1
00:00:02,010 --> 00:00:04,590
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,590 --> 00:00:10,650
Deze keer behandelen we Mattheüs
13, vers 1 tot en met vers 9.

3
00:00:10,650 --> 00:00:14,610
We gaan beginnen met het bekijken van
het dertiende hoofdstuk van Mattheüs.

4
00:00:14,610 --> 00:00:17,520
Dit hoofdstuk is bijna geheel
gewijd aan een lange rede,

5
00:00:17,520 --> 00:00:23,310
als het inderdaad één rede was, waarin
Jezus een reeks gelijkenissen vertelde.

6
00:00:23,310 --> 00:00:27,030
Dit zou beschouwd kunnen worden als een
van de kenmerkende hoofdstukken van het

7
00:00:27,030 --> 00:00:28,950
onderwijs van Jezus.

8
00:00:28,950 --> 00:00:33,690
Zo behoren ook Zijn uitspraken
die in Mattheüs 5 tot en met 7

9
00:00:33,690 --> 00:00:38,430
als de Bergrede zijn bijeengebracht,
zeker tot Zijn bekendste woorden.

10
00:00:38,430 --> 00:00:43,470
Ook in dit hoofdstuk, hoofdstuk 13, vinden
we een rede die we met een heel goede

11
00:00:43,470 --> 00:00:46,470
reden de Gelijkenissenrede
zouden kunnen noemen,

12
00:00:46,470 --> 00:00:50,370
omdat die eenvoudigweg uit een
reeks gelijkenissen bestaat.

13
00:00:50,370 --> 00:00:55,230
Op een bepaald moment vragen de discipelen
Hem waarom Hij gelijkenissen gebruikt,

14
00:00:55,230 --> 00:00:57,390
en Hij legt Zijn redenen uit.

15
00:00:57,390 --> 00:01:01,110
Maar daarna gaat Hij verder
en vertelt Hij er nog enkele.

16
00:01:01,110 --> 00:01:04,410
Deze gelijkenissen gaan over
het Koninkrijk der hemelen,

17
00:01:04,410 --> 00:01:08,850
oftewel het Koninkrijk van God,
zoals het ook genoemd wordt.

18
00:01:08,850 --> 00:01:13,350
We weten dat het onderwijs van Jezus van
het allereerste begin tot het einde over

19
00:01:13,350 --> 00:01:16,590
het Koninkrijk ging:
het Koninkrijk van God,

20
00:01:16,590 --> 00:01:19,470
dat ook het Koninkrijk
der hemelen wordt genoemd.

21
00:01:19,470 --> 00:01:24,030
Wanneer Hij over het Koninkrijk der
hemelen of het Koninkrijk van God sprak,

22
00:01:24,030 --> 00:01:26,310
sprak Hij heel duidelijk
tot Zijn discipelen.

23
00:01:26,310 --> 00:01:29,490
Maar wanneer Hij tot de menigten
sprak, die zich niet echt als

24
00:01:29,490 --> 00:01:33,690
discipelen aan Hem hadden toegewijd
maar wel nieuwsgierig genoeg waren om

25
00:01:33,690 --> 00:01:37,350
in grote aantallen te komen
luisteren naar wat Hij te zeggen had,

26
00:01:37,350 --> 00:01:41,970
vertelt de Bijbel ons dat Hij altijd
tot hen sprak in de onderwijsvorm

27
00:01:41,970 --> 00:01:44,130
die een gelijkenis wordt genoemd.

28
00:01:44,130 --> 00:01:47,910
Ik noemde een gelijkenis
zojuist een onderwijsvorm.

29
00:01:47,910 --> 00:01:51,510
Misschien is dat niet helemaal de
juiste manier om erover te spreken,

30
00:01:51,510 --> 00:01:54,270
al denken sommige mensen er wel zo over.

31
00:01:54,270 --> 00:01:59,490
Sommige mensen menen dat het doel van een
gelijkenis voornamelijk is om de waarheid

32
00:01:59,490 --> 00:02:00,870
duidelijk te maken.

33
00:02:00,870 --> 00:02:05,250
Maar er is reden om aan te nemen dat
Jezus gelijkenissen om een andere

34
00:02:05,250 --> 00:02:09,330
reden gebruikte: niet zozeer om
de waarheid duidelijk te maken,

35
00:02:09,330 --> 00:02:12,510
maar om die verborgen te houden
voor de verkeerde mensen,

36
00:02:12,510 --> 00:02:16,290
van wie Hij niet wilde dat
zij Zijn boodschap begrepen.

37
00:02:16,290 --> 00:02:20,370
Eigenlijk vermoed ik dat de gelijkenissen
van Jezus op beide manieren werden

38
00:02:20,370 --> 00:02:23,610
gebruikt, want de uitleg van
de gelijkenissen is ons in

39
00:02:23,610 --> 00:02:25,230
de Schriften gegeven.

40
00:02:25,230 --> 00:02:29,250
Wanneer we deze gelijkenissen
lezen, kunnen we heel veel leren,

41
00:02:29,250 --> 00:02:31,410
en vormen ze een onderwijsmiddel.

42
00:02:31,410 --> 00:02:34,650
We kunnen iets leren over
het Koninkrijk van God.

43
00:02:34,650 --> 00:02:39,510
Tegelijkertijd zou de gemiddelde
luisteraar die geen discipel van Jezus was

44
00:02:39,510 --> 00:02:42,750
en die nooit de uitleg van
de gelijkenissen ontving,

45
00:02:42,750 --> 00:02:45,690
volledig in het duister
zijn blijven tasten.

46
00:02:45,690 --> 00:02:49,830
Zo iemand zou namelijk verhalen
hebben gehoord over landbouw, koken,

47
00:02:49,830 --> 00:02:54,150
vissen en dat soort dingen, maar zou niet
hebben gehoord hoe die werden toegepast.

48
00:02:54,150 --> 00:02:58,650
Hij zou eenvoudigweg verhalen hebben
gehoord die klinken als alledaagse,

49
00:02:58,650 --> 00:03:02,850
levensechte verhalen over
mensen die gewone dingen doen.

50
00:03:02,850 --> 00:03:05,010
Zonder de uitleg die Jezus gaf,

51
00:03:05,010 --> 00:03:09,450
zouden ze voor zulke luisteraars
volstrekt onbegrijpelijk zijn.

