1
00:00:02,070 --> 00:00:04,710
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,710 --> 00:00:10,590
Deze keer behandelen
we Leviticus 24 en 25.

3
00:00:10,590 --> 00:00:15,570
Leviticus 24 bevat schijnbaar een
aantal zaken die niets met elkaar

4
00:00:15,570 --> 00:00:16,830
te maken hebben.

5
00:00:16,830 --> 00:00:20,310
De meeste hoofdstukken in
Leviticus gaan helemaal over

6
00:00:20,310 --> 00:00:24,390
één onderwerp of over een groep
samenhangende onderwerpen,

7
00:00:24,390 --> 00:00:28,530
binnen hetzelfde hoofdstuk of zelfs
binnen een reeks hoofdstukken,

8
00:00:28,530 --> 00:00:32,790
een groep hoofdstukken die
allemaal over één onderwerp gaan.

9
00:00:32,790 --> 00:00:37,050
Maar hoofdstuk 24 verschilt
in dat opzicht van de rest.

10
00:00:37,050 --> 00:00:40,170
Het lijkt bepaalde losse
zaken op te pakken die

11
00:00:40,170 --> 00:00:43,470
geen heel hoofdstuk voor zichzelf
verdienen en die ook niet

12
00:00:43,470 --> 00:00:47,190
noodzakelijk allemaal rechtstreeks
met elkaar te maken hebben.

13
00:00:47,190 --> 00:00:49,650
Een van de eerste punten
is eenvoudigweg om

14
00:00:49,650 --> 00:00:54,030
Aäron het onderhoud van de kandelaren
in de tabernakel toe te wijzen.

15
00:00:54,030 --> 00:00:56,850
De lampen moeten immers
voortdurend branden.

16
00:00:56,850 --> 00:01:02,610
Er staan zeven lampen op deze kandelaar,
een zevenarmige kandelaar, of menora,

17
00:01:02,610 --> 00:01:04,050
zoals ze die noemen.

18
00:01:04,050 --> 00:01:08,310
Elk van deze lampen heeft een pit
en moet van olie worden voorzien.

19
00:01:08,310 --> 00:01:12,930
Nu moet de kandelaar voortdurend branden,
maar dat betekent niet dat elke lamp op

20
00:01:12,930 --> 00:01:14,730
ieder moment moet branden.

21
00:01:14,730 --> 00:01:18,390
Het is mogelijk om één lamp
te doven om die te verzorgen,

22
00:01:18,390 --> 00:01:23,190
om de pit te vervangen of bij te knippen,
of om te doen wat er ook maar nodig is om

23
00:01:23,190 --> 00:01:25,350
die helder te laten branden.

24
00:01:25,350 --> 00:01:28,470
Dit onderhoud moest aan
iemand worden toegewezen.

25
00:01:28,470 --> 00:01:30,690
Iedere priester had het kunnen doen.

26
00:01:30,690 --> 00:01:35,010
Dat wil zeggen, iedere priester mag het
heilige binnengaan en daar zijn waar

27
00:01:35,010 --> 00:01:36,390
de lampen staan.

28
00:01:36,390 --> 00:01:39,210
Maar de verzen 1 tot en
met 4 van dit hoofdstuk

29
00:01:39,210 --> 00:01:42,570
vertellen ons dat dit niet de taak
van iedere priester moet zijn,

30
00:01:42,570 --> 00:01:45,270
maar van de hogepriester. Er staat:

31
00:01:45,270 --> 00:01:51,450
De HEERE sprak tot Mozes: Gebied de
Israëlieten dat zij zuivere olie,

32
00:01:51,450 --> 00:01:54,810
uit gestoten olijven, naar u
toe brengen voor het licht,

33
00:01:54,810 --> 00:01:57,810
om voortdurend een lamp te laten branden.

34
00:01:57,810 --> 00:02:02,490
Aäron moet die voor het aangezicht
van de HEERE voortdurend verzorgen,

35
00:02:02,490 --> 00:02:07,410
van de avond tot de volgende morgen, aan
de buitenkant van het voorhangsel van de

36
00:02:07,410 --> 00:02:09,870
getuigenis in de tent van ontmoeting.

37
00:02:09,870 --> 00:02:13,830
Het is een eeuwige verordening,
al uw generaties door.

38
00:02:13,830 --> 00:02:18,210
Op de kandelaar van zuiver goud moet
hij de lampen voor het aangezicht van de

39
00:02:18,210 --> 00:02:20,670
HEERE voortdurend verzorgen.

40
00:02:20,670 --> 00:02:24,870
Er worden eigenlijk geen bijzonderheden
gegeven over hoe de pitten van de lampen

41
00:02:24,870 --> 00:02:28,890
moeten worden bijgeknipt of hoe de
lampen onderhouden moeten worden.

42
00:02:28,890 --> 00:02:32,790
Er wordt alleen gezegd wie
daarvoor verantwoordelijk zal zijn,

43
00:02:32,790 --> 00:02:35,190
en dat is de hogepriester.

44
00:02:35,190 --> 00:02:39,450
Dan is er de kwestie van het brood
voor de tafel van de toonbroden.

45
00:02:39,450 --> 00:02:43,710
Er is ons al verteld dat er in de
tabernakel aan de noordkant een tafel

46
00:02:43,710 --> 00:02:47,430
staat, met daarop twaalf
broden, die de twaalf

47
00:02:47,430 --> 00:02:51,690
stammen van Israël vertegenwoordigen
of daarmee overeenkomen.

48
00:02:51,690 --> 00:02:57,150
Hier krijgen we eenvoudigweg meer
bijzonderheden over dat brood. Er staat:

49
00:02:57,150 --> 00:03:01,350
Verder moet u meelbloem nemen
en er twaalf koeken van bakken.

50
00:03:01,350 --> 00:03:04,530
Eén koek moet twee tiende efa zijn.

51
00:03:04,530 --> 00:03:08,190
U moet ze dan in twee
rijen leggen, zes per rij,

52
00:03:08,190 --> 00:03:12,030
op de tafel die met zuiver goud
overtrokken is voor het aangezicht

53
00:03:12,030 --> 00:03:13,350
van de HEERE.

54
00:03:13,350 --> 00:03:16,830
U moet ook op elke rij
zuivere wierook leggen,

55
00:03:16,830 --> 00:03:19,590
en die zal dienen als
gedenkoffer voor het brood.

56
00:03:19,590 --> 00:03:21,750
Het is een vuuroffer voor de HEERE.

57
00:03:21,750 --> 00:03:25,770
Elke sabbatdag moet hij dat voor het
aangezicht van de HEERE verzorgen,

58
00:03:25,770 --> 00:03:30,690
voortdurend; omwille van de
Israëlieten is het een eeuwig verbond.

59
00:03:30,690 --> 00:03:34,350
Het brood is voor Aäron en zijn zonen.

60
00:03:34,350 --> 00:03:39,090
Zij moeten dat op de heilige plaats
eten, want het is voor hem allerheiligst,

61
00:03:39,090 --> 00:03:42,450
afkomstig uit de vuuroffers van de HEERE.

62
00:03:42,450 --> 00:03:44,610
Het is een eeuwige verordening.

63
00:03:44,610 --> 00:03:48,990
Hier lezen we eenvoudigweg
dat ze elke sabbat vers brood

64
00:03:48,990 --> 00:03:51,570
daar op de tafel van de toonbroden leggen.

65
00:03:51,570 --> 00:03:55,110
Het oude brood werd dan
door de priesters gegeten.

66
00:03:55,110 --> 00:03:59,130
Nu is brood dat zeven dagen
oud is niet bijzonder vers,

67
00:03:59,130 --> 00:04:03,390
maar sommige soorten koeken of broden
hebben een behoorlijk harde korst,

68
00:04:03,390 --> 00:04:07,710
en het brood vanbinnen kon waarschijnlijk
na een week nog zacht zijn.

69
00:04:07,710 --> 00:04:11,010
Maar vers brood zou het beslist niet zijn.

70
00:04:11,010 --> 00:04:15,510
Ze vervingen het oude brood en
aten het oude brood op de sabbat.

71
00:04:15,510 --> 00:04:17,670
Dat is wat ons daar wordt verteld.

72
00:04:17,670 --> 00:04:22,530
Nu is dit het volgende en enige
overgebleven verhaal in het boek

73
00:04:22,530 --> 00:04:26,970
Leviticus, naast het verhaal van
de wijding van de priesters en de

74
00:04:26,970 --> 00:04:32,070
dood van Nadab en Abihu, dat we in de
hoofdstukken 8 tot en met 10 hebben gehad.

75
00:04:32,070 --> 00:04:35,370
Dit is de enige andere
historische anekdote die we in het

76
00:04:35,370 --> 00:04:37,590
boek Leviticus aantreffen.

77
00:04:37,590 --> 00:04:40,650
Ook dit verhaal heeft
met het oordeel te maken.

78
00:04:40,650 --> 00:04:43,530
Het eerste verhaal liep
er in elk geval op uit

79
00:04:43,530 --> 00:04:47,970
dat de priester werd geoordeeld
omdat hij vreemd vuur had geofferd.

80
00:04:47,970 --> 00:04:52,770
Hier hebben we het oordeel over een
Israëliet, of een half-Israëlitische man,

81
00:04:52,770 --> 00:04:55,050
die schuldig is aan godslastering.

82
00:04:55,050 --> 00:04:56,190
Er staat:

83
00:04:56,190 --> 00:04:59,070
Eens trok de zoon van
een Israëlitische vrouw,

84
00:04:59,070 --> 00:05:02,070
die tevens de zoon van
een Egyptische man was,

85
00:05:02,070 --> 00:05:05,430
die te midden van de
Israëlieten woonde, eropuit.

86
00:05:05,430 --> 00:05:10,650
Toen raakten de zoon van de Israëlitische
vrouw en een Israëlitische man met elkaar

87
00:05:10,650 --> 00:05:12,150
slaags in het kamp.

88
00:05:12,150 --> 00:05:14,850
Nu wordt ons niet verteld
waar ze ruzie over hadden,

89
00:05:14,850 --> 00:05:18,450
maar volgens de Joodse
overlevering ging de ruzie erover

90
00:05:18,450 --> 00:05:23,250
of hij zijn tent mocht opslaan en mocht
kamperen in het gebied waar de stam

91
00:05:23,250 --> 00:05:25,410
Dan zijn tenten had opgeslagen.

92
00:05:25,410 --> 00:05:29,070
Ik weet niet zeker waarom
deze overlevering is ontstaan.

93
00:05:29,070 --> 00:05:31,890
Misschien is ze ontstaan omdat ze waar is.

94
00:05:31,890 --> 00:05:35,370
Het kan zijn dat het verhaal
mondeling werd doorverteld

95
00:05:35,370 --> 00:05:39,990
en dat er bijzonderheden bewaard zijn
gebleven die niet zijn opgeschreven.

96
00:05:39,990 --> 00:05:42,330
En de Joden kennen misschien de feiten.

97
00:05:42,330 --> 00:05:46,350
In het verhaal zelf staat
beslist niets wat daarop wijst.

98
00:05:46,350 --> 00:05:50,430
Maar de gedachte achter de Joodse
overlevering is dat deze man,

99
00:05:50,430 --> 00:05:54,490
die maar half Israëliet was —
zijn vader was een Egyptenaar —

100
00:05:54,490 --> 00:05:59,070
in het kamp van Dan wilde
verblijven, bij de stam Dan,

101
00:05:59,070 --> 00:06:01,770
en dat ze hem dat niet wilden toestaan.

102
00:06:01,770 --> 00:06:05,430
Daarover raakten ze slaags,
ze begonnen te vechten.

103
00:06:05,430 --> 00:06:07,110
Midden in dat gevecht:

104
00:06:07,110 --> 00:06:12,210
Daarbij lasterde de zoon van de
Israëlitische vrouw de Naam, hij vloekte.

105
00:06:12,210 --> 00:06:14,910
Daarop brachten zij hem naar Mozes.

106
00:06:14,910 --> 00:06:19,230
De naam van zijn moeder was
Selomith, de dochter van Dibri.

107
00:06:19,230 --> 00:06:21,690
Zij behoorde tot de stam Dan.

108
00:06:21,690 --> 00:06:25,770
Zij namen hem in hechtenis om in
afwachting van het bevel van de HEERE

109
00:06:25,770 --> 00:06:27,510
over hem een beslissing te nemen.

110
00:06:27,510 --> 00:06:30,210
Het is niet bekend waar
ze hem gevangenhielden.

111
00:06:30,210 --> 00:06:32,790
Ze hadden daar geen gevangenisgebouw.

112
00:06:32,790 --> 00:06:35,790
Bedenk dat ze daar helemaal
geen gebouwen hadden.

113
00:06:35,790 --> 00:06:37,650
Ze woonden in tenten.

114
00:06:37,650 --> 00:06:42,750
Waarschijnlijk lieten ze hem gewoon door
bewakers bewaken terwijl Mozes de HEERE

115
00:06:42,750 --> 00:06:46,290
raadpleegde om te weten te
komen wat er moest gebeuren.

116
00:06:46,290 --> 00:06:49,710
Wat betekent het om de Naam
van de HEERE te lasteren?

117
00:06:49,710 --> 00:06:51,510
Dat is moeilijk te zeggen.

118
00:06:51,510 --> 00:06:55,890
Soms vinden we dat iemand vloekt of de
Naam van de HEERE ijdel gebruikt als hij

119
00:06:55,890 --> 00:07:01,050
alleen maar het woord God of de naam
Jezus Christus als krachtterm gebruikt.

120
00:07:01,050 --> 00:07:05,310
Waarschijnlijk deed deze man iets wat
verder ging, al is niet bekend wat.

121
00:07:05,310 --> 00:07:10,050
God vervloeken, God lasteren, kan
betekenen dat je God op de een of

122
00:07:10,050 --> 00:07:11,790
andere manier beledigt.

123
00:07:11,790 --> 00:07:15,330
Het kan zelfs betekenen dat
je beweert dat je God bent,

124
00:07:15,330 --> 00:07:18,810
zoals toen Jezus van
godslastering werd beschuldigd.

125
00:07:18,810 --> 00:07:23,730
Deze man beweerde, daar ben ik zeker
van, niet dat hij de HEERE was.

126
00:07:23,730 --> 00:07:27,390
Daarom heeft hij waarschijnlijk iets
geringschattends over de HEERE gezegd,

127
00:07:27,390 --> 00:07:29,970
en dat werd als godslastering beschouwd.

128
00:07:29,970 --> 00:07:33,090
Het was niet iets wat
ongestraft mocht blijven.

129
00:07:33,090 --> 00:07:38,670
De HEERE sprak tot Mozes: Breng hem
die gevloekt heeft, buiten het kamp.

130
00:07:38,670 --> 00:07:42,810
Dan moeten allen die het gehoord hebben,
hun handen op zijn hoofd leggen en moet

131
00:07:42,810 --> 00:07:45,210
heel de gemeenschap hem stenigen.

