1
00:00:02,010 --> 00:00:04,530
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,530 --> 00:00:12,150
Deze keer behandelen we Mattheüs
19, vers 27 tot en met vers 30.

3
00:00:12,150 --> 00:00:16,470
Toen Jezus tegen de rijke jongeling zei
dat hij alles wat hij had moest verkopen,

4
00:00:16,470 --> 00:00:21,330
aan de armen moest geven en Hem moest
komen volgen, gehoorzaamde de man niet.

5
00:00:21,330 --> 00:00:24,630
Hij ging bedroefd weg, omdat
hij veel bezittingen had.

6
00:00:24,630 --> 00:00:28,230
Het is interessant hoe de duivel
tegen ons liegt en ons vertelt dat

7
00:00:28,230 --> 00:00:30,390
rijk zijn ons gelukkig zal maken.

8
00:00:30,390 --> 00:00:33,690
De meesten van ons nemen aan dat
we veel gelukkiger zouden zijn

9
00:00:33,690 --> 00:00:35,910
als we maar meer bezittingen hadden.

10
00:00:35,910 --> 00:00:38,550
Toch zou dit verhaal
ons moeten corrigeren.

11
00:00:38,550 --> 00:00:42,030
Deze man had veel bezittingen, en
hij ging bedroefd weg omdat hij

12
00:00:42,030 --> 00:00:43,470
veel bezittingen had.

13
00:00:43,470 --> 00:00:46,170
Die bezittingen beheersten zijn hart.

14
00:00:46,170 --> 00:00:49,170
Ze maakten het hem
onmogelijk Jezus te volgen,

15
00:00:49,170 --> 00:00:51,630
omdat ze de afgod van zijn hart waren.

16
00:00:51,630 --> 00:00:55,050
Het is heel moeilijk om bezittingen
te hebben zonder je bezittingen tot

17
00:00:55,050 --> 00:00:56,610
afgod te maken.

18
00:00:56,610 --> 00:00:58,170
Jezus zei zelfs:

19
00:00:58,170 --> 00:01:01,230
En de discipelen verbaasden
zich over Zijn woorden.

20
00:01:01,230 --> 00:01:05,490
Maar Jezus antwoordde opnieuw
en zei tegen hen: Kinderen,

21
00:01:05,490 --> 00:01:08,730
hoe moeilijk is het dat zij
die op rijkdommen vertrouwen,

22
00:01:08,730 --> 00:01:11,130
het Koninkrijk van God binnengaan!

23
00:01:11,130 --> 00:01:13,290
Hij zei tegen Zijn discipelen:

24
00:01:13,290 --> 00:01:18,630
Jezus zei tegen Zijn discipelen: Voorwaar,
Ik zeg u dat een rijke moeilijk het

25
00:01:18,630 --> 00:01:20,970
Koninkrijk der hemelen kan binnengaan.

26
00:01:20,970 --> 00:01:25,650
Nogmaals zeg Ik u: Het is gemakkelijker
dat een kameel door het oog van een naald

27
00:01:25,650 --> 00:01:29,550
gaat, dan dat een rijke het
Koninkrijk van God binnengaat.

28
00:01:29,550 --> 00:01:33,990
Toen Zijn discipelen hun verbazing
over deze uitspraak uitten, zeiden ze:

29
00:01:33,990 --> 00:01:35,730
Wie kan er gered worden?

30
00:01:35,730 --> 00:01:36,990
Jezus zei:

31
00:01:36,990 --> 00:01:42,210
Maar Jezus keek hen aan en zei tegen
hen: Bij de mensen is dat onmogelijk,

32
00:01:42,210 --> 00:01:44,670
maar bij God zijn alle dingen mogelijk.

33
00:01:44,670 --> 00:01:47,550
We gaan verder met de
passage in Mattheüs 19,

34
00:01:47,550 --> 00:01:50,490
na deze verzen waarop ik
zojuist heb gezinspeeld,

35
00:01:50,490 --> 00:01:52,950
en bekijken hoe Petrus reageerde.

36
00:01:52,950 --> 00:01:56,550
In Mattheüs 19:27 staat:

37
00:01:56,550 --> 00:01:59,910
Toen antwoordde Petrus
en zei tegen Hem: Zie,

38
00:01:59,910 --> 00:02:04,950
wij hebben alles verlaten en zijn U
gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?

39
00:02:04,950 --> 00:02:08,670
Hier hebben we iets wat Jezus zei en
wat kennelijk van toepassing is op

40
00:02:08,670 --> 00:02:10,290
de twaalf apostelen.

41
00:02:10,290 --> 00:02:12,630
Hoewel jij en ik niet tot hen behoren,

42
00:02:12,630 --> 00:02:16,470
kunnen we uit deze passage iets
belangrijks voor onszelf leren.

43
00:02:16,470 --> 00:02:20,610
Petrus zag dat de rijke jongeling
had geweigerd te doen wat Jezus zei.

44
00:02:20,610 --> 00:02:24,390
Wat Jezus hem had opgedragen was
natuurlijk dat hij moest verkopen wat hij

45
00:02:24,390 --> 00:02:28,350
had, het aan de armen moest
geven, een volgeling moest worden,

46
00:02:28,350 --> 00:02:33,690
zijn kruis moest opnemen en een discipel
van Jezus moest zijn. Petrus zei:

47
00:02:33,690 --> 00:02:39,270
Dat hebben wij gedaan. Kijk, we hebben
alles achtergelaten en zijn U gevolgd.

48
00:02:39,270 --> 00:02:40,710
Vervolgens zegt hij:

49
00:02:40,710 --> 00:02:42,330
Wat krijgen wij dan?

50
00:02:42,330 --> 00:02:47,610
Petrus had inderdaad alles prijsgegeven,
zoals hij zegt, en was Jezus gevolgd.

51
00:02:47,610 --> 00:02:50,370
Toch hield hij zich nog
steeds bezig met de vraag

52
00:02:50,370 --> 00:02:54,750
welke beloningen daarvoor misschien
zouden komen. Is dat verkeerd?

53
00:02:54,750 --> 00:02:59,430
Volgens mij ontmoedigt de Bijbel ons
nergens om na te denken over de beloningen

54
00:02:59,430 --> 00:03:02,610
die zullen voortkomen
uit het volgen van Jezus.

