1
00:00:02,070 --> 00:00:04,470
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,470 --> 00:00:11,670
Deze keer behandelen we Mattheüs
18, vers 21 tot en met vers 35.

3
00:00:11,670 --> 00:00:14,550
We gaan nu verder met
een van de langere en

4
00:00:14,550 --> 00:00:17,790
gedetailleerdere gelijkenissen
die Jezus vertelde.

5
00:00:17,790 --> 00:00:21,450
Hij vertelde die om een zeer
overtuigend punt te maken.

6
00:00:21,450 --> 00:00:25,530
Het is niet zomaar een aardige
godsdienstige les die we hier leren.

7
00:00:25,530 --> 00:00:31,170
Het gaat werkelijk om leven en dood, om in
de juiste verhouding tot God te staan en

8
00:00:31,170 --> 00:00:35,910
behouden te worden, of buitengesloten
te zijn van Gods barmhartigheid

9
00:00:35,910 --> 00:00:37,530
en verloren te gaan.

10
00:00:37,530 --> 00:00:41,430
De hele kwestie heeft te maken
met vergeving van zonden.

11
00:00:41,430 --> 00:00:45,810
Veel mensen beseffen niet dat vergeving
van zonden voor iedereen een zaak van

12
00:00:45,810 --> 00:00:48,690
groot belang is, of zou moeten zijn.

13
00:00:48,690 --> 00:00:52,830
Dat geldt voor iedereen die bekend is met
de werkelijkheid van de zondigheid van de

14
00:00:52,830 --> 00:00:57,210
mens en met de manier waarop
zonde ons van God vervreemdt,

15
00:00:57,210 --> 00:01:01,770
ons onaanvaardbaar voor Hem
maakt en ons de toegang tot Hem

16
00:01:01,770 --> 00:01:05,430
en tot de hemel zelf
ontneemt. De Bijbel zegt:

17
00:01:05,430 --> 00:01:07,290
Iedereen heeft gezondigd.

18
00:01:07,290 --> 00:01:08,670
en de Bijbel zegt:

19
00:01:08,670 --> 00:01:11,010
Want het loon van de zonde is de dood,

20
00:01:11,010 --> 00:01:17,430
maar de genadegave van God is eeuwig
leven, door Jezus Christus, onze Heere.

21
00:01:17,430 --> 00:01:21,090
en dat God door onze zonden
van ons gescheiden is.

22
00:01:21,090 --> 00:01:24,210
In Jesaja wordt ons gezegd
dat Gods oor niet zo

23
00:01:24,210 --> 00:01:26,970
doof is dat Hij ons niet kan horen.

24
00:01:26,970 --> 00:01:31,530
Zijn hand is niet zo kort dat Hij ons
niet kan bereiken om ons te redden.

25
00:01:31,530 --> 00:01:32,850
Maar er staat:

26
00:01:32,850 --> 00:01:36,930
Maar uw ongerechtigheden maken
scheiding tussen u en uw God,

27
00:01:36,930 --> 00:01:42,450
uw zonden doen Zijn aangezicht voor u
verborgen zijn, zodat Hij u niet hoort.

28
00:01:42,450 --> 00:01:47,370
De enige hoop van de mensheid is dat dit
probleem van de zonde verholpen kan worden

29
00:01:47,370 --> 00:01:50,670
en dat God als gevolg
daarvan onze zonden vergeeft.

30
00:01:50,670 --> 00:01:54,750
Op de dag dat we in het oordeel
voor Hem staan, zal Hij zeggen:

31
00:01:54,750 --> 00:01:56,850
„Je zonden zijn vergeven.”

32
00:01:56,850 --> 00:02:00,870
Dit is natuurlijk een van de centrale
kwesties van het christelijke Evangelie:

33
00:02:00,870 --> 00:02:03,870
dat Jezus door Zijn
verzoenend sterven voor ons

34
00:02:03,870 --> 00:02:08,550
heeft bewerkstelligd dat wij met
vergeven zonden voor God kunnen staan.

35
00:02:08,550 --> 00:02:12,450
De dood van Jezus heeft het echter
niet vanzelfsprekend gemaakt dat alle

36
00:02:12,450 --> 00:02:14,250
mensen vergeven zijn.

37
00:02:14,250 --> 00:02:19,290
Sterker nog, ik geloof, hoewel sommigen
een ander theologisch perspectief hebben,

38
00:02:19,290 --> 00:02:24,630
dat de dood van Jezus niet garandeert dat
ook maar één mens vergeving zal ervaren.

39
00:02:24,630 --> 00:02:28,470
Vergeving wordt verkregen door aan
bepaalde voorwaarden te voldoen.

40
00:02:28,470 --> 00:02:32,130
Dit wordt in de Schrift geleerd, hoewel
het in sommige theologische kringen

41
00:02:32,130 --> 00:02:33,510
niet wordt geleerd.

42
00:02:33,510 --> 00:02:37,650
In de Schriften wordt beslist geleerd
dat je niet vergeven zult worden

43
00:02:37,650 --> 00:02:40,470
als je niet gelooft en je niet bekeert.

44
00:02:40,470 --> 00:02:44,130
Daarom worden geloof en bekering
in de Schrift behandeld als

45
00:02:44,130 --> 00:02:46,230
voorwaarden voor vergeving.

46
00:02:46,230 --> 00:02:50,790
Daarmee verdienen ze geen vergeving,
want vergeving is een gave van God.

47
00:02:50,790 --> 00:02:53,430
Maar iemand die een ander
een geschenk wil geven,

48
00:02:53,430 --> 00:02:58,230
kan dat onder bepaalde voorwaarden
doen en onder andere voorwaarden niet.

49
00:02:58,230 --> 00:03:00,750
Daardoor is het niet minder een geschenk.

50
00:03:00,750 --> 00:03:03,330
Zolang de ontvanger de
zaak zelf nooit verdient,

51
00:03:03,330 --> 00:03:07,350
kunnen we heel goed vertrouwd zijn met
het feit dat aan het ontvangen ervan

52
00:03:07,350 --> 00:03:09,570
bepaalde voorwaarden
verbonden kunnen zijn.