132
00:07:45,210 --> 00:07:49,410
En tot de Israëlieten moet u spreken:
Iedereen die zijn God vloekt,

133
00:07:49,410 --> 00:07:51,510
moet zijn zonde dragen.

134
00:07:51,510 --> 00:07:55,890
Wie de Naam van de HEERE lastert,
moet zeker ter dood gebracht worden.

135
00:07:55,890 --> 00:07:58,650
Heel de gemeenschap
moet hem zeker stenigen.

136
00:07:58,650 --> 00:08:02,430
Zowel de vreemdeling als de ingezetene
moet zeker gedood worden als hij de

137
00:08:02,430 --> 00:08:04,050
Naam gelasterd heeft.

138
00:08:04,050 --> 00:08:08,670
In vers 23 lezen we hoe dit
werd uitgevoerd. Daar staat:

139
00:08:08,670 --> 00:08:11,430
Zo sprak Mozes tot de Israëlieten.

140
00:08:11,430 --> 00:08:13,710
Toen brachten zij hem die gevloekt had,

141
00:08:13,710 --> 00:08:16,830
buiten het kamp en
stenigden hem met stenen.

142
00:08:16,830 --> 00:08:20,670
En de Israëlieten deden zoals
de HEERE Mozes had geboden.

143
00:08:20,670 --> 00:08:24,630
De procedure was dat ze hem stenigden
nadat de getuigen hun hand op

144
00:08:24,630 --> 00:08:26,130
hem hadden gelegd.

145
00:08:26,130 --> 00:08:30,450
Vermoedelijk hadden de getuigen,
degenen die het hem hadden horen doen,

146
00:08:30,450 --> 00:08:33,030
al mondeling getuigenis afgelegd.

147
00:08:33,030 --> 00:08:35,490
In elk geval had iemand het gemeld.

148
00:08:35,490 --> 00:08:39,030
Bij die plechtigheid zou Mozes
zeggen: ‘Iedereen die deze

149
00:08:39,030 --> 00:08:43,950
man dit of dat heeft horen zeggen, kom
naar voren en leg je handen op hem.’

150
00:08:43,950 --> 00:08:44,910
Waarom?

151
00:08:44,910 --> 00:08:47,670
Omdat hij daarvoor zijn
schuld gaat dragen.

152
00:08:47,670 --> 00:08:51,150
Het horen van godslastering
zou je verontreinigen.

153
00:08:51,150 --> 00:08:54,330
Door hem de handen op te
leggen, zeg je als het ware:

154
00:08:54,330 --> 00:08:56,490
‘We leggen dat weer op jou terug.

155
00:08:56,490 --> 00:08:59,850
Jij bent degene die
gelasterd heeft, wij niet.

156
00:08:59,850 --> 00:09:02,610
De schuld hiervan komt op jou te rusten.

157
00:09:02,610 --> 00:09:06,990
We laten ons niet door deze
godslasterlijke gedachte verontreinigen.

158
00:09:06,990 --> 00:09:09,150
Daarom leggen we onze handen op je en

159
00:09:09,150 --> 00:09:11,850
rekenen we jou de schuld
van je misdaad toe.

160
00:09:11,850 --> 00:09:15,870
Wij zijn de getuigen; wij
hebben het je horen doen.’

161
00:09:15,870 --> 00:09:19,050
Vervolgens zou iedereen
aan de steniging deelnemen.

162
00:09:19,050 --> 00:09:22,650
Dit komt ons, daar ben ik
zeker van, streng voor.

163
00:09:22,650 --> 00:09:27,390
Dat geldt ook voor veel van de misdrijven
waarvoor de wet de doodstraf voorschrijft

164
00:09:27,390 --> 00:09:30,390
of waarbij die straf
daadwerkelijk wordt uitgevoerd.

165
00:09:30,390 --> 00:09:33,450
Mensen worden ter dood gebracht voor
dingen waarvoor wij er niet aan zouden

166
00:09:33,450 --> 00:09:35,790
denken iemand ter dood te brengen.

167
00:09:35,790 --> 00:09:40,770
Maar zoals ik al zei, Gods wet is
volmaakt en God is rechtvaardig.

168
00:09:40,770 --> 00:09:45,510
Misschien vinden wij deze straf voor
deze specifieke misdaad niet verdiend

169
00:09:45,510 --> 00:09:49,950
en lijkt God een zwaardere straf op
te leggen dan wij passend vinden.

170
00:09:49,950 --> 00:09:53,550
Dan stemt ons oordeel niet
met het Zijne overeen.

171
00:09:53,550 --> 00:09:57,810
Dat betekent dat God die
misdaad anders ziet dan wij.

172
00:09:57,810 --> 00:10:01,890
God ziet die misdaad als een
ernstiger vergrijp dan wij.

173
00:10:01,890 --> 00:10:06,570
Aangezien God de dingen ziet zoals ze
werkelijk zijn en Hij rechtvaardig is,

174
00:10:06,570 --> 00:10:11,910
moeten we begrijpen dat wij degenen
zijn van wie het oordeel vertekend is.

175
00:10:11,910 --> 00:10:14,550
Omdat we mensen zijn die zelf zondigen,

176
00:10:14,550 --> 00:10:18,270
zijn we geneigd menselijke
zonde te rechtvaardigen

177
00:10:18,270 --> 00:10:22,770
en goed te praten en te zeggen:
‘Nou, die man was aan het vechten;

178
00:10:22,770 --> 00:10:24,570
hij sprak onbezonnen.’

179
00:10:24,570 --> 00:10:25,710
Jezus zei:

180
00:10:25,710 --> 00:10:31,410
Maar Ik zeg u dat de mensen van elk
nutteloos woord dat zij zullen spreken,

181
00:10:31,410 --> 00:10:34,770
rekenschap moeten geven
op de dag van het oordeel.

182
00:10:34,770 --> 00:10:37,650
Het lijkt een beetje op Nadab en Abihu.

183
00:10:37,650 --> 00:10:42,210
Er moeten door de jaren heen in Israël
heel wat mensen zijn geweest die op

184
00:10:42,210 --> 00:10:45,390
enig moment oneerbiedig tegen God spraken.

185
00:10:45,390 --> 00:10:47,490
Maar ze werden niet allemaal betrapt;

186
00:10:47,490 --> 00:10:51,030
naar alle waarschijnlijkheid
werden ze niet allemaal gestenigd.

187
00:10:51,030 --> 00:10:56,130
Er zijn in de jaren daarna beslist
veel mensen geweest die God lasterden,

188
00:10:56,130 --> 00:10:58,410
en die worden niet ter dood gebracht.

189
00:10:58,410 --> 00:11:02,970
Maar God stelde deze man tot een
voorbeeld en zei wel degelijk dat dit een

190
00:11:02,970 --> 00:11:06,690
precedent moest zijn, dat
anderen die lasterden ook

191
00:11:06,690 --> 00:11:08,250
ter dood gebracht zouden worden.

192
00:11:08,250 --> 00:11:12,150
De Naam van God lasteren is
duidelijk geen kleinigheid.

193
00:11:12,150 --> 00:11:15,690
Het is verbazingwekkend hoe
lichtvaardig mensen tegenwoordig

194
00:11:15,690 --> 00:11:20,190
vaak met de Naam van God omgaan
en hoe weinig ze erbij stilstaan.

195
00:11:20,190 --> 00:11:24,750
Om zulke godslastering te vermijden,
ontwikkelden de Joden de gewoonte om de

196
00:11:24,750 --> 00:11:27,450
Naam Jahweh niet uit te spreken.

197
00:11:27,450 --> 00:11:31,410
Ze werden zelfs zo consequent in het
vermijden van het uitspreken van de Naam

198
00:11:31,410 --> 00:11:35,430
Jahweh, dat inmiddels vergeten
is hoe die werd uitgesproken.

199
00:11:35,430 --> 00:11:40,710
Ze beschouwden die als de onuitsprekelijke
Naam, want in vers 16 staat:

200
00:11:40,710 --> 00:11:44,910
Iedereen die de naam van de Heer
lastert, moet ter dood worden gebracht.

201
00:11:44,910 --> 00:11:48,630
Toen de Septuaginta werd vertaald,
het Oude Testament in het Grieks,

202
00:11:48,630 --> 00:11:51,030
stond er in de Septuaginta:

203
00:11:51,030 --> 00:11:55,770
Iedereen die de naam Jahweh uitspreekt,
zal ter dood worden gebracht.

204
00:11:55,770 --> 00:11:58,230
Dat is duidelijk een slechte vertaling.

205
00:11:58,230 --> 00:12:01,770
Godslastering is niet hetzelfde
als het uitspreken van de naam.

206
00:12:01,770 --> 00:12:06,330
De naam van God uitspreken is niet
hetzelfde als de naam van God lasteren.

207
00:12:06,330 --> 00:12:10,530
Maar door die vertaling in de Septuaginta
gingen de Joden denken dat het zelfs een

208
00:12:10,530 --> 00:12:13,170
zonde was om de naam Jahweh te noemen.

209
00:12:13,170 --> 00:12:16,530
Daarom begonnen ze het
woord Adonai te gebruiken.

210
00:12:16,530 --> 00:12:20,490
Als ze over God spraken,
gebruikten ze het woord Adonai.

211
00:12:20,490 --> 00:12:24,390
Dat is in het Hebreeuws een
algemene term voor ‘mijn meester’,

212
00:12:24,390 --> 00:12:26,370
een meester of een heer.

213
00:12:26,370 --> 00:12:30,330
In plaats van Zijn eigennaam Jahweh
gebruikten ze dus een woord dat

214
00:12:30,330 --> 00:12:32,070
‘mijn meester’ betekent.

215
00:12:32,070 --> 00:12:37,470
Daarom hebben Joden vele generaties
lang de naam Jahweh niet uitgesproken.

216
00:12:37,470 --> 00:12:41,550
Zelfs van mijn uitspraak ervan
weten we niet of die juist is.

217
00:12:41,550 --> 00:12:44,850
We weten niet of Jahweh
de juiste uitspraak is.

218
00:12:44,850 --> 00:12:47,550
We kennen alleen de medeklinkers.

219
00:12:47,550 --> 00:12:54,150
YHWH, of JHVH, zouden de
Engelse letters zijn die

220
00:12:54,150 --> 00:12:57,210
overeenkomen met de
Hebreeuwse medeklinkers.

221
00:12:57,210 --> 00:13:00,390
Maar hoe dat werkelijk wordt
uitgesproken, weet niemand.

222
00:13:00,390 --> 00:13:03,390
Ik gebruik wat onder
hedendaagse Bijbelleraren

223
00:13:03,390 --> 00:13:06,690
en Bijbelgeleerden een
gangbare gewoonte is.

224
00:13:06,690 --> 00:13:11,610
Zij spreken het meestal uit als Jahweh,
maar misschien is zelfs dat niet de juiste

225
00:13:11,610 --> 00:13:15,090
uitspraak, omdat de Joden
zo voorzichtig waren.

226
00:13:15,090 --> 00:13:20,130
Ze wilden niet ter dood worden gebracht
vanwege het gebruik van de Naam van God.

227
00:13:20,130 --> 00:13:24,450
Hedendaagse Joden willen vaak zelfs
het Engelse woord ‘God’ niet gebruiken,

228
00:13:24,450 --> 00:13:26,910
terwijl dat helemaal geen naam is.

229
00:13:26,910 --> 00:13:30,150
‘God’ is een algemeen
woord voor een godheid.

230
00:13:30,150 --> 00:13:34,110
Wij hebben maar één God, maar
de heidenen hebben veel goden.

231
00:13:34,110 --> 00:13:38,850
Zelfs het woord Allah in het Arabisch
is het Arabische woord voor God.

232
00:13:38,850 --> 00:13:44,190
Het is geen eigennaam, hoewel de moslims
in de tijd van Mohammed de gewone naam

233
00:13:44,190 --> 00:13:48,570
Allah namen, het algemene woord
voor God in de Arabische taal,

234
00:13:48,570 --> 00:13:52,470
en daarvan de Naam van
de ene ware God maakten.

235
00:13:52,470 --> 00:13:57,570
Zo wordt zelfs het woord God in
monotheïstische culturen als een eigennaam

236
00:13:57,570 --> 00:14:00,630
gebruikt, omdat er maar één God is.

237
00:14:00,630 --> 00:14:05,550
Onder heidenen zou het woord god niet
de naam van een bepaalde god betekenen,

238
00:14:05,550 --> 00:14:07,710
omdat zij veel goden hebben.

239
00:14:07,710 --> 00:14:12,630
Maar waar je maar één God hebt, wordt
God in het gebruik bijna een naam.

240
00:14:12,630 --> 00:14:17,010
Hedendaagse Joden willen dus vaak
zelfs het woord God niet gebruiken

241
00:14:17,010 --> 00:14:18,930
en het zelfs niet schrijven.

242
00:14:18,930 --> 00:14:23,670
In het Engels schrijven ze de G en
de D, de eerste en de laatste letter,

243
00:14:23,670 --> 00:14:25,530
met een streepje ertussen.

244
00:14:25,530 --> 00:14:30,270
In plaats van G-O-D schrijven
hedendaagse Joden G-D,

245
00:14:30,270 --> 00:14:33,630
omdat ze je willen laten weten
dat ze naar God verwijzen,

246
00:14:33,630 --> 00:14:37,890
maar niet het risico willen lopen om Zijn
Naam zelfs maar op een godslasterlijke

247
00:14:37,890 --> 00:14:39,330
manier te schrijven.

248
00:14:39,330 --> 00:14:41,790
Dat komt allemaal voort uit dit verhaal.

249
00:14:41,790 --> 00:14:46,410
Dat komt allemaal voort uit wat volgens
mij een slechte vertaling van vers 16

250
00:14:46,410 --> 00:14:48,630
in de Septuaginta is.

251
00:14:48,630 --> 00:14:53,070
Bij het geven van deze instructie dat deze
man op deze manier berecht moet worden,

252
00:14:53,070 --> 00:14:55,170
komen nog enkele andere dingen naar voren

253
00:14:55,170 --> 00:14:58,950
die niet echt rechtstreeks met
de godslastering te maken hebben.

254
00:14:58,950 --> 00:15:01,830
Het zijn grotendeels
herhalingen van wetten.

255
00:15:01,830 --> 00:15:05,250
In de verzen 17 tot en met 22 staat:

256
00:15:05,250 --> 00:15:07,950
Ook als iemand welke mens
dan ook om het leven brengt,

257
00:15:07,950 --> 00:15:10,110
moet hij zeker gedood worden.

258
00:15:10,110 --> 00:15:12,990
Dat betekent natuurlijk:
wie een mens vermoordt,

259
00:15:12,990 --> 00:15:15,570
niet wie een misdadiger terechtstelt.

260
00:15:15,570 --> 00:15:19,470
Wie andermans dier om het leven
brengt, moet dat dier vergoeden:

261
00:15:19,470 --> 00:15:21,930
een leven voor een leven.

