1
00:00:02,010 --> 00:00:04,410
Welkom bij Vers voor Vers!

2
00:00:04,410 --> 00:00:10,950
Deze keer behandelen we Mattheüs
22, vers 1 tot en met vers 14.

3
00:00:10,950 --> 00:00:16,350
We gaan naar Mattheüs hoofdstuk 22
en vervolgen een reeks gelijkenissen

4
00:00:16,350 --> 00:00:20,310
die Jezus heel kort voor het einde
van Zijn aardse loopbaan vertelde.

5
00:00:20,310 --> 00:00:24,270
Dit gebeurde in feite slechts
enkele dagen voor Zijn kruisiging.

6
00:00:24,270 --> 00:00:29,130
Jezus was verwikkeld in een conflict met
de godsdienstige leiders van Jeruzalem.

7
00:00:29,130 --> 00:00:33,210
Jezus werd natuurlijk Zelf ook als
een godsdienstig leider beschouwd.

8
00:00:33,210 --> 00:00:36,090
Toch stond Hij duidelijk
niet achter het systeem.

9
00:00:36,090 --> 00:00:39,750
Hij kon Zich niet vinden in
de Farizeeën, de Sadduceeën,

10
00:00:39,750 --> 00:00:43,950
de overpriesters of wie dan
ook van de bestaande leiders.

11
00:00:43,950 --> 00:00:47,190
Daarom voelden zij zich
natuurlijk door Hem bedreigd.

12
00:00:47,190 --> 00:00:52,830
Eerder, in hoofdstuk 21, kwamen enkele
overpriesters en oudsten naar Hem toe

13
00:00:52,830 --> 00:00:55,230
en trokken Zijn gezag in twijfel.

14
00:00:55,230 --> 00:00:59,190
Ze wilden Hem er in feite toe brengen
Zich erop vast te leggen dat Hij dit

15
00:00:59,190 --> 00:01:00,990
deed op gezag van God.

16
00:01:00,990 --> 00:01:03,570
Maar Hij vertelde hun
dat niet rechtstreeks,

17
00:01:03,570 --> 00:01:06,090
omdat zij niet eerlijk
tegen Hem wilden zijn

18
00:01:06,090 --> 00:01:09,690
toen Hij vroeg op wiens gezag
Johannes de Doper optrad.

19
00:01:09,690 --> 00:01:14,910
Ze wilden geen antwoord geven, en daarom
weigerde Hij hun antwoord te geven.

20
00:01:14,910 --> 00:01:20,070
Maar toen keerde Hij Zich tegen hen en
vertelde drie gelijkenissen achter elkaar.

21
00:01:20,070 --> 00:01:24,630
Elk van deze drie gelijkenissen
zei iets over Zijn tegenstanders,

22
00:01:24,630 --> 00:01:27,150
de ongelovige Joodse leiders.

23
00:01:27,150 --> 00:01:31,650
De ene was de gelijkenis van
de twee zonen, in hoofdstuk 21,

24
00:01:31,650 --> 00:01:34,890
vers 28 tot en met 32.

25
00:01:34,890 --> 00:01:39,930
In die gelijkenis beschreef Hij een
man die twee verschillende zonen had.

26
00:01:39,930 --> 00:01:45,210
Die zonen waren typen of voorbeelden van
twee verschillende soorten Joodse mensen.

27
00:01:45,210 --> 00:01:49,470
In zekere zin werd het hele volk
Israël als Gods zonen beschouwd,

28
00:01:49,470 --> 00:01:51,990
en God was de man in de gelijkenis.

29
00:01:51,990 --> 00:01:54,150
De man zegt tegen de ene zoon:

30
00:01:54,150 --> 00:02:00,330
Maar wat denkt u? Iemand had twee zonen,
en hij ging naar de eerste en zei: Zoon,

31
00:02:00,330 --> 00:02:02,910
ga vandaag in mijn wijngaard werken.

32
00:02:02,910 --> 00:02:04,110
De zoon zegt:

33
00:02:04,110 --> 00:02:05,730
Nee, ik ga niet.

34
00:02:05,730 --> 00:02:09,390
Maar later veranderde hij van
gedachten en ging hij toch.

35
00:02:09,390 --> 00:02:11,490
Tegen zijn andere zoon zei hij:

36
00:02:11,490 --> 00:02:13,650
Ga in mijn wijngaard werken.

37
00:02:13,650 --> 00:02:14,550
Die zei:

38
00:02:14,550 --> 00:02:16,890
Oké, maar hij deed het niet.

39
00:02:16,890 --> 00:02:21,870
De ene zei dus dat hij niet zou gaan,
maar gehoorzaamde uiteindelijk toch.

40
00:02:21,870 --> 00:02:25,890
De andere zei dat hij zou
gehoorzamen, maar deed dat nooit.

41
00:02:25,890 --> 00:02:30,150
Jezus besloot met de uitspraak dat de
tollenaars en prostituees eerder het

42
00:02:30,150 --> 00:02:33,870
Koninkrijk der hemelen zullen
binnengaan dan de Farizeeën.

43
00:02:33,870 --> 00:02:38,010
Zij waren namelijk als de zoon die
aanvankelijk nee tegen God had gezegd,

44
00:02:38,010 --> 00:02:42,210
maar daarna veranderde en ertoe
kwam het op Gods manier te doen.

45
00:02:42,210 --> 00:02:46,590
De Farizeeën waren daarentegen als mensen
die altijd hadden beweerd dat ze God

46
00:02:46,590 --> 00:02:50,190
gehoorzaamden, maar dat in
werkelijkheid nooit deden.

47
00:02:50,190 --> 00:02:54,810
Die gelijkenis was dus een zeer
scherpe veroordeling van Zijn critici.

48
00:02:54,810 --> 00:02:58,110
Daarna ging Hij aan het
einde van hoofdstuk 21

49
00:02:58,110 --> 00:03:03,030
over op een langere gelijkenis,
namelijk de gelijkenis van de wijngaard.

50
00:03:03,030 --> 00:03:06,990
In deze gelijkenis stelt
de wijngaard Israël voor.

51
00:03:06,990 --> 00:03:12,450
Het is Gods wijngaard, en Hij geeft
de wijngaard in pacht aan pachters,

52
00:03:12,450 --> 00:03:16,950
met dien verstande dat zij ieder
seizoen een deel van de opbrengst als

53
00:03:16,950 --> 00:03:18,090
pacht moeten afstaan.

