1
00:00:02,070 --> 00:00:04,530
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,530 --> 00:00:11,670
Deze keer behandelen we Mattheüs
13, vers 53 tot en met vers 58.

3
00:00:11,670 --> 00:00:14,910
Laten we naar het laatste
deel van Mattheüs 13 gaan.

4
00:00:14,910 --> 00:00:17,670
Het eerdere deel bestond
volledig uit een reeks van

5
00:00:17,670 --> 00:00:22,110
acht gelijkenissen die Jezus vertelde
over het Koninkrijk der hemelen.

6
00:00:22,110 --> 00:00:26,910
Het Koninkrijk der hemelen was natuurlijk
het hoofdthema in heel Zijn onderwijs.

7
00:00:26,910 --> 00:00:31,170
Nergens in de Schrift vinden we zo’n
concentratie van lessen over het

8
00:00:31,170 --> 00:00:35,790
Koninkrijk in de vorm van
gelijkenissen als in hoofdstuk 13.

9
00:00:35,790 --> 00:00:39,750
Maar voordat het hoofdstuk
eindigt, houden de gelijkenissen op

10
00:00:39,750 --> 00:00:43,050
en krijgen we een kort verhaal
dat ik nu graag wil behandelen.

11
00:00:43,050 --> 00:00:47,910
In Mattheüs 13:53 tot en met 58 staat:

12
00:00:47,910 --> 00:00:53,790
En toen Jezus deze gelijkenissen geëindigd
had, gebeurde het dat Hij vandaar vertrok.

13
00:00:53,790 --> 00:00:58,290
En Hij kwam in Zijn vaderstad en
onderwees hen in hun synagoge,

14
00:00:58,290 --> 00:01:02,370
zodat zij versteld stonden en
zeiden: Waar heeft Deze die

15
00:01:02,370 --> 00:01:04,650
wijsheid en krachten vandaan?

16
00:01:04,650 --> 00:01:07,230
Is Dit niet de Zoon van de timmerman?

17
00:01:07,230 --> 00:01:12,150
En heet Zijn moeder niet Maria,
en Zijn broers Jakobus en Joses,

18
00:01:12,150 --> 00:01:14,250
en Simon en Judas?

19
00:01:14,250 --> 00:01:17,970
En Zijn zusters, zijn
zij niet allen onder ons?

20
00:01:17,970 --> 00:01:20,790
Waar heeft Deze dan dit alles vandaan?

21
00:01:20,790 --> 00:01:23,370
En zij namen aanstoot aan Hem.

22
00:01:23,370 --> 00:01:27,930
Maar Jezus zei tegen hen:
Een profeet is niet ongeëerd,

23
00:01:27,930 --> 00:01:31,170
behalve in zijn vaderstad en in zijn huis.

24
00:01:31,170 --> 00:01:35,070
En Hij deed daar niet veel
krachten vanwege hun ongeloof.

25
00:01:35,070 --> 00:01:37,830
In de Engelse vertaling
die hier wordt besproken,

26
00:01:37,830 --> 00:01:45,030
staat dat Jezus naar Zijn eigen ‘land’
kwam; de HSV vertaalt dit als ‘vaderstad’.

27
00:01:45,030 --> 00:01:49,410
Het Engelse woord ‘land’ duidt
hier duidelijk een streek aan,

28
00:01:49,410 --> 00:01:55,230
want strikt genomen was het land waarin
Jezus woonde Israël, de natie Israël.

29
00:01:55,230 --> 00:01:59,190
Het woord ‘land’ wordt natuurlijk
op allerlei manieren gebruikt,

30
00:01:59,190 --> 00:02:02,610
maar hier staat alleen dat
Hij naar Zijn eigen land kwam.

31
00:02:02,610 --> 00:02:07,050
Het moet de streek Galilea betekenen,
en dan dat specifieke deel van

32
00:02:07,050 --> 00:02:09,450
Galilea waar Jezus opgroeide.

33
00:02:09,450 --> 00:02:13,170
Dat zou Nazareth zijn, en
misschien de omliggende gebieden.

34
00:02:13,170 --> 00:02:17,550
De reden waarom ik dat zeg, is ten eerste
dat Jezus bijna Zijn hele bediening

35
00:02:17,550 --> 00:02:19,770
verrichtte binnen het land Israël.

36
00:02:19,770 --> 00:02:24,330
Dat was Zijn eigen land in de zin dat
Hij daar geboren en opgegroeid was.

37
00:02:24,330 --> 00:02:27,150
En als we het zouden willen
beperken tot Galilea:

38
00:02:27,150 --> 00:02:32,430
bijna alles wat we tot nu toe in Mattheüs
hebben gelezen, vond al in Galilea plaats.

39
00:02:32,430 --> 00:02:35,970
Galilea is de streek, we zouden
kunnen zeggen het district,

40
00:02:35,970 --> 00:02:38,910
in het noorden van Israël
waar Jezus opgroeide.

41
00:02:38,910 --> 00:02:40,710
Maar Hij is daar al geweest.

42
00:02:40,710 --> 00:02:43,470
Wanneer er staat dat Hij nu
naar Zijn eigen land kwam,

43
00:02:43,470 --> 00:02:46,950
moet dit dus een aanzienlijk
kleiner gebied afbakenen.

44
00:02:46,950 --> 00:02:51,030
Daarom zouden we aannemen dat hiermee
Nazareth en de omgeving daarvan bedoeld

45
00:02:51,030 --> 00:02:53,310
worden, waar Jezus opgroeide.

46
00:02:53,310 --> 00:02:57,030
Het is ook duidelijk dat de
mensen uit dit gebied Hem kenden.

47
00:02:57,030 --> 00:02:59,790
Ze kenden Hem als de
zoon van de timmerman.

48
00:02:59,790 --> 00:03:04,470
Ze kenden de namen van Zijn moeder en
Zijn broers, en ze kenden ook Zijn zussen,

49
00:03:04,470 --> 00:03:08,670
die blijkbaar nog bij hen woonden,
dat wil zeggen, in die streek.