53
00:03:09,570 --> 00:03:13,170
We zouden hier ter plekke voorbeelden
kunnen bedenken van hoe dat het geval kan

54
00:03:13,170 --> 00:03:16,110
zijn: dat een geschenk
onder voorwaarden kan worden

55
00:03:16,110 --> 00:03:19,890
aangeboden zonder dat het ophoudt
een echt geschenk te zijn.

56
00:03:19,890 --> 00:03:22,890
Vergeving is een gave,
maar God biedt die ons aan

57
00:03:22,890 --> 00:03:26,970
onder de voorwaarden dat we ons van
onze zonden bekeren en vertrouwen op het

58
00:03:26,970 --> 00:03:28,950
verzoeningswerk van Christus.

59
00:03:28,950 --> 00:03:31,590
Maar volgens Jezus komt
er meer bij kijken.

60
00:03:31,590 --> 00:03:36,090
Dat vinden we in de gelijkenis die voor
ons ligt, aan het einde van Mattheüs 18,

61
00:03:36,090 --> 00:03:38,370
te beginnen bij vers 21.

62
00:03:38,370 --> 00:03:41,070
Toen Petrus naar Jezus toe kwam, zei hij:

63
00:03:41,070 --> 00:03:44,430
Toen kwam Petrus naar
Hem toe en zei: Heere,

64
00:03:44,430 --> 00:03:48,210
hoeveel keer zal mijn broeder tegen
mij zondigen en ik hem vergeven?

65
00:03:48,210 --> 00:03:49,770
Tot zevenmaal toe?

66
00:03:49,770 --> 00:03:51,270
Jezus zei tegen hem:

67
00:03:51,270 --> 00:03:54,270
Ik zeg niet dat je iemand
tot zeven keer moet vergeven,

68
00:03:54,270 --> 00:03:57,030
maar tot zeventig maal zeven keer.

69
00:03:57,030 --> 00:04:00,990
Daarom lijkt het Koninkrijk der hemelen
op een koning die de rekeningen met zijn

70
00:04:00,990 --> 00:04:02,670
dienaren wilde vereffenen.

71
00:04:02,670 --> 00:04:06,750
Toen hij daarmee begon, werd er iemand
bij hem gebracht die hem tienduizend

72
00:04:06,750 --> 00:04:08,490
talenten schuldig was.

73
00:04:08,490 --> 00:04:13,230
Dit is een gewichtseenheid, waarschijnlijk
van zilver, en daarmee ook een waarde,

74
00:04:13,230 --> 00:04:14,910
zoals een geldbedrag.

75
00:04:14,910 --> 00:04:18,510
De heer van deze dienaar
werd met ontferming bewogen,

76
00:04:18,510 --> 00:04:21,690
liet hem vrij en schold
hem de schuld kwijt.

77
00:04:21,690 --> 00:04:26,010
Maar die dienaar ging naar buiten en
trof een van zijn mededienaren aan,

78
00:04:26,010 --> 00:04:30,930
die hem honderd penningen schuldig was,
wat natuurlijk een veel kleiner bedrag is.

79
00:04:30,930 --> 00:04:35,190
Hij greep hem bij de keel en zei:
Betaal mij wat u schuldig bent.

80
00:04:35,190 --> 00:04:38,670
Zijn mededienaar viel aan zijn
voeten neer en smeekte hem:

81
00:04:38,670 --> 00:04:43,410
Heb geduld met mij en ik zal u
alles betalen. Maar hij wilde niet.

82
00:04:43,410 --> 00:04:47,670
Hij liet hem in de gevangenis werpen,
totdat hij de schuld betaald zou hebben.

83
00:04:47,670 --> 00:04:52,470
Toen zijn mededienaren zagen wat er
gebeurd was, werden zij erg bedroefd.

84
00:04:52,470 --> 00:04:56,430
Zij gingen naar hun heer en vertelden
hem alles wat er gebeurd was.

85
00:04:56,430 --> 00:05:00,630
Daarop liet zijn heer hem
roepen en zei: Slechte dienaar!

86
00:05:00,630 --> 00:05:04,770
Heel die schuld heb ik u
kwijtgescholden, omdat u mij dat smeekte.

87
00:05:04,770 --> 00:05:08,130
Had ook u geen medelijden moeten
hebben met uw mededienaar,

88
00:05:08,130 --> 00:05:10,050
zoals ik medelijden met u had?

89
00:05:10,050 --> 00:05:14,130
Zijn heer werd boos en leverde
hem over aan de folteraars,

90
00:05:14,130 --> 00:05:17,970
totdat hij alles betaald zou
hebben wat hij hem schuldig was.

91
00:05:17,970 --> 00:05:20,670
Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen,

92
00:05:20,670 --> 00:05:24,810
als niet ieder van u van harte de
overtredingen van zijn broeder vergeeft.

93
00:05:24,810 --> 00:05:29,250
Dit is een zeer ontnuchterend verhaal
als je het neemt zoals het er staat

94
00:05:29,250 --> 00:05:31,950
en de verstrekkende
gevolgen ervan overweegt.

95
00:05:31,950 --> 00:05:34,170
Want het maakt het beslist onmogelijk

96
00:05:34,170 --> 00:05:37,290
om ons behoud als
vanzelfsprekend te beschouwen.

97
00:05:37,290 --> 00:05:40,890
Het maakt het noodzakelijk
dat wij genade betonen

98
00:05:40,890 --> 00:05:43,590
als wij verwachten genade te ontvangen.

99
00:05:43,590 --> 00:05:46,830
Of, zoals Jakobus het in
zijn brief verwoordde:

100
00:05:46,830 --> 00:05:49,770
Want onbarmhartig zal het oordeel zijn

101
00:05:49,770 --> 00:05:52,770
over hem die geen
barmhartigheid heeft bewezen.

102
00:05:52,770 --> 00:05:56,190
En de barmhartigheid
triomfeert over het oordeel.

103
00:05:56,190 --> 00:05:58,830
Iemand die zelf niet
barmhartig is geweest,

104
00:05:58,830 --> 00:06:01,410
zal geen barmhartigheid verkrijgen.

105
00:06:01,410 --> 00:06:04,170
Zo zei Jezus in de zaligspreking:

106
00:06:04,170 --> 00:06:09,330
Zalig zijn de barmhartigen, want aan
hen zal barmhartigheid bewezen worden.