262
00:15:21,930 --> 00:15:25,890
Blijkbaar betekent dat dat je, als
je het dier van iemand anders doodt,

263
00:15:25,890 --> 00:15:27,210
het moet vervangen.

264
00:15:27,210 --> 00:15:31,410
Maar je hoeft niet ter dood gebracht te
worden omdat je een dier hebt gedood.

265
00:15:31,410 --> 00:15:33,570
Als iemand zijn naaste letsel toebrengt,

266
00:15:33,570 --> 00:15:38,490
moet hem hetzelfde aangedaan worden
wat hij gedaan heeft: breuk voor breuk,

267
00:15:38,490 --> 00:15:41,190
oog voor oog, tand voor tand.

268
00:15:41,190 --> 00:15:43,290
Zoals hij de ander
letsel heeft toegebracht,

269
00:15:43,290 --> 00:15:45,390
moet hem hetzelfde toegebracht worden.

270
00:15:45,390 --> 00:15:50,310
Wie een dier doodslaat, moet dat
vergoeden; maar wie een mens doodslaat,

271
00:15:50,310 --> 00:15:52,830
moet ter dood gebracht worden.

272
00:15:52,830 --> 00:15:57,990
Voor u geldt één recht, zowel voor de
vreemdeling als voor de ingezetene,

273
00:15:57,990 --> 00:16:00,930
want Ik ben de HEERE, uw God.

274
00:16:00,930 --> 00:16:05,010
Het is niet bekend waarom juist deze
bepalingen hier worden herhaald.

275
00:16:05,010 --> 00:16:07,950
Ze zijn op andere plaatsen
in Exodus genoemd.

276
00:16:07,950 --> 00:16:12,330
Maar waarom ze hier worden genoemd,
samen met de steniging van deze man,

277
00:16:12,330 --> 00:16:14,130
is niet duidelijk.

278
00:16:14,130 --> 00:16:17,130
Behalve misschien gewoon omdat
dit de eerste keer was dat

279
00:16:17,130 --> 00:16:19,350
Israël iemand terechtstelde.

280
00:16:19,350 --> 00:16:22,770
Het is de eerste keer dat de Joden
daadwerkelijk een terechtstelling

281
00:16:22,770 --> 00:16:25,650
uitvoerden volgens de geboden van de wet.

282
00:16:25,650 --> 00:16:30,270
Het was een gelegenheid waarbij Hij hen
herinnerde aan enkele algemene regels

283
00:16:30,270 --> 00:16:33,630
over het wel en niet
terechtstellen van mensen.

284
00:16:33,630 --> 00:16:36,750
Als iemand iemand doodt,
stel je hem terecht.

285
00:16:36,750 --> 00:16:40,470
Deze man had niemand gedood, maar
hij had iets anders gedaan waarop

286
00:16:40,470 --> 00:16:42,150
de doodstraf stond.

287
00:16:42,150 --> 00:16:46,170
En dat gaf aanleiding om te zeggen: nu we
het toch hebben over het terechtstellen

288
00:16:46,170 --> 00:16:51,390
van mensen, laten we dan verduidelijken en
onszelf eraan herinneren dat iedereen die

289
00:16:51,390 --> 00:16:55,590
een moordenaar is, terechtgesteld
moet worden, net zoals deze man,

290
00:16:55,590 --> 00:17:00,210
die geen moordenaar is, voor deze
andere overtreding wordt terechtgesteld.

291
00:17:00,210 --> 00:17:02,490
Maar een dier doden is geen moord,

292
00:17:02,490 --> 00:17:05,490
dus daarvoor moeten ze
niet terechtgesteld worden.

293
00:17:05,490 --> 00:17:08,430
Een ander verminken of
verwonden is geen moord,

294
00:17:08,430 --> 00:17:11,010
dus daarvoor moeten ze niet gedood worden.

295
00:17:11,010 --> 00:17:15,210
Daar geldt zoiets als
oog om oog, tand om tand.

296
00:17:15,210 --> 00:17:19,050
Er wordt dus verduidelijkt wat
wel en wat geen misdrijf is waarop

297
00:17:19,050 --> 00:17:20,250
de doodstraf staat.

298
00:17:20,250 --> 00:17:24,750
De aanleiding daarvoor lijkt hier
eenvoudig te zijn dat dit de eerste

299
00:17:24,750 --> 00:17:28,110
keer is dat Israël iemand
terechtstelt voor een

300
00:17:28,110 --> 00:17:30,690
misdrijf waarop de doodstraf staat.

301
00:17:30,690 --> 00:17:35,070
Dat geeft aanleiding om de hele
kwestie opnieuw te bekijken:

302
00:17:35,070 --> 00:17:38,910
wanneer mensen wel en wanneer
ze niet gedood moeten worden,

303
00:17:38,910 --> 00:17:41,610
welke overtredingen
terechtstelling rechtvaardigen

304
00:17:41,610 --> 00:17:46,350
en welke een lichtere straf
rechtvaardigen en geen terechtstelling.

305
00:17:46,350 --> 00:17:51,330
Hoofdstuk 25 is een vrij lang
hoofdstuk en gaat helemaal over wat we

306
00:17:51,330 --> 00:17:53,850
jaren van vrijlating zouden kunnen noemen.

307
00:17:53,850 --> 00:17:59,670
Het sabbatsjaar werd eigenlijk
al genoemd in Exodus 23:10–11.

308
00:17:59,670 --> 00:18:02,610
Maar hier wordt het uitvoeriger behandeld.

309
00:18:02,610 --> 00:18:08,430
Wat er in hoofdstuk 25, vers 1 tot en
met 7, over het sabbatsjaar wordt gezegd,

310
00:18:08,430 --> 00:18:13,650
komt er in wezen op neer dat het land elk
zevende jaar niet bebouwd mocht worden.

311
00:18:13,650 --> 00:18:16,890
Dit loopt natuurlijk vooruit op
de tijd dat de Israëlieten in het

312
00:18:16,890 --> 00:18:18,330
land zouden zijn.

313
00:18:18,330 --> 00:18:22,110
Ze waren daar nog niet, maar ze
verwachtten landbouwers te worden.

314
00:18:22,110 --> 00:18:25,170
Zodra ze hun landerijen
en hun boerderijen hadden,

315
00:18:25,170 --> 00:18:29,610
moesten ze die zes jaar bebouwen en
de grond dan één jaar braak laten

316
00:18:29,610 --> 00:18:31,770
liggen, het sabbatsjaar.

317
00:18:31,770 --> 00:18:33,990
Alles wat er dat jaar op het land groeide,

318
00:18:33,990 --> 00:18:38,130
zou voortkomen uit zaad dat bij de
vorige oogst per ongeluk was gevallen

319
00:18:38,130 --> 00:18:39,510
of iets dergelijks.

320
00:18:39,510 --> 00:18:42,030
Hier en daar zou een beetje gewas opkomen.

321
00:18:42,030 --> 00:18:45,810
Ze mochten het niet verbouwen, al
mochten de armen en ieder ander die dat

322
00:18:45,810 --> 00:18:47,430
wilde ervan eten.

323
00:18:47,430 --> 00:18:51,150
Zelfs de dieren mochten ervan eten,
maar het mocht niet geoogst worden.

324
00:18:51,150 --> 00:18:53,850
Dat was om het land rust te geven.

325
00:18:53,850 --> 00:18:56,790
Het land wordt hier bijna
als een persoon voorgesteld,

326
00:18:56,790 --> 00:18:59,250
alsof het iemand is die rust nodig heeft,

327
00:18:59,250 --> 00:19:03,030
net zoals mensen elke zevende
dag rust nodig hebben.

328
00:19:03,030 --> 00:19:05,850
Zo ook het land, elk zevende jaar.

329
00:19:05,850 --> 00:19:07,710
We lezen in vers 1:

330
00:19:07,710 --> 00:19:13,350
De HEERE sprak tot Mozes bij de berg
Sinaï: Spreek tot de Israëlieten,

331
00:19:13,350 --> 00:19:18,330
en zeg tegen hen: Wanneer u gekomen
bent in het land dat Ik u geven zal,

332
00:19:18,330 --> 00:19:22,770
dan moet het land rust krijgen,
een sabbat voor de HEERE.

333
00:19:22,770 --> 00:19:27,630
Zes jaar mag u uw akker bezaaien,
zes jaar mag u uw wijngaard snoeien

334
00:19:27,630 --> 00:19:29,910
en de opbrengst ervan inzamelen.

335
00:19:29,910 --> 00:19:33,450
Maar in het zevende jaar moet
het voor het land sabbat zijn,

336
00:19:33,450 --> 00:19:37,650
een periode van volledige
rust, een sabbat voor de HEERE.

337
00:19:37,650 --> 00:19:42,270
Uw akker mag u niet bezaaien en
uw wijngaard mag u niet snoeien.

338
00:19:42,270 --> 00:19:46,710
Wat er na uw laatste oogst nog
opkomt, mag u niet oogsten,

339
00:19:46,710 --> 00:19:51,150
en de druiven van uw ongesnoeide
wijnstok mag u niet plukken.

340
00:19:51,150 --> 00:19:54,270
Het is een jaar van
volkomen rust voor het land.

341
00:19:54,270 --> 00:19:59,730
Er staat dus dat je niet mag maaien of
oogsten of de druiven mag inzamelen,

342
00:19:59,730 --> 00:20:02,850
maar dat betekent niet dat
je er niet van mag eten.

343
00:20:02,850 --> 00:20:06,030
Het betekent dat je er
niet op uit mag gaan om

344
00:20:06,030 --> 00:20:11,010
alles te oogsten en binnen te halen
zoals je in een gewoon jaar zou doen.

345
00:20:11,010 --> 00:20:15,750
Iedereen mag wel druiven plukken en
ze opeten, maar je mag niet oogsten.

346
00:20:15,750 --> 00:20:17,010
Want er staat:

347
00:20:17,010 --> 00:20:22,050
De opbrengst van de sabbat van het
land zal voor u als voedsel dienen:

348
00:20:22,050 --> 00:20:28,230
voor u en uw slaaf en uw slavin,
uw dagloner en uw bijwoner,

349
00:20:28,230 --> 00:20:30,810
die bij u als vreemdeling verblijven.

350
00:20:30,810 --> 00:20:34,710
Ook voor uw vee en voor de wilde
dieren die in uw land leven,

351
00:20:34,710 --> 00:20:37,710
mag heel de opbrengst
ervan als voedsel dienen.

352
00:20:37,710 --> 00:20:41,790
Het mag dus gegeten worden, maar
het mag niet geoogst worden.

353
00:20:41,790 --> 00:20:44,850
Iemand die bijvoorbeeld
vooruitdacht aan het sabbatsjaar,

354
00:20:44,850 --> 00:20:47,910
zou bij zijn oogst in het
zesde jaar opzettelijk wat meer

355
00:20:47,910 --> 00:20:52,050
graan kunnen laten vallen, met de
gedachte: ‘Op die manier kan ik het in het

356
00:20:52,050 --> 00:20:55,770
sabbatsjaar gaan oogsten, ook
al zaai ik geen nieuw graan.

357
00:20:55,770 --> 00:20:59,490
Er zal meer voor me staan als ik
hier een beetje extra laat vallen.’

358
00:20:59,490 --> 00:21:02,550
Maar hij zegt dat het je niets
zal opleveren als je dat doet.

359
00:21:02,550 --> 00:21:04,230
Je mag niet oogsten.

360
00:21:04,230 --> 00:21:06,690
Mensen mogen er op zoek gaan naar voedsel.

361
00:21:06,690 --> 00:21:10,650
Ze mogen de druiven eten of de
tarwe eten die vanzelf opkomt,

362
00:21:10,650 --> 00:21:14,370
zoals je in het wild voedsel
verzamelt, maar niet oogsten,

363
00:21:14,370 --> 00:21:17,190
niet op een systematische
manier inzamelen.

364
00:21:17,190 --> 00:21:20,250
Dat jaar wordt ook in
Deuteronomium besproken.

365
00:21:20,250 --> 00:21:22,470
Daar worden nog andere dingen over gezegd,

366
00:21:22,470 --> 00:21:26,010
waardoor het zevende jaar
bijna als een jubeljaar klinkt,

367
00:21:26,010 --> 00:21:29,790
want het moest ook een jaar zijn
waarin slaven werden vrijgelaten.

368
00:21:29,790 --> 00:21:32,910
Dat wordt hier niet genoemd,
maar het zevende jaar wordt

369
00:21:32,910 --> 00:21:36,030
in Deuteronomium niet alleen
het sabbatsjaar genoemd,

370
00:21:36,030 --> 00:21:38,250
maar ook het jaar van vrijlating,

371
00:21:38,250 --> 00:21:42,630
omdat schulden werden kwijtgescholden
en slaven werden vrijgelaten.

372
00:21:42,630 --> 00:21:45,150
Vervolgens komen we bij het jubeljaar.

373
00:21:45,150 --> 00:21:49,770
In sommige opzichten is het niet eenvoudig
om een groot verschil te zien tussen het

374
00:21:49,770 --> 00:21:54,210
jubeljaar en een sabbatsjaar, omdat
het ook een jaar van rust was.

375
00:21:54,210 --> 00:21:58,650
Het was ook een jaar waarin slaven
en schuldenaars werden vrijgelaten.

376
00:21:58,650 --> 00:22:02,610
Maar anders dan het sabbatsjaar
was het jubeljaar ook een jaar

377
00:22:02,610 --> 00:22:06,690
waarin al het land aan de oorspronkelijke
eigenaar werd teruggegeven.

378
00:22:06,690 --> 00:22:11,010
Wat we moeten begrijpen, is dat bijna
al het bezit van mensen in die tijd

379
00:22:11,010 --> 00:22:13,590
bestond uit hun grond en hun vee.

380
00:22:13,590 --> 00:22:17,730
De grond was waardevol omdat ze
er gewassen op konden verbouwen.

381
00:22:17,730 --> 00:22:20,910
Het vee was waardevol
omdat je het kon eten.

382
00:22:20,910 --> 00:22:26,010
In een agrarische samenleving
vormen land en vee je rijkdom.

383
00:22:26,010 --> 00:22:30,870
Sommige mensen hadden goud en zilver
en edelstenen en dat soort dingen.

384
00:22:30,870 --> 00:22:35,130
Koningen en andere heel rijke
mensen konden zulke dingen hebben,

385
00:22:35,130 --> 00:22:39,870
en uiteraard gebruikten ze die om ze
te ruilen voor dingen als vee en land,

386
00:22:39,870 --> 00:22:42,330
want daarin bestond de rijkdom.

387
00:22:42,330 --> 00:22:45,390
Je kunt geen goud en zilver
eten, maar je kunt wel

388
00:22:45,390 --> 00:22:47,550
graan eten dat op het land groeit.

389
00:22:47,550 --> 00:22:49,290
Je kunt vee eten.