52
00:03:09,450 --> 00:03:11,550
Ze zouden voor hen niets betekenen.

53
00:03:11,550 --> 00:03:14,850
Ze zouden helemaal geen
geestelijke waarheid overbrengen.

54
00:03:14,850 --> 00:03:18,750
In zekere zin vervulden de
gelijkenissen vrijwel dezelfde functie

55
00:03:18,750 --> 00:03:24,090
als de wolkkolom en de vuurkolom toen de
kinderen van Israël in het Oude Testament

56
00:03:24,090 --> 00:03:26,910
onder leiding van Mozes
uit Egypte vertrokken.

57
00:03:26,910 --> 00:03:31,170
Toen de nacht viel, moesten ze hun
kamp opslaan en konden ze enige tijd

58
00:03:31,170 --> 00:03:32,610
niet verder trekken.

59
00:03:32,610 --> 00:03:37,650
De Egyptenaren achtervolgden hen, maar
toch moesten ze ook hun kamp opslaan.

60
00:03:37,650 --> 00:03:40,230
De Bijbel vertelt ons dat de wolkkolom,

61
00:03:40,230 --> 00:03:45,270
die de kinderen van Israël overdag had
geleid, ’s nachts een vuurkolom werd.

62
00:03:45,270 --> 00:03:48,270
Hij bewoog zich naar de
achterkant van het kamp van Israël

63
00:03:48,270 --> 00:03:51,870
en stelde zich tussen de
Egyptenaren en de Israëlieten op.

64
00:03:51,870 --> 00:03:56,250
Voor de Egyptenaren was hij een
wolk die hun het zicht ontnam.

65
00:03:56,250 --> 00:04:00,030
Aan hun kant maakte hij het donker,
terwijl hij aan de andere kant,

66
00:04:00,030 --> 00:04:02,850
waar de Israëlieten waren, licht gaf.

67
00:04:02,850 --> 00:04:06,390
Daardoor konden zij, toen
de Rode Zee gespleten werd,

68
00:04:06,390 --> 00:04:09,030
de hele nacht lang erdoorheen trekken.

69
00:04:09,030 --> 00:04:14,850
Deze ene kolom, deze ene wolk, bracht
duisternis over de Egyptenaren om hen in

70
00:04:14,850 --> 00:04:19,230
het duister te houden en te verhinderen
dat ze de achtervolging voortzetten.

71
00:04:19,230 --> 00:04:23,970
Op hetzelfde moment gaf hij als een
vuurkolom licht aan de Israëlieten.

72
00:04:23,970 --> 00:04:27,690
Misschien zouden we de gelijkenissen
ook zo’n uitwerking kunnen toeschrijven.

73
00:04:27,690 --> 00:04:30,510
Aan de ongelovige, of aan iemand die

74
00:04:30,510 --> 00:04:34,410
eenvoudigweg niet toegewijd genoeg
is om een discipel te worden,

75
00:04:34,410 --> 00:04:37,830
brengen deze gelijkenissen
geen informatie over.

76
00:04:37,830 --> 00:04:42,090
Dat deden ze tenminste niet aan
de oorspronkelijke luisteraars.

77
00:04:42,090 --> 00:04:46,590
Natuurlijk kan iedereen, christen
of niet, het Nieuwe Testament lezen

78
00:04:46,590 --> 00:04:51,570
en de uitleg zien die Jezus geeft,
en dan zou die persoon ze begrijpen.

79
00:04:51,570 --> 00:04:54,510
Maar onder het oorspronkelijke
publiek van Jezus

80
00:04:54,510 --> 00:04:57,210
zouden de verhalen die Hij hier vertelde

81
00:04:57,210 --> 00:05:00,690
eenvoudigweg geen geestelijke
informatie overbrengen,

82
00:05:00,690 --> 00:05:05,070
tenzij de luisteraars de uitleg
ontvingen die de discipelen ontvingen.

83
00:05:05,070 --> 00:05:09,870
Zo hielden de gelijkenissen Zijn boodschap
voor de ene groep mensen verborgen,

84
00:05:09,870 --> 00:05:13,950
terwijl ze die voor de andere groep,
de discipelen, juist verlichtten.

85
00:05:13,950 --> 00:05:16,470
We moeten begrijpen waar we mee
te maken hebben wanneer we naar

86
00:05:16,470 --> 00:05:18,210
een gelijkenis kijken.

87
00:05:18,210 --> 00:05:21,810
Een gelijkenis is niet noodzakelijk
hetzelfde als een allegorie.

88
00:05:21,810 --> 00:05:26,550
Een allegorie is een verhaal dat meestal
verzonnen is om iets duidelijk te maken.

89
00:05:26,550 --> 00:05:31,710
Maar in een allegorie komt alles — in
elk geval ieder belangrijk personage

90
00:05:31,710 --> 00:05:36,690
en iedere belangrijke gebeurtenis —
overeen met datgene wat het voorstelt.

91
00:05:36,690 --> 00:05:40,530
Een goed voorbeeld van een allegorie
waarmee de meeste mensen vertrouwd zijn,

92
00:05:40,530 --> 00:05:42,390
is De Christenreis.

93
00:05:42,390 --> 00:05:47,130
Het verhaal, dat enkele honderden jaren
geleden door John Bunyan is geschreven,

94
00:05:47,130 --> 00:05:50,250
wordt nog steeds als een
grote klassieker beschouwd.

95
00:05:50,250 --> 00:05:53,550
De meeste mensen kennen wel iets
van de beeldspraak en de taal

96
00:05:53,550 --> 00:05:54,990
uit De Christenreis.

97
00:05:54,990 --> 00:06:00,030
Maar als je het boek leest, zul je merken
dat iedere persoon erin iets voorstelt.

98
00:06:00,030 --> 00:06:02,070
Er bestaat een rechtstreeks,

99
00:06:02,070 --> 00:06:05,670
een-op-eenverband tussen de
bijzonderheden van het verhaal

100
00:06:05,670 --> 00:06:10,350
en de bijzonderheden van de geestelijke
werkelijkheid die ermee wordt uitgebeeld.

101
00:06:10,350 --> 00:06:13,110
Bij gelijkenissen is dat niet altijd zo.

