Hij schrijft:

1095
01:05:30,510 --> 01:05:34,530
Weet u niet dat zij die de tempeldienst
verrichten, van het heilige eten?

1096
01:05:34,530 --> 01:05:37,230
En dat zij die steeds
bij het altaar verkeren,

1097
01:05:37,230 --> 01:05:40,290
hun deel ontvangen van
de offers van het altaar?

1098
01:05:40,290 --> 01:05:44,310
Zo heeft de Heere ook met het oog op
hen die het Evangelie verkondigen,

1099
01:05:44,310 --> 01:05:47,430
opgedragen dat zij van
het Evangelie leven.

1100
01:05:47,430 --> 01:05:49,590
Paulus is een uitzondering.

1101
01:05:49,590 --> 01:05:53,550
Hij ziet zichzelf als een uitzondering,
maar niet iedereen is dat.

1102
01:05:53,550 --> 01:05:57,690
Hij wijst erop dat hij het recht
heeft om ondersteuning te ontvangen,

1103
01:05:57,690 --> 01:06:02,130
omdat hij duidelijk wil maken dat hij
in deze zaak zijn rechten opgeeft.

1104
01:06:02,130 --> 01:06:05,010
Maar dat recht bestaat wel, zegt hij.

1105
01:06:05,010 --> 01:06:08,550
Dat is het principe dat Paulus
hieruit naar voren haalt.

1106
01:06:08,550 --> 01:06:11,310
De priesters bij het
altaar worden onderhouden

1107
01:06:11,310 --> 01:06:13,650
door hun dienst bij het altaar.

1108
01:06:13,650 --> 01:06:15,390
Dus, zei hij:

1109
01:06:15,390 --> 01:06:20,370
Wie fulltime het evangelie verkondigt, zei
hij, zou daar ook van moeten kunnen leven.

1110
01:06:20,370 --> 01:06:24,450
Dat zijn allerlei verschillende lessen
die het Nieuwe Testament naar voren brengt

1111
01:06:24,450 --> 01:06:28,710
op basis van dit offerstelsel
dat we zojuist hebben bestudeerd.

1112
01:06:28,710 --> 01:06:32,310
Deze lezing leek misschien een
verzameling van allerlei losse dingen

1113
01:06:32,310 --> 01:06:34,770
die niets met elkaar te maken hadden.

1114
01:06:34,770 --> 01:06:37,230
En tot op zekere hoogte waren ze dat ook,

1115
01:06:37,230 --> 01:06:41,550
omdat de schrijvers van het Nieuwe
Testament met deze verschillende principes

1116
01:06:41,550 --> 01:06:43,890
allerlei verschillende kanten op gaan.

1117
01:06:43,890 --> 01:06:47,670
Maar dit zijn enkele van de
geestelijke lessen die de Bijbel later

1118
01:06:47,670 --> 01:06:51,450
naar voren zou brengen, nadat
het offerstelsel een tijdlang in

1119
01:06:51,450 --> 01:06:53,070
praktijk was gebracht.

1120
01:06:53,070 --> 01:06:57,030
Het Nieuwe Testament haalt deze
geestelijke betekenissen en

1121
01:06:57,030 --> 01:06:59,250
geestelijke lessen er
voor ons uit naar voren.
