1
00:00:02,010 --> 00:00:04,410
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,410 --> 00:00:11,070
Deze keer behandelen we Mattheüs
14, vers 34 tot en met vers 36.

3
00:00:11,070 --> 00:00:14,790
Als we verdergaan met onze studie
van het Evangelie naar Mattheüs,

4
00:00:14,790 --> 00:00:18,930
gaan we naar Mattheüs 14,
te beginnen bij vers 34,

5
00:00:18,930 --> 00:00:21,450
de laatste drie verzen van dit hoofdstuk.

6
00:00:21,450 --> 00:00:24,570
Dit is nadat Jezus over
het water had gelopen

7
00:00:24,570 --> 00:00:29,610
en Petrus ook een eindje over het water
had gelopen, maar daarna was gezonken.

8
00:00:29,610 --> 00:00:34,170
Uiteindelijk stapte Jezus weer bij de
discipelen in de boot, en er staat:

9
00:00:34,170 --> 00:00:38,910
En toen zij overgevaren waren,
kwamen zij in het land Gennesaret.

10
00:00:38,910 --> 00:00:41,790
En toen de mannen van
die plaats Hem herkenden,

11
00:00:41,790 --> 00:00:44,490
stuurden ze bericht
rond in heel die streek

12
00:00:44,490 --> 00:00:47,610
en brachten allen bij Hem
die er slecht aan toe waren;

13
00:00:47,610 --> 00:00:52,290
en zij smeekten Hem alleen maar de zoom
van Zijn bovenkleed te mogen aanraken.

14
00:00:52,290 --> 00:00:55,470
En allen die Hem
aanraakten, werden gezond.

15
00:00:55,470 --> 00:00:58,830
Mattheüs laat enkele dingen uit
het verhaal weg die Johannes

16
00:00:58,830 --> 00:01:00,930
wel in zijn Evangelie opneemt.

17
00:01:00,930 --> 00:01:03,930
Dat is tamelijk kenmerkend voor
de verschillen tussen Johannes en

18
00:01:03,930 --> 00:01:05,790
de andere Evangeliën.

19
00:01:05,790 --> 00:01:11,550
Mattheüs, Markus en Lukas nemen vaak veel
van dezelfde verhalen en veel van dezelfde

20
00:01:11,550 --> 00:01:15,510
bijzonderheden op, maar het
Evangelie van Johannes vult die

21
00:01:15,510 --> 00:01:20,490
aan door veel bijzonderheden te geven
die niet in de andere Evangeliën stonden.

22
00:01:20,490 --> 00:01:25,050
In deze context hebben we zojuist
gekeken naar Jezus, Die de menigten,

23
00:01:25,050 --> 00:01:30,570
de vijfduizend, te eten had gegeven aan de
oostelijke oever van het Meer van Galilea,

24
00:01:30,570 --> 00:01:33,510
dat ook het Meer van
Gennesaret wordt genoemd.

25
00:01:33,510 --> 00:01:37,830
Nadat Hij dat had gedaan, waren de
menigten sterk aangegrepen doordat ze een

26
00:01:37,830 --> 00:01:38,910
wonder hadden gezien.

27
00:01:38,910 --> 00:01:42,930
Ze begonnen plannen te smeden om
Jezus met geweld koning te maken

28
00:01:42,930 --> 00:01:45,930
en een revolutie tegen Rome te ontketenen.

29
00:01:45,930 --> 00:01:49,890
Om dit te voorkomen, stuurde
Jezus de menigte weg,

30
00:01:49,890 --> 00:01:53,970
stuurde Hij Zijn discipelen in de boot
voor Zich uit naar de overkant van het

31
00:01:53,970 --> 00:01:57,930
meer en bleef Hij waar Hij
was om een tijdlang te bidden.

32
00:01:57,930 --> 00:02:00,630
Hij was daar de hele nacht aan het bidden.

33
00:02:00,630 --> 00:02:04,830
Enige tijd voor zes uur ’s morgens
kwam Hij naar de discipelen toe.

34
00:02:04,830 --> 00:02:08,730
Zij bevonden zich midden op het meer
en probeerden tegen de wind in naar de

35
00:02:08,730 --> 00:02:10,050
overkant te roeien.

36
00:02:10,050 --> 00:02:12,510
Hij kwam lopend over
het water naar hen toe,

37
00:02:12,510 --> 00:02:16,710
en tegen de tijd dat Hij in de
boot was, bereikten ze de overkant.

38
00:02:16,710 --> 00:02:18,930
Hier wordt ons verhaal voortgezet.

39
00:02:18,930 --> 00:02:22,350
Maar in het Evangelie van
Johannes, in Johannes 6,

40
00:02:22,350 --> 00:02:25,470
krijgen we enkele bijzonderheden
over de volgende dag,

41
00:02:25,470 --> 00:02:28,830
de dag nadat Jezus de
menigten te eten had gegeven

42
00:02:28,830 --> 00:02:32,490
en over het water was gelopen om
de discipelen in hun boot op het

43
00:02:32,490 --> 00:02:33,810
meer te ontmoeten.

44
00:02:33,810 --> 00:02:37,290
Wat we in het Evangelie van
Johannes lezen en hier niet zien,

45
00:02:37,290 --> 00:02:40,650
is dat de menigten die de dag
ervoor te eten hadden gekregen,

46
00:02:40,650 --> 00:02:44,850
zich opnieuw verzamelden aan de
oostelijke oever van het Meer van Galilea,

47
00:02:44,850 --> 00:02:47,070
waar Jezus het wonder had gedaan.

48
00:02:47,070 --> 00:02:50,910
Ze dachten dat Hij daar zou zijn, want ze
hadden gezien dat Hij Zijn discipelen in

49
00:02:50,910 --> 00:02:53,970
de boot naar de overkant
van het meer had gestuurd.

50
00:02:53,970 --> 00:02:57,810
Maar ze hadden gezien dat Hij niet
met hen meeging en dat er geen andere

51
00:02:57,810 --> 00:03:01,230
boten beschikbaar waren waarmee
Hij naar de overkant kon gaan.

52
00:03:01,230 --> 00:03:06,450
Daarom namen ze aan dat Hij daar de hele
nacht was gebleven en nog steeds aan die

53
00:03:06,450 --> 00:03:08,430
oever te vinden zou zijn.