107
00:06:09,330 --> 00:06:14,070
Of zoals ons wordt opgedragen te
bidden in het grote gebed des Heeren,

108
00:06:14,070 --> 00:06:17,250
zoals Jezus ons dat in Mattheüs 6 leerde.

109
00:06:17,250 --> 00:06:19,350
Hij zei dat wij moeten bidden:

110
00:06:19,350 --> 00:06:24,270
Vergeef ons onze schulden, zoals ook
wij vergeven wie ons iets schuldig zijn.

111
00:06:24,270 --> 00:06:27,870
Hier zien we het beginsel
van wederkerige vergeving.

112
00:06:27,870 --> 00:06:31,470
Wanneer wij anderen vergeven,
ontvangen wij vergeving.

113
00:06:31,470 --> 00:06:35,790
Dit is onderwijs dat Jezus bij
verschillende gelegenheden gaf,

114
00:06:35,790 --> 00:06:41,130
maar nooit onderwees Hij dit zo uitvoerig
en uitgebreid als bij deze gelegenheid.

115
00:06:41,130 --> 00:06:43,230
Het begon toen Petrus zei:

116
00:06:43,230 --> 00:06:46,470
Toen kwam Petrus naar
Hem toe en zei: Heere,

117
00:06:46,470 --> 00:06:50,490
hoeveel keer zal mijn broeder tegen
mij zondigen en ik hem vergeven?

118
00:06:50,490 --> 00:06:51,930
Tot zevenmaal toe?

119
00:06:51,930 --> 00:06:55,110
Ik weet niet zeker welke
omstandigheid zich had voorgedaan

120
00:06:55,110 --> 00:06:57,510
waardoor Petrus deze vraag stelde.

121
00:06:57,510 --> 00:07:01,830
Het lijkt een vraag te zijn die
uit het werkelijke leven voortkwam.

122
00:07:01,830 --> 00:07:07,050
Er moet iemand zijn geweest van wie Petrus
oordeelde dat hij tegen hem had gezondigd.

123
00:07:07,050 --> 00:07:12,510
En hij dacht: ‘Nou, ik neem aan dat ik
zo vriendelijk moet zijn hem te vergeven.

124
00:07:12,510 --> 00:07:16,350
Maar als de man het opnieuw
doet, twee keer, drie keer,

125
00:07:16,350 --> 00:07:18,630
moet ik hem dan nog steeds vergeven?’

126
00:07:18,630 --> 00:07:22,470
Petrus dacht misschien dat hij als
voorstel een aantal moest noemen

127
00:07:22,470 --> 00:07:25,710
dat de meeste mensen heel
ruimhartig zouden vinden.

128
00:07:25,710 --> 00:07:30,750
Hoe vaak moet ik toelaten dat mijn broeder
tegen mij zondigt en hem toch vergeven?

129
00:07:30,750 --> 00:07:33,330
Wat dacht je van maximaal zeven keer?

130
00:07:33,330 --> 00:07:36,870
Zeven keer is werkelijk een
behoorlijk groot aantal, vind je niet?

131
00:07:36,870 --> 00:07:40,830
Als iemand een zonde tegen je begaat
en je hem ruimhartig vergeeft,

132
00:07:40,830 --> 00:07:44,430
en hij doet het opnieuw en je
vergeeft hem opnieuw uit genade,

133
00:07:44,430 --> 00:07:48,810
en hij doet het een derde en een vierde
keer, en je vergeeft hem iedere keer,

134
00:07:48,810 --> 00:07:52,890
zou je jezelf dan niet tamelijk
grootmoedig vinden als deze man je zeven

135
00:07:52,890 --> 00:07:55,830
keer hetzelfde aandeed en
je hem iedere keer vergaf?

136
00:07:55,830 --> 00:08:00,690
Petrus suggereerde misschien dat hij het
gevoel had zichzelf een zeer zware eis op

137
00:08:00,690 --> 00:08:05,850
te leggen door voor te stellen dat hij
zijn broeder zeven keer moest vergeven.

138
00:08:05,850 --> 00:08:09,870
Maar hij wilde het weten, omdat
Petrus zich misschien een situatie kon

139
00:08:09,870 --> 00:08:13,590
voorstellen waarin iemand
voortdurend tegen hem zondigde

140
00:08:13,590 --> 00:08:18,810
en waarin hij telkens in de positie
verkeerde om wel of niet te vergeven,

141
00:08:18,810 --> 00:08:21,090
zelfs meer dan zeven keer.

142
00:08:21,090 --> 00:08:24,510
Hij vroeg zich af of zeven
keer genoeg zou zijn.

143
00:08:24,510 --> 00:08:29,070
Per slot van rekening stond het getal
zeven in de Joodse getallensymboliek

144
00:08:29,070 --> 00:08:32,070
voor volmaaktheid of volledigheid.

145
00:08:32,070 --> 00:08:36,630
Misschien dacht Petrus: ‘Tegen de tijd
dat ik hem zeven keer heb vergeven,

146
00:08:36,630 --> 00:08:39,330
heb ik volkomen barmhartigheid betoond.

147
00:08:39,330 --> 00:08:43,650
Ik ben zo ruimhartig en grootmoedig
geweest als ik maar kon zijn,

148
00:08:43,650 --> 00:08:47,010
en daarna zou ik geen verdere
verplichting meer hebben.’

149
00:08:47,010 --> 00:08:48,990
Maar Jezus zei tegen hem:

150
00:08:48,990 --> 00:08:52,470
Ik zeg niet dat je iemand
tot zeven keer moet vergeven.

151
00:08:52,470 --> 00:08:57,810
Met andere woorden: nee, Ik stem niet
in met dat aantal van zeven keer.

152
00:08:57,810 --> 00:09:02,610
Ik zou eerder geneigd zijn te
zeggen: zeventig maal zeven keer.

153
00:09:02,610 --> 00:09:05,490
Dat zou natuurlijk 490 keer zijn.

154
00:09:05,490 --> 00:09:10,170
Het lijkt bijna onvoorstelbaar dat iemand
in de meeste relaties in de gelegenheid

155
00:09:10,170 --> 00:09:14,010
zou zijn om 490 keer tegen je te zondigen.