50
00:03:08,670 --> 00:03:11,190
Dit waren mensen die de familie kenden.

51
00:03:11,190 --> 00:03:14,190
Ze woonden in de streek
waar Jezus opgroeide.

52
00:03:14,190 --> 00:03:17,850
Hoewel het woord ‘Nazareth’ niet
in het verhaal wordt gebruikt,

53
00:03:17,850 --> 00:03:22,290
moeten we daarom aannemen dat we het
hebben over de streek van Nazareth,

54
00:03:22,290 --> 00:03:23,910
een stad in Galilea.

55
00:03:23,910 --> 00:03:29,550
Uit Lukas 4 weten we dat Jezus al eerder
naar Nazareth was gekomen en dat Hij iets

56
00:03:29,550 --> 00:03:31,290
soortgelijks had gedaan.

57
00:03:31,290 --> 00:03:35,430
Hij was gekomen en had daar
in de synagoge onderwezen.

58
00:03:35,430 --> 00:03:38,370
In Lukas 4 krijgen we
veel meer bijzonderheden

59
00:03:38,370 --> 00:03:41,550
over wat Jezus bij die
gelegenheid precies deed.

60
00:03:41,550 --> 00:03:46,170
Het einde ervan kwam vrijwel overeen
met wat er deze keer gebeurde.

61
00:03:46,170 --> 00:03:49,470
Beide keren besloot Jezus
in wezen met de woorden:

62
00:03:49,470 --> 00:03:53,850
Een profeet krijgt overal eer,
behalve in zijn eigen land.

63
00:03:53,850 --> 00:03:58,710
Vanwege die overeenkomsten, omdat beide
verhalen zich in Nazareth afspelen

64
00:03:58,710 --> 00:04:01,530
en Jezus in beide gevallen
die uitspraak doet,

65
00:04:01,530 --> 00:04:04,530
zou je zelfs de indruk kunnen
krijgen dat dit slechts

66
00:04:04,530 --> 00:04:07,050
twee verslagen van hetzelfde verhaal zijn.

67
00:04:07,050 --> 00:04:10,530
Ik veronderstel dat we dat niet
volledig kunnen uitsluiten.

68
00:04:10,530 --> 00:04:13,050
Maar het lijkt mij verstandiger om deze,

69
00:04:13,050 --> 00:04:16,410
zowel chronologisch als wat
de bijzonderheden betreft,

70
00:04:16,410 --> 00:04:19,110
als twee verschillende
reizen te beschouwen,

71
00:04:19,110 --> 00:04:21,930
twee verschillende bezoeken aan Nazareth.

72
00:04:21,930 --> 00:04:25,170
Zo heb ik het bij mijn bestudering
van de Schriften begrepen.

73
00:04:25,170 --> 00:04:28,530
Als ik je eraan mag herinneren,
voor het geval je niet bekend

74
00:04:28,530 --> 00:04:33,510
bent met het eerdere bezoek aan
Nazareth: dat is te vinden in Lukas 4,

75
00:04:33,510 --> 00:04:36,570
vanaf vers 16. Daar staat:

76
00:04:36,570 --> 00:04:39,870
En Hij kwam in Nazareth,
waar Hij opgevoed was,

77
00:04:39,870 --> 00:04:43,830
en ging naar Zijn gewoonte op de
dag van de sabbat naar de synagoge,

78
00:04:43,830 --> 00:04:45,930
en Hij stond op om te lezen.

79
00:04:45,930 --> 00:04:50,550
Toen allen in de synagoge dit
hoorden, werden zij met woede vervuld.

80
00:04:50,550 --> 00:04:55,350
Zij stonden op, dreven Hem de stad uit
en brachten Hem naar de rand van de berg

81
00:04:55,350 --> 00:04:59,130
waarop hun stad gebouwd was, om
Hem van de steilte af te werpen.

82
00:04:59,130 --> 00:05:02,430
Maar Hij liep midden tussen
hen door en ging weg.

83
00:05:02,430 --> 00:05:05,550
Nu is dit waarschijnlijk niet
hetzelfde bezoek aan Nazareth.

84
00:05:05,550 --> 00:05:09,090
Maar zoals je in Lukas,
hoofdstuk 4, kunt zien,

85
00:05:09,090 --> 00:05:13,470
lijkt het erop dat Jezus tijdens dit
eerdere bezoek aan Nazareth in de synagoge

86
00:05:13,470 --> 00:05:15,990
predikte, zoals Hij dat hier ook deed.

87
00:05:15,990 --> 00:05:20,310
En Hij sloot af met de conclusie dat
een profeet in zijn eigen land niet

88
00:05:20,310 --> 00:05:21,750
geëerd zal worden.

89
00:05:21,750 --> 00:05:24,750
Die dingen hebben deze
gebeurtenissen dus gemeen.

90
00:05:24,750 --> 00:05:28,830
Bij de eerste gelegenheid, waarover
we zojuist in Lukas, hoofdstuk 4,

91
00:05:28,830 --> 00:05:33,990
hebben gelezen, las Jezus voor
uit de profeet Jesaja en zei Hij:

92
00:05:33,990 --> 00:05:37,830
Vandaag zijn deze woorden voor
uw oren in vervulling gegaan.

93
00:05:37,830 --> 00:05:42,630
De woorden die Hij las, gingen over het
aanbreken van het messiaanse tijdperk,

94
00:05:42,630 --> 00:05:44,790
het messiaanse Koninkrijk.

95
00:05:44,790 --> 00:05:50,250
En Hij gaf aan dat Hij Degene was over
Wie in het boek Jesaja werd gesproken.

96
00:05:50,250 --> 00:05:52,890
Daardoor verwonderden de
mensen uit Zijn stad zich,

97
00:05:52,890 --> 00:05:56,310
want Hij beweerde iets zeer
belangrijks over Zichzelf.