54
00:03:08,430 --> 00:03:12,330
Eigenlijk kwamen ze daar bijeen
omdat ze nog een maaltijd zochten.

55
00:03:12,330 --> 00:03:16,950
Maar Jezus was daar niet, en daarom wisten
ze niet wat ze ervan moesten denken.

56
00:03:16,950 --> 00:03:20,970
Uiteindelijk gingen ze om de noordkant
van het Meer van Galilea heen,

57
00:03:20,970 --> 00:03:25,770
terug naar Kapernaüm aan de
westkant, en daar vonden ze Jezus.

58
00:03:25,770 --> 00:03:27,570
Ze zeiden tegen Hem:

59
00:03:27,570 --> 00:03:32,490
En toen zij Hem gevonden hadden aan de
overkant van de zee, zeiden zij tegen Hem:

60
00:03:32,490 --> 00:03:35,550
Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?

61
00:03:35,550 --> 00:03:38,430
In plaats van hun antwoord
te geven, zei Hij:

62
00:03:38,430 --> 00:03:44,730
Jezus antwoordde hun en zei: Voorwaar,
voorwaar, Ik zeg u: U zoekt Mij,

63
00:03:44,730 --> 00:03:47,850
niet omdat u tekenen gezien
hebt, maar omdat u van de

64
00:03:47,850 --> 00:03:50,610
broden gegeten hebt en verzadigd bent.

65
00:03:50,610 --> 00:03:51,870
Hij zei:

66
00:03:51,870 --> 00:03:56,130
Werk niet om het voedsel dat vergaat,
maar om het voedsel dat blijft tot in het

67
00:03:56,130 --> 00:04:00,330
eeuwige leven, dat de Zoon
des mensen u geven zal;

68
00:04:00,330 --> 00:04:03,270
want Hem heeft God de Vader verzegeld.

69
00:04:03,270 --> 00:04:07,290
Hij raakte met hen in gesprek,
waarbij zij begonnen te zeggen:

70
00:04:07,290 --> 00:04:13,890
Zij zeiden dan tegen Hem: Welk teken doet
U dan, opdat wij het zien en U geloven?

71
00:04:13,890 --> 00:04:18,930
Wat voor werk verricht U? Onze vaderen
hebben het manna gegeten in de woestijn,

72
00:04:18,930 --> 00:04:23,550
zoals geschreven is: Hij gaf hun
het brood uit de hemel te eten.

73
00:04:23,550 --> 00:04:24,990
Jezus zei:

74
00:04:24,990 --> 00:04:30,390
Jezus dan zei tegen hen:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:

75
00:04:30,390 --> 00:04:33,810
Niet Mozes heeft u het
brood uit de hemel gegeven,

76
00:04:33,810 --> 00:04:37,830
maar Mijn Vader geeft u het
ware brood uit de hemel.

77
00:04:37,830 --> 00:04:43,470
Want het brood van God is Hij Die uit
de hemel neerdaalt en aan de wereld

78
00:04:43,470 --> 00:04:44,670
het leven geeft.

79
00:04:44,670 --> 00:04:49,590
Zij zeiden dan tegen Hem: Heere,
geef ons altijd dat brood.

80
00:04:49,590 --> 00:04:55,350
En Jezus zei tegen hen: Ik ben het
Brood des levens; wie tot Mij komt,

81
00:04:55,350 --> 00:05:01,050
zal beslist geen honger hebben, en wie in
Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben.

82
00:05:01,050 --> 00:05:04,110
Ze begonnen aanstoot te nemen
aan de manier waarop Hij sprak,

83
00:05:04,110 --> 00:05:06,810
omdat ze Hem heel letterlijk opvatten,

84
00:05:06,810 --> 00:05:11,430
zoals sommige mensen dat tegenwoordig tot
op zekere hoogte ook doen met die woorden.

85
00:05:11,430 --> 00:05:12,930
Hij hield niet op.

86
00:05:12,930 --> 00:05:15,030
Hij bleef tegen hen zeggen:

87
00:05:15,030 --> 00:05:20,550
Jezus dan zei tegen hen:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:

88
00:05:20,550 --> 00:05:25,230
Als u het vlees van de Zoon des mensen
niet eet en Zijn bloed niet drinkt,

89
00:05:25,230 --> 00:05:27,390
hebt u geen leven in uzelf.

90
00:05:27,390 --> 00:05:31,530
Uiteindelijk gaf Hij zoveel mensen
aanstoot dat ze Hem verlieten.

91
00:05:31,530 --> 00:05:36,390
De menigten verlieten Hem, en het lijkt
erop dat er behalve de discipelen zelf

92
00:05:36,390 --> 00:05:38,790
niet veel anderen overbleven.

93
00:05:38,790 --> 00:05:40,830
Jezus zei tegen de twaalf:

94
00:05:40,830 --> 00:05:42,510
Gaan jullie soms ook weg?

95
00:05:42,510 --> 00:05:45,630
Dat is de gelegenheid waarbij Petrus zei:

96
00:05:45,630 --> 00:05:50,610
Simon Petrus dan antwoordde Hem:
Heere, naar wie zullen wij heen gaan?

97
00:05:50,610 --> 00:05:53,010
U hebt woorden van eeuwig leven.

98
00:05:53,010 --> 00:05:57,750
Dat is het vervolg dat Johannes ons
in zijn Evangelie, in Johannes 6,

99
00:05:57,750 --> 00:06:01,350
geeft op het verhaal over het
te eten geven van de vijfduizend

100
00:06:01,350 --> 00:06:03,810
en Jezus Die over het water liep.

101
00:06:03,810 --> 00:06:05,790
Mattheüs laat dat allemaal weg.

102
00:06:05,790 --> 00:06:10,170
Mattheüs vertelt ons eenvoudigweg
dat bepaalde mannen uit die plaats

103
00:06:10,170 --> 00:06:15,270
Hem herkenden toen ze aan de
overkant, in Kapernaüm, aankwamen.

104
00:06:15,270 --> 00:06:17,010
Dat deden ze beslist.

105
00:06:17,010 --> 00:06:21,150
Sommigen van hen behoorden tot de mensen
die de dag ervoor te eten hadden gekregen.

