1
00:00:02,010 --> 00:00:04,470
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,470 --> 00:00:12,390
Deze keer behandelen we Mattheüs
21, vers 28 tot en met vers 46.

3
00:00:12,390 --> 00:00:17,490
Op de dinsdag van de lijdensweek, de
laatste week van Jezus’ aardse bediening,

4
00:00:17,490 --> 00:00:21,510
was Jezus verwikkeld in een confrontatie
met de godsdienstige leiders

5
00:00:21,510 --> 00:00:22,770
van Zijn tijd.

6
00:00:22,770 --> 00:00:27,630
Zij stonden vijandig tegenover Hem en
probeerden over het algemeen iets op Hem

7
00:00:27,630 --> 00:00:32,790
aan te merken en een of ander voorwendsel
te vinden om Hem te veroordelen.

8
00:00:32,790 --> 00:00:39,630
Volgens Mattheüs 21:23–27
kwamen ze bij Hem met een vraag.

9
00:00:39,630 --> 00:00:43,110
Ze betwistten Zijn recht om de
dingen te doen die Hij deed,

10
00:00:43,110 --> 00:00:48,450
namelijk dingen als de geldwisselaars
uit de tempel verdrijven. Ze zeiden:

11
00:00:48,450 --> 00:00:50,490
En toen Hij in de tempel gekomen was,

12
00:00:50,490 --> 00:00:54,210
kwamen de overpriesters en de
oudsten van het volk naar Hem toe,

13
00:00:54,210 --> 00:00:59,670
terwijl Hij onderwijs gaf, en zeiden:
Met welke bevoegdheid doet U deze dingen?

14
00:00:59,670 --> 00:01:02,430
En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven?

15
00:01:02,430 --> 00:01:03,690
Hij zei:

16
00:01:03,690 --> 00:01:10,170
Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ik zal
u ook één ding vragen; als u Mij dat zegt,

17
00:01:10,170 --> 00:01:14,070
zal Ik u ook zeggen met welke
bevoegdheid Ik deze dingen doe.

18
00:01:14,070 --> 00:01:19,350
De doop van Johannes, vanwaar was
die, uit de hemel of uit de mensen?

19
00:01:19,350 --> 00:01:24,630
En zij overlegden met elkaar, en
zeiden: Als wij zeggen: Uit de hemel,

20
00:01:24,630 --> 00:01:29,130
dan zal Hij tegen ons zeggen:
Waarom hebt u hem dan niet geloofd?

21
00:01:29,130 --> 00:01:34,230
Dat wilden ze niet doen, omdat beide
antwoorden nadelig voor hen zouden zijn.

22
00:01:34,230 --> 00:01:38,790
Als ze zeiden dat Johannes van God
kwam, zou Jezus eenvoudigweg zeggen:

23
00:01:38,790 --> 00:01:41,430
Nou, waarom geloofden jullie hem dan niet?

24
00:01:41,430 --> 00:01:43,830
Als ze zeiden dat
Johannes van mensen kwam,

25
00:01:43,830 --> 00:01:47,910
zouden ze een mening uitspreken die
waarschijnlijk hun werkelijke mening was.

26
00:01:47,910 --> 00:01:52,410
Maar ze wisten dat die mening buitengewoon
impopulair zou zijn bij het volk,

27
00:01:52,410 --> 00:01:55,470
dat Johannes als profeet zeer hoogachtte.

28
00:01:55,470 --> 00:01:58,110
Dus gingen ze terug naar Jezus en zeiden:

29
00:01:58,110 --> 00:02:01,950
En zij antwoordden Jezus en
zeiden: Wij weten het niet.

30
00:02:01,950 --> 00:02:07,230
Hij zei tegen hen: Dan zeg Ik u ook niet
met wat voor bevoegdheid Ik dit doe.

31
00:02:07,230 --> 00:02:08,550
Jezus zei:

32
00:02:08,550 --> 00:02:12,390
Nou, dan vertel Ik jullie ook niet
waar Mijn bevoegdheid vandaan komt.

33
00:02:12,390 --> 00:02:16,110
Wat Hij zegt, is: ‘Jullie
zijn niet eerlijk tegen Mij.

34
00:02:16,110 --> 00:02:18,750
Ik heb geen verdere
informatie voor jullie.’

35
00:02:18,750 --> 00:02:21,570
Hij vertelt echter wel
enkele gelijkenissen,

36
00:02:21,570 --> 00:02:25,410
en in zekere zin geeft Hij hun
toch belangrijke informatie.

37
00:02:25,410 --> 00:02:28,350
Hier staan drie
gelijkenissen achter elkaar.

38
00:02:28,350 --> 00:02:32,850
Ze zijn erg belangrijk omdat Jezus
daarin voorzegt wat er met Israël gaat

39
00:02:32,850 --> 00:02:34,710
gebeuren en waarom.

40
00:02:34,710 --> 00:02:38,730
De eerste gelijkenis die we
tegenkomen, zou de gelijkenis van de

41
00:02:38,730 --> 00:02:40,890
twee zonen genoemd kunnen worden.

42
00:02:40,890 --> 00:02:44,730
Daarna volgt de gelijkenis van de
slechte pachters van de wijngaard,

43
00:02:44,730 --> 00:02:48,150
en vervolgens staat aan
het begin van hoofdstuk 22

44
00:02:48,150 --> 00:02:51,030
een gelijkenis over het bruiloftsfeest.

45
00:02:51,030 --> 00:02:55,590
Al deze gelijkenissen die Jezus vertelt,
hebben iets te maken met de toestand van

46
00:02:55,590 --> 00:02:57,450
Israël in Zijn tijd.

47
00:02:57,450 --> 00:03:02,430
Bedenk dat het nog ongeveer drie dagen
duurde voordat Hij gekruisigd zou worden,

48
00:03:02,430 --> 00:03:04,830
toen Hij dit gesprek met hen voerde.

49
00:03:04,830 --> 00:03:09,030
De Joden zouden Hem kruisigen, en
dat zou gevolgen voor hen hebben,

50
00:03:09,030 --> 00:03:11,190
zeer ernstige gevolgen.

51
00:03:11,190 --> 00:03:13,950
Hij heeft daar het een
en ander over te zeggen.

52
00:03:13,950 --> 00:03:21,870
Maar laten we eens kijken naar een van
deze gelijkenissen, in Mattheüs 21:28–32.

53
00:03:21,870 --> 00:03:23,130
Jezus zei:

54
00:03:23,130 --> 00:03:28,950
Maar wat denkt u? Iemand had twee zonen,
en hij ging naar de eerste en zei: Zoon,

55
00:03:28,950 --> 00:03:31,170
ga vandaag in mijn wijngaard werken.