156
00:09:14,010 --> 00:09:18,150
In de meeste gevallen zou die persoon
al lang daarvoor geen deel meer uitmaken

157
00:09:18,150 --> 00:09:19,830
van je vriendenkring.

158
00:09:19,830 --> 00:09:22,950
Zelfs als je zeer genadig
was, zou je je misschien niet

159
00:09:22,950 --> 00:09:28,050
geregeld kwetsbaar blijven opstellen
tegenover iemand die 490 keer,

160
00:09:28,050 --> 00:09:30,810
bijna 500 keer, tegen je zondigde.

161
00:09:30,810 --> 00:09:35,310
Er bestaan echter situaties waarin zo
vaak tegen iemand gezondigd kan worden,

162
00:09:35,310 --> 00:09:39,990
bijvoorbeeld in een huwelijk of wanneer
iemand gewelddadige ouders heeft.

163
00:09:39,990 --> 00:09:45,270
In een levenslange relatie, of in een
situatie die vele jaren voortduurt,

164
00:09:45,270 --> 00:09:48,030
zijn mensen gedwongen
met elkaar om te gaan.

165
00:09:48,030 --> 00:09:52,770
Ze worden samengebracht in een situatie
waarin ze elkaar moeten verdragen.

166
00:09:52,770 --> 00:09:55,170
In sommige gevallen kan een dronken vader,

167
00:09:55,170 --> 00:10:00,630
een gewelddadige ouder of een gewelddadige
echtgenoot in de loop van een mensenleven

168
00:10:00,630 --> 00:10:05,490
heel goed 490 keer tegen zijn
vrouw of zijn kinderen zondigen,

169
00:10:05,490 --> 00:10:07,710
en misschien zelfs vaker dan dat.

170
00:10:07,710 --> 00:10:12,210
De vraag is: moet die persoon
in zulke gevallen vergeven?

171
00:10:12,210 --> 00:10:15,870
Jezus zei: tot 490 keer.

172
00:10:15,870 --> 00:10:20,370
Maar we kunnen er vrij zeker van zijn dat
Hij niet bedoelde dat iemand zo’n groot

173
00:10:20,370 --> 00:10:22,290
aantal moest bijhouden.

174
00:10:22,290 --> 00:10:25,410
Paulus zegt in 1 Korinthe 13 zelfs:

175
00:10:25,410 --> 00:10:30,390
De liefde houdt geen lijst bij van
het onrecht dat haar is aangedaan.

176
00:10:30,390 --> 00:10:35,251
Met andere woorden, als je van iemand
houdt, zoals ons wordt geboden —

177
00:10:35,251 --> 00:10:38,911
en ons wordt zelfs gezegd
onze vijanden lief te hebben —

178
00:10:38,911 --> 00:10:43,410
houd je niet bij hoe vaak diegene
misbruik van je heeft gemaakt of je

179
00:10:43,410 --> 00:10:45,150
onrecht heeft aangedaan.

180
00:10:45,150 --> 00:10:48,930
Als je dus van iemand houdt
zoals Jezus wil dat je liefhebt,

181
00:10:48,930 --> 00:10:51,150
raak je al snel de tel kwijt.

182
00:10:51,150 --> 00:10:54,570
Je zou niet weten of iemand bij
zijn overtredingen de grens van

183
00:10:54,570 --> 00:10:57,030
490 was gepasseerd.

184
00:10:57,030 --> 00:11:00,630
Al lang daarvoor zou je
de tel zijn kwijtgeraakt.

185
00:11:00,630 --> 00:11:06,270
Jezus geeft dus geen precies aantal, maar
voert het aantal eenvoudigweg zo hoog op

186
00:11:06,270 --> 00:11:10,170
dat niemand ooit werkelijk zou
weten wanneer het bereikt was.

187
00:11:10,170 --> 00:11:14,190
De strekking van wat Hij zegt, is
dat je er nooit mee moet ophouden.

188
00:11:14,190 --> 00:11:16,710
Je moet altijd blijven vergeven.

189
00:11:16,710 --> 00:11:20,610
Je barmhartigheid jegens iemand
die tegen je blijft zondigen

190
00:11:20,610 --> 00:11:22,770
mag nooit uitgeput raken.

191
00:11:22,770 --> 00:11:27,990
Een duidelijk voorbeeld van iemand die in
de loop van een mensenleven gemakkelijk

192
00:11:27,990 --> 00:11:34,290
490 keer of vaker tegen een ander kan
zondigen, is ons zondigen tegen God.

193
00:11:34,290 --> 00:11:39,270
Telkens wanneer we zelfzuchtig handelen
en niet handelen uit liefde voor God,

194
00:11:39,270 --> 00:11:41,730
zondigen we beslist tegen Hem.

195
00:11:41,730 --> 00:11:43,530
Want de Schrift gebiedt:

196
00:11:43,530 --> 00:11:50,310
En u zult de Heere, uw God, liefhebben
met heel uw hart en met heel uw ziel

197
00:11:50,310 --> 00:11:54,210
en met heel uw verstand
en met heel uw kracht.

198
00:11:54,210 --> 00:11:56,190
Dit is het eerste gebod.

199
00:11:56,190 --> 00:11:58,350
Dus iedere keer dat we iets doen,

200
00:11:58,350 --> 00:12:03,270
denken of zeggen waarmee we
uiteindelijk geen liefde voor God tonen,

201
00:12:03,270 --> 00:12:06,990
overtreden we dat gebod
en zondigen we tegen God.

202
00:12:06,990 --> 00:12:10,710
De meesten van ons hebben in die
zin beslist al veel vaker dan

203
00:12:10,710 --> 00:12:16,350
490 keer tegen God gezondigd tegen
de tijd dat we een jaar of vijf zijn.

204
00:12:16,350 --> 00:12:22,950
We kunnen er zeker van zijn dat Jezus niet
bedoelde te zeggen dat 490 de grens is.

205
00:12:22,950 --> 00:12:26,670
Wanneer God ons zegt dat we
anderen zo vaak moeten vergeven,

206
00:12:26,670 --> 00:12:30,990
is dat alleen omdat Hij wil dat we
in barmhartigheid op Hem lijken.