106
00:06:21,150 --> 00:06:25,770
Er staat dat in heel de omliggende streek
het bericht rondging dat Hij daar was.

107
00:06:25,770 --> 00:06:30,030
Opnieuw ontstond de drukte waaraan Hij
eerder was ontkomen door die streek te

108
00:06:30,030 --> 00:06:33,930
verlaten, omdat Hij daardoor
geen tijd had om alleen te zijn.

109
00:06:33,930 --> 00:06:37,050
Ze begonnen namelijk de
zieken bij Hem te brengen.

110
00:06:37,050 --> 00:06:41,190
In dit gedeelte worden de bezetenen
niet genoemd, hoewel gewoonlijk,

111
00:06:41,190 --> 00:06:44,370
wanneer er staat dat alle zieken
uit de stad bij Hem kwamen,

112
00:06:44,370 --> 00:06:46,770
de bezetenen ook bij Hem kwamen.

113
00:06:46,770 --> 00:06:48,450
En er staat dat ze—

114
00:06:48,450 --> 00:06:53,370
En toen zij overgevaren waren,
kwamen zij in het land Gennesaret.

115
00:06:53,370 --> 00:06:56,250
En toen de mannen van
die plaats Hem herkenden,

116
00:06:56,250 --> 00:07:00,450
stuurden ze bericht rond in heel
die streek en brachten allen bij Hem

117
00:07:00,450 --> 00:07:04,890
die er slecht aan toe waren; en zij
smeekten Hem alleen maar de zoom

118
00:07:04,890 --> 00:07:07,770
van Zijn bovenkleed te mogen aanraken.

119
00:07:07,770 --> 00:07:11,010
En allen die Hem
aanraakten, werden gezond.

120
00:07:11,010 --> 00:07:13,710
Dat aanraken van de zoom van Zijn kleed

121
00:07:13,710 --> 00:07:18,150
en daardoor genezen worden zijn we
al eerder tegengekomen, nietwaar?

122
00:07:18,150 --> 00:07:21,690
Er was die vrouw die aan
bloedvloeiing leed, dat wil zeggen,

123
00:07:21,690 --> 00:07:26,250
een vrouw die inwendige bloedingen
had die al vele jaren aanhielden,

124
00:07:26,250 --> 00:07:28,530
en de artsen konden haar niet helpen.

125
00:07:28,530 --> 00:07:33,270
Ze hoorde dat Jezus door haar stad trok,
dus sloop ze van achteren naar Hem toe.

126
00:07:33,270 --> 00:07:36,090
Ze had zich voorgenomen
dat ze genezen zou worden

127
00:07:36,090 --> 00:07:39,330
als ze alleen maar de zoom
van Zijn kleed kon aanraken.

128
00:07:39,330 --> 00:07:41,850
En inderdaad, dat gebeurde.

129
00:07:41,850 --> 00:07:45,630
Ze raakte de zoom van Zijn kleed aan
en haar bloeding hield onmiddellijk

130
00:07:45,630 --> 00:07:46,890
en voorgoed op.

131
00:07:46,890 --> 00:07:49,350
We herinneren ons dat
Jezus bij die gelegenheid

132
00:07:49,350 --> 00:07:52,350
kracht uit Zich voelde
weggaan toen ze genezen werd.

133
00:07:52,350 --> 00:07:54,330
Hij draaide Zich om en zei:

134
00:07:54,330 --> 00:07:56,070
Wie heeft Me aangeraakt?

135
00:07:56,070 --> 00:07:58,650
Ze was bang en bekende het niet meteen.

136
00:07:58,650 --> 00:08:03,150
Jezus was niet boos, maar zij dacht
dat Hij dat misschien wel zou zijn.

137
00:08:03,150 --> 00:08:07,230
De reden daarvoor was dat ze, omdat
ze een vrouw met bloedvloeiing was,

138
00:08:07,230 --> 00:08:10,590
volgens de Joodse ceremoniële
wet onrein zou zijn.

139
00:08:10,590 --> 00:08:14,730
Bloedvloeiing zou iemand verontreinigen,
waardoor die persoon geen enkel contact

140
00:08:14,730 --> 00:08:16,350
met mensen mocht hebben.

141
00:08:16,350 --> 00:08:18,870
Iedereen die zij in
die toestand aanraakte,

142
00:08:18,870 --> 00:08:21,750
zou volgens de wet eveneens onrein zijn.

143
00:08:21,750 --> 00:08:26,311
Ze had Jezus aangeraakt, begrijp
je — ze had Zijn kleed aangeraakt —

144
00:08:26,311 --> 00:08:31,530
en onder normale omstandigheden, volgens
de wet, zou dat Hem onrein maken.

145
00:08:31,530 --> 00:08:35,610
Ze dacht: „Misschien wordt Hij boos op
me omdat ik Hem heb aangeraakt terwijl

146
00:08:35,610 --> 00:08:36,990
ik onrein ben.”

147
00:08:36,990 --> 00:08:39,750
Maar dat werd Hij niet. Hij zei:

148
00:08:39,750 --> 00:08:44,910
Hij zei tegen haar: Heb goede moed,
dochter, uw geloof heeft u behouden;

149
00:08:44,910 --> 00:08:46,650
ga heen in vrede!

150
00:08:46,650 --> 00:08:48,510
En zo werd ze genezen.

151
00:08:48,510 --> 00:08:52,170
Het punt is dat dit de eerste
keer was dat iemand dacht

152
00:08:52,170 --> 00:08:55,830
genezen te worden door de zoom
van Jezus’ kleed aan te raken.

153
00:08:55,830 --> 00:08:59,070
Het was duidelijk een heel
uitzonderlijke situatie.

154
00:08:59,070 --> 00:09:04,110
Maar nu kwamen er vele anderen die dat
verhaal misschien van haar hadden gehoord.

155
00:09:04,110 --> 00:09:08,550
Daarom dachten ze: „Misschien kunnen wij
gewoon de zoom van Zijn kleed aanraken

156
00:09:08,550 --> 00:09:10,110
en genezen worden.”

157
00:09:10,110 --> 00:09:12,690
Dus werden alle zieken gebracht.