98
00:05:56,310 --> 00:06:00,330
Toch kenden ze Hem al vanaf Zijn jeugd
en ze kenden Hem niet als een belangrijk

99
00:06:00,330 --> 00:06:02,550
persoon. Ze zeiden:

100
00:06:02,550 --> 00:06:05,190
Is Dit niet gewoon de Zoon van Jozef?

101
00:06:05,190 --> 00:06:08,010
Jezus was natuurlijk
niet de zoon van Jozef,

102
00:06:08,010 --> 00:06:11,070
maar zo werd Hij in die
stad kennelijk beschouwd.

103
00:06:11,070 --> 00:06:16,110
Jozef was niet Zijn vader, want Maria was
zwanger geworden terwijl ze nog maagd was.

104
00:06:16,110 --> 00:06:21,090
Maar ze was met Jozef getrouwd, en Jezus
was in het huis van Jozef opgegroeid met

105
00:06:21,090 --> 00:06:23,970
de andere kinderen van Jozef en Maria.

106
00:06:23,970 --> 00:06:29,130
Daarom beschouwde iedereen in hun omgeving
Hem ook als een van Jozefs kinderen,

107
00:06:29,130 --> 00:06:30,510
als de eerstgeborene.

108
00:06:30,510 --> 00:06:33,270
Toch was Jozef een onbelangrijke man.

109
00:06:33,270 --> 00:06:36,510
Hij was slechts een
ambachtsman, een timmerman.

110
00:06:36,510 --> 00:06:38,190
Hij was geen profeet.

111
00:06:38,190 --> 00:06:40,890
Hij was geen godsdienstig leider.

112
00:06:40,890 --> 00:06:45,990
En deze man, Jezus, Die ze
kenden en Die, naar ze wisten,

113
00:06:45,990 --> 00:06:50,190
waarschijnlijk zo’n twintig jaar van
Zijn leven als timmermansleerling

114
00:06:50,190 --> 00:06:55,410
onder hen had doorgebracht, beweerde nu
dat de woorden van de profeet Jesaja,

115
00:06:55,410 --> 00:06:58,230
die zevenhonderd jaar
eerder waren geschreven,

116
00:06:58,230 --> 00:07:01,950
over Hem waren geschreven
en dat Hij de Messias was.

117
00:07:01,950 --> 00:07:07,350
Dat wordt ermee bedoeld, al was dat
voor hen wat al te veel om te bevatten.

118
00:07:07,350 --> 00:07:09,150
Jezus zei tegen hen:

119
00:07:09,150 --> 00:07:15,090
U zult Mij waarschijnlijk dit spreekwoord
voorhouden: ‘Dokter, genees uzelf.’

120
00:07:15,090 --> 00:07:17,130
Dit is een interessant citaat.

121
00:07:17,130 --> 00:07:19,470
Om te beginnen blijkt hieruit dat:

122
00:07:19,470 --> 00:07:21,450
‘Dokter, genees uzelf’

123
00:07:21,450 --> 00:07:24,210
een bekend spreekwoord onder de Joden was.

124
00:07:24,210 --> 00:07:26,910
Het werd niet noodzakelijk
letterlijk toegepast op

125
00:07:26,910 --> 00:07:29,190
artsen die zichzelf moesten genezen.

126
00:07:29,190 --> 00:07:31,830
Zo gaat het met veel andere spreekwoorden.

127
00:07:31,830 --> 00:07:37,230
Het is in één bepaalde situatie verwoord,
maar is op veel situaties van toepassing.

128
00:07:37,230 --> 00:07:40,470
Het is als bij een schoenmaker
die zelf geen schoenen heeft,

129
00:07:40,470 --> 00:07:44,490
of een conciërge wiens huis
een complete puinhoop is.

130
00:07:44,490 --> 00:07:48,390
Iemand zou kunnen zeggen:
dokter, genees jezelf.

131
00:07:48,390 --> 00:07:49,830
Toen Jezus zei:

132
00:07:49,830 --> 00:07:54,690
Maar Hij zei tegen hen: U zult Mij
ongetwijfeld dit spreekwoord voorhouden:

133
00:07:54,690 --> 00:08:00,030
Dokter, genees uzelf; alles waarvan
wij gehoord hebben dat het in Kapernaüm

134
00:08:00,030 --> 00:08:03,570
gebeurd is, doe dat ook
hier in Uw vaderstad.

135
00:08:03,570 --> 00:08:07,830
zouden we ons kunnen afvragen:
wat betekent dat in dit geval?

136
00:08:07,830 --> 00:08:09,210
Wanneer is dat vervuld?

137
00:08:09,210 --> 00:08:12,510
Veel mensen zouden zeggen dat deze
voorzegging misschien vervuld werd

138
00:08:12,510 --> 00:08:14,430
toen Hij aan het kruis hing.

139
00:08:14,430 --> 00:08:18,090
We weten dat veel mensen daar
aan de voet van het kruis zeiden:

140
00:08:18,090 --> 00:08:21,930
Anderen heeft Hij verlost,
Zichzelf kan Hij niet verlossen.

141
00:08:21,930 --> 00:08:26,430
Als Hij de Koning van Israël is, laat
Hij nu van het kruis afkomen en wij

142
00:08:26,430 --> 00:08:27,990
zullen Hem geloven.

143
00:08:27,990 --> 00:08:33,090
Met andere woorden: red Jezelf als
Je werkelijk de Zaligmaker bent.

144
00:08:33,090 --> 00:08:35,490
Dokter, genees Jezelf.

145
00:08:35,490 --> 00:08:39,270
Ik denk dat dit misschien de meest
gangbare manier is waarop christenen

146
00:08:39,270 --> 00:08:40,710
dit hebben opgevat.

147
00:08:40,710 --> 00:08:44,790
Toch weet ik niet of dit werkelijk de
juiste manier is om de vervulling van deze

148
00:08:44,790 --> 00:08:46,470
uitspraak te begrijpen.

149
00:08:46,470 --> 00:08:49,710
Om te beginnen is er geen
reden om aan te nemen

150
00:08:49,710 --> 00:08:52,770
dat de mensen aan de voet
van het kruis die zeiden:

151
00:08:52,770 --> 00:08:56,850
Anderen heeft Hij gered, maar
Zichzelf kan Hij niet redden.