207
00:12:30,990 --> 00:12:35,730
Dat betekent natuurlijk dat God
Zelf bereid is zo vaak te vergeven,

208
00:12:35,730 --> 00:12:38,610
en ongetwijfeld nog veel vaker.

209
00:12:38,610 --> 00:12:42,330
Zolang we met bekering tot
Hem komen wanneer we zondigen,

210
00:12:42,330 --> 00:12:44,730
is Hij bereid ons opnieuw te vergeven.

211
00:12:44,730 --> 00:12:48,750
Denk aan het vers in 1
Johannes 1:9, waar staat:

212
00:12:48,750 --> 00:12:52,770
Als wij onze zonden belijden:
Hij is getrouw en rechtvaardig

213
00:12:52,770 --> 00:12:57,570
om ons de zonden te vergeven en ons
te reinigen van alle ongerechtigheid.

214
00:12:57,570 --> 00:13:03,210
God is bereid te vergeven als we oprecht
en nederig berouw hebben en onze zonden

215
00:13:03,210 --> 00:13:05,790
tegenover Hem als zonde belijden.

216
00:13:05,790 --> 00:13:08,250
Hij wil dat we op Hem lijken.

217
00:13:08,250 --> 00:13:12,510
Het feit dat Hij een groot aantal
noemt voor het aantal keren

218
00:13:12,510 --> 00:13:15,750
dat Hij van ons verlangt
dat we anderen vergeven,

219
00:13:15,750 --> 00:13:20,430
weerspiegelt het feit dat Hij bereid
is ons een vergelijkbaar groot

220
00:13:20,430 --> 00:13:22,410
aantal keren te vergeven.

221
00:13:22,410 --> 00:13:27,450
Wat Hij van ons verwacht, is alleen wat
Hij Zelf bereid is voor ons te doen,

222
00:13:27,450 --> 00:13:32,850
en Hij verwacht dat wij tegenover
anderen dezelfde vrijgevigheid tonen.

223
00:13:32,850 --> 00:13:37,170
Jezus vertelt deze gelijkenis,
waarin een koning de rekeningen met

224
00:13:37,170 --> 00:13:39,390
zijn dienaren vereffent.

225
00:13:39,390 --> 00:13:43,830
Er is er één die hem al enige
tijd een grote som schuldig is.

226
00:13:43,830 --> 00:13:46,890
Het zou moeilijk zijn om
het precieze bedrag van deze

227
00:13:46,890 --> 00:13:49,950
schuld in hedendaags geld te berekenen.

228
00:13:49,950 --> 00:13:53,730
Er staat dat hij hem 10.000
talenten schuldig is.

229
00:13:53,730 --> 00:13:56,850
Een talent is een
bepaalde gewichtseenheid.

230
00:13:56,850 --> 00:13:59,130
Als het bijvoorbeeld om
een talent zilver ging,

231
00:13:59,130 --> 00:14:01,710
zou het bedrag een bepaalde waarde hebben.

232
00:14:01,710 --> 00:14:05,490
Maar als een talent goud wordt
bedoeld, zoals soms het geval is,

233
00:14:05,490 --> 00:14:08,130
zou het een veel groter bedrag zijn.

234
00:14:08,130 --> 00:14:11,490
Daarom kunnen we niet zeker
zijn van het precieze bedrag.

235
00:14:11,490 --> 00:14:13,830
Maar zelfs bij een voorzichtige schatting

236
00:14:13,830 --> 00:14:16,710
zou het in de huidige valuta
waarschijnlijk meer dan een

237
00:14:16,710 --> 00:14:18,510
miljoen dollar zijn.

238
00:14:18,510 --> 00:14:23,550
Hier is een man met een overweldigend
grote schuld, die hij niet kan betalen.

239
00:14:23,550 --> 00:14:27,630
Hij wordt ter verantwoording
geroepen. Zijn meester zegt:

240
00:14:27,630 --> 00:14:28,650
Betaal!

241
00:14:28,650 --> 00:14:30,270
en de man kan niet betalen.

242
00:14:30,270 --> 00:14:33,090
Wanneer dit wordt
vastgesteld, zegt de meester:

243
00:14:33,090 --> 00:14:37,590
En toen hij niet kon betalen, gaf zijn
heer opdracht dat men hem zou verkopen,

244
00:14:37,590 --> 00:14:40,350
én zijn vrouw en kinderen
en alles wat hij had,

245
00:14:40,350 --> 00:14:42,930
en dat de schuld betaald moest worden.

246
00:14:42,930 --> 00:14:47,070
Deze regeling is voor de man zelf
natuurlijk verre van bevredigend.

247
00:14:47,070 --> 00:14:51,270
En ook de koning krijgt door die
regeling geen bedrag ter waarde van een

248
00:14:51,270 --> 00:14:53,070
miljoen dollar terug.

249
00:14:53,070 --> 00:14:55,650
Dus ook voor de koning
is de zaak daarmee niet

250
00:14:55,650 --> 00:14:58,110
werkelijk naar tevredenheid afgehandeld.

251
00:14:58,110 --> 00:15:02,730
Maar het is het beste wat gedaan kan
worden om aan de gerechtigheid te voldoen.

252
00:15:02,730 --> 00:15:05,310
De man moet een schuld betalen.

253
00:15:05,310 --> 00:15:07,590
Daarom moet alles wat hij heeft, met

254
00:15:07,590 --> 00:15:10,290
inbegrip van zijn eigen
leven en zijn gezin,

255
00:15:10,290 --> 00:15:13,230
worden ingezet voor de
betaling van die schuld,

256
00:15:13,230 --> 00:15:17,190
ook al blijft dat achter bij de
werkelijke waarde van de schuld.

257
00:15:17,190 --> 00:15:20,190
De man wil natuurlijk
niet als slaaf verkocht

258
00:15:20,190 --> 00:15:23,490
en op deze manier van zijn
gezin gescheiden worden.

259
00:15:23,490 --> 00:15:29,190
Daarom valt hij neer en smeekt hij de
koning hem meer tijd te geven. Hij zegt:

260
00:15:29,190 --> 00:15:32,910
De dienaar dan knielde
voor hem neer en zei: Heer,

261
00:15:32,910 --> 00:15:35,970
heb geduld met mij en
ik zal u alles betalen.

