1
00:00:02,010 --> 00:00:04,050
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,050 --> 00:00:11,790
Deze keer behandelen we Mattheüs
21, vers 23 tot en met vers 27.

3
00:00:11,790 --> 00:00:15,210
In het eenentwintigste hoofdstuk
van Mattheüs hebben we het begin

4
00:00:15,210 --> 00:00:20,370
gezien van de laatste week van Jezus’
aardse bediening vóór Zijn kruisiging.

5
00:00:20,370 --> 00:00:26,730
Die week begon, zoals alle weken, op
zondag, en die zondag was Palmzondag.

6
00:00:26,730 --> 00:00:31,650
De week begon met de triomfantelijke
intocht van Jezus in Jeruzalem en Zijn

7
00:00:31,650 --> 00:00:33,270
reiniging van de tempel.

8
00:00:33,270 --> 00:00:37,590
De volgende dag, maandag,
vervloekte Hij de vijgenboom.

9
00:00:37,590 --> 00:00:41,490
Die werd voor de discipelen een
aanschouwelijke les van wat er door geloof

10
00:00:41,490 --> 00:00:43,410
tot stand kon worden gebracht.

11
00:00:43,410 --> 00:00:46,770
Ook liet dit zien dat Israël
nu verworpen zou worden

12
00:00:46,770 --> 00:00:51,210
en niet langer de gelegenheid zou
krijgen om vrucht te dragen voor God,

13
00:00:51,210 --> 00:00:55,230
aangezien het dat ook daarvoor
nooit werkelijk had gedaan.

14
00:00:55,230 --> 00:00:59,250
Vervolgens komen we bij de gebeurtenissen
van de dinsdag van die week.

15
00:00:59,250 --> 00:01:03,330
Natuurlijk werd Jezus niet veel
dagen daarna gekruisigd, op vrijdag,

16
00:01:03,330 --> 00:01:05,010
zoals de meesten geloven.

17
00:01:05,010 --> 00:01:08,490
Maar op dinsdag had Jezus
verschillende ontmoetingen met

18
00:01:08,490 --> 00:01:13,290
mensen die iets op Hem wilden aanmerken
en Hem op de proef wilden stellen.

19
00:01:13,290 --> 00:01:17,130
Er vond die dinsdag van de lijdensweek
dan ook heel wat onderwijs,

20
00:01:17,130 --> 00:01:19,590
interactie en discussie plaats.

21
00:01:19,590 --> 00:01:24,270
In Mattheüs 21 lezen we, vanaf vers 23:

22
00:01:24,270 --> 00:01:26,550
En toen Hij in de tempel gekomen was,

23
00:01:26,550 --> 00:01:30,090
kwamen de overpriesters en de
oudsten van het volk naar Hem toe,

24
00:01:30,090 --> 00:01:35,370
terwijl Hij onderwijs gaf, en zeiden:
Met welke bevoegdheid doet U deze dingen?

25
00:01:35,370 --> 00:01:38,250
En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven?

26
00:01:38,250 --> 00:01:42,510
Maar Jezus antwoordde hun:
Ik zal u ook één ding vragen.

27
00:01:42,510 --> 00:01:47,190
Als u Mij daarop antwoordt, zal Ik u
eveneens zeggen met welke bevoegdheid Ik

28
00:01:47,190 --> 00:01:48,270
deze dingen doe.

29
00:01:48,270 --> 00:01:53,190
Waar kwam de doop van Johannes
vandaan: uit de hemel of uit de mensen?

30
00:01:53,190 --> 00:01:57,870
Zij overlegden met elkaar en zeiden:
Als wij zeggen: Uit de hemel,

31
00:01:57,870 --> 00:02:01,770
dan zal Hij ons vragen: Waarom
hebt u hem dan niet geloofd?

32
00:02:01,770 --> 00:02:06,210
Maar als wij zeggen: Uit de mensen,
dan zijn wij bang voor de menigte,

33
00:02:06,210 --> 00:02:09,150
want iedereen houdt
Johannes voor een profeet.

34
00:02:09,150 --> 00:02:12,330
Daarom antwoordden zij
Jezus: Wij weten het niet.

35
00:02:12,330 --> 00:02:15,150
Toen zei Hij tegen hen:
Dan zeg Ik u ook niet

36
00:02:15,150 --> 00:02:17,730
met welke bevoegdheid Ik deze dingen doe.

37
00:02:17,730 --> 00:02:20,010
Deze mensen zijn boos op Jezus,

38
00:02:20,010 --> 00:02:23,910
waarschijnlijk omdat Hij een paar
dagen eerder de tempel had gereinigd.

39
00:02:23,910 --> 00:02:26,370
Uiteindelijk spreken ze Hem erop aan.

40
00:02:26,370 --> 00:02:28,290
Ze zoeken Hem op en zeggen:

41
00:02:28,290 --> 00:02:30,570
Met welk gezag doet u deze dingen?

42
00:02:30,570 --> 00:02:32,490
Weet je wat gezag betekent?

43
00:02:32,490 --> 00:02:36,510
Gezag betekent dat je het recht
hebt om iets bepaalds te doen.

44
00:02:36,510 --> 00:02:39,450
Wie gezag heeft, heeft het
recht om leiding te geven,

45
00:02:39,450 --> 00:02:43,650
het recht om beslissingen te nemen, het
recht om geschillen te beslechten of het

46
00:02:43,650 --> 00:02:46,830
recht om bevelen te geven. Dat is gezag.

47
00:02:46,830 --> 00:02:50,370
Het is het recht om de leiding te
hebben en het recht om de dingen te doen

48
00:02:50,370 --> 00:02:51,570
die je doet.

49
00:02:51,570 --> 00:02:55,590
Iemand kan op het ene gebied gezag
hebben, maar niet op een ander gebied.

50
00:02:55,590 --> 00:02:57,270
Ik ben bijvoorbeeld vader.

51
00:02:57,270 --> 00:02:59,310
Ik heb gezag over mijn kinderen.

52
00:02:59,310 --> 00:03:02,550
Ik heb geen gezag over de
kinderen van iemand anders.

53
00:03:02,550 --> 00:03:05,490
Een man kan gezag hebben als
directeur van een school,

54
00:03:05,490 --> 00:03:08,850
maar dat betekent niet dat hij
gezag heeft in de rechtszaal.