55
00:03:02,610 --> 00:03:06,570
Persoonlijk vind ik het geweldig,
en waarschijnlijk prijzenswaardig,

56
00:03:06,570 --> 00:03:09,150
als iemand elk offer
voor Jezus zou brengen

57
00:03:09,150 --> 00:03:13,710
zonder er enig belang bij te hebben daar
ooit enige beloning voor te ontvangen.

58
00:03:13,710 --> 00:03:16,890
Puur uit liefde voor Hem
geef ik graag alles op,

59
00:03:16,890 --> 00:03:21,210
en het kan me niet schelen of ik
er wel of geen beloning voor krijg.

60
00:03:21,210 --> 00:03:24,330
Maar zelfs als dat een
prijzenswaardige houding is,

61
00:03:24,330 --> 00:03:28,110
eist de Bijbel niet dat we die
houding in alle opzichten aannemen,

62
00:03:28,110 --> 00:03:31,650
want de Bijbel vertelt ons
dat er beloningen zullen zijn.

63
00:03:31,650 --> 00:03:35,310
Deze beloften van beloning
worden ons in feite gegeven als

64
00:03:35,310 --> 00:03:38,190
aansporing om te doen wat juist is.

65
00:03:38,190 --> 00:03:42,690
Denk aan de Bergrede in
Mattheüs 6, waar Jezus zei:

66
00:03:42,690 --> 00:03:47,550
Wees op uw hoede dat u uw liefdegave niet
geeft in tegenwoordigheid van de mensen

67
00:03:47,550 --> 00:03:51,870
om door hen gezien te worden; anders
hebt u geen loon bij uw Vader,

68
00:03:51,870 --> 00:03:53,490
Die in de hemelen is.

69
00:03:53,490 --> 00:03:56,850
Hij wees er vervolgens op
dat als je aalmoezen geeft,

70
00:03:56,850 --> 00:03:59,610
bidt en vast op een
manier die God behaagt:

71
00:03:59,610 --> 00:04:03,870
zodat uw liefdegave in het
verborgene zal zijn; en uw Vader,

72
00:04:03,870 --> 00:04:08,250
Die in het verborgene ziet, zal
het u in het openbaar vergelden.

73
00:04:08,250 --> 00:04:12,870
Jezus stelde het vooruitzicht op hemelse
beloningen duidelijk voor als een

74
00:04:12,870 --> 00:04:17,490
aansporing om de dingen te doen zoals
Hij zei dat ze gedaan moesten worden.

75
00:04:17,490 --> 00:04:21,570
Er kan dus niets laags,
minderwaardigs of verkeerds aan zijn

76
00:04:21,570 --> 00:04:25,890
dat we ons ervan bewust zijn dat er
beloningen zullen zijn voor wat we doen,

77
00:04:25,890 --> 00:04:27,930
als we doen wat juist is.

78
00:04:27,930 --> 00:04:32,070
Petrus vroeg zich dit af omdat
hij inderdaad alles had opgegeven.

79
00:04:32,070 --> 00:04:35,130
Het interessante hiervan is
dat we naar het geval van

80
00:04:35,130 --> 00:04:40,410
Petrus kunnen kijken om beter te begrijpen
wat het betekent om alles prijs te geven.

81
00:04:40,410 --> 00:04:41,550
Hij zegt:

82
00:04:41,550 --> 00:04:45,210
Toen antwoordde Petrus
en zei tegen Hem: Zie,

83
00:04:45,210 --> 00:04:49,530
wij hebben alles verlaten en zijn U
gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?

84
00:04:49,530 --> 00:04:53,550
Jezus maakte in Lukas 14:33 duidelijk:

85
00:04:53,550 --> 00:04:58,230
Zo kan dan ieder van u die niet
alles wat hij heeft, achterlaat,

86
00:04:58,230 --> 00:05:00,390
geen discipel van Mij zijn.

87
00:05:00,390 --> 00:05:04,050
Wij zeggen: ‘Dat klinkt
als een zeer strenge eis.

88
00:05:04,050 --> 00:05:09,570
Alles prijsgeven wat ik heb — moet ik een
armoedzaaier worden?’ Dat hangt ervan af.

89
00:05:09,570 --> 00:05:12,510
Wat betekent het om alles prijs te geven?

90
00:05:12,510 --> 00:05:14,550
Hier hebben we een goed voorbeeld.

91
00:05:14,550 --> 00:05:19,110
Petrus is een voorbeeld van iemand
die alles verlaten had, zoals hij zei:

92
00:05:19,110 --> 00:05:23,010
Heer, we hebben alles
achtergelaten om U te volgen.

93
00:05:23,010 --> 00:05:25,830
Als we naar Petrus
kijken, zien we dat Jezus

94
00:05:25,830 --> 00:05:31,050
Petrus inderdaad beschouwde als iemand
die alles verlaten had om Hem te volgen.

95
00:05:31,050 --> 00:05:34,290
En toch bezat Petrus nog
het een en ander, nietwaar?

96
00:05:34,290 --> 00:05:39,150
Hij had een huis, want we lezen dat
Jezus na dit moment nog vaak in het huis

97
00:05:39,150 --> 00:05:40,950
van Petrus verbleef.

98
00:05:40,950 --> 00:05:43,950
Hij had een vrouw en
waarschijnlijk kinderen.

99
00:05:43,950 --> 00:05:47,670
We weten dat Petrus getrouwd
was en dat hij bezittingen had.

100
00:05:47,670 --> 00:05:50,310
We weten dat hij nog steeds visgerei had,

101
00:05:50,310 --> 00:05:53,190
want Jezus stuurde hem bij
een bepaalde gelegenheid

102
00:05:53,190 --> 00:05:57,030
in Mattheüs hoofdstuk
17 eropuit om te vissen.

103
00:05:57,030 --> 00:06:00,390
Hij schijnt ook nog steeds zijn
vissersboot in bezit te hebben gehad,

104
00:06:00,390 --> 00:06:05,430
want van tijd tot tijd liet Jezus Zich
door Petrus en de anderen in hun boot

105
00:06:05,430 --> 00:06:08,610
naar de overkant van het
Meer van Galilea brengen.

106
00:06:08,610 --> 00:06:13,170
Hier hebben we iemand van wie werkelijk
wordt gezegd dat hij alles verlaten had,

107
00:06:13,170 --> 00:06:16,350
en toch bezit hij een
huis, heeft hij een gezin,

108
00:06:16,350 --> 00:06:20,850
heeft hij enkele bezittingen en
heeft hij een boot. Toch zegt hij:

109
00:06:20,850 --> 00:06:23,490
Heer, we hebben alles opgegeven.