262
00:15:35,970 --> 00:15:41,310
De koning wist heel goed dat de man hem
nooit zou betalen en hem niet kon betalen.

263
00:15:41,310 --> 00:15:44,670
Toch werd de koning met
ontferming over hem bewogen.

264
00:15:44,670 --> 00:15:48,750
Hij zag dat het de man veel waard
was om deze zaak in orde te maken,

265
00:15:48,750 --> 00:15:53,670
maar dat hij eenvoudigweg in een positie
verkeerde waarin hij dat niet kon.

266
00:15:53,670 --> 00:15:58,110
Uit ontferming over de man schold
hij hem daarom de hele schuld kwijt.

267
00:15:58,110 --> 00:16:00,450
Hij verlengde de betalingstermijn niet.

268
00:16:00,450 --> 00:16:05,670
Hij zei niet: „Goed, luister, je lijkt
me een behoorlijk fatsoenlijke kerel en

269
00:16:05,670 --> 00:16:06,930
een eerlijk man.

270
00:16:06,930 --> 00:16:09,450
Ik begrijp dat de tijden
moeilijk zijn geweest

271
00:16:09,450 --> 00:16:11,430
en dat het misschien wat langer duurt

272
00:16:11,430 --> 00:16:14,130
voordat je het geld bij
elkaar hebt geschraapt.

273
00:16:14,130 --> 00:16:16,590
Zal ik je nog twee jaar, of vijf jaar,

274
00:16:16,590 --> 00:16:19,650
of tien jaar geven om deze
schuld af te betalen?”

275
00:16:19,650 --> 00:16:21,210
Dat deed de koning niet.

276
00:16:21,210 --> 00:16:26,910
De koning zegt: „Luister, deze schuld is
duidelijk een verpletterende last voor je.

277
00:16:26,910 --> 00:16:29,190
Ik zal je de schuld gewoon kwijtschelden.

278
00:16:29,190 --> 00:16:33,810
Ik zal gewoon zeggen dat je mij
niets schuldig bent. Hoe klinkt dat?”

279
00:16:33,810 --> 00:16:36,990
Je kunt je de uitbundige
vreugde voorstellen van de man

280
00:16:36,990 --> 00:16:41,010
die er nog maar één ogenblik eerder toe
veroordeeld was als slaaf verkocht te

281
00:16:41,010 --> 00:16:44,670
worden, waarbij al zijn
bezittingen en zijn gezin van hem

282
00:16:44,670 --> 00:16:46,350
zouden worden afgenomen.

283
00:16:46,350 --> 00:16:50,010
En het volgende ogenblik wordt
dit alles aan hem teruggegeven

284
00:16:50,010 --> 00:16:53,010
en krijgt hij een schone
lei, zonder schuld.

285
00:16:53,010 --> 00:16:55,290
Hij had dat niet eens durven vragen.

286
00:16:55,290 --> 00:16:58,890
Hij had om meer tijd gevraagd
om de schuld te betalen.

287
00:16:58,890 --> 00:17:03,570
Hij had niet eens durven vragen of de
schuld hem kon worden kwijtgescholden.

288
00:17:03,570 --> 00:17:07,950
En toch was dat wat hij door de
vrijgevigheid van de koning ontving.

289
00:17:07,950 --> 00:17:12,810
Er kan geen twijfel over bestaan dat
degenen die deze gelijkenis uitleggen,

290
00:17:12,810 --> 00:17:16,890
niet werkelijk van mening
verschillen over waar die over gaat.

291
00:17:16,890 --> 00:17:19,350
Dit is een van die weinige gelijkenissen

292
00:17:19,350 --> 00:17:22,950
waarbij je je eigenlijk niet kunt
vergissen in de betekenis ervan.

293
00:17:22,950 --> 00:17:26,070
De koning in deze
gelijkenis stelt God voor,

294
00:17:26,070 --> 00:17:29,730
en de man die hem deze verpletterende
schuldenlast verschuldigd is,

295
00:17:29,730 --> 00:17:31,410
stelt de gemiddelde mens voor.

296
00:17:31,410 --> 00:17:35,370
Ieder mens heeft een grote schuld
bij God. Wat is die schuld?

297
00:17:35,370 --> 00:17:39,210
Het is de schuld van volledige
gehoorzaamheid aan Hem.

298
00:17:39,210 --> 00:17:42,450
Toen God ons maakte,
werden wij Zijn eigendom,

299
00:17:42,450 --> 00:17:46,890
en Hij heeft alle recht om van ons de
gehoorzaamheid en de dienst te verwachten

300
00:17:46,890 --> 00:17:49,170
waarvoor Hij ons heeft gemaakt.

301
00:17:49,170 --> 00:17:52,350
Maar wij hebben Hem niet
gegeven wat Hij verdient.

302
00:17:52,350 --> 00:17:54,330
Wij hebben Hem tekortgedaan.

303
00:17:54,330 --> 00:17:59,190
Iedere dag waarop wij voor onszelf
hebben geleefd in plaats van voor Hem,

304
00:17:59,190 --> 00:18:01,290
hebben wij Hem tekortgedaan.

305
00:18:01,290 --> 00:18:02,970
Wij hebben Hem beroofd.

306
00:18:02,970 --> 00:18:05,670
Wij hebben een schuld op ons geladen.

307
00:18:05,670 --> 00:18:08,850
Op een dag van afrekening
die misschien nog moet komen,

308
00:18:08,850 --> 00:18:13,230
zal het moment aanbreken waarop
die schuld wordt opgeëist.

309
00:18:13,230 --> 00:18:17,910
De leningen zullen worden teruggevorderd,
en God zal tegen ieder mens zeggen:

310
00:18:17,910 --> 00:18:20,370
‘Je staat vreselijk bij Mij in de schuld.

311
00:18:20,370 --> 00:18:23,370
Je hebt Mij herhaaldelijk tekortgedaan.

312
00:18:23,370 --> 00:18:26,190
Je leven is een leven van zonde geweest.

313
00:18:26,190 --> 00:18:30,270
Je hebt Mij onthouden wat Ik
van jou verdiende te ontvangen,

314
00:18:30,270 --> 00:18:34,470
namelijk je liefde, je
gehoorzaamheid en je trouw.