158
00:09:12,690 --> 00:09:16,170
Het was niet zozeer dat ze
Jezus tot last wilden zijn.

159
00:09:16,170 --> 00:09:20,250
Ze vroegen Hem niet om voor ieder
afzonderlijk te bidden en hun de handen

160
00:09:20,250 --> 00:09:21,510
op te leggen.

161
00:09:21,510 --> 00:09:24,750
Er staat dat ze Hem smeekten
of ze alleen maar de

162
00:09:24,750 --> 00:09:26,910
zoom van Zijn kleed mochten aanraken.

163
00:09:26,910 --> 00:09:29,790
Blijkbaar stond Hij dat toe. Er staat:

164
00:09:29,790 --> 00:09:33,210
Iedereen die het aanraakte,
werd helemaal beter.

165
00:09:33,210 --> 00:09:38,190
Wat was er zo bijzonder aan de zoom van
een kleed dat iemand die wilde aanraken?

166
00:09:38,190 --> 00:09:42,570
We zouden kunnen denken dat de woorden:
„Als ik alleen maar de zoom van het kleed

167
00:09:42,570 --> 00:09:47,190
kon aanraken,” eenvoudigweg de strekking
hadden van een heel bescheiden verzoek:

168
00:09:47,190 --> 00:09:49,710
„Ik wil U helemaal niet lastigvallen.

169
00:09:49,710 --> 00:09:52,350
Laat me alleen even
langs Uw kleren strijken.

170
00:09:52,350 --> 00:09:54,270
Ik vraag hier niet veel.”

171
00:09:54,270 --> 00:09:58,590
Of misschien gaven ze daarmee zelfs
te kennen dat hun vertrouwen in Jezus

172
00:09:58,590 --> 00:10:02,970
zo groot was dat rechtstreeks contact
met Zijn fysieke lichaam niet eens

173
00:10:02,970 --> 00:10:04,350
nodig zou zijn.

174
00:10:04,350 --> 00:10:08,070
Alleen de rand van Zijn
kleding zou al genoeg zijn.

175
00:10:08,070 --> 00:10:12,210
Daarmee gaven ze aan dat Zijn kracht
naar hun inschatting zo groot was,

176
00:10:12,210 --> 00:10:17,310
dat het voldoende zou zijn om alleen maar
zo dichtbij te komen als de rand van Zijn

177
00:10:17,310 --> 00:10:21,990
kleding, zodat de kracht tot
genezing kon worden overgedragen.

178
00:10:21,990 --> 00:10:26,970
Volgens de Joodse wet moest de zoom van
het kleed van een Joodse man afgezet zijn

179
00:10:26,970 --> 00:10:31,290
met een blauwe rand, een soort
blauw lint rondom de zoom.

180
00:10:31,290 --> 00:10:37,230
De Wet van Mozes schreef voor dat de Joden
dit onder aan hun kleed moesten hebben.

181
00:10:37,230 --> 00:10:39,750
Het doel van die wet was kennelijk dat ze

182
00:10:39,750 --> 00:10:43,290
telkens wanneer ze naar beneden
keken en hun kleding zagen,

183
00:10:43,290 --> 00:10:48,510
die blauwe zoom zouden zien en daardoor
ergens aan herinnerd zouden worden.

184
00:10:48,510 --> 00:10:52,470
Die zou hen eraan herinneren
dat ze aan God toegewijd waren,

185
00:10:52,470 --> 00:10:54,630
dat ze God toebehoorden.

186
00:10:54,630 --> 00:10:57,930
Het lijkt een beetje op het binden
van een touwtje om je vinger.

187
00:10:57,930 --> 00:11:01,230
Het touwtje zelf brengt
geen enkele informatie over,

188
00:11:01,230 --> 00:11:04,230
maar het herinnert je eraan
dat je iets moet onthouden.

189
00:11:04,230 --> 00:11:08,370
Hopelijk herinner je je, zodra je
eraan denkt dat er iets is wat je moet

190
00:11:08,370 --> 00:11:11,550
onthouden, ook wat het
is dat je moet onthouden.

191
00:11:11,550 --> 00:11:16,590
Zo moesten ook de Joden deze blauwe zoom
rondom de onderkant van hun kleed dragen,

192
00:11:16,590 --> 00:11:18,990
en die moest hen ergens aan herinneren.

193
00:11:18,990 --> 00:11:23,670
Als ze het zich herinnerden, herinnerde
die hen eraan dat ze Gods volk waren

194
00:11:23,670 --> 00:11:25,590
en Hem toebehoorden.

195
00:11:25,590 --> 00:11:30,330
In zekere zin was de zoom van het
Joodse kleed, met die blauwe rand eraan,

196
00:11:30,330 --> 00:11:34,170
dus een soort symbool van toewijding
aan God of van het feit dat

197
00:11:34,170 --> 00:11:35,910
ze God toebehoorden.

198
00:11:35,910 --> 00:11:39,930
Het is mogelijk dat die zoom in de
volksvoorstelling van het Joodse volk

199
00:11:39,930 --> 00:11:42,150
bepaalde krachten begon te krijgen.

200
00:11:42,150 --> 00:11:45,210
Ik zeg niet dat er werkelijk
krachten in de zoom zaten,

201
00:11:45,210 --> 00:11:48,390
maar het Joodse volk had
een neiging tot afgoderij,

202
00:11:48,390 --> 00:11:50,430
zoals de meeste mensen die hebben.

203
00:11:50,430 --> 00:11:54,150
Die neiging kwam bijvoorbeeld
tot uiting in het Oude Testament.

204
00:11:54,150 --> 00:11:57,570
In het boek Numeri werden
veel Joden die tegen God

205
00:11:57,570 --> 00:12:02,310
morden in de woestijn door giftige
slangen gebeten en lagen ze op sterven.

206
00:12:02,310 --> 00:12:04,950
God voorzag in een geneesmiddel toen Hij

207
00:12:04,950 --> 00:12:08,730
Mozes opdroeg een afbeelding
van de slang van koper te maken

208
00:12:08,730 --> 00:12:10,710
en die op een paal te zetten.

209
00:12:10,710 --> 00:12:13,950
Als iemand ernaar keek,
zou die genezen worden.