110
00:06:23,490 --> 00:06:24,930
Jezus zei niet:

111
00:06:24,930 --> 00:06:26,550
Petrus, waar heb je het over?

112
00:06:26,550 --> 00:06:28,710
Je hebt niet alles opgegeven.

113
00:06:28,710 --> 00:06:32,550
Weet je dan niet dat je je huis,
je boot en je familie nog hebt?

114
00:06:32,550 --> 00:06:34,710
Die moet je ook nog opgeven.

115
00:06:34,710 --> 00:06:37,110
Nee, dat zei Jezus niet.

116
00:06:37,110 --> 00:06:39,150
Jezus zei werkelijk tegen hem:

117
00:06:39,150 --> 00:06:44,970
En Jezus zei tegen hen: Voorwaar,
Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent,

118
00:06:44,970 --> 00:06:49,290
in de wedergeboorte, als de Zoon des
mensen zal zitten op de troon van Zijn

119
00:06:49,290 --> 00:06:53,910
heerlijkheid, ook zult zitten op
twaalf tronen en de twaalf stammen van

120
00:06:53,910 --> 00:06:56,190
Israël zult oordelen.

121
00:06:56,190 --> 00:06:59,490
En al wie huizen of broers of zusters of

122
00:06:59,490 --> 00:07:02,910
vader of moeder of vrouw
of kinderen of akkers

123
00:07:02,910 --> 00:07:05,970
zal verlaten hebben omwille van Mijn Naam,

124
00:07:05,970 --> 00:07:10,650
die zal honderdvoudig ontvangen
en het eeuwige leven beërven.

125
00:07:10,650 --> 00:07:15,390
Petrus is een goed voorbeeld van wat
het betekent om alles te verlaten.

126
00:07:15,390 --> 00:07:19,890
Anders dan de rijke jongeman, tegen wie
uitdrukkelijk werd gezegd dat hij alles

127
00:07:19,890 --> 00:07:23,250
wat hij had moest verkopen en
het aan de armen moest geven,

128
00:07:23,250 --> 00:07:25,950
kreeg Petrus dat nooit te horen.

129
00:07:25,950 --> 00:07:30,390
Tegen Petrus werd eenvoudigweg
gezegd dat hij Jezus moest volgen.

130
00:07:30,390 --> 00:07:34,410
Zijn specifieke opdracht was niet
om alles wat hij had te verkopen,

131
00:07:34,410 --> 00:07:39,210
maar in zijn geval om alles wat
hij had aan de Heere toe te wijden.

132
00:07:39,210 --> 00:07:43,470
Petrus had een huis, maar dat werd
de plek waar Jezus en de vrienden van

133
00:07:43,470 --> 00:07:45,570
Jezus mochten verblijven.

134
00:07:45,570 --> 00:07:50,730
Petrus had een boot, maar die werd het
vervoermiddel voor Jezus en Zijn vrienden.

135
00:07:50,730 --> 00:07:55,830
Met andere woorden, alles verlaten wat je
hebt betekent niet dat je een uitverkoop

136
00:07:55,830 --> 00:07:59,370
in je voortuin houdt en al
je bezittingen verkoopt.

137
00:07:59,370 --> 00:08:03,150
Al kan het dat wel betekenen,
als God je dat opdraagt,

138
00:08:03,150 --> 00:08:06,030
zoals Hij dat de rijke jongeman opdroeg.

139
00:08:06,030 --> 00:08:09,870
Maar kennelijk heeft Hij
Petrus dat nooit opgedragen,

140
00:08:09,870 --> 00:08:12,090
en Petrus heeft dat ook niet gedaan.

141
00:08:12,090 --> 00:08:16,410
Toch had hij alles verlaten,
in die zin dat hij als het ware

142
00:08:16,410 --> 00:08:19,650
zijn eigendomsrecht aan
Christus had overgedragen.

143
00:08:19,650 --> 00:08:24,450
Christus had volledig toegang tot
alles, en voor zover Petrus iets had,

144
00:08:24,450 --> 00:08:27,450
beheerde hij het alleen
maar voor Christus.

145
00:08:27,450 --> 00:08:32,490
Alles verlaten betekent niet altijd dat
je afstand doet van alles wat je bezit.

146
00:08:32,490 --> 00:08:38,070
Het betekent eenvoudigweg dat je afstand
doet van je eigendomsrecht erop en dat

147
00:08:38,070 --> 00:08:42,690
eigendomsrecht overdraagt aan
Jezus Zelf, zodat je het voortaan

148
00:08:42,690 --> 00:08:44,610
als rentmeester beheert.

149
00:08:44,610 --> 00:08:49,770
Het wordt een verantwoordelijkheid die God
je gegeven heeft om Zijn eigendommen voor

150
00:08:49,770 --> 00:08:51,450
Hem te gebruiken.

151
00:08:51,450 --> 00:08:53,670
Petrus en de andere discipelen zijn

152
00:08:53,670 --> 00:08:59,130
voorbeelden van mensen die inderdaad
alles verlaten hebben. Daarom zegt hij:

153
00:08:59,130 --> 00:09:00,570
Wat krijgen wij?

154
00:09:00,570 --> 00:09:05,370
Het antwoord van Jezus bestaat
uit twee delen. Eerst zegt Hij:

155
00:09:05,370 --> 00:09:08,850
Ik verzeker jullie:
wanneer alles nieuw wordt

156
00:09:08,850 --> 00:09:12,510
en de Zoon des mensen op
zijn glorierijke troon zit,

157
00:09:12,510 --> 00:09:17,130
zullen jullie die Mij gevolgd
zijn ook op twaalf tronen zitten

158
00:09:17,130 --> 00:09:20,850
en rechtspreken over de
twaalf stammen van Israël.

159
00:09:20,850 --> 00:09:26,490
Uit deze uitspraak lijkt duidelijk dat dit
van toepassing is op de twaalf apostelen.

160
00:09:26,490 --> 00:09:28,050
Wanneer Hij zegt:

161
00:09:28,050 --> 00:09:32,070
Jullie die Mij gevolgd
zijn, bedoelt Hij specifiek:

162
00:09:32,070 --> 00:09:37,110
jullie twaalf die Mij gevolgd zijn in
de rol waartoe Ik jullie geroepen heb,

163
00:09:37,110 --> 00:09:39,390
namelijk om apostelen te zijn.