390
00:22:49,290 --> 00:22:52,530
Het bezit van mensen bestond
dus vaak uit hun land.

391
00:22:52,530 --> 00:22:55,650
Toen het volk Kanaän
binnenging en het veroverde,

392
00:22:55,650 --> 00:22:59,850
en Jozua het land verdeelde onder de
verschillende families van Israël,

393
00:22:59,850 --> 00:23:03,390
onder de verschillende stammen,
kreeg elke familie een stuk

394
00:23:03,390 --> 00:23:06,330
dat ze aan hun nakomelingen
zouden nalaten.

395
00:23:06,330 --> 00:23:09,210
Het was een soort erfelijk familiebezit.

396
00:23:09,210 --> 00:23:13,050
Generaties later woonden mensen nog
steeds op hetzelfde land dat hun

397
00:23:13,050 --> 00:23:16,470
voorouders hadden gekregen
toen ze Kanaän hadden veroverd.

398
00:23:16,470 --> 00:23:19,050
Maar soms kon iemand
in moeilijkheden raken

399
00:23:19,050 --> 00:23:23,070
en beseffen dat er geen andere manier
was om te overleven dan misschien zijn

400
00:23:23,070 --> 00:23:24,510
land te verkopen.

401
00:23:24,510 --> 00:23:26,490
Ze konden het niet voorgoed verkopen.

402
00:23:26,490 --> 00:23:29,070
En de reden dat het niet
voorgoed verkocht kon worden,

403
00:23:29,070 --> 00:23:32,910
was dat God niet wilde dat er
grootgrondbezitters zouden komen die al

404
00:23:32,910 --> 00:23:35,190
het land van de arme mensen opkochten,

405
00:23:35,190 --> 00:23:39,330
zodat je uiteindelijk alleen nog een
groep landheren en horigen zou hebben.

406
00:23:39,330 --> 00:23:43,950
Dan heb je de landheren die al het land
bezitten, doordat de rijkere mensen,

407
00:23:43,950 --> 00:23:46,350
die hun land niet hoeven te verkopen,

408
00:23:46,350 --> 00:23:50,790
generatie na generatie misbruik
maken van arme mensen die hun land

409
00:23:50,790 --> 00:23:52,410
wel moeten verkopen.

410
00:23:52,410 --> 00:23:57,450
Ze zeggen dus: ‘Ik koop je land van
je’, en vervolgens houden ze het.

411
00:23:57,450 --> 00:24:02,370
Uiteindelijk slokken ze al het land op
en is ieder ander als een slaaf voor hen.

412
00:24:02,370 --> 00:24:05,430
Dit was bedoeld om alle
mensen vrij te houden.

413
00:24:05,430 --> 00:24:09,870
Elk vijftigste jaar ging het land terug
naar de oorspronkelijke eigenaars,

414
00:24:09,870 --> 00:24:11,670
ook als het verkocht was.

415
00:24:11,670 --> 00:24:16,110
Dus als je arm was en je had een stuk
geërfd land dat altijd in je familie was

416
00:24:16,110 --> 00:24:19,590
geweest, kon je het aan
een rijker iemand verkopen.

417
00:24:19,590 --> 00:24:23,790
Maar zodra het jubeljaar aanbrak,
wat elke vijftig jaar gebeurde,

418
00:24:23,790 --> 00:24:26,010
ging het land terug naar je familie.

419
00:24:26,010 --> 00:24:29,190
Dat kon al een jaar nadat je
je land had verkocht zijn,

420
00:24:29,190 --> 00:24:33,210
of het kon nog twintig jaar
duren, of dertig of veertig.

421
00:24:33,210 --> 00:24:36,090
Je kon tegen die tijd
natuurlijk al dood zijn.

422
00:24:36,090 --> 00:24:38,490
Vijftig jaar later kon je al dood zijn,

423
00:24:38,490 --> 00:24:41,370
maar je familie kreeg het
land nog steeds terug.

424
00:24:41,370 --> 00:24:45,090
Dus degene die je land kocht,
pachtte het eigenlijk alleen maar.

425
00:24:45,090 --> 00:24:49,050
Hij betaalde ervoor, maar hij moest
het in het jubeljaar teruggeven.

426
00:24:49,050 --> 00:24:53,130
De prijs van het land werd zelfs bepaald
door het aantal jaren dat het nog zou

427
00:24:53,130 --> 00:24:54,930
duren tot het jubeljaar.

428
00:24:54,930 --> 00:24:58,470
Want ze moesten schatten hoeveel
oogst ze ervan zouden krijgen

429
00:24:58,470 --> 00:25:02,310
voordat ze het land aan de oorspronkelijke
eigenaar moesten teruggeven.

430
00:25:02,310 --> 00:25:06,930
Het jubeljaar was dus als een
sabbatsjaar, maar dan nog meer.

431
00:25:06,930 --> 00:25:10,830
Slaven werden vrijgelaten,
schulden werden kwijtgescholden en

432
00:25:10,830 --> 00:25:13,770
land werd aan de oorspronkelijke
eigenaars teruggegeven

433
00:25:13,770 --> 00:25:16,470
zonder dat ze een losprijs
hoefden te betalen.

434
00:25:16,470 --> 00:25:21,150
Dit hoofdstuk gaat in op de soorten dingen
die mensen konden afstaan en die ze met

435
00:25:21,150 --> 00:25:22,710
geld konden lossen.

436
00:25:22,710 --> 00:25:24,570
Ze konden ze terugkopen.

437
00:25:24,570 --> 00:25:27,930
Als ze genoeg geld bij elkaar
hadden om hun land terug te kopen,

438
00:25:27,930 --> 00:25:29,370
konden ze dat doen.

439
00:25:29,370 --> 00:25:34,170
Maar als dat niet lukte, kregen ze
het in het jubeljaar gratis terug.

440
00:25:34,170 --> 00:25:37,350
In vers 8 — en het woord ‘jubeljaar’

441
00:25:37,350 --> 00:25:41,370
komt van een Hebreeuws woord dat
het klinken van een bazuin betekent,

442
00:25:41,370 --> 00:25:44,010
een bazuinstoot — staat:

443
00:25:44,010 --> 00:25:47,790
Verder moet u voor uzelf
zeven sabbatsjaren tellen,

444
00:25:47,790 --> 00:25:52,170
zeven keer zeven jaar, zodat de
perioden van de zeven sabbatsjaren

445
00:25:52,170 --> 00:25:54,390
negenenveertig jaar voor u zijn.

446
00:25:54,390 --> 00:25:58,230
Dan moet u in de zevende maand,
op de tiende dag van de maand,

447
00:25:58,230 --> 00:26:00,450
bazuingeschal laten klinken.

448
00:26:00,450 --> 00:26:04,830
Op de Verzoendag moet u de bazuin
in heel uw land laten klinken.

449
00:26:04,830 --> 00:26:08,190
Dat zou de eerste dag van het
vijftigste jaar zijn, op de Grote

450
00:26:08,190 --> 00:26:10,410
Verzoendag, Jom Kipoer.

451
00:26:10,410 --> 00:26:15,030
U moet het vijftigste jaar heiligen en
vrijlating in het land uitroepen voor

452
00:26:15,030 --> 00:26:16,650
alle bewoners ervan.

453
00:26:16,650 --> 00:26:21,330
Het is jubeljaar voor u: ieder zal
terugkeren naar zijn eigen bezit en ieder

454
00:26:21,330 --> 00:26:23,010
zal terugkeren naar zijn familie.

455
00:26:23,010 --> 00:26:26,070
Dat wil zeggen: je gaat terug
naar het land dat je misschien

456
00:26:26,070 --> 00:26:27,870
eerder bent kwijtgeraakt.

457
00:26:27,870 --> 00:26:32,250
Dat wil zeggen: iedereen die door
zijn familie als slaaf was verkocht,

458
00:26:32,250 --> 00:26:35,010
keert als vrij mens
naar zijn familie terug.

459
00:26:35,010 --> 00:26:38,130
Elk vijftigste jaar moet
jubeljaar voor u zijn.

460
00:26:38,130 --> 00:26:42,570
U mag dan niet zaaien, niet oogsten
wat er na uw laatste oogst nog opkomt,

461
00:26:42,570 --> 00:26:47,610
en de druiven van uw ongesnoeide wijnstok
mag u niet plukken, want het is jubeljaar.

462
00:26:47,610 --> 00:26:49,710
Het moet heilig voor u zijn.

463
00:26:49,710 --> 00:26:53,130
U mag van de akker eten wat
hij uit zichzelf opbrengt.

464
00:26:53,130 --> 00:26:54,990
Net als in een sabbatsjaar.

465
00:26:54,990 --> 00:26:58,950
Er worden nog meer bijzonderheden gegeven
over de invloed van het jubeljaar op de

466
00:26:58,950 --> 00:27:01,350
verkoop van bezit, enzovoort.

467
00:27:01,350 --> 00:27:04,650
Daar gaat een groot deel van
de rest van het hoofdstuk over.

468
00:27:04,650 --> 00:27:07,650
Maar laat me een paar dingen
over het jubeljaar zeggen.

469
00:27:07,650 --> 00:27:11,250
Allereerst zie je de nadruk op
het getal zeven door de hele

470
00:27:11,250 --> 00:27:13,410
feestkalender van de Joden heen.

471
00:27:13,410 --> 00:27:18,570
Toen we hoofdstuk 23 bekeken, zagen we dat
er zeven dagen van de ongezuurde broden

472
00:27:18,570 --> 00:27:24,210
zijn, zeven dagen van het Pinksterfeest
en zeven dagen van het Loofhuttenfeest.

473
00:27:24,210 --> 00:27:28,530
Ook worden er zeven weken geteld
na de sabbat van het Pascha.

474
00:27:28,530 --> 00:27:32,910
Er worden zeven weken geteld, en
de volgende dag na de zevende week,

475
00:27:32,910 --> 00:27:37,710
de vijftigste dag, is Pinksteren,
wat ‘de vijftigste’ betekent.

476
00:27:37,710 --> 00:27:40,350
Hier hebben we zeven
jaar tot een sabbatsjaar,

477
00:27:40,350 --> 00:27:44,970
en vervolgens vormen zeven
sabbatsjaren negenenveertig jaar.

478
00:27:44,970 --> 00:27:50,310
Het begin van het volgende jaar, het
vijftigste jaar, is het jubeljaar.

479
00:27:50,310 --> 00:27:53,370
Alles houdt hier dus
verband met het getal zeven,

480
00:27:53,370 --> 00:27:56,730
net als veel andere dingen in
de Bijbel naast deze feesten.

481
00:27:56,730 --> 00:28:01,710
Het getal zeven is het getal dat voor
een Jood van volledigheid spreekt.

482
00:28:01,710 --> 00:28:06,990
We hebben het gehad over wekelijkse,
maandelijkse en jaarlijkse heilige dagen.

483
00:28:06,990 --> 00:28:12,090
En nu hebben we het over heilige dagen
die minder vaak dan jaarlijks voorkomen:

484
00:28:12,090 --> 00:28:15,450
eens in de zeven jaar,
eens in de vijftig jaar.

485
00:28:15,450 --> 00:28:19,590
Het is dus een voortzetting van
de bespreking in hoofdstuk 23,

486
00:28:19,590 --> 00:28:23,610
hoewel hoofdstuk 24 tussen deze
twee hoofdstukken in stond.

487
00:28:23,610 --> 00:28:27,810
Het is als het ware een doorlopende
bespreking van de heilige dagen die nog

488
00:28:27,810 --> 00:28:31,530
minder vaak voorkomen dan
de feesten in hoofdstuk 23.

489
00:28:31,530 --> 00:28:33,570
De heilige jaren eigenlijk.

490
00:28:33,570 --> 00:28:37,950
We zien dat het jubeljaar op de Grote
Verzoendag wordt afgekondigd met het

491
00:28:37,950 --> 00:28:42,510
blazen op een trompet, en die
trompetstoot is het jubeljaar.

492
00:28:42,510 --> 00:28:46,650
Bij dat trompetgeschal wordt er op die
dag niet alleen verzoening gedaan voor het

493
00:28:46,650 --> 00:28:50,310
volk door wat de hogepriester in
het heilige der heiligen doet,

494
00:28:50,310 --> 00:28:52,650
maar is het ook een dag van bevrijding.

495
00:28:52,650 --> 00:28:56,910
Dat moet een geweldige feestdag zijn
geweest voor mensen die hun kinderen als

496
00:28:56,910 --> 00:29:01,530
slaven hadden moeten verkopen, of zichzelf
als slaven hadden moeten verkopen.

497
00:29:01,530 --> 00:29:04,230
Of die hun familiebezit
hadden moeten verkopen

498
00:29:04,230 --> 00:29:07,770
en als knechten op het grondbezit van
iemand anders hadden moeten werken

499
00:29:07,770 --> 00:29:09,390
om te overleven.

500
00:29:09,390 --> 00:29:11,670
Ze mochten nu terug naar het begin.

501
00:29:11,670 --> 00:29:15,510
Het is alsof je elke 50
jaar op de resetknop drukt.

502
00:29:15,510 --> 00:29:19,050
In wezen was er eens per
generatie die resetknop.

503
00:29:19,050 --> 00:29:23,190
Welke financiële of economische
tegenslag je ook had getroffen,

504
00:29:23,190 --> 00:29:28,050
waardoor je financieel schade had
geleden en je leven schade had opgelopen,

505
00:29:28,050 --> 00:29:29,670
je mag terug naar het begin.

506
00:29:29,670 --> 00:29:32,310
Druk op de knop, en alles is teruggezet.

507
00:29:32,310 --> 00:29:35,610
Nu ben je weer waar je was voordat
dat probleem zich voordeed.

508
00:29:35,610 --> 00:29:39,930
Je mag opnieuw beginnen en hoeft dat
hopelijk niet nog eens mee te maken.

509
00:29:39,930 --> 00:29:45,030
Zo hield God Israël vrij, zodat ze
geen slaven van elkaar zouden zijn.

510
00:29:45,030 --> 00:29:49,830
En zo hield Hij het land gelijkmatig
verdeeld over verschillende families,

511
00:29:49,830 --> 00:29:53,670
in plaats van toe te laten dat de rijke
mensen in de loop van de generaties

512
00:29:53,670 --> 00:29:57,870
steeds meer vergaarden en
uiteindelijk al het land bezaten.

513
00:29:57,870 --> 00:30:01,530
Dit jubeljaar werd waarschijnlijk
niet regelmatig gehouden.

514
00:30:01,530 --> 00:30:05,670
We lezen eigenlijk nooit dat het
werd gehouden, behalve, geloof ik,

515
00:30:05,670 --> 00:30:10,230
als ik me niet vergis, nadat de
ballingen uit Babylon waren teruggekeerd.

516
00:30:10,230 --> 00:30:13,530
Volgens mij hebben ze in
de tijd van Nehemia of Ezra

517
00:30:13,530 --> 00:30:15,690
misschien het jubeljaar gehouden.