315
00:18:34,470 --> 00:18:37,050
Die dingen heb je Mij onthouden.

316
00:18:37,050 --> 00:18:40,050
Je bent Mij heel veel verschuldigd.

317
00:18:40,050 --> 00:18:41,610
Hoe ga je dat afbetalen?’

318
00:18:41,610 --> 00:18:43,770
Natuurlijk kun je dat niet afbetalen.

319
00:18:43,770 --> 00:18:48,150
Je kunt niets doen om terug te gaan en
die voorbije jaren opnieuw te leven.

320
00:18:48,150 --> 00:18:51,330
Je zou kunnen zeggen: ‘God, weet U wat?

321
00:18:51,330 --> 00:18:55,590
Wat dacht U ervan als ik de rest van
mijn leven in volledige gehoorzaamheid,

322
00:18:55,590 --> 00:18:57,810
trouw en liefde voor U leef?’

323
00:18:57,810 --> 00:19:01,110
Daarmee zou de schuld uit het
verleden niet worden afbetaald.

324
00:19:01,110 --> 00:19:05,970
Want wat er ook van je leven over is, je
bent sowieso verplicht om dat te doen.

325
00:19:05,970 --> 00:19:09,450
Als je God de rest van je leven
gewoon niet meer tekortdoet,

326
00:19:09,450 --> 00:19:14,310
betaal je daarmee niet de jaren terug
waarin je Hem eerder tekort hebt gedaan.

327
00:19:14,310 --> 00:19:17,070
Je kunt het verleden niet ongedaan maken.

328
00:19:17,070 --> 00:19:20,490
Dit is een schuld die je niet
bij machte bent te betalen.

329
00:19:20,490 --> 00:19:24,510
Door de aard ervan is het onmogelijk
om deze schuld te betalen.

330
00:19:24,510 --> 00:19:27,570
Daarom loop je het gevaar
door God veroordeeld te worden

331
00:19:27,570 --> 00:19:30,450
als iemand die zijn
schuld niet heeft betaald,

332
00:19:30,450 --> 00:19:35,070
en behandeld te worden op een manier die
overeenkomt met de manier waarop deze

333
00:19:35,070 --> 00:19:39,630
koning die man wilde behandelen:
hem als slaaf verkopen, alles van

334
00:19:39,630 --> 00:19:42,030
hem afnemen, enzovoort.

335
00:19:42,030 --> 00:19:46,530
In het geval van God en de mens
gaat het niet zozeer om slavernij,

336
00:19:46,530 --> 00:19:51,930
maar om een voortdurend, blijvend
oordeel in wat de Bijbel de hel noemt.

337
00:19:51,930 --> 00:19:54,750
Hier is een man die zich
in deze positie bevindt,

338
00:19:54,750 --> 00:19:58,170
met een schuld die hij
onmogelijk kan betalen.

339
00:19:58,170 --> 00:20:02,190
Zo is het ook met jou of mij
wanneer wij beseffen dat wij God

340
00:20:02,190 --> 00:20:07,470
onrecht hebben aangedaan, dat wij bij God
in de schuld staan en dat wij deze schuld

341
00:20:07,470 --> 00:20:09,330
niet kunnen betalen.

342
00:20:09,330 --> 00:20:14,490
Als wij om barmhartigheid smeken,
ontdekken wij dat God barmhartig is.

343
00:20:14,490 --> 00:20:16,650
Hij wordt met ontferming bewogen.

344
00:20:16,650 --> 00:20:20,970
Misschien herinner je je een verhaal
dat Jezus in Lukas 18 vertelde over

345
00:20:20,970 --> 00:20:23,550
twee mannen die naar de
tempel gingen om te bidden.

346
00:20:23,550 --> 00:20:26,790
De een was een tollenaar,
iemand die tot de lagere,

347
00:20:26,790 --> 00:20:29,490
verachte lagen van de
samenleving behoorde.

348
00:20:29,490 --> 00:20:33,150
De ander was een Farizeeër,
een godsdienstig leider.

349
00:20:33,150 --> 00:20:35,250
De godsdienstige leider zei:

350
00:20:35,250 --> 00:20:39,210
God, ik dank U dat ik niet
ben zoals de andere mensen.

351
00:20:39,210 --> 00:20:43,890
Ik ben geen ontuchtpleger,
afgodendienaar of overspelige,

352
00:20:43,890 --> 00:20:46,410
en ook niet zoals deze tollenaar hier.

353
00:20:46,410 --> 00:20:50,850
Ik geef tienden van alles wat ik
bezit en ik vast tweemaal per week.

354
00:20:50,850 --> 00:20:55,650
Hier stond een man voor God die zichzelf
gelukwenste omdat hij zijn schuld aan de

355
00:20:55,650 --> 00:20:58,410
samenleving en aan God had voldaan.

356
00:20:58,410 --> 00:21:03,150
De andere man, de tollenaar, die
geen van zulke aanspraken kon maken,

357
00:21:03,150 --> 00:21:06,750
sloeg eenvoudigweg vol
smart op zijn borst en zei:

358
00:21:06,750 --> 00:21:10,710
God, wees mij, zondaar, genadig.

359
00:21:10,710 --> 00:21:14,370
Toen hij dat deed, maakte
Jezus deze opmerking:

360
00:21:14,370 --> 00:21:17,270
Die man — dat wil zeggen, de zondaar —

361
00:21:17,270 --> 00:21:22,050
Ik zeg u: Deze man ging
gerechtvaardigd terug naar zijn huis,

362
00:21:22,050 --> 00:21:24,031
in tegenstelling tot die andere .

363
00:21:24,031 --> 00:21:27,570
Want ieder die zichzelf
verhoogt, zal vernederd worden

364
00:21:27,570 --> 00:21:30,630
en wie zichzelf vernedert,
zal verhoogd worden.

365
00:21:30,630 --> 00:21:35,370
Met andere woorden, God vergaf die
man, hoewel hij niet zei: ‘God,

366
00:21:35,370 --> 00:21:39,570
ik heb mijn schuld aan U betaald,’ en
zelfs niet beweerde dat hij zijn schuld

367
00:21:39,570 --> 00:21:41,190
aan Hem kon betalen.

