1
00:00:01,950 --> 00:00:04,350
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,350 --> 00:00:12,270
Deze keer behandelen we Lukas 19 vers
28 tot en met hoofdstuk 20 vers 19.

3
00:00:12,270 --> 00:00:15,750
Opnieuw zijn we maar tot een
deel van een hoofdstuk gekomen.

4
00:00:15,750 --> 00:00:20,250
We zijn niet tot het einde gekomen, dus
pakken we de draad weer op midden in Lukas

5
00:00:20,250 --> 00:00:25,650
19, bijna precies halverwege
het hoofdstuk, bij vers 28.

6
00:00:25,650 --> 00:00:30,270
Hier hebben we de triomfantelijke
intocht van Christus op Palmzondag.

7
00:00:30,270 --> 00:00:35,610
Dit markeert precies de laatste week, het
begin van wat wij de lijdensweek noemen.

8
00:00:35,610 --> 00:00:40,290
Het woord ‘passion’, dat je waarschijnlijk
hebt gehoord in verband met het lijden van

9
00:00:40,290 --> 00:00:43,530
Christus, is het Latijnse
woord voor lijden.

10
00:00:43,530 --> 00:00:47,790
Omdat zoveel benamingen voor dingen in de
geschiedenis van het Evangelie afkomstig

11
00:00:47,790 --> 00:00:50,910
zijn uit een tijd waarin
de kerk Latijn sprak,

12
00:00:50,910 --> 00:00:54,330
zijn veel van deze
woorden behouden gebleven.

13
00:00:54,330 --> 00:00:59,850
‘Passion’ betekent in het Latijn lijden,
en het duidt op de week waarin Jezus leed.

14
00:00:59,850 --> 00:01:02,310
Natuurlijk heeft Hij vóór
die tijd veel geleden,

15
00:01:02,310 --> 00:01:05,550
maar dit is de week die
eindigt met Zijn kruisiging.

16
00:01:05,550 --> 00:01:09,750
Over de precieze dag van Zijn
kruisiging bestaat verschil van mening.

17
00:01:09,750 --> 00:01:13,110
Sommigen plaatsen die op
woensdag, sommigen op donderdag en

18
00:01:13,110 --> 00:01:14,790
sommigen op vrijdag.

19
00:01:14,790 --> 00:01:18,930
In elk geval weten we dat Hij
uiterlijk zondagochtend was opgestaan,

20
00:01:18,930 --> 00:01:21,210
en dit is de zondag daarvoor.

21
00:01:21,210 --> 00:01:26,130
Precies één week voor de opstanding trekt
Jezus Jeruzalem binnen op een manier die

22
00:01:26,130 --> 00:01:31,590
erop lijkt dat Hij Zichzelf voor het
eerst openlijk bekendmaakt als de Messias.

23
00:01:31,590 --> 00:01:34,950
Hij kondigt niet aan
dat Hij de Messias is.

24
00:01:34,950 --> 00:01:37,890
Individuele mensen hadden
Hem al wel zo herkend,

25
00:01:37,890 --> 00:01:41,130
zoals de blinde mannen die
Hem Zoon van David noemden.

26
00:01:41,130 --> 00:01:43,290
Dat is een messiaanse titel.

27
00:01:43,290 --> 00:01:46,050
Veel mensen herkenden
Hem niet als de Messias.

28
00:01:46,050 --> 00:01:50,670
Zelfs mensen die positief over Hem
dachten, wisten het soms niet zo zeker.

29
00:01:50,670 --> 00:01:54,330
Vergeet niet dat sommigen dachten
dat Hij Johannes de Doper was.

30
00:01:54,330 --> 00:01:56,910
Sommigen dachten dat Hij Elia was.

31
00:01:56,910 --> 00:02:01,410
Sommigen dachten dat Hij Jeremia
of een van de profeten was.

32
00:02:01,410 --> 00:02:03,210
Dat hebben we eerder gezien.

33
00:02:03,210 --> 00:02:05,670
Sommigen herkenden Hem wel als de Messias,

34
00:02:05,670 --> 00:02:10,110
maar Hij is er nooit openlijk voor
uitgekomen door in het openbaar te zeggen:

35
00:02:10,110 --> 00:02:11,850
‘Ik ben de Messias.’

36
00:02:11,850 --> 00:02:16,830
In een persoonlijk gesprek met de vrouw
bij de bron zei Hij wel dat Hij het was.

37
00:02:16,830 --> 00:02:20,190
En toen Petrus in besloten
kring tegen Hem zei:

38
00:02:20,190 --> 00:02:27,090
Simon Petrus antwoordde en zei: U bent
de Christus, de Zoon van de levende God.

39
00:02:27,090 --> 00:02:29,970
bevestigde Hij dat ook
tegenover Zijn discipelen.

40
00:02:29,970 --> 00:02:33,390
Maar nu lijkt Hij Zichzelf,
hoewel niet met woorden,

41
00:02:33,390 --> 00:02:38,610
door Zijn daden openlijk bekend te
maken als de Messias. We lezen hier:

42
00:02:38,610 --> 00:02:43,830
Nadat Jezus dit gezegd had, reisde Hij
voor hen uit en ging naar Jeruzalem.

43
00:02:43,830 --> 00:02:48,510
En het gebeurde, toen Hij dicht bij
Bethfagé en Bethanië gekomen was,

44
00:02:48,510 --> 00:02:53,370
bij de berg die de Olijfberg heette, dat
Hij twee van Zijn discipelen uitzond.

45
00:02:53,370 --> 00:02:58,050
Hij zei: Ga het dorp in dat voor
u ligt, en als u daar binnenkomt,

46
00:02:58,050 --> 00:03:03,630
zult u een veulen vinden dat vastgebonden
is, waarop geen mens ooit heeft gezeten.

47
00:03:03,630 --> 00:03:06,090
Maak het los en breng het hier.

48
00:03:06,090 --> 00:03:11,370
En als iemand u vraagt: Waarom maakt u
dat los, dan zult u zo tot hem spreken:

49
00:03:11,370 --> 00:03:13,950
Omdat de Heere het nodig heeft.

50
00:03:13,950 --> 00:03:16,890
En zij die uitgezonden
waren, gingen erheen

51
00:03:16,890 --> 00:03:19,410
en vonden het zoals Hij hun gezegd had.

52
00:03:19,410 --> 00:03:23,910
En toen zij het veulen losmaakten,
zeiden de eigenaars ervan tegen hen:

53
00:03:23,910 --> 00:03:25,710
Waarom maakt u het veulen los?

54
00:03:25,710 --> 00:03:28,950
Zij nu zeiden: De Heere heeft het nodig.

55
00:03:28,950 --> 00:03:31,470
Zij brachten het vervolgens naar Jezus.

56
00:03:31,470 --> 00:03:36,270
En nadat zij hun kleren op het veulen
geworpen hadden, zetten zij Jezus daarop.

57
00:03:36,270 --> 00:03:40,830
Toen Hij nu verder ging, spreidden zij
hun kleren onder Hem uit op de weg.

58
00:03:40,830 --> 00:03:44,490
Toen Hij reeds dicht bij de helling
van de Olijfberg was gekomen,

59
00:03:44,490 --> 00:03:48,810
begon de hele menigte van de discipelen
zich te verblijden en God met

60
00:03:48,810 --> 00:03:53,310
luide stem te loven om alle machtige
daden die zij gezien hadden.

61
00:03:53,310 --> 00:03:59,310
En zij zeiden: Gezegend is de Koning,
Die daar komt in de Naam van de Heere.

62
00:03:59,310 --> 00:04:03,631
Vrede in de hemel en heerlijkheid
in de hoogste hemelen .

63
00:04:03,631 --> 00:04:08,130
En sommigen van de Farizeeën uit de
menigte zeiden tegen Hem: Meester,

64
00:04:08,130 --> 00:04:09,750
bestraf Uw discipelen.

65
00:04:09,750 --> 00:04:13,950
En Hij antwoordde hun en zei: Ik
zeg u dat de stenen zouden roepen,

66
00:04:13,950 --> 00:04:16,110
als dezen zouden zwijgen.

67
00:04:16,110 --> 00:04:19,230
Dit is duidelijk een
belangrijke dag, want Hij zei:

68
00:04:19,230 --> 00:04:24,150
‘Deze mensen roepen uit dat Ik de Messias
ben, en als zij het niet zouden doen,

69
00:04:24,150 --> 00:04:26,070
zouden de stenen het doen.’

70
00:04:26,070 --> 00:04:31,530
Dat wil zeggen: God heeft bepaald dat
Ik als de Messias bekendgemaakt word.

71
00:04:31,530 --> 00:04:36,150
Deze mensen vervullen dat doel, maar God
zou iets anders doen als zij het niet

72
00:04:36,150 --> 00:04:40,050
deden, want dit is het moment
waarop bekendgemaakt moet worden

73
00:04:40,050 --> 00:04:42,330
dat Ik de Messias ben.

74
00:04:42,330 --> 00:04:46,830
Dit zichtbare teken, waarbij Hij
de rol van de Messias vervulde,

75
00:04:46,830 --> 00:04:50,070
zou de Joden ongetwijfeld
de gelegenheid geven om

76
00:04:50,070 --> 00:04:53,070
Hem bij Pilatus aan te
klagen en te zeggen:

77
00:04:53,070 --> 00:04:56,790
‘Deze Man beweert de Koning
van de Joden te zijn.’

78
00:04:56,790 --> 00:05:01,110
Jezus had nooit daadwerkelijk gezegd
dat Hij de Koning van de Joden was.

79
00:05:01,110 --> 00:05:05,670
We weten echter dat Jezus hier een
profetie van Zacharia vervulde.

80
00:05:05,670 --> 00:05:08,190
Zacharia 9:9 zegt:

81
00:05:08,190 --> 00:05:11,490
Verheug u zeer, dochter van Sion!

82
00:05:11,490 --> 00:05:14,070
Juich, dochter van Jeruzalem!

83
00:05:14,070 --> 00:05:20,430
Zie, uw Koning zal tot u komen,
rechtvaardig, en Hij is een Heiland, arm,

84
00:05:20,430 --> 00:05:26,490
en rijdend op een ezel, op een
ezelsveulen, het jong van een ezelin.

85
00:05:26,490 --> 00:05:32,670
Dit wordt vervuld doordat Jezus op dit
veulen rijdt, dit jong van een ezelin.

86
00:05:32,670 --> 00:05:37,890
Christenen hebben dit altijd zo herkend,
en ik denk dat de Joden het ook herkennen.

87
00:05:37,890 --> 00:05:41,550
Hij vervulde de aankondiging dat
de Koning van Jeruzalem komt,

88
00:05:41,550 --> 00:05:43,710
de Koning van de Joden.

89
00:05:43,710 --> 00:05:46,770
Tegen Sion, of Jeruzalem, wordt in deze

90
00:05:46,770 --> 00:05:51,450
profetie gezegd dat het zich moet
verheugen omdat zijn Koning komt.

91
00:05:51,450 --> 00:05:54,930
Door op deze manier op
dit ezelsveulen te rijden,

92
00:05:54,930 --> 00:05:58,290
maakt Hij Zichzelf bekend
als de Koning van Jeruzalem

93
00:05:58,290 --> 00:06:00,990
en daarmee als de Koning van de Joden.

94
00:06:00,990 --> 00:06:05,970
Dit is de eerste keer en de eerste
manier waarop Jezus openlijk de titel

95
00:06:05,970 --> 00:06:08,970
Koning van de Joden leek te aanvaarden.

96
00:06:08,970 --> 00:06:13,050
Als je naar de parallel hiervan
in Markus hoofdstuk 11 kijkt,

97
00:06:13,050 --> 00:06:16,530
let dan op wat de mensen
uitriepen toen Hij daar reed.

98
00:06:16,530 --> 00:06:22,050
In Markus wordt het iets anders en iets
vollediger weergegeven dan in Lukas.

99
00:06:22,050 --> 00:06:24,990
In Markus 11:9 staat:

100
00:06:24,990 --> 00:06:30,450
En zij die vooropliepen en zij
die volgden, riepen: Hosanna!

101
00:06:30,450 --> 00:06:33,990
Gezegend Hij Die komt
in de Naam van de Heere!

102
00:06:33,990 --> 00:06:36,090
Let op wat ze aankondigen.

103
00:06:36,090 --> 00:06:39,330
Dit is de komst van het
koninkrijk van David.

104
00:06:39,330 --> 00:06:43,830
Dit verwijst naar de vervulling van
de beloften die God aan David deed,

105
00:06:43,830 --> 00:06:48,930
namelijk dat iemand uit zijn nageslacht
voor eeuwig op zijn troon zou zitten.

106
00:06:48,930 --> 00:06:51,210
Dit ging nu werkelijkheid worden.

107
00:06:51,210 --> 00:06:52,470
De mensen beseften dit.

108
00:06:52,470 --> 00:06:57,210
Ik wijs hierop omdat er mensen zijn,
de aanhangers van de bedelingenleer,

109
00:06:57,210 --> 00:07:00,510
die zeggen dat het koninkrijk
van David niet gekomen is,

110
00:07:00,510 --> 00:07:05,610
maar pas gevestigd zal worden tijdens
de regering in het duizendjarig rijk

111
00:07:05,610 --> 00:07:07,470
nadat Jezus terugkeert.

112
00:07:07,470 --> 00:07:11,370
Ze zeggen dat Jezus van plan was
het koninkrijk van David te brengen

113
00:07:11,370 --> 00:07:16,050
en die beloften te vervullen, maar
dat de Joden Hem in die rol verwierpen

114
00:07:16,050 --> 00:07:18,930
en dat het door hun
verwerping werd uitgesteld.

115
00:07:18,930 --> 00:07:23,850
Niettemin verkondigen deze mensen dat het
koninkrijk van David op dit moment komt.

116
00:07:23,850 --> 00:07:27,150
De tegenwoordige tijd wordt
gebruikt wanneer er staat:

117
00:07:27,150 --> 00:07:33,150
Gezegend het Koninkrijk van onze vader
David, dat komt in de Naam van de Heere!

118
00:07:33,150 --> 00:07:35,371
Hosanna in de hoogste hemelen !

