1
00:00:02,010 --> 00:00:04,410
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,410 --> 00:00:09,630
Deze keer behandelen
we Leviticus 16 en 17.

3
00:00:09,630 --> 00:00:12,870
We gaan kijken naar het zestiende
hoofdstuk van Leviticus,

4
00:00:12,870 --> 00:00:17,250
waarin de wet over de Grote
Verzoendag staat, Jom Kipoer.

5
00:00:17,250 --> 00:00:21,990
Die wordt vandaag de dag nog steeds door
Joden gevierd als de Grote Verzoendag.

6
00:00:21,990 --> 00:00:25,890
Dat is eigenlijk het enige wat de Joden
nog overhebben sinds de tempel bijna

7
00:00:25,890 --> 00:00:28,170
tweeduizend jaar geleden werd verwoest.

8
00:00:28,170 --> 00:00:32,190
We zullen in hoofdstuk 17,
vers 11 zien dat God zegt:

9
00:00:32,190 --> 00:00:34,770
Want het leven van het
vlees is in het bloed,

10
00:00:34,770 --> 00:00:39,090
en Ik heb dat Zelf voor u op het
altaar gegeven om voor uw leven

11
00:00:39,090 --> 00:00:40,410
verzoening te doen.

12
00:00:40,410 --> 00:00:44,430
Want het is het bloed dat door middel
van het leven verzoening bewerkt.

13
00:00:44,430 --> 00:00:46,590
Daar zijn we nog niet aan toegekomen.

14
00:00:46,590 --> 00:00:49,770
Dat staat in Leviticus 17:11.

15
00:00:49,770 --> 00:00:52,470
En in Hebreeën hoofdstuk 9 staat:

16
00:00:52,470 --> 00:00:56,250
En bijna alles wordt volgens
de wet door bloed gereinigd,

17
00:00:56,250 --> 00:01:00,330
en zonder het vergieten van bloed
vindt er geen vergeving plaats.

18
00:01:00,330 --> 00:01:03,570
Dat wil zeggen: geen vergeving van zonde.

19
00:01:03,570 --> 00:01:07,110
De tempel, en daarvoor de tabernakel, was

20
00:01:07,110 --> 00:01:11,310
zo gebouwd dat de Joden de gelegenheid
zouden hebben om bloedoffers te

21
00:01:11,310 --> 00:01:12,990
brengen voor verzoening.

22
00:01:12,990 --> 00:01:17,550
En de Grote Verzoendag was een
van die dagen waarop ze dat deden.

23
00:01:17,550 --> 00:01:21,510
De tempel werd natuurlijk in het
jaar 70 na Christus verwoest,

24
00:01:21,510 --> 00:01:25,590
en de Joden hebben sinds die
tijd geen tempel meer gehad.

25
00:01:25,590 --> 00:01:31,170
Ze hebben geen altaar, geen priesterschap,
en daarom kunnen ze Jom Kipoer niet houden

26
00:01:31,170 --> 00:01:36,330
en ook geen van de offers brengen die in
het boek Leviticus waren voorgeschreven.

27
00:01:36,330 --> 00:01:41,310
Wat de Joden tegenwoordig dus doen,
is eenvoudig vasten op Jom Kipoer.

28
00:01:41,310 --> 00:01:44,910
Ze hopen dat dit een toereikende
vervanging zal zijn voor wat God hier in

29
00:01:44,910 --> 00:01:48,030
hoofdstuk 16 heeft
voorgeschreven en voor de andere

30
00:01:48,030 --> 00:01:51,390
dierenoffers die verzoening
voor zonde moesten doen.

31
00:01:51,390 --> 00:01:55,530
Het tragische is natuurlijk dat
er geen reden is om te geloven dat

32
00:01:55,530 --> 00:02:00,630
vasten op zichzelf op de een of andere
manier voldoende verzoening voor zonde is.

33
00:02:00,630 --> 00:02:05,910
Op de Grote Verzoendag in Leviticus 16
was het immers noodzakelijk om te vasten

34
00:02:05,910 --> 00:02:07,710
én dierenoffers te brengen.

35
00:02:07,710 --> 00:02:12,750
En ons wordt verteld dat de offers, het
bloed, de verzoening tot stand brachten,

36
00:02:12,750 --> 00:02:14,190
niet het vasten.

37
00:02:14,190 --> 00:02:19,050
Maar sinds de tempel is verwoest,
hebben de Joden twee keuzemogelijkheden.

38
00:02:19,050 --> 00:02:22,770
Ze kunnen helemaal geen offer
hebben, of ze kunnen, neem ik aan,

39
00:02:22,770 --> 00:02:26,790
het offer aanvaarden waarin God
door Zijn Zoon heeft voorzien.

40
00:02:26,790 --> 00:02:31,290
Dat was de vervulling van het
offerstelsel en van de Grote Verzoendag.

41
00:02:31,290 --> 00:02:35,010
Degenen die het offer van Christus
niet voor zichzelf willen aanvaarden

42
00:02:35,010 --> 00:02:38,010
en niet op Zijn bloed willen
vertrouwen voor verzoening,

43
00:02:38,010 --> 00:02:41,190
hebben geen andere bloedoffers
tot hun beschikking.

44
00:02:41,190 --> 00:02:43,710
Zoals er in Hebreeën hoofdstuk 10 staat:

45
00:02:43,710 --> 00:02:46,170
Want als wij willens en wetens zondigen,

46
00:02:46,170 --> 00:02:48,930
nadat wij de kennis van de
waarheid ontvangen hebben,

47
00:02:48,930 --> 00:02:51,930
blijft er geen slachtoffer
voor de zonden meer over,

48
00:02:51,930 --> 00:02:55,710
En daarmee wordt bedoeld dat er
buiten het offer van Christus geen

49
00:02:55,710 --> 00:02:57,330
offer meer overblijft.

50
00:02:57,330 --> 00:03:01,170
We hebben in de eerdere hoofdstukken
van Leviticus gezien dat God veel

51
00:03:01,170 --> 00:03:04,170
offers heeft voorgeschreven
die gebracht moesten worden.

52
00:03:04,170 --> 00:03:08,430
Er waren zondoffers, er waren
schuldoffers die voor zonden waren,

53
00:03:08,430 --> 00:03:12,750
en die waren voor onopzettelijke
zonden, zonden uit onwetendheid.

54
00:03:12,750 --> 00:03:18,210
Er was geen offer beschikbaar voor zonden
die moedwillig of ronduit opstandig waren.

55
00:03:18,210 --> 00:03:23,190
Iemand die eenvoudigweg opstandig was
tegen God, werd uit het volk uitgeroeid.

56
00:03:23,190 --> 00:03:26,310
Die uitdrukking betekent
vaak dat iemand werd gedood,

57
00:03:26,310 --> 00:03:28,710
hoewel ik denk dat ze soms alleen betekent

58
00:03:28,710 --> 00:03:31,410
dat iemand uit de
gemeenschap werd gesloten.

59
00:03:31,410 --> 00:03:35,610
Dat zullen we zien in enkele van de
hoofdstukken die we later gaan bekijken,

60
00:03:35,610 --> 00:03:37,770
vooral hoofdstuk 20.

61
00:03:37,770 --> 00:03:40,710
Maar als mensen afzonderlijk
zonden hadden begaan,

62
00:03:40,710 --> 00:03:43,710
konden ze een offer brengen
wanneer ze maar wilden.

63
00:03:43,710 --> 00:03:46,830
Gezamenlijk moesten de zonden
van het volk echter elk jaar

64
00:03:46,830 --> 00:03:49,410
door een bijzonder ritueel worden bedekt.

65
00:03:49,410 --> 00:03:53,070
We moeten dat bedekken van de zonden
van het volk waarschijnlijk iets anders

66
00:03:53,070 --> 00:03:55,410
begrijpen dan we geneigd zijn te doen,

67
00:03:55,410 --> 00:03:58,830
omdat we een christelijk
perspectief op deze dingen hebben.

68
00:03:58,830 --> 00:04:02,550
En natuurlijk behoren we een
christelijk perspectief te hebben.

69
00:04:02,550 --> 00:04:06,270
We leven nadat de christelijke
openbaring is gegeven,

70
00:04:06,270 --> 00:04:08,910
en we begrijpen de vergeving van zonden.

71
00:04:08,910 --> 00:04:12,090
Waarschijnlijk zijn we
geneigd die vooral te zien als

72
00:04:12,090 --> 00:04:14,370
ons toegangsbewijs tot de hemel.

73
00:04:14,370 --> 00:04:18,930
Dat wil zeggen: we danken God
dat Jezus voor ons is gestorven,

74
00:04:18,930 --> 00:04:23,730
zodat we naar de hemel kunnen gaan, zodat
onze zonden vergeven kunnen worden en we

75
00:04:23,730 --> 00:04:27,330
op de oordeelsdag waardig
geacht kunnen worden om het

76
00:04:27,330 --> 00:04:29,250
eeuwige leven binnen te gaan.

77
00:04:29,250 --> 00:04:32,610
De Joden hadden dat denkbeeld
in het Oude Testament niet echt.

78
00:04:32,610 --> 00:04:36,870
Het idee van eeuwig leven, het
idee dat je naar de hemel gaat,

79
00:04:36,870 --> 00:04:41,070
was niet echt iets waar God in het
Oude Testament ooit over had gesproken.

80
00:04:41,070 --> 00:04:45,210
Het is heel onduidelijk wat er met
mensen gebeurt nadat ze sterven.

81
00:04:45,210 --> 00:04:49,950
En dus had de vergeving van zonden veel
meer te maken met de vraag of mensen Gods

82
00:04:49,950 --> 00:04:51,930
volk op aarde mochten blijven.

83
00:04:51,930 --> 00:04:54,030
Dat was wat Israël was.

84
00:04:54,030 --> 00:04:58,350
Israël was geen volk dat was
uitverkoren om naar de hemel te gaan.

85
00:04:58,350 --> 00:05:02,730
Het was een volk dat was uitverkoren
om door God gebruikt te worden

86
00:05:02,730 --> 00:05:06,930
om beloften tot vervulling te
brengen die aan Abraham waren gedaan.

87
00:05:06,930 --> 00:05:10,770
Dat wil natuurlijk zeggen:
licht brengen aan de volken,

88
00:05:10,770 --> 00:05:14,790
zegen brengen aan alle geslachten
van de aarde door een zaad van Abram

89
00:05:14,790 --> 00:05:16,650
dat de Messias zou zijn.

90
00:05:16,650 --> 00:05:18,150
Daarvoor bestond Israël.

91
00:05:18,150 --> 00:05:21,810
Het is een vergissing om te
denken dat Israël bestond als het

92
00:05:21,810 --> 00:05:26,310
enige volk op aarde dat
God ooit wilde behouden of

93
00:05:26,310 --> 00:05:28,890
na hun dood naar de hemel wilde brengen.

94
00:05:28,890 --> 00:05:32,370
Die kwesties waren in het Oude
Testament niet eens aan de orde.

95
00:05:32,370 --> 00:05:37,590
Wat wel aan de orde was, is dat God
op aarde een volk had door wie Hij

96
00:05:37,590 --> 00:05:40,410
aardse doeleinden wilde verwezenlijken.

97
00:05:40,410 --> 00:05:45,030
En het was een groot voorrecht om
het volk te zijn dat de HEERE kende.

98
00:05:45,030 --> 00:05:48,630
Het was een groot voorrecht dat
de HEERE in hun midden woonde,

99
00:05:48,630 --> 00:05:53,370
hun wetten gaf en hun leven leidde,
zodat ze niet zouden zijn zoals de andere

100
00:05:53,370 --> 00:05:57,990
volken, die demonen aanbaden
en door demonen gekweld werden.

101
00:05:57,990 --> 00:06:00,810
Ze hadden een goede en
liefdevolle Meester,

102
00:06:00,810 --> 00:06:05,130
Iemand Die voor hen zou zorgen als
ze op goede voet met Hem stonden.

103
00:06:05,130 --> 00:06:09,450
Hij zou in hun behoeften voorzien,
Hij zou hun goede oogsten geven,

104
00:06:09,450 --> 00:06:12,330
Hij zou hen tegen hun vijanden beschermen.

105
00:06:12,330 --> 00:06:17,190
Hij zou ervoor zorgen dat hun vrouwen
geen miskramen kregen, enzovoort.

106
00:06:17,190 --> 00:06:19,530
Dit zijn de beloften die God deed.

107
00:06:19,530 --> 00:06:24,750
Dit zijn allemaal aardse voordelen
waarvan God zei dat Israël die zou hebben

108
00:06:24,750 --> 00:06:27,750
als ze op goede voet met God bleven staan.

109
00:06:27,750 --> 00:06:31,710
De verzoening van zonde op de
Grote Verzoendag en de andere

110
00:06:31,710 --> 00:06:36,270
offers die werden gebracht, waren dus in
wezen een manier om te voorkomen dat God

111
00:06:36,270 --> 00:06:40,170
boos werd op het volk en een
oordeel over het volk bracht.

112
00:06:40,170 --> 00:06:43,530
De kwestie van persoonlijk
behoud in de uiteindelijke zin,

113
00:06:43,530 --> 00:06:48,390
met het oog op de eeuwigheid, was
voor hen dezelfde als voor ons.

114
00:06:48,390 --> 00:06:50,430
Ze wisten er alleen niet veel over.

115
00:06:50,430 --> 00:06:53,790
Wij weten meer, want Paulus
schrijft aan Timotheus:

116
00:06:53,790 --> 00:06:57,810
maar nu is geopenbaard door de
verschijning van onze Zaligmaker,

117
00:06:57,810 --> 00:07:00,990
Jezus Christus, Die de
dood tenietgedaan heeft,

118
00:07:00,990 --> 00:07:06,030
en het leven en de onvergankelijkheid aan
het licht gebracht door het Evangelie,

119
00:07:06,030 --> 00:07:10,710
Leven en onsterfelijkheid bestonden, maar
ze waren niet aan het licht gebracht.

120
00:07:10,710 --> 00:07:13,650
Ze werden pas geopenbaard toen Jezus kwam.

121
00:07:13,650 --> 00:07:17,970
De Joden wisten dus niet veel over de
onsterfelijkheid, maar ze wisten wel,

122
00:07:17,970 --> 00:07:23,430
omdat God het hun had verteld, dat het
slecht met hen als volk zou aflopen als ze

123
00:07:23,430 --> 00:07:25,350
Gods gunst verloren.

124
00:07:25,350 --> 00:07:29,190
Ze zouden in gevangenschap gaan,
ze zouden hun land verliezen,

125
00:07:29,190 --> 00:07:33,330
hun oogsten zouden mislukken, hun
vrouwen zouden miskramen krijgen,

126
00:07:33,330 --> 00:07:36,150
hun vijanden zouden hen overwinnen.

127
00:07:36,150 --> 00:07:40,650
Dat waren heel nare dingen, vooral
als je alleen van dit leven weet,

128
00:07:40,650 --> 00:07:44,010
als dit het enige leven
is waarvan je weet hebt.

129
00:07:44,010 --> 00:07:48,090
Als het er dan zo aan toegaat,
is dat behoorlijk ellendig.

130
00:07:48,090 --> 00:07:52,050
Er was dus reden voor de Joden om
zich erom te bekommeren dat hun

131
00:07:52,050 --> 00:07:56,190
overtredingen tegen God, tegen
Zijn wet, verzoend werden.

132
00:07:56,190 --> 00:07:59,490
Eenmaal per jaar was er
die Grote Verzoendag,

133
00:07:59,490 --> 00:08:03,030
eigenlijk om God aan de
kant van Israël te houden.

134
00:08:03,030 --> 00:08:07,110
Naast alle offers die in de loop van
het jaar door afzonderlijke mensen waren

135
00:08:07,110 --> 00:08:12,270
gebracht, ging de hogepriester als
vertegenwoordiger van het volk het heilige

136
00:08:12,270 --> 00:08:13,770
der heiligen binnen.

137
00:08:13,770 --> 00:08:18,390
Daar sprenkelde hij op het verzoendeksel
het bloed van bepaalde dieren die waren

138
00:08:18,390 --> 00:08:21,690
gedood, zondoffers en brandoffers.

139
00:08:21,690 --> 00:08:23,370
Daar gaat dit hoofdstuk over.

140
00:08:23,370 --> 00:08:28,590
Dit hele hoofdstuk 16 van Leviticus
gaat over het ritueel van de Grote

141
00:08:28,590 --> 00:08:31,230
Verzoendag, Jom Kipoer.

142
00:08:31,230 --> 00:08:35,430
Jom Kipoer is het Hebreeuws
voor Grote Verzoendag.

143
00:08:35,430 --> 00:08:38,130
Laten we dit bekijken. Er staat:

144
00:08:38,130 --> 00:08:43,230
De HEERE sprak tot Mozes na de
dood van de twee zonen van Aäron,

145
00:08:43,230 --> 00:08:48,390
toen zij voor het aangezicht van de
HEERE waren genaderd en gestorven waren.

146
00:08:48,390 --> 00:08:54,690
De HEERE zei toen tegen Mozes: Spreek
tot uw broer Aäron en zeg dat hij niet

147
00:08:54,690 --> 00:08:58,830
te allen tijde in het heiligdom
binnen het voorhangsel mag komen,

148
00:08:58,830 --> 00:09:03,030
vóór het verzoendeksel dat op de
ark ligt, opdat hij niet sterft,

149
00:09:03,030 --> 00:09:06,930
want Ik verschijn in de
wolk op het verzoendeksel.