55
00:03:08,850 --> 00:03:10,530
Hij is geen rechter.

56
00:03:10,530 --> 00:03:14,910
Er zijn verschillende terreinen van gezag,
en op het ene terrein heeft een man het

57
00:03:14,910 --> 00:03:16,590
recht om beslissingen te nemen.

58
00:03:16,590 --> 00:03:21,750
Een rechter in een rechtszaal heeft het
recht om bepaalde beslissingen te nemen.

59
00:03:21,750 --> 00:03:25,890
Maar wanneer hij naar de gemeente gaat,
heeft hij niet het recht om te bepalen

60
00:03:25,890 --> 00:03:28,770
welke leerstellingen daar
verkondigd zullen worden.

61
00:03:28,770 --> 00:03:30,570
Daar heeft hij geen gezag.

62
00:03:30,570 --> 00:03:36,510
De vraag is dus: wanneer je iets bepaalds
doet, heb je dan het gezag om dat te doen?

63
00:03:36,510 --> 00:03:41,310
Zoals ik al zei, heb ik het gezag om
leiding te geven aan mijn eigen huis.

64
00:03:41,310 --> 00:03:46,350
Maar ik heb niet het gezag om naar jouw
huis te komen en daar hetzelfde te doen.

65
00:03:46,350 --> 00:03:51,390
Zij vroegen zich af hoe Jezus kon beweren
dat Hij het recht had om de dingen te doen

66
00:03:51,390 --> 00:03:53,730
die Hij in het huis van God deed.

67
00:03:53,730 --> 00:03:59,910
Hij komt naar de tempel, die Gods huis is,
en Hij gedraagt Zich alsof die van Hem is.

68
00:03:59,910 --> 00:04:04,590
Er zijn daar mensen die duiven verkopen
en er zijn mensen die geld wisselen.

69
00:04:04,590 --> 00:04:09,330
Jezus gooit hen allemaal eruit, alsof
Hij het recht heeft om dat te doen

70
00:04:09,330 --> 00:04:12,630
en alsof zij niet het recht
hebben om daar te zijn.

71
00:04:12,630 --> 00:04:18,570
Wat de Farizeeën betreft, was Jezus gewoon
een andere burger, gewoon een andere man.

72
00:04:18,570 --> 00:04:22,590
Hij had niet méér recht om mensen
uit de tempel te gooien dan

73
00:04:22,590 --> 00:04:24,870
zij het recht hadden om daar te zijn.

74
00:04:24,870 --> 00:04:28,530
En op grond van welk gezag
beweerde Hij dat te mogen doen?

75
00:04:28,530 --> 00:04:31,230
Dat is wat ze vragen. Ze zeiden:

76
00:04:31,230 --> 00:04:35,790
Met welk gezag doet u deze dingen,
en wie heeft u dat gezag gegeven?

77
00:04:35,790 --> 00:04:38,850
Natuurlijk zou voor iemand die
mensen uit het huis van God

78
00:04:38,850 --> 00:04:42,090
dreef het enige verstandige
antwoord zijn dat hij van God

79
00:04:42,090 --> 00:04:44,730
de bevoegdheid had
gekregen om dit te doen.

80
00:04:44,730 --> 00:04:46,710
Het is Gods huis.

81
00:04:46,710 --> 00:04:50,310
Hij is Degene Die het recht
heeft om mensen eruit te jagen.

82
00:04:50,310 --> 00:04:56,250
Ieder ander is ook maar een mens en zou
net zomin het recht hebben om daar te zijn

83
00:04:56,250 --> 00:04:58,470
of anderen eruit te gooien.

84
00:04:58,470 --> 00:05:01,770
Maar God zou wel het recht
hebben om dat te doen.

85
00:05:01,770 --> 00:05:05,490
Als Jezus dus had gezegd:
“Mijn gezag komt van God”,

86
00:05:05,490 --> 00:05:08,850
dan zou dat natuurlijk een
bevredigend antwoord zijn geweest

87
00:05:08,850 --> 00:05:13,710
in die zin dat Hij daarmee aanspraak
maakte op het recht om mensen uit het huis

88
00:05:13,710 --> 00:05:15,210
van God te drijven.

89
00:05:15,210 --> 00:05:19,890
Maar het probleem is dat zij dachten dat
ze Hem voor een dilemma konden plaatsen

90
00:05:19,890 --> 00:05:21,510
als Hij dat zou zeggen.

91
00:05:21,510 --> 00:05:24,810
Want als Hij zei: “Mijn
gezag komt van God”,

92
00:05:24,810 --> 00:05:28,350
zouden ze waarschijnlijk
hebben gezegd: “Je lastert God.

93
00:05:28,350 --> 00:05:30,630
Je beweert meer te zijn dan je bent.

94
00:05:30,630 --> 00:05:33,330
Je beweert dat God aan jouw kant staat,

95
00:05:33,330 --> 00:05:36,990
terwijl je in werkelijkheid
een heiligschennende man bent.”

96
00:05:36,990 --> 00:05:41,490
En ze zouden wel een reden hebben
gevonden om Hem daarom iets te verwijten.

97
00:05:41,490 --> 00:05:45,210
Maar als Hij zei: “Mijn gezag komt van...”

98
00:05:45,210 --> 00:05:50,190
en je vult daar vervolgens iets anders
in dan God, dan zouden ze zeggen: “Nou,

99
00:05:50,190 --> 00:05:54,810
dan hebt U niet het recht om mensen uit
het huis van God te jagen als U slechts

100
00:05:54,810 --> 00:05:56,370
menselijk gezag hebt.”

101
00:05:56,370 --> 00:05:59,070
Ze wilden dus dat Hij Zich uitsprak.

102
00:05:59,070 --> 00:06:03,510
Ze wilden dat Hij duidelijk maakte
wie Hem dit gezag had gegeven.

103
00:06:03,510 --> 00:06:07,590
Dat is interessant, want zelf
waren ze godsdienstige mannen.

104
00:06:07,590 --> 00:06:11,970
Dit waren overpriesters,
beroepsmatig godsdienstige mensen,

105
00:06:11,970 --> 00:06:14,010
de geestelijkheid van die tijd.