119
00:07:35,371 --> 00:07:39,330
Het koninkrijk van David komt
nu, in de Naam van de Heere,

120
00:07:39,330 --> 00:07:44,190
in de persoon van de Koning van de
Joden, uit het nageslacht van David.

121
00:07:44,190 --> 00:07:48,750
De mensen die dit uitroepen, erkennen dat
dit de vervulling is van de beloften die

122
00:07:48,750 --> 00:07:54,570
God aan David deed, namelijk dat zijn
nageslacht zijn koninkrijk zou vestigen.

123
00:07:54,570 --> 00:07:58,770
Nu zou iemand kunnen aanvoeren
dat deze mensen zich vergisten.

124
00:07:58,770 --> 00:08:02,730
Ze zouden niet hebben beseft dat het
koninkrijk van David in werkelijkheid

125
00:08:02,730 --> 00:08:05,430
niet op dit moment gevestigd zou worden.

126
00:08:05,430 --> 00:08:08,430
Het probleem met die
suggestie is dat Jezus zei:

127
00:08:08,430 --> 00:08:13,050
En Hij antwoordde hun en zei: Ik
zeg u dat de stenen zouden roepen,

128
00:08:13,050 --> 00:08:15,090
als dezen zouden zwijgen.

129
00:08:15,090 --> 00:08:19,230
Hij zegt ongetwijfeld dat God
Zelf ervoor zou zorgen dat deze

130
00:08:19,230 --> 00:08:22,470
verkondiging plaatsvond
als deze mensen zwegen.

131
00:08:22,470 --> 00:08:26,250
Er zou een wonder voor nodig zijn
om de rotsen het te laten uitroepen,

132
00:08:26,250 --> 00:08:27,870
maar God zou dat wonder doen.

133
00:08:27,870 --> 00:08:33,150
Met andere woorden, God is vastbesloten
dat deze aankondiging wordt gedaan.

134
00:08:33,150 --> 00:08:34,770
Welke aankondiging?

135
00:08:34,770 --> 00:08:39,030
Dat het koninkrijk van David op dit
moment door Christus wordt gevestigd.

136
00:08:39,030 --> 00:08:42,450
Dat de beloften aan David in
feite worden vervuld in de dood,

137
00:08:42,450 --> 00:08:45,450
opstanding en hemelvaart van Christus.

138
00:08:45,450 --> 00:08:47,790
En zo zien we in het boek Handelingen,

139
00:08:47,790 --> 00:08:50,550
wanneer Petrus op de dag
van Pinksteren predikt,

140
00:08:50,550 --> 00:08:54,930
dat hij zegt dat God de belofte
die Hij aan David deed heeft

141
00:08:54,930 --> 00:08:57,930
vervuld door Jezus uit
de dood op te wekken.

142
00:08:57,930 --> 00:09:02,070
Paulus zegt hetzelfde in Handelingen
13, wanneer hij in de synagoge van

143
00:09:02,070 --> 00:09:04,290
Pisidisch Antiochië predikt.

144
00:09:04,290 --> 00:09:07,350
Hij zegt dat de beloften
die God aan David deed,

145
00:09:07,350 --> 00:09:11,310
zijn vervuld doordat God Christus
uit de dood heeft opgewekt.

146
00:09:11,310 --> 00:09:16,650
Het koninkrijk van David, hersteld in
het nageslacht van David, de Messias,

147
00:09:16,650 --> 00:09:19,350
komt dus op dit punt in het verhaal.

148
00:09:19,350 --> 00:09:21,990
En het is niet alleen
de mening van de mensen.

149
00:09:21,990 --> 00:09:24,390
Het is de mening van de rotsen zelf,

150
00:09:24,390 --> 00:09:27,990
die het zouden verkondigen
als de mensen het niet deden.

151
00:09:27,990 --> 00:09:31,410
Voordat we hiermee verdergaan,
wil ik een paar dingen zeggen.

152
00:09:31,410 --> 00:09:35,910
Ten eerste verkondigde Jezus duidelijk
dat Hij de Koning van de Joden was.

153
00:09:35,910 --> 00:09:40,530
Dit is precies het soort zaak dat de
Romeinen verontrustend zouden vinden.

154
00:09:40,530 --> 00:09:44,970
Vóór Jezus waren er andere Joden
geweest die zichzelf inderdaad tot de

155
00:09:44,970 --> 00:09:47,010
Messias hadden uitgeroepen.

156
00:09:47,010 --> 00:09:51,630
Ze waren revoluties tegen Rome
begonnen en waren neergeslagen.

157
00:09:51,630 --> 00:09:54,630
Ze waren door het Romeinse
gezag verpletterd.

158
00:09:54,630 --> 00:09:58,650
Vrijwel iedereen die vóór die
tijd beweerde de Messias te zijn,

159
00:09:58,650 --> 00:10:02,010
werd in een oorlog gedood of
door de Romeinen gekruisigd.

160
00:10:02,010 --> 00:10:04,950
De Romeinen waren de
heersers over de Joden.

161
00:10:04,950 --> 00:10:09,690
Ze vonden het niet prettig dat er onder
de Joden zulke volksbewegingen ontstonden

162
00:10:09,690 --> 00:10:13,710
rond Joodse leiders die beweerden
de werkelijke heersers te zijn,

163
00:10:13,710 --> 00:10:15,510
ten koste van de Romeinen.

164
00:10:15,510 --> 00:10:20,130
Nu was er in Jeruzalem een man
die Pontius Pilatus heette.

165
00:10:20,130 --> 00:10:23,130
Hij was de Romeinse
procurator van het gebied.

166
00:10:23,130 --> 00:10:26,190
Een demonstratie zoals die
waarover we hier lezen,

167
00:10:26,190 --> 00:10:28,350
kon hem nauwelijks zijn ontgaan.

168
00:10:28,350 --> 00:10:31,710
De Romeinen waren altijd op
hun hoede voor zulke mensen die

169
00:10:31,710 --> 00:10:34,530
ten onrechte beweerden de Messias te zijn.

170
00:10:34,530 --> 00:10:39,750
Ze waren gevaarlijk, vooral wanneer
een hele menigte hen volgde en uitriep:

171
00:10:39,750 --> 00:10:40,890
„Dit is het.

172
00:10:40,890 --> 00:10:43,410
Dit is de komst van ons koninkrijk.

173
00:10:43,410 --> 00:10:45,690
Onze Messias is hier.”

174
00:10:45,690 --> 00:10:49,830
Zelfs als Pilatus het geroep vanuit
het raam van zijn huis niet kon horen,

175
00:10:49,830 --> 00:10:53,670
had hij beslist overal in het
gebied soldaten gestationeerd,

176
00:10:53,670 --> 00:10:56,250
en die zouden dit soort
dingen aan hem melden.

177
00:10:56,250 --> 00:11:01,410
We lezen niet dat dit gebeurde, maar het
kan haast niet anders of het is gebeurd.

178
00:11:01,410 --> 00:11:04,170
Pilatus moet haast wel
belangstelling hebben gehad voor

179
00:11:04,170 --> 00:11:06,510
deze specifieke gebeurtenis.

180
00:11:06,510 --> 00:11:09,450
En toch werden er geen
soldaten op afgestuurd.

181
00:11:09,450 --> 00:11:11,730
De Joden die kritiek op Jezus hadden,

182
00:11:11,730 --> 00:11:15,210
zeiden tegen Jezus dat Hij Zijn
discipelen moest bestraffen.

183
00:11:15,210 --> 00:11:19,830
Ze waren beslist bang dat zo'n luid
geroep de Romeinen woedend zou maken.

184
00:11:19,830 --> 00:11:24,270
„Snel, Jezus, zeg dat ze
stil moeten zijn.” Waarom?

185
00:11:24,270 --> 00:11:29,070
Omdat de Romeinen ongetwijfeld werkelijk
ontstemd zouden raken door dit vertoon.

186
00:11:29,070 --> 00:11:33,690
Het interessante is dat de Romeinen er
niet erg ontstemd over leken te zijn.

187
00:11:33,690 --> 00:11:35,310
Ze reageerden er zelfs niet op.

188
00:11:35,310 --> 00:11:40,470
En later, slechts enkele dagen later,
toen Jezus voor Pilatus terechtstond,

189
00:11:40,470 --> 00:11:42,450
zeiden Zijn aanklagers:

190
00:11:42,450 --> 00:11:45,270
En zij begonnen Hem te
beschuldigen en zeiden:

191
00:11:45,270 --> 00:11:49,470
Wij hebben ontdekt dat Deze
het volk afvallig maakt,

192
00:11:49,470 --> 00:11:52,710
en dat Hij verbiedt belasting
te betalen aan de keizer

193
00:11:52,710 --> 00:11:57,450
en dat Hij van Zichzelf zegt
dat Hij Christus, de Koning, is.

194
00:11:57,450 --> 00:11:58,650
Pilatus vroeg:

195
00:11:58,650 --> 00:12:01,830
Bent u nu wel of niet
de koning van de Joden?

196
00:12:01,830 --> 00:12:03,330
En Jezus zei:

197
00:12:03,330 --> 00:12:07,770
Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk
is niet van deze wereld.

198
00:12:07,770 --> 00:12:12,690
Als Mijn Koninkrijk van deze wereld was,
zouden Mijn dienaars gestreden hebben,

199
00:12:12,690 --> 00:12:15,630
opdat Ik niet aan de Joden
overgeleverd zou worden,

200
00:12:15,630 --> 00:12:18,750
maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.

201
00:12:18,750 --> 00:12:20,070
Pilatus zei:

202
00:12:20,070 --> 00:12:23,670
Pilatus zei tegen Hem: Wat is waarheid?

203
00:12:23,670 --> 00:12:27,990
En nadat hij dat gezegd had, ging hij
opnieuw naar buiten naar de Joden,

204
00:12:27,990 --> 00:12:31,770
en zei tegen hen: Ik
vind geen schuld in Hem.

205
00:12:31,770 --> 00:12:35,130
Dat Pilatus geen enkele
schuld kon vinden bij een Jood

206
00:12:35,130 --> 00:12:40,050
is op zichzelf al opmerkelijk genoeg,
want Pilatus haatte de Joden en

207
00:12:40,050 --> 00:12:41,730
zij haatten hem.

208
00:12:41,730 --> 00:12:46,230
En Jezus, Die duidelijk als de
Koning van de Joden werd toegejuicht,

209
00:12:46,230 --> 00:12:49,350
zou in het bijzonder als een
bedreiging zijn beschouwd.

210
00:12:49,350 --> 00:12:52,290
Toch leek Pilatus zich
niet bedreigd te voelen.

211
00:12:52,290 --> 00:12:56,790
Hij was bereid Hem vrij te spreken
van alles waarvan Hij werd beschuldigd

212
00:12:56,790 --> 00:12:58,590
en Hem te laten gaan.

213
00:12:58,590 --> 00:13:02,010
Achteraf wordt dat zelfs
gezegd in de preek van Petrus,

214
00:13:02,010 --> 00:13:06,690
wanneer Petrus in de eerste hoofdstukken
van Handelingen in Jeruzalem predikt:

215
00:13:06,690 --> 00:13:12,090
De God van Abraham, Izak en
Jakob, de God van onze vaderen,

216
00:13:12,090 --> 00:13:16,050
heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt,
Die u hebt overgeleverd.

217
00:13:16,050 --> 00:13:21,450
U hebt Hem verloochend vóór Pilatus, toen
die oordeelde dat men Hem zou loslaten.

218
00:13:21,450 --> 00:13:24,210
Waarom maakte Pilatus zich geen zorgen?

219
00:13:24,210 --> 00:13:27,090
Waarom maakten de Romeinen
zich hier geen zorgen?

220
00:13:27,090 --> 00:13:31,170
We kunnen alleen maar aannemen
dat ze Jezus al hadden onderzocht.

221
00:13:31,170 --> 00:13:34,650
Jezus was al enige tijd een
opvallend verschijnsel in die streek,

222
00:13:34,650 --> 00:13:37,530
en de Romeinen zullen Hem
zeker hebben onderzocht.

223
00:13:37,530 --> 00:13:41,790
We weten bijvoorbeeld dat het
Evangelie van Johannes, hoofdstuk 7,

224
00:13:41,790 --> 00:13:47,130
ons vertelt dat de overpriesters soldaten
eropuit stuurden om Jezus te arresteren.

225
00:13:47,130 --> 00:13:50,550
Ze gingen op weg en hoorden
Jezus kennelijk prediken,

226
00:13:50,550 --> 00:13:53,790
en ze kwamen zonder Hem terug. Ze zeiden:

227
00:13:53,790 --> 00:13:59,370
De dienaars antwoordden: Nooit heeft
een mens zo gesproken als deze Mens.

228
00:13:59,370 --> 00:14:02,790
De machthebbers hadden Christus
dus al enigszins onderzocht.

229
00:14:02,790 --> 00:14:06,690
Maar ze hadden Hem gehoord en vonden
kennelijk helemaal niet dat Hij een

230
00:14:06,690 --> 00:14:08,610
politieke bedreiging vormde.

231
00:14:08,610 --> 00:14:12,990
Het is heel goed mogelijk dat er
soldaten of Romeinse collaborateurs

232
00:14:12,990 --> 00:14:17,730
binnen gehoorsafstand waren toen aan
Jezus werd gevraagd of men belasting aan

233
00:14:17,730 --> 00:14:19,350
Rome moest betalen.

234
00:14:19,350 --> 00:14:22,410
Een tegenstander van
Rome zou zeggen: „Nee,

235
00:14:22,410 --> 00:14:25,230
we moeten geen belasting aan Rome betalen.

236
00:14:25,230 --> 00:14:29,610
God is onze Koning, niet
Rome.” Maar Jezus zei:

237
00:14:29,610 --> 00:14:34,110
En Hij zei tegen hen: Van wie is
deze afbeelding en het opschrift?

238
00:14:34,110 --> 00:14:37,050
Zij zeiden tegen Hem: Van de keizer.

239
00:14:37,050 --> 00:14:41,430
Toen zei Hij tegen hen: Geef dan
aan de keizer wat van de keizer is,

240
00:14:41,430 --> 00:14:43,830
en aan God wat van God is.