368
00:21:41,190 --> 00:21:44,730
Hij zei: ‘God, wees mij
alleen maar barmhartig.

369
00:21:44,730 --> 00:21:46,410
Ik ben een zondaar.’

370
00:21:46,410 --> 00:21:50,610
God vergaf hem eenvoudigweg vanuit
de overvloed van Gods vrijgevigheid

371
00:21:50,610 --> 00:21:52,530
en Gods barmhartigheid.

372
00:21:52,530 --> 00:21:55,170
Dit is wat er in deze gelijkenis gebeurt.

373
00:21:55,170 --> 00:21:57,030
De koning ziet de smart van de man.

374
00:21:57,030 --> 00:22:01,710
De man smeekt om barmhartigheid, en de
koning schenkt hem nog meer barmhartigheid

375
00:22:01,710 --> 00:22:07,230
dan hij zelfs maar verwacht en zegt:
‘Ik scheld je de schuld kwijt. Ga maar.’

376
00:22:07,230 --> 00:22:10,170
Dat is wat God doet wanneer wij oprecht,

377
00:22:10,170 --> 00:22:14,250
nederig en gebroken tot
Hem komen en zeggen: ‘God,

378
00:22:14,250 --> 00:22:17,970
ik kan U niet terugbetalen
wat ik U verschuldigd ben.’

379
00:22:17,970 --> 00:22:21,090
En Hij zegt: ‘Je zonden zijn vergeven.’

380
00:22:21,090 --> 00:22:26,010
Maar dan gaat deze man naar buiten
en treft een mededienaar aan die hem,

381
00:22:26,010 --> 00:22:31,290
in vergelijking daarmee, een schamel
bedrag verschuldigd is, een klein bedrag.

382
00:22:31,290 --> 00:22:33,750
De man smeekt op dezelfde manier om

383
00:22:33,750 --> 00:22:36,150
barmhartigheid als de
eerste man had gedaan,

384
00:22:36,150 --> 00:22:39,330
maar hij ontvangt geen
barmhartigheid van deze dienaar.

385
00:22:39,330 --> 00:22:41,550
De dienaar die vergeving had ontvangen,

386
00:22:41,550 --> 00:22:45,210
heeft nagelaten of geweigerd
om zijn mededienaar dezelfde

387
00:22:45,210 --> 00:22:46,950
barmhartigheid te betonen.

388
00:22:46,950 --> 00:22:51,210
Dit wordt aan de koning gemeld, en daar
wordt de koning natuurlijk boos om.

389
00:22:51,210 --> 00:22:54,630
Hij laat hem weer bij zich
komen, bestraft hem en zegt:

390
00:22:54,630 --> 00:22:57,270
‘Ik heb jou grote vrijgevigheid betoond.

391
00:22:57,270 --> 00:23:01,110
Waarom heb jij niet dezelfde
vrijgevigheid aan je mededienaar betoond?’

392
00:23:01,110 --> 00:23:04,770
Het spreekt vanzelf dat deze man
ver over de schreef ging door geen

393
00:23:04,770 --> 00:23:06,510
barmhartigheid te tonen.

394
00:23:06,510 --> 00:23:10,950
Volgens mij zegt het gezonde verstand ons
dat iemand wel ongelooflijk onfatsoenlijk

395
00:23:10,950 --> 00:23:14,970
en hardvochtig moet zijn om geen
barmhartigheid te tonen aan iemand die hem

396
00:23:14,970 --> 00:23:19,770
zo weinig schuldig was, terwijl
hemzelf zojuist zoveel was vergeven.

397
00:23:19,770 --> 00:23:23,550
Dat is natuurlijk de situatie waarin
wij verkeren wanneer iemand jou of

398
00:23:23,550 --> 00:23:24,810
mij onrecht aandoet.

399
00:23:24,810 --> 00:23:28,350
Het is iets kleins vergeleken
met de manier waarop wij God

400
00:23:28,350 --> 00:23:30,150
onrecht hebben aangedaan.

401
00:23:30,150 --> 00:23:34,470
En natuurlijk moeten wij hun dezelfde
ruimhartigheid betonen die God

402
00:23:34,470 --> 00:23:36,030
ons heeft betoond.

403
00:23:36,030 --> 00:23:37,710
Wij moeten vergeven.

404
00:23:37,710 --> 00:23:40,110
De Bijbel gebiedt ons dat zelfs.

405
00:23:40,110 --> 00:23:41,970
Wij krijgen geen keus.

406
00:23:41,970 --> 00:23:45,330
Deze koning leverde deze
man over aan de folteraars,

407
00:23:45,330 --> 00:23:48,090
totdat hij zijn hele
schuld zou hebben betaald.

408
00:23:48,090 --> 00:23:52,170
Het angstaanjagende aan deze
gelijkenis is dat Jezus zegt:

409
00:23:52,170 --> 00:23:55,110
Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen,

410
00:23:55,110 --> 00:23:59,130
als niet ieder van u van harte de
misdaden van zijn broeder vergeeft.

411
00:23:59,130 --> 00:24:04,350
Met andere woorden, als je niet vergeeft,
zal God, Die je al vergeven heeft,

412
00:24:04,350 --> 00:24:06,210
je niet langer vergeven.

413
00:24:06,210 --> 00:24:08,910
Hij zal je overleveren aan de folteraars.

414
00:24:08,910 --> 00:24:11,790
Hij zal die schuld opnieuw op je verhalen.

415
00:24:11,790 --> 00:24:16,410
Met andere woorden, de vergeving van
zonden hangt niet alleen af van bekering

416
00:24:16,410 --> 00:24:20,730
en geloof, maar ook van het
feit dat wij anderen vergeven.

417
00:24:20,730 --> 00:24:23,310
Dat moeten wij heel serieus nemen.

418
00:24:23,310 --> 00:24:26,250
Jezus bedoelde niet dat
dit een kleinigheid was,

419
00:24:26,250 --> 00:24:28,710
en dat is het beslist ook niet.

420
00:24:28,710 --> 00:24:33,750
Lees deze gelijkenis in Mattheüs 18
nog eens en laat je erdoor onderwijzen,

421
00:24:33,750 --> 00:24:37,230
want je moet barmhartigheid tonen
als je barmhartigheid wilt ontvangen.