518
00:30:15,690 --> 00:30:20,190
Dat weet ik niet meer zo precies,
maar we lezen in de boeken Samuel en

519
00:30:20,190 --> 00:30:25,290
Koningen enzovoort, over de periode van
de geschiedenis vóór de ballingschap,

520
00:30:25,290 --> 00:30:27,810
niet echt dat ze het jubeljaar hielden.

521
00:30:27,810 --> 00:30:31,590
Misschien hebben ze hun
sabbatsjaren en jubeljaren gehouden,

522
00:30:31,590 --> 00:30:33,690
maar ik denk niet dat ze dat deden.

523
00:30:33,690 --> 00:30:36,090
De reden waarom ik denk
dat ze dat niet deden,

524
00:30:36,090 --> 00:30:40,710
is dat de Bijbel aangeeft dat het land
in de tijd dat zij in Babylon waren

525
00:30:40,710 --> 00:30:44,490
zijn sabbatten mocht houden,
die het blijkbaar waren ontzegd.

526
00:30:44,490 --> 00:30:49,650
In hoofdstuk 26 van Leviticus staat
namelijk een opsomming van oordelen die

527
00:30:49,650 --> 00:30:53,730
over Israël zullen komen als ze
zich niet aan het verbond houden.

528
00:30:53,730 --> 00:30:55,890
Er is daar die dreiging van ballingschap,

529
00:30:55,890 --> 00:30:58,890
die natuurlijk in de Babylonische
ballingschap is vervuld.

530
00:30:58,890 --> 00:31:05,250
Die dreiging wordt uitgesproken in
hoofdstuk 26 van Leviticus, vers 33.

531
00:31:05,250 --> 00:31:05,970
Er staat:

532
00:31:05,970 --> 00:31:08,910
Ik zal u dan onder de
heidenvolken verstrooien

533
00:31:08,910 --> 00:31:11,550
en Ik zal achter u een zwaard trekken.

534
00:31:11,550 --> 00:31:15,570
Uw land zal een woestenij worden
en uw steden een puinhoop.

535
00:31:15,570 --> 00:31:18,990
Dan zal het land behagen
scheppen in zijn sabbatsjaren,

536
00:31:18,990 --> 00:31:23,430
alle dagen dat het verwoest ligt en
u in het land van uw vijanden bent.

537
00:31:23,430 --> 00:31:28,170
Dan zal het land rusten en zal het
behagen scheppen in zijn sabbatsjaren.

538
00:31:28,170 --> 00:31:31,290
Alle dagen dat het verwoest
ligt, zal het rusten,

539
00:31:31,290 --> 00:31:35,550
omdat het niet rustte gedurende
uw sabbatten, toen u het bewoonde.

540
00:31:35,550 --> 00:31:39,210
Hier wordt gezegd dat er
wordt voorzien dat Israël deze

541
00:31:39,210 --> 00:31:44,010
voorschriften over het sabbatsjaar
niet zal gehoorzamen. Waarom?

542
00:31:44,010 --> 00:31:46,110
Omdat ze meer geld zullen willen.

543
00:31:46,110 --> 00:31:48,090
Ze zullen meer oogst willen.

544
00:31:48,090 --> 00:31:52,110
Om elke zeven jaar de inkomsten
van een heel jaar op te geven,

545
00:31:52,110 --> 00:31:53,910
is een behoorlijk offer.

546
00:31:53,910 --> 00:31:55,350
Denk daar eens over na.

547
00:31:55,350 --> 00:31:57,451
Het is minder dan 10 procent.

548
00:31:57,451 --> 00:31:59,790
Het is een zevende van je inkomen.

549
00:31:59,790 --> 00:32:03,450
Maar waar het om gaat, is dat
het bijna nog een tiende is,

550
00:32:03,450 --> 00:32:05,610
naast het tiende dat je moet geven.

551
00:32:05,610 --> 00:32:09,270
Het vermindert de totale
rijkdom die je vergaart.

552
00:32:09,270 --> 00:32:12,990
Mensen kwamen in de verleiding om
toch dat sabbatsjaar te overtreden,

553
00:32:12,990 --> 00:32:14,610
en dat deden ze ook.

554
00:32:14,610 --> 00:32:17,130
En blijkbaar hebben ze het nooit gehouden.

555
00:32:17,130 --> 00:32:19,290
God voorzag dat en zegt:

556
00:32:19,290 --> 00:32:23,490
Dan zal het land zijn sabbatsrust
krijgen terwijl jullie weg zijn.

557
00:32:23,490 --> 00:32:25,950
Ik zal jullie in ballingschap sturen.

558
00:32:25,950 --> 00:32:30,930
Het laatste hoofdstuk van 2 Kronieken
gaat erover dat de Joden in gevangenschap

559
00:32:30,930 --> 00:32:32,490
naar Babylon gaan.

560
00:32:32,490 --> 00:32:35,910
Het legt een verband met die
kwestie van het sabbatsjaar.

561
00:32:35,910 --> 00:32:41,790
In 2 Kronieken hoofdstuk
36, vers 20 en 21, staat:

562
00:32:41,790 --> 00:32:46,170
En wie overgebleven was van het
zwaard, voerde hij weg naar Babel,

563
00:32:46,170 --> 00:32:49,170
en zij werden hem en
zijn zonen tot slaven,

564
00:32:49,170 --> 00:32:53,790
tot het koninkrijk van Perzië ging
regeren, om het woord van de HEERE,

565
00:32:53,790 --> 00:32:57,030
bij monde van Jeremia
gesproken, te vervullen,

566
00:32:57,030 --> 00:33:00,630
totdat het land behagen zou
scheppen in zijn sabbatsjaren.

567
00:33:00,630 --> 00:33:05,850
Het rustte al de dagen van de verwoesting,
totdat de zeventig jaar vervuld waren.

568
00:33:05,850 --> 00:33:09,030
Met ‘hij’ wordt Nebukadnezar bedoeld.

569
00:33:09,030 --> 00:33:14,370
Dat verwijst naar Jeremia hoofdstuk
25, waar werd voorspeld dat ze voor

570
00:33:14,370 --> 00:33:16,950
70 jaar naar Babylon zouden gaan.

571
00:33:16,950 --> 00:33:22,650
Het lijkt erop dat hier wordt gezegd
dat de Joden minstens 490 jaar lang

572
00:33:22,650 --> 00:33:25,170
hun sabbatsjaren hadden verwaarloosd.

573
00:33:25,170 --> 00:33:29,190
Er waren 70 sabbatsjaren
die ze niet hadden gehouden.

574
00:33:29,190 --> 00:33:32,730
We weten niet welke 490 jaar dat waren,

575
00:33:32,730 --> 00:33:38,130
want hun geschiedenis vanaf de tijd van
Mozes tot de tijd van de ballingschap

576
00:33:38,130 --> 00:33:41,850
besloeg zeker meer dan 490 jaar.

577
00:33:41,850 --> 00:33:46,110
Het was waarschijnlijk eerder
zo'n 700 jaar, of iets dergelijks.

578
00:33:46,110 --> 00:33:49,050
Maar zoals het aan het einde
van Kronieken is verwoord,

579
00:33:49,050 --> 00:33:53,730
klinkt het alsof er 70 jaren waren
die sabbatsjaren hadden moeten zijn,

580
00:33:53,730 --> 00:33:55,770
maar die niet werden gehouden.

581
00:33:55,770 --> 00:34:00,570
Dat zou betekenen dat de Joden
minstens 490 jaar lang hadden

582
00:34:00,570 --> 00:34:03,090
nagelaten sabbatsjaren te houden.

583
00:34:03,090 --> 00:34:07,470
God liet het land die inhalen in
de 70 jaar van de ballingschap.

584
00:34:07,470 --> 00:34:11,910
Als ze de sabbatsjaren niet hielden, kun
je er waarschijnlijk gerust van uitgaan

585
00:34:11,910 --> 00:34:14,430
dat ze het jubeljaar ook niet hielden.

586
00:34:14,430 --> 00:34:17,070
Het jubeljaar zou hun nog meer kosten.

587
00:34:17,070 --> 00:34:21,750
Maar misschien hielden ze het wel, omdat
het met eigendomsrechten te maken had.

588
00:34:21,750 --> 00:34:25,350
Misschien werd het strenger
gehandhaafd. Ik weet het niet.

589
00:34:25,350 --> 00:34:28,470
We hebben gewoon geen verslag
waaruit blijkt dat het zo was.

590
00:34:28,470 --> 00:34:31,770
Als we over het jubeljaar
lezen, beseffen we dat het,

591
00:34:31,770 --> 00:34:36,330
net als alle andere feesten en bijzondere
heilige dagen en jaren en tijden,

592
00:34:36,330 --> 00:34:38,490
een geestelijke betekenis had.

593
00:34:38,490 --> 00:34:41,790
In dit geval is het niet moeilijk
om te weten wat die betekenis is,

594
00:34:41,790 --> 00:34:43,890
want in vers 9 staat:

595
00:34:43,890 --> 00:34:47,790
Dan moet u in de zevende maand,
op de tiende dag van de maand,

596
00:34:47,790 --> 00:34:50,310
bazuingeschal laten klinken.

597
00:34:50,310 --> 00:34:54,750
Op de Verzoendag moet u de bazuin
in heel uw land laten klinken.

598
00:34:54,750 --> 00:34:56,070
En vers 10 zegt:

599
00:34:56,070 --> 00:35:00,810
U moet het vijftigste jaar heiligen en
vrijlating in het land uitroepen voor

600
00:35:00,810 --> 00:35:02,550
alle bewoners ervan.

601
00:35:02,550 --> 00:35:07,230
Het is jubeljaar voor u: ieder zal
terugkeren naar zijn eigen bezit en

602
00:35:07,230 --> 00:35:09,990
ieder zal terugkeren naar zijn familie.

603
00:35:09,990 --> 00:35:13,590
Vrijheid uitroepen is wat
je in het jubeljaar doet.

604
00:35:13,590 --> 00:35:18,510
In Lukas hoofdstuk 4 predikte
Jezus in de synagoge van Nazareth,

605
00:35:18,510 --> 00:35:21,930
en ze gaven Hem de boekrol
van de profeet Jesaja.

606
00:35:21,930 --> 00:35:28,770
De passage die die week gelezen moest
worden, kwam uit Jesaja 61, vers 1 en 2.

607
00:35:28,770 --> 00:35:33,990
Dus Jezus las die passage,
en in Lukas 4:17 staat:

608
00:35:33,990 --> 00:35:37,770
En aan Hem werd het boek van
de profeet Jesaja gegeven,

609
00:35:37,770 --> 00:35:42,030
en toen Hij het boek opengedaan had,
vond Hij de plaats waar geschreven stond:

610
00:35:42,030 --> 00:35:45,630
Dit is Jesaja 61:1:

611
00:35:45,630 --> 00:35:48,690
De Geest van de Heere HEERE is op Mij,

612
00:35:48,690 --> 00:35:52,650
omdat de HEERE Mij gezalfd heeft
om een blijde boodschap te brengen

613
00:35:52,650 --> 00:35:53,850
aan de zachtmoedigen.

614
00:35:53,850 --> 00:35:57,810
Hij heeft Mij gezonden om te
verbinden de gebrokenen van hart,

615
00:35:57,810 --> 00:36:02,490
om voor de gevangenen vrijlating uit
te roepen en voor wie gebonden zaten,

616
00:36:02,490 --> 00:36:04,290
opening van de gevangenis;

617
00:36:04,290 --> 00:36:07,470
Het citaat komt natuurlijk uit Jesaja 61,

618
00:36:07,470 --> 00:36:11,130
waar de bewoordingen duidelijk
een jubeljaar aankondigen.

619
00:36:11,130 --> 00:36:15,570
Misschien niet het letterlijke jubeljaar,
want nadat Jezus het boek had gesloten en

620
00:36:15,570 --> 00:36:19,350
teruggegeven, zei Hij
wat in vers 21 staat:

621
00:36:19,350 --> 00:36:22,590
Hij begon tegen hen te
zeggen: Heden is deze

622
00:36:22,590 --> 00:36:25,530
Schrift in uw oren in vervulling gegaan.

623
00:36:25,530 --> 00:36:32,250
Met andere woorden, Jesaja 61, vers 1,
werd vervuld toen Jezus het predikte.

624
00:36:32,250 --> 00:36:36,690
Wat stond er? In Jesaja 61:1 staat:

625
00:36:36,690 --> 00:36:40,650
De Geest van de Heer,
mijn God, rust op mij,

626
00:36:40,650 --> 00:36:44,850
omdat de Heer mij heeft gezalfd om
de armen goed nieuws te brengen.

627
00:36:44,850 --> 00:36:47,970
En in vers 1 van Jesaja 61 staat:

628
00:36:47,970 --> 00:36:51,210
Om gevangenen hun
vrijheid aan te kondigen.

629
00:36:51,210 --> 00:36:55,230
Hier staan de eigenlijke
bewoordingen van het jubeljaar. En:

630
00:36:55,230 --> 00:36:59,790
om uit te roepen het jaar van het
welbehagen van de HEERE en de dag van de

631
00:36:59,790 --> 00:37:03,990
wraak van onze God; om alle
treurenden te troosten;

632
00:37:03,990 --> 00:37:08,970
Het jubeljaar was het jaar van de
Heere waarin vrijheid werd uitgeroepen.

633
00:37:08,970 --> 00:37:13,890
Jesaja zegt dus duidelijk dat Hij,
sprekend in de persoon van de Messias,

634
00:37:13,890 --> 00:37:19,170
door de Heilige Geest gezalfd is om het
geestelijke jubeljaar uit te roepen.

635
00:37:19,170 --> 00:37:25,470
Let er ook op, als je Jesaja 61 bekijkt,
dat vers 2 nog een ander gedeelte heeft.

636
00:37:25,470 --> 00:37:28,290
Jesaja 61:2 zegt:

637
00:37:28,290 --> 00:37:31,890
Om het jaar aan te kondigen waarin
de Heer Zijn gunst laat zien,

638
00:37:31,890 --> 00:37:33,630
maar de volgende regel is:

639
00:37:33,630 --> 00:37:36,210
En de dag waarop onze God wraak neemt.

640
00:37:36,210 --> 00:37:40,830
De dag van de wraak van onze God is de
verwoesting die zou komen over degenen die

641
00:37:40,830 --> 00:37:44,130
Jezus’ boodschap hoorden
en die verwierpen.

642
00:37:44,130 --> 00:37:47,130
Jezus sprak over de dag van de wraak.

643
00:37:47,130 --> 00:37:52,530
Eigenlijk gebruikte Hij de term ‘dagen
van wraak’, omdat het een periode was,

644
00:37:52,530 --> 00:37:54,390
en niet slechts één dag.