152
00:08:56,850 --> 00:08:58,710
uit Nazareth kwamen.

153
00:08:58,710 --> 00:09:03,450
Dit alles vond plaats in Jeruzalem,
aan de andere kant van het land.

154
00:09:03,450 --> 00:09:06,690
Hoewel er misschien enkele
mensen uit Nazareth bij waren,

155
00:09:06,690 --> 00:09:10,530
is er werkelijk geen reden om die
uitspraak in verband te brengen

156
00:09:10,530 --> 00:09:13,110
met de mensen tegen wie Hij hier spreekt.

157
00:09:13,110 --> 00:09:17,430
Ik denk dat Hij Zelf uitlegt wat Hij
bedoelt wanneer Hij voorbeelden geeft.

158
00:09:17,430 --> 00:09:19,050
In wezen zegt Hij:

159
00:09:19,050 --> 00:09:24,630
Maar Hij zei tegen hen: U zult Mij
ongetwijfeld dit spreekwoord voorhouden:

160
00:09:24,630 --> 00:09:30,390
Dokter, genees uzelf; alles waarvan
wij gehoord hebben dat het in Kapernaüm

161
00:09:30,390 --> 00:09:33,630
gebeurd is, doe dat ook
hier in Uw vaderstad.

162
00:09:33,630 --> 00:09:38,130
Als een man arts is en al zijn tijd
buitenshuis werkt en iedereen in zijn

163
00:09:38,130 --> 00:09:42,870
omgeving geneest, terwijl zijn eigen
gezin ziek is en hij niets voor hen doet,

164
00:09:42,870 --> 00:09:46,590
zou iemand kunnen zeggen:
dokter, genees jezelf.

165
00:09:46,590 --> 00:09:51,330
Daarmee bedoel ik: zorg voor je
eigen verwanten, je eigen gezin.

166
00:09:51,330 --> 00:09:53,970
Neem je eigen verantwoordelijkheden op je.

167
00:09:53,970 --> 00:09:57,390
Ze zeiden zoiets als: Jezus, we hebben via

168
00:09:57,390 --> 00:10:00,270
via gehoord dat Je
verbazingwekkende dingen doet,

169
00:10:00,270 --> 00:10:03,510
maar al die verhalen komen uit Kapernaüm.

170
00:10:03,510 --> 00:10:05,670
Dit is Je geboortestad.

171
00:10:05,670 --> 00:10:10,350
Waarom doe Je in Je geboortestad
niet wat Je ver van huis hebt gedaan?

172
00:10:10,350 --> 00:10:13,770
Dokter, genees Je eigen mensen.

173
00:10:13,770 --> 00:10:18,870
Kom hier en doe in Je eigen land wat
Je daarbuiten doet, naar wij horen.

174
00:10:18,870 --> 00:10:21,510
Ik denk dat dit ermee wordt bedoeld.

175
00:10:21,510 --> 00:10:26,610
Vervolgens geeft Hij zowel het
voorbeeld van Elia als dat van Elisa.

176
00:10:26,610 --> 00:10:30,570
Beiden verrichtten tijdens hun
bediening wonderen: in het ene geval

177
00:10:30,570 --> 00:10:34,170
voorzagen ze in levensonderhoud
en in het andere geval

178
00:10:34,170 --> 00:10:36,690
brachten ze genezing voor heidenen.

179
00:10:36,690 --> 00:10:42,270
Elisa genas Naäman de Syriër, en
Elia hielp een weduwe uit Zarfath

180
00:10:42,270 --> 00:10:44,010
in Sidon aan voedsel.

181
00:10:44,010 --> 00:10:48,750
Dit waren heidenen, en Jezus zei dat
er in de tijd van die profeten veel

182
00:10:48,750 --> 00:10:53,010
Joodse weduwen waren die niet geholpen
werden en veel Joodse melaatsen die

183
00:10:53,010 --> 00:10:54,630
niet gereinigd werden.

184
00:10:54,630 --> 00:10:57,750
Toch hielpen de profeten
hun eigen landgenoten niet.

185
00:10:57,750 --> 00:11:02,310
Ze hielpen een weduwe in een ander land
en een melaatse uit een ander land.

186
00:11:02,310 --> 00:11:06,270
Wat Hij daar zegt, is niet dat
Elia en Elisa zich niet om hun

187
00:11:06,270 --> 00:11:07,530
eigen volk bekommerden.

188
00:11:07,530 --> 00:11:10,830
Maar ze moesten als het ware
het land uit om iemand te vinden

189
00:11:10,830 --> 00:11:14,670
die genoeg geloof had om door
hen geholpen te kunnen worden.

190
00:11:14,670 --> 00:11:18,870
Want voor de wonderen die tijdens de
bediening van Elia en Elisa plaatsvonden,

191
00:11:18,870 --> 00:11:22,410
was geloof nodig van de kant
van degenen die ze ontvingen.

192
00:11:22,410 --> 00:11:26,370
De weduwe van Zarfath moest bijvoorbeeld
haar laatste maaltijd aan de

193
00:11:26,370 --> 00:11:28,290
profeet Elia geven.

194
00:11:28,290 --> 00:11:32,130
Dat was de laatste maaltijd die
zij en haar zoon zouden eten,

195
00:11:32,130 --> 00:11:37,290
waarna ze vanwege de hongersnood van
de honger zouden sterven. Elia zei:

196
00:11:37,290 --> 00:11:41,310
Maar Elia zei tegen
haar: Wees niet bevreesd!

197
00:11:41,310 --> 00:11:46,830
Ga, doe overeenkomstig uw woord, maar
maak er eerst voor mij een kleine koek van

198
00:11:46,830 --> 00:11:48,570
en breng die bij mij.

199
00:11:48,570 --> 00:11:52,350
Maak daarna voor u en
voor uw zoon iets klaar.