164
00:09:39,390 --> 00:09:42,930
Want Hij vermeldt dat zij op
twaalf tronen zullen zitten.

165
00:09:42,930 --> 00:09:47,430
Hij zegt ook dat zij de twaalf
stammen van Israël zullen oordelen.

166
00:09:47,430 --> 00:09:50,970
Dat geeft ons een heel
duidelijke aanwijzing dat Jezus

167
00:09:50,970 --> 00:09:56,790
twaalf apostelen koos in plaats van
tien, elf, dertien, vijftien of twintig,

168
00:09:56,790 --> 00:10:00,750
omdat Hij wilde dat het aantal
apostelen overeenkwam met het aantal

169
00:10:00,750 --> 00:10:01,830
stammen van Israël.

170
00:10:01,830 --> 00:10:06,930
Het was een manier om symbolisch te zeggen
dat Jezus een nieuw Israël vestigde.

171
00:10:06,930 --> 00:10:09,630
Het Israël van het Oude
Testament stond bekend

172
00:10:09,630 --> 00:10:12,630
om zijn afstamming van
de twaalf aartsvaders,

173
00:10:12,630 --> 00:10:15,210
uit wie de twaalf stammen voortkwamen.

174
00:10:15,210 --> 00:10:19,650
En Israël werd soms eenvoudigweg
de twaalf stammen genoemd.

175
00:10:19,650 --> 00:10:22,530
Jezus vestigde een nieuwe beweging die

176
00:10:22,530 --> 00:10:26,010
eveneens twaalf grondleggers
en twaalf leiders had.

177
00:10:26,010 --> 00:10:29,310
In zekere zin was het een nieuw Israël.

178
00:10:29,310 --> 00:10:32,730
Deze twaalf, zei Hij,
zouden op tronen zitten,

179
00:10:32,730 --> 00:10:36,390
en daarover moeten we onszelf
enkele vragen stellen.

180
00:10:36,390 --> 00:10:40,710
Om te beginnen, wat bedoelt
Hij met ‘in de wedergeboorte’?

181
00:10:40,710 --> 00:10:45,570
Wanneer zij op deze tronen zitten, wordt
gezegd dat dit in de wedergeboorte is.

182
00:10:45,570 --> 00:10:49,950
Er zijn inderdaad mensen die geloven
dat Hij het over de opstanding heeft:

183
00:10:49,950 --> 00:10:54,870
dat wanneer Jezus terugkomt en de
doden opwekt, zoals velen geloven,

184
00:10:54,870 --> 00:10:58,950
Jezus op aarde zal regeren en
de discipelen samen met Hem op

185
00:10:58,950 --> 00:11:02,970
twaalf tronen zullen zitten
en naast Hem zullen regeren.

186
00:11:02,970 --> 00:11:06,330
Als dit letterlijk bedoeld
is, vind ik dat interessant.

187
00:11:06,330 --> 00:11:10,830
Want in Openbaring 3:21
zei Jezus in het algemeen:

188
00:11:10,830 --> 00:11:14,730
Wie overwint, zal Ik geven met
Mij te zitten op Mijn troon,

189
00:11:14,730 --> 00:11:20,070
zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij
met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb.

190
00:11:20,070 --> 00:11:23,250
Jezus spreekt daar niet
over afzonderlijke tronen.

191
00:11:23,250 --> 00:11:26,550
Hij zegt dat iedereen die
overwint, iedere trouwe

192
00:11:26,550 --> 00:11:31,410
christen die tot de dood trouw blijft,
samen met Hem op Zijn troon zal zitten en

193
00:11:31,410 --> 00:11:33,330
met Hem zal regeren.

194
00:11:33,330 --> 00:11:37,590
Dit is kennelijk de bestemming van alle
trouwe christenen in de eeuwigheid:

195
00:11:37,590 --> 00:11:39,450
met Christus regeren.

196
00:11:39,450 --> 00:11:42,270
Jezus spreekt echter
tot de twaalf apostelen

197
00:11:42,270 --> 00:11:45,510
en heeft het erover dat zij op
twaalf tronen zullen zitten,

198
00:11:45,510 --> 00:11:49,050
kennelijk ieder op een eigen troon,
en over de twaalf stammen van

199
00:11:49,050 --> 00:11:51,090
Israël zullen regeren.

200
00:11:51,090 --> 00:11:55,590
Als dit letterlijk is, dan moeten we ons
een situatie voorstellen die zich ooit zal

201
00:11:55,590 --> 00:11:58,470
voordoen, vermoedelijk bij de opstanding.

202
00:11:58,470 --> 00:12:02,610
Israël zal dan opnieuw als een
bijzonder volk worden gevestigd,

203
00:12:02,610 --> 00:12:05,910
nog steeds onder te
verdelen in twaalf stammen,

204
00:12:05,910 --> 00:12:09,630
en de twaalf apostelen zullen
op de twaalf tronen zitten,

205
00:12:09,630 --> 00:12:13,410
misschien in een duizendjarig
rijk of op de nieuwe aarde,

206
00:12:13,410 --> 00:12:17,070
en over deze twaalf
stammen van Israël regeren.

207
00:12:17,070 --> 00:12:19,710
Wie zal er dan over de heidenen regeren?

208
00:12:19,710 --> 00:12:22,470
Er zouden theorieën naar
voren gebracht kunnen worden,

209
00:12:22,470 --> 00:12:25,170
maar daarmee blijft die vraag wel open.

210
00:12:25,170 --> 00:12:29,670
Ik wil erop wijzen dat Jezus,
heel opmerkelijk, niet zegt:

211
00:12:29,670 --> 00:12:35,370
En Jezus zei tegen hen: Voorwaar,
Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent,

212
00:12:35,370 --> 00:12:40,050
in de wedergeboorte, als de Zoon des
mensen zal zitten op de troon van Zijn

213
00:12:40,050 --> 00:12:43,470
heerlijkheid, ook zult
zitten op twaalf tronen

214
00:12:43,470 --> 00:12:46,770
en de twaalf stammen van
Israël zult oordelen.

215
00:12:46,770 --> 00:12:49,830
Hij zegt niet dat dit bij
de opstanding zal gebeuren,

216
00:12:49,830 --> 00:12:52,710
een term die Jezus trouwens
soms wel gebruikte.

217
00:12:52,710 --> 00:12:57,210
De opstanding was iets waar Jezus bij
een aantal gelegenheden over sprak.