241
00:14:43,830 --> 00:14:48,630
Jezus leek er dus voorstander van te zijn
dat de Romeinen hun belastinggeld kregen.

242
00:14:48,630 --> 00:14:49,830
Dat is niet iets wat

243
00:14:49,830 --> 00:14:52,830
politieke messiaspretendenten
ooit zouden hebben gedaan.

244
00:14:52,830 --> 00:14:55,710
We weten niet hoeveel
Pilatus over Jezus wist,

245
00:14:55,710 --> 00:14:59,250
maar hij moet genoeg hebben
geweten om te beseffen dat Jezus,

246
00:14:59,250 --> 00:15:03,690
ondanks al dat spreken over koningschap
en een koninkrijk enzovoort,

247
00:15:03,690 --> 00:15:07,110
eigenlijk niet zo’n grote
bedreiging voor de Romeinen vormde.

248
00:15:07,110 --> 00:15:11,670
Ik neem aan dat dit kwam doordat
Pilatus al een dossier over Jezus had.

249
00:15:11,670 --> 00:15:14,730
In de paar jaar waarin Jezus
in het openbaar optrad,

250
00:15:14,730 --> 00:15:17,790
was Hij waarschijnlijk de meest
in het oog springende persoon

251
00:15:17,790 --> 00:15:21,750
die de Romeinen als een messiaspretendent
hadden kunnen beschouwen.

252
00:15:21,750 --> 00:15:25,950
Toch is het verbazingwekkend hoe
weinig zorgen ze zich maakten.

253
00:15:25,950 --> 00:15:29,070
Zelfs toen de Joden Jezus
bij de Romeinen brachten,

254
00:15:29,070 --> 00:15:34,770
bleef Pilatus onbezorgd en was hij er meer
in geïnteresseerd Jezus te laten gaan.

255
00:15:34,770 --> 00:15:37,050
Daar waren natuurlijk redenen voor.

256
00:15:37,050 --> 00:15:39,630
Jezus had beslist indruk op hem gemaakt,

257
00:15:39,630 --> 00:15:42,990
maar waarschijnlijk wist hij ook
dat Jezus niet geïnteresseerd was in

258
00:15:42,990 --> 00:15:44,970
een politieke revolutie.

259
00:15:44,970 --> 00:15:49,410
In hoofdstuk 13 van Lukas brachten
mensen Jezus het bericht dat

260
00:15:49,410 --> 00:15:52,830
Pilatus zelf Galileeërs in
de tempel had afgeslacht.

261
00:15:52,830 --> 00:15:56,190
Dit was een gelegenheid waarop
Jezus had kunnen zeggen:

262
00:15:56,190 --> 00:16:00,030
„Laten we in opstand komen
en die tiran omverwerpen.”

263
00:16:00,030 --> 00:16:01,890
In plaats daarvan zei Hij:

264
00:16:01,890 --> 00:16:07,890
Ik zeg u: Nee, maar als u zich niet
bekeert, zult u allen evenzo omkomen.

265
00:16:07,890 --> 00:16:10,350
Proberen Jezus bij de
politiek te betrekken

266
00:16:10,350 --> 00:16:13,650
was als proberen nat
aanmaakhout aan te steken.

267
00:16:13,650 --> 00:16:17,610
Ze konden Hem er helemaal niet toe
brengen politieke uitspraken te doen.

268
00:16:17,610 --> 00:16:21,210
Jezus’ optreden werd gekenmerkt
door het vermijden van geweld

269
00:16:21,210 --> 00:16:24,570
en het vermijden van het aanwakkeren
van een opstand tegen Rome.

270
00:16:24,570 --> 00:16:29,250
Een demonstratie als deze kan de Romeinen
enigszins ongemakkelijk hebben gemaakt,

271
00:16:29,250 --> 00:16:32,430
en ik neem aan dat ze haar
waarschijnlijk in de gaten hielden.

272
00:16:32,430 --> 00:16:36,330
Maar ze zagen dat Jezus deze
gelegenheid niet aangreep om

273
00:16:36,330 --> 00:16:40,050
gewapende Joden tegen het huis
van Pilatus aan te voeren.

274
00:16:40,050 --> 00:16:43,410
Dit was een gelegenheid waarop
Jezus een enorme hoeveelheid

275
00:16:43,410 --> 00:16:46,890
steun onder het volk had,
die Hij had kunnen uitbuiten.

276
00:16:46,890 --> 00:16:50,430
Maar die had Hij eerder ook
al, in Johannes hoofdstuk 6,

277
00:16:50,430 --> 00:16:53,010
toen Hij de vijfduizend te eten gaf.

278
00:16:53,010 --> 00:16:55,470
Johannes 6:15 zegt:

279
00:16:55,470 --> 00:17:00,750
Omdat Jezus nu wist dat zij zouden komen
en Hem met geweld mee zouden nemen om Hem

280
00:17:00,750 --> 00:17:05,970
koning te maken, trok Hij Zich opnieuw
terug op de berg, Hij Zelf alleen.

281
00:17:05,970 --> 00:17:10,530
Op dat moment stonden duizenden mensen
klaar om Hem als Koning toe te juichen,

282
00:17:10,530 --> 00:17:16,350
Hem met geweld mee te nemen naar Jeruzalem
en ongetwijfeld de Romeinen te verdrijven.

283
00:17:16,350 --> 00:17:17,670
Hij deed het niet.

284
00:17:17,670 --> 00:17:19,530
Hij wilde het niet doen.

285
00:17:19,530 --> 00:17:22,650
Pilatus had dit soort dingen
ongetwijfeld opgemerkt.

286
00:17:22,650 --> 00:17:26,250
Dus toen de Joden Jezus ervan
beschuldigden dat Hij de Koning van de

287
00:17:26,250 --> 00:17:29,250
Joden was, was Pilatus
er niet zo zeker van

288
00:17:29,250 --> 00:17:33,090
dat Jezus de ambities had
waarvan zij Hem beschuldigden.

289
00:17:33,090 --> 00:17:37,950
In elk geval niet het soort ambities
dat een bedreiging voor Rome vormde.

290
00:17:37,950 --> 00:17:42,210
We kunnen zien dat dit niet zo was, want
dit was het moment waarop Jezus had kunnen

291
00:17:42,210 --> 00:17:47,430
zeggen: „Ik heb al deze steun onder
het volk. Laten we ervoor gaan.

292
00:17:47,430 --> 00:17:50,310
Jaag Pilatus en de slechteriken weg.”

293
00:17:50,310 --> 00:17:52,590
In plaats daarvan deed Hij dat niet.

294
00:17:52,590 --> 00:17:55,230
Een van de andere Evangeliën zegt zelfs:

295
00:17:55,230 --> 00:17:59,070
En Jezus kwam Jeruzalem
binnen en ging de tempel in;

296
00:17:59,070 --> 00:18:02,970
en nadat Hij alles rondom bekeken
had en toen het al avond was,

297
00:18:02,970 --> 00:18:06,330
ging Hij met de twaalf de
stad uit naar Bethanië.

298
00:18:06,330 --> 00:18:10,950
Hij greep niet aan wat er onder het volk
gebeurde en buitte het ook niet zo uit

299
00:18:10,950 --> 00:18:14,130
dat het voor de Romeinen
een probleem zou vormen.

300
00:18:14,130 --> 00:18:17,910
In dit verslag zien we Hem
echter wel huilen over Jeruzalem.

301
00:18:17,910 --> 00:18:19,710
Vers 41 zegt:

302
00:18:19,710 --> 00:18:24,570
En toen Hij dichtbij kwam en de
stad zag, weende Hij over haar.

303
00:18:24,570 --> 00:18:28,050
Voordat ik dat bespreek,
is er nog één klein punt.

304
00:18:28,050 --> 00:18:31,410
Met betrekking tot het vorige
verslag voorspelde Jezus

305
00:18:31,410 --> 00:18:33,930
dat Zijn discipelen het
veulen zouden vinden,

306
00:18:33,930 --> 00:18:38,430
dat iemand hun zou vragen wat ze
deden en dat ze dan zouden zeggen:

307
00:18:38,430 --> 00:18:43,770
En als iemand u vraagt: Waarom maakt u
dat los, dan zult u zo tot hem spreken:

308
00:18:43,770 --> 00:18:46,170
Omdat de Heere het nodig heeft.

309
00:18:46,170 --> 00:18:48,150
En alles zou goed gaan.

310
00:18:48,150 --> 00:18:50,670
Vervolgens gebeurde het precies zo.

311
00:18:50,670 --> 00:18:54,870
Veel mensen denken dat dit opnieuw een
voorbeeld is van een wonder van Jezus:

312
00:18:54,870 --> 00:18:57,450
Hij profeteerde dat dit zou gebeuren.

313
00:18:57,450 --> 00:18:59,490
De Bijbel geeft in de
beschrijving van deze

314
00:18:59,490 --> 00:19:02,610
gebeurtenis niet aan dat
dit wonderbaarlijk was.

315
00:19:02,610 --> 00:19:06,210
Hij laat in elk geval de
mogelijkheid open dat Jezus deze

316
00:19:06,210 --> 00:19:09,810
afspraken vooraf met de eigenaar
van de ezel had gemaakt.

317
00:19:09,810 --> 00:19:12,390
Hij kan tegen de eigenaar
gezegd hebben dat Hij

318
00:19:12,390 --> 00:19:17,130
later die dag een paar mannen zou
sturen die zijn ezel zouden meenemen.

319
00:19:17,130 --> 00:19:20,010
Als de eigenaar zich afvroeg
of zij die mannen waren,

320
00:19:20,010 --> 00:19:21,990
moest hij hun vragen wat ze deden.

321
00:19:21,990 --> 00:19:25,410
Dan zouden ze zeggen: ‘De
Heere heeft het nodig.’

322
00:19:25,410 --> 00:19:29,430
Met andere woorden, de eigenaar
van de ezel kan heel goed

323
00:19:29,430 --> 00:19:32,190
een van Jezus’
sympathisanten zijn geweest,

324
00:19:32,190 --> 00:19:36,990
met wie Hij deze afspraken had gemaakt
zonder dat de discipelen ervan wisten.

325
00:19:36,990 --> 00:19:38,610
Dat is heel goed mogelijk.

326
00:19:38,610 --> 00:19:42,870
We weten het niet. We hoeven niet
aan te nemen dat dit een geval was

327
00:19:42,870 --> 00:19:46,530
waarin Jezus bovennatuurlijk
wist dat dit zou gebeuren.

328
00:19:46,530 --> 00:19:50,490
De eigenaar stond blijkbaar sowieso
welwillend tegenover Christus,

329
00:19:50,490 --> 00:19:52,170
want de uitspraak:

330
00:19:52,170 --> 00:19:54,330
De Heer heeft hem nodig.

331
00:19:54,330 --> 00:19:57,690
zonder enige verdere uitleg
over Wie de Heere is,

332
00:19:57,690 --> 00:20:00,870
werd onmiddellijk door de
eigenaar van de ezel begrepen.

333
00:20:00,870 --> 00:20:03,150
Hij zei: ‘O, goed.’

334
00:20:03,150 --> 00:20:07,110
Mijn aanname is dat dit niet een
van de wonderen van Jezus is.

335
00:20:07,110 --> 00:20:10,290
Er zijn beslist heel
veel wonderen van Jezus.

336
00:20:10,290 --> 00:20:13,410
Dit wordt door Lukas, of door
wie dan ook in de Bijbel,

337
00:20:13,410 --> 00:20:16,230
niet voorgesteld als een van de wonderen.

338
00:20:16,230 --> 00:20:20,370
Het kan ons veeleer vertellen dat
Jezus veel meer aanhangers had,

339
00:20:20,370 --> 00:20:25,770
een soort ondergrondse aanhangers, dan
zelfs Zijn eigen discipelen wisten.

340
00:20:25,770 --> 00:20:30,990
Hij had natuurlijk mensen die Hem
openlijk volgden en Hem hun Heere noemden.

341
00:20:30,990 --> 00:20:35,010
Dat waren de discipelen die
iedereen met Hem in verband bracht.

342
00:20:35,010 --> 00:20:39,870
Maar er waren ook anderen die niet bij hen
hoorden, zoals de eigenaar van deze ezel,

343
00:20:39,870 --> 00:20:42,570
die minder algemeen bekend waren.

344
00:20:42,570 --> 00:20:45,210
Zelfs de discipelen
kenden hem misschien niet.

345
00:20:45,210 --> 00:20:48,690
Anders had Hij kunnen zeggen:
‘Ga gewoon naar het huis van Jo.

346
00:20:48,690 --> 00:20:51,270
Mijn vriend Jo heeft een ezel.’

347
00:20:51,270 --> 00:20:53,190
Hij zei alleen: ‘Ga.

348
00:20:53,190 --> 00:20:55,350
Jullie zullen deze ezel vinden.

349
00:20:55,350 --> 00:20:57,870
Sommige mensen zullen
jullie vragen stellen.’

350
00:20:57,870 --> 00:21:03,090
De indruk is dat de discipelen de
mensen die de ezel hadden niet kenden.

351
00:21:03,090 --> 00:21:07,050
Maar de mensen die de ezel hadden,
kenden Jezus blijkbaar wel.

352
00:21:07,050 --> 00:21:11,130
Zo stuurde Jezus later, toen Hij
voorbereidingen trof voor het Avondmaal in

353
00:21:11,130 --> 00:21:16,530
de bovenzaal, ook twee discipelen op
pad, Petrus en Johannes, geloof ik,

354
00:21:16,530 --> 00:21:17,850
in dat geval.

355
00:21:17,850 --> 00:21:20,850
Ze moesten naar een plaats
waar ze iemand zouden zien

356
00:21:20,850 --> 00:21:23,250
die een waterkruik op zijn hoofd droeg.

357
00:21:23,250 --> 00:21:26,490
Ze moesten hem volgen,
daar het huis binnengaan

358
00:21:26,490 --> 00:21:29,010
en tegen de eigenaar van het huis zeggen:

359
00:21:29,010 --> 00:21:33,810
En u zult tegen de heer des
huizes zeggen: De Meester zegt u:

360
00:21:33,810 --> 00:21:38,190
Waar is de eetzaal waar Ik het
Pascha met Mijn discipelen eten zal?