210
00:12:13,950 --> 00:12:18,870
Dat deden ze, maar later lezen we dat
de koperen slang die Mozes had gemaakt,

211
00:12:18,870 --> 00:12:24,030
tijdens de regering van Josia door de
Joden bewaard was gebleven en zelfs een

212
00:12:24,030 --> 00:12:26,370
voorwerp van aanbidding was geworden.

213
00:12:26,370 --> 00:12:28,590
Ze begonnen er reukwerk voor te branden.

214
00:12:28,590 --> 00:12:31,890
Daarom moest die tijdens Josia’s
hervormingen worden vernietigd,

215
00:12:31,890 --> 00:12:35,310
toen hij probeerde de afgoderij
uit het volk weg te krijgen.

216
00:12:35,310 --> 00:12:39,390
Hier was een koperen slang die op
zichzelf geen enkele kracht had.

217
00:12:39,390 --> 00:12:43,950
Maar omdat hij iets symboliseerde en
vroeger een bepaalde betekenis had,

218
00:12:43,950 --> 00:12:48,570
waren de Joden geneigd hem te verafgoden
en hem als een op zichzelf staand

219
00:12:48,570 --> 00:12:50,250
voorwerp te aanbidden.

220
00:12:50,250 --> 00:12:52,710
Ze begonnen hem krachten toe te schrijven.

221
00:12:52,710 --> 00:12:55,290
Dat hebben mensen ook
met de sterren gedaan.

222
00:12:55,290 --> 00:12:57,390
De Bijbel geeft aan dat God

223
00:12:57,390 --> 00:13:01,950
de sterrenbeelden aan de hemel heeft
geplaatst om met ons te communiceren.

224
00:13:01,950 --> 00:13:06,990
In Genesis 1:14 staat dat Hij
de sterren maakte tot tekenen,

225
00:13:06,990 --> 00:13:11,190
en tot aanduiding van
seizoenen, dagen en jaren:

226
00:13:11,190 --> 00:13:16,410
En God zei: Laten er lichten zijn aan het
hemelgewelf om scheiding te maken tussen

227
00:13:16,410 --> 00:13:20,370
de dag en de nacht; en
laten zij zijn tot tekenen,

228
00:13:20,370 --> 00:13:25,170
en tot aanduiding van vaste
tijden en van dagen en jaren!

229
00:13:25,170 --> 00:13:27,450
Daar zullen we nu niet op ingaan.

230
00:13:27,450 --> 00:13:31,470
Maar er zijn veel aanwijzingen dat de
sterrenbeelden die God aan de hemel heeft

231
00:13:31,470 --> 00:13:35,610
geplaatst, er zijn om de eigenlijke
boodschap van het Evangelie over te

232
00:13:35,610 --> 00:13:38,850
brengen, als je weet hoe
je ze moet ontcijferen.

233
00:13:38,850 --> 00:13:43,590
Het punt dat ik wil maken, is dat de
duiding van deze sterrenbeelden en deze

234
00:13:43,590 --> 00:13:48,090
zogenoemde huizen van de dierenriem
een heidens karakter heeft gekregen

235
00:13:48,090 --> 00:13:50,790
en in afgoderij is ontaard.

236
00:13:50,790 --> 00:13:55,410
De sterren waren er om de heerlijkheid
van God te verkondigen en eenvoudigweg

237
00:13:55,410 --> 00:13:58,410
Gods heerlijkheid aan
de mens bekend te maken.

238
00:13:58,410 --> 00:14:02,190
Maar nu worden er krachten aan
toegeschreven die ze niet hebben.

239
00:14:02,190 --> 00:14:04,830
Ze zijn tot iets als lagere goden gemaakt.

240
00:14:04,830 --> 00:14:08,610
De moderne astrologie gaat er
namelijk van uit dat als je

241
00:14:08,610 --> 00:14:13,110
onder een bepaald huis van de dierenriem
geboren bent, dit je persoonlijkheid,

242
00:14:13,110 --> 00:14:17,250
je lot, je bestemming en
allerlei andere dingen bepaalt.

243
00:14:17,250 --> 00:14:19,290
Dat is natuurlijk allemaal niet waar.

244
00:14:19,290 --> 00:14:23,130
Wat men doet, is bovennatuurlijke
krachten toeschrijven

245
00:14:23,130 --> 00:14:27,150
aan iets wat God heeft gemaakt
om informatie over te brengen.

246
00:14:27,150 --> 00:14:31,350
Waar ik naartoe wil, is dat het
Joodse volk misschien op die manier

247
00:14:31,350 --> 00:14:35,130
over de blauwe zoom van het gewaad
van een Jood was gaan denken.

248
00:14:35,130 --> 00:14:39,030
God had bepaald dat de Joodse
mannen deze blauwe rand aan hun

249
00:14:39,030 --> 00:14:43,890
gewaden zouden hebben om hen eraan te
herinneren dat ze aan God toegewijd waren

250
00:14:43,890 --> 00:14:46,050
en dat ze God toebehoorden.

251
00:14:46,050 --> 00:14:50,970
Het kan zijn dat sommigen van hen die
rand in hun Joodse denken als een soort

252
00:14:50,970 --> 00:14:53,670
magisch voorwerp waren gaan beschouwen.

253
00:14:53,670 --> 00:14:56,790
Voordat we de Joden dit
al te zeer kwalijk nemen:

254
00:14:56,790 --> 00:14:59,550
christenen hebben vaak
hetzelfde bijgeloof.

255
00:14:59,550 --> 00:15:04,110
Toen ik jonger was, was er bijvoorbeeld
een bekende radio-evangeliste,

256
00:15:04,110 --> 00:15:06,330
een vrouw die mensen genas.

257
00:15:06,330 --> 00:15:11,430
Ze zei tegen de mensen die naar de radio
luisterden: ‘Als je genezen wilt worden,

258
00:15:11,430 --> 00:15:14,250
leg dan nu gewoon je hand op je radio.’

259
00:15:14,250 --> 00:15:17,790
Wanneer ze hun radio aanraakten,
mochten ze verwachten dat ze

260
00:15:17,790 --> 00:15:19,470
genezen zouden worden.