56
00:03:31,170 --> 00:03:34,470
Maar hij antwoordde en zei: Ik wil niet.

57
00:03:34,470 --> 00:03:36,930
Later kreeg hij berouw en ging erheen.

58
00:03:36,930 --> 00:03:41,310
En hij ging naar de tweede en zei
hetzelfde, en deze antwoordde en zei:

59
00:03:41,310 --> 00:03:44,730
Ik ga , heer! Maar hij ging niet.

60
00:03:44,730 --> 00:03:47,910
Wie van deze twee heeft de
wil van de vader gedaan?

61
00:03:47,910 --> 00:03:50,730
Zij zeiden tegen Hem: De eerste.

62
00:03:50,730 --> 00:03:56,430
Jezus zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u
dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan

63
00:03:56,430 --> 00:03:58,350
in het Koninkrijk van God.

64
00:03:58,350 --> 00:04:00,030
Ze zeiden tegen Hem:

65
00:04:00,030 --> 00:04:01,350
De eerste.

66
00:04:01,350 --> 00:04:03,270
Jezus zei tegen hen:

67
00:04:03,270 --> 00:04:06,750
Wie van deze twee heeft de
wil van de vader gedaan?

68
00:04:06,750 --> 00:04:09,870
Zij zeiden tegen Hem: De eerste.

69
00:04:09,870 --> 00:04:15,750
Jezus zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u
dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan

70
00:04:15,750 --> 00:04:17,790
in het Koninkrijk van God.

71
00:04:17,790 --> 00:04:21,630
Want Johannes is bij u gekomen
in de weg van de gerechtigheid,

72
00:04:21,630 --> 00:04:25,830
en u hebt hem niet geloofd; maar de
tollenaars en de hoeren hebben hem

73
00:04:25,830 --> 00:04:30,690
geloofd; en hoewel u dat zag, hebt
u later geen berouw gehad zodat ook

74
00:04:30,690 --> 00:04:32,130
u hem geloofde.

75
00:04:32,130 --> 00:04:35,670
Dit volgt natuurlijk op wat Hij
eerder tegen hen had gezegd:

76
00:04:35,670 --> 00:04:41,730
Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ik zal
u ook één ding vragen; als u Mij dat zegt,

77
00:04:41,730 --> 00:04:45,570
zal Ik u ook zeggen met welke
bevoegdheid Ik deze dingen doe.

78
00:04:45,570 --> 00:04:50,910
De doop van Johannes, vanwaar was
die, uit de hemel of uit de mensen?

79
00:04:50,910 --> 00:04:56,130
En zij overlegden met elkaar, en
zeiden: Als wij zeggen: Uit de hemel,

80
00:04:56,130 --> 00:05:00,450
dan zal Hij tegen ons zeggen:
Waarom hebt u hem dan niet geloofd?

81
00:05:00,450 --> 00:05:02,610
Ze wilden geen antwoord geven.

82
00:05:02,610 --> 00:05:06,810
Hij zegt: ‘Jullie wilden Johannes
eenvoudigweg niet geloven.

83
00:05:06,810 --> 00:05:10,050
Jullie lijken op die zoon
in de gelijkenis die zei:

84
00:05:10,050 --> 00:05:12,990
Ik ga, meneer, toen de vader zei:

85
00:05:12,990 --> 00:05:19,770
Maar wat denkt u? Iemand had twee zonen,
en hij ging naar de eerste en zei: Zoon,

86
00:05:19,770 --> 00:05:22,410
ga vandaag in mijn wijngaard werken.

87
00:05:22,410 --> 00:05:23,610
Hij zei:

88
00:05:23,610 --> 00:05:29,010
En hij ging naar de tweede en zei
hetzelfde, en deze antwoordde en zei:

89
00:05:29,010 --> 00:05:32,190
Ik ga , heer! Maar hij ging niet.

90
00:05:32,190 --> 00:05:36,270
maar hij ging nooit.’ Hij
diende zijn vader nooit echt.

91
00:05:36,270 --> 00:05:41,250
De tollenaars en de hoeren leken
meer op de zoon die, toen God zei:

92
00:05:41,250 --> 00:05:45,450
‘Ga naar Mijn wijngaard,’
antwoordde: ‘Geen sprake van.

93
00:05:45,450 --> 00:05:50,850
Ik ga U niet gehoorzamen,’ maar
daarna berouw kreeg en het wel deed.

94
00:05:50,850 --> 00:05:54,030
Tollenaars, hoeren en
dat soort mensen waren

95
00:05:54,030 --> 00:05:58,290
mensen die Gods wetten en
Gods geboden overtraden.

96
00:05:58,290 --> 00:06:02,250
Maar toen ze Johannes hoorden
prediken, en velen van hen later

97
00:06:02,250 --> 00:06:06,810
Jezus hoorden prediken, keerden ze
zich af van hun slechte levenswandel

98
00:06:06,810 --> 00:06:09,150
en werden ze volgelingen van Hem.

99
00:06:09,150 --> 00:06:14,310
De overpriesters en de Farizeeën hadden
geen enkel respect voor deze mensen,

100
00:06:14,310 --> 00:06:20,430
deze tollenaars en prostituees die zich
hadden bekeerd en nu Jezus volgden.

101
00:06:20,430 --> 00:06:23,430
Ze beschouwden hen als
het uitschot van de aarde.

102
00:06:23,430 --> 00:06:29,430
Maar Jezus zei dat zij in werkelijkheid
degenen zijn die de wil van de Vader doen.

103
00:06:29,430 --> 00:06:34,110
Er zijn twee zonen, die allebei
van hun vader te horen krijgen:

104
00:06:34,110 --> 00:06:36,330
‘Ga in de wijngaard werken.’

105
00:06:36,330 --> 00:06:40,230
De volgende gelijkenis gaat
ook over een wijngaard.

106
00:06:40,230 --> 00:06:44,250
Israël is de wijngaard,
en in de wijngaard werken

107
00:06:44,250 --> 00:06:49,830
zou betekenen dat je in Israël werkt en
daar doet wat God wil dat er gedaan wordt.

108
00:06:49,830 --> 00:06:52,830
Wat wilde God dat er
in Israël gedaan werd?

109
00:06:52,830 --> 00:06:57,030
God wilde dat Israël gerechtigheid
en recht voortbracht.

110
00:06:57,030 --> 00:07:02,430
Hij wilde dat Zijn volk zich daarvoor
inzette, heilig was en Hem verheerlijkte.

111
00:07:02,430 --> 00:07:08,250
Sommigen zeiden: ‘Goed, God, we zullen
het doen,’ zoals de zoon die zei: ‘Ik ga.