361
00:21:38,190 --> 00:21:42,210
Het lijkt duidelijk dat de discipelen
de eigenaar van dit huis niet kenden,

362
00:21:42,210 --> 00:21:44,250
want Hij zei niet wie het was.

363
00:21:44,250 --> 00:21:48,450
Hij had gewoon kunnen zeggen:
‘Ga naar het huis van die-en-die,

364
00:21:48,450 --> 00:21:50,310
en daar gaan we eten.’

365
00:21:50,310 --> 00:21:54,930
In plaats daarvan waren er mensen die al
een plaats voor Jezus aan het klaarmaken

366
00:21:54,930 --> 00:21:59,070
waren, maar de discipelen wisten
niet wie die mensen waren.

367
00:21:59,070 --> 00:22:02,910
Ze moesten daarachter komen door
iemand te volgen die een kruik op zijn

368
00:22:02,910 --> 00:22:05,310
hoofd droeg, enzovoort.

369
00:22:05,310 --> 00:22:08,130
Dat wil zeggen dat Jezus
een aantal van deze

370
00:22:08,130 --> 00:22:13,530
afspraken met bepaalde sympathisanten
had gemaakt: ‘Ik ga jullie ezel lenen.

371
00:22:13,530 --> 00:22:17,010
Ik heb een plaats nodig waar
Mijn discipelen kunnen eten.’

372
00:22:17,010 --> 00:22:21,990
De discipelen kenden deze mensen niet
en Jezus moest daarom al dat gedoe met

373
00:22:21,990 --> 00:22:26,490
geheime herkenningstekens zoals
bij geheime agenten gebruiken.

374
00:22:26,490 --> 00:22:31,350
Van deze mensen was niet algemeen bekend
dat ze volgelingen van Jezus waren.

375
00:22:31,350 --> 00:22:35,190
Het was gevaarlijk om openlijk
een volgeling van Jezus te zijn,

376
00:22:35,190 --> 00:22:39,510
en Jezus verlangde niet van hen
allemaal dat ze op dit specifieke moment

377
00:22:39,510 --> 00:22:41,790
uit hun schuilplaats tevoorschijn kwamen.

378
00:22:41,790 --> 00:22:46,170
Dus die hele zaak met de ezel en
het geheime herkenningsteken is niet

379
00:22:46,170 --> 00:22:49,350
noodzakelijk helemaal een
wonderbaarlijke voorspelling.

380
00:22:49,350 --> 00:22:52,110
Het is misschien zelfs
interessanter om te bedenken dat

381
00:22:52,110 --> 00:22:54,810
Jezus een netwerk op een ander niveau had,

382
00:22:54,810 --> 00:22:58,170
waarvan Zijn discipelen niet
volledig op de hoogte waren.

383
00:22:58,170 --> 00:23:03,330
Jezus onderhield contacten met veel meer
mensen dan de discipelen zelf kenden.

384
00:23:03,330 --> 00:23:05,370
Nu vers 41.

385
00:23:05,370 --> 00:23:09,630
Toen Hij dichterbij kwam, zag
Hij de stad en huilde over haar.

386
00:23:09,630 --> 00:23:12,750
Hij zei — dit is de stad Jeruzalem:

387
00:23:12,750 --> 00:23:17,310
En toen Hij dichtbij kwam en de
stad zag, weende Hij over haar.

388
00:23:17,310 --> 00:23:24,031
Hij zei: Och, dat u ook nog op deze uw dag
zou onderkennen wat tot uw vrede dient !

389
00:23:24,031 --> 00:23:27,150
Nu echter is het verborgen voor uw ogen.

390
00:23:27,150 --> 00:23:32,670
Want er zullen dagen over u komen dat uw
vijanden een wal rondom u zullen opwerpen,

391
00:23:32,670 --> 00:23:37,050
u zullen omsingelen en u van alle
kanten in het nauw zullen brengen.

392
00:23:37,050 --> 00:23:41,851
En zij zullen u met de grond gelijkmaken
en uw kinderen in u verpletteren .

393
00:23:41,851 --> 00:23:45,570
Ook zullen zij in u geen steen
op de andere steen laten,

394
00:23:45,570 --> 00:23:50,370
omdat u het tijdstip waarop er naar
u omgezien werd, niet hebt onderkend.

395
00:23:50,370 --> 00:23:53,910
Er bestaat geen twijfel
over wat Hij hier voorspelt.

396
00:23:53,910 --> 00:23:58,530
Jullie vijanden zullen komen, jullie
omsingelen en jullie vernietigen,

397
00:23:58,530 --> 00:24:01,410
en ze zullen geen steen
op de andere laten.

398
00:24:01,410 --> 00:24:04,590
Dit is duidelijk een verwijzing
naar wat de Romeinen in het jaar

399
00:24:04,590 --> 00:24:09,270
70 na Christus zouden doen, toen ze
Jeruzalem belegerden en verwoestten.

400
00:24:09,270 --> 00:24:11,790
Het interessante is dat
Hij hier over de stad

401
00:24:11,790 --> 00:24:15,030
zelf zegt dat geen steen op
de andere zou blijven staan.

402
00:24:15,030 --> 00:24:20,130
Later, in hoofdstuk 21, doet Hij echter
een afzonderlijke voorspelling over de

403
00:24:20,130 --> 00:24:24,750
tempel: geen steen van de tempel
zou op de andere blijven staan.

404
00:24:24,750 --> 00:24:29,910
Zowel de stad als de tempel zouden
helemaal tot op de grond worden verwoest.

405
00:24:29,910 --> 00:24:34,470
De twee voorspellingen zijn verschillend,
maar houden duidelijk verband met elkaar.

406
00:24:34,470 --> 00:24:39,570
Het gaat om dezelfde gebeurtenis, maar
zowel de stad als de tempel zouden

407
00:24:39,570 --> 00:24:41,250
in puin worden gelegd.

408
00:24:41,250 --> 00:24:45,210
Jezus zei dat dit vermeden
had kunnen worden. Hij zei:

409
00:24:45,210 --> 00:24:49,590
Dit gaat met je gebeuren omdat je niet
hebt beseft dat dit het moment was

410
00:24:49,590 --> 00:24:51,690
waarop God naar je omzag.

411
00:24:51,690 --> 00:24:54,630
Als jullie hadden ingezien
wat voor tijd dit was en

412
00:24:54,630 --> 00:24:57,570
daar op de juiste manier
op hadden gereageerd,

413
00:24:57,570 --> 00:24:59,850
zou dit allemaal niet nodig zijn.

414
00:24:59,850 --> 00:25:02,010
Het is zo onnodig.

415
00:25:02,010 --> 00:25:05,910
Jullie en jullie kinderen zullen
worden vernietigd, volkomen

416
00:25:05,910 --> 00:25:08,790
vernietigd, volledig weggevaagd.

417
00:25:08,790 --> 00:25:12,390
Het betekent het einde
van jullie staatsbestel.

418
00:25:12,390 --> 00:25:16,770
Het betekent het einde van
jullie godsdienstige stelsel.

419
00:25:16,770 --> 00:25:20,130
Het betekent voor jullie
het einde van alles.

420
00:25:20,130 --> 00:25:25,770
Dit alles was zo onnodig, omdat jullie de
tijd van jullie bezoeking niet herkenden,

421
00:25:25,770 --> 00:25:29,850
terwijl Ik jullie alle gelegenheid
gaf om die te herkennen.

422
00:25:29,850 --> 00:25:31,650
Hij zei aan het begin:

423
00:25:31,650 --> 00:25:34,710
Had je maar geweten wat
je vrede zou brengen.

424
00:25:34,710 --> 00:25:38,550
Dat wil zeggen: jullie hadden
werkelijk vrede kunnen hebben.

425
00:25:38,550 --> 00:25:42,870
Er waren dingen die jullie vrede zouden
hebben gebracht in plaats van deze ramp,

426
00:25:42,870 --> 00:25:47,310
maar jullie kenden die niet, en nu
zijn ze voor jullie ogen verborgen.

427
00:25:47,310 --> 00:25:49,530
Het is interessant dat Hij zegt:

428
00:25:49,530 --> 00:25:51,990
Maar nu is dat voor je verborgen.

429
00:25:51,990 --> 00:25:53,550
Dat waren ze daarvoor niet.

430
00:25:53,550 --> 00:25:55,890
Ze waren hun daarvoor geopenbaard.

431
00:25:55,890 --> 00:26:01,170
Jezus trad openlijk naar buiten voordat
hun ogen verblind werden, en vertelde hun:

432
00:26:01,170 --> 00:26:06,150
en Hij zei: De tijd is vervuld en het
Koninkrijk van God is nabijgekomen;

433
00:26:06,150 --> 00:26:08,430
bekeer u en geloof het Evangelie.

434
00:26:08,430 --> 00:26:10,470
Ze hadden erop kunnen reageren.

435
00:26:10,470 --> 00:26:13,230
Sommigen deden dat, maar de meesten niet.

436
00:26:13,230 --> 00:26:17,070
Maar nu ze zichzelf verblind
hebben, zijn hun ogen verduisterd.

437
00:26:17,070 --> 00:26:19,890
Ze zijn onder een gerechtelijke
verblinding gekomen,

438
00:26:19,890 --> 00:26:24,570
en nu kan er niets anders meer gebeuren
dan dat deze verwoesting over hen komt.

439
00:26:24,570 --> 00:26:26,310
En wat was dat tragisch.

440
00:26:26,310 --> 00:26:29,250
De gedachte eraan deed Jezus huilen.

441
00:26:29,250 --> 00:26:33,390
Jezus kon Zich waarschijnlijk, zoals
maar heel weinig mensen dat kunnen,

442
00:26:33,390 --> 00:26:35,730
precies voorstellen wat er zou gebeuren.

443
00:26:35,730 --> 00:26:39,210
Hij gaat niet in detail, maar
Hij maakt het heel duidelijk.

444
00:26:39,210 --> 00:26:41,550
Er komt een verschrikkelijk
oordeel over hen,

445
00:26:41,550 --> 00:26:44,490
omdat ze Hem en Zijn
Koninkrijk niet hadden herkend.

446
00:26:44,490 --> 00:26:48,090
Het is dus heel duidelijk dat
dit Jezus’ uitleg is van een

447
00:26:48,090 --> 00:26:52,650
historische gebeurtenis die later
plaatsvond, maar niet opgetekend staat.

448
00:26:52,650 --> 00:26:56,310
Er is namelijk nergens in de Bijbel
een verslag van de daadwerkelijke

449
00:26:56,310 --> 00:26:58,110
verwoesting van Jeruzalem.

450
00:26:58,110 --> 00:27:02,970
De reden daarvoor is dat alle historische
verslagen die in de Bijbel zijn opgenomen,

451
00:27:02,970 --> 00:27:05,310
vóór die gebeurtenis geschreven zijn.

452
00:27:05,310 --> 00:27:09,330
Hoewel ze erop vooruitliepen, heeft
blijkbaar geen van de schrijvers het zien

453
00:27:09,330 --> 00:27:12,390
gebeuren om het als
geschiedenis vast te leggen.

454
00:27:12,390 --> 00:27:15,150
Of we hebben er in ieder
geval geen verslag van.

455
00:27:15,150 --> 00:27:18,570
Daarom is de verwoesting van
Jeruzalem, zouden we kunnen zeggen,

456
00:27:18,570 --> 00:27:21,750
een buitenbijbelse
historische gebeurtenis.

457
00:27:21,750 --> 00:27:25,770
We zouden haar kunnen zien als de
verwoesting van Troje door de Grieken,

458
00:27:25,770 --> 00:27:30,330
of als de val van een ander rijk dat in
de loop van de geschiedenis ten val kwam,

459
00:27:30,330 --> 00:27:33,090
maar niet in de Schrift
wordt genoemd of beschreven.

460
00:27:33,090 --> 00:27:37,830
Dit is echter niet zomaar te vergelijken
met de val van een andere grote stad.

461
00:27:37,830 --> 00:27:40,170
Hoewel dit buiten het blikveld van de

462
00:27:40,170 --> 00:27:42,750
historische verslagen in
de Schrift plaatsvindt,

463
00:27:42,750 --> 00:27:46,050
wordt het voor ons voorzegd en uitgelegd.

464
00:27:46,050 --> 00:27:50,550
Dus wanneer we kijken naar het feit
dat de Romeinen Jeruzalem verwoestten,

465
00:27:50,550 --> 00:27:55,650
weten we dat dit niet alleen duidelijk
was voorzegd, maar ook was uitgelegd.

466
00:27:55,650 --> 00:28:01,290
De betekenis ervan is dat dit hun
overkwam omdat ze Christus verwierpen.

467
00:28:01,290 --> 00:28:04,950
Ze hadden de gelegenheid om Zijn
Koninkrijk binnen te gaan en

468
00:28:04,950 --> 00:28:07,530
kozen ervoor dat niet te doen.

469
00:28:07,530 --> 00:28:12,690
Daarom is deze verwoesting van het
hele stelsel de straf die over hen komt

470
00:28:12,690 --> 00:28:15,270
wegens hun verwerping van Christus.

471
00:28:15,270 --> 00:28:18,810
En wat daar natuurlijk op gevolgd
is, is de verstrooiing van de

472
00:28:18,810 --> 00:28:21,270
Joden over de hele wereld.

473
00:28:21,270 --> 00:28:24,810
Overal ter wereld hebben
ze in onzekerheid geleefd.

474
00:28:24,810 --> 00:28:26,910
Ze zijn door mensen gestraft.

475
00:28:26,910 --> 00:28:29,430
Ik zeg niet dat God hen strafte.

476
00:28:29,430 --> 00:28:31,950
Hij heeft hen alleen niet meer beschermd.

477
00:28:31,950 --> 00:28:36,390
Ze zijn verdreven naar landen waar
mensen hun vijandig gezind zijn,

478
00:28:36,390 --> 00:28:39,270
en ze zijn vervolgd, enzovoort.