106
00:06:14,010 --> 00:06:19,530
Hij kwam als het ware hun achtertuin
binnen: de tempel. Daar werkten zij.

107
00:06:19,530 --> 00:06:22,050
Hij begon er grote schoonmaak te houden.

108
00:06:22,050 --> 00:06:25,110
Hij begon te zeggen: ‘Dit deugt niet.

109
00:06:25,110 --> 00:06:28,590
Haal dit hier weg,’ alsof Hij
het gezag had om dat te doen.

110
00:06:28,590 --> 00:06:32,850
Zij meenden gezag te hebben omdat ze
door de hogepriester in hun ambt waren

111
00:06:32,850 --> 00:06:37,110
aangesteld, of door de wet,
of door welke bron dan ook.

112
00:06:37,110 --> 00:06:41,430
In feite hadden de Romeinen zelf de
priesters toestemming gegeven om hun werk

113
00:06:41,430 --> 00:06:45,750
voort te zetten nadat de Romeinen
Jeruzalem hadden overgenomen.

114
00:06:45,750 --> 00:06:49,290
Ze hadden dus menselijke
machtiging van de hoogste orde.

115
00:06:49,290 --> 00:06:52,470
Ze hadden die van Rome
en van de hogepriester.

116
00:06:52,470 --> 00:06:55,050
Maar wie had Jezus gezag gegeven?

117
00:06:55,050 --> 00:06:58,230
De keizer had niet gezegd dat
Hij naar binnen mocht gaan om

118
00:06:58,230 --> 00:07:00,270
grote schoonmaak te houden.

119
00:07:00,270 --> 00:07:03,090
De hogepriester stond niet aan Zijn kant.

120
00:07:03,090 --> 00:07:06,690
Hoe kon Hij dan beweren dat
Hij deze dingen mocht doen?

121
00:07:06,690 --> 00:07:11,130
Vaak nemen godsdienstige gezagsdragers
aan dat zij het gezag van God

122
00:07:11,130 --> 00:07:12,750
aan hun kant hebben.

123
00:07:12,750 --> 00:07:15,270
Toch stuurt God een profeet naar hen toe,

124
00:07:15,270 --> 00:07:18,810
en die heeft werkelijk het
gezag van God aan zijn kant,

125
00:07:18,810 --> 00:07:22,890
ook al heeft hij het institutionele
gezag niet aan zijn kant.

126
00:07:22,890 --> 00:07:25,530
Het is heel belangrijk
om dit op te merken.

127
00:07:25,530 --> 00:07:29,190
Veel christenen zien de gemeente
tegenwoordig als een instituut,

128
00:07:29,190 --> 00:07:33,450
en ze beschouwen gezag in de
gemeente als een institutionele zaak.

129
00:07:33,450 --> 00:07:35,250
We hebben een voorganger.

130
00:07:35,250 --> 00:07:39,510
Hij is aangenomen om de leiding
over deze organisatie te hebben.

131
00:07:39,510 --> 00:07:41,070
Hij is de beroepskracht.

132
00:07:41,070 --> 00:07:45,210
Hij is geordineerd en heeft
een seminarieopleiding gevolgd.

133
00:07:45,210 --> 00:07:47,790
Mensen hebben hem een positie gegeven.

134
00:07:47,790 --> 00:07:50,730
Sommigen zeggen misschien:
‘Hij is door God geroepen,’

135
00:07:50,730 --> 00:07:52,770
maar dat is nogal subjectief.

136
00:07:52,770 --> 00:07:55,110
Het enige wat we met
zekerheid kunnen zeggen,

137
00:07:55,110 --> 00:07:58,170
is dat mensen hem in die
positie hebben geplaatst.

138
00:07:58,170 --> 00:07:59,670
Hij lijkt gezag te hebben.

139
00:07:59,670 --> 00:08:03,810
Maar stel nu dat iemand uit zijn gemeente
hem op grond van het Woord van God

140
00:08:03,810 --> 00:08:07,890
ter verantwoording roept en zegt:
‘De manier waarop het hier toegaat,

141
00:08:07,890 --> 00:08:09,810
is niet schriftuurlijk.

142
00:08:09,810 --> 00:08:12,030
Dat is een belediging voor God.’

143
00:08:12,030 --> 00:08:14,370
Degene die hem ter verantwoording roept,

144
00:08:14,370 --> 00:08:17,910
heeft misschien helemaal
geen institutioneel gezag.

145
00:08:17,910 --> 00:08:21,270
Wat het instituut betreft,
zijn er ambtsdragers,

146
00:08:21,270 --> 00:08:24,390
en zij hebben het gezag om
de beslissingen te nemen.

147
00:08:24,390 --> 00:08:29,550
Maar wat God betreft, kan iemand die
niet eens deel uitmaakt van het instituut

148
00:08:29,550 --> 00:08:33,510
heel goed Gods woordvoerder
zijn, Gods profeet.

149
00:08:33,510 --> 00:08:37,110
Dat bleek uit het feit dat
Jezus de tempel kon binnengaan,

150
00:08:37,110 --> 00:08:40,470
waar Hij geen enkel
institutioneel gezag had.

151
00:08:40,470 --> 00:08:44,370
Hij was geen priester, maar
Hij was wel een profeet.

152
00:08:44,370 --> 00:08:46,530
Hij had het gezag van God.

153
00:08:46,530 --> 00:08:51,570
We moeten beseffen dat gezag in Gods
Koninkrijk niet institutioneel is.

154
00:08:51,570 --> 00:08:56,070
Het berust niet bij een man omdat hij
een ambt bekleedt binnen een instituut.

155
00:08:56,070 --> 00:08:59,130
Het is in overeenstemming
met het Woord van God.

156
00:08:59,130 --> 00:09:04,170
Als iemand instemt met het Woord van
God, heeft wat diegene zegt gezag.

157
00:09:04,170 --> 00:09:06,690
Jesaja 8:20 zegt:

158
00:09:06,690 --> 00:09:09,270
Terug naar de wet en het getuigenis!

159
00:09:09,270 --> 00:09:11,910
Als zij niet overeenkomstig
dit woord spreken,

160
00:09:11,910 --> 00:09:14,550
zal er voor hen geen dageraad zijn.