150
00:09:06,930 --> 00:09:11,550
Hier zien we meteen dat we de
uitdrukking ‘het heilige’ tegenkomen.

151
00:09:11,550 --> 00:09:15,870
In de New King James staat
hier ‘the holy place’.

152
00:09:15,870 --> 00:09:19,590
Het woord ‘place’ staat
cursief, wat betekent

153
00:09:19,590 --> 00:09:23,850
dat er in het Hebreeuws geen woord
staat dat daarmee overeenkomt.

154
00:09:23,850 --> 00:09:26,190
Er staat alleen ‘in het heilige’.

155
00:09:26,190 --> 00:09:31,050
Toen we de tabernakel bestudeerden,
zagen we dat het tabernakelgebouw zelf in

156
00:09:31,050 --> 00:09:32,850
twee ruimten was verdeeld.

157
00:09:32,850 --> 00:09:37,290
De meest toegankelijke ruimte werd
het heilige of het heiligdom genoemd.

158
00:09:37,290 --> 00:09:41,310
Het woord ‘heiligdom’
betekent ‘heilige plaats’.

159
00:09:41,310 --> 00:09:43,170
In het Nieuwe Testament wordt dit eerste

160
00:09:43,170 --> 00:09:47,550
gedeelte van het tabernakelgebouw
het heiligdom genoemd, het heilige.

161
00:09:47,550 --> 00:09:51,750
De ruimte achter het voorhangsel,
de ruimte die hier wordt beschreven,

162
00:09:51,750 --> 00:09:55,170
werd in het Nieuwe Testament het
heilige der heiligen genoemd,

163
00:09:55,170 --> 00:09:56,790
of het allerheiligste.

164
00:09:56,790 --> 00:09:59,850
Maar wat we hier hebben, is
een enigszins ander gebruik.

165
00:09:59,850 --> 00:10:02,190
Wanneer er over het
heilige wordt gesproken,

166
00:10:02,190 --> 00:10:06,570
of over wat de New King James hier
vertaalt als ‘the holy place’,

167
00:10:06,570 --> 00:10:08,910
wordt daarmee niet het heiligdom bedoeld.

168
00:10:08,910 --> 00:10:11,190
Het verwijst niet naar
het eerste gedeelte,

169
00:10:11,190 --> 00:10:13,470
waar de priesters dagelijks binnengingen.

170
00:10:13,470 --> 00:10:17,250
Het verwijst naar wat wij het
heilige der heiligen noemen.

171
00:10:17,250 --> 00:10:21,150
Het is goed dat we dat helder
hebben, want we gaan erover lezen.

172
00:10:21,150 --> 00:10:25,950
Anders zouden we kunnen denken: ‘Het
heilige, is dat niet waar de kandelaar,

173
00:10:25,950 --> 00:10:29,370
de tafel met de toonbroden
en het gouden altaar staan?’

174
00:10:29,370 --> 00:10:32,490
In sommige contexten wordt
dat inderdaad zo genoemd.

175
00:10:32,490 --> 00:10:36,630
Ja, in deze context verwijst het
naar het heilige der heiligen,

176
00:10:36,630 --> 00:10:40,890
en het andere gedeelte wordt eenvoudig
de tent van de samenkomst genoemd.

177
00:10:40,890 --> 00:10:44,310
We kunnen dat zien aan het gebruik
ervan op andere plaatsen hier,

178
00:10:44,310 --> 00:10:48,210
maar we zien bijvoorbeeld
in vers 2, midden in vers 2:

179
00:10:48,210 --> 00:10:52,710
de heilige ruimte achter het
voorhangsel, vóór het verzoendeksel.

180
00:10:52,710 --> 00:10:55,950
Dat verwijst dus duidelijk
naar het heilige der heiligen

181
00:10:55,950 --> 00:10:57,630
achter het voorhangsel.

182
00:10:57,630 --> 00:10:59,730
In vers 23 zien we:

183
00:10:59,730 --> 00:11:04,050
Daarna moet Aäron in de tent van
ontmoeting komen en de linnen kleren

184
00:11:04,050 --> 00:11:07,950
uittrekken die hij aangedaan had
toen hij het heiligdom binnenging.

185
00:11:07,950 --> 00:11:09,510
Daar moet hij ze laten.

186
00:11:09,510 --> 00:11:12,870
Er wordt dus onderscheid
gemaakt tussen dit heilige,

187
00:11:12,870 --> 00:11:17,730
waarmee eigenlijk het heilige der heiligen
wordt bedoeld, en het andere gedeelte,

188
00:11:17,730 --> 00:11:20,130
dat hier de tent van
ontmoeting wordt genoemd.

189
00:11:20,130 --> 00:11:24,510
Als we dit doorlezen en je heel vertrouwd
bent met de bewoordingen hierover in het

190
00:11:24,510 --> 00:11:28,110
Nieuwe Testament, en je
weet dat de term heilige

191
00:11:28,110 --> 00:11:31,710
gewoonlijk betekent wat hier de
tent van ontmoeting wordt genoemd,

192
00:11:31,710 --> 00:11:34,050
dan zou je in verwarring kunnen raken.

193
00:11:34,050 --> 00:11:39,090
Daarom wijs ik daar aan het begin op, want
in vers 2 komen we de omschrijving tegen

194
00:11:39,090 --> 00:11:42,210
van wat in dit hoofdstuk
het heilige wordt genoemd.

195
00:11:42,210 --> 00:11:45,390
Hij zegt dat je niet zomaar
op elk moment mag binnengaan:

196
00:11:45,390 --> 00:11:50,850
De HEERE zei toen tegen Mozes: Spreek
tot uw broer Aäron en zeg dat hij niet

197
00:11:50,850 --> 00:11:54,870
te allen tijde in het heiligdom
binnen het voorhangsel mag komen,

198
00:11:54,870 --> 00:11:58,770
vóór het verzoendeksel dat op de
ark ligt, opdat hij niet sterft,

199
00:11:58,770 --> 00:12:01,950
want Ik verschijn in de
wolk op het verzoendeksel.

200
00:12:01,950 --> 00:12:07,531
Alleen hiermee mag Aäron het heiligdom
binnengaan: met een jonge stier —

201
00:12:07,531 --> 00:12:12,750
het jong van een rund — als
zondoffer en een ram als brandoffer.

202
00:12:12,750 --> 00:12:17,130
Hij moet het heilige linnen onderkleed
aantrekken en een linnen broek moet over

203
00:12:17,130 --> 00:12:18,870
zijn onderlichaam zijn.

204
00:12:18,870 --> 00:12:23,610
Hij moet een linnen gordel ombinden
en een linnen tulband om wikkelen.

205
00:12:23,610 --> 00:12:25,710
Dit is heilige kleding.

206
00:12:25,710 --> 00:12:30,630
Hij mag die pas aantrekken, nadat hij
zijn lichaam met het water gewassen heeft.

207
00:12:30,630 --> 00:12:33,930
Dit zijn dus de gewone
priesterlijke gewaden.

208
00:12:33,930 --> 00:12:37,230
Dit is de beschrijving van
de taak van de hogepriester,

209
00:12:37,230 --> 00:12:41,610
die gewoonlijk al die bijna
koninklijk ogende ambtskleding draagt,

210
00:12:41,610 --> 00:12:46,770
met al die kleurrijke onderdelen en
het borstschild met de edelstenen erin.

211
00:12:46,770 --> 00:12:51,510
Dat is wat de hogepriester gewoonlijk
draagt, maar niet in het begin.

212
00:12:51,510 --> 00:12:55,230
Hij gaat het heilige der heiligen
eigenlijk binnen in de kleding van

213
00:12:55,230 --> 00:12:56,790
een gewone man.

214
00:12:56,790 --> 00:13:01,470
In feite verschilt die niet veel van wat
een slaaf in die samenleving zou dragen:

215
00:13:01,470 --> 00:13:03,510
de eenvoudigste kleding.

216
00:13:03,510 --> 00:13:08,010
Hij gaat niet in zijn fraaie kleren
voor Gods aangezicht verschijnen.

217
00:13:08,010 --> 00:13:11,070
Die trekt hij later tijdens
de plechtigheid wel aan,

218
00:13:11,070 --> 00:13:14,490
nadat hij klaar is in
het heilige der heiligen.

219
00:13:14,490 --> 00:13:19,230
We zien inderdaad in vers 23 en
verder dat hij zijn gebruikelijke

220
00:13:19,230 --> 00:13:21,390
hogepriesterlijke gewaden aantrekt.

221
00:13:21,390 --> 00:13:26,970
Maar deze eerste rituelen worden
uitgevoerd terwijl de hogepriester gewone,

222
00:13:26,970 --> 00:13:31,770
eenvoudige linnen kleding draagt, zoals
de andere priesters zouden dragen.

223
00:13:31,770 --> 00:13:35,730
Hij wast zijn lichaam met
water en trekt deze kleren aan.

224
00:13:35,730 --> 00:13:37,350
En in vers 5:

225
00:13:37,350 --> 00:13:41,910
Van de gemeenschap van de Israëlieten
moet hij twee geitenbokken nemen als

226
00:13:41,910 --> 00:13:45,330
zondoffer en één ram als brandoffer.

227
00:13:45,330 --> 00:13:47,790
We hebben dus deze dieren.

228
00:13:47,790 --> 00:13:50,070
In vers 3 hebben we de dieren die voor

229
00:13:50,070 --> 00:13:53,670
Aäron en voor zijn huisgezin
geofferd zullen worden.

230
00:13:53,670 --> 00:13:56,670
Daarvoor moet eerst
verzoening worden gedaan.

231
00:13:56,670 --> 00:14:01,110
Vers 3 vermeldt dat het een jonge
stier en een ram zullen zijn.

232
00:14:01,110 --> 00:14:03,990
De jonge stier is bestemd als zondoffer.

233
00:14:03,990 --> 00:14:07,110
De ram zal als brandoffer worden verbrand.

234
00:14:07,110 --> 00:14:10,890
Vervolgens zal hij ook iets
voor het volk moeten offeren.

235
00:14:10,890 --> 00:14:15,690
Hier hebben we in wezen ook een ram
als brandoffer, net als voor hemzelf.

236
00:14:15,690 --> 00:14:19,170
Maar er zijn ook twee bokken, en
met die twee zal op verschillende

237
00:14:19,170 --> 00:14:21,030
manieren worden gehandeld.

238
00:14:21,030 --> 00:14:23,610
De ene zal een zondoffer zijn.

239
00:14:23,610 --> 00:14:26,790
De andere zal op een unieke
manier worden behandeld,

240
00:14:26,790 --> 00:14:29,730
op een manier waarop
geen enkel ander dier op

241
00:14:29,730 --> 00:14:32,670
enig ander moment in
het jaar werd behandeld.

242
00:14:32,670 --> 00:14:36,390
Dat is wat de zondebok wordt
genoemd, zoals we zullen zien.

243
00:14:36,390 --> 00:14:41,730
Hij moet dus twee geitenbokjes als
zondoffer nemen en een ram als brandoffer.

244
00:14:41,730 --> 00:14:45,810
Dit zal voor het volk zijn, nadat hij
aandacht heeft besteed aan zijn eigen

245
00:14:45,810 --> 00:14:48,270
zonden en zijn eigen verzoening.

246
00:14:48,270 --> 00:14:53,550
Dan moet Aäron de jonge stier aanbieden
als zondoffer dat voor hem bestemd is,

247
00:14:53,550 --> 00:14:56,790
en voor zichzelf en zijn
gezin verzoening doen.

248
00:14:56,790 --> 00:14:59,250
Nu klinkt het alsof hij
dat op dit moment doet,

249
00:14:59,250 --> 00:15:02,250
maar in werkelijkheid doet
hij het niet op dit moment.

250
00:15:02,250 --> 00:15:06,750
Het wordt alleen alvast gezegd,
vooruitlopend op wat er gaat gebeuren.

251
00:15:06,750 --> 00:15:10,770
Er wordt gezegd dat hij een ram en
twee bokken voor het volk zal hebben,

252
00:15:10,770 --> 00:15:14,250
maar dat hij voor zichzelf
een jonge stier zal offeren.

253
00:15:14,250 --> 00:15:17,910
Maar in dit stadium van het
ritueel offert hij die nog niet.

254
00:15:17,910 --> 00:15:20,310
Dat doet hij pas in vers 11.

255
00:15:20,310 --> 00:15:21,930
Dus in vers 7:

256
00:15:21,930 --> 00:15:26,790
Hij moet ook de beide bokken nemen en die
voor het aangezicht van de HEERE plaatsen,

257
00:15:26,790 --> 00:15:29,490
bij de ingang van de tent van ontmoeting.

258
00:15:29,490 --> 00:15:33,090
Aäron moet namelijk het lot
over de twee bokken werpen:

259
00:15:33,090 --> 00:15:36,930
één lot voor de HEERE en één
lot voor de weggaande bok.

260
00:15:36,930 --> 00:15:40,830
Dan moet Aäron de bok waarop het
lot voor de HEERE gevallen is,

261
00:15:40,830 --> 00:15:43,830
aanbieden en hem als zondoffer bereiden.

262
00:15:43,830 --> 00:15:47,610
Maar de bok waarop het lot is
gevallen om weggaande bok te zijn,

263
00:15:47,610 --> 00:15:51,150
moet levend voor het aangezicht
van de HEERE geplaatst worden,

264
00:15:51,150 --> 00:15:56,670
om daarmee verzoening te doen door hem als
weggaande bok de woestijn in te sturen.

265
00:15:56,670 --> 00:16:01,530
Nu zouden we volgens mij kunnen zeggen
dat de verzen 3 tot en met 10 ons

266
00:16:01,530 --> 00:16:05,850
eenvoudig in het algemeen vertellen
wat er met deze dieren gaat gebeuren.

267
00:16:05,850 --> 00:16:08,730
Over de daadwerkelijke
uitvoering van deze offers

268
00:16:08,730 --> 00:16:13,230
en wat er met de zondebok wordt gedaan,
lezen we in de verzen die volgen.

269
00:16:13,230 --> 00:16:17,250
Dit geeft als het ware een samenvatting
van wat er met de verschillende dieren

270
00:16:17,250 --> 00:16:18,570
zal worden gedaan.

271
00:16:18,570 --> 00:16:21,930
Er zal een jonge stier zijn
als zondoffer voor de priester,

272
00:16:21,930 --> 00:16:26,910
een ram als brandoffer voor de priester,
een ram als brandoffer voor het volk,

273
00:16:26,910 --> 00:16:28,230
twee bokken voor het volk.

274
00:16:28,230 --> 00:16:34,110
De ene zal een zondoffer zijn,
de andere zal een zondebok zijn.

275
00:16:34,110 --> 00:16:37,770
Die wordt de woestijn in
geleid en daar losgelaten.

276
00:16:37,770 --> 00:16:42,030
Dit vat alles samen wat er
gedurende die dag zal gebeuren.

277
00:16:42,030 --> 00:16:45,090
Maar nu wordt het
ritueel zelf doorgenomen,

278
00:16:45,090 --> 00:16:49,770
met ongeveer de mate van detail waaraan
we in de eerste zeven hoofdstukken

279
00:16:49,770 --> 00:16:54,150
gewend zijn geraakt, maar misschien
niet helemaal zo gedetailleerd.

280
00:16:54,150 --> 00:16:56,190
In vers 11 staat:

281
00:16:56,190 --> 00:17:01,650
Dan moet Aäron de jonge stier als het
zondoffer dat voor hemzelf bestemd is,

282
00:17:01,650 --> 00:17:05,490
aanbieden, en voor zichzelf
en zijn gezin verzoening doen,

283
00:17:05,490 --> 00:17:11,070
en de jonge stier als het zondoffer
dat voor hemzelf bestemd is, slachten.

284
00:17:11,070 --> 00:17:14,430
Dat zouden alle priesters
en hun gezinnen zijn.

285
00:17:14,430 --> 00:17:18,330
Verder moet hij van het altaar voor
het aangezicht van de HEERE een

286
00:17:18,330 --> 00:17:22,410
vuurschaal vol vurige kolen
nemen, met beide handen

287
00:17:22,410 --> 00:17:27,690
vol fijngestoten geurig reukwerk, en
dit binnen het voorhangsel brengen.

288
00:17:27,690 --> 00:17:29,430
Niet ergens anders vandaan.

289
00:17:29,430 --> 00:17:35,070
Nadab en Abihu waren wat dat
betreft een goede les voor iedereen.

290
00:17:35,070 --> 00:17:38,550
Dat betekent: het heilige der heiligen in.

291
00:17:38,550 --> 00:17:43,110
Hij moet dan het reukwerk op het vuur
leggen voor het aangezicht van de HEERE,

292
00:17:43,110 --> 00:17:48,450
zodat de wolk van het reukwerk het
verzoendeksel, dat boven de getuigenis is,

293
00:17:48,450 --> 00:17:51,210
bedekt en hij niet zal sterven.

294
00:17:51,210 --> 00:17:53,550
Hij heeft dus dit wierookvat.

295
00:17:53,550 --> 00:17:57,870
Het is een soort gouden schaal, die
waarschijnlijk aan kettingen hangt.

296
00:17:57,870 --> 00:18:01,170
Misschien drie kettingen die
bovenaan bij elkaar kwamen,

297
00:18:01,170 --> 00:18:03,510
zodat hij het daaraan kon vasthouden.