479
00:28:39,270 --> 00:28:43,230
Dit alles is over hen
gekomen vanwege dit ene:

480
00:28:43,230 --> 00:28:47,790
ze kenden de tijd van hun bezoeking niet,
terwijl ze die wel hadden kunnen kennen.

481
00:28:47,790 --> 00:28:50,070
En toen Hij de tempel was binnengegaan,

482
00:28:50,070 --> 00:28:54,390
begon Hij hen die daarin verkochten
en kochten, eruit te drijven.

483
00:28:54,390 --> 00:29:00,450
Hij zei tegen hen: Er staat geschreven:
Mijn huis zal een huis van gebed zijn,

484
00:29:00,450 --> 00:29:03,270
maar u hebt er een rovershol van gemaakt.

485
00:29:03,270 --> 00:29:06,030
En Hij gaf dagelijks
onderwijs in de tempel,

486
00:29:06,030 --> 00:29:11,070
en de overpriesters en de schriftgeleerden
en ook de leiders van het volk probeerden

487
00:29:11,070 --> 00:29:12,150
Hem om te brengen.

488
00:29:12,150 --> 00:29:14,970
En zij vonden niets wat
zij zouden kunnen doen,

489
00:29:14,970 --> 00:29:19,350
want heel het volk hing Hem aan
terwijl het naar Hem luisterde.

490
00:29:19,350 --> 00:29:23,010
Jezus was te populair om Hem
daadwerkelijk te arresteren zonder

491
00:29:23,010 --> 00:29:26,910
zelf in de problemen te komen
en een oproer te veroorzaken.

492
00:29:26,910 --> 00:29:30,270
Daarom huurden ze uiteindelijk
Judas in om hun als

493
00:29:30,270 --> 00:29:33,210
ingewijde te vertellen
waar Jezus Zich ophield

494
00:29:33,210 --> 00:29:35,670
wanneer Hij niet in het openbaar was.

495
00:29:35,670 --> 00:29:39,990
Ze wilden Hem gevangennemen wanneer
Hij Zich ergens verborgen hield,

496
00:29:39,990 --> 00:29:44,670
wanneer Hij niet in het openbaar was,
zodat ze konden voorkomen dat er onder de

497
00:29:44,670 --> 00:29:47,550
menigte enorme opschudding ontstond.

498
00:29:47,550 --> 00:29:50,790
Hier dreef Hij de
geldwisselaars de tempel uit.

499
00:29:50,790 --> 00:29:54,030
Dit is in feite de tweede
keer dat Hij dat deed.

500
00:29:54,030 --> 00:29:58,890
Alle evangeliën vermelden dat Jezus
de geldwisselaars de tempel uit dreef.

501
00:29:58,890 --> 00:30:01,530
Het verschil is dat
Johannes zo’n gebeurtenis

502
00:30:01,530 --> 00:30:03,990
aan het begin van Jezus’
bediening plaatst,

503
00:30:03,990 --> 00:30:07,950
terwijl de synoptische evangeliën
haar aan het einde plaatsen.

504
00:30:07,950 --> 00:30:11,550
Men heeft gedacht dat Johannes en de
synoptische evangeliën elkaar hier

505
00:30:11,550 --> 00:30:16,530
tegenspreken, omdat Johannes niet vermeldt
dat Jezus de geldwisselaars aan het einde

506
00:30:16,530 --> 00:30:20,370
van Zijn bediening verdreef,
maar alleen aan het begin.

507
00:30:20,370 --> 00:30:24,390
En de synoptische evangeliën vermelden
niet dat dit aan het begin gebeurde,

508
00:30:24,390 --> 00:30:26,550
maar alleen aan het einde.

509
00:30:26,550 --> 00:30:31,170
Daarom zegt men dat Johannes het niet
eens is met de synoptische evangeliën.

510
00:30:31,170 --> 00:30:34,410
Hij denkt dat het aan het begin
van Jezus’ bediening gebeurde,

511
00:30:34,410 --> 00:30:38,250
terwijl de synoptische evangeliën
denken dat het aan het einde was.

512
00:30:38,250 --> 00:30:41,730
Dat is uiteraard één manier waarop
je het zou kunnen begrijpen,

513
00:30:41,730 --> 00:30:43,830
maar het is niet de redelijkste.

514
00:30:43,830 --> 00:30:47,850
De redelijkste uitleg is dat
Jezus het twee keer deed.

515
00:30:47,850 --> 00:30:50,670
Johannes vermeldt, zoals
hij gewoonlijk doet,

516
00:30:50,670 --> 00:30:55,290
de dingen die in de synoptische evangeliën
zijn weggelaten en herhaalt niet

517
00:30:55,290 --> 00:30:57,570
wat daarin wel is opgenomen.

518
00:30:57,570 --> 00:31:00,870
Er is maar heel zelden overlap
tussen de stof in Johannes

519
00:31:00,870 --> 00:31:03,630
en die in de synoptische evangeliën.

520
00:31:03,630 --> 00:31:07,410
Afgezien van de lijdensweek en de
opstanding is er tussen Johannes

521
00:31:07,410 --> 00:31:10,890
en de synoptische evangeliën
geen enkele overlap,

522
00:31:10,890 --> 00:31:13,410
behalve de voeding van de vijfduizend.

523
00:31:13,410 --> 00:31:17,010
Al het overige komt
alleen bij Johannes voor.

524
00:31:17,010 --> 00:31:20,370
Omdat het dus niet in de
synoptische evangeliën staat,

525
00:31:20,370 --> 00:31:23,010
vult hij aan wat zij hebben weggelaten.

526
00:31:23,010 --> 00:31:27,990
Johannes wist, en waarschijnlijk wisten de
schrijvers van de synoptische evangeliën

527
00:31:27,990 --> 00:31:32,430
het ook, dat Jezus de
tempel twee keer reinigde.

528
00:31:32,430 --> 00:31:36,990
Maar veel dingen die Jezus deed,
worden niet in het verslag genoemd.

529
00:31:36,990 --> 00:31:41,790
De synoptische evangeliën vermelden
dus alleen de tweede keer.

530
00:31:41,790 --> 00:31:47,010
Johannes vult aan wat anders zou
ontbreken en verwijst naar de eerste keer.

531
00:31:47,010 --> 00:31:50,010
Jezus zei beide keren
niet precies hetzelfde.

532
00:31:50,010 --> 00:31:53,370
In het Evangelie van
Johannes, hoofdstuk 2,

533
00:31:53,370 --> 00:31:57,210
ging Jezus aan het begin van
Zijn bediening de tempel binnen.

534
00:31:57,210 --> 00:32:00,030
Er staat dat Hij in vers 16 zei:

535
00:32:00,030 --> 00:32:05,490
En Hij zei tegen hen die de duiven
verkochten: Neem deze dingen vanhier weg,

536
00:32:05,490 --> 00:32:09,270
maak niet het huis van Mijn Vader
tot een huis van koophandel.

537
00:32:09,270 --> 00:32:14,250
Hij noemde de tempel dus het huis van
Zijn Vader en zei dat ze er geen huis van

538
00:32:14,250 --> 00:32:16,170
koophandel van moesten maken.

539
00:32:16,170 --> 00:32:19,890
Dat betekent eenvoudig dat ze er
geen plaats van moesten maken waar

540
00:32:19,890 --> 00:32:21,450
dingen werden verkocht.

541
00:32:21,450 --> 00:32:24,990
In dit geval beschuldigt Hij
hen niet van iets misdadigs.

542
00:32:24,990 --> 00:32:29,190
Ze doen alleen iets wat misschien
geoorloofd is, maar niet op die plek.

543
00:32:29,190 --> 00:32:32,070
Dit is niet de juiste plaats
om dingen te verkopen.

544
00:32:32,070 --> 00:32:34,770
Dit is een plaats om God te aanbidden.

545
00:32:34,770 --> 00:32:38,550
Het is het huis van Mijn
Vader. Ik ben Zijn Zoon.

546
00:32:38,550 --> 00:32:40,830
Ik heb het recht om mensen weg te jagen

547
00:32:40,830 --> 00:32:44,850
wanneer ze in het huis van Mijn Vader
dingen doen die daar niet thuishoren.

548
00:32:44,850 --> 00:32:49,290
Maar bij de tweede gebeurtenis, die in
de synoptische evangeliën is opgetekend,

549
00:32:49,290 --> 00:32:52,950
zegt Jezus in Lukas 19:46:

550
00:32:52,950 --> 00:32:57,210
Er staat geschreven: mijn
huis is een huis van gebed.

551
00:32:57,210 --> 00:33:02,310
Dit citaat komt uit Jesaja
56:7. Maar dan zegt Hij:

552
00:33:02,310 --> 00:33:05,310
Maar jullie hebben er een
rovershol van gemaakt.

553
00:33:05,310 --> 00:33:09,870
Daarmee citeert Hij een
ander vers, Jeremia 7:11.

554
00:33:09,870 --> 00:33:15,390
Jezus citeert dus twee verzen uit
de profeten, uit Jesaja en Jeremia:

555
00:33:15,390 --> 00:33:18,450
hen zal Ik ook brengen
naar Mijn heilige berg,

556
00:33:18,450 --> 00:33:21,510
en Ik zal hen verblijden
in Mijn huis van gebed.

557
00:33:21,510 --> 00:33:26,370
Hun brandoffers en hun slachtoffers
zullen welgevallig zijn op Mijn altaar.

558
00:33:26,370 --> 00:33:30,990
Want Mijn huis zal een huis van gebed
genoemd worden voor alle volken.

559
00:33:30,990 --> 00:33:33,930
Dat is het eerste citaat. Dan:

560
00:33:33,930 --> 00:33:39,510
Is dan dit huis waarover Mijn Naam is
uitgeroepen, in uw ogen een rovershol?

561
00:33:39,510 --> 00:33:43,170
Ook Ik, zie, Ik heb het
gezien, spreekt de HEERE.

562
00:33:43,170 --> 00:33:47,790
Door hen dieven te noemen, beschuldigt Hij
hen van meer dan wanneer Hij alleen maar

563
00:33:47,790 --> 00:33:50,550
zou zeggen: Jullie zijn kooplieden.

564
00:33:50,550 --> 00:33:55,290
Maak van het huis van Mijn Vader
geen huis van koophandel. Hij zegt:

565
00:33:55,290 --> 00:33:58,050
Jullie hebben er een
rovershol van gemaakt.

566
00:33:58,050 --> 00:34:03,330
Het zijn niet alleen kooplieden, maar
mensen die anderen uitbuiten en beroven.

567
00:34:03,330 --> 00:34:07,290
Dit kwam ongetwijfeld doordat
de geldwisselaars in de tempel

568
00:34:07,290 --> 00:34:10,410
vreemde valuta omwisselden
voor tempelgeld.

569
00:34:10,410 --> 00:34:15,090
Wanneer mensen offers kwamen brengen,
reisden ze vaak zonder dieren.

570
00:34:15,090 --> 00:34:19,110
Het was immers veel gemakkelijker om
vanuit alle delen van het Romeinse Rijk

571
00:34:19,110 --> 00:34:24,030
naar Jeruzalem te reizen zonder
schapen en andere dieren mee te nemen.

572
00:34:24,030 --> 00:34:28,110
Daarom kochten ze dieren zodra
ze in Jeruzalem aankwamen.

573
00:34:28,110 --> 00:34:31,950
Maar de tempel verkocht
alleen dieren voor tempelgeld.

574
00:34:31,950 --> 00:34:36,870
Dat betekende dat mensen die uit
Rome, Griekenland, Klein-Azië,

575
00:34:36,870 --> 00:34:39,930
Egypte of welke andere
plaats dan ook kwamen,

576
00:34:39,930 --> 00:34:42,690
hun eigen plaatselijke geld hadden.

577
00:34:42,690 --> 00:34:45,930
Ze konden in de tempel geen dieren kopen

578
00:34:45,930 --> 00:34:49,110
voordat ze naar deze
geldwisselaars waren gegaan.

579
00:34:49,110 --> 00:34:53,430
Net zoals je tegenwoordig, wanneer je
van het ene land naar het andere gaat,

580
00:34:53,430 --> 00:34:58,290
naar een bank of geldwisselaar gaat
die je de plaatselijke valuta geeft.

581
00:34:58,290 --> 00:35:01,530
De wisselkoers werd echter
vrijwel geheel bepaald

582
00:35:01,530 --> 00:35:04,710
door degenen in de tempel
die het geld wisselden.

583
00:35:04,710 --> 00:35:07,590
Mensen konden niet besluiten
om geen geld te wisselen,

584
00:35:07,590 --> 00:35:09,810
want ze moesten offers brengen.

585
00:35:09,810 --> 00:35:11,790
Dat werd van hen verlangd.

586
00:35:11,790 --> 00:35:15,150
Ze moesten God op deze manier
aanbidden en konden niet

587
00:35:15,150 --> 00:35:18,330
anders dan betalen wat de
geldwisselaars vroegen.

588
00:35:18,330 --> 00:35:20,910
De geldwisselaars maakten
daar misbruik van.

589
00:35:20,910 --> 00:35:22,830
Ze zetten de mensen af.

590
00:35:22,830 --> 00:35:26,730
Ze rekenden bij het wisselen veel
meer dan ze hadden mogen rekenen,

591
00:35:26,730 --> 00:35:29,370
en Jezus noemde dat diefstal.

592
00:35:29,370 --> 00:35:31,530
Daarom jaagt Hij hen weg.

593
00:35:31,530 --> 00:35:35,730
Sommige mensen vinden het niet bij
Jezus passen of vinden het Jezus

594
00:35:35,730 --> 00:35:38,070
onwaardig dat Hij hen wegjaagt.

595
00:35:38,070 --> 00:35:41,250
Hij hoort immers heel
zachtmoedig en nederig te zijn,

596
00:35:41,250 --> 00:35:46,470
en deze uiting van boosheid zou op de
een of andere manier niet bij Hem passen.

597
00:35:46,470 --> 00:35:51,450
In het Evangelie van Johannes staat echter
dat de discipelen, toen Hij dit deed,

598
00:35:51,450 --> 00:35:55,230
aan een Schriftwoord dachten dat
hierin blijkbaar werd vervuld,

599
00:35:55,230 --> 00:35:58,290
of waarvan dit op zijn
minst een uiting was.