54
00:03:18,090 --> 00:03:20,850
Toen de tijd voor de
opbrengst was aangebroken,

55
00:03:20,850 --> 00:03:24,810
stuurde de landeigenaar zijn
boodschappers om zijn pacht te innen.

56
00:03:24,810 --> 00:03:28,530
De pachters mishandelden hen
en gingen slecht met hen om.

57
00:03:28,530 --> 00:03:30,510
Daarom stuurde hij er nog meer.

58
00:03:30,510 --> 00:03:34,710
Ook van hen mishandelden ze sommigen
en gingen ze slecht met hen om,

59
00:03:34,710 --> 00:03:37,410
en sommigen doodden ze zelfs.

60
00:03:37,410 --> 00:03:42,570
Uiteindelijk stuurde hij zijn zoon
naar hen toe, en zelfs hem doodden ze.

61
00:03:42,570 --> 00:03:47,370
Dit stelt natuurlijk de hele geschiedenis
van Israël als Gods wijngaard voor.

62
00:03:47,370 --> 00:03:50,070
God wilde vrucht van Israël ontvangen,

63
00:03:50,070 --> 00:03:54,210
namelijk de vrucht van recht en
gerechtigheid, volgens Jesaja hoofdstuk

64
00:03:54,210 --> 00:03:56,490
5, vers 7.

65
00:03:56,490 --> 00:04:01,230
Toch heeft Hij die vrucht nooit
ontvangen, tenminste niet erg consequent.

66
00:04:01,230 --> 00:04:06,630
Wanneer Hij Zijn profeten, Zijn
dienaren, stuurde om van Israël te eisen

67
00:04:06,630 --> 00:04:10,410
dat het die vrucht voortbracht
of de vrucht aan God gaf,

68
00:04:10,410 --> 00:04:12,630
werden de profeten mishandeld.

69
00:04:12,630 --> 00:04:16,710
Uiteindelijk stuurde God met
hetzelfde doel Zijn Zoon Jezus,

70
00:04:16,710 --> 00:04:20,310
maar ook Hem mishandelden en doodden ze.

71
00:04:20,310 --> 00:04:24,510
Nadat Jezus dat verhaal had
verteld, stelde Hij een vraag.

72
00:04:24,510 --> 00:04:30,570
Daarmee komen we heel goed bij de volgende
gelijkenis, die we in hoofdstuk 22 vinden.

73
00:04:30,570 --> 00:04:34,770
Eerder, in hoofdstuk 21,
had Hij verteld hoe deze

74
00:04:34,770 --> 00:04:39,690
verdorven pachters van de wijngaard
de zoon van de eigenaar doodden.

75
00:04:39,690 --> 00:04:41,370
Daarna zei Hij:

76
00:04:41,370 --> 00:04:46,650
Wanneer dan de heer van de wijngaard komen
zal, wat zal hij met die landbouwers doen?

77
00:04:46,650 --> 00:04:51,150
Zonder te beseffen dat ze tegen
zichzelf spraken, gaven ze als antwoord:

78
00:04:51,150 --> 00:04:55,770
Zij zeiden tegen Hem: Hij zal die
kwaaddoeners een kwade dood doen sterven

79
00:04:55,770 --> 00:04:59,070
en zal de wijngaard aan
andere landbouwers verhuren,

80
00:04:59,070 --> 00:05:01,890
die hem de vruchten op
hun tijd zullen geven.

81
00:05:01,890 --> 00:05:05,310
Jezus bevestigde dat
hun oordeel juist was.

82
00:05:05,310 --> 00:05:08,730
In Mattheüs 21, vers 43, zei Hij:

83
00:05:08,730 --> 00:05:12,690
Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk
van God van u weggenomen zal worden

84
00:05:12,690 --> 00:05:16,230
en aan een volk gegeven dat
de vruchten ervan voortbrengt.

85
00:05:16,230 --> 00:05:21,150
Met andere woorden, het Koninkrijk van
God zou van Israël worden weggenomen

86
00:05:21,150 --> 00:05:23,490
en aan iemand anders worden gegeven.

87
00:05:23,490 --> 00:05:26,430
Dit wijst er natuurlijk
op dat Israël, wat zijn

88
00:05:26,430 --> 00:05:29,730
positie als Gods volk en
Zijn koninkrijk betreft,

89
00:05:29,730 --> 00:05:32,490
in wezen door iemand anders is vervangen.

90
00:05:32,490 --> 00:05:36,870
Jezus zei immers dat het koninkrijk
van hen werd weggenomen en aan iemand

91
00:05:36,870 --> 00:05:38,550
anders werd gegeven.

92
00:05:38,550 --> 00:05:42,270
Wij geloven dat die ander de
gemeente van Jezus Christus is:

93
00:05:42,270 --> 00:05:44,850
degenen die door Zijn bloed verlost zijn,

94
00:05:44,850 --> 00:05:50,190
die Christus als hun Zaligmaker en Heere
hebben aangenomen en die Hem volgen.

95
00:05:50,190 --> 00:05:53,490
De reden daarvoor is dat
we in het boek Openbaring,

96
00:05:53,490 --> 00:05:57,330
zowel in Openbaring 1 als in Openbaring 5,

97
00:05:57,330 --> 00:06:00,330
lezen dat de verloste
gemeenschap van christenen een

98
00:06:00,330 --> 00:06:02,430
koninkrijk van priesters is.

99
00:06:02,430 --> 00:06:05,910
[Vertalersnoot: de spreker gebruikt
hier de formulering ‘een koninkrijk van

100
00:06:05,910 --> 00:06:12,390
priesters’; de HSV spreekt in deze
passages over ‘koningen en priesters’.]

101
00:06:12,390 --> 00:06:18,090
Dat is precies waartoe Israël in Exodus
hoofdstuk 19, vers 5 en 6, geroepen was.

102
00:06:18,090 --> 00:06:20,610
De positie van een
koninkrijk van priesters,

103
00:06:20,610 --> 00:06:24,810
die eens aan Israël toebehoorde,
behoort nu dus toe aan degenen

104
00:06:24,810 --> 00:06:26,430
die Christus volgen.