298
00:18:03,510 --> 00:18:06,030
Hij deed er een handvol wierook in.

299
00:18:06,030 --> 00:18:11,370
Hij nam kolen van het altaar mee in een
ander soort draaggerei en ging het heilige

300
00:18:11,370 --> 00:18:12,270
der heiligen in.

301
00:18:12,270 --> 00:18:16,830
Hij deed de kolen en de wierook bij elkaar
in het wierookvat en vulde het heilige

302
00:18:16,830 --> 00:18:19,110
der heiligen met de rook van de wierook.

303
00:18:19,110 --> 00:18:21,870
Dat is wat hij hier doet. Vers 14:

304
00:18:21,870 --> 00:18:24,870
Hij moet dan een deel van het
bloed van de jonge stier nemen,

305
00:18:24,870 --> 00:18:27,570
en met zijn vinger op het
verzoendeksel sprenkelen,

306
00:18:27,570 --> 00:18:29,670
aan de kant naar het oosten toe.

307
00:18:29,670 --> 00:18:33,090
En vóór het verzoendeksel moet
hij zeven keer met zijn vinger van

308
00:18:33,090 --> 00:18:34,710
dat bloed sprenkelen.

309
00:18:34,710 --> 00:18:37,530
Dan moet hij het heilige
der heiligen uit komen,

310
00:18:37,530 --> 00:18:40,170
terug naar het altaar
in de buitenste voorhof,

311
00:18:40,170 --> 00:18:43,770
en de bok van het zondoffer
slachten, die voor het volk is.

312
00:18:43,770 --> 00:18:47,490
Hij heeft de jonge stier dus als
zijn eigen zondoffer geofferd.

313
00:18:47,490 --> 00:18:51,030
Nu gaat hij, voordat hij ook maar
een van de brandoffers offert,

314
00:18:51,030 --> 00:18:53,550
ook het zondoffer voor het volk offeren.

315
00:18:53,550 --> 00:18:57,750
En hij gaat precies hetzelfde doen
als wat hij met de jonge stier deed.

316
00:18:57,750 --> 00:19:01,290
Hij gaat de bok van het zondoffer
slachten, die voor het volk is,

317
00:19:01,290 --> 00:19:05,490
zijn bloed binnen het voorhangsel brengen,
met dat bloed doen wat hij met het bloed

318
00:19:05,490 --> 00:19:09,210
van de jonge stier deed, en het
op het verzoendeksel en vóór

319
00:19:09,210 --> 00:19:11,610
het verzoendeksel sprenkelen.

320
00:19:11,610 --> 00:19:14,010
Zo moet hij over het
heiligdom verzoening doen

321
00:19:14,010 --> 00:19:18,450
vanwege de onreinheden van de
Israëlieten en vanwege hun overtredingen,

322
00:19:18,450 --> 00:19:20,910
overeenkomstig al hun zonden.

323
00:19:20,910 --> 00:19:24,570
Zo moet hij ook doen met de tent
van ontmoeting, die bij hen staat,

324
00:19:24,570 --> 00:19:26,610
te midden van hun onreinheden.

325
00:19:26,610 --> 00:19:28,710
Dat wil zeggen, het is, denk ik,

326
00:19:28,710 --> 00:19:33,750
de inwijding van het heilige der heiligen
wanneer het voor het eerst wordt gebruikt.

327
00:19:33,750 --> 00:19:36,450
Dat zou het andere deel
van het gebouw zijn.

328
00:19:36,450 --> 00:19:39,270
Geen enkel mens mag in de
tent van ontmoeting zijn,

329
00:19:39,270 --> 00:19:42,570
als hij er binnengaat om in het
heiligdom verzoening te doen,

330
00:19:42,570 --> 00:19:44,010
totdat hij naar buiten komt.

331
00:19:44,010 --> 00:19:47,550
Zo moet hij verzoening doen
voor zichzelf, voor zijn gezin

332
00:19:47,550 --> 00:19:50,130
en voor heel de gemeente van Israël.

333
00:19:50,130 --> 00:19:53,070
Daarna moet hij naar buiten
gaan, naar het altaar,

334
00:19:53,070 --> 00:19:57,330
dat voor het aangezicht van de HEERE
is, en er verzoening over doen.

335
00:19:57,330 --> 00:20:00,210
Hij moet dan een deel van
het bloed van de jonge stier

336
00:20:00,210 --> 00:20:02,670
en een deel van het bloed van de bok nemen

337
00:20:02,670 --> 00:20:06,210
en het rondom op de hoorns
van het altaar strijken.

338
00:20:06,210 --> 00:20:08,490
Dat zou het bronzen altaar zijn.

339
00:20:08,490 --> 00:20:12,870
Dan moet hij met zijn vinger zeven keer
een deel van het bloed daarop sprenkelen.

340
00:20:12,870 --> 00:20:16,950
Zo reinigt en heiligt hij het van
de onreinheden van de Israëlieten.

341
00:20:16,950 --> 00:20:19,650
Dus hoewel hij deze
verzoening voor het volk doet,

342
00:20:19,650 --> 00:20:23,070
wordt er ook gezegd dat hij verzoening
doet voor de tabernakel zelf en het

343
00:20:23,070 --> 00:20:25,710
altaar, of dat hij die reinigt.

344
00:20:25,710 --> 00:20:29,910
Eerst het heilige der heiligen,
dan de eigenlijke tabernakel,

345
00:20:29,910 --> 00:20:33,690
en vervolgens gaat hij naar
buiten, de buitenste voorhof in,

346
00:20:33,690 --> 00:20:35,790
en doet hetzelfde voor het altaar.

347
00:20:35,790 --> 00:20:38,790
Nu krijgen we het ritueel
met de weggaande bok.

348
00:20:38,790 --> 00:20:40,470
In vers 20 staat:

349
00:20:40,470 --> 00:20:42,990
Wanneer hij de verzoening
over het heiligdom,

350
00:20:42,990 --> 00:20:45,930
de tent van ontmoeting en
het altaar voltooid heeft,

351
00:20:45,930 --> 00:20:49,170
dan moet hij de levende
bok naderbij laten komen.

352
00:20:49,170 --> 00:20:52,770
Aäron moet zijn beide handen op
de kop van de levende bok leggen

353
00:20:52,770 --> 00:20:56,070
en al de ongerechtigheden
van de Israëlieten belijden,

354
00:20:56,070 --> 00:20:59,790
al hun overtredingen,
overeenkomstig al hun zonden.

355
00:20:59,790 --> 00:21:03,570
Hij moet die op de kop van de bok
leggen en hem door de hand van een man,

356
00:21:03,570 --> 00:21:07,290
die daarvoor gereedstaat,
de woestijn in sturen.

357
00:21:07,290 --> 00:21:11,970
Zo draagt de bok al hun ongerechtigheden
op zich weg naar een onbewoond gebied.

358
00:21:11,970 --> 00:21:14,550
Hij moet dan de bok de woestijn in sturen.

359
00:21:14,550 --> 00:21:18,150
Deze bok mag dus nooit
meer worden teruggezien.

360
00:21:18,150 --> 00:21:21,810
De zonden van het volk worden
beleden op de kop van de bok.

361
00:21:21,810 --> 00:21:24,510
Omdat dit de zonden uit onwetendheid zijn,

362
00:21:24,510 --> 00:21:29,490
is het niet duidelijk welke zonden
Aäron precies zou weten te belijden.

363
00:21:29,490 --> 00:21:33,450
Het is mogelijk dat hij gewoon een
hele opsomming gaf van alle mogelijke

364
00:21:33,450 --> 00:21:35,790
zonden die Israël begaan kon hebben.

365
00:21:35,790 --> 00:21:39,270
Dan liep hij de wet door en beleed
hij dat waarschijnlijk iemand

366
00:21:39,270 --> 00:21:44,430
onbedoeld deze wet en deze wet en
deze wet en deze wet had overtreden.

367
00:21:44,430 --> 00:21:48,390
Het is moeilijk te zeggen hoelang
deze belijdenis precies zou duren,

368
00:21:48,390 --> 00:21:52,050
hoeveel zonden we kunnen belijden
en hoe hij zou weten welke zonden

369
00:21:52,050 --> 00:21:53,550
hij moest belijden.

370
00:21:53,550 --> 00:21:58,170
Maar naar alle waarschijnlijkheid nam hij,
omdat dit maar één keer per jaar gebeurde,

371
00:21:58,170 --> 00:22:02,370
alles mee en beleed hij waarschijnlijk
elke zonde die er maar bestond.

372
00:22:02,370 --> 00:22:05,310
En daarmee kwamen de
zonden op de bok te liggen.

373
00:22:05,310 --> 00:22:10,470
Daarna werd de bok de woestijn in geleid
en losgelaten, vermoedelijk om te sterven,

374
00:22:10,470 --> 00:22:12,690
want een geit is een huisdier.

375
00:22:12,690 --> 00:22:15,390
Het dier heeft de zorg van mensen nodig.

376
00:22:15,390 --> 00:22:18,630
Als je het de woestijn in
brengt, kan het verhongeren.

377
00:22:18,630 --> 00:22:22,590
Geiten kunnen weliswaar beter dan de
meeste dieren voedsel zoeken en zowat

378
00:22:22,590 --> 00:22:27,210
alles eten, maar het dier bevindt
zich daar ook tussen de roofdieren.

379
00:22:27,210 --> 00:22:30,210
Zonder de bescherming van een
herder of een geitenhoeder

380
00:22:30,210 --> 00:22:32,970
zal het vrijwel zeker worden opgegeten.

381
00:22:32,970 --> 00:22:37,470
Niemand bekommert zich erom wat er
met de bok gebeurt zodra hij weg is.

382
00:22:37,470 --> 00:22:41,490
Het beeld is dat de bok de
zonden ergens anders heen draagt,

383
00:22:41,490 --> 00:22:43,290
om nooit meer gezien te worden.

384
00:22:43,290 --> 00:22:46,410
Nu bestaat er onder de
Joden een overlevering

385
00:22:46,410 --> 00:22:49,890
dat de bok soms weer het kamp
in kwam wandelen nadat hij in de

386
00:22:49,890 --> 00:22:51,690
woestijn was losgelaten.

387
00:22:51,690 --> 00:22:56,310
De bok was misschien achter de man
aan teruggelopen of wist de weg terug.

388
00:22:56,310 --> 00:22:59,970
Daarom voegden de Joden nog
een aspect aan het ritueel toe.

389
00:22:59,970 --> 00:23:04,290
De man leidde de bok de woestijn
in en duwde hem van een klif,

390
00:23:04,290 --> 00:23:06,210
zodat hij zou sterven.

391
00:23:06,210 --> 00:23:10,350
Ze lieten hem niet zomaar in leven, want
ze wilden niet dat de zonden met de bok

392
00:23:10,350 --> 00:23:12,090
terug het kamp in kwamen.

393
00:23:12,090 --> 00:23:16,290
Hoewel het ritueel in de Bijbel dus
niet vereiste dat de bok werd gedood,

394
00:23:16,290 --> 00:23:19,470
werd dat later de vaste
handelwijze in Israël.

395
00:23:19,470 --> 00:23:23,490
Want, zoals ik al zei, kennelijk kwam
het af en toe voor dat de bok weer het

396
00:23:23,490 --> 00:23:24,810
kamp in kwam.

397
00:23:24,810 --> 00:23:26,550
Dus daar gaat de bok.

398
00:23:26,550 --> 00:23:28,590
In vers 23 staat:

399
00:23:28,590 --> 00:23:32,910
Daarna moet Aäron in de tent van
ontmoeting komen en de linnen kleren

400
00:23:32,910 --> 00:23:36,570
uittrekken die hij aangedaan had
toen hij het heiligdom binnenging.

401
00:23:36,570 --> 00:23:38,310
Daar moet hij ze laten.

402
00:23:38,310 --> 00:23:41,190
Hij gaat zich daar in de
tabernakel dus omkleden,

403
00:23:41,190 --> 00:23:44,190
maar niet in het heilige der heiligen.

404
00:23:44,190 --> 00:23:47,430
De kleren die hij in het
heilige der heiligen droeg,

405
00:23:47,430 --> 00:23:50,310
laat hij daar in de tent
van ontmoeting achter.

406
00:23:50,310 --> 00:23:52,950
Hij moet zijn lichaam in de
heilige plaats met het water

407
00:23:52,950 --> 00:23:55,470
wassen en zijn kleren aantrekken.

408
00:23:55,470 --> 00:23:59,610
Dan moet hij naar buiten gaan, zijn
brandoffer bereiden mét het brandoffer van

409
00:23:59,610 --> 00:24:03,090
het volk, en voor zichzelf
en het volk verzoening doen.

410
00:24:03,090 --> 00:24:07,710
Omdat hij in zijn eenvoudige kleding het
zondoffer heeft gebracht en zo voor God is

411
00:24:07,710 --> 00:24:11,190
verschenen, wordt hij nu
als gereinigd beschouwd.

412
00:24:11,190 --> 00:24:14,910
Hij is nu in staat God te
vertegenwoordigen in de

413
00:24:14,910 --> 00:24:18,210
heiligere, luisterrijke ambtskleding.

414
00:24:18,210 --> 00:24:20,370
Die trekt hij dus weer aan.

415
00:24:20,370 --> 00:24:24,030
Vervolgens gaat hij naar buiten
om de brandoffers te brengen,

416
00:24:24,030 --> 00:24:26,610
en dat zijn natuurlijk de twee rammen.

417
00:24:26,610 --> 00:24:31,290
Ook moet hij het vet van het zondoffer
op het altaar in rook laten opgaan.

418
00:24:31,290 --> 00:24:35,370
Dat zijn de zondoffers waarvan hij
het bloed al heeft gesprenkeld.

419
00:24:35,370 --> 00:24:39,510
Het lichaam en dergelijke van die
dieren moeten nog worden verwerkt.

420
00:24:39,510 --> 00:24:43,050
Bedenk dat bij het zondoffer bloed
van het dier werd gesprenkeld,

421
00:24:43,050 --> 00:24:46,350
maar dat ze daarna verschillende
delen van het lichaam op verschillende

422
00:24:46,350 --> 00:24:48,270
manieren moesten afvoeren.

423
00:24:48,270 --> 00:24:50,970
Het vet wordt op het altaar verbrand.

424
00:24:50,970 --> 00:24:53,670
In vers 26 staat er tussendoor:

425
00:24:53,670 --> 00:24:56,130
Hij die de weggaande
bok heeft weggestuurd,

426
00:24:56,130 --> 00:24:59,910
moet zijn kleren wassen en
zijn lichaam met water wassen.

427
00:24:59,910 --> 00:25:01,950
Dan mag hij in het kamp komen.

428
00:25:01,950 --> 00:25:03,390
Dan staat er:

429
00:25:03,390 --> 00:25:07,470
De jonge stier voor het zondoffer
en de bok voor het zondoffer,

430
00:25:07,470 --> 00:25:11,130
waarvan het bloed in het heiligdom is
binnengebracht om verzoening te doen,

431
00:25:11,130 --> 00:25:13,470
moet men tot buiten het kamp brengen.

432
00:25:13,470 --> 00:25:18,330
Hun huiden, hun vlees en hun mest
moeten zij met vuur verbranden.

433
00:25:18,330 --> 00:25:23,010
Met die ‘mest’ wordt natuurlijk het
vieze spul in hun darmen bedoeld.

434
00:25:23,010 --> 00:25:27,810
De spreker maakt hier een Engelse
woordspeling met ‘offal’, darminhoud,

435
00:25:27,810 --> 00:25:30,630
en ‘awful’, afschuwelijk.

436
00:25:30,630 --> 00:25:34,230
Hij die ze verbrandt, moet zijn
kleren wassen en zijn lichaam met

437
00:25:34,230 --> 00:25:35,730
het water wassen.

438
00:25:35,730 --> 00:25:37,530
Dan mag hij in het kamp komen.

439
00:25:37,530 --> 00:25:41,730
Dit is vrij gebruikelijk, behalve
dat we lezen dat bij deze gelegenheid

440
00:25:41,730 --> 00:25:44,130
de huiden van de dieren worden verbrand.

441
00:25:44,130 --> 00:25:48,390
In de meeste gevallen worden bij het
zondoffer volgens mij de huiden bewaard

442
00:25:48,390 --> 00:25:51,630
en aan de priesters gegeven,
als ik me niet vergis.

443
00:25:51,630 --> 00:25:55,650
Maar als dat hier het verschil
is, dan is dit een andere dag.

444
00:25:55,650 --> 00:25:58,350
Dit is een ander soort gebeurtenis.

445
00:25:58,350 --> 00:25:59,970
Vers 29:

446
00:25:59,970 --> 00:26:04,470
Dit is voor u tot een eeuwige
verordening: u moet in de zevende maand,

447
00:26:04,470 --> 00:26:09,870
op de tiende dag van de maand, uzelf
verootmoedigen en geen enkel werk doen,

448
00:26:09,870 --> 00:26:15,030
de ingezetene niet, en de vreemdeling
die in uw midden verblijft, evenmin.

449
00:26:15,030 --> 00:26:18,990
Want op deze dag wordt voor u
verzoening gedaan om u te reinigen.

450
00:26:18,990 --> 00:26:23,190
Van al uw zonden wordt u voor het
aangezicht van de HEERE gereinigd.

451
00:26:23,190 --> 00:26:26,550
Het is voor u sabbat, een
dag van volledige rust,

452
00:26:26,550 --> 00:26:28,890
opdat u uzelf verootmoedigt.