200
00:11:52,350 --> 00:11:58,170
Want zo zegt de HEERE, de God van Israël:
Het meel in de pot zal niet opraken

201
00:11:58,170 --> 00:12:02,850
en in de kruik zal het aan olie niet
ontbreken tot op de dag dat de HEERE regen

202
00:12:02,850 --> 00:12:04,950
op de aardbodem geven zal.

203
00:12:04,950 --> 00:12:10,110
Door geloof deed ze wat hij zei, en
God voorzag in haar levensonderhoud.

204
00:12:10,110 --> 00:12:15,030
Zo kreeg ook Naäman de Syriër van de
profeet Elisa te horen dat hij zich

205
00:12:15,030 --> 00:12:18,450
zevenmaal in de Jordaan moest
onderdompelen en dan van zijn

206
00:12:18,450 --> 00:12:20,610
melaatsheid gereinigd zou worden.

207
00:12:20,610 --> 00:12:25,770
Het was niet logisch, maar uiteindelijk
deed Naäman wat Elisa had gezegd,

208
00:12:25,770 --> 00:12:27,390
en hij werd genezen.

209
00:12:27,390 --> 00:12:32,250
Hij moest de profeet geloven en hem
gehoorzamen om het wonder te ontvangen,

210
00:12:32,250 --> 00:12:34,290
en dat deden deze mensen.

211
00:12:34,290 --> 00:12:38,790
De strekking van Jezus’ woorden hier
is dat er geen Joodse melaatsen waren

212
00:12:38,790 --> 00:12:41,610
die genoeg geloof hadden
om genezen te worden.

213
00:12:41,610 --> 00:12:44,850
Er waren geen Joodse weduwen
die genoeg geloof hadden om deze

214
00:12:44,850 --> 00:12:48,330
wonderbaarlijke voorziening in
hun levensonderhoud te ontvangen.

215
00:12:48,330 --> 00:12:51,990
De dichtstbijzijnde mensen die
God of de profeten konden vinden

216
00:12:51,990 --> 00:12:55,590
en die genoeg geloof hadden om door
hun bediening geholpen te worden,

217
00:12:55,590 --> 00:12:58,050
waren geen mensen uit de omgeving.

218
00:12:58,050 --> 00:13:01,590
Het waren geen mensen uit hun
eigen volk en hun eigen land.

219
00:13:01,590 --> 00:13:03,750
Ze moesten daarvoor
naar andere landen gaan.

220
00:13:03,750 --> 00:13:07,710
De illustratie wil natuurlijk zeggen
dat Jezus in Zijn eigen land niet zoveel

221
00:13:07,710 --> 00:13:12,990
wonderen kan doen, omdat Hij merkt dat
Zijn eigen volk niet genoeg geloof heeft.

222
00:13:12,990 --> 00:13:17,730
Daarom doet Hij elders meer, omdat
andere mensen meer geloof hebben.

223
00:13:17,730 --> 00:13:22,770
Dat maakte Zijn landgenoten zo woedend dat
ze probeerden Hem van een rots te werpen.

224
00:13:22,770 --> 00:13:26,490
Maar Hij ontsnapte en
wist de stad uit te komen.

225
00:13:26,490 --> 00:13:28,410
Dat was het vorige bezoek.

226
00:13:28,410 --> 00:13:32,070
Bij dit tweede bezoek, enige
tijd later in Mattheüs,

227
00:13:32,070 --> 00:13:35,790
krijgen we bij lange na
niet zoveel bijzonderheden.

228
00:13:35,790 --> 00:13:39,930
We hebben alleen het verslag dat
Hij terugkeert naar Zijn eigen volk,

229
00:13:39,930 --> 00:13:44,670
naar Zijn eigen land, en opnieuw
onderwijs geeft in hun synagoge.

230
00:13:44,670 --> 00:13:50,790
Deze keer wordt ons niet verteld wat Hij
onderwees, afgezien van een heel, heel,

231
00:13:50,790 --> 00:13:54,030
heel korte, afsluitende opmerking.

232
00:13:54,030 --> 00:13:56,250
We lezen over de reactie van de mensen,

233
00:13:56,250 --> 00:14:00,750
die sterk lijkt op hun reactie
de vorige keer. Ze zeiden:

234
00:14:00,750 --> 00:14:06,870
En toen Jezus deze gelijkenissen geëindigd
had, gebeurde het dat Hij vandaar vertrok.

235
00:14:06,870 --> 00:14:11,190
En Hij kwam in Zijn vaderstad en
onderwees hen in hun synagoge,

236
00:14:11,190 --> 00:14:14,550
zodat zij versteld stonden
en zeiden: Waar heeft

237
00:14:14,550 --> 00:14:17,250
Deze die wijsheid en krachten vandaan?

238
00:14:17,250 --> 00:14:19,710
Is Dit niet de Zoon van de timmerman?

239
00:14:19,710 --> 00:14:24,270
En heet Zijn moeder niet Maria,
en Zijn broers Jakobus en Joses,

240
00:14:24,270 --> 00:14:26,190
en Simon en Judas?

241
00:14:26,190 --> 00:14:29,670
En Zijn zusters, zijn
zij niet allen onder ons?

242
00:14:29,670 --> 00:14:32,370
Waar heeft Deze dan dit alles vandaan?

243
00:14:32,370 --> 00:14:34,770
En zij namen aanstoot aan Hem.

244
00:14:34,770 --> 00:14:38,970
Maar Jezus zei tegen hen:
Een profeet is niet ongeëerd,

245
00:14:38,970 --> 00:14:42,030
behalve in zijn vaderstad en in zijn huis.

246
00:14:42,030 --> 00:14:45,510
En Hij deed daar niet veel
krachten vanwege hun ongeloof.

247
00:14:45,510 --> 00:14:46,650
Ze zeiden:

248
00:14:46,650 --> 00:14:48,930
Is dit niet de zoon van de timmerman?

249
00:14:48,930 --> 00:14:55,530
Heet zijn moeder niet Maria, en zijn
broers Jakobus, Joses, Simon en Judas?