105
00:06:26,430 --> 00:06:30,510
Wanneer Jezus zei dat het koninkrijk
van je wordt weggenomen en wordt

106
00:06:30,510 --> 00:06:33,990
gegeven aan een volk dat de
vruchten ervan zal voortbrengen,

107
00:06:33,990 --> 00:06:39,450
lijkt dat volk daarom de gemeente te zijn,
en niet een etnische of politieke natie,

108
00:06:39,450 --> 00:06:41,490
maar een geestelijke natie.

109
00:06:41,490 --> 00:06:44,910
Ook Petrus sprak op die manier
over de gemeente toen hij zei:

110
00:06:44,910 --> 00:06:50,910
Maar u bent een uitverkoren geslacht, een
koninklijk priesterschap, een heilig volk,

111
00:06:50,910 --> 00:06:54,390
een volk dat God Zich
tot Zijn eigendom maakte;

112
00:06:54,390 --> 00:06:59,070
opdat u de deugden zou verkondigen van Hem
Die u uit de duisternis geroepen heeft tot

113
00:06:59,070 --> 00:07:00,630
Zijn wonderbaar licht,

114
00:07:00,630 --> 00:07:03,330
De gemeente is een heilige natie.

115
00:07:03,330 --> 00:07:08,730
Ze is geen natie in politieke zin, maar
ze is een eenheid die Gods volk is,

116
00:07:08,730 --> 00:07:14,070
Gods gemeenschap op aarde, zoals
de natie Israël dat ooit was.

117
00:07:14,070 --> 00:07:19,710
Jezus zei dus tegen Israël, waarbij Hij
profetisch tot de natie Israël sprak,

118
00:07:19,710 --> 00:07:22,410
dat God hun het Koninkrijk afnam.

119
00:07:22,410 --> 00:07:27,330
Laat me één punt bespreken voordat we
verdergaan met de volgende gelijkenis.

120
00:07:27,330 --> 00:07:30,990
Sommige mensen hebben
geopperd dat Jezus’ uitspraak:

121
00:07:30,990 --> 00:07:34,350
Het koninkrijk van God
wordt van jullie afgenomen,

122
00:07:34,350 --> 00:07:38,970
niet werkelijk betekent dat Hij Israël
verwerpt of het Koninkrijk van Israël

123
00:07:38,970 --> 00:07:43,650
afneemt, maar dat Hij het alleen
afneemt van de leiders van Israël in die

124
00:07:43,650 --> 00:07:48,750
generatie: het Sanhedrin,
de overpriesters, enzovoort.

125
00:07:48,750 --> 00:07:53,370
En dat het zou worden toevertrouwd aan
andere Joden, namelijk de apostelen,

126
00:07:53,370 --> 00:07:55,950
die er dan de leiding over zouden krijgen.

127
00:07:55,950 --> 00:08:01,410
Met andere woorden, het Koninkrijk van
God zou met Israël verbonden blijven.

128
00:08:01,410 --> 00:08:05,070
Maar dat lijkt niet overeen
te stemmen met wat Jezus zei.

129
00:08:05,070 --> 00:08:10,650
Jezus zei dat het Koninkrijk van God van
hen zou worden afgenomen en aan een andere

130
00:08:10,650 --> 00:08:12,510
natie zou worden gegeven.

131
00:08:12,510 --> 00:08:17,670
Het wordt dus van de ene natie afgenomen
en aan een andere natie gegeven.

132
00:08:17,670 --> 00:08:22,350
Het is niet eenvoudigweg zo dat de leiders
van Israël hadden laten zien dat ze

133
00:08:22,350 --> 00:08:26,790
verdorven waren, en dat God daarom
andere leiders zou aanstellen.

134
00:08:26,790 --> 00:08:31,290
Nee, Hij nam het af van de
ene natie, de natie Israël,

135
00:08:31,290 --> 00:08:33,570
en gaf het aan een andere natie.

136
00:08:33,570 --> 00:08:38,850
Dat is die heilige natie waarover
Petrus sprak: het uitverkoren geslacht,

137
00:08:38,850 --> 00:08:43,890
dat koninklijke priesterschap, namelijk
de gemeente en het lichaam van Christus.

138
00:08:43,890 --> 00:08:47,250
Natuurlijk is het lichaam
van Christus, de gemeente,

139
00:08:47,250 --> 00:08:50,790
etnisch gezien niet een volkomen
andere natie dan Israël,

140
00:08:50,790 --> 00:08:53,550
want er zijn Joodse mensen in de gemeente.

141
00:08:53,550 --> 00:08:56,190
We spreken hier dus niet over etniciteit.

142
00:08:56,190 --> 00:09:01,290
Maar we zeggen wel dit: Israël was
als etnische en politieke natie

143
00:09:01,290 --> 00:09:05,610
ooit Gods uitverkoren natie,
maar dat is niet meer het geval.

144
00:09:05,610 --> 00:09:10,410
Het Koninkrijk van God is niet
verbonden met die nationale eenheid,

145
00:09:10,410 --> 00:09:15,210
en trouwens ook niet met enige andere
politiek afgebakende nationale eenheid.

146
00:09:15,210 --> 00:09:20,970
Het wordt bepaald door geloof in
Christus en gehoorzaamheid aan de Koning.

147
00:09:20,970 --> 00:09:26,610
Dat is wat het Koninkrijk van God
inhoudt: gehoorzaamheid aan de Koning.

148
00:09:26,610 --> 00:09:30,630
In onze tijd vinden we natuurlijk
veel meer heidenen dan Joden in deze

149
00:09:30,630 --> 00:09:33,510
eenheid die de gemeente wordt
genoemd, maar het is niet

150
00:09:33,510 --> 00:09:35,910
uitsluitend een heidense eenheid.

151
00:09:35,910 --> 00:09:38,190
Er zijn ook Joodse mensen in.

152
00:09:38,190 --> 00:09:42,150
Paulus zei echter dat er in Christus
— en we zouden dus kunnen zeggen:

153
00:09:42,150 --> 00:09:45,630
in de ware gemeente —
geen Jood of heiden is.

154
00:09:45,630 --> 00:09:49,110
Dat wil zeggen dat het voor
degenen die in Christus zijn niet

155
00:09:49,110 --> 00:09:52,230
ter zake doet of ze Jood of heiden zijn.