161
00:09:14,550 --> 00:09:17,730
Waar niet overeenkomstig
Gods Woord wordt gesproken,

162
00:09:17,730 --> 00:09:20,790
is beslist ook geen geestelijk gezag.

163
00:09:20,790 --> 00:09:24,450
Jezus had geestelijk gezag,
maar in deze situatie hadden de

164
00:09:24,450 --> 00:09:26,970
priesters institutioneel gezag.

165
00:09:26,970 --> 00:09:30,330
Ze namen er aanstoot aan
dat Hij hun terrein betrad,

166
00:09:30,330 --> 00:09:34,290
als het ware hun kantoor binnenkwam,
en beslissingen over de tempel

167
00:09:34,290 --> 00:09:37,350
nam die zij niet namen. Ze zeiden:

168
00:09:37,350 --> 00:09:39,030
Wie heeft u dat gezag gegeven?

169
00:09:39,030 --> 00:09:41,490
Met welk gezag doet u deze dingen?

170
00:09:41,490 --> 00:09:44,370
Jezus antwoordde en zei tegen hen:

171
00:09:44,370 --> 00:09:50,670
Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ik zal
u ook één ding vragen; als u Mij dat zegt,

172
00:09:50,670 --> 00:09:54,390
zal Ik u ook zeggen met welke
bevoegdheid Ik deze dingen doe.

173
00:09:54,390 --> 00:10:00,030
De doop van Johannes, vanwaar was
die, uit de hemel of uit de mensen?

174
00:10:00,030 --> 00:10:05,310
En zij overlegden met elkaar, en
zeiden: Als wij zeggen: Uit de hemel,

175
00:10:05,310 --> 00:10:09,630
dan zal Hij tegen ons zeggen:
Waarom hebt u hem dan niet geloofd?

176
00:10:09,630 --> 00:10:15,990
In de parallelle passage in Markus 11:30
zei Hij, nadat Hij de vraag had gesteld:

177
00:10:15,990 --> 00:10:22,170
De doop van Johannes, was die uit de
hemel of uit de mensen? Antwoord Mij.

178
00:10:22,170 --> 00:10:24,510
Volgens Markus zegt Jezus:

179
00:10:24,510 --> 00:10:27,030
Waar kwam de doop van Johannes vandaan?

180
00:10:27,030 --> 00:10:30,930
Uit de hemel of van
mensen? Geef me antwoord.

181
00:10:30,930 --> 00:10:33,390
Daarmee drong Hij hen dus in het nauw.

182
00:10:33,390 --> 00:10:35,610
Hij stelde hun niet alleen een vraag.

183
00:10:35,610 --> 00:10:39,810
Hij zette hen onder druk:
‘Geef Mij hier antwoord op.’

184
00:10:39,810 --> 00:10:45,390
Je ziet wat Hij deed. Johannes de Doper
kwam namens hetzelfde gezag als Jezus.

185
00:10:45,390 --> 00:10:47,970
Johannes had niet
hetzelfde gezag als Jezus,

186
00:10:47,970 --> 00:10:52,350
omdat zijn rang in Gods orde niet
zo hoog was als die van Jezus,

187
00:10:52,350 --> 00:10:55,230
maar hij kwam wel namens hetzelfde gezag.

188
00:10:55,230 --> 00:10:58,710
Hij was een profeet van God,
en iedereen die dat wist,

189
00:10:58,710 --> 00:11:02,910
zou moeten erkennen dat het gezag
van Johannes uit de hemel kwam.

190
00:11:02,910 --> 00:11:06,510
Als iemand erkende dat het gezag
van Johannes uit de hemel kwam,

191
00:11:06,510 --> 00:11:09,150
zou diegene ook moeten
erkennen dat Johannes

192
00:11:09,150 --> 00:11:11,670
Jezus aanwees als het Lam van God:

193
00:11:11,670 --> 00:11:16,230
De volgende dag zag Johannes Jezus
naar zich toe komen en hij zei:

194
00:11:16,230 --> 00:11:19,890
Zie het Lam van God, Dat de
zonde van de wereld wegneemt!

195
00:11:19,890 --> 00:11:23,130
Dus als het gezag van
Johannes uit de hemel kwam,

196
00:11:23,130 --> 00:11:27,210
dan was zijn bevestiging van Jezus iets
waarmee ze rekening moesten houden.

197
00:11:27,210 --> 00:11:32,010
De overpriesters geloofden Johannes
niet, en ze geloofden Jezus evenmin.

198
00:11:32,010 --> 00:11:34,890
Maar Johannes was erg
populair onder het volk.

199
00:11:34,890 --> 00:11:38,430
Tegen die tijd was Johannes
als martelaar gestorven.

200
00:11:38,430 --> 00:11:41,970
Hij was op onrechtvaardige
wijze door Herodes gedood,

201
00:11:41,970 --> 00:11:46,350
en in de volksverbeelding was hij
een martelaar en een held geworden.

202
00:11:46,350 --> 00:11:49,350
Niemand zou het wagen kwaad
over Johannes te spreken

203
00:11:49,350 --> 00:11:51,390
en verwachten ermee weg te komen.

204
00:11:51,390 --> 00:11:53,130
Toen Jezus zei:

205
00:11:53,130 --> 00:11:56,850
Kwam de doop van Johannes
uit de hemel of van mensen?

206
00:11:56,850 --> 00:11:59,430
redeneerden zij onder elkaar en zeiden:

207
00:11:59,430 --> 00:12:04,710
De doop van Johannes, vanwaar was
die, uit de hemel of uit de mensen?

208
00:12:04,710 --> 00:12:09,630
En zij overlegden met elkaar, en
zeiden: Als wij zeggen: Uit de hemel,

209
00:12:09,630 --> 00:12:13,890
dan zal Hij tegen ons zeggen:
Waarom hebt u hem dan niet geloofd?

210
00:12:13,890 --> 00:12:19,110
Maar als wij zeggen: Uit de mensen,
dan zijn wij bevreesd voor de menigte,

211
00:12:19,110 --> 00:12:22,350
want zij houden allen
Johannes voor een profeet.

212
00:12:22,350 --> 00:12:27,990
In Lukas 20:6 staat zelfs dat ze bang
waren dat het volk hen zou stenigen,

213
00:12:27,990 --> 00:12:31,110
want iedereen hield
Johannes voor een profeet.