453
00:26:28,890 --> 00:26:31,170
Dit is een eeuwige verordening.

454
00:26:31,170 --> 00:26:36,270
In de verzen 29 tot en met 31
worden twee dingen benadrukt.

455
00:26:36,270 --> 00:26:41,910
Het ene is dat het een sabbat moet zijn,
zoals bijna alle heilige dagen dat waren.

456
00:26:41,910 --> 00:26:45,270
Natuurlijk was er elke
zaterdag de wekelijkse sabbat.

457
00:26:45,270 --> 00:26:49,710
Maar wanneer ze bijzondere feesten
hadden — de feesten die een week duurden,

458
00:26:49,710 --> 00:26:53,190
zoals Pascha en Pinksteren
en het Loofhuttenfeest,

459
00:26:53,190 --> 00:26:58,110
die elk een week duurden — werden
het begin en het einde van die weken,

460
00:26:58,110 --> 00:27:03,510
de eerste en de laatste dag van die
feestweken, als sabbatdagen behandeld.

461
00:27:03,510 --> 00:27:05,790
Of ze nu op een zaterdag vielen of niet.

462
00:27:05,790 --> 00:27:07,830
Het waren bijzondere dagen.

463
00:27:07,830 --> 00:27:12,510
Zo was ook de Grote Verzoendag,
Jom Kipoer, een sabbat,

464
00:27:12,510 --> 00:27:17,190
ongeacht op welke dag van de week die
viel, zelfs als het geen zaterdag was.

465
00:27:17,190 --> 00:27:18,990
Dat wordt hier benadrukt.

466
00:27:18,990 --> 00:27:22,770
Zoals alle heilige dagen waren
zelfs de nieuwemaansdagen,

467
00:27:22,770 --> 00:27:25,710
de eerste dagen van de maand, sabbatten.

468
00:27:25,710 --> 00:27:27,990
Dat betekent eenvoudig rust.

469
00:27:27,990 --> 00:27:32,730
Ze moesten hun gewone bezigheden en
hun gewone werkzaamheden onderbreken

470
00:27:32,730 --> 00:27:35,910
en zich richten op waar
het op dat moment om ging.

471
00:27:35,910 --> 00:27:39,690
Dat was God en de aanbidding
van God, en in dit geval

472
00:27:39,690 --> 00:27:41,910
dat er voor hen verzoening werd gedaan,

473
00:27:41,910 --> 00:27:45,450
zodat ze God zonder onderbreking
konden blijven aanbidden.

474
00:27:45,450 --> 00:27:50,730
Het andere wat deze verzen, 29
tot en met 31, naar voren brengen,

475
00:27:50,730 --> 00:27:52,650
is dat er twee keer staat:

476
00:27:52,650 --> 00:27:55,710
Jullie moeten jezelf ontberingen opleggen.

477
00:27:55,710 --> 00:27:58,530
Deze uitdrukking is voor
ons niet meteen duidelijk,

478
00:27:58,530 --> 00:28:01,830
maar het is een hebraïsme
dat vasten betekent.

479
00:28:01,830 --> 00:28:04,530
Het betekent dat je niets eet.

480
00:28:04,530 --> 00:28:10,830
We hebben een soortgelijke uitdrukking van
David in Psalm 35, vers 13, waar hij zegt:

481
00:28:10,830 --> 00:28:15,330
Maar ik? Waren zij ziek, dan
was een rouwgewaad mijn kleding;

482
00:28:15,330 --> 00:28:19,110
ik kwelde mijzelf door te vasten,
mijn gebed kwam telkens terug

483
00:28:19,110 --> 00:28:20,550
in mijn binnenste.

484
00:28:20,550 --> 00:28:24,210
En dit gaat over mensen die
hem slecht hebben behandeld en

485
00:28:24,210 --> 00:28:28,950
die blij waren toen ze merkten dat
hij in ellende verkeerde. Hij zegt:

486
00:28:28,950 --> 00:28:32,910
Toen ze ziek waren, stelde ik
me niet zo tegenover hen op.

487
00:28:32,910 --> 00:28:34,170
Wanneer hij zegt:

488
00:28:34,170 --> 00:28:39,270
Ik trok een rouwgewaad aan, ik
maakte mezelf nederig door te vasten.

489
00:28:39,270 --> 00:28:43,770
heeft hij het over rouwen vanwege
de ellende waarin zij verkeerden.

490
00:28:43,770 --> 00:28:47,190
Hij stelt zijn houding
tegenover hen heel scherp

491
00:28:47,190 --> 00:28:50,970
tegenover hun houding
tegenover hem. Maar hij zei:

492
00:28:50,970 --> 00:28:53,730
Ik maakte mezelf nederig door te vasten.

493
00:28:53,730 --> 00:28:56,970
Hier in Leviticus 16 luidt de uitdrukking:

494
00:28:56,970 --> 00:29:02,490
u moet in de zevende maand, op de tiende
dag van de maand, uzelf verootmoedigen

495
00:29:02,490 --> 00:29:06,270
En de Joden begrepen dat dit
betekende dat ze moesten vasten.

496
00:29:06,270 --> 00:29:10,650
Jom Kipoer was de enige dag in het
Joodse jaar waarop God de mensen

497
00:29:10,650 --> 00:29:12,210
gebood te vasten.

498
00:29:12,210 --> 00:29:16,470
De Joden voegden later wel extra
vastendagen aan hun kalender toe.

499
00:29:16,470 --> 00:29:20,670
Na de Babylonische ballingschap
vastten ze op de jaarlijkse gedenkdagen

500
00:29:20,670 --> 00:29:22,770
van bepaalde gebeurtenissen.

501
00:29:22,770 --> 00:29:26,250
Zoals de dag waarop Jeruzalem
door Babylon was belegerd,

502
00:29:26,250 --> 00:29:29,010
of de dag waarop de muren waren doorbroken

503
00:29:29,010 --> 00:29:32,190
en de Babyloniërs de
stad waren binnengekomen.

504
00:29:32,190 --> 00:29:35,430
Of de dag waarop de
gouverneur Gedalia was gedood,

505
00:29:35,430 --> 00:29:38,490
waardoor de Babyloniërs
tegen hen waren opgetrokken,

506
00:29:38,490 --> 00:29:41,610
of de dag waarop de tempel was afgebrand.

507
00:29:41,610 --> 00:29:45,330
Deze dagen werden als
bijzonder tragisch beschouwd.

508
00:29:45,330 --> 00:29:48,570
Na de Babylonische ballingschap
herdacht het volk die

509
00:29:48,570 --> 00:29:51,630
vier verschillende dagen
in het jaar met een vasten,

510
00:29:51,630 --> 00:29:55,590
om over deze tragedies te
rouwen en ze te gedenken.

511
00:29:55,590 --> 00:29:58,410
Maar God had hun niet geboden dat te doen.

512
00:29:58,410 --> 00:30:02,251
Na de Babylonische ballingschap kwamen
ze naar de profeet Zacharia en zeiden:

513
00:30:02,251 --> 00:30:07,650
zeiden zij tegen de priesters die in het
huis van de HEERE van de legermachten

514
00:30:07,650 --> 00:30:13,050
waren, en tegen de profeten: Moet ik in
de vijfde maand blijven treuren en mij

515
00:30:13,050 --> 00:30:16,710
blijven afzonderen, zoals ik dit
nu al zoveel jaren gedaan heb?

516
00:30:16,710 --> 00:30:18,810
En God zei door Zacharia:

517
00:30:18,810 --> 00:30:22,650
Zeg tegen de hele bevolking van
het land en tegen de priesters:

518
00:30:22,650 --> 00:30:26,850
Wanneer u deze zeventig jaar
gevast en rouw bedreven hebt in de

519
00:30:26,850 --> 00:30:31,350
vijfde en in de zevende maand, hebt
u dan werkelijk voor Mij gevast?

520
00:30:31,350 --> 00:30:37,350
Of als u at en als u dronk, was u het
niet die at en was u het niet die dronk?

521
00:30:37,350 --> 00:30:42,570
Met andere woorden: ja hoor, houd er
maar mee op. Waar is het voor nodig?

522
00:30:42,570 --> 00:30:45,930
[Vertalersnoot: De spreker
parafraseert Gods antwoord hier als:

523
00:30:45,930 --> 00:30:49,530
‘Ik heb jullie nooit opgedragen
op die dagen te vasten.’

524
00:30:49,530 --> 00:30:55,830
Het aangehaalde Nederlandse Bijbelcitaat
vraagt of zij werkelijk voor God vastten.]

525
00:30:55,830 --> 00:30:59,490
God had hun maar geboden om
één dag per jaar te vasten,

526
00:30:59,490 --> 00:31:02,970
maar mensen voegen door traditie
vaak verplichtingen toe.

527
00:31:02,970 --> 00:31:06,630
Dat hebben zowel Joden in de
tijd van het Oude Testament als

528
00:31:06,630 --> 00:31:08,850
christenen in onze tijd gedaan.

529
00:31:08,850 --> 00:31:13,410
De Farizeeën in de tijd van Jezus
hadden de traditie toegevoegd om

530
00:31:13,410 --> 00:31:15,330
twee keer per week te vasten.

531
00:31:15,330 --> 00:31:18,870
Op twee afzonderlijke dagen
van de week vastten ze.

532
00:31:18,870 --> 00:31:22,050
De volgelingen van Johannes
de Doper deden hetzelfde,

533
00:31:22,050 --> 00:31:24,390
maar de discipelen van Jezus niet.

534
00:31:24,390 --> 00:31:28,650
Jezus en Zijn discipelen kregen juist
daarom kritiek van de discipelen van

535
00:31:28,650 --> 00:31:32,310
Johannes en van de Farizeeën. Ze zeiden:

536
00:31:32,310 --> 00:31:35,970
Toen kwamen de discipelen van
Johannes bij Hem en zeiden:

537
00:31:35,970 --> 00:31:40,590
Waarom vasten wij en de Farizeeën
veel en vasten Uw discipelen niet?

538
00:31:40,590 --> 00:31:43,770
Jezus antwoordde dat vasten
een teken van rouw was,

539
00:31:43,770 --> 00:31:48,090
en dat rouwen niet gepast is wanneer
je op een bruiloftsfeest bent.

540
00:31:48,090 --> 00:31:51,510
In Mattheüs 9, vanaf vers 14, staat:

541
00:31:51,510 --> 00:31:54,930
De leerlingen van Johannes
kwamen naar Hem toe en zeiden:

542
00:31:54,930 --> 00:31:59,310
Waarom vasten wij en de farizeeën
vaak, maar Uw leerlingen niet?

543
00:31:59,310 --> 00:32:03,870
En Jezus zei tegen hen: Kunnen de
vrienden van de Bruidegom verdriet hebben?

544
00:32:03,870 --> 00:32:07,050
Let erop dat Hij vasten
gelijkstelt aan rouwen.

545
00:32:07,050 --> 00:32:11,130
Jezus zei tegen hen: De bruiloftsgasten
kunnen toch niet treuren zolang de

546
00:32:11,130 --> 00:32:12,270
Bruidegom bij hen is?

547
00:32:12,270 --> 00:32:16,530
Maar de dagen zullen komen dat de
Bruidegom van hen weggenomen zal zijn,

548
00:32:16,530 --> 00:32:18,270
en dan zullen zij vasten.

549
00:32:18,270 --> 00:32:22,230
Dat wil zeggen: dan zullen
ze reden hebben om te rouwen,

550
00:32:22,230 --> 00:32:24,630
omdat ze de bruidegom zullen missen.

551
00:32:24,630 --> 00:32:29,010
Het is interessant dat Jezus wel aangaf
dat Zijn discipelen zouden vasten

552
00:32:29,010 --> 00:32:32,550
nadat Hij weg zou zijn,
en dat deden ze soms ook.

553
00:32:32,550 --> 00:32:36,210
We lezen in Handelingen hoofdstuk
13 dat de leiders van de gemeente

554
00:32:36,210 --> 00:32:40,830
in Antiochië vastten en de Heere
dienden toen de Heilige Geest tot hen

555
00:32:40,830 --> 00:32:42,090
sprak en zei:

556
00:32:42,090 --> 00:32:46,530
En terwijl zij de Heere dienden
en vastten, zei de Heilige Geest:

557
00:32:46,530 --> 00:32:50,430
Zonder voor Mij zowel Barnabas
als Saulus af voor het werk

558
00:32:50,430 --> 00:32:52,230
waartoe Ik hen geroepen heb.

559
00:32:52,230 --> 00:32:55,110
We zien dus dat de leiders
van de gemeente vastten.

560
00:32:55,110 --> 00:32:58,230
Ik ben er vrij zeker van
dat Paulus ook vastte.

561
00:32:58,230 --> 00:33:02,190
Misschien herinner ik het me niet goed,
maar ik ben er vrij zeker van dat Paulus

562
00:33:02,190 --> 00:33:05,190
vastte voordat hij de
oudsten in de gemeenten koos.

563
00:33:05,190 --> 00:33:07,650
Laat ik eens kijken of
ik daarin gelijk heb.

564
00:33:07,650 --> 00:33:13,290
Het is vervelend dat ik zo vaak gelijk
heb, maar in Handelingen 14:23 staat:

565
00:33:13,290 --> 00:33:16,830
En toen zij in elke gemeente door
het opsteken van de handen voor hen

566
00:33:16,830 --> 00:33:20,430
ouderlingen gekozen hadden en
onder vasten gebeden hadden,

567
00:33:20,430 --> 00:33:24,270
droegen zij hen op aan de
Heere, in Wie zij nu geloofden.

568
00:33:24,270 --> 00:33:28,950
We zien dus gemeenteleiders vasten, vooral
bij de aanstelling van andere leiders

569
00:33:28,950 --> 00:33:31,170
of het uitzenden van zendelingen.

570
00:33:31,170 --> 00:33:34,050
We zien dat er bij die
gelegenheden gevast wordt.

571
00:33:34,050 --> 00:33:37,830
Omdat de Joden het gebod hadden om
op de Grote Verzoendag te vasten,

572
00:33:37,830 --> 00:33:41,190
werd de Grote Verzoendag
zelfs ‘het vasten’ genoemd.

573
00:33:41,190 --> 00:33:45,150
Zoals ik al zei, is dat sinds
de verwoesting van de tempel zo

574
00:33:45,150 --> 00:33:48,090
ongeveer alles wat de
Joden voor verzoening doen.

575
00:33:48,090 --> 00:33:51,810
Het enige wat ze op Jom
Kipoer kunnen doen, is vasten.

576
00:33:51,810 --> 00:33:55,890
Ze kunnen geen dierenoffers meer brengen,
dus hopen ze dat hun vasten voor hen

577
00:33:55,890 --> 00:33:57,450
verzoening zal doen.

578
00:33:57,450 --> 00:34:02,490
In Handelingen 27:9 vinden we
een verwijzing naar Jom Kipoer,

579
00:34:02,490 --> 00:34:06,570
maar die dag wordt daar
eenvoudig ‘het vasten’ genoemd.

580
00:34:06,570 --> 00:34:10,290
Handelingen 27, vers 9, zegt:

581
00:34:10,290 --> 00:34:14,610
En, omdat er veel tijd verlopen was
en het varen nu gevaarlijk werd,

582
00:34:14,610 --> 00:34:19,050
omdat de vastentijd ook al voorbij
was, waarschuwde Paulus hen

583
00:34:19,050 --> 00:34:21,570
Daarmee wordt Jom Kipoer bedoeld.

584
00:34:21,570 --> 00:34:23,010
Dit is midden september.

585
00:34:23,010 --> 00:34:28,290
en zei tegen hen: Mannen, ik zie dat
de vaart zal plaatsvinden met hinder en

586
00:34:28,290 --> 00:34:33,330
grote schade, niet alleen voor de lading
en het schip, maar ook voor ons leven.

587
00:34:33,330 --> 00:34:35,850
Wanneer er staat dat het
vasten al voorbij was,

588
00:34:35,850 --> 00:34:38,730
betekent dat gewoon dat
het laat in de herfst was.

589
00:34:38,730 --> 00:34:43,110
Want Jom Kipoer viel,
zoals we in vers 29 zagen:

590
00:34:43,110 --> 00:34:47,610
Dit is voor u tot een eeuwige
verordening: u moet in de zevende maand,

591
00:34:47,610 --> 00:34:52,650
op de tiende dag van de maand, uzelf
verootmoedigen en geen enkel werk doen,

592
00:34:52,650 --> 00:34:57,690
de ingezetene niet, en de vreemdeling
die in uw midden verblijft, evenmin.

593
00:34:57,690 --> 00:35:01,770
Op de Joodse kalender overlapt
de zevende maand, Tisjri,

594
00:35:01,770 --> 00:35:04,470
onze maanden september en oktober.

595
00:35:04,470 --> 00:35:07,890
Jom Kipoer valt dus tegen
het einde van september.

596
00:35:07,890 --> 00:35:12,030
Ze vastten, wat een teken van
rouw of bekering moest zijn.

597
00:35:12,030 --> 00:35:16,410
Ze rustten zoals ze dat op elke heilige
dag zouden doen, als op een sabbat.

598
00:35:16,410 --> 00:35:19,650
In Leviticus 16:32 staat:

599
00:35:19,650 --> 00:35:22,410
En de priester die men
gezalfd en gewijd heeft

600
00:35:22,410 --> 00:35:25,230
om in de plaats van zijn
vader als priester te dienen,

601
00:35:25,230 --> 00:35:29,130
moet de verzoening doen, als
hij de linnen kleren, de heilige

602
00:35:29,130 --> 00:35:30,870
kleren, heeft aangetrokken.