102
00:06:13,110 --> 00:06:18,090
Een gelijkenis kan vaak een uitvoerig
verhaal met veel bijzonderheden zijn,

103
00:06:18,090 --> 00:06:21,930
terwijl het alleen bedoeld is
om één punt duidelijk te maken.

104
00:06:21,930 --> 00:06:26,490
Het kan soms een vergissing zijn om te
proberen voor alle bijzonderheden een

105
00:06:26,490 --> 00:06:28,410
overeenkomst te vinden.

106
00:06:28,410 --> 00:06:31,950
Er zijn enkele gelijkenissen
waarin bijna alles inderdaad met

107
00:06:31,950 --> 00:06:33,930
iets anders overeenkomt.

108
00:06:33,930 --> 00:06:37,590
In Mattheüs 13 zullen we
uiteindelijk bij het verhaal over de

109
00:06:37,590 --> 00:06:39,390
tarwe en het onkruid komen.

110
00:06:39,390 --> 00:06:42,930
Het lijkt erop dat alles in het verhaal
over de tarwe en het onkruid met

111
00:06:42,930 --> 00:06:44,670
iets anders overeenkomt.

112
00:06:44,670 --> 00:06:49,110
Maar je zult ook gelijkenissen
tegenkomen waarbij dat niet het geval is.

113
00:06:49,110 --> 00:06:54,510
De gelijkenis van de onrechtvaardige
rechter staat bijvoorbeeld in Lukas 18,

114
00:06:54,510 --> 00:06:59,670
maar in hoofdstuk 16 staat de gelijkenis
van de onrechtvaardige rentmeester.

115
00:06:59,670 --> 00:07:02,370
Veel in die gelijkenis
brengt mensen in verwarring,

116
00:07:02,370 --> 00:07:07,590
omdat er een man in voorkomt die oneerlijk
lijkt te zijn, maar toch wordt geprezen.

117
00:07:07,590 --> 00:07:10,770
En op de een of andere manier
stelt hij de christen voor.

118
00:07:10,770 --> 00:07:15,030
Het is werkelijk verwarrend, totdat we
beseffen dat het hele verhaal slechts

119
00:07:15,030 --> 00:07:17,550
één punt duidelijk probeert te maken.

120
00:07:17,550 --> 00:07:21,510
Veel dingen in het verhaal komen niet
met iets in het bijzonder overeen.

121
00:07:21,510 --> 00:07:24,810
Een gelijkenis kan een verhaal
met veel bijzonderheden zijn,

122
00:07:24,810 --> 00:07:28,290
terwijl een groot deel daarvan geen
rechtstreekse overeenkomst heeft

123
00:07:28,290 --> 00:07:31,770
met de geestelijke werkelijkheid
die ermee wordt uitgebeeld.

124
00:07:31,770 --> 00:07:36,450
Het gaat om de les van het verhaal,
niet om ieder klein onderdeel ervan.

125
00:07:36,450 --> 00:07:39,570
Een gelijkenis is ook
een levensecht verhaal.

126
00:07:39,570 --> 00:07:42,690
Met andere woorden, het is geen fabel.

127
00:07:42,690 --> 00:07:45,690
Een gelijkenis is dus niet
alleen geen allegorie,

128
00:07:45,690 --> 00:07:48,270
maar ook niet hetzelfde als een fabel.

129
00:07:48,270 --> 00:07:51,450
We kennen bijvoorbeeld
de fabels van Aesopus.

130
00:07:51,450 --> 00:07:56,850
Daarin vindt een ezel een leeuwenhuid en
trekt die aan om enig aanzien te krijgen.

131
00:07:56,850 --> 00:07:59,790
Een tijdlang denkt iedereen
dat hij een leeuw is.

132
00:07:59,790 --> 00:08:02,730
Uiteindelijk besluit hij
een brul te laten horen.

133
00:08:02,730 --> 00:08:07,470
Maar natuurlijk komt er uit zijn bek geen
leeuwenbrul, maar het gebalk van een ezel.

134
00:08:07,470 --> 00:08:10,530
Plotseling heeft niemand
meer respect voor hem.

135
00:08:10,530 --> 00:08:13,230
Iedereen weet dat hij geen leeuw is.

136
00:08:13,230 --> 00:08:17,730
In het werkelijke leven trekken
ezels geen leeuwenhuiden aan.

137
00:08:17,730 --> 00:08:22,650
In sommige fabels van Aesopus
praten de dieren, enzovoort.

138
00:08:22,650 --> 00:08:25,230
Dat gebeurt in het werkelijke leven niet.

139
00:08:25,230 --> 00:08:30,930
Een verhaal met sensationele,
fantastische bijzonderheden, zoals dieren,

140
00:08:30,930 --> 00:08:35,850
struiken of bomen die praten
en denken, is geen gelijkenis.

141
00:08:35,850 --> 00:08:38,130
Zoiets wordt een fabel genoemd.

142
00:08:38,130 --> 00:08:42,450
Maar een gelijkenis bevat
bijzonderheden die levensecht zijn.

143
00:08:42,450 --> 00:08:46,470
Een verhaal als een fabel zou
nooit werkelijkheid kunnen worden,

144
00:08:46,470 --> 00:08:50,790
omdat een fabel kenmerken
bevat die niet levensecht zijn.

145
00:08:50,790 --> 00:08:53,370
Maar een gelijkenis is een verhaal dat

146
00:08:53,370 --> 00:08:55,830
gemakkelijk werkelijkheid
zou kunnen worden.

147
00:08:55,830 --> 00:08:57,510
Wanneer Jezus zegt:

148
00:08:57,510 --> 00:09:00,570
Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen:

149
00:09:00,570 --> 00:09:04,410
Het Koninkrijk der hemelen
is gelijk aan zuurdeeg,

150
00:09:04,410 --> 00:09:08,370
dat een vrouw nam en in
drie maten meel verborg,

151
00:09:08,370 --> 00:09:11,130
totdat het helemaal doorzuurd was.

152
00:09:11,130 --> 00:09:14,490
dan is dat een heel levensechte situatie.

153
00:09:14,490 --> 00:09:20,070
In de tijd van Jezus werd zoiets iedere
dag duizenden keren gedaan in Israël.