214
00:12:31,110 --> 00:12:33,570
Hier bracht Jezus hen in moeilijkheden.

215
00:12:33,570 --> 00:12:35,910
Zij probeerden Hem in
moeilijkheden te brengen,

216
00:12:35,910 --> 00:12:38,130
maar Hij bracht hen in moeilijkheden.

217
00:12:38,130 --> 00:12:42,390
Zijn antwoord zou in wezen zijn:
„Mijn gezag komt uit dezelfde bron

218
00:12:42,390 --> 00:12:44,190
als dat van Johannes.”

219
00:12:44,190 --> 00:12:48,210
Zo zegt Hij het niet, maar dat
zou wel de ware uitspraak zijn.

220
00:12:48,210 --> 00:12:50,130
Dat zou Zijn antwoord zijn.

221
00:12:50,130 --> 00:12:51,510
Maar eerst zegt Hij:

222
00:12:51,510 --> 00:12:57,690
Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ik zal
u ook één ding vragen; als u Mij dat zegt,

223
00:12:57,690 --> 00:13:01,590
zal Ik u ook zeggen met welke
bevoegdheid Ik deze dingen doe.

224
00:13:01,590 --> 00:13:07,170
De doop van Johannes, vanwaar was
die, uit de hemel of uit de mensen?

225
00:13:07,170 --> 00:13:12,450
En zij overlegden met elkaar, en
zeiden: Als wij zeggen: Uit de hemel,

226
00:13:12,450 --> 00:13:16,770
dan zal Hij tegen ons zeggen:
Waarom hebt u hem dan niet geloofd?

227
00:13:16,770 --> 00:13:20,430
en vervolgens wordt daarmee te kennen
gegeven dat ze zullen weten waar Zijn

228
00:13:20,430 --> 00:13:22,050
gezag vandaan kwam.

229
00:13:22,050 --> 00:13:26,250
Er waren twee mogelijkheden: het
gezag van Johannes kwam van God,

230
00:13:26,250 --> 00:13:27,990
of het kwam van mensen.

231
00:13:27,990 --> 00:13:30,570
Ze konden niet toegeven
dat het van God kwam,

232
00:13:30,570 --> 00:13:33,630
want dat zou betekenen
dat Jezus van God kwam,

233
00:13:33,630 --> 00:13:37,410
aangezien Johannes Jezus had
erkend en zij zowel Johannes

234
00:13:37,410 --> 00:13:39,810
als Jezus al hadden verworpen.

235
00:13:39,810 --> 00:13:44,790
Ze konden dus niet zeggen dat het van God
kwam, want dan zou Jezus tegen hen zeggen:

236
00:13:44,790 --> 00:13:49,650
En zij overlegden met elkaar en
zeiden: Als wij zeggen: Uit de hemel,

237
00:13:49,650 --> 00:13:53,550
dan zal Hij zeggen: Waarom
hebt u hem dan niet geloofd?

238
00:13:53,550 --> 00:13:57,270
Aan de andere kant was het,
gezien de stemming onder het volk,

239
00:13:57,270 --> 00:14:02,190
eenvoudigweg geen aanvaardbaar antwoord
als ze zeiden dat het van mensen kwam.

240
00:14:02,190 --> 00:14:05,010
Waarschijnlijk zouden ze door
het volk gestenigd worden

241
00:14:05,010 --> 00:14:08,250
als ze zeiden dat Johannes
geen profeet van God was.

242
00:14:08,250 --> 00:14:12,810
Geen van beide antwoorden zou dus
voor hun doeleinden geschikt zijn.

243
00:14:12,810 --> 00:14:16,110
Jezus had hen werkelijk
voor een dilemma geplaatst.

244
00:14:16,110 --> 00:14:20,010
Vaak kwamen de critici van Jezus
om Hem in zo’n positie te brengen.

245
00:14:20,010 --> 00:14:23,370
Toen ze bijvoorbeeld met de vrouw die
op overspel betrapt was naar Jezus

246
00:14:23,370 --> 00:14:24,990
kwamen, zeiden ze:

247
00:14:24,990 --> 00:14:31,050
In de wet nu heeft Mozes ons geboden zulke
vrouwen te stenigen; U dan, wat zegt U?

248
00:14:31,050 --> 00:14:34,950
Daarmee plaatsten ze Jezus voor
een dilemma waarbij elk antwoord

249
00:14:34,950 --> 00:14:37,050
Hem in moeilijkheden zou brengen.

250
00:14:37,050 --> 00:14:40,770
Als Hij zei: „Stenig haar
niet”, dan zouden ze zeggen:

251
00:14:40,770 --> 00:14:43,710
„Dus U bent het niet met Mozes eens.”

252
00:14:43,710 --> 00:14:47,430
Dat zou Jezus in moeilijkheden
brengen bij de godsdienstige Joden,

253
00:14:47,430 --> 00:14:50,070
die wisten dat Mozes van God kwam.

254
00:14:50,070 --> 00:14:53,910
Als ze konden zeggen:
„Jezus spreekt Mozes tegen”,

255
00:14:53,910 --> 00:14:58,110
zou dat de geloofwaardigheid van
Jezus in de ogen van de Joden schaden.

256
00:14:58,110 --> 00:15:02,130
Maar als Jezus zei: „Ga
je gang en stenig haar”,

257
00:15:02,130 --> 00:15:06,930
wat in overeenstemming zou zijn met
Mozes, was dat in strijd met de wet.

258
00:15:06,930 --> 00:15:10,950
De Romeinen stonden de Joden
niet toe mensen te stenigen.

259
00:15:10,950 --> 00:15:14,070
Daarom kon Jezus ervan
beschuldigd worden dat Hij

260
00:15:14,070 --> 00:15:17,850
mensen leerde dingen te doen
die tegen Rome ingingen.

261
00:15:17,850 --> 00:15:24,510
Welk antwoord Hij ook gaf, of Hij nu zei:
„Stenig haar”, of: „Stenig haar niet”,

262
00:15:24,510 --> 00:15:28,890
het zou Hem bij de ene of de andere
groep in moeilijkheden brengen.