600
00:35:58,290 --> 00:36:00,630
Johannes 2:17 zegt:

601
00:36:00,630 --> 00:36:04,110
En Zijn discipelen herinnerden
zich dat er geschreven is:

602
00:36:04,110 --> 00:36:07,530
De ijver voor Uw huis
heeft mij verslonden.

603
00:36:07,530 --> 00:36:11,310
Dat is een citaat uit Psalm 69:9.

604
00:36:11,310 --> 00:36:15,510
Ze zagen dat Jezus werd verteerd
door ijver voor Gods huis.

605
00:36:15,510 --> 00:36:17,610
Dit was ijver voor God.

606
00:36:17,610 --> 00:36:21,330
Dit was geen boosheid om iets
wat iemand Hem had aangedaan.

607
00:36:21,330 --> 00:36:26,430
Het ging om iets wat zij Zijn Vader
en het volk van Zijn Vader aandeden.

608
00:36:26,430 --> 00:36:30,690
De ontheiliging van het huis
van Zijn Vader maakte Hem boos.

609
00:36:30,690 --> 00:36:33,570
Er wordt ons niet verteld
dat Hij mensen sloeg.

610
00:36:33,570 --> 00:36:39,150
Hij maakte wel een zweep, maar deze zweep
werd gebruikt om dieren weg te jagen.

611
00:36:39,150 --> 00:36:42,270
Nergens lezen we dat Jezus
er een mens mee sloeg.

612
00:36:42,270 --> 00:36:46,950
Hij joeg de dieren weg, waardoor er
een stormloop uit de tempel ontstond.

613
00:36:46,950 --> 00:36:50,250
De eigenaars zouden hun dieren
natuurlijk niet laten ontsnappen,

614
00:36:50,250 --> 00:36:52,230
dus gingen ze erachteraan.

615
00:36:52,230 --> 00:36:58,050
Ook gooide Hij hun geldtafels om, en hun
geld rolde de trappen af en de tempel uit.

616
00:36:58,050 --> 00:36:59,910
Natuurlijk gingen de mensen het ophalen.

617
00:36:59,910 --> 00:37:02,010
Hij hoefde de mensen niet te slaan.

618
00:37:02,010 --> 00:37:05,310
want waar uw schat is,
daar zal ook uw hart zijn.

619
00:37:05,310 --> 00:37:10,170
Hij joeg hun schatten de tempel uit,
en zij gingen met hun schatten mee.

620
00:37:10,170 --> 00:37:12,030
Hoofdstuk 20 zegt:

621
00:37:12,030 --> 00:37:16,470
Het gebeurde op een van die dagen, toen
Hij in de tempel het volk onderwees

622
00:37:16,470 --> 00:37:20,850
en het Evangelie verkondigde, dat de
overpriesters en de schriftgeleerden met

623
00:37:20,850 --> 00:37:23,190
de oudsten daarbij kwamen staan.

624
00:37:23,190 --> 00:37:28,650
En zij zeiden tegen Hem: Zeg ons met
welke bevoegdheid U deze dingen doet,

625
00:37:28,650 --> 00:37:32,550
of wie het is die U deze
bevoegdheid heeft gegeven.

626
00:37:32,550 --> 00:37:36,630
Hij kwam tenslotte de tempel binnen, die
onder het beheer van de overpriesters

627
00:37:36,630 --> 00:37:39,450
stond, en Hij was niet een van hen.

628
00:37:39,450 --> 00:37:41,790
Het was ook een plaats voor het publiek.

629
00:37:41,790 --> 00:37:44,730
Het was een openbaar toegankelijk gebouw.

630
00:37:44,730 --> 00:37:47,730
Waarom deed Hij dan alsof
de tempel van Hem was,

631
00:37:47,730 --> 00:37:51,330
alsof Hij kon bepalen of mensen
daar geld mochten wisselen of

632
00:37:51,330 --> 00:37:53,130
dieren mochten verkopen?

633
00:37:53,130 --> 00:37:55,110
Wie beweerde Hij te zijn?

634
00:37:55,110 --> 00:37:58,230
Wie had Hem het gezag
gegeven om zoiets te doen?

635
00:37:58,230 --> 00:38:03,150
En Hij antwoordde en zei tegen hen:
Ik zal u ook één vraag stellen.

636
00:38:03,150 --> 00:38:08,670
Zeg Mij eens: De doop van Johannes,
was die uit de hemel of uit de mensen?

637
00:38:08,670 --> 00:38:14,010
Zij nu overlegden onder elkaar en
zeiden: Als wij zeggen: Uit de hemel,

638
00:38:14,010 --> 00:38:17,910
dan zal Hij zeggen: Waarom
hebt u hem dan niet geloofd?

639
00:38:17,910 --> 00:38:22,950
Maar als wij zeggen: Uit de mensen,
dan zal heel het volk ons stenigen,

640
00:38:22,950 --> 00:38:26,190
want het is ervan overtuigd
dat Johannes een profeet was.

641
00:38:26,190 --> 00:38:29,550
Dus waarschijnlijk geloofden
ze niet dat het van God kwam.

642
00:38:29,550 --> 00:38:32,970
Ze legden zich eigenlijk niet vast
op het ene of het andere antwoord.

643
00:38:32,970 --> 00:38:35,430
Misschien hadden ze er
niet veel over nagedacht.

644
00:38:35,430 --> 00:38:39,150
Maar ze wisten dat het niet goed zou
vallen bij de menigten als ze zeiden dat

645
00:38:39,150 --> 00:38:43,650
Johannes zijn gezag alleen van mensen
had, want die dachten daar anders over.

646
00:38:43,650 --> 00:38:46,290
Daarom durfden ze dat
niet openlijk te zeggen.

647
00:38:46,290 --> 00:38:49,470
Maar ze konden ook niet zeggen dat
Johannes zijn gezag van God had,

648
00:38:49,470 --> 00:38:51,450
want dan zou Jezus zeggen:

649
00:38:51,450 --> 00:38:53,550
Waarom geloofden jullie hem dan niet?

650
00:38:53,550 --> 00:38:56,970
Johannes zei onder meer dat
Jezus het Lam van God is,

651
00:38:56,970 --> 00:39:01,590
dat de zonde van de wereld wegneemt, en
dat Hij de Bruidegom is Die komt om de

652
00:39:01,590 --> 00:39:03,450
bruid tot Zich te nemen.

653
00:39:03,450 --> 00:39:07,830
Johannes de Doper beleed beslist
dat Christus de Zoon van God was.

654
00:39:07,830 --> 00:39:10,050
In Johannes hoofdstuk 1 zei hij:

655
00:39:10,050 --> 00:39:14,010
En ik heb gezien en getuigd
dat Híj de Zoon van God is.

656
00:39:14,010 --> 00:39:17,550
Als ze geloofden dat de boodschap
van Johannes uit de hemel kwam,

657
00:39:17,550 --> 00:39:21,450
moesten ze Jezus geloven,
omdat Johannes dat had gezegd.

658
00:39:21,450 --> 00:39:24,450
Johannes zei dat Hij de Zoon van God was.

659
00:39:24,450 --> 00:39:27,570
‘Jullie willen weten met
welk gezag Ik dit doe?

660
00:39:27,570 --> 00:39:30,630
Ik zeg dat dit het huis van Mijn Vader is.

661
00:39:30,630 --> 00:39:32,970
Ik beweer de Zoon van God te zijn.

662
00:39:32,970 --> 00:39:35,070
Met welk gezag zeg Ik dit?

663
00:39:35,070 --> 00:39:37,710
Wel, wat denken jullie van Johannes?’

664
00:39:37,710 --> 00:39:42,270
Als ze zeiden: ‘Johannes sprak namens
God,’ dan zou Hij moeten zeggen:

665
00:39:42,270 --> 00:39:43,470
‘Daar heb je het.

666
00:39:43,470 --> 00:39:46,530
Johannes zei dat Ik de Zoon van God ben.

667
00:39:46,530 --> 00:39:49,590
Als hij namens God sprak,
ben Ik dat dan niet?

668
00:39:49,590 --> 00:39:52,470
Is dat niet Mijn bevoegdheid
om dit hier te doen?’

669
00:39:52,470 --> 00:39:56,250
Dat wilden ze niet zeggen, maar het
andere wilden ze evenmin zeggen.

670
00:39:56,250 --> 00:39:59,970
Daarom antwoordden ze dat ze niet
wisten waar het vandaan kwam.

671
00:39:59,970 --> 00:40:01,830
Jezus zei tegen hen:

672
00:40:01,830 --> 00:40:06,330
Daarop zei Jezus tegen hen: Dan zeg
Ik u ook niet met welke bevoegdheid Ik

673
00:40:06,330 --> 00:40:07,590
deze dingen doe.

674
00:40:07,590 --> 00:40:12,450
Met andere woorden: ‘Waarom zou Ik
jullie vraag beantwoorden als jullie niet

675
00:40:12,450 --> 00:40:16,410
bereid zijn om eerlijk antwoord
te geven op Mijn vraag?

676
00:40:16,410 --> 00:40:20,250
Het is niet zo dat jullie niet
weten met welk gezag Johannes kwam.

677
00:40:20,250 --> 00:40:23,670
Jullie willen het alleen niet
toegeven, omdat dat in deze

678
00:40:23,670 --> 00:40:26,610
confrontatie slecht voor
jullie zou uitpakken.

679
00:40:26,610 --> 00:40:28,950
Ik heb jullie namelijk klemgezet.

680
00:40:28,950 --> 00:40:31,530
Ik heb jullie voor een dilemma geplaatst.

681
00:40:31,530 --> 00:40:34,710
Johannes kwam óf van God óf niet.

682
00:40:34,710 --> 00:40:38,310
Zo niet, dan kwam hij
van mensen. Wat is het?

683
00:40:38,310 --> 00:40:40,290
Jullie zeggen dat jullie het niet weten,

684
00:40:40,290 --> 00:40:43,170
maar in werkelijkheid willen
jullie het niet zeggen.

685
00:40:43,170 --> 00:40:47,550
Welk antwoord jullie ook geven, jullie
zullen slecht voor de dag komen.

686
00:40:47,550 --> 00:40:50,730
Als jullie de waarheid
zeggen, win Ik dit debat.

687
00:40:50,730 --> 00:40:53,310
Dus doen jullie alsof
jullie het niet weten.

688
00:40:53,310 --> 00:40:55,710
Als jullie niet eerlijker
willen zijn dan dat,

689
00:40:55,710 --> 00:41:00,330
zijn jullie ook niet eerlijk genoeg om van
Mij antwoord op jullie vraag te krijgen.’

690
00:41:00,330 --> 00:41:03,330
Toen begon Hij het volk een
gelijkenis te vertellen:

691
00:41:03,330 --> 00:41:06,630
En Hij begon tot het volk
deze gelijkenis te zeggen:

692
00:41:06,630 --> 00:41:11,130
Iemand plantte een wijngaard en verhuurde
die aan landbouwers en ging een tijd lang

693
00:41:11,130 --> 00:41:12,630
naar het buitenland.

694
00:41:12,630 --> 00:41:16,530
Ook hier is er dus weer sprake
van dat iemand lange tijd weggaat.

695
00:41:16,530 --> 00:41:20,370
En toen het de tijd was, stuurde
hij een dienaar naar de landbouwers,

696
00:41:20,370 --> 00:41:24,030
opdat zij hem een deel van de opbrengst
van de wijngaard zouden geven.

697
00:41:24,030 --> 00:41:28,230
De landbouwers echter sloegen hem
en stuurden hem met lege handen weg.

698
00:41:28,230 --> 00:41:32,070
En hij stuurde nog een andere
dienaar, maar zij sloegen ook hem,

699
00:41:32,070 --> 00:41:36,150
behandelden hem schandelijk en
stuurden hem met lege handen weg.

700
00:41:36,150 --> 00:41:41,550
Daarna stuurde hij nog een derde, maar zij
verwondden ook deze en wierpen hem eruit.

701
00:41:41,550 --> 00:41:44,010
Dit begint op een patroon te lijken.

702
00:41:44,010 --> 00:41:47,730
En de heer van de wijngaard
zei: Wat zal ik doen?

703
00:41:47,730 --> 00:41:50,130
Ik zal mijn geliefde zoon sturen.

704
00:41:50,130 --> 00:41:54,450
Als zij deze zien, zullen zij
mogelijk ontzag voor hem hebben.

705
00:41:54,450 --> 00:41:55,830
Verkeerd gedacht.

706
00:41:55,830 --> 00:42:00,330
Toen de wijnbouwers hem zagen,
overlegden ze met elkaar en zeiden ze:

707
00:42:00,330 --> 00:42:02,190
dit is de erfgenaam.

708
00:42:02,190 --> 00:42:05,970
Kom, laten we hem doden,
dan is de erfenis voor ons.

709
00:42:05,970 --> 00:42:09,690
Dus gooiden ze hem de
wijngaard uit en doodden hem.

710
00:42:09,690 --> 00:42:13,170
Wat zal de eigenaar van de
wijngaard dan met hen doen?

711
00:42:13,170 --> 00:42:17,250
Jezus geeft hier Zelf het antwoord,
maar in de versie van Mattheüs

712
00:42:17,250 --> 00:42:20,670
stelt Hij die vraag en geven
de mensen het antwoord.

713
00:42:20,670 --> 00:42:23,310
Jezus stemt met hun antwoord in.

714
00:42:23,310 --> 00:42:26,550
Bij Lukas geeft Jezus
het antwoord gewoon Zelf.

715
00:42:26,550 --> 00:42:31,890
Maar eigenlijk was dit in vers 15 een
vraag die Hij aan Zijn luisteraars stelde.

716
00:42:31,890 --> 00:42:33,510
Hun antwoord was:

717
00:42:33,510 --> 00:42:38,490
Zij zeiden tegen Hem: Hij zal die
kwaaddoeners een kwade dood doen sterven

718
00:42:38,490 --> 00:42:41,730
en zal de wijngaard aan
andere landbouwers verhuren,

719
00:42:41,730 --> 00:42:44,430
die hem de vruchten op
hun tijd zullen geven.