154
00:09:20,070 --> 00:09:23,250
Het was een omstandigheid
uit het werkelijke leven,

155
00:09:23,250 --> 00:09:26,310
maar Jezus gebruikte die
om duidelijk te maken

156
00:09:26,310 --> 00:09:30,090
in welk opzicht dit op het
Koninkrijk der hemelen leek.

157
00:09:30,090 --> 00:09:33,330
De gelijkenissen zijn
levensechte verhalen,

158
00:09:33,330 --> 00:09:38,130
die meestal bedoeld zijn om slechts
één punt duidelijk te maken.

159
00:09:38,130 --> 00:09:42,870
Er zijn echter enkele uitzonderlijke
gelijkenissen waarin ieder detail iets in

160
00:09:42,870 --> 00:09:45,750
de geestelijke werkelijkheid voorstelt.

161
00:09:45,750 --> 00:09:50,550
Zonder uitleg van Jezus zou niemand
van ons werkelijk zeker kunnen weten

162
00:09:50,550 --> 00:09:52,590
wat de gelijkenissen betekenden.

163
00:09:52,590 --> 00:09:56,370
Maar Jezus koos ervoor deze dingen
aan Zijn discipelen uit te leggen,

164
00:09:56,370 --> 00:09:59,130
en die uitleg wordt ons vaak gegeven.

165
00:09:59,130 --> 00:10:01,710
Daardoor krijgen we enig
inzicht in de manier

166
00:10:01,710 --> 00:10:05,250
waarop we door middel van de
gelijkenissen, als onderwijsmiddel,

167
00:10:05,250 --> 00:10:08,310
het Koninkrijk der
hemelen kunnen begrijpen.

168
00:10:08,310 --> 00:10:12,030
Mattheüs 13 bevat verscheidene
van deze gelijkenissen.

169
00:10:12,030 --> 00:10:16,530
Het hoofdstuk begint in de verzen
1 tot en met 3 met deze woorden:

170
00:10:16,530 --> 00:10:20,790
Op die dag verliet Jezus het
huis en ging bij de zee zitten.

171
00:10:20,790 --> 00:10:26,070
En veel menigten verzamelden zich om Hem
heen, zodat Hij in een schip ging zitten;

172
00:10:26,070 --> 00:10:28,890
en heel de menigte stond op de oever.

173
00:10:28,890 --> 00:10:32,250
En Hij sprak tot hen veel
dingen door gelijkenissen.

174
00:10:32,250 --> 00:10:37,050
Hij zei: Zie, een zaaier
ging eropuit om te zaaien.

175
00:10:37,050 --> 00:10:39,690
Dan volgt daar de eerste gelijkenis.

176
00:10:39,690 --> 00:10:43,290
We zien dat dit gebeurde bij een
gelegenheid waarbij een grote

177
00:10:43,290 --> 00:10:45,570
menigte Jezus volgde.

178
00:10:45,570 --> 00:10:49,471
Hij had dit al bij minstens één
eerdere gelegenheid gedaan —

179
00:10:49,471 --> 00:10:51,690
en misschien deed Hij dit wel vaker.

180
00:10:51,690 --> 00:10:55,470
Wanneer de mensen zich langs de oever
van het Meer van Galilea om Hem heen

181
00:10:55,470 --> 00:10:59,310
verdrongen, vond Hij het handiger
om in een boot te stappen,

182
00:10:59,310 --> 00:11:03,990
enkele meters uit de kust te varen
en vanuit de boot te prediken,

183
00:11:03,990 --> 00:11:06,090
alsof die Zijn preekstoel was.

184
00:11:06,090 --> 00:11:10,230
Als je erover nadenkt, is
het een ingenieuze methode.

185
00:11:10,230 --> 00:11:13,770
Zolang Hij op de oever stond
en er mensenmassa’s waren —

186
00:11:13,770 --> 00:11:18,450
en dan hebben we het over duizenden mensen
die zich naar voren drongen om Hem te

187
00:11:18,450 --> 00:11:22,170
kunnen horen — zouden alle
mensen achteraan tegen de

188
00:11:22,170 --> 00:11:23,790
mensen vooraan aanduwen.

189
00:11:23,790 --> 00:11:27,510
De mensen vooraan zouden uiteindelijk
steeds dichter naar Jezus toe worden

190
00:11:27,510 --> 00:11:30,150
geduwd, totdat Hij in het water stond.

191
00:11:30,150 --> 00:11:32,730
En zij zouden ongetwijfeld blijven komen.

192
00:11:32,730 --> 00:11:34,710
Maar Hij stapte in een boot.

193
00:11:34,710 --> 00:11:37,890
Als Hij met de boot een paar
meter van de kust af voer,

194
00:11:37,890 --> 00:11:40,530
konden de mensen niet
zo dicht bij Hem komen.

195
00:11:40,530 --> 00:11:42,570
Ze konden Hem niet hinderen.

196
00:11:42,570 --> 00:11:46,770
Het water zelf leverde ook een
zeker akoestisch voordeel op,

197
00:11:46,770 --> 00:11:50,790
omdat geluid zich heel goed
over water kan voortplanten.

198
00:11:50,790 --> 00:11:54,990
Zo had Jezus als het ware een
natuurlijk versterkingssysteem om de

199
00:11:54,990 --> 00:11:56,790
menigten te bereiken.

200
00:11:56,790 --> 00:11:59,430
Jezus deed dit meer dan eens.

201
00:11:59,430 --> 00:12:02,130
We weten dat Hij het deed in Lukas 5,

202
00:12:02,130 --> 00:12:05,910
in het verhaal over de roeping
van de eerste vier vissers.

203
00:12:05,910 --> 00:12:10,350
Maar dat was lang hiervoor, en nu
zien we Jezus het opnieuw doen.

204
00:12:10,350 --> 00:12:14,490
Het moet iets zijn geweest wat
Hij deed wanneer Hij aan de kust

205
00:12:14,490 --> 00:12:16,890
grote menigten moest toespreken.

206
00:12:16,890 --> 00:12:22,830
Hoe dan ook, in vers 3 begint Hij
aan Zijn eerste gelijkenis. Hij zegt:

207
00:12:22,830 --> 00:12:26,130
En Hij sprak tot hen veel
dingen door gelijkenissen.

208
00:12:26,130 --> 00:12:30,450
Hij zei: Zie, een zaaier
ging eropuit om te zaaien.