250
00:14:55,530 --> 00:14:58,590
En wonen zijn zussen
niet allemaal bij ons?

251
00:14:58,590 --> 00:15:02,750
Deze uitspraak over Zijn zussen —
‘Wonen ze niet allemaal bij ons?’

252
00:15:02,750 --> 00:15:06,630
— doet vermoeden dat het
er meer dan twee waren.

253
00:15:06,630 --> 00:15:10,830
Want als het er maar één of twee
waren geweest, zou je zeggen:

254
00:15:10,830 --> 00:15:13,170
‘Is Zijn zus niet bij ons?’

255
00:15:13,170 --> 00:15:17,370
of: ‘Zijn Zijn beide zussen niet bij ons?’

256
00:15:17,370 --> 00:15:22,290
Maar ze zeiden: ‘Al Zijn zussen’,
wat betekent dat het er minstens

257
00:15:22,290 --> 00:15:26,610
drie moeten zijn geweest, en het
kunnen er nog veel meer zijn geweest.

258
00:15:26,610 --> 00:15:31,350
Dat betekent dat Jezus de oudste zoon
was in wat wij als een heel groot

259
00:15:31,350 --> 00:15:33,090
gezin zouden beschouwen.

260
00:15:33,090 --> 00:15:37,830
Hij had vier jongere broers en
minstens drie jongere zussen.

261
00:15:37,830 --> 00:15:41,850
Maria en Jozef brachten dus
minstens acht kinderen groot,

262
00:15:41,850 --> 00:15:44,130
van wie Jezus de oudste was.

263
00:15:44,130 --> 00:15:46,350
De mensen daar kenden Hem.

264
00:15:46,350 --> 00:15:49,410
We zien bij dit bezoek
hetzelfde gebeuren als daarvoor,

265
00:15:49,410 --> 00:15:52,110
want uiteindelijk zegt Hij tegen hen:

266
00:15:52,110 --> 00:15:58,350
Een profeet krijgt overal eer, behalve
in zijn eigen land en zijn eigen huis.

267
00:15:58,350 --> 00:16:03,510
Daarmee bedoelt Hij het verschijnsel dat
Hij daar op dat moment Zelf ondervond.

268
00:16:03,510 --> 00:16:07,230
De mensen hadden het gevoel dat
ze Hem maar al te goed kenden.

269
00:16:07,230 --> 00:16:09,330
Hij had onder hen gewoond.

270
00:16:09,330 --> 00:16:13,950
Ze kenden Hem al sinds Hij als kind
op straat met hun kinderen speelde.

271
00:16:13,950 --> 00:16:16,830
Ze hadden Hem in de
timmerwerkplaats zien werken.

272
00:16:16,830 --> 00:16:19,710
Waarschijnlijk hadden ze
soms dingen bij Hem gebracht,

273
00:16:19,710 --> 00:16:23,670
en waarschijnlijk moest Hij die
op de gewone manier repareren.

274
00:16:23,670 --> 00:16:27,750
Hij verrichtte geen wonderen om de
gebroken poot van hun stoel te repareren.

275
00:16:27,750 --> 00:16:32,910
Hij moest Zijn gereedschap pakken,
zweten en werken, net als ieder ander.

276
00:16:32,910 --> 00:16:34,530
Hij leek niet bijzonder.

277
00:16:34,530 --> 00:16:38,190
Hij was een gewone man,
gewoon een ambachtsman.

278
00:16:38,190 --> 00:16:43,050
Nu komt Hij terug en worden er over Hem
en door Hem allerlei verbazingwekkende

279
00:16:43,050 --> 00:16:47,370
beweringen gedaan, en ze konden
die eenvoudigweg niet geloven.

280
00:16:47,370 --> 00:16:48,990
Ze kenden Hem te goed.

281
00:16:48,990 --> 00:16:53,130
Je kent het gezegde wel:
bekendheid kweekt minachting.

282
00:16:53,130 --> 00:16:55,650
Iemand heeft eens gezegd
dat een deskundige

283
00:16:55,650 --> 00:16:59,430
een man met een aktetas is
die van buiten de stad komt.

284
00:16:59,430 --> 00:17:03,990
Dat gezegde houdt in dat mensen bereid
zijn op je deskundigheid te vertrouwen

285
00:17:03,990 --> 00:17:09,630
zodra je de stad uitgaat, als je ergens
komt en zegt: ‘Dit is mijn vakgebied.

286
00:17:09,630 --> 00:17:11,370
Hier heb ik verstand van.’

287
00:17:11,370 --> 00:17:16,170
Maar wanneer je in je eigen stad bent,
kent iedereen je gewoon als Jan Modaal,

288
00:17:16,170 --> 00:17:19,110
niet als een deskundige
op welk gebied dan ook.

289
00:17:19,110 --> 00:17:22,830
Ze zijn met je opgegroeid en
hebben met je op school gezeten.

290
00:17:22,830 --> 00:17:27,210
Wanneer je een vreemdeling bent, zijn
mensen eerder geneigd je te geloven

291
00:17:27,210 --> 00:17:29,790
als je beweert iets
uitzonderlijks te zijn.

292
00:17:29,790 --> 00:17:34,290
Maar wanneer je geen vreemdeling bent
en iedereen je als heel gewoon kent,

293
00:17:34,290 --> 00:17:37,890
zullen ze het natuurlijk moeilijker
vinden om dat te geloven.

294
00:17:37,890 --> 00:17:41,070
Het was bijna een zichzelf
vervullende profetie.

295
00:17:41,070 --> 00:17:45,330
Want net als de vorige keer merkte Hij
dat ze niet bereid waren te geloven,

296
00:17:45,330 --> 00:17:47,370
omdat Hij hun te vertrouwd was.

297
00:17:47,370 --> 00:17:50,190
Het is precies zoals bij Elia en Elisa:

298
00:17:50,190 --> 00:17:54,330
de mensen uit hun eigen woonplaats
namen hun bediening niet aan,

299
00:17:54,330 --> 00:17:57,090
dus moesten ze ergens anders
heen om daar te dienen.