112
00:07:08,250 --> 00:07:10,950
Ik ben onderweg,’ maar nooit ging.

113
00:07:10,950 --> 00:07:15,270
Er zijn mensen die beweren God te
gehoorzamen, maar dat niet doen.

114
00:07:15,270 --> 00:07:19,950
Ze beweren de wil van God te doen en
doen allerlei godsdienstige dingen,

115
00:07:19,950 --> 00:07:22,950
zodat het lijkt alsof
ze de wil van God doen.

116
00:07:22,950 --> 00:07:25,410
Maar ze gehoorzamen Hem nooit echt.

117
00:07:25,410 --> 00:07:28,230
Ze onderwerpen zich
nooit werkelijk aan Hem.

118
00:07:28,230 --> 00:07:30,630
Dat was het geval met de overpriesters.

119
00:07:30,630 --> 00:07:35,730
Maar er zijn anderen die heel duidelijk
God niet volgen en ook niet doen alsof.

120
00:07:35,730 --> 00:07:37,770
Over de eerste zoon staat er:

121
00:07:37,770 --> 00:07:40,890
Maar hij antwoordde en zei: Ik wil niet.

122
00:07:40,890 --> 00:07:43,410
Later kreeg hij berouw en ging erheen.

123
00:07:43,410 --> 00:07:46,890
en ze gaan hun eigen
gang. Ze doen niet alsof.

124
00:07:46,890 --> 00:07:48,870
Ze zijn geen huichelaars.

125
00:07:48,870 --> 00:07:51,210
Ze doen niet alsof ze gehoorzamen.

126
00:07:51,210 --> 00:07:53,370
Ze zijn niet godsdienstig.

127
00:07:53,370 --> 00:07:55,230
Ze leven in hun zonden.

128
00:07:55,230 --> 00:08:00,210
Maar als ze zich later bekeren, is hun
latere toestand toch beter dan de toestand

129
00:08:00,210 --> 00:08:01,710
van de eerste groep.

130
00:08:01,710 --> 00:08:04,830
Het is beter iemand te
zijn die ongehoorzaam was,

131
00:08:04,830 --> 00:08:09,210
zich daarna bekeerde en nu
gehoorzaam is, dan iemand te zijn

132
00:08:09,210 --> 00:08:13,170
die al die tijd alleen maar heeft
gedaan alsof hij gehoorzaam was,

133
00:08:13,170 --> 00:08:15,030
maar dat nooit is geweest.

134
00:08:15,030 --> 00:08:18,330
Jezus zei dat de godsdienstige
leiders van Israël

135
00:08:18,330 --> 00:08:22,410
behoorden tot het soort mensen dat
deed alsof het God gehoorzaamde,

136
00:08:22,410 --> 00:08:23,490
maar dat niet deed.

137
00:08:23,490 --> 00:08:29,190
De zondaars, de tollenaars en de hoeren
die zich bekeerden toen Johannes predikte,

138
00:08:29,190 --> 00:08:32,190
waren als mensen die de wil
van God hadden verworpen,

139
00:08:32,190 --> 00:08:35,790
maar daarna van gedachten
veranderden en terugkwamen.

140
00:08:35,790 --> 00:08:37,950
Jezus zei tegen de overpriesters:

141
00:08:37,950 --> 00:08:41,370
Want Johannes is bij u gekomen
in de weg van de gerechtigheid,

142
00:08:41,370 --> 00:08:45,570
en u hebt hem niet geloofd; maar de
tollenaars en de hoeren hebben hem

143
00:08:45,570 --> 00:08:49,950
geloofd; en hoewel u dat zag,
hebt u later geen berouw gehad

144
00:08:49,950 --> 00:08:52,110
zodat ook u hem geloofde.

145
00:08:52,110 --> 00:08:56,430
Met andere woorden, jullie zagen
dat sommige mensen behoud ontvingen,

146
00:08:56,430 --> 00:08:58,830
maar jullie volgden hun voorbeeld niet.

147
00:08:58,830 --> 00:09:01,950
Jullie zagen dat sommige
mensen God gehoorzaamden,

148
00:09:01,950 --> 00:09:06,690
maar jullie probeerden je niet bij hen
aan te sluiten of tot hen te behoren.

149
00:09:06,690 --> 00:09:11,610
Jezus vertelt deze andere gelijkenis,
die ook over een wijngaard gaat.

150
00:09:11,610 --> 00:09:15,330
Die staat in Mattheüs 21:33:

151
00:09:15,330 --> 00:09:17,790
Luister naar een andere gelijkenis.

152
00:09:17,790 --> 00:09:22,170
Er was iemand, een heer des
huizes, die een wijngaard plantte.

153
00:09:22,170 --> 00:09:26,850
Hij zette er een omheining omheen,
groef er een wijnpersbak in uit

154
00:09:26,850 --> 00:09:28,590
en bouwde een toren.

155
00:09:28,590 --> 00:09:32,430
En hij verhuurde hem aan landbouwers
en ging naar het buitenland.

156
00:09:32,430 --> 00:09:36,090
Laat me dit uitleggen voordat
ik verder lees in de gelijkenis.

157
00:09:36,090 --> 00:09:40,950
In Israël waren er in die tijd mensen die
rijk genoeg waren om land te bezitten,

158
00:09:40,950 --> 00:09:44,670
en mensen die niet rijk genoeg
waren om land te bezitten.

159
00:09:44,670 --> 00:09:48,090
Een van de manieren waarop die laatste
groep in zijn levensonderhoud kon

160
00:09:48,090 --> 00:09:52,290
voorzien, was door een deel van het land
van een landeigenaar te pachten en dat te

161
00:09:52,290 --> 00:09:56,670
bewerken, of er, zoals in dit
geval, een wijngaard aan te planten.

162
00:09:56,670 --> 00:09:59,250
Vervolgens betaalden ze
de pacht voor het land

163
00:09:59,250 --> 00:10:02,730
met een bepaald percentage
van wat het land voortbracht.

164
00:10:02,730 --> 00:10:06,750
De pachters op het land mochten de
winst houden van wat ze voortbrachten,

165
00:10:06,750 --> 00:10:10,050
maar een deel van de opbrengst
moest als pacht voor het land

166
00:10:10,050 --> 00:10:12,510
aan de landeigenaar worden gegeven.

167
00:10:12,510 --> 00:10:14,190
Dat is wat we hier hebben.

168
00:10:14,190 --> 00:10:18,210
Een man plantte een wijngaard aan
en verpachtte die aan pachters.

169
00:10:18,210 --> 00:10:22,890
De afspraak was dat zij hem ieder jaar
tijdens de druivenoogst een deel van de

170
00:10:22,890 --> 00:10:26,790
druiven of de wijn moesten geven als
onderdeel van de pacht die ze voor

171
00:10:26,790 --> 00:10:28,230
zijn land betaalden.