263
00:15:28,890 --> 00:15:32,790
Natuurlijk wist Jezus
daaraan te ontkomen. Hij zei:

264
00:15:32,790 --> 00:15:38,070
En toen zij Hem dit bleven vragen,
richtte Hij Zich op en zei tegen hen:

265
00:15:38,070 --> 00:15:42,990
Wie van u zonder zonde is, laat die
als eerste de steen op haar werpen.

266
00:15:42,990 --> 00:15:45,870
en daardoor konden ze Hem
niet in de val lokken.

267
00:15:45,870 --> 00:15:50,130
Maar nu heeft Hij hen in zo’n
situatie gebracht. Hij zegt:

268
00:15:50,130 --> 00:15:55,830
De doop van Johannes, was die uit de
hemel of uit de mensen? Antwoord Mij.

269
00:15:55,830 --> 00:15:58,170
Ze konden geen van beide antwoorden geven.

270
00:15:58,170 --> 00:16:03,030
Niet omdat ze geen mening hadden, maar
omdat ze in moeilijkheden zouden komen

271
00:16:03,030 --> 00:16:08,190
en Jezus hen in het nauw zou drijven
als ze een van beide antwoorden gaven.

272
00:16:08,190 --> 00:16:09,930
Dus antwoordden ze:

273
00:16:09,930 --> 00:16:11,370
Dat weten we niet.

274
00:16:11,370 --> 00:16:13,650
Dat was geen eerlijk antwoord.

275
00:16:13,650 --> 00:16:18,390
Ze wisten het in werkelijkheid wel, of
ze dachten tenminste dat ze het wisten.

276
00:16:18,390 --> 00:16:23,730
Ofwel wisten ze diep in hun hart dat de
bediening van Johannes uit de hemel kwam,

277
00:16:23,730 --> 00:16:27,030
maar wilden ze dat niet toegeven, ofwel

278
00:16:27,030 --> 00:16:30,210
geloofden ze werkelijk dat
die daar niet vandaan kwam

279
00:16:30,210 --> 00:16:35,250
en dachten ze zeker te weten dat dit niet
zo was, maar wilden ze dat niet zeggen.

280
00:16:35,250 --> 00:16:37,470
Hun antwoord was niet eerlijk.

281
00:16:37,470 --> 00:16:41,970
De reden dat ze Hem geen antwoord gaven,
had niets te maken met het feit dat ze

282
00:16:41,970 --> 00:16:43,290
het niet wisten.

283
00:16:43,290 --> 00:16:47,070
Het kwam doordat ze niet
bereid waren antwoord te geven

284
00:16:47,070 --> 00:16:51,450
in een situatie waarin dat hen in
het debat in het nadeel zou brengen.

285
00:16:51,450 --> 00:16:55,350
Met andere woorden, ze
beriepen zich op onwetendheid,

286
00:16:55,350 --> 00:16:59,070
terwijl ze in werkelijkheid
eenvoudigweg niet eerlijk waren.

287
00:16:59,070 --> 00:17:02,610
Ze wilden namelijk de gevolgen
niet aanvaarden van het toegeven,

288
00:17:02,610 --> 00:17:07,770
in de ene of de andere richting, van
wat ze wisten of voor waar hielden.

289
00:17:07,770 --> 00:17:09,150
Jezus zei:

290
00:17:09,150 --> 00:17:13,050
En zij antwoordden Jezus en
zeiden: Wij weten het niet.

291
00:17:13,050 --> 00:17:18,150
Hij zei tegen hen: Dan zeg Ik u ook niet
met wat voor bevoegdheid Ik dit doe.

292
00:17:18,150 --> 00:17:19,410
Zij zeiden:

293
00:17:19,410 --> 00:17:20,910
We weten het niet.

294
00:17:20,910 --> 00:17:24,450
en Hij zei: „Dan vertel
Ik het jullie ook niet.”

295
00:17:24,450 --> 00:17:28,290
Hij zei als het ware: „Jullie
zeggen dat jullie het niet weten,

296
00:17:28,290 --> 00:17:31,230
maar in werkelijkheid willen
jullie het gewoon niet zeggen.

297
00:17:31,230 --> 00:17:33,630
Ik zal het jullie evenmin zeggen.”

298
00:17:33,630 --> 00:17:37,530
Het punt hier is dat Jezus niet
wilde ingaan op mensen die niet

299
00:17:37,530 --> 00:17:39,510
eerlijk tegen Hem wilden zijn.

300
00:17:39,510 --> 00:17:42,450
Als zij zich in deze kwestie
niet wilden uitspreken,

301
00:17:42,450 --> 00:17:44,910
zou Hij Zich niet met hen bezighouden.

302
00:17:44,910 --> 00:17:47,790
Hij zou Zijn parels niet
voor de zwijnen werpen.

303
00:17:47,790 --> 00:17:51,990
Hij zou hun geen informatie geven
die ze tegen Hem konden gebruiken,

304
00:17:51,990 --> 00:17:56,970
als zij weigerden Hem de informatie te
geven die Hij tegen hen kon gebruiken.

305
00:17:56,970 --> 00:18:01,590
Jezus beantwoordt hun vraag dus niet,
omdat het geen eerlijke mannen zijn.

306
00:18:01,590 --> 00:18:03,390
Ze zijn een antwoord niet waard.

307
00:18:03,390 --> 00:18:06,090
Om antwoord op je vragen
van God te krijgen,

308
00:18:06,090 --> 00:18:08,670
moet je eerlijk zijn tegenover God.

309
00:18:08,670 --> 00:18:11,970
Er zijn veel dingen die
mensen van God willen weten.

310
00:18:11,970 --> 00:18:15,870
Ik heb mensen horen zeggen:
‘Ik wil weten wat God gaat doen

311
00:18:15,870 --> 00:18:19,710
met mensen die het Evangelie
nooit hebben gehoord,’ of:

312
00:18:19,710 --> 00:18:23,730
‘Ik wil weten hoe God een
goede God kan zijn en toch

313
00:18:23,730 --> 00:18:26,550
kwaad of lijden in de
wereld kan toelaten.’

314
00:18:26,550 --> 00:18:29,970
Ze willen dat God hun antwoorden
geeft over bepaalde dingen,

315
00:18:29,970 --> 00:18:32,310
maar God antwoordt hun niet.