156
00:09:52,230 --> 00:09:56,670
Hun identiteit ontlenen ze aan iets
anders, namelijk aan Christus Zelf,

157
00:09:56,670 --> 00:09:58,950
en niet aan etnische verbanden.

158
00:09:58,950 --> 00:10:03,270
Nu hebben we in hoofdstuk 22 de
derde gelijkenis in deze reeks.

159
00:10:03,270 --> 00:10:06,570
Die brengt een sterk
vergelijkbaar punt naar voren,

160
00:10:06,570 --> 00:10:09,570
waarschijnlijk hetzelfde punt
als de vorige gelijkenis,

161
00:10:09,570 --> 00:10:11,430
maar dan met een ander beeld.

162
00:10:11,430 --> 00:10:14,730
Deze keer is het een
gelijkenis over een bruiloft.

163
00:10:14,730 --> 00:10:20,070
En Jezus antwoordde en sprak opnieuw
tot hen door gelijkenissen, en zei:

164
00:10:20,070 --> 00:10:24,510
Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan
een zeker koning die voor zijn zoon een

165
00:10:24,510 --> 00:10:28,050
bruiloft bereid had, en hij
stuurde zijn dienaren eropuit

166
00:10:28,050 --> 00:10:30,570
om de genodigden voor
de bruiloft te roepen.

167
00:10:30,570 --> 00:10:32,490
Maar zij wilden niet komen.

168
00:10:32,490 --> 00:10:36,930
Opnieuw stuurde hij dienaren
eropuit, andere, en hij zei:

169
00:10:36,930 --> 00:10:41,490
Zeg tegen de genodigden: Zie, ik
heb mijn middagmaal gereedgemaakt;

170
00:10:41,490 --> 00:10:46,590
mijn ossen en de gemeste dieren zijn
geslacht, en alle dingen zijn gereed.

171
00:10:46,590 --> 00:10:47,970
Kom naar de bruiloft.

172
00:10:47,970 --> 00:10:52,290
Maar zij sloegen er geen acht op en
gingen weg, de één naar zijn akker,

173
00:10:52,290 --> 00:10:54,090
de ander naar zijn zaken.

174
00:10:54,090 --> 00:10:59,550
En de anderen grepen zijn dienaren,
behandelden hen smadelijk en doodden hen.

175
00:10:59,550 --> 00:11:02,610
“But when the king heard
about it, he was furious,

176
00:11:02,610 --> 00:11:08,250
and he sent out his armies and destroyed
those murderers and burned up their city.

177
00:11:08,250 --> 00:11:11,430
Then he said to his servants,
‘The wedding is ready,

178
00:11:11,430 --> 00:11:14,490
but those who were
invited were not worthy.

179
00:11:14,490 --> 00:11:20,130
Therefore, go into the highways, and as
many as you find, invite to the wedding.’

180
00:11:20,130 --> 00:11:23,970
So those servants went out into
the highways and gathered together

181
00:11:23,970 --> 00:11:27,150
all whom they found, both bad and good,

182
00:11:27,150 --> 00:11:30,270
and the wedding hall
was filled with guests.”

183
00:11:30,270 --> 00:11:32,550
Hier komt nog een vervolg op. Hij zegt:

184
00:11:32,550 --> 00:11:35,910
Toen de koning naar binnen was
gegaan om de gasten te overzien,

185
00:11:35,910 --> 00:11:39,270
zag hij daar iemand die niet
gekleed was in bruiloftskleding.

186
00:11:39,270 --> 00:11:43,590
En hij zei tegen hem: Vriend, hoe bent
u hier binnengekomen terwijl u geen

187
00:11:43,590 --> 00:11:46,530
bruiloftskleding aan hebt? En hij zweeg.

188
00:11:46,530 --> 00:11:50,610
Toen zei de koning tegen de dienaars:
Bind hem aan handen en voeten,

189
00:11:50,610 --> 00:11:54,330
neem hem mee en werp hem uit
in de buitenste duisternis;

190
00:11:54,330 --> 00:11:57,210
daar zal gejammer zijn en tandengeknars.

191
00:11:57,210 --> 00:12:00,690
Want velen zijn geroepen,
maar weinigen uitverkoren.

192
00:12:00,690 --> 00:12:03,090
Afgezien van dit kleine
voorval aan het einde,

193
00:12:03,090 --> 00:12:06,810
waarbij de bruiloftsgast zonder
bruiloftskleed wordt aangetroffen,

194
00:12:06,810 --> 00:12:10,530
volgt deze gelijkenis de
vorige bijna punt voor punt.

195
00:12:10,530 --> 00:12:12,630
Het is een veroordeling van Israël als

196
00:12:12,630 --> 00:12:16,770
natie die door de geschiedenis heen
Gods toenaderingen heeft afgewezen.

197
00:12:16,770 --> 00:12:20,310
De beeldspraak is anders,
maar de feiten zijn hetzelfde.

198
00:12:20,310 --> 00:12:23,970
In de gelijkenis van de wijngaard
stuurt de meester zijn dienaren,

199
00:12:23,970 --> 00:12:27,810
en de dienaren komen met de boodschap
dat de meester vruchten wil.

200
00:12:27,810 --> 00:12:32,190
In deze gelijkenis stuurt de
meester eveneens dienaren eropuit.

201
00:12:32,190 --> 00:12:34,170
Hun boodschap is iets anders.

202
00:12:34,170 --> 00:12:35,730
Hun boodschap is:

203
00:12:35,730 --> 00:12:37,230
Kom naar de bruiloft.

204
00:12:37,230 --> 00:12:40,350
In beide gevallen wordt er geen
acht geslagen op de dienaren,

205
00:12:40,350 --> 00:12:42,690
of worden ze mishandeld en soms gedood.

206
00:12:42,690 --> 00:12:45,210
We hebben dus in beide gelijkenissen God.

207
00:12:45,210 --> 00:12:48,570
In de ene gelijkenis is Hij
de eigenaar van de wijngaard.

208
00:12:48,570 --> 00:12:53,310
In de andere is Hij een koning die voor
Zijn zoon een bruiloft organiseert.

209
00:12:53,310 --> 00:12:57,030
Hij stuurt Zijn boodschappers, die
de profeten zijn door de hele Joodse

210
00:12:57,030 --> 00:13:00,870
geschiedenis heen, door het
hele Oude Testament heen.