603
00:35:30,870 --> 00:35:34,410
Dit betekent dat het ritueel
in toekomstige generaties,

604
00:35:34,410 --> 00:35:38,790
wanneer Aäron gestorven is en
iemand anders zijn ambt bekleedt,

605
00:35:38,790 --> 00:35:43,050
jaar na jaar moet doorgaan,
zo staat er, met zijn zonen.

606
00:35:43,050 --> 00:35:45,750
Zo moet hij het heilige
heiligdom verzoenen.

607
00:35:45,750 --> 00:35:49,050
De tent van ontmoeting en
het altaar moet hij verzoenen

608
00:35:49,050 --> 00:35:53,850
en hij moet voor de priesters en voor heel
het volk van de gemeente verzoening doen.

609
00:35:53,850 --> 00:35:57,690
Dit is voor u tot een eeuwige
verordening om voor de Israëlieten

610
00:35:57,690 --> 00:36:01,350
eenmaal per jaar verzoening
te doen voor al hun zonden.

611
00:36:01,350 --> 00:36:04,410
En men deed zoals de
HEERE Mozes geboden had.

612
00:36:04,410 --> 00:36:07,950
Het belangrijkste nieuwtestamentische
commentaar op dit hoofdstuk

613
00:36:07,950 --> 00:36:11,610
staat in Hebreeën, hoofdstuk 9 en 10.

614
00:36:11,610 --> 00:36:15,990
Als je daar eens kijkt, zullen we zien
dat de schrijver van Hebreeën heel sterk

615
00:36:15,990 --> 00:36:22,170
gericht is op dit specifieke ritueel,
deze specifieke dag, Jom Kipoer.

616
00:36:22,170 --> 00:36:25,350
Hoewel hij er op andere
plaatsen misschien op zinspeelt,

617
00:36:25,350 --> 00:36:30,870
heeft de schrijver van Hebreeën dit in
hoofdstuk 9 en 10 rechtstreeks op het oog.

618
00:36:30,870 --> 00:36:33,930
We hebben de openingsverzen
van Hebreeën 9 bekeken

619
00:36:33,930 --> 00:36:36,450
toen we de tabernakel bestudeerden.

620
00:36:36,450 --> 00:36:40,950
Daar somt de schrijver de voorwerpen
en de inrichting van de tabernakel op,

621
00:36:40,950 --> 00:36:43,710
zoals God die door Mozes liet opzetten.

622
00:36:43,710 --> 00:36:45,990
Aan het einde van vers 5 staat:

623
00:36:45,990 --> 00:36:49,710
En boven op deze ark waren de
cherubs van Gods heerlijkheid,

624
00:36:49,710 --> 00:36:51,990
die het verzoendeksel overschaduwden.

625
00:36:51,990 --> 00:36:55,650
Over deze dingen zullen wij nu
niet stuk voor stuk spreken.

626
00:36:55,650 --> 00:37:01,170
Maar er is één gedeelte van de tabernakel
waar hij wel uitvoerig over wil spreken,

627
00:37:01,170 --> 00:37:04,350
en dat is het heilige der heiligen.

628
00:37:04,350 --> 00:37:07,710
Wanneer we over het heilige
der heiligen spreken,

629
00:37:07,710 --> 00:37:11,670
hebben we het eigenlijk over niets
anders dan de Grote Verzoendag,

630
00:37:11,670 --> 00:37:16,470
want dat is de enige dag waarop
die ruimte ooit wordt betreden.

631
00:37:16,470 --> 00:37:17,910
Vers 6 zegt:

632
00:37:17,910 --> 00:37:20,910
Dit alles was dus zo ingericht.

633
00:37:20,910 --> 00:37:23,010
In het eerste deel van de tabernakel

634
00:37:23,010 --> 00:37:26,910
gingen de priesters voortdurend
binnen om de diensten te volbrengen.

635
00:37:26,910 --> 00:37:31,470
In het tweede deel echter ging alleen
de hogepriester eenmaal per jaar binnen,

636
00:37:31,470 --> 00:37:35,430
niet zonder bloed, dat hij voor
zichzelf offerde en voor de afdwalingen

637
00:37:35,430 --> 00:37:36,630
van het volk.

638
00:37:36,630 --> 00:37:41,850
Dat wil zeggen, achter het
voorhangsel, het heilige der heiligen.

639
00:37:41,850 --> 00:37:45,930
Dat is natuurlijk een goede samenvatting
van wat we zojuist in Leviticus

640
00:37:45,930 --> 00:37:47,610
16 hebben gelezen.

641
00:37:47,610 --> 00:37:49,410
Maar hij zegt uitdrukkelijk:

642
00:37:49,410 --> 00:37:53,190
de zonden die de mensen uit
onwetendheid hebben begaan.

643
00:37:53,190 --> 00:37:57,210
[Vertalersnoot: De gebruikte Engelse
Bijbelvertaling spreekt hier expliciet van

644
00:37:57,210 --> 00:38:00,030
zonden die uit onwetendheid zijn begaan.

645
00:38:00,030 --> 00:38:03,930
In het Nederlandse citaat
staat daarvoor ‘afdwalingen’.]

646
00:38:03,930 --> 00:38:07,710
Zoals ik al zei toen we de zondoffers
en de schuldoffers bestudeerden,

647
00:38:07,710 --> 00:38:12,510
waarvan allebei gezegd werd dat ze
alleen voor onwetend begane zonden waren,

648
00:38:12,510 --> 00:38:14,130
roept dit vragen op.

649
00:38:14,130 --> 00:38:18,090
Heeft God wel vergeving voor mensen die
hun zonden niet uit onwetendheid hebben

650
00:38:18,090 --> 00:38:21,690
begaan, voor iemand die een
opzettelijke zondaar wordt?

651
00:38:21,690 --> 00:38:25,590
We hebben gesproken over die
passage in Hebreeën 10:26

652
00:38:25,590 --> 00:38:27,210
die sommige mensen moeilijk vinden.

653
00:38:27,210 --> 00:38:32,130
We kunnen daar trouwens nog eens
kijken, want Hebreeën 10:26 zegt:

654
00:38:32,130 --> 00:38:35,070
Want als wij willens en wetens zondigen,

655
00:38:35,070 --> 00:38:37,770
nadat wij de kennis van de
waarheid ontvangen hebben,

656
00:38:37,770 --> 00:38:40,590
blijft er geen slachtoffer
voor de zonden meer over,

657
00:38:40,590 --> 00:38:44,730
Dat wil zeggen, als we opzettelijk
zondigen nadat we tot de kennis van de

658
00:38:44,730 --> 00:38:49,050
waarheid zijn gekomen, kunnen we
eigenlijk nergens terecht voor een offer.

659
00:38:49,050 --> 00:38:52,830
Nu moeten we de woorden
‘sin willfully’, denk ik,

660
00:38:52,830 --> 00:38:56,250
misschien begrijpen zoals
de NIV ze parafraseert,

661
00:38:56,250 --> 00:39:00,630
want de NIV is in zeer
hoge mate een parafrase.

662
00:39:00,630 --> 00:39:02,730
De NIV geeft het zo weer:

663
00:39:02,730 --> 00:39:05,190
als we bewust blijven zondigen.

664
00:39:05,190 --> 00:39:07,110
Ik denk dat dat de bedoeling is.

665
00:39:07,110 --> 00:39:13,170
De woorden ‘if we sin willfully’ betekenen
niet dat we één opzettelijke zonde begaan,

666
00:39:13,170 --> 00:39:18,150
maar dat we voor een leven in zonde
kiezen nadat we christenen zijn geweest.

667
00:39:18,150 --> 00:39:21,330
Dat wil zeggen, als we
het christendom afwijzen

668
00:39:21,330 --> 00:39:24,750
en terugkeren naar onze
zondige levenswijze.

669
00:39:24,750 --> 00:39:29,310
We moeten begrijpen dat de vroege
gemeente iets anders begreep dan wij.

670
00:39:29,310 --> 00:39:33,630
Wij beschouwen zondigheid soms als een
normaal onderdeel van het leven van een

671
00:39:33,630 --> 00:39:39,630
christen, omdat christenen niet volmaakt
zijn, maar alleen vergeven. Toch?

672
00:39:39,630 --> 00:39:41,310
Dat wordt ons verteld.

673
00:39:41,310 --> 00:39:45,570
Dat staat op de bumperstickers:
‘Christenen zijn niet volmaakt,

674
00:39:45,570 --> 00:39:47,970
ze zijn alleen vergeven.’

675
00:39:47,970 --> 00:39:50,610
Nou, dat is niet helemaal waar.

676
00:39:50,610 --> 00:39:53,970
Het is waar dat christenen
niet volmaakt zijn,

677
00:39:53,970 --> 00:39:58,170
maar het hoort niet waar te zijn
dat ze alleen maar vergeven zijn.

678
00:39:58,170 --> 00:40:02,070
Behalve dat ze vergeven zijn,
horen ze ook veranderd te zijn.

679
00:40:02,070 --> 00:40:06,330
Behalve dat ze vergeven zijn, horen
christenen ook berouw te hebben.

680
00:40:06,330 --> 00:40:11,010
Als gevolg van hun bekering leven ze
anders dan toen ze nog zondaars waren.

681
00:40:11,010 --> 00:40:15,630
Helaas is het binnen het Amerikaanse
evangelicalisme vrij gebruikelijk geworden

682
00:40:15,630 --> 00:40:20,010
om aan te nemen dat iemand een christen
is omdat hij een gebed uitspreekt,

683
00:40:20,010 --> 00:40:22,710
naar voren komt en zich laat dopen.

684
00:40:22,710 --> 00:40:27,270
Maar er wordt niet altijd van uitgegaan
dat hij een veranderd leven zal leiden.

685
00:40:27,270 --> 00:40:29,130
Hij is alleen maar vergeven.

686
00:40:29,130 --> 00:40:33,090
Hij leeft zoals hij daarvoor
leefde, maar nu is hij vergeven,

687
00:40:33,090 --> 00:40:36,630
en daarvoor was hij dat
niet. Dat is de aanname.

688
00:40:36,630 --> 00:40:40,350
Maar in de Bijbel wordt er nooit
van uitgegaan dat dit waar is.

689
00:40:40,350 --> 00:40:44,130
Wanneer je christen wordt, ontvang
je niet alleen maar vergeving.

690
00:40:44,130 --> 00:40:48,990
Je ontvangt vergeving omdat je je
hebt bekeerd, omdat je bent omgekeerd,

691
00:40:48,990 --> 00:40:52,290
omdat je nu voor God leeft
in plaats van in zonde.

692
00:40:52,290 --> 00:40:56,070
In die toestand ontvang je de
weldaden die je worden aangeboden

693
00:40:56,070 --> 00:40:59,910
en die behoud worden
genoemd, waaronder vergeving.

694
00:40:59,910 --> 00:41:04,530
Dus de uitspraak dat christenen niet
volmaakt zijn, maar alleen vergeven,

695
00:41:04,530 --> 00:41:09,690
is eigenlijk een valse tweedeling,
alsof er maar twee mogelijkheden zijn.

696
00:41:09,690 --> 00:41:13,230
Of je bent volmaakt, of je
bent volkomen onvolmaakt

697
00:41:13,230 --> 00:41:16,710
en krijgt alleen vergeving
voor het feit dat je zo bent.

698
00:41:16,710 --> 00:41:20,490
Maar er is een middenpositie,
en dat is het christendom.

699
00:41:20,490 --> 00:41:24,810
Hoewel je nog niet volmaakt bent,
zoals Paulus in Filippenzen 3 zei:

700
00:41:24,810 --> 00:41:27,690
Niet dat ik het al verkregen
heb of al volmaakt ben,

701
00:41:27,690 --> 00:41:28,830
zei hij toch:

702
00:41:28,830 --> 00:41:34,050
Eén ding doe ik: ik vergeet wat achter
me ligt en richt me op wat vóór me ligt.

703
00:41:34,050 --> 00:41:39,330
Ik streef naar het doel, naar de prijs van
Gods hemelse roeping in Christus Jezus.

704
00:41:39,330 --> 00:41:41,970
Dat staat natuurlijk in Filippenzen 3.

705
00:41:41,970 --> 00:41:44,370
Paulus zegt dat ik nog niet volmaakt ben,

706
00:41:44,370 --> 00:41:47,190
maar ik ben ook niet meer
dezelfde als vroeger.

707
00:41:47,190 --> 00:41:52,170
Ik span me in, ik zoek ernaar, ik
streef ernaar op Christus te lijken.

708
00:41:52,170 --> 00:41:56,250
Dat is nu waar behoud op
neerkomt, Bijbels gesproken.

709
00:41:56,250 --> 00:41:58,710
Wanneer de schrijver
van Hebreeën dus zegt:

710
00:41:58,710 --> 00:42:01,470
als we bewust zondigen, of:

711
00:42:01,470 --> 00:42:05,010
Want als wij willens en wetens zondigen,

712
00:42:05,010 --> 00:42:07,830
nadat wij de kennis van de
waarheid ontvangen hebben,

713
00:42:07,830 --> 00:42:10,650
blijft er geen slachtoffer
voor de zonden meer over,

714
00:42:10,650 --> 00:42:15,030
bedoelt hij daarmee: als we besluiten
Christus niet meer te volgen,

715
00:42:15,030 --> 00:42:18,690
als het onze wil is om een
leven van zonde te leiden.

716
00:42:18,690 --> 00:42:21,930
Christenen willen geen
leven van zonde leiden.

717
00:42:21,930 --> 00:42:24,870
Dit is iets wat we helder
voor ogen moeten hebben,

718
00:42:24,870 --> 00:42:27,270
al was het alleen maar voor onszelf.

719
00:42:27,270 --> 00:42:31,470
Want veel mensen voelen zich voortdurend
veroordeeld, omdat ze zeggen:

720
00:42:31,470 --> 00:42:34,830
‘Als ik lees over zonden die
in onwetendheid zijn begaan:

721
00:42:34,830 --> 00:42:37,980
ik was niet onwetend
toen ik die zonde beging.

722
00:42:37,980 --> 00:42:41,280
Of over dingen die
onopzettelijk zijn gedaan.

723
00:42:41,280 --> 00:42:44,190
Nou, ik deed het niet onopzettelijk.

724
00:42:44,190 --> 00:42:45,450
Ik deed het opzettelijk.

725
00:42:45,450 --> 00:42:50,190
Ik moet wel schuldig zijn aan
iets wat niet vergeven kan worden.

726
00:42:50,190 --> 00:42:53,850
Ik moet wel willens en
wetens gezondigd hebben.

727
00:42:53,850 --> 00:42:56,670
Ik moet wel niets anders
te verwachten hebben dan

728
00:42:56,670 --> 00:43:00,390
maar slechts een verschrikkelijke
verwachting van oordeel en

729
00:43:00,390 --> 00:43:03,870
verzengend vuur, dat de
tegenstanders zal verslinden.

730
00:43:03,870 --> 00:43:07,350
omdat ik willens en wetens gezondigd heb.’

731
00:43:07,350 --> 00:43:12,990
Nu betekent willens en wetens dit: dat
je ervoor kiest een zondaar te zijn.

732
00:43:12,990 --> 00:43:15,510
Het betekent niet dat je
op een bepaald moment,

733
00:43:15,510 --> 00:43:18,390
wanneer je in de verleiding
komt iets verkeerds te doen,

734
00:43:18,390 --> 00:43:21,810
ervoor kiest aan die verleiding
toe te geven in plaats van

735
00:43:21,810 --> 00:43:23,610
ertegen te blijven vechten.

736
00:43:23,610 --> 00:43:26,070
Het is waar dat je
daarmee een keuze maakt,

737
00:43:26,070 --> 00:43:29,730
maar dat is niet het soort
keuze waar het hier over gaat.

738
00:43:29,730 --> 00:43:34,110
Iedereen die zondigt, doet dat in
zekere zin door een keuze te maken.

739
00:43:34,110 --> 00:43:38,190
Maar dat betekent niet dat ze ervoor
kiezen weer een zondaar te worden.

740
00:43:38,190 --> 00:43:41,790
Een christen die zondigt,
zondigt uit zwakheid.

741
00:43:41,790 --> 00:43:46,410
Een christen wil niet zondigen,
behalve op bepaalde momenten.

742
00:43:46,410 --> 00:43:49,890
Op bepaalde momenten is er een
deel van hem dat wil zondigen.

743
00:43:49,890 --> 00:43:54,570
Maar zelfs dan is er dat diepere deel
van hem dat het eigenlijk niet wil.

744
00:43:54,570 --> 00:43:58,410
Als je echt een christen bent,
als je echt een nieuw hart hebt,

745
00:43:58,410 --> 00:44:00,690
wil je echt geen zondaar zijn.

746
00:44:00,690 --> 00:44:02,370
Je wilt heilig zijn.

747
00:44:02,370 --> 00:44:04,410
Je wilt rechtvaardig zijn.

748
00:44:04,410 --> 00:44:06,690
Je wilt God behagen.

749
00:44:06,690 --> 00:44:11,070
Wat jou tot christen maakt, is dat
je een ander hart hebt dan vroeger,

750
00:44:11,070 --> 00:44:14,190
en dat hart wordt gekenmerkt
door die verlangens.