209
00:12:30,450 --> 00:12:34,230
En toen hij zaaide, viel een
deel van het zaad langs de weg;

210
00:12:34,230 --> 00:12:37,110
en de vogels kwamen en aten dat op.

211
00:12:37,110 --> 00:12:42,390
Een ander deel viel op steenachtige
plaatsen, waar het niet veel aarde had;

212
00:12:42,390 --> 00:12:46,410
en het kwam meteen op, doordat
het geen diepte van aarde had.

213
00:12:46,410 --> 00:12:51,090
En toen de zon opgegaan was, verschroeide
het; en doordat het geen wortel

214
00:12:51,090 --> 00:12:52,890
had, verdorde het.

215
00:12:52,890 --> 00:12:58,890
Een ander deel viel tussen de dorens; en
de dorens kwamen op en verstikten het.

216
00:12:58,890 --> 00:13:03,390
En weer een ander deel viel in
de goede aarde en gaf vrucht:

217
00:13:03,390 --> 00:13:09,150
het ene honderdvoudig, het andere
zestigvoudig en een ander dertigvoudig.

218
00:13:09,150 --> 00:13:12,690
Wie oren heeft om te
horen, laat hij horen.

219
00:13:12,690 --> 00:13:15,090
Daarmee eindigt de eerste gelijkenis.

220
00:13:15,090 --> 00:13:17,310
Toen Jezus aan het einde zei:

221
00:13:17,310 --> 00:13:20,070
Als je oren hebt, luister dan goed,

222
00:13:20,070 --> 00:13:24,690
bedoelde Hij duidelijk meer dan
alleen horen met het natuurlijke oor.

223
00:13:24,690 --> 00:13:29,850
Iedereen heeft oren aan zijn hoofd, en
Hij geeft aan dat je, als je oren hebt,

224
00:13:29,850 --> 00:13:32,370
in staat zou moeten zijn om te horen.

225
00:13:32,370 --> 00:13:36,930
Maar Hij sprak niet over alleen maar
het geluid van Zijn woorden horen.

226
00:13:36,930 --> 00:13:41,130
Naar alle waarschijnlijkheid kon
iedereen in de menigte het grootste deel

227
00:13:41,130 --> 00:13:43,110
horen van wat Hij zei.

228
00:13:43,110 --> 00:13:48,630
Hij bedoelt natuurlijk: hoor met je
hart, hoor met je verstand, oftewel:

229
00:13:48,630 --> 00:13:50,010
neem het waar.

230
00:13:50,010 --> 00:13:53,490
Als je oren hebt, dan
moet je met inzicht horen.

231
00:13:53,490 --> 00:13:57,930
Dit geeft aan dat Zijn verhaal meer
inhield dan op het eerste gezicht,

232
00:13:57,930 --> 00:14:00,870
of op het eerste gehoor, duidelijk was.

233
00:14:00,870 --> 00:14:02,430
Want wanneer Hij zegt:

234
00:14:02,430 --> 00:14:07,830
Als je oren hebt, luister dan goed,
bedoelt Hij dat hier iets diepers in zit.

235
00:14:07,830 --> 00:14:09,750
Niet iedereen die oren had,

236
00:14:09,750 --> 00:14:14,850
zou noodzakelijkerwijs de diepere
betekenis horen van waar Hij het over had.

237
00:14:14,850 --> 00:14:19,290
De kans is groot dat de meesten van jullie
niet alleen bekend zijn met de gelijkenis,

238
00:14:19,290 --> 00:14:23,070
maar ook met de uitleg van de
gelijkenis die later volgt.

239
00:14:23,070 --> 00:14:26,190
Maar probeer jezelf los te
maken van die voorkennis

240
00:14:26,190 --> 00:14:29,730
en verplaats je in iemand die
op de heuvel of aan de oever

241
00:14:29,730 --> 00:14:31,950
naar Jezus’ prediking luistert.

242
00:14:31,950 --> 00:14:34,290
Hij vertelt alleen dit verhaal.

243
00:14:34,290 --> 00:14:37,890
Ga eens na wat je werkelijk zou
denken dat Hij ermee bedoelt.

244
00:14:37,890 --> 00:14:41,790
Hij spreekt over een zaaier,
dus iemand die zaad plant.

245
00:14:41,790 --> 00:14:45,510
Dat zou een man zijn met een
grote zak zaad tegen zijn heup.

246
00:14:45,510 --> 00:14:50,250
Hij steekt zijn hand erin en strooit
het zaad willekeurig over het veld uit.

247
00:14:50,250 --> 00:14:53,370
Deze man gaat eropuit
en strooit zijn zaad,

248
00:14:53,370 --> 00:14:56,310
en dat zaad valt op
verschillende soorten grond.

249
00:14:56,310 --> 00:14:59,670
Een deel van de grond is
zeer ongeschikt voor groei.

250
00:14:59,670 --> 00:15:01,350
Dat is wat Hij de weg noemt.

251
00:15:01,350 --> 00:15:04,170
De weg verwijst naar
vast aangestampte grond

252
00:15:04,170 --> 00:15:07,290
waar misschien gewoon heel
veel overheen is gelopen.

253
00:15:07,290 --> 00:15:10,350
Doordat de arbeiders op het
veld eroverheen hadden gelopen,

254
00:15:10,350 --> 00:15:14,730
was die grond aangestampt en kon
het zaad er niet in doordringen.

255
00:15:14,730 --> 00:15:19,470
Misschien zou het er uiteindelijk, als
het genoeg tijd kreeg, wel in doordringen.

256
00:15:19,470 --> 00:15:21,750
Maar daar kreeg het niet genoeg tijd voor,

257
00:15:21,750 --> 00:15:25,770
omdat de vogels de zaaier
volgden terwijl hij verderging.

258
00:15:25,770 --> 00:15:30,810
Het zaad dat op deze harde grond viel,
was voor hen het gemakkelijkst te pakken.

259
00:15:30,810 --> 00:15:35,490
Daarom bleven ze rondhangen langs de weg
en aten ze het zaad op dat niet in de

260
00:15:35,490 --> 00:15:37,170
grond kon doordringen.

261
00:15:37,170 --> 00:15:40,470
We zouden natuurlijk kunnen
zeggen dat dit zaad verloren ging.