645
00:37:54,390 --> 00:37:57,690
Maar in Lukas 21, in vers 20, zei Hij:

646
00:37:57,690 --> 00:38:01,770
Wanneer u zult zien dat Jeruzalem
door legers omringd wordt,

647
00:38:01,770 --> 00:38:04,770
weet dan dat zijn verwoesting nabij is.

648
00:38:04,770 --> 00:38:11,430
En in vers 22 of 23, als Hij er
verder over spreekt, zegt Hij:

649
00:38:11,430 --> 00:38:16,650
Want dit zijn dagen van wraak, opdat
al wat geschreven staat, vervuld wordt.

650
00:38:16,650 --> 00:38:20,010
Maar wee de zwangeren en
de zogenden in die dagen,

651
00:38:20,010 --> 00:38:24,570
want er zal grote nood zijn in
het land en toorn over dit volk.

652
00:38:24,570 --> 00:38:28,770
De dagen van wraak waren dus
de verwoesting van Jeruzalem.

653
00:38:28,770 --> 00:38:33,030
Jesaja 61 spreekt erover
dat de Messias gezalfd wordt

654
00:38:33,030 --> 00:38:35,670
om een dubbele boodschap uit te roepen.

655
00:38:35,670 --> 00:38:39,810
Voor degenen die ernaar willen
luisteren, is het de dag van bevrijding,

656
00:38:39,810 --> 00:38:44,430
is het de dag van kwijtschelding van
schulden, is het de dag van vrijheid,

657
00:38:44,430 --> 00:38:47,610
is het de afkondiging van
vrijheid voor gevangenen.

658
00:38:47,610 --> 00:38:51,270
Maar kort daarna zal ook
de dag van wraak volgen,

659
00:38:51,270 --> 00:38:55,830
de dagen van wraak die zullen komen
over degenen die de boodschap verwerpen

660
00:38:55,830 --> 00:38:57,630
die Jezus predikte.

661
00:38:57,630 --> 00:38:59,490
Maar wanneer Jezus zegt:

662
00:38:59,490 --> 00:39:04,170
Hij begon tegen hen te zeggen:
Heden is deze Schrift in uw oren

663
00:39:04,170 --> 00:39:05,730
in vervulling gegaan.

664
00:39:05,730 --> 00:39:10,230
zegt Hij daarmee: ‘Terwijl Ik deze
Schrift zojuist heb voorgelezen,

665
00:39:10,230 --> 00:39:11,730
heb Ik haar vervuld.

666
00:39:11,730 --> 00:39:13,650
Ik roep vrijheid uit.

667
00:39:13,650 --> 00:39:15,930
Ik predik goed nieuws aan de armen.

668
00:39:15,930 --> 00:39:17,670
Ik doe deze dingen.

669
00:39:17,670 --> 00:39:21,270
Deze Schrift wordt vervuld
terwijl jullie Mij horen.’

670
00:39:21,270 --> 00:39:24,870
Jezus zag het jubeljaar dus
als iets wat met Hem begon.

671
00:39:24,870 --> 00:39:28,830
Dat is ook niet zo verrassend, want het
jubeljaar wordt dan nog een beeld van het

672
00:39:28,830 --> 00:39:31,950
tijdperk dat we het tijdperk
van de gemeente noemen,

673
00:39:31,950 --> 00:39:33,870
het tijdperk van het Koninkrijk.

674
00:39:33,870 --> 00:39:37,410
Het tijdperk waarin Christus
Zijn Koninkrijk heeft gevestigd

675
00:39:37,410 --> 00:39:42,690
en Zijn volk heeft bevrijd, gevolgd
door een oordeel over Zijn vijanden.

676
00:39:42,690 --> 00:39:45,630
Dat is wat het jubeljaar voorafschaduwde.

677
00:39:45,630 --> 00:39:51,030
De rest van hoofdstuk 25 van Leviticus
bestaat eigenlijk uit details en

678
00:39:51,030 --> 00:39:55,890
juridische bijzonderheden over de gevolgen
van het jubeljaar voor de verkoop van

679
00:39:55,890 --> 00:39:59,190
slaven of bezittingen of dat soort dingen.

680
00:39:59,190 --> 00:40:01,470
In vers 13 staat bijvoorbeeld:

681
00:40:01,470 --> 00:40:06,450
In dit jubeljaar mag u terugkeren,
ieder naar zijn eigen bezit.

682
00:40:06,450 --> 00:40:10,350
Wanneer u dan aan uw naaste iets
verkoopt wat verkocht kan worden,

683
00:40:10,350 --> 00:40:15,750
of iets uit het bezit van uw naaste
koopt, mag u elkaar niet uitbuiten.

684
00:40:15,750 --> 00:40:20,910
Overeenkomstig het aantal jaren vanaf
het jubeljaar moet u van uw naaste kopen

685
00:40:20,910 --> 00:40:24,210
en overeenkomstig het aantal
opbrengstjaren moet hij het

686
00:40:24,210 --> 00:40:25,710
aan u verkopen.

687
00:40:25,710 --> 00:40:29,730
Bij een groot aantal jaren moet
u de prijs ervan hoger stellen,

688
00:40:29,730 --> 00:40:33,510
en bij een klein aantal jaren
moet u de prijs ervan verlagen,

689
00:40:33,510 --> 00:40:36,630
want hij verkoopt u
het aantal opbrengsten.

690
00:40:36,630 --> 00:40:39,510
En niemand mag zijn naaste uitbuiten.

691
00:40:39,510 --> 00:40:43,950
Vrees echter uw God, want
Ik ben de HEERE, uw God.

692
00:40:43,950 --> 00:40:48,270
Het zou onderdrukkend zijn om alle
grond van de arme mensen op te kopen

693
00:40:48,270 --> 00:40:52,110
omdat ze in moeilijke omstandigheden
terechtkomen en hun grond moesten

694
00:40:52,110 --> 00:40:56,670
verkopen, en hun bezit dan van
hen af te nemen en te houden.

695
00:40:56,670 --> 00:41:00,930
Daarom dient de teruggave ervan
om onderdrukking te voorkomen.

696
00:41:00,930 --> 00:41:04,770
En de prijs van de grond moet worden
bepaald door het aantal jaren dat

697
00:41:04,770 --> 00:41:07,830
die naar verwachting nog
oogsten zal opleveren

698
00:41:07,830 --> 00:41:10,350
voordat het verwachte jubeljaar aanbreekt.

699
00:41:10,350 --> 00:41:13,710
Iedereen wist van tevoren
wanneer het jubeljaar zou zijn,

700
00:41:13,710 --> 00:41:18,210
want het zou vijftig jaar na het vorige
jubeljaar zijn, als het werd gehouden.

701
00:41:18,210 --> 00:41:21,630
Daarom is het duidelijk dat als je
onmiddellijk na het vorige jubeljaar een

702
00:41:21,630 --> 00:41:27,270
stuk grond kocht, je nog negenenveertig
of vijftig jaar oogst kon verwachten.

703
00:41:27,270 --> 00:41:30,510
Die grond zal voor jou
veel geld waard zijn.

704
00:41:30,510 --> 00:41:34,110
Als je die vijfenveertig jaar
na het vorige jubeljaar kocht,

705
00:41:34,110 --> 00:41:36,870
duurt het nog maar vijf
jaar tot het volgende.

706
00:41:36,870 --> 00:41:40,950
Je krijgt maar vijf jaar oogst
voordat je de grond moet teruggeven.

707
00:41:40,950 --> 00:41:44,370
Dus de prijs die je voor de
grond betaalt, zou lager zijn,

708
00:41:44,370 --> 00:41:46,830
omdat je er niet zoveel
aan kunt verdienen.

709
00:41:46,830 --> 00:41:48,690
Dat is wat daar wordt gezegd.

710
00:41:48,690 --> 00:41:52,110
Wat het sabbatsjaar betreft,
staat er in vers 18:

711
00:41:52,110 --> 00:41:57,510
U moet Mijn verordeningen houden en Mijn
bepalingen in acht nemen en ze houden.

712
00:41:57,510 --> 00:42:00,270
Dan zult u onbezorgd in het land wonen.

713
00:42:00,270 --> 00:42:05,070
En het land zal zijn vruchten geven,
zodat u tot verzadiging toe kunt eten.

714
00:42:05,070 --> 00:42:07,590
U zult er onbezorgd kunnen wonen.

715
00:42:07,590 --> 00:42:11,910
En wanneer u zegt: Wat moeten
wij in het zevende jaar eten?

716
00:42:11,910 --> 00:42:16,710
Zie, wij mogen niet zaaien en
onze opbrengst niet inzamelen!

717
00:42:16,710 --> 00:42:21,090
— dan zal Ik Mijn zegen over
u in het zesde jaar gebieden,

718
00:42:21,090 --> 00:42:24,570
zodat het een opbrengst
geeft, genoeg voor drie jaar,

719
00:42:24,570 --> 00:42:27,210
zodat u het achtste jaar
opnieuw kunt zaaien,

720
00:42:27,210 --> 00:42:31,350
terwijl u van de oude opbrengst
kunt eten tot het negende jaar toe.

721
00:42:31,350 --> 00:42:35,970
Tot de nieuwe opbrengst van het land
binnenkomt, kunt u van de oude eten.

722
00:42:35,970 --> 00:42:40,410
Dus als je God gehoorzaam bent,
zal Hij je oogst in het zesde jaar

723
00:42:40,410 --> 00:42:43,350
drie keer zo groot maken
als die normaal zou zijn.

724
00:42:43,350 --> 00:42:47,730
Zo heb je genoeg te eten voor het
zevende en ook voor het achtste jaar.

725
00:42:47,730 --> 00:42:52,470
Je zaait niets in het zevende jaar, dus je
moet wachten tot het volgende zaaiseizoen,

726
00:42:52,470 --> 00:42:54,990
in het achtste jaar, om te zaaien.

727
00:42:54,990 --> 00:43:00,270
Dan moet je wachten op de oogst, dus tot
die tijd zul je oud graan moeten eten.

728
00:43:00,270 --> 00:43:05,790
Hij zal je dus genoeg geven voor drie
jaar, het zesde, zevende en achtste jaar,

729
00:43:05,790 --> 00:43:08,130
tot de nieuwe oogst binnenkomt.

730
00:43:08,130 --> 00:43:10,590
Er staat in vers 23:

731
00:43:10,590 --> 00:43:13,170
Verder mag het land niet
voor altijd verkocht worden,

732
00:43:13,170 --> 00:43:15,690
want het land behoort Mij toe.

733
00:43:15,690 --> 00:43:19,470
U bent immers vreemdelingen
en bijwoners bij Mij.

734
00:43:19,470 --> 00:43:21,630
Dit is een belangrijk beginsel.

735
00:43:21,630 --> 00:43:25,110
We hebben het eerder gezien, toen
God hun vertelde dat het land

736
00:43:25,110 --> 00:43:28,230
hen zou uitspuwen als ze
bepaalde dingen deden.

737
00:43:28,230 --> 00:43:31,310
Als ze dezelfde dingen doen
die de Kanaänieten deden —

738
00:43:31,310 --> 00:43:38,430
dit stond eerder in Leviticus hoofdstuk
18, vers 24 tot en met 28 — zei Hij:

739
00:43:38,430 --> 00:43:41,490
U mag uzelf niet verontreinigen
met al die dingen,

740
00:43:41,490 --> 00:43:45,210
want de heidenvolken die Ik
vóór u uit ga verdrijven,

741
00:43:45,210 --> 00:43:47,490
hebben zich met al die
dingen verontreinigd,

742
00:43:47,490 --> 00:43:49,890
zodat het land onrein geworden is.

743
00:43:49,890 --> 00:43:52,410
Ik zal het zijn ongerechtigheid vergelden,

744
00:43:52,410 --> 00:43:55,410
zodat het land zijn
bewoners zal uitspuwen.

745
00:43:55,410 --> 00:43:59,910
Maar ú moet Mijn verordeningen
en Mijn bepalingen in acht nemen.

746
00:43:59,910 --> 00:44:04,710
U mag geen enkele van die gruweldaden
doen, de ingezetene van het land niet,

747
00:44:04,710 --> 00:44:08,070
en ook de vreemdeling niet
die in uw midden verblijft.

748
00:44:08,070 --> 00:44:12,930
Want de mensen in dit land die er vóór u
waren, hebben al die gruweldaden gedaan,

749
00:44:12,930 --> 00:44:14,970
zodat het land onrein geworden is.

750
00:44:14,970 --> 00:44:18,270
Laat het land u niet uitspuwen,
omdat u het verontreinigt,

751
00:44:18,270 --> 00:44:22,290
zoals het het heidenvolk dat er
vóór u was, uitgespuwd heeft.

752
00:44:22,290 --> 00:44:25,710
Daarmee maakte Hij heel duidelijk
dat de Joden het land niet

753
00:44:25,710 --> 00:44:27,750
onvoorwaardelijk
toegewezen hebben gekregen.

754
00:44:27,750 --> 00:44:31,650
Waarom? Het is niet van
hen; het is van God.

755
00:44:31,650 --> 00:44:35,970
Ja, het is waar dat God zei
dat Hij het aan Abraham en zijn

756
00:44:35,970 --> 00:44:39,270
nakomelingen zou geven,
maar dat Hij het hun geeft,

757
00:44:39,270 --> 00:44:42,270
is in werkelijkheid een
voorwaardelijke pacht.

758
00:44:42,270 --> 00:44:43,890
En Hij maakt het duidelijk:

759
00:44:43,890 --> 00:44:45,990
Het land is van Mij.

760
00:44:45,990 --> 00:44:48,930
Leviticus 25:23:

761
00:44:48,930 --> 00:44:54,030
Het land is van Mij, en jullie zijn
vreemdelingen en gasten op Mijn land,

762
00:44:54,030 --> 00:44:55,950
en dat moet zo blijven.

763
00:44:55,950 --> 00:45:00,570
Dus jullie kunnen het land niet zomaar
verkopen zonder dat het ooit terugkomt.

764
00:45:00,570 --> 00:45:05,010
Ik bepaal bij wie het land
terechtkomt. Het is van Mij.

765
00:45:05,010 --> 00:45:07,710
En in het vijftigste jaar gaat het terug.

766
00:45:07,710 --> 00:45:09,930
En in heel het gebied dat jullie bezitten,

767
00:45:09,930 --> 00:45:12,990
moeten jullie toestaan dat
het land wordt teruggekocht.

768
00:45:12,990 --> 00:45:15,870
Ik ga een deel hiervan
samenvatten, zodat we niet

769
00:45:15,870 --> 00:45:19,650
alle bijzonderheden hoeven te
lezen, want het zijn er heel veel.

770
00:45:19,650 --> 00:45:24,030
Maar dit gedeelte, vanaf vers
25, zegt in wezen dat je,

771
00:45:24,030 --> 00:45:28,230
als je eenmaal grond hebt verkocht,
die op elk moment kunt lossen als je

772
00:45:28,230 --> 00:45:29,430
het geld hebt.