172
00:10:28,230 --> 00:10:30,810
De eigenaar stuurt zijn dienaren naar deze

173
00:10:30,810 --> 00:10:34,710
wijnbouwers om de opbrengst
ervan in ontvangst te nemen.

174
00:10:34,710 --> 00:10:39,750
En de landbouwers namen zijn dienaren,
sloegen de één, doodden een ander,

175
00:10:39,750 --> 00:10:41,550
en stenigden een derde.

176
00:10:41,550 --> 00:10:45,570
Nogmaals stuurde hij andere dienaren,
meer in aantal dan de eerste,

177
00:10:45,570 --> 00:10:48,150
en zij deden met hen hetzelfde.

178
00:10:48,150 --> 00:10:51,210
Ten slotte stuurde hij zijn
zoon naar hen toe en zei:

179
00:10:51,210 --> 00:10:53,670
Voor mijn zoon zullen zij ontzag hebben.

180
00:10:53,670 --> 00:10:57,870
Maar toen de landbouwers de zoon
zagen, zeiden zij onder elkaar:

181
00:10:57,870 --> 00:10:59,610
Dit is de erfgenaam.

182
00:10:59,610 --> 00:11:03,450
Kom, laten we hem doden en zijn
erfenis voor onszelf houden.

183
00:11:03,450 --> 00:11:08,611
Toen ze hem gegrepen hadden, wierpen zij
hem buiten de wijngaard en doodden hem .

184
00:11:08,611 --> 00:11:13,530
Wanneer dan de heer van de wijngaard komen
zal, wat zal hij met die landbouwers doen?

185
00:11:13,530 --> 00:11:15,990
Wat beeldt deze gelijkenis uit?

186
00:11:15,990 --> 00:11:19,710
Over de identiteit van de
wijngaard kan geen twijfel bestaan.

187
00:11:19,710 --> 00:11:21,750
De gelijkenis begint zo:

188
00:11:21,750 --> 00:11:23,910
Luister naar een andere gelijkenis.

189
00:11:23,910 --> 00:11:27,930
Er was iemand, een heer des
huizes, die een wijngaard plantte.

190
00:11:27,930 --> 00:11:32,370
Hij zette er een omheining omheen,
groef er een wijnpersbak in uit

191
00:11:32,370 --> 00:11:34,050
en bouwde een toren.

192
00:11:34,050 --> 00:11:37,830
En hij verhuurde hem aan landbouwers
en ging naar het buitenland.

193
00:11:37,830 --> 00:11:40,050
Toen de tijd van de vruchten naderde,

194
00:11:40,050 --> 00:11:44,370
stuurde hij zijn dienaren naar de
landbouwers om zijn vruchten te ontvangen.

195
00:11:44,370 --> 00:11:49,050
De bijzonderheden waarmee deze gelijkenis
begint, zijn zo gekozen dat ze lijken op

196
00:11:49,050 --> 00:11:54,270
een gelijkenis in het boek Jesaja, die
op een heel vergelijkbare manier begint.

197
00:11:54,270 --> 00:11:58,110
In Jesaja, hoofdstuk 5, staat in vers 1:

198
00:11:58,110 --> 00:12:00,750
Ik wil graag voor mijn Beminde zingen,

199
00:12:00,750 --> 00:12:03,810
een lied van mijn Geliefde
over Zijn wijngaard.

200
00:12:03,810 --> 00:12:07,410
Mijn Beminde had een wijngaard
op een vruchtbare heuvel.

201
00:12:07,410 --> 00:12:08,490
Vers 2:

202
00:12:08,490 --> 00:12:12,030
Hij spitte hem om en
zuiverde hem van stenen,

203
00:12:12,030 --> 00:12:14,790
Hij beplantte hem met edele wijnstokken.

204
00:12:14,790 --> 00:12:19,710
In het midden ervan bouwde Hij een toren,
en hakte ook een perskuip daarin uit.

205
00:12:19,710 --> 00:12:22,590
Hij verwachtte dat hij goede
druiven zou voortbrengen,

206
00:12:22,590 --> 00:12:25,290
maar hij bracht stinkende druiven voort.

207
00:12:25,290 --> 00:12:29,250
Hier plant God Zijn wijngaard
en verwacht Hij goede druiven,

208
00:12:29,250 --> 00:12:31,470
maar Hij kreeg wilde druiven.

209
00:12:31,470 --> 00:12:33,990
Jesaja 5:7 zegt:

210
00:12:33,990 --> 00:12:38,790
Want de wijngaard van de HEERE van de
legermachten is het huis van Israël,

211
00:12:38,790 --> 00:12:41,970
en de mannen van Juda
zijn Zijn lievelingsplant.

212
00:12:41,970 --> 00:12:47,430
Hij verwachtte goed bestuur, maar zie,
het werd bloedbestuur, gerechtigheid,

213
00:12:47,430 --> 00:12:49,950
maar zie, het werd geschreeuw.

214
00:12:49,950 --> 00:12:52,110
—dit is de vrucht die Hij wil—

215
00:12:52,110 --> 00:12:54,990
God zocht recht en gerechtigheid.

216
00:12:54,990 --> 00:12:59,850
Dat is de vrucht die Hij wilde, en Hij
plantte een wijngaard, namelijk Israël,

217
00:12:59,850 --> 00:13:01,170
om die voort te brengen.

218
00:13:01,170 --> 00:13:06,030
Hier zien we dat Jezus dezelfde
beeldspraak gebruikt: een wijngaard,

219
00:13:06,030 --> 00:13:09,990
een omheining eromheen,
een wijnpers en een toren.

220
00:13:09,990 --> 00:13:13,530
Het is allemaal hetzelfde
als in Jesaja, hoofdstuk 5.

221
00:13:13,530 --> 00:13:17,370
Jezus geeft er echter een iets
andere wending aan. Hij zegt:

222
00:13:17,370 --> 00:13:19,650
Luister naar een andere gelijkenis.

223
00:13:19,650 --> 00:13:24,210
Er was iemand, een heer des
huizes, die een wijngaard plantte.

224
00:13:24,210 --> 00:13:28,950
Hij zette er een omheining omheen,
groef er een wijnpersbak in uit

225
00:13:28,950 --> 00:13:30,690
en bouwde een toren.

226
00:13:30,690 --> 00:13:34,590
En hij verhuurde hem aan landbouwers
en ging naar het buitenland.

227
00:13:34,590 --> 00:13:36,750
Toen de tijd van de vruchten naderde,

228
00:13:36,750 --> 00:13:41,070
stuurde hij zijn dienaren naar de
landbouwers om zijn vruchten te ontvangen.