300
00:17:57,090 --> 00:17:59,790
De slotopmerking hierbij
is nogal interessant,

301
00:17:59,790 --> 00:18:03,450
omdat die in het verslag van
Mattheüs iets anders is geformuleerd

302
00:18:03,450 --> 00:18:06,090
dan in het parallelle verslag van Markus.

303
00:18:06,090 --> 00:18:10,230
De laatste uitspraak in
Mattheüs 13:58 luidt:

304
00:18:10,230 --> 00:18:14,250
En Hij deed daar niet veel wonderen
omdat ze niet in Hem geloofden.

305
00:18:14,250 --> 00:18:19,590
De parallel hiervan staat in het
Evangelie van Markus, hoofdstuk 6, vers 5.

306
00:18:19,590 --> 00:18:21,570
Op hetzelfde punt staat er:

307
00:18:21,570 --> 00:18:25,710
En Hij kon daar geen kracht doen, maar Hij
legde slechts enkele zieken de handen op

308
00:18:25,710 --> 00:18:27,150
en genas hen.

309
00:18:27,150 --> 00:18:31,530
Het verschil in formulering tussen
Mattheüs en Markus trekt mijn aandacht.

310
00:18:31,530 --> 00:18:34,650
Het is interessant, want
Mattheüs zegt eenvoudig

311
00:18:34,650 --> 00:18:37,230
dat Hij daar niet veel
machtige werken deed,

312
00:18:37,230 --> 00:18:41,010
maar Markus zegt dat Hij daar niet
veel machtige werken kon doen.

313
00:18:41,010 --> 00:18:42,570
In Mattheüs staat:

314
00:18:42,570 --> 00:18:46,410
En Hij deed daar niet veel
krachten vanwege hun ongeloof.

315
00:18:46,410 --> 00:18:47,730
In Markus staat:

316
00:18:47,730 --> 00:18:51,750
En Hij kon daar geen kracht doen, maar Hij
legde slechts enkele zieken de handen op

317
00:18:51,750 --> 00:18:53,190
en genas hen.

318
00:18:53,190 --> 00:18:55,890
En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof.

319
00:18:55,890 --> 00:18:59,910
En Hij trok de dorpen in de
omgeving rond en gaf er onderwijs.

320
00:18:59,910 --> 00:19:02,790
Hij verrichtte echter
wel een paar genezingen.

321
00:19:02,790 --> 00:19:05,790
In Markus staat dat Hij daar
geen machtig werk kon doen,

322
00:19:05,790 --> 00:19:09,690
behalve dat Hij een paar zieken
de handen oplegde en hen genas.

323
00:19:09,690 --> 00:19:13,410
Eerlijk gezegd, als iemand dat deed
in de gemeente waar ik naartoe ga,

324
00:19:13,410 --> 00:19:15,750
zou dat behoorlijk indrukwekkend zijn.

325
00:19:15,750 --> 00:19:19,650
Ik weet niet of wij zouden zeggen dat
hij daar geen machtige werken kon doen

326
00:19:19,650 --> 00:19:23,130
als hij een paar mensen had genezen
door hun de handen op te leggen.

327
00:19:23,130 --> 00:19:27,330
Hoe dan ook, Jezus was gewend meer
te doen wanneer Hij ergens kwam.

328
00:19:27,330 --> 00:19:32,730
Maar het ongeloof van de mensen maakte
het voor Hem onmogelijk om zoveel te doen

329
00:19:32,730 --> 00:19:34,530
als Hij anders gedaan zou hebben.

330
00:19:34,530 --> 00:19:38,130
Het zal je misschien verbazen
te horen dat het mogelijk is God

331
00:19:38,130 --> 00:19:40,710
te beperken in wat Hij kan doen.

332
00:19:40,710 --> 00:19:45,570
In Psalm 78 wordt dit gezegd
over de kinderen van Israël.

333
00:19:45,570 --> 00:19:49,770
Blijkbaar verwijst dat naar de tijd
waarin God hen door de woestijn leidde

334
00:19:49,770 --> 00:19:52,710
en wilde dat zij het
Beloofde Land binnengingen,

335
00:19:52,710 --> 00:19:55,950
maar zij dat vanwege
hun ongeloof niet deden.

336
00:19:55,950 --> 00:20:02,550
In Psalm 78:41 staat in de Engelse
vertaling die hier wordt besproken

337
00:20:02,550 --> 00:20:08,070
dat zij God opnieuw verzochten en
‘de Heilige van Israël beperkten’.

338
00:20:08,070 --> 00:20:13,290
De HSV formuleert dit vers
anders; de daaropvolgende uitleg

339
00:20:13,290 --> 00:20:16,890
gaat uit van de Engelse
woordkeuze ‘beperkten’.

340
00:20:16,890 --> 00:20:21,870
Je zou het zo kunnen begrijpen dat
zij Hem in hun eigen denken beperkten.

341
00:20:21,870 --> 00:20:27,210
Dat wil zeggen: zij stelden grenzen
aan wat Hij volgens hen kon doen,

342
00:20:27,210 --> 00:20:30,510
en dat was van hun kant
een dwaze misrekening.

343
00:20:30,510 --> 00:20:35,250
Het is echter heel goed mogelijk dat het
betekent dat zij grenzen stelden aan wat

344
00:20:35,250 --> 00:20:39,150
God kon doen, en dat
Hij niet méér kon doen.

345
00:20:39,150 --> 00:20:43,950
Als je erover nadenkt, zit er
in beide opvattingen waarheid.

346
00:20:43,950 --> 00:20:47,370
De Joodse mensen die het
Beloofde Land moesten binnengaan,

347
00:20:47,370 --> 00:20:49,950
beperkten God inderdaad in hun denken.

348
00:20:49,950 --> 00:20:52,890
Zij dachten niet dat Hij
het voor elkaar kon krijgen.

349
00:20:52,890 --> 00:20:56,490
Zij dachten niet dat Hij hen
veilig het land binnen kon brengen.