751
00:44:14,190 --> 00:44:16,710
Maar er is ook een ander deel van je.

752
00:44:16,710 --> 00:44:18,270
Zoals Paulus zei:

753
00:44:18,270 --> 00:44:21,030
Maar in mijn leden zie ik een andere wet,

754
00:44:21,030 --> 00:44:23,790
die tegen de wet van mijn
verstand strijd voert

755
00:44:23,790 --> 00:44:28,590
en mij tot gevangene maakt van de wet
van de zonde, die in mijn leden is.

756
00:44:28,590 --> 00:44:30,450
Het zit in je leden.

757
00:44:30,450 --> 00:44:35,670
Want het vlees begeert tegen de Geest
in, en de Geest tegen het vlees in;

758
00:44:35,670 --> 00:44:40,050
en die staan tegenover elkaar,
zodat u niet doet wat u zou willen.

759
00:44:40,050 --> 00:44:43,350
zei Paulus. In elk geval niet altijd.

760
00:44:43,350 --> 00:44:46,590
Er zijn momenten waarop een
deel van je echt wil zondigen,

761
00:44:46,590 --> 00:44:49,110
maar niet het diepste deel van je.

762
00:44:49,110 --> 00:44:52,650
Soms heeft het diepste deel
van je niet de energie of de

763
00:44:52,650 --> 00:44:56,970
wil om die andere kant voldoende
te weerstaan, en dan val je.

764
00:44:56,970 --> 00:45:00,210
Dat is niet hetzelfde als waar
de schrijver het over heeft:

765
00:45:00,210 --> 00:45:02,730
willens en wetens zondigen.

766
00:45:02,730 --> 00:45:07,890
Willens en wetens zondigen betekent
dat het je wil is om te zondigen.

767
00:45:07,890 --> 00:45:10,830
Het is je wil om in zonde te leven.

768
00:45:10,830 --> 00:45:14,130
Laat me hier iets over zeggen,
want ik heb het gevoel dat te veel

769
00:45:14,130 --> 00:45:18,270
christenen zich veroordeeld voelen
doordat ze dit feit verkeerd begrijpen.

770
00:45:18,270 --> 00:45:23,010
Als je naar Efeze 2 kijkt, begint
Paulus te spreken over hoe wij waren,

771
00:45:23,010 --> 00:45:27,630
of in elk geval hoe zijn lezers
waren, voordat ze christenen waren.

772
00:45:27,630 --> 00:45:32,850
De reden waarom ik dat onderscheid maak,
is dat veel mensen, zoals calvinisten,

773
00:45:32,850 --> 00:45:37,410
aannemen dat Paulus ieder mens
beschrijft die nog niet behouden is.

774
00:45:37,410 --> 00:45:39,990
Maar in feite zegt hij
alleen met zekerheid

775
00:45:39,990 --> 00:45:44,070
dat de heidenen aan wie hij
schrijft, die afgoden vereerden,

776
00:45:44,070 --> 00:45:47,190
zo waren voordat ze tot bekering kwamen.

777
00:45:47,190 --> 00:45:50,730
Het kan voor veel anderen
dan alleen voor hen gelden.

778
00:45:50,730 --> 00:45:54,390
Het zou zelfs voor iedereen kunnen
gelden, maar hij zegt niet dat het

779
00:45:54,390 --> 00:45:55,890
voor iedereen geldt.

780
00:45:55,890 --> 00:45:57,570
Hij heeft het over hen.

781
00:45:57,570 --> 00:45:59,430
Hij schrijft aan echte mensen die

782
00:45:59,430 --> 00:46:03,750
afgoden hadden aanbeden en hoereerders
en dronkaards waren geweest,

783
00:46:03,750 --> 00:46:07,530
en bij wie dat allemaal vroeger
bij hun levenswijze hoorde.

784
00:46:07,530 --> 00:46:10,770
Niet alle ongelovigen beantwoorden
aan de beschrijving hier,

785
00:46:10,770 --> 00:46:14,190
maar hij beschrijft hun
vroegere leven op deze manier.

786
00:46:14,190 --> 00:46:15,390
In vers 3:

787
00:46:15,390 --> 00:46:20,190
onder wie ook wij allen voorheen
verkeerden, in de begeerten van ons vlees,

788
00:46:20,190 --> 00:46:23,670
door de wil van het vlees
en de gedachten te doen;

789
00:46:23,670 --> 00:46:28,830
en wij waren van nature kinderen
des toorns, evenals de anderen.

790
00:46:28,830 --> 00:46:32,490
Dat is met inbegrip van
Paulus zelf en zijn lezers.

791
00:46:32,490 --> 00:46:38,490
Waar de Engelse vertaling ‘desires’ heeft,
staat in het Nederlandse citaat ‘de wil’.

792
00:46:38,490 --> 00:46:44,190
Het Griekse woord is hier ‘thelēmata’,
het meervoud van ‘thelēma’:

793
00:46:44,190 --> 00:46:47,190
de willen van het vlees
en van het verstand.

794
00:46:47,190 --> 00:46:51,030
Paulus zegt dat we als
niet-christenen, vóór onze bekering,

795
00:46:51,030 --> 00:46:55,350
in ons leven twee willen
uitvoerden: de wil van ons vlees

796
00:46:55,350 --> 00:46:57,390
en de wil van ons verstand.

797
00:46:57,390 --> 00:47:02,130
De reden voor die twee is dat die twee
het destijds met elkaar eens waren.

798
00:47:02,130 --> 00:47:06,030
Mijn verstand en mijn vlees
zaten in hetzelfde team.

799
00:47:06,030 --> 00:47:10,470
Mijn verstand heeft een wil
en mijn vlees heeft een wil.

800
00:47:10,470 --> 00:47:13,770
Voordat ik christen was,
voerde ik ze allebei uit.

801
00:47:13,770 --> 00:47:16,770
Want door de wil van
mijn vlees uit te voeren,

802
00:47:16,770 --> 00:47:20,130
voerde ik destijds ook de
wil van mijn verstand uit.

803
00:47:20,130 --> 00:47:23,130
Ik had geen verstand
dat niet wilde zondigen.

804
00:47:23,130 --> 00:47:28,230
Maar wanneer ik me bekeerd heb — bekering
betekent dat je anders gaat denken.

805
00:47:28,230 --> 00:47:33,390
Dus wat gebeurt er wanneer je je
bekeert? Er verandert iets. Wat?

806
00:47:33,390 --> 00:47:35,910
De wil van je verstand verandert.

807
00:47:35,910 --> 00:47:40,170
De wil van het vlees niet, want het
vlees verandert nu eenmaal niet,

808
00:47:40,170 --> 00:47:42,150
maar het verstand wel.

809
00:47:42,150 --> 00:47:47,130
Voordat je christen bent, zondig je, en
daarmee voer je de wil van het vlees en

810
00:47:47,130 --> 00:47:48,810
van het verstand uit.

811
00:47:48,810 --> 00:47:52,290
Maar wanneer je christen
wordt, verandert je verstand.

812
00:47:52,290 --> 00:47:54,030
Dus wat betekent dat?

813
00:47:54,030 --> 00:47:55,530
Het heeft een andere wil.

814
00:47:55,530 --> 00:47:57,810
Paulus zegt in Romeinen 7:

815
00:47:57,810 --> 00:48:02,010
Met mijn verstand stem ik
ermee in dat Gods wet goed is,

816
00:48:02,010 --> 00:48:04,710
maar in mijn leden vind ik een andere wet,

817
00:48:04,710 --> 00:48:08,010
die strijd voert tegen
de wet van mijn verstand.

818
00:48:08,010 --> 00:48:12,210
Dat wil zeggen: de wet die
mijn verstand nu goedkeurt.

819
00:48:12,210 --> 00:48:13,710
Ik heb me bekeerd.

820
00:48:13,710 --> 00:48:15,330
Ik ben nu een gelovige.

821
00:48:15,330 --> 00:48:16,950
Ik ben nu een christen.

822
00:48:16,950 --> 00:48:18,630
Ik wil het goede doen.

823
00:48:18,630 --> 00:48:21,630
De wil van mijn verstand
is om heilig te zijn,

824
00:48:21,630 --> 00:48:26,070
maar er is nog steeds die wil van
het vlees, die niet veranderd is.

825
00:48:26,070 --> 00:48:30,630
Nu ben ik iemand die in een spanningsveld
leeft tussen twee groepen verlangens.

826
00:48:30,630 --> 00:48:33,510
Dat was niet zo toen ik geen christen was.

827
00:48:33,510 --> 00:48:37,470
Het kon me niet schelen dat ik
zondigde. Ik zat er niet mee.

828
00:48:37,470 --> 00:48:40,710
Mijn verstand en mijn
vlees hadden dezelfde wil,

829
00:48:40,710 --> 00:48:46,050
en als zondaar voerde ik de wil van
mijn vlees en van mijn verstand uit.

830
00:48:46,050 --> 00:48:49,170
Nu kan ik die beide willen
niet tegelijk uitvoeren,

831
00:48:49,170 --> 00:48:53,970
omdat de wil van mijn verstand is om
heilig te zijn en de wil van mijn vlees

832
00:48:53,970 --> 00:48:55,950
om zelfzuchtig te zijn.

833
00:48:55,950 --> 00:48:58,890
Dus nu is er een conflict
tussen twee willen.

834
00:48:58,890 --> 00:49:02,130
Maar de vraag is: welke wil ben ik?

835
00:49:02,130 --> 00:49:06,990
Daarom zegt Paulus dat ik, wanneer
ik zondig, doe wat ik haat.

836
00:49:06,990 --> 00:49:09,690
En als ik het haat, dan ben ik het niet.

837
00:49:09,690 --> 00:49:14,370
Als ik de zonde haat die ik doe,
dan moet die tegen mijn wil ingaan,

838
00:49:14,370 --> 00:49:16,110
anders zou ik die niet haten.

839
00:49:16,110 --> 00:49:19,530
Ik haat geen dingen die
niet tegen mijn wil ingaan.

840
00:49:19,530 --> 00:49:23,610
Als ik haat wat ik doe, dan
gaat dat tegen mijn wil in.

841
00:49:23,610 --> 00:49:25,830
Mijn wil is wie ik ben.

842
00:49:25,830 --> 00:49:28,770
Zoals ik in mijn hart denk, zo ben ik.

843
00:49:28,770 --> 00:49:31,950
[Vertalersnoot: Dit is de toepassing
die de spreker maakt van de Engelse

844
00:49:31,950 --> 00:49:35,250
formulering van Spreuken 23:7.

845
00:49:35,250 --> 00:49:40,650
De HSV formuleert dit vers anders en
spreekt over iemand die eten en drinken

846
00:49:40,650 --> 00:49:43,410
aanbiedt terwijl zijn hart
niet bij zijn gast is.]

847
00:49:43,410 --> 00:49:48,330
En dus zegt hij: als christen zijn
er momenten waarop een deel van mij,

848
00:49:48,330 --> 00:49:52,530
mijn vlees, het verkeerde wil
doen en het soms ook doet,

849
00:49:52,530 --> 00:49:54,750
maar ik wil dat eigenlijk niet doen.

850
00:49:54,750 --> 00:49:57,090
En wanneer de schrijver van Hebreeën zegt:

851
00:49:57,090 --> 00:50:00,270
Want als wij willens en wetens zondigen,

852
00:50:00,270 --> 00:50:03,270
nadat wij de kennis van de
waarheid ontvangen hebben,

853
00:50:03,270 --> 00:50:06,210
blijft er geen slachtoffer
voor de zonden meer over,

854
00:50:06,210 --> 00:50:10,170
dan betekent dat: als we
zondig willen blijven leven.

855
00:50:10,170 --> 00:50:15,330
En geen enkele christen wil dat werkelijk,
want een christen wil God behagen.

856
00:50:15,330 --> 00:50:20,670
Als dat zo is, betekent het dat het
niet gaat over zonden waarin je valt,

857
00:50:20,670 --> 00:50:24,330
ook al besef je op dat moment
dat je niet het goede doet.

858
00:50:24,330 --> 00:50:29,670
En zelfs als dat wel zo was, heb ik in een
eerdere lezing op het volgende gewezen.

859
00:50:29,670 --> 00:50:33,330
Paulus gaf in Handelingen
13 aan dat we door Christus

860
00:50:33,330 --> 00:50:36,510
vergeving kunnen ontvangen
voor dingen waarvoor mensen

861
00:50:36,510 --> 00:50:40,590
onder de oudtestamentische wet
geen vergeving konden ontvangen.

862
00:50:40,590 --> 00:50:44,010
Alle zonden waarvoor verzoening
werd gedaan door het zondoffer,

863
00:50:44,010 --> 00:50:48,870
het schuldoffer en de Grote Verzoendag,
waren onopzettelijke zonden.

864
00:50:48,870 --> 00:50:53,130
Maar in Handelingen 13,
vers 39, zei Paulus:

865
00:50:53,130 --> 00:50:57,270
en dat ieder die gelooft, door
Hem gerechtvaardigd wordt van

866
00:50:57,270 --> 00:51:01,710
alles waarvan u door de wet van Mozes
niet gerechtvaardigd kon worden.

867
00:51:01,710 --> 00:51:06,450
Dus Paulus zegt dat er dingen zijn
waarvan je onder de wet van Mozes niet

868
00:51:06,450 --> 00:51:11,370
gerechtvaardigd kon worden; er kon voor
jou geen verzoening voor worden gedaan.

869
00:51:11,370 --> 00:51:14,070
Maar bij Jezus is dat niet zo.

870
00:51:14,070 --> 00:51:17,970
Er is niets waarvoor voor jou
geen verzoening kan worden gedaan,

871
00:51:17,970 --> 00:51:20,790
behalve natuurlijk als
je Hem volledig afwijst.

872
00:51:20,790 --> 00:51:26,190
En dat komt niet door een tekortkoming
in Hem; het komt doordat je niet gelooft.

873
00:51:26,190 --> 00:51:29,910
Wie in Hem geloven, worden
gerechtvaardigd, zegt hij.

874
00:51:29,910 --> 00:51:34,470
Als je besluit niet in Hem te geloven,
dan geldt het natuurlijk niet voor jou.

875
00:51:34,470 --> 00:51:38,190
Om terug te komen op de schrijver
van Hebreeën, hoofdstuk 9,

876
00:51:38,190 --> 00:51:41,790
en de Grote Verzoendag
zoals hij die wil bespreken:

877
00:51:41,790 --> 00:51:45,870
in vers 7 staat dat hij deze
bloedoffers bracht voor zichzelf

878
00:51:45,870 --> 00:51:49,410
en voor de zonden die het volk
in onwetendheid had begaan.

879
00:51:49,410 --> 00:51:51,030
En vers 8 zegt:

880
00:51:51,030 --> 00:51:53,910
Daarmee maakte de Heilige
Geest dit duidelijk

881
00:51:53,910 --> 00:51:57,690
dat de weg naar het heiligdom
nog niet openbaar gemaakt was,

882
00:51:57,690 --> 00:52:00,990
zolang de eerste tabernakel
nog in gebruik was.

883
00:52:00,990 --> 00:52:03,511
— dat is het heilige der heiligen —

884
00:52:03,511 --> 00:52:05,910
De weg naar binnen was niet geopenbaard.

885
00:52:05,910 --> 00:52:08,910
De weg naar binnen voor wie? Voor ons.

886
00:52:08,910 --> 00:52:12,510
Voor de hogepriester was de weg
naar binnen wel geopenbaard.

887
00:52:12,510 --> 00:52:15,210
Dat was in feite wat het ritueel deed.

888
00:52:15,210 --> 00:52:18,090
Het maakte duidelijk hoe hij
daar naar binnen kon gaan,

889
00:52:18,090 --> 00:52:21,750
maar slechts eenmaal per jaar
en alleen in zijn eentje,

890
00:52:21,750 --> 00:52:23,790
en niemand anders kon dat doen.

891
00:52:23,790 --> 00:52:26,670
De algemene toegang tot
Gods tegenwoordigheid

892
00:52:26,670 --> 00:52:28,530
werd onder het stelsel van de eerste

893
00:52:28,530 --> 00:52:32,070
tabernakel niet beschikbaar
gesteld of geopenbaard.

894
00:52:32,070 --> 00:52:35,430
Er moest een nieuw verbond
komen, een nieuw offer,

895
00:52:35,430 --> 00:52:39,210
een heel nieuw stelsel dat voor
ons de weg zou openen om het

896
00:52:39,210 --> 00:52:41,670
heilige der heiligen binnen te gaan.

897
00:52:41,670 --> 00:52:43,650
Dus in vers 11 staat:

898
00:52:43,650 --> 00:52:45,990
Maar toen is Christus verschenen,

899
00:52:45,990 --> 00:52:48,930
de Hogepriester van de
toekomstige heilsgoederen.

900
00:52:48,930 --> 00:52:52,650
Hij is door de meerdere en meer
volmaakte tabernakel gegaan,

901
00:52:52,650 --> 00:52:57,510
die niet met handen is gemaakt, dat
is: die niet van deze schepping is.

902
00:52:57,510 --> 00:52:59,970
Hij is niet door bloed
van bokken en kalveren,

903
00:52:59,970 --> 00:53:04,530
maar door Zijn eigen bloed eens en voor
altijd binnengegaan in het heiligdom

904
00:53:04,530 --> 00:53:07,950
en heeft daardoor een eeuwige
verlossing teweeggebracht.