218
00:12:57,210 --> 00:12:59,370
Hij gebruikte hier echter de woorden:

219
00:12:59,370 --> 00:13:01,350
wanneer alles nieuw wordt.

220
00:13:01,350 --> 00:13:04,290
De Schrift gebruikt de
term ‘wedergeboorte’

221
00:13:04,290 --> 00:13:06,810
elders niet voor de
opstanding op de laatste dag,

222
00:13:06,810 --> 00:13:08,670
maar in een heel andere betekenis.

223
00:13:08,670 --> 00:13:11,850
Als je in je Bijbel naar
Titus hoofdstuk 3 gaat,

224
00:13:11,850 --> 00:13:16,650
vind je de betekenis waarin wedergeboorte
in het Nieuwe Testament wordt gebruikt.

225
00:13:16,650 --> 00:13:20,250
In Titus hoofdstuk 3 staat, vanaf vers 5:

226
00:13:20,250 --> 00:13:24,810
maakte Hij ons zalig, niet op grond van de
werken van rechtvaardigheid die wij gedaan

227
00:13:24,810 --> 00:13:29,910
hadden, maar vanwege Zijn barmhartigheid,
door het bad van de wedergeboorte en de

228
00:13:29,910 --> 00:13:32,070
vernieuwing door de Heilige Geest.

229
00:13:32,070 --> 00:13:36,330
Paulus spreekt niet over iets wat
later, bij de opstanding, gebeurt.

230
00:13:36,330 --> 00:13:38,910
Hij spreekt over iets wat gebeurd is.

231
00:13:38,910 --> 00:13:40,710
Wij zijn gerechtvaardigd.

232
00:13:40,710 --> 00:13:43,350
Hij heeft Zijn Geest over ons uitgestort.

233
00:13:43,350 --> 00:13:47,670
Hij heeft ons behouden, en Hij
heeft ons door dit middel behouden:

234
00:13:47,670 --> 00:13:52,050
door het bad van de wedergeboorte en
de vernieuwing door de Heilige Geest.

235
00:13:52,050 --> 00:13:56,730
Het woord ‘wedergeboorte’ spreekt
daar over opnieuw geboren worden.

236
00:13:56,730 --> 00:14:00,510
Het spreekt over het verschijnsel
dat we door de Geest van God opnieuw

237
00:14:00,510 --> 00:14:05,250
tot nieuwe mensen zijn gemaakt,
opnieuw geboren tot een nieuw bestaan.

238
00:14:05,250 --> 00:14:10,770
Dat is wat wedergeboorte is, in elk
geval in het taalgebruik van Paulus.

239
00:14:10,770 --> 00:14:14,910
Of Jezus de term precies op dezelfde
manier gebruikte als Paulus,

240
00:14:14,910 --> 00:14:17,670
weten we niet zeker,
want we zien Jezus deze

241
00:14:17,670 --> 00:14:20,130
term eigenlijk nergens anders gebruiken.

242
00:14:20,130 --> 00:14:23,850
Maar er bestaat op zijn minst de
mogelijkheid dat Jezus de term

243
00:14:23,850 --> 00:14:27,810
wedergeboorte op dezelfde
manier gebruikte als Paulus.

244
00:14:27,810 --> 00:14:30,450
Als dat zo is, bedoelt Jezus met:

245
00:14:30,450 --> 00:14:36,030
wanneer alles nieuw wordt, niet: nadat
Jezus terugkomt en allen worden opgewekt.

246
00:14:36,030 --> 00:14:38,970
Hij zou dan misschien de tijd
van de gemeente bedoelen,

247
00:14:38,970 --> 00:14:42,810
de tijd na Pinksteren waarin
wedergeboorte plaatsvindt.

248
00:14:42,810 --> 00:14:46,530
Wanneer de gemeente in die toestand
van wedergeboorte is gekomen,

249
00:14:46,530 --> 00:14:49,230
zouden de apostelen op
twaalf tronen zitten

250
00:14:49,230 --> 00:14:51,990
en over de twaalf stammen
van Israël regeren.

251
00:14:51,990 --> 00:14:55,770
Ik kan me voorstellen dat er enkele
bezwaren tegen deze gedachte zijn.

252
00:14:55,770 --> 00:15:00,930
Maar laten we, voordat we die overwegen,
over deze mogelijkheid nadenken.

253
00:15:00,930 --> 00:15:05,670
Dit zou betekenen dat het bijzondere gezag
dat aan de apostelen werd beloofd niet

254
00:15:05,670 --> 00:15:08,910
te maken had met de eeuwigheid
of met een toekomstig

255
00:15:08,910 --> 00:15:11,490
duizendjarig rijk na de opstanding.

256
00:15:11,490 --> 00:15:15,330
Het zou te maken hebben met hun
bijzondere positie in de gemeente

257
00:15:15,330 --> 00:15:19,290
gedurende de gemeentetijd, waarbij
zij bijzonder gezag hadden,

258
00:15:19,290 --> 00:15:21,450
zoals mensen die op tronen zitten.

259
00:15:21,450 --> 00:15:24,870
Er zouden meerdere bezwaren
tegen deze uitleg zijn.

260
00:15:24,870 --> 00:15:27,390
Eén bezwaar zou zijn dat Jezus zegt:

261
00:15:27,390 --> 00:15:31,110
Toen antwoordde Petrus
en zei tegen Hem: Zie,

262
00:15:31,110 --> 00:15:36,510
wij hebben alles verlaten en zijn U
gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?

263
00:15:36,510 --> 00:15:42,450
En Jezus zei tegen hen: Voorwaar,
Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent,

264
00:15:42,450 --> 00:15:46,770
in de wedergeboorte, als de Zoon des
mensen zal zitten op de troon van Zijn

265
00:15:46,770 --> 00:15:51,270
heerlijkheid, ook zult zitten op
twaalf tronen en de twaalf stammen van

266
00:15:51,270 --> 00:15:53,550
Israël zult oordelen.

267
00:15:53,550 --> 00:15:58,170
En al wie huizen of broers
of zusters of vader of moeder

268
00:15:58,170 --> 00:16:03,330
of vrouw of kinderen of akkers zal
verlaten hebben omwille van Mijn Naam,

269
00:16:03,330 --> 00:16:07,650
die zal honderdvoudig ontvangen
en het eeuwige leven beërven.