350
00:20:56,490 --> 00:21:01,290
Maar doordat zij dat niet dachten, werd
het voor Hem onmogelijk om het te doen,

351
00:21:01,290 --> 00:21:05,010
want zij wilden niet handelen op
een manier die meer geloof vereiste

352
00:21:05,010 --> 00:21:06,570
dan zij hadden.

353
00:21:06,570 --> 00:21:10,290
Jezus kon in Zijn eigen woonplaats
niet veel wonderen doen.

354
00:21:10,290 --> 00:21:12,570
Zij beperkten Hem door hun ongeloof.

355
00:21:12,570 --> 00:21:15,990
Dat wijst erop dat God,
als wij meer geloof hadden,

356
00:21:15,990 --> 00:21:20,430
bepaalde dingen zou doen die Hij nu
niet doet, of misschien niet kan doen,

357
00:21:20,430 --> 00:21:22,530
omdat wij geen geloof hebben.

358
00:21:22,530 --> 00:21:27,990
Het idee dat God iets niet kan doen,
lijkt in strijd met ons besef van almacht.

359
00:21:27,990 --> 00:21:32,670
Maar de Bijbel maakt heel duidelijk dat
er dingen zijn die God niet kan doen.

360
00:21:32,670 --> 00:21:36,990
Hoewel wij zeggen dat God almachtig is,
wat in wezen betekent dat Hij alles kan

361
00:21:36,990 --> 00:21:42,450
doen, zijn er stilzwijgend veronderstelde
beperkingen. Hij kan niet liegen.

362
00:21:42,450 --> 00:21:46,290
De Bijbel vertelt ons dat in Titus 1:2.

363
00:21:46,290 --> 00:21:51,030
Volgens Jakobus, hoofdstuk 1, kan Hij
niet door het kwaad verzocht worden.

364
00:21:51,030 --> 00:21:55,350
God kan Zichzelf niet verloochenen,
zei Paulus tegen Timotheüs.

365
00:21:55,350 --> 00:21:59,490
Er zijn dingen die God niet kan doen,
en één ding dat Hij niet kan doen,

366
00:21:59,490 --> 00:22:02,010
is Zijn eigen beginselen schenden.

367
00:22:02,010 --> 00:22:06,330
Een van Zijn beginselen is dat Hij machtig
zal handelen ten behoeve van degenen die

368
00:22:06,330 --> 00:22:07,890
op Hem vertrouwen.

369
00:22:07,890 --> 00:22:11,310
Door ervoor te kiezen
niet op Hem te vertrouwen,

370
00:22:11,310 --> 00:22:14,310
beperkt een mens daarom
wat God voor hem kan doen,

371
00:22:14,310 --> 00:22:17,730
want Hij kan niet tegen Zijn
eigen beginselen ingaan.

372
00:22:17,730 --> 00:22:22,470
Door wel op Hem te vertrouwen, neem
je elke beperking weg van wat God

373
00:22:22,470 --> 00:22:24,390
ten behoeve van jou kan doen.

374
00:22:24,390 --> 00:22:27,450
God wordt enigszins
beperkt door ons geloof,

375
00:22:27,450 --> 00:22:30,150
omdat het Zijn handelwijze is op te treden

376
00:22:30,150 --> 00:22:34,890
ten behoeve van degenen die op
Hem vertrouwen en tot Hem roepen.

377
00:22:34,890 --> 00:22:38,550
Denk eraan, Jakobus zei
met betrekking tot gebed:

378
00:22:38,550 --> 00:22:41,430
U verlangt naar iets en krijgt het niet.

379
00:22:41,430 --> 00:22:46,650
U benijdt anderen en beijvert u om dingen
te bemachtigen en kunt ze niet krijgen.

380
00:22:46,650 --> 00:22:51,390
U maakt ruzie en voert strijd, maar
u krijgt niet, omdat u niet bidt.

381
00:22:51,390 --> 00:22:55,530
In hoofdstuk 1 van Jakobus zei hij
over het vragen van wijsheid aan God:

382
00:22:55,530 --> 00:23:00,090
Maar laat hij er in geloof om
vragen en daarbij niet twijfelen.

383
00:23:00,090 --> 00:23:03,990
Immers, wie twijfelt, lijkt
op een golf van de zee,

384
00:23:03,990 --> 00:23:08,130
die door de wind voortgestuwd
en op- en neergeworpen wordt.

385
00:23:08,130 --> 00:23:12,330
Want zo iemand moet niet denken dat
hij iets ontvangen zal van de Heere.

386
00:23:12,330 --> 00:23:16,350
Een mens kan niet verwachten iets van de
Heere te ontvangen als zijn geloof niet

387
00:23:16,350 --> 00:23:18,330
werkelijk op God gericht is.

388
00:23:18,330 --> 00:23:20,730
Je hoopt misschien dat
God iets voor je zal doen,

389
00:23:20,730 --> 00:23:23,370
maar als je geen
vertrouwen hebt in God Zelf

390
00:23:23,370 --> 00:23:27,090
en geen vertrouwensrelatie met
Hem hebt, zijn er grenzen aan

391
00:23:27,090 --> 00:23:29,010
wat Hij voor je kan doen.

392
00:23:29,010 --> 00:23:32,070
We zien dit geïllustreerd
in het leven van Jezus.

393
00:23:32,070 --> 00:23:34,950
Hij kon in Nazareth geen
machtige werken doen,

394
00:23:34,950 --> 00:23:39,450
of slechts heel weinig machtige
werken, vanwege hun gebrek aan geloof,

395
00:23:39,450 --> 00:23:42,810
en Hij verwonderde Zich
over hun gebrek aan geloof.

396
00:23:42,810 --> 00:23:45,330
Zelfs God kan soms verbaasd zijn.

397
00:23:45,330 --> 00:23:50,430
We zullen verder lezen in Mattheüs 14 als
we onze bestudering van dit boek en van

398
00:23:50,430 --> 00:23:51,990
het leven van Christus voortzetten.