261
00:15:19,470 --> 00:15:23,670
Er is een aantal manieren waarop
contact, zelfs contact op afstand,

262
00:15:23,670 --> 00:15:27,870
met iemand van wie men gelooft dat
hij de kracht heeft om te genezen,

263
00:15:27,870 --> 00:15:29,970
tot genezing heeft geleid.

264
00:15:29,970 --> 00:15:34,050
In Handelingen hoofdstuk 5 hebben we
bijvoorbeeld het geval van de mensen die

265
00:15:34,050 --> 00:15:36,450
hoorden dat Petrus over de weg aankwam.

266
00:15:36,450 --> 00:15:41,130
Van Petrus was bekend dat hij een
geweldige kracht bezat om in de Naam van

267
00:15:41,130 --> 00:15:43,170
Christus wonderen te verrichten.

268
00:15:43,170 --> 00:15:46,470
Mensen brachten de zieken naar de
weg en lieten hen langs de kant van

269
00:15:46,470 --> 00:15:47,790
de weg zitten.

270
00:15:47,790 --> 00:15:50,370
Ze hoopten dat de schaduw van Petrus

271
00:15:50,370 --> 00:15:55,350
over hen heen zou vallen wanneer hij
voorbijliep en dat die hen zou genezen.

272
00:15:55,350 --> 00:16:00,450
Evenzo lezen we in Handelingen
hoofdstuk 19, vers 11 en 12,

273
00:16:00,450 --> 00:16:05,250
dat de mensen een vergelijkbaar vertrouwen
in Paulus stelden: als ze een zakdoek,

274
00:16:05,250 --> 00:16:08,550
een zweetdoek of een schort
van Paulus ontvingen,

275
00:16:08,550 --> 00:16:11,010
zouden ze van hun ziekten genezen worden.

276
00:16:11,010 --> 00:16:14,790
Wat ik hier allereerst duidelijk
wil maken, is dat het in al deze

277
00:16:14,790 --> 00:16:18,030
gevallen die ik in de
Schrift genoemd heb, werkte.

278
00:16:18,030 --> 00:16:19,770
Het werkte echt.

279
00:16:19,770 --> 00:16:22,770
Mensen werden werkelijk
op deze manier genezen.

280
00:16:22,770 --> 00:16:26,910
Het is niet helemaal duidelijk waarom
ze ervoor kozen om juist op deze manier

281
00:16:26,910 --> 00:16:30,090
genezen te worden, of
waarom het zou werken.

282
00:16:30,090 --> 00:16:34,710
Maar ik denk dat het waarschijnlijk kwam
doordat God in elk van die gevallen het

283
00:16:34,710 --> 00:16:37,470
gezag van Zijn boodschappers
wilde bevestigen.

284
00:16:37,470 --> 00:16:43,170
De Bijbel zegt in Markus 16:20 dat
de Heere met de discipelen meewerkte

285
00:16:43,170 --> 00:16:46,890
en het Woord bevestigde door
de tekenen die erop volgden:

286
00:16:46,890 --> 00:16:49,590
De discipelen gingen overal prediken.

287
00:16:49,590 --> 00:16:54,750
De Heere werkte mee en bevestigde het
Woord door de tekenen die erop volgden.

288
00:16:54,750 --> 00:16:58,050
Dat deed Hij beslist ook
in het leven van Jezus.

289
00:16:58,050 --> 00:17:04,110
In Handelingen 10:38 staat dat God
Jezus met de Heilige Geest en met kracht

290
00:17:04,110 --> 00:17:07,050
gezalfd had en dat God met Hem was:

291
00:17:07,050 --> 00:17:12,150
God had Jezus van Nazareth met de
Heilige Geest en met kracht gezalfd.

292
00:17:12,150 --> 00:17:17,070
Hij ging rond, deed goed en genas allen
die door de duivel overweldigd waren,

293
00:17:17,070 --> 00:17:18,810
want God was met Hem.

294
00:17:18,810 --> 00:17:22,830
We kunnen daarom zien dat God de
bijzondere rang en het gezag van Zijn

295
00:17:22,830 --> 00:17:26,490
boodschappers wilde bevestigen door
wonderen te doen op elke manier

296
00:17:26,490 --> 00:17:28,410
die met hen verband hield.

297
00:17:28,410 --> 00:17:32,550
Daarom was het voldoende als iemand de
schaduw van Petrus over zich heen wilde

298
00:17:32,550 --> 00:17:35,610
laten vallen, een zakdoek
van Paulus ontving

299
00:17:35,610 --> 00:17:39,450
of de blauwe zoom van Jezus’
gewaad wilde aanraken.

300
00:17:39,450 --> 00:17:42,930
Welk bijgeloof er ook in de gedachten
van de mensen mee gepaard ging,

301
00:17:42,930 --> 00:17:47,010
dat veranderde niets aan het feit
dat God hun wilde laten zien dat deze

302
00:17:47,010 --> 00:17:51,270
boodschapper — in dit geval
Jezus — werkelijk van God kwam.

303
00:17:51,270 --> 00:17:54,210
Daarom liet God de wonderen plaatsvinden.

304
00:17:54,210 --> 00:17:57,450
Sommige mensen hebben gezegd
dat het aanraken van het gewaad,

305
00:17:57,450 --> 00:17:59,910
het ontvangen van een zakdoek van Paulus,

306
00:17:59,910 --> 00:18:03,570
het opgelegd krijgen van handen
voor genezing of wat dan ook,

307
00:18:03,570 --> 00:18:07,590
waarde heeft als wat zij een
aanknopingspunt voor geloof noemen.

308
00:18:07,590 --> 00:18:09,630
De redenering gaat als volgt.

309
00:18:09,630 --> 00:18:13,170
Ze zeggen dat velen van ons een
soort vaag geloof in God hebben,

310
00:18:13,170 --> 00:18:17,250
een geloof dat God kan genezen
en dat God dingen kan doen.

311
00:18:17,250 --> 00:18:22,170
Maar we verwachten niet echt dat Hij iets
zal doen, en zeker niet op dit moment.

312
00:18:22,170 --> 00:18:25,230
Het is niet zo dat we denken
dat God het niet kan doen.

313
00:18:25,230 --> 00:18:29,970
We hebben alleen heel weinig reden om
te geloven dat het juist nu zal gebeuren

314
00:18:29,970 --> 00:18:31,950
in plaats van op een ander moment.