262
00:15:40,470 --> 00:15:43,590
Het was gezaaid, maar
niet werkelijk geplant.

263
00:15:43,590 --> 00:15:47,550
Het bracht niets voort, omdat het
door de vogels werd opgegeten.

264
00:15:47,550 --> 00:15:51,450
Een andere categorie zaad —
eigenlijk dezelfde soort zaad,

265
00:15:51,450 --> 00:15:56,310
maar een andere soort grond — viel op
wat steenachtige grond wordt genoemd.

266
00:15:56,310 --> 00:16:01,170
Bij steenachtige grond denken we misschien
aan grond waar veel stenen in zitten.

267
00:16:01,170 --> 00:16:05,730
Maar wat hier bedoeld wordt, is grond
die misschien uit zachte aarde bestaat,

268
00:16:05,730 --> 00:16:10,590
maar hooguit een paar centimeter diep
is, met daaronder massief gesteente.

269
00:16:10,590 --> 00:16:14,370
Het zaad kon in de grond
doordringen, maar niet erg diep.

270
00:16:14,370 --> 00:16:19,890
Doordat het gesteente daaronder lag, kwam
de zon op en warmde de grond vrij snel op.

271
00:16:19,890 --> 00:16:21,930
Het zaad schoot voorspoedig op.

272
00:16:21,930 --> 00:16:24,030
Dit zaad kwam vrijwel onmiddellijk op.

273
00:16:24,030 --> 00:16:28,530
Maar door de hitte van de zon had de
plant vocht uit de diepere grond nodig.

274
00:16:28,530 --> 00:16:32,130
Het gesteente onder de aarde
verhinderde echter dat de wortels naar

275
00:16:32,130 --> 00:16:33,690
beneden konden groeien.

276
00:16:33,690 --> 00:16:37,230
Het had geen wortels om het
vocht van beneden op te nemen.

277
00:16:37,230 --> 00:16:40,950
Doordat de wortels geen vocht uit
de diepere grond konden opnemen,

278
00:16:40,950 --> 00:16:44,670
verdorde de plant in de
zon. Dit zaad stierf.

279
00:16:44,670 --> 00:16:47,250
Ook dit bracht geen enkele oogst voort.

280
00:16:47,250 --> 00:16:49,350
Dan was er een derde soort grond.

281
00:16:49,350 --> 00:16:54,270
Die grond had op zichzelf blijkbaar geen
gebrek, behalve dat hij verontreinigd was.

282
00:16:54,270 --> 00:16:58,950
Er waren ook andere soorten zaad,
afkomstig van andere organismen:

283
00:16:58,950 --> 00:17:04,470
doorns en distels, onkruid, dingen die
de planten verstikken die je als voedsel

284
00:17:04,470 --> 00:17:05,910
probeert te verbouwen.

285
00:17:05,910 --> 00:17:08,910
Het zaad dat daartussen viel, groeide.

286
00:17:08,910 --> 00:17:10,590
De grond was geschikt.

287
00:17:10,590 --> 00:17:14,190
Het zaad begon te groeien,
maar tegelijk kwamen de doorns,

288
00:17:14,190 --> 00:17:18,570
de distels en het onkruid op,
en die verstikten het zaad.

289
00:17:18,570 --> 00:17:22,530
Ze wedijverden met het wortelstelsel
van het zaad om de voedingsstoffen,

290
00:17:22,530 --> 00:17:26,310
en dat zaad bracht eigenlijk niet
veel voort. Het werd verstikt.

291
00:17:26,310 --> 00:17:31,950
Maar er is een vierde soort grond die
Jezus eenvoudigweg goede aarde noemt.

292
00:17:31,950 --> 00:17:36,870
Deze grond was blijkbaar goed op alle
punten waarop de andere tekortschoten.

293
00:17:36,870 --> 00:17:40,710
Dit was geen harde grond waarop
het zaad gewoon bleef liggen.

294
00:17:40,710 --> 00:17:44,550
Het drong de grond binnen,
zodat de vogels het niet vonden.

295
00:17:44,550 --> 00:17:49,410
De grond was niet rotsachtig in de zin
dat er onder de oppervlakte rots lag.

296
00:17:49,410 --> 00:17:54,510
Er was volop goede bovengrond, zodat de
wortels diep naar beneden konden groeien

297
00:17:54,510 --> 00:17:57,450
en de plant kon groeien en gedijen.

298
00:17:57,450 --> 00:18:03,090
Blijkbaar was dit grond die betrekkelijk
vrij was van onkruid, doornen en distels,

299
00:18:03,090 --> 00:18:04,410
en dat soort dingen.

300
00:18:04,410 --> 00:18:06,930
Dit was dus grond die
eigenlijk geen van de

301
00:18:06,930 --> 00:18:12,570
nadelen van de andere soorten grond had,
en daarom groeide het zaad. Jezus zei:

302
00:18:12,570 --> 00:18:14,610
het leverde een oogst op.

303
00:18:14,610 --> 00:18:17,490
Deze opbrengst liep enigszins uiteen.

304
00:18:17,490 --> 00:18:20,910
Niet alle goede aarde bracht
dezelfde hoeveelheid op.

305
00:18:20,910 --> 00:18:24,870
En nog een ander deel viel in
de goede aarde en gaf vrucht;

306
00:18:24,870 --> 00:18:29,250
het kwam op en groeide, en
het ene droeg dertigvoudig,

307
00:18:29,250 --> 00:18:34,290
het andere zestigvoudig en
het andere honderdvoudig.

308
00:18:34,290 --> 00:18:37,730
Een dertigvoudige opbrengst
is, voor zover ik het begrijp —

309
00:18:37,730 --> 00:18:42,770
ik ben zelf nooit echt boer geweest,
maar dit is wat ik erover gelezen heb —

310
00:18:42,770 --> 00:18:47,250
een behoorlijk goede opbrengst,
een heel redelijke opbrengst.

311
00:18:47,250 --> 00:18:52,410
Zestigvoudig is uiteraard twee keer zo
goed, en dat is een heel goede opbrengst.

312
00:18:52,410 --> 00:18:57,810
Maar honderdvoudig zou, in die tijd in
elk geval, uitzonderlijk zijn geweest.