773
00:45:29,430 --> 00:45:33,570
Als je het geld hebt om die terug te kopen
van degene aan wie je die hebt verkocht,

774
00:45:33,570 --> 00:45:35,610
moet die hem aan je terugverkopen.

775
00:45:35,610 --> 00:45:38,490
Het is tenslotte de
grond van je voorouders.

776
00:45:38,490 --> 00:45:41,010
Je hebt die verkocht omdat
je in nood verkeerde.

777
00:45:41,010 --> 00:45:45,030
Je zou je grond niet verkopen
tenzij je echt in nood verkeerde.

778
00:45:45,030 --> 00:45:48,210
Maar als de situatie zich
voordeed dat je een losser had,

779
00:45:48,210 --> 00:45:52,470
iemand die een naaste bloedverwant
is, dan kon die hem voor je lossen.

780
00:45:52,470 --> 00:45:55,890
Niet iedereen kon dat, maar wel
iemand die nauw verwant was.

781
00:45:55,890 --> 00:45:58,170
Hij zegt in vers 25:

782
00:45:58,170 --> 00:46:02,550
Wanneer uw broeder in armoede raakt en
een deel van zijn bezit moet verkopen,

783
00:46:02,550 --> 00:46:05,910
dan moet zijn losser komen
die nauw aan hem verwant is,

784
00:46:05,910 --> 00:46:08,790
en vrijkopen wat zijn
broeder heeft verkocht.

785
00:46:08,790 --> 00:46:12,990
En wanneer iemand geen losser heeft
en zijn vermogen toereikend is,

786
00:46:12,990 --> 00:46:16,410
zodat hij over voldoende middelen
beschikt voor zijn loskoping,

787
00:46:16,410 --> 00:46:19,650
dan moet hij de jaren berekenen
dat het verkocht is geweest,

788
00:46:19,650 --> 00:46:23,670
en het verschil vergoeden aan de
man aan wie hij het verkocht had.

789
00:46:23,670 --> 00:46:26,190
Dan zal hij naar zijn bezit terugkeren.

790
00:46:26,190 --> 00:46:30,930
Dat wil zeggen: de huidige eigenaar heeft
de grond voor een bepaalde prijs gekocht

791
00:46:30,930 --> 00:46:33,210
en heeft er een paar jaar van geoogst.

792
00:46:33,210 --> 00:46:36,630
Als de oorspronkelijke verkoper
vervolgens aan wat geld komt,

793
00:46:36,630 --> 00:46:39,750
hoeft die voor het terugkopen
niet de volledige oorspronkelijke

794
00:46:39,750 --> 00:46:41,430
verkoopprijs te betalen.

795
00:46:41,430 --> 00:46:44,610
De eigenaar heeft immers al
wat winst uit de grond gehaald.

796
00:46:44,610 --> 00:46:49,110
Het is dus de bedoeling dat de waarde van
de oogsten die de nieuwe eigenaar al heeft

797
00:46:49,110 --> 00:46:53,430
gekregen, wordt afgetrokken van de prijs
die de oude eigenaar moet betalen om de

798
00:46:53,430 --> 00:46:55,050
grond terug te krijgen.

799
00:46:55,050 --> 00:46:59,070
In de verzen 29 tot en met 30
wordt onderscheid gemaakt tussen

800
00:46:59,070 --> 00:47:01,710
huizen die in een ommuurde
stad worden verkocht,

801
00:47:01,710 --> 00:47:04,410
landbouwgrond en huizen in dorpen.

802
00:47:04,410 --> 00:47:06,990
Als je in een ommuurde
stad je huis verkocht,

803
00:47:06,990 --> 00:47:10,890
kon je het binnen het eerste jaar
terugkopen als je dat kon betalen.

804
00:47:10,890 --> 00:47:13,590
Maar als je dat niet kon,
was je het voorgoed kwijt

805
00:47:13,590 --> 00:47:15,750
en kwam het in het jubeljaar niet terug.

806
00:47:15,750 --> 00:47:19,710
Er wordt van uitgegaan dat een huis
niet hetzelfde is als grondbezit.

807
00:47:19,710 --> 00:47:21,930
Van grondbezit verdien je je brood.

808
00:47:21,930 --> 00:47:24,150
In een huis woon je alleen maar.

809
00:47:24,150 --> 00:47:26,910
Je verbouwt je voedsel niet in je huis.

810
00:47:26,910 --> 00:47:29,730
En daarom hoeft een
huis niet terug te gaan.

811
00:47:29,730 --> 00:47:33,810
Je verkoopt je huis en je krijgt
de kans om het in het eerste jaar

812
00:47:33,810 --> 00:47:39,090
na de verkoop terug te kopen, als je
spijt hebt van de verkoop en iemand hebt

813
00:47:39,090 --> 00:47:41,310
die het voor je kan terugkopen.

814
00:47:41,310 --> 00:47:44,970
Dat staat er in de verzen 29 en 30:

815
00:47:44,970 --> 00:47:48,390
En wanneer iemand een woonhuis
verkoopt in een ommuurde stad,

816
00:47:48,390 --> 00:47:54,330
dan geldt het recht op loskoping ervan tot
het jaar na de verkoop ervan voorbij is.

817
00:47:54,330 --> 00:47:57,810
Al die dagen geldt zijn
recht op loskoping.

818
00:47:57,810 --> 00:48:02,970
Maar als het niet ingelost wordt voordat
het volledige jaar voor hem voorbij is,

819
00:48:02,970 --> 00:48:06,630
dan behoort het huis dat
in de ommuurde stad staat,

820
00:48:06,630 --> 00:48:11,370
voor altijd hem toe die het gekocht
heeft, al zijn generaties door.

821
00:48:11,370 --> 00:48:14,190
Het mag ook in het
jubeljaar niet vrijkomen.

822
00:48:14,190 --> 00:48:18,690
Met andere woorden, het zal in
het jubeljaar niet vrijkomen.

823
00:48:18,690 --> 00:48:21,630
Dat is een heel
ongebruikelijke uitzondering,

824
00:48:21,630 --> 00:48:26,250
want land werd teruggegeven en
huizen in dorpen zonder muren

825
00:48:26,250 --> 00:48:28,890
werden in het jubeljaar ook teruggegeven.

826
00:48:28,890 --> 00:48:33,330
Dat lezen we in de
verzen 31 tot en met 34:

827
00:48:33,330 --> 00:48:36,390
De huizen in de dorpen
die niet ommuurd zijn,

828
00:48:36,390 --> 00:48:39,390
moeten echter tot het
akkerland gerekend worden.

829
00:48:39,390 --> 00:48:44,370
Hiervoor geldt het recht op loskoping,
en in het jubeljaar komt het vrij.

830
00:48:44,370 --> 00:48:47,670
Wat de steden van de Levieten
betreft, de huizen die

831
00:48:47,670 --> 00:48:49,770
zij in die steden in bezit hebben,

832
00:48:49,770 --> 00:48:53,610
daarvoor geldt voor de Levieten
een eeuwig recht op loskoping.

833
00:48:53,610 --> 00:48:57,750
Als iemand van de Levieten het vrijkoopt,
dan moet het huis dat verkocht is in de

834
00:48:57,750 --> 00:49:01,710
stad waar zijn bezit is,
in het jubeljaar vrijkomen,

835
00:49:01,710 --> 00:49:04,230
want de huizen van de
steden van de Levieten

836
00:49:04,230 --> 00:49:07,350
gelden als hun bezit in het
midden van de Israëlieten.

837
00:49:07,350 --> 00:49:11,250
De weidegrond die bij hun steden
hoort, mag niet verkocht worden,

838
00:49:11,250 --> 00:49:14,250
want die is voor hen een eeuwig bezit.

839
00:49:14,250 --> 00:49:17,070
We hebben nog niet over
de Levietensteden gelezen,

840
00:49:17,070 --> 00:49:19,410
dus dit is misschien verwarrend voor je.

841
00:49:19,410 --> 00:49:23,850
De Levieten ontvingen geen erfelijk
grondbezit zoals de andere stammen.

842
00:49:23,850 --> 00:49:26,190
De Levieten waren geen boeren.

843
00:49:26,190 --> 00:49:31,350
Ze waren voltijds dienaren, en daarom
hadden ze geen landbouwgrond nodig.

844
00:49:31,350 --> 00:49:35,670
In plaats daarvan kregen ze 48
verschillende steden toegewezen als

845
00:49:35,670 --> 00:49:38,910
Levietensteden, steden
waar ze konden wonen.

846
00:49:38,910 --> 00:49:43,230
Ze hadden huizen en waren stadsbewoners
die in deze steden woonden.

847
00:49:43,230 --> 00:49:47,070
Er was ook wat gemeenschappelijk land
van de Levieten buiten elke stad,

848
00:49:47,070 --> 00:49:51,690
dat zich rondom de stad tot op een
bepaalde afstand van de muren uitstrekte.

849
00:49:51,690 --> 00:49:55,830
De Levietensteden waren ommuurde
steden en daarom moet er voor hen een

850
00:49:55,830 --> 00:49:57,750
bijzondere regeling zijn.

851
00:49:57,750 --> 00:50:01,470
We hebben namelijk net in
de verzen 29 en 30 gehoord

852
00:50:01,470 --> 00:50:04,830
dat iemand die in een ommuurde
stad zijn huis verkoopt,

853
00:50:04,830 --> 00:50:08,310
het alleen binnen het
eerste jaar kan terugkopen.

854
00:50:08,310 --> 00:50:11,610
Als hij dat niet doet, krijgt
hij het nooit meer terug.

855
00:50:11,610 --> 00:50:13,830
Dat geldt niet voor Levietensteden.

856
00:50:13,830 --> 00:50:18,510
De Levietensteden waren ommuurde
steden en de Levieten hadden er huizen.

857
00:50:18,510 --> 00:50:20,790
Maar een Leviet kon ook arm zijn.

858
00:50:20,790 --> 00:50:22,650
Hij kon zijn huis verkopen.

859
00:50:22,650 --> 00:50:27,630
Anders dan een gewoon stadshuis kon een
stadshuis van een Leviet ook na het eerste

860
00:50:27,630 --> 00:50:29,250
jaar worden teruggekocht.

861
00:50:29,250 --> 00:50:31,950
Het kon op elk moment worden teruggekocht.

862
00:50:31,950 --> 00:50:35,310
Als de Leviet nooit het geld
had om het terug te kopen,

863
00:50:35,310 --> 00:50:37,890
ging het in het jubeljaar
wel naar hem terug.

864
00:50:37,890 --> 00:50:41,670
De wet is eenvoudigweg dat
als je geen Leviet bent,

865
00:50:41,670 --> 00:50:45,930
niet in een Levietenstad woont en je
huis in een ommuurde stad verkoopt,

866
00:50:45,930 --> 00:50:48,570
je maar een jaar hebt
om het terug te kopen.

867
00:50:48,570 --> 00:50:51,630
Als je dat niet doet, ben
je het voorgoed kwijt.

868
00:50:51,630 --> 00:50:56,310
Maar als je een huis in een dorp hebt, of
als je een Leviet bent en je huis in de

869
00:50:56,310 --> 00:51:00,630
ommuurde Levietenstad verkoopt, heb je wel
het recht om het op elk moment terug te

870
00:51:00,630 --> 00:51:03,750
kopen en het in het
jubeljaar terug te krijgen.

871
00:51:03,750 --> 00:51:08,250
Maar het land rondom de
Levietensteden, staat er in vers 34,

872
00:51:08,250 --> 00:51:10,290
mag helemaal niet worden verkocht.

873
00:51:10,290 --> 00:51:14,850
Dat komt doordat het niet het
privébezit van één bepaalde Leviet is.

874
00:51:14,850 --> 00:51:19,290
Een arme Leviet kan niet een deel van
het land rondom de Levietenstad verkopen,

875
00:51:19,290 --> 00:51:21,150
omdat het niet van hem is.

876
00:51:21,150 --> 00:51:25,170
Het is het gemeenschappelijke land van
alle Levieten die in de stad wonen.

877
00:51:25,170 --> 00:51:27,090
Daarom wordt het niet verkocht.

878
00:51:27,090 --> 00:51:32,070
De regel in de verzen 35 tot en
met 38 is dat je geen geld tegen

879
00:51:32,070 --> 00:51:36,630
rente uitleent aan je Joodse broeder
die moet lenen omdat hij arm is.

880
00:51:36,630 --> 00:51:40,650
Je wilt hem niet uitbuiten door
rente aan zijn lening toe te voegen.

881
00:51:40,650 --> 00:51:44,910
Hij zou al genoeg moeite hebben om
de lening zelf terug te betalen.

882
00:51:44,910 --> 00:51:48,810
En wanneer uw broeder in armoede
raakt en met lege handen staat,

883
00:51:48,810 --> 00:51:52,650
dan moet u hem steunen, ook als
hij een vreemdeling en bijwoner is,

884
00:51:52,650 --> 00:51:54,930
zodat hij bij u in leven blijft.

885
00:51:54,930 --> 00:51:57,870
Met andere woorden, hij
moet als een gast zijn.

886
00:51:57,870 --> 00:52:01,350
Je moet hem bij je in huis
laten wonen als hij arm is.

887
00:52:01,350 --> 00:52:05,250
U mag geen rente of winst van hem
nemen, maar u moet uw God vrezen,

888
00:52:05,250 --> 00:52:07,410
zodat uw broeder bij u in leven blijft.

889
00:52:07,410 --> 00:52:12,630
In de Engelse vertaling die ik
gebruik, staat ‘usury or interest’:

890
00:52:12,630 --> 00:52:15,030
‘woekerrente of rente’.

891
00:52:15,030 --> 00:52:20,730
Woeker betekent buitensporige rente, maar
ook gewone rente wordt hier uitgesloten.

892
00:52:20,730 --> 00:52:23,970
Je mag dus zelfs geen rente vragen.

893
00:52:23,970 --> 00:52:26,850
[Vertalersnoot: het Nederlandse
Bijbelcitaat hierboven gebruikt

894
00:52:26,850 --> 00:52:28,890
‘rente of winst’.]

895
00:52:28,890 --> 00:52:33,690
U mag uw geld niet met rente aan
hem lenen en u mag uw voedsel niet

896
00:52:33,690 --> 00:52:35,190
tegen winst geven.

897
00:52:35,190 --> 00:52:39,510
Met andere woorden, je buit zijn
tegenslag niet uit door te zeggen:

898
00:52:39,510 --> 00:52:41,610
‘Ik kan aan deze man wat verdienen.

899
00:52:41,610 --> 00:52:45,330
Ik geef je wat voedsel, maar je
moet me wel wat rente betalen,

900
00:52:45,330 --> 00:52:48,390
zodat ik aan je verdien,
aan jouw armoede.’

901
00:52:48,390 --> 00:52:54,030
Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het
land Egypte geleid heeft om u het land

902
00:52:54,030 --> 00:52:57,150
Kanaän te geven om u tot een God te zijn.