905
00:53:07,950 --> 00:53:12,690
Dus dit is de tegenstelling tussen Jezus
en de hogepriester van het Oude Testament,

906
00:53:12,690 --> 00:53:14,490
maar het is het tegenbeeld.

907
00:53:14,490 --> 00:53:18,870
Jezus heeft in zekere zin hetzelfde
gedaan als wat de hogepriester deed.

908
00:53:18,870 --> 00:53:22,590
Hij is met bloed het heilige
der heiligen binnengegaan.

909
00:53:22,590 --> 00:53:26,370
Maar niet met het bloed van de stier
van het zondoffer en de bokken van het

910
00:53:26,370 --> 00:53:29,070
zondoffer, maar met Zijn eigen bloed.

911
00:53:29,070 --> 00:53:32,550
En daarmee heeft Hij voor ons
eeuwige verlossing verkregen.

912
00:53:32,550 --> 00:53:37,590
En dan zegt hij verder in
vers 22 — nou, vers 21 zegt:

913
00:53:37,590 --> 00:53:41,730
Ook de tabernakel en ook al de
voorwerpen voor de eredienst

914
00:53:41,730 --> 00:53:44,550
besprenkelde hij op dezelfde
manier met het bloed.

915
00:53:44,550 --> 00:53:48,030
En bijna alles wordt volgens
de wet door bloed gereinigd,

916
00:53:48,030 --> 00:53:52,110
en zonder het vergieten van bloed
vindt er geen vergeving plaats.

917
00:53:52,110 --> 00:53:55,590
Het was dus noodzakelijk dat de
afbeeldingen van de dingen die in de

918
00:53:55,590 --> 00:53:59,850
hemelen zijn, hierdoor gereinigd
werden, maar de hemelse dingen zelf door

919
00:53:59,850 --> 00:54:01,650
betere offers dan deze.

920
00:54:01,650 --> 00:54:04,470
Dat wil zeggen, met dit dierenbloed.

921
00:54:04,470 --> 00:54:09,390
Maar de hemelse dingen zelf, waarvan de
tabernakel slechts een afbeelding was,

922
00:54:09,390 --> 00:54:13,230
zouden gereinigd worden
met betere offers dan deze.

923
00:54:13,230 --> 00:54:16,110
Meer bepaald met het offer van Christus.

924
00:54:16,110 --> 00:54:21,270
Want Christus is niet binnengegaan in
het heiligdom dat met handen gemaakt is

925
00:54:21,270 --> 00:54:25,050
en dat een tegenbeeld is van
het ware, maar in de hemel zelf,

926
00:54:25,050 --> 00:54:28,710
om nu voor het aangezicht van
God te verschijnen voor ons,

927
00:54:28,710 --> 00:54:31,590
Maar Hij is de hemel zelf binnengegaan.

928
00:54:31,590 --> 00:54:35,070
Dat is het ware heilige der heiligen.

929
00:54:35,070 --> 00:54:39,390
Het ware heilige der heiligen
is waar God werkelijk woont.

930
00:54:39,390 --> 00:54:42,870
Hij woont niet in tempels
die met handen gemaakt zijn.

931
00:54:42,870 --> 00:54:46,530
En zo is Christus de onmiddellijke
tegenwoordigheid van God

932
00:54:46,530 --> 00:54:48,330
in de hemel binnengegaan,

933
00:54:48,330 --> 00:54:50,970
en dat niet om Zichzelf
dikwijls te offeren,

934
00:54:50,970 --> 00:54:54,510
zoals de hogepriester elk jaar
in het heiligdom binnengaat met

935
00:54:54,510 --> 00:54:56,790
bloed dat niet van hemzelf is.

936
00:54:56,790 --> 00:55:01,350
Want dan had Hij vanaf de grondlegging
van de wereld dikwijls moeten lijden.

937
00:55:01,350 --> 00:55:04,350
Maar nu is Hij bij de
voleinding van de eeuwen

938
00:55:04,350 --> 00:55:09,390
eenmaal geopenbaard om de zonde teniet
te doen door het offer van Zichzelf.

939
00:55:09,390 --> 00:55:14,610
Dus de hogepriester deed het eenmaal per
jaar, met andere woorden, telkens opnieuw,

940
00:55:14,610 --> 00:55:18,510
met het bloed van andere
schepselen, niet van zichzelf.

941
00:55:18,510 --> 00:55:21,150
Christus hoeft het niet
telkens opnieuw te doen.

942
00:55:21,150 --> 00:55:23,670
Hij hoeft het niet ieder jaar te doen.

943
00:55:23,670 --> 00:55:26,130
En Hij deed het omdat Zijn bloed meer

944
00:55:26,130 --> 00:55:30,270
kon bewerken dan het bloed van
stieren en bokken kon bewerken.

945
00:55:30,270 --> 00:55:34,710
Zijn bloed kon zelfs eens en
voor altijd verlossing bewerken.

946
00:55:34,710 --> 00:55:38,310
En zoals het voor de mensen beschikt
is dat zij eenmaal moeten sterven

947
00:55:38,310 --> 00:55:40,650
en dat daarna het oordeel volgt,

948
00:55:40,650 --> 00:55:45,150
En dit is niet zozeer bedoeld als een
uitspraak over het algemene feit waarvoor

949
00:55:45,150 --> 00:55:46,590
we het vaak aanhalen.

950
00:55:46,590 --> 00:55:50,310
Bijvoorbeeld wanneer we iets als
reïncarnatie willen weerleggen:

951
00:55:50,310 --> 00:55:53,250
Nou, een mens sterft nu
eenmaal maar één keer.

952
00:55:53,250 --> 00:55:56,070
Dat is waar, maar het
punt dat hij hier maakt,

953
00:55:56,070 --> 00:56:01,470
is dat Christus een mens is en dat
Hij maar één keer hoeft te sterven.

954
00:56:01,470 --> 00:56:06,990
In tegenstelling tot de hogepriester,
die jaar na jaar stieren moest doden,

955
00:56:06,990 --> 00:56:13,050
stierf Jezus eenmaal, en dat was genoeg,
omdat mensen maar één keer sterven.

956
00:56:13,050 --> 00:56:14,670
Dat is wat hij zegt.

957
00:56:14,670 --> 00:56:20,550
zo zal ook Christus, Die eenmaal geofferd
is om de zonden van velen weg te dragen,

958
00:56:20,550 --> 00:56:25,050
voor de tweede keer zonder zonde
gezien worden door hen die Hem

959
00:56:25,050 --> 00:56:27,090
verwachten tot zaligheid.

960
00:56:27,090 --> 00:56:28,350
En hij zegt:

961
00:56:28,350 --> 00:56:33,570
Voor wie vol verlangen op Hem wachten, zal
Hij een tweede keer verschijnen om hen te

962
00:56:33,570 --> 00:56:37,110
redden, en dan gaat het
niet meer om de zonde.

963
00:56:37,110 --> 00:56:41,970
Dat verwijst naar het feit dat, zodra de
hogepriester in de tabernakel verdwenen

964
00:56:41,970 --> 00:56:46,530
was, het volk moest afwachten
of hij er levend uit zou komen.

965
00:56:46,530 --> 00:56:51,690
Als hij er levend uit kwam, betekende
dat dat de verzoening geslaagd was,

966
00:56:51,690 --> 00:56:57,090
dat God die aanvaard had, dat ze weer een
jaar vrij waren van hun zonden als volk,

967
00:56:57,090 --> 00:57:01,050
dat het oordeel opnieuw voor
twaalf maanden was afgewend.

968
00:57:01,050 --> 00:57:05,250
Het was dus een opluchting voor hen om
de priester weer te zien verschijnen

969
00:57:05,250 --> 00:57:10,530
uit het heilige der heiligen, waar hij
achter het voorhangsel verdwenen was.

970
00:57:10,530 --> 00:57:15,510
Voor ons zal het een opluchting zijn
om Jezus weer te zien verschijnen.

971
00:57:15,510 --> 00:57:19,770
Jezus ging het heilige der heiligen
binnen toen Hij ten hemel voer,

972
00:57:19,770 --> 00:57:24,510
en Hij ging voorbij het voorhangsel van
de wolken en verdween uit het zicht.

973
00:57:24,510 --> 00:57:28,170
Hij zal door de wolken terugkeren
en weer zichtbaar worden.

974
00:57:28,170 --> 00:57:33,390
Wat hij dus zegt, gaat over de periode
vanaf Jezus’ vertrek tot Zijn terugkeer.

975
00:57:33,390 --> 00:57:38,010
Of misschien moeten we zeggen: vanaf het
moment waarop Jezus Zijn bloed vergoot

976
00:57:38,010 --> 00:57:39,630
tot Zijn terugkeer.

977
00:57:39,630 --> 00:57:42,210
Die periode is de
geestelijke werkelijkheid

978
00:57:42,210 --> 00:57:44,970
die door de plechtigheid
in het heilige der heiligen

979
00:57:44,970 --> 00:57:47,730
op de Grote Verzoendag werd uitgebeeld.

980
00:57:47,730 --> 00:57:52,650
Leviticus 16 en het ritueel daarin
beelden uit hoe Jezus naar de hemel gaat

981
00:57:52,650 --> 00:57:56,970
nadat Hij Zijn eigen bloed heeft geofferd,
en het daar in het heilige der heiligen

982
00:57:56,970 --> 00:58:00,450
sprenkelt, op het
verzoendeksel daar in de hemel.

983
00:58:00,450 --> 00:58:04,770
Zoals de priester daar voorbede deed
voor het volk en wierook brandde,

984
00:58:04,770 --> 00:58:09,150
zo doet Christus voorbede voor ons
en blijft Hij dat doen totdat de dag

985
00:58:09,150 --> 00:58:10,350
ten einde is.

986
00:58:10,350 --> 00:58:14,550
Want Hij zegt: In de tijd van
het welbehagen heb Ik U verhoord,

987
00:58:14,550 --> 00:58:18,030
en op de dag van het
heil heb Ik U geholpen.

988
00:58:18,030 --> 00:58:24,030
Zie, nu is het de tijd van het welbehagen,
zie, nu is het de dag van het heil!

989
00:58:24,030 --> 00:58:25,950
zei Paulus ergens anders.

990
00:58:25,950 --> 00:58:29,130
De dag van het behoud
is de Grote Verzoendag.

991
00:58:29,130 --> 00:58:32,670
Het tijdperk van de gemeente
is de Grote Verzoendag.

992
00:58:32,670 --> 00:58:36,990
Het tijdperk van de gemeente, vanaf
het moment waarop Jezus vertrok

993
00:58:36,990 --> 00:58:40,230
totdat Hij weer uit het heilige
der heiligen verschijnt,

994
00:58:40,230 --> 00:58:42,990
is de vervulling van die Grote Verzoendag.

995
00:58:42,990 --> 00:58:46,950
Dan is er nog een heel kort hoofdstuk
17 dat ik zou willen behandelen,

996
00:58:46,950 --> 00:58:50,010
en daar staan maar twee
eenvoudige onderwerpen in.

997
00:58:50,010 --> 00:58:52,650
Het zijn belangrijke
onderwerpen, maar het zijn

998
00:58:52,650 --> 00:58:55,470
onderwerpen die we al
eerder zijn tegengekomen

999
00:58:55,470 --> 00:58:58,230
en waarover we nu niet
zoveel hoeven te zeggen.

1000
00:58:58,230 --> 00:59:02,850
Het gaat om het bloed en om het feit
dat bloed, wanneer het vergoten werd,

1001
00:59:02,850 --> 00:59:05,190
bij de tabernakel moest worden aangeboden.

1002
00:59:05,190 --> 00:59:09,570
Het hoofdthema van hoofdstuk
17 staat in vers 3.

1003
00:59:09,570 --> 00:59:15,450
Dit moest tegen Aäron en zijn zonen en
alle kinderen van Israël gezegd worden.

1004
00:59:15,450 --> 00:59:18,030
Dit gold dus voor priesters en volk.

1005
00:59:18,030 --> 00:59:20,970
Het is een algemene regel voor iedereen.

1006
00:59:20,970 --> 00:59:25,170
Het gebod wordt gegeven in
vers 3 van hoofdstuk 17:

1007
00:59:25,170 --> 00:59:28,410
Iedereen uit het huis
van Israël die een rund,

1008
00:59:28,410 --> 00:59:33,390
een lam of een geit in het kamp slacht
of die juist buiten het kamp slacht,

1009
00:59:33,390 --> 00:59:38,070
Daarna gaat het erover hoe de hogepriester
het bloed op het altaar moet sprenkelen

1010
00:59:38,070 --> 00:59:39,510
en dat alles.

1011
00:59:39,510 --> 00:59:42,810
Er staat dat ze dat
moeten doen, in vers 7:

1012
00:59:42,810 --> 00:59:46,170
Zij mogen hun offers niet
meer aan de demonen brengen,

1013
00:59:46,170 --> 00:59:49,470
waar zij als in hoererij achter aangaan.

1014
00:59:49,470 --> 00:59:53,970
Dit is voor hen een eeuwige
verordening, al hun generaties door.

1015
00:59:53,970 --> 00:59:56,190
Dat is in wezen waar het hier om gaat:

1016
00:59:56,190 --> 00:59:59,970
wanneer dieren ergens anders dan
bij de tabernakel worden geslacht,

1017
00:59:59,970 --> 01:00:04,110
moet hun bloed naar de tabernakel
worden gebracht. Waarom?

1018
01:00:04,110 --> 01:00:07,290
Omdat, als de priester er
geen toezicht op houdt,

1019
01:00:07,290 --> 01:00:10,950
mensen misschien ergens buiten
dieren zouden slachten en die aan

1020
01:00:10,950 --> 01:00:12,630
demonen zouden offeren.

1021
01:00:12,630 --> 01:00:18,390
Het woord ‘demonen’ betekent
daar bokdemonen, bokgoden.

1022
01:00:18,390 --> 01:00:22,950
De heidenen beeldden woestijndemonen
vaak af als bokken of saters,

1023
01:00:22,950 --> 01:00:24,750
en daar verwijst het naar.

1024
01:00:24,750 --> 01:00:29,190
Hij wil niet dat ze in de verleiding komen
om daar in de woestijn offers te brengen

1025
01:00:29,190 --> 01:00:32,010
aan andere goden of aan demonen.

1026
01:00:32,010 --> 01:00:34,170
Dus telkens wanneer ze een dier doden,

1027
01:00:34,170 --> 01:00:38,550
moeten ze het bloed naar de tabernakel
brengen en ervoor zorgen dat het aan God

1028
01:00:38,550 --> 01:00:41,670
wordt geofferd in plaats
van aan een andere godheid.

1029
01:00:41,670 --> 01:00:44,910
Het is wat vaag in vers 3, waar staat:

1030
01:00:44,910 --> 01:00:47,850
Telkens als iemand een dier slacht.

1031
01:00:47,850 --> 01:00:52,590
Sommigen zeggen dat het woord dat daar
in vers 3 in de Engelse vertaling als

1032
01:00:52,590 --> 01:00:56,910
‘kills’ staat, vertaald zou
moeten worden met ‘offert’.

1033
01:00:56,910 --> 01:01:00,570
Anderen geloven dat het een
algemeen woord voor slachten is,

1034
01:01:00,570 --> 01:01:03,090
zoals dieren slachten voor voedsel.

1035
01:01:03,090 --> 01:01:07,830
Er is dus onder geleerden enige discussie
over de vraag of dit alleen gaat over

1036
01:01:07,830 --> 01:01:13,830
dieren die als offer worden aangeboden, of
over elk dier dat wordt gedood om te eten

1037
01:01:13,830 --> 01:01:16,470
of voor wat het gezin ook nodig heeft.

1038
01:01:16,470 --> 01:01:20,550
Ik denk dat het allebei is,
want wat we zien, is vers 3,

1039
01:01:20,550 --> 01:01:23,550
dat de samenvatting van de hele regel is.

1040
01:01:23,550 --> 01:01:24,930
Het begint met:

1041
01:01:24,930 --> 01:01:28,230
Iedereen uit het huis
van Israël die een rund,

1042
01:01:28,230 --> 01:01:33,330
een lam of een geit in het kamp slacht
of die juist buiten het kamp slacht,

1043
01:01:33,330 --> 01:01:38,610
en het dier niet bij de ingang van de tent
van ontmoeting brengt om het de HEERE als

1044
01:01:38,610 --> 01:01:42,871
offergave aan te bieden vóór
de tabernakel van de HEERE —

1045
01:01:42,871 --> 01:01:48,210
die man moet het bloed aangerekend
worden; hij heeft bloed vergoten.

1046
01:01:48,210 --> 01:01:51,930
Daarom moet die man uit het midden
van zijn volk uitgeroeid worden,

1047
01:01:51,930 --> 01:01:56,610
opdat de Israëlieten hun offers, die
zij nu nog in het open veld brengen,

1048
01:01:56,610 --> 01:02:02,190
naar de HEERE brengen, naar de ingang van
de tent van ontmoeting, naar de priester,

1049
01:02:02,190 --> 01:02:05,610
en ze als dankoffers aan de HEERE offeren.

1050
01:02:05,610 --> 01:02:10,710
En dan wordt die uitdrukking nog
twee keer gebruikt, in vers 8 en 10.