720
00:42:44,430 --> 00:42:48,270
Dit staat in de parallelle
passage in Mattheüs 21.

721
00:42:48,270 --> 00:42:50,250
Jezus geeft hier het antwoord:

722
00:42:50,250 --> 00:42:56,010
Hij zal komen en die landbouwers ombrengen
en zal de wijngaard aan anderen geven.

723
00:42:56,010 --> 00:42:59,490
En toen zij dit hoorden,
zeiden zij: Dat nooit.

724
00:42:59,490 --> 00:43:01,770
Toen ze dat hoorden, zeiden ze:

725
00:43:01,770 --> 00:43:02,850
Absoluut niet!

726
00:43:02,850 --> 00:43:04,950
Hij keek hen aan en zei:

727
00:43:04,950 --> 00:43:09,030
De steen die de bouwers verworpen
hadden, is tot een hoeksteen geworden.

728
00:43:09,030 --> 00:43:14,550
Dit is een citaat uit
Psalm 118 vers 22. Hij zei:

729
00:43:14,550 --> 00:43:18,990
Ieder die op die steen valt, zal
verpletterd worden en op wie hij valt,

730
00:43:18,990 --> 00:43:20,850
die zal hij vermorzelen.

731
00:43:20,850 --> 00:43:25,050
De overpriesters en de schriftgeleerden
probeerden op datzelfde moment

732
00:43:25,050 --> 00:43:28,110
Hem te grijpen, maar ze
waren bang voor het volk,

733
00:43:28,110 --> 00:43:32,070
want ze wisten dat Hij deze
gelijkenis tegen hen had uitgesproken.

734
00:43:32,070 --> 00:43:35,850
De betekenis van de gelijkenis
lijkt mij tamelijk duidelijk,

735
00:43:35,850 --> 00:43:39,750
maar dat komt gedeeltelijk
doordat ik haar al jarenlang lees.

736
00:43:39,750 --> 00:43:42,150
Misschien is ze niet
voor iedereen duidelijk.

737
00:43:42,150 --> 00:43:46,110
Laat ik daarom zeggen dat de wijngaard
hier een beeld van Israël is.

738
00:43:46,110 --> 00:43:51,270
Het idee dat Israël een wijngaard
is, komt uit Jesaja hoofdstuk 5.

739
00:43:51,270 --> 00:43:55,470
In Jesaja 5 zei Jesaja dat
God een wijngaard plantte

740
00:43:55,470 --> 00:44:00,330
en die elk denkbaar voordeel gaf om voor
Hem goede vruchten voort te brengen.

741
00:44:00,330 --> 00:44:05,130
Hij bouwde er een omheining omheen om
hem tegen wilde dieren te beschermen.

742
00:44:05,130 --> 00:44:07,290
Hij bouwde er een wijnpers in.

743
00:44:07,290 --> 00:44:09,210
Hij voorzag hem van water.

744
00:44:09,210 --> 00:44:11,610
Hij plantte er een goede wijnstok in.

745
00:44:11,610 --> 00:44:14,790
Hij deed alles wat iemand zou
doen om zichzelf van een goede

746
00:44:14,790 --> 00:44:16,710
druivenoogst te verzekeren.

747
00:44:16,710 --> 00:44:20,130
Maar Jesaja zegt dat Hij,
toen de oogsttijd kwam,

748
00:44:20,130 --> 00:44:23,370
alleen slechte druiven
kreeg, wilde druiven.

749
00:44:23,370 --> 00:44:28,110
Het was alsof ze helemaal nooit
gekweekt waren: zure druiven.

750
00:44:28,110 --> 00:44:31,590
Gekweekte druiven zijn
anders dan wilde druiven.

751
00:44:31,590 --> 00:44:35,070
Hij had al dat werk aan de verzorging
besteed, maar wat Hij kreeg,

752
00:44:35,070 --> 00:44:39,330
leek op iets wilds, iets wat
niet gekweekt was. Hij zegt:

753
00:44:39,330 --> 00:44:43,710
Wat is er nog meer te doen aan Mijn
wijngaard, dan wat Ik eraan gedaan heb?

754
00:44:43,710 --> 00:44:47,070
Waarom heb Ik verwacht dat hij
goede druiven zou voortbrengen,

755
00:44:47,070 --> 00:44:49,950
terwijl hij slechts stinkende
druiven voortbracht?

756
00:44:49,950 --> 00:44:53,070
Dan zegt God dat Hij de
wijngaard zal afbreken,

757
00:44:53,070 --> 00:44:57,690
of de omheining zal afbreken en de
volken de wijngaard zal laten verwoesten.

758
00:44:57,690 --> 00:45:04,170
Hij zegt in Jesaja 5:7 dat de wijngaard
van de HEERE van de legermachten het volk

759
00:45:04,170 --> 00:45:08,370
Israël is, en dat het volk
van Juda Zijn beplanting is.

760
00:45:08,370 --> 00:45:10,950
De wijngaard is Israël.

761
00:45:10,950 --> 00:45:15,150
Jezus begint Zijn gelijkenis op
een zeer vergelijkbare manier.

762
00:45:15,150 --> 00:45:19,470
In Mattheüs 21, de parallelle
passage, lijkt het begin

763
00:45:19,470 --> 00:45:23,910
zelfs veel sterker op Jesaja dan
uit de weergave in Lukas blijkt,

764
00:45:23,910 --> 00:45:27,930
want Hij spreekt over het bouwen
van een omheining en een wijnpers,

765
00:45:27,930 --> 00:45:31,170
het verwijderen van de stenen, enzovoort.

766
00:45:31,170 --> 00:45:33,030
Dat is wat Jesaja zegt.

767
00:45:33,030 --> 00:45:36,930
In de versie van Mattheüs zegt
Jezus dat soort dingen ook.

768
00:45:36,930 --> 00:45:41,250
Die lijkt qua bewoording veel
sterker op Jesaja hoofdstuk 5

769
00:45:41,250 --> 00:45:43,170
dan de versie van Lukas.

770
00:45:43,170 --> 00:45:47,310
Het punt is echter dat Jezus er
een dimensie aan toevoegt die

771
00:45:47,310 --> 00:45:48,930
Jesaja niet noemt.

772
00:45:48,930 --> 00:45:52,110
Jesaja noemt de pachters
van de wijngaard niet.

773
00:45:52,110 --> 00:45:54,990
In Israël bezaten de
meeste mensen geen land,

774
00:45:54,990 --> 00:45:58,110
maar de meeste mensen
konden wel land bewerken.

775
00:45:58,110 --> 00:46:02,130
Landeigenaren die hun eigen
land niet wilden bewerken,

776
00:46:02,130 --> 00:46:06,510
verpachtten hun land vaak aan iemand
die bereid was het te bewerken.

777
00:46:06,510 --> 00:46:11,730
Degene die het bewerkte, was een pachter,
zoals iemand die een stuk grond huurt.

778
00:46:11,730 --> 00:46:14,730
Ze pachtten het land en
moesten ervoor betalen.

779
00:46:14,730 --> 00:46:18,990
Gewoonlijk betaalden ze eenmaal per jaar,
want een wijngaard brengt eenmaal per

780
00:46:18,990 --> 00:46:20,550
jaar druiven voort.

781
00:46:20,550 --> 00:46:24,450
De regeling hield in dat de eigenaar
de pachters het land het hele

782
00:46:24,450 --> 00:46:25,950
jaar liet bewerken.

783
00:46:25,950 --> 00:46:30,150
Wanneer de druivenoogst aanbrak,
moesten ze hem als pacht voor het land

784
00:46:30,150 --> 00:46:32,130
een deel van de oogst geven.

785
00:46:32,130 --> 00:46:34,170
De rest mochten ze houden.

786
00:46:34,170 --> 00:46:39,570
Hoewel ze geen land bezaten, konden ze in
zekere zin toch land bewerken en er enige

787
00:46:39,570 --> 00:46:40,830
winst uit halen.

788
00:46:40,830 --> 00:46:44,910
Het was het land van iemand anders,
maar ze moesten hem een deel geven.

789
00:46:44,910 --> 00:46:46,410
Dat was de regeling.

790
00:46:46,410 --> 00:46:49,830
In de tijd van de
druivenoogst, zegt vers 10,

791
00:46:49,830 --> 00:46:52,590
stuurde hij een boodschapper
om de pacht te innen.

792
00:46:52,590 --> 00:46:56,010
Dat was redelijk genoeg, maar
zij doodden de boodschapper,

793
00:46:56,010 --> 00:46:58,110
wat volkomen onredelijk was.

794
00:46:58,110 --> 00:47:02,430
Dus stuurde hij er steeds meer,
en zij bleven hetzelfde doen.

795
00:47:02,430 --> 00:47:05,010
Uiteindelijk stuurde
hij zijn zoon naar hen.

796
00:47:05,010 --> 00:47:09,570
Dit verwijst duidelijk naar Israël in
zijn geschiedenis onder het oude verbond.

797
00:47:09,570 --> 00:47:11,970
God wil dat zij vrucht voortbrengen.

798
00:47:11,970 --> 00:47:14,070
Wat is de vrucht van de wijngaard?

799
00:47:14,070 --> 00:47:18,150
Jesaja 5:7 vertelt het
ons. Hij zocht recht.

800
00:47:18,150 --> 00:47:19,890
Hij zocht gerechtigheid.

801
00:47:19,890 --> 00:47:21,990
Hij gaf Israël Zijn wetten en de

802
00:47:21,990 --> 00:47:25,830
profeten om in hun samenleving recht
en gerechtigheid voort te brengen,

803
00:47:25,830 --> 00:47:27,870
maar Hij kreeg dat nooit van hen.

804
00:47:27,870 --> 00:47:31,050
Ze waren onrechtvaardig en ongerechtig.

805
00:47:31,050 --> 00:47:33,750
Dat is de slechte vrucht die Hij kreeg.

806
00:47:33,750 --> 00:47:38,550
Jezus begrijpt dat Zijn luisteraars
zullen weten dat de vrucht die God zoekt,

807
00:47:38,550 --> 00:47:41,310
recht en gerechtigheid van Zijn volk is.

808
00:47:41,310 --> 00:47:45,030
In plaats daarvan komen de profeten
en zeggen: ‘Waar is het recht?

809
00:47:45,030 --> 00:47:48,270
Waar is de gerechtigheid
waar God naar zoekt?’

810
00:47:48,270 --> 00:47:50,550
En zij doden de profeten.

811
00:47:50,550 --> 00:47:53,250
Deze dienaren die de
een na de ander komen,

812
00:47:53,250 --> 00:47:56,070
zijn de profeten van het Oude Testament.

813
00:47:56,070 --> 00:48:00,630
Zij zeiden: ‘God zou meer vrucht
van jullie moeten krijgen, Israël.

814
00:48:00,630 --> 00:48:05,070
Hij zou recht, barmhartigheid en
gerechtigheid van jullie moeten krijgen,

815
00:48:05,070 --> 00:48:07,110
en die krijgt Hij niet.’

816
00:48:07,110 --> 00:48:09,090
Zij doodden de profeten.

817
00:48:09,090 --> 00:48:12,810
Aan het einde van die periode
van het Oude Testament zegt God:

818
00:48:12,810 --> 00:48:14,850
‘Ik ga Mijn Zoon sturen.

819
00:48:14,850 --> 00:48:19,170
Hij is de laatste boodschapper die
Ik naar deze mensen ga sturen.’

820
00:48:19,170 --> 00:48:22,470
Wanneer de pachters Jezus
daadwerkelijk zien, zeggen ze:

821
00:48:22,470 --> 00:48:24,210
Hij is de zoon.

822
00:48:24,210 --> 00:48:28,410
Ze weten Wie Hij is, maar ze
willen Hem niet. Ze zeggen:

823
00:48:28,410 --> 00:48:30,270
Dit is de erfgenaam.

824
00:48:30,270 --> 00:48:33,810
‘Dit is degene aan wie de
wijngaard werkelijk toebehoort.

825
00:48:33,810 --> 00:48:36,870
Maar als we hem doden,
zal er geen erfgenaam zijn

826
00:48:36,870 --> 00:48:38,970
en kunnen we hem gewoon houden.’

827
00:48:38,970 --> 00:48:42,270
Wie iets in bezit heeft,
staat juridisch sterk.

828
00:48:42,270 --> 00:48:44,130
‘We hebben de wijngaard al.

829
00:48:44,130 --> 00:48:48,810
Als de eigenaar geen zoon heeft aan wie
hij hem kan nalaten, wie kan hem dan,

830
00:48:48,810 --> 00:48:51,810
wanneer hij sterft, nog van ons afnemen?

831
00:48:51,810 --> 00:48:56,430
Wij krijgen zijn erfenis, de
wijngaard, als we de erfgenaam doden.’

832
00:48:56,430 --> 00:48:59,550
Hiermee wordt gezegd dat
de leiders van Israël,

833
00:48:59,550 --> 00:49:03,870
die van hetzelfde slag zijn als hun
voorouders die de profeten doodden,

834
00:49:03,870 --> 00:49:05,790
Jezus zouden doden.

835
00:49:05,790 --> 00:49:08,490
In dit geval hadden ze
daar een motief voor:

836
00:49:08,490 --> 00:49:11,310
ze wilden hun machtspositie
niet verliezen.

837
00:49:11,310 --> 00:49:14,190
Jezus kwam als de Koning van de Joden.

838
00:49:14,190 --> 00:49:18,570
De overpriesters, de Farizeeën en
die mensen hadden de leiding al

839
00:49:18,570 --> 00:49:21,630
en waren daar heel tevreden
mee. Ze hadden macht.

840
00:49:21,630 --> 00:49:25,350
Als Israël Jezus werkelijk
als hun Koning zou aanvaarden,

841
00:49:25,350 --> 00:49:29,550
wat zou er dan gebeuren met de macht
van de overpriesters en de Farizeeën?

842
00:49:29,550 --> 00:49:33,090
Het is duidelijk dat Jezus
niet aan hun kant stond.