270
00:16:07,650 --> 00:16:12,630
Maar veel eersten zullen de laatsten
zijn, en veel laatsten de eersten.

271
00:16:12,630 --> 00:16:16,470
We kunnen plaatsen in de Schrift
vinden waar het zitten van Jezus op de

272
00:16:16,470 --> 00:16:21,450
troon van Zijn heerlijkheid gelijkgesteld
kan worden aan Zijn plaatsnemen

273
00:16:21,450 --> 00:16:23,730
op de troon na de wederkomst.

274
00:16:23,730 --> 00:16:27,690
Het lijkt er bijvoorbeeld op dat deze
uitdrukking zo wordt gebruikt in Mattheüs

275
00:16:27,690 --> 00:16:31,110
25:31, waar Jezus zegt:

276
00:16:31,110 --> 00:16:36,090
Wanneer de Zoon des mensen komen zal in
Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen

277
00:16:36,090 --> 00:16:40,290
met Hem, dan zal Hij zitten op
de troon van Zijn heerlijkheid.

278
00:16:40,290 --> 00:16:43,050
Dat zou natuurlijk bij
Zijn wederkomst zijn.

279
00:16:43,050 --> 00:16:46,650
Toch leert de Schrift ook
dat Jezus nu op de troon zit.

280
00:16:46,650 --> 00:16:48,810
Jezus zit nu op de troon.

281
00:16:48,810 --> 00:16:51,090
Hij is opgevaren naar de hemel.

282
00:16:51,090 --> 00:16:53,250
Hij is aan de rechterhand van God.

283
00:16:53,250 --> 00:16:56,850
Hij zegt in Openbaring dat Hij op
Zijn troon heeft plaatsgenomen,

284
00:16:56,850 --> 00:16:58,950
op de troon van Zijn Vader.

285
00:16:58,950 --> 00:17:00,990
God heeft tegen Hem gezegd:

286
00:17:00,990 --> 00:17:02,910
Een psalm van David.

287
00:17:02,910 --> 00:17:07,770
De HEERE heeft tot mijn Heere
gesproken: Zit aan Mijn rechterhand,

288
00:17:07,770 --> 00:17:12,390
totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal
hebben tot een voetbank voor Uw voeten.

289
00:17:12,390 --> 00:17:14,970
De apostel Paulus en de andere apostelen

290
00:17:14,970 --> 00:17:18,270
maken heel duidelijk dat
Jezus vandaag regeert.

291
00:17:18,270 --> 00:17:21,930
Hij is de Koning der
koningen en Heere der heren.

292
00:17:21,930 --> 00:17:24,750
Het zou heel goed kunnen
dat de wedergeboorte,

293
00:17:24,750 --> 00:17:29,490
wanneer Jezus op Zijn troon zit,
begon toen Jezus opvoer en daarna de

294
00:17:29,490 --> 00:17:31,230
Heilige Geest zond.

295
00:17:31,230 --> 00:17:37,350
Hij is opgevaren om Zijn plaats op Zijn
troon in te nemen, en Hij is daar vandaag.

296
00:17:37,350 --> 00:17:40,830
Jezus zit nu op de troon
van Zijn heerlijkheid.

297
00:17:40,830 --> 00:17:45,330
In een andere betekenis zal dat bij
Zijn wederkomst zichtbaar worden.

298
00:17:45,330 --> 00:17:50,490
Het is vandaag voor onze ogen niet
zichtbaar, maar het is niettemin een feit.

299
00:17:50,490 --> 00:17:55,470
Daarom zou Jezus opnieuw kunnen spreken
over het latere leven van de apostelen,

300
00:17:55,470 --> 00:17:59,850
nadat Jezus naar de hemel is opgevaren
en Zijn Geest heeft gezonden.

301
00:17:59,850 --> 00:18:01,170
Hij zei ook:

302
00:18:01,170 --> 00:18:05,970
Jullie die Mij gevolgd zijn, zullen op
twaalf tronen zitten en rechtspreken over

303
00:18:05,970 --> 00:18:08,310
de twaalf stammen van Israël.

304
00:18:08,310 --> 00:18:11,790
Je zou kunnen aanvoeren dat de
apostelen dat niet gedaan hebben.

305
00:18:11,790 --> 00:18:16,350
Wanneer je het boek Handelingen leest,
lees je niet dat zij twaalf koninklijke

306
00:18:16,350 --> 00:18:21,030
zetels neerzetten en daarop gingen zitten,
zoals je je voorstelt dat mensen op

307
00:18:21,030 --> 00:18:22,710
twaalf tronen zitten.

308
00:18:22,710 --> 00:18:25,890
Ook lezen we niet dat
zij in Israël regeerden.

309
00:18:25,890 --> 00:18:29,670
Er zijn echter manieren waarop
dit begrepen kan worden.

310
00:18:29,670 --> 00:18:33,750
Zelfs de gedachte dat God op een
troon zit, kan beeldspraak zijn,

311
00:18:33,750 --> 00:18:36,390
want God is geen lichamelijk wezen.

312
00:18:36,390 --> 00:18:40,530
Als er over Hem wordt gesproken alsof
Hij handen, ogen en voeten heeft,

313
00:18:40,530 --> 00:18:42,930
hoeft dat niet letterlijk bedoeld te zijn.

314
00:18:42,930 --> 00:18:46,410
Dat geldt ook voor de voorstelling
dat Hij een lichaamsdeel heeft

315
00:18:46,410 --> 00:18:48,570
waarop Hij op een echte stoel zit.

316
00:18:48,570 --> 00:18:53,190
Het kan eenvoudig een manier zijn om
te spreken over Gods soevereiniteit

317
00:18:53,190 --> 00:18:58,530
en over het feit dat God de grote
Koning is en over alle dingen regeert.

318
00:18:58,530 --> 00:19:02,010
Wij denken bij koningen aan
mensen die op tronen zitten.

319
00:19:02,010 --> 00:19:07,050
Daarom wordt het op antropomorfe wijze
zo beschreven dat God op een troon zit.

320
00:19:07,050 --> 00:19:11,790
Het hoeft niet per se zo te zijn dat er
een letterlijke troon is waarop God zit.

321
00:19:11,790 --> 00:19:14,790
Voor het begrip zelf zou
dat niet van belang zijn.

322
00:19:14,790 --> 00:19:19,830
Sommigen zijn geneigd dingen letterlijker
op te vatten dan anderen, en dat is prima.