313
00:18:57,810 --> 00:19:02,910
Als iemand één schepel zaad zaaide
en honderd schepels tarwe oogstte,

314
00:19:02,910 --> 00:19:05,490
zou dat een honderdvoudige opbrengst zijn.

315
00:19:05,490 --> 00:19:10,650
Jezus beschrijft dus dat de goede
aarde een goede opbrengst voortbrengt,

316
00:19:10,650 --> 00:19:13,710
hoewel zelfs die niet
altijd even groot is.

317
00:19:13,710 --> 00:19:19,290
Nu ik dat gezegd heb, stel je voor dat
je dat verhaal hoort zonder enige uitleg.

318
00:19:19,290 --> 00:19:23,430
Het is duidelijk dat je een
verhaal over landbouw hebt gehoord.

319
00:19:23,430 --> 00:19:30,450
Je hebt een verhaal gehoord over zaad,
grond, rotsen, vogels en onkruid.

320
00:19:30,450 --> 00:19:32,790
Maar wat heb je nu werkelijk geleerd?

321
00:19:32,790 --> 00:19:35,670
Naar alle waarschijnlijkheid
heb je niets geleerd,

322
00:19:35,670 --> 00:19:38,130
want zonder de uitleg die Jezus gaf,

323
00:19:38,130 --> 00:19:41,850
brengt het verhaal eigenlijk
geen nieuwe informatie over.

324
00:19:41,850 --> 00:19:45,150
Ik zeg niet dat het helemaal
geen informatie overbrengt,

325
00:19:45,150 --> 00:19:49,050
maar iedereen in een agrarische
samenleving zou zeggen: ‘Goed,

326
00:19:49,050 --> 00:19:50,370
ik begrijp het.

327
00:19:50,370 --> 00:19:52,770
Ja, vogels eten zaad.

328
00:19:52,770 --> 00:19:58,170
Ja, doornen en distels zijn
slecht voor het gewas. Zeker.

329
00:19:58,170 --> 00:20:00,570
Vertel me iets wat ik nog niet weet.

330
00:20:00,570 --> 00:20:04,830
Waarom vertelt U mij dat dit mij op de een
of andere manier iets over het Koninkrijk

331
00:20:04,830 --> 00:20:06,150
van God zegt?’

332
00:20:06,150 --> 00:20:08,910
Natuurlijk doet het dat,
als je de uitleg krijgt,

333
00:20:08,910 --> 00:20:11,370
maar het verhaal moet worden ontcijferd.

334
00:20:11,370 --> 00:20:15,870
De Bijbel zegt in Markus hoofdstuk
4, een parallelle passage:

335
00:20:15,870 --> 00:20:20,790
Hij sprak niet tot hen zonder gelijkenis,
maar wanneer zij alleen waren,

336
00:20:20,790 --> 00:20:23,250
legde Hij Zijn discipelen alles uit.

337
00:20:23,250 --> 00:20:27,390
Hij wilde inderdaad dat Zijn
discipelen de boodschap begrepen.

338
00:20:27,390 --> 00:20:32,730
Daarom legde Hij, wanneer ze alleen
waren, de betekenis van de gelijkenis uit.

339
00:20:32,730 --> 00:20:35,970
Verderop in de passage legde
Hij de betekenis van deze

340
00:20:35,970 --> 00:20:38,490
gelijkenis daadwerkelijk uit.

341
00:20:38,490 --> 00:20:41,670
Daar zullen we het later over
hebben, omdat we nog niet bij die

342
00:20:41,670 --> 00:20:42,870
verzen zijn gekomen.

343
00:20:42,870 --> 00:20:46,470
Er volgt eerst nog een gesprek
tussen Jezus en Zijn discipelen

344
00:20:46,470 --> 00:20:49,350
voordat Hij ertoe komt de
gelijkenis uit te leggen.

345
00:20:49,350 --> 00:20:54,090
Maar je moet begrijpen dat deze gelijkenis
kenmerkend is voor gelijkenissen.

346
00:20:54,090 --> 00:20:57,870
Het is een goed voorbeeld van wat we
van gelijkenissen kunnen verwachten.

347
00:20:57,870 --> 00:20:59,850
Het is een verhaal over iets.

348
00:20:59,850 --> 00:21:01,470
Het is levensecht.

349
00:21:01,470 --> 00:21:05,970
Het is een heel huiselijke illustratie van
iets wat waarschijnlijk iedereen al eens

350
00:21:05,970 --> 00:21:07,290
had zien gebeuren.

351
00:21:07,290 --> 00:21:09,870
Het was geen sensationeel verhaal.

352
00:21:09,870 --> 00:21:14,010
Het was niet het soort verhaal waarvoor je
de straat zou oversteken om iemand het te

353
00:21:14,010 --> 00:21:17,790
horen vertellen, want er is
eigenlijk niets uitzonderlijks aan.

354
00:21:17,790 --> 00:21:21,570
Het is gewoon een verhaal over
een man die zaad uitstrooit,

355
00:21:21,570 --> 00:21:26,070
over wat er met zijn zaad gebeurde
en wat er met ieders zaad gebeurde.

356
00:21:26,070 --> 00:21:29,310
Een deel brengt iets
voort en een deel niet.

357
00:21:29,310 --> 00:21:32,670
Dat waren het soort verhalen
dat Jezus als gelijkenissen

358
00:21:32,670 --> 00:21:35,730
vertelde: alledaagse situaties.

359
00:21:35,730 --> 00:21:39,870
Het waren eigenlijk geen waargebeurde
verhalen, om het zo te zeggen,

360
00:21:39,870 --> 00:21:44,310
in die zin dat de gelijkenissen
geen werkelijke gevallen beschreven.

361
00:21:44,310 --> 00:21:45,990
Toen Jezus zei:

362
00:21:45,990 --> 00:21:48,570
een man ging eropuit om zaad te zaaien,

363
00:21:48,570 --> 00:21:52,050
had Hij niet werkelijk een
bepaalde persoon in gedachten.

364
00:21:52,050 --> 00:21:54,690
Natuurlijk waren er
waarschijnlijk duizenden boeren

365
00:21:54,690 --> 00:21:58,530
die Zijn luisteraars kenden
en die precies dat deden.

366
00:21:58,530 --> 00:22:02,520
Misschien waren sommigen van hen daar
aanwezig, boeren die zaad zaaiden,

367
00:22:02,520 --> 00:22:05,850
maar Hij had geen bepaalde
boer in gedachten.