843
00:49:33,090 --> 00:49:35,850
Als Hij Koning wordt en de wijngaard erft,

844
00:49:35,850 --> 00:49:38,730
dan zullen deze mannen
ander werk moeten zoeken.

845
00:49:38,730 --> 00:49:41,970
Het kan zelfs zijn dat ze
terechtgesteld zullen worden,

846
00:49:41,970 --> 00:49:45,210
omdat ze plannen hebben
beraamd om Hem te doden.

847
00:49:45,210 --> 00:49:50,250
Ze zullen worden gezien als verraders
en opstandelingen tegen Zijn Koninkrijk.

848
00:49:50,250 --> 00:49:54,270
Ze moeten zich van Hem ontdoen,
zodat ze hun positie kunnen behouden,

849
00:49:54,270 --> 00:49:56,730
want Hij bedreigt hun positie.

850
00:49:56,730 --> 00:49:58,410
Daarom doden ze Hem.

851
00:49:58,410 --> 00:50:02,010
Het gevolg zal zijn—en
Jezus zegt het hier,

852
00:50:02,010 --> 00:50:06,870
maar in de versie van Mattheüs erkennen
de mensen het zelf—dat God de mensen zal

853
00:50:06,870 --> 00:50:09,690
vernietigen die Zijn Zoon hebben gedood.

854
00:50:09,690 --> 00:50:13,350
Dat is wat er gebeurde toen
Jeruzalem werd verwoest.

855
00:50:13,350 --> 00:50:16,890
Daarmee strafte God degenen
die Zijn Zoon hadden gedood,

856
00:50:16,890 --> 00:50:19,650
zoals Jezus in het vorige hoofdstuk zei.

857
00:50:19,650 --> 00:50:22,590
Maar Hij gaat de wijngaard
aan iemand anders geven,

858
00:50:22,590 --> 00:50:25,290
die de vruchten ervan zal voortbrengen.

859
00:50:25,290 --> 00:50:27,030
In vers 16 staat:

860
00:50:27,030 --> 00:50:32,910
Hij zal komen en die landbouwers ombrengen
en zal de wijngaard aan anderen geven.

861
00:50:32,910 --> 00:50:36,750
En toen zij dit hoorden,
zeiden zij: Dat nooit.

862
00:50:36,750 --> 00:50:40,830
In Mattheüs staat dat Hij de
wijngaard aan anderen zal geven die de

863
00:50:40,830 --> 00:50:42,570
vrucht zullen voortbrengen.

864
00:50:42,570 --> 00:50:45,510
Dat wil zeggen: er
zullen andere mensen zijn

865
00:50:45,510 --> 00:50:49,710
die God zullen geven wat Hij zocht
en die een rechtvaardig en eerlijk

866
00:50:49,710 --> 00:50:51,270
leven zullen leiden.

867
00:50:51,270 --> 00:50:53,310
Dat is de vrucht die God wil.

868
00:50:53,310 --> 00:50:57,870
De mensen aan wie hij wordt gegeven,
zijn de gemeente, het volk van God,

869
00:50:57,870 --> 00:51:01,950
het overblijfsel van Israël
dat al trouw was en waar later

870
00:51:01,950 --> 00:51:05,550
gelovige heidenen bij kwamen in
het lichaam dat het lichaam van

871
00:51:05,550 --> 00:51:07,110
Christus wordt genoemd.

872
00:51:07,110 --> 00:51:10,950
Dit is tegenwoordig de
ware wijngaard. Jezus zei:

873
00:51:10,950 --> 00:51:15,570
Ik ben de ware Wijnstok en Mijn
Vader is de Wijngaardenier.

874
00:51:15,570 --> 00:51:19,050
Elke rank die in Mij geen
vrucht draagt, neemt Hij weg;

875
00:51:19,050 --> 00:51:24,870
en elke rank die vrucht draagt, reinigt
Hij, opdat zij meer vrucht draagt.

876
00:51:24,870 --> 00:51:29,490
U bent al rein vanwege het woord
dat Ik tot u gesproken heb.

877
00:51:29,490 --> 00:51:35,550
Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank
geen vrucht kan dragen uit zichzelf,

878
00:51:35,550 --> 00:51:41,370
als zij niet in de wijnstok blijft, zo
ook u niet, als u niet in Mij blijft.

879
00:51:41,370 --> 00:51:46,950
Ik ben de Wijnstok, u de ranken;
wie in Mij blijft, en Ik in hem,

880
00:51:46,950 --> 00:51:51,330
die draagt veel vrucht, want
zonder Mij kunt u niets doen.

881
00:51:51,330 --> 00:51:56,010
De christenen, de discipelen, zijn
degenen die de vrucht voortbrengen waar

882
00:51:56,010 --> 00:51:57,390
God naar zoekt.

883
00:51:57,390 --> 00:52:01,110
Het Koninkrijk wordt van Israël
en zijn leiders afgenomen

884
00:52:01,110 --> 00:52:06,210
en aan Jezus en Zijn volk gegeven, die
de vrucht ervan zullen voortbrengen.

885
00:52:06,210 --> 00:52:10,110
Dat is wat Hij zei, en dat
is wat Hij hier voorzegt.

886
00:52:10,110 --> 00:52:12,210
Hij zei in vers 17:

887
00:52:12,210 --> 00:52:17,190
Maar Hij keek hen aan en zei: Wat
betekent dan dit wat geschreven staat:

888
00:52:17,190 --> 00:52:21,510
De steen die de bouwers verworpen
hebben, is tot een hoeksteen geworden?

889
00:52:21,510 --> 00:52:27,450
Wat Hij hier zegt, is dit: de leiders van
Israël horen Gods Koninkrijk te bouwen,

890
00:52:27,450 --> 00:52:32,850
Gods huis te bouwen, Gods bouwwerk
te bouwen. Zij zijn de bouwers.

891
00:52:32,850 --> 00:52:36,930
Nu is Jezus gekomen als het
voornaamste onderdeel van het gebouw,

892
00:52:36,930 --> 00:52:38,970
de belangrijkste hoeksteen.

893
00:52:38,970 --> 00:52:42,210
Maar Hij past niet in de
bouwtekening die de bouwers hebben.

894
00:52:42,210 --> 00:52:44,070
Ze hebben hun eigen plannen.

895
00:52:44,070 --> 00:52:47,550
Ze bouwen niet op de manier waarop
God wil dat het gebouwd wordt.

896
00:52:47,550 --> 00:52:51,450
Wanneer Hij zegt: ‘Hier is de
belangrijkste hoeksteen voor het gebouw,’

897
00:52:51,450 --> 00:52:54,270
zeggen zij: ‘Nee, die wijzen we af.

898
00:52:54,270 --> 00:52:56,910
Die past niet bij wat wij
hier aan het bouwen zijn.’

899
00:52:56,910 --> 00:52:58,890
Dus wijzen ze de steen af.

900
00:52:58,890 --> 00:53:02,910
Maar diezelfde steen wordt de
hoeksteen van een nieuw gebouw.

901
00:53:02,910 --> 00:53:08,430
Dat wil zeggen dat het gebouw waaraan zij
werken niet langer hét gebouw zal zijn.

902
00:53:08,430 --> 00:53:10,710
Als zij de hoeksteen niet kunnen inpassen,

903
00:53:10,710 --> 00:53:15,030
dan gaat God rond die hoeksteen
een compleet nieuw gebouw maken.

904
00:53:15,030 --> 00:53:18,210
Dat is wat Hij zegt: ‘Ik ben de hoeksteen.

905
00:53:18,210 --> 00:53:22,290
God heeft Mij naar Israël gezonden
om het voornaamste onderdeel te zijn

906
00:53:22,290 --> 00:53:24,750
dat de vorm van het bouwwerk bepaalt.

907
00:53:24,750 --> 00:53:29,610
Maar de bouwers wijzen Mij af, dus
hun gebouw zal worden afgewezen.

908
00:53:29,610 --> 00:53:32,250
Hun koninkrijk zal ten onder gaan.

909
00:53:32,250 --> 00:53:34,830
Mijn Koninkrijk zal worden gebouwd.

910
00:53:34,830 --> 00:53:39,510
God gaat een nieuw bouwwerk rond
Mij bouwen.’ Dat is wat Hij zegt.

911
00:53:39,510 --> 00:53:41,730
Hij zegt ook in vers 18:

912
00:53:41,730 --> 00:53:46,470
Ieder die op die steen valt, zal
verpletterd worden en op wie hij valt,

913
00:53:46,470 --> 00:53:48,210
die zal hij vermorzelen.

914
00:53:48,210 --> 00:53:52,890
Dit is volgens mij een
toespeling op Jesaja 8:14 en 15.

915
00:53:52,890 --> 00:53:57,090
Op die steen vallen betekent
dat je over die steen struikelt.

916
00:53:57,090 --> 00:54:01,170
Als je naar die passage in
Jesaja 8:14 en 15 kijkt,

917
00:54:01,170 --> 00:54:06,450
wordt Jezus aangeduid als een steen des
aanstoots waar mensen over zullen vallen.

918
00:54:06,450 --> 00:54:08,550
Dus wanneer Hij hier zegt:

919
00:54:08,550 --> 00:54:11,610
Wie op die steen valt,
zal gebroken worden.

920
00:54:11,610 --> 00:54:15,210
dan is dat een toespeling
op wat Jesaja over Jezus zei

921
00:54:15,210 --> 00:54:17,670
als een steen des aanstoots.

922
00:54:17,670 --> 00:54:21,810
Hij haalt profetieën over stenen
uit het Oude Testament aan.

923
00:54:21,810 --> 00:54:26,370
Die uit Psalm 118 verwijst naar
Christus als een hoeksteen.

924
00:54:26,370 --> 00:54:32,310
Die in Jesaja 8 verwijst naar Hem als een
steen des aanstoots voor bepaalde mensen.

925
00:54:32,310 --> 00:54:33,810
En dan zegt Hij:

926
00:54:33,810 --> 00:54:37,470
En op wie die steen valt,
die zal hij verpletteren.

927
00:54:37,470 --> 00:54:41,490
dan is dat vrijwel zeker een
verwijzing naar Daniël hoofdstuk 2.

928
00:54:41,490 --> 00:54:45,450
Daar waren in de droom van
Nebukadnezar al die koninkrijken,

929
00:54:45,450 --> 00:54:48,810
maar toen kwam er een steen
die het tot poeder vermaalde,

930
00:54:48,810 --> 00:54:51,990
een steen die niet door
mensenhanden was gemaakt.

931
00:54:51,990 --> 00:54:58,290
Daniël duidde die in Daniël 2:44
aan als het Koninkrijk van God.

932
00:54:58,290 --> 00:55:01,530
Wat Hij zegt, is: ‘Ik ben een steen.

933
00:55:01,530 --> 00:55:04,890
De ene profeet duidt Mij
aan als een hoeksteen.

934
00:55:04,890 --> 00:55:08,790
Een andere duidt Mij aan
als een steen des aanstoots.

935
00:55:08,790 --> 00:55:12,810
Weer een andere duidt Mij aan
als een verpletterende steen,

936
00:55:12,810 --> 00:55:15,510
misschien als een soort molensteen.

937
00:55:15,510 --> 00:55:18,570
Die steen gaat jullie
tot poeder vermalen.’

938
00:55:18,570 --> 00:55:23,790
In Daniël hoofdstuk 2 wordt het Koninkrijk
van God opgericht als een steen.

939
00:55:23,790 --> 00:55:26,730
Het groeit uit tot een grote
berg die de aarde vult,

940
00:55:26,730 --> 00:55:30,870
en het vermaalt alle andere metalen
van de koninkrijken tot stof.

941
00:55:30,870 --> 00:55:34,410
Toen werden het ijzer,
het leem, het brons,

942
00:55:34,410 --> 00:55:37,890
het zilver en het goud
tegelijk verbrijzeld.

943
00:55:37,890 --> 00:55:40,830
Ze werden als kaf op een zomerdorsvloer.

944
00:55:40,830 --> 00:55:44,970
De wind voerde ze weg, zodat er
geen spoor van terug gevonden werd.

945
00:55:44,970 --> 00:55:49,410
Maar de steen die het beeld getroffen
had, werd tot een grote berg en vulde

946
00:55:49,410 --> 00:55:50,970
de hele aarde.

947
00:55:50,970 --> 00:55:52,590
staat er in Daniël.

948
00:55:52,590 --> 00:55:57,270
Het Koninkrijk van Christus gaat dus
alle tegenstand tot poeder vermalen.

949
00:55:57,270 --> 00:56:00,810
Zijn Koninkrijk zal alle andere
koninkrijken vervangen en

950
00:56:00,810 --> 00:56:03,030
onder Hem een wereldrijk worden.

951
00:56:03,030 --> 00:56:07,230
Maar geen politiek wereldrijk,
niet specifiek politiek.

952
00:56:07,230 --> 00:56:08,610
Dit is wat Hij voorzegt.

953
00:56:08,610 --> 00:56:12,090
Hierdoor probeerden de
overpriesters en de schriftgeleerden

954
00:56:12,090 --> 00:56:14,730
Hem nog op datzelfde
uur gevangen te nemen.

955
00:56:14,730 --> 00:56:19,830
Maar ze vonden het geen geschikt moment,
omdat Hij natuurlijk veel te populair was.

956
00:56:19,830 --> 00:56:22,590
We zullen opnieuw midden in
een hoofdstuk verdergaan.

957
00:56:22,590 --> 00:56:26,970
Ik had gehoopt dat we zover zouden komen
dat we werkelijk een hoofdstuk zouden

958
00:56:26,970 --> 00:56:31,170
afsluiten, zodat we telkens één
hoofdstuk konden behandelen.

959
00:56:31,170 --> 00:56:34,890
Maar we lopen een half hoofdstuk
achter, een beetje uit het lood,

960
00:56:34,890 --> 00:56:39,570
en daardoor eindigen we steeds midden
in een hoofdstuk. Maar dat is niet erg.

961
00:56:39,570 --> 00:56:42,990
De stof was oorspronkelijk toch
niet in hoofdstukken verdeeld,

962
00:56:42,990 --> 00:56:44,911
dus zoveel verschil maakt het niet.