229
00:13:41,070 --> 00:13:45,690
De wijnbouwers vertegenwoordigen
de leiders van Israël in elke tijd.

230
00:13:45,690 --> 00:13:49,170
Zij zijn degenen die het volk
zo op de weg van gerechtigheid

231
00:13:49,170 --> 00:13:54,270
en recht moeten leiden dat God tevreden
kan zijn met de vrucht van dat volk.

232
00:13:54,270 --> 00:13:57,390
Over het algemeen waren de
leiders van Israël echter meestal

233
00:13:57,390 --> 00:13:59,250
geen rechtvaardige mannen.

234
00:13:59,250 --> 00:14:02,790
De koningen van Israël
waren goddeloze mannen.

235
00:14:02,790 --> 00:14:04,770
De rechters waren corrupt.

236
00:14:04,770 --> 00:14:08,610
De priesters en vele anderen
die in Israël gezag hadden,

237
00:14:08,610 --> 00:14:12,750
waren gedurende hun hele
geschiedenis goddeloze mannen.

238
00:14:12,750 --> 00:14:16,770
God stuurde Zijn boodschappers om
de vrucht in ontvangst te nemen.

239
00:14:16,770 --> 00:14:20,850
Deze boodschappers waren de
profeten in het Oude Testament.

240
00:14:20,850 --> 00:14:25,350
De boodschap van de profeten was
gewoonlijk: God verlangt recht,

241
00:14:25,350 --> 00:14:29,550
God verlangt barmhartigheid,
God verlangt gerechtigheid.

242
00:14:29,550 --> 00:14:33,870
Met andere woorden, zij vroegen de
pachters van de wijngaard om de vrucht

243
00:14:33,870 --> 00:14:35,070
voort te brengen.

244
00:14:35,070 --> 00:14:39,810
En toch werden de profeten precies
zo behandeld als Jezus zei.

245
00:14:39,810 --> 00:14:44,850
Sommigen werden geslagen, sommigen
werden gedood, sommigen werden gestenigd.

246
00:14:44,850 --> 00:14:48,450
Hij stuurde anderen, er
werden meer profeten gestuurd,

247
00:14:48,450 --> 00:14:50,610
en met hen deden ze hetzelfde.

248
00:14:50,610 --> 00:14:54,330
Zo stuurde God gedurende de hele
periode van het Oude Testament

249
00:14:54,330 --> 00:14:58,590
Zijn profeten naar Israël om te
proberen hen ertoe te bewegen

250
00:14:58,590 --> 00:15:01,710
de vrucht van recht en
gerechtigheid voort te brengen.

251
00:15:01,710 --> 00:15:03,270
Toen zei Jezus:

252
00:15:03,270 --> 00:15:07,950
En de landbouwers namen zijn dienaren,
sloegen de één, doodden een ander,

253
00:15:07,950 --> 00:15:09,750
en stenigden een derde.

254
00:15:09,750 --> 00:15:14,130
Nogmaals stuurde hij andere dienaren,
meer in aantal dan de eerste,

255
00:15:14,130 --> 00:15:16,530
en zij deden met hen hetzelfde.

256
00:15:16,530 --> 00:15:19,830
Ten slotte stuurde hij zijn
zoon naar hen toe en zei:

257
00:15:19,830 --> 00:15:22,590
Voor mijn zoon zullen zij ontzag hebben.

258
00:15:22,590 --> 00:15:26,850
Maar toen de landbouwers de zoon
zagen, zeiden zij onder elkaar:

259
00:15:26,850 --> 00:15:28,650
Dit is de erfgenaam.

260
00:15:28,650 --> 00:15:32,850
Kom, laten we hem doden en zijn
erfenis voor onszelf houden.

261
00:15:32,850 --> 00:15:38,011
Toen ze hem gegrepen hadden, wierpen zij
hem buiten de wijngaard en doodden hem .

262
00:15:38,011 --> 00:15:43,530
Wanneer dan de heer van de wijngaard komen
zal, wat zal hij met die landbouwers doen?

263
00:15:43,530 --> 00:15:46,830
Dat brengt ons in de geschiedenis
duidelijk voorbij de tijd van de

264
00:15:46,830 --> 00:15:50,730
profeten van het Oude Testament,
naar de komst van Jezus.

265
00:15:50,730 --> 00:15:55,770
Merk je op dat Jezus zei: ‘Als laatste
van allen stuurde hij zijn zoon’?

266
00:15:55,770 --> 00:15:58,110
Dat is iets heel belangrijks.

267
00:15:58,110 --> 00:16:02,970
Veertienhonderd jaar lang, vanaf de
tijd van Mozes tot de tijd van Christus,

268
00:16:02,970 --> 00:16:06,870
gaf God Israël die gelegenheid
om de vrucht voort te brengen.

269
00:16:06,870 --> 00:16:10,470
God stuurde profeten om haar
aan te moedigen dat te doen.

270
00:16:10,470 --> 00:16:14,970
Israël gehoorzaamde niet, maar
Hij stuurde steeds meer profeten.

271
00:16:14,970 --> 00:16:18,210
Ze sloegen de profeten
en doodden de profeten,

272
00:16:18,210 --> 00:16:20,970
maar God bleef meer profeten sturen.

273
00:16:20,970 --> 00:16:24,690
Maar als laatste van allen
stuurde Hij Zijn Zoon.

274
00:16:24,690 --> 00:16:27,990
Dat ‘als laatste van
allen’ is heel veelzeggend,

275
00:16:27,990 --> 00:16:33,330
want het betekent hetzelfde als wat Jezus
zei toen Hij de vijgenboom vervloekte:

276
00:16:33,330 --> 00:16:37,530
En Jezus antwoordde en zei tegen
hem: Laat niemand meer vrucht van u

277
00:16:37,530 --> 00:16:39,570
eten in eeuwigheid!

278
00:16:39,570 --> 00:16:41,490
En Zijn discipelen hoorden het.

279
00:16:41,490 --> 00:16:46,470
De verwerping van Jezus was de
laatste kans die Israël, als natie,

280
00:16:46,470 --> 00:16:50,310
ooit zou krijgen om als
natie Gods volk te zijn.

281
00:16:50,310 --> 00:16:54,510
Dat betekent niet dat Joodse mensen
tegenwoordig niet behouden kunnen worden,

282
00:16:54,510 --> 00:16:55,710
verre van dat.

283
00:16:55,710 --> 00:17:00,030
De apostel Paulus was een Jood,
de discipelen waren Joden,

284
00:17:00,030 --> 00:17:02,310
en er zijn veel behouden Joden.