323
00:19:19,830 --> 00:19:25,050
Maar wat ik zeg, is dat er alle reden is
om de mogelijkheid te opperen dat zelfs de

324
00:19:25,050 --> 00:19:29,310
verwijzing naar God Die op een
troon zit niet letterlijk is.

325
00:19:29,310 --> 00:19:34,830
Wat ermee wordt aangegeven, is dat God
oppermachtig regeert en soeverein is,

326
00:19:34,830 --> 00:19:37,830
ongeacht of Hij letterlijk
op een stoel zit.

327
00:19:37,830 --> 00:19:40,410
Sommige mensen die liever
letterlijker denken,

328
00:19:40,410 --> 00:19:43,020
hebben er misschien bezwaar
tegen dat ik dit opper.

329
00:19:43,020 --> 00:19:47,310
Maar als je een open houding hebt,
moet je erkennen dat het mogelijk is

330
00:19:47,310 --> 00:19:51,990
dat het zitten op een troon
bij God een antropomorfisme is,

331
00:19:51,990 --> 00:19:55,710
eenvoudigweg een zinnebeeld
van Zijn soevereiniteit.

332
00:19:55,710 --> 00:20:00,450
Als dat zo is, dan is het mogelijk dat
het zitten van de apostelen op tronen

333
00:20:00,450 --> 00:20:02,670
evenmin letterlijk is.

334
00:20:02,670 --> 00:20:06,990
Daarmee wordt dan eenvoudigweg
bedoeld dat zij gezag zouden hebben,

335
00:20:06,990 --> 00:20:11,010
dat zij degenen met gezag in de
gemeente zouden zijn en dat hun

336
00:20:11,010 --> 00:20:17,070
taak zou bestaan uit het besturen,
leiden en richting geven aan de gemeente.

337
00:20:17,070 --> 00:20:21,330
Zij zouden in de gemeente een oppergezag
hebben dat anderen niet hadden.

338
00:20:21,330 --> 00:20:26,250
De twaalf stammen van Israël zouden
letterlijk het Joodse volk kunnen zijn,

339
00:20:26,250 --> 00:20:30,990
want de twaalf apostelen geloofden dat
het terrein waarop hun apostolische gezag

340
00:20:30,990 --> 00:20:33,150
betrekking had Israël was.

341
00:20:33,150 --> 00:20:37,770
Misschien herinner je je dat Paulus
in Galaten hoofdstuk 2 zei dat hij

342
00:20:37,770 --> 00:20:41,610
eens Petrus, Jakobus en
Johannes had ontmoet.

343
00:20:41,610 --> 00:20:46,050
Zij geloofden dat zij naar de twaalf
stammen van Israël waren gezonden,

344
00:20:46,050 --> 00:20:48,330
terwijl hij naar de heidenen was gezonden.

345
00:20:48,330 --> 00:20:53,370
Jakobus richtte zijn brief aan de twaalf
stammen die overal verspreid waren.

346
00:20:53,370 --> 00:20:57,630
Het lijkt erop dat de twaalf
apostelen zichzelf doorgaans zagen

347
00:20:57,630 --> 00:21:01,650
als mensen met een opdracht die
op het Joodse volk was gericht.

348
00:21:01,650 --> 00:21:05,970
Hun gezag om te prediken en het
Koninkrijk van God uit te breiden was

349
00:21:05,970 --> 00:21:10,050
gericht op een Joods publiek,
terwijl Paulus en zijn metgezellen

350
00:21:10,050 --> 00:21:12,510
meer naar de heidenen waren gezonden.

351
00:21:12,510 --> 00:21:18,270
Dit kon symbolisch worden uitgedrukt alsof
zij, de twaalf, op twaalf tronen zaten,

352
00:21:18,270 --> 00:21:21,270
omdat Christus hun het
gezag had gegeven om

353
00:21:21,270 --> 00:21:24,450
Hem bij het Joodse volk
te vertegenwoordigen.

354
00:21:24,450 --> 00:21:28,050
Misschien was deze uitspraak de
reden waarom zij dit geloofden,

355
00:21:28,050 --> 00:21:34,230
want we weten dat Petrus, Jakobus en
Johannes volgens Galaten 2 precies dit

356
00:21:34,230 --> 00:21:36,150
als hun opdracht zagen.

357
00:21:36,150 --> 00:21:37,830
Misschien hadden ze gelijk.

358
00:21:37,830 --> 00:21:39,930
Wie kan zeggen dat ze het mis hadden?

359
00:21:39,930 --> 00:21:44,790
We zien dat Jezus deze mannen een
bijzondere gezagspositie belooft.

360
00:21:44,790 --> 00:21:48,270
Of dit aan het einde der
tijden, bij de opstanding,

361
00:21:48,270 --> 00:21:51,090
concreet werkelijkheid
zal worden, of dat Hij

362
00:21:51,090 --> 00:21:55,350
symbolisch spreekt over het bijzondere
gezag dat de apostelen tijdens het

363
00:21:55,350 --> 00:21:58,350
tijdperk van de gemeente
hadden, kunnen we niet zeggen.

364
00:21:58,350 --> 00:22:02,190
Maar wat Hij daarna zegt, het
andere deel van Zijn antwoord,

365
00:22:02,190 --> 00:22:05,970
geldt voor meer mensen dan
alleen de twaalf apostelen.

366
00:22:05,970 --> 00:22:08,310
Hij zegt in vers 29:

367
00:22:08,310 --> 00:22:16,290
Iedereen die omwille van Mijn naam huizen,
broers, zussen, vader, moeder, vrouw,

368
00:22:16,290 --> 00:22:21,570
kinderen of land heeft achtergelaten, zal
honderd keer zoveel terugkrijgen en het

369
00:22:21,570 --> 00:22:23,070
eeuwige leven erven.

370
00:22:23,070 --> 00:22:24,270
Petrus zei:

371
00:22:24,270 --> 00:22:27,810
Toen antwoordde Petrus
en zei tegen Hem: Zie,

372
00:22:27,810 --> 00:22:32,910
wij hebben alles verlaten en zijn U
gevolgd; wat zal dan ons deel zijn?

373
00:22:32,910 --> 00:22:37,770
Misschien bedoelde Petrus: „We hebben
iets groots en edelmoedigs gedaan.

374
00:22:37,770 --> 00:22:40,890
We hebben alles opgegeven om U te volgen.

375
00:22:40,890 --> 00:22:43,050
Verdienen we daar niet iets voor?