211
00:13:00,870 --> 00:13:04,950
God stuurde Zijn boodschappers en
nodigde deze mensen uit om te komen

212
00:13:04,950 --> 00:13:08,250
en deel uit te maken van
wat God aan het doen was.

213
00:13:08,250 --> 00:13:11,670
In beide gelijkenissen worden
de dienaren mishandeld,

214
00:13:11,670 --> 00:13:14,670
slecht behandeld en soms gedood.

215
00:13:14,670 --> 00:13:19,830
Ook wordt in beide gelijkenissen de koning
boos en oordeelt Hij over die mensen.

216
00:13:19,830 --> 00:13:24,270
Die mensen zijn natuurlijk Israël,
degenen die Zijn dienaren mishandelden.

217
00:13:24,270 --> 00:13:29,670
In de eerdere gelijkenis, de gelijkenis
van de wijngaard in Mattheüs hoofdstuk 21,

218
00:13:29,670 --> 00:13:34,230
staat dat Hij die slechte mannen op
een ellendige manier zal ombrengen.

219
00:13:34,230 --> 00:13:35,970
Vers 41 zegt:

220
00:13:35,970 --> 00:13:40,530
Zij zeiden tegen Hem: Hij zal die
kwaaddoeners een kwade dood doen sterven

221
00:13:40,530 --> 00:13:43,530
en zal de wijngaard aan
andere landbouwers verhuren,

222
00:13:43,530 --> 00:13:46,230
die hem de vruchten op
hun tijd zullen geven.

223
00:13:46,230 --> 00:13:50,610
In de gelijkenis van de wijngaard gebeurt
hetzelfde als in de gelijkenis die we

224
00:13:50,610 --> 00:13:53,070
zojuist over de bruiloft hebben gelezen.

225
00:13:53,070 --> 00:13:56,550
Hij brengt die slechte mensen
om die Zijn dienaren kwelden,

226
00:13:56,550 --> 00:13:59,490
en vervolgens nodigt
Hij een ander volk uit.

227
00:13:59,490 --> 00:14:03,270
Maar kijk in dit geval
eens naar Mattheüs 22:7:

228
00:14:03,270 --> 00:14:06,150
Toen de koning dat hoorde, werd hij boos.

229
00:14:06,150 --> 00:14:11,370
En hij stuurde zijn legers, bracht die
moordenaars om en stak hun stad in brand.

230
00:14:11,370 --> 00:14:14,370
Wat dit betekent in het licht
van de latere geschiedenis kan

231
00:14:14,370 --> 00:14:16,290
nauwelijks worden misverstaan.

232
00:14:16,290 --> 00:14:18,810
Want binnen veertig jaar nadat Jezus deze

233
00:14:18,810 --> 00:14:21,690
voorspelling of gelijkenis
had uitgesproken,

234
00:14:21,690 --> 00:14:24,570
kwamen de Romeinse legers naar Jeruzalem.

235
00:14:24,570 --> 00:14:29,610
Ze belegerden de stad en verwoestten
haar uiteindelijk en brandden haar plat.

236
00:14:29,610 --> 00:14:33,150
Het is bijna onmogelijk om de
strekking hiervan te missen.

237
00:14:33,150 --> 00:14:35,910
Toen Hij zei dat de koning
zijn legers stuurde,

238
00:14:35,910 --> 00:14:39,210
die moordenaars ombracht
en hun stad platbrandde,

239
00:14:39,210 --> 00:14:42,930
waren dit dezelfde moordenaars
als in de vorige gelijkenis.

240
00:14:42,930 --> 00:14:47,130
Zij doodden niet alleen Zijn
dienaren, maar zelfs Zijn Zoon.

241
00:14:47,130 --> 00:14:51,990
Omdat ze dat deden, nam Hij in de vorige
gelijkenis het Koninkrijk van die slechte

242
00:14:51,990 --> 00:14:56,670
mannen af, nadat Hij hen had omgebracht,
en gaf het aan iemand anders.

243
00:14:56,670 --> 00:15:00,210
In de gelijkenis van het
bruiloftsfeest gebeurde hetzelfde.

244
00:15:00,210 --> 00:15:04,650
Hij brengt degenen om die Zijn Zoon
en Zijn dienaren hebben gedood,

245
00:15:04,650 --> 00:15:07,590
al vermeldt de gelijkenis
van het bruiloftsfeest niet

246
00:15:07,590 --> 00:15:09,450
dat ze Zijn Zoon doden.

247
00:15:09,450 --> 00:15:12,270
Dat punt maakt geen deel
uit van dat verhaal.

248
00:15:12,270 --> 00:15:16,470
Maar Hij brengt hen om en nodigt
vervolgens iemand anders uit.

249
00:15:16,470 --> 00:15:21,750
Hij zegt tegen Zijn dienaren dat ze naar
de grote wegen en de zijwegen moeten gaan

250
00:15:21,750 --> 00:15:25,470
en zoveel mensen moeten uitnodigen
als ze maar kunnen vinden.

251
00:15:25,470 --> 00:15:29,550
Dit zou erop wijzen dat de mensen
die het eerst werden uitgenodigd,

252
00:15:29,550 --> 00:15:31,830
degenen waren die dichtbij waren.

253
00:15:31,830 --> 00:15:36,990
Maar toen degenen die dicht bij de koning
waren de uitnodiging afwezen en Zijn

254
00:15:36,990 --> 00:15:41,310
dienaren mishandelden, ging Hij
verder weg, verder van huis,

255
00:15:41,310 --> 00:15:43,470
om mensen uit te nodigen binnen te komen.

256
00:15:43,470 --> 00:15:45,330
Dit stelt de heidenen voor.

257
00:15:45,330 --> 00:15:49,590
De Joden werden het eerst uitgenodigd om
deel te gaan uitmaken van Gods Koninkrijk

258
00:15:49,590 --> 00:15:50,910
en Gods plan.

259
00:15:50,910 --> 00:15:55,350
Hun verwerping van Gods Koninkrijk,
Zijn profeten en Zijn koning

260
00:15:55,350 --> 00:15:59,430
leidde ertoe dat de heidenen, die
verder van Israël verwijderd waren,

261
00:15:59,430 --> 00:16:03,570
werden opgezocht: degenen op
de grote wegen en de zijwegen,

262
00:16:03,570 --> 00:16:07,230
degenen die ver van God
en ver van Israël waren.