285
00:17:02,310 --> 00:17:07,050
Maar Joden moeten tegenwoordig op dezelfde
manier behouden worden als heidenen:

286
00:17:07,050 --> 00:17:10,650
niet als onderdeel van Israël,
maar doordat ieder van hen

287
00:17:10,650 --> 00:17:14,970
persoonlijk behouden wordt door zich
in geloof tot Christus te keren.

288
00:17:14,970 --> 00:17:19,770
In het Oude Testament werd de hele
natie Israël beschouwd als Gods volk,

289
00:17:19,770 --> 00:17:21,510
maar dat is niet langer waar.

290
00:17:21,510 --> 00:17:25,170
Want God stuurde hun als laatste
van allen Zijn Zoon en zei:

291
00:17:25,170 --> 00:17:27,870
Mijn zoon zullen ze vast wel respecteren.

292
00:17:27,870 --> 00:17:31,830
En toen de wijnbouwers de zoon
zagen, zeiden ze tegen elkaar:

293
00:17:31,830 --> 00:17:33,510
Dit is de erfgenaam.

294
00:17:33,510 --> 00:17:38,130
Kom, laten we hem doden en zijn
erfenis voor onszelf inpikken.

295
00:17:38,130 --> 00:17:42,750
Ze grepen hem, wierpen hem buiten
de wijngaard en doodden hem.

296
00:17:42,750 --> 00:17:45,150
Dit is natuurlijk een
voorstelling van de manier

297
00:17:45,150 --> 00:17:48,030
waarop de leiders van
Israël Jezus behandelden,

298
00:17:48,030 --> 00:17:51,990
op dezelfde manier als hun voorouders
de profeten hadden behandeld.

299
00:17:51,990 --> 00:17:56,190
Het idee hier is dat ze zagen
dat Jezus de erfgenaam was.

300
00:17:56,190 --> 00:17:59,310
Dat wil zeggen: Hij was
de Zoon van de eigenaar.

301
00:17:59,310 --> 00:18:05,310
Ze zagen Jezus, de Zoon van God, komen en
Gods belangen en Gods eisen aan de leiders

302
00:18:05,310 --> 00:18:07,170
van Israël voorhouden.

303
00:18:07,170 --> 00:18:08,970
Dat stond hun niet aan.

304
00:18:08,970 --> 00:18:13,410
Als ze Jezus hadden erkend, hadden
ze Hem als Koning moeten toelaten.

305
00:18:13,410 --> 00:18:15,270
En wat zou dat met hen doen?

306
00:18:15,270 --> 00:18:18,030
Wat zou dat met hun gezagsposities doen?

307
00:18:18,030 --> 00:18:22,230
Zij waren beslist niet het soort mensen
dat Hij aan de macht zou stellen.

308
00:18:22,230 --> 00:18:25,650
Daarom konden ze, aangezien ze
de macht al in handen hadden,

309
00:18:25,650 --> 00:18:27,990
hooguit hopen Hem uit de weg te ruimen.

310
00:18:27,990 --> 00:18:31,890
Dan konden ze de machtspositie
behouden die Hij kwam innemen.

311
00:18:31,890 --> 00:18:35,370
Hij was de Koning der koningen,
maar zij wilden Hem doden,

312
00:18:35,370 --> 00:18:37,650
zodat zij het gezag konden behouden.

313
00:18:37,650 --> 00:18:39,330
Ze zeiden in feite:

314
00:18:39,330 --> 00:18:43,470
Maar toen de landbouwers de zoon
zagen, zeiden zij onder elkaar:

315
00:18:43,470 --> 00:18:45,210
Dit is de erfgenaam.

316
00:18:45,210 --> 00:18:49,470
Kom, laten we hem doden en zijn
erfenis voor onszelf houden.

317
00:18:49,470 --> 00:18:51,330
Dat was hun drijfveer.

318
00:18:51,330 --> 00:18:53,790
Ze wilden zich niet aan
Christus onderwerpen

319
00:18:53,790 --> 00:18:57,990
en hun eigen gezagsposities
opgeven, dus doodden ze Hem.

320
00:18:57,990 --> 00:19:03,630
Nadat Jezus deze gelijkenis had beëindigd,
stelde Hij in vers 40 deze vraag:

321
00:19:03,630 --> 00:19:08,850
Wanneer dan de heer van de wijngaard komen
zal, wat zal hij met die landbouwers doen?

322
00:19:08,850 --> 00:19:13,410
Hij laat het aan Zijn toehoorders over om
te bepalen wat een rechtvaardige straf zou

323
00:19:13,410 --> 00:19:17,190
zijn voor zulke goddeloze
mannen als degenen die in deze

324
00:19:17,190 --> 00:19:19,230
gelijkenis worden beschreven.

325
00:19:19,230 --> 00:19:21,690
Zijn toehoorders geven dit antwoord:

326
00:19:21,690 --> 00:19:26,250
Zij zeiden tegen Hem: Hij zal die
kwaaddoeners een kwade dood doen sterven

327
00:19:26,250 --> 00:19:29,250
en zal de wijngaard aan
andere landbouwers verhuren,

328
00:19:29,250 --> 00:19:31,950
die hem de vruchten op
hun tijd zullen geven.

329
00:19:31,950 --> 00:19:34,590
Ze beseften niet dat Hij het over hen had.

330
00:19:34,590 --> 00:19:38,130
Daarom hadden ze het over zichzelf toen
ze zeiden dat de eigenaar van de wijngaard

331
00:19:38,130 --> 00:19:42,150
zou komen, die mensen jammerlijk zou
ombrengen en de wijngaard aan iemand

332
00:19:42,150 --> 00:19:43,590
anders zou geven.

333
00:19:43,590 --> 00:19:44,970
Natuurlijk zei Jezus:

334
00:19:44,970 --> 00:19:48,570
Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk
van God van u weggenomen zal worden

335
00:19:48,570 --> 00:19:51,810
en aan een volk gegeven dat
de vruchten ervan voortbrengt.

336
00:19:51,810 --> 00:19:55,170
Het punt hier is dat
Jezus deze mensen ertoe

337
00:19:55,170 --> 00:19:58,530
bracht hun eigen oordeel
over zichzelf uit te spreken.

338
00:19:58,530 --> 00:20:00,870
Dat deed Hij door een
gelijkenis te vertellen

339
00:20:00,870 --> 00:20:03,990
waarvan ze niet beseften
dat die over henzelf ging.

340
00:20:03,990 --> 00:20:07,830
Daardoor verblindde hun menselijke
eigenbelang hen niet bij het vormen van

341
00:20:07,830 --> 00:20:09,750
een objectief oordeel.