368
00:22:05,850 --> 00:22:10,890
Hij sprak over een algemene werkelijkheid
en die was, zoals ik al zei,

369
00:22:10,890 --> 00:22:13,770
heel alledaags en niet sensationeel.

370
00:22:13,770 --> 00:22:18,510
Maar waar Hij op wees, was dat de
gewone dingen van het dagelijks leven,

371
00:22:18,510 --> 00:22:22,530
zodra Christus ze uitlegt,
geweldige inzichten in geestelijke

372
00:22:22,530 --> 00:22:24,090
dingen kunnen opleveren.

373
00:22:24,090 --> 00:22:27,390
Ik ben in de stad opgegroeid
en mijn vrouw ook.

374
00:22:27,390 --> 00:22:29,490
Maar toen we naar het
platteland verhuisden

375
00:22:29,490 --> 00:22:33,390
en mijn vrouw begon te tuinieren,
leek het wel alsof ze iedere dag

376
00:22:33,390 --> 00:22:35,610
geestelijke lessen uit haar tuin leerde.

377
00:22:35,610 --> 00:22:37,230
Dat was echt boeiend.

378
00:22:37,230 --> 00:22:41,790
Ik kwam thuis van het lesgeven en dan
had zij iets wat ze mij kon leren,

379
00:22:41,790 --> 00:22:45,450
iets wat ze had geleerd door
buiten in de tuin bezig te zijn.

380
00:22:45,450 --> 00:22:50,190
De gewone dingen in de natuur zijn
nu eenmaal alledaags en gewoon.

381
00:22:50,190 --> 00:22:52,110
Ze zijn voor iedereen zichtbaar.

382
00:22:52,110 --> 00:22:55,950
Maar wanneer je ogen geopend zijn,
kun je ze zien als illustraties

383
00:22:55,950 --> 00:22:57,990
van geestelijke werkelijkheden.

384
00:22:57,990 --> 00:23:00,150
Ik vind dat iets prachtigs.

385
00:23:00,150 --> 00:23:03,270
God heeft in de schepping
veel principes gelegd die,

386
00:23:03,270 --> 00:23:07,650
zodra ons verstand verlicht is, op
allerlei andere situaties van toepassing

387
00:23:07,650 --> 00:23:11,010
blijken te zijn, en vooral
op geestelijke dingen.

388
00:23:11,010 --> 00:23:14,430
Even later geeft Jezus een
uitleg van deze gelijkenis.

389
00:23:14,430 --> 00:23:15,750
Hij vertelt de discipelen:

390
00:23:15,750 --> 00:23:19,410
En dit zijn zij bij wie
langs de weg gezaaid is:

391
00:23:19,410 --> 00:23:23,250
in wie het Woord gezaaid wordt,
en als zij het gehoord hebben,

392
00:23:23,250 --> 00:23:28,350
komt de satan meteen en neemt het
Woord weg dat in hun hart gezaaid was.

393
00:23:28,350 --> 00:23:34,290
En evenzo zijn dit degenen in wie op de
steenachtige grond gezaaid wordt: die,

394
00:23:34,290 --> 00:23:38,430
als zij het Woord gehoord hebben,
het meteen met vreugde ontvangen,

395
00:23:38,430 --> 00:23:43,170
en geen wortel in zichzelf hebben,
maar zij zijn mensen van het ogenblik;

396
00:23:43,170 --> 00:23:47,190
als er later verdrukking of
vervolging komt omwille van het Woord,

397
00:23:47,190 --> 00:23:48,930
struikelen zij meteen.

398
00:23:48,930 --> 00:23:53,850
En dit zijn zij bij wie in de dorens
gezaaid wordt: zij horen het Woord,

399
00:23:53,850 --> 00:23:57,870
maar de zorgen van deze wereld
en de verleiding van de rijkdom

400
00:23:57,870 --> 00:24:02,430
en de begeerten naar al het andere
komen erbij en verstikken het Woord,

401
00:24:02,430 --> 00:24:04,410
en het wordt onvruchtbaar.

402
00:24:04,410 --> 00:24:08,310
En dit zijn zij bij wie in
de goede aarde gezaaid wordt:

403
00:24:08,310 --> 00:24:14,370
zij horen het Woord en nemen het aan
en dragen vrucht, de één dertigvoudig,

404
00:24:14,370 --> 00:24:17,970
de ander zestigvoudig en
de ander honderdvoudig.

405
00:24:17,970 --> 00:24:22,770
Sommigen hebben er werkelijk baat bij en
anderen niet, om verschillende redenen.

406
00:24:22,770 --> 00:24:25,590
Hij geeft voorbeelden van
deze vier soorten grond

407
00:24:25,590 --> 00:24:27,630
en vertelt wat ze voorstellen.

408
00:24:27,630 --> 00:24:30,450
Die uitleg zullen we voor
later moeten bewaren,

409
00:24:30,450 --> 00:24:34,830
want die staat verscheidene verzen
verder dan waar we nu gekomen zijn.

410
00:24:34,830 --> 00:24:39,090
Er staan verschillende gelijkenissen
in dit hoofdstuk, een flink aantal.

411
00:24:39,090 --> 00:24:42,990
Elk daarvan vertelt ons iets heel
belangrijks over het Koninkrijk van God.

412
00:24:42,990 --> 00:24:46,350
Ik durf wel te stellen dat dit het
belangrijkste onderwerp in het onderwijs

413
00:24:46,350 --> 00:24:50,670
van Jezus was, omdat Hij daar
meer onderwijs over gaf dan over

414
00:24:50,670 --> 00:24:52,350
enig ander onderwerp.

415
00:24:52,350 --> 00:24:54,810
Terwijl we dit hoofdstuk samen doornemen,

416
00:24:54,810 --> 00:24:58,290
zullen we de gelijkenissen
bekijken en proberen te begrijpen

417
00:24:58,290 --> 00:25:01,950
welke waarheden Jezus daarin aan
ons probeert over te brengen.

418
00:25:01,950 --> 00:25:05,670
Tot die tijd hoop ik dat je
over deze dingen zult nadenken

419
00:25:05,670 --> 00:25:08,790
en weer met ons meedoet wanneer
we bij deze passage terugkomen.