263
00:16:07,230 --> 00:16:10,830
Zoals Paulus het in Efeze
hoofdstuk 2 verwoordde:

264
00:16:10,830 --> 00:16:16,170
Wij, die heidenen waren, waren vervreemd
van het burgerschap van Israël.

265
00:16:16,170 --> 00:16:19,890
Wij waren zonder hoop en
zonder God in deze wereld.

266
00:16:19,890 --> 00:16:23,670
Dat zijn de mensen tot wie de
uitnodiging nu wordt gericht.

267
00:16:23,670 --> 00:16:27,630
Deze beide gelijkenissen, dus de
gelijkenis van de wijngaard en de

268
00:16:27,630 --> 00:16:32,010
gelijkenis van het bruiloftsfeest,
hebben een gemeenschappelijk thema:

269
00:16:32,010 --> 00:16:36,690
Israël is tekortgeschoten in zijn
verantwoordelijkheid tegenover God.

270
00:16:36,690 --> 00:16:40,950
In zekere zin hadden vooral de leiders
van Israël de verplichting om voor God

271
00:16:40,950 --> 00:16:44,790
vrucht voort te brengen, omdat
Hij de eigenaar van Israël is

272
00:16:44,790 --> 00:16:49,170
en Hij wilde dat zij de vrucht van
gerechtigheid en recht voortbrachten.

273
00:16:49,170 --> 00:16:53,130
Vanuit een ander gezichtspunt
verwaarloosden ze een voorrecht:

274
00:16:53,130 --> 00:16:59,010
het voorrecht om deel uit te maken van
Gods bruiloftsfeest, van Zijn viering.

275
00:16:59,010 --> 00:17:03,930
In het Koninkrijk van God zijn is tegelijk
een verplichting en een voorrecht.

276
00:17:03,930 --> 00:17:07,890
Een van deze gelijkenissen brengt
de verplichting naar voren.

277
00:17:07,890 --> 00:17:11,010
De andere brengt het voorrecht naar voren.

278
00:17:11,010 --> 00:17:14,010
Maar in beide gevallen
reageerden de Joden,

279
00:17:14,010 --> 00:17:17,550
die als eersten werden
uitgenodigd of erbij betrokken,

280
00:17:17,550 --> 00:17:19,830
niet op de juiste manier op God.

281
00:17:19,830 --> 00:17:23,670
Als beheerders van de wijngaard
brachten ze de vrucht niet voort.

282
00:17:23,670 --> 00:17:26,550
Als degenen die voor het
feest waren uitgenodigd,

283
00:17:26,550 --> 00:17:29,910
namen ze het niet serieus
en deden ze niet mee.

284
00:17:29,910 --> 00:17:32,190
In beide gelijkenissen wordt God

285
00:17:32,190 --> 00:17:35,850
respectievelijk voorgesteld
door de eigenaar en de koning.

286
00:17:35,850 --> 00:17:41,250
Hij wordt boos, oordeelt over hen en
gaat vervolgens naar een ander volk.

287
00:17:41,250 --> 00:17:44,070
Een ander volk krijgt het Koninkrijk.

288
00:17:44,070 --> 00:17:47,310
We zien dat er in elke
gelijkenis een keerpunt is,

289
00:17:47,310 --> 00:17:50,490
bij de tweede gelijkenis
zo ongeveer in het midden.

290
00:17:50,490 --> 00:17:54,030
Dat keerpunt is dit:
God heeft er genoeg van.

291
00:17:54,030 --> 00:17:57,210
Hij heeft genoeg mishandeling
verdragen van deze mensen,

292
00:17:57,210 --> 00:18:01,710
die Zijn profeten doden en zelfs
Zijn Zoon hebben gekruisigd.

293
00:18:01,710 --> 00:18:04,110
Daarom brengt Hij het oordeel over hen.

294
00:18:04,110 --> 00:18:09,210
Dat oordeel wordt in Mattheüs
22:7 heel duidelijk vereenzelvigd

295
00:18:09,210 --> 00:18:11,370
met de verwoesting van Jeruzalem.

296
00:18:11,370 --> 00:18:16,770
Daar zegt Hij dat de koning ervan hoorde,
woedend werd, zijn legers eropuit stuurde,

297
00:18:16,770 --> 00:18:20,250
die moordenaars ombracht
en hun stad platbrandde.

298
00:18:20,250 --> 00:18:24,330
Het is duidelijk dat dit in het
jaar 70 na Christus is gebeurd.

299
00:18:24,330 --> 00:18:27,090
Degenen die deze uitnodiging
hadden afgewezen,

300
00:18:27,090 --> 00:18:31,050
werden door God omgebracht
en Hij brandde hun stad plat.

301
00:18:31,050 --> 00:18:34,830
Interessant is de parallelle
passage in de vorige gelijkenis.

302
00:18:34,830 --> 00:18:37,711
„Parallelle passage in
de vorige gelijkenis” —

303
00:18:37,711 --> 00:18:40,110
dat is behoorlijk goede alliteratie.

304
00:18:40,110 --> 00:18:44,370
Toen Jezus het verhaal vertelde over de
wijngaard en over hoe deze mensen de Zoon

305
00:18:44,370 --> 00:18:47,190
doodden, zei Hij tegen Zijn luisteraars:

306
00:18:47,190 --> 00:18:52,350
Wanneer dan de heer van de wijngaard komen
zal, wat zal hij met die landbouwers doen?

307
00:18:52,350 --> 00:18:53,190
Ze zeiden:

308
00:18:53,190 --> 00:18:55,290
Hij zal die mannen gruwelijk ombrengen.

309
00:18:55,290 --> 00:19:00,510
Het punt is dat het oordeel over deze
verdorven mensen in de eerste gelijkenis

310
00:19:00,510 --> 00:19:05,550
wordt beschreven als het moment waarop
de eigenaar van de wijngaard komt.

311
00:19:05,550 --> 00:19:10,530
Toch weten we dat het in beide gevallen
een beschrijving is van wat er in het jaar

312
00:19:10,530 --> 00:19:13,770
70 na Christus met de Joden gebeurde.

313
00:19:13,770 --> 00:19:18,870
Daarmee hebben we ten minste één geval
waarin de verwoesting van Jeruzalem

314
00:19:18,870 --> 00:19:23,190
duidelijk wordt aangeduid als de komst
van de eigenaar van de wijngaard,

315
00:19:23,190 --> 00:19:25,230
de komst van de Heere.