342
00:20:09,750 --> 00:20:14,070
Als iemand zegt: ‘Welke straf denk je dat
je verdient voor de verkeerde dingen die

343
00:20:14,070 --> 00:20:18,510
je hebt gedaan?’, dan is de kans groot
dat je jezelf gaat rechtvaardigen,

344
00:20:18,510 --> 00:20:23,130
uitvluchten bedenkt, je schuld kleiner
maakt en jezelf er vrij gemakkelijk van

345
00:20:23,130 --> 00:20:24,570
af laat komen.

346
00:20:24,570 --> 00:20:28,170
Maar als je denkt dat je een verhaal
hoort over iemand anders dan jezelf,

347
00:20:28,170 --> 00:20:32,430
ben je misschien objectiever en besef
je hoe zwaar de straf is die de persoon

348
00:20:32,430 --> 00:20:33,930
in kwestie verdient.

349
00:20:33,930 --> 00:20:37,830
Weet je nog dat David overspel
had gepleegd met Bathseba en haar

350
00:20:37,830 --> 00:20:39,210
man had vermoord?

351
00:20:39,210 --> 00:20:43,710
De profeet Nathan kwam naar hem toe en
zei dat er een arme man was die een schaap

352
00:20:43,710 --> 00:20:48,090
had, en het was het huisdier van
het gezin. Hij had er maar één.

353
00:20:48,090 --> 00:20:52,470
Aan de overkant woonde een andere man
die rijk was en een grote kudde had,

354
00:20:52,470 --> 00:20:54,210
met allerlei schapen.

355
00:20:54,210 --> 00:20:56,730
Deze rijke man kreeg een gast op bezoek

356
00:20:56,730 --> 00:21:00,570
en wilde hem bij het avondeten
wat lamsvlees voorzetten.

357
00:21:00,570 --> 00:21:03,390
Daarom doodde hij het
ene lam van zijn buurman

358
00:21:03,390 --> 00:21:06,510
in plaats van een van zijn
eigen schapen te doden.

359
00:21:06,510 --> 00:21:08,670
David was woedend en zei:

360
00:21:08,670 --> 00:21:10,350
Die man moet dood.

361
00:21:10,350 --> 00:21:13,110
Nathan had dit voorgesteld
alsof het een werkelijke

362
00:21:13,110 --> 00:21:15,570
zaak van iemand in het koninkrijk betrof,

363
00:21:15,570 --> 00:21:20,190
en aan David werd als koning gevraagd
daarover een oordeel te vellen.

364
00:21:20,190 --> 00:21:22,170
David was herder geweest.

365
00:21:22,170 --> 00:21:27,150
Hij had vaak zijn slaap opgeofferd om te
voorkomen dat er schapen werden gestolen.

366
00:21:27,150 --> 00:21:28,950
Dat lag gevoelig bij hem.

367
00:21:28,950 --> 00:21:32,610
Toen hem een verhaal werd verteld over
iemand van wie het enige schaap werd

368
00:21:32,610 --> 00:21:36,750
gestolen door een man die het niet
eens nodig had omdat hij er vele had,

369
00:21:36,750 --> 00:21:38,790
werd hij woedend en zei hij:

370
00:21:38,790 --> 00:21:40,590
Die man moet dood.

371
00:21:40,590 --> 00:21:42,330
Toen zei Nathan natuurlijk:

372
00:21:42,330 --> 00:21:43,890
Jij bent die man.

373
00:21:43,890 --> 00:21:48,510
Daarmee bedoelde hij: jij hebt in
wezen gedaan wat deze man heeft gedaan,

374
00:21:48,510 --> 00:21:51,870
en nu heb je het oordeel
over jezelf uitgesproken.

375
00:21:51,870 --> 00:21:53,970
Nathan vertelde het verhaal op die manier

376
00:21:53,970 --> 00:21:57,630
omdat hij het natuurlijke
eigenbelang moest zien te omzeilen.

377
00:21:57,630 --> 00:22:01,170
Dat eigenbelang zou er waarschijnlijk
voor hebben gezorgd dat David

378
00:22:01,170 --> 00:22:04,350
zijn eigen zaak niet helemaal
objectief beoordeelde.

379
00:22:04,350 --> 00:22:08,310
Als je denkt dat je een oordeel
velt over iemand anders dan jezelf,

380
00:22:08,310 --> 00:22:10,290
ben je eerder objectief.

381
00:22:10,290 --> 00:22:14,490
Dat is wat Jezus hier met deze
overpriesters en Farizeeën deed.

382
00:22:14,490 --> 00:22:17,970
Hij vertelde hun een verhaal
over een aantal door en door

383
00:22:17,970 --> 00:22:23,070
verdorven mannen die ten onrechte dienaren
doodden en zelfs de zoon van de eigenaar

384
00:22:23,070 --> 00:22:26,010
van de wijngaard doodden. Hij zei:

385
00:22:26,010 --> 00:22:28,290
Wat moet hij nu met die mensen doen?

386
00:22:28,290 --> 00:22:29,490
Zij zeiden:

387
00:22:29,490 --> 00:22:34,470
Zij zeiden tegen Hem: Hij zal die
kwaaddoeners een kwade dood doen sterven

388
00:22:34,470 --> 00:22:37,650
en zal de wijngaard aan
andere landbouwers verhuren,

389
00:22:37,650 --> 00:22:40,170
die hem de vruchten op
hun tijd zullen geven.

390
00:22:40,170 --> 00:22:44,070
Ze spraken daarmee hun eigen
vonnis uit, en het was juist.

391
00:22:44,070 --> 00:22:48,210
Dat is wat hij behoorde te doen,
en dat is wat Hij zou gaan doen.

392
00:22:48,210 --> 00:22:51,630
Dat deed Hij trouwens in
het jaar 70 na Christus.

393
00:22:51,630 --> 00:22:54,090
God kwam om Israël te oordelen.

394
00:22:54,090 --> 00:22:56,310
Hij nam het koninkrijk van hen af.

395
00:22:56,310 --> 00:22:58,530
Hij nam hun land van hen af.

396
00:22:58,530 --> 00:23:01,350
Hij nam hun voorrechten van hen af.

397
00:23:01,350 --> 00:23:04,170
Hij gaf het aan iemand
anders, de gemeente,

398
00:23:04,170 --> 00:23:06,690
die de vruchten ervan zal voortbrengen.

399
00:23:06,690 --> 00:23:08,430
Jezus zei tegen hen:

400
00:23:08,430 --> 00:23:12,570
De steen die de bouwers verworpen
hadden, is tot een hoeksteen geworden.

401
00:23:12,570 --> 00:23:16,650
Dit is door de HEERE geschied,
het is wonderlijk in onze ogen.

402
00:23:16,650 --> 00:23:22,170
Het citaat komt uit Psalm
118, de verzen 22 en 23.