376
00:22:43,050 --> 00:22:45,390
Staat God niet bij ons in de schuld?”

377
00:22:45,390 --> 00:22:48,870
Jezus lijkt te zeggen: „Iedereen
die iets heeft opgegeven,

378
00:22:48,870 --> 00:22:51,810
kan God nooit overtreffen in geven.

379
00:22:51,810 --> 00:22:55,830
Als je vrouwen en kinderen, huizen
en landerijen hebt opgegeven,

380
00:22:55,830 --> 00:22:58,890
denk je misschien dat je een
groot offer hebt gebracht.

381
00:22:58,890 --> 00:23:02,430
Maar zelfs in dit leven,
en vooral in het volgende,

382
00:23:02,430 --> 00:23:05,310
zul je veel meer dan
dat van God ontvangen.

383
00:23:05,310 --> 00:23:11,190
God is vrijgeviger dan jij, en je zult
in dit leven vele malen meer ontvangen.”

384
00:23:11,190 --> 00:23:16,230
Waar Hij hier ‘honderdvoudig’ zegt, zegt
Hij in de parallelle passage in Lukas in

385
00:23:16,230 --> 00:23:18,510
feite ‘vele malen meer’.

386
00:23:18,510 --> 00:23:20,730
Het is niet letterlijk honderdvoud.

387
00:23:20,730 --> 00:23:24,390
Hij gebruikt dat eenvoudigweg
als een overdrijving.

388
00:23:24,390 --> 00:23:30,210
Hij zegt dat je van God veel meer terug
zult ontvangen dan je ooit hebt opgegeven.

389
00:23:30,210 --> 00:23:32,790
Beschouw jezelf niet als edelmoedig.

390
00:23:32,790 --> 00:23:36,450
Denk niet dat je een groot
offer brengt omdat je dit of dat

391
00:23:36,450 --> 00:23:38,370
voor God hebt opgegeven.

392
00:23:38,370 --> 00:23:42,630
Wanneer je alles bij elkaar optelt
wat God je in dit leven zal geven,

393
00:23:42,630 --> 00:23:45,630
en in het volgende
leven het eeuwige leven,

394
00:23:45,630 --> 00:23:49,410
zul je nooit bereiken dat God
bij jou in de schuld staat

395
00:23:49,410 --> 00:23:53,430
en jou iets verschuldigd is om de
balans weer in evenwicht te brengen.

396
00:23:53,430 --> 00:23:57,810
Je zult zeker nog steeds iemand zijn
die diep bij God in de schuld staat,

397
00:23:57,810 --> 00:24:02,370
want Hij geeft je vele malen meer dan
wat je tot nu toe hebt prijsgegeven,

398
00:24:02,370 --> 00:24:05,130
en bovendien eeuwig leven.

399
00:24:05,130 --> 00:24:07,710
Dat is volgens mij wat
Jezus hiermee bedoelt.

400
00:24:07,710 --> 00:24:12,270
Het is zelfs mogelijk dat Hij bedoelt
dat de apostelen die predikers werden

401
00:24:12,270 --> 00:24:18,390
en hun huizen, hun vertrouwde omgeving en
hun familie achterlieten, betere huizen,

402
00:24:18,390 --> 00:24:22,890
meer huizen en familie in
de gemeente zelf erfden.

403
00:24:22,890 --> 00:24:26,730
Elk huis in de gemeente van
God stond voor hen open.

404
00:24:26,730 --> 00:24:28,590
Ze konden daar verblijven.

405
00:24:28,590 --> 00:24:32,130
Iedereen was hun broer,
hun zus en hun moeder.

406
00:24:32,130 --> 00:24:34,350
Hij zou het op die manier kunnen bedoelen:

407
00:24:34,350 --> 00:24:40,050
je hebt het materiële opgegeven en God
geeft het je in geestelijke zin terug.

408
00:24:40,050 --> 00:24:42,270
Maar Zijn laatste opmerking is:

409
00:24:42,270 --> 00:24:47,730
Maar veel eersten zullen de laatsten
zijn, en veel laatsten de eersten.

410
00:24:47,730 --> 00:24:52,710
Wat Hij daarmee bedoelt, is dat velen die
in de menselijke samenleving de eersten

411
00:24:52,710 --> 00:24:56,850
en de belangrijkste mensen zijn,
als laatsten het Koninkrijk van

412
00:24:56,850 --> 00:24:58,890
God zullen binnengaan.

413
00:24:58,890 --> 00:25:03,090
Velen die worden beschouwd als
degenen die achteraan in de rij staan,

414
00:25:03,090 --> 00:25:07,470
degenen die het minst in aanzien
zijn, zullen de eersten zijn.

415
00:25:07,470 --> 00:25:10,950
Zo is nu eenmaal het
hele Koninkrijk van God.

416
00:25:10,950 --> 00:25:16,830
Het spreekt degenen aan die niet sterk
gehecht zijn aan dit leven en deze wereld,

417
00:25:16,830 --> 00:25:20,310
en die meer uitzien
naar het volgende leven.

418
00:25:20,310 --> 00:25:23,850
Degenen die in deze
wereld comfort, rijkdom

419
00:25:23,850 --> 00:25:26,430
en alles hebben wat ze
zich maar kunnen wensen,

420
00:25:26,430 --> 00:25:31,050
zijn over het algemeen veel minder
geïnteresseerd in het volgende leven.

421
00:25:31,050 --> 00:25:33,630
Degenen die in deze
wereld de eersten zijn,

422
00:25:33,630 --> 00:25:37,590
behoren dus vaak tot de laatsten als
het gaat om het binnengaan van het

423
00:25:37,590 --> 00:25:39,090
Koninkrijk van God.

424
00:25:39,090 --> 00:25:43,410
Degenen die wat hun maatschappelijke
positie in deze wereld betreft de laatsten

425
00:25:43,410 --> 00:25:47,190
zijn, behoren daarentegen
tot de eersten die het

426
00:25:47,190 --> 00:25:51,150
christelijk geloof omarmen en
Jezus op Zijn voorwaarden volgen.

427
00:25:51,150 --> 00:25:53,850
Ik hoop dat jij niet de laatste zult zijn.

428
00:25:53,850 --> 00:25:56,790
Ik hoop dat je hieraan gehoor zult geven,

429
00:25:56,790 --> 00:26:01,110
jezelf geheel aan Jezus Christus zult
toewijden en Zijn discipel zult worden.