316
00:19:25,230 --> 00:19:29,730
Ik geloof niet dat de wederkomst
van Christus in het jaar 70

317
00:19:29,730 --> 00:19:34,170
na Christus heeft plaatsgevonden,
en ik ken wel mensen die dat denken.

318
00:19:34,170 --> 00:19:38,670
Maar ik geloof wel dat we ons bewust
moeten zijn van de vele manieren

319
00:19:38,670 --> 00:19:42,210
waarop de Bijbel over de
komst van de Heere spreekt.

320
00:19:42,210 --> 00:19:45,450
Soms verwijst dat inderdaad
naar de wederkomst,

321
00:19:45,450 --> 00:19:51,810
in een context waarin over de opstanding
en de opname enzovoort wordt gesproken.

322
00:19:51,810 --> 00:19:56,250
Dan zou het, lijkt mij, altijd
om de wederkomst moeten gaan.

323
00:19:56,250 --> 00:19:59,430
Maar er zijn ook momenten
waarop de komst van God

324
00:19:59,430 --> 00:20:02,850
of de komst van de Heere
termen zijn die niet worden

325
00:20:02,850 --> 00:20:06,030
gebruikt met betrekking tot
wat wij de wederkomst noemen,

326
00:20:06,030 --> 00:20:09,690
maar met betrekking tot
specifieke oordeelsdaden.

327
00:20:09,690 --> 00:20:14,250
Deze oordelen zijn misschien niet
bovennatuurlijk in de zin dat er vuur en

328
00:20:14,250 --> 00:20:16,170
zwavel uit de hemel komen.

329
00:20:16,170 --> 00:20:20,310
In het geval van Zijn oordeel over
Jeruzalem voltrok het zich door de

330
00:20:20,310 --> 00:20:21,990
legers van de Romeinen.

331
00:20:21,990 --> 00:20:26,310
Maar let hier eens op, in Mattheüs 22:7:

332
00:20:26,310 --> 00:20:29,490
Toen de koning ervan
hoorde, werd hij woedend.

333
00:20:29,490 --> 00:20:34,890
Hij stuurde zijn legers eropuit, liet die
mensen ombrengen en hun stad platbranden.

334
00:20:34,890 --> 00:20:38,970
Dit verwijst naar de Romeinse legers
die tegen Jeruzalem optrokken en de

335
00:20:38,970 --> 00:20:41,010
stad Jeruzalem verwoestten.

336
00:20:41,010 --> 00:20:43,770
Maar ze worden de legers
van de koning genoemd,

337
00:20:43,770 --> 00:20:46,590
en de koning in de gelijkenis is God.

338
00:20:46,590 --> 00:20:51,870
Dus hoewel de Romeinen heidenen waren,
waren zij in zekere zin Gods legers,

339
00:20:51,870 --> 00:20:54,150
ook al waren het Romeinse legers.

340
00:20:54,150 --> 00:20:58,770
Want ze waren werktuigen in Gods handen
om degenen te straffen die door hun

341
00:20:58,770 --> 00:21:02,850
halsstarrigheid de toorn van God
over zichzelf hadden gebracht.

342
00:21:02,850 --> 00:21:06,930
We moeten beseffen dat de komst van
de Romeinse legers in zekere zin

343
00:21:06,930 --> 00:21:11,610
de komst van God Zelf was,
in een oordeel over Israël.

344
00:21:11,610 --> 00:21:15,750
Iedereen die vertrouwd is met het
taalgebruik van het Oude Testament zal

345
00:21:15,750 --> 00:21:17,670
hierdoor niet verrast zijn.

346
00:21:17,670 --> 00:21:22,590
Want heel vaak wordt in de Profeten
gezegd dat God tot Zijn volk is gekomen,

347
00:21:22,590 --> 00:21:25,530
of dat God tegen dit volk is gekomen.

348
00:21:25,530 --> 00:21:29,010
Of een oordeel over een volk dat
in de geschiedenis plaatsvindt,

349
00:21:29,010 --> 00:21:31,290
wordt een bezoeking van God genoemd.

350
00:21:31,290 --> 00:21:33,150
Dat is hier het geval.

351
00:21:33,150 --> 00:21:37,050
De Heere komt, de koning komt en oordeelt.

352
00:21:37,050 --> 00:21:42,210
In het geval van de tweede gelijkenis
doet Hij dat door Zijn legers te sturen,

353
00:21:42,210 --> 00:21:46,710
die in de geschiedenis overeenkomen
met de legers van de Romeinen.

354
00:21:46,710 --> 00:21:49,290
Toen zei Hij natuurlijk in vers 8:

355
00:21:49,290 --> 00:21:53,610
Toen zei hij tegen zijn dienaren:
De bruiloft is wel bereid,

356
00:21:53,610 --> 00:21:56,430
maar de genodigden waren het niet waard.

357
00:21:56,430 --> 00:21:59,250
Er staat dat ze dat deden, en:

358
00:21:59,250 --> 00:22:03,810
En die dienaren gingen naar de wegen,
verzamelden allen die zij vonden,

359
00:22:03,810 --> 00:22:09,750
zowel slechte als goede mensen ; en de
bruiloftszaal werd gevuld met gasten.

360
00:22:09,750 --> 00:22:14,070
Dit is vers 10, en de bruiloftszaal
werd gevuld met gasten.

361
00:22:14,070 --> 00:22:18,690
De uitnodiging gaat dus uit naar de
heidenen, en daar komt respons op.

362
00:22:18,690 --> 00:22:22,110
Dit zijn de mensen die de
zichtbare gemeente binnenkomen.

363
00:22:22,110 --> 00:22:25,710
Er zijn echter niet alleen
goede mensen, maar ook slechte.

364
00:22:25,710 --> 00:22:29,430
Allerlei soorten mensen zijn de
zichtbare gemeente binnengekomen,

365
00:22:29,430 --> 00:22:32,610
en daarom moet God ook
hen van elkaar scheiden.

366
00:22:32,610 --> 00:22:35,370
We zien dat de koning naar
de gasten komt kijken.