315
00:18:31,950 --> 00:18:36,630
Daarom laten we ons geloof nooit echt
volledig de vrije loop om een wonder van

316
00:18:36,630 --> 00:18:37,590
God te ontvangen.

317
00:18:37,590 --> 00:18:43,470
Het blijft altijd bij een vaag: ‘Ik
hoop dat God mij ooit zal genezen’, of:

318
00:18:43,470 --> 00:18:48,150
‘Ik weet dat God mij kan genezen,
en misschien zal Hij dat ooit doen.’

319
00:18:48,150 --> 00:18:51,390
Het komt nooit werkelijk tot
het geloof dat vereist is

320
00:18:51,390 --> 00:18:54,210
om het bovennatuurlijke
te laten plaatsvinden,

321
00:18:54,210 --> 00:18:56,850
om een genezing te laten plaatsvinden.

322
00:18:56,850 --> 00:19:00,650
Daarom wordt aangevoerd dat een
of ander lichamelijk teken —

323
00:19:00,650 --> 00:19:04,410
leg je hand op de radio, laat
mij je de handen opleggen,

324
00:19:04,410 --> 00:19:09,330
haal deze zakdoek bij deze prediker,
raak de zoom van dit kledingstuk aan —

325
00:19:09,330 --> 00:19:12,930
iets lichamelijks dat op een
bepaald moment plaatsvindt,

326
00:19:12,930 --> 00:19:16,830
iets wat iemand kan doen, kan zien
gebeuren en waarmee hij zich kan

327
00:19:16,830 --> 00:19:21,570
verbinden, mensen vaak in staat stelt
hun geloof daadwerkelijk te oefenen.

328
00:19:21,570 --> 00:19:24,750
Ze zeggen: ‘Als ik geloof
dat ik genezen zal worden

329
00:19:24,750 --> 00:19:28,770
wanneer ik mijn hand op de radio
leg,’ dan komt dat geloof in hen

330
00:19:28,770 --> 00:19:31,530
op wanneer ze hun hand op de radio leggen.

331
00:19:31,530 --> 00:19:35,370
Door hun verwachting daarvan brengt
het hen er werkelijk toe te geloven

332
00:19:35,370 --> 00:19:40,290
op een manier waarop ze niet geloofden
voordat hun hand de radio aanraakte.

333
00:19:40,290 --> 00:19:44,010
Daarom ontvangen ze de genezing,
omdat zij op dat moment

334
00:19:44,010 --> 00:19:45,990
daadwerkelijk geloof oefenen.

335
00:19:45,990 --> 00:19:50,250
Dat is één verklaring die ik heb
gehoord voor de vraag waarom deze

336
00:19:50,250 --> 00:19:54,390
lichamelijke dingen — dit of dat
aanraken om genezen te worden —

337
00:19:54,390 --> 00:19:59,430
in Bijbelse tijden werkten en zelfs
vandaag de dag zouden kunnen werken.

338
00:19:59,430 --> 00:20:02,670
Toch vermoed ik dat dit niet
de juiste verklaring is.

339
00:20:02,670 --> 00:20:07,830
Ik zou graag een zekere verklaring hebben
en ik zou blij zijn als dit de juiste was,

340
00:20:07,830 --> 00:20:12,210
maar ik vermoed dat die niet werkelijk
met de Bijbelse gegevens strookt.

341
00:20:12,210 --> 00:20:16,470
We hebben bijvoorbeeld een verhaal
in 2 Koningen, hoofdstuk 13,

342
00:20:16,470 --> 00:20:20,130
waarin de profeet Elisa
gestorven en begraven was.

343
00:20:20,130 --> 00:20:23,910
Hij was trouwens niet alleen
begraven; hij was vergaan.

344
00:20:23,910 --> 00:20:27,030
Er was niets van hem
over dan zijn beenderen.

345
00:20:27,030 --> 00:20:32,010
Er was oorlog in Israël en twee
Israëlitische mannen droegen een

346
00:20:32,010 --> 00:20:35,550
gestorven metgezel die
in de strijd was gedood.

347
00:20:35,550 --> 00:20:39,270
Ze zagen enkele vijanden aankomen
en wilden zich verbergen,

348
00:20:39,270 --> 00:20:42,510
maar ze wilden het lichaam
ergens uit de weg leggen.

349
00:20:42,510 --> 00:20:46,470
Daarom gooiden ze het lichaam in een
grot in de buurt om ervan af te zijn,

350
00:20:46,470 --> 00:20:49,830
zodat ze zich voor de naderende
troepen konden verbergen.

351
00:20:49,830 --> 00:20:55,790
Volgens het verhaal — nogmaals, dit
staat in 2 Koningen, hoofdstuk 13 —

352
00:20:55,790 --> 00:20:59,310
raakte dit dode lichaam
de beenderen van Elisa,

353
00:20:59,310 --> 00:21:01,530
omdat de grot waarin ze het gooiden

354
00:21:01,530 --> 00:21:04,710
toevallig de plaats was
waar Elisa begraven lag.

355
00:21:04,710 --> 00:21:08,130
Toen dit dode lichaam de
beenderen van Elisa raakte,

356
00:21:08,130 --> 00:21:12,630
kwam het dode lichaam plotseling
weer tot leven. Elisa niet.

357
00:21:12,630 --> 00:21:17,730
Elisa’s beenderen bleven dode beenderen,
maar de man die erin was gegooid,

358
00:21:17,730 --> 00:21:19,230
kwam tot leven.

359
00:21:19,230 --> 00:21:22,890
In bepaalde opzichten lijkt
dat sterk op die andere dingen:

360
00:21:22,890 --> 00:21:27,330
contact met Gods gezalfde man,
maar niet werkelijk rechtstreeks.

361
00:21:27,330 --> 00:21:32,430
Hier is de man dood en zijn het slechts
Elisa’s beenderen, maar het werkte.

362
00:21:32,430 --> 00:21:36,990
Er gebeurde iets bovennatuurlijks, net
zoals wanneer de schaduw van Petrus over

363
00:21:36,990 --> 00:21:41,430
mensen heen viel of de zakdoek van
Paulus naar hen toe werd gebracht.