316
00:18:32,310 --> 00:18:36,930
In veel gevallen komt dat doordat ze
helemaal niet werkelijk eerlijk zijn.

317
00:18:36,930 --> 00:18:39,870
God is je geen enkel
antwoord verschuldigd,

318
00:18:39,870 --> 00:18:43,530
maar Hij schept er vreugde
in Zichzelf te openbaren

319
00:18:43,530 --> 00:18:46,350
aan mensen met een eerlijk en goed hart.

320
00:18:46,350 --> 00:18:49,470
Maar er zijn mensen die niet eerlijk zijn.

321
00:18:49,470 --> 00:18:54,450
Ze willen informatie van God, zodat
ze die vervolgens kunnen bekritiseren.

322
00:18:54,450 --> 00:18:58,110
Wat betreft de vraag: ‘Wat gaat
God doen met mensen die het

323
00:18:58,110 --> 00:19:00,510
Evangelie nooit hebben gehoord?’

324
00:19:00,510 --> 00:19:05,070
Er kunnen sommigen zijn die eerlijk het
antwoord op zo’n vraag willen weten.

325
00:19:05,070 --> 00:19:07,950
In de meeste gevallen
is dat echter niet zo.

326
00:19:07,950 --> 00:19:12,390
Ze willen alleen maar proberen een fout
te vinden in de leer dat iedereen over

327
00:19:12,390 --> 00:19:13,890
Christus moet horen.

328
00:19:13,890 --> 00:19:18,030
En ze willen het doen voorkomen
alsof God onrechtvaardig is

329
00:19:18,030 --> 00:19:21,570
als Hij mensen veroordeelt die
nooit een kans hebben gehad.

330
00:19:21,570 --> 00:19:24,870
Als ze eerlijk waren,
zouden ze moeten toegeven:

331
00:19:24,870 --> 00:19:28,830
‘Het maakt voor mij niet uit wat God
gaat doen met degenen die het niet hebben

332
00:19:28,830 --> 00:19:31,110
gehoord, want ik heb het wel gehoord.

333
00:19:31,110 --> 00:19:35,910
Daarom bevind ik mij in een positie
waarin God met mij zal handelen

334
00:19:35,910 --> 00:19:40,530
als iemand die het heeft gehoord, en
het is voor mij niet van belang hoe Hij

335
00:19:40,530 --> 00:19:43,530
handelt met degenen die
het niet hebben gehoord.’

336
00:19:43,530 --> 00:19:46,170
Heel vaak stellen mensen zulke vragen

337
00:19:46,170 --> 00:19:49,830
alleen maar om de werkelijkheid
te ontlopen dat zij bij God

338
00:19:49,830 --> 00:19:51,510
ter verantwoording staan.

339
00:19:51,510 --> 00:19:55,290
‘Ik wil het evangelie niet
aannemen, dus zal ik proberen een

340
00:19:55,290 --> 00:19:58,470
fout te vinden in de
aanspraken van het evangelie.

341
00:19:58,470 --> 00:20:01,650
Bijvoorbeeld dat God
onrechtvaardig zou zijn

342
00:20:01,650 --> 00:20:06,510
als Hij mensen die het evangelie nooit
hebben gehoord naar de hel liet gaan.’

343
00:20:06,510 --> 00:20:08,130
Dat is een uitvlucht.

344
00:20:08,130 --> 00:20:10,470
Dat is een bijkomstige kwestie.

345
00:20:10,470 --> 00:20:13,950
Evenzo is het misschien iets
eerlijker wanneer mensen zeggen:

346
00:20:13,950 --> 00:20:17,310
‘Hoe kan een goede God kwaad
in de wereld toelaten?’

347
00:20:17,310 --> 00:20:20,010
Veel mensen zouden dat
echt graag willen weten.

348
00:20:20,010 --> 00:20:23,070
Ik zou daar zelf ook graag
meer over willen weten.

349
00:20:23,070 --> 00:20:26,610
Maar veel mensen wachten tot
God hun een antwoord geeft

350
00:20:26,610 --> 00:20:29,490
voordat ze zich eerlijk
aan Hem zullen overgeven

351
00:20:29,490 --> 00:20:33,030
en zich zullen bekeren van
het kwaad in hun eigen leven.

352
00:20:33,030 --> 00:20:35,790
Ze zijn gewoon niet eerlijk tegenover God.

353
00:20:35,790 --> 00:20:40,590
Ze proberen uitvluchten te vinden
om zich niet aan God over te geven.

354
00:20:40,590 --> 00:20:45,090
Dat doen ze onder het mom van:
‘Ik heb meer informatie nodig.

355
00:20:45,090 --> 00:20:47,370
God moet mij iets uitleggen.

356
00:20:47,370 --> 00:20:50,310
Dit is een vraag die mij
voor een raadsel stelt.

357
00:20:50,310 --> 00:20:54,090
Ik kan niet echt geloven
voordat ik dit antwoord krijg.’

358
00:20:54,090 --> 00:20:57,090
Maar het feit is dat ze niet eerlijk zijn.

359
00:20:57,090 --> 00:20:58,950
Ze willen geen antwoord.

360
00:20:58,950 --> 00:21:00,270
Ze willen niet geloven.

361
00:21:00,270 --> 00:21:04,530
Ze zijn alleen maar blij dat ze een
vraag hebben die onbeantwoordbaar lijkt,

362
00:21:04,530 --> 00:21:09,330
zodat ze zich op hun gemak kunnen
voelen bij hun weigering om te geloven.

363
00:21:09,330 --> 00:21:12,990
Zo stonden de schriftgeleerden
en de Farizeeën erin.

364
00:21:12,990 --> 00:21:14,790
Ze wilden niet geloven.

365
00:21:14,790 --> 00:21:18,570
Ze wilden niet werkelijk
weten of Jezus van God kwam.

366
00:21:18,570 --> 00:21:22,770
Toen ze zeiden: ‘Op grond van
welke bevoegdheid doet U dit?’

367
00:21:22,770 --> 00:21:28,230
moeten ze zeker hebben vermoed dat Hij zou
zeggen: ‘Op grond van Gods bevoegdheid.’

368
00:21:28,230 --> 00:21:30,390
En ze wilden Hem dat horen zeggen.