367
00:22:35,370 --> 00:22:38,430
Hij zag daar een man die
geen bruiloftskleed aanhad,

368
00:22:38,430 --> 00:22:40,410
en daarom zei hij tegen hem:

369
00:22:40,410 --> 00:22:43,830
Toen de koning naar binnen was
gegaan om de gasten te overzien,

370
00:22:43,830 --> 00:22:47,490
zag hij daar iemand die niet
gekleed was in bruiloftskleding.

371
00:22:47,490 --> 00:22:52,170
En hij zei tegen hem: Vriend, hoe bent
u hier binnengekomen terwijl u geen

372
00:22:52,170 --> 00:22:55,230
bruiloftskleding aan hebt? En hij zweeg.

373
00:22:55,230 --> 00:22:59,670
Toen zei de koning tegen de dienaars:
Bind hem aan handen en voeten,

374
00:22:59,670 --> 00:23:03,750
neem hem mee en werp hem uit
in de buitenste duisternis;

375
00:23:03,750 --> 00:23:07,110
daar zal gejammer zijn en tandengeknars.

376
00:23:07,110 --> 00:23:10,770
Want velen zijn geroepen,
maar weinigen uitverkoren.

377
00:23:10,770 --> 00:23:15,210
En hij stond met zijn mond vol
tanden. Toen zei de koning:

378
00:23:15,210 --> 00:23:19,590
Bind zijn handen en voeten vast,
neem hem mee en gooi hem naar buiten,

379
00:23:19,590 --> 00:23:23,670
de duisternis in, waar mensen
huilen en tandenknarsen.

380
00:23:23,670 --> 00:23:26,430
Ik geloof dat ons hier
wordt verteld dat deze

381
00:23:26,430 --> 00:23:29,670
gelijkenis verdergaat
dan de vorige gelijkenis.

382
00:23:29,670 --> 00:23:33,690
Beide gelijkenissen vertellen ons
over de verwerping van Israël en het

383
00:23:33,690 --> 00:23:35,550
oordeel over Israël.

384
00:23:35,550 --> 00:23:38,610
Maar de eerste gelijkenis
houdt daar op en zegt:

385
00:23:38,610 --> 00:23:42,930
Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk
van God van u weggenomen zal worden

386
00:23:42,930 --> 00:23:46,590
en aan een volk gegeven dat
de vruchten ervan voortbrengt.

387
00:23:46,590 --> 00:23:49,710
Maar deze gelijkenis gaat
zover en gaat dan verder.

388
00:23:49,710 --> 00:23:52,950
Ze zegt dat het Koninkrijk nu
aan iemand anders wordt gegeven,

389
00:23:52,950 --> 00:23:57,090
dat de uitnodiging uitgaat naar de
hele wereld, naar alle heidenen,

390
00:23:57,090 --> 00:24:01,890
en dat allerlei soorten mensen, goede
en slechte, naar het feest komen.

391
00:24:01,890 --> 00:24:06,150
Maar uiteindelijk moet er een dag
van afrekening komen waarop God zelfs

392
00:24:06,150 --> 00:24:08,070
deze gasten onderzoekt.

393
00:24:08,070 --> 00:24:11,310
Zelfs degenen die sinds
het oordeel over Israël

394
00:24:11,310 --> 00:24:15,690
en sinds de verwerping van Israël
op het evangelie hebben gereageerd,

395
00:24:15,690 --> 00:24:20,010
moeten als het ware aan de voorwaarden
voldoen om daar te mogen zijn.

396
00:24:20,010 --> 00:24:23,670
In deze gelijkenis had die voorwaarde
te maken met het dragen van

397
00:24:23,670 --> 00:24:25,350
de juiste kleding.

398
00:24:25,350 --> 00:24:29,490
Een gast die niet de juiste kleding
naar de bruiloft had gedragen,

399
00:24:29,490 --> 00:24:31,170
beledigde de koning.

400
00:24:31,170 --> 00:24:34,470
Toch meende hij kennelijk dat
hij hoe dan ook mocht komen,

401
00:24:34,470 --> 00:24:38,970
alsof hij het volste recht had om op zijn
eigen voorwaarden bij de bruiloft van de

402
00:24:38,970 --> 00:24:40,470
koning te zijn.

403
00:24:40,470 --> 00:24:43,710
Helaas reageren veel mensen
ook op het evangelie,

404
00:24:43,710 --> 00:24:46,770
maar stellen zij daarbij
hun eigen voorwaarden.

405
00:24:46,770 --> 00:24:50,550
Ze komen de gemeente binnen, maar
ze aanvaarden de voorwaarden van het

406
00:24:50,550 --> 00:24:52,770
evangelie niet werkelijk.

407
00:24:52,770 --> 00:24:56,490
Ze zijn daar als het ware
gekleed in hun eigen gewaden,

408
00:24:56,490 --> 00:24:59,130
niet in gewaden die bij
een christen passen.

409
00:24:59,130 --> 00:25:01,410
De gewaden stellen gedrag voor.

410
00:25:01,410 --> 00:25:04,710
Het witte linnen van de
gemeente in Openbaring 19

411
00:25:04,710 --> 00:25:07,650
stelt de rechtvaardige
daden van de heiligen voor.

412
00:25:07,650 --> 00:25:09,990
Ons gedrag is als kleding.

413
00:25:09,990 --> 00:25:13,170
Ongerechtig gedrag is als vuile vodden.

414
00:25:13,170 --> 00:25:18,030
Rechtvaardig gedrag is volgens
Openbaring 19 wit linnen.

415
00:25:18,030 --> 00:25:22,650
In dit geval is er een man gekomen die
op de uitnodiging heeft gereageerd,

416
00:25:22,650 --> 00:25:26,910
maar uit zijn daden blijkt dat hij
niet werkelijk bij de groep hoort.

417
00:25:26,910 --> 00:25:28,770
Daarom wordt hij eruit gezet.

418
00:25:28,770 --> 00:25:32,010
Dit betekent natuurlijk dat
er aan het einde van de tijd

419
00:25:32,010 --> 00:25:34,410
zelfs een scheiding zal plaatsvinden

420
00:25:34,410 --> 00:25:39,210
onder degenen die gedurende dit
evangelietijdperk hebben gereageerd.

421
00:25:39,210 --> 00:25:44,430
Wie geen ware christen is, zal evenmin
in het Koninkrijk van God mogen zijn

422
00:25:44,430 --> 00:25:46,950
als de Israëlieten die
Christus hebben verworpen.