903
00:52:57,150 --> 00:53:00,750
De rest van dit hoofdstuk gaat
over kwesties rond slavernij,

904
00:53:00,750 --> 00:53:04,890
en de wet komt hier in wezen
op neer: als je een Jood was

905
00:53:04,890 --> 00:53:09,390
en je had een Joodse buurman die arm
werd en zichzelf als slaaf verkocht,

906
00:53:09,390 --> 00:53:12,330
mocht je hem niet hard
behandelen als een slaaf.

907
00:53:12,330 --> 00:53:14,430
In vers 39 staat:

908
00:53:14,430 --> 00:53:19,110
En wanneer uw broeder bij u in armoede
raakt en zich aan u verkocht heeft,

909
00:53:19,110 --> 00:53:22,170
dan mag u hem geen
slavenarbeid laten verrichten.

910
00:53:22,170 --> 00:53:24,090
Maar het volgende vers zegt:

911
00:53:24,090 --> 00:53:28,110
Als een dagloner, als een
bijwoner moet hij bij u zijn.

912
00:53:28,110 --> 00:53:30,870
Tot het jubeljaar is hij bij u in dienst.

913
00:53:30,870 --> 00:53:34,170
Er is dus een verschil tussen de
voorrechten die slaven krijgen

914
00:53:34,170 --> 00:53:36,150
en die van een loonarbeider.

915
00:53:36,150 --> 00:53:39,390
De man heeft zichzelf
verkocht, dus hij is een slaaf,

916
00:53:39,390 --> 00:53:42,450
maar hij mag niet als andere
slaven worden behandeld.

917
00:53:42,450 --> 00:53:44,730
Hij moet als een mede-Jood
worden behandeld.

918
00:53:44,730 --> 00:53:50,670
In vers 44 wordt duidelijk gemaakt dat
de regel voor heidense slaven anders is.

919
00:53:50,670 --> 00:53:53,850
Heidense slaven worden blijvend bezit.

920
00:53:53,850 --> 00:53:57,510
Ze worden in het jubeljaar
niet vrijgelaten en mogen als

921
00:53:57,510 --> 00:54:01,050
slaven worden behandeld,
louter als eigendom.

922
00:54:01,050 --> 00:54:04,770
Maar je Joodse broeder die arm
wordt en zichzelf moet verkopen,

923
00:54:04,770 --> 00:54:09,090
wordt een dienstknecht voor een
vastgestelde tijd in plaats van een slaaf.

924
00:54:09,090 --> 00:54:11,430
Een eerdere wet bepaalde dat hem na

925
00:54:11,430 --> 00:54:14,850
zeven jaar dienst zijn vrijheid
moest worden aangeboden.

926
00:54:14,850 --> 00:54:19,950
Maar als het jubeljaar eerder valt, moet
hij in het jubeljaar worden vrijgelaten.

927
00:54:19,950 --> 00:54:25,410
Laten we zeggen dat hij zichzelf drie jaar
vóór het jubeljaar als slaaf verkoopt.

928
00:54:25,410 --> 00:54:28,290
Dan moet hij in het
jubeljaar worden vrijgelaten.

929
00:54:28,290 --> 00:54:31,650
Hij verkoopt zichzelf dus
maar voor drie jaar in dienst,

930
00:54:31,650 --> 00:54:33,990
in plaats van de gebruikelijke zes.

931
00:54:33,990 --> 00:54:37,830
Exodus zei dat als een Joodse
dienstknecht je zes jaar dient,

932
00:54:37,830 --> 00:54:41,250
je hem in het zevende jaar
zijn vrijheid moet aanbieden.

933
00:54:41,250 --> 00:54:44,850
Als hij zijn vrijheid afwijst
en dienstknecht wil blijven,

934
00:54:44,850 --> 00:54:48,210
doorboor je zijn oor en
doe je daar een ring in.

935
00:54:48,210 --> 00:54:50,910
Dan is hij zijn leven lang dienstknecht.

936
00:54:50,910 --> 00:54:55,530
Maar vermoedelijk niet als het jubeljaar
nog tijdens de rest van zijn leven valt.

937
00:54:55,530 --> 00:54:59,070
Natuurlijk zouden veel mensen
hun leven lang dienstknecht zijn

938
00:54:59,070 --> 00:55:03,330
zonder dat er daarna tijdens hun
leven nog een jubeljaar zou vallen.

939
00:55:03,330 --> 00:55:06,930
Laten we zeggen dat een man van
dertig zichzelf voor het leven

940
00:55:06,930 --> 00:55:08,910
als slaaf verkoopt.

941
00:55:08,910 --> 00:55:13,830
Als er kort daarvoor een jubeljaar is
geweest, zal hij er niet nog een meemaken.

942
00:55:13,830 --> 00:55:16,830
Hij zal zijn leven lang dienstknecht zijn.

943
00:55:16,830 --> 00:55:20,430
Maar als het jubeljaar ergens in
de rest van zijn leven zou vallen,

944
00:55:20,430 --> 00:55:25,170
zou hij worden vrijgelaten, ook al
was hij een slaaf voor het leven.

945
00:55:25,170 --> 00:55:27,390
Dat zijn dus de regels hier.

946
00:55:27,390 --> 00:55:31,830
Joodse slaven worden als loonarbeiders
behandeld, niet als bezit,

947
00:55:31,830 --> 00:55:34,590
en ze worden in het jubeljaar vrijgelaten.

948
00:55:34,590 --> 00:55:37,650
Met heidense slaven ligt het anders.

949
00:55:37,650 --> 00:55:40,110
Je mag hen met hardheid laten dienen.

950
00:55:40,110 --> 00:55:43,290
Maar aan het eind van vers 46 staat:

951
00:55:43,290 --> 00:55:50,250
U mag hen als erfbezit aan uw kinderen
na u nalaten om hen als bezit te erven.

952
00:55:50,250 --> 00:55:55,350
U moet hen voor altijd laten dienen,
maar over uw broeders, de Israëlieten,

953
00:55:55,350 --> 00:55:59,850
mag u niet — de een over de
ander — met harde hand heersen.

954
00:55:59,850 --> 00:56:03,150
Hardheid betekent een harde
of strenge behandeling.

955
00:56:03,150 --> 00:56:06,990
Het is het woord dat eerder in
Exodus wordt gebruikt voor de manier

956
00:56:06,990 --> 00:56:10,890
waarop de opzichters Israël
in Egypte behandelden.

957
00:56:10,890 --> 00:56:13,170
Ze lieten hen met hardheid dienen.

958
00:56:13,170 --> 00:56:18,330
Dat betekent dat ze hen niet gewoon lieten
dienen zoals je van een werknemer of een

959
00:56:18,330 --> 00:56:22,410
dienstknecht in je huishouden zou
verwachten dat hij zijn werk doet.

960
00:56:22,410 --> 00:56:25,590
Ze moesten het doen onder
de dreiging van de zweep.

961
00:56:25,590 --> 00:56:29,010
Ze moesten opschieten,
ze moesten harder werken.

962
00:56:29,010 --> 00:56:32,790
Het was geen dienst waarbij
ze het rustig aan konden doen.

963
00:56:32,790 --> 00:56:35,730
Ze moesten onder een hard regime werken.

964
00:56:35,730 --> 00:56:39,930
Je mocht van je heidense slaven
eisen dat ze zo hard werkten,

965
00:56:39,930 --> 00:56:44,250
maar je Joodse dienstknecht mocht
je niet met hardheid laten dienen.

966
00:56:44,250 --> 00:56:48,510
Want als Jood kom je uit een volk
dat op die manier mishandeld is.

967
00:56:48,510 --> 00:56:50,730
Je hoort medeleven met elkaar te hebben.

968
00:56:50,730 --> 00:56:55,230
Je mag de nakomelingen van je voorouders
niet met hardheid onder je laten dienen,

969
00:56:55,230 --> 00:56:58,290
zoals zij onder de
Egyptenaren hadden gediend.

970
00:56:58,290 --> 00:56:59,850
Vers 47:

971
00:56:59,850 --> 00:57:03,030
En wanneer voor een vreemdeling
of een bijwoner die bij u is,

972
00:57:03,030 --> 00:57:07,170
het vermogen toereikend is geworden,
en uw eigen broeder die bij hem is,

973
00:57:07,170 --> 00:57:11,190
in armoede raakt, zodat hij zich heeft
moeten verkopen aan de vreemdeling,

974
00:57:11,190 --> 00:57:14,910
de bijwoner die bij u is, of aan
een afstammeling van de familie

975
00:57:14,910 --> 00:57:16,230
van de vreemdeling,

976
00:57:16,230 --> 00:57:18,390
Hier is een derde situatie.

977
00:57:18,390 --> 00:57:23,370
De eerste situatie is die waarin een
Jood zichzelf als dienstknecht aan een

978
00:57:23,370 --> 00:57:25,050
Joods gezin verkoopt.

979
00:57:25,050 --> 00:57:30,390
De tweede situatie is die waarin een
Joods gezin een heidense slaaf koopt.

980
00:57:30,390 --> 00:57:35,850
Maar deze derde situatie is die waarin
een heiden een Joodse slaaf koopt.

981
00:57:35,850 --> 00:57:40,350
Hierbij wordt ervan uitgegaan dat
de heiden in het land Israël is.

982
00:57:40,350 --> 00:57:44,130
Het is een buitenlander die in
het land Israël is komen wonen.

983
00:57:44,130 --> 00:57:48,570
Hij moet onder de wetten van Israël
leven, ook al is hij geen Jood.

984
00:57:48,570 --> 00:57:53,790
Daarom komt de wet er in wezen op neer
dat hij het jubeljaar in acht moet nemen.

985
00:57:53,790 --> 00:57:58,710
Zelfs de heiden moet het in acht nemen
als hij een Hebreeuwse dienstknecht koopt.

986
00:57:58,710 --> 00:58:03,390
De Hebreeuwse dienstknechten zullen
in het jubeljaar worden vrijgelaten.

987
00:58:03,390 --> 00:58:08,070
Of ze nu het eigendom zijn van Joden
die de Joodse voorschriften naleven,

988
00:58:08,070 --> 00:58:13,530
of het eigendom zijn van heidenen die
onder het Joodse bestel in Israël leven.

989
00:58:13,530 --> 00:58:17,730
Dat is in wezen waar dit laatste
deel van dit hoofdstuk over gaat.

990
00:58:17,730 --> 00:58:22,950
Ook een heidense eigenaar moet de Joodse
wet over het jubeljaar gehoorzamen

991
00:58:22,950 --> 00:58:25,770
en zijn Joodse dienstknechten vrijlaten.

992
00:58:25,770 --> 00:58:28,830
De bijzonderheden in vers 50 tot en met 55

993
00:58:28,830 --> 00:58:33,030
gaan eenvoudig over de prijs die betaald
zou moeten worden om hem vrij te kopen,

994
00:58:33,030 --> 00:58:35,490
want hij hoeft niet tot
het jubeljaar te wachten.

995
00:58:35,490 --> 00:58:38,250
Als hij als slaaf aan een
heiden wordt verkocht,

996
00:58:38,250 --> 00:58:42,030
kan hij al vóór het jubeljaar uit
de slavernij worden vrijgekocht.

997
00:58:42,030 --> 00:58:45,090
Vervolgens staat er natuurlijk in vers 54:

998
00:58:45,090 --> 00:58:48,150
Maar als hij op deze manier
niet kan worden vrijgekocht,

999
00:58:48,150 --> 00:58:52,170
dan mag hij in het jubeljaar vertrekken,
hij en zijn kinderen met hem.

1000
00:58:52,170 --> 00:58:55,770
Want de Israëlieten behoren
Mij als dienaren toe.

1001
00:58:55,770 --> 00:58:59,970
Zij zijn Mijn dienaren, die Ik
uit het land Egypte geleid heb.

1002
00:58:59,970 --> 00:59:02,550
Ik ben de HEERE, uw God.

1003
00:59:02,550 --> 00:59:06,930
Met andere woorden, ze kunnen niet
blijvend dienaren van mensen zijn.

1004
00:59:06,930 --> 00:59:11,910
Ze kunnen geen dienaren van heidenen of
zelfs blijvend dienaren van Joden zijn,

1005
00:59:11,910 --> 00:59:14,670
zolang er een jubeljaar
in acht wordt genomen.

1006
00:59:14,670 --> 00:59:18,570
God is Degene Die bepaalt wat
Zijn dienaren zullen doen,

1007
00:59:18,570 --> 00:59:22,770
en Hij kondigt af dat ze op een bepaald
moment moeten worden vrijgelaten.

1008
00:59:22,770 --> 00:59:26,790
De bevrijding uit de slavernij,
de kwijtschelding van schulden,

1009
00:59:26,790 --> 00:59:28,951
het terugkrijgen van je erfdeel —

1010
00:59:28,951 --> 00:59:31,050
die hebben natuurlijk
allemaal hun geestelijke

1011
00:59:31,050 --> 00:59:33,630
tegenhanger in wat Jezus heeft gebracht.

1012
00:59:33,630 --> 00:59:38,550
We worden bevrijd uit de slavernij van
de zonde en van de schuld van de zonde,

1013
00:59:38,550 --> 00:59:41,490
van de schuld en de straf van de zonde.

1014
00:59:41,490 --> 00:59:46,410
Van de straf en de slavernij van de
zonde worden we door Christus bevrijd.

1015
00:59:46,410 --> 00:59:50,490
En ons erfdeel, dat door Adam
en Eva verloren was gegaan,

1016
00:59:50,490 --> 00:59:54,330
is voor ons teruggekocht door
onze bloedverwante losser.

1017
00:59:54,330 --> 00:59:57,150
Want Jezus was geen
engel, Hij was een mens.

1018
00:59:57,150 --> 00:59:59,550
Hij werd een van onze bloedverwanten.

1019
00:59:59,550 --> 01:00:03,930
Hij kwam en werd een mens, zodat
Hij aan ons verwant kon zijn,

1020
01:00:03,930 --> 01:00:08,790
een naaste bloedverwant, zodat Hij
ons kon verlossen van de zondeval.

1021
01:00:08,790 --> 01:00:12,870
We zijn door onze voorouders ons
erfdeel bij God kwijtgeraakt,

1022
01:00:12,870 --> 01:00:15,450
maar door de verlossing
die in Christus is,

1023
01:00:15,450 --> 01:00:20,910
worden we teruggebracht tot ons
erfdeel, en dat is onze relatie met God.

1024
01:00:20,910 --> 01:00:25,590
Al deze dingen over het jubeljaar zijn
een voorafschaduwing en een type van het

1025
01:00:25,590 --> 01:00:28,050
geestelijke behoud in Christus.

1026
01:00:28,050 --> 01:00:31,530
Daarom kondigde Christus aan
het begin van Zijn bediening aan

1027
01:00:31,530 --> 01:00:36,810
dat Hij was gekomen om die vrijheid
uit te roepen, en dat is, geestelijk

1028
01:00:36,810 --> 01:00:38,310
gesproken, het jubeljaar.