403
00:23:22,170 --> 00:23:26,550
Interessant genoeg werd enkele verzen
verderop in diezelfde Psalm al eerder in

404
00:23:26,550 --> 00:23:28,770
dit hoofdstuk door de mensen geciteerd,

405
00:23:28,770 --> 00:23:33,150
toen Jezus op een ezel Jeruzalem
binnenreed. Zij zeiden:

406
00:23:33,150 --> 00:23:35,910
Gezegend wie komt in de Naam van de HEERE!

407
00:23:35,910 --> 00:23:38,670
Wij zegenen u vanuit
het huis van de HEERE.

408
00:23:38,670 --> 00:23:41,490
Ook dat was een citaat uit Psalm 118.

409
00:23:41,490 --> 00:23:46,290
Nu citeert Hij die Psalm opnieuw en
zegt Hij tegen Zijn tegenstanders:

410
00:23:46,290 --> 00:23:50,970
Hebt u nooit gelezen in de Schriften: De
steen die de bouwers verworpen hadden,

411
00:23:50,970 --> 00:23:54,990
die is tot een hoeksteen geworden;
dit is door de Heere geschied,

412
00:23:54,990 --> 00:23:57,270
en het is wonderlijk in onze ogen?

413
00:23:57,270 --> 00:23:59,730
Hij verwijst hiermee naar het volgende.

414
00:23:59,730 --> 00:24:01,710
God bouwt een gebouw.

415
00:24:01,710 --> 00:24:06,750
Israël is dat gebouw, en de bouwers
zijn als de pachters van de wijngaard:

416
00:24:06,750 --> 00:24:11,070
de leiders van Israël, die
Israël behoren op te bouwen.

417
00:24:11,070 --> 00:24:15,930
God levert de materialen, en daar komt
een steen die Hij door hen in het gebouw

418
00:24:15,930 --> 00:24:17,670
wil laten plaatsen.

419
00:24:17,670 --> 00:24:19,470
Deze steen is Jezus.

420
00:24:19,470 --> 00:24:23,790
Ze willen Hem niet, omdat ze hun
eigen bouwtekening hebben en Hij niet

421
00:24:23,790 --> 00:24:25,770
in hun bouwtekening past.

422
00:24:25,770 --> 00:24:27,750
Dus verwerpen ze Hem.

423
00:24:27,750 --> 00:24:31,830
Hij zegt dat de Schrift zegt dat
de steen die de bouwers verwierpen,

424
00:24:31,830 --> 00:24:35,190
de voornaamste hoeksteen van
een nieuw gebouw is geworden.

425
00:24:35,190 --> 00:24:38,250
God vervangt het oude gebouw, Israël.

426
00:24:38,250 --> 00:24:42,030
De leiders van Israël hadden
geen enkele plaats voor Jezus,

427
00:24:42,030 --> 00:24:47,130
en daarom laat God hun huis woest achter
en gaat Hij een nieuw gebouw bouwen.

428
00:24:47,130 --> 00:24:50,550
Hij gaat een nieuwe gemeente
bouwen, een nieuwe tempel.

429
00:24:50,550 --> 00:24:53,070
Hij zegt in vers 43:

430
00:24:53,070 --> 00:24:57,510
Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk
van God van u weggenomen zal worden

431
00:24:57,510 --> 00:25:01,290
en aan een volk gegeven dat
de vruchten ervan voortbrengt.

432
00:25:01,290 --> 00:25:06,030
Zoals zij zeiden dat hij de wijngaard
van die verdorven mannen zou afnemen

433
00:25:06,030 --> 00:25:09,870
nadat hij hen had vernietigd, en
hem aan iemand anders zou geven

434
00:25:09,870 --> 00:25:13,470
die hem de vruchten op de daarvoor
bestemde tijden zou afdragen,

435
00:25:13,470 --> 00:25:14,970
zo zei Jezus:

436
00:25:14,970 --> 00:25:17,250
Precies. Goed idee.

437
00:25:17,250 --> 00:25:20,130
God gaat het koninkrijk
van jullie, Israël,

438
00:25:20,130 --> 00:25:23,190
afpakken en het aan een ander volk geven.

439
00:25:23,190 --> 00:25:25,290
Dat is in wezen wat er is gebeurd.

440
00:25:25,290 --> 00:25:26,430
Hij zegt:

441
00:25:26,430 --> 00:25:30,930
En wie op deze steen valt, zal
verpletterd worden; en op wie hij valt,

442
00:25:30,930 --> 00:25:32,670
die zal hij vermorzelen.

443
00:25:32,670 --> 00:25:37,410
De verwijzing naar het vallen op de steen
is een toespeling op Jesaja hoofdstuk 8,

444
00:25:37,410 --> 00:25:41,190
waar stond dat Jezus een steen
des aanstoots zou zijn en

445
00:25:41,190 --> 00:25:44,850
dat mensen over Hem zouden
vallen en gebroken zouden worden.

446
00:25:44,850 --> 00:25:48,750
Wanneer er wordt gesproken over de steen
die op iemand valt en hem tot poeder

447
00:25:48,750 --> 00:25:52,230
vermaalt, is dat een beeld
uit Daniël hoofdstuk 2.

448
00:25:52,230 --> 00:25:56,730
Daar groeit de grote steen uit tot
een grote berg die de aarde vult

449
00:25:56,730 --> 00:26:00,630
en alle andere metalen van het
beeld dat Nebukadnezar zag,

450
00:26:00,630 --> 00:26:04,470
verbrijzelt, Daniël 2:44.

451
00:26:04,470 --> 00:26:09,270
Jezus zinspeelt op twee verschillende
passages uit het Oude Testament.

452
00:26:09,270 --> 00:26:09,990
Er staat:

453
00:26:09,990 --> 00:26:14,070
En toen de overpriesters en Farizeeën
deze gelijkenissen van Hem hoorden,

454
00:26:14,070 --> 00:26:16,530
begrepen zij dat Hij over hen sprak.

455
00:26:16,530 --> 00:26:20,790
En zij probeerden Hem te grijpen, maar
zij waren bevreesd voor de menigten,

456
00:26:20,790 --> 00:26:23,430
omdat die Hem voor een profeet hielden.

457
00:26:23,430 --> 00:26:27,090
Net zoals ze bang waren om hun
ware gevoelens over Johannes

458
00:26:27,090 --> 00:26:31,110
de Doper uit te spreken, waren
ze bij deze gelegenheid bang om

459
00:26:31,110 --> 00:26:33,150
Jezus gevangen te nemen.

460
00:26:33,150 --> 00:26:37,470
Ze moesten een subtielere manier vinden om
dat te doen, en dat deden ze kort daarna.