369
00:21:30,390 --> 00:21:33,630
Maar ze wilden niet werkelijk
weten of het waar was.

370
00:21:33,630 --> 00:21:39,090
Ze wilden dat Hij het zei, zodat ze
Hem konden aanvallen omdat Hij dat zei.

371
00:21:39,090 --> 00:21:43,410
Ze waren er niet benieuwd naar of
Jezus werkelijk de Messias was,

372
00:21:43,410 --> 00:21:46,650
of Hij werkelijk een door
God gezonden profeet was,

373
00:21:46,650 --> 00:21:49,770
of Hij werkelijk het Woord
van God voor hen had,

374
00:21:49,770 --> 00:21:54,210
waaraan zij zich moesten onderwerpen
en dat zij moesten gehoorzamen.

375
00:21:54,210 --> 00:21:56,250
Dat was niet wat ze wilden.

376
00:21:56,250 --> 00:22:01,350
Daarom bracht Jezus hen in een positie
waarin ze moesten erkennen dat God

377
00:22:01,350 --> 00:22:06,810
al door Johannes de Doper had gesproken,
of erkennen dat Hij dat niet had gedaan.

378
00:22:06,810 --> 00:22:09,690
Als ze daar geen eerlijk
antwoord op wilden geven,

379
00:22:09,690 --> 00:22:13,350
dan gaven ze niet genoeg om de
waarheid om haar te verdienen.

380
00:22:13,350 --> 00:22:17,490
De Bijbel zegt in 2
Thessalonicenzen hoofdstuk 2:

381
00:22:17,490 --> 00:22:21,150
Wanneer mensen de liefde voor
de waarheid niet aannemen,

382
00:22:21,150 --> 00:22:25,770
zendt God hun een krachtige dwaling,
zodat zij de leugen geloven.

383
00:22:25,770 --> 00:22:29,190
Het betekent eenvoudigweg
dat als de waarheid niet

384
00:22:29,190 --> 00:22:32,910
belangrijk genoeg voor je
is, je haar niet verdient.

385
00:22:32,910 --> 00:22:36,930
God geeft de waarheid niet aan degenen
die haar lichtvaardig opvatten.

386
00:22:36,930 --> 00:22:41,550
Een vrouw zal zichzelf niet zomaar geven
aan een man die haar niet serieus neemt

387
00:22:41,550 --> 00:22:43,290
en haar niet waardeert.

388
00:22:43,290 --> 00:22:46,170
In de Schrift is de waarheid een vrouw.

389
00:22:46,170 --> 00:22:49,110
Wijsheid is een vrouw naar
wie gezocht moet worden

390
00:22:49,110 --> 00:22:51,150
en die gewaardeerd moet worden.

391
00:22:51,150 --> 00:22:54,990
Als zij niet gewaardeerd wordt,
kan zij niet verkregen worden.

392
00:22:54,990 --> 00:22:58,710
De Farizeeën waren godsdienstige
mensen die wilden dat alles

393
00:22:58,710 --> 00:23:02,010
volgens hun godsdienstige
systeem bleef doorgaan,

394
00:23:02,010 --> 00:23:06,810
zonder de onderbrekingen en problemen
die Jezus voor hen veroorzaakte.

395
00:23:06,810 --> 00:23:10,890
Het beste waarop ze konden hopen,
was dat ze een manier zouden vinden

396
00:23:10,890 --> 00:23:13,470
om Jezus in diskrediet te brengen.

397
00:23:13,470 --> 00:23:17,670
Ze wilden een manier vinden om Hem er
tegenover de mensen slecht uit te laten

398
00:23:17,670 --> 00:23:21,630
zien en te bewijzen dat Hij
werkelijk niet van God kwam.

399
00:23:21,630 --> 00:23:24,330
Zo konden ze Hem uit hun eigen denken

400
00:23:24,330 --> 00:23:27,810
en uit dat van het publiek
verdringen en verdergaan met

401
00:23:27,810 --> 00:23:30,270
hun godsdienstige bezigheden.

402
00:23:30,270 --> 00:23:33,630
Helaas heeft God er een handje
van onze godsdienst met een

403
00:23:33,630 --> 00:23:35,790
confrontatie te onderbreken.

404
00:23:35,790 --> 00:23:41,190
Wanneer wij niet in de waarheid zijn,
dringt de waarheid onze godsdienst binnen.

405
00:23:41,190 --> 00:23:45,990
Dan moeten we bereid zijn onze hele
kijk op de dingen te veranderen,

406
00:23:45,990 --> 00:23:50,610
zelfs als we iets van oudsher hebben
geloofd en in praktijk gebracht.

407
00:23:50,610 --> 00:23:54,990
Als we beseffen dat God met een
nieuw inzicht komt en dat de waarheid

408
00:23:54,990 --> 00:24:00,330
tegen ons getuigt, dan moeten we bereid
zijn onszelf te vernederen en de waarheid

409
00:24:00,330 --> 00:24:02,730
te aanvaarden zoals zij is.

410
00:24:02,730 --> 00:24:05,550
De overpriesters waren
niet bereid dit te doen.

411
00:24:05,550 --> 00:24:07,470
Er stond te veel op het spel.

412
00:24:07,470 --> 00:24:12,210
Hun hele leven draaide om hun godsdienst,
en Jezus bracht hun de waarheid

413
00:24:12,210 --> 00:24:14,310
en leverde kritiek op hen.

414
00:24:14,310 --> 00:24:17,490
Ze waren niet bereid die
kritiek te aanvaarden.

415
00:24:17,490 --> 00:24:21,510
In plaats daarvan probeerden ze de
boodschapper uit de weg te ruimen.

416
00:24:21,510 --> 00:24:24,510
Uiteindelijk kruisigden ze Hem inderdaad.

417
00:24:24,510 --> 00:24:29,730
Maar Hij wees erop dat hun huichelarij
nu eenmaal huichelarij was en hun

418
00:24:29,730 --> 00:24:32,610
geen recht gaf op een antwoord van Hem.

419
00:24:32,610 --> 00:24:35,730
God zal degenen die de
waarheid niet willen kennen

420
00:24:35,730 --> 00:24:38,850
en zich er niet aan willen
onderwerpen, geen antwoord geven.