1051
01:02:10,710 --> 01:02:14,850
Dat lijkt het in twee delen
op te splitsen. Vers 8 luidt:

1052
01:02:14,850 --> 01:02:18,990
Verder moet u tegen hen zeggen:
Iedereen uit het huis van Israël

1053
01:02:18,990 --> 01:02:21,930
en van de vreemdelingen die
in hun midden verblijven,

1054
01:02:21,930 --> 01:02:26,550
die een brandoffer of slachtoffer brengt,
en dat niet bij de ingang van de tent van

1055
01:02:26,550 --> 01:02:29,851
ontmoeting brengt om het
te bereiden voor de HEERE —

1056
01:02:29,851 --> 01:02:33,570
die man moet uit zijn
volksgenoten uitgeroeid worden.

1057
01:02:33,570 --> 01:02:35,190
Dan vers 10:

1058
01:02:35,190 --> 01:02:39,270
Iedereen uit het huis van Israël en
van de vreemdelingen die in hun midden

1059
01:02:39,270 --> 01:02:42,510
verblijven, die wat voor
bloed dan ook gegeten heeft,

1060
01:02:42,510 --> 01:02:47,550
tegen die persoon die dat bloed gegeten
heeft, zal Ik Mijn aangezicht keren,

1061
01:02:47,550 --> 01:02:50,550
en Ik zal hem uit het midden
van zijn volk uitroeien.

1062
01:02:50,550 --> 01:02:52,890
Het gaat hier om eten en offeren.

1063
01:02:52,890 --> 01:02:55,890
Maar die twee verschilden
eigenlijk niet zo veel van elkaar,

1064
01:02:55,890 --> 01:03:00,330
want bij offers werd vaak een deel
van het dier aan de Heere geofferd

1065
01:03:00,330 --> 01:03:02,310
en werd de rest opgegeten.

1066
01:03:02,310 --> 01:03:07,290
Het lijkt te gaan om het doden van dieren
op welk moment en voor welk doel dan ook.

1067
01:03:07,290 --> 01:03:12,150
Kennelijk waren er mensen die een of
ander offer buiten de tabernakel brachten,

1068
01:03:12,150 --> 01:03:14,970
en dat was niet
noodzakelijkerwijs verboden.

1069
01:03:14,970 --> 01:03:16,950
Want in vers 5 staat:

1070
01:03:16,950 --> 01:03:20,790
Zodat de Israëlieten de offers
die ze in het open veld brengen,

1071
01:03:20,790 --> 01:03:22,530
naar de Heer toe brengen.

1072
01:03:22,530 --> 01:03:26,970
Het klinkt alsof er staat dat ze buiten
in het open veld offers mogen brengen,

1073
01:03:26,970 --> 01:03:31,110
maar dat ze het bloed naar de tabernakel
moeten brengen, naar de Heere.

1074
01:03:31,110 --> 01:03:35,370
[Vertalersnoot: De spreker bespreekt hier
de Engelse formulering ‘which they offer’,

1075
01:03:35,370 --> 01:03:36,510
‘die zij brengen’.

1076
01:03:36,510 --> 01:03:40,350
De HSV heeft ‘die zij nu nog
in het open veld brengen’

1077
01:03:40,350 --> 01:03:43,530
en maakt de bestaande
praktijk daarmee explicieter.]

1078
01:03:43,530 --> 01:03:47,250
Tenzij Hij zegt dat de offers die ze tot
op dat moment in het open veld hebben

1079
01:03:47,250 --> 01:03:50,490
gebracht, naar de tabernakel
gebracht moeten worden.

1080
01:03:50,490 --> 01:03:52,590
Het is niet helemaal duidelijk.

1081
01:03:52,590 --> 01:03:55,890
Maar wat wel duidelijk wordt
gezegd, is dat het bloed van

1082
01:03:55,890 --> 01:03:57,690
offers gebracht moet worden.

1083
01:03:57,690 --> 01:04:01,530
En waarschijnlijk moet ook het bloed van
dieren die worden gedood om te eten naar

1084
01:04:01,530 --> 01:04:03,630
de tabernakel worden gebracht.

1085
01:04:03,630 --> 01:04:06,510
Zo kunnen de priesters toezicht
houden op wat er gebeurt

1086
01:04:06,510 --> 01:04:10,650
en ervoor zorgen dat mensen dit
bloed niet aan demonen offeren.

1087
01:04:10,650 --> 01:04:13,230
Deze specifieke wet was maar tijdelijk.

1088
01:04:13,230 --> 01:04:17,670
Het is interessant, want die zou
grotendeels alleen van toepassing zijn

1089
01:04:17,670 --> 01:04:19,950
zolang ze in de woestijn rondtrokken.

1090
01:04:19,950 --> 01:04:24,330
Zodra ze een generatie later het
land Kanaän zouden binnengaan,

1091
01:04:24,330 --> 01:04:27,210
zouden ze over het hele
land verspreid wonen.

1092
01:04:27,210 --> 01:04:32,010
Het zou onmogelijk zijn voor iedereen die
een dier wilde doden om zijn gezin te eten

1093
01:04:32,010 --> 01:04:35,070
te geven, om het naar de
tabernakel te brengen.

1094
01:04:35,070 --> 01:04:39,270
Eenvoudigweg omdat de tabernakel
op één plek in het land staat,

1095
01:04:39,270 --> 01:04:43,290
en het voor hen misschien zeven
dagen lopen was om daar te komen.

1096
01:04:43,290 --> 01:04:47,730
Je kunt geen dier op je boerderij
slachten met de bedoeling het op te eten,

1097
01:04:47,730 --> 01:04:52,290
dan even een reis van zeven dagen naar
de tabernakel maken om het bloed te

1098
01:04:52,290 --> 01:04:56,490
sprenkelen, en daarna
thuiskomen en het vlees eten.

1099
01:04:56,490 --> 01:04:58,770
Tegen die tijd is het bedorven.

1100
01:04:58,770 --> 01:05:02,610
Daarom werd de wet veranderd nadat
ze het land waren binnengegaan.

1101
01:05:02,610 --> 01:05:07,650
We zien dat in Deuteronomium, want
Deuteronomium is de wet die een generatie

1102
01:05:07,650 --> 01:05:09,810
later opnieuw wordt gegeven.

1103
01:05:09,810 --> 01:05:15,090
Een generatie later dan Leviticus, nadat
de Joden veertig jaar hadden rondgetrokken

1104
01:05:15,090 --> 01:05:19,050
en nu op het punt stonden het
Beloofde Land binnen te gaan en zich

1105
01:05:19,050 --> 01:05:20,430
daar te vestigen.

1106
01:05:20,430 --> 01:05:23,430
In een paar gevallen
golden er nieuwe regels.

1107
01:05:23,430 --> 01:05:26,010
Veel van de oude regels
werden gewoon herhaald,

1108
01:05:26,010 --> 01:05:29,790
maar in dit geval werd deze
specifieke regel veranderd.

1109
01:05:29,790 --> 01:05:35,070
In Deuteronomium 12 staat in vers 1
tot en met 14 inderdaad dat ze al hun

1110
01:05:35,070 --> 01:05:37,350
offers bij de tabernakel moeten brengen.

1111
01:05:37,350 --> 01:05:39,270
Maar vers 15 zegt:

1112
01:05:39,270 --> 01:05:43,890
Wel mag u naar het volle verlangen van
uw ziel binnen al uw poorten slachten en

1113
01:05:43,890 --> 01:05:50,010
vlees eten, overeenkomstig de zegen
van de HEERE, uw God, die Hij u geeft.

1114
01:05:50,010 --> 01:05:55,470
De onreine en de reine mag daarvan eten,
zoals van een gazelle en van een hert.

1115
01:05:55,470 --> 01:05:59,250
Enzovoort, enzovoort. Vers 16 zegt:

1116
01:05:59,250 --> 01:06:04,170
Alleen het bloed mag u niet eten; u moet
het op de aarde uitgieten als water.

1117
01:06:04,170 --> 01:06:05,910
En in vers 17:

1118
01:06:05,910 --> 01:06:09,450
U mag binnen uw poorten niet
de tienden van uw koren,

1119
01:06:09,450 --> 01:06:12,810
van uw nieuwe wijn en van uw olie eten,

1120
01:06:12,810 --> 01:06:18,030
evenmin de eerstgeborenen van uw runderen
en van uw kleinvee of enige van uw

1121
01:06:18,030 --> 01:06:23,250
gelofteoffers, die u beloofd hebt, ook
niet uw vrijwillige gaven of de hefoffers

1122
01:06:23,250 --> 01:06:24,390
van uw hand.

1123
01:06:24,390 --> 01:06:26,490
Maar verder staat er in vers 15:

1124
01:06:26,490 --> 01:06:31,650
je mag vlees eten van dieren die binnen
je stad zijn geslacht, Dat wil zeggen:

1125
01:06:31,650 --> 01:06:36,750
waar je woont, in tegenstelling tot bij
de tabernakel, omdat het onpraktisch werd.

1126
01:06:36,750 --> 01:06:39,270
Maar tijdens de
omzwervingen in de woestijn

1127
01:06:39,270 --> 01:06:41,970
lag het volk rondom de
tabernakel gelegerd.

1128
01:06:41,970 --> 01:06:45,810
Het hele volk bevond zich op
loopafstand van de tabernakel.

1129
01:06:45,810 --> 01:06:48,270
Dus telkens wanneer er
een dier werd gedood,

1130
01:06:48,270 --> 01:06:51,450
moest het bloed naar de
tabernakel worden gebracht.

1131
01:06:51,450 --> 01:06:56,010
Er waren enkele uitzonderingen die aan het
einde van het hoofdstuk worden behandeld.

1132
01:06:56,010 --> 01:07:02,070
Maar in de verzen 10, 11 en 12 staat
waarom Hij niet wil dat mensen bloed eten.

1133
01:07:02,070 --> 01:07:03,930
Hij zegt in vers 11:

1134
01:07:03,930 --> 01:07:06,990
Want het leven van het
vlees is in het bloed,

1135
01:07:06,990 --> 01:07:11,490
en Ik heb dat Zelf voor u op het
altaar gegeven om voor uw leven

1136
01:07:11,490 --> 01:07:12,870
verzoening te doen.

1137
01:07:12,870 --> 01:07:17,610
Want het is het bloed dat door middel
van het leven verzoening bewerkt.

1138
01:07:17,610 --> 01:07:22,710
Daarom heb Ik tegen de Israëlieten
gezegd: Niemand van u mag bloed eten.

1139
01:07:22,710 --> 01:07:27,210
Ook de vreemdeling die in uw midden
verblijft, mag geen bloed eten.

1140
01:07:27,210 --> 01:07:31,650
De andere dingen die worden genoemd,
zoals in de verzen 13 en 14,

1141
01:07:31,650 --> 01:07:35,850
gaan over dieren waarop in het
veld wordt gejaagd om ze te eten.

1142
01:07:35,850 --> 01:07:41,010
Er waren dieren waarop je kon jagen en
die je mocht eten, herten enzovoort,

1143
01:07:41,010 --> 01:07:44,430
omdat ze voldeden aan de
voorwaarden voor reine dieren.

1144
01:07:44,430 --> 01:07:46,470
Maar in vers 13 staat:

1145
01:07:46,470 --> 01:07:50,070
Iedereen van de Israëlieten en van
de vreemdelingen die in hun midden

1146
01:07:50,070 --> 01:07:54,390
verblijven, die wilde dieren of
vogels die gegeten mogen worden,

1147
01:07:54,390 --> 01:07:58,830
tijdens de jacht vangt, die moet het bloed
van het dier eruit laten lopen en het

1148
01:07:58,830 --> 01:08:00,330
met aarde toedekken.

1149
01:08:00,330 --> 01:08:02,790
Want het is het leven van alle vlees.

1150
01:08:02,790 --> 01:08:05,250
Hun bloed staat voor hun leven.

1151
01:08:05,250 --> 01:08:10,290
Daarom heb Ik tegen de Israëlieten gezegd:
U mag geen bloed eten van wat voor vlees

1152
01:08:10,290 --> 01:08:14,130
dan ook, want het bloed is
het leven van alle vlees.

1153
01:08:14,130 --> 01:08:16,290
Wie dat eet, moet uitgeroeid worden.

1154
01:08:16,290 --> 01:08:19,950
Dus als je buiten in het veld
bent, ver van de tabernakel,

1155
01:08:19,950 --> 01:08:24,390
en je jaagt op een dier, dan moet
je het bloed meteen laten weglopen.

1156
01:08:24,390 --> 01:08:28,470
Je kunt dat beest niet zomaar
meenemen en dan twaalf uur later,

1157
01:08:28,470 --> 01:08:32,130
wanneer je bij de tabernakel
aankomt, het bloed uitgieten.

1158
01:08:32,130 --> 01:08:33,930
Dan is het helemaal gestold.

1159
01:08:33,930 --> 01:08:38,310
Dus Hij zegt dat je, als je zo ver
weg in het veld aan het jagen bent,

1160
01:08:38,310 --> 01:08:41,070
het bloed daar ter plekke
op de grond uitgiet.

1161
01:08:41,070 --> 01:08:45,750
Je laat het dier helemaal leegbloeden
en bedekt het bloed vervolgens met stof.

1162
01:08:45,750 --> 01:08:47,610
Dat maakt het ontoegankelijk.

1163
01:08:47,610 --> 01:08:51,450
Het is vuil bloed, dus je kunt het
niet aan een andere god offeren.

1164
01:08:51,450 --> 01:08:55,410
Maar waarschijnlijk dient het bedekken met
stof er ook voor om het bloed modderig te

1165
01:08:55,410 --> 01:08:58,410
maken, zodat andere dieren het niet eten.

1166
01:08:58,410 --> 01:09:00,510
Als je het gewoon op de grond laat liggen,

1167
01:09:00,510 --> 01:09:04,590
zijn er bepaalde dieren die het komen
oplikken, en het is van de Heere.

1168
01:09:04,590 --> 01:09:08,850
Dus je zorgt ervoor dat het niet
door mens of dier wordt gegeten.

1169
01:09:08,850 --> 01:09:12,690
En ieder van de ingezetenen of van de
vreemdelingen die een kadaver of een

1170
01:09:12,690 --> 01:09:17,310
verscheurd dier eet, moet zijn kleren
wassen en zich met water wassen.

1171
01:09:17,310 --> 01:09:21,150
Hij is onrein tot de avond,
en daarna is hij rein.

1172
01:09:21,150 --> 01:09:24,120
Maar als hij die niet wast
en zijn lichaam niet baadt,

1173
01:09:24,120 --> 01:09:27,150
laadt hij zijn ongerechtigheid op zich.

1174
01:09:27,150 --> 01:09:32,250
staat er in vers 15, Dit is een geval
waarin iemand een dier eet dat niet op de

1175
01:09:32,250 --> 01:09:35,670
juiste manier is geslacht en
dus natuurlijk ook niet helemaal

1176
01:09:35,670 --> 01:09:37,230
goed is leeggebloed.

1177
01:09:37,230 --> 01:09:39,450
Het is een dier dat je mag eten.

1178
01:09:39,450 --> 01:09:43,110
Het kan een boerderijdier
zijn, maar het sterft vanzelf.

1179
01:09:43,110 --> 01:09:45,690
Je komt 's morgens buiten en het is dood,

1180
01:09:45,690 --> 01:09:49,710
of je ontdekt dat het karkas
door wilde dieren is verscheurd.

1181
01:09:49,710 --> 01:09:53,310
Eigenlijk hoor je die dieren niet
te eten, maar als je het toch doet,

1182
01:09:53,310 --> 01:09:55,290
ben je tot de avond onrein.

1183
01:09:55,290 --> 01:09:59,490
Het dier is immers al een tijdje dood en
je hebt het verse bloed niet meteen bij

1184
01:09:59,490 --> 01:10:01,530
het doden kunnen laten weglopen.

1185
01:10:01,530 --> 01:10:04,890
Je doet je best om het bloed dat
er nog in zit te verwijderen,

1186
01:10:04,890 --> 01:10:07,890
maar het zal je niet lukken
om dat grondig te doen.

1187
01:10:07,890 --> 01:10:12,930
Daarom maak je jezelf onrein door zo'n
dier te eten, maar alleen tot de avond.

1188
01:10:12,930 --> 01:10:16,350
Dit zijn dus de wetten over
het eten van bloed en ook

1189
01:10:16,350 --> 01:10:20,850
over het naar de tabernakel brengen van
het bloed terwijl ze in de woestijn zijn.

1190
01:10:20,850 --> 01:10:24,090
Opnieuw een wet die later
onpraktisch zou zijn,

1191
01:10:24,090 --> 01:10:27,630
nadat ze zich over het hele
land Israël hadden verspreid.

1192
01:10:27,630 --> 01:10:32,430
Dat geeft op zichzelf al aan dat er
bepaalde wetten waren die tijdelijk waren.

1193
01:10:32,430 --> 01:10:37,410
Dat een wet wordt gegeven, betekent niet
dat die altijd van toepassing zal zijn.

1194
01:10:37,410 --> 01:10:41,910
We weten dat veel van deze wetten ook niet
meer van toepassing waren toen Jezus kwam,

1195
01:10:41,910 --> 01:10:43,650
omdat Hij ze vervulde.

1196
01:10:43,650 --> 01:10:48,450
Maar zelfs de intocht in het land
Kanaän veranderde al een paar dingen.

1197
01:10:48,450 --> 01:10:52,710
Sommige wetten gelden dus eenvoudigweg
voor de omstandigheden die er zijn

1198
01:10:52,710 --> 01:10:54,270
op het moment dat ze worden gegeven.