364
00:21:41,430 --> 00:21:44,190
Er gebeurde iets bovennatuurlijks.

365
00:21:44,190 --> 00:21:47,970
Naar mijn idee heeft de opstanding,
of het weer tot leven komen,

366
00:21:47,970 --> 00:21:52,050
van deze man wiens lichaam
Elisa’s beenderen raakte,

367
00:21:52,050 --> 00:21:55,590
heel sterk hetzelfde karakter
als die andere wonderen

368
00:21:55,590 --> 00:21:57,210
waarover we het hebben gehad.

369
00:21:57,210 --> 00:22:02,370
Toch is het onmogelijk om te zeggen dat
dit een geval was waarin geloof vrijkwam.

370
00:22:02,370 --> 00:22:06,930
Met andere woorden, toen het lijk van
de gestorven man de beenderen van Elisa

371
00:22:06,930 --> 00:22:10,350
raakte, kwam er bij hem
niet plotseling geloof op.

372
00:22:10,350 --> 00:22:13,050
Hij verwachtte niets, want hij was dood.

373
00:22:13,050 --> 00:22:17,070
Daarom roept dit ernstige vragen
op over de vraag of het werkelijk

374
00:22:17,070 --> 00:22:22,170
eenvoudigweg een kwestie is van geloof
dat door een aanraking vrijkomt.

375
00:22:22,170 --> 00:22:27,450
Ik denk dat God, Die de dingen graag
op Zijn eigen manier doet en vaak

376
00:22:27,450 --> 00:22:30,870
onvoorspelbaar handelt, allerlei
verschillende manieren heeft

377
00:22:30,870 --> 00:22:33,390
gebruikt om Zijn wonderen te verrichten.

378
00:22:33,390 --> 00:22:39,210
Toen Jezus bijvoorbeeld blinden genas,
spuwde Hij soms op de grond, maakte slijk,

379
00:22:39,210 --> 00:22:42,990
deed dat op hun ogen en zei
dat ze het moesten afwassen.

380
00:22:42,990 --> 00:22:47,310
Of Hij spuwde gewoon rechtstreeks
in hun ogen, of deed iets anders.

381
00:22:47,310 --> 00:22:50,730
Ik denk dat God allerlei
ongebruikelijke dingen deed,

382
00:22:50,730 --> 00:22:54,750
waarschijnlijk eenvoudigweg om het
resultaat, namelijk de genezing,

383
00:22:54,750 --> 00:22:57,750
te verbinden met de boodschapper
door wie het gebeurde.

384
00:22:57,750 --> 00:23:03,030
Als Jezus of een apostel iemand genas en
er niets was wat die genezing rechtstreeks

385
00:23:03,030 --> 00:23:07,830
met hen verbond, zou dat niet dienen als
bevestiging dat hun woorden waar waren

386
00:23:07,830 --> 00:23:10,050
of dat zij mannen van God waren.

387
00:23:10,050 --> 00:23:15,090
En ik denk dat dit nu juist is wat God
door deze wonderen wilde bevestigen.

388
00:23:15,090 --> 00:23:18,930
Daarom koos God ervoor wonderen
te doen door middel van iets wat

389
00:23:18,930 --> 00:23:23,190
enigszins de aandacht trok, iets wat
rechtstreeks verbonden was met de man van

390
00:23:23,190 --> 00:23:26,970
God — of dat nu zijn
beenderen, zijn zakdoek,

391
00:23:26,970 --> 00:23:30,390
zijn schaduw of de zoom
van zijn kledingstuk was.

392
00:23:30,390 --> 00:23:35,370
Zo zou het resultaat, het wonder, in de
gedachten van de mensen die het ontvingen

393
00:23:35,370 --> 00:23:37,590
en van de omstanders onmiddellijk en

394
00:23:37,590 --> 00:23:40,830
onmiskenbaar in verband worden
gebracht met deze persoon,

395
00:23:40,830 --> 00:23:44,850
als iets wat van hem kwam
of door hem gebeurde.

396
00:23:44,850 --> 00:23:49,410
Daardoor werd die persoon gelegitimeerd
als een man die Gods boodschap had.

397
00:23:49,410 --> 00:23:52,950
Bedenk dat het God er meestal niet
zozeer om gaat het wonder te verrichten,

398
00:23:52,950 --> 00:23:55,830
maar om geloof in de
boodschapper te vestigen.

399
00:23:55,830 --> 00:23:59,970
Het is niet zo dat God er niet genoeg om
geeft wonderen te verrichten om mensen te

400
00:23:59,970 --> 00:24:04,050
genezen, enkel omdat ze
ziek zijn. Dat doet Hij wel.

401
00:24:04,050 --> 00:24:06,330
Maar er komt meer bij kijken dan dat.

402
00:24:06,330 --> 00:24:11,550
Belangrijker dan de lichamelijke genezing
is dat de persoon in Jezus gaat geloven

403
00:24:11,550 --> 00:24:14,730
en meer ontvangt dan
lichamelijke genezing.

404
00:24:14,730 --> 00:24:20,010
Hopelijk ontvangt hij eeuwig leven door
in Hem te geloven, en dat is werkelijk,

405
00:24:20,010 --> 00:24:24,330
meer dan om welke andere reden ook,
waarom de wonderen werden verricht.

406
00:24:24,330 --> 00:24:27,750
Er is natuurlijk het element van
Gods ontferming over de zieken,

407
00:24:27,750 --> 00:24:32,670
maar wat belangrijker is: Hij ontfermt
Zich over zielen die verloren zijn

408
00:24:32,670 --> 00:24:35,910
en op weg zijn naar een
eeuwigheid zonder God.

409
00:24:35,910 --> 00:24:40,350
Wanneer Hij deze wonderen verrichtte,
hoopte Hij daarom naast de ziekte ook

410
00:24:40,350 --> 00:24:42,390
die situatie te verhelpen.

411
00:24:42,390 --> 00:24:45,330
Namelijk dat ze in
Christus zouden geloven,

412
00:24:45,330 --> 00:24:50,370
zodat ze zouden erkennen dat Hij de Zoon
van God was en behouden zouden worden.

413
00:24:50,370 --> 00:24:51,630
Ik hoop dat jij hetzelfde doet.
